Uitgelicht

Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ vanForum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.


Uitgelicht

Een graantje en de silo

Als ik me de afgelopen jaren ergens aan heb gestoord, dan is het de overdreven media-aandacht voor criminelen. Uren zendtijd, vele pagina’s in kranten, boeken over deze of gene zaak van journalisten en zelfs ‘zusjes van’. Of het nu over een ‘knuffelcrimineel’, ‘mocromafia’ of ‘motorbendes’ gaat, het kan me gestolen worden. Het is een zaak van politie en justitie, die moeten net als de slager en de bakker hun werk doen en daarmee is voor mij de kous af. Ik zal er geen Prikker aan besteden. ‘Maar waarom begin je er nu dan over?’ Een terechte vraag. Hieronder het antwoord.

Bron: WikimediaCommons

Ik begin erover omdat Jean-Pierre Geelen, de ombudsman van de Volkskrant uitlegt waarom zijn krant vorige week dertien pagina’s besteedde aan ‘de zaak Holleeder’. Geelen: “De krant had iets ‘in handen’: gedurende de laatste anderhalf jaar hadden de twee misdaadverslaggevers van de krant zes gesprekken gevoerd met de twee officieren van justitie in het Holleederproces, Sabine Tammes en Lars Stempher. Bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal, waarover al langer de ­afspraak bestond dat het direct na de uitspraak ge­publiceerd zou worden.”  En daar bleef het niet bij: “Toen diende zich interviewer Antoinette Scheulderman aan, met een ‘uniek’ (want ‘exclusief’) interview met Astrid Holleeder en haar dochter Miljuschka Witzenhausen, die zich nooit eerder had uitgesproken over haar familie. Het was aangeboden via de uitgever van Astrid Holleeder, van wie net een boek was verschenen.”  Maar: “de onderhandelingen met de uitgever liepen stroef: Astrid stond er volgens hem op dat het dubbelinterview die zaterdag geplaatst zou worden, anders dreigde een stap naar de concurrentie.” Dus toen maar pragmatische gehandeld: “Zo ontstond het idee er een themakatern van te maken. Met de twee interviews, voor de gelegenheid aangevuld met een beschouwing over de collectieve fascinatie voor het kwaad.” 

Zo wordt, zoals Geelen aangeeft: “een interessant ­inkijkje in de mediakeuken,” gegeven. Geelen verklaart daarmee het aantal pagina’s: ‘we hebben zes keer met twee officieren van justitie van justitie gesproken en dat is bijzonder materiaal. Daarnaast bood iemand anders nog materiaal over dezelfde zaak’. Dat je zo aan dertien pagina’s komt geloof ik graag. De vraag die Geelen niet beantwoordt, is waarom er überhaupt aandacht aan de zaak werd besteed anders dan een kort berichtje dat Willem H. is veroordeeld tot… . 

De dertien pagina’s zijn een gevolg van een keuze van de redactie om dat ‘exclusieve’ materiaal te verzamelen. De vraag die Geelen zou moeten beantwoorden is waarom de krant twee verslaggevers zes keer in een periode van anderhalf jaar met de beide officieren van justitie heeft laten praten. Dat is niet omdat er een artikel moest komen over het werk van een officier van justitie. Daarvoor waren gesprekken met willekeurige officieren van justitie ook toereikend geweest. Dat ‘unieke’ materiaal (want ‘exclusief’) is er gekomen vanwege een hype in de media. Een hype waarvan velen een graantje mee willen pikken. Velen zoals de uitgever van het ‘net verschenen boek’ en de auteur ervan. Maar ook de ‘misdaadverslaggevers’  van de diverse media. 

Immers als twee verslaggevers zes keer met twee stratenmakers spreken geeft dat vast ook ‘bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal. Als een stratenmakersbedrijf nog een exclusief interview met zichzelf in de aanbieding heeft ter promotie van een boek over stratenmaken, besteedt de krant dan ook dertien pagina’s aan stratenmaker? Nee, dat zal niet gebeuren. Beste ombudsman Geelen, de dertien pagina’s zijn het gevolg van een hype in de media. Een hype waarvan uw krant graag een graantje mee pikt. Alhoewel een graantje, meer een silo vol met graan.

Uitgelicht

Cultuur en diversiteit

Ik lees bij Joop dat de Amsterdamse kunstraad constateert dat de: “stad, ondanks zijn gekoesterde kosmopolitische zelfbeeld, ruim de helft van zijn bewoners in zijn culturele paleizen stelselmatig vergeet.”  Daarom moeten volgens de auteur, de socioloog, publicist en programmamaker, Nekuee: “Naast degene die met Joyce, Beckett en Reve als hun jeugdhelden zijn opgegroeid (…)  directeuren en bestuurders (worden aangesteld) met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden. Naast de bewonderaars van Mary Shelly en Shakespeare is het ook nodig dat kenners van Hafiz, Ibn-Arabi en Yunus Emre bepalende figuren worden aan de top van culturele instellingen.” Volgens de auteurs zal: “een grootschalige wisseling van de macht (…) aan de top van de sector,” zorgen voor: “een nieuwe balans (…) en meer representatie van een waar kosmopolitisme.” Een interessant idee. Maar toch … .

Concertgebouw Amsterdam. Bron: Flickr

Zou dit daadwerkelijk iets oplossen? Als we kijken naar het huidige culturele aanbod dat, in de woorden van Nekuee, niet divers genoeg is, dan is de publieke belangstelling daarvoor al niet groot. Zoveel mensen met Joyce, Beckett en Reven als helden zijn er niet en ook de bewonderaars van Shelley en Shakespeare zijn dun gezaaid. Zo dun dat een goede voorstelling van een stuk van Shakespeare, om maar eens iets te noemen, alleen in steden van redelijke omvang voldoende publiek trekt om de zaal te vullen. En zelfs dan kan die voorstelling alleen worden uitgevoerd met een flinke sloot subsidie.  

Hoeveel mensen met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als held, zullen er zijn? Want in Amsterdam mogen de minderheden dan wellicht in de meerderheid zijn, dat maakt die minderheid nog niet meteen tot een eenheid. Die minderheid bestaat uit vele groepen en mensen met zeer diverse achtergronden. Hoeveel Afghanen, Ghanezen of Colombianen zullen de Turks-Koerdische schrijver Yasar Kamal als held hebben? Sterker nog, van de Turks-Koerdische Nederlanders zal een groot deel een stuk op basis van een boek van Kamal niet bezoeken. Net zoals de overgrote meerderheid van de Nederlanders een stuk van Reve links laat liggen. Hoeveel zalen zou je kunnen vullen met een voorstelling op basis van een boek van Kamal? 

Die nieuwe culturele top met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden zal toch rekening moeten houden met het publiek dat nu de voorstellingen en optredens bezoekt. Dat publiek zorgt voor de basis onder alle culturele instellingen. Als instellingen dat publiek van zich vervreemden, dan zal het cultureel aanbod voor iedereen enorm verschralen. 

Uitgelicht

De drol en het strikje

Bedrijven gebruiken marketing om hun producten op een specifieke manier in de markt te zetten. Zo is RedBull sponsor van zeer veel sporten. Ze sponsoren verschillende voetbalclubs, natuurlijk het Formule 1 team van Max Verstappen, zie zijn actief in de motorsport en sponsoren allerlei bijzondere niche-sporten. RedBull profileert zich zo als sportief terwijl het ongezonde drankjes aan de man brengt. Vandaag stootte ik op een wel heel bijzondere manier van marketing van de gemeente Rotterdam.

Park de Twee Heuvels, Rotterdam.

Op LinkedIn kwam het volgende bericht voorbij: “Aan de rand van Park de Twee Heuvels moeten straks tussen de 20 en 32 hoogwaardige koopwoningen komen. De marktselectieprocedure voor de verkoop van de locatie voor de woningen is op 4 juli gepubliceerd. De woningen krijgen een kleinschalig, parkachtig karakter, waarbij de nadruk ligt op natuurinclusief bouwen.” Tot zover niets bijzonders. Nou ja, een park (zie foto) opofferen voor woningbouw is niet niks. Dan klinkt ‘aan de rand van’ toch een stukje minder erg. Zeker als er ‘natuurinclusief’ wordt gebouwd. Wat moet ik me daarbij trouwens voorstellen?

Echt bijzonder wordt het pas met de volgende en laatste zin: “Door de komst van de woningen zijn er straks extra ogen en oren in het park, die de veiligheid moeten vergroten.” Door die woningen zijn er meer ogen en oren en die ‘vergroten de veiligheid’ in het park. Een heel bijzondere onderbouwing van een besluit om een park op te offeren ten faveure van mensen met een flink gevulde beurs. ‘Hoogwaardig’ is immers een eufemisme voor ‘zeer prijzig’. 

In een eerste reactie vroeg ik mij af waarom dan niet het hele park vol wordt gebouwd met woningen. Als je de dan ‘nieuwe randen’ ook weer bebouwt dan zijn er immers nog meer ‘ogen en oren’. Logisch gevolg is dat het maximaal veilig is in het park als er geen ‘randen’ meer zijn. Dan is het park er meer en daarmee is de veiligheid maximaal. Dan toch doorgeredeneerd op dit argument. Als de veiligheid toeneemt als er meer ‘ogen en oren’ zijn, hoe kan het dan dat in stedelijk gebied, dus daar waar veel ogen en oren zijn, de onveiligheid zoveel groter en de criminaliteit zoveel hoger is?

Probeert de gemeente Rotterdam niet gewoon een drol te verfraaien door er een mooi strikje om te doen? 

Uitgelicht

Frame, framen, geframed

In een artikel bij TPO blikt Forum-voor-Democratie-leider Baudet terug en vooruit. Terug op het afgelopen politieke jaar en vooruit op belangrijke zaken. Een bijzondere tekst.

Baudet: “Onvermijdelijk gaat dit alles ook gepaard met groeistuipen, rimpels en plooien. Met onverwachte successen of momenten van tegenslag. Soms is het zoeken naar de juiste toon. Of wordt een tweet, citaat of gedraging tot belachelijke proporties uitvergroot in de media. De framing is enormDe link in dit citaat leidt naar de website van de partij alwaar twintig labels (frames) worden aangekaart en ontkracht. Nou ja frames. Is de opvatting dat de persoonlijke vraag over huilen, die Baudet aan Rutte stelde in hun debat ongepast was, een frame? 

Bron: Wikimedia Commons

Bijzonder is dat Baudet zich in zijn schrijven ook van frames bedient. Zo spreekt hij over: “heethoofdige opwarmingstheorieën en zeespiegelprognoses die de discipelen van Al Gore ons voorhouden.” En iets verder: “onder al het milieuactivisme ligt dus vaak een diepe spirituele leegte.” Mensen die zich op een voor Baudet afwijkende manier zorgen maken om het klimaat zijn heethoofdig zonder veel diepgang. Ook met betrekking tot het onderwijs gebruikt Baudet zijn inmiddels bekende frame. Goed onderwijs begint: “met het stoppen van linkse indoctrinatie.” Een  frame op zich die weer verwijst naar het cultuurmarxisme-frame’

Een eindje verderop in zijn betoog: “Uiteindelijk is ons doel het veranderen van de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zo dat zijn aardig wat frames in een passage ‘weg-met-ons-mentaliteit’ en ‘oikofobie’ twee keer hetzelfde frame maar anders verwoord. En wie maakt zich daaraan schuldig? ‘Onze politieke, culturele en journalistieke elite’, alweer een frame bedoeld om mensen buiten de orde te plaatsen. Want wie behoort er tot die groep? Behoort Baudet nu niet ook tot de ‘politieke elite’? Of het woord ‘kartelpolitici’ en dan vooral in combinatie met ‘slappe knieën’. Hoezo is er sprake van ‘schaamte voor onze geschiedenis’ als je de wat minder positieve aspecten ervan voor het voetlicht brengt?

Baudet: “Daarmee zijn we dus tegen elke vorm van identiteitspolitiek: we willen mensen niet inkaderen op grond van ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur, enzovoorts – maar juist als individu tot hun recht laten komen.”  Een mooi standpunt. Alleen stelt hij iets eerder in zijn betoog de vraag: “Waarom blijkt het nu eigenlijk zo moeilijk om bij uitstek islamitische immigranten te integreren?” Een bijzondere vraag als je ieder mens als individu wilt zien en niemand wilt ‘inkaderen op grond van ‘ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur enzovoorts’.

Binnen zijn partij is er plek voor discussie en verschil van mening: “Annabel Nanninga (heeft) gelijk als ze zegt dat we de acute noden van de kiezer nooit mogen vergeten; maar (…) Freek Jansen (heeft) óók gelijk als hij jongeren diezelfde middag oproept zich te verdiepen in de politiek-theologische achtergrond van de huidige crisis. Nausicaa Marbe heeft gelijk als ze stelt dat we een open, tolerant en pluriform patriottisme moeten uitdragen; maar Paul Cliteur heeft óók gelijk dat we bepaalde waarden – de Verlichtingswaarden – nooit mogen loslaten.” En enkele alinea’s verder: “Ook op het gebied van persoonlijke stijl kunnen meningen uiteen lopen, en we waarderen het dat daarover óók gesproken kan worden binnen onze partij. Het is een onderdeel van de Nederlandse cultuur die we koesteren en voelen in onze vezels: wars van overdreven formaliteiten, open, eerlijk, het hart op de tong en evenveel meningen als mensen. Met grote ruimte voor andersdenkenden en een stip op de horizon waarheen we varen.” Hoe verhoudt die trots en hoog opgeven van Baudet over die Nederlandse cultuur zich tot zijn uitspraken die ik in de vorige twee alinea’s aanhaalde? De frames die hij gebruikt om zijn tegenstanders om het stevig te zeggen, buiten de orde te plaatsen?

Welk beeld, of meer in stijl frame, roept Baudet op als hij, door zijn opponenten te ‘framen’, zich verzet tegen de manier waarop hij wordt ‘geframed’? Of zou Baudet werkelijk geloven dat zijn frames, geen frames zijn maar de waarheid?

Uitgelicht

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers


Uitgelicht

Selectief consequent of inconsequent

Wat hebben Zwarte Piet, vuurwerk en de ramadan gemeen? Ze liggen alle drie, weliswaar vanuit andere hoeken ‘onder vuur’. Bij alle drie spelen de ‘PVV-kornuiten van Wilders’ een rol.  Als we kijken naar de rol in die drie discussies dan valt er iets op: de selectieve verontwaardiging en de selectieve zorgen over de gezondheid en maatschappelijke kosten.

Bron: Pixabay

Zo las ik bij TPO dat de partij vragen had gesteld aan minister Koolmees over de ramadan. “Wat zijn de maatschappelijke kosten van ramadan vanwege ziekteverzuim, te laat komen, slecht slapen, ontregelde diabetes, ordeverstoringen en ramadangerelateerde criminaliteit?” vroeg de partij de minister. Even terzijde vraag ik me af wat ik me moet voorstellen bij ‘ramadangerelateerde criminaliteit’? Over welke specifieke vorm of vormen van criminaliteit hebben we het dan? En zou er dan ook ‘kerstmisgerelateerde’ of ‘chanoukagerelateerde’ criminaliteit zijn? behalve een groep in een kwaad daglicht proberen te zetten, kan ik niets voorstellen bij het nut van een dergelijk onderzoek. En als zo’n onderzoek er dan toch moet komen dan moeten ook de maatschappelijke baten zoals levensgeluk, omzet voor de middenstand en dergelijke erin mee worden genomen.

Als we kijken naar de andere twee onder vuur liggende activiteiten dan volgt de partij een geheel andere lijn. Neem Zwarte Piet, die staat boven alle kritiek. Naar maatschappelijke kosten als ziekteverzuim en diabetes door het vele snoep en de spanning bij kinderen en ouders en ook bij mensen die zich door Piet gekrenkt voelen, vraagt de partij niet. Trouwens ook niet naar ‘zwartepietgerelateerde criminaliteit’. Sterker nog om Zwarte Piet te behouden diende de partij zelfs een aparte ‘Zwarte Piet-wet’ in waarin het uiterlijk van Piet bij wet wilde vastleggen: “Een Zwarte Piet heeft een egaal zwart of donkerbruin gezicht, rood geverfde lippen, zwart krulhaar en goudkleurige oorbellen, en is gekleed in een fluweelachtig pak met pofbroek en draagt een hoofddeksel met een gekleurde veer.”  Aldus artikel 1 van het voorstel van wet

Ook aan het ‘traditionele’ afschieten van rotjes en vuurpijlen met de jaarwisseling mag niet worden getornd. de maatschappelijke kosten zijn groot. Neem het leed van en de ziektekosten voor de slachtoffers van het spul. Het ziekteverzuim dat dit oplevert. Het geweld tegen politie, brandweer en ambulancepersoneel en het daarop volgende ziekteverzuim. Of de inzet van gemeenten, politie en justitie bij het van de markt halen van illegaal vuurwerk. Mogen we dat ‘jaarwisselingsgerelateerde criminaliteit’ noemen? Nee, het rotje mag niet worden ‘afgenomen’ en dat mag de maatschappij best nog wat meer kosten: “de PVV steunt een algeheel verbod op consumentenvuurwerk niet, maar ziet wel een deugdelijke, landelijke aanpak graag tegemoet, want alleen dan kan de veiligheid tijdens de jaarwisseling gewaarborgd worden en wordt het weer een feest voor allemaal.” 

Bijzonder deze inconsequente manier van denken en redeneren. 

Uitgelicht

Waterworld

Ik moest denken aan ‘Waterworld’  De post-apocalyptische film met Kevin Costner in de hoofdrol. Na een ramp staat de aarde onder een dikke laag water. Land lijkt er niet meer te zijn en de overgebleven mensen leven op restanten van schepen en andere zaken die drijven. Toch gaat er een verhaal over Dryland. Maar bestaat het werkelijk of is het een mythe? Costner speelt de rol van Mariner en is een van de mensen die zich door mutatie hebben aangepast aan de nieuwe situatie. Hij bezit kieuwen waardoor hij ook onderwater kan ademen en heeft zwemvliezen tussen zijn tenen. Op zijn pad, of beter zijn zeiltocht, treft hij een meisje met de naam Enola dat samen met haar verzorgster Helen naar Dryland wil. 

Bron: Flickr

Ik moest aan deze film denken toen ik bij De Dagelijkse Standaard  een stukje van Teunis Dokter las. Dokter geeft af op de Duitse minister  van  buitenlandse zaken Maas: “ Hij is een dromer.”  Waarom is Maas een dromer? Omdat Maas kritiek heeft op de Italiaanse aanpak met betrekking tot vluchtelingen en migranten die per boot de Middellandse Zee over steken. Italië laat schepen die drenkelingen hebben opgepikt niet toe in hun havens. Maas’ kritiek richt zich hierop. Volgens Dokter ziet Maas het verkeerd. Het redden van drenkelingen en ze vervolgens aan land brengen zijn twee verschillende zaken aldus Dokter: “Landen zijn niet verplicht om geredde migranten op te nemen in hun gemeenschappen. Wel zijn mensen verplicht om elkaar te redden uit zee wanneer men drenkelingen ziet dobberen.”  De oplossing van Dokter: “Niemand heeft er problemen mee als er migranten uit zee worden gered, maar zet ze niet af in de haven waar ze -illegaal- naartoe reizen. Dan zijn de migranten gewoon gered en worden problemen rondom het aanmeren van de reddingsschepen voorkomen.” 

Nu hebben die rubberen bootjes en de latere drenkelingen die erin stappen zelden een specifieke haven op het oog. De mensen willen naar Europa of specifieker naar Duitsland, Nederland of enig ander land. Als je het hen vraagt dan zullen ze niet zeggen: ‘ik wil via de haven van Napels en dan naar de Regulierdwarsstraat nummer x in Amsterdam. Voor hen zal iedere haven in deze kant van de Middellandse Zee een goede zijn. Europese havens zouden, als ik Dokter goed begrijp, schepen met drenkelingen moeten weigeren omdat ze dan hun ‘doel’ bereiken. Om hen dus niet in de ‘haven waar ze naartoe reizen’ af te zetten, moeten ze in een Afrikaanse haven worden afgezet. Maar waarom zouden Marokko of Algerije hun havens moeten openstellen voor drenkelingen die zelden staatsburger van hun land zijn? Als zowel de Europese als de Afrikaanse havens de schepen met drenkelingen weigeren, dan hebben we een situatie die op ‘Waterworld’ lijkt. Een groep mensen die op zee leven en wonen op schepen en andere drijvende zaken.

Uiteindelijk vinden Mariner, Helen en Enola Dryland. Helen en Enola gaan aan land. Mariner als gemuteerde voelt zich toch beter op en in het water en zeilt weer weg. Wellicht zullen de drijvers op de Middellandse Zee die dromen van het ‘mythische dryland Europa’ dit voorbeeld volgen. Bijvoorbeeld door met hun schip naar een strand te varen en dan vast te lopen. Wellicht dat enkele avontuurlijken zelfs naar de Noordzee varen om vervolgens vast te lopen op het strand bij Kijkduin. 

Uitgelicht

Uitzondering en regel

“Millennials zijn ‘screwed’: kom in actie!” De titel boven een artikel van Fabian Dekker bij Joop. Dekker over dat ‘screwed’ zijn: “jonge mensen zijn financieel de klos, doen het slechter op de woningmarkt, werken steeds vaker in onzekere banen en zien hun inkomsten dalen. Mede onder invloed van invoering van het sociaal leenstelsel bedraagt de studieschuld in Nederland inmiddels ruim 11 miljard euro. Het eigenwoningbezit daalt door stijgende prijzen en aangescherpte leennormen met name onder 35-minners. En –naast studenten met een flexibele bijbaan – stijgt het aandeel flexibele werknemers met name in de leeftijdsgroep tussen 25 en 45 jaar van circa 10% naar 19% in de periode 2003-2018.” En de gevolgen hiervan? “Voor het eerst na de Tweede Wereldoorlog is er een generatie dertigers die minder verdient dan hun ouders, zo becijferden onderzoekers van de Universiteit Tilburg en het ministerie van SZW vorig jaar!” 

Bron: Wikimedia Commons

Inderdaad allemaal zaken die niet in het voordeel zijn van de ‘millennial’, mensen geboren tussen grofweg 1985 en 2000. Al denk ik dat het eigenwoningbezit van 35 minners voor andere generaties ook erg laag was. De gehele jaren tachtig lag de hypotheekrente boven de 8% met uitschieters tot 13% en moest je zelf ook een zak geld meenemen om een huis te kunnen kopen. Zelf kocht ik midden jaren negentig als begin dertiger een huis. De tijd waar hypotheekverstrekkers je een ‘beleggingshypotheek-oor’ aan probeerden te naaien en de huizenprijzen, net als nu fors stegen. Maar daar gaat het mij niet om. Ook niet over al die andere zaken die het leven van de millennial bemoeilijken, waartegen protest welkom is en alternatieven mogelijk zijn. Het gaat mij om ‘minder verdienen’ dan hun ouders. 

Niet dat ik de conclusie van de onderzoekers van de Universiteit Tilburg bestrijd. Nee, ik ga ervan uit dat hun onderzoek en ook hun conclusies correct zijn. Het gaat mij om iets anders. De ‘millennials’ zijn een keerpunt. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog een generatie die er ten opzichte van hun ouders niet op vooruit gaat en misschien zelfs wel een klein beetje op achteruit. Voor de millennial is dat natuurlijk vervelend en waarschijnlijk ook voor hun ouders. Die willen immers dat het hun kroost goed gaat en goed dat is meestal beter dan dat ze het zelf hadden op die leeftijd. Dan is het erg vervelend als dat niet het geval is.

De manier waarop Dekker het stelt, en dat is waarschijnlijk ingegeven door het Tilburgse onderzoek, is dat de millennials daarmee een uitzondering worden op de regel. De regel dat we het steeds beter krijgen, dat kinderen hun ouders ‘voorbij streven. Ik denk echter dat het eerder andersom is, dat hun ouders en eigenlijk iedere generatie sinds de Tweede Wereldoorlog tot de millennials de uitzondering op de regel waren. 

Als we geschiedenis bestuderen dan zien we dat kinderen in de regel hetzelfde lot trof als hun ouders. De zoon van een keuterboer werd keuterboer en zijn zus trouwde met een keuterboer. Soms hadden ze, net als hun ouders en hun latere kinderen een goed jaar en soms een slecht. Ze hadden het in het algemeen niet slechter en ook niet beter dan hun ouders. Zo gold het ook voor de zoon en dochter van de bakker, slager en landloper en edelman. Al kon die laatste door goede ‘huwelijkspolitiek’ van zijn ouders er wel op vooruitgaan. Achteruit trouwens ook als de rijkdom van de wederpartij toch voornamelijk schulden bleken te zijn.

Als we kijken naar de economische groei door de eeuwen heen dan was die in Europa tot ongeveer 1700 gelijk aan 0. En zoals we weten is groei nodig om het beter te krijgen dan je ouders. Natuurlijk waren er plekken waar rijkdom zich ophoopte, dat betekende echter niet dat mensen het beter kregen want daarvoor is groei alleen niet voldoende. Daarvoor moet die groei ook worden verdeeld over iedereen.  Als alle groei terecht komt bij de Amsterdamse handelaren dan heeft de Keuterboer in Drenthe daar niets aan. Net zoals de hamburgerflipper bij MacDonalds niets merkt van toenemende rijkdom van bijvoorbeeld Bill Gates.

Tussen 1700 en nu groeide de economie gemiddeld met 1%.  Dat betekent dat de Europese economie nu ongeveer 16 maal zo groot is als in 1700. Nu wijkt Nederland iets af van het Europese gemiddelde. Die afwijking betreft vooral de periode voor de twee wereldoorlogen. Nederland (de Republiek) was in 1700 aanzienlijk rijker dan de rest van Europa. Als we ons realiseren dat de bevolking van Europa in die periode ongeveer is vertienvoudigd dan is een groot deel van die groei opgegaan aan de extra monden die gevoed moesten worden.

Duiken we wat dieper in de cijfers dan blijkt dat de Europese economie tot 1820 groeide met 0,1%. Dit betekent dat de economie in 1820 bijna 13% groter was dan in 1700. Die groei was niet eens voldoende om die extra monden te voeden. Hieruit kun je gevoeglijk concluderen dat kinderen het in die periode zeker niet beter, eerder slechter hadden dan hun ouders. Tussen 1820 en 1950 groeide de Europese economie met 0,9%. Dat betekent dat de economie in 1950 ongeveer 3,6 keer zo groot was als in 1700. Als we ons realiseren dat de bevolking tussen de iets kortere periode (1750 en 1950) 3,35 keer zo groot werd, dan zou je, als de groei eerlijk over iedereen werd verdeeld, kunnen concluderen dat een jongere uit 1950 het even goed had als zijn leeftijdsgenoot uit 1700. 

Bron: Wikimedia Commons

Alleen de periode vanaf de Tweede Wereldoorlog tot nu kende groeicijfers die langdurig boven de 1% uitkwamen, namelijk gemiddeld 1,9% en van 1950 tot 1970 zo’n 3,8%. De economie van 2012 was 4,28 keer zo groot als die in 1950. De bevolking groeide gedurende die jaren met 1,35%. En, laat die periode, in ieder geval de eerste dertig jaar nu ook de periode zijn dat die toegenomen welvaart eerlijker werd verdeeld. Er werd een sociaal stelsel opgetuigd dat vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw weer langzaam wordt afgebroken. Dat maakt dat kinderen het beter kregen dan hun ouders. Ouders die hun kinderen langer, meer en hoger lieten studeren waardoor hun uitgangspositie steeds beter werd. Een hogere opleiding die de groei nog wat aanwakkerde.

Alleen kan dat niet oneindig doorgaan. Kinderen van universitair geschoolde ouders kunnen niet nog hoger worden opgeleid waardoor er nog betere banen in het verschiet liggen. Sterker nog, die hogere opleiding is al geruime tijd geen garantie op beter werk. Hoger opgeleiden die ‘onder hun niveau’ werken zijn eerder regel dan uitzondering. Alleen was dat werk voor hun ouders nog altijd een vooruitgang ten opzichte van hun grootouders. Dat is nu in toenemende mate niet meer het geval.

Als we het vanuit dit perspectief bekijken dan is de situatie van de huidige millennials de regel en waren hun ouders en grootouders de uitzonderingen op de regel. De regel dat kinderen het over het algemeen niet beter en ook niet slechter hebben dan hun ouders. 

Maar, beste millennia, laat dit je niet weerhouden om in actie te komen. Want een deel van je slechtere positie is het gevolg van de afbraak van het stelsel van sociale voorzieningen. Dat deel is een keuze en er kan ook wat anders worden gekozen. Een sociaal leenstelsel dat tot schulden leidt is zo’n keuze die anders kan. Het invoeren van een basisinkomen voor iedereen is een keuze die we kunnen maken om ‘flexbanen’ minder onzeker te maken. De Woningmarkt kan er anders uitzien, als we andere keuzes maken. En beste millennial als jullie hiervoor willen strijden dan kunnen jullie op de sympathie en steun van de Ballonnendoorprikker rekenen.

De cijfers over de economische groei komen uit Capital in the Twenty-First Century van Thomas Piketty (pagina 94).

Uitgelicht

De grammofoon en Spotify

Lezers die de Ballonnendoorprikker al lange tijd volgen, zullen soms denken: ‘maar dat heeft hij toch al eens geschreven.’ En dat klopt dan meestal ook wel. Er zijn onderwerpen die geregeld terugkomen. Vandaag ook weer zo’n onderwerp. Toen ik het las, dacht ik: ‘laat maar voorbij gaan anders word je zo’n oude grammofoonplaat die steeds op eenzelfde plek overslaat.’ Het onderwerp: de rol van slaven, slavernij en slavernij producten in de Nederlandse geschiedenis.

Bron: Pixabay

Deze week berichtte de Volkskrant over een onderzoek van twee historici, Pepijn Brandon en Ulbe Bosma van het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis, naar het ‘slaaf aandeel’ in de economie van de Republiek. Het Volkskrantartikel opent met: “Economisch gewicht slavernij veel groter dan gedacht; ‘verdiensten in 1770 ongeveer vergelijkbaar met haven Rotterdam nu.” In de erop volgende alinea wordt het toegelicht: “Slavernij leverde het gewest Holland op zijn toppunt zo’n 10 procent van het bbp op, en heel Nederland 5 procent, hebben historici berekend. Van scheepsbouwers tot notarissen en koffieverkopers: allemaal profiteerden ze van de handel in mensen en hun werk op plantages.” 

Vaste deelnemer in het debat, historicus Piet Emmer, reageerde snel: “Ze moesten wellicht stevige conclusies trekken om de NWO-financiering van hun onderzoek te rechtvaardigen, maar wetenschappelijk gezien vind ik dit te ver gaan. Ik heb ooit berekend dat de slavernij gedurende het tijdvak 1650-1850 gemiddeld zo’n 3 procent van het bbp heeft opgeleverd – en dat is waarschijnlijk nog te hoog. Ik zie geen reden om die conclusie bij te stellen naar aanleiding van dit onderzoek. De auteurs beweren dat het jaar 1770 representatief is voor een langere periode, maar ik betwijfel dat. Ze hebben een piekjaar gekozen en zijn van daaruit gaan extrapoleren.” 

Ongeveer op hetzelfde moment wil de meerderheid van de gemeenteraad van Amsterdam excuses aanbieden voor het slavernijverleden van de stad. Op de NOS-site is te lezen dat: “er volgend jaar op 1 juli, bij de herdenking van het slavernijverleden, excuses worden aangeboden namens de hoofdstad.” Of excuses iets toevoegen weet ik niet, wat ik wel weet is dat als je excuses aanbiedt dat je dan wel moet weten waarvoor en bij wie je excuses aanbiedt. 

Als we dan toch bezig zijn dan denk ik dat die 5% volgens de één en 3% volgens de ander veel te laag is. Als we toch breed van “scheepsbouwers tot notarissen en koffieverkopers” kijken, dan missen we in de discussie zoals die in Nederland wordt gevoerd nog het een en ander.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Ik denk, zonder dat ik er specifiek onderzoek naar heb gedaan, dat het percentage van de economie van de Republiek dat ‘slaafgerelateerd’ was, veel hoger is. Dat denk ik niet omdat de onderzoekers naar de transatlantische ‘slavenbijdrage’ slecht werk hebben geleverd en ze iets vergeten zijn. 

Waarom ik dat denk? De hele discussie over slavernij spitst zich toe op het transatlantische deel. Het deel waarbij vanuit Afrika getransporteerde slaven een rol speelt. En of het nu 5% was of 3% zoals Emmer beweert, het concentreert zich op slechts een aspect van de handel. De bulk van de handel betrof de handel in onder andere granen en hout met het Baltisch gebied (Polen, Lijfland, Pruisen en Rusland). En waardoor kenmerkten die gebieden zich? Door het feodale stelsel. En wie verzorgde de bulk van het werk? De lijfeigenen en horigen. En wat was dat? Dat was een vorm van slavernij. Alleen lijkt het maar niet tot de huidige discussie te willen doordringen dat er ook héééél veel slaven waren die niet uit Afrika kwamen.

Het lijkt mij goed dat ook deze vorm van slavernij aandacht krijgt in een nog op te richten slavernij-museum. Immers om haar naam eer aan te doen zal dat museum de rol van slaven en het denken over slavernij door de gehele geschiedenis van de mensheid heen moeten laten zien. Dus ook de slavenhandel van de Noormannen, de rol van slaven in het oude Romeinse rijk om maar iets te noemen. In zijn boek de Zijderoutes wijdt Peter Frankonpan een hoofdstuk aan de slavenhandel. De Noormannen vervullen een hoofdrol in dat hoofdstuk en over het Romeinse rijk schrijft hij: “Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat het Romeinse rijk op het hoogtepunt van zijn macht elk jaar zo’n 250.000 à 400.000 nieuwe slaven nodig had om het slavenbestand op pijl te houden.” Maar ook de oude Grieken, China, India, Afrika, de Inca’s en Maya’s mogen er niet in ontbreken. 

Het museum zou ook aandacht moeten besteden aan hedendaagse slavernij. Zoals Qatar waar de voetbalstadions voor de WK van 2022 worden gebouwd onder omstandigheden die erg veel weg hebben van slavernij. Of de Noord-Koreanen die in Rusland werken onder dubieuze omstandigheden. Of de werkwijze in sommige fabrieken in Zuid-Oost Azië. Maar ook loonslavernij en schuldenslavernij zouden een plek moeten krijgen. De slavernij-discussie mag dan een oude haperende grammofoonplaat lijken. Het thema is verre van weg. Sterker nog, het is net zo actueel als een Spotify-playlist.

Uitgelicht

Het klimaat, belastingen dividend en Richard Branson

Het klimaat houdt de gemoederen flink bezig. Het kabinet wil snel met maatregelen komen. Voor velen gaat dat niet snel en ver genoeg en voor anderen veel te snel en te ver. Jan Smit betoogt bij HPdeTijd dat het kabinet er goed aan doet om de lijn die miljardair Richard Branson voorstelt, te kiezen. Smit: “vervang de CO2-belasting door CO2-dividend, een ‘schoon-energiedividend’. Een briljant plan van Richard Branson, afgelopen dinsdag opgetekend door de Volkskrant.” 

Bron: Flickr

In de Volkskrant wordt uitgelegd dat ‘schoon-energiedividend’: “Een maatregel (is) die bedrijven verplicht om te investeren in hernieuwbare energie op basis van hun CO2-uitstoot.” Dit zal: “een prijskaartje hangen aan CO2 zonder het negatieve effect van een belasting.” Die bedrijven krijgen dan: “hun geld terug naarmate de investeringen volgroeid zijn, misschien belastingvrij omdat het wordt geïnvesteerd in klimaatprojecten,” aldus Branson. Dit is volgens Smit een ideale oplossing waarmee: “de burger wordt ontzien,” en toch: “die ambitieuze klimaatdoelstellingen worden gehaald.” Dat klinkt toch te mooi om waar te zijn. Laten we er eens wat beter naar kijken. 

Volgens Smit is een heffing op de uitstoot van kooldioxyde: “een boete; een die ten koste gaat van de werkgelegenheid en de kans vergroot dat de CO2-uitstoot zich verplaatst naar het buitenland.” Maar waarin verschilt een verplichte heffing van een verplichte investering? Beiden leiden tot extra kosten voor het bedrijf en als een ander land het niet doet, dan lopen we bij beide maatregelen het risico dat een bedrijf verkast. Als een bedrijf verhuist en toch haar producten in Nederland wil blijven verkopen, dan kan Nederland kiezen om die producten extra te belasten. Dat leidt dan wel tot extra kosten voor de consument, maar geldt dat niet voor alle maatregelen?

Een bedrijf moet die verplichte investering doen op basis van haar uitstoot aan kooldioxyde. Zou een bedrijf die investering van haar winst afhalen of zal die worden bekostigd door een verhoging van de prijs van haar producten? Het bedrijf zal kiezen voor een prijsverhoging. Precies dat wat ook gebeurt bij een heffing. Op nog een andere manier wordt de consument op kosten gejaagd als, zoals Smit schrijft: “De bedrijven (…)  aandeelhouder (worden) van deze (nieuwe) ondernemingen, waardoor de investering in de toekomst mogelijk rendement oplevert.” Rendement dat wordt opgebracht door … de consument. Maar daarmee zijn we er nog niet. In zijn rol als burger en belastingbetaler betaalt hij nog een derde keer mee als we Bransons suggestie volgen om die investeringen belastingvrij te maken. De bedrijven de lusten en de consument en belastingbetaler de lasten.

Dan het alternatief, een koolstofdioxide-belasting. Een belasting die een bedrijf ertoe aanzet om haar productie zo klimaat- en energieneutraal als mogelijk te maken. Die heffing en dus de investering door de bedrijven betalen we als consument. Ze wordt immers in de productprijs verwerkt. Maar in tegenstelling tot Bransons plannen, kan de overheid met de opbrengst van die heffing klimaatmaatregelen realiseren waarvan de rendementen wel bij ons als consument en burger terecht komen. Maatregelen zoals subsidie op het klimaatneutraal maken van een woning. Maatregelen om mij als burger energie-neutraal te maken door bijvoorbeeld zonnepanelen te subsidiëren en te investeren in een slim energienetwerk en een klimaatvriendelijk backup systeem voor als de zon niet schijnt of het niet waait. Zoals bijvoorbeeld de opslag van overtollige energie in waterstof.

De ideeën van Branson lijken te mooi om waar te zijn. En indachtig het gezegde dat als iets lijkt op een eend, loopt als een eend en kwaakt als een eend het dan ook wel een eend zal zijn. Zijn de plannen van Branson ook te mooi om waar te zijn. De kosten komen immers gewoon bij de consument en burger en de baten bij … Branson en zijn vrienden.

Uitgelicht

Let’s talk about money, money …

Geld. Wie het heeft uitgevonden daar zullen er nooit achter komen. Dat maakt ook niet uit. Wat we er in ieder geval over kunnen zeggen is dat het op vertrouwen is gebaseerd en dat het meerdere functies vervult. 

Zo is het een middel dat het ruilen van goederen vergemakkelijkt. Door geld te gebruiken wordt het voor mij makkelijk om een broek of schoenen te verkrijgen. Zonder geld zou ik in gesprek moeten met de kleer- of schoenmaker en moeten uitvinden of zij een ‘beleidsadvies’ kunnen gebruiken, want dat is het product waarin ik in mijn werkzame leven handel. Nu is de kans klein dat zij behoefte hebben aan zo’n advies. Dat zou het voor mij heel omslachtig maken om een broek of schoenen te verkrijgen. Geld maakt dat makkelijk, het maakt ‘uitgesteld’ ruilen mogelijk. De schoen- of kleermaker ruilt het paar schoenen of de broek tegen geld en van dat geld kunnen zij op het moment dat zij dat willen iets anders verkrijgen. Dan ruilen zij bijvoorbeeld het geld tegen een brood bij de bakker. Bijkomend voordeel hierbij is dat geld ook een rekenmiddel is. Dat voorkomt dat de schoen- of kleermaker bij de bakker moet onderhandelen hoeveel broden een broek of en paar schoenen waard zijn. 

Romeinse munten. Bron: Pixabay

Eeuwenlang bestond geld uit materialen (goud en zilver) die als waardevol werden gezien. Een munt bevatte een bepaalde hoeveelheid van het materiaal en daardoor kon je er overal mee betalen. Zo kon er bijvoorbeeld in het oude India worden betaald met munten uit het Romeinse Rijk. Die hoeveelheid edelmetaal gaf vertrouwen. Tegenwoordig bestaat geld uit vrij waardeloze materialen. Het papier waarop dollars en euros worden gedrukt is veel minder waard dan het bedrag dat erop staat. Toch accepteren we het. We accepteren het zolang we het vertrouwen hebben dat het zijn waarde behoudt of in ieder geval slechts zeer langzaam verliest. Dat wordt anders als ik voor mijn euro morgen nog maar voor een halve euro boodschappen kan doen. Als dat gebeurt dan zal ik vragen om iets wat wel waarde behoudt. Dan vraag ik om goud, zilver of geld uit een ander land dat wel ‘waarde vast’ is. 

Nu hebben we voor grote delen van Europa een en dezelfde munt, de euro. Dat was vroeger wel anders. Als je in de beurs van een laat Middeleeuwse koopman keek, dan trof je diverse soorten munten aan. Veel steden sloegen hun eigen munt maar omdat die munt die hoeveelheid goud of zilver bezat, kon je er toch overal mee betalen. Het kwam geregeld voor dat de hoeveelheid goud of zilver naar beneden werd bijgesteld. Dan zat je met twee munten die er hetzelfde uitzagen (bijvoorbeeld dezelfde ‘koning’ erop) maar die toch verschilden in waarde. Dan maakt die ene euro voor veel landen het betalen een stuk makkelijker. 

Toch wordt aan dat gemak getornd en dan bedoel ik niet door mensen als Baudet die willen dat Nederland de euro verlaat en weer een eigen munt invoert. Nee, het tornen komt van een geheel andere kant. Van de kant van cryptomunten. Digitale munten uitgegeven door …, ja door wie eigenlijk. Nou bijvoorbeeld door Facebook. Dat bedrijf maakte bekend dat het vanaf 2020 een eigen cryptomunt uitbrengt, de libra. Al is uitbrengen een vreemd woord voor iets wat je niet vast kunt pakken. Nu zijn we er tegenwoordig al aan gewend dat je geld niet meer vastpakt. Het meeste geld is immers giraal en bestaat alleen op papier of eigenlijk als ‘nullen en enen’ in een computerbestand. Alleen kan ik die ‘nullen en enen’ uit de muur trekken in de vorm van een briefje van twintig euro.

Een goede ontwikkeling? Een late Middeleeuwer zal, afgezien van het digitale aspect ervan, niet vreemd opkijken dat een machthebber, zoals Facebook, een eigen munt gaat uitgeven. Dat is hij immers gewend.  En, in tegenstelling tot in zijn tijd, zal het omrekenen van de ene naar de andere munt makkelijk zijn. Dat zal zijn ‘mobieltje’ voor hem doen. Alleen zal die  late Middeleeuwer nog ergens van opkijken. Hij zal opkijken van een andere functie van geld. Hij zal ‘betoverd’ staan te kijken hoe geld zich tegenwoordig magisch lijkt te vermenigvuldigen. Geld verdienen met geld, dat is nieuw voor hem. Voor hem was geldlenen en uitlenen een zonde. Een goed christen mocht zich daar niet aan bezondigen. Voor een lening moest je bij niet-christenen zijn en dan vooral bij joden want ook in de islam ligt rente in rekening brengen lastig.

  Met dat nieuwe zijn we aangekomen bij het scheppen van geld. Vroeger was dat voorbehouden aan de centrale bank van een land. Die bepaalde hoeveel geld er in omloop was. Daar kwamen later de normale banken bij. Die creëren snel geld door mij bijvoorbeeld een hypotheek of een lening te verstrekken. Tegenwoordig  scheppen ook gewone bedrijven zoals autoproducenten maar ook de Wehkamp, op diezelfde manier geld. Gevolg hiervan is aan de ene kant dat de hoeveelheid geld enorm is toegenomen en aan de andere kant dat de schuldenberg gigantische proporties heeft aangenomen. 

Daar zijn de afgelopen tien jaar de ‘cryptomunten’ bijgekomen en nu start Facebook met haar eigen munt, de libra. En, als dat een beetje loopt dan volgen vast nog andere bedrijven. Ik begon ermee dat geld is gebaseerd op vertrouwen. Dat vertrouwen in de oude munten zat in het erin verwerkte  goud of zilver. Bij ons huidige geld biedt de overheid dat vertrouwen. Moet ik bij de libra vertrouwen op Facebook? Wat als het slecht gaat met het bedrijf, zelfs zo slecht dat het failliet gaat? Dan zullen de bezitters hun libra omruilen in goud, zilver, euros of dollars. Trouwens hoe kom ik aan een libra? Moet ik die niet kopen met mijn zuur verdiende euros? Euros die Facebook, maar vooral Zuckerberg en de andere aandeelhouders, dan alvast in bezit hebben. Die hebben zo toch maar weer mooi een manier gevonden om zich ten koste van de Jan Modaal en Jo Sixpack te verrijken.

Bron: Flickr

Een bijzondere naam trouwens libra. Die suggereert iets van vrij zijn van vrijheid. Welke vrijheid die ik nu niet heb, biedt die libra mij? De enige die er ‘vrijheid’ bij krijgen in de vorm van euros en dollars zijn Zuckerberg en zijn aandeelhoudersvrienden.

Uitgelicht

Het doel en het middel

Deze week maakte de Technische Universiteit Eindhoven (TUE)  bekend dat zij wetenschapsbanen de komende tijd alleen maar openstelt voor vrouwen. “Pas als er na zes maanden nog geen geschikte kandidaat voor de baan is gevonden, wordt verder ook onder mannelijke kandidaten geworven.” Zo las ik in de Volkskrant. Waarom? Omdat er slechts weinig vrouwen een wetenschapsbaan hebben en “De maatregel (…) moet ertoe leiden dat volgend jaar al een op de vijf hoogleraren (20 procent) vrouw is.”

Bron: WikimediaCommons

Boudewijn van Dongen werkzaam aan diezelfde Universiteit, werpt in het blad van de TUE een ander licht op de zaak. De mensen die de 150 wetenschapsbanen moeten invullen, zouden in het collegejaar 2005/2006 moeten zijn afgestudeerd en dat jaar was: “Voor de categorie ‘Natuurwetenschappen/Informatica’ (…) slechts zeventien procent,” van de afgestudeerden vrouw. Zou die 17% genoeg zijn om die 150 vacatures te vervullen. 

Daar sta je dan als hooggekwalificeerde, in dat jaar, afgestudeerde man die een baan bij de universiteit ambieert. Je wordt gediscrimineerd, buitengesloten en bent kansloos. Brandon Pakker vindt, zo schrijft hij bij Joop, dat dit kan maar de: “Diversiteit moet een nastrevenswaardig doel dienen.” En dat doel is er, volgens Pakker. Immers: “Van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat wetenschap vooral een mannending is, en het vergt geen hogere wiskunde om daaruit te concluderen dat dit bijdraagt aan het in stand houden van de status quo.”  Dit terwijl: “verschillende studies (…)de voordelen van gendergelijkheid in de werksfeer aantonen.” En: “Laat (…) het aanstellen van vrouwen als hoogleraar (om het) masculiene beeld van de wetenschap” te verminderen, nu zo’n doel zijn. Heeft Pakker een punt?

Laten we aannemen dat hij een punt heeft dat het afnemen van “het masculiene beeld” discriminatie rechtvaardigt. Waarom dan alleen bij functies die nu in ‘hoog aanzien’ staan? Zijn er dan niet nog enkele andere beroepsgroepen waar een dergelijke maatregel moet worden ingevoerd? Denk bijvoorbeeld aan de bouw, de stratenmakerij, de vuilophaaldiensten, defensie, brandweer en de politie. Zullen we ook daar dan alleen maar vrouwen aannemen? Immers ook voor voor die sectoren geldt dat ‘van jongs af wordt aangeleerd dat het mannendingen’ zijn. Ook daar kan men wel wat voordelen van gendergelijkheid gebruiken en kan de aanstelling van alleen maar vrouwen het ‘masculiene beeld verminderen’.  

Als Pakker een punt heeft dan is met evenveel recht en rede te betogen dat het afnemen van het ‘feminiene beeld’ ook een reden is om een dergelijke maatregel te nemen en het ‘feminiene beeld’ van die beroepen te verminderen. Dan kunnen ook daar de voordelen van gendergelijkheid worden geplukt. Dus voortaan alleen maar mannen aannemen in de kinderopvang, als leerkracht op een basisschool, als pedi- of manicure, tandartsassistent, thuis- of kraamhulp en als verloskundige.

Pakker mag een punt hebben dat een minder masculien beeld van de technische wetenschappen een nastrevenswaardig doel is. Net zoals het voor de hierboven opgesomde sectoren nastrevenswaardig is. Belangrijker dan het doel is echter de vraag of dat doel dan het middel heiligt? Of heeft Elma Drayer een punt als ze in haar column in de Volkskrant schrijft: “Vrouwen buitensluiten, alleen omdat ze vrouwen zijn – het was een flagrante schande. Mannen buitensluiten, alleen omdat ze mannen zijn is dat evenzogoed”?

Uitgelicht

De herrezen Marx?

Op de site Sociale vraagstukken analyseert Simon Roozendaal het huidige klimaatbeleid. Dat beleid leidt tot een gevaarlijke tweedeling in de samenleving. Het kent volgens Roozendaal een: “omgekeerde Robin Hoodeffect.” Dit omdat: “bij de subsidies voor duurzaamheid wordt het geld van de armen afgepikt om dat onder de rijken te verdelen. De mensen die zich zonnepanelen op het dak kunnen veroorloven, zijn huizenbezitters met tienduizenden euro’s op de bank. Mensen die in elektrische auto’s rijden, hebben een goede baan, bij een werkgever die aan zijn beste mensen een leaseauto ter beschikking stelt, of ze hebben een dikke bankrekening. Ze krijgen voor die windmolens, zonnecellen en elektrische auto’s veel subsidie. Die wordt opgebracht door de belastingbetaler, dus ook door de mensen zonder leaseauto’s, zonder eigen huizen waarop ze zonnecellen kunnen plaatsen en zonder lappen grond waarop ze een windturbine kunnen neerzetten.” Daarop concludeert hij: “Duurzaamheid functioneert zoals Karl Marx het kapitalisme zag: de rijken worden rijker en de armen worden armer.” 

Bron: Wikipedia

Op deze analyse is niets aan te merken. Toch slaat Roozendaal de plank mis als op die zin over Marx de volgende zin volgt: “In de tijd van Marx was dat overigens niet zo, zelden zijn de armen zo veel rijker geworden als aan het begin van de twintigste eeuw.” Inderdaad werden begin twintigste eeuw de stijgers geplaatst voor de verzorgingsstaat. Dit begon met het Kinderwetje van Van Houten, of om de echte titel van de wet aan te halen omdat die duidelijk maakt waarover de wet handelde, de Wet houdende maatregelen tot het tegengaan van overmatige arbeid en verwaarlozing van kinderen. Die wet werd in 1901 gevolgd door een Ongevallenwet, de eerste sociale verzekeringswet van Nederland, Daarop volgende wetten voor ouderdoms-, invaliditeits-  en ziektekostenverzekeringen. Na de Tweede Wereldoorlog werd hierop verder gebouwd. Al deze wetten zorgden voor een bodem in de ‘armoedeput’, je kon er niet meer zo diep invallen. Of de armen er rijker van werden, zoals Roozendaal suggereert, dat valt ernstig te betwijfelen. 

Zelfs als we dit over het hoofd zien, dan slaat Roozendaal de plank volledig mis. Volgens Roozendaal behoort het begin van de twintigste eeuw tot het tijdperk van Karl Marx. Marx overleed echter al ver voordat de twintigste eeuw aanving en wel op 14 maart 1883. Of zou Marx ook zijn herrezen? Die gemiste plank doet echter, zoals gezegd, niets af aan Roozendaals analyse.  

Uitgelicht

Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.

Uitgelicht

De ‘grijze kopjes’ van YorienvdH

“Dit is nou het stemvee. Dit zijn ze nou, de mensen die door Rutte met zijn staf behendig over de heide worden gevoerd. Dit zijn nou die volwassenen die willens en wetens, ondanks een  goede opvoeding en opleiding, niet eens de moeite willen nemen om uit te zoeken hoe het werkelijk zit.” Woorden van jou, YorienvdH, bij Opiniez. Wie dat stemvee zijn: “De grijze kopjes die net na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, in een tijd van wederopbouw en welvaart, van emancipatie en technologie.”

Bron: PixaBay

Wat ze volgens u hebben gedaan? Nou ze hebben: “zich zonder noemenswaardige tegenwerking vrijwillig een federaal Europa in laten rommelen, de ouwetjes die niet geloven dat onze democratie en de vrijheid van meningsuiting door Ollongren (‘Wat een leuke vrouw is dat, hè’) worden ondermijnd, die niet warm of koud worden van het feit dat de soevereiniteit van dit land stelselmatig wordt leeggezogen, dat de kosten voor EU en klimaat buitenproportioneel zullen stijgen en hun pensioenen weldra worden ingekrompen.” 

Vooraf even iets, beste YorienvdH. Al is mijn ‘kopje grijs’, ik ben niet van net na de oorlog, maar van zo’n twintig jaar later. Toch even iets over de ‘grijze kopjes’ die u bedoelt. Om te beginnen die ‘grijze kopjes’ werden geboren in een tijd van wederopbouw, de welvaart was voor velen toen nog ver te zoeken. Het was de tijd dat de Nederlandse regering dacht dat het beter was als flink wat mensen zouden emigreren omdat er in Nederland teveel zouden zijn om ooit welvaart te bereiken.

Het was ook de tijd dat het ‘Europese project’ zijn aanvang nam. Daar hadden zij nog geen invloed op. Zij zaten in de luiers of speelden met ‘knikker of bal.’ Hun ouders, met de ervaringen van vijf jaar oorlog en bezetting in het achterhoofd, hadden daar wel invloed op en die steunden dat met een overweldigende meerderheid. Zo werd er een proefreferendum, ja toen al, gehouden in Delft en Bolsward. De vraag luidde: “wenst u een VERENIGD EUROPA onder een EUROPESE OVERHEID met een DEMOCRATISCHE VERTEGENWOORDIGING te omschrijven in een EUROPESE GRONDWET?”  De uitkomst van deze proef: meer dan driekwart van de kiesgerechtigden kwam opdagen en in Delft antwoordden 93% en in Bolsward 96,6% met JA. Die twee plaatsen zullen niet representatief zijn geweest voor ‘gansch het land’, toch zegt die uitkomst iets. Die ‘grijze kopjes’ erfden de EEG van hun ouders. Ouders die hen ook vertelden over die ‘rendementen’.

En beste YorienvdH, op een ander belangrijk moment, zo ten tijde van het verdrag van Maastricht in 1993 toen de Europese Unie het levenslicht zag, waren de kinderen van die ‘grijze kopjes’ al op een leeftijd dat ze konden stemmen. Neem uzelf, op uw site geeft u aan dat u: “In 1991 (…) een interessante wereld  binnen(stapte) (Politie Groningen) en daar schreef (u) persberichten, journalistieke artikelen, nota’s, en hielp actief mee aan de fusie tussen gemeentepolitie en rijkspolitie.” U behoorde toen ook al tot het kiezersvolk. Kiezersvolk dat bij de verkiezingen van 1989 in totaal 134 zetels bezorgde aan vier partijen die instemden met de Europese koers. En na dat verdrag in 1994 verzamelden dezelfde vier partijen nog 126 zetels.   Zou je daar niet uit mogen concluderen dat de kiezer de Europese koers vrij massaal steunde? Sterker nog, het zou zomaar kunnen dat u toen ook op een van die vier partijen stemde.

Ja maar, zult u zeggen, die lieten zich net als die ‘grijze kopjes’ nu: “vrijwillig (…) ringeloren door politiek en mainstream media.”  De “makke lammetjes van ons land.” Zij hadden in die tijd immers geen internet en moesten het vooral doen met de ‘mainstream’ kranten. Kranten die werden gedomineerd door de “gevestigde partijen.” En die: “zullen in Den Haag en Brussel toch wel weten wat goed voor ons is.”

Ik ben de eerste om toe te geven dat er toen best ook ‘makke lammetjes’ zullen zijn geweest. Die waren er zeker, net zoals er nu ‘makke lammetjes’ zijn. Al denk ik dat ze niet alleen te vinden zijn bij de voorstanders van Europese samenwerking. Ze zijn er ook aan de geheel andere kant van het spectrum, de felle strijders voor een ‘onafhankelijk Nederland’. Ook daar kunt u ‘makke lammetjes’ vinden die blind achter praatjes van een ‘charismatische leider’ aanhollen. Die blind achter de meest bizarre meningen en complottheorieën die op het internet worden gedebiteerd als waarheden aanhollen.

Direct na de Tweede Wereldoorlog had iedere politieke stroming een eigen krant en dat leverde flinke polemiek op. Trouwens, het is maar helemaal de vraag of de overvloedig beschikbare informatie van tegenwoordig ook tot betere en beter beargumenteerde meningen van mensen leidt. Want als er tegenwoordig iets niet wordt ondermijnd dan is het wel de vrijheid van meningsuiting. Tegenwoordig kan iedereen heel snel en makkelijk zijn ‘waarheid’ uitventen via de niet ‘mainstream media’. 

Een prachtig verhaal om die ‘grijze kopjes’ weg te zetten als naïevelingen en hen de schuld in de schoenen te schuiven van ‘Europa’. Of het in buurt komt van de werkelijkheid waag ik zeer te betwijfelen. ‘Grijze kopjes’ die in Engeland trouwens van het tegenovergestelde worden beschuldigd, daar hebben ze de Brexit veroorzaakt. 

Uitgelicht

Colony en boreaal genieten

Recentelijk bekeek ik de twee seizoenen van de serie Colony. Aan die serie moest ik denken toen ik  in de Volkskrant het verslag las van de bijeenkomst van de ‘grootste politieke jongerenvereniging’ van Nederland, de JFDV. Waarom ik aan die serie moest denken volgt later. Eerst de serie in het kort.

De wereld zoals wij die nu kennen bestaat sinds ongeveer een jaar niet meer. Buitenaardse wezens hebben de zaak overgenomen. Hiertoe hebben zij de wereld in ‘blokken’ verdeeld. De ‘Blokken’ worden van elkaar gescheiden door, Trump zou er blij mee zijn, heel hoge en brede muren. Ieder ‘blok’ wordt bestuurd door collaborerende mensen. De collaborateurs noemen de buitenaardse wezens ‘HOSTS’, een wat vreemde benoeming omdat ze eigenlijk gasten zijn. Belangrijkste taak van de collaborateurs is voldoende werklui leveren voor ‘The Factory’, de fabriek. Die fabriek ligt niet op de aarde en er is nog nooit iemand van teruggekeerd. In een aflevering krijg je er een kleine glimp van en dat ziet er niet best uit. Ieder blok doet dit op zijn eigen manier. De eerste twee seizoenen spelen zich voornamelijk af in het ‘blok’ Los Angeles. In het spotlicht staat een gezin (man, vrouw, twee zonen en een dochtertje). De jongste zoon is door toeval in een ander blok terecht gekomen. De man is een oud FBI agent die de slachting onder zijn collega’s heeft overleefd en zich met smokkel bezighoudt. Dat loopt fout en om zijn gezin te redden gaat hij voor de ‘bezetter’ werken. Zijn vrouw werkt voor het verzet en dat zorgt natuurlijk voor de nodige hachelijke momenten. 

LA TAPISSERIE DE L’APOCALYPSE uit 1375. Te bewonderen in Angers. Bron: eigen foto

Naast, als dat nodig is, brute repressie en die wordt steeds meer nodig, proberen de collaborateurs van het blok Los Angeles de inwoners rustig te houden door middel van …. godsdienst. Die godsdienst heet ‘the Greatest Day’ en bevat succesvolle ingrediënten van de oude wereldgodsdiensten. Als belangrijkste, het geloof in een nieuwe, betere wereld na deze wereld. Die betere wereld breekt uit na ‘de grootste dag’ en als je hierin gelooft en goed je best doet, dan sta je aan de goede kant op die ‘grootste dag’. Godsdienst bedoeld om mensen te indoctrineren en mak te houden. Dit geheel volgens het oude adagium van de pastoor en de fabrieksdirecteur: ‘hou jij ze arm, dan houd ik ze dom’.

Bij het lezen van het verslag van de bijeenkomst van de ‘Baudet-jongeren’ moest ik denken aan ‘The Greatest Day’. Een bijeenkomst met als slogan: “Boreaal genieten bij de grootste jongerenorganisatie van Nederland.”  Plagerig een dubieus label dat anderen op je plakken, gebruiken als een soort ‘logo’ voor jezelf. Precies zoals voetbalsupporters doen: word je uitgescholden voor ‘boer’ of ‘jood’, noem je dan ‘boer’ of ‘jood’.

Natuurlijk zijn er mensen die het met ons oneens zijn. Mensen die ons fascisten noemen, nazi’s en héél erg fout. Dat zijn de stormtroepen van de gevestigde orde. Ze leren ons dat de Nederlander niet bestaat, dat onze geschiedenis slecht is, dat we een onaflosbare erfschuld dragen waarvoor onze wereld tot een einde moet komen. Via de angst voor sociale isolatie dwingen zij ons apathisch in te stemmen met onze eigen afschaffing.” Aldus Freek Jansen de voorzitter van de JFVD. Dat klinkt eerder als een ‘verzetsstrijder’ dan een ‘predikant’. Al snel wordt het wat religieuzer: “De kracht is uit ons maatschappelijk lichaam gegaan. We zijn moreel verzwakt. Alles wat ons sterk maakt, breken we af… Het is de moraal van een zwakke bevolking, een bevolking die schaapachtig toekijkt terwijl de gevestigde machten hen in de hoek drijft. Een moraal waarin we alleen nog worden omgeven door alles wat zwak is en hulp behoeft en niet wat ons gezamenlijk verder brengt.” Net als zijn ‘messias’ Baudet ziet Jansen dat het bergafwaarts gaat. Een beschaving die ten onder gaat, dergelijk ‘apocalyptisch denken’ is onderdeel van vele religies.

Jansen gaat verder: “Wij gaan onze beschaving redden van de dreigende ondergang. Want wat hard lijkt voor sommigen, is noodzakelijk voor ons allemaal. We hebben doorzettingskracht nodig, discipline, overwinningsdrang, ja, zelfs overheersingsdrang .” ‘Geloof in ons, wij weten het.’ Dan scheidt een andere JFVD-er Massimo Etalle het kaf van het koren als hij hun club ziet als : “een gemeenschap die sterker is in geest, sterker in daad en vooral sterker in eenheid.” Die gemeenschap zal het goed hebben na ‘The Greatest Day’  want: “Winnen doen we immers niet voor de verliezers, maar voor onszelf. Ons doel is niet de emancipatie van het individu, maar de emancipatie van ons, als gemeenschap. Zodat we samen weer tot grootse dingen in staat zijn.” Als aanhanger van Baudet behoor je tot de uitverkorenen van die meebogen naar het ‘paradijs’. En de ‘ongelovigen’? Die kunnen hun borst al vast nat maken. Zij doen er niet meer toe.

“Deze eeuw wordt onze eeuw, de eeuw van de wedergeboorte.” Zo betoogt  Jansen. Dan breekt het ‘gods koninkrijk’, of in dit geval dat van Baudet, aan. Afsluitend adviseert de ‘profeet’ Baudet zijn volgers hoe tot die tijd te handelen. Ze moeten: “een ecosysteem bouwen waarin mensen die het grotendeels met ons eens zijn op belangrijke posten terechtkomen in het onderwijs, bij de rechterlijke macht, op redacties van kranten. Jullie moeten het dominante beeld doen kantelen. Het kan. Ik denk zelfs dat het vrij eenvoudig kan.”

Net als ‘The Greatest Day’ wordt er door Baudet en de zijnen vrolijk in verschillende religies ‘gewinkeld’ op zoek naar uitspraken, redeneringen en metaforen die bij hun doel passen. Vervolgens wordt het onderbouwd met loze kreten en de uitroep dat het allemaal zo gaat gebeuren “Omdat we fucking awesome zijn.”

Het tweede seizoen van Colony lijkt niet zo goed te eindigen voor de aanhangers van ‘The Greatest Day’. Ze worden verzameld om te worden ‘overplaatst’ naar een ander blok. Een blok waar meer voedsel is en het leven beter is, zo wordt de gelovigen verteld. Dat andere blok is echter ‘The Factory’. Lijkt omdat dit, zoals bij een serie gebruikelijk, een van de clifhangers is. Als we naar het doel van Baudet kijken, naar de wereld na zijn ‘Greatest Day’ dan is dat de ‘wedergeboorte van iets ouds. Welk ouds? Daar heeft Baudet zelf al een antwoord op gegeven in een Zwitserse krant. Hij wil terug naar iets wat op ‘The Factory’ lijkt: de bourgeois samenleving van de ‘ordinary people.’ Een uitspraak waarbij ik eerder al de nodige kanttekeningen heb geplaatst. 

Opmerkelijk dat mensen, zoals de JFVD, die  zo begaan zijn met de ‘echte’ geschiedenis van Nederland en die zo strijden tegen de ‘elite’ zo weinig kennis van de geschiedenis hebben dat ze blij worden van een ‘bourgeois samenleving’. Laten we ons troosten met de gedachte dat Christus nog steeds niet is wedergekeerd om het koninkrijk gods op aarde te vestigen. Dat al die andere ‘voorspellers’ met religieuze inslag er steevast naast zaten. Wikipedia geeft een lange lijst van voorspellers en momenten. Of die lijst klopt weet ik niet, maar al is maar de helft waar, dan zou de aarde deze eeuw alleen al verschillende keren zijn vergaan. De enigen die zijn ‘vergaan’ zijn bijna al die voorspellers. 


Uitgelicht

‘Snelwaarheid’

Zucht … . Dat is wat ik dacht toen ik een bijdrage van Jan van Zanen, de voorzitter van de VNG, de club van Nederlandse gemeenten, op de site Binnenlandsbestuur las. Van Zanen pleit voor uitbreiding van de gemeentelijke mogelijkheid om belasting te innen. Die mogelijkheid is nu erg beperkt. Gemeenten zijn voor het overgrote deel van het geld dat zij nodig hebben, afhankelijk van het Rijk. Van Zanen pleit voor grotere zelfstandigheid zowel in handelen als in financiën. Een pleidooi waar wat voor is te zeggen, ook tegen, maar daar gaat het mij nu niet om. 

Het gaat mij om de volgende zin: “Juist omdat gemeenten dicht bij de inwoners staan, kunnen wij maatwerk leveren en efficiënter werken. Dat doen we graag, voor onze inwoners.” Een zin waarop tegenwoordig hele ‘werelden’ worden gebouwd. 

Bron: Pixabay

De zin bevat misschien ergens een kern van waarheid, maar welke?  De gemeente staat het dichtst bij de inwoners? Fysiek is het gebouw van de Belastingdienst voor mij dichterbij. Trouwens ook voor wat betreft contacten heb ik meer met de ‘blauwe enveloppe’. In mijn gedachten zijn de wereld en Europa dichterbij. In mijn dagelijkse leven zijn mijn familie en vrienden het dichtst bij mij. Voor veel mensen is de gemeente, net als iedere andere overheid, een ver-van-hun-bed-show. Draait het in het leven in het algemeen en in de zorg voor mensen niet veeleer om nabij in plaats van dichtbij? Om houding in plaats van geografie?

Of zit de kern in ‘dichtbij en maatwerk kunnen leveren’? Maar klopt dat wel? Is het werkelijk zo dat je ‘dichtbij’ het beste maatwerk kunt leveren? Als ik kijk naar zeer veel jeugdigen dan levert Mac Donalds voor hen prachtig maatwerk. Veel passender dan de ‘frietkot’ om de hoek. Die eigenaar van die ‘frietkot’ woont bij zijn zaak. De Mac wordt aangestuurd vanuit Chicago.

Zou die kern kunnen zitten in het ‘dichtbij efficiënter kunnen werken’? Een mooie bewering alleen vraag ik me af hoe je dichtbij iedereen een open hartoperatie efficiënt kunt organiseren? Het lijkt mij dat je zoiets efficiënter op een grotere schaal kunt organiseren. Zou de organisatieschaal niet af moeten hangen van het probleem?

Daar komt bij dat je grote en kleine gemeenten hebt. Amsterdam is groter dan Vlieland. Als het werkelijk zo is dat gemeenten, een kleinere schaal dan rijk of provincie, beter en efficiënter maatwerk kunnen leveren. Zou je dan logisch redenerend niet ook kunnen zeggen dat de schaal ‘Amsterdam’ te groot is en dat we allemaal naar de schaal ‘Vlieland’ moeten?

Een zin die alle kenmerken vertoont van wat Alessandro Baricco in zijn laatste boek The Game  een ‘snelwaarheid’ noemt. Een: “waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.” En ‘snelwaarheid’ is ‘van horen zeggen’ waar verpakt in een mooi verhaal, ‘storytelling’. “Storytelling is niet iets wat de realiteit verpakt, of vermomt, of verfraait: het is iets dat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die zijn.” Om het kort en in eigen woorden te zeggen: een mooi verhaal dat ‘waarder’ lijkt te worden naarmate het vaker wordt verteld.

Uitgelicht

Inhuur, Japanse duizendknoop en varkens

Bij TPO gaat SP-kamerlid Ronald van Raak helemaal los. Hij heeft het gemunt op ‘externen’ die worden ingehuurd door de overheid: “Bij sommige ministeries wordt in plaats van de afgesproken tien procent bijna 20 procent van de totale personeelskosten uitgegeven aan externe medewerkers. Bij gemeenten is de inhuur van externen in vijf jaar eveneens verdubbeld tot gemiddeld 20 procent, in een aantal provincies is dat zelfs opgelopen tot meer dan 30 procent. In dit land kan geen verandering worden doorgevoerd of consultancy bureaus zetten hun voet tussen de deur.” 

Japanse duizendknoop overwoekert oude trein in Beekbergen. Bron: wikipedia

Hij moest, toen hij dit las, denken aan de bijna onuitroeibare uitheemse plant de  Japanse duizendknoop: “Je kunt hem uit de grond trekken, je kunt er gif op loslaten, je kunt hem in de brand steken, helpen doet het allemaal niet. Met zijn sterke wortels en woekerende stengels duikt hij telkens weer op en verdringt hij alle andere planten.” Ook voor de oplossing keek hij naar die plant: “Het beste lijkt nog het consequent maaien en afvoeren van de plant.” De ‘maaimachine’ die hij voorstelt is een wet die zijn eerdere ‘norm’ van 10% uitgaven aan externen tot wet verheft. Het geld dat daarmee wordt bespaard: “kunnen we investeren in het aannemen en opleiden van goede eigen medewerkers. Een wet die een einde moet maken aan de woeker van de consultancy.”

Laten we die plant even links liggen en concentreren we ons op de overheid. Van Raak gooit alles op één hoop als je wat dieper in de materie duikt, dan zit er een wereld van verschil tussen de ene en de andere ‘extern ingehuurde’. Inderdaad zijn er dure consultants van dure bureaus voor ICT-projecten. En inderdaad meneer Van Raak: “ze krijgen vaak torenhoge vergoedingen, ook als hun projecten volledig blijken te falen.”  De vraag is echter waarom deze projecten vastlopen? Zou dat falen misschien ook wat met de complexiteit van de overheid in het algemeen en ‘waaiende politieke winden’ in het bijzonder, te maken kunnen hebben? Met de ‘politieke bemoeienis’ tot in detail waarvoor Van Raaks partijgenoot en collega Van Dijk pleit. In het bedrijfsleven gaan ICT-projecten trouwens ook vaak niet zoals ze zijn bedoeld. Zie Facebook en recentelijk Youtube.

Er zijn ook ZZP’ers die worden ingehuurd om een zieke of zwangere ambtenaar tijdelijk te vervangen. Dan heb je een bijzondere categorie, de externe die via een payroller binnenkomt op een reguliere functie. Die wordt niet meteen in dienst genomen, maar moet het eerste jaar via die payroll constructie bewijzen of hij zijn vaste aanstelling wel waard is. En dan heb je natuurlijk de poetsers en kantinemedewerkers. Oh, nee dat is geen inhuur, daar hebben we een dienst van gemaakt die wordt ‘ingekocht’. Dan zijn er reorganisaties die overheden verlammen omdat ze goede krachten wegjagen en de rest apathisch maken. Inhuur is dan de oplossing om de ‘gaten te vullen.’ En er wordt wat ‘gereorganiseerd’ in overheidsland: van afdelingen, naar sectoren en dan naar de, tegenwoordig populaire,  domeinen.

Een bijzondere categorie zijn de ‘probleemonderzoekers’. Die worden om verschillende redenen ingehuurd. Soms, waarschijnlijk de minst gebruikte reden, omdat er daadwerkelijk behoefte is om iets nader te onderzoeken. Wat vaker komt het voor dat bestuur en/of politiek geen besluit durven te nemen en daarom tijd kopen door ‘de zaak’ nogmaals door een externe te laten onderzoeken. Meestal hebben de eigen ambtenaren het dan al goed van alle kanten bekeken. 

Een bijzondere reden die de laatste jaren vaker voor lijkt te komen is dat een bestuurder een advies in een bepaalde (politieke) richting wil, een richting die de eigen onafhankelijke ambtenaren met redenen niet voorstellen. En je kunt een ambtenaar niet dwingen om een advies in een bepaalde richting te geven. Deze bestuurders zoeken eigenlijk een veredelde, excusé le mot, ‘tiep-miep’ die precies doet wat zij zeggen.

Als laatste een reden die een speciale alinea waard is. ‘De overheid moet kleiner’. Een opdracht die zich vaak vertaald in x fte die moeten worden geschrapt. Wat er niet bij wordt gezegd en waartoe bestuurders en politici, op een enkele uitzondering na ook niet toe bereid zijn, is erbij aan te geven welke taken er dan worden weggestreept. Resultaat van zo’n operatie is dat de achterblijvers het werk niet afkrijgen, de bestuurder zijn ‘belangrijke klus’ wel gedaan wil hebben en dan is … inhuren de oplossing. Even terzijde, het moeten schrappen van fte’s op de loonlijst leidt soms tot heel bijzondere keuzes. Bijvoorbeeld door een vermindering van fte te bereiken door een dienst buiten de deur te zetten. Fte-taakstelling gehaald zonder ook maar een cent kostenbesparing waarvoor het eigenlijk was bedoeld. Sterker nog, de kosten stijgen dan vaak. 

Wat ik hiermee wil zeggen is dat de ‘ingehuurde’, ‘de inhuurder’ niet kan dwingen om in te huren. Het initiatief om in te huren gaat, anders dan Van Raak beweert, uit van de ‘inhuurder’. Die heeft een reden waarom hij inhuurt. Die redenen zijn soms goed en soms niet, maar altijd op initiatief van de ‘inhuurder’. Van Raak wil dit nu met een ‘wettelijk vastgelegd percentage’ bestrijden. Zou dat helpen of zouden Van Raak en zijn collega’s de hand niet veeleer in eigen boezem moeten steken en kijken naar de keuzes die ze zelf maken?

Bron: Public Domain Pictures

Trouwens, die Japanse duizendknoop is bewust ooit door iemand naar hier gehaald. Of toen de ‘woekerkwaliteiten’ bekend waren, is mij niet duidelijk. Wel werd me, naar enig zoekwerk, een oplossing aangeboden die de plant wel ‘met wortel en tak’ uitroeit: het varken: ”Ze eten het bovengrondse deel van de plant op maar ze eten ook de wortel die ze uit de grond wroeten.” Als we de metafoor doorzetten, zijn de bestuurders en politici dan de  ‘varkens’?

Uitgelicht

Bezetten en/in vrijheid

“(V)reemd om de Russen de rol van ‘bevrijders’ toe te dichten. Want eerlijk is eerlijk: dat waren ze helemaal niet. De Russen heetten toen het Rode Leger en waren gewoon een veroveringstroepenmacht, die in naam van de Sovjet-Unie het nazisme kwamen vervangen door het marxisme-leninisme.” Deze woorden schrijft Tim Engelbart Bij DDS in een reactie op een tweet van Thierry Baudet. Baudet vroeg in een tweet aandacht voor de rol die de Russen hebben gespeeld bij het bevrijden van Europa van het juk van Nazi-Duitsland en dat was tegen het zere been van Engelbart. Niet om het voor Baudet op te nemen, maar er mankeert toch wel iets aan de redenering van Engelbart.

Mariniers van het Rode Leger steken de Wolga over bij Stalingrad.
Bron: Wikipedia

Volgens Engelbart, kun je pas van bevrijding spreken als ‘vrijheid’ regeert en dat was na de komst van de Rode Legers in Oost-Europa niet het geval. Dit terwijl we met D-Day en alle andere herdenkingen die volgen de bevrijding van de nazi-Duitse bezetting herdenken.

Hoewel ze inderdaad niet in Normandië aan land gingen, hebben de Russen een enorme bijdrage geleverd aan de bevrijden van Europa van het nazi-Duitse juk. Sterker nog, zonder de Russische bijdrage zou naar alle waarschijnlijkheid geen D-Day zijn geweest. Zoals iedereen kan nazoeken, bond het Rode Leger het gros van de Duitse legers. Zonder die binding zou de landing op de Franse stranden waarschijnlijk niet eens zijn overwogen. Sterker nog, het waren vooral de Russen die aandrongen op het openen van een westelijk front. Dit ter ontlasting van de Russische troepen. Als je het zo bekijkt, dan hebben de Russen flink bijgedragen aan het verdrijven van het nazi juk in Nederland. 

Zonder er fysiek bij te zijn, waren de Russen er toch bij. Eigenlijk precies omgekeerd aan de situatie tot die tijd. Tot D-Day waren de Westerse geallieerden fysiek vrij afwezig op het belangrijkste slagveld. Ja, ze vochten succesvol tegen Rommel in de’ Afrikaanse periferie’ gevolgd door een landing op de Italiaanse laars. Lastig voor de nazi’s maar niet onoverkomelijk. Om vanuit Italië werkelijk de rest van Europa te bevrijden dat zou toch bijzonder lastig zijn.

Het Rode Leger dat tegen de Duitsers vocht, een ‘veroveringstroepenmacht’ noemen is nogal cru. Die ‘verovering’ startte immers voor de poorten van Leningrad (voor de jongeren onder ons, die stad heet nu Sint Petersburg), Moskou en Stalingrad (nu Wolgograd). Steden die diep in Russisch grondgebied liggen. Het Rode Leger vocht daar tegen het nazi-Duitse veroverings- en bezettingsleger. Dat leger werd eerst van het eigen Sovjetgrondgebied verjaagd en om te voorkomen dat het terug zou komen, werd het achterna gezeten totdat het zich in Berlijn eindelijk gewonnen gaf.

Pas toen het Rode Leger zich na het verslaan van de Duitsers niet terugtrok, werd het een ‘bezettingsleger’. Nu is het ‘niet terugtrekken’ uit het gebied van een verslagen vijand heel gebruikelijk in de geschiedenis van de mensheid. Sterker nog, eeuwenlang was oorlog dé manier om je gebied en dus je aanzien te vergroten. Vervolgens zet je er wat handlangers op de ‘troon’ die namen jou de zaak in het gareel houden. Trouwens, als we de zaak in West-Europa van een ‘afstandje’ bekijken, dan zou je dat op eenzelfde manier kunnen beoordelen. De bezettende machten legerden troepen op Duits grondgebied en trouwens ook op het Nederlandse. Vervolgens worden er ‘marionettenregimes’ geïnstalleerd die de zaak in het gareel houden. En, in tegenstelling tot dat ‘Rode Leger’, zijn die Amerikaanse troepen er nog steeds.

Uitgelicht

Statistiek en de werkelijkheid

Bij Opiniez bespreekt de Amerikaanse hoogleraar economie Nikolai G. Wenzel een boek van zijn collega-econoom Paul Collier. Als ik Wenzel goed begrijp, pleit Collier in zijn boek voor minder ideologie en meer pragmatisme. Dat pragmatisme behelst herverdeling om de grote ongelijkheid te bestrijden en staatsingrijpen om marktfalen op te lossen. Volgens Wenzel: “een simplistisch boek … dat een verkeerde diagnose van de problemen geeft en hij stelt als recept meer van de giftige stoffen voor, die ons in deze moeilijke situatie hebben gebracht.” Die giftige stoffen betreft het ‘pragmatische overheidsingrijpen’ dat Collier voorstelt. Om zijn betoog kracht bij te zetten bespeelt Wenzel de loftrompet over de resultaten van het kapitalisme. Bij dat getrompetter kunnen de nodige vragen worden gesteld. 

Bron: Pixabay

Wenzel: “Op mondiaal niveau is het percentage van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft, gedaald van 36% in 1990 tot 10% in 2015.” Inderdaad is de extreme armoede wereldwijd gedaald. Maar is dat een verdienste van het kapitalisme? Zoemen we wat in op die daling van de armoede dan komt een groot deel hiervan voor rekening van China. In dat land leefde in 1990 nog 62% van de mensen in armoede, nu is dat nog maar 3%.  Eén probleem, China is nu niet een schoolvoorbeeld van kapitalisme. Het land wordt centraal geleid door de communistische partij.

(H)et gemiddelde inkomen van de laagste twee kwintielen is met respectievelijk 22% en 15% gestegen en het mediane inkomen is met 21% gestegen.” Ook dat cijfer zal best kloppen alleen heeft de gemiddelde Amerikaan niets aan die inkomensstijging. “In fact, despite some ups and downs over the past several decades, today’s real average wage (that is, the wage after accounting for inflation) has about the same purchasing power it did 40 years ago. And what wage gains there have been have mostly flowed to the highest-paid tier of workers,” zo concluded Pew research

Maar daarvoor kunnen ze wel meer tv en wasmachine kopen, aldus Wenzel: “Een standaardpakket huishoudelijke apparaten kostte de gemiddelde werknemer 885,6 uur werk in 1959, tegenover 170,4 uur werk in 2013. In die tijd daalden de “arbeidsuren” bij het gemiddelde loon van de werknemer van 100,5 naar 23,3 voor een wasmachine; 90,9 tot 20,7 voor een vaatwasser; en 127,8 tot 20,7 voor een kleuren-tv – en al deze voorbeelden laten kwaliteitsverandering binnen de goederen zelf buiten beschouwing.” Bovendien wordt: “Dit effect (…) nog groter door een bijzonder feit: het “hele scala van items die algemeen worden aangetroffen in Amerikaanse huishoudens, inclusief arme gezinnen, die zelfs een generatie geleden niet bestonden.” Daar heeft Wenzel een punt, een generatie geleden hadden we nog geen pc, tablet en ‘smartphone’ en die hebben ze nu wel: allemaal toegenomen welvaart. Hierbij vergeet Wenzel echter dat je nu bijna niet meer zonder die apparaten kunt, ze zijn een ‘basisgoed’. Net zoals een wasmachine dat is. Het pakket basisgoederen is gegroeid en die groei eet de winst van de goedkopere wasmachine weer op.

Wenzel gaat verder: “Evenzo zijn voor het gemiddelde Amerikaanse huishouden de voedseluitgaven gedaald in de afgelopen eeuw van een derde naar een achtste van het inkomen. Het ministerie van Landbouw in de Verenigde Staten meldt dat de voedseluitgaven als percentage van het inkomen tussen 1970 en 2007 zijn gedaald van 14% naar 9%.” Alleen zegt een gemiddelde niet veel. Als er negen mensen zijn met 0 inkomen en eentje met 100, dan is het gemiddelde inkomen 10, alleen zal niemand zich in dat gemiddelde herkennen. Zo ook voor uitgaven aan voedsel. Als de bovenste 10% hun inkomen met 100% ziet groeien en de rest gelijk blijft, dan zal het percentage dat een gemiddeld inkomen aan voedsel besteedt dalen, alleen hebben die 90% waarvan het inkomen gelijk is gebleven, daar niets aan. Het percentage dat zij aan voedsel uitgeven is nog steeds hetzelfde.

Tsja, cijfers blijven lastig.

Uitgelicht

De gekleurde wereld

In de Volkskrant een uitgebreid artikel over alles wat er al dan niet mis is bij het UWV. SP-Kamerlid Jasper van Dijk hierover: “Alles wat van de overheid is, moet door het parlement gecontroleerd kunnen worden. Dit soort semipublieke organisaties, die we op afstand hebben gezet, zijn één grote mislukking.’ De Kamer stuurt niet te veel, eerder te weinig. We zitten als parlement met onze handen op de rug naar zo’n zbo (zelfstandig bestuursorgaan) te kijken. Als het misgaat kunnen we vrij weinig doen.” Hierbij moest ik denken aan de wereld waarin ik werk, de wereld die het ‘sociale domein’ wordt genoemd in het algemeen en de zorg voor de jeugd in het bijzonder. 

Bron: Flickr

Dat wat we nu het sociaal domein noemen kent een lange traditie van nieuwe wetten, systeem veranderingen enzovoorts. De jeugdhulp is daar een bijzonder voorbeeld van. “Ze waren in de jaren negentig het sluitstuk van een reorganisatie van de jeugdhulpverlening die ruim twintig jaar eerder van start was gegaan. Ze moesten een eind maken aan de versnipperde en weinig effectieve hulpverlening. (… ).” Wat moet er op de plaats van die puntjes staan? Het antwoord komt zo, eerst nog iets verder terug in de geschiedenis. Begin jaren zeventig was de jeugdhulp in Nederland sterk verzuild en verkokerd en wordt ernstig getwijfeld aan de inhoud en het effect van de hulp en opvang. Daarom werd er in 1974 een werkgroep opgericht die hiernaar onderzoek deed en op basis van dat onderzoek een advies uitbracht. De werkgroep adviseerde in 1984: “Zo dicht mogelijk bij huis, van zo kort mogelijke duur en in zo licht mogelijke vorm’  vaak nog aangevuld met ‘zo tijdig mogelijk’ en ‘zo goedkoop mogelijk’.” Dat klinkt heel 2019 maar werd al in de jaren tachtig van de vorige eeuw geroepen in een onderzoek naar de toenmalige jeugdzorg. Een onderzoek dat leidde tot een nieuwe wet voor de jeugdzorg. Inmiddels zijn we al weer enkele wetten en wetswijzigingen verder maar ‘vijf keer zo’ hebben we nog steeds niet bereikt.

Op de plek van (…) staat op die plek de volgende zin: “Dat lukte maar ten dele. Amper vijftien jaar na hun oprichting worden de Bureaus Jeugdzorg alweer opgedoekt of fors afgeslankt. ” Die amper vijftien jaar later, was het 2012 en inmiddels ziet de ‘jeugdzorgwereld’ er al weer heel anders uit. De memorie van toelichting bij de Wet op de jeugdzorg zag de volgende rol en positie voor het Bureau Jeugdzorg: “Het in het wetsvoorstel geregelde bureau jeugdzorg zal op basis van degelijk en zonodig multidisciplinair onderzoek de problemen van een jeugdige analyseren en die jeugdzorg indiceren die een antwoord kan bieden op de problemen. Daarbij treedt het bureau buiten de sfeer van de huidige jeugdhulpverlening, omdat ook bezien wordt of de zorg geboden moet worden door de geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor verstandelijk gehandicapten of binnen het regime van een justitiële jeugdinrichting. Het bureau jeugdzorg dat onafhankelijk van zorgaanbieders werkt, zal objectief bezien waar jeugdigen met (complexe) problematiek het beste geholpen kunnen worden. Ook zal de geïntegreerde toegang, gekoppeld aan het recht op jeugdzorg en het integrale hulpverleningsplan, de huidige problematiek van «moeilijk plaatsbare» jeugdigen voorkomen.”

Dat werd geen onverdeeld succes. “Daarbij veroorzaken de indicatiestellingen dubbele wachttijden; eerst moet men wachten op de indicatie en daarna op de juiste hulp.”  Dit concludeerde de Tweede Kamerwerkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg in 2010 in haar eindverslag. “De werkgroep erkent en herkent de knelpunten die er momenteel zijn, vijf jaar na de invoering van de Wet op de jeugdzorg. Problemen als van het kastje naar de muur verwezen worden, lange wachttijden, teveel hulpverleners die werken binnen één gezin, te weinig tijd voor daadwerkelijke zorg aan het kind, nog te weinig bewezen effectieve behandelmethoden die worden toegepast, grote regel- en verantwoordingsdruk,” zo is te lezen in het eindverslag. En: “De problemen in de jeugdzorg worden veroorzaakt door de steeds geringere acceptatie van risico’s en afwijkend gedrag door samenleving en ouders, door de hieruit voortvloeiende stijging van het beroep op jeugdzorg, door hardnekkige problematiek van Multi probleemgezinnen, door de verantwoordings-druk en indekcultuur in de jeugdzorg en door de versnipperde financiering en organisatie van de jeugdzorg.” Ook de gefragmenteerde wettelijke grondslagen en financiering was een aanleiding voor deze decentralisatie. Daarmee zijn we weer op hetzelfde punt aanbeland als in de jaren tachtig. Alleen heeft de wetgever nu de verantwoordelijkheid naar de gemeenten geschoven. Het moet worden gezegd dat, met name grote gemeenten, daar ook zelf om hebben gevraagd. 

De Kamerwerkgroep concludeerde dus dat de versnipperde financiering een van oorzaken was van de problemen in de jeugdzorg. Dit zorgde voor verschillende wettelijke regimes en opdrachtgevers. Er moest één overheid verantwoordelijk worden: de gemeenten. Klein probleem, daar hebben we er bijna vierhonderd van. De versnippering die eruit moest is bestreden door … verder te versnipperen! Zorgverleners die eerst met één provincie te maken hadden of met één of twee zorgkantoren, moeten nu in de clinch met vele gemeenten. Landelijke instellingen die met bijna vierhonderd gemeenten in de slag moeten. Een in heel Brabant werkende instelling heeft te maken met 64 gemeenten, gemeenten die niet allemaal hetzelfde willen en vragen. 

Geen nood de wet bevat de oplossing: gemeentelijke samenwerking. Dit geheel indachtig het Belgische devies ‘L’union fait la force’ of in het Nederlands: eendracht maakt macht, al lijkt een deel van de Belgen en vooral Vlamingen daar anders over te denken. Alhoewel oplossing, het wat en hoe van die samenwerking wordt niet verder beschreven. Zijn gemeenten werkelijk eendrachtig en maken ze macht?  De wetgever wil dat gemeenten maatwerk leveren. Of volgt iedere gemeente het Nederlandse devies  ‘Je Maitiendrai’ of in het Nederlands met een kleine twist: ik zal (mijn eigenzinnigheid) handhaven? Wat in de ene plaats werkt, werkt elders niet dus moet er worden gezocht naar die aanpak die past bij de ‘couleur locale’. Staat ‘couleur locale’ niet eigenlijk voor: ik wil niet samenwerken en doe mijn eigen ding? Vertrouwen gemeenten elkaar? Werken gemeenten samen of maken zij van samenwerken zo dicht mogelijk langs elkaar heen werken?

Bron: Wikipedia

Als we nu kijken hoe gemeenten de hulp organiseren dan zien we dat ‘wijkteams’ een belangrijke rol vervullen. Die moeten bepalen welke ondersteuning of hulp er nodig is en, soms wel en soms niet, zelf hulp bieden. Die moeten hetzelfde doen als werd beoogd met de bureaus jeugdzorg uit de jaren negentig. Lopen we niet de kans dat een onderzoek over een jaar of tien hetzelfde concludeert als de twee voorgangers en weer adviseert om ‘zo-zo-zo-zo-zo’ te gaan werken?

Om de kans daarop te verkleinen is het aan te raden om het vraagstuk vanuit verschillende invalshoeken te bekijken. In deel twee van De gekleurde wereld doe ik dit met  de ‘kleurentheorie’ van veranderkundige Léon de Caluwe.

Daarom een korte uitleg van de ‘kleurentheorie’. Voor degenen die er alles van willen weten, lees het boek Leren veranderen. Een handboek voor veranderkunde van Léon de Caluwé en Hans Vermaak. Voor wie iets minder tijd heeft lees het artikel Denken over veranderen in vijf kleuren van De Caluwé. De kleuren staan voor manieren waarop mensen in de wereld staan en die manier heeft gevolgen voor hun handelen en dus ook voor de manier waarop ze naar veranderen kijken. 

Geeldrukdenken: ‘gele’ mensen gaan er vanuit dat er wordt veranderd als: belangen bij elkaar worden gebracht, als je mensen kunt dwingen tot het innemen van (bepaalde) standpunten/meningen win-win situaties kunt creëren, coalities kunt vormen de voordelen kunt laten zien van bepaalde opvattingen (macht, status, invloed), als je ‘de neuzen’ kunt richten.

Blauwdrukdenken: ‘blauwe’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je van tevoren een duidelijk resultaat/doel formuleert een goed stappenplan maakt van A naar B de stappen goed monitort en op basis daarvan bijstuurt. De blauwdruk staat voor het van tevoren gemaakte ontwerp/de tekening (vaak een ding/object), die vervolgens wordt gerealiseerd/geïmplementeerd.

Rooddrukdenken: ‘rode’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je ze op de juiste manier prikkelt,. Bijvoorbeeld door straf- of lokmiddelen geavanceerde HRM-instrumenten inzet voor belonen, motiveren, promoveren. Als je mensen iets teruggeeft voor wat zij jou geven. De mens moet worden beïnvloed, verleid en uitgelokt.

Groendrukdenken: ‘groene’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je ze bewust maakt van nieuwe zienswijzen en de eigen tekortkomingen (bewust onbekwaam) ze kunt motiveren om nieuwe dingen te zien, te leren, te kunnen. Als je geschikte gezamenlijke leersituaties kunt creëren. Het gaat om ideeën, om mensen (met hun motivatie en leervermogen) aan het werk te krijgen.

Witdrukdenken: ‘witte’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als het de wil en wens en de ‘natuurlijke weg’ van de mens zelf is. Als het betekenis toevoegt, de eigen energie van mensen laat komen. Als je de dynamiek/complexiteit wilt zien, eventuele blokkades wegneemt en symbolen en rituelen gebruikt. 

Dat overheden en dus ook gemeenten een voorkeur hebben voor geel- en blauwdrukdenken hoeft niet te verbazen. Geeldrukdenken is politiek bij uitstek en gemeenten zijn politieke instituten. Politieke instituten waarbij, zeker sinds de dualisering van het gemeentebestuur begin deze eeuw, politiek handelen en opereren dominant is. Door het college geen onderdeel meer te laten zijn van de gemeenteraad is het politieke karakter de gemeente versterkt. En politiek is, ondanks termen als win-win, compromis toch bij uitstek een slagveld waar de winst van de een het verlies van de ander is. Win-win en al die termen zijn, volgens De Caluwé en Vermaak, die passen bij Geeldrukdenken. De andere kant van politiek is dat er verantwoording afgelegd moet worden en blauwdruk is uitermate geschikt voor het afleggen van verantwoording. 

Als we kijken naar de filosofie achter de huidige Jeugdwet uit 2015  en ook de Wet maatschappelijke ondersteuning uit hetzelfde jaar dan zien we een vijftal opgaven: als eerste normaliseren: problemen (ook bij het opvoeden en opgroeien) horen bij het leven. Dat je daarbij hulp vraagt en krijgt van je naasten is normaal en alleen als je er samen niet uitkomt, dan roep je de hulp in van iemand, een professional, met specifieke kennis en vaardigheden. Er wordt uitgegaan van de kracht van het individu en in het verlengde daarvan de kracht van de samenleving. Centraal hierbij staat wat je wel kunt. Die professional moet hierbij niet worden gehinderd door overbodige bureaucratie. Hij is immers de professional die weet wat er moet gebeuren en daarop moeten we vertrouwen. En als laatste moet die professionele hulp dichtbij zijn.

Bron: Pixabay

Kijken we met de ‘kleuren bril’ van De Caluwé naar deze opgave, dan hangt het succes af van de mensen die het echte werk moeten doen, die professionals. Door ruimte te geven aan deze professionals en hen te ondersteuning en begeleiding bij het ‘leren’ te bieden, verandert die werkelijkheid langzaam. De verandering moet van onderop komen. In de theorie van De Caluwé vraagt deze opgave een om ‘groene, witte’ aansturing. Als we kijken hoe deze opgave wordt ingevuld dan zien we bestuurlijke drukte. Aan overlegtafels en bestuurlijke overleggen schuren de gemeente- en zorgbestuurders lans elkaar en wordt richting gegeven aan de gewenste verandering. Die richting wordt vertaald in processen, procedures en in producten die vervolgens worden ingekocht. ‘Geel, blauwe’ aansturing. 

Een geel- blauwe benadering van een groen- witte opgave. John Cassidy munt in zijn boek Wat als de markt faalt het begrip rationele irrationaliteit en omschrijft dit begrip als volgt: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.” Vanuit het gele en blauwe denkkader van de gemeenten wordt er heel rationeel gehandeld en is alles logisch te verklaren, maar maakt dat het resultaat ook rationeel’ of is er sprake van rationele irrationaliteit?

De afgelopen vijftig jaar was een periode met, zoals we zagen veel ‘politieke sturing’. En dat is precies waar Van Dijk in de casus UWV om vraagt. Trouwens ook in de zorg voor de jeugd wordt er alweer gevraagd om ‘politieke sturing’, om ‘betere’ wettelijke kaders. Ondanks al die sturing is ‘zo-zo-zo-zo-zo-zo’ nog steeds niet bereikt. Zou meer ‘Haagse bemoeienis’ dit keer wel werken? Of zou het gebrek aan succes niet kunnen liggen aan verkeerde aansturing? Zou de oplossing niet kunnen liggen in juist minder ‘politiek’ en ‘politieke bemoeienis’? 

Dat is lastig voor Van Dijk en zijn collega’s. Mensen met een geel en blauw denkkader spelen volgens De Caluwé een heel andere wedstrijd. Daar waar het bij rood, groen en wit draait om harmonie, om samen resultaat bereiken en niemand achterlaten. Staat in gele en blauwe wereld winnen centraal. Bekennen dat ‘jouw aansturing’ het probleem is, is toegeven dat je verliest. En verliezen ligt heel zwaar in een ‘gele’ of ‘blauwe’ omgeving.


Uitgelicht

The Game, de surfer en het klimaat

“Ondanks het overweldigende wetenschappelijke bewijs dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens, groeit het aantal klimaatsceptici. Wat gaat er in hun hoofd om?”  Die vraagt stelt Irene van den Berg zich bij OneWorld. Voor een antwoord op deze vraag gaat zij te rade bij enkele wetenschappers. 

Die zien verschillende oorzaken. Als eerste: “Achterdocht jegens wetenschappers komt (…) vaak ook voort uit een wantrouwen tegen de heersende elite.” Dan is er een meer op ideologie gebaseerde afkeer en dan vooral ideologische weerstand tegen collectieve maatregelen: “Veel Amerikanen hebben een diepgeworteld geloof dat overheidsbemoeienis hun vrijheden ernstig aantast.” Dan is er een groep die vertrouwt op de eigen intuïtie: “Mensen met een intuïtief wereldbeeld vertrouwen eerder op hun eerste ingeving en schuiven de wetenschap vervolgens terzijde. Wetenschap vereist slow thinking en daar zijn wetenschapsontkenners minder goed toe in staat. Zij scoren gemiddeld slechter op analytisch vermogen.”  Dan zijn er nog mensen die zoeken naar bewijs dat hun beeld bevestigt: “Veel klimaatsceptici zijn wel op zoek naar feiten. Zij produceren echter ándere feiten en trekken de bestaande in twijfel.”

Eigen foto

Wat daaraan te doen? Jaron Harambam, een van de geraadpleegde wetenschappers: “Ik denk dat meer moet worden stilgestaan bij de emoties van de twijfelaars, in plaats van alsmaar op de feiten te gaan zitten.” Ook wil hij opzoek naar de krachten achter de ontkenning: “Er is een aantal sociale mediaplatformen waarop dat veel gebeurt. Ik wil graag weten door wie deze partijen worden betaald.” Daarbij helpt het, volgens Hrambam niet om de sceptici: “allemaal over één kam (te) scheren,” dat “leidt in ieder geval niet tot goede analyse, noch tot oplossingen.”

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het The Game, het laatste boek van de Italiaanse schrijver Alessandro Baricco. Een zeer lezenswaardig boek dat je met andere ogen naar de huidige samenleving laat kijken en waarin Baricco verder gaat waar hij in zijn boek De Barbaren begon. In de Barbaren beschrijft hij het steeds oppervlakkiger worden van onze samenleving beschrijft. Hij doet dat aan de hand van boeken, wijn en voetbal. In een eerdere Prikker besteedde ik al eens aandacht aan Baricco. Er wordt meer wijn gedronken, maar kwaliteitswijn leidt een kwijnend bestaan. Net zoals de literatuur terwijl er veel meer boeken worden verkocht. Als voetballiefhebber betreurt hij het lot van Roberto Baggio de sierlijke specialist die steeds vaker op de bank zat omdat hij geen totaalvoetballer was. Die ‘barbaren’ leken zich niets aan te trekken van oude conventies. Ze leefden in een andere wereld. Met hun gedrag gaven de barbaren een inkijkje in de nieuwe wereld: “een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.”

In The Game onderzoekt hij als een soort archeoloog de onstaansgeschiedenis van die nieuwe wereld en probeert er als het ware aan landkaart van te maken of, zoals het op de kaft kort wordt omschreven: “In The Game onderzoekt hij de digitale revolutie en de gevolgen daarvan voor de mens.” Een interessant boek met bijzondere vergelijkingen. Zo ziet hij het Nederlandse totaalvoetbal uit de jaren zeventig als een van de voorgangers van het Web: “het Nederlands elftal heeft maar zelden een toernooi gewonnen …. .Niettemin was de roep ervan onweerstaanbaar, en dat had te maken met een zeker ontsluiten van horizonten, de verpulvering van de vele regels, de vernietiging van onbenullige mentale blokkades en het opeisen van een nieuwe gelijkheid.” Als je het zo leest dan zijn er wel wat parallellen met het Web. Baricco vergelijkt de digitale revolutie met een game, een computerspel, vandaar de titel. In een game gaat het om problemen en snelle oplossingen, om actie en reactie, en om een score. Die eigenschappen vormen, zo betoogt Baricco, de kern van de gehele digitale revolutie.

Baricco gaat terug naar de beginperiode van de die revolutie. Een revolutie die ontstond in de jaren zeventig in Californië door een: “aparte mensheid, waarin informatica-ingenieurs, hippies, politieke militanten en geniale nerds samenvielen onder de paraplu van een specifiek gemeenschappelijk sentiment: ergernis over de wereld zoals die was.” Zij wilden een andere wereld. Dat anders, en ook de manier waarop, werd kort maar krachtig samengevat in de woorden: “Veel mensen proberen de aard van de mens te veranderen, maar dat is echt tijdverspilling. Je kunt de aard van de mens niet veranderen, wat je wel kunt doen is de tools die ze gebruiken veranderen, de techniek veranderen. Dan verander je de samenleving.” Woorden van een van hen: Stewart Brand.

Woorden opgeschreven in een periode waarin ideologieën centraal stonden. Ideologieën die de mensen en dus mensheid wilden veranderen. Ideologieën die in de twintigste eeuw tot vernietigende oorlogen hadden geleid. Die ‘aparte mensheid’ liet de ideologie varen en concentreerde zich op de techniek, de tools. ‘In ieder huis een computer,’ voorspelde de al genoemde Brand in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Deze ‘aparte mensheid’ wilde dus weg van ideeën en hun bemiddelaars, de ideologen. Zij wilden de macht bij het volk.

Een van de belangrijkste eigenschappen van de tools de ze ontwikkelden was daarom dat iedereen ze makkelijk kan gebruiken. Je hebt geen ‘expert’ of ‘tussenpersoon’ nodig om een app te versturen. Je huis of auto verhuren kun je zelf, via Airbnb of Uber. Om je bankstel te verkopen hoef je het niet meer naar een handelaar in tweedehandsjes te brengen. Je kunt het rechtstreeks aan een geïnteresseerde verkopen. Als de digitale revolutie iets is, dan is het de uitschakeling van de ‘tussenpersoon’. Baricco: “Wanneer ik een systeem maak dat hen buitenspel zet en hen vervangt door beschermde omgevingen waarin ik mensen en dingen rechtstreeks met elkaar in contact breng, en iedereen aanzet om mee te drijven op getijdenstromingen veroorzaakt door een ondoorgrondelijke massa-intelligentie, dan heb ik iets episch verwezenlijkt: een wereld waarin ogenschijnlijk geen elites voorkomen, een planeet met directe aandrijving , waar de collectieve intentie en intelligentie wordt omgezet in actie zonder dat ze langs tussenliggende autoriteiten hoeven. Het onvermijdelijke gevolg is dat bij een aanzienlijk aantal mensen de overtuiging groeit dat ze het wel afkunnen zonder tussenkomst, zonder expert of insiders. … Ze kijken om zich heen, en bezield door een bepaalde, begrijpelijke zweem van rancune zoeken ze naar de volgende intermediair om te vernietigen, de volgende tussenstap om over te slaan, de volgende kaste der voorgangers om overbodig te maken.”

En daarmee kom ik bij de vraag die Van den Berg zich stelt en trouwens ook alle mogelijkheden om er wat aan te doen die in haar artikel worden geformuleerd. Is het niet begrijpelijk dat velen een klimaatwetenschapper, net als trouwens alle wetenschappers, ook zien als een ‘tussenpersoon’ die kan worden ‘uitgeschakeld’? Dan helpt het niet om: “klimaatontkenners die zich zorgen maken over de kosten van een duurzamere maatschappij … te overtuigen met een goede financiële onderbouwing.” Die onderbouwing wordt immers ook geleverd door een tussenpersoon.

Diepgang, toelichting, onderbouwing  zijn iets van vóór de eenentwintigste eeuw. Om een vergelijking uit Baricco’s De barbaren aan te halen. Het zijn vormen van diepzeeduiken, van een uitgebreide en zware studie van een heel klein deel van de zee. Dit terwijl de eenentwintigste eeuw vooral bestaat uit surfers. Mensen die scheren over een groot deel van het zeeoppervlak zonder te weten wat er onder de waterspiegel gebeurt. Soms komt er iets aan de oppervlakte en dat wordt aan die oppervlakte oppervlakkig bestudeerd en dan vooral in relatie met het oppervlak en het surfen. Zouden wetenschappelijke analyses en berekeningen over het koraal op tien meter diepte de surfer bereiken? Zouden berekeningen over de kosten en nog grondigere analyses door een wetenschapper, een tussenpersoon, de ‘surfer’ overtuigen? 

In een van de laatste paragrafen van The Game besteedt Baricco aandacht aan de waarheid. Hij gebruikt het begrip ‘snelwaarheid’, dat is: “een waarheid die om naar de oppervlakte van de wereld te komen – dat wil zeggen, om begrijpelijk te worden voor de meeste mensen, en ieders aandacht te krijgen – zichzelf een aerodynamisch design heeft aangemeten, waarbij ze onderweg aan nauwkeurigheid en precisie inboette, maar wel aan beknoptheid en snelheid won.” Een waarheid die ergens op iets waars is gebaseerd maar toch niet helemaal. “Een snelwaarheid wint als ze eerder en beter dan andere waarheden aan de oppervlakte weet te komen.” Daarbij: doet het er niet eens zoveel toe hoe stevig ze op feiten steunt: het is haar aerodynamische uitrusting die over haar lot beslist.” Het succes van die aerodynamische uitrusting wordt, zo betoogd Baricco, bepaald door ‘storytelling’: “Storytelling is niet iets wat de realiteit verpakt, of vermomt, of verfraait: het is iets dat deel uitmaakt van de realiteit, het is een deel van alle dingen die zijn. Wil je een formuletje om dat concept makkelijk te metaboliseren? Komt-ie: ONTDOE DE REALITEIT VAN DE FEITEN, EN WAT ER DAN OVERBLIJFT IS STORYTELLING.” 

Zou, om werkelijk de hoofden van de klimaatsceptici te bereiken, de boodschap in een goed en pakkend verhaal worden verpakt? Een verhaal dat moet staan als een huis, los van welk feit, cijfer of onderbouwing dan ook? Moet hierbij niet de vraag worden gesteld die een politicus in een voorbeeld van Baricco stelt als hem wordt gevraagd om een keuze te maken tussen verschillende oplossingen van een probleem: “welke zouden we het beste kunnen vertellen?”  Dus niet geen verhaal verzinnen bij de beste oplossing maar de best te vertellen oplossing kiezen omdat daarmee de scepticus wordt bereikt? En vanuit dat eerste succes kun je verder werken. “Want een perfecte oplossing die ik niet aan mensen kan uitleggen is gedoemd te mislukken,” aldus Baricco.

Dat is niet iets wat wetenschappers normaal doen, die kiezen de beste oplossing en maken daar een verhaal bij. Dat is ook de richting die Van den Berg en de door haar geraadpleegde wetenschappers op lijken te gaan. Toch maar eens contact opnemen met enkele goede storytellers?

Uitgelicht

Kansberekening

“(E)en grenzeloos Europa kent geen enkele winnaar.” De boodschap van Student geschiedenis en internationale betrekkingen Dennis Witte in een artikel bij Opiniez. Een artikel met bijzondere uitspraken en redeneringen.

Zo zorgt migratie voor een ‘braindrain’ in de landen van herkomst: “Het zijn niet de zwakkeren die de reis maken, maar zij die in staat zijn te verdienen. Met een braindrain als gevolg. Een braindrain zoals de massa exodus Somalië opleverde, waar ontelbare Somaliërs de oversteek maakten naar Europa. Het land veroordelend tot een eeuwig bestaan in de marge.” Hierop kom ik dadelijk terug, eerst de hierop volgende zin: “Een toekomst die landen als Syrië, Eritrea en Albanië ook staat te wachten als wij toestaan dat hun kansrijke inwoners de overtocht wagen. De beruchte foto’s van gammele bootjes vol Afrikaanse mannen, wachtend om de overtocht naar Europa te maken.” 

Bron: Wikimedia Commons

Beste meneer Witte, Albanezen hoeven geen overtocht te maken om Europa te bereiken, zij wonen al in Europa. Of bent u, net als sommige Noord-Italianen van mening dat Afrika onder Rome begint? En zelfs dan hoeven ze geen overtocht te maken. Meneer Witte, die Eritreeërs ontvluchten hun land vanwege het onderdrukkende regime waardoor ze hun leven niet zeker zijn. En meneer Witte, die Syriërs hadden nog netjes in Syrië gewoond als er geen burgeroorlog was uitgebroken. Een burgeroorlog waarmee zich vervolgens allerlei landen gingen bemoeien zodat die eindeloos voortsleept. Wist u dat Syrië met het jaren daarvoor door de Verenigde Staten en bondgenoten vernietigde Irak, op Israel na, het meest Westerse land in het Midden-Oosten was? 

Zoals gezegd pleit Witte voor grenzen. En daarmee kom ik terug op die ‘braindrain’ waardoor landen als Eritrea veroordeeld zijn tot ‘ een eeuwig bestaan in de marge’. Zoals Witte terecht constateert zijn het nu vooral de ‘sterkere’ inwoners die een ‘kaartje’ voor die “gammele bootjes” kunnen betalen. De mensen met geld. De echte arme sloebers blijven, in de regio. Iets wat volgens Witte: “in cultureel opzicht altijd het beste (is), ook voor de sociale condities van de migrant.” Het wegtrekken van die sterkere zorgt volgens Witte voor een braindrain. De mensen die de potentie hebben om het land van herkomst verder te helpen vertrekken, zo betoogt Witte. Daar heeft Witte een punt. Maar …

Maar: “natuurlijk, migratie moet altijd mogelijk blijven. Maar alleen als de migrant van economisch en sociaal toegevoegde waarde is. Stop de kansarme migratie, nu het nog kan.” Zo betoogt Witte. Zou iemand die hier ‘economisch en sociaal van toegevoegde waarde is, niet ook in zijn land van ‘toegevoegde waarde’ zijn? Kansarm, kansrijk? Waar, voor wie en op welke termijn? Het lijkt me een lastige kansberekening.

Enkele jaren geleden riep toenmalig minster en huidig buschauffeur Fred Teeven rijke buitenlanders op om naar Nederland te komen om hun geld hier te investeren. Is dat een vorm van ‘kansrijke migratie’? Zouden die miljonairs niet ook beter in hun land van herkomst kunnen investeren? Zou die miljonair dat geld niet beter kunnen investeren in die ICT-ers in zijn eigen land? ICT-ers die nu van harte welkom worden geheten in Nederland. Om hun ‘brains’ daar in plaats van in Nederland te laten ‘draineren’?

De grenzen dan maar helemaal dicht? Nee, dat sluit mensen op zoals de Ballonnendoorprikker al vaker heeft betoogd. Laatstelijk nog in het kader van Europese verkiezingen en Baudets ideeën voor een Nexit. Geen gesloten, maar ademende grenzen. Grenzen die open staan voor zowel vluchtelingen als arbeidsmigranten. Voor arbeidsmigranten door bijvoorbeeld te werken met arbeidsvergunningen voor bepaalde tijd. Arbeidsvergunningen die aan te vragen zijn in de landen van herkomst. Niet alleen voor de ‘hoogopgeleide ICT nerd’ maar ook en vooral voor lager- of niet opgeleiden. Ademende grenzen die het mogelijk maken om vaker terug te komen. Om bijvoorbeeld seizoensarbeid te verrichten en na het seizoen weer terug te gaan en het verdiende geld in het land van herkomst te investeren in een beter leven. 

Maar vooral ademende grenzen door eerlijke handel. Waarbij eerlijk wat anders is dan vrije handel. Waarbij Afrikaanse landen beperkingen op mogen leggen aan westerse producten om zo hun eigen bedrijvigheid te beschermen en op te bouwen. Zou dat op termijn niet betere kansen bieden voor zowel het land van aankomst als het land van herkomst?

Uitgelicht

Blue pill, red pill? Bollocks!

Voor Sid Lukkassen valt de uitkomst van de Europese verkiezingen zeer zwaar, zo is te lezen bij TPO. Hij kan niet begrijpen hoe een partij die: “bijna niemand vertegenwoordigt – hooguit wat laatste strohalmen aan zorg- en cultuurkartels en een baantjeslobby binnen het bestuurlijke circuit,” de grootste kan worden. Enige verklaring die hij kan vinden, en daarvoor gaat hij te raden bij de film The Matrix: “is dat het leeuwendeel van de stemmers onder de bindende invloed staat van blue pill media. Zij geloven wat de mainstream media hen voorschotelen letterlijk en hebben geen behoefte om zich buiten de mainstream media te informeren. Omdat dit zo’n knus en overzichtelijk wereldbeeld oplevert kijken zij weg van wat zich op straat afspeelt.” 

Bron: Flickr

Als ze immers zouden zien wat er in de ‘werkelijke wereld’ gebeurt, als ze de ‘red pill’ zouden slikken, dan zouden ze massaal op zijn lieveling Baudet stemmen. Want in die ‘red pill’ werkelijkheid zie je: “vele gewelddadige video’s. … Deze week kwam er weer een langs. Een groep, volgens de commentators migranten, rende een jongen achterna. Ze vloerden hem en stampten vervolgens op zijn hoofd, met waarschijnlijk de dood tot gevolg.” 

Beste Meneer Lukkassen, ik woon niet in: “een poepdure wijk (…) – waar eigenlijk alleen chief audits en hedgefunds-managers de huizenprijzen kunnen betalen – dan kom je nauwelijks met dergelijke types in aanraking. Dan kun je lekker soppen bij Jesse Klaver, want jijzelf zal niet worden verkracht en jouw jongere broertje zal niet worden afgetuigd.”  Het lijkt mij trouwens sterk dat die op Klaver zullen stemmen, dat terzijde. En inderdaad zie ik ‘dergelijke filmpjes’ niet omdat ik me verre van het ‘riool van de sociale media’ probeer te houden. Dat wil echter niet zeggen dat ik niet weet dat dergelijke zaken gebeuren. Trouwens niet alleen met ‘volgens commentators migranten’ als dader. Hoe betrouwbaar zijn die ‘commentators’ trouwens? En hoe herken je een ‘migrant’? En ja, ik weet ook dat de politie niet altijd adequaat handelt. Om daarvan op de hoogte te zijn, hoef je echt niet  door ‘riolen van de sociale media’ te kruipen. Dergelijk gedrag is van alle tijden en van alle ‘kleuren’ mensen.

Zo werd in mijn jeugd, ruim veertig jaar geleden, ook gepest, getreiterd en gevochten. Op school braken er geregeld vechtpartijen uit en als het op school niet kon dan volgden de gevleugelde woorden: ‘wacht maar, om half vier’. Vaak gebeurde er ‘om half vier’ niets, soms wel. Het waren steevast dezelfde groepen die elkaar bij een kermis in een dorp de koppen in sloegen. Het werd alleen niet gefilmd. 

Trouwens niet alleen in  mijn jeugd. Zo las ik voor mijn leeslijst Nederlands het boek Het jaar 1901 van Louis Paul Boon. een boek met als ondertitel: verhalen naar de politiearchieven der stad Aalst. Een soort ‘jaarkroniek’ van de politiearchieven van de Belgische stad Aalst over het jaar 1901. Een opsomming van familiedrama’s, diefstallen, dronkenschap, vechtpartijen, aanrandingen. Eigenlijk alles wat er nu ook nog gebeurt, maar dan zonder ‘migranten’. Alhoewel, ‘zonder migranten’. De ‘migranten’ kwamen toen van de omliggende streek naar de industriestad Aalst. Ook laat het boek zien dat de politie toen ook niet altijd ‘adequaat’ handelde, dat is ook iets van alle tijden.

Beste meneer Lukkassen u baseert uw visie op de samenleving op de uitspraak: “Het enige dat Arabieren respecteren, is absolute skull crushing military defeat. Daarna valt er pas met ze te praten.” Inderdaad zijn er mensen, ook weer van alle kleuren, die het ‘hard moeten hebben’ voordat ze hun gedrag veranderen. Daarvoor hebben we, de niet altijd adequaat reagerende, politie en justitie. Om dat te zien, hoef je geen ‘red pill’ te hebben geslikt. Ik zie heel veel mensen van alle kleuren die er samen het beste van willen maken. En daarvoor hoef je echt geen ‘blue pill’ te hebben geslikt. Misschien ziet u dat ook als u stopt met het slikken van de ‘red pill’?

Uitgelicht

Geschiedenis, maar dan anders

Bij De Correspondent breekt Miguel Heilbron een lans voor meer perspectief in het geschiedenisonderwijs. Hij vindt het huidige geschiedenisonderwijs te Eurocentrisch: “Tot op de dag van vandaag blijven de canon, de tijdvakken en de lesboeken West-Europa en Nederland centraal stellen en de suggestie wekken dat ‘het Westen’ superieur is. Bijvoorbeeld door Grieken en Romeinen en niet Egyptenaren, Mesopotamiërs en anderen als ‘bakermat’ van de beschaving te beschrijven, verworvenheden van buiten Europa niet te benoemen en door ‘westerse’ landen te behandelen als referentiepunt.” 

Bron: Flickr

Volgens Heilbron is: “Aandacht voor perspectieven van buiten Nederland en Europa (…) relevant voor kinderen die hun roots niet hier hebben, maar ook voor alle andere leerlingen. Een gebrek aan kennismaking met perspectieven uit andere delen van de wereld kan immers vooroordelen of stereotypen in de hand werken en achterhaalde beelden versterken.” In het artikel doet Heilbron een voorstel om de tijdvakken anders, minder vanuit Nederlands en Europees perspectief te beschrijven. Zo stelt Heilbron bijvoorbeeld voor om de periode van 1600 tot 1700 in plaats van “Tijd van regenten en vorsten (Gouden eeuw)” in het vervolg: “ Tijd van kolonialisme en handelskapitalisme (roof, handel en uitbuiting op wereldschaal) te noemen. 

Een interessant idee. Toch zou ik een lans willen breken voor een geheel andere aanpak dan het centraal stellen van gebieden of tijdvakken. Want mis je daardoor niet het belangrijkste van de geschiedenis, namelijk het inzicht in het gedrag en handelen van mensen? Waarom niet kiezen voor een thematische aanpak? 

Thema’s die een rol spelen in het leven van de mens van toen en nu. Thema’s zoals ‘de innovatieve mens’ waarin de hulpmiddelen die de mens heeft ontwikkeld en de plek en de rol die ze in het leven spelen centraal staan, van de vuistbijl tot de nanotechnologie. Of de ‘verhalenmens’ over de rol die verhalen zoals onder andere religies, in het leven van de mens spelen. Of ‘de mens als rijkenbouwer’ waarbij wordt bekeken hoe een succesvol rijk ontstaat en ook weer onherroepelijk vervalt. De ‘mens als handelaar’ waarbij aandacht is voor de economie. De ‘mens als mensenbezitter, waarbij aan bod komt hoe de mens zijn medemens ge- en misbruikt voor eigen doelen waarbij slavernij, feodalisme en Marx’ klassenstrijd aan bod komt. De ‘mens als dierenmens’ waarbij de omgang van de mens met dieren wordt behandeld.

Zo zijn er nog wel meer thema’s te verzinnen. Thema’s die een rol spelen en speelden in iedere periode en door ze te benadrukken kun je laten zien welke ontwikkeling (of niet) we als mensheid doormaken. Dan zullen we zien dat kolonialisme iets van alle tijden, ook de onze, is. Want hoe moeten we de Chinese nieuwe zijderoute anders noemen? Of de Amerikaanse bemoeienissen in het Midden Oosten? Dan zullen we zien dat er er niet één periode van groei van imperia is, maar dat dit eigen is aan de mensheid sinds die zich vestigde in steden.

Uitgelicht

Een land als een cel

  Bij Elsevier een artikel van historicus Christaan Hoekstra. Hoekstra breekt een lans voor de waarde van de grens. “Dat is niet per se een fysieke grens, maar een begrenzing in de aantasting van die kernsamenstelling van geschiedenis, taal en waarden. De elementen die Nederland groot hebben gemaakt. De grensbepaling zou daarom hardop bediscussieerd moeten worden,” zo sluit Hoekstra af.

Transmission electron micrograph of multiple bacteriophages attached to a bacterial cell wall. Bron: Wikipedia

Hoekstra vergelijkt een land met een cel: “Zoals in de biologie een cel een celwand nodig heeft om zijn celkern te beschermen, zo heeft een natie ook een begrenzing nodig om zijn kern tot volle bloei te laten komen.” Die kern wordt, zo betoogd Hoestra van vier kanten bedreigd: “Twee daarvan komen van binnenuit: visieloze politici en de flegmatiek van vele Nederlanders. Twee daarvan komen van buitenaf: de uitbreidende EU en de voortgaande massa-immigratie.”

Een land, de samenleving zien als een cel, een organisme, dat gebeurt vaker. In een cel of organisme hebben alle onderdelen een vaste plaats en weten ze wat ze moeten doen om de cel of het organisme te laten overleven. Voor Hoekstra bestaat de essentie, de kern van land uit: “drie kerneigenschappen. Het kent een eigen specifieke geschiedenis. Daaruit is een bijzonder en gedeeld waardenstelsel voortgekomen dat iedere burger kan verstaan, omdat hij onderdeel is van dezelfde taalgemeenschap. Dat geheel aan waarden is een specifieke uitdrukking van een land. Die zijn formeel vormgegeven in de wet. Informeel is dat een levenshouding, maar ook de vele gedragscodes en omgangsvormen.” 

Nu is er het nodig af te dingen op alledrie die kerneigenschappen. Om te beginnen die specifieke geschiedenis. Als historicus zou Hoekstra toch moeten weten dat dé geschiedenis van een land niet bestaat. Iedere gebeurtenis kan vanuit verschillende invalshoeken worden bekeken, bestudeerd en gewaardeerd. Voor een diepgelovige christen zal god een belangrijke rol spelen, voor een communist ligt dat heel anders. Die verschillende invalshoeken leiden als vanzelf tot verschillende stelsel van waarden en ook dat mensen elkaar niet ‘verstaan’, ondanks dat dat ze dezelfde taal spreken. Het leidt ook tot verschillende gedragscodes en omgangsvormen.

Een land als een cel, een slechte metafoor en ook een risicovol? Maakt dat het heel verleidelijk om de vier bedreigingen ook in ‘biologische termen’ te bespreken? Wordt dan de cel (het land) niet van binnenuit bedreigd door veroudering (de flegmatiek van de burger) en kanker (visieloze politici) en van buiten door milieuverontreiniging (de uitbreidende EU) en virussen (migranten)? En wat doe je met ziektes? Die bestrijd je.

Uitgelicht

Nexit?

Mijn woonplaats Venlo kreeg een prominente plek in de verkiezingscampagne voor het Europese Parlement. Deze keer niet omdat de in deze gemeente geboren Wilders zo’n belangrijke rol speelde. Of misschien toch omdat de partijen die Venlo als voorbeeld gebruikten, de VVD en het FdV, stemmen wilden afpakken van Wilders? Ik denk het niet. Nee, ik denk dat het met de grensligging van Venlo te maken had en het vele vrachtverkeer dat via ‘logistiek knooppunt Venlo’ het land inkomt en uitgaat. 

Zo wil het FvD weer een stevige grensbewaking invoeren om te voorkomen dat ‘migranten via Venlo ons land binnenkomen’. De VVD wil hetzelfde, voorkomen dat migranten ons land binnenkomen, maar wil Venlo ‘verplaatsten’ naar Lesbos en Lampedusa’. 

Fliegerhorst Venlo september 1944. Bron: Wikipedia

Ook wil het FvD, of tenminste een deel van die partij waartoe in ieder geval leider Baudet behoort, dat Nederland de complete Europese Unie verlaat. Bij die ideeën gaan mijn gedachten terug naar mijn jeugd. Toen stonden de douaniers aan de grenzen van Venlo. Aan de ene kant de Nederlandse die het verkeer vanuit Duitsland controleerden en aan de andere kant de Duitse die het verkeer dat vanuit Nederland het land inkwam, controleerden. Dat leidde toen al geregeld tot flink oponthoud aan de grenzen. 

Nou ja, al het verkeer. Als opgroeiende puber ging ik, net als veel van mijn leeftijdsgenoten, in de zomer graag zwemen in Walbeck net over de grens met Duitsland. Zo’n mooi en groot zwembad met een zo’n lage entreeprijs lag er in Nederland in de wijde omgeving niet. Voor vijftien Duitse Marken, in Nederlandse guldens zo’n fl. 16,50, kocht je een tienrittenkaart. Maar om daar te komen moest je de grens over en dus je paspoort meenemen en soms lang wachten. En dat wachten daar hadden we het geduld niet voor. Dus zochten we onze weg via bospaadjes en gingen we illegaal de grens over. Een beetje zoals veel vluchtelingen nu. Maar ook die werden soms gecontroleerd en dat maakte het tot een spannende fietstocht. Diezelfde en andere paadjes, werden in de jaren vijftig en zestig gebruikt om spullen, zoals boter, de grens over te smokkelen

Sinds mijn jeugd is het wagenpark in Nederland meer dan verdubbeld. Tussen mijn jeugd (1980) en 2007 nam het wagenpark met 70% toe en sinds 2007 is het wagenpark met weer zo’n 16% gegroeid. Dat zal voor onze buurlanden niet zoveel anders zijn. Als het toen al geregeld ‘stroopte’ aan de grens, hoe zal het dan zijn als er nu weer gecontroleerd gaat worden aan de grens?

Ik weet niet of het toeval is, maar ook deze week las ik een bericht over de atlas der gemeente. De lijst met meest aantrekkelijke Nederlandse steden. Als jaren staat Amsterdam bovenaan en al jaren bungelt Venlo, net als andere Limburgse steden, onderaan de lijst. Om die ranglijst te bepalen wordt er naar veel zaken gekeken zoals de beschikbaarheid van werk, de prijs van huizen, de aanwezige natuur, de nabijheid van zee en nog wat andere zaken. 

Venlo scoort slecht omdat het aan de grens ligt en alles wat over die grens ligt, daar wordt niet naar gekeken. Zo is de hoeveelheid natuur in de omgeving beperkt. Klopt, tussen de Maas en de grens is immers maar een kilometer of vijf plek en daar past niet veel op. Als je echter van de Groote Hei de grens over fietst of wandelt, dan loop je zo het bos in en niet veel verder kom je bij de prachtige Krickenbeker Seen. Voor degenen die geen Duits begrijpen, in Duitsland is een meer een ‘See’ en de zee een ‘Meer’. Op het grootste deel van zowel de Groote Hei als het Duitse natuurschoon, was in de Tweede Wereldoorlog trouwens het grootste Duitse militaire vliegveld van West Europa gevestigd: Fliegerhorst Venlo. De restanten ervan zie je nog links en rechts tussen het natuurschoon.

Nu wil het geval dat de onderzoekers achter de lijst ook eens hun ‘grenzen hebben verlegd’. En wat blijkt, dan stijgen de Limburgse steden ineens naar topposities in de lijst. Maastricht en Heerlen in de top tien en Venlo naar plek elf. Als ‘Venlonaer’ verbaast mij die hoge klassering niet. Het verbaast mij wel dat Heerlen en Maastricht hoger staan maar dat kan aan mij liggen. Het verbaast mij niet omdat er aan de andere kant van de grens een veel grotere wereld ligt dan aan deze kant. Als ik driekwartier autorijdt vanuit Venlo dan ben ik aan de Nederlandse kant in Eindhoven, Nijmegen en nog niet eens in Maastricht. Ga ik de grens over dan ben ik in Duisburg, een stad met bijna een halfmiljoen inwoners, een van de grootste binnenhavens en op weg daarnaartoe passeer ik Krefeld met 225.000 inwoners, net zo groot als Eindhoven en groter dan Maastricht en Nijmegen. Ook ben ik in Düsseldorf de hoofdstad van deelstaat Nordhein-Westfalen met ruim 600.000 inwoners. Daarbij passeer ik Mönchengladbach met bijna 260.000 inwoner groter dan … . Een gebied met nu twee clubs in de Bundesliga. Maak ik er een uur en een kwartier van, dan ben ik aan de Nederlandse kant in Tilburg en Arnhem. Aan de Duitse kant in miljoenenstad Keulen, in Dortmund met meer dan 580.000 inwoners. het aantal clubs in de Bundesliga groeit dan met vier (1. FC Köln, Borussia Dortmund, Bayer Leverkusen en Schalke 04 waarvan er twee zich hebben geplaatst voor de Champions League).

Een gebied met veel inwoners waar naast dat er op hoog niveau wordt gevoetbald vele musea te bezoeken zijn. Waar je naar pop- en andere concerten kunt. Waar je tegen een goede prijs, goed kunt eten. Een gebied waar je, als je de taal spreekt, goede kansen op een baan hebt en waar het prettig en goedkoper wonen is dan aan deze kant van de grens.

Krickenbecker Seen en omgeving. Bron: Wikimedia Commons

Een Nexit zou daaraan abrupt een einde maken. Dan ligt Venlo weer ingesloten tussen de Maas en Baudets grenshek. Dan worden de mogelijkheden van de Venlonaar ineens weer flink begrensd. Dan ligt het zwembad in Walbeck, het bestaat nog steeds, ineens weer veel verder weg en staat er een hek over het oude Fliegerhorst Venlo en kan ik niet meer naar de Krickenbecker Seen wandelen. Ook moet ik dan afscheid nemen van mijn twee softbal-teamgenoten van ‘euver de päöl’.  Naast douanier is smokkelaar dan de enige beroepsgroep, als je smokkelaar een beroep mag noemen, die er wel bij vaart.

Uitgelicht

SP logica

Vandaag mogen we naar de stembus om onze vertegenwoordigers in het Europees parlement te kiezen. Bij Joop een schrijven van drie personen,  Sara Murawski, Geert Ritsema en Remine Alberts, die namens de SP ons in dat parlement willen vertegenwoordigen. De drie, maken zich zorgen over de, in hun en ook mijn ogen, te ver doorgeschoten marktwerking. Zij pleiten: “voor een nieuw Europees verdrag, waarin de interne markt begrensd wordt, nationale staten en de lokale democratie weer meer zeggenschap krijgen over de economie, en sociale rechten en het milieu altijd voorrang krijgen op de vrije markt. Want daar waar de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan, delven mensen, dieren en het milieu het onderspit – ook in onze prachtstad.” Die stad is hun woonplaats Amsterdam. Toch is er op hun redenering het nodige aan te merken.

“De steeds verdergaande economische integratie in de EU zorgt ervoor dat de sociale ongelijkheid tussen mensen groeit doordat overheden en gemeentes steeds minder ruimte hebben om in te grijpen in de markt.” Aldus de drie. Inderdaad zien we in Europa verdergaande economische integratie en toenemende sociale ongelijkheid. Dat betekent echter niet dat er ook een causaal verband is tussen die twee gebeurtenissen. Dat, zoals zij beweren, die integratie die ongelijkheid veroorzaakt. Een voorbeeld, de Verenigde Staten zijn altijd al een geïntegreerde economie en ook daar neemt de ongelijkheid toe. Als het verband van de drie opgeld doet, dan zouden de VS economisch moeten ‘desintegreren’ om de economische ongelijkheid te verkleinen. Het vreemde is dan wel dat het land in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog veel ‘gelijker’ was dan nu en dat de ongelijkheid sindsdien toeneemt zonder verdere integratie. 

Inderdaad delven mensen, dieren en het milieu het onderspit als de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan. Meer zeggenschap voor nationale staten en lokale democratie is volgens de drie de oplossing. Het verleggen van de zeggenschap van Europa naar land en lokaal, zoals drie beweren, is geen oplossing hiervoor. Die kleinere schaal is echter geen ‘garantie’ tegen ongebreidelde marktwerking. Ook kleine democratieën kunnen ten prooi vallen aan het neoliberale economische denken. Sterker nog, zou de door de SP-ers bepleiten ‘versnippering’ werkelijk effectief kunnen optreden tegen de de Googles, Facebooken maar ook de Shells, Volkswagens en Morgan Stanleys van deze wereld? 

“Of het nu gaat om de post, het spoor of onze energiebedrijven, al deze zaken zijn onder druk van de liberaliseringsmachine die Brussel is geworden geprivatiseerd – met alle gevolgen van dien.” Beste SP-ers, liberaliseren is wat anders dan privatiseren. Liberaliseren betekent het openstellen van een markt voor andere partijen. De keuze om een staatsbedrijf te privatiseren, staat daar los van. Die keuze wordt niet in Europa gemaakt, maar in Nederland. Andere landen binnen dezelfde EU zijn nog steeds eigenaar van energiebedrijven. Zo is het Zweedse Vattenfall voor 100% eigendom van de Zweedse overheid en is de Franse staat nog steeds de trotse bezitter van spoorbedrijf SNCF, net als trouwens de Nederlandse staat eigenaar is van de NS. 

De drie gaan verder: “Hetzelfde geldt voor belangrijke dienstverlening die gemeentes organiseren voor hun inwoners: het aangaan van lange-termijn relaties met bijvoorbeeld een betrouwbare thuiszorginstelling of een schoonmaakbedrijf is er niet meer bij, omdat gemeentes verplicht zijn om aan te besteden. Dit is vaak echter helemaal niet in het belang van de mensen die afhankelijk zijn van deze instellingen en juist behoefte hebben aan stabiliteit en een langdurige relatie. Zo pakt goedkoop vaak uit als duurkoop, ten koste van de meest kwetsbaren.” Ook hier is het niet de Europese Unie die de keuze maakt om van bijvoorbeeld de thuiszorg of de zorg voor de jeugd een markt te maken. Die keuze maken de gemeenten zelf. Maar als je de keuze maakt om er een markt van te maken, dan gelden ook de Europese regels voor de markt. Neem bijvoorbeeld de zorg voor de jeugd waar we in Nederland een ‘markt’ van hebben gemaakt. Binnen de EU laat ons buurland Duitsland zien dat het ook anders kan. De zorg voor de jeugd is daar belegd bij het Jugendamt, een onderdeel van de Kommunalverwaltung en dus een overheidsdienst. 

Beste SP-ers, zoals gezegd deel ik jullie zorgen over de doorgeschoten marktwerking. De Europese Unie is hiervan echter niet de oorzaak nog een hinderpaal bij het oplossen ervan. De oorzaak is te vinden in de hoofden van jullie, de politici die namens ons de keuzes moeten maken. Jullie kunnen andere keuzes maken, in gemeente en provincie en het Europese Parlement maar vooral in de Nederlandse Staten Generaal. Want de belangrijkste en grootste invloed loopt nog altijd via onze regering. Sterker nog, het is niet Europa dat het landsbeleid bepaalt maar het zijn de landsregeringen die het Europese beleid bepalen.

Uitgelicht

Nederland en/in Europa

“Nederland is in hoog tempo bezig de zeggenschap over de eigen essentiële belangen over te hevelen naar een EU zonder democratisch mandaat. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Dit schrijft Kees de Lange in een artikel bij Opiniez. Volgens de Lange worden er systematisch bevoegdheden overgedragen naar de Europese Unie en hierdoor wordt de Nederlandse soevereiniteit uitgehold. 

Bron: Pixabay

De Lange vraagt zich af hoe dit kon gebeuren en in die zoektocht komt hij bij de Grondwetswijziging van 1953. Bij die wijziging werd het Nederlands recht ondergeschikt gemaakt aan internationaal recht. En dit leidt er nu, volgens De Lange toe dat: “de eigen soevereiniteit en de soevereiniteit van de eigen bevolking als basis van onze samenleving worden verkwanseld en hoe bijna zonder enige diepgaande discussie standaard gehandeld wordt, niet tegen de sinds 1953 strikte letter, maar wel tegen de geest van onze eigen Grondwet.” Dit is tegen het zere been van De Lange immers: “verandering in soevereiniteit (kan) dan en slechts dan plaatsvinden indien met instemming van de burgers.” En die burger wordt gepasseerd: “Het verkwanselen van de directe belangen van de Nederlandse burger zonder diezelfde burger zelfs maar te raadplegen is een politieke wanvertoning en een democratische doodzonde van de eerste orde.” Zo, die kunnen onze politici in hun zak steken.  

Alhoewel. Is het wel zo dat ‘het volk’ niet geraadpleegd is? Als je een referendum als enige manier ziet om ‘het volk’ te raadplegen, dan is dat slechts twee keer gebeurd. Een eerste keer over de ‘Europese grondwet’ en een tweede keer over een associatieverdrag met de Oekraïne. Zowel de ‘Grondwet’ als het associatieverdrag bevatte geen overdracht van soevereiniteit, er werden dus geen ‘belangen verkwanseld’. De ‘Grondwet’ was niets meer dan een bundeling van al gemaakte afspraken en de bevoegdheid om een associatieverdrag te sluiten, had de EU al.

Als we kijken naar alle overdrachten van welke bevoegdheid dan ook, dan zijn die genomen volgende in Nederland geldende regels van het spel. Neem de Grondwetswijziging van 1953, die is twee keer in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen. Tussen die twee behandelingen in zaten verkiezingen waar ‘het volk’  zich kon uitspreken. 

‘Ja, maar dan moet het volk wel weten dat dit staat te gebeuren’, zou je kunnen tegenwerpen en het is maar helemaal de vraag of ‘het volk’ het allemaal wel wist. Als we de beeldvorming van de laatste jaren bezien, dan rijst er een beeld op van ‘gekonkel in achterkamertjes’ waar wordt besloten om Nederland steeds verder Europa in te ‘rommelen’.  

Een beeld dat het tegenwoordig goed doet, maar gebeurde het ook zo? Europa en verdere Europese integratie was vast niet het ‘belangrijkste’ verkiezingsthema. Dat de politieke partijen er niet open over waren, is bezijden de waarheid. “De Europese gemeenschappen worden uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen en Denemarken en andere demokratische Europese landen die de doelstellingen van de E.E.G. onderschrijven. De uitbreiding van de E.E.G. met Groot-Brittannië zal niet ten koste gaan van de steun aan arme landen.” Zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1967. En het VVD-programma voor de verkiezingen van hetzelfde jaar lezen we het volgende: “Dit streven brengt mee, dat in de nabije toekomst de E.E.G. met andere Europese landen zal moeten worden uitgebreid. De komende Europese Gemeenschap zal zowel naar binnen als naar buiten een liberale politiek moeten voeren.” In 1989 lezen we in het PvdA-programma het volgende: “Nederland heeft ook verantwoordelijkheden en belangen in internationaal verband. Nederlandse burgers zullen hoe langer hoe meer EG-burgers en wellicht op den duur zelfs burgers van een groter civiel Europa worden.” En in het programma van het CDA voor de verkiezingen van 1989 lezen we: “Eén aspect verdient nog bijzondere aandacht omdat het de politieke agenda in toenemende mate zal bepalen. Het betreft de eenwording van de Europese markt tegen 1992. Deze heeft een belangrijke signaalfunctie: ‘signaal’ omdat reeds eerder belangrijke stappen zullen zijn gezet, terwijl uiteraard niet alle beslissingen en maatregelen in 1992 zullen zijn afgerond. Niettemin zal ook Nederland de gevolgen van ‘Europa 1992’ voelen: de gemaakte afspraken zullen het nationale beleid beïnvloeden.” 

Deze partijen hebben jarenlang de verkiezingen gewonnen en kregen samen vaak bijna driekwart van alle stemmen. Kun je dan volhouden dat er sprake was van ‘gerommel in achterkamertjes’? Dat er soevereiniteit werd overgedragen zonder instemming van ‘het volk’? 


Uitgelicht

Stimulerende achterstand

Cycloon Idai kwam uit het Westen’ zo luidt de titel van de column van Clarice Gargard in de NRC. Nu hoef je maar op de kaart te kijken om te zien dat de orkaan in werkelijkheid uit het oosten kwam. Cyclonen ontstaan boven zee en het westen van Mozambique grenst niet aan de zee. Nu schrijft Gargard Westen met een hoofdletter en bedoeld Gargard het gebied dat we het Westen noemen, Europa en Noord-Amerika.

Idai voor de kust van Madagascar. Bron: Wikimedia Commons

“De oorzaak is vooral CO2-uitstoot aan de andere kant van de oceaan. Het Afrikaans continent is verantwoordelijk voor maar vier procent van de uitstoot wereldwijd, die tot stijgende zeespiegels, vernietigende stormen en hevige overstromingen leidt.” Stormen en overstroming zijn iets van alle tijden en niet iets van de laatste ruim 150 jaar, de periode dat de mensheid fossiele brandstoffen verstookt. Inderdaad lijkt het zo te zijn dat de toename aan koolstofdioxide in de atmosfeer ervoor zorgt dat stormen heviger worden. En inderdaad is het Westen een van de grootste uitstoters van koolstofdioxide.

Wat Gargard dwars zit is dat: “verduurzaming nu ook van Afrika verwacht wordt, om de schade te beperken die het Westen veroorzaakt heeft.” Terwijl het Westen: “onbekommerd verder (gaat) met het verbruiken van fossiele brandstoffen.” Dat lijkt een beetje tegen het zere been van Gargard. Het Westen is de: “man op de rug van een andere man. De zittende man zegt de drager te willen helpen. (Het type man dat – ik noem maar wat – noodrantsoenen in Afrika uitdeelt.) Hij overtuigt zichzelf en anderen van zijn intentie. De zogenaamde weldoener haalt alles uit de kast om de drager van dienst te zijn. Alles, behalve van zijn rug af gaan.” 

Een mooie metafoor al mankeert er iets aan. Het Westen en de Afrikaan zitten op de rug van dezelfde man. Of moet ik vrouw en ‘moeder aarde’ zeggen? “Klimaatverandering klinkt vaak als een abstract gegeven. Een groot kwaad waar we ons pas later écht druk om hoeven te maken. Voor het gemak vergeten we dat miljoenen die luxe niet hebben.” Natuurlijk moet ‘het Westen’ haar verantwoordelijkheid nemen en dat Westen dat zijn wij, jullie mijn lezers, jullie buren, familie, vrienden, bekenden. Maar daar horen Gargard en haar familie, vrienden, buren en bekenden ook bij. Alleen heeft die investering weinig effect als de Afrikaan het huidige Westerse economische patroon gaat kopiëren. Als ze er op een ‘ Westerse’ manier voor gaan zorgen dat ze die luxe wel krijgen. Dan wordt op termijn de Westerse beperking van het verlies teniet gedaan door Afrikaanse verliezen.

Dus ja, zou ik zeggen, ook Afrika moet een bijdrage leveren aan de verduurzaming. Het moet die bijdrage leveren door meteen voor duurzaamheid te kiezen. Wij, in het Westen hebben last van de ‘wet van de remmende voorsprong’. Wij moeten afbreken, ombouwen vervangen, desinvesteren en zo veel middelen besteden aan veranderen. Onze ‘remmende voorsprong’ is Afrika’s ‘stimulerende voorsprong’, zij kunnen het in één keer goed doen.  

Maar hebben wij, het Westen, niet op één punt een ‘stimulerende voorsprong’: de luxe van het geld? Biedt die ‘luxe’ ons niet een uitstekende kans om te voorkomen dat de  Afrikaan ‘verliezen’ gaat maken? Moeten wij, naast dat we ons ‘eigen huis’ klimaat-technisch op orde brengen’, niet ook de Afrikaan ondersteunen bij het benutten van die ‘stimulerende achterstand’? Ondersteunen op alle mogelijke manieren. Manieren variërend van de overdracht en export technische kennis tot het tegen zeer gunstige tarieven beschikbaar stellen van geld. Of van het openen van onze markten voor Afrikaanse producten tot het stoppen met het dumpen van onze producten op hun markten. Maar ook door het gecontroleerd openen van onze grenzen voor arbeidsmigranten.

Uitgelicht

Jeugdhulp en Hayeks telecommunicatiemachine

Soms lees ik iets waarover ik mij verbaas. Zo ook vandaag. “De oplossing is zo simpel niet. Er is niet minder dan een monster gecreëerd. De bestrijding ervan kan niet bij de gemeenteraden alleen worden gelaten. Ook in Den Haag kan men niet blijven wegkijken. Maar laat duidelijk zijn dat de oplossing niet alleen schuilt in (tijdelijk) extra geld. Er lijkt ook iets grondig mis met het stelsel als zodanig, waarbij het scheppen van aanbod automatisch vraag creëert.”De laatste alinea van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur.nl. Een artikel over de voor de gemeenten uit de pan rijzende kosten van de zorg voor de jeugd. Die laatste zin verbaast mij.

De eerste Nederlandse programmeerbare computer : de ‘ARRA’, Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam in het Mathematisch Centrum, Tweede Boerhaavestraat 49, Amsterdam, 18 juni 1952.
Bron: Flickr

Als er iets mis is met een systeem waarbij aanbod vraag schept, kunnen we dan ons hele economische systeem niet op de helling gooien? Ja, in theorie wordt er geproduceerd om aan de vraag te voldoen, de praktijk laat echter wat anders zien. Die laat zien dat er producten worden ontwikkeld en dat die producten tot een hele nieuwe markt leiden. Neem het ding wat tegenwoordig niemand meer kan missen, het mobieltje. Er was geen markt voor een mobiele telefoon totdat er een mobiele telefoon was. Net zoals er geen markt was voor een PC voordat er een PC was. Of neem de auto. Als je midden negentiende eeuw had gevraagd of er behoefte was aan een auto voor vervoer, dan zou men je glazig hebben aangekeken. Wellicht kon men zich snellere paarden voorstellen, maar een zelf-rijdend voertuig? Waarom zou het in de jeugdzorg anders zijn? Als je ‘marktwerking’ centraal zet, hoef je je niet te verbazen dat de markt ook gaat werken en dus dat aanbod vraag creëert. Tijd om de ‘marktwerking’ ter discussie te stellen?

Alhoewel verbazend. Zou die verbazing niet gewoon een gevolg zijn van jarenlange indoctrinatie met ‘utopisch marktdenken’, De markt als een perfect werkend instituut, tenminste zonder regulering precies zoals Friedrich A. von Hayek, de van oorsprong Oostenrijkse econoom die aan de wieg stond van wat nu vaak het neoliberalisme wordt genoemd, het heeft bedoeld. Een: “mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Het ’telecommunicatiesysteem van Hayek’, zoals John Cassidy het in zijn Wat als de markt faalt noemt.

Nu zullen echte neoliberalen niet verbaasd zijn door de ‘missers’ in het jeugdzorgstelsel. Zij zullen betogen dat er geen sprake is van een echte vrije markt. Het is immers de overheid die er een belangrijke rol speelt. ‘Weg met de overheidsbemoeienis’, zullen zij roepen en pleiten voor een echt vrije markt waarin hulpbehoevende jongeren via Hayeks telecommunicatiemachine automatisch terecht komen bij de goedkoopste, passende hulp. 

Ik zou mijn kinderen toch liever niet in Hayeks ‘telecommunicatiemachine’ gooien. De kans op vermaling is mij te groot. 

Uitgelicht

Heilige boeken

De islam is tegenwoordig de gedroomde ‘dader’ voor ‘alle ellende’ in de wereld. Bij Opiniez beschuldigt Katiane Kayvantash CDA-leider Buma van ‘struisvogelpolitiek’: “Meneer Buma, u en uw coalitiemaatjes vormen de grootste reden dat die verlichting niet is gekomen!”  Nu moet Buma zich maar zelf verdedigen tegen deze beschuldiging. 

Bron: Wikimedia Commons

“Als een “gematigde Islam” wel bestaat, mogen we alstublieft wel voor eens en altijd weten in welke kluis die gematigde moslims hun heilige herziene milde versie van islam hebben opgeborgen? Vraagt Kayvantash zich af en concludeert: “een andere vorm van islam – een moderne islam, een Europese, Afrikaanse, Australische, Aziatische of Amerikaanse Islam – bestaat simpelweg niet.” Er is volgens haar dus maar één islam en die werkt desastreus uit: “Iedere Iraanse Nederlander kan meepraten over hoe de positie van Iraanse vrouwen in een ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land, in een dramatisch tempo bergafwaarts is gegaan. Van die mooie, krachtige, 2500 jaar oude Perzische beschaving waarbij respect voor vrouwen centraal stond, is in de praktijk vrijwel niets meer overgebleven. Beetje bij beetje, stap voor stap en ieder jaar meer dan het voorgaande heeft de Perzische cultuur onder dwang van het islamitische geloof plaats gemaakt voor de islamitische cultuur.”  

Vreemd is wel dat de islam in Perzië en de Perzische cultuur al eeuwen de dominante godsdienst was. Al in de zevende eeuw, Mohammed was nog niet zolang overleden, werd het Perzische gebied al onderdeel van de islamitische wereld en dat is sindsdien niet meer veranderd. Dus ook dat ‘ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land’ stond onder invloed van die islamitische cultuur. Trouwens niet alleen in Perzië was er sprake van een ‘modern land en westerse oriëntatie’. Dat gold ook voor Irak en Syrie en als we de Vliegeraar van Khaled Hosseini lezen dan ging dat zelfs op voor Afghanistan, of in ieder geval de hoofdstad Kaboel.

Als we nog wat verder teruggaan in de tijd, zo naar de tijd die wij de Middeleeuwen noemen, dan zien we een bloeiende islamitische wereld. Een rijke wereld waar de handel, de kunsten en de wetenschappen hoogtij vierden. Een wereld met een open houding die vriendelijk was voor andersgelovigen. Een houding die in schril contrast stond met het gesloten christelijke Europa. We hoeven ons continent niet te verlaten om de rijkdom van die cultuur te aanschouwen. Een reis naar bijvoorbeeld het Alhambra in Granada volstaat.

In de rijke Middeleeuwen en in die moderne, westers georiënteerde islamitische landen, hanteerde men dezelfde koran. Zou je dan met die koran, net als trouwens met de bijbel en andere ‘heilige boeken’, niet alle kanten op kunnen? Ligt het dus misschien niet aan het boek maar aan iets anders? Zou het niet interessant zijn om te onderzoeken wat dat ‘anders’ is. Wellicht helpt dat ons verder?

Uitgelicht

Kinderen en het klimaat

Bij De Correspondent stelt Lynn Berger zich de vraag waarom mensen, om de titel van haar artikel te citeren “Toch een tweede (krijgen), in tijden van klimaatverandering”? Berger: “Ik heb twee kinderen, een dochter van 5 en een zoon van 2, en samen zijn ze, volgens ten minste één beroemde berekening, goed voor twee keer 58,6 ton koolstofdioxide-uitstoot per jaar.” Dit terwijl onderzoek uitwijst dat: “kinderen ontzettend veel tijd, geld en energie kosten. (De meeste ouders wisten dit trouwens ook zonder wetenschappelijk onderzoek.)” Bovendien “blijken ouders niet gelukkiger te zijn dan mensen zonder kinderen.” Een bijzondere vraag: kinderen krijgen en klimaatverandering. Of wat algemener: de groei van de wereldbevolking en de klimaatsverandering en tijden waar: “andere soorten massaal uit(sterven),” zoals Berger schrijft.

Bron: Nasa

‘Kinderen krijgen in tijden van klimaatverandering’ roept bij mij als eerste wat cynische opmerkingen op.  Zo verandert het klimaat geregeld. Als we de geschiedenis van de aarde bekijken dan wisselden warmte en kou elkaar af. Zo’n 2,3 miljard jaar geleden was de aarde volledig bevroren, als de wetenschappers het goed hebben. Toen de dinosaurussen over de aarde regeerden was het veel warmer. Nee, warmere en koudere perioden wisselen elkaar af. Als klimaatverandering een aanleiding is om geen kinderen te krijgen, dan kunnen we nooit kinderen krijgen. Of betekent dit dat we méér kinderen moeten krijgen als het afkoelt? 

Voor je je afvraagt of de Ballonnendoorprikker een ‘klimaatontkenner’ is. Nee, dat is hij niet. Voor de Ballonnendoorprikker is er geen mensenwereld en ‘de natuur’, er is maar één wereld. Wat wij als mens hier op aarde doen, heeft invloed op de aarde en het klimaat.

Ook cynisch, laten we allemaal stoppen met kinderen krijgen, dan is de aarde over een kleine honderd jaar vrij van mensen …. Gelukkig voor mezelf heb ik deze aarde dan al eerder verlaten want het lijkt mij verdomde ellendig om tot de laatsten te behoren. Lig je daar als honderdjarige in je eentje te creperen. 

En de meest cynische. Als mensen pleiten voor bevolkingsvermindering vraag ik mij altijd als eerste af waarom zij dan niet alvast beginnen met een bijdrage te leveren. Dat scheelt 58,6 ton aan koolstofdioxide per jaar. Dat geeft meteen een gunstig klimaatseffect. Trouwens hoeveel ton koolstofdioxide besparen we ons niet uit door het ‘uitsterven van die andere soorten’.

En nu wat realistischer. ‘Hoe meer kinderen, hoe lager het inkomen van de vrouw’ lees ik. Zou het niet precies omgekeerd zijn: ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’? Als je naar de landen die nog flink groeien kijkt, dan zijn dat vooral landen waar men het een stuk minder goed heeft. Die volgorde maakt nogal wat uit als je naar een oplossing zoekt voor de bevolkingsgroei. Als het ‘hoe meer kinderen, hoe minder inkomen’ is, dan zet je in op geboortebeperking. Dat is waar de VVD voor pleit. Cru gezegd komt dit neer op: zorg dat die Afrikanen minder kinderen krijgen. Maar als het probleem het inkomen is, dan raken die vrouwen van de regen in de drup. De kinderen zijn immers een stukje inkomensgarantie in de nabije toekomst en pensioen in de verre toekomst. Als het ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’ is, dan zet je in op inkomens verbetering. Verbetering van inkomen zorgt er dan voor dat de noodzaak voor meer kinderen afneemt. Volgens mij is dit wat er ook in Europa en Japan is gebeurd. 

Nadenken over geboortebeperking is een luxe-probleem en dat blijkt ook want vooral landen waar het heel erg goed gaat zijn heel goed in het beperken van bevolkingsgroei. Als wij in het rijke westen werkelijk een bijdrage willen leveren aan beperking van de wereldbevolking, dan zou welvaartsdeling wel eens veel meer kunnen bijdragen dan hier geen kinderen krijgen. Welvaartsdeling door een deel van onze welvaart naar daar te laten vloeien, een deel van de bevolking van daar naar hier laten vloeien en door een combinatie van beiden. Laat zowel welvaartsdeling als migratie nu precies zijn wat hier heel erg gevoelig ligt.

Uitgelicht

De tante van Taha

Toen het Somalisch-Amerikaanse topmodel Halima Aden vorig jaar als eerste gesluierde moslima de cover van de Britse Vogue bestierde, kreeg het modeblad op social media een lawine aan negatieve reacties te verwerken.” De openingszin van een artikel van Naz Taha op de site OneWorld. “De ophef die het veroorzaakt illustreert vooral hoezeer het Westen geobsedeerd is door de hoofddoek en de islam.” 

Bron: Wikipedia

Of het hele ‘Westen’ geobsedeerd is door hoofddoek en islam waag ik ernstig te betwijfelen want ik ‘hoor’ ook bij het Westen en herken me niet in die obsessie. Maar dat een groep mensen in het Westen is geobsedeerd door hoofddoek en islam kan ik alleen beamen. Aan de ene kant zijn daar een deel van de islamieten en alle ‘hoofddoekdragers’, die kennen die obsessie zeker. Als de tante van Taha (“Mijn tante draagt een hoofddoek en is een tamelijk vrome moslima. Voor haar is zwemmen in reguliere badkleding geen optie”) die obsessie niet kende, dan kon ze ook kiezen voor die reguliere badkleding. 

Aan de andere kant zijn er mensen die een andere obsessie hebben met de islam en de hoofddoek. Die zien in ieder moslim een bedreiging voor ‘onze cultuur’ en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Voor hen werkt de hoofddoek als de welbekende rode lap op een stier. Nu is er op dat spreekwoord het nodige af te dingen. De stier heeft immers geen obsessie met een rode lap, noch met een lap van welke andere kleur dan ook. Dat even terzijde. Hoofddoek, boerka, boerkini aan de ene kant tuinbroek, naveltruitjes decolleté, sari, Volendamse klederdracht, belachelijke hoedjes met prinsjesdag of campingsmoking van mij mag iedereen zelf bepalen welke kleding hij, zij en tegenwoordig ook nog andere varianten, draagt. Dat behoort tot de vrije keuze van het individu. Daar heeft niemand zich mee te bemoeien.

Toch is er iets in het betoog van Taha wat mij doet fronzen. Taha geeft de betreffende tante: “Een marineblauwe boerkini in haar maat. Ik kreeg een dankbare knuffel. Het was aandoenlijk om mijn tante zo blij te zien met zoiets futiels als een kledingstuk.” Mooi dat iemand blij is met een cadeau, dat doet de gever altijd goed. Zeker als die boerkini de tante: “de kans (geeft) om deel te nemen aan de zomercultuur, en aan de zwemcultuur.”

En dan komt de zin die mij deed fronzen: “De boerkini vergrootte haar individuele vrijheid.” Als de boerkini de vrijheid vergroot, dan was de individuele vrijheid vóór de boerkini kleiner. Dat lijkt mij sterk. Volgens mij stond het iedereen altijd al vrij om al dan niet te zwemmen. Die individuele vrijheid was er al ook voor de tante van Taha. 

Dat de tante van Taha niet ging zwemmen omdat zij bedekt wil zwemmen, betekent niet dat zij die individuele vrijheid niet had. Dat de tante van Taha niet ging zwemmen was een individuele keuze van haarzelf. De tante van Taha beperkte zelf haar vrijheid. Het is haar eigen keuze om bedekkende kleding te dragen omdat zij vindt dat haar religie haar daartoe verplicht. Het is ook haar vrije keuze om in een boerkini te gaan zwemmen. Een keuze die, zo betoogt Taha terecht, niemand haar mag afnemen. De boerkini betekent echter geen vergroting van de individuele vrijheid.

Uitgelicht

Gratis en niet voor niets

“Als niets meer helpt, moeten de bergruimtes in de cabine misschien gewoon groter worden.” Zo valt te lezen in een artikel bij de Volkskrant. In het artikel met de titel “Koffer is melkkoe én kostenpost voor luchtvaart” worden allerlei manieren besproken die vliegmaatschappijen bedenken om het ‘kofferprobleem’ op te lossen. Het kofferprobleem bestaat uit de toenemende hoeveelheid handbagage zoals koffers en taxfree inkopen, die  passagiers meenemen. Die hoeveelheid zorgt voor ruimtegebrek en extra tijd bij het in- en uitstappen.

Bron: Wikimedia Commons

Aan ideeën geen gebrek. Van twee tickets kopen, één voor jezelf en één voor je handbagage tot je bagage al eerder op vakantie sturen dan dat jezelf gaat. Je koffer staat dan, als de reis goed gaat, al in je hotel op je te wachten. Ook bagage inchecken in de parkeergarage is een mogelijkheid. Dat scheelt immers wachtrijen op de luchthaven. En natuurlijk ook de optie uit het citaat waarmee ik begon: grotere bergruimtes in de cabine. 

In het artikel wordt geconstateerd dat de luchtvaartmaatschappijen de problemen voor een deel aan zichzelf te wijten hebben: “Door de gratis ruimbagage af te schaffen of het inchecken van koffers duurder te maken, melden passagiers zich bij de vliegtuigtrap met meer en zwaardere handbagage.” Nu is ‘gratis’ ruimbagage een rekbaar begrip. Vroeger kocht je een vliegkaartje en dan kon je gewoon je koffer meenemen. Dat zat ‘bij de prijs inbegrepen’. Vervolgens kwamen er prijsvechters die met lage prijzen voor kaartjes gingen stunten. Maar wel kaartjes exclusief een hapje en een drankje en zonder plek voor de bagage in het ruim. Daarvoor moest je extra betalen. Net als voor een vaste plek, ‘snel instappen’ en nog wat andere zaken. Wel kon je een handkoffertje gratis meenemen. Dit model hebben bijna alle maatschappijen overgenomen. ‘Gratis’ was vroeger niet voor niets. Wel is het nu iets goedkoper als je afziet van ruimbagage.  

Dit nieuwe model zorgde ervoor dat de maatschappijen op alle losse onderdelen naar winstmaximalisatie zochten. Het bekostigen van ruimbagage zorgt voor minder ruimbagage en die ruimte kan weer worden verkocht aan mensen of bedrijven die alleen spullen willen versturen. Bijvoorbeeld de reiziger die zijn bagage ‘vooruit’ gaat sturen. Het bekostigen van ‘handbagage’ biedt weer een nieuwe mogelijkheid tot winstmaximalisatie.

Vreemd is het daarom niet dat één optie niet in de lijst staat. De optie om het omgekeerde te doen dan waarmee het is begonnen. Door bijvoorbeeld bij het ticket ‘gratis’ 25 of 30 kilogram ruimbagage weg te geven. ‘Gratis’ onder gelijktijdige verhoging van de prijs van het kaartje. Immers ‘gratis’ is nooit voor niets. Zou dat er niet voor kunnen zorgen dat de stress in de cabine vermindert? Zou dat niet een hoop schelen aan aanpassingen in vliegtuigen, luchthavens en parkeergarages? Zou dat de reistijd niet wel eens kunnen versnellen? En zou die winst in tijd niet weleens de grootste winst kunnen zijn voor zowel de passagier als de maatschappij? 

Uitgelicht

Who wants to rule the world

“En laten wij concluderen dat de regeldruk onder Frans Timmermans gewoon verder is toegenomen.” Met die zin sluit Rutger van den Noort zijn artikel op de site Opiniez over de Europese regeldruk en de rol van Frans Timmermans daarin, af. De Europese Commissie wilde ‘dereguleren’ en Timmermans kreeg de taak daarvoor te zorgen.

“In de periode-Timmermans kwamen er van 2015 tot en met 2018 5268 EU-regels bij,” schrijft Van den Noort. Dat zijn er minder dan de vier jaar ervoor maar, zo constateert: “De teller had op een negatief aantal nieuwe wetten moeten staan. Voor iedere goede ingediende wet zouden een paar andere wetten moeten zijn vervallen. Met een ‘wegstreepwet’ had je gemakkelijk een hele serie andere wetten kunnen liquideren. Maar dat is niet gebeurd.” En hij concludeert: “Nu we bijna vijf jaar later het net ophalen, zien we dat er niets van terecht is gekomen.”

Nu is de EU hierop geen uitzondering en dat constateert Van der Noort ook. Ook in Nederland zijn er: “ 1000 regelingen bijgekomen de laatste tien jaar” En ook in de VS: “dan zien we dat er vorig jaar weliswaar een piek van 442 nieuwe wetten bijkwam, maar dat de trend al jaren dalend is. Zo lag het aantal nieuwe wetten in de jaren ‘80 nog op 600 per jaar.” Een dalende trend, maar als je die vergelijkt met de 1000 in tien jaar in Nederland, dan zijn het er in een jaar nog altijd ruim vier keer zoveel. En dat in een land dat geregeld door ‘politieke twisten’ is verlamd.

Nu kun je je afvragen of je moet streven naar minder regels. Ja, regelvermindering klinkt leuk en het scoort goed in de publieke opinie. Maar toch. Eens even luisteren naar de Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. In zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme behandelt hij ook de regeldruk. Op pagina 220 stelt hij een interessante vraag: “In  het begin van de jaren negentig publiceerde het in Hongkong gevestigde Engelstalige zakenblad Far Eastern Economic Review een speciaal nummer over Zuid Korea. In een van de artikelen verbaasde het blad zich over het feit dat hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent per jaar was gegroeid. Hoe was het mogelijk? Hoe kan een land met een zo verstikkend stelsel van regelgeving zo snel groeien?”

Gelukkig beantwoordt hij de vraag in de volgende pagina’s. Zijn eerste verklaring: “… in een land dat snel groeit en waar zich voortdurend nieuwe zakelijke kansen aandienen, weerhoudt zelfs de rompslomp van 299 vergunningen zakenmensen er niet van een nieuw project op te starten. Wanneer er daarentegen weinig valt te verdienen als de zaak eenmaal rond is, zullen zelfs 29 vergunningen te veel zijn.”  Dus als we er maar voor zorgen dat het aan het einde loont, belemmeren regels niet.

Chang gaat verder: “ Een belangrijke reden waarom sommige landen waar het bedrijfsleven zwaar gereguleerd is het economisch heel goed hebben gedaan, is dat veel regels in feite goed zijn voor bedrijven.” Dat lijkt helemaal in strijd met de algemene opvatting dat reguleren belemmert. Gelukkig verduidelijkt Chang zich: “regulering (kan) bedrijven (…) helpen door te voorkomen dat ze de basis van hun voortbestaan op lange termijn ondermijnen.” Denk bijvoorbeeld aan milieumaatregelen die uitputting of vernieling van de omgeving voorkomen zoals regels tegen overbevissing. Maar ook regels tegen kinderarbeid of te agressieve verkoop van leningen. En zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden te noemen van regels die helpen.

“Veel regulering helpt de gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen,” zo betoogt Chang. Ik zou aanvullend hierop willen zeggen: ‘zo helpt regulering ook om mensen tegen bedrijven en elkaar te beschermen, terwijl andere regels ons dwingen om dingen te doen waardoor onze samenleving ook op termijn leefbaar te houden.’ En daarom, om met Chang af te sluiten: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” 

Uitgelicht

Populisme is rationele irrationaliteit

Raad een getal in een reeks van 0 tot en met 100 zodanig dat je keuze zo veel mogelijk overeenkomt met twee derde van de gemiddelde gok van alle deelnemers aan deze wedstrijd.” Aan de hand van dit raadsel op pagina 229 legt Richard Thaler in zijn boek Misbehaving het functioneren van de financiële markten uit. Om te ‘verdienen’ op die markt moet je immers een inschatting maken van wat anderen op die markt gaan doen. Anderen die eenzelfde inschatting proberen te maken.

Bron: Pixabay

Thalers boek beschrijft de ‘opkomst en ontwikkeling’ van de gedragseconomie. Een economische discipline die eind vorige eeuw opkwam. Gedragseconomen kijken, net als psychologen naar het gedrag van mensen. Dat gedrag blijkt veel minder rationeel dan waarvan de toen gangbare economische theorie uitging. Die toen gangbare economische theorie is de nu nog steeds dominante neo-liberale. Een theorie die de mens ziet als een volkomen rationeel handelend mens. In  navolging van Thaler, voordat je verder leest, geef eerst eens antwoord op de vraag en om je op weg te helpen: “stel dat er drie spelers zijn die respectievelijk 20, 30 en 40 kiezen. De gemiddelde gok is dan 30 en twee derde daarvan is 20. Degene die 20 kiest, wint dus.”

Ik stel die vraag omdat ik me afvraag of populistische politici niet ook een dergelijke vraag gebruiken om zich te profileren. Die vraag zou dan luiden: ‘neem het standpunt van de gemiddelde Nederlander, overdrijf dat standpunt naar de jou gewenste kant en vent het uit’. Door die overdrijving wijk je af van het gangbare en dat genereert bijna automatisch aandacht. Nou ja afvragen, eigenlijk constateer ik dat het zo werkt.

Als dit naar alle kanten gebeurt, verandert er niets aan het gemiddelde standpunt. Als er naar maar één kant wordt overdreven, dan verschuift het gemiddelde standpunt naar die kant.  Nu zien we tegenwoordig populisme naar alle kanten. Kunnen we daaruit concluderen dat  de ‘schade’ dan meevalt omdat het gemiddelde standpunt niet verandert of is die conclusie voorbarig?

Daarvoor moeten we een stapje verder doorredeneren. Stel Jan ‘overdrijft’ naar ‘rechts’ en krijgt een groep mensen mee. Dan zitten er binnen die groep vast enkele mensen die ook een stuk van de cake willen en die overdrijven nog verder naar ‘rechts’. Dan moet Jan ook weer een stap zetten en eindigt de groep steeds verder ‘rechts’. Aan de andere kant ‘overdrijft ‘Piet’ naar links en daar gebeurt hetzelfde. Het resultaat mag dan zijn dat het standpunt van de gemiddelde Nederlander niet is gewijzigd, Er zijn echter wel steeds minder Nederlanders die zich in dat gemiddelde standpunt herkennen en die het kunnen en willen verdedigen. Dat lijkt mij problematisch.

Als ik naar de ontwikkelingen in onze samenleving kijk, dan zie ik dit patroon. Dan zie ik steeds meer extremen die steeds verder van elkaar afstaan en steeds minder ‘gemiddelden’. Extremen die elkaar steeds meer verketteren en ‘ontmenselijken’. Een zorgelijke ontwikkeling.

Een uitkomst die is te vergelijken met de uitkomst van het raadsel waarmee ik begon. Thaler gebruikt het raadsel om aan te tonen dat ‘beter inschatten’ dan anderen niet kan als iedereen rationeel handelt. Want als iedereen rationeel en logisch doorredeneert dan geeft iedereen het antwoord 0, het meest ‘extreme’ antwoord. Waarom? Als iedereen een willekeurig getal kiest, dan zal het gemiddelde 50 zijn. twee derde daarvan is 33. Dat is logisch en volledig rationele mensen zullen zo redeneren. Logisch doorredenerend zal iedereen dit concluderen en dan is het gemiddelde antwoord 33, twee derde van 33 is 22. Als iedereen volledig rationeel denkt, dan zal iedereen tot die conclusie komen en vervolgens weer rationeel en logisch concluderen dat het antwoord twee derde van 22 en dus 15 zou moeten zijn. Als je zo maar lang genoeg logisch doorredeneert dan kom je bij 0 uit. 

Een ontwikkeling waarop het begrip rationele irrationaliteit van John Cassidy van toepassing is. In zijn boek Wat als de markt faalt omschrijft hij op pagina 159 rationele irrationaliteit als: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn,” leidt.Als we dit vertalen naar het handelen van ‘Jan’ en ‘Piet’ dan willen zij gekozen worden en zoveel mogelijk invloed. Met dat in het achterhoofd is het rationeel om te kiezen voor ‘overdrijven’, voor populisme. Het resultaat ervan is een samenleving zonder ‘samen’. Zoals al gezegd een zorgelijke ontwikkeling. Bij deze ontwikkeling moet ik denken aan een parabel van de Chorekee-indiaan en zijn kleinzoon. De oude indiaan vertelde: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon.’ Toen de kleinzoon daarop vroeg welke wolf er zou winnen, antwoordde de oude indiaan: ‘diegene die je voedt’. Worden er niet veel slechte wolven gevoed?


Uitgelicht

Oorlog, vrede en Godwin

Ik begin deze Prikker met een Godwin. De wet van Godwin stelt, zo geeft Godwin in een interview met de Volkskrant zelf aan dat, “Wanneer een onlinediscussie enige tijd duurt, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met Hitler of de ­nazi’s de waarde één.”  Deze Prikker verschijnt op het internet, kan het begin zijn van een discussie en de vergelijking met de nazi’s wordt al meteen gemaakt. Al moeten jullie er toch nog even op wachten.

Bron: wikimedia Commons

Vaak wordt de wet van Godwin gebruikt om aan te geven dat vergelijken met Hitler en nazi-Duitsland niet mag. Dat een dergelijke vergelijking de maker ervan buiten de discussie stelt. Zo heeft Godwin zijn ‘wet’ nooit bedoeld: “Het hele idee achter de Wet van Godwin is ervoor te zorgen dat we ons voldoende bewust zijn van de geschiedenis om steekhoudende vergelijkingen te maken – soms ook met Hitler of de nazi’s, natuurlijk – waarover goed is nagedacht.” En dan nu naar mijn ‘Godwin’ van een bijzonder soort.

Vandaag, 5 mei bevrijdingsdag, vieren we in Nederland dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Een einde aan vijf jaar bezetting door de troepen van Nazi-Duitsland. Over drie dagen, op 8 mei, wordt herdacht dat er een einde kwam aan het Europese deel van de Tweede Wereldoorlog. Op deze dag in 1945 capituleerde nazi-Duitsland en kon er worden begonnen aan de wederopbouw van Europa. In deze paar zinnen heb ik al twee keer naar de belangrijkste oorlogsdader verwezen, nazi-Duitsland. Hoe zou het overkomen als de Tweede Wereldoorlog wordt herdacht zonder de belangrijkste dader te benoemen?  

Wat we voor een Godwin nog missen, is een hedendaagse equivalent van deze situatie. Wel die biedt Juliaan van Acker bij ThePostOnline. In een artikel op deze site pleit hij voor een ‘Europese confederatie met Rusland: “Als Europa, met inbegrip van Rusland, een confederatie van nationale staten zou worden, waarin goede afspraken worden gemaakt voor een gemeenschappelijke defensie en economische samenwerking, dan kan de 21ste eeuw de beste eeuw ooit worden. Een gouden tijdperk dat veel langer duurt dan 25 jaar.” Om dit bijzondere pleidooi gaat het mij nu niet.

In zijn pleidooi betoogt Van Acker dat er na de val van de muur een periode aanbrak van echte vrede: “Vrede is niet alleen de afwezigheid van oorlog, maar ook van de dreiging van een oorlog, van een grote kans op oorlog en van de dringende noodzaak om zich op oorlog voor te bereiden. Toen de Berlijnse Muur viel en de Koude Oorlog beëindigd werd, brak zo’n periode van vrede aan die ongeveer 25 jaar duurde, van 1989 tot 2014. Hier kwam brutaal een einde aan met de Russische inval in de Krim.” Dat dit niet voor alle plekken op de wereld gold, realiseert Van Acker zich gelukkig ook: “In Syrië en in Centraal Afrika zijn veel doden gevallen tijdens burgeroorlogen en door militia’s, maar het ging niet om oorlogen tussen machtige legers met gebruik van massavernietigingswapens.” 

En dan komt nu het equivalent van een Tweede Wereldoorlog zonder Nazi-Duitsland te benoemen. Volgens Van Acker waren het: “Rusland en Iran (die) zich wel degelijk bemoeien met de conflicten in het Midden-Oosten.” Beste meneer Van Acker, missen we in dit rijtje niet een land dat zich met die en met alle andere conflicten in die periode bemoeide? Een land dat in die periode twee keer in het strijdperk trad tegen Irak? Een land dat ingreep in Afghanistan en Syrië? Dat links en rechts strooide met kruisraketten en aanvallen met drones? Dat geregeld bombardementen links en rechts en vooral in het Midden-Oosten uitvoerde? Het land dat in die periode van ‘echte vrede’ de enige overgebleven supermacht was namelijk de Verenigde Staten?

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er geen conflict of oorlog voorbijgegaan zonder bemoeienis van de Verenigde Staten. Is het land weglaten in de lijst niet hetzelfde als het weglaten van de rol van nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog? Zoals gezegd een bijzonder Godwin omdat er normaal iets met nazi-Duitsland wordt vergeleken terwijl in mijn voorbeeld de nazi’s worden weggeretoucheerd uit de geschiedenis  

Uitgelicht

Proletariërs aller landen …

Mijn identiteit? Witte cis-gender man, 40-er, hetero, geen beperking, ongelovig, ‘gewone achternaam’, uit een arbeidersgezin. Doorsnee, eigenlijk. Ik heb werk, een mening en ben niet op m’n mondje gevallen. Makkelijk.” Zo beschrijft SP-raadslid Martijn Tonies uit Oss zich in een artikel bij Joop. Een artikel waarin hij pleit voor: “meer aandacht voor identiteit graag, de klassenstrijd kan niet zonder!” Ook binnen een vakbond.

Bron: Wikimedia Commons

Ik zou mijn ‘identiteit’ of,  zoals ik het zelf noem mijn persoonlijkheid, anders omschrijven dan de manier waarop Tonies de zijne beschrijft, maar dat laat ik even passeren. Waar het mij om gaat is zijn roep om meer aandacht voor identiteit in de klassenstrijd. Nu hebben we het begrip Klassenstrijd te danken aan de Fransman, historicus en politicus François Guillaume Guizot en is het bekend geworden omdat Karl Marx en zijn kompaan Friedrich Engels het gebruikten in hun Communistisch manifest. Voor beiden is het een strijd tussen de door Baudet aanbeden bourgeoisie en het proletariaat, een strijd tussen en om productiemiddelen en productieverhoudingen. Een strijd die uiteindelijk via een proletarische revolutie zou leiden tot een klasseloze maatschappij.

Die revolutie is nog steeds niet uitgebroken. Sterker nog, de multimiljardair en ‘super belegger’ Warren Buffet ziet, tot zijn spijt, een heel andere uitkomst: ‘Er is wel degelijk een klassenstrijd gaande, maar het is mijn klasse die de strijd voeren en we zijn aan de winnende hand.’ Tot zijn spijt omdat Buffet pleit voor een eerlijker belastingstelsel. Een belastingstelsel waarin hij, om hem te parafraseren ‘wel meer belasting betaalt dan zijn secretaresse’. Ik neem aan dat Tonies de strijd tegen die door Buffet bedoelde ‘winnende klasse‘ wil aangaan. 

Tonies wil daarbij ‘meer aandacht voor identiteit’. Hij wil dat omdat tot welke klasse je hoort: “grotendeels (wordt) bepaald door je identiteit. Wie anders beweert, sluit opzettelijk de ogen voor de effecten van politieke keuzes en bijhorende systemen in onze maatschappij.” Ik vraag me af of dat zo is. Inderdaad kun je in de klassenstrijd een: “fatsoenlijk loon,” voor jongeren regelen. Ook het voorkomen dat: “je eruit geknikkerd wordt omdat je ‘te oud bent’” kan een onderdeel van de klassenstrijd zijn. De Klassenstrijd handelt immers over productiemiddelen en productieverhoudingen en beide voorbeelden handelen over de kosten van arbeid. Maar is een klassenstrijd werkelijk het aangewezen ‘slagveld’ om iets te regelen: “Als jouw achternaam er voor zorgt dat je kans op werk op voorhand al lager is dan iemand met een strafblad”? Vakbonden kunnen zich inzetten voor betere arbeidsvoorwaarden, een hoger loon en gelijke behandeling en beloning bij gelijk werk, voor een betere behandeling en beloning van het productiemiddel arbeid en dus voor een andere verhouding tussen de productiemiddelen kapitaal en arbeid. 

Zijn de kleur van iemands huid, de achternaam of seksuele geaardheid, anders dan wellicht in de prostitutie, een productiemiddel? Doet de geaardheid van een glazenwasser ertoe? Inderdaad kan je achternaam, je huidskleur of je seksuele geaardheid ervoor zorgen dat je kans op een baan kleiner is en dat zou niet mogen. Daartegen moeten we strijden en daarbij staan we: “schouder aan schouder, respecteren de ander en zijn elkaars steun in de rug: we zijn solidair met elkaar. Jouw strijd is mijn strijd,” schrijft Tonies en daarin steun ik hem. 

Alleen moet de strijd op het juiste ‘slagveld’ worden geleverd. De klassensstrijd is de strijd tussen productiemiddelen en productieverhoudingen. Een ‘strijd’ waar het nog steeds belangrijk is dat de ‘proletariërs aller landen zich verenigen’. Iets wat erg lastig is omdat die ‘vereniging’ net als in de aanloop naar de Eerste Wereldoorlog, nog steeds wordt belemmerd door nationalistische belangen. Of om het in moderne termen te zeggen ‘identiteiten’. De strijdt voor gelijke kansen moet worden gestreden op het politieke slagveld. En dan vooral door het geven van het goede voorbeeld want bij wet heeft iedereen al gelijke kansen. Maar ook in de handhaving van die wetgeving. Dus het optreden tegen, en bestraffen van overtredingen.

Zou het bij de strijd voor gelijke kansen helpen als iedere groep haar eigenheid benadrukt? Om net als de proletariërs vóór de Eerste Wereldoorlog te kiezen voor de eigen ‘identiteit’? Leg je zo niet de nadruk op verschillen? Zou die nadruk op de eigenheid werkelijk de strijd om gelijke kansen verder helpen? Is het wedervaren van de proletariërs van voor de Eerste Wereldoorlog niet een goed voorbeeld van wat er dan kan gebeuren? Namelijk dat je door die nadruk op de ‘eigenheid’ juist het risico loopt om, wellicht niet letterlijk zoals de proletariërs, op het ‘slagveld’ tegen elkaar uitgespeeld te worden? 


Uitgelicht

Eenheid in variatie, variatie in eenheid

Bij Elsevier las ik een artikel over een motie die de Tweede Kamer vorige week aangenomen heeft. Een motie die de regering verzoekt om: “Zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen, strekkende tot het schrappen van de zinssnede ‘een steeds hechter verbond’ uit het VEU en het VWEU.”  Die afkortingen hebben betrekking op de verdragen waarop de Europese Unie is gebaseerd.

Bron: Pixabay

Vijf overwegingen brachten de Kamermeerderheid rekening tot het aannemen van deze motie. Waarvan er twee heel bijzonder zijn, de tweede en derde overweging in de motie. Laten we ze eens even onder de loep nemen. Als eerste de tweede overweging: “talloze burgers binnen de Europese Unie die zich niet thuis voelen in een EU als ‘steeds hechter verbond tussen volkeren’ omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van de lidstaten.” Bijzonder omdat binnen Europa soevereiniteit alleen kan worden beperkt als de landen haar overdragen naar de EU. De geachte Kamerleden zijn het die soevereiniteit overdragen en dat kunnen met en zonder die de woorden ‘een steeds hechter verbond’ in die verdragen. Deze motie voegt daar niets aan toe en doet er ook niets aan af. Er verandert niets met deze motie ‘voor de bühne’.

Dan de derde overweging die luidt dat: “de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU.” De EU is nu juist gebouwd om dingen samen en hetzelfde te doen. Dus als de lidstaten denken en verwachten dat samenwerking tot een beter resultaat voor allen leidt, dan dragen zij bevoegdheden over. Dan gaan ze het op dat betreffende punt samen en dus op eenzelfde manier doen. Dan is er ruimte voor slechts één variant. Dat is nu juist de bedoeling van samenwerking en dus ook van de Europese. Neem een douane-unie, die heeft alleen zin als voor alle landen dezelfde regels gelden. Pas dan kunnen de grenzen tussen landen worden geslecht.

De ruimte voor variatie ligt precies op die terreinen waar de landen denken dat ze het beter zelf kunnen doen. Daar dragen ze geen bevoegdheden over en wordt de variatie behouden.

Uitgelicht

‘Wilde weldoener’

In de Volkskrant een groot interview met Melissa Gates. Samen met haar man: “de gulste weldoeners uit de geschiedenis,” zo schrijft interviewer Jonathan Witteman. Hoe Witteman dat heeft bepaald en of dat dus werkelijk zo is wordt niet duidelijk, maar daar gaat het mij niet om. Waarom wel? Om enkele bijzondere uitsprake van Gates.

Bron: Pixabay

Over filantropie bijvoorbeeld. “Daaraan wil ik wel toevoegen dat er absoluut een belangrijke rol is weggelegd voor filantropie. Bill en ik hebben altijd geloofd dat filantropie een katalyserende werking kan hebben. Wij kunnen risico’s nemen en dingen uitproberen. We kunnen bijvoorbeeld investeren in een vaccin dat misschien wel of misschien niet fase twee of drie van het klinisch onderzoek gaat halen. Dat soort risico’s wil je met belastinggeld niet nemen. En als het vaccin goed blijkt te werken, kan de overheid instappen om de boel op te schalen en het vaccin voor iedereen beschikbaar te maken.” 

Een wel heel bijzondere redenering. Want laat de werkelijkheid niet zien dat ‘dat soort risico’s juist door overheden worden genomen. En dan niet alleen op het gebied van vaccins maar ook op het gebied van de core business van techbedrijven. Dat de overheid niet juist een stap terug doet als er ‘opgeschaald’ moet worden? Zoals Mariana Mazzucato in het boek De ondernemende staat aantoont, zijn alle ‘ingrediënten’ van bijvoorbeeld onze mobiele telefoon het gevolg van overheidsinvesteringen. Het enige wat Jobs en alle andere tech-goeroes nog moesten doen was het vermarkten ervan. gaat het zo niet ook met alle nieuwe medicijnen? Worden die niet ontwikkeld op door de overheid gefinancierde universitaire onderzoekscentra en bij te verwachten succes ‘opgekocht’ door het bedrijfsleven? Het bedrijfsleven dat de opgekochte patenten vervolgens flink te gelden maakt? 

Geld dat vervolgens liefst uit de ‘klauwen’ van de belastingdiensten moet worden gehouden. Want zoals Gates betoogt: “Het is de taak van een bedrijf om zo veel mogelijk winst te genereren voor zijn aandeelhouders. Dan is het logisch dat bedrijven gebruikmaken van de gaten in het Amerikaanse belastingbeleid en winsten verplaatsen naar andere landen, want dat betekent meer geld voor de aandeelhouders.” Ik dacht altijd dat een bedrijf draaide om het maken van een kwalitatief goed product dat de klant, de koning, blij maakt? Als winst werkelijk de drijfveer is, waarom dan nog producten maken? Dan kun je net zo goed in geld gaan handelen. Nu is dat ook wat er gebeurd. Neem bijvoorbeeld de autofabrikanten. Die bieden je een lening aan bij de koop van je auto. Naast fabrikant zijn ze ook bankier en als bankier verdienen ze meer dan met de auto die ze je verkopen. Het product is zo een middel om in geld te gaan handelen. En het voordeel van geld is dat het geen productiekosten heeft. Je typt wat getallen in een computer en het is er.

Een wel erg smalle taakopvatting van die helaas, zoals gezegd, door veel bedrijven wordt aangehangen. Is dat niet het werkelijke probleem? Een probleem dat er de oorzaak van is dat de Gatesjes, de Bezosjes, de Zuckerbergjes en al die andere superrijken er zo warmpjes bijzitten? Aan de ene kant profiteren van de investeringen van de belastingbetaler. Vervolgens die belastingbetaler als consument een poot uitdraaien door absurde prijzen te vragen voor de producten en vervolgens de consument en belastingbetaler als burger nogmaals uitmelken door belastingen te ontwijken. En dan als ‘filantroop’ goede sier maken.

Trouwens niet alleen als filantroop. Ook als pleiter voor hogere belastingen:“Bill en ik hebben al meermaals gepleit voor hogere belastingen voor de rijken in Amerika. Het is hoog tijd om het Amerikaanse belastingbeleid opnieuw tegen het licht te houden, want het systeem klopt niet, met als gevolg de grote ongelijkheid die nu in de Verenigde Staten heerst.” Is dat ‘pleidooi’ niet wat gratuit als je als ondernemer er alles aan doet om juist geen belastingen te betalen? Niemand verplicht je om als bedrijf de ballingen te ontwijken. Dat is een keuze en de bedrijven waar deze ‘filantropen’ eigenaar van zijn kiezen er bewust voor. Ze zouden ook een andere keuze kunnen maken.


Uitgelicht

Lof der zotheid

“ Wat moet hierover nog worden beweerd? Alsof niet uit mijn hele gezicht, zoals men zegt, duidelijk genoeg blijkt wie ik ben. Als iemand zou beweren dat ik Minerva of Sofia ben, dan kan hij toch met één oogopslag duidelijk zien dat ik dat niet ben. Ook als er geen woorden aan te pas zouden komen die een ware spiegel van de geest zijn. Er is bij mij geen plaats voor schmink en er staat op mijn voorhoofd niets anders te lezen dan wat er in mijn hart schuilt. Ik lijk overal op mezelf, zozeer dat de mensen niet kunnen doen alsof ze mij niet kennen, mensen die speciaal voor zichzelf persoon en titel Wijsheid opeisen en rondlopen als apen in purper en ezels in een leeuwenhuid. En terwijl zij ijverig doen alsof, komen toch ergens de uitstekende oortjes van Midas tevoorschijn. Allemachtig, wat is dit slag mensen ondankbaar! Zij zijn bij uitstek lid van mijn partij, maar ze schamen zich zo ten overstaan van de grote massa over mijn naam, dat zij die overal anderen als grote schande voor de voeten werpen. Heb ik niet het volste recht deze domoren – die  juist wijzen en Thaleten willen lijken – morosofen  te noemen?”  De ik die in deze passage spreekt is de zotheid en die is aan het woord in Lof der zotheid van Desiderius Erasmus. Een morosoof is zoiets als een dwaaswijze.

Bron: Wikipedia

Deze week werden we opgeschrikt of verblijd, het is maar hoe je er tegenaan kijkt, door de perikelen binnen het Forum voor Democratie. Perikelen die herkenning oproepen omdat we ze al eerder hebben gezien. De LPF en de PVV gingen de club van Baudet voor. Staand voor mijn boekenkast en met deze perikelen en de erin opererende personen in mijn achterhoofd, trok Lof der zotheid mijn aandacht. Het boek werd voor het eerst in 1511 zonder toestemming de auteur gedrukt door vrienden van de auteur. En al bladerend viel mijn oog op het vijfde hoofdstuk met als titel Zotheid vermomt zichzelf niet waarmee ik hier open. Een bij de perikelen en de erbij betrokken personen passende passage?

Erasmus biedt meer passende hoofdstukken. Bijvoorbeeld Zij imiteert moderne redenaars, het vijfde hoofdstuk. “Daarom lijkt het mij goed onze moderne redenaars te imiteren, die werkelijk geloven dat ze goden zijn, maar het lijkt er eerder op dat ze als een bloedzuiger twee tongen hebben. Zij beschouwen het als een geweldig belangrijke prestatie om in Latijnse redevoeringen van tijd tot tijd een paar Griekse woorden te vlechten als in een mozaïek, ook als ze daar niet op de juiste plaats staan. En als ze die exotische woorden niet kunnen vinden, diepen ze uit stoffige geschriften vier of vijf oude woorden op, die de lezer door hun duistere betekenis in verwarring brengen. De lezers die ze wel begrijpen zijn meer en meer met zichzelf ingenomen, bij wie ze niet begrijpen is hun bewondering omgekeerd evenredig aan hun begrip. Dit is immers juist het niet onaardige genoegen van mijn gevolg om tegen de vreemdste dingen hoog op te zien. Zij die niet zo eerzuchtig zijn lachen en klappen toch als ezels die hun oren bewegen, om anderen goed te laten zien dát ze het begrijpen.”

Of neem hoofdstuk 9 met de titel Haar gevolg. Een hoofdstuk over de personen waarmee Zotheid zich ophoudt. Erasmus: “De dame die u daar ziet, die met die opgetrokken wenkbrauwen, is de Eigenliefde. De andere, die lijkt te lachen en te applaudisseren, heet Vleierij. Die daar half lijkt te slapen is Vergeetachtigheid genaamd, en die daar met de gevouwen handen op beide ellebogen leunt heet Werkschuwheid. De dame die omkranst is met rozen en helemaal besprenkeld met parfum is Genot, die met haar rollende ogen wordt Dwaasheid genoemd. Zij daar, met haar welverzorgde huid en welgedane lichaam, heet Weelderigheid. U ziet ook twee godinnen onder de meisjes: de ene heet Dinkgelag en de andere Vaste slaap. Met behulp van dit trouwe personeel dus onderwerp ik alles en iedereen aan mijn gezag en ben ik zelfs keizers de baas.”

Ook passend hoofdstuk 26. “Maar laat ik terugkeren naar waar ik aan begonnen was: wie anders dan vleierij heeft van al die boerse lieden die zo hard zijn als steen en ruw als hout een beschaafde gemeenschap gemaakt? De citers van Amphion en Orpheus hebben namelijk geen andere betekenis. Wat vormde het uiterst onrustige Romeinse volk weer tot een eensgezinde gemeenschap? Een filosofische toespraak soms? Niks hoor, eerder een belachelijk en kinderachtig fabeltje over de buik en andere lichaamsdelen. Precies evenveel waard was het fabeltje van Themistocles over de vos en de egel. Welke wijze rede zou hetzelfde bewerkstelligen als die verzonnen verhaaltjes van Sertorius over zijn hert of dat van die Spartaan over twee honden en dat belachelijke verzinsel van genoemde Sertorius over het uittrekken van haren uit een paardenstaart? Laat ik nu maar niets zeggen over Minos en Numa, die beiden de zotte menigte bestuurden met fabelachtige verzinsels. Door dit soort onzin wordt het volk, dat reusachtige en machtige ondier, gestimuleerd.” Een  hoofdstuk met de passende titel Het volk laat zich leiden door onzin en verzinsels.

Als afsluiting een laatste keer naar Erasmus: “Ik heb niets tegen offers, ik word ook niet boos en ik eis geen zoenoffers als er een of andere ceremonie is overgeslagen. Ik beweeg ook niet hemel en aarde als de ander goden wel worden uitgenodigd, terwijl ik thuis moet blijven, en als ik niet mag meegenieten van de wettige walm van offerdieren. de andere goden zijn zo lichtgeraakt dat het in zekere zin meer de moeite loont en ook veiliger is hen met rust te laten dan hen te vereren. Zo bestaan er ook mensen die moeilijk doen en zich zo gauw gekwetst voelen, dat ze maar beter wildvreemden voor je kunnen zijn dan huisvrienden. Maar niemand, zegt men, offert aan de Zotheid of bouwt een heiligdom voor haar. Zoals ik al zei, verwonder ik mij inderdaad enigszins over deze ondankbaarheid. maar omdat ik zo toegeeflijk ben neem ik dat voor lief; trouwens, ik heb er ook eigenlijk helemaal geen behoefte aan. Want waarom zou ik vragen om een beetje wierook, offermeel, een bok of een varken, als alle mensen mij overal een eer bewijzen die zelfs door theologen in hoge mate wordt gebillijkt? Zou ik soms Diana moeten benijden omdat aan haar mensenbloed geofferd wordt? Ik denk dat ik heel vroom word vereerd als zij mij overal – zoals iedereen dat nu eenmaal doet – in hn hart sluiten, in hun levenswandel navolgen en in hun dagelijkse doen en laten steeds zichtbaar maken. een dergelijke heiligenverering komt zelfs bij christenen niet vaak voor. Hoeveel mensen zijn er niet die een kaars aansteken voor de Moedermaagd, midden op de dag als het nergens voor nodig is? Hoe weinig mensen zijn er daarentegen die proberen haar kuisheid te evenaren, haar bescheidenheid en haar liefde voor hemelse zaken? Want dat is pas de ware verering en die hemelbewoners het meest dierbaar. Bovendien, waarom zou ik een tempel willen hebben, wanneer de hele wereld, als ik mij niet vergis, mijn allermooiste tempel is? Priesters zijn er ook genoeg, zolang er mensen zijn. Ik ben ook niet zó zot dat ik roodgeverfde stenen beelden wil hebben. Die staan mijn eredienst maar in de weg, omdat al die sufferds en sukkels de beelden in plaats van de heiligen zelf aanbidden. Dan gebeurt er met mij precies wat die heiligen overkomt die door hun plaatsvervangers worden verdrongen. Ik geloof dat er voor mij evenveel standbeelden zijn opgericht als er mensen zijn, want zij zijn mijn levende evenbeelden, zelfs als ze dat niet willen. Zo hoef ik de andere goden nergens om te benijden, als zij op verschillende plaatsen op aarde en zelfs op vaste dagen door steeds weer andere mensen worden vereerd – zoals Phoebus op Rhodos, Venus op Cyprus, Iuno in Argos, Minerva in Athene, Jupiter op Olympus, Neptunus in Terente, Priapus in Lampsacus – zo lang de hele wereld mij maar steeds haar beste offers breng.”  Aldus hoofdstuk 47 uit het werk van Erasmus met de titel De zotheid wordt altijd en overal zelfs tegen wil en dank geëerd. 

Laten de opkomst van, aanhang voor en de perikelen binnen de LPF, de PVV en het FvD niet zien dat zotheid nog steeds wordt geëerd?

Uitgelicht

Gewel(da)dige gelovigen

In een column bij ThePostOnline ziet Juliaan van Acker twee bedreigingen voor de sociale cohesie: “ten eerste de toename van de verschillen tussen rijk en arm, met vooral de verarming van de middenklasse. Ten tweede de aanwezigheid van miljoenen moslims in Europa, die zich niet willen en kunnen integreren.” In deze bijzonderen column staat die tweede bedreiging centraal.

Desembarco de Colón.Bron: Wikipedia

“Christenen brengen tot in de verste uithoeken van de wereld de boodschap van liefde voor elke naaste, zonder uitzondering, ook voor diegenen die vijandig staan tegenover het Christendom. Waarom verzaken de Europese moslims deze taak?” Aldus de laatste zin uit Van Ackers column. Nu valt daar het een en ander op af te dingen. Niet op het brengen van de christelijke boodschap tot in alle uithoeken van de wereld. Daar hebben onze voorvaderen zich inderdaad flink mee bezig gehouden. Alleen niet altijd en overal op een even vreedzame manier. De Spaanse kerstening van wat we nu Latijns Amerika noemen, ging gepaard met bijbel en zwaard en de christelijke trek westwaarts van de Amerikanen werd geregeld vergezeld door een kogelregen. Die ‘liefde voor elke naaste’ gold niet voor die inheemse heidenen. 

Trouwens ook tegenwoordig trekken christelijke predikanten de wereld in met een boodschap die alles behalve tolerant is en getuigt van ‘liefde voor alle naasten’. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse predikant Steven Anderson die in ons land de ‘boodschap van liefde’ wil verkondigen. Liefde die niet geldt voor de anders geaarde medemens. Nee zo ‘naastenlievend’ als Van Acker het doet voorkomen, zijn niet alle christenen. “Als vijf procent van de moslims bereid is tot terroristische aanslagen in naam van Allah, dan zijn er binnen de Europese Unie drie miljoen potentiële terroristen,” zo rekent Van Acker voor. Hoe hij aan die 5% komt, maakt hij niet duidelijk. Maar mensen zijn mensen en dit betekent dat eenzelfde percentage van de  christenen een of andere  “Anderson-manier’ aanhang. En 5% van 450 miljoen overige Europeanen, maakt 22,5 miljoen potentieel gewelddadige christenen.

Even terug naar: “De overige 57 miljoen moslims in de Europese Unie, die van goede wil zijn en hebben ervaren wat een Verlichte maatschappij betekent.” Die volgens Van Acker verzaken. Hoezo ‘verzaken’ zij? Laten zij niet dagelijks zien dat ook de islam een godsdienst ‘van liefde voor elke naasten, zonder uitzondering voor diegenen die vijandig staan tegenover de islam’? Dragen zij niet precies de boodschap uit die Van Acker van hen verwacht? 

Uitgelicht

… en dingen die voorbij gaan

Na Juliaan van Acker die zoals ik vorige week schreef, de brand van de Notre Dame beschouwt als een ‘ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving, ziet ook Sid Lukkassen bij ThePostOnline een bijzondere betekenis in die toevallige brand: “Dit is een turning point voor West-Europa.”

Bron: Wikipedia

Dat klinkt nogal dramatisch, of zoals Lukkassen het zelf noemt hyperbolisch maar hij legt het uit. “Ik doel op de scheppende levensdrift van een cultuur, de levensfelheid, het bezielende genie. En dat deze creativiteit in elke levensfase van een beschaving op een eigen wijze tot uiting komt. Als een cultuur enkel nog dat kan bewenen wat verloren is gegaan, maar niet meer in staat is om iets van gelijke waarde, kracht en uitstraling terug te scheppen, dan is het klaar.” En daarmee zijn we bij de kern van zijn betoog. Volgens Lukkassen wordt er tegenwoordig niets meer van waarde geschapen: “Wij moderne mensen beschikken over techniek die honderd keer geavanceerder is dan wat de middeleeuwer had, en tóch kiezen wij ervoor om te leven in een wereld van plastic en beton. Waarom? Het is volslagen debiel. En dan de luchtkwaliteit in veel grote steden. Een warme droge lucht, die te lang binnenskamers is gehouden bij de slecht geventileerde gebouwen van de bureaucratie – een lucht die geurt naar machineolie en zweet. Dat is de wasem van Brussel. Waarom omringen we ons met lelijke gebouwen en onfrisse lucht – is het masochisme?” Nee die middeleeuwer deed het veel beter. “De middeleeuwer leefde in een lemen hut maar begreep de waarde van sacraliteit, van vervoering: hij bouwde schrijnen met majestueuze standbeelden en ramen van schitterend glas-in-lood. Hij onttrok zich aan zijn modderige ondergrond en schiep een plaats die hem in contact stelde met het transcendente.”  

Gelukkig is er hoop en staan we op een keerpunt zo betoogt Lukkassen: “Er is geen gegronde reden waarom de esthetische kunsten zich de huidige postmoderne lelijkheidcultus laten welgevallen; ik zie niet in waarom de scheppende kracht van onze cultuur vandaag uitgeput zou zijn – waarom we niet verder komen dan grijze betonconstructies en vergulde drollen..” We staan dus voor de keuze, gaan we door met het bouwen van lelijkheid of ‘voeden we onze scheppende kracht met de historie’, om Lukkassens woorden te gebruiken.

Dat er tegenwoordig veel lelijks wordt gebouwd, kan ik alleen maar beamen. Rij maar eens over willekeurig welke snelweg en bekijk de ‘dozen’ die er staan. Nee, daar is schoonheid ver, of liever gezegd tevergeefs te zoeken. Of neem willekeurig welke Vinex locatie of nieuwbouwwijk. Ook daar is schoonheid de welbekende speld in een hooiberg. Toch is er het nodige af te dingen op Lukkassens betoog.

  Dat de Notre Dame er na zo’n achthonderdvijftig jaar nog staat, maakt het een monumentaal pand. Dat wil echter niet zeggen dat de kerk als monument is gebouwd. Prestige en nut, dat zijn de twee redenen waarom nu monumentale gebouwen ooit zijn gebouwd. Niet om er na achthonderd, zoals de Notre Dame of na tweeduizend zoals bijvoorbeeld het Colosseum in Rome of het Pont du Gare bij Nimes, nog te staan. Het prestige dat je tegenwoordig als stad hebt met de hoogste wolkenkrabber of een op een andere manier bijzonder gebouw zoals een museum, gaf een bijzondere kerk je stad, maar vooral jou als bisschop of landheer, in de Middeleeuwen. Om die reden is de Notre Dame gebouwd, als prestigeproject waarin ook kerkdiensten werden gehouden. Het gebouw moest afstralen op bouwheer Maurice de Sully, de bisschop van Parijs. 

“Het is het beste om zowel de historie in ere te houden als om zélf te creëren in het heden. Het is eigen aan onze decadente tijd dat beide dimensies niet in harmonie zijn,” schrijft Lukkassen. Om de kerk te kunnen bouwen, moest De Sully eerst een monumentale kerk uit de vierde eeuw op die plek afbreken. Als De Sully zich aan dit adagium had gehouden, dan had de Notre Dame er nooit gestaan. Dan was de historie in ere gehouden en had de Sint-Stefanuskathedraal er wellicht nog gestaan.

Van al die prestige objecten van vroeger, hebben er slechts een gering aantal de tand des tijds doorstaan. Brand, oorlog maar ook en vooral nutteloosheid en nieuwe ‘prestigezoekers’ zijn er de oorzaak van dat veel bijzondere gebouwen er nu niet meer zijn.  Je zou zelfs een theorie kunnen poneren dat de reden dat de Notre Dame er nog staat, erin is gelegen dat het katholicisme sinds de Middeleeuwen flink aan belang heeft ingeboet. Had het katholicisme nog steeds dezelfde centrale plek als in de tijd van de bouw, dan zou er tussen toen en nu vast wel een bisschop of landheer zijn geweest die de kerk had gesloopt om er een nieuwe, nog grootsere te laten bouwen. 

Bron Wikimedia Commons

Wij kunnen zoveel, maar hebben onze Europese eigenwaarde verloren – de trots is weg: de scheppende kracht wordt niet gevoed door appreciatie voor onze geschiedenis.” Zo betoogt Lukkassen. Is het werkelijk zo somber met ons gesteld als Lukkassen beweert? Zou het niet kunnen dat er ook tegenwoordig monumentale panden worden gebouwd? ‘Zelf gecreëerd’ zoals Lukkassen het noemt? Alleen weten we nu nog niet dat ze ‘monumentaal’ zijn, wellicht weten de kleinkinderen van onze kleinkinderen dat. Van alles wat er nu is gebouwd, staat dan nog maar een klein deel overeind. Al die ‘lemen hutten’ van de Middeleeuwers staan er nu niet meer en zo zullen die ‘dozen’ en ‘vinex locaties’ er over honderd jaar ook niet meer staan, net als een flink deel van die wolkenkrabbers. Het kleine deel van de gebouwen dat men in de tijd tussen nu en dan de moeite van het behouden waard vindt en vooral dat een nuttige functie vervult zoals wellicht het Sidney Opera House of het Guggenheim in bijvoorbeeld Bilbao. Maar vast ook enkele gebouwen die nu niet eens opvallen. 

Trouwens, kan die scheppende kracht niet alleen maar zijn werk doen als er geregeld wat geschiedenis wordt vernietigd? Immers niet alle geschiedenis is monumentaal en het ‘uitwissen’ van die geschiedenis maakt ruimte voor de toekomst. Alleen de geschiedenis, de oude gebouwen die een plek in de harten van de mensen verovert, wordt monumentaal de rest is … voorbijgaand. 

Uitgelicht

Vakken- of zakkenvullen?

Je kunt er de klok op gelijk zetten. Waarop? Op de VVD. Eens in de zoveel tijd roept een VVD’er weer dat werklozen verplicht aan de slag moeten. Deze keer moeten ze aan de slag als vakkenvuller in supermarkten. “Meer dan een miljoen Nederlanders zoeken nog werk. Gemeenten en het UWV moeten die mensen helpen. Het voelt vreemd om arbeidsmigranten te laten invliegen; bied eerst werk aan aan Nederlanders,” aldus VVD-kamerlid Dennis Wiersma bij de NOS.

Bron: Wikipedia

Wiersma reageerde op berichten dat de vakken in sommige supermarkten ’s nachts worden gevuld door Polen. Die vakken ’s nachts vullen gaat sneller omdat er dan geen publiek in de winkel loopt. Een vertegenwoordiger van het Centraal Bureau Levensmiddelen geeft aan dat de supermarkten niet actief zoeken naar Polen. Wel zijn er supermarkten die kampen met een tekort aan vakkenvullers.

Nu vierde de dochter van vrienden laatst haar achttiende verjaardag. Een heuglijke gebeurtenis in het leven omdat je dan volwassen wordt. Je wordt voor de wet zelfstandig, mag gaan stemmen en zo zijn er nog meer zaken zoals legaal alcohol drinken en kopen. Aan de andere kant moet je ook wat, zoals bijvoorbeeld het afsluiten van een ziektekostenverzekering. Helaas voor de dochter van onze vrienden, betekende de start van haar negentiende levensjaar ook meteen haar ontslag als medewerkster bij de Appie in de buurt. Toch vreemd dat een sector die klaagt over te weinig arbeidskrachten, iemand op straat zet alleen omdat ze achttien wordt. 

Alhoewel vreemd. Sinds 2017 wordt het minimumjeugdloon stapsgewijs verhoogd. Nee niet voor alle jeugdigen, alleen voor jeugdigen van achttien en ouder. Voor een zeventienjarige verandert er niets, die verdient nog steeds 39,5 procent van het wettelijk minimumloon. Maar daar waar je voorheen pas op je drieëntwintigste in aanmerking kwam voor het wettelijk minimumloon, kom je dat nu al met tweeëntwintig en vanaf 1 juli al met eenentwintig jaar. En als we naar een achttienjarige kijken, dan kreeg die voor 1 juli 2017 45,5 nu 47,5 en vanaf 1 juli 2019 50 procent van het minimumloon. 

Zou dat een verklaring zijn voor het ontslag van de jonge dame? En, zou dat ook een verklaring kunnen zijn voor het tekort aan vakkenvullers? Zou het streven naar winst voor de aandeelhouders en de eigenaren hier een verklaring voor zijn? Zou het streven naar zakkenvullen het vakkenvullen belemmeren?

Uitgelicht

Pubers en politiek

‘Ut is ok noejt good of ut deug neet.’ Zo zei mijn moeder vaak als iemand weer eens iets deed waarop anderen flinke kritiek hadden. Aan die uitspraak moest ik denken toen ik allerlei berichten las over Greta Thunberg.

Voor degenen die nog nooit van Thunberg hebben gehoord. Thunberg is een scholier van nu een jaar of zestien. Ze werd beroemd toen ze besloot om na de zomervakantie van 2018 tot aan de Zweedse verkiezingen niet meer naar school te gaan omdat ze zich zorgen maakte om het klimaat. Thunberg ging met een zelfgemaakt bord met daarop de tekst ‘Skolsjtrejk för klimatet’ voor het Zweedse parlement zitten. Die actie leverde haar zeer veel publiciteit op en leidde ertoe dat ze veel is geïnterviewd en wordt gevraagd om  toespraken te houden. Zo mocht ze een paar dagen geleden het Europees Parlement toespreken. 

Maar zoals dat gaat als je ‘beroemd of bekend’ wordt, zijn er mensen die je voor jou karretje proberen te spannen maar ook mensen die zich vervolgens tegen je af zetten. In het geval Thunberg ligt die scheiding vrij duidelijk. Mensen die vinden dat het klimaat in gevaar is, zien in haar een kleine held. Mensen die de klimaatverandering of het aandeel van er mens erin een hoax vinden, maken haar belachelijk. Zo ook Forum voor Democratie leider Baudet. Hij twitterde: “Haha. Dat dit vroegrijpe Alice Miller-syndroom mag “speechen” in het Europees Parlement is de ultieme illustratie v/h failliet van de huidige elites. Laten we de kneuzen die meejanken met dit narcistisch pubertijdsperikel vervangen en verslaan.” ‘Vroegrijpe Alice-Miller syndroom’ en ‘narcistisch pubertijdsperikel’, stevige taal richting een zestienjarige door een kamerlid met, zo is mijn inschatting, zeer veel kennis van narcisme. 

Nu wordt er in politiek, bestuurlijke kringen in diverse gemeenten verwoed gepoogd om kinderen en jeugdigen kennis te laten maken met het gemeente bestuur, de politiek en zo met onze democratie. Onze jeugd moet immers leren hoe dat democratie een belangrijk goed is waaraan we samen moeten werken. Trouwens niet alleen gemeenten, ook de Tweede Kamer zet zich daarvoor in. Zo organiseerde de Kamer vorig jaar voor het eerst het Kindervragenuur. Leuk zo’n groepje kinderen dat wat vragen komt stellen. Maar o wee als ze een mening hebben en vooral een mening die Baudet niet aanstaat. Dan volgt een scheldpartij die deze hele investering weer teniet doet. Zeggen die scheldwoorden trouwens niet meer over degene die ze bezigt? 

Beste meneer Baudet. U mag best vinden dat er collega-politici zijn die Thunberg misbruiken voor hun gewin en zich tegen hen afzetten. Het is daarvoor niet nodig Thunberg te beledigen. Het zou u sieren als u uw excuses maakt. Mocht dat in uw brein niet opkomen, dien dan een motie in om al die pogingen om kinderen bij de politiek te betrekken, te staken. Dan bent u tenminste consequent in uw gedrag. De keuze is aan u.

Uitgelicht

Patriotisme en een tweede stuk vlaai

“De brand van de Notre-Dame kunnen we zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving.” Dit beweert Juliaan van Acker bij ThePostOnline. Ja, dezelfde persoon die, zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, beweert dat democratie een protestants-christelijke uitvinding is. Volgens emeritus hoogleraar Van Acker komt dat omdat: “Het ontbreekt aan trots, aan verbondenheid, aan verantwoordelijkheidsgevoel.”

Bron: wikipedia

Van Acker constateert dat we nog niets kunnen zeggen over de oorzaak om er vervolgens op los te speculeren. Van Acker: “Het ligt voor de hand dat de arbeiders uitermate voorzichtig moeten zijn met hun gereedschap en bij het verlaten van de werf alles goed moeten controleren. De werfleider moet een extra inspectieronde doen en het eerste uur na het vertrek van de arbeiders de werf extra in de gaten houden. De aannemer moet ervoor zorgen dat de hele nacht door er bewaking is, vooral omdat het hier gaat om een gebouw van onschatbare waarde en een icoon van de Europese cultuur. De burgemeester moet de brandweer opdracht geven om elke dag na te gaan of de aannemer zich aan de afspraken houdt.” Zo zou het volgens Van Acker moeten, maar dat is niet gebeurd omdat de juiste motivatie ontbrak: “motivatie (heeft) alles te maken (…) met trots, met verbondenheid, met zich verantwoordelijk te voelen voor de erfenis van onze voorouders en misschien ook wel met respect voor de religieuze gevoelens van de miljoenen mensen die ons zijn voorgegaan en van diegenen voor wie de Notre-Dame een geliefde plek is voor bezinning en gebed.” En die ontbreekt, zo concludeert Van Acker. 

Volgens Van Acker kunnen we de brand: “zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving. Het is niet meer ons Europa. De Fransen mogen geen Fransen meer zijn. President Macron zegt dat de Fransen nu samen de kathedraal weer moeten opbouwen, maar zijn politiek ondermijnt juist het gevoel Fransman te zijn. Alle grenzen moeten open. Iedereen is welkom. Dat alles in naam van de portemonnee, want wat is de Europese Unie meer dan een economische macht? Het is niet alleen de Notre-Dame die vernietigd wordt, maar de vervuilde lucht door het autoverkeer in de steden, tast alle monumenten aan. Niemand voelt zich daarvoor verantwoordelijk. De hebzucht en het consumentisme tast alles aan, ook de ziel van de Europeaan.”

Gelukkig biedt Van Acker ook de oplossing voor dit gebrek aan verbondenheid. “De oplossing voor het gebrek aan verbondenheid en verantwoordelijkheidsgevoel ligt in het patriotisme. Elk land moet een eenheid vormen van mensen die een cultuur, een geschiedenis en, – ik durf ook te beweren-, een religie met elkaar delen. Dus geen multiculturele samenleving, geen Europese Unie, maar een Europese Confederatie van landen die hun eigenheid, hun tradities en hun geloof koesteren.”

En daarmee zijn we aanbeland bij de echte schuldigen. De anders- en ongelovigen want die passen niet bij die eenheid van godsdienst. Maar wie zijn dan in Nederland die ‘andersgelovigen’? Zijn dat de protestanten of katholieken? De remonstranten, de wederdopers, de oud katholieken? De hindoes, boeddhisten, moslims of joden? Wie hoort er niet bij? Welk verhaal vertelt dan die gedeelde geschiedenis? Is dat het verhaal van de Hollandse of Zeeuwse kooplui die de wereld introkken en gebieden veroverden, handel monopoliseerden en slaven vervoerden? Of is dat het verhaal van de nu binnenlands ‘koloniale gebieden’ Limburg en delen van Brabant? Welke cultuur wordt er gedeeld. Is dat het zuinige protestantse koekje bij de koffie of thee of het tweede royale stuk vlaai in Limburg?

Of de Franse burgemeester de brandweer onvoldoende liet controleren, de opzichter goed toezag, de bewakers goed bewaakten en de arbeidslui goed en zorgvuldig werkten, weet ik niet. Ik ga er vanuit dat er ook in Frankrijk regels voor zijn en dat die regels naar eer en geweten worden nageleefd. Dat ook Franse werklui kwaliteit willen leveren. Dus dat die motivatie wel in orde is. Al dit kan echter niet voorkomen dat er een ongelukje gebeurt. Dat er bijvoorbeeld kortsluiting ontstaat en daardoor eeuwenoude en zeer droge balken vlam vatten. 

Dat hebzucht en consumentisme de ‘ziel van de Europeaan’ aantasten, zou best voor een deel waar kunnen zijn. Je kunt je echter wel de vraag stellen of die ‘hebzucht’ niet een gevolg is van de cultuur. De socioloog Max Weber zag Van Ackers geliefde protestantisme aan de basis staan van het kapitalisme. In zijn boek De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme betoogt Weber dat de protestantse ethiek van hard werken de ontwikkeling van de vrije markt juist heeft bevorderd. Om het cru te zeggen, leefden de protestanten om te werken. Luiheid is immers des duivels oorkussen. Alhoewel cru, tegenwoordig lijkt deze opvatting algemeen aanvaard. En die vrije markt heeft geleid tot het consumentisme. Als Weber gelijk heeft, dan is Van Acker een homeopaat die het consumentisme wil bestrijden door het bloot te stellen aan de ‘ziektekiem’: het protestantisme. Dat veroorzaakt echter geen brand in een kathedraal. Daar is toch echt vuur voor nodig.

Trouwens, met dat ‘patriotisme’ die verbondenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de Fransen lijkt het wel snor te zitten. Een paar dagen na de brand is er al zo’n miljard euro verzameld voor de renovatie.

Uitgelicht

Christenen avant la lettre

Ik raakte even in de war. We zitten weer in de paastijd. Een tijd waarin christenen het sterven van Jezus herdenken. Een beetje vreemd is wel dat de dag waarop hij aan het kruis werd gespijkerd en stierf, goede vrijdag wordt genoemd. Nee, daar raakte ik niet van in de war. Waarvan dan wel?

Fotot van de Tegelse Passiespelen. Bron: Wikimedia Commons

Ik dacht altijd dat het christendom haar oorsprong vond in het leven van Jezus Christus. Christus schijnt te hebben geleefd zo aan de begin van onze jaartelling. Een telling die op zijn geboorte in de kribbe in die stal in Bethlehem is gebaseerd. Op eerste kerstdag wordt zijn geboorte gevierd. Waarschijnlijk moeten we dat met een korreltje, of eigenlijk een kilootje, zout nemen. Als de jaartelling werkelijk bij zijn geboorte zou starten, waarom valt 1 januari dan niet op 25 december? Wellicht heeft dat ermee te maken dat die jaartelling ruim vijfhonderd jaar later pas is ingevoerd. Na zo’n tijd is het lastig om nog precies te achterhalen hoe het zat. Dat even terzijde.

Ik wijd uit. Ik raakte even in de war om een schrijven van Juliaan van Acker dat ik bij ThePostOnlie las. In een artikel met als titel Polarisatie is de kogel die van links komtbetoogt Van Acker dat alle ellende van links komt: “de ‘goede bedoelingen’ van links leiden tot polarisatie en in sommige gevallen tot massamoord. Stalin meende het goed en zag zich daardoor verplicht al wie hem tegenwerkte te vernietigen. Links gunt andersdenkenden niet het licht; daarin handelen zij stalinistisch. Linkse mensen denken verlicht te zijn, maar in feite brengen ze duisternis.” Erg kort door de bocht, maar dat zie je tegenwoordig wel vaker. 

Die goede bedoelingen van links zijn een gevolg van de visie van links dat: “de mens ziet als van nature goed en het is de samenleving die hem corrumpeert”  Volgens Van Acker is dat een: “herhaling van een ketterij uit de vijfde eeuw. Pelagius beweerde, in tegenstelling tot Augustinus, dat de mensen als goede mensen zijn geboren en de maatschappij maakt hen slecht. De mensen kunnen de hemel op aarde creëren, zonder de genade van God en zonder goddelijke interventie. Het linkse Utopia of het arbeidersparadijs is daar een kopie van.” Die linkse opvatting van de van nature goede mens, stelt hij tegenover de door hem aangehangen christelijke en dan vooral protestantse visie die “de mens als geneigd tot het kwaad” ziet.

“We hoeven niet gelovig of kerkelijk te zijn om in te zien dat de protestants-christelijke mensvisie en ethiek de mensheid kunnen behoeden voor dictatuur,” zo schrijft Van Acker. Het gaat mij er nu niet om dat Van Acker ieder pas geboren kindje belast met de ‘erfzonde’. Het gaat mij er ook niet om dat deze manier van denken het te verdedigen maakt om mensen dictatoriaal te ‘knechten’ zonder dat ze iets hebben gedaan. Dit om te voorkomen dat ze tot het ‘kwaad’ vervallen. Het gaat mij er ook niet om dat hij een karikatuur maakt van ‘links’.

Het gaat mij om het volgende, en dan komt mijn verwarring. Volgens Van Acker komen: “De belangrijkste elementen van een moderne democratie, zoals inclusiviteit, diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, respect voor minderheden en afschaffing van de slavernij, (…) voort uit de christelijke ethiek.” Daarom is het: “van belang de christelijke ethiek die de grondslag vormt van de democratie te zien als protestants.” 

Bron: Wikipedia

Excuus? Was die christelijke ethiek inclusief? Ik meen me toch aardig wat godsdienstoorlogen tussen christenen onderling en pogroms tegen joden te herinneren. Dat lag, zo beweert Van Acker, dan vooral een de katholieke kerk want die: “poneerde zich als de ene ware kerk, wat betekent dat alle anderen vervloekt zijn. De kerk van Rome was een totalitaire instelling, die eeuwenlang zich gedroeg als een criminele organisatie.” De protestanten niet, die: “waren daarentegen principieel tolerant.” Die waren zo tolerant maar niet voor katholieken, die werden gewantrouwd en hoefden niet op veel respect te rekenen. Hoe gelijk man en vrouw voor protestanten waren en zijn, is nog steeds te zien in SGP kringen. En de gehele slavenhandel was in handen van Hollandse en Zeeuwse protestanten. Net als trouwens alle koloniën. Koloniën waarvan de inwoners toch net iets minder inclusief en gerespecteerd werden behandeld. Nee, die elementen, zoals inclusiviteit (aan de inclusiviteit van onze huidige democratische samenleving wordt trouwens door menigeen flink getwijfeld), diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, select voor minderheden en de afschaffing van de slavernij, hadden een Verlichting nodig om tot bloei te komen. Een Verlichting die met aardig wat donderpreken werd bestreden. Zet Van Acker het christendom en vooral het protestantisme zo niet wat onverdiende veren op de hoed? 

Het wordt echter nog erger. Ik meen mij van mijn studie geschiedenis te herinneren dat de Atheners ruim vier eeuwen voordat Jezus werd geboren al een democratie hadden. Nu kun je daar allerlei kanttekeningen bij zetten omdat ze ook slaven hielden en vrouwen er niet echt meetelden. Dat kun je echter ook bij onze democratie. Maar om de Atheners als christenen avant la lettre te betitelen gaat wel erg ver. Dat is wel een erg bijzondere manier van het herschrijven van de geschiedenis.


Uitgelicht

De staat van het onderwijs

Wie ook maar een beetje het nieuws volgt, kan het niet zijn ontgaan dat de Inspectie van het Onderwijs deze week het rapport De staat van het onderwijs uitbracht. Ik heb het rapport niet gelezen, maar als ik de berichtgeving erover moet geloven dan gaat het slecht. Aleid Truijens vat het in de Volkskrant als volgt samen: “De Inspectie laat nu zien dat alle innovatie geen zier heeft bijgedragen aan de verbetering van het onderwijs. Leerlingen zijn niet beter gaan presteren, maar ze zijn óók niet gemotiveerder geraakt. Scholen blijken matige leerlingen: ze evalueren hun vernieuwingen niet en profiteren niet van wetenschappelijke inzichten. Zo duiken achterhaalde onderwijsconcepten telkens weer op.”

Bron: Wikimedia Commons

Dat moet anders en beter en dan hollen de visies over wat er moet gebeuren weer over elkaar heen. Het programma M deed er gisteren ook weer aan mee. Boris van der Ham, Clarice Gargard, Samira Bouchibti en Geert Dales roerden er hun mond. Ze lieten zien dat het onderwijs te vergelijken is met voetbal: iedereen die wel eens tegen een bal heeft getrapt is een kenner en lieten daarmee precies zien wat onderwijssocioloog Herman van der Werfhorst tegen de Volkskrant zei: “Iedereen denkt te weten wat goed onderwijs is. Je merkt het zelfs als je op het ministerie van Onderwijs komt. Persoonlijke anekdotes zijn bepalend voor iemands onderwijsvisie. Een verhaal over de ervaringen van de buurman wordt in alle ernst aangedragen als input voor onderwijsbeleid.” De inspectie zoemt in op allerlei nieuwe onderwijsmethoden waarvan niet is aangetoond dat ze effectief zijn. Met de inspectie zoemen alle ‘deskundigen’ daar vervolgens op in en nemen, zoals Van der Werfhorst zegt, hun eigen ervaringen daarbij als norm. 

Als historicus vraag ik me dan af hoe het zo is geworden zoals het is geworden? Een opmerking van Aleid Truijens in haar column liet mij daarbij niet los: “Het niveau van het onderwijs kachelt nog steeds gestaag achteruit – dat doet het al een jaar of twintig, precies die twintig jaar waarin een wildgroei aan onderwijsvernieuwingen ontstond.” Als het onderwijs al twintig jaar achteruit kachelt, wat is er dan gebeurd? Wat veranderde er in de jaren negentig van de vorige eeuw?

Wacht even, de jaren negentig dat waren de hoogtij dagen van de privatisering. Het geloof in de zegenende effecten van de markt kende in die jaren geen grenzen. De post, de telefonie, het spoor, de stroom en nog veel meer. Allemaal vanuit het ‘geloof’ dat de zegeningen van de markt voor betere en goedkopere producten zouden zorgen. Een bijzondere periode met een bijzondere en optimistische kijk op de zegeningen van de markt.

Het kan bijna niet anders dan dat dit optimistische denken ook het denken over scholen en onderwijs heeft beïnvloed. En dan bedoel ik niet de lesstof maar de manier waarop er naar onderwijs in het algemeen en de rol van scholen wordt gekeken. En inderdaad in de jaren negentig veranderde er iets in het onderwijs. De manier waarop scholen werden betaald veranderde, de lumpsum financiering werd ingevoerd. Een grote zak geld voor het bestuur van een school en het was vervolgens aan het bestuur om te bekijken hoe dat geld moest worden ingezet. Voorheen hadden schoolbesturen daarin geen vrijheid. Zij kregen een bedrag voor loon, een bedrag voor materiaal enzovoorts. De lumpsum werd gezien als: “de aangewezen weg om het functioneren van de autonome school mogelijk te maken.” De lumpsum-financiering werd midden jaren negentig ingevoerd en als uitvloeisel van de notitie De school in het jaar 2000 -een besturingsfilosofie voor de jaren negentig.

Vanwege, de toen ook al snelle maatschappelijke veranderingen werd het noodzakelijk gevonden dat scholen over eigen beleidsruimte konden beschikken, een autonome school dus die: “onder verant­woordelijkheid van het bevoegd gezag – geleid worden door een professionele leiding, goed thuis in managementtechnieken, onderwijskundige ontwikkelingen, personeelsbeleid en financieel en materieel beheer. De school zal daartoe beschikken over een in beginsel naar eigen inzicht te besteden budget. Met inachtneming van dat budget stelt de schoolleiding zelf de personeelsformatie en daarin gewenste functies vast. De autonome school zal over de mogelijkheid beschikken flexibele roosters en vakkenpakketten per leerjaar in te richten waarbij de vrijheid om aandacht te besteden aan activiteiten die door de school zelf wezenlijk worden gevonden, groot is. Om het eigen personeel zo goed mogelijk voor zijn onderwijstaak toe te rusten, kan de school een eigen na- en bijscholingsbeleid en een promotiebeleid ontwikkelen en daarvoor ook zelf de noodzakelijke budgetten reserveren.” Lijkt dat niet verdacht veel op het creëren van een onderwijsmarkt?

Bron: Flickr

Leidt dat niet, net zoals in andere markten, tot het zich richten op het kind en de ouders als klant? Maakt dit het niet logisch dat scholen zichzelf promoten, zoals Truijens het beschrijft: “hip klinkend onderwijs als Digital Learning, Virtual Reality Learning, zelfsturend, waarderend of intrinsiek motiverend onderwijs”? Werd daar het systeem in de jaren negentig niet op ingericht? Zien we daarvan nu niet de gevolgen? Een strijd om de leerling en daarbij horen ouders, zoals Truijens schrijft: “liever over ‘kansen’, ‘talenten’ en ‘challenges’ dan over tekortkomingen en achterstanden. ‘Passie’, ‘empathie’ en ‘emotionele groei’ lijken belangrijker dan leesvaardigheid. ‘Innovatie’ klinkt stukken beter dan ‘traditioneel’ onderwijs, dat riekt naar de 19de-eeuwse stampklasjes”

Als we het onderwijs willen verbeteren, zouden we dit dan niet nader moeten onderzoeken?