Uitgelicht

Flextremisme opgelost door flextremist

De SP heeft bepaald dat de lokale afdeling in sommige plaatsen niet mee mag doen aan de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dit omdat die lokale afdeling onvoldoende de straat op ging om contact te maken met mensen en dus potentiële kiezers. Digitaal is belangrijk,

“Maar om echt contact te maken moet je mensen persoonlijk spreken, daar blijven wij van overtuigd. Zo hoor je wat hen bezighoudt en kun je ze helpen,”

zo valt te lezen in de Volkskrant. In het artikel worden jongeren gevolgd die voor de partij de straat op gaan. In een gesprek met een jeugdige handelt het over de moeite om een vast contract te krijgen en nadat de jeugdige zich berustend afvroeg wat hiertegen te doen, antwoordt de SP’er:

“Wij willen dat veranderen, daarom vragen wij je te stemmen voor de Flextremist 2017.”

flexibelFoto: Pixabay

Flextremist? Omdat er op dat moment geen vriendelijke SP’er aanbelde, heb ik maar even gezocht op het net. Via de Facebook-site van de SP kwam ik erachter dat de partij een verkiezing organiseert om de gierigste werkgever van Nederland aan de schandpaal te nagelen. Nu zijn gierig en flexibel twee verschillende zaken. Is een werkgever die mensen niet in vaste dienst heeft en ze een hoogsalaris betaalt gierig of gieriger dan iemand die mensen in vaste dienst heeft en ze slecht betaalt? Dit terzijde.

Vaste contracten moeten mensen zekerheid bieden en veel mensen zijn op zoek naar zekerheid in onzekere tijden. Waarschijnlijk ziet de SP dat veel mensen in onzekerheid leven en wil de partij deze mensen zekerheid bieden. Een nobel streven. Een kanttekening, hoe zeker is een vast contract? Hoe zeker is werk in een tijd van robotisering en automatisering? Zo heb je een mooie vaste baan vervolgens vindt er iemand een programma uit dat je werk ook kan doen en ineens sta je op straat. Je werkt met je vaste contract in een mooie winkel en opeens daalt de omzet omdat mensen via het net inkopen en gaat je winkel failliet. Hoe zeker is een vast contract? De SP biedt een twintigste-eeuwse oplossing aan voor een eenentwintigste- eeuws probleem?

Zou er geen ander, beter bij de huidige tijd passende oplossing voor die onzekerheid zijn dan het vaste contract? Een oplossing die mensen zekerheid geeft die niet afhankelijk is van vaste contracten? Die zelfs niet afhankelijk is van het hebben van werk? Een oplossing die mensen zekerheid geeft bij flexibiliteit? Sterker nog, zekerheid die hen juist de flexibiliteit geeft, die hen tot flextremist maakt? Een eenentwintigste-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem? Een basisinkomen?

Uitgelicht

Het paard en de ruiter

“Een goed paard is nog geen goede ruiter,”

toen hij deze uitspraak deed, werd hij weggehoond. Wie was hij, Co Adriaanse een marginale voetballer en redelijk trainer, wel niet om Marco van Basten, een van onze grootste voetballers, zo weg te zetten. Van Basten was zojuist benoemd tot bondscoach van het Nederlands elftal terwijl hij nog geen ervaring als coach had. Inmiddels heeft Adriaanse gelijk gekregen. Ondanks zijn kwaliteiten als voetballer bleek Van Basten geen goede trainer.

lucky LukeIllustratie: Flickr

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant een ingezonden brief las van  Jos Engelen.

“In een goed peerreview-systeem is juist dat gewaarborgd. De voordelen van wetenschappelijke vernieuwing en de stimulering van excellentie die hiermee gepaard gaan, wegen ruimschoots op tegen de overhead die het beoordelingssysteem nu eenmaal met zich meebrengt.”

Met deze woorden onderstreept Engelen het voordeel van de huidige manier van verdelen van onderzoeksgelden voor wetenschappers. Hij zet zich hiermee af tegen een alternatief dat in een interview in dezelfde krant door Krist Vaesen wordt gepromoot. Vaesen pleit voor egalitaire verdeling van onderzoeksgelden over wetenschappers, een soort ‘basisbeurs’.

Het pleidooi van Engelen klinkt overtuigend: laat wetenschappers beoordelen welke onderzoeksvoorstellen zij het meest vernieuwend vinden en subsidieer die. Wetenschappers kunnen elkaars werk immers het beste beoordelen. Maar toch, zijn het werkelijk wetenschappers die het beste in staat zijn om de kans op succes en vooral vernieuwing van de plannen van andere te beoordelen? Zou ‘wisdom of de crowd’, in dit geval de wetenschappelijke ‘crowd’ werkelijk de kans op vernieuwing maximaliseren? Zou een peerreview-systeem het onderzoeksvoorstel van Copernicus en Galilei hebben ondersteund of zouden de ‘peers’ het hebben weggelachen?

Nu is het onwetenschappelijk om aan de hand van één voorbeeld te concluderen dat een ‘basisbeurs’ meer vernieuwing oplevert dan peerreview, of eigenlijk, dat specialisten, in dit geval wetenschappers, beter zijn in het herkennen van winnaars. Maar toch, zouden wetenschappers niet ook kunnen leiden aan de ‘confirmation bias’, naar bevestiging van hun eigen denken en gelijk zoeken en dus onderzoeken stimuleren die hun gelijk bevestigen? Dezelfde confirmation bias die goede voetballers tot goede trainers maakt en goede trainers zonder voetbalverleden niet serieus neemt?

Uitgelicht

Kijken

Wat is het eerste wat u te binnenschiet als u de onderstaande foto ziet?

ruud gullit

Foto:  329 × 562 – it.wikipedia.org 

“Weer ging het niet over wat ze kan, maar over haar kleur. Tuurlijk, het is een legitieme vraag, want het is tenslotte nieuwswaarde. Maar het is ook iets geks. Alsof mensen eerst haar kleur zien, en dan pas haar als actrice. Het legt wel feilloos bloot hoe wij kijken. Over colourcasting gesproken.” 

Dit concludeert Jeffrey Spalburg in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant naar aanleiding van de Theo d’Ore voor actrice Romana Vrede, of moet ik in dit genderneutrale tijdperk acteur zeggen. Spalburg verbaast zich erover dat het alleen maar over haar kleur gaat en niet over haar acteerprestaties. Ik mag er toch van uitgaan dat de jury juist wel naar de acteerprestaties van Vrede heeft gekeken.

Terug naar de conclusie van Spalburg. Zien mensen werkelijk eerst de kleur van Vrede? Ja, Vrede is de eerste gekleurde actrice die deze prijs wint en dat is nieuwswaardig en daar wordt naar gevraagd. Betekent dat dan ook dat eerst haar ‘ kleur’ wordt gezien? Ja, toen ik naar haar keek, zag ik haar kleur, want ik kende Vrede niet. Niet als actrice en al helemaal niet als persoon. Net zoals ik de meeste winnaars van deze prijs niet ken. Dat ligt vooral aan mij, niet aan Vrede en de eerdere winnaars. Het lijkt mij daarom logisch dat ik haar niet als eerste als actrice zie. Als vervolgens wordt vermeld dat zij actrice is, dan zie ik nog steeds haar kleur, maar denk ik: dan zal ze wel een heel goede actrice zijn anders had ze die prijs niet gewonnen. Daarmee lijkt het dat de casus Ballonnendoorprikker Spalburg gelijk geeft, ik zie immers eerst de kleur van Vrede en zie haar pas als actrice als ik lees dat ze dat is.

Ik heb alleen het gevoel dat Spalburg het anders bedoelt. Ik heb het gevoel dat hij bedoelt dat mensen die weten dat Vrede actrice is, haar nog steeds eerst als gekleurd zien en dan pas als actrice en dat is iets wat ik waag te betwijfelen. Laat ik eens een ander voorbeeld nemen: Ruud Gullit. Wordt Gullit eerst als gekleurd gezien of eerst als voetballer, iets wat hij trouwens als jaren niet meer is? Spalburg zal mij, als hij me tegenkomt, eerst als blanke (of tegenwoordig waarschijnlijk witte) zien en niet als schrijver van stukjes. Zou dat nog steeds zo zijn als hij me kent als stukjesschrijver? Zou het werkelijk zo zijn dat mensen die iemand kennen, eerst de ‘kleur’ zien en dan pas de persoon die zij kennen? Zou het kunnen dat Spalburg, omdat hij is gefocust op kleur, denkt dat dit voor iedereen zo is?

Terug naar de vraag waarmee ik begon, ik ben benieuwd naar jullie antwoord op die vraag.

Uitgelicht

Genderneutrale indentiteitspolitiek

“Hema benadrukte zelf dat het ook roze jurkjes blijft verkopen. Er wordt niets afgeschaft, er worden dingen toegevoegd: meer stoere meisjeskleren, meer keuzevrijheid. Het enige dat verdwijnt, is een tweedeling.” 

Een zin uit de column van Asha ten Broeke in de volkskrant. Ten Broeke verbaast zich over de commotie die ontstond toen de HEMA besloot om de labels ‘jongens’ en ‘meisjes’ op de kledingafdeling weg te halen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Vikipeedia

Aan de ‘ene kant van de commotie’ de mensen die het belachelijk vinden dat de HEMA zwicht voor die ‘politiek correcte’ social justice warriors die in de Telegraaf een van hun spreekbuizen vinden: “Nederland ergert zich kapot aan het genderneutrale beleid dat zich meer en meer verbreidt.” Aan de andere kant van die ‘commotie’ de strijders voor gelijke rechten voor LHBTQIA die vinden dat alles genderneutraal moet zijn van kleding tot toiletten. Ik kan ze gerust stellen, de twee potten in ons huis zijn genderneutraal. Genderneutrale kleding voor volwassenen lijkt mij, door de verschillen in bouw tussen mannen en vrouwen, lastiger. Ik heb wel eens per ongeluk een spijkerbroek van mijn vrouw aangetrokken, die zat toch heel wat minder dan het ‘mannenmodel’ dat ik nu aan heb. Dat even terzijde.

Er is iets in de discussies rond gender maar ook identiteit dat mij puzzelt. Zoals ik het zie streven zowel de strijders voor genderneutraliteit als ook de identiteitsstrijders zoals Gloria Wekker en Sunny Bergman het doel na, dat iedereen zichzelf mag zijn en als zichzelf gezien mag worden. Een goed streven dat ik alleen maar kan onderschrijven en ik denk dat de overgrote meerderheid van de mensen dit streven zullen onderschrijven. Het puzzelt mij waarom ik me dan toch stoor aan deze strijders.

Dat puzzelen leidt bij mij tot de conclusie dat dit weleens het gevolg kan zijn van de manier waarop de strijders voor gelijke rechten de strijd voeren. Beiden gebruiken mij om zich tegen af te zetten. De ‘identiteitsstrijders’ omdat ik een blanke, westerse man ben die ‘profiteert’ van zijn ‘witte superioriteit‘, de genderstrijders omdat ik een heteroman man ben. Het komt op mij over dat de beide ‘strijdgroepen’ mij verwijten dat ik ben wie ik ben. Dat zij bij hun streven om zichzelf te mogen zijn, mij verwijten dat ik die blanke, hetero enzovoorts man ben. Dit terwijl het allemaal zaken zijn waaraan ik niets kan veranderen. Net zoals een homo niets kan veranderen aan zijn homoseksualiteit en een Chinees niets aan zijn Chinees zijn. Daar verandert een genderneutrale HEMA of toiletpot niets aan.

Uitgelicht

Pam en de Klungelende Kolonisatoren

“Wij zijn onhandig in het beheren van onze koloniale erfenis. Met de Indonesiërs bestaat nog steeds geen echte vriendschap, in Suriname regeert de poppenkast en op onze Antillen wordt geregeld een politieke kop gesneld. Het ziet er allemaal klungelig uit.”

Tot deze conclusie komt Max Pam in de Volkskrant naar aanleiding van het bezoek dat de orkaan Irma bracht aan Sint Maarten. De Fransen hebben het beter op orde, die hebben deze ‘buitengebieden’ tot  Frans grondgebied verklaart met alle rechten en plichten van dien.

Kongo

illustratie: Wikimedia Commons

Nederland klungelt maar wat aan met de voormalige koloniën en dat wat er nog van over is, andere landen doen dat veel beter, zo doet Pam voorkomen. Laten we dit geklungel eens vergelijken met andere landen en laten we daarbij beginnen met Frankrijk. Enkele kleine eilandjes zijn inderdaad Franse departementen geworden, maar hoe zit het met de rest van de voormalige koloniën? Treedt Frankrijk niet geregeld op in veel van haar voormalige koloniën in Afrika zoals nu nog in Mali? En wordt er daar niet geregeld een ‘kop gesneld’ met medeweten? Of andersom, vindt een kop die door de bevolking van het land gesneld dreigt te worden, niet heel vaak een veilig heenkomen in Frankrijk, denk bijvoorbeeld aan de Duvaliers uit Haiti? Hoe zit het met de vriendschap tussen Vietnam en Frankrijk, is daar sprake van echte vriendschap?

Of neem onze zuiderburen, de Belgen en hun omgang met Congo, hun voormalige kolonie. Congo is geen staat, het is een systeem voor persoonlijke verrijking.” Een uitspraak van de Belgische minister van Ontwikkelingssamenwerking Alexander de Croo die veel verder gaat dan de poppenkast in Suriname. België helpt wel: “Maar we doen dat op een manier die zoveel mogelijk afstand houdt van de centrale overheid,” aldus De Croo.

Dan de Verenigde Staten, officieel had het land geen koloniën, maar de bemoeienis met bijvoorbeeld Cuba vertoont er toch veel gelijkenis mee. Net zoals de omgang van de VS met het land. Onder Obama leek hier eindelijk verandering te komen alleen heet de huidige president van de VS Trump. Om over de Russische omgang met de staten die samen met haar deel uitmaakten van de Sovjet Unie maar te zwijgen.

Nederland mag onhandig zijn in de omgang met de koloniale erfenis. De bewoordingen ‘poppenkast’ en ‘klungelig’ mogen terecht zijn voor de Nederlandse omgang met de voormalige koloniën. Het is nog maar de vraag of andere klungelende kolonisatoren het er beter vanaf brengen.

Uitgelicht

Total destruction

“Terrorist and extremist have gathered strength and spread to every region of the planet. Rogue regimes represented in this body not only support terrorists but threaten other nations and their own people with the most destructive weapons know to humanity.”

Deze woorden sprak de Amerikaans president uit bij zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Hiroshima

foto: Wikimedia Commons

Hij bedoelt hier vooral Noord-Korea. Nu is het maar helemaal de vraag of het Noord-Korea van Kim Jong-un terroristen ondersteunt. Bewijzen hiervoor zijn, bij mijn weten, nog nooit bijgeleverd. Dit maakt deze uitspraak vergelijkbaar met de uitspraak van de voorganger van de voorganger van Trump, George W. Bush, die het Irak van Saddam Hoessein van hetzelfde beschuldigde zonder ook maar een flinter bewijs bij te leveren. Of zou hij toch zijn ‘vrienden’ de koning en diens hofhouding van Saoedi-Arabië bedoelen? Een interessante vraag waar ik hier mijn tanden niet in ga zetten.

Het gaat mij om de tweede zin de ‘schurkenstaten’ onder de lidstaten van de VN die andere landen en hun eigen bevolking bedreigen met de meest vernietigende wapens. Ook hier zal hij doelen op Noord-Korea. Dat land schiet immers raketten af en houdt kernproeven en dat wordt door andere landen, waaronder de VS, als een bedreiging voor de wereldvrede gezien. Iets waarin andere landen al zijn voorgegaan.

In dezelfde toespraak spreekt hij een waarschuwing uit aan die ‘rogue nations’. Hen wacht de totale vernietiging als de Verenigde Staten zich moeten verdedigen. Spiegelt hij niet exact wat hij de andere kant verwijt? Is het dreigen met totale vernietiging en dus met het inzetten van ‘the most destructive weapons kown to humanity’ niet precies dat wat de tegenstander, Noord-Korea, wordt verweten? Je zou kunnen tegenwerpen dat de VS geen schurkenstaat is, al zullen er verschillende andere landen zijn die daar anders over denken. Zelfs als die tegenwerping correct is en de VS geen schurkenstaat zijn, waarin verschilt dan het gedrag van een schurkenstaat van het gedrag van de VS onder Trump?

Uitgelicht

Altuntas’ alternatieve feiten

Op de site Joop houdt Celal Altuntas een pleidooi voor deelname aan VN-vredesmissies.“Dat is in het belang van de getroffen landen, maar ook in het belang van Nederland,” schrijft Altuntas. Niet deelnemen aan dergelijke missies:

“Betekent nog meer vluchtelingen die naar Europa komen. Betekent nog meer armoede en onmenselijke omstandigheden in Afghanistan. Dat is nog niet alles, want je geeft terroristen ook ruimte om zich daar te verplaatsen. Dat geldt ook voor Mali.”

Afghanistan

Foto: Flickr

Altuntas bouwt zijn betoog op bijzondere ‘feiten’. Altuntas: “Zonder steun van de VN-vredesmissie had de Afghaanse regering moeilijk van de Taliban gewonnen. Weliswaar is de Taliban niet vernietigd, maar is ook lang niet meer zo sterk als in de jaren 90.” Een VN-vredesmissie in Afghanistan? Nu kan het zijn dat ik iets heb gemist, maar bij mijn weten is er  geen VN missie actief in Afghanistan. En ter geruststelling van mijn geheugen, volgens de VN zelf ook niet. De NAVO is er actief als vervolg op de Amerikaanse inval in dat land. De Amerikanen vielen binnen omdat Afghanistan onderdak bood aan het Al Qaida van Osama bin Laden dat kort de aanslagen van 11 september 2001 had gepleegd. De Taliban waren op dat moment de Afghaanse regering en die werd door de Amerikanen verjaagd. Aan wie verleenden de Amerikanen op dat moment dan steun?

Iets verderop in zijn betoog bespreekt Altuntas de situatie in het Midden-Oosten: “Zonder de inzet van de vredesmissie was ISIS nog steeds machtig in het Midden-Oosten en had het zeker nog duizenden slachtoffers meer gemaakt. Als de VN eerder via een vredesmissie had ingegrepen, had ISIS wellicht niet zo veel ellende kunnen aanrichten.” Ook hier was ik in de veronderstelling, en gelukkig geeft dezelfde VN me gelijk, dat er geen sprake is van een vredesmissie tegen ISIS. De strijd tegen ISIS wordt door vele partijen gevoerd. Partijen die ook nog eens onderling met elkaar in de clinch liggen. Partijen die ieder door andere ‘machten’ worden gesteund.

Herschrijft Altuntas de geschiedenis zodat deze zijn betoog ondersteunt?. Of moet je tegenwoordig zeggen dat hij zich op ‘alternatieve feiten’ baseert?

Uitgelicht

Godsdienstideologie

Mensen mogen van alles vinden, maar ik mag ook zeggen dat de islam niet onder de grondwettelijke vrijheid zou mogen vallen.”

Een uitspraak van Geert Wilders zo valt te lezen bij Elsevier. De islam zou volgens Wilders verboden moeten worden omdat het geen religie is maar een ideologie. Als ik het goed begrijp wil Wilders eerst vastleggen dat de islam geen religie is, maar een ideologie. Als het dan een ideologie is, dan moet die ideologie vervolgens worden verboden. Kun je een ideologie wel verbieden? Is er een verschil tussen een ideologie en een religie?

MarxFoto: Wikimedia Commons

Een religie of godsdienst is: “het geheel van plechtigheden en leerstellingen van een godsverering.” Kijken we naar de betekenis van ideologie dan lezen we in de Van Dale: “het geheel van beginselen en denkbeelden van een stelsel.” Aan de ene kant ‘plechtigheden en leerstellingen’ en aan de andere kant ‘beginselen en denkbeelden’. Een ideologie wordt ook wel eens een ‘leer’ genoemd. Zo wordt het Marxisme ook wel de leer van Marx genoemd en die leer heeft leerstellingen. Het christendom is gebaseerd op de leer van Christus. Beiden beroepen zich op iets bovenmenselijks. Marx op een ‘wetmatigheid’ in de geschiedenis, het christendom op een groot en onkenbaar iets genaamd god. Beiden beroepen zich op iets ‘bovenmenselijks’ waar je in gelooft of niet. Een marxist gelooft in de geschiedkundige wetmatigheid, een christen in god. Beiden zijn overtuigingen om het leven te bezien of een levensovertuiging de: “beginselen waarnaar je je leven inricht.”

Als we onze grondwet erop naslaan dan lezen we in artikel 6 eerste lid: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Beschermt de grondwet hiermee niet ook levensovertuigingen die Wilders ideologie noemt? Zijn religie en ideologie niet twee zijden van dezelfde medaille?

Uitgelicht

Begrensd door grenzen

In Dagblad de Limburger van zaterdag 16 september schrijft Johan van de Beek over radicalisering. In zijn column citeert hij uit een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van twee jaar geleden over radicalisering:

“De aanpak van radicalisering en gewelddadig jihadisme is een van de belangrijkste thema’s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. de rijksoverheid werkt intensief aan de versterking van de aanpak van radicalisering en jihadisme. Gemeenten hebben bij uitstek een belangrijke rol in de integrale aanpak.”

Deze week bleek dat veel kleine gemeenten weinig aan voorkoming van radicalisering en gewelddadig jihadisme doen.

terrorismebestrijdingFoto: Pixabay

Waarom deze gemeenten er niets aan doen? “Die krijgen geen ‘signalen’ en denken dan dat er ook niets is. Het kan ook zijn dat de gemeenten het niet zien, zegt de inspectie.” Van de Beek ziet andere oorzaken: “ze zien het wel maar doen net alsof het niet bestaat (in de hoop dat het weggaat), ze hebben mensen aangenomen die het niet zien omdat ze niet weten waar ze moeten kijken of hebben mensen aangenomen die het zien maar met houtje-touwtjeoplossingen een probleem proberen aan te pakken waar ze zelf onderdeel van zijn.” Een forse conclusie of moet ik zeggen beschuldiging? Mensen die bewust niet ingrijpen en zelfs onderdeel van het probleem zijn, “ambtenaren die geen flauw benul hebben.”

Zou het niet nog wat anders kunnen zijn? Zou het kunnen dat de VNG het verkeerd heeft gezien? Dat die ‘bij uitstek belangrijke rol in de integrale aanpak’ van gemeenten niet zo belangrijk is? Al eerder vroeg ik me af of het uitgangspunt achter het zorgbeleid dat er vanuit gaat dat de gemeente de meest nabije overheid is en dat die meest nabije overheid het beste de zorg voor mensen kan organiseren, een aanname is. Zou het kunnen dat de belangrijke rol die de gemeenten voor zichzelf zien en waarin het rijk hen bijvalt, een aanname is?

Gemeenten zijn gebonden aan de grenzen van hun grondgebied, mensen niet. Mensen trekken vrijelijk van de ene naar de andere plek en via de digitale snelweg ‘flitsen’ ze nog sneller en verder over de aardbol. Zou het kunnen dat gemeenten, door hun gebondenheid aan hun grenzen juist niet de ‘bij uitstek een belangrijke rol’ kunnen spelen die ze claimen? Worden ze niet begrensd door hun grenzen?

Uitgelicht

Leeg Europa

  “… het goede willen, ook voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren. Zijn vijanden kunnen vergeven of in staat zijn de spons te vegen over andermans fouten. Elke mens als individu respecteren, ook zwaar mentaal gehandicapten. De behoeften van de naasten voorrang geven op de eigen behoeften. Alle mensen als gelijkwaardig behandelen, dus ook vrouwen en andersgelovigen.”

Dat zijn volgens Juliaan van Acker de centrale, op de ethiek van het jodendom en het christendom gebaseerde, waarden van ‘onze Europese beschaving. “Wie zich aan deze waarden niet kan aanpassen, hoort niet thuis in Europa,” aldus van Acker bij TPO. Laten we die centrale ethiek eens wat nader bestuderen.

st martinus

Illustratie: Wikimedia Commons

In Europa lopen veel mensen rond die het goede willen. Het vervelende met het goede is dat dit per persoon kan verschillen. Eind 2015 schreef ik in een prikker met als titel Het Goede Doel waarin ik aandacht besteedde aan mensen en stromingen die zich beroepen op het goede. Ik stelde daar de vraag: “Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen.” 

Willen Europeanen werkelijk het goede voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren? Lijkt het er niet meer op dat velen in Europa mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren het allerbeste toewensen zolang ze maar niet in Europa en vooral niet in Nederland zijn? Daarbij lijkt het niets uit te maken of ze zich aan ‘deze waarden’ van Van Acker willen aanpassen. Wordt dat zelfs niet regeringsbeleid van het kabinet dat nu wordt geformeerd? De vier betrokken partijen willen immers meer Turkijedeals.

Is met een spons over andermans fouten vegen moeilijk? Ja, als die fout van een ander je schade heeft berokkent, dan kan het lastig of pijnlijk zijn. Maar wordt het niet pas echt lastig als je met die spons over je eigen fouten moet vegen? Hoeveel mensen draaien niet om de hete brei van de eigen fouten heen? In de politiek zijn er vele voorbeelden van te vinden. Neem de Teevendeal of de Van Rey-affaire om er eens twee te noemen.

Hoeveel Sint Martinussen lopen er rond? U weet wel de Romeinse soldaat die, volgens de overleveringen, zijn mantel doorsneed en de helft aan een arme medemens gaf. Zouden er niet veel meer ‘heiligen’ moeten zijn als Sint Martinus’ gedrag ingeburgerd zou zijn? Of anders gesteld, zou er een ‘heilige’ zijn als dit normaal gedrag was?

Beste meneer Van Acker, als aanhanger van de christelijke ethiek kent u vast de uitdrukking ‘hij die zonder zonde is werpe de eerste steen.’ Zou Europa niet een lege vlakte zijn als eenieder die de ethiek van u niet praktiseerde het continent zou moeten verlaten.

Uitgelicht

Radicaal

Radicalisering houdt de gemoederen flink bezig. Met name kleinere gemeenten doen er niets aan, die denken ervan gevrijwaard te blijven, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een expert, een voormalig geradicaliseerde meldt in dezelfde krant dat de-radicalisering afdwingen niet werkt. En in Amsterdam werd een ambtenaar ontslagen, zat de burgemeester in het ‘beklaagdenbankje’ en gaat men geen gebruik meer maken van ‘gederadicaliseerden’ bij het voorkomen van radicalisering.

copernicus

Foto: Wikimedia Commons

Laten we eens wat dieper in radicalisering duiken en waar beter te beginnen dan in de Van Dale. Een radicaal is

“iemand die vergaande hervormingen wil,”

aldus het woorden boek. Nu hoor je politici vaker over hervormingen en de ene wil daarin verder gaan dan de andere. Als je praat over flexibilisering van de arbeidsmarkt dan zal iemand van de SP een VVD-er of D66-er radicaal vinden. Omgekeerd wellicht ook wel. Een lid van de SGP of de ChristenUnie vindt D66 om andere redenen radicaal, denk bijvoorbeeld aan onderwerpen als euthanasie, abortus en het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden. Of de gezondheidszorg, nationaliseren zegt de SP, ‘aan de markt overlaten’  roepen D66 en de VVD.

Ik begin me af te vragen of ik niet ook radicaal ben? Of de gemeente dan ook iets aan mij zou moeten doen? Een pleidooi voor bijvoorbeeld een basisinkomen is voor velen radicaal.  Je moet immers werken voor je geld. Of het idee dat je al deel uitmaakt van, en participeert in de samenleving door er gewoon te zijn, de politieke goegemeente denkt daar anders over. In zijn tijd was Copernicus ook een radicaal, net als Galilei. Zou niet iedereen op een of andere manier radicaal zijn?

Is radicalisme werkelijk een of het probleem? Of is geweld en gewelddadigheid het probleem?

Uitgelicht

Wat als …

Een paar dagen geleden schreef ik een prikker met als titel Democratische oorlog. Dit naar aanleiding van een artikel van Sietse Bruggeling in de Volkskrant. Bruggeling schreef over automatische en autonome gevechtssystemen die zouden kunnen helpen om de levens van onschuldigen te sparen en onnodige vernietiging van zaken te voorkomen. Bruggeling reageerde op mijn prikker, iets wat ik zeer op prijs stel. Dit biedt namelijk de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan en zo samen verder te komen.

dromen

Illustratie: Pixabay

Bruggeling sloot zijn reactie af met de volgende woorden: “En we moeten ook wel rekening houden met horrorscenario’s. Ik vind ook echt dat we goed moeten discussiëren over het onderwerp, want ze kunnen in potentie levens redden, maar dat is nu natuurlijk nog onduidelijk. Maar dan moeten we wel praten over feiten en niet over vergezochte fantasieën.” Inderdaad moeten we de feiten niet uit het oog verliezen. Die dienen een belangrijke plek in te nemen, dat ben ik met Bruggeling eens en heb ik hem ook geantwoord.

Zouden echter die fantasieën niet ook een plek moeten krijgen in het gesprek over kunstmatige intelligentie, want daar heb je het over als je het over autonome wapens hebt? Zijn fantasieën immers niet een van de motoren achter de technische ontwikkeling? Zijn er niet vele voorbeelden van fantasieën die uiteindelijk werkelijkheid zijn geworden? Neem vliegen, dat was eeuwenlang een fantasie, nu is het werkelijkheid. Of het bezoeken van de maan? Direct spreken met mensen aan de andere kant van de wereld? Allemaal ooit een fantasie, nu werkelijkheid.

Zouden niet zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën een plek moeten krijgen in het gesprek? Zou het proberen te achterhalen wat de cruciale factoren zouden kunnen zijn in het bereiken van zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën, ons niet verder helpen juist bij het bereiken van de ‘hemel’ en het voorkomen van de ‘hel’?

Uitgelicht

Profiteurs

Het is weer feest bij de PvdA, want de baantjescarrousel draait weer eens harder dan ooit tevoren!”

Als voormalig Kamerlid heb je het maar lastig. Zeker oud-Kamerleden van PvdA-signatuur moeten het ontgelden. Jeroen Recourt heeft na zijn Kamerlid emplooi gevonden. Hij is voorzitter geworden van het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam en hij treedt toe tot de Raad van Advies van de Nederlandse Mediatorsvereniging.

roeptoeterFoto: Flickr

“ Jeroen Recourt is slechts de volgende in wat ongetwijfeld een nog veel langere rij aan PvdA-profiteurs gaat worden.” Dat is tenminste de verwachting, of eigenlijk een mening verpakt in een verwachting, van Tim Engelbart bij De Dagelijkse Standaard. Recourt krijgt vervolgens nog het verwijt mee dat hij: “de zoveelste PvdA’er (is) die zijn Kamerlidmaatschap heeft kunnen inzetten om voornamelijk zijn eigen carrière vooruit te helpen.” Iets wat we volgens Engelbart al: “zagen (…) met andere mislukte PvdA’ers: Ahmed Marcouch (burgemeester), Roos Vermeij (top van een pensioenfonds), Martijn van Dam (top van de NPO) en zelfs de assistent van Jeroen Dijsselbloem (top van een ministerie): allen zijn zij linkse sociaal-democraten in naam, maar rechtse graaiers in werkelijkheid.” Zo dat klinkt als een (populistische) klok, die kunnen die ‘sociaal-democraten, maar in werkelijkheid rechtse graaiers’ zich in hun zak steken.

Laat ik, nadat het geluid van de ronkende zinnen is verstomd, een vraag hebben voor Engelbart. In Nederland klinkt de roep om Kamerleden geen privileges meer te geven voor wat betreft uitkeringen, steeds luider. Voormalig Kamerleden en politiek-bestuurders, en daar hebben we het hierover, zouden niet anders moeten worden behandeld dan andere werklozen. Niet eindeloos lang recht hebben op een uitkering zonder dat er een wezenlijke prestatie tegenover staat. Nee, zo snel mogelijk ander werk vinden.

Wat  verwacht Engelbart nu eigenlijk? Als ze werk vinden zijn het profiteurs van de ‘baantjescarroussel’ van het ‘partijkartel’. Vinden ze geen werk dan zijn het profiteurs en uitvreters die van hun luxe uitkering genieten op kosten van de belastingbetaler. Het is nooit goed of het deugd niet, zou mijn moeder zeggen. Of gewoon een gevalletje ‘roeptoeteren’ van Engelbart?

Uitgelicht

‘Parlementaire geschiedenis’

Het Rotterdams kunstinstituut Witte de With houdt de gemoederen flink bezig. Het instituut is, zo wordt beweerd, naar de straat waaraan het ligt, de Witte de Withstraat in Rotterdam genoemd. Die straat is weer genoemd naar een Nederlandse zeeman uit de zeventiende eeuw. Witte de With schijnt een zeer streng kapitein te zijn geweest voor zijn manschappen en als alle ‘kapiteins’ uit die tijd heeft hij ook in ‘de Oost’ zijn sporen (van vernieling, plundering en moord) nagelaten. Voor die tijd was zo’n staat van dienst niets bijzonders en voldoende om in de negentiende en twintigste eeuw als ‘zeeheld’ een straat naar je vernoemd te krijgen.

witte de with

Foto: Wikipedia

Kijkend door onze eenentwintigste eeuwse bril worden deze daden wat ‘anders’ beoordeeld. Een groep activisten, stel te vraag:

“How will this institution start to undo itself?”

Een bijzondere vraag, want wat vragen ze van het instituut? ‘To undo’ is ‘tenietdoen, ongedaan maken, of ‘losmaken’. Wat moet het instituut ongedaan maken? De zeventiende eeuwse daden van Witte de With? Dat lijkt me lastig voor een instituut in de eenentwintigste eeuw. Zelfs de eigen culturele uitingen van het instituut kunnen niet ongedaan worden gemaakt. Het instituut kan zich ‘losmaken’ door een andere naam te kiezen zoals het wil gaan doen. Al kun je je afvragen in hoeverre het zich los kan maken van haar eigen resultaten uit het verleden.

Die naamswijziging geeft ook meteen weer aanleiding tot discussie. Bij Elsevier vindt Gertjan van Schoonhoven het: “krankzinnig, zeker uit democratisch oogpunt,” dat het instituut haar naam wijzigt onder druk van een brief van deze groep activisten. Volgens Van Schoonhoven is het verleden iets van ons allemaal en niet alleen van activisten. Omdat het instituut bovendien met publiek geld wordt gefinancierd, is de naamgeving ook een publieke zaak:

“Dus gemeenteraad, dus parlement: doe jullie werk.” 

Op de redeneringen van de activistische briefschrijvers, net als op de wetenschappelijke onderbouwing ervan, is veel aan te merken. Redeneringen ‘witte superioriteit’ die niet verworpen kunnen worden, immers door ze te verwerpen bevestig je ze. Sterker nog, dat doe je al door er alleen vraagtekens bij te plaatsen. Op een wat grove manier plaats Van Schoonhoven deze kanttekeningen.

Volgens Van Schoonhoven gaat het hier om de “vraag hoe Nederland om moet gaan met andere, kritische opvattingen over het eigen koloniale verleden.” Het beantwoorden van die vraag: “mag geen onderonsje zijn van kunstenaars en activisten die vinden dat zij alléén recht van spreken hebben.”  Wat dit laatste aangaat heeft hij gelijk. Maar gaat hij niet de mist in met zijn oproep aan de gemeenteraad en het parlement? Gaat de Rotterdamse gemeenteraad over de naam van een onafhankelijk cultureel instituut dat zij subsidieert? Gaat het parlement over de geschiedenis en de manier waarop die wordt beoordeeld? De geschiedenis bij wet vastgelegd? Dat zou het begrip ‘parlementaire geschiedenis’ een heel andere betekenis geven.

Uitgelicht

Demonen in het hoofd

Zou ik me zorgen moeten maken? Waarover? Zou jullie wedervraag kunnen zijn, Zou ik me zorgen moeten maken dat ik doordraai en de verbinding met de realiteit verlies? Dat ik in woorden steeds wilder om me heen ga slaan? Waarom? Zouden jullie me vervolgens kunnen vragen. Wel omdat ik net als Bert Brussen een eigen site ben begonnen om mijn schrijfsels op te publiceren en als ik de schrijfsels van Brussen lees, dan maak ik me ernstig zorgen om zijn mentale vermogens, om zijn geestelijke gesteldheid. Zou dat een gevolg zijn van het beginnen van een site om schrijfsels te publiceren?

demonen hieronumus Bosch

Illustratie: Wikipedia

“Dit keer is het natuurlijk ‘slechts’ een bekladding met verf, heus zo erg nog niet als een kogel, maar het moet toch ultieme voldoening geven om te weten dat jullie met die anonieme, moralistische hetzestukjes in die ‘kwaliteitscourant’ van jullie ook écht kunnen bereiken wat jullie willen: haatzaaien. Andersdenkenden de mond snoeren. Onderdrukken. Macht uitoefenen. Controle houden. De maatschappij naar je hand zetten.”

Zo schrijft Brussen op zijn site TPO. De ‘jullie’ waar Brussen het over heeft is de NRC. Die krant heeft kritiek op het optreden van kamerlid Baudet. Baudets voordeur is beklad door actievoerder en de NRC is net als de Volkskrant hiervan de schuldige. Deze kranten ‘demoniseren’  Baudet, net zoals ze met Pim Fortuyn hebben gedaan (en we weten  waartoe dat heeft geleid, zo suggereert Brussen).

Laat ik voorop stellen, de woorden van Baudet moeten met woorden worden bestreden niet met verf op zijn voordeur, dreigementen of geweld. Laat de beide kranten nu juist dat doen, ruimte geven aan mensen om elkaar met woorden te bestrijden. Niet om, in dit geval, Baudet de mond te snoeren, maar om hem van repliek te dienen. Om zijn ideeën ter discussie te stellen en op zijn ideeën valt het nodige af te dingen.

Net zoals er wat valt af te dingen op het verwijt dat, in dit geval de NRC, andersdenkenden de mond snoert, ze onderdrukt, macht uitoefent, controle houdt en de maatschappij naar haar handen zet. Als de NRC desnoods samen met de Volkskrant, dat zou doen, dan zouden ze het toch wel heel slecht doen. Baudet haalt, net als Wilders met elke (lavendel)scheet die hij laat het nieuws. Sites als TPO van Bert Brussen en De Dagelijkse Standaard, reageren daar weer zeer verheugd op. Hoezo zet de NRC dan de maatschappij naar haar hand.

Gelukkig is verlies van je mentale vermogens en je geestelijke gezondheid geen gevolg van het hebben van een site om je schrijfsels op te publiceren. Net zoals er ook geen verband is tussen het bieden van weerwoord aan Baudet en de verf op zijn deur. Zou er niet eerder een verband tussen demonen in het hoofd en het smeren van verf op iemands deur of het opschrijven van verwijten zoals Brussen ze debiteert?

Uitgelicht

Groot in kleinheid

Formule 1-coureur Max Verstappen heeft een rechtszaak gewonnen tegen de online-supermarkt Picnic, zo valt in menig krant te lezen. Picnic maakte een parodie op een spotje van de Jumbo. In het Jumbo spotje bezorgt Verstappen met zijn formule1-bolide boodschappen voor Jumbo. Jumbo wil hiermee waarschijnlijk de nadruk leggen op hun snelle service. In picnics parodie gaat iemand die op Verstappen lijkt en gekleed gaat in een racepak met een klein Picnic-autootje rustig rijdend de boodschappen bezorgen met als moto:

“Als je op tijd bent, dan hoef je niet te racen.” 

Jumbo nam geen aanstoot aan de parodie en liet het passeren. Immers wie geschoren wordt moet stilzitten. Verstappen kon de parodie niet waarderen en spande een rechtszaak aan omdat zijn portretrecht was aangetast. Hierin heeft de rechter Verstappen gelijk gegeven.

knippen

Foto: Pixabay

Nu ben ik geen rechter en ook geen kenner van het portretrecht. Het vonnis roept toch wat vragen bij mij op. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe zit het dan met het portretrecht van de man in het Picnic-spotje? Dat hij hetzelfde postuur heeft, dezelfde haarkleur en hetzelfde silhouet, wat kan hij daar aan doen? Wordt die man door dit vonnis niet in zijn portretrecht aangetast? Want wordt hij zo niet ingeperkt in zijn mogelijkheden om iets met zijn portret te doen? Wat zou er zijn gebeurd als deze man Verstappen had aangeklaagd? Je zou immers met evenveel recht van spreken kunnen claimen dat Verstappen inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van deze man door in de Jumbo-reclame op te treden.

Of de Picnic-man iets heeft overgehouden aan zijn optreden weet ik niet. Veel kan het niet zijn want het spotje schijnt maar tweehonderd euro te hebben gekost. Dat is waarschijnlijk minder dan dat de lucht in een van de banden van Verstappens formule 1-bolide kost en Verstappen zal er niet eens voor zijn bed uit komen. Of Verstappen een groot coureur wordt die vele races en kampioenschappen wint, moeten we afwachten. Kunnen we nu wel al concluderen dat Verstappen groot is in zijn kleinheid?

 

Uitgelicht

Dom, dom, dom …

Poetst u uw huis zelf? Dom, dom, dom! Brengt u uw kinderen zelf naar school? Dom, dom, dom! Tenminste, als we Heleen Mees mogen geloven. In haar column in de Volkskrant legt zij uit waarom de arbeidsproductiviteit in Nederland zo hoog is. In het kort komt het erop neer dat wij minder lang werken en de tijd die we niet werken, vullen met poetsen en voor onze kinderen zorgen. Mees:

“In Nederland is het bijna altijd financieel aantrekkelijker om minder uren te werken en zelf allerhande laagwaardig werk te doen dan dat soort werk uit te besteden.”

 

John Galt

Foto: Wikimedia Commons

Mees geeft een voorbeeld: “Zo voert een medisch specialist van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam een juridische procedure tegen haar werkgever omdat zij ’s ochtends eerst haar kinderen naar school wil brengen en daardoor pas na negenen op haar werk kan zijn.” Een klusje waarvoor ze, aldus Mees, iemand kan inhuren zodat zij haar dure werk kan doen. Als ze dit zou doen, dan zou het naar school brengen als werk tellen, laag productief werk, dat de totale arbeidsproductiviteit in Nederland zou drukken. Poetsen en naar school brengen: “De banen in de persoonlijke dienstverlening die ontstaan als hoogopgeleiden meer uren zouden werken, bieden uitstekende kansen voor laaggeschoolden.” 

Bijzonder is dat de uren die de medisch specialist besteedt aan de kinderen naar school brengen niet mee tellen als arbeid en dus bij het bepalen van het nationaal inkomen, er wordt niet voor betaald. Als dat gebeurt door een kinderoppas die hiervoor betaald krijgt, telt het wel mee. Is het niet vreemd dat dat wat van waarde is, de betrokkenheid van een ouder bij zijn kinderen, niet wordt gewaardeerd en het uitbesteden van die betrokkenheid wel?

Mees’ betoog sluit aan bij het denken van Ayn Rand. In haar belangrijkste boek Atlas Shrugged beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast het grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog sex moeten hebben, daar zit niet haar meerwaarde. Als haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou ze wel prostituee zijn geworden.

Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Uitgelicht

Allen die zich in Nederland bevinden …

“Mensen mogen hun eigen geloof uitoefenen en eigen waarden meenemen, maar het moet niet zo zijn dat ze daaraan tot het uiterste blijven vasthouden.”

Een uitspraak van Jorden van der Haas, de vicevoorzitter de CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Van der Haas schaart zich hiermee achter CDA-leider Buma die in zijn HJ Schoo-lezing  betoogde dat nieuwkomers zich aan onze cultuur en waarden moeten aanpassen. Wat ‘onze’ cultuur en waarden zijn, wordt niet duidelijk.

grondwet

Foto: Wikimedia Commons

Buma en Van der Haas doen het voorkomen alsof ‘onze waarden en cultuur’ helder en duidelijk zijn voor iedereen. Alsof iedere Nederlander dezelfde waarden onderschrijft. Zou hij vergeten dat zelfs de honderdvijftig man die de Tweede kamer bevolken verschillende normen hanteren? Laat staan dat de ruim zeventien miljoen mensen die het stukje van de wereld, dat we Nederland noemen, bewonen daar een eenduidig beeld bij hebben. Daar gaat het me nu niet om.

Waar het me wel om gaat, is die zin van Van der Haas waarmee ik begon. Ik zou hem willen vragen wanneer dat ‘uiterste’ is bereikt? Wanneer moet iemand zijn eigen geloof en eigen waarden opgeven? Wanneer is het punt bereikt dat een ander geloof en andere waarden echt niet meer kunnen? Een wellicht nog belangrijkere vraag. Wie bepaalt wanneer dat punt is bereikt? Wie heeft de ‘macht’ om mensen te ‘bevelen’ hun geloof en waarden af te zweren?

Dan de belangrijkste vraag. Hoe verhoudt zich dit tot de Nederlandse Grondwet? Die meldt immers in artikel 6 lid 1 dat: “Ieder (…) het recht (heeft) zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden.” Of ietsjes eerder in de Grondwet, in artikel 1: Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”  Zegt Van der Haas niet dat niet iedereen in Nederland gelijk is? Dat mensen met een bepaalde religie en bepaalde waarden toch iets meer zijn?

Beste meneer Van der Haas, liggen de Nederlandse waarden niet vast in de Grondwet? In onder andere deze twee artikelen die u in deze ene zin opzij zet?