Uitgelicht

Buigend riet

“Ook het nieuwe kabinet probeert de groeiende kloof tussen vast en flex te keren. De wet Arbeidsmarkt in Balans moet vast werk minder vast maken en flexibel werk minder flexibel. Maar de plannen van D66-minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zijn door zowel de werkgevers als de vakbonden al zwaar bekritiseerd. Dat is zorgelijk, vindt hoogleraar Wilthagen. ‘Nederland zit al in de Europese kopgroep met tijdelijk werk. We moeten niet Spanje nog verder achterna gaan, met een grote groep werknemers die in onzekerheid moet leven.’” Deze alinea bevat de centrale boodschap van een artikel van Wilco Dekker over flexwerken in de Volkskrant. 

Riet

Foto: PxHere

Aanleiding voor het artikel is de sterke stijging van flexwerk die blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. En flex levert problemen: “Flexwerkers verdienen minder, bouwen geen of minder pensioen op, hebben minder opleidingsmogelijkheden en krijgen lastiger een hypotheek, dus ze hebben een veel zwakkere positie dan mensen met een vast contract,” zo zegt hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen. Om daaraan wat te doen moet flex dus minder flex en vast minder vast. Maar hoe vast moet flex worden en hoe flex vast? Wat is de juiste balans? Wat is vast en flex genoeg zodat er voldoende pensioen wordt opgebouwd, voldoende opleidingsmogelijkheden zijn en een hypotheek kan worden verkregen?

Is dat vaste dat toch flex moet zijn of dat flex dat toch ook vastigheid in zich moet hebben alleen maar via de kant van arbeidscontracten en arbeidswetgeving te regelen? Via wetten met termijnen waarin verplichtingen worden opgelegd om na x-contracten of een x-periode iemand in vaste dienst te nemen? De ervaringen leren dat er tot nu toe geen wet kon worden bedacht zonder ‘gaten’ waarvan weer grif gebruikt wordt gemaakt.

Als het probleem van te ‘flex’ lagere beloning en groeiende onzekerheid is, zouden er dan ook andere mogelijkheden zijn om voor meer zekerheid te zorgen? Om mensen te beschermen tegen die lagere beloning? 

Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen hier uitkomst kunnen bieden? Omzeilt dat niet het probleem dat flex te flex en vast te vast wordt? Zou dat niet het ‘riet’ kunnen zijn dat stevig verankert flexibel meebuigt met de wind?

Uitgelicht

Do the math…

Volgens filosoof Sid Lukkassen is het Westen verdoemd. Lukkassen speelt ook een rol in het artikel in de Volkskrant waarover ik gisteren schreef. De blanke man krijgt het erg lastig: “Zij (hoog opgeleide vrouwen) gaan over de vorming van de jeugd, kunnen jongens zich daar nog in herkennen? … Daarnaast willen deze vrouwen niet downdaten, maar ze willen ook geen saaie accountant, ze wil een ervaring” Vervolgens komt migratie in beeld en dat zorgt ervoor dat: “De westerse beschaving () de verliezer (is). De netto-instroom van migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten creëert extra aanbod van jonge, viriele mannen. Zij trouwen wel jong en krijgen wel veel kinderen. Do the math.”

math

Illustratie: Flickr

‘Do the math’. Ik weet niet of de protestanten die uitdrukking in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw ook gebruikten. Want toen was de ‘Nederlandse beschaving’ zoals de protestanten het zagen, in gevaar. Wie zorgde er voor dat gevaar? De vermaledijde katholieken. Voor katholieken gold de leus ‘god en vaderland’ immers niet, die liepen aan de leiband van de paus van Rome. En omdat die ‘viriele katholieken’ zich voortplantten als ‘ratten’ zou het niet lang duren voordat ze een meerderheid vormden in dit land. Als dat zou gebeuren dan zou de ‘Nederlandse beschaving’ ten ondergaan.

Wat bleek, die viriele katholieken bleken toch niet zo viriel als gedacht. De roep van de paus en zijn lokale hulp de pastoor om ‘heen te gaan en te vermenigvuldigen’, bleek een stuk minder aanlokkelijk. De geboortecijfers van de katholieken zakten terug tot het niveau van de protestanten of zelfs nog lager. De ontkerkelijking zette in en de paus, ‘popie Jopie’, werd bij zijn bezoek aan Nederland behoorlijk belachelijk gemaakt. Inmiddels hoeft de rest van Nederland die ‘katholieken’ niet meer te vrezen. ‘The math’ bleek ineens heel anders te zijn.

Zou het met die ‘viriele’ mannen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika niet hetzelfde kunnen gebeuren? Hebben die ‘viriele mannen’ geen vrouwen nodig om zich voort te planten? Zouden die hoog opgeleide Nederlandse vrouwen zich hiervoor lenen? Een radicalere variant, niet Lukkassens redenering, die ook in het artikel wordt genoemd, denkt van wel: “ de ‘blanke man’ zal letterlijk verdwijnen door een desastreus verbond van sjw’s, feministen, moslims en Afrikanen.” Een bijzonder verbond waarbij er vanuit wordt gegaan dat alle blanke westerse vrouwen in een dergelijk ‘complot’ meegaan. 

Het meest opmerkelijke is dat Lukkassen er vanuit lijkt te gaan dat de nieuwkomers een uniform ‘waarden blok’ vormen en dat de ‘westerse waarden’ in deze ‘clash of civilisations’ het onderspit gaan delven. 

Uitgelicht

Vervloeken en verketteren

In de Volkskrant van zaterdag 21 april een artikel over de moderatoren van Facebook. Dat zijn er zo’n 1.100 en die werken vanuit Berlijn, Zij beoordelen alle bijdragen en verwijderen de bijdragen die echt niet door de beugel kunnen. Voor het karige minimumloon moeten zij alle bagger lezen en beoordelen. Nogal slecht betaald voor een tech-multinational met een extreem rijke eigenaar. Met de Uber-chauffeurs in het achterhoofd lijkt dit gebruik te zijn in de tech-business, maar daar wil ik het niet over hebben. Wel over de conclusie van de moderatoren:  Nederlandse Facebookgebruikers blinken uit in haatberichten.

schelden

Illustratie: Wikimedia Commons

In dezelfde krant een artikel waarin  Jesper Jansen, een student filosofie die de titel ‘ boze blanke man’ als geuzenaam draagt, figureert. Jansen verzet zich fel tegen de ‘feministische ideologie’, tegen de ‘Gendernazi’s’ en de ‘Social Justice Wariors’ die hele leugens en halve waarheden verkondigen en al 150 jaar lang negatief te doen over mannen. 

De twee artikelen raken elkaar als in het interview met Jansen de naam van schrijver Phillip Huff valt. Huff had het gewaagd om kritiek te hebben op het, om de Volkskrant te citeren: “immens populaire maar ook ‘vrouwonvriendelijke wereldbeeld’ van Peterson. Het stokpaardje van de psycholoog – ‘de natuur is ongelijk, dus de maatschappij ook’ – zou volgens Huff bij Peterson vooral ten koste gaan van vrouwen.” Als Huff ter sprake komt dan gaat Jansen los: “Wat een loser, wat een pathetisch ‘kijk mij eens zien deugen’ stuk onderkruipsel.” 

Is een aanval op de persoon niet een zwaktebod? Is dit niet een schoolvoorbeeld van wat er mis is in, in ieder geval, Nederland? Iemand brengt een boodschap die je niet bevalt en in plaats van in te gaan op die boodschap, die boodschap kritisch tegen het licht te houden en te wijzen op alternatieven of op gebreken in de redenering van de ander, wordt de boodschapper afgebrand. Hij is een loser en een ‘pathetisch stuk onderkruipsel’. Tja, op wat zo iemand verteld, hoef je in te gaan, dat is bijvoorbaat al onzin. 

Mag je van een student filosofie niet een andere reactie verwachten?

Uitgelicht

Geschade belangen

Het ministerie van Financiën weigert enkele documenten vrij te geven over de afschaffing van de dividendbelasting. Deze documenten, die er volgens de vier regeringspartijen niet waren maar er toch zijn, hebben een rol gespeeld in de kabinetsformatie. De documenten worden, zo lees ik in de Volkskrant, niet vrijgegeven omdat het: “afbreuk doet aan de bescherming van de noodzakelijke vertrouwelijkheid’ van de formatiegesprekken. Ook zou het vertrouwen tussen de coalitiepartijen, het kabinet en bewindspersonen onder druk komen te staan.”

pinocchio-595732__340

Foto: pinokkio-figuur-hout-mannen-595732

Ik kan me voorstellen dat vrijgave van documenten die er niet zouden zijn maar er toch zijn, tot spanningen tussen de coalitiepartijen kunnen leiden en meer nog spanning binnen een of meerdere coalitiepartijen. Dan wordt immers duidelijk wie hier heeft geaccepteerd hoeveel water er bij de wijn werd gedaan. Niet vrijgeven van documenten kan als de vrijgave ervan de eenheid van de kroon in gevaar zou brengen. Als het de veiligheid van de staat zou schenden. Als het niet op weegt tegen de belangen van de betrekkingen van Nederland met andere staten en internationale organisaties. Of tegen het economisch en financieel belang van de staat zo bepaalt de Wet openbaarheid van bestuur in artikel 10. 

Ruzie in het kabinet en druk op bewindslieden is niet leuk voor het kabinet en de regeringspartijen, de eenheid van de kroon lijdt er echter niet onder. De veiligheid van de staat komt erdoor niet in het geding en ook de belangen van andere landen worden niet onevenredig geschonden. Zouden de belangen van andere landen niet meer te lijden hebben van het besluit de dividendbelasting af te schaffen? In het verlengde daarvan, zijn de financiële belangen van de staat niet geschaad door juist die afschaffing? 

Nu we het toch over schaden van zaken hebben. Zou het vertrouwen van de  inwoners van dit land in dit kabinet niet zijn geschaad? Eerst liegen dat iets er niet is en als het blijkt dat het er wel is een ‘kulsmoes’ ophangen en de grenzen van de Wet openbaarheid van bestuur zo ver oprekken dat het op misbruik lijkt?

Uitgelicht

Sperjesveld

In de Volkskrant houdt Eveline Wagenaar een pleidooi voor meer begeleiding van asielzoekers. Die worden nu veel te veel aan hun lot over gelaten. Dat moet anders: “vluchtelingen klaar (stomen) voor werk met intensieve aandacht voor de taal, een in de betreffende sector gepaste werkhouding, gevolgd door een praktijk-opleiding en vakinhoudelijke en mentale begeleiding tijdens het werk. Hierdoor zouden vluchtelingen binnen zes maanden taalvaardig kunnen zijn, voor werk beschikbaar en uit de bijstand.” Dat zou volgens Wagenaar zo’n 10 mille per deelnemer kosten en: “voldoende kunnen zijn om meer dan 140 mille aan bijstandskosten te besparen.”

asperges steken

Illustratie: Flickr

In haar bijdrage geeft ze een opsomming van knelpunten die ervoor zorgen dat vluchtelingen niet verder komen. Het eerste knelpunt:“Als je twee keer per week drie uur les hebt, zakt de kennis snel weg als je de stof niet oefent.” Vervolgens constateert zij: “Als je slaagt voor het inburgeringsexamen, is het de vraag of je kennis van Nederland voldoende is om werkelijk te participeren in onze samenleving.” Als derde: “Nederlanders en ook vluchtelingen van 30 jaar en ouder hebben geen recht meer op studiefinanciering, dus gesubsidieerd (bekostigd) onderwijs is voor hen niet toegankelijk. Zij kunnen vaak alleen participeren als zij zelf een baan vinden. Als er niets wordt ondernomen, blijft deze groep ‘gevangen’ in de bijstand.”Knelpunten die ervoor zorgen dat de vluchteling zijn weg niet vindt: “Toegang tot de arbeidsmarkt is niet mogelijk zonder beheersing van de taal en aanvullende opleidingen.”

Meer aandacht en begeleiding voor vluchtelingen is iets wat de Ballonnendoorprikker onderschrijft. Toch is er iets aan de redenering van Wagenaar dat knelt. Is het werkelijk zo dat de arbeidsmarkt alleen toegankelijk is als je de taal beheerst en een aanvullende opleiding hebt genoten? Hoe komt het dan dat Oost-Europese arbeiders massaal aan de slag zijn in Nederland? In productiebedrijven, de logistiek en de tuinbouw zijn er velen actief. Zeker in die laatste sector die veel seizoensarbeid kent zoals het aspergesteken waarvoor het nu weer het seizoen is? Velen van hen spreken geen woord Nederlands en zijn toch aan de slag.

Trouwens over dat asperges steken door Poolse arbeidsmigranten gesproken.  Dat wordt door de Venlose muzikant Frans Pollux mooi bezongen in Sperjesveld. Een Venlose vertaling van het nummer Erie Canal, te vinden op zijn prachtige cd Pollux duit Springsteen.

Uitgelicht

Diverse, inclusieve samenleving

Diversiteit betekent een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet. Hoe kun je daar nou moe van worden?” De opening van een bijdrage van strategist Nadine Ridder bij Joop. Een bijzondere vraag, hoe kun je moe worden van diversiteit? Toch wil ik een poging doen om hier een antwoord op te geven. Dat doe ik aan de hand voor de woorden ‘diversiteit’, ‘inclusief’ en vooral ‘samenleving’.

people

foto: Flickr

Dat laatste woord, ‘samenleving’  staat centraal in mijn antwoord. Een antwoord dat begint met de beschrijving die Van Dale geeft van het woord samenleving: “het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Betrekken we dit op Nederland, dan bestaat de Nederlandse samenleving uit het geheel van de met elkaar verkerende mensen op het Nederlandse grond gebied. Dus van alle mensen die zich op het Nederlandse grondgebied bevinden en met elkaar verkeren.

Wat gebeurt er als we hier het woord ‘inclusief’ aan toevoegen? Inclusief is volgens dezelfde Van Dale: “met insluiting van, met inbegrip van.” Als alle mensen die hier verkeren al tot de samenleving behoren, wie moet er dan nog worden ingesloten? De samenleving  is daarmee per definitie inclusief. Als we het andersom benaderen, wordt aan de groep die wordt ‘ingesloten’ of die wordt ‘inbegrepen’ zo niet een aparte positie gegeven? Zoiets van: je hebt de samenleving én de clubjes die we erbij moeten insluiten? 

Dan als laatste het woord diversiteit: “1. verscheidenheid, variatie; 2. het verschijnsel dat er ergens mensen zijn met verschillende etnische of culturele achtergronden,” weer volgens de Van Dale. Als de samenleving al bestaat uit alle mensen die ‘met elkaar verkeren’, dan bevat die toch de gehele verscheidenheid en variatie van al die mensen? Ook de verscheidenheid en  variatie in etnische of culturele achtergronden. Wat voegt het woord ‘diversiteit’ dan toe aan samenleving? Als we dit ook weer eens van de andere kant benaderen, maak je door te hameren op de diversiteit en daarbij te wijzen op ‘groepen’ geen onderscheid waar je dat niet zou moeten doen? 

Beste mevrouw Ridder, gebeurt door het gebruik van de woorden ‘diversiteit’ en ‘inclusief’ in combinatie met ‘samenleving’ niet precies dat wat we niet zouden moeten willen? Namelijk het maken van onderscheid tussen mensen en groepen mensen?

Uitgelicht

Buitenspelgoal

Wie bepaalt in deze wereld of een land ‘straf’ verdient omdat het iets heeft gedaan wat niet door de beugel kan? Dat zouden de Verenigde naties moeten zijn, zo concludeert ook de Volkskrant in haar Commentaar. Alleen door: “de muur van Russische veto’s tegen pogingen de VN een grotere rol te geven, is het begrijpelijk dat westerse landen buiten de Veiligheidsraad om naar een weg zoeken om Assad te straffen voor het gebruik van verboden ­wapens.” Dat straffen is nu dus weer gebeurd. Syrië is bestookt met een aantal raketten. De Amerikanen, Britten en Fransen straffen het land zo voor het gebruik van chemische wapens. 

buitenspel

Foto: Flickr

Daarmee is ook de vraag beantwoord wie bepaalt welk land straf verdient. Dat zijn landen met macht en invloed. Die kunnen straf uitdelen en, en dat is de spiegel van straf uitdelen, redelijk ongestraft hun gang gaan en regels overtreden. Die kunnen landen binnenvallen, regimes omverwerpen en vervolgens een puinhoop achterlaten. Die kunnen, zoals Saoedi Arabië in Jemen vele slachtoffers maken. Niet met chemische wapens maar met conventionele ‘precisiebombardementen’. Geen haan die er naar kraait, geen vergadering van de veiligheidsraad, geen vergeldingsraket zet ervoor koers naar Riaad, Mekka of welke Saoedische stad dan ook. Sterker nog, het land kan rekenen op flinke wapenleveranties.

Die kunnen, zoals Israel, een heel gebied min of meer van de buitenwereld afsluiten en de mensen die er wonen in feite gevangen houden. Als die mensen zich verzetten en te dicht bij het hek van de ‘gevangenis’ komen of met een steen gooien naar de ‘bewakers’ die ze nooit kunnen bereiken, dan worden ze door sluipschutters of met een tankgranaat uitgeschakeld. Ook hier ‘de muur van’, in dit geval Amerikaanse, ‘veto’s tegen pogingen de VN een grotere rol te geven. Alleen een verschil met Syrië, er zijn geen landen die ‘buiten de Veiligheidsraad om een weg zoeken om Netanyahu te straffen’. Dit terwijl de door een tankgranaat getroffen boer en de door sluipschutters neergeschoten demonstranten net zo dood zijn als de gifgasslachtoffers.  

De Volkskrant: “Ongewild ­signaleren de westerse machten vooral hoezeer ze inzake Syrië buitenspel zijn komen te staan.” Hoezo buitenspel? Als je als voetballer buitenspel staat en je scoort, dan wordt de goal afgekeurd en begint het spel met een vrije trap. Voor de slachtoffers van de buitenspel staande Westerse machten ligt dat anders, die worden niet tot leven gewekt.

Uitgelicht

Wit voetje?

“Het kabinet Rutte III overweegt een nieuwe militaire missie naar Afghanistan tegen de Taliban. Een select gezelschap van zo’n dertig commando’s en mariniers zouden Afghaanse special forces moeten gaan trainen in Mazar-i-Sharif.” Dit valt te lezen bij Joop. Deze: “Nederlandse plannen sluiten aan bij een Amerikaanse strategieverandering dat de focus verschuift van Irak en Syrië naar Afghanistan. De Amerikanen willen dat Europese Navo-bondgenoten 1.500 van de benodigde 3.000 extra militairen leveren.” 

Battle_in_Afghanistan

Illustratie: Wikimedia Commons

Even iets over Afghanistan. Dat land, of eigenlijk dat gebied, staat bekend als het kerkhof voor grootmachten. De Britten kunnen er verhalen over vertellen uit de oude, negentiende eeuwse doos. In die eeuw vielen ze het land twee keer binnen. Beide keren ‘om te voorkomen’ dat het gebied onder Russische invloed zou komen wat de Britse positie in Indië zou verzwakken. De eerste keer in 1838 en dat ging vrij vlot. Maar daarna begonnen de problemen en stelden de verliezen zich op. Daarom verlieten ze het land in 1842 weer. Veertig jaar later in 1878 volgde een nieuw poging. Ook die kende een vlotte start waarna de ellende begon en de verliezen zich opstapelden. Twee jaar later verlieten ze het land weer.

Ook de Russen, toen nog Sovjets, kunnen erover meepraten. In 1979 vielen zij het land binnen. Of zoals ze het zelf verkochten, ze werden gevraagd door het communistische bewind om een handje te te komen helpen. Ook die poging kende een vlot begin dat vervolgens verwaterde tot een zeer bloedige geschiedenis. In 1989 trokken de Sovjets zich, een ‘ervaring rijker’ en een ‘illusie armer’, met de staart tussen de benen terug.

Rustiger werd het er niet op in het land. De diverse bevolkingsgroepen clans en buitenlandse strijders gingen, nu de gemeenschappelijke vijand weg was, vrolijk verder met vechten, nu tegen elkaar. Zoals we weten brak in 2001 een nieuwe fase aan met de inval van de Amerikanen. En weer herhaalt zich de geschiedenis. Na een snelle eerste slag, bleek de oorlog taai en tot op heden niet te winnen. 

Nu breekt dus, voor de zoveelste keer, weer een nieuwe fase aan. En de Nederlandse regering wil er, wellicht om een wit voetje bij Trump te halen, aan mee gaan doen. Waarom zou deze nieuwe fase wel slagen? Mijn advies: DOE HET NIET! Dan maar geen wit voetje bij Trump.

Uitgelicht

Kameradschaft

“Je kunt niet ondermijning een bedreiging van de rechtsstaat noemen en tegelijk menen dat je op festivals je pillen moet kunnen pakken en je lijntjes coke moet kunnen snuiven.” Een uitspraak van Wilbert Paulissen chef van de landelijke recherche. Volgens Paulissen is de strijd tegen drugs niet te winnen als de gebruiker niet stopt met gebruiken. Bovendien zijn de kosten van gebruik hoog en is de ‘onwetendheid’ van de gebruiker stuitend: “Ik verbaas me erover dat mensen niet het directe verband onderkennen tussen hun gebruik en het verschijnsel van ondermijning. Ze hebben zorgen over de verstrengeling van belangen tussen onder- en bovenwereld, ze maken zich boos over het chemisch afval dat op grote schaal in de natuur wordt gedumpt, ze schrikken van de liquidaties in het criminele milieu.” Paulissen concludeert dat de gebruiker moet beseffen dat hij hieraan medeplichtig is.

Deutsche Soldaten mit Panzerfäusten

Foto: Wikipedia

Een beetje gebruiker en misschien ook wel veel niet-gebruikers, zullen antwoorden: legaliseer het! Dan ben je van al die negatieve effecten af.

Nu woonde ik vandaag een overleg bij waar een collega eenzelfde verhaal vertelde en aangaf dat de gebruiker of eigenlijk iedereen, moest weten hoe hoog de kosten hiervan wel niet zijn en welk een schade dat dit aanricht. Zou de gebruiker dat trouwens echt niet weten? Toen ik dit hoorde moest ik denken aan een artikel van Rutger Bregman bij De Correspondent. Bregman haalt Amerikaans onderzoek door de Psychological Warfare Division uit de Tweede Wereldoorlog aan. Dat onderzoek moest antwoord geven op de vraag: “Waarom vochten de Duitsers zo hard door? Waarom gooiden niet veel meer soldaten de handdoek in de ring?” 

Ja, waarom? “Misschien, dachten de onderzoekers, had de gemiddelde Duitser niet door hoe slecht ze ervoor stonden. Of misschien waren ze totaal gehersenspoeld en bleven ze daarom doorvechten tot de laatste snik.” Om daar wat aan te doen werden er massaal folders gedropt waarin de Duitse soldaten werd verteld hoe slecht de nazi’s waren en hoe hopeloos de posities van de Duitse troepen. Allemaal tevergeefs. Pas toen Parijs werd bevrijd en de onderzoekers Duitse krijgsgevangenen te spreken kregen, kregen ze een antwoord: “Uiteindelijk vochten ze voor hun makkers, die ze niet in de steek wilden laten.” Tegen deze Duitse ‘Kameradschaft’ werkte geen foldertje. Een beetje onderzoek onder de eigen troepen leerde dat die er hetzelfde over dachten.

Terug naar Paulissen en mijn collega die gebruikers willen voorlichten over de ‘maatschappelijke schade’. Zouden ze meer succes hebben dan de ‘folders uit vliegtuigen’ die de Duitsers moesten overtuigen? 

Uitgelicht

Lijden aan vrijheid

Afgelopen weekend werden er in Hongarije verkiezingen gehouden. De zittende premier Viktor Orbán kwam weer als winnaar uit de bus. Afgelopen zondag besteedde Tegenlicht aandacht aan Hongarije. Een verhelderende documentaire met als titel Slag aan de Donau. Verhelderend omdat de documentaire inzicht geeft in het Oost-Europese en in het bijzonder het Hongaarse perspectief op de wereld.

Boris_Yeltsin_with_Bill_Clinton-1

Foto: Wikimedia Commons

Kijkend naar deze documentaire moest ik denken aan het boek de toekomst is geschiedenis van Masha Gessen. Een tijdje geleden haalde ik er al iets uit aan. Gessen beschrijft in haar boek het wedervaren van Rusland en haar inwoners van grofweg 1985 tot en met nu. Zij doet dit voornamelijk aan de hand van de levensverhalen van drie generaties Russen. Kinderen die nu tussen de twintig en dertig zijn, hun ouders en hun grootouders. Enkele bijzondere personen vanwege de posities die zij, hun ouders of grootouders bekleden en bekleedden. Kinderen zoals de dochter van de vermoorde politicus Boris Nemtsov en de zoon van politbureaulid Jakovlev. Hun levens en de manier waarop ze worden beïnvloed door de gebeurtenissen zoals onder andere ‘Jeltsin op de tank’, de oorlogen in Tsjetsjenië en de gijzeling in het Doebrovtheater in Moskou, geven een indringend beeld van het Russische leven. Zeer lezenswaardig en een must om het huidige Rusland te begrijpen.  

Aan de hand van hun verhalen zoekt Gessen naar verklaringen. Bij dat zoeken haalt ze de Duitse psychoanalyticus Erich Fromm en zijn boek Escape from Freedom aan. Fromm probeerde zijn boek de psychologische oorsprong van het nationaalsocialisme te beschrijven. Gessen citeert Fromm die de mens uit de Middeleeuwen beschrijft: “iemand was toen identiek met zijn rol in de maatschappij; hij was boer, ambachtsman of ridder, niet een individu dat daarnaast een beroep had. de sociale orde werd opgevat als aan natuurlijke orde en daarvan deel te zijn gaf een veilig gevoel erbij te horen. Er was betrekkelijk weinig competitie. iemand werd geboren in een zekere economische positie die een door traditie bepaald levensonderhoud garandeerde.” De reformatie beëindigde die zekerheid en zorgde voor vrijheid maar die kwam met een prijs: “ Door zijn vaste plaats in een gesloten wereld kwijt te raken verliest de mens het antwoord op de betekenis van zijn leven; het resultaat is dat hij twijfels heeft gekregen over zichzelf en het doel van zijn leven.” Volgens Gessen gaat dit ook op voor de late Sovjetmens en zijn opvolger de huidige Rus. De Rus lijdt aan vrijheid?

Zou Gessen gelijk hebben? Zou dat dan niet ook voor de Hongaren en de Oost-Europeanen kunnen opgaan? Zouden ook westerlingen kunnen lijden aan vrijheid?

Uitgelicht

Leren is (niet gelijk aan) oordelen

Bij de Correspondent een bijzonder lezenswaardig stuk van Karin Amatmoekrim. Amatmoekrim beschrijft een stukje geschiedenis van de Hollandse invloed op Nieuw Amsterdam en later New York. De rol van slavernij heeft hierbij haar bijzondere aandacht. Enige minpunt in haar artikel is dat zij het verleden interpreteert vanuit dat wat erna komt. In een (schrijf)gesprek dat ik hierover met haar voerde geeft zij aan waarom: “In die zin denk ik ook dat het argument om de geschiedenis niet af te meten aan onze huidige normen, niet volstaat. Dat impliceert immers ook dat we nooit zouden kunnen leren van het verleden. Terwijl het erkennen van het gemak waarmee wij in wrede systemen verglijden ons zou kunnen leren hoe we aan moeten sturen op de best mogelijke toekomst.”  

Nieuw AmsterdamIllustratie: Wikipedia

Een bijzonder argument. Amatmoekrim zegt dat je alleen kunt leren van de geschiedenis als je er een oordeel over velt want dat is wat je doet als je er vanuit ons heden en met onze huidige normen naar kijkt. Dan leg je het verleden langs de maatlat van het heden en geeft aan waar het verleden tekortschiet. Wat moeten we dan doen als we tot de conclusie komen dat het heden tekortschiet? Moeten we dan terug naar het verleden? Dat even terzijde.

Is het werkelijk zo dat je alleen leert als je ergens een oordeel over hebt en dat je niet kunnen leren van iets waar je geen oordeel over hebt? Om bij Amatmoekrims aandachtsgebied te blijven, kan ik alleen leren van de geschiedenis van de slavernij als ik er een oordeel over heb, als ik het verleden en vooral de mensen die toen leefden veroordeel?

Zouden we niet het meeste van het verleden leren als we proberen te begrijpen hoe iets is gebeurd? Door te onderzoeken welke patronen er werkzaam waren en door vervolgens te kijken of we de patronen ook in het heden kunnen herkennen? Als  die patronen ook nu werkzaam zijn, zouden we dan niet kunnen zoeken naar mogelijkheden om die patronen te veranderen? Leren we niet van het verleden door te door- en overdenken wat de gevolgen van een huidige daad zouden kunnen zijn, rekening houdend met de ontdekte patronen? Leren we niet door ons te realiseren dat iedere ontwikkeling positieve en negatieve gevolgen heeft? Door niet te vallen voor ‘juichverhalen’ van ‘uitvinders’ van nieuwe zaken want die bagatelliseren de negatieve aspecten.

Uitgelicht

Huxley, Orwell en twee Russen

“Lig je languit op de bank te chillen begint je horloge te piepen: je beweegt te weinig. Voor de derde opeenvolgende dag alweer, dus je weet dat je gegevens automatisch worden doorgestuurd naar Apple, waar je je zorgverzekering hebt afgesloten. De data worden uiteraard ook toegevoegd aan je medische dossier dat veilig in de iPhone 20 is opgeslagen. Je voelt de onrust in je opborrelen. En dan, een nieuw piepje: stress op komst”  De eerste alinea van een uitgebreid artikel in de Volkskrant over de opmars van data in de gezondheidszorg. 

1984

Illustratie: Flickr

Bij die stress kan ik me iets voorstellen. Al die ‘piepjes’ die je eraan herinneren dat je iets moet, daar zou ik stress van krijgen. Zeker als de zorgverzekeraar dat ook allemaal registreert en het verwerkt in de premie die ik moet betalen. Leven volgens de ‘piepjes’ betekent minder premie want ik loop minder risico. Vanuit het oogpunt van de gezondheidszorg en vooral de beheersing van de kosten ervan is dat het ‘Walhalla’. Toch geeft dit mij, om een passend Duits woord te gebruiken een ‘unheimisch’ gevoel. 

Ik krijg er Huxliaanse ‘brave-new-world-beelden’ gecombineerd met Orwelliaanse ‘1984-beelden’ bij. De ‘piepjes’ als het soma uit Huxleys Brave new World. Als ik ze volg leef ik lang, gezond en gedraag ik me vooral verantwoord. “Mensen voelen een verantwoordelijkheid naar hun gezin, naar hun bedrijf, hun omgeving: ik kan het me niet permitteren niet in de gaten te houden of ik gezond ben,” zoals Erik de Heus CEO van Skinvision het in het artikel zegt.  Wiens leven leef ik dan? Mag ik niet voor ‘mezelf’ leven en daarin de keuzes maken die mij een goed gevoel geven? Een goed gevoel maar wellicht ook slecht voor mijn gezondheid?

Orwells 1984 komt om de hoek kijken bij ‘Apple waar je je zorgverzekering hebt afgesloten.’ Wil ik dat mijn verzekeraar alles weet en vooral meet? Een andere ‘deskundige, Lucien Engelen van het Radboudumc, maakt zich daarover geen zorgen: “Ik heb nog altijd meer vertrouwen in de grote techbedrijven dan in twee Russen op een zolder die ergens een appje in elkaar knutselen.” Nu was mijn vertrouwen in de ‘goedertierenheid’ van techbedrijven nooit erg groot, door de onthullingen rond Facebook van de afgelopen weken, is dat er niet beter op geworden. Toeval wil dat die ‘grote techbedrijven’ waar Engelen zoveel vertrouwen in heeft, eerst heel klein waren en zijn ontstaan uit ‘appjesknutselaars’ op zolders en in garages. Google door Page en de Rus Brin, Facebook door Zuckerberg en nog wat studiegenoten, Apple door Jobs en Wozniak, Microsoft door Gates, Amazon door Bezos.

Uitgelicht

Roos en de Filistijnen

“Ik heb een uitgesproken hekel aan domme mensen met een uitgesproken domme mening.” De eerste zin uit de wekelijkse column van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. In die column geeft Roos zijn visie op het Israëlisch Palestijns conflict. Domme mensen met domme meningen, wat dom is hangt vaak af van de opvattingen van degene die oordeelt. Laten we eens, zonder etiketten te plakken naar Roos’ betoog kijken. Volgens Roos zijn er: “maar twee redenen om antipathie te hebben ten aanzien van de enige democratie in het Midden-Oosten. Eén: omdat je denkt dat er ooit een Palestina heeft bestaan en de Joden dat land hebben ingepikt. Of twee: omdat je gewoon een hekel aan Joden hebt.” Vervolgens gaat Roos in op de beide redenen waarbij de eerste een bijzondere redenering oplevert.

Illustratie: wikipedia.org

Ergens schrijft hij: “Laten we beginnen met het Palestijnse volk. Dat bestaat namelijk niet en heeft in de huidige vorm nooit bestaan. Ook het land Palestina is pas veel later verzonnen. De streek Palestina, vernoemd naar de inwoners van toentertijd, de Filistijnen, bestond echter wel al. Deze Filistijnen zijn overigens in het niets verdwenen na de verovering van het gebied door de Babyloniërs. Oftewel: de huidige Palestijnen zijn helemaal niet de oorspronkelijke bewoners van het gebied Palestina.” Het Palestijnse volk bestaat niet? 

Inderdaad heeft het land ‘Palestina’ in het verleden nooit bestaan en is het een recente uitvinding. Geldt dat trouwens niet voor de meeste landen? Kosovo bestaat nog maar kort, net als Oekraïne, Azerbeidzjan en Kazachstan. Het land Israel bestaat ook pas sinds 1948. Trouwens ook Nederland is van vrij recente datum en ‘bestaat’ pas sinds 1814 en in de huidige omvang sinds 1839 toen België en Luxemburg ‘apart’ gingen. Het hele begrip ‘land’ zoals wij het kennen, is van recente datum.

Gelukkig realiseert Roos zich dat de streek Palestina, genoemd naar de Filistijnen, wel al zeer lang bestaat. Zouden inwoners van een streek geen ‘volk’ kunnen zijn? De wereld wemelt van de ‘volkeren’ die geen land hebben. Neem bijvoorbeeld de Xhosa en de De Hausa, die bestaan echt, ‘Hausanië of Xhosaland niet. Het land Friesland heeft ook nooit bestaan, bestaat er dan volgens Roos ook geen Fries volk?

Volgens Roos zijn de Filistijnen ‘in het niets verdwenen’ en zijn zij die zich Palestijn noemen dus ook niet de oorspronkelijke bewoners van dat gebied. Zouden de Filistijnen werkelijk van de aardbodem zijn verdwenen? Ik weet niet of Roos ooit  een Arabier Palestina heeft horen uitspreken, dan hoor je toch echt iets wat op ‘Filistijn’ lijkt.

Of Roos ‘een dom iemand is met een domme mening’ laat ik graag aan anderen. Op zijn argumentatie valt in dit geval het een en ander af te dingen.

Uitgelicht

Waarom moeilijk doen …

Topsalarissen. Politiek Nederland maakt zich er geregeld druk om. Nu komt minister Hoekstra, zo lees ik in de Volkskrant, met het idee om: “topsalarissen van bestuurders van banken en verzekeraars (te) kunnen terugvorderen zodra hun bedrijven in de problemen komen en daardoor aangewezen zijn op staatssteun.”  Daarnaast zoekt hij naar mogelijkheden om topbestuurders te verplichten om aandelen waarin ze worden uitbetaald voor een periode vast te laten houden. Hoe lang die periode is, moet nog nader worden bepaald: “Het belang van de bestuurders wordt daarmee volgens de minister meer in lijn gebracht met het langetermijnbelang van de bank en de maatschappij.”

belastingdienst

Foto: Flickr

Een deel van de Kamer vindt dit niet genoeg: “GroenLinks wilde er eerder met een wet voor zorgen dat bestuurders niet langer hun vaste beloning in aandelen kunnen krijgen. Ook drong de partij aan op een vetorecht voor de minister van Financiën over salarisverhogingen bij ‘cruciale banken’ zoals ING.” Dat kan volgens Hoekstra niet. Hoekstra’s wil bij de verdere behandeling van zijn plannen: “rekening houden met de concurrentiepositie van Nederland in Europa.” Daarom worden: “Alle relevante partijen zoals aandeelhouders, vakbonden, deskundigen en commissarissen (…) bij de vormgeving van eventuele wetsvoorstellen betrokken.” Of dat veel goeds beloofd daaraan kun je, met de plotselinge afschaffing van de dividendbelasting in het achterhoofd, twijfelen. Daar bleken immers alleen de multinationals in het algemeen en Shell en Unilever in het bijzonder, relevante partijen te zijn. Dit even terzijde.

Waarom zoeken onze politici toch naar moeilijke, lastig uit te voeren en controleren maatregelen? Dit terwijl er zeer eenvoudig uit te voeren maatregelen zijn die meteen een einde maken aan bovenmatige beloning en dat niet alleen als een bedrijf staatssteun moet aanvragen. Waarom kiezen onze volksvertegenwoordigers niet voor een forse verhoging van de inkomstenbelasting bij salarissen van boven de Balkenende-norm? Een verhoging tot bijvoorbeeld 90% ? Een tarief dat de Verenigde Staten tot in de jaren zestig hanteerden. Dan levert ieder miljoen dat een topman meer krijgt van zijn werkgever, de staat 9 ton op. Als er daarnaast wordt ingezet op het minder ‘cruciaal’ maken banken, dan wordt het ook nog eens makkelijker om een bank te laten omvallen. Iets wat niet verkeerd zou zijn.

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Uitgelicht

Kroegovaja poroeka

“Maar wie zich moslim voelt, hoort duidelijk afstand te nemen van de kwaadaardigheid van de opvattingen van deze man. Want anders spreekt hij ook namens u en dan neemt u, door uw stilte, een hele zware verantwoordelijkheid op uw schouders.” Een zin uit een betoog van Keyvan Shahbazi in de Volkskrant. Het betoog is geschreven met de commotie rond de uitspraken van imam Jneid als aanleiding. Shahbazi vraagt zich af namens wie Jneid: “deze putlicht” verspreidt. “Zelf beroept hij zich op de islam.” Als dat zo is en Nederlandse moslims delen zijn opvattingen: “Dan is het nogal laf dat deze man door hun stilte elke keer zo in de steek wordt gelaten! “ Is het niet zo: “Waarom claimen ze (de Moslimgemeenschap) hun zo dierbare geloof niet en roepen ze deze Jneid niet tot orde?”

Schermafbeelding 2018-04-02 om 10.26.26

Een bijzondere vraag. Moet een moslim alle zin of onzin die iemand namens zij geloof zegt te verspreiden met woord en daad ondersteunen of ontkennen? Wordt hetzelfde gevraagd van iedere gereformeerde, hervormde, katholiek, hindoe of jood? Moet iedere Nederlander zich laten horen als er weer eens iemand namens ‘de Nederlander’ of ‘het volk’ zegt te spreken? Volgens Shahbazi wel want: “Behorend bij deze vrije samenleving met democratische rechtsorde, hebben wij allen verantwoordelijkheden. Gelooft u nog in de islam, maar deelt u de uittreksels van deze man niet? Spreekt u zich uit! Wanneer als gevolg van zijn uitspraken opnieuw slachtoffers vallen, zult u na de gebeurtenissen van 2004 niet meer geloofwaardig zijn.”

Inderdaad hebben we in in onze democratische rechtsorde naast rechten, zoals het recht op vrije meningsuiting waar Jneid gebruik van maakt, allemaal verantwoordelijkheden. Dat wij vrij onze mening mogen uiten, betekent niet dat we dat ook moeten doen. Soms is het beter om te zwijgen. Zou dat in het geval Jneid misschien niet ook de betere optie zijn geweest? Door de aandacht die hij en zijn uitspraken nu krijgen, wordt hij belangrijker gemaakt dan dat hij is. Om het met ‘tuinieren’ te vergelijken, je bemest het onkruid en dan gaat het groeien.

Onze rechtstaat gaat echter niet zover dat mensen hun geloofwaardigheid verliezen als ze niet reageren op zin of onzin die andere ‘namens de godsdienst of het volk’ uitkramen.  Onze democratische rechtsorde kent geen ‘kroegovaja poroeka’ zoals het in het Russisch heet, letterlijk vertaald ‘rondgaande aansprakelijkheid’. Het fenomeen dat een gemeenschap aansprakelijk wordt gesteld door de daden van een individu. Gelukkig niet als je De toekomst is geschiedenis van de Russische journaliste Masha Gessen leest. Een zeer lezenswaardig boek dat inzicht geeft in het Rusland van tegenwoordig. Inzicht dat voor vele ‘meningenmannetjes’ en politici ook geen overbodige luxe is.

Uitgelicht

Loondispensatie, werkbonus of …?

“Noem dat dan ook geen sociale dienst meer, en stort dat geld op de rekening onder de noemer ‘werkbonus’ (wat het is) in plaats van uitkering (wat het niet is).” Een van de laatste zinnen uit de wekelijkse column Het spel en de knikkers van Frank Kalshoven in de Volkskrant. In zijn column breekt Kalshoven een lans voor de ‘loondispensatieplannen’ van Staatssecretaris Van Ark. Die plannen komen er in het kort op neer ‘arbeidsgehandicapten’ te betalen voor dat wat ze ‘produceren’ en dat kan minder dan het minimumloon zijn. Voor een aanvulling moeten ze bij de gemeente zijn die hen daar bovenop uitkeert tot het minimumloon wordt bereikt. Volgens Kalshoven is het hoge minimumloon het probleem: “Dit klinkt sympathiek, en zo is het ook bedoeld, maar het heeft als onbedoeld nadeel dat wie dat niet kan terugverdienen voor een werkgever, werkloos thuis op de bank belandt.”

Sociale werkvoorziening

Foto: PxHere

Zou zo’n ‘vernoeming’ werkelijk helpen? Zo zijn ‘ombuiging’, ‘besparing’ en ‘herprioritering’ andere woorden voor bezuinigingen. Voor degene die het betreft voelt het waarschijnlijk allemaal hetzelfde. Zou, als ‘arbeidsgehandicapte, een ‘werkbonus’ werkelijk anders ‘voelen’ dan een uitkering?

Toch is het een interessante gedachte. Laten we die gedachte in gedachte eens een stap verder voeren. Als we werkelijk willen dat het voor de betreffende mensen niet anders voelt, waarom dan niet een ‘werkbonus’ voor iedere volwassene? Een werkbonus ter hoogte van bijvoorbeeld het huidige bijstandsniveau. Een werkbonus die je door te gaan werken kunt aanvullen tot het minimumloon, modaal of een topsalaris?

‘Onbetaalbaar en onnodig’ zal menigeen roepen. Waarom zou bijvoorbeeld de topman van ING nog een werkbonus moeten krijgen bovenop zijn toch al veel te hoge salaris? Wat als de bijverdiensten onbelast zijn totdat iemand het minimumloon behaalt? En wat als die topman er ondanks die werkbonus netto niets op vooruitgaat en misschien zelfs wel wat op achteruit? Als hij die werkbonus gewoon terugbetaalt door een verhoging van de inkomstenbelasting? Zou dat niet ook een flinke besparing op de uitvoering van de sociale zekerheid betekenen?

Wat belangrijker is, als we Kalshoven volgen, dan zouden er bijna geen ‘arbeidsgehandicapten’ meer zijn. Zij die dan nog wel tot die groep behoren, die echt niet kunnen werken, daar maken we een aparte regeling voor. Lijkt dit niet verdacht veel op een basisinkomen?

Uitgelicht

Het kanon en de mug

“De boer was volgens ooggetuigen groenten aan het oogsten om te verkopen, toen hij door de granaat werd getroffen. Een tweede persoon raakte gewond. Het Israëlische leger heeft het incident bevestigd. Volgens het leger hadden twee personen het veiligheidshek genaderd en gedroegen zij zich verdacht.” Een passage uit een nieuwsbericht in de Volkskrant. De opening van het artikel spreekt zelfs van een tankgranaat.

mosquito-2566773_960_720

Foto: pixabay.com

In het artikel wordt verslag gedaan van de protesten van de Palestijnen in de Gaza. Het protest wordt georganiseerd door Hamas die het plan heeft om: “zes weken lang vreedzaam (te) protesteren om op 15 mei een ‘Mars voor de terugkeer’ te lopen om te eisen dat de vluchtelingen die in 1948 tijdens de eerste Israëlisch-Arabische oorlog uit hun huizen zijn verdreven, mogen terugkeren.” Dat vreedzame mislukte toen: “demonstranten zwaaiend met vlaggen direct naar de grens (liepen) waar zij stenen en brandende autobanden richting hekken en Israëlische veiligheidstroepen wierpen. Het Israëlische leger voelde zich hierdoor genoodzaakt om gericht terug te vuren, zo verklaarde een woordvoerder.” De Israëlische regering heeft zich gedegen voorbereid op de protesten: “Sluipschutters, paramilitairen en commando’s zijn in stelling gebracht en prikkeldraad is opgetrokken.”

Natuurlijk hebben de Israëliërs het recht om zich te verdedigen als ze worden aangevallen. Dat recht zal bijna niemand hen ontzeggen. Stenen en brandende autobanden op je af zien komen is natuurlijk geen pretje. Alleen laten beelden bij de NOS zien, dat die stenen en autobanden het hek waarachter de Israëlische troepen zich bevonden, niet eens bereikten. De rubberkogels en traangranaten die de Israëliërs afvuurden bereikten de Palestijnen wel en zorgden voor honderden gewonden en zes doden.

Aan Israëls kant wordt geen melding gemaakt van gewonden laat staan doden. Hoe ‘bedreigend’ was het dan voor Israel? Hoe proportioneel is de reactie van de Israëlische troepen? Hoe proportioneel zijn rubberkogels en traangasgranaten als antwoord op stenen en brandende autobanden die je nooit bereiken? Hoe proportioneel is een tankgranaat als antwoord op, laten we even van de Israëlische visie uitgaan, twee personen die zich ‘verdacht gedragen’?

Beste Israëlische regering, schiet u niet met een kanon op een mug?

Uitgelicht

Kaag, vluchtelingen en het kabinet

Opvang in de regio. Een van mijn allereerste prikkers schreef ik toen VVD-kamerlid Malik Azmani dit plan lanceerde. Ik moest aan deze prikker denken toen ik in de Volkskrant las dat minister Kaag oproept om de Libische detentiecentra voor vluchtelingen te sluiten. “De centra, die niet geschikt zijn voor menselijk verblijf, moeten dicht,” aldus de minister. Dat lijkt mij niet meer dan normaal. Kaag komt tot die conclusie na een tour langs centra in diverse landen.

eritrea-105081_960_720

Foto: pixabay.com

De Volkskrant beschrijft hoe Kaag het wel wil: “Kaag hoopt samen met andere landen de druk op Libië op te voeren om open asielzoekerscentra te maken waar migranten niet worden opgesloten, maar waar ze in en uit kunnen lopen. En waar hulpverleners toezicht kunnen houden. Ook wil ze dat het aantal vluchten wordt verdubbeld voor migranten die willen terugkeren naar hun thuisland.” Volgens Kaag is er geld genoeg, maar: “Het probleem zit in de bureaucratische afhandeling. Libië en Afrikaanse landen moeten sneller zorgen voor de juiste reispapieren.”

Nu zou je tegen kunnen werpen dat Kaag maar eens eerst haar Europese collega’s onder druk zou moeten zetten om voor fatsoenlijke opvang overal in Europa te zorgen. Maar ook dat zij vluchtelingen die nu klem zitten in vooral Griekenland en Italië op te nemen in de andere Europese landen. Op beide punten schort er nogal wat aan de Europese aanpak. Dat zou terecht zijn, alleen doen we Kaag ermee tekort omdat zij ervoor pleit dat  Nederland zich uitspreekt over uitbuiting en dwangarbeid. Kaag: “Wij hebben ontzettende mazzel gehad dat wij in Nederland zijn geboren. In die positie kunnen we wat terugdoen. Daar hoort een humaan asielbeleid bij. Dit is niet humaan.”

Midden vorig jaar schreef ik een open brief aan de Europese leiders waarin ik me afvroeg of het Europese vluchtelingenbeleid geen voorbeeld is van rationele irrationaliteit: een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang maatschappelijk gezien tot irrationele resultaten leidt. Kaag lijkt dat te bevestigen en de Volkskrant signaleert: “Kaags oproep om de centra te sluiten plaatst niet alleen haar Europese collega’s, maar ook haar coalitiegenoten van VVD, CDA en ChristenUnie voor een dilemma.” En precies het dilemma dat GroenLinks deed besluiten om niet met VVD, CDA en D66 in een kabinet te gaan.

Zou Kaag het pleit van haar collega’s en coalitiepartners winnen?

Uitgelicht

Ijsjes en idealen

In de Volkskrant een artikel van René Romer waarin hij de verkiezingsoverwinning van Denk en Nida verklaart aan de hand van demografische gegevens. Die tonen aan dat ‘stemmend’ Nederland snel verandert: “In Zuid-Holland heeft 31 procent van de bevolking een migratieachtergrond; landelijk heeft 30 procent van alle 20- tot 40-jarigen een migratieachtergrond. Bij deze cijfers is de derde generatie niet meegerekend.” Romer, directeur van een marketingbureau, adviseert: “PvdA, SP en GroenLinks zich eens goed te verdiepen in de demografische veranderingen die ons land de komende decennia ondergaat. Doen ze dat niet, dan kan hun prominente rol in de toekomst uitgespeeld raken.” Een goed advies van Romer?

ice-2789928_960_720

Foto:pixabay.com

Nu zal menigeen zeggen dat de rol van de PvdA al uitgespeeld is. Dat die partij een hopeloze zaak is. Iets wat voetbalcoach Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ zou noemen. Voor een marketeer is het een duidelijk verhaal, als je je product wilt verkopen dan moet je met je boodschap aansluiten bij je doelgroep. Doe je dat niet dan verkoop je niet veel. Toch knelt er iets.

Als ik de redenering van Romer goed begrijp dan moeten die partijen een boodschap en wellicht een programma zoeken dat aansluit bij de zich wijzigende demografische omstandigheden. Zeg je dan niet dat je ideeën moet zoeken die aansluiten bij mensen of een bepaalde groep mensen? Dat je je aanbod moet afstemmen op de vraag? Dat je je visie en programma moet afstemmen op wat mensen of bepaalde groepen mensen, willen? Zou het falen van vele politieke partijen en politici niet juist een gevolg zijn van deze manier van denken?

Zouden politici die politiek bedrijven op basis van hun idealen niet succesvoller zijn? Politici die op basis van een visie op het goede een programma opstellen dat hun idee van het goede dichterbij brengt? Die met hun idealen en programma de boer op gaat en mensen met hun passie voor die idealen proberen te overtuigen?

Zouden idealen te vergelijken zijn met een ijsje?

Uitgelicht

‘Pak ze waar het pijn doet’

“Formaties duren voort totdat VNO-NCW en hun grote leden tevreden zijn.” Dit schrijft Syp Wynia in Elsevier in een artikel waarin hij de dominante invloed van de grote bedrijven op het kabinetsbeleid bekritiseert. “zo daalde de vennootschapsbelasting in Nederland deze eeuw van 35 procent naar 25 procent en gaat het derde kabinet-Rutte daar weer 4 procent vanaf halen. Daarbovenop wordt de dividendbelasting afgeschaft, uitsluitend om de multinationals en hun buitenlandse aandeelhouders te plezieren.” De slachtoffers? “Het midden- en kleinbedrijf verpietert onder de lobby- en chantagekracht van VNO-NCW,” en: “de welvaart van een land als Nederland.” De leidende politici winnen omdat ze: “als (ze) uitgeregeerd zijn, (…) plaats(nemen) in de lobbymachine van de multinationals. Zo zijn de Nederlandse manieren.” 

johan-falk-tyst-diplomati.36448

Illustratie: Subscene

Dat dit niet alleen de Nederlandse manier is, lieten Joseph Stiglitz in The Price of Inequality en Joseph Vogl in Het Financiële regime al zien. Vogl voegde er voor de financiële sector al een historische component aan toe door terug te gaan naar de tijden van de Republiek. Een historische component die in De onzichtbare hand van Bas van Bavel centraal staat. Een boek dat ik kort geleden behandelde. Het afschaffen van de dividendbelasting is hiervan een mooi voorbeeld. Geen onderwerp van welk verkiezingsprogramma dan ook en wel een van de eerste maatregelen die een nieuw kabinet neemt. Als kiezer en burger sta je machteloos. Je enige kans ligt bij de volgende verkiezingen alleen duurt het nog een jaar of vier voordat het zover is en wie denkt er dan nog aan?

Nu keek ik gisteren een aflevering van de Zweedse politieserie Johan Falk. Een serie waar iedere aflevering ongeveer de lengte heeft van een speelfilm. In deze aflevering was de stiefdochter van politieman Johan Falk gegijzeld door Estse criminelen die haar biologische vader afpersten. Als kijker weet je dan dat ze dat beter niet hadden kunnen doen. ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet’, sprak de leider van de politie-eenheid van Falk. Dat bleken drugs te zijn, zo bleek uit informatie van een Zweedse crimineel die inmiddels als informant voor de politie werkte. Hij wist te vertellen dat de Esten het grote geld verdienden met drugs en dat er een grote zending onderweg was per veerboot.

Hoe het afliep, vertel ik niet. Waar het mij om gaat is de uitspraak: ‘We moeten ze pakken waar het pijn doet.’ Zou dat niet ook voor die multinationals gelden? Als kiezer en burger is onze macht beperkt, maar hoe zit het met onze macht als consument? Hoe zouden die multinationals reageren als we hun producten inruilen voor die van een ander? Voor producten van kleine lokale bedrijven?

Uitgelicht

‘Een wethouder is niets’

‘Een wethouder is niets!’ Aan deze woorden van een voormalig collega en gemeenteambtenaar moest ik denken, toen ik bij Binnenlandsbestuur het volgende las: “Voor wethouders gaat wel een VOG-plicht gelden. Veel gemeenten laten al een risicoanalyse uitvoeren op de kandidaat, vaak door private partijen die ieder hun eigen standaard hanteren. De minister wil die vervangen door een basistoets integriteit.” Uit die toets moet blijken of: “de opgegeven diploma’s wel kloppen, of de wethouder mogelijk andere belangen heeft of dat er zaken uit het verleden zijn die zijn of haar functioneren mogelijk in de weg staan.”

Verklaring Omtrent Politiek Gedrag (geanonimiseerd)

Foto: Wikimedia Commons

“Een VOG voor raadsleden haalde het niet, want je kunt raadsleden die ooit een strafbaar feit hebben gepleegd niet het passief kiesrecht ontnemen.” Zou dat niet ook voor het wethouderschap moeten gelden? Een VOG voor wethouders, een goed idee? Een VOG is volgens de definitie van het ministerie van Justitie en Veiligheid: “een verklaring waaruit blijkt dat uw gedrag in het verleden geen bezwaar vormt voor het vervullen van een specifieke taak of functie in de samenleving.” De verklaring zegt iets over het verleden. Logisch, toekomstig gedrag is niet te beoordelen. Probleem is dat zo’n verklaring alleen iets zegt over ‘bekend’ gedrag in het verleden. Het onbekende blijft buiten beeld totdat het bekend wordt.  Het al dan niet hebben van een diploma, maakt niets uit. Volksvertegenwoordigers, wethouders en ministers hoeven niets ‘te kennen en kunnen’. Er zijn geen functie-eisen voor. Als volksvertegenwoordiger word je gekozen en als wethouder en minister gevraagd.

Zit het bestrijden van ‘bestuurlijke corruptie’ en ‘gebrek aan integriteit’ niet al ingebakken in ons systeem? Die voormalig collega sprak de openingswoorden van deze Prikker tegen beginnende en soms ook gevorderde ambtenaren die terugkwamen van een gesprek met een wethouder met de boodschap dat ‘de wethouder had besloten dat het zo moest’. Hij maakte hun daarmee duidelijk dat een wethouder geen besluiten kan nemen omdat alleen bestuursorganen dat kunnen. Een wethouder is geen bestuursorgaan, hij is lid van het bestuursorgaan ‘college van burgemeester en wethouders’. Zijn het niet de collega bestuurders die de integriteit moeten bewaken? Is het niet de raad die hierop moet toezien?

Zegt niet-integer of corrupt handelen van één wethouder niet iets over de rest van het college en de raad in de betreffende gemeente? Hoe integer is een college en een gemeenteraad die niet optreden tegen een niet-integer handelende bestuurder of politicus? Als de niet-integere bestuurder van geen wijken wil weten, wat let de anderen dan om, net zoals voormalig burgemeester Winants van Brunssum, hun positie ter beschikking te stellen en af te treden?

Uitgelicht

Zaanstad, de Rotterdamwet en Genooi

Ik moest denken aan de Venlose wijk Genooi. In mijn jeugd een beruchte wijk met als bijzondere attractie dames achter ramen met rode verlichting. Die ‘beruchtheid’ maakte dat de gemeente Venlo deze wijk ging verbeteren. Als je nu door de wijk loopt dan moet je erkennen dat dit is gelukt. Veel huizen zijn gesloopt en vervangen door moderne nieuwe huizen. Markante oude zoals het Agnes Huijn Carré is in oude glorie hersteld, maar wel met slechts de helft van het oorspronkelijke aantal woningen. Het gemiddelde inkomen is flink gestegen en ‘berucht’ is de wijk niet meer, het is nu eerder een rustige ‘slaapwijk’.

Agnes Huijn Carre

Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant het streven van Jeroen Olthof van Zaanstad las: “Als je ziet dat nu 33 procent van de kinderen in deze wijken in armoede opgroeit, dan is de kans groot dat zij zelf ook in armoede zullen leven. Wij willen dat deze kinderen een mooie toekomst tegemoet gaan.” De gemeente Zaanstad wil dat bereiken door de “Rotterdamwet’ in te zetten. Hoe dat werkt: “Werklozen en uitkeringsgerechtigden maken op basis van de wet geen aanspraak op een vrijgekomen huurwoning in de wijken. Ook mensen met een strafblad of een aantekening van de politie kunnen worden geweigerd. Daar staat tegenover dat bepaalde maatschappelijke beroepsgroepen, zoals agenten en verpleegkundigen, juist voorrang krijgen op een woning.” Zouden die kinderen door het beleid van wethouder Olthof een mooie toekomst tegemoet gaan?

Met deze maatregel zal het ongetwijfeld lukken om het percentage kinderen die in die wijk in armoede opgroeien, naar beneden te brengen. De agenten, verpleegkundigen en andere beroepsgroepen die voorrang krijgen, zullen ervoor zorgen dat het gemiddelde inkomen in de wijk stijgt. Als zij kinderen krijgen, dan zullen deze kinderen niet in armoede opgroeien, die kinderen zullen ‘een mooie toekomst tegemoet gaan. Dat resulteert een een daling van het percentage kinderen in die wijk dat in armoede opgroeit. Hoera! Het beleid is succesvol want de doelstelling wordt gehaald.

Zou het aantal kinderen dat in armoede opgroeit door deze maatregel kleiner worden? De kinderen die al in de wijk wonen en in armoede opgroeien, zullen niet profiteren van de toename van het gemiddelde inkomen in die wijk. Hun armoede zal daar niet door worden aangepakt. De kinderen van de mensen die geen aanspraak kunnen maken op een woning in die wijk zullen elders moeten huren. Hun ‘armoedesituatie’ zal niet veranderen behalve als de huur daar wat hoger is.

Terug naar Venlo. De mensen (met kinderen in armoede) waarvoor geen plek meer was in Genooi, verhuisden naar Venlo-Zuid en Vastenavondkamp. Wijken die, zeker Vastenavondkamp, net zo berucht zijn als het vroegere Genooi. Een ander huis in een andere wijk maar nog steeds in armoede.

Uitgelicht

Spekken aandeelhouders

Als begunstiger van De Correspondent krijg je iedere dag een berichtje over nieuwe en soms ook wat oudere artikelen die op dit medium zijn verschenen. Vandaag las ik het volgende in dat bericht: “Het Europees Parlement wil de Europese begroting flink laten groeien, merkte correspondent Tomas Vanheste. Mede om – voor het eerst in de geschiedenis van de Unie – de defensie-industrie een impuls te geven.” Het artikel meldt dat de Europese begroting  met 30% groeit. Een belangrijk deel van dat geld is bestemd voor defensie en voor komende twee jaar is alvast 500 miljoen uitgetrokken voor steun aan de Europese defensie-industrie.

war-618899_960_720

Foto: Pixabay

Vanheste: “Voor Europese samenwerking op defensiegebied is zonder twijfel iets te zeggen. Zolang je geen volbloed pacifist bent, lijken zaken als gezamenlijk inkopen van materieel en slim verdelen van de taken zeer verstandig. Maar moet je daarvoor een financiële injectie geven aan de wapenindustrie? Is die dan niet winstgevend genoeg om de eigen research te financieren, waar het geld voor bedoeld is?” Terechte vragen lijkt mij. Zeker als je bedenkt dat het Europese project tot nu toe geen defensiepoot had.

Nu moest ik bij het lezen van dit artikel denken aan het boek De onzichtbare hand van Bas van Bavel, dat ik gisteren besprak. Van Bavel onderzocht markteconomieën en zag dat ze allemaal ten onder gingen en dat in de fase voor de neergang, kapitaal vooral in de financiële markten wordt geïnvesteerd. Vooral, maar niet als enige. Een andere sector die het in deze fase voor de wind gaat, is de militaire sector. Om hun machtspositie te behouden investeerden de overheden van die markteconomieën veel geld in oorlogen, onderdrukking en bewapening. Die investeringen bekostigden ze met leningen op de kapitaalmarkt en die leningen werden terugbetaald uit belastinginkomsten. Gevolg hiervan was dat er nog meer geld uit de reële economie werd getrokken en via de rente op de leningen ten goede kwam aan de extreem vermogenden.

Zou het kunnen dat dit ook in de Europese Unie aan de hand is? Dat de gewone belastingbetaler de beurs moet trekken om de rendementen van de vermogende aandeelhouders nog verder te spekken?

Uitgelicht

Markteconomieën

De afgelopen weken maakte politiek en opiniërend Nederland zich druk om de salarissen van topmensen uit het bedrijfsleven. Dit keer was een forse verhoging van het salaris van ING topman Hamers de aanleiding. Dat salaris moest ‘promoveren van de eerste naar de eredivisie’. Ik moest hieraan denken toen ik het naschrift bij het boek De onzichtbare hand van Bas van Bavel las.

Schema Van Bavel.jpg

Illustratie: Bas van Bavel, De onzichtbare hand, pagina 384-385

“Gevoelsmatig is deze aandacht (voor dergelijke salarisverhogingen die ‘graaien’ en ‘immoreel’ worden genoemd) misschien begrijpelijk, maar voor de grote fundamentele ontwikkelingen is deze focus grotendeels misplaatst,” aldus Van Bavel. Hij ziet een breder probleem dan immoreel handelen van individuen. Het is “een probleem dat eigen is aan de dynamiek van de markteconomie zelf, dus aan het systeem als geheel.” 

Waar de focus wel op zou moeten liggen? “Vermogensongelijkheid krijgt nauwelijks publieke aandacht, maar is voor de fundamentele ontwikkeling van economie en samenleving zeer relevant, niet vanwege de oneerlijkheid, maar vanwege de cruciale rol in de verwerving van maatschappelijke en politieke macht door de nieuwe marktelite.” Eenzelfde boodschap verkondigt de Amerikaans econoom Joseph Stiglitz in zijn boek The Price of Inequality.

Van Bavel voegt er een historische dimensie aan toe. In zijn boek onderzoekt Van Bavel markteconomieën uit het verleden en zoekt en vindt er een patroon in. Al deze markteconomieën doorliepen een soortgelijke cyclus. Gedurende de fases groeit het aantal armen en daalt het aantal vermogenden. Het vermogen van die vermogenden neemt wel steeds sneller toe.

Die cyclus (zie illustratie) begon met onrust en opstanden die leidden tot een grote mate van gelijkheid, vrijheid, zelforganisatie en sociale verbondenheid. Na verloop van tijd worden die zelforganisaties ondermijnd en wordt de markt de dominante manier voor het toewijzen van grond, arbeid en kapitaal. Mensen worden afhankelijk van de markt. Uiteindelijk gaat de financiële markt overheersen en wordt kapitaal vooral geïnvesteerd in financiële producten zoals staatsschulden. Die financiële producten leveren meer rendement op dan investeringen in de ‘productieve’ sector.

Via de staatsschuld hebben die vermogenden een stevige invloed op het bestuur van stad of land. Invloed die wordt vergroot door het ‘kopen’ van overheidsposities. Posities die vervolgens worden gebruikt om de regels van het spel naar eigen voordeel aan te passen. Daarnaast besteedt die nieuwe marktelite haar geld aan uiterlijk vertoon zoals grote huizen en kunst. “De marktelite is,” zo omschrijft Van Bavel het, “praktisch gezien de nieuwe feodale elite geworden. Machtsmiddelen worden ingezet om markten te vervormen naar eigen belang.”

Een interessante analyse waardoor je met andere ogen naar het heden kijkt.

Uitgelicht

Burgerbetrokkenheid

Komende woensdag mogen we ons voorlopig voor de laatste keer in een referendum ergens over uitspreken. Het raadgevend referendum wordt immers afgeschaft en een andere vorm van referendum hebben we niet. Het afschaffen van dit referendum en de manier waarop dit gebeurt, heeft veel mensen in de pen doen klimmen en het spreekgestoelte doen bestijgen. “Dat is een lange neus naar de kiezer. Het kabinet had ook kunnen zeggen: we gaan proberen de jonge wet te verbeteren en meer ervaring opdoen met het instrument referendum. Kijken of we de vraagstelling voortaan kunnen verbeteren bijvoorbeeld,” aldus Marc Chavannes bij De Correspondent.

exchange-of-ideas-796139_960_720

Illustratie: Pixabay

Chavannes besteedt aandacht aan de onderzoeken en de pogingen om de democratie aan te vullen. Hij constateert een: “groeiende behoefte van kiezers om meer betrokken te zijn bij het vaststellen van een probleem en bij het bepalen van de oplossing. Die behoefte aan meer invloed wordt gevoed door ontevredenheid over hoe gekozen politici luisteren en vertegenwoordigen.” Invloed die verloren is gegaan door: “depolitisering van het politieke debat…, het ontdoen van scherpe, tegengestelde standpunten in een politiek debat,” waardoor: “het heeft ontbroken aan open politiek debat, dat kiezers een gevoel van vertegenwoordigd zijn zou kunnen geven.” 

Laten we deze interessante analyse eens voor waar aannemen. Wat zou dan een passende manier zijn om te voldoen aan de groeiende behoefte van de kiezers om meer betrokken te zijn? Laten we de ‘sleepwet’ van nu eens als voorbeeld nemen. Die wordt nu als ‘eindproduct’ waaraan jaren werk is besteed, voorgelegd terwijl het gesprek over de belangrijkste keuze, de afweging tussen ‘veiligheid’ en ‘privacy’ nooit openlijk is gevoerd.

Zou die betrokkenheid dan niet veel beter vorm en inhoud krijgen als er eerst een brede maatschappelijke discussie zou worden gevoerd over het onderwerp en vooral over de hierboven beschreven afweging? Zou er met de uitkomst van die discussie niet naar mogelijke oplossingen gezocht moeten worden? Oplossingen die daarna op hun draagvlak worden getoetst?

Met andere woorden, zou die betrokkenheid niet veeleer aan de voorkant plaats moeten vinden en niet aan het einde? Zouden onze gekozen volksvertegenwoordigers de discussie niet moeten organiseren en faciliteren in plaats van ze te voeren? Zouden ze niet veel meer moeten luisteren in plaats van te spreken? Dit allemaal zodat ze op het einde als vertegenwoordiger namens ons een keuze kunnen maken?

Uitgelicht

l’Histoire se répète

“Hoe harder de politiek probeert mensen in hun eigen kracht te zetten, hoe schrijnender de realiteit dwingt tot de conclusie dat niet iedereen eigen kracht heeft.” Een uitspraak van Mieke Smilde in de Volkskrant in een artikel waarin zij de pogingen: “grip te krijgen op het probleem van mensen die lijden aan psychiatrische ziektebeelden.” Dit zonder veel succes want: “welke nieuwe woorden men ook verzint, welke bekostigingssystematiek wordt ontworpen of welke verantwoording men ook optuigt, de problemen blijven bestaan.” Problemen die vragen dat er: “gewoon moet worden ingegrepen. Niet door een indicatie aan te vragen, maar door een dak boven iemands hoofd te regelen.” Smilde signaleert op dit gebied een gebrek aan lef: “Verantwoordelijkheid nemen alvorens verantwoording af te leggen. Niet andersom.” One flew

Foto: Flickr

Vanuit mijn ervaringen als beleidsadviseur in het sociale domein, moet ik Smilde gelijk geven. Hoe lastiger de zaak, hoe meer er wordt gedraald en geschoven. Toch is er iets in Smildes betoog waar ik wat vragen bij heb. Smilde: “Mensen die roepen dat we daarmee teruggaan naar de paternalistische beter wetende psychiaters van vroeger, kennen de praktijk niet. Er komen geen Broeders van Liefde meer die twintig patiënten dagenlang op bed vasthouden. Patiënten kunnen hun rechten doen gelden.”

Zouden die ‘broeders van de liefde’ en die beter wetende psychiaters’ werkelijk niet terug kunnen komen? Zouden patiënten werkelijk hun rechten kunnen doen blijven gelden? Zou het werkelijk zo zijn dat zaken van vroeger die zijn ‘afgezworen’ niet meer terug kunnen komen? Dat ontwikkeling werkelijk alleen maar ‘vooruit’ kan gaan en niet achteruit? Dat bijvoorbeeld de vrijheid van meningsuiting die wij nu hebben voor eeuwig blijft bestaan?

Dat die broeders niet onder die naam en precies zo terug komen, dat is bijna zeker, maar zou hun manier van werken werkelijk voor eeuwig verleden tijd zijn? Is de geschiedenis niet een aaneenrijging van zich steeds net iets anders herhalende gebeurtenissen?

Uitgelicht

Vrijheid en slavenmoraal

“Door het ontstaan van fusiepartijen als het CDA, Christen Unie en GroenLinks zijn de onderlinge verschillen tussen de politieke partijen verdwenen. Er is een sociaal-liberaal midden ontstaan dat ons land al een halve eeuw regeert, waarbij het weinig uitmaakt of dat uit centrumlinkse of centrumrechtse partijen bestaat.” Zo begint Henk Strating zijn betoog op de site Opiniez. Als Strating bedoelt dat de vele partijen weinig van elkaar verschillen, dan heeft hij een punt.

Nietzsche-Denkmal_Naumburg_2013

Foto: Wikipedia

Gelukkig zijn er sinds de eeuwwisseling alternatieven, aldus Strating: “Fortuyn, Wilders en Baudet hebben er met hun LPF, PVV en Forum voor Democratie een bres in geslagen.” Die hebben, zo beweert Strating, het lef om zich te onderscheiden. De essentie van dat onderscheiden vat Strating in één woord samen: “vrijheid. En dan vooral het vrije denken en de vrijheid van meningsuiting. Pim Fortuyn sprong daarvoor in de bres en wilde daarom het verbod op belediging en discriminatie afschaffen. De PVV voert vrijheid zelfs in de naam van de partij. Maar het meest duidelijk is het bij Thierry Baudet van het Forum voor Democratie.” 

Heb ik het dan helemaal verkeerd gezien, gelezen en gehoord de afgelopen jaren? Verkeerd gezien dat de partij die vrijheid in haar naam voert, wel heel erg vaak het woord verbieden in de mond neemt. Bijvoorbeeld als het gaat over een hoofddoek, de bouw van een moskee of het bezoek van een imam. Verkeerd gelezen dat diezelfde partij en ook nieuwkomer Baudet wel erg vaak pleiten voor het optreden tegen, of het ontslag van bijvoorbeeld een politieagent, leerkracht en anderen als die hun mening uiten en die mening niet overeenkomt met hun mening. Verkeerd gehoord dat als er iets wordt gezegd dat de ‘leiders’ van deze partijen onwelgevallig is, het woord ‘demoniseren’ heel snel valt. Dit met de bedoeling om die ander de mond te snoeren. Dat het bovendien niet bij woorden alleen blijft, nee er worden aangiftes gedaan.

Is dit in lijn met de uitspraak waarmee Strating eindigt en die aan de Franse denker Voltaire wordt toegeschreven: “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen?” Of is dat een kenmerk van wat Nietsche, zoals Strating hem parafraseert: “een slavenmoraal (noemt), waarin vrije geesten verstikken, omdat afwijkende meningen taboe verklaard zijn?” 

Uitgelicht

Vechten tegen windmolens

Ook voor de verkiezingen in de gemeente Venlo is een stemwijzer beschikbaar. Een van de vragen, meteen de eerste, luidt: “Windturbines in de gemeente toestaan,” en dan mag je een balkje verschuiven op een schaal tussen ‘helemaal eens’ en ‘helemaal oneens’. Wat je ook kunt doen, is de standpunten van de deelnemende partijen over dit onderwerp bekijken. Ik dacht, laat ik dat eens doen bij dit onderwerp. Sommige partijen zijn voor, anderen tegen en weer anderen zijn voor met daarbij een maar zoals: er is eigenlijk geen plek. De meest bijzondere ‘maar’ is van de lokale partij EENLokaal. Het standpunt van deze partij luidt: “Wel toestaan maar op minimaal 3 kilometer van woningen.” 

body-of-water-3162375_960_720Foto: pixabay.com

Nu ben ik mij aan het voorbereiden op de wandeltocht van de Venloop. Een prachtig evenement dat op zondag 25 maart wordt afgesloten met een halve marathon en waar op zaterdag wordt gewandeld. Omdat ik van de natuur hou, leiden die voorbereidingen mij door het prachtige buitengebied van Venlo. Een makkie om er te komen want vanaf mijn huis ben ik makkelijk binnen een half uur de stad uit. Ik ben echter nog geen plek tegen gekomen die aan de eisen van EEnLokaal voldoet. Hoe leeg het ook lijkt, altijd zijn er wel een paar huizen in de buurt.

Om mijn wandelervaringen te toetsen even wat rekenwerk. Van de wiskundelessen op de middelbare school, inmiddels alweer zo’n 35 jaar geleden, weet ik dat de oppervlakte van een cirkel het kwadraat van de straal maal pi is. Dat betekent in het geval van de windturbine dat er in Venlo een plek moet worden gevonden waar het dichtstbijzijnde huis minimaal drie kilometer van is verwijderd. Er moet in de bijna 129 vierkante kilometer die Venlo groot is, waarop trouwens ruim 100.000 mensen wonen en dat is  ruim achthonderd per vierkante kilometer, een cirkelvormig gebied te vinden zijn van 28,26 vierkante kilometer dat onbewoond is. Hoe groot is de kans dat die plek er is en dat er dus een windturbine geplaatst kan worden? Nog sterker, als dit een landelijke norm zou zijn, hoeveel van die plekken zouden er in heel Nederland te vinden zijn waar een windturbine geplaatst kan worden?

Beste EENLokaal, draait u mensen geen rad voor ogen? Waarom zegt u niet meteen dat u geen windturbines wilt? Is dat niet wat eerlijker dan mooie sier maken met een JA en dan een voorwaarde te stellen waaraan niet voldaan kan worden?

Uitgelicht

Vluchtelingen en vrijheid

In de Volkskrant een bijdrage van schrijver Arthur Umbgrove. Umbgrove heeft zich voor het schrijven van een roman verdiept in de vluchtelingenproblematiek. Volgens Umbgrove is het de vraag: “wat we belangrijker vinden: het lijden van homo’s en vrouwen, of het lijden van vluchtelingen. Dat is een afschuwelijk dilemma, maar het kan niet worden ontkend. Er is, vrees ik, geen beschaafde oplossing voor een barbaars probleem.”

sunset-3122491_960_720Illustratie: pixabay.com

Dat barbaarse probleem is dat het opnemen van vluchtelingen uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika leidt tot: “vrouwen die voor de voeten worden gespuugd en uitgescholden als ze een kort rokje dragen; homo’s die niet meer hand in hand over straat durven.” Want: “Het is een utopie om te denken dat vluchtelingen deze denkbeelden bij de grens achterlaten.” Dit heeft dus: “onherroepelijk gevolgen voor de vrijheid van vrouwen en homo’s in Nederland.” Het alternatief, opvang in de regio maakt dat de vluchtelingen: “onder erbarmelijke omstandigheden verdwijnen in kampen in Libië, Libanon, Jordanië en Turkije.” Als je het zo schetst dan is een beschaafde oplossing inderdaad niet mogelijk. Maar, is die schets wel correct?

Vluchtelingen die onder erbarmelijke omstandigheden voor ons in de vergetelheid verdwijnen, dat is inderdaad een gevolg van ‘opvang in de regio’. Dat mensen hun opvatting achterlaten bij het oversteken van een grens, daar heeft Umbgrove een punt. Tenminste, op de korte termijn. Op de langere termijn kan het best dat die andere omgeving leidt tot andere opvattingen. Als een andere omgeving opvattingen van mensen kan doen veranderen, zouden dan ook opvattingen over vrouwen of homo’s kunnen veranderen?

Mochten die opvattingen niet veranderen, dan toch tenminste de manier waarop ze worden geuit. Over dat uiten en vooral de manier waarop dat gebeurd, gesproken, daar hebben we in Nederland wetten en regels voor. Wetten en regels die voor iedereen in dit land gelden, ook voor vluchtelingen. Als iemand zich niet aan die regels houdt moet er een waarschuwing of straf volgen. Als iemand een vrouw voor de voeten spuugt omdat zij een rokje draagt, dan moet zij, en iedereen die het ziet, de ‘spuger’ aanspreken op dit verkeerde gedrag, op zijn slechte manieren. Vrijheid verdwijnt alleen als we haar niet verdedigen.

Zijn het wel (alleen) vluchtelingen die vrouwen beschimpen en homo’s angst aanjagen?

Uitgelicht

Burgers en macht

Bij Joop maken Werner de Gruijter en Elisa Klaus zich druk om het onderwijs: “Het Nederlandse (en Europese) hoger onderwijs biedt de student in toenemende mate slechts het ogenschijnlijk noodzakelijke, namelijk het instrumenteel aanleren van een bepaalde vaardigheid in een zo kort mogelijke tijd. Dat het overige is wegbezuinigd of ingekort, laat zien dat culturele en geestelijke vorming dat zo noodzakelijk is voor de individuele ontplooiing, tegenwoordig onvoldoende op waarde wordt geschat.” Iets waar ik, zoals ik al eerder schreef, me wel in kan vinden.

euro-1144835_960_720

Foto: euro-bankbiljetten-handdruk-1144835

Ik wil het hebben over hun eerste alinea: “De macht in het Westen verschuift richting een nieuw soort feodalisme, ook wel neoliberalisme genoemd. Onder het mom van marktwerking verdween de macht uit handen van de burger en kwam terecht bij investeerders die met geld invloed hebben uitgeoefend op het (Europese) onderwijsbeleid.” Een interessante passage waarin zij betogen dat door de marktwerking de macht van burgers naar ‘ investeerders’, mensen met veel geld die invloed kopen, verschuift. Gevolg hiervan is een soort feodalisme. Nu niet via de grond en fysieke arbeid maar via het aanleren van ‘instrumentele vaardigheden’ die nodig zijn voor bedrijven. Dat klinkt mooi, maar….

Macht die verschuift van burgers naar investeerders, dit suggereert dat die macht ooit in handen was van die burgers en op dit punt zitten mijn vragen. De auteurs constateren zelf al dat: “In de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog … te veel macht in te weinig handen,” lag. Als we kijken naar de invoering van het algemeen kiesrecht, dan valt op dat dit pas in het eerste kwart van de twintigste eeuw haar beslag kreeg. Dit betekent dat, als er een moment was dat de burger de macht had, dit moment ergens na de Tweede Wereldoorlog lag.

Als het neoliberalisme de oorzaak is van het verschuiven van die macht, dan moeten we de tijd van ‘burgermacht’ vóór begin jaren tachtig van de vorige eeuw zoeken. Vanaf dat moment werd het neoliberale marktdenken dominant. Die periode moet dus ergens tussen 1945 en 1985 liggen. Hiervan kunnen we de eerste twintig, vijfentwintig jaar gerust afschrijven. De protesten in de jaren zestig waren immers gericht tegen de regenten. Blijven vijftien jaar over. De jaren van de Lockheed affaire met ‘schelm van Oranje’ Bernhard in de hoofdrol. Een affaire waarbij een bedrijf een besluit probeert te ‘kopen’. Precies dat wat de ‘investeerders met geld’ nu doen.

Met de auteurs maak ik me er zorgen omdat: “een uitgebalanceerde en kritische levenshouding steeds minder aan de volgende generaties (wordt) doorgegeven in het (hoger) onderwijs” Of de macht ooit echt in de handen van de burgers heeft gelegen?

Uitgelicht

Ik doe niet mee!

Identiteit, door de Van Dale omschreven als “eigen karakter.”  Identiteit, het staat tegenwoordig centraal in zo ongeveer elk politiek debat, want dan wordt identiteit van het individuele naar het collectieve niveau getild, naar het niveau van de ‘Nederlandse identiteit’ bijvoorbeeld. De regeringspartijen besteedden er al aandacht aan in hun regeerakkoord en daar heb ik me al eerder over uitgelaten omdat het woord wordt gebruikt om mensen buiten te sluiten. Nu las ik iets bijzonders op de site Opiniez, de site die lastig omgaat met een weerwoord.

holle-bolle-gijs-339478_960_720

Foto: pixabay.com

Op deze site een artikel van Robert Bor. “De beroepsdrammers beitelen zeer succesvol aan het fundament van de Nederlandse identiteit. Telkens weten ze er een stuk af te houwen. Langzaamaan verdwijnen eeuwenoude tradities en wordt de geschiedenis net zo lang herschreven totdat zij past in het utopische streven.” Wat is dan die Nederlandse identiteit? volgens Bor wordt die gevormd door zwarte piet, monsieur Cannibale in de Efteling, cowboys en indianen, Jan Pieterszoon Coen en een film over Michiel de Ruyter. Nu valt er veel te zeggen over de criticasters van al deze zaken. Dat enkelen er bijzondere theorieën op na houden, dat er zijn die in fabeltjes geloven en dat er zijn die de geschiedenis plooien naar het heden.

Nu ben ik Nederlander en vier ik sinterklaas, heb ooit wel eens de Efteling bezocht, cowboy en indiaantje gespeeld, geschiedenis gestudeerd en tijdens die studie kwamen De Ruyter en Coen voor. Dat de Nederlandse identiteit daarmee bestaat uit zwarte piet, en Monsieur Cannibale, de cowboys en indianen, Coen en De Ruyter tot de ‘fundamenten van de Nederlandse identiteit’ behoren, gaat dat niet wat ver?

Volgens Bor verdienen die beroepsdrammers: “een krachtig antwoord van trotse, Nederlandse burgers, verenigd in hun afkeer van de ondermijning van onze gekoesterde identiteit.” Beste meneer Bor, als Nederlander kan ik u zeggen: ik doe niet mee!

Voor mij wordt het fundament van de Nederlandse identiteit niet gevormd door voorgeschreven ‘belangrijke tradities’ of historische figuren’. Voor mij wordt die gevormd door de ruimte die onze rechtstaat biedt om jezelf te zijn en je eigen inspiratiebronnen te kiezen. Door de vrijheid om af te wijken van de ander. De vrijheid om je eigen ‘identiteit’ te bepalen en evenzoveel ruimte voor een ander om zijn ‘identiteit’ te bepalen.

Uitgelicht

Rijkaardweg of Pônniewaeg

In mijn geboorteplaats fietste ik vroeger door de Jan Verschurensingel, over het Professor Jansenplein en allerlei andere straten vernoemd naar een pastoor of kapelaan uit vroeger jaren. Al die namen zeiden me niets, behalve dan dat wat het bordje vermeldde: pastoor in Velden van … tot …. Later bleek dat een van die namen, professor Jansen, nog een voorvader van me was. Nu loop ik door Venlo over het Mgr Nolensplein, in de volksmond het Gaasplein, omdat er vroeger een gasfabriek (zie foto) stond en over de Deken van Oppensingel ook wel bekend als de Pônniewaeg waarvan de geschiedenis wordt bezongen in het liedje Merieke en zienen Huzaar. Vanwaar deze tocht door mijn verleden en heden?

Gaasplein

Foto: SeniorPlaza

D66 Rotterdam, nu nog in coalitie met Leefbaar Rotterdam maar straks natuurlijk niet meer, wil geen straten meer vernoemen naar ‘witte mannen’. De PvdA in onze hoofdstad is het hier helemaal mee eens en wil straatnamen naar migranten vernoemen. Volgens raadslid Sofyan Mbarki is ‘een betere afspiegeling van de diversiteit van Amsterdam’ hierbij het devies.” Dit lees ik in een korte bijdrage van Ewout Klei bij Jalta. Bij het artikel zelfs een tweet van iemand die Nijmegen als goed voorbeeld geeft: straten vernoemd naar vooraanstaande mensen uit de Indische gemeenschap. Ondanks de manier waarop de discussie wordt gevoerd, voelt Klei er wel wat voor: “Migranten en hun afstammelingen moeten zich ook thuis kunnen voelen in Nederland. Het is immers ook hun land.” En daarom: “Dus graag een Donald Jones park, een Anil Ramdas boulevard en uiteraard een Ruud Gullitlaan en een Frank Rijkaardweg,” aldus Klei. Inderdaad moet iedereen zich in dit land thuisvoelen en als straatnamen voor Rijkaard, Gullit, Ramdas en anderen daaraan bijdragen, waarom niet?

Ja, waarom niet? Tegenover de straten van al die ‘oude blanke Nederlanders’ zetten we straten van ‘gekleurde wat minder oude Nederlanders’, ter compensatie en evenwicht. Misschien niet omdat er juist nu zo’n discussie is ontstaan over straatnamen van mensen die honderd jaar geleden werden toegejuicht en nu worden verguisd? Een Heutszplein, Witte de Withstraat of een Coentunnel, roepen tegenwoordig heftige reacties op en er wordt zelfs gepleit om er andere namen aan te geven. Zou dat niet ook met mensen kunnen gebeuren waarnaar we nu straten vernoemen? Neem Gullit, een geweldige voetballer, maar als trainer wel actief in Grozny bij de club van de omstreden Ramzan Kadirov. Nu al een vlekje en wat als we voetbal in de toekomst verwerpelijk gaan vinden? Wie garandeert ons dat die ‘helden van nu’ over een paar generaties niet ook van hun sokkel vallen?

Zouden we niet af moeten zien van het vernoemen van straten en pleinen naar personen?  Liever de Pônniewaeg dan de Rijkaardweg!

Uitgelicht

Trumponomics

Stel de Trump-hotels komen erachter dat de goedkoopste lakenfabrikant veel minder geld aan hotelkamers bij Trump-hotels besteedt, dan dat hij lakens levert en de hotels besluiten er geen lakens meer af te nemen. De hotels geven die, bijvoorbeeld 10 miljoen, niet meer uit. Volgens hun eigenaar winnen ze daarmee. Gevolg is wel dat de gasten  moeten slapen op bedden zonder lakens. Natuurlijk kunnen de hotels zelf een ‘lakenfabriek’ beginnen voor eigen gebruik. Alleen zal de prijs van die lakens ook moeten worden doorberekend in de kamerprijs. Die zullen stijgen want als eigen lakens het goedkoopste zouden zijn, dan zouden de Trump-hotels al altijd zelf lakens hebben gemaakt. Die lakenfabrikant zal minder of zelfs niet meer overnachten in de Trump-hotels en dat betekent minder omzet voor de Trump-hotels. De, door de eigen lakens, duurdere kamers zullen minder worden geboekt. Zou ‘hotelmanager’ Trump deze keuze maken?

march-for-science-2252981_960_720

Foto: pixabay.com

President Donald J. Trump wel “When a country (USA) is losing many billions of dollars on trade with virtually every country it does business with, trade wars are good, and easy to win. Example, when we are down $100 billion with a certain country and they get cute, don’t trade anymore-we win big. It’s easy!” Een tweet waarmee hij zijn plannen voor het invoeren van importheffingen verdedigt. Plannen die een handelsoorlog kunnen ontketenen.

Ik moest het een paar keer lezen, maar het staat er echt: als je een handelstekort hebt en je stopt met die handel dan win je. Inderdaad houd je het geld dat met die handel is gemoeid dan in je zak. Daar staat tegenover dat je het product ook niet krijgt. Wat als je dat product vervolgens toch nodig hebt en je moet op zoek naar een alternatief? Als er een goedkoper alternatief was, bijvoorbeeld kwalitatief evenwaardig staal uit het eigen land, dan had je dat waarschijnlijk al afgenomen, dan had je dat niet uit het buitenland gehaald. Betekent dat niet dat je alternatief altijd duurder is, ook maken in eigen land? Als je dat duurdere product, bijvoorbeeld weer dat staal, verwerkt in andere producten, worden die producten dan niet ook duurder? Verkoop je die producten in je eigen land, dan zijn je inwoners duurder uit en kopen ze er wellicht minder van. Verkoop je ze ook nog in het buitenland, dan verkoop je daar ook minder of wellicht niets meer. Inderdaad blijft al je geld in eigen land als je niet met het buitenland handelt, maar zijn veel hogere prijzen en dalende koopkracht daarvan niet het gevolg?

Trumponomics, economie volgens Trump, begint vorm te krijgen. Het ‘trickle down’ geloof, het geloof dat belastingverlaging voor de rijken ‘naar beneden druppelt’ en ervoor zorgt dat ook de armen rijker worden, is al gereanimeerd via de belastingplannen. Nu het geloof dat handelsoorlogen te winnen zijn, terwijl ervaringen uit het verleden uitwijzen dat handelsoorlogen alleen maar verliezers kennen. De rijken, zoals Trump, zal het niet zo veel deren. De rekening zal worden betaald door Jo Sixpack en Jan Modaal.

Uitgelicht

Zó eenentwintigste eeuws

“Naar mijn vaste overtuiging is een federaal einddoel als onvermijdelijke historische mars niet hoe het moet zijn in de 21ste eeuw” Woorden van premier Rutte over de Europese samenwerking, zo valt de lezen in de Volkskrant. Hoe het wel moet: “Hooggestemde idealen nuchter invullen. Stap voor stap.” Dat allemaal met als leitmotiv: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.”

international-2679145__340

Illustratie: pixabay.com

Rutte doet negen concrete voorstellen waarvan de laatste de meest bijzondere is: EU-subsidies mogen alleen worden verstrekt aan lidstaten die hun economieën hervormen. “Anders vormen om te verbeteren,” zo definieert Vandale hervormen. Dat zal een flinke discussie worden want wie bepaalt wat beter, of in Ruttes woorden ‘nuchter’, is? Een mooie uitspraak, ‘hooggestemde idealen nuchter invullen’. Wat die idealen zijn laat hij in het midden, behalve dat het geen federaal Europa is. Zou het niet handig zijn om te weten wat dat ‘hooggestemde ideaal’ is? Maakt dat het niet makkelijker om ernaartoe te werken en om te bepalen of we ‘stap voor stap’ ook die richting ingaan? Om dus ook te bepalen of die economie in de gewenste richting wordt hervormd en er dus subsidie kan worden verstrekt? Dit even terzijde.

Ik wil het hebben over de uitspraak: “Brussel dient de lidstaten, niet andersom.” Beste meneer Rutte, dat kunt u als ‘liberaal’ toch niet menen? Ik zal mijn vraag toelichten. Moet de EU, net als trouwens een nationale overheid, niet haar burgers dienen? Is een overheid, welke dan ook, er niet om haar burgers te dienen en te ondersteunen? Zou daar de focus niet op moeten liggen? Dat het ‘vervolmaken van de interne markt 1000 miljard oplevert is mooi, maar gaat het er niet om hoe alle inwoners beter worden van die markt? Soepeler kapitaalverkeer ook leuk, maar wat heb je er als burger aan? Behalve dan dat je als burger (belastingbetaler) de rekening van eventuele schade dient te betalen. Een lagere begroting, ook een van de punten, ook dat klinkt mooi, maar wat als een hogere begroting betere resultaat voor de inwoners oplevert?

Even terug naar die ‘hooggestemde idealen’. Wat als blijkt dat de belangen van de inwoners niet gebaat zijn bij nationale overheden? Als ze juist het meeste gebaat zijn bij een federaal Europa? Als dat juist zó eenentwintigste eeuw blijkt te zijn?

Uitgelicht

Exotisch inheems of inheems exotisch?

Het vriest een paar dagen en dan begint het weer. De roep om de Elfstedentocht? Ja, die ook, maar daar wil ik het niet over hebben. Ik wil het hebben over het bijvoeren van de grazers in de Oostvaardersplassen. Van honger en kou stervende dieren dat kunnen we niet laten gebeuren. Die moeten we helpen en dus bijvoeren. De aaibaarheidsfactor van de grote grazers zal daar zeer zeker aan bijdragen. Zou er ook zoveel commotie zijn als in de grond wroetende wormen of mestkevers van honger om dreigen te komen? Of aaseters die leven van dode grazers? Hoe zouden die trouwens bijgevoerd moeten worden?

Nederland_1916_rus.jpg

Illustratie: Wikimedia Commons 

In de Volkskrant verschillende reacties, ook een van Martijn de Jonge. Volgens De Jonge zijn: “in de Oostvaardersplassen levende konikpaard als het heckrund ‘bedachte’ dieren.” Daarom: “Het zou goed zijn om eens de bakens qua denken te verzetten en de ingevoerde grote grazers te beschouwen als invasieve exoten. Daar voldoen ze geheel aan, want: 1. ze zijn door de mens ingevoerd, 2. ze vermeerderen zich ongebreideld, 3. ze hebben geen natuurlijke vijanden, 4. ze vernielen de biotoop en 5. ze verdrijven de autochtone flora en fauna zoals egel, mol, muizen, hazen en reeën.” Een duidelijk verhaal. Alleen eigentijdse inheemse dieren zijn welkom. De dierlijke variant van ‘eigen dieren eerst’ om het wat cru uit te drukken. Van die ‘exotische’ grote grazers moeten dan maar een groot deel worden afgeschoten.

Maar toch, welk dier behoort inheems op die plek? Honderd jaar geleden was het nog gewoon Zuiderzee. Er zwommen vissen en er leefden andere waterdieren. Die zijn allemaal uitgestorven op die plek omdat dat deel van de Zuiderzee door de mens werd drooggelegd. Zijn alle dieren ook de egels, mollen, muizen, hazen en reeën daarmee niet invasieve dieren? Zijn ze op die plek niet allemaal bedacht? Net als trouwens alle planten en de mensen die in de rest van het gebied dat bekend staat onder Flevoland wonen en rondlopen?

Uitgelicht

Goed voorbeeld

De strijd in Syrië duurt maar voort en een einde lijkt nog niet inzicht. Bij De Correspondent beschrijft Dimitri Tokmetzis de ‘geschiedenis’ van de strijd en maakt daarbij duidelijk hoe deze strijd al verschillende keren van gedaante is veranderd. Tokmetzis“ Het begon in het voorjaar van 2011 als een burgerlijk protest tegen het autoritaire regime van president Assad. …Al snel vond er een radicalisering en fragmentatie plaats langs ideologische en sektarische lijnen. En, zoals dat gaat, begonnen buitenlandse partijen zich in de strijd te mengen – zichtbaar en onzichtbaar. … In 2014 kwam nog een speler het veld opstormen, nu vanuit Irak: ISIS Dat leidde weer tot een radicale herinterpretatie van het conflict door de Verenigde Staten, enkele Europese landen en, later, Rusland.” …  Begin 2017 transformeerde het conflict voor de derde keer door extreme fragmentatie.”

syria-1699119_960_720

Illustratie: pixabay.com

 Dit alles heeft er, volgens Tokmetzis, toe geleid dat het al lang niet meer over Syrië gaat en “ Met zo’n verstrengeling van economische belangen, lokale machtsmotieven en de gewapende strijd is het erg moeilijk een politieke oplossing te vinden voor het conflict.” Want: “Een oplossing is niet mogelijk zonder oog te hebben voor deze grensoverschrijdende belangen, netwerken en geldstromen.” Dit houdt in, zo citeert Tokmetzis Clingendael-onderzoeker Erwin van Veen: “De zuurstof voor het conflict komt sinds enige tijd vooral van buiten. Daarom zal op dit moment een mogelijke oplossing eerst internationaal moeten worden gevonden. Wat de Syriërs zelf willen, is tragisch genoeg, van ondergeschikt belang geworden.” 

Na deze beschrijving en analyse van de situatie vraagt hij, bijna verzuchtend zo lijkt het, aan zijn lezers: “Moeten Nederland en de Europese Unie hun opstelling ten opzichte van het conflict veranderen?”  Een interessante vraag. Is er, zijn analyse volgend niet maar één optie als je als land een bijdrage wilt leveren aan het beëindigen van deze strijd? Zou meer buitenlandse bemoeienis in de strijd hierbij helpen? Als de ‘zuurstof’ vooral van buitenlandse bemoeienis komt, zou meer buitenlandse bemoeienis, meer zuurstof, dan de oplossing zijn?

Zou de oplossing niet gezocht moeten worden in het beëindigen van die buitenlandse bemoeienis? Beëindigen door je afzijdig van de strijd en de strijdende partijen te houden? Afzijdig, maar niet afzijdig als het de opvang van Syrische oorlogsvluchtelingen betreft? Afzijdig ook door hen, zonder aanziens des persoons (dus ook als het de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië of Israel betreft) te straffen met economische en andere sancties? Door ervoor te zorgen dat hun belangen om te stoppen groter zijn dan de strijd voort te zetten? Door de ‘pijn’ te verleggen van de Syrische bevolking naar de bevolking van deelnemende landen?

Zou Nederland dit voorbeeld durven te geven?

Uitgelicht

Hellend vlak?

Onopgeloste misdrijven houden de gemoederen bezig. Peter R. de Vries vulde er televisieprogramma’s mee waarin hij poogde om een vastgelopen zaak vlot te trekken. Een nooit opgeloste moordzaak is moeilijk, en voor de nabestaanden vaak niet te verteren. Sinds een paar jaar is er een ultieme manier om zo’n zaak toch vlot te trekken en wellicht op te lossen: het dna-verwantschapsonderzoek. En wat voor een middel: “Volgens onderzoekers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) kunnen door het dna-verwantschapsonderzoek in deze zaak langs de mannelijke familielijn ‘1 op de 8 Nederlandse mannen in beeld komen’, circa een miljoen mannen.”  Zo zegt een onderzoeker van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in de Volkskrant naar aanleiding van het grootste dna-verwantschapsonderzoek tot nu toe waarbij 21.500 mannen worden uitgenodigd. Mooi als een misdaad zo kan worden opgelost.

hellend vlakFoto: pixabay.com

Waar komt dan mijn unheimisch gevoel vandaan? Voor een deel misschien uit beweringen zoals: “Mannen die niet komen opdagen zijn niet per se verdacht. Maar de politie zal die groep wel onderzoeken. Eerst wordt gekeken of iemand anders in de familielijn dna heeft afgestaan. Als dat niet het geval is, dan gaan we zo iemand wel benaderen?” Niet verdacht maar wel nader onderzocht doordat we de ‘familielijn’ extra gaan bestuderen en niet verdacht, maar wel benaderen? Waarom al die extra moeite als iemand niet verdacht is?

Zouden opmerkingen zoals: “Ook jongens van 18- en 19 jaar zijn opgeroepen, hoewel die in 1998 nog niet eens waren geboren. Maar hun dna kan wel een match maken, waardoor de politie in de familielijn verder kan speuren,” dit gevoel voeden? Onderzoek doen naar op voorhand onschuldigen?

Zou dit gevoel gevoed worden door het feit dat zeer veel mensen onderdeel worden van een crimineel onderzoek zonder dat er sprake is van een verdenking? Een verdenking die normaal toch aan de basis staat van onderzoek naar iemand? Mensen inzetten als middel om een doel te bereiken? Dna-verwantschapsonderzoek kan wellicht misdrijven oplossen en een einde maken aan de onzekerheid van de nabestaanden. En zoals velen zullen tegenwerpen: wat heb je te vrezen als je niets te verbergen hebt?

Maar toch een unheimisch gevoel. Begeven we ons niet op een hellend vlak?

Uitgelicht

Moreel ver plassen

De campagne voor de komende gemeenteraadsverkiezingen is nogal surrealistisch. De kranten staan vol met uitspraken van politici die verkiesbaar zijn en dan ook nog partijen waar het grootste deel van Nederland niet op kan stemmen. Baudet, Wilders, Buma en Pechtold zijn niet verkiesbaar. Het Forum voor Democratie, NIDA, de PVV, Denk en Bij1 doen slecht in een handvol en soms maar één gemeente mee. In de Volkskrant reageert Martin Sommer op een ‘klacht’ van politicoloog Tom van der Meer dat er te weinig over waarden wordt gediscussieerd: “Me dunkt, in Amsterdam en Rotterdam gaat het alleen maar over waarden. Racisten buiten de deur houden, is er iets hogers? Dat begon al bij het debat van de landelijke lijsttrekkers in De Balie. Het was een potje moreel verplassen tussen Pechtold, Klaver en Asscher.”

manneken-pis-1535118_960_720

Foto: pixabay.com

Nu is Nederland veel groter dan Amsterdam en Rotterdam en de rest van Nederland komt er nogal bekaaid vanaf. Als inwoner van welke plaats dan ook hoef je niet echt moeite te doen om niets te merken van de komende gemeenteraadsverkiezingen.

Terug naar Sommer. Inderdaad als het over racisme gaat, dan gaat het over waarden. Racisme raakt aan waarden als vrijheid, rechtvaardigheid, gelijkwaardigheid en broederschap. Een debat over racisme biedt een goede mogelijkheid om te bekijken hoe partijen en politici deze waarden interpreteren en invullen. Hoe breed of smal zien zij vrijheid? Hoe vullen zij rechtvaardigheid in? Daar kun je een aardige boom over opzetten. Hoe wordt gelijkwaardigheid ingevuld en wat betekent dat voor het samen leven, voor broederschap?

Gaat de discussie, het debat, daar ook over? Als deze waarden conflicteren, welke waarde weegt voor een politicus het zwaarste? Voor een VVD-er zal vrijheid belangrijk zijn. Een GroenLinkser zal daarin bijvallen, alleen hebben ze het over hetzelfde als ze het over vrijheid hebben? Vrijheid kun je immers, in navolging van de filosoof Berlin, positief en negatief uitleggen. Gaat de discussie hierover of blijft het debat hangen in het elkaar beschuldigen en het jij-bakken?

Als je het zo bekijkt, heeft Van der Meer dan niet ook een punt en wordt er niet over waarden gesproken?

Uitgelicht

Homeopaat Trump

“Als je een leraar hebt, die bekend is met wapens, zou dat een aanval heel snel kunnen beëindigen,” een uitspraak van de Amerikaanse president Donald Trump, zo las ik bij de Volkskrant. Trump deed deze uitspraak in een bijeenkomst in het Witte Huis ter herdenking van de laatste schietpartij in Florida. Het bewapenen van leraren zou daarmee de gevolgen van schietpartijen op scholen beperken.

pistol-1686697_960_720

Illustratie: pixabay.com

Trump onderbouwde zijn idee door te zeggen dat een gemiddelde schietpartij op een school drie minuten duurt terwijl de politie er gemiddeld vijf tot acht minuten over doet om op de plek te komen. Gewapende medewerkers zouden daarom sneller een eind kunnen maken aan een schietpartij. Dit betekent dat de meeste schietpartijen niet door de politie worden beëindigd maar door ‘anderen’. Als we, zo lijkt Trump te redeneren, nog meer ‘anderen’ bewapenen, dan wordt een schietpartij nog eerder beëindigd en vallen er waarschijnlijk minder slachtoffers.

Dat zou een logische redenering kunnen zijn. Ware het niet dat schietpartijen op scholen, maar niet alleen daar, vooral iets van de Verenigde Staten zijn. De New York Times geeft een mooi overzicht dat laat zien dat er in de VS per dag relatief gezien ongeveer vijfenhalf keer meer doden door wapengeweld vallen dan in het tweede Westerse land op de lijst, zevenentwintig in de VS vergeleken met vijf in Griekenland en Canada als die landen een even grote bevolking zouden hebben als de VS. Of, zoals de New York Times schrijft: “Gun homicides are just as rare in several other European countries, including the Netherlands and Austria. In the United States, two per million is roughly the death rate for hypothermia or plane crashes.”

Nu zijn de VS ook het land met de meeste wapens per inwoner in de Westerse wereld. Al die wapens kunnen niet verhinderen dat er slachtoffers door wapengeweld vallen. Zou de homeopaat Trump het bij het rechte eind hebben dat het toevoegen van nog meer wapens (ziektekiemen), tot een wonderbaarlijke genezing leidt?

Uitgelicht

Oorlogsdaad

Stelt u zich eens het volgende voor. Een van uw kinderen geeft in uw tuin een feestje. De jeugdigen maken er een dolle boel van, alleen heeft uw buurman wat last van overlast. Die buurman besluit over het tuinhek te klimmen en begint in uw tuin aanwezige spullen te vernielen en op uw spruit en zijn gasten in te slaan. U komt uw huis uit, loopt naar het gebeuren en krijgt vervolgens van uw buurman te horen dat u zich er alleen mee mag bemoeien als u uw spruit en zijn gasten een flink pak slag geeft. Wat zou u doen?

woman-2853071_960_720

Illustratie: pixabay.com

Nu stelt u zich eens een land voor, bijvoorbeeld Syrië. Een buurland, bijvoorbeeld Turkije valt een deel van het land, neem bijvoorbeeld Afrin binnen omdat daar een groep, bijvoorbeeld de Koeren, zit die Turkije niet bevalt, die het als terroristisch ziet. Dat land, Syrië, stuurt vervolgens troepen naar die streek om samen met de Koerden de Turkse invallers het land uit te werpen. De Turkse regering regeert vervolgens als door een wesp gestoken. “ Er is geen probleem als Syrische troepen Afrin binnenkomen om de YPG of PKK te verwijderen. Maar als het regime van de Syrische president komt om de YPG te verdedigen, dan zullen wij handelen en niemand kan dan Turkije en Turkse soldaten tegenhouden,” aldus de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlut Cavusoglu, als we Elsevier mogen geloven.

Of niemand de Turkse soldaten kan tegenhouden, dat moet nog blijken. Nu ben ik geen aanhanger van de Syrische regering, een regering die niet gedreven lijkt om het beste te doen voor de gehele Syrische bevolking. Maar wie kan de Syrische regering, hoe slecht ook voor het eigen volk, het recht ontzeggen om de Turkse troepen met alle middelen tegen te houden? Sterker nog, om ze met alle middelen de gezamenlijke grens weer over te gooien? Heeft een land niet het recht om ongewenste strijders uit andere landen in het land gevangen te nemen en de grens over te zetten.

Is het met geweld binnenvallen van een buurland niet een daad van oorlog? Een daad die het aangevallen land het recht geeft om op te treden en daarbij alle middelen in te zetten die het nodig acht? Is in dit geval Turkije niet de agressor, ondanks alle ‘retoriek’ dat land ‘terroristen’ wil bestrijden? Zou Turkije niet veroordeeld moeten worden vanwege deze oorlogsdaad?

Uitgelicht

Christelijk Europa?

Volgens enkele politici in ons land, ik zal geen namen noemen maar een ervan heeft ‘waterstof geperoxideerd’ haar, moet Europa worden gered door de Hongaarse president Orbán. In Elsevier lees ik dat, volgens Orbán: “Onze ergste nachtmerries kunnen waarheid worden. Het Westen kan vallen als het niet ziet dat Europa onder de voet wordt gelopen.”  Vooral met West Europa gaat het de verkeerde kant uit: “In tegenstelling tot Oost-Europa is het ‘een immigrantenzone, met een gemengde bevolking dat een andere richting in slaat dan de onze.” Het gevaar komt van: “politici uit Brussel, Parijs en Berlijn,” die zijn verantwoordelijk voor het: “verdwijnen van de christelijke cultuur en de islamitische expansie”. De oplossing? “Het christendom is onze laatste hoop,” aldus Orbán.

mural-539817_960_720

Foto: pixabay.com

Als het christendom Orbáns laatste hoop is, wil ik dan in het Europa van Orbán wonen? Sterker nog, ik wil nergens wonen waar de hoop is gevestigd op een religie? Zijn dat niet bijna altijd behoorlijk intolerante landen? Ondanks de ’vrede’ en medemenselijkheid’ die iedere religie zegt te prediken, mondt het toch heel vaak uit in wrede onmenselijkheid. De Europese geschiedenis is behangen met godsdienstoorlogen en wreedheden tussen diverse ‘christelijke sekten. De laatste ervan (Noord-Ierland) is pas een kleine twintig jaar geleden beëindigd in een nog behoorlijk koude vrede. De diverse facties binnen de islam zijn, geen haar beter. De meeste aanslagen worden immers gepleegd door islamieten op andere islamieten. Het hindoeïsme laat in India inmiddels ook al vervelende gewelddadige en intolerante trekjes zien. Ook het Boeddhisme kent zo zijn intolerante en enge kanten, zo liet Arjen Lubach zien. Dit nog afgezien van de oorlogen tussen verschillende godsdiensten.

Natuurlijk zijn er vreedzame christenen, islamieten, hindoes en boeddhisten. Sterker nog, de overgrote meerderheid van hen zal dat zijn. Maar wordt het niet een probleem als gelovigen hun geloof, hun normen en hun waarden aan anderen gaan opdringen? Als een land of in Orbáns geval de Europese Unie, christenlijk moet zijn? Christenen in Europa, ja! Naast islamieten, boeddhisten, hindoes en alle andere religies, zelf de aanhangers van het ‘vliegende spaghettimonster’. Een christelijk Europa, NEE!

Uitgelicht

Politiek, geschiedenis en recht

Een paar weken geleden werd in Polen een wet van kracht die het verbied om te spreken van ‘Poolse concentratiekampen’. Die wet moet, zo viel in de Volkskrant te lezen: “voorkomen dat de regering en het Poolse volk nog langer de schuld krijgen voor de wandaden van de nazi’s.” Want, zo sprak oud-premier Szydlo: “Wij, de Polen, waren slachtoffers, net als de Joden.” Inderdaad waren de Polen ook slachtoffers van nazi-Duitsland, het land werd immers binnengevallen, net als Nederland. Het zijn van ‘slachtoffer’ wil niet automatisch zeggen dat men niet ook ‘dader’ kan zijn in een andere zaak, zoals de jodenvervolging. In Nederland kunnen we daarover meepraten.

Heutsz

Foto: Wikimedia Commons

Ik moest aan deze Poolse wet denken, toen ik las dat het Nederlandse parlement heeft besloten dat er sprake is van een Armeense genocide. Initiatiefnemer kamerlid Voordewind: “We mogen de geschiedenis niet ontkennen uit angst voor sancties. Ons land herbergt nota bene de hoofdstad van het internationale recht, dus we moeten niet bang zijn om ook hierin recht te doen.”

Dat politici de geschiedenisboeken willen halen door geschiedenis te schrijven met hun daden in het heden, is een bekend verschijnsel. Dat politici geschiedschrijvers gaan voorschrijven hoe iets moet worden beschreven, gaat dat niet iets te ver? Moeten politici zich niet bezig houden met het heden en de toekomst? Moeten we de het beschrijven, en benoemen van daden in de geschiedenis niet overlaten aan historici? Daarbij kan het gebeuren dat een gebeurtenis op verschillende manieren wordt beschreven en benoemd.

Als ‘we’ dit dan toch moeten doen omdat ons land de ‘hoofdstad van het recht’ is, waarom dan stoppen bij de Armenen? Kunnen we dan ook een uitspraak verwachten van het parlement dat er sprake was van ‘Boerse-genocide’ gepleegd door de Engelsen tijdens de Boerenoorlog? Een genocide compleet met concentratiekampen. De genocide op de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika of Australië. En als we toch bezig zijn, hoe staat het met de ‘Atjehse genocide’ gepleegd door Nederland? Een genocide met J.B. van Heutsz in een van de hoofdrollen? Of de genocide op Banda door de VOC onder leiding van J.P. Coen? Om er slechts een paar te noemen.

Sinds wanneer wordt ‘recht’ trouwens gesproken door politici? Zijn daarvoor niet juist rechters aangesteld?

Uitgelicht

Startkwalificatie funest

“Het CPB: ‘Jongeren met een mbo 3-diploma in ons cohort hebben nog vaker een baan’ dan jongeren met alleen een startkwalificatie. Eerst maar eens een einde maken aan het grootste probleem: geen jongere van school zonder startkwalificatie.” De laatste zinnen van Frank Kalshoven in zijn wekelijkse column in de Volkskrant van zaterdag 17 februari. Kalshoven reageert op een rapport van het Centraal Planbureau waarin verslag wordt gedaan van het wedervaren van de ‘jaargang MBO 2006’. Uit dit onderzoek blijkt dat eenvijfde geen diploma heeft behaald en eenvijfde een mbo 2 diploma en dus een startkwalificatie. Zonder diploma kom je heel lastig aan het werk en met mbo 2 houdt het ook niet over, aldus het rapport.

graduation-995042_1920

Illustratie: pixabay.com

Terecht maakt Kalshoven zich druk om die jeugdigen die het mbo zonder diploma verlaten. Zou het daarbij helpen om als doel te stellen dat geen jongere van school mag zonder startkwalificatie? Als het stellen van het doel het probleem zou oplossen, dan zou het probleem al opgelost moeten zijn. Het beleid van de overheid is immers: niemand van school zonder startkwalificatie. Precies dat wat Kalshoven adviseert.

Als je op startkwalificaties wordt afgerekend, dan ga je op startkwalificaties sturen. Voor een groot deel van de jeugdigen is dit geen probleem, ze halen dat zonder al te veel problemen en veelal zelfs op hun sloffen. Voor een klein deel, eenvijfde van mbo-leerlingen, is dit wel een probleem. Dat probleem zou wel eens kunnen zijn dat zij het niveau niet hebben om een startkwalificatie te halen.

Op basis van het CPB-rapport beschrijft Kalshoven deze groep wat nader. In die groep: “zijn de mbo-instromers die niet direct van het voortgezet onderwijs kwamen oververtegenwoordigd. De schoolloopbaan van deze jongeren liep in het primair en voortgezet onderwijs al niet op rolletjes, en het mbo slaagt er maar bij een deel van de studenten in dit te repareren.” Inzet gericht op een ‘hopeloze missie’? Als alle inzet erop erop is gericht om iets te laten halen wat ze niet kunnen halen, is die inzet dan niet gericht op een ‘faalervaring’?

Zou juist het doel niet het probleem zijn? Zou het helpen als we het doel anders formuleren? Als het doel van al het onderwijs is om jeugdigen een bij hen passende plek te laten vinden in de samenleving? Niet een diploma maar een passende plek in de samenleving? Zou dat tot tot meer ‘maatschappelijk rendement’ leiden? Belangrijker, zou dat tot meer geluk leiden voor de betreffende mensen?

“Het criterium ‘startkwalificatie’ doet z’n werk aardig,” zo luidt de titel van Kalshovens column. Voor het grootste deel van de jeugdigen gaat dit op, alleen voor de meest kwetsbaren niet. Zou voor deze jeugdigen niet gelden: ‘startkwalificatie funest’?

Uitgelicht

Democratisch experiment

“De versplintering van de gemeenteraad in steeds meer fracties biedt een kans tot vernieuwing en daarmee tot andere vormen van overleg, samenwerking en coalitievorming.” De eerste zin van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur. Dit is de conclusie uit een rapport dat de bestuurskundigen Paul Frissen en Martin Schulz schreven in opdracht van de provincie Overijssel. De beide onderzoekers concluderen dat het: “systeem van politiek bedrijven via gedisciplineerde coalitievorming met strakke binding (…) door de versplintering van het politieke landschap in steeds meer en kleinere fracties ‘lastiger (wordt), zo niet onmogelijk’. Daarom is een nieuwe, verruimende politiek nodig.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het boek Counter-Democracy. Politics in an age of distrust van de Fransman Pierre Rosanvallon dat ik momenteel aan het lezen ben. Voor Rosanvallon is democratie veel meer dan ‘verkiezingen’. Democratie versterkt door op hoofdlijnen drie vormen van tegen-democratie: waakzaamheid, aanklacht en beoordeling. Waakzaamheid in de vorm van bijvoorbeeld de pers of actiegroepen die de volksvertegenwoordigers kritisch volgen en beslissingen beïnvloeden. Gebeurt er iets dat niet door de beugel kan, dan wordt de verantwoordelijke voor die keuze aangeklaagd, Halbe Zijlstra kan erover meepraten. Als laatste beoordeling, beoordeling door onderzoek en evaluatie maar ook door de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. De Urgenda-zaak is een mooi voorbeeld hiervan. Vormen van tegen-democratie die de democratie versterken maar die risico’s inhouden.

Ik moest denken aan die tegen-democratie toen ik het artikel van Bekkers en de uitspraken van Frissen en Schulz las. Zou de aanwezigheid van deze inmiddels sterke tegen-democratische krachten ook gebruikt kunnen worden voor een gedurfder experiment? Een experiment met een andere vorm van democratische vertegenwoordiging, namelijk loting van volksvertegenwoordigers en dus maximale ‘versplintering’? Volksvertegenwoordiging als een democratische plicht. Het loten van raadsleden gecombineerd met de verkiezing van de burgemeester? Een burgemeester die via zijn uitverkiezing het mandaat krijgt om zijn beleid uit te voeren maar daarvoor wel de middelen en de goedkeuring van de gelote raadsleden moet verkrijgen? Raadsleden die zonder last en ruggespraak hun werk kunnen doen en niet bezig hoeven te zijn met hun herverkiezing. De kans dat ze voor een volgende termijn worden geloot is immers bijzonder klein.

Het kiezen van de bestuurlijk verantwoordelijke en het loten van de controlerende en regelgevende macht, zouden we een dergelijk experiment aandurven?

Uitgelicht

Perspectief

“Historici en politici die bezweren dat men misdaden primair in de context van de tijd moeten plaatsen? Bewaar me. Het kwaad zit in mensen, niet in de tijd.” De afsluitende woorden van een artikel van Sytze Faber in Trouw. Historici die oproepen om het “héle verhaal” te vertellen “dat relativeert lekker.” Politici die selectief winkelen in het verleden: “Baudet en Wilders houden ons het Nederland uit de negentiende eeuw als voorbeeld voor. Ongenoemd blijft dat de helft van de bevolking toen in armoede en drek leefde.” Die Turkije oproepen: “dat het erkent dat het in 1915 genocide heeft gepleegd op Armeniërs,” en ondertussen de Jan Pieterszoon Coen blijven verdedigen Banda: “Rutte vond het helemaal niks, Buma verordonneerde zelfs: “Handen af van J.P. Coen!”” 

Huns_by_Rochegrosse

Illustratie: Wikipedia

Nu ben ik zo’n historicus die beweert dat je zaken in hun tijd moet beoordelen en niet met hedendaagse kennis, normen en opvattingen. Die het hele verhaal wil bekijken. Zo’n historicus die zaken in perspectief bekijkt waardoor er vaak zeer veel grijstonen blijken te zitten tussen zwart en wit. Dan is het uitmoorden van Banda door Coen nog steeds een afschuwelijke moordpartij, maar dan blijkt dat Coen niet de enige was die moordde voor gewin. Het uitmoorden van steden en gebieden die ‘dwars’ lagen kwam vaak voor. De Mongolen werden er bekend door. Plunder en roof vormden eeuwenlang het salaris van de soldaat. Hoe moeten we het bombardement van de Duitsers op Rotterdam zien en de geallieerde equivalenten op Duitse steden zoals de vernietiging van Dresden of de twee atoombommen? Wie herinnert zich nog de uitspraak: “It became necessary to destroy the town to save it?  Sterker nog, het komt nu nog steeds voor. Neem de sancties tegen Noord-Korea of gebeurtenissen in Syrië en Jemen. Je zou dan ook met Faber kunnen concluderen dat het kwaad in mensen zit en niet in de tijd. Is die conclusie trouwens niet het toppunt van ‘lekker relativeren’?

Faber heeft een punt voor wat betreft de politici die het verleden gebruiken ter meerdere eer en glorie van hun doelen in het heden. Iets wat Faber trouwens ook doet als hij de ondergang van het Nederlandse koopvaardijschip Van Imhoff beschrijft. Dat schip werd in 1942 getroffen door een Japanse torpedo waarbij 400 Duitsers die in het ruim zaten opgesloten, de dood vonden. Het grootste deel van de bemanning wist wel te overleven. “Volkerenmoord. Nederlandse kabinetten stopten de zaak diep in de doofpot,” aldus met veel gevoel voor theater. Een afschuwelijk voorval, maar is volkerenmoord niet erg overdreven? Zouden de achtereenvolgende kabinetten bekend zijn met dit voorval en het bewust in een ‘doofpot’ hebben gestopt?

Uitgelicht

Doel, middel en mens

Vandaag nogmaals een prikker met statushouders als aanleiding. Gisteren vroeg ik me af of je van ‘falen’ kunt spreken als er mensen in het algemeen en statushouders in het bijzonder, gebruik maken van de bijstand. In het Commentaar in de Volkskrant borduurt Sander van Walsum voort op ‘inburgering’ van statushouders. Voor hem is het duidelijk: “Voormalige vluchtelingen inzetten op plaatsen waar zij in een economische en maatschappelijke behoefte voorzien: dat zou de kern van inburgeren moeten zijn.” Menigeen zal nu JA knikken. Zet statushouders daar in waar er economisch of maatschappelijk behoefte aan is. Goed voor de statushouder en goed voor de economie en de samenleving.

doel

Illustratie: Pixabay

Toch wat kanttekeningen of beter gezegd wat vragen bij deze redenering. Is inburgering geslaagd als iemand een bijdrage levert aan de economie? Betekent dat dan dat iemand die geen betaald werk verricht niet ‘ingeburgerd’ kan zijn? Zijn Nederlanders zonder betaald werk dan ook niet ‘ingeburgerd’?

Een slagje dieper. Mensen inzetten daar waar de economie en de samenleving hen nodig heeft? Wie bepaalt dan wat de economie of de samenleving, waar nodig heeft? Als die ‘wie’ dat voor statushouders kan, bepalen, mag die ‘wie’ dat dan ook voor Nederlanders bepalen? Zoudt u het accepteren als iemand anders voor u gaat bepalen dat u vuilnisman of verpleger moet worden? Dat is, zo betoogt Van Walsum, wat statushouders zouden moeten accepteren.

Verwordt een mens zo niet tot een middel dat kan worden ingezet voor ‘hoger doel’? Een doel dat door anderen wordt bepaald. Zoudt u een middel willen zijn, een middel dat kan worden ingezet? Hoe vrij is een mens als hij een middel is?

Uitgelicht

Wie faalt er?

Frank Kalshoven besteedt in zijn Het spel en de knikkers aandacht aan een experiment van de gemeente Veldhoven. Een experiment waarbij de begeleiding van statushouders aan private investeerders wordt gelaten. Die zorgen voor de begeleiding en als het hen lukt om de statushouder twee jaar uit de bijstand te houden, dan krijgen ze zes keer het bijstandsbedrag als beloning. Lukt dit niet, dan krijgen ze niets. 

succes

Illustratie: PxHere

Kalshoven schetst drie reacties. Als eerste de ‘schande’ reactie: “Dit is het toppunt van economisering van de samenleving en de afbraak van onze collectieve voorzieningen.” Als tweede de ‘goed zo’ reactie: “Niets werkt zo heilzaam als marktwerking, met sterke financiële prikkels voor investeerders om resultaat te boeken.” En als laatste de afwachtende, onderzoekende’ reactie: “Interessant, vertel verder.” Hij beveelt de derde aan: “Omdat markten en prikkels vaak falen. En omdat de overheid er vaak niet in slaagt te organiseren wat we willen. Marktfalen én overheidsfalen zijn alomtegenwoordig en daarom moeten we, zonder vooroordelen, kijken naar wat werkt.”

Dat zou ook mijn reactie zijn, maar het gaat mij niet om de statushouders en het Veldhovense experiment. Het gaat mij om ‘marktfalen’ of ‘overheidsfalen’. Van ‘falen’, als je het zo wilt noemen, is sprake als een gesteld doel niet wordt gehaald. In deze casus is dat het aan het werk krijgen van een statushouder of wat breder getrokken, een bijstandsgerechtigde. Als je het zo benadert, dan schiet de overheidsbenadering tekort. Immers iedere bijstandsgerechtigde is dan een bewijs van dat falen. In Veldhoven geven ze nu ‘de markt’ de kans. Nu is het niet ondenkbeeldig dat er ook dan nog statushouders zullen zijn die een beroep zullen gaan doen op de bijstand, faalt de markt dan?

Wat moeten we dan doen als zowel de overheid als de markt faalt? Een mix maken? Zal ook die aantonen dat er statushouders zijn die hun weg vinden en anderen die dat niet doen? Zou het aan de doelstelling kunnen liggen? Aan het uit de bijstand krijgen van mensen? Dat er geen sprake is van ‘markftalen’ noch van ‘overheidsfalen’? Moeten we na jaren van ‘bijstand’ en pogingen om mensen eruit te krijgen, niet concluderen dat op de ‘markt’ niet voldoende plekken zijn voor iedereen?

Uitgelicht

Same zinge

Vastelaovend, ut is weer zoë wiet. Met de ‘ganse stad’ zingen we weer die goeie ouwe liedjes en niet alleen oude, ieder jaar worden er weer nieuwe juweeltjes gemaakt. De beste zijn tijdloze liedjes, liedjes die ‘ut geveul van Vastelaovend’ perfect weergeven. Vasteloavend beter bekend van de ondertitel Sjiengele boem! uit 1950 is zo’n liedje met de legendarische zin: “Zet alle zörg netjes op en ein kesje, heb toch maling aan d’n driét.”

Vastelaovend.jpeg

In andere liedjes kun je de tijdgeest aflezen. De Vastelaovend Disco Dens is er een voorbeeld van uit het discotijdperk met de prachtige openingzin: “Baer is al achenzeventig toere, maar as der bal is zitte veuraan. Nao ein van dreejendertig te loere, want dreej kier ellef det sprik um waal aan.” Dit begeleid door opzwepende discodreun. Het beste voorbeeld is toch De Kiepe van vrouw Fiepe. Een liedje uit 1984 met de emancipatie als thema. Een thema dat nu ineens weer actueel is. Want: “Die kiepe van vrouw Fiepe, maar waat stelle die zich aan want die wille neet miër kakele maar kreije.”

Een bijzondere categorie betreft liedjes handelend over Venlonaere in den vreemde die met Vastelaovend de ‘lokroep’ van de Venlose Vastelaovend niet kunnen weerstaan. Zo is er de prins van 2017, Lex I, die zijn heerschappij ‘bekroonde’ met het liedje Nao ’t Zuuje. Een liedje dat het voor mij nipt aflegt tegen Veur altijd eine Venlonaer uit 1994. De zin “ Ik kreeg ’t haos te kwaod , man wat deej det pien um met Vastelaovend neet in Venlo te zien,” geeft dat gevoel treffend weer. Een gevoel dat alleen nog wordt overtroffen door in de stad te zijn en door ziekte niet mee te kunnen zingen. 

Dan zijn er liedjes die de stad Venlo of delen ervan bezingen. Het eerste waaraan ik dan moet denken is Venlo Stedje van Fons van Grinsven uit 1936. Maar ook In ’t Jaomerdal een lied over de elfjes en feeën die “Dao achter de bovenste Meule. Wao knienkes en inketskes  speule,” ’s avonds bal hebben en de liefde bedrijven. Topper in deze categorie is en blijft echter As de sterre dao baove Straole. het bijzondere aan dit lied zit in het begin van het refrein: As de sterre dao baove Straole, en as de maon dao baove Haerunge hingk.” Een lied dat ook een Nederlands vertaling kent, Als de sterren daarboven stralen. Alleen mist die vertaling precies dat wat het lied bijzonder maakt. Want naast dat die ‘sterren daarboven stralen’, hangen ze ook boven Straelen een Duitse plaats op enkele kilometers van Venlo en de maan hangt boven het Duitse grensdorpje Herungen. Probeer dat maar eens te vertalen.

Ik heb er zin in. “Doezend stumme klinke as ein” zingen de makers van same zinge en dat zal ook deze Vastelaovend weer gebeuren. Achteraf weten we pas welk liedje het lied van 2018 wordt, vooraf kun je alleen maar gokken. ik gok op Geaf ’t Door.

Uitgelicht

Hiddema, het parlement en de rechter

“Als wij dat debat willen, is het prettig dat je met een rechterlijk vonnis kunt komen. Want die rechter oordeelt niet langs politieke voorkeuren.” Dit zegt de tweede man van het Forum voor Democratie, Theo Hiddema, zo lees ik bij Elsevier. Dat debat zou dan moeten gaan over het al of niet racistisch zijn van uitspraken van leden van het Forum voor democratie. Over die uitspraken en het al of niet racistische karakter ervan wil ik het niet hebben.

Hiddema

Foto: Wikimedia Commons

Waarover wel? Over het alleen willen voeren van een debat over de gedane uitspraken als er een rechterlijke uitspraak ligt. Is dat niet een zeer bijzondere opvatting voor een lid van het parlement? Zijn het niet juist de leden van het parlement die voorop moeten gaan in het voeren van het debat? Kiezen wij de leden van het parlement niet juist om het maatschappelijk debat te voeren, om daarin voor te gaan en vervolgens op basis van dat debat te besluiten of en zo ja hoe er gehandeld moet gaan worden?

Hoeveel vertrouwen heeft het Forum voor Democratie in de democratie als zij pas een debat wil voeren na een rechterlijke uitspraak? Welk nut heeft een debat nog wanneer eerst de rechter om een uitspraak wordt gevraagd?

Wat fundamenteler. Als we de redenering van Hiddema doordenken, pleit hij dan niet gewoon voor een samenleving waarin rechters bepalen wat er moet gebeuren? En zijn redenering helemaal doorvoerend, pleit hij hier voor afschaffing van het parlement? Immers een debat voeren waarvan de uitkomst al vaststaat, de rechter heeft immers ‘zonder politieke voorkeuren’ besloten wat we moeten vinden, lijkt zinloos. Als hij het dan toch zo ziet, waarom stapt Hiddema niet gewoon uit het parlement en probeert het gehele partijprogramma van het Forum via de rechter gerealiseerd te krijgen?

Een laatste vraag aan Hiddema. Wat als de rechter anders oordeelt dan u hoopt? Als de rechter u ongelijk geeft en er geen sprake is van smaad of laster? Als de rechter Ollongren naspreekt en zegt: “De partij van Baudet lijkt geobsedeerd te zijn door één van de weinige taboes …, het praten over rassen in het politieke debat?”  Wat doet u dan? Beschuldigt u dan, in navolging van Wilders, de rechters van het hebben van ‘politieke voorkeuren? Van het behoren tot het ‘elite-kartel’ dat het volk eronder houdt?

Uitgelicht

Oude wijn

Politiek Nederland is al een paar weken in de ban van de ‘Wet Dijkstra’. Het initiatiefvoorstel van D66-kamerlid Pia Dijkstra over de orgaandonatie. Het voorstel waardoor iedereen donor is tenzij je aangeeft het niet te willen zijn. “In feite hebben de nabestaanden dus het laatste woord, alhoewel ze geen vetorecht hebben.” De cruciale zin uit de brief waarmee Dijkstra haar collega’s probeert te overtuigen van haar goede bedoelingen en vooral van de noodzaak van deze wet. Een bijzondere zin.

wine-1574493__340

Foto: Pixabay.com

Bijzonder omdat deze wet, volgens de initiatiefnemer, nodig is om ervoor te zorgen dat er voldoende donoren zijn. Voldoende zodat er niemand hoeft te ‘creperen’ op de wachtlijst. Alleen de Eerste kamer moet nog instemmen met de wet en omdat die Kamer er deze weken over spreekt, berichten de media er volop over.

Voldoende donoren is het doel, een doel dat ook met deze nieuwe wet al twijfelachtig is, zoals ik me vorige week afvroeg. Twijfel die door deze passage alleen maar toeneemt. ‘Nabestaanden’ impliceert dat het meer dan één persoon kan zijn. Stel dat die van mening verschillen, naar wie wordt dan geluisterd? Welke ‘nabestaande’ geeft dan de doorslag?

Wat verandert er door deze nieuwe wet nu werkelijk? In de oude situatie had je je geregistreerd of niet en in beide gevallen werden de nabestaanden gevraagd of ze akkoord waren met donatie van organen. De nabestaanden hadden ‘dus het laatste woord’. In de nieuwe situatie hebben de nabestaanden nog steeds het laatste woord. Wat verandert er?

Wat is nu überhaupt het nut van een donorregistratie? Waarom iets registreren als de keuze van de persoon vervolgens ook maar een mening is? Een mening die vervolgens minder zwaar weegt dan die van de nabestaanden?

Een wetsvoorstel waar politiek Nederland de afgelopen jaren veel tijd en energie aan heeft gespendeerd en wat is er veranderd? Een gevalletje van ‘luchtverplaatsing’ of beter nog: oude wijn in nieuwe zakken? Zonde van de tijd en energie. Of zie ik het verkeerd?