Uitgelicht

Niets boven Groningen

De Rijksuniversiteit Groningen heeft grote ambities in China. Maar de twijfel slaat toe nu de academische vrijheid in het geding dreigt te komen. Want de partijsecretaris kijkt straks wel graag mee.” De aanhef van een artikel in de Volkskrant over de activiteiten van de Groningse universiteit in China. De universiteit heeft daar een ‘dependance’ opgericht of zoals ze het zelf noemt een ‘zusteruniversiteit’. De machthebbers in China hebben bepaald, of eigenlijk is dat wettelijk verplicht, dat er een partijsecretaris aan het bestuur wordt toegevoegd. De Groningse Universiteitsraad dreigt nu de plannen voor de oprichting van die ‘zuster’ tegen te houden omdat met de komst van die partijsecretaris de academische vrijheid in het geding is.

GroningenFoto: Flickr

Met die secretaris krijgt de Chinese communistische partij invloed in het bestuur en dat ligt gevoelig. In het Commentaar concludeert Carlijne Vos hierover dat: “Nederland (…) het zich niet (kan) veroorloven die boot te missen en zal de Chinese mores daarvoor tot op zekere hoogte moeten accepteren. De uitwisseling van internationale studenten is zowel goed voor het imago van de universiteit als voor de BV Nederland. Bovendien liggen in China miljarden te wachten voor nieuw onderzoek.” En oh ja: “Door internationale samenwerking kunnen bovendien hopelijk iets van de Westerse vrijheden en normen, op het gebied van mensenrechten bijvoorbeeld, worden overgedragen.” Zouden die ‘miljarden’ die liggen te wachten werkelijk naar Nederland stromen of zouden die in China aan onderzoek worden besteed? Als die miljarden niet naar Nederland stromen, hoe profiteert de Groningse Universiteit er dan van? Moet die Chinese ‘zuster’ geld over maken voor de naam? Krijgt de Groningse universiteit de rechten en patenten die dat onderzoek oplevert? Dat zou opmerkelijk zijn want dat lukt zelfs in Nederland niet. Hier worden succesvolle onderzoeken opgekocht door bedrijven.

Er is niets mis mee dat Chinese en andere buitenlandse studenten hier onderwijs komen volgen. Gaat een buitenlands filiaal oprichten niet iets te ver? Zou de Groningse universiteit de tijd en energie die in de Chinese zuster in oprichting wordt gestoken, niet beter kunnen besteden in Groningen, aan de kwaliteit van het onderwijs en dus de Nederlandse en ook buitenlandse studenten die in Groningen komen studeren? Het is immers de Nederlandse belastingbetaler die het gros van het geld voor de universiteit ophoest. Er gaat immers niets boven Groningen, zoals ze dat zelf zeggen. Of zou de Groningse universiteit daaraan twijfelen en daarom naar China uitwijken?

Uitgelicht

Kosten en baten

“Het is ontstaan uit pure frustratie. Ik kon hier gewoon geen goede kok vinden.” Woorden waarmee Dick van Ostaden, eigenaar van een restaurant, uitlegt hoe het bemiddelingsbedrijfje K.U.S . is ontstaan, Koks Uit Spanje. Van Ostaden kon geen Nederlandse koks vinden en hij moest iets, zo valt te lezen bij RTLZ . In het artikel doet ook Doekle Terpstra voorzitter van de brancheorganisatie van installateurs een duit in het zakje: “Er is sprake van een mismatch. Vraag en aanbod sluiten totaal niet op elkaar aan.” Daarom moeten de werkgevers wel uitwijken naar het buitenland. Maar Terpstra is de kwaadste niet: “Als ze goede ideeën hebben dan graag. We betalen op dit moment de prijs voor het slechte imago dat we het vmbo hebben gegeven als maatschappij. Dat moet veranderen. Op de lange termijn is dat een oplossing. Maar voor de korte termijn hoor ik het graag van het CNV.” 

kok

Foto: Vance Air Force Base

Nu is het flauw om erop te wijzen dat Terpstra in zijn carrière voordat hij vertegenwoordiger van ondernemers werd, voorzitter was van diezelfde CNV, dat hij voorzitter was van de onderwijskoepel HBO-raad en bestuursvoorzitter van hogeschool InHolland en in die hoedanigheid toch wel de gelegenheid moet hebben gehad om iets te doen aan die slechte aansluiting. Dat is immers geen probleem van de laatste jaren, daarover wordt al heel lang geklaagd. Bovendien ‘jaagt’ hij sinds 2014 het Nationaal Techniekpact 2020 ‘aan’. Een pact dat wil dat meer jeugdigen een technische opleiding volgen en in een technisch beroep aan de slag gaan. Zou de huidige CNV-voorzitter Lemmen dan toch gelijk hebben als hij zegt dat: “gejammer over krapte op de arbeidsmarkt (…) vooral (komt) uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Werkgevers hebben de arbeidsvoorwaarden volledig naar de gallemiezen geholpen.”

Zou het dan misschien een idee zijn als die bedrijven die zo zitten te jammeren dat ze geen vakmensen kunnen vinden, zelf vakmensen gaan opleiden? Als ze hiervoor wat minder naar de overheid en het onderwijs kijken? Als ze een werkloze met potentie in hun sector in dienst nemen? Als ze deze werkloze samen met het onderwijsveld, de benodigde kennis en vaardigheden gaan bijbrengen? Dat zou Terpstra met zijn ervaringen bij de vakbond, in het onderwijs en nu bij de werkgevers toch moeten kunnen organiseren. Maar ja, dat is lange termijn denken en kost geld en dus winst op de korte termijn. Is het probleem niet dat de kosten voor de baten gaan en de werkgevers de kosten liever door anderen laten betalen?

Uitgelicht

Roze olifant

‘Als ik zeg dat jullie niet moeten denken aan een roze olifant, waar denken jullie dan aan?’ Aan deze uitspraak dacht ik bij het lezen van een artikel van Emma Lesuis bij De Correspondent. Lesuis beëindigt haar artikel verzuchtend met de woorden: “Hoe vaak zal ik nog racistische opmerkingen krijgen? Hoe vaak en hoe lang zal ik nog die goedbedoelde diversiteitsstempel opgeplakt krijgen? Ik vroeg het me af.”

Elefante_rosado

Illustratie: Wikimedia Commons

Lesuis beschrijft het ongemak dat zij voelt als ze weer op haar ‘kleur’ wordt aangesproken. Een gevoel dat ze had toen ze tijdens een stage als voorbeeld werd aangehaald dat het goed ging met de diversiteit. Over toen ze werd gevraagd om te schrijven over Afro-Amerikaanse opera. Lesuis ging in op het verzoek  en vroeg zich af: “Toch apart, dacht ik, een schrijver te vragen die amper iets van opera weet.” Toen ze ernaar vroeg kreeg ze als antwoord: “We zijn bezig met diversiteit.”

Dat er mensen zijn die het moeilijker hebben in de Nederlandse maatschappij dan anderen, dat is een feit. Dat mensen van kleur en islamitische religie het extra lastig hebben, is ook een feit. Dat daar iets aan moet gebeuren, staat voor mij in ieder geval buiten kijf. In vroeger jaren werden daar ‘positieve discriminatie’ programma’s voor ontwikkeld. Tegenwoordig noemen we dat ‘diversiteitsprogramma’s’. Lesuis over dergelijke programma’s: “Het is bovendien door dit soort situaties, dit soort mensen en dit soort stempels dat ik soms niet weet waarom ik ergens überhaupt mag zijn.” 

Zou het kunnen dat dit een gevolg is van juist het zo de nadruk leggen op ‘diversiteit’? Zou het kunnen dat juist die nadruk op ‘diversiteit’ ertoe leidt dat ongeveer iedereen zich ongemakkelijk gaat voelen? Zou dat ongemakkelijke gevoel ertoe kunnen leiden dat mensen zich ‘ongelukkig’ uitdrukken? Zou dat ongemakkelijke gevoel Lesuis hebben belemmerd in het stellen van de vraag waarom men haar vroeg om ergens over te schrijven waar ze totaal geen verstand van had? Dat ze daar toch echt een musicoloog of operadeskundige voor moeten vragen?

Als een bedrijf of instelling zegt dat het diverser wil worden en daarom meer mensen van X wil binnenhalen, staat dan niet automatisch dat X-zijn van die mens in de belangstelling? Als datzelfde bedrijf diverser wil worden, maar er niets van zegt en die mens van X wordt aangenomen, zou het kunnen dat zijn X-zijn dan minder de nadruk krijgt? Dat de nadruk dan veel meer komt te liggen op het mens-zijn en de kwaliteiten die die mens inbrengt?

Is ‘diversiteitsbeleid’ niet een roze olifant?

Uitgelicht

Schaamte en excuses?

Volgens Hans Broek heeft Nederland : “zich met de slavenhandel eeuwenlang schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid.” Daarom zou het goed zijn als: “de Nederlandse regering haar koloniale geschiedenis zou (er)kennen, en excuses zou maken aan de nakomelingen van de slachtoffers van zulk diep menselijk leed.”  Want: “Misschien hoeven we ons dan ooit wat minder te schamen – als natie en als burger.” Zo schrijft hij in een bijdrage in de Volkskrant.

Steuben_-_Bataille_de_Poitiers

Illustratie:Wikimedia Commons

Ik schaam me niet voor activiteiten van de VOC, de WIC of wie dan ook een paar honderd jaar geleden. Ik schaam me ook niet voor de moordpartij van JP Coen of de acties van Generaal Van Heutz in Atjeh. Ik schaam me ook niet voor het slavenfort Elmina. Ik bied er ook geen excuses voor aan. Schamen doe ik me als ik zelf verkeerd handel en dan bied ik mijn excuses aan. Ik verwacht ook niet dat de huidige Nederlandse regering excuses aan gaat bieden voor de acties van Coen of het gebeuren in Elmina. Dan is het einde zoek.

Moeten de Italianen zich dan verexcuseren voor daden begaan ten tijde van het Romeinse rijk? Of moeten juist de nakomelingen van de Visigoten hun excuses aanbieden voor de plundering van Rome die het einde van het West-Romeinse rijk betekende? Want wellicht stonden we er dan nu veel beter voor. Moeten de islamieten hun excuses aanbieden voor de verovering van Spanje? Of moeten de nakomelingen van Karel Martel zich verexcuseren? Moeten de Mongolen dan wellicht hun excuses aanbieden voor de vernietiging van wat steden die zich tegen hun opmars verzetten? Of moeten ze zich verontschuldigen dat ze niet heel Europa hebben veroverd?

Wat dichter bij huis. Ik ben geboren in een dorp dat ten tijde van Elmina niet bij de Zeven Provinciën hoorde. Een gebied dat de ‘generaliteitslanden’ werd genoemd en dat betekende vooral dat er geregeld oorlogen werden uitgevochten. Wie moet zich daar dan voor verexcuseren?

Broek, en met hem vele anderen, kijken met de ogen van het heden naar het verleden. Hij beoordeelt daden uit het verleden met de waarden van het heden. Hoe kan er sprake zijn van misdaden tegen de menselijkheid in een tijd dat dit concept niet bestond? Waarom zouden we ons nu moeten schamen voor normen, waarden en opvattingen uit het verleden?Als we met de opvattingen, normen en waarden van nu het verleden beoordelen, dan zou het best wel eens kunnen dat we uiteindelijk allemaal aan elkaar excuses moeten aanbieden en we ons allemaal lopen te schamen.

Uitgelicht

‘Eeuwenlang racistisch beleid’

Sommige mensen hebben een visie op hoe iets in elkaar zit en zien vervolgens overal een bevestiging van hun verklaring. Als je bijvoorbeeld van mening bent dat er een ‘partijkartel’ is dat zich baantjes toespeelt, dan heeft iedereen die tot dat kartel behoort en ander werk vindt, dat aan zijn lidmaatschap van dat kartel te danken. Op de site OneWorld een voorbeeld uit een andere hoek.

hammer-1502761_960_720Foto: Pixabay

Op deze site een artikel van Sander Philipse. Volgens Philipse is de Nederlandse samenleving inherent racistisch: “Eeuwenlang racistisch beleid heeft niet alleen immateriële, maar ook materiële sporen nagelaten in de hedendaagse samenleving.” Hij ziet dit bevestigd in de inkomenscijfers van het gemiddelde huishouden: “Volgens het CBS is het besteedbaar inkomen van een gemiddeld huishouden met een hoofdkostwinner van Nederlandse afkomst 25.500 euro per jaar. Is die hoofdkostwinner afkomstig uit een ander ‘westers’ land, is het gemiddeld 23.800 euro. Is de herkomst te identificeren als niet-westers, dan valt dit naar 18.200 euro.”

Zou dit werkelijk een gevolg zijn van ‘racistisch beleid’?  Zou daar niet een andere verklaring voor kunnen zijn? Als ik naar een ander land met een andere taal, gebruiken en wetgeving verhuis, dan moet ik die taal, gebruiken en wetgeving leren en dat kost tijd. Ik laat ook mijn bekende netwerk van familie, vrienden en collega’s achter en moet een nieuw netwerk opbouwen. In dat nieuwe land moet ik helemaal opnieuw beginnen en me een positie proberen te verwerven. Hoe meer de taal, gebruiken en wetgeving verschillen van mijn land van herkomst, hoe moeilijker dat is en dus hoe langer dat gaat duren. Waarschijnlijk lukt het mij niet om op een vergelijkbaar niveau te komen dan dat ik had in het land waaruit ik vertrok.

Als ik mijn kinderen meeneem of in mijn nieuwe land kinderen krijg, dan beginnen die kinderen ook met een achterstand op kinderen uit dat land. Zij beginnen vanuit een achterstandspositie in vergelijking met leeftijdsgenoten waarvan de kennis van de gebruiken en het netwerk van hun ouders groter is. Een achterstand die sommigen van hen goed maken, maar velen niet. Voor iedere Pete Hoekstra die het als tweedegeneratie migrant tot ambassadeur schopt, staat een veelvoud aan kinderen die dat bij lange na niet lukt.

Zou dat niet een betere en logischere verklaring zijn voor de ‘inkomensachterstand’ van mensen die van elders naar Nederland zijn gekomen? Beter en logischer dan ‘eeuwenlang racistisch beleid’? Is Philipse een hamer die in alles een spijker ziet?

Uitgelicht

Blogchain technologie

Cryptocurrencies vervangen in snel tempo de traditionele banken en ik ben van mening dat ambtenaren in dienst van de gemeente de keuze moeten krijgen om hun loon in bijvoorbeeld bitcoin te ontvangen.” Hiervoor pleit het Haagse raadslid Bart Brands op de site Binnenlandsbestuur. Volgens Brands is het huidige bankensysteem hopeloos achterhaald: “Het is een overblijfsel uit de vorige eeuw en het is duur en traag. Over een paar jaar bestaat het waarschijnlijk niet eens meer.” Modern en bij de tijd die Brands zal menigeen denken.

ballonnen

Foto: Pixabay

De vroegere mega-concern dat recentelijk failliet ging Kodak, probeert zijn oude ‘glorie’ te herstellen door iets met blockchain technologie te doen en daarnaast een eigen crypto-munt uit te geven. Dit met verrassend resultaat, de koers van het aandeel ‘explodeerde’, zo begrijp ik uit de Volkskrant. Iets wat ook schijnt te gebeuren met bedrijven die zeggen ‘iets’ met de blockchain technologie te gaan doen.

Vanwege al deze berichten is het mij een grote eer om jullie aan te mogen kondigen dat ook de Ballonnendoorprikker met de tijd meegaat. Hij heeft een verbeterde versie van de blockchain technologie ontwikkeld, de blogchain technologie. Met deze nieuwe technologie als basis, heeft hij ook een nieuwe nog betere cryptomunt ontwikkeld, de Ballon. ‘Experts’ voorspellen deze munt een gouden toekomst. Dit omdat hij makkelijk in gebruik en overal inwisselbaar is.

Jullie, de lezers van de Ballonnendoorprikker behoren tot de gelukkigen en kunnen gratis Ballonnen krijgen. Het enige wat je ervoor moet doen is deze prikker doorsturen naar honderd anderen. Stuur je de prikker naar tweehonderd anderen, ontvang je twee ballonnen enzovoort. De ontvangers kunnen vervolgens ook profiteren, zij ontvangen één Ballon per tweehonderd. Degene waarvan zij deze prikker ontvingen, krijgt dan ook nog een halve Ballon.

Beste lezers, maak gebruik van deze unieke kans op gratis Ballonnen. Ze worden veel geld waard. En zelfs als ze mislukken, als deze Ballon knapt, is er geen man over boord. Dan is er alleen lucht verplaatst. Je kunt dan nog altijd deze prikker lezen.

Uitgelicht

Paarse T-Ford

Het draait niet meer om grote instituties en instellingen maar om maatwerk, innovatie en informele oplossingen. Laten we in 2018 de nieuwe lichtpuntjes van vandaag waarderen, in plaats van de achterhaalde idealen van vroeger.” Met deze zinnen sluiten Felix Kievit en Levi van Dam hun artikel bij Joop af. Dit is de uitdaging waar Nederland volgens Kievit en Van Dam voor staat op het gebied van zorg en ondersteuning. Zij verzetten zich tegen: “heimwee naar vroeger de oplossing voor problemen van nu.” Kiezen tussen ‘instituten’ of ‘maatwerk’, dan is de keuze duidelijk.

T-Ford

Foto: Flickr

De auteurs schetsen een tegenstelling tussen grote instituties en instellingen aan de ene kant en maatwerk, innovatie en informele oplossingen aan de andere kant. Ongeveer de gehele gemeentelijke overheid gaat mee in deze tegenstelling en is daarom druk met ‘wijkteams’. De wijk is de nieuwe maat der dingen want op wijkniveau kun je maatwerk leveren en werken aan die informele oplossingen. Klein is flexibel en innovatief, groot is log, procedureel en bureaucratisch. Op grotere schaal lijkt dat niet te kunnen.

Nu kon het innovatieve Ford in de begintijd van de T-ford geen maatwerk leveren, die was in alle kleuren te verkrijgen zolang als het maar zwart was. Dat weerhield velen er niet van om toch een T-Ford aan te schaffen. Phillips was, tot de jaren van de ‘aandeelhouderswaarden’, een van de meest innovatieve bedrijven, we hebben er onder andere de cd aan te danken. Jammer genoeg waren ze wat minder in marketing. En nu is een van de grootste organisaties in de thuiszorg Buurzorg van Jos de Blok. Buurtzorg wordt geroemd om al die zaken waar het volgens de auteurs nu om draait. Zouden grote ‘instituties’ echt niet innovatief zijn en geen maatwerk kunnen leveren?

Als Buurtzorg het kan, als Phillips en Ford het konden en wellicht nog wel kunnen, waarom zouden andere grote instituties en instellingen dan niet kunnen zorgen voor maatwerk, innovatie en informele oplossingen? Creëren de auteurs niet een schijntegenstelling? Een schijntegenstelling die tot gevolg heeft dat veel energie lekt naar structuurdiscussies (grootte van organisaties) terwijl innovatie, maatwerk en informele oplossingen een kwestie van cultuur, van mentale instelling en houding is?

Uitgelicht

Sister- en brotherhood

Een feminist ben je als je voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen bent. Zo betoogt Anousha Nzume in een interview met Trouw. De krant interviewt vijf vooraanstaande vrouwen en Nzume is daar een van. Check, ik ben feminist. Ik ben namelijk voor gelijke rechten voor iedereen. Maar wacht eens, waarom moeten feministen dan nog steeds strijd voeren? Iedereen in dit land heeft dezelfde, en dus gelijke, rechten. De wetgever maakt geen onderscheid naar geslacht, kleur, religie of letter van het LHBTQI-alfabet.

feminismeFoto: Wikimedia Commons

Een bijzonder interview. Zo lees ik dat ik als man aardig wat gemist heb. “Vrouwen vallen elkaar zo af. Dat vind ik echt erg. We moeten veel meer sisterhood creëren. Mannen vallen elkaar nooit af, die beschermen elkaar.”  Iets verderop: “En vergeet ook niet dat mannen al duizenden jaren bij elkaar komen om die gezamenlijkheid te creëren. Zij hebben nogal een voorsprong.” Ik geloof dat ik die bijeenkomsten dan allemaal heb gemist. Dat voelt toch wel een beetje als of mannen mij wél afvallen.

Dat vrouwen elkaar afvallen, tonen de vijf vrouwen ook weer aan in dit interview. Vrouwen die kritiek hebben op zaken waar de vijf dames enthousiast over zijn moeten het ontgelden: “Je moet niet vergeten dat vrouwen die kritiek uiten, zelf baat hebben gehad bij de status quo.”  Die vrouw had waarschijnlijk het geluk dat ze: “er sexy en lekker uitziet. (En dat ze zich) voegt naar het patriarchaat.” Een van de dames kan het niet nalaten om de hoger opgeleide ‘witte’ vrouw nog even de wind van voren te geven en ze een ‘schuldcomplex’ aan te praten: “Met name in de VS speelt die (de schulddiscussie) al. Daar gaat het over de verantwoordelijkheid van hogeropgeleide witte vrouwen versus die van zwarte vrouwen. Het stemgedrag van zwarte vrouwen komt ook ten goede aan de positie van witte vrouwen, terwijl witte vrouwen ondertussen gewoon op Trump stemmen. Dat is een bekend mechanisme.” Want uiteindelijke moeten er schuldigen zijn die je met ‘pek en veren’ moet overladen, die je, om het moderne jargon te gebruiken, moet ‘slutshamen’.

Zo blijft er van die ‘sisterhood’ die de dames willen, weinig over. Net zoals die ‘brotherhood’ van mannen die al duizenden jaren bijeenkomen om gezamenlijkheid te kweken, niet bestaat. Als de dames in die ‘brotherhood’ blijven geloven, zal dan de emancipatie van vrouwen ooit slagen?

Uitgelicht

Klein pikje

“Deze man zou moeten worden ontslagen.”

Een tweet van de fractievoorzitter en partijleider van Forum voor Democratie, Thierry Baudet. De man die ontslagen moet worden is Gerrit Hiemstra, de weerman. “Eén tweet met 4 keer onzin. Wie kan hier overheen?”  Zo reageerde Hiemstra op de volgende tweet van Baudet: “Welnee, die film van Gore slaat echt werkelijk helemaal nergens op. Er is geen toename in extreme weersomstandigheden. Het klimaat warmt veel minder op dan altijd voorspeld. Meer CO2 heeft geweldig positief effect op plantengroei. Smog in India heeft niets met CO2 te maken. Etc.” Dit alles las ik bij Joop.

BaudetFoto: Wikimedia Commons

Ik ben benieuwd naar wat Baudet op de plek van et cetera nog had willen zeggen, maar daar gaat het mij niet om. Ik wil het ook niet hebben over wie er gelijk heeft in de klimaatdiscussie. Daar denk ik het mijne van en het mijne ligt iets meer in de lijn van Hiemstra, maar daar wil ik het nu ook niet over hebben. Het gaat mij om Baudets tweet dat Hiemstra ontslagen zou moeten worden. Dit is al de tweede keer in korte tijd dat Baudet oproept om iemand te ontslaan. Een maand of twee geleden moest een leraar Nederlands het ontgelden. Baudet is niet de enige politicus die roept om het ontslag van mensen. Zij conculega Wilders riep ook al vaker op tot het ontslag van deze of gene ambtenaar, politieman of rechter als die iets deden of beweerden waar hij het niet mee eens was.

In tegenstelling tot Wilders ‘presenteert Baudet zich als ‘intellectueel’ of eigenlijk als ‘dé intellectueel’. Boeken schrijven, pianospelen, Latijns spreken in de Kamer. Kranten zegt hij niet te lezen en een TV heeft hij niet, zo beweerde hij onlangs. Geef hem maar Shakespeare en Puccini. Gesprekken met de omstreden Amerikaan Jared Taylor voert hij: “om zich te verdiepen in het gedachtegoed van de extreem-rechtse Amerikaanse ‘Alt-right’ beweging.” Maar hij en zijn partij willen met “dergelijke denkbeelden niets te maken hebben.” 

Hoe komt het dan over als je, als groot intellectueel, om het ontslag roept van een weerman of een leraar die het wagen om iets te zeggen wat je niet bevalt? Een groot intelectueel met een ‘klein pikje’ waar hij ook nog eens zeer snel op is getrapt?

Uitgelicht

Romeinen, Arabieren en Hollanders

“Ken jij een ander systeem waarbij gedurende drie eeuwen zo’n 12.5 miljoen mensen in op elkaar gepakte ruimen een oceaan over werden verscheept, onderweg ~1.5 miljoen mensen stierven, de overlevenden onderworpen werden aan een systeem dat hen en al hun kinderen behandelde als objecten, allemaal om wat geld te kunnen verdienen?” Die wedervraag stelde Sander Philipse  een half jaar geleden in een artikel bij Oneworld, op de bewering dat trans-Atlantische slavenhandel niet zo uniek was. Een artikel dat ik nu pas las.

Slavernij monument Rotterdam

Foto: Pixabay

Inderdaad een treurig cijfer, dat is meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking. Voor de gevoeligen onder ons komt er nu wat kil rekenwerk. 12,5 miljoen in driehonderd jaar, dat zijn er net geen 42.000 per jaar. Nu heb ik pas het boek De zijderroutes van Peter Frankonpan gelezen. Dat makkelijk te lezen boek beschrijft de wereldgeschiedenis vanuit een ander dan het Westerse perspectief. In dit boek een speciaal hoofdstuk gewijd aan de slavenhandel met de toepasselijke naam De slavenroute. Ik citeer: “Recent onderzoek lijkt erop te wijzen dat het Romeinse rijk op het hoogtepunt van zijn macht elk jaar zo’n 250.000 à 400.000 nieuwe slaven nodig had om het slavenbestand op pijl te houden.” Dat zijn er tussen de zes en ruim negen keer meer dan er jaarlijks werden verscheept via de Atlantische slavenroute. Het toppunt van het Romeinse rijk besloeg ook ongeveer 3 eeuwen en met 250.000 slaven per jaar, komt dat neer op zo’n 75 miljoen verhandelde slaven. Inderdaad werden die niet allemaal in schepen verpakt. Om jaarlijks aan die hoeveelheid nieuwe slaven te komen, zullen er onderweg ook wel de nodigen zijn gesneuveld.

Frankonpan gaat verder: “De markt in de Arabische sprekende landen was aanzienlijk groter – ervan uitgaande dat de vraag naar slaven min of meer identiek was – want die strekte zich uit van Spanje tot Afghanistan, wat erop zou kunnen duiden dat het aantal verkochte slaven veel groter is geweest dan het aantal dat voor Rome bestemd was.”  Slik! Nog meer? Nou voor één systeem wel. Naast het Romeinse rijk op zijn hoogtepunt, lag ook nog het Perzische rijk en ook dat kende slaven.

De vraag van Philipse moet ik daarom volmondig met JA beantwoorden. JA, er waren andere systemen die dergelijk aantallen slaven kenden. Sterker nog, met veel grotere aantallen. Nee, die werden niet allemaal in schepen gestopt en over een oceaan versleept. Frankonpan: “Men heeft voet- en handboeien en kluisters aangetroffen langs de slavenroutes, met name in Noord- en Oost Europa, terwijl nieuw onderzoek erop lijkt te wijzen dat stallen waarvan werd gedacht dat die voor vee bestemd waren, in feite gemaakt waren om mensen op te sluiten die later verkocht moesten worden ….” En ja, ook in die systemen werden mensen en ook kinderen als objecten beschouwd waaraan geld kon worden verdiend.

Inderdaad is de trans-Atlantische slavenhandel met de ‘kennis van nu’ bezien mensonterend, net als alle slavernij. Alleen bekeken de Romeinen, Arabieren en ook de Venetianen, Portugezen en Hollanders het niet met de ‘kennis van nu’. Is het voor nu niet goed om kennis te nemen van wat ‘toen’ normaal was en op welke schaal? En om ons te realiseren dat de wereld er op dit gebied een stuk beter op geworden is?

Uitgelicht

In eenheid verdeeld, in verdeeldheid één

‘We agree to disagree’ is een bekende Engelse uitdrukking. Een uitdrukking die wordt gebruikt als partijen het nergens over eens kunnen worden en toch met wat positiviteit uit elkaar willen gaan. Dit omdat ze elkaar in de toekomst nog wel eens nodig zouden kunnen hebben. Ik moest aan die uitspraak denken bij het lezen van een artikel bij Elsevier. Een artikel over de versplintering bij de moslimpartijen. Nu zijn de moslimpartijen daar niet de enigen. Een jaar geleden bereidden we ons voor op Tweede Kamerverkiezingen met een record aantal deelnemende partijen.

Bedtime for Democracy

Illustratie: Flickr

Een nieuwe verbindende kracht is nodig. Vanuit ons geloof, in de stad Den Haag, kunnen wij zoveel meer bijdragen dan er tot op heden is gedaan.” Een uitspraak van de Rotterdamse partij NIDA die nu ook in Den Haag mee gaat doen aan de verkiezingen. In hetzelfde artikel beklaagt leidsman Arnoud van Doorn van de Partij van de Eenheid de keuze van NIDA om in Den Haag onder eigen vlag mee te doen: “Vanaf het begin hebben wij contact gezocht met NIDA om samen te werken. Deze uitgestoken hand hebben ze nooit geaccepteerd. Nu ontstaat er nóg meer verdeeldheid, daar waar we juist eenheid nodig hebben.” Dan zien we op ‘rechts’ in Nederland, als we nog in die termen kunnen spreken, verschillende partijen die namens ‘het volk’ zeggen te spreken, maar dat toch allemaal op hun eigen manier doen omdat die eigen manier toch de beste is en ‘het volk’ het meeste recht doet. Ook links is versplinterd en verdeeld in partijen met een ‘eigen’ geluid omdat ze het allemaal het beste weten.

Om mijn favoriete punkband Dead Kennedys er maar weer eens bij te halen en te citeren uit hun nummer Chickenshit Conformist. een nummer waarin de band de teloorgang van de Punkscene betreurt. Een teloorgang die een gevolg is van succes waardoor de ‘egoïst’ naar boven kwam: “Punk’s not dead, it just deserves to die when it becomes another stale cartoon. A close-minded, self-centered social club. Ideas don’t matter, it’s who you know. If the music’s gotten boring it’s because of the people who want everyone to sound the same. Who drive the bright people out of our so-called scene ’til all that’s lefts is just an meaningless fad.”

Versplintering terwijl ze allemaal roepen dat ‘verbinding’ en ‘eenheid’ gevraagd is. Maar dan wel eenheid op hun manier. Partijen en vooral politici waar het allemaal om het eigen ego draait? Om de Engelse uitdrukking waarmee ik begon wat te ‘verhaspelen: ze zijn in eenheid verdeeld, en in verdeeldheid één.

Uitgelicht

Grenzen, begrenzen, grenzeloos

De Volkskrant kent een leuke rubriek waar mensen aan het woord komen die ergens over van mening zijn veranderd. Als laatste in 2017 mocht Tommy Wieringa vertellen dat hij van mening was veranderd over grenzen. “Grenzen beschouwde ze (Wieringa’s moeder) als een achterlijk en beperkend verschijnsel. Ze hinderden haar. Ik heb dat eigenlijk ook altijd zo gevoeld.” Zo dacht Wieringa lange tijd, maar nu niet meer: “om de open Europese binnengrenzen te verantwoorden en te kunnen laten voortbestaan, is een harde buitengrens noodzakelijk.” Die buitengrens is volgens Wieringa noodzakelijk immers: “Als je zelf bepaalt wie je toelaat, kun je ruimhartig zijn voor vluchtelingen en streng voor economische migranten; niet dat halfslachtige gerotzooi van nu. Degenen die we toelaten moeten we stevig omhelzen door ze onmiddellijk de taal te laten leren en onderdeel te maken van deze waardengemeenschap.”

Mongoolse rijk

Illustratie: Wikimedia Commons

We kunnen het ons nu niet meer voorstellen, maar landsgrenzen en grenscontroles zijn pas een kleine honderd jaar oud. Vroegere rijken en rijkjes omvatten een bepaald gebied, maar het was voor iedereen, nou ja alleen de vrije burgers, mogelijk om zonder al te veel moeite van het ene, naar het andere gebied te reizen. Als lijfeigene niet, dan was je gebonden aan de grond die je voor je heer moest bewerken. Dat beperkte zeer veel mensen. Om van Franse koninkrijk via de diverse Duitse vorstendommen, eventueel het Oostenrijkse keizerrijk naar het Rusland van de tsaar te reizen, had je geen paspoort of visum nodig. Het tv programma Verborgen verleden geeft hiervan mooie voorbeelden.

Grenscontroles, visa en paspoorten zouden leven in mijn woongemeente Venlo onmogelijk hebben gemaakt. Er waren momenten dat dit grondgebied tot vier verschillende rijken behoorden. Rijken en rijkjes met grondgebied dat verspreid lag over Europa en niet aan elkaar grensde. Wilde je van het ene deel van het rijk naar een ander, dan moest je via een of meer andere rijken reizen. Voor toenmalige bewoners maakte dat echter niet veel uit. Of ze nu in het Pruisische Velden, het Gulickse Tegelen of het Republikeinse Venlo behoorden, de stad Venlo was er als ze iets bijzonders nodig hadden of iets wilden verkopen.

Ook de grote Romeinse en Perzische rijken en latere het nog veel grotere Mongoolse rijk kenden poreuze grenzen voor vrije burgers. Poreuze grenzen zelfs in tijden van grote strijd. Voor iedere vrije man tot welke ‘waardengemeenschap’, meestal een ander woord voor religie, je ook behoorde. Als vrij man kon je je meestentijds vrijelijk bewegen als je de locale gebruiken (wetten) maar respecteerde.

Grenzen die mensen niet begrenzen zorgden voor welvaart en voorspoed, voor grenzeloze mogelijkheden. Vrijheid alleen begrenst door de ‘locale gebruiken’, de wet, waarom zou dat nu niet ook kunnen?

Uitgelicht

De kleur van je hart

Een nieuw jaar. Wat het ons allemaal brengt? Een aantal zaken weten we nu al, tenzij de aarde voor die tijd vergaat. Zo zal het eerste kwartaal van het jaar in het teken staan van de gemeenteraadsverkiezingen en de Olympische Winterspelen. Alhoewel, de eerste anderhalve maand staan in het teken van Vasteloavend, je moet natuurlijk je prioriteiten stellen. Daar begint het verlangen naar het voorjaar. Dat verlangen wordt mooi bezongen in het Venlose vasteloavesleedje ‘Lekker Zunke’.

2018

Illustratie: Pixabay

Het voorjaar dat start met ‘La Primavera’, de wielerwedstrijd Milaan-San Remo, die in het weekend voorafgaande aan de verkiezingen wordt verreden. In Venlo kondigt de Venloop het voorjaar aan. Het wandel- en hardloopevenement dat zich in zeer snel tempo een plek heeft weten te verwerven op de Venlose evenementenkalender.

Zo kan het komende jaar alweer worden ingevuld met allerlei evenementen. Ieder jaar een vaste agenda. En net als afgelopen jaren zal er worden gesproken over de economie en het ‘democratisch gebrek’ ook wel bekend als de ‘kloof’. In de sport zal het zeker gaan over doping. Welke sporter, behalve ‘natuurlijk’ alle Nederlanders, is wel en welke niet te vertrouwen? Het zal gaan gaan over ‘Europa’ dat teveel of te weinig doet. Het zal ook weer gaan over Wilders en Baudet en in het verlengde daarvan zullen woorden als ‘extreem rechts’, ‘racisme’ en ‘Nederlandse identiteit’ of ‘cultuur’ vallen. Ook zal het nog steeds gaan over kleur en ook daarbij zal het woord ‘racisme’ worden genoemd, net als ‘onschuld’ en ‘privilege’. Hierbij zal het vooral gaan tussen deze beide kampen. Kampen die elkaar voor van alles en nog wat zullen uitmaken.

“En ik hef het glas op jouw gezondheid, want jij staat niet alleen. Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen.” Deze boodschap gaf ik jullie in de eerste prikker van 2017 mee. Want de wereld is van ons allemaal en we moeten er samen het beste van maken. Een jaar eerder hield ik een pleidooi voor nieuwsgierigheid, een pleidooi dat ik gisteren nog een keer herhaalde. Nieuwsgierigheid ligt immers aan de basis van kennis maar ook aan de basis van elkaar kennen. Van het met elkaar in gesprek gaan. Alleen als we elkaar kennen, kunnen we er samen het beste van maken.

“Denk goed na aan welke kant je staat. Denk niet wit, denk niet wit. Denk niet zwart, denk niet zwart. Denk net zwart-wit, maar in de kleur van je hart, maar in de kleur van je hart.”

Aldus de Nijmeegse musicus Frank Boeijen. Zou dat niet een goede raad zijn voor 2018? Een goede raad om samen het gesprek mee aan te gaan? Om elkaar beter te leren kennen?

 

Uitgelicht

Pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie

De 254ste en laatste prikker van 2017. Tijd om terug te blikken? Nee, en toch ja. Nee, niet op het afgelopen jaar, dat doet Sander van Walsum in de Volkskrant op een goede manier. Van Walsum verhaalt over de roep van dit jaar om het verleden aan te passen aan het heden door straten en gebouwen te vernoemen en beelden te verwijderen. Hij concludeert dat vroeger zaken normaal waren die we nu abnormaal vinden.  Daarom is het beter “verleden in zijn eigen taal (te laten) spreken. … Dat is beduidend interessanter dan aantonen dat het huis van het verleden door dwaallichten werd bewoond.” 

De zijderoutes

Een juiste constatering, maar over het nabije verleden van het aflopende jaar wil ik het niet hebben. En ja, ik ga wat verder terug in het verleden en dat doe ik aan de hand van het boek De zijderoutes van Peter Frankonpan. En dan vooral één passage eruit:

“Terwijl de moslimwereld enthousiast bezig was met innovatie, vooruitgang en nieuwe denkbeelden, bleef een groot deel van Europa hangen in mistroostigheid; het ontbrak er aan middelen, maar ook aan de nieuwsgierigheid.”

Nieuwsgierigheid naar elkaar en de wereld. Want die moslimwereld was tolerant voor andersgelovigen. Joden, christenen, boeddhisten en andere geloven hadden over het algemeen niets te vrezen. Nieuwsgierigheid en tolerantie voor andersgelovigen, waren ook de kenmerken van het Romeinse en het Perzische rijk die eeuwenlang standhielden en waar de welvaart een grote vlucht nam.

Nieuwsgierigheid en tolerantie die in het toenmalige Europa ontbraken. In Europa ging men op in het orthodoxe christendom en was de blik naar binnen gericht: “De heilige Augustinus had weinig op met wetenschap en onderzoek. ‘Mensen willen kennis-om-de-kennis’, had hij misprijzend geschreven ‘hoewel ze aan die kennis niets hebben’. Nieuwsgierigheid was in zijn woorden weinig anders dan iets ziekelijks.” De leer van Augustinus vervulde in het Europese christendom een belangrijke rol.

Nieuwsgierigheid als voedingsbodem voor een welvarende samenleving, want welvarend dat was die moslimwereld. Europa kwam pas in beeld toen men ook hier nieuwsgierig werd. Nieuwsgierig werd en ging onderzoeken en reizen. Toen er een einde kwam aan de religieuze orthodoxie en vooral  toen er een einde kwam aan de religieuze twisten en oorlogen. Toen tolerantie intrad.

Daarom in deze 254ste prikker een pleidooi voor nieuwsgierigheid en tolerantie.

Uitgelicht

Beste mevrouw Simons,

“Als zwarte vrouw ben ik me bewust van denigrerend taalgebruik. Het voorval met Martin Simek is een klassiek voorbeeld van hoe over vluchtelingen denigrerend wordt gesproken in de media en hoe aanstootgevend dat is voor hen en voor zwarte mensen.”

Dat zegt u, Sylvana Simons, in een interview met het AD. U geeft in dit interview aan dat: “Het is vermoeiend om continu bezig te zijn leugens over mij te ontkrachten.” Dat er leugens worden verspreid is volgens u geen toeval: “Daar is hard aan gewerkt door media die mijn woorden verdraaien en extreemrechtse websites die nepnieuws brengen. Het is een actieve campagne om alles van mij uit de context te halen. Nog steeds wordt alles wat ik zeg en doe negatief ontvangen en zo vertaald in de media.’’

Gaypride

Foto: Flickr

U heeft een punt als u beweert dat er veel mensen zijn die alles wat u zegt verdraaien, die verdraaiing vervolgens uitvergroten en u zo in een kwaad daglicht stellen. Zoek op sites als TPO en De Dagelijkse Standaard en het regent voorbeelden. Dat u hier veel last van heeft, kan ik me heel goed voorstellen. Alleen is hier weinig aan te doen, dat is het maatschappelijke klimaat van tegenwoordig. Een klimaat waarin snel scoren ten koste van anderen hoogtij viert.

Weinig, maar niet niets. Het enige wat we eraan kunnen doen, is ons niet te verlagen tot het met ‘gelijke wapens’ terugslaan. Door ons niet schuldig te maken aan verdraaien van de woorden en bedoelingen van anderen. Schort het daar bij u ook niet aan?

Zo ageerde u tegen uitspraken van de heren Derksen en Van der Gijp bij Voetbal Inside. Van der Gijp had het gewaagd om te zeggen dat hij liever naar darts kijkt dan naar het trouwen van twee homo’s, waarvan Gordon er eentje was. Dat is wat anders dan “walgt van homoseks” dat u ervan maakt. Derksen omschrijft de Gaypride volgens u als een ‘bloemencorso’ van ‘heren met een veer in hun reet.” Iemand die een blik werpt op de botentocht kan er vele conclusies uit trekken, ook de ‘veren’ van Derksen. Maakt een dergelijke mening over de Gaypride of het niet willen kijken naar Gordon gaat Trouwen iemand meteen homofoob?

Ik begon mijn brief niet voor niets met het citaat waarin u refereert aan het ‘voorval’ met Martin Simek. Een citaat waarin u precies dat doet wat u andere verwijt. Als u het interview met Simek nog eens terugkijkt, dan ziet u iemand die enorm begaan is met de vluchtelingen die in Italië aankomen. Je ziet iemand die moeite heeft met de oneerlijkheid, ze het liefste allemaal wil helpen en dan op hele vertederende manier zegt: “ik heb af en toe die zwartjes meegenomen.” Niets denigrerends en dat bevestigt hij ook als u  hem ernaar vraagt, waarna u aangeeft geen moeite te hebben met het gebruik van het woord zwart. Maakt u door uw uitspraak waarmee ik begon, niet ook schuldig aan ‘ uitvergroten’ en ‘in een kwaad daglicht stellen’ van in dit geval Martin Simek?

Beste mevrouw Simons, hoe staat u als ‘aanklager’ als u hetzelfde handelt als degenen die u ‘aanklaagt’?

Uitgelicht

Pensioen, economie en beleggingsproblemen

“Als bij een stijgende vraag het aantal aandelen krimpt, zal de koers van een willekeurig aandeel uiteindelijk ergens eindigen bij de prijs voor een Leonardo da Vinci.” Zo schrijft Peter de Waard in de Volkskrant. Als je zijn artikel leest zou je bijna medelijden krijgen met de beleggers. “Een pensioenfonds dat rendement wil halen, is aangewezen op aandelen.” veel andere mogelijkheden ziet hij niet: “Vastrentende waarden zoals obligaties leveren niets meer op. Vastgoed is te weinig liquide. En cryptovaluta zijn voor serieuze beleggers nog een no-goarea.”

Barcelona.jpg

Foto: Wikimedia Commons

Alleen kennen aandelen ook zo hun beperkingen. Het aantal beursgenoteerde bedrijven waarin kan worden belegd daalt wereldwijd. Alleen in opkomende markten stijgen de beleggingsmogelijkheden, maar: “Voor veel professionele instituten, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, zijn die markten moeilijk te betreden. Als er voor buitenlandse beleggers al juridisch geen belemmeringen zijn, is het riskant geld te steken in totaal onbekende bedrijven waar nauwelijks analistenrapporten over bestaan.” Blijven de westerse aandelen markten over, maar ook daar is de keus beperkt: “Beleggen in wapen- of sigarettenfabrikanten, bedrijven die lak hebben aan het milieu of bedrijven die mogelijk ergens kinderhandjes misbruiken, kan niet meer. De bedrijven moeten voldoen aan het ESG-label, waarmee de milieu-, sociale- en governance-aspecten zeker zijn gesteld.” Die arme beleggers!

Maar wacht eens even. Ik ben een van die beleggers. Niet direct, maar via een pensioenfonds waaraan ik verplicht jaren heb bijgedragen. Een pensioenfonds dat ooit aan mij gaat uitkeren zodat ik van mijn oude dag kan genieten. Een, liefst onbezorgde, oude dag waarbij ik voldoende te eten heb een dak boven mijn hoofd en af en toe wat leuks kan doen. Daarvoor is pensioen bedoeld. Zou er een andere mogelijkheid zijn om dit te bereiken?

Eten kan ik nu nog niet gaan sparen. De bloemkool, paprika of het stukje vlees houden niet zolang. Nu al boeken en betalen voor dat reisje naar Barcelona over twintig jaar? Nee, liever niet, wie weet haal ik dat niet meer of kan ik tegen die tijd niet meer reizen.

Blijft over, het wonen. Voor een fonds is vastgoed wellicht niet liquide genoeg, voor mij als individu is dat geen probleem. Wat als ik mijn pensioeninleg kan gebruiken om mijn huis af te betalen? Dan breng ik nu mijn woonlasten omlaag en woon ik als pensionado gratis. Het bedrag wat ik nu bespaar, spaar ik zodat ik over twintig jaar, als ik het in goede gezondheid haal, om dat reisje naar Barcelona te betalen. En als ik zou huren, zou me dit wellicht de mogelijkheid bieden om een huisje te kopen dat dan bij mijn pensionering is afbetaald.

Snijdt het mes zo niet aan twee kanten. Aan de ene kant die van het individu dat zich voorbereidt op zijn oude dag. En aan de ander kant de economie als geheel. Laten we zo niet op een gecontroleerde manier overtollige lucht (geld) uit de economie lopen? Overtollige lucht die tot luchtbellen (bubbels) en tot crises leiden?

Uitgelicht

‘onnodige armoede’

Even over taal en woorden. In Amsterdam is het Flying Squad actief, een team dat voor de gemeente minima bezoekt om ze te wijzen op sociale voorzieningen die ze onbenut laten, zo lees ik bij Binnenlandsbestuur. Je zou verwachten dat het ‘de’ squad zou zijn en niet ‘het’ squad, Ook taal en woorden, maar daarover wil ik het nu niet hebben. Ik wil het hebben over bijvoeglijke naamwoorden die voor een zelfstandig naamwoord worden gebruikt om het zelfstandig naamwoord kracht bij te zetten.

onnodige armoedeFoto: Pixabay

Het artikel over ‘de’ of ‘het’ Flying Squad draagt de titel “Op zoek naar onnodige armoede.” De toevoeging van ‘onnodige’ voor armoede suggereert dat er naast die ‘onnodige’, ook ‘nodige’ armoede is. Kan iemand mij uitleggen wanneer armoede nodig is en wanneer niet? Dat lijkt mij ook voor het (de) Flying Squad van belang. De ‘onnodige’ arme die moet immers worden geholpen, de ‘nodige’ kan aan zijn of haar lot worden overgelaten, maar hoe bepaal je de ‘onnodigheid’ van armoede? Het lijkt me trouwens geen prettige boodschap om iemand te vertellen dat hij of zij arm is en dat er diverse regelingen zijn waarvan gebruik gemaakt kan worden, maar dat die persoon er niet voor in aanmerking komt omdat hij niet ‘onnodig’ maar ‘nodig’ arm is.

In een ander artikel bij Joop kwam ik een andere bijzonder combinatie van een bijvoeglijk- en zelfstandig naamwoord tegen: objectieve feiten. Nu is een feit een: “gebeurtenis of omstandigheid waarvan de werkelijkheid vaststaat.” Dat maakt een feit per definitie objectief. Alleen door het woord ‘objectieve’ voor feiten te plaatsen, ontstaan er ineens ook ‘subjectieve’ feiten en wordt alles ineens een feit. Een andere combinatie met het woord feit werd gebezigd door de regering Trump, de ‘alternatieve’ feiten. Deze combinatie suggereert dat feiten een tegenhanger hebben, de ‘alternatieve’ feiten. Zo zou een kubusvormige aarde het alternatieve feit kunnen zijn voor de bolvormige.

Een bijzondere is de participatiesamenleving. Het bijvoeglijk naamwoord participatieve samengesmolten met samenleving. Een samenleving is ”het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Alle mensen die in een bepaald gebied met elkaar verkeren behoren tot en nemen deel aan de samenleving van dat gebied. Door er participatie, “het hebben van aandeel in iets; = deelname” voor te zetten, ontstaat een vreemde constructie omdat iemand nu iets extra’s moet doen om bij de samenleving te horen. Als je dat extra’s niet levert, hoor je ineens niet meer bij de samenleving. Door het woord deelname voor samenleving te zetten ontstaat ook het spiegelbeeld, het niet deelnemen.

Uitgelicht

Welgemeende excuses

“For the last 17 years I’ve been passionate about confronting the global threat of terrorism. This has been a long struggle. We still have much to learn. I made certain remarks in 2015 and regret the exchange during the Nieuwsuur interview. Please accept my apology. I was born in the Netherlands and love the country. It will be the greatest honor of my life to serve as the United States Ambassador to the Netherlands. I look forward tot the opportunity to learn, to listen, and to move on in the spirit of peace and friendship with the people of the Netherlands.”

Hoekstra

Foto: Wikimedia Commons

Woorden van de nieuwe Amerikaanse ambassadeur Hoekstra die ik op nos.nl tegenkwam en die afkomstig zijn uit een Twitterbericht van Hoekstra. Hoekstra ontkende in het Nieuwsuur-interview dat hij in 2015 het volgende zei: “Chaos in the Netherlands. There are cars being burned. There are politicians being burned. And yes there are no go zones in the Netherlands.”

Excuses. Je maakt ze of biedt ze aan als je iemand hebt beledigd, pijn of verdriet hebt gedaan. Volgens een site over excuses aanbieden, ja die is er, kan: “Een effectief excuus of een verontschuldiging (…) in relaties veel “rottigheid” voorkomen. In tegenstelling van wat vaak wordt gedacht is je verontschuldigen geen teken van zwakte. Het is een duidelijk teken van kracht en vertrouwen.” 

De excuses-site geeft tips voor het aanbieden van je excuses. Laten we eens drie van negen tips bekijken. Zo adviseert de site om excuses in levende lijve aan te bieden: “Maak dus geen gebruik van sms, whatsapp, pingen, mail, telefoon etc. Kan het echt niet anders kan, kies dan voor de telefoon.” Hou het bij jezelf: “Vertel hoe jij het hebt beleefd. Hoe eerlijker en kwetsbaarder je je opstelt, hoe zinvoller de verontschuldiging overkomt bij de ander.” En de belangrijkste, biedt alleen je excuses aan als je het meent.

Ik vraag me af aan wie die excuses van Hoekstra zijn gericht? Wie voelt zich gegriefd door de opmerking die Hoekstra’s slechte geheugen of wat minder vriendelijk gezegd, zijn creatieve manier om met de waarheid omgaan, aantoont? Als hij zijn excuses aanbood voor zijn duidelijk bezijden de waarheid zijnde opmerkingen uit 2015, dan was het een ander verhaal. Daardoor kan iemand in Nederland zich gegriefd of beledigd voelen.

Hoekstra zoekt er een afstandelijk medium als Twitter voor uit. Nu kan het zijn dat Twitter het enige legitieme communicatiekanaal is van de regering Trump en alles dus via dit medium moet. Hij houdt het bij zichzelf, alleen niet bij het betreffende interview, maar bij hoe geweldig belangrijk zijn werk tot nu toe was en hoe ‘fantastisch’ hij zijn nieuwe baan vindt. Alhoewel bij zichzelf, legt hij met de zin: “We still have much to learn,” niet ook iets bij degene die hem eventueel moet verexcuseren?

Als belangrijkste, zou hij het werkelijk menen? Maakt hij excuses aan zichzelf? Excuses voor zijn eigen onhandige opmerkingen? Domheid zou ik het niet durven te noemen. Onhandige opmerkingen die alleen hem in de problemen brengen. Opmerkingen waar hij pijn of verdriet van heeft? Als dat zo is, dan zou het best gemeend kunnen zijn.

Uitgelicht

Raadslid aan de keukentafel!?

Raadsleden schijnen om te komen in het werk en vooral de verwachtingen waaraan ze moeten voldoen, zo valt te lezen op de site Binnenlandsbestuur. Raadsleden: “zitten klem tussen de selfiedemocratie in (de) wijk en de alles bedisselende regio. Ze bezwijken onder stapels stukken, de groepsdwang om toch vooral veel vragen te stellen, moties te bakken en het luisterend oor te zijn voor menig maatschappelijke misstand.” Adviseur Kirsten Veldhuijzen van de Raad voor het Openbaar Bestuur: “Doe als uw burgemeester en trek uw dorp of stad in en neem waar. Ga keukentafelen en stel met mij vast dat je in het stadhuis alleen de samenleving niet verandert. Daar heb je als publieke bemanning elkaar en de keukentafel voor nodig.”

keukentafel

Foto: Flickr

De site van de Rijksoverheid ziet de volgende taken voor raadsleden: “Raadsleden bepalen de belangrijkste punten van het beleid van de gemeente. Ze controleren of het college van burgemeester en wethouders (college van B&W) het beleid goed uitvoert. De leden van de gemeenteraad maken de begroting en controleren het financiële jaarverslag van de gemeente. Ieder gemeenteraadslid is een volksvertegenwoordiger. Een lid van de gemeenteraad moet dus goede contacten met de inwoners van de gemeente hebben.” Met de ‘keukenktafel’ adviseert Veldhuijzen raadsleden om voor die goede contacten te kiezen.

Is het een taak van een raadslid of welke volksvertegenwoordiger dan ook om de samenleving te veranderen? Hebben volksvertegenwoordigers niet de taak om namens de inwoners van een land of gemeente te handelen? Te handelen zonder ‘last en ruggespraak’?  Te handelen door naar eigen eer en geweten dat te doen wat het algemeen belang het beste dient? Door te handelen en vervolgens dit handelen te verantwoorden?

Moet je hiervoor DUS goede contacten hebben met de inwoners?  Moet een raadslid werkelijk voor de ‘keukentafel’ kiezen? Of zou enige afstand van die ‘keukentafel niet gepast of gewenst zijn om te voorkomen dat: “je betaalt wat (…) de straat bepaalt”? Bovendien loop je grote kans te ‘betalen’ wat het ontevreden, schreeuwende deel van de straat bepaalt.

Uitgelicht

Het ene bezette gebied is het andere niet

“Alsof Rusland de strijd om de Krim niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Rusland niet erkent en uitgaat van de pre-2016 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de Marinestad Sebastopol, het historische Jalta met het Lavidiapaleis, het zomerverblijf van de vroegere tsaren aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Logisch dat de VVD de grenzen zoals die in 2016 zijn ontstaan niet erkent, zul je zeggen. De Russen hebben de Krim immers via een daad van agressie veroverd en agressie mag niet worden beloond.

Jeruzalem

Foto: Pixabay

Op de site Opiniez maakt Uri van As zich druk over het in zijn ogen “anti-Israëlische stemgedrag” van Nederland in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Die vergadering stemde over een resolutie die de Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israël veroordeelt en oproept om het besluit om de Amerikaanse ambassade naar die stad te verplaatsen, ongedaan te maken. Nederland stemde “ondanks alle waarschuwingen van de Amerikaanse regering,” voor deze aangenomen resolutie. Van As: “Alsof Israël de Zesdaagse Oorlog niet gewonnen heeft en de strijd met andere middelen moet worden overgedaan. Omdat de VVD de huidige grenzen van Israël niet erkent en uitgaat van de pre-1967 grenzen, is ieder bouwwerk buiten deze grenzen illegaal. Daardoor worden ook de oude stad in Jeruzalem, de Kotel en de Tempelberg aangemerkt als ‘bezet gebied’.” Ja, dezelfde passage waarmee ik begon maar die ik heb ‘herschreven’ naar een andere situatie.

In 1940 kon je zo’n zelfde passage maken met betrekking tot de Duitse verovering van Nederland. En in 1990 met betrekking tot de Iraakse verovering van Koeweit. In beide gevallen werd die verovering ongedaan gemaakt door een ‘internationale coalitie’. In al die gevallen zou je ook kunnen zeggen dat de strijd door een partij is gewonnen en dat het zinloos is om de strijd met andere middelen over te doen. ‘The winner takes it all’, zong Abba immers.

Ik denk niet dat Van As de Russische verovering van de Krim zal goedkeuren. Ook kan ik me niet voorstellen dat hij de Duitse verovering van Nederland noch de Iraakse inpalming van Koeweit goedkeurde. Waarom dan wel een pleidooi om de Israëlische verovering van gebied dan maar te accepteren en te zien als ‘eerlijk veroverd gebied’?

Uitgelicht

Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.

Uitgelicht

Datagedreven ijsjesverbod

“De ambtenaar van de toekomst komt er bekaaid vanaf in de vacatures die gemeenten publiceren.” De openingszin van een artikel op de ‘ambtenarensite’ Binnenlandsbestuur. HR-dienstverlener Yacht heeft er onderzoek naar gedaan door de vacaturetekst door te struinen en wat ze daar lazen heeft ze niet blij gemaakt: “De gemeentevacatures staan nog vol met clichés uit de oude doos (betrokken, 24 procent, sociaal, 23 procent, resultaatgericht, 26 procent), terwijl moderne competenties als klantgerichtheid, netwerken, verbinden en datagedreven erg weinig voorkomen. ‘Die laatste werd niet een keer genoemd’, zegt Mirjam Beerkens, adviseur bij Yacht en samensteller van het onderzoek.” Daarmee gaan gemeenten het niet redden in de ‘transformatie’: “Als gemeenten daarin succesvol willen zijn, doen ze er verstandig aan om in vacatures de nadruk te leggen op de vaardigheden die passen bij de ambtenaar van de toekomst in plaats van die van vroeger.”

Ijsje

Foto: Pixabay

Nu is men nergens zo goed in het voeren van semantische discussies als bij de overheid. Lijkt dat niet ook hier weer het geval? Is “klantgericht’ niet gewoon een andere omschrijving van ‘betrokken’? En ‘verbinden’ en ‘netwerken’? En werd die ‘transformatie’ waaraan gewerkt moet worden tien jaar geleden niet de ‘kanteling’ genoemd of ‘welzijn nieuwe stijl’? Ik zou trouwens niet weten wat er ‘oud’ is aan resultaatgericht werken?

Meer moeite heb ik met ‘datagedreven’, je laten drijven of leiden door data? Is je laten ‘drijven’ door data niet wat erg mager. Een voorbeeld van Ionica Smeets. Zij vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. ‘Datagedreven’ adviseert de ambtenaar om de verkoop van ijsjes te verbieden. Zou het helpen?

Neem de politie die data gebruikt bij het bepalen in welke wijk agenten worden ingezet. De resultaten van die inzet, worden vervolgens weer aan de data toegevoegd. De volgende periode gebeurt hetzelfde en is die wijk weer aan de beurt. Daar waar je zoekt, vind je immers. Waar je niet zoekt, vind je niets. Zo creëren de data hun eigen succes. Gevolg is wel dat buurten (of mensen) zich uitgezocht voelen, dat ze klagen over de politie die hen ‘stalkt’. Ze zijn het slachtoffer van ‘profilering’.

Loopt de ‘datagedreven’ ambtenaar niet grote kans om verkeerde zaken te doen? Verkeerde zaken omdat data niets zeggen. Dat data op basis van een theorie geanalyseerd en geïnterpreteerd moeten worden? Dat die theorie vervolgens getoetst moet worden in de praktijk? Dat er altijd naar alternatieve theorieën en verklaringen gezocht moet worden om tunnelvisie te voorkomen?

Uitgelicht

Jozef en de moslims

In Zwolle staat de grootste levende kerststal van Nederland. In de stal staan mensen die het verhaal rond de geboorte van Jezus moeten uitbeelden. Jozef, Maria, de drie wijzen, de herdertjes die bij nachte lagen, allemaal mensen van vlees en bloed. Of de os, ezel en schapen ook van vlees en bloed zijn, weet ik niet. Als u dat wilt weten, moet u maar zelf gaan kijken. Nu is er iets met deze levende kerststal. De organisator geeft aan dat moslims niet welkom zijn om een van de rollen te spelen.

Gladiator

Illustratie: Flickr

Moslims zijn wel welkom: “als vrijwilliger voor bijvoorbeeld het opbouwen van het evenement en ook het inschenken van koffie en thee in de kerk is geen enkel probleem.” Zo is te lezen in de Stentor. Volgens Cees Scholten, de mede-organisator van het evenement, is het: “voor een moslim, denk ik, lastig om ons beeld van kerst naar voren te brengen. Wie geen christen is, kan bijvoorbeeld moeilijk de rol van bijvoorbeeld Jozef (uitbeelden). Je moet de bezoekers het kerstverhaal kunnen uitleggen.”

Nu gebeurt het in de wereld van film en theater wel vaker dat iemand een rol moet spelen. Het is immers het werk van een acteur om een rol, en niet zichzelf, te spelen. Tom Cruise als aanhanger van de Scientology kerk die de klassieke Duitser Claus Schenk von Stauffenberg speelt in de film Valkyrie. Ben Kingsley die een prachtige vertolking neerzet van de Indiër Mahatma Gandhi. De Nieuw-Zeelandse acteur Russell Crowe die de Romein van Hispaniaanse afkomst Maximus Decimus Meridius speelt in de film Gladiator. Abbie Chalgoum die Jesus speelde bij de Passiespelen in Tegelen. Allemaal zeer geloofwaardige vertolkingen door mensen uit een heel andere tijd en cultuur. Als kijker leef je met hen mee. Je voelt de pijn van Maximus als hij zijn vrouw en kind zwart geblakerd en opgehangen aantreft. Waarom zou een islamiet dan niet de rol van Jozef kunnen spelen? Waarom moet dat een christen zijn?

Even wat anders. De grondlegger van die religie wordt immers pas in die stal geboren. De religie die zich zijn naam toe-eigende ontstond pas veel later. Iedereen in die stal hing daarom een andere religie aan dan het christendom. Als we de redenering van Scholten volgen, kunnen christenen dan wel een rol spelen in een kerststal?

 

PS. voor alle liefhebbers van de film Gladiator en vooral de muziek klik hier voor het mooiste muziekfragment Elysium

Uitgelicht

Verzachtende omstandigheid?

‘U krijgt 20 uur taakstraf omdat u dronken iemand hebt doodgereden. Het drinken van alcohol zie ik als een verzachtende omstandigheid waardoor uw straf lager uitvalt.’

Hoe zou er worden gereageerd als een rechter een dergelijk vonnis zou uitspreken? Het land zou, terecht, te klein zijn en politiek, bestuurlijk en opiniërend Nederland zou gehakt maken van deze rechter.

Jos van Rey

Illustratie: Flickr

Eén jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en twee jaar ontzetting uit het recht van een bestuurlijk ambt bij de overheid. De straf die de rechter geeft aan oud-bestuurder Jos van Rey, die schuldig is bevonden aan: “corruptie, stembusfraude, lekken van vertrouwelijke informatie en witwassen.” De rechter hield, zo valt in de Volkskrant te lezen: “rekening met de gevorderde leeftijd van de politicus, de grote impact van de zaak op zijn leven (hij moest aftreden als wethouder en Eerste Kamerlid), de publiciteit en zijn blanco strafblad.”

De grote impact op zijn leven omdat hij moest aftreden als wethouder en Eerste-Kamerlid? Waarom dient daar rekening mee te worden gehouden? Juist die positie als wethouder verschafte hem de mogelijkheid om corrupt te zijn en vertrouwelijke informatie te lekken. Nu wordt dat waarvoor hij wordt gestraft als verzachtende omstandigheid gebruikt.

“In de regel wordt er 50% van het gefraudeerde bedrag als boete opgelegd als uitkeringsfraude straf. Als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid, dan wordt er een boete van 25% van het gefraudeerde bedrag opgelegd. Wanneer er sprake is van grove schuld en u de fraude extra kan worden verweten, kan zelfs een boete van 75% van het onterecht ontvangen bedrag volgen. De hoogst mogelijke boete bedraagt 100% van het gefraudeerde bedrag en kan enkel worden opgelegd als er sprake is geweest van ‘opzet’.” Fraudeer je met je uitkering, dan is dit de straf die je kunt krijgen. Daarnaast wordt het volledig teruggevorderd. Een forse straf.

Daarmee is de kous nog niet af. Dit is immers alleen maar de bestuursrechtelijke kant van de zaak. Als de fraude meer dan € 50.000 bedraagt of er sprake is van bijzondere omstandigheden, dan kan de strafrechter je ook nog eens straffen. En die straf is niet mals: “De uitkeringsfraude straf bij (opzettelijk) fraude kan oplopen tot 6 jaar gevangenisstraf of een geldboete van € 82.000.” Natuurlijk moet misbruik maken van gemeenschapsgeld en dat is uitkeringsfraude, worden gestraft. Die strafmat mag best stevig zijn, je moet het immers voelen als je misbruik maakt van de gemeenschap.

De vraag hoe deze zware straf zich verhoudt tot de straf voor Van Rey, stel ik maar niet. Wat ik me wel afvraag is of een frauderende uitkeringsgerechtigde het krijgen van een uitkering kan aanvoeren als een verzachtende omstandigheid voor zijn fraude?

Uitgelicht

Erdogan, Twitter en #MeToo

Spotprenten en de Turkse president Erdogan, het is geen gelukkige combinatie. Aan de ene kant de cartoonisten die in ’s mans handelen voldoende aanleiding vinden om scherpe en soms ook wat minder scherpe prenten te tekenen. Aan de andere kant Erdogan die in de prenten voldoende aanleiding ziet om de cartoonisten te vervolgen. En met succes. Zo ontving cartoonist Ruben L. Oppenheimer een schrijven van de juridische dienst van Twitter dat: “op last van de Turkse regering onderzoek doet naar mogelijke juridische stappen, nadat een rechtbank in Turkije op 6 december een uitspraak heeft gedaan over de cartoon. De tekening is als een ‘belediging van Erdogan’ bestempeld.” Dit las ik op de site Joop alwaar ook de betreffende prent te vinden is. Een prent waarbij Erdogan het Twitter-vogeltje neemt. Een bijzondere zaak.

dislike

Illustratie: Wikimedia Commons

Als eerste omdat een Turkse rechtbank een uitspraak heeft gedaan op basis waarvan Twitter in actie is gekomen. Wie er aangifte heeft gedaan bij de Turkse rechter lijkt wel duidelijk. Wat minder duidelijk is, is welke bevoegdheid de Turkse rechter in deze heeft? Twitter is een Amerikaans bedrijf, Oppenheimer een Nederlandse cartoonist, zijn dan niet de Amerikaanse en Nederlandse rechter aan zet? Als de handelswijze van Erdogan normaal is, kan ik dan de Nederlandse rechter vragen om Erdogan te veroordelen omdat hij Nederlanders voor fascisten uitmaakte? Wellicht voel ik me hierdoor wel in mijn eer aangetast en gekrenkt.

Wat nog het meest verwondert, is de houding van Twitter. Had Twitter Erdogan niet gewoon moeten verwijzen naar Oppenheimer? Zo van, beste meneer Erdogan, als u zich door deze cartoon, ik weet niet of ik deze uitdrukking in dit verband mag gebruiken, in uw kruis getast voelt, meldt u zich dan bij de cartoonist. Of beter nog had Twitter Erdogan niet gewoon vriendelijk moeten wijzen op de Amerikaanse vrijheden? Verwacht je van een bedrijf uit ‘the land of the free, and the home of the brave’, niet een andere reactie? Iets met het verdedigen van de vrijheid in het algemeen en vrijheid van meningsuiting in het bijzonder? Of doet dit pijn in de portemonnaie en is die belangrijker dan welke vrijheid ook? Als dat zo is dan rest slechts één optie: allemaal stoppen met Twitter! Dit heeft als bijkomend voordeel dat het belangrijkste communicatiekanaal van de Amerikaanse president Trump wegvalt.

Is het trouwens niet vreemd dat Twitter zelf geen actie onderneemt? Als je de prent bekijkt, dan lijkt de Twitter-vogel het slachtoffer van een daad van seksueel geweld. Een uitgesproken voorbeeld van #MeToo. Ik zie, maar dat kan aan mij liggen, paniek en pijn in de ogen van het vogeltje. De Twitter-vogel is slachtoffer van de dader en die dader meldt en beklaagt zich bij Twitter.

Uitgelicht

De mug en de ‘collateral damage’

Ruim een maand geleden plakte iemand posters op de pilaren van een brug in Maastricht. Posters met daarop de tekst: “It’s okay to be white.” Dat was volledig aan mij voorbij gegaan totdat ik in de Volkskrant een bespreking las over drie boeken over alt-right. De posters hebben er niet lang gehangen en in die korte tijd had iemand white doorgestreept en vervangen door “anything but racist.” Volgens de recensent van deze boeken, Hassan Bahara: “klonk bij de Nederlandse afdeling van de site 4chan een stevige bulderlach. Missie geslaagd. Want dit was de bedoeling: linkse ‘gutmenschen’ tegen de schenen schoppen en verwarren met een tekst die het blank zijn viert.” 4Chan schijnt een van de alt-right groepen te zijn die de wereld rijk is.

Kanonnen

Foto: Wikimedia Commons

Wat de motieven van de poster-plakker ook mogen zijn, er is niets mis met de tekst “It’s okay to be white.” Niets in deze tekst ‘viert’ het blank zijn. net zoals er niets mis is met de tekst:“ It’s okay to be anything but racist.” En er ook niets mis is met teksten die beweren dat er niets mis is met welke huidskleur dan ook. Als het immers niet ‘okay’ is om ‘white’ te zijn, dan zou er sprake zijn van racisme. Aan de teksten mankeert niets en toch mankeert er wel iets.

Degenen die de boodschap zenden, vinden wellicht dat blanken ‘superieur’ zijn, uit de tekst kun je dat niet opmaken. Waarom besluit iemand deze, op zich niets zeggende, posters te plakken? Wat verleidt iemand andersom de tekst aan te passen? Wat verleidt Bahara om te concluderen dat dit meer is dan: “een flauwe puberstreek van internettrollen. Maar dat is een onderschatting van het ernstige karakter van alt-right (is). Want dit is wat alt-right in een notendop werkelijk inhoudt: bloedserieus racisme dat ironie en humor als glijmiddel gebruikt om pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit het publieke debat binnen te loodsen.” Door tegen de tekst te ageren, zelfs door hem aan te passen zoals in Maastricht gebeurde, roep je de verdenking op je dat je het niet ‘okay’ vindt om ‘white’ te zijn.

Alt-right moet serieus worden genomen en we moeten oppassen voor pseudowetenschappelijke ideeën over blanke superioriteit. Net trouwens als voor het spiegelbeeld ervan, de fabeltjeskrant-wetenschap van ‘witte onschuld’. Die ideeën moeten worden bestreden, maar dan wel op het juiste ‘slagveld’ en met gepaste ‘wapens’. Zou het helpen als er met een kanon, ’bloedserieus racisme dat humor als glijmiddel gebruikt’, wordt geschoten op een mug, deze onschuldige teksten? Schieten met een kanon vanwege de ‘bedoelingen’ van de afzender? Zou de ‘collateral damage’ van het schot niet veel groter zijn dan een dode mug?

Uitgelicht

Schijnkeuze in zorgverzekeringsland

“Het aanbieden van identieke polissen is niet de marktwerking waar de consument beter van wordt.”

Woorden van Kamerlid Sharon Dijksma zo lees ik in de Volkskrant. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil af van ‘kloonpolissen’. Kloonpolissen? Een kloonpolis is een identieke zorgverzekeringspolis die onder verschillende namen en tarieven wordt aangeboden: “Polissen die nauwelijks van elkaar afwijken maar wel als alternatief worden gepresenteerd, bieden volgens de parlementariërs een schijnkeuze aan consumenten” De verzekeraars verweren zich met de woorden dat de ‘service’ anders is.

bier

Illustratie: Flickr

Is het aanbieden van identieke producten met een andere prijs niet juist een van de belangrijkste kenmerken van marktwerking? Doen autoconcerns niet hetzelfde? Verkoopt een autoconcern niet bijna identieke auto’s onder verschillende merknamen en prijzen? Of een supermarktketen: melk van een A-merk, een huismerk, een budget-huismerk en een budgetmerk. De verpakking is anders, de prijs is anders, de koe die de melk gaf niet. Een ander voorbeeld bier. Het Heineken-concern verkoopt pils onder de eigen naam, maar ook onder de naam Amstel en Brand. Allemaal met 5% alcohol en gebrouwen van ‘natuurlijk’ hop, gerst en water.

Een markt van zeer bijzondere aard is de elektriciteitsmarkt. Bijzonder omdat het geen ‘kloonpolissen’ zijn, maar ‘kloonbedrijven’. Het product wat deze bedrijven aanbieden, is identiek. Ik kan bij mijn stopcontact niet zien of de stroom is geleverd door het bedrijf waarmee ik een contract heb. Laat staan dat ik kan zien of de stroom is opgewekt met een windmolen, zonnepaneel, door het verbranden van gas of kolen of via kernsplitsing.

“De verschillen zitten in de dienstverlening ,” dat zullen al deze bedrijven zeggen. Daarnaast zullen ze wat stamelen over ‘het gevoel’ dat hun product bij je oproept. Dat ‘gevoel’ dat zorgt voor die ‘unieke beleving’ die je alleen maar krijgt als Jupiler drinkt, ‘mannen’ weten waarom’. En, na een glaasje teveel weet je dat die ‘unieke beleving’ bij iedere pils hetzelfde is.

Op bijna alle markten is: “Het aanbod (…) onnodig groot en onoverzichtelijk.” De reden dat CDA-kamerlid Joba van den Berg de kat aan de ‘polissenbel’ hangt. Zouden de Kamerleden de discussie niet naar een andere niveau moeten tillen? Als de consument in de gezondheidszorg niet beter wordt van het aanbieden van ‘bijna identieke producten, zou de vraag dan niet moeten gaan over nut en noodzaak van marktwerking in de zorg?

Uitgelicht

Eskimo’s en rechten

“Je ziet dat er in Nederland behoorlijke hoeveelheden migranten binnenkomen. Iets aan mijn gevoel van rechtvaardigheid zegt: dat klopt niet. Het is bij de ­es­kimo’s ondenkbaar dat daar een bevolkingsgroep binnenkomt die gaat claimen dat zij dezelfde rechten hebben als de mensen die er al duizenden jaren wonen.”  Een ‘bijzondere’ uitspraak van ene Albert in een artikel bij Elsevier over ‘alternatief rechts’ in Nederland, over Erkenbrand een clubje waarvan de leden er om het neutraal uit te drukken ‘bijzondere ideeën op na houden. Laten we deze ‘bijzondere’ uitspraak eens onder de loep nemen.

Inuit

Foto: Wikimedia Commons

De meeste eskimo’s wonen op een plek waar niet veel mensen willen wonen. De klimatologische omstandigheden zijn, laten we het mild uitdrukken, niet de meest prettige die je op deze aarde kunt aantreffen. Dit terzijde. Als Albert zich ietsjes meer had verdiept in de geschiedenis van de Eskimo’s of liever Inuit zoals ze zich in Canada en Groenland noemen, dan had hij ontdekt dat het net even iets anders ligt. Dan had hij ‘ontdekt’ dat de Inuit inderdaad al duizenden jaren in de Poolstreken wonen. Net zoals het Amerikaanse continent werd bevolkt door Sioux, Dakota, de Irokezen, de Mohiingan en vele andere volkeren.

Als hij een beetje meer van de historie zou weten, dan zou hij ontdekken dat deze volkeren nu een marginale positie innemen in de landen waar ze wonen. Dan zou hij weten dat de laatste der Mohiingan in de film werd gespeeld door de Engels-Ierse acteur Daniel Day-Lewis. De laatste omdat dit volk is uitgestorven, of moeten we zeggen uitgemoord door de komst van West-Europeanen naar het continent wat nu Amerika heet.

Dan zou hij weten dat de overblijvers van deze volkeren, net als Inuit blij moeten zijn dat ze nog ‘rechten’ hebben. Wellicht zou hij dan hebben gehoord van de Indian Removal Act uit 1830. Een wet uit de koker van president Andrew Jackson. Een wet die de Cherokee van hun traditionele land verdreef en hen verplichtte om te verhuizen naar wat nu Oklahoma heet. Dan zou hij hebben gelezen dat deze ‘verhuizing’ de Trail of Tears wordt genoemd. Het ‘tranenspoor’ dat leidde tot de dood van 4.000 van de 15.000 Cherokee. Dan zou hij hebben gehoord van Wounded Knee, al was het maar via het lied van Redbone.

Dan zou hij weten dat de Inuit en de overblijvers van die andere oude volkeren alleen maar hebben moeten slikken. Dat ze nog steeds moeten ‘slikken’. De huidige president Trump heeft pas besloten om ze nog wat verder te beperken in hun rechten. Dit omdat de ‘belangen’ van de olie-industrie zwaarder wegen. Dat degenen die niet slikten, ‘stikten’ of beter gezegd werden verdreven of vermoord zoals de Cherokee’s. Dan zou hij weten dat hun rechten met voeten zijn getreden door een ‘behoorlijke hoeveelheid migranten’ die binnenkwamen. Sterker nog, die hen vaak niet eens als mens zagen.

Uitgelicht

Liefde

Voor Unilever is belasting een belangrijke factor bij het kiezen van een vestigingsplaats, naast een stabiele overheid, de aanwezigheid van goed personeel en een prima infrastructuur.”  Dit vertelt Kees van der Waaij, voorzitter van de raad van commissarissen van Unilever Nederland, de leden van de Tweede Kamer. De Kamer hield gisteren een hoorzitting over de afschaffing van de dividendbelasting. Trouw doet er verslag van en meldt dat Shell-directeur Marjan van Loon eraan toevoegde:

“Wij koesteren de band met Nederland. Maar de liefde moet van twee kanten komen.” 

Die dividendbelasting bekoelt dus de liefde?

liefde

Illustratie: Pixabay

Beste bedrijfshotemetoten, hoe zit het met de liefde van uw kant en die van uw aandeelhouders? Laten we het lijstje eens nalopen. Die stabiele overheid. Je kunt er veel van vinden en vooral mensen aan de onderkant van de samenleving hebben redenen om te klagen over een gebrek aan stabiliteit. Alhoewel, als de afgelopen jaren iets duidelijk maken voor deze groep, dan is het dat ze op steeds minder ondersteuning van de overheid hoeven te rekenen. De bovenkant van de samenleving en vooral bedrijven zoals de uwen, hoeven zich op dit punt niet te beklagen. Uw tweede thuisland, het verenigd Koninkrijk, lijkt in deze Brexit-jaren op dit gebied aardig ‘van het padje’.

Goed personeel is ook geen probleem. Het opleidingsniveau van ‘de Nederlander’ wordt steeds hoger, al kun je daar wat vraagtekens bij plaatsen. Ja, u ziet wellicht ook dat de samenleving vergrijst en dat er eigenlijk weinig jongeren zijn om de pensioengangers te vervangen. Daar zou u wat aan kunnen doen. U kunt gebruikmaken van ‘die vertrouwelijke contacten’ met politici om te pleiten voor wat minder rigiditeit in de omgang met vluchtelingen en andere ‘gelukszoekers’. U zou eens contact op kunnen nemen met VVD-er Malik Azmani en hem ervan overtuigen dat ‘fort Europa’ en ‘opvang in de regio’ wel goed liggen bij Wilders, maar toch wat minder in het belang zijn van uw bedrijven.

Qua infrastructuur heeft u niets te klagen. Nederland kent zo ongeveer het dichtste wegennet van Nederland. Ja, in het spoor kan wat meer worden geïnvesteerd. Oh nee, voor Shell is dat natuurlijk geen goede zaak, of niet mevrouw Van Loon?

Wij Nederlanders hebben flink geïnvesteerd in deze zaken. Dat doen wij met liefde, voor onszelf maar natuurlijk ook voor u. Wij verdienen daar onze boterham mee en over die verdienste betalen wij belastingen waarmee we dit allemaal betalen. U verdient daar bedragen mee die ik me niet kan voorstellen en daarover betaalt u winstbelasting. Alhoewel, veel multinationals maken gebruik van ‘belastingparadijzen’ zoals Nederland om die belasting te ontwijken. Dat dit ‘paradijselijk belastingklimaat’ in Nederland wellicht een gevolg is van uw ‘vertrouwelijke contacten’ zou ik niet durven te beweren.

Die winst sluist u voor een deel door naar uw aandeelhouders als dividend. Is het teveel gevraagd dat wij uw aandeelhouders vragen om ook een beetje ‘liefde’ te tonen?

Uitgelicht

Wie maakt schoon bij de schoonmaker?

“De stijgende welvaart van de afgelopen decennia heeft een nieuwe vorm van armoede gecreëerd: tijdarmoede. Overal in de westerse wereld rapporteren mensen met hogere inkomens meer tijdschaarste.”

Aldus Heleen Mees in haar column in de Volkskrant. Gelukkig heeft Mees de oplossing: “Versimpel je leven door vijf dagen per week te werken. Geef het extra inkomen uit aan dingen waarmee je tijd bespaart; een schoonmaakster, kant-en-klaarmaaltijden en een oppas die de kinderen ook naar muziekles en sportvereniging brengt.” 

schoonmaken

Foto: https://pxhere.com/nl/

Ja, als je als goed verdienende hogeropgeleide vijf in plaats van drie dagen gaat werken, kun je het extra geld gebruiken om een schoonmaker in te huren of een kinderoppas. Die verdienen minder dan jij, dus houd je geld en tijd over. Die schoonmaker of oppas verdient dan ook geld en dat is goed voor hem of haar. Zij een inkomen jij iets meer inkomen en vrije tijd. Duidelijk een geval van win-win.

Alhoewel. Laten we eens naar die schoonmaker of oppas kijken. Zou die ook hetzelfde kunnen doen? Als schoonmakers of oppassers vijf in plaats van drie dagen gaan werken, welke werkzaamheden kunnen zij dan uitbesteden om vrije tijd te kopen? Om iets te doen aan hun tijdarmoede?

Het schoonmaakwerk of het oppassen op de kinderen uitbesteden? Zou de schoonmaker van de schoonmaker genoegen nemen met minder salaris dan de schoonmaker waarvoor wordt schoongemaakt? Waarschijnlijk niet, want dan hadden die hogeropgeleide, goed verdienende de schoonmaker van de schoonmaker ingehuurd. Zij kunnen geen ‘werk’ uitbesteden want daar schieten ze financieel niets mee op en hun tijdschaarste neemt erdoor toe.

Mees: “Waren in de jaren ’80 laagopgeleiden nog het drukst, sinds de jaren ’90 zijn dat de hoogopgeleiden. Het tekort aan tijd ontstaat niet omdat mensen zoveel meer moeten doen, maar vooral omdat ze meer kunnen doen.” Leidt het pleidooi van Mees er niet toe dat de hoogopgeleiden zo meer ‘kunnen’ gaan doen en de lager opgeleiden meer ‘moeten’ doen zonder er iets mee op te schieten?

 

Uitgelicht

Tapijt

Witte Onschuld het laatste boek van Gloria Wekker . Ik schreef er twee keer eerder over. De eerste keer over ‘ witte onschuld’ een gebrek aan kennis dat volgens Wekker tot macht leidt. De tweede keer over het alles verklarende ‘culturele archief’ waarnaar zij verwijst. Er is nog een punt in haar boek dat grote vraagtekens bij mij oproept.

tapijt

Foto: Pixabay

Dat punt heeft betrekking op een manier waarop zij tot algemene uitspraken komt. In haar boek schrijft ze over protesten die het project Read the Masks: Tradition is not Given in Eindhoven dat handelde over zwarte piet. Het project bestond onder andere uit een protestmars. Die protestmars leidde tot reuring en dan volgt er een bijzonder redenering. Lees mee op pagina 208: “Over de protestmars, die in de zomer was gepland, werd geschreven in het rechtse dagblad De Telegraaf, dat indertijd de grootste oplage in het land had. Dit leidde tot een lawine van overwegend negatieve reacties.” Wekker rubriceert en analyseert de ongeveer vijftienhonderd reacties en komt dan tot de volgende conclusie: “Omdat de thema’s elkaar overlappen en in elkaar overvloeien, betoog ik dat ze samen een dik tapijt vertegenwoordigen van de huidige Nederlandse zelfrepresentatie, belaagd door vijanden binnen en buiten de natie.” Lezen we hier dat de lezers van, of eigenlijk nog beter de reageerders op een artikel in De Telegraaf het denken van Nederland vertegenwoordigen? Ja, De Telegraaf had in die tijd de grootste oplage. Ja, vijftienhonderd reacties is veel. Maar om te concluderen dat dit representatief is voor Nederland?

Heeft mevrouw Wekker geen kennis van de basisbeginselen van statistisch onderzoek? Dat er, om valide uitspraken te kunnen doen over een groep als de Nederlanders, meer nodig is dan vijftienhonderd reacties uit één hoek van de Nederlandse samenleving? Het is zelfs maar helemaal de vraag of die 1.500 reageerders een goede afspiegeling vormen van de toenmalige Telegraaflezer. De meeste krantenlezers reageren immers niet op artikelen, het is maar een kleine groep lezers die zich die moeite getroost. Bovendien is de vraag opportuun hoe sturend het bericht in De Telegraaf is geformuleerd.

Ja, de in thema’s gerubriceerde reacties vertegenwoordigden een dik tapijt van de toenmalige Telegraafreageerder. Voor alle Telegraaflezers zal dat tapijt al flink wat dunner zijn en voor de Nederlander wellicht niet meer dan wat versleten draden.

Uitgelicht

Feiten en meningen

“Ik vind dat leraren en politici moeten streven naar zorgvuldigheid. Het moet duidelijk zijn wanneer iets een mening is en wanneer iets een feit. In een opdracht voor leerlingen feiten en meningen met elkaar verweven vind ik onzorgvuldig.”

Een uitspraak van Karin den Heijer lerares wiskunde en bestuurslid bij Beter Onderwijs Nederland. Ik las dit in een artikel bij TPO. Den Heijer reageert hiermee op de commotie die ontstond toen docent Ivar Gierveld een schrijfopdracht over Thierry Baudet gaf aan zijn leerlingen. Baudet en zijn aanhangers reageerden als door een wesp gestoken op deze opdracht.

Feit en fictie

Illustratie: FOODISH.nl

Het gaat mij niet om Baudet en de commotie, maar om de bewering van Den Heijer. Laten we er eens een voorbeeld bij pakken. Gierveld schreef: “In zijn wereldbeeld is klimaatverandering een verzinsel.” Den Heijer geeft aan dat Baudet dit niet heeft beweerd, Gierveld verdraait de woorden van Baudet. Volgens haar zei Baudet: “Door bakken met geld te besteden aan het klimaat, blijft voor reëel en urgente zaken als armoedebestrijding minder over.” Als Baudet dit precies zo heeft gezegd, dan heeft hij inderdaad niet direct beweerd dat de klimaatverandering een verzinsel is. Maar wat zegt hij indirect? Baudet maakt een vergelijking en zet klimaatverandering af tegen armoedebestrijding. Armoedebestrijding noemt hij urgent en reëel. Mag je, omdat hij deze vergelijking zo maakt, dan niet concluderen dat Baudet klimaatverandering niet urgent en niet reëel en dus irreëel vindt? En van irreëel of onwerkelijk naar een verzinsel is slechts een kleine stap. Inderdaad heeft Baudet niet letterlijk gezegd dat klimaatverandering een verzinsel is. Op basis van logisch redeneren is dit wel een goede interpretatie van hetgeen hij heeft gezegd en is het daarmee niet veel meer dan een ‘mening’?

Feiten en meningen moeten volgens Den Heijer worden gescheiden anders ‘verdwalen’ de leerlingen. Alleen gebeurt dat in het ‘echte leven’ ook niet altijd. Met name in de politiek is zorgvuldigheid, waar Den Heijer voor pleit, vaak ver te zoeken. Kijk maar naar de commotie rond het Wetenschappelijk Onderzoek- en documentatiecentrum (WODC), dat politieke wensen ‘wetenschappelijk’ moest onderbouwen. Het leven zou inderdaad veel makkelijker zijn als feiten en meningen duidelijk van elkaar worden gescheiden.

Moeten we de scholieren en studenten niet opleiden voor het ‘echte leven’? Een leven waar feit en fictie door elkaar heen lopen? Waar je president van een groot land kunt worden door een feit als mening en een mening als feit te verkopen?

Uitgelicht

De Jonge en Oma

“Als oma er volgend jaar niks van merkt, dan hebben we het niet goed gedaan.”

Op deze manier maakt minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge zijn beleid om eenzaamheid te bestrijden meetbaar, zo lees ik in een artikel van Gertjan van Schoonhoven bij Elsevier. De Jonge maakt zich vooral zorgen over de eenzaamheid onder mensen van 75 jaar en ouder. Daarom is oma waarschijnlijk ook het meetpunt. Van Schoonhoven vraagt zich af of de overheid zich met eenzaamheid van ouderen moet bezighouden. Een goede vraag die een discussie waard is, zeker omdat de premier van het kabinet verkondigt dat de overheid geen ‘geluksmachine’ is. Zijn vice-premier lijkt daar nu anders over te denken.

ouderen

Foto: Flickr

De Jonge laat zijn succes afhangen van oma. Zou hij over een jaar niet moeten constateren dat oma wellicht merkt dat er allerlei inspanningen worden gepleegd, maar dat haar gevoel van eenzaamheid er niet minder door is geworden? Oma zal best merken dat er mensen van de tegenwoordig oh zo populaire wijkteams, bij haar aan de deur verschijnen en met haar willen praten. Dat die mensen haar naar het wijk- of buurthuis willen lokken om daar deel te nemen aan een activiteit met andere eenzame ouderen. Als oma gaat deelnemen dan kan De Jonge constateren dat hij oma achter de geraniums vandaan heeft gehaald en dat oma wat merkt van zijn beleid.

Wat als die medewerker van dat wijkteam een jaar later weer terugkomt en te horen krijgt dat oma zich nog steeds eenzaam voelt? Als ze zegt dat ze onder de mensen komt en dat af en toe kienen en koersballen best leuk is, maar ze zich nog steeds eenzaam voelt.’ Als ze zegt dat die activiteiten haar overleden man of die goede vriendin die haar is ontvallen niet hebben teruggebracht net zoals de meeste mensen die haar in haar leven hebben vergezeld. Dat ze het contact met haar kinderen en kleinkinderen mist omdat die aan de andere kant van het land en zelfs in het buitenland wonen.

Wat als die medewerker te horen krijgt dat oma’s slinkende wereld niet meer in de ‘steeds groter wordende wereld’ past. Dat ze de belevingswereld van haar kinderen deels en die van haar kleinkinderen helemaal niet meer begrijpt en andersom. Dat de wereld voor haar te groot is geworden.

‘Oma heeft er wel wat van gemerkt’ zo zal De Jonge zich verdedigen, ze is immers gaan kienen en koersballen. Politiek Den Haag zal instemmend knikken. Oma zal er niets van mee krijgen. Zij zit te knikkebollen in haar eigen nog kleiner geworden wereldje.

Uitgelicht

Beste mevrouw Wekker

In haar column in de Volkskrant vergelijkt Elma Drayer de recente ontwikkelingen binnen de antiracisme beweging met godsdienstfanatici: “Wij hebben het licht gezien, de rest van de mensheid wandelt in duisternis. Wij hebben de waarheid in pacht.” Een godsdienstige sekte met een eigen heilige: “De Amsterdamse emeritus-hoogleraar Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Haar naam wordt eerbiedig gepreveld, haar geschriften hebben langzamerhand de status van openbaringen waaraan niemand mag twijfelen.” Als u, Gloria Wekker de heilige bent dan is uw boek Witte Onschuld de bijbel of koran van die beweging.

Wekker

Gelovigen twijfelen niet aan de teksten in hun heilige boeken, ze willen ze liefst zo precies mogelijk naleven. Op dit punt is het denken van u vergelijkbaar met de heilige boeken. U laat geen ruimte voor andere verklaringen dan de uwe. Voor degenen die:

“zich verre houdt van het ongeremde, onbehouwen racisme, en zich tegelijk niet actief wil teweerstellen tegen witte onschuld omdat dat onaangenaam en pijnlijk is en mogelijk vérstrekkende gevolgen zal hebben voor de eigen ‘onverdiende voordelen’, resteert een slecht geweten, dat vaak weggestopt moet worden, en dan geprojecteerd wordt op degenen die deze zaken aan de orde stellen. Ook resteert ongemak.”

Zo schrijft u op bladzijde 264. Die verklaring van u is dat ’Witte onschuld’, witte onwetendheid die tot superioriteit leidt en zo tot ‘onverdiende voordelen’ ook wel ‘witte privileges’. Witte onschuld die haar oorsprong vindt in een cultureel archief dat het gevolg is van vierhonderd jaar kolonialisme, is de enige juiste verklaring voor onze huidige samenleving die, volgens u, diep racistisch is. Voor u ben ik daarmee een racist of een lafaard. Zou er niet ook een andere verklaring mogelijk zijn?

Beste mevrouw Wekker, ik zie ongelijkheid in behandeling in Nederland en wil samenwerken met iedereen die deze ongelijkheid mee wil wegnemen. En ja, ik stel me te weer tegen racistische schreeuwlelijken. Ik weiger echter ‘te geloven’ in uw theorie van ‘witte onschuld’ en het ‘culturele archief’ en kan me er dus ook niet ‘actief tegen teweerstellen’.

Ik ben het met u eens dat er meer aandacht moet zijn voor de geschiedenis en vooral voor verschillende perspectieven op die geschiedenis. In uw boek geeft u wat flarden van een perspectief waarin de transatlantische slavenhandel en de slavernij van Afrikanen centraal staat en verklaart dat tot de ‘waarheid’. In uw betoog gebruikt u uw kijk op het het heden, een volgens u diep racistische samenleving, om het verleden te verklaren. Die zeevaarders van vroeger moesten dus ook wel gewoon racisten zijn. En als zij racisten waren, dan was de hele toenmalige samenleving racistisch. Dit terwijl meer dan negentig procent van de mensen gewoon bezig waren om te leven en te overleven in hun kleine wereld die vaak niet groter was dan een straal van twintig kilometer om hun huis. Dat stukje wereld vormde hun perspectief en hun ‘culturele archief’. Zou het kunnen dat een andere verklaring dan uw ‘witte onschuld’ mogelijk is. Dat het ‘culturele archief’ veel gevarieerder is gevuld?

Uitgelicht

‘migratieachtergrond’

“Begin 2017 telde Nederland 1,3 miljoen jongeren met een migratieachtergrond.”

De eerste zin van paragraaf 2.3 van de Landelijke jeugdmonitor 2017. Een document dat ik voor mijn werk doornam. Een paragraaf waarin je kunt lezen of dat een westerse of een niet-westerse migratieachtergrond is en vervolgens worden die groepen weer verder onderverdeeld. Een bijzondere paragraaf.

vuinisbak

Foto: Pixabay

Als eerste omdat het opvallend is dat een ‘Indonesische migratieachtergrond’ meetelt bij de categorie ‘westers’ terwijl dit land toch veel oostelijker ligt dan bijvoorbeeld Turkije. Zou dat komen omdat het onze voormalige kolonie Indonesië betreft? Als dat de verklaring is, dan is het vreemd dat de Surinamers en Antillianen, die veel westelijker wonen dan ‘wij Nederlandse westerlingen’, bij de groep ‘niet-westers’ horen. Een logische verklaring hiervoor geeft het document niet.

Een migratieachtergrond heb je (pagina 181) als: “ten minste één ouder in het buitenland is geboren. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen personen die zelf in het buitenland zijn geboren (de eerste generatie) en personen die in Nederland zijn geboren (de tweede generatie). De herkomstgroepering wordt bepaald aan de hand van het geboorteland van de persoon zelf of dat van de moeder, tenzij de moeder in Nederland is geboren. In dat geval geldt het geboorteland van de vader. Ook wordt onderscheid gemaakt tussen personen met een westerse en met een niet-westerse achtergrond.”  Lastig omschreven, maar er staat dat als een van je ouders uit een ander land dan Nederland komt, dan heb je een migratieachtergrond ondanks een volledige Nederlandse opvoeding, scholing en paspoort. Je hebt hier niet voor hoeven te migreren.

Het document legt ook uit wanneer je een Nederlandse achtergrond hebt (zelfde bladzijde): “Persoon van wie de beide ouders in Nederland zijn geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.” Ben je geboren in bijvoorbeeld Zaire uit twee Nederlandse ouders, spreek je geen enkel woord Nederlands en begrijp je in het geheel niets van de Nederlandse samenleving alvorens je naar hier komt (migreert), dan heb je een Nederlandse achtergrond.

Nu is ‘minderhedenbeleid’ sinds een aantal jaren passé,  waarom dan dit allemaal bijhouden en erover rapporteren? Wordt het niet eens tijd dat we iedereen met een Nederlands paspoort Nederlander noemen? Dat we ‘migratieachtergrond’, ‘allochtoon’, ‘bicultureel’ en meer van dergelijk onderscheid makende woorden naar de prullenbak verwijzen? Woorden die niets toevoegen behalve de verdeeldheid die ze zaaien?

Uitgelicht

Rationeel in irrationele tijden?

“Ten overstaan van verbijsterde politici heeft de Britse minister voor Brexit David Davis verklaard dat de regering geen flauw idee heeft van de economische gevolgen van de uittreding uit de EU. De voorzitter van de commissie die zich over de Brexit buigt wilde van de minister weten of er onderzoek is gedaan naar de gevolgen. Nee, antwoordde David Davis, Geen enkel.” Dit las ik bij Joop en ik hoorde het eerder al op de radio. Verbazing alom hierover. Is die verbazing wel terecht?

Brexit.jpg

Illustratie: Brexit Panic | frankieleon | Flickr

Welke onderzoeker geloof je? In de aanloop naar het Brexitreferendum verscheen het ene na het andere onderzoek en rapport naar de economische gevolgen van een Brexit. Onderzoeken die economische ‘hel en verdoemenis’ voorspelden of een terugkeer van het ‘stenentijdperk werden afgewisseld met rapporten die voorspelden dat het tot de ‘hemel op aarde’ of een ‘brave new world’ zou leiden. Zo ongeveer te vergelijken met het onderzoek dat de PVV liet doen naar een Nexit, volgens dat onderzoek zou ieder huishouden er tienduizend euro op vooruitgaan bij een Nexit. Hoe de Brexit werkelijk uit zal vallen, weet nu nog niemand.

Een slagje verder. Onderzoek je niet iets als je wilt weten welke effecten dat iets zal hebben. Als je wilt weten of die handeling verstandig is, of je die handeling wel moet verrichten. Als ik wil overstappen van energieleverancier of bank, dan onderzoek ik welke voor- en nadelen de verschillende opties met zich meebrengen. Op basis van dat onderzoek neem ik dan een besluit waarbij ik weeg of bijvoorbeeld het milieu zwaarder weegt dan een klein financieel voordeel. Waarom zou je een onderzoek doen naar de gevolgen van een besluit als het besluit toch al is genomen? Er is immers al tot een Brexit besloten. Welke zin heeft onderzoek dan nog?

‘Om je voor te bereiden op de gevolgen,’ zou het antwoord kunnen zijn. Maar ja, welke gevolgen? Die van de zwartkijkers of de jubelaars? Zou het immers niet vreemd zijn als er nu wel een voor zowel voor- als tegenstanders geloofwaardige onderzoeker te vinden is?

Hoe verbaasd de reacties ook zijn, zou je, op grond van de genomen besluiten en omstandigheden, het handelen van minister Davis niet als rationeel kunnen noemen? Hij accepteert immers het voldongen feit en verspilt geen tijd en geld aan onderzoeken naar gevolgen van een genomen besluit dat niet terug wordt gedraaid. Hoe irrationeel het genomen besluit wellicht ook is.

Uitgelicht

Homeopathie en economie

“Hierdoor krijgt de aanvullende verzekering steeds meer het karakter van een ‘abonnement’ waarin de premie overeenkomt met de gemaakte zorgkosten. Het verzekeringsprincipe komt daardoor onder druk te staan.”

Een uitspraak van De Nederlandsche Bank als ik de Volkskrant mag geloven. Door dat shopgedrag is het rendement dat de verzekeraars op een aanvullende verzekering maken, erg laag, slechts 0,6 procent. “DNB spoort de zorgverzekeraars aan nieuwe manieren te vinden om tegemoet te komen aan de wensen van de klant en er tegelijkertijd geld aan te blijven verdienen,” zo valt te lezen.

homeopathieFoto: Pixabay

Omdat de verzekeringsnemer steeds kritischer wordt en alleen dat afneemt wat op enig moment nodig is, komt het verzekeringsprincipe onder druk te staan. De oorzaak van dit probleem wordt in de schoenen geschoven van de verzekeringsnemer. Zou het werkelijk zo zijn gegaan of zou er ook een andere verklaring kunnen zijn? Zou de oorzaak hiervan niet bij de verzekeraars zelf kunnen liggen?

Een voorbeeld. Sinds enkele jaren is er een verzekeraar die zich profileert met de slogan: ‘de verzekering voor hoger opgeleiden’. Cijfers wijzen uit dat de gemiddelde hoger opgeleide gezonder is en leeft dan een lager opgeleide. Een aparte verzekering voor hoger opgeleiden kan goedkoper aan deze groep worden aangeboden omdat de duurdere lager opgeleiden erbuiten vallen. Willen die zich vervolgens tegen hetzelfde verzekeren, dan moeten ze naar een andere verzekeraar. Een verzekeraar waar lager opgeleiden oververtegenwoordigd zijn en dat leidt tot een hogere premie voor deze groep.

Een tweede voorbeeld: kraamzorg en babyzorg. Als je de keuze hebt, dan neem je dat als man of vrouw zonder kinderwens dus niet af. Alleen vrouwen met een directe kinderwens zullen zich daartegen verzekeren en de premie zal daarmee flink stijgen. Immers de kans dat een van de verzekerden zwanger wordt is zeer groot. Daar merk je echter alleen wat van als je dat in je pakket neemt.

Zouden de verzekeraars werkelijk aan de verzekerden hebben gedacht toen zij deze en andere ‘producten’ uitvonden? Zouden er bijvoorbeeld werkelijk hoger opgeleiden zijn die vroegen om een specifieke verzekering voor hen? Als dat zo is, dan is het ‘abonnement-karakter’ waar de DNB het over heeft te wijten zijn aan de verzekerden.

Of zou ook hier de economische wet dat aanbod vraag creëert opgeld doen? Als dat zo is, zou dan ‘nieuwe manieren te vinden om tegemoet te komen aan de wensen van de klant en tegelijkertijd geld te verdienen,” een goed advies zijn? Zou meer van hetgeen dat de kwaal heeft veroorzaakt werkelijk bijdragen aan de genezing? Zou homeopathie hier wel werken?

Uitgelicht

Risicovermijding

Een week of twee geleden, zo vlak na de intocht van Sinterklaas vroeg ik me af of we de Sint zouden kunnen vragen om bij onze bestuurders, volksvertegenwoordigers  en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand in de schoen te stoppen. Dit naar aanleiding van de gebeurtenissen rond die intocht.

Angst

Foto: Flickr

Afgelopen week konden de ‘anti-piet-demonstranten’ als nog demonstreren en werd alles uit de kast getrokken om dit mogelijk te maken: “Begeleid door negen ME-busjes, twee sleepwagens, een politiewagen en elf motoragenten vertrokken drie bussen vol demonstranten zaterdagochtend naar Dokkum, om daar alsnog te demonstreren tegen Zwarte Piet,” aldus de Volkskrant. Elders viel te lezen dat onderweg op- en afritten werden afgezet om de drie bussen inclusief ‘begeleidende’ voertuigen ongehinderd naar Dokkum te laten rijden. De voorzitter van de politievakbond ACP van de Kamp becijferde dat deze stoet de belastingbetaler wellicht een half miljoen heeft gekost en dat: “Dit gaat ten koste van ander politiewerk dat al flink onder druk staat.” Dat was weer tegen het zere been van Volkskrantcolumnist Sheila Sitalsing: “Het zou er beslist een stuk goedkoper op worden als we in de grondrechten zouden snoeien.”

Dit hele gebeuren roept een vraag op, namelijk of de te passieve houding van de overheid van twee weken geleden niet is ingeruild voor een te actieve houding nu? Als onze overheid zich dit twee weken geleden had gerealiseerd en de ballen had gehad, dan had ze de betreffende snelweg vrijgemaakt en de bussen toen fijn naar Dokkum laten rijden alwaar de demonstranten, volgens afspraak, hun mening hadden kunnen uiten.

Demonstreren is een grondrecht dat slechts bij hoge uitzondering en liefst nooit, verboden mag worden. Tegen mensen die een demonstratie proberen te verhinderen, moet worden opgetreden. Optreden door hinderaars te verwijderen en, indien nodig, op te pakken. Dat had, zoals hierboven al geschreven, twee weken geleden moeten gebeuren. Is het optreden van nu niet het andere uiterste? Door als overheid als ‘reisleider’ op te treden van demonstranten en hen met inzet van veel middelen een paar bussen honderdvijfenzestig kilometer lang te begeleiden met zoveel materieel en personeel?

Zou Sint een dosis gezond, democratisch verstand anders hebben geïnterpreteerd? Of zouden de bestuurders mijn schrijven van twee weken geleden verkeerd hebben begrepen? Is zowel die passieve als die actieve houding niet ingegeven door het uit willen sluiten van elke vorm van risico? Dus gebaseerd op angst en zoals het spreekwoord luidt: angst is een slechte raadgever?

Uitgelicht

…langs elkaar heen lopen

“Kortom, hoe groter de gemeente, hoe slechter de herkenbaarheid van de gemeenteraad en hoe zwaarder haar taak om democratische controle uit te oefenen.”

Dit schrijft Geerten Waling over gemeentelijke herindelingen bij Elsevier. Waling ziet twee bezwaren tegen herindeling.

Landgraaf

Illustratie: Wikimedia Commons

Zijn eerste bezwaar verwoordt hij als volgt: “De gemeenteraden worden weliswaar groter, maar staan ook verder op afstand van de burger. De herkenbaarheid die zo belangrijk is voor de lokale politiek valt daarmee deels weg.” Een bekend argument: de afstand tussen politiek en burger. Nu heb ik me eerder al eens afgevraagd of de afstand tussen kiezer en gekozene niet inherent is aan onze democratie. Afgevraagd of het vertegenwoordigen van het volk niet iets anders is dan het ‘verkondigen van de mening’ van het volk. Dat het vertegenwoordigen van het volk betekent handelen namens het gehele volk en dat daarvoor afstand tot de burger van belang is.

“Ook zijn de dossiers in grote gemeenten ingewikkelder en neemt de omvang van het ambtelijk apparaat toe.” Aldus het tweede bezwaar van Waling. Een wat vreemd bezwaar omdat gemeenten in de basis allemaal dezelfde opdracht hebben. Als het rijk taken, zoals de zorg voor de jeugd of de ondersteuning van hulpbehoevenden aan de gemeente toebedeelt, dan bedeelt zij dit aan alle gemeenten toe. Laat nu het rijk steeds meer zaken bij de gemeente neerleggen omdat de gemeente de ‘meest nabije overheid’ is. Betekent dit niet dat dossiers in kleine gemeenten net zo complex zijn als in grote gemeenten? Een kleine gemeente moet, net als een grote voorbereid zijn op rampen, moet er rekening mee houden dat een jeugdige zeer dure zorg nodig heeft en die dus beschikbaar hebben voor als dit zich voordoet. Het enige verschil, is het verschil in aantal, in grotere gemeenten betreft het meer gevallen, en dus geld.

Dat verschil in aantal en geld maakt ook dat een grotere gemeente meer specialisme in huis heeft. Iets wat de kwaliteit van het bestuur ten goede komt. Dat verschil maakt dat kleinere gemeenten samen moeten werken. Als mijn ervaring bij de gemeentelijke overheid me iets heeft geleerd, dan is het dat samenwerking zeer veel energie, tijd en geld kost. Iedere gemeente wil haar eigenheid of zoals ze dat dan noemen ‘couleur locale’ behouden. Dit houdt meestal in dat iedere gemeente overal over mee wil denken, praten en besluiten. Dit is te begrijpen want iedere gemeente is ook verantwoordelijk. Tot efficiënte samenwerking leidt het zelden. Het leidt meestal tot ‘zo dicht mogelijk langs elkaar heen lopen’. Zo proberen ze de opgave aan te passen aan de gemeente, de bestuurseenheid.

Waling pleit voor beter luisteren naar de bevolking, die meestal geen herindeling wil. Hij haalt het voorbeeld van Landgraaf aan, daar: “is inmiddels per referendum tegen de fusie gestemd.” Nu is Landgraaf zelf een fusiegemeente, zouden we hier niet uit kunnen concluderen dat mensen na verloop van tijd wennen aan het nieuwe en zich eraan hechten? Als dat zo is, zouden we in dit land dan in een keer de bestuurseenheid aanpassen aan de opgave?

Uitgelicht

Beste Sylvana Simons

“Ik beweer dat identiteitspolitiek iets van de afgelopen honderden jaren is. Alleen het was één dominante identiteit dus niemand had er een probleem mee.”

Een uitspraak van u, Sylvana Simons, in een gesprek met De Correspondent. Volgens u valt de identiteitspolitiek nu pas op omdat er andere identiteiten ‘on the scene’ zijn verschenen.

identiteit

Illustratie: Pixabay

Beste mevrouw Simons, onder welke steen heeft u gelegen? Was er in de voorgaande eeuwen werkelijk maar één dominante identiteit in Nederland en wat breder in Europa? Wellicht zijn de vele godsdienstoorlogen aan uw aandacht ontsnapt. Oorlogen met vele slachtoffers. Die godsdienststrijd vormde ook een belangrijk onderdeel van de Opstand tegen de ‘Spanjaard’. Een ‘Opstand’ die voor de streek en plaats waar ik woon, heel andere gevolgen had, dan voor Amsterdam en Holland. Het huidige Limburg en een groot deel van Brabant werden ‘generaliteitslanden’ genoemd, een soort kolonie avant la lettre. Godsdienst is zelfs tot ver in de twintigste eeuw en voor sommigen zelfs nog steeds een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Iets waarmee ze zich onderscheiden van mensen met een andere of geen godsdienst.

Voor mij, als Venlonaer, is de Vastelaovend, een belangrijk onderdeel van mijn identiteit. Niet die van Maastricht of van de Brabantse Carnaval, nee de Venlose Vastelaovend. Ik zie mijn identiteit daarom als anders dan iemand uit Maastricht of Brabant en zeker dan van een Hollander. Waarbij ik met de Mestreechter op dit punt meer affiniteit heb dan met de Brabander en zeker dan met de Hollander. Op andere gebieden heb ik misschien weer meer gemeen met u of een Hollander dan met de anderen en misschien wel dan mijn mede Venlonaeren. Ik zou me zo kunnen voorstellen dat de waardering voor de politicus Wilders zo’n punt is.

Het valt me tegen dat iemand die terecht aandacht vraagt voor de geschiedenis en positie van de voormalige koloniën en haar inwoners, die aandacht vraagt voor diversiteit, die diversiteit in de geschiedenis van het gebied waar we nu wonen, niet lijkt te kennen. Sterker nog, die diversiteit lijkt te ontkennen.

Beste mevrouw Simons, het lijkt erop dat u ‘identiteit’ versmalt tot de kleur van iemands huid. Vindt u niet dat dit een wel erg smalle definitie is? Zijn er niet veel meer zaken die iemands identiteit bepalen dan alleen de huidskleur?

 

Uitgelicht

Met de kennis van straks …

“Onderzoekers hebben lijsten aangetroffen met namen en achtergronden van 1.500 sollicitanten; aan 225 van hen werd een baan bij de gemeente ontzegd omdat er vermoedens bestonden van homoseksualiteit. Ook als een sollicitant een homo in familie- of vriendenkring had, kon dat reden zijn die persoon te weren.”

De eerste alinea uit een artikel in de Volkskrant. Schande! Discriminatie! En: “het COC (vindt) nieuwe excuses op zijn plaats.” De uitspraken schande en discriminatie worden, net als de vraag om excuses, in het heden gedaan. De lijsten komen uit het verleden, ze zijn tijdens archiefonderzoek gevonden en hebben betrekking op de jaren vijftig van de vorige eeuw.

heksen

IllustratiePixabay

Als we even verder zoeken dan komen we ook lijsten tegen van mensen met echte of vermoede communistische sympathieën die geweerd moesten worden. Bij het doorzoeken van de archieven komen we wellicht ook de brieven tegen waarmee vrouwen ontslag werd aangezegd op het moment dat ze in het huwelijk traden. Gaan we iets verder terug dan zullen er vast ook wel ‘ketterlijsten’ te vinden zijn van de inquisitie of heksenlijsten. Allemaal activiteiten die ‘met de kennis van nu’ anders hadden gemoeten, daar zullen veel mensen het over eens zijn. Veel, niet allemaal want ook nu zijn er veel mensen die nog denken met de ‘kennis van toen’.

Aan die lijsten van ‘toen’ die met de ‘kennis van nu’ anders hadden gemoeten, kunnen we heel veel aandacht besteden. We kunnen gezagsdragers van nu er excuses voor laten maken of parlementaire onderzoeken aan wijden. Dat kan allemaal, het verandert echter niets aan het gegeven dat de ‘kennis van nu’, er ‘toen’ niet was. Dat men het ‘toen’ met de ‘kennis van toen’ moest doen. Alhoewel niet was? In sommige gevallen was de ‘kennis van nu’ er ‘toen’ ook, alleen was die kennis nog geen gemeengoed. Was die ‘kennis’ bekend bij een groep die men toen wellicht ‘extremisten’ noemde of ‘nieuwlichters’ die tegen de ‘traditie’ dachten en handelden.

Dat brengt mij bij iets ander. Zouden we van die lijsten kunnen leren, dat we eens goed moeten kijken naar de ‘lijsten van nu’? Of iets breder, naar zaken die nu voor ‘normaal’ doorgaan om dat ze met de ‘kennis van nu’ normaal lijken, maar waarvoor met de ‘kennis van straks’ straks excuses aangeboden moeten worden?

Hoe zal met de ‘kennis van straks’ gekeken worden naar bijvoorbeeld de ‘opvang in de regio’, het ‘inburgeringsexamen‘ of de ‘participatieverklaring’? Zaken waarbij je met de ‘kennis van nu’ al kunt zeggen dat men er in de toekomst schande van gaat spreken, alleen word je nu als ‘niet goed snik’ of ‘dromer’ weggezet als je er iets van zegt.

Uitgelicht

Onwetendheid is macht!?

‘Het is nooit goed of het deugd niet’, een uitspraak die mijn moeder vaker bezigde, maar dan in het Veldense dialect uitgesproken. Aan die uitspraak moest ik denken tijdens het lezen van de column van Asha ten Broeke in de Volkskrant. Ten Broeke schrijft over de reacties in de media op de bijdrage van Arjen Lubach aan de zwarte-pietendiscussie. Aan de ene kant bijval en aan de andere kant krijgt hij het verwijt dat hij zich op het schild hijst ten koste van ‘zwarte activisten’ die worden bedreigd. Het woord culturele toe-eigening wordt nog niet genoemd, maar daar lijkt het wel op.

Wekker

Wat moet je als blanke, al mag ik dat woord niet gebruiken omdat ik me dan een neutrale positie toedeel, dan doen? Ten Broeke geeft advies en dat advies haalt ze bij Gloria Wekker: “… het zich teweerstellen tegen witte onschuld, het zichzelf positioneren als wit, als een machtige raciale/etnische positie bezettend, het cognitief en emotioneel kennisnemen van de Nederlandse geschiedenis van imperialisme, van de vele vormen van wit privilege en dat privilege gebruiken om machtsverschillen te doorbreken…”  Kennis nemen van de geschiedenis, welke dan ook, is altijd goed. Ook ben ik me er terdege van bewust dat er machtsverschillen zijn die doorbroken moeten worden. Dat kost tijd en gezamenlijke strijd en inzet.

Meer moeite heb ik met de term witte onschuld. Die komt er volgens Wekker (pagina 31 van haar boek Witte Onschuld) op neer: “dat de epistemologie van de onwetendheid deel uitmaakt van een witte superieure staat waarbij het menselijk ras raciaal is verdeeld in volledige en onvolledige personen. Hoewel- of beter gezegd: juist doordat – ze de neiging hebben de racistische wereld waarin ze leven niet te begrijpen, zijn witte mensen in staat volledig te profiteren van deze raciale hiërarchieën , ontologieën en economieën.” Ja, er zijn mensen die zich superieur achten aan anderen, die anderen ‘onvolledig’ vinden. Die heb je echter in alle kleuren en religies. Om dit iedere blanke te verwijten, gaat mij veel te ver.

Meestal leidt kennis tot inzicht en tot een positie waarin de bezitter van die kennis de mogelijkheid heeft om te profiteren van het inzetten van die kennis. Vandaar de uitspraak kennis is macht. Wekker beweert het omgekeerde, onwetendheid is macht. Zou dat werkelijk zo zijn? Zou het werkelijk zo zijn dat de ‘witte’ het ‘spel winnen’ omdat ze het niet begrijpen?

Uitgelicht

Legers en vertrouwen in democratie

“De vrede in Europa, die we intussen al onwaarschijnlijk lang beleven, zou dus met een Europees leger nog meer worden veilig gesteld en extreem nationalistische of fascistische elementen weten zich bij voorbaat kansloos.”

Met die zin sluit Henk Witte zijn artikel bij Joop af. Witte pleit voor een Europees leger en dat kan en mag. Hij zal tegen- en medestanders op zijn weg vinden.

Leger

Foto: Pixabay

Of zo’n leger er wel of niet moet komen, daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om een van de argumenten die Witte gebruikt: “Noch van de Russen, noch van de moslimwereld behoeven we, op wat individuele dwaallichten na, werkelijk bang te zijn. Het zijn vooral de ontwikkelingen binnen Europa zelf die op gespannen voet met onze vrije democratieën staan.” Dat Europese leger zou met name een rol moeten krijgen in het bestrijden van die extreem nationalistische of facistische elementen. Een rol die al begint met de afschrikking die uitgaat van zo’n leger. De afschrikking zou die elementen al de moed in de schoenen moeten doen zakken.

Lees ik het goed? Pleit Witte ervoor om dat leger met name binnenlands in te zetten? Pleit hij ervoor het leger in te zetten tegen binnenlandse politieke partijen en bewegingen? Wordt het leger zo geen speelbal van de politiek? Als we dit naar de Nederlandse situatie vertalen, dan zou het kunnen betekenen dat de vier partijen die het kabinet vormen, besluiten het leger in te zetten tegen het Forum voor Democratie. Je zou die partij immers ‘extreem nationalistisch’ kunnen noemen, net als trouwens de PVV en afhankelijk van je eigen ‘denkframe’ zou je ook het CDA, de VVD onder die noemer kunnen scharen. Lastig hierbij is dat die mede de regering vormen. Leiden Witte’s ideeën er niet toe dat het leger een binnenlandspolitiek instrument wordt? Zou het werkelijk verstandig zijn om die weg op te gaan?

Witte lijkt vooral te denken aan het inzetten van dat leger in andere Europese landen: “Sommige landen in Europa maken al een aardige beweging in de richting van een staat waarin democratie een ondergeschikte rol lijkt te gaan spelen.” Gaan dan de andere landen dat leger de opdracht geven om bijvoorbeeld Hongarije of Polen binnen te vallen om de regering aldaar af te zetten?

Is een van de kenmerken van een vrije democratie niet dat politieke meningsverschillen in het publieke domein worden bediscussieerd? Als iemand hierbij de wet overtreedt is het dan niet de taak van de politie en justitie om op te treden en van de rechter om recht te spreken? Zou een kenmerk van de Europese samenwerking niet moeten zijn dat een land dat de Europese democratische grondregels schendt, uit de EU wordt gezet en dus ook niet meer de vruchten van die samenwerking kan plukken? Getuigt het pleidooi van Witte niet van een gebrek aan vertrouwen in de kracht van de vrije democratie?

Uitgelicht

Gouden dwangbuis

“Ze wordt uitgehold door de globalisering. Na de financiële en economische crisis willen burgers de excessen van de globalisering bestrijden. Maar ze zien niet goed meer hoe ze dat via de democratie kunnen doen. Dus hebben ze de democratie gelaten voor wat ze was en zijn ze achter Trump en Farage aangelopen, die de natiestaat tegen de globalisering zijn gaan inzetten. Dit is een machtig wapen. Overal in Europa. In Groot-Brittannië en Amerika kon de democratie er weinig tegen doen.”

Dit antwoord geeft de filosoof Dieter Thomä bij NRC op de vraag waarom de democratie hapert.

Rodrik

Illustratie: Dani Rodrik’s weblog – Typepad

Toen ik dit las moest ik denken aan het boek The Glabalization Paradox van de econoom Dani Rodrik. Thomä beschrijft hier in het kort de paradox van Rodrik. Het spanningsveld tussen extreme globalisering (Rodrik noemt het hyperglobalisering), democratisch bestuur en de natiestaat.

Een al dan  niet democratische natiestaat alleen, gaat dat niet lukken, zo betoogt Rodrik. Wat er zonder samenwerking gebeurt, laat bijvoorbeeld het ‘dossier vennootschapsbelasting’ zien. Dan hoor je zinnen als ‘Om onze concurrentiepositie te behouden’, signalen dat je in een, zoals Rodrik het noemt, ‘gouden dwangbuis’ wordt genaaid door het geglobaliseerde bedrijfsleven. Een gouden dwangbuis omdat de vruchten van de globalisering kunnen worden geplukt zonder ook maar iets zelf te beslissen of sturen. Als je je niet in die ‘gouden dwangbuis’ wilt laten naaien, dan rest je een positie zoals Noord-Korea of ietsjes beter als je een wat groter land bent.

De enige manier die Rodrik ziet waarop natiestaten zich kunnen verweren tegen de globalisering is door samenwerken met en tussen de natiestaten, want alleen in samenwerking is de globalisering te beteugelen. Maar ja, samenwerking met andere landen, dat ligt gevoelig want de aanhangers van die natiestaat, Trump, Farage maar ook Wilders en Baudet, propageren vooral de ‘eigen kracht’ en de ‘alleingang’ want we kunnen het best alleen af. Een andere dan deze twee mogelijkheden ziet Rodrik voor een al dan niet democratische natiestaat niet.

Geen opbeurend bericht voor de  aanhangers van een Brexit, Nexit of welke alleingang dan ook. Of Rodrik moet iets over het hoofd zien.

Uitgelicht

Kat in de zak

Het vormen van een nieuwe Duitse regering duurt nu al meer dan twee maanden en de eerste optie is mislukt. Er wordt nu gewerkt aan een tweede optie en dat gaat, net zoals in Nederland het geval was, niet van harte bij de deelnemende partijen. De Duitse sociaal-democraten van de SPD willen nu, tenminste als de achterban ermee instemt, met veel tegenzin in gesprek met Merkels CDU en de Beierse variant ervan de CSU. Volgens Elsevier toonde Merkel zich gretig, de krant citeert haar:

“We zijn bereid om serieuze en eerlijke gesprekken te voeren.”

kat in de zak

Foto: Flickr

Mooi zou je zo zeggen. Ze gaan serieus aan de slag en zijn eerlijk tegen elkaar. Dat is niet meer dan normaal. Het land moet immers geregeerd worden. Het duurt nog wel even, want net als in Nederland is het op dit moment even belangrijker om kerstvakantie te vieren. “Ze spraken de verwachting uit dat pas na de jaarwisseling serieuze gesprekken kunnen worden gevoerd,” zo valt te lezen.

Toch is er iets met dat ene zinnetje: “We zijn bereid om serieuze en eerlijke gesprekken te voeren.” Dat je aangeeft bereid te zijn om ‘serieuze en eerlijke’ gesprekken te voeren, betekent dat niet ook meteen dat je ook ‘niet-serieuze en oneerlijke’ gesprekken voert? Sterker nog, als je daar zo de nadruk op legt, zou het dan kunnen dat het voeren van ‘serieuze en eerlijke’ gesprekken eerder uitzondering is dan regel?

Nu heeft de SPD de afgelopen jaren met de CDU en de CSU geregeerd. De wrange vruchten daarvan plukte de partij tijdens de verkiezingen: een fors verlies. Trouwens ook de twee C-partijen leden grote verliezen. Zouden die verliezen een gevolg zijn van de gesprekken die tot die regering hebben geleid? Verliezen als gevolg van oneerlijke en niet serieuze gesprekken?

Als Merkel dat zo zegt zou de SPD dan die vakantie periode niet heel goed kunnen gebruiken om haar knopen te tellen? Om het aantal vingers aan haar hand te controleren? Om te kijken hoe knollen en citroenen er ook al weer uitzien? Dit om te voorkomen dat ze uiteindelijk weer een kat in de zak hebben ‘gekocht’?

Uitgelicht

“We are the Borg”

Bij de Volkskrant trekt historicus Willem Melching parallellen tussen het populisme van nu en het populisme van de jaren zestig van de vorige eeuw van D’66, de Boerenpartij en Provo. Zijn conclusie, de huidige ‘elite’ zou wat kunnen opsteken van de toenmalige elite door wat zaken over te nemen. Hij ziet twee punten waarop dat zou kunnen, Europa en de multi-culturele samenleving. Over die laatste schrijft hij:

“De multi-culturele samenleving is grotendeels mislukt, zelfs de optimist Merkel moest dat toegeven. Maar niemand in Europa zet deze kwestie op de agenda.”  

The Borg

Foto: Flickr

Mislukt? Is dat niet een wat vreemde constatering? “Met elementen uit verschillende culturen,” deze definitie geeft de Van Dale voor het woord multicultureel. Als we naar Nederland kijken dan zien we dat de Nederlandse samenleving bestaat uit elementen uit verschillende culturen. Dat er ‘elementen uit verschillende culturen’ in Nederland wonen is niet nieuw. Dat is altijd al zo geweest. De Friese cultuur is anders dan de Hollandse of de Limburgse. De ‘Limburgse cultuur’ bestaat niet, de Venlose cultuur is immers anders dan de Maastrichtse. Net zo bestaan de Hollandse of de Friese cultuur ook niet. 010 en 020, allebei Hollands en toch heel anders. Hierover schreef ik al eerder. Met andere woorden, is die ene Nederlandse cultuur niet een illusie?

Met de komst van mensen uit andere streken is de diversiteit nog verder toegenomen, is de samenleving nog diverser geworden. Er zijn nog meer elementen van verschillende culturen en is de samenleving als geheel nog multicultureler geworden. Is die multiculturele samenleving daarmee niet een feitelijke constatering? Hoe kan een feitelijke constatering mislukt zijn?

Wat er niet is gebeurd, is dat er één stamppot is ontstaan. Eén geheel van mensen die allemaal precies hetzelfde zijn, denken en doen. Als Melching dat bedoelt met een multiculturele samenleving, dan heeft hij gelijk, dat is mislukt. Als hij dat bedoelt, dan kun je je afvragen of dat ooit het doel van iemand is geweest? Een soort Borg uit de serie Star Trek:“We are the Borg. You will be assimilated. Resistance is futile. You’re biological and technoligical distinctiveness will be added to our own. Resistance is futile.” Als het van niemand een doel was, is het niet ontstaan ervan dan een mislukking?

Uitgelicht

Preken voor eigen parochie

“GroenLinks wil namelijk ‘de gewone man’ bereiken, want ‘identiteitspolitiek betekent in Nederland meestal het opsluiten van mensen in hun eigen groep’. Alsof al dat gepamper van de ‘gewone’, ‘hardwerkende’ en ‘bezorgde burger’ iets anders is dan identiteitspolitiek gericht op de dominante, witte meerderheid. … Terwijl GroenLinks dus haar hengel uitgooit in de drukste electorale vijver van Nederland vol gewone, witte vissen, wordt de blijkbaar abnormale, niet-witte kiezer in de netten van Denk en BIJ1 gedreven.”  Woorden van Joyce Brekelmans bij Joop als reactie op een interview met Jesse Klaver in de NRC. En dan vooral op de volgende passage:

“Als het alleen maar gaat over identiteit, migratie en andere sociaal-culturele thema’s, wint rechts. Wij willen vanaf nu de nadruk leggen op geld, werk en de macht van het bedrijfsleven.”

Mark Lilla

Als ik Brekelmans goed begrijp, dan betekent aandacht vragen  voor geld, werk en macht dat je je pijlen richt op ‘gewone witte vissen’. Dan laat je de ‘niet-witte kiezer’ aan zijn lot over of erger, je drijft ze in de netten van Denk en BIJ1. Zouden die ‘niet-witte kiezers’ niets met geld, werk en macht hebben?

In Nederland is er geen enkele ‘minderheid’ die de meerderheid heeft. De ‘niet-witte kiezer’, als die al als één blok te zien is, wat ik ten zeerste betwijfel, heeft zeker geen meerderheid. Betekent dit niet dat om iets te bereiken die ‘niet-witte kiezer’, altijd de samenwerking moet zoeken met ‘witte’ kiezers? Is een kenmerk van samenwerking niet dat er gegeven moet worden om te kunnen nemen? Dat er naar overeenkomsten gezocht moet worden in plaats van naar verschillen? Dat er gezamenlijke grond moet worden gezocht?

Dat zullen Denk en BIJ1 ook moeten doen, net zoals VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie dat nu ook hebben gedaan. Met alleen maar blijven hameren op anders zijn, op de eigen identiteit, het eigen gelijk en de verschillen met anderen, bereik je niets. Want zoals Mark Lilla zich op bladzijde 120 van het boek The Once and Future Liberal. After Identity Politics afvraagt: “Why should non-Xers give a damn about Xers, unless they believe they share something with them? Why should we expect them to feel anything at all?”

Beste mevrouw Brekelmans, net als de ‘niet-witte kiezers’ bestaat ook die  ‘dominante witte meerderheid’ niet. Roept u zo niet een schijntegenstelling op? Zou strijdt voor een een beter samenleving voor alle inwoners van dit land echt worden bereikt door te focussen op verschillen in ‘identiteit’? Leidt politiek gericht op ‘identiteit’ niet tot het failliet van een samenleving omdat het gericht is op het uitsluiten in plaats van het insluiten van mensen?

Uitgelicht

‘Mijn Ballonnendoorprikker’

“De meeste informatie over uw hypotheek, zoals uw jaaropgave, ontvangt u digitaal van ons. Wel zo handig en overzichtelijk. Staat er een document voor u klaar? Dan informeren wij u per mail. U vindt uw digitale post via Mijn …. bij ‘Mijn documenten’. Zo kunt u het later altijd eenvoudig terugvinden. Wij breiden deze service steeds verder voor u uit.”

Dit las ik in een brief van mijn hypotheekverstrekker. Jullie hebben vast ook wel eens zo’n soort brief ontvangen. Bedrijven die een ‘Mijn …’ beginnen en alleen maar op die manier willen communiceren. De overheid wil ook die kant op met ‘Mijn Overheid’, daar schreef ik al eens eerder een prikker over, dus daar ga ik het niet over hebben.

postbode

Foto: Wikimedia Commons

Ik wil het hebben over de geciteerde passage uit de brief. Dat ik alle informatie digitaal ontvang, is wel zo handig en overzichtelijk. Beste schrijvers, ik vind het per post ontvangen jaaropgaven net zo handig. Die berg ik dan netjes op in een map en als ik het wil inzien dan kan ik de map pakken en die heel eenvoudig raadplegen. Dat vind ik wel zo handig en overzichtelijk. Ook kan ik zo alles later eenvoudig terugvinden.

Ja, via jullie ‘Mijn…’ kan dat ook. Alleen moet ik dan een gebruikersnaam en wachtwoord onthouden en niet alleen voor jullie, ook voor al jullie collega’s die ook een ‘Mijn …’. Die kan ik echt niet allemaal onthouden, dat vind ik niet zo ‘eenvoudig’. Bovendien is die informatie, mijn gegevens, verbonden met het Internet en er verschijnen geregeld berichten van gehackte bedrijven. Zelfs van ‘tech-bedrijven’, zo bleek Uber laatst gehackt. Is het niet veiliger om die gegevens los te koppelen van het Internet en alleen maar via papieren post te communiceren?

In de laatste zin geven jullie aan dat jullie ‘deze service’ steeds uitbreiden en dat jullie dat voor mij doen. Alleen kan ik me niet herinneren dat ik om deze service heb gevraagd. Misschien ben ik iets vergeten, dan hoor ik het graag.

Is het niet eerder dat jullie deze ‘service’ voor jullie zelf uitbreiden? Dat jullie digitaliseren om jullie bedrijfsprocessen te automatiseren en uiteindelijk om kosten te besparen? Een goede en legitieme reden, maar doe het dan niet voorkomen alsof jullie dat voor mij doen.

Uitgelicht

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland

“Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevige portie moed te geven.” Hiermee eindigde mijn prikker van eergisteren. Dit omdat demonstraties (vrije meningsuitingen) steeds vaker worden verboden met een beroep op de openbare orde. Terwijl in een vrije democratische samenleving de vrije meningsuiting (en dus demonstraties) juist een belangrijk kenmerk is van de de niet verstoorde, dus normale orde.

Vrijheidsbeeld

Foto: Pixabay

Ik moest hieraan denken toen ik het volgende las bij Joop:

“Enkele relatief nieuwe extreemlinkse antiracistische actiegroepen bestaan voornamelijk uit actievoerders met een migrantenachtergrond. Zij strijden tegen (in hun ogen) racistische en koloniale symbolen in de Nederlandse maatschappij, zoals Zwarte Piet, de VOC, straatnamen en standbeelden. De bekendste actiegroepen hiervan zijn Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw.”

Dit is afkomstig uit het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 46 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding.  Voor wie het wil controleren klik hier, vervolgens op de Download en kijk dan op pagina 8.

Nu heb ik zelf zo mijn bezwaren tegen de manier waarop deze actiegroepen het verleden selectief gebruiken en soms zelfs misbruiken voor hun strijd in het heden. Ook heb ik moeite met de hun manier van redeneren. Aan de andere kant voel ik mee met mensen die minder prettige gevoelens krijgen bij bijvoorbeeld zwarte piet, of die meer aandacht willen voor bijvoorbeeld de slavernij.

Kenmerk van een goed functionerende democratie is dat er een publiek debat is over gevoelige onderwerpen. Een debat waarbij iedereen zijn zegje mag doen. Waar de toon soms geagiteerd is en het volume soms hoog. Dat alles past en hoort erbij. Geweld hoort er niet bij en als we de in het Dreigingsbeeld genoemde clubs Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw iets moeten nageven dan is dat ze de strijd met woorden voeren. Dat ze zich keurig aan de spelregels van de democratie houden. Dat ze voor iedere demonstratie keurig een vergunning aanvragen. Complimenten daarvoor.

Wat mij wel zorgen baart is dat ze meestal worden bedreigd en dan niet op de overheid kunnen rekenen. Dat zij zo worden beperkt in hun recht om hun mening te uiten. Wat mij nog het meeste zorgen baart, is dat zij worden genoemd in een rapport over terrorismedreiging in Nederland uitgegeven door de overheid, door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Want is vrije meningsuiting een daad van terrorisme? Wat is er trouwens extreem links aan hun standpunten?

Ik neem in ieder geval de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding op in mijn ‘Dreigingsbeeld Anti-Democratie Nederland’.

PS. Zou deze Prikker ertoe leiden dat ik in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 47 verschijn?

Uitgelicht

Een wijze raad

“Ga naar iemand toe en ga het gesprek met hem aan.”

Dit hoorde ik vandaag iemand zeggen die met pensioen ging en zijn collega’s bedankte voor jaren van prettige samenwerking. Het was hem opgevallen dat er sinds de invoering van de moderne communicatiemiddelen zoals mail, Twitter, WhatsApp enzovoort, steeds slechter wordt gecommuniceerd. Zaken waarvoor je vroeger even bij iemand binnenliep of belde, worden nu per mail of app afgedaan. Volgens de afscheidnemende had hij ervaren dat die nieuwe communicatiemiddelen tot steeds meer misverstanden leiden. Misverstanden die in een eenvoudig gesprek zouden zijn voorkomen. Een laatste advies van een pensionado.

pensionado

Foto: Pixabay

In de Volkskrant legt de ‘bewust digibete burger’ Olaf Tempelman, een verband tussen de ‘burnout-epidemie’ en de stress van het digitaal communiceren via dezelfde media en middelen. Tempelman: “Die smartphones zitten immers de hele dag overal doorheen en eisen constant de aandacht op van mensen die net goed en wel met iets bezig zijn. De een is een betere multitasker dan de ander, echter: dat het constant springen van het ene naar het andere digitale tuintje terwijl je ook nog ‘je echte werk’ moet doen funest is voor de energie en aandachtsspanne van ieder gewoon mens, dat is al in flink wat onderzoeken aangetoond.” Een verklaring die hij miste in de lijst die de deskundigen gaven voor die epidemie waarop hij zich afvroeg: “Mij zul je niet horen beweren dat al die deskundigen zwijggeld hadden gekregen van Mark Zuckerberg, maar ik dacht wel: wanneer begint er nou eens iemand over al dat digitale speelgoed?”

Misverstanden, stress, een burnoutepidemie, ‘Facebook-verslaving’, altijd bereikbaar zijn en meteen moeten reageren, dat is allemaal niet positief. Voeg daarbij de oorlogen die mensen op Facebook en Twitter tegen elkaar uitvechten. Vetes waarbij mensen elkaar tot op het bot vernederen en verketteren en zich opsluiten in hun eigen ‘bubbel’ en helemaal niet meer in contact komen met mensen in een andere ‘bubbel’? Hoe komt het dat we die nieuwe communicatiemedia dan ‘sociale media’ noemen? Wat is er sociaal aan? Is dat niet veeleer asociaal?

Zullen we ophouden om Facebook en Twitter sociale media te noemen? Zullen we de aanbeveling van de pensionado uit de eerste zin eens wat vaker in de praktijk brengen? Een wijze raad?