Uitgelicht

Stemmen met zestien

In een artikel bij De Correspondent pleit Simon van Teutem ervoor om de leeftijd waarop je voor het eerst je stem mag uitbrengen, te verlagen naar zestien jaar. “Op 16-jarige leeftijd mag je fulltime werken, een tractor besturen, je eigen kind opvoeden en je verkiesbaar stellen voor de gemeenteraad. Waarom mag je dan niet stemmen? Tijd om dat – eindelijk – te veranderen,” aldus de opening boven het artikel. “Er is écht geen reden om het bij 18 te houden”, aldus een tussenkop in het artikel. Dat kan zo zijn. Het artikel bevat echter weinig steekhoudends om voor een andere leeftijd te kiezen.

Van Teutem: “Veel 18-minners dragen al bij aan de staatskas. De arbeidsmarkt heeft horecapersoneel, krantenbezorgers en kassamedewerkers nodig, en veel tieners nemen die taken op zich tegen een hongerloontje.  De helft van de middelbare scholieren boven de 15 jaar heeft een bijbaan, en er zijn duizenden 16- en 17-jarigen die al fulltime werken. Zij betalen niet alleen loonheffing, maar ook belasting over consumptie via btw. Vervolgens hebben ze dus geen inspraak over wat er met dat geld gebeurt. No taxation without representation”  Op die Engelse uitdrukking kom ik straks terug. Eerst dat bijdragen via loonheffing en het betalen van BTW.

Voor wat betreft de BTW kunnen we kort zijn. Als het betalen van BTW een reden is om mensen stemrecht te geven, dan zijn er nog veel meer groepen die het stemrecht zouden moeten krijgen. Statushouders, expats, arbeidsmigranten maar ook toeristen betalen over bijna al hun aankopen BTW dus die zouden dan ook stemrecht moeten krijgen. Als grensbewoner en regelmatige consument aan de andere kant van de grens, zou mij dan ook het kiesrecht daar toevallen. Dan het betalen van loonheffing. Het overgrote deel van de scholieren met een (bij)baantje draagt geen loonheffing bij. Pas vanaf ongeveer € 900 per maand ga je loonheffing betalen. Het lijkt mij dat er niet veel scholieren zijn die dit per maand verdienen met vakkenvullen of pizza’s bezorgen. Als je vervolgens in ogenschouw neemt dat het minimum jeugdloon voor een zeventienjarige € 764,10 per maand is en voor een zestienjarige een kleine € 100 lager, dan is de kans dat ze loonheffing betalen nihil.

Dan ‘no taxation without representation’. Die spreuk waarmee de dertien Noord-Amerikaanse koloniën zich verzetten tegen de inning van belastingen door de Engelsen. Die inwoners van die koloniën waren niet vertegenwoordigd in het Engelse parlement en daarom had het, zo betoogden de kolonisten, geen recht om hen te belasten. Daarbij vergaten ze dat ze niet zoveel anders werden behandeld dan de gemiddelde Engelsman. Die werd ook niet vertegenwoordigd in het parlement en moest ook gewoon belasting betalen. De Tea Party in de VS dankt haar naam nog aan reactie op een van die belastingen, namelijk de belasting op thee. Met deze Tea Act wilden de Engelsen de smokkel van thee tegengaan en tegelijkertijd een monopolie op de theehandel vestigen voor de Engelse East India Company. De kolonisten waren dol op thee. De wet leidde tot een reactie vanuit een deel van de kolonisten die zich de Sons of Liberty noemden. Op 16 december 1772 gingen zij aan boord van de eerste schepen met thee die aangemeerd lagen in de haven van Boston. De actie kreeg daarom de naam The Boston Tea Party. Maar ik dwaal af al is het verspreiden van een beetje kennis van het verleden niet echt afdwalen. Terug naar de leus. Kiesrecht verbinden aan belastingen kan leiden tot ‘geen representatie zonder belastingen’. Dit is namelijk zo’n 100 jaar de staande praktijk geweest. Daaraan kwam pas in 1917 een einde met de invoering van het algemeen kiesrecht. En bij die praktijk zal een groot deel niet mogen stemmen want een grote groep betaalt minder belastingen dan dat ze in uitkeringen en toelagen ontvangen. Stemmen aan belastingen verbinden kan uiteindelijk leiden tot, om een andere uit Amerika afkomstige uitdrukking te gebruiken, One dollar, one vote.

Een volgende argument van Van Teutem: “Want zelfs als de kiesleeftijd 16 is, hebben de tientallen (honderden?) miljoenen Nederlanders die nog geboren moeten worden geen stem in het debat of de verkiezingen. Wat wij nu beslissen raakt hen ook.” Inderdaad hebben al die toekomstige borelingen geen stem. Niet in het debat en ook niet tijdens verkiezingen. Maar is dat een reden om de ‘stemleeftijd’ te verlagen naar zestien jaar? Dan nog heeft die groep geen stemrecht en wordt ze niet vertegenwoordigd Tenzij iemand kan aantonen dat huidige zestienjarigen precies weten wat borelingen in bijvoorbeeld 2053 of 2368 willen en wat ze zouden stemmen, of in ieder geval veel beter dan een huidige 25 of 70 jarige, is dat geen reden de stemgerechtigde leeftijd te verlagen. Dat wil niet zeggen dat we met die belangen van de boreling in 2053 of 2368 geen rekening kunnen houden. Daarvoor biedt de ‘sluier van onwetendheid’ van John Rawls handvatten. Rawls denken is gebaseerd op de theorie van het sociale contract, de afspraken tussen de mensen van een samenleving over hoe met elkaar om te gaan en hoe de samenleving te besturen. Centraal in dit denken staat de absolute vrije mens die vrijheden inleverde in ruil voor vrede en veiligheid. Dit inleveren van vrijheid gebeurde op vrijwillige basis. Rawls was de eerste denker die inzichtelijk probeerde te maken hoe dat in zijn werk zou moeten gaan en wat dan een redelijke en vooral rechtvaardige uitkomst van die ‘contractonderhandelingen’ zou zijn. Rechtvaardig voor mensen in alle mogelijke posities in de samenleving maar ook tussen de opvolgende generaties. De ‘contractpartijen’ bij die onderhandeling, waren volgens Rawls onwetend van hun rol en positie in de samenleving en in de tijd en waren ook niet op de hoogte van hun eventuele geloofsovertuiging of voorkeuren. Zij handelden vanachter ‘de sluier van onwetendheid’ zoals Rawls het noemde. Rawls ging uit van rationele personen en rationeel handelen waarbij twee beginselen of uitgangspunten van rechtvaardigheid door alle partijen waren aanvaard: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.[1] Door je bij het nemen van een maatregel in het heden te verschuilen achter die sluier en rekening te houden met de twee uitgangspunten, kom je een heel eind. Enig probleem is dat zaken vaak net iets anders uitpakken dan we met de kennis van het nu weten.

“Er zijn ongetwijfeld mensen die vandaag nog steeds vinden dat 16- en 17-jarigen te weinig weten over migratiebeleid, belastinghervormingen of de oorlog in Oekraïne om volksvertegenwoordigers te kiezen. Maar het bewijs is beperkt: niet alleen zijn de verschillen in politieke volwassenheid tussen 16- en 18-jarigen klein, maar ze kunnen ook verdwijnen door… het verlagen van de kiesleeftijd,” aldus Van Teutem. En daarmee kom ik bij een volgend punt. Inderdaad zijn er zestienjarige die inzake belangrijke onderwerpen beter onderbouwd en beargumenteerd hun standpunt kunnen geven en die: “goed complexe afwegingen kunnen maken tussen voor- en nadelen in situaties die geen acuut beroep doen op de controle van impulsiviteit,” dan een achttienjarige of zelfs dan een zestigjarige. Als ‘veel weten’ een reden is voor stemrecht, wat is dan veel? Of beter wat is dan ‘genoeg’ voor stemrecht? Als ‘complexe afwegingen kunnen maken’ een vereiste is voor stemrecht, wat is dan complex en wanneer is de afweging complex genoeg?

Als laatste: “Ook kan stemmen als tiener de kans vergroten dat die tieners later in hun leven naar de stembus gaan.” Dat kan, maar dat is een aanname. De opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen schommelt sinds het begin van de jaren zeventig zo rond de 80%. In de jaren ervoor gold de opkomstplicht en lag de opkomst hoger. Dat betekent dat op termijn acht op de tien mensen naar de stembus gaan. Zou verlaging naar zestien jaar ervoor zorgen dat dit over vijftig jaar negen op de tien is? Als iemand dat overtuigend kan aan tonen, dan ben ik onmiddellijk voor.


[1] John Rawls, Een Theorie van Rechtvaardigheid, pagina 23

[2] John Rawls, Een Theorie van Rechtvaardigheid, pagina 231

Uitgelicht

Tegen polarisatie of voor tolerantie?

De Stichting Ideële Reclame (SIRE) start een campagne. “75% van de Nederlanders is van mening dat polarisatie de laatste jaren sterk is toegenomen in onze maatschappij. Aanleiding voor SIRE om vandaag een nieuwe campagne te starten met als thema: ‘Verlies elkaar niet als polarisatie dichtbij komt’. Temeer omdat maar liefst 1,4 miljoen Nederlanders het contact met vrienden, familie en collega’s heeft verminderd of zelfs beëindigd omwille van meningsverschillen over actuele maatschappelijke onderwerpen. De campagne laat zien dat verbondenheid met elkaar een groot goed is en dat je samen in staat bent problematische tegenstellingen te overwinnen.” Zo is te lezen op de website van SIRE. Je kunt er ook de spotjes die voor de campagne zijn gemaakt, bekijken. Een goede zaak?

Bron: Pixabay

Voordat ik verder ga, eerst betekenis geven aan het woord polarisatie. Mijn ervaring is dat veel meningsverschillen tussen mensen ontstaan omdat ze dezelfde woorden gebruiken maar die woorden een andere betekenis geven. Of sterker nog, geen betekenis geven. Een kleine twee jaar geleden schreef ik een prikker over zo’n misverstand rond het woord racisme. Van Dale, onze officiële woordenlijst, geeft de volgende betekenis: “de vorming van tegenstellingen, van uitersten, van tegengestelde polen.  

Terug naar de vraag of zo’n campagne een goede zaak is. Seada Nourhussen, de hoofdredacteur van OneWorld, denkt daar anders over, zo lees ik in een herplaatst artikel van haar op de site. Volgens haar wordt de term misbruikt door wat zij het ‘redelijke midden’ noemt. Het is: “het magische woord waarmee je elk kritisch debat tot moes slaat: ‘Niet zo polariseren’.” Ze concludeert dat: “Geen enkele sociale vooruitgang – vrouwenkiesrecht, arbeidsrechten – (er is) gekomen door de lieve vrede te bewaren.” En daar heeft ze een punt. Polarisatie, het vormen van uitersten, is eigen aan een gezonde democratie. Zonder polarisatie verandert er niets. Zonder de inhoudelijke vrede ter discussie te stellen verandert er niets. Niets aan de hand dus en daarmee gooit SIRE haar geld weg aan een nutteloze campagne?

Dat er ‘niets aan de hand is’ gaat mij iets te snel. Als een meningsverschil over bijvoorbeeld al dan niet vaccineren, de omgang met het klimaat en het asielbeleid, om de drie thema’s die figureren in de SIRE campagne te noemen, aanleiding zijn om een vriendschap te beëindigen dan is er toch echt iets aan de hand. Als ik mijn vriendenkring bekijk, dan zou ik alleen al voor wat betreft deze drie onderwerpen weinig vrienden meer over hebben en naast deze drie onderwerpen zijn er nog zoveel andere belangrijke en minder belangrijke zaken waarover je van mening kunt verschillen. Ik vrees dat ik geen vrienden en zelfs geen familie die met me wil praten meer overhoud als ze het op alle gebieden met mij eens moeten zijn. En ik vrees dat voor jullie, mijn lezers, en voor iedere andere bewoner van deze aardkloot hetzelfde geldt. Er is niemand te vinden die op alle punten hetzelfde denkt als jij. Bij het ene onderwerp zit je in het ‘redelijke midden’ van Nourhussen, bij een ander er flink links of rechts van.

Het probleem is de manier waarop het gesprek over de onderwerpen wordt gevoerd. Of beter gezegd, hoe het debat wordt gevoerd, want van een gesprek is zelden sprake. De SIRE spotjes laten zien wat de gevolgen zijn van dertig jaar Talkshows alwaar in een paar minuten voor en tegenstanders hun standpunt debiteren. Die laten zien hoe een debat in de Tweede Kamer is verworden tot een grote talkshowtafel waarbij de ‘grootste clown’ het meeste aandacht krijgt, ook weer aan die vele talkshowtafels. Tafels waar, als het gaat over vaccinatie, de Gordons en Jack van Gelders van deze wereld net zo serieus worden genomen als wetenschappers als Marion Koopmans. Maar ook van de werking van de ‘asociale media’ die extremiteiten belonen. Van ‘150 tekens op Twitter’.

Het eigen gelijk wordt verkondigd en de ander wordt verketterd en in toenemende mate ontmenselijkt. Die is een fascist, racist, leidt aan ‘witte onschuld’ is een ‘wokie’, cultureel marxist of behoort niet tot ‘het volk’ en om die reden niet het serieus nemen waard. Die wordt buiten de groep geplaatst, de vriendschap wordt beëindigd. Er wordt niet met elkaar gesproken maar tegen elkaar geschreeuwd. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat het gros van ons denkt dat dit de manier is waarop je heikele onderwerpen bespreekt. Met dit als voorbeeld is het niet vreemd dat mensen vriendschappen opzeggen en elkaar verketteren.

Meningsverschillen zijn niet het probleem, zelfs niet als ze gepolariseerd worden. Sociale vooruitgang komt er immers niet, zoals Nourhussen terecht schrijft, door het ‘bewaren van de lieve vrede’ op inhoudelijk gebied. Om verandering te bewerkstelligen, is polarisatie nodig. Wat hierbij niet helpt is, en dat is denk ik het werkelijke probleem, intolerantie, “onverdraagzaamheid” aldus de Van Dale. Zou de campagne van SIRE zich niet moeten richten tegen onverdraagzaamheid? Of omdat ons brein moeite heeft met het woord niet, immers waar denk je aan als ik zeg dat je niet aan een olifant moet denken, een campagne voor tolerantie, verdraagzaamheid? Al denk ik dat ander gedrag van onze volksvertegenwoordigers meer impact heeft. Net zoals andere tv-formats. Formats niet gericht op debat en reuring maar op een gesprek waarin elkaar begrijpen en zoeken naar gemeenschappelijkheid centraal staan.

Uitgelicht

Openbare dronkenschap

In mijn vorige prikker besteedde ik aandacht aan BIJ1 en haar voorzitter Rebekka Timmer omdat ze tegen de liberale democratie zijn, terwijl een partij als BIJ1 alleen kan ontstaan in juist een liberale democratie. Timmer en haar partij zijn niet de enigen die een ander politiek systeem willen. Ook Thomas Oudman vindt dat ons politieke systeem moet veranderen. Schrijvend over de veeteelt schrijft hij: “als het politieke systeem niet fundamenteel verandert, dan zullen dergelijke fabrieken de positie van Cargill en consorten alleen maar verstevigen, en zo het mondiale voedselsysteem verder verzwakken.” Hij schrijft dit na het lezen van het boek Regenesis van George Monbiot. Bijzonder.

Monbiot pleit in zijn boek, als ik Oudman mag geloven want ik heb het zelf niet gelezen, voor: “veel efficiëntere manieren (…) om eiwitten en vetten te produceren,”  dan de huidige landbouw en vooral veeteelt. Namelijk: “met bacteriën. Hij gaat langs bij wetenschappers die bacteriën in fermentatietanks aan het werk zetten met het produceren van eiwitten en vetten. En wel op basis van waterstof; een goedje dat je met een flinke dot elektriciteit kan maken van water. De wetenschappers hopen in de toekomst alle aminozuren (de bouwstenen voor eiwitten) op deze manier te kunnen maken, vrijwel zonder andere grondstoffen te verbruiken dan lucht, water en zonlicht.  Eureka!” Oudman heeft twijfels bij die ‘bacteriële landbouw’: “Ik stoor me eraan dat Monbiot een technologisch toekomstvisioen vol haken en ogen centraal stelt als oplossing, in plaats van het veranderen van een politiek systeem waarin een overvloed aan voedsel samengaat met honderden miljoenen ondervoede mensen.  Want zoals hij zelf zegt: dat systeem moet sowieso veranderen.”

Ik vraag me vervolgens af welk alternatief systeem Oudman dan voor ogen heeft? Wil hij een naar een niet-liberale democratie naar het model Hongarije, Turkije of in nog extremere mate Rusland? Of naar het niet-liberale autocratische Chinese Xiïstische  model als dat de juiste benaming ervan is? Of naar dictatuur? Ik vraag me dat af omdat het niet nodig is om onze liberale democratie in te ruilen om de positie van Cargill en consorten te verzwakken, en zo het mondiale voedselsysteem te versterken. Daarvoor moeten we binnen het huidige systeem andere keuzes maken. Het is niet het systeem dat keuzes maakt, maar mensen binnen dat systeem. En wij zijn die mensen binnen dat systeem. Als we klimaat en milieu centraal willen stellen bij al ons handelen, dan is dat het enige wat we moeten doen. Daarvoor hoeft onze Grondwet niet te worden aangepast. Daarvoor hoeft de rechterlijke macht niet te veranderen. Daarvoor zijn geen ‘burgerberaden’ nodig. Het enige wat we moeten doen is conform de procedures van onze liberale democratie dat te besluiten. Het zijn namelijk niet de Cargills van deze wereld die ons regeren, maar wij zijn het zelf via de door ons gekozen volksvertegenwoordigers. De huidige lage belastingtarieven en geringe regulering van kapitaalstromen zijn via ons liberaal democratische systeem tot stand gekomen. De strenge regulering van kapitaalstromen direct na de Tweede Wereldoorlog en de toenmalige hoge belastingtarieven ook.

Onze liberale democratie is een middel waarmee we alle doelen kunnen bereiken. Het is als het ware een auto waarmee je naar elke gewenste bestemming kunt. Naar welke bestemming er wordt gereden is aan de chauffeur. Om die metafoor nog wat verder door te trekken. Volgens Oudman rijdt die auto nu gevaarlijk slingerend over de weg en daarom moet er een nieuwe auto komen die niet meer slingert. Die auto slingert echter omdat de chauffeur een glaasje teveel op heeft. Niet omdat de auto defect is.

Pleidooien zoals die van Oudman zijn gevaarlijk omdat ze de suggestie wekken dat onze liberale democratie er de oorzaak van is dat er slechte besluiten worden genomen. Dit ondermijnt het vertrouwen van mensen in die liberale democratie en haar instellingen terwijl we die juist moeten koesteren. Die twijfel komt bovenop de hoop van twijfel en regelrechte minachting die anderen zoals Baudet ,Wilders en consorten aan de ene kant, en Rebekka Timmer, waarover mijn vorige prikker handelde, en BIJ1 de club die zij voorzit aan de andere kant, ook al zaaien. De liberale democratie is namelijk het enige politieke systeem dat zichzelf kan corrigeren binnen haar regels. Andere systemen moeten omver geworpen worden om zaken te veranderen. Om bij die dronken bestuurder te blijven. Beneveld door de alcohol klaagt Oudman dat zijn auto niet doet wat hij wil en in plaats van zijn roes uit te slapen, vraagt hij om een andere auto. Het is openbaar dronkenschap.

Uitgelicht

“Timmertje, Timmertje wat ga je doen?”

“We zijn niet tegen de parlementaire democratie, wel tegen liberale democratie,” aldus Rebekka Timmer de voorzitter van BIJ1 in een interview bij De Kanttekening. Want: “De liberale democratie is een fopdemocratie. Het grootkapitaal regeert de westerse wereld.” Bijzondere uitspraken.

Bron Wikipedia

De partij gelooft: “dat er meerdere vormen van kennis bestaan dan alleen wetenschappelijke. Zo is onze partij bijvoorbeeld bij uitstek gebouwd op ervaringskennis.” De wetenschappelijke methode houdt in dat kennis is gebaseerd op empirisch bewijs, bewijs dat reproduceerbaar is. Op Aarde valt een bal altijd naar beneden. Ervaringskennis is dat niet. Mijn ervaringen met iets zijn niet reproduceerbaar voor een ander. Laat ik eens met wat kennis gebaseerd op empirisch bewijs, naar de uitspraak met betrekking tot de liberale democratie kijken.

BIJ1 is een partij die, zoals Timmer het noemt, staat voor: “pragmatisch intersectioneel socialisme.  Op haar site omschrijft de partij het als volgt: “We zijn ook een partij die intersectioneel denkt. Dat betekent dat we inzien dat racisme niet op zichzelf staat, maar dat alle problematiek in onze maatschappij met elkaar samenhangt. Armoede, discriminatie, LHBTQI+-haat, de klimaatcrisis, de crisis op de woningmarkt, in de gezondheidszorg en het onderwijs: niets staat op zichzelf. We kúnnen dus niet anders dan naast racisme ook andere onderwerpen aansnijden, omdat alles invloed op elkaar heeft. Niemand wordt vergeten en iedereen heeft het recht op een goed leven. We pakken dus alle onderwerpen aan. Gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid en solidariteit is waar we ons sterk voor maken.”  

Dat de behandeling van LHBTQI+ mensen in liberale landen beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar de LHBTQI+ rechten zijn gegarandeerd?  

Dat de omgang met de leefomgeving in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar een rechter de regering terugfluit omdat ze niet voldoet aan de eigen wetten?

Dat racisme bestreden moet worden en dat dit in liberale landen aandacht vraagt, ben ik meteen met BIJ1 eens. Maar kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen dat op dit gebied betere papieren weet te overleggen?

“Vanaf het moment dat BIJ1 werd verkozen tot de Tweede Kamer, hebben we niet alleen gepleit voor excuses voor het koloniale en slavernijverleden, maar ook voor herstelmaatregelen in het kader van reparatory justice (of herstelrechtvaardigheid).” Aldus de partij in haar reactie op de recente door het kabinet gemaakte excuses voor het slavernijverleden. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar kritisch naar het eigen verleden wordt gekeken en een regering excuses voor daden begaan in dat verleden, aanbiedt?

Dat de armoedebestrijding en de verdeling van de welvaart in liberale landen veel beter kan, ben ik meteen met BIJ1 eens. Sterker nog er waren periodes dat de liberale landen het veel beter deden en een flinke economische groei realiseerden zonder al te drastische inkomensverschillen omdat de hoogste inkomens werden belast met percentages van 72% in Nederland tot meer dan 90% in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk en toch zeer innovatief waren. Mocht de BIJ1 aan de macht komen dan worden: “de productiemiddelen gecollectiviseerd en het privébezit afschaft, zoals Marx dat in de negentiende eeuw al voor ogen zag? ‘Jazeker, ‘(w)ij staan voor radicale democratisering van de economie,’” aldus Timmer. Nu zijn er landen, zoals Noord-Korea die dat hebben gedaan en in het verleden was de economie in de Oostbloklanden op die leest geschoeid. Qua inkomen en vermogen zeer gelijke samenlevingen. Helaas bleken ze wat minder goed in het voorzien in basisbehoeften van mensen. En nu we het toch over productiemiddelen hebben. Kan Timmer mij een niet-liberaal land noemen dat bekend staat om haar innovatiekracht en het uitvinden van nieuwe zaken?

En nu even terug naar dat intersectionele. Intersectioneel denken is denken over macht. Wie heeft macht en wie niet en dat denken wil vervolgens de macht evenwichtiger verdelen. Het richt zich daarbij vooral op degenen met de minste macht. Kan Timmer mij één niet-liberaal land noemen waar denken wordt getolereerd dat de macht in het land anders wil verdelen en de zittende macht ondermijnt?

Timmer lijkt zich niet te realiseren dat ze het kind met het badwater weg wil gooien. Bij het lezen van het interview moest ik terugdenken aan de 1.000 meter vrouwenschaatsen tijdens de Olympische Spelen van Nagano in 1998 toen commentator Frank Snoeks na de Olympische titel van Marianne Timmer uitriep: “Timmertje, Timmertje, wat ga je doen?”

Uitgelicht

Herstelbetalingen

Met een boekwerk van 1.300 bladzijden als ‘Unterlagen’, plaatst de Poolse regering, bij monde van staatssecretaris Arkadiusz Mularczyk, een verzoek of eis om Duitse herstelbetalingen voor de door de Duitsers aangerichte schade in de periode 1939-1945 weer op de agenda. De staatssecretaris denkt aan een bedrag van € 1,3 biljoen dat is € 1.300.000.000.000. En dit is, zo betoogt hij: “Een conservatieve schatting.” Dit om de: “Poolse verliezen in de Tweede Wereldoorlog: vernietigde steden, geroofde kostbaarheden en vooral onvoorstelbaar veel verloren mensenlevens. Meer dan vijf miljoen mensen (bijna een vijfde van de bevolking) werden gedood, onder wie drie miljoen Poolse Joden,” te dekken. Een bijzonder betoog met een behoorlijke kronkel dat is te lezen in de Volkskrant.

Een afbeelding van de slag bij Zama waar Chartago onder leiding van Hannibal werd verslagen door de Romeinen onder leiding van Publius Cornelius Scipio. Na die slag voegde deze Africanus toe aan zijn naam. Bron: flickr  

Centraal in het betoog van Mularczyk, al wordt het in het krantenartikel niet genoemd, staat de redenering die ook onder de excuses door premier Rutte voor het slavernijverleden ligt. Rutte zei het als volgt: “het klopt ook dat de Nederlandse Staat in al zijn historische verschijningsvormen verantwoordelijkheid draagt voor het grote leed dat tot slaaf gemaakten en hun nazaten is aangedaan.” De redenering dat de huidige regering, als opvolger van die eerdere, de verantwoordelijkheid draagt voor de acties van die vorige regeringen. De huidige Duitse regering draagt de verantwoordelijkheid voor de misdaden begaan door nazi-Duitsland. De herstelbetalingen zijn dan een manier om die verantwoordelijkheid vorm en inhoud te geven.

Bijzonder is dat Mularczyk die historische verantwoordelijkheid wel voor de huidige Duitse regering ziet en niet voor zijn eigen Poolse regering. De Poolse regering heeft in 1953 afgezien van eventuele herstelbetalingen, een standpunt dat in 2004 nog eens is bevestigd door de toenmalige premier Marek Belka. Mularczyk vind echter dat zijn regering niet verantwoordelijk is voor de daden van die eerdere regeringen: “Als je opnieuw iets bevestigt wat ongeldig is, wat is dat dan waard?”  Daarmee zegt hij dat er in 1953 geen rechtmatige Poolse regering zat en daarbij geeft hij de volgende vergelijking: “Toen ik onlangs in Berlijn was, vroeg ik aan de Duitse staatssecretaris: ‘Erkennen jullie soms ook het referendum op de Krim? Of in Cherson? Waarom erkennen jullie dit Poolse nepakkoord dan wel?’” Een nepakkoord omdat, zo betoogt de huidige Poolse regering, dit akkoord onder druk van de Sovjet Unie tot stand kwam. Een recente voorganger, de regering onder leiding van premier Belka, zag dat in 2004 kennelijk anders.

Als de Poolse regering een breuk in die verantwoordelijkheidsketen ziet, waarom zou de Duitse regering zich daar dan niet ook op kunnen beroepen? Zoiets van: Hitler mag dan volgens de regels van het spel Rijkskanselier zijn geworden, wat hij daarna deed was echter volledig in strijd met de spelregels en dus ongeldig. Die ongeldigheid maakt dat wij (de huidige Duitse regering) geen verantwoordelijkheid dragen voor alle acties die na die ongeldigheid door Nazi-Duitsland zijn ondernomen en dus ook niet aansprakelijk zijn voor de schade als gevolg van deze acties.

Voor Mularczyk stopt het niet bij Duitsland: “Overigens willen we na de oorlog ook herstelbetalingen van Rusland eisen voor de misdaden van de Sovjet-Unie in Polen.” De Poolse staatssecretaris is optimistisch: “het is een kwestie van tijd. De Duitse positie is moeilijk vol te houden, de regering heeft geen enkel goed argument om het niet te doen. Namibië krijgt wel herstelbetalingen voor het Duitse kolonialisme. En in Nederland praten jullie nu over excuses en herstelbetalingen voor de slavernij, een debat dat ik met grote interesse volg. De Tweede Wereldoorlog is korter geleden. Dit is een wereldwijde discussie. Duitsland moet inzien hoe belangrijk deze zaak is in internationaal opzicht, het gaat niet alleen om Polen. Ik hoop dat de Duitsers de dialoog willen aangaan.” Dit allemaal omdat Polen: “nog steeds de gevolgen, in demografisch en economisch opzicht,” voelt.

En daarmee zijn we beland in een oneindige keten van eisen voor herstelbetalingen. Dan zal de discussie over hoe Chinees de Mongools de veroveraar Dzjengis Khan is, een heel andere wending krijgen omdat er vanuit Oezbekistan een verzoek om herstelbetaling komt vanwege de vernietiging van Urgench, de hoofdstad van het Chorasmische rijk waaraan Dzjengis een einde maakte. Daarna werd de stad wel weer opgebouwd maar het ‘demografische en economische verlies’ was toch aanzienlijk en dat moet hersteld worden. En niet alleen vanuit Oezbekistan want er zijn nog veel meer huidige landen die ‘demografische en economische schade’ hebben geleden tijdens de Mongoolse kolonisatie van de wereld. Dan kan de Italiaanse regering een Tunesisch verzoek om herstelbetalingen verwachten vanwege de vernietiging van Carthago in 146 voor onze jaartelling door de Romeinse troepen onder leiding van Scipio Aemilianus. Inderdaad een nakomeling van Scipio Africanus die Hannibal versloeg in de slag bij Zama. Voor de filmliefhebbers, die slag bij Zama wordt nagespeeld in een gladiatorgevecht in de film Gladiator. Alleen winnen in dat gladiatorgevecht de ‘barbarians’, de Carthagers, en niet de Romeinen. Italië kan er trouwens ook eentje vanuit Griekenland voor de vernietiging van de stad Corinthe door Romeinse troepen onder Mummius in datzelfde jaar, verwachten. De gevolgen van die vernietigingen werken in demografisch en economisch opzicht nog steeds door. Al die gesneuvelde en vermoorde inwoners van die welvarende steden hebben zich immers niet meer kunnen voorplanten.

Het lijkt mij een vruchteloze exercitie om alle historisch leed via herstelbetalingen te ‘vergoeden’.

Uitgelicht

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Premier Rutte: “wees met name op 1 juli 2023, als het officieel 150 jaar geleden is dat de slavernij in het koninkrijk werd afgeschaft. ‘Maar het proces is pas echt klaar als de discriminatie van mensen vanwege hun huidskleur is gestopt,” zo lees ik in de Volkskrant. Een bijzondere soap rond excuses voor het slavernijverleden. Dat bijzondere is gelegen in het oorzakelijk verband dat er wordt gelegd tussen verschillende feitelijke constateringen.

De eerste feitelijke constatering is dat het begrip racisme een steeds ruimer wordt ingevuld. Volgens de Van Dale is racisme de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Racisme is daarmee een handeling, een actie op basis van een bewuste gedachte. Hier schreef ik al eens een prikker over naar aanleiding van een bijzonder gesprek onder een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent met als titel Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één. Een gesprek waarin ik Mulder vroeg naar haar definitie van racisme en die niet kwam, want: voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan” Zonder een duidelijke definitie van is een zinvol gesprek onmogelijk omdat iedereen dan iets anders bedoeld. Dan wordt het zoiets als het partijtje ‘bunkertrefbal’ dat mijn aspiranten honkballers laatst speelden. Op mijn vraag wat ze het laatste half uur wilden doen, kwam het antwoord bunkertrefbal. Ik had geen idee wat het was, maar zij wisten precies wat er werd bedoeld. Totdat ze gingen spelen en er boze gezichten kwamen. Wat bleek, ze speelden met verschillende regels.

Feitelijke constatering twee: als jezelf, je ouders of grootouders van elders naar Nederland gekomen zijn, dan heb je niet dezelfde mogelijkheden als iemand bij wie dat wel het geval is. Als nieuwkomer mis ontbreekt het je aan kennis van de samenleving waar te naartoe migreert. Maar belangrijker dan het ontbreken van die kennis is het ontbreken van kennissen. Je mist een netwerk waardoor het zeer lastig wordt om een plek te vinden die bij je capaciteiten past. Dat laatste heb ik in een eerdere prikker ‘nieuwkomers nadeel’ genoemd. Het gebrek aan kennis is daarbij makkelijker op te lossen dan het gebrek aan die kennissen. Het ‘opklimmen in de rangen’ na migratie kost meerdere generaties tijd

Dan de vierde feitelijke constatering het feit dat Nederland koloniën had. Een feit dat niet is te ontkennen. Het woord kolonie kent een oud Griekse geschiedenis. Werd het te druk in een stad of gebied, dan trok een deel van de inwoners weg naar een leeg stuk land en stichtte daar een onafhankelijke ‘zusterstad’. Als er tegenwoordig over koloniaal verleden wordt gesproken, dan wordt vooral de periode na 1500 waarin Europa economisch en militair de wereld steeds meer ging overheersen[1]. Het streven naar een zo groot mogelijk rijk, was echter niets nieuws. Het enige nieuwe eraan was dat het op wereldschaal gebeurde. De diverse Chinese dynastieën, de Perzen, het Egypte van de farao’s, de Romein, de Magadha, de Olmeken, Inca’s, Azteken, het Islamitische rijk, de Mongoolse horden, allemaal streefden ze naar ‘werelddominantie’ in de hun bekende wereld. Dat Mongoolse rijk wordt qua omvang in de geschiedenis trouwens alleen overtroffen door het Britse Rijk. Tot de Russische inval in Oekraïne waren velen ervan overtuigd dat het veroveren van gebieden tot het verleden behoorde. Wat niet wil zeggen dat het streven naar ‘werelddominantie’ en als je die hebt het behoud ervan, tot het verleden behoort.

Als vijfde het feit dat slavernij is eeuwenlang een algemeen aanvaard maatschappelijk gebruik was. Wat hierbij onder invloed van het christendom en de islam ook geleidelijk algemeen gebruik werd, was dat je geloofsgenoten niet tot slaaf mocht maken. Algemeen aanvaard maar niet door iedereen. Vanaf het midden van de achttiende en versneld in de negentiende eeuw komt daar verandering in. Een bijzondere periode in de West-Europese geschiedenis. Bijzonder omdat heel veel zaken die tot de mores in vroeger eeuwen behoorden, ter discussie werden gesteld. Het is de periode dat Adam Smith zijn Theory of Moral Sentiment waarin hij de emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden onderzocht en het beroemdste The Wealth of Nations waarin hij de economische ontwikkeling beschrijft. Met daarin de beroemde passage van de onzichtbare hand. De tijd waarin Immanuel Kant zijn drie ‘kritieken’ schreef[2] en Zum ewigen Frieden. Het tijdperk van de Verlichting, door diezelfde Kant omschreven als: “het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.[3] De leiding van de ander waar de mens het zonder zou moeten doen, betrof vooral de religieuze dogma’s.

Dat ‘gebruik maken van het eigen verstand’ bleef niet zonder gevolgen. Smith, Kant en vele anderen schreven daardoor hun boeken. Het ‘door god gegeven recht’ van heersers werd ter discussie gesteld. Sterker nog, ze konden worden afgezet. Democratie’ werd onderdeel van het gesprek. Nadenken leidde tot de ‘stoommachine’ en ander uitvinding en via Smith tot het nadenken over en proberen te verklaren van iets wat we nu ‘de economie’ noemen. De verlichting leidde ertoe dat er zoiets als een ‘publieke ruimte’ ontstond alwaar over van alles en nog wat gedebatteerd kon worden, dat er kranten ontstonden. De Verlichting leidde tot het ter discussie stellen van god en de godsdienst. De Verlichting leidde er toe dat er allerlei emancipatie- en burgerrechtenbewegingen ontstonden en dus ook een beweging die de slavernij wilde beëindigen. Aan de andere kant leidde de Verlichting ook tot het nadenken over overeenkomsten en verschillen tussen mensen. Ze stond daarmee ook aan de wieg van wat we nu racisme noemen. Want zelf nadenken en willen weten, wil niet automatisch zeggen dat er hetzelfde wordt gedacht en dat voor fenomenen eenzelfde verklaring ‘gedacht’.

De Verlichting was een westers verschijnsel. Het deed zich niet voor in China, India of het Perzische Rijk. Dat slavernij nu in theorie overal is afgeschaft, is daarmee te danken het westen. Slavernij was geen ‘westerse’ uitvinding al zijn er mensen die lijken te geloven dat Europeanen slavernij uitvonden. Sterker nog, als je via google zoekt, kun je de bevestiging zien van die feitelijk onjuiste opvattingen zoals ik een klein half jaar geleden al schreef. Afrikanen, Arabieren, Chinzeen, Indiërs, authentieke Amerikanen, slavernij kwam overal voor. Het oudste ‘wetboek’ de Codex Hammurabi van zo’n 38 eeuwen geleden, spreekt op verschillende plekken over slaven. In de periode van 800 tot 1900 vonden minstens zoveel tot slaaf gemaakte Afrikanen hun weg naar de Arabische wereld. En nee, met die Codex werd slavernij niet ingevoerd. De Codex reguleerde de bestaande praktijk en gaf aan welke straf er op overtreding van die praktijk stond. De afschaffing ervan begon in Europa door het in wetboeken te verbieden en door het verbod ervan vervolgens ook in andere delen van de wereld af te dwingen.

Het wordt bijzonder als deze feitelijke constateringen worden gecombineerd tot een alles verklarende theorie. Die combinatie werd in 2021 beschreven door Fati Benkaddour in een artikel bij Joop: “Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging, aldus Bendakkour. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Toch zijn er velen die deze tang toch in meer of mindere mate op een varken vinden lijken. Die noemen ‘racisme’ als verklaring voor het eerder behandelde nieuwkomers nadeel. Die zien slavernij doorwerken in de huidige sociale ongelijkheid in Nederland. Die zien overal racisme en institutioneel racisme en zien daarin een voorzetting van de ‘koloniale verhoudingen’. Die zijn als de welbekende hamer die in alles een spijker ziet. Die beweren in navolging van Gloria Wekker dat: West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.”  Die betogen zoals Angélique Duindam in de Volkskrant dat er een: “systeem bedacht (is) waarin we andere mensen konden ontmenselijken.” Het ‘Risk- kaartje met Saids opdracht’ waar Wekker het overheeft en Duindams ‘bedenken’ verwijzen naar een ‘voorbedachte rade’ waarover mijn vorige prikker handelde. De feiten laten zien dat Europeanen zich over de wereld verspreidden, zich dus buiten hun ‘gebied’ begaven en daarbij volkeren aan zich onderwierpen. Wat Wekker hier doet, is vanuit het heden een ‘voorbedachte rade’ opleggen aan voorouders: ze bezitten koloniën en hebben de daar aanwezige mensen onderworpen dus dat zal dan wel de reden zijn dat ze de wijde wereld introkken. Een ‘voorbedachte rade’ waarvoor elk bewijs ontbreekt. Ze bevoeren de zeeën om de ‘tussenpersoon’ in de handel uit te schakelen en zoveel mogelijk rechtstreeks met de Chinese en Indische bron te handelen, niet omdat ze wilden ‘veroveren’. Dat veroveren en onderwerpen kwam er later bij en was in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de ‘West-Europese concurrent’. Het bedachte ‘systeem’ van Duindam is een achterafverhaal om iets te beschrijven. Een achteraf verhaal waarin gebeurtenissen en keuzes van verschillende van onze voorouders op verschillende momenten in de tijd met elkaar in verband gebracht worden en worden gepresenteerd als een logische beschrijving en verklaring van iets. Deze verhalen zijn, om Tom Phillips aan te halen, het gevolg van problemen die ontstaan door short cuts in onze hersenen en dan vooral van de heen short cut  die altijd zoekt naar patronen. “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.[4]


[1] Bij ‘Europa’ hoorden, na de onafhankelijkheid van Engeland, ook de Verenigde Staten

[2] Kritik der reinen Vernunft (1781), Kritik der praktischen Vernunft (1788) en Kritik der Urteilskraft (1790).

[3] Uit Immanuel Kant, Was ist Aufklärung. Geciteerd bij Historiek.net.

[4] Tom Phillips, De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups, pagina29

Uitgelicht

Onvergelijkbaar onvergelijkbaar

In zijn column in de Volkskrant schrijft Ari Elshout over de strijd tussen universalisten en multiculturalisten in Europa. Volgens Elshout vinden universalisten dat rechten, plichten en wetten voor iedereen gelden. De multiculturalisten vinden dat er: “rekening (moet worden) gehouden met andere culturen, ook al accepteren die het gelijkheidsbeginsel voor vrouwen en homo’s niet. Hameren op de universele rechten leidt tot uitsluiting van bevolkingsgroepen met andere waarden, is het argument.” Hij ziet dat vooral ‘links’ het hier lastig mee heeft: “zo streng als links is voor een steenrijk emiraat ver weg, zo voorzichtig opereert het doorgaans in de omgang met minderheden thuis die vanuit hun geloof niet veel anders denken over vrouwen en lhbti-plus dan de Qatarezen.” Een bijzonder betoog.

Bijzonder omdat ‘minderheden thuis’ van een hele andere orde zijn dan ‘de Qatarezen’. De ‘minderheden’ thuis die ‘anders denken’ hebben in Nederland de vrijheid om te mogen denken wat ze willen. Er is geen wet in Nederland die zegt ‘gij moet zus en zo denken over vrouwen of lhbti+’. Gelukkig is die er niet. In Nederland hebben we de vrijheid om ergens anders over te denken dan alle anderen. Het staat al die anderen ook vrij om jouw manier van denken verwerpelijk te vinden. De ‘strengheid’ naar de Qatarezen is gericht tegen de Qatarese overheid en haar wetgeving. Niet tegen wat de inwoners van Qatar vinden. De Qatarese overheid en wetgeving probeert mensen juist wel op te dringen wat ze moeten denken en vinden. De Qatarese wetgeving beperkt de vrijheid van haar inwoners.

Bijna aan het einde van zijn column geeft hij een advies aan links: “Ik zou zeggen: wees consequent, veroordeel achterstelling van bepaalde groepen niet alleen daar maar ook hier. Protesteren tegen de hoofddoekplicht in Iran gaat moeilijk samen met het verdedigen van de hoofddoek hier.” Het probleem in Iran is niet dat vrouwen hoofddoeken dragen. Het probleem is dat de overheid hen dwingt tot iets. De Iraanse overheid decreteert: ‘gij zult een hoofddoek dragen.’ Het probleem met Nederlandse partijen die de hoofddoek willen verbieden, is dat ze willen dat de Nederlandse overheid hetzelfde doet als de Iraanse, namelijk mensen dwingen tot iets: ‘gij zult geen hoofddoek dragen’. Het recht van de Iraanse vrouw om geen hoofddoek te dragen en het recht van de Nederlandse vrouw om er wel een te dragen, baseren zich op dezelfde vrijheid, namelijk de vrijheid van het individu om zonder dwang van wie dan ook en zeker zonder overheidsdwang, te bepalen welke kleren de persoon draagt. Het probleem van ‘links’ is dat het meegaat in een discussie over onvergelijkbare onvergelijkbaarheden. Hameren op universele rechten laat zich prima combineren met andere waarden. Problemen ontstaan pas als ‘waarden’ worden opgedrongen via wettelijke ge- en verboden. Als de vrijheid van het individu wordt aangetast om bepaalde normen op te dringen.

Uitgelicht

Politiek correcte politieke incorrectheid

“Ook de linkse media weten er niet goed raad mee. Soms druipt de politieke correctheid er vanaf. In een tweekolommetje besteedt De Volkskrant op de binnenpagina aandacht aan de voetbalrellen, terwijl er dagenlang aandacht en verontwaardiging was voor de Sinterklaasrellen in de gemeente Staphorst.” Dit schrijft criminoloog en antropoloog Hans Werdmölder in een artikel op de site Wynia’s Week. Een artikel naar aanleiding van de rellen die uitbraken na de winst op de Belgen van het Marokkaanse voetbalelftal.

Bron: Flickr

Volgens Werdmölder waren die rellen een gevolg van ‘botsende culturen’: “de feminiene Nederlandse c.q. Belgische christelijke cultuur, de macho Riffijns-islamitische cultuur en de hedendaagse straatcultuur.” Dit leidt tot: “onzekerheid, geweld en criminaliteit,” bij de jeugdigen. Of dat zo is, weet ik niet en daar gaat het mij ook niet om. Het gaat mij om de uitspraak waarmee ik deze prikker begon.

De manier waarop media met de voetbal- en sinterklaasrellen omgingen en de ‘politieke correctheid’ die daarvan afdruipt. Dagenlange verontwaardiging over de ene rel, de Sinterklaasrellen, en twee kolommetje op de binnenpagina voor de andere, de voetbalrellen. Een bijzondere vergelijking van twee ongelijke gebeurtenissen. Bij beide gebeurtenissen werd de openbare orde geschonden en speelde de politie een belangrijke rol, dat hebben ze gemeen. Dat is dan ook de enige overeenkomst.

Aan de ene kant, al dan niet door ‘botsende culturen’ en daardoor ‘onzekere jongeren’ veroorzaakt geweld en crimineel gedrag met geen ander doel dan rotzooitrappen. Aan de andere kant intimidatie en geweld om te voorkomen dat een andere groep gebruik kan maken van het democratisch recht om via een demonstratie je mening ergens over te uiten.

Bij beide rellen speelde de politie een belangrijke, zij het niet gelijke rol. Bij de voetbalrellen speelde de politie de rol die we van haar mogen verwachten. De rol van handhaver van de openbare orde. Een handhaver die optreedt als die orde wordt geschonden en dat was het geval toen de blijdschap na de overwinning van het Marokkaanse elftal uitliep op vernielingen en geweld tegen de politie die hiertegen optrad. Bij de Sinterklaasrellen was die rol de rol van ‘toeschouwer aan de zijlijn’. Een toeschouwer die toekeek en niet ingreep bij intimidatie en geweld van de ene groep tegen de andere. Een toeschouwer die haar plicht, het garanderen van het recht om te demonstreren maar vooral het beschermen van burgers tegen intimidatie en geweld door anderen, verzaakte.

Dat verschil in doel tussen de doelloze voetbalrellen en de doelbewuste aantasting van het democratische recht van burgers maakt, de vergelijkbaarheid die Werdmölder suggereert, onhoudbaar. Onhoudbaarheid die nog wordt versterkt door de rol van de politie, handhaver van de openbare orde en veiligheid in het ene geval en plichtsverzaker in het andere. Dit maakt Werdmölders vergelijking een gotspe.

Dit maakt het verschil in media-aandacht niet meer dan terecht en laat zien dat ‘de linkse media’ juist goed raad weten met dergelijke rellen. Dat er niets ‘politiek corrects’ afdruipt van dat verschil in media-aandacht. Sterker nog, de politieke correcte  politieke incorrectheid van Werdmölder door deze twee ongelijke gebeurtenissen gelijk te verklaren, is stuitend.

Uitgelicht

Institutionalized racisme denken

Films bevatten soms prachtige uitspraken. Neem het gesprek tussen de gevangenen in Shawshank redemption als ze te horen krijgen dat de na meer dan vijftig jaar gevangenschap vrijgelaten Brooks zich van het leven heeft benomen. Red, gespeeld door Morgan Freeman spreekt dan de woorden: “He’s just institutionalized. … The man lived here 50 years Heywood, 50 yeard. This is all he knows. In here, he’s an important man, He’s an educated man. Outside he’s nothing. Just a used-up con …” Ook in mindere films zitten soms mooie uitspraken. Aan een ervan moest ik denken bij het lezen van de column van Harriet Duurvoort in De Volkskrant: “assumption is the mother of all fuck ups.”

Brooks verlaat de gevangenis

De uitspraak is afkomstig uit de B-film Under Siege 2: Dark Territory. met actieheld Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt het personage gespeeld door de acteur Al Sapienza of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’ Waarop Sapienza’s personage de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!” 

Waarom moest ik hieraan denken? Recentelijk verscheen het statistisch onderzoek van het CBS naar de vraag of door de toeslagenaffaire gedupeerde ouders door die affaire ook hun kinderen kwijt raakten door uithuisplaatsing. Conclusie van dat onderzoek was dat toeslagenouders een bovengemiddelde kans hadden om met jeugdbescherming in aanraking te komen. “ Van alle niet-gedupeerde ouders krijgt ongeveer 1,07 procent over een periode van drie jaar te maken met een kinderbeschermingsmaatregel. Bij gedupeerden van de toeslagenaffaire was dat maar liefst 3,98 procent.” Zo is te lezen in een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Maar die affaire was hiervan niet de oorzaak. Uit de statistische analyse bleek namelijk dat de groep toeslagenouders in veel grotere mate dan de gemiddelde ouder in andere risicogroepen viel. “Zo stond maar liefst 24 procent van de gedupeerde ouders in het jaar vóór de terugvordering van kinderopvangtoeslag geregistreerd als wanbetaler in de zorgverzekeringswet (tegen 2 procent bij niet-gedupeerde ouders); 52,9 procent van de gedupeerde ouders was jonger dan 25 toen ze hun eerste kind kregen (11,9 procent bij niet-gedupeerde ouders); 48 procent was alleenstaand ouder (14 procent bij niet-gedupeerde ouders); 18,4 procent had een verdachte van een misdrijf in huis (4,6 procent bij niet-gedupeerde ouders), en 43,9 procent zat in de laagste 20 procent van de inkomensverdeling (11 procent bij niet-gedupeerde ouders).”

Volgens Duurvoort is er: “geen reden om de vlag uit te hangen.” Want er is een ander probleem: “Casper Albers, die als hoogleraar toegepaste statistiek aan de RUG in de begeleidingscommissie zat van het CBS-onderzoek, suggereert dat er bij uithuisplaatsingen ‘structureel en massaal gediscrimineerd’ wordt. Hij twitterde tamelijk emotioneel om de bevindingen van de begeleidingscommissie in een andere context te plaatsen dan ‘toeslagenslachtoffers zijn niet vaker slachtoffer van uithuisplaatsingen’. Uit Albers’ tweet: ‘Of je nu toeslagenaffaireouder bent of om een andere reden in de problemen zit; Turken worden 9x(!) zo vaak gepakt als Nederlanders. Surinamers 7,5x. Marokkanen, Antillianen, enz: 6 keer.’” Volgens Duurvoort aanleiding om: “na te gaan of (on)bewuste vooroordelen en culturele waardeoordelen een rol spelen in de jeugdbescherming,” want een: “racistisch vooroordeel is niet iets waar men zich überhaupt van bewust,” hoeft te zijn: “Maar daarom moet het wel bespreekbaar zijn.” Want: “institutioneel racisme is ontwrichtend voor het functioneren van de rechtsstaat.” Dat mensen vooroordelen kunnen hebben is een feit, dat dit bespreekbaar moet zijn en dat institutioneel racisme ontwrichtend is zijn ook feiten. Dat maakt echter nog niet dat als mensen met een niet-westerse achtergrond vaker ‘gepakt’ worden dat er dan sprake is van discriminatie.

Duurvoort redeneert van het CBS onderzoek naar ‘institutioneel racisme. Voor een mogelijke verklaring, gaat ze ‘buurten’ bij Black Lives Matter in het algemeen en ‘de prominentste pleitbezorger van deze beweging’, zoals Duurvoort Dorothy Roberts noemt, in het bijzonder. “Gezinnen uit gemarginaliseerde gemeenschappen, zoals inheemse Amerikanen en arme Afro-Amerikanen, worden met diepgewortelde racistische vooroordelen bejegend en hun kinderen worden met ‘astronomische aantallen’ uit huis geplaatst. … Het systeem is in haar ogen niet bedoeld als kinderbescherming, maar als ‘family policing’: controlerend en straffend ingrijpen in kwetsbare gezinnen.”  ‘Omdat het systeem in de Verenigde Staten zo werkt, zal het in Nederland ook wel zo werken,’ lijkt Duurvoort te concluderen. Nu is Duurvoort niet de enige die zich hieraan schuldig maakt. Ook Ruben Mersch maakte recentelijk zich hieraan schuldig in een artikel over pijn. Mersch: “Pijn lijden is vervelend, maar als je vrouw bent, zwart, of een pijnpatiënt waarbij ze geen duidelijke biomedische oorzaak vinden, dan heb je dubbele pech. Dan heb je niet alleen pijn, je wordt ook nog eens niet geloofd.” Voor wat dat ‘zwart’ zijn betreft, baseerde hij zich op onderzoeken op enkele Amerikaanse eerstehulpafdelingen. Conclusies trekken op bevindingen uit de Amerikaans context voor de Nederlandse situatie is niet verantwoord. Dat de context en de geschiedenis in de Verenigde Staten een heel andere is dan de Nederlandse, wordt daarmee voor het gemak even terzijde geschoven. Voor de geïnteresseerden in die andere context, lees het boek Wat we van de Duitsers kunnen leren van de Susan Neiman. Ik schreef er al eerder over.

Net zoals het CBS bij haar onderzoek aangeeft niet uit te kunnen sluiten dat in individuele gevallen het slachtofferschap van de toeslagenaffaire de oorzaak kan zijn voor een uithuisplaatsing, is niet uit te sluiten dat vooroordelen van een jeugdbeschermer in individuele gevallen een rol kan spelen. Van die eventuele individuele vooroordelen naar ‘massaal gediscrimineerd’ worden of institutioneel racisme is flink wat stappen verder. De oorzaak van dat vaker ‘gepakt’ worden zou wel eens met voor een deel dezelfde risicogroepen te maken kunnen hebben, dan bij uithuisplaatsing maar vooral met inkomen. Van de mensen met een migratieachtergrond heeft meer dan 51% een inkomen tot € 20.000. Van de mensen met een Nederlandse achtergrond nog geen 35%. Daar zou wel eens de belangrijkste oorzaak kunnen liggen van dat ‘vaker gepakt’ worden om de woorden van Albers te gebruiken. Helaas blijft dat buiten beeld in onderzoeken naar ‘institutioneel racisme’. Na enkele jaren zal vervolgens blijken dat de ingezette maatregelen, de eventuele ‘diversiteitscursus’, de aan te stellen ‘chief diversity officer’, de diversiteitsquota enzovoorts, niets hebben veranderd omdat mensen met een niet-westerse achtergrond nog steeds veel vaker ‘gepakt worden’. De ‘assumption’ dat er sprake is van racisme en discriminatie, leidt tot de ‘fuck up’ van maatregelen die het probleem niet aanpakken. Wellicht is Duurvoort ‘institutionalized’ in het (institutioneel) racisme denken en kan ze de een wereld zonder dit denken niet meer aan, net als Brooks in Shawshank Redemption een wereld zonder gevangenismuren niet meer aankon?

Uitgelicht

‘K.. op Dirk’

“Nu kan het zijn dat jij een van de mensen bent die geloven dat het breken van de wet altijd fout is. Bedenk dan óók: de democratie kan het zodanig bij het verkeerde eind hebben dat geweldloos verzet niet alleen geoorloofd, maar zelfs onmisbaar wordt.” Dit schrijft Simon van Teutem in een artikel bij De Correspondent. In dat artikel bespreekt hij het recente fenomeen van zich aan schilderijen vastlijmende en met soep of puree bekogelende activisten die aandacht vragen voor de ernstige toestand waarin het klimaat zich bevindt en de rol die de mens hierin speelt. In zijn betoog vergelijkt Van Teutem deze acties met historische voorbeelden van geweldloos verzet en dat leidt tot een bijzondere vergelijking. Even voorop stellen. Wat ik hier schrijf en dat ik het schrijf wil niet zeggen dat ik de urgentie die de ‘plaktivisten’ drijft niet begrijp.

Bron: wikipedia

Terug naar Van Teutem. “De Amerikaanse essayist Henry David Thoreau, uitvinder van het begrip ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’, vertikte het om bij te dragen aan slavernij en weigerde daarom vanaf 1840 nog belasting te betalen. Zes jaar later sloeg de lokale sheriff hem in de boeien. Dat incident schrok hem niet af, maar zette hem aan tot het schrijven van zijn befaamde essay ‘On the Duty of Civil Disobedience’.” Hij vervolgt met: “68 jaar later werd precies die tekst gelezen in de gevangenis, door de Indiase vrijheidsstrijder Mahatma Gandhi. De burgerlijke ongehoorzaamheid van Gandhi – die mensen opriep te staken en mee te doen aan geweldloze marsen – bezielde weer een jonge Amerikaanse dominee. ‘We who engage in nonviolent direct action are not the creators of tension’, schreef Dr. Martin Luther King in zijn Letter from a Birmingham Jail. ‘We merely bring to the surface the hidden tension that is already alive.’” Daarmee plaatst hij de ‘plaktivisten’ in een rijtje met groten.

Gaat die vergelijking van de ‘plaktivisten’ met Thoreau, Gandhi en King niet heel erg ver en betreft het appels met peren vergelijken of het verkopen van knollen voor citroenen? Thoreau, Gandhi en King kwamen op voor mensen die werden onderdrukt en geen burgerlijke of politieke rechten hadden of waarvan die rechten flink werden beperkt. Die hun stem in de figuurlijke zin niet konden laten horen en waarvan de letterlijke stem vaak het zwijgen werd opgelegd. Die als ze toch hun stem lieten horen of zich verzetten in het gevang belandden of erger.

‘Maar deze activisten komen op voor toekomstige generaties die nog geen stem hebben’, kun je dan tegenwerpen. Maar werp ik dan tegen: ‘Iemand die het anders ziet kan met evenveel recht en rede beweren op te komen voor toekomstige generaties die hun stem nog niet kunnen laten horen. Daar hebben deze actievoerders niet het alleenrecht op.’

‘Maar ze doen het voor nobel doel en voor ons allemaal’, kun je dan weer tegenwerpen. Waarop ik weer tegenwerp: ‘De nobelheid van een doel is arbitrair. Het ene (schilderij plakken voor een beter milieu) en het andere (blokkeren van wegen, gier op straat laten lopen) zijn acties die je alleen maar ‘nobel’ vindt als het doel je nader aan het hart gaat. Acties voor een doel waar je sympathie voor hebt kunnen op meer sympathie rekenen dan soortgelijke acties voor een doel waar je geen sympathie voor hebt.’

Maar belangrijker. Thoreau, Gandhi en King verzetten zich tegen onrechtvaardige wetten. Rosa Parks ging in de bus op een plek zitten waar ze met haar huidskleur niet mocht zitten om zich tegen de regelgeving die dit onderscheid legitimeerde te verzetten. Gandhi spinde het garen voor zijn eigen kleren en riep iedereen op dit te doen om de Britse import van textiel en zo dus de beurs van de Britten te raken. Hij liep in 24 dagen vierhonderd kilometer om zout uit zee te winnen om het Britse zoutmonopolie aan de kaak te stellen. Thoreau betaalde geen belasting omdat een overheid die een deel van haar burgers rechteloos laat, geen overheid is. Nu was voor Thoreau, zoals voor bijna iedere Amerikaan: “That government is best which governs least;” and I should like to see it acted up to more rapidly and systematically. Carried out, it finally amounts to this, which also I believe—“That government is best which governs not at all,” zoals hij het in zijn On the Duty of Civil Disobedience verwoordde. En dat is precies wat overheden bij het bestrijden van de klimaatcrisis doen.

“I submit that an individual who breaks a law that conscience tells him is unjust, and who willingly accepts the penalty of imprisonment in order to arouse the conscience of the community over its injustice, is in reality expressing the highest respect for law.” Aldus Martin Luther King in zijn Letter from a Birmingham jail. Gandhi, King en Thoreau voerden actie om onrechtvaardige wetten en onrechtvaardig beleid aan de kaak te stellen en richtten hun acties op die wet of dat beleid. Welke onrechtvaardige wet of beleid, om King aan te halen, stel je aan de kaak door je aan een schilderij te plakken en/of er soep over te gooien? De enige wet die je overtreedt is de wet die het vernielen of beschadigen van eigendom van anderen verbiedt. Het lijkt mij niet dat de activisten de wet die het vernielen of beschadigen van andermans eigendom verbiedt, onrechtvaardig vinden. De ‘plaktivisten’ op deze manier naast Thoreau, Gandhi en King plaatsen slaat, om het cru uit te drukken, als ‘k.. op Dirk’.