Uitgelicht

Onze normen en waarden

“Waar ik wel een beetje huiverig voor ben is dat er aan de wandel wordt gegaan met deze motie door de opmerking dat alle religieuze uitingen dan eigenlijk in de ban worden gedaan. Dan hoor ik de minister wel een nuance maken en ik hoop dat ook dat opgenomen wordt in het handelingskader van de politie en dat dat ook wijdt verspreid wordt. Dat er nog gewoon ruimte is voor een kerstborrel bijvoorbeeld en een kerstfeest. Want laten we wel wezen, in mijn motie, mijn voorstel stond: ik wil dat we stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars, maar laten we even heel duidelijk maken dat ik niet heb gezegd, dat daar geen ruimte moet zijn voor geen enkele religieuze uiting. En dat heeft alles te maken met het feit dat ik vind dat de islam niet te vergelijken is met iets wat heel erg verankerd is in onze Nederlandse normen, waarden, cultuur maar ook in onze tradities hè.” Woorden die JA21 Kamerlid Ingrid Coenradie uitsprak.

Bron: Wikipedia

Nu we het toch over ‘Nederlandse normen en waarden hebben toch even een duit in het zakje. En dan bedoel ik ook echt normen en waarden en niet folklore of traditie, want kerstfeest, sinterklaas en Koningsdag behoren, net als voor anderen iftars, tot folklore en traditie en hebben niets met normen en waarden te maken. Normen en waarden dus. Normen en waarden handelen over hoe je anderen behandelt. De Nederlandse normen en waarden zijn verankerd in de Grondwet. Dat begint met artikel 1, het gelijkheidsbeginsel dat tevens bepaald dat discriminatie niet is toegestaan. Die zitten ook in artikel 6 dat gewetensvrijheid en daarom ook de godsdienstvrijheid. En in artikel 7 dat handelt over de vrijheid van meningsuiting, artikel 8 dat de vrijheid van vereniging regelt en artikel 9 dat handelt over de vrijheid van vergadering en betoging. Artikel 11 dat de lichamelijke onaantastbaarheid regelt.

Wat zien we als we met deze normen en waarden naar de boodschap van Coenradie kijken? Dan zien we dat die vloeken met het gelijkheidsbeginsel. Coenradie wil mensen anders behandelen omdat ze een ander geloof aanhangen. De politie doet daar gelukkig (nog) niet aan mee. Die handelt conform het gelijkheidsbeginsel en behandelt iedere religie op eenzelfde manier. Als er geen bijeenkomst voor een feestdag van de ene religie georganiseerd mag worden, dan ook voor alle andere godsdiensten. Coenradie discrimineert en zou willen dat de politie (de overheid) dat ook doet. In tegenstelling tot wat Coenradie beweert, is het christendom niet verankert in de Nederlandse normen en waarden. Wat is verankerd is de vrijheid van godsdienst, niet de dominantie van een bepaalde godsdienst.

Waar ik huiverig voor ben, om woorden van Coenradie te gebruiken, is voor politici die hoog opgeven over onze normen en waarden, onze vrijheden en die deze vervolgens met voeten treden. Met voeten treden maar wel op een verhullende manier. Een manier waarbij ze een façade optrekken en ze zich naar buiten toe minder extreem voor doen dan ze zijn, om de woorden die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in hun rapport Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging gebruiken, aan te halen.1 En van die politici zijn er steeds meer.

Neem de motie die BBB-Kamerlid van der Plas indiende waarin de regering wordt verzocht om:“het structurele patroon van acties van Extinction Rebellion te
laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme.”
Dit omdat, zo is in de motie te lezen: “Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten pleegt en vitale
infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te beïnvloeden.”
Een bijzonder door een Kamermeerderheid aangenomen motie. Bijzonder om meerdere redenen.

Als eerste zijn er meer groepen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en vitale infrastructuur ontregelen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Een van die groepen moet Van der Plas zeer bekend voorkomen want zij verdiende haar momenten van glorie aan de acties van deze groep protesterende boeren. Ook een ander groep, de tegenstanders van asielopvang, maakt zich herhaaldelijk schuldig aan strafbare feiten en ontregelt vitale infrastructuur. Dat deze groepen niet worden genoemd in de motie is bijzonder. Als het herhaaldelijk plegen van strafbare feiten en het ontregelen van vitale infrastructuur om politieke besluitvorming te beïnvloeden een reden is om een groep te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, dan zouden ook deze twee groepen onderzocht moeten worden. Dat dit niet is gebeurt, is het eigen extremisme verbergen achter een façade waarbij gelijktijdig mensen met andere opvattingen in een kwaad daglicht worden gesteld.

Er is meer. Een kenmerk van extremisme vijandige gedrag in de richting van anders denkende mensen. Als iets de acties van XR niet kenmerkt, dan is het vijandig gedrag in de richting van mensen die er anders over denken. De acties van XR zijn geweldloos en richten zich niet tegen mensen. Iets wat je van de acties van de Farmers Defence Force en tegenstanders van asielopvang niet kunt zeggen.

Je kunt de acties van XR hinderlijk vinden maar je kunt hen niet het recht ontzeggen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Dat recht heeft iedereen. Je kunt hen ook niet het recht ontzeggen om, via de infrastructuur, de openbare orde te ‘ontregelen’. Dat mag want eenieder heeft het recht om te demonstreren. Als daarbij strafbare feiten worden gepleegd dan dient daartegen te worden opgetreden en de plegers moeten dan worden vervolgd. Met deze motie wordt gepoogd om XR monddood te maken en in het verlengde hiervan wordt de vrijheid van ons allen beperkt. Want wat nu ‘realisme’ is, kan morgen als ‘extremisme’ worden gezien.

Dat een een flinke meerderheid, waaronder partijen als de VVD, het CDA en de ChristenUnie een dergelijke motie steunen, maakt duidelijk dat de normen en waarden zoals ze zijn opgenomen in de Grondwet, onder druk staan. En nee, die druk komt niet van XR en ook niet van moslims. Die druk komt van politici die om welke electorale reden dan ook, marchanderen met die normen en waarden en daarmee marchanderen met onze democratische rechtsstaat.

Deze twee voorbeelden laten zien dat de ‘normaliseringsstrategie’ waar de AIVD en NCTV in hun rapport over schrijven al zo ver gevorderd is dat Kamermeerderheden het acceptabel vinden dat er moties worden aangenomen die zaken betogen, om het rapport van de beide organisaties te citeren: “ haaks (staan)op de waarden van onze democratische rechtsorde. Deze waarden vormen de basis van de vrije samenleving waarin mensen met verschillende meningen, geloofsovertuigingen en culturele achtergronden in vrijheid en gelijkheid samenleven.” Moties die rechts-extremistisch gedachtegoed normaliseren. Kamerleden dus die: “onze democratische rechtsorde en haar grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht voor hun anti democratische doeleinden.,” gebruiken. Die: deze democratische middelen in (zetten)om maatschappelijke tegenstellingen op de spits te drijven en verschillende democratische processen te ondermijnen.”2 De rot zit al diep.

1 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 7

2 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 3

Uitgelicht

Zit de VVD in de weg?

We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt, een van de beroemde uitspraken van Albert Einstein. Aan die uitspraak moest ik denken na het lezen van de Binnenhoflezing van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans.

Foto: Marina Noordegraaf. Bron Flickr

Brekelmans wil een krachtig Nederland: “Een land dat mensen veilig houdt, economisch meedoet in de wereld, mensen ruimte en vrijheid geeft, en een democratie heeft die levert.” Daarin speelt het bedrijfsleven een belangrijke rol: “Bij grote issues wordt vaak direct naar de overheid gekeken.” Wel dat ligt toch iets genuanceerder dan dat. Inderdaad wordt er bij grote vraagstukken naar de overheid gekeken. En dat is in onze democratische rechtsstaat niet meer dan terecht. Die overheid is ons grootste samenwerkingsverband en daarmee het belangrijkste en machtigste instrument dat we hebben. Alleen hebben ruim veertig jaar neoliberaal beleid dat instrument verzwakt. Verzwakt door die overheid een steeds kleinere rol te geven in de samenleving en private bedrijven een steeds grotere. De telefonie, de post, het openbaar vervoer, de energievoorziening, de woningbouw, de zorg overal trok de overheid zich terug omdat een uitspraak van de Amerikaanse president Reagan tot algemene neoliberale wet werd verklaard. In zijn eerste inaugurale toespraak sprak Reagan de woorden: “government is not the solution to our problem; government is the problem.” De paar woorden die Reagan ervoor sprak: “In this present crisis,” werden vergeten.

Brekelmans vervolgt met:“Maar wie ontwikkelt de nieuwste drones, medische technologie, huizen voor onze kinderen? Dat zijn ondernemers. Zij nemen de risico’s, investeren en creëren banen.” De bekende (neo)liberale lofzang op het bedrijfsleven als motor van innovatie waarbij tegenwoordig vooral Silicon Valley als voorbeeld wordt gegeven. Helaas is dat, uitzonderingen daargelaten, een vertekend beeld van de werkelijkheid. Of beter gezegd een geromantiseerde met ‘geniale mannen’ (vooral mannen) in de hoofdrol. De basis van het ‘technische’ deel van Silicon Valley is het resultaat van vooral overheidsinvesteringen. Overheidsinvesteringen in vooral defensie en ruimtevaart. Voor wie er meer over wil weten, lees De ondernemende staat van Mariana Mazzucato. Daarin laat ze zien dat de smartphone vol zit met door overheidsinvesteringen ontwikkelde technologie. De innovatie van Apple van Steve Jobs bestond uit twee, of eigenlijk vier zaken. Als eerste die verschillende vindingen bundelen in een klein apparaatje, als tweede de marketingcampagne, als derde het monopoliseren van de toegang tot het apparaat en als laatste het toe-eigenen van de gegevens van de gebruiker. Van die vier waren de laatste geen innovaties. Monopoliseren, marketing en uitbuiting zijn typische kenmerken van het kapitalisme.

Het kapitalisme heeft, zo betoogt Sven Beckert, vier kenmerken. Als eerste: “The reproduction of conditions that allow (…) accumulation to continue,” en dat is niets anders dan monopoliseren en marketing. Als tweede commodificatie, alles tot een product maken en: “one of the first commodities is Labor.” Dat kon in de vorm van slavernij en onze achttiende en begin negentiende eeuwse voorouders zagen ook loonarbeid, de tegenwoordige norm, als een vorm van slavernij. De moderne ‘slavernij’ bestaat uit de toe-eigening van data. Het derde kenmerk is, en dat zal Brekelmans verbazen dat: “Capitalism (…) conceptually unimaginable (is) without the state,” Kapitalisme heeft de staat nodig. Voor een goed voorbeeld daarvan hoeft Brekelmans alleen maar naar China te kijken. De plek waar volgens Brekelmans alle banen naartoe gaan: “Als we luisteren naar de FNV.”

Het vierde kenmerk is dat: “ Capitalism is demarcated by a constant redrawing of the boundaries between the spheres of life seen as subject to capitalist logic and those as outside it. Production and reproduction, economy and polity, human activity and nature.”1 Waarbij het neoliberalisme en het onder de techbro’s populaire libertarisme zo ongeveer het hele leven zien als productie, economie en menselijke activiteit. Brekelmans toont zich een goed leerling met zijn oproep om vijf dagen werken weer de norm te maken want, hij zegt het niet maar zijn hele betoog is er wel van doordrenkt, je leeft immers om te werken.

Brekelmans ziet de overheid als probleem: “Bij al mijn werkbezoeken zeggen ondernemers hetzelfde: we willen groeien, maar de overheid zit in de weg. Met regels, vergunningen, administratie en eindeloze procedures. De overheid als procesfabriek, met het proces belangrijker dan het resultaat. De formulieren zijn ingevuld, maar de banen verdwenen.” Weg met de regels dan maar? Natuurlijk moeten nut en noodzaak van regels goed worden afgewogen. Dat afwegen gebeurt in onze democratische rechtsstaat door de volksvertegenwoordigers. Brekelmans is er daar eentje van net als zijn collega’s in de Tweede- en Eerste Kamer en de leden van provinciale staten en de gemeenteraad. Zij zijn de democratie die moeten leveren. Laat nu Brekelmans partij van de laatste 41 jaar er 34 deel uitmaken van de regering en de VVD is de enige partij die sinds eind 2010 continu deel uitmaakt van de regering en dus de dienst mee uitmaakt bij de overheid.

Brekelmans begint over asiel: “de grootste bron van polarisatie,” volgens Brekelmans en vervolgt met: “Een grote meerderheid wil een lagere asielinstroom, vluchtelingen in de regio opvangen en alleen op uitnodiging naar Europa halen.” Hij vergeet hier voor het gemak dat de overgrote meerderheid van mensen op de vlucht altijd al in de regio worden opgevangen. Hij vervolgt: “Verdragen staan dit in de weg. … Vluchtelingenverdrag en het EVRM stammen uit de jaren vijftig. Door rechterlijke interpretaties is de werking veranderd, zonder dat een parlement daar expliciet voor heeft gekozen. Ik maak geen verwijt aan rechters: zij doen gewoon hun werk. Maar de politiek moet met verdragswijzigingen en wetgeving daarop bijsturen.” Beste meneer Brekelmans, de politiek dat bent u. Dus waar wacht u op als u dit zo graag wilt. Of beter gezegd waarom hebt u dat niet al geregeld? Uw partij heeft van de afgelopen veertig jaar driekwart van de tijd in de regering heeft gezeten.

In zijn hele betoog ontbreekt ook maar enige vorm van zelfreflectie. Zelfreflectie die ook bij zijn partij ontbreekt, zo constateerde ik bij de bespreking van Sterker uit de storm het verkiezingsprogramma waarmee de VVD de laatste parlementsverkiezingen inging. Als de overheid in de weg zit, zou het dan niet zo kunnen zijn dat de VVD in de weg zit? In de weg zit omdat het neoliberale denken waarmee de partij is doordrenkt, aan de basis ligt van de huidige problemen? In de weg zit omdat het de partij ontbreekt aan ook maar enige vorm van zelfreflectie. Om te eindigen met Einstein waarmee ik begon, kun je een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt. En daarbij aanvullend, ook niet met mensen zonder zelfreflectie die het hebben veroorzaakt.

1Sven Beckert, Capitalism. A Global History, pagina 19-21

Uitgelicht

Rechtsstaat voor dummies

“Vijf boeren dreigen hun vergunning én daarmee hun bedrijf kwijt te raken. Dit kabinet heeft de mond vol van de rechtsstaat. Maar het eigendomsrecht van ondernemers hoort daar óók bij.” Aldus Mona Keijzer in een bericht op LinkedIn. Keijzer is niet de eerste die zich in dergelijke bewoordingen uitspreekt. Op het medium waar ik dit las, heb ik al veel soortgelijke uitspraken gezien. Keijzer is vast ook niet de laatste. Keijzer is Kamerlid en heeft Nederlands recht gestudeerd. Zij zou beter moeten weten.

Bron: loomahat.com

Ze zou beter moeten weten, omdat ze met deze drie zinnen een verkeerd beeld van de werkelijkheid schetst. Ze zou moeten weten dat een vergunning een door de overheid gegeven toestemming is om een bepaalde activiteit te mogen uitvoeren. Het geeft de vergunninghouder het recht tot iets. In het geval van de vijf boeren waar Keijzer over spreekt, het houden van kippen. Een vergunning is geen eigendom van de vergunninghouder, zoals Keijzer lijkt te suggereren. Ze is eigendom van de overheid die ze heeft afgegeven. Die heeft de vergunninghouders toestemming gegeven om een bepaalde activiteit uit te voeren.

Ze zou moeten weten dat vergunningen ingetrokken kunnen worden. Dat kan als de houder van de vergunning er structureel een potje van maakt en zich niet aan de voorwaarden houdt. De overheid zal dan eerst waarschuwen, vervolgens handhavend optreden, boetes opleggen en als de overtredingen aan blijven houden dan kan de vergunning worden ingetrokken. Dat kan ook als het maatschappelijk belang verandert. Als voortschrijdend inzicht duidelijk maakt dat een bepaalde vergunde activiteit schadelijk is voor mens en natuur, bijvoorbeeld het gebruik van een bepaalde stof of de lozing van een stof in het oppervlaktewater, dan is dat een reden en aanleiding om vergunningen in te trekken. Dus ja, ook de vergunningen van de vijf boeren kunnen worden ingetrokken als nieuwe opvattingen over de wenselijkheid van zaken daartoe aanleiding geven. Dit geheel binnen de kaders van de rechtsstaat. Dat zou Keijzer moeten weten.

Dat weet de in het Nederlands recht opgeleide Keijzer waarschijnlijk ook en dat is nog wel het meest schadelijke van die paar zinnen. Natuurlijk mag je het om inhoudelijke redenen belachelijk vinden dat de vergunningen van die vijf boeren wellicht worden ingetrokken. Dat kan en mag, maar kom dan wel met inhoudelijke argumenten waarom je het belachelijk vindt. Met haar woorden schetst Keijzer bewust een beeld van een min of meer corrupte overheid die eigendommen van mensen steelt. Ze wakkert wantrouwen in de overheid aan en dat als Kamerlid van het hoogste orgaan van die overheid. Als er iets de bijl aan de wortel van onze democratische rechtsstaat zet, dan is het dergelijk handelen van Kamerleden.

Uitgelicht

Don Quixote en asiel

Aan het begin van de zeventiende eeuw schreef Miguel de Cervantes zijn bekende boek over de dolende edelman Don Quixote de la Mancha.1 Don Quixote ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken (op dit punt doolde hij wellicht niet) en windmolens voor reuzen. Ik moest aan dit verhaal denken toen ik in de NRC las dat de Nederlandse regering samen met de regeringen van Duitsland en Denemarken gesprekken voert met Rwanda om daar een terugkeerhub voor uitgeprocedeerde asielzoekers te realiseren.

Asielmigratie is de door de rechterkant van het politieke spectrum tot mythische en reusachtige proporties opgeblazen windmolen. In 2025 deden zo’n 600.000 mensen een eerste asielaanvraag in Europa. Op het hoogtepunt van de burgeroorlog in Syrië in 2015 waren dat er bijna 1,3 miljoen. Die 600.000 in 2025 betekent dat er op iedere 1.000 inwoners van Europa 1,3 asielzoeker binnenkomt. Een jaar eerder, in 2024 vroegen zo’n miljoen mensen asiel aan. Dat is iets meer dan een zesde deel van het totaal aantal immigranten naar de Europese Unie in dat jaar. Als immigranten het probleem zijn waarom dan alle aandacht op die tot mythische proporties opgeblazen asielwindmolen en wordt die net geen vijf zesde ongemoeid gelaten? Als immigratie al een probleem is want iedereen die met een beetje verstand van demografie naar de bevolkingspiramide van de Europese Unie kijkt, ziet dat bevolkingskrimp in de nabije toekomst in het verschiet ligt. Er zijn al landen waar die krimp een feit is. Sterker nog de bevolking van de Europese Unie groeide vorig jaar met 1,7 miljoen mensen. Zonder de asielzoekers en immigranten was er sprake van krimp.

De trend om de asielzoekers terug te duwen is al een oude. Een van mijn eerste prikker heeft als titel Opvang in de regio en handelde over het plan van toenmalige VVD-Kamerlid Malik Azmani om ‘vluchtelingen in de regio op te vangen.’ Dat ‘de regio’ als het overgrote deel van de vluchtelingen opving, liet hij even buiten beschouwing. Al snel werd dit gevolgd door het sluiten van ‘deals’ met ‘veilige landen’. Landen die door de EU werden betaald om vluchtelingen tegen te houden. Dat de EU hiermee chantabel werd, werd op de koop toegenomen en dat die ‘veilige landen’ het niet zo nauw namen met mensenrechten en niet zo veilig blijken te zijn, hoeft geen bezwaar te zijn. Om de Don Quixote analogie door te trekken, de herbergen werden verkocht als kastelen. En met dat verkopen wordt nu nog een stapje verder gegaan. Rwanda, een totalitaire dictatuur die onrust stookt in buurland Congo moet aan de rij met ‘kastelen’ worden toegevoegd.

Bij het opblazen van die windmolen en het verkopen van die herbergen als kastelen wordt vaak het argument gebruikt dat ‘het verdienmodel van gewetenloze mensenhandelaren die mensen uitbuiten en in de Middellandse zee laten verzuipen moet worden aangepakt.’ Toch bijzonder dat de Europese Unie zich voor het succes en falen afhankelijk maakt van gewetenloze dictators en autocraten. Die krijgen een prachtig ‘verdienmodel’ in de schoot geworpen. Met fraaie redeneringen verkopen de voorstanders van terugkeerhubs zaken die vloeken met de geest en langs de randen schuren van de Nederlandse wet- en regelgeving. Zo stelt artikel 273f van het Wetboek van strafrecht dat je schuldig bent aan mensenhandel als je: “een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen.” Het oogmerk van de hubs is niet ‘uitbuiting of verwijdering van organen’, maar er is geen garantie dat de naar Rwanda gedeporteerde mensen daar niet het slachtoffer van worden. Wel wordt er misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van mensen en geeft de Nederlandse overheid de controle die zij over de een asielzoeker heeft, over aan een ander, in dit geval de Rwandese overheid.

Don Quixote zag geestelijken voor schurken aan, goed voor kwaad zo suggereert het verhaal. Nu laat de vroeg zestiende-eeuwse werkelijkheid zien dat die goede geestelijken in aflaten handelden en het van hoog (paus Leo X) tot laag met de regels die ze zelf verkondigden, niet zo nauw namen. Hier zag Don Quixote het dus eigenlijk goed. Nu wordt dit ‘terugkeerhub beleid’ geïnitieerd en uitgevoerd door partijen die met mooie woorden hun ‘liberale’ en ‘christelijke’ principes verkondigen. Die zich ‘geestelijk’ voordoen maar zich schurkachtig gedragen.

1 De originele titel van het boek luidt: El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha

Uitgelicht

Indruk maken op Poetin

“Poetin is niet onder de indruk van een natuurpark. We zien wat er gebeurt in Oekraïne en we willen dat onze mensen paraat kunnen staan voor uw en mijn veiligheid.” met die woorden verdedigt minister van defensie Yesilgöz de plannen om het leger meer ruimte te geven. Letterlijk meer ruimte maar ook figuurlijk door defensie de vrijheid te geven om regels ruimer te interpreteren of zich er niet aan te houden. Moet er indruk worden gemaakt op Poetin?

Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Een Rule of Law rechtsstaat beschermt de burger tegen de overheid. Een krijgsmacht waarvoor net iets andere regels gelden, waarvoor regels worden verbogen is de nagel aan de doodskist van een rule by law rechtsstaat. Het is een vorm van capituleren. Dit even terzijde. Op naar ‘indruk maken”.

Dat indruk maken wil de minister gaan doen door onder andere een grote kazerne te bouwen in Zeewolde en door straaljagers te laten vliegen vanaf vliegveld Lelystad. Dat maakt indruk of toch niet? Beide locaties liggen in de IJsselmeerpolder een gebied dat enkele meters onder de huidige zeespiegel ligt en laat die spiegel door opwarming van de Aarde nu juist stijgen. De belangrijkste beveiliging van allebei de locaties wordt gevormd door de dijk die de polder omsluit en die vrij makkelijk te saboteren is. Iets wat ook opgaat voor het munitiedepot dat aan de Waddenkust op de grens van Groningen en Friesland moet komen. Met een snelle eerste aanval of via een sabotage actie kan daarmee al een flink deel van de Nederlandse verdedigingscapaciteit worden lamgelegd. Dat maakt indruk.

Yesilgöz:“Wij hebben echt minder regeldruk nodig. Anders blijven we onze mensen naar het buitenland sturen om te oefenen, bijvoorbeeld naar Duitsland, waar ze die ruimte wel hebben.” ‘Naar Duitsland gaan’ om te oefenen of liever nog verder naar het oosten, is dat niet wat er moet gebeuren om indruk te maken op Poetin? Als ‘de Russen’ komen, dan moeten ze, voordat ze in Nederland zijn, eerst door Duitsland en Polen. Ik neem toch aan dat Nederland Polen te hulp schiet als ‘de Russen’ werkelijk besluiten om dat land binnen te vallen. Te hulp schiet door de soldaten vanuit die kazerne in Zeewolde naar Polen te sturen. Als je dan toch moet oefenen met het aanleggen van loopgraven omdat we: “Opeens (…) in Oekraïne (zien) dat het volop wordt gebruikt,” dan lijkt het mij slim om dat daar te ‘oefenen’ waar je ‘de Russen’ wilt stoppen en mij lijkt dat aan de Oostgrens van de Europese Unie.

Nu ik het toch over de Europese Unie heb, als het werkelijk gaat om indruk maken op Poetin, zou het omvormen van de 27 nationale legers van de landen van de EU tot één Europese krijgsmacht niet veel indrukwekkender zijn? Sterker nog, daar zouden ook de Verenigde Staten en China van onder de indruk zijn. Zou minister Yesilgöz daar niet ‘al haar tijd’ aan moeten besteden in plaats van ‘dag en nacht’ bezig te zijn met migratie zoals ze zich deze week in een uitzending van Goedenavond Nederland liet ontvallen.

Een vraag van een heel ander kaliber is: moeten we ‘indruk maken op Poetin’? Met welk doel? Om te voorkomen dat ‘de Russen’ ons land binnenvallen? Daarvoor hoeven we het echt niet te doen. ‘De Russen’ laten nu al vijf jaar zien dat ze niet in staat zijn om ook maar iets klaar te spelen behalve dan het zaaien van dood en verderf via raketten. Hun leger staat al sinds het najaar van 2021 vast op dezelfde plek en heeft steeds meer moeite om de verliezen aan te vullen en dat moet worden opgelost met twintig- tot dertigduizend Noord-Koreaanse soldaten. Dit ondanks het gegeven dat de Russische economie is omgebouwd tot een oorlogseconomie. Moeten we dat vrezen? Moeten we daarvoor de bijl zetten aan een van de wortels van onze democratische rechtsstaat?

Moeten we een land vrezen en zelfs zijn zin geven zoals filosoof Jelle van Baardewijk in een andere aflevering van Goedenavond Nederland adviseerde. Onder het mom van een diplomatieke oplossing en ‘ons verplaatsen in het gevoel van onveiligheid van de Russen’ stelt hij voor om Poetin in alles zijn zin te geven. Nu is inleven in het gevoel van een ander niet verkeerd want dat kan een aanleiding zijn voor een gesprek, voor diplomatie maar dan eentje waarbij je niet met de spreekwoordelijke pootjes in de lucht gaat liggen voordat er een woord is gesproken.

In dat gesprek mag dan van de ander worden gevraagd om zich ook in jouw gevoelens te verplaatsen. Als de ander daartoe bereid is dan kan er naar een oplossing worden gezocht die meer is dan de ‘eenzijdige capitulatie’ die Van Baardewijk voorstelt. Dan kan er worden gesproken over de wereld na de oorlog. Over de relatie tussen Oekraïne en Rusland na de oorlog maar ook over de relatie tussen de Europese Unie en Rusland na de oorlog. En als onze minister van defensie niet ‘dag en nacht’ bezig was met migratie, dan zou ze daar samen met haar collega van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen een visie op kunnen ontwikkelen. Liefst samen met hun Europese collega’s. Een visie waarin niet de belangen van regeringen en bedrijven centraal staat, maar de belangen van mensen. Mensen in Europa én mensen in Rusland. Het wordt hoog tijd dat daar eens over wordt nagedacht. Want wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog zal een gigantische opgave zijn. Als je vrede wil moet je je in tegenstelling tot het bekende gezegde1, niet op oorlog voorbereiden maar op vrede. Maar ja, zolang onze minister van Defensie ‘dag en nacht’ bezig is met migratie ontbreekt de tijd om echte problemen op te lossen.

1Si vis pacem parra bellum

Uitgelicht

Terreur in Engelen

“Wat een lelijk vandalisme in Engelen. Samenleven is een van de kernwaarden van Nederland. Verschillende meningen mogen daarbinnen bestaan, daarover gaan we met elkaar in gesprek. Voor het intimideren van mensen die zich inzetten voor mensen die zijn gevlucht voor oorlog is geen enkele rechtvaardiging.” De reactie van minister-president Jetten op de bekladding van huizen van mensen in het Brabantse dorp Engelen. Inwoners die geen bezwaar hebben tegen de komst van 50 minderjarige asielzoekers. Mijn broek viel af van deze reactie.

Even voor premier Jetten. Vandalisme heeft twee betekenissen. De eerste is ‘barbaarse vernielzucht, oorspronkelijk vooral met betrekking tot cultuurgoederen’. De tweede is “zinloze, grove vernielzucht, baldadig vernielen van publiek eigendom, auto’s, winkelvensters enzovoorts’. De bekladding en vernielingen waren zinloos en barbaars. Dus er was sprake van vandalisme. Waarom viel dan toch mijn broek af?

Mijn broek viel af omdat er geen sprake was van ‘zinloze vernielzucht’. De daders hebben een doel met hun daden, ze hebben iets in de zin en dus is hun daad niet zinloos. De ‘zin’ van hun daad was om mensen angst aan te jagen. Mensen die het niet men hen eens zijn. Hier is sprake van ‘georganiseerde geweldpleging met een politiek doel om een deel van de bevolking angst aan te jagen’, het is een ‘bedreiging van personen in fysiek, psychisch en materieel opzicht’. Laat dat nu precies de betekenissen zijn van TERREUR. De plegers maken zich schuldig aan terreur, ze bedienen zich van terrorisme.

Terrorisme dus en de enige reactie van het Nederlandse kabinet is dit Twitterbericht van onze premier. Nog stiller is het vanuit de drie regeringspartijen. Echt bijzonder maakten de PVV- en FvD-fracties van Den Bosch, waar Engelen toe behoort. Beide partijen weigerden een verklaring te ondertekenen die, om de woorden van de verklaring die alle andere Bossche partijen wel hebben ondertekend te gebruiken: “het vandalisme dat afgelopen nacht in Engelen heeft plaatsgevonden,” veroordeelt en vervolgt met de woorden: “Het intimideren van inwoners heeft geen plaats in onze democratische samenleving.” De beide partijen wilden geen verklaring geven voor hun weigering. De enige conclusie die hieruit is te trekken is dat deze beide partijen terreur een legitiem politiek wapen vinden.

Dit staat in zeer, zeer, zeer schril contrast met de reacties vanuit politiek rechts en de regeringspartijen op de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta alwaar naar schatting 50.000 mensen zwemmend vanuit Marokko een kaartje naar Europa probeerden te krijgen. Een situatie die door de Spaanse regering snel werd opgelost. Vanuit de regeringspartijen werd Spanje opgeroepen om de grenzen te bewaken. JA21 wilde weten hoe het kabinet gaat voorkomen dat deze mensen naar Nederland komen. PVV-leider Wilders wilde onmiddellijk de Nederlandse grenzen sluiten en moest er een spoeddebat komen. Paniek alom.

Binnenlandse terreur wordt stilgezwegen: geen spoeddebat, geen zware woorden vanuit politiek rechts en de regeringspartijen. Een miserabel Twitterberichtje van de minister-president en geen verzoek om een spoeddebat terwijl daar toch alle aanleiding voor is want hier wordt de bijl aan onze democratische rechtsstaat gezet. Een gebeurtenis in Spanje en dezelfde personen staan op de achterste poten en een verzoek om een spoeddebat kreeg net niet voldoende steun.

De enige vergelijking die bij mij te binnen schiet is het kabinet als het orkest op de Titanic.

Uitgelicht

Kritiek op Israël en antisemitisme

“Nooit meer is geen slogan voor monumenten. Het is een opdracht voor vandaag. Sta op, spreek je uit!” Met die woorden eindigt een artikel van Gideon van der Sluis, zoon van een joodse onderduiker zoals hij zichzelf introduceert, op de site Opiniez. Waar we volgens Van der Sluis tegen op moeten staan is tegen Frans Timmermans. Die heeft zich, zo betoogt Van der Sluis Antisemitisch uitgelaten. Hij verbaast zich erover dat het “oorverdovend stil’ blijft na Timmermans’ uitspraak. Niet bij: “ Timmermans’ politieke tegenstanders, die stonden voorspelbaar klaar.” Nee bij Timmermans’ achterban en dan bedoelt Van der Sluis; “mediapersoonlijkheden, opiniemakers en influencers uit het linkse en het brede midden. Uit de hoek waar mijn vader zich thuisvoelde.” Laat ik al vast beginnen met te bevestigen dat ‘nooit meer’ geen slogan moet zijn voor op monumenten, maar dat het een opdracht is en dat iemand in deze affaire zich aan die opdracht houdt.

De ‘Gele lijn’ in Gaza. Bron: wikipedia

Wat heeft Timmermans gezegd? Als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) hem goed heeft geciteerd dan is dat, zo lees ik bij het artikel van Van der Sluis het volgende: “In het Midden-Oosten wordt momenteel een heel volk uitgeroeid. We kijken ernaar en we zwijgen terwijl de Palestijnen letterlijk de zee in worden gedreven – en erger. De redenering van rechts en extreem rechts in Israël: wij joden kunnen alleen maar overleven als de Palestijnen weg zijn. Dat is exact dezelfde redenering als die van de nazi’s destijds: wij – het Duitse volk , het Arische ras – kunnen alleen maar overleven als de joden weg zijn. Dat vind ik ronduit verbijsterend. Hun grootouders en overgrootouders is in de nazitijd iets verschrikkelijks overkomen: de Holocaust, waarbij ze werden vernietigd, en nu doen zij precies hetzelfde met een ander volk. Ik ben nog beladen met de geschiedenis, maar mijn kinderen snappen hier helemaal niks van. Zij zeggen: ‘Hoezo het bestaansrecht van Israël staat op het spel? Je kunt uit het bestaansrecht van een volk toch niet afleiden dat het een ander volk mag uitroeien?’”

Dit was dus tegen het zere been van Van der Sluis en niet alleen zijn been. Ook tegen het been van het Centraal Joods Overleg (CJO). Volgens deze organisatie is dit: “geen kritiek op beleid meer, maar is het op één lijn stellen van de Joodse staat met het naziregime, en van Joden met de daders van de Holocaust. Wij noemen dat ontoelaatbaar en antisemitisch.” Want: “Het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland, en het verwijt aan Joden dat zij de misdaden van de nazi’s herhalen, staan allebei genoemd in de internationale werkdefinitie van antisemitisme van de IHRA. Nederland heeft die definitie onderschreven.”

Even vooraf. Wat in alle verwijten aan Timmermans door elkaar loopt en voor velen in elkaar overloopt is het jodendom en de staat Israël. Trouwens niet alleen in dit geval. Dat speelt altijd op als er kritiek wordt geleverd op de staat Israël en vooral haar handelen. En dat speelt ook het IHRA en haar definitie parten.

Dan nu naar antisemitisme. Volgens de definitie van het IHRA waarnaar het CJO verwijst is antisemitisme: “een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” In Timmermans woorden is geen onvertogen woord over joden te ontdekken. Hij spreekt over rechts en extreemrechts in Israël, de stromingen die het nu in Israël voor het zeggen hebben.

Als dit de hele definitie was dan was de kous al af. Het wordt problematisch als de IHRA gaat toelichten en voorbeelden geeft. Een voorbeeld van antisemitisme dat niet wordt gegeven en op geen enkele manier in de definitie is te herkennen maar dat volgens het CJO wel antisemitisch is en waaraan Timmermans zich schuldig zou maken, is het joden ervan beschuldigen dat ze de misdaden van de nazi’s herhalen.

De definitie van het IHRA wordt fluïde als ze voorbeelden geeft van antisemitisme: “Er is bijvoorbeeld sprake van een uiting van antisemitisme wanneer de Staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven, in het vizier wordt genomen. Let wel: een kritische houding tegenover Israël die vergelijkbaar is met de kritiek die wordt geuit tegen gelijk welke andere staat, is niet als antisemitisch te bestempelen.” Timmermans neemt, zoals gezegd rechts en extreemrechts Israël op de korrel en doet dat niet vanwege hun joods zijn maar vanwege de ideeën die ze uitdragen en in de praktijk brengen. Hij neemt een kritische houding tegenover rechts en extreem rechts in Israël aan en die kritische houding is meer dan terecht. Dat die stromingen de regering vormen, doet daar niets aan af. Deze kritische houding is meer dan terecht omdat deze stromingen het kleineren, terroriseren, vermoorden en verdrijven van Palestijnen aanmoedigen en toejuichen en als deelnemers in de Israëlische regering ondersteunen en bedrijven. Hun doel is de Palestijnen te verjagen omdat dit in hun ogen voor het overleven van Israël noodzakelijk is. Precies zoals Timmermans het beschrijft. Een manier van denken en handelen die ook in nazi-Duitsland opgeld deed maar dan met andere slachtoffers, daders en methoden maar met eenzelfde onderliggende redenering.

Sinds het opstellen van die definitie in 2016 is er iets bijzonders gebeurd. In 2018 heeft Israël haar basiswet gewijzigd. Die basiswet is te vergelijken met een grondwet. Sinds dat jaar definieert Israël zich als joodse staat en het ‘historische thuisland van het joodse volk’. Ze benoemde zichzelf, om de woorden van het IHRA te gebruiken tot ‘een joods collectief gegeven’ en wordt volgens dit voorbeeld iedere kritiek op Israël antisemitisme en die kaart speelt de Israëlische regering grif uit.

Dat wordt nog versterkt als het IHRA spreekt over gedaanten die antisemitisme kan aannemen en er voorbeelden worden genoemd. Een van die voorbeelden luidt: “Het huidige beleid van Israël vergelijken met het beleid van de nazi’s.” Op basis van dit voorbeeld zou Timmermans antisemitisme bedrijven. Toch bijzonder dat voor ieder ander land een dergelijke vergelijking gemaakt mag worden, maar niet voor Israël. Israël krijgt zo een status aparte. Het wordt zo het enige land dat nazi-praktijken mag bedrijven zonder dat die als zodanig benoemd mogen worden. Dat is meten met twee maten. Over meten met twee maten gesproken. Ook dat kan antisemitisme zijn als: “van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.” Terecht dat van Israël geen ander gedrag wordt geëist dan van andere staten. Staten moeten hetzelfde worden behandeld. Dit verhoudt zich niet tot de hierboven genoemde status aparte. Gelijk behandelen betekent ook altijd gelijk behandelen.

Het CJO gaat verder en daarmee kom ik bij de ’nooit meer als opdracht voor vandaag’ waarmee Van der Sluis afsluit: “Wat Timmermans met deze uitspraak doet gaat nog verder. Hij ontkent de Holocaust niet, maar doet iets anders: door te stellen dat het “exact dezelfde redenering” is, plaatst hij het mechanisme van de Holocaust op één lijn met het handelen van de Joodse staat. Daarmee verkleint hij de systematische, industriële vernietigingsintentie van de nazi’s en holt hij de morele en historische uniciteit van de Shoah uit. Hij minimaliseert de Holocaust schromelijk.” Timmermans signaleert een denkwijze en redenering bij rechts en extreemrechts in Israël die gelijk is aan de redenering van de nazi’s. Met die constatering doet hij niets af aan de Holocaust noch minimaliseert hij de vernietigingspraktijken van de nazi’s. We weten nu welke denkwijze en redenering tot grote ellende leidt. Als die denkwijze en redenering wordt herkent dan is dat reden voor alarm. Zeker bij iedereen die ‘nooit meer als opdracht voor vandaag ziet’. Timmermans luidt hier de noodklok omdat hij constateert dat rechts en extreemrechts die in Israël aan de macht zijn, denkwijze en redenering van de nazi’s hanteren. En zo op het eerste, en ook het tweede, gezicht heeft hij goede gronden voor het luiden van die bel. De Holocaust was niet het begin van de ellende, dat was de denkwijze en redenering van de nazi’s. De vernietiging volgde veel later.

Het enige verwijt dat je Timmermans kunt maken is dat hij rijkelijk laat is met het luiden van de alarmbel. Rechts en extreem rechts in Israël is al een heel eind op streek met het verjagen, verdrijven en vermoorden van Palestijnen. Toen hij nog Kamerlid en fractieleider van GroenLinks-PvdA was had zijn bel luider geklonken. Timmermans staat daarmee in een Nederlandse traditie van staatslieden die na hun actieve carrière ineens het licht zien en zich inzetten voor zaken die ze als politicus liever lieten lopen.

Uitgelicht

Moderne Luther gezocht

In 1517 timmerde Maarten Luther zijn beroemd geworden 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg. Ik moest hieraan denken toen ik las dat Trump: “zijn bedrijf en zijn familieleden worden „voor eeuwig” van vervolging om of onderzoek naar hun belastingaangiftes „bevrijd, ontslagen, gekwiteerd en gevrijwaard”.” Aan Luther en aan Let’s go crazy van de helaas te vroeg gestorven Prince.

Bron: archive.org

Let’s go crazy heeft een begin dat aan een preek doet denken: “Dearly beloved. We are gathered here today. To get through this thing called – life .” Of Luther op dezelfde manier een preek begon, weet ik niet. Dat is ook niet de reden dat ik aan deze song moest denken. Ik moest eraan denken vanwege wat erop volgt: “Electric word, life. It means forever and that’s a mighty long time.” Voor die mighty long time heeft Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie een ‘aflaat’ gegeven. En met die aflaat kom ik bij Luther. Maar voordat ik verder ga over Luther, eerst het vervolg van de song want, zo vervolgt Prince: “I’m here to tell you. There’s something else
The afterworld. A world of neverending happiness. You can always see the sun, day or night.”
Een soort hemel dus.

Luther dus. Hij timmerde zijn stelling op de kerkdeur en daarmee begon de Reformatie. Een scheuring in de katholieke kerk met als gevolg ongeveer tweehonderd jaar van godsdienstoorlogen in Europa. Luther ergerde zich mateloos aan het werk van de dominicaanse priester en handelaar in aflaten Johann Tetzel. Een aflaat werd, zo schrijft historica Barbara Tuchman in haar boek: “oorspronkelijk geschonken als kwijtschelding van alle of een deel van de goede werken die van een zondaar werden gevraagd om te voldoen aan de boete die hem door zijn priester was opgelegd.” Werd het: “geleidelijk beschouwd als een kwijtschelding van schuld van de zonde zelf. “ Dat was al tegen het zere been van de puristen maar het werd nog erger, want: “nog laakbaarder was de commerciële verkoop van een geestelijke genade. De genade werd ooit verleend in ruil voor godvruchtige giften voor kerkherstel, ziekenhuizen, losgeld voor gevangenen van de Turken en andere goede werken was uitgegroeid tot een uitgebreide handel.” Voor Rome een lucratieve handel want:“Van de ontvangst ging gewoonlijk de helft of een derde naar Rome en de rest naar de plaatselijke geestelijkheid, onder aftrek van verscheidene percentages voor de vertegenwoordigers en aflatenhandelaren die de concessies bezaten.” Een soort ‘aandelenhandel’ avant la lettre. En het werd helemaal bijzonder: “ Toen aflatenhandelaren het geloof toelieten – hoewel dat nooit duidelijk door pausen werd uitgesproken – dat aflaten toekomstige zonden, die nog niet waren begaan, konden vergeven.”1 Met voldoende geld kon je zo je plekje in de hemel kopen. Je kon zondig leven maar met de aflaat had je een, om een monopoly metafoor te gebruiken, ‘verlaat de hel zonder te branden’ kaartje.

Luther ergerde zich hieraan en aan de praalzucht van de pausen. De kroning van Giovanni dei Medici tot paus Leo X in 1513 was hiervan het meest recente en beste voorbeeld. Leo’s: “kroningsprocessie (…) was het opperste renaissancefeest,” aldus Barbara Tuchman: “ Het bracht tot uitdrukking wat de Heilige Stoel inhield voor de bekleder van het laatste onverdeelde pausschap – een voetstuk om de aardse schoonheden en verrukkingen uit te stallen en een triomf van pracht en ere aan een Medici-paus.” En waar bestond dat uit? “Zo’n duizend kunstenaars versierden de route met bogen, altaren, beeldhouwwerk en guirlandes van bloemen. Elke groep in de processie – prelaten, wereldlijke edelen, afgezanten, kardinalen met hun gevolg en buitenlandse dignitarissen – was rijker en schitterender gekleed dan ooit tevoren, de geestelijken even prachtig als de leken. Boven hen golfde een symfonie van banieren die de kerkelijke en vorstelijke wapens ten toon spreidden. Honderdtwaalf stalmeesters begeleidden twee bij twee, in rode zijde en hermelijn de zwetende maar gelukkige Leo op zijn witte paard. Er waren vier dragers nodig om zijn mijters, tiara’s en rijksappels voor iedereen zichtbaar te dragen. Cavalerie en voetsoldaten maakten de parade nog langer. Pauselijke kamerheren toonden de vrijgevigheid van de Medici’s door gouden munten tussen de toeschouwers te gooien. De kroning werd besloten met een banket in het Lateraan en een processie in omgekeerde richting die verlicht werd door fakkels en vuurwerk. De viering kostte 100.000 dukaten.”2 En daarmee hield het niet op. De verfraaiing van de Sint Pieter, het huwelijk van zijn broer, een monument ter ere van zichzelf in Florence en nog veel meer pracht en praal. Het was een gouden eeuw voor de Italiaanse kunstenaars zoals Rafaël en Michelangelo.

Nu zit er een president in het Witte Huis die zichzelf al als goed kandidaat zag voor het pausschap. Die in een plaatje liet zien dat hij ook de baan van God ambieerde. Die president geeft zich nu een ‘aflaat ‘ voor zijn zonden uit het verleden en de eventuele zonden die hij, zijn bedrijven en familieleden voor eeuwig vrijwaart van controles door de belastingdienst. Een president die ‘aflaten’ verkoopt aan al wie maar een flinke duit in zijn kas wil storten en die een bijdrage wil leveren aan zijn ‘balzaal’ van pauselijke proporties.

Bij dit alles moeten de Amerikanen en vooral de Republikeinen onder hen zich toch eens de vraag stellen die Prince in Let’s go crazy aanstipt: “So when you call up that shrink in Beverly Hills. You know the one, Dr. Everything’ll-be-alright. Instead of asking him how much of your time is left. Ask him how much of your mind, baby.” Hoeveel van hun verstandelijke vermogens hebben ze nog dat ze zoiets laten passeren. Van Trump hoeven we ons dat niet af te vragen. Die heeft verstand noch geweten. Wie van hen wordt de moderne Luther?

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 128

2Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 118-119

Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

Uitgelicht

Het kan wel!

Een Euro kun je maar een keer uitgeven. Dan ben je hem kwijt en als het goed is heb je er iets voor teruggekregen. Sinds begin maart roepen politici in Den Haag om verlaging van benzineaccijnzen of maximum prijzen. Of een noodfonds voor mensen die de energierekening niet meer kunnen betalen. “Voor premier Rob Jetten betekent het een abrupte overgang van ‘het kan wel’ naar ‘het kan misschien toch niet’. Bij aanvang zei hij ‘te willen gaan bouwen aan vooruitgang’,” schrijven Caspar Thomas en Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer. Immers: “Een recessie zou betekenen dat de regering-Jetten eerst – en misschien wel enkel – een heel wat minder aangename opdracht wacht: klappen opvangen en steunberen plaatsen.” Zou het? Of zijn er mogelijkheden om juist wel een vooruitgang te bouwen dit geheel conform het adagium ‘never waste a good crisis”? Kun je de ‘steunberen’ niet zo plaatsen dat je bouwt aan vooruitgang?

Met het verlagen van accijnzen, minimumprijzen en noodfondsen om de energierekening te betalen plaats je steunberen op de verkeerde plaatsen. Met dergelijke ‘steunberen’ vergemakkelijk je het gebruik van fossiele brandstoffen. Stimulering die weer tot hogere prijzen leidt waardoor er nog meer ‘steun’ nodig is. Daarmee ondersteun je een gebouw dat hoognodig grondig gerenoveerd moet worden. Een renovatie waarbij de fundering van het erop staande gebouw moet worden aangepast.

Onze samenleving drijft op energie en dat is nu nog voor een belangrijk deel fossiele energie en dat is onhoudbaar. Onhoudbaar omdat het gebruik van fossiele energie bijdraagt aan de opwarming van het klimaat. En als je daar niet in gelooft, het is ook onhoudbaar omdat het ons afhankelijk maakt van andere landen met dubieuze regimes. Landen die ons ermee kunnen chanteren. Er zijn goede, schone alternatieven die ons ook nog eens onafhankelijk maken van landen met dubieuze regimes. Een fonds dat de ontwikkeling naar deze alternatieven versnelt, zou een goede steunbeer zijn. Zeker als daarbij ook wordt ingezet op energiebesparende maatregelen zoals isolatie van woningen en energieneutraal bouwen van nieuwe woningen.

‘Maar,’ zo hoor ik je nu denken: ‘dat is voor de wat langere termijn, op de korte termijn kan ik de rekening niet betalen.’ Dat klopt en daarom moet er ook voor die korte termijn wat gebeuren. ‘Dus toch iets met prijzen en een energiearmoedefonds’? Nee, niets met prijzen en energiearmoedefondsen. Er is in Nederland geen sprake van energiearmoede, net zoals er geen sprake is van menstruatiearmoede, hongerarmoede of welke …armoede dan ook. Er is voor een deel van de bevolking sprake van te weinig geld om deze zaken te betalen. Te weinig geld omdat het sociaal minimum te laag is. Dat moet structureel worden verhoogd tot een niveau dat je ervan kunt leven. Als dat betekent dat de hele onderkant van het loongebouw omhoog moet, dan ook dat. Beter echter dan dat, is die sociaal minimum van voldoende niveau aan iedereen uit te keren als een basisinkomen. Dit zorgt voor steun op de korte termijn. Steun op een eenvoudig uit te voeren manier die bovendien allerlei andere uitkeringen en inkomensondersteuningen voor minima overbodig maakt en dus flink bespaart op de uitvoeringskosten van onze sociale zekerheid. Of, en dat zou niet verkeerd zijn en dus een volgende steunbeer’, die bespaarde kosten worden ingezet om de uitvoering door de overheid op ander plekken te versterken. Te versterken door, zoals Catherine de Vries in haar boek De symfonie van onvrede schrijft, de overheid om te vormen tot een nabije overheid: “smal aan de voorkant, breed aan de achterkant.” Een smalle voorkant die bestaat uit: “iemand (die) je aankijkt, of een huisarts die tijd heeft om te luisteren. … Daar moeten de lijnen kort zijn, moet de toon menselijk, de drempel laag. Daarachter mag de backoffice groot zijn.”1

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken: ‘dan profiteert ook de directeur met een vet inkomen, want die krijgt dan ook dat basisinkomen’. En ja dat klopt. Ook die krijgt dat basisinkomen. Maar die krijgt ook iets anders en dat is een belastingaanslag. Want tegelijk met het invoeren van dat basisinkomen passen we het systeem van inkomstenbelastingen aan. En wel zo dat het met een laag tarief begint maar vervolgens sterk progressief oploopt en eindigt met uiteindelijk een tarief van bijvoorbeeld 95% voor inkomens boven de twee ton en dus voor die directeur met het vette inkomen. Enne, bij het inkomen worden ook inkomsten uit vermogen meegeteld. Die worden tegen hetzelfde tarief belast.

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken; ‘hoge belastingen zijn slecht voor de economie. Die remmen de economische groei.’ Nee, dat klopt niet zo laten de dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zien. Die combineerden hoge inkomstenbelastingen met flinke economische groei en toenemende welvaart. In Nederland werd toen tot 73% belasting geheven op inkomen en in de Verenigde Staten 95% en het Verenigd Koninkrijk tot wel 97%.

Met deze steunberen versnellen we de transformatie van onze energiehuishouding en steunen we de mensen die het nodig hebben. Bijkomend voordeel is dat er iets wordt gedaan aan de inkomensongelijkheid. Het is niet meer aantrekkelijk om een CEO een salaris van vele miljoenen toe te kennen omdat het gros van die miljoenen als belasting worden afgedragen. Ook wordt het uitkeren van dividend en het opkopen van eigen aandelen minder aantrekkelijk omdat het extra inkomen dat de ontvanger van het dividend of de verkoper van het aandeel hierdoor ontvangt, via de inkomstenbelasting wordt belast. Belangrijkste bijkomend voordeel, of beter gezegd beoogd effect, is dat we met deze steunberen en vooral met een basisinkomen bouwen aan een systeem dat uitstraalt dat iedereen erbij hoort, een systeem gebaseerd op vertrouwen. En als onze democratie iets kan gebruiken dan is het vertrouwen. Als iets populistische partijen de wind uit de zeilen neemt dan is het vertrouwen.

Dus laat het kabinet deze crisis niet verspillen door te kiezen voor ‘het kan misschien toch niet’ maar door te kiezen voor vooruitgang. Door de steunberen zo te plaatsen dat het huis wordt gerenoveerd. Want een crisis bestrijden door te kiezen voor vooruitgang kan wel. Het kan wel.

1Catherine de Vries, De symfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 180