Uitgelicht

Radicale dwaasheid

Beste meneer Baudet. U herkent zich niet in het beeld dat u en het Forum voor Democratie ‘geradicaliseerd’ zijn, zo lees ik in uw essay bij DeDagelijkseStandaard. Ik weet niet waarom tegenwoordig een opiniërend artikel ‘essay’ wordt genoemd. De enige reden die ik hiervoor kan verzinnen is om er wat ‘status’ aan te geven. Een bijzonder ‘essay’ trouwens. Maar laat ik beginnen met u gerust te stellen. U bent, zoals u het zelf terecht zegt, “al jaren stabiel” voor wat betreft uw standpunten.

File:Thierry Baudet (2).JPG
Foto Elekes Andor. Bron: WikimediaCommons

U signaleert allerlei zaken rond de corona-pandemie en vraagt zich vervolgens af: “waarom gebeurt dit dan allemaal? Wat is er nou toch aan de hand?” Daarvoor ziet u twee mogelijke verklaring. Aan de ene kant, om Ferry Mingelen aan te halen: “stupiditeit, massapsychose, groupthink, complete breindoodheid bij de politiek,” en aan de andere kant: “een plan, een bedoeling, een dieper liggende agenda.” Wat het antwoord is weet u niet, zo schrijft u en vervolgens beschrijft u uitgebreid het vermeende ‘masterplan’ en de mensen achter dit vermeende ‘masterplan’. Dit doet u niet voor die ‘stupiditeit’ en daardoor ontstaat de indruk dat u in zo’n ‘masterplan’ gelooft. Dit wordt versterkt door passages zoals: “Ze schrijven rapporten waarin ze dit alles aanprijzen, uitwerken, voorkauwen. En natuurlijk is het – theoretisch – ook mogelijk dat hun denkbeelden louter per ongeluk samenvallen met de huidige gebeurtenissen.” Dus u weet het antwoord wel. Wel vreemd trouwens dat die ‘samenzweerders’ hun ‘samenzwering’ publiceren. U sluit af met een pleidooi voor radicaliteit: “‘radicaal voor de vrijheid’ zijn. Radicaal voor de rechten, de ratio, de restricties op de staatsmacht!”

Maar nu even een vraag. Hoe wilt u dat: “Waar mondiale spelers, miljardairs, futuristen, machtswellustelingen al decennia van dromen — een centraal bestuurde wereld, transhumanisme, totale controle,” tegengaan? Hoe wilt u: “Bill Gates, Elon Musk, Peter Thiel, George Soros, Klaus Schwab, enzovoorts, al die miljardairs en mondiale spelers,” belemmeren in hun drang om te komen tot die: “The Matrix-achtige controlemaatschappij (…) bestuurd vanuit mondiale centra, met semi-verplichte, geïmplanteerde chips die het leven reguleren en sanctioneren (inclusief toegang tot, en gebruik van, het internet)?” Hoe wilt u mensen als Thiel, die kiezen voor kapitalisme als ze een keuze moeten maken tussen democratie en kapitalisme, stoppen? Denkt u dat uw streven naar ‘radicale vrijheid’ hen stopt? Thiel hoort u lachend aan. Hij kiest, immers ook voor radicale vrijheid van het individu. Voor de radicale vrijheid van dat individu om met een bedrijf of zelfs als individu, uw gegevens te verzamelen en die te gebruiken naar eigen goeddunken. Hoe anders dan door staatsmacht en dan liefst nog staatsmacht van landen gecombineerd, bijvoorbeeld in EU verband, wilt u dat voorkomen? Als ‘radicaal vrij’ individu slaat u tegen deze miljardairs en hun bedrijven geen deuk in een pakje boter. ‘Radicale vrijheid’ is goed voor de machtigen, niet voor de machtelozen.

Daarbij gaat terugkeren naar de achttiende eeuw de tijd van de bourgeoisie, waarvoor u enkele jaren geleden in een Zwitsterse krant pleitte, niet helpen. Uw uitspraken in dat interview dat het ‘evenwicht’, zoals ik uw woorden vertaal: die ‘delicate balans die culmineerde in (…) het echte welbegrepen individu’ waarvan u betoogt dat dit in de achttiende eeuw haar ‘hoogtepunt bereikte’ en uw uitspraak dat de ‘bourgeoisie manier van leven, het leven van de gewone mensen’ was, zegt veel over uw kijk op de wereld. Die achttiende eeuw was voor de gewone mensen helemaal niet zo’n fijne tijd. Met hun vrijheid, laat staan de radicale vrijheid, was het toen zeer slecht gesteld. En van een ‘bourgeois manier van leven’ konden ‘gewone mensen’ alleen maar dromen. De bourgeoisie dat waren de rijke handelaren en de bankiers, de Musken en Gatesjes van die tijd. Nog geen vijf procent van de bevolking. Hoe verhoudt die ‘radicale vrijheid’ zich trouwens met uw uitspraak in die Zwitserse krant dat, ik vertaal: ‘de samenleving een elite nodig heeft die de weg wijst?’ Of geldt die ‘radicale vrijheid’ waarvoor u nu pleit alleen maar voor wat u ziet als ‘gewone mensen’? De ‘nieuwe’ elite waartoe u zichzelf graag rekent maar waartoe het gros van de inwoners van dit land nooit zullen behoren?

Zoals ik in de eerste alinea al schreef u bent niet geradicaliseerd. U verkocht altijd al radicale, onsamenhangende dwaasheid en dat doet u nog steeds. Dus daarin is niets veranderd.

Uitgelicht

Intersectioneel profileren

Gelukkig mag ik, als ik dat zou willen, juichen over de ruzie in BIJ1, de partij van Kamerlid Sylvana Simons. De partij wil lid en tweede man op de kieslijst van afgelopen maart, Quincy Gario, uit de partij zetten. De reden blijft in het duister en Gario is het er ook niet mee eens. Het lijkt erop alsof beide zijden in het conflict elkaar van hetzelfde beschuldigen. Binnen de partij zeggen mensen zich niet veilig te voelen met Gario in de buurt. Die zou anderen op een of andere manier pesten. Gario beweert dat hij juist ‘pestgedrag en machtsmisbruik’  binnen de partij aan de kaak wil(de) stellen, zo valt te lezen in Trouw. Gario over het hele gebeuren: “Het laatste wat ik wil is dat racistisch Nederland gaat juichen over ruzie in de partij.”

Aangezien ik mezelf niet tot ‘racistisch Nederland’ reken, zou mijn eventueel gejuich wel acceptabel zijn? Nu sta ik niet te juichen maar dat ik van verbazing van mij stoel val, kan ik ook niet zeggen. Als er iets kenmerkend is voor nieuwe partijen in dit tijdsgewricht, dan is het wel dat er in de ‘kindertijd’ van een partij wel eens geruzied wordt. Dat geruzie wordt in de puberteit van de meeste partijen trouwens gewoon voortgezet en als we nu naar het CDA kijken zelf tot in het bejaardenhuis. Dus daar hoeven we niet van op te kijken. In een tijd waarin het eigen gelijk en vooral het eigen ego belangrijker is dan wat ook, hoeft het niet te verbazen dat op plek waar ego’s zich verzamelen, en dat zijn politieke partijen, ruzie uitbreekt.

De ruzie in BIJ1 verbaast mij om nog een andere reden niet en die heeft te maken met de filosofie van de partij, het ‘intersectioneel denken’. Op haar site heeft  de partij heel veel woorden nodig om uit te leggen wat het is en dan nog is het niet duidelijk. Zoveel woorden heb ik er niet voor nodig. Het ‘intersectionalisme’ is een machtstheorie die ‘macht’ bepaalt aan de hand van iemands identiteit. Die identiteit wordt op een zeer bijzondere manier bepaald. Daarvoor hakt ze mensen in stukken en die stukken bij elkaar opgeteld vormen iemand ‘identiteit’. Maar die stukken staan ook op een as. Zo staat blank’ op een as met ‘zwart’ en ‘blank’ heeft meer macht dan ‘zwart.‘ Man’ staat op een as tegenover ‘vrouw’ en ‘man’ heeft meer macht. ‘ En zo kun je nog meer assen maken zoals ‘homo’ versus ‘heteroseksueel’, ‘’hoog’ versus ‘laagopgeleid’. En hoe meer je hakt, hoe onduidelijker het wordt en hoe onduidelijker de ‘macht’ wordt. Want hoe vergelijk je mijn ‘identiteit’, man, middelbare leeftijd, hoog opgeleid, werkzaam voor de overheid en schrijver van Prikkers, met de macht van bijvoorbeeld Sylvana Simons. Op de voor de theorie belangrijke ‘assen’ kleur en geslacht heeft zij, volgens deze theorie minder ‘macht’ dan dat ik heb. In de praktijk heeft zij echter veel meer macht. Ze is Kamerlid, als zij iets schrijft komt het in diverse kranten terwijl mijn Prikkers mijn eigen site halen. De theorie hangt macht aan die ‘stukken identiteit’ en niet aan de persoon .

Als je deze theorie als filosofie van je partij beschouwt, dan is de kans zeer groot dat er een strijd om de toppositie op de ‘ellende-ladder’, zoals ik het eerder noemde, uitbreekt. Degene met de minste ‘macht’ moet in deze theorie centraal staan. Die moet de ‘macht’ krijgen. Die strijd lijkt nu los gebarsten zo lees ik bij deKanttekening. En het hoeft niet te verbazen wie als schuldigen worden aangewezen. Daarvoor hoef je alleen maar naar de assen te kijken en vooral naar de, volgens de theorie belangrijkste kleuren-as. Of die personen werkelijk de meeste macht hebben, doet er niet toe. Geen beste beurt voor een partij die streeft naar radicale rechtvaardigheid en waarbij de strijd tegen racisme topprioriteit is en etnisch profileren aangepakt en voorkomen moet worden. Zouden de partij en haar aanhangers zich wel eens afvragen hoe het ‘aanpakken en voorkomen van ethisch profileren’ zich verhoudt tot hun filosofie van ‘intersectioneel profileren’?

Uitgelicht

Vaccineren, voorbeeld, vrijheid verkeerde discussie

Volgende week ben ik aan de beurt om te worden gevaccineerd. Ik heb de afspraak gemaakt en ik ga de ‘spuit’, of beter twee spuiten want enkele weken later moet ik nog een keer voor de ‘tweede ronde’, halen. Niet iedereen denkt er zo over en dat leidt tot verwoede discussies. Zo kreeg Matthijs de Ligt, speler van het Nederlands voetbalelftal er de afgelopen week flink van langs omdat hij zich niet liet vaccineren: “Het is niet verplicht. Ik vind dat je baas moet zijn over je eigen lichaam,” zo sprak De Ligt, als ik de media mag geloven. Vanwege zijn voorbeeldfunctie zou De Ligt zich moeten laten vaccineren. De druk werd zo groot dat De Ligt uiteindelijk meldde dat hij zich na het komende Europees kampioenschap laat vaccineren. Wordt hier niet juist het verkeerde voorbeeld gegeven?

Nee, niet door De Ligt. Die heeft net als iedere andere inwoner van dit land de vrijheid om zich al dan niet te laten vaccineren. Als die vrijheid voor mij geldt en voor jullie, mijn lezers, dan geldt die ook voor een bekende voetballer. Zelf maak ik, zoals gezegd, een andere keuze en daar hoeven anderen het weer niet mee eens te zijn. Het staat eenieder vrij om naar goeddunken een keuze te maken. Jammer is echter dat de keuze welk vaccin je wilt nemen niet vrij is. Die wordt voor je gemaakt.

Wordt het verkeerde voorbeeld niet gegeven door degenen die De Ligt op zijn ‘voorbeeldfunctie’ wijzen? Het verkeerde voorbeeld omdat er zo druk op mensen, in dit geval De Ligt, wordt uitgeoefend om in een bepaalde richting te kiezen. Vanwege de voorbeeldfunctie moet iemand iets tegen zijn wil in doen. Hoe verhoudt zich dit tot eenieders vrije keuze? En via die personen met een voorbeeld wordt gepoogd anderen dat voorbeeld te laten volgen. In zo’n gesprekken moet ik altijd aan wijlen mijn moeder denken. Als een van ons weer eens thuiskwam en iets wilde omdat ‘Pietje’ dat ook wilde, kwam zij altijd met de woorden: “as Pietje in de Maas sprinkt, sprinks dich der dan auk in?” Als kind was dat verdomd vervelend omdat je dan naar eigen argumenten moest zoeken. Achteraf ben ik er haar zeer dankbaar om omdat ze hiermee aangaf dat we zelf moeten nadenken en eigen keuzes moeten maken.

Moeten niet juist die deskundigen op hun voorbeeldfunctie worden gewezen? Hun voorbeeldfunctie om mensen informatie te geven op basis waarvan ze een keuze kunnen maken. Maar vooral hun voorbeeldfunctie om de keuzevrijheid te benadrukken?  Te benadrukken door te zeggen: ‘Beste Matthijs, ik hoor dat je geen vaccin neemt. Ik neem aan dat je om voor jou goede redenen doet. Het is mijn keuze niet omdat …. (en dan wat redenen waarom je je wel moet laten vaccineren). Maar in dit land is iedereen vrij om hierover een eigen afweging en dus een eigen keuze te maken. Dat is een groot goed.’’ Zou een dergelijke aanpak niet veel effectiever zijn dan morele druk uitoefenen op mensen?

Dus beste Matthijs, je bent vrij om zelf te kiezen. Als je geen vaccin tegen Covid-19 wil, neem er dan geen. En beste andere vaccinatieweigeraars, ook jullie hebben de vrijheid om geen vaccin te nemen. Mijn keuze is, zoals gezegd, een andere. Het kan dan natuurlijk wel zijn dat anderen, zoals organisatoren van festivals, een keuze maken om niet gevaccineerde bezoekers te weigeren. Dit omdat zij hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van hun bezoekers op die manier invullen. Want dat is hun verantwoordelijkheid en dus keuze en niet de ‘keuzevrijheid’ van de bezoeker.

Uitgelicht

Verbouwing van de democratie

Ik heb niets met beide partijen en sinds kort moet ik zeggen met alle vier die partijen. Welke ik bedoel? Wel 50Plus en het Forum voor Democratie en sinds kort de afsplitsingen ervan Lijst De Haan of hoe ze zich ook noemt en sinds deze week het ‘Forum Van Haga’. Het zijn de zoveelste afsplitsingen van twee groepen ijdeltuiten. Aan de ene kant de ‘ouderlijst’ die weer doen wat ze waarschijnlijk op school ook deden: het pesten van anderen. En aan de andere kant een clubje omhooggevallen narcisten die niet in de gaten hebben dat narcisme niet werkt in groepsverband. Waarom begin je er dan toch over, zal je je afvragen? Ik begin erover omdat jullie wat nu volgt niet moeten zien als een verdediging van, of opkomen voor een van deze groepen.

De Grondwet 1848 - Maand van de Geschiedenis
Bron: Maand van de geschiedenis

“Het is ongekend dat zoiets gebeurt – zeker in een fractie van één – maar eigenlijk zag iedereen dit natuurlijk al van verre aankomen.” Dit schrijft Michael van der Galien op 6 mei 2021 op zijn De Dagelijkse Standaard over de afsplitsing van Lijst De Haan van 50Plus. Het is inderdaad nog niet voorgekomen dat een eenpersoonsfractie zich afscheidt van haar fractie. Alleen is dat niet waar Van der Galien op doelt. Hij doelt erop dat De Haan haar zetel meeneemt: “Ze wil niets meer te maken hebben met 50Plus. Maar de Kamerzetel die de partij kreeg bij de verkiezingen houdt ze. Want, vindt ze, die komt haar eigenlijk toe, niet de partij.” Woorden die hij een week later niet gebruikt om de afsplitsing van het ‘Forum van Haga’ van het Forum voor Democratie te beschrijven. Een week later, op 13 mei vindt hij die: “Dood- maar dan ook echt doodzonde. Want hoe meer rechts verdeeld is, hoe minder we voor elkaar krijgen, en hoe moeilijker het wordt om onze rechten en vrijheden ooit nog terug te krijgen.” Geen woord over de ‘zetels die de afsplitsers’ meenemen en die eigenlijk de partij toekomen. De ene afsplitsing is blijkbaar de andere niet. Nu kan dat zijn omdat Van Haga veel voorkeursstemmen haalde. Alleen moeten we ons daarbij bedenken dat dit niet zijn eerste ‘afsplitsing’ is. Hij splitste zich in 2019 af van de VVD en die zetel had hij niet te danken aan voorkeursstemmen.

Het meenemen van een zetel na afsplitsing is niet ongekend. Het gebeurt vaker en is in de basis eigen aan de manier waarop we onze democratie hebben vormgegeven. Die gaat uit van Kamerleden die zonder ‘last en ruggespraak’ (artikel 67) stemmen. Ze zijn onafhankelijk maar om gekozen te worden, moeten ze eerst op een kandidatenlijst staan, zo is het in de Kieswet geregeld. Met kandidatenlijst wordt een politieke partij bedoeld. Dit alles hebben we te danken aan de Pacificatie van 1917. De laatste echte verbouwing van ons democratische huis. Tijdens die ‘verbouwing’ werd artikel 23 (vrijheid van onderwijs) opgenomen in de Grondwet en voor deze Prikker belangrijker, het algemeen kiesrecht werd ingevoerd en het districtenstelsel en het censuskiesrecht afgeschaft en politieke partijen (kandidatenlijsten) deden hun intrede.

Even een tussenstap om de achtergronden hiervan toe te lichten. Censuskiesrecht wil zeggen dat je alleen mag stemmen als je meer dan een bepaald bedrag aan belasting betaald. ‘No taxation without representation’, een van de kreten die aanleiding gaven tot de opstand van de Amerikaanse koloniën tegen de Engelsen: de Engelse kroon mocht alleen belastingen heffen als dat in overleg gebeurde met het volk, het parlement. Deze uitspraak gaat terug tot de Magna Carta in 1215. De Amerikaanse koloniën maakten bezwaar tegen belastingen omdat zij niet waren gehoord over bijvoorbeeld de belasting op thee. Dit artikel in de Magna Carta brak de macht van de koning op belastinggebied en staat, zo gaat het populaire Engelse en Amerikaanse vertoog, aan de basis van de parlementaire democratie. Het ‘volk’ dat die macht brak, bestond uit hoge adel en hoge geestelijken en had geen oog voor de gewone boer of landarbeider. Enkele honderden jaren verder, zo na Napoleon, werd diezelfde kreet in ietsjes aangepaste vorm, door de bourgeoisie gebruikt om de macht te behouden. Ze gebruikten dezelfde woorden maar net iets anders: ‘no representation without taxation.’ Pas als je een redelijk bedrag aan belasting betaalde, mocht je stemmen.  En omdat het gros van de mensen geen of slechts heel weinig belasting betaalde, mochten zij niet stemmen.

Dit censuskiesrecht werd dus in 1917 ten graven gedragen en ingeruild voor het algemeen kiesrecht. Een overwinning voor de democraten maar die kwam met een prijs en die prijs dat waren de kandidatenlijsten, de politieke partijen waarmee de gevestigde machten een belangrijk deel van de met het algemeen kiesrecht verloren macht weer terugpakten. Via die partijen, waar zij de touwtjes in handen hadden, behielden ze de macht om zaken in de hun gewenste richting te sturen. Omdat de Nederlandse samenleving tot eind jaren zestig sterk verzuild was, werkte dat heel goed en waren Kamerleden ‘zonder last en ruggespraak’ geen probleem voor de partijen.

Niet dat er vroeger geen afsplitsingen waren, die waren er zeker, echter niet zo vaak. Tussen 1945 en 1980 waren er tien afsplitsingen, twee minder dan in de jaren tien van deze eeuw. In onze huidige tijd ligt dat iets anders. De verzuiling is ten graven gedragen en met haar de stabiliteit in het politieke landschap. We leven in het tijdperk van de ‘zwevende kiezer’ en de ‘continue opiniepeiling’ dat heeft zijn uitwerking op de partijen en de gekozen Kamerleden. In onze huidige tijd met veel redelijk kleine partijen maakt instabiliteit het lastig om tot werkbare meerderheden te komen. En wat erger is, het maakt het heel lastig om belangrijke problemen aan te pakken.

Tijd voor een nieuwe verbouwing van ons democratisch stelsel. Alleen staan de sterren daarvoor niet erg gunstig. Wijziging van het democratische stelsel vraagt om overeenstemming en die is op dit moment ver te zoeken in politiek Nederland. Wijziging van het democratische stelsel vraagt vooral om over de eigen schaduw heen te stappen en die kwaliteit is nog verder te zoeken. Die kwaliteit wordt pas belangrijk, zo laat het verleden ons zien, als de druk zo hoog is dat het buigen of barsten wordt. De Grondwet van 1848 kwam er vreedzaam omdat koning Willem II vreesde om letterlijk zijn ‘hoofd’ te verliezen. De Grondwetswijziging van 1917 kwam er in een tijd dat de wereld, vooral in Europa, in brand stond en de heersende klasse de opstand van arbeiders vreesde.

Uitgelicht

De tang en het varken

“Wellicht ontgaat het de meeste mensen, maar er is een psychologische reden waarom racisme bestaat. Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Zo begint een artikel van Fati Benkaddour bij Joop. Een bijzondere bewering.

Racism - Free of Charge Creative Commons Keyboard image
Bron: Picpedia

Laten we deze uitspraak eens bekijken. Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel?

Stilstaan op welk moment? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  

Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Wat erger is, en daarmee kom ik bij de titel en het eigenlijke betoog van Bendakkour, is dat ze op basis van die bewering bijna iedere Nederlander en in het verlengde daarvan iedere bewoner van deze planeet, wegzet als racist. “Nederlands narcisme en racisme: tot welk van de drie types behoor jij? Zo luidt de titel van haar betoog. Een betoog waarin ze semi psychologisch begint te leuteren over drie soorten racisten: de ‘narcistische racist, die: “acht zichzelf superieur of extreem belangrijk en onaantastbaar.” Als tweede de ‘stress-afhankelijke racist’: “een individu die pas narcistische en racistische kenmerken vertoont wanneer zijn bestaanszekerheid onder druk komt te staan.” En als laatste de ‘informatiearme racist’: “die het niet heeft gewusst. Hij is geboren met een zilveren, met privileges gevulde, lepel in zijn mond en kent geen noodzaak zich druk te maken over de sociale, financiële en emotionele pijn van een minderheid.” En vervolgens concludeert ze: “Als je echt-niet-behoort tot de drie bovengenoemde categorieën, dan ben je waarschijnlijk een minderheid of actief anti-racist. In een systeem waar een specifieke groep mensen constant wordt gekwetst, gemarginaliseerd, gecriminaliseerd, geïsoleerd, het bestaansrecht ervan wordt bediscussieerd, bestaan geen onschuldige toeschouwers. Iedereen heeft in dit systeem een rol.”

Alle bewoners van deze planeet want tenzij Benkaddour kan aantonen dat de Nederlander een bijzonder soort homo sapiens is, ga ik er vanuit dat die drie soorten onder alle mensen voorkomen. Tenminste als je het semi psychologisch geleuter van Benkaddour voor waar aanneemt en net als haar overal ‘racisme’ ziet.

Uitgelicht

Demolition Man

In mijn vorige Prikker schreef ik, met Francis Fukuyama in het achterhoofd, over natievorming. Volgens Fukuyama voegt natievorming: “een morele component toe van gedeelde normen en een gedeelde cultuur en ondersteunt daarmee de legitimiteit van de staat.” Een proces dat ook een keerzijde kent: “Het is ook een potentiële bron van onverdraagzaamheid en agressie.[1] Ik schreef dit naar aanleiding van een artikel over het terugtrekken van de Amerikaanse en NAVO troepen uit Afghanistan. Die passage zette mij aan het denken.

Arcade cabinet - Demolition Man | at Free Gold Watch in San … | Flickr
Bron: Flickr

In Nederland zien we dat er door politieke partijen zoals de PVV wordt gehamerd op ‘gedeelde normen en een gedeelde cultuur’. Neem haar Verkiezingsprogramma 2021: “Wij houden van onze eigen cultuur, identiteit en tradities. Die willen we dan ook altijd op de eerste plaats zetten!” Die zet zij af tegen het ‘vreemde’: “Waarom moeten Nederlanders zich wel schamen voor de slavernijgeschiedenis, maar wordt onbesproken gelaten dat slavernij in de islamitische wereld een groot probleem was en nog steeds is? Waarom liggen de kerstboom en het paasfeest onder vuur, terwijl we wel hele tv-uitzendingen zien over de ramadan? Het is de wereld op zijn kop.” Het Forum voor Democratie doet hetzelfde in haar verkiezingsprogramma: “Wij koesteren ons (historisch) erfgoed en onze stedenbouw. De geschiedenis die onze cultuur kent en de verbeelding die daaruit is voortgekomen in de vorm van gebouwen en standbeelden, muziek, literatuur en religie: het is van onschatbare waarde. Dat erfgoed moet dan ook goed beschermd worden. Met oog voor de kijk van onze voorouders op de geschiedenis.” Alleen staat die cultuur onder druk: “ Op dit moment subsidieert de Nederlandse overheid segregatiebevorderende, weg-met-ons projecten; terwijl museumdirecteuren datgene waar we trots op mogen zijn, het mooiste en beste dat het Westen heeft voortgebracht, onderschoffelen.” Of in de openingszin van het programmapunt voor een Wet bescherming Nederlandse waarden die er zou moeten komen: “Door de komst van grote groepen (overwegend islamitische) immigranten zijn een aantal verworvenheden en kernwaarden van onze samenleving onder grote druk komen te staan.” Hier wordt in iedere geval de suggestie gewekt dat de islam strijdig is met kernwaarden van onze samenleving en dus dat moslims niet bij de samenleving horen. Hier wordt onverdraagzaamheid gepredikt. Ook bij de grootste partij, in het verkiezingsprogramma van de VVD is het hameren op maar vooral de angst voor ‘verlies’ van ‘onze cultuur’ te bespeuren: “Als wij willen dat nieuwkomers hun plek vinden in onze samenleving, moeten we ook duidelijk maken waar we voor staan. Dat vraagt om gepaste trots op onze cultuur en een actieve verdediging van onze waarden.”

Dit leidt tot, en dat zien we ook al in onze samenleving, een toenemende onverdraagzaamheid van mensen tegen anderen waarvan zij vinden dat die tot een andere groep behoren. Beter gezegd, waarvan zij vinden dat die niet tot de ‘Nederlanders’ behoren. Bekend voorbeeld is natuurlijk Geert Wilders die vindt dat mensen die het islamitische geloof aanhangen. Of zoals hij het in zijn Verkiezingsprogramma 2021 schreef: “Nederland is overbevolkt en de islam hoort niet bij Nederland.” Je zegt niet direct dat je islamieten het land uit wilt zetten, maar je bedoelt het wel. Baudet en zijn Forum voor Democratie zeggen het in nog meer bedekte woorden: “Stoppen met de alsmaar voortgaande immigratie. Waar integratie mislukt, helpen we mensen terugkeren naar hun landen van herkomst.” Nu is er altijd wel een haakje te vinden om ‘integratie’ mislukt te vinden en aan wie dat is te wijten, is duidelijk en daarom moet die ook terugkeren.

Deze partijen pogen een cultuur of identiteit te creëren die, om Kwame Anthony Appiah in een interview met de Volkskrant te citeren, iedereen omvat die: “al duizend jaar in Nederland woont.” Daarmee sluiten ze de ogen voor mensen: “die niet ergens anders naartoe zullen gaan.”  Ze prediken verdeeldheid in plaats van te zoeken naar gezamenlijkheid. Gezamenlijkheid door te zoeken naar gemeenschappelijkheid die: “krachtig genoeg is om betekenis te geven aan burgerschap en flexibel genoeg om gedeeld te worden door mensen met verschillende religieuze en etnische bindingen.” Ze zoeken gemeenschappelijkheid op de verkeerde plek. Ze kijken in het verleden in plaats van naar de toekomst. Een gemeenschappelijk verleden zullen ze niet vinden. Zou die zoektocht er niet toe kunnen leiden, en dan keer ik de redenatie van Fukuyama om, dat de legitimiteit van de staat wordt afgebroken? Zijn ze bezig met ‘nation demolition’?


[1] Francis Fukuyama, De oorsprong van onze politiek. Deel 2: Orde en verval, pagina 350

Uitgelicht

De les lezen

“Off topic reageren. En een slachtoffer van racisme de les gaan lezen over wat racisme is.” Daar kon ik het mee doen. Daaraan maakte ik me volgens de redactie van de site Joop schuldig bij het reageren op een artikel op die site van Sun Yoon van Dijk. Dit was voor de redactie aanleiding om mijn account bij die site voor 24 uur te blokkeren. Ik was en ben met stomheid geslagen. Ik ben benieuwd hoe jullie, mijn lezers, het zien.

Hippocrates_lecturing_to_his_students_under_the_plane_tree_Wellcome_M0000138.jpg (4009×2633)
Hippocrates geeft les aan zijn studenten. Bron: WikimediaCommons

“Al zolang als ik mij kan herinneren krijg ik ‘grappige’ opmerkingen zoals ‘sambal bij’, ‘loempia’ maar ook de ‘serieuze’ vragen zoals of ik ook honden eet. Als er een kind jarig was op school werd er Hanky Panky Shanghai gezongen inclusief de ogen horizontaal trekken. Alleen dat laatste hoefde ik nooit te doen werd er gezegd, want ik had al spleetogen. Er wordt standaard vanuit gegaan dat ik Chinese roots heb. Wanneer ik aangeef dat ik niet Chinees ben, dan weten ze het zeker. ‘Japan! Niet? Vietnam dan? Thais? Oh, Koreaans… ach het lijkt allemaal op elkaar. Jullie hebben allemaal spleetogen.’” Zo beschrijft Van Dijk haar ervaringen en daaraan voegt ze nog meer voorbeelden toe. Van Dijk eindigt haar betoog met de woorden: “Maar zolang deze vorm van racisme nog ontkend of niet serieus genomen wordt, hebben we nog een lange weg te gaan.”

Dat je het vervelend en ergerlijk vindt om met dergelijke vooroordelen te worden benaderd, dat kan ik me goed voorstellen. Op een dergelijke manier begon ik mijn reactie, waarna ik verschillende voorbeelden gaf van vooroordelen. Vooroordelen zoals de ‘botte arrogante Hollander’, de ‘zunnige Zeeuw’, de ‘corrupte vlaaietende Limburgers, dikke ‘Pommes mit Mayo und Bratwurst etende Duitsers die kuilen graven op het strand’ en nog wat wel bekende vooroordelen waarvan de mensheid gebruik maakt. Vervolgens vroeg ik me af of het zou helpen als we dit allemaal onder racisme gaan scharen. Want laten we wel wezen, ‘sambal bij’ of ‘loempia’ en voor ‘vlaai’ uitgemaakt worden, zijn vooroordelen van eenzelfde kaliber. Over dat laatste, de behandeling van Limburgers in andere delen van het land, een artikel van Elke Cremers in Glamour. De anekdotes in Cremers’ artikel lijken veel op de ervaringen van Van Dijk.

Helaas kwam er geen antwoord op mijn vraag maar een blokkade van mijn account wegens ‘het overtreden van de huisregels’.  En op mijn vraag welke van de acht regels ik dan had overtreden, kwam het antwoord waarmee ik begon. Van die reactie viel ik van mijn stoel. Ik vraag me af in hoeverre het ‘off topic’ (eerste huisregel) is om bij een artikel waarin over racisme wordt geschreven, een vraag te stellen die aanhaakt bij de kern, namelijk een omschrijving van het begrip racisme. Als het over begrippen gaat, dan is mijn belangrijkste leidraad de Van Dale en die omschrijft racisme als volgt: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Ik lees hierin dat er bij racisme sprake moet zijn van doelbewust handelen en dan ook nog doelbewust slechter behandelen vanwege de huidskleur. Dat mensen, alle mensen, vooroordelen hebben en op basis van vooroordelen handelen, is evident. Dat handelen op basis van die vooroordelen pijn kan veroorzaken bij een ander, staat ook buiten kijf en het is goed om dat bespreekbaar te maken. Maar ik stelde mijn vraag omdat ik me oprecht afvraag of het bij dat bespreekbaar maken helpt om het racisme te noemen. Ik denk veeleer dat dit tot onbegrip en verdeeldheid leidt dan dat het mensen nader tot elkaar brengt. Ik denk dat omdat ik het zie gebeuren en daarmee is niemand geholpen.

Als dit ‘de les lezen’ is, dan is een gesprek onmogelijk. Dan worden persoonlijke ervaringen en meningen de maat der dingen waarover geen gesprek mogelijk is. Dan zeg je in feite: ‘wat ik vind is de waarheid en die waarheid mag en kan niet ter discussie worden gesteld. Die moet iedereen maar accepteren’. Dan is de waarheid van de ‘Hanky Panky-zingers’ dat het een ‘onschuldig verjaardagsliedje dat niemand kwaad doet’ is, net zo waar. We komen echter niet verder als beiden in hun waarheid blijven zitten. Om werkelijk in gesprek te kunnen, moeten we het eerst eens zijn over wat we met begrippen bedoelen. Helaas kan een dergelijk gesprek bij Joop niet worden gevoerd.

Trouwens en dat is nog het meest bijzondere, een verbod op ‘de les lezen’ behoort niet tot de huisregels van Joop.

Prins, koning en kletsmajoor

“Carnaval. Dagenlang gezuip beneden de rivieren door vreemd uitgedoste hossende types. Steden waar het bestuur tijdelijk wordt vervangen door ongekozen ‘Prinsen’ met uitzinnige hoofddeksels. Bovendien vorig jaar oorzaak van de ongekende uitbraak van het coronavirus; volle IC’s en vele doden.” Aldus Bas Paternotte in een korte bijdrage bij TPO. Constateer ik daar het ‘noordelijk dedain’ naar een ‘zuidelijk feest’?

Maar eerst even iets anders. Suggereert Paternotte hier dat corona is veroorzaakt door Vastelaovend? Inderdaad volgde de eerste grote uitbraak van corona op de Vastelaovend. En ja, inderdaad zijn de omstandigheden tijdens Vastelaovend gunstig voor de verspreiding van virussen, dat is niets nieuws want de feestelijkheden worden meestal gevolgd door een griepgolf. Daarmee is het feest nog steeds niet de veroorzaker van de griepgolf of in dit geval de coronagolf. Het eerste Nederlandse geval betrof een inwoner van Loon op Zand die op verschillende plekken, in zijn geval carnaval, had gevierd. Zijn ziekte werd echter niet veroorzaakt door zijn ‘carnaval vieren’ maar door een virus. Een in Italië opgelopen virus in een gebied dat kort daarna nog door enkele bussen Groninger studenten werd bezocht.

Dan de eerste twee zinnen. ‘Dagen lang zuipen door vreemd uitgedoste hossende types’. Waar hebben we dat meer gezien? Zien we dat niet ook als het Nederlands elftal moet voetballen? Maar vooral als het Nederlands voetbalelftal naar een Europees of wereldkampioenschap gaat? En daar waar de Vastelaovend  eindigt met maximaal één kater, eindigt dat voetbalfeest bijna altijd met een dubbele. Maar daar niet alleen. Ieder jaar stromen de Hollandse binnensteden weer vol met zuipende, kotsende en hossende mensen om ‘koningsdag’ te vieren. Een feest waarbij ‘oud Hollandse spelletjes’ worden gedaan, zoals het zo ver weg mogelijk slingeren van een wc-pot. En nu we toch bij koningsdag zijn.

Inderdaad wordt op symbolische wijze gedurende drie dagen de macht overgedragen aan die ‘prins’. Verder dan symboliek gaat het niet, anders werd het feest nu wellicht veel grootser gevierd dan nu het geval is. Maar nu we het toch over symboliek hebben. Is Nederland niet een gebied waar het bestuur permanent is uitbesteed aan een ongekozen ‘koning’ met een uitzinnige mantel en scepter? En daar waar die ‘prins’ vooral zijn eigen feestje betaalt, wordt het ‘feest van die koning’ en trouwens ook dat van zijn vrouw, kinderen, broers, ouders en zelfs ooms en tantes door anderen betaald. Die prins is na een paar dagen weer weg. Het ‘feest ‘van die koning en zijn familie duurt al meer dan twee eeuwen. Als je het zo bekijkt dan zijn die paar dagen Vastelaovend, om bij de drank te blijven, klein bier.

Paternotte reageert op een bericht van PvdA-lijstrekker Ploumen: “als er één feest is dat mensen samenbrengt, – arm en rijk, jong en oud – dan is het wel Carnaval. Als in Carnavalsverenigingen eendrachtig in de loodsen wordt gewerkt aan de praalwagens.’  Ploumen raakt met haar bericht precies de kern van de Vastelaovend: mensen van allerlei pluimage bijeen brengen. Het verbroedert mensen, al is het maar voor een korte tijd. In plaats van daar met dedain over te spreken, zou je je ook kunnen afvragen hoe het tot die verbroedering komt en wat je daarvan kunt leren zodat het langer duurt. En als ‘Hollander’ hoe een dergelijke verbroedering ook boven de rivieren kan worden bereikt.

Daarmee past Paternotte in een nieuwe Nederlandse ‘traditie’: je als een kletsmajoor publiekelijk uitspreken over zaken waar je geen verstand van hebt’.

Het middel en de vermeende kwaal

Zoals altijd voor verkiezingen grasduin ik door de verschillende verkiezingsprogramma’s. Een tijd geleden schreef ik al over de ‘bedoeling van het kapitalisme’ volgens de VVD. En ook over het PVV programma waarin de partij zich vol achter artikel 23 van de Grondwet schaart en één zin later datzelfde artikel aan haar laars lapt. Nu las ik iets heel bijzonders in het programma van het Forum voor Democratie.

Bron: WikimediaCommons

Ik citeer: “Ook zien we een probleem met de selectieprocedure van onze rechters. Officieel worden rechters benoemd door de regering (uitvoerende macht), maar in de praktijk wordt vrijwel altijd de aanbeveling gevolgd vanuit de rechterlijke macht zelf. Hierdoor houdt een ideologisch bolwerk zichzelf in stand. Via een parlementaire ondervragingscommissie willen wij de grip van de politiek op benoeming van (hogere) rechters, zoals leden van de Hoge Raad of van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, versterken.” In het kort staat hier dat Baudet de rechters partijdig vindt en hij wil die partijdigheid bestrijden door ze in het parlement te ondervragen alvorens ze worden benoemd. Zo wil hij dat bolwerk met de voor hem ‘verkeerde ideologie’ aanpakken. Zou dit werken?

Voordat ik aan die vraag toekom, eerst een vraag aan Baudet. Is er een probleem? Is de rechterlijke macht een ‘ideologisch bolwerk’ met een bepaalde voorkeur? Dat de stemverdeling onder rechters anders is dan onder de rest van Nederland is bekend. Net zoals die ook anders is onder leraren, zorgpersoneel en ambtenaren. En trouwens net zoals die ook anders is onder topmanagers van grote bedrijven. Daar hoeven we niet van op te kijken, dat is vooral een gevolg van beroepskeuzes van mensen. Een ‘oververtegenwoordiging’ van stemmers op een bepaalde partij, wil echter nog niet zeggen dat er sprake is van een ‘ideologisch bolwerk’ en dat de ‘ideologie van de rechter’ een rol speelt bij het uitspreken van vonnissen, is nog flink wat stappen verder.

Dan Baudets oplossing. Laten we eens ‘over de grens’ kijken want er zijn al landen die zo’n systeem kennen. Bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Daar nomineert de president rechters die ter goedkeuring aan de senaat moeten worden voorgedragen. Zou dat er minder politiek aan toe gaan? Even terug naar 13 februari 2016. Toen stierf opperrechter Antonin Scalia. President Obama nomineerde een nieuwe kandidaat maar de door zijn politieke tegenstanders de Republikeinen gedomineerde senaat, weigerde de voordracht ook maar te bespreken. De reden, in november 2016 waren er verkiezingen en als de Republikeinen zouden winnen, dan zou hun president een rechter mogen voordragen en die zou meer in hun straatje passen. Als reden voerden ze echter aan dat Obama het zou moeten overlaten aan zijn opvolger omdat hij nog maar zo kort aan de macht zou zijn. Obama zou niet over zijn politieke graf moeten willen regeren. We springen even vier jaar verder in de tijd. Op 18 september vorig jaar overleed opperrecht Ruth Bader Ginsberg. Iets minder dan twee maanden voor de presidentsverkiezingen. President Trump nomineert Amy Barretts en iets meer dan een maand later en een kleine twee weken voor de verkiezingen bevestigd de door de Republikeinen gedomineerde Senaat die nominatie. Geen enkel woord van ‘over het politieke graf regeren’ van Trump. Dit zijn maar twee voorbeelden van de gevolgen van politieke benoemingen van rechters, want dat is waar Baudet voor pleit.

Nu even weg van de voorbeelden. Zou het benoemen van rechters door een politiek orgaan, een orgaan waar ideologie een belangrijke rol speelt, leiden tot ideologievrije rechters? Nu is dat onmogelijk, iedereen mens heeft wel iets met ideologie al is het maar in de vorm van godsdienst. Zou het leiden tot een ideologisch gemêleerde rechterlijke macht? Of zou het vooral leiden tot een beschadiging van mensen voor ‘politiek gewin’? Als er in zo’n parlementaire ondervragingscommissie iets zal gebeuren, is het dan niet dat er door tegenstanders van de benoeming van een rechter wordt gehamerd op de ‘politieke vooringenomenheid’ van die rechter? Daarop en op de foutjes, zoals een rode kaart in een voetbalwedstrijd wegens het uitvallen tegen een scheidsrechter, van die beoogde rechter in zijn  verleden?

Zou dit ervoor zorgen dat: “de beste persoon voor de beste positie,” op basis van: “talent en kunde,” wordt gekozen? Want dat wil Baudet zo is ook in het programma te lezen. Ik vrees dat de beste personen zo’n procedure aan zich voorbij laten gaan. Nee, als Baudet werkelijk vindt dat het rechters corps qua politieke voorkeur een afspiegeling moet zijn van politieke voorkeuren van de bevolking, dan kan hij beter doen wat ik Tim Engelbart adviseerde toen die zich twee jaar gelden beklaagde over het ‘links zijn’ van het onderwijs: “Sluit u aan bij die ‘linkse gekkies’ die voor een habbekrats en veel gezeik van u als ouder uw kinderen wat bij proberen te brengen. Immers de ‘linkse dominantie’ van het lerarencorps kan alleen worden doorbroken door een flinke instroom van ‘rechtse rakkers’ zoals u.” Want het middel dat Baudet voorstelt, zou wel eens erger kunnen zijn dan de vermeende kwaal.

‘Kennisleer van onwetendheid’

Begrippen als ‘witte onschuld’‘witte superioriteit’ en ‘witte fragiliteit’ kende ik al. Ik schreef er al eerder over. Er is, in dit verband, ook een ‘kennisleer van onwetendheid’ zo lees ik in een artikel van Sheher Khan. Khan is duo raadslid en hoofd van het fractiebureau van DENK in Amsterdam. Die kennisleer van onwetendheid kende ik nog niet. Khan verwijt in een artikel bij Joop dat CDA-kamerlid Pieter Omtzigt voor een nieuw sociaal contract: “in feite een voortzetting van het raciaal contract, ” pleit. Dit omdat Omtzigt, zo betoogt Khan, nalaat om: “institutioneel racisme te benoemen.” Een bijzonder betoog.

File:Rechtvaardigheid troont boven portret van Justinianus op sokkel met titel geflankeerd door Matigheid en Voorzichtigheid Titelpagina voor Corpus juris civilis, Amsterdam 1663 Corpus juris civilis (titel op object), RP-P-1886-A-10397.jpg
Rechtvaardigheid troont boven een portret van Justinianus op een sokkel met als titel geflankeerd door Matigheid en Voorzichtigheid. Een prent van Cornelis van Dalen. Bron: Rijksmuseum

Bijzonder als eerste omdat ik de combinatie van de woorden ‘kennisleer’ en ‘onwetendheid’ een bijzondere vind. Kennisleer, ook wel epistemologie genoemd, is een heel oud begrip uit de filosofie. De kennisleer onderzoekt de aard, oorsprong, voorwaarden en de reikwijdte van kennis en het weten. Binnen de kennisleer staan drie vragen centraal: Wat is kennis? Wat kan ik weten? En hoe kan ik kennis vergaren? Onwetendheid is de afwezigheid van alle of bepaalde kennis. De combinatie van die twee begrippen komt mij als heel vreemd voor. Dat even terzijde.

Volgens Khan staat Omtzigt met die ‘voortzetting van het raciale contract’ in een lange traditie van geleerden zoals Thomas Hobbes, Jean-Jacques Rousseau, John Locke en Immanuel Kant die: “Verlichtingsidealen zoals individuele vrijheid en rechtvaardigheid,” beperkten tot Europeanen. “Zelfs de meest vooraanstaande filosofen, zoals John Rawls, raken gehypnotiseerd door de kennisleer van onwetendheid. Rawls bracht de discussie over het sociaal contract weer tot leven in de 20e eeuw met zijn theorie van rechtvaardigheid. Hij stelde dat een rechtvaardige samenleving ingericht is op het verheffen van de meest achtergestelde groepen maar verzuimde om ,in een carrière van 50 jaar, ook maar één passage te wijden aan raciale rechtvaardigheid.” Aldus Khan. Maar heeft hij een punt?

Khan verwijst naar Rawls’ belangrijkste werk Een theorie van rechtvaardigheid. In dat boek zoekt Rawls naar de meest rechtvaardige manier om een samenleving vorm te geven. Centraal in dit denken stond de absolute vrije mens die vrijheden inleverde in ruil voor vrede en veiligheid. Dit inleveren van vrijheid gebeurde op vrijwillige basis. Rawls was de eerste denker die inzichtelijk probeerde te maken hoe dat in zijn werk zou moeten gaan en wat dan een redelijke en vooral rechtvaardige uitkomst van die ‘contractonderhandelingen’ zou zijn. Rechtvaardig voor mensen in alle mogelijke posities in de samenleving maar ook tussen de opvolgende generaties. De ‘contractpartijen’ bij die onderhandelingen, waren volgens Rawls onwetend van hun rol en positie in de samenleving en in de tijd en waren ook niet op de hoogte van hun eventuele geloofsovertuiging of voorkeuren. Zij handelden vanachter ‘de sluier van onwetendheid’ zoals Rawls hem noemde. Rawls ging uit van rationele personen en rationeel handelen waarbij twee beginselen of uitgangspunten van rechtvaardigheid door alle partijen waren aanvaard: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.[1]  Ik kan hier geen raciale ongelijkheid in ontdekken. Rawls spreekt over ‘elke persoon’ en ‘allen’. Hij zoekt naar rechtvaardigheid voor iedereen ongeacht kleur, geslacht, gender en welke categorieën dan ook.

Dat: “in de ogen van Hobbes en Rousseau (…) de wilde of barbaar altijd een niet-Europeaan” was en: “Locke profiteerde financieel van de slavernij en Kant pleitte voor een hiërarchische categorisering van de mensheid op grond van ras,” zegt niets over Rawls en Omtzigt. Khan projecteert de opvattingen van historische figuren op Omtzigt en, de inmiddels ook historische figuur, Rawls alleen omdat ze dezelfde huidskleur hebben. Als ik Khans betoog goed interpreteer, dan bedoelt hij met ‘kennisleer van onwetendheid’ dat als je als blanke over de mensheid schrijft zonder er expliciet bij te zeggen dat je met mensheid alle kleuren bedoelt, dat je dan alleen maar blanken bedoelt. Dat is, voor iemand die raciale rechtvaardigheid zo belangrijk vindt, een sterk naar racisme riekende manier van denken.

Nu is Khan niet de enige die het woord ‘iedereen’ of ‘allen’ graag wil aanvullen door onderdelen van die ‘iedereen’ of ‘allen’ expliciet te benoemen. Menig politieke partij wil de Grondwet aanpassen en dan vooral artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”  In dat artikel moeten de rechten van allerlei groepen expliciet worden belegd en benoemd. Ook de Ballonnendoorprikker wil dit artikel graag aanpassen, maar dan op een andere manier. Niet door er allerlei groepen die niet gediscrimineerd mogen worden aan toe te voegen. Nee, door het te versimpelen waardoor het veel duidelijker en krachtiger wordt:  ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.’ Hooguit aangevuld met: ´Discriminatie is niet toegestaan’, maar dat is eigenlijk al niet meer nodig. Gelijke behandeling begint in de wet. Ongelijkheid begint met het noemen van groepen in dit artikel.


[1] John Rawls, Een Theorie van rechtvaardigheid pagina 321