Uitgelicht

Beloven en geloven

Het leven. De enige zekerheid die het biedt, is dat het eindigt met de dood. Je hoopt natuurlijk dat het moment dat ‘Magere Hein’ je komt halen nog ver weg is. Dat de tijd tussen geboorte en dood zo groot mogelijk is. Tenminste, dat is nu nog het geval.“ In de eenentwintigste eeuw zal de mens waarschijnlijk serieus gaan streven naar onsterfelijkheid,” schrijft Yuval Noah Harari in zijn boek Homo Deus. een kleine geschiedenis van de toekomst op pagina 33 in een paragraaf met als titel Het einde van de dood. 

Eigen foto

Een streven dat al snel resultaat zou kunnen hebben. Hariri (pagina 37): “De razend snelle ontwikkelingen in onderzoeksgebieden als genetische modificatie, regeneratieve geneeskunde en nanotechnologie brengen almaar optimistischer voorspellingen met zich mee. Sommige deskundigen geloven dat de mens de dood zal overwinnen in 2200, volgens anderen is het in 2100 zover. Kurzweil en De Gray zien het nog positiever. Zij beweren dat iedereen met een gezond lichaam en een gezond banksaldo in 2050 een serieuze kans op onsterfelijkheid zal maken door de dood decennium na decennium te slim af te zijn.” Onsterfelijk, tenminste als je over voldoende geld beschikt. Sterven wordt dan alleen iets van en voor de armen. De armen sterven door gebrek de rijken leven eeuwig in luxe door.

Nou ja onsterfelijk. Zelfs de onsterfelijken kunnen ‘Magere Hein’ op bezoek krijgen: “ In tegenstelling tot God kunnen toekomstige supermensen nog steeds wel sterven door een oorlog of ongeluk, en dan kan niets ze meer terughalen uit het hiernamaals,” schrijft Harari iets verderop. Maar, ook daarvoor is een oplossing afkomstig van de al genoemde Kurzweil. Tenminste als we Jos de Mul mogen geloven in zijn boek Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo Sapiens 3.0. Die oplossing heet singulariteit: “dankzij de exponentiele ontwikkelingen in de informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie (zal) de mensheid reeds in 2045 (…) zijn opgegaan in één globale intelligentie, die vanaf dat moment in korte tijd met een snelheid groter dan het licht het hele universum zal doordringen,” aldus De Muls weergave van het denken van Kurzweil (pagina 189-190). Ik kan me niets voorstellen bij die singulariteit van Kurzweil. Bovendien vraag ik me af of het wel zo leuk is om onderdeel uit te maken van die ene globale intelligentie. Dat doet me toch een beetje denken aan de Borg uit Star Trek. De Borg, een soort bij-achtig volkje met een ‘koningin’. Een beschaving die alles in zich opnamen en integreerden en je benaderden met de onheilspellende woorden: “We are the Borg. Lower your shields an surrender your ship. We will add your biological en technological distinctiveness to our own. Your culture will adapt to service us. Resistance is futile.” Dit lijkt mij geen prettig vooruitzicht. En dan hebben de Borg nog voor op Kurzweils singulariteit dat ze ook mijn ‘biological distincteveness’ overnemen. Daar rept Kurzweil niet over. 

Bron: Wikimedia Commons

De Mul plaats wat kanttekeningen bij die singulariteit in 2045. “ Een cruciale rol in Kurzweils redenering wordt gevormd door de ‘Wet van Moore’, die stelt dat de rekenkracht van computers iedere achttien maanden verdubbelt. de afgelopen 45 jaar is dat inderdaad het geval geweest, maar Kurzweil lijkt in zijn enthousiasme te vergeten dat exponentiële ontwikkelingen vroeg of laat vastlopen op een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen. En het voorbijgaan aan de snelheid van het licht is ook een aanname die eerder past in een spannend siencefictionverhaal dan in een serieuze natuurwetenschappelijke theorie.” Zo zeker is die onsterfelijkheid, zelfs zonder lichaam, nog niet. Dus blijven we voorlopig zitten met die ene zekerheid dat iedereen vroeg of laat sterft.

Een gelovig katholiek of moslim zal denken, waarom willen die mensen hun leven rekken? Het leven is voor hen immers slechts een voorfase voor de opname in de hemel, al dan niet met een aantal maagden. Nu kun je je afvragen hoe hemels die hemel is voor maagden als ze aan een goede gelovige worden toebedeeld. Dat lijkt immers verdacht veel op slavernij. Dit even terzijde. Doel van het leven is voor die gelovigen toch om in die hemel bij god of allah te komen? Waarom al die moeite doen om het leven te rekken en zelfs te vereeuwigen als het doel ervan is om naar die hemel te gaan? Immers als je het eeuwige leven hebt, kom je nooit in die hemel. Iemand die in reïncarnatie gelooft, zal iets soortgelijks denken. Waarom immers dit leven vereeuwigen als er na dit leven wellicht nog een veel beter leven in het verschiet ligt. 

Geloven is denken, of beter hopen het zeker te weten. Het geeft geen zekerheid. Maar gelukkig wordt echte zekerheid wel geboden. Tenminste, als we als kiezer ervoor zorgen dat de PvdA het voor het zeggen krijgt. Als de PvdA het voor het zeggen krijgt dan krijgen we er wat zekerheden bij. Om de titel van het artikel hierover in de Volkskrant aan te halen: “Hoe een marketingman van de PvdA de Partij van de Zekerheid maakt.” Dan zijn we zeker van een eerlijke toekomst. Nu leert de geschiedenis ons dat er tot nu toe een toekomst is. Als die toekomst ook maar een beetje op het verleden lijkt dan is eerlijkheid daarin ver te zoeken. De geschiedenis leert ons dat wij mensen dol zijn op macht en die macht het liefst gebruiken om andere mensen iets te laten doen wat ze uit zichzelf niet zouden doen. Onze soort is dol op sollen, zoals ik in eerdere prikkers al schreef. Sollen dat ervoor zorgt dat eerlijkheid buiten beeld raakt. Het zou knap zijn van de PvdA als de partij een middel heeft gevonden om die menselijke eigenschap uit te schakelen.

bron: Flickr

De PvdA zorgt er ook voor dat we zeker zijn van een vaste baan. De afgelopen jaren werd werk steeds flexibeler. Uitzendkrachten, oproepkrachten, pay roll constructies, echte en schijn zelfstandigen, ze komen in steeds meer varianten voor. Zelfs vast werk wordt steeds minder vast omdat het voor werkgevers steeds makkelijker wordt om mensen te ontslaan. Ook zien we dat door nieuwe technologie en techniek hele beroepsgroepen en zelfs bedrijfstakken verdwijnen. Dat is trouwens al jaren aan de gang. Groente-, kolen- en schillenboeren, ze zijn met de scharensliep uit het straatbeeld verdwenen. En zo zal het ook in de toekomst zijn. Dus hoe zeker is je vaste werk als je complete bedrijfstak wordt weggevaagd. Zou de partij zich niet beter in kunnen zetten voor (zoveel mogelijk) zekerheid van voldoende middelen om te overleven? Voor een soort basisinkomen? 

Zo zijn er nog wat zekerheden die de partij ons zegt te bieden waarvan de zekerheid van jezelf de meest opmerkelijke is. Het lijkt mij knap als de partij de onzekerheid van iemand die van nature nogal onzeker is van zichzelf, kan wegnemen. Zouden ze een pilletje of een of ander oplossing op het gebied van ‘informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie’ hebben gevonden die de menselijke natuur verandert?

Al schrijvend vallen me nog twee mogelijke zekerheden binnen. De zekerheid dat politieke partijen meer beloven dan dat ze kunnen waarmaken. Maar of dit echt een zekerheid is, kan ik niet hard maken. Er hoeft immers maar één politieke partij te zijn geweest die al haar belofte nakwam en dan is ook dit geen zekerheid.

De tweede mogelijke zekerheid is dat mensen teleurgesteld raken in de politiek omdat er zaken worden beloofd die niet waargemaakt worden. Dan verliezen mensen het vertrouwen in die belovende politici dan krijg je ‘de kloof’ tussen politiek en volk. De geschiedenis wijst echter ook uit dat er vervolgens weer een nieuwe politicus komt die zegt dat hij het allemaal beter weet en beter gaat doen. Die wekt dan weer het vertrouwen van mensen die er weer achteraan hollen en weer teleurgesteld raken. Teleurstelling in een politicus, niet in de belovende politiek.

Zowel politici als kiezers lijken niet veel te leren van ervaringen uit het verleden. Politici blijven ‘beloven’ en kiezers ‘geloven’. De kiezer zou inmiddels moeten weten dat de ‘oogst’ van de bij de verkiezingen gedane beloften altijd tegenvalt. Een lerende kiezer concludeert hieruit dat hij op een andere manier moet gaan bepalen aan wie hij zijn stem geeft. 

Aan de andere kant zou de politicus inmiddels toch moeten weten dat belofte schuld maakt, dat hij die schuld meestal niet na kan komen en vervolgens wordt gestraft door de kiezer. Zelfs als hij zijn schuld wel nakomt, kan afstraffing volgen. Nakomen van die schuld kan immers anders uitpakken dan vooraf werd beoogd. Bovendien komen er veel zaken voorbij die niet ‘gepland’ waren maar waarover toch een keuze gemaakt moest worden en de hierbij gemaakte keuze kan negatief worden beoordeeld door de kiezer. De politicus zou hieruit moeten opmaken dat een andere manier van profilering nodig is. 

In Fraternité schreef ik over rechtvaardigheid en de twee beginselen van rechtvaardigheid van van de filosoof John Rawls: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.” (Uit Een theorie van rechtvaardigheid pagina 321). Vervolgens over de ‘capability approach’ van Martha Nussbaum en Amartya Sen. Nussbaum onderscheidt tien vermogens waarover een mens minimaal dient te beschikken. Deze twee beginselen en die tien vermogens bieden een politicus goede aanknopingspunten voor een andere aanpak. Een andere aanpak dan het opstellen van een wensenlijstje.

Ze bieden een politicus de mogelijkheid om een afwegingskader te maken. Een afwegingskader dat de politicus gebruikt bij het maken van een keuze. In plaats van beloften te doen die niet nagekomen kunnen worden, zoals de PvdA doet, of een ‘actielijstje’ als verkiezingsprogramma, kan de politicus de boer op met zijn afwegingskader. Met de boodschap: ‘ik beloof jullie maar één ding en dat is dat ik alles waarover ik moet besluiten, langs dit afwegingskader leg en dan besluit. Vervolgens leg ik aan de hand van dit afwegingskader uit waarom ik heb besloten zoals ik heb besloten’. 

Als we de tien vermogens van Nussbaum erbij nemen dan kan een politicus aangeven welke van die vermogens hij of zij het belangrijkste vindt. Dat hij een voorstel beoordeelt op de bijdrage die het levert aan die vermogens. Levert het een bijdrage, dan krijgt het voorstel de steun van deze politicus. Levert het geen bijdrage dan niet. Ook kan de politicus aangeven wat het minimumniveau is van een vermogen dat nog acceptabel is.  

Welke politicus heeft lef en durft het aan om een dergelijke ‘keuzematrix’ te maken en die toe te passen op alle te maken keuzes? 

Staatsgodsdienst

Het schijnt dat er een juridische jihad woedt in Nederland. Tenminste als we emeritus hoogleraar Kees de Lange moeten geloven. “Het ontbreken van een heldere definitie van godsdienst leidt in de praktijk van vandaag tot onduidelijkheid en tot de onweerstaanbare neiging, met name in moslimkringen, om voor hun religieuze ideologie via de rechter steeds meer ruimte af te dwingen. De juridische jihad is een beproefde methode geworden om religieus-ideologische provocatie vorm te geven, en niet zonder succes.” Zo schrijft De Lange op de site Opiniez. Via de rechter afdwingen? Als de rechter beoordeelt dat iets conform de wet is, wordt het dan via de rechter afgedwongen? Heeft de wetgever die ruimte dan niet al geboden?

573px-Cathars_expelled

De verbanning van de Katharen. Illustratie: Wikipedia

De Lange lijkt nog meer ‘spoken’ te zien: “De seculiere samenleving komt daarbij steeds meer onder druk te staan. Zo wordt het uitoefenen van godsdienstige uitingen in de publieke ruimte steeds vaker gedoogd.” Godsdienstige uitingen in de publieke ruimte zijn altijd al toegestaan. Dat is niets nieuws. Je mag met een enorm kruis om je nek lopen. Er staan ‘huizen’ voor de verschillende goden in de publieke ruimte. In Maastricht werd laatst weer een zoveel jaarlijkse processie gehouden en als je wilt kunt je in de openbare ruimte tot elke god bidden die je maar wilt. Dat is niets nieuws.

De Lange gaat verder er: “…  worden in door de belastingbetaler bekostigde gebouwen ruimten voor godsdienstige rituelen ingericht.” Dat er in verschillende openbare gebouwen ‘stilteruimtes’ worden ingericht is ook niets nieuws. Dit past allemaal bij een samenleving die eenieder de ruimte biedt om een eigen leidraad in het leven te kiezen. Niets nieuws onder de zon. Vroeger had bijna ieder ziekenhuis, net als trouwens iedere middelbare school, in het zuiden een kapel. In het noorden hadden ze ook vast allemaal een gebedsruimte.

Sterker nog, er zijn nu nog gemeenten waar het een stapje verder gaat. Waar de raadsvergadering met een gebed begint en bijbels in vergaderzalen liggen. Nog sterker, god komt in de aanhef van iedere wet voor en het wordt nog steeds geaccepteerd dat volksvertegenwoordigers zich op god beroepen als ze worden ingezworen. 

Het enige ‘nieuwe’ is dat een andere religie hier ook gebruik van maakt. De Langes bezwaar richt zich op die hier redelijk nieuwe godsdienst, de islam. Die religie is volgens De Lange: “een staatsgevaarlijke haatdragende ideologie met bijbehorende vijfde colonne.” Een godsdienst die ons, zo beweert De Lange: “terug zal voeren naar de irrationele ideologische Middeleeuwen.” Zou het definiëren van godsdienst, de komst van die ‘ideologische Middeleeuwen’, als ze al komen, tegengaan? Of is het juist een stap in de richting van die ‘ideologische Middeleeuwen’ omdat er zo ‘staatsgodsdiensten’ ontstaan en de overheid, net als vroeger de landheer, bepaalt wat er geloofd moet worden?

Neutrale politici

Als volger van de actualiteit en vooral gefocust op ‘bijzondere’ uitspraken en redeneringen, lees je soms dingen waarvan je denkt: hoe krijgen ze het verzonnen? Zo las ik bij rtvdrenthe een wel heel bijzondere redenering van de PVV-fractievoorzitter in Emmen, Tom Kuilder. Kuilder: “Wij vinden de scheiding van kerk en staat een belangrijke zaak. Daarom past het dragen of tonen van religieuze symbolen niet in een volksvertegenwoordigend orgaan. Denk aan keppeltjes, hoofddoeken of mariabeelden. Geloof is iets voor achter de voordeur.” Kuilder richt zijn pijlen op een PvdA-raadslid dat een hoofddoek draagt en het gaat hem niet om de persoon: “Het gaat ons om de achterliggende discussie en de neutraliteit die politici moeten uitstralen.”

Nolensplein

Foto: de Ballonnendoorprikker

Gelukkig vindt hij de scheiding tussen kerk en staat belangrijk. Op dat punt zijn nog wel wat slagen te winnen, zoals ik een tijdje geleden al betoogde. Betekent een neutrale overheid dat een volksvertegenwoordiger geen religieus symbool mag dragen? Gaat Kuilder dan ook de strijdt aan met partijen die in hun naam verwijzen naar een religie? Moeten die niet ook worden ‘verboden’? Die stralen immers geen neutraliteit uit. Hoe zit het met het benoemen van het ‘joods- christelijke’ karakter van de samenleving dat de laatste jaren, ook bij PVV-leider Wilders, erg populair is? Ook verbieden? En als we dan toch bezig zijn, is het liberalisme niet ook een visie op het leven, net zoals een religie? Iets wat je ook van het socialisme zou kunnen zeggen. Verbieden nu we toch bezig zijn? 

“Geloof is iets voor achter de voordeur,” aldus Kuilder en hij lijkt dit letterlijk op te vatten. Alleen echt consequent is hij niet, want ik mis een pleidooi voor de sloop van alle kerken, maar misschien komt dat nog. Dat zijn immers uitingen van een religie aan de verkeerde kant van de voordeur. Daarna kan hij zich wellicht nog werpen op alle pleinen en straten die zijn vernoemd naar paters, pastoors, heiligen, dominees en andere religieuze persoonlijkheden. Dat heeft een voordeel, dan wordt het Venlose Nolensplein weer het Gaasplein.

Wanneer kunnen we van Kuilder de oproep verwachten aan zijn politiek leider Wilders? Politici moeten immers ‘neutraliteit’ uitstralen. En zo blijft er niemand over die geschikt is als politicus. Of zou Kuilder bedoelen dat de PVV neutraal is?

Beste ambassadeur Kocsis,

Met belangstelling heb ik uw reactie op een artikel van de journalist Erzsó Aldöldy gelezen. Ik geloof graag dat antisemitisme in Hongarije geen plek heeft. Ook geloof ik graag dat de vrijheid van meningsuiting welig tiert in het: “breed scala aan kritische media in Hongarije, bestaande uit kranten, digitale kanalen, radio en televisie.” Even tussendoor een vraagje, of eigenlijk een paar hierover. Als die vrijheid zo welig tiert en als er een breed scala aan kritische media is, waarom maakt uw land dan zo’n punt van die ene kritische mening van de stichting van Soros? Waarom zo’n punt van een groep die anders denkt over migratie? Daar gaat hun mij nu even niet om. Het gaat mij om uw laatste alinea.

christendom

foto: PxHere

U eindigt met de volgende passage: “Premier Orbáns visie op democratie pleit voor een ‘21ste-eeuwse christendemocratie die de menselijke waardigheid, vrijheid en veiligheid garandeert, gelijke rechten van mannen en vrouwen waarborgt, het idee van de traditionele familie beschermt, antisemitisme een halt toeroept en onze christelijke cultuur beschermt’.” Hoe ziet uw 21ste eeuwse christendemocratie eruit? Kunt u mij uitleggen op welke waarden die christendemocratie is gebaseerd? Wat de basis is van die ‘christelijke cultuur’ die u beschermt?

Als ik aan christelijke waarden denk, dan komen bij mij veel verschillende beelden naar boven. Beelden zoals het toekeren van de andere wang. Het brood vermenigvuldigen en delen. Het liefhebben van je naasten en mijn favoriete sint Martinus die zijn mantel deelt met een arme zwerver. Eigenlijk komt het neer op het zorgen voor elkaar.

Beste meneer Kocsis, ik kan die beelden niet rijmen met het sluiten van uw huis, de landsgrenzen, voor mensen die hulp nodig hebben. Hoe deel je dan je brood of je mantel met een arme? Daarom ben ik benieuwd naar uw christelijke waarden zodat ik u kan proberen te begrijpen. 

Iftar, kerst, kerk en staat

“In Nederland vervaagt de scheiding tussen kerk en staat. Er is één religie, waarvan de aanhangers steeds vaker en openlijker laten zien lak te hebben aan de mores van onze seculiere maatschappij: de islam. Meer en meer worden we geconfronteerd met islamitische symbolen, rituelen en gebruiken op tot voor kort neutraal terrein: in overheidsgebouwen, universiteiten en op de werkvloer.”  De opening van een artikel van Pamela Pinas bij Opiniez. In het artikel krijgen diverse bedrijven, instellingen en mensen een sneer. Een van die mensen is burgemeester Jan van Zanen van Utrecht. de ‘onverlaat’ haalt het in zijn hoofd om als speciale gast en hoofdspreker op te treden op een iftar-bijeenkomst. Dat kan natuurlijk niet, een bestuurder die spreekt op een ‘moslimfeest’, dat zou ten strengste verboden moeten zijn. 

aanhef grondwet

Foto: Wikipedia

Beste mevrouw Pinas, gaan we ook van u horen als de koning zo op de vijfentwintigste december zijn jaarlijkse kerstboodschap verkondigt? In het verlengde daarvan, gaat u ook al die burgemeesters die op dat moment een duit in het zakje doen en een kerstboodschap uitspreken, aanpakken en hen erop wijzen dat dit niet past bij de neutrale positie die de overheid moet innemen? Google maar even op ‘kersttoespraak burgemeester’ en u weet precies wie u allemaal aan de schandpaal moet nagelen. Dan ziet u hoe ‘verstrengeld’ kerk en staat nog steeds zijn.

En als u dan toch bezig bent, hebt u er weleens een wet op nageslagen. Is niet moeilijk, via overheid.nl kunt u ze allemaal vinden. Lees dan vooral even de aanhef. Om het u makkelijk te maken, hier komt die: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” Een beroep op god bij iedere wet, hoe gescheiden zijn kerk en staat dan? Wat moet een aanhanger van de kerk van het vliegende spaghettimonster daar wel niet van denken? Dus weg die god of ook toevoeging van het vliegende spaghettimonster en alle andere zaken waarin men kan ‘geloven’. 

Dan even naar de benoeming van volksvertegenwoordigers. Dat kan met ‘dat zweer en beloof ik’ of met ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig’. Wanneer kan ik uw betoog tegemoet zien om die laatste variant af te schaffen? 

Beste mevrouw Pinas, zolang u niet rept over de kersttoespraken, de aanhef in de wet en de gelofte, moet u niet zeuren over een burgemeester die deelneemt aan en spreekt op een religieus feest van een deel van zijn inwoners.  Want waarin verschilt iftar van kerst? 

‘Wij, zij en antisemitisme’

Migranten, islam en antisemitisme, met die woorden begon een prikker een dikke week geleden. Nu begin ik er weer mee. De aanleiding: het door Hans Wansink geschreven Commentaar in de Volkskrant. Volgens Wansink worden joden: “Overal in Europa (…) geconfronteerd met haat, geweld, intimidatie en vijandigheid.” En: (manifesteert) Het antisemitisme (…) zich in Europa in allerlei varianten.” Dat kan, aldus Wansink: “niet los worden gezien van de immigratie uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Moslims zijn sterk oververtegenwoordigd bij geweld tegen Joden.” En dan in het bijzonder het salafisme, want: “de verderfelijke rol van het salafisme bij het ontwikkelen van vijandbeelden, mag niet worden weggemoffeld.” Een duidelijk betoog. Maar … 

identiteit

Illustratie: Pixabay

Zoals Wanssink aangeeft zijn er meer ‘bronnen’ van antisemitisme” “Op sociale media verspreiden radicalen uit extreemlinkse en extreemrechtse hoek de klassieke complottheorie dat een Joodse elite wereldwijd aan de touwtjes trekt.” Die worden met het stoppen van het salafisme niet van een weerwoord voorzien. Volgens Wansink wordt: “ De populariteit van antisemitische complottheorieën (…) wel in verband gebracht met de behoefte zondebokken te zoeken in tijden van maatschappelijke polarisatie, economische stagnatie en identiteitspolitiek.” Zouden we de oorzaak van het oplaaiende antisemitisme net als van die maatschappelijke polarisatie, niet veeleer moeten zoeken bij die ‘identiteitspolitiek’? 

Bij het benadrukken van een ‘wij’ die automatisch ook een ‘zij’ creëert die er niet bijhoort. Bij politici die maar blijven hameren op het ‘joods-christelijke’ van ‘onze samenleving’? Leidt dat hameren niet ertoe dat er mensen zijn die daar niet bijhoren en nooit bij kunnen horen? Mensen die vervolgens een ‘eigen identiteit’ opgedrongen krijgen? Een identiteit die vooral wordt gedefinieerd ten opzicht van die ‘wij’?

Zou het kunnen dat mensen zich, als er maar lang genoeg op die opgedrongen identiteit wordt gehamerd, ook met die identiteit gaan identificeren en die identiteit versterkt gaan uitdragen? Sterker nog, dat ‘zij’ die vervolgens trots gaan uitdragen en zich gaan afzetten tegen de ‘wij’? Dat zij die ‘joods-christelijke wij’ naar beneden halen, stigmatiseren en zelfs gaan discrimineren? Zou dat niet een van de oorzaken van het oplaaiende antisemitisme kunnen zijn? 

Christelijk Europa?

Volgens enkele politici in ons land, ik zal geen namen noemen maar een ervan heeft ‘waterstof geperoxideerd’ haar, moet Europa worden gered door de Hongaarse president Orbán. In Elsevier lees ik dat, volgens Orbán: “Onze ergste nachtmerries kunnen waarheid worden. Het Westen kan vallen als het niet ziet dat Europa onder de voet wordt gelopen.”  Vooral met West Europa gaat het de verkeerde kant uit: “In tegenstelling tot Oost-Europa is het ‘een immigrantenzone, met een gemengde bevolking dat een andere richting in slaat dan de onze.” Het gevaar komt van: “politici uit Brussel, Parijs en Berlijn,” die zijn verantwoordelijk voor het: “verdwijnen van de christelijke cultuur en de islamitische expansie”. De oplossing? “Het christendom is onze laatste hoop,” aldus Orbán.

mural-539817_960_720

Foto: pixabay.com

Als het christendom Orbáns laatste hoop is, wil ik dan in het Europa van Orbán wonen? Sterker nog, ik wil nergens wonen waar de hoop is gevestigd op een religie? Zijn dat niet bijna altijd behoorlijk intolerante landen? Ondanks de ’vrede’ en medemenselijkheid’ die iedere religie zegt te prediken, mondt het toch heel vaak uit in wrede onmenselijkheid. De Europese geschiedenis is behangen met godsdienstoorlogen en wreedheden tussen diverse ‘christelijke sekten. De laatste ervan (Noord-Ierland) is pas een kleine twintig jaar geleden beëindigd in een nog behoorlijk koude vrede. De diverse facties binnen de islam zijn, geen haar beter. De meeste aanslagen worden immers gepleegd door islamieten op andere islamieten. Het hindoeïsme laat in India inmiddels ook al vervelende gewelddadige en intolerante trekjes zien. Ook het Boeddhisme kent zo zijn intolerante en enge kanten, zo liet Arjen Lubach zien. Dit nog afgezien van de oorlogen tussen verschillende godsdiensten.

Natuurlijk zijn er vreedzame christenen, islamieten, hindoes en boeddhisten. Sterker nog, de overgrote meerderheid van hen zal dat zijn. Maar wordt het niet een probleem als gelovigen hun geloof, hun normen en hun waarden aan anderen gaan opdringen? Als een land of in Orbáns geval de Europese Unie, christenlijk moet zijn? Christenen in Europa, ja! Naast islamieten, boeddhisten, hindoes en alle andere religies, zelf de aanhangers van het ‘vliegende spaghettimonster’. Een christelijk Europa, NEE!