Uitgelicht

Goden, profeten, heiligen en mensen

Het zal jullie niet ontgaan zijn dat er een petitie is gehouden om het beledigen van profeten strafbaar te stellen. Die petitie is meer dan 120.000 keer ondertekend en speelde een belangrijke rol in een volledig ontspoort Kamerdebat over de vrijheid van meningsuiting. Dat Kamerdebat ging over van alles, behalve over de inhoud van de petitie. Over de commotie wil ik het niet hebben. Ook niet over het grondwettelijke: “recht verzoekschriften bij het bevoegd gezag in te dienen,” zoals artikel 5 van de Grondwet het omschrijft. Ik wil het over de inhoud hebben.

Psychics, Crystal Ball, Waarzegster, New Age, Rondje
Bron: Pixabay

Het recht om een verzoek in te dienen heeft iedereen, dus ook een oproep aan de overheid om: “het beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.” Dit omdat het, volgens de opstellers en ondertekenaars van de petitie: “een tekort aan fatsoen (is) en leidt ook nog eens tot maatschappelijke spanningen alsook het structureel beledigen van moslims.” Het fatsoen en het beledigen van mensen in het algemeen, laat ik passeren. Het gaat mij puur om het verzoek om het: “beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.”

Een discussie over het strafbaar stellen van beledigen van de profeet moet gaan over de vraag wat we strafbaar stellen als de petitie in een wet wordt vertaald. Wat mag dan niet meer? In dit geval dus het beledigen van ‘de profeet (zelfs alle profeten). Voordat we een antwoord geven op die vraag, moet eerst duidelijk zijn wie of wat een profeet is. Aangezien we in Nederland wonen en leven, is het eerste boek dat we hiervoor moeten raadplegen, het woordenboek. De Van Dale geeft twee betekenissen. Als eerste: “een door God geïnspireerd heilig man.” Nu lopen er veel door welke god dan ook geïnspireerde mensen rond. Het lijkt mij niet dat we alle aanbidders van welke god dan ook niet meer mogen beledigen.

Het kernwoord in deze betekenis is ‘heilig’. Daarom maar weer de Van Dale geraadpleegd. Vier betekenissen. Het wordt er daarmee niet makkelijker op. Dat is niet erg want als de geschiedenis ons iets leert dan is het dat we mensen met ‘simpele oplossingen’ moeten wantrouwen. De eerste betekenis van heilig is: “zonder zonde; rein, volmaakt.” Wie is er zonder zonde? Niemand als ik de twee gereformeerde docenten mag geloven waarover ik in mijn vorige Prikker schreef want iedereen is: “op de één of andere manier van Gods doel afgeweken.” Immers wat gods doel is, wordt door de aanhangers ervan zelden tot nooit eenduidig uitgelegd. Daarom kennen de grote godsdiensten ook zoveel verschillende stromingen.

Wellicht biedt de tweede betekenis van heilig aanknopingspunten: “eerbiedwaardig, verheven.” Nu zijn er zeer veel mensen die op een of andere manier boven anderen uitsteken. Zo steekt Usain Bolt boven iedereen uit omdat hij de snelste mens over honderd meter is. Alleen weten we dat niet zeker, want vroegere hardlopers, liepen niet onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde materialen als Bolt. Bovendien konden we het gros van het menselijk bestaan op aarde de tijd niet meten en zeker niet zo nauwkeurig als tegenwoordig. Dus we weten niet zeker dat er niet ergens iemand heeft geleefd die sneller was dan Bolt. Napoleon stak boven alle andere veldheren uit. Tenminste in zijn tijd. Hoe hij het zou hebben gedaan tegen Dzjengis Khan, Caesar of Alexander de Grote zullen we nooit weten. Verheven zijn is daarmee arbitrair. Net zoals trouwens ‘eerbiedwaardig’. Want over wie eerbied waard is, kunnen we enorm van mening verschillen.

De derde betekenis van heilig is “heilig verklaard”.  Met daarbij “rooms-katholiek” en als toelichting: “als paus een uitspraak doen waardoor iemand in het vervolg als heilig wordt vereerd.” Als we deze verklaring volgen dan bepaalt de paus in Rome wie er heilig is en dus wie we niet mogen beledigen. Nu heeft de katholieke kerk een verleden waarin mensen die in iets anders geloofden, werden vervolgd en gedood. Daarmee zou ik het laten bepalen wie mag worden beledigd niet graag bij de paus laten.

Als laatste geeft de Van Dale: “onkreukbaar, onverbreekbaar,” als betekenis van heilig. Onze wereld kent veel rechtschapen en integere mensen, want dat is wat onkreukbaar betekent. Al zullen ook die allemaal wel eens een moment van zwakte hebben en, zoals de beide gereformeerde docenten uit mijn vorige Prikker het schreven, ‘van gods doel afwijken.’

Daarmee zijn de betekenissen van ‘heilig’ uitgeput en zijn we nog geen stap dichter bij het bepalen van wie een profeet is. Niet dichterbij omdat iedereen en niemand profeet kan zijn. Wellicht biedt de tweede betekenis van profeet betere aanknopingspunten: “iemand die de toekomst voorspeld.” Ah, Nostradamus en Karl Marx zijn profeten. De een voorspelt met zijn kwatrijnen, als je zijn aanhangers moet geloven, de toekomst. De andere ‘ontdekte’ de wetmatigheid in de geschiedenis die ons zal leiden naar een paradijs op aarde. Maar hoe zit het dan met economen en andere sociale wetenschappers die met hun modellen de toekomst voorspellen? En nog een stapje verder: de ‘glazenbollen voorspellers’ op kermissen en in de nachtelijke tv-uren?

Ook met de tweede betekenis van ‘profeet’ komen we niet verder. Die betekenis maakt het er ook niet makkelijker op om te bepalen welke profeten dan tegen belediging moeten worden beschermd door een wet. Als het niet lukt in het algemene, dan maar het bijzondere? De indieners van de petitie hebben één profeet in het bijzonder op het oog, ze spreken immers niet voor niets van ‘de profeet’. Nu is het vreemd om alleen die profeet te vrijwaren van beledigingen en niet profeten van andere religies. Dus iedere religie mag één profeet aandragen? Dat wordt dan een heel lange lijst. Want wie bepaalt wat een religie is en wie mag vervolgens bepalen wie die ene profeet is die namens die religie op de lijst moet? Bovendien word je te pas en te onpas toegeroepen dat je in jezelf moet geloven. Ik zal mezelf er dan ook maar meteen voor aanmelden. Als ‘diep gelovige in mezelf’, zie ik mezelf als een ‘belangrijk profeet’ voor mezelf. Nee, mezelf aanmelden lijkt mij geen goed idee. Ik ga mezelf niet ‘heilig’ verklaren.

In het verlengde daarvan wordt het onmogelijk om een wet aan te nemen die ‘profeten’ beschermt tegen belediging. Immers over tot de ‘profeten’ gerekend moeten worden, kun je hele (vooral heilige, al kan ik dat woord slecht plaatsen in dit kader) oorlogen voeren. Ik weet niet of we daarbij gebaat zijn. Ik vraag me trouwens af waarom fervente aanhangers van welk ‘almachtig opperwezen’ met bijbehorende profeten dan ook, bescherming zoeken bij de wetgever? Als dat opperwezen werkelijk almachtig is, zou dat dan niet voor de eigen belangen kunnen opkomen? Zou dat opperwezen bescherming nodig hebben van de aardse wetgevers en van aardse ‘rechtvaardigheidsridders’ die in naam van dat ‘opperwezen’ straffen? Sterker nog, als er werkelijk zo’n ‘almachtig opperwezen is’ zou dat dan niet ook de ‘beledigers’ die niet geloven aan een touwtje hebben? Zouden de ‘beledigende niet gelovigen’ geen middel kunnen van het almachtige opperwezen? Een middel om de kracht en het geloof van de gelovigen te testen. Om te testen of ze de barmhartige uitgangspunten van het geloof ook toepassen op ongelovigen?

Uitgelicht

God en vrijheid

 Ja. Dat is het korte en simpele antwoord op de vraag die G. van Veldhuizen en A. Heemskerk aan het eind van hun artikel in Trouw stellen. De auteurs zijn docenten in het voortgezet onderwijs en werken op een school met een reformatorische grondslag. De vraag waarop ja het antwoord is, luidt: “Als wij God en Zijn Waarheid maar mogen houden.” Jullie mogen ‘God en zijn Waarheid’ houden. Net zoals iedere andere persoon het recht op een eigen god met bijbehorende waarheid, of alleen een eigen waarheid mag hebben en houden. Ik vraag me af of de beide auteurs vinden dat mensen ook zonder god hun waarheid mogen hebben. Het lijkt erop alsof zij god boven de wet plaatsen. En vervolgens de wet vanuit hun god uitleggen.

God, De Heer, Oorlog, Harmonie, Verschijning
Bron: Pixabay

Ze schrijven: “Godsdienst is God dienen. Hem op de eerste plaats zetten.” Tot zo ver niets bijzonders. Iemand zonder god hoeft god niet op de eerste plaats te zetten. Dat wordt het als ze hun betoog vervolgen en van het individuele naar het algemene gaan: “Het spreken over ‘vrijheid van godsdienst’ kan alleen binnen die context.” Beweren de beide auteurs dat spreken over godsdienstvrijheid alleen kan door god te dienen en hem op de eerste plaats te zetten? Betekent dit dat iemand die geen god aanhangt geen godsdienstvrijheid heeft? Dat is wel een heel bijzondere uitleg van godsdienstvrijheid.

Nu is het eigen aan gelovigen dat ze de wet van hun god het allerbelangrijkste vinden: die moeten ze volgen. In een land waar iedereen dezelfde god aanhangt en dat ‘aanhangen’ ook op eenzelfde manier doet, kan ‘godswet’ ook de ‘landswet’ zijn. Dat wordt alleen heel erg lastig in een land als Nederland waar mensen wonen die verschillende goden aanhangen en een heel grote groep zelfs geen god aanhangt. Trouwens niet alleen worden er verschillen goden aangehangen. Ook de aanhangers van eenzelfde god, hangen die op verschillende manieren aan. Als in zo’n land ieder de regels van zijn eigen god volgt, dan wordt het een puinhoop.

Onze grondwet bepaalt in artikel 6 in het eerste lid de godsdienstvrijheid: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.” En in tegenstelling tot de dienst aan god, bepaalt dit artikel de context van de godsdienstvrijheid. Het artikel bepaalt dat iedereen zijn eigen god mag dienen maar dan wel binnen de door de overheid gestelde wetten. God, en vooral zijn aanhangers in dit land, hebben zich aan de wet te houden. Of zoals het in de toelichting op dit artikel staat: Het artikel staat toe dat de wetgever bepaalde ontoelaatbare gedragingen, ook indien die een uiting zijn van godsdienstig of levensbeschouwelijk belijden, strafbaar stelt.” Wat ontoelaatbare gedragingen zijn, bepaalt de wetgever, niet god of zijn vertegenwoordigers op deze aardkloot. Haat zaaiende en tot geweld oproepende dominees, pastoors, rabbijnen en imams kunnen worden aangepakt en kunnen zich niet verschuilen achter hun god.

“Als wij vrijheid van godsdienst hebben, mogen individuele ouders kiezen voor een school waar hun overtuiging vrij uitgedragen wordt. Nederland is geen dictatuur van de meerderheid.” Zo vervolgen ze hun betoog. Inderdaad is Nederland geen dictatuur van de meerderheid. Trouwens ook niet van de minderheid. En ja, ouders mogen zelf een school voor hun kind kiezen waar hun overtuigingen uitgedragen worden. Ik laat hier bewust één woord weg dat de beide auteurs wel gebruiken, namelijk het woord ‘vrij’. Overtuigingen mogen, zo zagen we hierboven, worden uitgedragen binnen de grenzen van de wet. Die wet begrenst het ‘vrij uitdragen’ van geloofsovertuigingen.

En dan komen we bij de aanleiding voor hun artikel: “Onze scholen zijn in het nieuws gekomen omdat homoseksualiteit daar afgewezen zou worden. Daar wordt veel omheen gedraaid, maar laten we maar even duidelijk zijn: dat klopt en dat wist iedereen allang.” Volgens de beide auteurs is dit geen discriminatie: “Wij wijzen namelijk nooit één enkele groep af, wij wijzen steeds weer zowel onszelf als ook alle anderen af, omdat we allemaal op de één of andere manier van Gods doel afgeweken zijn.” En daarom zien ze: “geen andere mogelijkheid dan om homoseksualiteit af te wijzen op grond van de Bijbel, maar op grond van datzelfde Woord wijzen we evenzogoed een kerkgang af die alleen maar vanuit gewoonte is, omdat die dan geen liefdedienst is.” Een bijzonder redenering: we discrimineren niet als we homo’s afwijzen omdat we iedereen afwijzen inclusief onszelf. Alsof er niet een verschil is tussen iets wat een keuze is, kerkgang uit gewoonte, en iets wat geen keuze is, homoseksualiteit. Dat de gereformeerde god homoseksualiteit afwijst en dat de beide auteurs dat ook doen, staat hen vrij. Dat zijn hun persoonlijke opvattingen. En een dominee mag dat zelfs vanaf de kansel prediken.

Dit afwijzen wordt echter een probleem als het op scholen wordt onderwezen in andere dan de godsdienstlessen. Het wordt dus een probleem als schoolbesturen dit afwijzen. Het staat scholen niet vrij te onderwijzen wat zij willen. En artikel 23 van de grondwet dan, dat regelt toch de vrijheid van onderwijs? Hoor ik al mensen roepen. Dat artikel wordt inderdaad gekoppeld aan de ‘vrijheid van onderwijs’. Dat is echter iets anders dan de ‘vrijheid om te onderwijzen wat je wilt’. Die vrijheid is er niet. Het eerste lid van dit artikel luidt niet voor niets: “Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.” In het tweede lid wordt die ‘zorg’ nader toegelicht: “Het geven van onderwijs is vrij, behoudens het toezicht van de overheid en, voor wat bij de wet aangewezen vormen van onderwijs betreft, het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid van hen die onderwijs geven, een en ander bij de wet te regelen.” Deze zorg betreft alle scholen. Openbare scholen moeten hierbij ‘ieders godsdienst of levensovertuiging eerbiedigen’ en bijzondere scholen, zoals de gereformeerde school van de beide auteurs, moeten voldoen aan ‘eisen van deugdelijkheid’. En die eisen worden door de wetgever bepaald. Als de wetgever bepaalt dat mensen afwijzen op basis van seksuele geaardheid niet mag, dan mogen scholen dat ook niet. Dan moeten zelfs de beide auteurs die homoseksualiteit afwijzen, onderwijzen dat het afwijzen van iemand op basis van zijn geaardheid niet mag.

Uitgelicht

’n Man, ’n vrouw

“Een harde boodschap voor mensen zonder kinderen.” De conclusie van interviewer Fokke Obbema in een gesprek in de Volkskrant met paleontoloog John de Vos. Die conclusie volgt op: “klopt,” het antwoord dat De Vos geeft op de vraag: “Leiden mensen die zich niet voortplanten dan geen zinvol leven.” Volgens De Vos is de enige zin van het leven de voorplanting: “Er is een raar molecuul, het dna, dat afhankelijk van de omstandigheden een bepaalde vorm krijgt. De voortzetting daarvan is de zin. De rest is amusement.” Een heel ander antwoord dan de schoolcatechismus gaf.

Nu was de vraag die in die schoolcatechismus werd gesteld iets specifieker. Die vroeg niet naar de zin van het leven in het algemeen, maar naar de zin van het menselijk leven. Op de eerste vraag ‘waartoe zijn wij op aarde’ volgde het antwoord ‘Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn.’ En omdat de tijd hier kort is en in het hiernamaals lang, was het geluk hier ondergeschikt aan het geluk in het hiernamaals. Zeker omdat het niet goed dienen van god je een plek in de hel of het vagevuur kon bezorgen en dat scheen geen pretje te zijn. Voor wie daar meer over wil weten, de Goddelijk komedie van de dertiende-eeuwse Florentijnse dichter Dante Alighieri beschrijft de reis die je na je dood maakt. De islam kent een soortgelijk geloof in een hiernamaals en je plek daar wordt bepaald door wat je tijdens je leven op Aarde doet.

Ook de oude Romeinen geloofden in een hiernamaals, het Elysium, de plek waar de gelukzaligen vertoefden. Maar daar waar de christenen daarvoor naar boven, naar de hemel, keken, bevond het Elysium zich in de onderwereld. En net als de christelijke hemel, werd je toegang tot het Elysium bepaald door je daden in het aardse leven. Generaal Maximus gespeeld door Russel Crowe refereert daar in de film Gladiator aan in zijn toespraak tot zijn ruiters voor de ‘laatste slag’ met de Germanen: “Three weeks from now, I’ll be harvesting my crops. Imagine where you will be, it will be so. Hold the line! Stay with me. If you find yourself alone riding in green fields with the sun on your face, do not be troubled for you are in Elysium. And you’re already dead.”

Dan zijn er nog mensen die geloven dat de ziel van ieder leven, wat dat ook moge zijn, steeds weer een nieuwe ‘vleselijke gedaante’ aanneemt. Vandaar de naam hiervoor reïncarnatie. Wat die ziel in dat vleselijke omhulsel doet, bepaalt de vleselijke vorm in een volgende cyclus. Die vorm kan hoger of lager zijn dan de vorige. Als de ziel het almaar goed blijft doen, wordt hij of zij bevrijd van het aardse leven en wordt dit ingeruild voor een eeuwig leven met god. Als we dit vergelijken met de christelijke hemel en hel, dan kun je zeggen dat leven op Aarde een hel is waaraan je als ziel kunt ontsnappen door goed te leven.

Nadenken over de zin van leven in het algemeen en het eigen in het bijzonder, is een typisch menselijke activiteit. Het is iets wat we gratis meegeleverd hebben gekregen met de evolutionaire ontwikkeling van onze hersenen. Zoals ik in een recente Prikker schreef, kunnen wij ons zaken voorstellen die er niet zijn. Wij kunnen ons een reis naar Mars verbeelden. Wij zijn meesters in het verzinnen van ficties die voor ons zo feitelijk en reëel zijn als een boom of een steen. Dat voorstellingsvermogen is een uniek menselijke kwaliteit. Dit voordeel komt echter wel met een nadeel. Dat nadeel is dat wij ons ook de vraag kunnen stellen wat er na onze dood komt? Een vraag die bij velen onzekerheid oproept. Die onzekerheid kan dan weer worden weggenomen door dat ‘unieke voordeel’. Dat verbeeld zich dan een hemel, Elysium of reïncarnatie. Een fictie die voor de aanhangers ervan weer net zo feitelijk is als een boom.

En dat brengt mij bij Rowwen Hèze. Een van hun eerste liedjes ging precies over de zin van het leven. In het lied ’n man, ’n vrouw komen ze tot dezelfde conclusie als De Vos: het draait om de voortplanting en de rest is amusement. Ze verpakken het wel wat beter:

’n Man ‘n vrouw en unne groete pot beer,
’n akordeon en ’n bitje pleseer,
‘n Man ‘n vrouw en une groete pot beer,
dat is al wat er is, leg ow dor maar beej neer,
oohh leg ow dor maar beej neer.

Historische vergelijkingen en Cruijff

‘Besteed toch geen aandacht aan die man.’ Dat is het eerste wat mijn partner en ‘eindredacteur’ zal roepen al ze leest dat deze Prikker een gevolg is van een schrijfsel van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. Weer zal ik haar antwoorden dat het mij niet om de persoon Roos gaat, maar om zijn uitspraken. Volgens Roos is: “Het narratief van de (Marokkanen als) nieuwe Joden (…) niet alleen geschiedkundig smakeloos en onjuist, het doet voornamelijk af aan de waarde van de lessen die we zouden moeten leren van Jodenhaat en de holocaust.”  

“Er is geen systematische institutionele Marokkanenhaat, er is geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen, er worden geen Marokkaanse bedrijven gesloopt, er worden geen Marokkanen vermoord vanwege Marokkanenhaat, de overheid discrimineert Marokkanen niet, er zijn geen concentratiekampen voor Marokkanen, er zijn geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, er wordt niet gejaagd op Marokkanen, er zijn geen anti-Marokkanenwetten, er worden geen Marokkanen op transport gezet en bovenal is er geen plan tot uitroeiing van Marokkanen.” En Roos heeft daar een punt. Er is inderdaad geen systematische institutionele Marokkanen haat. Er is ook geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen. Marokkaanse bedrijven worden niet gesloopt. Of er geen Marokkanen worden vermoord vanwege Marokkanen haat, is niet helemaal uit te sluiten. Inderdaad maakt de overheid zich niet schuldig aan discriminatie van Marokkanen. Tenminste, niet alleen Marokkanen zoals uit de ‘toeslagenaffaire’ bij de Belastingdienst bleek. Concentratiekampen voor Marokkanen zijn er ook niet. Er zijn ook geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, Marokkanenwetten zijn er niet, er worden geen Marokkanen op transport gezet en er is geen plan tot uitroeing van Marokkanen. Maar heeft Roos daarmee gelijk en dus een punt?

Laten we wel wezen. Tot de Wansseeconferentie van 1942 was er ook geen plan tot uitroeing van Joden. Tot eind jaren dertig van de vorig eeuw waren er ook geen concentratiekampen voor joden. Tot 15 september 1935 waren er ook geen ‘jodenwetten’. Tot de machtsovername door Hitler in 1933 maakte de Duitse overheid zich ook niet schuldig aan discriminatie van joden. Ja, er werden wel joden vermoord door mensen die joden haten en de geschiedenis kent voorbeelden van het verdrijven van joden. Alleen gebeurde dat niet op een ‘systematische institutionele’ manier. Die kwam er pas na Hitlers machtsovername.

Wel was er voor die tijd een retoriek die joden wegzette als zondebok. Zondebok voor de moord op Christus. Die moord zat met name christenen dwars en zorgde door de eeuwen heen voor geweld en haat tegen joden. In de jaren van het opkomende nationalisme vanaf de tweede helft van de Negentiende eeuw ontstond er een nieuwe dynamiek in het aanwijzen van de joden als zondebok. De nationalist zette vraagtekens bij het vaderlandslievende karakter van joden. Kon een jood wel een echte …. zijn? Net zoals er in die tijd in Nederland vraagtekens werden gezet bij het vaderlandslievende karakter van katholieken. In 1897 leidde die retoriek tot een heuse complottheorie. Een theorie waarbij joodse leiders een plan zouden hebben gesmeed om de christelijke maatschappij omver te werpen. De zogenaamde Protocollen van de wijzen van Sion. Een document dat waarschijnlijk uit de koker kwam van de Ochrana, de geheime dienst van Tsaristisch Rusland. Dit document werd daarna gebruikt als onderlegger om joden van alles de schuld te geven. 

Roos heeft een punt dat ‘Marokkanenhaat’ of ‘islamietenhaat’ niet tot industriële uitroeing van Marokkanen of joden heeft geleid. Dat is echter niet de vergelijking die Grunberg maakte. Grunberg vergelijkt de huidige retoriek tegen Marokkanen en in het verlengde daarvan islamieten, met de begin twintigste eeuwse retoriek tegen joden. Die historische vergelijking is wel te maken. Roos verwijt komt er op neer dat een talentvolle voetballer van veertien niet vergeleken mag worden met gearriveerde ster Johan Cruijff op z’n 30ste. Dat is appels met peren vergelijken. Het vergelijken van  dat talent met de veertienjarige Cruijff is echter een heel ander verhaal.

Geestelijke schraalheid

“Tot de bevrijding die de babyboomers organiseerden, behoorde ook de secularisering – het proces van ontkerkelijking. Eenmaal verlost van de knellende geloofszekerheden, kon de babyboomer zijn zelfontplooiing ter hand nemen. Daarmee kon echter niet het vacuüm worden opgevuld dat de kerken hebben nagelaten. De babyboomers en hun nazaten leven in geestelijke schraalheid te midden van materiële weelde.” Een alinea uit het Commentaar van Sander van Walsum in de Volkskrant. Dat Commentaar behandelt de kloof tussen de de ‘jongeren van nu’ en de ‘babyboom-generatie’. Nee, ik ga hier niet meer schrijven over ‘geleuter over generaties’, dat heb ik al twee keer gedaan. Het gaat mij om de bovenstaande passage. 

Bron: Public Domain Pictures

Beweert Van Walsum dat het leven geestelijk schraal is zonder ‘geloofszekerheden’? Omgekeerd zou dat betekenen dat een geestelijk rijk leven alleen maar mogelijk is met ‘knellende geloofszekerheden.’ Ik kan me niet voorstellen dat iets wat knelt prettig voelt. Knellende schoenen lopen niet prettig. Maar ook als we het woord ‘knellende’ weglaten, vraag ik me af of ‘geloofszekerheden’ een voorwaarde voor een geestelijk rijk leven zijn.  

We leven inderdaad in een tijd van materiële weelde. Sterker nog, het ‘materiële’ wordt  veel te belangrijk gevonden. Als die ‘geloofszekerheden’ nodig zijn om mensen te ‘verankeren’ waarom zien we dan zo weinig aanhangers van die zekerheden die een leven kiezen waarbij ze het materiële zoveel mogelijk laten voor wat het is. Die zoeken naar een andere invulling van hun leven. Een invulling die bij hun ‘geloofszekerheden ‘past. 

Als die ‘geloofszekerheden’ een basisvoorwaarde voor geestelijke rijkdom zijn, waarom kramen hun aanhangers dan vaak zo’n armoedige zaken uit? In haar eindejaarsconference besteedde Claudia de Breij aandacht aan de ‘Nashville verklaring’ en aan SGP leider Van der Staaij. Dit om maar een voorbeeld uit een religie te noemen. “WIJ BEVESTIGEN dat het zondig is om homoseksuele onreinheid of transgenderisme goed te keuren. Wie deze wel goedkeurt wijkt fundamenteel af van de standvastigheid die van christenen verwacht mag worden en van het getuigenis waartoe zij geroepen zijn. WIJ ONTKENNEN dat de goedkeuring van homoseksuele onreinheid of transgenderisme een moreel neutrale zaak is, waarover getrouwe christenen onderling van mening mogen verschillen.” Aldus artikel 10 van de verklaring. Als die verklaring en het handelen van Van der Staaij voorbeelden van ‘geestelijke rijkdom’ zijn, dan voelt die ‘rijkdom’ wel heel armoedig.

Aan de andere kant zijn er mensen die zonder ‘geloofszekerheden’ leven en wel het materiële zoveel mogelijk laten voor wat het is.  Aan die andere kant zijn er ook zeer veel mensen die bevestigen dat homoseksualiteit en transgenderisme een moreel neutrale zaak is. Die hebben daar geen ‘geloofszekerheden’ voor nodig. Het enige wat zij daarvoor nodig hebben, is hun gezonde verstand en hun gevoel van menselijkheid. Geestelijke rijkdom is niet afhankelijk van geloofszekerheden.

Lukkassens ‘ingewikkelde helderheid’

“De overal voelbare uitsluiting brengt de realisten tot het inzicht dat zij het Hobbesiaanse tijdsgewricht moeten verwelkomen, als zij ooit nog inspraak willen hebben in de toekomst van hun land.” De laatste zin van een artikel van Sid Lukkassen bij TPO. Een bijzonder artikel. Bijzonder vanwege het denken van Lukkassen. Op dat ‘Hobbesiaans tijdsgewricht’, en wat we ons daarbij moeten voorstellen, kom ik later terug.

Leviathan, van Thomas Hobbes. Bron: Wikipedia

Laat ik vooraan beginnen. Lukkassen stelt: “vroeger was de elite nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultur en patriottisme, terwijl de arbeiders zich oriënteerden op de internationale klassenstrijd. Maar in de jaren negentig sloeg dit om… :”  Een analyse, zo zegt hij, van Pim Fortuyn die hij als een feit presenteert niet nader toelicht. Nu zien we tegenwoordig vaker dat beweringen van Fortuyn door zijn navolgers en aanhangers als een feit of  ‘waarheid’ worden gepresenteerd. Maar hoe feitelijk is dit feit of is dit een interpretatie? 

Neem de arbeiders en die internationale klassenstrijd. Op hét moment dat de arbeiders voor het internationale en tegen het patriotisme konden kiezen, kozen ze massaal voor het patriotisme. Dat moment kwam in de zomer van 1914 na het schot waarmee Gavrillo Princip een einde maakte aan het leven van Frans Ferdinand, de aartshertog van Oostenrijk. Als de arbeiders toen voor elkaar en dus voor internationale samenwerking hadden gekozen, dan was er wellicht geen oorlog uitgebroken die we nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Immers zonder arbeiders geen miljoenen soldaten en geen fabrieken die wapens produceren. De arbeiders kozen toen voor patriotisme en dus voor het vaderland.

En aan de andere kant, hoe ‘nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultuur en patriotisme’ was die elite? Een van de verwijten die de ‘elite’ wordt gemaakt is dat ze het land hebben ‘verkwanseld’ aan die vermaledijde internationale en vooral Europese samenwerking. Internationale samenwerking die juist een aanvang nam aan het einde van die Eerste Wereldoorlog: de Volkenbond werd opgericht. Niet meteen een succes maar wel een voorloper van de Verenigde Naties die na de ellende van de Tweede Wereldoorlog ontstond. Een periode waarin ook de Europese samenwerking een aanvang nam. Of was dit, immers ruim voor de jaren negentig, op initiatief van de  ‘internationalistische’ arbeiders.

Lukkassen vervolgt: “… bedrijven profiteerden van outsourcing en open grenzen, dus ook de elite werd zeer mobiel. De nieuwe elite was ‘wereldburger’ en identificeerde zich met transnationale instituties zoals de EU. Juist de arbeider bleef aangewezen op de directe leefomgeving – de werkende klasse werd nationalistischer en keerde zich tegen de open grenzen.”  Nieuwe elite wil zeggen dat er een wisseling van de wacht heeft plaatsgevonden. Dat de ‘oude’ elite is vervangen. Waarom zou die ‘oude’ elite grenzen openen als dat haar einde zou betekenen? Als zij door een ‘nieuwe’ zou worden vervangen?

Een alinea verder: “politieke correctheid (beknelt) de sociale mobiliteit (…) wat uitmondt in een nieuwe verzuiling met bijbehorende spraakcodes.” Wacht eens. Politieke correctheid leidt tot verzuiling? Maar waren het niet de jaren zeventig tot en met begin deze eeuw die door Lukkassen en anderen worden bestempeld als de hoogtijdagen van de ‘politieke correctheid’? De jaren dat Janmaat en zijn boodschap: “Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af,” verketterd werden. De jaren dat visionair Bolkenstein werd weggehoond. Jaren die culmineerden in de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn. Laat dat nu juist de jaren zijn dat de zuilen ten graven werden gedragen. De jaren van grote sociale mobiliteit. De Jaren dat er geen ‘duivel’ meer sliep tussen ‘twee geloven op een kussen’. De jaren dat de kerken massaal leegliepen. 

Of is bij Lukkassen de wens de vader van de gedachte? Hij pleit immers geregeld voor het oprichten van een nieuwe zuil en dat doet hij ook weer in dit artikel. De: “Zuil van het nieuwe realisme, ook wel humanistisch realisme genoemd. Hier huist de gewortelde burgerij: soevereiniteit, vrij denken en de harde waarheid durven zeggen staan centraal.”  Let op de woorden waarmee Lukkassen deze zuil, waarvan hij de ‘bedenker’ is, beschrijft: ‘realisme’, ‘gewortelde burgerij’ en de ‘harde waarheid zeggen’. Woorden waarmee hij ook iets zegt over degenen die er volgens hem niet bijhoren. Dat zijn namelijk ‘idealisten’ die  ‘zweven’ want ongeworteld en die terugschrikken voor de ‘waarheid’ of erger nog, die de waarheid niet kennen. Uit die zuil moet, helaas voor het volk, de nieuwe elite (al weer een) komen: “een generatie onafhankelijke denkers opstaan die met elkaar de degens kruisen en opnieuw in gesprek gaan over de grote thema’s.” Maar hoe onafhankelijk zijn die ‘denkers’ als ze moeten opereren binnen de ‘Zuil van Lukkassen’?

En jawel hoor, dat is de beschrijving van een andere zuil, de grote tegenpool, de: “De linksliberale Zuil: de centrale denkbeelden zijn hier utopistisch denken vanuit ‘one-worldism’ en cultuurrelativisme. Dit is de Zuil van de mainstream media en het partijkartel. Het uitgangspunt is dat de wereld toegroeit naar broederschap en eenheid. Waar er botsingen tussen culturen optreden worden deze botsingen gerelativeerd of uit het nieuws gecensureerd.”  Die zuil: “vernietigt de mogelijkheid van een democratie gebaseerd op een inhoudelijke uitwisseling van argumenten.” Een zuil waarbinnen men denkt; “vanuit het slachtofferschap van kwetsbare groepen. Die groepen hebben in hun beleving een gezamenlijk vijandbeeld: dit is de Westerse man als kolonisator en burgerlijke kapitalist. Als je die ‘harde waarheid’ zegt, dan lig je eruit: “Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit.” Als dit naast: “De islam (DENK, Diyanet)” en “Het christendom (Biblebelt, Reformatorisch Dagblad)” de smaken zijn waaruit je kunt kiezen, dan lust ik geen enkele van die ‘maaltijden’.

Die Nieuwe Zuil is: “het best te begrijpen als een reddingsboot.” Een reddingsboot die: “qua economisch verkeer en sociale samenhang sterk genoeg is om op eigen benen te staan.” Probleem voor de Zuil van Lukkassen is dat de vertegenwoordigers van zijn ‘nieuwe zuil’ in niet aanbod komen: “Vandaag moeten we constateren dat er een brede flank is ontstaan van partijen en bewegingen die hoe dan ook worden uitgesloten van tastbare invloed. .… Zo vernietigt men de legitimiteit van verkiezingen en van de democratie.”Daarom adviseert Lukkassen om (…) lak te hebben aan het grote deugen en ook te praten over zaken als immigratie, integratie, islam en identiteit. Nu zal de ironische linksmens zeggen: “Het gaat al jaren nergens anders over”. Maar het probleem is juist dat de klasse die hierover spreekt onder de vierde Zuil valt, en dus is uitgesloten van de beleidsmachine. Die situatie zal veranderen –  als dit niet gaat met brieven en debatten, dan moet het maar vanaf de straat.” Nu is het winnen van verkiezingen in Nederland nooit een garantie geweest voor deelname aan een regering. De oude CPN, de Boerenpartij, de SP en ook GroenLinks zijn daar net als de FvD voorbeelden van. Dat wil echter niet zeggen dat degenen die niet tot de regering behoren geen macht hebben. Neem de omgang met vluchtelingen. Daar hoor je nu politici van VVD, CDA en PvdA huizen dingen zeggen en beleid steunen dat hun voorgangers zich doet omdraaien in hun graf. Dit allemaal onder invloed van de ‘Zuil van Lukkassen.

Want het duurt niet lang: “totdat de democratie totaal ontspoort en een totalitair karakter krijgt.” En: “Op dat moment moet de Nieuwe Zuil voldoende ‘hardheid’ bezitten, oftewel standvastigheid, om deze totalitaire besluiten naast zich neer te kunnen leggen en weerbare tegendruk te kunnen bieden.”  Wordt, en daarmee kom ik terug op het “Hobbesiaanse tijdsgewricht’ dat de Zuil van Lukkassen moet verwelkomen, de democratie totalitair of zou het kunnen dat Lukkassen moeite heeft met de uitkomst van het democratische debat? Zegt Lukkassen hier niet eigenlijk: ‘als we onze zin niet krijgen, dan beginnen we een burgeroorlog?’

‘Nee, niet wij, jullie zijn begonnen,’ werpt Lukkassen tegen: “Fortuyn en Theo van Gogh zijn uit de weg geruimd; Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging en dat zijn we gaan aanvaarden als min of meer normaal. Zijn uitspraken over de islam krijgen meer politieke en morele veroordeling dan het feit dat die beveiliging überhaupt nodig is. Onder de dreiging van geweld is zijn cartoonwedstrijd wel afgelast. Cabaretiers maken geen grappen meer over Mohammed. Edwin Wagensveld werd opgepakt voor het dragen van een varkensmuts, hoewel daar geen wettelijk precedent voor bestaat. Schooldirecties dwingen leraren om zich te verontschuldigen voor het tonen van een spotprent van Charlie Hebdo, al dient de prent om discussie los te maken.” Een indrukwekkende opsomming van gebeurtenissen, maar wat is het verband ertussen? Is dit, zoals Lukkassen lijkt te suggereren, ‘bewust’ beleid van de ‘Links liberale zuil’? Een complot? En wat adviseert Lukkassen ons als je iemand tegenkomt die in complotten gelooft? (O)p dat moment verlaten we het gesprek en treden we toe tot de natuurtoestand. Dan is het conflict niet meer met woorden, maar wordt het conflict fysiek. In Oud-Nederlands: wie niet horen wil, moet maar voelen.” Een advies dat de Ballonnendoorprikker afraadt. Afraadt omdat hij niet in complotten gelooft maar ook een ander niet zijn recht omdat wel te doen, wil ontzeggen en geweld afwijst. Als deze mens immers gelukkig is met zijn ‘complot’ wie ben ik dan om dat geluk ‘af te nemen’. 

“Clarity is the ultimate sophistication,” aldus het motto van Lukkassen. “Ieder maakt zijn eigen regels en dus zijn er geen regels. Iedereen is soeverein over zijn eigen leven – alles is geoorloofd,” beschrijft hij terecht als kenmerken van een Hobbesiaanse tijdsgewricht’. De ‘clarity’, “Helderheid, duidelijkheid” die Lukkassen geeft is niet erg sophisticated, “subtiel, verfijnd of ver ontwikkeld” aldus de eerste vertaling van het woord sophisticated. Het komt gewoon neer op pakken wat je pakken kunt. Hoe “wereldwijs, ontwikkeld”, de tweede betekenis van het woord, is het complotdenken waarvan hij blijk geeft? Een ingewikkeld complot verpakt in ronkend en bombastisch taalgebruik. En laat nu “ingewikkeld” de derde betekenis van sophisticated zijn. Alleen ‘verkoopt’ dat in de Nederlandse vertaling wat minder: ‘helderheid is de ultieme ingewikkeldheid’.  


Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ vanForum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.


Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.

Gewel(da)dige gelovigen

In een column bij ThePostOnline ziet Juliaan van Acker twee bedreigingen voor de sociale cohesie: “ten eerste de toename van de verschillen tussen rijk en arm, met vooral de verarming van de middenklasse. Ten tweede de aanwezigheid van miljoenen moslims in Europa, die zich niet willen en kunnen integreren.” In deze bijzonderen column staat die tweede bedreiging centraal.

Desembarco de Colón.Bron: Wikipedia

“Christenen brengen tot in de verste uithoeken van de wereld de boodschap van liefde voor elke naaste, zonder uitzondering, ook voor diegenen die vijandig staan tegenover het Christendom. Waarom verzaken de Europese moslims deze taak?” Aldus de laatste zin uit Van Ackers column. Nu valt daar het een en ander op af te dingen. Niet op het brengen van de christelijke boodschap tot in alle uithoeken van de wereld. Daar hebben onze voorvaderen zich inderdaad flink mee bezig gehouden. Alleen niet altijd en overal op een even vreedzame manier. De Spaanse kerstening van wat we nu Latijns Amerika noemen, ging gepaard met bijbel en zwaard en de christelijke trek westwaarts van de Amerikanen werd geregeld vergezeld door een kogelregen. Die ‘liefde voor elke naaste’ gold niet voor die inheemse heidenen. 

Trouwens ook tegenwoordig trekken christelijke predikanten de wereld in met een boodschap die alles behalve tolerant is en getuigt van ‘liefde voor alle naasten’. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse predikant Steven Anderson die in ons land de ‘boodschap van liefde’ wil verkondigen. Liefde die niet geldt voor de anders geaarde medemens. Nee zo ‘naastenlievend’ als Van Acker het doet voorkomen, zijn niet alle christenen. “Als vijf procent van de moslims bereid is tot terroristische aanslagen in naam van Allah, dan zijn er binnen de Europese Unie drie miljoen potentiële terroristen,” zo rekent Van Acker voor. Hoe hij aan die 5% komt, maakt hij niet duidelijk. Maar mensen zijn mensen en dit betekent dat eenzelfde percentage van de  christenen een of andere  “Anderson-manier’ aanhang. En 5% van 450 miljoen overige Europeanen, maakt 22,5 miljoen potentieel gewelddadige christenen.

Even terug naar: “De overige 57 miljoen moslims in de Europese Unie, die van goede wil zijn en hebben ervaren wat een Verlichte maatschappij betekent.” Die volgens Van Acker verzaken. Hoezo ‘verzaken’ zij? Laten zij niet dagelijks zien dat ook de islam een godsdienst ‘van liefde voor elke naasten, zonder uitzondering voor diegenen die vijandig staan tegenover de islam’? Dragen zij niet precies de boodschap uit die Van Acker van hen verwacht? 

Patriotisme en een tweede stuk vlaai

“De brand van de Notre-Dame kunnen we zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving.” Dit beweert Juliaan van Acker bij ThePostOnline. Ja, dezelfde persoon die, zoals ik in mijn vorige Prikker schreef, beweert dat democratie een protestants-christelijke uitvinding is. Volgens emeritus hoogleraar Van Acker komt dat omdat: “Het ontbreekt aan trots, aan verbondenheid, aan verantwoordelijkheidsgevoel.”

Bron: wikipedia

Van Acker constateert dat we nog niets kunnen zeggen over de oorzaak om er vervolgens op los te speculeren. Van Acker: “Het ligt voor de hand dat de arbeiders uitermate voorzichtig moeten zijn met hun gereedschap en bij het verlaten van de werf alles goed moeten controleren. De werfleider moet een extra inspectieronde doen en het eerste uur na het vertrek van de arbeiders de werf extra in de gaten houden. De aannemer moet ervoor zorgen dat de hele nacht door er bewaking is, vooral omdat het hier gaat om een gebouw van onschatbare waarde en een icoon van de Europese cultuur. De burgemeester moet de brandweer opdracht geven om elke dag na te gaan of de aannemer zich aan de afspraken houdt.” Zo zou het volgens Van Acker moeten, maar dat is niet gebeurd omdat de juiste motivatie ontbrak: “motivatie (heeft) alles te maken (…) met trots, met verbondenheid, met zich verantwoordelijk te voelen voor de erfenis van onze voorouders en misschien ook wel met respect voor de religieuze gevoelens van de miljoenen mensen die ons zijn voorgegaan en van diegenen voor wie de Notre-Dame een geliefde plek is voor bezinning en gebed.” En die ontbreekt, zo concludeert Van Acker. 

Volgens Van Acker kunnen we de brand: “zien als een ijkpunt voor de aftakeling van de Europese beschaving. Het is niet meer ons Europa. De Fransen mogen geen Fransen meer zijn. President Macron zegt dat de Fransen nu samen de kathedraal weer moeten opbouwen, maar zijn politiek ondermijnt juist het gevoel Fransman te zijn. Alle grenzen moeten open. Iedereen is welkom. Dat alles in naam van de portemonnee, want wat is de Europese Unie meer dan een economische macht? Het is niet alleen de Notre-Dame die vernietigd wordt, maar de vervuilde lucht door het autoverkeer in de steden, tast alle monumenten aan. Niemand voelt zich daarvoor verantwoordelijk. De hebzucht en het consumentisme tast alles aan, ook de ziel van de Europeaan.”

Gelukkig biedt Van Acker ook de oplossing voor dit gebrek aan verbondenheid. “De oplossing voor het gebrek aan verbondenheid en verantwoordelijkheidsgevoel ligt in het patriotisme. Elk land moet een eenheid vormen van mensen die een cultuur, een geschiedenis en, – ik durf ook te beweren-, een religie met elkaar delen. Dus geen multiculturele samenleving, geen Europese Unie, maar een Europese Confederatie van landen die hun eigenheid, hun tradities en hun geloof koesteren.”

En daarmee zijn we aanbeland bij de echte schuldigen. De anders- en ongelovigen want die passen niet bij die eenheid van godsdienst. Maar wie zijn dan in Nederland die ‘andersgelovigen’? Zijn dat de protestanten of katholieken? De remonstranten, de wederdopers, de oud katholieken? De hindoes, boeddhisten, moslims of joden? Wie hoort er niet bij? Welk verhaal vertelt dan die gedeelde geschiedenis? Is dat het verhaal van de Hollandse of Zeeuwse kooplui die de wereld introkken en gebieden veroverden, handel monopoliseerden en slaven vervoerden? Of is dat het verhaal van de nu binnenlands ‘koloniale gebieden’ Limburg en delen van Brabant? Welke cultuur wordt er gedeeld. Is dat het zuinige protestantse koekje bij de koffie of thee of het tweede royale stuk vlaai in Limburg?

Of de Franse burgemeester de brandweer onvoldoende liet controleren, de opzichter goed toezag, de bewakers goed bewaakten en de arbeidslui goed en zorgvuldig werkten, weet ik niet. Ik ga er vanuit dat er ook in Frankrijk regels voor zijn en dat die regels naar eer en geweten worden nageleefd. Dat ook Franse werklui kwaliteit willen leveren. Dus dat die motivatie wel in orde is. Al dit kan echter niet voorkomen dat er een ongelukje gebeurt. Dat er bijvoorbeeld kortsluiting ontstaat en daardoor eeuwenoude en zeer droge balken vlam vatten. 

Dat hebzucht en consumentisme de ‘ziel van de Europeaan’ aantasten, zou best voor een deel waar kunnen zijn. Je kunt je echter wel de vraag stellen of die ‘hebzucht’ niet een gevolg is van de cultuur. De socioloog Max Weber zag Van Ackers geliefde protestantisme aan de basis staan van het kapitalisme. In zijn boek De protestantse ethiek en de geest van het kapitalisme betoogt Weber dat de protestantse ethiek van hard werken de ontwikkeling van de vrije markt juist heeft bevorderd. Om het cru te zeggen, leefden de protestanten om te werken. Luiheid is immers des duivels oorkussen. Alhoewel cru, tegenwoordig lijkt deze opvatting algemeen aanvaard. En die vrije markt heeft geleid tot het consumentisme. Als Weber gelijk heeft, dan is Van Acker een homeopaat die het consumentisme wil bestrijden door het bloot te stellen aan de ‘ziektekiem’: het protestantisme. Dat veroorzaakt echter geen brand in een kathedraal. Daar is toch echt vuur voor nodig.

Trouwens, met dat ‘patriotisme’ die verbondenheid en het verantwoordelijkheidsgevoel van de Fransen lijkt het wel snor te zitten. Een paar dagen na de brand is er al zo’n miljard euro verzameld voor de renovatie.