Uitgelicht

Onze normen en waarden

“Waar ik wel een beetje huiverig voor ben is dat er aan de wandel wordt gegaan met deze motie door de opmerking dat alle religieuze uitingen dan eigenlijk in de ban worden gedaan. Dan hoor ik de minister wel een nuance maken en ik hoop dat ook dat opgenomen wordt in het handelingskader van de politie en dat dat ook wijdt verspreid wordt. Dat er nog gewoon ruimte is voor een kerstborrel bijvoorbeeld en een kerstfeest. Want laten we wel wezen, in mijn motie, mijn voorstel stond: ik wil dat we stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars, maar laten we even heel duidelijk maken dat ik niet heb gezegd, dat daar geen ruimte moet zijn voor geen enkele religieuze uiting. En dat heeft alles te maken met het feit dat ik vind dat de islam niet te vergelijken is met iets wat heel erg verankerd is in onze Nederlandse normen, waarden, cultuur maar ook in onze tradities hè.” Woorden die JA21 Kamerlid Ingrid Coenradie uitsprak.

Bron: Wikipedia

Nu we het toch over ‘Nederlandse normen en waarden hebben toch even een duit in het zakje. En dan bedoel ik ook echt normen en waarden en niet folklore of traditie, want kerstfeest, sinterklaas en Koningsdag behoren, net als voor anderen iftars, tot folklore en traditie en hebben niets met normen en waarden te maken. Normen en waarden dus. Normen en waarden handelen over hoe je anderen behandelt. De Nederlandse normen en waarden zijn verankerd in de Grondwet. Dat begint met artikel 1, het gelijkheidsbeginsel dat tevens bepaald dat discriminatie niet is toegestaan. Die zitten ook in artikel 6 dat gewetensvrijheid en daarom ook de godsdienstvrijheid. En in artikel 7 dat handelt over de vrijheid van meningsuiting, artikel 8 dat de vrijheid van vereniging regelt en artikel 9 dat handelt over de vrijheid van vergadering en betoging. Artikel 11 dat de lichamelijke onaantastbaarheid regelt.

Wat zien we als we met deze normen en waarden naar de boodschap van Coenradie kijken? Dan zien we dat die vloeken met het gelijkheidsbeginsel. Coenradie wil mensen anders behandelen omdat ze een ander geloof aanhangen. De politie doet daar gelukkig (nog) niet aan mee. Die handelt conform het gelijkheidsbeginsel en behandelt iedere religie op eenzelfde manier. Als er geen bijeenkomst voor een feestdag van de ene religie georganiseerd mag worden, dan ook voor alle andere godsdiensten. Coenradie discrimineert en zou willen dat de politie (de overheid) dat ook doet. In tegenstelling tot wat Coenradie beweert, is het christendom niet verankert in de Nederlandse normen en waarden. Wat is verankerd is de vrijheid van godsdienst, niet de dominantie van een bepaalde godsdienst.

Waar ik huiverig voor ben, om woorden van Coenradie te gebruiken, is voor politici die hoog opgeven over onze normen en waarden, onze vrijheden en die deze vervolgens met voeten treden. Met voeten treden maar wel op een verhullende manier. Een manier waarbij ze een façade optrekken en ze zich naar buiten toe minder extreem voor doen dan ze zijn, om de woorden die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in hun rapport Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging gebruiken, aan te halen.1 En van die politici zijn er steeds meer.

Neem de motie die BBB-Kamerlid van der Plas indiende waarin de regering wordt verzocht om:“het structurele patroon van acties van Extinction Rebellion te
laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme.”
Dit omdat, zo is in de motie te lezen: “Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten pleegt en vitale
infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te beïnvloeden.”
Een bijzonder door een Kamermeerderheid aangenomen motie. Bijzonder om meerdere redenen.

Als eerste zijn er meer groepen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en vitale infrastructuur ontregelen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Een van die groepen moet Van der Plas zeer bekend voorkomen want zij verdiende haar momenten van glorie aan de acties van deze groep protesterende boeren. Ook een ander groep, de tegenstanders van asielopvang, maakt zich herhaaldelijk schuldig aan strafbare feiten en ontregelt vitale infrastructuur. Dat deze groepen niet worden genoemd in de motie is bijzonder. Als het herhaaldelijk plegen van strafbare feiten en het ontregelen van vitale infrastructuur om politieke besluitvorming te beïnvloeden een reden is om een groep te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, dan zouden ook deze twee groepen onderzocht moeten worden. Dat dit niet is gebeurt, is het eigen extremisme verbergen achter een façade waarbij gelijktijdig mensen met andere opvattingen in een kwaad daglicht worden gesteld.

Er is meer. Een kenmerk van extremisme vijandige gedrag in de richting van anders denkende mensen. Als iets de acties van XR niet kenmerkt, dan is het vijandig gedrag in de richting van mensen die er anders over denken. De acties van XR zijn geweldloos en richten zich niet tegen mensen. Iets wat je van de acties van de Farmers Defence Force en tegenstanders van asielopvang niet kunt zeggen.

Je kunt de acties van XR hinderlijk vinden maar je kunt hen niet het recht ontzeggen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Dat recht heeft iedereen. Je kunt hen ook niet het recht ontzeggen om, via de infrastructuur, de openbare orde te ‘ontregelen’. Dat mag want eenieder heeft het recht om te demonstreren. Als daarbij strafbare feiten worden gepleegd dan dient daartegen te worden opgetreden en de plegers moeten dan worden vervolgd. Met deze motie wordt gepoogd om XR monddood te maken en in het verlengde hiervan wordt de vrijheid van ons allen beperkt. Want wat nu ‘realisme’ is, kan morgen als ‘extremisme’ worden gezien.

Dat een een flinke meerderheid, waaronder partijen als de VVD, het CDA en de ChristenUnie een dergelijke motie steunen, maakt duidelijk dat de normen en waarden zoals ze zijn opgenomen in de Grondwet, onder druk staan. En nee, die druk komt niet van XR en ook niet van moslims. Die druk komt van politici die om welke electorale reden dan ook, marchanderen met die normen en waarden en daarmee marchanderen met onze democratische rechtsstaat.

Deze twee voorbeelden laten zien dat de ‘normaliseringsstrategie’ waar de AIVD en NCTV in hun rapport over schrijven al zo ver gevorderd is dat Kamermeerderheden het acceptabel vinden dat er moties worden aangenomen die zaken betogen, om het rapport van de beide organisaties te citeren: “ haaks (staan)op de waarden van onze democratische rechtsorde. Deze waarden vormen de basis van de vrije samenleving waarin mensen met verschillende meningen, geloofsovertuigingen en culturele achtergronden in vrijheid en gelijkheid samenleven.” Moties die rechts-extremistisch gedachtegoed normaliseren. Kamerleden dus die: “onze democratische rechtsorde en haar grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht voor hun anti democratische doeleinden.,” gebruiken. Die: deze democratische middelen in (zetten)om maatschappelijke tegenstellingen op de spits te drijven en verschillende democratische processen te ondermijnen.”2 De rot zit al diep.

1 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 7

2 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 3

Uitgelicht

Zit de VVD in de weg?

We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt, een van de beroemde uitspraken van Albert Einstein. Aan die uitspraak moest ik denken na het lezen van de Binnenhoflezing van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans.

Foto: Marina Noordegraaf. Bron Flickr

Brekelmans wil een krachtig Nederland: “Een land dat mensen veilig houdt, economisch meedoet in de wereld, mensen ruimte en vrijheid geeft, en een democratie heeft die levert.” Daarin speelt het bedrijfsleven een belangrijke rol: “Bij grote issues wordt vaak direct naar de overheid gekeken.” Wel dat ligt toch iets genuanceerder dan dat. Inderdaad wordt er bij grote vraagstukken naar de overheid gekeken. En dat is in onze democratische rechtsstaat niet meer dan terecht. Die overheid is ons grootste samenwerkingsverband en daarmee het belangrijkste en machtigste instrument dat we hebben. Alleen hebben ruim veertig jaar neoliberaal beleid dat instrument verzwakt. Verzwakt door die overheid een steeds kleinere rol te geven in de samenleving en private bedrijven een steeds grotere. De telefonie, de post, het openbaar vervoer, de energievoorziening, de woningbouw, de zorg overal trok de overheid zich terug omdat een uitspraak van de Amerikaanse president Reagan tot algemene neoliberale wet werd verklaard. In zijn eerste inaugurale toespraak sprak Reagan de woorden: “government is not the solution to our problem; government is the problem.” De paar woorden die Reagan ervoor sprak: “In this present crisis,” werden vergeten.

Brekelmans vervolgt met:“Maar wie ontwikkelt de nieuwste drones, medische technologie, huizen voor onze kinderen? Dat zijn ondernemers. Zij nemen de risico’s, investeren en creëren banen.” De bekende (neo)liberale lofzang op het bedrijfsleven als motor van innovatie waarbij tegenwoordig vooral Silicon Valley als voorbeeld wordt gegeven. Helaas is dat, uitzonderingen daargelaten, een vertekend beeld van de werkelijkheid. Of beter gezegd een geromantiseerde met ‘geniale mannen’ (vooral mannen) in de hoofdrol. De basis van het ‘technische’ deel van Silicon Valley is het resultaat van vooral overheidsinvesteringen. Overheidsinvesteringen in vooral defensie en ruimtevaart. Voor wie er meer over wil weten, lees De ondernemende staat van Mariana Mazzucato. Daarin laat ze zien dat de smartphone vol zit met door overheidsinvesteringen ontwikkelde technologie. De innovatie van Apple van Steve Jobs bestond uit twee, of eigenlijk vier zaken. Als eerste die verschillende vindingen bundelen in een klein apparaatje, als tweede de marketingcampagne, als derde het monopoliseren van de toegang tot het apparaat en als laatste het toe-eigenen van de gegevens van de gebruiker. Van die vier waren de laatste geen innovaties. Monopoliseren, marketing en uitbuiting zijn typische kenmerken van het kapitalisme.

Het kapitalisme heeft, zo betoogt Sven Beckert, vier kenmerken. Als eerste: “The reproduction of conditions that allow (…) accumulation to continue,” en dat is niets anders dan monopoliseren en marketing. Als tweede commodificatie, alles tot een product maken en: “one of the first commodities is Labor.” Dat kon in de vorm van slavernij en onze achttiende en begin negentiende eeuwse voorouders zagen ook loonarbeid, de tegenwoordige norm, als een vorm van slavernij. De moderne ‘slavernij’ bestaat uit de toe-eigening van data. Het derde kenmerk is, en dat zal Brekelmans verbazen dat: “Capitalism (…) conceptually unimaginable (is) without the state,” Kapitalisme heeft de staat nodig. Voor een goed voorbeeld daarvan hoeft Brekelmans alleen maar naar China te kijken. De plek waar volgens Brekelmans alle banen naartoe gaan: “Als we luisteren naar de FNV.”

Het vierde kenmerk is dat: “ Capitalism is demarcated by a constant redrawing of the boundaries between the spheres of life seen as subject to capitalist logic and those as outside it. Production and reproduction, economy and polity, human activity and nature.”1 Waarbij het neoliberalisme en het onder de techbro’s populaire libertarisme zo ongeveer het hele leven zien als productie, economie en menselijke activiteit. Brekelmans toont zich een goed leerling met zijn oproep om vijf dagen werken weer de norm te maken want, hij zegt het niet maar zijn hele betoog is er wel van doordrenkt, je leeft immers om te werken.

Brekelmans ziet de overheid als probleem: “Bij al mijn werkbezoeken zeggen ondernemers hetzelfde: we willen groeien, maar de overheid zit in de weg. Met regels, vergunningen, administratie en eindeloze procedures. De overheid als procesfabriek, met het proces belangrijker dan het resultaat. De formulieren zijn ingevuld, maar de banen verdwenen.” Weg met de regels dan maar? Natuurlijk moeten nut en noodzaak van regels goed worden afgewogen. Dat afwegen gebeurt in onze democratische rechtsstaat door de volksvertegenwoordigers. Brekelmans is er daar eentje van net als zijn collega’s in de Tweede- en Eerste Kamer en de leden van provinciale staten en de gemeenteraad. Zij zijn de democratie die moeten leveren. Laat nu Brekelmans partij van de laatste 41 jaar er 34 deel uitmaken van de regering en de VVD is de enige partij die sinds eind 2010 continu deel uitmaakt van de regering en dus de dienst mee uitmaakt bij de overheid.

Brekelmans begint over asiel: “de grootste bron van polarisatie,” volgens Brekelmans en vervolgt met: “Een grote meerderheid wil een lagere asielinstroom, vluchtelingen in de regio opvangen en alleen op uitnodiging naar Europa halen.” Hij vergeet hier voor het gemak dat de overgrote meerderheid van mensen op de vlucht altijd al in de regio worden opgevangen. Hij vervolgt: “Verdragen staan dit in de weg. … Vluchtelingenverdrag en het EVRM stammen uit de jaren vijftig. Door rechterlijke interpretaties is de werking veranderd, zonder dat een parlement daar expliciet voor heeft gekozen. Ik maak geen verwijt aan rechters: zij doen gewoon hun werk. Maar de politiek moet met verdragswijzigingen en wetgeving daarop bijsturen.” Beste meneer Brekelmans, de politiek dat bent u. Dus waar wacht u op als u dit zo graag wilt. Of beter gezegd waarom hebt u dat niet al geregeld? Uw partij heeft van de afgelopen veertig jaar driekwart van de tijd in de regering heeft gezeten.

In zijn hele betoog ontbreekt ook maar enige vorm van zelfreflectie. Zelfreflectie die ook bij zijn partij ontbreekt, zo constateerde ik bij de bespreking van Sterker uit de storm het verkiezingsprogramma waarmee de VVD de laatste parlementsverkiezingen inging. Als de overheid in de weg zit, zou het dan niet zo kunnen zijn dat de VVD in de weg zit? In de weg zit omdat het neoliberale denken waarmee de partij is doordrenkt, aan de basis ligt van de huidige problemen? In de weg zit omdat het de partij ontbreekt aan ook maar enige vorm van zelfreflectie. Om te eindigen met Einstein waarmee ik begon, kun je een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt. En daarbij aanvullend, ook niet met mensen zonder zelfreflectie die het hebben veroorzaakt.

1Sven Beckert, Capitalism. A Global History, pagina 19-21

Uitgelicht

Rechtsstaat voor dummies

“Vijf boeren dreigen hun vergunning én daarmee hun bedrijf kwijt te raken. Dit kabinet heeft de mond vol van de rechtsstaat. Maar het eigendomsrecht van ondernemers hoort daar óók bij.” Aldus Mona Keijzer in een bericht op LinkedIn. Keijzer is niet de eerste die zich in dergelijke bewoordingen uitspreekt. Op het medium waar ik dit las, heb ik al veel soortgelijke uitspraken gezien. Keijzer is vast ook niet de laatste. Keijzer is Kamerlid en heeft Nederlands recht gestudeerd. Zij zou beter moeten weten.

Bron: loomahat.com

Ze zou beter moeten weten, omdat ze met deze drie zinnen een verkeerd beeld van de werkelijkheid schetst. Ze zou moeten weten dat een vergunning een door de overheid gegeven toestemming is om een bepaalde activiteit te mogen uitvoeren. Het geeft de vergunninghouder het recht tot iets. In het geval van de vijf boeren waar Keijzer over spreekt, het houden van kippen. Een vergunning is geen eigendom van de vergunninghouder, zoals Keijzer lijkt te suggereren. Ze is eigendom van de overheid die ze heeft afgegeven. Die heeft de vergunninghouders toestemming gegeven om een bepaalde activiteit uit te voeren.

Ze zou moeten weten dat vergunningen ingetrokken kunnen worden. Dat kan als de houder van de vergunning er structureel een potje van maakt en zich niet aan de voorwaarden houdt. De overheid zal dan eerst waarschuwen, vervolgens handhavend optreden, boetes opleggen en als de overtredingen aan blijven houden dan kan de vergunning worden ingetrokken. Dat kan ook als het maatschappelijk belang verandert. Als voortschrijdend inzicht duidelijk maakt dat een bepaalde vergunde activiteit schadelijk is voor mens en natuur, bijvoorbeeld het gebruik van een bepaalde stof of de lozing van een stof in het oppervlaktewater, dan is dat een reden en aanleiding om vergunningen in te trekken. Dus ja, ook de vergunningen van de vijf boeren kunnen worden ingetrokken als nieuwe opvattingen over de wenselijkheid van zaken daartoe aanleiding geven. Dit geheel binnen de kaders van de rechtsstaat. Dat zou Keijzer moeten weten.

Dat weet de in het Nederlands recht opgeleide Keijzer waarschijnlijk ook en dat is nog wel het meest schadelijke van die paar zinnen. Natuurlijk mag je het om inhoudelijke redenen belachelijk vinden dat de vergunningen van die vijf boeren wellicht worden ingetrokken. Dat kan en mag, maar kom dan wel met inhoudelijke argumenten waarom je het belachelijk vindt. Met haar woorden schetst Keijzer bewust een beeld van een min of meer corrupte overheid die eigendommen van mensen steelt. Ze wakkert wantrouwen in de overheid aan en dat als Kamerlid van het hoogste orgaan van die overheid. Als er iets de bijl aan de wortel van onze democratische rechtsstaat zet, dan is het dergelijk handelen van Kamerleden.

Uitgelicht

Don Quixote en asiel

Aan het begin van de zeventiende eeuw schreef Miguel de Cervantes zijn bekende boek over de dolende edelman Don Quixote de la Mancha.1 Don Quixote ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken (op dit punt doolde hij wellicht niet) en windmolens voor reuzen. Ik moest aan dit verhaal denken toen ik in de NRC las dat de Nederlandse regering samen met de regeringen van Duitsland en Denemarken gesprekken voert met Rwanda om daar een terugkeerhub voor uitgeprocedeerde asielzoekers te realiseren.

Asielmigratie is de door de rechterkant van het politieke spectrum tot mythische en reusachtige proporties opgeblazen windmolen. In 2025 deden zo’n 600.000 mensen een eerste asielaanvraag in Europa. Op het hoogtepunt van de burgeroorlog in Syrië in 2015 waren dat er bijna 1,3 miljoen. Die 600.000 in 2025 betekent dat er op iedere 1.000 inwoners van Europa 1,3 asielzoeker binnenkomt. Een jaar eerder, in 2024 vroegen zo’n miljoen mensen asiel aan. Dat is iets meer dan een zesde deel van het totaal aantal immigranten naar de Europese Unie in dat jaar. Als immigranten het probleem zijn waarom dan alle aandacht op die tot mythische proporties opgeblazen asielwindmolen en wordt die net geen vijf zesde ongemoeid gelaten? Als immigratie al een probleem is want iedereen die met een beetje verstand van demografie naar de bevolkingspiramide van de Europese Unie kijkt, ziet dat bevolkingskrimp in de nabije toekomst in het verschiet ligt. Er zijn al landen waar die krimp een feit is. Sterker nog de bevolking van de Europese Unie groeide vorig jaar met 1,7 miljoen mensen. Zonder de asielzoekers en immigranten was er sprake van krimp.

De trend om de asielzoekers terug te duwen is al een oude. Een van mijn eerste prikker heeft als titel Opvang in de regio en handelde over het plan van toenmalige VVD-Kamerlid Malik Azmani om ‘vluchtelingen in de regio op te vangen.’ Dat ‘de regio’ als het overgrote deel van de vluchtelingen opving, liet hij even buiten beschouwing. Al snel werd dit gevolgd door het sluiten van ‘deals’ met ‘veilige landen’. Landen die door de EU werden betaald om vluchtelingen tegen te houden. Dat de EU hiermee chantabel werd, werd op de koop toegenomen en dat die ‘veilige landen’ het niet zo nauw namen met mensenrechten en niet zo veilig blijken te zijn, hoeft geen bezwaar te zijn. Om de Don Quixote analogie door te trekken, de herbergen werden verkocht als kastelen. En met dat verkopen wordt nu nog een stapje verder gegaan. Rwanda, een totalitaire dictatuur die onrust stookt in buurland Congo moet aan de rij met ‘kastelen’ worden toegevoegd.

Bij het opblazen van die windmolen en het verkopen van die herbergen als kastelen wordt vaak het argument gebruikt dat ‘het verdienmodel van gewetenloze mensenhandelaren die mensen uitbuiten en in de Middellandse zee laten verzuipen moet worden aangepakt.’ Toch bijzonder dat de Europese Unie zich voor het succes en falen afhankelijk maakt van gewetenloze dictators en autocraten. Die krijgen een prachtig ‘verdienmodel’ in de schoot geworpen. Met fraaie redeneringen verkopen de voorstanders van terugkeerhubs zaken die vloeken met de geest en langs de randen schuren van de Nederlandse wet- en regelgeving. Zo stelt artikel 273f van het Wetboek van strafrecht dat je schuldig bent aan mensenhandel als je: “een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen.” Het oogmerk van de hubs is niet ‘uitbuiting of verwijdering van organen’, maar er is geen garantie dat de naar Rwanda gedeporteerde mensen daar niet het slachtoffer van worden. Wel wordt er misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van mensen en geeft de Nederlandse overheid de controle die zij over de een asielzoeker heeft, over aan een ander, in dit geval de Rwandese overheid.

Don Quixote zag geestelijken voor schurken aan, goed voor kwaad zo suggereert het verhaal. Nu laat de vroeg zestiende-eeuwse werkelijkheid zien dat die goede geestelijken in aflaten handelden en het van hoog (paus Leo X) tot laag met de regels die ze zelf verkondigden, niet zo nauw namen. Hier zag Don Quixote het dus eigenlijk goed. Nu wordt dit ‘terugkeerhub beleid’ geïnitieerd en uitgevoerd door partijen die met mooie woorden hun ‘liberale’ en ‘christelijke’ principes verkondigen. Die zich ‘geestelijk’ voordoen maar zich schurkachtig gedragen.

1 De originele titel van het boek luidt: El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha

Uitgelicht

Indruk maken op Poetin

“Poetin is niet onder de indruk van een natuurpark. We zien wat er gebeurt in Oekraïne en we willen dat onze mensen paraat kunnen staan voor uw en mijn veiligheid.” met die woorden verdedigt minister van defensie Yesilgöz de plannen om het leger meer ruimte te geven. Letterlijk meer ruimte maar ook figuurlijk door defensie de vrijheid te geven om regels ruimer te interpreteren of zich er niet aan te houden. Moet er indruk worden gemaakt op Poetin?

Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Een Rule of Law rechtsstaat beschermt de burger tegen de overheid. Een krijgsmacht waarvoor net iets andere regels gelden, waarvoor regels worden verbogen is de nagel aan de doodskist van een rule by law rechtsstaat. Het is een vorm van capituleren. Dit even terzijde. Op naar ‘indruk maken”.

Dat indruk maken wil de minister gaan doen door onder andere een grote kazerne te bouwen in Zeewolde en door straaljagers te laten vliegen vanaf vliegveld Lelystad. Dat maakt indruk of toch niet? Beide locaties liggen in de IJsselmeerpolder een gebied dat enkele meters onder de huidige zeespiegel ligt en laat die spiegel door opwarming van de Aarde nu juist stijgen. De belangrijkste beveiliging van allebei de locaties wordt gevormd door de dijk die de polder omsluit en die vrij makkelijk te saboteren is. Iets wat ook opgaat voor het munitiedepot dat aan de Waddenkust op de grens van Groningen en Friesland moet komen. Met een snelle eerste aanval of via een sabotage actie kan daarmee al een flink deel van de Nederlandse verdedigingscapaciteit worden lamgelegd. Dat maakt indruk.

Yesilgöz:“Wij hebben echt minder regeldruk nodig. Anders blijven we onze mensen naar het buitenland sturen om te oefenen, bijvoorbeeld naar Duitsland, waar ze die ruimte wel hebben.” ‘Naar Duitsland gaan’ om te oefenen of liever nog verder naar het oosten, is dat niet wat er moet gebeuren om indruk te maken op Poetin? Als ‘de Russen’ komen, dan moeten ze, voordat ze in Nederland zijn, eerst door Duitsland en Polen. Ik neem toch aan dat Nederland Polen te hulp schiet als ‘de Russen’ werkelijk besluiten om dat land binnen te vallen. Te hulp schiet door de soldaten vanuit die kazerne in Zeewolde naar Polen te sturen. Als je dan toch moet oefenen met het aanleggen van loopgraven omdat we: “Opeens (…) in Oekraïne (zien) dat het volop wordt gebruikt,” dan lijkt het mij slim om dat daar te ‘oefenen’ waar je ‘de Russen’ wilt stoppen en mij lijkt dat aan de Oostgrens van de Europese Unie.

Nu ik het toch over de Europese Unie heb, als het werkelijk gaat om indruk maken op Poetin, zou het omvormen van de 27 nationale legers van de landen van de EU tot één Europese krijgsmacht niet veel indrukwekkender zijn? Sterker nog, daar zouden ook de Verenigde Staten en China van onder de indruk zijn. Zou minister Yesilgöz daar niet ‘al haar tijd’ aan moeten besteden in plaats van ‘dag en nacht’ bezig te zijn met migratie zoals ze zich deze week in een uitzending van Goedenavond Nederland liet ontvallen.

Een vraag van een heel ander kaliber is: moeten we ‘indruk maken op Poetin’? Met welk doel? Om te voorkomen dat ‘de Russen’ ons land binnenvallen? Daarvoor hoeven we het echt niet te doen. ‘De Russen’ laten nu al vijf jaar zien dat ze niet in staat zijn om ook maar iets klaar te spelen behalve dan het zaaien van dood en verderf via raketten. Hun leger staat al sinds het najaar van 2021 vast op dezelfde plek en heeft steeds meer moeite om de verliezen aan te vullen en dat moet worden opgelost met twintig- tot dertigduizend Noord-Koreaanse soldaten. Dit ondanks het gegeven dat de Russische economie is omgebouwd tot een oorlogseconomie. Moeten we dat vrezen? Moeten we daarvoor de bijl zetten aan een van de wortels van onze democratische rechtsstaat?

Moeten we een land vrezen en zelfs zijn zin geven zoals filosoof Jelle van Baardewijk in een andere aflevering van Goedenavond Nederland adviseerde. Onder het mom van een diplomatieke oplossing en ‘ons verplaatsen in het gevoel van onveiligheid van de Russen’ stelt hij voor om Poetin in alles zijn zin te geven. Nu is inleven in het gevoel van een ander niet verkeerd want dat kan een aanleiding zijn voor een gesprek, voor diplomatie maar dan eentje waarbij je niet met de spreekwoordelijke pootjes in de lucht gaat liggen voordat er een woord is gesproken.

In dat gesprek mag dan van de ander worden gevraagd om zich ook in jouw gevoelens te verplaatsen. Als de ander daartoe bereid is dan kan er naar een oplossing worden gezocht die meer is dan de ‘eenzijdige capitulatie’ die Van Baardewijk voorstelt. Dan kan er worden gesproken over de wereld na de oorlog. Over de relatie tussen Oekraïne en Rusland na de oorlog maar ook over de relatie tussen de Europese Unie en Rusland na de oorlog. En als onze minister van defensie niet ‘dag en nacht’ bezig was met migratie, dan zou ze daar samen met haar collega van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen een visie op kunnen ontwikkelen. Liefst samen met hun Europese collega’s. Een visie waarin niet de belangen van regeringen en bedrijven centraal staat, maar de belangen van mensen. Mensen in Europa én mensen in Rusland. Het wordt hoog tijd dat daar eens over wordt nagedacht. Want wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog zal een gigantische opgave zijn. Als je vrede wil moet je je in tegenstelling tot het bekende gezegde1, niet op oorlog voorbereiden maar op vrede. Maar ja, zolang onze minister van Defensie ‘dag en nacht’ bezig is met migratie ontbreekt de tijd om echte problemen op te lossen.

1Si vis pacem parra bellum

Uitgelicht

Terreur in Engelen

“Wat een lelijk vandalisme in Engelen. Samenleven is een van de kernwaarden van Nederland. Verschillende meningen mogen daarbinnen bestaan, daarover gaan we met elkaar in gesprek. Voor het intimideren van mensen die zich inzetten voor mensen die zijn gevlucht voor oorlog is geen enkele rechtvaardiging.” De reactie van minister-president Jetten op de bekladding van huizen van mensen in het Brabantse dorp Engelen. Inwoners die geen bezwaar hebben tegen de komst van 50 minderjarige asielzoekers. Mijn broek viel af van deze reactie.

Even voor premier Jetten. Vandalisme heeft twee betekenissen. De eerste is ‘barbaarse vernielzucht, oorspronkelijk vooral met betrekking tot cultuurgoederen’. De tweede is “zinloze, grove vernielzucht, baldadig vernielen van publiek eigendom, auto’s, winkelvensters enzovoorts’. De bekladding en vernielingen waren zinloos en barbaars. Dus er was sprake van vandalisme. Waarom viel dan toch mijn broek af?

Mijn broek viel af omdat er geen sprake was van ‘zinloze vernielzucht’. De daders hebben een doel met hun daden, ze hebben iets in de zin en dus is hun daad niet zinloos. De ‘zin’ van hun daad was om mensen angst aan te jagen. Mensen die het niet men hen eens zijn. Hier is sprake van ‘georganiseerde geweldpleging met een politiek doel om een deel van de bevolking angst aan te jagen’, het is een ‘bedreiging van personen in fysiek, psychisch en materieel opzicht’. Laat dat nu precies de betekenissen zijn van TERREUR. De plegers maken zich schuldig aan terreur, ze bedienen zich van terrorisme.

Terrorisme dus en de enige reactie van het Nederlandse kabinet is dit Twitterbericht van onze premier. Nog stiller is het vanuit de drie regeringspartijen. Echt bijzonder maakten de PVV- en FvD-fracties van Den Bosch, waar Engelen toe behoort. Beide partijen weigerden een verklaring te ondertekenen die, om de woorden van de verklaring die alle andere Bossche partijen wel hebben ondertekend te gebruiken: “het vandalisme dat afgelopen nacht in Engelen heeft plaatsgevonden,” veroordeelt en vervolgt met de woorden: “Het intimideren van inwoners heeft geen plaats in onze democratische samenleving.” De beide partijen wilden geen verklaring geven voor hun weigering. De enige conclusie die hieruit is te trekken is dat deze beide partijen terreur een legitiem politiek wapen vinden.

Dit staat in zeer, zeer, zeer schril contrast met de reacties vanuit politiek rechts en de regeringspartijen op de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta alwaar naar schatting 50.000 mensen zwemmend vanuit Marokko een kaartje naar Europa probeerden te krijgen. Een situatie die door de Spaanse regering snel werd opgelost. Vanuit de regeringspartijen werd Spanje opgeroepen om de grenzen te bewaken. JA21 wilde weten hoe het kabinet gaat voorkomen dat deze mensen naar Nederland komen. PVV-leider Wilders wilde onmiddellijk de Nederlandse grenzen sluiten en moest er een spoeddebat komen. Paniek alom.

Binnenlandse terreur wordt stilgezwegen: geen spoeddebat, geen zware woorden vanuit politiek rechts en de regeringspartijen. Een miserabel Twitterberichtje van de minister-president en geen verzoek om een spoeddebat terwijl daar toch alle aanleiding voor is want hier wordt de bijl aan onze democratische rechtsstaat gezet. Een gebeurtenis in Spanje en dezelfde personen staan op de achterste poten en een verzoek om een spoeddebat kreeg net niet voldoende steun.

De enige vergelijking die bij mij te binnen schiet is het kabinet als het orkest op de Titanic.

Uitgelicht

Kritiek op Israël en antisemitisme

“Nooit meer is geen slogan voor monumenten. Het is een opdracht voor vandaag. Sta op, spreek je uit!” Met die woorden eindigt een artikel van Gideon van der Sluis, zoon van een joodse onderduiker zoals hij zichzelf introduceert, op de site Opiniez. Waar we volgens Van der Sluis tegen op moeten staan is tegen Frans Timmermans. Die heeft zich, zo betoogt Van der Sluis Antisemitisch uitgelaten. Hij verbaast zich erover dat het “oorverdovend stil’ blijft na Timmermans’ uitspraak. Niet bij: “ Timmermans’ politieke tegenstanders, die stonden voorspelbaar klaar.” Nee bij Timmermans’ achterban en dan bedoelt Van der Sluis; “mediapersoonlijkheden, opiniemakers en influencers uit het linkse en het brede midden. Uit de hoek waar mijn vader zich thuisvoelde.” Laat ik al vast beginnen met te bevestigen dat ‘nooit meer’ geen slogan moet zijn voor op monumenten, maar dat het een opdracht is en dat iemand in deze affaire zich aan die opdracht houdt.

De ‘Gele lijn’ in Gaza. Bron: wikipedia

Wat heeft Timmermans gezegd? Als het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) hem goed heeft geciteerd dan is dat, zo lees ik bij het artikel van Van der Sluis het volgende: “In het Midden-Oosten wordt momenteel een heel volk uitgeroeid. We kijken ernaar en we zwijgen terwijl de Palestijnen letterlijk de zee in worden gedreven – en erger. De redenering van rechts en extreem rechts in Israël: wij joden kunnen alleen maar overleven als de Palestijnen weg zijn. Dat is exact dezelfde redenering als die van de nazi’s destijds: wij – het Duitse volk , het Arische ras – kunnen alleen maar overleven als de joden weg zijn. Dat vind ik ronduit verbijsterend. Hun grootouders en overgrootouders is in de nazitijd iets verschrikkelijks overkomen: de Holocaust, waarbij ze werden vernietigd, en nu doen zij precies hetzelfde met een ander volk. Ik ben nog beladen met de geschiedenis, maar mijn kinderen snappen hier helemaal niks van. Zij zeggen: ‘Hoezo het bestaansrecht van Israël staat op het spel? Je kunt uit het bestaansrecht van een volk toch niet afleiden dat het een ander volk mag uitroeien?’”

Dit was dus tegen het zere been van Van der Sluis en niet alleen zijn been. Ook tegen het been van het Centraal Joods Overleg (CJO). Volgens deze organisatie is dit: “geen kritiek op beleid meer, maar is het op één lijn stellen van de Joodse staat met het naziregime, en van Joden met de daders van de Holocaust. Wij noemen dat ontoelaatbaar en antisemitisch.” Want: “Het vergelijken van Israël met nazi-Duitsland, en het verwijt aan Joden dat zij de misdaden van de nazi’s herhalen, staan allebei genoemd in de internationale werkdefinitie van antisemitisme van de IHRA. Nederland heeft die definitie onderschreven.”

Even vooraf. Wat in alle verwijten aan Timmermans door elkaar loopt en voor velen in elkaar overloopt is het jodendom en de staat Israël. Trouwens niet alleen in dit geval. Dat speelt altijd op als er kritiek wordt geleverd op de staat Israël en vooral haar handelen. En dat speelt ook het IHRA en haar definitie parten.

Dan nu naar antisemitisme. Volgens de definitie van het IHRA waarnaar het CJO verwijst is antisemitisme: “een bepaalde perceptie van Joden die tot uiting kan komen als een gevoel van haat jegens Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme zijn gericht tegen Joodse of niet-Joodse personen en/of hun eigendom en tegen instellingen en religieuze voorzieningen van de Joodse gemeenschap.” In Timmermans woorden is geen onvertogen woord over joden te ontdekken. Hij spreekt over rechts en extreemrechts in Israël, de stromingen die het nu in Israël voor het zeggen hebben.

Als dit de hele definitie was dan was de kous al af. Het wordt problematisch als de IHRA gaat toelichten en voorbeelden geeft. Een voorbeeld van antisemitisme dat niet wordt gegeven en op geen enkele manier in de definitie is te herkennen maar dat volgens het CJO wel antisemitisch is en waaraan Timmermans zich schuldig zou maken, is het joden ervan beschuldigen dat ze de misdaden van de nazi’s herhalen.

De definitie van het IHRA wordt fluïde als ze voorbeelden geeft van antisemitisme: “Er is bijvoorbeeld sprake van een uiting van antisemitisme wanneer de Staat Israël, opgevat als een Joods collectief gegeven, in het vizier wordt genomen. Let wel: een kritische houding tegenover Israël die vergelijkbaar is met de kritiek die wordt geuit tegen gelijk welke andere staat, is niet als antisemitisch te bestempelen.” Timmermans neemt, zoals gezegd rechts en extreemrechts Israël op de korrel en doet dat niet vanwege hun joods zijn maar vanwege de ideeën die ze uitdragen en in de praktijk brengen. Hij neemt een kritische houding tegenover rechts en extreem rechts in Israël aan en die kritische houding is meer dan terecht. Dat die stromingen de regering vormen, doet daar niets aan af. Deze kritische houding is meer dan terecht omdat deze stromingen het kleineren, terroriseren, vermoorden en verdrijven van Palestijnen aanmoedigen en toejuichen en als deelnemers in de Israëlische regering ondersteunen en bedrijven. Hun doel is de Palestijnen te verjagen omdat dit in hun ogen voor het overleven van Israël noodzakelijk is. Precies zoals Timmermans het beschrijft. Een manier van denken en handelen die ook in nazi-Duitsland opgeld deed maar dan met andere slachtoffers, daders en methoden maar met eenzelfde onderliggende redenering.

Sinds het opstellen van die definitie in 2016 is er iets bijzonders gebeurd. In 2018 heeft Israël haar basiswet gewijzigd. Die basiswet is te vergelijken met een grondwet. Sinds dat jaar definieert Israël zich als joodse staat en het ‘historische thuisland van het joodse volk’. Ze benoemde zichzelf, om de woorden van het IHRA te gebruiken tot ‘een joods collectief gegeven’ en wordt volgens dit voorbeeld iedere kritiek op Israël antisemitisme en die kaart speelt de Israëlische regering grif uit.

Dat wordt nog versterkt als het IHRA spreekt over gedaanten die antisemitisme kan aannemen en er voorbeelden worden genoemd. Een van die voorbeelden luidt: “Het huidige beleid van Israël vergelijken met het beleid van de nazi’s.” Op basis van dit voorbeeld zou Timmermans antisemitisme bedrijven. Toch bijzonder dat voor ieder ander land een dergelijke vergelijking gemaakt mag worden, maar niet voor Israël. Israël krijgt zo een status aparte. Het wordt zo het enige land dat nazi-praktijken mag bedrijven zonder dat die als zodanig benoemd mogen worden. Dat is meten met twee maten. Over meten met twee maten gesproken. Ook dat kan antisemitisme zijn als: “van de Staat Israël een bepaald gedrag wordt geëist dat niet van andere democratische naties wordt verwacht of verlangd.” Terecht dat van Israël geen ander gedrag wordt geëist dan van andere staten. Staten moeten hetzelfde worden behandeld. Dit verhoudt zich niet tot de hierboven genoemde status aparte. Gelijk behandelen betekent ook altijd gelijk behandelen.

Het CJO gaat verder en daarmee kom ik bij de ’nooit meer als opdracht voor vandaag’ waarmee Van der Sluis afsluit: “Wat Timmermans met deze uitspraak doet gaat nog verder. Hij ontkent de Holocaust niet, maar doet iets anders: door te stellen dat het “exact dezelfde redenering” is, plaatst hij het mechanisme van de Holocaust op één lijn met het handelen van de Joodse staat. Daarmee verkleint hij de systematische, industriële vernietigingsintentie van de nazi’s en holt hij de morele en historische uniciteit van de Shoah uit. Hij minimaliseert de Holocaust schromelijk.” Timmermans signaleert een denkwijze en redenering bij rechts en extreemrechts in Israël die gelijk is aan de redenering van de nazi’s. Met die constatering doet hij niets af aan de Holocaust noch minimaliseert hij de vernietigingspraktijken van de nazi’s. We weten nu welke denkwijze en redenering tot grote ellende leidt. Als die denkwijze en redenering wordt herkent dan is dat reden voor alarm. Zeker bij iedereen die ‘nooit meer als opdracht voor vandaag ziet’. Timmermans luidt hier de noodklok omdat hij constateert dat rechts en extreemrechts die in Israël aan de macht zijn, denkwijze en redenering van de nazi’s hanteren. En zo op het eerste, en ook het tweede, gezicht heeft hij goede gronden voor het luiden van die bel. De Holocaust was niet het begin van de ellende, dat was de denkwijze en redenering van de nazi’s. De vernietiging volgde veel later.

Het enige verwijt dat je Timmermans kunt maken is dat hij rijkelijk laat is met het luiden van de alarmbel. Rechts en extreem rechts in Israël is al een heel eind op streek met het verjagen, verdrijven en vermoorden van Palestijnen. Toen hij nog Kamerlid en fractieleider van GroenLinks-PvdA was had zijn bel luider geklonken. Timmermans staat daarmee in een Nederlandse traditie van staatslieden die na hun actieve carrière ineens het licht zien en zich inzetten voor zaken die ze als politicus liever lieten lopen.

Uitgelicht

Ideologische bril

““Als u dat als beleidsadviseur niet begrijpt, dan hoort u de functie die u nu bekleedt niet te bekleden.” Met die reactie van Peter Elfrink en zijn aanbeveling om wat lessen bedrijfseconomie te volgen, kon ik het doen. Die reactie kreeg ik op een vraag die ik onder een bericht van Mona Keijzer op LinkedIn stelde. Een bijzondere reactie. Bijzonder om meerdere redenen. Keijzer schreef: “Wanneer ondernemers de rekening betalen, betaalt Nederland die ook. Want minder winst, minder belastingopbrengst, minder werkgelegenheid, minder innovatie. De bruggen zakken in. Er is hard geld nodig voor de wegen en bruggen. Dit land heeft duidelijk de verkeerde prioriteiten.” Op mijn vraag aan Keijzer om de relatie tussen winst, belastingopbrengst, werkgelegenheid en innovatie eens uit te leggen, kreeg ik de bovenstaande reactie.

Bron: Flickr

Voordat ik het bijzondere bespreek, moet me eerst iets van het hart. Ik ben het met Keijzer eens dat dit land de verkeerde prioriteiten heeft maar Keijzer is de laatste om anderen dat verwijt te maken. Keijzer kwam in 2012 voor het CDA in de Tweede Kamer. Tussen 2017 en 2021 was ze staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat namens het CDA. Tussen 2024 en 2026 was ze minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening namens de BBB in het kabinet Schoof. Ze zat mee aan de knoppen dus als ‘dit land duidelijk de verkeerde prioriteiten’ heeft, dan moet ze toch echt in de spiegel kijken. Dan heeft ze daar toch behoorlijk wat steken laten vallen. Daar komt bij dat ze een van de promotoren is van de belangrijkste ‘verkeerde prioriteiten’ : de asiel en de stikstof. Beide opgaven zijn uitgeroepen tot een ‘crisis’ om de echte crisis te maskeren: bestuurlijke onwil en onvermogen. Dit even terzijde. Terug naar het bijzondere van de reactie.

Een bijzondere reactie omdat mij altijd is geleerd dat er niets mis is met vragen stellen. Zelfs niet als je het antwoord op de betreffende vraag weet. Als dat niet mag dan horen leraren hun functie niet te bekleden, om Elfrinks woorden te gebruiken. Leraren stellen voortdurend vragen waarop ze het antwoord al weten.

Een bijzondere reactie omdat hoe mensen hun samenleven inrichten geen wet van Meden en Perzen is. De economie is geen motor die draait op de relatie tussen deze vier factoren, zoals Jeroen Koppenaal beweert in zijn bijdrage aan het gesprek onder het bericht. Die vergelijking gaat mank. Voor een motor geldt: als a dan volgt b. Voor de economie geldt dat niet. De economie is dat wat mensen met elkaar doen en daarbij heeft alles invloed op elkaar. Mensen passen hun gedrag aan waardoor b niet automatisch uit a volgt. Er is geen eenduidig antwoord op de vraag die ik Keijzer stel. Het antwoord dat iemand geeft is vooral een kwestie van ideologie. Een marxist geeft een ander antwoord op deze vraag dan een neoliberaal of een libertariër en die geven weer een ander antwoord dan een communitarist of een anarchistisch communist zoals Kropotkin waarover ik recentelijk schreef.

Het grote probleem is dat veel mensen zich niet bewust zijn van de ideologische bril waarmee ze naar de wereld kijken. Dat leidt ertoe dat ze metaforen als de motor gebruiken. Zo raakte ik ook op LinkedIn in gesprek met Marcel Melis, een investeerder zoals hij zichzelf noemt, die zich druk maakt om verhuurders die hun huizen verkopen en om de mogelijke veranderingen in Box 3 van ons belastingstelsel. Melis is, zo zegt hij zelf, een van de huizeneigenaren die hun bezit verkopen. Melis kijkt, naar eigen zeggen: “naar de feiten, niet naar motieven. Minder rendement leidt tot minder investeringen, minder nieuwbouw en minder huuraanbod. De rekening komt uiteindelijk terecht bij de woningzoekende. Dat zijn de feiten.” Want: “zonder rendement gebeurt er niets.” Hij vergeet dat dit vooral feiten zijn binnen een neoliberale marktideologie. Een anarchistisch communist zoals Kropotkin denkt niet in markttermen en rendement. Die stelt het recht op wonen centraal en ziet het als een taak van de gemeenschap om invulling te geven aan dat recht. Die maakt plannen voor de bouw van de benodigde huizen, vraagt de gemeenschap om de kosten ervan te dragen en bouwt die vervolgens. Die maakt zich ook niet druk om de grondprijs omdat de grond van de gemeenschap is en voor de gemeenschap wordt gebruikt. Voor de anarchistisch communist liggen ‘de feiten’ heel anders.

Dat veel mensen zich niet bewust zijn van de ideologische bril die ze dragen en het is meestal een neoliberale, beperkt de keuzemogelijkheden. Zo nam ik enkele jaren geleden deel aan een regionaal ambtenarenoverleg waar de opvang en hulp aan dak- en thuisloze mensen op de agenda stond. De deelnemende gemeente waren niet tevreden over de manier waarop het werd ingevuld. Dat gebeurde via een subsidie aan aan zorgorganisatie.’ Subsidie maakt sturing moeilijk,’ zo werd geconstateerd. Als oplossingsrichting werd aanbesteden voorgesteld. Dan kon er worden geselecteerd op innovatie want daaraan ontbrak het en zouden de gemeente beter kunnen sturen het. Toen ik voorstelde als gemeente de hiervoor benodigde mensen in dienst te nemen en de panden en benodigdheden zelf te organiseren als oplossingsrichting werd ik aangekeken alsof men water zag branden. ‘De gemeente is toch geen hulpverlener’, zo was de teneur. Nu kan ‘de gemeente ‘ alles zijn wat wij willen dat ze is. De andere deelnemers hadden niet in de gaten dat ze de wereld bekeken met de neoliberale ‘New Public Management’ bril op. Sterker, ze waren zich er niet van bewust dat ze ‘een bril droegen’. Dat er andere manieren zijn om naar de wereld te kijken.

Zo is communitarisme geen illusie of utopie. De mens leefde het grootste deel van haar geschiedenis in een of andere vorm van communitarisme. Onze huidige kapitalistische samenleving is vanaf de zestiende eeuw gegroeid. In tegenstelling tot ‘motor metafoor’ is kapitalisme : “neither a state of nature nor a process whose internal logic determines its eventual outcome,” zoals Sven Beckert het terecht beschrijft in zijn boek Capitalism. A Global History. Kapitalisme: “is the result of a panoply of political choices and social conflicts, structured in miriad ways by society and state.”1 Kenmerk van het kapitalisme is dat het alles tot een handelsgoed maakt. Door ergens een ‘handelsgoed’ van te maken, wordt de mogelijkheid geschapen eraan te verdienen en zo kapitaal te vergaren. Het belangrijkste waar het kapitalisme een handelsgoed van heeft gemaakt is arbeid. Of we iets, bijvoorbeeld woningen, zien als aan handelsgoed, is een keuze, geen wetmatigheid of automatisme.

Dat is de reden waarom ik Keijzer vroeg naar de relatie tussen winst, belastingopbrengst, werkgelegenheid en innovatie. Een soort vraag die, in mijn ogen, ieder zichzelf respecterende beleidsadviseur zou moeten stellen. Helaas gebeurt dat tegenwoordig maar zelden want ook het gros van de beleidsambtenaren is zich er niet van bewust dat ze een ideologische bril dragen. Ik hoop dat deze Prikker dit verandert. Al is het maar een klein beetje.

1Sven Beckert,Capitalism. A Global History. Eerste citaat pagina 9-10, het tweede pagina 15

Uitgelicht

Televisiecarrière

Staat het er echt? Ja, het staat er echt. Er is werkelijk iemand die het heeft gezegd. Die iemand is Jordi Versteegden ‘mediaverslaggever ‘ bij de Telegraaf. Wat hij heeft gezegd wat mij zo verbaast? Het volgende: “Moet je dan alleen maar intellectuelen aan tafel hebben?” Zo is te lezen in een artikel van Emma Vos in de NRC. De ‘tafel’ waar hij het over heeft dat zijn de vele talkshowtafels die ons land rijk is. Een uitspraak die laat zien hoe ver we in Nederland zijn afgegleden. Of beter gezegd, hoe ver de media in Nederland zijn afgegleden.

Bron: flickr.com

Even naar de aanleiding. Die aanleiding is oud-handbalster Estavana Polman. De partner van oud-voetballer en ‘mediapersoonlijkheid’ Rafael van der Vaart. Polman schijnt aan tafel te hebben gezeten van Vandaag Inside ter promotie van een boek over haar. Al snel ging het gesprek over een mogelijke televisiecarrière voor Polman. Daarbij werd de vraag gesteld wat ze eigenlijk kan: “Nou daar moet ik zelf ook achter komen.” Bij dat programma werd wel meteen aangegeven hoe hoog de lat voor een mediapersoon ligt, die ligt ter hoogte van de Vandaag Insidetafel aldus de vaste bewoners van die tafel. Aan die tafel vinden ze dat Polman die lat nog niet haalt: “Niemand weet wat ze daadwerkelijk kan. Het is een hartstikke leuke meid, ze heeft de uitstraling van Hélène Hendriks maar als het niet over handbal gaat of over haar man de ex-voetballer dan doet ze niet mee,” zo betoogt Johan Derksen. Voor een andere van die tafels, die van RTL Boulevard , is dit aanleiding om zich over de vraag te buigen hoe je Polman voorbereidt op een tv-carrière. Bijzonder trouwens dat niemand die vraag stelde toen de zoon van Van der Gijp een plek aan een tafel kreeg om over voetbal te praten, toen de familieleden van de De Mols een plek in het medialandschap kregen.

Voor wat betreft het gebrek aan inhoud van Polman, vult Daphne Bunskoek bij RTL Boelevard aan: “Het is wel waar dat Estavana geen verstand heeft van Gaza.” Of dat zo is, kan ik niet beoordelen want ik heb haar daar nooit over horen spreken. Gelukkig vervolgt Bunskoek met: “maar dat hebben die mannen natuurlijk ook niet.” En daar maakt ze een goed punt. Derksen heeft verstand van muziek en voetbal en Van der Gijp alleen van dat laatste. Al valt het met dat verstand ook behoorlijk tegen. Op dat gebied hebben Leonne Stentler en de Belgische Imke Courtois zinnigere zaken te vertellen. Trouwens ook zinniger dan Van der Vaart en Van Hooijdonk. Met dat punt kom ik bijna bij ‘alleen intellectuelen’ aan tafel. Eerst een ander ‘puntje van orde’, de functie van Versteegden: mediaverslaggever. Een verslaggever die voor een medium verslag doet over zaken waarover andere media verslag doen. Waar hebben we die aan te danken?

Dan toch naar mijn eigenlijke punt. Zat er maar eens een intellectueel aan een van die tafels. Iemand die echt ergens verstand van heeft, die heeft doorgeleerd. Iemand die gehakt maakt van de goedkope one-liners van politici en vaste tafelbewoners zoals Van der Gijp en Derksen. Iemand die de halve waarheden van Brekelmans waarover ik eerder dit jaar schreef, ontmaskert. Die zorgt dat feiten centraal staan en niet oprispingen van voormalig voetballers, volkszangers en andere ‘mediapersoonlijkheden’. Iemand die Kamerleden fileert omdat ze een kwartiertje eerder pauze vanwege een Iftar opblazen tot mythische proporties. Iemand die politici als Mona Keijer en Geert Wilders, erop wijst dat zij met hun kritiek dat de Raad van State ‘politiek bedrijft’ en ‘links’ of ‘D66’ is,de grondwettelijke orde ondermijnen. Helaas zitten er geen intellectuelen aan tafel want een argument dat uit meer dan twee zinnen bestaat ‘doet het niet goed’ in hun format. Dan ‘haken de kijkers af’.

In het ‘talkshow tafel circuit is de intellectueel de spreekwoordelijk speld in de hooiberg. Dat circuit draait om ‘bekende Nederlanders’ die van de ene naar de andere tafel hoppen en daar over van alles en nog wat een scheet laten en vervolgens de lucht ervan gaan bewieroken. Vroeger had je een hofnar tegenwoordig een narrenhof.

Uitgelicht

Productie of consumptie?

Vanuit welk perspectief bekijk je iets? Dat maakt nogal wat uit voor wat je ziet, hoe je dat interpreteert en wat dat vervolgens betekent voor je kijk op de werkelijkheid. Deze vraag kwam bij me op na het lezen van een column van Heleen Mees in De Volkskrant. Een column die eindigt met de volgende zin:“Maar zoals een bekende econoom ooit schreef: ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het bijna alles’.”

De column behandelt een discussie onder economen over de productiviteitsgroei in Europa en de Verenigde Staten. Conclusie, zo betoogt Mees: “Hoewel Europa de Verenigde Staten de afgelopen decennia heeft kunnen bijhouden in termen van koopkracht – ironisch genoeg dankzij het goedkoper en beter worden van Amerikaanse digitale technologie – blijven de productiviteit en innovatiekracht van de groeisectoren in Europa achter bij die in de Verenigde Staten.” En omdat productiviteit op langer termijn ‘bijna alles’ is, moeten we ons zorgen maken suggereert Mees. En inderdaad in de huidige economische wetenschap is productiviteit bijna alles. Als je koekjesbedrijf productiever is dan dat van de concurrent dan kun jij een goedkoper koekje aanbieden en heb jij werk en je concurrent niet. Ons denken over economie is gebaseerd op groei. Niet vreemd in een door kapitalisme gedomineerde wereld. Kern van het kapitalisme is immers de accumulatie, de groei of toename, van kapitaal. In een dergelijke wereld is productiviteit ‘bijna alles’.

Maar wat als je de wereld beschouwt vanuit consumptie? Als je je ten doel stelt om om zoveel te produceren als nodig is voor eenieders welzijn en dat probeert te bereiken met zo min mogelijk menselijke inspanning? Is een markt met erop concurrerende ondernemers dan nog steeds de beste manier om dat doel te bereiken? Is productiviteit dan nog steeds ‘bijna alles’ of is het dan een manier om de menselijke inspanning te verlagen? Interessante vragen. Vragen die centraal staan in het boek The Conquest of Bread van de negentiende-eeuwse Russische communistische anarchist Peter Kropotkin. Kropotkin werd geboren als prins ineen oudadelijke vooraanstaande Russische familie.

In dit boek uit 1892 beschrijft hij de ideaalwereld die zou moeten ontstaan na de volgende revolutie. Die wereld zou zich kenmerken door het centraal staan van het individu en afwezigheid van een overheid. Iets waar ook de neoliberalen en vooral de libertariërs van dromen. Maar voordat die in juichen uitbarsten: het voor hen heilige en in onze samenleving centraal staande eigendom bestaat niet in Kropotkins wereld. “(I)ndividual ownership of the land and the instruments of labour,” ligt aan de basis van ongelijkwaardigheid en uitbuiting: ‘It was the necessary condition for the development of capitalist production .”1 Kropotkins ideaalwereld kenmerkt zich door radicale gelijkwaardigheid van een ieder. In deze wereld is geen plek voor geld en dus ook niet voor loonarbeid. Loonarbeid is, zo betoogt Kropotkin, niets anders dan voortgezet feodalisme. Het is uitbuiting van arm door rijk op een andere manier dan als lijfeigene horige of slaaf.

Waar de revoluties van de achttiende en negentiende eeuw de mist ingingen, zo betoogt hij, was dat ze eigendom in stand hielden en dus ook de ermee gepaard gaande ongelijkwaardigheid. De bezitter kon zijn bezit blijven gebruiken om de bezitsloze uit te buiten. Loonarbeid bleef op een of andere manier in stand en omdat loonarbeid in revolutionaire tijden onzeker was en zelfs wegviel, ontbrak het de revolutionairen na verloop van tijd aan alles en vooral aan voedsel. Dan smoorde de revolutie want al die mooie woorden en verklaringen vulden geen magen en kreeg de contrarevolutie, zij die alles bij het oude wilden laten, de wind in de zeilen. Door bezit af te schaffen en gemeenschappen zichzelf te laten organiseren, zou een revolutie wel kunnen slagen. Dan zouden mensen met elkaar afstemmen wat er nodig was voor welvaart en welzijn voor allen en dat produceren. Dan zou dus de consumptie centraal staat. Want: “Was it not necessity that first drove man to hunt, to raise cattle, to cultivate land, to make implements, and later on to invent machinery. Is it not the study of needs that should govern production? To say the least, it would therefore be quite as logical to begin by considering the needs, and afterwards to discuss how production is, and ought to be, organized, in order to satisfy these needs.”2

En ‘to satisfy these needs, hoeft, zo berekent Kropotkin, iedereen in de leeftijd tussen 18 en 50 maar een uur of vijf per dag te werken. De rest van de tijd kan dan worden besteed aan persoonlijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld muziek maken of wetenschap bedrijven. Dit deel van het boek lezend, moest ik aanhet essay Economic Possibilities for our Grandchildren van de econoom John Maynard Keynes denken. Die voorzag dat we in onze huidige tijd aan drie uur werk per dag genoeg zouden hebben om in onze behoeften te voorzien.3 Daar kon hij weleens gelijk in hebben, alleen staat productie centraal in onze maatschappij en niet de behoeften (consumptie). En als productie centraal staat wordt er geproduceerd en moet er altijd meer en sneller geproduceerd worden.

Een interessante gedachte. Zeker met in het achterhoofd de vraag: “Krijgt de mensheid er met de bevolkingskrimp een zoveelste crisis bij? “ die Koen Haegens stelt in een artikel In De Groene Amsterdammer: “De Verenigde Naties rekenen voor het einde van deze eeuw op 10,2 miljard mensen. De Nederlandse bevolking kan, in het uiterste geval dat de netto immigratie naar nul gaat, tegen die tijd gedaald zijn naar 12,7 miljoen.” Met een economisch wereldbeeld waarin groei en dus productie centraal staat, is krimp een ramp. Plaats je consumptie centraal dan ziet de wereld er heel anders uit, dan hoeft er minder gewerkt te worden om welvaart en welzijn voor iedereen te bereiken en houden we dus meer tijd over voor zaken die we leuk vinden, voor de eigen ontwikkeling en ontplooiing.

Bijkomend voordeel van het afschaffen van eigendom is ook dat het intellectuele eigendom, de patenten, wordt afgeschaft. Dat zou de innovatie wel eens een enorme boost kunnen geven. Zeker voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zou dit een zegen kunnen zijn omdat de technologie dan van iedereen is en niemand er belang bij heeft die zo in te richten dat anderen er de dupe van zullen zijn. Daarmee is ook het probleem dat Pieter Klok in zijn Commentaar in de Volkskrant constateert opgelost en dat is dat: “Innovatie en arbeidsproductiviteitsgroei laten zich moeilijk afdwingen van boven.” Dan komt innovatie en de groei van de productiviteit te goede aan iedereen. Groeiende productiviteit betekent dan minder tij besteed aan arbeid en dus meer voor persoonlijke ontwikkeling.

1Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 30

2Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 169-170

3John Maynard Keynes, Economic Possibilities for our Grandchildren,pagina 5