Uitgelicht

Windmolens

Wie kent Don Quichot niet? De hoofdrolspeler en naamgever van het beroemde boek van Cervantes. Het verhaal van een de dolende ridder Don Quichot die, om het plat te zeggen, de weg kwijt is. Hij ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken, al moet je hem met de kennis van nu over de vele schandalen van kindermisbruik door priesters op dit punt wel gelijk geven, en windmolens voor reuzen. Ik moest aan Don Quichot denken toen ik bij De Dagelijkse Standaard las over een afgewezen motie van Forum voor Democratie Kamerlid Pepijn van Houwelingen. Aan Don Quichot en aan Gloria Wekker.

Bron: Pixabay

Wat is er aan de hand? Van Houwelingen wil voorkomen dat er in Nederland ooit een sociaalkredietsysteem ontstaat. Een wat? Een systeem waar in China aan gewerkt wordt waarbij de overheid je ‘punten’ toekent voor goed gedrag en je punten afneemt als je je niet goed gedraagt. En die ‘punten’ heb je nodig om te kunnen reizen of naar het theater te gaan. Dat moeten we niet willen. Dat ben ik meteen met Van Houwelingen eens. Toch heeft de Kamer de motie van Van Houwelingen verworpen en dus moeten we er, volgens Michael van der Galien van De Dagelijkse standaard: “ernstig rekening mee (..)houden (…) dat dit systeem er wél komt.” En sluit zijn betoog af met: “Zo. Dit is nog eens een ontmaskering van het kartel.

Laten we eens kijken of Van der Galiens zorgen terecht zijn en we de Kamermeerderheid die de motie verwierp iets moeten verwijten. Daarvoor even de tekst van de motie: “De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat China als eerste land in de wereld een sociaalkredietsysteem heeft ingevoerd; constaterende dat een dergelijk systeem een grove inbreuk maakt op privacy, lichamelijke integriteit en vrijheid; overwegende dat er door de coronacrisis steeds verdergaande inbreuken op bovengenoemde punten plaatsvinden; verzoekt de regering, om uit te sluiten dat er ooit een sociaalkredietsysteem of soortgelijk systeem in Nederland wordt ingevoerd, en gaat over tot de orde van de dag.”

Als ik naar mezelf kijk, dan zou ik ook niet kunnen instemmen met een dergelijke motie. De crux van de motie zit de ene tussenzin waarin wordt verwezen naar de coronacrisis. Deze motie suggereert dat de coronamaatregelen een stap zijn in de richting van de ontwikkeling van zo’n systeem en dat daar bewust op aan wordt gestuurd. Dat is ook wat Van Houwelingen toelichtend in het artikel beweert: “Natuurlijk is het partijkartel voor invoering van een sociaalkredietsysteem, want dat is precies wat ze met u van plan zijn. En dat hebben ze al bewezen door de invoering van die misdadige Apartheidspas.” Door nu deze motie aan te nemen stem je in met Van Houwelingens redenering. Je beweert daarmee dat de overheid welbewust aan zo’n systeem werkt. Zo worden dergelijke  hersenspinsel geloofwaardig. Zo probeert Van Houwelingen de complottheorie waar hij en zijn partijleider Baudet tegen vechten, geloofwaardig te maken. Hij probeert ons als een moderne Don Quichot mee te laten vechten tegen windmolens die niets anders zijn dan ‘hersenspinselige reuzen in zijn hoofd’.

Maar er is meer en daarmee kom ik bij Gloria Wekker. Nu zal je je afvragen wat heeft Gloria Wekker hiermee te maken? Van Houwelingen gebruikt dezelfde methode die Wekker gebruikt. Van Houwelingens motie is zo geformuleerd dat voor of tegen de motie zijn, niets uitmaakt. In beide gevallen stem je in met zijn ‘hersenspinsels’. Nu heeft een meerderheid van de Kamer NEE gezegd en kan hij zeggen dat die meerderheid zo’n sociaal kredietsysteem niet uitsluit. Dat is wat Van der Galien nu suggereert. Was de motie aangenomen, dan had Van Houwelingen staan orakelen dat was bewezen dat de overheid werkte aan zo’n sociaal krediet systeem en dat hij dat heeft verijdeld. En daarmee kom ik bij Wekker en haar theorie rond ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een theorie die je, net als Van Houwelingens motie, zowel in de bevestiging als in de ontkenning bevestigt. Vraagtekens plaatsen bij Wekkers theorie of ze verwerpen, wordt gezien als een bevestiging van de theorie. Dan getuig je van ‘witte fragiliteit, – onschuld, – superioriteit’ enzovoort. Een dergelijke manier van denken is gevaarlijk.

Uitgelicht

Kastenmatroesjka

Bij OneWorld een goed artikel van Babet te Winkel over ‘uit de kast komen’. “Waarom zou ik mijn seksualiteit vast willen leggen in een identiteit, met het gevaar in die identiteit te worden opgesloten? Het wordt me steeds duidelijker waarom ik zo’n moeite heb met de vraag ‘wat ik nou eigenlijk ben’. Die vraag beperkt me in mijn handelingsvrijheid. Het zet mijn seksualiteit vast in een seksuele identiteit – wat je bént – terwijl seks toch vooral iets is wat je dóet.” Zo vraagt Te Winkel zich af. Interessante vragen. Na het lezen van het artikel vroeg ik me af of de reactie van OneWorld in de gaten heeft wat Te Winkel schrijft?

Ornament Matroesjka Baboesjka - Gratis foto op Pixabay
Bron: Pixabay

Voordat ik hierop inga eerst de metafoor van de kast waar iemand uit moet komen. Te Winkel: “Waarom zijn er geen kasten waar hetero’s uit komen?” Het is inderdaad een bijzondere metafoor. Alleen mensen met een andere geaardheid dan de heteroseksuele komen uit de kast. Als je de metafoor letterlijk neemt dan zitten de heteroseksuelen dus met z’n allen in die kast. Ik weet niet of ik als heteroseksuele man zo blij ben met een leven in een kast. Maar nog even verder doordenken. Is er maar één kast waar mensen uit komen of zijn er kasten in kasten een beetje zoals een Russische Matroesjka waarin in iedere pop een kleiner poppetje zit? Als lesbienne stap je uit die ‘hetero-kast’ maar als je je vervolgens ook nog identificeert als een man, dan moet je uit de ‘Lesbo-kast komen’. Als heteroseksuele man begin ik me dan ernstig claustrofobisch te voelen. De grootste groep mensen, zit dan immers in de kleinste kast en omgekeerd, de kleinste groep heeft de grootste kast ter beschikking of is de enige groep die in geen enkele kast zit? Wat zo gebeurt is dat we onszelf en elkaar vast gaan leggen in ‘verondersteld gedrag’. En daar maakt, als ik haar goed begrijp, Te Winkel bezwaar tegen. Als  je het zo beziet, dan is die kast voor iedereen een slechte metafoor. Niemand zit in een kast en we zijn allemaal op reis in ons leven en gedurende die reis leren we onszelf en anderen kennen. Of zoals Te Winkel schrijft: “Seksualiteit vraagt om onderzoek en om het verzetten van innerlijk werk. Het betekent jezelf onder de loep nemen, verantwoordelijkheid nemen, omgaan met moeilijke emoties, moed tonen en groeien als mens. Het betekent niet het gebaande pad lopen, maar je eigen pad banen. Daarin ben je dan weer niet alleen, want dat doen we allemaal.”

En met die individuele reis in het betoog van Te Winkel, kom ik bij de vraag of de redactie van OneWorld in de gaten heeft wat Te Winkel schrijft. Te Winkel slaat in dit artikel het intersectioneel- of in beter Nederlands, kruispuntdenken aan gort. “Intersectionaliteit erkent de macht of onmacht die de verschillende assen van identiteit met zich meebrengen.” Zo omschreef Seada Nourhussen, hoofdredacteur van OneWorld, het in een artikel in 2019. Volgens Nourhussen: “is kruispuntdenken ook cruciaal voor progressieve bewegingen. Wanneer je vecht tegen klimaatverandering, maar geen oog hebt voor racisme is je strijd niet inclusief en dus ook niet effectief. En als je strijdt tegen seksisme, maar geen oog hebt voor validisme (discriminatie van mensen met een functiebeperking) doe je alsnog aan uitsluiting. Een gebrek aan kruispuntdenken kan onderdrukking zo bestendigen bínnen bewegingen die vooruitgang pretenderen.”

Voor kruispuntdenkers wordt de identiteit van iemand bepaald door zijn samenstellende delen. Delen zoals het zijn van man, hetero, cis-gender, zwart, universitair geschoold enzovoorts. Je identiteit wordt vervolgens bepaald door de respectievelijke ‘machtspositie’ van de verschillende delen. Man heeft meer macht dan vrouw en die weer meer dan een trans persoon. Hetero heeft meer macht dan homo, blank meer dan zwart enzovoorts. Het intersectionele denken zorgt ervoor dat wat Te Winkel op seksueel gebied bezwaarlijk vindt, op al die gebieden gebeurt: het wordt gepresenteerd als iets onveranderlijks. Mensen worden vastgezet in verwachtingen die door de onderdelen van hun identiteit worden verondersteld. Het maakt, identiteit onnodig zwaar. Het mag dan wel: “ordelijk en gemakkelijk om in hokjes te denken” zijn, zo schrijft Te Winkel: “maar door onszelf en anderen in hokjes in te delen, creëren we een schijnveiligheid.”  

Zou Nourhussen in de gaten hebben dat het mooie betoog van Te Winkel verder gaat dan het artikel waarvoor Amanda Govers iets meer dan een jaar geleden door OneWorld voor de trein werd gegooid? Govers kreeg de wind van voren en werd gecanceld door OneWorld omdat in haar artikel over voeding de ‘intersectionele blik’ ontbrak[1]. Te Winkel gaat veel verder. Zij legt met goede argumenten de bijl aan de wortels van de, volgens Nourhussen, voor de progressieve beweging cruciale boom van het kruispuntdenken.


[1] Ik schreef er een Prikker over met als titel Intersectionele Blik

Uitgelicht

Schaarste

Een boek dat me altijd bij is gebleven is Het rijk van de schaarste van de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Nu heb ik dat met meer boeken van Achterhuis. “Schaarste wordt nog altijd aanwezig geacht in onontwikkelde en onderontwikkelde gebieden, zij wordt in verband gebracht met honger in de Sahel of armoede in India. Met technische middelen zou ze in de toekomst overwonnen kunnen worden,” schreef Achterhuis in 1988. Hij zag het echter anders: “In dit boek zal ik precies het tegenovergestelde trachten aan te tonen. De moderne maatschappij heeft de schaarste niet overwonnen maar juist gecreëerd. Mondiaal gezien zijn we niet op weg naar overvloed of zelfs naar een ‘genoeg’, maar breidt de schaarste zich steeds verder uit. Juist de Westerse ‘overvloedsmaatschappijen’ worden gekenmerkt door een zich tot op alle gebieden uitbreidende schaarste …. Alles is schaars geworden, welzijn, gezondheid, schoon water, schone lucht, ja zelfs tijd.[1] Die beschrijving uit het einde van de jaren tachtig van de vorige eeuw, leek mij nog steeds een adequate beschrijving van het nu.

Leek, omdat een de Duitser Andreas Reckwitz in zijn boek The society of singularities beweert dat er in de laat moderne tijd, zoals hij het noemt, eigenlijk maar aan één ding echt schaarste is. En nee, dat is niet aan frisse lucht, schoon water, welzijn, gezondheidszorg of zelfs tijd. Volgens Reckwitz was de moderne tijd een tijd van gestandaardiseerde producten gemaakt door verschillende fabrikanten en bedoeld voor alle consumenten. Die fabrikanten verdeelden de buit waarbij hun winst afhing van hun productiekosten. De prijs van standaardproducten wordt immers bepaalde door vraag en aanbod waarbij de vraag stabiel is.

In de laat-moderne economie is dat, zo betoogt Reckwitz, anders. Die wordt gedomineerd door het unieke en bijzondere: unieke en bijzondere producten, gebeurtenissen, plaatsen en mensen. Reckwitz noemt dit singulariteit en de markt hiervoor singulariteitsmarkten. Dat bijzondere kan op verschillende gebieden betrekking hebben: op de esthetiek, het verhaal, het ontwerp, het originele en ludieke van iets. Alleen is niet van tevoren bekend wat ‘uniek’ gaat worden. Reckwitz vergelijkt het met de kunst, waar al sinds eind achttiende eeuw het unieke wordt beloond. Dat is nu het ‘model’ voor de hele economie en dat zorgt voor een overvloed aan, zoals Reckwitz ze noemt, ‘culturele goederen’. Goederen die niet worden gekocht om hun gebruikswaarde maar om dat ‘unieke’. Producten die de ‘unieke’ status bereiken, maken hun producent rijk, die heeft op dat gebied het grootste deel van de markt. Tenminste zolang als het product ‘uniek’ blijft. Culturele producten die deze status niet bereiken, rest de vergetelheid en hun makers een fors verlies. Alleen is niet van tevoren bekend welk cultureel product die ‘unieke’ status gaat bereiken. Een voorbeeld uit de kunstwereld maakt het duidelijk. Er worden per jaar honderden films gemaakt, waarvan er slechts een paar de bioscoop halen, nog minder enkele weken worden vertoond en slechts enkele worden kassuccessen. De rest verdwijnt in de vergetelheid. Waaruit ze ooit weer kunnen worden gehaald als ze onverhoopt toch weer iets ‘unieks’ krijgen.

Al die producten maar ook personen, plaatsen, evenementen zijn op zoek naar de status ‘uniek’ en vragen om juist dat ene iets wat volgens Reckwitz in de laat-moderne economie echt schaars is en dat is aandacht: “What caracterizes today’s singularity markets is the historically unprecedented dynamization and dispersion of attention, whose exact distribution is unpredictable on a case-by-case basis. In this case, the attention of the public has become a scarce resource. In general, if there is any sort of scarcety in late modernity, this is no langer a scarcety of goods but rather an scarcety of attention (and appreciation).[2] 

Een heel andere manier om naar de huidige samenleving te kijken. Een manier die een goede verklaring biedt voor de grote afvalstromen die we met z’n allen produceren. Wat niet ‘uniek’ wordt, wordt immers afval. En wat de status ‘uniek’ verliest, maakt ook grote kans om op die hoop terecht te komen. De productie van al dat naar de status ‘uniek’ strevende spul vraagt energie en kostbare grondstoffen die vervolgens op de vuilnisbelt belanden of, met een beetje geluk, gerecycled worden. Zou het helpen als we dit in ons achterhoofd houden als we weer worden verleid om die nieuwe iPhone 14 of 16 (waar zijn we inmiddels) aan te schaffen met die ‘unieke features’?


[1] Hans Achterhuis Het rijk van de schaarste, pagina 13

[2] Andreas Reckwitz, the society of singularities, pagina 113

Uitgelicht

Hood, James en Hoekstra

Jesse James vocht samen met zijn broer Frank als vrijschutter, een soort burgermilitie, in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen hij na de oorlog naar huis ging, bleek dat zijn moeder dat huis onder dwang had moeten verkopen aan investeerders in de zich toen ontwikkelende spoorwegen. James was ontzet door dit onrecht en legde zich, samen met zijn broer Frank en zijn twee neven de broers Younger, toe op het beroven van die investeerders. Zo begon het tenminste. Alras werd het gewoon het beroven van treinen en banken. Ik moest hieraan denken toen ik las dat CDA-leider Wopke Hoekstra de verdiensten van zijn belegging in een schimmige brievenbusinvesteringsmaatschappij aan een goed doel heeft gegeven.

De eerste keer dat ik de naam van Jesse James tegenkwam, was als titel van een album van Lucky Luke. Een stripserie geschreven door de bekende Franse stripschrijver René Goscinny. Naast Lucky  Luke schreef hij ook de verhalen van Asterix. En als iets het werk van Goscinny kenmerkt dan is het dat de verhalen vaak een kern van de historische werkelijkheid bevatten. Om Jesse te arresteren huren de detectives van bureau Pinkerton Lucky Luke in. Na veel verwikkelingen slaagt Luke erin de bende uit het stadje Nothing Gulch te jagen en drijft ze in de armen van de politie. Helaas blundert de politie en weet James en zijn bende te ontsnappen. “Jesse James we understand. Has killed many a man. He robbed the Union trains. He stole from the rich and gave to the poor He’d a hand and a heart and a brain.” Zo begint de song Jesse James van The Poques. Dit na een vrolijke solo op de Ierse fluit. Een van de nummers die niet worden gezongen door frontman en bekend drankorgel Shane Macgowan. Jesse James wordt in dit lied afgeschilderd als een goede dief die de armen hielp door van de rijken te stelen. De misdadiger die steeds meer een heldenstatus krijgt. James heeft hiermee voor elkaar gekregen waar Robin Hood wat langer over deed, namelijk een ‘goede bandiet’ worden. Ten minste, als de in het lied van The Pogues bezongen versie door iedereen aanvaard wordt.

Waar er tot nu toe maar één film is verschenen over Jesse James, en die handelt over zijn dood door de hand van Robert Ford, is er over Robin Hood al een hele kast vol gemaakt. In 1908 werd Hoods verhaal voor het eerst verfilmd. Wie toen de rol van Robin Hood speelde, weet ik niet. In de versie van 1922 was het Douglas Fairbanks en 16 jaar later, in 1938, Errol Flynn, in 1991 Kevin Costner en in 2010 viel de rol toe aan Russel Crowe en daarmee heb ik alleen maar de bekendste vertolkers van de rol van Robin Hood genoemd. Of Robin Hood werkelijk heeft geleefd is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de figuur een mix van het levensverhaal van verschillende personen. Verhalen die met het verstrijken van de tijd meer en meer met elkaar verknoopt zijn geraakt. Van Jesse James weten we zeker dat hij heeft geleefd. In die ene film, The assassination of Jesse Jame by the Coward Robert Ford speelt Brad Pitt trouwens de rol van Jesse James. De titel van de film over de dood van James sluit dan weer wel goed aan bij de versie die The Pogues bezingen: “Well the people held their breath. When they heard of Jesse’s death. They wondered how he came to fall. Well it was Robert Ford in fact who shot him in the back. While he hung a picture on the wall.”  Maar ik dwaal af, al is iedere reden goed om aandacht te besteden aan zowel Lucky Luke als The Pogues.

Terug naar de reden waarom ik aan Jesse James, Lucky Luke, The Pogues en Robin Hood moest denken en dat is de uitspraak van Wopke Hoekstra dat hij: “de waardevermeerdering van ca. 4800 euro overgemaakt (heeft) naar een Nederlands goed doel t.b.v. wetenschappelijk onderzoek naar kanker.” En dat hij die investering altijd in zijn belastingaangifte heeft meegenomen. Wat zegt Hoekstra met deze uitspraak? Wil hij hier beweren dat belastingontwijking moreel dan wellicht niet geheel of geheel niet door de beugel kan, maar dat dat morele gebrek ruimschoots is goed gemaakt door de opbrengsten ervan aan een goed doel te schenken? Wil hij hier zeggen: ‘Ik heb slecht gedaan maar met het goede als doel’? Of om een spreekwoord over de hel te verhemelen: ‘de weg naar de hemel ligt geplaveid met slechte bedoelingen’.

Als we de legende over Robin Hood mogen geloven, dan stal hij van de rijken om dit aan de armen te geven. Bij James lag dat wat anders, die stal van de rijken en het stukje geven aan de armen ontbrak. Hoe zit het dan met Hoekstra? Hoekstra investeerde in 2009 in een start-up voor ecotoerisme in Afrika. Een investering die liep via een brievenbusconstructie waarbij het de bedoeling is om zo min mogelijk belasting te betalen. In dit geval liep die constructie via de Britse Maagdeneilanden. Bijzonder hierbij is dat Hoekstra, toen hij in 2017 minister van Financiën werd, de investering verkocht met rendement en schonk, naar hij nu zegt, aan een goed doel. Investeren doe je met het doel om er rijker van te worden en dat mag, daar is niets verkeerds aan. Het wordt dubieus als er een constructie wordt gebruikt om belasting te ontwijken. Ontwijken mag dan niet verboden zijn, het is moreel wel laakbaar, zeker voor een politicus die van 2011 tot 2017 in een commissie van de Eerste Kamer zat om juist belastingontwijking via dergelijke brievenbusconstructies aan te pakken. Constructies die je kunt betitelen als ‘stelen van de armen en geven aan de rijken’. En dat is precies het omgekeerde wat van Robin Hood wordt beweerd. En in tegenstelling tot James die van de rijken stal en het zelf hield, onthoudt Hoekstra’s investering geld van de armen door geen belastingen te betalen. Zijn Hoekstra’s ‘gift aan de armen’, de schenking aan het goede doel, kan wellicht deels ook nog als ‘stelen van de armen’ worden gezien. Als Hoekstra die gift van € 4.800 aan onderzoek naar kanker netjes als zodanig heeft opgevoerd op zijn belastingaangifte over 2017, dan betalen de armen in hun rol als belastingbetalers hieraan een bijna even groot bedrag mee.

Uitgelicht

Naam, nummer en code

In 1988 kreeg ik mijn eerste brief van de Belastingdienst. Niet dat ik iets hoefde te betalen of iets terugkreeg. Nee, ik kreeg een brief die ik, zo stond erin, zeer goed moest bewaren want die brief bevatte iets belangrijks. Wat? Dat lezen jullie dadelijk. Ik moest denken aan deze brief na het lezen van een artikel van Raymond Taams bij Joop. “Dingen hebben een QR-code, niet mensen’, gromde ik inwendig.” Dit schrijft Raymond Taams. Hij gromde dit toen hij een fastfood restaurant binnen ging en er werd gevraagd naar zijn ‘coronastatus’. “Een QR-code is een embleem, een onderscheidingsteken, zoals reeds besprongen ooien gekleurde stippen op hun achterste dragen van het stempelkussen dat de boer de dekram omdeed. Wanneer je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich uiteindelijk als beesten. Mijn gele vaccinatiepaspoort met stempels van de GGD wil ik best laten zien, maar ik wil niet met een digitale sticker in mijn broekzak rondlopen.” Zo eindigt Taams zijn artikel.

Ik moest denken aan die brief waarmee ik begon. ‘Een mens is geen nummer’, werd er in die tijd geroepen en vervolgens werd ook verteld dat een nummer je zou ontmenselijken. Hierbij werd verwezen naar de concentratiekampen uit Nazi-Duitsland want iedereen in zo’n kamp kreeg een nummer op de arm getatoeëerd. En voor de Nazi’s was dit nummer echt bedoeld om je te ontmenselijken. Die discussie werd in de jaren tachtig twee keer gevoerd. Als eerste voor 1985 want in dat jaar voerde de Belastingdienst het fiscaalnummer in. Iedere belastingbetaler kreeg zo’n nummer want dat maakte het voor de Belastingdienst makkelijk om alle belastingzaken rond een persoon te bundelen. De discussie werd een paar jaar later nog eens dunnetjes over gedaan want per 1 januari 1989 werd het SoFi-nummer ingevoerd, het Sociaal Fiscaal nummer. Dit SoFi-nummer was de opvolger van het fiscaalnummer en dit nummer kreeg iedere Nederlander. Vanaf 1989 tot 7 januari 2014 kreeg iedere pasgeborene een brief met SoFi-nummer. Ook als je geen belasting betaalde. En dat SoFi-nummer was het belangrijks in de brief waarmee ik begon. Tot begin 2014 dus. Niet dat we sindsdien geen ‘nummer’ meer hebben. Nee, voor de overheid hebben we nog steeds een nummer. Het nummer leek de overheid niet alleen handig voor financiële zaken maar voor alle zaken tussen burger en overheid. Het SoFi-nummer werd opgewaardeerd. Sinds die zevende januari 2014 is dat SoFi-nummer namelijk Burger Service Nummer (BSN) geworden en is de verantwoordelijkheid ervoor verhuisd van het ministerie van Financiën naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Ik ben toch geen nummer’, werd er in de jaren tachtig geroepen. En ‘ik heb een naam, als ze willen weten wie ik ben, dan vragen ze maar naar mijn naam’. Over ‘naam’ gesproken. Als we terug gaan naar het begin van de negentiende eeuw, dan komen we bij de Code Civil of in goed Nederlands de Burgerlijke stand. Die werd in 1811 ingevoerd door Napoleon Bonaparte. In die Burgerlijke Stand werd iedereen geregistreerd met voornaam en, nieuw voor die tijd, achternaam. Ook dat viel niet bij iedereen in goede aarde want niet iedereen meldde zich en soms meldden mensen zich met grappige namen om het systeem te saboteren. Helaas voor hen, bleef die naam aan hen en hun nakomelingen plakken. Dat ‘verzet’ stierf pas in de jaren twintig van de negentiende eeuw uit. Net zoals het ‘verzet’ tegen het SoFi-nummer uitstierf.

De Burgerlijke stand was, net als het SoFi-nummer en het Burger Service Nummer bedoeld om iedereen te registeren en te weten wie iemand was. En nu, zo’n tweehonderd jaar verder, is het de QR-code die verzet oproept. En je hoeft geen ‘complotaanhanger’ te zijn om te voorspellen dat die QR-code langzaam het Burger Service Nummer gaat vervangen. In deze ontwikkeling zie je de technologische voortgang in de overheidsadministratie. In de ‘voor computertijd’ moest de mens zelf zoeken en dat gaat makkelijker met letters en woorden. En de achternaam was de belangrijkste zoekterm in een gegevensbestand. In de jaren tachtig deed de computer zijn intrede en in digitale gegevensbestanden zoeken gaat sneller met unieke nummers. Met je naam alleen ging dat ook, maar was het lastiger. Een typefout in je naam in een bestand en informatie werd niet gevonden. Een nummer maakte dat makkelijker en de QR-code is niets meer en niets minder dan een op een andere manier vormgegeven nummer aan de hand waarvan je snel gegevens uit bestanden kunt halen.

Nu zijn we er zo aan gewend dat we een achternaam hebben, dat niemand zich er meer druk om maakt. Ja, soms om die naam maar niet om het gegeven dat we een achternaam hebben en dat die geregistreerd staat in de Burgerlijke stand. Ook maakt niemand zich meer er druk om dat we een ‘nummer’ hebben. Behalve als de overheid je, zoals bij de toeslagenaffaire, als een ‘nummer’ behandelt, dan wordt het een probleem. Dan is het makkelijk om alles wat de overheid van je weet te koppelen. Dat kon echter ook al met de Burgerlijke stand. Zo maakte Nazi-Duitsland grif gebruik van de Burgerlijke stand bij het vervolgen van joden. Daarin stond immers ook iemands religie geregistreerd.

Niet de ‘naam’, ‘nummers’ of QR-codes zijn hierbij het probleem. Problematisch zijn de intenties en het denken van de mensen die ‘het nummer’ oneigenlijk gebruiken.

Uitgelicht

Lusten, lasten en liefde

Volgens politiek filosoof Josette Daemen is het mensen erop wijzen dat een keuze om je niet te laten vaccineren gevolgen heeft, een product van neoliberaal denken. “De kern van de neoliberale ideologie is het principe van “eigen verantwoordelijkheid”: mensen zijn machers van hun eigen leven, dat geven ze vorm door hun individuele keuzes, en daarvan moeten ze dan ook zelf de consequenties dragen, hoe hard die ook zijn.” Nu heb ik in mijn recente Prikker Moral high ground mensen er ook op gewezen dat niet vaccineren een keuze is met gevolgen. Zou ik dan neoliberaal zijn?

Eigen foto

Daemen constateert terecht dat: “De afgelopen decennia (…) de obsessie met eigen verantwoordelijkheid zich diep (heeft) geworteld in ons economische systeem, in onze overheid, in onze cultuur.”  Want: “normaal zo alert op neoliberale rookwolken en systeemfouten,” verwijt ik ongevaccineerden dat ze de sociale uitsluiting: “helemaal aan zichzelf te danken (hebben). Sterker nog, ze zijn niet alleen schuldig aan hun eigen buitensluiting, maar ook aan alle mogelijke lockdowns die ons nog zullen treffen.” En nu ben ik er dus ‘ingetrapt’, in de neoliberale valkuil?

Een mooi voorbeeld van die obsessie met ‘eigen verantwoordelijkheid gaf een van de leden van de Nederlandse 400 meter estafetteploeg na het behalen van de zilveren Olympische medaille. “Alles is mogelijk, geloof dat. … Het begint hier (hij wijst naar zijn hoofd) en je moet het uitvoeren,”  aldus Terrence Agard. Met andere woorden: als je wilt en erin gelooft, dan kun je alles bereiken. Als ‘geloven dat alles mogelijk is’ voldoende zou zijn, dan was ik geslaagd als profvoetballer en had ik deel uitgemaakt van het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Spiegel van het geloof is dat je falen ook een gevolg is van je eigen keuze. Dat het mij niet is gelukt om geslaagd profvoetballer te worden, kwam dus omdat ik er niet genoeg in geloofde. Of zou het ontbreken van iets dat toch wel belangrijk is voor het realiseren van dat geloof en dat is talent, daarbij niet ook een rol hebben gespeeld? En als je iets niet bij elkaar kunt ‘geloven’ dan is het talent. Daarmee word je geboren. Dit even terzijde.

Terug naar de vaccinatiekeuze. Vaccineren of niet betekent geen belemmering in je sociale leven. De maatregel is er niet opgericht om het jou te belemmeren in je vrijheid. Beide groepen kunnen naar het theater, de kroeg of zoals ik naar de thuiswedstrijden van VVV. Dit als ze tenminste een kaartje kunnen betalen, want als je dat niet kunt, dan ben je ervan uitgesloten en dat is een echte belemmering. Om deze zaken te bezoeken, moet je aantonen dat je of gevaccineerd bent, of recent hersteld van een Covid 19 infectie of een recente negatieve testuitslag kunnen overleggen, dat zijn de ‘toegangscodes’ die voor iedereen gelden. Het gaat mij erom dat met deze maatregel niemand wordt belemmerd kroeg, theater of De Koel te bezoeken. Dus als niet-gevaccineerde laat je je testen en als de test negatief is, dan kun je gewoon naar de kroeg, theater of De Koel. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Als je je niet wilt laten testen, dan kun je er niet naartoe en dat is toch echt een individuele keuze. En ook zonder mobieltje met App kun je naar binnen maar ook daarvoor moet je meer moeite doen.

De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt en in het verlengde daarvan maatregelen nodig zijn die de samenleving en dus ons als mensen verder schade toebrengen. Vaccineren is daarbij de beste manier om dit doel te bereiken. Daarom wordt dit aan iedereen aangeboden. Of je het aanbod aanvaart, is een eigen keuze. Niet kiezen voor vaccinatie maakt dat je een grotere kans loopt om Covid 19 op te lopen en als je het oploopt een grotere kans om in het ziekenhuis en vervolgens de IC te belanden. Of deze maatregel de beste manier is om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt met Covid 19 patiënten, daarover kun je twisten, maar daar gaat het mij niet om.

Is dat ‘meer moeite’ als drang om mensen zich te laten vaccineren een aanvaardbare strategie? Laten we eens op andere gebieden kijken. Neem roken.  Niemand dwingt je om niet te roken. Dat wordt anders als jouw gedrag anderen schade toebrengt. Bij roken kan dat door ongewenst meeroken. Om die reden is roken in de openbare ruimtes verboden. Daarom is roken in de kroeg, het theater en sinds kort ook in stadion De Koel verboden. Niet om de roker dwars te zitten, maar om de niet-roker te beschermen. Dat verbod kun je zien als drang, maar je mag blijven roken. Ook een prijs betalen voor een test past in die lijn. Immers ook bij het roken wordt er drang uitgeoefend, dat gebeurt via accijnzen op tabak maar ook het reclameverbod en de plaatjes op de pakjes. Dit omdat het beter voor de gezondheid is van de roker maar vooral omdat gezond gedrag uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt. Zo ook bij alcohol. Dat mag je gerust nuttigen, dat is een eigen keuze. Daarna autorijden is verboden niet om jou te beschermen maar om anderen tegen jou te beschermen. En ook hier wordt drang gebruikt tot het goede gedrag via onder andere ook weer accijnzen. ‘Meer moeite’ is daarmee een methode die vaker wordt toegepast.

En ja, de keuzes die mensen hierin uiteindelijk maken, hebben gevolgen en met die gevolgen moeten zij leven. Daarvan moeten ze de gevolgen dragen. Vaccin of niet, roken of niet, drinken of niet die keuze moet iedereen zelf maken. Net zoals we moeten leven met alle keuzes die we dagelijks maken. Want als het leven ergens uit bestaat, dan is het uit het maken van keuzes. Als je wilt roken in de kroeg, dan wordt je eruit gezet. En nu kom je zonder een van de drie ‘toegangscodes’ de kroeg, het theater of het De Koel niet meer in.

Is dit ‘neoliberaal’? Is het neoliberaal dat een samenleving als geheel (via de daartoe bevoegde organen) een besluit neemt om juist die samenleving te beschermen tegen keuzes van het individu? Is dit een typisch voorbeeld van ‘als je maar genoeg wilt, dan kun je het’? En nu we het toch over neoliberaal hebben, dat eigen verantwoordelijkheidsdenken, zoals Damen het noemt. Zit dat niet precies bij de mensen die zich bewust niet laten vaccineren om welke redenen dan ook? Of zoals ik het in mijn vorige Prikker schreef: “dat je niet vaccineren voor jezelf doet”? En vaccineren ook voor de ander, je neemt de last en de lusten deel je met anderen. En als er iets niet neoliberaal is, dan is het denken aan de ander?

Via LinkedIn bereikte mij een bericht van Miriam van der Hoek. Fotograaf Van der Hoek was gevraagd om deel te nemen aan een expositie en haar deelname ging niet door omdat ze niet gevaccineerd was en zich niet wilde laten testen: “omdat het ingaat tegen alles waar ik in geloof,” aldus Van der Hoek. Waarin ze dan gelooft? “(I)n  verantwoordelijkheid nemen voor je eigen, niet alleen fysieke, maar ook emotionele, mentale en spirituele gezondheid. Luisteren naar de signalen die je lichaam je geeft. Gevoel aangaan en uiten. Je hart en eigen wijsheid volgen. Angsten aankijken (voor afwijzing, voor uitsluiting, voor uitgelachen worden, voor ziekte en zelfs voor de dood want ja, we zijn sterfelijk) om onvoorwaardelijk te kiezen voor liefde.” Geeft dit voorbeeld niet precies aan waar het fout gaat? Is er voor een prettige samenleving om in te leven niet meer nodig dan alleen verantwoordelijkheid nemen voor jezelf? Leef je niet juist samen met anderen en vraagt dat niet ook dat je verantwoordelijkheid voor de anderen neemt? Is Van der Hoeks geloof niet een schoolvoorbeeld van neoliberaal denken? Neoliberaal omdat de lusten worden geprivatiseerd en de lasten gesocialiseerd? Als dit onvoorwaardelijk kiezen voor liefde is, dan hebben we toch een heel ander definitie van liefde.

Uitgelicht

Knol voor citroen

De 25e september veranderde er weer wat in de ‘coronaregels’ en dat was voor velen weer aanleiding om van zich te laten horen en de maatregelen te bekritiseren. Zo bereikte mij een video van Richard van Leth. Hij stelt zich de volgende vragen: “Zou er wel een pandemie zijn geweest als onze immuunsystemen optimaal zouden werken? Wat als onze overheid een gezonde leefstijl zou faciliteren met als gevolg een sterke immuunrespons? Want is het virus het probleem of het terrein waar het virus kan toeslaan? Is het probleem niet een verzwakt immuunsysteem waardoor het virus kan toeslaan?” Interessante vragen die hem tot het antwoord leiden dat gezond leven alle problemen oplost. Van Leth vraagt terecht aandacht voor een gezonde leefstijl want een gezonde leefstijl kan veel ellende voorkomen. Maar na het horen van zijn hele lezing was mijn eerste reactie, om Theo Maassen in zijn voorstelling ´Met alle Respect’ te citeren: “Inconsequent. Weg!” Maar dat is een verkeerde reactie. Daarom naar de inhoud om in te gaan op wat er knaagt aan Van Leths betoog.

Qr Code Snelle Reactiecode Matrix - Gratis vectorafbeelding op Pixabay
Bron: Pixabay

Het begint te knagen met zijn uitspraak: “Vaccineren doe je vooral voor jezelf.” Dit is een persoonlijke opvatting van Van Leth, die niets zegt over de intenties van mensen die zich hebben laten vaccineren. Vaccinatie vergroot de kans dat ik verschoond blijf van besmetting en als ik besmet raak, dan verkleint het de kans op ernstige ziekte. Ik heb dit gedaan ondanks mijn jarenlange ervaring dat ik zelden door een griepvirus of iets dergelijks wordt getroffen en een redelijk gezonde leefstijl heb. Daaruit leid ik af, maar ik kan ernaast zitten, dat mijn immuunrespons goed is. De belangrijkste reden waarom ik me heb laten vaccineren is om kwetsbare mensen hun leven terug te geven en de druk op onze gezondheidszorg te verminderen. Om de verspreiding van het virus in te dammen. Het zou zomaar kunnen dat ik hierin niet de enige ben. Met die uitspraak wekt hij de suggestie dat mensen die zich laten vaccineren vooral aan zichzelf denken. Maar is het niet eerder omgekeerd en geldt, ten minste voor een flink deel van de niet-gevaccineerde mensen, dat je niet vaccineren voor jezelf doet?

Het knaagt wat meer als hij beweert dat het: “grote flauwekul (is) om te suggereren dat de huidige groep ongevaccineerden, een groep van 1,8 miljoen mensen, een gevaar voor de zorg zijn of op de IC kunnen belanden.” Dit omdat: “De meeste ongevaccineerden (…) al natuurlijke immuniteit,” hebben. Van Leth doet hier een aanname die hij niet hard kan maken. Tenzij hij al die 1,8 miljoen mensen kent, op de hoogte is van hun gezondheidssituatie in het algemeen en hun immuniteit tegen Covid 19 in het bijzonder. Ik vrees echter dat dit niet het geval is. Sterker nog, de situatie laat zien dat meer dan 80% van de mensen die met een Covid 19 besmetting in het ziekenhuis en op de IC belanden niet gevaccineerd zijn. Daarmee wordt zijn bewering dat die 1,8 miljoen niet op de IC kunnen belanden, door de feiten gelogenstraft.

Het wordt bijzonder als hij beweert dat mensen met een sterke immuunrespons veilig zijn voor de anderen en geen beroep doen op de zorg. Hij lijkt te beweren dat zij niet ziek kunnen worden en een ziekte niet zouden kunnen verspreiden. Een sterke immuunrespons geeft je normaal een goede uitgangspositie als je wordt getroffen door een infectieziekte. Het is echter geen garantie dat je van de ziekte verstoken blijft en dat je ze niet kunt verspreiden. Zo ken ik genoeg mensen die, net als ik, van zichzelf zeggen dat ze gezond leven en een goed immuunsysteem hebben, maar toch flink ziek werden van een Covid 19 besmetting. Bovendien lijkt een gebeurtenis uit het verleden erop te wijzen dat een sterk immuunsysteem ook tot de dood kan leiden. De Spaanse griep trof namelijk vooral de groepen met een sterk immuunsysteem, mensen tussen de 20 en 40 jaar. Dit terwijl normaal onder kinderen en ouderen de meeste slachtoffers te betreuren zijn. Onderzoek naar dit virus bracht naar voren dat juist dat sterke immuunsysteem de reden was voor de hoge sterfte onder de 20 tot 40 jarigen. Het immuunsysteem zou te sterk hebben gereageerd op de infectie wat tot het overlijden van de patiënt leidde. Een verklaring die ook wordt gegeven voor de ernstige ziekte van op het oog en bij nadere bestudering gezonde Covid 19 patiënten. Of en zo ja hoe je immuunsysteem reageert op een nieuw virus is tevoren niet te zeggen.

Het wordt heel apart als hij oorzaak en gevolg verwisselt. “We zijn als mensheid de laatste eeuw door onnatuurlijk leven zo verzwakt dat infectieziekten weer harder dan ooit kunnen toeslaan,” concludeert hij. “Voor 1900 waren infectieziekten de belangrijkste doodsoorzaak. Na 1900 zijn leefstijlziekten de belangrijkste doodsoorzaak geworden. We worden letterlijk ziek van hoe we ons gedragen.” Want: “Vandaag sterven er 123 mensen aan kanker en 102 mensen aan hart- en vaatziekten.’… Ook krijgen vandaag 147 mensen de diagnose diabetes mellitus type 2,” en dat zijn er veel meer dan vroeger. Ja, de leefstijl, ‘hoe we ons gedragen’, kan ons ziek maken of vatbaarder voor ziekten. Dat is echter niet de reden dat die ‘leefstijlziekten’ tegenwoordig de dominante doodsoorzaak zijn. Dat we sterven aan die ziekten is juist een gevolg van het terugdringen van infectieziekten als doodsoorzaak nummer één. Die hebben we teruggedrongen door meer aandacht voor hygiëne (handen wassen), de aanleg van riolering en de komst van de auto. De auto? Ja, de auto want die verdreef het paard en met het paard de mest uit het straatbeeld. Vervolgens zorgde de uitvinding van penicilline voor een middel om een opgelopen infectie succesvol te bestrijden. De laatste stap in de strijd tegen infectieziekten werd gezet via het rijksvaccinatieprogramma waarmee de bof, mazelen, polio, rode hond en andere ziekten geen slachtoffers meer eisten. Nou ja, bijna geen want zo af en toe wordt met name de Biblebelt getroffen door mazelen. Een risico dat groter wordt als meer ouders hun kinderen niet laten vaccineren. En ja, ieder mens sterft uiteindelijk en omdat we de infectieziekten redelijk onder de knie hebben, sterven mensen veel meer aan ander zaken zoals kanker en hart- en vaatziekten. Dus niet omdat onze leefstijl de laatste eeuw zo ongezond is geworden. Mochten we ooit die ziekten kunnen genezen, dan zullen er weer andere stervensoorzaken dominant worden.

Dan kom ik bij de ethische vraag die Van Lith stelt: “waarom worden er vandaag dan nog sigaretten verkocht? Een vraag die hij stelt omdat er “afgelopen maand meer mensen gestorven zijn aan langkanker dan door corona. Hij stelt eigenlijk de vraag waarom alle energie op corona is gericht terwijl er meer mensen sterven aan iets anders. Van Lith vergelijkt appels met peren. Dat er veel mensen sterven aan longkanker en dat roken een belangrijke oorzaak hiervan is, rechtvaardigt geen overheidsingrijpen. Sigaretten worden verkocht omdat roken een vrije keuze is van mensen. Een vrije keuze die, als ze ervoor zorgen dat anderen niet meeroken, alleen schadelijk is voor hen zelf. Sterfte is niet de reden dat de overheid ingrijpt. Niet bij corona en ook niet bij roken. Als de overheid sterfte wil voorkomen dan moet ze het leven bestrijden voordat het ontstaat. Immers wat er niet is kan ook niet sterven. Longkanker is niet besmettelijk en dat is Covid 19 wel. En juist de schade die je ongewild aan anderen kunt toebrengen, rechtvaardigt overheidsingrijpen. Ingrijpen ter bescherming van die ander is iets wat de overheid ook bij een normale griep doet door kwetsbare groepen een vaccinatie aan te bieden. Ingrijpen ter bescherming van de ander is ook op het gebied van roken gebeurd door het verbod op roken in openbare gebouwen en de openbare ruimte.

Het wordt echt hemeltergend als Van Leth beweert dat: “De leiders -zowel van Europa als in de wereld (…) van ons een QR-code (willen) maken.”  En dat: “het registreren van gevaccineerden en het coronabewijs als toegangsbewijs(…) een hellend vlak (is) naar het normaliseren van het vragen naar je medische status.” Iets wat we, en dat ben ik met Van Leth eens, niet moeten willen. Nu zie ik, behalve in China en bij wellicht enkele grote Amerikaanse tech-bedrijven, geen bewijzen van leiders die zoiets willen. Het wordt echter hemeltergend, onbegrijpelijk en niet logisch als Van Leth vervolgens een pleidooi houdt voor een ‘QR-code’ in de vorm van een ‘gezondheidspaspoort’. “Niet om mensen uit te sluiten, maar om als maatschappij beter zicht te krijgen op mensen die ondersteuning en begeleiding nodig hebben bij het versterken van hun metabole gezondheid.” Dus een paspoort waarmee de overheid kan zien of ik voldoende beweeg en gezond eet en als de overheid vindt dat dit niet het geval is dan gaat ze mij ‘begeleiden en ondersteunen’. Maar wat als ik dat dan niet wil? Wat als ik blijf roken, wat ik trouwens niet doe? Oh ja, dan kan dat paspoort worden gebruikt om mijn ziektekostenpremie te verhogen of me uiteindelijk wellicht een medische behandeling te weigeren want dat is een mogelijke uitkomst bij het verder hellende vlak dat Van Leth op wil. Het hellende vlak dat uiteindelijk kan leiden tot een ‘gezondheidsdictatuur’, de knol die Van Lith ons voor citroen wil verkopen. Een knol die veel verder gaat dat de huidige corona QR-code want die geeft alleen maar informatie over je vaccinatie, negatieve test of gezondverklaring na een besmetting met Covid 19.

Uitgelicht

Eerlijk zullen we alles delen

Het wil niet zo erg vlotten met het plaatsten van windturbines of velden met zonnepanelen voor de opwekking van stroom. Plannen daartoe roepen vaak bezwaren op van omwonenden. Die zien of vinden dat de waarde van hun huis en/of het woongenot vermindert door de turbine of het veld met panelen. Als bezitter van onroerend goed dat in waarde daalt, kun je planschade claimen een huurder heeft die mogelijkheid niet. Die ondervindt alleen de lasten. Om daar wat aan te doen pleiten Jan Daenen en Siebren Buist, twee Gelderse PvdA’ers, voor: “een nieuwe ruimere juridische definitie van eigendom.”  Een definitie waarbij: “niet-eigenaren ook (…) in aanmerking (moeten) komen voor planschadevergoeding. Dat kan positief uitpakken doordat alle omwonenden persoonlijk financieel belang gaan krijgen bij de broodnodige ontwikkelingen van zonneweides en windmolens.”  Laten we dit idee eens wat verder bestuderen.

Inderdaad kun je planschade claimen als de waarde van je onroerend goed vermindert door een wijziging in een bestemmingsplan. Die schade dien je te claimen bij de verantwoordelijke gemeente op het moment dat het bestemmingsplan wordt gewijzigd. Dat kan alleen als de schade niet te voorzien was op het moment dat het goed werd gekocht. Als de plannen op het moment van de koop al in ontwikkeling waren of al bekend was dat ze ontwikkeld zouden worden, kan geen schade worden geclaimd. En ik kan me zomaar voorstellen dat je huis minder waard wordt als ernaast een weide met zonnepanelen wordt aangelegd. En inderdaad, planschade kan alleen worden geclaimd door eigenaren van onroerend goed.

Als huurder kun je dat niet. Ja, je kunt verhuizen, maar dat blijkt in de praktijk lastig, zo betogen de auteurs: “De woningmarkt zit, als gevolg van beroerd overheidsbeleid, muurvast. Tevens zijn huurders vaak voor hun werk en maatschappelijke bijdrage bij bijvoorbeeld lokale verenigingen wel degelijk verbonden aan hun woonplek. Ze zijn in feite dus grondgebonden, zonder dat ze aanspraak kunnen maken op de rechten die bij die grond horen.”  Dus de huurder is de Sjaak, zo betogen de auteurs. Die krijgt geen ‘lusten’ om zijn toegenomen ‘lasten’ te compenseren.

De medaille van de beide auteurs kent echter ook een andere kant. Stel ik wil mijn grond laten verwilderen, ik wil het omvormen tot natuurgebied. De gemeente vindt het een prachtig idee en wijzigt de bestemming in natuurgebied. De betreffende grond verliest daardoor een flink deel van de waarde. Boerenland is al snel € 6,- per vierkante meter waard terwijl natuurgebied slechts  € 1,- waard is. Daar blijft het niet bij, ook mijn opbrengst gaat fors achteruit. Het zou echter zomaar kunnen de waarde van het omliggende onroerend goed stijgt en dus ook het ‘woonplezier’ van eventuele huurders. Als die in de lusten van mijn windmolen moeten delen dan is het niet meer dan rechtvaardig om mij mee te laten delen in de lusten die zij ervaren van mijn besluit om mijn land te laten verwilderen. Het lijkt mij dan niet meer dan logisch om die bredere definitie van eigendom dan ook werkelijk tweerichtingsverkeer te maken zodat ik compensatie ontvang voor mijn vermogens- en inkomensverlies.

Wat betekent het invoeren van het voorstel van de beide auteurs? De beide auteurs willen met een nieuwe definitie: “participatie in alle gevallen afdwingbaar maken,” zodat de omwonenden niet meer: “krampachtig moeten hopen op de goodwill van de investeerder of gemeente zoals het nu vaak gaat.” Zou je dit werkelijk bereiken met een ‘ruimere definitie van eigendom’? Nu is participatie voor mij iets anders dan het indienen van een schadeclaim. Participeren is meer dan het indienen van een ‘rekening’. Dit even terzijde. Betekent het voorstel van de beide PvdA’ers niet dat de initiatiefnemer van een turbine of veld met zonnepanelen dubbel planschade moet betalen? Immers naast de eigenaar van het onroerend goed meldt ook de gebruiker (de huurder) zich om ‘schade’ te claimen.

Om huurders te compenseren voor planschade hoeft het eigendomsrecht niet te worden aangepast. Wat de beide auteurs vergeten, is dat de huurder iemand anders kan aanspreken. De huurder kan zijn verhuurder aanspreken. Dat is de persoon waar de huurder een deel van de planschade kan claimen. Niet in de vorm van een bedrag ineens, maar in de vorm van een huurverlaging. De huur van sociale huurwoningen wordt mede bepaald aan de hand van de WOZ waarde en die zal dalen door de plaatsing van de windmolen of het veld met zonnepanelen. Huur je in de vrije sector dan is het wat lastiger maar ook dan is vragen om huurverlaging de weg om je schade te claimen. Als de verhuurder hier niet gevoelig voor is, dan staat de gang naar de rechter open. Geen garantie op succes, maar dat is nu wel de weg. Mochten de beide auteurs het succes wel willen garanderen dan zou ik ze aanbevelen om het huurrecht aan te passen.

Uitgelicht

Wie zijn broeder haat

Soms vraag ik me af hoe mensen het verzonnen krijgen. Die vraag stelde ik me bij een artikel van Sander Heithuis bij OneWorld. “Misandrie heeft dus niet per se negatieve gevolgen voor mannen zelf,” zo schrijft Heithuis. Even voor de mensen die het woord misandrie niet kennen. Misandrie is mannenhaat en is de tegenhanger van misogynie, vrouwenhaat. Heithuis redeneert op een wel zeer bijzondere manier.

Love and Hate | Love and hate - 2 very strong feelings that … | Flickr
Bron: flickr

Even de achtergrond. Heithuis reageert op mensen die een artikel van Ruby Sanders, ook bij OneWorld, vonden getuigen van mannenhaat en ‘manbashing’. Sanders hield er in haar artikel ook een bijzondere redenering op na. Volgens Sanders niest een man namelijk niet om door middel van een harde stoot lucht een prikkeling in zijn neus weg te blazen, maar gaat het bij niezen om mannelijke dominantie in de publieke ruimte. Om Sanders’ betoog in mijn woorden samen te vatten, als een man niest dan koloniseert hij ruimte ten koste van anderen en die anderen zijn dan vooral vrouwen. Nu is hard niezen niet iets typisch mannelijks. Dit even terzijde. Het gaat erom dat velen vonden dat Sanders betoog van mannenhaat getuigde.

In het artikel stelt Heithuis de vragen: “hoe ver mag je gaan in het beschuldigen van mannen met privileges? Is er een grens? En zo ja, waar ligt die grens dan?” Bijzonder is echter dat Heithuis geen antwoord geeft op die vraag. Nou ja geen antwoord, Heithuis komt tot de conclusie waarmee ik begon: mannenhaat heeft niet per se negatieve gevolgen voor mannen. ‘Dus haat er maar op los’ zo zou je eruit kunnen concluderen maar die conclusie trekt Heithuis niet. Nee, Heithuis verlegt de aandacht: “Misandrie heeft dus niet per se negatieve gevolgen voor mannen zelf, maar des te meer voor het gevecht tegen het patriarchale systeem.” Want: “Manbashen kan als gevolg hebben dat mannen zichzelf als slachtoffer zien en dat idee verspreiden bij een groot publiek in bijvoorbeeld theaterstukken of bestsellers.” En dan zijn ze verloren voor een gezamenlijke strijd tegen het patriarchaat en mannen zijn: “essentieel om de strijd tegen het patriarchaat, dat vrouwen onderdrukt, een succes te maken. En dat is precies waar het pijnpunt rondom misandrie ligt. Mannen zijn belangrijke bondgenoten in het feminisme, maar woede jegens mannen, puur omdat ze man zijn, zal ze niet tot dat bondgenootschap aanzetten.” Dus als je als feministische vrouw mannen haat schiet je in je eigen voet en voor de man heeft het niet per se negatieve gevolgen.

Maar beste Heithuis hoe moet het dan als die strijd tegen dat patriarchaat is gewonnen als mannen niet meer nodig zijn als bondgenoten? Is mannenhaat dan wel oké of wordt het dan schadelijk? Als het dan schadelijk wordt dan is het nogal een bijzonder ‘middel’ in een strijd. Ga je dan niet, om een parallel te leggen, al schietend met een mitrailleur de strijd aan tegen vuurwapens? Of blanken discriminerend de strijd tegen racisme?

Ik denk dat we niets gaan bereiken met een houding waarbij we medemensen zien als een middel voor ons eigen doel en niet als een wezen met intrinsieke waarde en eigen doelen. Een dergelijke manier van redeneren heeft negatieve gevolgen voor iedere mens. En: “in de pittige strijd van het feminisme tegen patriarchale machtsstructuren,” zo schrijft Heithuis of, en nu formuleer ik het op mijn manier, bij het werken aan samenleving waarin iedereen gelijkwaardig is, is elkaar haten precies wat we moeten voorkomen. Immers “wie zijn broeder haat, is in de duisternis en weet niet waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind. [1]


[1] 1 Johannes 2: 11

Uitgelicht

In het verleden behaalde resultaten…

“Het is tijd voor opstand. Een regering die op zoveel fronten faalt en bezopen maatregelen uitvaardigt teneinde haar eigen incompetentie te verbloemen, verdient het niet om gehoorzaamd te worden.” Dit schrijft iemand die zich Me, myself and I noemt, onder een artikeltje bij Joop. Het artikel handelt over de dwangsom van € 2.500 die de gemeente Haarlem heeft opgelegd aan theater De Liefde. In dat theater bezochten teveel mensen een try-out van cabaretier Theo Maassen. Toen ik dit las moest ik denken aan het gesprek dat ik vlak voordat ik dit las, had met mijn vrouw.  Als ‘eindredacteur’ leest mijn vrouw al mijn Prikkers als eerste en ze haalde na het lezen van mijn laatste prikker aan dat het al de derde keer was dat ik schreef dat we zuinig moeten zijn op onze overheid en democratie en dat we beiden zelfs moeten versterken. ‘Wat verliezen we dan?’ Schrijf daar maar eens over’. Een mooie koe om bij de hoorns te vatten.

Tiananmen Square protests of 1989 | As seen on en.wikipedia.… | Flickr
Bron: flickr

Hoe ziet die koe die we kunnen verliezen eruit? Daarvoor een uitstapje naar De oorsprong van onze politiek een boek in twee delen van de Amerikaan Francis Fukuyama. Hij geeft een ‘geschiedenis van de ‘wereldpolitiek’. Hij beschrijft die geschiedenis aan de hand van drie eigenschappen. De eerste eigenschap is de moderniteit van de staat. De tweede eigenschap betreft de rechtsorde en als laatste de verantwoordelijkheid. Als we Nederland langs de drie eigenschappen van Fukuyama leggen, wat zien we dan?

Dan zien we een moderne staat en overheid. Een overheid die haar dienaren selecteert op basis van hun kwaliteiten en kennis en niet op basis van hun ouders of kennissen zoals in patrimoniale en tribale samenlevingen om twee andere samenlevingsvormen die Fukuyama onderscheidt te noemen. Dat we een moderne staat zijn is veel waard want dat is niet overal in deze wereld zo. In een moderne staat spelen nog steeds ‘tribale’ en vooral familiaire krachten een belangrijke rol en vooral in tijden van crisis worden die sterker. Dan vertrouwen we onze ‘eigen stam’ meer en de eigen familie nog meer. Dat Nederland een moderne staat is, biedt geen garantie dat dit altijd zo zal blijven. Want ‘in het verleden behaalde resultaten …’. Zo kun je beargumenteren dat Turkije onder president Erdogan van een moderne een patrimoniale staat aan het worden is en ook de Verenigde Staten onder Trump kregen trekken van een patrimoniale staat. Trouwens, over dat verleden gesproken, de ‘moderniteit’ van onze samenleving is pas de laatste paar honderd jaar gegroeid en dus van vrij recente datum.

Dan de tweede eigenschap. Nederland is een rechtsstaat met een sterke rechtsorde waaraan iedere inwoner, bedrijf, instelling maar ook de overheid ondergeschikt is. Iets wat niet vanzelfsprekend is en wat ook niet als vanzelf samen gaat met het zijn van een moderne staat. Zo was de eerste moderne staat, het Qin China van 2.200 jaar geleden. Een rechtsorde was het echter niet omdat de wil van de keizer wet was. Het verschilt hierin niet van het huidige communistische China. Dat heeft dan wel een grondwet en wetten maar die binden de nieuwe keizer, de communistische partij, niet. Die staat boven de wet. Dat Nederland nu een rechtsorde is heeft het, zo betoogt Fukuyama, te danken aan de strijd tussen de kerk en de staat. Maar hier ook geen garantie dat het altijd zo zal blijven. Ook hier weer: ‘in het verleden behaalde resultaten…’. Een rechtsorde kan worden afgebroken en ondermijnd. Zo kun je beargumenteren dat de activiteiten van Erdogan in Turkije, Orbán in Hongarije en de Poolse PiS partij de rechtsorde ondermijnen.

Daarmee komen we bij de derde eigenschap de verantwoordelijkheid of beter gezegd: de verantwoordelijke overheid. “Verantwoordelijk bestuur betekent dat de heersers menen dat ze zich moeten verantwoorden tegenover het door hen geregeerde volk en de belangen van het volk boven die van zichzelf moeten stellen.[1] aldus Fukuyama. ‘Nogal logisch’ is een eerste reactie vanuit een luie stoel in Nederland. Toch is dat niet zo logisch. Inderdaad zijn we in Nederland gewend dat de regering zich voor het volk, vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, verantwoordt en regelmatig, in ieder geval een keer per vier jaar, voor het gehele volk. Ook de landen om ons heen kennen een soortgelijke manier van verantwoorden. Toch zijn dit uitzonderingen. Uitzonderingen omdat het overgrote deel van de heersers in het verleden, maar ook in het heden er heel anders over dachten en denken. Een Egyptische Farao, de Chinese keizer of Genghis Khan dacht niet in termen van verantwoording. Het volk werkte voor hen, niet omgekeerd. Ook die verantwoordelijke overheid is van recente datum. Ze ontwikkelde zich zo vanaf 1500. Al moeten we ons bij ‘het volk’ in die begintijd niet al te veel voorstellen. Dat bestond uit de hoge adel. Pas in de negentiende eeuw ging het grotere delen van de bevolking omvatten en pas sinds begin twintigste eeuw (in Nederland sinds 1917) omvatte het volk alle volwassen mannen en vrouwen. Maar ook hier bieden de ‘in het verleden behaalde resultaten, …’.

Wij mogen ons gelukkig prijzen met een moderne overheid in een land met een rechtsorde waar de regerenden verantwoording afleggen en weggestuurd kunnen worden door de geregeerden. En alhoewel niet perfect, het mag voor ons dan vanzelfsprekend zijn, dat is het niet. Dit hele huis is gebaseerd op jaren en op sommige gebieden eeuwenlang opgebouwd vertrouwen. En zoals het spreekwoord luidt: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En het lijkt het erop het vertrouwen gestopt is met lopen en bezig is het paard te zadelen. Een burger die oproept tot een opstand is tot daaraantoe. Maar partijleiders die niet verliezen bij de volgende verkiezingen belangrijker vinden dan het besturen van het land en daarom het vormen van een nieuwe regering traineren maar onderwijl wel gewoon door regeren, vormen wel een bedreiging. En nog veel erger PVV-leider en enigst lid die al jaren roept dat onze rechtspraak een farce is en de Kamer een ‘nepparlement. Kamerleden zoals Gideon van Meijeren van het FvD die onze democratie dood verklaart en goedkeurend wordt gadegeslagen door zijn politiek leider Baudet.’ Dit draagt niet bij aan het versterken van vertrouwen. Het lijkt erop dat het vertrouwen al op het paard zit en de draf versnelt.

Een moderne overheid kan nog zonder vertrouwen, maar ik weet niet of dat zo’n prettige landen zijn om in te wonen. Zonder vertrouwen echter geen verantwoordelijke overheid. Zonder vertrouwen geen rechtsorde. En als het vertrouwen eenmaal weg is, dan is het zomaar nog niet terug. Een moderne democratische rechtstaat met een verantwoordelijke overheid afbreken is snel gedaan, er eentje opbouwen is veel lastiger zoals de casus Afghanistan laat zien. Dat vergt een lange, heel lange wandeling zonder garantie op succes. Immers ‘in het verleden behaalde resultaten …’.


[1] Francis Fukuyama, De oorsprong van onze politiek Deel 1: van de prehistorie tot de verlichting, pagina 369