Uitgelicht

Heb je je prioriteiten wel op een rijtje?

Het kabinet Jetten gaat, na het wegstemmen van de Asielnoodmaatregelenwet, aan de slag met onderdelen ervan. Met regelgeving om criminele asielzoekers sneller ongewenst te verklaren: “ Mensen die daarna toch in Nederland blijven of terugkeren – de zogeheten ‘terugkeerfrustreerders’ – riskeren een gevangenisstraf van maximaal een jaar.” Ik moest denken aan het programma Ik vertrek.

Dan hebben de deelnemers aan dat programma een vervallen boerderij gekocht met enorme schimmelvlekken en een lekkend dak dat op instorten staat. Eerste prioriteit om mee aan de slag te gaan zou je zo zeggen. Niet voor de deelnemers, die gaan vrolijk aan de slag met het onkruid in de tuin of met het plaatsen van een zwembad. Gedurende de aflevering raken ze vermoeid en klagen ze dat het zwaar is en dat er nog zoveel moet. Wat zien we als we dit met de manier van werken van het kabinet Jetten vergelijken?

Dan zien we dat er flink wat werk aan de winkel is. Er zijn grote problemen met woningen, met het milieu, met ons belastingstelsel, met het toekomstbestendig maken van onze energievoorziening, met het minder afhankelijk worden van landen als China (voor industriële producten), de Arabische landen (olie en gas) ,de Verenigde Staten (olie en gas maar vooral informatietechnologie en fysieke veiligheid). Dan zien we dat er flink geïnvesteerd moet worden in Europese samenwerking op al deze gebieden. Dan zien we dat er moet worden geïnvesteerd in het moderniseren van onze democratie. Dat het herzien van het belastingstelsel daar een van de belangrijke onderdelen van is want dat maakt dat de ‘hoogste bomen minder wind vangen’ om de titel van een rapport van het CBS dat dit aantoont te parafraseren. Genoeg werk om te doen dus. Past het sneller ongewenst verklaren van criminele asielzoekers in dit rijtje?

Om die vraag te beantwoorden moeten we inzicht hebben in de omvang van het probleem. Daarvoor iets over de Top-X lijst. Een lijst waar een asielzoeker op komt te staan als aan een of meer van de onderstaande criteria wordt voldaan:

1. Is veelpleger door in de afgelopen drie jaar vijf of meer registraties van verdenkingen van misdrijven of overtredingen op naam gekregen te hebben in de Basisvoorziening Handhaving.

2. Heeft in de afgelopen drie jaar één of meer registraties van verdenkingen van misdrijven met een grote impact. Dit zijn misdrijven in de categorieën: geweld, overvallen, straatroof, woninginbraak, moord, afpersing en zedenmisdrijven.

3. Heeft in de afgelopen drie jaar één of meer registraties van verdenkingen van geweldsmisdrijven tegen personen met een publieke taak en politieambtenaren.

4. Heeft vijf of meer agressie- en/of geweldsincidenten op een COA-locatie in de afgelopen 12 maanden op zijn/haar naam staan of vertoont overlastgevend gedrag met grote tot zeer grote impact op medewerkers, medebewoners en/of omgeving.”

Op die lijst stonden medio 2025 1.290 mensen. Om deze groep sneller ongewenst te verklaren en als ze niet weggaan een jaar in het gevang te zetten, zijn minister Van den Brink en zijn ambtenaren nu hard aan het werken.

Dat kun je de moeite waard vinden, maar … met een wet die iemand ‘ongewenst verklaart’, is die persoon nog niet het land uit. Het laten terugkeren van afgewezen asielaanvragers is al een groot probleem om meerdere redenen. Redenen die lang niet altijd aan de persoon te wijten zijn. Ze bij ‘niet meewerken’ in het gevang gooien, kan maar … als ze een misdrijf hebben gepleegd dan kunnen ze ook daarvoor gevangen worden gezet. Als dit niet kan vanwege een tekort aan cellen dan wordt dat extra jaar lastig om uit te voeren.

Dat kun je de moeite waard vinden maar … in de criteria is sprake van ‘de afgelopen drie jaar’. Daarmee kom ik terug bij mijn vorige Prikker. Dat mensen drie jaar in een AZC verblijven en in het gros van de gevallen verschillende AZC’s, is iets wat op basis van de wet niet zou kunnen en wat menselijk niet zou moeten mogen. Op een aanvraag moet volgens de wet binnen zes maanden besloten zijn waarna iemand uitstroomt naar passende woonruimte. Dat een besluit op een aanvraag nu gemiddeld 97 weken op zich laat wachten en uitstroom door een tekort aan woningen nog veel langer, toont dat niet aan dat er ook op het terrein van asielbeleid, urgentere zaken zijn om aan te werken dan het ‘sneller ongewenst’ verklaren van een deel van deze 1.290 mensen? Een deel van hen want een verdenking is nog geen veroordeling en ‘overlastgevend gedrag’ is nogal ruim. Zeker als je je bedenkt dat de situatie in vooral tijdelijke opvanglocaties soms van dien aard is dat het niet verantwoord is om mensen daar lange tijd onder te brengen: “slechte omstandigheden voor kinderen in de asielopvang: onderbroken onderwijs, gebrekkige hygiëne, onveiligheid en locaties die niet geschikt zijn voor kinderen,”aldus de Kinderombudsvrouw.

Sneller ongewenst verklaren zal het goed doen bij mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Nu zijn dat vaak ook de mensen die klagen dat de overheid niet efficiënt is en zich met de echte problemen bezig moet houden. Het lijkt mij dat het ‘sneller ongewenst’ verklaren van een mogelijk criminele asielzoeker niet het meest dringende en urgente is om aan te werken. Niet voor het kabinet, niet voor de Tweede Kamer en ook niet voor een minister van Asiel en Migratie.

Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

Uitgelicht

Bevolkingskrimp

“Veel landen maken zich zorgen over dalende geboortecijfers en een vergrijzende bevolking. Nergens voor nodig, stelt de Amerikaanse demograaf Jennifer Sciubba. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van vooruitgang én nodigen ons uit de samenleving beter in te richten.” Met die woorden opent het interview van Lynn Berger van de Correspondent met Sciubba over lage geboortecijfers en krimp van de (wereld)bevolking als gevolg van het lage geboortecijfer. Ik dacht aan de Zwarte Dood, de pestepidemie in de veertiende eeuw.

Daarover later meer. Eerst het verhaal van Sciubba. Volgens Sciubba is die bevolkingskrimp het gevolg van het grote succesverhaal van de afgelopen anderhalve eeuw: “’het begon ermee dat industrialiserende landen meer dan honderd jaar geleden enorme vooruitgang boekten in het in leven houden van baby’s en kinderen, waardoor de gemiddelde levensverwachting omhoogging’, vertelt ze. ‘Dat gebeurde dankzij zaken als betere sanitatie, vaccinaties, betere volksgezondheid en betere voeding.’ De dalende kindersterfte vormde het begin van een ‘demografische transitie’ waarbij landen van een hoog geboorte- en sterftecijfer overgingen naar een laag geboorte- en sterftecijfer. Europese landen gingen eerst, de rest van de wereld volgde later.” De uitvinding van de pil zorgde voor een volgende succes en dat was dat het moment van kinderen krijgen een keuze werd. Dat gaf vooral vrouwen tijd en ruimte om te gaan studeren en werken.“Vervolgens is het ons gelukt om volwassenen langer en gezonder te laten leven. Op dat terrein valt nog meer te winnen: de levensverwachting van Nederlanders is hoog, maar die van Japanners is nog hoger. We weten dus dat het mogelijk is om het leven nog verder op te rekken.”

Tegenover dit succesverhaal staat een ‘angstverhaal’. Angst voor de gevolgen van krimp. Angst voor een gebrek aan menskracht om de ouder wordende bevolking te verzorgen. Angst voor te weinig pensioen. Angst voor geringe innovatie en arbeidsproductiviteit. Angst die leidt tot allerlei plannen om het geboortecijfer op te krikken. Dat is lastig zo betoogt Sciubba: “Juist omdat er heel veel redenen zijn voor het dalende geboortecijfer, is het moeilijk om er beleid op te maken. Stel, je doel is niet eens om het geboortecijfer omhoog te krijgen, maar om ervoor te zorgen dat mensen die kinderen willen krijgen ook kinderen kunnen krijgen. Waar begin je dan? Hoe zorg je dat mensen optimistischer zijn over de toekomst? Met een wet die zegt dat alle voorpagina’s vol goed nieuws moeten staan? Dat kan natuurlijk niet. We weten gewoon niet hoe het moet.” Alle acties van verschillende overheden hebben tot op heden geen effect.

“Maar hoe zou de toekomst er nog meer uit kunnen zien, en waar wil je naartoe bouwen? Willen we een samenleving met hoge consumptie, designer bags, plastische chirurgie en chique auto’s? Of misschien wel een heel andere toekomst? Dit is hét moment om hier groots over na te denken.” Sciubba adviseert: “kijk verder dan betaald werk: hoe zorg je dat ouderen betrokken raken en blijven als vrijwilligers of mentoren? Richt je hierbij vooral op de gemeenschap. Veel lokale gemeenschappen zijn beschadigd geraakt door onze individualistische, online manier van leven. Het versterken van die gemeenschappen maakt ons weerbaarder voor vergrijzing, omdat je daarmee ook zorgnetwerken opbouwt.”

En dan nu naar de Zwarte Dood waaraan ik moest denken. Ik moest hier om twee redenen aan denken. Als eerste omdat de Zwarte Dood in een korte periode voor een daling van de bevolking zorgde met een derde en in sommige gebieden een halvering. Dit niet als gevolg van een vrijwillige keus om minder kinderen te nemen. Daarin verschilt de veertiende eeuw van de huidige. Als tweede omdat er in de veertiende eeuw juist sprake was van sterke gemeenschappen waar mensen voor elkaar zorgden. Het was de tijd van de feodale landheer die de oogst afroomde. De kleine gemeenschappen die voor elkaar zorgden. Gemeenschappelijke gronden die hen hielp om te overleven. De gilden waarbinnen mensen elkaar steunden. Afgezien van die feodale landheer zou dat het soort samenleving (maar dan in 3.0 versie) kunnen zijn dat Sciubba voor ogen staat. In 3.0 versie want natuurlijk zonder de groepsdruk, de controle door de pastoor, het gebrek aan ruimte voor de eigen persoonlijkheid en ontwikkeling om een paar negatieve kanten van de veertiende-eeuwse samenleving te noemen. Met die negatieve kanten, ben ik waar ik wil zijn.

De Zwarte Dood leidde in West Europa tot andere arbeidsverhoudingen. Er kwam geleidelijk een einde aan de feodale verhoudingen. Pacht verving het feodalisme en daarmee werd betaling in fysieke opbrengst vervangen door betaling in geld. Je zou kunnen zeggen dat het kapitalisme werd geboren. Toevallig of niet, groeide ook het verzet tegen de almacht van de kerk. Onder andere Johannes Hus en John Wycliff betoogden dat een priester niet nodig was voor een relatie met God. Zij planten het zaad dat Luther en Calvijn konden oogsten. Door de directe relatie met God die ontstond door het uitschakelen van de ‘tussenpersoon’, de priester, werd het individu geboren. Hier begon de strijd voor vrijheid. Die begon met de eigen keuze voor een verbinding met God en leidde tot de Verlichting en uiteindelijke en na lange tijd tot de ontwikkeling van onze democratie en rechtsstaat.

Hier begon een ontwikkeling die, en nu sla ik een eeuw of vijf over, de laatste ruim vijftig jaar onder een neoliberale wind leidde tot doorgeschoten individualisme. Een ontwikkeling waar vrijheid is verworden tot de consumerende homo economicus. Een homo economicus kiest voor het eigen geluk en dat geluk is vooral genot. Dit met alle gevolgen voor het klimaat, de natuur maar ook de samenleving en onze democratische rechtsstaat en dus ook voor het geboortecijfer. Die keuze voor het eigen geluk en genot maakt ook dat de keerzijde ervan, pech, ellende maar ook de gevolgen van ouderdom, ook van jou als individu zijn. De na de zwarte dood ingezette ontwikkeling loopt nu tegen haar grenzen aan. Grenzen die we nu proberen te verleggen via onder andere arbeidsmigratie maar ook met technologie. Die eerste keuze zegt het gros niet te willen, maar met houding en gedrag kiest dat gros er wel voor. Die tweede keuze komt in een tijd van afhankelijkheid van een paar grote techbro’s met grote risico’s. Risico’s die nog worden vergroot omdat die techbro’s de meest geperverteerde vorm van liberalisme en vrijheid aanhangen: het libertarisme.

Sciubba heeft gelijk dat we daar nu groots over moeten nadenken. Onze veertiende-eeuwse voorouders konden dat niet. Zij werden verrast door de Zwarte Dood. Zij konden alleen reageren. Wij kunnen ageren. Wij hebben de tijd en ruimte om een weloverwogen keuze te maken. Angst is daarbij een slechte raadgever, of zoals Franklin Delano Rooseveldt het formuleerde ‘We’ve got nothing to fear but fear itself.’ Helaas is angst wel de tegenwoordig politiek dominante emotie. Angst voor verlies. Angst voor de toekomst. Angst voor de ander.

Angst die in de veertiende eeuw de vorm aannam van bijzondere rituelen zoals de praktijk van de flagellanten. Vaak voorafgegaan door kaarsendragers gingen ze in het wit gekleed naar de plaatselijke kerk. Daar ontdeden ze zich van hun bovenkleding en bedekten hun onderlijf met witte doeken en liepen zichzelf geselend rondjes. Ze begonnen geselliederen te zingen en zweepten zich op het ritme van de muziek af. Na zo’n eerste ronde vielen ze op hun knieën en geselden ze zich nog wat meer. Dit herhaalde zich daarna nog twee keer vaak met nog pijnlijkere voorwerpen. Het geheel werd afgesloten met de ‘geselaarspreek’ die rechtstreeks van God zou komen en voor de toehoorders was bedoeld. Daarna vertrokken ze weer naar de volgende plek en daar herhaalde het ritueel zich de volgende dag. Ze waren populair bij een flink deel van het volk omdat ze zich niets van de kerkelijke hiërarchie aantrokken en omdat men geloofde dat hun zelfkastijding god gunstig zou stemmen waardoor er een einde zou komen aan de crisis. Zo waren de flagellanten en ook grote delen van het volk ervan overtuigd dat deze manier van boetedoening de pest een halt zou toeroepen. Het tegendeel was echter het geval. Hun trektocht maakte het de pest makkelijker om zich te verspreiden.

Bij de feodale heersers angst voor het verlies van arbeid. Ze waren bang dat de horigen die de pest hadden overleefd, zouden vluchten waardoor er niemand meer was om hun land te bewerken. Maar angst ook voor stijgende lonen voor vrije arbeiders. Dit probeerden ze tevergeefs tegen te gaan door beperkende wetgeving. Tevergeefse pogingen want wetten vragen om handhaving en die bleek onmogelijk omdat er overal een tekort aan arbeid was.

Ook nu zien we angst. Angst voor de toekomst die blijkt uit het willen terugkeren naar een verleden. Een verleden met een bevolking die homogeen blank, in pais en vree en in grote welvaart met elkaar samenleefde. Een verleden dat nooit heeft bestaan. Angst voor de ander blijkend uit ‘het strengste asielbeleid ooit’. Angst voor verlies aan welvaart die paradoxaal genoeg wordt bestreden met een influx van ‘anderen’ in de vorm van arbeidsmigranten.

Wat we nu ook zien is feodalisme 3.0. Feodalisme dat ons tot horige van het bedrijfsleven en dan vooral van de techbro’s. Want technologie is: ““Bevrijdend ,” zo betoogt Marc Andreessen in zijn Techno optimistisch handvest.Bevrijdend: “voor de menselijke ziel, de menselijke geest.” Hij ziet als een: “Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven.” Artificiële intelligentie zou ertoe kunnen leiden dat: “machines beslissingen voor ons nemen.” Als dat gebeurt, en dat zal, zo betoogt Andreessen gebeuren, dan: “wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Vrijheid is consumeren. Hiermee zijn we wel heel ver verwijderd van de individuele, economische en politieke vrijheid die vanaf de Zwarte Dood is bevochten.

Monopolistisch feodalisme 3.0 zoals bepleit door Peter Thiel. Want: “Competition is for losers’” aldus Thiel: “A world of perfect competition is a world where all the profits are competed away,” Een goed ondernemer streeft naar een monopolie maar praat er niet over. “Most people believe that capitalism and competition are synonyms. I believe capitalism and competition are antonyms.” Hij zal het niet van zichzelf zeggen maar Thiel toont zich hier een uitstekend leerling van Marx. Beiden zien het vergaren van zoveel mogelijk kapitaal als het doel van het kapitalisme. Beiden zien kapitalisme als het streven naar een monopolie. En beiden zouden hier wel eens gelijk in kunnen hebben. Waar beiden echter verschillen is dat Thiel dit streven verbindt met vrijheid en Marx niet. Waar Thiel naar streeft is naar bedrijven die monopolist zijn en daardoor kunnen vragen wat ze willen omdat de consument geen keus heeft. Een monopoly van een bedrijf mag dan wel, zoals Thiel betoogt, goed zin voor de winst van het bedrijf, het is slecht voor het algemeen belang en voor het individuele belang van het gros van de mensheid.

Dus ja, we moeten groots nadenken over hoe onze toekomst willen vormgeven want als we dat niet doen, dan belanden we in feodalisme 3.0. Een feodalisme zonder gemeenschappen die voor elkaar zorgen. Een feodalisme zonder commons die ons helpen te overleven en een feodalisme zonder steun van en voor elkaar.

Uitgelicht

Het kan wel!

Een Euro kun je maar een keer uitgeven. Dan ben je hem kwijt en als het goed is heb je er iets voor teruggekregen. Sinds begin maart roepen politici in Den Haag om verlaging van benzineaccijnzen of maximum prijzen. Of een noodfonds voor mensen die de energierekening niet meer kunnen betalen. “Voor premier Rob Jetten betekent het een abrupte overgang van ‘het kan wel’ naar ‘het kan misschien toch niet’. Bij aanvang zei hij ‘te willen gaan bouwen aan vooruitgang’,” schrijven Caspar Thomas en Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer. Immers: “Een recessie zou betekenen dat de regering-Jetten eerst – en misschien wel enkel – een heel wat minder aangename opdracht wacht: klappen opvangen en steunberen plaatsen.” Zou het? Of zijn er mogelijkheden om juist wel een vooruitgang te bouwen dit geheel conform het adagium ‘never waste a good crisis”? Kun je de ‘steunberen’ niet zo plaatsen dat je bouwt aan vooruitgang?

Met het verlagen van accijnzen, minimumprijzen en noodfondsen om de energierekening te betalen plaats je steunberen op de verkeerde plaatsen. Met dergelijke ‘steunberen’ vergemakkelijk je het gebruik van fossiele brandstoffen. Stimulering die weer tot hogere prijzen leidt waardoor er nog meer ‘steun’ nodig is. Daarmee ondersteun je een gebouw dat hoognodig grondig gerenoveerd moet worden. Een renovatie waarbij de fundering van het erop staande gebouw moet worden aangepast.

Onze samenleving drijft op energie en dat is nu nog voor een belangrijk deel fossiele energie en dat is onhoudbaar. Onhoudbaar omdat het gebruik van fossiele energie bijdraagt aan de opwarming van het klimaat. En als je daar niet in gelooft, het is ook onhoudbaar omdat het ons afhankelijk maakt van andere landen met dubieuze regimes. Landen die ons ermee kunnen chanteren. Er zijn goede, schone alternatieven die ons ook nog eens onafhankelijk maken van landen met dubieuze regimes. Een fonds dat de ontwikkeling naar deze alternatieven versnelt, zou een goede steunbeer zijn. Zeker als daarbij ook wordt ingezet op energiebesparende maatregelen zoals isolatie van woningen en energieneutraal bouwen van nieuwe woningen.

‘Maar,’ zo hoor ik je nu denken: ‘dat is voor de wat langere termijn, op de korte termijn kan ik de rekening niet betalen.’ Dat klopt en daarom moet er ook voor die korte termijn wat gebeuren. ‘Dus toch iets met prijzen en een energiearmoedefonds’? Nee, niets met prijzen en energiearmoedefondsen. Er is in Nederland geen sprake van energiearmoede, net zoals er geen sprake is van menstruatiearmoede, hongerarmoede of welke …armoede dan ook. Er is voor een deel van de bevolking sprake van te weinig geld om deze zaken te betalen. Te weinig geld omdat het sociaal minimum te laag is. Dat moet structureel worden verhoogd tot een niveau dat je ervan kunt leven. Als dat betekent dat de hele onderkant van het loongebouw omhoog moet, dan ook dat. Beter echter dan dat, is die sociaal minimum van voldoende niveau aan iedereen uit te keren als een basisinkomen. Dit zorgt voor steun op de korte termijn. Steun op een eenvoudig uit te voeren manier die bovendien allerlei andere uitkeringen en inkomensondersteuningen voor minima overbodig maakt en dus flink bespaart op de uitvoeringskosten van onze sociale zekerheid. Of, en dat zou niet verkeerd zijn en dus een volgende steunbeer’, die bespaarde kosten worden ingezet om de uitvoering door de overheid op ander plekken te versterken. Te versterken door, zoals Catherine de Vries in haar boek De symfonie van onvrede schrijft, de overheid om te vormen tot een nabije overheid: “smal aan de voorkant, breed aan de achterkant.” Een smalle voorkant die bestaat uit: “iemand (die) je aankijkt, of een huisarts die tijd heeft om te luisteren. … Daar moeten de lijnen kort zijn, moet de toon menselijk, de drempel laag. Daarachter mag de backoffice groot zijn.”1

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken: ‘dan profiteert ook de directeur met een vet inkomen, want die krijgt dan ook dat basisinkomen’. En ja dat klopt. Ook die krijgt dat basisinkomen. Maar die krijgt ook iets anders en dat is een belastingaanslag. Want tegelijk met het invoeren van dat basisinkomen passen we het systeem van inkomstenbelastingen aan. En wel zo dat het met een laag tarief begint maar vervolgens sterk progressief oploopt en eindigt met uiteindelijk een tarief van bijvoorbeeld 95% voor inkomens boven de twee ton en dus voor die directeur met het vette inkomen. Enne, bij het inkomen worden ook inkomsten uit vermogen meegeteld. Die worden tegen hetzelfde tarief belast.

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken; ‘hoge belastingen zijn slecht voor de economie. Die remmen de economische groei.’ Nee, dat klopt niet zo laten de dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zien. Die combineerden hoge inkomstenbelastingen met flinke economische groei en toenemende welvaart. In Nederland werd toen tot 73% belasting geheven op inkomen en in de Verenigde Staten 95% en het Verenigd Koninkrijk tot wel 97%.

Met deze steunberen versnellen we de transformatie van onze energiehuishouding en steunen we de mensen die het nodig hebben. Bijkomend voordeel is dat er iets wordt gedaan aan de inkomensongelijkheid. Het is niet meer aantrekkelijk om een CEO een salaris van vele miljoenen toe te kennen omdat het gros van die miljoenen als belasting worden afgedragen. Ook wordt het uitkeren van dividend en het opkopen van eigen aandelen minder aantrekkelijk omdat het extra inkomen dat de ontvanger van het dividend of de verkoper van het aandeel hierdoor ontvangt, via de inkomstenbelasting wordt belast. Belangrijkste bijkomend voordeel, of beter gezegd beoogd effect, is dat we met deze steunberen en vooral met een basisinkomen bouwen aan een systeem dat uitstraalt dat iedereen erbij hoort, een systeem gebaseerd op vertrouwen. En als onze democratie iets kan gebruiken dan is het vertrouwen. Als iets populistische partijen de wind uit de zeilen neemt dan is het vertrouwen.

Dus laat het kabinet deze crisis niet verspillen door te kiezen voor ‘het kan misschien toch niet’ maar door te kiezen voor vooruitgang. Door de steunberen zo te plaatsen dat het huis wordt gerenoveerd. Want een crisis bestrijden door te kiezen voor vooruitgang kan wel. Het kan wel.

1Catherine de Vries, De symfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 180

Uitgelicht

Oost-Israëlische blindheid

Gisteren, maandag 30 maart 2026, bleef ik al zappend hangen bij Pauw & De Wit. Dit keer gepresenteerd door Pauw, Een bijzondere uitzending. Bijzonder omdat ze een zeer goed beeld geeft van de stand van Nederland. En die stand is niet best.

Als eerste Bart Swiers, de advocaat van Ali B. Minutenlang ging het over Ali B die een jaar of vijf geleden een ruimte binnenkwam waar Ronnie Flex oraal werd bevredigd door een vrouw en of Ali B vervolgens de vrouw al dan niet met zijn vingers heeft gepenetreerd. Daarover en over wat Ronnie Flex daarbij al dan niet zou hebben gezien en gehoord en wat niet. Dit is niet de eerste keer dat advocaten op tv de onschuld van hun client komen bepleiten. De nieuwswaarde hiervan ontgaat mij volledig want van een advocaat mag je verwachten dat die het verhaal in het voordeel van zijn cliënt uitlegt en dat gebeurde dan ook. Ik vraag me werkelijk af waarom het nodig is om op tv in geuren en kleuren uit de doeken te doen wat er al dan niet is gebeurd?

Vervolgens mocht Mona Keijzer uitleggen dat ze ‘in rouw’ was vanwege haar breuk met de BBB. De breuk is al meer dan een maand oud maar mediageil als ze is, wist Keijzer afgelopen weekend de aandacht op zich te vestigen door ostentatief het partijcongres van de BBB te bezoeken en daar nogmaals met de partij te breken. Ze was dus in de rouw. Enige bijzondere aan het hele gesprek was het moment dat Arend Jan Boekestijn, die voor een ander onderwerp aan tafel zat haar vroeg waarom ze, op zoek naar fatsoenlijke rechtse samenwerking contact zocht met de kliek van voormalig PVV-er Markuszower. Een kliek die inhoudelijk niet verschilt van de PVV. Haar antwoord was veelzeggend en kwam erop neer dat haar idee van fatsoen anders was dan dat van Boekestijn.

Als laatste werden nog een paar minuutjes besteed aan mogelijke Amerikaanse plannen om het Iraanse eiland Kharg te bezetten. Hiervoor zaten Boekestijn en Han Bouwmeester aan tafel.

De stand van Nederland in drie items bij een journalistieke talkshow. De wereld staat in brand. Onze ‘bondgenoten’ Israël en de Verenigde Staten zijn op ondeugdelijke gronden een oorlog begonnen die niet bijster succesvol verloopt. Ze dreigen vast te lopen en de enige weg voorwaarts die ze zien is escalatie: meer bombarderen en mogelijk zelfs gebieden veroveren.

Die ene bondgenoot, de Verenigde Staten, heeft het bondgenootschap met haar, de NAVO, op meerdere momenten de facto dood verklaard. Een boodschap die aan deze kant van de Atlantische oceaan maar niet lijkt te landen. Ook heeft die bondgenoot op meerdere momenten het samenwerkingsverband aan deze kant van die oceaan, de Europese Unie, tot vijand verklaard. Ook die boodschap lijkt niet echt te landen. Die bondgenoot wordt geleid door een man met een wel erg beperkte definitie van democratie.

Die andere ‘bondgenoot’, Israël, is na een genocide op Gaza bezig met het bezetten van een groot deel van de noorderbuur Libanon en al doende verdrijft het de aldaar wonende mensen, vernietigt hun huizen, infrastructuur en landbouwgrond. Dit allemaal onder het mom van het vergroten van de ‘veiligheid’ van haar inwoners. Onderwijl worden ook de bewoners van de Westelijke Jordaanoever geterroriseerd en verdreven, heeft het zichzelf een deel van Syrië als bufferzone toegeëigend en bepleiten leden van de regering openlijk het streven naar een Groot Israël dat zich uitstrekt van de Nijl tot de Eufraat. En als klap op de vuurpijl nam het parlement van die bondgenoot een wet aan die doodstraf opnieuw invoert. Een straf die alleen aan niet-joden kan worden opgelegd. Een stap die door parlementslid Limos-Son Har-Melech wordt verdedigd met de woorden: “er bestaat niet zoiets als een Joodse terrorist.” Een gotspe want het gehele Israelische leger bedient zich van terreur. Tot zover democratie en rechtsstaat in Israël. Dit allemaal zonder één woord van protest vanuit de Nederlandse regering.

Een zichzelf serieus nemende journalistieke talkshow zou dagen kunnen vullen met het duiden van deze ontwikkelingen, het bespreken van verschillende handelingsperspectieven en het hierop bevragen van Nederlandse Kamerleden, ministers en de premier. Maar nee, niet in Nederland. Daar wordt aandacht besteed aan een futiele gebeurtenis als de afscheiding van Keijzer van de BBB en de ‘rouw’ waarin dat haar heeft gedompeld. Daar gaat het minutenlang over of de vingers van Ali B al dan niet in de *** van de Ronnie Flex pijpende vrouw zaten. Pauw & De Wit was trouwens niet de enige ‘journalistieke talkshow’ die deze keuze maakte. De Nederlandse televisiejournalistiek is afgezakt tot de Privé van wijlen Henk van der Meijden.

And it’s true we are imune. When fact is fiction and TV-reality,” Zingt U2 in hun song Sunday Bloody Sunday. Gelukkig is er iets wat we satire noemen in dit geval verzorgd door De Speld om ons te confronteren met de werkelijkheid: “‘Al maanden zien we in westerse media de beelden van de oorlogsmisdaden van Israël’, vertelt wetenschapper Diederik Vreewijk. ‘Gebruik van witte fosfor boven woonwijken, aanslagen op journalisten, aanvallen op ambulancepersoneel. De lijst is eigenlijk te groot om helemaal op te noemen. En het gekke is: het lijkt wel dat hoe langer de lijst wordt, hoe erger de Oost-Israëlische blindheid opspeelt.’ Vreewijk: ‘We hebben een groep respondenten uit westerse landen beelden voorgehouden van hoe Israël de VS voor zijn karretje heeft gespannen, de oorlog met Iran heeft ontketend en lukraak landen in de regio is gaan aanvallen. Vervolgens hebben we gevraagd hoe zij de situatie in het Midden-Oosten beoordeelden. Op enkele Spanjaarden na zeiden alle respondenten dat ze niets hadden gezien wat niet door de beugel kan.’ Een van deze Spanjaarden is een man die zich premier Sánchez noemt. Hij lijkt de enige westerse leider te zijn die niet getroffen is door Oost-Israëlische blindheid. Wetenschappers noemen het raadselachtig. Vreewijk: ‘Mogelijk was Sánchez niet aanwezig bij een vergadering waar de andere Europese leiders deze aandoening hebben opgelopen. Of heeft hij een medicijn tegen de kwaal ontwikkeld. Dit vraagt in ieder geval om meer onderzoek.’ Volgens de onderzoekers is Oost-Israëlische blindheid een handicap die vooral in het Westen voorkomt. ‘We hebben dezelfde methoden toegepast in bijvoorbeeld een gebied als Palestina. Daar kon iedereen haarscherp zien waar Israël mee bezig is.’”

Uitgelicht

Een SGP theocratie

Deze Kamer is gisteren onderworpen,” aldus Kamerlid Markuszower. Onderworpen: “aan een ideologie die democratie en vrijheid en tolerantie … daar heeft die ideologie niks mee.” Dat is nogal wat als je het zo hoort. Wat is er gebeurd? Tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer vorige week, vroeg DENK Kamerlid Ergin of de geplande pauze een kwartiertje eerder kon beginnen zodat hij kon deelnemen aan de iftar. De commissie stemde er in meerderheid mee in en zo geschiedde. Niets aan de hand zou je zeggen. Toch wel. Markuszower: “De vergadering is onderbroken voor een iftar. We zijn dus tolerant geweest voor de intoleranten. Dat is de eerste stap naar islamisering van het parlement. Die stap moeten we terugdringen en daar wil ik graag mee in debat met u.” Die u waarmee Markuszower in debat wil, is de Tweede Kamer zelf. Bijzonder, van niets iets maken is een kunst.

Robert II van Normandië in de strijd tegen de moslims tijdens de eerste kruistocht het beleg van Antiochië. Bron: https://soldadosfortuna.blogspot.com/2014/02/las-cruzadas-1.html

Echt bijzonder is dat dit niets dat al iets was geworden, vervolgens door een deel van de Kamer werd opgeblazen tot mythische proporties. SGP Kamerlid Flach: “Ik ben het eens met de heer Markuszower. Dat dit gisteren gebeurd is moet eens maar nooit weer zijn.” PVV Kamerlid Boon: “We hebben allemaal gezien dat Nederland gisteren een stukje verder geïslamiseerd is met steun van het CDA en VVD. Het was eigenlijk een zwarte dag voor Nederland.” Kamerlid Keijzer: “volgens mij was gisteren een bedrijfsongeval.” JA21 Kamerlid Ceulemans: “Meneer was de laatste die nog aan het woord kwam. Maar er moest demonstratief worden geschorst zodat meneer dadeltjes kon gaan eten. … Het was totale aandachtstrekkerij en heel triest dat het gehonoreerd is.” Een kongsi tussen extreem rechts en christenfundamentalisme. Beiden vinden elkaar in hun afkeer van vreemdelingen en zeker als die vreemdelingen islamiet zijn. Het debat komt er niet want de vraag erom kreeg onvoldoende steun.1

Daarmee was de kous af. Of toch niet? Het hele gebeuren was voor de SGP Kamerleden Flach en Van Dijk aanleiding om een artikel te schrijven dat voor De Telegraaf van voldoende kwaliteit was om te plaatsen. Volgens de heren is een islamitische iftar: “niet zomaar een gezellig etentje. Het is een religieus moment waarbij Allah wordt aanbeden.”… Omdat er bij de iftar een gebed tot Allah moet worden uitgesproken, is er bijna altijd een imam bij. Vaak bid hij de Shahada: een tekst die verre van onschuldig is. De Nederlandse vertaling: Ik getuig dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohamed zijn profeet is.” Voor een belijdend christen zijn Kerst, Pasen en Pinksteren ook niet zomaar gezellige etentjes, maar religieuze momenten waarbij God aanbeden wordt. Ook daarbij worden gebeden uitgesproken waarin die God wordt geheiligd en niet alleen door de gelovige maar door de hele wereld. Voor die christen is er ook maar één God die aanbeden mag worden en je komt tot die God via de woorden van zijn zoon Jezus.

Dat moslims de iftar vieren, vinden de beide heren niet zo erg. Het wordt erg als: politici en bestuurders in grote getale aanwezig zijn bij iftar-vieringen.” Dat: “lijkt op het eerste gezicht misschien sympathiek,” zo vervolgen ze: “En we begrijpen de bedoeling : verbinding leggen met alle groepen in de samenleving.” Daarbij, zo vervolgen de twee heren: “wordt één ding vergeten: Nederland kent een joods-christelijke traditie en de religie waarvoor zij de rode loper uitrollen is in zichzelf anti-joods en antichristelijk. Het is daarom op z’n minst bedenkelijk te noemen om onder het mom van inclusie iftars bij te wonen waar uitsluiting gepredikt wordt.”

Ik vraag me dan, zoals ik al vaker heb gedaan, af waar die joods-christelijke traditie uit bestaat? Als ik de laatste pakweg 1500 jaar van 2000 jaar dat het christendom als religie op de aarde rondwaart bekijk, dan moet die traditie er wel haast uit bestaan dat christenen hun joodse medemensen discrimineren, vervolgen en vermoorden. Een traditie met als dieptepunt de Holocaust. Over anti-joods gesproken. Datzelfde christendom voerde vanaf het einde van de elfde eeuw negen kruistochten tegen de islam. Over anti-islam gesproken. De Verenigde Staten zijn nu druk bezig er een tiende aan toe te voegen als je de woorden van, en tatoeage op het lijf van, de minister van oorlog van het land gelooft.

Als er iets monotheïstische religies, en het zijn alle drie monotheïstische religies, kenmerkt dan is het het geloof in de superioriteit van het eigen geloof. Als er verder nog iets is wat al drie deze religies kenmerkt, dan is het dat er onder hun vlag een keur aan stromingen schuil gaan die ‘de heilige boodschap’ allemaal net iets anders uitleggen. Stromingen die elkaar vaak met woorden en soms ook met daden een kopje kleiner maken. Vooral het christendom heeft op dat gebied een grote geschiedenis. Nadat Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg spijkerde, brak een periode van zo’n twee eeuwen van godsdienstoorlogen uit waarbij, afhankelijk van wie je het vraagt, tussen de zes en zeventien miljoen doden vielen.

Het lijkt erop dat beide politici de welbekende hamer zijn die in alles een spijker ziet. Door hun fundamentalistische, orthodoxe gereformeerde denken hebben ze het contact met de wereld verloren. Ze geloven dat iedere gelovige, vooral als het een islamiet is, uit is op werelddominantie. Dat ze hun strikte leer van het vieren van Kerst als maat zien voor hoe Kerst gevierd wordt en vergeten dat het voor het gros van de mensen het religieuze karakter vrijwel afwezig is en is vervangen door cadeautjes en veel eten. Wat ze daarbij ook vergeten is dat het parlementaire werk, de aanleiding voor deze enorme luchtballon, rond Kerst en Pasen een reces kent en dat er nooit op zondag, hun dag van de Heer, nooit wordt vergaderd. Zij als christen, hoeven geen schorsing te vragen om hun ‘feest’ te mogen vieren. Dan klagen over: “een voorkeursbehandeling van de islam,” en beweren dat: “De islam (…) een steeds dominantere voorrangspositie” krijgt en:Het christendom wordt steeds meer naar de achtergrond geduwd, terwijl Nederland juist christelijke wortels heeft,” is een gotspe. Waar is hier trouwens die joodse kant gebleven?

De beide gereformeerde broeders eindigen met de woorden: “Onze oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland is daarom duidelijk: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!” Mijn oproep: luister niet naar deze deze intolerante zeloten. Onze prettige democratische rechtsstaat is er ondanks en niet dankzij hun gepreek. Die is er ondanks en niet dankzij het christendom. Zij zaaien angst, verdeeldheid en uiteindelijk haat. Als het aan hen had gelegen dan leefden we in een gereformeerde theocratie waar vrouwen niets te zeggen hebben. Een soort Iran maar dan christelijk.

1 https://debatdirect.tweedekamer.nl/2026-03-10/overig/plenaire-zaal/regeling-van-werkzaamheden-15-55/video vanaf minuut 28.30

Uitgelicht

Onbegrijpelijk begrip

Onbegrijpelijk begrip! Dat was mijn eerste reactie toen ik las wat de nieuwe minister van buitenlandse zaken Tom Berendsen te berde bracht met betrekking tot de Amerikaans-Israëlische oorlogsdaad tegen Iran. “Het kabinet heeft begrip voor de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, zegt minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken). Wel zijn er “terechte vragen” of die volgens het internationaal recht gebeuren, maar dat is niet het enige “kader” voor de situatie.” Zo is te lezen bij nu.nl. Soms bedriegt de eerste indruk. Deze keer niet: onbegrijpelijk begrip.

Bron: Flickr

De kersverse minister beweert hier dat er naast het internationaal recht nog andere ‘kaders’ zijn om de actie langs af te wegen. Nee, beste minister, er is geen ander kader voor deze situatie. Er is een kader, en dat is het internationaal recht of er is geen kader en dan kloot iedereen maar wat aan. Dat zijn in deze de twee smaken. Beweren dat er een ander kader is is beweren dat het internationaal recht ‘ook maar een mening’ is. De Nederlandse rechter ziet mij aankomen als ik iemand voor de harsens heb geslagen en ik beweer dat mijn daad toch echt langs het kader van de lelijkheid van het hoofd of de stinkende adem van de ander, moet worden afgewogen en dat die kaders mijn daad rechtvaardigen.

Dat het: “bewind in Iran (…) een moorddadig regime,” is, is geen reden om een oorlog te beginnen. Zeker niet voor het Israëlische ‘regime’ dat qua moorddadigheid met Iran kan wedijveren. Trouwens ook niet voor het Amerikaanse regime onder Trump dat in korte tijd ook al een aardig trackrecord op dit gebied aan het opbouwen is en daarbij kan voortbouwen op enkele van zijn voorgangers.

Het Iraanse gevaar wordt, net als vijfentwintig jaar geleden het Iraakse gevaar, tot mythische proporties opgeblazen. Als we het dan toch over: “grote risico’s voor de regio,” hebben en: “het kernwapenprogramma,” dan mag de blik toch zeker ook op Israël worden gericht. Dat land is een kernmogendheid en laat zich daarbij door niets of niemand controleren. Het land heeft het non-proliferatieverdrag niet ondertekend en bombardeert naar believen landen in de regio. Gedrag waarbij het op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten kan rekenen. Israël heeft, net als de Verenigde Staten onder Trump, volkomen lak aan mensenrechten en het internationaal recht. Bijzonder daarbij is dat Trump in zijn eerste termijn een overeenkomst met Iran over nucleaire zaken in de prullenbak gooide. Het is dan nogal een gotspe om van Iran te eisen dat zie zich wel aan de regels moeten houden waar Israël en de Verenigde Staten hun achterste mee afvegen.

De vraag of er sprake is van een actie in strijd met het internationaal recht, die durven Berendsen en het kabinet niet te beantwoorden: “De vragen beantwoorden is aan de VS en Israël. Niet alle informatie is nu beschikbaar.” Bijzonder want beweert hij nu werkelijk dat de misdadiger de rechter is in zijn eigen strafzaak? Dat het aan de dader is om te beoordelen of er sprake is van een misdaad? Dat lijkt mij het recht op z’n kop. Dat het internationaal recht hier wordt geschonden is evident. Er wordt een land aangevallen. Toen Rusland hetzelfde deed met Oekraïne was de wereld te klein en oordeelde de Nederlandse regering onmiddellijk dat het internationaal recht was geschonden. Toen werd het oordeel niet uitbesteed aan dader Rusland.

“We geloven en hopen op een wereldorde die gebaseerd is op het internationaal recht. Tegelijkertijd zullen we moeten constateren dat de wereldorde en het internationaal recht onder druk staan,” aldus Berendsen op de vraag of het kabinet het internationaal recht deels heeft verlaten. Hij ziet geen ‘blauwdruk voor hoe om te gaan met het internationaal recht: “We zien gewoon dat de wereld in beweging is. Welke kant dat uiteindelijk zal worden, is nu lastig te beoordelen. Tegelijkertijd zien we een aantal grootmachten die de taal van de macht spreken. Wij als Nederland zullen een manier moeten vinden om ons te verhouden tot de wereldorde die zich om ons heen vormt.” Een bijzonder antwoord op een bijzondere vraag.

Een bijzondere vraag omdat je gelooft in het internationaal recht, of je gelooft er niet in. Er deels in geloven staat gelijk aan er niet in geloven. Dat maakt het internationaal recht tot een soort keuzemenu en dus ‘ook maar een mening’ en dus waardeloos. Een bijzonder antwoord omdat ‘geloven in een wereldorde op basis van internationaal recht’ je juist wel een ‘blauwdruk’ voor je handelen geeft. Die blauwdruk bestaat eruit om iedere schendig ervan krachtig te veroordelen en via de daartoe ingerichte internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof, aan te kaarten. Door die veroordeling vergezeld te laten gaan van strafmaatregelen tegen de overtreder. Die blauwdruk doet de: “mist van de nieuwe wereldorde,” waar we volgens Berendsen door moeten varen, verdwijnen. Die blauwdruk is precies daarop gericht waar we ons volgens Berendsen op moeten richten en dat is: “ op het Nederlands belang in het buitenland.”

Het ‘begrip’ van Berendsen en de Nederlandse regering kan alleen maar met onbegrip worden bekeken. Het getuigt van onnavolgbare gedachtekronkels. Het ontbeert elke vorm van zuiver argumenteren en logica.

Uitgelicht

Cultuur en vastelaovescultuur

Jao, idder jaor en altied weer, Viert idderein de vastelaovend gaer. En dreej daag lang is alles stapeldol, En straole alle minse van de lol.” De openingswoorden van het lied Straks Is ’t Weer Aswoensdaag Een lied over het einde van de Vastelaovend. Een lied dat vol staat van heimwee naar een feest dat voorbij is. Er is echter meer dat idder Jaor en altied weervaste prik is: een schijven van iemand die helemaal losgaat in het denigrerend schrijven over vastelaovend en de mensen die het vieren. En idder Jaor en altied weerkan ik het niet laten om zo’n ‘zeurder’ van repliek te voorzien. Vorig jaar verleidde Volkskrantcolumnist Peter de Waard me tot een repliek Dit keer is de aanleiding voor mijn repliek een bericht op LinkedIn van Mirjam Amajar.

Carnaval is het enige moment waarop Nederland massaal besluit dat beschaving een hobby is.” Zo begint haar bericht en dat volgt een tirade van waar de honden geen brood van lusten. Dan gaan mensen: “mensen die in maart klagen over geluidsoverlast … met een megafoon ‘Hélemaal los!’ te schreeuwen onder iemands slaapkamerraam.” Dan: “ gooien we onze normen in de glasbak. … En iedereen noemt het traditie. Alsof cultuur automatisch heilig wordt zodra het elk jaar terugkomt. Alsof herhaling kwaliteit is. … Meer volwassenen die verkleed als piraat achter elkaar aan schuifelen op muziek die klinkt als een noodsignaal voor beschaving. … Carnaval is ook het hoogtepunt van de nationale vrijbrief. ‘Het hoort erbij.’ Dat zinnetje is de morele afvalcontainer van het land. Onuitstaanbaar gedrag? Hoort erbij. Grensoverschrijdend gedoe? Hoort erbij. Drie dagen lang functioneren op het niveau van een kleuter met een krat pils? Cultureel erfgoed. … De 47-jarige man die huilend bij de frietkraam verklaart dat hij ‘zoveel van iedereen houdt’. Dat is geen emotionele openbaring. Dat is een lichaam dat wanhopig om water smeekt terwijl het brein tijdelijk offline is.”

Het eerste wat ik dacht, en zo reageerde ik ook op het LinkedIn bericht, was dat Amajjer hier een goede beschrijving geeft van de Amsterdamse Koningsdag. Je verkleden in een oranje pakje en je een dag lang klem zuipen, staan pissen in portieken, lallen en brallen en Blikkendag mee te blaten onder vele slaapkamerramen. Vechtpartijen en grote politie-inzet. Grensoverschrijdend gedrag tot een publieke verkrachting toe. En ook dat noemen we ‘traditie’ want het komt ieder jaar terug. Het brein een dag lang volledig offline.

Nu heb ik de afgelopen dagen en trouwens ook de afgelopen jaren iets heel anders gezien. Inderdaad komt de Vastelaovend ieder jaar terug, het is een traditie. Een traditie die in het Venlose voor een prachtige liedjescultuur zorgt. De openingswoorden van deze prikker komen uit zo’n liedje. Net zoals As de sterre dao baove Straole dat in mij repliek op De waard centraal stond. Of het de lente aankondigende Lekker Zunkemet het geweldige openende couplet: “Nog efkes en dan zit alweer de linte in de lôch. Dan ligge de jônge flotse weer te piëpe in den bôch. Dan plôkke weej weer veldboeketjes. En de Maedjes laupe lôchtig in eur zomerkledjes. Nog efkes en dan zien we weer zoë wiëd. Dan zien we weer ôs wintertiëne kwiët.”. Of Vandaag dat het Limburgs Vastelaoevesleedjes Konkoers van 2010 won. Als ik Amajjar was, zou ik er toch even naar luisteren. Sinds 2024 staat ‘heel Holland’ er ‘helemaal los’ op te gaan want een groepje Volendammers hebben het gecoverd. En ja, er wordt luid meegezongen met de prachtige liedjes. Megafoons zijn daarbij helemaal niet nodig. De rest van Nederland heeft daar het ‘Muziekfeest op het plein’ voor nodig.

En even voor Amajjar, in Venlo heb ik nog nooit een: “een sociologische demonstratie.,” gezien waarbij je: “alleen de rug van degene voor je,” staat. Ik zou haar willen adviseren om eens een keertje te komen en eens te proberen haar ‘sociologisch experiment’, de polonaise te starten.

Vastelaovend is geen ‘nationale vrijbrief’ voor grensoverschrijdend gedrag. Dat hoort er niet bij. Dat wil niet zeggen dat er geen mensen zijn die zich er schuldig aan maken. Die zijn er zeker. Dat zijn dezelfde mensen die zo’n ‘vrijbrief’ voor drie dagen niet nodig hebben. Dat het met Vastelaovend om ‘vreten zuipen en vreemdgaan’ draait, is een Hollands hersenspinsel. Een hardnekkig hersenspinsel.

“Drie dagen lang geven we onszelf toestemming om ongefilterd te zijn. Luid. Ordinair. Onbeheerst. Niet ondanks de cultuur, maar dankzij de cultuur. Alsof we alleen durven toegeven wie we zijn wanneer iedereen tegelijk doet alsof het niet telt.” Hier raakt Amajjar een punt. Alleen zou dat punt net iets anders kunnen zijn. Of beter gezegd, precies tegenovergesteld. We leven in de cultuur van die ander 362 dagen. Een cultuur die maakt dat we, ondanks de grote nadruk die er tegenwoordig wordt gelegd op het ‘jezelf zijn’ en je ‘identiteit ontdekken’, grote moeite hebben met precies dat, jezelf zijn. Met jezelf zijn en de ander zien voor wat de ander is: een mens net als jij. Die drie dagen laten zien dat het ook anders kan. Dat lukt ons in ‘ut zuuje’ met de vastelaovend uitstekend. Nu al die andere dagen nog.

Uitgelicht

Schaamlap

Er moet “Een helder migratiemodel in Europa” komen zo is te lezen in het coalitieakkoord Aan de slag. Een goed streven. Het kabinet wil: “het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee,” breken. Een nobel streven Want die verdienen: “fors geld (…) aan het leed van vluchtelingen. Tegelijkertijd lukt het de meest kwetsbare mensen niet om bescherming te vinden: zij missen de middelen en connecties voor een levensgevaarlijke reis naar Europa.” Een goed streven of toch iets anders?

De coalitiepartijen willen dat de: “asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld, en dat in Nederland geen asielprocedures meer hoeven worden doorlopen. Zo kunnen erkende vluchtelingen via hervestiging worden verdeeld over Europa, waar ze met een vluchtelingenstatus hun leven kunnen opbouwen.” In een artikel bij De Correspondent zet Maite Vermeulen daar een groot vraagteken bij aan de hand van de Italiaanse asielopvang in Albanië. De asielaanvragers: “mogen de Albanese centra niet verlaten – ze zitten er dus opgesloten. Ze kunnen geen bezoek ontvangen. Ze hebben geen gemeenschappelijke ruimte, sportfaciliteiten of zelfs maar een stukje gras om op te lopen. Bovendien wordt een deel van het complex overkapt door hekwerk, als ware het een kooi.” Dit met desastreuze gevolgen voor de asielzoekers: “Zelfmoordpogingen, medische noodgevallen, kapotgeslagen cellen, maar ook mensen die hun mond en lippen probeerden dicht te naaien – het is er allemaal aan de orde van dag. Eén persoon dronk een fles shampoo leeg. De migranten weten niet waarom ze in Albanië zitten, of hoe lang ze er opgesloten zullen zijn. Om met de stress om te kunnen gaan, krijgen ze antidepressiva en slaapmiddelen voorgeschreven. Velen zijn nauwelijks meer aanspreekbaar.” Dit hoeft niet te verbazen. Het gebeurde ook toen Australië asielzoekers opving op Nauru en Manus, twee onafhankelijke eilandstaten. Vermeulen: “De coalitie wil ‘menswaardige’ asielopvang buiten Europa. In de praktijk betekent dit mensonterende opsluiting ver buiten ons zicht.” Vermeulen plaatst daarmee kritische noten bij de manier waarop de coalitie dit wil bereiken.

Nu naar de reden waarom, het breken van: “het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars.” Dit doet het voorkomen alsof die mensensmokkelaars de oorzaak zijn van migratiestromen. Alsof zij mensen verleiden tot een barre tocht door woestijnen en over zeeën. Beste coalitiepartijen, die mensensmokkelaars zijn niet de oorzaak van migratiestromen en asielaanvragen. De oorzaken zijn oorlogen, armoede en wrede regimes in de landen van herkomst.

Als het de coalitiepartijen werkelijk te doen is om het “breken van het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars,” dan is er een veel simpelere en effectievere oplossing dan ‘gevangenissen in derde landen’. Als dat het doel is, dan is er een veel simpelere en eenvoudigere oplossing. Stel je wilt vluchten vanuit Ethiopië naar bijvoorbeeld Nederland. Een vliegticket van Addis Abeba (de hoofdstad van Ethiopië) naar Amsterdam, kost je, afhankelijk van de maatschappij en de periode, ongeveer € 400. Voor dat bedrag sta je voor de douane op Schiphol of op enige ander Europees vliegveld dat vliegt op Ethiopië. Daar kun je vervolgens asiel aanvragen. Waarom zou je dan nu een gevaarlijke tocht ondernemen door woestijnen en over zeeën? Een tocht waarvoor je flink moet betalen en als je pech hebt, betaal je de ultieme prijs?

Het antwoord is EU Directive 2001/51/EC. Die stelt dat: “De lidstaten (…) de nodige maatregelen (nemen) om ervoor te zorgen dat de in artikel 26, lid 1, onder a), van de Schengenuitvoeringsovereenkomst vastgestelde verplichting van vervoerders om onderdanen van derde landen terug te voeren, ook van toepassing is wanneer de toegang wordt geweigerd aan een onderdaan van een derde land in doorreis, indien de vervoerder die hem naar zijn land van bestemming zou brengen, weigert hem aan boord te nemen.” De EU landen hebben de grensbewaking uitbesteed aan vliegmaatschappijen. Die moeten iemand die zonder de juiste papieren op een Europese luchthaven verschijnt, terugvliegen. Dat kost geld en dat betalen de maatschappijen liever niet. Dus controleren ze iedereen op de juiste papieren. Heb je die niet, dan kom je het vliegtuig niet in. Ook al heb je een geldig vliegticket. De EU wil hiermee ‘illegale immigratie’ voorkomen. Hiermee heeft de EU zelf het ‘wrede verdienmodel van mensensmokkelaars’ in het leven geroepen. De ‘grensbewaking’ is daarmee uitbesteed aan de portemonnee van de vliegmaatschappijen.

Als het er werkelijk om gaat om dat ‘verdienmodel van mensensmokkelaars’ aan te pakken en ‘verdrinking’ te voorkomen, dan is het intrekken van deze Directive de meest effectieve manier. Het gaat echter niet om dat ‘verdienmodel’. Dat verdienmodel is een schaamlap. Het doel is immigratie voorkomen.

Uitgelicht

De slag gemist

Hun navelstaarderij kan mij niet worden verweten.” Dat schreef ik een week geleden in een Prikker. Ik schreef dit vanwege het complete ontbreken van de internationale component in de laatste verkiezingscampagne en de formatie voor zover dat voor mij was te overzien. Een Prikker waarmee ik de formerende partijen een handje wilde helpen. Helpen met de veiligheidsparagraaf. De wereld is veranderd en die veranderingen gaan nog steeds door. De Canadese premier Carney spelde het vorige week nog voor hen uit: “Dit is geen transformatie, maar een scheuring.” En toen las ik Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Pas op pagina 31. Pas daar wordt de blik over de grens gericht. En wat lezen we daar:“ De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De Verenigde Staten zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen.” ….. pfff.

Wij kiezen voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt,” zo is te lezen. Nu vraag ik me af over welke dijk ze hebben gekeken? De dijken waar ik over keek, daar zag ik dat de Verenigde Staten een staatshoofd hebben ontvoerd en gevangen gezet. Dat ze bij die ontvoering het luchtruim van het koninkrijk schonden. Dat er andere staatshoofden en landen onder druk worden gezet en bedreigd. Over die dijk zag ik ook dat er in de Verenigde Staten een klopjacht gaande is op iedereen die er niet blond en blank en voor vrouwen nog volgespoten met botox uitziet. Dat daarbij mensen worden vermoord door mensen die ‘volledige immuniteit’ hebben. ‘Volledige immuniteit’ betekent dat ze boven de wet staan en dat de rechtsstaat niet meer bestaat. Dat rancune heerst in de Amerikaanse regering. Maar vooral dat de Verenigde Staten landen waarmee ze een bondgenootschappelijk verdrag hebben, bedreigt. Canada moet de ‘51ste staat worden’, Groenland, ‘we need Greenland. We’re gonna get it one way or another’. Landen die hier iets van zeggen, worden bedreigd met handelstarieven.

We:“bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO.” In 2019 verklaarde de Franse president Macron de NAVO ‘hersendood’. Toen wellicht iets voorbarig, omdat er nog een bliepje op de EEG te zien was. Inmiddels is de rot te ruiken. De NAVO zou als zombie niet misstaan in een aflevering van Walking Dead. Dat laat onverlet dat er wel gebouwd moet worden aan die Europese defensie. Gelukkig zien de partijen dat ook: “We verdiepen de Europese defensiesamenwerking.” Alleen gebeurt dat op een halfslachtige manier. De blik is vooral op de eigen navel gericht. In het akkoord wordt ingezet: “ op gezamenlijke aanschaf in gebruikerspoules van strategische capaciteiten die voor individuele landen te kostbaar zijn.” Ook zet: “het kabinet in op de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA.”

Er wordt niet gekozen voor de enige echte oplossing en dat is, zoals ik in de Prikker van vorige week al betoogde: “verdergaande en vergaande Europese integratie” door “de taak om het grondgebied van de landen van de Europese Unie te verdedigen (te beleggen) bij de Europese Unie.” Een Europees leger en geen nationale legers meer. Een Europees leger dat op termijn wordt gefinancierd vanuit een Europees belastinggebied. Dat maakt gezamenlijke inkoop veel makkelijker en die ‘gebruikerspoules’ zijn niet nodig. En het goede idee om in innovatie te investeren, zet veel meer zoden aan de dijk. Want in plaats van 27 ‘DARPA’tjes die allemaal te klein zijn voor het tafellaken en de meeste zelfs niet eens het formaat ‘servet’ halen, ligt dan een fors tafellaken in het verschiet. Als dat ook nog eens wordt gecombineerd met het vormgeven van een veilige Europese digitale infrastructuur waarvoor ik vorige week pleitte, dan is er echt wat mogelijk.

Op deze manier Europees samenwerken lost ook de op het verkeerd begrepen nationale eigenbelang gerichte kneuterigheid op die uit het akkoord naar boven komt. Nederland doet niet mee aan eurobonds want: “Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds).” Nu is er bij een lening door de EU geen sprake van garant staan voor de schulden van andere landen. Dan kan de Unie lenen en de rente en aflossing betalen uit haar eigen belastinginkomsten. En dat zou wel eens veel minder kunnen kosten dan de 3,5 procent van het bruto binnenlands product dat we geacht worden ervoor te gaan betalen.

Hier heeft Aan de slag toch echt de slag gemist.