Uitgelicht

Sophie, volg je hart!

Je brief in de Volkskrant deed mij terugdenken aan mijn jeugd. Dat was ver voordat jij werd geboren, de eerste helft van de jaren tachtig. Midden jaren tachtig zat Nederland in economisch slechte tijden. Het was de tijd van Koos Werkeloos van Harry Jekkers en zijn Klein Orkest. Dus flinke werkloosheid en slechte vooruitzichten. Ik stond al een stapje verder. Ik moest kiezen wat ik ging studeren: economie met betere arbeidsvooruitzichten of toch mijn favoriete vak geschiedenis.

Ik weet nog dat we voor ons schoolonderzoek Nederlands een opstel moesten schrijven. Ik heb mijn opstel toen aan de studiekeuze gewijd. Twee klasgenoten waarvan er eentje voor geschiedenis koos en de ander voor economie. Tijdens een reünie een jaar of twintig later kwamen ze elkaar weer tegen en raakten in gesprek over die twintig jaar. Ze hadden het allebei moeilijk gehad maar uiteindelijk toch iets gevonden. 

Zelf koos ik ervoor om mijn hart te volgen en geschiedenis te gaan studeren. Ik heb er tot op de dag van vandaag nooit spijt van gehad. En net als de twee uit mijn opstel, was het ook voor mij moeilijk om iets te vinden wat bij mij past. Ik werk nu al meer dan twintig jaar als beleidsadviseur voor de overheid. Ik kan me voorstellen dat je nu denkt: maar dat heeft niets met geschiedenis te maken. Inderdaad heeft het inhoudelijk niet met geschiedenis te maken.

Alhoewel niet. Als je kunt aangeven dat bijvoorbeeld het instrument ‘Work First’ is te vergelijken met de spin- en rasphuizen van enkele eeuwen eerder, dan bied je perspectief. Bij beiden staat werken voor je geld (of eten) centraal. Goede kennis van de geschiedenis helpt je om de huidige waan van de dag te relativeren en in perspectief te plaatsen. Van de brede algemene kennis die je via een studie geschiedenis opdoet, heb je een leven lang profijt ook al is het niet je dagelijkse werk. 

Alhoewel niet. Op een andere manier heeft mijn werk juist alles te maken met de studie geschiedenis. Als historicus leer je op basis van een vraag- of probleemstelling onderzoek te doen, informatie te verzamelen. Informatie die je vervolgens ordent en op een logische wijze op schrift presenteert. Dat zijn precies die vaardigheden die je ook als  beleidsadviseur nodig hebt. Trouwens, niet alleen als beleidsadviseur. Als je wilt, loop eens een paar dagen of een weekje met mij mee.

Er zijn nog meer redenen om je hart te volgen en niet met je hoofd, en met het oog op de toekomstige portemonnee, voor bijvoorbeeld bedrijfskunde te kiezen. In mijn werk kom ik mensen tegen met qua studie zeer veel verschillende achtergronden. Voor de meeste werkgevers is de precieze studie die je hebt gevolg niet van belang. Voor werkgevers is het opleidingsniveau van belang. Dan kun je maar beter iets studeren waar je echt plezier in hebt. Belangrijker, hoe saai zou een wereld zijn met alleen maar economen, bedrijfskundigen, juristen en andere ‘goed betalende’ beroepen?  

Mijn advies: volg je hart en zoek daarna werk en een werkomgeving waar je je prettig voelt en wordt gewaardeerd. Dat zoeken naar die werkomgeving kan jaren duren. Voordat ik mijn plek vond, heb ik in de tuinbouw gewerkt, voor een boekhandel en een veiling in groenten en fruit. Door al die ervaringen heb ik geleerd waar ik blij van word en waarvan zeker niet. En als je toch een link met economie wilt, ook de studie geschiedenis biedt mogelijkheden om iets met economie te doen.

Uitgelicht

Opvoeden tot feminist?

“Hoe voed je je kinderen op tot feminist? (En drie andere belangrijke vragen voor feministen),” de kop boven een artikel bij De Correspondent. Een artikel, eigenlijk zijn het er vier in een. Vier correspondenten beantwoorden die vraag. Een interessante vraag. Laten we de antwoorden eens op een rij zetten.

De eerste, Nesrine Malik, schrijft: “Vrouwen zijn zwak omdat hun behoeften – of die nu professioneel, biologisch of moederlijk zijn – geen prioriteit krijgen. Echte empowerment gaat over het voorzien in die behoeften, en vrouwen de middelen en rechten te geven om vrij te kunnen zijn.”  En dat gaat met pijn gepaard: “Empowerment zoals we die vandaag de dag kennen gaat over het verdoven van deze pijn. Terwijl we haar juist wakker moeten maken.” Als ik het goed begrijp moet ik mijn kinderen pijn leren voelen en die pijn aanwakkeren. Ik neem niet aan dat zij hiermee fysiek geweld bedoelt. Als ik ze tenminste tot feminist wil opvoeden. Maar wie wil kinderen met pijn opvoeden?

De tweede Irene Caselli wil inzetten op de heel vroege kindertijd: “de vroege kindertijd kan een nieuw terrein voor actie worden. Als we feministische kinderen hebben die uitgroeien tot feministische volwassenen, dan hebben we straks misschien minder moeders en vaders die in een traditionele genderspecifieke rol terechtkomen.” Hierbij vervullen de moeders een belangrijke rol: “Voor zover het mogelijk is de houding van een adolescent terug te voeren op een familiale bron, blijkt uit een studie dat moeders de primaire bron zijn van seksistische houdingen van hun kinderen.” Dat wordt wel lastig omdat vaders en moeders bij de geboorte van hun kroost: “meer dan op enig ander moment in hun leven – de neiging (hebben) om in geslachtsgebonden rollen te vervallen.” Jammer voor mij. Mijn kinderen hebben de vroege kindertijd al jaren achter zich gelaten.

Valentijn De Hingh stelt dat eerst een antwoord moet worden gegeven op de vraag: “wie we precies bedoelen met het woord ‘vrouw.’ Vinden we bijvoorbeeld dat transgender personen ook vrouwen kunnen zijn? En zo ja, vechten feministen dan ook voor hen?” Wat het antwoord ook is, allemaal hebben ze baat bij de: “vernietiging van het patriarchale systeem.” Maar als daardoor een nieuw uitsluitend systeem ontstaat: “Als we de gelijkwaardigheid van vrouwen bewerkstelligen door trans personen te vernederen en uit te sluiten,” aldus De Hingh: “wat betekent die gelijkwaardigheid dan nog?” Een terechte vraag. Alleen ben ik er nog niet uit hoe dit handen en voeten te geven in de opvoeding van kinderen. 

OluTimehin Adegbeye adviseert om af te stappen van het ‘gelijkheidsfeminisme’. Adegbeye: “gelijkheid is een goed doel als je simpelweg wil veranderen wie er allemaal misbruik mag maken van macht, of de planeet en haar bewoners mag uitbuiten. En dat doel is vrij simpel te behalen: leer alle mensen om zich te gedragen als sociopaten.”  Wat er wel moet gebeuren, is dat het feminisme: “haar ogen (opent) voor wat het patriarchaat en verwante onderdrukkingssystemen veroorzaken. Denk aan de onderdrukking van lichamelijke integriteit van alle sekses en seksuele geaardheden, armoede, alle vormen van geweld, racisme, arbeidsuitbuiting, niet-duurzame economieën.”  De aandacht moet verlegd worden: “van de vraag hoe vrouwen macht kunnen vergaren naar hoe we macht kunnen transformeren ten gunste van iedereen.”

Interessante bespiegelingen, maar ik zie niet hoe deze vier adviezen mensen helpen bij de opvoeding van hun kinderen. Laat staan bij het opvoeden van kinderen tot feminist. Daarbij, en die vraag riep de titel van het artikel al bij me op, vraag ik me af waarom we kinderen moeten opvoeden tot feminist? Net zoals ik me afvraag waarom we kinderen zouden moeten opvoeden tot socialist, nationalist, christen, jood, moslim of hindoe? Of het goed gelukt is moeten anderen maar beoordelen, maar ik probeer mijn kinderen op te voeden tot mens met respect voor andere mensen. Tot kritische en vragende mensen die niets voor zoete koek slikken. Tot mensen met de mogelijkheid om zelf te kiezen wat ze willen en hoe ze hun leven willen vormgeven.

Uitgelicht

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand…

“Zo zijn er uiteindelijk drie eisen waaraan het proces moet voldoen. Het moet de waarheid zó overtuigend schetsen, dat elke ontkenning door de daders een lachwekkende zelfvernedering wordt. Het moet hoog genoeg reiken voor een kans op gerechtigheid, en het moet ons de weg wijzen naar een veiliger luchtruim.” Woorden van Sander van Luik in de Volkskrant. Van Luik verloor zijn broer een van de bijna 300 mensen die het leven verloren door het neerschieten van vlucht MH17. Ik hoop voor Van Luik dat het proces aan die drie eisen gaat voldoen. Maar ik vrees dat in ieder geval het eerste punt op een teleurstelling uitdraait. 

Waarom? Hierbij baseer ik me op het boek Falend licht. Hoe het Westen de Koude Oorlog won maar de vrede verloor. Een boek geschreven door de Bulgaarse filosoof Ivan Krastev en de Amerikaanse rechtsgeleerde Stephen Holmes. Een zeer interessant boek waarin de auteurs proberen te begrijpen hoe het komt dat de anti-liberalen de wind in de zeilen lijken te hebben. Anti-liberalen zoals Kaczyński en Orbán, maar ook Poetin en Trump. Dit terwijl na het vallen van de Berlijnse muur in 1989 zo ongeveer iedereen dacht dat de liberale democratie voor goed had ‘gewonnen’. In ieder geval wilden alle landen uit het voormalige Oostblok liefst zo snel mogelijk ‘normaal’  worden. En met normaal werd bedoeld zoals het Westen. Dus spiegelden ze zich aan het Westen.

Maar ‘normaal’ worden bleek niet zo makkelijk als men dacht. Het beeld waaraan men zich spiegelde bleek anders te zijn dan men dacht. Bovendien veranderde het steeds. Daarbij hielp het niet dat het ‘Westen’, in de gevallen Polen en Hongarije, de West-Europese landen en de Europese Unie en in het geval Rusland de Verenigde Staten, zich opstelde als ‘strenge ouders’ die steeds maar weer kwam vertellen dat het kind toch echt nog wat miste om echt ‘volwassen’ te zijn. Dit terwijl die ‘strenge ouders’ er blijk van gaven het ook niet zo nauw te nemen met die eigen belangrijke regels en vooral waarden.

Omdat ‘worden zoals het Westen’ niet lukte, om serieus te worden genomen, kozen deze leiders langzaam maar zeker een andere lijn. Niet meer ‘worden’ maar ‘doen’ zoals het Westen. Door dat ‘doen’, het spiegelen van het weinig liberale gedrag van het Westen, laten ze de al dan niet vermeende hypocrisie van het Westen zien. De Krim annexeren is dan het spiegelen van het Westerse handelen rond Kosovo. En het inmengen in de Amerikaanse verkiezingen is het spiegelbeeld van de manier waarop de VS onder Clinton, Jeltsin en zijn kliek aan de macht hielden.

Liegen en ontkennen van feiten past, volgens de auteurs in dit patroon van spiegelen. Volgens de beide auteurs liegt Poetin (net als andere anti-liberale leiders) om drie redenen. Als eerste omdat hij niet bang is om als leugenaar te worden uitgemaakt. Niemand kan hem iets maken. Hij is ‘onschendbaar op een manier waaraan Trump in de vorige verkiezingscampagne over hemzelf refereerde: “I could stand in the middle of 5th Avenue and shoot somebody and I wouldn’t lose voters.” De tweede, cynische reden die de auteurs noemen: “Het doet eerder denken aan het gedrag dat je wel ziet bij geharde misdadigers die, wanneer ze eenmaal in de gevangenis zitten, vol trots tonen dat ze geen enkel respect hebben voor de regels en normen van de beschaafde wereld en wier aanzien in de onderwereld groter wordt naarmate ze vaker weigeren ook maar een beetje samen te werken met het gevangenispersoneel.” De derde en laatste reden waarom Poetin liegt en ontkent wat niet te ontkennen is, raakt het spiegelgedrag. “Het doel (van het liegen) was niet zozeer om strategisch voordeel te verkrijgen, als wel om een wijziging aan te brengen in de mentale gesteldheid en het zelfbeeld van de aartsvijand, dat wil zeggen: om de Amerikanen op een pijnlijke manier te herinneren aan wat ze zo gemakkelijk waren vergeten.” 

Dat maakt de kans dat Poetin een ontkenning van een rechterlijke uitspraak in de MH17 zaak ziet als een ‘lachwekkende zelfvernedering’ en dus de kans dat aan de eerste van de drie eisen van Van Luik wordt voldaan, zeer klein. Van Luik leeft en gelooft, net als ik, in de kracht van de liberale, democratische rechtstaat. Alleen heeft die liberale, democratische rechtstaat zich de afgelopen dertig jaar, om het nog mild te zeggen, niet al te best gedragen. Daar hebben de anti-liberalen een punt.

Uitgelicht

Zelfreflectie

“In Idlib ontvouwt zich een nieuwe humanitaire ramp, één van de ergste in de Syrische crisis, die er het afgelopen decennium al te veel om op te noemen heeft voortgebracht.” De eerste zinnen uit een ingezonden brief bij Trouw . Een brief geschreven door minster van Buitenlandse Zaken Blok en twaalf van zijn Europese collega’s. Een bijzondere brief. 

Laten we eens een passage onder de loep nemen. “Daarnaast is het belangrijk om helder voor de geest te houden dat alleen politieke onderhandelingen voor een houdbare uitkomst uit de Syrische crisis kunnen zorgen. Genormaliseerde politieke verhoudingen kunnen pas ontstaan wanneer een oprecht en onomkeerbaar politiek proces op gang is gekomen.” De geschiedenis bulkt van de voorbeelden waarbij ‘houdbare uitkomsten’ ontstaan na een oorlog waarbij een partij overwint en de ‘nieuwe verhoudingen’ oplegt waardoor er ‘genormaliseerde politieke verhoudingen’ ontstaan. De Duitsers en Japanners hebben dat vijfenzeventig jaar geleden ook ondervonden. Net zoals Nederland ruim vijf jaar daarvoor.

Een tweede passage: “Wij beseffen heel goed dat er zich radicale groeperingen ophouden in Idlib. Terrorisme wordt door ons nooit lichtvaardig opgevat. Wij bestrijden terrorisme met overtuiging en vastberadenheid en dat doen we aan de frontlinie van de strijd tegen Isis. Maar de strijd tegen terrorisme kan en mag nooit dienen als rechtvaardiging voor de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht, waarvan we nu dagelijks getuige zijn in het noordwesten van Syrië.” Voor Assad zijn, in tegenstelling tot de schrijvende Europese ministers, waarschijnlijk alle groepen met wapens in Idlib, ook de reguliere Turkse troepen, terroristen. ‘Terroristen’ die een integraal deel van het Syrische grondgebied bezet houden. Zou Nederland accepteren als bijvoorbeeld de Zeeuwen een gewapende opstand zouden beginnen tegen het ‘regime Rutte’?

Bijzonder is het deel over het structureel ‘schenden van internationaal humanitair recht’. Wie verklaarde het terrorisme ook al weer de oorlog en wie hobbelde daar vervolgens braaf achteraan? Wie viel er twee landen binnen in die ‘oorlog’? Een daad gepleegd door een klein groepje wordt een oorlog tegen twee landen. Hoe verhoudt die keuze zich tot het ‘internationale humanitaire recht’? In het geval ‘Afghanistan’ was er wellicht nog ‘iets’ van een reden. Het ‘brein’ achter de gruwelijke aanslagen van 11 september 2001 bevond zich immers in dat land. Maar of een oorlog dan de ‘passende’ maatregel is binnen dat ‘internationale humanitaire recht’ is uiterst twijfelachtig. In het geval ‘Irak’ was er geen enkele reden volgens het ‘internationale humanitaire recht’ om het land binnen te vallen. De VS verzonnen iets, hadden lak aan het ‘internationale (humanitaire) recht’ en deden vervolgens wat ze wilden. Ze begonnen een oorlog.

Een volgende voorbeeld van ‘flexibele’ omgang met dat ‘internationale (humanitaire) recht. “Ook Europa neemt zijn verantwoordelijkheid in deze niet aflatende tragedie. De EU en haar lidstaten zijn de grootste donors van humanitaire hulp aan de noodlijdende Syrische bevolking. We zullen deze gezamenlijke inspanningen voortzetten en uitbreiden in reactie op de zich ontwikkelende crisis in Idlib.” Hoe sterk komt dit over als we de situatie op de Griekse eilanden in ogenschouw nemen? Als we ons realiseren dat die ‘donors’ de zaak daarmee afkopen. Hoe sterk komt het over als Europa nooit ‘in de regio’ ligt die vluchtelingen moet opvangen?

Hoe sterk maakt dit het beroep op ‘internationaal humanitair recht’? Hoe sterk is zo’n beroep vanaf een hoge morele toren als die toren naar believen wordt aangepast aan de eigen standpunten? Zou dergelijk flexibele toepassing van dat ‘internationale (humanitaire) recht’ niet een belangrijke oorzaak zijn van de hoon die het Westen in grote delen van de wereld ten deel valt? Enige zelfreflectie zou geen kwaad kunnen.

 

Uitgelicht

De tragedie en de klucht

  “De Taliban hebben vanmiddag een akkoord gesloten met de Verenigde Staten over het terugtrekken van troepen uit Afghanistan. Daarmee komt het eind aan de langste militaire interventie in de Amerikaanse geschiedenis in zicht.” Zo is te lezen op nos.nl. Goed nieuws voor de Afghanen. Alhoewel, als ik lees dat: “Na dit vredesakkoord (…) de Taliban met de Afghaanse regering onderhandelen over hoe nu verder, maar daar trekt de VS de handen van af,” dan zou ik me als Afghaan en zeker als lid van die Afghaanse regering toch nog eens achter de oren krabben. 

Met als aanleiding het door de Amerikaans legertop over het optreden in Afghanistan opgestelde rapport  Lessons Learned, schreef ik een tijdje geleden een Prikker. In die Prikker vergeleek ik de Amerikaanse  bemoeienis in Afghanistan met die van de Britten en de Sovjets eerder, maar ook met de het Amerikaans wedervaren in Vietnam. Dit aan de hand van wat Max Hastings hierover schrijft in zijn boek Vietnam, een tragedie 1945-1975. Het beeld dat uit die vergelijking naar voren kwam, was dat in Afghanistan dezelfde fouten waren gemaakt als in Vietnam. Dat het ‘lerend vermogen’ redelijk beperkt is. 

Net zoals in Afghanistan, waren de Amerikanen de oorlog in Vietnam al lange tijd moe. Enige probleem was, net zoals nu in Afghanistan, het ‘beëindigen’ ervan met ‘opgeheven hoofd’. Of beter gezegd, hoe je ‘verlies’ te verkopen als een ‘soort van overwinning.’ Als ik nu lees hoe dat in Afghanistan gebeurt, dan kan ik een gevoel van déja vu niet onderdrukken. Ook in Vietnam sloten de VS een overeenkomst met de ‘vijand’, de Noord-Vietnamese communisten. De derde partij, de Zuid-Vietnamese regering, of wat daarvoor door moest gaan, zat niet aan tafel. Die kreeg de ‘vredesakkoorden van Parijs’ door de strot geduwd en moest het daarna maar zelf uitzoeken met de communisten uit het Noorden.

“De Verenigde Staten erkennen de huidige regering van de Republiek Vietnam (Zuid Vietnam) nog altijd als enige rechtmatige regering van Zuid-Vietnam. Binnen de voorwaarden van het akkoord zullen we hulp blijven verlenen aan Zuid-Vietnam en het Zuid-Vietnamese volk ondersteunen bij zijn pogingen voor het vinden van een vreedzame oplossing voor zijn problemen.” Deze woorden sprak president Nixon uit op 23 januari 1973 in een toespraak tot het Amerikaanse volk.  Zo is te lezen in Hastings boek op pagina 703.

Waar die hulp uit zou bestaan, is iets verderop op de bladzijde te lezen als zijn veiligheidsadviseur Kissinger zijn angst uitspreekt dat het communistische Noord-Vietnam al binnen het half jaar het Zuiden zal binnen vallen. Nixon zegt dan iets later tegen zijn stafchef Ben Haldeman: “Weet je Henry heeft helemaal gelijk. We moeten er voorlopig alles aan doen om ervoor te zorgen dat (de Parijse vredesakkoorden) voorlopig overeind blijven. Als we eenmaal een paar jaar verder zijn, zal het iedereen een rotzorg zijn wat er met dat verrekte Vietnam gebeurt.” Alleen liep het zo niet. De gevechten gingen vrijwel onmiddellijk door. De enige steun die Zuid-Vietnam kreeg was in de vorm van wapens en munitie. Alleen werd het bedrag dat de Amerikanen daaraan besteedden al in augustus 1973 teruggebracht van $1 miljard naar $ 700 miljoen. Dat in tijden van stevige inflatie.

‘l’Histoire se répète’, zeggen de Fransen de filosoof Georg Wilhelm Friedrich Hegel na. Karl Marx vulde Hegel aan met de woorden: eerst als tragedie en daarna als klucht’. Of zou Afghanistan de welbekende ‘uitzondering op de regel’ worden? 

Uitgelicht

Baudet en de Tweede Wereldoorlog

Voor mijn vorige Prikker neusde ik door de Handelingen van de Tweede Kamer. Dit om te lezen wat FvD fractievoorzitter Baudet precies had gezegd. Bij dat lezen stuitte ik op een bijzondere uitspraak van de heer Baudet: “Dus een aantal mensen die hier een voorstander van zijn, hebben tragisch genoeg de verkeerde conclusies getrokken uit de Tweede Wereldoorlog. Want dat ging helemaal niet over nationalisme. Het ging over fascisme en nationaalsocialisme. Ze waren bezig met Europese eenmaking. Het waren imperialistische ideologieën. Dat is wat Mussolini wilde. Dat is wat Hitler wilde. We hebben de verkeerde conclusie getrokken uit de Europese geschiedenis. Juist natiestaten zijn inherent vreedzaam. … Want welke natiestaat zou het grondgebied van een andere natie willen veroveren? Als je een Nederlandse natiestaat wilt zijn, welk belang kun je er dan bij hebben om Denemarken erbij te trekken? Daar wonen andere mensen!” Een bijzondere lezing van de recente geschiedenis door iemand met een bachelor in de geschiedenis. 

Inderdaad werd Duitsland door nationaalsocialisten en Italië door fascisten geregeerd en hebben die landen uiteindelijk de oorlog verloren. Maar als het ‘nationaalsocialisme of facisme’ de reden voor de oorlog was, waarom dan al niet in 1922 ingegrepen toen Mussolini in Italië de macht greep? Of in 1933, toen Hitler aan de macht kwam en al snel zijn tegenstanders begon uit te schakelen? Of dezelfde vraag op een andere manier. Waarom werd het facistische Spanje ongemoeid gelaten? Of het Argentinië onder Peron? Waarom werden de nationaalsocialisten en fascisten in de ‘vrije’ landen dan niet verboden en vervolgt?

Dat Hitler droomde van een ‘groot Duitse rijk’  staat buiten kijf. Dat oorlog een manier was om dat te bereiken, leidt ook geen twijfel. Een noodzakelijk manier omdat het niet was te verwachten dat de andere ‘naties’ de gebieden die de Duitsers op het oog hadden, zouden verlaten. Die oorlog werd echter niet gevoerd om ideologische redenen zoals Baudet beweert. Die oorlog werd gevoerd omdat de natiestaat Duitsland onder leiding van Hitler, Polen binnenviel. Niet vanwege het nationaalsocialisme van Hitler. Dat gebied moest weer ‘Duits’ worden en bij het ‘Reich’ horen. Weer Duits omdat het tot het vroegere Duitse keizerrijk en tot de nog oudere Duitse Orde behoorde. Het was het ‘rechtzetten’ van de geschiedenis en nodig als ‘Ledensraum’ voor het Duitse volk.

Een eerdere imperialistische Italiaanse aanval en bezetting van het keizerrijk Ethiopië was voor de Engelsen en Fransen trouwens geen aanleiding om de ‘imperialistische fascisten’ de oorlog te verklaren. De ‘natie’ Ethiopië deed er toen niet zoveel toe. Daar mocht Mussolini zijn droom van de ‘wederopstanding’ van het Romeinse Rijk’, met de Middellandse Zee als ‘Mare Nostrum’ en met hem als keizer proberen te verwezenlijken. Dat maakt Baudets bewering dat die oorlog niet over ‘nationalisme’ ging erg bijzonder. De hele oorlog draaide om ‘nationalisme’. Nationalisme is een cruciaal onderdeel uit van zowel het fascisme als het nationaalsocialisme. Die hele ideologie draait juist om de sterke eigen natie die haar ‘rechtmatige plek in de wereldorde’ moet krijgen. Het nationaalsocialisme ontleent er zelfs een deel van de naam aan.

 “Als je een Nederlandse natiestaat wilt zijn, welk belang kun je er dan bij hebben om Denemarken erbij te trekken?” Zo vraagt Baudet zich af. Tja welk belang hadden de Duitser erbij om Polen binnen te vallen?  Welk belang hadden de Britten, Fransen en Israëliërs er in 1953 bij om Egypte binnen te vallen? Welk belang had Irak erbij om Iran aan te vallen? Welk belang hadden de Verenigde Staten erbij om Vietnam, Afghanistan en Irak binnen te vallen? Of wat verder terug in de tijd, welk belang hadden de Europese machten er in 1914 bij om elkaar naar de strot te vliegen? Op het Oostenrijkse rijk na, allemaal natiestaten. Het is nogal wat om dan te beweren dat ‘natiestaten inherent vreedzaam’ zijn.

Uitgelicht

‘De Wet van Volkert’

“Wanneer een onlinediscussie enige tijd duurt, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met Hitler of de ­nazi’s de waarde één.” De Wet van Godwin zoals is te lezen in de Volkskrant in een interview met de ‘bedenker’ van de wet, Mike Godwin. Wat Godwin met zijn Wet wilde: “Ik wilde daarmee aangeven hoe het peil van onlinediscussies na verloop van tijd daalt, en dat ons oordeel over hoe monsterachtig de nazi’s echt waren door de tijd kan worden aangetast.” Godwins doel was niet om vergelijkingen met het nazi-regime taboe te verklaren. Zo wordt de wet tegenwoordig wel geïnterpreteerd. Ik moest hieraan denken na het lezen van een Briefje van Jan bij TPO aan Natalie Righton, de nieuwe presentatrice van Buitenhof.

Europa in 1850. Bron: WikimediaCommons

Volgens Jan (Dijkgraaf) gaf Righton een slechte samenvatting van woorden uitgesproken door Thierry Baudet. Of het een slechte samenvatting was van het weinig verheffende wereldbeeld achter de  woorden van Baudet, dat mag iedereen voor zichzelf uitmaken. Het gaat mij om de volgende woorden van Dijkgraaf: “Nu moet jij maar hopen dat de nieuwe Volkert nog even wacht. Want je moet er toch niet aan denken dat die straks een briefje achterlaat op het levenloze lichaam van Thierry Baudet waarin hij verwijst naar het ‘gerenommeerde programma Buitenhof’ en jou de rol van inspirator toebedeelt.”

En ja hoor we zijn er weer: de vergelijking met Pim Fortuyn. Iedere keer als politici als Baudet, Wilders com suis worden aangesproken op hun uitspraken, dan ligt er een ‘Volkert’ op de loer. Dan maakt degene die hen aanspreekt, in dit geval Righton, op woorden die ze uitspreken, in dit geval Baudet, zich schuldig aan ‘demonisering’. Of om, zoals Godwin het zelf zegt, pseudowetenschappelijk te formuleren: ‘Wanneer een discussie met aanhangers van Baudet en Wilders com suis, enige tijd duurt, nader de waarschijnlijkheid dat Volkert zijn intrede doet de waarde één’. 

Dijkgraaf vervolgt zijn briefje met de woorden: “Of mag ik dat niet zeggen? Ben ik dan de schoft?” Beste meneer Dijkgraaf, u mag dat best zeggen. Het maakt uw betoog er echter niet sterker op. Nou ja betoog. U betoogt niets. U maakt bijvoorbeeld niet duidelijk wat het verschil is tussen Baudets “Europese, traditionele identiteiten” en Rightons woorden “blanke Europese ras”. Welke anders gekleurde ‘Europese traditionele identiteiten’ kent u? Dat u niets betoogt, is precies mijn punt en mijn bezwaar tegen deze, zoals ik hem maar noem, ‘Wet van Volkert’. Door die vergelijking te maken ‘stellt’ u, om er een Germanisme in te gooien, Righton ‘kalt’. U speelt het op de persoon, die ‘deugt niet’. En als een persoon ‘niet deugt’, dan hoef je er niet inhoudelijk op te reageren. Dat is een zwaktebod meneer Dijkgraaf.