Uitgelicht

Kennis opdoen

In de Volkskrant pleiten achtentwintig hoogleraren voor de hervorming van de Nederlandse veehouderijsector. Terecht vragen zij aandacht voor de negatieve kanten van de intensieve veehouderij voor de volksgezondheid, dierenwelzijn, aantasting van het milieu, verspilling van hulpbronnen en de bijdrage aan de temperatuurstijging via broeikasgassen. Als al die schade zou worden doorberekend, dan: “is het rendement van de veehouderij zelfs negatief. TNO berekende dat de toegevoegde waarde van de varkenshouderij 2,7 miljard euro is, terwijl de maatschappelijke kosten door belasting van natuur en milieu 4 miljard bedragen.” Dat moet anders, daar is de Ballonnendoorprikker het mee eens. 

varkens

Foto: Wikimedia Commons

Hun voorstel: “Progressieve belastingen op geïmporteerd veevoer, kunstmest, antibiotica, en chemische bestrijdingsmiddelen zijn hiervoor krachtige instrumenten. Dit zal leiden tot een verhoging van de prijs van voedsel dat op een vervuilende manier is geproduceerd, met als gevolg een verdere verschuiving in het koopgedrag van consumenten in de richting van minder vlees en meer verantwoord geproduceerd voedsel.” Tot schaarste zal dit niet leiden: “Tekorten aan vlees en melk zullen niet optreden, omdat de sector nu vooral voor de exportmarkt produceert.” Bovendien: “de nieuwe kennis die we opdoen over duurzame productiewijzen kan een geweldig exportproduct zijn.” Laten we hier eens wat dieper over nadenken.

Als Nederland die belastingen doorvoert dan nemen de kosten voor de veehouder toe. Zou dat het koopgedrag van de consument verschuiven in de door de hoogleraren gewenste richting? Of zou het ertoe leiden dat de veehouderij zich uitbreidt in een land waar die belastingen niet worden geheven? Vlees en melk die daar dus goedkoper kunnen worden geproduceerd? Vlees en melk die geëxporteerd worden naar Nederland alwaar het de consument verleidt door de lagere prijs dan eventueel resterend Nederlands vlees? 

Volgens de hoogleraren gaat dat niet gebeuren en is dit een zwak tegenargument: “die andere landen hebben zich eveneens gecommitteerd aan het klimaatakkoord.” Maar beste hoogleraren, dat wil nog niet zeggen dat zij dezelfde maatregelen gaan nemen. Wellicht liggen in die landen andere maatregelen om aan de akkoorden te voldoen veel meer voor de hand. Een van de belangrijke vlees-producerende landen, de VS, heeft zich trouwens teruggetrokken uit dat akkoord.  

Laten we nu eens aannemen dat andere landen precies dezelfde maatregelen nemen, zouden er dan echt geen tekorten aan vlees en melk optreden? Inderdaad produceert Nederland voor de exportmarkt en dan zal er minder te exporteren zijn. Spiegelbeeld hiervan is dat er voor andere landen minder te importeren is. Zou dat niet tot schaarste kunnen leiden? Tot schaarste en vervolgens hogere prijzen die er ook in Nederland voor kunnen zorgen dat melk en vlees onbetaalbaar worden? 

Gelukkig kunnen we dan die opgedane kennis nog exporteren. Of toch niet? Andere landen doen immers dezelfde kennis op.

Uitgelicht

Overheid, economie en samenleving

“Het socialisme is niet een goed plan dat slecht wordt uitgevoerd, het is gewoon een heel slecht plan,” zo betoogt Willem Melching in de Volkskrant. Socialisten maken, volgens Melching, twee denkfouten. Als eerste dat het kiezen voor collectief bezit en planning: “vanzelf een rationele en rechtvaardige maatschappij,” oplevertDe tweede denkfout: “Het socialisme gaat namelijk uit van het idee dat de mens van nature goed is. Maar dat is helemaal niet zo. De mens is een egoïst, die tot alle kwaad geneigd is.” Naast die structurele fouten zien socialisten ook de rol van crises in het kapitalisme verkeerd: “het kapitalisme verkeert in een permanente crisis. Maar daarom blijft het functioneren, daarom blijft het zich aanpassen en daarom wordt de mensheid elk jaar weer een beetje rijker en een beetje gezonder en een beetje knapper.” Melching sluit af met de opmerking dat: “Wie na 1989 nog steeds pleit voor meer planning en meer overheid in de economie moet wel een geweldig bord voor zijn kop hebben.”

bord voor de kop

Foto: Flickr

Bij deze solliciteer ik naar dat bord. Niet omdat ik pleit voor een ‘socialistische samenleving, maar omdat ik pleit voor meer overheidsingrijpen. Meer overheidsingrijpen omdat de mensheid wellicht rijker wordt van die permanente crisis, maar die rijkdom en de schade van die crisis erg slecht worden verdeeld. Zo zijn de banken en hun aandeelhouders na de laatste grote crisis gespaard en is het gelag betaald door de belastingbetalende  Jan met de Pet. Meer overheidsingrijpen dat zich richt op de bescherming van Jan tegen de Shells en Unilevers die via een ‘wetenschappelijk onderzoekje’ een belastingverlaging van anderhalf miljard afdwingen dat door Jan moet worden betaald. 

Meer overheidsingrijpen omdat de markt slecht is in fundamenteel onderzoek. Je weet daarvan immers niet op voorhand of en wanneer het iets gaat opleveren. Alle producten waar de Apple’s, Google’s en andere techgiganten nu mooie sier mee maken, zijn gebouwd op producten die met overheidsgeld zijn ontwikkeld, zoals Mariana Mazzucato laat zien.

Maar vooral meer overheidsingrijpen om de economie een veel minder prominente plek te geven in de samenleving. Veel recentelijk ‘vermarkte’ zaken verhouden zich slecht tot de markt. Neem de zorg, als je je been hebt gebroken, dan ga je niet eerst een marktonderzoek doen en offertes opvragen bij verschillende ziekenhuizen. Meer overheidsingrijpen dat ervoor zorgt dat ‘economie’ weer een middel wordt om iets anders te bereiken, een prettige samenleving voor iedereen, en niet het ‘heilige doel’ is.

Als dit een ‘bord voor de kop’ waard is, dan zal ik het met trots dragen.

Uitgelicht

Burgerschapsvorming en versplintering

Elma Drayer vindt, in haar column in de Volkskrant, dat minister Slob groot gelijk heeft dat hij aandacht voor burgerschapsvorming wil verplichten. Aandacht voor burgerschapsvorming om” toenemende ‘mentale segregatie,” te bestrijden. ‘Leerlingen met verschillende denkbeelden die wel bij elkaar in de klas zitten, staan soms lijnrecht tegenover elkaar en zijn daarnaast maar matig geïnteresseerd in elkaar.” Om: “de ‘versplinterde identiteiten’ en de ‘versnippering’,” die een directeur van een school die zij aanhaalt signaleerde. Volgens Drayer is burgerschapsvorming de oplossing: “Het zal niet eenvoudig zijn om ook deze loodzware klus te klaren. Maar een andere weg? Ik zie hem niet.”

CBC_Classroom_1932

Foto: Wikimedia Commons

Dat mensen mentaal gesegregeerd zijn en dat die segregatie groot is en het vermogen om je in de ander in te leven een schaars goed is, valt dagelijks te zien. Neem het voornemen van Pegida om voor moskeeën een barbecue met varkensvlees te houden. getuigt dat niet van een compleet gebrek aan respect en inlevingsvermogen? Zo zijn er vele voorbeelden te noemen. Voorbeelden van mensen die zwelgen in het gelijk van de bubbel waarin zij verkeren. Die zelfs zo ver gaan dat ze erover denken een ‘eigen zuil’ op te richten. Voorbeelden van mensen waar ‘identiteit’ betekent anderen buitensluiten en verketteren voorbeelden van links en rechts.

Segregatie die wordt ondersteund door taal beginnend met woorden als allochtoon en autochtoon. Woorden als ‘integratie’ of ‘inburgering waarmee mensen buiten de groep worden geplaatst. Woorden zoals ‘Nederlandse, Turkse of … identiteit’. Woorden die worden gebruikt om onderscheid tussen mensen te maken. Woorden als ‘tweede, derde generatie migranten’ voor mensen die gewoon hier geboren zijn.

Segregatie die wordt ondersteund met beleid. Beleid dat onderscheid maakt tussen mensen op basis van zaken waar zij niets aan kunnen doen, zoals het geboorteland van hun ouders. Beleid zoals inburgeringscursussen en -examens die tot niets leiden, want na het behalen van dat examen wordt je nog steeds als ‘niet ingeburgerd’ gezien. Een status die zelfs je verre nazaten blijven behouden.

Dat we kinderen: “wegwijs (moeten) maken in ‘de spelregels van onze democratie’, dat zij kennis op moeten doen over het functioneren van de maatschappij, staat buiten kijf.  Dat was altijd al de opdracht van het onderwijs. Zou de mentale segregatie werkelijk minder worden met burgerschapsvorming in het onderwijs?

Wat zou daarbij effectiever zijn, de ‘wet Slob’ of het doel van het onderwijs verschuiven van de nadruk op een plek op de arbeidsmarkt en dus ‘werk, werk, werk’ naar voorbereiden op het leven? En, in het verlengde daarvan, economie zien als een middel in plaats van het doel dat het nu is?

Uitgelicht

Raad van Raadgevende Adviseurs

In de Volkskrant pleit Dave Ensberg-Kleijkers voor de herintroductie van de Raad voor Economische Adviseurs. Herintroductie omdat deze raad, die bestond uit hoogleraren economie en (overheids)financiën en de Kamer gevraagd en ongevraagd advies gaf, al eerder bestond. De raad hief zichzelf op omdat haar adviezen werden gezien als: “‘te columnachtig’, ‘borrelpraat’ en ‘te politiek’.” En haar werk: “de rapporten matig onderbouwd of ‘technocratisch’,”  Ensbergen-Kleijkers wil de raad weer ‘heroprichten’ omdat de Kamer voor haar werk leunt op: “enkele beleidsmedewerkers, sta­giaires en de Algemene Rekenkamer. De beleidsmedewerkers zijn doorgaans jonge, pas afgestudeerde mensen met een te brede portefeuille en (te) veel politieke ambities.” Niet voldoende aldus Ensbergen-Kleijkers. 

Aanbieding_koffertje_Tweede_Kamer_Prinsjesdag_2015_07

Foto: Wikimedia Commons

Zou zo’n raad uitkomst bieden als Kamerleden geen verstand van economie hebben? Nu is er iets vreemds met economen, ze kunnen alle besluiten onderbouwen. Hun ‘advies’ hangt af van hun ‘kijk’ op de samenleving. De ene econoom zal je haarfijn, vanuit zijn ‘kijk’ op de wereld, kunnen uitleggen waarom de afschaffing van de dividendbelasting slecht is. Zijn collega met een andere ‘kijk’ waarom je het juist zou moeten doen. Nu zijn er ook economen, zoals Ha-Joon Chang, die je zullen zeggen dat; “Economie voor 95 procent gezond verstand’” is, “dat ingewikkeld is gemaakt.” En dat: “zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering in eenvoudige termen kan worden uitgelegd.” 

Dat zouden zelfs ‘eenvoudige’ Kamerleden moeten kunnen begrijpen. Daar zou geen aparte Raad voor nodig moeten zijn. Waarin verschilt economie trouwens van andere zaken die ‘ingewikkeld en lastig’ zijn? Zou er dan niet ook een Raad van Ethici moeten komen om de Kamerleden te adviseren over ethische kwesties? Een Raad van Historici om te adviseren over historische kwesties? De zaken in het regeerakkoord over ‘Wilhelmuskunde’ tonen de noodzaak daartoe wel aan en dan zat er met Rutte nog wel een historicus aan tafel. Of waarom geen Raad van Informatiedeskundigen om te adviseren over ‘internettrollen’, of een Raad van Automonteurs, Bakkers enzovoorts?    

Vervolgens zou je ook nog de ‘metavraag’ kunnen stellen. Zou er dan niet ook een Raad van Raadgevende Adviseurs moeten komen?

Uitgelicht

Auto(Taal)maatje

“Wil je leren autorijden? Dan is een auto-maatje iets voor jou. Je krijgt een vast auto-maatje, een vrijwilliger, met wie je over koetjes en kalfjes kunt praten en ondertussen oefen je je rijvaardigheid.” Broodroof! Je kunt niet iedere vrijwillige ‘beunhaas’ met een rijbewijs rijles laten geven, dat is vragen om ongelukken. Een rijbewijs hebben en eventueel ook nog goed kunnen autorijden, wil niet zeggen dat je ook goed rijles kunt geven. Daarvoor moet je zijn opgeleid. 

lesauto

Foto: Flickr

“Wil jij Nederlands leren? Maar liever niet in een klas? Dan is een taalmaatje iets voor jou. Je krijgt een vast taalmaatje, een vrijwilliger, met wie je kunt praten, lezen, televisie kijken, koffie of thee drinken, of wandelen. Wat je wilt. Ondertussen oefen je in jullie gesprekken je Nederlands. En natuurlijk leer je zo ook veel van elkaars taal en cultuur. Je taalmaatje trekt ruim een jaar lang met je op.” Deze tekst is te lezen op de site van Humanitas en het is daarmee niet de enige die dit doet. Dit geheel tot plezier van de overheid want het spaart veel geld.

Is het onderwijzen van een taal niet ook een vak? Zouden Nederlandse taallessen niet alleen gegeven mogen worden door gediplomeerde docenten Nederlands? Laten we het eens anders stellen, zouden we het accepteren als een automonteur zonder opleiding in de Nederlandse taal, als vrijwilliger Nederlands gaat geven op een middelbare school? We zouden onze kinderen van die school halen. Waarom staan we dan wel toe dat nieuwkomers Nederlands gaan leren bij ongediplomeerde vrijwilligers? Natuurlijk, het is prachtig dat mensen, anderen, die nieuw zijn in Nederland helpen om hun weg te vinden dat is eigenlijk een ‘burenplicht’, maar Nederlandse les geven?  

Even over die overheid. Die zit aan de ene kant nieuwkomers achter de veren en wil hen het liefst zo snel mogelijk uit de uitkering hebben. Aan de andere kant moeten de nieuwkomers eerst een ‘inburgeringscursus’ volgen voordat ze aan de slag mogen. Als we die tegenstrijdigheid even vergeten, is het dan niet vreemd dat het streven naar betaald werk voor nieuwkomers gerealiseerd moet worden door het inzetten van vrijwilligers? Soms ook vrijwilligers die van dezelfde uitkering gebruikmaken en op eenzelfde manier achter de veren worden gezeten? 

Uitgelicht

Buigend riet

“Ook het nieuwe kabinet probeert de groeiende kloof tussen vast en flex te keren. De wet Arbeidsmarkt in Balans moet vast werk minder vast maken en flexibel werk minder flexibel. Maar de plannen van D66-minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zijn door zowel de werkgevers als de vakbonden al zwaar bekritiseerd. Dat is zorgelijk, vindt hoogleraar Wilthagen. ‘Nederland zit al in de Europese kopgroep met tijdelijk werk. We moeten niet Spanje nog verder achterna gaan, met een grote groep werknemers die in onzekerheid moet leven.’” Deze alinea bevat de centrale boodschap van een artikel van Wilco Dekker over flexwerken in de Volkskrant. 

Riet

Foto: PxHere

Aanleiding voor het artikel is de sterke stijging van flexwerk die blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. En flex levert problemen: “Flexwerkers verdienen minder, bouwen geen of minder pensioen op, hebben minder opleidingsmogelijkheden en krijgen lastiger een hypotheek, dus ze hebben een veel zwakkere positie dan mensen met een vast contract,” zo zegt hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen. Om daaraan wat te doen moet flex dus minder flex en vast minder vast. Maar hoe vast moet flex worden en hoe flex vast? Wat is de juiste balans? Wat is vast en flex genoeg zodat er voldoende pensioen wordt opgebouwd, voldoende opleidingsmogelijkheden zijn en een hypotheek kan worden verkregen?

Is dat vaste dat toch flex moet zijn of dat flex dat toch ook vastigheid in zich moet hebben alleen maar via de kant van arbeidscontracten en arbeidswetgeving te regelen? Via wetten met termijnen waarin verplichtingen worden opgelegd om na x-contracten of een x-periode iemand in vaste dienst te nemen? De ervaringen leren dat er tot nu toe geen wet kon worden bedacht zonder ‘gaten’ waarvan weer grif gebruikt wordt gemaakt.

Als het probleem van te ‘flex’ lagere beloning en groeiende onzekerheid is, zouden er dan ook andere mogelijkheden zijn om voor meer zekerheid te zorgen? Om mensen te beschermen tegen die lagere beloning? 

Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen hier uitkomst kunnen bieden? Omzeilt dat niet het probleem dat flex te flex en vast te vast wordt? Zou dat niet het ‘riet’ kunnen zijn dat stevig verankert flexibel meebuigt met de wind?

Uitgelicht

Sperjesveld

In de Volkskrant houdt Eveline Wagenaar een pleidooi voor meer begeleiding van asielzoekers. Die worden nu veel te veel aan hun lot over gelaten. Dat moet anders: “vluchtelingen klaar (stomen) voor werk met intensieve aandacht voor de taal, een in de betreffende sector gepaste werkhouding, gevolgd door een praktijk-opleiding en vakinhoudelijke en mentale begeleiding tijdens het werk. Hierdoor zouden vluchtelingen binnen zes maanden taalvaardig kunnen zijn, voor werk beschikbaar en uit de bijstand.” Dat zou volgens Wagenaar zo’n 10 mille per deelnemer kosten en: “voldoende kunnen zijn om meer dan 140 mille aan bijstandskosten te besparen.”

asperges steken

Illustratie: Flickr

In haar bijdrage geeft ze een opsomming van knelpunten die ervoor zorgen dat vluchtelingen niet verder komen. Het eerste knelpunt:“Als je twee keer per week drie uur les hebt, zakt de kennis snel weg als je de stof niet oefent.” Vervolgens constateert zij: “Als je slaagt voor het inburgeringsexamen, is het de vraag of je kennis van Nederland voldoende is om werkelijk te participeren in onze samenleving.” Als derde: “Nederlanders en ook vluchtelingen van 30 jaar en ouder hebben geen recht meer op studiefinanciering, dus gesubsidieerd (bekostigd) onderwijs is voor hen niet toegankelijk. Zij kunnen vaak alleen participeren als zij zelf een baan vinden. Als er niets wordt ondernomen, blijft deze groep ‘gevangen’ in de bijstand.”Knelpunten die ervoor zorgen dat de vluchteling zijn weg niet vindt: “Toegang tot de arbeidsmarkt is niet mogelijk zonder beheersing van de taal en aanvullende opleidingen.”

Meer aandacht en begeleiding voor vluchtelingen is iets wat de Ballonnendoorprikker onderschrijft. Toch is er iets aan de redenering van Wagenaar dat knelt. Is het werkelijk zo dat de arbeidsmarkt alleen toegankelijk is als je de taal beheerst en een aanvullende opleiding hebt genoten? Hoe komt het dan dat Oost-Europese arbeiders massaal aan de slag zijn in Nederland? In productiebedrijven, de logistiek en de tuinbouw zijn er velen actief. Zeker in die laatste sector die veel seizoensarbeid kent zoals het aspergesteken waarvoor het nu weer het seizoen is? Velen van hen spreken geen woord Nederlands en zijn toch aan de slag.

Trouwens over dat asperges steken door Poolse arbeidsmigranten gesproken.  Dat wordt door de Venlose muzikant Frans Pollux mooi bezongen in Sperjesveld. Een Venlose vertaling van het nummer Erie Canal, te vinden op zijn prachtige cd Pollux duit Springsteen.