Uitgelicht

‘Scheefeten’

Als mensen zich dan toch druk maken over misbruik van voorzieningen: “dan zijn de scheefwoners toch een veel omvangrijker groep om je zorgen over te maken,” zo schrijft Matthias Pauw bij RTLZ. Scheefwoners zijn mensen met een sociale huurwoning die meer verdienen dan € 37.000, de grens waaronder je in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. Alleen scheefwoners: “krijgen geen hoon naar hun hoofd. Geen maatschappelijke verontwaardiging. Geen mensen op Facebook die ze voor rotte vis en alles wat niet deugt uitmaken.” Dit in tegenstelling tot de asielzoekers: “Wie het waagt om reacties op internet te lezen, komt in een bedroevende wereld terecht van mensen die een angst voor het delen van wat publieke voorzieningen probleemloos weten te combineren met hartvochtigheid van peilloze diepten.” Laat ik voorop stellen, en dat zal mijn vaste lezers niet verbazen, dat ik asielzoekers niets verwijt. Dat laat onverlet, dat er bij Pauws ‘strijd’ tegen scheefwonen het nodige af is te dingen.

Aldi_Food_Market_Grocery_Store_(16251686541)

Foto: Wikimedia Commons

Het is goed dat Pauw aandacht vraagt voor de knellende woningmarkt. Maar zijn scheefwoners werkelijk de: “rasprofiteurs die de solidariteit in Nederland echt op het spel zetten en het systeem tot de laatste druppel uitwringen voor eigen gewin en misplaatste zuinigheid.” Pauw haalt een voorbeeld aan van iemand die € 5.000 verdient en maar € 250 huur betaalt, zou dat voorbeeld representatief zijn? Zou het grootste deel van de ‘scheefwoners’ niet bestaan uit mensen die net boven de inkomensgrens van een sociale huurwoning zitten en die met hun inkomen niet kunnen kopen noch huren op de particuliere markt zonder terug te gaan van hun kleine gezinswoning naar een veredelde kamer?

Is er trouwens een wet die bepaalt welk deel van je inkomen je aan woonlasten moet uitgeven? Als die er niet is, dan staat het mensen vrij om zelf te bepalen of zij hun ‘meerdere inkomen’ willen uitgeven aan wonen, een auto of vakantie. 

Diezelfde persoon met zijn inkomen van € 5.000 gaat zijn eten wellicht ook kopen bij de Aldi. Zo geeft hij maar een heel klein deel van zijn inkomen uit aan voedsel terwijl hij veel beter en luxer voedsel kan betalen. Draagt de ‘scheefeter’ bovendien niet bij aan veel dierenleed en het uitknijpen van de agrarische sector? Zullen we dit ‘scheefeten’ dan ook maar meteen aanpakken? Nu we toch bezig zijn, laten we het dan maar meteen op alle terreinen toepassen en een wet maken die bepaalt welk percentage van je inkomen je waaraan moet uitgeven.

Is de ‘scheefwoner’ niet gewoon de ‘zondebok’ voor het probleem dat er te weinig sociale huurwoningen en goedkope koopwoningen zijn? Dat niet de vraag de markt bepaalt maar het aanbod?

Uitgelicht

Migranten en miljarden

“Het investeren in de noden van wat je de ‘Europa-gangers’ zou kunnen noemen, en het negeren van de noden van de thuisblijvers, is vanuit een echt humanitair engagement discriminatie. Je maakt namelijk een onderscheid dat ongeoorloofd is. Dat is de definitie van discriminatie: het maken van een ongeoorloofd onderscheid.” Aldus Paul Cliteur, de baas van het wetenschappelijk bureau van het Forum voor Democratie bij ThePostOnline. “Het geld dat je zou willen besteden aan humanitaire hulp, zou je dan ook niet moeten investeren in diegenen die de Middellandse Zee over willen, maar in de armen die in hun land blijven. Pas dan lever je echte humanitaire hulp.” Ik ben het met Cliteur eens dat we moeten investeren in de mensen die in die landen achterblijven. Toch rammelt er iets aan zijn redenering.

Kiinamalexpress

Foto: Wikipedia

Cliteur onderbouwt zijn betoog met een filmpje waarin een man de effecten van migratie uitlegt. Cliteur: “Over deze discussie is de laatste tijd heel wat inkt gevloeid, maar zelden is het zo helder uiteengezet dat zelfs ik het kan begrijpen.” Die man beweert dat de wereld, en vooral de landen waar de migranten vandaan komen, beter af is als het miljoen migranten die jaarlijks naar de VS komen, thuis zouden blijven. Dat zijn namelijk de mensen die in die landen het verschil kunnen maken. Door weg te trekken wordt dat verschil niet gemaakt. Bovendien is dat miljoen een druppel op een gloeiende plaat die jaarlijks met meer dan tachtig miljoen mensen toeneemt. Conclusie van de man en van Cliteur, stop de migranten en investeer in de landen van herkomst. Met dat laatste ben ik het eens, alleen ontbreekt dat investeren in die landen op de agenda van het Forum voor Democratie.

Zou het niet kunnen dat juist het toelaten van die migranten leidt tot die investering in de landen van herkomst? Een interessante vraag. “Volgens officiële cijfers van de Wereldbank sturen migranten jaarlijks rond de 8 miljard euro vanuit Nederland naar hun thuisland,” zo publiceerde De Nederlandsche Bank  in 2013. En waarschijnlijk is het nog veel meer omdat: “Zij niet alleen geld naar familie en vrienden in hun thuisland overmaken via officiële financiële instellingen, zoals een bank of een geregistreerd geldtransactiekantoor, maar dat zij ook regelmatig gebruik maken van informele kanalen, zoals het meegeven van geld aan familie of kennissen die afreizen naar het thuisland, het zelf meenemen van geld tijdens een vakantie, of het opnemen van geld uit een geldautomaat wanneer men zelf in het buitenland is.” Daar steekt de ontwikkelingshulp, in 2018 ongeveer 2,5 miljard, schril bij af. 

Die 8 miljard gaan rechtstreeks naar mensen. Die 2,5 miljard kennen een strijkstok. Die 8 miljard komen alleen maar uit Nederland. Zouden het miljoen migranten dat per jaar de VS binnenkomen niet ook geld sturen? En de migranten in Duitsland, Denemarken, Engeland of welk ander land? Iets om over na te denken. 

Uitgelicht

Kennis opdoen

In de Volkskrant pleiten achtentwintig hoogleraren voor de hervorming van de Nederlandse veehouderijsector. Terecht vragen zij aandacht voor de negatieve kanten van de intensieve veehouderij voor de volksgezondheid, dierenwelzijn, aantasting van het milieu, verspilling van hulpbronnen en de bijdrage aan de temperatuurstijging via broeikasgassen. Als al die schade zou worden doorberekend, dan: “is het rendement van de veehouderij zelfs negatief. TNO berekende dat de toegevoegde waarde van de varkenshouderij 2,7 miljard euro is, terwijl de maatschappelijke kosten door belasting van natuur en milieu 4 miljard bedragen.” Dat moet anders, daar is de Ballonnendoorprikker het mee eens. 

varkens

Foto: Wikimedia Commons

Hun voorstel: “Progressieve belastingen op geïmporteerd veevoer, kunstmest, antibiotica, en chemische bestrijdingsmiddelen zijn hiervoor krachtige instrumenten. Dit zal leiden tot een verhoging van de prijs van voedsel dat op een vervuilende manier is geproduceerd, met als gevolg een verdere verschuiving in het koopgedrag van consumenten in de richting van minder vlees en meer verantwoord geproduceerd voedsel.” Tot schaarste zal dit niet leiden: “Tekorten aan vlees en melk zullen niet optreden, omdat de sector nu vooral voor de exportmarkt produceert.” Bovendien: “de nieuwe kennis die we opdoen over duurzame productiewijzen kan een geweldig exportproduct zijn.” Laten we hier eens wat dieper over nadenken.

Als Nederland die belastingen doorvoert dan nemen de kosten voor de veehouder toe. Zou dat het koopgedrag van de consument verschuiven in de door de hoogleraren gewenste richting? Of zou het ertoe leiden dat de veehouderij zich uitbreidt in een land waar die belastingen niet worden geheven? Vlees en melk die daar dus goedkoper kunnen worden geproduceerd? Vlees en melk die geëxporteerd worden naar Nederland alwaar het de consument verleidt door de lagere prijs dan eventueel resterend Nederlands vlees? 

Volgens de hoogleraren gaat dat niet gebeuren en is dit een zwak tegenargument: “die andere landen hebben zich eveneens gecommitteerd aan het klimaatakkoord.” Maar beste hoogleraren, dat wil nog niet zeggen dat zij dezelfde maatregelen gaan nemen. Wellicht liggen in die landen andere maatregelen om aan de akkoorden te voldoen veel meer voor de hand. Een van de belangrijke vlees-producerende landen, de VS, heeft zich trouwens teruggetrokken uit dat akkoord.  

Laten we nu eens aannemen dat andere landen precies dezelfde maatregelen nemen, zouden er dan echt geen tekorten aan vlees en melk optreden? Inderdaad produceert Nederland voor de exportmarkt en dan zal er minder te exporteren zijn. Spiegelbeeld hiervan is dat er voor andere landen minder te importeren is. Zou dat niet tot schaarste kunnen leiden? Tot schaarste en vervolgens hogere prijzen die er ook in Nederland voor kunnen zorgen dat melk en vlees onbetaalbaar worden? 

Gelukkig kunnen we dan die opgedane kennis nog exporteren. Of toch niet? Andere landen doen immers dezelfde kennis op.

Uitgelicht

Overheid, economie en samenleving

“Het socialisme is niet een goed plan dat slecht wordt uitgevoerd, het is gewoon een heel slecht plan,” zo betoogt Willem Melching in de Volkskrant. Socialisten maken, volgens Melching, twee denkfouten. Als eerste dat het kiezen voor collectief bezit en planning: “vanzelf een rationele en rechtvaardige maatschappij,” oplevertDe tweede denkfout: “Het socialisme gaat namelijk uit van het idee dat de mens van nature goed is. Maar dat is helemaal niet zo. De mens is een egoïst, die tot alle kwaad geneigd is.” Naast die structurele fouten zien socialisten ook de rol van crises in het kapitalisme verkeerd: “het kapitalisme verkeert in een permanente crisis. Maar daarom blijft het functioneren, daarom blijft het zich aanpassen en daarom wordt de mensheid elk jaar weer een beetje rijker en een beetje gezonder en een beetje knapper.” Melching sluit af met de opmerking dat: “Wie na 1989 nog steeds pleit voor meer planning en meer overheid in de economie moet wel een geweldig bord voor zijn kop hebben.”

bord voor de kop

Foto: Flickr

Bij deze solliciteer ik naar dat bord. Niet omdat ik pleit voor een ‘socialistische samenleving, maar omdat ik pleit voor meer overheidsingrijpen. Meer overheidsingrijpen omdat de mensheid wellicht rijker wordt van die permanente crisis, maar die rijkdom en de schade van die crisis erg slecht worden verdeeld. Zo zijn de banken en hun aandeelhouders na de laatste grote crisis gespaard en is het gelag betaald door de belastingbetalende  Jan met de Pet. Meer overheidsingrijpen dat zich richt op de bescherming van Jan tegen de Shells en Unilevers die via een ‘wetenschappelijk onderzoekje’ een belastingverlaging van anderhalf miljard afdwingen dat door Jan moet worden betaald. 

Meer overheidsingrijpen omdat de markt slecht is in fundamenteel onderzoek. Je weet daarvan immers niet op voorhand of en wanneer het iets gaat opleveren. Alle producten waar de Apple’s, Google’s en andere techgiganten nu mooie sier mee maken, zijn gebouwd op producten die met overheidsgeld zijn ontwikkeld, zoals Mariana Mazzucato laat zien.

Maar vooral meer overheidsingrijpen om de economie een veel minder prominente plek te geven in de samenleving. Veel recentelijk ‘vermarkte’ zaken verhouden zich slecht tot de markt. Neem de zorg, als je je been hebt gebroken, dan ga je niet eerst een marktonderzoek doen en offertes opvragen bij verschillende ziekenhuizen. Meer overheidsingrijpen dat ervoor zorgt dat ‘economie’ weer een middel wordt om iets anders te bereiken, een prettige samenleving voor iedereen, en niet het ‘heilige doel’ is.

Als dit een ‘bord voor de kop’ waard is, dan zal ik het met trots dragen.

Uitgelicht

Burgerschapsvorming en versplintering

Elma Drayer vindt, in haar column in de Volkskrant, dat minister Slob groot gelijk heeft dat hij aandacht voor burgerschapsvorming wil verplichten. Aandacht voor burgerschapsvorming om” toenemende ‘mentale segregatie,” te bestrijden. ‘Leerlingen met verschillende denkbeelden die wel bij elkaar in de klas zitten, staan soms lijnrecht tegenover elkaar en zijn daarnaast maar matig geïnteresseerd in elkaar.” Om: “de ‘versplinterde identiteiten’ en de ‘versnippering’,” die een directeur van een school die zij aanhaalt signaleerde. Volgens Drayer is burgerschapsvorming de oplossing: “Het zal niet eenvoudig zijn om ook deze loodzware klus te klaren. Maar een andere weg? Ik zie hem niet.”

CBC_Classroom_1932

Foto: Wikimedia Commons

Dat mensen mentaal gesegregeerd zijn en dat die segregatie groot is en het vermogen om je in de ander in te leven een schaars goed is, valt dagelijks te zien. Neem het voornemen van Pegida om voor moskeeën een barbecue met varkensvlees te houden. getuigt dat niet van een compleet gebrek aan respect en inlevingsvermogen? Zo zijn er vele voorbeelden te noemen. Voorbeelden van mensen die zwelgen in het gelijk van de bubbel waarin zij verkeren. Die zelfs zo ver gaan dat ze erover denken een ‘eigen zuil’ op te richten. Voorbeelden van mensen waar ‘identiteit’ betekent anderen buitensluiten en verketteren voorbeelden van links en rechts.

Segregatie die wordt ondersteund door taal beginnend met woorden als allochtoon en autochtoon. Woorden als ‘integratie’ of ‘inburgering waarmee mensen buiten de groep worden geplaatst. Woorden zoals ‘Nederlandse, Turkse of … identiteit’. Woorden die worden gebruikt om onderscheid tussen mensen te maken. Woorden als ‘tweede, derde generatie migranten’ voor mensen die gewoon hier geboren zijn.

Segregatie die wordt ondersteund met beleid. Beleid dat onderscheid maakt tussen mensen op basis van zaken waar zij niets aan kunnen doen, zoals het geboorteland van hun ouders. Beleid zoals inburgeringscursussen en -examens die tot niets leiden, want na het behalen van dat examen wordt je nog steeds als ‘niet ingeburgerd’ gezien. Een status die zelfs je verre nazaten blijven behouden.

Dat we kinderen: “wegwijs (moeten) maken in ‘de spelregels van onze democratie’, dat zij kennis op moeten doen over het functioneren van de maatschappij, staat buiten kijf.  Dat was altijd al de opdracht van het onderwijs. Zou de mentale segregatie werkelijk minder worden met burgerschapsvorming in het onderwijs?

Wat zou daarbij effectiever zijn, de ‘wet Slob’ of het doel van het onderwijs verschuiven van de nadruk op een plek op de arbeidsmarkt en dus ‘werk, werk, werk’ naar voorbereiden op het leven? En, in het verlengde daarvan, economie zien als een middel in plaats van het doel dat het nu is?

Raad van Raadgevende Adviseurs

In de Volkskrant pleit Dave Ensberg-Kleijkers voor de herintroductie van de Raad voor Economische Adviseurs. Herintroductie omdat deze raad, die bestond uit hoogleraren economie en (overheids)financiën en de Kamer gevraagd en ongevraagd advies gaf, al eerder bestond. De raad hief zichzelf op omdat haar adviezen werden gezien als: “‘te columnachtig’, ‘borrelpraat’ en ‘te politiek’.” En haar werk: “de rapporten matig onderbouwd of ‘technocratisch’,”  Ensbergen-Kleijkers wil de raad weer ‘heroprichten’ omdat de Kamer voor haar werk leunt op: “enkele beleidsmedewerkers, sta­giaires en de Algemene Rekenkamer. De beleidsmedewerkers zijn doorgaans jonge, pas afgestudeerde mensen met een te brede portefeuille en (te) veel politieke ambities.” Niet voldoende aldus Ensbergen-Kleijkers. 

Aanbieding_koffertje_Tweede_Kamer_Prinsjesdag_2015_07

Foto: Wikimedia Commons

Zou zo’n raad uitkomst bieden als Kamerleden geen verstand van economie hebben? Nu is er iets vreemds met economen, ze kunnen alle besluiten onderbouwen. Hun ‘advies’ hangt af van hun ‘kijk’ op de samenleving. De ene econoom zal je haarfijn, vanuit zijn ‘kijk’ op de wereld, kunnen uitleggen waarom de afschaffing van de dividendbelasting slecht is. Zijn collega met een andere ‘kijk’ waarom je het juist zou moeten doen. Nu zijn er ook economen, zoals Ha-Joon Chang, die je zullen zeggen dat; “Economie voor 95 procent gezond verstand’” is, “dat ingewikkeld is gemaakt.” En dat: “zelfs voor de resterende 5 procent geldt dat de essentie van de redenering in eenvoudige termen kan worden uitgelegd.” 

Dat zouden zelfs ‘eenvoudige’ Kamerleden moeten kunnen begrijpen. Daar zou geen aparte Raad voor nodig moeten zijn. Waarin verschilt economie trouwens van andere zaken die ‘ingewikkeld en lastig’ zijn? Zou er dan niet ook een Raad van Ethici moeten komen om de Kamerleden te adviseren over ethische kwesties? Een Raad van Historici om te adviseren over historische kwesties? De zaken in het regeerakkoord over ‘Wilhelmuskunde’ tonen de noodzaak daartoe wel aan en dan zat er met Rutte nog wel een historicus aan tafel. Of waarom geen Raad van Informatiedeskundigen om te adviseren over ‘internettrollen’, of een Raad van Automonteurs, Bakkers enzovoorts?    

Vervolgens zou je ook nog de ‘metavraag’ kunnen stellen. Zou er dan niet ook een Raad van Raadgevende Adviseurs moeten komen?

Auto(Taal)maatje

“Wil je leren autorijden? Dan is een auto-maatje iets voor jou. Je krijgt een vast auto-maatje, een vrijwilliger, met wie je over koetjes en kalfjes kunt praten en ondertussen oefen je je rijvaardigheid.” Broodroof! Je kunt niet iedere vrijwillige ‘beunhaas’ met een rijbewijs rijles laten geven, dat is vragen om ongelukken. Een rijbewijs hebben en eventueel ook nog goed kunnen autorijden, wil niet zeggen dat je ook goed rijles kunt geven. Daarvoor moet je zijn opgeleid. 

lesauto

Foto: Flickr

“Wil jij Nederlands leren? Maar liever niet in een klas? Dan is een taalmaatje iets voor jou. Je krijgt een vast taalmaatje, een vrijwilliger, met wie je kunt praten, lezen, televisie kijken, koffie of thee drinken, of wandelen. Wat je wilt. Ondertussen oefen je in jullie gesprekken je Nederlands. En natuurlijk leer je zo ook veel van elkaars taal en cultuur. Je taalmaatje trekt ruim een jaar lang met je op.” Deze tekst is te lezen op de site van Humanitas en het is daarmee niet de enige die dit doet. Dit geheel tot plezier van de overheid want het spaart veel geld.

Is het onderwijzen van een taal niet ook een vak? Zouden Nederlandse taallessen niet alleen gegeven mogen worden door gediplomeerde docenten Nederlands? Laten we het eens anders stellen, zouden we het accepteren als een automonteur zonder opleiding in de Nederlandse taal, als vrijwilliger Nederlands gaat geven op een middelbare school? We zouden onze kinderen van die school halen. Waarom staan we dan wel toe dat nieuwkomers Nederlands gaan leren bij ongediplomeerde vrijwilligers? Natuurlijk, het is prachtig dat mensen, anderen, die nieuw zijn in Nederland helpen om hun weg te vinden dat is eigenlijk een ‘burenplicht’, maar Nederlandse les geven?  

Even over die overheid. Die zit aan de ene kant nieuwkomers achter de veren en wil hen het liefst zo snel mogelijk uit de uitkering hebben. Aan de andere kant moeten de nieuwkomers eerst een ‘inburgeringscursus’ volgen voordat ze aan de slag mogen. Als we die tegenstrijdigheid even vergeten, is het dan niet vreemd dat het streven naar betaald werk voor nieuwkomers gerealiseerd moet worden door het inzetten van vrijwilligers? Soms ook vrijwilligers die van dezelfde uitkering gebruikmaken en op eenzelfde manier achter de veren worden gezeten?