Uitgelicht

De kwal en de olifant

“De hele landbouw opdoeken, daar kijkt geen Volkskrant-lezer van op.” Zo schrijft Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. Sommer schrijft dit naar aanleiding van een ‘alarmerend’ rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Het PBL concludeert, zo vat Sommer het samen: “wij lopen hopeloos achter bij het onder de duim houden van de CO2-productie. CO2 en stikstof zijn grote, hete aardappelen op het bord van de formatie. Als oorzaken van de slechte CO2-prestaties noemde het Planbureau ‘de snelle economische groei én de snelle bevolkingsgroei’.” Over alles wordt gepraat en overlegd: “Maar bevolkingsgroei, daar loopt iedereen als om de spreekwoordelijke kwal omheen.” Hoe ziet die ‘kwal’ eruit waar iedereen omheen loopt?

Afrikaanse Olifant, Bull, Wandelen, De Weg, Dikke Huid
Bron: Pixabay

Sommer gaat te leen bij demograaf Jan van de Beek van wie in april een rapport over de gevolgen van immigratie voor de verzorgingsstaat en de overheidsfinanciën verscheen. Van de Beeks conclusie: “Als de immigratie doorgaat zoals nu, is de verzorgingsstaat op termijn onhoudbaar. De bevolking is nooit zo snel gegroeid als onder premier Rutte: anderhalf miljoen erbij in tien jaar. En allemaal door migratie.”  En dat is niet gratis: “Volgens Van de Beek kosten asielzoekers, nareizigers en arbeidsmigranten samen de schatkist nu al jaarlijks 19 miljard, aan uitkeringen, toeslagen en voorzieningen. Op de lange duur wordt dat 50 miljard per jaar. Van de Beek zegt dat je de verschraling van de verzorgingsstaat al kunt zien: verkorting van de WW-duur, afschaffing van de studiefinanciering, slechtere ouderenzorg.” Zo, dat is ernstig. De discussie spitst zich vervolgens toe op ‘vluchtelingen’ en dat is, zo betoogt Sommer: “Ten onrechte, want de overgrote meerderheid bestaat uit arbeidsmigranten. Juist daar zijn politieke keuzes te maken zonder direct tegen VN-verdragen aan te lopen.”

Gelukkig ziet Sommer ook een oplossing: “Nidi en CBS rekenden voor dat als vrouwen, allochtonen en ouderen meer gaan werken, de vraag naar buitenlandse arbeid spectaculair daalt. Minder huishoudens betekent minder vraag naar woningen, betekent niet elke vijf jaar een stad als Den Haag erbij zoals nu.” Als de genoemde groepen meer en langer werken is migratie niet nodig. Alleen wil niemand het over migratie hebben want: “Rechts wil de ondernemers niet beteugelen in hun behoefte aan goedkope arbeid; links haalt vluchtelingenbeleid en arbeidsmigratie door elkaar. Markt en moraal leiden zo allebei naar open grenzen; de maatschappelijke gevolgen komen pas later.” Conclusie van Sommer: stop de bevolkingsgroei en het CO2-probleem is op te lossen.

Een bijzondere conclusie. Het PBL concludeert dat de bevolkingsgroei én de snelle economische groei de slechte CO2-prestaties veroorzaken. Sommers oplossing pakt alleen de bevolkingsgroei aan, niet de economische. Wat als ouderen tevreden zijn met eerder stoppen met werken en het inkomen dat ze dan hebben? Wat als vrouwen en ook mannen tevreden zijn met het inkomen en hun leven als parttimer? Als dat het geval is, waarom zouden we dan streven naar meer ‘banen creërende’ economische groei? Waarom zouden we dan bijvoorbeeld het gebied rond Venlo nog verder volbouwen met ‘logistieke loodsen’ als er geen mensen zijn die erin kunnen en willen werken? Als er vervolgens weer arbeidsmigranten nodig zijn om het werk te doen. Arbeidsmigranten die weer gehuisvest moeten worden. Waarom dan beleid ontwikkelen dat gericht is op economische groei?

Als de bevolkingsgroei de kwal is waar iedereen omheen loopt, is de economische groei dan niet de olifant in de kamer? Zou het aanpakken van die olifant er niet ook voor zorgen dat het leefklimaat voor de ‘kwal’ verslechtert? Zou dat er samen niet voor zorgen dat de CO2-prestaties verbeteren?

Uitgelicht

Filantropisch kolonialisme

Bij de Correspondent houdt Rutger Bregman een pleidooi voor effectief altruïsme. De titel van het artikel luidt: Als je gelooft dat iedereen gelijk is, waarom ben je dan zo rijk? Een bijzonder artikel. Effectief altruïsme wil zoveel mogelijk goed doen in een mensenleven en zoveel mogelijk goed doen voor een euro of dollar. Ik schreef er eerder al eens over toen ik het boek Doing good Better van William Macaskill besprak. Aanleiding voor die bespreking was trouwens ook een uitspraak van Bregman en op die uitspraak kom ik later terug.                

‘Als je gelooft dat iedereen gelijk is, waarom ben je dan zo rijk?’ Een interessante vraag die je meteen met een moreel oordeel opzadelt of beter gezegd moreel veroordeelt. Ja, ik ben voor gelijkheid en ja, qua inkomen behoor ik tot de rijkste 3,5% van de wereld. Nu is dat voor een Nederlander niet zo bijzonder. Met een modaal inkomen van € 36.500 per jaar, behoor je tot de 3,5% van de wereldbevolking met het hoogste inkomen. Dus ik moet mij schamen, ik ben voor gelijkheid en ik ben ‘zo rijk’. Moet de modale Nederlander zich schamen? Schamen vooral omdat hij hier is geboren en niet bijvoorbeeld in Pakistan?

Een vraag waarbij rijkdom en gelijkheid als samenhangende begrippen worden gezien. Aan de ene kant rijkdom en aan de andere kant gelijkheid. In feite zegt Bregman dat er pas sprake is van gelijkheid als iedereen even rijk is. Rijkdom is volgens Van Dale, en die omschrijving volgt Bregman: “het rijk zijn, rijk bezit, geld, goederen, schatten.” Geestelijke rijkdom en rijkdom aan liefhebbenden om je heen vallen buiten deze definitie. Gelijkheid definieert dezelfde Van Dale als: “volkomen overeenkomst in een bepaald opzicht.” Voor Bregman dus ‘volkomen overeenkomst in rijkdom’. In de politieke geschiedenis wordt gelijkheid anders gedefinieerd. “We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness,” aldus de tweede alinea van de verklaring waarmee dertien Staten in Amerika zich onafhankelijk verklaarden. Nu hoeft die ‘Creator’ er van mij niet in, dit terzijde. Gelijkheid gedefinieerd als gelijke rechten voor iedereen. Gelijke rechten betekenen dan niet per definitie ‘iedereen evenveel rijkdom’. Ook met verschillen in rijkdom is politieke en maatschappelijke gelijkheid voor iedereen mogelijk. Dat rijkdom mogelijkheden biedt en tot ‘onvolkomen overeenkomst in bepaalde andere opzichten’, leidt is evident. Dat er aan de grote inkomens en vooral vermogensongelijkheid in de wereld iets moet gebeuren, staat buiten kijf.

Het wordt bijzonder als Henk Broekhuizen in een discussie onder het artikel aangeeft dat het boek De tirannie van verdienste van Michael J. Sandel hem op dit punt de ogen heeft geopend: “Hoezo heb ik meer recht op het door mij verdiende geld. Als je bent geboren op de goede plek, bent gezegend met goede collegae die je activiteit in het bedrijfsleven hebben doen resulteren in een goede financiële positie,” schrijft Broekhuizen. Bregman reageert hierop door een link te sturen naar een Twitterdraadje waarin Sandel wordt verweten dat kaartjes voor een workshop van hem schreeuwend duur waren en voegt eraan toe: “Een boek schrijven over de ‘grenzen van de markt’ om vervolgens jezelf te commodificeren. Ook hier geldt weer: makkelijk om naar anderen te wijzen, maar verdraaid lastig om je eigen idealen in de praktijk te brengen.”

Een bijzondere reactie van iemand die voor effectief altruïsme pleit. Bijzonder omdat effectief altruïsme erom gaat om zoveel mogelijk goed te doen in je leven. Wie Macaskill, een van de oprichters van die beweging zo is te lezen op de kaft van het boek, leest, zal zien dat zoveel mogelijk geld verdienen een van de strategieën is die een altruïst kan toepassen. Als je veel verdiend kun je immers ook veel weggegeven en dus veel goed doen. Volgens Macaskill kun je beter ‘flitshandelaar’ worden dan tropenarts want met je verdiensten als ‘flitshandelaar’ kun je meer voor armen doen dan een tropenarts.

Nu weten we, ik en Bregman ook niet, wat Sandel met dat vele geld doet dat die workshops opleveren. Wellicht geeft hij een flink deel ervan aan goede doelen of betaalt hij er studiebeurzen van voor kinderen waarvan de ouders de studie niet kunnen betalen. Dan doet hij precies wat het effectief altruïsme aanbeveelt: veel verdienen zodat je veel weg kunt geven. Of misschien pot hij het wel op of koopt hij er allerlei ‘bling’ van. We weten het niet. Het gaat mij ook niet om Sandel.

Het gaat mij erom dat Bregman met die opmerking zonder dat hij het zich realiseert, de Achilleshiel van de effectief altruïsme beweging bloot legt. Alle altruïsten, groot en klein, kunnen alleen maar ‘altruïst’ zijn door precies dat te doen wat Bregman Sandel verwijt en dat is door te commodificeren. Neem de grote altruïsten van deze tijd Bill Gates en zijn ex Melissa. Zij haalden en halen hun vermogen en geld uit de bijna monopoliepositie van Microsoft. Vervolgens stoppen ze dat vermogen in een eigen stichting om ‘goed te doen’. Dat ‘goed doen’ doen ze van de rendementen van de beleggingen van dat vermogen en het vermogen van de anderen die zich bij hun ‘Giving Pledge’ hebben aangesloten. Niet door dat vermogen op te souperen. Ook Bregman zelf ontkomt er niet aan. Hij kan alleen de ‘altruïst’ uithangen door deel te nemen aan het systeem. Door artikelen te schrijven en podcasts te maken waar mensen als ik voor betalen. Door boeken te schrijven die mensen als ik lezen en door lezingen te houden. Dus door te commodificeren. Is zijn kritiek op Sandel niet van een hoog ‘pot verwijt de ketel’ gehalte? Altruïst kun je alleen maar binnen het systeem zijn.

En daarmee kom ik terug op de uitspraak die voor mij aanleiding was om een Prikker te weiden aan het boek van Macaskill. Op een activiteit van het World Economic Forum in Davos, werd Bregman geïnterviewd en sprak hij zich juist uit tegen filantropie met de woorden: “Taxes, taxes, taxes! The rest is bullshit.” Als we werkelijk naar een betere verdeling van de rijkdom en kansen in de wereld willen, dan komen we er niet met filantropie. Dan hebben we echt ‘taxes, taxes, taxes’ nodig en geen filantropische bullshit. Filantropie houdt, ondanks dat er mensenlevens worden gered en er goeds gebeurt, de bestaande verhoudingen in stand en vergroot die zelfs nog. Erger nog, om een tegenwoordig veel en vaak niet op de goede manier gebruikt woord te gebruiken, het zorgt voor ‘koloniale verhoudingen’.  

Uitgelicht

De tang en het varken

“Wellicht ontgaat het de meeste mensen, maar er is een psychologische reden waarom racisme bestaat. Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Zo begint een artikel van Fati Benkaddour bij Joop. Een bijzondere bewering.

Racism - Free of Charge Creative Commons Keyboard image
Bron: Picpedia

Laten we deze uitspraak eens bekijken. Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel?

Stilstaan op welk moment? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  

Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Wat erger is, en daarmee kom ik bij de titel en het eigenlijke betoog van Bendakkour, is dat ze op basis van die bewering bijna iedere Nederlander en in het verlengde daarvan iedere bewoner van deze planeet, wegzet als racist. “Nederlands narcisme en racisme: tot welk van de drie types behoor jij? Zo luidt de titel van haar betoog. Een betoog waarin ze semi psychologisch begint te leuteren over drie soorten racisten: de ‘narcistische racist, die: “acht zichzelf superieur of extreem belangrijk en onaantastbaar.” Als tweede de ‘stress-afhankelijke racist’: “een individu die pas narcistische en racistische kenmerken vertoont wanneer zijn bestaanszekerheid onder druk komt te staan.” En als laatste de ‘informatiearme racist’: “die het niet heeft gewusst. Hij is geboren met een zilveren, met privileges gevulde, lepel in zijn mond en kent geen noodzaak zich druk te maken over de sociale, financiële en emotionele pijn van een minderheid.” En vervolgens concludeert ze: “Als je echt-niet-behoort tot de drie bovengenoemde categorieën, dan ben je waarschijnlijk een minderheid of actief anti-racist. In een systeem waar een specifieke groep mensen constant wordt gekwetst, gemarginaliseerd, gecriminaliseerd, geïsoleerd, het bestaansrecht ervan wordt bediscussieerd, bestaan geen onschuldige toeschouwers. Iedereen heeft in dit systeem een rol.”

Alle bewoners van deze planeet want tenzij Benkaddour kan aantonen dat de Nederlander een bijzonder soort homo sapiens is, ga ik er vanuit dat die drie soorten onder alle mensen voorkomen. Tenminste als je het semi psychologisch geleuter van Benkaddour voor waar aanneemt en net als haar overal ‘racisme’ ziet.

Uitgelicht

Money, money, money

Als jongetje van twaalf jaar droomde ik van een carrière als voetballer. Ik droomde ervan omdat ik heel graag voetbalde, niet omdat er zoveel geld mee te verdienen was. In die tijd, in de jaren zeventig, bestond het ‘gilde van profvoetballers’ vooral uit semiprofs die eerst de post bezorgden of een huis schilderden en daarna gingen trainen. Tegenwoordig is dat wel anders. Neem Messi, die verdient in één maand meer dan het totale budget van mijn clubje VVV. Sterker nog, voor de ongeveer € 5 miljoen in de maand die hij dan nog overhoudt, moet iemand met een modaal salaris ongeveer 135 jaar werken.

File:VVV Venlo (1956), ANEFO Rousel, Bestanddeelnr 157-0521.jpg - Wikimedia  Commons
Uit de oude doos: VVV in 1956. Bron: WikimediaCommons

Toch schijnt dat niet genoeg te zijn. Het betaald voetbal stevent op haar ondergang af, er moet meer geld bij anders gaat het absoluut fout. “Met de inkomsten uit de Champions League gaan we er allemaal aan: de grote clubs, de middelgrote en de kleine.’ Wat het voetbal nodig heeft, zegt de Super League-preses, is Federer tegen Nadal. ‘Elke dinsdag en woensdag.” Zo lees ik in de Volkskrant. Daarom ging Perez met zijn collega’s van elf andere Europese top- en sommige wat meer dure flopclubs op zoek naar nog meer geld en wilden ze de Superleague beginnen.

De Champions League is nu het mekka waar het grote geld is te verdienen, de hele grote kers met slagroom op de landelijk taart. Alleen moet je je daarvoor kwalificeren via de landelijke taart en dat kan wel eens mislukken en dan is Leiden in last. Nou, Leiden niet want daar wordt niet professioneel gevoetbald, maar Madrid, Barcelona, Londen, Turijn en Manchester. Om dat te voorkomen mogen er uit bijvoorbeeld Engeland en Spanje al vier clubs deelnemen. Bij die Spaanse vier zit steevast het Real van Perez. Toch is dit nog ‘te onzeker’ en daarom willen Perez c.s. een Super League waaraan zij gegarandeerd deelnemen en minimaal € 300 miljoen per jaar krijgen. Een bedrag waar mijn VVV 35 jaar op kan draaien.

Maar beste meneer Perez, als het heel vele geld van de Champions League niet genoeg is om het voetbal ‘te redden’, zou nog meer geld dan de oplossing zijn? Zou nog meer geld dan tot iedere dinsdag en woensdag ‘Nadal tegen Federer’ leiden? En dan moet ik u teleurstellen, de grote voorspelbaarheid van de Champions League maakt dat ik er steeds minder naar kijk. Steeds weer ‘Nadal tegen Federer’ gaat behoorlijk vervelen. Het wordt pas interessant als het spannend is, als mijn VVV bijvoorbeeld van PSV wint. Of op ‘uw niveau’, als Ajax uw Real in de achtste finale uit de Champions League knikkert door met 1 – 4 te winnen in Bernabeu zoals in 2019. Iets waar u wellicht nog buikpijn van krijgt omdat u in uw begroting had geteld op minstens een halve finale. Spanning, dat is wat voetbal mooi en interessant maakt en dat is waar het in toenemende mate aan ontbreekt. En daar ontbreekt het aan omdat u en die elf vrienden van u de beste spelers elders wegkopen en bij u op de bank of tribune zetten. Neem Manchester City dat, zoals René van der Gijp het gekscherend maar met een kern van waarheid zegt, met drie vliegtuigen naar een uitwedstrijd moeten vliegen om alle spelers mee te nemen.

Beste meneer Perez, blijft u vooral zoeken naar nog meer geld zodat u de Messi’s van deze wereld € 135 miljoen per jaar kunt betalen. Ik blijf me inzetten voor een andere wereld. Een wereld waarin de Messi’s goed worden beloond maar niet exorbitant zoals nu het geval is. Een wereld waarin we op Europees niveau, zo schreef ik een jaar geleden ook al in relatie tot het voetbal: “komen tot een zelfde systeem van sterk progressieve inkomstenbelastingen, een systeem met een tarief van bijvoorbeeld 85% voor inkomen boven de € 150.000,” En naar ik nu denk, zou zelfs 99% bij een inkomen boven € 1 miljoen nog beter zijn. Dan zorgen we er op die manier voor dat bijna € 133,5 miljoen van het salaris van Messi kan worden besteed aan het betalen van de Spaanse verpleegsters en politieagenten. Messi houdt dan nog iets meer dan € 1,5 miljoen, 40 keer een modaal Nederlands salaris, over en daar kun je best riant van leven.

Uitgelicht

Experiment, doe je mee?

Salvator Mundi, een schilderij van Leonardo da Vinci. Niet zomaar een schilderij maar eentje waarvoor iemand € 450 miljoen heeft betaald. Het kost wat, maar dan heb je het ook en kun je het aan de muur hangen in je huis. Een belachelijke prijs maar als je zoveel geld hebt dat een half miljard niet mist, dan kun je het ervoor betalen. Je kunt dat geld natuurlijk ook besteden aan het bouwen van een ziekenhuis of er beurzen van geven aan kinderen waarvan de ouders niet de mogelijkheid hebben om hen te laten studeren. Een belachelijke prijs maar dan heb je wel wat. Het kan altijd gekker.

In een artikel in de Volkskrant las ik het volgende: “Onlangs werd een zeefdruk uit de serie Morons van graffitikunstenaar Banksy door het anonieme collectief BurntBanksy in brand gestoken. Dat werd gefilmd, op YouTube geplaatst. Vervolgens werd de unieke digitale versie van de zeefdruk (als NFT, non fungible-token waarvan de unieke identiteit en eigendom worden ­geverifieerd via een blockchain) geveild. Dat bracht meer dan het drievoudige op (394.000 dollar) van het bedrag waarvoor het was aangekocht.” Iemand koopt een setje enen en nullen voor drie-en-een-halve ton.

Het kan nog gekker: “Het eerste bericht op Twitter ooit heeft bij een digitale veiling 2,9 miljoen dollar (bijna 2,5 miljoen euro) opgeleverd. Een zakenman in Maleisië kocht de tweet van Twitter-oprichter Jack Dorsey.”  Dan koop je die tweet maar, zo lees ik, iedereen kan die kopiëren of downloaden. Je koopt iets voor een godsvermogen maar je hebt het niet alleen. Nu vraag ik me bij die tweet nog iets af. Die tweet luidde ‘just setting up my twttr’. Dorsey is de oprichter van Twitter en via Twitter kun je berichten delen met anderen. Met wie heeft Dorsey dan dat eerste bericht gedeeld? Of beter gezegd, wie las die Tweet ? Nog iets verder nagedacht, hoe weten we zeker dat dit de eerste tweet was? Misschien plaatste hij wel andere berichten die hij weer verwijderde. Dat even terzijde.

Het kan zijn dat het aan mijn leeftijd ligt dat ik het niet begrijp. Het kan ook zijn dat het aan ‘die anderen’ ligt. Of om Louis van Gaal te parafraseren: ‘zijn zij nou slim, of ik zo dom?’ Daarom een experiment. Ik weet niet hoe non fungible-tokens werken. Wel lees ik op Wikipedia dat ze: “meestal (draaien) op een proof-of-work blockchain, die minder energiezuinig is dan een proof-of-stake blockchain, wat heeft geresulteerd in enige kritiek op de koolstofvoetafdruk van NFT-transacties.” En als we iets moeten is het de koolstofvoetafdruk verkleinen. Dat wil ik niet, dus daar doe ik niet aan mee. Daarom op een andere manier. Wie wil deze prikker kopen? Breng een bod uit en als je bod het hoogste is, dan krijg je een uitgeprinte, gesigneerde en ingelijste versie van deze Prikker. Aangezien het een experiment is en ik er niets aan hoef te verdienen, maak ik het geld, na aftrek van de kosten voor de lijst en het verzenden over aan een goeddoel. Ik schenk het aan de HSCV Mustangs in Venlo zodat ze er materialen voor de jeugd voor kunnen kopen. Voor alle anderen blijft deze Prikker gewoon beschikbaar via mijn site.

Uitgelicht

De Euro(pese unie) en belastingen

“Geef de Zuid-Europese landen hun eigen monetaire instrumenten om hun zwakke economieën concurrerend te maken met behulp van een eigen munt. Zodat ze zelf hun economische problemen via koersaanpassingen van een eigen munteenheid kunnen oplossen. ” Aldus econoom en jurist Antonie Kerstholt bij Joop. Daarom moet Europa een belangrijk onderwerp in de formatie zijn, aldus Kerstholt. Met andere woorden: kieper Zuid-Europa uit de Euro. Volgens hem is dat de enige oplossing want: “Eenzelfde munteenheid in meerdere landen is feitelijk alleen geschikt voor economieën die min of meer gelijkwaardig aan elkaar zijn.” Dat hoor je vaker en het klinkt logisch. Een eigen munt en: “meer op maat gesneden financiële steun van andere meer welvarende EU-lidstaten.” Klopt het ook?

Currency signs | Currency signs | Nicolas Nova | Flickr
Bron: Flickr

Laten we eens wat verder kijken dan de Europese neus lang is. Neem China, een land waar de economie fors groeit. Dat land heeft de Renminbi als munt. Als we kijken naar het land dan zien we dat de verschillende delen van het land zich economisch zeer onderscheidend ontwikkelen. Als we kijken naar het Bruto Regionaal Product per hoofd van de bevolking van de verschillende regio’s dan bedroeg dat van de armste regio Gansu in 2018 minder dat een kwart van dat van Beijing, de rijkste regio. Het CBS omschrijft de Chinese situatie in het rapport waaruit deze cijfers komen als volgt: “Voor de vijf meest welvarende regio’s wordt het overgrote deel van het brp gerealiseerd buiten de primaire sector. In de minst welvarende regio’s daarentegen wordt een aanmerkelijk groter deel van het brp gerealiseerd door landbouw, bosbouw, veeteelt en visserij. De rijke kustregio’s van China zijn de meest gediversifieerde en innovatieve delen van het land. Ook zijn sommige rijk aan grondstoffen; Jiangsu heeft bijvoorbeeld grote voorraden steenkool, olie, gas, zout, zwavel, fosfor en marmer. Sinds de oprichting van de Volksrepubliek heeft veel chemische en zware industrie zich hier gevestigd. Belangrijke sectoren in Zhejiang zijn de elektromechanische, chemische, technische en textielindustrie. Zhejiang is bijvoorbeeld de thuisbasis van een aantal van China’s meest innovatieve internetbedrijven, met name de e-commerce gigant Alibaba. Beijing heeft een geavanceerde dienstensector en innovatieve technologie-industrie. In Fujian is naast de aanwezige industrie ook de landbouwsector van groot belang.” Dat kwart is groter dan het verschil tussen het euroland met het hoogste BBP (Luxemburg) en dat met het laagste Letland. Een omschrijving van de economie van de Eurolanden zal niet zoveel afwijken van die het CBS van China geeft. Met een verschil en dat is de rol die het toerisme in de Europese economie.

‘Maar dat is geen democratie maar een dictatuur van een partij die zich nergens aan hoeft te houden,’ kun je tegen werpen. Oké, dan een ander land: India met als munteenheid de Rupee. Vergelijken we daar het Bruto regionaal product van Goa, de economisch sterkste regio, met de zwakste, Bihar, dan is die van de laatste nog geen 10% van de eerste. En een beschrijving van de economische situatie van het land zal lijken op de Chinese. Toch kan het land vooruit met één munt.

Of neem de Verenigde Staten. Het land heeft één munt, de dollar. Het inkomen per hoofd van Puerto Rico is iets meer dan 16% van dat met het hoogste, het District of Columbia. En dan zien we er nog maar vanaf dat het inkomen per hoofd van Amerikaans Samoa maar 35% bedraagt van dat van Puerto Rico. Een omschrijving van de economie van de Verenigde Staten zou ook niet afwijken van die van China.

Allemaal landen met grote economische ongelijkheid tussen verschillende gebieden in het land en toch kunnen die landen prima functioneren met één gezamenlijke munt. Waarom zouden de eurolanden dat dan niet kunnen? Als er ook zonder euro, zoals Kerstholt schrijft: “meer op maat gesneden financiële steun van andere meer welvarende EU-lidstaten,” nodig is, waarom moeten die landen dan eerst uit de Euro? Waarom dan niet gekeken naar wat maakt dat het in China, India en de Verenigde Staten wel kan? Misschien biedt dat een oplossing die mee naar de formatietafel kan? Dat ‘wat’ is een centrale overheid die geld via de belastingen herverdeelt van rijke naar arme gebieden. En dan het liefst herverdelen door het te investeren in zaken die de economie in de zwakkere gebieden versterken.

Die centrale overheid is er al, de Europese Unie. Al hebben nog niet alle landen van die Unie de euro ingevoerd. Het gebied waarop de Unie belasting kan heffen, ligt ook voor de hand: op bedrijfswinsten, vennootschapsbelasting en dividend voor aandeelhouders. Precies die terreinen waarop de landen nu met elkaar concurreren waarvan het multinationale bedrijfsleven profiteert. Van de opbrengsten bekostigt de Unie vervolgens alle activiteiten waarvoor zij aan de lat staat en investeert zij waar dat nodig is in versterking van de economie. De contributie van landen aan de Unie kan dan vervallen net als de uitgaven van de landen op die terreinen. Op deze manier wordt er geld overgedragen van landen met een sterke economie naar landen met een zwakke zonder dat het ‘landen’ zijn die de pijn voelen. Precies zoals nu in Nederland via de belastingen geld van ‘Brainport Eindhoven’ wordt herverdeeld naar Oost-Groningen.

Uitgelicht

Mark Rutte de pyromane brandweerman

Als trainer van het pupillen-honkbalteam van de Mustangs in Venlo probeer ik ‘mijn spelers’ vooruit te laten denken. Want, zoals een van de andere trainers het zegt: honkbal is een denksport. Als speler in het veld moet je voordat de slagman slaat al bepalen wat je met de bal gaat doen als die bij jou komt. Doe je dat pas als je de bal krijgt, dan is de kans op een verkeerde keuze maar vooral op het maken van geen keuze, groot en dat betekent dat je punten tegen krijgt. Vooruitdenken om mogelijke problemen te voorkomen. Ik moest hieraan denken toen ik in de Volkskrant het lijsttrekkers-interview met VVD-lijsttrekker en premier Rutte las.

600+ Free Forest Fire & Fire Images - Pixabay
Bron: Pixabay

“Dat is echt gelul,” zo antwoordde de premier op de opmerking van de interviewers dat de VVD tijdens een crisis die velen de baan kost de WW versobert. “De WW blijft bij ons gewoon twee jaar. Die gaat in het eerste deel omhoog naar 82,5 procent, dan naar 75 procent en in de staart naar 65 procent. Dat is 5 procentpunt lager dan die 70 procent van nu. Niet dramatisch,” zo vervolgt hij. Of een dergelijk verlies aan inkomen dramatisch is, dat kan per persoon verschillen. Van 70% naar 65% lijkt niet veel, het is veel meer als je het vergelijkt met je eerdere 100%, dan is het namelijk een derde minder. Bovendien, hoe hoog je WW is, wordt niet alleen door dat percentage bepaald. De WW van iemand bedraagt namelijk dat percentage met een maximum van het wettelijk maximumdagloon en dat bedraagt € 222,78. En of het dramatisch is, wordt natuurlijk ook bepaald door je vaste lasten. Dit even terzijde want daar gaat het mij nu niet om. Al zegt het wel iets over de manier waarop premier Rutte naar de wereld kijkt.

Het gaat mij om het antwoord op de vraag: “Uitkeringsgerechtigden zijn bij de VVD het slechtst af qua koopkracht. De bijstand wordt losgekoppeld van het minimumloon.” Op die vraag antwoordt Rutte: “Ho! Niet de AOW en niet de WIA. Ouderen en mensen die arbeidsongeschikt zijn, komen niet meer aan de slag, die laten we volledig meestijgen. Bij mensen met werkloosheidsvoorzieningen is het doel dat ze weer aan de slag komen. Dan is het niet onredelijk te zeggen: dan groeien jullie niet mee met al de welvaartsontwikkeling. Daardoor kunnen we meer geld uittrekken voor armoedebestrijding.” Rutte houdt er een bijzondere redenering op na.

De bijstand wordt niet geïndexeerd omdat het doel is dat deze mensen weer aan het werk gaan. Nu is de bijstandsuitkering bedoeld om mensen te kunnen laten overleven als ze zelf geen inkomen verwerven. En de ervaring leert dat bijstand en armoede correleren en wellicht is er zelfs een causaal verband. Zo’n 35% van de bijstandsontvangers vallen onder de armoedegrens en voor het andere deel is de bijstand geen vetpot. En wat belangrijker is. Van alle kinderen met ouders in de bijstand leeft meer dan de helft in armoede[1]. Niet indexeren maakt helpt die 35% in ieder geval niet en het vergroot de kans dat die 35% hoger wordt. In de redenering van Rutte zal dit ervoor zorgen dat de bijstandsgerechtigde sneller aan het werk komt. Bij die redenering kun je vraagtekens zetten. En wat doet Rutte met de ‘financiële winst’ van het uitknijpen van de armen? Die wordt gebruikt om …. armoede te bestrijden. Hij creëert problemen om ze vervolgens op te kunnen lossen. Rutte als de pyromane brandweerman.


[1] https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/werkende-en-niet-werkende-armen/

Uitgelicht

De moderne staat

In deel drie van de serie waarin ik het boek De oorsprong van onze politiek van Francis Fukuyama als leidraad gebruik[1], staat, zoals in het vorige deel aangekondigd, de moderne staat centraal. Als je het woord modern gebruikt, dan ontstaat al snel het beeld dat het nieuw is. En inderdaad veel moderne staten zijn in het recente verleden ontstaan. De moderne staat is volgens Fukuyama al meer dan 2.200 jaar oud. En nee, het is geen westerse maar een Chinese uitvinding.

Saladin – Store norske leksikon
Saladin. Bron: https://snl.no/Saladin

In het China van de eerste eeuw voor onze jaartelling ontstonden verschillende patrimoniale staten. Staten waarin krijgsheren en hun verhouding tot de heersende vorst een belangrijke rol speelden. Krijgsheren die fungeerden als de pater familias van hun huis en gebied en daarbij hoorden alle ondergeschikte boeren en slaven. Als er gevochten moest worden, dan mobiliseerde de krijgsheer zijn soldaten en boeren. Die trokken als groep met de krijgsheer als bevelhebber ten strijde. Qin, een van die staten, ging een stapje verder: “Qin democratiseerde het leger door voorbij te gaan aan de krijgsheren en de massa’s boeren direct onder de wapenen te brengen; het begon met grootschalige landhervorming door patrimoniale landeigenaren te onteigenen en het land direct aan de boerenfamilies te geven; en het stimuleerde de sociale mobiliteit door de macht en het prestige van de erfelijke aristocratie te ondermijnen.” Hierbij moet je je niet laten ‘verleiden’ door het woord democratisering, want het had niets met democratie te maken: “het enige doel van Qin was de macht van de staat Qin vergroten en een meedogenloze dictatuur te creëren.[2]Dit gaf Qin een voordeel boven de andere staten. Aan de ene kant zorgde dit ervoor dat het leger als een eenheid kon opereren en aan de andere kant dat het door bewezen bekwame officieren werd geleid. Daarmee hebben we het kenmerk van een moderne staat, namelijk dat functies niet worden verdeeld op grond van verwantschap maar verdienste. Qin voerde dit door in alle facetten van de overheid met als doel: “het traditionele, op verwantschap gebaseerde systeem van gezag en grondbezit te ondermijnen en dat te vervangen door een veel onpersoonlijker vorm van bewind waarin de staat centraal stond.[3]  Uiteindelijk verenigde Qin de andere Chinese staten onder zich en daarmee was de eerste dynastie een feit: de Qin.

In het leven is niets zeker, behalve dan dat het eindigt met de dood. Ook in het leven van politieke verbanden, en een moderne staat is een politiek verband, is niets zeker dus ook niet het behoud van een moderne staat. De macht van Qin stond of viel met de kracht en visie van de leider, die meedogenloze dictator. En zoals iedere monarchie weet, heb je sterke en krachtige koningen, maar ook zwakke. De sterken houden tegenkrachten eronder, de zwakken geven eraan toe. Die tegenkrachten bestaan steevast uit machtige personen die hun macht, rijkdom en positie over willen dragen aan hun kinderen. Als dat gebeurt dan vervalt de moderne staat in een patrimoniale. Dit lot trof ook de Qin-dynastie.

Voor Qin was voor wat betreft het leger het slagveld de plaats waar de selectie op basis van kwaliteiten plaatsvond. Voor andere ambten werd uiteindelijk het ambtenarenexamen in het leven geroepen. De besten kregen de posten maar dan wel ver verwijderd van hun geboortegrond en dus hun familie. Dit om te voorkomen dat ze hun familie zouden bevoorrechten. De geschiedenis kent ook andere manieren om macht los te trekken van verwantschap. Neem de Mamelukken, slaafsoldaten. Een islamiet mocht een geloofsgenoot niet in slavernij brengen. De Ajjoebiden-dynastie vond daar wat op: kinderen en jonge mannen uit niet-islamitische grensgebieden vangen. Die werden vervolgens soldaat en moslim. Dat laatste was geen probleem omdat ze toen ze slaaf werden, geen moslim waren. De in het westen beroemdste Mameluk was Salah Al-Din die Jerusalem heroverde op de kruisvaarders. Belangrijker dan die overwinning was echter:  “toen ze in 1260 het leger van de Mongolen versloegen in de slag bij Ain Jalut.[4]” De Mamelukken namen de macht over van de Ajjoebiden en vestigden het Mamelukse rijk dat vanaf het midden van de dertiende tot het begin van de zestiende eeuw heerste over Egypte en Syrië. Uiteindelijk werden de Mamelukken verslagen door de Ottomanen. Die maakten trouwens ook gebruik van kindsoldaten, de Janitsaren. De positie van zowel Mameluk als Janitsaar was niet erfelijk. Hun kinderen waren immers wel moslim en mochten daarom niet in slavernij worden gebracht.

Welk systeem er ook wordt ontwikkeld, altijd steken patrimoniale trekken weer de kop op. Mensen die macht en positie verwerven en hun kinderen daarmee willen bevoordelen. Zoals Fukuyama het schrijft: “De feitelijke verdeling van de rijkdom zal veel meer een weerspiegeling zijn van toevallige beginomstandigheden of de toegang tot politieke macht van de landeigenaar dan van productiviteit of noeste arbeid.” Een heerser kan dan twee dingen doen: “de kant van de boeren kiezen en de staatsmacht gebruiken om landhervormingen en egalitaire landrechten te propageren en zo de aristocratie te beknotten. … Of de heersers kunnen de kant van de aristocratie kiezen en de staatsmacht gebruiken om de greep van de plaatselijke oligarchen over de boeren te versterken.” En vertaald naar het heden: ‘Zelfs in de huidige mobiele, kapitalistische ondernemerseconomie vergeten starre verdedigers van eigendomsrechten dikwijls dat uit de bestaande verdeling van de rijkdom niet altijd de superieure deugd van de rijken blijkt en dat markten niet altijd efficiënt zijn.[5] En in de huidige mobiele kapitalistische ondernemerseconomie kan de overheid de staatsmacht gebruiken om de kant van de werknemer en consument te kiezen en hen via wetgeving te beschermen door de multinationals aan banden te leggen. Of kiezen voor de multinationals waardoor die de werknemer en consument verder kunnen uitbuiten.


[1] Deel 1: https://ballonnendoorprikker.nl/2021/02/21/de-oorsprong-van-onze-politiek-tribalisme/

Deel 2: https://ballonnendoorprikker.nl/2021/02/25/de-patrimoniale-staat/

[2] Francis Fukuyama,De oorsprong van onze politiek Deel 1: van de prehistorie tot de verlichting, pagina 135

[3] Idem, pagina 144

[4] Idem, pagina 239

[5] Idem, pagina 171

De boterham en het beleg

“Hoe helpen we werkgevers en overheid van hun flexverslaving af?” Die vraag stelt Tuur Elzinga, vicevoorzitter en kandidaat voor het voorzitterschap van vakbond FNV zich bij Joop. Als ‘flexwerker’ trok dit artikel mijn aandacht. Gelukkig biedt hij zich aan als: “flextherapeut om onze samenleving voor werkenden een stuk zekerder maken.” Laten we eens naar zijn therapie kijken.

File:Demonstranten met muziekinstrumenten en spandoek Geen afbraak sociale zekerheid, Bestanddeelnr 932-7800.jpg
Bron: nationaal archief

“Als het maar even kan, alle risico’s afwentelen op de zwakkere partij. De gedetacheerde, de zelfstandige, de uitzend- of oproepkracht. Dan hoef je geen pensioenpremie of sociale lasten af te dragen en het bedrijf draagt geen risico van ziekte of gebrek aan werk. Dat is de kern van flexverslaving.” Zie hier de symptomen van de ‘flexverslaving’ aldus Elzinga. En: “De overheid heeft dit volop gestimuleerd, via wetgeving. Ze heeft er ook volop van geprofiteerd. En doet dat nog.” Dat laatste biedt aanknopingspunten voor de therapeut: “Flex is immers gevolg van jaren bewust beleid in de politiek. En bewust beleid kan dit ook weer terugdraaien. Daarom wil ik met de FNV de komende vier jaar de boer op met een één-miljoen-vaste-banen-plan.” Therapeut Elzinga heeft drie medicijnen in zijn koffertje. Als eerste: “Door nieuwe banen zoveel mogelijk aan te bieden als vast werk. De overheid moet hierbij om te beginnen het goede voorbeeld geven.” Zijn tweede medicijn: “Door bestaande onzekere contracten om te zetten in vast werk.” Op het derde medicijn kom ik straks terug. Tot nu toe klinkt het logisch. Als flex een probleem is, dan werken we alleen nog maar met vaste banen.

Is flex wel het probleem? Als ZZP’er zie ik twee problemen. Als eerste onzekerheid en als tweede machtsverschil. Onzekerheid is een probleem voor de flexwerker: heb ik morgen nog een klus? Want, geen klus is geen inkomen en zonder dat inkomen geen eten om het heel cru en plat te maken. Als tweede is de onderhandelingspositie van de meeste flexwerkers niet al te sterk. De opdrachtgever kan kiezen uit meerdere flexwerkers, de meeste flexwerkers hebben niet altijd de keuze uit meerdere opdrachten. De twee problemen versterken elkaar. Immers hoe langer je als flexwerker zonder klus zit, hoe dringender je de klus nodig hebt. Vast werk zou dit kunnen oplossen: je hoeft je geen zorgen meer te maken om je inkomen.

Alhoewel geen zorgen? Als er weinig werk is dan zal die werkgever mensen ontslaan. Gebeurt dat niet dan gaat de werkgever failliet en verliezen alle werknemers hun werk. Vast werk geeft daarmee ook geen zekerheid. Daarom pleit Elzinga, en dat is zijn laatste medicijn, ervoor om: “door wetgeving de werkenden met onzeker werk meer bescherming geven. Dus voor alle werkenden dezelfde wettelijke zekerheid bij ontslag, werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioenbescherming.” Zo wordt er ook in geval van ontslag zekerheid geboden.

Maar als zekerheid voor iedereen dan toch het doel is, waarom zijn dan de eerste twee ‘medicijnen’ nodig? Dan is alleen dat derde medicijn toch voldoende? Als we dat als uitgangspunt nemen, dan is er ook een andere manier om die zekerheid te bieden. Dan is een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen wellicht een veel interessantere oplossing. Interessanter om verschillende redenen.

Een onvoorwaardelijk basisinkomen lost het onzekerheidsprobleem van een flexwerker op. Nee, niet het hebben van een volgende klus, maar het inkomen en dus een ‘boterham. De flexer zal nog steeds een volgende klus moeten zoeken om zijn boterham te ‘beleggen’. Dat hij die ‘boterham’ al heeft verandert wel zijn onderhandelingspositie in zijn zoektocht naar een klus en dus dat ‘beleg’. Dit geeft meer macht om klussen te weigeren en die macht verzwakt de positie van de opdrachtgever.

Als tweede is het interessanter omdat een onvoorwaardelijk basisinkomen eenvoudiger uit te voeren is dan specifieke wetgeving die Elzinga voorstaat. Daar is geen toezichts- en controle systeem voor nodig. Dan kan de omvang van het UWV en de diverse gemeentelijke sociale diensten fors worden ingekrompen.

Sterker nog, die gemeentelijke sociale diensten zijn dan overbodig. Er hoeft niet gecontroleerd te worden of er drie keer is gesolliciteerd en ook de ‘tandenborstelcontrole’ is overbodig. En daarmee raak ik een derde reden waarom een onvoorwaardelijk basisinkomen interessant is. Het ‘ontmenselijkende’ karakter van de manier waarop nu invulling wordt gegeven aan de sociale zekerheid vervalt. Mensen worden weer gewoon als mensen gezien. Niet als ‘minderwaardigen’ omdat ze nog moet ‘(re)integreren’. Dit zal bij velen heel veel stress en dus ziektekosten en vooral levensjaren schelen.

Als laatste, maar er zijn nog wel meer redenen te bedenken, komt deze oplossing ook tegemoet aan de wens voor flexibiliteit van werkgevers en ook de overheid, want daar flex ik voornamelijk. ‘Vast werk’ en ‘banen voor het leven’ zijn iets van vroeger. Als we nu kinderen moeten opleiden voor banen en werk dat nog niet bestaat, hoe ‘zeker en vast’ is dan een vaste baan? Als baanonzekerheid het nieuwe normaal is, is het dan niet slimmer om ‘zekerheid’ op een andere manier te bieden dan via een onzekere vaste baan? Jammer dat een kandidaat-voorzitter van de FNV in het verleden blijft hangen.

Robinhood is geen Robin Hood

Ik weet niet of jullie het al hebben meegekregen. Ik denk van wel omdat het al aandacht kreeg in het NOS journaal en de Volkskrant besteedde er in een tweetal artikelen flink aandacht aan. Ik heb het over enkele hedgefondsen die een koekje van eigen deeg kregen.

File:Statue of Robin Hood in Sherwood Forest (9464).jpg
Bron: WikimediaCommons

Die hedgefondsen hadden erop gegokt dat de koers van de aandelen van onder andere een spelletjeswinkel zouden dalen, dat noemen ze shortselling. Je ‘leent’ nu aandelen van iemand en je belooft ze over een bepaalde periode terug te geven. Vervolgens verkoop je die geleende aandelen en als de koers van dat aandeel op het moment dat je ze terug moet geven werkelijk is gedaald, dan koop je ze goedkoper in, geeft ze terug en steek je de winst in je zak. Als dat zou gebeuren, dan zouden deze hedgefondsen flink geld verdienen. Dat liep echter anders. Een groepje kleine beleggers kreeg hier lucht van en riep andere kleine beleggers op om aandelen van het bedrijf te kopen. Die deden dat waardoor de koers van het aandeel in de hoogte schoot. Gevolg, de hedgefondsen moesten de aandelen duurder kopen dan ze hadden verkocht en leden verlies en fors: “Een van deze hedgefondsen, Melvin Capital, maakte bekend inmiddels 4,5 miljard dollar aan verliezen te hebben geleden.”

Ik heb geen medelijden met deze hedgefondsen en hierin ben ik niet de enige: “De actie van de kleine beleggers kan op veel sympathie rekenen omdat hedgefondsen worden gezien als de aasgieren van de financiële markten die een slaatje slaan uit de ellende van bedrijven (of landen).” Ja, ook landen want deze fondsen speculeren ook geregeld op bijvoorbeeld een daling van de koers van een munt. Het bekendste voorbeeld hiervan is de val van het Britse pond in de jaren negentig van de vorige eeuw als gevolg van speculatie op een koersdaling. George Soros werd hierdoor wereldberoemd en schatrijk.

Toch wordt er ook anders over gedacht, zo lees ik in de Volkskrant: “BinckBank maakte vrijdag bekend aankooptransacties van deze activistische beleggers te hebben geblokkeerd. Binck volgde daarmee het voorbeeld van effectenbemiddelaars in de VS zoals Robinhood. Woordvoerder Ronald Veerman zegt dat de bank klanten tegen zichzelf in bescherming wil nemen. Niet alleen is het zeer riskant, ook lopen de beleggers de kans van manipulatie te worden beschuldigd.” Pardon! Een heel bijzondere redenering. Of eigenlijk twee van hetzelfde soort.

Als eerste het ‘in bescherming nemen’. Waarom moet die kleine belegger worden beschermd? Beleggen doe je toch voor eigen winst en risico, daar heeft een bank niets mee te maken? Behalve dan dat ze het geld van de koper naar de verkoper moet over maken. Een bank blokkeert toch ook niet mijn betaling van die goede fles wijn bij de slijter om mij tegen mezelf in bescherming te nemen.

Maar er is nog iets bijzonders aan deze redenering. Laten we eens aannemen dat het zo was gelopen als de Hedgefondsen hadden gepland, wie hat dan het gelag moeten betalen? Dat waren de aandeelhouders van die spelletjeswinkel en daarbij zouden kleine beleggers kunnen zitten. De waarde van hun aandelenbezit was dan immers fors in waarde gedaald. Hadden de banken dan niet ook de transacties van de hedgefondsen moeten blokkeren om die beleggers in bescherming te nemen?

Maar het gaat verder. Wie had vervolgens al die flink in waarde gedaalde aandelen gekocht? Waarschijnlijk die hedgefondsen. Dan hadden ze voor een appel en een ei het bedrijf in bezit gekregen en hadden het vervolgens ‘gereorganiseerd’. Wat er op neer komt dat ze het in stukken scheuren en de onderdelen met winst verkopen. Nu mogen Robinhood en Binckbank mij uitleggen wie zij, behalve deze hedgefondsen, beschermen door de transacties van die kleine belegger te blokkeren?

Dan een mogelijke beschuldiging van ‘manipulatie’. Veel gekker moet het niet worden. Is speculeren, want zowel het handelen van de hedgefondsen als het handelen van de Redditclub heeft in de basis niets met beleggen te maken, niet het proberen de koers te beïnvloeden en manipuleren is een ander woord voor beïnvloeden? Moeten de hedgefondsen dan ook niet in bescherming worden genomen omdat ze ‘de kans lopen van manipulatie te worden beschuldigd?

Wie beschermen ‘Robinhood’ en Binckbank hier? Twee keer een soortgelijke redenering waarbij een bank het doet voorkomen alsof ze de ‘kleine ‘belegger’ beschermt. Als de banken dan toch de ‘kleine luiden’ willen beschermen, kunnen ze dan niet veel beter de transacties van hedgefondsen verbieden en het geld dat ze in deze fondsen hebben gestoken, terugtrekken? Nee, Binckbank en Robinhood zijn geen Robin Hood.