Uitgelicht

I have a dream, of toch niet?

Aan het begin van dit millennium waren de aandelen van de grote energiebedrijven nog in handen van gemeenten en provincies. Logisch omdat deze bedrijven via fusies van lokale energie bedrijven naar provinciale en vervolgens boven provinciale waren ontstaan. In het eerste decennium van deze eeuw werden twee energiebedrijven, NUON en Essent door de overheidsaandeelhouders verkocht aan respectievelijk Vattenfall en RWE. De verkopende overheden bulkten vervolgens van het geld. Naast het kleine Zeeuwse energiebedrijf Delta is Eneco nog steeds in handen van overheden. Dat laatste bedrijf dreigt nu ook te worden ‘geprivatiseerd’.

energie

Foto: Pixabay

Marc Chavannes van de Correspondent adviseert de 53 gemeentes om het bedrijf niet te verkopen:

“Beste raadsleden van Den Haag, Rotterdam en andere gemeentes, laat u niets wijsmaken door mensen met modieuze commerciële praatjes en beloftes over kopers die zij niet kennen en niet kunnen dwingen. Maak met Eneco nieuwe afspraken en ga samen aan de slag.”

Via hun aandelen kunnen de gemeentes het bedrijf immers in de goede duurzame richting duwen. Die macht verliezen ze bij een verkoop, en duurzame voorwaarden afdwingen bij verkoop is, volgens Chavannes een illusie: “Er zijn weinig bedrijfsovernames bekend waarbij de koper zich veel gelegen laat liggen aan bijzondere, niet-afdwingbare voorwaarden waar hij later geen zin in heeft.”  

Een helder betoog van Chavannes, niet veel op af te dingen en inderdaad worden bij een verkoop gemaakte afspraken heel makkelijk bij het permanente afval gegooid in plaats van duurzaam gekoesterd. Toch zou het vanuit een andere invalshoek wel eens heel interessant zijn om de aandelen voor goed geld te verkopen. Een kans die de verkopende overheden een decennium geleden hebben laten liggen. Welke invalshoek?

Zou de toekomst niet een kleinschalige, particuliere energie voorziening kunnen zijn? Zelfvoorzienend op energiegebied? Op de eigen daken en het eigen terrein gewonnen zonne-energie die vervolgens in eigen batterijen wordt opgeslagen om te worden gebruikt wanneer die energie nodig is?

Als dat de toekomst is, dan zou het heel interessant kunnen zijn om die aandelen nu te verkopen. Het geld kan dan worden gebruikt om de inwoners van hun gemeente te stimuleren om deze omslag te maken. Om zo het geld dat uit de zakken van de koper is geklopt, te gebruiken om het product dat de koper levert, overbodig te maken. Eigenlijk om hem dubbel te laten betalen. Zou dat een mogelijkheid kunnen zijn of droom ik?

Uitgelicht

Flextremisme opgelost door flextremist

De SP heeft bepaald dat de lokale afdeling in sommige plaatsen niet mee mag doen aan de komende gemeenteraadsverkiezingen. Dit omdat die lokale afdeling onvoldoende de straat op ging om contact te maken met mensen en dus potentiële kiezers. Digitaal is belangrijk,

“Maar om echt contact te maken moet je mensen persoonlijk spreken, daar blijven wij van overtuigd. Zo hoor je wat hen bezighoudt en kun je ze helpen,”

zo valt te lezen in de Volkskrant. In het artikel worden jongeren gevolgd die voor de partij de straat op gaan. In een gesprek met een jeugdige handelt het over de moeite om een vast contract te krijgen en nadat de jeugdige zich berustend afvroeg wat hiertegen te doen, antwoordt de SP’er:

“Wij willen dat veranderen, daarom vragen wij je te stemmen voor de Flextremist 2017.”

flexibelFoto: Pixabay

Flextremist? Omdat er op dat moment geen vriendelijke SP’er aanbelde, heb ik maar even gezocht op het net. Via de Facebook-site van de SP kwam ik erachter dat de partij een verkiezing organiseert om de gierigste werkgever van Nederland aan de schandpaal te nagelen. Nu zijn gierig en flexibel twee verschillende zaken. Is een werkgever die mensen niet in vaste dienst heeft en ze een hoogsalaris betaalt gierig of gieriger dan iemand die mensen in vaste dienst heeft en ze slecht betaalt? Dit terzijde.

Vaste contracten moeten mensen zekerheid bieden en veel mensen zijn op zoek naar zekerheid in onzekere tijden. Waarschijnlijk ziet de SP dat veel mensen in onzekerheid leven en wil de partij deze mensen zekerheid bieden. Een nobel streven. Een kanttekening, hoe zeker is een vast contract? Hoe zeker is werk in een tijd van robotisering en automatisering? Zo heb je een mooie vaste baan vervolgens vindt er iemand een programma uit dat je werk ook kan doen en ineens sta je op straat. Je werkt met je vaste contract in een mooie winkel en opeens daalt de omzet omdat mensen via het net inkopen en gaat je winkel failliet. Hoe zeker is een vast contract? De SP biedt een twintigste-eeuwse oplossing aan voor een eenentwintigste- eeuws probleem?

Zou er geen ander, beter bij de huidige tijd passende oplossing voor die onzekerheid zijn dan het vaste contract? Een oplossing die mensen zekerheid geeft die niet afhankelijk is van vaste contracten? Die zelfs niet afhankelijk is van het hebben van werk? Een oplossing die mensen zekerheid geeft bij flexibiliteit? Sterker nog, zekerheid die hen juist de flexibiliteit geeft, die hen tot flextremist maakt? Een eenentwintigste-eeuwse oplossing voor een eenentwintigste-eeuws probleem? Een basisinkomen?

Uitgelicht

Wat als …

Een paar dagen geleden schreef ik een prikker met als titel Democratische oorlog. Dit naar aanleiding van een artikel van Sietse Bruggeling in de Volkskrant. Bruggeling schreef over automatische en autonome gevechtssystemen die zouden kunnen helpen om de levens van onschuldigen te sparen en onnodige vernietiging van zaken te voorkomen. Bruggeling reageerde op mijn prikker, iets wat ik zeer op prijs stel. Dit biedt namelijk de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan en zo samen verder te komen.

dromen

Illustratie: Pixabay

Bruggeling sloot zijn reactie af met de volgende woorden: “En we moeten ook wel rekening houden met horrorscenario’s. Ik vind ook echt dat we goed moeten discussiëren over het onderwerp, want ze kunnen in potentie levens redden, maar dat is nu natuurlijk nog onduidelijk. Maar dan moeten we wel praten over feiten en niet over vergezochte fantasieën.” Inderdaad moeten we de feiten niet uit het oog verliezen. Die dienen een belangrijke plek in te nemen, dat ben ik met Bruggeling eens en heb ik hem ook geantwoord.

Zouden echter die fantasieën niet ook een plek moeten krijgen in het gesprek over kunstmatige intelligentie, want daar heb je het over als je het over autonome wapens hebt? Zijn fantasieën immers niet een van de motoren achter de technische ontwikkeling? Zijn er niet vele voorbeelden van fantasieën die uiteindelijk werkelijkheid zijn geworden? Neem vliegen, dat was eeuwenlang een fantasie, nu is het werkelijkheid. Of het bezoeken van de maan? Direct spreken met mensen aan de andere kant van de wereld? Allemaal ooit een fantasie, nu werkelijkheid.

Zouden niet zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën een plek moeten krijgen in het gesprek? Zou het proberen te achterhalen wat de cruciale factoren zouden kunnen zijn in het bereiken van zowel de ‘hemelse’ als de ‘helse’ fantasieën, ons niet verder helpen juist bij het bereiken van de ‘hemel’ en het voorkomen van de ‘hel’?

Democratische oorlog

Robots die zich tegen de mens keren, robots die de wereld overnemen, het zijn scenario’s waarover al decennia sciencefictionfilms worden gemaakt. In essentie verschillen blockbusters als Terminator en The Matrix weinig van het verhaal van de Golem die al in de vroege Talmoed opduikt.” 

De openingszinnen van een artikel van Sietse Bruggeling in de Volkskrant. Volgens Bruggeling worden de gevaren van automatische en autonome gevechtssystemen schromelijk overdreven. 

terminator

Foto: Flickr

Dergelijke wapens kunnen juist helpen om levens van onschuldigen te sparen en vernietiging te voorkomen. Als het ons lukt daarover een intelligente discussie te voeren, zonder fabels en horrorverhalen, kunnen autonome en onbemande systemen ons helpen te bereiken wat we met z’n allen zo graag willen: minder oorlogsslachtoffers.”  De discussie daarover moeten we nu voeren, want: “We hebben nu een kans om democratisch te bepalen wat onze toekomstige manier van oorlogvoeren gaat worden. Die moeten we niet laten voorbijgaan door ons te verliezen in sciencefiction-scenario’s.” 

Zou bij het voeren van die intelligente discussie niet juist ook met de horrorscenario’s rekening moeten worden gehouden? Een kenmerk van techniek is dat deze niet goed of slecht is. Techniek kan voor goede of slechte doeleinden worden aangewend. Dat er haken en ogen aan autonome gevechtssystemen zitten lijkt Bruggeling zich ook te realiseren: “Hoe voorkomen we dat deze wapens in verkeerde handen vallen of worden gehackt? En als we zelflerende wapens willen, nog weer een stap verder in het automatiseringsproces, van wie moeten ze dan leren?” Terechte vragen waar er nog een paar aan kunnen worden toegevoegd. Hoe kunnen we voorkomen dat kwaadwillenden zelf dergelijke wapens ontwikkelen? Met name de vraag van wie de zelflerende wapens moeten leren is een interessante. Als de geschiedenis iets laat zien dan is het dat ‘zelflerende apparaten (mensen) niet alleen leren van goede voorbeelden. Zou dat bij zelflerende machines ook kunnen gebeuren?

Een bijzonder probleem in de redenering van Bruggeling levert het op zich nobele streven om democratisch bepalen wat de toekomstige manier van oorlogvoeren is. Stoten we daar niet op een probleem? Hoe bepaal je iets democratisch terwijl zeer veel landen niet democratisch zijn? Zelfs al waren alle landen democratieën, zou een land dat een oorlog dreigt te verliezen, zich aan de gemaakte afspraken houden? Immers, als de hele wereld democratisch zou zijn, zouden er dan nog oorlogen worden gevoerd?

‘Visflats’

Na het lezen van deze titel zult u zich afvragen, waar gaat dit over? Toch is dat het eerste waaraan ik moest denken toen ik in de Volkskrant las dat:

“Voedselkweek op zee kan de huidige visvangst volledig vervangen en ruimschoots aan de vraag naar vis van de toekomst voldoen.” 

VissenFoto: Pixabay

Volgens onderzoekers zou het ‘viskweekmes’ weleens aan meerdere kanten tegelijk kunnen snijden. “Het blijkt dat in een ideale situatie slechts 0,015% van het oceaanoppervlakte nodig is om dezelfde hoeveelheden vis en schaaldieren te produceren als de gehele huidige visserij.” Ook bleek: “… dat enkele van de gebieden met de hoogste potentie voor de kusten liggen van landen met een hoge bevolkingsgroei, waaronder India en Kenia.” Als klap op de vuurpijl: “…is mariene aquacultuur, mits goed uitgevoerd, duurzamer dan veeteelt, doordat vissen minder methaan uitstoten dan vee.” En zelfs het oplossen van de belangrijkste vraag waarmee die vissen moeten worden gevoerd ziet er hoopgevend uit: “Gedacht wordt aan het onttrekken van voedingsstoffen uit restafval van landbouw. Ook kijken onderzoekers of visvoer uit zeewier of bacteriële eiwitten te maken valt.” 

Dat ziet er hoopvol uit, waarom moet ik dan toch denken aan varkensflats en mega-stallen? Zou het kunnen omdat varkensflats en mega-stallen dezelfde voordelen bieden als viskweek. Door varkens, net als kippen trouwens, te stallen in een mega-stal met meerdere verdiepingen is ook slechts een fractie van de ruimte nodig die hun in het wild scharrelende evenknieën gebruiken. Ook die ‘flats’ kun je bouwen op plekken waar de bevolking het meeste groeit. Ook kan gebruik worden gemaakt van restafval van de landbouw, het pulp van bijvoorbeeld suikerbieten kan dienen als veevoer. Het enige wat de vissen voor hebben op de varkens en kippen is de methaan-uitstoot. Daar staat tegenover dat niet duidelijk is wat de gevolgen van massale kweek van vissen op een klein gebied voor effecten op het milieu heeft, net zoals de gevolgen van intensieve veeteelt tevoren niet bekend waren.

Maar wat belangrijker is. Hoe zit het met het welzijn van de vis? Ja, vissen zijn gewend in grote scholen samen te zwemmen, dus tegen drukte zullen ze wel kunnen. Maar, hoe zullen ze het vinden om slechts beperkte ruimte te hebben om te zwemmen? Wat zou dat met de psyche van de vis doen? Voelt hij zich nog wel vis als hij alleen maar in die ‘visflat’ kan zwemmen? Wat zal het met de vis doen als hij zijn ‘wilde’ soortgenoot voorbij de raampjes van de ‘flat’ ziet zwemmen?

Een nieuwe meent

Flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

gift

De flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

Die doorn zit ook in het oog bij oud FNV-districtsbestuurder Henk van Rees. In Dagblad de Limburger van 15 maart 2017 houdt Van Rees een pleidooi voor vast werk en het terugdringen van de flexibilisering. In zijn pleidooi behandelt hij de standpunten van diverse politieke partijen. Van Rees sluit af met de woorden: “het terugdringen van flexibilisering staat eindelijk op de politieke agenda en er valt wat te kiezen. Kiezen voor vaste banen.”

Inderdaad kan vast werk onzekerheid wegnemen. Inderdaad is het zonder vast werk zeer lastig om een huis te kopen. Twee problemen die om aandacht vragen. Van Rees en hij is niet de enige, willen deze problemen verhelpen door terug te grijpen op het nabije verleden waarin bijna iedereen een baan voor het leven had. Die baan gaf zekerheid. Tenminste, zolang je werkgever niet failliet ging. Dan bleek ook die zekerheid niets waard.

Als onzekerheid het probleem is, zouden er dan andere oplossingen mogelijk zijn? Laat we eens wat verder teruggaan in het verleden. Naar de periode voor de industriële en de eraan voorafgaande agrarische revolutie. terug naar de tijd van de keuterboertjes die vooral voor eigen gebruik produceerden op hun eigen, al dan niet gepachte, kleine stukje grond. Een stukje grond waar ze soms wel en soms ook niet van konden leven. Deze boertjes konden gebruik maken van de gezamenlijke gronden, de meent. Dit systeem heeft eeuwenlang gefunctioneerd.

Zou een nieuwe ‘meent’ die onzekerheid ook weg kunnen nemen? Nee, niet in de vorm van het gezamenlijk gebruik van een stuk grond, bos of water. Maar wel het gezamenlijk verdelen van een deel van de opbrengst van die grond, dat bos of het water. De gezamenlijke investeringen in de weg- en waterbouw en andere openbare voorzieningen, leveren rendement op. Als we een deel van dat rendement afromen en eerlijk over alle inwoners verdelen in de vorm van van een gift, zou dat basiszekerheid kunnen bieden? Basiszekerheid die het individu kan vergroten, door betaald werk te verrichten?

Al in 1923 schreef Marcel Mauss in Essay over de gift over de kracht van de gift. Die kracht bestaat er namelijk uit dat de gift de ontvanger aanspoort tot een wederdienst.

 

Door de bank genomen

De Brexit is nu al een flinke tijd in het nieuws. Alle hel en verdoemenis scenario’s aan de ene en jubelscenario’s aan de andere kant zijn de revue al een gepasseerd. De Amsterdamse wethouder Kajsa Ollongren zet alles op alles om haar stad te laten profiteren van die Brexit.

verleiders

Namens het het bestuur van Amsterdam probeert zij allerlei financiële instellingen te verleiden om naar Amsterdam te komen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Die‘ bedienen’ nu vanuit Londen de Europese markt en als de Britten werkelijk afscheid hebben genomen van de Europese Unie, dan wordt dat lastig omdat Londen dan buiten die Unie ligt. En, net als bij de ‘Tesla-frabiek’ strijden ook hier meerdere steden (overheden) om de gunsten van de financiële sector, naast Amsterdam strijden Dublin, Frankfurt en Parijs. Ollongren wil hierbij het Nederlandse ‘bonussen beleid’ opnieuw bezien: “We moeten kijken in hoeverre wij als Nederland last hebben van deze regel.” Een discussie waard, maar een die ik nu niet wil voeren.

Waarover dan wel? Over de vraag of we die grotere financiële sector wel moeten willen? “We doen dit niet voor de banken. We doen dit omdat de financiële sector als geheel belangrijk is voor de Nederlandse economie en de Amsterdamse werkgelegenheid. Ik vind dat we daarbij moeten inzetten op wat moet worden in plaats van wat is – de klassieke banken dus. Daarom praat ik in Londen met fintech-bedrijven. Vernieuwende start-ups,” aldus Ollengren. Is die financiële sector wel zo belangrijk? Of eigenlijk moet ik de vraag anders stellen: is de financiële sector niet te belangrijk gemaakt? Wat voor een financiële sector willen we?

‘Fintech-bedrijven’ en vernieuwende start-ups’ dat klinkt spannend en uitdagend. De ‘klassieke bank’ van Ollengren ontwikkelde rente derivaten, verzamelde leningen in grote pakketten waarvan niemand meer wist wat ze nu eigenlijk waard waren en drong je deze producten vervolgens op. Die waren innoverend, vernieuwend en vooral op zoek naar eigen winst. Hierbij namen ze onverantwoorde risico’s waar de belastingbetaler de ‘rekening’ van moest betalen. Die werd zo ‘door de bank genomen’ om het plastisch uit te drukken.

Moet de financiële sector niet saai en doorzichtig zijn? Eigenlijk niet meer als een klassieke bank, bijvoorbeeld de ouderwetse Boerenleenbank. Een bank waar mensen hun geld stalden en die dat heel voorzichtig uitleende aan particulieren en bedrijven. De bankdirecteur kende iedereen want hij woonde immers in dezelfde stad of hetzelfde dorp. Moet de financiële sector niet weer gewoon saai, doorzichtig en vooral dienend worden?