Uitgelicht

Landbouwsubsidies

“Dat zijn de prioriteiten van 30, 40 jaar geleden.” Een uitspraak van minister Blok van Buitenlandse Zaken naar aanleiding van de conceptbegroting van de Europese Commissie. De commissie wil de Europese begroting met €200 miljard laten stijgen en dat is zeer tegen het zere been van minister Blok en premier Rutte, zo valt te lezen bij nos.nl. Tegen het zere been omdat de inkomsten met het Britse vertrek teruglopen en dan zouden de uitgaven dat ook moeten doen aldus Blok en Rutte. Beide heren zijn ook tegen het schrappen van de korting die Nederland krijgt. Daarnaast vindt minister Blok dat er minder geld naar landbouw moet en daarom sprak hij de openingszin van deze prikker. Het gaat mij nu niet om die toename van de begroting, het schrappen van de korting of het verzet van de beide bestuurders, maar om die openingszin.

agricultural-2935273_960_720

Foto: Pixabay

Na te zijn gestart als gemeenschap voor kolen en staal werd landbouwbeleid al snel speerpunt van het Europees beleid en dat is het nog steeds. Na de steun voor de armere regio’s gaat het grootste deel van de  begroting op aan landbouwsubsidies. Je zou, zoals Blok, kunnen betogen dat dit nu maar eens afgelopen moet zijn en dat de landbouwsector maar eens op eigen benen moest gaan staan. Als je kijkt naar de reguliere landbouw, dan is dat een redelijk terecht punt. 

Dus dan de prioriteiten maar verleggen naar andere sectoren dan de landbouw, bijvoorbeeld naar hightech start-ups? Hightech start-ups steunen kan best een goed idee zijn. De successen van de techbedrijven in Silicon Valley is immers ook gebaseerd op overheidsinvesteringen (subsidies) zoals Mariana Mazzucato in haar boek De ondernemende staat laat zien.  

Toch even terug naar die goede oude landbouw. Of eigenlijk niet die goede oude, maar innoverende duurzame nieuwe. Die goede oude draagt immers flink bij aan de vervuiling van het milieu en moet worden vervangen door innoverende nieuwe klimaatneutrale en diervriendelijke landbouw. Zou die vernieuwende landbouw niet ook een goed doel zijn om de subsidie van de ‘oude landbouw’ aan te besteden? 

 

 

Democratisch experiment

“De versplintering van de gemeenteraad in steeds meer fracties biedt een kans tot vernieuwing en daarmee tot andere vormen van overleg, samenwerking en coalitievorming.” De eerste zin van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur. Dit is de conclusie uit een rapport dat de bestuurskundigen Paul Frissen en Martin Schulz schreven in opdracht van de provincie Overijssel. De beide onderzoekers concluderen dat het: “systeem van politiek bedrijven via gedisciplineerde coalitievorming met strakke binding (…) door de versplintering van het politieke landschap in steeds meer en kleinere fracties ‘lastiger (wordt), zo niet onmogelijk’. Daarom is een nieuwe, verruimende politiek nodig.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Wikimedia Commons

Bij het lezen van dit artikel moest ik denken aan het boek Counter-Democracy. Politics in an age of distrust van de Fransman Pierre Rosanvallon dat ik momenteel aan het lezen ben. Voor Rosanvallon is democratie veel meer dan ‘verkiezingen’. Democratie versterkt door op hoofdlijnen drie vormen van tegen-democratie: waakzaamheid, aanklacht en beoordeling. Waakzaamheid in de vorm van bijvoorbeeld de pers of actiegroepen die de volksvertegenwoordigers kritisch volgen en beslissingen beïnvloeden. Gebeurt er iets dat niet door de beugel kan, dan wordt de verantwoordelijke voor die keuze aangeklaagd, Halbe Zijlstra kan erover meepraten. Als laatste beoordeling, beoordeling door onderzoek en evaluatie maar ook door de verantwoordelijke voor de rechter te dagen. De Urgenda-zaak is een mooi voorbeeld hiervan. Vormen van tegen-democratie die de democratie versterken maar die risico’s inhouden.

Ik moest denken aan die tegen-democratie toen ik het artikel van Bekkers en de uitspraken van Frissen en Schulz las. Zou de aanwezigheid van deze inmiddels sterke tegen-democratische krachten ook gebruikt kunnen worden voor een gedurfder experiment? Een experiment met een andere vorm van democratische vertegenwoordiging, namelijk loting van volksvertegenwoordigers en dus maximale ‘versplintering’? Volksvertegenwoordiging als een democratische plicht. Het loten van raadsleden gecombineerd met de verkiezing van de burgemeester? Een burgemeester die via zijn uitverkiezing het mandaat krijgt om zijn beleid uit te voeren maar daarvoor wel de middelen en de goedkeuring van de gelote raadsleden moet verkrijgen? Raadsleden die zonder last en ruggespraak hun werk kunnen doen en niet bezig hoeven te zijn met hun herverkiezing. De kans dat ze voor een volgende termijn worden geloot is immers bijzonder klein.

Het kiezen van de bestuurlijk verantwoordelijke en het loten van de controlerende en regelgevende macht, zouden we een dergelijk experiment aandurven?

Niets boven Groningen

De Rijksuniversiteit Groningen heeft grote ambities in China. Maar de twijfel slaat toe nu de academische vrijheid in het geding dreigt te komen. Want de partijsecretaris kijkt straks wel graag mee.” De aanhef van een artikel in de Volkskrant over de activiteiten van de Groningse universiteit in China. De universiteit heeft daar een ‘dependance’ opgericht of zoals ze het zelf noemt een ‘zusteruniversiteit’. De machthebbers in China hebben bepaald, of eigenlijk is dat wettelijk verplicht, dat er een partijsecretaris aan het bestuur wordt toegevoegd. De Groningse Universiteitsraad dreigt nu de plannen voor de oprichting van die ‘zuster’ tegen te houden omdat met de komst van die partijsecretaris de academische vrijheid in het geding is.

GroningenFoto: Flickr

Met die secretaris krijgt de Chinese communistische partij invloed in het bestuur en dat ligt gevoelig. In het Commentaar concludeert Carlijne Vos hierover dat: “Nederland (…) het zich niet (kan) veroorloven die boot te missen en zal de Chinese mores daarvoor tot op zekere hoogte moeten accepteren. De uitwisseling van internationale studenten is zowel goed voor het imago van de universiteit als voor de BV Nederland. Bovendien liggen in China miljarden te wachten voor nieuw onderzoek.” En oh ja: “Door internationale samenwerking kunnen bovendien hopelijk iets van de Westerse vrijheden en normen, op het gebied van mensenrechten bijvoorbeeld, worden overgedragen.” Zouden die ‘miljarden’ die liggen te wachten werkelijk naar Nederland stromen of zouden die in China aan onderzoek worden besteed? Als die miljarden niet naar Nederland stromen, hoe profiteert de Groningse Universiteit er dan van? Moet die Chinese ‘zuster’ geld over maken voor de naam? Krijgt de Groningse universiteit de rechten en patenten die dat onderzoek oplevert? Dat zou opmerkelijk zijn want dat lukt zelfs in Nederland niet. Hier worden succesvolle onderzoeken opgekocht door bedrijven.

Er is niets mis mee dat Chinese en andere buitenlandse studenten hier onderwijs komen volgen. Gaat een buitenlands filiaal oprichten niet iets te ver? Zou de Groningse universiteit de tijd en energie die in de Chinese zuster in oprichting wordt gestoken, niet beter kunnen besteden in Groningen, aan de kwaliteit van het onderwijs en dus de Nederlandse en ook buitenlandse studenten die in Groningen komen studeren? Het is immers de Nederlandse belastingbetaler die het gros van het geld voor de universiteit ophoest. Er gaat immers niets boven Groningen, zoals ze dat zelf zeggen. Of zou de Groningse universiteit daaraan twijfelen en daarom naar China uitwijken?

Kosten en baten

“Het is ontstaan uit pure frustratie. Ik kon hier gewoon geen goede kok vinden.” Woorden waarmee Dick van Ostaden, eigenaar van een restaurant, uitlegt hoe het bemiddelingsbedrijfje K.U.S . is ontstaan, Koks Uit Spanje. Van Ostaden kon geen Nederlandse koks vinden en hij moest iets, zo valt te lezen bij RTLZ . In het artikel doet ook Doekle Terpstra voorzitter van de brancheorganisatie van installateurs een duit in het zakje: “Er is sprake van een mismatch. Vraag en aanbod sluiten totaal niet op elkaar aan.” Daarom moeten de werkgevers wel uitwijken naar het buitenland. Maar Terpstra is de kwaadste niet: “Als ze goede ideeën hebben dan graag. We betalen op dit moment de prijs voor het slechte imago dat we het vmbo hebben gegeven als maatschappij. Dat moet veranderen. Op de lange termijn is dat een oplossing. Maar voor de korte termijn hoor ik het graag van het CNV.” 

kok

Foto: Vance Air Force Base

Nu is het flauw om erop te wijzen dat Terpstra in zijn carrière voordat hij vertegenwoordiger van ondernemers werd, voorzitter was van diezelfde CNV, dat hij voorzitter was van de onderwijskoepel HBO-raad en bestuursvoorzitter van hogeschool InHolland en in die hoedanigheid toch wel de gelegenheid moet hebben gehad om iets te doen aan die slechte aansluiting. Dat is immers geen probleem van de laatste jaren, daarover wordt al heel lang geklaagd. Bovendien ‘jaagt’ hij sinds 2014 het Nationaal Techniekpact 2020 ‘aan’. Een pact dat wil dat meer jeugdigen een technische opleiding volgen en in een technisch beroep aan de slag gaan. Zou de huidige CNV-voorzitter Lemmen dan toch gelijk hebben als hij zegt dat: “gejammer over krapte op de arbeidsmarkt (…) vooral (komt) uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Werkgevers hebben de arbeidsvoorwaarden volledig naar de gallemiezen geholpen.”

Zou het dan misschien een idee zijn als die bedrijven die zo zitten te jammeren dat ze geen vakmensen kunnen vinden, zelf vakmensen gaan opleiden? Als ze hiervoor wat minder naar de overheid en het onderwijs kijken? Als ze een werkloze met potentie in hun sector in dienst nemen? Als ze deze werkloze samen met het onderwijsveld, de benodigde kennis en vaardigheden gaan bijbrengen? Dat zou Terpstra met zijn ervaringen bij de vakbond, in het onderwijs en nu bij de werkgevers toch moeten kunnen organiseren. Maar ja, dat is lange termijn denken en kost geld en dus winst op de korte termijn. Is het probleem niet dat de kosten voor de baten gaan en de werkgevers de kosten liever door anderen laten betalen?

Paarse T-Ford

Het draait niet meer om grote instituties en instellingen maar om maatwerk, innovatie en informele oplossingen. Laten we in 2018 de nieuwe lichtpuntjes van vandaag waarderen, in plaats van de achterhaalde idealen van vroeger.” Met deze zinnen sluiten Felix Kievit en Levi van Dam hun artikel bij Joop af. Dit is de uitdaging waar Nederland volgens Kievit en Van Dam voor staat op het gebied van zorg en ondersteuning. Zij verzetten zich tegen: “heimwee naar vroeger de oplossing voor problemen van nu.” Kiezen tussen ‘instituten’ of ‘maatwerk’, dan is de keuze duidelijk.

T-Ford

Foto: Flickr

De auteurs schetsen een tegenstelling tussen grote instituties en instellingen aan de ene kant en maatwerk, innovatie en informele oplossingen aan de andere kant. Ongeveer de gehele gemeentelijke overheid gaat mee in deze tegenstelling en is daarom druk met ‘wijkteams’. De wijk is de nieuwe maat der dingen want op wijkniveau kun je maatwerk leveren en werken aan die informele oplossingen. Klein is flexibel en innovatief, groot is log, procedureel en bureaucratisch. Op grotere schaal lijkt dat niet te kunnen.

Nu kon het innovatieve Ford in de begintijd van de T-ford geen maatwerk leveren, die was in alle kleuren te verkrijgen zolang als het maar zwart was. Dat weerhield velen er niet van om toch een T-Ford aan te schaffen. Phillips was, tot de jaren van de ‘aandeelhouderswaarden’, een van de meest innovatieve bedrijven, we hebben er onder andere de cd aan te danken. Jammer genoeg waren ze wat minder in marketing. En nu is een van de grootste organisaties in de thuiszorg Buurzorg van Jos de Blok. Buurtzorg wordt geroemd om al die zaken waar het volgens de auteurs nu om draait. Zouden grote ‘instituties’ echt niet innovatief zijn en geen maatwerk kunnen leveren?

Als Buurtzorg het kan, als Phillips en Ford het konden en wellicht nog wel kunnen, waarom zouden andere grote instituties en instellingen dan niet kunnen zorgen voor maatwerk, innovatie en informele oplossingen? Creëren de auteurs niet een schijntegenstelling? Een schijntegenstelling die tot gevolg heeft dat veel energie lekt naar structuurdiscussies (grootte van organisaties) terwijl innovatie, maatwerk en informele oplossingen een kwestie van cultuur, van mentale instelling en houding is?

Datagedreven ijsjesverbod

“De ambtenaar van de toekomst komt er bekaaid vanaf in de vacatures die gemeenten publiceren.” De openingszin van een artikel op de ‘ambtenarensite’ Binnenlandsbestuur. HR-dienstverlener Yacht heeft er onderzoek naar gedaan door de vacaturetekst door te struinen en wat ze daar lazen heeft ze niet blij gemaakt: “De gemeentevacatures staan nog vol met clichés uit de oude doos (betrokken, 24 procent, sociaal, 23 procent, resultaatgericht, 26 procent), terwijl moderne competenties als klantgerichtheid, netwerken, verbinden en datagedreven erg weinig voorkomen. ‘Die laatste werd niet een keer genoemd’, zegt Mirjam Beerkens, adviseur bij Yacht en samensteller van het onderzoek.” Daarmee gaan gemeenten het niet redden in de ‘transformatie’: “Als gemeenten daarin succesvol willen zijn, doen ze er verstandig aan om in vacatures de nadruk te leggen op de vaardigheden die passen bij de ambtenaar van de toekomst in plaats van die van vroeger.”

Ijsje

Foto: Pixabay

Nu is men nergens zo goed in het voeren van semantische discussies als bij de overheid. Lijkt dat niet ook hier weer het geval? Is “klantgericht’ niet gewoon een andere omschrijving van ‘betrokken’? En ‘verbinden’ en ‘netwerken’? En werd die ‘transformatie’ waaraan gewerkt moet worden tien jaar geleden niet de ‘kanteling’ genoemd of ‘welzijn nieuwe stijl’? Ik zou trouwens niet weten wat er ‘oud’ is aan resultaatgericht werken?

Meer moeite heb ik met ‘datagedreven’, je laten drijven of leiden door data? Is je laten ‘drijven’ door data niet wat erg mager. Een voorbeeld van Ionica Smeets. Zij vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. ‘Datagedreven’ adviseert de ambtenaar om de verkoop van ijsjes te verbieden. Zou het helpen?

Neem de politie die data gebruikt bij het bepalen in welke wijk agenten worden ingezet. De resultaten van die inzet, worden vervolgens weer aan de data toegevoegd. De volgende periode gebeurt hetzelfde en is die wijk weer aan de beurt. Daar waar je zoekt, vind je immers. Waar je niet zoekt, vind je niets. Zo creëren de data hun eigen succes. Gevolg is wel dat buurten (of mensen) zich uitgezocht voelen, dat ze klagen over de politie die hen ‘stalkt’. Ze zijn het slachtoffer van ‘profilering’.

Loopt de ‘datagedreven’ ambtenaar niet grote kans om verkeerde zaken te doen? Verkeerde zaken omdat data niets zeggen. Dat data op basis van een theorie geanalyseerd en geïnterpreteerd moeten worden? Dat die theorie vervolgens getoetst moet worden in de praktijk? Dat er altijd naar alternatieve theorieën en verklaringen gezocht moet worden om tunnelvisie te voorkomen?

‘Mijn Ballonnendoorprikker’

“De meeste informatie over uw hypotheek, zoals uw jaaropgave, ontvangt u digitaal van ons. Wel zo handig en overzichtelijk. Staat er een document voor u klaar? Dan informeren wij u per mail. U vindt uw digitale post via Mijn …. bij ‘Mijn documenten’. Zo kunt u het later altijd eenvoudig terugvinden. Wij breiden deze service steeds verder voor u uit.”

Dit las ik in een brief van mijn hypotheekverstrekker. Jullie hebben vast ook wel eens zo’n soort brief ontvangen. Bedrijven die een ‘Mijn …’ beginnen en alleen maar op die manier willen communiceren. De overheid wil ook die kant op met ‘Mijn Overheid’, daar schreef ik al eens eerder een prikker over, dus daar ga ik het niet over hebben.

postbode

Foto: Wikimedia Commons

Ik wil het hebben over de geciteerde passage uit de brief. Dat ik alle informatie digitaal ontvang, is wel zo handig en overzichtelijk. Beste schrijvers, ik vind het per post ontvangen jaaropgaven net zo handig. Die berg ik dan netjes op in een map en als ik het wil inzien dan kan ik de map pakken en die heel eenvoudig raadplegen. Dat vind ik wel zo handig en overzichtelijk. Ook kan ik zo alles later eenvoudig terugvinden.

Ja, via jullie ‘Mijn…’ kan dat ook. Alleen moet ik dan een gebruikersnaam en wachtwoord onthouden en niet alleen voor jullie, ook voor al jullie collega’s die ook een ‘Mijn …’. Die kan ik echt niet allemaal onthouden, dat vind ik niet zo ‘eenvoudig’. Bovendien is die informatie, mijn gegevens, verbonden met het Internet en er verschijnen geregeld berichten van gehackte bedrijven. Zelfs van ‘tech-bedrijven’, zo bleek Uber laatst gehackt. Is het niet veiliger om die gegevens los te koppelen van het Internet en alleen maar via papieren post te communiceren?

In de laatste zin geven jullie aan dat jullie ‘deze service’ steeds uitbreiden en dat jullie dat voor mij doen. Alleen kan ik me niet herinneren dat ik om deze service heb gevraagd. Misschien ben ik iets vergeten, dan hoor ik het graag.

Is het niet eerder dat jullie deze ‘service’ voor jullie zelf uitbreiden? Dat jullie digitaliseren om jullie bedrijfsprocessen te automatiseren en uiteindelijk om kosten te besparen? Een goede en legitieme reden, maar doe het dan niet voorkomen alsof jullie dat voor mij doen.