Uitgelicht

… geen garantie voor de toekomst

“Klinisch oordeel voorspelt niet, actuariële risicotaxatie wel. Ook, juist, in ‘individuele zaken’. Zoals wij in het rapport schrijven is een groep niets meer dan een verzameling individuen.”

Een zin uit het betoog in de Volkskrant van Corinne Dettmeijer-Vermeulen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en Laura Meneti, onderzoeker bij Nationaal Rapporteur, waarin zij zich verweren tegen kritiek op de statistische manier van risicotaxatie van recidive, waarvan zij pleitbezorgers zijn. Een manier waarbij naar risicofactoren en welk deel van de mensen die risicofactor hun eerdere foute gedrag herhalen. Die ‘actuariële risicotaxatie moet vervolgens bepalen welke straf of behandeling de betrokken persoon krijgt.

statitstiek

Illustratie: foodnavigator.com

Een redelijk betoog. Die statistische berekeningen zijn immers volgens de kunst van de wetenschap uitgevoerd. Zo kan een besluit in een individuele zaak wetenschappelijk worden onderbouwd en hangt het niet af van selectieve beoordelingen door personen. Het persoonlijke oordeel wordt uit de beoordeling gehaald, het oordeel wordt objectiever.

Toch roept dit bij mij wat vragen op. Gebeurt er zo niet nog iets anders? Wordt op deze manier niet ook het persoonlijke van de mens die terecht staat uit het oordeel gehaald? Draait het zo niet alleen om factoren van de persoon die als risicovol worden gezien? Wordt hij zo niet beoordeeld en bij het bepalen van zijn strafmaat veroordeeld, voor het bezitten van die factoren? Hoe zit het met andere kenmerken of factoren van deze persoon? Kenmerken die het risico beperken? Wellicht bezit deze persoon juist een combinatie van kenmerken die herhaling voorkomt. Kenmerken die zo buiten beschouwing worden gelaten. Zou daar ook niet naar gezocht en gekeken moeten worden?

Nog een slagje verder. Wordt iemand zo niet be- en veroordeeld op basis van de daden van anderen? Die actuariële risicotaxatie is een verzameling gegevens uit het verleden. gegevens waarbij mensen zijn ontleed in kenmerken en waarbij per kenmerk is geturfd hoevaak iemand zijn fout herhaalde. Hoe terecht is het om iemand in het heden te beoordelen op mogelijke daden in de toekomst, waarbij het oordeel is gebaseerd op deelgegevens van anderen uit het verleden? Deelgegevens, want die gegevens handelen niet over personen maar over kenmerken.

Moet in een rechtszaak en dus ook bij het inschatten van het risico op recidive niet de hele persoon met al zijn kenmerken, nukken, eigenaardigheden, goede en slechte eigenschappen worden beoordeeld en niet slechts enkele risicofactoren? Of een groep niet meer dan een verzameling individuen is, daar kun je een boom over opzetten. Een individu is zeker meer dan een verzameling kenmerken. In de beleggerswereld staan statistische gegevens ook centraal en bij ieder product dat daar wordt aangeboden eindigt de reclame met een volgende soort zin: “ Let op. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’

Jeuk, krabben en prikken

Via een connectie op LinkedIn kreeg ik een vraag van iemand onder ogen: “Ik ben bezig met het maken van een vitaliteitsbeleid, om de medewerkers van gemeente … nóg vitaler te maken (gezond van lichaam en geest, plezier in je werk en een prettige en inspirerende werkomgeving). Nu zoek ik een pakkende slogan om het management én mijn collega’s te enthousiasmeren. Wie weet iets?!” Onder deze vraag vele ideeën voor een slogan en verwijzingen naar mensen die hierin wellicht iets zouden kunnen betekenen.

jeuk

Foto: Women’s Health

Bij mij begon er iets te kriebelen toen ik dit las. nu kan het gaan kriebelen van enthousiasme en dat is positief. Dat was in dit geval in ieder geval niet het geval. Nee, het begon op een andere manier te kriebelen. Eigenlijk is jeuken beter, want deze ‘kriebel’ voelde wat minder lekker. ‘Nóg vitaler’ maken, schrijf je zoiets niet op als je eigenlijk precies het tegenovergestelde bedoelt? Als je in dit geval wilt zeggen dat de medewerkers over het algemeen ongezond van lichaam en geest zijn, geen plezier in het werk hebben en een niet inspirerende werkomgeving hebben? Dat was de eerste jeuk die ik voelde alvorens ik begon te krabben.

Zoals het met jeuk is, krabben helpt niet, dat maakt het alleen maar erger. Wat zegt het als je een ‘pakkende slogan’ nodig hebt om het management en je collega’s te enthousiasmeren?  Zeg je dan niet dat het management uit een stel ‘zandzakken’ bestaat en je medewerkers een soort zombies zijn? Heb je een slogan nodig als je een inspirerende werkomgeving hebt met mensen die plezier in hun werk hebben? Dan is een slogan toch overbodig omdat de intrinsieke motivatie er is om er samen voor te gaan, om het beste uit jezelf te halen? Als dat zo is, waarom moet je er dan nog ‘beleid’ voor maken? Flinke jeuk en dus harder krabben.

Harder krabben leidt tot … meer jeuk. Hoe zie je je medewerkers als je ze zo benadert? Hoe serieus neem je ze dan? Zie je ze dan als mens of als een productiemiddel? Als je medewerkers als mens ziet, heb je dan ‘vitaliteitsbeleid’ nodig?

Het begon nog harder te kriebelen en daarom besloot ik maar om niet meer te krabben, maar te prikken.

Verkeerde vijand

Op Joop een artikel van Anousha Nzume waarin zij het ‘witte culturele superioriteitsgevoel’ aan de kaak stelt. Overdreven gezegd komt het erop neer dat alle ellende in de wereld een gevolg is van de ‘witte mensen’. In haar artikel waarin het denken over  ‘witte onschuld’ en ‘witte superioriteit’ waarover ik al eerder schreef op de achtergrond een belangrijke rol speelt, viel mij één passage op. Nzume: “Ik zie het in de ogen van journalisten tijdens interviews over mijn boek. “Hoe durf je de vrijspraak van OJ Simpson te omschrijven als een overwinning op het systeem?” Omdat het waar is. Een zwarte man wint terecht of onterecht van een corrupt en racistisch systeem omdat hij rijk genoeg en populair genoeg is. Naar goed westers gebruik.”

SimpsonIllustratie: Daily Mail

OJ Simpson ‘versloeg een corrupt en racistisch systeem en werd vrijgesproken terwijl alles erop wees dat hij schuldig was aan de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend. In een latere civiele procedure werd Simpson wel verantwoordelijk gehouden voor die moorden. Nzume is blij dat iemand niet wordt veroordeeld voor moorden die hij heeft gepleegd. Zij is blij omdat de ‘zwarte’ Simpson zoveel geld had, dat hij zijn ‘onschuld’ kon kopen en zo als ‘zwarte’ het ‘corrupte, racistische, witte systeem’ versloeg.

Toont de casus Simpson aan dat het systeem racistisch is? Dat: “Wij allen (…) nog steeds (praten) in dezelfde witte ruimtes waar diezelfde culturele aannames en codes leidend zijn,” dat:  Racisme (…) een tool (was) in de koloniale tijd en het (…) nog steeds een tool (is) in het huidige kapitalistische neoliberale systeem,” of dat: “witte westerse dominantie,” in stand wordt gehouden zoals Nzume schrijft?

Laat de de casus niet juist zien dat in het ‘kapitalistische neoliberale systeem’ vrouwe Justitia kleurenblind’ is? ‘Kleurenblind’ maar wel ‘te koop’ met geld en macht? Want won met OJ Simpson niet het geld en de macht? Is dergelijk machtsmisbruik niet iets van alle tijden, alle culturen en alle ‘kleuren’?  Hoe beoordeelt Nzume het Zuid-Afrika van Zuma, het Zimbabwe van Mugabe, het Egypte van Al Sisi, het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan, het Saoedi-Arabië van Salman en zo zijn er veel meer te noemen? Hoe beoordeeld zij de manier waarop multinationals invloed kopen in Den Haag, Brussel, Washington, Lagos of Johannesburg? De manier waarop China invloed koopt in Afrika, maar ook in Europa, denk bijvoorbeeld aan de haven van Piraeus?

Allemaal praktijken waar mensen van alle kleuren de dupe van zijn. Mensen die het aan geld en macht ontbreekt om tegenwicht te bieden. Is het niet jammer dat Nzumes strijd juist verdeeldheid zaait tussen mensen die alleen tegenwicht kunnen bieden als ze eensgezind optrekken? Bestrijdt Nzume niet de verkeerde vijand?

Objectiveren van subjectiviteit

Vandaag kreeg ik de volgende bijzondere formule onder ogen: aantal maanden behandeling x aantal weken per maand x aantal behandelingen per week x kilometers enkele reis afstand x 0,25. Deze formule wordt gebruikt om te berekenen of een kind dat moet reizen naar een aanbieder van jeugdhulp in aanmerking komt voor een ‘vervoersvoorziening’ door de gemeente. Als de uitkomst 250 of hoger is, dan kan een vervoersvoorziening worden toegekend, dan drukt die last te zwaar op kind en ouders.

werkmierenillustratie: puur.cc

Bij een eerste blik stelde ik me de vraag of die formule niet eenvoudiger kan. Als je het goed beschouwt, staat hier gewoon: totaal aantal behandelingen x aantal kilometers enkele reis x 0,25. De weken en maanden doen niet ter zake, die zijn alleen maar nodig om het totaal aantal behandelingen te bepalen. Zijn bovendien die  x 0,25 wel noodzakelijk? Als je die weglaat en de uitkomst van het aantal behandelingen maal de kilometers enkele reis is groter dan of gelijk aan 1.000, dan bereik je hetzelfde. Bovendien, waarom enkele reis? Zou de terugreis niet ook een ‘last’ kunnen zijn? Dan zou de formule moeten luiden: aantal behandelingen x aantal reiskilometers en als dat 2.000 of meer is, dan zou een vervoersvoorziening worden toegekend.

Bij een tweede blik vroeg ik me af of die formule wel meet wat er gemeten moet worden, namelijk de draaglast. Hangt draaglast bij reizen  alleen af van het aantal kilometers dat gereisd moet worden, want dat is waarmee in de formule wordt gerekend? Zou draaglast niet ook te maken hebben met de reisduur? Een dagelijkse file-rijdende reis waarbij in een halfuur vijftien kilometer wordt afgelegd, zou wel eens veel zwaarder kunnen voelen dan een reis waarbij in een halfuur veertig kilometer wordt afgelegd. Een maal per maand naar Den Helder (266 kilometer) voelt toch anders dan iedere dag 10 kilometer in een slakkengangetje over achterafweggetjes.

Hangt de draaglast niet ook af van het tijdstip waarop gereisd moet worden? Als je als ouder met drie kinderen er twee ‘aan hun lot’ moet overlaten om de derde op tijd naar de zorg te brengen, dan voelt dat anders dan wanneer de andere twee al op school zijn. Als je door die reis met je kind niet je contractueel afgesproken uren kunt werken en het gaat van je verlof af, dan voelt dat anders dan wanneer je daar geen omkijken naar hebt.

Is de last die iemand kan dragen niet afhankelijk van de persoon en daarmee subjectief? Probeert deze formule iets subjectiefs te objectiveren?

What you (want to) see is what you get

In mijn vorige column vergeleek ik aan de hand van een song van de Dead Kennedys de huidige wereld met die van vijfendertig jaar geleden. In precies die periode schreef historicus Maarten van Rossum de artikelen die zijn gebundeld in het boek De draagbare van Rossum. Een bloemlezing die tezamen een goed inzicht geven in de geschiedenis van de vorige eeuw. Het derde hoofdstuk behandelt het wedervaren van het stadje Muncie in Indiana. In de studies wordt het plaatsje Middletown genoemd omdat het model moet staan voor een gemiddelde plaats in de VS. Dit stadje stond centraal in drie sociologische onderzoeken in de vorige eeuw. De eerste in 1925 en de tweede in 1935 werden verricht door Robert Lynd, de laatste eind jaren zeventig door Theodor Caplow, Howard M. Bahr en Bruce A. Chadwick.

Van Rossum

Lynd maakte zich zorgen om het verval van ‘gemeenschapszin’ in de Verenigde Staten en dacht dat de sleutel voor het stoppen van dit verval in kleine gemeenschappen lag. Als je verval wilt aantonen, dan moet er wel een referentiepunt zijn. Voor Lynd was dat het Muncie van zo rond 1890, de jeugdjaren van Lynd en die bracht hij door in een naburig stadje. Enige probleem, het Muncie van 1890 was niet op dezelfde manier bestudeerd. Dat beeld schetste Lynd op basis van wat globale informatie en zijn eigen jeugdervaringen. Een zeer mooi en positief beeld waarbij de jaren twintig, ondanks de toegenomen welvaart, schril afstak. Van Rossum waarschuwt: “We moeten niet vergeten dat Lynd ons oordeel gemanipuleerd heeft door op het doek achter het concrete beperkte Middletown in 1925 steeds het idyllische Middletown van 1890 te projecteren. Hij heeft zichzelf en zijn lezers met een romantisch plaatje in de luren gelegd.” Teloorgang van de gemeenschapszin, het zwarter maken van de huidige werkelijkheid door deze af te zetten tegen een extra gefotoshopte achtergrond.

De drie onderzoekers uit de jaren zeventig constateerden dat het stadje zo ongeveer het Walhalla was, het paradijs op aarde waar de verandering tot stilstand was gekomen omdat het hoogste punt van ontwikkeling bereikt was. En dat paste volgens Van Rossum precies bij hun ‘neoconservatieve zonnebril. Volgens Van Rossum, maakten zij zich aan hetzelfde feit als Lynd schuldig, maar dan omgekeerd. Zij zetten hun witter gefotoshopte werkelijkheid van de jaren zeventig af tegen Lynds zwart gefotoshopte en constateerden dat er niets aan de hand was in het stadje.

Is deze manier van ‘overdrijven’ niet nog steeds actueel? ’What you see is what you get’ een bekende uitdrukking in de automatiserings- en computerwereld. Zou voor de maatschappijwetenschappen en de politiek niet gelden ‘what you want to see is what you get? Het noopt in ieder geval tot kritisch bevragen van onderzoeksresultaten.

Beste gemeente Rotterdam

In de NRC lees ik dat de gemeente Rotterdam af wil van de plicht om de: “lokale inkoop van kleinschalige zorg, kinderbescherming en wijkteams Europees aan te besteden.” De gemeente moet deze zorg dit jaar opnieuw aanbesteden en in totaal gaat het om vierhonderdmiljoen euro aan zorg per jaar. En dat is geen kleine klus: “In Rotterdam zijn meer dan honderd medewerkers bezig met de aanbesteding.” 

Rotterdam

Foto: Rotterdam – Holland.com

Een beetje vreemd om zorg in Rotterdam Europees aan te besteden, zou er een bedrijf uit Spanje of Polen zijn dat kinderbescherming in Nederland kan verzorgen? Zeker als je bedenkt dat een bedrijf dat deze zorg wil leveren ‘gecertificeerd’ moet zijn en dat zijn alleen Nederlandse bedrijven. Daarom adviseert Wethouder De Jonge: “als het kabinet het ‘sociale domein’ gaat uitzonderen voor aanbesteding. Daarvoor is een wetswijziging nodig, maar het kost niets.” Een terecht pleidooi dus van de Rotterdammers. Zeker als daardoor wijkteams waaraan de stad sinds 2015 heeft gewerkt en die net op elkaar ingespeeld en ingewerkt raken, uit elkaar dreigen te worden getrokken.

Beste gemeente Rotterdam, en u bent niet de enige zo weet ik uit ervaring, waarom staart u zich blind op ‘ marktwerking’? Waarom moet er aanbesteed of ingekocht worden? Ook bij niet Europees aanbesteden kunnen die mooie teams uit elkaar worden getrokken. De Jeugdwet schrijft niet voor dat het een markt moet zijn. Die bepaalt in artikel 2.6 onder 1: “Het college is er in ieder geval verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is,” om aan de taken die de wet stelt, te kunnen voldoen.

Als die teams zo goed werken en je wilt dat de investering erin niet verloren gaat en nog jaren rendement gaat opleveren, waarom zoek je dan niet een andere oplossing? Waarom neemt de gemeente die teamleden niet gewoon in dienst? Dan hoeft er niet te worden ingekocht, hoeven er geen contracten te worden afgesloten, beheerd  en gemanaged. Dat scheelt flink wat ambtenaren en externe adviseurs die zich met inkoop bezig houden. Dat geld kan dan worden ingezet voor extra zorg voor de kinderen.

Zou het in dienst nemen bovendien niet een blijk van waardering voor die teams en hun leden zijn? Zou dat geen mooie oplossing zijn? Let er dan wel op dat u er geen ‘ ambtenaren’ van maakt.

Pensioenpotje

De Sociaal Economische Raad broeit op een nieuw pensioenstelsel, zo valt te lezen in de Volkskrant. De kern ervan: “Iedereen een eigen pensioenspaarpot. En pas zekerheid over de hoogte van de oudedagsuitkering als de pensioendatum in zicht is, afhankelijk van een positief of negatief beleggingsresultaat.” Dit zou blijken uit een vertrouwelijk conceptadvies van de Raad. Hoe vertrouwelijk is zo’n advies als het de voorpagina van een krant haalt? Een vraag ter verdieping hierbij: hoe ‘te vertrouwen’ zijn de SER-mensen dan? Dat even terzijde.

pensioenIllustratie: TRABVV

Mijn pensioenpremie wordt, als deze plannen werkelijkheid worden, gestort op een individuele pensioenrekening vergelijkbaar met een ‘gewone beleggingsrekening’. Als het goed gaat groeit die rekening omdat ik iedere maand bijstort en door de mogelijke rendementen die mijn centen opleveren. Het geld op al die individuele rekeningen, wordt door pensioenfondsen belegd. Zo’n tien jaar voor mijn pensionering krijg ik ‘duidelijkheid’ over de hoogte van mijn pensioen.

Waarin verschilt dit eigenlijk van het huidige stelsel? Wat maakt die ‘individuele’ rekening waarop het wordt gestort uit, als aan de achterkant het geld op één hoop wordt gegooid en belegd? Of kan ik zelf kiezen hoeveel risico er met mijn geld wordt genomen en waarin het wordt belegd? Wordt ook in het huidige stelsel niet pas korte tijd voor de pensionering duidelijk hoe hoog het pensioen werkelijk zal zijn?

Zou u dertig tot vijfendertig jaar geld in een zwarte doos gooien, zonder tussendoor enig zicht te willen hebben op wat het oplevert? Want daar lijkt het op als je pas tien jaar vóór je pensionering enig inzicht krijgt. Wat als het dan tegenvalt en je ingelegde geld voor een belangrijk deel is verdampt? Als het fonds er een potje van maakt? Welke mogelijkheid heb je dan om de schade te herstellen? Nu dragen mijn werkgever en ik ruim twintig procent van mijn bruto salaris af als pensioenpremie. Het fonds belegt en ieder jaar krijg ik de stand van zaken. Ik kan ieder jaar kijken of ik iets aanvullends moet doen.

Waarom wordt mij, als het pensioen dan toch ‘geïndividualiseerd’ moet worden, niet de mogelijkheid geboden om de premie te gebruiken om bijvoorbeeld een huis te kopen of een gekocht huis af te betalen? Daarmee beperk ik mijn uitgaven nu en in de toekomst. Nu betaal ik minder rente en in de toekomst woon ik ‘gratis’. Zou de SER daar niet eens naar moeten kijken?