Uitgelicht

Pilarczyk en succes

Als mijn droom was uitgekomen, dan hadden jullie nu allemaal naar mijn winnende doelpunt op het Europees kampioenschap van 1988 gekeken, of naar die schitterde pas in de finale van het Wereldkampioenschap van 1990. Helaas is het bij een droom gebleven. Ik geloofde toen ik een jaar of veertien was, dat ik profvoetballer kon worden. Dat geloof combineerde ik met mijn niet aflatende inzet en overgave. Zelfs bij een 8-0 achterstand bleef ik doorgaan en strijden voor een beter resultaat. Dat laatste zorgde ervoor dat iemand mij ‘dorpsgek’ noemde. Dat geloof en die inzet zorgden er echter niet voor dat ik mijn brood kon verdienen als voetballer. Het hebben van talent bleek toch ook nog een rol te spelen.

Unknown

Foto: Wikipedia

Na het lezen van een post van ene Michael Pilarczyk die ik op LinkedIn voorbij zag komen, weet ik waarom. Die post begon met de zin: “Je wordt wat je gelooft. Niet wat je hoopt, wat je wenst, of wat je wilt. Je wordt waar je diep vanbinnen echt van overtuigd bent. What you imagine you become.” Mijn geloof en verbeeldingsvermogen waren blijkbaar niet goed genoeg. Immers: “Alles begint met een gedachte, alles is mindset.” Blijkbaar zat er ergens een ‘overtuiging’ in mij die wat anders zei: “Want die overtuigingen controleren hoe jij denkt en wat je doet. Ze bepalen je gedrag en de resultaten in je leven.” 

Natuurlijk bepalen je gedachten en overtuigingen de manier waarop je in het leven staat. Een optimistisch iemand zal blij de volle helft van het glas benadrukken, een pessimist legt bedroefd de nadruk op het lege deel. Als het de pessimist lukt om zijn negatieve gedachten terzijde te zetten, dan zal hij wat blijer kijken en zich wat beter voelen, Dat verandert echter niets aan het nog steeds half gevulde glas. Als dat optimisme ertoe leidt dat hij meer risico’s gaat nemen, dan neemt de kans toe dat hij meer gaat bereiken. De andere kant van die medaille is dat de kans op minder bereiken ook toeneemt. Bij het ‘verklaren’ van dat succes zal hij, net als Pilarczyk de nadruk leggen op zijn ‘positieve’ gedachten. Diezelfde positieve gedachte kan ook tot falen leiden. ‘Niet hard genoeg geloofd,’ luidt Pilarczyks verklaring. 

Gelukkig voor Pilarczyk zijn het vooral de succesvollen die zich een ‘Life & Business coach’ kunnen veroorloven en voor hen is het prettig om te horen dat hun succes hun eigen verdienste is. Dat het niets te maken heeft met de plaats waar en de omstandigheden waarin ze geboren zijn. Dus dat al die arme lui het ook aan zichzelf hebben te danken: ze geloven immers niet genoeg in hun eigen succes. 

“Dus die miljoenen armelui in Afrika en Azië hebben het aan zichzelf te danken? Eigen schuld dikke bult, moeten ze maar wat anders geloven? Dat ze in de drek zitten en iedere dag veertien uur moeten ploeteren om misschien genoeg te hebben om die dag te eten, speelt geen rol?” Ik kon het niet laten deze reactie te plaatsen onder deze post.

Uitgelicht

Asterix en de economen

“Rare jongens, die Romeinen,” een uitspraak die Obelix geregeld doet in de strips genoemd naar zijn vriend Asterix. Het is ook de titel van de column van Frank Kalshoven in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Volgens Kalshoven zijn die Romeinen raar omdat ze: “slecht, welvaartsvernietigend, beleid voor (…) stellen en uit te voeren.” Kalshoven heeft het over de Italiaanse begroting voor het komende jaar. Volgens Kalshoven is: “De Italiaanse staatsschuld (…) al hoog, net als het begrotingstekort, en er heerst hoogconjunctuur. Italië moet sparen als het meezit, en de Italiaanse begroting voor 2019 moet daarom een lager tekort laten zien. En geen hoger.” De Italiaanse begroting voor het komende jaar doet het tegendeel. Kalshoven formuleert een viertal hypotheses die: “helpen verklaren waarom en hoe het rationeel kan zijn.” De vier zouden ook in combinaties kunnen optreden aldus Kalshoven. Zou er nog een andere hypothese mogelijk zijn?

asterix___asterix_and_obelix_by_theeyzmaster-d9ipp3i

Illustratie: DeviantArt

Eerst de vier van Kalshoven in een notendop. Als eerste: “het loont op de kiezersmarkt om radicaal te zijn, tegen de dominante logica in.”  En als je dan aan de macht komt moet je wel. Als tweede de beperkte tijdshorizon van politici: “slecht beleid kan op lange termijn een land in de schaduw zetten, maar op korte termijn zien kiezers alleen de zonnige kant.” Als derde: “Een gok zonder kans op verlies.  … Het idee is dat een grote groep kiezers in de veronderstelling leeft (al dan niet abusievelijk) dat hun positie niet slechter kan.”  En de vierde: “We krijgen hulp als het fout gaat. Politici met afwijkende ideeën vertrouwen erop dat als hun kiezersbelofte uiteenspat op de realiteit, andere landen te hulp zullen schieten.” 

Vier plausibele hypotheses die er allemaal vanuit gaan dat de Italiaanse begroting slechts is voor de economie en dus voor het land. Dat is de veronderstelling van Kalshoven, van zo ongeveer de gehele gemeenschap van economen, politici en financieel specialisten. En ook de veronderstelling van de andere Europese leiders, want zoals Kalshoven opent: “Het was achttien tegen één, () Die achttien waren regeringsleiders van eurolanden, en die negentiende ook, maar de Italiaanse premier Conte stond moederziel alleen.” 

Wat als de veronderstelling dat wat goed is voor de economie ook goed is voor een land niet klopt? Neem de hoge Italiaanse jeugdwerkloosheid van bijna 35%, de lage salarissen, die is ook niet goed voor het land. Daar konden begrotingen die wel de goedkeuring konden dragen, niets aan veranderen. Laat de Italianen experimenteren met een soort basisinkomen, want dat willen ze. 

Laten we dat met interesse volgen en ervan leren. Mocht het goed gaan, dan nemen we het over. Gaat het fout, dan redden we ze maar wel op een alternatieve manier waar de Italiaanse samenleving en dus de Italiaan, beter van wordt. Een ‘toverdrank’ voor de zwakkeren, niet de banken, speculanten en beleggers. Bijvoorbeeld een Italiaanse vakantie voor onze minima.

Datagedreven ijsjesverbod

“De ambtenaar van de toekomst komt er bekaaid vanaf in de vacatures die gemeenten publiceren.” De openingszin van een artikel op de ‘ambtenarensite’ Binnenlandsbestuur. HR-dienstverlener Yacht heeft er onderzoek naar gedaan door de vacaturetekst door te struinen en wat ze daar lazen heeft ze niet blij gemaakt: “De gemeentevacatures staan nog vol met clichés uit de oude doos (betrokken, 24 procent, sociaal, 23 procent, resultaatgericht, 26 procent), terwijl moderne competenties als klantgerichtheid, netwerken, verbinden en datagedreven erg weinig voorkomen. ‘Die laatste werd niet een keer genoemd’, zegt Mirjam Beerkens, adviseur bij Yacht en samensteller van het onderzoek.” Daarmee gaan gemeenten het niet redden in de ‘transformatie’: “Als gemeenten daarin succesvol willen zijn, doen ze er verstandig aan om in vacatures de nadruk te leggen op de vaardigheden die passen bij de ambtenaar van de toekomst in plaats van die van vroeger.”

Ijsje

Foto: Pixabay

Nu is men nergens zo goed in het voeren van semantische discussies als bij de overheid. Lijkt dat niet ook hier weer het geval? Is “klantgericht’ niet gewoon een andere omschrijving van ‘betrokken’? En ‘verbinden’ en ‘netwerken’? En werd die ‘transformatie’ waaraan gewerkt moet worden tien jaar geleden niet de ‘kanteling’ genoemd of ‘welzijn nieuwe stijl’? Ik zou trouwens niet weten wat er ‘oud’ is aan resultaatgericht werken?

Meer moeite heb ik met ‘datagedreven’, je laten drijven of leiden door data? Is je laten ‘drijven’ door data niet wat erg mager. Een voorbeeld van Ionica Smeets. Zij vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. ‘Datagedreven’ adviseert de ambtenaar om de verkoop van ijsjes te verbieden. Zou het helpen?

Neem de politie die data gebruikt bij het bepalen in welke wijk agenten worden ingezet. De resultaten van die inzet, worden vervolgens weer aan de data toegevoegd. De volgende periode gebeurt hetzelfde en is die wijk weer aan de beurt. Daar waar je zoekt, vind je immers. Waar je niet zoekt, vind je niets. Zo creëren de data hun eigen succes. Gevolg is wel dat buurten (of mensen) zich uitgezocht voelen, dat ze klagen over de politie die hen ‘stalkt’. Ze zijn het slachtoffer van ‘profilering’.

Loopt de ‘datagedreven’ ambtenaar niet grote kans om verkeerde zaken te doen? Verkeerde zaken omdat data niets zeggen. Dat data op basis van een theorie geanalyseerd en geïnterpreteerd moeten worden? Dat die theorie vervolgens getoetst moet worden in de praktijk? Dat er altijd naar alternatieve theorieën en verklaringen gezocht moet worden om tunnelvisie te voorkomen?

… geen garantie voor de toekomst

“Klinisch oordeel voorspelt niet, actuariële risicotaxatie wel. Ook, juist, in ‘individuele zaken’. Zoals wij in het rapport schrijven is een groep niets meer dan een verzameling individuen.”

Een zin uit het betoog in de Volkskrant van Corinne Dettmeijer-Vermeulen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en Laura Meneti, onderzoeker bij Nationaal Rapporteur, waarin zij zich verweren tegen kritiek op de statistische manier van risicotaxatie van recidive, waarvan zij pleitbezorgers zijn. Een manier waarbij naar risicofactoren en welk deel van de mensen die risicofactor hun eerdere foute gedrag herhalen. Die ‘actuariële risicotaxatie moet vervolgens bepalen welke straf of behandeling de betrokken persoon krijgt.

statitstiek

Illustratie: foodnavigator.com

Een redelijk betoog. Die statistische berekeningen zijn immers volgens de kunst van de wetenschap uitgevoerd. Zo kan een besluit in een individuele zaak wetenschappelijk worden onderbouwd en hangt het niet af van selectieve beoordelingen door personen. Het persoonlijke oordeel wordt uit de beoordeling gehaald, het oordeel wordt objectiever.

Toch roept dit bij mij wat vragen op. Gebeurt er zo niet nog iets anders? Wordt op deze manier niet ook het persoonlijke van de mens die terecht staat uit het oordeel gehaald? Draait het zo niet alleen om factoren van de persoon die als risicovol worden gezien? Wordt hij zo niet beoordeeld en bij het bepalen van zijn strafmaat veroordeeld, voor het bezitten van die factoren? Hoe zit het met andere kenmerken of factoren van deze persoon? Kenmerken die het risico beperken? Wellicht bezit deze persoon juist een combinatie van kenmerken die herhaling voorkomt. Kenmerken die zo buiten beschouwing worden gelaten. Zou daar ook niet naar gezocht en gekeken moeten worden?

Nog een slagje verder. Wordt iemand zo niet be- en veroordeeld op basis van de daden van anderen? Die actuariële risicotaxatie is een verzameling gegevens uit het verleden. gegevens waarbij mensen zijn ontleed in kenmerken en waarbij per kenmerk is geturfd hoevaak iemand zijn fout herhaalde. Hoe terecht is het om iemand in het heden te beoordelen op mogelijke daden in de toekomst, waarbij het oordeel is gebaseerd op deelgegevens van anderen uit het verleden? Deelgegevens, want die gegevens handelen niet over personen maar over kenmerken.

Moet in een rechtszaak en dus ook bij het inschatten van het risico op recidive niet de hele persoon met al zijn kenmerken, nukken, eigenaardigheden, goede en slechte eigenschappen worden beoordeeld en niet slechts enkele risicofactoren? Of een groep niet meer dan een verzameling individuen is, daar kun je een boom over opzetten. Een individu is zeker meer dan een verzameling kenmerken. In de beleggerswereld staan statistische gegevens ook centraal en bij ieder product dat daar wordt aangeboden eindigt de reclame met een volgende soort zin: “ Let op. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’

Jeuk, krabben en prikken

Via een connectie op LinkedIn kreeg ik een vraag van iemand onder ogen: “Ik ben bezig met het maken van een vitaliteitsbeleid, om de medewerkers van gemeente … nóg vitaler te maken (gezond van lichaam en geest, plezier in je werk en een prettige en inspirerende werkomgeving). Nu zoek ik een pakkende slogan om het management én mijn collega’s te enthousiasmeren. Wie weet iets?!” Onder deze vraag vele ideeën voor een slogan en verwijzingen naar mensen die hierin wellicht iets zouden kunnen betekenen.

jeuk

Foto: Women’s Health

Bij mij begon er iets te kriebelen toen ik dit las. nu kan het gaan kriebelen van enthousiasme en dat is positief. Dat was in dit geval in ieder geval niet het geval. Nee, het begon op een andere manier te kriebelen. Eigenlijk is jeuken beter, want deze ‘kriebel’ voelde wat minder lekker. ‘Nóg vitaler’ maken, schrijf je zoiets niet op als je eigenlijk precies het tegenovergestelde bedoelt? Als je in dit geval wilt zeggen dat de medewerkers over het algemeen ongezond van lichaam en geest zijn, geen plezier in het werk hebben en een niet inspirerende werkomgeving hebben? Dat was de eerste jeuk die ik voelde alvorens ik begon te krabben.

Zoals het met jeuk is, krabben helpt niet, dat maakt het alleen maar erger. Wat zegt het als je een ‘pakkende slogan’ nodig hebt om het management en je collega’s te enthousiasmeren?  Zeg je dan niet dat het management uit een stel ‘zandzakken’ bestaat en je medewerkers een soort zombies zijn? Heb je een slogan nodig als je een inspirerende werkomgeving hebt met mensen die plezier in hun werk hebben? Dan is een slogan toch overbodig omdat de intrinsieke motivatie er is om er samen voor te gaan, om het beste uit jezelf te halen? Als dat zo is, waarom moet je er dan nog ‘beleid’ voor maken? Flinke jeuk en dus harder krabben.

Harder krabben leidt tot … meer jeuk. Hoe zie je je medewerkers als je ze zo benadert? Hoe serieus neem je ze dan? Zie je ze dan als mens of als een productiemiddel? Als je medewerkers als mens ziet, heb je dan ‘vitaliteitsbeleid’ nodig?

Het begon nog harder te kriebelen en daarom besloot ik maar om niet meer te krabben, maar te prikken.

Verkeerde vijand

Op Joop een artikel van Anousha Nzume waarin zij het ‘witte culturele superioriteitsgevoel’ aan de kaak stelt. Overdreven gezegd komt het erop neer dat alle ellende in de wereld een gevolg is van de ‘witte mensen’. In haar artikel waarin het denken over  ‘witte onschuld’ en ‘witte superioriteit’ waarover ik al eerder schreef op de achtergrond een belangrijke rol speelt, viel mij één passage op. Nzume: “Ik zie het in de ogen van journalisten tijdens interviews over mijn boek. “Hoe durf je de vrijspraak van OJ Simpson te omschrijven als een overwinning op het systeem?” Omdat het waar is. Een zwarte man wint terecht of onterecht van een corrupt en racistisch systeem omdat hij rijk genoeg en populair genoeg is. Naar goed westers gebruik.”

SimpsonIllustratie: Daily Mail

OJ Simpson ‘versloeg een corrupt en racistisch systeem en werd vrijgesproken terwijl alles erop wees dat hij schuldig was aan de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend. In een latere civiele procedure werd Simpson wel verantwoordelijk gehouden voor die moorden. Nzume is blij dat iemand niet wordt veroordeeld voor moorden die hij heeft gepleegd. Zij is blij omdat de ‘zwarte’ Simpson zoveel geld had, dat hij zijn ‘onschuld’ kon kopen en zo als ‘zwarte’ het ‘corrupte, racistische, witte systeem’ versloeg.

Toont de casus Simpson aan dat het systeem racistisch is? Dat: “Wij allen (…) nog steeds (praten) in dezelfde witte ruimtes waar diezelfde culturele aannames en codes leidend zijn,” dat:  Racisme (…) een tool (was) in de koloniale tijd en het (…) nog steeds een tool (is) in het huidige kapitalistische neoliberale systeem,” of dat: “witte westerse dominantie,” in stand wordt gehouden zoals Nzume schrijft?

Laat de de casus niet juist zien dat in het ‘kapitalistische neoliberale systeem’ vrouwe Justitia kleurenblind’ is? ‘Kleurenblind’ maar wel ‘te koop’ met geld en macht? Want won met OJ Simpson niet het geld en de macht? Is dergelijk machtsmisbruik niet iets van alle tijden, alle culturen en alle ‘kleuren’?  Hoe beoordeelt Nzume het Zuid-Afrika van Zuma, het Zimbabwe van Mugabe, het Egypte van Al Sisi, het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan, het Saoedi-Arabië van Salman en zo zijn er veel meer te noemen? Hoe beoordeeld zij de manier waarop multinationals invloed kopen in Den Haag, Brussel, Washington, Lagos of Johannesburg? De manier waarop China invloed koopt in Afrika, maar ook in Europa, denk bijvoorbeeld aan de haven van Piraeus?

Allemaal praktijken waar mensen van alle kleuren de dupe van zijn. Mensen die het aan geld en macht ontbreekt om tegenwicht te bieden. Is het niet jammer dat Nzumes strijd juist verdeeldheid zaait tussen mensen die alleen tegenwicht kunnen bieden als ze eensgezind optrekken? Bestrijdt Nzume niet de verkeerde vijand?

Objectiveren van subjectiviteit

Vandaag kreeg ik de volgende bijzondere formule onder ogen: aantal maanden behandeling x aantal weken per maand x aantal behandelingen per week x kilometers enkele reis afstand x 0,25. Deze formule wordt gebruikt om te berekenen of een kind dat moet reizen naar een aanbieder van jeugdhulp in aanmerking komt voor een ‘vervoersvoorziening’ door de gemeente. Als de uitkomst 250 of hoger is, dan kan een vervoersvoorziening worden toegekend, dan drukt die last te zwaar op kind en ouders.

werkmierenillustratie: puur.cc

Bij een eerste blik stelde ik me de vraag of die formule niet eenvoudiger kan. Als je het goed beschouwt, staat hier gewoon: totaal aantal behandelingen x aantal kilometers enkele reis x 0,25. De weken en maanden doen niet ter zake, die zijn alleen maar nodig om het totaal aantal behandelingen te bepalen. Zijn bovendien die  x 0,25 wel noodzakelijk? Als je die weglaat en de uitkomst van het aantal behandelingen maal de kilometers enkele reis is groter dan of gelijk aan 1.000, dan bereik je hetzelfde. Bovendien, waarom enkele reis? Zou de terugreis niet ook een ‘last’ kunnen zijn? Dan zou de formule moeten luiden: aantal behandelingen x aantal reiskilometers en als dat 2.000 of meer is, dan zou een vervoersvoorziening worden toegekend.

Bij een tweede blik vroeg ik me af of die formule wel meet wat er gemeten moet worden, namelijk de draaglast. Hangt draaglast bij reizen  alleen af van het aantal kilometers dat gereisd moet worden, want dat is waarmee in de formule wordt gerekend? Zou draaglast niet ook te maken hebben met de reisduur? Een dagelijkse file-rijdende reis waarbij in een halfuur vijftien kilometer wordt afgelegd, zou wel eens veel zwaarder kunnen voelen dan een reis waarbij in een halfuur veertig kilometer wordt afgelegd. Een maal per maand naar Den Helder (266 kilometer) voelt toch anders dan iedere dag 10 kilometer in een slakkengangetje over achterafweggetjes.

Hangt de draaglast niet ook af van het tijdstip waarop gereisd moet worden? Als je als ouder met drie kinderen er twee ‘aan hun lot’ moet overlaten om de derde op tijd naar de zorg te brengen, dan voelt dat anders dan wanneer de andere twee al op school zijn. Als je door die reis met je kind niet je contractueel afgesproken uren kunt werken en het gaat van je verlof af, dan voelt dat anders dan wanneer je daar geen omkijken naar hebt.

Is de last die iemand kan dragen niet afhankelijk van de persoon en daarmee subjectief? Probeert deze formule iets subjectiefs te objectiveren?