Het systeem

In de Volkskrant een interview met de Duitse journaliste Ulrike Herrmann.  Het is een eerste  in een reeks. In de aanhef bij die reeks de volgende tekst: “Het kapitalisme heeft veel rijkdom gebracht, maar is het nog houdbaar in de 21ste eeuw? Volgens critici verwoest het kapitalisme de planeet en roept het populistische krachten op die de democratie in gevaar brengen. Op mondiale schaal veroorzaakt het onhoudbare verschillen tussen arm en rijk. Is er een alternatief voor het kapitalisme? Of kan het zich aanpassen aan de behoeften van een nieuwe tijd?” ‘Gelukkig het kapitalistische systeem is de schuldige, dan ligt het dus niet aan mij’. Dat zou zomaar het eerste kunnen zijn wat je bij het lezen te binnen schiet. ‘Als het niet aan mij ligt dan hoef ik dus niets te doen. Dan moet er gewoon een ander ‘systeem’ komen’.

Volgens Herrmann moet de economie gehalveerd worden om toekomstbestendig te zijn en weer binnen de grenzen van de planeet te passen. Dat klinkt dramatisch maar: “ In 1978 groeiden de universiteiten, er was een verzorgingsstaat, we hadden een oudedagsvoorziening, niemand leed honger. We hadden het goed. Als we onze consumptie halveren, hoeven we niet terug naar het stenen tijdperk. Bovendien gaan we natuurlijk niet letterlijk terug naar 1978. Technologische vooruitgang, zoals de sterk verbeterde kankerbehandeling, blijft behouden. Internet blijft ook bestaan, al geldt dat misschien niet voor sommige toepassingen die veel energie vergen, zoals het streamen van films op je telefoon…. Maar de productiviteit van de economie is hoger dan in 1978. Bij dezelfde welvaart zullen we minder hard hoeven te werken.” Om dit te bereiken stelt Herrmann de Britse oorlogseconomie van 1939-1945 ten voorbeeld. “Ik denk dat het onze toekomst is, de combinatie van rantsoenering en overheidsplanning in een economie waarin bedrijven in privébezit blijven. Het zal sowieso gebeuren. Dat is iets wat veel mensen niet begrijpen. Ze zeggen: ik wil verder blijven vliegen, vlees eten en grote eengezinswoningen bouwen. Maar dan zal de klimaatcrisis zich zo verscherpen dat de economie in elkaar stort. En dan heb je alsnog rantsoenering en overheidsplanning nodig om de klimaatchaos onder controle te krijgen. Daarom kun je beter het systeem van tevoren op een slimme manier bijsturen.”

Kapitalisme, een: “maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zijn van particulieren of vennootschappen (en dus niet van de staat), die betaalde werknemers in dienst hebben.” aldus de Van Dale. Systeem is volgens dezelfde Van Dale: “doelmatig geordend samenhangend geheel van bij elkaar horende dingen en hun onderdelen; = stelsel,” Doelmatig wil volgens weer de Van Dale zeggen: “steeds met het doel voor ogen, zodat geen tijd en middelen worden verspild aan bijzaken.” Een samenleving als een systeem, een soort ‘motor’ die je even op een andere manier moet afstellen. Of volgens weer anderen moet die ‘motor’ worden vervangen door een andere. Deze manier van spreken over onze samenleving doet het voorkomen alsof onze voorouders ooit eens een soort vergadering hebben gehouden met als doel een ‘motor’ uitkiezen om in de samenleving te stoppen. Als historicus zou ik maar wat graag de notulen van die vergadering willen hebben. Welke ontwerpeisen stelden ze aan de ‘motor’? Maar vooral welk doel hadden ze voor ogen? Helaas zullen die notulen nooit boven tafel komen omdat ze er niet zijn. Onze samenleving is een gevolg van ‘toeval en geluk’. Toeval, “een niet te voorspellen geval” en geluk: “een gunstige loop van omstandigheden” aldus weer de Van Dale.

Toeval door keuzes die onze verre voorouders maakten om het hoofd te bieden aan zaken op de korte termijn met onvoorziene gevolgen op de lange termijn. Mijn laatste prikker van 2023 handelde over zo’n keuze met onvoorziene gevolgen. Tenminste, als we Joseph Henrichs betoog in zijn boek The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, mogen geloven. Die keuze was het successievelijk veranderen van regels rond het huwelijk en de familie in de eerste helft van het eerste millennium door wat later de christelijke kerk werd. Volgens Henrich ligt die keuze aan de basis van de huidige westerse samenleving. Een samenleving die individualistisch is en gericht op zelfverbetering en zelfwaardering. Privé- bezit is alles bepalend. Wat onze ouders doen is niet bepalend voor wat wij gaan doen. We kunnen onze ambities najagen en doen dat ook. Dat wat we willen zijn en najagen wordt vervolgens de kern van onze identiteit en omdat je er positief op wilt staan wordt er hard gewerkt. Dat wakkert innovatie aan. We zoeken mensen op waarvan we denken dat ze ons verder brengen. We vinden rechtvaardigheid belangrijk en daarbij is de vraag naar de intentie van iemands handelen van belang. We denken analytisch en niet holistisch. Regels en wetten bepalen ons handelen en die worden zo objectief mogelijk toegepast en gehandhaafd. Om slechts enkele eigenschappen te geven van wat Henrich de WEIRD samenleving noemt[1]. WEIRD is het acroniem van Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic. Met ‘wat later de christelijke kerk werd’ hebben we een eerste voorbeeld van ‘geluk’ want het was in die tijd nog lang niet zeker dat deze christelijke stroming die uiteindelijk ‘almachtige’ zou worden. Maar ook geluk dat juist op het moment dat de Mongoolse horden op het punt stonden om het westelijk deel van Europa binnen te dringen, Dzjengis Khan overleed en tijdens een tweede poging Ögedei Khan. Of geluk dat de Ottomanen zo overmoedig waren bij het Beleg van Wenen in 1683, dat ze hun verdediging verwaarloosden.

Wie echter de ‘notulen’ en de ‘ontwerpeisen zoekt’ die aan het besluit van de verschillende pausen ten grondslag lag, komt bedrogen uit. Er lag geen plan voor het ontwerpen van een ‘maatschappelijk stelsel waarbij de productiemiddelen eigendom zouden worden van particulieren met als doel en zo privé bezit aan te wakkeren. Het zou namelijk bijzonder vreemd zijn als de christelijke kerk bewust voor een systeem zou hebben gekozen dat haar macht en invloed zou beperken want dat is wel wat er, zo betoogt Henrich, is gebeurd. De belangrijkste ‘nevenschade’ van deze keuze is dat mensen steeds meer zelf gingen nadenken. Hiermee zetten de kerk uiteindelijk de bijl aan de wortel van haar eigen bestaan want mensen gingen ook nadenken over hun geloof, hun relatie met god en de rol van de kerk.

‘Kapitalistisch systeem’ is een voorbeeld van een van de WEIRD kenmerken, het analytisch denken. ‘Kapitalistisch systeem’ is de naam die is geplakt op een analyse van een deel van de samenleving, namelijk dat deel van de samenleving waarbij mensen goederen en diensten uitwisselen via de markt. Het is een beschrijving van de, op het moment van beschrijven, reële situatie. Het is geen ontwerpplan dat aan de situatie voorafging. Een analyse van een deel van de samenleving. Niet van de samenleving als geheel. Een analyse met voor- en nadelen. Belangrijkste voordeel is dat we het ‘markt’-deel van de samenleving er beter door begrijpen. Belangrijkste nadeel is dat de gehele samenleving door de mal van die analyse wordt bekeken en voor alle problemen een oplossing wordt gezocht die past binnen de mal van die analyse. Samenleving en markt worden synoniem terwijl markt, om het wiskundig te formuleren, een deelverzameling is van de verzameling samenleving. Een verzameling samenleving die meer deelverzamelingen bevat dan markt alleen.

Die verzameling samenleving bestaat uit alle mensen die er deel van uitmaken en wat zij op welke manier dan ook met elkaar doen. Dat is veel meer dan alleen de markt alleen blijft het meerdere buiten beeld als er over ‘systemen’ wordt gepraat, net zoals de individuele mens uit beeld verdwijnt. Beiden zouden wel eens cruciaal kunnen zijn bij het aanpakken van het ‘klimaatprobleem’. Het is namelijk niet ‘het systeem’ dat bijgestuurd moet worden maar de mens en daarbij zou het deel ‘niet markt’ van de samenleving wel eens belangrijke rol kunnen spelen.


[1] Joseph Henrich, The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, pagina 56: op deze pagina geeft Henrich een opsomming van de kerneigenschappen van de psychologie van WEIRD.

How do you ‘earn’ what you ‘give’?

Het lijkt welhaast een plaag te worden. Het kan natuurlijk aan mijn ‘overgevoelige’ antenne voor ‘effectief altruïsme’ liggen maar toch. Het lijkt alsof er steeds meer aandacht wordt besteed aan het  fenomeen en ja het klinkt mooi. Geef een deel van je inkomen aan goede doelen en zoek daarbij vooral naar die doelen die het meest effectief zijn. En dat levert, aldus de kop boven een artikel over het fenomeen ‘pittige dilemma’s’ op. Een van de voor het artikel geïnterviewde personen doneerde zelfs een nier: “Een nierdonatie levert de ontvanger namelijk tussen de 7 en de 20 Qaly’s op, blijkt uit de kosten-batenanalysen van het effectief altruïsme.” Twee dilemma blijven onbesproken.

Bron: eigen foto

Eerste even voor degenen die het niet weten. Een Qaly is een ‘Quality adjusted Life year, een levensjaar in goede gezondheid en het streven van het Effectief Altruïsme is om te geven aan doelen die per euro de meeste qaly’s opleveren. Als altruïst in de dop kun je voor ondersteuning terecht bij bijvoorbeeld de tien procent club. Een club van mensen die tien procent van hun inkomen aan goede doelen geeft.

Voor anderen gaat dat nog niet ver genoeg: “Op lange termijn wil ik 100 procent van mijn inkomen aan goede doelen geven, nu zit ik op 20 procent,” aldus een van de door de Volkskrant geïnterviewde personen. Deze 27 jarige in De Volkskrant verdient een “zescijferig salaris.”  Het eerste onbesproken dilemma is dat jij en ik meebetalen aan de giften van deze tienprocenters. De goede doelen waaraan wordt gegeven hebben veelal een ANBI status en als ze die niet hebben dan zorgen ze er wel voor dat ze die krijgen. ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. Alles wat je meer dan één procent van je inkomen geeft aan goede doelen met een ANBI status, kun je van je inkomstenbelasting aftrekken. Laten we eens uitgaan van het laagste zescijferige salaris van € 100.000. Deze persoon geeft dan € 20.000 aan goede doelen. € 19.000 hiervan kan hij aftrekken van zijn aangifte inkomstenbelasting. Van deze € 19.000 betalen jij en ik als trouwe belastingbetaler € 9.405 (het hoogste inkomstenbelasting tarief van 49,5% maal € 19.000).

 “De 27-jarige vereenzelvigt zich qua carrièrepad met het inmiddels controversiële earning to give, net als ongeveer één op de acht effectieve altruïsten.” Hij geeft invulling aan het advies van de site 80.000 hours. “Verdienen om te geven is het idee dat je in plaats van direct te werken aan het aanpakken van een dringend probleem, een baan aanneemt waarmee je meer geld verdient dan anders het geval zou zijn en een groot deel van het extra bedrag doneert om anderen te financieren die effectief aan die problemen werken.” En met ‘earning to give’ kom ik bij een dilemma dat in alle juichverhalen over deze beweging die is opgestart door William MacAskill,  onderbelicht blijft.

In zijn boek Doing good Better geeft MacAskill raad: zoek werk waar je zoveel mogelijk verdient want dan kun je zoveel mogelijk geven. De 27 jarige in De Volkskrant verdient een “zescijferig salaris” bij handelshuis Optiver. En met Optiver kom ik daar waar ik wil zijn: How do you ‘earn’ what you ‘give’?  

“Als een van de oudste marktmakende bedrijven ter wereld verbetert Optiver sinds 1986 de financiële markten. Door liquiditeit te bieden aan markten over de hele wereld, maken we markten efficiënter, transparanter en stabieler. Aangedreven door technologische innovatie bieden we continu concurrerende, tweezijdige prijzen voor duizenden financiële instrumenten op alle belangrijke beurzen wereldwijd.”  Aldus de openingspagina van hun website. De belangrijkste aandachtsgebieden voor het bedrijf zijn: “bedrijven in de handels- en grondstoffensector, maar ook technologieën die verband houden met de kapitaalmarkten, beurzen, handelsplatforms, clearing & settlement en brokerage. Bedrijven die geavanceerde IT-infrastructuur bouwen, zijn een ander aandachtsgebied voor ons. Dit kan cyberbeveiliging, cloud-ecosystemen, gegevensverwerking en -opslag, analysetools, ontwikkelingstools en meer omvatten.”  Kort gezegd komt het neer op geld verdienen met geld in het algemeen en flitshandel in het bijzonder.

Dit is allemaal volkomen legaal en als het de 27 jarige een zescijferig salaris oplevert, dan is dat leuk voor de persoon. ‘Volkomen legaal’ wil echter niet zeggen dat het onschadelijk is. Roundup is ook volkomen legaal, het gebruik ervan is weldegelijk schadelijk. Hetzelfde gaat ook op voor veel van die ‘duizenden financiële instrumenten’ waar Optiver ‘tweezijdige prijzen’ voor aanbiedt. De crisis van 2007-2008  werd veroorzaakt door twee van dergelijke producten, de Collaterized Debt Obligations (CDO) en de Credit Default Swaps (CDS). Schade die, om in termen van het Effectief Altruïsme te spreken, verantwoordelijk was voor het verlies van miljoenen Qaly’s. Neem de grondstoffenhandel. Iedereen die de kranten een beetje leest en het nieuws volgt, weet dat de winning van grondstoffen zoals kobalt, nikkel, teerzandolie en vele anderen, de natuur maar ook de mens veel schade toebrengt en dus vele Qaly’s kost. Neemt deze 27 jarige door het werk wat hij doet niet mogelijk meer dan hij met doneren kan geven?

Free to Choose

“In 1988 speelde het Nederlands elftal de finale van het Europees Kampioenschap voetbal tegen de Sovjet-Unie. Nederland won door doelpunten van Gullit en dat prachtige schot van Marco van Basten. Op dat moment was er niemand die zich een wereld zonder Sovjet-Unie kon voorstellen. Een jaar later viel de Berlijnse muur en nog twee jaar later bezweek de Sovjet-Unie. Trouwens in 1914 en zelfs in 1917 kon niemand zich een wereld met Sovjet-Unie voorstellen.” Dit schreef ik in een van mijn laatste prikkers uit 2018. Ik moest eraan denken bij het lezen van het transcript van een interview dat Lex Bohlmeijer bij De Correspondent had met econoom Robert Dur.

Relativity Stairs van MC Escher. Bron: deviantart.com

Bijzonder aan deze passage is dat zij een aantal zaken bevat die alleen voor ons mensen reëel zijn en dus bestaan. Voor ons is Nederland een reëel en werkelijk bestaand iets, net zoals de Sovjet Unie dat vanaf 1917 tot 1991 was. Net als Denemarken, Spanje en Finland. Als we ernaartoe gaan dan verandert er iets. In die landen spreken ze een andere taal en hebben ze vaak net wat andere gewoonten en soms moet je je paspoort laten zien anders kom je het land niet in. We kunnen ze op de kaart aanwijzen. Maar zoals Frits Bom in de jaren negentig met zijn programma De vakantieman liet zien, kan niet iedereen dat. Maar zelfs al kan iemand ze niet aanwijzen op de kaart, toch zijn die landen voor ons zeer reëel. Als je het elk ander dier op Aarde zou kunnen vragen, dan zou het je verdwaasd aankijken: ‘Frankrijk? Wat is dat?’ Of zoals het Klein Orkest zong: “Alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn. Worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten. Over de muur, over het ijzeren gordijn. Omdat ze soms in het westen soms ook in het oosten willen zijn.” Landen zijn spinsels in onze menselijke fantasie maar wel spinsels die voor mensen zeer serieus en reëel zijn. Zo reëel dat het willen gaan van Oost- naar West-Berlijn je dood kon betekenen. 

Daarmee komen we op de grootste kracht van de mens en dat is zijn vermogen om verhalen te verzinnen die voor de verzinner en voor zijn soortgenoten net zo reëel zijn als een boom of een rivier. Of zoals Harari het in zijn Sapiens beschrijft: “Sinds de cognitieve revolutie leven sapiens aldus in een dubbele realiteit. Aan de ene kant heb je de objectieve realiteit van rivieren, bomen en leeuwen en aan de andere kant de imaginaire realiteit van goden, naties en corporaties.”  Twee werelden en sinds de opkomst van het virtuele wellicht zelfs in drie. Voor nu hou ik het even bij de twee van Harari. Dit: “vermogen om met woorden een imaginaire realiteit te creëren stelde grote aantallen vreemden in staat effectief samen te werken.[1]  Maar zoals bijna alles, om de grote helaas te vroeg overleden ‘filosoof’ Johan Cruijff te verhaspelen: ‘ieder voordeel hep z’n nadeel.’ In dit geval meerdere.

Het samenwerkingsvoordeel kent nadelen. Verhalen die ‘binden’, scheiden ook. De verhalen zijn bedoeld om een groep te binden, maar door het binden van die groep, scheiden ze die groep ook meteen van anderen. En zoals Madelaine Böhme c.s. schrijven: “Binnen onze relevante, vertrouwde groepen concurreren wij om sympathie, strijden we om erkenning en reputatie, naar buiten toe sluiten we ons af. Dat is een erfenis uit ons grijze verleden, toen de concurrentie om voedsel, seksuele partners en andere bestaansbronnen nog veel belangrijker was om te overleven dan tegenwoordig.” En daarmee zijn we bij de reden achter ons succes als diersoort maar ook de reden waarom we ‘elkaar groepsgewijs de koppen in slaan’. Dat nadeel is, zoals Böhme c.s. schrijven: “de schaduwzijde van een nog niet volledig ontwikkelde sociale competentie.” Gelukkig heeft dat nadeel ook een voordeel: “door ons vermogen tot zelfreflectie en de mogelijkheid om met elkaar te praten beschikken we in principe over de middelen om kloven te dichten. [2]

Een ander nadeel van dubbele realiteiten brengt me bij  het interview van Bohlmeijer met Dur. Een interview waarin het kapitalistisch systeem centraal staat. Dat systeem is een: ‘figment of our immagination’, iets dat echt lijkt maar het niet is. Kapitalisme is een theorie, een theoretisch model om dat de mens gebruikt om wat er in de objectieve realiteit gebeurt, te verklaren. Het behoort tot wat Harari noemt de imaginaire realiteit. En, zoals de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček in zijn De economie van goed en kwaad. De zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesh tot Wall Street schrijft, is de economische wetenschap in de ban van het rationalisme en heeft de Franse filosoof René Descartes hier een belangrijke rol in gespeeld. Net zoals hij die rol voor alle andere wetenschappen heeft gespeeld.  Sedláček geeft de kern van dat denken als volgt weer: “De reductie van de menselijke antropologie gaat hand in hand met de reductie van intellect tot wiskunde. In die wereld is er geen ruimte voor emotie, kans of lege ruimte. Alles grijpt met deterministische gestrengheid en de precisie van een horloge in elkaar.[3]” Die ‘reducties van de menselijke antropologie, noemen we modellen en ‘kapitalisme’ is zo’n model. Het zijn, weer Sedláček: “Systemen met interne inconsistenties, die gedeeltelijk in strijd zijn met de werkelijkheid, die vaak zijn gebaseerd op louter en doelbewust onrealistische veronderstellingen, en die in hun uiterste consequentie tot absurde conclusies leiden, worden desondanks met succes toegepast.[4] 

Het geloof, dat is het en niets anders, in dat kapitalistische model bereikte met het denken van Friedrich A. van Hayek haar hoogtepunt. Hayek geloofde in de onfeilbaarheid van de vrije markt. Hij bleef zich verzetten tegen overheidsingrijpen in het algemeen en staatsplanning van de economie in het bijzonder. Volgens Hayek bevatte de markt en de partijen die erop actief zijn, alle kennis die nodig is om altijd tot de juiste beslissing te komen. Hij beschreef het zelf als volgt: ”Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.[5]” Deze manier om de markt te beschrijven noemt Cassidy ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’ en dit systeem is voor de neoliberalen de samenleving.

Het neoliberale model reduceert, om Sedláčeks aan te halen, tot economie en reduceert economie tot ‘vrije markt’. Een mechanisme waar de overheid niet moet ingrijpen want dat verergert de zaken alleen maar. Hayek vertrouwde erop dat de markt alles goed regelt. Het algemeen belang was immers niets meer dan een optellingen van de individuele belangen en als iedereen op de markt zijn eigen belang najaagde, dan komt het vanzelf goed met de samenleving. Hier zat Hayek er echter naast. De filosoof John Gray verwoordt de misser van Hayek: “Er is niets aan marktprocessen dat ervoor zorgt dat ze zich automatisch stabiliseren op het gewenste niveau. Hayek verdienste is erin gelegen dat hij aantoonde dat een succesvolle planeconomie een utopie is. Hij zag echter over het hoofd dat dat ook geldt voor de zelfregulerende markt.[6]” Die blindheid voor de gebreken van de vrije markt, hebben zijn navolgers overgenomen. 

Kapitalisme, neoliberaal uitgelegd of niet, is echter niets meer en niets minder dan een imaginaire realiteit om dat wat in de objectieve realiteit gebeurd, te verklaren. Een imaginaire realiteit in de vorm van een model met alle nadelen waar Sedláček ons op wijst. Het is, om in huidige termen te spreken, een frame. Een imaginaire realiteit frame die Bohlmeijer in het interview lijkt te zien als objectieve realiteit getuige vragen zoals: “Recent onderzoek gaat over de waardering van burgers voor experimenteel beleid. Dat is een manier om te kijken of je binnen het kapitalistische systeem dingen kunt verbeteren?”  En: “Of laat ik het zo zeggen: begint de schade die ons kapitalistische systeem aanricht niet groter en groter te worden?”  een laatste voorbeeld: “Daar is het kapitalisme rechtstreeks verantwoordelijk voor,” waarbij ‘daar;  verwijst naar: “een aanstormende klimaatcrisis.”

Het kapitalisme is nergens voor verantwoordelijk want het is niets. Het is imaginaire realiteit van de mens. Haal de mens weg van de aarde en het klimaat blijft, maar iets wat ‘kapitalisme’ heet, zal je niet vinden. Het ‘kapitalisme’ verplicht ons tot niets en belemmert ons ook niet in ons handelen. Het is nergens voor verantwoordelijk. Het probleem van imaginaire realiteiten is dat de bedenkers ervan de werkelijkheid vervolgens door de mallen van dat construct proberen te persen. Ze denken en handelen volgens de logica van dat imaginaire realiteit. Een gelovige ziet overal de hand van zijn god, zelfs in een doelpunt van Maradonna. Als we zaken anders willen doen, dan is er niets dat ons belemmert behalve wijzelf en de grenzen van de objectieve realiteit. In de objectieve realiteit hebben we de vrijheid om ons te bevrijden van imaginaire realiteiten. We zijn op dit gebied, om de titel van een boek van Milton en Rose Friedman aan te halen: Free to Choose. Alleen kon dat bij de Friedmans, neoliberaal als ze waren, alleen maar op vrije markten.


[1] Yuval Noah Harari, Sapiens, Een kleine geschiedenis van de mensheid, pagina 42  

[2] Madelaine Böhme, Rüdiger Braun, Florian Breier, Hoe wij mensen werden, pagina 214

[3] Tomáš Sedláček, De economie van goed en kwaad. De zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesh tot Wall Street, pagina 209

[4] Idem, pagina 213

[5] Geciteerd uit John Cassidy, Wat als de markt faalt, pagina 52

[6] John Gray, Zwarte mis. Apocalyptische religie en de moderne utopieën,  pagina 131

Cliché van intersectionaliteit

Ik heb me twee keer bedacht voordat ik aan het schrijven van deze prikker begon. Twee keer om twee verschillende redenen. De eerste is de aanleiding, een ingezonden brief van Amerikanist Manon Portos Minetti in de Volkskrant die reageert op een ingezonden brief van Heleen den Beer Poortugael in dezelfde krant. Moet ik me als man bemoeien met een gesprek tussen twee vrouwen? En dan niet zomaar een man, maar een ‘oude witte man’, het onderwerp van het gesprek. Want voordat ik het weet, geef ik een voorbeeld van: “wat men in de Verenigde Staten treffend ‘white rage, white tears’ noemt,” waar Portos Minetti tegen ageert of nog erger: “(oude) witte fragiliteit”.

Bron: Delpher

Den Beer Poortugael reageert met haar brief op een column van Martin Sommer. Sommer schreef over de samenwerking tussen de PvdA en GroenLinks en het gezamenlijke congres van de beide partijen die op veel enthousiasme van de bezoekers van het congres kon rekenen. Alleen: “ een paar oude witte mannen, zoals Ad Melkert en Hans Spekman, mompelden nog wat over kleine stapjes,” aldus Sommer. Nu voel ik me niet oud maar als Spekman oud is, dan ben ik het ook want we zijn in hetzelfde jaar geboren. Volgens Den Beer Poortugael moet het afgelopen zijn en moet: “de ‘oude witte man’ nu alsjeblieft eindelijk uitgezwaaid worden als ondraaglijk cliché en napraterij.” Omdat: “Als Rutger Bregman gelijk heeft, deugen de meeste mensen, dus ook de meeste ‘oude witte mannen’. Gek trouwens dat ik nooit iets lees over ‘oude witte vrouwen’; dat wordt zeker als kwetsend beschouwd. En terecht”

Dat is dan weer tegen het zere been van Portos Minetti die, zo schrijft ze: “Met lichte verontwaardiging,” Den Beer Poortugaels brief las omdat die: “ gedrenkt is in (oude) witte fragiliteit.”. Zij leest wekelijks in de krant: “hoe witte mensen hun lijden centreren, ten ­opzichte van dat van gemarginaliseerde groepen. Dit lijden bestaat uit het moeten leven in een ‘woke’ wereld en de verschrikkingen van gewezen worden op privileges, of als er kritiek wordt geuit op het actief tegenhouden van progressie.” En dat komt: “samen in de verzamelterm van de oude witte man, en ja ook zeker de oude witte vrouw. Want, zoals beargumenteerd door zwarte feministen Bell Hooks en Angela Davis: door de geschiedenis heen zijn het witte vrouwen geweest die het hardst hebben geholpen het patriarchaat en witte suprematie in stand te houden” En dan eindigt ze haar schrijven met: “Lijden is geen wedstrijd, dus probeer dat er ook niet van te maken door geprivilegieerde witte mensen zichzelf constant in deze krant als slachtoffer te centreren. Toch hoop ik echt dat het een keer klaar kan zijn met het ondraaglijke cliché en napraterij van wat men in de Verenigde Staten treffend ‘white rage, white tears’ noemt.

Nu kan het aan mij, de ‘witte oude man’ liggen, maar ik las de brief van Den Beer Poortugael niet als een pleidooi om het ‘lijden van de witte man’ te centreren, maar als een pleidooi om ermee te stoppen om personen dat label op te plakken en hen zo buiten het gesprek te plaatsen. Buiten het gesprek te plaatsen zodat je niet inhoudelijk op hun inbreng hoeft te reageren. De ‘oude witte man’ kan immers niets zinnigs in te brengen hebben. Zijn enige doel is het tegenhouden van progressie, om Portos Minetti te parafraseren. Portos Minetti denkt, geheel in lijn met de intersectionele theorie, in groepen met vaste denkbeelden. Groepen die worden bepaald door iemands kenmerken. Kenmerken zoals geslacht, huidskleur. Ben je ‘wit’ en ‘man’ dan heb je automatisch de ‘privileges’ die het intersectionele denken die groep toebedeelt. Ben je ‘vrouw ‘en ‘zwart’ dan heb je automatisch een ‘gebrek aan privilege’. Den Beer Poortugael ziet individuen. Zij ziet mensen (Hans Spekman en Ad Melkert) met opvattingen die er mogen zijn ook al stellen ze vragen bij ‘progressie’ of zien ze die anders. Opvattingen die een serieus antwoord verdienen en niet buiten het gesprek geplaatst moeten worden.

Portos Minetti daarentegen ziet mensen als een cliché van haar theorie. Zij lijkt daarbij zover te gaan dat ze van de geschiedenis, in navolging van de zwarte Amerikaanse feministen, een karikatuur maakt met de uitspraak dat: “het witte vrouwen geweest (zijn) die het hardst hebben geholpen het patriarchaat en witte suprematie in stand te houden.” Dus die moeten ook maar hun mond houden. Bij ‘witte suprematie’ zou een zeventiende-eeuwse keuterboer of -boerin in wat nu Nederland heet, zich niets hebben kunnen voorstellen. Ja, de superieuren waren ‘wit’, maar dat waren zij, die niets te zeggen hadden, ook. De overgrote meerderheid van onze voorouders waren niet bezig was met het in stand houden van ‘witte suprematie’, maar met overleven. Inderdaad was ook, het gros van de ‘witte vrouwen’ niet bezig met de strijd tegen het patriarchaat. Niet omdat ze dat patriarchaat zo graag in stand wilden houden, maar ook weer omdat ze vooral bezig waren met overleven. Laat nu een deel van die ‘witte vrouwen’ die zich niet direct zorgen hoefden te maken om dat overleven, wel met de strijd tegen het patriarchaat hebben bemoeid. Neem, om in het Nederlandse te blijven, Betje Wolff en Aagje Deken? Neem de strijd voor het vrouwenkiesrecht met Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker, Clara Meijer-Wichmann om er een paar te noemen. Een strijd die trouwens nagenoeg synchroon liep met de strijd voor het algemeen kiesrecht. In 1918 mochten voor het eerst alle mannen naar de stembus en in 1922 mochten alle vrouwen voor het eerst stemmen.

De geschiedenis van de mensheid is veel breder, omvattender, veelzijdiger en genuanceerder dan het beeld dat je ziet als je haar bekijkt door het cliché van de intersectionaliteit waardoor Portos Minetti haar bekijkt. Zeker omdat haar cliché een theorie ter verklaring van de specifieke Amerikaanse situatie en haar geschiedenis is.

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Premier Rutte: “wees met name op 1 juli 2023, als het officieel 150 jaar geleden is dat de slavernij in het koninkrijk werd afgeschaft. ‘Maar het proces is pas echt klaar als de discriminatie van mensen vanwege hun huidskleur is gestopt,” zo lees ik in de Volkskrant. Een bijzondere soap rond excuses voor het slavernijverleden. Dat bijzondere is gelegen in het oorzakelijk verband dat er wordt gelegd tussen verschillende feitelijke constateringen.

De eerste feitelijke constatering is dat het begrip racisme een steeds ruimer wordt ingevuld. Volgens de Van Dale is racisme de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Racisme is daarmee een handeling, een actie op basis van een bewuste gedachte. Hier schreef ik al eens een prikker over naar aanleiding van een bijzonder gesprek onder een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent met als titel Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één. Een gesprek waarin ik Mulder vroeg naar haar definitie van racisme en die niet kwam, want: voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan” Zonder een duidelijke definitie van is een zinvol gesprek onmogelijk omdat iedereen dan iets anders bedoeld. Dan wordt het zoiets als het partijtje ‘bunkertrefbal’ dat mijn aspiranten honkballers laatst speelden. Op mijn vraag wat ze het laatste half uur wilden doen, kwam het antwoord bunkertrefbal. Ik had geen idee wat het was, maar zij wisten precies wat er werd bedoeld. Totdat ze gingen spelen en er boze gezichten kwamen. Wat bleek, ze speelden met verschillende regels.

Feitelijke constatering twee: als jezelf, je ouders of grootouders van elders naar Nederland gekomen zijn, dan heb je niet dezelfde mogelijkheden als iemand bij wie dat wel het geval is. Als nieuwkomer mis ontbreekt het je aan kennis van de samenleving waar te naartoe migreert. Maar belangrijker dan het ontbreken van die kennis is het ontbreken van kennissen. Je mist een netwerk waardoor het zeer lastig wordt om een plek te vinden die bij je capaciteiten past. Dat laatste heb ik in een eerdere prikker ‘nieuwkomers nadeel’ genoemd. Het gebrek aan kennis is daarbij makkelijker op te lossen dan het gebrek aan die kennissen. Het ‘opklimmen in de rangen’ na migratie kost meerdere generaties tijd

Dan de vierde feitelijke constatering het feit dat Nederland koloniën had. Een feit dat niet is te ontkennen. Het woord kolonie kent een oud Griekse geschiedenis. Werd het te druk in een stad of gebied, dan trok een deel van de inwoners weg naar een leeg stuk land en stichtte daar een onafhankelijke ‘zusterstad’. Als er tegenwoordig over koloniaal verleden wordt gesproken, dan wordt vooral de periode na 1500 waarin Europa economisch en militair de wereld steeds meer ging overheersen[1]. Het streven naar een zo groot mogelijk rijk, was echter niets nieuws. Het enige nieuwe eraan was dat het op wereldschaal gebeurde. De diverse Chinese dynastieën, de Perzen, het Egypte van de farao’s, de Romein, de Magadha, de Olmeken, Inca’s, Azteken, het Islamitische rijk, de Mongoolse horden, allemaal streefden ze naar ‘werelddominantie’ in de hun bekende wereld. Dat Mongoolse rijk wordt qua omvang in de geschiedenis trouwens alleen overtroffen door het Britse Rijk. Tot de Russische inval in Oekraïne waren velen ervan overtuigd dat het veroveren van gebieden tot het verleden behoorde. Wat niet wil zeggen dat het streven naar ‘werelddominantie’ en als je die hebt het behoud ervan, tot het verleden behoort.

Als vijfde het feit dat slavernij is eeuwenlang een algemeen aanvaard maatschappelijk gebruik was. Wat hierbij onder invloed van het christendom en de islam ook geleidelijk algemeen gebruik werd, was dat je geloofsgenoten niet tot slaaf mocht maken. Algemeen aanvaard maar niet door iedereen. Vanaf het midden van de achttiende en versneld in de negentiende eeuw komt daar verandering in. Een bijzondere periode in de West-Europese geschiedenis. Bijzonder omdat heel veel zaken die tot de mores in vroeger eeuwen behoorden, ter discussie werden gesteld. Het is de periode dat Adam Smith zijn Theory of Moral Sentiment waarin hij de emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden onderzocht en het beroemdste The Wealth of Nations waarin hij de economische ontwikkeling beschrijft. Met daarin de beroemde passage van de onzichtbare hand. De tijd waarin Immanuel Kant zijn drie ‘kritieken’ schreef[2] en Zum ewigen Frieden. Het tijdperk van de Verlichting, door diezelfde Kant omschreven als: “het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.[3] De leiding van de ander waar de mens het zonder zou moeten doen, betrof vooral de religieuze dogma’s.

Dat ‘gebruik maken van het eigen verstand’ bleef niet zonder gevolgen. Smith, Kant en vele anderen schreven daardoor hun boeken. Het ‘door god gegeven recht’ van heersers werd ter discussie gesteld. Sterker nog, ze konden worden afgezet. Democratie’ werd onderdeel van het gesprek. Nadenken leidde tot de ‘stoommachine’ en ander uitvinding en via Smith tot het nadenken over en proberen te verklaren van iets wat we nu ‘de economie’ noemen. De verlichting leidde ertoe dat er zoiets als een ‘publieke ruimte’ ontstond alwaar over van alles en nog wat gedebatteerd kon worden, dat er kranten ontstonden. De Verlichting leidde tot het ter discussie stellen van god en de godsdienst. De Verlichting leidde er toe dat er allerlei emancipatie- en burgerrechtenbewegingen ontstonden en dus ook een beweging die de slavernij wilde beëindigen. Aan de andere kant leidde de Verlichting ook tot het nadenken over overeenkomsten en verschillen tussen mensen. Ze stond daarmee ook aan de wieg van wat we nu racisme noemen. Want zelf nadenken en willen weten, wil niet automatisch zeggen dat er hetzelfde wordt gedacht en dat voor fenomenen eenzelfde verklaring ‘gedacht’.

De Verlichting was een westers verschijnsel. Het deed zich niet voor in China, India of het Perzische Rijk. Dat slavernij nu in theorie overal is afgeschaft, is daarmee te danken het westen. Slavernij was geen ‘westerse’ uitvinding al zijn er mensen die lijken te geloven dat Europeanen slavernij uitvonden. Sterker nog, als je via google zoekt, kun je de bevestiging zien van die feitelijk onjuiste opvattingen zoals ik een klein half jaar geleden al schreef. Afrikanen, Arabieren, Chinzeen, Indiërs, authentieke Amerikanen, slavernij kwam overal voor. Het oudste ‘wetboek’ de Codex Hammurabi van zo’n 38 eeuwen geleden, spreekt op verschillende plekken over slaven. In de periode van 800 tot 1900 vonden minstens zoveel tot slaaf gemaakte Afrikanen hun weg naar de Arabische wereld. En nee, met die Codex werd slavernij niet ingevoerd. De Codex reguleerde de bestaande praktijk en gaf aan welke straf er op overtreding van die praktijk stond. De afschaffing ervan begon in Europa door het in wetboeken te verbieden en door het verbod ervan vervolgens ook in andere delen van de wereld af te dwingen.

Het wordt bijzonder als deze feitelijke constateringen worden gecombineerd tot een alles verklarende theorie. Die combinatie werd in 2021 beschreven door Fati Benkaddour in een artikel bij Joop: “Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging, aldus Bendakkour. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Toch zijn er velen die deze tang toch in meer of mindere mate op een varken vinden lijken. Die noemen ‘racisme’ als verklaring voor het eerder behandelde nieuwkomers nadeel. Die zien slavernij doorwerken in de huidige sociale ongelijkheid in Nederland. Die zien overal racisme en institutioneel racisme en zien daarin een voorzetting van de ‘koloniale verhoudingen’. Die zijn als de welbekende hamer die in alles een spijker ziet. Die beweren in navolging van Gloria Wekker dat: West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.”  Die betogen zoals Angélique Duindam in de Volkskrant dat er een: “systeem bedacht (is) waarin we andere mensen konden ontmenselijken.” Het ‘Risk- kaartje met Saids opdracht’ waar Wekker het overheeft en Duindams ‘bedenken’ verwijzen naar een ‘voorbedachte rade’ waarover mijn vorige prikker handelde. De feiten laten zien dat Europeanen zich over de wereld verspreidden, zich dus buiten hun ‘gebied’ begaven en daarbij volkeren aan zich onderwierpen. Wat Wekker hier doet, is vanuit het heden een ‘voorbedachte rade’ opleggen aan voorouders: ze bezitten koloniën en hebben de daar aanwezige mensen onderworpen dus dat zal dan wel de reden zijn dat ze de wijde wereld introkken. Een ‘voorbedachte rade’ waarvoor elk bewijs ontbreekt. Ze bevoeren de zeeën om de ‘tussenpersoon’ in de handel uit te schakelen en zoveel mogelijk rechtstreeks met de Chinese en Indische bron te handelen, niet omdat ze wilden ‘veroveren’. Dat veroveren en onderwerpen kwam er later bij en was in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de ‘West-Europese concurrent’. Het bedachte ‘systeem’ van Duindam is een achterafverhaal om iets te beschrijven. Een achteraf verhaal waarin gebeurtenissen en keuzes van verschillende van onze voorouders op verschillende momenten in de tijd met elkaar in verband gebracht worden en worden gepresenteerd als een logische beschrijving en verklaring van iets. Deze verhalen zijn, om Tom Phillips aan te halen, het gevolg van problemen die ontstaan door short cuts in onze hersenen en dan vooral van de heen short cut  die altijd zoekt naar patronen. “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.[4]


[1] Bij ‘Europa’ hoorden, na de onafhankelijkheid van Engeland, ook de Verenigde Staten

[2] Kritik der reinen Vernunft (1781), Kritik der praktischen Vernunft (1788) en Kritik der Urteilskraft (1790).

[3] Uit Immanuel Kant, Was ist Aufklärung. Geciteerd bij Historiek.net.

[4] Tom Phillips, De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups, pagina29

Wees wijs met water

Nog niet eens zolang geleden schreef ik over het idee van Rabobankeconoom Barbara Baarsma om te gaan werken met een persoonlijk CO2 quotum of budget. Een voorstel dat door menigeen de grond in werd geboord omdat het de rijken zou de belonen en de vrijheid van mensen zou aantasten. Nu schijnt er gedacht te worden over een basishoeveelheid water voor iedereen tegen een basisprijs. Gebruik je meer dan kost een liter van dat meerdere wel het dubbele van een liter uit de basis. Dat is tegen het zere been van Michael van der Galien die ertegen tekeergaat in een schrijven bij De Dagelijkse Standaard: “De gewone burger drinkt dan dus het minimale en doucht zo kort als maar mogelijk is, terwijl de rijken (inclusief politici) lekker zwembaden onderhouden en de tuin dagelijks besproeien in de zomer.”

Bron: pxhere

Van der Galien ziet dat niet zitten. “De achterlijke gladiolen kijken daarbij naar België. Consumenten betalen daar een basisprijs voor “de hoeveelheid die een gemiddeld huishouden per persoon nodig heeft.” Dat wordt dus even voor je bepaald, hoeveel jij nodig hebt. Daar betaal je een “basisprijs” voor. Maar als je meer gebruikt dan wat Vadertje Staat nodig vindt dan moet je een comfortprijs betalen. Die is het dúbbele van de basisprijs.” En dat is: “de zoveelste maatregel die eerst levensbehoeften bewust duurder maakt voor de burger – die het financieel toch al lastig heeft – én die ervoor zorgt dat er een extreme tweedeling komt in het land tussen haves en have-nots. Een tweedeling waarin de haves lekker kunnen blijven leven, terwijl de have-nots (99% van de bevolking) net kunnen rondkomen en dus totaal geen comfort meer kennen.” Mooi dat Van der Galien zich druk maak over de minderbedeelden. Maar is dat werkelijk zo?

Laten we het eens even doordenken. Recentelijk kreeg ik de jaarafrekening van mijn waterleverancier. Uit die afrekening blijkt dat een m3 water (1.000 liter) nu € 0,8024 kost, exclusief alle belastingen. Een alleenstaande Nederlander gebruikt ongeveer 50m3 per jaar en bij het groter worden van het huishouden wordt dat per persoon minder. Dat is meer dan de gemiddelde Belg verbruikt. In België zie je eenzelfde patroon maar de alleenstaande Belg verbruikt gemiddeld zo’n 39m3. Bij een prijs van € 0,80 is dat voor de gemiddelde Nederlander € 40 per jaar. Laten we die 50m3 als uitgangspunt nemen. Laten we de helft hiervan als ‘basis’ bestempelen en de andere helft als ‘luxe’. Dat betekent een basishoeveelheid van 25m3.

Dan hebben we een tweede vaste gegeven nodig, de basisprijs want de comfortprijs is het dubbele van de basisprijs. Laten we er hierbij van uitgaan dat de waterbedrijven niet meer hoeven te verdienen. Die gemiddeld 50m3 leveren bij een prijs van 80 eurocent met 17,5 miljoen Nederlanders, jaarlijks een omzet van € 700 miljoen. Dit bedrag blijft na het nemen van die maatregel gelijk. Bij de helft van de hoeveelheid water als basis, en de helft als luxe, kost 1m3 basis van € 0,53 en die basishoeveelheid van 25m3 kost dan € 13,33 en de ‘luxe 1m3 € 1,07. De tweede 25m3 tot het huidige gemiddelde gebruik kosten je dan in totaal € 26,67. Samen weer € 40,00 die er nu ook worden betaald en dan blijft de totale jaaromzet € 700 miljoen.

 Voor de gemiddelde gebruiker verandert er niets. Gebruik je minder dan gemiddeld dan spaar je per 1.000 liter € 1,07 tot dat je minder dan 25m3 gebruikt. Gebruik je nu 40m3 dan betaal je nu € 32. In de nieuwe situatie € 29,38 (€ 13,33 voor de eerste 25m3 + 16,05 voor de andere 15m3). Je bent dus goedkoper uit. Gebruik je meer dan die gemiddelde 50m3, dan ga je erop achteruit. 10m3 bovenop het gemiddelde kosten je dan € 10,70 tegen nu € 8,00. Die ‘tuin-sproeide’ en ‘zwembad-onderhoudende’ rijken gaan meer voor hun luxe betalen terwijl de gewone burger zonder dat zwembad goedkoper kan drinken en douchen. Is dit werkelijk een belabberd idee dat het leven voor de ‘gewone burger’ duurder maakt en de ‘elite’ spekt?

De zwaluw en de zomer

“There are three kinds of lies: lies, damned lies and statistics,” een uitspraak van, ja van wie? Daarover wordt van mening verschild. Was het de Amerikaanse schrijver Mark Twain, de Engelse politicus en twee keer premier Benjamin Disraeli, de first baron of Penwith lord Leonard Henry Courtney, of toch nog iemand anders? Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel van Ferdinand Meeus bij Opiniez.

Bron: Rijksmuseum

Toch klopt er iets niet aan de uitspraak. Die suggereert namelijk dat statistiek te overtreffende trap van liegen is en dat klopt niet. Het zijn niet de statistieken die ‘liegen’ maar de mensen die ze gebruiken en er een interpretatie bij geven. Een voorbeeld dat ik al eerder gaf, is het bekende ‘ijsjes’ voorbeeld van Ionica Smeets. Smeets vertelde dit enkele jaren geleden op het Venlose Zomerparkfeest. Je hebt een lijst met ‘verdrinkingsdoden’ in een jaar en een lijst met de ijsjesverkoop in datzelfde jaar. Wat blijkt, als er veel ijsjes worden verkocht, verdrinken er meer mensen. Een simpele oplossing: verbied de verkoop van ijsjes dan verdrinken niet zoveel mensen. Een oplossing waarbij correlatie wordt verwisseld met causaliteit. Zo wordt in de ‘klimaatdiscussie’ door tegenstanders van maatregelen om de CO2 uitstoot te beperken vaak aangedragen dat het Nederlandse aandeel, 163,23 miljoen ton in het niet valt bij het Chinese, 10.037,64 miljoen ton (cijfers 2016). Iets wat klopt als je het totaal bekijkt en ook logisch is. ‘Wij’ zijn immers maar met 17,6 miljoen en zij met ruim 1,4 miljard, dat is bijna 80 keer zoveel. Bekijk je het per hoofd van de bevolking, dan stoot de gemiddelde Nederlander 9.620 kg uit en de gemiddelde Chinees 7.180 kg. Dus ja, aan de ene kant is in China meer winst te behalen, maar aan de andere kant is bij de gemiddelde Nederlander meer winst te behalen dan bij de gemiddelde Chinees. Vergeleken met de gemiddelde Congolees is bij de gemiddelde Nederlander en trouwens ook de gemiddelde Chinees nog veel meer te halen. Die stoot slechts 30 kg uit.

Dit even terzijde. Terug naar Meeus en zijn artikel. De titel van het artikel trok mijn aandacht: “Er ligt meer ijs op de Noordpool dan tien jaar geleden” en dan vooral de ondertitel: “Metingen geven ander beeld dan modellen klimaatalarmisten.” In het artikel trekt hij van leer tegen die ‘alarmisten’ en geeft aan dat: “Wetenschappers met een kritische, meer neutrale blik worden weggezet als ‘klimaatontkenners’ en (ze) krijgen geen forum.” In die discussie wil ik me niet mengen. “Gelukkig”, zo lijkt hij te verzuchten, “bestaat echte wetenschap nog steeds voor het grootste deel uit feitelijke metingen om de voorspellingen uit theorieën te testen.” En die metingen laten dus iets anders zien en als bewijs voegt hij de grafiek hieronder toe en wat blijkt: “er was inderdaad met beginpunt 1980, een jaarlijks dalende trend in zee-ijs tot ongeveer tien jaar geleden. Maar die dalende trend is nu duidelijk gestopt. Oordeel zelf. De zwarte lijn toont de grootte van het ijsoppervlak in 2022, en die laat voor heel het jaar meer ijs zien dan de voorgaande tien jaar (geel-oranje lijn).” En inderdaad de zwarte lijn zit boven de geel-oranje lijn en dus heeft Meeus gelijk?   

 

Dat is toch even iets te snel geredeneerd. Meeus heeft de grafiek van de site van het Noors Metereologisch instituut dat sinds 1980 de dikte van het zee-ijs meet. De site van de Noren laat een veel genuanceerder beeld zien. Die bevat ook een grafiek met als titel Arctic Sea Ice Extent in August (zie hieronder). De grafiek laat zien er in augustus het ene jaar wel eens meer zee-ijs is dan in het andere en inderdaad is er dit jaar meer zee-ijs dan er sinds 2016 is geweest. De grafiek laat echter ook zien dat de trend sinds het begin van de metingen dalend is. Begin jaren tachtig was er in augustus zo’n 8,5 miljoen vierkante kilometer zee-ijs in het Arctisch gebied. In 2022 was dat net geen 6,5 miljoen vierkante kilometer. Een flinke afname en ja, het is meer dan de 5,5 miljoen vierkante kilometer in 2021 wat weer minder was dan in 2020. Voor 2021 had Meeus moeten concluderen dat er minder zee-ijs was dan de tien jaar ervoor. In 2021 was de hoeveelheid zee-ijs het kleinste sinds de start van de meting op één jaar na, 2012. In 32 van de jaren dat er werd gemeten, was er meer zee-ijs in augustus dan in 2022, in slechts 10 jaar minder en die tien jaar liggen allemaal in de periode sinds 2007.

De site bevat ook een tabel (zie hieronder) met de omvang van het zee-ijs per maand sinds 1979. Hoe meer zee-ijs, hoe donkerder blauw het vakje, hoe minder hoe donkerder rood. Bijna alle donkerblauwe vakjes hebben betrekking op de eerste jaren van de metingen. Bijna alle donkerrode op de laatste jaren van de meting.

Nee, Meeus liegt niet. Hij heeft de cijfers aan zijn zijde. Meeus roept de zomer uit op basis van een mogelijke zwaluw. Dezelfde cijfers laten echter ook een heel ander beeld zien. Een beeld dat tot een heel andere conclusie leidt. Een conclusie dat Meeus de laatste zwaluw zag die het einde van de zomer aankondigde.

Chickenshit Conformist

Zo eens in de zoveel tijd komt de punkband Dead Kennedys voor in een prikker. Vandaag is dat weer eens het geval. Aanleiding vormde het lezen van een artikel op de site OneWorld van Seada Nourhussen. Centraal in het artikel staat Maha Eljak, in de kop aangekondigd als: “moslim, model en punker.” Eljak is, zo lees ik: “het eerste zwarte model met hoofddoek in Nederland en bekend van Holland’s Next Top Model.” Een bijzondere combinatie en daarbij moest ik denken aan het nummer Chickenshit Conformist van Dead Kennedys. Ik moest denken aan dat nummer omdat dit nummer precies aangeeft wat er niet klopt aan het verhaal van Eljak.

Eigen foto

Eljak in het artikel: “Online vond ik als tiener meer aansluiting bij leeftijdsgenoten door fanaccounts te beginnen van popbands als One Direction. Toen is mijn liefde voor muziek en daarna punk ontstaan en ben ik zelfs Event Management gaan studeren, zodat ik wél naar concerten mocht van mijn vader.” Wat hier niet klopt wordt al duidelijk in de opening van het nummer van de Dead Kennedys: “Punk’s not dead, it just deserves to die when it becomes another stale cartoon. A closed minded, self-centered social club ideas don’t matter, it’s who you know.” Punk verzette zich tegen de gekunstelde en gemaakte popmuziek van de jaren zeventig, muziek voor commerciële doeleinden. Punk leverde stevige maatschappijkritiek. One Direction, een gemaakte boy band, is alles wat punk verafschuwde en ‘eventmanagement’ een studie waar een rechtgeaarde punker nog niet dood gevonden zou willen worden. Het is de ‘stale cartoon’, de nagel aan de doodskist van de punk waar het niet om je ideeën gaat maar om wie je kent. Het is goed in de markt gezette dertien in een dozijn muziek waarover het tweede couplet handelt: “If the music’s gotten boring, it’s because of the people who want everyone to sound the same.  Who drive the bright people out of our so-called scene til all that’s left is just a meaningless fad.”

Chickenshit Conformist stond op het vierde Kennedys album Bedtime for Democracy dat in 1986 verscheen. Een album dat in het teken stond van de tegen de band aangespannen rechtszaak. Aanleiding voor die rechtszaak was een afdruk van het kunstwerk Work 219: Landscape XX, ook bekend onder de naam Penis landscape van de Zwitserse kunstenaar Hans Ruedi Geiger dat de band bij hun derde album verspreidde. Dit was tegen het zere been van het Parents Music Resource Center een club opgericht door onder andere Tipper Gore (de vrouw van de latere vice-president All) en Susan Baker (de vrouw van de toenmalige minister van financiën James Baker). Het PMRC wilde kinderen beschermen tegen gewelddadige, drugs en seks gerelateerde onderwerpen. Onder invloed van het PMRC werd de rechtszaak aangespannen. Een zaak die glansrijk werd gewonnen door de Kennedys. De Frontman en zanger, Eric Reed Boucher, beter bekend onder zijn artiestennaam Jello Biafra, schreef de song omdat hij zag dat de muziekindustrie wel interesse had voor de harde muziek maar niet voor de maatschappijkritiek: “Hardcore formulas are dogshit. Change and caring are what’s real is this a state of mind, or is it just another label?” En daarbij sprak hij zijn zorgen uit over de motieven van de muziek labels: “When the thugs form bands, look who gets record deals from New York metal labels looking to scam. Who sign the most racist, queer-bashing bands they can find to make a buck revving kids up for war.”

Ik denk niet dat Eljak zich dat realiseert, maar punk verhield zich erg slecht tot niet tot de mode en modellenwereld. “The joy and hope of an alternative has become its own cliché. A hairstyle’s not a lifestyle.” Mode is een hairstyle geen lifestyle. Nu is het Eljak niet kwalijk te nemen dat ze dat niet weet. Voor haar is ‘punk’ een muziekgenre zoals er vele andere zijn: “Harder-core-than-thou for a year or two then it’s time to get a real job.” Of in het geval van Harry Styles, een van de leden van One Direction, een zeer succesvolle solocarrière.

Biaffra concludeerde hieruit: “The more things change, the more they stay the same. We can’t grow if we won’t criticize ourselves. The ’60s weren’t all failure, it’s the ’70s that stunk. As the clock ticks, we dig the same hole.” En dat zelfde gat wordt nog steeds gegraven. Want: “So eager to please, peer pressure decrees. So eager to please, peer pressure decrees. Make the same old mistakes again and again. Chickenshit conformist like your parents.”

Om toch positief af te sluiten, het artikel vormde een goede aanleiding om Bedtime for Democracy weer eens te draaien en te constateren hoe actueel Biafra’s maatschappijkritiek uit de jaren tachtig nog is. Sterker nog. Wellicht is die kritiek nu nog actueler dan in 1986. Daarover wellicht later meer.

De drogreden van Angela Davies

Een drogreden: “een bedrieglijke redenering” aldus de Van Dale, “een reden of redenering die niet correct is, maar wel aannemelijk lijkt,” aldus Wikipedia. Dat dacht ik bij het lezen van een gesprek met Angela Davies op de Belgische site De Wereld van morgen. Een gesprek in een serie van gesprekken met Angela Davies. Het eerste gesprek belicht een tegenwoordig populair onderwerp: institutioneel racisme.

De site omschrijft Davies als, “het boegbeeld van de burgerrechtenbeweging.” Davies heeft, zo lees ik op Wikipedia: “een groot gedeelte van haar werk gewijd aan het onderzoeken naar en het schrijven over vrouwen en feminisme, en dan vooral over de onderdrukking van zwarte vrouwen. Ze zag in dat de zwarte bevrijdingsbeweging niet voor de rechten van de zwarte vrouw opkwam, maar ook dat de feministische beweging zich niet voor de zwarte vrouw inzette.” Aan die strijd en haar inzet wil ik niets af doen. Wel op enkele opmerkelijke observaties en redenaties van haar.

Davies: Door het feit dat je in de VS, Europa en Zuid-Amerika in de gevangenis een onevenredig groot aantal zwarte mensen ziet, kan je een verband leggen tussen slavernij en het gevangenisinstituut. Dit heeft weer te maken met het feit dat dit instituut grotendeels was opgericht om het falen in het creëren van een rechtvaardige maatschappij, in de nasleep van de slavernij, aan te pakken. Want je kan niet gewoon zeggen dat het instituut van slavernij is afgeschaft, en ervan uitgaan dat het probleem dan is opgelost.” Nu heb ik menig  Middeleeuws kasteel bezocht en die hadden allemaal een ‘kerker’ alwaar misdadigers en iedereen die daarvoor werd aangezien in werden opgesloten. Een kerker was niets meer en niets minder dan het cachot, de gevangenis. Ons mooie Venlose stadhuis had ook een ‘gevangenis’ gesitueerd onder in de rechter ‘toren’ als je ervoor staat met je gezicht ernaartoe.                

De gevangenis was vooral een ruimte waar je zat te wachten tot het vonnis werd uitgevoerd. Dat vonnis bestond uit een lijfstraf, verbanning of de dood. Dat laatste eventueel voorafgegaan en soms zelfs nog gevolgd door het eerste. Voor wie daar een beeld bij wil krijgen, lees de opening van het eerste hoofdstuk van Foucaults Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis over de straf en de oplegging ervan die vadermoordenaar Damiens op twee maart 1757 ten deel viel[1]. Pas in de loop van de zestiende eeuw ontstonden de voorlopers van de huidige gevangenissen. Die waren in eerste instantie gericht op het opsluiten van bedelaars en landlopers. Die kregen er verplicht onderdak en eten. Iets wat werd gezien als een vorm van liefdadigheid. Aan het einde van de zestiende eeuw werd in Amsterdam vrijheidsberoving voor het eerst als straf opgelegd. Mannen gingen naar het rasphuis alwaar ze hout moesten raspen en vrouwen naar het spinhuis alwaar ze wol moesten spinnen. Vanuit Amsterdam verspreidde deze vorm van straf zich over Europa. Uiteindelijk heeft de gevangenisstraf de lijf- en doodstraf vervangen. Ten minste in de meeste landen van de wereld. Het gevangenissysteem is daarmee ouder dan de nasleep van de slavernij en die slavernij speelde hoegenaamd geen rol in het ontstaan van het Europese gevangeniswezen.  

Davies: “De gehele notie van veiligheid is volgens mij diep gelinkt aan racisme. Want wat voor instellingen zijn er opgericht om ‘veiligheid’ te garanderen in onze samenleving? De politie, die geweld gebruikt, dat zijn bewapende mensen. Wel, als je een samenleving veilig wil maken door meer geweld toe te voegen aan de samenleving, dat is voor mij een contradictio in terminis.” Twee bijzondere uitspraken. Als eerste ‘Veiligheid is diep gelinkt aan racisme’ en als tweede ‘de politie voegt geweld toe aan de samenleving’.

Eerst ‘veiligheid is diep gelinkt aan racisme’. Racisme zorgt inderdaad voor onveiligheid. Als ik weet dat iemand mij eigenlijk geen plek gunt om wie ik ben dan voel ik mij niet veilig. Dus ja, er is een link tussen racisme en veiligheid. Maar hoe ‘diep’ is die link? In de meest uiterste variant is die link één op één en dan komt alle gevoel van onveiligheid door racisme. In dat geval zou een einde aan racisme een einde aan onveiligheid betekenen. De werkelijkheid is echter anders. Het gros van het geweld en onveiligheid heeft geen verband met racisme. Dat zwarte mensen oververtegenwoordigd zijn in gevangenissen, waar Davies naar verwijst, heeft in onze contreien veeleer andere, sociaal economische oorzaken dan racisme. De moord van Damiens, waar het hierboven aangehaalde boek van Foucaults mee begint, had geen link met racisme. Net zoals de overgrote meerderheid van de geweldsdaden tot die tijd en ook in de periode erna, geen link had met racisme. De link tussen veiligheid en racisme speelde in de Middeleeuwen en eigenlijk tot het oplaaien van de huidige racismediscussie maar een zeer beperkte rol in het garanderen van onze veiligheid.   

Dan ‘de politie voegt geweld toe’. Om de veiligheid te bevorderen, en het geweld te beteugelen, richtten de inwoners van steden de schutterijen op die zich met de handhaving van de openbare orde en veiligheid bezighielden. Vaak onder toezicht van een schout of baljuw die weer belast was met de rechtspraak. Die schutterijen kun je in de termen van tegenwoordig, de vrijwillige politie noemen. Aan Napoleon hebben we de opkomst van de landelijke politie te danken en die nam ‘Willem I’ netjes over. Naast die landelijke politie bleven lokale ordehandhavers als de schout en de veldwachter actief.  Ja, deze waren bewapend en hadden het geweldsmonopolie. Een monopolie niet bedoeld om geweld toe te voegen maar om gewelddadige conflicten tussen burgers te voorkomen en te beëindigen.

Twee opmerkelijke observaties van Davies. Opmerkelijk aan deze opmerkelijke observaties is dat het lijkt alsof Davies een stukje specifieke geschiedenis uit de Verenigde Staten in het algemeen en de zuidelijke staten van dat land in het bijzonder, overplant naar in de basis de hele wereld maar Europa in het bijzonder. De Amerikaanse geschiedenis van de ‘nieuwe slavernij’ zoals Nijman het in haar boek Wat we van de Duitsers kunnen leren in navolging van de journalist Douglas Blackmore noemt: een systeem van gevangenissen met verplichte tewerkstelling: “In het nieuwe systeem waren de veroordeelden geen eigendom meer maar werden ze enkel door staatgevangenissen verhuurd aan private ondernemingen in de mijnbouw, de staalindustrie of de baksteenproductie.” Nog lucratiever dan slavernij omdat: “Onder het oude systeem (…) een slaaf ook werkelijk het eigendom (was) van zijn meester. Nadat hij een aanzienlijke investering had gedaan in een zwarte mens, had de slavenhouder er economisch belang bij om die investering niet verloren te laten gaan en toch in elk geval te voorzien in een minimum aan voedsel en gezondheidszorg.[2]Dat hoefde onder de ‘nieuwe slavernij’ niet meer en dat was daarom zo mogelijk nog wreder dan de oorspronkelijke slavernij, aldus Nijman. Een soort moderne versie van de spin- en rasphuizen die vanaf de zestiende eeuw ontstonden. Die ‘gratis gevangenen’ zorgden er vervolgens voor dat de lonen voor de zwarte arbeiders laag bleven, als ze al werk konden vinden. Een systeem dat mede mogelijk werd gemaakt door de politie in de Zuidelijke staten die hierbij samenwerkten met de eigenaren van de bedrijven.

Als laatste combineert Davies de twee voorgaande uitspraken: “… neem dus het feit dat wereldwijd een onevenredig aantal zwarte, bruine en inheemse mensen in de gevangenis zit en gevangenissen juist instituties zijn, ontworpen om ‘veiligheid’ te verzekeren. Dit weergeeft ook weer het rechtstreekse verband tussen veiligheid en racisme.”  Daarom  pleit Davies voor het opheffen van de politie en het gevangenissysteem. Haar redenering lijkt aannemelijk maar bij nadere beschouwing klopt ze wellicht voor het Zuiden van de Verenigde Staten. In de Europese situatie in het algemeen en de Nederlandse in het bijzonder, raakt ze kant nog wal. Een drogreden.


[1] Michel Foucault, Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis, zesde druk 2010, pagina 20 en verder.

[2] Susan Nijman, Wat we van de Duitsers kunnen leren, pagina 495.

Cultureel cancelen

“Activisten noemen dit ‘cultural attribution’: als één onderdeel aan een hele cultuur wordt toegeschreven, zonder oog voor andere ontwikkelingen.” Een zin uit de verslaggeverscolumn van Margriet van Oostveen in de Volkskrant. Een heel bijzonder artikel. Als ‘activisten’ gecombineerd met ‘cultureel’ en ‘toeschrijving’, de letterlijke vertaling van ’attribution’, in één zin worden genoemd, dan wordt mijn brein wakker. Wakker omdat er dan meestal een wel erg bijzondere redenering volgt.

Bron: Pixabay

Wat behandelt Oostveen in haar column getiteld Over cancelcultuur en Afrikaanse studenten die een punt hebben? De universiteit van Wageningen heeft sinds kort een expositieruimte buiten. Die ruimte is bedoeld om: “discussie aan te jagen” en: “de dialoog te openen,” zo is te lezen. “En bij de eerste tentoonstelling Power of the Wasted barstte prompt een hevige discussie los. Nog geen twee weken later werd de tentoonstelling daarom ‘tijdelijk’ verwijderd. En nu heeft het universiteitsbestuur besloten dat die helemaal niet meer terugkeert.”  De expositie is om dat woord te gebruiken, gecanceld.

Die eerste tentoonstelling, Power of the Wasted bestond uit foto’s van Jurrian Veldhuizen onder de noemer. “Hero: “a person of distinguished courage or ability, admired for his or her brave deeds and noble qualities”. Everywhere and every day, we create waste. It keeps piling up. It goes to places that are unseen and it is being handled by people that we do not know. Their daily hard work remains unnoticed by us, which is not only unfair, it also leaves us unaware. It is time to see and recognize the efforts, struggles and bravery of those cleaning up our mess: the waste heroes.” Aldus de inleidende tekst bij de tentoonstelling. Een tentoonstelling over mensen in Ghana die leven van het vuilnis van anderen, ook van ons. De afvalrapers.  

Wat was er zo schokkend aan die foto’s dat de tentoonstelling al na twee weken werd ‘gecanceld’? “Het geheel schiet de United Community of African Students (UCAS) aan de universiteit volkomen in het verkeerde keelgat. Zij vinden de foto’s stereotiep, schadelijk voor Afrika en scavengers net zo beledigend als het n-woord. Ze eisen dat de foto’s worden verwijderd en vernietigd.” Daarop vervangt Veldhuizen het woord scavenger. En dan valt: “cultural attribution: als één onderdeel aan een hele cultuur wordt toegeschreven, zonder oog voor andere ontwikkelingen.” Volgens de projectleider antiracisme, gelijk vermogen en gelijke behandeling, de de Amerikaans-Nederlandse Percy Cicilia Jr. had Veldhuizen de ‘hypermoderne recycle-installatie’ die bij de vuilnisbelt stond, moeten fotograferen, het moderne Afrika en niet “een afvalberg zoals die veertig jaar geleden al in het blad voor de rooms-katholieke missie Bijeen stonden.” Iets wat ook de ambassadeur van Oeganda in Brussel Mirjam Blaak-Sow aandraagt die een toespraak hield over: “manieren waarop Afrika het imago van ‘continent met problemen’ van zich afschudt.” Veldhuizen antwoordt dat het onderwerp van zijn serie de afvalrapers was, maakte geen indruk. De tentoonstelling geeft geen ‘beeld van Afrika’, maar een beeld van de vuilnisrapers in Kumasi in Ghana. Zo geeft de Volendamse klederdracht geen ‘beeld van Nederland’ en zeker niet van Europa, maar een beeld van een deel van Volendam. Als de UCAS het zo belangrijk vindt dat het moderne Afrika wordt getoond, dan staat niets hen in de weg om daar zelf een expositie van te maken. Dat is een productievere weg dan een fotograaf te ‘verbieden’ om foto’s van het in hun ogen ‘foute’ maar ook reële beeld van vuilnisrapers in Kumasi te maken.

Maar terug naar de term ‘culturele toeschrijving’. Blaak-Sow is de ambassadeur van Uganda. Veldhuizen nam de foto’s in Kumasi, de op een na grootste stad van Ghana. Als je met een auto van Kumasi naar Kampala, de hoofdstad van Uganda, wilt reizen dan ben je, als er geen ander verkeer is, je niet wordt opgehouden en je geen pauze neemt, bijna 90 uur onderweg om de bijna 5.500 kilometer af te leggen. Even ter vergelijking. Als ik in Venlo in mijn auto stap en 5.500 kilometer naar het oosten rijdt, dan strand ik na een uur of zeventig (onder dezelfde voorwaarden) net voor Novosibirsk. Rij ik naar het zuiden dan kom ik tot Kongoussi in Burkina Faso, het buurland van Ghana en ongeveer 1.000 kilometer noordelijker gelegen dan Kumasi. Steden en gebieden waar het leven heel anders is dan in Venlo. Waar mensen met heel andere gewoontes en gebruiken wonen. Zou dat voor Kumasi en Kampala niet ook gelden?

Heeft de ambassadeur van Uganda het mandaat om namens heel Afrika te spreken? Zouden de inwoners van Cassablanca, ook Afrika en onder dezelfde omstandigheden een autotocht van bijna 120 uur en ruim 8.200 kilometer van Kampala gelegen, of Kaapstad ruim 70 uur en bijna 5.400 kilometer van Kampala zich niet iets heel anders bij de Afrikaanse cultuur kunnen voorstellen? “This exhibition was authorized by Kumasi Metropolitan Assembly,” is te lezen site van de tentoonstelling. Dus daaruit blijkt dat er ook in Afrika, en vooral aan de culturele bron van de foto’s, anders over wordt gedacht. Wie doet er nu ‘culturele toeschrijving’? Wie doet de werkelijkheid geweld aan? Dus nee beste Oostveen, ze hebben geen punt.

“‘Ik vind dit niet meteen cancelcultuur. Híj is toch niet gecancelled?’” Met deze quote van Percy Cicilia Jr. eindigt het artikel. Nee Cicilia Jr., Veldhuizen is niet ‘gecanceld’ zijn tentoonstelling in de publieke ruimte wel. En dat op zeer dubieuze gronden.