Uitgelicht

Asterix en de economen

“Rare jongens, die Romeinen,” een uitspraak die Obelix geregeld doet in de strips genoemd naar zijn vriend Asterix. Het is ook de titel van de column van Frank Kalshoven in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Volgens Kalshoven zijn die Romeinen raar omdat ze: “slecht, welvaartsvernietigend, beleid voor (…) stellen en uit te voeren.” Kalshoven heeft het over de Italiaanse begroting voor het komende jaar. Volgens Kalshoven is: “De Italiaanse staatsschuld (…) al hoog, net als het begrotingstekort, en er heerst hoogconjunctuur. Italië moet sparen als het meezit, en de Italiaanse begroting voor 2019 moet daarom een lager tekort laten zien. En geen hoger.” De Italiaanse begroting voor het komende jaar doet het tegendeel. Kalshoven formuleert een viertal hypotheses die: “helpen verklaren waarom en hoe het rationeel kan zijn.” De vier zouden ook in combinaties kunnen optreden aldus Kalshoven. Zou er nog een andere hypothese mogelijk zijn?

asterix___asterix_and_obelix_by_theeyzmaster-d9ipp3i

Illustratie: DeviantArt

Eerst de vier van Kalshoven in een notendop. Als eerste: “het loont op de kiezersmarkt om radicaal te zijn, tegen de dominante logica in.”  En als je dan aan de macht komt moet je wel. Als tweede de beperkte tijdshorizon van politici: “slecht beleid kan op lange termijn een land in de schaduw zetten, maar op korte termijn zien kiezers alleen de zonnige kant.” Als derde: “Een gok zonder kans op verlies.  … Het idee is dat een grote groep kiezers in de veronderstelling leeft (al dan niet abusievelijk) dat hun positie niet slechter kan.”  En de vierde: “We krijgen hulp als het fout gaat. Politici met afwijkende ideeën vertrouwen erop dat als hun kiezersbelofte uiteenspat op de realiteit, andere landen te hulp zullen schieten.” 

Vier plausibele hypotheses die er allemaal vanuit gaan dat de Italiaanse begroting slechts is voor de economie en dus voor het land. Dat is de veronderstelling van Kalshoven, van zo ongeveer de gehele gemeenschap van economen, politici en financieel specialisten. En ook de veronderstelling van de andere Europese leiders, want zoals Kalshoven opent: “Het was achttien tegen één, () Die achttien waren regeringsleiders van eurolanden, en die negentiende ook, maar de Italiaanse premier Conte stond moederziel alleen.” 

Wat als de veronderstelling dat wat goed is voor de economie ook goed is voor een land niet klopt? Neem de hoge Italiaanse jeugdwerkloosheid van bijna 35%, de lage salarissen, die is ook niet goed voor het land. Daar konden begrotingen die wel de goedkeuring konden dragen, niets aan veranderen. Laat de Italianen experimenteren met een soort basisinkomen, want dat willen ze. 

Laten we dat met interesse volgen en ervan leren. Mocht het goed gaan, dan nemen we het over. Gaat het fout, dan redden we ze maar wel op een alternatieve manier waar de Italiaanse samenleving en dus de Italiaan, beter van wordt. Een ‘toverdrank’ voor de zwakkeren, niet de banken, speculanten en beleggers. Bijvoorbeeld een Italiaanse vakantie voor onze minima.

Overheid, economie en samenleving

“Het socialisme is niet een goed plan dat slecht wordt uitgevoerd, het is gewoon een heel slecht plan,” zo betoogt Willem Melching in de Volkskrant. Socialisten maken, volgens Melching, twee denkfouten. Als eerste dat het kiezen voor collectief bezit en planning: “vanzelf een rationele en rechtvaardige maatschappij,” oplevertDe tweede denkfout: “Het socialisme gaat namelijk uit van het idee dat de mens van nature goed is. Maar dat is helemaal niet zo. De mens is een egoïst, die tot alle kwaad geneigd is.” Naast die structurele fouten zien socialisten ook de rol van crises in het kapitalisme verkeerd: “het kapitalisme verkeert in een permanente crisis. Maar daarom blijft het functioneren, daarom blijft het zich aanpassen en daarom wordt de mensheid elk jaar weer een beetje rijker en een beetje gezonder en een beetje knapper.” Melching sluit af met de opmerking dat: “Wie na 1989 nog steeds pleit voor meer planning en meer overheid in de economie moet wel een geweldig bord voor zijn kop hebben.”

bord voor de kop

Foto: Flickr

Bij deze solliciteer ik naar dat bord. Niet omdat ik pleit voor een ‘socialistische samenleving, maar omdat ik pleit voor meer overheidsingrijpen. Meer overheidsingrijpen omdat de mensheid wellicht rijker wordt van die permanente crisis, maar die rijkdom en de schade van die crisis erg slecht worden verdeeld. Zo zijn de banken en hun aandeelhouders na de laatste grote crisis gespaard en is het gelag betaald door de belastingbetalende  Jan met de Pet. Meer overheidsingrijpen dat zich richt op de bescherming van Jan tegen de Shells en Unilevers die via een ‘wetenschappelijk onderzoekje’ een belastingverlaging van anderhalf miljard afdwingen dat door Jan moet worden betaald. 

Meer overheidsingrijpen omdat de markt slecht is in fundamenteel onderzoek. Je weet daarvan immers niet op voorhand of en wanneer het iets gaat opleveren. Alle producten waar de Apple’s, Google’s en andere techgiganten nu mooie sier mee maken, zijn gebouwd op producten die met overheidsgeld zijn ontwikkeld, zoals Mariana Mazzucato laat zien.

Maar vooral meer overheidsingrijpen om de economie een veel minder prominente plek te geven in de samenleving. Veel recentelijk ‘vermarkte’ zaken verhouden zich slecht tot de markt. Neem de zorg, als je je been hebt gebroken, dan ga je niet eerst een marktonderzoek doen en offertes opvragen bij verschillende ziekenhuizen. Meer overheidsingrijpen dat ervoor zorgt dat ‘economie’ weer een middel wordt om iets anders te bereiken, een prettige samenleving voor iedereen, en niet het ‘heilige doel’ is.

Als dit een ‘bord voor de kop’ waard is, dan zal ik het met trots dragen.

De illusionist

Linkse partijen zouden niet moeten willen regeren, niet op nationaal niveau en niet op lokaal niveau. Dat standpunt bepleit Ewout van den Berg van de Internationale Socialisten bij Joop. Volgens Van den Berg is regeringsverantwoordelijkheid nemen voor links: “een gevaarlijke illusie. Binnen het kapitalisme stuit elke regering die principieel links beleid wil doorvoeren op grote weerstand vanuit het bedrijfsleven.” 

konijn in de hoed

Illustratie: Pixabay

Hij onderbouwt zijn betoog met de ervaringen van Allende in Chili, Mitterand in Frankrijk en recentelijk Syriza in Griekenland. Het alternatief van Van den Berg: “Socialisten zouden zich niet moeten opstellen als de beste manager van het kapitalisme, maar alles moeten doen om het einde te bespoedigen van een systeem dat winst boven mens en leefomgeving plaatst.” Van den Berg geeft geen beeld of schets van hoe dat nieuwe systeem eruit zou moeten zien en dat is jammer. Je inzetten voor een aansprekend alternatief trekt waarschijnlijk meer mensen dan alleen maar tegen iets zijn. Een alternatief zoals de verzorgingsstaat, een mooi voorbeeld van beteugeling van het, door Van den Berg gewraakte, kapitalisme. Alleen moet je daarvoor regeren. 

Dan het lokaal niveau. Door verantwoordelijkheid te nemen worden: “Linkse colleges (…) op deze manier verantwoordelijk gemaakt voor het doorvoeren van landelijk afbraakbeleid. Rutte III.” Een tip van Van den Berg: “Als antwoord op de decentralisering moet links niet pleiten voor meer bevoegdheid voor gemeenten om lokaal belasting te heffen, zoals bijvoorbeeld de Vereniging Nederlandse Gemeenten, maar juist een beweging bouwen die de dividendbelasting opnieuw invoert, en de vennootschaps- en vermogensbelasting weer verhoogd in plaats van verlaagd.” Dat de afschaffing van de dividendbelasting een foute keuze was en dat de vermogensbelasting, in iedere geval voor grote vermogens, moet worden verhoogd, laat ik even ‘links’ liggen. ‘Links’ liggen omdat je, om hier iets aan te doen, toch echt nationaal moet regeren. En om aan die door Van den Berg zo gehate decentralisaties wat te doen, moet je ook aan de Haagse knoppen zitten. De partijen die nu aan de knoppen draaien, zullen die decentralisatie niet terug willen draaien.

Zou, als dat het speelveld is, pleiten voor een groter gemeentelijk belastinggebied niet een interessant alternatief zijn? Een alternatief waar ook ‘rechtse’ partijen zich achter zouden kunnen scharen? Links dat als een volleerd illusionist rechts ‘betovert’? Een konijn bestaande uit mooie voorbeelden van een systeem dat ‘mens en leefomgeving boven winst’ stelt? Voorbeelden die nagevolgd kunnen worden? Had dan de door Van den Berg geciteerde Nijmeegse GroenLinks-informateur niet de vraag kunnen stellen: Bent u bereid de belastingen te verhogen om de oplopende tekorten te stoppen?”

Waarom moeilijk doen …

Topsalarissen. Politiek Nederland maakt zich er geregeld druk om. Nu komt minister Hoekstra, zo lees ik in de Volkskrant, met het idee om: “topsalarissen van bestuurders van banken en verzekeraars (te) kunnen terugvorderen zodra hun bedrijven in de problemen komen en daardoor aangewezen zijn op staatssteun.”  Daarnaast zoekt hij naar mogelijkheden om topbestuurders te verplichten om aandelen waarin ze worden uitbetaald voor een periode vast te laten houden. Hoe lang die periode is, moet nog nader worden bepaald: “Het belang van de bestuurders wordt daarmee volgens de minister meer in lijn gebracht met het langetermijnbelang van de bank en de maatschappij.”

belastingdienst

Foto: Flickr

Een deel van de Kamer vindt dit niet genoeg: “GroenLinks wilde er eerder met een wet voor zorgen dat bestuurders niet langer hun vaste beloning in aandelen kunnen krijgen. Ook drong de partij aan op een vetorecht voor de minister van Financiën over salarisverhogingen bij ‘cruciale banken’ zoals ING.” Dat kan volgens Hoekstra niet. Hoekstra’s wil bij de verdere behandeling van zijn plannen: “rekening houden met de concurrentiepositie van Nederland in Europa.” Daarom worden: “Alle relevante partijen zoals aandeelhouders, vakbonden, deskundigen en commissarissen (…) bij de vormgeving van eventuele wetsvoorstellen betrokken.” Of dat veel goeds beloofd daaraan kun je, met de plotselinge afschaffing van de dividendbelasting in het achterhoofd, twijfelen. Daar bleken immers alleen de multinationals in het algemeen en Shell en Unilever in het bijzonder, relevante partijen te zijn. Dit even terzijde.

Waarom zoeken onze politici toch naar moeilijke, lastig uit te voeren en controleren maatregelen? Dit terwijl er zeer eenvoudig uit te voeren maatregelen zijn die meteen een einde maken aan bovenmatige beloning en dat niet alleen als een bedrijf staatssteun moet aanvragen. Waarom kiezen onze volksvertegenwoordigers niet voor een forse verhoging van de inkomstenbelasting bij salarissen van boven de Balkenende-norm? Een verhoging tot bijvoorbeeld 90% ? Een tarief dat de Verenigde Staten tot in de jaren zestig hanteerden. Dan levert ieder miljoen dat een topman meer krijgt van zijn werkgever, de staat 9 ton op. Als er daarnaast wordt ingezet op het minder ‘cruciaal’ maken banken, dan wordt het ook nog eens makkelijker om een bank te laten omvallen. Iets wat niet verkeerd zou zijn.

Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Burgers en macht

Bij Joop maken Werner de Gruijter en Elisa Klaus zich druk om het onderwijs: “Het Nederlandse (en Europese) hoger onderwijs biedt de student in toenemende mate slechts het ogenschijnlijk noodzakelijke, namelijk het instrumenteel aanleren van een bepaalde vaardigheid in een zo kort mogelijke tijd. Dat het overige is wegbezuinigd of ingekort, laat zien dat culturele en geestelijke vorming dat zo noodzakelijk is voor de individuele ontplooiing, tegenwoordig onvoldoende op waarde wordt geschat.” Iets waar ik, zoals ik al eerder schreef, me wel in kan vinden.

euro-1144835_960_720

Foto: euro-bankbiljetten-handdruk-1144835

Ik wil het hebben over hun eerste alinea: “De macht in het Westen verschuift richting een nieuw soort feodalisme, ook wel neoliberalisme genoemd. Onder het mom van marktwerking verdween de macht uit handen van de burger en kwam terecht bij investeerders die met geld invloed hebben uitgeoefend op het (Europese) onderwijsbeleid.” Een interessante passage waarin zij betogen dat door de marktwerking de macht van burgers naar ‘ investeerders’, mensen met veel geld die invloed kopen, verschuift. Gevolg hiervan is een soort feodalisme. Nu niet via de grond en fysieke arbeid maar via het aanleren van ‘instrumentele vaardigheden’ die nodig zijn voor bedrijven. Dat klinkt mooi, maar….

Macht die verschuift van burgers naar investeerders, dit suggereert dat die macht ooit in handen was van die burgers en op dit punt zitten mijn vragen. De auteurs constateren zelf al dat: “In de periode voorafgaand aan de Tweede Wereldoorlog … te veel macht in te weinig handen,” lag. Als we kijken naar de invoering van het algemeen kiesrecht, dan valt op dat dit pas in het eerste kwart van de twintigste eeuw haar beslag kreeg. Dit betekent dat, als er een moment was dat de burger de macht had, dit moment ergens na de Tweede Wereldoorlog lag.

Als het neoliberalisme de oorzaak is van het verschuiven van die macht, dan moeten we de tijd van ‘burgermacht’ vóór begin jaren tachtig van de vorige eeuw zoeken. Vanaf dat moment werd het neoliberale marktdenken dominant. Die periode moet dus ergens tussen 1945 en 1985 liggen. Hiervan kunnen we de eerste twintig, vijfentwintig jaar gerust afschrijven. De protesten in de jaren zestig waren immers gericht tegen de regenten. Blijven vijftien jaar over. De jaren van de Lockheed affaire met ‘schelm van Oranje’ Bernhard in de hoofdrol. Een affaire waarbij een bedrijf een besluit probeert te ‘kopen’. Precies dat wat de ‘investeerders met geld’ nu doen.

Met de auteurs maak ik me er zorgen omdat: “een uitgebalanceerde en kritische levenshouding steeds minder aan de volgende generaties (wordt) doorgegeven in het (hoger) onderwijs” Of de macht ooit echt in de handen van de burgers heeft gelegen?

Trumponomics

Stel de Trump-hotels komen erachter dat de goedkoopste lakenfabrikant veel minder geld aan hotelkamers bij Trump-hotels besteedt, dan dat hij lakens levert en de hotels besluiten er geen lakens meer af te nemen. De hotels geven die, bijvoorbeeld 10 miljoen, niet meer uit. Volgens hun eigenaar winnen ze daarmee. Gevolg is wel dat de gasten  moeten slapen op bedden zonder lakens. Natuurlijk kunnen de hotels zelf een ‘lakenfabriek’ beginnen voor eigen gebruik. Alleen zal de prijs van die lakens ook moeten worden doorberekend in de kamerprijs. Die zullen stijgen want als eigen lakens het goedkoopste zouden zijn, dan zouden de Trump-hotels al altijd zelf lakens hebben gemaakt. Die lakenfabrikant zal minder of zelfs niet meer overnachten in de Trump-hotels en dat betekent minder omzet voor de Trump-hotels. De, door de eigen lakens, duurdere kamers zullen minder worden geboekt. Zou ‘hotelmanager’ Trump deze keuze maken?

march-for-science-2252981_960_720

Foto: pixabay.com

President Donald J. Trump wel “When a country (USA) is losing many billions of dollars on trade with virtually every country it does business with, trade wars are good, and easy to win. Example, when we are down $100 billion with a certain country and they get cute, don’t trade anymore-we win big. It’s easy!” Een tweet waarmee hij zijn plannen voor het invoeren van importheffingen verdedigt. Plannen die een handelsoorlog kunnen ontketenen.

Ik moest het een paar keer lezen, maar het staat er echt: als je een handelstekort hebt en je stopt met die handel dan win je. Inderdaad houd je het geld dat met die handel is gemoeid dan in je zak. Daar staat tegenover dat je het product ook niet krijgt. Wat als je dat product vervolgens toch nodig hebt en je moet op zoek naar een alternatief? Als er een goedkoper alternatief was, bijvoorbeeld kwalitatief evenwaardig staal uit het eigen land, dan had je dat waarschijnlijk al afgenomen, dan had je dat niet uit het buitenland gehaald. Betekent dat niet dat je alternatief altijd duurder is, ook maken in eigen land? Als je dat duurdere product, bijvoorbeeld weer dat staal, verwerkt in andere producten, worden die producten dan niet ook duurder? Verkoop je die producten in je eigen land, dan zijn je inwoners duurder uit en kopen ze er wellicht minder van. Verkoop je ze ook nog in het buitenland, dan verkoop je daar ook minder of wellicht niets meer. Inderdaad blijft al je geld in eigen land als je niet met het buitenland handelt, maar zijn veel hogere prijzen en dalende koopkracht daarvan niet het gevolg?

Trumponomics, economie volgens Trump, begint vorm te krijgen. Het ‘trickle down’ geloof, het geloof dat belastingverlaging voor de rijken ‘naar beneden druppelt’ en ervoor zorgt dat ook de armen rijker worden, is al gereanimeerd via de belastingplannen. Nu het geloof dat handelsoorlogen te winnen zijn, terwijl ervaringen uit het verleden uitwijzen dat handelsoorlogen alleen maar verliezers kennen. De rijken, zoals Trump, zal het niet zo veel deren. De rekening zal worden betaald door Jo Sixpack en Jan Modaal.

Schijnkeuze in zorgverzekeringsland

“Het aanbieden van identieke polissen is niet de marktwerking waar de consument beter van wordt.”

Woorden van Kamerlid Sharon Dijksma zo lees ik in de Volkskrant. Een meerderheid van de Tweede Kamer wil af van ‘kloonpolissen’. Kloonpolissen? Een kloonpolis is een identieke zorgverzekeringspolis die onder verschillende namen en tarieven wordt aangeboden: “Polissen die nauwelijks van elkaar afwijken maar wel als alternatief worden gepresenteerd, bieden volgens de parlementariërs een schijnkeuze aan consumenten” De verzekeraars verweren zich met de woorden dat de ‘service’ anders is.

bier

Illustratie: Flickr

Is het aanbieden van identieke producten met een andere prijs niet juist een van de belangrijkste kenmerken van marktwerking? Doen autoconcerns niet hetzelfde? Verkoopt een autoconcern niet bijna identieke auto’s onder verschillende merknamen en prijzen? Of een supermarktketen: melk van een A-merk, een huismerk, een budget-huismerk en een budgetmerk. De verpakking is anders, de prijs is anders, de koe die de melk gaf niet. Een ander voorbeeld bier. Het Heineken-concern verkoopt pils onder de eigen naam, maar ook onder de naam Amstel en Brand. Allemaal met 5% alcohol en gebrouwen van ‘natuurlijk’ hop, gerst en water.

Een markt van zeer bijzondere aard is de elektriciteitsmarkt. Bijzonder omdat het geen ‘kloonpolissen’ zijn, maar ‘kloonbedrijven’. Het product wat deze bedrijven aanbieden, is identiek. Ik kan bij mijn stopcontact niet zien of de stroom is geleverd door het bedrijf waarmee ik een contract heb. Laat staan dat ik kan zien of de stroom is opgewekt met een windmolen, zonnepaneel, door het verbranden van gas of kolen of via kernsplitsing.

“De verschillen zitten in de dienstverlening ,” dat zullen al deze bedrijven zeggen. Daarnaast zullen ze wat stamelen over ‘het gevoel’ dat hun product bij je oproept. Dat ‘gevoel’ dat zorgt voor die ‘unieke beleving’ die je alleen maar krijgt als Jupiler drinkt, ‘mannen’ weten waarom’. En, na een glaasje teveel weet je dat die ‘unieke beleving’ bij iedere pils hetzelfde is.

Op bijna alle markten is: “Het aanbod (…) onnodig groot en onoverzichtelijk.” De reden dat CDA-kamerlid Joba van den Berg de kat aan de ‘polissenbel’ hangt. Zouden de Kamerleden de discussie niet naar een andere niveau moeten tillen? Als de consument in de gezondheidszorg niet beter wordt van het aanbieden van ‘bijna identieke producten, zou de vraag dan niet moeten gaan over nut en noodzaak van marktwerking in de zorg?