Uitgelicht

Creperen op de wachtlijst?

Volgende week stemt de Eerste Kamer over het Donorwetsvoorstel ingediend door D66-kamerlid Pia Dijkstra en deze week spreken de leden van de Eerste Kamer erover. In het Commentaar geeft Volkskrant-redacteur Hans Wansink zijn mening. Het wetsvoorstel behelst dat iedereen automatisch orgaandonor is tenzij de persoon expliciet aangeeft dit niet te willen zijn. Tot nu toe ben je geen donor tenzij je expliciet aangeeft het wel te willen zijn. Met de huidige methode is er een tekort aan donoren en “Daardoor lijden veel patiënten onnodig en sterven mensen die gered kunnen worden.” Dus ontkomen we volgens Wansink niet: “aan de vraag of wij zieke medemensen willen laten creperen op de wachtlijst.” Wansink antwoord is NEE en: “Dan biedt de wet-Dijkstra uitkomst. Die garandeert voldoende donoren.”

donor

Illustratie: Flickr

Nu is dat laatste twijfelachtig. “Het aanbod van organen voor transplantatie zal nooit voldoen om àlle mensen op de wachtlijsten te helpen.” Een uitspraak van de Belgische transplantatie-expert Luc Colenbie op de Belgische site HLN. Het aantal donoren is dan wel hoger, toch sterven er ook in België nog steeds mensen op de wachtlijst. Dus de ‘Wet Dijkstra’ zal het probleem van ‘creperen’ op de wachtlijst niet oplossen.

Is het beeld dat ‘Wansink schetst dat we’ die mensen laten ‘creperen op de wachtlijst’ eigenlijk wel een goed beeld? Ja, er is een wachtlijst voor donororganen. Ja, er gaan mensen dood die wachten op een donororgaan en die mensen lijden. Dat maakt nog niet dat ‘we’ hen ‘laten’ creperen’. Deze mensen hebben een niet of zeer slecht functionerend orgaan en dat kan verholpen worden als er een geschikt donororgaan beschikbaar is. ALS dat orgaan beschikbaar is. Moet er om dat orgaan beschikbaar te krijgen niet iemand sterven? Worden de mensen in de tijd dat ze op die wachtlijst staan niet optimaal verzorgd?

Als we de Belgische cijfers mogen geloven, dan overlijden er ook met de ‘Wet Dijkstra’ nog steeds mensen op de wachtlijst. Als Wansink dat onacceptabel vindt, wat stelt hij dan voor vervolgmaatregelen voor? Sterven op een wachtlijst is triest en zwaar voor de nabestaanden, het is echter onoverkomelijk. Of wil Wansink overgaan tot het doden van geschikte donoren om organen te oogsten zodat de mensen op de wachtlijst niet ‘creperen’?

De Jonge en Oma

“Als oma er volgend jaar niks van merkt, dan hebben we het niet goed gedaan.”

Op deze manier maakt minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge zijn beleid om eenzaamheid te bestrijden meetbaar, zo lees ik in een artikel van Gertjan van Schoonhoven bij Elsevier. De Jonge maakt zich vooral zorgen over de eenzaamheid onder mensen van 75 jaar en ouder. Daarom is oma waarschijnlijk ook het meetpunt. Van Schoonhoven vraagt zich af of de overheid zich met eenzaamheid van ouderen moet bezighouden. Een goede vraag die een discussie waard is, zeker omdat de premier van het kabinet verkondigt dat de overheid geen ‘geluksmachine’ is. Zijn vice-premier lijkt daar nu anders over te denken.

ouderen

Foto: Flickr

De Jonge laat zijn succes afhangen van oma. Zou hij over een jaar niet moeten constateren dat oma wellicht merkt dat er allerlei inspanningen worden gepleegd, maar dat haar gevoel van eenzaamheid er niet minder door is geworden? Oma zal best merken dat er mensen van de tegenwoordig oh zo populaire wijkteams, bij haar aan de deur verschijnen en met haar willen praten. Dat die mensen haar naar het wijk- of buurthuis willen lokken om daar deel te nemen aan een activiteit met andere eenzame ouderen. Als oma gaat deelnemen dan kan De Jonge constateren dat hij oma achter de geraniums vandaan heeft gehaald en dat oma wat merkt van zijn beleid.

Wat als die medewerker van dat wijkteam een jaar later weer terugkomt en te horen krijgt dat oma zich nog steeds eenzaam voelt? Als ze zegt dat ze onder de mensen komt en dat af en toe kienen en koersballen best leuk is, maar ze zich nog steeds eenzaam voelt.’ Als ze zegt dat die activiteiten haar overleden man of die goede vriendin die haar is ontvallen niet hebben teruggebracht net zoals de meeste mensen die haar in haar leven hebben vergezeld. Dat ze het contact met haar kinderen en kleinkinderen mist omdat die aan de andere kant van het land en zelfs in het buitenland wonen.

Wat als die medewerker te horen krijgt dat oma’s slinkende wereld niet meer in de ‘steeds groter wordende wereld’ past. Dat ze de belevingswereld van haar kinderen deels en die van haar kleinkinderen helemaal niet meer begrijpt en andersom. Dat de wereld voor haar te groot is geworden.

‘Oma heeft er wel wat van gemerkt’ zo zal De Jonge zich verdedigen, ze is immers gaan kienen en koersballen. Politiek Den Haag zal instemmend knikken. Oma zal er niets van mee krijgen. Zij zit te knikkebollen in haar eigen nog kleiner geworden wereldje.

‘De bank van Sigmund’

Frank Kalshoven besteedt zijn wekelijkse column in de Volkskrant deze week aan de medicalisering van het leven. “Druk kind? Naar de dokter. Sombere puber? Naar de dokter. Niet direct zwanger? Naar de dokter. Overbelast met werk en kinderen? Naar de dokter. Lijden aan ouderdom? Drie keer raden.” Onterecht volgens Kalshoven: “Kinderen zijn druk. Ouderdom komt met gebreken. De combinatie van jonge kinderen, hard werken en zorg voor je eigen ouders is een aanslag op je gestel. Dat is altijd al zo geweest. En zal altijd zo blijven. De vraag is hoe we hier mee om willen gaan.” Medicalisering lijkt te lonen: “Een sticker met hierop een medische aandoening is een waardevol papiertje. Het papiertje legitimeert ander gedrag.” Bovendien is het goed voor de dokter en de medische industrie. Bovendien kost het de samenleving veel geld en het: “vertroebelt onze blik op wat er echt met ons (leven) aan de hand is en ontneemt ons hiermee ook zicht op echte oplossingen of op acceptatie van lek en gebrek.” Wat zou er werkelijk aan de hand zijn?

SigmundIllustratie: conservatorial.rssing.com

Kalshoven geeft daarop geen antwoord. Zou Belg Dirk De Wachter in zijn boek Borderlinetimes. het Einde van de Normaliteit het antwoord op die vraag geven? Hij vergelijkt onze samenleving met de stoornis Borderline. “BPS of Borderline Personality Disorder is ‘een diepgaand patroon van instabiliteit en intermenslijke relatie, zelfbeeld en affecten en van duidelijke impulsiviteit, beginnend in de vroege volwassenheid en tot uiting komend in diverse situaties… .” De Wachter legt onze samenleving langs de negen situaties van BPS. Als een persoon er vijf vertoont is er sprake van BPS. Die negen situaties zijn:

  • krampachtig proberen te voorkomen om feitelijk offerend in de steek gelaten te worden;
  • een patroon van instabiele en intense intermenselijke relaties;
  • identiteitsstoornis: duidelijk of aanhoudende instabiel zelfbeeld of zelfgevoel;
  • impulsiviteit op ten minste twee gebieden die in potentie de betrokkenen zelf kunnen schaden;
  • recidiverende suïcidale gedragingen, gestes of dreigingen, of automutilatie;
  • effectlabiliteit als gevolg van duidelijke reactiviteit van de stemming;
  • chronisch gevoel van leegte;
  • inadequate, intense woede of moeite om kwaadheid te beheersen;
  • voorbijgaande, aan stress gebonden paranoïde indelen of ernstige dissociatieve verschijnselen.

Heeft De Wachter een punt met zijn bewering dat de samenleving aan borderline lijdt? Zou de medicalisering die Kalshoven constateert hier een gevolg van kunnen zijn? Wat zou dan de echte oplossing zijn, de-medicaliseren van de individuen of de samenleving op de bank van de psychiater?

 

Bier, sigaretten en wiet

Hangt u op de bank met een biertje of gaat u er dagelijks voor naar de kroeg? Laat u uw werk of school schieten om nog even een fles jonge klare naar binnen te werken? Drinkt u er lekker op los? Vervalt u met andere woorden in ledigheid omdat het in Nederland legaal is om alcohol te kopen en te drinken? Denken sommigen van jullie erover om de stap van drank naar misdaad te maken?

Volgens René van Rijckevorsel, plaatsvervangend hoofdredacteur van Elsevier, gaat dat wel gebeuren als de teelt van wiet legaal wordt: “Een overheid die drugs voorziet van een stempel van goedkeuring, zegt tegen zijn burgers: blow er lekker op los, blijf lekker in je luie bank hangen, school is niet belangrijk.” Van Rijckevorsel richt zich in zijn artikel in Elsevier tot het VVD-congres alwaar VVD’ers uit Zuid-Nederland pleiten voor regulering van de wietteelt. Een bijzondere redenering.

alcohol

Illustratie: DrugsForum.info

Alcohol is, net als tabak ,legaal te gebruiken. Geeft de overheid daarmee een ‘stempel van goedkeuring’? Een pakje sigaretten bevat al jaren teksten als: ‘Roken is dodelijk’ al dan niet aangevuld met ‘Roken is schadelijk en brengt u en anderen om u ernstige schade toe’ en ‘Rokers sterven jonger’. Teksten die er verplicht op moeten staan. De overheid heft extra accijns op tabak en ook op alcohol om het gebruik te ontmoedigen. Tabaksreclames zijn verboden, alcoholreclames zijn aan beperkende regels gebonden. De overheid initieert en subsidieert vele anti-rook en anti-drinkcampagnes. Lijkt de overheid hiermee niet te willen zeggen ‘doe het niet, het is niet goed voor u’ en legt de vrijheid van het gebruik bij de burger?

Als we dit vergelijken met de teelt en het gebruik van wiet, wordt het wrang. Teelt en handel is verboden, gebruik niet. Van Rijckevorsel is bang dat legalisering leidt tot: “‘staatswiet’ met mindere werking en illegale wiet die je knock-out slaat.” Aan de teelt en het product worden nu geen eisen gesteld, nu kan er dus ook knock-out wiet zijn en mildere. Tabaksfabrikanten moeten nu meewerken aan de ontmoediging van hun product (de teksten op de pakjes), wietfabrikanten niet. Tabak en alcoholgebruik worden ontmoedigd via accijnzen, wietgebruik is accijnsvrij.

Ja, bij overmatig gebruik van wiet liggen psychoses en schizofrenie op de loer. Bij overmatig alcoholgebruik levercirrose en Korsakov. Bij overmatig tabaksgebruik diverse vormen van kanker. En als softdrugs: “vooral funest (zijn) voor de zwakkeren in de samenleving,”  geldt dat dan niet ook voor alcohol en tabak?

Het gebruik van tabak en alcohol is door alle maatregelen flink verminderd. Zou hetzelfde niet ook kunnen gebeuren met wiet?

Wie is koning?

Sinterklaas lag nog voor de kust van Nederland te wachten totdat Maassluis tot een veilige zone was omgetoverd. Het is nog niet eens half november, en waarmee opende Dagblad De Limburger? Met een bericht dat het geld in de Limburgse ziekenhuizen bijna op is. Daarom zetten enkele ziekenhuizen een rem op operaties en stellen poliklinieken beperkt open. Andere, die nog wat reserves hebben, teren daarop in.

ziekenhuizen

Illustratie: www.ouderenhart.be

Beperkte openstelling betekent dat er wachtlijsten ontstaan. Alleen wordt dat gemaskeerd, want natuurlijk krijg je als patiënt een afspraak, het duurt alleen wat langer. Je wordt bij voorkeur naar het volgende jaar geschoven want dan is er weer budget. Al kan ik mij niet voorstellen dat het de ziekenhuizen lukt, om op basis van de ervaringen van dit jaar, volgend jaar budget te bedingen dat 16,6% hoger is dan dit jaar. Volgend jaar moet immers nog een maand van 2016 worden ingehaald en om dezelfde ellende als dit jaar te voorkomen, moet er budget voor een maand bij. En dan is nog geen rekening gehouden met de vergrijzing die tot hogere ziektekosten leidt. Voor 2018 kan het budget dan weer wat omlaag. Zou dit de ziekenhuizen lukken?

Nu begreep ik van marktapologeten dat wachtlijsten iets was van door de staat gereguleerde zorg. Nee, ook door ‘zorgverzekeraars’ gereguleerde zorg blijkt tot wachtlijsten te leiden. Marktwerking in de zorg was bedoeld om de kosten te verlagen en de kwaliteit ervan te verhogen. Onderdeel van die kwaliteit was het wegwerken van wachtlijsten.

Patiënten hebben geen directe relatie met ziekenhuizen, die loopt via een zorgverzekeraar die budgetafspraken maakt met ziekenhuizen. Als patiënt heb ik te maken met een zorgverzekeraar. In de zorg-in-natura-polis van verzekeraar VGZ lees ik: “Wij maken met zorgaanbieders afspraken over kwaliteit, prijs en service van de te leveren zorg. Uw belang staat daarbij voorop. En als u kiest voor een gecontracteerde zorgaanbieder scheelt dat u en ons in de kosten.” Gelukkig de klant is koning. Of lijkt dat maar zo?

Hoe verhoudt zich ‘mijn belang’ met de ‘wachtlijsten’? Ik heb een afspraak met die verzekeraar en daarbij staat mijn belang voorop en mijn belang is nu behandeld worden en niet doorgeschoven worden naar volgend jaar. Heb ik als verzekerde wel wat te maken met die ‘budgetafspraken’? Is dat niet iets tussen zorgverzekeraar en ziekenhuis, waar ik als patiënt buiten sta?

Patiënt of budget, wie is koning?

Recht op zelfbeschikking

Niet zo lang geleden nam de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel van D66 kamerlid Pia Dijkstra aan, dat van iedereen een orgaandonor maakt, behalve als je expliciet hebt aangegeven geen donor te willen zijn. Als de Eerste Kamer hier ook mee instemt dan wordt deze wet ingevoerd en komt er een einde aan het huidige systeem waarbij je aangeeft donor te willen zijn. Waar je eerst JA moest zeggen, moet je nu NEE zeggen. De initiatiefnemers van de wet hopen zo het tekort aan orgaandonoren op te lossen en wat te doen aan de jaarlijks hondervijftig mensen die overlijden omdat er niet tijdig een passend orgaan is.

orgaandonatieFoto: www.wijchensnieuws.nl

In Trouw breekt Joost Snellen, de directeur van het wetenschappelijk bureau van D66 een lans voor de nieuwe wet. Hij doet dit in reactie op een eerdere bijdrage van zijn collega Patrick van Schie van het wetenschappelijk bureau van de VVD in de Volkskrant. Een discussie tussen liberalen over het al dan niet liberaal zijn van de nieuwe wet. Daar gaat het mij niet om.

Waarom wel? Snellen verwijt Van Schie dat hij: “het recht op zelfbeschikking van meer dan duizend mensen op wachtlijsten, die door hun ziekte niet (goed) kunnen functioneren, buiten beschouwing,” laat. Het zelfbeschikkingsrecht met betrekking tot het individu betekent dat iemand zelf mag bepalen hoe hij zijn leven inricht. Hij hoeft zich hierbij niet te laten leiden door wat andere willen, denken, vragen of verlangen. Hij is hierin helemaal vrij. Hoe wordt het zelfbeschikkingsrecht van de mensen op de wachtlijst aangetast door het huidige systeem? Zijn zij niet even vrij als ieder ander om te doen wat zij willen binnen hun kunnen? Of is er iemand anders die over hun rechten beschikt?

Natuurlijk moet je het wel doen met lijf, leden en intellectuele vermogens die je ter beschikkig hebt. Die vormen je beperkingen en beperken je vermogens en functioneren. Zo kan ik wel de opvolger van Einstein willen zijn, als mijn hersens dat niet toelaten, dan zit dat er niet in. Ik kan wel sneller willen lopen dan Usain Bolt, als mijn gestel dat niet toelaat, heb ik pech. Dat een donororgaan de vermogens van de ontvanger vergroot, staat buiten kijf. Het zelfbeschikkingsrecht verandert er echter niet mee. Verwart Snellen niet ‘vermogens’ met ‘zelfbeschikking’?

Dat er mensen op de wachtlijst voor een orgaan overlijden is triest voor hen en hun nabestaanden. Daarom is de Ballonnendoorprikker ook donor geworden, van bloed, bij leven, en organen na zijn overlijden en hoopt hij dat iedereen dat gaat doen.

Zorgen over betaalbare zorg

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht komen de politieke partijen met hun plannen voor de toekomst. Een onderwerp dat veel voorkomt is de zorg en dan vooral het eigen risico. Diverse partijen (PVV, 50-plus, SP en GroenLinks) pleiten voor afschaffing van het eigen risico. Kees Kraaijeveld bepleit in Vrij Nederland juist voor het behoud van het eigen risico. Kraaijeveld: “Als Nederlanders zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de zorg, is het schrappen van het eigen risico dan een goed idee? Natuurlijk niet. Het eigen risico is in 2008 juist ingevoerd om de zorg betaalbaar te houden.” Bovendien maakt het eigen risico mensen bewust van de kosten: “Het eigen risico is een manier om mensen die zorg consumeren te laten voelen dat zorg geld kost. Dat helpt. Zelfs een eenvoudig en relatief laag eigen risico als het onze voorkomt al ruim een half miljard euro per jaar aan zorguitgaven. ‘Remgeld’ noemen economen dat.” 

eigen-bijdrage

Illustratie: www.bbtk.org

Op enkele punten kunnen vragen worden gesteld bij het betoog van Kraaijeveld. Als eerste een aantal vragen bij de economische redenering. Economische redeneringen zijn valide als mensen een keus hebben: koop ik brood bij de bakker of de supermarkt? Hoeveel keus heb ik als ik een been breek? Heb ik dan de keus om niet naar de dokter te gaan? Is gezondheid niet té belangrijk om zo’n economische redenering op los te laten?

De ‘economische redenering’ is gebaseerd op de aanname dat mensen voor iedere scheet naar de dokter gaan en er zo veel kostbare tijd en geld wordt besteed aan mensen die eigenlijk niets mankeren, behalve dan misschien aandachtstekort. Klopt die aanname wel? En zouden er voor dat aandachtsprobleem geen andere oplossingen zijn?

Weegt het ‘remgeld’ en dus het niet of later naar een dokter gaan op tegen de mogelijke vervolgschade ervan? ‘Remgeld’ zou effectief zijn als het bij de toegangspoort wordt geheven, dus bij de huisarts, dat zou ook de ‘aandachtszoeker’ kunnen remmen. Een bezoek aan de huisarts is echter vrij van eigen bijdrage. Een eigen bijdrage is pas aan de orde als de huisarts doorverwijst naar een specialist of iets voorschrijft. Dus als er iets is geconstateerd en als ik die specialist niet bezoek of het medicijn niet haal, omdat ik de eigen bijdrage niet kan betalen. Vervolgschade omdat ik de penicillinekuur tegen de tekenbeet niet afhaal vanwege de eigenbijdrage en ik vervolgens ten prooi val aan lyme? Weegt die schade op tegen de extra inkomsten van de eigen bijdrage?

Als laatste vragen over de zorgen om de betaalbaarheid. In de zorg zijn er twee soorten betaalbaarheid. Kraaijeveld maakt zich zorgen om de macro-betaalbaarheid: kunnen we als land, de totale kosten van de zorg nog wel blijven betalen, de vijfduizend euro per hoofd van de bevolking waar Kraaijeveld het over heeft en waarvan het eigen risico maar een klein deel is, de rest is premie- en vooral belastinggeld. Zouden bij deze betaalbaarheid draagkracht en rechtvaardigheid centraal moeten staan?

De andere betaalbaarheid is de micro-betaalbaarheid. Kan ik als burger de vezekeringspremie en vooral de eigen bijdrage betalen? Als ik chronisch ziek ben en van een klein inkomen moet rondkomen, dan is driehondervijfentachtig euro, ruim dertig euro per maand, veel geld. Zeker omdat ik al van tevoren weet dat ik ze moet betalen en er dus van ‘remmen’ geen sprake is. Om welke betaalbaarheid zouden mensen zich het meeste zorgen maken?