Uitgelicht

‘Fouten’ uit het verleden herhalen

“Er moest veel gebeuren om die teruggaven daadwerkelijk te laten plaatsvinden, er moest veel veranderen om alleen al het bestaan van inheemse Amerikanen te erkennen, na decennia van uitwissing en geïnstitutionaliseerd vergeten die waren gevolgd op eeuwen van genocide.’,” Aldus Rebecca Solnit in een artikel bij De Correspondent. In het artikel wordt beschreven hoe een gebied van 190 hectare ten noorden van San Francisco wordt teruggegeven aan vertegenwoordigers van de oorspronkelijke bewoners van het gebied. ‘Laten we dat ook in Nederland gaan doen’, was het eerste wat mij te binnen schoot.

Nu hoor ik jullie schreeuwen; ‘in Nederland is het land toch van de inheemsen?’ Daarbij wordt iets vergeten. Hetzelfde wat met de grond van de inheemsen in de VS is gebeurd, is ook in Nederland en de rest van Europa gebeurd en gebeurt nu nog in Afrika en Azië. Dat gebeurde wordt met een Engelse term enclosure genoemd. Letterlijk omheining, het zetten van een hek om grond. En die grond die werd omheind was gemeenschappelijke grond. Grond die mensen van een dorp gezamenlijk gebruikten om te overleven.

Wachten op het kanonschot van de Oklahoma Land Rush.Bron: Pinterest

Gemene of gemeenschappelijke gronden speelden gedurende lange tijd een belangrijke rol in het leven en overleven van onze voorouders. Deze gronden, in eigendom van een landeigenaar, konden worden gebruikt door de “gebruiksgerechtigden”. Bijvoorbeeld de inwoners van een dorp of enkele dorpen. De gerechtigden mochten gebruik maken van de grond door er hun vee te laten grazen, het hout te gebruiken, te vissen in de wateren en op wilde dieren te jagen. Hoe (aantal en soort dieren, hoeveelheid vis etc.) de grond mocht worden gebruikt, was vaak goed vastgelegd en gebaseerd op het gewoonterecht. Op dit gebruik werd ook toegezien. Dit kon door de gerechtigden zelf of door aangewezen personen (een baljuw, veldwachter of een andere functionaris). Aan dit gewoonterecht kon de landeigenaar niets veranderen. Het gebruik van de gemene gronden naast hun eigen kleine stukje grond zorgde ervoor dat de plattelandsbewoners konden overleven maar het was zeker geen vetpot.

Gemene of gemeenschappelijke gronden, in het Engels Commons, kwamen in 1968 weer in de belangstelling met een artikel van de Amerikaanse ecoloog Garraty Hardin. Een artikel met als titel The Tragedy of the Commons. Hierin geeft Hardin zijn verklaring voor het verdwijnen van die gemene gronden. Hardin gebruikt hier het voorbeeld van een stuk weidegrond dat door de plaatselijke herders wordt gedeeld. De weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Het inkomen van de herders wordt bepaald door de omvang van hun kudde. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Dat ene schaap verhoogt immers zijn inkomen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus zijn een schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is uitputting onvermijdelijk. Herder A, en met hem de andere herders, zit vast in een systeem dat hen langzaam maar zeker naar de ondergang dringt. Het welbekende prisoners dilemma zorgde er dus voor dat de gemene gronden verdwenen.

Iedere herder maakt, volgens Hardin, de enige rationele keuze vanuit de individuele positie. Maar bekijk je het vanuit het totaal dan handelen ze allemaal irrationeel. Ze verwoesten zo immers de weide die hen voedt. Echter, Hardin veronderstelt dat de gebruikers van de gemene gronden deelnamen aan het economisch verkeer van vraag en aanbod en dat ze allemaal streefden naar meer inkomen. Dit op een manier die vergelijkbaar is met de tijd waarin Hardin zijn artikel schreef. Hij kijkt met zijn bril (zijn en de huidige kijk op de wereld) naar het verleden en dat is meestal niet de bril die men in het verleden droeg. Voor veel van onze voorouders was de wereld niet veel groter dan de streek waarin zij woonden. In die streek probeerden zij te overleven en dat deden zij voor het overgrote deel door in hun eigen behoeften te voorzien. Zij produceerden niet voor de markt en waren niet bezig met inkomen vergaren laat staan rijk worden. Overleven lukte hen onder andere door het gebruik van de gemene gronden. Het gebruik van de gemene gronden was goed gereguleerd in het gewoonterecht. Dit voorkwam, zo daar al aanleiding toe was, misbruik en vooral over gebruik van deze gronden.

Als de landeigenaren dit niet konden veranderen en de gebruikers het niet wilden veranderen, hoe kan het dan dat het systeem toch is afgeschaft? Individuele landeigenaren konden er inderdaad niets aan veranderen, maar dat werd anders toen de totale machtsbalans verschoof van koning naar parlement. De parlementen werden bevolkt door de klasse van eigenaren (en dat waren voor het overgrote deel de landeigenaren). De parlementen kregen in de nieuwe situatie wel het recht om het gewoonterecht aan te passen of af te schaffen. Van die mogelijkheid werd gebruik gemaakt. In Engeland leidde dat tot vele enclosure acts. Dit gaf de landeigenaren de mogelijkheid om de gemene gronden te omheinen (enclose) en zelf in gebruik te nemen. Hiervan maakten ze graag gebruik en pasten hierbij nieuwe, moderne landbouwtechnieken toe. Gevolg hiervan was dat de totale voedselproductie steeg. Op het eerste oog een positief iets. Een nadere beschouwing leert echter dat de werkelijkheid net iets anders was. Hogere productie leverde de landeigenaren meer inkomsten op via de verkoop van de producten op de markt (landelijk en later de wereldmarkt). De andere kant van de medaille was dat de kleine boeren niet meer rond konden komen nu ze de gemene gronden niet meer konden gebruiken. Ondanks de toegenomen productie hadden deze mensen minder te eten omdat ze niet in hun eigen levensonderhoud konden voorzien. De werkelijke tragedie van de gemene gronden was niet dat de gebruikers ervan gevangen zaten in een systeem dat hen via een rationele keuze leidde naar hun eigen ondergang. De werkelijke tragedie vormde de andere kant van de medaille, het niet meer kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud. Die kant wordt door Karl Polanyi treffend omschreven: “Enclosures have appropriately been called a revolution of the rich against the poor.”1 Vele van deze nieuwe paupers moesten dus op zoek naar andere manieren om te overleven. De zogenaamde agrarische revolutie zorgde er zo voor dat deze paupers beschikbaar kwamen voor de eerste fabrieken en maakte zo de industriële revolutie mogelijk.

Ik heb hier voornamelijk de Engelse situatie beschreven, die is het best gedocumenteerd. In andere landen op latere tijdstippen gebeurde iets soortgelijks op verschillende manieren. In de Verenigde Staten eigende de overheid zich via Appropriation Acts de grond toe en gaf die vervolgens op verschillende manier in eigendom van particulieren. Een voorbeeld hiervan is de Oklahoma Land Rush van 1889. Toenmalig president Benjamin Harrison verklaarde op dat 22 april 1889 om twaalf uur ‘s middags het ‘niet toegewezen land’ zou worden geopend voor vestiging. Op dat moment klonk een kanonsschot en stoven mensen het land in om het te claimen. Voor stripliefhebbers, het Lucky Luke album De trek naar Oklahoma handelt over deze gebeurtenis.

Ook in Nederland, net als in de rest van Europa, werden gemeente gronden op een of andere manier particulier. In het ene deel van Nederland, het gebied tussen de rivieren, gebeurde dit eerder dan in de zandgronden. Bij het inpolderen van land gebeurde het meteen. Eerder of later, de gevolgen waren hetzelfde als in de VS, de inheemsen werden van hun land verdreven.

Door het wegvallen van die gemeenschappelijke gronden, viel de mogelijkheid om in hun eigen levensbehoeften te voorzien weg. Voor hen restte niets anders dan zich als ‘loonslaaf’ te verhuren. Eerst als zzp-er avant la lettre door naast het bebouwen van hun eigen kleine stukje land, te spinnen of weven voor een koopman. Met de industrialisering viel ook dit weg en restte niets anders dan hun stukje land te verkopen, naar de stad te trekken en zich aan te sluiten bij het proletariaat en loonarbeider worden. Loonarbeid werd eeuwenlang als onvrije arbeid gezien, als slavernij in een iets andere vorm. Andere tijd, ander land hetzelfde mechanisme. Enige verschil met de VS is dat hier de ‘inheemsen ’ werden verdreven door ‘inheemsen’. In de Verenigde Staten wordt nu dus grond teruggegeven. Trouwens niet alleen in de Verenigde Staten ook in Nederland wordt grond teruggegeven aan ‘inheemsen’ zoals Natuurmonumenten of het Limburgs Landschap om de natuur te versterken. Alleen het gebruiksrecht is veranderd naar recreatief.

Dat kun je toejuichen maar realiseer je dan dat hetzelfde mechanisme nog steeds werkzaam is. Ik vrees dat deze geschiedenis ‘institutioneel’ maar ook ‘niet-institutioneel’ is vergeten. Dat is jammer omdat ‘inheemsen’ nog steeds van ‘grond’ worden gejaagd. Dat die grond wordt ‘omheind’ met als doel om het tot een product te maken en de opbrengst ervan in de zakken van individuen te laten verdwijnen. ‘Inheemse’ maar vaak ook nog steeds ‘uitheemse’ individuen. Daar waar grote bedrijven die op fabrieksmatige wijze agrarische producten voor de wereldmarkt willen produceren, grote gebieden opkopen van de overheid en zo de kleine lokale boeren verdringen die deze grond vaak al generaties lang in gebruik hadden. Die rest dan niets anders dan naar de steden te trekken en daar proberen te overleven. Ook dit leidt tot een stijging van de productie en een toename van armoede en vaak ook honger. Want ook hier wordt met name voor de wereldmarkt geproduceerd en verkocht aan de best betalende en dat is meestal een buitenlandse partij. De laatste jaren wordt dit nog versterkt door het opkopen van gronden en bossen ter compensatie van koolstofdioxide uitstoot. Naomi Klein geeft een goede beschrijving van deze ontwikkeling in haar boek No Time, verander nu voor het klimaat alles verandert.2 En niet alleen om landbouw op te bedrijven, ook de grondstoffen in de bodem toe te eigenen of een mooie kuststrook toeristisch te vermarkten. Maar ook door het toe-eigenen van kennis over de geneeskrachtige eigenschappen van planten en deze te patenteren. De meest recente vormen van ‘enclosure’ betreft het vermarkten van onze gemeenschappelijke data en het gebruik van alles wat de mensheid heeft geproduceerd, wellicht ook deze Prikker, om algoritmen voor artificiële intelligentie te trainen. Dit zonder daarvoor een vergoeding te betalen maar er wel flink geld mee te verdienen. Nu heb ik er niets op tegen dat mensen mijn schrijfsels gebruiken om hun eigen brein of een algoritme te trainen. Ik heb er wel moeite mee dat zij vervolgens geld aan mij vragen voor het resultaat van hun werk.

Ik hoop dat deze Prikker bijdraagt aan het, al dan niet institutioneel, vergroten van de kennis van het ‘omheinen’ van gemeenschappelijk bezit. Want het teruggeven van 180 hectare grond aan de oorspronkelijke bewoners van dat stukje Californië is mooi. Voorkomen dat er over honderd jaar iets terug moet worden gegeven aan bijvoorbeeld inheemse Cambodjanen lijkt mij effectiever.

1Karl Polanyi, The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time, pagina 37

2 Naomi Klein, No Time. Verander nu, voor het klimaat alles verandert. Pagina 246 – 259

Uitgelicht

Een middagje fröbelen

De ingekorte procedure van de ind is dan ook niet zomaar een technische ingreep om zijn straatje schoon te vegen. Het past in een ontwikkeling waarbij rechters verantwoordelijk worden gemaakt voor de dingen waar de politiek vanaf wil. Zozeer zelfs dat de ind zich al op voorhand afmeldt voor de rechtszaken die komen.” Dit concluderen Doris Janssen en Sascha Pimentel in een artikel in de Groene Amsterdammer. Een stevige conclusie maar niet stevig genoeg. In een recente prikker betoogde ik dat er bij het asielbeleid sprake is van rationele irrationaliteit. Dat er beleid wordt gemaakt en maatregelen genomen die binnen het denkframe van de makers rationeel zijn maar die tot irrationale resultaten leiden, namelijk tot een samenleving die in groepen uiteenvalt terwijl het doel is om segregatie tegen te gaan. Die resultaten leiden tot boosheid, radeloosheid en fanatisme en dat de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en Keijzers van tegenwoordig die boosheid, de radeloosheid en het fanatisme opstoken voor eigen gewin. De nieuwe plannen van de IND waar De Groene Amsterdammer over schrijft, getuigen nog steeds van dezelfde rationele irrationaliteit. Maar het gaat nog verder: de regering zet de sloophamer in de fundamenten van de rechtsstaat.

Die recente Prikker was een derde in een reeks over het asielvraagstuk. In de eerste toonde ik aan dat VVD-fractievoorzitter Brekelmans maar de halve waarheid vertelt en het deel dat niet in zijn kraam te pas komt verzwijgt. In de tweede bekritiseerde ik de prioriteiten die er met betrekking tot asiel worden gesteld. Zo wordt er veel tijd besteed aan ‘het sneller ongewenst verklaren’ van criminele asielzoekers. Dit terwijl de echte problemen die de asielketen verstoppen niet worden aangepakt.

In die eerste twee Prikkers schreef ik dat de IND er nu gemiddeld 97 weken over doet om een besluit te nemen. Dit terwijl de wet er een termijn voor stelt van 26 weken. Dit is een belangrijke reden waarom er zoveel opvangplekken voor asielzoekers nodig zijn. Volgens de nieuwe plannen gaat die beslistermijn terug naar twee weken. De oude procedure is te rigide en gedetailleerd, aldus Sander Kalwij van de IND: “Die was tot in de puntjes vastgelegd in de wet’. Wij wilden meer flexibiliteit.” De aanpassingen behelzen onder meer dat de asielzoeker zelf zijn aanvraag via een tablet indient. Een prachtige vinding. Probleem is alleen dat als de aanvragers van asiel een beetje op de Nederlander lijken, dan hebben ongeveer 3 miljoen mensen in de leeftijd tussen 17 en 75 beperkte basisvaardigheden voor wat betreft, lezen, schrijven en digitale vaardigheden. Dit ondanks het feit dat (bijna) iedereen in Nederland tot en met het zestiende levensjaar onderwijs heeft gevolgd. Dat kan niet worden gezegd van de landen waar de asielaanvragers vandaan komen. Of dan ‘zelf invullen op een tablet’ de beste manier is om een aanvraag in te dienen, is uiterst twijfelachtig.

Als tweede wordt het aantal gesprekken (de zogenaamde gehoren) met de IND teruggebracht van twee naar één. In zo’n gehoor moet de aanvrager onderbouwen waarom hij of zij gevaar loopt in het land van herkomst. Ook wordt de voorbereiding van het gehoor, dat bestond uit voorlichting door Vluchtelingenwerk en begeleiding door een asieladvocaat net als de medische controle om te zien of de aanvrager medisch wel in staat is tot het voeren van zo’n gesprek, geschrapt. Zaken die juist waren toegevoegd om zorgvuldigheid van de procedure te verbeteren. Dat is vragen om ellende. Het gaat dus zo worden dat de aanvrager op kantoor komt bij de beslismedewerker van de IND. Alleen weet de aanvrager niet wat de rol en functie van die medewerker is, wat het doel van het gesprek is, wat er van hem of haar wordt verwacht, welke zaken meegenomen moeten worden als mogelijk bewijsmateriaal enzovoort. Dit moet ertoe leiden dat er binnen twee weken op een aanvraag wordt beslist. Om dat te kunnen halen, moet het ‘voornemen’ worden geschrapt. Het voornemen is dat de beslisser de aanvrager verteld wat het besluit gaat worden en op basis van welke informatie. Mocht de informatie niet kloppen of er aanvullende informatie zijn, dan kon die nog worden ingebracht en dat zou tot een ander besluit kunnen leiden. Dat is vragen om ellende.

Wie het niet eens is met het krakkemikkig genomen besluit, kan de gang naar de rechter maken. Die zal de IND eerst op de vingers tikken omdat ze de wettelijke procedure niet heeft gevolgd. De Algemene wet bestuursrecht, en dan vooral artikel 4:7, verplicht de overheid om, voordat een aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de aanvrager in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te brengen als de afwijzing steunt op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt. De rechter zal hieraan toetsen en zal concluderen dat er geen sprake is van een besluit als bedoeld in het vierde hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht. Hij zal de IND de opdracht geven om eerst maar eens een besluit te nemen volgens de juiste procedure.

Als de IND dan in tweede instantie wel een besluit heeft genomen volgens de wettelijke procedure en het komt weer voor de rechter, dan zal de rechter gaan bekijken of de aanvrager wel voldoende op de hoogte is van wat er in de verschillende stappen van het proces van hem of haar wordt verwacht. Of de aanvrager wel in (medisch) staat was voor een ‘gehoor’. De asieladvocaat zal de rechter hierop attenderen als dat in de ogen van hem of haar niet het geval was. De kans is dan groot dat de rechter het genomen besluit nietig verklaart en de IND opdraagt om de zaak nog maar eens opnieuw te beoordelen en het gehoor opnieuw te voeren.

“Of als een asielzoeker ons wil attenderen op iets dat we niet goed hebben onderzocht, of met een document komt dat we niet hebben betrokken,” dat gesprek kan volgens Kalwij best in de rechtbank worden gevoerd. “Veel mensen zien het als een stap terug, maar wij denken dat het meer snelheid brengt. Wij hoeven gewoon een stap minder te doen.” Ja, de IND vraagt een ander om die stap voor haar te zetten. Iemand anders moet het werk doen. De IND gaat, zo zegt ze, dossiers die aan de rechter worden voorgelegd nog eens goed beoordelen op het goed beargumenteren van de afwijzing. Mocht dat niet het geval zijn, dan trekt de IND de beslissing in. Alleen hebben de rechtbank en de asieladvocaat dan wel al tijd en energie in de zaak gestopt.

Het afschaffen van het voornemen was al lang een wens van ons. Geen enkel ander EU-land heeft een voornemen,” zo betoogt Kalwij. Dat geen enkel land het heeft, is geen reden om het af te schaffen. Net zoals een ‘wens’ van de uitvoeringsdienst geen reden is om iets af te schaffen. Dan toch even voor Kalwij, de IND en het kabinet: jullie kunnen het voornemen niet afschaffen. Jullie moeten de wet volgen en de wet met betrekking tot overheidshandelen is de Algemene wet bestuursrecht en het erin opgenomen ‘voornemen’. Wat jullie willen kan alleen als jullie die wet aanpassen. Dat kan, maar dat heeft grote gevolgen voor alle overheidsbesluiten. Daarmee wordt zorgvuldigheid van besluiten geofferd. Maar geofferd voor wat? Afschaffing van dit artikel zal leiden tot een flinke toename aan bezwaren en dus veel meer werk voor de rechterlijke macht.

De IND zal bij veel van die rechterlijke zittingen verstek laten gaan. Dat doet ze nu ook al niet maar dat zal met meer zittingen alleen maar vaker voorkomen. Gevolg hiervan is dat de voorgang van een zaak bij bij de rechter wordt gefrustreerd omdat vragen aan de IND niet direct worden beantwoord. “De rechter kan dan bijna niet anders dan de zaak weer terugsturen naar de ind,” zo lees ik in het artikel, waarna het nog een keer bij de rechter komt. De rechter zou er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om in zo’n geval de bezwaarmaker in het gelijk te stellen dat de aanvraag onterecht is afgewezen en dus de aanvrager de verblijfstatus te geven.

De uitvoerende macht verzaakt haar werk en wil dat de rechtsprekende macht dat verzaken oppakt. De uitvoerende macht wil zich niet aan de door de wetgevende macht opgestelde wet houden en de kans is groot dat een flink deel van de wetgevende macht het daar ook nog mee eens is. Hier wordt de sloophamer gezet in de fundamenten van onze rechtsstaat. Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Nederland kent een Rule by Law rechtsstaat. Maar dat was niet altijd het geval. Dat is een traject geweest wat jaren heeft gekost. Afwijkingen van regels hebben de neiging om ‘regels’ te worden. ‘Dat ene geval’ wordt een precedent waarop in een volgend geval een beroep wordt gedaan en zo raken we van de regen in de drup. De regering wil die kant en zet onze Rule by Law rechtsstaat op het spel vanwege een, om oud-premier Schoof aan te halen, ‘gevoelde crisis’ opgeofferd.

Dezelfde ratio die tot de huidige irrationele situatie heeft geleid, wordt nog steeds gevolgd. De resultaten zullen irrationeel zijn en nog schadelijker dan ze nu al zijn. En de Wildersen, De Vossen, Markuszowers, Keijzers en ik voeg er ook maar de Eerdmansen aan toe, zullen in hun handen knijpen want de reeds gezaaide boosheid, de radeloosheid die ze voor eigen gewin hebben opgestookt, kunnen ze verder blijven opstoken en onze samenleving zal verder uit elkaar vallen.

“‘We hebben een middag op het ministerie bij elkaar gezeten over wat er sneller en beter kon. Daarna hebben wij een ontwerp gemaakt dat al snel is overgenomen.” Ik weet niet met wie Kalwij die middag samen zat, maar als dit het resultaat is, dan is deelname aan dat middagje fröbelen reden voor ontslag.

Uitgelicht

Aanleiding en oorzaak

Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip, een lid van de Servisch nationalistische groep Zwarte Hand, de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie. Die moord wordt alom gezien als de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Een maand later, op 28 juli 1914 begon het vechten met de Oostenrijkse invasie van Servië. Die moord was echter niet de oorzaak voor het uitbreken van die oorlog. Aanleiding en oorzaak kunnen hetzelfde zijn, dat hoeft echter niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Een artikel over de reden waarom mensen op radicaal en extreem rechtse partijen stemmen.

“Omstandigheden die iets onmiddellijk teweegbrengen of ten gevolge hebben,” de definitie die de Van Dale geeft voor aanleiding. Dezelfde Van Dale geeft:”datgene wat noodzakelijk een zeker gevolg met zich meebrengt (voor zover iets anders dit niet belet), met betrekking tot dat gevolg” als definitie voor oorzaak. Princips daad was de omstandigheid die onmiddellijk tot oorlog leidde. De oorzaak van de oorlog moet veeleer gezocht worden in de rivaliteit tussen de imperialistische Europese grootmachten. Grootmachten die zich via overeenkomsten in twee blokken hadden verenigd. Het Duitse keizerrijk dat zijn plek onder de ‘koloniale’ zon wilde en de rivaliteit met de Britten op zee wilde aangaan. De Britten die de Duitse ambities vreesden en zagen dat ze industrieel door de Duitsers waren overvleugeld. De Duitsers die de Russen vreesden. Dat veel grotere en volkrijkere land was zich aan het industrialiseren en zou in de nabije toekomst de Duitsers voorbij streven, zo vreesden de Duitsers. De Fransen die op wraak zinden voor de nederlaag van 1870 en de toen verloren gebieden Elzas en Lotharingen terug wilden. Het nationalisme van verschillende volkeren op de Balkan, de Serven voorop, bedreigden de Oostenrijk-Hongaarse veelvolkerenstaat. Om maar een paar van de oorzaken te noemen. Nu terug naar Frederiks artikel.

Een artikel waarin Frederik de verklaring voor de groei van radicaal en extreem rechts zoekt in migratie. Hij gebruikt hierbij het boek De Symfonie van onvrede van Catherine de Vries als contrapunt. De Vries houdt een pleidooi voor een nabije overheid. “Er is ,” zo betoogt De Vries, “geen tekort aan staat maar aan nabijheid van de staat.”1 Want:“Een nabije overheid is geen luxe, het is een productiefactor, net zo essentieel voor een gezonde economie als kapitaal en arbeid,”2 aldus De Vries: “Nabijheid is dus geen verlangen naar vroeger tijden maar een strategische voorwaarde voor een samenleving die wil groeien, wil vernieuwen en zichzelf opnieuw wil uitvinden.”3 En de overheid is niet meer nabij: “ door de politieke keuzes van middenpartijen het afschudden van ideologische veren, de uitverkoop van de staat aan de markt en het herdefiniëren van de kiezer als consument,”4 drijft mensen in de armen van radicaal rechts. Zo betoogt De Vries. Frederik hierover: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?”

Inderdaad als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst’ en dat als reden aandragen voor een stem op een radicaal of extreem rechtse partij, dan geloof ik meteen dat ze op die partij stemmen vanwege het immigratieonvriendelijke standpunt van die partij. Dus Frederik heeft gelijk? Ja, hij heeft gelijk.

Maar, om Frederiks collega Simon van Teutem aan te halen: ‘Vraag mensen of het een slecht jaar was voor hen en hun familie, en slechts een minderheid knikt instemmend. Vraag diezelfde mensen of het een slecht jaar was voor hun land, en de meerderheid antwoordt met een somber ja, zoals de grafiek hieronder laat zien.” ‘Met mij gaat het goed met ons slecht.’ Dit ondersteunt het betoog van De Vries. De overheid is immes ‘onze’ vertegenwoordiger. Dus De Vries heeft gelijk? Ja, ook zij heeft gelijk.

En daarmee ben ik bij de reden waarom ik aan Princip en de Eerste Wereldoorlog moest denken. Geeft Frederik niet de aanleiding voor de groei van radicaal en extreem rechts en De Vries de oorzaak? Frederik:“In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.” Een kleine groei, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom dat dit standpunt in 1994 niet leidde tot meer dan veertig zetels voor extreem en radicaal rechtse partijen. De extreem rechtse Centrum Democraten van Janmaat die een antimigratiestandpunt verkondigden (‘als wij aan de macht komen dan schaffen we de multiculturele samenleving af’) haalden in dat jaar wel geteld drie hele Kamerzetels. Waarom toen drie en nu meer dan veertig. Waarom, en daar komt het tweede cijfers, baseerde: ‘Maar liefst 35 procent van de kiezers (…)bij de verkiezingen in 2023 (…)hun stem vooral (…)op het onderwerp migratie,” en was dat in 1994 niet het geval?

Volgens Frederik:”hoeft (het) niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.”Dat hoeft inderdaad niet te verbazen. Het roept echter wel vragen op. Hoe komt het dat politici zich vooral op dit thema focussen? Is het thema dominant geworden omdat er kiezers te halen waren, of werd het thema dominant gemaakt en stroomden daarna de kiezers toe? Maar vooral waarom werd dit thema dominant?

De ‘vreemdeling’ of ‘de ander’ is altijd een welkome schuldige in tijden van onzekerheid. Hitler behaalde pas resultaat na de economische crisis van 1928. Pas toen vele Duitsers alles kwijtraakten en de regering machteloos naar de ‘markt’ keek vond zijn retoriek met de joodse medemens als zondebok ingang bij een groot deel van het volk. Pas toen duidelijk werd dat de Weimar Republiek geen mogelijkheden had en zag om de gewone Duitser te helpen en ondersteunen werd het ‘niet nabij zijn’ een probleem.

Van ‘alles verloren hebben’ is nu geen sprake. Met ‘mij’ gaat het immers goed, met ‘ons’ niet zo. Maar die ‘ik’ is wel bang om ‘te verliezen wat ‘ik’ heb’ en ‘ik’ twijfel eraan dat ‘wij’, de overheid er dan is om mij te helpen. ‘Ik’ twijfel eraan omdat die ‘ik’ al vier decennia van ‘ons’, de overheid, te horen krijg dat ‘ik’ verantwoordelijk ben voor mijn eigen geluk en succes en dus ook voor mijn eigen ongeluk en succesloosheid. Ik schrijf bewust succesloosheid en niet falen omdat het niet hebben van succes iets anders is dan falen. En ‘ik’ zie al vier decennia dat multinationale – en later techbedrijven niets in de weg wordt gelegd om ‘mij’ uit te buiten. ‘Ik’ zie, tenminste een deel van de ‘ikken’, dat het klimaat verandert en dat ‘ik’ daarvoor verantwoordelijk wordt gemaakt terwijl de grote vervuilende bedrijven buiten schot blijven. ‘Ik’ zie, net als de Duitser van eind jaren twintig van de vorige eeuw, een regering die machteloos is omdat ze zichzelf machteloos laat maken door mensen die denken dat alle zegeningen van de markt komen. Dit terwijl een sterke markt niet zonder een sterke overheid kan.

‘Ik’ zie dit alles. En ‘Ik’ hoor ook al bijna vijftig jaar dat er politici zijn die ‘anderen’ de schuld geven. Politici zoals Janmaat en Frits Bolkestein die terecht constateren dat: “Het ontstaan van zwarte scholen (…) te betreuren,” omdat: “Gescheiden scholen (…) immers voorbodes van een gescheiden samenleving,” zijn. Maar die er vervolgens niets aan doen behalve dan ‘de ander’ de schuld te geven: “Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Politici die, te beginnen met Pim Fortuyn, navolgers hebben gekregen die ervoor hebben gezorgd dat dit het onderwerp was dat alle andere overschaduwde en er alles aan deden om het niet op te lossen. Sterker nog, er alles aan doen om het te verergeren. Dit om af te leiden van de zelf gekozen hulpeloosheid om problemen echt op te lossen. Om bijvoorbeeld de door Bolkestein al gesignaleerde segregatie op te lossen door artikel 23 van de Grondwet aan te passen en ieder kind hetzelfde openbaar onderwijs aan te bieden. Om het stikstof probleem op te lossen door de landbouw echt te hervormen en milieu- en dus toekomst bestendig te maken. Om het woningprobleem op te lossen door als overheid zelf woningen te bouwen. Om het probleem van de toenemende ongelijkheid in vooral vermogen recht te trekken door het belastingstelsel te hervormen en rendement uit en het doorgeven van vermogenveel zwaarder te belasten. Om de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech op te lossen door als overheid een eigen informatietechnologie infrastructuur te bouwen. Dit liefst in Europees verband. En nu ik het toch over Europees verband heb, door vol voor Europese samenwerking te gaan en samen met de landen van de Unie te bepalen welke zaken gezamenlijk worden opgepakt. Maar dan wel een gemoderniseerde veel democratischere Unie die deze taken uitvoert zonder dat raden van ministers van landen zich daar nog tegenaan bemoeien.

Dit alles geschreven hebbend, denk ik dat Frederik gelijk heeft en dat mensen werkelijk op radicaal en extreem rechts stemmen vanwege het migratiestandpunt van die partijen. Voor wat betreft de oorzaak waarom dit thema het belangrijkste thema in hun overweging werd, daar zou, denk ik, De Vries wel eens een belangrijk punt kunnen hebben.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 133

2Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 172

3Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 176-177

4Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 23

Uitgelicht

Smotrich en de weg naar barbarij

In mijn vorige Prikker trok ik een parallel tussen de manier waarop Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie ‘vrijstelde’ van toekomstige belastingcontroles en de manier waarop binnen de laat middeleeuwse katholieke kerk in aflaten werd gehandeld. Tijdens het schrijven van die Prikker viel mij een andere historische vergelijking binnen. Een vergelijking met de Israëlische minister Bezalel Smotrich geplaatste post van zijn triomfantelijke ‘bezoek’ aan de gevangen mensen van de Global Sumud Flotilla als moderne variant van vroeger gedrag. Smotrich ‘herstelt’ een ander oud gebruik in ere. Het publiek tentoonstellen en vernederen van gevangen.

Even terug in de tijd Op 2 maart 1757 wordt Damiens veroordeeld tot “openbare schuldbelijdenis voor het hoofdportaal van de Notre-Dame van Parijs; daarheen zal hij worden gevoerd, gereden op een kar slechts gekleed in een hemd, met een brandende, twee pond zware toorts in zijn hand.” Daarna, “op genoemde kar. En op een schavot dat op de Place de Grève is opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid; de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” “ Met deze passage begint Discipline, toezicht en straf van de Franse filosoof Michel Foucault. Een boek dat handelt over de ontwikkeling die het straffen van misdadigers heeft doorgemaakt. Een ontwikkeling waarbij martelpraktijken en vernedering in het Westen werden vervangen door gevangenisstraffen en die straffen steeds meer gericht werden op rehabilitatie van de veroordeelde. Straffen werd humaner.

Smotrich zet de klok weer terug. Hij is niet de eerste. De Verenigde Staten gingen hem in al voor. Dat land mishandelde en vernederde Irakezen in de Abu Graib gevangenis. Ook maakte het land gebruik van landen waar het straffen nog niet of niet zover zijn gevorderd op weg naar humanitair straffen. De VS gingen voor maar deden het heimelijk. De Verenigde Staten gingen ook voor in het buitenspel zetten en niet van toepassing verklaren van het internationaal recht.

Smotrich gaat een stapje verder. Hij staat trots Israëlische de barbarij te verkondigen. Hij gaat terug naar de achttiende eeuw. Een eeuw waarin straffen publiek werden voltrokken. Een tijd waarin de schandpaal fysiek was en niet digitaal. Hij gaat nog een stapje verder dan zijn achttiende-eeuwse voorgangers. Hij gaat verder omdat de gevangen genomen mensen van de Global Sumud Flotilla, in tegenstelling tot Robert François Damiens, niet door een rechter waren veroordeeld. Damiens was veroordeeld voor een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Hij was door de rechter veroordeeld voor vadermoord. Als koning was Lodewijk XV immers Damiens ‘vader’ aldus de rechter. De mensen van de Flotilla hebben geen rechter gezien. Sterker nog, ze hebben niet eens een misdaad begaan. Ze voeren op bootjes in internationale wateren en werden op illegale manier door Israël gevangen genomen. Bovendien is het brengen van voedsel en hulpgoederen naar mensen in nood geen misdaad.

Hun enige daad, een misdaad in de ogen van Smotrich, is dat ze Israëlische misdaden tegen de bevolking van Gaza onder de aandacht wilden brengen en de Europese landen tot daden tegen Israël willen aanzetten.

Helaas lijkt van dat laatste in Nederland niet veel te komen. Verder dan wat protesteren tegen volstrekt onacceptabele en onmenselijke behandeling van activisten’ kwam minister-president Jetten niet tijdens zijn wekelijkse gesprek met de pers. Woorden die hij liet volgen door:”Wat je verder ook van die acties vindt.” Geen veroordeling van de Israëlische actie terwijl die toch een flagrante overtreding van het internationaal zeerecht was. Geen aanklacht tegen die overtreding. Verder dan mogelijke sancties tegen producten afkomstig uit illegale nederzettingen, lijkt de Nederlandse regering niet te willen gaan. Geen protest tegen de afbraak van het (internationaal) recht. Internationaal recht red je niet met een daad ‘onacceptabel en onmenselijk’ noemen. Dat vraagt om meer. Zonder dat ‘meer’ ligt de weg naar barbarij open. Een weg die Smotrich al vol enthousiasme is ingeslagen. Een weg die de wereld er niet prettiger op maakt.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

Uitgelicht

Moderne Luther gezocht

In 1517 timmerde Maarten Luther zijn beroemd geworden 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg. Ik moest hieraan denken toen ik las dat Trump: “zijn bedrijf en zijn familieleden worden „voor eeuwig” van vervolging om of onderzoek naar hun belastingaangiftes „bevrijd, ontslagen, gekwiteerd en gevrijwaard”.” Aan Luther en aan Let’s go crazy van de helaas te vroeg gestorven Prince.

Bron: archive.org

Let’s go crazy heeft een begin dat aan een preek doet denken: “Dearly beloved. We are gathered here today. To get through this thing called – life .” Of Luther op dezelfde manier een preek begon, weet ik niet. Dat is ook niet de reden dat ik aan deze song moest denken. Ik moest eraan denken vanwege wat erop volgt: “Electric word, life. It means forever and that’s a mighty long time.” Voor die mighty long time heeft Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie een ‘aflaat’ gegeven. En met die aflaat kom ik bij Luther. Maar voordat ik verder ga over Luther, eerst het vervolg van de song want, zo vervolgt Prince: “I’m here to tell you. There’s something else
The afterworld. A world of neverending happiness. You can always see the sun, day or night.”
Een soort hemel dus.

Luther dus. Hij timmerde zijn stelling op de kerkdeur en daarmee begon de Reformatie. Een scheuring in de katholieke kerk met als gevolg ongeveer tweehonderd jaar van godsdienstoorlogen in Europa. Luther ergerde zich mateloos aan het werk van de dominicaanse priester en handelaar in aflaten Johann Tetzel. Een aflaat werd, zo schrijft historica Barbara Tuchman in haar boek: “oorspronkelijk geschonken als kwijtschelding van alle of een deel van de goede werken die van een zondaar werden gevraagd om te voldoen aan de boete die hem door zijn priester was opgelegd.” Werd het: “geleidelijk beschouwd als een kwijtschelding van schuld van de zonde zelf. “ Dat was al tegen het zere been van de puristen maar het werd nog erger, want: “nog laakbaarder was de commerciële verkoop van een geestelijke genade. De genade werd ooit verleend in ruil voor godvruchtige giften voor kerkherstel, ziekenhuizen, losgeld voor gevangenen van de Turken en andere goede werken was uitgegroeid tot een uitgebreide handel.” Voor Rome een lucratieve handel want:“Van de ontvangst ging gewoonlijk de helft of een derde naar Rome en de rest naar de plaatselijke geestelijkheid, onder aftrek van verscheidene percentages voor de vertegenwoordigers en aflatenhandelaren die de concessies bezaten.” Een soort ‘aandelenhandel’ avant la lettre. En het werd helemaal bijzonder: “ Toen aflatenhandelaren het geloof toelieten – hoewel dat nooit duidelijk door pausen werd uitgesproken – dat aflaten toekomstige zonden, die nog niet waren begaan, konden vergeven.”1 Met voldoende geld kon je zo je plekje in de hemel kopen. Je kon zondig leven maar met de aflaat had je een, om een monopoly metafoor te gebruiken, ‘verlaat de hel zonder te branden’ kaartje.

Luther ergerde zich hieraan en aan de praalzucht van de pausen. De kroning van Giovanni dei Medici tot paus Leo X in 1513 was hiervan het meest recente en beste voorbeeld. Leo’s: “kroningsprocessie (…) was het opperste renaissancefeest,” aldus Barbara Tuchman: “ Het bracht tot uitdrukking wat de Heilige Stoel inhield voor de bekleder van het laatste onverdeelde pausschap – een voetstuk om de aardse schoonheden en verrukkingen uit te stallen en een triomf van pracht en ere aan een Medici-paus.” En waar bestond dat uit? “Zo’n duizend kunstenaars versierden de route met bogen, altaren, beeldhouwwerk en guirlandes van bloemen. Elke groep in de processie – prelaten, wereldlijke edelen, afgezanten, kardinalen met hun gevolg en buitenlandse dignitarissen – was rijker en schitterender gekleed dan ooit tevoren, de geestelijken even prachtig als de leken. Boven hen golfde een symfonie van banieren die de kerkelijke en vorstelijke wapens ten toon spreidden. Honderdtwaalf stalmeesters begeleidden twee bij twee, in rode zijde en hermelijn de zwetende maar gelukkige Leo op zijn witte paard. Er waren vier dragers nodig om zijn mijters, tiara’s en rijksappels voor iedereen zichtbaar te dragen. Cavalerie en voetsoldaten maakten de parade nog langer. Pauselijke kamerheren toonden de vrijgevigheid van de Medici’s door gouden munten tussen de toeschouwers te gooien. De kroning werd besloten met een banket in het Lateraan en een processie in omgekeerde richting die verlicht werd door fakkels en vuurwerk. De viering kostte 100.000 dukaten.”2 En daarmee hield het niet op. De verfraaiing van de Sint Pieter, het huwelijk van zijn broer, een monument ter ere van zichzelf in Florence en nog veel meer pracht en praal. Het was een gouden eeuw voor de Italiaanse kunstenaars zoals Rafaël en Michelangelo.

Nu zit er een president in het Witte Huis die zichzelf al als goed kandidaat zag voor het pausschap. Die in een plaatje liet zien dat hij ook de baan van God ambieerde. Die president geeft zich nu een ‘aflaat ‘ voor zijn zonden uit het verleden en de eventuele zonden die hij, zijn bedrijven en familieleden voor eeuwig vrijwaart van controles door de belastingdienst. Een president die ‘aflaten’ verkoopt aan al wie maar een flinke duit in zijn kas wil storten en die een bijdrage wil leveren aan zijn ‘balzaal’ van pauselijke proporties.

Bij dit alles moeten de Amerikanen en vooral de Republikeinen onder hen zich toch eens de vraag stellen die Prince in Let’s go crazy aanstipt: “So when you call up that shrink in Beverly Hills. You know the one, Dr. Everything’ll-be-alright. Instead of asking him how much of your time is left. Ask him how much of your mind, baby.” Hoeveel van hun verstandelijke vermogens hebben ze nog dat ze zoiets laten passeren. Van Trump hoeven we ons dat niet af te vragen. Die heeft verstand noch geweten. Wie van hen wordt de moderne Luther?

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 128

2Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 118-119

Uitgelicht

Gecreëerde boosheid

“Geweld is onacceptabel. Maar de boosheid en radeloosheid bouwen zich al jaren op.” Woorden van Kamerlid Mona Keijzer in een debat naar aanleiding van de terroristische aanslag in Loosdrecht. Een reactie die bij het gros van de politici was te horen. Bij enkelen, zoals Markuszower, in nog wat stevigere woorden. Ware woorden. Alleen dan op een andere manier dan Keijzer ze bedoelde. Die boosheid en woede is opgebouwd door politieke avonturiers die electorale winst zagen in het opbouwen ervan. Een kleine geschiedenis.

Maar eerst even iets anders. Keijzer is een Kamerlid dat inmiddels twee politieke partijen heeft versleten, voor beiden in een regering zat en nu ‘voor zichzelf’ is begonnen. Zo’n carrière laat al zien waaraan het schort en niet alleen bij Keijzer, want zoals zij zijn er veel meer. Markuszower, Wilders, Eerdmans, de oude bekende Rita Verdonk en zo kan ik nog wel even doorgaan. Politici waarvoor ‘je zin krijgen’ of beter nog ‘aandacht’ belangrijker is dan problemen oplossen. Ze weten het allemaal beter maar samenwerken met anderen, iets wat toch echt nodig is om iets gedaan te krijgen, dat kunnen ze niet. Voor hen is het: my way or the Highway. Dan nu naar de kleine geschiedenis.

Wij schaffen, zodra wij aan de macht komen, de multiculturele samenleving af.’ Deze woorden sprak Hans Janmaat de leider van de politieke partij Centrum Democraten in de jaren negentig. De rechter veroordeelde hem tot een boete wegens discriminatie. Anders dan de naam doet vermoeden, iets wat vaker het geval is bij politieke partijen, waren de Centrum Democraten geen partij uit het centrum van het politieke spectrum maar extreem rechts en ook op het democratische gehalte viel het nodige af te dingen. Op het hoogtepunt van haar bestaan, in 1994, behaalde de partij drie Zetels in de Tweede Kamer. Janmaat was met zijn partij de eerste die zich afzette tegen mensen die korte of langere tijd geleden als immigrant naar Nederland waren gekomen. Nu was Janmaat een politieke kluns.

Wat Janmaat eigenlijk bedoelde was dat hij terug wilde naar een vroegere tijd toen Nederland nog Nederland was. Naar welke tijd is hem nooit gevraagd maar die tijd moet in ieder geval voor 1960 liggen. Wat hij daarbij vergeet is dat Nederland toen ook al ‘multicultureel’ was. Het was de tijd van de verzuiling. Een tijd waarin katholieken, protestanten, liberalen en socialisten er een heel andere cultuur op nahielden en elkaar als vijanden zagen. Hij verlangde, net zoals Wilders en Baudet nu, terug naar een verleden dat er nooit is geweest. Janmaat werd veroordeeld maar dat betekent niet dat het frame ‘multiculturele samenleving’ geen negatieve connotatie kreeg. Die kreeg het in toenemende mate.

De toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein betoogde in de Volkskrant van 1991 dat ‘integratie met behoud van identiteit niet deugd. Hij maakte zich vooral zorgen over de islam: “Het ontstaan van zwarte scholen is te betreuren. Gescheiden scholen zijn immers voorbodes van een gescheiden samenleving. Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Volgens Bolkestein moest er niet gemarchandeerd worden met fundamentele beginselen zoals de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de verdraagzaamheid en non-discriminatie. Bolkestein constateerde dat: “Kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag, dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen? Een volksvertegenwoordiger die voorbijloopt aan wat er leeft bij het volk is geen knip voor de neus waard.”

Dat er problemen waren was evident en dat die besproken moesten worden ook. Alleen bereikte Bolkestein precies het tegengestelde en dat lag vooral aan de manier waarop hij het gesprek opende. Hij constateerde problemen en wees een schuldige aan: de islam is het gevaar! Een erg onhandige manier om een gesprek te beginnen over reële problemen.Gescheiden scholen wordt nu nog steeds als een probleem gezien. Het gesprek openen over deze uitwassen van het door delen van politiek Nederland zo bejubelde artikel 23 van de Grondwet dat de vrijheid van onderwijs garandeert, zou niet verkeerd zijn geweest. Dan waren we nu tenminste wat verder. Tien jaar later bracht Pim Fortuyn een soortgelijke boodschap met dezelfde schuldige sindsdien heeft Geert Wilders het stokje overgenomen en heeft die boodschap ook ingang gevonden bij nieuwe partijen en oudere partijen zoals de VVD. Dit verkeerde begin van een gesprek over terechte zorgen, speelt ons nu ruim 35 jaar later nog steeds parten.

Bolkestein en zijn navolgers leggen de nadruk op het ‘anders zijn’ van anderen. Ze creëren, geheel in lijn met het denken van Carl Schmitt, een strijd van WIJ tegen ZIJ. Hun WIJ is een Nederland uit een nooit geweest verleden. De ZIJ is een migrant en dan vooral een islamitische migrant. In die strijd is de winst van de een het verlies van de ander. Het begrip ‘Multiculturele samenleving kreeg hierdoor een negatieve connotatie terwijl elke samenleving multicultureel en aan verandering onderhevig is. Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen,” aldus de Van Dale. Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? Door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?

Een navolger van Bolkestein, toenmalig Kamerlid Malik Azmani liet in 2015 weten hoe hij integratie zag. Op de vraag van de Volkskrant of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor integratie antwoordde hij: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.” Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

In het door Bolkestein en zijn navolgers gecreëerd denkkader, is integratiebeleid dat erop is gericht om ZIJ tot WIJ te maken rationeel. Als we hen maar voldoende onderwijzen dan zien ZIJ wel in dat WIJ beter zijn en dan worden ZIJ als WIJ en hoeven WIJ niet te veranderen. Waaraan hierbij compleet voorbij wordt gegaan is dat die gecreëerde WIJ niet bestaat. Er is niet één Nederlandse cultuur waarin mensen overal hetzelfde handelen. Die Amsterdammer kan geen prins of prinses worden met de Vastelaovend in Venlo. Eén koekje bij de thee is geen Nederlands gebruik. De WIJ bestaat uit IKKEN die in verschillende samenstellingen verschillende zaken met elkaar gemeen hebben en op andere punten in andere samenstellingen van elkaar verschillen. Beleid dat erop is gericht om ZIJ om te vormen tot een niet bestaande WIJ is gedoemd te mislukken. Zeker omdat de boodschap die ervan uitgaat is dat de individuen die ZIJ vormen, want ook dat is geen homogene groep, anders zijn. Zij zijn anders maar omdat niet duidelijk is wie WIJ zijn zullen zij nooit worden als WIJ en zal het samen leven in de samenleving er niet beter op worden. Het meest bijzondere: volgens de wetten van de logica is het onmogelijk dat iets hetzelfde blijft als er iets anders aan wordt toegevoegd.

Daarmee kom ik tot de conclusie dat er sprake is van rationele irrationaliteit. Van rationele irrationaliteit is sprake als rationeel handelen uit eigen belang tot irrationele resultaten leidt. Binnen het frame dat de afgelopen 35 jaar is gebouwd, zijn alle maatregelen met betrekking tot integratie, inburgering en asiel rationeel. De resultaten zijn echter irrationeel. Ze zorgen ervoor dat er precies dat gebeurt waar Bolkestijn zich terecht zorgen over maakte, dat er een samenleving ontstaat met van elkaar gescheiden levende groepen. Die rationele irrationaliteit leidt tot fanatisme. Tot een intimiderende en onbemiddelde vorm van zekerheid die mensen in hun greep houdt en uiteindelijk met geweld voortstuwt. De gebeurtenissen in Loosdrecht en de vele gewelddadige protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum zijn hiervan het levend bewijs.

Nu wil ik Bolkestein nog wel het voordeel van de twijfel geven dat zijn bedoelingen goed waren. Wat je hem wel kwalijk kunt nemen is dat hij als ervaren politicus een beginnersfout maakte bij het aangaan van het gesprek. Die twijfel heb ik niet bij de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en de Keijzers van tegenwoordig. Die stoken het de boosheid, de radeloosheid en het fanatisme op voor eigen gewin.

Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

Uitgelicht

Bevolkingskrimp

“Veel landen maken zich zorgen over dalende geboortecijfers en een vergrijzende bevolking. Nergens voor nodig, stelt de Amerikaanse demograaf Jennifer Sciubba. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van vooruitgang én nodigen ons uit de samenleving beter in te richten.” Met die woorden opent het interview van Lynn Berger van de Correspondent met Sciubba over lage geboortecijfers en krimp van de (wereld)bevolking als gevolg van het lage geboortecijfer. Ik dacht aan de Zwarte Dood, de pestepidemie in de veertiende eeuw.

Daarover later meer. Eerst het verhaal van Sciubba. Volgens Sciubba is die bevolkingskrimp het gevolg van het grote succesverhaal van de afgelopen anderhalve eeuw: “’het begon ermee dat industrialiserende landen meer dan honderd jaar geleden enorme vooruitgang boekten in het in leven houden van baby’s en kinderen, waardoor de gemiddelde levensverwachting omhoogging’, vertelt ze. ‘Dat gebeurde dankzij zaken als betere sanitatie, vaccinaties, betere volksgezondheid en betere voeding.’ De dalende kindersterfte vormde het begin van een ‘demografische transitie’ waarbij landen van een hoog geboorte- en sterftecijfer overgingen naar een laag geboorte- en sterftecijfer. Europese landen gingen eerst, de rest van de wereld volgde later.” De uitvinding van de pil zorgde voor een volgende succes en dat was dat het moment van kinderen krijgen een keuze werd. Dat gaf vooral vrouwen tijd en ruimte om te gaan studeren en werken.“Vervolgens is het ons gelukt om volwassenen langer en gezonder te laten leven. Op dat terrein valt nog meer te winnen: de levensverwachting van Nederlanders is hoog, maar die van Japanners is nog hoger. We weten dus dat het mogelijk is om het leven nog verder op te rekken.”

Tegenover dit succesverhaal staat een ‘angstverhaal’. Angst voor de gevolgen van krimp. Angst voor een gebrek aan menskracht om de ouder wordende bevolking te verzorgen. Angst voor te weinig pensioen. Angst voor geringe innovatie en arbeidsproductiviteit. Angst die leidt tot allerlei plannen om het geboortecijfer op te krikken. Dat is lastig zo betoogt Sciubba: “Juist omdat er heel veel redenen zijn voor het dalende geboortecijfer, is het moeilijk om er beleid op te maken. Stel, je doel is niet eens om het geboortecijfer omhoog te krijgen, maar om ervoor te zorgen dat mensen die kinderen willen krijgen ook kinderen kunnen krijgen. Waar begin je dan? Hoe zorg je dat mensen optimistischer zijn over de toekomst? Met een wet die zegt dat alle voorpagina’s vol goed nieuws moeten staan? Dat kan natuurlijk niet. We weten gewoon niet hoe het moet.” Alle acties van verschillende overheden hebben tot op heden geen effect.

“Maar hoe zou de toekomst er nog meer uit kunnen zien, en waar wil je naartoe bouwen? Willen we een samenleving met hoge consumptie, designer bags, plastische chirurgie en chique auto’s? Of misschien wel een heel andere toekomst? Dit is hét moment om hier groots over na te denken.” Sciubba adviseert: “kijk verder dan betaald werk: hoe zorg je dat ouderen betrokken raken en blijven als vrijwilligers of mentoren? Richt je hierbij vooral op de gemeenschap. Veel lokale gemeenschappen zijn beschadigd geraakt door onze individualistische, online manier van leven. Het versterken van die gemeenschappen maakt ons weerbaarder voor vergrijzing, omdat je daarmee ook zorgnetwerken opbouwt.”

En dan nu naar de Zwarte Dood waaraan ik moest denken. Ik moest hier om twee redenen aan denken. Als eerste omdat de Zwarte Dood in een korte periode voor een daling van de bevolking zorgde met een derde en in sommige gebieden een halvering. Dit niet als gevolg van een vrijwillige keus om minder kinderen te nemen. Daarin verschilt de veertiende eeuw van de huidige. Als tweede omdat er in de veertiende eeuw juist sprake was van sterke gemeenschappen waar mensen voor elkaar zorgden. Het was de tijd van de feodale landheer die de oogst afroomde. De kleine gemeenschappen die voor elkaar zorgden. Gemeenschappelijke gronden die hen hielp om te overleven. De gilden waarbinnen mensen elkaar steunden. Afgezien van die feodale landheer zou dat het soort samenleving (maar dan in 3.0 versie) kunnen zijn dat Sciubba voor ogen staat. In 3.0 versie want natuurlijk zonder de groepsdruk, de controle door de pastoor, het gebrek aan ruimte voor de eigen persoonlijkheid en ontwikkeling om een paar negatieve kanten van de veertiende-eeuwse samenleving te noemen. Met die negatieve kanten, ben ik waar ik wil zijn.

De Zwarte Dood leidde in West Europa tot andere arbeidsverhoudingen. Er kwam geleidelijk een einde aan de feodale verhoudingen. Pacht verving het feodalisme en daarmee werd betaling in fysieke opbrengst vervangen door betaling in geld. Je zou kunnen zeggen dat het kapitalisme werd geboren. Toevallig of niet, groeide ook het verzet tegen de almacht van de kerk. Onder andere Johannes Hus en John Wycliff betoogden dat een priester niet nodig was voor een relatie met God. Zij planten het zaad dat Luther en Calvijn konden oogsten. Door de directe relatie met God die ontstond door het uitschakelen van de ‘tussenpersoon’, de priester, werd het individu geboren. Hier begon de strijd voor vrijheid. Die begon met de eigen keuze voor een verbinding met God en leidde tot de Verlichting en uiteindelijke en na lange tijd tot de ontwikkeling van onze democratie en rechtsstaat.

Hier begon een ontwikkeling die, en nu sla ik een eeuw of vijf over, de laatste ruim vijftig jaar onder een neoliberale wind leidde tot doorgeschoten individualisme. Een ontwikkeling waar vrijheid is verworden tot de consumerende homo economicus. Een homo economicus kiest voor het eigen geluk en dat geluk is vooral genot. Dit met alle gevolgen voor het klimaat, de natuur maar ook de samenleving en onze democratische rechtsstaat en dus ook voor het geboortecijfer. Die keuze voor het eigen geluk en genot maakt ook dat de keerzijde ervan, pech, ellende maar ook de gevolgen van ouderdom, ook van jou als individu zijn. De na de zwarte dood ingezette ontwikkeling loopt nu tegen haar grenzen aan. Grenzen die we nu proberen te verleggen via onder andere arbeidsmigratie maar ook met technologie. Die eerste keuze zegt het gros niet te willen, maar met houding en gedrag kiest dat gros er wel voor. Die tweede keuze komt in een tijd van afhankelijkheid van een paar grote techbro’s met grote risico’s. Risico’s die nog worden vergroot omdat die techbro’s de meest geperverteerde vorm van liberalisme en vrijheid aanhangen: het libertarisme.

Sciubba heeft gelijk dat we daar nu groots over moeten nadenken. Onze veertiende-eeuwse voorouders konden dat niet. Zij werden verrast door de Zwarte Dood. Zij konden alleen reageren. Wij kunnen ageren. Wij hebben de tijd en ruimte om een weloverwogen keuze te maken. Angst is daarbij een slechte raadgever, of zoals Franklin Delano Rooseveldt het formuleerde ‘We’ve got nothing to fear but fear itself.’ Helaas is angst wel de tegenwoordig politiek dominante emotie. Angst voor verlies. Angst voor de toekomst. Angst voor de ander.

Angst die in de veertiende eeuw de vorm aannam van bijzondere rituelen zoals de praktijk van de flagellanten. Vaak voorafgegaan door kaarsendragers gingen ze in het wit gekleed naar de plaatselijke kerk. Daar ontdeden ze zich van hun bovenkleding en bedekten hun onderlijf met witte doeken en liepen zichzelf geselend rondjes. Ze begonnen geselliederen te zingen en zweepten zich op het ritme van de muziek af. Na zo’n eerste ronde vielen ze op hun knieën en geselden ze zich nog wat meer. Dit herhaalde zich daarna nog twee keer vaak met nog pijnlijkere voorwerpen. Het geheel werd afgesloten met de ‘geselaarspreek’ die rechtstreeks van God zou komen en voor de toehoorders was bedoeld. Daarna vertrokken ze weer naar de volgende plek en daar herhaalde het ritueel zich de volgende dag. Ze waren populair bij een flink deel van het volk omdat ze zich niets van de kerkelijke hiërarchie aantrokken en omdat men geloofde dat hun zelfkastijding god gunstig zou stemmen waardoor er een einde zou komen aan de crisis. Zo waren de flagellanten en ook grote delen van het volk ervan overtuigd dat deze manier van boetedoening de pest een halt zou toeroepen. Het tegendeel was echter het geval. Hun trektocht maakte het de pest makkelijker om zich te verspreiden.

Bij de feodale heersers angst voor het verlies van arbeid. Ze waren bang dat de horigen die de pest hadden overleefd, zouden vluchten waardoor er niemand meer was om hun land te bewerken. Maar angst ook voor stijgende lonen voor vrije arbeiders. Dit probeerden ze tevergeefs tegen te gaan door beperkende wetgeving. Tevergeefse pogingen want wetten vragen om handhaving en die bleek onmogelijk omdat er overal een tekort aan arbeid was.

Ook nu zien we angst. Angst voor de toekomst die blijkt uit het willen terugkeren naar een verleden. Een verleden met een bevolking die homogeen blank, in pais en vree en in grote welvaart met elkaar samenleefde. Een verleden dat nooit heeft bestaan. Angst voor de ander blijkend uit ‘het strengste asielbeleid ooit’. Angst voor verlies aan welvaart die paradoxaal genoeg wordt bestreden met een influx van ‘anderen’ in de vorm van arbeidsmigranten.

Wat we nu ook zien is feodalisme 3.0. Feodalisme dat ons tot horige van het bedrijfsleven en dan vooral van de techbro’s. Want technologie is: ““Bevrijdend ,” zo betoogt Marc Andreessen in zijn Techno optimistisch handvest.Bevrijdend: “voor de menselijke ziel, de menselijke geest.” Hij ziet als een: “Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven.” Artificiële intelligentie zou ertoe kunnen leiden dat: “machines beslissingen voor ons nemen.” Als dat gebeurt, en dat zal, zo betoogt Andreessen gebeuren, dan: “wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Vrijheid is consumeren. Hiermee zijn we wel heel ver verwijderd van de individuele, economische en politieke vrijheid die vanaf de Zwarte Dood is bevochten.

Monopolistisch feodalisme 3.0 zoals bepleit door Peter Thiel. Want: “Competition is for losers’” aldus Thiel: “A world of perfect competition is a world where all the profits are competed away,” Een goed ondernemer streeft naar een monopolie maar praat er niet over. “Most people believe that capitalism and competition are synonyms. I believe capitalism and competition are antonyms.” Hij zal het niet van zichzelf zeggen maar Thiel toont zich hier een uitstekend leerling van Marx. Beiden zien het vergaren van zoveel mogelijk kapitaal als het doel van het kapitalisme. Beiden zien kapitalisme als het streven naar een monopolie. En beiden zouden hier wel eens gelijk in kunnen hebben. Waar beiden echter verschillen is dat Thiel dit streven verbindt met vrijheid en Marx niet. Waar Thiel naar streeft is naar bedrijven die monopolist zijn en daardoor kunnen vragen wat ze willen omdat de consument geen keus heeft. Een monopoly van een bedrijf mag dan wel, zoals Thiel betoogt, goed zin voor de winst van het bedrijf, het is slecht voor het algemeen belang en voor het individuele belang van het gros van de mensheid.

Dus ja, we moeten groots nadenken over hoe onze toekomst willen vormgeven want als we dat niet doen, dan belanden we in feodalisme 3.0. Een feodalisme zonder gemeenschappen die voor elkaar zorgen. Een feodalisme zonder commons die ons helpen te overleven en een feodalisme zonder steun van en voor elkaar.

Uitgelicht

Het kan wel!

Een Euro kun je maar een keer uitgeven. Dan ben je hem kwijt en als het goed is heb je er iets voor teruggekregen. Sinds begin maart roepen politici in Den Haag om verlaging van benzineaccijnzen of maximum prijzen. Of een noodfonds voor mensen die de energierekening niet meer kunnen betalen. “Voor premier Rob Jetten betekent het een abrupte overgang van ‘het kan wel’ naar ‘het kan misschien toch niet’. Bij aanvang zei hij ‘te willen gaan bouwen aan vooruitgang’,” schrijven Caspar Thomas en Coen van de Ven in De Groene Amsterdammer. Immers: “Een recessie zou betekenen dat de regering-Jetten eerst – en misschien wel enkel – een heel wat minder aangename opdracht wacht: klappen opvangen en steunberen plaatsen.” Zou het? Of zijn er mogelijkheden om juist wel een vooruitgang te bouwen dit geheel conform het adagium ‘never waste a good crisis”? Kun je de ‘steunberen’ niet zo plaatsen dat je bouwt aan vooruitgang?

Met het verlagen van accijnzen, minimumprijzen en noodfondsen om de energierekening te betalen plaats je steunberen op de verkeerde plaatsen. Met dergelijke ‘steunberen’ vergemakkelijk je het gebruik van fossiele brandstoffen. Stimulering die weer tot hogere prijzen leidt waardoor er nog meer ‘steun’ nodig is. Daarmee ondersteun je een gebouw dat hoognodig grondig gerenoveerd moet worden. Een renovatie waarbij de fundering van het erop staande gebouw moet worden aangepast.

Onze samenleving drijft op energie en dat is nu nog voor een belangrijk deel fossiele energie en dat is onhoudbaar. Onhoudbaar omdat het gebruik van fossiele energie bijdraagt aan de opwarming van het klimaat. En als je daar niet in gelooft, het is ook onhoudbaar omdat het ons afhankelijk maakt van andere landen met dubieuze regimes. Landen die ons ermee kunnen chanteren. Er zijn goede, schone alternatieven die ons ook nog eens onafhankelijk maken van landen met dubieuze regimes. Een fonds dat de ontwikkeling naar deze alternatieven versnelt, zou een goede steunbeer zijn. Zeker als daarbij ook wordt ingezet op energiebesparende maatregelen zoals isolatie van woningen en energieneutraal bouwen van nieuwe woningen.

‘Maar,’ zo hoor ik je nu denken: ‘dat is voor de wat langere termijn, op de korte termijn kan ik de rekening niet betalen.’ Dat klopt en daarom moet er ook voor die korte termijn wat gebeuren. ‘Dus toch iets met prijzen en een energiearmoedefonds’? Nee, niets met prijzen en energiearmoedefondsen. Er is in Nederland geen sprake van energiearmoede, net zoals er geen sprake is van menstruatiearmoede, hongerarmoede of welke …armoede dan ook. Er is voor een deel van de bevolking sprake van te weinig geld om deze zaken te betalen. Te weinig geld omdat het sociaal minimum te laag is. Dat moet structureel worden verhoogd tot een niveau dat je ervan kunt leven. Als dat betekent dat de hele onderkant van het loongebouw omhoog moet, dan ook dat. Beter echter dan dat, is die sociaal minimum van voldoende niveau aan iedereen uit te keren als een basisinkomen. Dit zorgt voor steun op de korte termijn. Steun op een eenvoudig uit te voeren manier die bovendien allerlei andere uitkeringen en inkomensondersteuningen voor minima overbodig maakt en dus flink bespaart op de uitvoeringskosten van onze sociale zekerheid. Of, en dat zou niet verkeerd zijn en dus een volgende steunbeer’, die bespaarde kosten worden ingezet om de uitvoering door de overheid op ander plekken te versterken. Te versterken door, zoals Catherine de Vries in haar boek De symfonie van onvrede schrijft, de overheid om te vormen tot een nabije overheid: “smal aan de voorkant, breed aan de achterkant.” Een smalle voorkant die bestaat uit: “iemand (die) je aankijkt, of een huisarts die tijd heeft om te luisteren. … Daar moeten de lijnen kort zijn, moet de toon menselijk, de drempel laag. Daarachter mag de backoffice groot zijn.”1

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken: ‘dan profiteert ook de directeur met een vet inkomen, want die krijgt dan ook dat basisinkomen’. En ja dat klopt. Ook die krijgt dat basisinkomen. Maar die krijgt ook iets anders en dat is een belastingaanslag. Want tegelijk met het invoeren van dat basisinkomen passen we het systeem van inkomstenbelastingen aan. En wel zo dat het met een laag tarief begint maar vervolgens sterk progressief oploopt en eindigt met uiteindelijk een tarief van bijvoorbeeld 95% voor inkomens boven de twee ton en dus voor die directeur met het vette inkomen. Enne, bij het inkomen worden ook inkomsten uit vermogen meegeteld. Die worden tegen hetzelfde tarief belast.

‘Maar,’ zo hoor ik je weer denken; ‘hoge belastingen zijn slecht voor de economie. Die remmen de economische groei.’ Nee, dat klopt niet zo laten de dertig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog zien. Die combineerden hoge inkomstenbelastingen met flinke economische groei en toenemende welvaart. In Nederland werd toen tot 73% belasting geheven op inkomen en in de Verenigde Staten 95% en het Verenigd Koninkrijk tot wel 97%.

Met deze steunberen versnellen we de transformatie van onze energiehuishouding en steunen we de mensen die het nodig hebben. Bijkomend voordeel is dat er iets wordt gedaan aan de inkomensongelijkheid. Het is niet meer aantrekkelijk om een CEO een salaris van vele miljoenen toe te kennen omdat het gros van die miljoenen als belasting worden afgedragen. Ook wordt het uitkeren van dividend en het opkopen van eigen aandelen minder aantrekkelijk omdat het extra inkomen dat de ontvanger van het dividend of de verkoper van het aandeel hierdoor ontvangt, via de inkomstenbelasting wordt belast. Belangrijkste bijkomend voordeel, of beter gezegd beoogd effect, is dat we met deze steunberen en vooral met een basisinkomen bouwen aan een systeem dat uitstraalt dat iedereen erbij hoort, een systeem gebaseerd op vertrouwen. En als onze democratie iets kan gebruiken dan is het vertrouwen. Als iets populistische partijen de wind uit de zeilen neemt dan is het vertrouwen.

Dus laat het kabinet deze crisis niet verspillen door te kiezen voor ‘het kan misschien toch niet’ maar door te kiezen voor vooruitgang. Door de steunberen zo te plaatsen dat het huis wordt gerenoveerd. Want een crisis bestrijden door te kiezen voor vooruitgang kan wel. Het kan wel.

1Catherine de Vries, De symfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 180

Uitgelicht

Oost-Israëlische blindheid

Gisteren, maandag 30 maart 2026, bleef ik al zappend hangen bij Pauw & De Wit. Dit keer gepresenteerd door Pauw, Een bijzondere uitzending. Bijzonder omdat ze een zeer goed beeld geeft van de stand van Nederland. En die stand is niet best.

Als eerste Bart Swiers, de advocaat van Ali B. Minutenlang ging het over Ali B die een jaar of vijf geleden een ruimte binnenkwam waar Ronnie Flex oraal werd bevredigd door een vrouw en of Ali B vervolgens de vrouw al dan niet met zijn vingers heeft gepenetreerd. Daarover en over wat Ronnie Flex daarbij al dan niet zou hebben gezien en gehoord en wat niet. Dit is niet de eerste keer dat advocaten op tv de onschuld van hun client komen bepleiten. De nieuwswaarde hiervan ontgaat mij volledig want van een advocaat mag je verwachten dat die het verhaal in het voordeel van zijn cliënt uitlegt en dat gebeurde dan ook. Ik vraag me werkelijk af waarom het nodig is om op tv in geuren en kleuren uit de doeken te doen wat er al dan niet is gebeurd?

Vervolgens mocht Mona Keijzer uitleggen dat ze ‘in rouw’ was vanwege haar breuk met de BBB. De breuk is al meer dan een maand oud maar mediageil als ze is, wist Keijzer afgelopen weekend de aandacht op zich te vestigen door ostentatief het partijcongres van de BBB te bezoeken en daar nogmaals met de partij te breken. Ze was dus in de rouw. Enige bijzondere aan het hele gesprek was het moment dat Arend Jan Boekestijn, die voor een ander onderwerp aan tafel zat haar vroeg waarom ze, op zoek naar fatsoenlijke rechtse samenwerking contact zocht met de kliek van voormalig PVV-er Markuszower. Een kliek die inhoudelijk niet verschilt van de PVV. Haar antwoord was veelzeggend en kwam erop neer dat haar idee van fatsoen anders was dan dat van Boekestijn.

Als laatste werden nog een paar minuutjes besteed aan mogelijke Amerikaanse plannen om het Iraanse eiland Kharg te bezetten. Hiervoor zaten Boekestijn en Han Bouwmeester aan tafel.

De stand van Nederland in drie items bij een journalistieke talkshow. De wereld staat in brand. Onze ‘bondgenoten’ Israël en de Verenigde Staten zijn op ondeugdelijke gronden een oorlog begonnen die niet bijster succesvol verloopt. Ze dreigen vast te lopen en de enige weg voorwaarts die ze zien is escalatie: meer bombarderen en mogelijk zelfs gebieden veroveren.

Die ene bondgenoot, de Verenigde Staten, heeft het bondgenootschap met haar, de NAVO, op meerdere momenten de facto dood verklaard. Een boodschap die aan deze kant van de Atlantische oceaan maar niet lijkt te landen. Ook heeft die bondgenoot op meerdere momenten het samenwerkingsverband aan deze kant van die oceaan, de Europese Unie, tot vijand verklaard. Ook die boodschap lijkt niet echt te landen. Die bondgenoot wordt geleid door een man met een wel erg beperkte definitie van democratie.

Die andere ‘bondgenoot’, Israël, is na een genocide op Gaza bezig met het bezetten van een groot deel van de noorderbuur Libanon en al doende verdrijft het de aldaar wonende mensen, vernietigt hun huizen, infrastructuur en landbouwgrond. Dit allemaal onder het mom van het vergroten van de ‘veiligheid’ van haar inwoners. Onderwijl worden ook de bewoners van de Westelijke Jordaanoever geterroriseerd en verdreven, heeft het zichzelf een deel van Syrië als bufferzone toegeëigend en bepleiten leden van de regering openlijk het streven naar een Groot Israël dat zich uitstrekt van de Nijl tot de Eufraat. En als klap op de vuurpijl nam het parlement van die bondgenoot een wet aan die doodstraf opnieuw invoert. Een straf die alleen aan niet-joden kan worden opgelegd. Een stap die door parlementslid Limos-Son Har-Melech wordt verdedigd met de woorden: “er bestaat niet zoiets als een Joodse terrorist.” Een gotspe want het gehele Israelische leger bedient zich van terreur. Tot zover democratie en rechtsstaat in Israël. Dit allemaal zonder één woord van protest vanuit de Nederlandse regering.

Een zichzelf serieus nemende journalistieke talkshow zou dagen kunnen vullen met het duiden van deze ontwikkelingen, het bespreken van verschillende handelingsperspectieven en het hierop bevragen van Nederlandse Kamerleden, ministers en de premier. Maar nee, niet in Nederland. Daar wordt aandacht besteed aan een futiele gebeurtenis als de afscheiding van Keijzer van de BBB en de ‘rouw’ waarin dat haar heeft gedompeld. Daar gaat het minutenlang over of de vingers van Ali B al dan niet in de *** van de Ronnie Flex pijpende vrouw zaten. Pauw & De Wit was trouwens niet de enige ‘journalistieke talkshow’ die deze keuze maakte. De Nederlandse televisiejournalistiek is afgezakt tot de Privé van wijlen Henk van der Meijden.

And it’s true we are imune. When fact is fiction and TV-reality,” Zingt U2 in hun song Sunday Bloody Sunday. Gelukkig is er iets wat we satire noemen in dit geval verzorgd door De Speld om ons te confronteren met de werkelijkheid: “‘Al maanden zien we in westerse media de beelden van de oorlogsmisdaden van Israël’, vertelt wetenschapper Diederik Vreewijk. ‘Gebruik van witte fosfor boven woonwijken, aanslagen op journalisten, aanvallen op ambulancepersoneel. De lijst is eigenlijk te groot om helemaal op te noemen. En het gekke is: het lijkt wel dat hoe langer de lijst wordt, hoe erger de Oost-Israëlische blindheid opspeelt.’ Vreewijk: ‘We hebben een groep respondenten uit westerse landen beelden voorgehouden van hoe Israël de VS voor zijn karretje heeft gespannen, de oorlog met Iran heeft ontketend en lukraak landen in de regio is gaan aanvallen. Vervolgens hebben we gevraagd hoe zij de situatie in het Midden-Oosten beoordeelden. Op enkele Spanjaarden na zeiden alle respondenten dat ze niets hadden gezien wat niet door de beugel kan.’ Een van deze Spanjaarden is een man die zich premier Sánchez noemt. Hij lijkt de enige westerse leider te zijn die niet getroffen is door Oost-Israëlische blindheid. Wetenschappers noemen het raadselachtig. Vreewijk: ‘Mogelijk was Sánchez niet aanwezig bij een vergadering waar de andere Europese leiders deze aandoening hebben opgelopen. Of heeft hij een medicijn tegen de kwaal ontwikkeld. Dit vraagt in ieder geval om meer onderzoek.’ Volgens de onderzoekers is Oost-Israëlische blindheid een handicap die vooral in het Westen voorkomt. ‘We hebben dezelfde methoden toegepast in bijvoorbeeld een gebied als Palestina. Daar kon iedereen haarscherp zien waar Israël mee bezig is.’”