Uitgelicht

Neutraliteit uitstralen

“Volgens het College voor de Rechten van de Mens is het maken van indirect onderscheid niet verboden, zolang daar goede redenen voor zijn, zoals het waarborgen van neutraliteit en objectiviteit middels een neutrale, uniforme gezagsuitstraling bij politieambtenaren.”

Een korte vertaling in de Volkskrant van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens in een zaak aangespannen door Sarah Izat. Izat mocht bij het opnemen van aangiftes per ‘beeldverbinding’ geen hoofddoek dragen als ze een uniform droeg, dit terwijl ze dat wel mocht als ze geen uniform droeg. Dat was voor Izat reden om de zaak aanhangig te maken bij het College en dat gaf haar dus gelijk.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Illustratie: Wikipedia

Natuurlijk moet een politieagent herkenbaar zijn als politieagent. Alhoewel natuurlijk, een politieagent in burger, bijvoorbeeld van de recherche, is niet aan zijn kleding te herkennen. Die kan gewoon in spijkerbroek en t-shirt van zijn favoriete artiest werken. Mag een rechercheur wel een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dragen?

Het maakt mij niet uit of iemand al dan niet een hoofddoek, kruis, keppel, vergiet (ja, van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster)  draagt of welk ander kerkgenootschap dan ook aanhangt. Van mij en gelukkig ook van onze grondwet mag iedereen geloven en aanhangen wat hij wil. Het gaat mij erom of de neutraliteit en objectiviteit van de overheid wordt gewaarborgd door het verbieden van het zichtbaar dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen? Of omgekeerd, komt de neutraliteit en objectiviteit van de overheid in gevaar als een van haar vertegenwoordigers zichtbaar een symbool van zijn religie of levensbeschouwing draagt?

Kan een boete voor te snel rijden worden gegeven op een islamitische, sikh of Spaghettimonster manier? Of moet een politieagent met een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dezelfde wet handhaven op dezelfde manier? Zit de objectiviteit en neutraliteit van de overheid en dus ook van de politie niet juist in consequent en consistent gedrag en handelen en niet in de persoon en de de overtuigingen van de agent? Handelen gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving.

Zouden we de gedragscode uit 2011 die stelt dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor geüniformeerde agenten, niet moeten herzien? Zegt het jaartal 2011, met het eerste kabinet Rutte dat met gedoogsteun van de PVV aan de macht was, niet al genoeg over de achtergronden van deze richtlijn?

Uitgelicht

Morele meetlat

In het kader van de maand van de vergeten geschiedenis publiceert De Correspondent Ewald Vanvugt over de Nederlandse betrokkenheid bij de opiumhandel in de Oost. In dat artikel beschrijft Vanvugt hoe eerst de VOC en vervolgens de Nederlandsche Handel-Maatschappij met medeweten van de toenmalige overheid 350 jaar lang heeft gehandeld in opium. Iets wat volgens Vanvugt bijna niet wordt gemeld in de geschiedenisboeken. Vanvugt:

“En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen. Het zwijgen wist het verleden uit te wissen alsof het nooit gebeurde.”

Opiumkit

Foto: Wikimedia Commons

Nu hoeven we ons er niet over te verbazen dat de VOC ook in opium handelde. En verborgen? Het is gewoon op Wikipedia te vinden. In die tijd handelde men, net als tegenwoordig trouwens, in alles wat los en vast zat. Als er geld mee te verdienen was, dan kon je er vergif op innemen dat erin werd gehandeld. De mores van die tijd waren heel anders dan die van tegenwoordig.

Daarmee kom ik bij het punt dat ik wil maken en dat is de vraag of in dit artikel  het verleden niet verkeerd wordt beoordeeld? Net als trouwens in veel publicaties die tegenwoordig over het verleden die tegenwoordig de pers halen. Verkeerd omdat het langs de morele meetlat van nu wordt gelegd, terwijl de mores in die tijd anders waren.

Neem de titel van het artikel van Vanvugt: “Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee).” Dat er mensen schade ondervonden van opiumgebruik, staat buiten kijf. Het gebruik van het moderne woord ‘drugskartel’ suggereert iets misdadigs terwijl de opiumhandel in die tijd volkomen legaal was. In die tijd bestonden er geen lijsten met verboden verdovende middelen.

Zijn die mores trouwens wel zo anders? Dat er voor profijt oorlogen werden gevoerd, gebieden werden veroverd, ‘koningen’ werden afgezet en mensen vermoord, hoeft niet te verbazen, dat gebeurt tegenwoordig immers nog steeds. Zie bijvoorbeeld de bevrijding van Koeweit of de inval in Irak om Saddam Hoessein te verwijderen.

Kunnen we ons niet beter concentreren op het langs de huidige morele meetlat leggen van onze huidige daden? Bijvoorbeeld ons ijveren voor vrede, vrijheid en democratie langs de ‘Turkije-deal’ en de opvang in de regio?

Culturele toedeling

“Tegenstanders van de traditionele Zwarte Piet wijzen op het racistische uiterlijk, de stereotypische karikatuur van de zwarte mens, het gebruik van ‘blackface’ in een kinderfeest. Fans van Zwarte Piet buitelen vervolgens over elkaar heen om die vergelijkingen te ontkennen: nee hoor, is niet hetzelfde, dit komt van de schoorsteen. Doe me even een lol. Zoek een plaatje van zwarte piet en zoek vervolgens een plaatje van een blackface minstrel uit de VS,”

Aldus Pascal Vanenburg bij Joop. Na het lezen van dit citaat moest ik denken aan het begrip culturele toe-eigening, het door de dominante ‘witte’ cultuur overnemen van zaken uit de cultuur van een minderheid. Bijvoorbeeld de Maori-tatoeage op een blanke Amsterdamse arm.

nandi

Illustratie; Wikimedia Commons

Als er sprake kan zijn van culturele toe-eigening, zou er dan ook sprake kunnen zijn van culturele toedeling? Het aan een bepaalde cultuur koppelen van zaken uit een andere cultuur en daarmee het importeren van argumenten uit die ene cultuur voor jou zaak in de andere? Zo kom ik bij Vanenburg, hij legt een verband tussen de Amerikaans, Engelse ‘blackface’ en ‘Zwarte Piet’. Iets wat Sunny Bergman in haar documentaire Zwart als roet’ ook doet. Wordt door een koppeling te leggen tussen twee ‘culturele uitingen’ die niets met elkaar te maken hebben, niet de beleving, de verontwaardiging en afschuw over de ene uiting aan de andere toebedeeld?

Zo is er veel te zeggen over de wreedheid van het stierenvechten, het doden van een dier voor het plezier. Zouden die argumenten worden versterkt door ze in India te laten zien en de Indiër zijn afschuw te laten uitspreken over deze barbaarse behandeling van dit heilige vervoermiddel van de god Shiva? Deel je dan de Spaanse stierengevecht cultuur niet iets toe dat er geen onderdeel van uitmaakt?

Een ander voorbeeld. De Vastelaovend, een traditie waarbij mensen zich verkleden en zo de bestaande orde op de kop zetten. De bestaande orde op de hak te nemen. Als je deze context niet begrijpt of weglaat, dan zie zou je stereotypen die je als belediging of zelfs als racistisch kunt ervaren kunnen zien. Deel je de Vastelaovescultuur zo niet iets toe dat er geen deel vanuit maakt?

Moeten we niet heel voorzichtig zijn met ‘culturele toedeling’? Voorzichtig omdat zo argumenten en sentimenten in de strijd worden gegooid die er eigenlijk geen plaats in hebben. Argumenten en sentimenten die  mensen verdelen en ons verder van huis brengen. Om bij Zwarte Piet te blijven, dat er mensen zijn die zich niet prettig voelen bij Piet is voldoende aanleiding om naar de ‘vorm en kleur’ van piet te kijken. Daar hebben we de Amerikaans, Engelse blackface niet voor nodig.

Genderneutrale indentiteitspolitiek

“Hema benadrukte zelf dat het ook roze jurkjes blijft verkopen. Er wordt niets afgeschaft, er worden dingen toegevoegd: meer stoere meisjeskleren, meer keuzevrijheid. Het enige dat verdwijnt, is een tweedeling.” 

Een zin uit de column van Asha ten Broeke in de volkskrant. Ten Broeke verbaast zich over de commotie die ontstond toen de HEMA besloot om de labels ‘jongens’ en ‘meisjes’ op de kledingafdeling weg te halen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Foto: Vikipeedia

Aan de ‘ene kant van de commotie’ de mensen die het belachelijk vinden dat de HEMA zwicht voor die ‘politiek correcte’ social justice warriors die in de Telegraaf een van hun spreekbuizen vinden: “Nederland ergert zich kapot aan het genderneutrale beleid dat zich meer en meer verbreidt.” Aan de andere kant van die ‘commotie’ de strijders voor gelijke rechten voor LHBTQIA die vinden dat alles genderneutraal moet zijn van kleding tot toiletten. Ik kan ze gerust stellen, de twee potten in ons huis zijn genderneutraal. Genderneutrale kleding voor volwassenen lijkt mij, door de verschillen in bouw tussen mannen en vrouwen, lastiger. Ik heb wel eens per ongeluk een spijkerbroek van mijn vrouw aangetrokken, die zat toch heel wat minder dan het ‘mannenmodel’ dat ik nu aan heb. Dat even terzijde.

Er is iets in de discussies rond gender maar ook identiteit dat mij puzzelt. Zoals ik het zie streven zowel de strijders voor genderneutraliteit als ook de identiteitsstrijders zoals Gloria Wekker en Sunny Bergman het doel na, dat iedereen zichzelf mag zijn en als zichzelf gezien mag worden. Een goed streven dat ik alleen maar kan onderschrijven en ik denk dat de overgrote meerderheid van de mensen dit streven zullen onderschrijven. Het puzzelt mij waarom ik me dan toch stoor aan deze strijders.

Dat puzzelen leidt bij mij tot de conclusie dat dit weleens het gevolg kan zijn van de manier waarop de strijders voor gelijke rechten de strijd voeren. Beiden gebruiken mij om zich tegen af te zetten. De ‘identiteitsstrijders’ omdat ik een blanke, westerse man ben die ‘profiteert’ van zijn ‘witte superioriteit‘, de genderstrijders omdat ik een heteroman man ben. Het komt op mij over dat de beide ‘strijdgroepen’ mij verwijten dat ik ben wie ik ben. Dat zij bij hun streven om zichzelf te mogen zijn, mij verwijten dat ik die blanke, hetero enzovoorts man ben. Dit terwijl het allemaal zaken zijn waaraan ik niets kan veranderen. Net zoals een homo niets kan veranderen aan zijn homoseksualiteit en een Chinees niets aan zijn Chinees zijn. Daar verandert een genderneutrale HEMA of toiletpot niets aan.

Radicalisering

Bij De Dagelijkse Standaard geeft Tim Engelbart de inwoners van de Spaanse plaats Ripoli de wind van voren. Ripoli is de plaats waar de vermeende daders van het bloedbad in Barcelona woonden. “Nou, de naam van alle inwoners van dat dorpje is ineens haas. Een Nieuwsuur-documentaire legde de bijna satirische ontkenningen vast van bewoners die echt blijven zweren dat die aanslagplegers zulke normale, geïntegreerde en bovenal aardige jongens waren!” Het kan er bij Engelbart niet in:

“Ja hoor! Heel normale jongens die even vijftien mensen van het leven beroven. Nemen ze zichzelf dan niets kwalijk? Hebben ze echt alle signalen gemist dat hier twee gevaarlijke jihadisten aan het on(t)staan waren? Ik waag het te betwijfelen hoor.”

ZZ Top

Foto: Wikimedia Commons

Tja, waaraan ken je een radicaliserend persoon, een potentiële jihadist? Laat die zijn baard groeien? Dan heb ik er de afgelopen vier dagen op het Zomerparkfeest in Venlo gezien. Of zou dat komen omdat een baard weer in de mode is? Alleen mis je dan de vrouwelijke jihadisten, waaraan zou je die dan moeten herkennen? Aan een boerka? Heeft die jihadist een rijbewijs? Dat is immers nodig om een bestelbusje te huren waarmee je op mensen in kunt rijden. Dan meld ik me aan, ook ik ben in het bezit van een rijbewijs. Net als trouwens zeer veel anderen daarom staan er iedere dag files. Herken je de persoon aan radicale uitspraken? Dan moeten we ook enkele reageerders op een artikel van Paul Cliteur bij TPO aanmelden. “Als ik tot mij door laat dringen wat er feitelijk gaande is, dan ontwikkelt zich agressie in mijn lijf en de sterke neiging om de wapens op te nemen. Ik ben deze linkse slijmerige massa ondertussen zo ongelooflijk zat met hun zweverige gelul en onverdraagzaamheid, dat ik het gevoel krijg dat ik er iets aan moet doen,” schrijft Dick Grijpink en krijgt bijval van enkele anderen.

Beste meneer Engelbart, aangezien u de inwoners van Ripoli verwijt dat ze iets niet hebben gezien, licht mij bij: hoe herken je een radicaliserend persoon? En wat belangrijker is, hoe herken je een radicaliserend persoon die zijn radicale gedachten in daden omzet? Radicale gedachten en meningen zijn immers niet verboden.

Als je een hamer hebt …

Beste meneer Vanenburg, met veel belangstelling las ik uw artikel bij Joop. Alleen vraag ik, blanke Nederlander, mij af wat u van mij verwacht? Wanneer bent u tevreden? En veel belangrijker, realiseer u zich dat u het grote risico loopt dat op te roepen wat u probeert te bestrijden?

hamer en spijker

foto: Pixabay

Als ik het einde van uw stuk mag geloven, dan bent u tevreden als: “de mentaliteit van de ‘ik ben geen racist, maar-Nederlander’ verandert.” Begrijp ik het goed dat u pas tevreden bent als ik zeg dat ik een racist ben? Want dat is volgens mij het enige dat die ‘mentaliteit’ kan veranderen. Wel beste meneer Vanenburg, dan kunt u lang wachten, dat zal ik nooit zeggen, dan zou ik namelijk iets beweren wat niet klopt. Ik zal u dus blijven teleurstellen en daarom, zo beweert u: kunnen echte veranderingen (niet) in gang gezet worden,”.  Echte veranderingen kunnen volgens u immers pas ingang worden gezet, als ik zou zeggen dat ik een racist ben.

Jammer meneer Vanenburg, want ik denk dat als wij met elkaar in gesprek gaan, zal blijken dat we veel voor elkaar kunnen betekenen. Ook ik zie dat er groepen in de samenleving zijn die het moeilijk hebben. Voor die groepen wil ik mij liefst samen met u, inzetten. U wijt die moeilijkheden aan racisme, ik zie het eerder als gewenning aan elkaar. Het is mensen, van welke kleur, religie of welk ander onderscheid je ook kunt maken, immers eigen om zich eerder verwant te voelen met hen die op hen lijken. Die gewenning kost tijd, veel tijd. Dat gezegd hebbende, wil het niet zeggen dat we dan maar moeten afwachten. verre van dat zelf, je kunt die tijd namelijk verkorten door een handje te helpen. Natuurlijk zullen er ook mensen zijn die echt racistisch zijn, die moeten we samen en met hulp van de rechter, bestrijden. Met eenieder die dit ook wil, werk ik graag samen. Alleen moet mij niet worden gevraagd, zoals u doet, eerst iets te verklaren.

Realiseert u zich dat u het risico loopt juist dat op te roepen wat u bestrijdt? Door uw manier van opereren, en u staat hierin niet alleen zoals ik al aan Anoucha Nzume schreef. Door steeds te blijven roepen dat de ‘witte Nederlander racistisch is en dat er in Nederland een: “racistische beerput is (die) een paar jaar geleden al wijd (is) opengetrokken en die (…) voorlopig ook niet meer dicht (gaat),” loopt u het risico dat u mensen zo van u gaat vervreemden. Dat zij het gedrag dat u aan hen toeschrijft gaan vertonen.

“Als je een hamer hebt, gaat alles op een spijker te lijken.” Beste meneer Vanenburg, kent u dit gezegde. Zou het kunnen dat u een hamer in handen hebt? Misschien is het dan verstandig om die hamer eens neer te leggen. Wellicht bestaat de wereld dan uit meer dan alleen spijkers.

Verkeerde vijand

Op Joop een artikel van Anousha Nzume waarin zij het ‘witte culturele superioriteitsgevoel’ aan de kaak stelt. Overdreven gezegd komt het erop neer dat alle ellende in de wereld een gevolg is van de ‘witte mensen’. In haar artikel waarin het denken over  ‘witte onschuld’ en ‘witte superioriteit’ waarover ik al eerder schreef op de achtergrond een belangrijke rol speelt, viel mij één passage op. Nzume: “Ik zie het in de ogen van journalisten tijdens interviews over mijn boek. “Hoe durf je de vrijspraak van OJ Simpson te omschrijven als een overwinning op het systeem?” Omdat het waar is. Een zwarte man wint terecht of onterecht van een corrupt en racistisch systeem omdat hij rijk genoeg en populair genoeg is. Naar goed westers gebruik.”

SimpsonIllustratie: Daily Mail

OJ Simpson ‘versloeg een corrupt en racistisch systeem en werd vrijgesproken terwijl alles erop wees dat hij schuldig was aan de moord op zijn ex-vrouw Nicole Brown en haar vriend. In een latere civiele procedure werd Simpson wel verantwoordelijk gehouden voor die moorden. Nzume is blij dat iemand niet wordt veroordeeld voor moorden die hij heeft gepleegd. Zij is blij omdat de ‘zwarte’ Simpson zoveel geld had, dat hij zijn ‘onschuld’ kon kopen en zo als ‘zwarte’ het ‘corrupte, racistische, witte systeem’ versloeg.

Toont de casus Simpson aan dat het systeem racistisch is? Dat: “Wij allen (…) nog steeds (praten) in dezelfde witte ruimtes waar diezelfde culturele aannames en codes leidend zijn,” dat:  Racisme (…) een tool (was) in de koloniale tijd en het (…) nog steeds een tool (is) in het huidige kapitalistische neoliberale systeem,” of dat: “witte westerse dominantie,” in stand wordt gehouden zoals Nzume schrijft?

Laat de de casus niet juist zien dat in het ‘kapitalistische neoliberale systeem’ vrouwe Justitia kleurenblind’ is? ‘Kleurenblind’ maar wel ‘te koop’ met geld en macht? Want won met OJ Simpson niet het geld en de macht? Is dergelijk machtsmisbruik niet iets van alle tijden, alle culturen en alle ‘kleuren’?  Hoe beoordeelt Nzume het Zuid-Afrika van Zuma, het Zimbabwe van Mugabe, het Egypte van Al Sisi, het Rusland van Poetin, het Turkije van Erdogan, het Saoedi-Arabië van Salman en zo zijn er veel meer te noemen? Hoe beoordeeld zij de manier waarop multinationals invloed kopen in Den Haag, Brussel, Washington, Lagos of Johannesburg? De manier waarop China invloed koopt in Afrika, maar ook in Europa, denk bijvoorbeeld aan de haven van Piraeus?

Allemaal praktijken waar mensen van alle kleuren de dupe van zijn. Mensen die het aan geld en macht ontbreekt om tegenwicht te bieden. Is het niet jammer dat Nzumes strijd juist verdeeldheid zaait tussen mensen die alleen tegenwicht kunnen bieden als ze eensgezind optrekken? Bestrijdt Nzume niet de verkeerde vijand?