Uitgelicht

Jihadisten en/in de samenleving

‘Logisch,’ zal de Syrische president Assad zeggen, iedereen die zich met geweld tegen de rechtmatige regering verzet is een terrorist. Dat zal hij zeggen over het nieuws van afgelopen week dat Nederlandse hulp bij jihadisten en terroristen terecht kwam. En daar heeft Assad een punt. Probleem in Syrië is alleen dat er geen andere mogelijkheid is de regering van Assad af te zetten. Daar gaat het mij nu niet om. Velen, ook Ton F. van Dijk bij HP DE TIJD , voorzien problemen bij de vervolging van teruggekeerde jihadisten. Van Dijk: “Het niet vervolgen van teruggekeerde jihadisten, die zich mogelijk schuldig maakten aan oorlogsmisdaden, leidt ertoe dat de teruggekeerde strijders weer deel uitmaken van onze samenleving. Geradicaliseerd of niet. Dat laatste is onverteerbaar en betekent bovendien een aanzienlijk veiligheidsrisico voor de burgers in Nederland, die juist door hun eigen overheid beschermd moeten worden.” Een bijzonder uitspraak.

Rote_Karte-RB_Salzburg-18-09-2005

Foto: Wikipedia

Van Dijk heeft gelijk dat het onverteerbaar is als mensen die zich schuldig hebben gemaakt aan (oorlogs)misdaden niet worden vervolgd. Wat hij suggereert, is dat er mensen zijn die geen deel uit kunnen maken van de samenleving. Maakt een jihadist die terugkeert en wordt vervolgd geen deel uit van de samenleving? Bijzonder. Logisch gevolg hiervan is dat iedereen die wordt vervolgd en het gevang in gaat geen deel uit maakt van de samenleving.

Maken teruggekeerde jihadisten, al dan niet vervolgd, niet altijd deel uit van de samenleving? Inderdaad moet de veiligheid van een ieder in dit land zo goed mogelijk worden gegarandeerd. Dat kan door mensen, waarvan is aangetoond dat zij een mogelijk gevaar voor anderen zijn, goed in de gaten houden. 

Is de gevangenis niet gewoon een onderdeel van de samenleving? Een bijzonder onderdeel waar mensen naartoe gaan die zich niet aan de spelregels hebben gehouden?  Zoals een voetballer die een rode kaart krijgt, wel onderdeel is van het voetbal, maar even geen wedstrijd mag spelen totdat hij zijn straf heeft uitgezeten? 

Goed voorbeeld

De strijd in Syrië duurt maar voort en een einde lijkt nog niet inzicht. Bij De Correspondent beschrijft Dimitri Tokmetzis de ‘geschiedenis’ van de strijd en maakt daarbij duidelijk hoe deze strijd al verschillende keren van gedaante is veranderd. Tokmetzis“ Het begon in het voorjaar van 2011 als een burgerlijk protest tegen het autoritaire regime van president Assad. …Al snel vond er een radicalisering en fragmentatie plaats langs ideologische en sektarische lijnen. En, zoals dat gaat, begonnen buitenlandse partijen zich in de strijd te mengen – zichtbaar en onzichtbaar. … In 2014 kwam nog een speler het veld opstormen, nu vanuit Irak: ISIS Dat leidde weer tot een radicale herinterpretatie van het conflict door de Verenigde Staten, enkele Europese landen en, later, Rusland.” …  Begin 2017 transformeerde het conflict voor de derde keer door extreme fragmentatie.”

syria-1699119_960_720

Illustratie: pixabay.com

 Dit alles heeft er, volgens Tokmetzis, toe geleid dat het al lang niet meer over Syrië gaat en “ Met zo’n verstrengeling van economische belangen, lokale machtsmotieven en de gewapende strijd is het erg moeilijk een politieke oplossing te vinden voor het conflict.” Want: “Een oplossing is niet mogelijk zonder oog te hebben voor deze grensoverschrijdende belangen, netwerken en geldstromen.” Dit houdt in, zo citeert Tokmetzis Clingendael-onderzoeker Erwin van Veen: “De zuurstof voor het conflict komt sinds enige tijd vooral van buiten. Daarom zal op dit moment een mogelijke oplossing eerst internationaal moeten worden gevonden. Wat de Syriërs zelf willen, is tragisch genoeg, van ondergeschikt belang geworden.” 

Na deze beschrijving en analyse van de situatie vraagt hij, bijna verzuchtend zo lijkt het, aan zijn lezers: “Moeten Nederland en de Europese Unie hun opstelling ten opzichte van het conflict veranderen?”  Een interessante vraag. Is er, zijn analyse volgend niet maar één optie als je als land een bijdrage wilt leveren aan het beëindigen van deze strijd? Zou meer buitenlandse bemoeienis in de strijd hierbij helpen? Als de ‘zuurstof’ vooral van buitenlandse bemoeienis komt, zou meer buitenlandse bemoeienis, meer zuurstof, dan de oplossing zijn?

Zou de oplossing niet gezocht moeten worden in het beëindigen van die buitenlandse bemoeienis? Beëindigen door je afzijdig van de strijd en de strijdende partijen te houden? Afzijdig, maar niet afzijdig als het de opvang van Syrische oorlogsvluchtelingen betreft? Afzijdig ook door hen, zonder aanziens des persoons (dus ook als het de Verenigde Staten, Saoedi-Arabië of Israel betreft) te straffen met economische en andere sancties? Door ervoor te zorgen dat hun belangen om te stoppen groter zijn dan de strijd voort te zetten? Door de ‘pijn’ te verleggen van de Syrische bevolking naar de bevolking van deelnemende landen?

Zou Nederland dit voorbeeld durven te geven?

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland

“Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevige portie moed te geven.” Hiermee eindigde mijn prikker van eergisteren. Dit omdat demonstraties (vrije meningsuitingen) steeds vaker worden verboden met een beroep op de openbare orde. Terwijl in een vrije democratische samenleving de vrije meningsuiting (en dus demonstraties) juist een belangrijk kenmerk is van de de niet verstoorde, dus normale orde.

Vrijheidsbeeld

Foto: Pixabay

Ik moest hieraan denken toen ik het volgende las bij Joop:

“Enkele relatief nieuwe extreemlinkse antiracistische actiegroepen bestaan voornamelijk uit actievoerders met een migrantenachtergrond. Zij strijden tegen (in hun ogen) racistische en koloniale symbolen in de Nederlandse maatschappij, zoals Zwarte Piet, de VOC, straatnamen en standbeelden. De bekendste actiegroepen hiervan zijn Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw.”

Dit is afkomstig uit het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 46 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding.  Voor wie het wil controleren klik hier, vervolgens op de Download en kijk dan op pagina 8.

Nu heb ik zelf zo mijn bezwaren tegen de manier waarop deze actiegroepen het verleden selectief gebruiken en soms zelfs misbruiken voor hun strijd in het heden. Ook heb ik moeite met de hun manier van redeneren. Aan de andere kant voel ik mee met mensen die minder prettige gevoelens krijgen bij bijvoorbeeld zwarte piet, of die meer aandacht willen voor bijvoorbeeld de slavernij.

Kenmerk van een goed functionerende democratie is dat er een publiek debat is over gevoelige onderwerpen. Een debat waarbij iedereen zijn zegje mag doen. Waar de toon soms geagiteerd is en het volume soms hoog. Dat alles past en hoort erbij. Geweld hoort er niet bij en als we de in het Dreigingsbeeld genoemde clubs Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw iets moeten nageven dan is dat ze de strijd met woorden voeren. Dat ze zich keurig aan de spelregels van de democratie houden. Dat ze voor iedere demonstratie keurig een vergunning aanvragen. Complimenten daarvoor.

Wat mij wel zorgen baart is dat ze meestal worden bedreigd en dan niet op de overheid kunnen rekenen. Dat zij zo worden beperkt in hun recht om hun mening te uiten. Wat mij nog het meeste zorgen baart, is dat zij worden genoemd in een rapport over terrorismedreiging in Nederland uitgegeven door de overheid, door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Want is vrije meningsuiting een daad van terrorisme? Wat is er trouwens extreem links aan hun standpunten?

Ik neem in ieder geval de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding op in mijn ‘Dreigingsbeeld Anti-Democratie Nederland’.

PS. Zou deze Prikker ertoe leiden dat ik in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 47 verschijn?

Uitspreken en uitspraken

“Als een slachtoffer niet voor de juridische weg kiest, maar wel het verhaal vertelt, respecteer dat. Eis geen aangifte en al helemaal geen bewijs. Ga niet op de stoel zitten van de rechter in een niet bestaande rechtszaak. Luister, geef steun waar nodig en gewenst. En word zelf geen dader. Dat is wat je kan doen en dat is waar het om gaat.”

De laatste zin uit een artikel van Walter Hoogerbeets bij Joop. Hoogerbeets reageert op de commotie die is ontstaan naar aanleiding van de #MeToo verklaring van Jelle Brand Corstius.

Me tooIllustratie: Pixabay

Volgens Hoorgerbeets willen veel slachtoffers die met hun verhaal naar buiten komen niet de juridische kant op omdat ze weten dat dit een lastig en vaak heilloos traject is. Wat ze willen is een signaal afgeven om het probleem aan te kaarten en duidelijk maken dat het moet stoppen en: “Ze spreken zich uit omdat ze het verhaal kwijt willen over wat hen is aangedaan. Omdat ze een beetje hulp en steun willen.” Een lovenswaardig streven, de wereld verbeteren voor hen die na hen komen dat hoopt de Ballonnendoorprikker op zijn manier ook te doen. Ook de roep om aandacht is te begrijpen.

Toch gaat Hoogerbeets ergens aan voorbij. Door zich uit te spreken, kan het gebeuren dat er iemand wordt beschuldigd. Door een naam te noemen of door zodanige aanwijzingen dat de naam te achterhalen is, wordt er iemand beschuldigd. Vergeet hij niet een zijde van de medaille, namelijk de zijde van de vermeende dader?

Die beschuldigde kan een heel ander beeld hebben van het gebeurde. Dat is wat in de casus Brand Corstius ook aan de hand lijkt te zijn. Bekent hij schuld dan hangt hij. Ontkent hij dan ontstaat er een welles-nietes situatie. Als hij niet reageert, dan blijft het eerste beeld hangen en dat beeld maakt hem schuldig. Wie weet wat er werkelijk is gebeurd, zeker als het gebeurde al jaren geleden plaatsvond? Dat is zelfs voor een rechter zeer lastig als er geen andere verklaringen zijn dan die van de twee betrokken personen.

Als de uitspreker werkelijk de waarheid spreekt, dan is daar overheen te komen, maar wie kan dat beoordelen? Maakt deze manier van handelen het niet mogelijk om bewust iemand ten onrechte in een kwaad daglicht te stellen? Is het in zo’n geval niet begrijpelijk dat er een reactie volgt zoals nu in de casus Brand Corstius? Daarbij aangetekend dat ik niet beweer dat de casus Brand Corstius een voorbeeld is van ten onrechte beschuldigen, daar kan ik geen uitspraak over doen.

Total destruction

“Terrorist and extremist have gathered strength and spread to every region of the planet. Rogue regimes represented in this body not only support terrorists but threaten other nations and their own people with the most destructive weapons know to humanity.”

Deze woorden sprak de Amerikaans president uit bij zijn toespraak voor de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.

Hiroshima

foto: Wikimedia Commons

Hij bedoelt hier vooral Noord-Korea. Nu is het maar helemaal de vraag of het Noord-Korea van Kim Jong-un terroristen ondersteunt. Bewijzen hiervoor zijn, bij mijn weten, nog nooit bijgeleverd. Dit maakt deze uitspraak vergelijkbaar met de uitspraak van de voorganger van de voorganger van Trump, George W. Bush, die het Irak van Saddam Hoessein van hetzelfde beschuldigde zonder ook maar een flinter bewijs bij te leveren. Of zou hij toch zijn ‘vrienden’ de koning en diens hofhouding van Saoedi-Arabië bedoelen? Een interessante vraag waar ik hier mijn tanden niet in ga zetten.

Het gaat mij om de tweede zin de ‘schurkenstaten’ onder de lidstaten van de VN die andere landen en hun eigen bevolking bedreigen met de meest vernietigende wapens. Ook hier zal hij doelen op Noord-Korea. Dat land schiet immers raketten af en houdt kernproeven en dat wordt door andere landen, waaronder de VS, als een bedreiging voor de wereldvrede gezien. Iets waarin andere landen al zijn voorgegaan.

In dezelfde toespraak spreekt hij een waarschuwing uit aan die ‘rogue nations’. Hen wacht de totale vernietiging als de Verenigde Staten zich moeten verdedigen. Spiegelt hij niet exact wat hij de andere kant verwijt? Is het dreigen met totale vernietiging en dus met het inzetten van ‘the most destructive weapons kown to humanity’ niet precies dat wat de tegenstander, Noord-Korea, wordt verweten? Je zou kunnen tegenwerpen dat de VS geen schurkenstaat is, al zullen er verschillende andere landen zijn die daar anders over denken. Zelfs als die tegenwerping correct is en de VS geen schurkenstaat zijn, waarin verschilt dan het gedrag van een schurkenstaat van het gedrag van de VS onder Trump?

Altuntas’ alternatieve feiten

Op de site Joop houdt Celal Altuntas een pleidooi voor deelname aan VN-vredesmissies.“Dat is in het belang van de getroffen landen, maar ook in het belang van Nederland,” schrijft Altuntas. Niet deelnemen aan dergelijke missies:

“Betekent nog meer vluchtelingen die naar Europa komen. Betekent nog meer armoede en onmenselijke omstandigheden in Afghanistan. Dat is nog niet alles, want je geeft terroristen ook ruimte om zich daar te verplaatsen. Dat geldt ook voor Mali.”

Afghanistan

Foto: Flickr

Altuntas bouwt zijn betoog op bijzondere ‘feiten’. Altuntas: “Zonder steun van de VN-vredesmissie had de Afghaanse regering moeilijk van de Taliban gewonnen. Weliswaar is de Taliban niet vernietigd, maar is ook lang niet meer zo sterk als in de jaren 90.” Een VN-vredesmissie in Afghanistan? Nu kan het zijn dat ik iets heb gemist, maar bij mijn weten is er  geen VN missie actief in Afghanistan. En ter geruststelling van mijn geheugen, volgens de VN zelf ook niet. De NAVO is er actief als vervolg op de Amerikaanse inval in dat land. De Amerikanen vielen binnen omdat Afghanistan onderdak bood aan het Al Qaida van Osama bin Laden dat kort de aanslagen van 11 september 2001 had gepleegd. De Taliban waren op dat moment de Afghaanse regering en die werd door de Amerikanen verjaagd. Aan wie verleenden de Amerikanen op dat moment dan steun?

Iets verderop in zijn betoog bespreekt Altuntas de situatie in het Midden-Oosten: “Zonder de inzet van de vredesmissie was ISIS nog steeds machtig in het Midden-Oosten en had het zeker nog duizenden slachtoffers meer gemaakt. Als de VN eerder via een vredesmissie had ingegrepen, had ISIS wellicht niet zo veel ellende kunnen aanrichten.” Ook hier was ik in de veronderstelling, en gelukkig geeft dezelfde VN me gelijk, dat er geen sprake is van een vredesmissie tegen ISIS. De strijd tegen ISIS wordt door vele partijen gevoerd. Partijen die ook nog eens onderling met elkaar in de clinch liggen. Partijen die ieder door andere ‘machten’ worden gesteund.

Herschrijft Altuntas de geschiedenis zodat deze zijn betoog ondersteunt?. Of moet je tegenwoordig zeggen dat hij zich op ‘alternatieve feiten’ baseert?

Begrensd door grenzen

In Dagblad de Limburger van zaterdag 16 september schrijft Johan van de Beek over radicalisering. In zijn column citeert hij uit een brief van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van twee jaar geleden over radicalisering:

“De aanpak van radicalisering en gewelddadig jihadisme is een van de belangrijkste thema’s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. de rijksoverheid werkt intensief aan de versterking van de aanpak van radicalisering en jihadisme. Gemeenten hebben bij uitstek een belangrijke rol in de integrale aanpak.”

Deze week bleek dat veel kleine gemeenten weinig aan voorkoming van radicalisering en gewelddadig jihadisme doen.

terrorismebestrijdingFoto: Pixabay

Waarom deze gemeenten er niets aan doen? “Die krijgen geen ‘signalen’ en denken dan dat er ook niets is. Het kan ook zijn dat de gemeenten het niet zien, zegt de inspectie.” Van de Beek ziet andere oorzaken: “ze zien het wel maar doen net alsof het niet bestaat (in de hoop dat het weggaat), ze hebben mensen aangenomen die het niet zien omdat ze niet weten waar ze moeten kijken of hebben mensen aangenomen die het zien maar met houtje-touwtjeoplossingen een probleem proberen aan te pakken waar ze zelf onderdeel van zijn.” Een forse conclusie of moet ik zeggen beschuldiging? Mensen die bewust niet ingrijpen en zelfs onderdeel van het probleem zijn, “ambtenaren die geen flauw benul hebben.”

Zou het niet nog wat anders kunnen zijn? Zou het kunnen dat de VNG het verkeerd heeft gezien? Dat die ‘bij uitstek belangrijke rol in de integrale aanpak’ van gemeenten niet zo belangrijk is? Al eerder vroeg ik me af of het uitgangspunt achter het zorgbeleid dat er vanuit gaat dat de gemeente de meest nabije overheid is en dat die meest nabije overheid het beste de zorg voor mensen kan organiseren, een aanname is. Zou het kunnen dat de belangrijke rol die de gemeenten voor zichzelf zien en waarin het rijk hen bijvalt, een aanname is?

Gemeenten zijn gebonden aan de grenzen van hun grondgebied, mensen niet. Mensen trekken vrijelijk van de ene naar de andere plek en via de digitale snelweg ‘flitsen’ ze nog sneller en verder over de aardbol. Zou het kunnen dat gemeenten, door hun gebondenheid aan hun grenzen juist niet de ‘bij uitstek een belangrijke rol’ kunnen spelen die ze claimen? Worden ze niet begrensd door hun grenzen?