Uitgelicht

Cliteur en terreur

“De oorzaken van het terrorisme zijn niet materieel, maar cultureel. Het heeft te maken met een overweldigend verschil van opvatting over kernwaarden.” Dit schrijft FvD Eerstekamerlid Paul Cliteur bij TPO. “Jawed S., Junaid I., de aanslagplegers op de redactie van Charlie Hebdo en de terroristen van de Bataclan denken heel anders over kernwaarden dan de burgers van Nederland en Frankrijk.Toen ik dit las, moest ik denken aan terrorisme-deskundige Beatrice de Graaf. Zij noemt terroristen in het DWDD-college de ‘klunzen en losers’ van de geschiedenis. Combineren we die twee dan is het zijn van ‘kluns en losers’ cultureel bepaald. Zou dat zo zijn?

De executie van Maximillien Robespierre. Bron: Wikimedia Commons

Cliteur richt zijn schrijven aan de Amsterdamse burgemeester Halsema. Volgens Halsema, en nu citeer ik Cliteur, ligt het aan: “teleurstelling of frustratie,”  veroorzaakt door het leven: “in wijken waar de bewoners worstelen met armoede en discriminatie hun loyaliteit met de ‘rechtsgemeenschap’ op het spel kan komen te staan.” Als we Halsema volgen dan is Terrorisme een gevolg van sociale condities waarin mensen verkeren. De verkeerde diagnose aldus Cliteur: Halsema gaat daarmee haar: “voorgangers Cohen en Van der Laan,” achterna die hebben: “jammerlijk gefaald bij het bedwingen van dit gevaar.” 

Twee verklaringen. Aan de ene kant ‘cultuur’ als oorzaak. Het vreemde is echter dat lang niet iedereen die zich in die ‘culturele’ situatie bevindt, ‘terrorist’ wordt. Bijzonder is ook dat enkele plegers van aanslagen tot kort voor hun daad helemaal niet ‘bekend’ stonden als fanatieke aanhanger van die ‘cultuur’. Zij stonden eerder bekend als (kleine) crimineel. Aan de andere kant de ‘sociale condities’ als oorzaak. En ook hier is het vreemd dat niet iedereen in die ‘conditie’ het schopt tot ‘terrorist’. Ook hier is het bijzonder dat plegers van terroristische daden helemaal niet uit situaties die Halsema beschrijft, komen. Zo waren de ouders van RAF lid Ulrike Meinhof historici die hun dochter de mogelijkheid boden te gaan studeren.  Ook van Bin Laden kun je veel zeggen, maar niet dat zijn ouders in een ‘achterstandswijk’ woonde.

Als we in het verleden duiken, dan zien we dat terreur niet iets is van een specifieke cultuur. Zoals ik begin dit jaar al schreef, is terrorisme afgeleid van la Terreur, een periode uit de Franse revolutie. Terreur heeft sinds die tijd een bijzondere omkering meegemaakt. In oorsprong was het het de staat die burgers ‘terroriseerde’. Robespierre de Fransen, Hitler als eerste de Duitsers, Stalin de Russen, Mao de Chinezen, Ho de Vietnamezen en Pol Pot de Cambodjanen Nu zijn het burgers die de staat ‘terroriseren’. En ook dat kent ‘geen grenzen’. Type ‘terrorisme’ in op Wikipedia en je vindt een keur aan voorbeelden uit verschillende culturen en streken van de wereld. Hieruit mag duidelijk zijn dat terrorisme niet ‘cultuur specifiek’ is zoals Cliteur beweert.

Beide ‘diagnoses’, om in Cliteurs vocabulaire te blijven, geven geen antwoord waarom iemand overgaat tot het plegen van terreur. Toch is er iets aan de diagnose van Cliteur dat zorgen baart. Als die ‘verklaring’ maar lang genoeg wordt herhaald, dan zou die verklaring wel eens haar eigen waarheid kunnen creëren. Door steeds te blijven herhalen dat terrorisme ‘cultuurbepaald’ is, lopen we het risico dat die cultuur en terrorisme als synoniem worden gezien. Daarmee worden mensen gestigmatiseerd en wordt de kans groter dat ze uiteindelijk het gedrag gaan vertonen dat Cliteur hun nu toedeelt. 

Uitgelicht

Recht in ‘kromme’ omstandigheden

“De bevrijde die de bevrijder aansprakelijk stelt, verdient moreel en juridisch geen enkel respect. In een rechtvaardige oorlog kan de bevrijder niet aansprakelijk worden gesteld.” Zo. Die uitspraak van rechtsgeleerde Afshin Ellian kunnen de Irakezen zich in hun zak steken. In een artikel bij Elsevier legt Ellian uit dat de Iraakse burgerslachtoffers van het door een Nederlandse F16 uitgevoerde ’precisie bombardement’ dat toch ‘precies’ het verkeerde doel trof, niet bij Nederland moeten zijn. Sterker nog: “De Irakezen moeten de Nederlandse militairen dankbaar zijn voor het verslaan van IS.” 

Bron: Wikipedia

De oorlog was legaal: “De Nederlandse overheid ging in op verzoek van de Iraakse overheid deel uit maken van een coalitie in de strijd tegen IS. Daarnaast vroeg de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties aan alle lidstaten actief deel te nemen aan de strijd tegen IS.” De oorlog was legitiem: “De jihadisten schonden bijna alle regels van jus in bello, het recht dat toeziet op de wijze van oorlogsvoering.”  En Nederland heeft geen oorlogsrecht geschonden: “Zodra er doden vallen, moet Defensie het Openbaar Ministerie (OM) betrekken bij de beoordeling van de eventuele strafwaardigheid van handelingen. Daaruit blijkt telkens dat Nederlandse militairen bij oorlogsvoering alle zorgvuldigheid in acht nemen.” Dat het toch zo verschrikkelijk fout ging, lag aan de omstandigheden: “De militairen kozen voor een nachtelijk bombardement met een lichte bom, juist om burgerslachtoffers te voorkomen. Er was (…) alleen niet bekend dat er meerdere vrachtwagens en grote hoeveelheden springstof aanwezig waren in het gebouw. Die hebben geleid tot aanvullende explosies met vernietigend effect.” Domme pech dus. Als de Irakezen dan toch ergens willen gaan klagen of hun rechts halen, dan moeten ze bij hun eigen regering zijn: “Immers, de Nederlandse krijgsmacht opereerde op verzoek en met goedkeuring van de Iraakse overheid.” Juridisch geen speld tussen te krijgen. 

Alleen zijn die ‘rare’ Irakezen niet dankbaar zo constateert Ellian: “Maar de Irakezen voelen zich niet bevrijd. Dat doet pijn!’’ Pijn, niet bij de Irakezen  maar bij de ‘Nederlanders.“Stelt u zich voor dat in 1950 de Nederlandse nabestaanden van doden die zijn gevallen door bombardementen van de geallieerden, Amerika of Groot-Brittannië aansprakelijk zouden stellen voor het vernietigen van de Duitse bezetter. Ja, daarbij kwam per ongeluk een behoorlijk aantal onschuldige Nederlandse burgers om het leven. Maar wilden we wel of niet worden bevrijd?” ‘Ondankbaar volk die Irakezen’, zo, lijkt Ellian te denken. En vervolgens concludeert hij: “Het recht dat ruimte geeft de bevrijder aansprakelijk te stellen voor oorlogshandelingen tijdens een bevrijdingsoorlog, verdient het niet om als recht te worden beschouwd.” 

Het recht waar Ellian zich op beroept is duidelijk. De VN veiligheidsraad vraagt om actie, de Iraakse overheid ook, dus geen vuiltje aan de lucht. Maar hoe recht is recht in ‘kromme’ omstandigheden? De ‘kromheid’ van de omstandigheden bestaat uit de voorgeschiedenis. Hoe kon het dat IS in Irak voet aan de grond kreeg? Dat was niet het gevolg van, zoals in het Nederland van 40 – 45, van een bezetting door een buitenlandse mogendheid. Het was niet zo dat delen van Irak werden veroverd en bezet door het land IS. Nee, IS was geen land. Het bestond, zoals ik in deel drie van de serie Wat was en IS schreef, uit een combinatie van Arabische Afghanistan-veteranen aan de ene kant. Die werden aangetrokken door: “de Iraakse puinhopen. Die boden hen een mogelijkheid om tegen de ‘grote Satan’ te vechten.” En aan de andere kant: “commandanten van Saddams oude leger,” die allemaal opzij werden geschoven. Zij troffen elkaar in gevangenissen zoals Abu Ghraib en vonden elkaar in hun onvrede met de situatie in Irak. 

Met die commandanten komen we op een volgende aspect van ‘kromheid’. Die commandanten zaten in het gevang omdat de machthebbers, ingegeven door de Verenigde Staten, hen een bedreiging vonden. Zij waren immers van het verslagen leger van Saddam Hoessein. Een leger dat werd verslagen door de ‘Coalition of the Willing’ onder leiding van de Verenigde Staten. Een coalitie die met een zeer dubieuze onderbouwing Irak binnenviel en de regering van dat land afzette. Om de juridische aspecten even te duiden: zonder mandaat van Verenigde Naties noch verzoek daartoe van de wettige Iraakse regering, viel die coalitie een land binnen en bezette het. Voor iedereen die een positie had in het oude Irak was geen plaats meer. Daarmee kwam vooral het soennitisch deel van Irak buitenspel te staan. Na die inval begon een periode van binnenlands geweld en sektarisme dat nog steeds voortduurt. Een periode waarbij het niet uitmaakt of ze door de kat (IS) of de hond (de door de Verenigde Staten gesteunde Iraakse regering) worden gebeten. 

Hoe sterk is het in dergelijk ‘kromme’ omstandigheden om je op het recht te beroepen? Omstandigheden die in het geheel niet vergelijkbaar zijn met de Nederlandse situatie van 40 – 45. 

Het hoofd koel houden

“Het kabinet roept het land en de Tweede Kamer op tot kalmte na de schietpartij van maandag in Utrecht.” Dit is te lezen bij de Volkskrant. Terecht dat minister Grapperhaus om kalmte vraagt. Beschuldigen zoals door Baudet, die de schuld in de schoenen van VVD en CDA schuift en Wilders die de minister verantwoordelijk houdt voor het vrijlaten van de dader en hem oproept om op te stappen, zijn mooi voor de bühne maar weinig behulpzaam. 

Bron: Pixabay

Dat iemand Allahu Akbar roept wil nog niet zeggen dat er sprake is van terrorisme. Gaan we alle daden van gekken het stikker ‘terrorisme’ opplakken? Dat zou een aardige devaluatie van het begrip terrorisme zijn. Terrorisme is, aldus Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” En terreur is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Gewelddadig was het, maar waar is bij deze man het ‘georganiseerde’ karakter? Al eerder schreef ik over de veranderende betekenis van terreur waarbij de overheid van dader in slachtoffer veranderde. Nu lijkt het begrip nog verder te devalueren. Ik maak mij grote zorgen.

Nee niet zo zeer over de eventuele daden van een verwarde man. Ook al kan een verward persoon, zoals de moordpartij in Utrecht laat zien, dood en verderf zaaien. Dat kunnen criminelen die elkaar liquideren door een mitrailleur leeg te schieten ook. 

Ik maak me zorgen over de reactie van onze media. Media die live verslag doen van, ja van wat? En die hier vervolgens de hele dag mee vullen. Media die gaan duiden als er nog niets te duiden is. Die experts uitnodigen voor die duiding en die experts speculeren er vrolijk op los. Al speculerend worden er een grote hoeveelheden geruchten verspreid, of moet ik dat tegenwoordig ‘nepnieuws’ noemen?

Feit was dat er gisteren een schietpartij plaatsvond in een tram waarbij in eerste instantie een dode en verschillende gewonden vielen. Feit was ook dat de schutter was gevlucht en nog vrij rondliep. Daarom werd terecht het advies gegeven om op te letten en in Utrecht liefst niet de straat op te gaan omdat er een gewapende man rondliep. 

Feit is ook dat er nog niets over de motieven van de man duidelijk was en is. Van iemand die een essay van zeventig pagina’s schrijft over wat er allemaal mis is en hoe het zou moeten veranderen, daarvan wil ik wel aannemen dat hij door middel van georganiseerd geweld de bevolking en regering onder druk wil zetten. ’Ja maar, er was een briefje en die uitroep dus…’ Zelfs als er een briefje is en er wordt Allahu Akbar geroepen, dan nog zouden we terughoudend moeten zijn met het een daad van terrorisme noemen. Want waar is de georganiseerdheid van de daad? Wat is het politieke motief?

Nog veel grotere zorgen maak ik me over onze overheid. Volgens premier Rutte moeten we het niet ‘kleiner maken dan het is” en daarin heeft hij gelijk. Wat gezagsdragers zoals hij en anderen echter zeker niet moeten doen, is het groter maken dan het is. Maakten zij het niet groter door zich niet aan de feiten te houden en op de speculatieve toer te gaan? Als een verwarde man er al voor zorgt dat onze premier, de minister van Justitie en Veiligheid, de nationaal Coördinator terrorismebestrijding in de kramp schieten en hun hoofd niet meer koel kunnen houden en gaan speculeren, dan maak ik mij grote zorgen. Dit is tot het tegendeel is bewezen gewoon een misdaad van het heel ernstige soort. Niet minder, maar zeker ook niet meer. 

Dan maak ik mij zorgen om de stressbestendigheid van onze gezagsdragers. Zorgen om de gewapende dienders die zij vervolgens in hun stress op straat plaatsen. Zorgen omdat een ongeluk in een klein hoekje zit, zeker als er sprake is van stress aangewakkerd door mensen die het hoofd koel moeten houden in dergelijke situaties. 

Is de belangrijkste taak van welke gezagsdrager dan ook niet dat zij of hij het hoofd koel houdt in tijden van crisis? Toch iets om rekening mee te houden bij het rood kleuren van een vakje bij welke verkiezingen dan ook.  

Terroristisch oogmerk?

Soms lees ik iets en dan denk ik: wat staat daar nu? Zoiets overkwam mij vandaag. Als jullie dit lezen is dat in ieder geval gisteren. Wat las ik? Bij TPO las ik een artikel over een man die in augustus vorig jaar in Naaldwijk politieagenten met een mes zou hebben belaagd. De man was, zo bleek, ontoerekeningsvatbaar en heeft meerdere psychische stoornissen. Tot zover is er niets bijzonders. Behalve dan voor de betreffen man. Maar dan: “Aanvankelijk werd gedacht dat Al S. mensen belaagde met een terroristisch oogmerk, onder meer omdat hij ‘Allahu akbar’ zou hebben geroepen.” 

bron: Pixabay

Dat was het moment dat ik dacht: wat staat daar nu? Mensen belagen met een terroristisch oogmerk? Van Dale omschrijft terrorisme als: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Terreur is, volgens dezelfde Van Dale “georganiseerd politiek geweld.” Door met een mes te zwaaien wordt de regering of de bevolking van een land onder druk gezet? En datzelfde zwaaien is georganiseerd politiek geweld? Hoe panisch ben je als je in dergelijke woorden spreekt over iemand die met een mes zwaait?

Maar wat belangrijker is, is dat de man met dat mes zwaaide met een terroristisch oogmerk. Was terrorisme zijn doel? Laten we er voor dit betoog eens van uitgaan dat de man niet verward was maar echt geloofde in de heilige oorlog van zijn geloof tegen anderen. Zou hij werkelijk met terrorisme en terreur als doel met dat mes zwaaien? Nu kun je van IS en vroeger ook van de ETA en de IRA veel zeggen, maar niet dat zij streden met terrorisme en terreur als doel.  Hun doel was wat anders. Hun doel lag op het politieke vlak. Na een aanslag volgt steevast een verklaring waarin de dader of de groep die hij vertegenwoordigd uitspreekt dat de aanslag is gepleegd in de strijd tegen de ongelovigen, de bezetters van het land of voor  het dichterbij brengen van ‘gods paradijs op aarde’ of de onafhankelijkheid van het eigen volk of land. Geen enkele strijder zal roepen: ik heb de daad gepleegd voor terreur of terrorisme. 

Terreur is een middel dat kan worden ingezet om iets te bereiken. Een middel dat haar, zoals ik in Terrorisme schreef, te danken heeft aan een korte periode tijdens de Franse revolutie. Een middel dat door zowel de overheid als allerlei strijdgroepen kan worden gebruikt. In de strijd tegen de ‘paniek en angst’ zou het geen kwaad kunnen om zorgvuldig na te denken voordat we woorden als terreur, terrorisme en terrorist gebruiken

Hedendaags imperialisme

“Ik kijk uit naar de excuus/flauwekulverhalen van de pc-crowd. Want ze zullen iets moeten verzinnen nu Turkije doet waar verstandige mensen als ik al jaren om roepen — de creatie van een veilige zone in Syrië, waar Syriërs veilig kunnen leven.”Met deze passage beëindigt Michael van der Galien bij De dagelijkse Standaard een artikel over de Turkse president Erdogan die met Amerika een veilige zone van dertig kilometer in Syrië overeen schiet te zijn gekomen. En omdat die afspraak er is kunnen alle Syriers weg uit Turkije en volgens Van der Galien ook uit Europa en Nederland. Ondanks dat ik niet tot die ‘pc-crowd’, behoor, zie ik wel wat haken en ogen.

Bron: Wikipedia

Als eerste kunnen de Verenigde Staten en Turkije wel iets afspreken met betrekking tot het grondgebied van Syrië? Zijn zij bevoegd om besluiten te nemen over het grondgebied van een ander land? Waarin verschilt het creëren en garanderen van een ‘veilige zone’ op het grondgebied van een ander land, van een bezetting? Met een beetje creativiteit kan Poetin de bezetting van de Krim dan ook wel verkopen als het ‘creëren van een veilige zone’. En wie belet Assad, als hij daartoe in staat zou zijn, om een veilige zone voor Koerden in Turkije te creëren. Of Mexico om een ‘veilige zone’ voor migranten in de Verenigde Staten te creëren? Zijn landsgrenzen en soevereiniteit alleen heilig als het in ons voordeel is? 

Vervolgens het gemak waarmee ervan wordt uitgegaan dat we dat gebied vervolgens vol kunnen plempen met vluchtelingen. Hoe zit het met de bewoners van die zone? In die dertig kilometer wonen vooral Koerden en laat dat, volgens Erdogan, nu net terroristen zijn die moeten worden bestreden. Hoe goed zou die Turkse ‘veiligheidsgarantie’ voor hen uitpakken? Nee we ‘garanderen’ dat de vluchtelingen niets overkomt. Als Koerd die in die zone woont, zou ik er niet gerust op zijn als Erdogan met zijn leger mijn veiligheid kwam garanderen. Sterker nog, menig Turk voelt zich niet veilig in het Turkije van Erdogan.

Moeten die bewoners van dat gebied het maar gewoon slikken dat anderen vinden dat er meer dan vier miljoen mensen in hun leefgebied worden gevestigd? Een gebied dat door het oorlogsgeweld danig is verwoest en waar zij moeten sappelen om rond te komen.

Is ook aan Assad gevraagd of hij die ‘zone’ zal respecteren? Hoe moet ik me het samenspel voorstellen tussen de Syrische politie, het Syrische leger en die ‘garanderende troepen’? Of mogen er geen Syrische troepen in dat gebied komen? Is dat dan niet niet gewoon sprake van annexatie? Van hedendaags imperialisme? 

Ik vraag me af of we blij moeten zijn met zo’n oplossing. Een oplossing die naar alle waarschijnlijkheid weer nieuwe ellende oproept.

Terrorist en terreur

Terrorisme is een bijzonder onderwerp. Hele volksstammen zijn bang voor een ‘aanslag’ terwijl je meer kans loopt om door een auto omver gereden te worden. Of, bij wijze van spreken want dat is bij mijn weten niet onderzocht, te overlijden door een val van een keukentrap.

Ik heb de afgelopen tijd verschillende Prikkers aan dit onderwerp gewijd. De serie Wat was en IS in vier delen alwaar ik de wereld schetste waarin IS kon opkomen en Terrorisme waarin ik de bijzondere gedaantewisseling van de overheid van dader naar slachtoffer beschreef. Vandaag weer een want je leest soms bijzondere dingen zoals een stukje van Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard.

Bron: Wikipedia

Willemsen beschrijft het door GeenStijl gelichte ‘doopceel’ van journaliste Ans Boersma die kortgeleden uit Turkije is gezet. Hij verbaast zich over het journalistenwereldje dat Boersma in bescherming lijkt te nemen. In het artikel de volgende passage: “Niet alleen geeft ze op haar blog toe dat ze, vlak voor de aanslagen op Charlie Hebdo, verliefd is geworden op een Arabier en een Syriër uit Saudie-Arabië als lifter meenam, ze schrijft ook nog eens: ‘Dat het lijntje tussen vrijheidsstrijder en terrorist zo dun is, fascineert mij. ‘t Zijn beide mensen namelijk, maar in plaats van dat onder ogen te zien, distantiëren we ons met krachttermen.’”

Over het suggestieve deel, dat het toegeven van verliefd zijn op iemand en het meenemen van een Syriër voor de aanslag op Charlie Hebdo niet hetzelfde is als instemmen met gruweldaden, wil ik het niet hebben. Het gaat mij om de verontwaardiging van Willemsen over Boersma’s uitspraak dat het lijntje tussen vrijheidsstrijder en terrorist dun is. Boersma heeft immers een punt.

Of iets als terrorisme wordt gezien, hangt af van het standpunt dat je inneemt. Neem de Vietcong. Die verzetten zich tegen het door de Verenigde Staten gesteunde dictatoriale bewind van Zuid-Vietnam. In de ogen van dat bewind én de Verenigde Staten, waren het terroristen. De Noord-Vietnamezen en vele anderen, dachten daar anders over. Saddam Hoessein kon de verzet plegende Koerden met recht en rede terrorist noemen, velen in de wereld dachten er anders over. Dat zou Assad nu trouwens ook kunnen doen. 

Zou het niet verstandig zijn om het woord terrorist en terroristische organisatie niet meer te gebruiken? Laten we de mens van de daad scheiden. Daden van terreur kunnen worden begaan door mensen in de hoedanigheid van vrijheidsstrijders, fanatieke aanhangers van een geloof of ideologie, maar ook door, al dan niet gesanctioneerd, door legers, politie-agenten en andere vertegenwoordigers van de overheid. Het zijn en blijven mensen die daden van terreur begaan. De terreurdaad maakt van hen niet ineens een aparte ‘soort’. 

Terrorisme

In de afgelopen vier Prikkers (Wat was en IS 123 en 4) gaf ik een historische schets waarin IS kon ontstaan. In deze Prikker blijf terrorisme het onderwerp. Onze overheid, de Nationaal coördinator terrorismebestrijding (Nctv), omschrijft terrorisme als volgt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Ook terreurdeskundige Beatrice de Graaf lijkt terrorisme en terreur te zien als afkomstig van groepen die zich met geweld tegen de samenleving afzetten. In haar DWDD college noemt zij terroristen de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis’. Terreur als wapen van de zwakkeren. 

Door terrorisme en terreur op deze manier te framen blijft een heel belangrijk aspect van terreur buiten beschouwing. Een deel dat wel eens cruciaal zou kunnen zijn bij het bestrijden van terreur. Voor dat deel eerst naar het woord terrorisme. Terrorisme is, volgens de Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Een ‘daad van terreur’ is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Terrorisme is daarmee het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van georganiseerd politiek geweld. 

Bron: wikipedia

Terrorisme kan volgens deze definitie gericht zijn tegen de regering of bevolking. Volgens deze definitie is terrorisme ook georganiseerd politiek geweld van een overheid tegen haar bevolking. De overheid als terrorist? Dat klinkt vreemd in de oren. Toch is het niet zo vreemd als het klinkt. Als we teruggaan naar de oorsprong van het woord terreur dan komen we uit bij la Terreur met een hoofdletter na de Franse revolutie van 1789. In Liberté schreef ik er al iets over. De belangrijkste vertegenwoordiger van het programma dat ten grondslag lag aan de periode die nu la Terreur heet was Maximilian Robespierre en die was, volgens Palmer in Colton in de zesde editie van hun boek A History of the Modern World (pagina 376): “determined … to bring about a democratic republic made up of good citizens and honest men.” Om zover te komen moest men af van ‘slechte burgers’ en ‘oneerlijke mensen.” Hoe doe je dat? “A Committee of General Security was created as a kind of supreme political police. Disigned to protect the Revolutionary Republic from it’s internal enemies, the Terror struck at those who were in league against te Republic, and those who were merely suspected of hostile activities.” En dat was een uitgebreid palet aan mensen: “It’s victims ranged from Marie Antoinette and other royalist to the former revolutionary colleagues of the Mountain, the Girondin leaders; and before the year 1793-1794 was over, some of the old Jacobins of the Mountain who had helped inaugurate the program went also to the guillotine.” in totaal verloren zo’n 40.000 mensen hun hoofd en honderduizenden werden gearresteerd en vastgehouden.

La Terreur, de naam van deze periode is uiteindelijk in de negentiende eeuw als een leenwoord vanuit het Frans in het Nederlandse woordenboek verschenen. Terreur heeft haar naam dus te danken aan geweld van de overheid tegen haar burgers. Burgers die als een bedreiging werden gezien voor de Franse republiek. De Franse revolutionaire republiek is trouwens niet de enige die zich aan dergelijke terreur heeft bezondigd. De Russische, Chinese, Iraanse en anderen deden hetzelfde. Sterker, het lijkt min of meer eigen aan revoluties dat na de omwenteling een periode van terreur volgt. Terreur als middel van de machthebbers tegen de eigen bevolking. Stalin startte in 1934 met wat we nu de ‘grote zuivering’ noemen. Die periode volgde trouwens op een terreurcampagne tegen de ‘koelakken’, de boeren. Hitler startte in dezelfde periode met iets soortgelijks. Na de Rijksdagbrand van 1933 startte hij een terreurcampagne tegen zijn gevaarlijkste vijand, de communisten. Die verdwenen in het gevang en in speciaal ervoor gebouwde concentratiekampen. Kampen die later ook werden gevuld met socialisten en andere bedreigingen voor zijn regime. Mao deed het in China zelfs twee keer, eerst tussen 1952 en 1956 toen iedereen gelijkgeschakeld werd tot ‘nieuwe mens’ en vanaf 1966 onder de vlag van de ‘Culturele revolutie’. 

In de ruim tweehonderd jaar dat we het woord terreur kennen, is de dader ineens het slachtoffer geworden. Door deze bijzondere gedaantewisseling verdwijnt terreur door de overheid buiten beeld. Dit terwijl terreur door de overheid veel gevaarlijker is dan terreur door ‘klunzen en losers van de geschiedenis’. De overheid heeft immers het machtsmonopolie. En zoals ik in het laatste deel van Wat was en IS al schreef, staat de geschiedenis: “bol van ‘gesol’ door de machtigen. De onmachtige reageren op dit gesol, zij moeten zich hiertoe verhouden. De machtigen passen vervolgens hun gesol weer aan aan die reactie.”

Laten we eens met de originele bril van terreur, dus met de overheid als dader, naar reacties van overheden op aanslagen kijken. Na de aanslagen van 11 september verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan ‘terreur’ en Nederland ging hierin mee, net als alle andere westerse landen. Artikel 5 van de NAVO trad in werking: een aanval op één is een aanval op allen. In een oorlog gelden andere regels dan in een normale samenleving. Het normale recht wordt opzij gezet. Als we kijken naar de resultaten dan zien we dat dit tot zeer veel doden heeft geleid, dat past in het frame van een oorlog. In een oorlog schakel je je tegenstander uit en heten toevallige slachtoffers ‘collateral damage’. Het heeft tot heel weinig veroordelingen door een rechter geleid. Ook dat past in het oorlogsframe, daar geldt het oorlogsrecht. En dat werd, zie het voorbeeld van de gevangenen in Guantanamo Bay, zelfs opzij geschoven. 

Bron: Flickr 

Politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten kregen veel ruimere bevoegdheden tot het verzamelen van gegevens over mensen. In de strijd tegen het IRA-terrorisme kreeg de Britse politie in de jaren zeventig via de Prevention of Terrorism Act (PTA) uitgebreidere bevoegdheden waaronder het zonder aanklacht vasthouden van mensen gedurende minimaal 48 uur zonder dat de arrestant aanspraak kon maken op de rechten die een normale arrestant heeft. Neem de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv) in Nederland. Een bijzondere wet. Bijvoorbeeld artikel 39 lid 1: “De diensten zijn bevoegd zich bij de uitvoering van hun taak, dan wel ter ondersteuning van een goede taakuitvoering, voor het verzamelen van gegevens te wenden tot bestuursorganen, ambtenaren en voorts een ieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.” Hiervoor hoeven ze zich alleen maar te legitimeren als zijnde van de inlichtingendienst een rechterlijk bevel is niet nodig. Of en zo ja hoe en met welke gevolgen die ‘bestuursorganen, ambtenaren en iedereen die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken’ zo’n verzoek naast zich neer kunnen leggen, daar rept de wet niet over.

‘Als je niets verkeerds hebt gedaan, dan hoef je je daar geen zorgen over te maken’. Dat is een veel gehoorde reactie als iemand bezwaren maakt tegen deze extra bevoegdheden voor de overheid. Een argument dat geen hout snijdt. De geschiedenis van de Britse PTA laat zien dat ook onschuldige mensen het slachtoffer werden van deze wet. De Amerikaanse ervaringen met Guantanamo Bay laten iets soortgelijks zien. De Toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) die moet toezien op de toepassing van de Nederlandse Wiv constateerde in haar eerste rapport: “De TIB heeft het grootste deel van de verzoeken als rechtmatig beoordeeld. Tegelijk constateert de TIB dat in een aantal gevallen de door de minister verleende toestemming als onrechtmatig is beoordeeld.” Niets verkeerd doen is daarmee geen garantie dat je je ‘geen zorgen’ hoeft te maken. De overleden journalist Willem Oltmans zou erover mee kunnen praten. Hij ontving in 2000 achtmiljoen gulden schadevergoeding van de Nederlandse staat omdat die hem jarenlang had tegengewerkt en zijn reputatie had geschaad. Trouwens, zelfs als dit allemaal feilloos verloopt, dan nog is een overheid zoals de Britse, die mensen zonder aanklacht vasthoudt en die zonder tussenkomst van een rechter informatie over iemand verzamelt, een reden tot zorg. Dergelijk handelen, ook al is het gebaseerd op een wet, staat op gespannen voet met het zijn van een rechtstaat.

Zeker als we wat dieper in de overheid als ‘terorismebestrijder duiken.“Terrorismebestrijding in Nederland richt zich niet alleen op de gewelddaden zelf, maar ook op het traject daarvóór. Aan terroristische daden gaat een proces van radicalisering vooraf. Het streven is om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk te onderkennen, zodat met behulp van persoonsgerichte interventies voorkomen kan worden dat zij terroristisch geweld gaan plegen.” Zo is te lezen op de site van de Nctv en: “Deze combinatie van preventieve en repressieve maatregelen staat bekend als de ‘brede benadering’ en wordt al lange tijd met succes in Nederland toegepast.” Veiligheidsdiensten die radicalisering zo vroeg mogelijk willen onderkennen omdat het vormen van radicale gedachten een voorstadium kan zijn van het toepassen van geweld. Nu is radicaal een rekbaar begrip. Radicaal is volgens Van Dale: “iemand die verregaande hervormingen wil.” Maar wie bepaalt wat radicaal is? Wat voor de een een vergaande hervorming is, is voor de ander een eerste kleine stap in een bepaalde richting. Zo kun je met recht en rede betogen dat een pleidooi voor een basisinkomen een verregaande hervorming is. Het staat immers haaks op de gangbare opvattingen over de rol van onze sociale zekerheid. Een werkloosheidsuitkering stond echter ook jarenlang haaks op de gangbare opvattingen. Zelfs een democraat was eeuwenlang een radicaal. 

Iedereen loopt dus het risico om te worden gezien als radicaal en dus als potentieel subject van bemoeienis door de overheid. De Nctv hierover: Tegenwoordig gaat de grootste dreiging uit van een mondiale politiek-religieuze strijd: het jihadisme. Maar ook terrorisme uit andere hoeken, bijvoorbeeld rechtsextremisme, wordt tegengegaan. Het uitgangspunt is dat terrorisme dient te worden voorkomen en bestreden, ongeacht de ideologische achtergrond.” Daar waar de overheid van dader, slachtoffer van terreur is geworden, wordt de burger van slachtoffer potentieel dader. Een bijzondere positiewisseling waardoor terreur door de overheid niet lijkt te bestaan, terwijl dat de grootste bedreiging voor onze vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat is.

Natuurlijk moeten we proberen om te voorkomen dat verschrikkelijke aanslagen zoals die in New York, Londen, Parijs, Madrid, Berlijn enzovoorts worden gepleegd. Dergelijke aanslagen brengen veel leed met zich mee. Het zijn en blijven, om De Graaf te citeren, ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’. Klunzen en losers die niet van ons kunnen winnen, maar waar we wel van kunnen verliezen’ om die spreuk van Johan Cruijff nog maar eens te gebruiken. Overheidsacties gericht tegen groepen mensen en waarbij de groep niet duidelijk is afgegrensd, herbergen het risico om uit te draaien op terreur door de staat. Ervaringen uit het verleden laten zien dat er niets zo vernietigend is voor een samenleving als terreur door een staat tegen inwoners.

Bron: Wikipedia

Zoals al aangegeven, zijn er weinig daders van terrorisme voor de rechter verschenen. Deels omdat ze zichzelf van het leven beroofden en deels omdat ze werden gedood door veiligheidstroepen. Dat is jammer omdat de kracht van onze rechtstaat juist de rechtspraak zou moeten zijn: het eerlijke proces. Dat zou ook zo moeten zijn voor de partners van IS strijders die zijn nagereisd naar Syrië en Irak. Deze partners en hun kinderen wordt het nu bijna onmogelijk gemaakt om naar Nederland terug te keren. Dit terwijl zij in bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Zo laten we de sterke kant van onze rechtspraak onbenut en dat is een eerlijk proces, het uitzitten van straf en vervolgens weer als vrij burger genieten van de voordelen van onze vrije, open, inclusieve, democratische samenleving. Door te laten zien dat je fouten mag maken, maar dat je na je straf er weer bij hoort.

De weg naar winst maakt gebruik van en versterkt ondertussen de belangrijkste kenmerken van die vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat. Dat doet zij door mensen die geweld gebruiken op te sporen en volgens de normale procedures van het gewone strafrecht te  berechten. Dat doet zij door alle opvattingen en ideeën een plek te geven in het openbare gesprek en debat. Dat doet zij door uit te stralen dat iedereen erbij hoort. Dat doet zij door, zoals ik in Fraternité schreef, door vrijheid, gelijkheid en broederschap op een evenwichtige manier met elkaar te verbinden. Dat doet zij niet door het frame van de ‘oorlog tegen terrorisme’. Dat doet zij ook niet door de roep om meer en verdergaande bevoegdheden voor de overheid in de ‘strijd tegen terrorisme’. Dat doet zij niet door een overheid die zich via een Nctv gaat bezighouden met het denken van mensen en hun al dan niet ‘radicale’ opvattingen. Dat zijn maatregelen waardoor we ‘van ze kunnen verliezen’.