Uitgelicht

Nederland en/in Europa

“Nederland is in hoog tempo bezig de zeggenschap over de eigen essentiële belangen over te hevelen naar een EU zonder democratisch mandaat. De gevolgen daarvan zijn verstrekkend. Dit schrijft Kees de Lange in een artikel bij Opiniez. Volgens de Lange worden er systematisch bevoegdheden overgedragen naar de Europese Unie en hierdoor wordt de Nederlandse soevereiniteit uitgehold. 

Bron: Pixabay

De Lange vraagt zich af hoe dit kon gebeuren en in die zoektocht komt hij bij de Grondwetswijziging van 1953. Bij die wijziging werd het Nederlands recht ondergeschikt gemaakt aan internationaal recht. En dit leidt er nu, volgens De Lange toe dat: “de eigen soevereiniteit en de soevereiniteit van de eigen bevolking als basis van onze samenleving worden verkwanseld en hoe bijna zonder enige diepgaande discussie standaard gehandeld wordt, niet tegen de sinds 1953 strikte letter, maar wel tegen de geest van onze eigen Grondwet.” Dit is tegen het zere been van De Lange immers: “verandering in soevereiniteit (kan) dan en slechts dan plaatsvinden indien met instemming van de burgers.” En die burger wordt gepasseerd: “Het verkwanselen van de directe belangen van de Nederlandse burger zonder diezelfde burger zelfs maar te raadplegen is een politieke wanvertoning en een democratische doodzonde van de eerste orde.” Zo, die kunnen onze politici in hun zak steken.  

Alhoewel. Is het wel zo dat ‘het volk’ niet geraadpleegd is? Als je een referendum als enige manier ziet om ‘het volk’ te raadplegen, dan is dat slechts twee keer gebeurd. Een eerste keer over de ‘Europese grondwet’ en een tweede keer over een associatieverdrag met de Oekraïne. Zowel de ‘Grondwet’ als het associatieverdrag bevatte geen overdracht van soevereiniteit, er werden dus geen ‘belangen verkwanseld’. De ‘Grondwet’ was niets meer dan een bundeling van al gemaakte afspraken en de bevoegdheid om een associatieverdrag te sluiten, had de EU al.

Als we kijken naar alle overdrachten van welke bevoegdheid dan ook, dan zijn die genomen volgende in Nederland geldende regels van het spel. Neem de Grondwetswijziging van 1953, die is twee keer in de Tweede Kamer behandeld en aangenomen. Tussen die twee behandelingen in zaten verkiezingen waar ‘het volk’  zich kon uitspreken. 

‘Ja, maar dan moet het volk wel weten dat dit staat te gebeuren’, zou je kunnen tegenwerpen en het is maar helemaal de vraag of ‘het volk’ het allemaal wel wist. Als we de beeldvorming van de laatste jaren bezien, dan rijst er een beeld op van ‘gekonkel in achterkamertjes’ waar wordt besloten om Nederland steeds verder Europa in te ‘rommelen’.  

Een beeld dat het tegenwoordig goed doet, maar gebeurde het ook zo? Europa en verdere Europese integratie was vast niet het ‘belangrijkste’ verkiezingsthema. Dat de politieke partijen er niet open over waren, is bezijden de waarheid. “De Europese gemeenschappen worden uitgebreid met Groot-Brittannië, Ierland, Noorwegen en Denemarken en andere demokratische Europese landen die de doelstellingen van de E.E.G. onderschrijven. De uitbreiding van de E.E.G. met Groot-Brittannië zal niet ten koste gaan van de steun aan arme landen.” Zo valt te lezen in het verkiezingsprogramma van de PvdA in 1967. En het VVD-programma voor de verkiezingen van hetzelfde jaar lezen we het volgende: “Dit streven brengt mee, dat in de nabije toekomst de E.E.G. met andere Europese landen zal moeten worden uitgebreid. De komende Europese Gemeenschap zal zowel naar binnen als naar buiten een liberale politiek moeten voeren.” In 1989 lezen we in het PvdA-programma het volgende: “Nederland heeft ook verantwoordelijkheden en belangen in internationaal verband. Nederlandse burgers zullen hoe langer hoe meer EG-burgers en wellicht op den duur zelfs burgers van een groter civiel Europa worden.” En in het programma van het CDA voor de verkiezingen van 1989 lezen we: “Eén aspect verdient nog bijzondere aandacht omdat het de politieke agenda in toenemende mate zal bepalen. Het betreft de eenwording van de Europese markt tegen 1992. Deze heeft een belangrijke signaalfunctie: ‘signaal’ omdat reeds eerder belangrijke stappen zullen zijn gezet, terwijl uiteraard niet alle beslissingen en maatregelen in 1992 zullen zijn afgerond. Niettemin zal ook Nederland de gevolgen van ‘Europa 1992’ voelen: de gemaakte afspraken zullen het nationale beleid beïnvloeden.” 

Deze partijen hebben jarenlang de verkiezingen gewonnen en kregen samen vaak bijna driekwart van alle stemmen. Kun je dan volhouden dat er sprake was van ‘gerommel in achterkamertjes’? Dat er soevereiniteit werd overgedragen zonder instemming van ‘het volk’? 


Uitgelicht

Eenheid in variatie, variatie in eenheid

Bij Elsevier las ik een artikel over een motie die de Tweede Kamer vorige week aangenomen heeft. Een motie die de regering verzoekt om: “Zo gauw de gelegenheid zich voordoet een ontwerp tot herziening van de Verdragen voor te leggen, strekkende tot het schrappen van de zinssnede ‘een steeds hechter verbond’ uit het VEU en het VWEU.”  Die afkortingen hebben betrekking op de verdragen waarop de Europese Unie is gebaseerd.

Bron: Pixabay

Vijf overwegingen brachten de Kamermeerderheid rekening tot het aannemen van deze motie. Waarvan er twee heel bijzonder zijn, de tweede en derde overweging in de motie. Laten we ze eens even onder de loep nemen. Als eerste de tweede overweging: “talloze burgers binnen de Europese Unie die zich niet thuis voelen in een EU als ‘steeds hechter verbond tussen volkeren’ omdat dit kan bijdragen aan een onnodige en onwenselijke inperking van de soevereiniteit van de lidstaten.” Bijzonder omdat binnen Europa soevereiniteit alleen kan worden beperkt als de landen haar overdragen naar de EU. De geachte Kamerleden zijn het die soevereiniteit overdragen en dat kunnen met en zonder die de woorden ‘een steeds hechter verbond’ in die verdragen. Deze motie voegt daar niets aan toe en doet er ook niets aan af. Er verandert niets met deze motie ‘voor de bühne’.

Dan de derde overweging die luidt dat: “de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) pleit voor meer ruimte voor variatie binnen de EU.” De EU is nu juist gebouwd om dingen samen en hetzelfde te doen. Dus als de lidstaten denken en verwachten dat samenwerking tot een beter resultaat voor allen leidt, dan dragen zij bevoegdheden over. Dan gaan ze het op dat betreffende punt samen en dus op eenzelfde manier doen. Dan is er ruimte voor slechts één variant. Dat is nu juist de bedoeling van samenwerking en dus ook van de Europese. Neem een douane-unie, die heeft alleen zin als voor alle landen dezelfde regels gelden. Pas dan kunnen de grenzen tussen landen worden geslecht.

De ruimte voor variatie ligt precies op die terreinen waar de landen denken dat ze het beter zelf kunnen doen. Daar dragen ze geen bevoegdheden over en wordt de variatie behouden.

Uitgelicht

Grenzen, grensgebieden en grenzenloos

“Grensgebieden zijn poreus, grenzen zijn dat niet. Bij de grens eindigt alles … . Een grensgebied is minder hard.” Een passage uit het boek Stadsleven. Een visie op de Metropool van de toekomst van Richard Sennett dat ik al eerder als inspiratie gebruikte. Een passage waaraan ik moest denken toen ik een betoog van SP’ers Lilian Marijnissen en Arnout Hoekstra in de Volkskrant las.

Bron: Wikimedia Commons

“Deze oneerlijke concurrentie moet stoppen: het slepen met werknemers zet juist mensen tegen elkaar op,” betogen de SP’ers. Want, ‘ongebreidelde arbeidsmigratie’ zet mensen tegen elkaar op en heeft: “ontwrichtende gevolgen… eenderde van de jongeren is uit het land vertrokken. Jongeren die in Letland werden opgeleid, werken in Nederland voor het minimumloon.” Daarom: “pleit de SP al jaren voor een vergunningplicht voor uitzendbureaus zodat we malafide bureaus eindelijk kunnen aanpakken. Daarnaast moeten we arbeidsmigratie beter reguleren om grootschalige uitbuiting en verdringing te voorkomen. Er dient een einde te komen aan de subsidiemaatregelen en fiscale routes waardoor lonen kunstmatig laag blijven.” Immers: “Echte internationale solidariteit bestrijdt uitbuiting, ontwrichting en verdringing hier én daar, en stopt de concurrentie op onze arbeidsvoorwaarden die door Brussel is gestart.”

Echt internationale solidariteit. Mooie woorden, maar wat betekenen ze? De SP’ers pleiten voor begrenzing van de mobiliteit van arbeid. Het (grotendeels) sluiten van de grenzen door de ‘arbeidsmigratie te reguleren’ zal er best voor zorgen dat de Letse bevolking in Letland blijft. Of het de levens van deze Letten zal verbeteren, kun je afvragen. Die Letten komen hier immers niet uit weelde werken voor het minimumloon. Die komen hier voor dat minimumloon werken omdat het ze in Letland een beter leven oplevert. Van het geld dat ze hier in een half jaar verdienen, kunnen ze daar een paar jaar leven. En als ze dat een paar keer doen, dan kunnen ze in Letland iets beginnen.

Zou er na het sluiten van de grenzen ook geld naar Estland verplaatsen? Nu is geld sinds het einde van de afspraken van Bretton Woods heel mobiel geworden. Geld kent geen grenzen en ‘flitst’ zoekend naar rendement en dus meer geld in enkele seconden de wereld over. Ook goederen zijn, door het wegnemen van handelsbelemmeringen, steeds mobieler geworden. Dus geld zou zomaar naar Letland kunnen ‘flitsen’. Het ‘flitst’ er echter niet naar toe en dus moeten de Esten, net als vele anderen, naar de plekken waar het geld wel naartoe ‘flitst’.  

Zou de uitbuiting, ontwrichting en verdringen geen gevolg zijn van de grenzeloze wereld van het geld en de begrensde wereld van mensen zonder geld? Immers, mensen met geld zijn overal welkom zelfs zonder enige vorm van ‘inburgering’. Die mogen overal hun ‘geluk’ zoeken.

Smokkelen

Militaire dienstplicht. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat het is. Nu hebben we een kabinet dat een soort sociale dienstplicht wil invoeren. Die was er vroeger niet. Of eigenlijk toch wel. Als weigeraar van de normale dienstplicht, kon je vervangende dienstplicht doen en die kon je doen op terreinen waarvoor het kabinet nu de maatschappelijke dienstplicht wil invoeren. Toch bestaat de dienstplicht nog steeds, de opkomstplicht niet meer. Jeugdigen worden niet meer opgeroepen om ‘het land te komen dienen’ en te ‘genieten’ van rats, kuch en bonen. 

Bron: Flickr

Toen ‘we’ nog wel op moesten komen, waren er gelukkigen die in Duitsland werden gestationeerd. In Seedorf of Hohne want het Nederlandse leger had de NAVO taak om dat deel van het Duitse laagland te verdedigen bij een aanval door de Sovjet Unie. Die legering op een NAVO basis had als voordeel dat drank en sigaretten er erg goedkoop waren. Alleen één probleem, meenemen naar Nederland was strafbaar en omdat de grenzen nog werden gecontroleerd was er een reële pakkans. Zeker omdat de douane wist wanneer de soldaten met verlof kwamen. Daarmee kom ik op het onderwerp van deze Prikker: smokkelen.

In iedere grensstreek is smokkelen een lucratieve maar illegale activiteit. Neem de botersmokkel na de Tweede Wereldoorlog. In het naoorlogse Duitsland waren diverse producten waaronder boter veel duurder dan in Nederland. Bij reguliere invoer verdwijnt het prijsverschil want de importeur moet het verschil als belasting betalen. Dus is smokkelen lucratief voor hele en halve criminelen en gelukszoekers. Dat prijsverschil was er ook met de Belgen dus ook aan die grens werd flink gesmokkeld. Op één moment in de geschiedenis werd het de smokkelaars wel heel makkelijk gemaakt, op 31 juli 1963 om precies te zijn. Waarom?

Direct na afloop van de Tweede wereldoorlog wilde de Nederlandse regering een flinke schadevergoeding van Duitsland. Niet in geld, maar in grondgebied. Diverse ideeën en plannen deden hiervoor de ronde. Het meest megalomane idee van onze voorvaderen, het Bakker Schut-plan behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. Gelukkig waren de toenmalige ‘Powers that Be’ daar bijna ongevoelig voor. Bijna, want Nederland werd toch een klein beetje uitgebreid, namelijk met Elten aan de Rijn, de Selfkant met als belangrijkste dorp Tüddern bij Sittard en nog wat weggetjes en stukjes land links en recht. De inwoners van de dorpen wilden Duits bijven, maar werden even Nederlands. Even namelijk van 1949 tot en met … 31 juli 1963. Toen gaf Nederland het weer terug, behalve de N 274 van Roermond naar Brunssum door de Selfkant, die werd pas in 2002 weer Duits en is nu bekend als de L 410.

En op die dag 31 juli 1963, was smokkel ineens heel makkelijk. Daar waar je normaal heimelijk de grens moet oversteken met je product, stak in de nacht van 31 juli op 1 augustus de grens over je product. Slimme smokkelaars en handelaren plaatsen op die dag vrachtwagens vol producten in Elten. Geheel legaal gevuld met goedkope Nederlandse waar. Des morgens den eersten augustus des jaren negentienhonderddrieënzestig  werden zij wakker in Duitsland en konden hun producten voor de dure Duitse prijzen verkopen. Het verschil vloeide in hun eigen zakken. Volgens schattingen werd er in die ene nacht in Elten zo’n 50 tot 60 miljoen gulden verdiend. Deze gebeurtenis staat bekend als de Eltener Butternacht. Zo makkelijk als in die nacht is het zelden voor smokkelaars. Immers, als het makkelijk is dan zijn de winstmarges meestal klein, dan smokkelt iedereen en is de ‘zwarte markt’ verzadigd met het product. Tot zover een stukje smokkel geschiedenis uit ‘Andere tijden, terug naar de onze’. 

Bron: Wikipedia


Bij De Dagelijkse Standaard een berichtje over de Sea Watch 3. Het schip dat drenkelingen oppikte. Mensen die een mislukte poging ondernamen om met een bootje de Middellandse zee over te steken. Het waren er in de veertig en met die drenkelingen aan boord voer het schip een paar weken lang over de zee omdat het nergens mocht aanmeren om de drenkelingen aan land te brengen. Nederland nam er na een paar weken ook een paar op. Een groots staaltje Europese kleinheid, maar daar gaat het mij nu even niet om.

Voor PVV-kamerlid Fritsma ging zelfs dit grootse staaltje kleinheid te ver. Aanzuigende werking! “Het schip Sea-Watch 3 is nu alweer onderweg naar Noord-Afrika,” aldus dappere dodo Fritsma. VVD-kamerlid en ‘uitvinder van opvang in de regio’ Azmani, schijnt Fritsma nog te hebben willen overtroeven: “De ‘NGO-bootjes ondermijnen de afspraken met onze partners…. reddingsacties van migranten’ moeten eindigen waar ze beginnen: ‘In Noord-Afrika.” Een mensenleven lijkt voor de beide heren minder waarde te hebben dan een pakje boter. De boten die drenkelingen redden worden zo ongeveer beschuldigd van mensensmokkel. Door sommigen zelfs helemaal.

Zouden de beide heren weten dat bij smokkel het prijsverschil tussen de landen en de moeilijkheidsgraad om de grens over te steken, bepalen hoe lucratief smokkel is? Voor vele wereldbewoners is er een enorm prijsverschil tussen hun geboorteplek en Europa. Om het cru te zeggen, je kunt beter tot de armen behoren in West Europa dan tot het rijkere deel in je geboorteland. Om van de armen daar maar te zwijgen. En omdat de kans op sociale stijging in eigen land erg lastig is, is naar Europa trekken aantrekkelijk. Als Europa zou beschikken over ademende grenzen. Grenzen die je makkelijk kunt oversteken, dan zouden zij, net als veel Polen en andere Oost-Europeanen, hier een tijdje komen werken in bijvoorbeeld de tuinbouw en dan met het verdiende geld teruggaan naar hun geboorteland. Dat zouden ze een paar keer doen en dan hebben ze in hun eigen land een fortuin waarmee ze daar een goed leven voor zichzelf en hun kinderen kunnen opbouwen. Door het Europese beleid om de grenzen hermetisch af te sluiten, is teruggaan als je eenmaal binnen bent geen optie. Een tweede keer weer binnen komen kost immers een fortuin. Want: moeilijke grens, groot prijsverschil en dus veel winst voor de smokkelaars. En die winst wordt door de vluchteling betaald. Eenmaal binnen, blijf je binnen. Desnoods in de illegaliteit. 

Van arm in eigen land naar arm in Europa, dat is, zoals gezegd, een vooruitgang. De echte winst, via die weg rijk worden in eigen land, is afgesloten. Dat is jammer want die optie kon uiteindelijk nog wel eens veel interessanter zijn. Interessanter voor de migrant want je blijft je in Europa een ‘mislukkeling onder de mislukkelingen’ voelen en dat voelt niet zo lekker. Dit terwijl je bij terugkeer naar eigen land daar succesvol bent.

Rijk zijn in eigen land en dus ademende grenzen, zou ook voor Europa wel eens interessanter kunnen zijn. Door terug te gaan investeert de migrant in eigen land. Daar profiteert hij zelf van maar ook zijn omgeving. Als de migrant daar een huis bouwt, moeten daar stenen en bouwvakkers worden betaald. Vanuit Europa geredeneerd is het een zeer interessante vorm van ontwikkelingshulp. Deze hulp komt immers bij de mensen zelf terecht. Er blijft niets aan de organisatorische en personele strijkstok hangen van ontwikkelingsorganisaties. Er is geen plicht om het ontwikkelingsgeld aan Nederlandse bedrijven te besteden. Ook veel beter dan microkrediet. Microkrediet wordt ook gegeven aan een persoon en die besteedt het aan de eigen plannen in de eigen omgeving. Het blijft echter een krediet dat met rente moet worden terugbetaald waardoor geld terugvloeit. Weg van plekken die het eigenlijk net nodig hebben. De migrant die terugkeert besteedt iedere euro in het land van herkomst en zorgt daar voor maximale spin off. 

‘Ja, maar wie garandeert dat die migranten ook werkelijk teruggaan.’ Die garantie is er inderdaad niet. Wat we daar tegenover kunnen stellen zijn eeuwen aan ervaringen met deze vorm van migratie. Neem de seizoenswerkers uit bijvoorbeeld Zweden en de Duitse landen in de Gouden Eeuw. De Zweden bevolkten vooral de Hollandse schepen. Duitsers waren ook actief als trekarbeiders voor de landbouw. Ze kwamen in het voorjaar en in de herfst gingen ze weer. In de tussentijd zaaiden en maaiden ze en deden ook alle werk tussen zaaien en maaien. Met het verdiende geld konden ze in de armere streken waar ze vandaan kwamen hun gezin voeden en de winter overleven. De meeste van hen kwamen en gingen. Enkelen bleven hangen. Of de al eerder genoemde Polen en andere Oost-Europeanen die hier een tijdje komen werken om flink te verdienen en vervolgens in eigen land de draad weer oppakken met het hier verdiende geld als katalysator of buffer. Ook zij komen en gaan en een klein deel blijft hier. Of neem onze eigen ‘expats’, want die noemen we natuurlijk geen migrant, die een paar jaar in Californië, Londen of Shanghai gaan werken en vervolgens weer naar Nederland komen om hun kinderen op te laten groeien.

Als je waar voor je geld wilt, en dat willen Nederlanders normaal gesproken, dan zorg je voor poreuze grenzen. Die bieden het meeste rendement op je geïnvesteerde euro tegen de minste kosten. Immers het bewaken van poreuze grenzen is goedkoper dan gesloten grenzen. Het meeste rendement hier omdat werk wordt gedaan waarvoor geen Nederlander zich laat porren. Bovendien kunnen we de ontwikkelingshulp herzien. En het meeste rendement daar omdat iedere euro die de migrant mee terug neemt ook werkelijk daar wordt besteed. 

Als ik smokkelaar was, dan zou ik trouwens Fritsma en Azmani steunen, want zij zijn goed voor de beurs van de smokkelaar.

Gekozen formateur?

Deze week publiceerde de commissie Remkes haar eindrapport. Een kloek document van bijna 400 pagina’s. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel heb ik de samenvatting, of zoals ze dat noemen de publieksversie, gelezen. De opdracht van de commissie was: “kijken of onze democratie nog goed werkt en ook te onderzoeken of die in de toekomst goed zal blijven werken. Ons politieke systeem is al honderd jaar bijna hetzelfde gebleven. De samenleving is in die honderd jaar natuurlijk wel enorm veranderd. Zijn er veranderingen of aanpassingen in onze democratie nodig?” Conclusie: er moet wat veranderen en daarvoor doet de commissie aanbevelingen. Over een van die aanbevelingen, de ‘gekozen formateur’, wil ik het hier hebben.

Foto: Flickr

“De commissie-Remkes vindt dat de kiezers op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen ook zélf de formateur van het nieuwe kabinet moeten gaan kiezen. Daarmee kunnen ze duidelijk maken wie volgens hen het nieuwe kabinet moet gaan vormen. De kandidaat-formateurs kunnen dan vóór de verkiezingen duidelijk maken met welke partijen zij samen in een kabinet willen gaan zitten.” Ik ben benieuwd naar de verdere uitwerking van dit idee omdat het wat vragen oproept.

Nu is het gebruik dat de leider van de grootste regeringspartij uiteindelijk de formateur levert. Alleen komt die pas aan zet na een periode waarin de partijen in ‘achterkamertjes’ onderhandelen over een regeerakkoord. Als dat er is, formeert de formateur het kabinet. Betekent dit voorstel dat de ‘onderhandelingen’ over het regeerakkoord al voor de verkiezingen plaatsvinden? Dat zou betekenen dat partijen al voor de verkiezingen een regeerakkoord schrijven en dat wij als kiezer ons uit kunnen spreken over die verschillende regeerakkoorden. Dat betekent ook dat de partijen al voor de verkiezingen aangeven wie de leider van hun ‘coalitie’ is. Dat is vooruitgang, dan weten we tenminste waar we op stemmen.

Maar wat als er zo drie of vier ‘blokken’ zijn van partijen en geen van hen behaalt een meerderheid? Wie wordt dan ‘formateur’? Of moet er dan, net zoals nu, weer worden onderhandeld over een regeerakkoord en wie minister-president wordt? Dan schieten we er niets mee op.

Dat zou je natuurlijk kunnen voorkomen door de tweede verkiezingsronde tussen de twee grootste blokken. Dan is er een duidelijke winnaar. Of een andere oplossing, je voert een districtenstelsel in en hanteert het systeem dat degene die de meeste stemmen krijgt, al is het geen meerderheid, de kamerzetel krijgt.

Maar wacht eens. Waar kennen we die varianten van? Kent Frankrijk niet de eerste variant? En de Engelsen en de Amerikanen de tweede? Staat de democratie er in die landen zoveel beter voor?

Pijlen op het verkeerde doel

Het afgeven op de Europese Unie lijkt volkssport nummer één in Nederland. Vorige week schreef ik een ’Prikker’ naar aanleiding van een artikel van twee SP-ers. Deze week viel mijn oog op een artikel van Tomas Vanheste van De Correspondent. Volgen Vanheste lijkt de Europese Unie op het ‘Hotel California’ uit het lied van The Eagles: ‘ You can check out any time you like but you can never leave.’ Dit concludeert hij uit de Brexit-perikelen. Vanheste wil meer: “Verlost van lastpak VK zou de EU eindelijk de kans moeten grijpen voor het stichten van de Verenigde Staten van Europa.” Maar ja: “de EU (is) nog steeds te veel los zand”. Of dat zo is, daar gaat het mij nu niet om, of eigenlijk toch wel. 

Illustratie: Picryl.com

Volgens Vanheste is de EU van de ‘regelpolitiek’ terwijl we in een tijdperk leven van de gebeurtenissenpolitiek. De EU is: “vooral een machine geweest die regels uitspuwt voor de interne markt. Ze smoort politieke conflicten in juridische regelpolitiek. Regels stelt ze niet als de uitkomst van politieke keuzes voor, maar als de door experts uitgedokterde oplossingen voor technische problemen.”  Alleen worden we de laatste jaren niet geconfronteerd met ‘technische problemen’ maar met gebeurtenissen als de financiële – en de vluchtelingencrisis. Dan helpen technische oplossingen en regeltjes niet. Dan is visie en leiderschap gevraagd. Een zeer interessante analyse die veel verklaart.

Maar toch. Is het niet cru om dit de Europese Unie te verwijten? De Unie is een samenwerkingsverband van landen en kan alleen iets uitvoeren en ‘regels uitspuwen’ als die landen en hun regeringen het willen. Als die bevoegdheden overdragen aan de Unie. Op het gebied van de interne markt zijn bevoegdheden overgedragen en dan kun je een overheid niet verwijten dat ze op dat terrein haar werk doet en ‘regels uitspuwt’. Het ‘uitspuwen’ van regels om het verkeer tussen mensen te regelen is immers de kerntaak van elke overheid.

In de Nederlandse politiek is ‘geen bevoegdheden naar Brussel’ het adagium. Sterker nog, een flink deel wil liever bevoegdheden ‘terughalen’. In verschillende andere landen is het van hetzelfde laken een pak. Zit daar niet juist het probleem? Als je naar een politieke unie toe wilt, zoals Vanheste, dan zullen de leden die de unie moeten gaan vormen, wel eerst bevoegdheden aan die unie moeten overdragen. 

Is het niet vreemd om het samenwerkingsverband van landen te verwijten dat de landen niet willen samenwerken? Richt Vanheste zijn pijlen niet op het verkeerde doel?

‘Red Venlo, breek de macht van Den Haag’

 “Of het nou om de vluchtelingencrisis gaat of de Brexit, de oplossing van de Brusselse elite voor problemen is altijd: méér Brussel. Een superstaat Europa voor al uw vragen en antwoorden.” De ‘Brusselse elite’ die ‘meer Brussel’ als oplossing ziet voor alle kwalen, zo schrijven SP-ers Renske Leijten en Arnout Hoekstra. De schrijvers zien het liever anders: “Het is opnieuw tijd voor populair links. Voor een Europese Unie waar niet het conflict, maar het vredesideaal weer centraal staat: een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten. Red Nederland en breek de macht van Brussel.” Een bijzonder artikel.

Foto: wikipedia

‘Een Europa op basis van samenwerking tussen lidstaten?’ Ik dacht altijd dat de Europese samenwerking er een is tussen de lidstaten? Een samenwerking waarbij er soms conflicten zijn tussen de leden over de manier waarop iets moet worden aangepakt, maar die altijd is gericht op vrede en welvaart? Hierbij kiezen de lidstaten wel eens voor oplossingen die niet iedereen even prettig vindt. 

Dat: “Lidstaten (…) met elkaar concurreren op arbeid, met grote bedrijven als lachende derde.” Is een keuze van de lidstaten. Dat is niets nieuws, want dat gebeurt ook in de lidstaten zelf. De lidstaten zijn niet zo homogeen als de auteurs het doen voorkomen. Voor Noord-Italianen begint Afrika onder Rome. En ‘strijden’ in Nederland regio’s en steden niet ook met bedrijven als lachende derde? Is Oost-Groningen niet ook gebaat bij ander beleid dan de Randstad? Ze zouden ook kunnen roepen: ‘Red Venlo en breek de macht van Den Haag.’ 

Beste SP-ers, stop met het verkopen van oude wijn in nieuwe zakken. Jullie voorstel is identiek aan wat er nu gebeurt. ‘Brussel’ dat zijn de samenwerkende lidstaten. ‘Brussel’ dat zijn de leiders en ministers van de lidstaten die de besluiten nemen. ‘Brussel’ dat zijn ook de Nederlandse Eerste- en Tweede Kamer en haar leden. ‘Brussel’ dat zijn jullie zelf. Als jullie andere oplossingen willen, kom er dan mee! Willen jullie een socialer Europa, schets dan dat Europa en overtuig ons ervan. Mijn luisterend oor hebben jullie. Maar stop met het ‘idee fixe’ van een het ‘monsterlijke Brussel’.