Uitgelicht

Don Quixote en asiel

Aan het begin van de zeventiende eeuw schreef Miguel de Cervantes zijn bekende boek over de dolende edelman Don Quixote de la Mancha.1 Don Quixote ziet herbergen aan voor kastelen, geestelijken voor schurken (op dit punt doolde hij wellicht niet) en windmolens voor reuzen. Ik moest aan dit verhaal denken toen ik in de NRC las dat de Nederlandse regering samen met de regeringen van Duitsland en Denemarken gesprekken voert met Rwanda om daar een terugkeerhub voor uitgeprocedeerde asielzoekers te realiseren.

Asielmigratie is de door de rechterkant van het politieke spectrum tot mythische en reusachtige proporties opgeblazen windmolen. In 2025 deden zo’n 600.000 mensen een eerste asielaanvraag in Europa. Op het hoogtepunt van de burgeroorlog in Syrië in 2015 waren dat er bijna 1,3 miljoen. Die 600.000 in 2025 betekent dat er op iedere 1.000 inwoners van Europa 1,3 asielzoeker binnenkomt. Een jaar eerder, in 2024 vroegen zo’n miljoen mensen asiel aan. Dat is iets meer dan een zesde deel van het totaal aantal immigranten naar de Europese Unie in dat jaar. Als immigranten het probleem zijn waarom dan alle aandacht op die tot mythische proporties opgeblazen asielwindmolen en wordt die net geen vijf zesde ongemoeid gelaten? Als immigratie al een probleem is want iedereen die met een beetje verstand van demografie naar de bevolkingspiramide van de Europese Unie kijkt, ziet dat bevolkingskrimp in de nabije toekomst in het verschiet ligt. Er zijn al landen waar die krimp een feit is. Sterker nog de bevolking van de Europese Unie groeide vorig jaar met 1,7 miljoen mensen. Zonder de asielzoekers en immigranten was er sprake van krimp.

De trend om de asielzoekers terug te duwen is al een oude. Een van mijn eerste prikker heeft als titel Opvang in de regio en handelde over het plan van toenmalige VVD-Kamerlid Malik Azmani om ‘vluchtelingen in de regio op te vangen.’ Dat ‘de regio’ als het overgrote deel van de vluchtelingen opving, liet hij even buiten beschouwing. Al snel werd dit gevolgd door het sluiten van ‘deals’ met ‘veilige landen’. Landen die door de EU werden betaald om vluchtelingen tegen te houden. Dat de EU hiermee chantabel werd, werd op de koop toegenomen en dat die ‘veilige landen’ het niet zo nauw namen met mensenrechten en niet zo veilig blijken te zijn, hoeft geen bezwaar te zijn. Om de Don Quixote analogie door te trekken, de herbergen werden verkocht als kastelen. En met dat verkopen wordt nu nog een stapje verder gegaan. Rwanda, een totalitaire dictatuur die onrust stookt in buurland Congo moet aan de rij met ‘kastelen’ worden toegevoegd.

Bij het opblazen van die windmolen en het verkopen van die herbergen als kastelen wordt vaak het argument gebruikt dat ‘het verdienmodel van gewetenloze mensenhandelaren die mensen uitbuiten en in de Middellandse zee laten verzuipen moet worden aangepakt.’ Toch bijzonder dat de Europese Unie zich voor het succes en falen afhankelijk maakt van gewetenloze dictators en autocraten. Die krijgen een prachtig ‘verdienmodel’ in de schoot geworpen. Met fraaie redeneringen verkopen de voorstanders van terugkeerhubs zaken die vloeken met de geest en langs de randen schuren van de Nederlandse wet- en regelgeving. Zo stelt artikel 273f van het Wetboek van strafrecht dat je schuldig bent aan mensenhandel als je: “een ander door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van een persoon te verkrijgen die zeggenschap over die ander heeft, werft, vervoert, overbrengt, huisvest of opneemt, met inbegrip van de wisseling of overdracht van de controle over die ander, met het oogmerk van uitbuiting van die ander of de verwijdering van diens organen.” Het oogmerk van de hubs is niet ‘uitbuiting of verwijdering van organen’, maar er is geen garantie dat de naar Rwanda gedeporteerde mensen daar niet het slachtoffer van worden. Wel wordt er misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van mensen en geeft de Nederlandse overheid de controle die zij over de een asielzoeker heeft, over aan een ander, in dit geval de Rwandese overheid.

Don Quixote zag geestelijken voor schurken aan, goed voor kwaad zo suggereert het verhaal. Nu laat de vroeg zestiende-eeuwse werkelijkheid zien dat die goede geestelijken in aflaten handelden en het van hoog (paus Leo X) tot laag met de regels die ze zelf verkondigden, niet zo nauw namen. Hier zag Don Quixote het dus eigenlijk goed. Nu wordt dit ‘terugkeerhub beleid’ geïnitieerd en uitgevoerd door partijen die met mooie woorden hun ‘liberale’ en ‘christelijke’ principes verkondigen. Die zich ‘geestelijk’ voordoen maar zich schurkachtig gedragen.

1 De originele titel van het boek luidt: El ingenioso hidalgo Don Quixote de la Mancha

Uitgelicht

Indruk maken op Poetin

“Poetin is niet onder de indruk van een natuurpark. We zien wat er gebeurt in Oekraïne en we willen dat onze mensen paraat kunnen staan voor uw en mijn veiligheid.” met die woorden verdedigt minister van defensie Yesilgöz de plannen om het leger meer ruimte te geven. Letterlijk meer ruimte maar ook figuurlijk door defensie de vrijheid te geven om regels ruimer te interpreteren of zich er niet aan te houden. Moet er indruk worden gemaakt op Poetin?

Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Een Rule of Law rechtsstaat beschermt de burger tegen de overheid. Een krijgsmacht waarvoor net iets andere regels gelden, waarvoor regels worden verbogen is de nagel aan de doodskist van een rule by law rechtsstaat. Het is een vorm van capituleren. Dit even terzijde. Op naar ‘indruk maken”.

Dat indruk maken wil de minister gaan doen door onder andere een grote kazerne te bouwen in Zeewolde en door straaljagers te laten vliegen vanaf vliegveld Lelystad. Dat maakt indruk of toch niet? Beide locaties liggen in de IJsselmeerpolder een gebied dat enkele meters onder de huidige zeespiegel ligt en laat die spiegel door opwarming van de Aarde nu juist stijgen. De belangrijkste beveiliging van allebei de locaties wordt gevormd door de dijk die de polder omsluit en die vrij makkelijk te saboteren is. Iets wat ook opgaat voor het munitiedepot dat aan de Waddenkust op de grens van Groningen en Friesland moet komen. Met een snelle eerste aanval of via een sabotage actie kan daarmee al een flink deel van de Nederlandse verdedigingscapaciteit worden lamgelegd. Dat maakt indruk.

Yesilgöz:“Wij hebben echt minder regeldruk nodig. Anders blijven we onze mensen naar het buitenland sturen om te oefenen, bijvoorbeeld naar Duitsland, waar ze die ruimte wel hebben.” ‘Naar Duitsland gaan’ om te oefenen of liever nog verder naar het oosten, is dat niet wat er moet gebeuren om indruk te maken op Poetin? Als ‘de Russen’ komen, dan moeten ze, voordat ze in Nederland zijn, eerst door Duitsland en Polen. Ik neem toch aan dat Nederland Polen te hulp schiet als ‘de Russen’ werkelijk besluiten om dat land binnen te vallen. Te hulp schiet door de soldaten vanuit die kazerne in Zeewolde naar Polen te sturen. Als je dan toch moet oefenen met het aanleggen van loopgraven omdat we: “Opeens (…) in Oekraïne (zien) dat het volop wordt gebruikt,” dan lijkt het mij slim om dat daar te ‘oefenen’ waar je ‘de Russen’ wilt stoppen en mij lijkt dat aan de Oostgrens van de Europese Unie.

Nu ik het toch over de Europese Unie heb, als het werkelijk gaat om indruk maken op Poetin, zou het omvormen van de 27 nationale legers van de landen van de EU tot één Europese krijgsmacht niet veel indrukwekkender zijn? Sterker nog, daar zouden ook de Verenigde Staten en China van onder de indruk zijn. Zou minister Yesilgöz daar niet ‘al haar tijd’ aan moeten besteden in plaats van ‘dag en nacht’ bezig te zijn met migratie zoals ze zich deze week in een uitzending van Goedenavond Nederland liet ontvallen.

Een vraag van een heel ander kaliber is: moeten we ‘indruk maken op Poetin’? Met welk doel? Om te voorkomen dat ‘de Russen’ ons land binnenvallen? Daarvoor hoeven we het echt niet te doen. ‘De Russen’ laten nu al vijf jaar zien dat ze niet in staat zijn om ook maar iets klaar te spelen behalve dan het zaaien van dood en verderf via raketten. Hun leger staat al sinds het najaar van 2021 vast op dezelfde plek en heeft steeds meer moeite om de verliezen aan te vullen en dat moet worden opgelost met twintig- tot dertigduizend Noord-Koreaanse soldaten. Dit ondanks het gegeven dat de Russische economie is omgebouwd tot een oorlogseconomie. Moeten we dat vrezen? Moeten we daarvoor de bijl zetten aan een van de wortels van onze democratische rechtsstaat?

Moeten we een land vrezen en zelfs zijn zin geven zoals filosoof Jelle van Baardewijk in een andere aflevering van Goedenavond Nederland adviseerde. Onder het mom van een diplomatieke oplossing en ‘ons verplaatsen in het gevoel van onveiligheid van de Russen’ stelt hij voor om Poetin in alles zijn zin te geven. Nu is inleven in het gevoel van een ander niet verkeerd want dat kan een aanleiding zijn voor een gesprek, voor diplomatie maar dan eentje waarbij je niet met de spreekwoordelijke pootjes in de lucht gaat liggen voordat er een woord is gesproken.

In dat gesprek mag dan van de ander worden gevraagd om zich ook in jouw gevoelens te verplaatsen. Als de ander daartoe bereid is dan kan er naar een oplossing worden gezocht die meer is dan de ‘eenzijdige capitulatie’ die Van Baardewijk voorstelt. Dan kan er worden gesproken over de wereld na de oorlog. Over de relatie tussen Oekraïne en Rusland na de oorlog maar ook over de relatie tussen de Europese Unie en Rusland na de oorlog. En als onze minister van defensie niet ‘dag en nacht’ bezig was met migratie, dan zou ze daar samen met haar collega van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen een visie op kunnen ontwikkelen. Liefst samen met hun Europese collega’s. Een visie waarin niet de belangen van regeringen en bedrijven centraal staat, maar de belangen van mensen. Mensen in Europa én mensen in Rusland. Het wordt hoog tijd dat daar eens over wordt nagedacht. Want wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog zal een gigantische opgave zijn. Als je vrede wil moet je je in tegenstelling tot het bekende gezegde1, niet op oorlog voorbereiden maar op vrede. Maar ja, zolang onze minister van Defensie ‘dag en nacht’ bezig is met migratie ontbreekt de tijd om echte problemen op te lossen.

1Si vis pacem parra bellum

Uitgelicht

Schaamlap

Er moet “Een helder migratiemodel in Europa” komen zo is te lezen in het coalitieakkoord Aan de slag. Een goed streven. Het kabinet wil: “het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee,” breken. Een nobel streven Want die verdienen: “fors geld (…) aan het leed van vluchtelingen. Tegelijkertijd lukt het de meest kwetsbare mensen niet om bescherming te vinden: zij missen de middelen en connecties voor een levensgevaarlijke reis naar Europa.” Een goed streven of toch iets anders?

De coalitiepartijen willen dat de: “asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld, en dat in Nederland geen asielprocedures meer hoeven worden doorlopen. Zo kunnen erkende vluchtelingen via hervestiging worden verdeeld over Europa, waar ze met een vluchtelingenstatus hun leven kunnen opbouwen.” In een artikel bij De Correspondent zet Maite Vermeulen daar een groot vraagteken bij aan de hand van de Italiaanse asielopvang in Albanië. De asielaanvragers: “mogen de Albanese centra niet verlaten – ze zitten er dus opgesloten. Ze kunnen geen bezoek ontvangen. Ze hebben geen gemeenschappelijke ruimte, sportfaciliteiten of zelfs maar een stukje gras om op te lopen. Bovendien wordt een deel van het complex overkapt door hekwerk, als ware het een kooi.” Dit met desastreuze gevolgen voor de asielzoekers: “Zelfmoordpogingen, medische noodgevallen, kapotgeslagen cellen, maar ook mensen die hun mond en lippen probeerden dicht te naaien – het is er allemaal aan de orde van dag. Eén persoon dronk een fles shampoo leeg. De migranten weten niet waarom ze in Albanië zitten, of hoe lang ze er opgesloten zullen zijn. Om met de stress om te kunnen gaan, krijgen ze antidepressiva en slaapmiddelen voorgeschreven. Velen zijn nauwelijks meer aanspreekbaar.” Dit hoeft niet te verbazen. Het gebeurde ook toen Australië asielzoekers opving op Nauru en Manus, twee onafhankelijke eilandstaten. Vermeulen: “De coalitie wil ‘menswaardige’ asielopvang buiten Europa. In de praktijk betekent dit mensonterende opsluiting ver buiten ons zicht.” Vermeulen plaatst daarmee kritische noten bij de manier waarop de coalitie dit wil bereiken.

Nu naar de reden waarom, het breken van: “het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars.” Dit doet het voorkomen alsof die mensensmokkelaars de oorzaak zijn van migratiestromen. Alsof zij mensen verleiden tot een barre tocht door woestijnen en over zeeën. Beste coalitiepartijen, die mensensmokkelaars zijn niet de oorzaak van migratiestromen en asielaanvragen. De oorzaken zijn oorlogen, armoede en wrede regimes in de landen van herkomst.

Als het de coalitiepartijen werkelijk te doen is om het “breken van het wrede verdienmodel van mensensmokkelaars,” dan is er een veel simpelere en effectievere oplossing dan ‘gevangenissen in derde landen’. Als dat het doel is, dan is er een veel simpelere en eenvoudigere oplossing. Stel je wilt vluchten vanuit Ethiopië naar bijvoorbeeld Nederland. Een vliegticket van Addis Abeba (de hoofdstad van Ethiopië) naar Amsterdam, kost je, afhankelijk van de maatschappij en de periode, ongeveer € 400. Voor dat bedrag sta je voor de douane op Schiphol of op enige ander Europees vliegveld dat vliegt op Ethiopië. Daar kun je vervolgens asiel aanvragen. Waarom zou je dan nu een gevaarlijke tocht ondernemen door woestijnen en over zeeën? Een tocht waarvoor je flink moet betalen en als je pech hebt, betaal je de ultieme prijs?

Het antwoord is EU Directive 2001/51/EC. Die stelt dat: “De lidstaten (…) de nodige maatregelen (nemen) om ervoor te zorgen dat de in artikel 26, lid 1, onder a), van de Schengenuitvoeringsovereenkomst vastgestelde verplichting van vervoerders om onderdanen van derde landen terug te voeren, ook van toepassing is wanneer de toegang wordt geweigerd aan een onderdaan van een derde land in doorreis, indien de vervoerder die hem naar zijn land van bestemming zou brengen, weigert hem aan boord te nemen.” De EU landen hebben de grensbewaking uitbesteed aan vliegmaatschappijen. Die moeten iemand die zonder de juiste papieren op een Europese luchthaven verschijnt, terugvliegen. Dat kost geld en dat betalen de maatschappijen liever niet. Dus controleren ze iedereen op de juiste papieren. Heb je die niet, dan kom je het vliegtuig niet in. Ook al heb je een geldig vliegticket. De EU wil hiermee ‘illegale immigratie’ voorkomen. Hiermee heeft de EU zelf het ‘wrede verdienmodel van mensensmokkelaars’ in het leven geroepen. De ‘grensbewaking’ is daarmee uitbesteed aan de portemonnee van de vliegmaatschappijen.

Als het er werkelijk om gaat om dat ‘verdienmodel van mensensmokkelaars’ aan te pakken en ‘verdrinking’ te voorkomen, dan is het intrekken van deze Directive de meest effectieve manier. Het gaat echter niet om dat ‘verdienmodel’. Dat verdienmodel is een schaamlap. Het doel is immigratie voorkomen.

Uitgelicht

De slag gemist

Hun navelstaarderij kan mij niet worden verweten.” Dat schreef ik een week geleden in een Prikker. Ik schreef dit vanwege het complete ontbreken van de internationale component in de laatste verkiezingscampagne en de formatie voor zover dat voor mij was te overzien. Een Prikker waarmee ik de formerende partijen een handje wilde helpen. Helpen met de veiligheidsparagraaf. De wereld is veranderd en die veranderingen gaan nog steeds door. De Canadese premier Carney spelde het vorige week nog voor hen uit: “Dit is geen transformatie, maar een scheuring.” En toen las ik Aan de slag. Bouwen aan een beter Nederland. Pas op pagina 31. Pas daar wordt de blik over de grens gericht. En wat lezen we daar:“ De NAVO vormt de hoeksteen van onze collectieve veiligheid. De Verenigde Staten zijn de wereldmacht met wie wij de meeste belangen delen.” ….. pfff.

Wij kiezen voor een weerbaar Nederland dat over de dijken kijkt en de regie over zijn eigen toekomst neemt,” zo is te lezen. Nu vraag ik me af over welke dijk ze hebben gekeken? De dijken waar ik over keek, daar zag ik dat de Verenigde Staten een staatshoofd hebben ontvoerd en gevangen gezet. Dat ze bij die ontvoering het luchtruim van het koninkrijk schonden. Dat er andere staatshoofden en landen onder druk worden gezet en bedreigd. Over die dijk zag ik ook dat er in de Verenigde Staten een klopjacht gaande is op iedereen die er niet blond en blank en voor vrouwen nog volgespoten met botox uitziet. Dat daarbij mensen worden vermoord door mensen die ‘volledige immuniteit’ hebben. ‘Volledige immuniteit’ betekent dat ze boven de wet staan en dat de rechtsstaat niet meer bestaat. Dat rancune heerst in de Amerikaanse regering. Maar vooral dat de Verenigde Staten landen waarmee ze een bondgenootschappelijk verdrag hebben, bedreigt. Canada moet de ‘51ste staat worden’, Groenland, ‘we need Greenland. We’re gonna get it one way or another’. Landen die hier iets van zeggen, worden bedreigd met handelstarieven.

We:“bouwen aan een Europese pijler binnen de NAVO.” In 2019 verklaarde de Franse president Macron de NAVO ‘hersendood’. Toen wellicht iets voorbarig, omdat er nog een bliepje op de EEG te zien was. Inmiddels is de rot te ruiken. De NAVO zou als zombie niet misstaan in een aflevering van Walking Dead. Dat laat onverlet dat er wel gebouwd moet worden aan die Europese defensie. Gelukkig zien de partijen dat ook: “We verdiepen de Europese defensiesamenwerking.” Alleen gebeurt dat op een halfslachtige manier. De blik is vooral op de eigen navel gericht. In het akkoord wordt ingezet: “ op gezamenlijke aanschaf in gebruikerspoules van strategische capaciteiten die voor individuele landen te kostbaar zijn.” Ook zet: “het kabinet in op de oprichting van een defensie-innovatieautoriteit naar voorbeeld van het Amerikaanse DARPA.”

Er wordt niet gekozen voor de enige echte oplossing en dat is, zoals ik in de Prikker van vorige week al betoogde: “verdergaande en vergaande Europese integratie” door “de taak om het grondgebied van de landen van de Europese Unie te verdedigen (te beleggen) bij de Europese Unie.” Een Europees leger en geen nationale legers meer. Een Europees leger dat op termijn wordt gefinancierd vanuit een Europees belastinggebied. Dat maakt gezamenlijke inkoop veel makkelijker en die ‘gebruikerspoules’ zijn niet nodig. En het goede idee om in innovatie te investeren, zet veel meer zoden aan de dijk. Want in plaats van 27 ‘DARPA’tjes die allemaal te klein zijn voor het tafellaken en de meeste zelfs niet eens het formaat ‘servet’ halen, ligt dan een fors tafellaken in het verschiet. Als dat ook nog eens wordt gecombineerd met het vormgeven van een veilige Europese digitale infrastructuur waarvoor ik vorige week pleitte, dan is er echt wat mogelijk.

Op deze manier Europees samenwerken lost ook de op het verkeerd begrepen nationale eigenbelang gerichte kneuterigheid op die uit het akkoord naar boven komt. Nederland doet niet mee aan eurobonds want: “Nederland staat daarom niet garant voor de nationale schulden van andere landen (Eurobonds).” Nu is er bij een lening door de EU geen sprake van garant staan voor de schulden van andere landen. Dan kan de Unie lenen en de rente en aflossing betalen uit haar eigen belastinginkomsten. En dat zou wel eens veel minder kunnen kosten dan de 3,5 procent van het bruto binnenlands product dat we geacht worden ervoor te gaan betalen.

Hier heeft Aan de slag toch echt de slag gemist.

Uitgelicht

Regeerprogramma 2026: veiligheidsparagraaf

Vandaag een bijzondere Prikker. Ergens in Haagse en Hilversumse zaaltjes werken enkele politici aan een regeerakkoord. Om ze een handje te helpen, heb ik, in mijn ogen, de belangrijkste keuzes voor hen op een rijtje gezet. Dat deze keuzes zeer weinig aandacht kregen in de campagnes, is mij niet aan te rekenen. Hun navelstaarderij kan mij niet worden verweten. In het vervolg van deze Prikker spreek ik in naam van de komende Nederlandse regering.

De Nederlandse regering kiest voor verdergaande en vergaande Europese integratie. Dat doet zij omdat onze samenleving en manier van leven waar we waarde hecht aan individuele vrijheid, aan gelijkheid en broederschap alleen gehandhaafd kan worden als we een zeer hoge mate van onkwetsbaarheid hebben bereikt. Die zeer hoge mate is alleen te bereiken door samen te werken met onze buurlanden. Om die samenwerking vorm en inhoud te geven, is de Europese Unie opgezet. Die Unie willen we vernieuwen, verbreden en verdiepen. Verbreden door de Europese Unie verantwoordelijk te maken voor de gezamenlijke veiligheid en het gezamenlijke buitenlandse beleid. Verdiepen door de huidige beslisstructuur vergaand te vereenvoudigen en te democratiseren. Ons streven is om dit per 2029 geregeld te hebben. Daartoe zullen aan onze Europese partners het volgende voorstellen:

  • de taak om het grondgebied van de landen van de Europese Unie te verdedigen wordt belegd bij de Europese Unie. Hiervoor wordt een Eurocommissaris aangesteld. Dit houdt in dat de legers van de Unielanden worden geïntegreerd tot één Unie leger met eenduidige militaire en politieke leiding;
  • de landen van de Europese Unie beleggen hun vertegenwoordiging, ook de parlementaire, in het buitenland bij de Europese Unie;
  • de landen van de Unie beleggen het vertegenwoordigen van de economische belangen in landen die niet tot de Unie behoren bij de Europese Unie;
  • de landen van de Europese Unie beleggen de opdracht om een veilige digitale infrastructuur te verzorgen bij de Europese Unie. Randvoorwaarde hierbij is dat publieke taken in publieke handen zijn. Hiervoor richt de Unie publieke diensten op. Dit betekend dat alle digitale infrastructuur, maar ook de opslag en bewaring in handen is van de Europese Unie. De diverse overheid van de Unielanden maken hiervan gebruik en betalen daarvoor een kostendekkende bijdrage;
  • de beslissingsbevoegdheid over deze en andere aan bij de Unie belegde verantwoordelijkheden ligt in ultimo bij het Europees parlement.

Het democratische gehalte van de Unie wordt versterkt. Wij denken hierbij aan de onderstaande richting maar wij staan open voor andere invullingen:

  • het Europees parlement wordt rechtstreeks gekozen door de stemgerechtigde inwoners van de Europese Unie;
  • het principe van vaste aantal leden voor het Europees parlement per Unieland, wordt losgelaten. De kiezer kan kiezen voor een kandidaat naar voorkeur;
  • er wordt gekozen via het systeem van evenredige vertegenwoordiging;
  • voor de verkiezing vormen de deelnemende partijen blokken, zodat de kiezer te voren weet, wie met wie samen wil werken.
  • Het grootste blok vormt de Europese Commissie. Die hoeft niet op een meerderheid in het parlement te berusten en kan niet door het Europees parlement worden weggestuurd. Ze zit de volledige termijn van vijf jaar uit.

De Europese Unie krijgt een eigen belasting gebied. Bij dat belastinggebied staan wij open voor suggesties maar dat zouden onder ander kunnen zijn:

  • een accijns op vliegtuigbrandstof;
  • een belasting op financiële transacties;
  • invoertarieven.

Ons streven is om dit samen met alle 27 landen van de Europese Unie vorm te geven. Daarvoor vragen wij commitment op de hoofdlijnen en dat zijn uitbreiding van de Unie met defensie, veiligheid en digitale zaken. Versteviging van de economische samenwerking en verdieping en versterking van de Europese democratie. Wil een land hierin niet mee, even goede vrienden, maar dan gaan we zonder dat land verder. En daarmee komen we bij het vernieuwen: we richten een nieuwe Unie op onder gelijktijdige uittreding uit de oude. Daarmee voorkomen we dat landen die niet meewillen, binnen de Unie blijven.

Uitgelicht

Make Holland Great Again???

Onder welke steen hebben die gelegen? Dat dacht ik toen ik een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard las. Van der Galien:“De geopolitieke spanningen lopen op tot een kookpunt, en wat doet Nederland? Wij kijken toe als een stel makke schapen die naar de slachtbank worden geleid. Gelukkig is er nog één partij die wél durft te benoemen wat er werkelijk aan de hand is. Ralf Dekker, het buitenland-geweten van Forum voor Democratie.” In zijn betoog: “fileerde,” Dekker: “haarfijn de leugens en de hysterie die ons beleid domineren.” Daar moet dus een einde aan komen. ‘We’ moeten weer zelf aan het stuur zitten:“Het is tijd voor bezinning en vernieuwing, zonder taboes. Dat betekent dat we ook de discussie over een Nexit en een vertrek uit de NAVO niet langer uit de weg mogen gaan. Want zolang we vastzitten in deze globalistische dwangbuizen, blijven we een speelbal van machten die niet het beste voorhebben met de Nederlandse burger.” We moeten het weer helemaal zelf gaan doen, om Trump te parafraseren: Make Holland Great Again.

Terug naar de Gouden, voor anderen zwarte, zeventiende eeuw waarin ‘we’ de eerste viool speelden in het orkest van wereldmachten. In Van der Galiens betoog miste ik alleen nog het citaat van Balkenende: “Laten we zeggen: Nederland kan het weer! Die VOC-mentaliteit, over grenzen heen kijken, dynamiek! Toch?” Op een punt is dit oude advies van Balkenende niet verkeerd en dat is de oproep om over de grenzen te kijken. Iets wat Van de Galien en Dekker ook niet echt lijken te doen. Wat is er over die grenzen te zien?

Als ze over die grenzen kijken dan zien ze landen als Oekraïne Venezuela en Iran ‘speelballen’ zijn van ‘machten’. Dan zien ze een wereld waarin recht nog minder betekent dan het al betekende en dan zien ze dat macht regeert, militaire en economische. Dan zien ze dat de economische macht van China ongeëvenaard is en dat Nederland daar machteloos tegenover staat en als ze dat niet zien dan gaan ze maar even met Minister Karremans praten. Die kan hen vast wel vertellen wat er gebeurt als je als kikkerlandje een maatregelen neemt waarvan China de dupe is. Dan zien ze dat de Verenigde Staten hun militaire macht gebruiken om hun zin te krijgen. Die 5 procent voor defensie zijn een gevolg van dreiging en chantage vanuit de VS. Chantage die de VS veel oplevert omdat een flink deel van dat geld aan Amerikaanse wapens wordt besteed. Dan zien ze dat de bijdrage van de VS aan het steunen van Oekraïne nihil is omdat alle militaire steun door de Europese landen wordt betaald. Dan zien ze dat de VS hun bondgenoot Denemarken bedreigen en dat kunnen ze ook met Nederland doen. Dat deed de VS trouwens al door ongevraagd het luchtruim van de Antillen te gebruiken voor hun aanval op Venezuela.

Even een klein lesje geschiedenis voor de heren. Dat Nederland vanaf Napoleon tot aan de Tweede Wereldoorlog niet verwikkeld was in een Europese oorlog, was niet vanwege de Nederlandse kracht of kundige buitenlandse politiek. Dat was alleen omdat de Europese grootmachten Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk het elkaar niet gunden om het land te bezitten. Toen Hitler het zichzelf gunde, was het zo afgelopen met Nederland. In de door Van der Galien en Dekker gewenste wereld, zou dat zomaar weer kunnen gebeuren.

Na uittreden uit de Europese Unie staat Nederland er op alle gebieden alleen voor. Dan stort de Nederlandse doorvoerhandel in. Want waarom zouden Duitse bedrijven de moeite nemen om spullen via Nederland in te voeren? Dat is alleen maar extra papierwerk en kosten. Dan vaart die container wel door naar Hamburg of wordt in Antwerpen uitgeladen. Dan stort heel logistiek en agrarisch Nederland in. Dat eerste heeft één voordeel en dat is dat er geen lelijke logistieke dozen meer bijkomen. Nadeel is wel dat het grootste deel van de dozen die er nu staan, dan nutteloos zijn.

Even voor Van der Galien en Dekker, vrede, veiligheid en voorspoed brak in Europa uit toen Frankrijk en Duitsland inzagen dat honderdvijftig jaar van vijandschap alleen maar tot vernietiging leidde en dat een nieuwe oorlog beide landen voorgoed de vernieling in zou helpen. Daarom werd ingezet op samenwerking op Vrede en veiligheid door voorspoed.

Van der Galien maakt zich terecht druk dat: Terwijl de baantjesjagers van VVD, CDA en D66 in Den Haag nog steeds ruziën over wie er op welk pluche mag zitten in het gedoemde minderheidskabinet van Rob Jetten (…) de wereld in brand (staat).” In plaats van de jacht om het pluche het oplossen van de futiliteit ‘asielcrisis’, zouden ze zich volop moeten richten op één opgave: het bouwen van een democratische federale Europese Unie die naast het economische, ook het veiligheid- en buitenlandbeleid tot haar taken mag rekenen. Eén EU leger dat sterk genoeg is om iedereen buiten de deur te houden. Eén EU-minister van buitenlandse zaken die namens alle landen spreekt. Want dat de NAVO en ook de EU nu, zoals Van der Galien terecht constateert:reageert als een kip zonder kop.” klopt. De oorzaak daarvan is dat er niet één kip is, er zijn 27 kippen met allemaal een eigen kop die door elkaar kakelen en allemaal hun ‘eigen toon’ belangrijker vinden dan een duidelijke boodschap. Nu is niet duidelijk wie er gebeld moet worden als je ‘Europa’ wilt spreken. Dat moet duidelijk worden en dat wordt het pas als de Europese Unie op het gebied van buitenlandbeleid en defensie met één Europese mond spreekt. Dan is er één kip met één kop. Als Dekker en Van der Galien hun zin krijgen blijven er 27 kippen van verschillend formaat en daar zullen de grootmachten zich niets van aantrekken. Die minister van dat uit de EU en NAVO getreden Nederland zoals de beide heren willen, zal niets in de melk te brokkelen hebben. Die zal, als hij zijn Amerikaanse collega belt, een bandje aan de lijn krijgen met de tekst: ‘er zijn nog vijftig wachtenden voor u.’ Als hij al het telefoonnummer van die collega krijgt. Die minister is niet meer dan een slachtknip.

Uitgelicht

Angsthazerij

Ik heb al een tijdje geen Prikker meer geschreven. Niet omdat er niets bijzonders gebeurt om over te schrijven of omdat ik er het nut niet meer van inzie. Nee, de reden is een andere. Ik ben aan het kijken of is mijn gedachten over de wereld kan verwerken in een boek. Of het lukt weet ik niet. De toespraak van secretariaat-generaal van de NAVO Mark Rutte kon ik echter niet voorbij laten gaan. En als ik dan toch bezig ben, dan ook maar het nieuwe Amerikaanse strategische beleid meegenomen.

Als we secretariaat-generaal van de NAVO Mark Rutte, mogen geloven, staan we aan de vooravond van:“een oorlog van een omvang die onze grootouders en overgrootouders hebben meegemaakt.” Ook de vijand staat al vast: “We moeten glashelder zijn over de dreiging: wij zijn het volgende doelwit van Rusland – en we lopen al gevaar.” Het is nu dus niet: “het moment voor zelfgenoegzaamheid. Ik vrees dat velen stilletjes tevreden zijn. Dat te veel mensen de urgentie niet voelen. Te veel mensen denken dat we genoeg tijd hebben. Maar dat is niet zo. Het is nu tijd om actie te ondernemen.” Want: “Doordat de Russische oorlogseconomie op volle toeren draait, vreest Rutte dat Poetin binnen vijf jaar de NAVO kan aanvallen.” Dat is nogal een boodschap. Als we president Trump en zijn nieuwe veiligheidsstrategie mogen geloven, dan staan we er slecht voor. Want onze beschaving en zelfvertrouwen moet worden hersteld. Die beschaving dreigt namelijk te worden uitgewist en de Europese Unie draagt bij aan dat uitwissen. Ook wordt in Europa, zo is te lezen, de democratie met voeten getreden door de regeringen om de oppositie te onderdrukken. Volgens Trump deugt niets in Europa. Alles is er slecht tot en met het leiderschap toe

Laat ik met het laatste beginnen. Dat is het enige punt waar ik het met Trump eens ben. Europa blinkt uit in waardeloos leiderschap. De enige motivatie die ik bij het Europese leiders zie is een wedstrijdje wie de reet van Trump het diepste schoon kan likken. En in moet het Rutte nageven, hij wint die strijd met grote voorsprong. De enige die hem hierin verslaat is de FIFA-baas Infantino. Die stopte tijdens het gelik een enorme gouden butplug in het achterwerk van Trump. Gelukkig voor Rutte is Infantino geen Europese regeringsleider. En nog even voor Infantino en ook voor Trump, die zogenaamde vredesprijs werd niet uit mijn naam gegeven. Dit ondanks dat ik een voetballiefhebber ben en trouw bezoeker van de thuiswedstrijden van VVV. Nee, het gedrag van de Europese regeringsleider is van een diep droevig niveau. Mij is altijd geleerd dat je iemand die onzin verkoopt dit een op vriendelijke wijze duidelijk maakt. De Zuid-Afrikaanse president Ramaphosa gaf daarvan een goed voorbeeld.

Dan naar het begin, die dreigende oorlog van Rutte met Rusland als tegenstander. Even voor premier Rutte. Die grote tegenstander met een op volle toeren draaiende oorlogseconomie heeft sinds de grootschalige inval in Oekraïne van 2022 niet al te veel vooruitgang geboekt. Sterker nog, veel van het gebied dat in februari/maart 2022 werd bezet, was in het najaar van 2022 alweer in Oekraïense handen. Sindsdien is de frontlinie niets noemenswaardig verschoven. Dit ondanks die oorlogseconomie en de 1,1 miljoen slachtoffers die volgens Rutte aan Russische zijde zijn gevallen. Als we bovendien de deskundigen mogen geloven dan piept en kraakt die Russische economie.

Voordat Rusland ook maar kan denken aan een aanval op een ander deel van Europa, zal het eerst Oekraïne moeten verslaan. In het huidige tempo duurt het nog een hele tijd: “Het Russische leger rukte tussen 1 januari 2025 en 24 mei 2025 met gemiddeld 14,3 vierkante kilometer per dag op in Oekraïne.” Het land was ruim 600.000 vierkante kilometer groot en daarvan heeft Rusland een vijfde bezet. In het huidige tempo duurt het nog een jaar of 92 voordat de rest is veroverd. Nu kan het snel gaan als linies worden doorbroken. Er ligt echter een linie die lastig te nemen is en dat is de Dnipro, een grote rivier die het land in tweeën splitst. De kans dat het lukt om Oekraïne binnen die vijf jaar te verslaan en dat Rusland vervolgens voldoende hersteld is voor een volgende oorlog is niet erg groot.

Dan even wat cijfers. Rusland heeft 142 miljoen inwoners en dat aantal daalt. De landen van de Europese Unie hebben samen zo’n 450 miljoen inwoners en dat aantal stijgt nog ieder jaar. En ja, Europa ontgroent en vergrijst. Maar dat geldt ook voor Rusland. De vruchtbaarheidscijfers van de EU en Rusland zijn ongeveer gelijk. “Europa heeft bijna 1,5 miljoen beroepsmilitairen en dat zijn er meer dan Rusland en de VS – beide landen hebben zo’n 1,3 miljoen militairen. … Europa is een slapende reus.” Zo is te lezen in een artikel op de site van RTL nieuws. En niet alleen hebben de EU landen meer soldaten. Ze hebben ook meer tanks en vliegtuigen dan Rusland. Het enige wat de Europese landen moeten doen is samenwerken en het liefst komen tot een gezamenlijk Europees leger. Als we dat doen, dan is het niet eens nodig om die 3,5 procent aan defensie te besteden. Dan kunnen we met de huidige uitgaven een krijgsmacht opbouwen die zich kan meten met elke ander leger. Als we dat de komende vijf jaar regelen dan zijn we klaar. Dan hoeven we niet bang te zijn voor het einde van de NAVO. Zo’n einde zou wel een aderlating zijn voor de Britten, Canadezen. Daar zouden we dan een alliantie mee kunnen smeden. Of, en dat kan ook, ze worden lid van de Europese Unie. Rutte zaait paniek zonder reden. Europa is alleen zwak als het zich laat uitspelen. Als bijvoorbeeld Estland door mde rest van de EU in de steek wordt gelaten als het onverhoopt door Rusland wordt aangevallen.

Daarmee kom ik weer bij die Amerikaanse veiligheidsstrategie. Dat de VS zo afgeven op Europa en vooral de Europese Unie, zou er wel eens mee te maken kunnen hebben dat ze bang zijn dat dit gaat gebeuren. Dat de EU militair een macht wordt waar ze rekening mee moeten houden. Ik denk echter dat de angst voor de EU op een ander terrein ligt. Ik denk dat de VS, en dan vooral de oligarchen die er de dient uitmaken, bang zijn voor de gezamenlijke economische macht van de EU. De macht van de EU om markten te reguleren en zo het roofkapitalisme van de grote techbedrijven aan banden te leggen. Die angst zit verwoord in de volgende zin: “ De Europese markten openstellen voor Amerikaanse goederen en diensten en zorgen voor een eerlijke behandeling van Amerikaanse werknemers en bedrijven.” Eerlijk is voor Trump en zijn kliek dat ze kunnen doen wat ze willen. Daarom willen ze: “ gezonde naties in Midden-, Oost- en Zuid-Europa (opbouwen) door middel van commerciële banden, wapenverkoop, politieke samenwerking en culturele en educatieve uitwisselingen.” Het is makkelijker om zevenentwintig individuele landen te domineren dan de gebundelde macht van die zevenentwintig. Ook hier maakt eendracht macht.

Ondanks de grootspraak en het geblaat van Trump dat “geen enkele regering in zo’n korte tijd zoveel heeft veranderd” en dat er in “acht maand acht voortwoedende conflicten zijn opgelost” en dat Amerika: “vrede maakt over de hele wereld”, ademt de strategie angst uit. Angst voor China, angst voor Rusland en vooral angst voor de EU. Voor die angst hoeven we niet bang te zijn en we hoeven ons zeker geen angst aan te laten praten. Niet door Rutte en zeker niet door Trump.

Uitgelicht

‘We’ve got a bigger problem now’

In 1982 kwam het album Plastic Surgery Disasters van de punkband Dead Kennedys uit. Bij veel gebeurtenissen de laatste tijd schiet me een nummer op dat album te binnen: het nummer We’ve Got a Bugger Problem Now.1 Het nummer verhaalt over: “Emperor Ronald Reagan, Born again with fascist cravings.” We zijn ruim veertig jaar verder en zitten met een Amerikaanse president opgescheept die het programma dat in de song aan Reagan wordt toegedicht, uitvoert. We zien Europese politici die braaf in het gelid springen en een soortgelijk programma nastreven. Neem de Nederlandse partijen PVV, VVD, BBB, SGP en JA21 die een motie van het Forum voor Democratie ondersteunden om Antifa te benoemen tot een terroristische organisatie. Een gevaarlijke ontwikkeling.

De hoes van de EP In God We Trust waarop het nummer We’ve Got a Bigger Problem Nowop de B-kant is te vinden

Dead Kennedys was een punkband uit Californië. Grote man was zanger Jello Biafra, het alter ego van Eric Reed Boucher. Hij schreef over de maatschappij kritische teksten. We’ve got a Bigger Problem Now is daarvan een goed voorbeeld. Het nummer is een herschreven versie van hun eerste single California Über Alles2, een song waar Jerry Brown, de Democratische gouverneur van Californie op de hak werd genomen. Brown was in de race voor het presidentschap dat uiteindelijk naar Ronald Reagan ging. Het activisme van de band bleek uit uit de ‘bijlage’ bij het album Frankenchrist . Die bijlage zorgde ervoor dat de strafrechterlijk werd vervolgd. Bij dat album zat een kopie van het werk ‘Penis Landscape’ van de Zwitserse kunstenaar Giger. Op de hoes waarschuwde de band voor die bijlage die als schokkend, walgelijke of beledigend ervaren kon worden.

Terug naar We’ve Got a Bigger problem now en waarom dat nummer mij steeds vaker te binnen schiet. Het nummer begin met het volgende gesproken intro: “Last call for alcohol. Last call for your freedom of speech. Drink up, Happy Hour is now enforced by law. Don’t forget our house special. It’s called a Tricky Dicky Screwdriver. It’s got one part Jack Daniels. Two parts purple Kool-Aid. And a jigger of formaldehyde From the jar with Hitler’s brain in it. We’ve got in the back storeroom. Happy trails to you, happy trails to you!” Het feest is over. De vrijheid van meningsuiting staat op de tocht. Geniet vooral van onze fascistische leugens propaganda. De naam van het speciale huisdrankje Tricky Dicky Screwdriver verwijst naar president Nixon die in 1974 moest aftreden vanwege het Watergate schandaal, het leugenachtige. De formaldehyde uit het vat met daarin Hitlers hersens is een duidelijke verwijzing naar het fascisme. Met betrekking tot Reagans presidentschap wellicht een tikkeltje voorbarig. Nu onder Trump een redelijk accurate beschrijving van de werkelijkheid. De vrijheid van meningsuiting wordt in rap tempo geweld aangedaan met Jimmy Kimmel als laatste prominente slachtoffer.

Dan het eerste couplet: “I am Emperor Ronald Reagan. Born again with fascist cravings Still, you made me president. Human rights will soon go ‘way. I am now your Shah today. Now I command all of you. Now you’re going to pray in school. I’ll make sure they’re Christian, too.” De ‘fascist cravings’, fascistische verlangens, van Donald Trump waren al bekend vanuit zijn eerste ambtstermijn. ‘Cravings’ blijkend uit het ondermijnen van het democratische verkiezingsproces op alle mogelijke manieren met als meest pregnante voorbeeld zijn woorden en daden op de 6e januari 2021. De dag dat een meute opgehitste aanhangers van hem het Capitool bestormden. Bestormers die hij, als een van zijn eerste daden in zijn tweede termijn, gratie verleende en vernoemde tot ‘helden en patriotten’. Ondanks die ‘fascist craving’ werd hij verkozen tot president. Met die herverkiezing zijn de mensenrechten in rap tempo aan het verdwijnen. Mensen worden zonder aanleiding opgepakt, opgesloten en een deel zelfs geëxporteerd naar een land waar ze geen enkele relatie mee hebben. Hij is de ‘sjah’, de ‘geestelijk leider’ die iedereen beveelt. En bijna iedereen schikt zich naar die bevelen. Ook daarvan is Jimmy Kimmel het meest recente voorbeeld. Een geestelijk leider die bepaalt ‘dat je op school christelijk bidt’. Het verzet tegen dat ‘christelijk bidden’ is mede door het werk van Charlie Kirk behoorlijk risicovol geworden. Kirk verzamelde op zijn Professor Watchlist docenten met ‘radical behaviour’. En gedrag was in zijn ogen al snel ‘radical’. Een watchlist die ervoor zorgde dat docenten op die lijst worden lastiggevallen door volgelingen Kirk en Trump. Na de moord op Kirk en de reactie van Trump en zijn regering, zal het leven van de docenten op deze lijst er niet vrolijker op zijn geworden.

Na het eerste couplet het refrein: “California über alles. California über alles. Über alles California Über alles California.” Dit is niet veranderd ten opzicht van de eerste single van de band met de gelijknamige titel als de eerste zin van het refrein. Door naar het tweede couplet.

“Ku Klux Klan will control you. Still, you think it’s natural. Nigga knockin’ for the master race. Still, you wear the happy face. You closed your eyes, can’t happen here Alexander Haig is near. Vietnam won’t come back, you say. Join the Army or you will pay. Join the Army or you will pay.” De nieuwe Klan die je controleert wordt gevormd door tech bro’s die hun middelen ten dienst stellen aan Trump die hen als wederdienst niets in de weglegt bij het najagen van zoveel mogelijk winst ten koste van Jo Sixpak. En Jo vindt het ook nog normaal dat die bedrijven hem uitbuiten want ze komen op voor ‘zijn vrijheid’. De tech bro’s en zeloten zoals Kirk die als een moderne Pavlik Mozorov mensen ‘verraden’ voor het ‘goede doel’. Voor degenen die het niet weten. Pavlik Mozorov was een held van de Sovjet Unie wiens ‘heldendaad’ eruit bestond dat hij zijn vader verried. En dat allemaal ter meerdere eer en glorie van het ‘master race’. En nee dat zijn niet de blanken. Dat zijn mannen die miljarden hebben gemaakt met het uitbuiten van het klootjesvolk. Klootjesvolk dat graag bij dat ‘master race’ willen horen. Zo graag dat ze zich met een blij gezicht laten afpersen, uitbuiten en misbruiken. Misbruiken door zich gewillig als knokploeg te laten inzetten voor destructieve acties zoals de bestorming van het Capitool. De terreur die deelnemers aan de ‘anti asieldemonstratie’ van 20 september 2025 in Den Haag uitoefenden is een Nederlands voorbeeld hiervan. Enigst verschil met de jaren tachtig is dat een huidige Alexander Haig ontbreekt. Haig was een meermalig gedecoreerde generaal die stond voor fatsoen en in de eerste anderhalf jaar van de regering Reagan minister van buitenlandse zaken was.

Na weer een keer het refrein, volgt een gesproken intermezzo: “Yeah, that’s it, just relax. Have another drink, few more pretzels. Little more MSG. Turn on those Dallas Cowboys on your TV. Lock your doors, close your mind. It’s time for the two-minute warning.” Ach ja, het zal zo’n vaart niet lopen. Dus drink nog maar wat, neem nog wat pretzels, wat MSG (mononatriumglutamaat, een umami smaakversterker) zodat het je je nog wat beter voelt. Laat je verdoven door een voetbalwedstrijd op TV, maar in de huidige tijd mag het ook B&B vol liefde zijn of iets soortgelijks. Ogen dicht niet nadenken. Dan is het nu tijd voor de waarschuwing, de blik op de toekomst.

Die blik wordt gelegd in het Orwell jaar 1984, twee jaar na het uitkomen van het nummer. Die waarschuwing luidt: “Welcome to 1984! Are you ready for the Third World War? You, too, will meet the secret police. They’ll draft you and they’ll jail your niece. You’ll go quietly to boot camp! They’ll shoot you dead, make you a man Don’t you worry; it’s for a cause. Feeding global corporations’ claws. Die on our brand-new poison gas. El Salvador or Afghanistan. Making money for President Reagan. Making money for President Reagan! And all the friends of President Reagan!” Helaas hoeven we nu niet zover vooruit te kijken. De vraag of we klaar zijn voor een oorlog, een wereldoorlog of niet, is er eentje die vaak wordt gesteld. De immigratiedienst ICE vervult met verve de rol van de ‘secret police’. Je hebt de keuze tussen het gevang en meelopen en -werken. Meewerken aan het vullen van de zakken van president Trump en zijn vrienden de tech bro’s en wat Marlène Benquet en Théo Bourgeron, in hun boek Alt Finance How the City of London bought democracy, ‘alt finance’ noemen: de hedgefondsen, private-equityfondsen, kwantitatieve handelsfondsen en vastgoed fondsen.3

Benquet en Bourgeron betogen op een overtuigende manier (onder andere door het volgen van het geldspoor), dat deze bedrijfstak de neoliberale wereldorde wil afbreken. Wat deze partijen nastreven is, in de woorden van de beide auteurs, een libertair autoritair regime. Een regime dat: “vijandig staat tegenover elke herverdeling van rijkdom, gebruikt het onderdrukking van sociale bewegingen, beperking van burgerlijke vrijheden en beperkingen op demonstraties en toespraken als belangrijkste middelen om de sociale orde te handhaven.”4 Libertarisme berust, zo betogen Benquet en Bourgeron: “op de radicale verdediging van privé-eigendom, dat wordt geponeerd als de belangrijkste (en vaak enige) regel van sociale organisatie, zonder rekening te houden met de collectieve gevolgen daarvan.”5

Nu willen ook partijen van links deze wereldorde afbreken. De reden waarom is echter een heel andere. Partijen van links willen die orde afbreken omdat die orde tot grote ongelijkheid leidt en wat zij slecht vinden voor het algemeen belang. Ze willen zaken herverdelen. De libertariërs van ‘Alt Finance’, en in hun verlengde de tech bro’s willen die wereldorde afbreken omdat die hen hindert bij het binnenharken van zoveel mogelijk geld. Dit binnenharken wille ze doen door alles te financialiseren. Alt finance en de tech bro’s willen van de neoliberale naar een libertaire wereldorde. Liberalen en neoliberalen maken zich nog druk maken over het maatschappelijk belang zo heeft kapitaal accumulatie via de markt voor neoliberalen tot doel het bevorderen van dat algemeen belang. Voor libertariers is het algemeen belang niet van belang. Voor hen is accumulatie van kapitaal de gewenste uitkomst van het spel.

Overheden en vooral de Europese Unie hinderen hen daarbij. De EU omdat deze, geheel volgens de neoliberale wereldorde ernaar streeft om via de markt het algemeen belang te bevorderen en dat algemeen belang (kwaliteitsregels voor producten, regels ter bescherming van de burger en de consument) hindert deze ondernemers. Daarom roepen ze het hardst dat de regels ‘verstikkend’ zijn en ‘innovatie belemmeren’. Die roep is echter niet bedoeld om regels af te schaffen, maar om te voorkomen dat er nieuwe komen die hen belemmeren bij het uitzuigen en uitbuiten van alles en iedereen. Ze doen dat met toenemend succes. En de ironie, de grootste slachtoffers van het niet reguleren van de activiteiten van deze roofridders, zijn precies de mensen die op 6 januari 2021 het Capitool bestormden, die op 20 september 2025 in Den Haag aan het demonstreren waren. Maar niet nadat ze eerst anderen hebben geslachtofferd. Anderen zoals de immigrant, de asielzoeker, de LHBTQI-er, de islamiet, de jood enzovoorts.

Het nummer is nu actueler dan toen Dead Kennedys het in 1982 uitbrachten. Ook Nederland is al een eind op weg. De motie rond Antifa is een volgende stap ter vervulling van de ‘facist cravings’ van het libertair autoritarisme. ‘Cravings’ zoals het beperken van het demonstratierecht maar ook andere grondrechten want op dezelfde dag dat de Antifa-motie werd aangenomen, namen dezelfde een motie aan om de boerka te verbieden. Weer een stap op een hellend vlak. En het vlak helt al behoorlijk, zoals ik in een eerdere Prikker betoogde. De partijen die deze moties aannamen, de PVV, JA21, FvD, SGP, BBB en de VVD tillen het vlak steeds verder op.

1 Hier is het nummer te beluisteren: https://www.youtube.com/watch?v=VmJYpAycF0c&list=RDVmJYpAycF0c&start_radio=1

2 Hier is het nummer te beluisteren: https://www.youtube.com/watch?v=R-rDQs5NOP4&list=RDR-rDQs5NOP4&start_radio=1

3 Marlène Benquet en Théo Bourgeron, Alt Finance How the City of London bought democracy, pagina 39

4 Idem, pagina 9. Eigen vertaling.

5 Idem, pagina 9. Eigen vertaling

Uitgelicht

Election Files 13: geloof, hoop en fatsoen

“Wij kiezen voor een politiek die eerlijk is over wat moet en hoopvol over wat kan.” Met die woorden van CDA-leider Henri Bontebal opent Onze keuzes voor een fatsoenlijk land, het verkiezingsprogramma van het CDA. Volgens Bontebal: “voelen veel mensen onzekerheid. We zijn minder veilig in Europa dan we dachten, internationale conflicten komen dagelijks de huiskamer binnen en we zien hoe nieuwe technologieën ons leven ingrijpend veranderen. Dichter bij huis merken we dat de samenleving verhardt.” Dan verwacht je, zo betoogt hij: “van de politiek dat zij verantwoordelijkheid neemt en moedige keuzes durft te maken. Je verwacht een politiek die begint bij waarden, gericht is op de lange termijn en oog heeft voor het gemeenschappelijk belang. Een politiek die in staat is om te verbinden in plaats van te verdelen.” Dat ontbreekt zo betoogt hij. Zijn partij wil het anders, die: “kiest voor verantwoordelijkheid, fatsoen en vertrouwen als de weg vooruit. Een politiek die eerlijk is over wat moet en hoopvol over wat kan. Een politiek die doet wat nodig is.”1 Als laten we het programma dan eens beoordelen op die drie begrippen: verantwoordelijkheid, fatsoen en vertrouwen. Ik begin met de conclusie.

Een deel van de ‘bad guys’ uit de film Under Siege: Dark Territory met links de man van de beroemde uitspraak. Bron: clubdatelevisao.wordpress.com

Conclusie

Drie woorden staan centraal in het programma. Helaas definieert de partij deze woorden niet. Neem verantwoordelijkheid: voor mij is verantwoordelijkheid een gevoel. Ik voel me verantwoordelijk en vanuit dat gevoel handel ik en over die handeling leg ik verantwoording af. Het CDA gebruikt het woord vooral in combinatie met het werkwoord nemen: verantwoordelijkheid nemen. Verantwoordelijkheid nemen wordt dan vooral gelinkt aan in de regering zitten en ‘moedige keuzes maken’. Wat opvalt is dat het CDA verantwoordelijk collectief maakt. Om in de termen van de partij te spreken: verantwoordelijkheid neem je samen. In tegenstelling tot smart, die als je hem deelt de helft is, leidt gedeelde verantwoordelijkheid er vooral toe dat er niets gebeurt. Dat risico lopen we met het CDA-programma op belangrijke thema’s als woningbouw, zorg en maatschappelijke voorzieningen als openbaar vervoer. Dat wordt duidelijk en is vooral extra wrang met betrekking tot de oorlog tegen de Palestijnen. Daar ‘voelt’ het CDA iets van verantwoordelijkheid en vult die ook weer collectief in. In dit geval in Europees verband. Dat Europese collectief laat echter al twee jaar zien tot niets bijzonders te komen.

Dan fatsoen, als in goede manieren in de omgang. Daar laat de partij steken vallen. Het getuigt niet van fatsoen anderen de schuld te geven van het eigen falen. Dat is wat de partij doet met betrekking tot het asieldossier. Daar baseert de partij haar beleid op de zeer dubieuze redenering dat: “wij niet in staat zijn om mensen fatsoenlijk op te vangen doordat we geen controle hebben over wie in Nederland mag blijven en wie niet.” Ook wil de partij het asielbeleid baseren op een aanpak die het mensen, die voor hun leven moeten vrezen, onmogelijk maakt om hun land te ontvluchten. Fatsoen is ook dat je je eigen ‘rommel opruimt’ en dat je een ander niets aandoet wat je niet wilt dat anderen jou aandoen. Op beide punten laat het CDA steken vallen.

Als laatste vertrouwen. Het vertrouwen, in de betekenis van ‘met zekerheid hopen’, van het CDA bevat weinig zekerheid. Het is voor een deel gebaseerd op aannames, maar zoals het Engelse gezegd het treffend verwoord: assumption is the mother of all fuck ups. En voor een ander deel gebaseerd op de hoop dat Tom Poes een list verzint die opeens ‘overbodige regels’ laat verdwijnen. Als burger geeft het weinig vertrouwen dat de partij pleit voor ongelijke straffen en voor minder transparantie van de overheid.

What are words word

“What are words worth? What are words worth? Words.” Het refrein van het lied Wordy Rappinghood van de Tom Tom Club. De band was een nevenactiviteit van twee leden van de Talking Heads: een Amerikaans band met David Byrne als frontman. Dit refrein was het eerste wat me te binnen schoot. Want het eerste probleem dat zich bij het beoordelen van het programma voordoet, is een probleem waar zo ongeveer alle verkiezingsprogramma’s mee kampen: cruciale begrippen worden niet gedefinieerd. Zo ook het programma van het CDA. Wat zien we de partij doen als ze, zoals ze schrijft, verantwoordelijkheid neemt? Fatsoenlijk handelt? Of handelt vanuit vertrouwen?

Verantwoordelijkheid

Verantwoordelijkheid is: “1. de plicht verantwoording af te leggen. 2. grote zorg en toewijding die voor iets vereist zijn,” aldus de digitale Van Dale. Legt de partij dan ‘grote zorg en toewijding aan de dag’ of voelt ze de plicht om verantwoording af te leggen? Voor mij persoonlijk is verantwoordelijkheid iets wat je voelt en van waaruit je handelt. Het is een vorm van betrokkenheid. Als trainer/coach van een jeugd honkbalteam voel ik me verantwoordelijk voor het gedrag van de spelers op en om het veld. Vanuit die gevoelde verantwoordelijkheid handel ik leg ik grote zorg en toewijding aan de dag en leg ik verantwoording af.

Verantwoordelijkheid is voor het CDA vooral iets wat je samen doet. Zo kiest de partij voor: “al die mensen die ons land mooier maken, die gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor hun buurt, school of natuur.” Vertrouwt de partij op: “Mensen die verantwoordelijkheid nemen voor elkaar en voor anderen kansen creëren, juist ook als je die ander niet dagelijks in je eigen bubbel tegenkomt.”2 Hebben we: “een gezamenlijke verantwoordelijkheid om uitsluiting tegen te gaan en discriminatie hard te bestrijden.”3 Zo wil de partij de: “samenwerking met migrantenorganisaties, kerken en moskeeën (versterken) zodat zij mede de verantwoordelijkheid dragen voor een succesvolle integratie van nieuwkomers.”4 Is een: “vrije democratie (…) alleen mogelijk als we het democratisch ethos versterken: als we samen verantwoordelijkheid nemen.” Begint: “Een weerbare samenleving (…) met mensen die verantwoordelijkheid nemen” en: “dragen (we) met elkaar de verantwoordelijkheid om de orde en veiligheid in de samenleving te bewaken.” 5 Moet de zorg toekomstbesteding worden en moet daarbij een gezocht worden naar: “balans tussen collectieve en individuele verantwoordelijkheid.”6 Voor wat betreft woningbouw: “Het bestrijden van het woningtekort is een gezamenlijke opgave van het Rijk, gemeenten, provincies, corporaties, investeerders, ontwikkelaars en bouwers.”7Moeten ouders: “medeverantwoordelijkheid (…) nemen voor hun scholen in schoolverenigingen en ouderinitiatieven.”8 Dat laatste lijkt me overbodig. Als iemand een initiatief neemt, dan voelt die persoon zich verantwoordelijk en handelt vanuit die verantwoordelijkheid. Voor wat betreft het klimaat beleid moet er: “stabiel en duidelijk (financieel) beleid (zijn) om de verantwoordelijkheid van inwoners en ondernemers te ondersteunen in adaptatie en transitie.”9 Mooie woorden die duidelijk maken dat een samenleving uit een ‘samen’ bestaat. Mooie woorden waar geen speld tussen is te krijgen. Afgezien dan van die ene met betrekking tot de ouderinitiatieven. In tegenstelling tot smart, die als je hem deelt de helft is, leidt gedeelde verantwoordelijkheid er vooral toe dat er niets gebeurt.

Je kunt dan wel de regelgeving: “verduidelijken (…) zodat voor gemeenten jongeren en ouders en aanbieders duidelijk is wat er wel en wat niet onder jeugdzorg valt,’” Dat lost vragen waarmee kinderen en ouders zitten niet op. Die vragen kun je dan: “zoveel mogelijk in de eigen omgeving (..): via school, huisarts, wijkteam of informele netwerken,” willen oppakken, maar dat is niets nieuws. Dat is altijd al het streven geweest. Niets nieuws is ook dat de school en huisarts hun handen al vol hebben. Om dat nu wel te realiseren kun je dan wel: “investeren in verenigingen, maatschappelijk werk en andere ondersteunende instanties,” wie of wat die ‘andere ondersteunende instanties’ zijn wordt niet duidelijk, maar van verenigingen weet ik dat die hun handen vol hebben aan dat doen waarvoor ze zich hebben opgericht: voetballen, muziek maken, toneel spelen enzovoorts. Wat daarbij zeker niet gaat helpen is: “de eigen bijdrage die wordt ingevoerd vooral toepassen bij lichte jeugdzorg.”10 Die zal ervoor zorgen dat kinderen en ouders deze zorg gaan mijden met alle gevolgen van dien. Voor het bewijs hiervan hoeven we alleen maar naar de uit de basiszorgverzekering verdwenen tandarts te kijken. Ook hier maakt het CDA iedereen verantwoordelijk.

Je kunt wel betogen dat: “het bestrijden van het woningtekort (..) een gezamenlijke opgave (is) van het Rijk, gemeenten, provincies, corporaties, investeerders, ontwikkelaars en bouwers,” maar om iets gedaan te krijgen is echter meer nodig. Gedeelde verantwoordelijkheid betekent in de praktijk dat niemand af te rekenen is op het resultaat en dat is wat we de afgelopen jaren hebben gezien. Als je je als partij werkelijk verantwoordelijk voelt, dan doe je meer dan regisseren en: “Pensioenfondsen (te vragen) een belangrijke rol te spelen in investeringen,”11

Als gewenste: “maatschappelijke voorzieningen niet van de grond (komen) vanwege gebrek aan geld,” en: “Maatschappelijke baten (…) voor de financiële baten uit(gaan) bij: “regionale spoorlijnen/ov-verbindingen, sociale woningbouw, maar ook buurtcentra en huisvesting voor het verenigingsleven,” en je voelt je daarvoor als overheid verantwoordelijk, dan kun je, zoals het CDA voorstelt: “ondersteuning (geven)van(uit) overheden bij het dekken van de onrendabele top.” Je zou er ook voor kunnen kiezen die gevoelde verantwoordelijkheid vorm te geven door de hele maatschappelijke voorziening te financieren en af te zien van: “publiek-private samenwerkingen.”12 Dat maakt het veel eenvoudiger en de kans op resultaat groter.

Slechts in een passage spreekt de partij over zichzelf: “Wij stellen orde op zaken door politiek verantwoordelijkheid te nemen en op een fatsoenlijke manier met elkaar om te gaan.”13 Wat betekent ‘politiek verantwoordelijkheid nemen’? De manier waarop het CDA en ook eerder de VVD (zie mijn bespreking van dat verkiezingsprogramma) erover spreken, is verantwoordelijkheid iets wat ergens ligt en dat je kunt pakken door: ‘moedige keuzes (…) te maken.”14 Verantwoordelijkheid lijkt gekoppeld te worden aan regeren. Alleen als je regeert ‘neem’ je verantwoordelijkheid. Ik mag toch hopen dat iedere politicus verantwoordelijkheid voelt en op basis daarvan handelt. Dat handelen kan ook leiden tot niet deelnemen aan een regering. Dat niet regeren niet meteen betekent dat je je niet verantwoordelijk voelt voor het wel en wee in het land. Dat verantwoordelijkheid ook betekent dat je vanuit je rol buiten de regering je invloed uitoefent om zaken in de gewenste richting te bewegen. En weerbare samenleving is een samenleving waarvoor mensen verantwoordelijkheid voelen en vanuit dat gevoel handelen.

“De Nederlandse regering moet zich inspannen voor de handhaving van het internationaal recht. Hierbij past grotere druk op Israël via de economische en politieke kanalen van de EU, bijvoorbeeld door de handelsvoordelen uit het EU – Israël associatieverdrag op te schorten, of sancties op personen.”15 Hier ‘voelt’ het CDA iets van verantwoordelijkheid, echter het ernaar handelen blijft beperkt. Er wordt naar de Europese Unie gekeken en dat zou een goede actie zijn. Zou, want als de afgelopen twee jaar iets hebben laten zien dan is het dat er landen zijn die hier geen actie in willen ondernemen en de manier waarop er in de Unie wordt besloten, maakt dat er dan ook geen acties komen. Als je hier werkelijk verantwoordelijkheid voelt, dan zoek je naar mogelijkheden die je zelf hebt; die binnen jouw mogelijkheden liggen.

Fatsoen

Fatsoen: “goede manieren in de omgang,” aldus dezelfde digitale Van Dale. Er zijn genoeg mensen die in de omgang zeer fatsoenlijk zijn, die goede manieren in de omgang hebben maar er vrolijk op los discrimineren of anderen uitbuiten. Al die telefonische verkopers tonen goede manieren in de omgang maar proberen je ondertussen wel een nieuw energie-, telefoon- of een ander soort contract aan te smeren. Of die jongeren die langs de deur komen om je op je gemoed te praten dat je toch echt moet doneren voor een of andere groep die het minder heeft. Laat ik hier eerlijk bekennen, als ze na één keer ‘geen interesse’ aankomen met een ‘maar’ dan verlaat mijn ‘fatsoen’ me, en herhaal ik op bitse toon dat ik geen interesse heb en hang op of sluit ik de deur.

Anderen de schuld geven van zaken waar jezelf de hand in hebt, getuigt voor mij niet van fatsoen. Dat is wel wat het CDA doet: “als wij niet in staat zijn om mensen fatsoenlijk op te vangen doordat we geen controle hebben over wie in Nederland mag blijven en wie niet, doen we iedereen tekort: zowel de mensen die we willen opvangen als de mensen die hier al zijn.” 16 Een bewering die kant nog wal raakt. Als eerste kunnen we prima mensen fatsoenlijk opvangen. Waar het aan ontbreekt is de wil om dat te doen. Ten tweede dat er niet fatsoenlijk wordt opgevangen wordt niet veroorzaakt door het gebrek aan controle over wie hier mag blijven. De overheid heeft alle controle over wie er wel of geen status tot verblijf krijgt. Er is niemand anders die dit kan bepalen. Op een dergelijke leugen een asielparagraaf baseren, is een gotspe. Niet erg fatsoenlijk en getuigend van een gebrek aan verantwoordelijkheid.

En nu we toch bij die asielparagraaf zijn. Het nieuwe systeem waar de partij voor pleit: “waarbij aanvragen alleen nog buiten de EU in behandeling worden genomen en waar asielmigranten op uitnodiging naar Europa mogen komen,” klinkt mooi, maar waar hadden de Oekraïners naar toe moeten vluchten als dit beleid in 2021 al had gegolden? Hadden ze dan allemaal in bootjes moeten klimmen en naar Turkije moeten trekken? Realiseert de partij zich dat het logische gevolg van een dergelijke asielsysteem is dat er niemand meer asiel kan aanvragen? Als ieder land dit als beleid gaat voeren, dan is vluchten niet meer mogelijk. Dan is de enige plek waar een politieke vluchteling of iemand die een oorlog wil ontvluchten asiel aan kan vragen het land van waaruit de persoon wil vluchten. Dan geldt: “vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten hoe. Vluchten kan niet meer, ‘k zou niet weten waar naar toe,” om Frans Halsema en Jennie Arean na te zingen,

Om: “inhumane en illegale mensensmokkel,” 17 te beëindigen hoeft er trouwens geen nieuw asielsysteem te worden ingevoerd. Daarvoor is het voldoende om EU directief 2001/51/EC te herzien. Op basis van die richtlijn worden luchtvaartmaatschappijen verplicht om mensen terug te brengen als blijkt dat ze de EU zonder geldige verblijfspapieren willen betreden. Vluchten per vliegtuig, dat veel goedkoper en veel minder gevaarlijk is dan over land en zee en dat kan zonder een beroep op smokkelaars, wordt hierdoor onmogelijk18. De EU heeft hiermee de grenscontrole uitbesteed aan de check-in van vliegmaatschappij. Die laten niemand door ook al stelt de richtlijn dat vluchtelingen op basis van het vluchtelingenverdrag hiervan zijn uitgezonderd. Het financiële risico van een verkeerde beoordeling licht bij de vliegmaatschappij en daarom laten ze niemand door die niet over een visum beschikt.

Fatsoen betekent voor mij ook dat je problemen op jouw bordje oppakt en die niet op het bordje van anderen legt. Het CDA wil: “in overleg met gemeenten komen tot vereenvoudiging en een basisniveau van gemeentelijke regelingen, met mogelijkheden voor maatwerk.” Ze wil dit omdat het: “niet wenselijk (is) dat de gemeente waar je woont bepalend is in hoeverre je kunt rondkomen en werken kan lonen.”19 Als een inkomen of uitkering niet voldoende is om rond te komen, en dat is voor veel mensen het geval, dan is het verhogen van dat inkomen of die uitkering de weg om dat probleem op te lossen. Dat is een, om dat woord nog maar eens te gebruiken, verantwoordelijkheid van de rijksoverheid en het is wel zo fatsoenlijk om die dan ook te nemen. Als dat ertoe leidt arbeid te duur wordt voor een bedrijf of sector, dan is dat jammer voor dat bedrijf of die sector.

Fatsoen betekent ook ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’ “Toegang tot het recht raakt de kern van onze democratische rechtsstaat.” Een waarheid als een koe. Daarom zet het CDA in: “op alternatieve vormen van geschilbeslechting waar dat kan (zoals mediation), en zetten in op het voorkomen van doorprocederen.”20 Niet duidelijk wordt welk probleem dit moet oplossen want net als in alle programma’s ontbreekt het aan een goede analyse – maar dat laat ik rusten. Het gaat mij om de dat doorprocederen. De overheid is zelf een van de partijen die zich schuldig maakt aan dat doorprocederen. Als je dan toch de mond vol hebt over verantwoordelijkheid en fatsoen, en trouwens ook over vertrouwen waarover hieronder meer, dan zou je meer verwachten dan alleen inzetten op mediation. Dan zou je er als overheid voor kunnen kiezen om niet door te procederen als de recht je ongelijk geeft.

Zo belangrijk lijkt de partij die toegang tot het recht niet te vinden want de partij wil de: “bezwaarprocedures (verkorten) door de omgevingswet aan te passen om het stapelen van bezwaar op bezwaar tegen te gaan.” Daarbij wil men: “een scherper belanghebbende-criterium, zodat niet direct belanghebbenden geen bezwaar en beroep kunnen aantekenen.” En ja, er is woningnood. “De Raad van State (…) het behandelen van woningbouwzaken met voorrang (laten oppakken), via een aparte ‘vastgoedkamer’”21 is een keuze. ‘Met voorrang oppakken’ betekent dat andere zaken blijven liggen. Het zou wel zo fatsoenlijk zijn om dat erbij te vermelden.

Vertrouwen

Als laatste vertrouwen: “(vertrouwde, heeft vertrouwd) 1. met zekerheid hopen; 2. vertrouwen stellen. Vertrouwen (het; o) 1. geloof in iemands goede trouw en eerlijkheid,” volgens dezelfde Van Dale.

“Betrouwbare overheid, vertrouwen in mensen,” aldus de titel van het negende hoofdstuk van het programma. “De afgelopen jaren is het vertrouwen in de overheid gedaald. Door politieke keuzes heeft de overheid haar basistaken verwaarloosd. Daarbovenop stuurt de overheid met een veelheid van regels in plaats van op basis van vertrouwen. De pijn daarvan landt vooral bij mensen die al moeite hebben om zich staande te houden. Op andere onderwerpen heeft de overheid zelf een vertrouwensbreuk veroorzaakt, zoals bij het toeslagenschandaal en de winning van het gas in Groningen. Het ontbrak te vaak aan daadkracht om problemen werkelijk op te lossen,”22 zo is te lezen.

Om betrouwbaar te worden moet de overheid, zo betoogt het CDA gemeenten de ruimte geven want: “De gemeente is de eerste overheid,” aldus het CDA. Die gemeente moet: “ruimte in de regelgeving (krijgen) om lokaal te doen wat lokaal nodig is,” en dat vergt: “een lagere verantwoordingslast, en meer ruimte voor de menselijke maat in beleid.”23 Dat klinkt mooi, maar is lokaal daarmee beter? Lokaal, en dan vooral uitgesproken als ‘couleur locale’, zijn woorden waarmee veel gemeenten betogen erg bijzonder te zijn. De gemeente als eerste overheid die het dichtstbij de burger stond waren kreten waarmee de decentralisaties van 2015 in de jaren ervoor werden verkocht. Maar iets roepen en herhalen, maakt het nog niet tot een feit. Is de gemeente wel de meest nabije overheid? En betekent dit dat de gemeente dan ook meteen het beste in staat is om iets te organiseren? Die aanname dat gemeenten het dichtstbij de burger staan en daarom het beste in staat zijn om problemen op te pakken is een aanname. Bij aannames moet ik altijd denken aan de film Under Siege 2: Dark Territoriry, een film met ‘actieheld’ Steven Seagal in de hoofdrol. Het karakter van Seagal lijkt onder de trein te zijn gekomen, maar als er toch nog bad guys dood worden gevonden, vraagt de leider van de ‘bad guys’ of ze het lijk hebben gezien. ‘Ik zag hem vallen en ik zag bloed, dus ik nam aan dat ….’ Waarop de leider de volgende legendarische uitspraak doet: “Assumption is the mother of all fuck ups!”

Even een persoonlijke anekdote om dit duidelijk te maken. Toen ik het ouderlijk huis verliet betrok ik een klein zolderappartement in Venlo. Een appartement met bijzondere buren. Aan de ene kant had groenteboer Janssen zijn zaak: een echt familiebedrijf. Iedere dag verse groenten en vers fruit. Ik kwam er minstens eens per week en vaak nog wel vaker. Aan de andere kant – en meteen ook de andere kant van het gezondheidsspectrum – zat een frietzaak. Daar kwam ik af en toe. Die frietzaak stond bekend als ‘De Vettigen Handdook’. Het was mijn buurman en dat maakte het makkelijk. Voor het gros van mijn plaatsgenoten was die fysieke nabijheid niet zo belangrijk. Die gingen naar de ‘Mac’. Laat McDonalds niet zien dat het goed mogelijk is om vanuit Chicago het ‘hongerprobleem’ lokaal aan te pakken? Het bedrijf geeft haar basismenu een ‘lokale twist’: in Nederland de McKroket en in Japan de Teriyaki burger. Het bedrijf sluit daarmee veel beter aan bij de wensen van het gros van de klanten dan mijn oude buren van ‘De Vettigen Handdook’. Die zaak is jaren geleden opgedoekt.

Terug naar de gemeenten. Nu zitten zo’n 340 gemeenten lokaal zaken te regelen en organiseren op min of meer dezelfde manier. Ze noemen het allemaal anders en zeggen ook allemaal dat ze ‘echt iets speciaals’ doen wat andere gemeenten niet doen. In werkelijkheid doen ze allemaal hetzelfde op een andere manier. Dat maakt het voor veel inwoners en vooral ook voor veel bedrijven die zorg en ondersteuning leveren lastig. Voor inwoners, want bij verhuizing heet alles net iets anders en is het net iets anders georganiseerd. Voor die bedrijven is het lastig omdat ze zaken in iedere gemeente net weer iets anders moeten doen. Zou één ‘Mac-gemeente’ die in iedere gemeente actief is niet makkelijker zijn?

De overheid moet, zo betoogt de partij: “burgers en bedrijven ruimte en vertrouwen geven. Daartoe zetten we rigoureus het mes in de regelgeving: minder regels, betere regelgeving en efficiëntere verantwoording. Zo versnellen we besluitvorming. Waar minder regels zijn en waar meer vertrouwen is, kan de overheid krimpen.”24 Op verschillende plekken in het programma komen dergelijke passages voor. Zoals ik al bij de bespreking van het programma van de VVD aangaf moet: “Een streven naar minder regels (…) beginnen met een een gesprek over risico’s.” Het gros van onze regels is gericht op het voorkomen van risico’s. Het CDA lijkt hier te hopen op een list van Tom Poes.

De Nederlandse grondwet stelt dat iedereen voor de wet gelijk is. Daar moet je op kunnen vertrouwen. Het CDA lijkt daar anders over te denken, want: “veroordeelde terroristen met een dubbele nationaliteit moeten de Nederlandse nationaliteit kwijtraken en worden teruggestuurd naar het land van herkomst.”25 Dit betekent dat mensen met een dubbele nationaliteit voor eenzelfde misdaad anders gestraft worden en dat is in strijd met onze grondwet. Wat hier bijzonder aan is, is dat de partij ervan uitgaat dat iemand met een dubbele nationaliteit uit een ander land afkomstig is. Terwijl een flink deel gewoon hier is geboren en getogen.

Geloof in iemands eerlijkheid en goede trouw, dat vult het CDA op bijzondere manieren in. Zo wil de partij: “de stekker uit het wietexperiment,” 26 trekken. Nu zijn er in het land op verschillende plekken ondernemers aan de slag gegaan om invulling te geven aan het wietexperiment. Dat experiment stond in het regeerakkoord van Rutte III in 2017. een kabinet waar het CDA onderdeel van uitmaakt. Een hele tijd geleden. Toch is de experimenteerfase pas afgelopen april werkelijk van start gegaan en die duurt vier jaar. Doel van het experiment is: “om te onderzoeken of gereguleerde productie, distributie, en verkoop van cannabis mogelijk is.” Nu de stekker eruit trekken getuigt niet van eerlijkheid en goede trouw, maar eerder van willekeur en machtsmisbruik.

Wat getuigt van weinig vertrouwen is het voorstel om de: “wet open overheid (WOO) efficiënter,” zoals het CDA het noemt, te maken. Inderdaad is het veel efficiënter om: “conceptteksten tot aan de besluitvormingspositie,”27 niet onder de wet te laten vallen. Dat scheelt heel veel werk omdat veel documenten dan niet openbaar gemaakt hoeven te worden. Een ambtelijke notitie die anders adviseert dan er uiteindelijk is besloten, wordt dan niet openbaar. Dat getuigt van weinig vertrouwen in onze democratische rechtsstaat. Openheid met betrekking tot alle ambtelijke adviezen en bestuurlijke afwegingen, maakt helder waarom het advies is zoals het is en het besluit genomen is zoals het is genomen. Het maakt alle afwegingen helder en te volgen. Dat hoeft niet te beteken dat iedereen het eens is met het advies of besluit, maar dat hoeft ook niet. Het sterke punt van onze democratische rechtsstaat is juist, of dat zou het moeten zijn, de open en transparante manier waarop besluiten worden genomen.

1 Onze keuzes voor een fatsoenlijk land, pagina 2. Onze keuzes voor het land is te vinden op https://www.cda.nl/verkiezingsprogramma/

2 Idem, pagina 8

3 Idem, pagina 10

4 Idem, pagina 15

5 Idem, pagina 18

6 Idem, pagina 27

7 Idem, pagina 31

8 Idem, pagina 38

9 Idem, pagina 49

10 Idem, pagina 25

11 Idem, pagina 31

12 Idem, pagina 63

13 Idem, pagina 5

14 Idem, pagina 2

15 Idem, pagina 73

16 Idem, pagina 78

17 Idem, pagina 78

18 De overleden Noorse statisticus Hans Rosling legt het in dit korte filmpje uit: https://duckduckgo.com/?q=rosling+refugees&iar=videos&t=ffab&iai=https%3A%2F%2Fwww.youtube.com%2Fwatch%3Fv%3DYO0IRsfrPQ4

19 Onze keuzes voor een fatsoenlijk land, pagina 67

20 Idem, pagina 17

21 Idem, pagina 32

22 Idem, pagina 58

23 Idem, pagina 59

24Idem, pagina 60

25 Idem, pagina 20

26 Idem, pagina 20

27 Idem, pagina 60

Uitgelicht

Election Files 12: Iets nieuws doen

Doe iets nieuws is de titel van het verkiezingsprogramma van Volt. Voor degenen die op de bespreking van de programma’s van het CDA en D66 zitten te wachten, die moeten nog even langer wachten; eerst Volt. Want met de bespreking van het programma van Volt kom ik een belofte aan mijn zoon na. Hij leest de besprekingen van de programma’s voordat ze worden gepubliceerd. Toen ik aangaf dat ik niet van plan was om ze allemaal te bespreken, vroeg hij of ik het programma van Volt wel wilde bespreken. Daarop zei ik JA en belofte maakt schuld. Terug naar Doe iets nieuws, en iets nieuws doet Volt. Het programma bevat enkele keuzes die we, zeker in vergelijking met de andere partijen, ‘nieuw’ mogen noemen. “Wij kiezen voor nieuwe onverwachte ideeën om de vastgelopen politiek definitief uit het slop te halen. Kneiterprogressieve ideeën voorbij de waan van de dag.”1 aldus partijleider Laurens Dassen in zijn inleiding. Dus dan maar eens beoordelen of die ideeën ‘de vastgelopen politiek uit het slop halen.’ En zoals bij alle besprekingen, begin ik met de conclusie.

Bron: Flickr

Conclusie

Om het programma te lezen, moet je even de tijd nemen. 145 pagina’s waarvan vier pagina’s inhoudsopgave. De overige pagina’s betreft de inhoud met redelijk veel tekst maar wel voor het overgrote deel in korte duidelijke zinnen. Zoveel pagina’s en toch ontbreekt het belangrijkste en dat is een analyse. Als je ‘de vastgelopen politiek uit het slop wilt halen’ zoals de partij wil, dan met je duidelijk maken hoe de politiek in dat slop is gekomen. Welke keuzes, gebeurtenissen en reacties op gebeurtenissen hebben gemaakt dat we nu ‘in het slop’ zitten. Maken dus duidelijk waaruit ‘het slop’ bestaat. Pas als we dat duidelijk hebben, kunnen we goed beoordelen of het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt het juiste is om uit het slop te komen.

Het belangrijkste ‘nieuwe’ van Volt is de radicale keuze voor de Europese Unie als schaal waar de oplossing wordt gezocht. Daar zijn goede redenen voor te geven, alleen wordt niet onderbouwd waarom dat de beste keuze is. Het ontbreekt aan een analyse. Ook herbergt die keuze een risico. We kiezen op 29 oktober een nieuwe Tweede Kamer die aan de slag moet voor Nederland. Wat doet Volt als haar Europese keuze onmogelijk wordt omdat andere landen een andere keuze maken. Als die niet gaan voor een Europees leger of ‘Silicon Europa’ maar voor een landelijke variant?

Ook ‘nieuw’ is het basisinkomen. Een idee waarmee meerdere ‘vliegen in een klap’ worden geslagen. Alleen worden het ‘verhaal achter die klap’ niet verteld. Niet verteld wordt dat een onvoorwaardelijk basisinkomen, een gift van de gemeenschap aan het individu, een morele vertrouwensband en verplichting schept op een manier die in de menselijke geschiedenis een belangrijke rol heeft gespeeld. Een vertrouwensband in een samenleving waar vertrouwen dun gezaaid is. Ook wordt onvoldoende tot niet uitgelegd hoe de invoering van een basisinkomen meerdere actuele problemen van een oplossing voorziet.

Volt zet fors in op de verbindende kracht van kunst en cultuur. En dan niet van cultuur als iets statisch, maar cultuur als iets wat steeds in ontwikkeling is en waar het verleden in lijn wordt gebracht met de hedendaagse verwachtingen voor de toekomst. En ja, kunst en cultuur kunnen verbinden. Dat is echter geen wet van Meden en Perzen. Kunst en cultuur kunnen ook verdelen en vervreemden.

Als laatste (in deze bespreking) wil Volt onze democratie aanvullen en verbeteren. Van 150 naar 250 Kamerleden, een permanent burgerberaad dat incidentele burger beraden kan instellen, met ondersteuning voor Kamerleden. Allemaal aardige ideeën maar het wordt niet duidelijk welke problemen ermee worden opgelost. Ook wordt niet duidelijk hoe ze zich tot elkaar verhouden. Het ontbreekt ook hier aan een analyse,

Nu is Doe iets nieuws niet het enige programma dat lijdt onder een gebrek aan analyse. Daar lijden alle programma’s die ik tot nu toe heb besproken aan. Bij Doe iets nieuws is dat bijzonder jammer omdat het programma werkelijk andere plannen en ideeën bevat dan de andere partijen. Plannen en ideeën die goed zouden kunnen werken, of in ieder geval beter dan de wat traditionelere plannen en ideeën van andere partijen. Dat maakt het jammer dat een goede analyse en dus onderbouwing ontbreekt. Want die goede onderbouwing zou de ideeën sterker kunnen maken en meer mensen kunnen overtuigen en enthousiasmeren.

Het slop

“De hitte brak deze zomer weer alle records met fikse bosbranden overal in Europa. … Vervuilende industrieën en de intensieve landbouw worden nog steeds uit de wind gehouden. De welvaart is ongelijker verdeeld dan ooit. Het ontbreekt aan nieuwe huizen voor jonge mensen en starters, en de vermogensverschillen nemen hand over hand toe. Terwijl Europa zich door de onbetrouwbaarheid van Trump, de agressie van Poetin en de genocide van Netanyahu uit elkaar laat spelen, verstopt Nederland zich achter de dijken. De tech bro’s Musk, Bezos en Zuckerberg krijgen alle ruimte om AI voor hun eigen businessmodel in te zetten. Om vervolgens op hun sociale media nog meer haatberichten en politieke leugens te verspreiden om onze democratieën te ondermijnen,” aldus Dassen in zijn inleiding, en hij verzucht: “En wat doet de oude politiek? Helemaal niets.” Hij vraagt zich af: “Waar (…) de wilskracht en de overtuiging (is) om onze Europese waarden te beschermen? De oude politiek met hun belangen in het establishment doet helemaal niets. Ze zijn niet in staat om nieuwe oplossingen te bieden waar we al zo lang naar snakken. De politiek zit muurvast. We gaan eerder achter- dan vooruit.” Een conclusie waar veel voor is te zeggen. Wat echter ontbreekt is een goede analyse. Een ontbrekende analyse zagen we al bij meer – en eigenlijk alle – partijen. Waaraan ligt het dat er ‘niets’ gebeurt? Dat er geen oplossingen komen? Wat zorgt ervoor dat vervuilende bedrijven uit de wind worden gehouden? Dat de Tech-bro’s alle ruimte krijgen om AI in te zetten om ons te overstelpen met ‘haatberichten en politieke leugens’? Helaas ontbreekt die analyse in het programma. Wellicht is ze wel gemaakt want ‘het nieuws’ dat Volt wil wijst wel in die richting. Met de analyse erbij, zou dat ‘nieuws’ met meer kracht worden gebracht. En nee, die analyse opnemen zou niet tot meer dan de nu al 145 pagina’s hoeven te leiden. Die had ervoor kunnen zorgen dat de vele pagina’s met puntsgewijze opsommingen van detailmaatregelen veel korter had gekund. Wellicht iets voor de volgende keer. Over naar het ‘nieuws’ dat Volt voorstelt.

Stop TATA Steel

Het eerste nieuws: “Tata Steel moet zo snel mogelijk sluiten. Waarom miljarden aan belastinggeld pompen in een bedrijf dat ons ziek maakt, vervuilt en enorm veel water verspilt? Er zijn andere plekken in de EU waar wel op korte termijn groen staal gemaakt kan worden. Als we Tata Steel sluiten, verminderen we in een klap de CO₂-uitstoot en maken we ruimte voor Tata-stad met duurzame bedrijven en klimaatvriendelijke woningen. Zo zorgen we voor nieuwe banen in deze toekomstgerichte stad. We laten zien hoe het wél kan.”2 Dat is inderdaad iets nieuws en een duidelijke keuze. Een duidelijke keuze in een rijtje duidelijke keuzes gericht op het klimaatneutraal zijn van Nederland en de Europese Unie in 2040: “We kiezen daarom voor een helder en ambitieus klimaatbeleid. We leggen wettelijk vast dat we in 2040 klimaatneutraal zijn. Geen vage beloften, maar duidelijke afspraken. In Nederland en in de EU. Het klimaatbeleid wordt eerlijker. We stoppen met fossiele energie. We maken ons continent beter bestand tegen de gevolgen van het veranderende klimaat. Niet afwachten, maar samen bouwen aan die leefbare toekomst.” De partij kiest voor een gezamenlijke Europese aanpak. Dat betekent: “investeren in één gecoördineerde Europese aanpak om klimaatneutraliteit en energieonafhankelijkheid te bereiken in plaats van de 27 verschillende nationale aanpakken. Zo voorkomen we dat armere lidstaten achterblijven.”3 Stoppen met TATA is daarvan een voorbeeld. Als het elders in Europa sneller schoon kan, dan kiest de partij daarvoor. Dat is inderdaad ‘nieuw’ ten opzicht van alle andere partijen. De partij kiest voor de Europese ‘wij’, niet voor de Nederlandse ‘ik’. Dat is vernieuwend en aantrekkelijk. Op Europese schaal zijn oplossingen mogelijk die we op nationale schaal niet kunnen realiseren en dat is een interessante en aantrekkelijke keuze. Dat het kan werken, laat het Nederlandse verleden zien. Neem de waterschappen, onze oudste democratische bestuurslaag waarin landeigenaren samenwerkten om droge voeten te houden. Samenwerking maakte betere oplossingen mogelijk tegen lagere kosten. Of neem de Republiek, een samenraapsel van zeven provinciën dat gezamenlijk de Spaanse wereldmacht versloeg. Iets wat ze zonder samenwerking niet was gelukt. Samen waren ze sterker en een sterke overheid is onmisbaar. De keuze voor Europa biedt kansen en mogelijkheden om zaken los te trekken.

Radicaal Europees

Iets nieuws dat de partij niet noemt, maar wat het programma wel uitstraalt, is de keuze voor de Europese Unie. Niet alleen op het gebied van klimaat zet vol in op de Europese samenwerking. Zo wil de partij, ook een van de ‘nieuwe’ zaken: “bouwen aan een Europees leger, want samen staan we sterker dan alleen.”4 En iets anders ‘nieuws’, wil de partij ook op Europees niveau: “Wij bouwen onze eigen Silicon Europa. Wij kiezen voor een Europees Tech Fund dat risicovolle investeringen doet in innovaties zoals AI, kwantumtechnologie en biotech. Van Brainport in Eindhoven tot Halicon Valley in Finland: samen maken we één digitale krachtbron.”5 Ook komt er: “een Europese organisatie die het spoor coördineert. Deze organisatie onderzoekt welke knelpunten er zijn en waar we moeten investeren.”6 Komt Frontex: “los te staan van nationale regeringen en legt verantwoording af aan het Europees Parlement,” en vormen: “ Open grenzen (…) de kern van een verenigd, vreedzaam en solidair Europa.”7 Moet de Europese Unie: “een sterke speler zijn die haar waarden en belangen kan beschermen in een wereld waar grootmachten steeds meer inzetten op machtspolitiek en invloedssferen.” En daarvoor is: “een Europese minister van Buitenlandse Zaken met een groot mandaat om namens de EU de wereld in te gaan.”8 Ook strijdt de partij: “voor een sterk, democratisch, federaal Europa.” Dat federaal Europa moet worden bestuurd door: “een regering die verantwoording aflegt aan democratisch gekozen volksvertegenwoordigers. De Europese Commissie wordt opgeheven. Er wordt na de Europese verkiezingen een meerderheidscoalitie gevormd met partijen uit het Europees Parlement, aangestuurd door een Europese minister-president. Zij vormen een regering en sluiten een regeerakkoord.” Ook moet de kiezer: “kunnen stemmen op alle kandidaten binnen de EU. Er komt één Europese kandidatenlijst met genderpariteit.”9 Radicale keuzes die veel verder gaan dan andere partijen voorstellen. Keuzes die de kans vergroten dat zaken worden vlotgetrokken. Keuzes die de Europese democratie versterken en dat is nodig. Want zonder een sterke overheid kan er geen sterke markt zijn, aldus de politiek-econoom Dani Rodrik: “governments are necessary to establish peace and security, protect property rights enforce contract, and manage de macroeconomy.” En ook omdat: “they are needed to reserve the legitimacy of markets by protecting people from risks that insecure markets bring with them.”10 Sociale wetgeving en zekerheden voor mensen zijn volgens Rodrik de andere kant van de medaille van een open economie. Rodrik signaleert hierbij een spanningsveld. Hij schets hier wat hij noemt het The Political Trilemma of the World Economy. Dat trilemma bestaat erin een balans te vinden tussen de natiestaat, de hyperglobalisering en democratische politiek die ieder een punt van een driehoek vormen. Daarmee kom ik weer bij het ontbreken van een analyse van het probleem.

Rodrik biedt met zijn trilemma zo’n analyse. De economie van landen zijn via de wereldmarkt steeds meer met elkaar verbonden. Handel levert welvaart op en hoe minder kosten ermee zijn gemoeid (handelsbelemmeringen), hoe meer welvaart het oplevert. Daarom er diverse vrijhandelsverdragen afgesloten. Hoe meer van dergelijke afspraken en hoe opener een land zich hierin opstelt, hoe aantrekkelijker het is voor bedrijven. Rodrik noemt dit hyperglobalization. Een nieuwe vorm van globalisatie waarbij het managen van de binnenlandse economie ondergeschikt is aan de internationale handel en de kapitaalmarkt. Een ontwikkeling die zijn aanvang neemt met het liberaliseren van de kapitaalmarkt in het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw en de oprichting van de WTO.11

De keerzijde hiervan is dat de welvaart die een gevolg is van deze vrijhandel, scheef wordt verdeeld. Een kleine groep profiteert, terwijl het grootste deel van de bevolking van een land er de nadelen van ondervind. Die nadelen zijn minder werk, lagere salarissen, afbrokkelende sociale zekerheid en grotere onzekerheid voor werknemers. Ontwikkelingen die worden verkocht door ze in een positief ‘frame’ te plaatsten. Zo worden de toenemende onzekerheden voor werknemers verkocht met de term flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het tegenovergestelde van flexibel is immers star en wie wil er nou star genoemd worden? De afbraak van de sociale zekerheid wordt modernisering genoemd. Ook hier weer: wie wil er van het tegenovergestelde (ouderwets) worden beschuldigd? De neoliberalen blinken uit in het gebruik van taal en het gebruik van framing.

Door diezelfde internationale handelsverdragen nemen de mogelijkheden van landen om mensen te beschermen af. Dit terwijl die landen onder democratische druk worden gezet door haar bevolking om die bescherming wel te leveren en aan de andere kant door de multinationals onder druk wordt gezet om nog meer belemmeringen weg te nemen. We moeten kiezen tussen twee van de drie hoekpunten; alle drie is, volgens Rodrik, niet mogelijk. Tot nu toe is er gekozen voor de hoekpunten hyperglobalizering en de natiestaat. Alleen blijken die natiestaten individueel te klein om potten te breken en is de manier waarop er nu wordt samengewerkt, te onmachtig. Volt lijkt te kiezen voor de Europese Unie als natiestaat aan de ene kant en voor democratische politiek als de andere hoek. De keuze voor een Silicon Europa wijst in die richting. De partij wil zo: “een autonoom Europa,”12 bouwen. Een keuze die veel van de huidige problemen van een oplossing en antwoord voorziet. Alleen laat de partij bij het versterken van Europa een instituut buiten beschouwing en dat is de Europese raad van ministers. De geregelde vergadering van ministers en uiteindelijke leiders van landen, die een belangrijke rol spelen in de besluitvorming. Hoe die raad in de voorgestelde structuur past, wordt niet duidelijk. En daarmee zijn we weer bij het ontbreken van een analyse. Want pas dan kun je goed beoordelen of de oplossing het geconstateerde probleem oplost.

Radicaal kiezen voor Europa kent een belangrijke maar. We kiezen in 29 oktober de Nederlandse Tweede Kamer. Die moet aan de slag met het aanpakken van problemen waar we in Nederland mee kampen. Nu zijn dat veelal dezelfde problemen die ook in andere landen spelen. Daarom is samenwerken bij het aanpakken ervan zeer aan te bevelen. Om te kunnen samenwerken heb je echter de ander nodig. In dit geval de andere 26 Europese landen. Wat als die dat niet willen?

Basisinkomen

Het tweede ‘nieuws’ betreft het toewerken naar een basisinkomen. In de bespreking van het programma van GroenLinks-PvdA refereerde ik er al aan. “Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen de ruimte krijgen om in alle vrijheid hun keuzes te maken om zo hun talenten te ontwikkelen en schulden te vermijden. … Toen de partij het basisinkomen meenam in de CPB-doorrekeningen van 2023 halveerde dit plan de armoede van 6.1% naar 2.8% en daalde de werkloosheid. Een basisinkomen zorgt ervoor dat mensen centraal staan in de samenleving.”13 Dat basisinkomen: “zorgt voor goede startkansen voor jonge mensen en geeft iedereen de vrijheid om de juiste keuzes te maken in het leven. Het complexe systeem van toeslagen kan de prullenbak in. … Al deze regelingen worden afgedekt door invoering van het nieuwe basisinkomen en door uitbreiding van de inkomstenbelasting met een aantal schijven.”14 Die belastingschijven worden op zo’n manier: “aan(gepast) dat niemand meer onder het sociaal minimum hoeft te leven. Over het algemeen zullen de tarieven lager worden, om de belastingdruk op arbeid te verminderen.” Hierbij maakt het: “voor het belastingtarief (niet uit) of inkomsten worden verkregen uit arbeid, onderneming, winst uit een vennootschap of winst uit vermogen.”15 Niet alleen het basisinkomen is hierbij nieuw. Het hangt samen met een heel nieuw belastingstelsel en stelsel van sociale zekerheid. Een logische keuze omdat het principe van een basisinkomen voor iedereen, een heel andere manier is van het bieden van sociale zekerheid dan regelingen voor specifieke gevallen.

Het principe van een basisinkomen en de manier waarop Volt het wil invoeren, trekt verschillende problemen waar politiek en bestuurlijk Nederland al lange tijd tegenaan kijkt uit ‘het slop’. Zo vergt ons huidige sociale zekerheidsstelsel veel menskracht om het uit te voeren. Is het zo complex dat veel burgers erin verdwalen. Is het sinds Rudings ‘tante Truus’ in toenemende mate gestoeld op wantrouwen. Is ons toeslagenstelsel zo vormgegeven dat meer inkomen uit arbeid lang niet altijd meer netto te besteden inkomen betekent. Is ons belastingstelsel zo vormgegeven dat inkomen uit arbeid anders en vooral zwaarder wordt belast dan inkomsten uit vermogen waardoor het niet de sterkste schouders zijn die de zwaarste lasten dragen. Het voorstel van Volt pakt al deze zaken aan. Bij de invoering van een basisinkomen zullen zich vast nog wat hobbels voordoen. In de basis is het een interessant idee. Een idee waarmee aan genoemde drie problemen waar we al jaren tegenaan kijken, wordt gewerkt. Bovendien biedt het een mogelijkheid om ook iets te doen aan een vierde probleem en dat is het gebrek aan ‘samen’ in onze samenleving. Een basisinkomen straalt uit dat je erbij hoort. En dan hebben we nog niet gesproken over de gevolgen van een basisinkomen voor de (geestelijke) gezondheid.

Jammer genoeg ontbreekt dat bredere verhaal. Het verhaal dat de filosofen Hans Achterhuis en Nico Koning schetsten in hun boek De kunst van het vreedzaam vechten. Het verhaal dat ermee begint dat een gift in traditionele samenlevingen een belangrijke rol vervulde. Een gift was geen individuele handeling was, maar een maatschappelijke verplichting waaraan een individu zich niet kon onttrekken zonder uitgestoten te worden. Bij een giftrelatie ontstond een schuldbalans tussen gever en nemer. Iemand kreeg iets van de gemeenschap en dat gaf de zekerheid erbij te horen en dat erbij horen kwam met de morele plicht. De gift versterkte de onderlinge betrokkenheid binnen de groep. En iemand die de code of vrijgevigheid van de groep negeert, snijdt zichzelf af van de gemeenschap en wordt een buitenstaander.

Achterhuis en Koning onderscheiden zes manier waarop een mens kan komen aan die zaken die nodig zijn om te overleven. Zes manieren van toe-eigening zoals zij het noemen, dat zijn:

  1. De individuele productie: dat wat het individu zelf maakt, produceert, jaagt of verzamelt. Aangezien de mens van nature een ‘groepsdier’ is, is deze vorm van verwerven niet zo belangrijk als we zouden denken.
  2. Het huishouden: de gemeenschappelijke huishouding is gedurende eeuwen de meest belangrijke vorm van samenleven en dus verwerven geweest. Hierin staat de groep centraal, niet het individu. Verlangens waren daarmee bijna altijd verlangens van het huishouden. Hierbij moeten we het huishouden niet eng opvatten, het huishouden kon bestaan uit het dorp, de clan of de groep.
  3. Toedeling: een manier passend bij de hiërarchische samenlevingsvorm. Een vorm waarbij de hoogst geplaatste toedeelt aan de lager geplaatsten. Tussen hoogste en laagste kunnen meerdere niveaus zitten waarbij het hogere niveau steeds toedeelt aan het lagere. De tegenprestatie bij toedeling bestaat uit onderwerping.
  4. Schenking: hiermee wordt een band gecreëerd tussen schenker en ontvanger. Met een schenking ontstaat een blijvende relatie, een verplichting, tussen de twee partijen. de relatie wordt verzwaard.
  5. Handel (ruilen): kenmerk van ruil (en dat is handel) is dat de beide partijen in de ruil gelijk zijn en er geen verplichting of verzwaring ontstaat in de relatie.
  6. Roof: daar waar er bij de eerste vijf vormen van toe-eigening voordeel is voor alle betrokken partijen, is dat bij roof niet het geval. Roof is het verwerven ten kosten van anderen.

De markt is tegenwoordig de dominantste vorm van toe-eigening, een vorm die niet inzet op de relatie. Meer markt betekent minder relatie, minder samenleven en dus een ander soort samenleving.16 Een onvoorwaardelijk basisinkomen is een gift van de gemeenschap aan het individu en benadrukt daarmee de relatie tussen de gemeenschap en het individu. Helaas ontbreekt zo’n soort analyse.

Liefdevolle samenleving

Een liefdevolle samenleving. Nu lijkt mij dat er geen enkele partij een ‘liefdeloze samenleving’ beoogt. Dat maakt het streven naar een liefdevolle samenleving niet ‘nieuw’. Ook de manier waarop de partij liefdevol invult is niet nieuw. Dat: “Mensenrechten (…) voorop (staan) in alles wat we doen. Zodat iedereen zich thuis voelt in Nederland, ook in de toekomst.” onderstrepen veel meer partijen en dat onderstrepen ze ook al veel langer.

Een ander nieuws ‘kunst en cultuur belangrijk maken’ is een middel om tot de samenleving liefdevoller te maken, al kun je je ook daarvan afvragen hoe nieuw het is. “Muziek, theater, de fanfare, het poppodium, het boek op je nachtkastje of een mooie film. Het inspireert tot nieuwe ideeën en brengt ons samen. Kunst zet je aan tot denken. Laat ons ervaren hoe het leven van een ander eruitziet. En we genieten ervan. Kunst en cultuur zijn belangrijk. Daarom maken we hier meer geld voor vrij. Dat is nodig voor een verbonden toekomst.”17 het programma bevat een uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. Nieuw is dit echter niet, eerder hernieuwend na jaren waarin kunst in partijprogramma’s alleen maar werd genoemd in combinatie met bezuiniging. De partij kiest ervoor omdat: “Kunst, muziek, theater en literatuur verrijken ons leven. Ze geven plezier, verbinden mensen, bieden een nieuwe blik op de wereld en maken moeilijke onderwerpen bespreekbaar. Kunst kan troosten, uitdagen en inspireren. In een tijd waarin we zoeken naar nieuwe ideeën en meer samenhang in de samenleving, is kunst geen luxe, maar pure noodzaak.” En in een tijdsgewricht waar mensen steeds vaker tegenover elkaar staan omdat de nadruk wordt gelegd op wat ons scheidt in plaats van bindt. Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken heeft Doe iets nieuws de meest uitgebreide kunst en cultuur paragraaf. De partij wil dat: “kunst toegankelijk is voor iedereen.” Ze wil dat de: “ rijke cultuursector (…) meegroeit met onze veranderende wereld en waarmee we ons verleden een plek geven in de toekomst. Ze vormt het hart van onze samenleving.”18 En ook dit wil de partij weer Europees aanpakken.

Dat cultuur het hart van de samenleving is, is voor mij een open deur. Dat cultuur meer is dan de ‘sinterklaastraditie’ en ‘vuurwerk afsteken’ en ‘koningsdag’, staat voor mij als een paal boven water. Net zoals het feit dat cultuur zich ontwikkelt. Ze verandert en vernieuwt zich. Zo zal een Venlose Vastelaovesvierder uit 1950 zich verbazen over de manier waarop het feest nu wordt gevierd. En die verbazing zal veel verder strekken dan zijn verbazing over het gebrek aan mensen die op woensdag in de kerk ‘ut assekruutske’ gaan halen. Hij zal zich er niet over verbazen dat de Vastelaovend nog steeds een belangrijke plek inneemt in de Venlose cultuur. Tradities die zich niet ontwikkelen, zijn ten dode opgeschreven.

Toch zou iets meer uitleg of analyse over de plek die cultuur inneemt in het leven van de mens en de rol die kunst hierbij speelt, het pleidooi versterken. Vooral de relatie tussen kunst en cultuur en die liefdevollere samenleving verdient nadere uitleg. Kunst en cultuur zijn namelijk niet per definitie liefdevol en verbinden. Cultuur vormde namelijk ook het hart van slavensamenlevingen. Ze vormde ook het hart van het martiale oude Sparta en van Hitler Duitsland. Cultuur verbindt, maar verbindt het ook automatisch iedereen?

Onze democratie

Dan iets ‘nieuws’ dat niet in de opsomming van nieuwe zaken staat in het begin van het programma: “Ga voor democratie.” Het zesde hoofdstuk van het programma. De hierboven al genoemde hervorming van de Europse Unie is onderdeel van dit hoofdstuk. Omdat ik die hierboven al heb besproken, laat ik die hier verder buiten beschouwing en concentreer ik me op wat de partij in Nederland wil. “Vrijheid, gelijkheid en solidariteit vormen de kern van onze democratie. Maar die waarden staan wereldwijd onder druk. Ook in Nederland en de Europese Unie (EU). In Hongarije onderdrukt Orbán de rechten van lhbtqia+’ers. Italië zet vluchtelingen zonder oog voor menselijkheid het land uit. En in Nederland zetten rechtsextremisme en polarisatie onze democratie onder druk. Waar andere partijen kiezen voor verdeeldheid, kiezen wij voor verbinding. We kijken niet toe. Met nieuwe ideeën maken we onze democratie klaar voor de toekomst.” Zo opent het hoofdstuk.

Als eerste wil de partij: “de Tweede Kamer uit(breiden) van 150 naar 250 zetels. Onze Tweede Kamer is namelijk te klein, zeker in vergelijking met andere Europese landen. Een grotere Tweede Kamer is nodig om de wetgevende en controlerende taak van de Tweede Kamer te versterken, en vooral om de taak van volksvertegenwoordiging beter te vervullen.”19 Dat kan. Het Nederlandse parlement is klein in vergelijking met parlementen in andere landen. Volgens deze logica zou een groter parlement beter functioneren. Maar als we naar de resultaten in die andere landen kijken, dan zien we dat de resultaten daar ook te wensen over laten. Het probleem zou wel eens kunnen zijn dat het vervullen van de wetgevende en controlerende taak je als politicus geen herverkiezing oplevert.

Ook wil Volt: “het allereerste, nationale, permanente burgerberaad ter wereld op(richten).” Dit burgerberaad wordt: “verantwoordelijk voor het organiseren van burgerberaden in Nederland.” Dat permanente burgerberaad is:“Een groep ingelote inwoners (…) – al dan niet in samenspraak met de politiek – burgerberaden agenderen over onderwerpen die hen na aan het hart liggen, zoals zorg, het klimaat of pensioenen.” Een soort agendaclub die een vraag uitzet. Een vraag die wordt beantwoord door een burgerberaad dat zich specifiek met dat thema gaat bezighouden. En waarvan de: “aanbevelingen (…) door de politiek serieus (worden) meegenomen in de besluitvorming.” En op dat serieus nemen ziet: “Het permanente burgerberaad (…)toe.”20 Dat is inderdaad iets ‘nieuws’. Maar voor welk probleem is het een oplossingen en hoe verhoudt het zich tot het eerste voorstel om de Kamer te vergroten tot 250 leden en het voorstel om: “op elk bestuursniveau een minimumnorm voor ondersteuning van fracties vast te stellen, ten minste gelijk aan het Europese gemiddelde”​? Of tot: “het invoeren van een parlementaire wetsverkenning.” Waarmee: “de Tweede Kamer bij het ontwikkelen van nieuwe wetgeving al vroeg de gelegenheid om de beoogde wetgeving op hoofdlijnen te (laten) onderzoeken en adviezen van uitvoeringsorganisaties en de samenleving te verzamelen. Informatie die zo verkregen is, kan dan meegenomen worden bij de behandeling in de Kamer”21 Dat maakt het programma niet duidelijk en dat is jammer. De analyse met daarin de samenhang ontbreekt.

Een democratie is nooit af of perfect. Dus dat partijen voorstellen doen eraan te werken is niet verkeerd. Maar dan wel met een onderbouwing. De Franse denker over democratie Pierre Rosanvallon biedt aanknopingspunten. Democratie herbergt, volgens Roasanvallon, een belofte en een probleem:“a promise insofar as democracy reflected the needs of societies founded on the dual imperative of equality an autonomy; and problem, insofar as these noble ideals were al long way from being realised.” En overal waar: “democracy was tried, it remained incomplete – in some places grossly perverted, in others subtly constricted, in still others systematically thwarted. In a sense there has never been a fully ‘democratic’ regime, if we take the word in its fullest sense.”22 Nooit af en dus kan er altijd ontwikkeld worden. In zijn Spinozalezing van 2012 constateert Rosanvallon ‘democratische onbepaaldheid’ een begrip dat hij als volgt definieert: “het subject van de democratie, haar doel en procedures (gaan samen) met spanningen ambiguïteiten, paradoxen, aporieën, asymmetrie en overlappingen die de definitie en het begrip ervan problematisch maken en derhalve ook een bron zijn van de vele vormen van ontgoocheling.”23 Rosanvallon onderscheidt er vijf.

Als eerste zijn er structurele spanningen. Die openbaren zich bij de keuze van de volksvertegenwoordigers. In een volksvertegenwoordiger zoeken we twee kwaliteiten. Als eerste ‘nabijheid’: kan ik me herkennen in de volksvertegenwoordiger, of zoals Rosanvallon het beschrijft: “de vertegenwoordiger als valoriserende stand-in, getrouwe uitdrukking en stem van de vertegenwoordigde.” De partij GeenPeil zette tijdens de verkiezingen van 2017 extreem in op ‘nabijheid’. De partij beloofde alle stemmingen via digitale peiling aan het volk voor te leggen en in de Kamer vervolgens te stemmen naar de uitkomst van de peiling. De tweede kwaliteit die we zoeken in een volksvertegenwoordiger is ‘geschiktheid’: “de vertegenwoordiger als vertrouwensman, geïnformeerde afgevaardigde,” aldus Rosanvallon. Twee kwaliteiten die: “elkaar vaak uitsluiten en moeilijk in één vertegenwoordiger te verenigen zijn.” En, zo vervolgt hij: “Bovendien verwijzen ze vaak naar de waardering van twee verschillende politieke momenten: dat van de verkiezingscampagne en dat van de regeringsdaad.” Probleem is dat we allebei zoeken. Het vergroten van de Kamer naar 250 leden verandert hier niets aan. Sterker nog, het zou wel eens averechts kunnen werken omdat er dan 250 in plaats van 150 mensen de aandacht op zich willen vestigen. Die vooraan willen staan bij het ‘vragenuurtje’, Kamervragen stellen en moties in dienen om ergens aandacht op te vestigen.

De tweede ambiguïteit vloeit, volgens Rosanvallon: “voort uit het niet overlappen van twee constitutieve definities van hetzelfde object.” Dat object is ‘het volk’. “Het volk is zowel het korps van burgers, dat naar een idee van eenheid, een vorm van totaliteit verwijst, als een sociale vorm, die diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid impliceert.” Volgens Rosanvallon is het volk onmisbaar in een democratie, ook al is het zoals hij beweert: “in de democratie structureel nergens te vinden.” 1n de eerste prikker in deze Election Files serie besteedde ik aandacht aan de verschillende betekenissen van het begrip volk. Die sloot ik af met de woorden: “‘Het volk’ zit op veel meer plekken, wordt op veel verschillende manieren vertegenwoordigt en spreekt zich op veel verschillende manieren uit.” Een burgerberaad lost de diversiteit, pluraliteit en zelfs verdeeldheid niet op. Het kan helpen om bij het komen tot een meer gedragen oplossing. Maar dat kun je ook op andere manier bereiken. Bijvoorbeeld door het idee om de Kamer al vroeg de hoofdlijnen te laten onderzoeken.

Als derde constateert Roasanvallon ‘functionele asymmetrieën: “Als we in aanmerking nemen dat de democratie het dubbele doel heeft de bestuurders te legitimeren en de bestuurden te beschermen, dan moeten we wel vaststellen dat die twee functies elkaar niet kunnen dekken. De legitimering berust op het vormen van een vertrouwensband tussen bestuurders en bestuurden, terwijl de bescherming van de bestuurden juist uitnodigt tot het organiseren van het wantrouwen” De coronapandemie bracht deze asymmetrie duidelijk naar voren. Maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, roepen veel verzet en wantrouwen op en de legitimiteit van de maatregelen wordt ter discussie gesteld.

Als vierde moeten we democratie zien in haar tijd en ruimte. Volgens Rosanvallon: “is er een duidelijk verschil tussen een democratie op het moment van haar constitutie en een permanente democratie.” Wat democratisch is en welke instituties er nodig zijn verschilt in de tijd. Rosanvallon geeft een voorbeeld: “Op het moment van de Franse Revolutie leek het ondenkbaar om vertegenwoordigers te kiezen voor de duur van meer dan een jaar; bovendien werd er elke week een nieuwe voorzitter van het parlement gekozen!” Naast ‘tijd’ kan ook ‘ruimte’ variëren. Met ‘ruimte’ bedoelt hij dat wat de kern is van de democratie: “lange tijd heeft men gedacht dat het gezin de werkelijke school van de democratie was, omdat men in het gezin er het duidelijkst vorm aan geeft. Anderen zeiden dat het lokale niveau de school van de democratie is, omdat de vanzelfsprekendheid van de gemeenschap zich niet hoeft uit te drukken door middel van de oprichting van een institutie. De groep bestaat er direct als gemeenschap.” De recente decentralisatie van verantwoordelijkheden naar gemeenten werd onderbouwd met argumenten in deze lijn. Sinds het midden van de negentiende eeuw is de natie echter, om Rosanvallons woorden te gebruiken, dé school van de democratie. Tegenwoordig ondervindt die school concurrentie van het nieuwe supranationale, namelijk de Europese Unie maar ook van het lokale. Bij het aanpakken van de klimaatproblematiek speelt ‘ruimte’ een belangrijke rol. Klimaat trekt zich immers niets aan van door de mens verzonnen zaken als landsgrenzen.

Als laatste kent democratie, zoals Rosanvallon het noemt: “pluraliteit van vormen en domeinen.” Wat moeten we hieronder verstaan? “De democratie is natuurlijk een politiek stelsel. Maar ze omschrijft ook vormen van burgeractiviteit, die verder reiken dan alleen deelname aan verkiezingen: debat, het woord nemen, informatie, participatie, betrokkenheid. Ze is ten slotte een samenlevingsvorm die gebaseerd is op het project een wereld van gelijken op te bouwen.” Een wereld van gelijken waarbij iedereen betrokken is, iedereen het woord kan nemen, zich kan informeren en kan deelnemen.

De plannen van Volt grijpen hierin in en zullen, als we Rosanvallon mogen geloven, niet leiden tot de ultieme en eeuwige democratie. Maar andere tijden vragen om een anders vormgegeven democratie. Hoe anders, dat moet onderwerp van discussie zijn maar dan wel op basis van een gedegen analyse.

1 Doe iets nieuws, pagina 2. Doe iets nieuws is te vinden via: https://voltnederland.org/storage/doc/volt_concept_verkiezingsprogramma_2025.pdf

2 Idem, pagina 4

3 Idem, pagina 12

4 Idem, pagina 105

5 Idem, pagina 4

6 Idem, pagina 27

7 Idem, pagina 74-75

8 Idem, pagina 108

9 Idem, pagina 129

10 Dani Rodrik,The Globalization Paradox. Democracy and the Future of the World Economy, pagina 19

11 Idem, pagina 76

12 I Doe iets nieuws ,pagina 4

13 Idem, pagina 4

14 Idem, pagina 43

15Idem, pagina 46

16 Hans Achterhuis en Nico Koning, De kunst van het vreedzaam vechten, pagina 406-419

17Doe iets nieuws, pagina 5

18 Idem, pagina 68

19 Idem, pagina 133

20 Idem, pagina 133

21 Idem. Pagina 133

22 Pierre Rosanvallon, Counter-democracy. Politics in an Age of Distrust, pagina 2

23De Spinozalezing waaruit ik hierin en ook hieronder citeer is opgenomen in: Pierre Rosanvallon, Democratie en Tegendemocratie, pagina 65-89.