Uitgelicht

How to end the war?

Binnenkort is het een jaar geleden dat Rusland Oekraïne binnenviel. Een jaar van gevechten. Voor de spanningsboog van de zappende moderne burger is dat lang. Als we het in historisch perspectief bezien dan valt dat reuze mee. Maar hoe moet het eindigen?

De Tweede Wereldoorlog duurde afhankelijk van waar je woonde tussen de drieënhalf (de VS) tot acht jaar (China). De eerste van august 1914 tot en met november 2018. En dat zijn dan nog korte vergeleken met de Dertigjarige oorlog, die voor een deel weer samenviel met de Tachtigjarige oorlog.  De kroon werd wel gespannen door de 118 jaar durende Honderdjarige oorlog om de Franse troon die met relatief rustige tussenposen woedde van 1337 tot 1453 tussen aan de ene kant het Franse huis Anjou en aan de andere kant het huis Plantagenet dat het koningschap van Engeland combineerde met bezittingen in Frankrijk. Of je moet de drie Punische oorlogen tussen het Romeinse rijk en Carthago als een oorlog zien met twee relatief lange rustige tussenposen. Dan duurde die oorlog namelijk ook 118 jaar, van 264 tot 146 voor de start van onze jaartelling.

Slag bij Nieuwpoort van Jacob de Vos. Bron: WikimediaCommons.

Als we naar de ‘vroegere voorbeelden’ kijken, dan zijn er twee mogelijkheden: na jaren strijden komen de partijen tot een vergelijk waarin ze zich kunnen vinden en dat aantrekkelijker is dan de strijd voortzetten. Dat is de manier waarop de Dertig- en Tachtigjarige oorlog en de Eerste Wereldoorlog werden beëindigd. Iedereen wint en verliest wat. In het geval van de Eerste Wereldoorlog verloor de ene partij, Duitsland, meer dan ze wilde maar haar onderhandelingspositie was door de revolutionaire sfeer in het land dermate verzwakt dat wapenstilstand verwerd tot een nederlaag. De tweede mogelijkheid is een nederlaag van een van de partijen. Zo eindigden de Tweede Wereldoorlog, de Honderdjarige oorlog en de drie Punische oorlogen. Tenminste als je ze als één oorlog ziet want de laatste van de drie eindigde met de totale vernietiging van de stad Carthago en de overlevenden, zo’n 50.000 mensen, werden als slaaf verkocht.

De huidige oorlog via het tweede scenario beëindiging, door de totale nederlaag van een van de twee partijen, dat kan er wel eens iets worden van heel lange adem. Oekraïne is niet bij machte om Rusland op de knieën te dwingen en te bezetten. Zelfs met Amerikaanse en Europese steun is dat een onmogelijkheid. Daarvoor is Rusland te groot. Net zoals Rusland Oekraïne niet op de knieën kan dwingen en succesvol bezetten. Iets waaraan ik vorig jaar al, voor aanvang van de oorlog, twijfelde. Zeker niet als je de oorlog ziet als een oorlog tussen Rusland en de NAVO en de VS, zoals Van Russische kant met goede argumenten wordt betoogd. Als je met dat frame naar de oorlog kijkt, dan kun je ook beweren dat we in het 77ste jaar zitten van de oorlog tussen het Westen en Rusland. Geen bemoedigende gedachte maar ik kan niet uitsluiten dat historici uit komende eeuwen het in perspectief zien. Of, en dat kan ook, dat Poetins inval in Oekraïne wordt vergeleken met het schot van Gavrilo Princip dat de aanleiding vormde tot de Eerste Wereldoorlog en die inval zien als de aanleiding voor de Amerikaans-Chinese oorlog. Ook geen bemoedigend scenario.

Voor bemoedigender scenario’s moeten we naar het eerste einde van oorlogen, het vergelijk tussen partijen. Echter voordat we te enthousiast worden ook oorlogen die eindigden met een totale nederlaag kenden momenten van rust en aan die rust lag vaak een overeenkomst ten grondslag. Maar geen overeenkomst die permanent soelaas bood. Op die manier kun je ook de vrede van Versailles waarmee de Eerste Wereldoorlog eindigde bezien. Als je de Tweede tenminste als een voorzetting van de Eerste ziet en daar zijn argumenten voor te vinden.

Met die Eerste – en Tweede Wereldoorlog ben ik wel waar ik wezen wil. Die twee oorlogen maakten namelijk een einde aan de langdurige machtsstrijd in Europa tussen Frankrijk en Duitsland. Na de Eerste lukte dat niet omdat wraak en revanche voor de vernedering bij zowel de Duitsers als de Fransen overheerste. De Fransen wilden wraak en revanche voor de vernietigingen van die oorlog maar vooral voor de nederlaag een oorlog eerder, de verloren oorlog tegen de Duitsers van 1871. Bij een groot deel van de Duitsers lag het dictaat van Versailles zwaar en flinke delen van de bevolking riepen om wraak.

Na de Tweede lukte het wel. Niet omdat er toen geen roep om wraak, vernedering, vergelding en herstelbetalingen waren. Die waren er zeker, ook in Nederland waren er ideeën en plannen om de Duitsers uit te kleden. Het meest megalomane idee was het Bakker Schut-plan. Dat behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. De machtsstrijd werd beëindigd door Europese samenwerking. Door in structuren gegoten ‘Handel durch Wandel’ die de twee grote rivalen inkapselde en met elkaar verbond. En vervolgens door mensen naast Duitser, Fransman of Nederlander ook onderdeel te laten zijn van een groter verband. Door, om dat moderne woord te gebruiken, de mensen een Europese identiteit naast de nationale aan te meten. De Europese voor de wereldpolitiek en de nationale, om het wat cru te formuleren, voor de sport en cultuur. Of oorlog tussen de landen in de  Europese samenwerking daarmee definitief tot het verleden behoort, moet de toekomst uitwijzen. Helaas zijn er tegenwoordig partijen, zoals de FvD van Baudet, die aan dat verband, aan die Europese samenwerking op liberale en democratische grondslag, een einde aan willen maken. Liberaal zoals Fukuyama het definieert: ‘de  doctrine … waarin werd gepleit voor de beperking van de regeringsmacht door middel van wetten en uiteindelijk ook grondwetten en waarbij instituties in het leven werden geroepen waarmee de rechten van  burgers werden beschermd .[1]Maar nog bedreigender, landen zoals Polen en Hongarije, die de grondslagen onder die samenwerking, de liberale democratie, met voeten treden en zo het geheel ondermijnen.

Aangezien complete vernietiging en verkoop van de overlevenden als slaven geen realistisch scenario meer is, moet er een manier worden gevonden waarop alle betrokken partijen met elkaar samen kunnen en willen leven. Daarbij helpt het niet om de ander te ontmenselijken en te verketteren zoals nu vooral gebeurt. Daarbij helpt het wel om een beeld van de samenleving en de samenwerking na de oorlog te schetsen. Hoe zou die samenleving eruit moeten zien? Daarvoor biedt de Europese samenwerking een interessant voorbeeld. Zo’n soort samenwerking tussen de huidige EU samen met Rusland en Oekraïne met een liberale en democratische basis. Een  uitbreiding van de Duitse Handel durch Wandel politiek die nu wordt verketterd als ‘een tweede München’ met overheidsstructuren. Dat zou een win-win zijn voor alle betrokken partijen, een Euro-Russisch blok.Nu zal dat veel weerstand oproepen bij de Europese lidstaten die onder de Sovjet heerschappij vielen.

Op die manier wordt de Russen die van Poetin en zijn kliek af willen, een alternatief geboden dat er nu niet is. Want wat, behalve ‘wij willen niets met jullie te maken hebben’ heeft de EU de Russen nu te bieden? Zo’n samenwerking zou het tweede langjarige Europese conflict beëindigen. Het conflict met Rusland en haar voorgangers. Bovendien kan dit wel eens de manier zijn om te voorkomen dat de Russische inval in Oekraïne het ‘Pricip-moment’ wordt van een Amerikaans-Chinees conflict. Het alternatief zou wel eens een antiliberaal, autocratisch Chinees-Russisch blok aan onze grenzen kunnen zijn.


[1] Francis Fukuyama, Het liberalisme en zijn schaduwzijden. Verdediging van een klassiek ideaal, pagina7

Uitgelicht

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Premier Rutte: “wees met name op 1 juli 2023, als het officieel 150 jaar geleden is dat de slavernij in het koninkrijk werd afgeschaft. ‘Maar het proces is pas echt klaar als de discriminatie van mensen vanwege hun huidskleur is gestopt,” zo lees ik in de Volkskrant. Een bijzondere soap rond excuses voor het slavernijverleden. Dat bijzondere is gelegen in het oorzakelijk verband dat er wordt gelegd tussen verschillende feitelijke constateringen.

De eerste feitelijke constatering is dat het begrip racisme een steeds ruimer wordt ingevuld. Volgens de Van Dale is racisme de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Racisme is daarmee een handeling, een actie op basis van een bewuste gedachte. Hier schreef ik al eens een prikker over naar aanleiding van een bijzonder gesprek onder een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent met als titel Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één. Een gesprek waarin ik Mulder vroeg naar haar definitie van racisme en die niet kwam, want: voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan” Zonder een duidelijke definitie van is een zinvol gesprek onmogelijk omdat iedereen dan iets anders bedoeld. Dan wordt het zoiets als het partijtje ‘bunkertrefbal’ dat mijn aspiranten honkballers laatst speelden. Op mijn vraag wat ze het laatste half uur wilden doen, kwam het antwoord bunkertrefbal. Ik had geen idee wat het was, maar zij wisten precies wat er werd bedoeld. Totdat ze gingen spelen en er boze gezichten kwamen. Wat bleek, ze speelden met verschillende regels.

Feitelijke constatering twee: als jezelf, je ouders of grootouders van elders naar Nederland gekomen zijn, dan heb je niet dezelfde mogelijkheden als iemand bij wie dat wel het geval is. Als nieuwkomer mis ontbreekt het je aan kennis van de samenleving waar te naartoe migreert. Maar belangrijker dan het ontbreken van die kennis is het ontbreken van kennissen. Je mist een netwerk waardoor het zeer lastig wordt om een plek te vinden die bij je capaciteiten past. Dat laatste heb ik in een eerdere prikker ‘nieuwkomers nadeel’ genoemd. Het gebrek aan kennis is daarbij makkelijker op te lossen dan het gebrek aan die kennissen. Het ‘opklimmen in de rangen’ na migratie kost meerdere generaties tijd

Dan de vierde feitelijke constatering het feit dat Nederland koloniën had. Een feit dat niet is te ontkennen. Het woord kolonie kent een oud Griekse geschiedenis. Werd het te druk in een stad of gebied, dan trok een deel van de inwoners weg naar een leeg stuk land en stichtte daar een onafhankelijke ‘zusterstad’. Als er tegenwoordig over koloniaal verleden wordt gesproken, dan wordt vooral de periode na 1500 waarin Europa economisch en militair de wereld steeds meer ging overheersen[1]. Het streven naar een zo groot mogelijk rijk, was echter niets nieuws. Het enige nieuwe eraan was dat het op wereldschaal gebeurde. De diverse Chinese dynastieën, de Perzen, het Egypte van de farao’s, de Romein, de Magadha, de Olmeken, Inca’s, Azteken, het Islamitische rijk, de Mongoolse horden, allemaal streefden ze naar ‘werelddominantie’ in de hun bekende wereld. Dat Mongoolse rijk wordt qua omvang in de geschiedenis trouwens alleen overtroffen door het Britse Rijk. Tot de Russische inval in Oekraïne waren velen ervan overtuigd dat het veroveren van gebieden tot het verleden behoorde. Wat niet wil zeggen dat het streven naar ‘werelddominantie’ en als je die hebt het behoud ervan, tot het verleden behoort.

Als vijfde het feit dat slavernij is eeuwenlang een algemeen aanvaard maatschappelijk gebruik was. Wat hierbij onder invloed van het christendom en de islam ook geleidelijk algemeen gebruik werd, was dat je geloofsgenoten niet tot slaaf mocht maken. Algemeen aanvaard maar niet door iedereen. Vanaf het midden van de achttiende en versneld in de negentiende eeuw komt daar verandering in. Een bijzondere periode in de West-Europese geschiedenis. Bijzonder omdat heel veel zaken die tot de mores in vroeger eeuwen behoorden, ter discussie werden gesteld. Het is de periode dat Adam Smith zijn Theory of Moral Sentiment waarin hij de emoties en hoe die zich tot elkaar verhouden onderzocht en het beroemdste The Wealth of Nations waarin hij de economische ontwikkeling beschrijft. Met daarin de beroemde passage van de onzichtbare hand. De tijd waarin Immanuel Kant zijn drie ‘kritieken’ schreef[2] en Zum ewigen Frieden. Het tijdperk van de Verlichting, door diezelfde Kant omschreven als: “het uittreden van de mens uit zijn onmondigheid waaraan hij zelf schuldig is. Onmondigheid is het onvermogen gebruik te maken van zijn verstand zonder leiding van een ander. Aan deze onmondigheid is men zelf schuldig wanneer de oorzaak ervan niet ligt in gebrek aan verstand maar ligt in het gebrek aan beslissing en moed het verstand te gebruiken zonder leiding van een ander. ‘Sapere aude!’: ‘Heb de moed te weten’ (d.i. gebruik te maken van uw eigen verstand), is derhalve het devies van de Verlichting’.[3] De leiding van de ander waar de mens het zonder zou moeten doen, betrof vooral de religieuze dogma’s.

Dat ‘gebruik maken van het eigen verstand’ bleef niet zonder gevolgen. Smith, Kant en vele anderen schreven daardoor hun boeken. Het ‘door god gegeven recht’ van heersers werd ter discussie gesteld. Sterker nog, ze konden worden afgezet. Democratie’ werd onderdeel van het gesprek. Nadenken leidde tot de ‘stoommachine’ en ander uitvinding en via Smith tot het nadenken over en proberen te verklaren van iets wat we nu ‘de economie’ noemen. De verlichting leidde ertoe dat er zoiets als een ‘publieke ruimte’ ontstond alwaar over van alles en nog wat gedebatteerd kon worden, dat er kranten ontstonden. De Verlichting leidde tot het ter discussie stellen van god en de godsdienst. De Verlichting leidde er toe dat er allerlei emancipatie- en burgerrechtenbewegingen ontstonden en dus ook een beweging die de slavernij wilde beëindigen. Aan de andere kant leidde de Verlichting ook tot het nadenken over overeenkomsten en verschillen tussen mensen. Ze stond daarmee ook aan de wieg van wat we nu racisme noemen. Want zelf nadenken en willen weten, wil niet automatisch zeggen dat er hetzelfde wordt gedacht en dat voor fenomenen eenzelfde verklaring ‘gedacht’.

De Verlichting was een westers verschijnsel. Het deed zich niet voor in China, India of het Perzische Rijk. Dat slavernij nu in theorie overal is afgeschaft, is daarmee te danken het westen. Slavernij was geen ‘westerse’ uitvinding al zijn er mensen die lijken te geloven dat Europeanen slavernij uitvonden. Sterker nog, als je via google zoekt, kun je de bevestiging zien van die feitelijk onjuiste opvattingen zoals ik een klein half jaar geleden al schreef. Afrikanen, Arabieren, Chinzeen, Indiërs, authentieke Amerikanen, slavernij kwam overal voor. Het oudste ‘wetboek’ de Codex Hammurabi van zo’n 38 eeuwen geleden, spreekt op verschillende plekken over slaven. In de periode van 800 tot 1900 vonden minstens zoveel tot slaaf gemaakte Afrikanen hun weg naar de Arabische wereld. En nee, met die Codex werd slavernij niet ingevoerd. De Codex reguleerde de bestaande praktijk en gaf aan welke straf er op overtreding van die praktijk stond. De afschaffing ervan begon in Europa door het in wetboeken te verbieden en door het verbod ervan vervolgens ook in andere delen van de wereld af te dwingen.

Het wordt bijzonder als deze feitelijke constateringen worden gecombineerd tot een alles verklarende theorie. Die combinatie werd in 2021 beschreven door Fati Benkaddour in een artikel bij Joop: “Racisme is niet een gevolg van historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen die door de tijd heen at random gebeurden en die de politieke status quo, tegenovergestelde culturele waarden en scheve machtsverhoudingen tussen bevolkingsgroepen, in Nederland hebben veroorzaakt. Racisme ís er de oorzaak van. En dat niet alleen, racisme is een vorm van antisociale persoonlijkheidsproblematiek: narcisme.”  Racisme is in Nederland de oorzaak van historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging, aldus Bendakkour. Dus zonder racisme geen ‘geschiedenis’ in Nederland en ook geen kapitalisme, militarisme en economie. Zonder racisme zou het hier stilstaan. Zou dat alleen voor Nederland gelden? Zou er in andere delen van de wereld wel historische, militaristische, kapitalistische en economische beweging mogelijk zijn zonder racisme? Nederland als een soort uitzondering op de regel? Ik probeer me een voorstelling te maken van hoe Nederland er dan uit zou hebben gezien, maar een echt beeld kan ik me er niet bij voor de geest halen. Zouden we hier dan nog in de Middeleeuwen leven? Zou een deel van het land dan nog steeds door de Romeinen bezet zijn? Allebei zou erg lastig zijn als Nederland die uitzondering was. Het Romeinse Rijk zou dan immers nog alleen in Nederland bestaan en alleen Nederland zou dan nog last hebben van invallen van Noormannen. Alhoewel, dat zou niet kunnen, die Noormannen hebben immers wel een geschiedenis, militarisme, kapitalisme en economische ontwikkeling. Dit lijkt mij een heel onwaarschijnlijk scenario.

Een andere mogelijkheid is dat Nederland geen uitzondering op de regel is. Dat zou betekenen dat racisme de oorzaak is van ‘historische, militaristische, kapitalistische en economische bewegingen.’ Dat zou betekenen dat racisme de motor is achter alle menselijke ontwikkeling. Dan waren de Romeinen racisten net als de Qing-dynastie, de oude Egyptenaren, de Maya’s en de Azteken. Maar wacht eens, als we nog wat verder teruggaan in de geschiedenis van de homo sapiens dan zijn onze verre voorvaderen uit oost-Afrika weggetrokken en hebben ze zich over de hele wereld verspreid vanwege racisme. Ook dat lijkt mij heel onwaarschijnlijk want als we teruggaan naar de eerste afsplitsing van de eerste groep homo sapiens, dan was het familie die zich afsplitste. Zou racisme werkelijk ten grondslag liggen aan die eerste afscheiding? Ik was er, net als Benkaddour niet bij, maar ik waag het ernstig te betwijfelen.  Als Nederland geen uitzondering op de regel is en als de regel zelf vastloopt, dan rest er maar één andere mogelijkheid: Benkaddour verkoopt grote onzin. Haar bewering slaat als de welbekende tang op het varken.

Toch zijn er velen die deze tang toch in meer of mindere mate op een varken vinden lijken. Die noemen ‘racisme’ als verklaring voor het eerder behandelde nieuwkomers nadeel. Die zien slavernij doorwerken in de huidige sociale ongelijkheid in Nederland. Die zien overal racisme en institutioneel racisme en zien daarin een voorzetting van de ‘koloniale verhoudingen’. Die zijn als de welbekende hamer die in alles een spijker ziet. Die beweren in navolging van Gloria Wekker dat: West-Europese landen hebben eeuwen deelgehad aan een algemeen Europees ethos – een ‘cultureel archief,’ zoals Edward Said het noemt in zijn boek – waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.”  Die betogen zoals Angélique Duindam in de Volkskrant dat er een: “systeem bedacht (is) waarin we andere mensen konden ontmenselijken.” Het ‘Risk- kaartje met Saids opdracht’ waar Wekker het overheeft en Duindams ‘bedenken’ verwijzen naar een ‘voorbedachte rade’ waarover mijn vorige prikker handelde. De feiten laten zien dat Europeanen zich over de wereld verspreidden, zich dus buiten hun ‘gebied’ begaven en daarbij volkeren aan zich onderwierpen. Wat Wekker hier doet, is vanuit het heden een ‘voorbedachte rade’ opleggen aan voorouders: ze bezitten koloniën en hebben de daar aanwezige mensen onderworpen dus dat zal dan wel de reden zijn dat ze de wijde wereld introkken. Een ‘voorbedachte rade’ waarvoor elk bewijs ontbreekt. Ze bevoeren de zeeën om de ‘tussenpersoon’ in de handel uit te schakelen en zoveel mogelijk rechtstreeks met de Chinese en Indische bron te handelen, niet omdat ze wilden ‘veroveren’. Dat veroveren en onderwerpen kwam er later bij en was in eerste instantie gericht op het uitschakelen van de ‘West-Europese concurrent’. Het bedachte ‘systeem’ van Duindam is een achterafverhaal om iets te beschrijven. Een achteraf verhaal waarin gebeurtenissen en keuzes van verschillende van onze voorouders op verschillende momenten in de tijd met elkaar in verband gebracht worden en worden gepresenteerd als een logische beschrijving en verklaring van iets. Deze verhalen zijn, om Tom Phillips aan te halen, het gevolg van problemen die ontstaan door short cuts in onze hersenen en dan vooral van de heen short cut  die altijd zoekt naar patronen. “Het probleem daarmee is dat onze hersenen daar zo op zijn gebrand dat ze overal patronen gaan zien, zelfs waar ze helemaal niet zijn.[4]


[1] Bij ‘Europa’ hoorden, na de onafhankelijkheid van Engeland, ook de Verenigde Staten

[2] Kritik der reinen Vernunft (1781), Kritik der praktischen Vernunft (1788) en Kritik der Urteilskraft (1790).

[3] Uit Immanuel Kant, Was ist Aufklärung. Geciteerd bij Historiek.net.

[4] Tom Phillips, De mens. Een kleine geschiedenis van onze allergrootste fuck-ups, pagina29

Uitgelicht

Europese vrijheden en waarden

De Oekraïners vechten voor onze vrijheid, voor de Europese waarden. Menig Europees en ook Nederlands politicus sprak die of soortgelijke woorden uit sinds de Russische inval in dat land. Dergelijke woorden gevolgd door iets als ‘want Poetin stopt niet bij Oekraïne’. Vormt Rusland werkelijk een bedreiging voor onze vrijheden en Europese waarden of zijn er andere, grotere bedreigingen voor die waarden?

Chileense vluchtelingen komen aan in Nederland in 1973. Bron: WikimediaCommons

Ik denk niet dat de Oekraïners voor onze vrijheid vechten. Ze vechten voor hun eigen vrijheid, dat is hun goed recht. Ook denk ik dat de Russische militaire dreiging schromelijk wordt overdreven. En nee, die gedachte is niet iets van de laatste weken waarin het Oekraïense leger successen boekt. Nee enkele dagen voor de Russische inval sprak ik al mijn twijfels uit over de Russische kansen Oekraïne te veroveren en vervolgens te bezetten. Twijfels gebaseerd op het aantal soldaten aan beide zijden. Nu zegt het aantal beschikbare troepen niet alles. Zo lukte het de troepen van de Korintische Bond onder leiding van Alexander de Grote om het Perzische leger onder leiding van Darius III te verslaan terwijl ze flink in de minderheid waren.

Sinds Poetin de mobilisatie heeft afgekondigd, vluchten Russen die het risico lopen opgeroepen te worden het land uit. Hierbij moeten we aantekenen dat het vooral de beter gesitueerden zijn die vluchten. Zij hebben middelen om een vlucht mogelijk te maken die het gros van de Russen niet heeft. Die vluchtende Russen vluchten ergens naar toe en dat leidt tot de vraag of we deze vluchtelingen op moeten vangen en asiel moeten verlenen. De regeringen van enkele lidstaten (Polen en de Baltische staten) van de Europese Unie geven NEE als antwoord. De Litouwse minister van buitenlandse zaken Gabrielius Landsbergis formuleerde het als volgt: “Russen moeten blijven en vechten tegen Poetin.”  Zijn Letse collega Rinkevics voegde eraan toe: “Er zijn genoeg landen buiten de EU om naar toe te gaan. Veel van de Russen die Rusland nu ontvluchten vanwege de mobilisatie, vonden het prima om Oekraïners te doden, ze protesteerden toen niet. Het is niet juist om ze te beschouwen als gewetensbezwaarde.”

Nu weet ik niet of veel Russen het prima vonden Oekraïners te doden. Hiervoor ontbreken betrouwbare opiniepeilingen. Zelfs als die er wel zijn, kun je je afvragen of ze betrouwbaar zijn in een land waar propaganda en indoctrinatie hoogtij vieren. Dit even terzijde.

Als Russen in Rusland moeten blijven om tegen Poetin te vechten en ze daarom niet als vluchteling mogen worden toegelaten, gaat dat dan niet ook op voor Oekraïners? Zouden die dan niet ook in Oekraïne moeten blijven om voor de vrijheid van hun land te vechten? Sterker nog, met dit argument hoeft er niemand als vluchteling te worden toegelaten. De politieke vluchteling uit Noord-Korea moet dan in Pyongyang blijven om te strijden tegen Kim Jong Un. De homo uit Iran moet daar blijven om te strijden tegen de ayatollahs en voor zijn recht om zichzelf te zijn.

Maar belangrijker, de andere kant, de vrijheden en waarden waar die leiders zich met woorden zo druk om maken. Wat zijn die waard als ze selectief worden toegepast? Als we ze gebruiken om anderen, zoals Rusland, China, Noord-Korea, mee om de oren te slaan maar ze, als puntje bij paaltje komt en we ernaar moeten handelen, negeren? Dat: “Er (..) aanzienlijke veiligheidsrisico’s als ze worden toegelaten,” zijn, zoals Rinkevics vreest, doet daar niets aan af. Vormt die selectieve toepassing niet een veel grotere bedreiging voor onze waarden en vrijheden?

Uitgelicht

Onssoortmensenrechten

“Vrij,” zo heet het boek van de van oorsprong Albanese hoogleraar politieke theorie en hoofddocent filosofie Lea Ypi. Een boek met als ondertitel “ Opgroeien aan het einde van de geschiedenis.” In het boek beschrijft ze haar jeugd in Albanië. Een jeugd waarin de val van de Berlijnse muur en het een jaar later instorten van de Albanese eenpartijstaat centraal staat. Een verwarrende jeugd zo blijkt uit het boek omdat veel niet bleek te zijn zoals het leek te zijn. De jonge Ypi dacht in het meest vrije land van de wereld te wonen en dat land bleek van de ene op de andere dag een openluchtgevangenis te zijn geweest. Ik moest hieraan denken bij het lezen van het Commentaar van Bert Lanting in de Volkskrant.

Eigen foto

Volgens Bert Lanting is een visumverbod voor Russen onverstandig, zo schrijft hij in “Het is de vraag of dat het gewenste effect zal hebben. Waarschijnlijk zal het alleen maar voedsel geven aan Poetins mythe dat het Westen erop uit is Rusland en de Russen te vernederen.” Belangrijker is echter dat het dan: “voor tegenstanders van Poetin moeilijker zal worden aan zijn greep te ontsnappen.”  Wel: “moeten de EU-landen strenger worden bij het selecteren van de Russen die wél, zoals Kallas het uitdrukte, het ‘voorrecht’ om Europa te bezoeken verdienen.” Nu gaat het mij in deze column niet om dat visum, maar om het voorrecht. Dat voorrecht is een uitspraak van de Estse premier Kaja Kallas die de ‘nuchtere vaststelling’ deed: “Europa bezoeken is een voorrecht, geen mensenrecht.”

Nederland en ook de andere Europese landen protesteren terecht tegen landen, zoals Noord-Korea, die reizen naar andere landen onmogelijk maken. Zo’n land is in de basis één grote openluchtgevangenis waarbij grensbewaking vooral gevangenenbewaking is en minder het voorkomen van ongeoorloofd binnentreden. Dergelijke protesten waren ook voor het vallen van de Berlijnse muur te horen ten opzichte van de Sovjet Unie en de andere landen van het voormalige Oostblok. Deze landen maakten het hun burgers onmogelijk om naar het Westen te reizen en op mensen die ‘over de muur’ wilden vluchten werd zelfs geschoten. Dit zijn duidelijke schendingen van artikel 13 tweede lid van de Universele Verklaring voor de rechten van de Mens. Dit artikel stelt dat iedereen: “het recht (heeft) welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.” Dus ook iedere Rus heeft het recht zijn land te verlaten. Nu is een land verlaten iets anders dan een land bezoek. Of toch niet?

Ik schreef al vaker over negatieve vrijheid, de vrijheid van onderdrukking en dwang en positieve vrijheid, de vrijheid om iets te kunnen doen. Een land dat haar inwoners belemmert om naar een ander land te reizen, beperkt de (negatieve) vrijheid van haar inwoners. Het belemmert hen in hun handelen en in dit geval zelfs in handelen dat tot de mensenrechten behoort, namelijk het recht om je land te verlaten.

De Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens bevat geen artikel dat bepaalt dat iedereen het recht heeft om naar de Europese Unie te komen. De spiegel van ‘het verlaten van welk land ook, met inbegrip van het zijne’ is echter het bezoeken van een ander land. Om bezoek te reguleren, te weten wie er op bezoek komt, is onder andere het visumsysteem in het leven geroepen. Het ‘verlaten’ van een land wordt onmogelijk als andere landen je niet toelaten. Dan heb je niets aan je negatieve mensenrecht om je land te kunnen verlaten omdat de andere landen je positieve vrijheid, je mogelijkheid om je land te verlaten, beperken. Dus ja, het negatieve mensenrecht van de Russen wordt met een visumverbod niet aangetast, hun positieve mensenrecht, de mogelijkheid om hun land te verlaten, echter wel.

En daarmee kom ik bij de reden waarom ik aan Ypi moest denken. In hoofdstuk 13 met als titel Iedereen wil weg schrijft ze over Albanezen die hun land willen verlaten om elders een beter bestaan op te bouwen. De eersten lukt dat, maar al snel doen zich hierbij onverwachte problemen voor. Symbool voor de eersten staat het schip de Partizani dat met een groep vluchtelingen aan boord wordt verwelkomt in Italië. Een ander schip, de Vlora, dat iets later en volgepakt met mensen de overtocht maakt, staat centraal voor de moeilijkheden. De vluchtelingen worden in Italië in een stadion ondergebracht  en van daaruit moeten ze weer terug. Ze zijn niet meer welkom. Wat was er veranderd in die korte tijd? Ypi: “In het stadion verspreidde zich het gerucht dat, omdat ons land technisch gezien geen communistische staat meer was, verzoeken om politiek asiel waarschijnlijk zouden worden afgewezen. In plaats daarvan zouden de nieuw aangekomenen beschouwd worden als economische migranten. Dit was een nieuwe, onbekende categorie.[1]Een nieuwe, nu zeer bekende categorie die nu door menigeen gelukszoekers worden genoemd. En dan concludeert ze: “Misschien was bewegingsvrijheid wel nooit echt belangrijk geweest. Het was gemakkelijk om die te verdedigen als iemand andere het vuile werk van gevangenschap opknapte. Maar welke waarde heeft het recht om te vertrekken als het recht om elders binnen te komen ontbreekt? Waren grenzen en muren alleen maar verwerpelijk als ze dienden om mensen binnen, in plaats van buiten te houden?[2]  

Terechte vragen. De antwoorden die Europa en het Westen er met hun daden op geven zijn niet erg fraai en doen hun ‘morele woorden’ over diezelfde rechten geen goed. Hoe mooi Kallas het ook formuleert, mensen weigeren omdat ze Rus zijn, is een schending van de mensenrechten.


[1] Lea Ypi, Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, pagina 198

[2] Idem, pagina 203

Uitgelicht

Oorlogsmisdaad

Als middel in de strijd blokkeert Rusland de Oekraïense havens. Die blokkade belemmert de uitvoer van Oekraïens graan en daardoor dreigen er voedseltekorten en hongersnood vooral in delen van Afrika. Die dreigende hongersnood is natuurlijk zeer ernstig en we moeten er bijna alles aan doen om die te voorkomen. Bijna alles omdat ik niet denk dat de hongerenden gebaat zijn bij een nucleair conflict tussen Rusland en de Verenigde Staten. In het commentaar van Michael Persson in de Volkskrant las ik dat de Europese commissaris voor het buitenland Joseph Borell de blokkade van de Oekraïense havens door de Russische marine: “Een echte oorlogsmisdaad,” noemde. Een blokkade van havens een oorlogsmisdaad?

Tribunaal van Nürnberg. Bron https://www.nationaalarchief.nl/

Wat is een oorlogsmisdaad? Daarvoor maar eens even de site van het Openbaar Ministerie bezocht. Op die site een pagina over Internationale misdrijven. De volgende internationale misdrijven worden genoemd. Als eerste genocide. Ook daarvan beschuldigen Oekraïne en Rusland elkaar. De beschuldiging aan het adres van Rusland wordt door westerse landen overgenomen. Van genocide is, zo is te lezen: “alleen sprake (…) als iemand bepaalde misdrijven heeft begaan met het oogmerk om een bepaalde groep uit te roeien.” Of er in deze oorlog sprake is van genocide is zeer twijfelachtig. Maar dit terzijde. De andere internationale misdrijven zijn oorlogsmisdrijven, misdrijven tegen de menselijkheid, foltering en gedwongen verdwijningen.

Borell beschuldigt Rusland van oorlogsmisdrijven. Dus laten we daar eens wat verder naar kijken. “Oorlogsmisdrijven zijn schendingen van de ‘wetten en gebruiken van oorlog’. In deze ‘wetten en gebruiken’ is vastgelegd op welke manier geweld mag worden gebruikt in een oorlog (‘gewapend conflict’). Deze regels zijn bedoeld om personen die niet meedoen aan een oorlog te beschermen.” Het inzetten van wapens die onnodig lijden veroorzaken, het vernietigen van steden en dorpen zonder militaire noodzaak, het aanvallen of bombarderen van onverdedigde objecten, het bezetten, of beschadigen van gebouwen met religieuze, wetenschappelijke of culturele functie en plundering worden omschreven als oorlogsmisdrijven. Oorlogsmisdrijven kunnen daarmee alleen maar worden gepleegd ten opzichte van personen en objecten die zich in het gebied waar de oorlog woedt, bevinden. Het lijkt mij dat het blokkeren van een haven daar niet onder valt.

Wat het verder bijzonder maakt is dat Borell de Russische blokkade van Oekraïense uitvoer een oorlogsmisdaad noemt terwijl de Europese Unie Rusland ‘blokkeert’ met allerlei sanctie. Het kan niet zo zijn dat het ene een oorlogsmisdaad is en het andere een legitiem middel. Vlak voor de Russische inval in Oekraïne schreef ik een Prikker met als titel Een westerse droom over de begrippen ‘territoriale integriteit’ en ‘zelfbeschikking’. Over deze begrippen concludeerde ik dat het: “gelegenheidsargumenten die al naar gelang het eigen inzicht en vooral het eigen belang worden gebruikt om dat inzicht en belang goed te praten.” Maakt Borell zich hier niet ook schuldig aan?

Plank voor de kop

“Alarm in de Stille Zuidzee over een omstreden veiligheidspact tussen China en de Salomonseilanden. Deze verregaande samenwerking geeft Beijing mogelijk militair de vrije hand op een zeer strategische plek. Amerikaanse diplomaten proberen er een stokje voor te steken.” Zo opent Marije Vlas haar artikel in de Volkskrant. Een artikel met als titel: “China’s opbloeiende vriendschap met strategisch gelegen Salomonseilanden maakt wereldleiders zenuwachtig.” Deze opening en de titel van het artikel leggen precies de vinger op de zere plek. En nee, die zere plek is niet de het ‘omstreden veiligheidsplan’ van de twee landen. Die zere plek is precies het punt waar het Westen de wereld verliest.

Bron: Pixabay

Die wereldleiders worden zenuwachtig van de Chinese samenwerking met de Salomonseilanden want die zou wel eens kunnen leiden tot een Chinese marinebasis op de eilandengroep. En “De eilandengroep ligt tweeduizend kilometer voor de Australische kust, waarmee Beijing zich zomaar ver achter de linies bevindt van Aukus, het westerse defensiepact voor de Indo-Pacific.” Dat komt wel erg dicht in de buurt. De hoop is nu gevestigd op de Verenigde Staten omdat: “die als enigen in potentie genoeg in huis hebben om de Salomonseilanden uit de Chinese invloedssfeer te trekken.” Uit de invloedssfeer van China trekken betekent in de invloedssfeer van de Verenigde Staten duwen. Als de VS en in het verlengde het Westen een invloedsfeer mogen hebben, mag een ander land daar dan niet naar streven?

Aan de andere kant van de wereld, in Europa, betoogt het Westen dat Rusland nog in de negentiende eeuw leeft omdat het nog denkt in invloedssferen. Dat het aan Oekraïne zelf is om te kiezen met welke landen het samen wil werken. Is het dan ook niet aan de Salomonseilanden zelf om te kiezen met welke landen er samen wordt gewerkt? Dat het kiest voor de Chinese ‘invloedssfeer’? Ook al ligt dat ‘ver achter de linies van Aukus’.

Over linies gesproken. Bij het artikel een kaartje van de Grote Oceaan en de landen erom heen. Op het kaartje staan veel Amerikaanse vlaggetjes Die vlaggetjes betekenen dat de Verenigde Staten er een militaire basis hebben. Die vlaggetjes staan natuurlijk in Alaska, Hawaii en Guam die horen immers bij de Verenigde Staten en daarvan zijn er nog meer zoals de Marianen. Ze staan ook bij Japan, de Filipijnen, Thailand, Nieuw-Zeeland, Australië en Diego Garcia. Bij Zuid-Korea staat er geen, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de VS daar ook militair actief zijn. Evenzo op de Marshall eilanden. Daar komt nog bij dat de Verenigde Staten Taiwan veiligheidsgaranties hebben gegeven om het te beschermen tegen China. China ziet het eiland als een afvallige provincie. Als je je er wat verder in verdiept dan kom je erachter dat de Verenigde Staten zo’n 750 militaire bases hebben verspreid over 80 landen. De Britten zijn hierin een goede tweede en de Fransen een goede derde. China heeft op dit moment acht basis buiten het eigen grondgebied. Zeven ervan betreft ‘opgespoten eilanden’ in de Zuid-Chinese Zee die het land ziet als onderdeel van China en één echt in een buitenland, namelijk in Djibouti. Terugkomend op die linies. Waar je ook in de wereld bent, je zit zo ongeveer altijd ‘ver achter de linies’ van het Westen.

Voor de twee partijen, China en de Salomonseilanden is het pact in het geheel niet omstreden en China lijkt mij als op dit moment nog tweede, en binnen niet al te lange tijd, eerste wereldmacht. Het artikel schetst het beeld van het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten in het bijzonder, dat zichzelf als de wereldleider ziet. De wereldleider die ook namens de wereld als geheel spreekt. Een beeld waarbij de belangen van het Westen ook de belangen van de wereld zijn. Het Westen doet dat met ‘kromme redeneringen’ om die woorden uit mijn motto aan te halen. Zo heeft het Westen in het algemeen en de Verenigde Staten, in het bijzonder, een invloedssfeer die zo ongeveer de hele wereld omspant. Dit wordt gewoon en normaal gevonden. China wordt zo’n sfeer ontzegt omdat een Chinese invloedssfeer gevaarlijk is voor de wereld, aldus de ‘wereldleiders’. Als Rusland het over zo’n sfeer heeft dan wordt het land verweten dat het in de negentiende-eeuw is blijven hangen. In het ene geval (Oekraïne) is het aan een land zelf om beschikken bij welke invloedssfeer het wil horen, het andere land (de Salomonseilanden) worden verketterd als het van die vrijheid gebruik maakt en voor een ander dan de het Westen kiest. In het ene geval (Oekraïne) is de territoriale integriteit van een land heilig en in het andere geval (Joegoslavië en Servië) doet die territoriale integriteit er niet toe en moeten volkeren zelf kunnen beslissen of ze een eigen land willen vormen. Een mogelijke marinebasis op 2.000 kilometer van Australië is een mogelijke bedreiging voor het Westen. De Amerikaanse aanwezigheid in Korea, de Filipijnen en Japan en de NAVO presentie in de Baltische Staten, wordt door respectievelijk China en Rusland ten onrechte gezien als een bedreiging van hun veiligheid, aldus het Westen. Die is immers puur defensief.

Deze manier van handelen maakt dat Rusland wel wordt veroordeeld voor de inval in Oekraïne maar dat er, behalve het Westen, weinig landen zijn die Rusland sancties opleggen. Veel van die landen vinden terecht dat een ander land binnenvallen ‘not done’ is, maar kunnen zich nog maar al te goed herinneren dat het de Verenigde Staten, de Britten of Fransen met veel wapengekletter ‘op bezoek’ kwamen. Deze opportunistische manier van opereren, deze plank voor de kop van het Westen, maakt dat het Westen de wereld verliest.

Perspectieven

“Ik zou ze willen aanraden: kijk ook naar het ­Oekraïense perspectief. Dan heeft Merkel in relatie tot Poetin waarschijnlijk meer kwaad dan goed gedaan.” Met deze woorden eindigt Arie Elshout zijn column in de Volkskrant. Elshout bespreekt de rol die Merkel heeft gespeeld in het ontstaan van de huidige oorlog in Oekraïne. Volgens een deel van de ‘meningenmensen’ in de wereld was de Duitse politiek ten aanzien van Rusland onder Merkel niet krachtig genoeg: “Merkel liet de strijdkrachten versloffen, deed niets tegen de afhankelijkheid van Russisch gas, bleef ook na de Russische inlijving van de Krim in 2014 balanceren tussen sancties tegen en samenwerking met Poetin en koos voor de totale dialoog.” Met de kennis van nu, is daar wat voor te zeggen.

Legendarische foto van het plaatsen van de Amerikaanse vlag op het hoogste punt van het eiland Iwo Jima. Bron: Flickr

“De wereldkaart volgens China.” Zo luidt de titel van een aflevering van het VPRO-programma Tegenlicht. “De komende twintig jaar zal het zwaartepunt van de wereldeconomie verschuiven naar de Indo-Pacific regio, de landen rond de Indische en Stille Oceaan. Hoe ziet de wereld eruit als China straks de economische wereldleider is?” Zo wordt de uitzending ingeleid. De uitzending opent met een beeld geschetst door de Nederlandse journalist Maarten Schinkel: “Stel je voor je bent het Chinese staatshoofd. Je staat op het strand van China. Je kijkt de oceaan op. Wat zie je dan? Dan zie je een heel benauwend beeld. Recht tegenover je zie je Taiwan. Je ziet de Filipijnen daar. Je ziet Japan daar. Je ziet eigenlijk gewoon een soort cordon om je heen. Een omstrengeling eigenlijk. Het is voornamelijk psychologie. Wij zijn een wereldmacht maar moet je kijken aan alle kanten zijn we gewoon ingesnoerd. Dat is eigenlijk vergelijkbaar met hoe het Russische staatshoofd naar het Westen kijkt. Die ziet ook een soort omsingeling.” Zeker als je naar militaire presentie van je grote tegenstrever kijkt.

In de Volkskrant een interview met Robert Kaplan. “Kaplan (New York, 1952) reisde in zijn meer dan 45 jaar omspannende carrière de hele wereld rond, waarbij hij meer dan twintig boeken schreef, meestal geopolitieke analyses over gebieden die op barsten stonden. Beroemd is bijvoorbeeld het boek Balkanschimmen uit 1993, waarin hij voorspelde dat het voormalige Joegoslavië een tijd van burgeroorlogen tegemoet zou gaan.” Zo introduceert de krant Kaplan. Een interessant interview omdat Kaplan niet denkt in karikaturen. Zo is het nu bijna algemeen aanvaard dat Poetin al vanaf de start van zijn presidentschap een plan heeft om Rusland weer groot te maken en dat uitwerkt. Kaplan ziet dat anders: “In het vroege begin was hij nog een soort hervormer, inmiddels is hij vooral een voorvechter van een soort mystiek Russisch nationalisme. Daarom kun je niet zeggen dat politici die dit niet zagen aankomen, tekort zijn geschoten.” Toch slaat hij op één punt de plank mis. Kaplan: “Zijn uiteindelijke doel was altijd om verdeeldheid binnen het Westen te zaaien. Dat ging lange tijd erg goed, maar op het moment dat hij Oekraïne binnenviel, werd hij in een klap een militair gevaar, met als gevolg dat alle Navolanden zich weer herinneren waarom het instituut in 1949 werd opgericht: de wereld verdedigen tegen Rusland.” Op dat laatste punt gaat hij de fout in. Daarmee kom ik bij het perspectief van Schinkel.

Voor het waarom van de NAVO moeten we terug naar het einde van de Tweede Wereldoorlog. Nazi-Duitsland, de gezamenlijke vijand, was bijna verslagen. Dat kon nog niet worden gezegd van de strijd tegen Japan. Ja, dat land zat in het defensief maar het verdedigde zich fel. Op 29 februari 1945 landden de Amerikanen voor het eerst op Japanse bodem, op het eiland Iwo Jima, een klein eiland van 7 bij maximaal 3 kilometer midden in de Pacific op zo’n 1250 kilometer van Tokyo. De Amerikanen vielen met 70.000 man het eiland binnen alwaar zich 22.000 Japanse soldaten bevonden. Op 26 maart toen alle Japanners op 200 na dood waren, werd het eiland veilig verklaard. Hierbij sneuvelden 7.000 Amerikanen en raakten er 19.000 gewond. Op dezelfde 26ste maart landden de Amerikanen op Okinawa, een veel groter eiland maar nog steeds ver in de Grote Oceaan  zo’n 600 kilometer verwijderd van de Japanse hoofdeilanden. Hier duurden de gevechten tot de 23ste juni. Het eiland werd verdedigd door zo’n 130.000 Japanners waarvan er 110.000 sneuvelden. Van de bijna 550.000 Amerikanen die deelnamen aan de slag om het eiland sneuvelden er 12.500 en raakten er 71.000 gewond. De Japanners vochten zich letterlijk dood.

Na de conferentie van Jalta in februari 1945 kwamen de grote drie, Stalin, Truman, de nieuwe Amerikaanse president die de inmiddels overleden Roosevelt was opgevolgd en Churchill die nog tijdens de conferentie werd vervangen door Labourleider Attlee omdat Churchill de verkiezingen had verloren, in Potsdam bijeen. De drie landen zaten met verschillende belangen aan tafel. Stalin wilde de winst verzilveren en de na de Eerste Wereldoorlog verloren gebieden toevoegen aan de Sovjet Unie en daarvoor een buffer van hem vriendelijk gezinde staten. De grootste tegenstand kwam hierbij van Churchill maar die verdween zoals we zagen. Truman had een ander belang en dat was een Russische aanval op de Japanse troepen in het Oosten van Azië. De ‘sterren’ stonden hierdoor gunstig voor Stalin. Die kreeg de verloren gebieden terug en hem werd geen strobreed in de weggelegd bij het vormen van hem vriendelijke communistische regeringen in de door hem bevrijde of veroverde landen. Bevrijd of veroverd afhankelijk van het gezichtspunt van waaruit je kijkt. In Potsdam werden de scheuren in het bondgenootschap die zich al in Jalta openbaarden, groter. De oude bondgenoten kwamen hierdoor vijandig tegenover elkaar te staan. In 1946 beschreef Churchill de situatie in een toespraak die hij in het  Westminster College in Fulton gaf:“ From Stettin in the Baltic, to Trieste in the Adriatic, an iron curtain has descended across the continent.” Churchill formuleerde hierop het volgende antwoord: “The safety of the world, ladies and gentlemen, requires a new unity in Europe from which no nation should be permanently outcast.”

De NAVO is een antwoord op die gewenste ‘unity in Europe’ om de Sovjet Unie, die ideologische vijand, buiten de deur te houden. Doel van die Europese samenwerking was om de Britten ‘in’ de Sovjets ‘out’ en de Duitsers ‘down’ te houden. De Britten de Fransen en de Benelux-landen startten in 1947 gesprekken over meer economische en militaire samenwerking, dit resulteerde in het Pact van Brussel. De vijf zochten hierbij ook toenadering tot de Verenigde Staten. Nu waren de VS tot die tijd niet erg happig op het sluiten van verdragen met andere landen. Het land had een lange isolationistische traditie. Er was echter wat veranderd. President Truman had in 1947 zijn befaamde containment-doctrine geformuleerd waarin het communisme als vijand was bestempeld die ingedamd moest worden. Om dit te bereiken zou het land in het vervolg economische en militaire steun verlenen aan niet-communistische landen als die bedreigd werden door de Sovjet Unie. Zo werd in 1949 de NAVO geboren.

De Britten waren een van de ondertekenaars, dus die waren ‘in’. Om de Sovjets ‘out’ te houden werd artikel 5 in het verdrag opgenomen: “De Partijen komen overeen, dat een gewapende aanval tegen een of meer van haar in Europa of Noord-Amerika als een aanval tegen haar allen zal worden beschouwd; zij komen bijgevolg overeen, dat, indien zulk een gewapende aanval plaats vindt, ieder van haar de aldus aangevallen Partij of Partijen zal bijstaan, in de uitoefening van het recht tot individuele of collectieve zelfverdediging erkend in Artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties, door terstond, individueel en in samenwerking met de andere Partijen, op te treden op de wijze, die zij nodig oordeelt — met inbegrip van het gebruik van gewapende macht — om de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied te herstellen en te handhaven.”  Om de Duitsers ‘down’ te houden werd artikel 2 opgenomen: “De Partijen zullen bijdragen tot een verdere ontwikkeling van vreedzame en vriendschappelijke internationale betrekkingen door haar vrije instellingen te versterken, door een beter begrip te wekken voor de grondslagen waarop deze instellingen berusten en door stabiliteit en welvaart te bevorderen. Zij zullen trachten tegenstellingen in haar internationale economische politiek uit de weg te ruimen en zij zullen economische samenwerking aanmoedigen tussen enige of alle Partijen.” Het werkgebied van de organisatie werd in de aanhef bepaald: “Zij zullen zich beijveren de stabiliteit en de welvaart in het Noord-Atlantisch gebied te bevorderen.” Dus niet de ‘wereld te verdedigen’ maar de deelnemende landen tegen de Sovjetdreiging.

Het ijzeren gordijn: de Duits -Duitse grens. Bron: WikimediaCommons

Die ideologische vijand, de Sovjet Unie, viel in 1991 met donderend geraas uiteen en er ontstonden 15 nieuwe landen, precies zoveel republieken als die Unie had. Dit nadat de bedreigende communistische ideologie al eerder min of meer was afgezworen en Churchills ‘iron curtain’ al was geopend. Met het ‘openen’ van het ijzeren gordijn, het instorten van het communisme en het wegvallen van de Sovjet Unie viel de reden waarom de NAVO was opgericht weg. Er was geen ideologische tegenstander meer dus de organisatie zou zich kunnen opheffen. Dat gebeurde niet omdat ook hier de ‘wet van de verdubbeling van doelen’ geldt. Die wet luidt als volgt. ‘We willen een doel bereiken. Om dat doel te bereiken, richten we een organisatie op. Dan is er naast het doel waarvoor de organisatie is opgericht ineens ook het doel van de organisatie en de mensen die ervoor werken.’ Met het wegvallen van de Sovjet Unie resteerde alleen het organisatiedoel van de NAVO: het voorbestaan van de organisatie. Om dat doel veilig te stellen, moest de organisatie op zoek naar een ‘nieuwe vijand’. Dat werd Rusland, de grootste republiek die uit de voormalige Sovjet Unie voortkwam. Om die vijand als een geloofwaardige vijand voor te stellen, moeten er tegenstellingen worden gecreëerd en moest de vijandschap worden opgepookt. Het steeds naar het Oosten uitbreiden van de NAVO zou je kunnen zien als het ‘oppoken’ van vijandschap. Hoe zou dat oppoken eruit hebben kunnen zien?

In 2008 vergaderde de NAVO in Boekarest. Op de agenda stond onder andere het toekennen van een Membership Action Plan(MAP) aan Oekraïne en Georgië. Besloten werd om: “Oekraïne en Georgië vooralsnog geen MAP (te verlenen), waarbij tegelijkertijd het open deur-beleid is ingekleurd in de zin dat beide landen te gelegener tijd lid van het Bondgenootschap zullen worden,” aldus de brief waarmee de Nederlandse regering het parlement informeerde. Op dat moment was al bekend dat Rusland de uitbreiding van de NAVO niet zomaar zou slikken. Dat hadden de Russen drie keer eerder wel gedaan omdat het aan mogelijkheden ontbrak om er iets tegen te doen. Een eerste keer toen het accepteerde dat het verenigde Duitsland lid werd, een tweede keer in 1999 toen het slikte dat voormalig Warschaupact landen Tsjechië, Hongarije en Polen toetraden en in 2005 bij de toetreding van Bulgarije, Roemenië, Slovenië, Slowakije en de drie Baltische landen die tot de voormalige Sovjet Unie behoorden. De Russen gaven al bij de eenwording van Duitsland aan dat uitbreiding van de NAVO door hen als een bedreiging werd gezien. “Opnieuw een slag voor Bush en een doorn in het oog van Rusland.” zo omschreef de Belgische site MO in het NAVO besluit in een artikel uit 2008. Een artikel waarin het flinke problemen voorzag: “De NAVO maakt hiermee een hoop delicate interne problemen tot zijn eigen problemen. Oekraïne is een verdeeld land en een meerderheid van de bevolking is tegen NAVO-lidmaatschap. Georgië is eigenlijk een tweede Joegoslavië, al zijn de conflicten niet tot even bloedige hoogtepunten geëscaleerd. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie leidde Georgisch nationalisme tot conflicten met interne minderheden voor wie Georgië tot dan toe louter een administratieve eenheid binnen de Sovjet Unie was geweest. Een snel NAVO-lidmaatschap voordat deze interne problemen opgelost zijn, leidt tot verdere polarisatie.” Het bloedige hoogtepunt in Georgië liet niet lang op zich wachten in augustus 2008. Het conflict tussen de Georgische regering en de opstandige regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië escaleerde en Rusland schoot de beide regio’s te hulp. In Oekraïne duurde het wat langer totdat het conflict uitbarstte, dat gebeurde in 2014.

Maar, zo zal menigeen tegenwerpen, het is toch aan een land zelf of het lid wil worden? Dat ligt net iets anders. Artikel 10 van het NAVO-verdrag stelt het volgende: “De Partijen kunnen eenstemmig elke andere Europese Staat, welke de verwezenlijking van de beginselen van dit Verdrag kan bevorderen en kan bijdragen tot de veiligheid van het Noord-Atlantisch gebied, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden.” Het initiatief om lid te mogen worden van de NAVO ligt daarmee bij de NAVO en/of haar leden, niet bij landen die er graag bij willen horen. Nu dachten de NAVO-landen in 2008 verschillend over het potentiële lidmaatschap van Oekraïne en Georgië. Er waren landen, waaronder het Duitsland van Merkel, die dezelfde problemen voorzagen als onder andere de Belgische site MO. Er waren ook landen, in Oost Europa maar vooral de Verenigde Staten, die sterk aandrongen op het lidmaatschap van beide landen. Met name onder de Amerikaanse druk nam de NAVO het genoemde besluit. Als Kaplan gelijk heeft dat de Poetin van van twintig jaar geleden een andere was dan de huidige, zou het dan niet kunnen dat de manier waarop Rusland door de NAVO is benaderd, eraan heeft bijgedragen dat Poetin zo is geworden zoals hij nu is? Als je vanuit Oekraïens perspectief hiernaar kijkt, heeft dan NAVO uitbreidingspolitiek onder leiding en druk van de Verenigde Staten, Oekraïne dan niet meer kwaad dan goed gedaan?

Nao de Maas toe

“Det is ôs Mooder, jao det is Mooder Maas. Die schoëne Majjem, die schoëne Mooder Maas.” De eerste twee zinnen uit het couplet van het Venlose Vastelaovesleedje Mooder Maas. Een lied dat de schoonheid van de Maas bezingt en wat de rivier voor Venlo betekent. Ik moest eraan denken toen mij via LinkedIn allerlei verzoeken bereikten om de petitie van Maas Cleanup te tekenen. Een petitie om de Maas bij wet rechten toe te kennen. Op de website formuleren ze hun doel als volgt: “Wij willen dat aan de Maas de status van rechtspersoon wordt toegekend, net zoals o.a. mensen, bedrijven en gemeenten die hebben. Zo kunnen vertegenwoordigers van de Maas opkomen voor de Maas en haar inherente rechten, zoals het recht om vrij van afval te stromen, waarborgen. De vertegenwoordigers handelen niet alleen in het belang van de Maas, maar zelfs in naam van de Maas.”

De Krijger op de kop van de Weerd aan de Maas te Venlo. Foto van Thomas Molck

De Maas neemt dus een belangrijke plek in Venlo in. In verschillende liederen wordt de rivier bezongen. Het mooiste is, tenminste als je het mij vraagt, het nummer Kôm maar nao de Maas van Frans Pollux. Een cover van het Springsteennummer Matamoros Banks. Het nummer staat op een CD met een twaalftal door Pollux in het Venlose dialect en naar de Venlose situatie vertaalde nummers van Springsteen met als titel Pollux duit Springsteen. Maar ik dwaal af. De Maas. Ik wandel geregeld langs en geniet van de meestal rustig stromende rivier, de bloemen, planten en dieren. Soms overstroomt ze en is het meer dan rustig stromen. Net als Maas Cleanup erger ik me aan de rommel die mensen er achterlaten. Lege flessen, blikjes, plastic zakken, materiaal waarin hamburgers van een bekende keten hebben gezeten, je komt het allemaal tegen. Gekscherend, maar met een serieuze ondertoon stel ik geregeld dat die blikjes zwaarder worden naarmate ze leger worden. Als ze vol zijn dan kan iedereen ze dragen, zijn ze leeg dan zijn ze te zwaar en laat men ze vallen. Daarom kan alles wat over de Maas gaat en zeker over het schoonhouden van de rivier en haar omgeving, op mijn belangstelling rekenen. Maar of rechten voor de rivier de juiste weg is?

Het idee achter wetten voor rivieren, bossen en bergen is om de mens minder centraal te stellen in wet- en regelgeving. Door de natuur rechten toe te kennen, zou de intrinsieke waarde van de natuur centraal komen te staan. “Maar hoe ‘intrinsiek’ is de waarde van natuur als ze rechten van de mens moet krijgen om gewaardeerd te worden? Hoe ecocentrisch is het als de mens die rechten moet toekennen? Hoe ecocentrisch is het om de mens de stem en voogd te laten zijn voor de natuur?” Dit vroeg ik mij in een eerdere Prikker die ik over dit onderwerp schreef af.

Wetten zijn uitvindingen van mensen en bedoeld om het menselijk handelen voorspelbaar en betrouwbaar te maken. Ze zijn bedoeld om het handelen van de mens te binden. Om ons handelen te binden en om mensen die de ongewenste handeling toch verrichten, te straffen. Met de Maaswet willen de initiatiefnemers de rivier rechten geven: “1. Het recht om te stromen. 2. Het recht om de essentiële ecologische functies in haar ecosysteem uit te voeren, waaronder het bieden van een gezonde huisvesting aan vissen, amfibieën, waterplanten en ander rivierleven. 3. Het recht om vrij te zijn van verontreiniging. 4. Het recht om te voeden en te worden gevoed door een gezonde watervoerende laag in de ondergrond. 5. Het recht op inheemse biodiversiteit. 6. Het recht op herstel.” Nu lijkt mij een gezonde leefomgeving voor de vis eerder een recht van de vis en een plicht voor de Maas, dit terzijde. Of toch niet. Want dit voorbeeld laat zien dat de rechten voor de een, een verbod voor de ander betekenen. Met de Maaswet willen de initiatiefnemers de mens beperken in zijn handelen.

Nu ontspringt de Maas in Pouilly-en-Bassigne op het Plateau van Langres en stroomt via België Nederland binnen. De rechten die de initiatiefnemers aan de rivier willen toekennen, kunnen ook in die landen worden geschonden. Die schendingen kunnen ook gevolgen hebben voor het Nederlandse deel van de Maas. Een Nederlandse Maaswet regelt niets in Frankrijk en België. Om volledig haar recht te krijgen moeten die landen precies dezelfde wet aannemen. Pas dan staat de Maas in haar recht.

Als we dat via een Maaswet doen, dan moet er ook een Rijn-, Waal-, Lek- enzovoort wet worden gemaakt. Met een Maaswet krijgen die rivieren immers niet dezelfde rechten. Een wet die de Veluwe rechten toekent, geeft de Maasduinen geen rechten. En rechten voor de Kemmelberg betekent niet dat de Cauberg die rechten ook heeft. De ene rivier wel rechten en de andere niet, is immers discriminatie. Een Maaswet betekent dus ook een Rijn-, Waal- en Lekwet. Een Veluwe-, Maasduinen- en Peelwet. Een Kemmel- , Cau- en Kaldenkerkerbergwet. Nu kunnen we dat natuurlijk vergemakkelijken door een ‘Nederland wet’ te maken waarin we alle natuur in Nederland beschermen. Maar daarmee missen we de internationale component die ik bij de Maaswet al aanstipte. Net als die Maaswet, zullen veel van precies dezelfde wetten ook door andere landen vastgesteld moeten worden. Dus een ‘wereldwet’! Dat lijkt me een grote opgave.

Als we vervuiling van de Maas, Rijn en Lek, maar ook van de Veluwe, de Maasduinen, de bergen en alle andere natuur willen voorkomen, zou het dan niet voldoende zijn om een wet aan te nemen die alleen de mens bindt? Een wet die de mens verbiedt om rommel in de natuur te deponeren? Een wet die het overtreden ervan bestraft met een flinke boete? Zou dat niet een makkelijkere weg zijn? Dan hoeft er niemand als ‘vertegenwoordiger’ van de Maas op te treden. Om de Maas in het bijzonder en de natuur in het algemeen schoon te houden, is het niet nodig om haar rechten te geven. Daarvoor is het slechts nodig dat wij onszelf beperken. Zo en nu ga ik, om de al eerder genoemde Frans Pollux te citeren, nao de Maas toe.

De Russische mentaliteit

“Het is uitermate naïef te denken dat de Russische samenleving zelf het moeras waar ze in zitten zal droogleggen – daarvoor hebben ze noch de wil, noch de kunde, noch de traditie.” Aldus de Litouwse schrijfster Kristina Sabaliauskaite in een artikel in de Volkskrant. Sabaliauskaite wil ons waarschuwen voor de Russische agressie en dat is haar goed recht. De inval in Oekraïne laat zien dat er reden is voor bezorgdheid. Daarom moet er hard worden opgetreden tegen Rusland: “Als buren kennen wij de Russische mentaliteit en daarom hebben wij een eenvoudig advies: wees onbevreesd. Denk erom dat iedere Westerse verzoeningspoging richting Rusland, elk zwijgen, elk wegkijken door de Russen wordt gezien als een teken van zwakte, en Russen hebben nooit enige respect gehad voor zwakkelingen.” Twee bijzondere uitspraken waar de Russen het mee kunnen doen maar waarmee ze ook meteen worden ‘verontschuldigd’, ze zijn immers zo en dat zal nooit veranderen. Bijzonder.

Demonstranten op bloedige zondag. Bron: Wikipedia

Op het ontbreken van de ‘traditie van verzet’ die Sabaliauskaite constateert bij de Russen, valt het nodige af te dingen. De tsaren werden geregeld geconfronteerd met boerenopstanden. Die opstanden waren voor tsaar Alexander de II mede aanleiding om in 1861 het lijfeigenschap af te schaffen. Dat dit opstanden niet kon voorkomen, liet de mislukte revolutie van 1905 zien. Boeren en arbeiders kwamen in opstand tegen de erbarmelijke omstandigheden en liepen op 9 januari 1905 (bloedige zondag en nee, niet die waar U2 over zingt) 150.000 man sterk naar het Winterpaleis van de tsaar om hem een petitie te overhandigen. Ze werden ontvangen met een kogelregen. Dit leidde tot vele protestmarsen en opstanden overal in het Rijk met tienduizenden doden tot gevolg en uiteindelijk tot de oprichting van het eerste Russische parlement. Erg democratisch was dit echter niet want de tsaar benoemde de helft van de leden en de andere helft werd door de grootgrondbezitters gekozen. Niet veel later, in 1917 tijdens de Eerste Wereldoorlog brak een opstand uit die het einde van de tsaar betekende, de Februarirevolutie die ruim een half jaar later werd gevolgd door de Oktoberrevolutie. Die laatste werd gevolgd door een burgeroorlog tussen de ‘witten’ en de ‘roden’. En ook als we de recente geschiedenis bezien dan valt er het nodige af te dingen op ‘het ontbreken van de wil, traditie en de kunde’ van de Russen’ om zaken te veranderen. Zo verhinderden ze in 1991 de coup van militairen. De coup die bijdroeg aan het snelle uiteenvallen van de Sovjet Unie. En sinds die tijd zijn er vele protesten geweest van delen van de bevolking tegen de regering van Poetin.

Bijzonder ook omdat de eerste uitspraak het Russische volk, cru gezegd, wegzet als een stelletje slaven en dombo’s die niet in staat zijn tot leren. In de Russische cultuur: “wordt de mens altijd beschouwd als een stuk gereedschap, alleen geschikt om te lijden”, zo schrijft Sabaliauskaite. “We hebben te maken met een staat die in de geschiedenis nooit een politiek pluriforme samenleving of enige vorm van zelfbestuur heeft gekend, zelfs niet op kleine schaal (gemeentelijk of universitair) – het is altijd alleen maar een piramide van macht geweest, macht die met extreem geweld werd uitgeoefend over de onderdanen, die tot blinde gehoorzaamheid werden onderworpen.” Inderdaad ging de autocratische heerschappij van de tsaar bijna naadloos over in de communistische dictatuur van het proletariaat en die ging bijna naadloos over in de heerschappij van ‘tsaar Poetin’. “De grootste vergissing die de Westerse landen hebben begaan, is te denken dat Rusland deel uitmaakt van de Europese beschaving,” aldus Sabaliauskaite. De Rus heeft door de eeuwen heen veel ‘geleden’ en het overzicht hier is nog niet eens compleet. Zo ontbreken de tochten van Dzjengis Kahn en zijn opvolgers en de rooftochten van de Noormannen die via de Russische rivieren op jacht gingen naar slaven voor de verkoop aan de Rijken langs de Zijderoute. De geschiedenis van de gewone Rus van de laatste vierhonderd jaar verschilt echter niet zoveel van die van de gewone Litouwer. Beiden waren tot 1861 vooral lijfeigenen die door de grondeigenaren bruut werden behandeld en onderdrukt. En nee, dat was geen ‘uitvinding’ van de Russische tsaar die sinds 1795 ook heerser werd over een flink deel van het Pools-Litouwse rijk, dat op haar hoogtepunt grote delen van Polen en Oekraïne omvatte en alle Baltische staten, Wit Rusland, Kaliningrad en nog een stuk van het huidige Rusland. Dat rijk werd toen verdeeld tussen tsaristisch Rusland, het Pruisisch koninkrijk en het keizerrijk Oostenrijk. Nee, dat extreem onderdrukkend lijfeigenschap van de boeren werd gewoon overgenomen met de verdeelde boedel en verschilde in niets van het Russische. De Litouwse boer zal aan de manier waarop hij werd behandeld, niet hebben gemerkt dat de tsaar toen de baas werd.

Ook de korte periode tussen de onafhankelijkheid in 1918 en de Russische bezetting in 1939 was nu niet het toonbeeld van een rechtschapen democratie. Alleen tussen 1920 en 1927 was er iets wat op een parlementaire democratie leek maar die verviel in 1926 in anarchie en in december van dat jaar ontbond president Antanas Smetona het parlement en werd alleenheerser. Een alleenheerser die in 1940 door de Sovjets werd verjaagd als uitvloeisel van het Molotov-Ribbentroppact waarmee Hitler-Duitsland en de Sovjet-Unie Polen en de Baltische staten tussen zich verdeelden. De relatie tussen het nieuwe Litouwen en het nieuwe Polen, twee volkeren die eeuwenlang onderdeel uitmaakten van dat ene Pools-Litouwse Rijk waren niet al te best en op het vijandige af. Nog geen jaar later vielen de Duitsers binnen en die werden in 1944 weer door de Sovjets verjaagd. Litouwen werd toen een onderdeel van de Sovjet Unie en dat bleef het tot 1991 toen het weer zelfstandig werd. De geschiedenis van de gemiddelde Rus verschilde dus niet zoveel van die van de gemiddelde Litouwer of Pool. Die Litouwer hoorde en hoort, als we Sabaliauskaite mogen geloven, wel tot de Europese beschaving en de Rus niet. Dat lijkt me dan iets van de laatste dertig jaar. De periode daarvoor leek de Litouwse beschaving veel meer op de Russische dan op de West-Europese. Veel meer op: “een piramide van macht (…), macht die met extreem geweld werd uitgeoefend over de onderdanen, die tot blinde gehoorzaamheid werden onderworpen,” dan op: “een politiek pluriforme samenleving.” Dat roept de vraag op waarom de Rus niet eenzelfde verandering zou kunnen doormaken als de Litouwer?

Echt bijzonder wordt het als je de uitspraken combineert. Aan de ene kant zijn Russen slaafse dombo’s zonder vaardigheid om te leren en aan de andere kant zijn Russen een stelletje machtswellustelingen die alles pakken wat ze kunnen en alleen de taal van macht en geweld begrijpen.

Dat er is veel mis in het huidige Rusland, dat staat buiten kijf. De grootste vergissing die wij kunnen maken in de omgang met Rusland lijkt mij het afschrijven en ontmenselijken van de Rus als waardeloos en niet lerend zoals Sabaliauskaite in haar artikel doet. Dat Litouwen nu deel uitmaakt van de Europese beschaving daar zal het feit dat Litouwen lid werd van de EU voor een zeer groot deel aan hebben bijgedragen. Voor een duurzaam vredig Europa zou de oplossing wel eens kunnen liggen in een Russisch lidmaatschap van de EU. Daarvoor zal er in dat land zeer veel moeten veranderen. Wellicht dat het bieden van dit perspectief aan de Russen die veranderingen kan versnellen.

Liberale democratie

Bij De Correspondent steekt Rutger Bregman de loftrompet over de Europese Unie. Bregman over gesprekken met Oekraïense jongeren:  “Toen ik vertelde dat de meeste Nederlandse jongeren de EU vooral slaapverwekkend vinden, reageerden de Oekraïense studenten vol ongeloof.  … Wat wij vanzelfsprekend vinden, daar willen zij voor sterven.” Wat ‘wij’ slaapverwekkend vinden en waar ‘zij’ voor willen sterven is: “het liberale, democratische model van de EU.” Wij vallen erbij in slaap en zij willen ervoor sterven. Zou het werkelijk? Of willen zij sterven voor een ideaal en vallen wij in slaap bij de realiteit van dat ideaal?

Eigen foto

In zijn boek Globalist: The end of empire and the birth of neoliberalisme geeft de historicus Quinn Slobodian een geschiedenis van het ontstaan van het neoliberalisme. In zijn inleiding maakt Slobodian duidelijk waar het vervolg over gaat: ‘What follows is a story, not of a victory, but an ongoing struggle to determine which principles should govern the world economy, and, by extension, all our lives.[1]Daar waar velen, waaronder Bregman in een artikel uit 2014, Friedrich Hayek en Milton Friedman centraal stellen in het ontstaan van het neoliberalisme, kijkt Slobodian verder. Hij begint bij Ludwig von Mises die in 1881 in Lviv dat toen Lemberg werd genoemd, werd geboren. Belangrijkste gebeurtenis in het leven van Mises was het uiteenvallen van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk in 1918. Uit het rijk ontstonden Oostenrijk, Hongarije, Tsjecho-Slowakije en delen van het rijk gingen op in Joegoslavië, Roemenië, het herrezen Polen en Italië. Door het uiteenvallen van dat oude Rijk werden oude economische banden vernield. Al die nieuwe soevereine vaak democratische landen waren baas in eigen huis en streefde zoveel als mogelijk naar economische onafhankelijkheid, naar autarkie. Mises zag dit met lede ogen aan omdat hierdoor het kapitaal en dus de bezitter ervan werd begrensd. Verhuizen van het ene naar het andere land betekende niet automatisch dat het bezit (kapitaal) mee kon verhuizen. Wat vooral stak was dat regeringen, vooral democratisch gekozen regeringen, zo maatregelen namen die de vrijheid van het individu en het kapitaal van het individu begrensden.

Mises en zijn volgelingen zoals de Duitse econoom Wilhelm Röpke zochten, zo betoogt Slobodian, niet naar manieren om markten vrij te maken, maar om de macht van regeringen over de economie in te perken. In de ogen van de neoliberalen waren democratie en kapitalisme (liberalisme) niet twee elkaar versterkende grootheden: “democracy meant successive waves of clamering demanding masses, always threatening to push the functioning market economy off its tracks.[2] Voor Mises en Röpke was het een strijd tussen twee werelden. Aan de ene kant de wereld van imperium, de wereld van de economie en aan de andere kant de wereld van het dominium, de macht van een regering om zaken binnen haar grenzen te bepalen. De belangen van die twee werelden konden, zeker in democratische landen, wel eens met elkaar conflicteren. Neoliberalen zochten daarbij naar manieren om de wereld van het imperium te beschermen tegen dominium. Röpke: “To diminish national sovereignty is most emphatically one of the urgent needs of out time.” En daarbij was het vormen van een wereldregering, niet de weg: “the axcess of sovereignty should be abollished instead of being transferred to a higher political and geografical unit.[3]

Slobodian doet uitgebreid verslag van de neoliberale zoektocht naar manieren om juist dat te bereiken. De meest succesvolle manier hierbij bleek het afsluiten van handelsovereenkomsten tussen twee of meer landen. Met die verdragen beperken de ondertekenende landen de in- en exporttarieven en regelen ze het vrije verkeer van goederen en kapitaal tussen de landen. Maar belangrijker voor de neoliberalen zijn de Investor-State Dispute Settlements, een zoals Wikipedia het formuleert: “voorziening in internationale handelsverdragen en internationale investeringsovereenkomsten die de investeerder het recht geeft om zelfstandig een arbitragezaak tegen een vreemde overheid aanhangig te maken op basis van internationale wetgeving. Bijvoorbeeld: een investeerder investeert in land A, dat deelnemer is van een internationaal handelsverdrag dat een ISDS-clausule bevat. Als land A een wet aanneemt die het verdrag schendt, kan de investeerder een schadeclaim indienen bij de overheid van land A. Deze schadeclaim wordt vervolgens behandeld door een daarvoor opgericht tribunaal.” Hiermee worden de mogelijkheden van landen om hun wetten te wijzigen bezwaard.

Nu is de EU in de basis een economisch samenwerkingsverband tussen de deelnemende landen. Dit begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die met het Verdrag van Parijs werd opgericht waarnaar er meerdere Europese gemeenschappen volgden die uiteindelijk allemaal opgingen in de Europese Unie. Dit met het verdrag van Lissabon. Verdragen waarmee de deelnemende landen het imperium overdroegen aan de EU. Nu hoeft dat geen probleem te zijn als het democratische dominium van de landen op dat terrein op een of andere democratische manier ook overgaat naar de EU. Helaas is dat niet gebeurt. De EU kent wel een Europees Parlement waarvan de leden gekozen worden door de inwoners van de Europese Unie maar dat parlement heeft geen enkele zeggenschap over het economische beleid. Die democratische controle berust bij de nationale parlementen. Die kunnen hun vertegenwoordigers aanspreken op het resultaat, maar hebben geen macht om het resultaat te wijzigen.

“Voor deze jongeren stond de EU gelijk aan democratie en mensenrechten, vrijheid en vooruitgang – verworvenheden die velen van ons vanzelfsprekend vinden, maar dat helemaal niet zijn.” Zo schrijft Bregman. Dat is het fictionele beeld waarmee de EU zich graag afficheert. Dat je hiervoor, als je het niet hebt of dreigt te verliezen, wilt sterven, is invoelbaar. Dat Nederlandse jongeren en ook jongeren uit andere EU-landen niet voor de reële EU willen sterven, is ook invoelbaar. Het democratische dominium, moet in de EU immers nog worden bevochten op het liberale imperium dat de schaapjes in de EU goed op het droge heeft.


[1] Quinn Slobodian, Golbalists. The end of empire an the birth of neoliberalism, pagina 26

[2] Idem, pagina 17

[3] Idem, pagina 11