Uitgelicht

Stimulerende achterstand

Cycloon Idai kwam uit het Westen’ zo luidt de titel van de column van Clarice Gargard in de NRC. Nu hoef je maar op de kaart te kijken om te zien dat de orkaan in werkelijkheid uit het oosten kwam. Cyclonen ontstaan boven zee en het westen van Mozambique grenst niet aan de zee. Nu schrijft Gargard Westen met een hoofdletter en bedoeld Gargard het gebied dat we het Westen noemen, Europa en Noord-Amerika.

Idai voor de kust van Madagascar. Bron: Wikimedia Commons

“De oorzaak is vooral CO2-uitstoot aan de andere kant van de oceaan. Het Afrikaans continent is verantwoordelijk voor maar vier procent van de uitstoot wereldwijd, die tot stijgende zeespiegels, vernietigende stormen en hevige overstromingen leidt.” Stormen en overstroming zijn iets van alle tijden en niet iets van de laatste ruim 150 jaar, de periode dat de mensheid fossiele brandstoffen verstookt. Inderdaad lijkt het zo te zijn dat de toename aan koolstofdioxide in de atmosfeer ervoor zorgt dat stormen heviger worden. En inderdaad is het Westen een van de grootste uitstoters van koolstofdioxide.

Wat Gargard dwars zit is dat: “verduurzaming nu ook van Afrika verwacht wordt, om de schade te beperken die het Westen veroorzaakt heeft.” Terwijl het Westen: “onbekommerd verder (gaat) met het verbruiken van fossiele brandstoffen.” Dat lijkt een beetje tegen het zere been van Gargard. Het Westen is de: “man op de rug van een andere man. De zittende man zegt de drager te willen helpen. (Het type man dat – ik noem maar wat – noodrantsoenen in Afrika uitdeelt.) Hij overtuigt zichzelf en anderen van zijn intentie. De zogenaamde weldoener haalt alles uit de kast om de drager van dienst te zijn. Alles, behalve van zijn rug af gaan.” 

Een mooie metafoor al mankeert er iets aan. Het Westen en de Afrikaan zitten op de rug van dezelfde man. Of moet ik vrouw en ‘moeder aarde’ zeggen? “Klimaatverandering klinkt vaak als een abstract gegeven. Een groot kwaad waar we ons pas later écht druk om hoeven te maken. Voor het gemak vergeten we dat miljoenen die luxe niet hebben.” Natuurlijk moet ‘het Westen’ haar verantwoordelijkheid nemen en dat Westen dat zijn wij, jullie mijn lezers, jullie buren, familie, vrienden, bekenden. Maar daar horen Gargard en haar familie, vrienden, buren en bekenden ook bij. Alleen heeft die investering weinig effect als de Afrikaan het huidige Westerse economische patroon gaat kopiëren. Als ze er op een ‘ Westerse’ manier voor gaan zorgen dat ze die luxe wel krijgen. Dan wordt op termijn de Westerse beperking van het verlies teniet gedaan door Afrikaanse verliezen.

Dus ja, zou ik zeggen, ook Afrika moet een bijdrage leveren aan de verduurzaming. Het moet die bijdrage leveren door meteen voor duurzaamheid te kiezen. Wij, in het Westen hebben last van de ‘wet van de remmende voorsprong’. Wij moeten afbreken, ombouwen vervangen, desinvesteren en zo veel middelen besteden aan veranderen. Onze ‘remmende voorsprong’ is Afrika’s ‘stimulerende voorsprong’, zij kunnen het in één keer goed doen.  

Maar hebben wij, het Westen, niet op één punt een ‘stimulerende voorsprong’: de luxe van het geld? Biedt die ‘luxe’ ons niet een uitstekende kans om te voorkomen dat de  Afrikaan ‘verliezen’ gaat maken? Moeten wij, naast dat we ons ‘eigen huis’ klimaat-technisch op orde brengen’, niet ook de Afrikaan ondersteunen bij het benutten van die ‘stimulerende achterstand’? Ondersteunen op alle mogelijke manieren. Manieren variërend van de overdracht en export technische kennis tot het tegen zeer gunstige tarieven beschikbaar stellen van geld. Of van het openen van onze markten voor Afrikaanse producten tot het stoppen met het dumpen van onze producten op hun markten. Maar ook door het gecontroleerd openen van onze grenzen voor arbeidsmigranten.

Uitgelicht

Jeugdhulp en Hayeks telecommunicatiemachine

Soms lees ik iets waarover ik mij verbaas. Zo ook vandaag. “De oplossing is zo simpel niet. Er is niet minder dan een monster gecreëerd. De bestrijding ervan kan niet bij de gemeenteraden alleen worden gelaten. Ook in Den Haag kan men niet blijven wegkijken. Maar laat duidelijk zijn dat de oplossing niet alleen schuilt in (tijdelijk) extra geld. Er lijkt ook iets grondig mis met het stelsel als zodanig, waarbij het scheppen van aanbod automatisch vraag creëert.”De laatste alinea van een artikel van Hans Bekkers bij Binnenlandsbestuur.nl. Een artikel over de voor de gemeenten uit de pan rijzende kosten van de zorg voor de jeugd. Die laatste zin verbaast mij.

De eerste Nederlandse programmeerbare computer : de ‘ARRA’, Automatische Relais Rekenmachine Amsterdam in het Mathematisch Centrum, Tweede Boerhaavestraat 49, Amsterdam, 18 juni 1952.
Bron: Flickr

Als er iets mis is met een systeem waarbij aanbod vraag schept, kunnen we dan ons hele economische systeem niet op de helling gooien? Ja, in theorie wordt er geproduceerd om aan de vraag te voldoen, de praktijk laat echter wat anders zien. Die laat zien dat er producten worden ontwikkeld en dat die producten tot een hele nieuwe markt leiden. Neem het ding wat tegenwoordig niemand meer kan missen, het mobieltje. Er was geen markt voor een mobiele telefoon totdat er een mobiele telefoon was. Net zoals er geen markt was voor een PC voordat er een PC was. Of neem de auto. Als je midden negentiende eeuw had gevraagd of er behoefte was aan een auto voor vervoer, dan zou men je glazig hebben aangekeken. Wellicht kon men zich snellere paarden voorstellen, maar een zelf-rijdend voertuig? Waarom zou het in de jeugdzorg anders zijn? Als je ‘marktwerking’ centraal zet, hoef je je niet te verbazen dat de markt ook gaat werken en dus dat aanbod vraag creëert. Tijd om de ‘marktwerking’ ter discussie te stellen?

Alhoewel verbazend. Zou die verbazing niet gewoon een gevolg zijn van jarenlange indoctrinatie met ‘utopisch marktdenken’, De markt als een perfect werkend instituut, tenminste zonder regulering precies zoals Friedrich A. von Hayek, de van oorsprong Oostenrijkse econoom die aan de wieg stond van wat nu vaak het neoliberalisme wordt genoemd, het heeft bedoeld. Een: “mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Het ’telecommunicatiesysteem van Hayek’, zoals John Cassidy het in zijn Wat als de markt faalt noemt.

Nu zullen echte neoliberalen niet verbaasd zijn door de ‘missers’ in het jeugdzorgstelsel. Zij zullen betogen dat er geen sprake is van een echte vrije markt. Het is immers de overheid die er een belangrijke rol speelt. ‘Weg met de overheidsbemoeienis’, zullen zij roepen en pleiten voor een echt vrije markt waarin hulpbehoevende jongeren via Hayeks telecommunicatiemachine automatisch terecht komen bij de goedkoopste, passende hulp. 

Ik zou mijn kinderen toch liever niet in Hayeks ‘telecommunicatiemachine’ gooien. De kans op vermaling is mij te groot. 

Uitgelicht

Heilige boeken

De islam is tegenwoordig de gedroomde ‘dader’ voor ‘alle ellende’ in de wereld. Bij Opiniez beschuldigt Katiane Kayvantash CDA-leider Buma van ‘struisvogelpolitiek’: “Meneer Buma, u en uw coalitiemaatjes vormen de grootste reden dat die verlichting niet is gekomen!”  Nu moet Buma zich maar zelf verdedigen tegen deze beschuldiging. 

Bron: Wikimedia Commons

“Als een “gematigde Islam” wel bestaat, mogen we alstublieft wel voor eens en altijd weten in welke kluis die gematigde moslims hun heilige herziene milde versie van islam hebben opgeborgen? Vraagt Kayvantash zich af en concludeert: “een andere vorm van islam – een moderne islam, een Europese, Afrikaanse, Australische, Aziatische of Amerikaanse Islam – bestaat simpelweg niet.” Er is volgens haar dus maar één islam en die werkt desastreus uit: “Iedere Iraanse Nederlander kan meepraten over hoe de positie van Iraanse vrouwen in een ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land, in een dramatisch tempo bergafwaarts is gegaan. Van die mooie, krachtige, 2500 jaar oude Perzische beschaving waarbij respect voor vrouwen centraal stond, is in de praktijk vrijwel niets meer overgebleven. Beetje bij beetje, stap voor stap en ieder jaar meer dan het voorgaande heeft de Perzische cultuur onder dwang van het islamitische geloof plaats gemaakt voor de islamitische cultuur.”  

Vreemd is wel dat de islam in Perzië en de Perzische cultuur al eeuwen de dominante godsdienst was. Al in de zevende eeuw, Mohammed was nog niet zolang overleden, werd het Perzische gebied al onderdeel van de islamitische wereld en dat is sindsdien niet meer veranderd. Dus ook dat ‘ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land’ stond onder invloed van die islamitische cultuur. Trouwens niet alleen in Perzië was er sprake van een ‘modern land en westerse oriëntatie’. Dat gold ook voor Irak en Syrie en als we de Vliegeraar van Khaled Hosseini lezen dan ging dat zelfs op voor Afghanistan, of in ieder geval de hoofdstad Kaboel.

Als we nog wat verder teruggaan in de tijd, zo naar de tijd die wij de Middeleeuwen noemen, dan zien we een bloeiende islamitische wereld. Een rijke wereld waar de handel, de kunsten en de wetenschappen hoogtij vierden. Een wereld met een open houding die vriendelijk was voor andersgelovigen. Een houding die in schril contrast stond met het gesloten christelijke Europa. We hoeven ons continent niet te verlaten om de rijkdom van die cultuur te aanschouwen. Een reis naar bijvoorbeeld het Alhambra in Granada volstaat.

In de rijke Middeleeuwen en in die moderne, westers georiënteerde islamitische landen, hanteerde men dezelfde koran. Zou je dan met die koran, net als trouwens met de bijbel en andere ‘heilige boeken’, niet alle kanten op kunnen? Ligt het dus misschien niet aan het boek maar aan iets anders? Zou het niet interessant zijn om te onderzoeken wat dat ‘anders’ is. Wellicht helpt dat ons verder?

Uitgelicht

Kinderen en het klimaat

Bij De Correspondent stelt Lynn Berger zich de vraag waarom mensen, om de titel van haar artikel te citeren “Toch een tweede (krijgen), in tijden van klimaatverandering”? Berger: “Ik heb twee kinderen, een dochter van 5 en een zoon van 2, en samen zijn ze, volgens ten minste één beroemde berekening, goed voor twee keer 58,6 ton koolstofdioxide-uitstoot per jaar.” Dit terwijl onderzoek uitwijst dat: “kinderen ontzettend veel tijd, geld en energie kosten. (De meeste ouders wisten dit trouwens ook zonder wetenschappelijk onderzoek.)” Bovendien “blijken ouders niet gelukkiger te zijn dan mensen zonder kinderen.” Een bijzondere vraag: kinderen krijgen en klimaatverandering. Of wat algemener: de groei van de wereldbevolking en de klimaatsverandering en tijden waar: “andere soorten massaal uit(sterven),” zoals Berger schrijft.

Bron: Nasa

‘Kinderen krijgen in tijden van klimaatverandering’ roept bij mij als eerste wat cynische opmerkingen op.  Zo verandert het klimaat geregeld. Als we de geschiedenis van de aarde bekijken dan wisselden warmte en kou elkaar af. Zo’n 2,3 miljard jaar geleden was de aarde volledig bevroren, als de wetenschappers het goed hebben. Toen de dinosaurussen over de aarde regeerden was het veel warmer. Nee, warmere en koudere perioden wisselen elkaar af. Als klimaatverandering een aanleiding is om geen kinderen te krijgen, dan kunnen we nooit kinderen krijgen. Of betekent dit dat we méér kinderen moeten krijgen als het afkoelt? 

Voor je je afvraagt of de Ballonnendoorprikker een ‘klimaatontkenner’ is. Nee, dat is hij niet. Voor de Ballonnendoorprikker is er geen mensenwereld en ‘de natuur’, er is maar één wereld. Wat wij als mens hier op aarde doen, heeft invloed op de aarde en het klimaat.

Ook cynisch, laten we allemaal stoppen met kinderen krijgen, dan is de aarde over een kleine honderd jaar vrij van mensen …. Gelukkig voor mezelf heb ik deze aarde dan al eerder verlaten want het lijkt mij verdomde ellendig om tot de laatsten te behoren. Lig je daar als honderdjarige in je eentje te creperen. 

En de meest cynische. Als mensen pleiten voor bevolkingsvermindering vraag ik mij altijd als eerste af waarom zij dan niet alvast beginnen met een bijdrage te leveren. Dat scheelt 58,6 ton aan koolstofdioxide per jaar. Dat geeft meteen een gunstig klimaatseffect. Trouwens hoeveel ton koolstofdioxide besparen we ons niet uit door het ‘uitsterven van die andere soorten’.

En nu wat realistischer. ‘Hoe meer kinderen, hoe lager het inkomen van de vrouw’ lees ik. Zou het niet precies omgekeerd zijn: ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’? Als je naar de landen die nog flink groeien kijkt, dan zijn dat vooral landen waar men het een stuk minder goed heeft. Die volgorde maakt nogal wat uit als je naar een oplossing zoekt voor de bevolkingsgroei. Als het ‘hoe meer kinderen, hoe minder inkomen’ is, dan zet je in op geboortebeperking. Dat is waar de VVD voor pleit. Cru gezegd komt dit neer op: zorg dat die Afrikanen minder kinderen krijgen. Maar als het probleem het inkomen is, dan raken die vrouwen van de regen in de drup. De kinderen zijn immers een stukje inkomensgarantie in de nabije toekomst en pensioen in de verre toekomst. Als het ‘hoe lager het inkomen, hoe meer kinderen’ is, dan zet je in op inkomens verbetering. Verbetering van inkomen zorgt er dan voor dat de noodzaak voor meer kinderen afneemt. Volgens mij is dit wat er ook in Europa en Japan is gebeurd. 

Nadenken over geboortebeperking is een luxe-probleem en dat blijkt ook want vooral landen waar het heel erg goed gaat zijn heel goed in het beperken van bevolkingsgroei. Als wij in het rijke westen werkelijk een bijdrage willen leveren aan beperking van de wereldbevolking, dan zou welvaartsdeling wel eens veel meer kunnen bijdragen dan hier geen kinderen krijgen. Welvaartsdeling door een deel van onze welvaart naar daar te laten vloeien, een deel van de bevolking van daar naar hier laten vloeien en door een combinatie van beiden. Laat zowel welvaartsdeling als migratie nu precies zijn wat hier heel erg gevoelig ligt.

Uitgelicht

De tante van Taha

Toen het Somalisch-Amerikaanse topmodel Halima Aden vorig jaar als eerste gesluierde moslima de cover van de Britse Vogue bestierde, kreeg het modeblad op social media een lawine aan negatieve reacties te verwerken.” De openingszin van een artikel van Naz Taha op de site OneWorld. “De ophef die het veroorzaakt illustreert vooral hoezeer het Westen geobsedeerd is door de hoofddoek en de islam.” 

Bron: Wikipedia

Of het hele ‘Westen’ geobsedeerd is door hoofddoek en islam waag ik ernstig te betwijfelen want ik ‘hoor’ ook bij het Westen en herken me niet in die obsessie. Maar dat een groep mensen in het Westen is geobsedeerd door hoofddoek en islam kan ik alleen beamen. Aan de ene kant zijn daar een deel van de islamieten en alle ‘hoofddoekdragers’, die kennen die obsessie zeker. Als de tante van Taha (“Mijn tante draagt een hoofddoek en is een tamelijk vrome moslima. Voor haar is zwemmen in reguliere badkleding geen optie”) die obsessie niet kende, dan kon ze ook kiezen voor die reguliere badkleding. 

Aan de andere kant zijn er mensen die een andere obsessie hebben met de islam en de hoofddoek. Die zien in ieder moslim een bedreiging voor ‘onze cultuur’ en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Voor hen werkt de hoofddoek als de welbekende rode lap op een stier. Nu is er op dat spreekwoord het nodige af te dingen. De stier heeft immers geen obsessie met een rode lap, noch met een lap van welke andere kleur dan ook. Dat even terzijde. Hoofddoek, boerka, boerkini aan de ene kant tuinbroek, naveltruitjes decolleté, sari, Volendamse klederdracht, belachelijke hoedjes met prinsjesdag of campingsmoking van mij mag iedereen zelf bepalen welke kleding hij, zij en tegenwoordig ook nog andere varianten, draagt. Dat behoort tot de vrije keuze van het individu. Daar heeft niemand zich mee te bemoeien.

Toch is er iets in het betoog van Taha wat mij doet fronzen. Taha geeft de betreffende tante: “Een marineblauwe boerkini in haar maat. Ik kreeg een dankbare knuffel. Het was aandoenlijk om mijn tante zo blij te zien met zoiets futiels als een kledingstuk.” Mooi dat iemand blij is met een cadeau, dat doet de gever altijd goed. Zeker als die boerkini de tante: “de kans (geeft) om deel te nemen aan de zomercultuur, en aan de zwemcultuur.”

En dan komt de zin die mij deed fronzen: “De boerkini vergrootte haar individuele vrijheid.” Als de boerkini de vrijheid vergroot, dan was de individuele vrijheid vóór de boerkini kleiner. Dat lijkt mij sterk. Volgens mij stond het iedereen altijd al vrij om al dan niet te zwemmen. Die individuele vrijheid was er al ook voor de tante van Taha. 

Dat de tante van Taha niet ging zwemmen omdat zij bedekt wil zwemmen, betekent niet dat zij die individuele vrijheid niet had. Dat de tante van Taha niet ging zwemmen was een individuele keuze van haarzelf. De tante van Taha beperkte zelf haar vrijheid. Het is haar eigen keuze om bedekkende kleding te dragen omdat zij vindt dat haar religie haar daartoe verplicht. Het is ook haar vrije keuze om in een boerkini te gaan zwemmen. Een keuze die, zo betoogt Taha terecht, niemand haar mag afnemen. De boerkini betekent echter geen vergroting van de individuele vrijheid.

Uitgelicht

Who wants to rule the world

“En laten wij concluderen dat de regeldruk onder Frans Timmermans gewoon verder is toegenomen.” Met die zin sluit Rutger van den Noort zijn artikel op de site Opiniez over de Europese regeldruk en de rol van Frans Timmermans daarin, af. De Europese Commissie wilde ‘dereguleren’ en Timmermans kreeg de taak daarvoor te zorgen.

“In de periode-Timmermans kwamen er van 2015 tot en met 2018 5268 EU-regels bij,” schrijft Van den Noort. Dat zijn er minder dan de vier jaar ervoor maar, zo constateert: “De teller had op een negatief aantal nieuwe wetten moeten staan. Voor iedere goede ingediende wet zouden een paar andere wetten moeten zijn vervallen. Met een ‘wegstreepwet’ had je gemakkelijk een hele serie andere wetten kunnen liquideren. Maar dat is niet gebeurd.” En hij concludeert: “Nu we bijna vijf jaar later het net ophalen, zien we dat er niets van terecht is gekomen.”

Nu is de EU hierop geen uitzondering en dat constateert Van der Noort ook. Ook in Nederland zijn er: “ 1000 regelingen bijgekomen de laatste tien jaar” En ook in de VS: “dan zien we dat er vorig jaar weliswaar een piek van 442 nieuwe wetten bijkwam, maar dat de trend al jaren dalend is. Zo lag het aantal nieuwe wetten in de jaren ‘80 nog op 600 per jaar.” Een dalende trend, maar als je die vergelijkt met de 1000 in tien jaar in Nederland, dan zijn het er in een jaar nog altijd ruim vier keer zoveel. En dat in een land dat geregeld door ‘politieke twisten’ is verlamd.

Nu kun je je afvragen of je moet streven naar minder regels. Ja, regelvermindering klinkt leuk en het scoort goed in de publieke opinie. Maar toch. Eens even luisteren naar de Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. In zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme behandelt hij ook de regeldruk. Op pagina 220 stelt hij een interessante vraag: “In  het begin van de jaren negentig publiceerde het in Hongkong gevestigde Engelstalige zakenblad Far Eastern Economic Review een speciaal nummer over Zuid Korea. In een van de artikelen verbaasde het blad zich over het feit dat hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent per jaar was gegroeid. Hoe was het mogelijk? Hoe kan een land met een zo verstikkend stelsel van regelgeving zo snel groeien?”

Gelukkig beantwoordt hij de vraag in de volgende pagina’s. Zijn eerste verklaring: “… in een land dat snel groeit en waar zich voortdurend nieuwe zakelijke kansen aandienen, weerhoudt zelfs de rompslomp van 299 vergunningen zakenmensen er niet van een nieuw project op te starten. Wanneer er daarentegen weinig valt te verdienen als de zaak eenmaal rond is, zullen zelfs 29 vergunningen te veel zijn.”  Dus als we er maar voor zorgen dat het aan het einde loont, belemmeren regels niet.

Chang gaat verder: “ Een belangrijke reden waarom sommige landen waar het bedrijfsleven zwaar gereguleerd is het economisch heel goed hebben gedaan, is dat veel regels in feite goed zijn voor bedrijven.” Dat lijkt helemaal in strijd met de algemene opvatting dat reguleren belemmert. Gelukkig verduidelijkt Chang zich: “regulering (kan) bedrijven (…) helpen door te voorkomen dat ze de basis van hun voortbestaan op lange termijn ondermijnen.” Denk bijvoorbeeld aan milieumaatregelen die uitputting of vernieling van de omgeving voorkomen zoals regels tegen overbevissing. Maar ook regels tegen kinderarbeid of te agressieve verkoop van leningen. En zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden te noemen van regels die helpen.

“Veel regulering helpt de gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen,” zo betoogt Chang. Ik zou aanvullend hierop willen zeggen: ‘zo helpt regulering ook om mensen tegen bedrijven en elkaar te beschermen, terwijl andere regels ons dwingen om dingen te doen waardoor onze samenleving ook op termijn leefbaar te houden.’ En daarom, om met Chang af te sluiten: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” 

Uitgelicht

Populisme is rationele irrationaliteit

Raad een getal in een reeks van 0 tot en met 100 zodanig dat je keuze zo veel mogelijk overeenkomt met twee derde van de gemiddelde gok van alle deelnemers aan deze wedstrijd.” Aan de hand van dit raadsel op pagina 229 legt Richard Thaler in zijn boek Misbehaving het functioneren van de financiële markten uit. Om te ‘verdienen’ op die markt moet je immers een inschatting maken van wat anderen op die markt gaan doen. Anderen die eenzelfde inschatting proberen te maken.

Bron: Pixabay

Thalers boek beschrijft de ‘opkomst en ontwikkeling’ van de gedragseconomie. Een economische discipline die eind vorige eeuw opkwam. Gedragseconomen kijken, net als psychologen naar het gedrag van mensen. Dat gedrag blijkt veel minder rationeel dan waarvan de toen gangbare economische theorie uitging. Die toen gangbare economische theorie is de nu nog steeds dominante neo-liberale. Een theorie die de mens ziet als een volkomen rationeel handelend mens. In  navolging van Thaler, voordat je verder leest, geef eerst eens antwoord op de vraag en om je op weg te helpen: “stel dat er drie spelers zijn die respectievelijk 20, 30 en 40 kiezen. De gemiddelde gok is dan 30 en twee derde daarvan is 20. Degene die 20 kiest, wint dus.”

Ik stel die vraag omdat ik me afvraag of populistische politici niet ook een dergelijke vraag gebruiken om zich te profileren. Die vraag zou dan luiden: ‘neem het standpunt van de gemiddelde Nederlander, overdrijf dat standpunt naar de jou gewenste kant en vent het uit’. Door die overdrijving wijk je af van het gangbare en dat genereert bijna automatisch aandacht. Nou ja afvragen, eigenlijk constateer ik dat het zo werkt.

Als dit naar alle kanten gebeurt, verandert er niets aan het gemiddelde standpunt. Als er naar maar één kant wordt overdreven, dan verschuift het gemiddelde standpunt naar die kant.  Nu zien we tegenwoordig populisme naar alle kanten. Kunnen we daaruit concluderen dat  de ‘schade’ dan meevalt omdat het gemiddelde standpunt niet verandert of is die conclusie voorbarig?

Daarvoor moeten we een stapje verder doorredeneren. Stel Jan ‘overdrijft’ naar ‘rechts’ en krijgt een groep mensen mee. Dan zitten er binnen die groep vast enkele mensen die ook een stuk van de cake willen en die overdrijven nog verder naar ‘rechts’. Dan moet Jan ook weer een stap zetten en eindigt de groep steeds verder ‘rechts’. Aan de andere kant ‘overdrijft ‘Piet’ naar links en daar gebeurt hetzelfde. Het resultaat mag dan zijn dat het standpunt van de gemiddelde Nederlander niet is gewijzigd, Er zijn echter wel steeds minder Nederlanders die zich in dat gemiddelde standpunt herkennen en die het kunnen en willen verdedigen. Dat lijkt mij problematisch.

Als ik naar de ontwikkelingen in onze samenleving kijk, dan zie ik dit patroon. Dan zie ik steeds meer extremen die steeds verder van elkaar afstaan en steeds minder ‘gemiddelden’. Extremen die elkaar steeds meer verketteren en ‘ontmenselijken’. Een zorgelijke ontwikkeling.

Een uitkomst die is te vergelijken met de uitkomst van het raadsel waarmee ik begon. Thaler gebruikt het raadsel om aan te tonen dat ‘beter inschatten’ dan anderen niet kan als iedereen rationeel handelt. Want als iedereen rationeel en logisch doorredeneert dan geeft iedereen het antwoord 0, het meest ‘extreme’ antwoord. Waarom? Als iedereen een willekeurig getal kiest, dan zal het gemiddelde 50 zijn. twee derde daarvan is 33. Dat is logisch en volledig rationele mensen zullen zo redeneren. Logisch doorredenerend zal iedereen dit concluderen en dan is het gemiddelde antwoord 33, twee derde van 33 is 22. Als iedereen volledig rationeel denkt, dan zal iedereen tot die conclusie komen en vervolgens weer rationeel en logisch concluderen dat het antwoord twee derde van 22 en dus 15 zou moeten zijn. Als je zo maar lang genoeg logisch doorredeneert dan kom je bij 0 uit. 

Een ontwikkeling waarop het begrip rationele irrationaliteit van John Cassidy van toepassing is. In zijn boek Wat als de markt faalt omschrijft hij op pagina 159 rationele irrationaliteit als: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn,” leidt.Als we dit vertalen naar het handelen van ‘Jan’ en ‘Piet’ dan willen zij gekozen worden en zoveel mogelijk invloed. Met dat in het achterhoofd is het rationeel om te kiezen voor ‘overdrijven’, voor populisme. Het resultaat ervan is een samenleving zonder ‘samen’. Zoals al gezegd een zorgelijke ontwikkeling. Bij deze ontwikkeling moet ik denken aan een parabel van de Chorekee-indiaan en zijn kleinzoon. De oude indiaan vertelde: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon.’ Toen de kleinzoon daarop vroeg welke wolf er zou winnen, antwoordde de oude indiaan: ‘diegene die je voedt’. Worden er niet veel slechte wolven gevoed?