Uitgelicht

Nieuw tijdperk of toch oud?

“Haar woorden luidden op verbindende wijze een nieuw tijdperk van een land in. Daar waren ze voor bedoeld en geschreven.” De ‘haar’ waar Shantie Singh het in haar artikel op de site dekanttekening.nl over heeft, is de Amerikaanse dichter Amanda Gorman en de woorden betreffen het gedicht dat ze voordroeg tijdens de inauguratie van Biden als de zesenveertigste president van de Verenigde Staten. Begon er werkelijk een nieuw tijdperk op de twintigste januari 2021 om een uur of zes Nederlandse tijd? Wat zijn dan de kernmerken van dat nieuwe tijdperk? Als er een nieuw tijdperk begint, sluit er ook een oud af. En om ‘nieuw’ te zijn, moeten de kenmerken van dat nieuwe tijdperk verschillen van die van het oude. Wat waren de kenmerken van het oude tijdperk?

File:Sultan Osman II Cülus.jpg
De kroning van Osman II tot sultan. Bron: WikimediaCommons

Interessante vragen. Maar ze zijn alleen interessant als er op die twintigste januari 2021 werkelijk een nieuw tijdperk aanbrak. Ja, in de Verenigde Staten werd een nieuwe president ingezworen. Alleen gebeurt dat zo ongeveer iedere acht jaar en soms, zoals dit keer, zelfs eerder. Begint er met iedere nieuwe Amerikaanse president een nieuw tijdperk? Dat zou betekenen dat we sinds 1776 aan het zesenveertigste tijdperk toe zijn. Dat lijkt mij wel erg gortig. Waarom zou het ‘inzweren van een Amerikaanse president’ een markeringspunt van tijdperken zijn?

Voor een historicus zijn ‘tijdperken’ geen onbekenden. Tegenwoordig wordt het verleden ingedeeld in tien tijdvakken. In mijn tijd als geschiedenisstudent waren dat er minder: Oudheid, Middeleeuwen, Nieuwe – en Nieuwste geschiedenis. Dat was de indeling. De Oudheid eindigde met het afzetten van Romulus Augustulus, de laatste West-Romeinse keizer op 4 september 476. Een zeer precieze datum. Alleen was de werkelijkheid wat minder precies. Het verval van het ooit machtige Romeinse Rijk zette al veel eerder in en de wereld van na die val kondigde zich al meer dan twee eeuwen eerder aan. Germaanse en andere stammen begonnen te knibbelen aan de Romeins macht. Een maaltijd begint met de eerste hap, niet met de laatste. Als we die metafoor op de scheiding tussen Oudheid en Middeleeuwen toepassen, dan kun je met recht en rede betogen dat de Middeleeuwen begonnen met de eerste Germaanse hap in het Romeinse Rijk. Een derde-eeuwse Romein zou bij die eerste hap aan de grenzen van het Rijk niet meteen spreken van een ‘nieuw tijdperk’. Er werd wel vaker ‘geknabbeld’ maar dat werd later wel weer hersteld. Voor de Germaan Odoakar stelde het afzetten van die laatste keizer niet zoveel meer voor. De macht van de keizer reikte niet veel verder dan de poorten van zijn paleis. Tenminste sinds de Visigotische leider Alarik I in 410 Rome plunderde, stelde het westelijk deel van het Romeinse Rijk al niet meer zoveel voor.

Dat geldt niet voor het Oost Romeinse Rijk. Dat bleef tot de verovering van Byzantium dat toen al Constantinopel heette op 29 mei 1453 door sultan Mehmet II van de Ottomanen, een rol spelen. Waarbij die rol naar het einde toe steeds kleiner werd. Daarmee kun je zeggen dat op dat moment er weer nieuw tijdperk begon, namelijk dat van het Ottomaanse rijk. Alleen zou een Ottomaan zeggen dat hun tijdperk meer dan 150 jaar eerder in 1280 begon. Toen Osman I aan de macht kwam in een prinsdom in het oosten van Anatolië. Alleen wist men toen nog niet dat een nazaat waarvan deze Osman de naamgever was, Constantinopel zou innemen.

Wat het einde van het Oostelijke en het Westelijke Romeinse Rijk gemeen hebben, is dat beiden hun werkelijke oorzaak kenden in de uitgestrekte Aziatische vlakten. In de vierde eeuw zorgden de Hunnen, een Centraal Aziatisch nomadisch ruitervolk, ervoor dat vele andere volkeren voor hen op de vlucht gingen en naar het westen trokken. Een gebeurtenis die we nu de Grote Volksverhuizing noemen. Daar stootten ze op het steeds zwakker wordende Romeinse Rijk en dat leidde uiteindelijk tot het afzetten van Romulus Augustulus. In de dertiende eeuw waren het de Mongolen onder leiding van Dzjengis Khan die voor een migratie van Turkse nomaden zorgden die zich in Anatolië vestigden en daar op het Oost Romeinse Rijk stootten.

Of er op twintig januari 2021 zo rond zes in de avond Nederlandse tijd een nieuw tijdperk aanbrak, daar kunnen wij nu niet over oordelen. Dat is iets voor toekomstige historici en die kunnen er, net zoals ik hierboven deed, op verschillende manieren naar kijken.

Uitgelicht

Urk en Trump

“Losgeslagen tuig, onacceptabel. Dit is idioot gedrag dat hoort te stoppen,” aldus premier Rutte. “Waarom wordt het leger niet ingezet? Maak de PVV de grootste partij in 2021 en ik zet al het criminele tuig ons land uit, inclusief hun familie.” De reactie van PVV-leider en enigst lid Geert Wilders. “Snijden in subsidies en uitkeringen die worden verstrekt aan huishoudens waar deze herrieschoppers toe behoren is wellicht een mogelijkheid. Als de ouders geen normen en waarden kunnen overbrengen aan hun kinderen, moeten we hen misschien met de harde hand herinneren aan de normen en waarden die gelden in onze samenleving,” betoogt het Haagse CDA-gemeenteraadslid Kavish Partiman. Nee, deze uitspraken zijn niet gedaan na de vernieling van een GGD-teststraat op Urk. Het waren de reacties van politici op de rellen in Den Haag en Utrecht afgelopen­­ zomer. Dat verbaast.

Bron: Nederlands Instituut voor Militaire Historie/Wikimedia Commons.

Het verbaast omdat het in al deze gevallen om jongeren gaat die regels overtreden, zaken vernielen en in brand steken en het gevecht met de politie aangaan. Identiek gedrag dus dan zou je ook een identieke reactie verwachten. Dan zou je verwachten dat de premier deze Urker jongeren losgeslagen tuig zou noemen die idioot gedrag vertonen. Dan zou Wilders moeten pleiten voor het inzetten van het leger op Urk of wellicht het sturen van een kanonneerboot naar de haven. Dan zou ergens een CDA-er moeten roepen dat er in uitkeringen en (visserij)subsidies moet worden gesneden omdat de ouders geen normen en waarden aan hun kinderen kunnen overbrengen. Nee, niets van dit alles, alleen een grote stilte. Nu kan het eraan liggen dat de tijd sinds de rellen te kort is om te reageren. Het vreemde is echter dat bij de ‘zomerrellen’ de reacties bijna real time werden gegeven.

Zou het dan aan de aanleiding voor de rellen kunnen liggen? Op Urk is de avondklok ditmaal de aanleiding. Ditmaal, want van een avondklok was tijdens de eerdere rellen van bijvoorbeeld november en december vorig jaar nog geen sprake. Als we het dan wat breder zien, dan zouden het de coronamaatregelen kunnen zijn? De aanleiding voor de ‘zomerrellen’ was vooral verveling.

Ik vrees echter dat dit niet de reden is van het uitblijven van dergelijke reacties. Ik vrees dat het meer te maken heeft met de achtergrond van de rellende jongeren. Als mijn vrees gegrond is, dan zou dat wel heel erg schadelijk zijn. Dan is er namelijk spraken van discriminatie. Dan wordt de ene groep rellende jongeren milder behandeld dan de andere puur en alleen vanwege hun achtergrond. Van de PVV kunnen we dat verwachten. Die partij wil immers iedereen met de achtergrond van de ‘zomerrellers’ liefst het land uit. Dat wordt lastig bij die Urker jeugd omdat die precies de achtergrond heeft van Wilders ideale land.

De ongelijkheid in reactie van de VVD en het CDA toont een overeenkomst met de reactie van vele Republikeinen in de VS op de Black Lives Matter protesten aan de ene kant en de bestorming van het Capitool aan de andere kant. De eersten worden hard veroordeeld en de tweede worden met mildheid bekeken. En, nu ik toch vergelijk met de VS, is er nog een bijzondere overeenkomst. In de VS was er iemand die uitnodigde tot de bestorming van het Capitool, een president die ‘mee zou marcheren’ maar dat vooral deed voor zijn tv-scherm in het Witte Huis. Op Urk waren er partijen die de burgemeester opriepen om de avondklok niet te handhaven, zo is te lezen bij De Stentor Hart voor Urk (coalitie, red.) en PVV (oppositie, red.) hebben in de vorm van schriftelijke vragen eigenlijk de burgemeester opgeroepen om de avondklok te negeren (via Twitterberichten van PVV Urk-politici is een boodschap van die strekking inderdaad terug te vinden, de partij zegt daarin alles te doen zodat de avondklok niet gehandhaafd wordt op Urk.). Niet handhaven die avondklok, was hun verzoek aan de burgemeester.”

Nu is voorstellen om naar het Capitool te lopen niet meteen het ‘bevel’ geven tot de bestorming ervan. En ook het verzoeken om regels te negeren is geen ‘bevel’ om zaken te vernielen. Het zijn echter wel voorbeelden van politici die oproepen om de wet te negeren. Trump negeerde een verkiezingsuitslag, die volgens de regels van het spel tot stand zijn gekomen. De Urker raadsleden negeerden een, volgens de regels van het spel tot stand gekomen, besluit. Als politici binnen onze democratie oproepen om de regels te negeren, dan is dat reden voor grote bezorgdheid. Net zoals het optreden van de VVD en het CDA reden is tot grote zorg.

­­

Uitgelicht

Lekenwetenschap

Bij Joop zag ik een link naar een satirische bijdrage van Marcel van Roosmalen aan het radioprogramma De Nieuws BV. Van Roosmalen staat bekend om zijn zwartgallige humor waarbij hij iets tot in het extreme uitvergroot. In dit geval is Diederik Gommers onderwerp van spot. Gommers is volgens Van Roosmalen overal te zien en te horen en heeft overal een ‘genuanceerde mening’ over en schets altijd het zwartste scenario waarmee hij ieder feestje vergalt. ‘Kan Diederik Gommers niet uit?’ Zo vraagt Van Roosmalen zich af, Nu gaat het mij niet om Van Roosmalens satire. Het gaat mij om een reactie eronder.

Bron: WikimediaCommons

“Diederik Gommers, Marion Koopmans, Ab Osterhaus, Ernst Kuipers enz. hebben juist het ontzettend grote gevaar van Covid-19 zeer duidelijk doorgegeven aan alle 17.5 miljoen Nederlanders, namelijk met hun vaak briljante mediaoptredens, tijdens de laatste maanden. Ze hebben juist goede antwoorden gegeven in vergelijking met *het is maar een griepje* gekkies zoals Willem Engel, Wybren van Haga, Thierry Baudet enz.. Mag ik ze allemaal bedanken?”  Aldus een bijdrage van iemand die zich GabrielMokummer noemt. Tot zover niets bijzonders. Het wordt bijzonder als ene ‘Joost mag ’t weten’ reageert: “Die wappies baseren zich ook op (veelal dezelfde) bronnen maar trekken andere conclusies. De TV experts hebben het regelmatig mis terwijl de wappies achteraf vaak gelijk krijgen. TV kijkend Nederland heeft het geheugen van een goudvis en neemt alle leugens en inconsistenties voor lief. Veranderde inzichten…”

Het zal best zijn dat ‘die wappies’ andere conclusies trekken uit dezelfde bronnen en dat de experts het ook wel eens mis hebben. Iets dergelijks hoor en lees je vaker met de suggestie om de opvattingen en ideeën van ‘die wappies’ serieus te nemen en het beleid erop aan te passen. Dat wetenschappers en deskundigen het soms mis hebben is inherent aan de wetenschap. Dat ‘wappies’ en leken het achteraf soms goed hebben, is ook niet vreemd. Een wiskundige zal 99 van de 100 wiskundesommen goed maken. Een leek in de wiskunde zal er ook af en toe een goed maken. Ik zou daaruit niet concluderen dat de wetenschappers ook maar wat aan modderen. Zeker als je je realiseert dat het aantal leken het aantal deskundigen verre overtreft, dan is de kans groot dat er ergens een ‘wappie’ of leek iets beweert wat later waar blijkt te zijn. Probleem is alleen dat je bij een pandemie niet de tijd hebt om te af te wachten wie het ‘achteraf’ juist heeft. Om het wiskunde voorbeeld weer aan te halen. Die ene wiskundige maakt 99 sommen goed. 10.000 leken maken samen ook 99 opgaven goed. Als je beleid moet maken, is het lastig uit te gaan van die 10.000 leken, want welke leek maakt welke opgave goed en hoe groot is de kans dat die leek de volgende opgave ook goed maakt? Dan zou ik liever uitgaan van die wiskundige want dan is de kans vele malen groter dat de volgende som ook juist wordt beantwoord.

Dit is precies de reden waarom ‘wisdom of the crowd’ geen goede basis is om beleid op te baseren. Ook niet als degenen waarvoor het beleid is bedoeld hoog opgeleid zijn. Want inderdaad weet de ‘crowd’ waarschijnlijk alles. Bij dat alles zit echter ook veel ballast en verkeerde zaken en er is geen garantie dat de oplossing die uit de ‘Crowd’ komt werkelijk ‘wisdom’ is. De kans op een oplossing die van ‘wisdom’ getuigt, is veel groter als je de deskundigen op het gebied erbij betrekt.

Uitgelicht

Grondwetgevende vergadering

 “En als ze dan toch bezig zijn, kunnen ze meteen ook eens kijken of ze het systeem niet zo kunnen veranderen dat het polarisatie straft in plaats van beloond.” Met die woorden eindigde een vorige Prikker. In die Prikker gaf ik een historische context bij de huidige situatie van de tot op het bot verdeelde en gepolariseerde Verenigde Staten en een politiek systeem dat dit niet lijkt te kunnen keren. Sterker nog, dat eronder lijkt te bezwijken. Na het schrijven van die Prikker vroeg ik me af hoe de situatie in Nederland is.

Grondwet Foto's - Download gratis afbeeldingen - Pixabay
Bron: Pixabay

Als we kijken naar onze politieke instellingen, dan zijn die meer dan 170 jaar oud. Ze zijn nog steeds gebaseerd op de Grondwet opgesteld in 1848. De laatste ingrijpende wijziging die de positie van de koning ceremonieel maakte. Op die Grondwet is ons politieke bestel gebouwd. Een bestel met een gekozen volksvertegenwoordiging de Staten Generaal die bestaat uit twee kamers. De Eerste Kamer wordt getrapt gekozen door de leden van de provinciale staten en de Tweede Kamer waarvan de leden rechtstreeks worden gekozen door de bevolking. De Volksvertegenwoordiging heeft de wetgevende macht en controleert de uitvoerende macht, de regering. De regering wordt in Nederland niet gekozen. Die wordt samengesteld door partijen die in de Tweede Kamer een meerderheid hebben en zich op de inhoud kunnen vinden. Als laatste kent ook Nederland een onafhankelijke rechterlijke macht waarvan de leden voor het leven worden benoemd door de regering. ‘Voor het leven’ wil zeggen totdat ze hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken.

In het Nederlandse bestel is een belangrijke rol weggelegd voor een fenomeen zonder Grondwettelijke basis, namelijk de politieke partij. Politieke partijen vervullen een centrale rol. Zij selecteren potentiële Kamerleden, stellen programma’s op en leveren bestuurders. Iedereen kan een politieke partij oprichten hiervoor zijn geen regels. Wel zijn er vereisten waaraan een partij moet voldoen voordat ze aan verkiezingen mee kan doen. Nederland kent, in tegenstelling tot de Verenigde Staten, een meerpartijenstelsel. Het is nog nooit voorgekomen dat één partij een zetelmeerderheid behaalde in een van de beide Kamers. Direct gevolg hiervan is dat de regering altijd bestaat uit een coalitie van tenminste twee en vaak meer partijen. Dit omdat een regering moet steunen op een meerderheid van zetels in de Tweede Kamer.

Ondanks de meerdere partijen leverden verkiezingen tot zo’n 30 jaar geleden een redelijk stabiel beeld op. Drie partijen, de VVD, het CDA en de PvdA domineerden het politieke speelveld. Die partijen (en hun voorgangers) behaalden tot de jaren tachtig zo om en nabij 80% van de zetels. Bepaalden in wisselende samenstelling maar met altijd het CDA of een van de voorgangers erbij. Het overgrote deel van de bevolking herkende zich in een van de partijen en bleef de partij naar keuze zo ongeveer het hele leven lang trouw.

Dit veranderde in het midden van de jaren negentig toen de kiezer ‘op drift raakte’. Daar waar de grootste partij historisch op steevast tussen de 45 en 50 zetels  kon rekenen, werd in 1994 de PvdA de grootste met 37 zetels. Dit na een verlies van 12 zetels. Sindsdien is er geen partij meer geweest met 45 zetels of meer. Iedere verkiezing sinds 1994 kwamen er nieuwe partijen bij die samen een steeds groter deel van de zetels wonnen. En nu, twee maanden voor de verkiezingen, heeft het overgrote deel van de kiesgerechtigden geen idee op welke partij te stemmen. De Volkskrant formuleerde het als volgt: “Het aantal twijfelaars blijkt, zo’n drie maanden voor we het stemhokje in mogen, even groot als bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen. Van de circa 13 miljoen stemgerechtigden zijn er bijna 10 miljoen nog niet geland.” En gestemd wordt er in toenemende mate op een persoon en niet op het programma van een partij.

Dat is niet het enige wat er is veranderd. Het aantal mensen dat lid is van een partij was in de jaren vijftig van de vorige eeuw ongeveer 10% van de bevolking. Het daalde in de jaren zestig naar zo’n 4% en vanaf die tijd naar zo’n 2% nu. Dit betekent dat er steeds minder mensen beschikbaar zijn voor een functie als volksvertegenwoordiger bij een waterschap, gemeente, provincie en Staten Generaal.

Kamerlid zijn is tegenwoordig iets van korte duur. “In de eerste elf jaar na de oorlog lag de ervaring rond de veertien jaar (zie de grafiek). In 1956 breidde de Kamer uit naar 150 volksvertegenwoordigers. Met deze nieuwe instroom daalde de gemiddelde ervaring tot 11 jaar, een anciënniteit die tot de verkiezingen van 1986 (Lubbers II) redelijk stabiel bleef. Onder de paarse kabinetten van Kok zette de vernieuwing door, tot de verkiezing van 2002, de tijd van de moord op Pim Fortuyn.” Aldus een artikel uit Trouw van een jaar of acht geleden. Na de laatste verkiezingen stroomde de kamer vol met nieuwelingen: “Er zijn 71 leden die geen zitting hadden in de afgetreden Kamer. Van hen hebben er 58 geen enkele (Haagse) parlementaire ervaring. De gemiddelde Kamerervaring is 3,9 jaar.”  Dat er steeds weer nieuwe Kamerleden binnenstromen is een gevolg van het ‘zweven’ en steeds elders en vooral bij steeds nieuwe partijen ‘landen’ van kiezers. Dit wordt nog versterkt door Kamerleden die gedurende de rit afhaken omdat ze een ‘nieuwe uitdaging’ hebben gevonden. Een uitdaging in het openbaar bestuur maar ook in het bedrijfsleven.

In de Verenigde Staten zien we een zeer sterke polarisering van de samenleving met aan de ene kant een groep die het verleden verheerlijkt en: “zich beroepen op het verleden ‘toen America nog Great’ maar vooral White, Anglo-Saxon en Protestant was,” en aan de andere kant de extreme ‘identity politics’ zoals ik in mijn vorige Prikker schreef. Die eerste groep heeft de Republikeinse partij in haar macht en de tweede dreigt de Democratische partij te verscheuren. Deze polarisering zien we ook in Nederland. Veel van die nieuwe partijen die steeds meer zetels wonnen, bevinden zich in de uitersten van het politieke spectrum. Forum voor Democratie en de PVV beroepen zich op het verleden. Een tijd van ‘oer-Hollandse gezellig’ zoals de PVV het in haar verkiezingsprogramma formuleert of naar die goede oude tijd van de bourgeoisie die FvD-leider Baudet idealiseert en daar moeten we naar terug. Aan de andere kant van het spectrum zien we partijen zoals BIJ1 en DENK. Partijen en hun aanhangers zoals Gloria Wekker die de geschiedenis willen aanpassen en herschrijven aan hun doelen in het heden. Partijen en hun vertegenwoordigers die achter iedere boom een racist of fascist zien en spreken van ‘witte onschuld en privilege’, je beschuldigen van ‘culturele toe-eigening’ en de werkelijkheid bekijken door een ‘kruispuntentheorie-mal’. De Nederlandse situatie is, mede door het gemak waarmee je een nieuwe partij kunt beginnen, nog niet zover gepolariseerd als in de Verenigde Staten. Die nieuwe uitersten zorgen er echter wel voor dat de traditionele partijen zich naar die uitersten toe bewegen en dat het politieke landschap nog verder fragmenteert. Beide ontwikkelingen verminderen de regeerbaarheid van ons land. Net als in de Verenigde Staten loopt Nederland het risico dat de polarisering ons politieke systeem lamlegt. Als dit risico optreedt, dan is er een aanzienlijke kans dat het vertrouwen van de bevolking in ons democratische systeem als sneeuw voor de zon verdwijnt. Dat vertrouwen heeft de afgelopen tijd toch al een knauw gekregen als gevolg van de toeslagenaffaire.

Om terug te komen om de vraag waarmee ik begon en dan niet gericht op ‘ze’ in de Verenigde Staten maar op ‘ons’ in Nederland: als we dan toch bezig zijn, kunnen we het systeem dan niet zo veranderen dat het polarisatie straft? ‘Maar we zijn toch niet bezig om het systeem te veranderen,’ zul je misschien zeggen. Dan zou ik zeggen: wakker worden! Want in Den Haag is men al volop bezig. Zo stuurde het kabinet, zoals ik recentelijk schreef, een brief naar de Kamer met haar ideeën voor de verandering van ons systeem. Ideeën waarbij het kabinet uit het rapport Lage drempels hoge dijken  van de staatscommissie parlementair stelsel, in de volksmond de ‘commissie Remkes’, putte.  Ook willen alle partijen onze Grondwet wel op een of meer punten aanpassen. Zijn we ook bezig om de kiezer hierin mee te nemen? Wat welke partij hierbij wil zal het gros van de kiezers niet weten. Het zijn namelijk niet de thema’s waarmee je als partij ‘volk’ trekt, dus krijgen ze geen aandacht in de verkiezingscampagne. In de coalitieonderhandelingen na de verkiezingen zal er vervolgens in de ‘koehandel’ wellicht iets uitkomen dat vervolgens op route wordt gezet als een wijziging van de Grondwet.

We zijn dus bezig, maar zijn we bezig met het systeem zo aan te passen dat het polarisatie straft? De commissie Remkes ziet wel iets in een verbod op partijen die met democratische middelen de democratie willen afschaffen. Ook stelt de commissie voor om de rol en positie van politieke partijen in een wet vast te leggen door de bestaande Wet financiering politieke partijen uit te breiden. Een interessante optie waarbij je meteen de kanttekening kunt plaatsen dat iets verbieden niet betekent dat het er niet is. In Binnenlandsbestuur pleit Geerten Boogaard om nu alvast af te wijken van de bestaande procedures en op 17 maart ook meteen een nieuwe Eerste Kamer te kiezen. Sinds de verkiezing van die Eerste Kamer is er zoveel veranderd dat het heel lastig zal worden een kabinet te vinden dat zowel in de Tweede als in de Eerste Kamer op een meerderheid kan rekenen. Door nu beide Kamers te kiezen wordt dat probleem omzeild. De Commissie Remkes wil dit oplossen door iedere drie jaar de helft van de leden van de Eerste Kamer te kiezen. Een leuk idee, alleen laat de casus Verenigde Staten zien dat er dan permanent campagne wordt gevoerd en het is de vraag of dat de bestuurbaarheid van een land ten goede komt.

En als we dan toch in de ideeën fase zitten. Wellicht is het een idee om premierverkiezingen te houden. Verkiezingen waarbij die kandidaat die meer dan 50% van de stemmen behaalt, wint. Dat kan betekenen dat er twee rondes nodig zijn waarbij de kandidaten met de meeste stemmen in de eerste ronde het in de tweede ronde tegen elkaar opnemen. Tegenover de gekozen premier, die de regering vormt en voor de volle periode van vier jaar regeert, plaatsen we een gelote volksvertegenwoordiging die bestaat uit een oneven aantal leden, bijvoorbeeld 301 met een zittingstermijn van zes jaar waarbij ieder jaar een zesde deel wordt vervangen door nieuwe. Kamerleden die niet hoeven te werken aan hun ‘herverkiezing’ maar die zich volledig op het werk als Kamerlid kunnen concentreren. Kamerleden zonder partij- en fractiedruk omdat er geen partijen en dus fracties zijn. Kamerleden die worden ondersteund door een stevig ambtelijk apparaat dat niet adviseert maar verheldert, doordenkt, doorrekent en spiegelt. Een volksvertegenwoordiging die net als de huidige Kamers de wetgevende macht heeft, de regering controleert en het budgetrecht heeft. Ook voor gemeente, en provincies hanteren we eenzelfde werkwijze: gekozen bestuurders en gelote vertegenwoordigers. Ook een idee en zo zijn er waarschijnlijk nog veel meer.

We zijn dus bezig, maar zijn we op de goede manier bezig? Moeten we als inwoners van dit land niet met elkaar in gesprek en zo samen nadenken over en vervolgens werken aan een nieuwe Grondwet en een erop gebouwd politiek bestuurlijk systeem dat ons klaarmaakt voor de uitdagingen van de toekomst? Samen nadenken niet binnen het huidige systeem, zoals we nu doen door het over te laten aan de koehandel van politieke partijen bij de formatie. Partijen en hun vertegenwoordigers die belangen hebben bij het huidige systeem. Nee, nadenken en werken buiten die kaders door bijvoorbeeld een grondwetgevende vergadering bijeen te roepen. Een grondwetgevende vergadering bestaande uit bijvoorbeeld 1.500 willekeurige inwoners van ons land die met deze opgave aan de slag gaan. Een groep burgers aangewezen via loting. Een groep die de opdracht krijgt om met en namens ons die nieuwe grondwet en het erbij horende politiek, bestuurlijke systeem uit te werken. En daarbij alle ideeën tegen het licht houdt en daarbij wordt ondersteund door een stevig apparaat dat verheldert, doordenkt en spiegelt. Het resultaat van hun werk kan vervolgens per referendum aan ons worden voorgelegd. En als twee derde van ons voor is, dan is de nieuwe grondwet vastgesteld en kunnen we het bijbehorende politiek, bestuurlijke systeem gaan inrichten.

Uitgelicht

Dag India,

Ik las je brief in de Volkskrant. Als veertienjarige moet je een keuze maken waarvan jezelf zegt dat het een van de belangrijkste beslissingen is die je in je leven moet maken.  Je moet een richting kiezen op de middelbare school en je vraagt je af of je kiest voor wat je leuk vindt of voor baanzekerheid? Je brief deed me terugdenken aan mijn middelbare schooltijd begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Ik kan je niet helpen bij het maken van die keuze, dat moet je zelf doen. Wel kan ik je proberen gerust te stellen.

Beroepen Foto's - Download gratis afbeeldingen - Pixabay
Bron: Pixabay

Als eerste, misschien schrik je daarvan en vind je het niet erg geruststellend, geen enkele keuze geeft je baanzekerheid. Als je het nieuws volgt dan hoor je dat steeds meer mensen, ook specialisten in het ziekenhuis, een ‘flexcontract’ hebben. Wat ik je uit eigen ervaring kan zeggen is dat je persoonlijkheid veel belangrijker is bij het vinden van een baan, dan je opleiding. Als je weet dat je ‘Einstein’ achterna wil, dan is het slim om natuur- en wiskunde te kiezen. Maar als een werkgever moet kiezen tussen twee gelijkwaardige ‘Einsteins’, dan zal de keuze vallen op de ‘Einstein’ met de prettigste persoonlijkheid.

Als tweede is een keuze voor een vakkenpakket geen keuze voor de richting waarin je je leven stuurt. Het leven bestaat uit veel meer dan nu leren en later werken. Je geluk in het leven hangt veel meer af van de manier waarop je in het leven staat en hoe je met andere mensen omgaat. Van je persoonlijkheid en volgens mij zit het daarmee wel goed. Nu zal je denken, hoe kan die man dat weten? Het eerlijke antwoord is dat die man dat niet kan weten. Maar wat die man ziet is dat je met vragen zit en die ook aan anderen durft te stellen. Mijn ervaring is dat mensen die vragen stellen prettige mensen zijn. Ze staan open voor anderen en oordelen niet zo snel. Dat maakt hen tot prettige mensen om mee te leven en te werken. Daarmee heb je een streepje voor.

Als je niet weet wat je wilt worden, kies dan een richting waarmee je nog alle kanten op kunt. Kiezen voor natuur en techniek sluit de kunstzinnige kant niet uit. Bij een omgekeerde keuze, kun je een carrière als ‘Einstein’ wel vergeten. Alhoewel, ik weet niet of je Brian May kent? May is de gitarist van de zeer succesvolle band Queen. In 2007, hij was toen 60 jaar, studeerde hij af in de astrofysica. En hij is niet de enige. Als je nu een keuze maakt om ‘iets’ te worden, wil dat niet zeggen dat je nooit meer ‘iets anders’ kunt worden. Dit advies gaf ik ook aan mijn dochter, zij moest die keuze vier jaar geleden maken en wist nog niet wat ze wilde worden.

Ik hoop dat je hier wat mee kunt.

Uitgelicht

Civil war part two?

Wat een bijzondere eerste week van een nieuw jaar. Nee, dan doel ik niet op Kristopher Da Graca de Zweedse verdediger die mijn clubje VVV komt versterken. Nee, ik doel op de bestorming van het Capitool in Washington door boze aanhangers van, en aangemoedigd door, de bijna ex-president Trump. Een eindpunt van een opmerkelijk presidentschap maar ook een beginpunt of misschien wel een voortzetting van iets? Maar waarvan?

200+ Free Civil War & Gettysburg Photos - Pixabay
Bron: Pixabay

Ik moest denken aan een passage uit het boek De oorsprong van de politiek van de Amerikaanse politicoloog Francis Fukuyama. Inderdaad de man die begin jaren negentig van de vorige eeuw de geschiedenis dood verklaarde. Fukuyama: “Politieke instellingen ontwikkelen zich, vaak langzaam en pijnlijk, wanneer samenlevingen zich proberen te organiseren om het hoofd te bieden aan hun omgeving. Maar politiek verval vindt juist plaats wanneer systemen er niet in slagen zich aan te passen aan de omstandigheden.[1] De passage geeft precies twee mogelijke antwoorden op de vraag waar dit een beginpunt van is. Het is of het beginpunt van een aanpassing van de instellingen aan de omgeving of van het verval.

De Amerikaanse politieke instellingen zijn van 1776 en dus bijna tweehonderdvijftig jaar oud. Wil je een goede beschrijving van hoe ze bedoeld zijn en hoe ze kunnen werken? Dan raad ik je een aan om Over de democratie in Amerika van Alexis de Tocqueville te lezen. De Tocqueville beschrijft het Amerika van de jaren dertig van de negentiende eeuw, een periode dat het land en de democratische bestuursvorm nog relatief nieuw waren. De Tocqueville lezend moest ik denken aan de ‘participatiesamenleving’ zoals die in de troonrede van 2013 werd geïntroduceerd: “Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.”

Een van de pijlers van het systemen is dat zo ongeveer iedere uitvoerende publieke functionaris op ieder niveau wordt gekozen. Van de sheriff van een gat met vijftienhonderd inwoners tot de president. Een andere pijler is dat er altijd een ander gekozen instituut is dat die gekozen functionaris controleert en dat de regels bepaalt. Op federaal niveau zijn dat er zelfs twee: het Huis van Afgevaardigden en de Senaat die samen het congres vormen. En een derde pijler is een rechterlijke macht. Drie machten die elkaar in evenwicht moeten houden. Dat evenwicht moet ervoor zorgen dat er geen ‘gekke dingen’ gebeuren. Dat systeem heeft al die tijd redelijk goed gewerkt. Ondanks dat de twee dominante politieke partijen om de verschillende posities vochten, was er bij alle betrokkenen de bereidheid om samen te werken. Die samenwerking werd niet bemoeilijkt door ideologische scherpslijperij. Beide partijen ontbeerden een scherp ideologisch profiel en dat maakt samenwerking makkelijk. Die samenwerking is nodig omdat er, om het cru te zeggen, bijna permanent verkiezingen zijn. Iedere twee jaar wordt een deel van het Huis en de Senaat opnieuw verkozen waardoor het kan dat er in de beide onderdelen van het Congres verschillende meerderheden zijn. Om wetten te maken, moeten die samenwerken en een president die werk wil maken van zijn agenda, moet daartussen laveren.

De laatste veertig jaar begint het echter in haar voegen te kraken. Of om het met Fukuyama’s woorden te zeggen: ‘de omstandigheden waarbinnen het systeem functioneert, veranderen’. Die laatste veertig jaar worden gekenmerkt door toenemende ideologische scherpslijperij, verkettering en demonisering van de andere partij. De voor het Amerikaanse systeem zo broodnodige samenwerking tussen de partijen wordt hierdoor zeer lastig en het land wordt zo steeds lastiger te besturen. In zijn autobiografie A Promised Land schets voormalig president Obama die moeilijkheid en zelfs de onmogelijkheid om iemand van ‘de andere partij’ mee te krijgen voor een wet, zelfs was die ‘iemand’ daar eerder een voorstander van.

Die huidige scherpslijperij zorgt ervoor dat aan beide zijden de uitersten in het politieke spectrum steeds meer invloed krijgen. Uitersten zoals aan Republikeinse zijde eerst de steng christelijke ‘moral majority’ waarvan verschillende leiders het met de moraal niet zo streng namen, dat even terzijde, en nu de Tea Party. Groepen die zich beroepen op het verleden ‘toen America nog Great’ maar vooral White, Anglo-Saxon  en Protestant was. Aan Democratische zijde zien we een toenemende invloed van de ‘identity politics’ die zich beroepen op een toekomst wanneer “We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness,” zoals opgenomen in de Declaration of Independence, werkelijkheid is geworden, alle onrecht uit het verleden ongedaan is gemaakt en ‘hersteld’, wat we ons daar ook bij voor moeten stellen, en er het liefst nog een enorme ‘schadevergoeding’ is betaald. De posities die ten grondslag lagen aan de Burgeroorlog zijn weer terug.

Laat dat nu de vorige periode zijn dat scherpslijperij zijn die het land aan de rand van de afgrond bracht. Trouwens, niet alleen de posities, ook de symbolen zoals de vlag van de geconfedereerden. Net als toen zien we nu twee ‘kampen’ met hun eigen waarheid die elkaars ‘taal’ niet spreken en anders tegen de wereld aankijken. De ‘bubbels’ waar we het nu over hebben, bestonden toe ook al. Bubbels zijn geen ‘uitvindingen’ of gevolg van de sociale media. Die zijn een gevolg van menselijk gedrag om te zoeken naar zaken die het eigen gelijk bevestigen of om het met een dure term te zeggen conformation bias. Het enige wat de sociale media en de eronder liggende algoritmes doen, is de zaak versnellen. Je hoeft geen moeite meer te doen door bijvoorbeeld naar de bibliotheek te gaan om je eigen gelijk bevestigd te zien. Die bevestiging komt vanzelf, gevraagd en ongevraagd, naar je toe. En daar waar je in de bieb misschien nog op ‘ander gelijk’ stuit dat je van je stuk breng, de cognitieve dissonantie om de dure term ervoor te gebruiken, kijkt dat algoritme wel uit om je dat ‘andere gelijk’ te sturen. Dat vergroot immers de kans dat je afhaakt en afhaken kost die sociale media geld.

Die vorige periode van polarisatie, van scherpslijperij, liep dus uit op een burgeroorlog waarbij de ene partij won en de andere verloor. Slavernij werd afgeschaft. Door de overwinning van de Noordelijken, leek het systeem weer bij de omstandigheden te passen. De partij die het systeem aanhing, won immers de oorlog en kon haar systeem voorzetten. Wat er daarna gebeurde was dat de verliezende kant er een verhaal van maakte dat ze voor de ‘goede zaak’ vochten. De goede maar verloren zaak, de ‘lost cause’. Slavernij verdween bij hen buiten beeld. De oorlog ging volgens hen over de vrijheid van de staten tegen de federale overheid. En door gebrek aan interesse bij de ‘noordelijken’ voor wat betreft de interpretatie van de burgeroorlog en vooral een gebrek aan belangstelling voor de wederopbouw van de voormalige geconfedereerde staten, werd die ‘lost cause’ het dominante verhaal. Dat verhaal van de ‘lost cause’ en het gebrek aan belangstelling maakte dat wettelijke positie maar vooral de behandeling van voormalig slaven de facto slechter werd dan ze voor de afschaffing van de slavernij was. Hierdoor bleef het spreekwoordelijke mes in het varken zitten voor wat betreft de gelijke behandeling van mensen. Sterker nog, het werd nog even rondgedraaid.

Aan die wetten en behandeling kwam pas in de jaren zestig van de vorige eeuw een einde. Het leidde echter nog niet tot een werkelijk gelijke behandeling. De strijd voor werkelijk gelijke behandeling is nog steeds gaande. Ook in de jaren zestig polariseerden de verhoudingen en veranderden de omstandigheden waarbinnen het systeem functioneerde. Ze veranderden echter niet zo dat het systeem onder spanning kwam te staan. Daar waar in de aanloop naar de burgeroorlog de spanningen langs partijlijnen liepen, de Republikeinen voor afschaffing van de slavernij en de Democraten tegen, was de situatie in de jaren zestig van de twintigste eeuw duidelijk anders. De spanning ‘Noord- Zuid’ zat in beide partijen waardoor een oplossing mogelijk was. Winst en verlies van de oplossing werden immers over de beide partijen verdeeld.

De huidige scherpslijperij is in de basis nog steeds de oude ‘Noord-Zuid’ tegenstelling die ten grondslag lag aan de Burgeroorlog. Wat het zorgelijk maakt, is dat de polarisatie nu weer langs partijlijnen loopt en dat maakt ‘ontspanning’ zeer lastig. Opmerkelijk hierbij is dat de twee partijen van positie zijn gewisseld. In ieder geval staan de Amerikaanse omstandigheden en de politieke instellingen op dit moment op gespannen voet met elkaar. Het is de vraag of ‘langzame aanpassing van het politieke systeem’ het tij nog kan keren. Het alternatief, het politieke verval van de Verenigde Staten in de vorm van het uiteenvallen van het land of een nieuwe burgeroorlog is ook geen aantrekkelijk alternatief

Meest aantrekkelijke optie is de-escalatie. Alleen wordt dat een heel lastige klus. Bijgeven wordt immers al snel gezien als capitulatie, als een nederlaag. Als die deling nu een gevolg was van keuzes van Trump als president, dan lag het makkelijker. Dan kon Trump als schuldige worden aangewezen. Dat is echter niet het geval. Het is eerder zo dat het presidentschap van Trump een gevolg  is van juist die verdeling. Deze optie vraagt om leiders. Leiders die hun eigen ideeën, gevoelens en belangen ondergeschikt laten zijn aan die van het land. Leiders die zich geen zorgen maken om hun politieke toekomst. En als ze dan toch bezig zijn, kunnen ze meteen ook eens kijken of ze het systeem niet zo kunnen veranderen dat het polarisatie straft in plaats van beloond.


[1] Pagina 21

Uitgelicht

Stelletje lafbekken!

‘Is er een notaris op de zaal?’ Dat was het eerste wat bij mij opkwam toen ik op de site van de NOS het volgende las: “Wat het kabinet betreft wordt de keuze op basis van leeftijd overgeslagen en wordt in zo’n geval gekozen voor het uiterste selectiecriterium dat de artsen hebben aangedragen: loten.” Een notaris is immers noodzakelijk om te garanderen dat een loting eerlijk verloopt. Dat betekent dan ook dat er weer een ‘cruciaal beroep’ bij is gekomen. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie zal dan ook wel meteen een pleidooi beginnen om haar leden vooraan op de vaccinatielijst te krijgen. Nu lieg ik een beetje. Dat van die notaris was niet het eerste wat bij mij opkwam. Dat wat iets negatiever. Dat was: ‘stelletje lafbekken!’

dice, dices, dice game, gambling, game, play, luck, bad luck, fortune, chance, good luck, misfortune, numbers, dots, games, indoor games and sports, recreation, sports, black and white, style
Bron: pxhere

Wie? Nou, VVD-minister Van Ark en haar collega’s in het kabinet. Te laf om een keuze te maken. Te laf om te leiden en daarom blijven ze maar lijden onder de coronacrisis. Over die twee woorden, leiden en lijden, en het opereren van onze politieke vertegenwoordigers, schreef ik al eens eerder een Prikker. Van Ark: “Als een oudere patiënt op medische gronden even veel herstelkansen heeft als een jongere patiënt, mag volgens het kabinet hem of haar geen aanspraak op levensreddende zorg worden ontzegd.”  Als er voldoende plek is dan is dat natuurlijk geen probleem. Is er onvoldoende plek, dan moet er worden gekozen. “Dat er daarbij naar de leeftijd, maar vooral naar de levenskansen en -kwaliteit wordt gekeken, is niet meer dan reëel. Dat is geen drama, dat is verstandig,” zo schreef ik in maart 2020 al.

Dit omdat in tijden van schaarste de schaarse middelen zo goed mogelijk moeten worden ingezet. Daarbij heb ik liever, dat klinkt hard en zakelijk, dat die schaarste wordt besteed aan mensen met de grootste kans om het langst te kunnen leven. Dan wordt de prijs van die kosten per gewonnen levensjaar lager. Dat is de afweging die moet worden gemaakt. Een afweging die onze gekozen vertegenwoordigers moeten maken en onze regering moet daarin voorop gaan. Wij hebben hen aangenomen om de schaarse middelen die er beschikbaar zijn zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten tegen zo laag mogelijke kosten. Daarbij past in het geval dat alle andere zaken gelijk zijn, kiezen voor iemand die statistisch gezien nog de meeste levensjaren voor zich heeft.

Kiezen voor leeftijd is hard, maar minder hard dan loten. Want ja, bij kiezen voor leeftijd haalt een 62-jarige het van een 63-jarige en dat is cru en moeilijk te verteren voor de achterblijvers van de 63-jarige. Dit kan ook bij loten gebeuren en dan voelt het in dit geval wellicht minder hard. Bij loten kan echter een kind van zeven het pleit verliezen van een 87-jarige die daarna nog anderhalf jaar leeft. Dat is enorm cru voor de nabestaanden van het kind. Het zusje van zes moet daar haar hele verdere leven mee leven. De ouders van het kind wellicht ook nog een jaar of vijftig. Zelfs die 87-jarige moet nog anderhalf jaar leven met de gedachte dat dat leven te danken is aan de dood van dat zevenjarige kind. De nabestaanden van die 87-jarige moeten de rest van hun leven door met de wetenschap dat die zevenjarige het leven liet zodat zij nog anderhalf jaar van hun geliefde konden genieten.

Loten is geen keuze durven te maken. Het is weglopen van de keuze en het ‘lot’ laten bepalen. Loten is laf. Vandaar: stelletje lafbekken! Gelukkig kunnen we in maart laten weten wat we van die lafheid vinden.

Uitgelicht

Hulpverlener, medeplichtige of toerist

Sinds ik in 2014 voor het eerst het Griekse eiland Lesbos bezocht voor een vakantie, heb ik een zwak voor het eiland en haar bewoners. Dat zwak is een gevolg van de afwisselende schoonheid van het eiland maar vooral van de vriendelijkheid van de mensen. Iedere keer als er iets over Lesbos op televisie is of in kranten of sites wordt geschreven, dan lees ik dat met grote belangstelling. Dus toen ik op de site Oneworld een artikel zag over het eiland, moest ik het lezen. Ik werd extra getriggerd omdat de auteur, Vonne Hemels, zeer kritisch was over de non-gouvernementele organisaties (NGO). Die staan, zo betoogt hemels, de verandering op het eiland in de weg.

Kasteel Mithyllini. Eigen foto

Hemels is vooral begaan met de vluchtelingen op het eiland. Hemels: “Ik weet het niet, maar ik weet wél dat de situatie voor vluchtelingen op Lesbos de afgelopen jaren alleen maar erger is geworden, ondanks de vele miljarden aan humanitaire hulp.” De NGO’s spelen hierin, zo betoogt Hemels, een negatieve rol Ze hebben: “het concept van solidariteit op Lesbos veranderd in een handelsartikel dat goed verkoopt op de markt van internationale humanitaire business.” Gelukkig ziet Hemels een alternatief: medeplichtig worden. “Medeplichtigheid (…) betekent aanvaarden dat de wetten en regels oneerlijk zijn. Het betekent oprecht luisteren naar degenen die systematisch onderdrukt worden, en bereid zijn om risico’s te nemen. Het betekent géén carrière maken van het lijden van vluchtelingen. Medeplichtigheid is vriendschap, en de eindeloze strijd tegen grenzen en voor de vrijheid van iedereen.” Hemels sluit af met de woorden: “Ik nodig je ook van harte uit om Lesbos eens te komen bezoeken. Maar dan wel als medeplichtige, en niet als humanitaire hulpverlener.”

Over de dubbele rol van de NGO’s hoeven we niet verbaasd te zijn. Als je een doel wilt bereiken en daarvoor richt je een organisatie op, dan heb je ineens al twee doelen, namelijk het oorspronkelijke doel en het doel om de organisatie draaiende te houden. Als de oprichter van de organisatie een ‘bekende Nederlander’ is zoals Johnny de Mol met zijn Movement on the Ground, dan heb je zomaar nog meer doelen. Neem je vervolgens mensen aan om het werk te doen, dan groeit het aantal doelen exponentieel. Een term die ik sinds het uitbreken van de corona-pandemie als bekend veronderstel.

Dat de NGO’s een bijdrage leveren aan het in stand houden van hardvochtig migratiebeleid, daarin kan ik Hemels een heel eind volgen. Na mijn laatste bezoek aan het eiland schreef ik ook al over: “Vrijwilligers die even twee of drie weken hun eigen ego komen strelen en wat ‘sokken’ uitdelen aan vluchtelingen die pas aankomen.” Vrijwilligers die, als ze weer thuis zijn, vertellen over: “hun ‘nuttige’ werk en de ellende op Lesbos.” Waardoor ze weer een steentje bijdragen aan de ellende op het eiland. Niet de ellende van de vluchtelingen, maar de ellende van de eilandbewoners. Want al die ‘ellendeverhalen’ maken dat er steeds minder vakantiegangers het eiland bezoeken en dat raakt de eilandbewoners hard.

Terug naar Hemels’ betoog: “Sinds de rechtse partij Nea Dimokratia in Griekenland aan de macht is worden anti-migratiewetten in rap tempo ingevoerd, ondanks veelvuldig kritiek van mensenrechtenorganisaties.” Zo schrijft ze terecht. Het eiland bezoeken als ‘humanitair hulpverlener’ voor aan maand, gaat daar inderdaad niets aan veranderen. Eilandbewoners kunnen die ‘hulpverleners’ wel schieten. Ik vrees echter dat het eiland bezoeken als ‘medeplichtige’ dat ook niet gaat verhelpen.

Ja, de vele vluchtelingen op het eiland zijn een probleem. Geen Grieks probleem, maar een Europees en dus ook een Nederlands probleem. Een Europees probleem waar we Lesbos en enkele ander Griekse en Italiaans eilanden mee hebben opgezadeld. Een probleem dat een gevolg is van de in politiek Nederland door velen bejubelde ‘Turkije deal’ Van Europees vluchtelingenbeleid dat alle ellende afwentelt op ‘landen in de regio’. Beleid dat je kunt betitelen als rationele irrationaliteit zoals ik al eens betoogde. Maar helaas ziet, op de inwoners van Lesbos en die andere eilanden na, niemand het zo. Ze zien het niet zo omdat het buiten hun blikveld gebeurt. Het loopt het land en haar inwoners over de schoenen. Eerst moesten ze de broekriem aanhalen om de Euro, maar vooral de West-Europese banken te redden en vervolgens werd het land overspoeld door mensen die naar Duitsland, Nederland, Zweden of Frankrijk wilde en op weg daar naartoe vast kwamen te zitten in Griekenland en vooral op enkele eilanden waaronder Lesbos. Het enige wat de overige landen van de Europese Unie deden, was beschuldigend naar de Grieken wijzen, terwijl ze hun deel van de afspraken zelden nakwamen. Dat is de belangrijkste reden dat Nea Dimokratia nu regeert en anti-migratiewetten invoert. Het eerdere meer progressieve alternatief, de regering Tsipras, werd door de rest van de Europese Unie door de mangel gehaald en zo liet de rest van Europa de Grieken in de steek. Daarop hebben de Grieken voor het conservatieve alternatief gekozen en daarvan zijn de vluchtelingen de dupe. Trouwens niet alleen de vluchtelingen, ook de bewoners van eilanden als Lesbos.

Als ‘medeplichtige’ naar Lesbos gaan zal daar niets aan veranderen. Het enige wat je ermee bereikt is dat je wordt opgepakt en het land uitgezet of misschien zelfs gevangen wordt gezet. Dat is dan weer iets waarmee je in Nederland kunt pronken en verwijzen naar de ellende van de vluchteling op het eiland terwijl het niemand op Lesbos helpt. Niet gestrande vluchtelingen en migranten, want wat hebben die aan een ‘tijdelijke medeplichtige’ die, door zijn juiste paspoort, gewoon weer terug kan reizen naar een land waar zij naar toe zouden willen. Maar ook niet de bewoners van het eiland omdat die ‘medeplichtige’ hen alleen maar negatieve publiciteit oplevert en belastingcenten kost.

Wat wel kan helpen, is in maart bij de Kamerverkiezingen stemmen op een partij die een ander vluchtelingen en migratiebeleid wil. Een partij die ziet dat wij hier een verantwoordelijkheid hebben. Een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het ‘benutten van ontwikkelingsgeld’ om vluchtelingen in de regio op te vangen. Verder dan het uitruilen van de ene groep in ellende tegen de andere. Een verantwoordelijkheid om ook in Nederland ruimhartig plek te bieden aan vluchtelingen. Een partij die echt vorm wil geven aan migratiebeleid dat mensen, anders dat de ‘hoogopgeleide it-specialist’, van elders de gelegenheid geeft om hier legaal te werken. Een partij die zich realiseert dat afschuiven van het vluchtelingen probleem op het eerste land van aankomst, volgens het Dublinprotocol, niet de manier is waarop we in de Europese Unie met elkaar moeten omgaan. Het zou zomaar kunnen gebeuren dat in de toekomst Nederland dat land is. Sinds een paar dagen ligt Nederland immers ook op aan de grens van de Europese Unie. Dat is de beste hulp die we de vluchteling en migrant kunnen geven omdat we dan eindelijk het probleem van de vluchteling en migrant centraal stellen en niet het vluchtelingen- en migrantenprobleem.

En als je dan toch echt iets in het buitenland wilt doen, zo adviseerde ik al in de Prikker na mijn laatste bezoek die ik hierboven al aanhaalde: “ga vooral op vakantie naar Lesbos.” Het doet niets voor je CV en ego, maar des te meer voor de bewoners van het eiland. Want als het goed gaat met de bewoners zal dan de aanwezigheid van de vluchtelingen niet als een probleem worden gezien?

Uitgelicht

‘Drunk with a lamppost’ Baudet

“There are three kinds of lies: lies, damned lies and statisics.”  Een uitspraak die wordt toegedicht aan de Britse premier Benjamin Disraeli en Mark Twain maar wie  de uitspraak precies muntte, is niet bekend. Wat ermee wordt bedoeld wel, namelijk dat je met statistieken alles kunt onderbouwen. Hieraan moest ik denken toen ik een schrijfsel van Forum voor Democratieleider Thierry Baudet en zijn extreemrechtse hand Freek Jansen bij De Dagelijkse Standaard las. Of om het nog wat beeldender uit te drukken ik moest denken aan een uitspraak over statistiek van de Britse staatsman Winston Churchill: “I only believe in statistics that I doctered myself.”

Bron: WikimediaCommons

Volgens Baudet en Jansen moeten we: “stoppen ons te laten leiden door onterechte angst voor corona, het is tijd om de maatregelen op te heffen en Nederland weer vrij te laten.”Nu meen ik me van het begin van de ‘coronaperiode’ te herinneren dat er één Kamerlid was dat vond dat er veel te slap werd ingegrepen. Het moest allemaal veel sneller en harder omdat er groot gevaar aankwam. Voortschrijdend inzicht heeft Baudet echter doen inzien dat er eigenlijk niets aan de hand is: “Regering en mainstream media zaaien paniek zonder gegronde reden. Hoewel de door hen gehanteerde cijfers strikt genomen kloppen worden ze niet in perspectief geplaatst, waardoor ze een misleidend beeld schetsen. Hun angstberichten zijn dus puur fake news. Dat ‘perspectief’ brengen Baudet en Jansen vervolgens maar aan. Ja, er sterven meer mensen, maar: “Het totale – absolute – aantal mensen dat in Nederland overlijdt neemt al jaren toe.” Dit komt omdat de bevolking groeit en we ouder worden. Als je daarmee rekent, dan stierven er het afgelopen jaar wel meer mensen: “Maar relatief gezien – als percentage van de bevolking, gecorrigeerd voor vergrijzing – niet.” Bovendien was de jaarlijkse griep in 2019 heel mild, waardoor er: “bijna 14.000 mensen niet (stierven) aan de griep die in andere, ‘normale’ griepjaren wél aan de griep zouden zijn gestorven.” Als je daar, zo betogen de auteurs, rekening mee houdt, dan was er dit jaar niet echt sprake van oversterfte. Daaruit concluderen ze dat we ons over corona geen zorgen hoeven te maken. 

Of het rekenwerk van Baudet en zijn extreemrechtse hand kant of wal raakt, laat ik aan anderen. Maar zelfs als het klopt betekent dat dan automatisch dat we ons over corona geen zorgen hoeven te maken en het tijd is: “om de maatregelen op te heffen en Nederland weer vrij te laten,” zoals de beide heren betogen? Want wat ik zie en hoor is dat ziekenhuizen en vooral de IC-afdelingen vol lopen met patiënten die toch echt ziek zijn en zorg nodig hebben. Ik zie dat reguliere planbare zorg wordt uitgesteld, dat artsen en verpleegkundigen hun benen onder de kont uitrennen om iedereen zorg te verlenen en soms omvallen met een burn-out of nog erger een post traumatische stress-stoornis. Ik zie dat enkele verpleeghuizen al hulp van het leger hebben gekregen omdat ze anders hun zorg niet meer kunnen verlenen. Wat ik ook zie is dat het virus zich makkelijk kan verspreiden als we met grote groepen bij elkaar komen en dat het zich juist minder verspreid als we dat niet doen.

Nu kun je van alles vinden van de maatregelen, de manier en het tijdstip waarop ze zijn genomen. Dat het allemaal eerder en strenger moest, zoals Baudet begin 2020 betoogde, of dat er helemaal geen maatregelen nodig zijn zoals hij nu doet. Ook kun je goochelen met cijfers en daar een waarheid aan ophangen. Alleen als die waarheid losstaat van de feiten in de vorige alinea, welk vertrouwen moeten we daar dan in hebben. Baudet zal, zoals de eerdere uitspraak van Churchill, alle vertrouwen hebben in ‘statistics that he doctered himself’. Op mij komt hij toch veeleer over als de hoofdpersoon uit een andere uitspraak van Churchill over statistiek: “Statistics are like a drunk with a lamppost: used more for support than illumination.”  

Rest mij om jullie, mijn lezers het allerbeste toe te wensen in 2021. Voor mij bestaat een belangrijk deel van die goede wensen eruit om mensen als Baudet te ontmaskeren voor dat wat ze zijn, een “drunk with a lamppost’.

Uitgelicht

‘De paus van de overheid’

In maart mogen we weer naar de stembus om de leden voor de Tweede Kamer te kiezen. Ik moet zeggen dat ik het steeds moeilijker en lastiger vind om een keuze te maken. Moeilijk niet omdat er steeds meer partijen zijn, omdat Kamerleden zich afscheiden en een (eigen) nieuwe partij beginnen en ze het allemaal beter denken te weten. Nee, al die malloten en de partijen die ze hebben opgericht komen zeker niet voor mijn stem in aanmerking. Nee, het wordt me steeds moeilijker gemaakt door het gebrek aan besef bij Kamerleden van hun rol, positie, invloed en vooral hun verantwoordelijkheid.

Bestand:Lid van de Tweede Kamer voor de VVD dhr. Edzo Toxopeus  interrumpeert de fractiev, Bestanddeelnr 919-6733.jpg - Wikipedia
Bron: Wikipedia

“De gemeente Wijdemeren gaat nog eens kijken naar de zaak van een vrouw met een bijstandsuitkering, die ruim 7000 euro moet terugbetalen. Ze ontving boodschappen van haar moeder en had dat aan de gemeente door moeten geven, oordeelde de rechter,” zo lees ik bij de NOS. Gevolgd door Tweede Kamerleden die zoals Lilian Marijnissen zich twitterend afvragen: Hoe een overheid een monsterlijke machine kan worden die mensen kapot maakt omdat niet het vertrouwen voorop staat maar het wantrouwen.”  Of zoals enig PVV-lid Wilders: “dat de overheid “dus helemaal niets” heeft geleerd van de toeslagenaffaire.” En zij zijn niet de enige. Ik word er heel erg moe van. Ze hebben gelijk en toch word ik er heel erg moe van of beter gezegd teleurgesteld of nog beter gezegd boos.

Ze hebben gelijk. Dat wantrouwen voorop staat en dat dit de overheid tot een ‘monsterlijke machine’ maakt die mensen kapot kan maken, daarover schreef ik al eerder. Nee, ik word moe, teleurgesteld en boos van de manier waarop zij zich met hun woorden buiten de overheid plaatsen. De overheid, dat zijn anderen. Dat zijn ‘hardvochtige ambtenaren’ en rechters die de vastgestelde regels toepassen. Met hun manier van praten, plaatsen zij zich buiten de overheid. Terwijl zij er integraal onderdeel van zijn. Sterker nog, zij zijn lid van het belangrijkste onderdeel van onze overheid. Zij zijn lid van de Tweede Kamer. Een Kamer die namens en voor ons besluit. Een Kamer die namens ons wetten vaststelt waaraan we ons allemaal moeten houden. ‘Ja maar ik of wij hebben tegen die wet gestemd’, zal menig politicus roepen. Tegen een wet stemmen, weerhoudt hen er echter niet van om te pleiten voor een ‘harde aanpak’ bij geconstateerde fraude. Neem bijvoorbeeld het debat over bijstandsfraude door Turkse Nederlanders van 6 februari 2019. De handelingen doorlezend kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de ene partij fraude nog steviger wil aanpakken dan de andere.

Even wat citaten. “Ik kan me nog de debatten met mevrouw Klijnsma hierover herinneren. Die uitzonderingen moeten een keer stoppen, want er zit altijd aan het eind van het verhaal nog een ambtenaar in de gemeente die allerlei uitzonderingsbepalingen mag toepassen waardoor alsnog half geïmporteerd Nederland een uitkering krijgt.”  Aldus PVV’er De Graaf. Nu kan het dat hij alleen voor strengheid pleit ten opzichte van ‘geïmporteerd Nederland’. Op dit taalgebruik werd hij aangesproken, niet op zijn pleidooi om ambtenaren de ruimte om uitzonderingen te maken, af te nemen.

Iets verder in het debat is VVD’er Nijkerk-De Haan aan het woord: “Zoals wij eerder al hebben ingebracht, betekent dit wat ons betreft dat gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank uitkeringen bij geconstateerde fraude niet alleen stopzetten, maar ook moeten terugvorderen. Tijdens de begrotingsbehandeling van vorig jaar november hebben mijn collega Wiersma en collega Peters van het CDA precies hierover een motie ingediend, een motie die de staatssecretaris vraagt om twee zaken op te pakken: bevorderen dat gemeenten actief invulling gaan geven aan hun verplichting om bij aangetoonde fraude een boete op te leggen en de onterecht ontvangen uitkeringsbedragen terug te vorderen.” En daarmee kennen we meteen ook de positie van het CDA. Vanwege de aanleiding voor het debat, de bijstandsfraude door Turkse Nederlanders vult Öztürk namens DENK iets verder aan: “Ook richting de woordvoerder van de VVD, mevrouw Nijkerken-de Haan, zeg ik: alle fraudeurs moeten wij aanpakken met z’n allen; dan zijn we unaniem.”

“ GroenLinks is niet naïef: waar nodig moet streng gehandhaafd worden. Er wordt namelijk in deze situatie publiek geld uitgegeven aan mensen die het niet nodig hebben. Overtreders moeten we bestraffen, want anders gaat het ook ten koste van het draagvlak voor sociale zekerheid. Wel pleiten we voor slim handhaven; dat heb ik al in meerdere debatten gedaan. Een slimme handhavingsstrategie, gekenmerkt door persoonlijke aandacht, leidt namelijk tot betere resultaten. Daar is ook veel onderzoek naar gedaan. Daarom willen wij dat er slim wordt gehandhaafd waar dat kan maar zeker ook streng waar dat nodig is.” Aldus de bijdrage van GroenLinks Kamerlid Renkema. Streng maar wel via een persoonlijke aanpak. Het CDA vult nog aan: “De meeste mensen vinden dat vertrouwen goed is, maar controleren beter. Zij vinden dat mensen zichzelf en elkaar de kans niet moeten geven de fout in te gaan. Misschien is dat geen idealistisch wereldbeeld, maar het is wel zo nuchter.” SP’er Van Dijk: “Dit is niet de eerste keer dat wij over bijstandsfraude debatteren. Het kwam al voorbij in maart 2011. Inmiddels zijn we acht jaar verder. Je zou dus verwachten dat er meters gemaakt zijn. Maar daar lijkt het niet op. En dat terwijl het helder is: fraude is ontoelaatbaar, die moet je opsporen en aanpakken, ongeacht de afkomst. …  Fraude moet je aanpakken zonder aanziens des persoons.”

Waarom zijn jullie dan boos? Wat is de boodschap die jullie, Kamerleden, hier afgeven? Ik kan tot geen andere conclusie komen dan: pak fraude zonder uitzondering heel streng aan! Als dit de opdracht is waarmee jullie een minister het bos in sturen en jullie kennen, al hebben jullie er misschien niet mee ingestemd, de betreffende wet, waarom dan zo boos en verbaasd? Maar wat erger is dan jullie boosheid, en dat is de oorzaak van mijn boosheid, is dat jullie duiken voor jullie medeplichtigheid. Of sterker nog, want medeplichtigheid is eigenlijk nog wat zwak uitgedrukt, waarom nemen jullie niet jullie verantwoordelijkheid hiervoor? Nee, als een schijnheilige van buiten naar binnen roeptoeteren en schande spreken, terwijl jullie de ‘paus van de overheid’ zijn.