Uitgelicht

De les lezen

“Off topic reageren. En een slachtoffer van racisme de les gaan lezen over wat racisme is.” Daar kon ik het mee doen. Daaraan maakte ik me volgens de redactie van de site Joop schuldig bij het reageren op een artikel op die site van Sun Yoon van Dijk. Dit was voor de redactie aanleiding om mijn account bij die site voor 24 uur te blokkeren. Ik was en ben met stomheid geslagen. Ik ben benieuwd hoe jullie, mijn lezers, het zien.

Hippocrates_lecturing_to_his_students_under_the_plane_tree_Wellcome_M0000138.jpg (4009×2633)
Hippocrates geeft les aan zijn studenten. Bron: WikimediaCommons

“Al zolang als ik mij kan herinneren krijg ik ‘grappige’ opmerkingen zoals ‘sambal bij’, ‘loempia’ maar ook de ‘serieuze’ vragen zoals of ik ook honden eet. Als er een kind jarig was op school werd er Hanky Panky Shanghai gezongen inclusief de ogen horizontaal trekken. Alleen dat laatste hoefde ik nooit te doen werd er gezegd, want ik had al spleetogen. Er wordt standaard vanuit gegaan dat ik Chinese roots heb. Wanneer ik aangeef dat ik niet Chinees ben, dan weten ze het zeker. ‘Japan! Niet? Vietnam dan? Thais? Oh, Koreaans… ach het lijkt allemaal op elkaar. Jullie hebben allemaal spleetogen.’” Zo beschrijft Van Dijk haar ervaringen en daaraan voegt ze nog meer voorbeelden toe. Van Dijk eindigt haar betoog met de woorden: “Maar zolang deze vorm van racisme nog ontkend of niet serieus genomen wordt, hebben we nog een lange weg te gaan.”

Dat je het vervelend en ergerlijk vindt om met dergelijke vooroordelen te worden benaderd, dat kan ik me goed voorstellen. Op een dergelijke manier begon ik mijn reactie, waarna ik verschillende voorbeelden gaf van vooroordelen. Vooroordelen zoals de ‘botte arrogante Hollander’, de ‘zunnige Zeeuw’, de ‘corrupte vlaaietende Limburgers, dikke ‘Pommes mit Mayo und Bratwurst etende Duitsers die kuilen graven op het strand’ en nog wat wel bekende vooroordelen waarvan de mensheid gebruik maakt. Vervolgens vroeg ik me af of het zou helpen als we dit allemaal onder racisme gaan scharen. Want laten we wel wezen, ‘sambal bij’ of ‘loempia’ en voor ‘vlaai’ uitgemaakt worden, zijn vooroordelen van eenzelfde kaliber. Over dat laatste, de behandeling van Limburgers in andere delen van het land, een artikel van Elke Cremers in Glamour. De anekdotes in Cremers’ artikel lijken veel op de ervaringen van Van Dijk.

Helaas kwam er geen antwoord op mijn vraag maar een blokkade van mijn account wegens ‘het overtreden van de huisregels’.  En op mijn vraag welke van de acht regels ik dan had overtreden, kwam het antwoord waarmee ik begon. Van die reactie viel ik van mijn stoel. Ik vraag me af in hoeverre het ‘off topic’ (eerste huisregel) is om bij een artikel waarin over racisme wordt geschreven, een vraag te stellen die aanhaakt bij de kern, namelijk een omschrijving van het begrip racisme. Als het over begrippen gaat, dan is mijn belangrijkste leidraad de Van Dale en die omschrijft racisme als volgt: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Ik lees hierin dat er bij racisme sprake moet zijn van doelbewust handelen en dan ook nog doelbewust slechter behandelen vanwege de huidskleur. Dat mensen, alle mensen, vooroordelen hebben en op basis van vooroordelen handelen, is evident. Dat handelen op basis van die vooroordelen pijn kan veroorzaken bij een ander, staat ook buiten kijf en het is goed om dat bespreekbaar te maken. Maar ik stelde mijn vraag omdat ik me oprecht afvraag of het bij dat bespreekbaar maken helpt om het racisme te noemen. Ik denk veeleer dat dit tot onbegrip en verdeeldheid leidt dan dat het mensen nader tot elkaar brengt. Ik denk dat omdat ik het zie gebeuren en daarmee is niemand geholpen.

Als dit ‘de les lezen’ is, dan is een gesprek onmogelijk. Dan worden persoonlijke ervaringen en meningen de maat der dingen waarover geen gesprek mogelijk is. Dan zeg je in feite: ‘wat ik vind is de waarheid en die waarheid mag en kan niet ter discussie worden gesteld. Die moet iedereen maar accepteren’. Dan is de waarheid van de ‘Hanky Panky-zingers’ dat het een ‘onschuldig verjaardagsliedje dat niemand kwaad doet’ is, net zo waar. We komen echter niet verder als beiden in hun waarheid blijven zitten. Om werkelijk in gesprek te kunnen, moeten we het eerst eens zijn over wat we met begrippen bedoelen. Helaas kan een dergelijk gesprek bij Joop niet worden gevoerd.

Trouwens en dat is nog het meest bijzondere, een verbod op ‘de les lezen’ behoort niet tot de huisregels van Joop.

‘Echte vrouwen’

Voor de ‘redding van de wereld’ zouden vrouwen het voor het zeggen moeten krijgen. Dat is in het kort (en wellicht een klein beetje overdreven) wat de schrijfster van bijvoorbeeld Brokeback Mountain Annie Proulx in Trouw beweert. Op de vraag of vrouwen beter in staat zijn het evenwicht te bewaren en we dus beter vrouwelijke leiders kunnen kiezen antwoordt ze: “Vroeger (…) zou ik dat onzin hebben gevonden. Maar nu weet ik dat niet meer zo zeker. Vrouwen staan vanwege hun vermogen kinderen te baren dichter bij de natuur, ervaren de natuur anders dan mannen. Vrouwen weten van tuinieren en zaaien en laten groeien. Mannen leven in boardrooms en kantoren.”

tuinieren

Foto: Men’s Health

Laten we de twee argumenten van Proulx, kinderen kunnen krijgen en tuinieren, eens wat nader bekijken. Inderdaad is kinderen krijgen hard werken en vaak een pijnlijke ervaring.  De mannelijke kant van de ervaring is trouwens ook geen pretje, hulpeloos toezien hoe de natuur haar werk doet, je geliefde hard werkt en pijn leidt zonder dat je wat kunt doen. Dat ‘meepuffen’ klinkt leuk, maar voegt het echt wat toe? Die vrouwelijke ervaring wordt tegenwoordig vaak onderdrukt door medicatie. Wat maakt dat vrouwen, na het doorstaan van die ervaring, dichter bij de natuur staan? En wat is de relatie tussen die ervaring en het geschikter zijn van vrouwen als leiders?

Dan het tuinieren. Ik zal de laatste zijn om te beweren dat alle mannen iets weten van ‘zaaien en laten groeien’ en dat er vrouwen zijn die er ‘iets’ van weten. Ik ken echter veel vrouwen die er niets van weten, die hun ‘handen niet vuil’ durven te maken en bang zijn om een nagel te breken. Net zoals ik veel mannen ken die er heel veel van weten. En ook hier weer, wat maakt mensen die weten van ‘tuinieren’ tot betere leiders?

Als in een ‘kantoor wonende’ man kan ik u, mevrouw Proulx, meedelen dat ik er heel veel vrouwen tegenkom. Sterker nog, in de sector waarin ik werk, kom ik meer vrouwen dan mannen tegen.

Beste mevrouw Proulx, u mag best vinden dat vrouwen geschikter zijn als leiders. Uw onderbouwing van deze mening blinkt uit door een gebrek aan deugdelijke bewijsvoering en een overdaad aan generalisaties. Het antwoord dat u geeft als de interviewer verwijst naar leiders als Thatcher, May, Clinton en Merkel, maakt uw argumentatie er trouwens niet sterker op. U serveert hen af met “Die zijn opzettelijk blind.” Het zijn dus eigenlijk geen ‘echte’ vrouwen.

Shoot the messenger!

Als de boodschap je niet bevalt dan is het tegenwoordig, trouwens vroeger ook, de boodschapper in discrediet te brengen. Tegenwoordig is dat aan de orde van de dag. Door de persoon af te vallen, hoef je immers niet op de inhoud in te gaan en kun je braaf in je eigen wereld blijven leven. Bij ThePostOnline geeft Sietske Bergsma daar een mooi voorbeeld van.

Rigthon

Foto: www.npo.nl

Bij Pauw werd afgelopen week gesproken over de foto van het Syrische jongetje Alan Kurdi die vorig jaar de vluchtelingencrisis symboliseerde. Bergsma valt over Volkskrantjournaliste Nathalie Righton heen: “De mevrouw van de Volkskrant die bij Pauw de foto koesterde, is een vrouw die ik goed ken, nou ja haar type, in groepjes. Ik zie ze dan samen. Ze houden die moederlijke glans over zich terwijl ze over hun werk praten, hun ogen wijd open, ze hebben hun huisjes mooi op orde, doen ‘liever even een frisje’, zien er verzorgd uit, maar dan wel nog van die laarzen over hun broek, dat dan weer wel. Ze hebben dode kindjes op het strand nodig, of een bebloed kindje in een ambulance om ‘nog wat te voelen bij de oorlog in Syrië”. Zo’n tuttebel, slaapkamergeleerde en vooral ‘grachtengordel’ type hoef je niet serieus te nemen.

Bergsma kent Righton goed, nou ja haar type. Is dat wel zo? Heeft ze zich verdiept in de journalistieke carrière en werk van Righton? Zou ze weten dat Righton zonder bescherming van welk leger dan ook, door Afghanistan heeft gereisd om daar verslag te doen van de ‘oorlog tegen het terrorisme’? Eigenlijk zoals het een goed journalist betaamt. Dat zij daar die mooie woorden van onze Haagse politici, zoals ‘opbouwmissie en vredebrengen’, in de praktijk heeft gezien? Dat zij de slachtoffers heeft gezien en gesproken? Dat zij dode kinderen heeft gezien en vervolgens ook heeft gezien hoe weinig dit teweeg bracht bij de (meer dan gemiddelde) Nederlander. Iets wat ook voor de vluchtelingen aan de Europese grens leek te gelden, tot die beroemde foto. Toen pas kwam er beweging.

Kent Bergsma ‘mensen als Righton’ echt?  Een van haar laatste zinnen suggereert anders: “Mensen die nog aan elkaar moeten bewijzen dat een dood kind erg is, zijn niet erg empathisch, maar bang voor een oordeel.” Wrang om zoiets over Righton te schrijven. Maar ja, je hoeft het zo niet over de inhoud te hebben.  Zou het kunnen dat Bergsma bang is voor een oordeel?

Een bus met gekleurde agenten

De politie staat de afgelopen dagen weer volop in het nieuws. Rapper Typhoon werd staande gehouden vanwege ‘etnisch profileren’: een jonge, donkere man in een SUV.  Sander van Walsum schrijft in het commentaar in de  Volkskrant: “Voor gekleurde Nederlanders – bekend of minder bekend – is het vernederend om zonder deugdelijke reden staande te worden gehouden door de politie. Zeker als zoiets vaak gebeurt en zeker als de betrokken agent blank is.” Daarom moet de politie qua samenstelling veel meer een afspiegeling zijn van de samenleving.

politie

Foto: powervrouwen.blog.nl

Natuurlijk is het vervelend als je door de politie staande wordt gehouden, zeker als andere mensen hiervan getuige zijn. Er is dan iets waardoor de ‘politiebellen’ gingen rinkelen, iets waardoor je ‘verdacht’ werd. Zou staande worden gehouden voor een ‘gekleurde’ Nederlander anders zijn dan voor een ‘ongekleurde’ Nederlander? Beiden worden immers even ‘verdacht’? Je voldoet aan een profiel.

Wanneer is een reden voor het staande houden deugdelijk? Is dat alleen als blijkt dat de persoon die staande is gehouden daadwerkelijk in overtreding is? Als Typhoon daadwerkelijk een kilo heroïne bij zich had of de auto had gestolen? Dat zou het politiewerk erg lastig maken want wanneer ben je honderd procent zeker. Hoe zou de politie zonder profielen moeten werken? Profielen zijn ‘voor-oordelen’ op basis van ervaringen uit het verleden, zonder welke het leven en zeker politiewerk, onmogelijk is. Na staande houding wordt het voor-oordeel getoetst en komt de politie tot een oordeel.

Zou het hierbij wat uitmaken welke ‘kleur’ de betrokken agent heeft? Is het minder erg als een agent met eenzelfde ‘kleur’ als Typhoon hem had staande gehouden op basis van hetzelfde profiel dat nu de ‘blanke’ agent gebruikte? Als dat het criterium is, dan wordt politiewerk nog lastiger. Dat wordt patrouilleren in een bus met agenten van alle mogelijke ‘kleuren’ en de juiste kleur de aanhouding laten verrichten. Natuurlijk zou het goed zijn als de politie een goede ‘afspiegeling’ is van de bevolking. Maar ook dan zal er met profielen moeten worden gewerkt en zal een agent van de ene kleur iemand van een andere kleur aanhouden en zal dat vaak onterecht zijn. Ook dat voorkomt niet dat in de ene buurt meer mensen worden staande gehouden dan in de andere.

Handelde de agent die Typhoon aanhield niet correct? Staande houden op basis van een profiel. En in deze fase al op een vriendelijke manier het waarom vertellen, dus het profiel uitleggen. Onderzoeken en komen tot een oordeel. Is er niets aan de hand, dan excuses en fijne dag verder. Zou die agent niet ten voorbeeld moeten worden gehouden aan zijn collega’s?