Uitgelicht

Onbeheerste beheersbaarheid

In zijn column in de Volkskrant vraagt Peter de Waard zich af hoeveel tijd fietsenmaker VanMoof krijgt om winstgevend te worden: “In 2021 werd op een omzet van 90 miljoen euro een verlies van 70 miljoen euro geleden,”  zo schrijft hij. Nu gaat het mij niet om die winstgevendheid en de tijd die de fietsenmaker al dan niet moet krijgen. Het gaat mij om het volgende: “Van weigerende fietsbellen en spontaan loeiende diefstalbeveiligingen tot fietsen waarvan het niet lukt het slot met de smartphone te openen. En dat laatste is extra lastig als het traditionele sleuteltje er niet meer is. Ongeveer 10 procent van de verkochte fietsen moest worden teruggenomen.” Hierbij moest ik weer denken aan The Uncontrollability of the World  van Hartmut Rosa waarover ik in mijn vorige Prikker ook al schreef.

Bron: Flickr

De fiets is een heel praktische uitvinding waarmee de spierkracht van de mens wordt omgezet in snelheid. Bij de allereerste versie waren de trappers rechtstreeks aan het voorwiel bevestigd. Een keer rond trappen betekende dat ook het wiel een keer rond ging. Om de snelheid op te voeren werd dat wiel al snel groter gemaakt en zo ontstond de hoge bi. De fiets met het grote voorwiel waarop de trappers waren bevestigd. Nadeel was dat je hoog zat waardoor de stabiliteit geringer was, zeker bij lage snelheden. Aan het leven van de hoge bi kwam al na korte tijd een einde. Hij werd uit de markt geconcurreerd door een geïnnoveerde versie. De innovatie bestond eruit dat de beide wielen weer even groot werden. Het voorwiel was om te sturen en de fiets werd indirect aangedreven via het achterwiel. Indirect omdat de trappers niet aan het wiel waren bevestigd maar aan een tandwiel. Via een ketting was dit tandwiel verbonden met een tandwiel dat aan het achterwiel was bevestigd. Het geheel was veel stabieler. Door met de grootte van beide tandwielen te spelen, kon je het aantal wielomwentelingen van één keer rondtrappen, vergroten of verkleinen. Meer tanden in het wiel voor betekent een zwaarder verzet en dus meer wielomwentelingen. Ook minder tanden op het tandwiel aan de achterwiel betekenen een groter verzet en meer omwentelingen. Hoe groter het verschil in tanden tussen voor en achter, hoe sneller de fiets.

Maar ik dwaal af. De fiets is een heel praktische uitvinding. De meest eenvoudige versies, zonder versnellingen, zijn bij een defect makkelijk te repareren. Dat lukt mij zelfsmet mij twee linkerhanden nog. De band van een VanMoof plakken zal me waarschijnlijk nog wel lukken, maar een ‘loeiende diefstal beveiliging’ of een ‘slot met de smartphone’ dat zal mij niet lukken. Nu is de fiets niet het enige gebruiksvoorwerp dat is ‘geICTiseerd’ om een niet bestaand woord te gebruiken maar wat wel duidelijk maakt wat ik bedoel. Voor auto’s geldt het zelfde. Vroeger kon een goede automonteur alle auto’s repareren omdat de basisprincipes van alle auto’s hetzelfde zijn. Nou ja alle, bijna alle. Citroënrijders deden er toch goed aan naar een garage van dat merk te gaan als er iets mis was met het ‘hydropneumatisch veersysteem’. Tegenwoordig moet je naar de merkgarage omdat de auto aan de computer wordt gelegd en alleen de merkdealer heeft de juiste software om de zaak ‘uit te lezen’. Al die technologie is erin gestopt om het ding en de deelname aan het verkeer veiliger te maken. Om de controle van de bestuurder te vergroten.

Met die controle kom ik bij Rosa. Volgens Rosa streeft de moderne mens naar twee zaken die zich slecht met elkaar verhouden. Aan de ene kant is dat beheersbaarheid van de wereld. Beheersbaarheid door kennis van de werking van zaken en door technieken om de wereld te beheersen. “The driving cultural force of that form of life we call ‘modern’ is the idea, the hope and desire, that we can make the world controllable.” Aan de andere kant zoekt de mens naar wat Rosa het onverwachte noemt, het niet beheersbare dat hem of haar in vervoering breng. Rosa: “Yet it is only in encountering the uncontrollable that we really experience the world . Only then do we feel touched, moved, alive.  …The drive in our lives unfold as the interplay between what we can control an that which remains outside our control, jet ‘concerns us’ in some way. Life happens, as it were, on the borderline.[1]

Al die nieuwe technieken in de auto zijn bedoeld om de beheersbaarheid te vergroten. Het alarmsysteem en het ‘slot met smartphone’ evenzeer. Maar ook, zo betoogt Rosa, al die apps en systemen om permanent je bloedwaarden, ademhaling, vetverbranding enzovoorts te meten. Allemaal bedoeld om de wereld te beheersen en dat lukt aan de ene kant ook. Maar die beheers zucht leidt tot frustratie, spanning en oncontroleerbaarheid overal in ons dagelijkse leven, zo schrijft Rosa in een hoofdstuk met als onheilspellende titel The Monstrous Return of the Uncontrollable. Dit is, aldus Rosa, een gevolg van: “the categoral gulf between theoretical control and actual control, the concurrence of controllability in theory and uncontrollability in practice.”  En dat niet beheersbare doet zich voor als het VanMoof-fietsalarm afgaat en je het niet uit kunt zetten. Of, zoals Rosa schrijft: “Anyone who has ever tried to roll down the windows or release the handbreake on their car when its electrical systems are jammed has expirenced this. Minor problems that only a few years ago could be resolved with a fwo flicks of the wrist or a hammer now require calling a tow truck and ordering expensive replacement parts that could take weeks to arrive.[2] En ‘weeks’ kan ook erger zo lees ik in een artikel in de Volkskrant. Een artikel over al het wapenmateriaal dat de Amerikanen moeten vervangen omdat ze het naar Oekraïne sturen: “Net als in andere industrietakken kampen de wapenfabrikanten door de pandemie met logistieke problemen en met tekorten aan materialen en personeel. Hierdoor zal het jaren duren voor de VS hun voorraad Javelins en Stingers hebben aangevuld.” En dat aanvullen wordt bemoeilijkt omdat: “ze een nieuwe leverancier (moeten) vinden voor titanium, dat veel wordt gebruikt in de militaire en luchtvaartindustrie. Rusland is een van de grootste producenten.”

Ons streven naar beheersbaarheid leidt tot onbeheersbaarheid. Het lijkt erop dat Rosa een punt heeft.


[1] Harmut Ros, The Uncontrollability of the World, pagina 2

[2] Idem. Pagina 110-111

Perspectief

Op 24 juni 1812 stak la Grande Armée onder leiding van Napoleon, die zichzelf tot keizer had gekroond, een leger van 610.000 man de rivier de Memel over en viel Tsaristisch Rusland binnen. Een bijzondere veldtocht omdat de tegenstander niet leek te willen vechten. Die trok zich alleen maar terug maar vernielde op die terugweg wel alles wat de invallers zouden kunnen gebruikte: de tactiek van de verschroeide aarde met als doel om de tegenstander zich te laten doodlopen in de onmetelijkheid van het Russische achterland. Terugtrekken, het grote gevecht ontwijken maar wel de strijd aan gaan met kleine eenheden. Op 14 september 1812 bereikte het leger de vrijwel verlaten stad Moskou. De Grande Armée was inmiddels gedecimeerd tot een derde zonder dat er slag was geleverd met de vijand. In de stad was echter niets eet- en bruikbaars te vinden. Daarom verliet Napoleon en zijn leger op 20 oktober 1812 de stad en maakte rechtsomkeer. En dat letterlijk want de Russen, onder leiding van Maarschalk Koetoezov dwong hen precies dezelfde route te volgen. Een route waar niets eet- en bruikbaars te vinden was. Pas toen de Grande Armée uitgeput, hongerend en nog verder gedecimeerd de rivier Berezina bereikte, gingen de Russen de slag aan. Een slag die ze wonnen en waarbij ze hun tegenstanders alles afnamen, ook hun kleren waardoor er velen stierven door bevriezing. Over deze tocht zijn veel boeken geschreven. Zo staat het Russisch perspectief centraal in Oorlog en Vrede van Tolstoi. Voor muziekliefhebbers, de Overture 1812  van Tsjaikovski handelt er ook over.

Op één jaar en twee dagen na 130 jaar later, op 22 juni 1941 de langste dag van het jaar, tenminste op het noordelijk halfrond, zette een legermacht van zo’n 3,7 miljoen soldaten zich in beweging en viel de Sovjet Unie binnen. Het grootste deel van de soldaten was afkomstig uit nazi-Duitsland maar ook bondgenoten Italië, Hongarije, Roemenië en Finland leverden een bijdrage. Operatie Barbarossa startte en verliep in het begin zeer succesvol. Dat was voor een flink deel te danken aan de slechte staat van voorbereiding van de Sovjets. Soldaten die zonder wapens naar het front werden gestuurd, slechte communicatie en een hergroepering van troepen direct voorafgaand aan de inval. In korte tijd werden grote gebieden veroverd en dat zorgde voor problemen. De bevoorradingslijnen werden steeds langer en het veroverde gebied moest beheerst worden en dat beheersen betekende dat er soldaten achter moesten blijven om het gebied te bezetten. Uiteindelijk liep de operatie in december 1941 vast op de zich stug verdedigende en steeds beter georganiseerde Sovjettroepen en de invallende winter. In tegenstelling tot Napoleon haalden ze Moskou niet. Een winter waarop de Duitse troepen niet gekleed waren.

20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden.

Al een paar maanden zijn de ogen gericht op de Oekraïne, of beter gezegd op de Russische troepenbewegingen in de buurt van het land. Rusland heeft, als ik de nieuwsberichten mag geloven, zo’n 100.000 tot 150.000 soldaten verzameld aan de grens met Oekraïne en nog eens 30.000 Russische soldaten oefenen in Belarus samen met het hun collega’s uit dat land. Leiders van diverse landen maken zich grote zorgen en sommige waarschuwen dat een oorlog voor de deur staat. “Op dit moment ben ik ervan overtuigd dat hij de beslissing heeft genomen, we hebben reden om dat te geloven,” aldus de Amerikaanse president Biden. 180.000 soldaten zijn er veel maar toch. Oekraïne stelt er 200.000 soldaten tegenover. Gelijk spel zou je zeggen. Maar evenveel soldaten is geen garantie voor succes. Dat ondervond Saddam in 2003. Betere bewapening bij de tegenstander en geringe motivatie onder zijn troepen beslechtten het pleit in zijn nadeel. Als ik de experts mag geloven dan zijn de Russen beter bewapend. Hoe het met de moraal aan beide kanten is, weet ik niet. Wel lijken mij die 180.000 man erg weinig om eerst oorlog te voeren en vervolgens het veroverde gebied te controleren. Een gebied waar ruim 40 miljoen mensen wonen.

Racisme

Op de site OneWorld een artikel over het al dan niet met een hoofdletter schrijven van zwart als daarmee de huidskleur van iemand wordt bedoeld. En dan meteen ook de vraag erbij of dat bij wit dan ook weer moet als het woord wordt gebruikt om iemand huidskleur te beschrijven. Een bijzondere discussie. De in Accra geboren mensenrechtenactivist W.E.B. Du Bois (1868-1963) schijnt ervoor te hebben gepleit om het nu verfoeide n-woord met een hoofdletter te schrijven, zo lees ik in het artikel. Nu schijnt er dus een roep te zijn om zwart als het om huidskleur gaat, met een hoofdletter te schrijven.

Waarom zwart met hoofdletter om de huidskleur van iemand aan te duiden? Volgens de auteur van het artikel, Olave Nduwanje, is dat al een heel oude discussie: “In 1878 gaf de Zwarte Amerikaanse advocaat, schrijver en oprichter van het weekblad Chicago Conservator Ferdinand Lee Barnett zijn redactioneel commentaar de titel: ‘Spell It With a Capital’. Hij schreef dat het woord ‘negro’ (destijds een gebruikelijke aanduiding voor Zwarte mensen) met een kleine letter Zwarte mensen stigmatiseert en vernedert. Immers: ‘De Fransen, Duitsers, Ieren, Nederlanders, Japanners en andere nationaliteiten worden geëerd met een hoofdletter, maar de arme zonen van Ham moeten de last dragen van een kleine n.” Een bijzondere redenering want als we die volgen dan zou er een Zwartland moeten zijn, net zoals er een Finland of Frankrijk is. Zo zie je maar weer dat woorden tijdsgevoelig zijn. Du Bois en Barnett waren als lid van de groep zo trots op het n-woord dat ze er een N-woord van wilden maken. Nu zit het woord, hoofdletter of niet, in de taboehoek

De roep om een hoofdletter is niet onomstreden: “De meest diverse etnische groep op aarde onder één geschiedenis, gevoel en gemeenschap scharen, stuitte Zwarte schrijvers als Vilna Bashi Treitler, Claudia Rankine, Richard J. Powell, Badia Ahad-Legardy, Ayanna Thompson tegen de borst. Zij werpen op dat de meeste Afrikanen en mensen in de diaspora zich juist identificeren aan de hand van hun specifieke etniciteit. Ze noemen zich bijvoorbeeld Yoruba, Igbo, Burundees, Masai, Peul, Wolof, Zulu of Banyamulenge.”

Bovendien leidt de discussie om zwart met een hoofdletter te schrijven als het een verwijzingen naar iemands huidskleur is, ook tot te vraag: ‘en hoe doen we dat dan met ‘wit’ als je iemands huidskleur wilt aanduiden?’ Ook daarover wordt weer van mening verschild. “Wit met een hoofdletter is beladen omdat Amerikaanse ‘white supremacy’-groeperingen zoals de Ku Klux Klan en het Stormfront wit al heel lang met een hoofdletter schrijven. Zij hebben het over White power, White supremacy, White race. Kun je wit met een hoofdletter schrijven zonder geassocieerd te worden met groepen en individuen die menen dat witte mensen behoren tot een ‘superieur ras’?” Zo betoogt de ene kant. De andere kant werpt tegen: “’Wit’ geen ras noemen is in feite een anti-Zwarte daad waarmee je Witheid neerzet als neutraal en als de standaard. Wij vinden het belangrijk om de aandacht te vestigen op Wit als ras om zo te begrijpen en ruchtbaarheid te geven aan hoe Witheid functioneert.”

Het denken in kleuren en rassen blijft actueel. Amma Asante schrijft in een column bij De Kanttekening: “Racisme is geen mening en heeft met vrijheid al helemaal niets te maken.” Zij schrijft dit naar aanleiding van walgelijke uitspraken van FvD Kamerlid Freek Jansen die beweerde dat ‘Nederlanders een minderheid worden in hun eigen land’ en dat mensen die hiernaartoe zijn gemigreerd, terug moeten naar hun eigen land: “Ze moeten gewoon weg.” Terecht ergert Asante zich aan de manier waarop deze politici met fluwelen handschoenen worden aangepakt: “Wanneer xenofobe, islamofobe en racistische politici, die de stem van ‘de hardwerkende Nederlander’ vertolkten, te gast waren in televisieprogramma’s, dan werden hun abjecte ideeën niet getoetst langs kritische vragen. Nee, uit angst dat hun kiezers boos werden en zouden wegzappen, werd alles uit de kast gehaald om hen zo normaal en menselijk mogelijk neer te zetten. Er werd gezellig op los gekeuveld over koetjes en kalfjes en hun huisdieren, zoals de poes van Wilders door Eva Jinek.”  Dit heeft ervoor gezorgd dat: “Racisme (…) normaal (is) geworden. Racisme (…)een podium (heeft) gekregen. Racisme (…) politieke macht” heeft, zoals Asante schrijft. We hebben: “racisme onvoldoende een halt durven toe te roepen. De geest is uit de fles en moet er weer in terug. Door vanaf nu keihard de norm te stellen.”

In de strijd tegen discriminatie moet inderdaad een harde norm worden gesteld en gehandhaafd. Daar vindt Asante mij aan haar zijde. Toch wringt er iets in haar betoog. ‘Racisme is geen mening’, schrijft Asante. Als racisme iets is, dan is het een mening. Een mening gebaseerd op compleet verkeerde informatie en een mening die geuit mag worden. Maar, en daar kom ik bij de ‘fluwelen handschoenen’ en de angst voor ‘wegzappen’, niet iedere mening hoeft gehoord te worden. Er is niets mis met het weren van meningen van de kijkbuis ook al voelen mensen zich dan gepasseerd. Compleet verkeerde informatie omdat alle mensen op deze Aarde behoren tot één en hetzelfde ras, namelijk de Homo sapiens. Of de roman Ze zijn er nog  van de Venlose auteur Fons Wijers moet op waarheid berusten, dan loopt er nog een tweede mensenras, de Neanderthaler, op aarde en die vrezen de Sapiens vanwege juist hun onderlinge haat en wreedheid.

En daarmee kom ik bij de Duitse filosoof Marcus Gabriel. In zijn boek Morele vooruitgang in duistere tijden besteedt hij ook aandacht aan de illusionaire identiteitspolitiek van zowel links als rechts. Gabriel: “Het doel van morele voortuitgang op het gebied van racisme is het volledig overwinnen van de indruk dat er moreel relevante verschillen tussen mensen bestaan die in termen van ras zouden kunnen worden gemeten …. Er bestaat alleen racisme, rassen bestaan niet, net zoals er een heksenjacht bestond, maar geen heksen.[1] Zouden we racisme werkelijk overwinnen door te blijven hameren op ras, zoals met de ‘letterdiscussie’ gebeurt? Zorgt dat er niet voor dat racisme normaliseert, een podium en politieke macht blijft krijgen?


[1] Marcus Gabriel, Morele vooruitgang in duistere tijden, pagina 224

Keiharde statistiek

Bij De Dagelijkse Standaard bericht Michael van der Galien over een botsing tussen FvD-leider Baudet en Nilüfer Gundogan van Volt. “Met name Sorospoppetje Nilüfer Gundogan (Volt) had zichzelf niet in de hand. Ze liep woedend naar de interruptiemicrofoon en ging vervolgens los.” Dit terwijl Baudet, zo schrijft Van der Galien: “alleen de feiten (deelt)”. En: “Uit de feiten blijkt dat er in twee coronaseizoenen net zoveel mensen zijn omgekomen als in twee recente griepseizoenen. Dat Gundogan daar een probleem mee heeft doet daar niets aan af. Cijfers zijn cijfers… zijn cijfers. Punt.” Dat zijn de ‘keiharde statistieken’ op het ontkennen waarvan Baudet minister De Jonge aansprak, zo schrijft Van der Galien. Hoe ‘hard’ is die statistiek?

Tot nu toe zijn er 19.414 (stand 1 december 2021) mensen gestorven aan Covid-19, zo blijkt uit het coronadashboard. Volgens de data van het Centraal Bureau voor Statistiek overlijden er in een gemiddeld griepseizoen zo’n ruim 6.400 mensen direct of indirect aan influenza. Soms zijn het er minder en soms meer. Als we met dat gemiddelde rekenen dan sterven er ongeveer 50% meer mensen aan Covid-19 dan er in een gemiddeld jaar aan influenza sterven. Voor de afgelopen twee winters klopt het niet omdat de sterfte door influenza toen veel lager was dan gemiddeld. In de winters 2016-2018 klopt het wel ongeveer. In die twee winters stierven zo’n 17.000 mensen aan infuenza en dat ligt iets lager dan de sterfte aan Covid-19 tot nu toe. En tot nu toe is een periode van een jaar en tien maanden. De feiten laten daarmee iets anders zien dan de ‘keiharde statistiek’, die Baudet aandraagt en die Van der Galien na toetert.

Er zit echter een verhaal achter die ‘cijfers, cijfers … cijfers‘ De boodschap die Baudet en in navolging Van der Galien willen uitdragen, is het verhaal dat Covid-19 niets meer is dan een eenvoudige griep en dat daarmee alle maatregelen die worden genomen om de verspreiding van Covid-19 te voorkomen, overbodig zijn. Nu zijn er wel maatregelen genomen: van afstand houden, handen wassen en thuiswerken tot een al dan niet ‘intelligente’ lockdown en veel er tussenin en uiteindelijk vaccinatie. Maatregelen die het aantal besmettingen en daarmee ook het aantal sterftegevallen omlaag brengen. Wat zou er zijn gebeurd als er geen maatregelen waren genomen en we Covid-19 hadden behandeld als zo’n gewone griep?

Dat zullen we nooit precies weten. Maar dat wil niet zeggen dat we er ons niet een beeld van kunnen proberen te vormen. Laten we, om ons daar een beeld van te vormen, eens vergelijken met een land waarvan de president vond dat er geen extra maatregelen nodig waren: Brazilië. In dat land stierven tot nu toe ruim 614.754[1] mensen aan Covid-19. In 2018 stierven in dat land 92.498 mensen aan influenza en longontsteking. Het griepvirus was in dat jaar als we naar Nederlandse cijfers kijken, mild. In Nederland stierven er 4.706 tegen de gemiddelde 6.400. Als we uitgaan van een even mild seizoen in Brazilië dan ligt de gemiddelde sterfte per jaar aan influenza in Brazilië op ruim 125.000 mensen (6.400 gedeeld door 4.706 vermenigvuldigd met 92.498). Dus terwijl er in Brazilië in twee jaar zo’n 250.000 mensen sterven aan influenza, stierven er in een periode van nog geen twee jaar meer dan 600.000 aan Covid-19, dat is tweeëneenhalf keer meer. Stel dat Nederland de door Baudet en Van der Galien voorgestane Braziliaanse aanpak had gekozen? Dan zouden er tot nu toe al zo’n 32.000 mensen aan Covid-19 zijn gestorven.

Die ‘keiharde statistiek’  waaruit moet blijken dat Covid-19 een gewone griep is, wijst een heel andere kant op. Aan Covid-19 sterven meer dan twee keer zoveel mensen dan er aan influenza sterven. Of er: “geen bodem van ethiek bij de FVD,” is, zoals Gundogan gezegd heeft, daarover doe ik geen uitspraak want dat weet ik niet. De kennisbodem van statistiek lijkt binnen de partij heel laag te liggen.


[1] Stand 1 december 2021

Rechten en vooral plichten

“2G is geen heilzame weg. Het maakt de polarisatie in de samenleving groter.” Een uitspraak van ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Of het een nuttige maatregel is om besmetting met COVID-19 te voorkomen en of er geen andere maatregelen zijn waarmee je hetzelfde of meer kunt bereiken, weet ik niet. Dat de maatregel omstreden is, mag duidelijk zijn. Segers zit duidelijk in een tweestrijd: “We kunnen niet alleen maar nee zeggen tegen maatregelen. Dat is te makkelijk. Maar laten we alsjeblieft wel met voorstellen komen die de samenleving heel houden, en niet in de fik laten vliegen.”  Een van de bezwaren tegen de maatregel is dat die onze grondrechten aantast. Of zoals Correspondentlezer Lilian van Eijndhoven het schreef: “nota bene de grofste schending van grondrechten en vrijheden sinds WOII.” Zij is niet de enige, maar klopt die uitspraak?

Johannes Hendricus Brand. Bron: Wikipedia

Laten we die redenering eens wat uitgebreider beschrijven. Als je vanwege je levensovertuiging, gezondheid, godsdienst of op welke andere grond dan ook, niet wilt laten vaccineren, krijg je geen QR code. Zonder QR code mag je, bij invoering van de 2G maatregel, niet naar de kroeg, het theater of het voetbalstadion om een paar voorbeelden te noemen. Heb je die QR code wel, dan mag dat wel. Bij 3G is die er wel, namelijk een test. Ook bij 1G is die er omdat dan van iedereen eenzelfde toegangstest wordt gevraagd. Daarom discrimineert deze maatregel omdat mensen zonder QR code geen mogelijkheid hebben om toch deel te nemen. Tot zover de onderbouwing.

Onze Grondwet valt voor wat betreft discriminatie meteen met de deur in huis. Artikel 1 luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. [1] Laten ik de 2G maatregel eens langs dit artikel leggen. Als iedereen die naar ‘de kroeg’ wil wordt gevraagd naar de vaccinatiestatus en alleen gevaccineerde binnen mogen, is er dan sprake van discriminatie? De gelijke gevallen, zijn in dit geval twee mensen die naar de kroeg willen. De ene kan zijn vaccinatiebewijs tonen en de andere om welke reden dan ook niet. De ene komt binnen, de andere niet. Ja, er wordt onderscheid gemaakt en discrimineren is onderscheid maken, dus er wordt gediscrimineerd en dus aantasting van de grondrechten.

‘Dus het mag niet en de uitspraak klopt!’ Als ‘onderscheid maken’ discriminatie is en daarmee een aantasting van ons grondrecht, dan tast ik bijna iedere dag wel iemands grondrechten aan. Een voorbeeld. Ik ben jarig en wil dat vieren. Als onderscheid maken niet mag, dan is de enige mogelijkheid om mijn verjaardag te vieren, iedere mens op Aarde uitnodigen. Als ik alleen mijn vrienden of familie uitnodig, dan discrimineer ik immers. Er zal niemand zijn die ‘niet uitgenodigd worden’ zal zien als een aantasting van zijn grondrechten. Er zullen hooguit enkele mensen zijn die het als een aantasting van de vriendschap zullen zien. Dit zullen de auteurs van onze Grondwet niet bedoeld hebben.

Terug naar de Grondwet. Die spreekt over ‘gelijk behandelen in gelijke gevallen’. Laten we eens kijken naar de twee mensen voor de deur van de kroeg. Ja, er wordt onderscheid gemaakt, dat is zeker. Maar wordt de ene persoon anders behandeld dan de andere? Ja, het resultaat is niet hetzelfde maar is dat discriminatie? Als we kijken naar de behandeling, wat zien we dan? Dan zien we dat beiden dezelfde vraag wordt gesteld, ze worden hetzelfde behandeld. ‘Maar dat is ook het geval als ik selecteer op kleur en alleen mensen met blauwe ogen binnenlaat, dan behandel ik ook iedereen hetzelfde namelijk door te kijken naar de oogkleur,’ kun je tegenwerpen. En inderdaad lijkt dat hetzelfde. Dus een aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we iets te snel. Laten we het woordenboek er eens bij pakken. Discriminatie is zoals de Van Dale het omschrijft: “ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, m.n. aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid?” Onderscheid maken mag dus zolang het maar niet ongeoorloofd is. Bij het uitnodigen van mensen op mijn verjaardag is het geoorloofd, maar wanneer is het niet geoorloofd? Kunnen we spreken van discriminatie als het onderscheid dat er bij de deur van de kroeg wordt gemaakt, een gevolg is van een keuze die jezelf hebt gemaakt? Je wordt niet bij voorbaat uitgesloten, zoals het geval was bij de oogkleur. Ben jezelf de reden van je uitsluiting? In dat geval lijkt mij dat er geen sprake is van aantasting van de grondrechten!

Daarmee kom ik terug op iets wat ik eerder schreef toen ik ervoor pleitte om dit Grondwetsartikel te beperken tot: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” De auteurs van de Grondwet zagen het nog niet zo verkeerd. Zoals ik er nu over denk zou die laatste zin moeten luiden: Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid of welk aangeboren kenmerk dan ook, is niet toegestaan.” Dit even terzijde.

Terug naar mijn betoog. Geen aantasting van de grondrechten. Nou geen? Geldt voor een kleine groep niet dat deze maatregel hun grondrechten wel aantast? De groep mensen die geen keus hebben en dat is de groep mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Die medische reden is namelijk iets waar ze niet zelf voor hebben gekozen en ook geen afstand van kunnen doen. Ze is vergelijkbaar met de kleur van je ogen. Deze groep wordt bij voorbaat uitgesloten. Die groep wordt gediscrimineerd door de 2G maatregel. Dus daarmee aantasting van de grondrechten!

 JA, als het daarbij blijft wel. Maar NEE als er voor deze mensen een uitzondering wordt gemaakt waardoor ze wel de kroeg binnen kunnen, als ze dat willen. Dan wordt niemand bij voorbaat uitgesloten en heeft iedereen de toegang tot de kroeg in eigen hand. Dus geen aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we weer iets te snel. Onze Grondwet geeft namelijk een iets uitgebreidere definitie. Die noemt ook niet aangeboren zaken als ‘godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid.’ En er zijn mensen die zich vanwege hun geloof niet laten vaccineren. Worden die door de maatregel dan niet in hun grondrechten aangetast? Bij de kroegdeur worden ze echter niet tegengehouden vanwege hun geloof, maar vanwege hun vaccinatiestatus. ‘Maar omdat ze zich van hun god niet mogen vaccineren, worden ze toch bij voorbaat uitgesloten?’ Dat gelovigen iets geloven is hun grondwettelijk recht (artikel 6). Een grondwettelijk recht maar geen plicht. Niemand verplicht je immers om te geloven. Het is een keuze die iemand bewust maken. Wel een keuze met gevolgen. Zo sluit menig gelovige zich uit van sporten op zondag zonder dat de persoon daartoe wordt gedwongen. Ligt dit met niet vaccineren om religieuze reden niet precies hetzelfde en sluiten zij zichzelf niet buiten door een eigen keuze? Beperken ze niet zelf hun Grondrechten?

Er bestaat niet zoiets als ‘het recht op de kroeg’. Als dat wel zou bestaan, dan werd dat door zo’n maatregel aangetast. Zoals in de eerste alinea al aangegeven, twijfel ik eraan of de QR maatregel de juiste is om te nemen. Zou het bij het voorkomen van de verspreiding van het virus niet verstandiger zijn om ons te concentreren op de plicht die de spiegel is van de grondwettelijke rechten? De plicht die ook in de Grondwet is vastgelegd en als taak bij de overheid is neergelegd namelijk om te zorgen voor een veilige leef-, en werkomgeving (artikelen 19 en 22). Die plicht ligt bij de overheid maar zijn we zelf niet de overheid? Die plicht kunnen we invullen door afstand te houden, handen te wassen, bij klachten in quarantaine gaan, thuis te werken tenzij het niet anders kan, onze sociale activiteiten zoals het bezoeken van familie en vrienden drastisch te beperken tot alleen noodzakelijke bezoeken. Maar ook: vaccineren omdat dit de kans op infectie en de schade bij infectie verkleint. Of zoals een Zuid-Afrikaans spreekwoord luidt: “Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.[2]


[1] Zie de Nederlandse Grondwet

[2] Een uitspraak afkomstig van Johannes Hendricus Brand de vierde staatspresident van de Oranje Vrijstaat


Naam, nummer en code

In 1988 kreeg ik mijn eerste brief van de Belastingdienst. Niet dat ik iets hoefde te betalen of iets terugkreeg. Nee, ik kreeg een brief die ik, zo stond erin, zeer goed moest bewaren want die brief bevatte iets belangrijks. Wat? Dat lezen jullie dadelijk. Ik moest denken aan deze brief na het lezen van een artikel van Raymond Taams bij Joop. “Dingen hebben een QR-code, niet mensen’, gromde ik inwendig.” Dit schrijft Raymond Taams. Hij gromde dit toen hij een fastfood restaurant binnen ging en er werd gevraagd naar zijn ‘coronastatus’. “Een QR-code is een embleem, een onderscheidingsteken, zoals reeds besprongen ooien gekleurde stippen op hun achterste dragen van het stempelkussen dat de boer de dekram omdeed. Wanneer je mensen als beesten behandelt, gedragen ze zich uiteindelijk als beesten. Mijn gele vaccinatiepaspoort met stempels van de GGD wil ik best laten zien, maar ik wil niet met een digitale sticker in mijn broekzak rondlopen.” Zo eindigt Taams zijn artikel.

Ik moest denken aan die brief waarmee ik begon. ‘Een mens is geen nummer’, werd er in die tijd geroepen en vervolgens werd ook verteld dat een nummer je zou ontmenselijken. Hierbij werd verwezen naar de concentratiekampen uit Nazi-Duitsland want iedereen in zo’n kamp kreeg een nummer op de arm getatoeëerd. En voor de Nazi’s was dit nummer echt bedoeld om je te ontmenselijken. Die discussie werd in de jaren tachtig twee keer gevoerd. Als eerste voor 1985 want in dat jaar voerde de Belastingdienst het fiscaalnummer in. Iedere belastingbetaler kreeg zo’n nummer want dat maakte het voor de Belastingdienst makkelijk om alle belastingzaken rond een persoon te bundelen. De discussie werd een paar jaar later nog eens dunnetjes over gedaan want per 1 januari 1989 werd het SoFi-nummer ingevoerd, het Sociaal Fiscaal nummer. Dit SoFi-nummer was de opvolger van het fiscaalnummer en dit nummer kreeg iedere Nederlander. Vanaf 1989 tot 7 januari 2014 kreeg iedere pasgeborene een brief met SoFi-nummer. Ook als je geen belasting betaalde. En dat SoFi-nummer was het belangrijks in de brief waarmee ik begon. Tot begin 2014 dus. Niet dat we sindsdien geen ‘nummer’ meer hebben. Nee, voor de overheid hebben we nog steeds een nummer. Het nummer leek de overheid niet alleen handig voor financiële zaken maar voor alle zaken tussen burger en overheid. Het SoFi-nummer werd opgewaardeerd. Sinds die zevende januari 2014 is dat SoFi-nummer namelijk Burger Service Nummer (BSN) geworden en is de verantwoordelijkheid ervoor verhuisd van het ministerie van Financiën naar het ministerie van Binnenlandse Zaken.

‘Ik ben toch geen nummer’, werd er in de jaren tachtig geroepen. En ‘ik heb een naam, als ze willen weten wie ik ben, dan vragen ze maar naar mijn naam’. Over ‘naam’ gesproken. Als we terug gaan naar het begin van de negentiende eeuw, dan komen we bij de Code Civil of in goed Nederlands de Burgerlijke stand. Die werd in 1811 ingevoerd door Napoleon Bonaparte. In die Burgerlijke Stand werd iedereen geregistreerd met voornaam en, nieuw voor die tijd, achternaam. Ook dat viel niet bij iedereen in goede aarde want niet iedereen meldde zich en soms meldden mensen zich met grappige namen om het systeem te saboteren. Helaas voor hen, bleef die naam aan hen en hun nakomelingen plakken. Dat ‘verzet’ stierf pas in de jaren twintig van de negentiende eeuw uit. Net zoals het ‘verzet’ tegen het SoFi-nummer uitstierf.

De Burgerlijke stand was, net als het SoFi-nummer en het Burger Service Nummer bedoeld om iedereen te registeren en te weten wie iemand was. En nu, zo’n tweehonderd jaar verder, is het de QR-code die verzet oproept. En je hoeft geen ‘complotaanhanger’ te zijn om te voorspellen dat die QR-code langzaam het Burger Service Nummer gaat vervangen. In deze ontwikkeling zie je de technologische voortgang in de overheidsadministratie. In de ‘voor computertijd’ moest de mens zelf zoeken en dat gaat makkelijker met letters en woorden. En de achternaam was de belangrijkste zoekterm in een gegevensbestand. In de jaren tachtig deed de computer zijn intrede en in digitale gegevensbestanden zoeken gaat sneller met unieke nummers. Met je naam alleen ging dat ook, maar was het lastiger. Een typefout in je naam in een bestand en informatie werd niet gevonden. Een nummer maakte dat makkelijker en de QR-code is niets meer en niets minder dan een op een andere manier vormgegeven nummer aan de hand waarvan je snel gegevens uit bestanden kunt halen.

Nu zijn we er zo aan gewend dat we een achternaam hebben, dat niemand zich er meer druk om maakt. Ja, soms om die naam maar niet om het gegeven dat we een achternaam hebben en dat die geregistreerd staat in de Burgerlijke stand. Ook maakt niemand zich meer er druk om dat we een ‘nummer’ hebben. Behalve als de overheid je, zoals bij de toeslagenaffaire, als een ‘nummer’ behandelt, dan wordt het een probleem. Dan is het makkelijk om alles wat de overheid van je weet te koppelen. Dat kon echter ook al met de Burgerlijke stand. Zo maakte Nazi-Duitsland grif gebruik van de Burgerlijke stand bij het vervolgen van joden. Daarin stond immers ook iemands religie geregistreerd.

Niet de ‘naam’, ‘nummers’ of QR-codes zijn hierbij het probleem. Problematisch zijn de intenties en het denken van de mensen die ‘het nummer’ oneigenlijk gebruiken.

Moral high ground

“Either you are with us or you are with the terrorists.” Die keuze legde president George Bush de jongere op 20 september 2001 voor aan de naties van de wereld. Een simpele en eenvoudige keuze, zo op het eerste gezicht want wie wil er nu bij ‘de terroristen’ horen? Ik in ieder geval niet. Toch was die keuze niet zo eenvoudig want ondanks de tragedie van negen dagen eerder, was ook een keuze voor de ‘us’ van Bush allerminst voor de hand liggend. Dit omdat niet duidelijk was wat ‘with us’ zijn precies inhield. Ik moest hieraan denken bij enkele berichten die ik recentelijk voorbij zag komen.

Calvin and Hobbes | taking the moral high ground | J Mark Dodds | Flickr
Bron: Flickr

Zo kwam het bijgevoegde bericht via mijn tijdlijn op LinkedIn voorbij: “Mijn naam is Wesley en vanaf 25 september zijn ik en mijn kinderen niet meer welkom in horeca, de culturele sector, bij evenementen en een bezoek aan professionele sportwedstrijden. En dit allemaal omdat ik weiger mee te doen aan deze QR maatschappij. Gelukkig heb ik al deze dingen niet nodig om gelukkig te zijn maar ik wil mijn kids ook nog zoveel meegeven. Wat een verschrikkelijke tijd leven we in en bizar dat dit demissionair kabinet dit soort beslissingen tegen alle soorten protest in doorvoert. Ik accepteer dit niet en ik ben benieuwd wie in mijn netwerk dit normaal vindt. Die wil ik vragen mij als connectie te verwijderen. Ik bouw graag een netwerk waar verbinding een rol speelt en waar we met respect met elkaar om gaan. Liefdevol. Dus nogmaals, zie je mij en mijn kinderen liever buiten staan omdat ik moet meedoen, het mijn eigen schuld is óf omdat ik jou kan besmetten? Ik neem graag afscheid van je. Het liefst per direct. Wil je samen met mij iets gaan bouwen om elkaar te motiveren en te inspireren en elkaar te respecteren dan hoor ik graag van je. Dat doe ik met alle respect en alle liefde (1).” Dit vergezeld van een foto van Wesley met zijn kinderen.

Nee, de maatregelen zijn niet ‘normaal’, daar ben ik het meteen mee eens en ik denk dat dit voor bijna iedereen geldt. Het is ‘niet normaal’ dat je een vaccinatiebewijs moet tonen om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Ondanks dat ik het ‘niet normaal’ vind, doe ik het toch. Afgelopen vrijdag nog, toen ik de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch bezocht. De omstandigheden zijn echter ‘niet normaal’ en zoals de Engelsen zeggen ‘desperate times call for desperate measures’. Om een ontwrichting van onze samenleving door Covid-19 te voorkomen moet er wat gebeuren. Wat daarbij precies de juiste maatregelen zijn, daar kun je over discussiëren. Om ze te nemen moet er uiteindelijk een besluit worden genomen door het daartoe bevoegde orgaan en dat is de regering. De status van die regering, missionair of demissionair, doet daarbij niet ter zake.

Een van die maatregelen is dat bezoekers van professionele sportwedstrijden, theaters enzovoorts een vaccinatiebewijs of een recent negatief testresultaat moeten overleggen voordat ze binnen mogen. Een maatregel om de maatschappelijke ontwrichting door het vastlopen van onze ziekenhuizen te voorkomen. Die maatregel biedt iedereen de mogelijkheid om het voetbalstadion, theater, de horeca of een evenement te bezoeken. Iedereen heeft die gelegenheid en niemand wordt ervan uitgesloten. Wesley en zijn kinderen zijn van harte welkom alleen wil hij niet aan de voorwaarden voldoen. Dat is zijn eigen keuze en zoals de Engelsen het zo mooi zeggen ‘actions have consequences’. De reden dat hij niet meer naar de horeca, het theater of voetbalstadion kan, is het gevolg van zijn eigen keuze. Dus nee, ik zie hem en zijn kinderen niet graag ‘buiten staan’. Hij besluit echter zelf om ‘buiten’ te blijven staan. Om dan degenen die ‘binnen zitten’ min of meer de schuld te geven van zijn ‘buiten staan’ is vreemd. Maar dat is nog tot daaraantoe.

Het wordt bijzonder als Wesley aangeeft te willen bouwen aan een netwerk van respect en verbinding. Daarmee lijkt hij te suggereren dat mensen die het anders zien dan hij, niet werken aan een netwerk van respect en verbinding, dat ze respectloos en verdelend zijn. Hij lijkt, om de Engelse term te gebruiken: ‘the moral high ground’ te claimen voor zijn positie. De ene positie is moreel echter niet beter of slechter dan de andere, ze is alleen anders. Hij zegt in navolging van Bush: als je voor mij bent, dan behoor je tot de goeden en werk je vanuit ‘respect en verbinding’, ben je het niet met mij eens dan ben je respectloos en verdelend. In feite zegt hij met veel worden hetzelfde als Hans Christiaanse die de volgende twee zinnen in een LinkedIn-post boven een filmpje van de demonstratie van 5 september jongstleden plaatste waarover ook mijn vorige Prikker handelde: “Gevaccineerd of niet: sluit je aan! Of sluit je liever mensen uit?”  

In een reactie onder zijn post gaf Wesley aan dat hij zijn zorgen uit met deze post. Dat doe ik ook. Daarom schrijf ik Prikkers. Dergelijke reacties baren mij om twee redenen zorgen. Als eerste omdat ze verdelen: je bent voor ons of tegen ons! Het hebben van een andere opvatting is reden om je uit te sluiten van de groep, dan hoor je er niet meer bij. Als we tweedeling willen voorkomen dan moeten we ons onthouden van dergelijke redeneringen en uitspraken. Als tweede maak ik me zorgen omdat je van mening kunt verschillen of de genomen maatregelen de juiste zijn. We hebben in dit land echter afgesproken op welke manier we maatregelen nemen en wie het uiteindelijke besluit voor ons allemaal neemt. Als deze maatregelen conform die afspraken tot stand zijn gekomen, dan hebben we het ermee te doen. Omdat ik dat systeem hooglijk waardeer, accepteer ik ook maatregelen waarmee ik het niet eens ben. Dat systeem vind ik belangrijker dan welke coronamaatregel dan ook. Immers de nemers van die maatregelen kunnen we bij volgende verkiezingen daarop afrekenen. Dit systeem afbreken is geen kunst en heel snel gedaan, zo’n systeem of iets beters opbouwen niet. Het heeft eeuwen gekost om tot dit systeem te komen. Dergelijke uitspraken ondermijnen dit systeem en dat baart mij meer zorgen dan welke coronamaatregel dan ook.

(1) Ik ben benieuwd of de link bij jullie werkt. Een paar uur na het schrijven van deze Prikker liep de link dood en kon ik het bericht niet meer vinden.

Vrijheid en vrijheid

“DIT ZIJN ZE DAN. Een heel groot deel van die 1,8 mln waar Huug angst over zaait. Vrienden collega’s, familieleden, buren die straks niet zomaar deel mogen uitmaken van die samenleving. Die niet alleen graag zelf op vakantie willen kunnen, maar opkomen voor de vrijheid van ons ALLEMAAL. Die zich uitspreken tegen medische apartheid en uitsluiting. Die zien wat onze democratische grondrechten nog waard zijn en die niet wegkijken of leven in angst.” Een stukje tekst van Mariël van der Lee dat me via LinkedIn bereikte en dat een serie foto’s begeleidde van de demonstratie tegen van alles en nog wat die op 5 september door Amsterdam trok. Een demonstratie die zichzelf afficheerde als ‘de grootste vrijheidsdemonstratie ooit’. Een bijzonder bericht.

Mill
Eigen foto

Ik was er niet bij. Ja, ik vind dat er iets aan de woningnood gedaan moet worden, dat de Groningers die schade aan hun huis hebben door de winning van aardgas goed geholpen moeten worden en dat de overheid daar op dit moment steken laat vallen. Ik nam niet deel. Ik nam niet deel omdat het toch eerst en vooral een demonstratie was tegen de corona-maatregelen van onze regering. Maatregelen die niet altijd even consequent zijn, waar zeker het een en ander op aan te merken is en die erg slecht worden gecommuniceerd door de betreffende bewindspersonen waaronder ‘Huug’. Maar om de situatie, zoals Nederland in Verzet een van de organisatoren doet, te beschrijven als: “Een Zomer vol Fake nieuws, Fake nieuws van onze eigen overheid. Fake news van alle wereldleiders. The Great Reset. Mensonterende vaccinaties, criminele testresultaten en medische apartheid. Maar ook VacciNazi spijt en verzwegen VacciNazi doden,” dat gaat mij te ver en niet een klein beetje te ver.

Met mensen die dergelijke onzin uitkramen wil ik niet geassocieerd worden. Sterker nog, als we ergens niet van weg moeten kijken, dan is het van mensen die dergelijke onzin uitkramen. Die moeten we aan de kaak stellen. Die moeten we ontmaskeren voor wat ze zijn: volksmennende charlatans. En als er iets is dat onze vrijheid bedreigt, dan zijn het wel volksmennende charlatans. Volksmennende charlatans zoals FvD Kamerlid Gideon van Meijeren die in alle vrijheid staat te demonstreren dat hij zijn vrijheid terug wil. Die als charlatan grossiert in allerlei complotten. Die als gekozen Kamerlid onze democratie dood verklaart maar daar niet de consequentie aan verbindt om dan de Kamer maar te verlaten en vervolgens ook af te zien van het wachtgeld. Zoals zijn fractievoorzitter, Thierry Baudet, die het ‘gebral’ van zijn partij- en fractiegenoot instemmend aanhoort en die conclusie ook niet trekt. Nee, ze blijven als ‘subsidieslurpers’ op kosten van het volk zitten en gebruiken hun positie om hun zakken te vullen.

Ja, ik heb me laten vaccineren. Daar heeft niemand mij toe gedwongen. Dat heb ik gedaan om dat ik ervan overtuigd ben dat dit op dit moment de beste manier is om zoveel mogelijk mensen te beschermen tegen het coronavirus. En nee, niet beschermen zodat ik het niet meer krijg, maar beschermen zodat als ik het krijg er niet te ziek van word en in het ziekenhuis beland. Ik heb me laten vaccineren zodat we corona daadwerkelijk kunnen gaan zien als een soort griep. Een soort griep die je ziek maakt. Een soort griep die enkelen van ons in het ziekenhuis doet belanden maar niet in die mate dat onze gezondheidszorg vastloopt. Dat heb ik in vrijheid gedaan.

En daarmee kom ik bij het citaat waarmee ik begon en de naam die de organisator aan de demonstratie gaf en dus bij het woord vrijheid. Van der Lee en de organisatoren doen het voorkomen alsof vrijheid aan hun kant staat. Alsof die andere ruim 15 miljoen Nederlanders staan voor onvrijheid. Of sterker nog alsof die willoos als een zombie achter ‘Huug’ aanlopen. Ook ik, een van die 15 miljoen anderen sta voor vrijheid en ik denk het overgrote deel van de rest ook. Al kan ik natuurlijk niet voor hen spreken. Net zoals Van der Lee niet kan weten of al die demonstranten hetzelfde denken of voor, of correcter tegen hetzelfde streden als zij. Alleen ziet mijn definitie van vrijheid er iets anders uit dan die van Nederland in Verzet en dan die van de ‘subsidieslurpers’ van het Forum voor Democratie.

Mijn definitie van vrijheid heeft niets te maken met ‘op vakantie gaan’ of naar festivals of de Dutch GP of een voetbalwedstrijd gaan. Vrijheid is niet van het hedonistische ‘doen en laten wat ik wil’. In mijn definitie van vrijheid vervult de ander een belangrijke rol. Mijn vrijheid is onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van die ander. Om John Stuart Mill te citeren: “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.[1]Als we met deze uitspraak naar het vaccinatiedebat kijken dan heeft mijn vrije keuze en de keuze van die 15 miljoen andere voor vaccinatie geen nadelige gevolgen voor een ander en dus ook niet voor die 1,8 miljoen ‘anderen’. De keuze van de 1,8 miljoen om zich niet te vaccineren kan daarentegen wel negatieve gevolgen hebben voor mij en die 15 miljoen anderen. Mill volgend valt die keuze daarmee dus onder de jurisdictie van de maatschappij.


[1] John Stuart Mill, Over Vrijheid¸ pagina 127

Radicale dwaasheid

Beste meneer Baudet. U herkent zich niet in het beeld dat u en het Forum voor Democratie ‘geradicaliseerd’ zijn, zo lees ik in uw essay bij DeDagelijkseStandaard. Ik weet niet waarom tegenwoordig een opiniërend artikel ‘essay’ wordt genoemd. De enige reden die ik hiervoor kan verzinnen is om er wat ‘status’ aan te geven. Een bijzonder ‘essay’ trouwens. Maar laat ik beginnen met u gerust te stellen. U bent, zoals u het zelf terecht zegt, “al jaren stabiel” voor wat betreft uw standpunten.

File:Thierry Baudet (2).JPG
Foto Elekes Andor. Bron: WikimediaCommons

U signaleert allerlei zaken rond de corona-pandemie en vraagt zich vervolgens af: “waarom gebeurt dit dan allemaal? Wat is er nou toch aan de hand?” Daarvoor ziet u twee mogelijke verklaring. Aan de ene kant, om Ferry Mingelen aan te halen: “stupiditeit, massapsychose, groupthink, complete breindoodheid bij de politiek,” en aan de andere kant: “een plan, een bedoeling, een dieper liggende agenda.” Wat het antwoord is weet u niet, zo schrijft u en vervolgens beschrijft u uitgebreid het vermeende ‘masterplan’ en de mensen achter dit vermeende ‘masterplan’. Dit doet u niet voor die ‘stupiditeit’ en daardoor ontstaat de indruk dat u in zo’n ‘masterplan’ gelooft. Dit wordt versterkt door passages zoals: “Ze schrijven rapporten waarin ze dit alles aanprijzen, uitwerken, voorkauwen. En natuurlijk is het – theoretisch – ook mogelijk dat hun denkbeelden louter per ongeluk samenvallen met de huidige gebeurtenissen.” Dus u weet het antwoord wel. Wel vreemd trouwens dat die ‘samenzweerders’ hun ‘samenzwering’ publiceren. U sluit af met een pleidooi voor radicaliteit: “‘radicaal voor de vrijheid’ zijn. Radicaal voor de rechten, de ratio, de restricties op de staatsmacht!”

Maar nu even een vraag. Hoe wilt u dat: “Waar mondiale spelers, miljardairs, futuristen, machtswellustelingen al decennia van dromen — een centraal bestuurde wereld, transhumanisme, totale controle,” tegengaan? Hoe wilt u: “Bill Gates, Elon Musk, Peter Thiel, George Soros, Klaus Schwab, enzovoorts, al die miljardairs en mondiale spelers,” belemmeren in hun drang om te komen tot die: “The Matrix-achtige controlemaatschappij (…) bestuurd vanuit mondiale centra, met semi-verplichte, geïmplanteerde chips die het leven reguleren en sanctioneren (inclusief toegang tot, en gebruik van, het internet)?” Hoe wilt u mensen als Thiel, die kiezen voor kapitalisme als ze een keuze moeten maken tussen democratie en kapitalisme, stoppen? Denkt u dat uw streven naar ‘radicale vrijheid’ hen stopt? Thiel hoort u lachend aan. Hij kiest, immers ook voor radicale vrijheid van het individu. Voor de radicale vrijheid van dat individu om met een bedrijf of zelfs als individu, uw gegevens te verzamelen en die te gebruiken naar eigen goeddunken. Hoe anders dan door staatsmacht en dan liefst nog staatsmacht van landen gecombineerd, bijvoorbeeld in EU verband, wilt u dat voorkomen? Als ‘radicaal vrij’ individu slaat u tegen deze miljardairs en hun bedrijven geen deuk in een pakje boter. ‘Radicale vrijheid’ is goed voor de machtigen, niet voor de machtelozen.

Daarbij gaat terugkeren naar de achttiende eeuw de tijd van de bourgeoisie, waarvoor u enkele jaren geleden in een Zwitsterse krant pleitte, niet helpen. Uw uitspraken in dat interview dat het ‘evenwicht’, zoals ik uw woorden vertaal: die ‘delicate balans die culmineerde in (…) het echte welbegrepen individu’ waarvan u betoogt dat dit in de achttiende eeuw haar ‘hoogtepunt bereikte’ en uw uitspraak dat de ‘bourgeoisie manier van leven, het leven van de gewone mensen’ was, zegt veel over uw kijk op de wereld. Die achttiende eeuw was voor de gewone mensen helemaal niet zo’n fijne tijd. Met hun vrijheid, laat staan de radicale vrijheid, was het toen zeer slecht gesteld. En van een ‘bourgeois manier van leven’ konden ‘gewone mensen’ alleen maar dromen. De bourgeoisie dat waren de rijke handelaren en de bankiers, de Musken en Gatesjes van die tijd. Nog geen vijf procent van de bevolking. Hoe verhoudt die ‘radicale vrijheid’ zich trouwens met uw uitspraak in die Zwitserse krant dat, ik vertaal: ‘de samenleving een elite nodig heeft die de weg wijst?’ Of geldt die ‘radicale vrijheid’ waarvoor u nu pleit alleen maar voor wat u ziet als ‘gewone mensen’? De ‘nieuwe’ elite waartoe u zichzelf graag rekent maar waartoe het gros van de inwoners van dit land nooit zullen behoren?

Zoals ik in de eerste alinea al schreef u bent niet geradicaliseerd. U verkocht altijd al radicale, onsamenhangende dwaasheid en dat doet u nog steeds. Dus daarin is niets veranderd.

Geen leven zonder risico’s

Als de werkelijkheid minder positief of negatiever is dan je verwacht, dan ligt teleurstelling op de loer. Met extreem hoge verwachtingen is de kans op teleurstelling dan ook erg groot. De grote man bij de DeDagelijkseStandaard, Michael van der Galien heeft extreem hoge verwachtingen: “Dit soort vreselijke rampen gebeuren vaker, maar met de technologie én de welvaart van nu kan de staat er in theorie toch echt wel voor zorgen dat het ze niet meer voorkomen; dat er zo’n sterke verdedigingslinie ligt, dat die nagenoeg onbreekbaar is.” Van der Galien is dan ook ernstig teleurgesteld, getuige de titel van zijn klaagzang: “Zoals altijd faalt de overheid.”

De vreselijke rampen waar Van der Galien het over heeft: “Er worden miljarden, nee triljarden!, uitgegeven aan allerlei projecten om mensen gratis cadeau’s te geven en aan onzinnige plannen die helemaal niets doen om “het klimaat” ook maar een fractie te verbeteren. Maar ondertussen wordt er niet genoeg gedaan om mensen te beschermen – niet tegen de natuur, niet tegen buitenlandse vijanden (de krijgsmacht staat op instorten), en niet eens tegen binnenlandse criminelen (een misdaadverslaggever die op klaarlichte dag wordt afgeslacht).” Zo, die kan de overheid zich in de zak steken.

Alle moorden voorkomen is een illusie tenzij we in de toekomst de perfecte precogs kunnen ontwikkelen. Voor degenen die de film niet hebben gezien, in de film Minority Report zijn er drie genetisch gemodificeerde mediums die misdaden kunnen voorspellen. Daarop gaan de agenten, Tom Cruise is er een van, van het bureau Pre-crime aan de slag en arresteren de dader die nog niets heeft gedaan. Die wordt vervolgens gestraft. Dat die precogs niet perfect zijn, daar komt Cruise achter als hij als toekomstige dader wordt aangemerkt. Dan komt hij erachter dat de voorspellingen van de precogs niet altijd eensluidend zijn en dat er een minority report is. Het bestaan van zo’n rapport ondermijnt het geheel omdat er dus meerdere ‘toekomsten’ mogelijk zijn.

Dat er meerdere toekomsten mogelijk zijn, maakt ook meteen duidelijk hoe hoog Van der Galiens verwachtingen zijn. Als je alles wilt beheersen, dan moet je alle mogelijke ‘toekomsten’ weten. Pas dan kun je gebeurtenissen  voorkomen. Nou ja, voorkomen. Dan kun je iets proberen om die gebeurtenis te voorkomen. Al moet je je dan ook meteen weer realiseren dat je ingrijpen gevolgen heeft en om toekomstige schade door je ingrijpen te voorkomen moet je ook alle mogelijke toekomsten die een gevolg zijn van je ingrijpen kennen. En zo kun je doorgaan. Dat wordt een heel lastige want het aantal mogelijke toekomsten is eindeloos en na ingrijpen is er weer een eindeloze reeks toekomsten mogelijk.

Teleurstelling ligt ook op de loer bij Van der Galiens vertrouwen in onze mogelijkheden om een ‘nagenoeg onbreekbare verdedigingslinie’ te creëren met onze ‘technologie en welvaart’. Als ons verleden iets laat zien dan is het dat technologie problemen oplost en vervolgens weer nieuwe creëert. De vuistbijl was handig bij het villen van dieren. Maar als je er dieren mee kunt villen, dan kun je er ook mensen mee villen. Hetzelfde kun je zeggen van de pijl en boog. Daarmee kun je van een afstandje een hert doden, maar ook een mens. De mens is immers niets anders dan een dier. Neem de moderne technologie van de ‘geautomatiseerde algoritme’. Dat kan wonderen doen bij het opsporen van kanker. Het kan ook zorgen voor dystopische zaken zoals etnisch profileren. De introductie van fossiele energie leverde een geweldige welvaarts-boost op, het leidde echter ook tot de opwarming van het klimaat waarvan de verschroeiende zomers van de afgelopen drie jaar en de overvloedige regenval van dit jaar een gevolg zijn.

Van der Galien gelooft kennelijk in een volledig ‘planbaar’ leven en een ‘planbare’ samenleving.  Bij zo’n uitspraken moet ik denken aan Nassim Nicholas Taleb, de oud derivatenhandelaar en nu wetenschapper en auteur. Een van die boeken, De zwarte zwaan, handelt over ‘zwarte zwanen’. Nee, niet die beesten met vleugels. Een zwarte zwaan is een gebeurtenis met drie kenmerken: “Ten eerste is het een totaal onverwachte gebeurtenis, een uitschieter die buiten de normale gang der dingen valt omdat er vooraf geen duidelijke aanwijzingen waren dat zoiets kon gebeuren. Ten tweede heeft het zeer grote gevolgen (…. En ten derde zit de mens zo in elkaar dat we naderhand, ook al was het een totaal onverwachte gebeurtenis, verklaringen bedenken die de gebeurtenis begrijpelijk en voorspelbaar maken.[1] Precies die gebeurtenissen die Van der Galien allemaal wil voorkomen en indammen. Een tweede boek van Taleb, Antifragiel handelt over en zo luidt ook de ondertitel Dingen die baat hebben bij wanorde. Wanorde die, zo betoogt Taleb, bij het leven hoort en waarmee je moet leren om te gaan. Dat omgaan doe je door ‘antifragiel’ te worden. Door te zorgen dat je tegen een stootje, of liever stoot, kunt. Want zo sluit hij dat boek af: “De beste manier om te verifiëren of je nog leeft, is door te kijken of je van variantie houdt. Bedenk dat voedsel niet zou smaken zonder honger; resultaten betekenen niets zonder inspanning, vreugde niets zonder verdriet, overtuigingen niets zonder onzekerheid en dat er geen ethisch leven kan bestaan zonder persoonlijke risico’s.” Waarna hij afsluit met de woorden: “En nogmaals, lezer, bedankt voor het lezen van mijn boek.[2] En daar heb ik niets aan toe te voegen behalve: bedankt voor het lezen van deze Prikker!


[1] Nassim Nicholas Taleb, De Zwarte Zwaan. De impact van het hoogst onwaarschijnlijke, pagina 2

[2] Nassim Nicholas Taleb, Antifragiel. Dingen die baat hebben bij wanorde, pagina 413