Uitgelicht

Punk en de boerka

In mijn jeugd, ja dat is lang geleden, vierde punk hoogtij. Punks waren in zwart geklede jongelui met allerlei ijzerwerk in en aan het lichaam. Een hanenkam op het hoofd en als aanhangers van het anarchisme wezen zij onze huidige samenleving af. De echte tenminste want voor de meeste van hen was het gewoon een manier om zich tegen hun ouders af te zetten. Zij waren enkele jaren punk, gingen vervolgens naar de kapper, legden het ijzerwerk af en gingen op in de menigte waartegen ze zich zo hadden afgezet. Een anarchist verzet zich tegen opgelegd gezag. Opgelegd gezag door individuen maar ook door de overheid. Een anarchist verwerpt democratie omdat het individu hierdoor gezag boven zich krijgt. 

Bron: Wikipedia

Waarom dit uitstapje via de punk naar het anarchisme? Ik maak dit uitstapje vanwege het meest besproken kledingstuk van de afgelopen periode, de boerka. Die boerka moet worden bestreden. Waarom? Omdat, zoals Martin Sommer het in de Volkskrant schrijft: “de boerkadraagsters een islam aan(hangen) die deze samenleving radicaal afwijst, zo niet daar actief tegen ten strijde trekt.” Daarom is Sommer: “voor een antiboerkawet maar het exemplaar dat we nu hebben, is een misbaksel.” Dit terwijl er nooit iemand vroeg om een verbod op ‘hanenkammen’.

Het is mij een raadsel hoe een beperkt verbod op een kledingstuk bijdraagt aan het bestrijden van een ideologie die onze samenleving radicaal afwijst. Zelfs bij een algeheel verbod kun je die vraag stellen. Die ideologie zit in de hoofden van mensen, de boerka erom. Tenminste bij het vrouwelijke deel van de aanhangers ervan. Als tegenstander van onze samenleving maken ze zich zo bekend en isoleren ze zich van de rest. Zij wijzen de samenleving af en een groot deel van de samenleving hen. Bovendien is het zo makkelijk om hen in de gaten te houden, zou ik denken. 

De vrijheid om te denken wat je wilt en je mening te uiten is een belangrijk goed in onze samenleving. Ook het denken dat het allemaal anders moet en het afwijzen van het bestaande hoort onder die vrijheid. Dat wordt anders als het denken wordt omgezet in geweldsdaden of het aanzetten daartoe. Dan wordt een grens overschreden en is het aan de overheid om op te treden en te straffen. De overheid treedt op tegen de daden, zij handhaaft de rechtstaat. 

Het is niet aan de overheid om op te treden tegen de woorden, tegen een ideologie. Dat is een taak van de samenleving, van haar inwoners, verenigingen, organisaties, partijen, media enzovoorts. Het is dus ook niet aan de overheid om een ideologie verwerpelijk te vinden. Dat die huidige wet een ‘misbaksel’ is, wordt erdoor veroorzaakt dat een klein deel van politiek Nederland via de wet symboolpolitiek wil bedrijven en een wat groter deel dat kleinere deel de wind uit de zeilen wil nemen. Daarom: “moesten de integraalhelmen en bivakmutsen erbij gesleept worden.” 

In een krachtige open democratische rechtstaat strijden ideologieën in een open debat met elkaar. De overheid ziet toe op het eerlijke verloop ervan. Door die strijd houden de uitersten elkaar in evenwicht. Geloven we nog wel in die kracht? Is het per wet verbieden van (symbolen van) een ideologie daarom niet een zwaktebod voor een open democratische rechtstaat? Duidt een ‘boerkawet’ niet op een gebrek aan geloof in de kracht ervan?

Uitgelicht

Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ vanForum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.


‘Leeuwenkoning Baudet’

Boreale wereld, uilen van Minerva die weer vliegen, masochistische ketterij, het kwam allemaal voorbij in de speech van Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet. Een speech vol beeldspraak en een verlangen naar een verleden. Maar welk verleden? Hierover schreef ik al eens een artikel. Na het lezen van die speech moest ik denken aan de filosoof Karl Popper. In het tiende hoofdstuk van zijn bekende werk De open samenleving en haar vijanden typeert hij dit streven in één pakkende zin. Op die zin moeten jullie nog even wachten. Eerst wat meer over Popper en het boek. 

Eigen foto

Popper werd in 1902 in Wenen geboren en studeerde er in de jaren twintig filosofie. In 1937 emigreerde, of vluchtte, hij naar Nieuw Zeeland omdat hij zich zorgen maakte om het nazisme. Popper is vooral bekend om zijn wetenschapsfilosofie. Hij pleit voor kritisch rationalisme en ontwikkelde het ‘falsificatieprincipe’. Dit komt erop neer dat wetenschappers niet steeds nieuw bewijsmateriaal moeten zoeken om hun theorieën te bevestigen, maar juist moeten proberen de eigen veronderstellingen te ontkrachten. Om Poppers bekende voorbeeld aan te halen. Als je wilt bewijzen dat alle zwanen wit zijn, dan helpt het zoeken naar witte zwanen niet. Al die duizenden witte zwanen die je vindt, maken nog niet dat je kunt zeggen dat alle zwanen wit zijn. Wat wel helpt is het zoeken naar zwarte zwanen. Als je er één vindt, dan weet je zeker dat niet alle zwanen wit zijn. 

Een tweede bijdrage van Popper aan de wetenschap en die is voor deze Prikker van belang, is zijn strijd tegen historicisme. Historicisme is denken dat de geschiedenis zich onwrikbaar en onvermijdelijk via vaste wetten naar een bepaalde eindsituatie ontwikkelt. Door de geschiedenis te bestuderen zou je die wetten kunnen ontdekken en dus kunnen weten hoe de toekomst eruit gaat zien. Die strijd tegen het historicisme staat centraal in De Open Samenleving en haar vijanden. Het boek is een vurig pleidooi voor de liberale democratie voor de open samenleving. 

Even een stukje geschiedenis. De mens heeft millennia lang in kleine groepen geleefd. Popper noemt deze samenlevingsvorm de gesloten tribale samenleving. Het leven in die groepen en ook het denken van onze voorvaderen werd gedomineerd door het steeds terugkeren van het bekende: de jaargetijden die de trek van bepaalde dieren meebrachten. Het leven zoals het wordt weergegeven in het themanummer van de film ‘The Lion King’, een lied met als titel ‘The circle of life’. Toekomst en ontwikkeling zijn in zo’n samenleving niet relevant omdat iedereen een vaste plek en rol heeft en morgen hetzelfde is als vandaag, gisteren en eergisteren. Een plek die aan de kinderen wordt doorgegeven. 

Bron: Public Domain Pictures

Dat werd anders toen onze voorvaderen landbouwer werden en in dorpen en later steden gingen wonen en gingen handelen. Er ontstonden nieuwe manieren om te overleven los van die oude ‘circle of life’ en zo ontwikkelde zich langzaam een lineair tijdsbesef en daarmee een onzekere toekomst. Toevallig of eigenlijk niet toevallig, ontstonden nieuwe verhalen die mensen ‘zekerheid’ over de toekomst bood: godsdiensten die een leven na het leven bood in een hemel, walhalla of reïncarnatie maar ook vormen van historicisme. In bijvoorbeeld het christendom staat de hemel centraal. Als een wat oudere persoon met een katholieke opvoeding de vraag stelt: ‘waartoe zijn wij op aarde?’ Dan is er een redelijke kans dat het antwoord luidt: ‘om god te dienen en daardoor in de hemel te komen.’ Met de Verlichting werd god eerst ter discussie gesteld en later werd hij afgeschaft. Maar geen nood, historicisme biedt een oplossing in de vorm van een soort religie voor atheïsten. Een manier van denken die zin moet geven aan het leven.

Terug naar het heden. In zijn speech zegt Baudet: “En zo staan we hier, vanavond, te elfder ure, letterlijk, te midden van de brokstukken van wat ooit de grootste en mooiste beschaving was die de wereld ooit heeft gekend. Een beschaving die alle uithoeken…’ De grootste en mooiste beschaving, dus, die de wereld ooit heeft gekend. Een beschaving die alle uithoeken van de wereld bestreek.”  Als er ooit in de geschiedenis van het Westen een moment was dat deze woorden de werkelijkheid beschreven dan was het op het moment dat Popper het boek schreef. Een tijd dat die liberale democratie er heel slecht voor stond namelijk de beginjaren van Tweede Wereldoorlog. Totalitaire regimes waren aan de winnende hand: Duitsland heerste over bijna het gehele Europese continent en Japan heerste in Azië. Je kunt het boek zien als Poppers bijdrage aan de oorlog.

De liberale democratie werd in die tijd bedreigd door zowel het totalitaire nazisme als het totalitaire communisme. Beide stromingen, aldus Popper, zijn voorbeelden van historicisme, stromingen waarbij het heden geen op zichzelf staande waarde heeft. De enige waarde van het heden is de ‘bijdrage’ die het levert aan het bereiken van die ‘eindtijd’. Omdat het heden op zichzelf geen waarde heeft, heeft een mensenleven ook geen waarde. Als die glorieuze toekomst naderbij komt door het doden of onderdrukken van miljoenen mensen, dan moet dat maar.  

Poppers bijdrage in de strijdt voor de liberale democratie richt zich tegen de geestelijke vaders van het totalitarisme. Popper, in de inleiding bij de eerste druk: “Als er in dit boek harde woorden vallen over sommige van de grootste geestelijke leiders van de mensheid, is dat niet om hen te kleineren. Ik doe dat omdat ik ervan overtuigd ben dat wij – wil onze samenleving overleven – moeten breken met de gewoonte om de groten der aarde te vereren. De groten der aarde kunnen ook fouten maken en zoals ik in dit boek heb willen aantonen, hebben sommige van de grootste leiders in het verleden de niet-aflatende aanval op vrijheid en rede gesteund.”

Het communisme is gebaseerd op het denken van een van die ‘grootste geestelijke leiders’ namelijk Karl Marx. Die op zijn beurt weer sterk was beïnvloed door het werk van een andere ‘grote geestelijke leider’ Hegel. Marx dacht dat hij de wet achter de geschiedenis had ontrafeld. Die geschiedenis moest onherroepelijk leiden tot het ‘arbeidersparadijs’. In het tweede deel van De open samenleving en haar vijanden toont Popper aan dat de ‘wetmatigheid van Marx niets meer is dan ‘orakelfilosofie’ die in extremis leidt tot totalitarisme. Een staatsvorm, die de Van Dale omschrijft als: “dictatuur waarbij alle krachten van één punt uit op één doel worden gericht.”

Beeld Plato. Bron: Wikimedia Commons

Voor de interpretatie van de speech van Baudet en het denken erachter, is het eerste deel van De open samenleving en haar vijanden van belang. In dat eerste deel strijdt Popper tegen de oude filosoof Plato en zijn denken. Plato staat mede aan de basis van de westerse filosofie. Daar waar het historicisme van Marx toewerkt naar een ‘hoogtepunt’ in de toekomst, lag voor Plato, net als voor Baudet nu, het hoogte punt in het verleden. Plato leefde juist in een tijd dat die tribale samenleving verloren ging en hij betreurde dat. Popper: “De ineenstorting van het tribalisme van de Griekse gesloten samenleving, kan worden teruggevoerd tot de tijd dat de bevolkingsgroei zich ging doen gevoelen onder de leden van de heersende klasse der landeigenaren. Dat betekende het einde van van het ‘organische’ tribalisme, want er ontstonden sociale spanningen in de gesloten samenleving van de heersende klasse.” Die spanningen probeerden de Grieken op te lossen door het stichten van dochtersteden. Maar, zo schrijft Popper: “Het leidde zelfs tot nieuwe gevarenzones overal waar culturele contacten tot stand kwamen. Die contacten leidden op hun beurt tot wat wellicht het grootste gevaar voor de gesloten samenleving vormde – handel en de opkomst van een nieuwe klasse die zich aan handel en zeevaart wijdde.” 

De twee machtigste Griekse steden reageerden op een verschillende manier op de sociale spanningen die dit in hun samenleving veroorzaakte. In Athene leidde dit tot een interne strijd tussen het oude en het nieuwe. Een strijd waar meestentijds de aanhangers van het nieuwe, de openere samenleving, de boventoon voerden. Die openere samenleving kreeg de vorm van de democratie. Die openere samenleving bood ruimte aan vrije denkers en stond zo aan de wieg van de filosofie en daarmee ook de wetenschap.

Concurrent Sparta niet, Sparta hield vast aan het oude en probeerde zo de ontwikkeling stop te zetten. Plato’s voorkeur ging uit naar het Spartaanse model en het behouden van de gesloten tribale samenleving. Plato wilde het liefste terug naar vroeger. Naar een strak geordende samenleving waar iedereen een vaste plek inneemt onder leiding van een filosoofkoning. Een ontwikkelingsrichting en rol die Baudet in zijn speech ook lijkt te schetsen: “Want wij zijn de partij van de wedergeboorte. Wij zijn de partij van de Renaissance. En dat is wat wij willen bewerkstelligen. En het is nooit urgenter geweest dan nu om dat te bewerkstelligen. Het is nooit noodzakelijker geweest dan nu dat mensen van goede wil de handen inéén slaan. Om de banden met onze tradities te herstellen. Om onze kracht te hervinden en nieuwe kruisbestuivingen tot stand te brengen. Om al het goede dat we in de wereld kunnen vinden te verbinden met onze oude wortels en zo het land weer te laten bloeien.” Terug naar vroeger, maar welk vroeger?

De overgang van gesloten tribale naar de open samenleving is volgens Popper: “een van de meest verstrekkende revoluties die de mensheid heeft gekend.” Een revolutie die onbehagen met zich meebracht. Onbehagen dat Popper ‘de druk van de beschaving’ noemt. En: “Die druk wordt ook tegenwoordig nog gevoeld. Vooral in tijden van sociale verandering.” Die druk wordt veroorzaakt door: “de inspanningen die het leven in een open en deels abstracte samenleving van ons vergt – door ons streven ons rationeel te gedragen, althans enkele van onze emotionele sociale behoeften niet te bevredigen, voor onszelf te zorgen en verantwoordelijkheden op ons te nemen.” Die druk moeten we: “aanvaarden als de prijs die we moeten betalen voor ons menszijn.” Plato en in zijn spoor Baudet, lijken die prijs niet te willen betalen. Zij willen terug naar het verleden. Zij willen terug naar een gesloten samenleving.

Bij de Griekse tijdgenoten van Plato, uitte zich dat verlangen om terug te gaan naar vroeger in haat tegen het Atheense imperium, de vloot, de havens en de stadsmuren. Door de koloniën en de handelscontacten druppelde de buitenwereld naar binnen in de vorm van handelswaar en kennis van andere volkeren en andere levenswijzen. Heeft een mens eenmaal de geneugten van producten van elders geproefd dan kan hij bijna niet meer zonder. Voor kennis geldt dat nog in sterkere mate. Zit die eenmaal in hoofden, dan gaat ze er niet meer uit. Bekijken we de ideeën van Baudet dan uit zich dat verlangen naar vroeger in de afkeer van de Europese Unie, migratie en klimaatpolitiek. Allemaal voorbeelden van een ‘boze buitenwereld’ die het ‘maagdelijke Nederland’ hebben besmet. 

Terug naar vroeger door Nederland te ‘ontdoen’ van die buitenwereld dat is wat Baudet lijkt te willen. De geschiedenis van Sparta laat zien dat deze weg heilloos is. Het is een onmogelijk streven omdat, zoals ik al schreef, kennis niet weggaat en de geneugten van producten van elders sterker zullen blijken te zijn. In Plato’s tijd was het al vrijwel onmogelijk om contacten met de buitenwereld te beperken en toen waren er nog geen kranten en internet. Terug naar het verleden lukt alleen als we het mobieltje en het internet ‘ontuitvinden’ en als we ieders kennis eraan uit het geheugen kunnen wissen. De enige manier om een beetje in de buurt te komen is de ‘Noord Korea variant’: een land helemaal proberen af te sluiten van de buitenwereld. Dat kan alleen een totalitair regime en daarmee zijn we bij de Poppers belangrijkste conclusie. Historicisme van welk soort ook, leidt in extremis tot totalitarisme. 

Popper typeert Baudets manier van denken in de volgende zin, de zin die ik in de eerste alinea aankondig: “Niet bereid en niet in staat de mensheid langs haar moeilijke weg te leiden naar een onbekende toekomst die zij voor zichzelf moet creëren, trachtten enkele ‘ontwikkelden’ haar naar het verleden te doen terugkeren.” Popper vervolgt: “Niet in staat om nieuwe paden in te slaan, konden zij niets anders doen dan zich opwerpen als leiders van de eeuwige revolte tegen de vrijheid.”  

Pericles in gesprek met de Atheners. Bron: Flickr

Liever dan Plato en Baudets liefde voor de terugkeer naar een ‘Leeuwenkoning samenleving’, stel ik voor om Pericles en zijn beroemde lijkrede centraal te stellen. Woorden van iemand met een open blik, met interesse voor de medemens en vertrouwen in een ongewisse toekomst: “Wij leven als vrije staatsburgers in onze dagelijkse omgang zijn wij zonder argwaan tegen elkander en wij ergeren ons niet aan onze buurman als hij zijn eigen genoegen zoekt. … Wij stellen onze stad open voor iedereen, wij verdrijven nooit een vreemdeling. … Wij zijn vrij om te leven precies zoals we dat willen, en toch zijn we er altijd klaar voor om enig gevaar onder ogen te zien. … Wij hebben de schoonheid lief zonder verkwisting, wij hebben de wijsheid lief zonder weekheid.”


Het hoofd koel houden

“Het kabinet roept het land en de Tweede Kamer op tot kalmte na de schietpartij van maandag in Utrecht.” Dit is te lezen bij de Volkskrant. Terecht dat minister Grapperhaus om kalmte vraagt. Beschuldigen zoals door Baudet, die de schuld in de schoenen van VVD en CDA schuift en Wilders die de minister verantwoordelijk houdt voor het vrijlaten van de dader en hem oproept om op te stappen, zijn mooi voor de bühne maar weinig behulpzaam. 

Bron: Pixabay

Dat iemand Allahu Akbar roept wil nog niet zeggen dat er sprake is van terrorisme. Gaan we alle daden van gekken het stikker ‘terrorisme’ opplakken? Dat zou een aardige devaluatie van het begrip terrorisme zijn. Terrorisme is, aldus Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” En terreur is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Gewelddadig was het, maar waar is bij deze man het ‘georganiseerde’ karakter? Al eerder schreef ik over de veranderende betekenis van terreur waarbij de overheid van dader in slachtoffer veranderde. Nu lijkt het begrip nog verder te devalueren. Ik maak mij grote zorgen.

Nee niet zo zeer over de eventuele daden van een verwarde man. Ook al kan een verward persoon, zoals de moordpartij in Utrecht laat zien, dood en verderf zaaien. Dat kunnen criminelen die elkaar liquideren door een mitrailleur leeg te schieten ook. 

Ik maak me zorgen over de reactie van onze media. Media die live verslag doen van, ja van wat? En die hier vervolgens de hele dag mee vullen. Media die gaan duiden als er nog niets te duiden is. Die experts uitnodigen voor die duiding en die experts speculeren er vrolijk op los. Al speculerend worden er een grote hoeveelheden geruchten verspreid, of moet ik dat tegenwoordig ‘nepnieuws’ noemen?

Feit was dat er gisteren een schietpartij plaatsvond in een tram waarbij in eerste instantie een dode en verschillende gewonden vielen. Feit was ook dat de schutter was gevlucht en nog vrij rondliep. Daarom werd terecht het advies gegeven om op te letten en in Utrecht liefst niet de straat op te gaan omdat er een gewapende man rondliep. 

Feit is ook dat er nog niets over de motieven van de man duidelijk was en is. Van iemand die een essay van zeventig pagina’s schrijft over wat er allemaal mis is en hoe het zou moeten veranderen, daarvan wil ik wel aannemen dat hij door middel van georganiseerd geweld de bevolking en regering onder druk wil zetten. ’Ja maar, er was een briefje en die uitroep dus…’ Zelfs als er een briefje is en er wordt Allahu Akbar geroepen, dan nog zouden we terughoudend moeten zijn met het een daad van terrorisme noemen. Want waar is de georganiseerdheid van de daad? Wat is het politieke motief?

Nog veel grotere zorgen maak ik me over onze overheid. Volgens premier Rutte moeten we het niet ‘kleiner maken dan het is” en daarin heeft hij gelijk. Wat gezagsdragers zoals hij en anderen echter zeker niet moeten doen, is het groter maken dan het is. Maakten zij het niet groter door zich niet aan de feiten te houden en op de speculatieve toer te gaan? Als een verwarde man er al voor zorgt dat onze premier, de minister van Justitie en Veiligheid, de nationaal Coördinator terrorismebestrijding in de kramp schieten en hun hoofd niet meer koel kunnen houden en gaan speculeren, dan maak ik mij grote zorgen. Dit is tot het tegendeel is bewezen gewoon een misdaad van het heel ernstige soort. Niet minder, maar zeker ook niet meer. 

Dan maak ik mij zorgen om de stressbestendigheid van onze gezagsdragers. Zorgen om de gewapende dienders die zij vervolgens in hun stress op straat plaatsen. Zorgen omdat een ongeluk in een klein hoekje zit, zeker als er sprake is van stress aangewakkerd door mensen die het hoofd koel moeten houden in dergelijke situaties. 

Is de belangrijkste taak van welke gezagsdrager dan ook niet dat zij of hij het hoofd koel houdt in tijden van crisis? Toch iets om rekening mee te houden bij het rood kleuren van een vakje bij welke verkiezingen dan ook.  

Boemerang

Soms lees je iets dat op het eerste gezicht plausibel lijkt. Als je er vervolgens even over nadenkt, dan ligt het toch net allemaal een tikkeltje anders. Bij TPO citeert Bert Brussen passages uit een interview dat hoogleraar sociologie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn Ruud Koopmans gaf aan het Financieel Dagblad. 

bron: Wikipedia

“Het aantal democratieën in de islamitische wereld nam de laatste jaren alleen maar verder af. De desintegratie van de islamitische wereld is niet te stoppen. Natuurlijk is dat een bedreiging voor de wereldvrede. Daar spelen zich de grootste conflicten af, ontstaan de grootste vluchtelingenstromen. Die hebben enorme politieke repercussies in Europa. Allemaal hebben we hier met de verliezers in de islamitische wereld te maken. We hebben het over het klimaatprobleem, maar dit is het grootste probleem dat op ons afkomt.” Klinkt logisch, want hoeveel democratieën zijn er nu werkelijk in de islamitische wereld?

Maar toch. Het begint natuurlijk al me de definitie van ‘democratie’. Iran zal zichzelf als democratie bestempelen en als het houden van verkiezingen betekent dat je een democratie bent, dan hebben ze nog gelijk ook. Daar kun je ook anders over denken.

Als Koopmans gelijk heeft, dan moeten er landen zijn ‘verschoten’ van regeringsvorm en dan van democratisch naar iets anders. Laten we eens kijken. Het grootste islamitische land, Indonesië, kent nog steeds dezelfde democratische regeringsvorm. Dat er maatregelen worden genomen die nadelig uitvallen voor minderheden, doet daar niet aan af. Dat zie je ook bij Europese democratieën, neem Hongarije en Polen. Pakistan, ook in dat land worden nog steeds verkiezingen gehouden. Afghanistan, was chaos en is chaos. Over Iran hebben we het al gehad. 

Dan Turkije. Nog steeds worden er verkiezingen gehouden. Wel past de grote man, de regels steeds verder aan in zijn voordeel. Ook dat is niet specifiek iets voor islamieten. De katholieke Polen en Hongaren doen min of meer hetzelfde. Irak, dat land is ‘verschoten’ van dictatuur naar democratie. Tenminste, als je meegaat in de retoriek van de Amerikanen. Saoedi-Arabië was en is nog steeds een autoritair geregeerd koninkrijk. Net als trouwens de overige Golfstaten. Jemen was al geen democratie en is nu, mede door toedoen van de Saoediërs en met steun van de Amerikanen, een chaos. Syrië was autocratisch en is nu een autocratische chaos. Egypte was na de ‘Arabische lente’ even iets wat op een democratie leek, maar is weer teruggevallen naar een autoritair regime. Iets wat in het Westen niet erg wordt betreurd omdat het democratisch gekozen regime ‘de verkeerde kant’ opging. Libië was autocratisch en is nu chaos. In Algerije en Marokko is niets veranderd. Tunesië is na die Arabische lente veranderd van autocratie in de richting van democratie.

Het gaat erg ver om hieruit, zoals Koopmans doet, te concluderen dat het aantal democratieën in de islamitische wereld afneemt. Sterker nog, het lijkt er zelfs op dat het aantal democratieën in de islamitische wereld is toegenomen. Van twee (Indonesië en Pakistan) naar minimaal drie (Tunesië) en als je de Amerikaanse retoriek gelooft, zelfs vier (Irak). 

Waar Koopmans wel een punt heeft is de desintegratie van de islamitische wereld. Die is niet te ontkennen. Mijn opsomming laat zien dat steeds meer landen in chaos zijn vervallen, dat daar grote conflicten spelen en dat dit leidt tot grote vluchtelingenstromen. Wat hierbij niet heeft geholpen zijn de Westerse inmengingen. Begin dit jaar schreef ik een vierluik over die bemoeienis (Wat was en IS 1, 2, 3 en 4.

Inderdaad heeft dit “enorme politieke repercussies in Europa” waarover Koopmans het heeft. Zouden die repercussies niet veeleer een gevolg zijn van de bemoeienissen en het gesol vanuit het Westen met de islamitische wereld? Bemoeienissen en gesol die nu als een boemerang terugkomen? Zou de islam en dan vooral de radicale vorm ervan, niet slechts het ‘cadeaupapier’ zijn waarin de islamitische wereld die boemerang heeft verpakt? Radicale islam als cadeaupapier omdat die stroming veel westerlingen wel schrik aanjaagt? En zou het kunnen dat ‘schrik aanjagen’ de enige manier is waarop de boodschap van die boemerang echt aankomt?

Smokkelen

Militaire dienstplicht. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat het is. Nu hebben we een kabinet dat een soort sociale dienstplicht wil invoeren. Die was er vroeger niet. Of eigenlijk toch wel. Als weigeraar van de normale dienstplicht, kon je vervangende dienstplicht doen en die kon je doen op terreinen waarvoor het kabinet nu de maatschappelijke dienstplicht wil invoeren. Toch bestaat de dienstplicht nog steeds, de opkomstplicht niet meer. Jeugdigen worden niet meer opgeroepen om ‘het land te komen dienen’ en te ‘genieten’ van rats, kuch en bonen. 

Bron: Flickr

Toen ‘we’ nog wel op moesten komen, waren er gelukkigen die in Duitsland werden gestationeerd. In Seedorf of Hohne want het Nederlandse leger had de NAVO taak om dat deel van het Duitse laagland te verdedigen bij een aanval door de Sovjet Unie. Die legering op een NAVO basis had als voordeel dat drank en sigaretten er erg goedkoop waren. Alleen één probleem, meenemen naar Nederland was strafbaar en omdat de grenzen nog werden gecontroleerd was er een reële pakkans. Zeker omdat de douane wist wanneer de soldaten met verlof kwamen. Daarmee kom ik op het onderwerp van deze Prikker: smokkelen.

In iedere grensstreek is smokkelen een lucratieve maar illegale activiteit. Neem de botersmokkel na de Tweede Wereldoorlog. In het naoorlogse Duitsland waren diverse producten waaronder boter veel duurder dan in Nederland. Bij reguliere invoer verdwijnt het prijsverschil want de importeur moet het verschil als belasting betalen. Dus is smokkelen lucratief voor hele en halve criminelen en gelukszoekers. Dat prijsverschil was er ook met de Belgen dus ook aan die grens werd flink gesmokkeld. Op één moment in de geschiedenis werd het de smokkelaars wel heel makkelijk gemaakt, op 31 juli 1963 om precies te zijn. Waarom?

Direct na afloop van de Tweede wereldoorlog wilde de Nederlandse regering een flinke schadevergoeding van Duitsland. Niet in geld, maar in grondgebied. Diverse ideeën en plannen deden hiervoor de ronde. Het meest megalomane idee van onze voorvaderen, het Bakker Schut-plan behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. Gelukkig waren de toenmalige ‘Powers that Be’ daar bijna ongevoelig voor. Bijna, want Nederland werd toch een klein beetje uitgebreid, namelijk met Elten aan de Rijn, de Selfkant met als belangrijkste dorp Tüddern bij Sittard en nog wat weggetjes en stukjes land links en recht. De inwoners van de dorpen wilden Duits bijven, maar werden even Nederlands. Even namelijk van 1949 tot en met … 31 juli 1963. Toen gaf Nederland het weer terug, behalve de N 274 van Roermond naar Brunssum door de Selfkant, die werd pas in 2002 weer Duits en is nu bekend als de L 410.

En op die dag 31 juli 1963, was smokkel ineens heel makkelijk. Daar waar je normaal heimelijk de grens moet oversteken met je product, stak in de nacht van 31 juli op 1 augustus de grens over je product. Slimme smokkelaars en handelaren plaatsen op die dag vrachtwagens vol producten in Elten. Geheel legaal gevuld met goedkope Nederlandse waar. Des morgens den eersten augustus des jaren negentienhonderddrieënzestig  werden zij wakker in Duitsland en konden hun producten voor de dure Duitse prijzen verkopen. Het verschil vloeide in hun eigen zakken. Volgens schattingen werd er in die ene nacht in Elten zo’n 50 tot 60 miljoen gulden verdiend. Deze gebeurtenis staat bekend als de Eltener Butternacht. Zo makkelijk als in die nacht is het zelden voor smokkelaars. Immers, als het makkelijk is dan zijn de winstmarges meestal klein, dan smokkelt iedereen en is de ‘zwarte markt’ verzadigd met het product. Tot zover een stukje smokkel geschiedenis uit ‘Andere tijden, terug naar de onze’. 

Bron: Wikipedia


Bij De Dagelijkse Standaard een berichtje over de Sea Watch 3. Het schip dat drenkelingen oppikte. Mensen die een mislukte poging ondernamen om met een bootje de Middellandse zee over te steken. Het waren er in de veertig en met die drenkelingen aan boord voer het schip een paar weken lang over de zee omdat het nergens mocht aanmeren om de drenkelingen aan land te brengen. Nederland nam er na een paar weken ook een paar op. Een groots staaltje Europese kleinheid, maar daar gaat het mij nu even niet om.

Voor PVV-kamerlid Fritsma ging zelfs dit grootse staaltje kleinheid te ver. Aanzuigende werking! “Het schip Sea-Watch 3 is nu alweer onderweg naar Noord-Afrika,” aldus dappere dodo Fritsma. VVD-kamerlid en ‘uitvinder van opvang in de regio’ Azmani, schijnt Fritsma nog te hebben willen overtroeven: “De ‘NGO-bootjes ondermijnen de afspraken met onze partners…. reddingsacties van migranten’ moeten eindigen waar ze beginnen: ‘In Noord-Afrika.” Een mensenleven lijkt voor de beide heren minder waarde te hebben dan een pakje boter. De boten die drenkelingen redden worden zo ongeveer beschuldigd van mensensmokkel. Door sommigen zelfs helemaal.

Zouden de beide heren weten dat bij smokkel het prijsverschil tussen de landen en de moeilijkheidsgraad om de grens over te steken, bepalen hoe lucratief smokkel is? Voor vele wereldbewoners is er een enorm prijsverschil tussen hun geboorteplek en Europa. Om het cru te zeggen, je kunt beter tot de armen behoren in West Europa dan tot het rijkere deel in je geboorteland. Om van de armen daar maar te zwijgen. En omdat de kans op sociale stijging in eigen land erg lastig is, is naar Europa trekken aantrekkelijk. Als Europa zou beschikken over ademende grenzen. Grenzen die je makkelijk kunt oversteken, dan zouden zij, net als veel Polen en andere Oost-Europeanen, hier een tijdje komen werken in bijvoorbeeld de tuinbouw en dan met het verdiende geld teruggaan naar hun geboorteland. Dat zouden ze een paar keer doen en dan hebben ze in hun eigen land een fortuin waarmee ze daar een goed leven voor zichzelf en hun kinderen kunnen opbouwen. Door het Europese beleid om de grenzen hermetisch af te sluiten, is teruggaan als je eenmaal binnen bent geen optie. Een tweede keer weer binnen komen kost immers een fortuin. Want: moeilijke grens, groot prijsverschil en dus veel winst voor de smokkelaars. En die winst wordt door de vluchteling betaald. Eenmaal binnen, blijf je binnen. Desnoods in de illegaliteit. 

Van arm in eigen land naar arm in Europa, dat is, zoals gezegd, een vooruitgang. De echte winst, via die weg rijk worden in eigen land, is afgesloten. Dat is jammer want die optie kon uiteindelijk nog wel eens veel interessanter zijn. Interessanter voor de migrant want je blijft je in Europa een ‘mislukkeling onder de mislukkelingen’ voelen en dat voelt niet zo lekker. Dit terwijl je bij terugkeer naar eigen land daar succesvol bent.

Rijk zijn in eigen land en dus ademende grenzen, zou ook voor Europa wel eens interessanter kunnen zijn. Door terug te gaan investeert de migrant in eigen land. Daar profiteert hij zelf van maar ook zijn omgeving. Als de migrant daar een huis bouwt, moeten daar stenen en bouwvakkers worden betaald. Vanuit Europa geredeneerd is het een zeer interessante vorm van ontwikkelingshulp. Deze hulp komt immers bij de mensen zelf terecht. Er blijft niets aan de organisatorische en personele strijkstok hangen van ontwikkelingsorganisaties. Er is geen plicht om het ontwikkelingsgeld aan Nederlandse bedrijven te besteden. Ook veel beter dan microkrediet. Microkrediet wordt ook gegeven aan een persoon en die besteedt het aan de eigen plannen in de eigen omgeving. Het blijft echter een krediet dat met rente moet worden terugbetaald waardoor geld terugvloeit. Weg van plekken die het eigenlijk net nodig hebben. De migrant die terugkeert besteedt iedere euro in het land van herkomst en zorgt daar voor maximale spin off. 

‘Ja, maar wie garandeert dat die migranten ook werkelijk teruggaan.’ Die garantie is er inderdaad niet. Wat we daar tegenover kunnen stellen zijn eeuwen aan ervaringen met deze vorm van migratie. Neem de seizoenswerkers uit bijvoorbeeld Zweden en de Duitse landen in de Gouden Eeuw. De Zweden bevolkten vooral de Hollandse schepen. Duitsers waren ook actief als trekarbeiders voor de landbouw. Ze kwamen in het voorjaar en in de herfst gingen ze weer. In de tussentijd zaaiden en maaiden ze en deden ook alle werk tussen zaaien en maaien. Met het verdiende geld konden ze in de armere streken waar ze vandaan kwamen hun gezin voeden en de winter overleven. De meeste van hen kwamen en gingen. Enkelen bleven hangen. Of de al eerder genoemde Polen en andere Oost-Europeanen die hier een tijdje komen werken om flink te verdienen en vervolgens in eigen land de draad weer oppakken met het hier verdiende geld als katalysator of buffer. Ook zij komen en gaan en een klein deel blijft hier. Of neem onze eigen ‘expats’, want die noemen we natuurlijk geen migrant, die een paar jaar in Californië, Londen of Shanghai gaan werken en vervolgens weer naar Nederland komen om hun kinderen op te laten groeien.

Als je waar voor je geld wilt, en dat willen Nederlanders normaal gesproken, dan zorg je voor poreuze grenzen. Die bieden het meeste rendement op je geïnvesteerde euro tegen de minste kosten. Immers het bewaken van poreuze grenzen is goedkoper dan gesloten grenzen. Het meeste rendement hier omdat werk wordt gedaan waarvoor geen Nederlander zich laat porren. Bovendien kunnen we de ontwikkelingshulp herzien. En het meeste rendement daar omdat iedere euro die de migrant mee terug neemt ook werkelijk daar wordt besteed. 

Als ik smokkelaar was, dan zou ik trouwens Fritsma en Azmani steunen, want zij zijn goed voor de beurs van de smokkelaar.

The Day after Tomorrow

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Een uitspraak van de voor de meeste Amerikaanse republikeinen ‘heilige’ president Ronald Reagan. Die muur dat was de Berlijnse muur en die moest weg omdat de muur mensen belemmerde in hun vrijheid. Nu, ruim dertig jaar later zit er weer een, bij een deel van de republikeinen ‘heilige’ president Donald Trump. In die dertig jaar is er veel veranderd. De huidige president wil een muur bouwen. Een muur die er deels al staat. Om het daarvoor benodigde geld te krijgen, ligt een deel van de Amerikaanse overheid al een week of twee plat. En zelfs de gedachte om hiervoor de noodtoestand uit te roepen heeft hij, zo is te lezen, overwogen en wijst hij niet categorisch af: “Ja, dat heb ik….We kunnen het doen. Ik heb het niet gedaan. Maar ik kan het doen.” 

Bron: Pixabay

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en wil Trump een muur om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. Trumps muur is juist bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Mingdynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis er maar op na.

De Chinezen waren niet de enigen die zich verlieten op muren. Eeuwenlang beveiligde steden zich met vestingmuren tegen indringers. Vestingmuren met poorten waardoor je naar binnen kon als je tenminste binnen mocht. Om te voorkomen dat onverlaten naar binnen kwamen, werden die poorten bewaakt en de bewakers hielden toezicht op wie er naar binnen kwam. Een muur om de boze buitenwereld buiten te houden.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. 

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Je kon ze gewoon links laten liggen, verder optrekken en het bewonende garnizoen negeren. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten, de Powers that Be noemde ik ze in De schaduw van Baudet, niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in (pagina 323): “ De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.” 

van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

Toch wil de Amerikaanse president Trump een kapitaal besteden aan een muur. Hij is niet de enige en de eerste, zijn voorgangers hebben ook geïnvesteerd in grensbewaking en hekken. Dit tegen hoge kosten, met relatief weinig succes en veel ellende als resultaat. En niet te vergeten, goed gevulde beurzen van smokkelaars. Immers hoe lastiger het wordt, hoe hoger de prijs die de toch al arme sloebers moeten betalen om de grens over te steken. Iets wat we ook langs de Europese grenzen zien. Want we kunnen hier wel lachen om Trump en zijn muur, Europese landen en de Europese Unie doen hetzelfde. De geschiedenis laat echter zien dat alle muren gaten vertonen, dat je erover en eromheen kunt en dat ze het bij voldoende druk begeven.

Al lukt het Trump om langs de hele zuidgrens een muur te plaatsen, dan nog zullen er tunnels onder de muur worden gegraven. Dan zullen slimme smokkelaars een schip kopen, het vullen met mensen en koers zetten naar een haven of gebied ruim voorbij die muur. Nee, de geschiedenis laat zien dat forten en muren om mensen buiten te houden een slechte reputatie hebben. 

Zoals hierboven al een paar keer geschreven, is het makkelijker om mensen binnen een muur te houden. Gedetineerden ontsnappen relatief zelden uit een gevangenis. Dat zal er ook mee te maken hebben dat het hen aan de middelen ontbreekt om gewapende bewakers te overmeesteren of de muren te slechten. Wellicht is dat ook de reden dat de Berlijnse muur zeer succesvol was in het voorkomen van een vlucht naar het Westen. 

Dit schrijvend, moet ik denken aan de ‘rampenfilm’ The Day after Tomorrow. In de film staat klimaatverandering centraal. Daar waar het klimaat in de werkelijkheid tot nu toe langzaam verandert, gaat dat in de film anders. In een paar dagen verandert het grootste deel van het noordelijk halfrond in één ijsmassa. Voor de inwoners van het noordelijke deel van de Verenigde Staten gaat dat te snel om nog te vluchten naar warmer oorden. Het Zuidelijke deel heeft nog een kans en vlucht naar …. Mexico. Ik laat het aan een creatieve scenarist en regisseur om eenzelfde film te maken maar dan met Trumps muur. Dat zou het voor de vluchtende Amerikanen een stuk moeilijker maken om de grens met Mexico over te steken. Het zou het voor Mexico een stuk makkelijker maken om de stoet Amerikanen tegen te houden. Je hoeft alleen maar de poorten in de muur dicht te houden. Net als bij die oude forten. Zou Trump daar al eens over hebben nagedacht?