Uitgelicht

Het hoofd koel houden

“Het kabinet roept het land en de Tweede Kamer op tot kalmte na de schietpartij van maandag in Utrecht.” Dit is te lezen bij de Volkskrant. Terecht dat minister Grapperhaus om kalmte vraagt. Beschuldigen zoals door Baudet, die de schuld in de schoenen van VVD en CDA schuift en Wilders die de minister verantwoordelijk houdt voor het vrijlaten van de dader en hem oproept om op te stappen, zijn mooi voor de bühne maar weinig behulpzaam. 

Bron: Pixabay

Dat iemand Allahu Akbar roept wil nog niet zeggen dat er sprake is van terrorisme. Gaan we alle daden van gekken het stikker ‘terrorisme’ opplakken? Dat zou een aardige devaluatie van het begrip terrorisme zijn. Terrorisme is, aldus Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” En terreur is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Gewelddadig was het, maar waar is bij deze man het ‘georganiseerde’ karakter? Al eerder schreef ik over de veranderende betekenis van terreur waarbij de overheid van dader in slachtoffer veranderde. Nu lijkt het begrip nog verder te devalueren. Ik maak mij grote zorgen.

Nee niet zo zeer over de eventuele daden van een verwarde man. Ook al kan een verward persoon, zoals de moordpartij in Utrecht laat zien, dood en verderf zaaien. Dat kunnen criminelen die elkaar liquideren door een mitrailleur leeg te schieten ook. 

Ik maak me zorgen over de reactie van onze media. Media die live verslag doen van, ja van wat? En die hier vervolgens de hele dag mee vullen. Media die gaan duiden als er nog niets te duiden is. Die experts uitnodigen voor die duiding en die experts speculeren er vrolijk op los. Al speculerend worden er een grote hoeveelheden geruchten verspreid, of moet ik dat tegenwoordig ‘nepnieuws’ noemen?

Feit was dat er gisteren een schietpartij plaatsvond in een tram waarbij in eerste instantie een dode en verschillende gewonden vielen. Feit was ook dat de schutter was gevlucht en nog vrij rondliep. Daarom werd terecht het advies gegeven om op te letten en in Utrecht liefst niet de straat op te gaan omdat er een gewapende man rondliep. 

Feit is ook dat er nog niets over de motieven van de man duidelijk was en is. Van iemand die een essay van zeventig pagina’s schrijft over wat er allemaal mis is en hoe het zou moeten veranderen, daarvan wil ik wel aannemen dat hij door middel van georganiseerd geweld de bevolking en regering onder druk wil zetten. ’Ja maar, er was een briefje en die uitroep dus…’ Zelfs als er een briefje is en er wordt Allahu Akbar geroepen, dan nog zouden we terughoudend moeten zijn met het een daad van terrorisme noemen. Want waar is de georganiseerdheid van de daad? Wat is het politieke motief?

Nog veel grotere zorgen maak ik me over onze overheid. Volgens premier Rutte moeten we het niet ‘kleiner maken dan het is” en daarin heeft hij gelijk. Wat gezagsdragers zoals hij en anderen echter zeker niet moeten doen, is het groter maken dan het is. Maakten zij het niet groter door zich niet aan de feiten te houden en op de speculatieve toer te gaan? Als een verwarde man er al voor zorgt dat onze premier, de minister van Justitie en Veiligheid, de nationaal Coördinator terrorismebestrijding in de kramp schieten en hun hoofd niet meer koel kunnen houden en gaan speculeren, dan maak ik mij grote zorgen. Dit is tot het tegendeel is bewezen gewoon een misdaad van het heel ernstige soort. Niet minder, maar zeker ook niet meer. 

Dan maak ik mij zorgen om de stressbestendigheid van onze gezagsdragers. Zorgen om de gewapende dienders die zij vervolgens in hun stress op straat plaatsen. Zorgen omdat een ongeluk in een klein hoekje zit, zeker als er sprake is van stress aangewakkerd door mensen die het hoofd koel moeten houden in dergelijke situaties. 

Is de belangrijkste taak van welke gezagsdrager dan ook niet dat zij of hij het hoofd koel houdt in tijden van crisis? Toch iets om rekening mee te houden bij het rood kleuren van een vakje bij welke verkiezingen dan ook.  

Uitgelicht

Boemerang

Soms lees je iets dat op het eerste gezicht plausibel lijkt. Als je er vervolgens even over nadenkt, dan ligt het toch net allemaal een tikkeltje anders. Bij TPO citeert Bert Brussen passages uit een interview dat hoogleraar sociologie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn Ruud Koopmans gaf aan het Financieel Dagblad. 

bron: Wikipedia

“Het aantal democratieën in de islamitische wereld nam de laatste jaren alleen maar verder af. De desintegratie van de islamitische wereld is niet te stoppen. Natuurlijk is dat een bedreiging voor de wereldvrede. Daar spelen zich de grootste conflicten af, ontstaan de grootste vluchtelingenstromen. Die hebben enorme politieke repercussies in Europa. Allemaal hebben we hier met de verliezers in de islamitische wereld te maken. We hebben het over het klimaatprobleem, maar dit is het grootste probleem dat op ons afkomt.” Klinkt logisch, want hoeveel democratieën zijn er nu werkelijk in de islamitische wereld?

Maar toch. Het begint natuurlijk al me de definitie van ‘democratie’. Iran zal zichzelf als democratie bestempelen en als het houden van verkiezingen betekent dat je een democratie bent, dan hebben ze nog gelijk ook. Daar kun je ook anders over denken.

Als Koopmans gelijk heeft, dan moeten er landen zijn ‘verschoten’ van regeringsvorm en dan van democratisch naar iets anders. Laten we eens kijken. Het grootste islamitische land, Indonesië, kent nog steeds dezelfde democratische regeringsvorm. Dat er maatregelen worden genomen die nadelig uitvallen voor minderheden, doet daar niet aan af. Dat zie je ook bij Europese democratieën, neem Hongarije en Polen. Pakistan, ook in dat land worden nog steeds verkiezingen gehouden. Afghanistan, was chaos en is chaos. Over Iran hebben we het al gehad. 

Dan Turkije. Nog steeds worden er verkiezingen gehouden. Wel past de grote man, de regels steeds verder aan in zijn voordeel. Ook dat is niet specifiek iets voor islamieten. De katholieke Polen en Hongaren doen min of meer hetzelfde. Irak, dat land is ‘verschoten’ van dictatuur naar democratie. Tenminste, als je meegaat in de retoriek van de Amerikanen. Saoedi-Arabië was en is nog steeds een autoritair geregeerd koninkrijk. Net als trouwens de overige Golfstaten. Jemen was al geen democratie en is nu, mede door toedoen van de Saoediërs en met steun van de Amerikanen, een chaos. Syrië was autocratisch en is nu een autocratische chaos. Egypte was na de ‘Arabische lente’ even iets wat op een democratie leek, maar is weer teruggevallen naar een autoritair regime. Iets wat in het Westen niet erg wordt betreurd omdat het democratisch gekozen regime ‘de verkeerde kant’ opging. Libië was autocratisch en is nu chaos. In Algerije en Marokko is niets veranderd. Tunesië is na die Arabische lente veranderd van autocratie in de richting van democratie.

Het gaat erg ver om hieruit, zoals Koopmans doet, te concluderen dat het aantal democratieën in de islamitische wereld afneemt. Sterker nog, het lijkt er zelfs op dat het aantal democratieën in de islamitische wereld is toegenomen. Van twee (Indonesië en Pakistan) naar minimaal drie (Tunesië) en als je de Amerikaanse retoriek gelooft, zelfs vier (Irak). 

Waar Koopmans wel een punt heeft is de desintegratie van de islamitische wereld. Die is niet te ontkennen. Mijn opsomming laat zien dat steeds meer landen in chaos zijn vervallen, dat daar grote conflicten spelen en dat dit leidt tot grote vluchtelingenstromen. Wat hierbij niet heeft geholpen zijn de Westerse inmengingen. Begin dit jaar schreef ik een vierluik over die bemoeienis (Wat was en IS 1, 2, 3 en 4.

Inderdaad heeft dit “enorme politieke repercussies in Europa” waarover Koopmans het heeft. Zouden die repercussies niet veeleer een gevolg zijn van de bemoeienissen en het gesol vanuit het Westen met de islamitische wereld? Bemoeienissen en gesol die nu als een boemerang terugkomen? Zou de islam en dan vooral de radicale vorm ervan, niet slechts het ‘cadeaupapier’ zijn waarin de islamitische wereld die boemerang heeft verpakt? Radicale islam als cadeaupapier omdat die stroming veel westerlingen wel schrik aanjaagt? En zou het kunnen dat ‘schrik aanjagen’ de enige manier is waarop de boodschap van die boemerang echt aankomt?

Uitgelicht

Smokkelen

Militaire dienstplicht. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat het is. Nu hebben we een kabinet dat een soort sociale dienstplicht wil invoeren. Die was er vroeger niet. Of eigenlijk toch wel. Als weigeraar van de normale dienstplicht, kon je vervangende dienstplicht doen en die kon je doen op terreinen waarvoor het kabinet nu de maatschappelijke dienstplicht wil invoeren. Toch bestaat de dienstplicht nog steeds, de opkomstplicht niet meer. Jeugdigen worden niet meer opgeroepen om ‘het land te komen dienen’ en te ‘genieten’ van rats, kuch en bonen. 

Bron: Flickr

Toen ‘we’ nog wel op moesten komen, waren er gelukkigen die in Duitsland werden gestationeerd. In Seedorf of Hohne want het Nederlandse leger had de NAVO taak om dat deel van het Duitse laagland te verdedigen bij een aanval door de Sovjet Unie. Die legering op een NAVO basis had als voordeel dat drank en sigaretten er erg goedkoop waren. Alleen één probleem, meenemen naar Nederland was strafbaar en omdat de grenzen nog werden gecontroleerd was er een reële pakkans. Zeker omdat de douane wist wanneer de soldaten met verlof kwamen. Daarmee kom ik op het onderwerp van deze Prikker: smokkelen.

In iedere grensstreek is smokkelen een lucratieve maar illegale activiteit. Neem de botersmokkel na de Tweede Wereldoorlog. In het naoorlogse Duitsland waren diverse producten waaronder boter veel duurder dan in Nederland. Bij reguliere invoer verdwijnt het prijsverschil want de importeur moet het verschil als belasting betalen. Dus is smokkelen lucratief voor hele en halve criminelen en gelukszoekers. Dat prijsverschil was er ook met de Belgen dus ook aan die grens werd flink gesmokkeld. Op één moment in de geschiedenis werd het de smokkelaars wel heel makkelijk gemaakt, op 31 juli 1963 om precies te zijn. Waarom?

Direct na afloop van de Tweede wereldoorlog wilde de Nederlandse regering een flinke schadevergoeding van Duitsland. Niet in geld, maar in grondgebied. Diverse ideeën en plannen deden hiervoor de ronde. Het meest megalomane idee van onze voorvaderen, het Bakker Schut-plan behelsde het uitbreiden van Nederland vanaf de huidige grens tot aan de Rijn en een strook van ongeveer gelijke breedte boven de Rijn. Liefst wel zonder de bewoners. Gelukkig waren de toenmalige ‘Powers that Be’ daar bijna ongevoelig voor. Bijna, want Nederland werd toch een klein beetje uitgebreid, namelijk met Elten aan de Rijn, de Selfkant met als belangrijkste dorp Tüddern bij Sittard en nog wat weggetjes en stukjes land links en recht. De inwoners van de dorpen wilden Duits bijven, maar werden even Nederlands. Even namelijk van 1949 tot en met … 31 juli 1963. Toen gaf Nederland het weer terug, behalve de N 274 van Roermond naar Brunssum door de Selfkant, die werd pas in 2002 weer Duits en is nu bekend als de L 410.

En op die dag 31 juli 1963, was smokkel ineens heel makkelijk. Daar waar je normaal heimelijk de grens moet oversteken met je product, stak in de nacht van 31 juli op 1 augustus de grens over je product. Slimme smokkelaars en handelaren plaatsen op die dag vrachtwagens vol producten in Elten. Geheel legaal gevuld met goedkope Nederlandse waar. Des morgens den eersten augustus des jaren negentienhonderddrieënzestig  werden zij wakker in Duitsland en konden hun producten voor de dure Duitse prijzen verkopen. Het verschil vloeide in hun eigen zakken. Volgens schattingen werd er in die ene nacht in Elten zo’n 50 tot 60 miljoen gulden verdiend. Deze gebeurtenis staat bekend als de Eltener Butternacht. Zo makkelijk als in die nacht is het zelden voor smokkelaars. Immers, als het makkelijk is dan zijn de winstmarges meestal klein, dan smokkelt iedereen en is de ‘zwarte markt’ verzadigd met het product. Tot zover een stukje smokkel geschiedenis uit ‘Andere tijden, terug naar de onze’. 

Bron: Wikipedia


Bij De Dagelijkse Standaard een berichtje over de Sea Watch 3. Het schip dat drenkelingen oppikte. Mensen die een mislukte poging ondernamen om met een bootje de Middellandse zee over te steken. Het waren er in de veertig en met die drenkelingen aan boord voer het schip een paar weken lang over de zee omdat het nergens mocht aanmeren om de drenkelingen aan land te brengen. Nederland nam er na een paar weken ook een paar op. Een groots staaltje Europese kleinheid, maar daar gaat het mij nu even niet om.

Voor PVV-kamerlid Fritsma ging zelfs dit grootse staaltje kleinheid te ver. Aanzuigende werking! “Het schip Sea-Watch 3 is nu alweer onderweg naar Noord-Afrika,” aldus dappere dodo Fritsma. VVD-kamerlid en ‘uitvinder van opvang in de regio’ Azmani, schijnt Fritsma nog te hebben willen overtroeven: “De ‘NGO-bootjes ondermijnen de afspraken met onze partners…. reddingsacties van migranten’ moeten eindigen waar ze beginnen: ‘In Noord-Afrika.” Een mensenleven lijkt voor de beide heren minder waarde te hebben dan een pakje boter. De boten die drenkelingen redden worden zo ongeveer beschuldigd van mensensmokkel. Door sommigen zelfs helemaal.

Zouden de beide heren weten dat bij smokkel het prijsverschil tussen de landen en de moeilijkheidsgraad om de grens over te steken, bepalen hoe lucratief smokkel is? Voor vele wereldbewoners is er een enorm prijsverschil tussen hun geboorteplek en Europa. Om het cru te zeggen, je kunt beter tot de armen behoren in West Europa dan tot het rijkere deel in je geboorteland. Om van de armen daar maar te zwijgen. En omdat de kans op sociale stijging in eigen land erg lastig is, is naar Europa trekken aantrekkelijk. Als Europa zou beschikken over ademende grenzen. Grenzen die je makkelijk kunt oversteken, dan zouden zij, net als veel Polen en andere Oost-Europeanen, hier een tijdje komen werken in bijvoorbeeld de tuinbouw en dan met het verdiende geld teruggaan naar hun geboorteland. Dat zouden ze een paar keer doen en dan hebben ze in hun eigen land een fortuin waarmee ze daar een goed leven voor zichzelf en hun kinderen kunnen opbouwen. Door het Europese beleid om de grenzen hermetisch af te sluiten, is teruggaan als je eenmaal binnen bent geen optie. Een tweede keer weer binnen komen kost immers een fortuin. Want: moeilijke grens, groot prijsverschil en dus veel winst voor de smokkelaars. En die winst wordt door de vluchteling betaald. Eenmaal binnen, blijf je binnen. Desnoods in de illegaliteit. 

Van arm in eigen land naar arm in Europa, dat is, zoals gezegd, een vooruitgang. De echte winst, via die weg rijk worden in eigen land, is afgesloten. Dat is jammer want die optie kon uiteindelijk nog wel eens veel interessanter zijn. Interessanter voor de migrant want je blijft je in Europa een ‘mislukkeling onder de mislukkelingen’ voelen en dat voelt niet zo lekker. Dit terwijl je bij terugkeer naar eigen land daar succesvol bent.

Rijk zijn in eigen land en dus ademende grenzen, zou ook voor Europa wel eens interessanter kunnen zijn. Door terug te gaan investeert de migrant in eigen land. Daar profiteert hij zelf van maar ook zijn omgeving. Als de migrant daar een huis bouwt, moeten daar stenen en bouwvakkers worden betaald. Vanuit Europa geredeneerd is het een zeer interessante vorm van ontwikkelingshulp. Deze hulp komt immers bij de mensen zelf terecht. Er blijft niets aan de organisatorische en personele strijkstok hangen van ontwikkelingsorganisaties. Er is geen plicht om het ontwikkelingsgeld aan Nederlandse bedrijven te besteden. Ook veel beter dan microkrediet. Microkrediet wordt ook gegeven aan een persoon en die besteedt het aan de eigen plannen in de eigen omgeving. Het blijft echter een krediet dat met rente moet worden terugbetaald waardoor geld terugvloeit. Weg van plekken die het eigenlijk net nodig hebben. De migrant die terugkeert besteedt iedere euro in het land van herkomst en zorgt daar voor maximale spin off. 

‘Ja, maar wie garandeert dat die migranten ook werkelijk teruggaan.’ Die garantie is er inderdaad niet. Wat we daar tegenover kunnen stellen zijn eeuwen aan ervaringen met deze vorm van migratie. Neem de seizoenswerkers uit bijvoorbeeld Zweden en de Duitse landen in de Gouden Eeuw. De Zweden bevolkten vooral de Hollandse schepen. Duitsers waren ook actief als trekarbeiders voor de landbouw. Ze kwamen in het voorjaar en in de herfst gingen ze weer. In de tussentijd zaaiden en maaiden ze en deden ook alle werk tussen zaaien en maaien. Met het verdiende geld konden ze in de armere streken waar ze vandaan kwamen hun gezin voeden en de winter overleven. De meeste van hen kwamen en gingen. Enkelen bleven hangen. Of de al eerder genoemde Polen en andere Oost-Europeanen die hier een tijdje komen werken om flink te verdienen en vervolgens in eigen land de draad weer oppakken met het hier verdiende geld als katalysator of buffer. Ook zij komen en gaan en een klein deel blijft hier. Of neem onze eigen ‘expats’, want die noemen we natuurlijk geen migrant, die een paar jaar in Californië, Londen of Shanghai gaan werken en vervolgens weer naar Nederland komen om hun kinderen op te laten groeien.

Als je waar voor je geld wilt, en dat willen Nederlanders normaal gesproken, dan zorg je voor poreuze grenzen. Die bieden het meeste rendement op je geïnvesteerde euro tegen de minste kosten. Immers het bewaken van poreuze grenzen is goedkoper dan gesloten grenzen. Het meeste rendement hier omdat werk wordt gedaan waarvoor geen Nederlander zich laat porren. Bovendien kunnen we de ontwikkelingshulp herzien. En het meeste rendement daar omdat iedere euro die de migrant mee terug neemt ook werkelijk daar wordt besteed. 

Als ik smokkelaar was, dan zou ik trouwens Fritsma en Azmani steunen, want zij zijn goed voor de beurs van de smokkelaar.

Uitgelicht

The Day after Tomorrow

“Mr. Gorbatshov, tear down this wall.” Een uitspraak van de voor de meeste Amerikaanse republikeinen ‘heilige’ president Ronald Reagan. Die muur dat was de Berlijnse muur en die moest weg omdat de muur mensen belemmerde in hun vrijheid. Nu, ruim dertig jaar later zit er weer een, bij een deel van de republikeinen ‘heilige’ president Donald Trump. In die dertig jaar is er veel veranderd. De huidige president wil een muur bouwen. Een muur die er deels al staat. Om het daarvoor benodigde geld te krijgen, ligt een deel van de Amerikaanse overheid al een week of twee plat. En zelfs de gedachte om hiervoor de noodtoestand uit te roepen heeft hij, zo is te lezen, overwogen en wijst hij niet categorisch af: “Ja, dat heb ik….We kunnen het doen. Ik heb het niet gedaan. Maar ik kan het doen.” 

Bron: Pixabay

Nu was die ene muur, de Berlijnse, bedoeld om mensen binnen te houden en wil Trump een muur om mensen buiten te houden. Een duidelijk verschil of toch niet? De Berlijnse muur beknotte de vrijheid van de Oost-Duitsers. Die konden niet vrij naar het Westen reizen en hun geluk aldaar beproeven. Zij zaten opgesloten in het Oosten. Trumps muur is juist bedoeld om mensen buiten te houden, niet om de vrijheid van de mensen binnen de muur te beknotten. Of is dit slechts een kwestie van semantiek? Even wat geschiedenis.

De bekendste muur is ongetwijfeld de Chinese muur. Een verdedigingslinie bestaande uit rivieren, heuvels bergen én muren. Die linie is niet in één keer gebouwd. Er is eeuwen aan gewerkt, grofweg tussen 700 voor onze jaartelling en de Mingdynastie die tot 1644 over China heerste. De muur was bedoeld om de ruitervolken van de steppen ten noorden van de muur, op afstand te houden. Om een paar van die steppenvolkeren te noemen, in de begintijd van de muur waren dat de Xiongnu een volk dat erg bedreven was in het boogschieten tijdens het paardrijden. In de dertiende eeuw de Mongolen onder Dzjengis Khan en in 1644 maakten de noordelijke Mantsjoe een einde aan de Mingdynastie. Voor al deze volkeren was de muur een lastige hindernis in hun opmars, meer niet. Lees Jonathan Holslags boek Vrede en Oorlog. Een wereldgeschiedenis er maar op na.

De Chinezen waren niet de enigen die zich verlieten op muren. Eeuwenlang beveiligde steden zich met vestingmuren tegen indringers. Vestingmuren met poorten waardoor je naar binnen kon als je tenminste binnen mocht. Om te voorkomen dat onverlaten naar binnen kwamen, werden die poorten bewaakt en de bewakers hielden toezicht op wie er naar binnen kwam. Een muur om de boze buitenwereld buiten te houden.

Niet dat die muren werkelijk effect hadden bij het buiten houden van de vijand. Al snel ontwikkelde de mens werktuigen om steden te belegeren. Als het daarmee niet lukte om de muren te slechten dan lukte het in ieder geval wel om het leven binnen de muren tot een ellende te maken. Bijzonder nadeel van vestingmuren is dat een eventuele belager van de stad ze ‘gratis’ kon gebruiken bij de belegering. Gratis gebruiken door ervoor te zorgen dat er niets meer de stad in kon gaan. Als je lang genoeg wachtte dan verhongerde iedereen binnen de muren omdat het eten op was. Dezelfde muur die de stad die ze bouwde veiligheid zou moeten bieden, zorgde voor ellende en onveiligheid. Met de introductie van het kanon bood de muur nog minder bescherming. 

Toch bleef men nog heel lang aan vestingen vasthouden. In haar boek Tegen terreur. Hoe Europa veilig werd na Napoleon besteedt Beatrice de Graaf veel aandacht aan de rol van forten in de verdediging van Europa tegen Frans geweld na de Napoleontische oorlogen. In die tijd dacht men dat een bedreiging alleen maar vanuit Frankrijk kon komen. Een eeuw later wist men wel beter. Het is trouwens heel normaal dat men de ‘vorige’ oorlog als maat neemt voor de volgende. Terug naar die forten. Napoleon had al laten zien dat een reeks forten weinig meer te betekenen had. Je kon ze gewoon links laten liggen, verder optrekken en het bewonende garnizoen negeren. Dat kon je in bedwang houden door een klein deel van je troepen achter te laten. Die les weerhield de Europese machten, de Powers that Be noemde ik ze in De schaduw van Baudet, niet om een fortuin te besteden aan de bouw van forten. De grote man in die tijd de hertog van Wellington, zag dat zelf ook in (pagina 323): “ De recente campagnes tijdens de revolutionaire oorlogen hebben laten zien dat versterkte plaatsen enigszins uit de de mode zijn geraakt… dat forten en vestingen weinig nut hebben en in ieder geval niet de investeringen waard zijn die ze kosten.” 

van het fort Eben Emael. Bron: Wikimedia Commons

Dat forten en vestingen weinig militaire waarde hadden, was al bekend. Dat betekende echter niet dat ze niet meer werden gebouwd. Neem het Belgische fort van Eben Emael. Na de redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 (redelijk snel, maar voor het Duitse keizerrijk te traag), trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. De zwakheden van 1914 moesten eruit en het zogenaamde ‘gat van Visé’ moest worden gedicht. De Duitsers hadden in 1914 gebruik gemaakt van dit gat tussen Visé en de Nederlandse grens. Hier verrees het ‘moeder aller forten’, het fort Eben Emael. Volgens de militaire experts was het fort onneembaar en daarmee waren de risico’s die de Belgen zagen, beheerst. Toch werd het fort op 10 mei 1940 binnen een kwartiertje door de Duitse troepen uitgeschakeld. De bekende risico’s waren beheerst, onbekende, vernieuwende risico’s niet. Laat de Duitsers nu net met het onbekende, gedurfde aan de slag zijn gegaan. Zweefvliegtuigen en paratroepen die ongezien op het fort landden en het zo van binnenuit uitschakelden. De Belgen waren trouwens niet de enige. Zo hadden de Fransen de Maginotlinie om een snelle Duitse opmars onmogelijk te maken, de Duitsers hun Westwall en investeerden diezelfde Duitsers veel geld en materiaal in de Atlantikwall die op D-Day niet in staat bleek om een geallieerde landing te voorkomen.

Toch wil de Amerikaanse president Trump een kapitaal besteden aan een muur. Hij is niet de enige en de eerste, zijn voorgangers hebben ook geïnvesteerd in grensbewaking en hekken. Dit tegen hoge kosten, met relatief weinig succes en veel ellende als resultaat. En niet te vergeten, goed gevulde beurzen van smokkelaars. Immers hoe lastiger het wordt, hoe hoger de prijs die de toch al arme sloebers moeten betalen om de grens over te steken. Iets wat we ook langs de Europese grenzen zien. Want we kunnen hier wel lachen om Trump en zijn muur, Europese landen en de Europese Unie doen hetzelfde. De geschiedenis laat echter zien dat alle muren gaten vertonen, dat je erover en eromheen kunt en dat ze het bij voldoende druk begeven.

Al lukt het Trump om langs de hele zuidgrens een muur te plaatsen, dan nog zullen er tunnels onder de muur worden gegraven. Dan zullen slimme smokkelaars een schip kopen, het vullen met mensen en koers zetten naar een haven of gebied ruim voorbij die muur. Nee, de geschiedenis laat zien dat forten en muren om mensen buiten te houden een slechte reputatie hebben. 

Zoals hierboven al een paar keer geschreven, is het makkelijker om mensen binnen een muur te houden. Gedetineerden ontsnappen relatief zelden uit een gevangenis. Dat zal er ook mee te maken hebben dat het hen aan de middelen ontbreekt om gewapende bewakers te overmeesteren of de muren te slechten. Wellicht is dat ook de reden dat de Berlijnse muur zeer succesvol was in het voorkomen van een vlucht naar het Westen. 

Dit schrijvend, moet ik denken aan de ‘rampenfilm’ The Day after Tomorrow. In de film staat klimaatverandering centraal. Daar waar het klimaat in de werkelijkheid tot nu toe langzaam verandert, gaat dat in de film anders. In een paar dagen verandert het grootste deel van het noordelijk halfrond in één ijsmassa. Voor de inwoners van het noordelijke deel van de Verenigde Staten gaat dat te snel om nog te vluchten naar warmer oorden. Het Zuidelijke deel heeft nog een kans en vlucht naar …. Mexico. Ik laat het aan een creatieve scenarist en regisseur om eenzelfde film te maken maar dan met Trumps muur. Dat zou het voor de vluchtende Amerikanen een stuk moeilijker maken om de grens met Mexico over te steken. Het zou het voor Mexico een stuk makkelijker maken om de stoet Amerikanen tegen te houden. Je hoeft alleen maar de poorten in de muur dicht te houden. Net als bij die oude forten. Zou Trump daar al eens over hebben nagedacht?


Uitgelicht

Terrorisme

In de afgelopen vier Prikkers (Wat was en IS 123 en 4) gaf ik een historische schets waarin IS kon ontstaan. In deze Prikker blijf terrorisme het onderwerp. Onze overheid, de Nationaal coördinator terrorismebestrijding (Nctv), omschrijft terrorisme als volgt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Ook terreurdeskundige Beatrice de Graaf lijkt terrorisme en terreur te zien als afkomstig van groepen die zich met geweld tegen de samenleving afzetten. In haar DWDD college noemt zij terroristen de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis’. Terreur als wapen van de zwakkeren. 

Door terrorisme en terreur op deze manier te framen blijft een heel belangrijk aspect van terreur buiten beschouwing. Een deel dat wel eens cruciaal zou kunnen zijn bij het bestrijden van terreur. Voor dat deel eerst naar het woord terrorisme. Terrorisme is, volgens de Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Een ‘daad van terreur’ is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Terrorisme is daarmee het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van georganiseerd politiek geweld. 

Bron: wikipedia

Terrorisme kan volgens deze definitie gericht zijn tegen de regering of bevolking. Volgens deze definitie is terrorisme ook georganiseerd politiek geweld van een overheid tegen haar bevolking. De overheid als terrorist? Dat klinkt vreemd in de oren. Toch is het niet zo vreemd als het klinkt. Als we teruggaan naar de oorsprong van het woord terreur dan komen we uit bij la Terreur met een hoofdletter na de Franse revolutie van 1789. In Liberté schreef ik er al iets over. De belangrijkste vertegenwoordiger van het programma dat ten grondslag lag aan de periode die nu la Terreur heet was Maximilian Robespierre en die was, volgens Palmer in Colton in de zesde editie van hun boek A History of the Modern World (pagina 376): “determined … to bring about a democratic republic made up of good citizens and honest men.” Om zover te komen moest men af van ‘slechte burgers’ en ‘oneerlijke mensen.” Hoe doe je dat? “A Committee of General Security was created as a kind of supreme political police. Disigned to protect the Revolutionary Republic from it’s internal enemies, the Terror struck at those who were in league against te Republic, and those who were merely suspected of hostile activities.” En dat was een uitgebreid palet aan mensen: “It’s victims ranged from Marie Antoinette and other royalist to the former revolutionary colleagues of the Mountain, the Girondin leaders; and before the year 1793-1794 was over, some of the old Jacobins of the Mountain who had helped inaugurate the program went also to the guillotine.” in totaal verloren zo’n 40.000 mensen hun hoofd en honderduizenden werden gearresteerd en vastgehouden.

La Terreur, de naam van deze periode is uiteindelijk in de negentiende eeuw als een leenwoord vanuit het Frans in het Nederlandse woordenboek verschenen. Terreur heeft haar naam dus te danken aan geweld van de overheid tegen haar burgers. Burgers die als een bedreiging werden gezien voor de Franse republiek. De Franse revolutionaire republiek is trouwens niet de enige die zich aan dergelijke terreur heeft bezondigd. De Russische, Chinese, Iraanse en anderen deden hetzelfde. Sterker, het lijkt min of meer eigen aan revoluties dat na de omwenteling een periode van terreur volgt. Terreur als middel van de machthebbers tegen de eigen bevolking. Stalin startte in 1934 met wat we nu de ‘grote zuivering’ noemen. Die periode volgde trouwens op een terreurcampagne tegen de ‘koelakken’, de boeren. Hitler startte in dezelfde periode met iets soortgelijks. Na de Rijksdagbrand van 1933 startte hij een terreurcampagne tegen zijn gevaarlijkste vijand, de communisten. Die verdwenen in het gevang en in speciaal ervoor gebouwde concentratiekampen. Kampen die later ook werden gevuld met socialisten en andere bedreigingen voor zijn regime. Mao deed het in China zelfs twee keer, eerst tussen 1952 en 1956 toen iedereen gelijkgeschakeld werd tot ‘nieuwe mens’ en vanaf 1966 onder de vlag van de ‘Culturele revolutie’. 

In de ruim tweehonderd jaar dat we het woord terreur kennen, is de dader ineens het slachtoffer geworden. Door deze bijzondere gedaantewisseling verdwijnt terreur door de overheid buiten beeld. Dit terwijl terreur door de overheid veel gevaarlijker is dan terreur door ‘klunzen en losers van de geschiedenis’. De overheid heeft immers het machtsmonopolie. En zoals ik in het laatste deel van Wat was en IS al schreef, staat de geschiedenis: “bol van ‘gesol’ door de machtigen. De onmachtige reageren op dit gesol, zij moeten zich hiertoe verhouden. De machtigen passen vervolgens hun gesol weer aan aan die reactie.”

Laten we eens met de originele bril van terreur, dus met de overheid als dader, naar reacties van overheden op aanslagen kijken. Na de aanslagen van 11 september verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan ‘terreur’ en Nederland ging hierin mee, net als alle andere westerse landen. Artikel 5 van de NAVO trad in werking: een aanval op één is een aanval op allen. In een oorlog gelden andere regels dan in een normale samenleving. Het normale recht wordt opzij gezet. Als we kijken naar de resultaten dan zien we dat dit tot zeer veel doden heeft geleid, dat past in het frame van een oorlog. In een oorlog schakel je je tegenstander uit en heten toevallige slachtoffers ‘collateral damage’. Het heeft tot heel weinig veroordelingen door een rechter geleid. Ook dat past in het oorlogsframe, daar geldt het oorlogsrecht. En dat werd, zie het voorbeeld van de gevangenen in Guantanamo Bay, zelfs opzij geschoven. 

Bron: Flickr 

Politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten kregen veel ruimere bevoegdheden tot het verzamelen van gegevens over mensen. In de strijd tegen het IRA-terrorisme kreeg de Britse politie in de jaren zeventig via de Prevention of Terrorism Act (PTA) uitgebreidere bevoegdheden waaronder het zonder aanklacht vasthouden van mensen gedurende minimaal 48 uur zonder dat de arrestant aanspraak kon maken op de rechten die een normale arrestant heeft. Neem de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv) in Nederland. Een bijzondere wet. Bijvoorbeeld artikel 39 lid 1: “De diensten zijn bevoegd zich bij de uitvoering van hun taak, dan wel ter ondersteuning van een goede taakuitvoering, voor het verzamelen van gegevens te wenden tot bestuursorganen, ambtenaren en voorts een ieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.” Hiervoor hoeven ze zich alleen maar te legitimeren als zijnde van de inlichtingendienst een rechterlijk bevel is niet nodig. Of en zo ja hoe en met welke gevolgen die ‘bestuursorganen, ambtenaren en iedereen die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken’ zo’n verzoek naast zich neer kunnen leggen, daar rept de wet niet over.

‘Als je niets verkeerds hebt gedaan, dan hoef je je daar geen zorgen over te maken’. Dat is een veel gehoorde reactie als iemand bezwaren maakt tegen deze extra bevoegdheden voor de overheid. Een argument dat geen hout snijdt. De geschiedenis van de Britse PTA laat zien dat ook onschuldige mensen het slachtoffer werden van deze wet. De Amerikaanse ervaringen met Guantanamo Bay laten iets soortgelijks zien. De Toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) die moet toezien op de toepassing van de Nederlandse Wiv constateerde in haar eerste rapport: “De TIB heeft het grootste deel van de verzoeken als rechtmatig beoordeeld. Tegelijk constateert de TIB dat in een aantal gevallen de door de minister verleende toestemming als onrechtmatig is beoordeeld.” Niets verkeerd doen is daarmee geen garantie dat je je ‘geen zorgen’ hoeft te maken. De overleden journalist Willem Oltmans zou erover mee kunnen praten. Hij ontving in 2000 achtmiljoen gulden schadevergoeding van de Nederlandse staat omdat die hem jarenlang had tegengewerkt en zijn reputatie had geschaad. Trouwens, zelfs als dit allemaal feilloos verloopt, dan nog is een overheid zoals de Britse, die mensen zonder aanklacht vasthoudt en die zonder tussenkomst van een rechter informatie over iemand verzamelt, een reden tot zorg. Dergelijk handelen, ook al is het gebaseerd op een wet, staat op gespannen voet met het zijn van een rechtstaat.

Zeker als we wat dieper in de overheid als ‘terorismebestrijder duiken.“Terrorismebestrijding in Nederland richt zich niet alleen op de gewelddaden zelf, maar ook op het traject daarvóór. Aan terroristische daden gaat een proces van radicalisering vooraf. Het streven is om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk te onderkennen, zodat met behulp van persoonsgerichte interventies voorkomen kan worden dat zij terroristisch geweld gaan plegen.” Zo is te lezen op de site van de Nctv en: “Deze combinatie van preventieve en repressieve maatregelen staat bekend als de ‘brede benadering’ en wordt al lange tijd met succes in Nederland toegepast.” Veiligheidsdiensten die radicalisering zo vroeg mogelijk willen onderkennen omdat het vormen van radicale gedachten een voorstadium kan zijn van het toepassen van geweld. Nu is radicaal een rekbaar begrip. Radicaal is volgens Van Dale: “iemand die verregaande hervormingen wil.” Maar wie bepaalt wat radicaal is? Wat voor de een een vergaande hervorming is, is voor de ander een eerste kleine stap in een bepaalde richting. Zo kun je met recht en rede betogen dat een pleidooi voor een basisinkomen een verregaande hervorming is. Het staat immers haaks op de gangbare opvattingen over de rol van onze sociale zekerheid. Een werkloosheidsuitkering stond echter ook jarenlang haaks op de gangbare opvattingen. Zelfs een democraat was eeuwenlang een radicaal. 

Iedereen loopt dus het risico om te worden gezien als radicaal en dus als potentieel subject van bemoeienis door de overheid. De Nctv hierover: Tegenwoordig gaat de grootste dreiging uit van een mondiale politiek-religieuze strijd: het jihadisme. Maar ook terrorisme uit andere hoeken, bijvoorbeeld rechtsextremisme, wordt tegengegaan. Het uitgangspunt is dat terrorisme dient te worden voorkomen en bestreden, ongeacht de ideologische achtergrond.” Daar waar de overheid van dader, slachtoffer van terreur is geworden, wordt de burger van slachtoffer potentieel dader. Een bijzondere positiewisseling waardoor terreur door de overheid niet lijkt te bestaan, terwijl dat de grootste bedreiging voor onze vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat is.

Natuurlijk moeten we proberen om te voorkomen dat verschrikkelijke aanslagen zoals die in New York, Londen, Parijs, Madrid, Berlijn enzovoorts worden gepleegd. Dergelijke aanslagen brengen veel leed met zich mee. Het zijn en blijven, om De Graaf te citeren, ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’. Klunzen en losers die niet van ons kunnen winnen, maar waar we wel van kunnen verliezen’ om die spreuk van Johan Cruijff nog maar eens te gebruiken. Overheidsacties gericht tegen groepen mensen en waarbij de groep niet duidelijk is afgegrensd, herbergen het risico om uit te draaien op terreur door de staat. Ervaringen uit het verleden laten zien dat er niets zo vernietigend is voor een samenleving als terreur door een staat tegen inwoners.

Bron: Wikipedia

Zoals al aangegeven, zijn er weinig daders van terrorisme voor de rechter verschenen. Deels omdat ze zichzelf van het leven beroofden en deels omdat ze werden gedood door veiligheidstroepen. Dat is jammer omdat de kracht van onze rechtstaat juist de rechtspraak zou moeten zijn: het eerlijke proces. Dat zou ook zo moeten zijn voor de partners van IS strijders die zijn nagereisd naar Syrië en Irak. Deze partners en hun kinderen wordt het nu bijna onmogelijk gemaakt om naar Nederland terug te keren. Dit terwijl zij in bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Zo laten we de sterke kant van onze rechtspraak onbenut en dat is een eerlijk proces, het uitzitten van straf en vervolgens weer als vrij burger genieten van de voordelen van onze vrije, open, inclusieve, democratische samenleving. Door te laten zien dat je fouten mag maken, maar dat je na je straf er weer bij hoort.

De weg naar winst maakt gebruik van en versterkt ondertussen de belangrijkste kenmerken van die vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat. Dat doet zij door mensen die geweld gebruiken op te sporen en volgens de normale procedures van het gewone strafrecht te  berechten. Dat doet zij door alle opvattingen en ideeën een plek te geven in het openbare gesprek en debat. Dat doet zij door uit te stralen dat iedereen erbij hoort. Dat doet zij door, zoals ik in Fraternité schreef, door vrijheid, gelijkheid en broederschap op een evenwichtige manier met elkaar te verbinden. Dat doet zij niet door het frame van de ‘oorlog tegen terrorisme’. Dat doet zij ook niet door de roep om meer en verdergaande bevoegdheden voor de overheid in de ‘strijd tegen terrorisme’. Dat doet zij niet door een overheid die zich via een Nctv gaat bezighouden met het denken van mensen en hun al dan niet ‘radicale’ opvattingen. Dat zijn maatregelen waardoor we ‘van ze kunnen verliezen’.


Uitgelicht

Wat was en IS (deel 3)

Vandaag deel 3 in de serie Wat was en IS. Wilt u eerst de andere delen lezen? klik hier voor deel 1 en hier voor deel 2

Wat er ook gebeurde

In 1979, hetzelfde jaar als de Iraanse revolutie maar dan aan het einde van dat jaar, viel de Sovjet Unie Afghanistan binnen. Of in de Sovjet beleving: ze werden gevraagd door een bevriende regering in moeilijkheden om een handje te komen helpen. In de nieuwe op Khomeini gebaseerde retoriek: de islamitische bevolking van een land kwam terecht in opstand tegen de ‘ongelovige’ regering; die regering heeft nu de steun van de ‘ongelovige’ Sovjets. Het is de plicht van de waarlijk gelovige om de broeders te helpen. Deze lokroep werd beantwoord door duizenden Arabieren (waaronder Osama Bin Laden) die zich in Afghanistan aansloten bij de Mujahedien. De Verenigde Staten ondersteunden de Mujahedien met training, wapens en inlichtingen, dit om hun aartsvijand de Sovjet Unie dwars te zitten. Dit onder het aloude adagium: de vijand van mijn vijand is mijn vriend.

De Sovjettroepen trekken zich terug. Bron Wikipedia

De Mujahedien waren succesvol, in 1989 trok de Sovjet Unie zich moegestreden terug. Dit succes werd mede veroorzaakt door de ineenstorting van de Sovjet economie en vervolgens de Sovjet invloedssfeer. Met de val van de Berlijnse muur eindigde de facto de invloedssfeer van de Sovjet Unie. Het succes voor de Mujahedien en hun Arabische medestrijders was er niet minder om. Maar wat te doen na het succes? Een zeer relevante vraag, zeker voor die Arabische medestrijders. Daarvoor bood Bin Laden een oplossing: de wereld als strijdtoneel en dan vooral gericht op het verdrijven van de buitenlandse invloed uit het islamitisch gebied. De vijand van de voormalig vijand keert zich tegen de vriend, trainer en tot dan belangrijkste financier. De opleiding is echter al genoten, de leerling is leraar geworden en nieuwe financiers zijn snel gevonden in de Arabische wereld. Al snel worden er aanslagen gepleegd. De eerste poging op het WTC in New York in 1993. De aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Nairobi en Dar es Salaam in 1998. Het Amerikaans marineschip USS Cole in de haven van Aden (Jemen) in 2000. Deze aanslagen werden veelal beantwoord met het sturen van kruisraketten naar plekken waar Al Qaida-leden en vooral leiders zich bevonden. Kruisraketten met alle ‘collaterale damage’ van dien. En met kruisraketten en enkele bombardementen worden grote misdaden al beantwoord met oorlogsgeweld.

De lijnen komen samen

Een alternatief voor de regering Saddam stond niet klaar dus werd er een overgangsregering onder Amerikaanse leiding gevormd. Doel van deze regering was het land zo snel mogelijk klaarstomen voor vrije verkiezingen. Dan zou de macht aan een door het volk gekozen regering kunnen worden overgedragen en kon de Amerikaanse terugtocht zijn aanvang nemen. Iets wat de filosoof John Gray in zijn boek Zwarte Mis met recht en rede een utopisch experiment noemde. Zeker als dit gebeurt met als doel om terrorisme uit te roeien. Want democratisering en terreur en terrorisme gaan volgens hem hand in hand. Gray (p. 205): “De Verenigde Staten en andere landen lezen streng islamitische landen de les over de noodzaak tot ‘modernisering’ – dat wil zeggen: de herhaling van het ontwikkelingspatroon in westerse landen. Ze hebben buiten beschouwing gelaten dat overal waar een poging is ondernomen een westers ontwikkelingsmodel aan niet-westerse landen op te leggen, deze gepaard is gegaan met grootschalige terreur, terwijl het twintigste-eeuwse Europa zelf moorden van staatswege op ongekende schaal heeft meegemaakt. Terreur is een vast onderdeel van het moderne westen geweest. En waar moderne staten in het Midden-Oosten hebben bestaan – zoals in Irak onder Saddam, dat vóór de ontwrichting door economische sancties van dertien jaar lang en de daaropvolgende Amerikaanse invasie een van de hoogst ontwikkelde Arabische landen was – hebben deze ook steeds terreur uitgeoefend. Een groot aantal landen – Groot-Brittannië, Spanje, Italië, Duitsland, Japan, de Verenigde Staten bijvoorbeeld – is met ernstige dreiging geconfronteerd. In Rusland is het terrorisme verhevigd na de democratisering, terwijl het in China in bedwang wordt gehouden. Politieke processen kunnen helpen terrorisme aan te pakken, maar democratie is geen wondermiddel.”

Januari 2005 was het zover, de vrije verkiezingen werden gehouden voor een Assemblee. Die zorgden voor een verschuiving van de macht. Een baaierd aan partijen en kandidaten deden mee. De kandidaten mochten geen banden hebben met het oude leger en mochten ook geen hoge posities hebben bekleed binnen de oude Baath partij. Hierdoor werd het velen, meest Soennieten want die hadden de macht in het ‘oude’ Irak, onmogelijk om zich kandidaat te stellen. In een land waar families en clans een belangrijke rol spelen, betekende dit dat Soennieten ondervertegenwoordigd waren, zeker omdat de grootste populaire Soennitische partij vanwege bedreigingen uit de verkiezingen stapte en soennitische geestelijken opriepen de verkiezingen te boycotten. Een Assemblee die twee opdrachten had. Als eerste het met een 2/3e meerderheid benoemen van de presidentiële raad die uit een president en twee vice presidenten bestond. Die raad moest vervolgens de premier benoemen. De tweede taak bestond uit het opstellen van een definitieve grondwet. Die moest voor half augustus 2005 gereed zijn, zodat in december 2005 opnieuw kon worden gekozen en nu voor het nationaal parlement. De kiezers kozen vooral langs etnische en religieuze lijnen: Koerden op Koerden, Sjiieten op Sjiieten en Soennieten, als ze al stemden, op Soennieten. Het resultaat: “Het ziet ernaar uit dat de Assemblee vooral de sjiitische en Koerdische bevolking zal vertegenwoordigen. Het ontbreken van een soennitische stem bij het kiezen van de presidentiële Raad en het opstellen van de grondwet, kan echter grote gevolgen hebben voor de legitimiteit en de stabiliteit van de toekomstige Iraakse regering.” Zoals te verwachten, leverden de verkiezingen, en ook alle die nog zouden volgen, geen stabiele en alom gerespecteerde en gelegitimeerde regering op.

Verliezers en achtergestelden protesteerden en grepen naar de wapens. Ze pleegden aanslagen, startten gevechten met milities van andere groepen en met het door de Amerikanen opnieuw opgerichte en getrainde Iraakse leger. Een leger dat in ieder geval geen afspiegeling van de bevolking vormde. In het noorden stichtten de Koerden, met ‘goedkeuring’ van de VS, de facto een eigen staat. Een staat die nog wel bij Irak hoorde, maar de regering had er niets te zeggen. De grootste verliezers waren de Soennieten. Zij kwamen er in de nieuwe structuur bekaaid af en wat belangrijker was, hun belangrijkste leiders werden door de Amerikanen en de nieuwe regering gepasseerd, als ze al niet gevangen zaten in onder andere Abu Ghraib. Ze waren immers belangrijke leden van de Baath partij geweest en die werden overal geweerd. 

Chaos in Syrië op kaart. Bron: Wikimedia Commons

Resultaat: chaos en geweld. Als iets een goede voedingsbodem is voor terreur dan is het wel chaos en geweld, zoals Beatrice de Graaf in haar college aangeeft. De Franse en Russische revoluties zijn daar goede voorbeelden van. Daarbij moeten we ons bedenken dat de terrorisme, zoals Beatrice de Graaf het in haar DWDD-college noemde, iets is voor de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis die liever een short cut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. De Arabische ‘Afghanistan-veteranen’ en hun aanhangers trokken naar de de Iraakse puinhopen. Die boden hen een mogelijkheid om tegen de ‘grote Satan’ te vechten. Zij begonnen met waarvoor ze waren opgeleid: het zaaien van dood en verderf in Irak. 

Bovendien bevond de aartsvijand zich hier op ‘heilige’ islamitische grond. Irak werd zo een nieuw ‘oorlogsgebied’ voor deze strijders. Een strijd waarbij ze ook wel eens gevangen werden genomen en dan werden opgesloten in onder andere Abu Ghraib. Daar kwamen zij commandanten van Saddams oude leger tegen. Dat gebeurde ook met de latere leider van IS, Abu Bakr al-Baghdadi. En hoewel die commandanten ‘van nature’ geen fanatieke moslims waren, zagen zij een kans om samen met die fanatieke moslims te werken aan herstel van hun oude machtspositie. Eenmaal uit het gevang gingen zij gezamenlijk aan de slag om een machtsbasis te creëren. Een machtsbasis georganiseerd en gestructureerd door de oud commandanten en onder religieuze leiding van al-Baghdadi. Al-Baghdadi voegde een nieuw element toe aan het radicaal gewelddadig jihadisme. Hij riep het kalifaat uit, benoemde zichzelf tot kalief en plaatste zichzelf zo als rechtmatig opvolger van de profeet Mohammed en boven de sultans en koningen in de islamitische landen.

Toen eind 2010 de ‘Arabische Lente’ uitbrak, ontstond er een heel nieuw speelveld voor de ‘klunzen’ en ‘losers’. Vooral in Libië en Syrië bleken er kansen te liggen voor de fanaten. In Libië werd Khadafi verdreven met steun in de vorm van bombardementen van onder andere de NAVO. Net als in Irak ontbrak het aan een alternatief voor een regering waardoor het land in de stammenstrijd belandde waarin het zich nog steeds bevindt. In Syrië weigert leider Assad het veld te ruimen en breekt een burgeroorlog uit. Twee keer chaos en geweld en dus de plek voor terreur en terrorisme. Tot zover de grote lijnen van de geschiedenis van het geschiedenis van het Midden Oosten en Centraal Azië.

Morgen het vierde en laatste deel in de serie Wat was en IS.

Uitgelicht

Wat was en IS (deel 2)

Vandaag deel 2 in de serie Wat was en IS. Deel 1 nog niet gelezen? Klik dan hier.

Het gesol gaat door 

Zelf gedaan, maar daarmee was Iran nog niet verlost van het gesol. In de jaren tachtig van de vorige eeuw vocht Irak een bloedige oorlog uit met de nieuwe islamitische republiek Iran. Het Irak van Saddam Hoessein wilde van de chaos na de Iraanse revolutie gebruik maken en viel op 22 september 1980 Iran aan met als doel de Iraanse olievelden te veroveren. In deze oorlog kon Irak op steun van het Westen en de Arabische golfstaten rekenen. Ze waren die nieuwe islamitische republiek liever kwijt dan rijk omdat het een bedreiging vormde voor de koninkrijken, emiraten en de oliestroom naar het westen. De seculiere Saddam leek minder gevaarlijk en kon op flinke financieel steun in de vorm van leningen rekenen. Irak kocht hiervoor moderne westerse wapens zoals Franse Mirage vliegtuigen. Dit met medeweten en ondersteuning van de westerse landen. De oorlog werd geen succes voor Irak en eindigde op 20 juli 1988 met een wapenstilstand. Irak had zich flink in de schulden gestoken en moest die afbetalen. Daarvoor had het medewerking van de andere olieproducerende landen binnen de OPEC nodig. En juist buurman en belangrijke ‘oorlogsfinancier’ Koeweit, produceerde veel meer olie dan het volgens de afspraken mocht. Meer aanbod zorgt voor lagere prijzen en door die lagere prijzen kwam Irak in betalingsproblemen. Daar kwam bij dat Koeweit, volgens Irak, oliebronnen aan de Iraakse zijde van hun gezamenlijke grens had aangeboord. Onderhandelingen hierover liepen uiteindelijk op niets uit. En met Irak komen we bij een derde belangrijk moment.

Operatie Desert Storm. Bron Wikimedia Commons

Op 2 augustus 1990 viel Irak Koeweit binnen en na een paar uur was de weerstand van het Koeweitse leger gebroken. Saddam Hoesein verklaarde daarop dat Koeweit een Iraakse provincie was. De Verenigde Naties (VN) veroordeelden de inval en bezetting, legde Irak sancties op en stelde een ultimatum in. Vóór 15 januari 1991 moest Irak zich onvoorwaardelijk terugtrekken uit Koeweit. Het gesol in het Midden-Oosten ging hiermee een nieuwe fase in.

Saoedie-Arabië schrok van de Iraakse inval in Koeweit en was bevreesd het volgende slachtoffer te worden van de Iraakse agressie. Het land vroeg daarop bescherming van de Verenigde Staten onder leiding van president George Bush sr. Die kwam in de vorm van schepen, vliegtuigen en ruim 500.000 soldaten met hun materieel. In hoeverre de angst van de Saoediërs gerechtvaardigd was, is twijfelachtig. Irak beschikte wel over een groot leger, maar was na de lange oorlog met Iran behoorlijk uitgeput. Bovendien beschikte Saoedie-Arabië over een moderne bij de Verenigde Staten ingekochte, luchtmacht. Een luchtmacht waartegen de Irakezen het zwaar zouden hebben. Argumenten voor het zenden van Amerikaanse troepen waren onder andere de massa-vernietigingswapens die Irak had, mosterdgas en Antrax. Tijdens de oorlog met Iran had Irak de middelen en techniek om deze wapens te maken, via het westen (onder andere Nederland) gekregen. Een ander argument betrof een verhaal dat de Irakezen pas geboren kindjes uit couveuses haalden, ze op de grond wierpen en ze lieten sterven. Dit verhaal leidde tot grote verontwaardiging onder de Amerikanen. Het bleek later uit een ‘koninklijke’ Koeweitse duim te zijn gezogen. Irak wilde niet aan het ultimatum voldoen en twee dagen na het verlopen ervan werd begonnen met het bombarderen van de Iraakse troepen, de commando- en infrastructuur. Op 24 februari 1991 volgde een grondoffensief en op 27 februari waren de Irakezen verdreven uit Koeweit. De VN namen een resolutie aan waaraan Irak moest voldoen. Die omvatte wapeninspecties om die massa-vernietigingswapens op te sporen, economische sancties en in het noorden en zuiden werd een no-flyzone ingesteld voor de Iraakse luchtmacht. Dit moest voorkomen dat Saddam Hoessein wraak zou nemen op de Koerden in het noorden en de sjiieten in het Zuiden. Die waren, aangemoedigd door de VS, in opstand gekomen maar veel te zwak om Saddams leger te verslaan. Saddam bleef verzwakt in het zadel en dat tot ongenoegen van ook veel gezaghebbende Amerikanen. Die hadden liever gezien dat Saddam zou zijn verdreven. Het VN mandaat stond dit echter niet toe.

War on terror

Die onvrede etterde nog vele jaren door. Etter in diverse vormen zoals aanvullende sancties voor Irak, een verbod om olie te verkopen behalve dan als het geld aan voedsel werd besteed. De zoektocht naar die massa-vernietigingswapens leverde niets op. In 1998 beëindigde Irak die inspecties eenzijdig en wees de inspecteurs het land uit. De VS gesteund door Groot-Brittannië (VK) bombardeerden daarop plekken waarvan zij dachten dat er mogelijk massa-vernietigingswapens waren opgeslagen.

Daarmee komen we bij de aanslagen van 11 september 2001 en ‘war on Terror’. In Buitenhof van 27 maart 2016 sprak Paul Witteman met David van Reybrouck en Willem Schinkel over de aanslagen in Brussel. Onvermijdelijk ging het in dit gesprek ook over de ‘oorlog tegen het terrorisme’. Het frame gemunt door voormalig president George Bush van de Verenigde Staten. De aanslagen op de Twin Towers en het Pentagon werden al meteen een ‘act of war’, een oorlogsdaad, genoemd. De NAVO activeerde artikel 5: een gewapende aanval tegen een lid, is een aanval tegen allen. Aangezien de NAVO een militair bondgenootschap is, zit je meteen in het militaire. Zo ontstond een dynamiek gebaseerd op oorlog en dan kom je al snel bij een ‘oorlog tegen terrorisme’. Dat is daarvan een rationeel gevolg. 

Aanslag op de Twin Towers 9 september 2001. bron: Flickr

Eenmaal in de oorlogsratio wordt er gebombardeerd, worden er troepen gestuurd naar landen en ben je ‘voor of tegen ons’. Ben je voor ‘ons’ dan krijg je wapens en steun, ook al zou ’je’ onder normale omstandigheden geen vriend van ons zijn. Maar een vijand van ‘onze’ vijand, is een vriend. Ben je tegen ‘ons’ dan krijg je, afhankelijk van je sterkte, te maken met sancties en internationale uitsluiting, zoals Iran en Noord-Korea, met bombardementen en drone-aanvallen. De echt ongelukkigen worden getroffen door een volledige oorlog, zoals Afghanistan en Irak. In dat laatste geval geheel ten onrechte omdat er geen sprake was van banden tussen Al Qaida en het Irak van Saddam Hoessein. Maar stond daar niet nog een rekening open? Het verwijt dat de eerste president Bush kreeg dat het karwei niet was afgemaakt.

Eenmaal in oorlog elimineer je, mogelijke, vijanden. Dan is een drone die een ‘hellfire’ door de brievenbus’ schiet om iemand uit te schakelen een passende actie. Ook al ‘sneuvelt’ de hele familie en de buren van die ‘vijand’. Dat wordt ‘collateral damage’ genoemd en is acceptabel. Ze ‘sneuvelen’ en dat klinkt minder ernstig dan dat ze worden vermoord. En dan worden aanslagen zoals die in Brussel en Parijs ‘aanvallen of attacks‘ genoemd.

Eenmaal in oorlog kun je alleen maar terug als je hebt gewonnen of verloren. Een oorlog is traditioneel een gewapende strijd tussen volken of staten. Daar is bij de ‘oorlog tegen terrorisme’ geen sprake van. Een oorlog kent een duidelijk eindpunt, de overwinning van een partij of een bestand waarmee het conflict wordt bevroren. Zou het mogelijk zijn om terrorisme te overwinnen? IS kan worden verslagen, maar is daarmee het terrorisme verslagen? Of iets beperkter, het jihadistisch terrorisme? De Britse filosoof John Gray noemt, in zijn boek Zwarte mis. Apocalyptische religie en de moderne utopieën een oorlog om het terrorisme uit te roeien een waandenkbeeld. Een frame dat tegenwoordig door zo ongeveer iedereen wordt gebruikt. Wanneer eindigt deze oorlog? Omdat dit niet duidelijk is:“Geef je jezelf kennelijk een mandaat tot permanent ogenschijnlijk eindeloos geweld”, zoals Willem Schinkel het in Buitenhof noemde. En niet alleen eindeloos geweld, ook een reden om eindeloos nieuwe ‘preventieve’ bevoegdheden te vragen. Steeds meer ‘bevoegdheden’ die onze vrijheden beperken.

Die aanslagen van 11 september 2001 creëerden voor de VS, nu onder leiding van president George W. Bush jr. (de zoon van), een gelegenheid om weer tegen Irak in actie te komen. Het bewerkte andere landen en kreeg de VN veiligheidsraad zover om een resolutie aan te nemen die Irak een laatste kans bood om inspecties toe te staan. Zou het dat niet doen dan zouden er ‘serious consequences’ volgen. Wat die waren was niet duidelijk. Schoorvoetend ging Irak hiermee akkoord, maar het ging de VS en het VK te langzaam. Op 20 maart 2003 vielen zij aan. De aanval werd onderbouwd met als argument dat:

  • Irak massa-vernietigingswapens bezat. Na de oorlog bleken die er, zoals de inspecteurs ook al hadden geconstateerd, niet te zijn. Dit ondanks een ronkende presentatie van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, voor de Verenigde Naties. 
  • Irak het internationaal terrorisme zou steunen, met name Al Qaida. Nu zal Irak best enkele verzetsorganisatie, die door de betreffende landen als terroristisch werden beschouwd, hebben gesteund. Internationaal terrorisme is echter een groot woord dat het doet lijken alsof er sprake is van een groot internationaal netwerk. Dat Saddam Al Qaida zou steunen, lijkt heel ver gezocht. Hiervoor werden ook geen harde bewijzen geleverd. Sterker nog, Colin Powell gaf later toe dat er geen bewijzen waren.
  • hij zijn bevolking zou onderdrukken en vermoorden. Een goede reden maar waarom dan alleen Saddam? Assad van Syrië, Mubarak van Egypte, de koning van Saoedie-Arabië en zo zijn er meer die hun bevolking onderdrukten en indien nodig vermoorden.
  • Saddam Hoessein het zelfmoordterrorisme tegen Israeliërs steunde door de nabestaanden van de zelfmoordenaar financieel te ondersteunen. Niet leuk natuurlijk, maar daarin was Irak niet de enige en om dat als een casus bello te zien, is wel erg zwaar.
  • Irak negeerde keer op keer resoluties van de VN veiligheidsraad. Iets waar meer landen, waaronder Israel, een handje van hadden. 

Militair werd die oorlog een groot succes, Irak werd verslagen en het regime van Saddam Hoessein werd grondig verwijderd. Alle regeringsfunctionarissen van de Baath partij met inbegrip van politie-agenten, onderwijzend personeel aan universiteiten en scholen, verpleegkundigen en artsen werden ontslagen en het leger werd ontbonden.

Morgen deel 3 in deze reeks.