Uitgelicht

App en/of enkelband

“Wanneer in een stad de pest uitbrak, moesten volgens een reglement uit het einde van de zeventiende eeuw de volgende maatregelen worden getroffen. Allereerst een rigoreuze parcellering: de stad en haar ‘ommeland’ worden afgegrendeld, het is verboden de stad te verlaten op straffe van de dood, en alle zwerfdieren worden afgemaakt. De stad wordt opgedeeld in verschillende wijken die elk onder gezag van een intendant worden geplaatst. Iedere straat komt onder toezicht te staan van een syndicus die met de dood wordt gestraft als hij straat verlaat. Iedereen krijgt het bevel zich op een vastgestelde dag in zijn huis op te sluiten en het is verboden het te verlaten op straffe van de dood. De syndicus komt eigenhandig de deur van iedere woning van buitenaf vergrendelen; hij overhandigt de sleutel aan de wijkintendant, die hem bewaart tot de opheffing van de quarantaine.” 

Zo begint het hoofdstuk Panoptisme van het boek Discipline, Toezicht en Straf. De geboorte van de gevangenis van de Franse filosoof Michel Foucault. Foucault haalt dit uit een reglement uit de zeventiende eeuw. We zijn nu een kleine vier eeuwen verder en de manier waarop het coronavirus wordt bestreden, lijkt hier niet veel van af te wijken. Opsluiten in huis, contact vermijden en straffen bij overtreding. Geen doodstraf, tenminste niet in dit deel van de wereld. In andere streken, zoals de Filippijnen, ligt dat anders. Ik moest aan dit boek denken toen ik bij De Correspondent een artikel  van Dimitri Tokmetzis en Morgan Meaker las over de inzet van surveillancetechnologie om: “verspreiding van het virus te onderdrukken maar toch lockdowns te versoepelen”. De beide auteurs volgen: “het scala aan bewakingstechnologieën dat wereldwijd wordt ingezet.” En door dat woord ‘bewakingstechnologieën’ moest ik aan Foucault denken. 

Foucault beschrijft de geschiedenis van het omgaan met misdadigers. Het boek begint met het beschrijven van de ten uitvoerlegging van de straf van Damiens. Damiens pleegde een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Damiens wordt op een kar naar de plek gereden waar zijn straf, een openbare schuldbelijdenis, wordt voltrokken. “Daarna, “op genoemde kar, en op een schavot dat op de Place de Grèves opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid, de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken worden en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” Nu bleek dat vierendelen lastig vanwege het ontbreken van de juiste paarden. Daarom werden het zes paarden en dan nog ging het allemaal maar moeizaam.

Deze brute manier van straffen voor het oog van ‘het volk’, riep in de tweede helft van de Achttiende eeuw steeds meer weerstand en protest op: “de straffen moeten gematigd worden en in verhouding staan tot de delicten, de doodstraf mag slechts worden opgelegd aan schuldig bevonden  moordenaars, en de mensonwaardige lijfstraffen moeten worden afgeschaft,” aldus een samenvatting van een lijst met grieven in 1787 en 1788 ingediend bij de Franse Staten Generaal. Als alternatief kwam dwangarbeid op en in de loop van de negentiende eeuw ontstonden de gevangenissen zoals we ze nu nog steeds kennen. Een correctioneel instituut gericht op het verbeteren van de misdadiger zodat die na het uitzitten van zijn straf niet meer in de fout gaat. Hen moet discipline worden bijgebracht. Discipline ontstaat niet via het vertoon van macht, maar via observatie en kleine interventies.

De Brit Jeremy Bentham over wie ik al vaker schreef maar dan als ‘uitvinder’ van het utilitarisme, speelde hierin een belangrijke rol. Bentham ontwierp het Panopticum. Een gebouw met een centrale hal met daar rond ringen van cellen over verschillende verdiepingen gestapeld. Een cel heeft twee ramen: één naar buiten en één op de centrale hal gericht. Vanuit die centrale hal kan een persoon alles overzien zonder dat de persoon zelf gezien wordt. Bentham voorzag toepassing als gevangenis, school, ziekenhuis maar ook als bedrijfsgebouw. Koepelgevangenissen zijn volgens dit principe gebouwd. De camerabewaking van de openbare ruimte en de enkelband om thuis je straf uit te zitten, zijn eigentijdse varianten hiervan. 

‘Disciplinering’ van gevangenen kwam niet uit de lucht vallen. De opkomende industrie en het leger vroeg ook om disciplinering van mensen. Disciplinering was en is een belangrijk doel van ons onderwijs. En die disciplinering is bijzonder succesvol geweest. De manier waarop de ‘corona-maatregelen’ worden nageleefd, laten dit zien. De apps waarover nu wordt gesproken zijn een volgende stap in deze disciplinering. Als ze een verplichting worden, zijn die apps niet te vergelijken met de enkelband. Trouwens ook al ze niet worden verplicht, maar het niet hebben ervan je beperkt in je beweging?

Uitgelicht

Test, testen, getest

“Bondsvoorzitter Gabriele Gravina zei bij Sky Sport Italia dat waarschijnlijk eind april de medische controles kunnen beginnen waarbij alle spelers worden getest op het coronavirus. Pas als die zijn afgerond kan er weer worden getraind.” Zo lees ik op nos.nl. Testen, als iedereen is getest en niet besmet, dan weer trainen en daarna weer voetballen. Dat klinkt logisch. Is het ook logisch?

Er zijn twee soorten tests mogelijk. Als eerste een test waarmee wordt bepaald of iemand corona heeft. Bij een tweede soort test wordt er bloed afgenomen en wordt onderzocht of het bloed antistoffen bevat die erop duiden dat de persoon besmet is geweest met een corona-virus. De Italiaanse bondsvoorzitter zegt er niet bij aan welke test hij de voetballers wil onderwerpen. Maar laten we ze eens tegen het licht houden en kijken wat een uitkomst zegt. Ik begin met de laatste test.

Als deze test wordt bedoeld, dan wordt van iedere speler (en ik neem ook aan de trainers- en begeleidende staf) bloed afgenomen. Dat bloed wordt onderzocht op antistoffen. Die test heeft twee mogelijke uitkomsten. Worden er antistoffen gevonden dan is persoon besmet geweest door het corona-virus. Dan is het mogelijk dat die persoon in het vervolg resistent is tegen het virus. Hij wordt er niet meer ziek door. Die residentie kan levenslang zijn, maar ook voor een kortere periode. Hoe dit met het huidige corona-virus zit, is nog niet bekend. Worden er geen antistoffen aangetroffen, dan is de persoon nog niet getroffen door het virus. In beide gevallen kan er gewoon gevoetbald worden. Alleen loopt de persoon in het geval er geen antistoffen worden aangetroffen, de kans dat hij het virus oploopt als hij in aanraking komt met een besmet persoon.

Dan de eerste test, die bepaalt of iemand op dat moment corona heeft. Ook die geeft twee uitkomsten: je hebt het of niet. Als je het hebt, dan moet je eerst uitzieken en kun je pas daarna weer aan voetballen denken. Een bloedtest hoeft dan niet meer omdat je, als je bent genezen, zeker weet dat je antistoffen aantreft. Heb je het niet, dan kun je voetballen. Alleen weet je dan nog niet of je het wellicht al hebt gehad. Om dat te bepalen moet de bloedtest worden gedaan. Laat die zien dat je het nog niet hebt gehad, dan kun je voetballen. Alleen is dat een momentopname. Stel de betreffende voetballer loopt na de test de supermarkt in en treft daar een besmet iemand en raakt daardoor besmet zonder dat hij het weet. Dan kan het zomaar gebeuren dat hij vervolgens medespelers en als er weer wedstrijden worden gespeeld ook tegenstanders besmet. 

Met welke uitkomst mag je trainen en vervolgens spelen? De enige uitkomst waarbij je redelijk safe weer kunt spelen, is als je door het virus bent getroffen en het hebt overwonnen. Tenminste, als je er vervolgens langdurige resistentie tegen hebt opgebouwd. Heb je het nog niet gehad dan blijf je, totdat er een vaccin is, het risico lopen het virus op te lopen en vervolgens te verspreiden. Dan is een test niets meer en niets minder dan een momentopname. Dan is  redelijk veilig trainen en spelen alleen mogelijk als iedere speler die nog niet is getroffen door corona dagelijks wordt getest. 

Uitgelicht

‘Koopt Nederlandsche waar…’

“Een fundamentele discussie is geboden over hoe Nederland verder wil als de Corona-epidemie voorbij is” Dit schrijft Johannes Vervloed aan het einde van een artikel bij Opiniez. Dit artikel haalde ik in mijn vorige Prikker ook al aan. Vervloed vraagt zich af: “hoe we onze samenleving kunnen beschermen tegen deze en een volgende pandemie.” Waaraan hij dan denkt: “We zouden meer zelfvoorzienend moeten worden waar het essentiële producten en diensten betreft.” Zoals ik mijn Prikker van gisteren eindigde, is het een: “goed idee om (…) actief te zoeken naar die meerdere wegen.” Dus hulde aan Vervloed. Toch knelt er iets.

Nadat hij zich afvraagt hoe we ons kunnen beschermen tegen een volgende pandemie, stelt hij de volgende vragen: “Moet Nederland niet weer baas in eigen huis worden en de grenzen kunnen sluiten als dat nodig is? En is het wel verstandig volledig afhankelijk te blijven van globale productieketens? Zijn sommige producten en diensten zo vitaal dat deze in ieder geval als back-up in eigen land geproduceerd en geleverd moeten kunnen worden?”  Deze vragen knellen. Hoe open zijn deze vragen? Laten we ze eens doorlopen.

Baas in eigen huis. “Als doordringt dat we in tijden van een crisis als de huidige van de EU geen antwoord hoeven te verwachten en de lidstaten op zichzelf worden teruggeworpen, verdient nationaal beleid een herwaardering.” Laat nu de gezondheidszorg juist een terrein zijn waar de landen van de Europese Unie volledig ‘baas’ zijn in het ‘eigen huis’. Dat maakt het niet meer dan logisch dat er geen EU antwoord komt. De EU heeft geen rol en dat maakt het cru om haar te verwijten dat zij geen ‘antwoord’ geeft. Behalve als je vindt dat de EU moet worden afgebroken. En dat is wat Vervloed vindt: “Wat mij betreft beperkt de EU zich tot de interne markt en de douane-unie, nodig voor een handelsland als Nederland.”

Dan die afhankelijkheid. Vervloed: “Sommige producten en diensten zijn zo vitaal dat je je niet volledig van buitenlandse toevoer afhankelijk moet willen maken. Voedselvoorziening is cruciaal voor ieder land.”  Vervloed trekt daaruit de volgende conclusie: “De Nederlandse boer zal dan ook weer in ere moeten worden hersteld en gepraat over halvering van de veestapel en verkoop van landbouwbedrijven moet ophouden.” Wacht eens. Die Nederlandse boeren en tuinders produceren vooral voor de buitenlandse markt. Nederland is een van de grootste exporteurs van landbouwproducten. Die boeren en tuinders varen wel bij de gratie van het buitenland. Voor eigen Nederlands gebruik kan die veestapel best worden gehalveerd. Kan best een fors deel van de tuinbouwbedrijven worden gesaneerd. Ook hier gebruikt Vervloed ‘corona’ op een zeer bijzondere manier om zijn eigen opvattingen kracht bij te zetten. 

Nog meer afhankelijkheid. “De eigen maakindustrie zal weer meer aandacht en ruimte moeten krijgen. We mogen het sprookje van Nederland als pure diensteneconomie die de meeste levensbehoeften uit het buitenland invoert niet meer blijven vertellen. We moeten onze eigen staal-, chemische en andere basisindustrie koesteren en voor lief nemen dat de CO2-uitstoot dan maar weer oploopt.” Wat Vervloed er niet bij vertelt, is dat de producten van die Nederlandse staal- en chemische industrie dan flink duurder worden. Of, en dan betalen we als inwoner de prijs op een andere manier, dat die fabrieken stevig gesubsidieerd moeten worden. ‘Koopt Nederlandsche waar, dan helpen we elkaar’, zo lijkt Vervloed te betogen.

Met de CO2- uitstoot komen bij de werkelijke vijand; “Wat de energievoorziening betreft houden we kerncentrale Borsele voor de zekerheid maar langer open.” Nu produceren alle elektriciteitscentrales in Nederland bij elkaar, volgens wikipedia, ruim 20.500 Mega Watt. Dit is zonder de zonnepanelen en windmolens. Daarvan neemt de kerncentrale in Borsele er 435 voor rekening. Dat is zo’n 2%. Ook hier lijkt Vervloed ‘corona’ te gebruiken voor andere doeleinden. Die doeleinden worden in de zin erna duidelijk: “Megalomane en geldverslindende klimaat- en energieplannen zoals de Green Deal van EU-commissaris Timmermans moeten in de la verdwijnen.” 

Vervloed beziet, om het citaat uit het boek Kapitalisme en Ideologie van Thomas Piketty dat in die vorige Prikker centraal stond te gebruiken, de corona-crisis deterministisch. Determinisme is een leer die stelt dat dingen niet willekeurig gebeuren. Ze gebeuren met een reden. Die reden kan in het verleden of in de toekomst liggen. Bij Vervloed ligt die reden in het verleden. Hij wil terug naar, ja naar welke periode eigenlijk? In ieder geval een periode zonder de EU. Want die lijkt voor Vervloed, net als voor president Trump, de schuldig te zijn aan ‘corona’.

Een fundamentele discussie voeren over de periode na ‘corona’ is belangrijk. Belangrijk omdat we nu ervaren hoe de samenleving (op wereldschaal) wordt ontwricht en ervaren welke nadelen onze economische en politieke organisaties kennen in de aanpak van een grenzenloos virus. Maar dan wel een open fundamentele discussie op basis van grondige analyse waarbij de conclusies pas aan het eind komen en niet al aan het begin zoals bij Vervloed.

Uitgelicht

Piketty en de corona-pandemie

Ik ben begonnen met het lezen van Kapitalisme en Ideologie. Het nieuwe, stevig uitgevallen boek van de Franse econoom Thomas Piketty. Ik heb het boek nog (lang) niet uit dus verwacht hier geen beschouwing op het boek. Wat ik wel alvast wil verklappen is dat het helemaal niet gaat over ‘corona’. Toch moest ik tijdens het lezen denken aan de corona-pandemie.

Of eigenlijk aan de reacties van mensen erop. Van het niet schudden van handen, thuiswerken, geen voetbal tot het hamsteren van WC-papier. ‘Deskundigen’ die pleiten voor drastische maatregelen. Andere, zoals Ira Helsloot, pleiten juist voor ‘voorzichtigheid’ om de economie te ontzien: “Wat dat betreft is de economische prijs die we nu wereldwijd betalen om een groep kwetsbare ouderen te beschermen tegen vroegtijdig overlijden door het coronavirus buitensporig hoog.”  Politici, zoals Wilders, die zich normaal niets gelegen laten liggen aan wat andere landen in Europa doen, leveren nu kritiek omdat ‘Nederland veel minder’ doet. Trump heeft in de Verenigde Staten de noodtoestand uitgeroepen. Heel bijzonder is het commentaar van Raoul du Pré in de Volkskrant: “Ronduit zorgwekkend is het totale gebrek aan Europese coördinatie dat deze week zo duidelijk aan het licht kwam.” Een soort gelijke reactie is ook te lezen in een artikel van Johannes Vervloed bij Opiniez: “Als doordringt dat we in tijden van een crisis als de huidige van de EU geen antwoord hoeven te verwachten en de lidstaten op zichzelf worden teruggeworpen, verdient nationaal beleid een herwaardering. Waarom geld stoppen in EU-beleid dat niet werkt?” Hoezo zorgwekkend? Hoezo niet werken? De Europese Unie heeft geen rol op het terrein van de gezondheidszorg. Dat is iets van de landen zelf en dan moet je niet raar opkijken als ze het allemaal op hun eigen manier doen.

Er zijn ook al mensen die ‘voorbij’ de corona-crisis kijken. Bij Joop ziet Han van der Horst ‘corona’ als de ‘zwanenzang’ van het kapitalisme zoals we het nu kennen: “Het kapitalisme faalt. De markt is geen garantie maar een gevaar voor de bestaanszekerheid van u en ik. Althans als we door gaan te blijven geloven in de dogma’s die ons dertig jaar geleden door Margaret Thatcher en Ronald Reagan zijn aangereikt, geïnspireerd als zij waren door hun heksenmeester Milton Friedman en zijn Chicago School of Economics.” Voor de toekomst zoekt Van der Horst, niet vreemd voor een historicus, inspiratie in het verleden. Bij de oorlogseconomie van de Tweede Wereldoorlog: “De werking van de markt en de uitgangspunten van het kapitalisme werden als het ware opgeschort.” Maar ook het naoorlogse Nederland waar: “Drees jaarlijks de loonruimte (bepaalde) en de overheid was verreweg de belangrijkste projectontwikkelaar.” 

Bij De Correspondent pleit Marc Chavannes tegen het neoliberalisme en voor deskundigheid bij de overheid. “Zoals premier Mark Rutte donderdag zei, moet nu met vijftig procent kennis honderd procent van de beslissingen worden genomen. Onvolmaakte maatregelen zijn beter dan geen. Dat kan alleen als ministers kunnen leunen op inhoudelijk deskundige ambtenaren.” En daaraan ontbreekt het. Waarom dat ontbreekt? “De neoliberale opvatting over wat de overheid is blijkt een doodlopende weg.” Vervolgens somt hij een reeks van debacles op van Fyra en fipronil tot de Groningse aardbevingen en de toeslagen crisis. “Deze crisis gaat over kennis, samenwerking, doortastend openbaar bestuur. En staat dus haaks op alles waar het demagogisch populisme het van moet hebben. Sorry jongens, even belangrijker dingen te doen.” Zo sluit Chavannes af.

Allebei geven ze een plausibele analyse van hoe het zo kon gebeuren. Een verhaal dat er ‘logisch’ toe leidt dat een gebeurtenis zoals de komst van het corona-virus, tot de huidige situatie moest leiden en dat die huidige situatie nu echt tot fundamentele veranderingen leidt. Dat gebeurde niet tijdens en na de economische crisis die in 2008 begon met de val van Lehman Brothers. Daarmee kom ik bij Piketty waarmee ik deze Prikker begon. Piketty pleit (pagina 141), in een heel andere context, ervoor om te kijken naar de: “eigen dynamiek van gebeurtenissen.” Om gebeurtenissen in het verleden: “niet deterministisch te bezien, maar juist te interpreteren als een beslissend moment waarop verschillende ideeën ingang konden vinden en meerdere wegen ingeslagen hadden kunnen worden.” 

Van der Horst en Chavannes zien, of hopen, dat de corona-pandemie zo’n gebeurtenis is. Of ze gelijk krijgen dat het virus zo’n gebeurtenis is, weten we pas over enkele jaren. Of het tot een ander soort economie leidt en/of tot het afscheid nemen van het demagogisch populisme, een ‘Robert Harris scenario’ waarover ik een tijdje geleden schreef of een heel ander scenario? Het kan allemaal. Het kan ook dat we gewoon op de oude voet verder gaan. Een goed idee om Piketty’s advies ter harte te nemen en actief te zoeken naar die meerdere wegen.

Jihadisten en onze rechtstaat

Tijdens het kort geding verklaarde hij dat de Nederlandse overheid jihadisten moet terughalen omdat ze verplicht is om ‘mensenrechtenschendingen jegens haar onderdanen’ te voorkomen. Kijk, ik snap best dat je als advocaat je cliënten adequaat moet verdedigen. Maar zou dat alsjeblieft met wat minder grote woorden kunnen? Met wat minder lachwekkende ook?” Zo schrijft Elma Drayer in haar column in de Volkskrant. Die ‘hij’ waarover Drayer schrijft is André Seebregts. Vanuit de emotie is het betoog van Drayer te volgen. In één zin spreken over jihadisten en mensenrechten dat lijkt een gotspe. Zijn de woorden van Seebregts wel zo lachwekkend?

Bron: Pixabay

Zeker deze jihadisten steunden  een moorddadig en bruut regime en het bleef niet bij steunen alleen. Ze leverden er vaak ook nog een bijdrage aan. Voor de misdaden die zij hebben begaan moeten zij worden gestraft. Zwaar worden gestraft. Dat staat buiten kijf. Zoals ook buiten kijf staat dat zij bij voorkeur berecht moeten worden op de plek waar zij die misdaden hebben begaan. Als dat om welke reden dan ook niet kan, dan is berechting in Nederland aan de orde. 

Wat ook buiten kijf staat, is dat Nederland een rechtstaat is en dat het de plicht is van de Nederlandse overheid om mensenrechtenschendingen jegens haar onderdanen te voorkomen. Die plicht heeft de Nederlandse overheid jegens al haar onderdanen, wat zij ook op hun kerfstok hebben. Die plicht heeft de overheid jegens een onschuldig iemand die om dubieuze redenen in een Turkse gevangenis verdwijnt. Die plicht heeft zij ook jegens een van drugshandel beschuldigde persoon in Thailand, en een meervoudig moordenaar en verkrachter in Paraguay. Die plicht heeft de Nederlandse overheid ook jegens een jihadist in Irak of Syrië. 

‘Maar die heeft door daden toch alles verspeeld waar Nederland voor staat?’ Hoor ik velen van jullie denken. Dat klopt, maar dat ontslaat de Nederlandse regering niet van haar plicht om zich in te zetten om mensenrechtenschendingen tegen hem of haar te voorkomen.

Een rechtstaat kenmerkt zich nu juist door haar principes ook toe te passen op degenen die haar regels met voeten hebben getreden. Onder andere daarom heeft vrouwe Justitia een blinddoek om. Zo lachwekkend zijn de uitspraken van Seebregts niet. Door die regels niet van toepassing te verklaren op bepaalde mensen, zoals de VVD doet, wordt de bijl gezet in een van de de belangrijkste pijlers onder onze rechtstaat. Dat is niet lachwekkend, dat is zorgwekkend.

Punk en de boerka

In mijn jeugd, ja dat is lang geleden, vierde punk hoogtij. Punks waren in zwart geklede jongelui met allerlei ijzerwerk in en aan het lichaam. Een hanenkam op het hoofd en als aanhangers van het anarchisme wezen zij onze huidige samenleving af. De echte tenminste want voor de meeste van hen was het gewoon een manier om zich tegen hun ouders af te zetten. Zij waren enkele jaren punk, gingen vervolgens naar de kapper, legden het ijzerwerk af en gingen op in de menigte waartegen ze zich zo hadden afgezet. Een anarchist verzet zich tegen opgelegd gezag. Opgelegd gezag door individuen maar ook door de overheid. Een anarchist verwerpt democratie omdat het individu hierdoor gezag boven zich krijgt. 

Bron: Wikipedia

Waarom dit uitstapje via de punk naar het anarchisme? Ik maak dit uitstapje vanwege het meest besproken kledingstuk van de afgelopen periode, de boerka. Die boerka moet worden bestreden. Waarom? Omdat, zoals Martin Sommer het in de Volkskrant schrijft: “de boerkadraagsters een islam aan(hangen) die deze samenleving radicaal afwijst, zo niet daar actief tegen ten strijde trekt.” Daarom is Sommer: “voor een antiboerkawet maar het exemplaar dat we nu hebben, is een misbaksel.” Dit terwijl er nooit iemand vroeg om een verbod op ‘hanenkammen’.

Het is mij een raadsel hoe een beperkt verbod op een kledingstuk bijdraagt aan het bestrijden van een ideologie die onze samenleving radicaal afwijst. Zelfs bij een algeheel verbod kun je die vraag stellen. Die ideologie zit in de hoofden van mensen, de boerka erom. Tenminste bij het vrouwelijke deel van de aanhangers ervan. Als tegenstander van onze samenleving maken ze zich zo bekend en isoleren ze zich van de rest. Zij wijzen de samenleving af en een groot deel van de samenleving hen. Bovendien is het zo makkelijk om hen in de gaten te houden, zou ik denken. 

De vrijheid om te denken wat je wilt en je mening te uiten is een belangrijk goed in onze samenleving. Ook het denken dat het allemaal anders moet en het afwijzen van het bestaande hoort onder die vrijheid. Dat wordt anders als het denken wordt omgezet in geweldsdaden of het aanzetten daartoe. Dan wordt een grens overschreden en is het aan de overheid om op te treden en te straffen. De overheid treedt op tegen de daden, zij handhaaft de rechtstaat. 

Het is niet aan de overheid om op te treden tegen de woorden, tegen een ideologie. Dat is een taak van de samenleving, van haar inwoners, verenigingen, organisaties, partijen, media enzovoorts. Het is dus ook niet aan de overheid om een ideologie verwerpelijk te vinden. Dat die huidige wet een ‘misbaksel’ is, wordt erdoor veroorzaakt dat een klein deel van politiek Nederland via de wet symboolpolitiek wil bedrijven en een wat groter deel dat kleinere deel de wind uit de zeilen wil nemen. Daarom: “moesten de integraalhelmen en bivakmutsen erbij gesleept worden.” 

In een krachtige open democratische rechtstaat strijden ideologieën in een open debat met elkaar. De overheid ziet toe op het eerlijke verloop ervan. Door die strijd houden de uitersten elkaar in evenwicht. Geloven we nog wel in die kracht? Is het per wet verbieden van (symbolen van) een ideologie daarom niet een zwaktebod voor een open democratische rechtstaat? Duidt een ‘boerkawet’ niet op een gebrek aan geloof in de kracht ervan?

Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ vanForum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.