Uitgelicht

Verbod op verheerlijken terrorisme?

Wat is terrorisme? En wat is een terroristische organisatie? Twee interessante vragen. Ik stel die vragen omdat minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, het Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijking van terrorisme en openbare steun aan terroristische organisaties ter consultatie heeft gelegd. Nog tot 16 augustus 2025 kun je je zienswijze op dit wetsvoorstel geven. Bij het lezen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting erbij kwamen die vragen bij mij op. En als een wetsvoorstel met die naam dergelijke vragen oproept, dan klopt er, naar mijn mening, iets niet.

Voor eenieder die het niet weet. In het proces om te komen tot een nieuwe wet wordt er sinds een aantal jaren een internetconsultatie gehouden. Via die consultatie kan eenieder zijn steun, bezwaren op- en aanmerkingen over beoogde wetsvoorstellen geven. Die consultatie vindt plaats voordat de regering het wetsvoorstel door de regering wordt vastgesteld en naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Terug naar de inhoud.

Dat is terrorisme en het wetsvoorstel van Van Weel. Het wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van strafrecht. Het voegt er de artikelen 132 a,b en c en 138 b,c en d aan toe. Artikelen die het ‘verheerlijken van’ en ‘steun betuigen aan’ een terroristisch misdrijf of een terroristische organisatie strafbaar stellen. Word je er schuldig aan bevonden dan kun je maximaal drie jaar achter de tralies verdwijnen.

Laat ik beginnen bij het begin. De eerste zin van de memorie van toelichting: “Terrorisme vormt een bedreiging voor de democratische wereld en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving.” 1 Dit is onzin. Terrorisme is geen bedreiging voor een democratische samenleving. In haar DWDD college van 12 maart 2016 noemde terrorisme expert Beatrice de Graaf terroristen ‘early adapters’, ze zijn snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Maar ook de ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’ die liever een shortcut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme. Nederlands grootste voetballer aller tijden, Johan Cruijff deed een legendarische uitspraak over Italië als voetballand en Italiaanse clubs: “Ze kennen niet van je winnen, maar jij ken wel van ze verliezen.” Met mensen die zich van terrorisme bedienen is het precies hetzelfde Ze kunnen niet winnen maar jij kunt wel van ze verliezen. Verliezen door je eigen kracht te verzwakken en dat is waar dit voorstel aan bijdraagt. Het draagt eraan bij omdat het een slecht en overbodig voorstel is en angst aanwakkert. En angst is, zoals het spreekwoord zegt, een slechte raadgever.

Dat er: “ Verschillende bewegingen met radicale ideologieën, die omverwerping van onze democratische rechtsstaat nastreven … aan kracht gewonnen,”2 hebben, wil ik best geloven. En dat rapportages van de Nationaal coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV): “laten zien dat terroristische denkbeelden op steeds grotere schaal openlijk worden uitgedragen en dat met name jongeren zich gevoelig tonen voor die denkbeelden en zich kunnen ontwikkelen van sympathisant tot aanhanger van dat gedachtegoed,” wil ik best geloven. Deze ideeën verdwijnen echter niet door de aanhangers ervan maximaal drie jaar in de cel te stoppen. Rosa Parks liet zich bij haar ‘radicale daad’, het niet opstaan voor een blanke, die was gebaseerd op haar ‘radicale ideologie’ niet afschrikken door een eventuele gevangenisstraf. Het bestraffen van slechte ideeën is de verkeerde manier. Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.

Een slecht idee om meerdere redenen. Zo wordt in het wetsvoorstel nergens duidelijk gemaakt wat terrorisme is. Het wetsvoorstel en ook de 24 pagina’s van de memorie van toelichting, bevatten geen definitie van terrorisme. Het Wetboek van strafrecht dat met dit artikel wordt gewijzigd, ook niet. Daarin wordt wel iets geregeld over het financieren van terrorisme (Titel XXXI) maar het bevat geen definitie van terrorisme. Ook de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid bevat geen definitie van dat wat er volgens deze wet bestreden moet worden. Wat mag ik, als minister Van Weel zijn zin krijgt, niet meer verheerlijken? Welke organisaties mag ik steunen? Dat wordt niet duidelijk gemaakt. Dit wetsvoorstel laat dat in het ongewisse. Dat is nogal cruciaal want wat voor de een een terrorist is, is voor de ander een legitiem verzetsstrijder.

Na lang zoeken vond ik op de site van de NCTV een definitie van terrorisme: “ Het uit ideologische motieven (voorbereiden van het) plegen van op mensenlevens gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Maar, zoals ik hiervoor liet zien, heeft deze definitie geen wettelijke grondslag. Het is, zoals de NCTV het schrijft, een definitie: “gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Het gaat hierbij niet om definities in juridische zin maar werkdefinities.” Bovendien een bijzondere definitie. Niet het deel voor wat betreft het plegen van op mensenlevens gericht geweld. Dat is duidelijk. Dat is moord en als je het plant, moord met voorbedachte rade. Daarvoor hoeft het Wetboek van strafrecht niet te worden aangepast. Dat is al strafbaar. Dubieus wordt het als er wordt gesproken over ‘het op ideologische motieven plannen en uitvoeren van acties die maatschappijontwrichtende schade veroorzaken’. Want wat is maatschappijontwrichtend? Daarover kun je van mening verschillen. Bovendien laat de geschiedenis zien dat maatschappijontwrichtende acties aan de basis kunnen staan van ontwikkelingen ten goede. Toen Rosa Parks in de bus niet wilde opstaan voor een blanke was er sprake van ontwrichting van de maatschappij. Zwarte mensen behoorden gewoon hun plaats af te staan aan een blanke. Een staking van NS personeel ontwricht de maatschappij en kan ideologische motieven hebben.

Dit wetsvoorstel en het wettelijk kader waarbinnen dit wetsvoorstel haar beslag moet krijgen is dermate vaag dat, net zoals bij de roep om het demonstratierecht te bepreken waarover ik recentelijk schreef, willekeur in de lucht hangt. Partijen die het demonstratierecht willen beperken hebben allemaal groepen en thema’s voor ogen die in hun ogen hinderlijk zijn en waarvan ze het demonstratierecht willen ontnemen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, dan ligt de weg open voor de partijen aan de macht om hun tegenstanders en te criminaliseren en mensen die hun steun betuigen aan deze groep te vervolgen. Benoem ze tot een terroristische organisatie en je kunt de overheidsmacht op ze loslaten. Een organisatie is terroristisch, zo is als er een bindend besluit in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie is en de minister vervolgens besluit dat er sprake is van een terroristische organisatie. Dan is steun aan die organisatie strafbaar. Zonder een fatsoenlijke definitie van het cruciale begrip terrorisme, is dit een gevaarlijk wetsvoorstel. Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.

Het is niet alleen gevaarlijk maar vooral ook overbodig. Het ‘verheerlijken’ van terrorisme dat dit voorstel beoogt, is al strafbaar. In de toelichting wordt beschreven hoe we ‘verheerlijken’ moeten verstaan: “Bij verheerlijken gaat het niet alleen om het goedpraten of goedkeuren van een misdrijf, maar het prijzen daarvan, op een zodanige wijze dat mensen daardoor kunnen worden beïnvloed, geïnspireerd of ideologisch rijp gemaakt voor het ondersteunen of – uiteindelijk – deelnemen aan dergelijke misdrijven.”3 Dit verschilt in niets van opruiing dat op grond van artikel 131 en 132 van het Wetboek van strafrecht al strafbaar is. Het tweede lid van artikel 131 en het derde lid van artikel132 regelt al dat: “indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,” de strafmaat kan worden verhoogd. Dit, zoals we zagen, zonder dat het begrip terrorisme is gedefinieerd.

1 Memorie van toelichting, pagina 1

2 Idem, pagina 2

3 Idem, pagina 20

Uitgelicht

Tel Aviv en/of Teheran

“ Een duidelijke uitspraak van GroenLinks-PvdA’ (…) wij gaan niks doen om de burgers van Israël te beschermen. Ik vind het verontrustend dat zo’n draai wordt gemaakt,” Aldus NSC Kamerlid Kahraman. “Wees dan ook eerlijk en erken dat heel Tel Aviv van de kaart geveegd kan worden,” de reactie van VVD-Kamerlid Van der Burg. “Mevrouw Piri is blijkbaar van mening dat Israël niet meer over een functionerende luchtafweer mag beschikken en zich niet meer mag verdedigen tegen inkomende raketten die worden afgeschoten door het regime van de ayatollahs in Iran. Ik vind dit een opmerkelijke draai, die mij, ook in het licht van de geschiedenis en de partij waar mevrouw Piri vandaan komt, persoonlijk zwaar valt.” Aldus Minister Veldkamp. Reacties op het standpunt van Groenlinks-PvdA dat Nederland geen wapens en ook geen onderdelen voor het anti-raketschild Iron Dome maar mag leveren. Ik ben mevrouw Piri niet en ook niet GroenLinks-PvdA, maar laat ik de vragen toch eens beantwoorden.

Teheran. Bron commons.wikimedia

Eerst ter inleiding. Volgens Piri en GroenLinks-PvdA wordt: “ Iron Dome (…) ingezet als een onderdeel van de aanvalsstrategie. (…) Het is nu helaas door Netanyahu (de premier van Israël, red.) ingezet als onderdeel van een aanval en kan dus niet langer worden gezien als defensief wapen.” Een redenering die je met argumenten kunt onderbouwen. In deze oorlog, want dit is geen conflict, is Israël de agressor, zoals Piri terecht constateert. Israël is deze oorlog begonnen. Iets wat ik in mijn vorige prikker ook betoogde.

Beste meneer Kahraman, het is aan Israël om haar eigen burgers te beschermen in deze door het land zelf gestarte oorlog. En zoals we ook na de Russische aanval op Oekraïne hebben gedaan, veroordelen we deze brute Israëlische aanval op een ander land. En net zoals we Rusland straften, straffen we ook Israël met sancties. Als eerste vallen alle militaire goederen en goederen die voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden onder sancties. Deze goederen kunnen en mogen we niet meer aan agressor Israël leveren. Als Israël hierdoor haar burgers niet meer kan beschermen, dan komt dat geheel en al op het conto van de Israëlische regering. Die liet ons door het beginnen van deze oorlog, geen andere keus. Ieder Israëlische dode die hierdoor valt, is een gevolg van het besluit en dus een verantwoordelijkheid van de Israëlische regering. Net zoals iedere Iraanse dode als gevolg van de Israëlische acties een verantwoordelijkheid is van de Israëlische regering.

Beste minister Veldkamp. Van mij mag Israël best over een functionerende luchtafweer beschikken. Maar niet eentje waar wij aan bijdragen. Dat is niet omdat wij er niet aan willen bijdragen. Dat is omdat de Israëlische regering ons, zoals gezegd, geen andere keus laat. En net als u, heb ik niets op, en moet ik niets hebben van ayatollahs in Iran. Dat laat onverlet, dat Iran het recht heeft zich te verdedigen tegen de onwettelijke en onnodige Israëlische aanval waartoe de Israëlische regering heeft besloten.

Daarmee kom ik bij meneer Van de Burg en het mogelijk ‘van de kaart vegen van Tel Aviv’. Ja, als het Iron Dome niet meer functioneert, dan lopen de inwoners van Tel Aviv veel meer risico. Dat is niet iets wat u mij in de schoenen moet schuiven omdat ik voor deze sancties pleit. Daarvoor moet u toch echt bij de leider van Israël zijn. De leider die u in deze blind en kritiekloos volgt. En dat blinde en kritiekloze stuit mij zeer tegen de borst.

Belangrijker beste meneer Van de Burg. Waar is uw bekommernis met de weerloze Iraanse burgers? Met bijvoorbeeld de 10 miljoen burgers van Teheran die van president Trump van de Verenigde Staten te horen kregen dat ze snel (ik geloof binnen twee dagen) hun heil elders moesten zoeken. Dit om hun leven zeker te zijn. Zij hebben geen Iron Dome en zelfs geen functionerende normale luchtverdediging meer. Die schakelde Israël in haar eerste illegale klap uit. U bekommert u om de inwoners van Tel Aviv en ook ik maak mij zorgen om de inwoners van deze stad, Ik maak me echter net zoveel zorgen om de inwoners van Teheran. En mijn zorgen om de burgers van Teheran zijn na wat Israël in Gaza heeft gedaan en nog doet, zeer groot.

Uitgelicht

Hypocrisie geframed

Framing is, aldus Wikipedia: “een overtuigingstechniek in communicatie waarbij woorden en beelden zo gekozen worden, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren.” Het in de discussie rondom asiel veel gebruikte woord ‘gelukszoekers’ is een voorbeeld van framing. Ja, mensen die asiel zoeken, zoeken geluk. Maar zoeken we daar niet allemaal naar? Het enige verschil tussen een asielzoeker en mij, is dat de asielzoeker van een plek komt waar het vinden van geluk redelijk onmogelijk is en ik mijn geluk op mijn geboorteplek kan nastreven. Dat toeval is mijn grootste geluk. Soms is het frame overduidelijk. Soms is het wat lastiger te achterhalen.

Neem het volgende:“Het kabinet betreurt de aanvallen van Israël op Iran. Demissionair premier Schoof spreekt van “alarmerende aanvallen” en roept alle partijen op “om de rust te bewaren en zich te onthouden van verdere aanvallen en vergeldingen.”” Zoals is te lezen op de site van de NOS. Vele andere westerse regeringsleiders doen hetzelfde en voegen er, zoals de Britse premier Starmer, nog aan toe dat Israël het recht heeft om zichzelf te verdedigen.

Door het frame, de woorden ‘betreuren’ en ‘ vergelding’ wordt het beeld geschapen dat de twee partijen gelijke schuld hebben aan de ontstane situatie. Dat is bezijden de waarheid. Ja, Israël heeft het recht om zich te verdedigen zoals Starmer zegt. Verdedigen doe je je tegen een aanval. Israël werd niet aangevallen door Iran. Iran werd aangevallen door Israël en die aanval begon al met het bombarderen van het Iraanse consulaat in Damascus op 1 april 2024. Een daad waarop Iran zeer terughoudend reageerde. Na de aanval van 13 juni 2025 was dat voor de Iraanse regering niet meer mogelijk. Er is hier geen sprake van verdedigen maar van een aanval op een soeverein land. Dat dit soevereine land een verschrikkelijke regering heeft, maakt dit feit niet anders.

Iran heeft een nucleair programma en verrijkt uranium. Dat doet Nederland ook. In Almelo bij Urenco wordt uranium verrijkt voor gebruik in kerncentrales. Uranium verrijken is niet verboden. Het land heeft geen kernwapen en heeft het non-proliferatieverdrag (NPV) ondertekend. Dat verdrag beoogt de verspreiding van kernwapens te voorkomen en het aantal kernwapens te verminderen. Onder dat verdrag worden de Iraanse nucleaire activiteiten gecontroleerd. Het land heeft dat verdrag niet geschonden. En zelfs als het land dat verdrag zou schenden, dan was het nog niet Israël om te straffen en zeker niet te bombarderen. Dan was het aan de verdragspartners om dat met de Iraanse regering op te nemen. Israël is geen verdragspartner en heeft zelf kernwapens. Wat Israël op nucleair gebied uitspookt en hoeveel kernwapens het heeft, is onbekend omdat het geen verdragspartner is, wordt het niet gecontroleerd. Israël verwijt Iran regels te schenden die het zelf niet wil tekenen. Een bijzondere vorm van hypocrisie van zowel Israëlische kant als van de kant van de westerse regeringsleiders. Op het gebied van nucleaire technologie zou juist Israël aangesproken en veroordeeld moeten worden. Aangesproken en veroordeeld op de weigering om het NPV te ondertekenen. Dat aanspreken laten de westerse leiders na.

Ook van een ‘acute dreiging’ door Iran waar de Israëlische premier Netanyahu over spreekt en dat door westerse politici en media wordt overgenomen, is geen sprake. Zelfs als Iran kernwapens zou ontwikkelen, dan nog was dit geen acute bedreiging voor Israël. Kernwapens zijn wapens die je hebt om niet te gebruiken maar die moeten voorkomen dat anderen die ze wel hebben je kunnen chanteren. En zelfs daar is hun ‘kracht’ beperkt. Het grote Russische arsenaal kan niet voorkomen dat Oekraïne aanvalt tot diep in het Siberische binnenland. Zo zouden Iraanse kernwapens een Israëlische aanval zoals die van 13 juni niet hebben voorkomen en verhinderen de Israëlische kernwapens Iran niet bij het bestoken van Israël met raketten en drones.

Een van de Israëlische doelen van deze aanvallen is de Iraanse capaciteit om raketten naar Israël te sturen, wegnemen. Het bijzondere is dat de actie juist precies het tegendeel bereikt. De raketten landen door deze aanval juist op Israël. Dit terwijl ze tot vorige week gewoon in een Iraanse opslag lagen. De Israëlische luchtmacht ‘heerst boven Teheran’ verkondigt Israëls premier Netanyahu vol trots. Dat is allemaal in heel korte tijd bereikt. Vanuit militair oogpunt een knappe prestatie. Dat het zo snel is gegaan laat echter vooral zien dat die ‘acute Iraanse dreiging’ er niet was en nooit is geweest. Het land was en is veel te zwak om wie dan ook te bedreigen. De grootste dreiging die er vanuit het land uitging, was de dreiging van door het land bewapende clubjes in conflictgebieden in buurlanden. Clubjes die met relatief eenvoudig wapentuig bevoorraad kunnen worden en de boel kunnen destabiliseren. Nu is Iran niet het enige land dat eigen ‘clubjes’ steunt om ergens zaken te destabiliseren en zo invloed te verkrijgen.

Israël framed zich graag als de underdog. Het is echter de sterkste militaire macht in het Midden-Oosten, is dat altijd geweest en de geschiedenis laat zien dat Israël een grotere bedreiging is voor haar buurlanden dan haar buurlanden voor Israël. Israël is militair een regionale supermacht die ook nog eens door dik en dun wordt gesteund door de grootste militaire supermacht van de wereld, de Verenigde Staten. Israël heeft een stevig track record als het gaat om het bombarderen van andere landen. Zo bombardeerde het op 7 juni 1981 de Iraakse nucleaire onderzoeksreactor in Osirak. Op 1 oktober 1985 het hoofdkwartier van de PLO in de Tunesische hoofdstad Tunis. Op 6 september 2007 bombardeerde het een Syrische nucleaire reactor. Syrië is trouwens vaker het slachtoffer van Israëlische agressie. Het meest door Israël gebombardeerde en binnengevallen en bezette land is Libanon. En nu ben ik de Operation Focus nog vergeten. De Israëlische aanval op Egypte in 1967 en vervolgens Syrië en Jordanië. Ook wel bekend als de Zesdaagse Oorlog. De oorlog waarin Israël de Golanhoogte, Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezette. Ja die underdog, die ‘David’ is eigenlijk al vanaf 1948 (en zelfs al daarvoor) de eigenlijke Goliath. Ja, in 1948 vielen zeven Arabische landen de nieuwe Joodse staat Israël aan. Maar, zoals de Palestijnse historicus Khalidi het treffend omschrijft: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.” i

In 2021 viel Rusland buurland Oekraïne binnen. Toen was het huis te klein en regende het veroordelingen, rolde het ene sanctiepakket over het andere heen en kreeg de aangevallen partij steeds zwaardere wapens toegeschoven om zich te verdedigen tegen de agressor. De agressor werd veroordeeld en de aangevallen partij kreeg steun. Het tegengestelde is nu het geval en dat staat in schril contrast met de huidige reactie. De aangevallen partij is nu niet het voorbeeld van een prettige samenleving. De Ayatollahs regeren met harde hand en onderdrukken hun bevolking. Dat laat echter onverlet dat de Israëlische agressie ten scherpste moet worden veroordeeld. Dat het mishandelde slachtoffer een boef is laat onverlet dat de mishandeling een misdaad is die bestraft moet worden. Dat Iran geen prettig land is laat onverlet dat de Israëlische aanval een zware schending van het internationaal recht is die bestraft moet worden. Net zoals de Russische agressie ten scherpste werd veroordeeld en bestraft met sancties.

Het tegendeel lijkt het geval te zijn. De Verenigde Staten, waren op de hoogte van de aanval en deden niets om deze tegen te houden. In tegendeel, ze voorzien Israël van wapens om de aanval voort te zetten. Bijzonder aan de rol van de Verenigde Staten en dan vooral haar president Trump, is dat er werd onderhandeld over een nucleair verdrag met Iran. Een verdrag dat president Obama in 2015 afsloot en waar zijn opvolger Trump in 2018 de stekker uit trok. Het was, volgens de ‘expert dealmaker’ een slecht verdrag. Nu wilde hij een soortgelijk verdrag afsluiten en was daarover in gesprek met Iran. Na de Israëlische bombardementen beëindigde Iran deze gesprekken. Op de vraag of Nederland een verzoek om een bijdrage te leveren om de Verenigde Staten, en in het verlengde daarvan Israël, te ondersteunen als de Verenigde Staten dat zouden vragen, gaf minister Brekelmans het antwoord dat dit van het verzoek zou afhangen. Dit is de omgekeerde wereld. Op die vraag kan, op basis van het internationaal recht dat Nederland conform de Grondwet artikel 90 moet bevorderen, maar één antwoord worden gegeven: ‘NEE, Nederland levert geen steun aan welke agressor dan ook.’

De westerse landen, ook de Nederlandse regering, regeren zeer terughoudend en lijken de schuld bij Iran te leggen of dat land in iedere geval een gelijke mate aan schuld in de schoenen te willen schuiven. Ze rijden een scheve schaats en proberen die met de hierboven beschreven frames recht te laten lijken.

iRashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

Gelukkig staat Stuurman aan wal

Soms, in mijn geval vrij vaak, lees je iets en denk je ‘wat een bijzondere gedachte’. Dat gebeurde mij toen ik in een bijdrage op LinkedIn een schrijven van Pieter Stuurman onder ogen kreeg; “Nu een einde aan de oorlog in Oekraïne mogelijk lijkt te worden, laat de Europese bestuurlijke elite haar ware gezicht zien.” Zo begint het schrijven en vervolgt iets verderop: “Nu Trump en Poetin willen onderhandelen over vrede, zien Europese leiders hun plannetjes in rook opgaan want overal klinkt agressieve oorlogstaal.” Bij het lezen moest ik denken aan de door Nietsche gebezigde term ‘Umwertung aller Werte’.

Europese leiders slaan, zo betoogt Stuurman, oorlogszuchtige taal uit en daarvan geeft hij een opsomming. Dit terwijl, zo betoogt hij, de Russische inzet vanaf het begin duidelijk was: ‘Twee dingen waren (en zijn) voor hem onacceptabel: het geweld tegen de etnisch Russische bevolking van de oostelijke provincies en een Oekraïens lidmaatschap van de NAVO. Daarin is sinds het begin van de oorlog niets veranderd. … en nooit heeft hij beweerd dat hij andere Europese landen zou willen aanvallen of op welke manier dan ook aanleiding gegeven om dat te denken.” Dit even terzijde, terug naar de ‘umwertung aller werte’ van Stuurman. “Alle hoogdravende retoriek over democratie en vrede blijkt keihard gelogen te zijn,” door die ‘oorlogszuchtige taal’ zo betoogt Stuurman en sluit zijn betoog af met: “Een schaamteloze omkering die de Europese gevestigde orde ontmaskert als het werkelijke kwaad, dat los van alle retoriek, met haar daden bewijst uit te zijn op oorlog, vernietiging en dictatuur. En dat dus niks moet hebben van vrede, de vrijheid en de democratie waarmee ze hun leugens steeds vruchtelozer proberen te maskeren.

Zou Stuurman weten dat er een oorlog is? En dat Poetins Rusland, dat volgens Stuurman vrede wil, de oorlog is begonnen? Dat Poetin de oorlogszuchtige woorden in daden heeft omgezet om het, in zijn ogen fascistische, bewind in Kyiv ten val te brengen. Zou hij weten dat er van structureel geweld tegen ethische Russen geen sprake was totdat er in 2014 ‘groene mannetjes’ in het oosten actief werden en delen van het land bezetten. Een deel, de Krim, voegde Poetin vervolgens eenzijdig toe aan Rusland. Pas met die ‘groene mannetjes’ was er sprake van geweld tegen etnische Russen, maar dan alleen de etnische Russen in die ‘groene pakken’, die het oostelijk deel van het land van Oekraïne wilden afscheiden. ‘Groene mannetjes’ die door Rusland werden gesteund en bewapend. En over Oekraïnes lidmaatschap van welke club dan ook, daar gaan Poetin en Rusland niet over. Dat is tussen Oekraïne en de NAVO-landen. Of het verstandig was, zoals de Amerikaanse president G.W. Bush in 2008 deed, om te zeggen dat hij Oekraïens en Georgisch lidmaatschap op termijn wel zag zitten, is iets heel anders.

Zou hij zich realiseren dat er ook in andere Europese landen Russen wonen en dat daar met argwaan wordt gekeken naar de manier waarop Poetin zich kwijt van zijn zelfopgelegde taak om er te zijn voor de Russen in die landen. Zou hij weten dat Poetin in een schrijven uit 2021 niet alleen de mensen uit het oosten van Oekraïne ziet als Rus, maar alle inwoners van het land. Dat een Oekraïner gewoon een Rus is. Net zoals de nazi’s dachten dat een Nederlander eigenlijk ook ‘gewoon’ een Duitser was.

Stuurman suggereert dat Rusland hierdoor geen andere keuze had dan Oekraïne aan te vallen. Er waren zeker andere keuzes mogelijk. Het was Rusland dat voor geweld en oorlog koos, niemand anders. Rusland is de oorlogszuchtige partij, niet de ‘Europese bestuurlijke elite’. Stuurman maakt zich hier schuldig aan een omkering van de werkelijkheid. Het Orwelliaanse verwijt dat hij de ‘Europese bestuurlijke elite’ maakt dat ‘oorlog, vrede is’, is veel meer op hem van toepassing.

“Bovendien zou een onderhandelde vrede Poetins oprechtheid direct aantonen,” zo beweert Stuurman. Immers: “Als hij samen met Trump tot een vredesakkoord komt en Poetin houdt zich aan zijn belofte de militaire actie vervolgens te staken, dan blijkt dat de bewering dat hij “door de Europese staten wil marcheren”kletskoek is.” Nu is Rusland niet in oorlog met de Verenigde Staten maar met Oekraïne. Een wapenstilstand en vrede moet met Oekraïne worden afgesloten, niet met Trump. Dit als eerste, niet onbelangrijke constatering. De bewering van Stuurman is een als-dan-bewering en die staat of valt met de ‘als’, in dit geval Poetin die zich aan een belofte houdt. Nu laat de geschiedenis zien, dat dit geen gegeven is. Zo heeft Poetin de akkoorden van Minsk gebroken en ook het memorandum van Boedapest uit 1994. Met dat memorandum dat Rusland samen met de Verenigde Staten en nog wat meer landen ondertekende, beloofden de ondertekenaars de onafhankelijkheid en soevereiniteit van Oekraïne (en ook Wit-Rusland en Kazachstan) te eerbiedigen en zich te onthouden van bedreiging met of gebruik van geweld. In ruil hiervoor gaven deze drie voormalige Sovjet republieken hun kernwapens op. Helaas hebben al die landen nagelaten om op te treden toen Rusland het mede door dat land ondertekende memorandum schond. En Trump schendt het nu door het land tot een ‘grondstoffendeal’ te dwingen.

Dus mocht die ‘als’ in Stuurmans bewering niet opgaan, wat dan? Ik ben het met Stuurman ben ik het eens, maar dan om andere redenen, dat de dreiging die van Rusland uitgaat schromelijk is overdreven. Volgens Stuurman wordt die dreiging overdreven omdat Rusland ons niet bedreigt. Dat zie ik anders, maar na drie jaar vechten is de winst die het machtige Russische leger heeft geboekt, zeer beperkt. Dus ‘door ‘Europa marcheren’ zit er niet in. Bovendien is ‘marcheren’ een ding, bezetten is iets heel anders. Dat vergt meer menskracht dan Rusland op de been kan brengen. Sterker nog, het bezetten van alleen Oekraïne zal al teveel menskracht vergen. Iets wat de Amerikanen aan den lijven hebben ondervonden in Vietnam., Afghanistan en Irak. Dit even terzijde. Tussen niets en een ‘mars door Europa’ zit echter nog een hele wereld aan mogelijkheden. Van het saboteren van kabels en cyberaanvallen tot ‘knibbelen aan de grenzen’, verplaatsen van het gevecht naar bijvoorbeeld Georgië, Moldavië of het hervatten van de gevechten in Oekraïne.

Stuurman gaat verder:“Andersom als Trump met Poetin tot een dergelijk akkoord komt en Poetin vervolgens dwars door Oekraïne naar het westen zou trekken om dat te bezetten, dan zou dat een rechtstreekse oorlogsverklaring aan de VS zijn. Zo’n flagrant verraad zal nooit worden geaccepteerd.” Even ervan afziend dat zo’n tocht zeer onwaarschijnlijk is, zoals ik hierboven al aangaf, zou ik mijn leven niet in de handen leggen van de Verenigde Staten onder Trump. De casus Gaza laat zien dat het Trump niet te doen is om een betere wereld. Zodra hij een handtekening heeft gezet, is het voor hem klaar en verliest hij zijn interesse en met hem de rest van de Amerikaanse regering. Als de VS onder Trump nu niet bereid zijn om Poetin te stoppen, waarom zouden ze dat dan over een jaar of twee jaar wel zijn?

Stuurman gaat nog verder: “Net zo krankzinnig als de beoogde zelfmoord van de Europese landen die nu proberen een mogelijke vrede te saboteren door middel van eigen militaire inzet, zodat Rusland geen andere keuze resteert, dan doorvechten, ditmaal tegen EU-landen die kennelijk staan te popelen om zichzelf en hun volkeren te laten vernietigen uit naam van vrede.” Hier overschat Stuurman de Russische mogelijkheden en onderschat hij de Europese. Een ‘Russische mars naar het westen’ daarvoor ontbreekt het Rusland aan de mogelijkheden. Daarvoor is zijn leger veel te zwak en te klein. De enige manier om de Europese volkeren te vernietigen is nucleair en dat zou ook vernietiging van Rusland betekenen. Maar belangrijker wil Poetin vrede? En in het verlengde daarvan, wil Trump vrede? Anders gezegd wat is vrede voor hen? Voor Poetin is vrede het zwijgen van de wapens en liefst nog het opheffen van sancties. Voor Trump is vrede een handtekening waarmee hij zichzelf op de borst kan kloppen en zich kan verkopen als ‘peacemaker’. Beiden zouden zeer tevreden zijn als Zelensky het veld zou ruimen. Voor Oekraïne is er vrede als het Russische leger hun land heeft verlaten en Rusland zich, zoals in Boedapest in 1994 afgesproken, niet meer met hun interne aangelegenheden bemoeit. Als zij zelf hun eigen regering kunnen kiezen en als dat Zelensky is, dan is dat Zelensky en dan hebben anderen dat maar te accepteren. Net zoals anderen maar te accepteren hebben dat Trump de president van de VS is en Poetin van Rusland.

Echt bijzonder is echter, en daarbij moest ik aan Nietsche denken, het volgende: “Na zijn verpletterende nederlaag bij de verkiezingen beweerde de (binnenkort voormalig) Duitse bondskanselier Scholz dat ‘de democratie beschermd moet worden en er alles aan gedaan moet worden om te voorkomen dat extreemrechts aan de macht komt’…. De tegenstander is de duivel zelve en als 1 op de 5 Duitsers erop stemt, dan is dat kennelijk niet democratisch volgens deze meneer. Hij vindt dus dat het afschaffen van de democratie en het negeren van de stem van het volk de redding voor diezelfde democratie zou zijn.” Even een rekenkundig feit: 4 op de 5 is vier keer zoveel als 1 op de 5. En als democratie alleen om meerderheden gaat, dan staan die 4 op de 5 in hun recht om die ene niet toe te laten tot de macht. Dat heeft niets met afschaffen van de democratie te maken. De democratie wordt afgeschaft als die 1 van de 5 hun wil doordrukken en de rechten van de 4 van de 5 inperken. Of wil Stuurman beweren dat alleen die 1 van de 5 tot het volk behoren? Iets waar extreem rechtse partijen een handje van hebben.

Wat met afschaffen van de democratie te maken heeft, is extreem rechts de sleutels tot de macht geven. Extreem rechts wil de democratie afschaffen. Niet afschaffen in de zin van dat er geen verkiezingen meer zijn, maar afschaffen dat er geen vrije verkiezingen meer zijn. Zoals in Rusland alwaar tegenstanders van Poetin niet mogen deelnemen en zelfs gevangen worden gezet en waar iedere verkiezing eindigt met een grote overwinning voor Poetin. Dan wordt de rechtsstaat uitgekleed en komen de vrijheden van mensen in het geding. Dat gebeurde in Hongarije. Dat gebeurde in Polen en dat gebeurt nu in de VS waar Trump protesten tegen zijn beleid de kop in wil drukken door de staatsfinanciering van scholen en universiteiten te staken als er ‘illegaal wordt geprotesteerd’ en protesterende scholieren en studenten van school worden verwijderd of gearresteerd. Een besluit dat de vrijheid van meningsuiting stevig uitholt. Dat zie je trouwens ook in Nederland waar tenminste drie van de vier regeringspartijen naar manieren zoeken om het demonstratierecht in te perken. De democratie is de enige regeringsvorm die via verkiezingen kan worden afgeschaft. Door extreem rechtse partijen uit te sluiten wordt de democratie beschermd. Door hen de sleutels tot de macht te geven wordt de democratie aangetast. Dan begint het zagen aan de grondwettelijke vrijheden. Dan wordt de persvrijheid van overheidswegen ingeperkt en dat begint met het weren van media die de macht kritisch volgen. Die niet klakkeloos spreken over de Golf van Amerika. Dan begint het ondermijnen van de rechterlijke macht. Dan worden ‘alternatieve waarheden’ ineens regeringsbeleid. Dan worden artikelen als die van Stuurman van duimpjes omhoog voorzien en van het commentaar dat het een ‘feitelijke en enig juiste analyse van de werkelijkheid’ is. Dan is democratie dictatuur en dictatuur democratie. Dan is de agressor het slachtoffer en het slachtoffer de agressor.

De beste stuurlui staan aan wal, aldus een Nederlands spreekwoord. Waarmee wordt bedoeld dat mensen die een karwei niet hoeven te doen en alleen maar toekijken, vaak wel beter dan de uitvoerder(s) denken te weten hoe het moet worden aangepakt. Gelukkig staat Stuurman aan de wal. Helaas staan er op het Amerikaanse schip stuurlui die zich van eenzelfde logica als Stuurman bedienen.

De zoon van God en de hel op Aarde

Dit team zal hopelijk net op tijd een eind maken aan het oprukkende totalitarisme en de schrijnende polarisatie tussen mensen, landen en werelddelen. Als we de sterren en planeten mogen geloven, dan lijkt dit initiatief ondersteund te worden.” Aldus Eric Huysmans in een artikel van zijn hand in het blad Paravisie. Ik kreeg het onder ogen via een bericht van de auteur op LinkedIn. Het ‘team’ waar hij over spreekt is het team Trump dat nu de regering van de Verenigde Staten vormt. Waar dat totalitarisme uit bestaat: “De westerse wereld bevond zich (hopelijk klopt deze verleden tijd) op een gevaarlijke koers richting vernietiging van zichzelf, de hele wereld met zich meeslepend. De steeds sterkere censuur, medische terreur, valse narratieven en samenballing van macht, dreigden de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver te werpen en in totalitarisme te storten.” Een bijzondere redenering.

Bijzonder maar Huysmans is niet de enige die dit hoopt en verwacht: “Präsident Trump zeigt uns den Weg. Und wenn wir nicht als komplette Idioten in die Geschichte eingehen wollen, sollten wir seinem Beispiel folgen. Green Deal, USAID, WHO, reißt alles nieder und gebt uns stattdessen DOGE, damit wir diese verachtenswerten globalitären Menschenfeinde bekämpfen können.” Aldus Europarlementariër Christine Anderson. Maar terug naar Huysmans.

Als we de reguliere media mogen geloven, wat ik niet doe, dan zou maar liefst 87% van de Nederlanders voorkeur voor Harris hebben gehad. Het lijkt me heel sterk, maar als het waar is dan zou dat tamelijk treurig zijn en een teken dat nog steeds erg veel mensen kritiekloos meegaan in wat hen door de reguliere media wordt voorgeschoteld. Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen en onze intuïtie zijn tekenen van een meer ontwikkeld bewustzijn. Daar zou het dan nog niet zo best mee gesteld zijn, zeg ik hier maar even tamelijk direct.” Kritisch en logisch nadenken en het inzetten van ons onderscheidingsvermogen klinkt mij als muziek in de oren. Huysmans onderbouwt zijn betoog vervolgens door de horoscoop van de regering Trump te raadplegen. En daarbij komt hij tot de conclusie dat: “veel hoop voor de transformerende slagkracht van de VS (Mars, Pluto, Eris, Uranus) op het gebied van groepsbewustzijn, groepsdienstbaarheid en nieuwe sociale structuren (Waterman). Daarnaast zullen oude wonden en hopelijk het gezondheidsstelsel geheeld worden en veel vrouwelijke energie vrijgemaakt worden (Venus, Eris en de Zwarte Maan). Ook zal een lange periode van misleiding en bedrog (Neptunus) worden beëindigd in Vissen, waarmee een overgang wordt ingeluid naar een even zo lange Neptunus-cyclus van 164 jaar. Hierin zal deze ‘verborgen christus’ de spirituele ontwikkeling van de mensheid een nieuwe impuls geven naar een hoger/completer bewustzijn van de werkelijke werkelijkheid (Mercurius) en van wie wij in essentie zijn (ziel/hoger zelf/monade/spirit). Dit alles zal intelligent worden ondersteund door het Hogere Zelf van de aarde (Venus).” Mij zeggen al die verwijzingen naar planeten en sterren niet veel tot niets, maar als je het allemaal leest, dan zou je echt gaan geloven dat Trump door God gezonden is.

Mijn kritisch en logisch nadenken en het inzetten van mijn onderscheidingsvermogen, leidt echter tot een heel ander resultaat. Net als Huysmans zie ik: “Valse narratieven en samenballing van macht (die) de reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(willen) werpen en in totalitarisme (willen) storten.” Ik kijk niet naar de sterren maar concentreer me op het ondermaanse hier op aarde en dan vooral op de personen.

Als je je zorgen maakt over de medische terreur, dan vraag ik me af hoe je, zoals Huysmans doet, Vivek Ramaswami kunt toejuichen. De man is de oprichter van Roivant Sciences. “We develop transformative medicines and technologies by building agile, focused companies called Vants,” aldus de site van het bedrijf. En dat niet om jou en mij er beter van te maken maar om: the discovery, development, and commercialization of new medicines,“ opnieuw uit te vinden.

Ik zie Peter Thiel, de man waaraan vice-president Vance zijn baan te danken heeft. De man achter Palantir Technologies. “We make products for human-driven analysis of real-world data,” zo is te lezen op de site van het bedrijf. “To achieve this, we build platforms for integrating, managing, and securing data on top of which we layer applications for fully interactive human-driven, machine-assisted analysis.“Dat klinkt mooi. De naam van het bedrijf doet me echter het ergste vrezen. Palantiri komen voor in Tolkiens Lord of the Rings. Het zijn zogenaamde kijkstenen waarmee de gebruiker contact kon zoeken met ander gebruikers van de stenen. Een gebruiker met een sterke wilskracht kon via zo’n steen bijna elke plek in Midden-Aarde bekijken. Voor degenen die de drie films hebben gezien. bVia die steen probeert de kwade heer Sauron informatie te achterhalen via de hobbit Pippin. Door tijdig ingrijpen van tovenaar Gandalf mislukt het. ‘Interactieve mensgestuurde machineondersteunde analyse’ of een kijkje in je ziel om te achterhalen wat je wilt of beter nog, om je aan te praten wat je moet willen.

Ik zie Musk die de Amerikaanse overheid min of meer heeft overgenomen als ware het een bedrijf en die met droge ogen Adolf Hitler parafraseert: “ All we’re really trying to do here is restore the will of the people through the president, and what we’re finding is that there’s an unelected bureaucracy. … If the will of the president is not implemented and the president is representative of the people, that means the will of the people is not being implemented, and that means we don’t live in a democracy, we live in a bureaucracy,“ Goebbels en Hitler zouden het niet beter kunnen zeggen. Het plaatst Trump boven de wet en gooit daarmee een Massive Ordenanc Penetrator1 op de basis van de rechtsstaat. En dat is dat in een rechtsstaat niemand boven de wet staat. Ook de heerser niet.

Ik zie Mark Zuckerberg. Een man zonder principes die alles doet voor een dollar meer. De man die, zoals hij zelf zei, gaat: “samenwerken met president Trump om regeringen over de hele wereld tegen te werken die achter Amerikaanse bedrijven aan zitten en meer willen censureren. (…) Europa heeft steeds meer wetten die censuur institutionaliseren en het moeilijk maken om daar iets innovatiefs op te bouwen. Latijns-Amerikaanse landen hebben geheime rechtbanken die bedrijven kunnen bevelen om dingen stilletjes te verwijderen.”In het libertaire narratief dat Thiel, Musk, Zuckerberg en de andere tech-miljardairs aanhangen is het beschermen van burgers tegen misbruik door deze bedrijven alle vrijheid te geven en is te tegengaan van ‘flooding the zone’ met onzin en onwaarheid, een vorm van censuur. Jammer genoeg gaan velen mee in dit valse narratief, zoals Europarlementariër Christine Anderson laat zien. Als rijke ondernemers pleiten voor een zo klein mogelijke overheid, zo min mogelijk regels en rigoureus in de bureaucratie gaan hakken dan maak ik me als ‘gemiddelde burger’ zorgen. Zorgen omdat de geschiedenis laat zien dat vooral die ‘gemiddelde burger’ daar de dupe van wordt. De grotere overheid en die bureaucratie is er namelijk om de machtsongelijkheid tussen die ‘gemiddelde burger’ en rijke, machtige individuen die politici met veel geld paaien, te verminderen.

Daar waar Math Herben het moest doen met ‘een lijntje met Pim’ pretendeert Trump dat hij de wedergeboorte van Jesus is en door God gezonden om de mensheid te redden. Iets wat Huysmans met sterrenwichelarij onderbouwt. De door ‘God gezonden nieuwe Jesus’ in het Witte Huis die, onder een, zo betoogt Huysmans, krachtig gesternte opereert, is bezig om met: Valse narratieven en samenballing van machtde reeds zeer imperfecte democratie helemaal omver(te) werpen en in totalitarisme (te) storten.” Deze ‘zoon van God’ werkt niet aan het paradijs maar aan een hel op Aarde.

1De Massive Ordnance Penetrator (MOP) is een bom van de Amerikaanse luchtmacht. De bom is het zwaarste conventionele (niet-nucleaire) wapen van de Amerikaanse strijdkrachten en is de opvolger van de MOAB (Massive Ordnance Air Blast, ook wel Mother of All Bombs genoemd). De bijna 14.000 kilogram zware bom kan alleen door een B-2-stealthvliegtuig geworpen worden.

Erg in hebben

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” De laatste woorden van het verhaal Piramide van de Venlose schrijver Fons Wijers. Het verhaal staat in zijn pas uitgekomen verhalenbundel Ricardo’s lot.  De woorden kwamen bij me op toen ik, zoals veel gebeurt in deze periode van het jaar, aan het terugdenken was wat er het aflopende jaar allemaal is gebeurd. Die woorden staan voor mij model voor het afgelopen jaar. Of beter nog, voor de afgelopen twintig jaar.

Eerst even naar het verhaal Piramide. De hoofdpersoon vertelt aan zijn dokter dat hij op reis gaat naar Egypte. Die dokter vindt dat, gezien de conditie van de man, geen goed idee en sluit zijn betoog af met de woorden: “Dus als u me vraagt of een dergelijke reis verantwoord is, moet ik u teleurstellen.” De man gaat toch en sterft vervolgens bijna van benauwdheid tijdens een bezoek aan een piramide. Hij overleeft het en kijkt aan het einde van de dag uit het raam van zijn hotelkamer en realiseert zich: “dat ademhalen natuurlijk gewoon vanzelf behoort te gaan, zonder nadenken.” Want en daarmee eindigt het verhaal: “Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.”  Een mooi kort verhaal waarvan de bundel van Wijers er veel meer bevat.

Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt, als het vanzelfsprekend is. Als je er ‘erg in hebt’ dan gaat het niet goed. Voor de man in het verhaal betreft dit de ademhaling. Die ging in de piramide niet vanzelf, het kostte moeite. In onze democratische rechtsstaat is het precies hetzelfde. Pas als iets niet goed gaat, zoals bij de Toeslagenaffaire, dan heb je er ‘erg in’. Dan merk je dat iets wat je als gewoon veronderstelde, niet vanzelf gaat. Als je het nieuws een beetje volgt dan krijg je de indruk dat er in onze democratische rechtsstaat tegenwoordig veel is waar we ‘erg in’ hebben en dat niet goed gaat. Als je het taalgebruik mag geloven dan leven we in een crisistijd. Milieucrisis, stikstofcrisis, energiecrisis, wooncrisis, asielcrisis, veiligheidscrisis want we moeten ons voorbereiden op een oorlog en zo’n crisis leidt al snel tot een kabinetscrisis. Ieder probleem wordt meteen een crisis en het is aan de overheid om die op te lossen. Op te lossen door volgens het ene uiterste, stevige maatregelen te nemen en volgens het andere uiterste zich er niet mee te bemoeien want dat lost de markt zelf wel op.

Volgens premier Schoof, zo vertelt hij in een interview in de Volkskrant, is: “Het belangrijk dat Nederland een relatief stabiel bestuur heeft,” want: “het is super onrustig in de wereld.” Nu maakt zijn kabinetsploeg alles behalve een stabiele en zelfs geen ‘relatief stabiele’ indruk. Het getuigt van weinig stabiliteit om pas aangenomen wetten, zoals de Spreidingswet weer in te trekken en om bijna afgeronde trajecten om een uitdaging aan te pakken, zoals bij de aanpak van het stikstofprobleem, bij het grof vuil te zetten. Het getuigt van weinig ‘stabiliteit’ door bij de aanpak van veel problemen alle ballen op innovatie te zetten en vervolgens te bezuinigingen op wetenschap en innovatie. Dit even terzijde.

Een nadeel van ‘er geen erg in hebben omdat het goed gaat’, is dat de waardering voor dat goed gaan verdwijnt. Dat er goed drinkwater uit de kraan komt is vanzelfsprekend. Dat die vanzelfsprekendheid onder druk staat door de grote hoeveelheid stikstof en nog meer door het gebruik van pesticiden verdwijnt dan naar de achtergrond. Van een andere orde, dat we in een democratische rechtsstaat wonen is vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend dat Plasterk, die mogelijke kabinetten moest onderzoeken adviseerde om: “te onderzoeken of er overeenstemming is of kan worden bereikt tussen de partijen PVV, VVD, NSC en BBB over een gezamenlijke basislijn voor het waarborgen van de Grondwet, de grondrechten en de democratische rechtsstaat.”  Zo vanzelfsprekend dat die partijen dat vervolgens ook nog gingen doen. Onze democratische rechtsstaat is onderhandelbaar. Onze Grondwet moet gewaarborgd worden. Ik dacht altijd dat de Grondwet de waarborging was van en voor onze democratische rechtsstaat.

Verdwijnende waardering van grondrechten omdat het goed gaat, bleek ook uit de discussie over het demonstratierecht die naar aanleiding van demonstraties van Exctinction Rebellion begin 2024 losbarstte. Die club maakte, zo betoogde Lilian Helder van de BBB, ‘misbruik van het demonstratierecht en moest daarom maar tot ‘criminele organisatie’ worden bestempeld. Politieke partijen die het demonstratierecht willen beperken omdat de boodschap die de groep verkondigd hen niet aanstaat. Ze realiseren zich niet dat het laten horen van een boodschap nu juist precies de kern van het demonstratierecht is

Waar het goed mee gaat, is het stigmatiserend, discriminatoir en soms zelfs racistische discours dat sinds het begin van deze eeuw over Nederland wordt uitgestort en waar Wilders al zo’n twintig jaar de belangrijkste vertolker van is. In maart van dit jaar gaf BBB-voorvrouw Van der Plas een voorbeeld dat het goed gaat met dit discours toen ze bij OP1 beweerde dat: “de groepen mensen die hier het meest asiel aanvragen dat zijn landen als Syrië, Eritrea Jemen dat zijn wel echt landen die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.” Nogal stigmatiserend en discriminerend en wat mij daarbij het meeste trof was dat de presentatoren het gewoon lieten passeren. Geen verontwaardiging, geen vraag naar bewijs. Ze zwegen als het graf. In mei deed Mona Keijzer, partijgenoot van Van der Plas en nu minister in het kabinet Schoof, bij Jeroen en Sophie een soortgelijke uitspraak: “Wat je ziet is dat veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur.” Daarom was er in het coalitieakkoord opgenomen dat de Holocaust onderdeel moet worden van de inburgering. Gelukkig was er toen wel iemand die tegengas gaf, de schrijver Arnon Grunberg vond het: “kwalijk. Dat is precies wat je niet moet doen… En dit vind ik eigenlijk ook nog schandelijk omdat over de ruggen van zes miljoen vermoorde joden hier symboolpolitiek wordt bedreven” Naar aanleiding van Keijzers uitspraak verzuchtte ik dat: “Als er dan toch ergens ‘nadrukkelijk kennis van de Holocaust’ bijgebracht moet worden, dan zijn de onderhandelaars van het coalitieakkoord een goede plek om te beginnen.”   

Na de gebeurtenissen in Amsterdam van 7 november bleek dat het stigmatiseren en discrimineren niet alleen iets van de PVV en BBB is. Onder de het-moet-benoemd-worden-vlag stigmatiseerden naast deze partijen ook de VVD en het kabinet Schoof er vrolijk op los. Er was sprake van een ‘integratieprobleem’ van mensen die hier geboren en getogen zijn. Om dat aan te pakken moet de ene vorm van discriminatie, antisemitisme, zwaarder worden bestraft dan andere vormen. Die gebeurtenissen werden ook aangegrepen om het demonstratierecht te beperken. Demonstreren werd voor het gemak ongeveer gelijkgesteld aan relschoppen. Trouwens niet alleen tegen het demonstratierecht er werd gepleit voor het verbieden van de instagrampagina Cestmocro omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Een aantasting van de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van drukpers. “Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving,” schreef ik naar aanleiding hiervan.

Eind november bleek hoe ‘goed’ het in Nederland gaat met het stigmatiserende, discriminerende en naar racisme riekende discours. Het bleek zo tot in de ‘genen’ van het gros van politiek Nederland doorgedrongen dat naast de vier regeringspartijen ook de SP, het CDA, de ChristenUnie en de SGP er geen been in zagen een discriminerende en stigmatiserende  motie aan te nemen. Een motie die de overheid oproept tot etnisch profileren. Pas nadat er ophef over ontstond leken enkele partijen zich te realiseren waar ze voor hadden gestemd. Zelfs de indiener van de motie liet van zich horen. Niet met een verontschuldiging, nee door de partijen die tegen de motie stemden de mantel uit te vegen. Die partijen maken zich schuldig aan het: “cancellen van een onwelgevallige mening.” Die partijen en: “een aantal feitenvrije columns en kwalijke bijdragen,” zijn de schuld. Daarin werden: “een aantal woorden uit de motie uit context,” getrokken. Zo is op de VVD site te lezen.

Het gaat zo goed met het stigmatiserende en discriminerende discours dat grote groepen mensen er geen erg in  hebben hoe giftig en schadelijk dit discours is. Die schade wordt nog vergroot omdat het discours wordt gebruikt om de bijl te zetten in de wortels van onze democratische rechtsstaat en grote groepen hebben niet eens in de gaten dat er aan die wortels wordt gehakt. Ze hebben het niet in de gaten omdat de verworvenheden ervan zo vanzelfsprekend zijn dat men zich een wereld zonder niet kan voorstellen.  Zo bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken. Op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie.”  Ik dacht en schreef vervolgens: vergeef hen, ze weten niet wat ze wensen.” Een autocratie ‘aanschaffen’ is zo gebeurd, afschaffen is wat lastiger. Voor een democratie geldt precies het omgekeerd: afschaffen is zo gebeurd, ze weer aanschaffen is een heel ander verhaal.

“Het gaat pas goed als je er geen erg in hebt.” Met betogen die de bijl zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat gaat het zo goed dat ze steeds minder opvallen. Een zeer zorgelijke ontwikkeling. Ik hoop dat deze prikker eraan bijdraagt dat het giftige en schadelijke van dergelijke betogen wel weer gaan opvallen. Ik hoop dat ze ertoe leiden dat steeds meer mensen als de hoofdpersoon in Wijers’ verhaal Piramide ‘staan te hijgen’ omdat ze wat nu het nieuwe normaal lijkt te worden, niet normaal vinden en zich ertegen uitspreken.

Benoemen

Afgelopen week vlogen, naast straatstenen en bouwmaterialen, grote woorden door de lucht. Pogrom, antisemitisme, terrorisme. De stenen waren nog niet geland of de Israëlische premier stuurde twee vliegtuigen. De inkt van zijn bericht was nog niet droog of de Amerikaanse president deed nog een duit in het zakje. Binnenlandse politici zoals Wilders, Yesilgoz en premier Schoof lieten zich ook niet onbetuigd. Na een genuanceerd betoog en een pleidooi bij Buitenhof van Jaïr Stranders filosoof en bestuursvoorzitter van de Liberaal Joodse Gemeenschap Amsterdam om zeer voorzichtig te zijn met het gebruiken van dergelijk zwaarbeladen termen, sprak minister Sophie Hermans de woorden: “Hier staan mensen met de rug naar onze samenleving”

Hermans zat bij Buitenhof om te spreken over wat haar en de Nederlandse inzet zou zijn voor de klimaattop die de komende twee weken plaatsvindt. Mijn zoon vatte het gesprek kort samen met de woorden: “ze praat veel maar zegt niets.” Aan het begin van haar interview werd ze gevraagd om te reageren op de uitspraak Van Raoul du Pré in de Volkskrant dat: “Een land waarvan de politieke leiders bij een uitslaande brand niet toesnellen met water maar met benzine, (…) zich grote zorgen (mag) maken over de nabije toekomst.” Hermans gebruikte ook hier veel woorden maar paste ervoor om zich uit te spreken over die pyromane politieke leiders. Sterker nog, met de woorden dat ‘er mensen met de rug naar onze samenleving staan’, legt ze oorzaken van de zorgen van Du Pré bij anderen neer. Premier Schoof en in zijn kielzog of hij in het kielzog van andere, spreekt over een probleem met integratie. Wat ze allemaal gemeen, hebben is dat ze allemaal spreken over ‘benoemen’ wat er is gebeurd.

Benoemen’: “een naam geven: een probleem benoemen officieel tot probleem verklaren door het een naam te geven,” aldus een van de twee betekenissen die de digitale Van Dale geeft van het woord. De tweede betekenis, “aanstellen: iemand tot voorzitter noemen,” is hier niet aan de orde. Hermans, Schoof en al die anderen ‘benoemden’ de gebeurtenissen in Amsterdam van de afgelopen week. Bij dat benoemen valt mij iets op en geheel in hun stijl en in tegenstelling tot mijn eigen stijl, ga ik dat nu eens niet bevragen maar benoemen.

Ik zie politieke partijen die verdeeldheid zaaien. Die mensen stigmatiseren en bijna criminaliseren op basis van hun geloof en waar de wieg van hun ouders of nog verdere voorouders stonden. Die deze mensen tot zondebok maken voor alles wat er in hun ogen niet goed gaat. Politici die van moslims verwachten en zo ongeveer eisen dat ze zich uitspreken over het gebeuren en ‘hun mensen’  aanspreken en in het gareel houden. Dat ze ziende blind en horende doof zijn kan daaraan debet zijn want de afschuw over het  gebeurde kwam uit alle hoeken en gaten van onze samenleving. Wat bijzonder is aan een dergelijke oproep is dat zij nooit van autochtone Nederlanders vragen en zeker niet eisen dat ze zich moeten uitspreken tegen geweld en bedreigingen door andere autochtone Nederlanders. Politici die het gebeurde framen als een ‘integratieprobleem’ en daarmee grote groepen mensen stigmatiseren. Daarbij vergeten ze dat integreren iets is waaraan iedereen, ook zij, een bijdrage moet leveren. Dit is racisme, de “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.”  En zoals artikel 1 van onze grondwet stelt, is: “Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid of op welke grond dan ook, (…) niet toegestaan.” Drie van de meest uitgesproken partijen, de PVV de BBB en de VVD maken deel uit van de regeringscoalitie.

Daarbij blijft het niet. De regering, daartoe aangezet door dezelfde partijen wil de Nederlandse nationaliteit afpakken van mensen die zich schuldig maken aan antisemitisme. Dit vloekt op twee manieren met een van de hoekstenen van onze rechtsstaat: het gelijkheidsbeginsel. Als eerste is antisemitisme niets meer en niets minder dan een vorm van racisme. De ene vorm van racisme, antisemitisme, zwaarder bestraffen dan de andere vorm, zoals het kabinet ook wil, is niet alleen een vorm van discriminatie het vloekt ook nog eens met het gelijkheidsbeginsel. Als tweede kan het afnemen van een nationaliteit alleen van iemand die meerdere nationaliteiten heeft. Iemand met alleen de Nederlandse nationaliteit die nationaliteit afnemen, mag niet. Iemand stateloos maken mag immers niet. Als dit werkelijkheid wordt, kan de ene persoon zwaarder worden gestraft dan de andere. Dat vloekt met het gelijkheidsbeginsel. Dat dit bij een veroordeling voor terrorisme kan, doet daar niets aan af. Ook daar vloekt het met het gelijkheidsbeginsel. De regering en deze partijen zetten hiermee aan het eerste deel van Artikel 1 van onze Grondwet: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.” En daarmee aan de belangrijkste pijler onder onze rechtsstaat.

Het kabinet en de partijen waarop het steunt, willen het demonstratierecht aanscherpen. Zo zou er niet overal meer gedemonstreerd mogen worden en mag het gezicht niet meer worden bedekt. Bijzonder dat deze maatregelen worden voorgesteld naar aanleiding van de gebeurtenissen in Amsterdam van afgelopen week. Bijzonder omdat er geen sprake was van een demonstratie die uit de hand liep. Hoe gaat het verbod op het dragen van maskers voorkomen dat relschoppers rellen schoppen. Het lijkt me niet dat relschoppers tevoren een vergunning aanvragen om rellen te gaan schoppen. Deze maatregelen zijn geen oplossing ter voorkoming van de problemen van vorige week. Hier wordt de gelegenheid gebruikt om maatregelen door te drukken.

Een dubieuze manier van handelen. En niet alleen dubieus, ook kwalijk. Kwalijk aan de denk- en handelswijze van het kabinet en deze partijen is dat zij impliciet suggereren dat demonstreren en rellenschoppen hetzelfde is. Kwalijk omdat hiermee grondrechten worden uitgehold. Het recht op betoging is vastgelegd in artikel 9 van onze Grondwet en kan alleen worden beperkt via bij de wet vastgestelde regels: “ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.”  Niet meer overal demonstreren is een hellend vlak dat leidt naar nergens meer demonstreren. Saillant detail is dat twee van de betrokken partijen, de BBB en de PVV een heel andere toon aansloegen tijdens de boerenprotesten van een paar jaar geleden.

Met die boerenprotesten kom ik bij het wijzen van het Openbaar Ministerie op de mogelijkheid om de daders van de rellen van vorige week te vervolgen  voor terrorisme en daarmee de mogelijkheid om hen het Nederlanderschap te ontnemen. Ik kwam hier via de boerenprotesten omdat er een goed beargumenteerd betoog is op te zetten dat er bij die protsten sprake was van terrorisme. Rotzooi zoals asbest op snelwegen gooien en het in brand steken. Met trekkers wegen blokkeren en naar huizen van bewindslieden optrekken. Maar het is niet aan de Kamer noch aan de regering om het Openbaar Ministerie (OM) adviseren. Het OM behoort tot de rechterlijke macht. In Nederland kennen we de scheiding van machten en is het aan de rechterlijke macht om te bepalen wie waarvoor wordt vervolgd, dat doet het OM en aan de rechters om vervolgens te bepalen of iemand schuldig is en vervolgens een straf op te leggen. Daar moeten politici zich niet mee bemoeien.

Ook wil de regering, gestimuleerd door de drie partijen en vooral door de BBB de Instagrampagina Cestmocro verbieden omdat die “onze jeugd vergiftigt met haat en antisemitisme,” aldus BBB-Kamerlid Henk Vermeer en het wordt niet gemodereerd. Haat prediken en antisemitisme is niet mijn stiel, maar alleen haat tegen joden en antisemitisme als reden zien om een medium het zwijgen op te leggen is in strijd met onze grondrechten. Onze Grondwet bepaalt in artikel 7 namelijk dat: “Niemand (…) voorafgaand verlof nodig (heeft) om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”  

Als haat prediken een reden is om Cestmocro te verbieden dan komen er nog veel meer kanalen in aanmerking voor een verbod. Het Twitteraccount van Geert Wilders bijvoorbeeld en ook menig bericht van de BBB dat ik op LinkedIn lees is vergiftigd met afkeer van migranten en van Nederlanders die een andere dan een christelijk geloof aanhangen. Zo betoogde Van der Plas recentelijk nog dat: Syrië, Eritrea Jemen (…) wel echt landen (zijn) die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.”  Alleen kiest de regering in het kielzog van de drie de partijen daar niet voor. Door alleen media die Jodenhaat verspreiden te verbieden, wordt er gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Verder wil de regering een leerstraf voor daders van antisemitisch geweld door bijvoorbeeld een verplicht bezoek aan het voormalige kamp Westerbork. Bijzonder omdat de regering juist heeft besloten de subsidie aan dit en andere herinneringsplekken te beëindigen. Met zo’n bezoek is niets mis mee. Alleen zou dat niet alleen beperkt moeten blijven tot daders van antisemitisch geweld. Ook daders van ander op haat vanwege afkomst en uiterlijk gebaseerd geweld zouden zo’n bezoek moeten brengen. Dat kamp is, net als alle voormalige concentratiekampen, namelijk een voorbeeld van wat er kan gebeuren als groepen mensen om hun afkomst, geloof of welke reden dan ook, worden ontmenselijkt. Dat het in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw joden waren, wil niet zeggen dat dit alleen met joden kan gebeuren. Het is immers ook in Rwanda en voormalig Joegoslavië gebeurd en lijkt er verdacht veel op dat het nu met de Palestijnen gebeurt. Een dergelijke straf alleen bij antisemitisme is weer in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Net zoals het idee om straffen voor antisemitisme te verhogen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Antisemitisme is gewoon een vorm van racisme en voor iedere vorm van racisme moet dezelfde straf gelden.

De partijen willen de politie meer bevoegdheden geven. Zo moet de politie toegang krijgen tot WhatsApp-groepen bij vrees voor ongeregeldheden. Dit is een hellend vlak dat eindigt bij Orwells Big Brother. Die kant moeten we niet op willen. Dit betekent dat het grondrecht: “op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheim,” verwoord in artikel 13 op de helling gaat.

De plannen die de regering in het kielzog en op aandringen van de drie partijen gaat uitwerken zijn racistisch en  discriminatoir. Ze stigmatiseren mensen op grond van hun afkomst of religie. En ze gaan in tegen de letter en de geest van onze grondwet en zetten de bijl aan onze rechtsstaat. Het bijzondere is dat de vierde coalitiepartij, NSC, zich hier niet tegen uitspreekt. De borging, verwoordt in het verslag van informateur Plasterk, van de grondrechten die NSC als voorwaarde voor haar deelname aan het kabinet: “dat ze zich in hun plannen en activiteiten zullen bewegen binnen de grenzen van de democratische rechtsstaat. Dat betekent dat men zich houdt aan de Grondwet (inclusief algemene bepaling), wetten, verdragen, Europees en internationaal recht en rechtsbeginselen.  … dat voor hen vaststaat dat de democratische grondrechten, die in de Grondwet zijn vastgelegd in hoofdstuk 1  (artikelen 1-23), een essentiële waarborg vormen voor de democratische rechtsstaat, waarbinnen grondrechten kunnen botsen,” is daarmee van nul en generlei waarde is.

Als dit onze samenleving vertegenwoordigt, dan sta ik met de rug naar de samenleving.

Invictus

Bij het lezen van een artikel van Margriet Oostveen in gesprek met Hein de Haas in de Volkskrant, moest ik denken aan de film Invictus . In haar artikel met als titel: Waar immigranten méér gelijke rechten krijgen, blijkt de angst voor asielzoekers en migratie een stuk lager bespreekt Oostveen zeven inzichten voor asiel- en migratiebeleid. Inzichten gebaseerd op onderzoek. Als eerste dat er geen crisis is maar aan managementprobleem. Een probleem dat ik in Pleisters plakken op een botbreuk ook aankaartte. Als tweede dat asiel niet de opgave is maar: “duidelijke keuzen maken in de arbeidsmigranten die je wilt toelaten en die dan een fatsoenlijk loon bieden.” En nog vijf andere inzichten. Inzichten waar leiders bij het bepalen van keuzes zich door zouden moeten laten leiden. Alleen is dat niet het geval.

Bij het lezen moest ik, zoals gezegd, denken aan de film Invictus. Een film over een bijzondere gebeurtenis in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis geproduceerd door Clint Eastwood. De film handelt over de Zuid-Afrikaanse rugbyers in de aanloop naar het wereldkampioenschap van 1995 in eigen land en de rol die president Nelson Mandela daarin speelde. Voor degenen die het niet weten, de Springboks, zoals het team wordt genoemd, mochten na de afschaffing van de Apartheid voor het eerst meedoen en in de aanloop naar het toernooi presteerde het team slecht. Toch won het team de wereldtitel. In de finale versloegen ze de onverslaanbaar geachte All Blacks van Nieuw-Zeeland. Dit zorgde ervoor dat een van de meest markante rugbyers ooit, de Nieuw-Zeelander Jona Lomu, geen wereldkampioen werd. Lomu was de eerste letterlijk grote wingers. Wingers waren tot zijn komst kleine, redelijk lichte en vooral snelle spelers die opereren op de flanken van het veld. Lomu viel op. Hij was de eerste winger van meer dan twee meter, woog zo’n 120 kilogram en was desondanks razend snel. Na hem volgenden er meer. Zoek op zijn naam en je vindt voldoende filmpjes van de reus Lomu die dwars door zijn kleinere tegenstanders heen loopt. Maar ik dwaal af.

Iedere gelegenheid om de in in 2015 op veel te jonge leeftijd overleden Jonah Lomu te herdenken, moet worden aangegrepen. Daarom deze foto. Bron: ilmortodelmese.comi

Terug naar de rol van Mandela. Rugby was de sport van vooral de blanke Zuid-Afrikanen. Mandela was net president en voorzag dat het wereldkampioenschap rugby en de rol van de Springboks wel eens een belangrijke rol konden spelen in het verenigen van het sterk verdeelde land. Daarom zoekt hij contact met de aanvoerder van de Springboks, François Pienaar en via Pienaar met de rest van het vooral blanke team. Hij zorgt ervoor dat het team op toer gaat door het land en daarbij vooral de zwarte townships aandoet om daar de kinderen en volwassenen enthousiast te maken voor het rugby.

De film bevat een mooi staaltje van echt leiderschap. Leiderschap door dat te doen wat nodig is en niet wat populair is. In de film is te zien dat het Mandela ter oren kwam dat de leiders van de sportraad de kleur van het shirt en vooral de springbok als symbool van het team wilden veranderen. Die kleur en de springbok erop waren tijdens de Apartheid uitgegroeid tot belangrijke symbolen van de blanke Zuid-Afrikanen. Mandela aarzelde niet en ging naar de zaal waar de bonden vergaderden. Die hadden net unaniem en met groot applaus besloten om de kleur te veranderen en de springbok te verwijderen en meldden dit met trots aan Mandela. Mandela stond op zei dat hij er niet over ging maar gaf vervolgens aan dat de bonden zojuist een grote fout hadden gemaakt en legde uit waarom. Hij legde hen uit dat het een slecht idee was om de symbolen van trots van een deel van het land bij het grofvuil te zetten omdat daarmee die groep verder van het land zou vervreemden. Dat dit precies is wat tijdens de Apartheid ook gebeurde. Dit terwijl dat deel van het land juist nodig was. Of het werkelijk zo is gegaan, weet ik niet. De film is immers een geromantiseerde weergave van de werkelijkheid en hoe de verhouding tussen ‘werkelijkheid’ en ‘roman’ in deze scene was, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het in de film een sterk staaltje van leiderschap was. Een pas verkozen zwarte president die voor een volledig zwart gekleurde zaal een lans brak voor wat door de zwarte bevolking en ook door hem als symbolen van blanke dominantie werden gezien. Een lans brak voor de juiste keuze boven de populaire.

Een president die deed wat nodig was, niet dat wat populair was. “We have adopted these young men as our boys, as our own children, as our own stars. The country is fully behind them. I have never been so proud of our boys as I am now and I hope that that pride we all share,” zei hij toen hij een trainingskamp van het team bezocht. Of het op dat moment zo was, is niet te achterhalen. Op 24 juni 1995 was het wel werkelijkheid nadat het land in met 62.000 mensen volgepakt Ellispark de finale had gewonnen. Woorden die werden bevestigd door aanvoerder Pienaar die aangaf dat het zich niet alleen gesteund voelde door de 62.000 mensen in het stadion maar voor alle 43 miljoen inwoners van het land. Die ook allemaal in feesten uitbarstten. Vorig jaar werden de Springboks voor de vierde keer wereldkampioen door weer van Nieuw-Zeeland te winnen. Dit keer met bont gekleurd gezelschap dat trots het groene shirt met springbok erop droeg en met Siya Kolisi als eerste zwarte  aanvoerder. Symbolen kunnen van betekenis veranderen als mensen dat kunnen.

In Nederland ontbreken leiders die voor hun aanhangers gaan staat en hen vertellen dat wat ze willen en voor hen goed voelt, niet het juiste is om te doen. Het asiel- en migratiedossier waar beleid wordt gemaakt op wat een deel van de bevolking ‘beleeft’ is daar het meest pregnante voorbeeld van maar er zijn er veel meer. Neem 130 kilometer per uur willen rijden. Wellicht ook leuk voor de ‘beleving’ van een groep mensen maar een maatregel die geen probleem oplost maar er enkele bij creëert. Maar voor wat betreft de mestproblematiek en waterkwaliteit ontbreekt het de verantwoordelijke bestuurders en politici aan leiderschap en regeert de angst voor ‘het volk’ en dit geval ‘de boer’. Feiten en wetenschap doen er niet toe, belevingen, al dan niet aangepraat, vormen de basis voor beleid.

De film Invictus, Latijns voor onoverwonnen, is genoemd naar een gedicht met dezelfde naam van de Britse dichter William Ernest Henley. Een gedicht dat Mandela, zo vertelde hij in de film aan  Pienaar, overeind hield gedurende de jaren dat hij zat opgesloten op Robbeneiland. Een gedicht over volharding en wilskracht in tijden van tegenspoed. Een gedicht dat kracht kan bieden in bange tijden. Een gedicht waaruit iedereen ook politici die zich afvragen in welke situatie ze beland zijn, kracht kunnen putten om uit die situatie te komen. Leiderschap is de beleving serieus nemen maar handelen op basis van feiten en wetenschap. Dat en niet het omgekeerde. Dus het gedicht kan niet genoeg worden gelezen:

“Out of the night that covers me, black as the pit from pole to pole,

I thank whatever gods may be for my unconquerable soul.

In the fell clutch of circumstance I have not winced nor cried aloud,

Under the bludgeonings of chance my head is bloody, but unbowed.

Beyond this place of wrath and tears looms but the Horror of the shade,

And yet the menace of the years finds and shall find me unafraid.

It matters not how strait the gate, how charged with punishments the scroll,

I am the master of my fate, I am the captain of my soul.” 

Holocaust

Ik hoop dat jullie niet teveel beelddenkers zijn. Ik hoop het want ik hoorde Mona Keijzer in een uitzending van Jeroen en Sophie uitspraken doen waar me figuurlijk de broek van afviel. Keizer kwam uitleggen wat de strengere eisen aan integratie inhouden die in het coalitieakkoord Hoop, Lef en Trots staan.

Keijzer: “Wat dat inhoudt, is dat je bijvoorbeeld in de inburgering nadrukkelijk de kennis van, over de Holocaust moet bijbrengen.” Daarna volgde nog iets over de Nederlandse taal. Vervolgens vroeg Sophie, de presentator van dienst aan Arnon Grunberg, een andere tafelgast wat hij hiervan vindt. Grunberg antwoordde: “Ik denk dat het een heel slecht idee is om de genocide, om de moord op de joden in Europa te gebruiken om mensen die hier naartoe kijken eigenlijk te straffen en te zeggen: ‘dit moeten jullie kennen. Ik denk dat het een tegengesteld effect heeft. Dat het eerder jodenhaat eigenlijk doet toenemen. Ik ben er faliekant tegen. Ik vind het echt kwalijk. Dat is precies wat je niet moet doen… En dit vind ik eigenlijk ook nog schandelijk omdat over de ruggen van zes miljoen vermoorde joden hier symboolpolitiek wordt bedreven”  Volgens Keizer mocht Grunberg dat zeggen, maar was het absoluut zo niet bedoeld. En na wat ze toen zei, viel mij die figuurlijke broek af. Keizer: “Wat je ziet is dat veel asielmigranten komen uit landen met een islamitisch geloof. We weten dat daar jodenhaat onderdeel is bijna van de cultuur.” ……….. ?

Nog niet zolang geleden schreef ik over de identieke bewering van Caroline van der Plas dat: “de groepen mensen die hier het meest asiel aanvragen dat zijn landen als Syrië, Eritrea, Jemen dat zijn wel echt landen die een joden haat hebben die tot diep in hun ziel zitten.” Niet alle mensen zei ze erbij. Dat noemde ik toen een discriminerende generalisatie. Wat mij het meeste stoorde was dat de complete OP1-tafel zweeg. Dat was hier gelukkig niet het geval.  

Ik eindigde die vorige Prikker met de woorden: “Als we toch iets moeten hebben geleerd van de Holocaust dan is het dat precies de discriminerende generalisaties zoals Van der Plas aan de wieg stonden van die Holocaust. Die discrimineren generalisaties en het zwijgen van de omstanders. Ik zwijg niet.”  Het lijkt erop dat Keijzer en Van der Plas dat niet weten. Of wellicht zijn ze in dat half jaar dat ze hebben zitten te onderhandelen geïndoctrineerd door Wilders. Van hem is immers al bekend dat hij moslims generaliseert en discrimineert. Die indoctrinatie gaat zelfs zover dat de twee andere partijen, en dan met name NSC en haar leider Pieter Omtzigt, toch een afsplitsing van het ‘fatsoen moet je doen’ van het CDA, dit zomaar laat passeren en accepteert.

Als er dan toch ergens ‘nadrukkelijk kennis van de Holocaust’ bijgebracht moet worden, dan zijn de onderhandelaars van het coalitieakkoord een goede plek om te beginnen.

Ephraims selectieve feiten

In een opiniërend artikel de Volkskrant geeft de Israelische ambassadeur Modi Ephraim een korte samenvatting van wat er in het Midden-Oosten is gebeurd. Hij doet dit omdat hij constateert dat veel van de mensen die nu protesteren, de groep die hij de volgers noemt, niet weten wat er speelt. Ephraim: “Veel leden van deze groep worden gekenmerkt door hun vrijwel totale gebrek aan rudimentaire informatie over de zaak waarvoor zij zogenaamd strijden. Of een zeer beperkte kennis, die grotendeels is ontleend aan simplistische berichten op sociale media en anti-Israëlische propaganda.” Ephraim geeft wel een heel bijzondere samenvatting in een bijzonder betoog.

Eerst even in het kort het betoog van Ephraim. Volgens Ephraim bestaat de groep die protesteert tegen Israël uit in de basis twee groepen. “De meest dominante groep in veel van de protesten zijn oproerkraaiers die een diepe vijandigheid jegens ‘zionisten’ uitstralen (hun codewoord voor Joden), en wier acties vaak bestaan uit intimidatie, bedreigingen en fysieke aanvallen, niet zelden gericht tegen Joodse studenten.” De andere groep zijn dus de hierboven geschetse groep van meelopers. De bedoeling van een samenvatting is dat er een goed beeld wordt gegeven van hetgeen dat wordt samengevat zonder te vervallen in details en uitweidingen: een “korte weergave”  aldus de omschrijving die de Van Dale bij samenvatting geeft. Ephraims samenvatting of beschrijving van de groep is wel een heel beknopt en eenzijdig . Het zijn jodenhatende oproerkraaiers en voor Ephraim lijken joden en Israël synoniem en ‘onnozelen’ die de feiten niet kennen en zich laten beïnvloeden. Dat er zeer veel mensen zijn die, in tegenstelling tot Ephraim, het onderscheid tussen joden en de staat Israël wel kunnen maken en die dus protesteren tegen het een, de acties van de staat Israël zonder joden te haten en dat dit de overgrote meerderheid is van allen die protesteren, lijkt hij niet te willen zien. Nu maken de acties van een kleine groep ‘jodenhatende oproerkraaiers’ die er ook zijn en die legitieme protesten gebruiken voor hun eigen agenda, het er ook niet gemakkelijker op. En ja, er zijn onder de demonstranten best ook ‘onnozelaars’ zijn die de feiten niet kennen.

Dan naar de samenvatting van de informatie. Ephraim: “Op 7 oktober pleegde Hamas een massale terreuraanval waarbij meer dan 1.200 Israëli’s werden vermoord op de gruwelijkst denkbare manieren. Onschuldige vrouwen en mannen werden verkracht en verminkt. En 240 mannen, vrouwen en kinderen werden naar Gaza ontvoerd. … Hamas heeft beloofd het bloedbad van 7 oktober keer op keer te herhalen, in lijn met zijn genocidale doelstellingen, namelijk gericht op het vernietigen van Israël om het te vervangen door een islamistisch kalifaat. … Hamas heeft de controle over de Gazastrook in handen sinds deze in 2007 met geweld de Palestijnse Autoriteit heeft verdreven. De aanval van 7 oktober was het begin van de huidige oorlog en sindsdien is Israël gedwongen in actie te komen om zijn burgers te verdedigen, de gijzelaars weer thuis te brengen en ervoor te zorgen dat Hamas zijn belofte om het bloedbad van 7 oktober te herhalen niet kan nakomen.”  Even voorop gesteld: alles wat Ephraim hier schrijft is feitelijk juist. Maar … Betekent dit ook dat het een goede samenvatting is van wat er aan de hand is? Het korte antwoord op deze vraag is NEE. Het lange antwoord met de uitleg waarom niet volgt hieronder

Ephraim begint op 7 oktober 2023, het moment van de verwerpelijke aanval van Hamas en ziet het als een strijd tussen Israël en Hamas. Daarom gaat hij terug naar 2007. Wat hij niet vermeld, is dat ‘7 oktober’ past in een reeks van gebeurtenissen die al meer dan honderd jaar teruggaat. Het al meer dan honderd jaar durend conflict tussen zionisten (en nee, een jood is niet gelijk aan een zionist) en Palestijnen. Een jood is iemand die de joodse religie aanhangt. Zionisme is: “het streven van een bep. Joodse groepering om een eigen staat te stichten en te behouden.” Zionisme is een nationalistische stroming die ontstond in de tweede helft van de negentiende eeuw. De eeuw van het nationalisme. Een stroming waar Theodor Herzl min of meer de ideologische vader is. Herzl verwoordde zijn ideeën in zijn boek Der Judenstaat uit 1896. Herzl zag ‘een eigen staat’ als enige oplossing voor de eind negentiende eeuw weer oplaaiende haat tegen joden. En waar moest die staat komen? Herzl noemde er twee: Argentinië en Palestina. Zijn betoog vond bij menig prominent Europese politicus een luisterend en gewillig oor. Een ‘oor’ dat enkele andere mogelijke locaties voor die Joodse staat voorstelden zoals Suriname. De voorkeur van het Zionistische Congres ging om religieuze redenen, uiteindelijk uit naar Palestina. Dit op aandringen van Oost- Europese joden die in die tijd het meeste te lijden hadden onder jodenhaat. Tot 1948 streefde het zionisme naar een eigen staat, na 1948 naar het behoud ervan, het behoud van de staat Israël.

Palestina dus. Vanaf begin twintigste eeuw trokken steeds meer Oost-Europese joden naar Palestina. Nu was Palestina geen leeg gebied. Het maakte al sinds het sultanaat van Selim I in het begin van de zestiende eeuw deel uit van het Ottomaanse Rijk. Een groot rijk waarin vele volkeren woonden dat op godsdienstig gebied redelijk tolerant was maar waar de islam de dominante godsdienst was. Er werd dus gesproken over een gebied waarover men niets te zeggen had en aan de inwoners waarvan men niets had gevraagd. Die inwoners waren overwegend islamiet met minderheden van verschillend christelijk pluimage en joden. Daar trokken zionisten naar toe met als doel om daar een eigen staat te stichten.

In 1917 kregen de zionisten een mooi presentje aangeboden door de Britse minister Arthur Balfour. Die schreef namens de Britse regering het volgende in een brief aan Lord Rottschild, een van de zionistische leiders: “Zijne Majesteits Regering staat positief tegenover de vestiging in Palestina van een nationaal tehuis voor het Joodse volk, en zal zich tot het uiterste inspannen om de verwezenlijking van dit doel te vergemakkelijken, met dien verstande dat niets zal worden gedaan dat afbreuk kan doen aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina, of aan de rechten en de politieke status die de Joden in enig ander land genieten.” Een brief geschreven om steun van de zionisten te krijgen in de strijd tegen het Duitse Keizerrijk en de met haar verbonden as-mogendheden. Het Ottomaanse Rijk was een van die as-mogendheden.

Na wat we nu de Eerste Wereldoorlog noemen, kregen de Britten van de opgerichte Volkenbond het mandaat over Palestina. In dat mandaatverdrag werd de brief van Balfour geïncorporeerd en kregen de Britten de opdracht om: “het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.” Het verdrag bevatte geen soortgelijk artikel dat de overgrote meerderheid van de bevolking, de Palestijnen, eigen bestuur in het vooruitzicht stelde. Die 94% moesten het doen met de ‘garantie’ van artikel 6 dat stelde: “Het bestuur van Palestina zal, zonder afbreuk te doen aan de rechten en de positie van andere bevolkingsgroepen, de immigratie van joden onder passende voorwaarden vergemakkelijken en, in samenwerking met het in artikel 4 bedoelde joodse agentschap, nauwe vestiging van joden op het land aanmoedigen, met inbegrip van staatsgronden en braakliggende gronden die niet nodig zijn voor openbare doeleinden.” Met het verdrag werden de Palestijnen tweederangs burgers in hun eigen land. Een land dat het ‘joods nationale tehuis’ moest worden.

Aangemoedigd door de tekst in het mandaatverdrag vestigden steeds meer joden zich in Palestina. Die kwamen daarna in steeds grotere getalen en dat leidde tot steeds meer frictie met de er wonende bevolking. Niet vreemd want die frictie zien we ook in Europa met de komst van migranten. Zeker als die migranten jouw land zien als het hunne en dus jou als een lastige bijkomstigheid. En dat was de manier waarop de nieuwkomers, zionisten, naar de wereld keken. De migranten creëerden, gesteund door mandaathouder Groot Brittannië, een eigen parallelle samenleving. Dit leidde al snel, in 1920, tot  botsingen en de eerste doden en gewonden. De eerste echte grote clash vond plaats in 1936 toen de Palestijnen een algemene staking organiseerden in Jaffa en Nabloes. Een staking met drie eisen: stopzetting van de joodse migratie, een verbod op de verkoop van gronden aan joden en de instelling van een representatieve regering. Die staking liep uit in gewelddadigheden en een opstand toen de Britse politie het vuur opende op de protesterende Arabieren. Dit leidde tot een drie jaar durende opstand van de Palestijnen tegen het Britse bestuur. Bij het neerslaan van die opstand maakten de Britten gebruik van zionistische paramilitaire clubs als Hagana. Clubs die door de Britten werden getraind in moderne gevechtstechnieken en effectieve strafmaatregelen tegen mensen die zich verzetten.

Uiteindelijk stuurden de Britten 20.000 soldaten om een einde te maken aan de opstand. De manier waarop Israël nu in Gaza en eigenlijk al jaren tegen de Palestijnen optreedt, is een voortzetting van de manier waarop de Britten met verzet en dan vooral van Arabische kant, in Palestina omgingen: collectief straffen. Collectief straffen door het opleggen van boetes, het in bezit nemen van vee, het vernielen van huizen en soms hele dorpen en het detineren van groepen in concentratiekampen, die vervolgens de kans liepen om gemarteld en gedood te worden. Zo werden na de Arabische opstand onder andere 5.000 huizen vernietigend, 150 Arabische leiders ter dood veroordeeld en andere leiders verbannen. Resultaat van de opstand was dat de Arabieren zonder leiders zaten en door de Britten werden ontwapend. Dit terwijl de Britten  veiligheidsafspraken maakten met het joodse leiderschap, dit van wapens voorzag en een deel van de kosten ervan voor haar rekening nam. En net zoals  nu was een veelvoud van de doden en gewonden Arabier. Nog geen 1.000 doden aan Britse en joodse kant tegen ongeveer 5.000 aan Arabische kant.

Na de overwinning op nazi-Duitsland zochten veel Europese joden een veilig heenkomen. Een grote groep wilde naar de Verenigde Staten maar ook een flink deel naar die ‘eigen staat’ in Palestina. Alleen ging dat nog niet zo makkelijk want de Britten hadden na de Arabische Opstand besloten om de joodse migratie naar Palestina te beperken tot 25.000 eenmalig, 10.000 in de eerste vijf jaar na 1939 en in de vijf jaar daarna zou migratie afhankelijk worden gemaakt van toestemming van de Arabische gemeenschap. Dit zeer tegen het zere been van het joods leiderschap in Palestina. Daarom legde de diverse joodse strijdgroepen zich toe op het naar Palestina smokkelen van zoveel mogelijk joodse vluchtelingen. Een van die ‘smokkelacties’ heeft Leon Uris geromantiseerd in het boek Exodus. Dit boek is later verfilmd. Dit boek en de film hebben het beeld van Israël en ook van de Arabieren lang bepaald. De eerste ten positieve en de tweede ten negatieve. Die verboden migratie en het Britse optreden hiertegen maakte dat de zionisten zich nu ook tegen de Britten keerden: de Joodse Opstand van 1944-1947. Vooral Irgun, een van de joodse strijdgroepen onderscheidde zich met terreurdaden. Daar waar die voor de Tweede Wereldoorlog vooral gericht waren op Arabische doelen en dan vooral Arabieren in het algemeen, waren vanaf medio 1944 ook de Britten het slachtoffer en niet alleen in Palestina.

In 1947, het jaar vóór die terugtrekking, nam de opvolger van de Volkenbond en dus de mandaatgever, de Verenigde Naties, resolutie 181 aan. Een resolutie met een twee statenoplossing, een Joodse en aan Arabische,  die samen een economische unie zouden vormen. Jerusalem en omgeving zou door de VN worden bestuurd. De Arabische zijde zag niets in dit plan, zij wilden wat zij met goede argumenten als hun land zagen, niet verdelen en zeker geen genoegen nemen met 43% van het land terwijl ze twee derde van de bevolking besloegen. De andere zijde, het Joods Agentschap onder leiding van David Ben Goerion zag dit ook niet zitten en riep op 14 mei 1948 vlak voordat de Britten hun mandaat zouden beëindigen de onafhankelijke staat Israël uit en gaf de opdracht aan haar troepen om belangrijke gebieden te bezetten en indien nodig te vernietigen. Dit conform het hiervoor door de Hagana opgestelde plan Dalet. Het voormalige dorp Al-Tantoera is daarvan een schrijnend voorbeeld. Hiermee werd invulling gegeven aan het derde doel dat de Israëliërs zich hadden gesteld: zo min mogelijk Arabieren binnen de grenzen. De andere twee waren de oorlog overleven en als dat lukte zo ruim mogelijke veilige grenzen. De Arabieren in Palestina waren zonder leiderschap en bijna volledig ontwapend door de Britten, geen partij voor de Israëlische strijdkracht. Hulp moest van buiten komen.

Behalve de Arabische buren, erkende bijna alle landen Israël als onafhankelijke staat. Dit paste immers in het afgesproken verdelingsplan. Dat die staat in de erop volgende oorlog datzelfde verdelingsplan schond door zich een groter gebied toe te eigenen dan waarvan in het plan sprake was, leidde afgezien van de Arabische wereld, tot weinig protest. Voor de Arabische buurlanden was die uitroeping van de staat Israël aanleiding om in te grijpen. Zij stuurden hun legers maar dat werd geen succes omdat de invallende troepen niet samenwerkten en niet hetzelfde nastreefden. Dit conflict wordt nog steeds beschreven als David, de kleine nieuwe joodse staat Israël tegen Goliath, de gezamenlijke legers van de Arabische landen. De Palestijnse historicus Khalidi schets een ander beeld: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.[1] Zo’n 700.000 Arabieren wachtten niet af en ontvluchtten de nieuwe staat Israël. Een andere ongeveer even grote groep maakte de omgekeerde tocht. Die verlieten Arabische landen omdat ze vreesden voor hun veiligheid maar ook omdat ze het beter hoopten te krijgen in de nieuwe staat Israël. Die 700.000 vluchtten naar de buurlanden en naar Gaza en de Westelijke Jordaanoever. Zij zijn de ouders van de nu ronde zes miljoen Palestijnse vluchtelingen

Deze strijd tussen eerst zionisten en later de staat Israël aan de ene kant en de Palestijnen aan de andere kant is al meer dan honderd jaar aan de gang. En al vanaf het begin is er sprake van een ongelijke strijd. Sinds de verklaring van Balfour staan de Palestijnen op achterstand en worden ze gezien als tweederangs inwoners. Sinds die tijd geldt iets wat Herzl in zijn dagboek schreef: “We moeten met zachte hand het particulier eigendom op de gebieden die ons worden toegekend, onteigenen. We zullen proberen de straatarme bewoners over de grenzen te laten verdwijnen, door in overgangslanden werkgelegenheid te scheppen en hun tegelijkertijd in ons land geen werk te geven. Zowel het proces van onteigening als het verwijderen van de armen moet  discreet en onopvallend gebeuren.[2] Het enige wat sinds die tijd is veranderd, is de zachte hand en de discretie. Wat in 1948 opging, ging op in 1956, 1967, 1972, 1982, in de jaren negentig en nul tijdens de verschillende Intifada’s en gaat nu nog steeds op. Israël is dé macht in het Midden-Oosten. De macht, met nucleaire slagkracht die naar goeddunken en met steun van een supermacht, eerst de Britten en sinds 1967 steeds met goedkeuring van de Verenigde Staten, oorlogen heeft uitgevochten met, en bombardementen heeft uitgevoerd op Egypte, Libanon, Syrië, Irak en Iran. Het bestaan van Israël is nooit bedreigd. Zeker niet op 7 oktober 2023. Israël was en is de bovenliggende partij die zich bovendien door dik en dun gesteund weet door de sterkste militaire en economische macht van de wereld, de Verenigde Staten.

“De feiten doen er niet toe voor de demonstranten.” Met die woorden begint de laatste alinea van Ephraims betoog. Of dat zo is, kan ik niet beoordelen. Wat ik wel kan beoordelen is dat Ephraim er met zijn samenvatting selectief in winkelt en Israël in de slachtofferrol positioneert. Ja, het land is slachtoffer van 7 oktober 2023 dat laat onverlet dat het dader is in de nu al meer dan honderd jaar durende oorlog tegen het Palestijnse volk. Een Palestijns volk waaraan Israël zich niets gelegen liet en laat liggen.


[1] Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

[2] Citaat is opgenomen in Rashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 15.