Uitgelicht

Hood, James en Hoekstra

Jesse James vocht samen met zijn broer Frank als vrijschutter, een soort burgermilitie, in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen hij na de oorlog naar huis ging, bleek dat zijn moeder dat huis onder dwang had moeten verkopen aan investeerders in de zich toen ontwikkelende spoorwegen. James was ontzet door dit onrecht en legde zich, samen met zijn broer Frank en zijn twee neven de broers Younger, toe op het beroven van die investeerders. Zo begon het tenminste. Alras werd het gewoon het beroven van treinen en banken. Ik moest hieraan denken toen ik las dat CDA-leider Wopke Hoekstra de verdiensten van zijn belegging in een schimmige brievenbusinvesteringsmaatschappij aan een goed doel heeft gegeven.

De eerste keer dat ik de naam van Jesse James tegenkwam, was als titel van een album van Lucky Luke. Een stripserie geschreven door de bekende Franse stripschrijver René Goscinny. Naast Lucky  Luke schreef hij ook de verhalen van Asterix. En als iets het werk van Goscinny kenmerkt dan is het dat de verhalen vaak een kern van de historische werkelijkheid bevatten. Om Jesse te arresteren huren de detectives van bureau Pinkerton Lucky Luke in. Na veel verwikkelingen slaagt Luke erin de bende uit het stadje Nothing Gulch te jagen en drijft ze in de armen van de politie. Helaas blundert de politie en weet James en zijn bende te ontsnappen. “Jesse James we understand. Has killed many a man. He robbed the Union trains. He stole from the rich and gave to the poor He’d a hand and a heart and a brain.” Zo begint de song Jesse James van The Poques. Dit na een vrolijke solo op de Ierse fluit. Een van de nummers die niet worden gezongen door frontman en bekend drankorgel Shane Macgowan. Jesse James wordt in dit lied afgeschilderd als een goede dief die de armen hielp door van de rijken te stelen. De misdadiger die steeds meer een heldenstatus krijgt. James heeft hiermee voor elkaar gekregen waar Robin Hood wat langer over deed, namelijk een ‘goede bandiet’ worden. Ten minste, als de in het lied van The Pogues bezongen versie door iedereen aanvaard wordt.

Waar er tot nu toe maar één film is verschenen over Jesse James, en die handelt over zijn dood door de hand van Robert Ford, is er over Robin Hood al een hele kast vol gemaakt. In 1908 werd Hoods verhaal voor het eerst verfilmd. Wie toen de rol van Robin Hood speelde, weet ik niet. In de versie van 1922 was het Douglas Fairbanks en 16 jaar later, in 1938, Errol Flynn, in 1991 Kevin Costner en in 2010 viel de rol toe aan Russel Crowe en daarmee heb ik alleen maar de bekendste vertolkers van de rol van Robin Hood genoemd. Of Robin Hood werkelijk heeft geleefd is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de figuur een mix van het levensverhaal van verschillende personen. Verhalen die met het verstrijken van de tijd meer en meer met elkaar verknoopt zijn geraakt. Van Jesse James weten we zeker dat hij heeft geleefd. In die ene film, The assassination of Jesse Jame by the Coward Robert Ford speelt Brad Pitt trouwens de rol van Jesse James. De titel van de film over de dood van James sluit dan weer wel goed aan bij de versie die The Pogues bezingen: “Well the people held their breath. When they heard of Jesse’s death. They wondered how he came to fall. Well it was Robert Ford in fact who shot him in the back. While he hung a picture on the wall.”  Maar ik dwaal af, al is iedere reden goed om aandacht te besteden aan zowel Lucky Luke als The Pogues.

Terug naar de reden waarom ik aan Jesse James, Lucky Luke, The Pogues en Robin Hood moest denken en dat is de uitspraak van Wopke Hoekstra dat hij: “de waardevermeerdering van ca. 4800 euro overgemaakt (heeft) naar een Nederlands goed doel t.b.v. wetenschappelijk onderzoek naar kanker.” En dat hij die investering altijd in zijn belastingaangifte heeft meegenomen. Wat zegt Hoekstra met deze uitspraak? Wil hij hier beweren dat belastingontwijking moreel dan wellicht niet geheel of geheel niet door de beugel kan, maar dat dat morele gebrek ruimschoots is goed gemaakt door de opbrengsten ervan aan een goed doel te schenken? Wil hij hier zeggen: ‘Ik heb slecht gedaan maar met het goede als doel’? Of om een spreekwoord over de hel te verhemelen: ‘de weg naar de hemel ligt geplaveid met slechte bedoelingen’.

Als we de legende over Robin Hood mogen geloven, dan stal hij van de rijken om dit aan de armen te geven. Bij James lag dat wat anders, die stal van de rijken en het stukje geven aan de armen ontbrak. Hoe zit het dan met Hoekstra? Hoekstra investeerde in 2009 in een start-up voor ecotoerisme in Afrika. Een investering die liep via een brievenbusconstructie waarbij het de bedoeling is om zo min mogelijk belasting te betalen. In dit geval liep die constructie via de Britse Maagdeneilanden. Bijzonder hierbij is dat Hoekstra, toen hij in 2017 minister van Financiën werd, de investering verkocht met rendement en schonk, naar hij nu zegt, aan een goed doel. Investeren doe je met het doel om er rijker van te worden en dat mag, daar is niets verkeerds aan. Het wordt dubieus als er een constructie wordt gebruikt om belasting te ontwijken. Ontwijken mag dan niet verboden zijn, het is moreel wel laakbaar, zeker voor een politicus die van 2011 tot 2017 in een commissie van de Eerste Kamer zat om juist belastingontwijking via dergelijke brievenbusconstructies aan te pakken. Constructies die je kunt betitelen als ‘stelen van de armen en geven aan de rijken’. En dat is precies het omgekeerde wat van Robin Hood wordt beweerd. En in tegenstelling tot James die van de rijken stal en het zelf hield, onthoudt Hoekstra’s investering geld van de armen door geen belastingen te betalen. Zijn Hoekstra’s ‘gift aan de armen’, de schenking aan het goede doel, kan wellicht deels ook nog als ‘stelen van de armen’ worden gezien. Als Hoekstra die gift van € 4.800 aan onderzoek naar kanker netjes als zodanig heeft opgevoerd op zijn belastingaangifte over 2017, dan betalen de armen in hun rol als belastingbetalers hieraan een bijna even groot bedrag mee.

Uitgelicht

Lusten, lasten en liefde

Volgens politiek filosoof Josette Daemen is het mensen erop wijzen dat een keuze om je niet te laten vaccineren gevolgen heeft, een product van neoliberaal denken. “De kern van de neoliberale ideologie is het principe van “eigen verantwoordelijkheid”: mensen zijn machers van hun eigen leven, dat geven ze vorm door hun individuele keuzes, en daarvan moeten ze dan ook zelf de consequenties dragen, hoe hard die ook zijn.” Nu heb ik in mijn recente Prikker Moral high ground mensen er ook op gewezen dat niet vaccineren een keuze is met gevolgen. Zou ik dan neoliberaal zijn?

Eigen foto

Daemen constateert terecht dat: “De afgelopen decennia (…) de obsessie met eigen verantwoordelijkheid zich diep (heeft) geworteld in ons economische systeem, in onze overheid, in onze cultuur.”  Want: “normaal zo alert op neoliberale rookwolken en systeemfouten,” verwijt ik ongevaccineerden dat ze de sociale uitsluiting: “helemaal aan zichzelf te danken (hebben). Sterker nog, ze zijn niet alleen schuldig aan hun eigen buitensluiting, maar ook aan alle mogelijke lockdowns die ons nog zullen treffen.” En nu ben ik er dus ‘ingetrapt’, in de neoliberale valkuil?

Een mooi voorbeeld van die obsessie met ‘eigen verantwoordelijkheid gaf een van de leden van de Nederlandse 400 meter estafetteploeg na het behalen van de zilveren Olympische medaille. “Alles is mogelijk, geloof dat. … Het begint hier (hij wijst naar zijn hoofd) en je moet het uitvoeren,”  aldus Terrence Agard. Met andere woorden: als je wilt en erin gelooft, dan kun je alles bereiken. Als ‘geloven dat alles mogelijk is’ voldoende zou zijn, dan was ik geslaagd als profvoetballer en had ik deel uitgemaakt van het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Spiegel van het geloof is dat je falen ook een gevolg is van je eigen keuze. Dat het mij niet is gelukt om geslaagd profvoetballer te worden, kwam dus omdat ik er niet genoeg in geloofde. Of zou het ontbreken van iets dat toch wel belangrijk is voor het realiseren van dat geloof en dat is talent, daarbij niet ook een rol hebben gespeeld? En als je iets niet bij elkaar kunt ‘geloven’ dan is het talent. Daarmee word je geboren. Dit even terzijde.

Terug naar de vaccinatiekeuze. Vaccineren of niet betekent geen belemmering in je sociale leven. De maatregel is er niet opgericht om het jou te belemmeren in je vrijheid. Beide groepen kunnen naar het theater, de kroeg of zoals ik naar de thuiswedstrijden van VVV. Dit als ze tenminste een kaartje kunnen betalen, want als je dat niet kunt, dan ben je ervan uitgesloten en dat is een echte belemmering. Om deze zaken te bezoeken, moet je aantonen dat je of gevaccineerd bent, of recent hersteld van een Covid 19 infectie of een recente negatieve testuitslag kunnen overleggen, dat zijn de ‘toegangscodes’ die voor iedereen gelden. Het gaat mij erom dat met deze maatregel niemand wordt belemmerd kroeg, theater of De Koel te bezoeken. Dus als niet-gevaccineerde laat je je testen en als de test negatief is, dan kun je gewoon naar de kroeg, theater of De Koel. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Als je je niet wilt laten testen, dan kun je er niet naartoe en dat is toch echt een individuele keuze. En ook zonder mobieltje met App kun je naar binnen maar ook daarvoor moet je meer moeite doen.

De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt en in het verlengde daarvan maatregelen nodig zijn die de samenleving en dus ons als mensen verder schade toebrengen. Vaccineren is daarbij de beste manier om dit doel te bereiken. Daarom wordt dit aan iedereen aangeboden. Of je het aanbod aanvaart, is een eigen keuze. Niet kiezen voor vaccinatie maakt dat je een grotere kans loopt om Covid 19 op te lopen en als je het oploopt een grotere kans om in het ziekenhuis en vervolgens de IC te belanden. Of deze maatregel de beste manier is om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt met Covid 19 patiënten, daarover kun je twisten, maar daar gaat het mij niet om.

Is dat ‘meer moeite’ als drang om mensen zich te laten vaccineren een aanvaardbare strategie? Laten we eens op andere gebieden kijken. Neem roken.  Niemand dwingt je om niet te roken. Dat wordt anders als jouw gedrag anderen schade toebrengt. Bij roken kan dat door ongewenst meeroken. Om die reden is roken in de openbare ruimtes verboden. Daarom is roken in de kroeg, het theater en sinds kort ook in stadion De Koel verboden. Niet om de roker dwars te zitten, maar om de niet-roker te beschermen. Dat verbod kun je zien als drang, maar je mag blijven roken. Ook een prijs betalen voor een test past in die lijn. Immers ook bij het roken wordt er drang uitgeoefend, dat gebeurt via accijnzen op tabak maar ook het reclameverbod en de plaatjes op de pakjes. Dit omdat het beter voor de gezondheid is van de roker maar vooral omdat gezond gedrag uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt. Zo ook bij alcohol. Dat mag je gerust nuttigen, dat is een eigen keuze. Daarna autorijden is verboden niet om jou te beschermen maar om anderen tegen jou te beschermen. En ook hier wordt drang gebruikt tot het goede gedrag via onder andere ook weer accijnzen. ‘Meer moeite’ is daarmee een methode die vaker wordt toegepast.

En ja, de keuzes die mensen hierin uiteindelijk maken, hebben gevolgen en met die gevolgen moeten zij leven. Daarvan moeten ze de gevolgen dragen. Vaccin of niet, roken of niet, drinken of niet die keuze moet iedereen zelf maken. Net zoals we moeten leven met alle keuzes die we dagelijks maken. Want als het leven ergens uit bestaat, dan is het uit het maken van keuzes. Als je wilt roken in de kroeg, dan wordt je eruit gezet. En nu kom je zonder een van de drie ‘toegangscodes’ de kroeg, het theater of het De Koel niet meer in.

Is dit ‘neoliberaal’? Is het neoliberaal dat een samenleving als geheel (via de daartoe bevoegde organen) een besluit neemt om juist die samenleving te beschermen tegen keuzes van het individu? Is dit een typisch voorbeeld van ‘als je maar genoeg wilt, dan kun je het’? En nu we het toch over neoliberaal hebben, dat eigen verantwoordelijkheidsdenken, zoals Damen het noemt. Zit dat niet precies bij de mensen die zich bewust niet laten vaccineren om welke redenen dan ook? Of zoals ik het in mijn vorige Prikker schreef: “dat je niet vaccineren voor jezelf doet”? En vaccineren ook voor de ander, je neemt de last en de lusten deel je met anderen. En als er iets niet neoliberaal is, dan is het denken aan de ander?

Via LinkedIn bereikte mij een bericht van Miriam van der Hoek. Fotograaf Van der Hoek was gevraagd om deel te nemen aan een expositie en haar deelname ging niet door omdat ze niet gevaccineerd was en zich niet wilde laten testen: “omdat het ingaat tegen alles waar ik in geloof,” aldus Van der Hoek. Waarin ze dan gelooft? “(I)n  verantwoordelijkheid nemen voor je eigen, niet alleen fysieke, maar ook emotionele, mentale en spirituele gezondheid. Luisteren naar de signalen die je lichaam je geeft. Gevoel aangaan en uiten. Je hart en eigen wijsheid volgen. Angsten aankijken (voor afwijzing, voor uitsluiting, voor uitgelachen worden, voor ziekte en zelfs voor de dood want ja, we zijn sterfelijk) om onvoorwaardelijk te kiezen voor liefde.” Geeft dit voorbeeld niet precies aan waar het fout gaat? Is er voor een prettige samenleving om in te leven niet meer nodig dan alleen verantwoordelijkheid nemen voor jezelf? Leef je niet juist samen met anderen en vraagt dat niet ook dat je verantwoordelijkheid voor de anderen neemt? Is Van der Hoeks geloof niet een schoolvoorbeeld van neoliberaal denken? Neoliberaal omdat de lusten worden geprivatiseerd en de lasten gesocialiseerd? Als dit onvoorwaardelijk kiezen voor liefde is, dan hebben we toch een heel ander definitie van liefde.

Uitgelicht

In het verleden behaalde resultaten…

“Het is tijd voor opstand. Een regering die op zoveel fronten faalt en bezopen maatregelen uitvaardigt teneinde haar eigen incompetentie te verbloemen, verdient het niet om gehoorzaamd te worden.” Dit schrijft iemand die zich Me, myself and I noemt, onder een artikeltje bij Joop. Het artikel handelt over de dwangsom van € 2.500 die de gemeente Haarlem heeft opgelegd aan theater De Liefde. In dat theater bezochten teveel mensen een try-out van cabaretier Theo Maassen. Toen ik dit las moest ik denken aan het gesprek dat ik vlak voordat ik dit las, had met mijn vrouw.  Als ‘eindredacteur’ leest mijn vrouw al mijn Prikkers als eerste en ze haalde na het lezen van mijn laatste prikker aan dat het al de derde keer was dat ik schreef dat we zuinig moeten zijn op onze overheid en democratie en dat we beiden zelfs moeten versterken. ‘Wat verliezen we dan?’ Schrijf daar maar eens over’. Een mooie koe om bij de hoorns te vatten.

Tiananmen Square protests of 1989 | As seen on en.wikipedia.… | Flickr
Bron: flickr

Hoe ziet die koe die we kunnen verliezen eruit? Daarvoor een uitstapje naar De oorsprong van onze politiek een boek in twee delen van de Amerikaan Francis Fukuyama. Hij geeft een ‘geschiedenis van de ‘wereldpolitiek’. Hij beschrijft die geschiedenis aan de hand van drie eigenschappen. De eerste eigenschap is de moderniteit van de staat. De tweede eigenschap betreft de rechtsorde en als laatste de verantwoordelijkheid. Als we Nederland langs de drie eigenschappen van Fukuyama leggen, wat zien we dan?

Dan zien we een moderne staat en overheid. Een overheid die haar dienaren selecteert op basis van hun kwaliteiten en kennis en niet op basis van hun ouders of kennissen zoals in patrimoniale en tribale samenlevingen om twee andere samenlevingsvormen die Fukuyama onderscheidt te noemen. Dat we een moderne staat zijn is veel waard want dat is niet overal in deze wereld zo. In een moderne staat spelen nog steeds ‘tribale’ en vooral familiaire krachten een belangrijke rol en vooral in tijden van crisis worden die sterker. Dan vertrouwen we onze ‘eigen stam’ meer en de eigen familie nog meer. Dat Nederland een moderne staat is, biedt geen garantie dat dit altijd zo zal blijven. Want ‘in het verleden behaalde resultaten …’. Zo kun je beargumenteren dat Turkije onder president Erdogan van een moderne een patrimoniale staat aan het worden is en ook de Verenigde Staten onder Trump kregen trekken van een patrimoniale staat. Trouwens, over dat verleden gesproken, de ‘moderniteit’ van onze samenleving is pas de laatste paar honderd jaar gegroeid en dus van vrij recente datum.

Dan de tweede eigenschap. Nederland is een rechtsstaat met een sterke rechtsorde waaraan iedere inwoner, bedrijf, instelling maar ook de overheid ondergeschikt is. Iets wat niet vanzelfsprekend is en wat ook niet als vanzelf samen gaat met het zijn van een moderne staat. Zo was de eerste moderne staat, het Qin China van 2.200 jaar geleden. Een rechtsorde was het echter niet omdat de wil van de keizer wet was. Het verschilt hierin niet van het huidige communistische China. Dat heeft dan wel een grondwet en wetten maar die binden de nieuwe keizer, de communistische partij, niet. Die staat boven de wet. Dat Nederland nu een rechtsorde is heeft het, zo betoogt Fukuyama, te danken aan de strijd tussen de kerk en de staat. Maar hier ook geen garantie dat het altijd zo zal blijven. Ook hier weer: ‘in het verleden behaalde resultaten…’. Een rechtsorde kan worden afgebroken en ondermijnd. Zo kun je beargumenteren dat de activiteiten van Erdogan in Turkije, Orbán in Hongarije en de Poolse PiS partij de rechtsorde ondermijnen.

Daarmee komen we bij de derde eigenschap de verantwoordelijkheid of beter gezegd: de verantwoordelijke overheid. “Verantwoordelijk bestuur betekent dat de heersers menen dat ze zich moeten verantwoorden tegenover het door hen geregeerde volk en de belangen van het volk boven die van zichzelf moeten stellen.[1] aldus Fukuyama. ‘Nogal logisch’ is een eerste reactie vanuit een luie stoel in Nederland. Toch is dat niet zo logisch. Inderdaad zijn we in Nederland gewend dat de regering zich voor het volk, vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, verantwoordt en regelmatig, in ieder geval een keer per vier jaar, voor het gehele volk. Ook de landen om ons heen kennen een soortgelijke manier van verantwoorden. Toch zijn dit uitzonderingen. Uitzonderingen omdat het overgrote deel van de heersers in het verleden, maar ook in het heden er heel anders over dachten en denken. Een Egyptische Farao, de Chinese keizer of Genghis Khan dacht niet in termen van verantwoording. Het volk werkte voor hen, niet omgekeerd. Ook die verantwoordelijke overheid is van recente datum. Ze ontwikkelde zich zo vanaf 1500. Al moeten we ons bij ‘het volk’ in die begintijd niet al te veel voorstellen. Dat bestond uit de hoge adel. Pas in de negentiende eeuw ging het grotere delen van de bevolking omvatten en pas sinds begin twintigste eeuw (in Nederland sinds 1917) omvatte het volk alle volwassen mannen en vrouwen. Maar ook hier bieden de ‘in het verleden behaalde resultaten, …’.

Wij mogen ons gelukkig prijzen met een moderne overheid in een land met een rechtsorde waar de regerenden verantwoording afleggen en weggestuurd kunnen worden door de geregeerden. En alhoewel niet perfect, het mag voor ons dan vanzelfsprekend zijn, dat is het niet. Dit hele huis is gebaseerd op jaren en op sommige gebieden eeuwenlang opgebouwd vertrouwen. En zoals het spreekwoord luidt: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En het lijkt het erop het vertrouwen gestopt is met lopen en bezig is het paard te zadelen. Een burger die oproept tot een opstand is tot daaraantoe. Maar partijleiders die niet verliezen bij de volgende verkiezingen belangrijker vinden dan het besturen van het land en daarom het vormen van een nieuwe regering traineren maar onderwijl wel gewoon door regeren, vormen wel een bedreiging. En nog veel erger PVV-leider en enigst lid die al jaren roept dat onze rechtspraak een farce is en de Kamer een ‘nepparlement. Kamerleden zoals Gideon van Meijeren van het FvD die onze democratie dood verklaart en goedkeurend wordt gadegeslagen door zijn politiek leider Baudet.’ Dit draagt niet bij aan het versterken van vertrouwen. Het lijkt erop dat het vertrouwen al op het paard zit en de draf versnelt.

Een moderne overheid kan nog zonder vertrouwen, maar ik weet niet of dat zo’n prettige landen zijn om in te wonen. Zonder vertrouwen echter geen verantwoordelijke overheid. Zonder vertrouwen geen rechtsorde. En als het vertrouwen eenmaal weg is, dan is het zomaar nog niet terug. Een moderne democratische rechtstaat met een verantwoordelijke overheid afbreken is snel gedaan, er eentje opbouwen is veel lastiger zoals de casus Afghanistan laat zien. Dat vergt een lange, heel lange wandeling zonder garantie op succes. Immers ‘in het verleden behaalde resultaten …’.


[1] Francis Fukuyama, De oorsprong van onze politiek Deel 1: van de prehistorie tot de verlichting, pagina 369

Uitgelicht

Een lesje staatsrecht

“Het kabinet is demissionair en dus zonder politiek mandaat. Het invoeren van een nieuwe controversiële #coronapas is dus illegaal. Het is onnodig bovendien en pure drang tot vaccinatie. Onacceptabel dus. Hulde aan de horeca-ondernemers die dit niet handhaven.” Dit schrijft PVV-leider en enigst lid Geert Wilders in een tweet die ik bij De Dagelijkse Standaard las. De tweet kon op steun rekenen van Michael van der Galien de auteur van het artikel en de grote man achter het medium. “Dit klopt natuurlijk honderd procent. Het is ongelooflijk dat een demissionair kabinet zelfs maar de moed heeft om dit te doen. Want een demissionair moet zogenaamd “op de zaak passen.” Meer kan en mag zo’n regering niet doen. Zwaar controversiële beslissingen mag het niet maken. Het mág echt niet.” Zo voegt Van der Galien eraan toe. Menigeen zal instemmend knikken met de redenering maar is dat terecht?

Illegaal betekent in strijd met de wet. Onze staatshuishouding wordt geregeld in de Grondwet. In de Grondwet komt het woord ‘demissionair’ niet voor. De Grondwet kent een regering, de koning en de ministers, en een ministerraad, de vergadering van ministers met de premier als voorzitter. Die zijn er altijd. Wat ze mogen is geregeld in de diverse wetten. Wetten waarin je ook tevergeefs zult zoeken naar het woord ‘demissionair’. Tevergeefs omdat er altijd regering moet zijn die besluiten neemt en geen halve of voorwaardelijke besluiten. Juridisch gezien heeft een demissionair kabinet precies dezelfde bevoegdheden als een missionair kabinet. Dat die bevoegdheden in demissionaire staat terughoudend worden toegepast, is een gebruik, geen wettelijk vereiste. Het handelen van het kabinet is daarmee legaal.

Inderdaad is het in bestuurlijk Nederland gebruikelijk dat een demissionaire regering geen nieuw beleid inzet en ‘op de winkel’ of zoals Van der Galien het noemt ‘de zaak’ past en geen besluiten neemt om de zaak uit te breiden, grondig te verbouwen, of in te krimpen. Nee, de zaak laten zoals ze is totdat er een nieuwe regering is om ‘de zaak’ over te nemen. Laten we de metafoor van ‘de winkel’ even wat verder doordenken. Stel ‘de winkel’ wordt bedreigd door een overstromende rivier en zandzakken en zand zouden de het water kunnen beletten om de winkel binnen te stromen. Helaas zijn die er niet, zou het de demissionaire winkelier dan kwalijk worden genomen als hij een deel van het geld van de winkel zou besteden aan de aanschaf van zand en zakken om zo de winkel te beschermen? Als we de winkel vergelijken met Nederland, dan is de regering de winkelier en de coronapandemie de overstromende rivier, moeten we de regering dan kwalijk nemen dat ze maatregelen neemt om te voorkomen dat de pandemie de ziekenhuizen overstroomt, om in de metafoor te blijven, met patiënten en de zaak lamlegt zoals vorig jaar gebeurde en begin dit jaar dreigde te gebeuren?

Natuurlijk kun je een discussie voeren over welke maatregelen er genomen moeten worden om de ‘overstroming’ van onze ziekenhuizen met Covid patiënten te voorkomen. Natuurlijk kun je de vraag stellen of, zoals anderen doen, declameren dat het de verkeerde maatregelen zijn. Vragen over nut en noodzaak stel ik me ook geregeld. Wat we niet moeten doen, is de bevoegdheid van de regering om dergelijke maatregelen te nemen ter discussie stellen. Door het woord ‘illegaal’ te gebruiken, ondermijnt Wilders onze democratische rechtstaat en dat is schadelijk. Als een burger, zoals Van der Galien, dit roept of denkt kan dat een gevolg zijn van onwetendheid. Dat een kamerlid dit roept is schadelijk en kan geen gevolg zijn van onwetendheid. Kamerleden dienen dit te weten. Zoals ik in een eerdere Prikker schreef is ons gedurende honderden jaren opgebouwde bestuurlijke systeem me daarvoor te kostbaar.

Uitgelicht

Problem, government, solution

In de Volkskrant pleiten drie gepensioneerde TU Delft ingenieurs, zoals ze zich noemen, ervoor: “een soort Deltacommissie in het leven te roepen om dit complexe project weg te trekken bij de politiek, want die heeft al laten zien dat ze geen resultaten kunnen boeken.” Het complexe project waar ze het over hebben betreft het klimaatneutraal maken van onze manier van leven. Want alles wat er nu gebeurt is ineffectief en kost veel geld zo betogen de ingenieurs. Niet vreemd want: “Politici zijn geen technici en kunnen derhalve niet beslissen over de optimale keuzes tussen voor- en nadelen van verschillende maatregelen.” Die keuze moet worden overgelaten aan specialisten want: “Dat is echt een technische en economische afweging.” Nu maak ik me ook zorgen om de klimaatverandering en mogen de maatregelen best wat forser en sneller. Toch maak ik me meer zorgen om dergelijke betogen.

File:Deltawerken - Osterschelde - Zeeland.jpg - Wikimedia Commons
Bron: Flickr

Mijn zorgen richten zich als eerste op hun gebrek aan historische en staatkundige kennis. De ingenieurs verwijzen naar de Deltacommissie die in 1953 werd ingesteld om te bekijken hoe Nederland kon worden beveiligd tegen overstromingen zoals die van de watersnoodramp van een jaar eerder. De commissie bestond uit ingenieurs, logisch want die hebben verstand van die zaken, een landbouwkundige en een econoom. Het was de politiek, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera, die deze commissie in het leven riep om hem en in het verlengde de regering en het parlement, te adviseren over te nemen maatregelen. Een staatscommissie binnen ons bestuurlijk bestel voor een specifiek onderwerp met een specifiek doel. Een adviescommissie want besluiten namen de regering en het parlement. Het complexe project waterveiligheid werd dus allerminst ‘weggetrokken van de politiek’. Nu is dit het minst belangrijke punt van zorg.

Grotere zorgen maak ik me om hun grote vertrouwen in technische maar vooral economische specialisten. Techneuten, de drie ingenieurs lijken daarop geen uitzondering te zijn, hebben groot vertrouwen in wat techniek vermag. Een terecht vertrouwen want techniek vermag veel. Zo kunnen we door technische vindingen energie opwekken door atomen te splitsen. Dat kan beheerst in een kerncentrale en onbeheerst via een atoombom. En die: “effectiefste oplossing” wordt, zoals de heren aangeven, onbenut gelaten. Maar misschien is de effectiefste manier wel te duur en is het ‘opslaan van koolstofdioxide’ iets minder effectief maar goedkoper. Bij dat uitrekenen van kosten komen economen dan weer van pas. Maar nu we het over economen hebben. Techneuten kunnen verschillende technieken aanbevelen als beste, en dus van opvatting verschillen. Economen hebben dat nog veel meer. Neem de gezondheidszorg, afhankelijk van de kijk op de wereld zal de ene, meer socialistisch georiënteerde, econoom een hartstochtelijk pleidooi voor publieke gezondheidszorg houden en de andere, neoliberale het als de grootste waanzin en economische dwaling afwijzen. Aan welke techneuten en economen laten we de oplossing van dit probleem over?

Nu ik het toch over neoliberaal heb, het denken van de ingenieurs vertoont overeenkomsten met het neoliberale denken. En daarmee kom ik op een volgende en grootste punt van zorg. De overeenkomst tussen de ingenieurs en het neoliberalisme betreft een stuitend gebrek aan vertrouwen in de overheid en ons democratische bestel. Neoliberalen zien de markt als oplossing voor alle problemen en de overheid als oorzaak van alle ellende. Om het met de woorden van wijlen voormalig president van de Verenigde Staten Ronald Reagan te zeggen: “Government is not the solution to our problem, government is the problem.” Met Reagan staan we aan het begin van de triomftocht van dat neoliberalisme. Sinds begin jaren tachtig werden overheidsdiensten zoals de post, de telefoon en het spoor geprivatiseerd want dat zou tot betere en goedkopere producten leiden. Sinds die tijd moest de overheid ‘steeds kleiner’ en werd ‘ambtenaar’ een besmet beroep. Daar waar John F. Kennedy ‘the best en brightest’ naar de overheid lokte, worden ze sinds Reagan verleidt om een algoritme te ontwerpen om snel winst op de beurs te maken of een app te ontwikkelen die zoveel mogelijk gegevens en dus geld uit mensen klopt. Kennedy liet ze bij NASA de eerste mens op de maan zetten. Dat doen ze nu ter meerdere eer, glorie en vooral de portemonnee van Musk en Bezos. Heren die hun rijkdom, om het zo te zeggen, te danken hebben aan Kennedy omdat hun bedrijven draaien op technieken die via overheidsinvesteringen tot stand zijn gekomen. Voor wie er meer over wil weten. Lees Mariana Mazzucato’s boek De ondernemende staat. Of voor wie een boek te lang is, deze Prikker.

Een kleinere overheid die zich met steeds minder zaken ‘moest bemoeien’ en wat ze nog wel deed en doet, moet volgens de New Public Managent. Een manier van denken waarbij de burger een klant is en de overheid een bedrijf en ook op die manier aangestuurd moet worden. Een overheid waar steeds meer op neer werd en wordt gekeken. En dat neerkijken is terecht en niet terecht. Het is terecht omdat de prestaties van die overheid de laatste jaren niet om over naar huis te schrijven zijn. Het is niet terecht omdat dit een gevolg is van die neoliberale manier van kijken naar de overheid. Als je de overheid als een bedrijf ziet, moet je niet verbaasd opkijken als Kamerlidmaatschap en het ministerschap een carrièrestap wordt. Een opstapje om uiteindelijk te cashen bij een bank, zoals Zalm en Kok, of bij een lobbyfirma zoals recentelijk VVD-minister Van Nieuwenhuizen en Kamerlid van dezelfde partij Lodders. Dan hoeft het ook niet te verbazen dat we een premier hebben die ‘visie een olifant in de kamer’ vindt en die op z’n best opereert als manager. Dan moet je niet verbaasd kijken als ‘the best and brigthest’ niet voor de overheid kiezen, want wie wil er nu voor een ‘probleem’ werken. Als je iets als ‘probleem’ bestempelt en het op de manier behandelt zoals de overheid sinds Reagan is behandeld, dan moet je niet verbaast opkijken als het uiteindelijk een probleem wordt.

Het is echter wel ‘het probleem’ dat namens ons besluiten moet nemen welke technische oplossing de voorkeur krijgt en welke economische argumenten de doorslag geven. Die bevoegdheid uit handen geven aan ‘een Deltacommissie’ los van de politiek komt op hetzelfde neer als Facebook het privacy-beleid laten ontwerpen. Dit betekent namelijk het verder verzwakken van onze overheid en vooral onze democratie. Als we iets niet moeten doen dan is het dat wel. We moeten de overheid juist versterken van de afbraak van de afgelopen veertig jaar. Om Reagans woorden in een wat andere volgorde te zetten: government is not the problem, government is the solution to our problem!

Uitgelicht

Moral high ground

“Either you are with us or you are with the terrorists.” Die keuze legde president George Bush de jongere op 20 september 2001 voor aan de naties van de wereld. Een simpele en eenvoudige keuze, zo op het eerste gezicht want wie wil er nu bij ‘de terroristen’ horen? Ik in ieder geval niet. Toch was die keuze niet zo eenvoudig want ondanks de tragedie van negen dagen eerder, was ook een keuze voor de ‘us’ van Bush allerminst voor de hand liggend. Dit omdat niet duidelijk was wat ‘with us’ zijn precies inhield. Ik moest hieraan denken bij enkele berichten die ik recentelijk voorbij zag komen.

Calvin and Hobbes | taking the moral high ground | J Mark Dodds | Flickr
Bron: Flickr

Zo kwam het bijgevoegde bericht via mijn tijdlijn op LinkedIn voorbij: “Mijn naam is Wesley en vanaf 25 september zijn ik en mijn kinderen niet meer welkom in horeca, de culturele sector, bij evenementen en een bezoek aan professionele sportwedstrijden. En dit allemaal omdat ik weiger mee te doen aan deze QR maatschappij. Gelukkig heb ik al deze dingen niet nodig om gelukkig te zijn maar ik wil mijn kids ook nog zoveel meegeven. Wat een verschrikkelijke tijd leven we in en bizar dat dit demissionair kabinet dit soort beslissingen tegen alle soorten protest in doorvoert. Ik accepteer dit niet en ik ben benieuwd wie in mijn netwerk dit normaal vindt. Die wil ik vragen mij als connectie te verwijderen. Ik bouw graag een netwerk waar verbinding een rol speelt en waar we met respect met elkaar om gaan. Liefdevol. Dus nogmaals, zie je mij en mijn kinderen liever buiten staan omdat ik moet meedoen, het mijn eigen schuld is óf omdat ik jou kan besmetten? Ik neem graag afscheid van je. Het liefst per direct. Wil je samen met mij iets gaan bouwen om elkaar te motiveren en te inspireren en elkaar te respecteren dan hoor ik graag van je. Dat doe ik met alle respect en alle liefde (1).” Dit vergezeld van een foto van Wesley met zijn kinderen.

Nee, de maatregelen zijn niet ‘normaal’, daar ben ik het meteen mee eens en ik denk dat dit voor bijna iedereen geldt. Het is ‘niet normaal’ dat je een vaccinatiebewijs moet tonen om een voetbalwedstrijd te bezoeken. Ondanks dat ik het ‘niet normaal’ vind, doe ik het toch. Afgelopen vrijdag nog, toen ik de wedstrijd tussen VVV en FC Den Bosch bezocht. De omstandigheden zijn echter ‘niet normaal’ en zoals de Engelsen zeggen ‘desperate times call for desperate measures’. Om een ontwrichting van onze samenleving door Covid-19 te voorkomen moet er wat gebeuren. Wat daarbij precies de juiste maatregelen zijn, daar kun je over discussiëren. Om ze te nemen moet er uiteindelijk een besluit worden genomen door het daartoe bevoegde orgaan en dat is de regering. De status van die regering, missionair of demissionair, doet daarbij niet ter zake.

Een van die maatregelen is dat bezoekers van professionele sportwedstrijden, theaters enzovoorts een vaccinatiebewijs of een recent negatief testresultaat moeten overleggen voordat ze binnen mogen. Een maatregel om de maatschappelijke ontwrichting door het vastlopen van onze ziekenhuizen te voorkomen. Die maatregel biedt iedereen de mogelijkheid om het voetbalstadion, theater, de horeca of een evenement te bezoeken. Iedereen heeft die gelegenheid en niemand wordt ervan uitgesloten. Wesley en zijn kinderen zijn van harte welkom alleen wil hij niet aan de voorwaarden voldoen. Dat is zijn eigen keuze en zoals de Engelsen het zo mooi zeggen ‘actions have consequences’. De reden dat hij niet meer naar de horeca, het theater of voetbalstadion kan, is het gevolg van zijn eigen keuze. Dus nee, ik zie hem en zijn kinderen niet graag ‘buiten staan’. Hij besluit echter zelf om ‘buiten’ te blijven staan. Om dan degenen die ‘binnen zitten’ min of meer de schuld te geven van zijn ‘buiten staan’ is vreemd. Maar dat is nog tot daaraantoe.

Het wordt bijzonder als Wesley aangeeft te willen bouwen aan een netwerk van respect en verbinding. Daarmee lijkt hij te suggereren dat mensen die het anders zien dan hij, niet werken aan een netwerk van respect en verbinding, dat ze respectloos en verdelend zijn. Hij lijkt, om de Engelse term te gebruiken: ‘the moral high ground’ te claimen voor zijn positie. De ene positie is moreel echter niet beter of slechter dan de andere, ze is alleen anders. Hij zegt in navolging van Bush: als je voor mij bent, dan behoor je tot de goeden en werk je vanuit ‘respect en verbinding’, ben je het niet met mij eens dan ben je respectloos en verdelend. In feite zegt hij met veel worden hetzelfde als Hans Christiaanse die de volgende twee zinnen in een LinkedIn-post boven een filmpje van de demonstratie van 5 september jongstleden plaatste waarover ook mijn vorige Prikker handelde: “Gevaccineerd of niet: sluit je aan! Of sluit je liever mensen uit?”  

In een reactie onder zijn post gaf Wesley aan dat hij zijn zorgen uit met deze post. Dat doe ik ook. Daarom schrijf ik Prikkers. Dergelijke reacties baren mij om twee redenen zorgen. Als eerste omdat ze verdelen: je bent voor ons of tegen ons! Het hebben van een andere opvatting is reden om je uit te sluiten van de groep, dan hoor je er niet meer bij. Als we tweedeling willen voorkomen dan moeten we ons onthouden van dergelijke redeneringen en uitspraken. Als tweede maak ik me zorgen omdat je van mening kunt verschillen of de genomen maatregelen de juiste zijn. We hebben in dit land echter afgesproken op welke manier we maatregelen nemen en wie het uiteindelijke besluit voor ons allemaal neemt. Als deze maatregelen conform die afspraken tot stand zijn gekomen, dan hebben we het ermee te doen. Omdat ik dat systeem hooglijk waardeer, accepteer ik ook maatregelen waarmee ik het niet eens ben. Dat systeem vind ik belangrijker dan welke coronamaatregel dan ook. Immers de nemers van die maatregelen kunnen we bij volgende verkiezingen daarop afrekenen. Dit systeem afbreken is geen kunst en heel snel gedaan, zo’n systeem of iets beters opbouwen niet. Het heeft eeuwen gekost om tot dit systeem te komen. Dergelijke uitspraken ondermijnen dit systeem en dat baart mij meer zorgen dan welke coronamaatregel dan ook.

(1) Ik ben benieuwd of de link bij jullie werkt. Een paar uur na het schrijven van deze Prikker liep de link dood en kon ik het bericht niet meer vinden.

Uitgelicht

Vrijheid en vrijheid

“DIT ZIJN ZE DAN. Een heel groot deel van die 1,8 mln waar Huug angst over zaait. Vrienden collega’s, familieleden, buren die straks niet zomaar deel mogen uitmaken van die samenleving. Die niet alleen graag zelf op vakantie willen kunnen, maar opkomen voor de vrijheid van ons ALLEMAAL. Die zich uitspreken tegen medische apartheid en uitsluiting. Die zien wat onze democratische grondrechten nog waard zijn en die niet wegkijken of leven in angst.” Een stukje tekst van Mariël van der Lee dat me via LinkedIn bereikte en dat een serie foto’s begeleidde van de demonstratie tegen van alles en nog wat die op 5 september door Amsterdam trok. Een demonstratie die zichzelf afficheerde als ‘de grootste vrijheidsdemonstratie ooit’. Een bijzonder bericht.

Mill
Eigen foto

Ik was er niet bij. Ja, ik vind dat er iets aan de woningnood gedaan moet worden, dat de Groningers die schade aan hun huis hebben door de winning van aardgas goed geholpen moeten worden en dat de overheid daar op dit moment steken laat vallen. Ik nam niet deel. Ik nam niet deel omdat het toch eerst en vooral een demonstratie was tegen de corona-maatregelen van onze regering. Maatregelen die niet altijd even consequent zijn, waar zeker het een en ander op aan te merken is en die erg slecht worden gecommuniceerd door de betreffende bewindspersonen waaronder ‘Huug’. Maar om de situatie, zoals Nederland in Verzet een van de organisatoren doet, te beschrijven als: “Een Zomer vol Fake nieuws, Fake nieuws van onze eigen overheid. Fake news van alle wereldleiders. The Great Reset. Mensonterende vaccinaties, criminele testresultaten en medische apartheid. Maar ook VacciNazi spijt en verzwegen VacciNazi doden,” dat gaat mij te ver en niet een klein beetje te ver.

Met mensen die dergelijke onzin uitkramen wil ik niet geassocieerd worden. Sterker nog, als we ergens niet van weg moeten kijken, dan is het van mensen die dergelijke onzin uitkramen. Die moeten we aan de kaak stellen. Die moeten we ontmaskeren voor wat ze zijn: volksmennende charlatans. En als er iets is dat onze vrijheid bedreigt, dan zijn het wel volksmennende charlatans. Volksmennende charlatans zoals FvD Kamerlid Gideon van Meijeren die in alle vrijheid staat te demonstreren dat hij zijn vrijheid terug wil. Die als charlatan grossiert in allerlei complotten. Die als gekozen Kamerlid onze democratie dood verklaart maar daar niet de consequentie aan verbindt om dan de Kamer maar te verlaten en vervolgens ook af te zien van het wachtgeld. Zoals zijn fractievoorzitter, Thierry Baudet, die het ‘gebral’ van zijn partij- en fractiegenoot instemmend aanhoort en die conclusie ook niet trekt. Nee, ze blijven als ‘subsidieslurpers’ op kosten van het volk zitten en gebruiken hun positie om hun zakken te vullen.

Ja, ik heb me laten vaccineren. Daar heeft niemand mij toe gedwongen. Dat heb ik gedaan om dat ik ervan overtuigd ben dat dit op dit moment de beste manier is om zoveel mogelijk mensen te beschermen tegen het coronavirus. En nee, niet beschermen zodat ik het niet meer krijg, maar beschermen zodat als ik het krijg er niet te ziek van word en in het ziekenhuis beland. Ik heb me laten vaccineren zodat we corona daadwerkelijk kunnen gaan zien als een soort griep. Een soort griep die je ziek maakt. Een soort griep die enkelen van ons in het ziekenhuis doet belanden maar niet in die mate dat onze gezondheidszorg vastloopt. Dat heb ik in vrijheid gedaan.

En daarmee kom ik bij het citaat waarmee ik begon en de naam die de organisator aan de demonstratie gaf en dus bij het woord vrijheid. Van der Lee en de organisatoren doen het voorkomen alsof vrijheid aan hun kant staat. Alsof die andere ruim 15 miljoen Nederlanders staan voor onvrijheid. Of sterker nog alsof die willoos als een zombie achter ‘Huug’ aanlopen. Ook ik, een van die 15 miljoen anderen sta voor vrijheid en ik denk het overgrote deel van de rest ook. Al kan ik natuurlijk niet voor hen spreken. Net zoals Van der Lee niet kan weten of al die demonstranten hetzelfde denken of voor, of correcter tegen hetzelfde streden als zij. Alleen ziet mijn definitie van vrijheid er iets anders uit dan die van Nederland in Verzet en dan die van de ‘subsidieslurpers’ van het Forum voor Democratie.

Mijn definitie van vrijheid heeft niets te maken met ‘op vakantie gaan’ of naar festivals of de Dutch GP of een voetbalwedstrijd gaan. Vrijheid is niet van het hedonistische ‘doen en laten wat ik wil’. In mijn definitie van vrijheid vervult de ander een belangrijke rol. Mijn vrijheid is onlosmakelijk verbonden met de vrijheid van die ander. Om John Stuart Mill te citeren: “Zodra een deel van iemands handelen nadelig is voor de belangen van anderen, valt het onder de jurisdictie van de maatschappij, en wordt het een punt van discussie of het algemeen belang al dan niet gediend zal zijn als men ingrijpt.[1]Als we met deze uitspraak naar het vaccinatiedebat kijken dan heeft mijn vrije keuze en de keuze van die 15 miljoen andere voor vaccinatie geen nadelige gevolgen voor een ander en dus ook niet voor die 1,8 miljoen ‘anderen’. De keuze van de 1,8 miljoen om zich niet te vaccineren kan daarentegen wel negatieve gevolgen hebben voor mij en die 15 miljoen anderen. Mill volgend valt die keuze daarmee dus onder de jurisdictie van de maatschappij.


[1] John Stuart Mill, Over Vrijheid¸ pagina 127

Uitgelicht

Winnen door te verliezen

“Dat leidt tot een pleidooi voor ‘bescheidenheid’ aan het adres van politici, beleidsmakers en bestuurders. Durven zij te vertrouwen op een goed verloop van ontmoetingen tussen professionals en burgers? En kunnen ze accepteren dat hun normatieve aannames over wat een menswaardig bestaan is ook níet kunnen kloppen?” Met die vragen begint de laatste alinea van een artikel van Willemijn van der Zwaard op de site Sociale Vraagstukken. Van der Zwaard schrijft over de spanning in de verzorgingsstaat die: “vanwege zijn bureaucratische grondslag enerzijds goede papieren om niet te vernederen, maar (…) anderzijds risico’s van ‘institutionele vernedering,’ kent. In mijn dagelijkse praktijk als beleidsmaker in wat het sociale domein wordt genoemd, houdt de vraag over de bescheidenheid van politici en beleidsmakers mij ook al jaren bezig. In deze Prikker neem ik jullie mee in een ‘veranderkundige kijk’ op deze vraag. Dit doe ik aan de hand van het ‘kleurendenken’ van Leon de Caluwé en Hans Vermaak.

Eigen foto

Eerst ga ik wat nader in op de opgave waar gemeenten voor staan.  De wetgever, de rijksoverheid, heeft sinds het begin van de jaren negentig van de vorige eeuw steeds meer verantwoordelijkheden binnen dat sociaal domein naar de gemeenten verschoven, of met het hiervoor in overheidskringen gebruikte woord gedecentraliseerd. Na de Wet voorzieningen gehandicapten en de Algemene bijstandswet volgde begin deze eeuw de eerste Wet Maatschappelijke ondersteuning en in 2015 met een ‘grote klap’ een vernieuwde en uitgebreide Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet en de Participatiewet. Ik zie gemeenten, maar ook het rijk, worstelen met de diverse wetten maar vooral met de centrale opgave erachter die ‘transformatie’ wordt genoemd. “Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving. Wanneer mensen zelf vorm geven aan hun toekomst, voegen zij niet alleen waarde toe aan hun eigen leven, maar ook aan de samenleving als geheel. Zo blijven Nederlanders samen bouwen aan een sterk land van zelfbewuste mensen.[1]Deze woorden sprak koning Willem Alexander in zijn eerste troonrede in 2012. Dat is het doel: Nederland moet een ‘participatiesamenleving’ worden. Maar wat is een participatiesamenleving? En waarin verschilt die van hoe we het nu doen? Wachten mensen nu dan tot iemand anders (de overheid) verantwoordelijkheid neemt voor hun leven? Die vragen kun je je hierbij stellen maar die ga ik hier niet beantwoorden. Voor het gemak ga ik hierin mee. Want zelfs als het niet zo is dan zijn er wellicht goede redenen aan ‘maatschappijontwikkeling’ te doen en de kracht van de gemeenschap, want daar hebben we het dan over, te versterken.

Dan het ‘kleurendenken van De Caluwé en Vermaak. Voor degenen die er alles van willen weten, lees hun boek leren Veranderen. Een handboek voor veranderkunde. Voor wie iets minder tijd heeft, lees het artikel Denken over veranderen in vijf kleuren[2]. Een artikel waarin de kern van het model wordt uitgelegd. De Caluwé en Vermaak zien vijf mogelijke manieren om naar een organisatieverandering te kijken en voor dit artikel zie ik onze samenleving als een organisatie. Iedere manier geven ze een kleur die ik hieronder kort beschrijf.

Geeldrukdenken

Heeft te maken met de symboliek van macht (‘de zon’ ‘het vuur’) en van de aard van coalitievorming (broedprocessen bij de openhaard). Gele mensen gaan er vanuit dat er wordt veranderd als: belangen bij elkaar worden gebracht, als je mensen kunt dwingen tot het innemen van (bepaalde) standpunten/meningen, win-win situaties kunt creëren/coalities kunt vormen de voordelen kunt laten zien van bepaalde opvattingen (macht, status, invloed) de neuzen kunt richten. Mensen die op deze manier naar de wereld kijken, hanteren woorden als macht, haalbare oplossing, coalitie, win/win en onderhandelen.

Blauwdrukdenken

De uitkomst staat van tevoren vast, is goed te omschrijven en te garanderen. De blauwdruk staat voor het van tevoren gemaakte ontwerp/de tekening (vaak een ding/object) die vervolgens wordt gerealiseerd/geïmplementeerd. Blauwe mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je van tevoren een duidelijk resultaat/doel formuleert een goed stappenplan maakt van A naar B, de stappen goed monitort en op basis daarvan bijstuurt, alles zoveel mogelijk stabiel houdt en beheerst en de complexiteit zoveel mogelijk reduceert. Mensen die op deze manier naar de wereld kijken, hanteren woorden als rationeel, meten=weten, stappenplan, monitoren, projectmatige aanpak, ontwerpen en voorspelbaarheid.

Rooddrukdenken

Het gaat hier om de mens, met de kleur van menselijk bloed. De mens moet worden beïnvloed, verleid en uitgelokt. De ‘Rode’ Mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je ze op de juiste manier prikkelt, bijvoorbeeld door straf- of lokmiddelen, geavanceerde HRM-instrumenten inzet voor belonen, motiveren, promoveren. Als je mensen iets teruggeeft voor wat zij jou geven. Mensen die op deze manier naar de wereld kijken, hanteren woorden als ruilen, ‘fit’, relaties, belonen en straffen, sociale setting en HRM-systemen.

Groendrukdenken

Het gaat hier om ideeën, om mensen (met motivatie en leervermogen) aan het werk te krijgen, het ‘groene licht’ te geven. Het gaat hier om ‘groeien’ zoals het groen van de natuur. ‘Groene’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als je ze bewust maakt van nieuwe zienswijzen/ eigen tekortkomingen (bewust onbekwaam), als je ze kunt motiveren om nieuwe dingen te zien/te leren/te kunnen, als je geschikte gezamenlijke leersituaties kunt creëren. Mensen die op deze manier naar de wereld kijken, hanteren woorden als leren, coachen, ontwikkelen, motivatie, leervermogen en bewust onbekwaam.

Witdrukdenken

Wit omvat alle kleuren, het vertegenwoordigt de zelforganisatie en het evolutie-denken. ‘Alles is nog open’ en biedt dus alle ruimte voor invulling. ‘Witte’ mensen gaan er vanuit dat mensen veranderen als het de wil en wens en de ‘natuurlijke weg’ van de mens zelf is, als het betekenis toevoegt, als het drijft op de eigen energie van mensen, als men de dynamiek/complexiteit wil zien en eventuele blokkades wegneemt. Als er symbolen en rituelen worden gebruikt. Mensen die op deze manier naar de wereld kijken, hanteren woorden als panta rhei, evolutie, dynamiek, complexiteit, zelforganisatie, creativiteit en exploratie.

Laten we eens kijken wat de opdracht vraagt. De opdracht vraagt om ruimte te geven om ‘duizend bloemen’ te laten bloeien ook al zullen verschillende van die bloemen wegkwijnen. De opdracht vraagt om ‘leren’ en nieuwe ‘betekenis ontwikkelen’ en dit ‘delen’ (groendruk) maar ze vraagt vooral om ‘loslaten’ en ‘dynamiek’ ontwikkelen (witdruk). Om de kracht van een ieder tot ontplooiing te laten komen ook al werken verschillende ‘krachten’ elkaar tegen. Dit vraagt om een ‘veranderaar (in dit geval een overheid) die ‘mensen in beweging’ wil krijgen (groendruk) en een stap verder, een veranderaar die ‘ruimte creëert voor verandering’ door onder andere de kracht van mensen, hun ‘innerlijke zekerheid’ aan te spreken (witdruk). Een veranderaar die ‘leersituatie kan creëren’ en die ‘mensen motiveert tot leren’ (groendruk). Maar die vooral niet bang of ‘onzeker wordt’ van ‘dynamiek’ (witdruk).

Als we kijken naar de overheid en haar opereren, wat zien we dan? Dat overheden en dus ook gemeenten een voorkeur hebben voor geel- en blauwdrukdenken hoeft niet te verbazen. Geeldrukdenken is politiek bij uitstek en gemeenten zijn politieke instituten. Politieke instituten waarbij, zeker sinds de dualisering van het gemeentebestuur begin deze eeuw, politiek handelen en opereren dominant is. Door het college geen onderdeel meer te laten zijn van de gemeenteraad is het politieke karakter van de gemeente versterkt. En politiek is, ondanks termen als win-win , compromis enzovoorts toch bij uitstek een slagveld waar de winst van de een het verlies van de ander is. De andere kant van ons bestuurlijke systeem is dat er verantwoording afgelegd moet worden en daarvoor is blauwdrukdenken uitermate geschikt. Maar er is meer.

Overheden denken in structuren omdat die zekerheid lijken te geven, ze stralen betrouwbaarheid uit. Structuren in de vorm van harkjes (organisatiestructuren), piramides, lijnen  0e, 1e en 2e lijn) zijn voorbeelden van blauwdruk denken. Structuren met duidelijke overgangs- en overdrachtsmomenten die worden gemarkeerd door documenten die je toelaten tot de volgende stap in de hark, piramide of lijn. Centraal in de decentralisaties stonden tot nu toe die structuren. Structuren om ‘zekerheid’ te bieden en risico’s te beperken maar ook tot bureaucratie leiden. De transformatieopgave vraagt, zoals we zagen, echter wat anders. Liggen de kritische succesfactoren niet ergens anders dan in structuren? Liggen die niet in wat we ‘cultuur’ noemen? In hoe mensen met elkaar omgaan, in hun houding. Neem als voorbeeld de ‘sociale wijkteams’ die als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. In Leeuwarden en Enschede begon men er meer dan tien jaar geleden mee om mensen met grote, complexe problemen te helpen. Te helpen buiten de toenmalige structuren omdat die hulp binnen de structuren niet werkte of zelfs niet mogelijk was. Hiermee werden successen geboekt en de club van creatieve mensen met pionierseigenschappen werd het ‘wijkteam’ genoemd. Vervolgens begon het wijkteam aan een opmars en werd het de nieuwe structuur om alle problemen op te lossen. Het ‘middel’ werd gekopieerd en het wijkteam werd de nieuwe structuur en werd de oplossing van het probleem. Maar of ook de creatieve pionierseigenschappen werden gekopieerd? Of werd oude wijn in een nieuwe zak geschonken?

Nu kunnen structuren helpen maar ook hinderen. Gesleutel aan structuren zorgt in ieder geval voor onzekerheid bij de betrokken mensen. In geval van een gemeente zullen burgers zich afvragen wat het voor de dienstverlening aan hen betekent. De betrokken medewerkers stellen zich andere vragen: heb ik nog werk, waar werk ik, wie stuurt mij aan, waar kan ik terecht voor … . Structuren ondersteunen als mensen er invloed op hebben, ze zelf dragen en uitdragen. Het Braziliaanse bedrijvenconglomeraat Semco van de ondernemer Ricardo Semler laat zien wat je kunt bereiken door medewerkers zelf verantwoordelijk te maken, door aan de cultuur te werken. Verantwoordelijk voor hun salaris, hoe ze het werk doen, wie hun leidinggevend is (of die wel nodig is), wanneer ze werken en wanneer niet[3]. Dit lukt Semco zelfs bij volcontinu draaiende productielocaties. Dichterbij, in Nederland en in de zorg, laat Jos de Blok met Buurtzorg zien dat ook de zorg zich leent voor hele lichte structuren die door medewerkers zelf worden gedragen. Besteden we niet veel te veel aandacht aan structuren en vergeten we niet juist de cultuur? Is transformatie niet juist cultuur en zou het kunnen dat we met een structuuraanpak en structuurdiscussies juist de cultuurveranderaars vervreemden?

Een tweede vorm van blauwdruk betreft de risicobeheersing. Een klein stukje geschiedenis over risicobeheersing. Het Belgische fort van Eben Emael. Na een redelijk snelle doortocht van de Duitse troepen in 1914 trok de Belgische regering in de jaren twintig de conclusie dat de oude forten gemoderniseerd moesten worden. Nu is redelijk snel een relatief begrip omdat het voor de troepen van het Duitse keizerrijk te traag was, dit even terzijde. Moderniseren dus en de zwakheden van 1914 eruit halen. Een van die zwakheden was het zogenaamde ‘gat van Visé’. De Duitsers waren in 1914 via dit gat tussen het Belgische Visé en de Nederlandse grens door België ingetrokken. Dit gat werd gedicht met het fort van Eben Emael. Het ‘moeder aller forten’ was volgens militaire experts onneembaar en daarmee hadden de Belgen alle bekende risico’s beheerst. Toch werd dat onneembare fort in 1940 binnen een kwartier uitgeschakeld. De Belgen hadden er niet mee gerekend dat Duitse paratroepen en zweefvliegtuigen wel eens op het fort konden landen om het zo van binnenuit uit te schakelen. Het ontbrak aan luchtafweergeschut. Laat de Duitsers nu juist op dat idee zijn gekomen. Dit voorbeeld laat zien dat overheden risico’s het liefst willen uitsluiten en als dat niet lukt dan ze toch op zijn minst beheersen. Risico’s in het sociale domein worden ook beheerst via ‘forten’ zoals handelingsprotocollen, verantwoordingssystemen, volgsystemen, waarschuwingssystemen (zoals de Verwijsindex) en productbeschrijvingen. Alleen kunnen die de risico’s nooit helemaal voorkomen en zelfs niet beheersen. Bovendien worden hiermee alleen bekende risico’s ‘beheerst’. Die protocollen en procedures compleet met hun prikkels vormen het denk- en handelingskader van zorgorganisaties en zorgprofessionals maar ook van de overheden, hun medewerkers en voor een belangrijk deel ook voor de burgers.

De opgave vraagt echter wat anders. Die vraagt niet om ‘geel-blauw’ maar ‘wit-groen’. De nu dominante ‘geel- blauwe’ aanpak is een voorbeeld van wat John Cassidy in zijn boek Wat als de markt faalt rationele irrationaliteit noemt: “Een situatie waarin handelen uit rationeel eigenbelang op de markt tot resultaten leidt die maatschappelijk gezien irrationeel en inferieur zijn.[4] Vanuit het gele en blauwe denkkader van de gemeenten wordt er heel rationeel gehandeld en is alles logisch te verklaren, maar maakt dat het resultaat ook ‘rationeel? De overheid probeert te transformeren via wetgeving die zich vooral bemoeit met de structuur. Het Rijk schuift verantwoordelijkheden van de ene naar de andere overheid en stuurt via de voor– en de achterkant. Via de voorkant door zaken vast te leggen in wet- en regelgeving en via de achterkant via benchmarks en verantwoordingsinstrumenten. Dus op een geel, blauwe manier.

Een groot probleem omdat geel en blauw dominant zijn en andere kleuren overheersen. Geel en blauw spelen, volgens De Caluwé en vermaak, een andere wedstrijd. “Geel en blauw zijn gebaseerd op de ‘oorlogs’-metafoor, waarbij er maar twee uitkomsten zijn: winnaars en verliezers. Als je niet wint, ben je een verliezer.” De andere kleuren zien de wereld heel anders, die: “zijn meer gebaseerd op de harmoniemetafoor, waarbij wordt getracht te voorkomen dat er verliezers zijn en er wordt gestreefd naar groei en zorg. De boodschap is dat iedereen mee moet kunnen, dat we niemand achterlaten, dat mensen gesteund worden en zo verder.” Op een geel, blauw strijdperk staan de andere kleuren op een onoverbrugbare achterstand.

Voor mensen die geel en blauw denken is het een hele stap om te erkennen dat hun in eigen ogen rationeel gedrag (mede) verantwoordelijk is voor irrationele resultaten. Om tot de passende witte en groene aanpak te komen, moeten ze in feite hun nederlaag erkennen. Ze moeten ‘verliezen’ en dat doet pijn want dan ‘wint’ een ander omdat winst immers altijd gepaard gaat met verlies. Zij moeten inzien dat het transformatiedoel dat ze zich hebben gesteld alleen is te bereiken en dus in ‘winst’ is om te zetten als zij ‘verliezen’. Iets wat voor hen voelt als afstand doen van hun toppositie op de ‘apenrots’. Daarbij kan het helpen dat die overheid nooit bedoeld is als ‘apenrots’ maar als een instituut dat ten diensten staat aan de burger. De dienstbare overheid pakt zaken op die burgers niet zelf kunnen of waarbij samenwerking tot betere resultaten leidt. Daarbij kan het helpen als ze zich realiseren dat het om de gezamenlijke winst van de samenleving gaat, om harmonie en niet om hun politieke winst of verlies. Dat het om ‘WIJ’ gaat en niet om ‘IK’.


[1] https://www.binnenlandsbestuur.nl/Uploads/2013/9/troonrede-2013.pdf pagina 2

[2] http://www.decaluwe.nl/articles/DenkenOverVeranderenInVijfKleuren.pdf

[3] https://www.vpro.nl/programmas/tegenlicht/kijk/afleveringen/2012-2013/semler.html

[4] John Cassidy, Wat als de markt faalt?  Pagina 159

Uitgelicht

Modern en anti-modern

Al weer Afghanistan? Ja, deze Prikker gaat alweer over Afghanistan en toch ook weer niet helemaal. Op Joop verschenen in korte tijd twee artikelen van Sahar Noor, manager Diversiteit en Inclusie bij BNNVARA. Noor is, zoals ze het zelf zegt, sinds 1994 Afghaanse-Nederlander. En zoals ze in haar eerste artikel schrijft, kijkt ze: “Gedesillusioneerd (…)  toe hoe mijn mensen weer een hoop ellende staat te wachten.”  In haar tweede artikel staat het ontbreken van Afghaanse geluiden tegen de machtsovername door de Taliban centraal. Volgens Noor moeten: “de media niet langer bang zijn dat ze de standpunten en berichten niet door ‘Westerse’ journalisten kunnen laten verifiëren en dit alternatieve narratief overbrengen. De Afghaanse activisten, journalisten en gewone moedige burgers verifiëren die wel. Misschien is het tijd om ook naar hen te luisteren.” Dat klinkt aannemelijk maar toch knaagt er bij mij iets.

Doesburg: faith in God | Old wall sign: "Die op God vertrouw… | Flickr
Bron: flickr

In haar eerste artikel maakt Noor zich druk over het gemoed van de Afghanen. Die leven volgens haar niet in chaos: “Dit is de wanhoop nabij zijn. Het is overleven. En desnoods sterven. Niemand had de Afghanen gevraagd of ze bereid waren hun mensen- en kinderrechten op te offeren in ruil voor veiligheid. Als dat laatste tenminste nog waar blijkt.” De Afghanen, haar mensen aldus Noor: “zijn keer op keer de grote verliezers. Ze verliezen en blijven verliezen. Hun bestaansrecht, hun menselijkheid, hun waardigheid en hun trots worden van hen afgepakt bij iedere politieke omwenteling. Ze gaan door de zoveelste worsteling tussen lijden en dood. Tussen opgeven en de moed bij elkaar rapen om met vrees voor eigen leven het land te ontvluchten, desnoods zich uit wanhoop vast te klampen aan vliegtuigwielen om halverwege dood uit de lucht vallen, terwijl wij hier nog steviger de poorten dichttrekken.” Verzuchtend vraagt ze zich daarop af: “Beseffen wij dit eigenlijk wel? Horen wij de schreeuw van de Afghanen en hun onvermogen om uit deze eeuwige cocon van misère te komen? Hebben wij eigenlijk wel door wat dit met hun eigenwaarde doet?

Nu is het niet mals wat er zich de afgelopen vijftig jaar in Afghanistan heeft afgespeeld. Laten we even terug gaan in de tijd. In 1973 een staatsgreep waarmee Mohammed Daoud Khan zijn neef koning Mohammed Zahir Shah afzette en zelf president werd van de nieuwe republiek Afghanistan. Die staatsgreep verliep zonder bloedvergieten maar dat had anders kunnen lopen. Om een burgeroorlog te voorkomen trad de koning, die op het moment van de staatsgreep in het buitenland was, af. Nu was Daoud al sinds 1953 minister-president en in die hoedanigheid was hij de drijvende kracht achter de pogingen om het land te moderniseren[1] en zette hij zich in voor de emancipatie van vrouwen.

De staatsgreep van Daoud kon naast militairen ook op de steun van communisten rekenen. Die kwamen echter bedrogen uit en werden in 1975 aan de kant geschoven en vervangen door conservatieven en vooral door familieleden. Daoud stapte over van het ‘moderne kamp’ naar het ‘anti-moderne. In 1977 werd het land, door de Loya Jirga (de vergadering van oudsten) omgevormd tot een eenpartijstaat. En die partij was geen communistische. De sharia werd tot de hoogste wet verklaard. Dit was tegen het zere been van de communisten en die pleegden een jaar later een staatsgreep waarbij Daoud en zeventien van zijn familieleden werden geëxecuteerd. De communisten streden voor een communistisch modern Afghanistan. De macht van de communisten werd meteen bestreden door de conservatieve stamhoofden met hun machtsbasis op het platteland en daar woonde en woont het gros van de Afghanen. Daarmee dreigde het anti- moderne het pleit in haar voordeel te beslechten en daarop greep in 1979 de Sovjet Unie in. De Sovjets kregen, zo zeiden ze, een verzoek van het socialistische Afghaanse broedervolk en zetten zich weer in voor het moderne Afghanistan. Die inval maakte ook dat de Verenigde Staten geïnteresseerd raakten in het gebied. Het bood immers een mogelijkheid om de Sovjets dwars te zitten en het hen lastig te maken. Dit leidde tot Amerikaanse steun aan de Mudjahideen.

De Sovjets hielden het 9 jaar vol en zorgden ervoor dat de communisten in het zadel bleven. Uiteindelijk waren de kosten in mensenlevens en geld te hoog en in 1988 verlieten de laatste Sovjetmilitairen het land. Die terugtrekking leidde niet tot het einde van het communistische bewind. Dat bleef met financiële en materiele steun van de Sovjets nog tot 1992 aan de macht. Na het exploderen van de Sovjet Unie viel de Sovjet steun weg omdat het Rusland onder Jeltsin die Sovjeterfenis niet overnam. Hierdoor viel het communistisch bewind en kwamen de Mujahideen aan de macht.

Nu moeten we ons daar niet te veel bij voorstellen want die Mudjahideen waren geen echte eenheid. Ze waren een zolang toen ze een gezamenlijke vijand hadden. Toen die wegviel begonnen ze elkaar te bestrijden om de macht. Toen die wegviel, viel trouwens ook de Amerikaanse interesse in het gebied weg. De machtsovername in 1996 door een nieuwe antimoderne club, de Taliban, interesseerde op dat moment niemand. Dat de sharia weer werd ingevoerd leidde tot minder verontwaardiging dan de vernietiging van de beelden van Bamiyan. Die eerste machtsovername door de Taliban kon op steun, actief en passief, rekenen van een groot deel van de Afghaanse bevolking. Die was na bijna dertig jaar de oorlog en strijd moe en de Taliban brachten, zoals ik in mijn vorige Prikker schreef orde en gezag op islamitische grondslag en in die grondslag kon het gros van de Afghanen zich wel vinden.

Die desinteresse zou waarschijnlijk nog steeds bestaan als er op 11 september 2001 geen aanslagen waren gepleegd. Helaas gebeurde dat wel en vielen de Verenigde Staten het land binnen om Bin Laden te pakken te krijgen. Dat lukte niet en het duurde nog tien jaar voordat Bin Laden in Pakistan werd gevonden. Vreemd genoeg werd dat land niet gevraagd om Bin Laden uit te leveren, noch werd het binnengevallen. Na de inval startte het Westen onder leiding van de Verenigde Staten als een stel opiumoptimisten zoals ik ze in een eerdere Prikker noemde, een nieuw moderniseringsoffensief. Dit keer geen communistisch maar een liberaal democratisch.

En nu, weer tien jaar verder trekken de Amerikaanse en NAVO-troepen zich terug en heeft de Taliban het heft weer in handen, wordt de anti-moderne weg weer ingeslagen en de sharia weer ingevoerd. Nou ja ingevoerd, die staat al sinds 2004 in de Afghaanse grondwet. Alleen kun je die op verschillende manieren toepassen. Afghanistan is niet het enige land waar dat zo is. Gerespecteerde Westerse bondgenoot Saoedi Arabië en Iran passen ook de sharia toe en in dat land is de positie van de vrouw qua rechten niet veel beter. Dit lukte de Taliban zonder al te veel strijd en oorlogsgeweld. Dus ja, de afgelopen vijftig jaar hebben de Afghanen veel ellende en misère ondergaan en daar hebben andere mogendheden een flinke steen aan bijgedragen. En inderdaad zullen de Afghanen uit de misère willen komen en ja, wellicht zijn er die in hun eigenwaarde zijn aangetast.

En daarmee kom ik bij Noors tweede artikel waarin zij oproept Afghaanse activisten, journalisten en gewone moedige burgers aan het woord te laten en naar hen te luisteren. Mensen waar Noor, zo eindigt ze haar eerste artikel, achter staat, want het: “is onze gezamenlijke strijd voor menselijkheid.” Zou Noor daar niet een punt hebben? Maar dan wel op een andere manier dan zij denkt? Uit Noors artikel begrijp ik dat we meer moeten luisteren naar de Afghanen die zich verzetten tegen de Taliban, die strijden voor gelijke rechten voor vrouwen en die zich inzetten voor democratie. Voor de moderne Afghaanse krachten. Inderdaad verdienen deze mensen, naar mijn mening, onze steun en moeten we luisteren naar wat zij nodig hebben. Wat zij daarbij nodig hebben, moeten we vooral van henzelf horen, want inderdaad zijn: “Representatieve bronnen in de media (…) belangrijk voor het schetsen van een evenwichtig beeld van de situatie,” zoals Noor terecht schrijft.

Maar is er voor een evenwichtig beeld van de situatie niet veel meer nodig dan alleen luisteren naar de activisten, journalisten en moedige burgers? Is er om Afghanistan te begrijpen en te ontdekken wat er in het land omgaat niet veel meer nodig? Het gros van de Afghanen bevindt zich in het spectrum tussen de Taliban en die activisten. Voor een evenwichtige beeld is het juist van belang om te weten welke verschillende beelden en opvattingen er onder deze groep leven Zou voor een groot gedeelte, misschien wel het overgrote deel, van de Afghaanse bevolking niet kunnen gelden dat ze blij zijn met deze politieke omwenteling? Dat ze blij zijn dat die westerlingen eindelijk en met de staart tussen hun benen de biezen hebben gepakt? Zou het niet kunnen dat een groot deel van uw mensen er trots op is dat ze na de Britten en de Sovjets nu ook de Amerikanen en de NAVO aan hun zegekar kunnen binden? Dat ze er trots op zijn dat hun gezamenlijke strijd voor hun manier van menselijkheid heeft gezegevierd? Dat ze blij zijn dat de democratische chaos en corruptie van de westerlingen eindelijk tot een einde behoort en dat ze eindelijk weer zelf kunnen bepalen wat ze willen? En dat wat ze in overgrote meerderheid willen een islamitische samenleving is met islamitische gebruiken en islamitisch recht? Een anti-moderne samenleving dus.


[1] Ik spreek in deze prikker van modern en anti-modern. Modern staat daarbij voor denken dat uitgaat van de door de mens maakbare samenleving. Anti-modern voor denken dat uitgaat van een alles bepalende godheid.

Uitgelicht

Opiumutopisten

Trouwe lezers van mijn Prikkers zullen ondertussen wel weten dat De open samenleving en haar vijanden van de Oostenrijkse filosoof Karl Popper, een van de werken is die mijn denken heeft beïnvloed. Dit boek bevat een uitgebreide uitwerking van zijn kritiek op het historicisme. Denken dat uitgaan van een ‘voorgeprogrammeerde’ toekomst. Als je die toekomst wilt kennen, bestudeer dan het verleden en extrapoleer. Dat extrapoleren kan door te denken in vooruitgang, dan ontwikkelt de geschiedenis zich naar een hoogtepunt. Maar ook door te denken in achteruitgang, dan wordt het steeds slechter. Dan was ‘vroeger alles beter’. Bij dit denken staat het heden in dienst van die toekomst. Ik moest aan Popper denken bij het schrijven van mijn vorige Prikker, die over de gebeurtenissen in Afghanistan handelde.

Poppy Interactive - War and Organized Crime Gone Global / … | Flickr
Bron: Flickr

In die Prikker citeerde ik de volgende passage van de historicus H.W. von der Dunk: “Ik denk dat wij in onze huidige wereld de waarde van een liberale democratie boven alle andere staatsvormen gerust kunnen erkennen en vooral tegen bedreigingen moeten verdedigen zonder die democratie vanuit een triomfalistische verabsolutering als algemeen zaligmakend model ook voor de toekomstige mensheid en voor heel andere culturen te zien.” Von der Dunk schreef dit in het jaar 2000. In een tijd dat, in navolging van Francis Fukuyama, ‘het einde van de geschiedenis’ werd gepredikt. De, zoals Von der Dunk het beschrijft: “these dat de liberale democratie (volgens Westers snit) zich als de definitief superieure heeft betoond, en als het toekomstmodel voor de wereld kan worden gezien. [1] Von der Dunk dacht daar dus iets anders over.

Precies wat er volgens Von der Dunk niet moest gebeuren, heeft het Westen wel gedaan: het ‘opdringen van democratie vanuit een triomfalistische verabsolutering als zaligmakend model.’ Een model dat werd opgedrongen aan Irak en Afghanistan. In beide gevallen met weinig tot geen succes. En toen moest ik denken aan Popper omdat het Westen uitging van de ‘wenselijkheid’ en niet de werkelijkheid. Het Westen stelde een ideaal centraal: de liberale democratie. Maakte een blauwdruk van wat daartoe behoorde: een grondwet, verkiezingen enzovoorts en stippelde een plan uit: die grondwet en dan zo snel mogelijk verkiezingen, dat is immers als het toppunt van democratie enzovoorts. In zijn 1945 gepubliceerde boek De opensamenleving en haar vijanden, stelde hij tegenover deze ‘utopische sociale technologie’ zoals hij het noemt, de ‘stapsgewijze sociale technologie’. Popper: “De politicus die deze methode toepast, heeft al dan niet een blauwdruk van de samenleving in gedachten, hij koestert al dan niet de hoop dat de mensheid ooit een ideale staat tot stand zal brengen en geluk en perfectie op aarde zal verwezenlijken, maar hij zal zich ervan bewust zijn dat perfectie – als die al haalbaar is – heel ver weg is, en dat elke generatie, en dus ook de nu levende, een rechtmatige aanspraak heeft; misschien niet zozeer de aanspraak op geluk, want er zijn nu eenmaal geen constitutionele middelen om de mens gelukkig te maken, maar wel de aanspraak om niet ongelukkig te worden gemaakt wanneer dat kan worden vermeden. Zij mogen er aanspraak op maken dat ze alle mogelijke hulp krijgen wanneer ze lijden. De voorstander van stapsgewijze technologie zal dan ook de methode kiezen waarmee hij de grootste en dringendste kwalen van de samenleving kan opsporen en bestrijden, en niet zozeer het hoogste goed trachten te zoeken en daarvoor vechten.[2]De ‘grootste en dringendste’ kwaal in Afghanistan was niet dat er geen grondwet was en geen verkiezingen werden gehouden. De ‘grootste en belangrijkste’ kwaal waarvan het in 2001 net een beetje aan het herstellen was, brachten de Verenigde Staten weer terug. Namelijk wanorde, gevechten en onveiligheid.

De Taliban konden in de jaren negentig aan de macht komen omdat ze een einde konden maken aan de ‘grootste en dringendste’ kwaal, de gevechten tussen de verschillende groepen en facties. Aan wat we de burgeroorlog noemen. Naar mijn opvatting is ‘burgeroorlog’ een verkeerd woord omdat het Afghanistan neerzet als land en een natie. Als het iets niet is en nooit is geweest, dan is het land en natie. Het is een gebied waar groepen met verschillende culturele achtergronden tot in begin jaren zeventig van de vorige eeuw vreedzaam langs en door elkaar leefden. Die vrede duurde net zolang totdat ideologieën hun intrede deden en zich begonnen op te dringen. Daarbij maakten ze dezelfde fout maakten als het Westen nu heeft gemaakt. Namelijk proberen een ‘wenselijkheid’ op te dringen die niet aansloot bij de ‘werkelijkheid’. Dit leidde tot bijna twintig jaar verwoestende strijd. Eerst tien jaar samen tegen de ene ideologie vertegenwoordigd door de Sovjet Unie en daarna nog een jaar of zeven onderling omdat de oude orde was verstoord, er geen nieuwe orde was en geen groep sterk genoeg om orde te vestigen. En toen, vanaf 1994, kwam die relatief nieuwe club de Taliban en die deed iets waaraan het jarenlang had ontbroken. Ze boden een aantrekkelijk alternatief: orde, maar wel op een ideologische islamitische grondslag. En aan orde ontbrak het al twintig jaar. Met een Westerse bril zie je veel negatieve kanten aan die orde met als belangrijkste de ondergeschikte positie van de vrouw, barbaarse straffen en geen respect voor andere culturen getuige de vernietiging van de beelden van Bamiyan. Met de bril van een gemiddelde Afghaan was ‘orde’ aantrekkelijk, het sloot aan bij de ‘grootste en dringendste’ kwaal want dat was wanorde. In 1996 controleerden ze heel het gebied Afghanistan afgezien van een stuk in het noorden.

In 2001, na de aanval door de Verenigde Staten verviel het land weer in wanorde. En wat bood het Westen om die wanorde tegen te gaan? Ze begonnen geheel in de stijl van ‘utopische sociale technologen bij het einde, bij de ‘wenselijkheid’ en dan ook nog hun utopische versie van de Afghaanse ‘wenselijkheid’. Bij verkiezingen en een grondwet en niet bij een bij de ‘werkelijkheid’ aansluitend systeem van orde. Daarbij vergaten ze de ontstaansgeschiedenis van hun eigen liberale democratie. Een ontstaansgeschiedenis waarbij ze tot over hun enkels in het bloed van hun voorvaderen staan. Die gaven hun leven voor wat uiteindelijk die ‘liberale democratie is geworden. Een strijd die niet begon met het opstellen van een grondwet en vervolgens algemene verkiezingen. Die strijd begon in Europa met een strijd tussen The King, the Pope and I zoals de Prikker is getiteld waar ik aan de hand van Fukuyama inga op die strijd. Gevolgd door een strijd tussen de koning en het volk die leidde tot een verantwoordelijke overheid. En pas veel later, leidde dit tot een grondwet en een ‘liberale democratie’. Hierbij stond de uitkomst niet van tevoren vast. Voor verschillende Westerse landen duurde het nog twee Wereldoorlogen voor ze de afslag naar een liberale democratie namen.

Als utopist probeerde het Westen in wat we Afghanistan noemen iets te bereiken wat in Europa, in een heel andere culturele en historische setting meer dan duizend jaar kostte. Wellicht toch te veel van het bekendste Afghaanse exportproduct gebruikt?


[1] http://dspace.library.uu.nl/bitstream/handle/1874/21453/?sequence=2 pagina 6-7

[2] Karl Popper, De open samenleving en haar vijanden¸ pagina 188. Lemniscaat 2007