Uitgelicht

In defence of democracy

Op de site van GroenLinks reflecteert de leider van die partij, Jesse Klaver, op de ontwikkelingen in Nederland een jaar na de bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten. Hij stelt zich de vraag: “Hoe bescherm je de democratische rechtsstaat tegen hen die haar af willen schaffen?”  Een interessante vraag.

Hij ziet een partij in onze volksvertegenwoordiging die oproept tot het omverwerpen van onze democratie. Die partij is het Forum voor Democratie. Klaver: “Door te zeggen dat ‘het regime ten val’ gebracht moet worden, impliceert FvD dat we de democratische verkiezingsuitslag naast ons neer moeten leggen. Niet alleen een specifieke regel moet worden gewijzigd, het hele stelsel van democratische besluitvorming moet overboord. … Ze roept op tot de oprichting van nieuwe tribunalen. Tot nieuwe rechtbanken, die niet langer de regels van onze rechtsstaat volgen. Maar die achteraf, op basis van andere uitgangspunten bepalen wat legaal en illegaal is. Ook hier richt hun aanklacht zich niet tegen een specifieke regel. Ook hier wordt de remedie niet gezocht binnen ons democratische systeem. De hele rechtsstaat wordt ongeldig verklaard en moet worden vervangen.”

In een eerdere Prikker concludeerde ik hetzelfde als Klaver nu schrijft. Voor wat betreft de vraag met betrekking tot de bescherming van onze democratie, komt Klaver met meer dan Kamervoorzitter Bergkamp die een gesprek met de fractievoorzitters wilde voeren over de omgangsvormen in de Tweede Kamer. Klaver komt tot de volgende ‘beschermingsconstructies: “Door tegengeluid te geven. Door grenzen te trekken. Door niet alleen geschokt te reageren op incidenten, maar het monster in het gezicht te kijken en te zien voor wat het is: een doelbewuste en stelselmatige bedreiging van de maatschappelijke vrede.” Als tweede: “Door hard te zijn tegen politici met een gevaarlijke agenda. Door hen het woord te ontnemen als de plenaire zaal van het parlement gebruikt wordt om de rechtsstaat te ondermijnen.” Ten derde: “Door van social media-bedrijven te eisen dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en hun platforms niet laten misbruiken voor een aanval op de democratie.” En als laatste door: “zacht te zijn voor elkaar. Door het ‘wij’ zo groot mogelijk te maken. Door onderling het gesprek te blijven zoeken en mensen met oprechte vragen en twijfels niet in het kamp van populisten te duwen. Door een krachtig verbond te vormen, van goedwillende burgers.” Laten we die verdedigingslinie eens nader beschouwen.

Tegengeluid geven en in de Kamer bij ondermijnende uitspraken het woord ontnemen. Nu is juist de Kamer een plek om dat tegengeluid te geven. Een mooi voorbeeld van hoe dat kan, gaf Pieter Omtzigt in een Kamerdebat in november toen hij FvD Kamerlid Van Meijeren aansprak op een van zijn uitspraken in een betoog. Een betoog dat aanleidingen bood voor meer van deze gesprekken dan de ene die Omtzigt koos. Omtzigt sprak Van Meijeren aan op de suggestie dat er sprake was van landverraad door de drie aanwezige bewindspersonen. Na een paar simpele vragen, bleek er sprake van ‘gebakken lucht’. Omtzigts voorbeeld vraagt om consequente navolging en de Kamervoorzitter moet dit faciliteren. Of beter nog, de Kamervoorzitter had dit gesprek moeten voeren. Bij een dergelijke beschuldiging moet de Kamervoorzitter vragen naar ‘man en paard’. Worden die niet genoemd dan eist de voorzitter die uitspraak terug te nemen. Bij weigering zou verwijdering uit de vergadering dienen te volgen en bij herhaling, schorsing voor langere tijd.

Als zijn collega Pepijn van Houwelingen in de Kamer roept dat er tribunalen komen, dan verwacht ik niet dat dat woord in de Kamer wordt verboden. Dan verwacht ik een voorzitter en als die het nalaat Kamerleden die vragen welk bijzonder misdrijf er is gepleegd dat het niet via de normale rechtsgang kan worden bestraft? Wat er zo bijzonder is aan dat misdrijf? Wat er schort aan ons rechtssysteem dat er een bijzondere rechtbank moet worden opgericht? Helaas gebeurt dat niet.

Een dergelijke werkwijze mogen we ook verwachten van de media. Als de leider van het FvD in een Zwitserse krant zegt dat in een goede samenleving: “there’s an equilibrium there, a delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood.’” En vervolgens zegt: “This reached its apex, I believe, in the eighteenth century, and was venerated in that great ‘swan song of aristocracy’, the nineteenth century.” Dat hij terug wil naar de verhoudingen in die tijd. Want wat er sinds die tijd is afgebroken de: “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.”  Dan verwacht ik dat de betreffende journalist, of een andere die het leest, Baudet vraagt of hij terug wil naar die achttiende eeuw? Of hij zich realiseert dat de gewone mensen in die tijd niet in die bourgeoisie te vinden waren? Of hij terug wil naar de elitaire en door de adel gedomineerde samenleving van de achttiende eeuw en dus het gros van de inwoners van het land het stemrecht wil ontnemen? Of hij de democratie wil afschaffen? Hoe dit streven zich verhoudt tot zijn strijd tegen de huidige elite die hij ‘het kartel’ noemt?

Dan komen we er echter niet met: “van social media-bedrijven te eisen dat ze hun verantwoordelijkheid nemen en hun platforms niet laten misbruiken,” zoals Klaver aandraagt. Dan moeten we de ‘wij, ‘waar Klaver over spreekt niet alleen zo groot mogelijk maken maar ook zo sterk mogelijk. En daarmee kom ik bij een gat in Klavers verdedigingslinie. Een gat waarop Martha Nussbaum in haar boek Not for Profit uit 2011 wees: “Hongerig naar winst, verwaarlozen landen en hun onderwijssystemen vaardigheden die nodig zijn om de democratie levend te houden. Als die trend doorzet, produceren landen van over de hele wereld generaties van bruikbare machines in plaats van complete burgers die zelf kunnen denken, tradities bekritiseren en die het belang inzien van andermans lijden en prestaties. De toekomst van de democratie staat op het spel (eigen vertaling).” Dat gat bestaat uit een hartstochtelijk pleidooi voor onderwijs gericht op het versterken van die democratische vaardigheden. Een pleidooi om het onderwijs te richten op het aanleren van vaardigheden die nodig zijn om, zoals Nussbaum schrijft, de democratie levend te houden in plaats van het opleiden van ‘bruikbare machines’ voor de ‘economie’. Het zou zomaar kunnen dat dergelijk onderwijs ook leidt tot ‘zelflerende en denkende machines’ waarvan naast de democratie ook onze samenleving en zelfs de economie profijt hebben.

Uitgelicht

Corona, Spinoza, vrijheid en de staat

Sinds 1999 wordt de laatste week van het jaar opgeluisterd door de TOP2000. De lijst met 2000 liedjes die door de luisteraars van Radio2 wordt samengesteld. En zoals ieder jaar staat ook Me and Bobby McGee van Janis Joplin in de lijst. Joplin behoort bij de beroemde club van 27, de lijst met popartiesten die niet ouder werden dan 27 jaar. Die lijst bevat naast Joplin illustere namen als Brian Jones de medeoprichter en gitarist van de Rolling Stones, de legendarische gitarist Jimi Hendrix, Doors voorman Jim Morrison, Nirvana voorman Kurt Cobain en Amy Winehouse. Terug naar Me and Bobby McGee en vooral naar het eerste refrein dat begint met de zin: “Freedom’s just another word for nothin’ left to lose. Nothin’, it ain’t nothin’ honey, if it ain’t free.”

File:Amsterdam - Zwanenburgwal - Amstel - View West on Statue of Benedictus  de Spinoza 2008 by Nicolas Dings.jpg - Wikimedia Commons
Beeld ter herdenking van Spinoza. Bron: WikimediaCommons

Vrijheid, een woord dat tegenwoordig te pas en te onpas wordt gebruikt. Zo vonden er verleden jaar, en op het moment dat ik deze woorden schrijf is er weer een aan de gang, veel demonstraties plaats waarin mensen werd opgeroepen om op te staan en te demonstreren ‘voor de vrijheid’. Ik schreef er al eerder over. Bij het voeren van een gesprek over vrijheid is het van belang om duidelijk te maken wat er met het begrip wordt bedoeld. Als er wordt gevraagd of je voor vrijheid bent, zal zo ongeveer iedereen JA zeggen. Als je de vraag toespitst op iets specifieks dan kan dat heel anders liggen. Zo leert de discussie rond het waardig levenseinde of abortus ons dat lang niet iedereen de vrijheid om je eigen einde te kiezen of de vrijheid van een vrouw om te kiezen voor een abortus ondersteund. Joplin geeft een definitie: “freedom is ( …) nothing left to lose.” Als je niets meer te verliezen hebt, ben je vrij. De ‘demonstranten voor de vrijheid’ denken daar anders over. Zij protesteren omdat ze iets verliezen waardoor hun vrijheid verloren gaat.

In het redactioneel Commentaar van een van de eerste edities van De Andere Krant wordt een uitspraak van Spinoza aangehaald in relatie tot vrijheid. Die: “al in 1673 stelde dat het doel van de staat vrijheid is. De staat moet er alles aan doen om iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden.” Volgens de auteur van het Commentaar, Sander Compagner, gaat het daar mis want: “Bij iedere crisis is de reactie van de verschillende overheden om hun controle op de samenleving te vergroten. Dit gaat ten koste van onze vrijheid.” De staat die vrijheden inperkt in plaats van iedereen een zo vrij mogelijk leven te laten leiden. Precies dat wat nu, zo betoogt de auteur, bij de aanpak van de coronacrisis gebeurt. Met de definitie van Joplin zou je dat anders kunnen beoordelen: de controle van de staat zorgt ervoor dat je weer minder te verliezen hebt en je dus vrijer wordt.

Als we Joplin even vergeten en kijken naar Spinoza. Compagner ziet een overheid die de burger wil controleren. Hij zoekt daarbij steun bij de genoemde zeventiende-eeuwse filosoof die immers verkondigde dat het doel van de staat vrijheid is’. Dat Spinoza dat verkondigde is niet te ontkennen, maar wat bedoelde hij daarmee? Bedoelde hij daarmee dat de overheid ons allen niet mag beperken en ons vrij moest laten om onze hartstochten na te jagen? Met andere woorden wat verstaat Spinoza onder vrijheid?

Spinoza deed deze uitspraak in 1670 in een van zijn belangrijke werken het Tractatus theologico-politicus. Het werd anoniem gepubliceerd en dat wat niet voor niets omdat hij pleitte voor volledige vrijheid van meningsuiting en de godsdienstvrijheid. Zaken die in de zeventiende eeuw nog lang geen gemeengoed waren. Hij sprak vooral over burgerlijke en politieke vrijheid. Over de manier waarop een staat bestuurd zou moeten worden en beschreef democratie als: “het meest natuurlijke staatsbestel, dat het dichtst in de buurt komt van die vrijheid die de natuur ieder mens schenkt. Want in een democratische staat draagt niemand zijn natuurlijk recht volledig aan een ander over zodat hij daarna niet meer hoeft te worden geraadpleegd; hij draagt het over aan de meerderheid van de volledige gemeenschap waar hij deel van uitmaakt. Op die manier blijven alle mensen gelijk, zoals ze waren in hun natuurlijke staat.[1]

Hij schreef niet over het ‘recht op de kroeg’ of de vrijheid een festival te bezoeken of op vakantie te gaan. Daar handelde zijn hoofdwerk Ethica dat na zijn dood verscheen over. Daarin zet hij vrijheid tegenover slavernij. En nee, niet slavernij in de zin van het bezitten van andere mensen, dat trouwens ook een manier is om vrijheid te beschrijven. Spinoza’s slaaf zit in ons allen. “Het menselijk onvermogen om de gevoelens te matigen en in te tomen noem ik slavernij.” En vervolgt met: “Een mens die aan zijn gevoelens onderworpen is, is immers niet onafhankelijk, maar afhankelijk van het lot; en hij is dusdanig in de macht van dat lot dat hij vaak gedwongen is het slechte te volgen, hoewel hij iets ziet wat beter voor hem is.[2] Voor Spinoza was en is een vrij mens een mens die volgens de rede leeft en niet volgens zijn hartstochten: “De mens die door de rede wordt geleid, is vrijer in de staat – waar hij volgens het gemeenschappelijk besluit leeft – dan in eenzaamheid, waar hij alleen zichzelf gehoorzaamt.[3]Wat betekent deze achtergrond voor de door Compagner aangehaalde uitspraak van Spinoza dat het doel van de staat derhalve in werkelijkheid de vrijheid is?


[1] Geciteerd bij Annelien de Dijn, Vrijheid. Een woelige geschiedenis, pagina 205

[2] Benedictus de Spinoza (vertaling Corinna Vermeulen), Ethica, pagina 179 (deel IV De slavernij van de mens of de kracht van de gevoelens)

[3] Idem, pagina 237

Uitgelicht

Ik en de samenleving

Covid-19, het vaccin, maatregelen, het blijft de gemoederen bezig houden. Een tijdje geleden vroeg ik mij af of een 2G maatregel een schending van de grondrechten zou zijn. Mijn conclusie was dat als er iets wordt geregeld waardoor mensen die zich om medische redenen niet kunnen laten vaccineren mee kunnen doen als ze dat willen, dan is er geen sprake van aantasting van grondrechten. Nu zag ik bij De Correspondent vijf vragen van Eva Kremers over het onderwerp. Interessante vragen, interessant genoeg om een Prikker aan te wijden.

Kremers stelt de volgende vragen: “Is het normaal om een medicijn/vaccin aan iemand te forceren om een ander te beschermen? Willen we die kant op? Is het niet normaal om ‘egoïstisch’ te zijn wanneer het over je eigen lichaam gaat? Aan welke plichten onttrekt een ongevaccineerde zich dat het gerechtvaardigd is om zijn/haar recht om vrij te bewegen te schenden? Is het proportioneel om miljoenen gezonde mensen een vaccin op te dringen om er enkele honderden/duizenden(?) uit het ziekenhuis te houden? Is het de maatschappij die zich moet aanpassen aan de zorg, of zou de zorg aangepast moeten worden aan de maatschappij?” Kremers spitst de vragen toe op het vaccin tegen Covid-19. Ik behandel ze in het algemeen. In het algemeen omdat het algemene antwoord de vragen in een breder perspectief plaatst.

Als eerste de vraag of het normaal is om iemand een middel toe te dienen om anderen te beschermen. Dat is niet de normale praktijk maar wil niet zeggen dat het niet kan. Als degene aan wie je het medicijn wilt toedienen een gevaar is voor zichzelf en anderen, dan is het de plicht van de samenleving om de anderen te beschermen en dus die persoon tegen diens wil medicijnen toe te dienen. Dit is staande praktijk in Nederland.

Dan de vraag of je lichaam aan jou toebehoort en je er alleen zelf over kunt beschikken. Je lichaam is van jou en het is aan jou om erover te beschikken. Tot op zekere hoogte tenminste. Als je een gevaar bent voor jezelf of voor anderen, dan kan inbreuk worden gemaakt op je zelfbeschikkingsrecht over je lichaam. De samenleving kan echter ook nog op een andere manier over je lichaam beschikken. Neem de militaire dienstplicht, die regelt dat dienstplichtigen hun lichaam ter beschikking stellen voor de verdediging van het land. Die dienstplicht kan ertoe leiden dat dienstplichtigen hun leven moeten geven om de samenleving te beschermen.

Dan de plichten waaraan iemand die zich niet laat vaccineren onttrekt. Als duidelijk is dat iemand een gevaar oplevert voor de gezondheid van anderen, dan hebben die anderen het recht om die persoon te weren en zichzelf te beschermen. Dat gevaar hoeft niet direct te zijn het kan ook indirect zijn omdat iemands keuze, of de keuze van een groep de gezondheidszorg overbelast. Het is niet zo zeer dat die persoon of groep zich aan een plicht onttrekt, maar veeleer dat het recht om vrij te bewegen botst met het recht van anderen om in veiligheid en gezondheid te leven. Die anderen kunnen zichzelf beschermen door die persoon of groep te weren maar dat kan ook collectief door de overheid die dan de rechten tegen elkaar afweegt.

Als vierde de vraag of het proportioneel is om mensen iets op te dringen om anderen te beschermen. Ja, dat kan proportioneel zijn. Een overheid heeft de plicht om over ieders gezondheid en leven te waken en als dat waken betekent dat een deel iets moet doen om het andere deel te beschermen dan is dat gerechtvaardigd. Ook hier weer de dienstplicht als voorbeeld dat mensen iets wordt opgedrongen en dat ze in het uiterste geval hun leven kost ten faveure van anderen.

Als laatste de vraag of de maatschappij zich aan de zorg moet aanpassen of de zorg aan de maatschappij. Ook hierop een antwoord met een maar. In normale omstandigheden past de zorg zich aan de samenleving aan. Dat is wat er in Nederland vanaf de jaren negentig van de vorige eeuw tot in extreme mate is gebeurd. De zorg werd ‘lean and mean’ en alle eventuele overcapaciteit werd eruit gesneden. Als er in normale tijden maximaal 800 mensen op de IC liggen, dan zorg je ervoor dat er hooguit een paar meer dan die 800 bedden zijn. En zelfs sinds het uitbreken van de Covid-19 pandemie werd de zorg aan de samenleving aangepast. Er waren meer IC bedden nodig en de meer speciale zorgvoorzieningen en daarop werd en wordt de gezondheidszorg aangepast. Aangepast door niet acute zorg uit te stellen en de zo vrijkomende middelen en mensen ten dienste te stellen aan die speciale voorzieningen en de IC’s. Als dat niet meer kan, en nu komt de maar, dan kan je de samenleving aan de zorg aanpassen. Kan, want je kunt ook verder gaan met wat je in normale omstandigheden doet, namelijk de zorg aan de samenleving aanpassen. Dat krijgt dan de vorm van triage bij de poort. Triage waarbij op zo rationeel mogelijke gronden een keuze wordt gemaakt wie zorg krijgt en wie niet.

Uitgelicht

Rechten en vooral plichten

“2G is geen heilzame weg. Het maakt de polarisatie in de samenleving groter.” Een uitspraak van ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Of het een nuttige maatregel is om besmetting met COVID-19 te voorkomen en of er geen andere maatregelen zijn waarmee je hetzelfde of meer kunt bereiken, weet ik niet. Dat de maatregel omstreden is, mag duidelijk zijn. Segers zit duidelijk in een tweestrijd: “We kunnen niet alleen maar nee zeggen tegen maatregelen. Dat is te makkelijk. Maar laten we alsjeblieft wel met voorstellen komen die de samenleving heel houden, en niet in de fik laten vliegen.”  Een van de bezwaren tegen de maatregel is dat die onze grondrechten aantast. Of zoals Correspondentlezer Lilian van Eijndhoven het schreef: “nota bene de grofste schending van grondrechten en vrijheden sinds WOII.” Zij is niet de enige, maar klopt die uitspraak?

Johannes Hendricus Brand. Bron: Wikipedia

Laten we die redenering eens wat uitgebreider beschrijven. Als je vanwege je levensovertuiging, gezondheid, godsdienst of op welke andere grond dan ook, niet wilt laten vaccineren, krijg je geen QR code. Zonder QR code mag je, bij invoering van de 2G maatregel, niet naar de kroeg, het theater of het voetbalstadion om een paar voorbeelden te noemen. Heb je die QR code wel, dan mag dat wel. Bij 3G is die er wel, namelijk een test. Ook bij 1G is die er omdat dan van iedereen eenzelfde toegangstest wordt gevraagd. Daarom discrimineert deze maatregel omdat mensen zonder QR code geen mogelijkheid hebben om toch deel te nemen. Tot zover de onderbouwing.

Onze Grondwet valt voor wat betreft discriminatie meteen met de deur in huis. Artikel 1 luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. [1] Laten ik de 2G maatregel eens langs dit artikel leggen. Als iedereen die naar ‘de kroeg’ wil wordt gevraagd naar de vaccinatiestatus en alleen gevaccineerde binnen mogen, is er dan sprake van discriminatie? De gelijke gevallen, zijn in dit geval twee mensen die naar de kroeg willen. De ene kan zijn vaccinatiebewijs tonen en de andere om welke reden dan ook niet. De ene komt binnen, de andere niet. Ja, er wordt onderscheid gemaakt en discrimineren is onderscheid maken, dus er wordt gediscrimineerd en dus aantasting van de grondrechten.

‘Dus het mag niet en de uitspraak klopt!’ Als ‘onderscheid maken’ discriminatie is en daarmee een aantasting van ons grondrecht, dan tast ik bijna iedere dag wel iemands grondrechten aan. Een voorbeeld. Ik ben jarig en wil dat vieren. Als onderscheid maken niet mag, dan is de enige mogelijkheid om mijn verjaardag te vieren, iedere mens op Aarde uitnodigen. Als ik alleen mijn vrienden of familie uitnodig, dan discrimineer ik immers. Er zal niemand zijn die ‘niet uitgenodigd worden’ zal zien als een aantasting van zijn grondrechten. Er zullen hooguit enkele mensen zijn die het als een aantasting van de vriendschap zullen zien. Dit zullen de auteurs van onze Grondwet niet bedoeld hebben.

Terug naar de Grondwet. Die spreekt over ‘gelijk behandelen in gelijke gevallen’. Laten we eens kijken naar de twee mensen voor de deur van de kroeg. Ja, er wordt onderscheid gemaakt, dat is zeker. Maar wordt de ene persoon anders behandeld dan de andere? Ja, het resultaat is niet hetzelfde maar is dat discriminatie? Als we kijken naar de behandeling, wat zien we dan? Dan zien we dat beiden dezelfde vraag wordt gesteld, ze worden hetzelfde behandeld. ‘Maar dat is ook het geval als ik selecteer op kleur en alleen mensen met blauwe ogen binnenlaat, dan behandel ik ook iedereen hetzelfde namelijk door te kijken naar de oogkleur,’ kun je tegenwerpen. En inderdaad lijkt dat hetzelfde. Dus een aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we iets te snel. Laten we het woordenboek er eens bij pakken. Discriminatie is zoals de Van Dale het omschrijft: “ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, m.n. aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid?” Onderscheid maken mag dus zolang het maar niet ongeoorloofd is. Bij het uitnodigen van mensen op mijn verjaardag is het geoorloofd, maar wanneer is het niet geoorloofd? Kunnen we spreken van discriminatie als het onderscheid dat er bij de deur van de kroeg wordt gemaakt, een gevolg is van een keuze die jezelf hebt gemaakt? Je wordt niet bij voorbaat uitgesloten, zoals het geval was bij de oogkleur. Ben jezelf de reden van je uitsluiting? In dat geval lijkt mij dat er geen sprake is van aantasting van de grondrechten!

Daarmee kom ik terug op iets wat ik eerder schreef toen ik ervoor pleitte om dit Grondwetsartikel te beperken tot: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” De auteurs van de Grondwet zagen het nog niet zo verkeerd. Zoals ik er nu over denk zou die laatste zin moeten luiden: Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid of welk aangeboren kenmerk dan ook, is niet toegestaan.” Dit even terzijde.

Terug naar mijn betoog. Geen aantasting van de grondrechten. Nou geen? Geldt voor een kleine groep niet dat deze maatregel hun grondrechten wel aantast? De groep mensen die geen keus hebben en dat is de groep mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Die medische reden is namelijk iets waar ze niet zelf voor hebben gekozen en ook geen afstand van kunnen doen. Ze is vergelijkbaar met de kleur van je ogen. Deze groep wordt bij voorbaat uitgesloten. Die groep wordt gediscrimineerd door de 2G maatregel. Dus daarmee aantasting van de grondrechten!

 JA, als het daarbij blijft wel. Maar NEE als er voor deze mensen een uitzondering wordt gemaakt waardoor ze wel de kroeg binnen kunnen, als ze dat willen. Dan wordt niemand bij voorbaat uitgesloten en heeft iedereen de toegang tot de kroeg in eigen hand. Dus geen aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we weer iets te snel. Onze Grondwet geeft namelijk een iets uitgebreidere definitie. Die noemt ook niet aangeboren zaken als ‘godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid.’ En er zijn mensen die zich vanwege hun geloof niet laten vaccineren. Worden die door de maatregel dan niet in hun grondrechten aangetast? Bij de kroegdeur worden ze echter niet tegengehouden vanwege hun geloof, maar vanwege hun vaccinatiestatus. ‘Maar omdat ze zich van hun god niet mogen vaccineren, worden ze toch bij voorbaat uitgesloten?’ Dat gelovigen iets geloven is hun grondwettelijk recht (artikel 6). Een grondwettelijk recht maar geen plicht. Niemand verplicht je immers om te geloven. Het is een keuze die iemand bewust maken. Wel een keuze met gevolgen. Zo sluit menig gelovige zich uit van sporten op zondag zonder dat de persoon daartoe wordt gedwongen. Ligt dit met niet vaccineren om religieuze reden niet precies hetzelfde en sluiten zij zichzelf niet buiten door een eigen keuze? Beperken ze niet zelf hun Grondrechten?

Er bestaat niet zoiets als ‘het recht op de kroeg’. Als dat wel zou bestaan, dan werd dat door zo’n maatregel aangetast. Zoals in de eerste alinea al aangegeven, twijfel ik eraan of de QR maatregel de juiste is om te nemen. Zou het bij het voorkomen van de verspreiding van het virus niet verstandiger zijn om ons te concentreren op de plicht die de spiegel is van de grondwettelijke rechten? De plicht die ook in de Grondwet is vastgelegd en als taak bij de overheid is neergelegd namelijk om te zorgen voor een veilige leef-, en werkomgeving (artikelen 19 en 22). Die plicht ligt bij de overheid maar zijn we zelf niet de overheid? Die plicht kunnen we invullen door afstand te houden, handen te wassen, bij klachten in quarantaine gaan, thuis te werken tenzij het niet anders kan, onze sociale activiteiten zoals het bezoeken van familie en vrienden drastisch te beperken tot alleen noodzakelijke bezoeken. Maar ook: vaccineren omdat dit de kans op infectie en de schade bij infectie verkleint. Of zoals een Zuid-Afrikaans spreekwoord luidt: “Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.[2]


[1] Zie de Nederlandse Grondwet

[2] Een uitspraak afkomstig van Johannes Hendricus Brand de vierde staatspresident van de Oranje Vrijstaat


Uitgelicht

Democratie en omgangsvormen

“Democratie betekent dus zeker niet dat alles is toegestaan.[1] Aan die zin uit het boek Morele vooruitgang in duistere tijden van Markus Gabriel moest ik denken toen ik bij Joop las dat FvD-Kamerlid Gideon van Meijeren blij is dat aanhangers van zijn partij haatmails sturen naar Volt-Kamerlid Nilüfer Gündoğan en zelfs naar haar naasten. Van Meijeren:“Ik ben trots op onze achterban dat zij alles op alles zetten om mevrouw Gündoğan ervan te overtuigen dat ze met haar absurde beleid moet stoppen.” En zijn partijgenoot Van Houwelingen D66 Kamerlid Sjoerdsma dreigend toesprak met de woorden:“Uw tijd komt nog wel, bij de komende tribunalen.”

Eigen foto

Waarom moest ik aan die passage denken? Het lastigvallen met haatmails is binnen een democratie geen geoorloofd middel om je gelijk te krijgen en iets wat we niet moeten toestaan. Van een in onze democratie zo belangrijke functionaris als een Kamerlid mogen we een scherpe veroordeling van dit soort praktijken verwachten. Ook het bedreigen van collega Kamerleden met tribunalen is niet iets wat binnen onze democratie past. Onze democratie kent geen tribunalen. Als je vindt dat iemand iets verkeerd heeft gedaan dan doe je aangifte waarmee je het Openbaar Ministerie vraagt om de zaak te onderzoeken. Vind je als Kamerlid dat de regering iets niet goed doet, dan gebruik je de middelen die een Kamerlid ter beschikking staan om dat aan te kaarten.

Ik moest aan die passage denken omdat Van Meijeren de democratie lijkt te gebruiken om haar af te schaffen en, zoals ik al eerder schreef, dood te verklaren. Een gekozen Kamerlid en een partij die opereren in het hart van onze democratie die zoiets zeggen, wat moeten we daarvan denken? Gabriel behandelt dat onderwerp. Volgens Gabriel is: “de democratie (…) gerechtvaardigd en zelfs moreel geroepen om haar eigen voortbestaan te verzekeren[2].” Dit omdat de waarden die eraan ten grondslag liggen universeel geldend zijn omdat ze: “tot doel (hebben) om acceptabele en in het ideale geval gunstige institutionele kaders te bieden voor de ontwikkeling van alle menselijke persoonlijkheden die denkbaar zijn binnen het kader van de morele legitimiteit.” De uitspraken van Van Meijeren en Van Houwelingen zetten de bijl in dat doel.

‘Maar we hebben toch vrijheid van meningsuiting en ook dit geluid moet gehoord worden en een plek krijgen? Zou je kunnen tegenwerpen’ Ja, je mening mag je uiten. Maar, zo betoogt Gabriel: “We kunnen minderheden lang niet altijd het recht geven om gehoord te worden en deel te nemen aan besluitvormingsprocessen.” Vervolgens geeft hij wat voorbeelden: “Kindermisbruikers, antidemocraten, duidelijke tegenstanders van de Grondwet, moordenaars enzovoorts hebben gewoon vanwege hun morele tekortkomingen (wat daarvoor verder ook de verklaring mag zijn) niet het recht om als minderheden te worden beschermd tegen institutionele onverbiddelijkheid.[3]

De Kamerleden van het Forum voor Democratie geven er blijk van dat zij de basisregels van onze democratie aan de laars lappen. Niet alleen met deze, maar ook met eerdere uitspraken. Ze doen dat zelfs in het hart van onze democratie en nemen daar deel aan de besluitvormingsprocessen. ‘Maar in de Kamer moeten men toch vrijuit kunnen spreken?’ Het antwoord op die vraag is JA. Maar weer met een grens. Niet iedere mening is het waard gehoord te worden en moet meegewogen worden in de besluitvorming. Mensen die de democratie aanvallen, hoeven niet gehoord te worden. Getuigen de fractieleden van het Forum voor Democratie hier niet van hun morele tekortkoming, om die woorden van Gabriel te gebruiken? Moeten we in het hart van onze democratie een partij tolereren die diezelfde democratie ondergraaft? Staat hier niet veel meer op het spel dan de ‘omgangsvormen waarover Kamervoorzitter Bergkamp naar aanleiding van deze uitlatingen een gesprek wil voeren?


[1] Marcus Gabriel, Morele voortuitgang in duistere tijden, pagina 47

[2] Idem, pagina 46

[3] Idem, pagina 45

Uitgelicht

Hood, James en Hoekstra

Jesse James vocht samen met zijn broer Frank als vrijschutter, een soort burgermilitie, in de Amerikaanse burgeroorlog. Toen hij na de oorlog naar huis ging, bleek dat zijn moeder dat huis onder dwang had moeten verkopen aan investeerders in de zich toen ontwikkelende spoorwegen. James was ontzet door dit onrecht en legde zich, samen met zijn broer Frank en zijn twee neven de broers Younger, toe op het beroven van die investeerders. Zo begon het tenminste. Alras werd het gewoon het beroven van treinen en banken. Ik moest hieraan denken toen ik las dat CDA-leider Wopke Hoekstra de verdiensten van zijn belegging in een schimmige brievenbusinvesteringsmaatschappij aan een goed doel heeft gegeven.

De eerste keer dat ik de naam van Jesse James tegenkwam, was als titel van een album van Lucky Luke. Een stripserie geschreven door de bekende Franse stripschrijver René Goscinny. Naast Lucky  Luke schreef hij ook de verhalen van Asterix. En als iets het werk van Goscinny kenmerkt dan is het dat de verhalen vaak een kern van de historische werkelijkheid bevatten. Om Jesse te arresteren huren de detectives van bureau Pinkerton Lucky Luke in. Na veel verwikkelingen slaagt Luke erin de bende uit het stadje Nothing Gulch te jagen en drijft ze in de armen van de politie. Helaas blundert de politie en weet James en zijn bende te ontsnappen. “Jesse James we understand. Has killed many a man. He robbed the Union trains. He stole from the rich and gave to the poor He’d a hand and a heart and a brain.” Zo begint de song Jesse James van The Poques. Dit na een vrolijke solo op de Ierse fluit. Een van de nummers die niet worden gezongen door frontman en bekend drankorgel Shane Macgowan. Jesse James wordt in dit lied afgeschilderd als een goede dief die de armen hielp door van de rijken te stelen. De misdadiger die steeds meer een heldenstatus krijgt. James heeft hiermee voor elkaar gekregen waar Robin Hood wat langer over deed, namelijk een ‘goede bandiet’ worden. Ten minste, als de in het lied van The Pogues bezongen versie door iedereen aanvaard wordt.

Waar er tot nu toe maar één film is verschenen over Jesse James, en die handelt over zijn dood door de hand van Robert Ford, is er over Robin Hood al een hele kast vol gemaakt. In 1908 werd Hoods verhaal voor het eerst verfilmd. Wie toen de rol van Robin Hood speelde, weet ik niet. In de versie van 1922 was het Douglas Fairbanks en 16 jaar later, in 1938, Errol Flynn, in 1991 Kevin Costner en in 2010 viel de rol toe aan Russel Crowe en daarmee heb ik alleen maar de bekendste vertolkers van de rol van Robin Hood genoemd. Of Robin Hood werkelijk heeft geleefd is niet duidelijk. Waarschijnlijk is de figuur een mix van het levensverhaal van verschillende personen. Verhalen die met het verstrijken van de tijd meer en meer met elkaar verknoopt zijn geraakt. Van Jesse James weten we zeker dat hij heeft geleefd. In die ene film, The assassination of Jesse Jame by the Coward Robert Ford speelt Brad Pitt trouwens de rol van Jesse James. De titel van de film over de dood van James sluit dan weer wel goed aan bij de versie die The Pogues bezingen: “Well the people held their breath. When they heard of Jesse’s death. They wondered how he came to fall. Well it was Robert Ford in fact who shot him in the back. While he hung a picture on the wall.”  Maar ik dwaal af, al is iedere reden goed om aandacht te besteden aan zowel Lucky Luke als The Pogues.

Terug naar de reden waarom ik aan Jesse James, Lucky Luke, The Pogues en Robin Hood moest denken en dat is de uitspraak van Wopke Hoekstra dat hij: “de waardevermeerdering van ca. 4800 euro overgemaakt (heeft) naar een Nederlands goed doel t.b.v. wetenschappelijk onderzoek naar kanker.” En dat hij die investering altijd in zijn belastingaangifte heeft meegenomen. Wat zegt Hoekstra met deze uitspraak? Wil hij hier beweren dat belastingontwijking moreel dan wellicht niet geheel of geheel niet door de beugel kan, maar dat dat morele gebrek ruimschoots is goed gemaakt door de opbrengsten ervan aan een goed doel te schenken? Wil hij hier zeggen: ‘Ik heb slecht gedaan maar met het goede als doel’? Of om een spreekwoord over de hel te verhemelen: ‘de weg naar de hemel ligt geplaveid met slechte bedoelingen’.

Als we de legende over Robin Hood mogen geloven, dan stal hij van de rijken om dit aan de armen te geven. Bij James lag dat wat anders, die stal van de rijken en het stukje geven aan de armen ontbrak. Hoe zit het dan met Hoekstra? Hoekstra investeerde in 2009 in een start-up voor ecotoerisme in Afrika. Een investering die liep via een brievenbusconstructie waarbij het de bedoeling is om zo min mogelijk belasting te betalen. In dit geval liep die constructie via de Britse Maagdeneilanden. Bijzonder hierbij is dat Hoekstra, toen hij in 2017 minister van Financiën werd, de investering verkocht met rendement en schonk, naar hij nu zegt, aan een goed doel. Investeren doe je met het doel om er rijker van te worden en dat mag, daar is niets verkeerds aan. Het wordt dubieus als er een constructie wordt gebruikt om belasting te ontwijken. Ontwijken mag dan niet verboden zijn, het is moreel wel laakbaar, zeker voor een politicus die van 2011 tot 2017 in een commissie van de Eerste Kamer zat om juist belastingontwijking via dergelijke brievenbusconstructies aan te pakken. Constructies die je kunt betitelen als ‘stelen van de armen en geven aan de rijken’. En dat is precies het omgekeerde wat van Robin Hood wordt beweerd. En in tegenstelling tot James die van de rijken stal en het zelf hield, onthoudt Hoekstra’s investering geld van de armen door geen belastingen te betalen. Zijn Hoekstra’s ‘gift aan de armen’, de schenking aan het goede doel, kan wellicht deels ook nog als ‘stelen van de armen’ worden gezien. Als Hoekstra die gift van € 4.800 aan onderzoek naar kanker netjes als zodanig heeft opgevoerd op zijn belastingaangifte over 2017, dan betalen de armen in hun rol als belastingbetalers hieraan een bijna even groot bedrag mee.

Uitgelicht

Lusten, lasten en liefde

Volgens politiek filosoof Josette Daemen is het mensen erop wijzen dat een keuze om je niet te laten vaccineren gevolgen heeft, een product van neoliberaal denken. “De kern van de neoliberale ideologie is het principe van “eigen verantwoordelijkheid”: mensen zijn machers van hun eigen leven, dat geven ze vorm door hun individuele keuzes, en daarvan moeten ze dan ook zelf de consequenties dragen, hoe hard die ook zijn.” Nu heb ik in mijn recente Prikker Moral high ground mensen er ook op gewezen dat niet vaccineren een keuze is met gevolgen. Zou ik dan neoliberaal zijn?

Eigen foto

Daemen constateert terecht dat: “De afgelopen decennia (…) de obsessie met eigen verantwoordelijkheid zich diep (heeft) geworteld in ons economische systeem, in onze overheid, in onze cultuur.”  Want: “normaal zo alert op neoliberale rookwolken en systeemfouten,” verwijt ik ongevaccineerden dat ze de sociale uitsluiting: “helemaal aan zichzelf te danken (hebben). Sterker nog, ze zijn niet alleen schuldig aan hun eigen buitensluiting, maar ook aan alle mogelijke lockdowns die ons nog zullen treffen.” En nu ben ik er dus ‘ingetrapt’, in de neoliberale valkuil?

Een mooi voorbeeld van die obsessie met ‘eigen verantwoordelijkheid gaf een van de leden van de Nederlandse 400 meter estafetteploeg na het behalen van de zilveren Olympische medaille. “Alles is mogelijk, geloof dat. … Het begint hier (hij wijst naar zijn hoofd) en je moet het uitvoeren,” aldus Terrence Agard. Met andere woorden: als je wilt en erin gelooft, dan kun je alles bereiken. Als ‘geloven dat alles mogelijk is’ voldoende zou zijn, dan was ik geslaagd als profvoetballer en had ik deel uitgemaakt van het Nederlands elftal dat in 1988 Europees kampioen werd. Spiegel van het geloof is dat je falen ook een gevolg is van je eigen keuze. Dat het mij niet is gelukt om geslaagd profvoetballer te worden, kwam dus omdat ik er niet genoeg in geloofde. Of zou het ontbreken van iets dat toch wel belangrijk is voor het realiseren van dat geloof en dat is talent, daarbij niet ook een rol hebben gespeeld? En als je iets niet bij elkaar kunt ‘geloven’ dan is het talent. Daarmee word je geboren. Dit even terzijde.

Terug naar de vaccinatiekeuze. Vaccineren of niet betekent geen belemmering in je sociale leven. De maatregel is er niet opgericht om het jou te belemmeren in je vrijheid. Beide groepen kunnen naar het theater, de kroeg of zoals ik naar de thuiswedstrijden van VVV. Dit als ze tenminste een kaartje kunnen betalen, want als je dat niet kunt, dan ben je ervan uitgesloten en dat is een echte belemmering. Om deze zaken te bezoeken, moet je aantonen dat je of gevaccineerd bent, of recent hersteld van een Covid 19 infectie of een recente negatieve testuitslag kunnen overleggen, dat zijn de ‘toegangscodes’ die voor iedereen gelden. Het gaat mij erom dat met deze maatregel niemand wordt belemmerd kroeg, theater of De Koel te bezoeken. Dus als niet-gevaccineerde laat je je testen en als de test negatief is, dan kun je gewoon naar de kroeg, theater of De Koel. Je moet er alleen iets meer moeite voor doen. Als je je niet wilt laten testen, dan kun je er niet naartoe en dat is toch echt een individuele keuze. En ook zonder mobieltje met App kun je naar binnen maar ook daarvoor moet je meer moeite doen.

De maatregel is bedoeld om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt en in het verlengde daarvan maatregelen nodig zijn die de samenleving en dus ons als mensen verder schade toebrengen. Vaccineren is daarbij de beste manier om dit doel te bereiken. Daarom wordt dit aan iedereen aangeboden. Of je het aanbod aanvaart, is een eigen keuze. Niet kiezen voor vaccinatie maakt dat je een grotere kans loopt om Covid 19 op te lopen en als je het oploopt een grotere kans om in het ziekenhuis en vervolgens de IC te belanden. Of deze maatregel de beste manier is om te voorkomen dat onze gezondheidszorg dichtslibt met Covid 19 patiënten, daarover kun je twisten, maar daar gaat het mij niet om.

Is dat ‘meer moeite’ als drang om mensen zich te laten vaccineren een aanvaardbare strategie? Laten we eens op andere gebieden kijken. Neem roken.  Niemand dwingt je om niet te roken. Dat wordt anders als jouw gedrag anderen schade toebrengt. Bij roken kan dat door ongewenst meeroken. Om die reden is roken in de openbare ruimtes verboden. Daarom is roken in de kroeg, het theater en sinds kort ook in stadion De Koel verboden. Niet om de roker dwars te zitten, maar om de niet-roker te beschermen. Dat verbod kun je zien als drang, maar je mag blijven roken. Ook een prijs betalen voor een test past in die lijn. Immers ook bij het roken wordt er drang uitgeoefend, dat gebeurt via accijnzen op tabak maar ook het reclameverbod en de plaatjes op de pakjes. Dit omdat het beter voor de gezondheid is van de roker maar vooral omdat gezond gedrag uiteindelijk tot minder maatschappelijke kosten leidt. Zo ook bij alcohol. Dat mag je gerust nuttigen, dat is een eigen keuze. Daarna autorijden is verboden niet om jou te beschermen maar om anderen tegen jou te beschermen. En ook hier wordt drang gebruikt tot het goede gedrag via onder andere ook weer accijnzen. ‘Meer moeite’ is daarmee een methode die vaker wordt toegepast.

En ja, de keuzes die mensen hierin uiteindelijk maken, hebben gevolgen en met die gevolgen moeten zij leven. Daarvan moeten ze de gevolgen dragen. Vaccin of niet, roken of niet, drinken of niet die keuze moet iedereen zelf maken. Net zoals we moeten leven met alle keuzes die we dagelijks maken. Want als het leven ergens uit bestaat, dan is het uit het maken van keuzes. Als je wilt roken in de kroeg, dan wordt je eruit gezet. En nu kom je zonder een van de drie ‘toegangscodes’ de kroeg, het theater of het De Koel niet meer in.

Is dit ‘neoliberaal’? Is het neoliberaal dat een samenleving als geheel (via de daartoe bevoegde organen) een besluit neemt om juist die samenleving te beschermen tegen keuzes van het individu? Is dit een typisch voorbeeld van ‘als je maar genoeg wilt, dan kun je het’? En nu we het toch over neoliberaal hebben, dat eigen verantwoordelijkheidsdenken, zoals Damen het noemt. Zit dat niet precies bij de mensen die zich bewust niet laten vaccineren om welke redenen dan ook? Of zoals ik het in mijn vorige Prikker schreef: “dat je niet vaccineren voor jezelf doet”? En vaccineren ook voor de ander, je neemt de last en de lusten deel je met anderen. En als er iets niet neoliberaal is, dan is het denken aan de ander?

Via LinkedIn bereikte mij een bericht van Miriam van der Hoek. Fotograaf Van der Hoek was gevraagd om deel te nemen aan een expositie en haar deelname ging niet door omdat ze niet gevaccineerd was en zich niet wilde laten testen: “omdat het ingaat tegen alles waar ik in geloof,” aldus Van der Hoek. Waarin ze dan gelooft? “(I)n  verantwoordelijkheid nemen voor je eigen, niet alleen fysieke, maar ook emotionele, mentale en spirituele gezondheid. Luisteren naar de signalen die je lichaam je geeft. Gevoel aangaan en uiten. Je hart en eigen wijsheid volgen. Angsten aankijken (voor afwijzing, voor uitsluiting, voor uitgelachen worden, voor ziekte en zelfs voor de dood want ja, we zijn sterfelijk) om onvoorwaardelijk te kiezen voor liefde.” Geeft dit voorbeeld niet precies aan waar het fout gaat? Is er voor een prettige samenleving om in te leven niet meer nodig dan alleen verantwoordelijkheid nemen voor jezelf? Leef je niet juist samen met anderen en vraagt dat niet ook dat je verantwoordelijkheid voor de anderen neemt? Is Van der Hoeks geloof niet een schoolvoorbeeld van neoliberaal denken? Neoliberaal omdat de lusten worden geprivatiseerd en de lasten gesocialiseerd? Als dit onvoorwaardelijk kiezen voor liefde is, dan hebben we toch een heel ander definitie van liefde.

Uitgelicht

In het verleden behaalde resultaten…

“Het is tijd voor opstand. Een regering die op zoveel fronten faalt en bezopen maatregelen uitvaardigt teneinde haar eigen incompetentie te verbloemen, verdient het niet om gehoorzaamd te worden.” Dit schrijft iemand die zich Me, myself and I noemt, onder een artikeltje bij Joop. Het artikel handelt over de dwangsom van € 2.500 die de gemeente Haarlem heeft opgelegd aan theater De Liefde. In dat theater bezochten teveel mensen een try-out van cabaretier Theo Maassen. Toen ik dit las moest ik denken aan het gesprek dat ik vlak voordat ik dit las, had met mijn vrouw.  Als ‘eindredacteur’ leest mijn vrouw al mijn Prikkers als eerste en ze haalde na het lezen van mijn laatste prikker aan dat het al de derde keer was dat ik schreef dat we zuinig moeten zijn op onze overheid en democratie en dat we beiden zelfs moeten versterken. ‘Wat verliezen we dan?’ Schrijf daar maar eens over’. Een mooie koe om bij de hoorns te vatten.

Tiananmen Square protests of 1989 | As seen on en.wikipedia.… | Flickr
Bron: flickr

Hoe ziet die koe die we kunnen verliezen eruit? Daarvoor een uitstapje naar De oorsprong van onze politiek een boek in twee delen van de Amerikaan Francis Fukuyama. Hij geeft een ‘geschiedenis van de ‘wereldpolitiek’. Hij beschrijft die geschiedenis aan de hand van drie eigenschappen. De eerste eigenschap is de moderniteit van de staat. De tweede eigenschap betreft de rechtsorde en als laatste de verantwoordelijkheid. Als we Nederland langs de drie eigenschappen van Fukuyama leggen, wat zien we dan?

Dan zien we een moderne staat en overheid. Een overheid die haar dienaren selecteert op basis van hun kwaliteiten en kennis en niet op basis van hun ouders of kennissen zoals in patrimoniale en tribale samenlevingen om twee andere samenlevingsvormen die Fukuyama onderscheidt te noemen. Dat we een moderne staat zijn is veel waard want dat is niet overal in deze wereld zo. In een moderne staat spelen nog steeds ‘tribale’ en vooral familiaire krachten een belangrijke rol en vooral in tijden van crisis worden die sterker. Dan vertrouwen we onze ‘eigen stam’ meer en de eigen familie nog meer. Dat Nederland een moderne staat is, biedt geen garantie dat dit altijd zo zal blijven. Want ‘in het verleden behaalde resultaten …’. Zo kun je beargumenteren dat Turkije onder president Erdogan van een moderne een patrimoniale staat aan het worden is en ook de Verenigde Staten onder Trump kregen trekken van een patrimoniale staat. Trouwens, over dat verleden gesproken, de ‘moderniteit’ van onze samenleving is pas de laatste paar honderd jaar gegroeid en dus van vrij recente datum.

Dan de tweede eigenschap. Nederland is een rechtsstaat met een sterke rechtsorde waaraan iedere inwoner, bedrijf, instelling maar ook de overheid ondergeschikt is. Iets wat niet vanzelfsprekend is en wat ook niet als vanzelf samen gaat met het zijn van een moderne staat. Zo was de eerste moderne staat, het Qin China van 2.200 jaar geleden. Een rechtsorde was het echter niet omdat de wil van de keizer wet was. Het verschilt hierin niet van het huidige communistische China. Dat heeft dan wel een grondwet en wetten maar die binden de nieuwe keizer, de communistische partij, niet. Die staat boven de wet. Dat Nederland nu een rechtsorde is heeft het, zo betoogt Fukuyama, te danken aan de strijd tussen de kerk en de staat. Maar hier ook geen garantie dat het altijd zo zal blijven. Ook hier weer: ‘in het verleden behaalde resultaten…’. Een rechtsorde kan worden afgebroken en ondermijnd. Zo kun je beargumenteren dat de activiteiten van Erdogan in Turkije, Orbán in Hongarije en de Poolse PiS partij de rechtsorde ondermijnen.

Daarmee komen we bij de derde eigenschap de verantwoordelijkheid of beter gezegd: de verantwoordelijke overheid. “Verantwoordelijk bestuur betekent dat de heersers menen dat ze zich moeten verantwoorden tegenover het door hen geregeerde volk en de belangen van het volk boven die van zichzelf moeten stellen.[1] aldus Fukuyama. ‘Nogal logisch’ is een eerste reactie vanuit een luie stoel in Nederland. Toch is dat niet zo logisch. Inderdaad zijn we in Nederland gewend dat de regering zich voor het volk, vertegenwoordigd in de Tweede Kamer, verantwoordt en regelmatig, in ieder geval een keer per vier jaar, voor het gehele volk. Ook de landen om ons heen kennen een soortgelijke manier van verantwoorden. Toch zijn dit uitzonderingen. Uitzonderingen omdat het overgrote deel van de heersers in het verleden, maar ook in het heden er heel anders over dachten en denken. Een Egyptische Farao, de Chinese keizer of Genghis Khan dacht niet in termen van verantwoording. Het volk werkte voor hen, niet omgekeerd. Ook die verantwoordelijke overheid is van recente datum. Ze ontwikkelde zich zo vanaf 1500. Al moeten we ons bij ‘het volk’ in die begintijd niet al te veel voorstellen. Dat bestond uit de hoge adel. Pas in de negentiende eeuw ging het grotere delen van de bevolking omvatten en pas sinds begin twintigste eeuw (in Nederland sinds 1917) omvatte het volk alle volwassen mannen en vrouwen. Maar ook hier bieden de ‘in het verleden behaalde resultaten, …’.

Wij mogen ons gelukkig prijzen met een moderne overheid in een land met een rechtsorde waar de regerenden verantwoording afleggen en weggestuurd kunnen worden door de geregeerden. En alhoewel niet perfect, het mag voor ons dan vanzelfsprekend zijn, dat is het niet. Dit hele huis is gebaseerd op jaren en op sommige gebieden eeuwenlang opgebouwd vertrouwen. En zoals het spreekwoord luidt: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En het lijkt het erop het vertrouwen gestopt is met lopen en bezig is het paard te zadelen. Een burger die oproept tot een opstand is tot daaraantoe. Maar partijleiders die niet verliezen bij de volgende verkiezingen belangrijker vinden dan het besturen van het land en daarom het vormen van een nieuwe regering traineren maar onderwijl wel gewoon door regeren, vormen wel een bedreiging. En nog veel erger PVV-leider en enigst lid die al jaren roept dat onze rechtspraak een farce is en de Kamer een ‘nepparlement. Kamerleden zoals Gideon van Meijeren van het FvD die onze democratie dood verklaart en goedkeurend wordt gadegeslagen door zijn politiek leider Baudet.’ Dit draagt niet bij aan het versterken van vertrouwen. Het lijkt erop dat het vertrouwen al op het paard zit en de draf versnelt.

Een moderne overheid kan nog zonder vertrouwen, maar ik weet niet of dat zo’n prettige landen zijn om in te wonen. Zonder vertrouwen echter geen verantwoordelijke overheid. Zonder vertrouwen geen rechtsorde. En als het vertrouwen eenmaal weg is, dan is het zomaar nog niet terug. Een moderne democratische rechtstaat met een verantwoordelijke overheid afbreken is snel gedaan, er eentje opbouwen is veel lastiger zoals de casus Afghanistan laat zien. Dat vergt een lange, heel lange wandeling zonder garantie op succes. Immers ‘in het verleden behaalde resultaten …’.


[1] Francis Fukuyama, De oorsprong van onze politiek Deel 1: van de prehistorie tot de verlichting, pagina 369

Uitgelicht

Een lesje staatsrecht

“Het kabinet is demissionair en dus zonder politiek mandaat. Het invoeren van een nieuwe controversiële #coronapas is dus illegaal. Het is onnodig bovendien en pure drang tot vaccinatie. Onacceptabel dus. Hulde aan de horeca-ondernemers die dit niet handhaven.” Dit schrijft PVV-leider en enigst lid Geert Wilders in een tweet die ik bij De Dagelijkse Standaard las. De tweet kon op steun rekenen van Michael van der Galien de auteur van het artikel en de grote man achter het medium. “Dit klopt natuurlijk honderd procent. Het is ongelooflijk dat een demissionair kabinet zelfs maar de moed heeft om dit te doen. Want een demissionair moet zogenaamd “op de zaak passen.” Meer kan en mag zo’n regering niet doen. Zwaar controversiële beslissingen mag het niet maken. Het mág echt niet.” Zo voegt Van der Galien eraan toe. Menigeen zal instemmend knikken met de redenering maar is dat terecht?

Illegaal betekent in strijd met de wet. Onze staatshuishouding wordt geregeld in de Grondwet. In de Grondwet komt het woord ‘demissionair’ niet voor. De Grondwet kent een regering, de koning en de ministers, en een ministerraad, de vergadering van ministers met de premier als voorzitter. Die zijn er altijd. Wat ze mogen is geregeld in de diverse wetten. Wetten waarin je ook tevergeefs zult zoeken naar het woord ‘demissionair’. Tevergeefs omdat er altijd regering moet zijn die besluiten neemt en geen halve of voorwaardelijke besluiten. Juridisch gezien heeft een demissionair kabinet precies dezelfde bevoegdheden als een missionair kabinet. Dat die bevoegdheden in demissionaire staat terughoudend worden toegepast, is een gebruik, geen wettelijk vereiste. Het handelen van het kabinet is daarmee legaal.

Inderdaad is het in bestuurlijk Nederland gebruikelijk dat een demissionaire regering geen nieuw beleid inzet en ‘op de winkel’ of zoals Van der Galien het noemt ‘de zaak’ past en geen besluiten neemt om de zaak uit te breiden, grondig te verbouwen, of in te krimpen. Nee, de zaak laten zoals ze is totdat er een nieuwe regering is om ‘de zaak’ over te nemen. Laten we de metafoor van ‘de winkel’ even wat verder doordenken. Stel ‘de winkel’ wordt bedreigd door een overstromende rivier en zandzakken en zand zouden de het water kunnen beletten om de winkel binnen te stromen. Helaas zijn die er niet, zou het de demissionaire winkelier dan kwalijk worden genomen als hij een deel van het geld van de winkel zou besteden aan de aanschaf van zand en zakken om zo de winkel te beschermen? Als we de winkel vergelijken met Nederland, dan is de regering de winkelier en de coronapandemie de overstromende rivier, moeten we de regering dan kwalijk nemen dat ze maatregelen neemt om te voorkomen dat de pandemie de ziekenhuizen overstroomt, om in de metafoor te blijven, met patiënten en de zaak lamlegt zoals vorig jaar gebeurde en begin dit jaar dreigde te gebeuren?

Natuurlijk kun je een discussie voeren over welke maatregelen er genomen moeten worden om de ‘overstroming’ van onze ziekenhuizen met Covid patiënten te voorkomen. Natuurlijk kun je de vraag stellen of, zoals anderen doen, declameren dat het de verkeerde maatregelen zijn. Vragen over nut en noodzaak stel ik me ook geregeld. Wat we niet moeten doen, is de bevoegdheid van de regering om dergelijke maatregelen te nemen ter discussie stellen. Door het woord ‘illegaal’ te gebruiken, ondermijnt Wilders onze democratische rechtstaat en dat is schadelijk. Als een burger, zoals Van der Galien, dit roept of denkt kan dat een gevolg zijn van onwetendheid. Dat een kamerlid dit roept is schadelijk en kan geen gevolg zijn van onwetendheid. Kamerleden dienen dit te weten. Zoals ik in een eerdere Prikker schreef is ons gedurende honderden jaren opgebouwde bestuurlijke systeem me daarvoor te kostbaar.

Uitgelicht

Problem, government, solution

In de Volkskrant pleiten drie gepensioneerde TU Delft ingenieurs, zoals ze zich noemen, ervoor: “een soort Deltacommissie in het leven te roepen om dit complexe project weg te trekken bij de politiek, want die heeft al laten zien dat ze geen resultaten kunnen boeken.” Het complexe project waar ze het over hebben betreft het klimaatneutraal maken van onze manier van leven. Want alles wat er nu gebeurt is ineffectief en kost veel geld zo betogen de ingenieurs. Niet vreemd want: “Politici zijn geen technici en kunnen derhalve niet beslissen over de optimale keuzes tussen voor- en nadelen van verschillende maatregelen.” Die keuze moet worden overgelaten aan specialisten want: “Dat is echt een technische en economische afweging.” Nu maak ik me ook zorgen om de klimaatverandering en mogen de maatregelen best wat forser en sneller. Toch maak ik me meer zorgen om dergelijke betogen.

File:Deltawerken - Osterschelde - Zeeland.jpg - Wikimedia Commons
Bron: Flickr

Mijn zorgen richten zich als eerste op hun gebrek aan historische en staatkundige kennis. De ingenieurs verwijzen naar de Deltacommissie die in 1953 werd ingesteld om te bekijken hoe Nederland kon worden beveiligd tegen overstromingen zoals die van de watersnoodramp van een jaar eerder. De commissie bestond uit ingenieurs, logisch want die hebben verstand van die zaken, een landbouwkundige en een econoom. Het was de politiek, de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Jacob Algera, die deze commissie in het leven riep om hem en in het verlengde de regering en het parlement, te adviseren over te nemen maatregelen. Een staatscommissie binnen ons bestuurlijk bestel voor een specifiek onderwerp met een specifiek doel. Een adviescommissie want besluiten namen de regering en het parlement. Het complexe project waterveiligheid werd dus allerminst ‘weggetrokken van de politiek’. Nu is dit het minst belangrijke punt van zorg.

Grotere zorgen maak ik me om hun grote vertrouwen in technische maar vooral economische specialisten. Techneuten, de drie ingenieurs lijken daarop geen uitzondering te zijn, hebben groot vertrouwen in wat techniek vermag. Een terecht vertrouwen want techniek vermag veel. Zo kunnen we door technische vindingen energie opwekken door atomen te splitsen. Dat kan beheerst in een kerncentrale en onbeheerst via een atoombom. En die: “effectiefste oplossing” wordt, zoals de heren aangeven, onbenut gelaten. Maar misschien is de effectiefste manier wel te duur en is het ‘opslaan van koolstofdioxide’ iets minder effectief maar goedkoper. Bij dat uitrekenen van kosten komen economen dan weer van pas. Maar nu we het over economen hebben. Techneuten kunnen verschillende technieken aanbevelen als beste, en dus van opvatting verschillen. Economen hebben dat nog veel meer. Neem de gezondheidszorg, afhankelijk van de kijk op de wereld zal de ene, meer socialistisch georiënteerde, econoom een hartstochtelijk pleidooi voor publieke gezondheidszorg houden en de andere, neoliberale het als de grootste waanzin en economische dwaling afwijzen. Aan welke techneuten en economen laten we de oplossing van dit probleem over?

Nu ik het toch over neoliberaal heb, het denken van de ingenieurs vertoont overeenkomsten met het neoliberale denken. En daarmee kom ik op een volgende en grootste punt van zorg. De overeenkomst tussen de ingenieurs en het neoliberalisme betreft een stuitend gebrek aan vertrouwen in de overheid en ons democratische bestel. Neoliberalen zien de markt als oplossing voor alle problemen en de overheid als oorzaak van alle ellende. Om het met de woorden van wijlen voormalig president van de Verenigde Staten Ronald Reagan te zeggen: “Government is not the solution to our problem, government is the problem.” Met Reagan staan we aan het begin van de triomftocht van dat neoliberalisme. Sinds begin jaren tachtig werden overheidsdiensten zoals de post, de telefoon en het spoor geprivatiseerd want dat zou tot betere en goedkopere producten leiden. Sinds die tijd moest de overheid ‘steeds kleiner’ en werd ‘ambtenaar’ een besmet beroep. Daar waar John F. Kennedy ‘the best en brightest’ naar de overheid lokte, worden ze sinds Reagan verleidt om een algoritme te ontwerpen om snel winst op de beurs te maken of een app te ontwikkelen die zoveel mogelijk gegevens en dus geld uit mensen klopt. Kennedy liet ze bij NASA de eerste mens op de maan zetten. Dat doen ze nu ter meerdere eer, glorie en vooral de portemonnee van Musk en Bezos. Heren die hun rijkdom, om het zo te zeggen, te danken hebben aan Kennedy omdat hun bedrijven draaien op technieken die via overheidsinvesteringen tot stand zijn gekomen. Voor wie er meer over wil weten. Lees Mariana Mazzucato’s boek De ondernemende staat. Of voor wie een boek te lang is, deze Prikker.

Een kleinere overheid die zich met steeds minder zaken ‘moest bemoeien’ en wat ze nog wel deed en doet, moet volgens de New Public Managent. Een manier van denken waarbij de burger een klant is en de overheid een bedrijf en ook op die manier aangestuurd moet worden. Een overheid waar steeds meer op neer werd en wordt gekeken. En dat neerkijken is terecht en niet terecht. Het is terecht omdat de prestaties van die overheid de laatste jaren niet om over naar huis te schrijven zijn. Het is niet terecht omdat dit een gevolg is van die neoliberale manier van kijken naar de overheid. Als je de overheid als een bedrijf ziet, moet je niet verbaasd opkijken als Kamerlidmaatschap en het ministerschap een carrièrestap wordt. Een opstapje om uiteindelijk te cashen bij een bank, zoals Zalm en Kok, of bij een lobbyfirma zoals recentelijk VVD-minister Van Nieuwenhuizen en Kamerlid van dezelfde partij Lodders. Dan hoeft het ook niet te verbazen dat we een premier hebben die ‘visie een olifant in de kamer’ vindt en die op z’n best opereert als manager. Dan moet je niet verbaasd kijken als ‘the best and brigthest’ niet voor de overheid kiezen, want wie wil er nu voor een ‘probleem’ werken. Als je iets als ‘probleem’ bestempelt en het op de manier behandelt zoals de overheid sinds Reagan is behandeld, dan moet je niet verbaast opkijken als het uiteindelijk een probleem wordt.

Het is echter wel ‘het probleem’ dat namens ons besluiten moet nemen welke technische oplossing de voorkeur krijgt en welke economische argumenten de doorslag geven. Die bevoegdheid uit handen geven aan ‘een Deltacommissie’ los van de politiek komt op hetzelfde neer als Facebook het privacy-beleid laten ontwerpen. Dit betekent namelijk het verder verzwakken van onze overheid en vooral onze democratie. Als we iets niet moeten doen dan is het dat wel. We moeten de overheid juist versterken van de afbraak van de afgelopen veertig jaar. Om Reagans woorden in een wat andere volgorde te zetten: government is not the problem, government is the solution to our problem!