Uitgelicht

Wij, ons en de klimaatverandering

“Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn eerste neiging was om meteen weer om te draaien. Ik was nog nooit in een situatie geweest waarin ik tegenover de sterke arm der wet had gestaan – laat staan in een situatie waarin ik moedwillig arrestatie riskeerde.” Dit schrijft cabaretier Tim Fransen in de Volkskrant over zijn deelname aan een actie van Extinction Rebellion. Fransen gebruikt filosofen in zijn voorstellingen. Ook bij de verdediging van zijn daad van burgerlijke ongehoorzaamheid beroept hij zich op een filosoof en niet de minste: Thomas Hobbes.

Bron: Flickr

Fransen: “In een democratische rechtstaat hebben overheid en burgers een sociaal contract met elkaar gesloten. Wij burgers geven de overheid de macht om ons aan wetten te binden. … Als het gaat om klimaatverandering, komt de overheid haar kant van het sociale contract niet na. Dat is niet de mening van een stelletje radicale klimaatgekkies, dat is het officiële oordeel van de rechter. In de Urgenda-zaak oordeelde de rechter in 2015 dat de Nederlandse staat te weinig doet om de klimaatdoelen te halen, een vonnis dat het Haagse hof afgelopen maand nog eens heeft bekrachtigd. De uitspraak is helder: de Nederlandse staat komt zijn grondwettelijke zorgplicht niet na; hij is nalatig in het beschermen van zijn burgers tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering.” Geen speld tussen te krijgen: de overheid komt haar verplichtingen niet na en dus mag de burger zich verzetten. Of toch wel?

Voor degenen die het niet weten, Hobbes is de schrijver van het boek Liviathan. Voor Hobbes is de natuurlijke toestand van de mensheid een gewelddadige strijd van allen tegen allen en is het leven ‘eenzaam, arm, bruut en kort’. Maar gelukkig heeft de mens dat ooit ingezien en heeft hij een contract gesloten met een heerser. Met dat contract gaf de mens zijn vrijheid op in ruil daarvoor verschafte die heerser veiligheid. De theorie van het sociale contract is ontwikkeld in de strijd tussen die vorst en het volk. Nou ja het volk, de beter gesitueerden zoals de hogere adel. Dit zie je ook terug in het Plakkaat van Verlatinghe waarmee de lokale vorsten van de opstandige Provinciën de Spaanse koning afzworen. Hobbes schreef zijn boek in 1651, een tijd van vorsten en almachtige heersers.

Fransen schrijft zijn verdediging in 2019, in de tijd van, in ieder geval in dit deel van de wereld, de democratische rechtsstaat. En met het woord democratisch komen we op een bijzonder punt. Die overheid, die haar verplichtingen niet nakomt, is door de inwoners van Nederland gesanctioneerd. De Tweede Kamerleden zijn gekozen door de Nederlanders om hen te vertegenwoordigen en namens hen het land te besturen. Zo ziet het huidige ‘sociale contract’ om in de termen van Hobbes te blijven, eruit. Wij, de inwoners van dit land, hebben onze vertegenwoordigers gekozen en die besluiten namens en voor ons. Zijn ‘wij’ het die ‘ons’ niet goed beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering?

Uitgelicht

Europese spoken

Volgens Jelte Wiersma is wat er met de Britten gebeurt van groot belang voor de toekomst van Nederland: “Stel dat het Verenigd Koninkrijk wel in de Europese Unie blijft. Dan heeft het als niet-euroland per definitie een tweederangs status. Lid van de eurozone zal het niet worden. Aangezien de eurozone dé motor is waarmee macht naar Frankrijk wordt overgeheveld, wint Nederland weinig met dit scenario. Of stel dat het Verenigd Koninkrijk een Theresa May-achtig akkoord met de EU sluit en zo een EU-kolonie wordt – ook dat lost het probleem niet op van een verdergaande machtsoverdracht naar Frankrijk.” Zo schrijft hij in Elsevier. “Leedvermaak en schamper doen over premier Boris Johnson en de in veler ogen clowneske politiek in het Lagerhuis (…) vanuit Nederlands perspectief geen enkele zin.” Aldus Wiersma, die vervolgt: “Langzaam laat Nederland zich zo tot provincie van Frankrijk (en Duitsland) vormen.” Volgens Wiersma is Frankrijk de ‘baas’ in de Europese Unie. Nog niet zo lang geleden zeiden we hetzelfde over de Duitsers. Of de angst van Wiersma terecht is, zal de toekomst uitwijzen. 

Bron: Wikipedia

Bijzonder in het betoog van Wiersma is dat hij de werkelijkheid om lijkt te draaien. Wiersma: “Macron wil voorkomen dat het Verenigd Koninkrijk lid van de EU blijft en in de Unie de hoeder van de belangen van kleinere landen en vrijhandel is. Macron wil ook dat het Verenigd Koninkrijk geen prettig handelsverdrag met de EU kan sluiten, waardoor ook andere lidstaten zouden kunnen besluiten onder het Franse EU-gezag uit te willen, of in elk geval EU-integratie ten bate van de Franse macht te voorkomen.” Pardon? De Britten, met de ‘clowneske’ Johnson als boegbeeld, willen toch de Unie verlaten? Als de Britten willen blijven dan hebben de Fransen geen poot om op te staan.  Ze zijn immers lid van de Unie en niemand kan hen eruit gooien. Dat kunnen ze alleen zelf doen. Als de Britten als nog kiezen voor blijven dan zijn er alleen drie jaar verspeeld met niets. 

Ook het beeld van de Britten als hoeder van de kleine landen geeft hen erg veel krediet. Als we terugkijken dan zien we dat de Britten vooral opkwamen voor hun eigen belang. Denk maar aan het ‘I want my money back’  van Tatcher. Ze kreeg haar geld terug ten koste van, ja van de andere landen zoals het kleine Nederland. 

Als ik het betoog van Wiersma goed lees, dan is Nederland ontstaan als een soort provincie van de Britten: “Het Koninkrijk der Nederlanden met een Oranje op de troon – waarop zoveel Nederlanders zo dol zijn – is zelfs een Britse uitvinding.” Daar heeft Wiersma een punt. Zonder het ‘Concert van Europa’ in 1814 had ons land niet bestaan. In Wenen beslisten de toenmalige grootmachten dat de ‘Franse ambities’ ingetoomd moesten worden. Oostenrijk, Pruisen, Rusland en de Britten tekenden daar de nieuwe kaart van Europa. Een kaart waarop ten Noorden van Frankrijk ineens het ‘Koninkrijk der Nederlanden’ verscheen met een ‘Oranje’ op de troon.

Inderdaad paste dit in het Britse Europa-beleid dat Wiersma goed omschrijft: “we moeten voorkomen dat één macht het Europees continent domineert. Waarom? Omdat het Verenigd Koninkrijk zelf Europa niet kan domineren en geconfronteerd met één continentale grootmacht daarvan een kolonie dreigt te worden.” Het paste echter ook naadloos in dat van de andere winnaars. Die waren beducht voor elkaar en daarom moest Frankrijk als een ‘macht’ blijven bestaan daarin paste een nieuw ‘koninkrijk der Nederlanden’. Al eerder schreef ik een Prikker over dit sollen en het daaruit ‘ontstaan’ van het ‘koninkrijk der Nederlanden’. Maakt dit de Britten tot ‘hoeder’ van de kleine landen? Nee, die kleine landen waren nodig om te voorkomen dat zij hun machtspositie in Europa en in het verlengde daarvan in de wereld verloren.

Een provincie van zowel Frankrijk als Duitsland. Dat roept ‘spoken’ uit het verleden op. Zeker in een jaar dat we herdenken dat we vijfenzeventig jaar geleden werden bevrijd van het zijn van een ‘Duitsche’ provincie. Wat verder terug, ten tijde van Napoleon, waren we een Franse provincie. Met de ‘kennis’ van nu, moeten we daar niets van hebben. Nu was het gebied waar wij wonen wel vaker een ‘provincie van’. Bijvoorbeeld van de Romeinen, de Franken, de Bourgondiërs, de Spanjaarden en delen van ons land ook nog van de Oostenrijkers en de Pruisen. Met het zijn van provincie hebben we genoeg ervaring.        

Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen. En ja, daar heeft Wiersma een punt, dat gebeurt ook binnen de Europese Unie. Sterker nog dat gebeurt ook binnen Nederland. Zo gebruiken de vier grote steden hun ‘macht’ om extra voordelen binnen te halen. Dat even ter zijde. Als er in 1814 wat anders was gesold, dan was het gebied waar ik woon al een Duitse ‘provincie’. Was er na 1830 wat anders gesold dan was ik Belg geweest. Maar ja, dat was dan wellicht ook een Duitse, Franse of eigenlijk Britse provincie. Want Die Britten garandeerden de Belgische neutraliteit. Als Nederland haar zin had gekregen na afloop van de Tweede Wereldoorlog dan voetbalde Borusia Mochengladbach is de eredivisie. Dan had de grens een kilometer of veertig oostelijke gelegen. Maar ja, Nederland was machteloos er werd mee gesold.

Als het verleden iets laat zien dan is dat machthebbers sollen en dat grenzen tijdelijk zijn. Ook de huidige. Trouwens het verleden laat nog iets zien. Namelijk dat Nederland ook zonder de Britten in de Europese samenwerking kon. De Britten werden immers pas in 1973 lid. Nederland was er al vanaf het begin bij. 

Uitgelicht

Scheuren en besturen

Ik heb pech lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Ja echt waar! Het staat er echt: “Automobilisten hebben pech! Maximum snelheid snelwegen naar beneden voor stikstof.” Wat is er aan de hand? De eerste alinea van het artikel licht het toe: “De invoering van de maximumsnelheid naar 130 km/u overdag op de A2 tussen Maarssen en Holendrecht is de komende tijd van de baan. Op vier andere snelwegen gaat de maximumsnelheid ook naar beneden.” 

Bron: Wikipedia

Nu zijn dat plekken waar ik als automobilist zelden tot nooit kom. Dus met mijn ‘pech’ zal het wel meevallen. Bovendien scheur ik zelden 120 laat staan 130 km/u. Ervaring heeft mij geleerd dat op de snelweg rijden het meest soepel en ontspannen gaat als je tussen de 100 en 110 km/u rijdt. Trouwens, niet alleen het meest soepel en ontspannen, maar ook veel zuiniger. Dit allemaal zonder dat het me bijzonder veel meer tijd kost. De meeste tijdwinst die je behaalt door 130 km/u te rijden, verlies je weer als je de snelweg verlaat en de verkeerslichten, rotondes en drempels treft.

Tot zover mijn pech. Nu even naar iets anders in dit bericht. Naar de oorzaak van de snelheidsverlaging. Volgens de auteur van het artikel, Bart Reijmerink, is ‘stikstof’ de oorzaak. Volgens mij is ‘de stikstof’, net als bij al die bouwprojecten die nu moeten worden stopgezet, niet de oorzaak maar de aanleiding. Het lijkt mij sterk dat ‘de stikstof’ iets verbiedt. Daartoe is de stof niet in staat, die kan ons geen verboden opleggen. De stof kan zich niet eens uiten. Daarom moet de oorzaak elders liggen. Stikstof is daarmee hooguit de aanleiding.

Wat zou dan wel de oorzaak kunnen zijn? Het artikel meldt dat: “de overheid niet zomaar iets kan beslissen wat tot een verhoging van de stikstofuitlaat,” leidt. Dat heeft de hoogste bestuursrechter uitgesproken. Dan is die de oorzaak! Ho, ho dat gaat iets te snel. De hoogste bestuursrechter toetst besluiten aan de wetten, die maakt ze niet. Dus de wet is de schuld! Wie heeft die wet vastgesteld? Dat heeft de volksvertegenwoordiging, de Tweede en Eerste Kamer, gedaan. Dan zijn die de oorzaak!

Ja, de volksvertegenwoordiging is de oorzaak. Maar er is een mede oorzaak: de regering. Want de regering stelt wetten voor die de volksvertegenwoordiging vast kan stellen. Dezelfde regering die besluiten neemt om de snelheid te verhogen. En als iemand zich aan de wet moet houden dan zijn het de bestuurders van overheden, het Rijk, de provincies, gemeenten en de waterschappen. De bestuurders van een gemeente heten niet voor niets wethouders. 

Uitgelicht

Punk en de boerka

In mijn jeugd, ja dat is lang geleden, vierde punk hoogtij. Punks waren in zwart geklede jongelui met allerlei ijzerwerk in en aan het lichaam. Een hanenkam op het hoofd en als aanhangers van het anarchisme wezen zij onze huidige samenleving af. De echte tenminste want voor de meeste van hen was het gewoon een manier om zich tegen hun ouders af te zetten. Zij waren enkele jaren punk, gingen vervolgens naar de kapper, legden het ijzerwerk af en gingen op in de menigte waartegen ze zich zo hadden afgezet. Een anarchist verzet zich tegen opgelegd gezag. Opgelegd gezag door individuen maar ook door de overheid. Een anarchist verwerpt democratie omdat het individu hierdoor gezag boven zich krijgt. 

Bron: Wikipedia

Waarom dit uitstapje via de punk naar het anarchisme? Ik maak dit uitstapje vanwege het meest besproken kledingstuk van de afgelopen periode, de boerka. Die boerka moet worden bestreden. Waarom? Omdat, zoals Martin Sommer het in de Volkskrant schrijft: “de boerkadraagsters een islam aan(hangen) die deze samenleving radicaal afwijst, zo niet daar actief tegen ten strijde trekt.” Daarom is Sommer: “voor een antiboerkawet maar het exemplaar dat we nu hebben, is een misbaksel.” Dit terwijl er nooit iemand vroeg om een verbod op ‘hanenkammen’.

Het is mij een raadsel hoe een beperkt verbod op een kledingstuk bijdraagt aan het bestrijden van een ideologie die onze samenleving radicaal afwijst. Zelfs bij een algeheel verbod kun je die vraag stellen. Die ideologie zit in de hoofden van mensen, de boerka erom. Tenminste bij het vrouwelijke deel van de aanhangers ervan. Als tegenstander van onze samenleving maken ze zich zo bekend en isoleren ze zich van de rest. Zij wijzen de samenleving af en een groot deel van de samenleving hen. Bovendien is het zo makkelijk om hen in de gaten te houden, zou ik denken. 

De vrijheid om te denken wat je wilt en je mening te uiten is een belangrijk goed in onze samenleving. Ook het denken dat het allemaal anders moet en het afwijzen van het bestaande hoort onder die vrijheid. Dat wordt anders als het denken wordt omgezet in geweldsdaden of het aanzetten daartoe. Dan wordt een grens overschreden en is het aan de overheid om op te treden en te straffen. De overheid treedt op tegen de daden, zij handhaaft de rechtstaat. 

Het is niet aan de overheid om op te treden tegen de woorden, tegen een ideologie. Dat is een taak van de samenleving, van haar inwoners, verenigingen, organisaties, partijen, media enzovoorts. Het is dus ook niet aan de overheid om een ideologie verwerpelijk te vinden. Dat die huidige wet een ‘misbaksel’ is, wordt erdoor veroorzaakt dat een klein deel van politiek Nederland via de wet symboolpolitiek wil bedrijven en een wat groter deel dat kleinere deel de wind uit de zeilen wil nemen. Daarom: “moesten de integraalhelmen en bivakmutsen erbij gesleept worden.” 

In een krachtige open democratische rechtstaat strijden ideologieën in een open debat met elkaar. De overheid ziet toe op het eerlijke verloop ervan. Door die strijd houden de uitersten elkaar in evenwicht. Geloven we nog wel in die kracht? Is het per wet verbieden van (symbolen van) een ideologie daarom niet een zwaktebod voor een open democratische rechtstaat? Duidt een ‘boerkawet’ niet op een gebrek aan geloof in de kracht ervan?

Uitgelicht

‘Opwarming door verkoeling’

‘Een stukje vlees kan ik wel op mij buik schrijven.’ Dat was wat ik dacht toen ik net terug van vakantie las dat we, om het milieu te redden en de planeet leefbaar te houden, toch echt moeten stoppen met het eten van vlees. Kranten en televisie-uitzendingen, neem Jinek van 12 augustus, worden volgeschreven, gepraat en gefilmd over dit onderwerp. Enige redding voor mijn stukje vlees is, zoals Max Pam in de Volkskrant schrijft, de wetenschap: “Er dient een koe te komen die niet meer ruft en nauwelijks nog bruine vlaaien bakt. Een schone, duurzaam gemodificeerde koe, die nog slechts een enkele keutel in landschap achterlaat.” Als we maar geen vlees meer eten dan komt het wel goed. Dus laat die vleestax maar komen! Of… .

Absurditeit ten top indoor ski in Dubai. Bron Flickr

Nu is het ‘morgen’ al 2030 en het vraagt een flinke gedragsverandering om iedereen ‘van het vlees’ af te krijgen. En zoals we uit ervaring weten, is het veranderen van gedrag zeer lastig. Stoppen met roken, nooit meer een wijntje of een lekkere pils of Weizen, dat ligt lastig. Om voor 2030 iedereen van het vlees af te krijgen, dat vraagt een flinke inspanning. Maar stel dat het lukt, wat dan?

Als we de cijfers van het Planbureau voor de Leefomgeving erop naslaan dan zien we dat die uitstoot in 2017 op net geen 200 Mton CO2-equivalent uitkwam. De landbouw neemt daar bijna eenzevende deel,  zo’n 28 Mton van voor haar rekening. Hiervan komt 20 Mton voor rekening van methaan, het gas dat de koetjes uitboeren en -poepen. Dat is wat we als land maximaal besparen als we geen vlees meer eten en het ook niet meer ‘produceren’. Produceren is in deze een wat vreemd woord, we hebben het immers niet over auto’s maar over levende wezens. Om tot de in Parijs afgesproken 55% reductie in 2030 te komen, missen we dan nog zo’n 90 Mton. Dan moeten er op andere plekken nog flinke slagen worden geslagen. Dan is er toch nog iets anders nodig.

Even naar die andere uitstoot kijken. “In Nederland komt het grootste deel van de CO2-uitstoot voor rekening van de grotere bedrijven. Maar ook binnen die groep zijn de verschillen erg groot. Ruim 50 procent van die uitstoot wordt veroorzaakt door maar tien bedrijven: energiecentrales, Tata Steel, Chemelot, Yara en de raffinaderij van Shell.” Zo publiceerde de NOS vorig jaar.  Maar wacht eens even, waarom beginnen we dan niet bij deze bedrijven? Nee niet door hen het land uit te drijven of het werken onmogelijk te maken. Nee, helpen om hun uitstoot fors te verminderen. Een gerichte inspanning met onze universiteiten en kennisinstituten en zo samen zoeken naar manieren om die uitstoot fors te verminderen, liefst tot nul. Die manieren kunnen we vervolgens ook beschikbaar stellen aan kleinere bedrijven en aan bedrijven in andere landen.

Zou die weg niet veel sneller tot een veel groter succes leiden? Een succes waar ook andere landen nog wat aan hebben? Dat moet toch tot de mogelijkheden behoren. Zeker als je bedenkt dat de elektriciteitssector weer ongeveer de helft van die uitstoot voor haar rekening neemt. Een deel daarvan kan zo worden vervangen door zonnecellen en windmolens. ‘Maar als de zon dan niet schijnt?’ Ja, daarvoor moeten we aan een oplossing werken en waterstof is daarvoor een goede kandidaat, ik schreef er al eerder over. Met een gezamenlijke inspanning van bedrijven en kennisinstellingen en liefst niet per land maar met alle landen samen, moet het mogelijk zijn om deze techniek binnen de tien jaar die ons nu nog resten, tot een succes te maken. De geschiedenis laat zien dat zoiets kan.  Zo ontwikkelden Westerse wetenschappers in de Tweede Wereldoorlog, binnen drie jaar een atoombom. Lukte het de Sovjets om vrij snel een satelliet, hond en een mens de ruimte in te schieten en lukte het de Amerikanen als antwoord daarop om binnen een jaar of acht op de maan te lopen.

Zouden onze politici niet leiderschap moeten toen door niet alleen uit te spreken dit te willen bereiken, maar er ook de middelen voor beschikbaar te stellen. En vooral, door die bedrijven aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, ook hun financiële verantwoordelijkheid. Maar ja, waar vind je dergelijke politici?

Moeten we dan als individu niets doen? Nee, natuurlijk moeten we verspilling voorkomen, kunnen een onsje minder vlees eten en kunnen we profiteren van de bovenstaande ontwikkeling. Die zorgt er immers ook voor dat we onze auto’s op waterstof kunnen laten rijden. En, als we wat verder in de uitstootcijfers duiken, dan zien we ook iets wat we kunnen laten. Naast CO2 en methaan dragen ook fluorhoudende gassen bij aan het broeikaseffect. En wat zien we daar? Het gebruik daarvan is sinds eind vorige eeuw fors afgenomen van bijna 14 Mton CO2-equivalent tot zo’n 2,5 Mton nu. Een succes, maar met een bijzonder randje. Het spul dat ervoor verantwoordelijk is, HFK of fluorkoolwaterstoffen, wordt gebruikt in de airco’s. Bijna de gehele tegenwoordige uitstoot komt voor rekening van ‘Gebruik koeling’ en de uitstoot hiervan groeit sinds begin deze eeuw fors. Bijzonder om te constateren dat we, om het erg cru te formuleren, ons individueel verkoelen door ons collectief te verhitten

Uitgelicht

Lukkassens ‘ingewikkelde helderheid’

“De overal voelbare uitsluiting brengt de realisten tot het inzicht dat zij het Hobbesiaanse tijdsgewricht moeten verwelkomen, als zij ooit nog inspraak willen hebben in de toekomst van hun land.” De laatste zin van een artikel van Sid Lukkassen bij TPO. Een bijzonder artikel. Bijzonder vanwege het denken van Lukkassen. Op dat ‘Hobbesiaans tijdsgewricht’, en wat we ons daarbij moeten voorstellen, kom ik later terug.

Leviathan, van Thomas Hobbes. Bron: Wikipedia

Laat ik vooraan beginnen. Lukkassen stelt: “vroeger was de elite nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultur en patriottisme, terwijl de arbeiders zich oriënteerden op de internationale klassenstrijd. Maar in de jaren negentig sloeg dit om… :”  Een analyse, zo zegt hij, van Pim Fortuyn die hij als een feit presenteert niet nader toelicht. Nu zien we tegenwoordig vaker dat beweringen van Fortuyn door zijn navolgers en aanhangers als een feit of  ‘waarheid’ worden gepresenteerd. Maar hoe feitelijk is dit feit of is dit een interpretatie? 

Neem de arbeiders en die internationale klassenstrijd. Op hét moment dat de arbeiders voor het internationale en tegen het patriotisme konden kiezen, kozen ze massaal voor het patriotisme. Dat moment kwam in de zomer van 1914 na het schot waarmee Gavrillo Princip een einde maakte aan het leven van Frans Ferdinand, de aartshertog van Oostenrijk. Als de arbeiders toen voor elkaar en dus voor internationale samenwerking hadden gekozen, dan was er wellicht geen oorlog uitgebroken die we nu de Eerste Wereldoorlog noemen. Immers zonder arbeiders geen miljoenen soldaten en geen fabrieken die wapens produceren. De arbeiders kozen toen voor patriotisme en dus voor het vaderland.

En aan de andere kant, hoe ‘nationaal georiënteerd, met een sterk besef van Leitkultuur en patriotisme’ was die elite? Een van de verwijten die de ‘elite’ wordt gemaakt is dat ze het land hebben ‘verkwanseld’ aan die vermaledijde internationale en vooral Europese samenwerking. Internationale samenwerking die juist een aanvang nam aan het einde van die Eerste Wereldoorlog: de Volkenbond werd opgericht. Niet meteen een succes maar wel een voorloper van de Verenigde Naties die na de ellende van de Tweede Wereldoorlog ontstond. Een periode waarin ook de Europese samenwerking een aanvang nam. Of was dit, immers ruim voor de jaren negentig, op initiatief van de  ‘internationalistische’ arbeiders.

Lukkassen vervolgt: “… bedrijven profiteerden van outsourcing en open grenzen, dus ook de elite werd zeer mobiel. De nieuwe elite was ‘wereldburger’ en identificeerde zich met transnationale instituties zoals de EU. Juist de arbeider bleef aangewezen op de directe leefomgeving – de werkende klasse werd nationalistischer en keerde zich tegen de open grenzen.”  Nieuwe elite wil zeggen dat er een wisseling van de wacht heeft plaatsgevonden. Dat de ‘oude’ elite is vervangen. Waarom zou die ‘oude’ elite grenzen openen als dat haar einde zou betekenen? Als zij door een ‘nieuwe’ zou worden vervangen?

Een alinea verder: “politieke correctheid (beknelt) de sociale mobiliteit (…) wat uitmondt in een nieuwe verzuiling met bijbehorende spraakcodes.” Wacht eens. Politieke correctheid leidt tot verzuiling? Maar waren het niet de jaren zeventig tot en met begin deze eeuw die door Lukkassen en anderen worden bestempeld als de hoogtijdagen van de ‘politieke correctheid’? De jaren dat Janmaat en zijn boodschap: “Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af,” verketterd werden. De jaren dat visionair Bolkenstein werd weggehoond. Jaren die culmineerden in de ‘demonisering’ van Pim Fortuyn. Laat dat nu juist de jaren zijn dat de zuilen ten graven werden gedragen. De jaren van grote sociale mobiliteit. De Jaren dat er geen ‘duivel’ meer sliep tussen ‘twee geloven op een kussen’. De jaren dat de kerken massaal leegliepen. 

Of is bij Lukkassen de wens de vader van de gedachte? Hij pleit immers geregeld voor het oprichten van een nieuwe zuil en dat doet hij ook weer in dit artikel. De: “Zuil van het nieuwe realisme, ook wel humanistisch realisme genoemd. Hier huist de gewortelde burgerij: soevereiniteit, vrij denken en de harde waarheid durven zeggen staan centraal.”  Let op de woorden waarmee Lukkassen deze zuil, waarvan hij de ‘bedenker’ is, beschrijft: ‘realisme’, ‘gewortelde burgerij’ en de ‘harde waarheid zeggen’. Woorden waarmee hij ook iets zegt over degenen die er volgens hem niet bijhoren. Dat zijn namelijk ‘idealisten’ die  ‘zweven’ want ongeworteld en die terugschrikken voor de ‘waarheid’ of erger nog, die de waarheid niet kennen. Uit die zuil moet, helaas voor het volk, de nieuwe elite (al weer een) komen: “een generatie onafhankelijke denkers opstaan die met elkaar de degens kruisen en opnieuw in gesprek gaan over de grote thema’s.” Maar hoe onafhankelijk zijn die ‘denkers’ als ze moeten opereren binnen de ‘Zuil van Lukkassen’?

En jawel hoor, dat is de beschrijving van een andere zuil, de grote tegenpool, de: “De linksliberale Zuil: de centrale denkbeelden zijn hier utopistisch denken vanuit ‘one-worldism’ en cultuurrelativisme. Dit is de Zuil van de mainstream media en het partijkartel. Het uitgangspunt is dat de wereld toegroeit naar broederschap en eenheid. Waar er botsingen tussen culturen optreden worden deze botsingen gerelativeerd of uit het nieuws gecensureerd.”  Die zuil: “vernietigt de mogelijkheid van een democratie gebaseerd op een inhoudelijke uitwisseling van argumenten.” Een zuil waarbinnen men denkt; “vanuit het slachtofferschap van kwetsbare groepen. Die groepen hebben in hun beleving een gezamenlijk vijandbeeld: dit is de Westerse man als kolonisator en burgerlijke kapitalist. Als je die ‘harde waarheid’ zegt, dan lig je eruit: “Gebruik echter woorden als ‘dobbernegers’ of ‘islamisering’ en je ligt er direct uit.” Als dit naast: “De islam (DENK, Diyanet)” en “Het christendom (Biblebelt, Reformatorisch Dagblad)” de smaken zijn waaruit je kunt kiezen, dan lust ik geen enkele van die ‘maaltijden’.

Die Nieuwe Zuil is: “het best te begrijpen als een reddingsboot.” Een reddingsboot die: “qua economisch verkeer en sociale samenhang sterk genoeg is om op eigen benen te staan.” Probleem voor de Zuil van Lukkassen is dat de vertegenwoordigers van zijn ‘nieuwe zuil’ in niet aanbod komen: “Vandaag moeten we constateren dat er een brede flank is ontstaan van partijen en bewegingen die hoe dan ook worden uitgesloten van tastbare invloed. .… Zo vernietigt men de legitimiteit van verkiezingen en van de democratie.”Daarom adviseert Lukkassen om (…) lak te hebben aan het grote deugen en ook te praten over zaken als immigratie, integratie, islam en identiteit. Nu zal de ironische linksmens zeggen: “Het gaat al jaren nergens anders over”. Maar het probleem is juist dat de klasse die hierover spreekt onder de vierde Zuil valt, en dus is uitgesloten van de beleidsmachine. Die situatie zal veranderen –  als dit niet gaat met brieven en debatten, dan moet het maar vanaf de straat.” Nu is het winnen van verkiezingen in Nederland nooit een garantie geweest voor deelname aan een regering. De oude CPN, de Boerenpartij, de SP en ook GroenLinks zijn daar net als de FvD voorbeelden van. Dat wil echter niet zeggen dat degenen die niet tot de regering behoren geen macht hebben. Neem de omgang met vluchtelingen. Daar hoor je nu politici van VVD, CDA en PvdA huizen dingen zeggen en beleid steunen dat hun voorgangers zich doet omdraaien in hun graf. Dit allemaal onder invloed van de ‘Zuil van Lukkassen.

Want het duurt niet lang: “totdat de democratie totaal ontspoort en een totalitair karakter krijgt.” En: “Op dat moment moet de Nieuwe Zuil voldoende ‘hardheid’ bezitten, oftewel standvastigheid, om deze totalitaire besluiten naast zich neer te kunnen leggen en weerbare tegendruk te kunnen bieden.”  Wordt, en daarmee kom ik terug op het “Hobbesiaanse tijdsgewricht’ dat de Zuil van Lukkassen moet verwelkomen, de democratie totalitair of zou het kunnen dat Lukkassen moeite heeft met de uitkomst van het democratische debat? Zegt Lukkassen hier niet eigenlijk: ‘als we onze zin niet krijgen, dan beginnen we een burgeroorlog?’

‘Nee, niet wij, jullie zijn begonnen,’ werpt Lukkassen tegen: “Fortuyn en Theo van Gogh zijn uit de weg geruimd; Wilders leeft al jaren onder zware beveiliging en dat zijn we gaan aanvaarden als min of meer normaal. Zijn uitspraken over de islam krijgen meer politieke en morele veroordeling dan het feit dat die beveiliging überhaupt nodig is. Onder de dreiging van geweld is zijn cartoonwedstrijd wel afgelast. Cabaretiers maken geen grappen meer over Mohammed. Edwin Wagensveld werd opgepakt voor het dragen van een varkensmuts, hoewel daar geen wettelijk precedent voor bestaat. Schooldirecties dwingen leraren om zich te verontschuldigen voor het tonen van een spotprent van Charlie Hebdo, al dient de prent om discussie los te maken.” Een indrukwekkende opsomming van gebeurtenissen, maar wat is het verband ertussen? Is dit, zoals Lukkassen lijkt te suggereren, ‘bewust’ beleid van de ‘Links liberale zuil’? Een complot? En wat adviseert Lukkassen ons als je iemand tegenkomt die in complotten gelooft? (O)p dat moment verlaten we het gesprek en treden we toe tot de natuurtoestand. Dan is het conflict niet meer met woorden, maar wordt het conflict fysiek. In Oud-Nederlands: wie niet horen wil, moet maar voelen.” Een advies dat de Ballonnendoorprikker afraadt. Afraadt omdat hij niet in complotten gelooft maar ook een ander niet zijn recht omdat wel te doen, wil ontzeggen en geweld afwijst. Als deze mens immers gelukkig is met zijn ‘complot’ wie ben ik dan om dat geluk ‘af te nemen’. 

“Clarity is the ultimate sophistication,” aldus het motto van Lukkassen. “Ieder maakt zijn eigen regels en dus zijn er geen regels. Iedereen is soeverein over zijn eigen leven – alles is geoorloofd,” beschrijft hij terecht als kenmerken van een Hobbesiaanse tijdsgewricht’. De ‘clarity’, “Helderheid, duidelijkheid” die Lukkassen geeft is niet erg sophisticated, “subtiel, verfijnd of ver ontwikkeld” aldus de eerste vertaling van het woord sophisticated. Het komt gewoon neer op pakken wat je pakken kunt. Hoe “wereldwijs, ontwikkeld”, de tweede betekenis van het woord, is het complotdenken waarvan hij blijk geeft? Een ingewikkeld complot verpakt in ronkend en bombastisch taalgebruik. En laat nu “ingewikkeld” de derde betekenis van sophisticated zijn. Alleen ‘verkoopt’ dat in de Nederlandse vertaling wat minder: ‘helderheid is de ultieme ingewikkeldheid’.  


SP logica

Vandaag mogen we naar de stembus om onze vertegenwoordigers in het Europees parlement te kiezen. Bij Joop een schrijven van drie personen,  Sara Murawski, Geert Ritsema en Remine Alberts, die namens de SP ons in dat parlement willen vertegenwoordigen. De drie, maken zich zorgen over de, in hun en ook mijn ogen, te ver doorgeschoten marktwerking. Zij pleiten: “voor een nieuw Europees verdrag, waarin de interne markt begrensd wordt, nationale staten en de lokale democratie weer meer zeggenschap krijgen over de economie, en sociale rechten en het milieu altijd voorrang krijgen op de vrije markt. Want daar waar de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan, delven mensen, dieren en het milieu het onderspit – ook in onze prachtstad.” Die stad is hun woonplaats Amsterdam. Toch is er op hun redenering het nodige aan te merken.

“De steeds verdergaande economische integratie in de EU zorgt ervoor dat de sociale ongelijkheid tussen mensen groeit doordat overheden en gemeentes steeds minder ruimte hebben om in te grijpen in de markt.” Aldus de drie. Inderdaad zien we in Europa verdergaande economische integratie en toenemende sociale ongelijkheid. Dat betekent echter niet dat er ook een causaal verband is tussen die twee gebeurtenissen. Dat, zoals zij beweren, die integratie die ongelijkheid veroorzaakt. Een voorbeeld, de Verenigde Staten zijn altijd al een geïntegreerde economie en ook daar neemt de ongelijkheid toe. Als het verband van de drie opgeld doet, dan zouden de VS economisch moeten ‘desintegreren’ om de economische ongelijkheid te verkleinen. Het vreemde is dan wel dat het land in de eerste dertig jaar na de Tweede Wereldoorlog veel ‘gelijker’ was dan nu en dat de ongelijkheid sindsdien toeneemt zonder verdere integratie. 

Inderdaad delven mensen, dieren en het milieu het onderspit als de vrije markt ongestoord haar gang kan gaan. Meer zeggenschap voor nationale staten en lokale democratie is volgens de drie de oplossing. Het verleggen van de zeggenschap van Europa naar land en lokaal, zoals drie beweren, is geen oplossing hiervoor. Die kleinere schaal is echter geen ‘garantie’ tegen ongebreidelde marktwerking. Ook kleine democratieën kunnen ten prooi vallen aan het neoliberale economische denken. Sterker nog, zou de door de SP-ers bepleiten ‘versnippering’ werkelijk effectief kunnen optreden tegen de de Googles, Facebooken maar ook de Shells, Volkswagens en Morgan Stanleys van deze wereld? 

“Of het nu gaat om de post, het spoor of onze energiebedrijven, al deze zaken zijn onder druk van de liberaliseringsmachine die Brussel is geworden geprivatiseerd – met alle gevolgen van dien.” Beste SP-ers, liberaliseren is wat anders dan privatiseren. Liberaliseren betekent het openstellen van een markt voor andere partijen. De keuze om een staatsbedrijf te privatiseren, staat daar los van. Die keuze wordt niet in Europa gemaakt, maar in Nederland. Andere landen binnen dezelfde EU zijn nog steeds eigenaar van energiebedrijven. Zo is het Zweedse Vattenfall voor 100% eigendom van de Zweedse overheid en is de Franse staat nog steeds de trotse bezitter van spoorbedrijf SNCF, net als trouwens de Nederlandse staat eigenaar is van de NS. 

De drie gaan verder: “Hetzelfde geldt voor belangrijke dienstverlening die gemeentes organiseren voor hun inwoners: het aangaan van lange-termijn relaties met bijvoorbeeld een betrouwbare thuiszorginstelling of een schoonmaakbedrijf is er niet meer bij, omdat gemeentes verplicht zijn om aan te besteden. Dit is vaak echter helemaal niet in het belang van de mensen die afhankelijk zijn van deze instellingen en juist behoefte hebben aan stabiliteit en een langdurige relatie. Zo pakt goedkoop vaak uit als duurkoop, ten koste van de meest kwetsbaren.” Ook hier is het niet de Europese Unie die de keuze maakt om van bijvoorbeeld de thuiszorg of de zorg voor de jeugd een markt te maken. Die keuze maken de gemeenten zelf. Maar als je de keuze maakt om er een markt van te maken, dan gelden ook de Europese regels voor de markt. Neem bijvoorbeeld de zorg voor de jeugd waar we in Nederland een ‘markt’ van hebben gemaakt. Binnen de EU laat ons buurland Duitsland zien dat het ook anders kan. De zorg voor de jeugd is daar belegd bij het Jugendamt, een onderdeel van de Kommunalverwaltung en dus een overheidsdienst. 

Beste SP-ers, zoals gezegd deel ik jullie zorgen over de doorgeschoten marktwerking. De Europese Unie is hiervan echter niet de oorzaak nog een hinderpaal bij het oplossen ervan. De oorzaak is te vinden in de hoofden van jullie, de politici die namens ons de keuzes moeten maken. Jullie kunnen andere keuzes maken, in gemeente en provincie en het Europese Parlement maar vooral in de Nederlandse Staten Generaal. Want de belangrijkste en grootste invloed loopt nog altijd via onze regering. Sterker nog, het is niet Europa dat het landsbeleid bepaalt maar het zijn de landsregeringen die het Europese beleid bepalen.