Uitgelicht

Een middagje fröbelen

De ingekorte procedure van de ind is dan ook niet zomaar een technische ingreep om zijn straatje schoon te vegen. Het past in een ontwikkeling waarbij rechters verantwoordelijk worden gemaakt voor de dingen waar de politiek vanaf wil. Zozeer zelfs dat de ind zich al op voorhand afmeldt voor de rechtszaken die komen.” Dit concluderen Doris Janssen en Sascha Pimentel in een artikel in de Groene Amsterdammer. Een stevige conclusie maar niet stevig genoeg. In een recente prikker betoogde ik dat er bij het asielbeleid sprake is van rationele irrationaliteit. Dat er beleid wordt gemaakt en maatregelen genomen die binnen het denkframe van de makers rationeel zijn maar die tot irrationale resultaten leiden, namelijk tot een samenleving die in groepen uiteenvalt terwijl het doel is om segregatie tegen te gaan. Die resultaten leiden tot boosheid, radeloosheid en fanatisme en dat de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en Keijzers van tegenwoordig die boosheid, de radeloosheid en het fanatisme opstoken voor eigen gewin. De nieuwe plannen van de IND waar De Groene Amsterdammer over schrijft, getuigen nog steeds van dezelfde rationele irrationaliteit. Maar het gaat nog verder: de regering zet de sloophamer in de fundamenten van de rechtsstaat.

Die recente Prikker was een derde in een reeks over het asielvraagstuk. In de eerste toonde ik aan dat VVD-fractievoorzitter Brekelmans maar de halve waarheid vertelt en het deel dat niet in zijn kraam te pas komt verzwijgt. In de tweede bekritiseerde ik de prioriteiten die er met betrekking tot asiel worden gesteld. Zo wordt er veel tijd besteed aan ‘het sneller ongewenst verklaren’ van criminele asielzoekers. Dit terwijl de echte problemen die de asielketen verstoppen niet worden aangepakt.

In die eerste twee Prikkers schreef ik dat de IND er nu gemiddeld 97 weken over doet om een besluit te nemen. Dit terwijl de wet er een termijn voor stelt van 26 weken. Dit is een belangrijke reden waarom er zoveel opvangplekken voor asielzoekers nodig zijn. Volgens de nieuwe plannen gaat die beslistermijn terug naar twee weken. De oude procedure is te rigide en gedetailleerd, aldus Sander Kalwij van de IND: “Die was tot in de puntjes vastgelegd in de wet’. Wij wilden meer flexibiliteit.” De aanpassingen behelzen onder meer dat de asielzoeker zelf zijn aanvraag via een tablet indient. Een prachtige vinding. Probleem is alleen dat als de aanvragers van asiel een beetje op de Nederlander lijken, dan hebben ongeveer 3 miljoen mensen in de leeftijd tussen 17 en 75 beperkte basisvaardigheden voor wat betreft, lezen, schrijven en digitale vaardigheden. Dit ondanks het feit dat (bijna) iedereen in Nederland tot en met het zestiende levensjaar onderwijs heeft gevolgd. Dat kan niet worden gezegd van de landen waar de asielaanvragers vandaan komen. Of dan ‘zelf invullen op een tablet’ de beste manier is om een aanvraag in te dienen, is uiterst twijfelachtig.

Als tweede wordt het aantal gesprekken (de zogenaamde gehoren) met de IND teruggebracht van twee naar één. In zo’n gehoor moet de aanvrager onderbouwen waarom hij of zij gevaar loopt in het land van herkomst. Ook wordt de voorbereiding van het gehoor, dat bestond uit voorlichting door Vluchtelingenwerk en begeleiding door een asieladvocaat net als de medische controle om te zien of de aanvrager medisch wel in staat is tot het voeren van zo’n gesprek, geschrapt. Zaken die juist waren toegevoegd om zorgvuldigheid van de procedure te verbeteren. Dat is vragen om ellende. Het gaat dus zo worden dat de aanvrager op kantoor komt bij de beslismedewerker van de IND. Alleen weet de aanvrager niet wat de rol en functie van die medewerker is, wat het doel van het gesprek is, wat er van hem of haar wordt verwacht, welke zaken meegenomen moeten worden als mogelijk bewijsmateriaal enzovoort. Dit moet ertoe leiden dat er binnen twee weken op een aanvraag wordt beslist. Om dat te kunnen halen, moet het ‘voornemen’ worden geschrapt. Het voornemen is dat de beslisser de aanvrager verteld wat het besluit gaat worden en op basis van welke informatie. Mocht de informatie niet kloppen of er aanvullende informatie zijn, dan kon die nog worden ingebracht en dat zou tot een ander besluit kunnen leiden. Dat is vragen om ellende.

Wie het niet eens is met het krakkemikkig genomen besluit, kan de gang naar de rechter maken. Die zal de IND eerst op de vingers tikken omdat ze de wettelijke procedure niet heeft gevolgd. De Algemene wet bestuursrecht, en dan vooral artikel 4:7, verplicht de overheid om, voordat een aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de aanvrager in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te brengen als de afwijzing steunt op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt. De rechter zal hieraan toetsen en zal concluderen dat er geen sprake is van een besluit als bedoeld in het vierde hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht. Hij zal de IND de opdracht geven om eerst maar eens een besluit te nemen volgens de juiste procedure.

Als de IND dan in tweede instantie wel een besluit heeft genomen volgens de wettelijke procedure en het komt weer voor de rechter, dan zal de rechter gaan bekijken of de aanvrager wel voldoende op de hoogte is van wat er in de verschillende stappen van het proces van hem of haar wordt verwacht. Of de aanvrager wel in (medisch) staat was voor een ‘gehoor’. De asieladvocaat zal de rechter hierop attenderen als dat in de ogen van hem of haar niet het geval was. De kans is dan groot dat de rechter het genomen besluit nietig verklaart en de IND opdraagt om de zaak nog maar eens opnieuw te beoordelen en het gehoor opnieuw te voeren.

“Of als een asielzoeker ons wil attenderen op iets dat we niet goed hebben onderzocht, of met een document komt dat we niet hebben betrokken,” dat gesprek kan volgens Kalwij best in de rechtbank worden gevoerd. “Veel mensen zien het als een stap terug, maar wij denken dat het meer snelheid brengt. Wij hoeven gewoon een stap minder te doen.” Ja, de IND vraagt een ander om die stap voor haar te zetten. Iemand anders moet het werk doen. De IND gaat, zo zegt ze, dossiers die aan de rechter worden voorgelegd nog eens goed beoordelen op het goed beargumenteren van de afwijzing. Mocht dat niet het geval zijn, dan trekt de IND de beslissing in. Alleen hebben de rechtbank en de asieladvocaat dan wel al tijd en energie in de zaak gestopt.

Het afschaffen van het voornemen was al lang een wens van ons. Geen enkel ander EU-land heeft een voornemen,” zo betoogt Kalwij. Dat geen enkel land het heeft, is geen reden om het af te schaffen. Net zoals een ‘wens’ van de uitvoeringsdienst geen reden is om iets af te schaffen. Dan toch even voor Kalwij, de IND en het kabinet: jullie kunnen het voornemen niet afschaffen. Jullie moeten de wet volgen en de wet met betrekking tot overheidshandelen is de Algemene wet bestuursrecht en het erin opgenomen ‘voornemen’. Wat jullie willen kan alleen als jullie die wet aanpassen. Dat kan, maar dat heeft grote gevolgen voor alle overheidsbesluiten. Daarmee wordt zorgvuldigheid van besluiten geofferd. Maar geofferd voor wat? Afschaffing van dit artikel zal leiden tot een flinke toename aan bezwaren en dus veel meer werk voor de rechterlijke macht.

De IND zal bij veel van die rechterlijke zittingen verstek laten gaan. Dat doet ze nu ook al niet maar dat zal met meer zittingen alleen maar vaker voorkomen. Gevolg hiervan is dat de voorgang van een zaak bij bij de rechter wordt gefrustreerd omdat vragen aan de IND niet direct worden beantwoord. “De rechter kan dan bijna niet anders dan de zaak weer terugsturen naar de ind,” zo lees ik in het artikel, waarna het nog een keer bij de rechter komt. De rechter zou er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om in zo’n geval de bezwaarmaker in het gelijk te stellen dat de aanvraag onterecht is afgewezen en dus de aanvrager de verblijfstatus te geven.

De uitvoerende macht verzaakt haar werk en wil dat de rechtsprekende macht dat verzaken oppakt. De uitvoerende macht wil zich niet aan de door de wetgevende macht opgestelde wet houden en de kans is groot dat een flink deel van de wetgevende macht het daar ook nog mee eens is. Hier wordt de sloophamer gezet in de fundamenten van onze rechtsstaat. Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Nederland kent een Rule by Law rechtsstaat. Maar dat was niet altijd het geval. Dat is een traject geweest wat jaren heeft gekost. Afwijkingen van regels hebben de neiging om ‘regels’ te worden. ‘Dat ene geval’ wordt een precedent waarop in een volgend geval een beroep wordt gedaan en zo raken we van de regen in de drup. De regering wil die kant en zet onze Rule by Law rechtsstaat op het spel vanwege een, om oud-premier Schoof aan te halen, ‘gevoelde crisis’ opgeofferd.

Dezelfde ratio die tot de huidige irrationele situatie heeft geleid, wordt nog steeds gevolgd. De resultaten zullen irrationeel zijn en nog schadelijker dan ze nu al zijn. En de Wildersen, De Vossen, Markuszowers, Keijzers en ik voeg er ook maar de Eerdmansen aan toe, zullen in hun handen knijpen want de reeds gezaaide boosheid, de radeloosheid die ze voor eigen gewin hebben opgestookt, kunnen ze verder blijven opstoken en onze samenleving zal verder uit elkaar vallen.

“‘We hebben een middag op het ministerie bij elkaar gezeten over wat er sneller en beter kon. Daarna hebben wij een ontwerp gemaakt dat al snel is overgenomen.” Ik weet niet met wie Kalwij die middag samen zat, maar als dit het resultaat is, dan is deelname aan dat middagje fröbelen reden voor ontslag.

Uitgelicht

Aanleiding en oorzaak

Op 28 juni 1914 vermoordde Gavrilo Princip, een lid van de Servisch nationalistische groep Zwarte Hand, de Oostenrijkse aartshertog Franz Ferdinand en zijn vrouw Sophie. Die moord wordt alom gezien als de aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog. Een maand later, op 28 juli 1914 begon het vechten met de Oostenrijkse invasie van Servië. Die moord was echter niet de oorzaak voor het uitbreken van die oorlog. Aanleiding en oorzaak kunnen hetzelfde zijn, dat hoeft echter niet. Ik moest hieraan denken bij het lezen van een artikel van Jesse Frederik bij De Correspondent. Een artikel over de reden waarom mensen op radicaal en extreem rechtse partijen stemmen.

“Omstandigheden die iets onmiddellijk teweegbrengen of ten gevolge hebben,” de definitie die de Van Dale geeft voor aanleiding. Dezelfde Van Dale geeft:”datgene wat noodzakelijk een zeker gevolg met zich meebrengt (voor zover iets anders dit niet belet), met betrekking tot dat gevolg” als definitie voor oorzaak. Princips daad was de omstandigheid die onmiddellijk tot oorlog leidde. De oorzaak van de oorlog moet veeleer gezocht worden in de rivaliteit tussen de imperialistische Europese grootmachten. Grootmachten die zich via overeenkomsten in twee blokken hadden verenigd. Het Duitse keizerrijk dat zijn plek onder de ‘koloniale’ zon wilde en de rivaliteit met de Britten op zee wilde aangaan. De Britten die de Duitse ambities vreesden en zagen dat ze industrieel door de Duitsers waren overvleugeld. De Duitsers die de Russen vreesden. Dat veel grotere en volkrijkere land was zich aan het industrialiseren en zou in de nabije toekomst de Duitsers voorbij streven, zo vreesden de Duitsers. De Fransen die op wraak zinden voor de nederlaag van 1870 en de toen verloren gebieden Elzas en Lotharingen terug wilden. Het nationalisme van verschillende volkeren op de Balkan, de Serven voorop, bedreigden de Oostenrijk-Hongaarse veelvolkerenstaat. Om maar een paar van de oorzaken te noemen. Nu terug naar Frederiks artikel.

Een artikel waarin Frederik de verklaring voor de groei van radicaal en extreem rechts zoekt in migratie. Hij gebruikt hierbij het boek De Symfonie van onvrede van Catherine de Vries als contrapunt. De Vries houdt een pleidooi voor een nabije overheid. “Er is ,” zo betoogt De Vries, “geen tekort aan staat maar aan nabijheid van de staat.”1 Want:“Een nabije overheid is geen luxe, het is een productiefactor, net zo essentieel voor een gezonde economie als kapitaal en arbeid,”2 aldus De Vries: “Nabijheid is dus geen verlangen naar vroeger tijden maar een strategische voorwaarde voor een samenleving die wil groeien, wil vernieuwen en zichzelf opnieuw wil uitvinden.”3 En de overheid is niet meer nabij: “ door de politieke keuzes van middenpartijen het afschudden van ideologische veren, de uitverkoop van de staat aan de markt en het herdefiniëren van de kiezer als consument,”4 drijft mensen in de armen van radicaal rechts. Zo betoogt De Vries. Frederik hierover: ik ben sceptisch over dit genre kiezersduiding. Wanneer iemand op PRO stemt omdat die zich zorgen maakt over het klimaat, dan vinden we dat volstrekt vanzelfsprekend (niemand die er iets achter gaat zoeken). Maar als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst!’, dan bedoelen ze opeens: ‘Mag de huisartsenpost weer open?’ Is dat niet een beetje vergezocht?”

Inderdaad als mensen zeggen ‘Nederlanders eerst’ en dat als reden aandragen voor een stem op een radicaal of extreem rechtse partij, dan geloof ik meteen dat ze op die partij stemmen vanwege het immigratieonvriendelijke standpunt van die partij. Dus Frederik heeft gelijk? Ja, hij heeft gelijk.

Maar, om Frederiks collega Simon van Teutem aan te halen: ‘Vraag mensen of het een slecht jaar was voor hen en hun familie, en slechts een minderheid knikt instemmend. Vraag diezelfde mensen of het een slecht jaar was voor hun land, en de meerderheid antwoordt met een somber ja, zoals de grafiek hieronder laat zien.” ‘Met mij gaat het goed met ons slecht.’ Dit ondersteunt het betoog van De Vries. De overheid is immes ‘onze’ vertegenwoordiger. Dus De Vries heeft gelijk? Ja, ook zij heeft gelijk.

En daarmee ben ik bij de reden waarom ik aan Princip en de Eerste Wereldoorlog moest denken. Geeft Frederik niet de aanleiding voor de groei van radicaal en extreem rechts en De Vries de oorzaak? Frederik:“In 1994 vond iets meer dan de helft van Nederland dat we meer asielzoekers moeten terugsturen dan toelaten, in 2023 vond 63 procent dat.” Een kleine groei, maar daar gaat het mij niet om. Het gaat mij erom dat dit standpunt in 1994 niet leidde tot meer dan veertig zetels voor extreem en radicaal rechtse partijen. De extreem rechtse Centrum Democraten van Janmaat die een antimigratiestandpunt verkondigden (‘als wij aan de macht komen dan schaffen we de multiculturele samenleving af’) haalden in dat jaar wel geteld drie hele Kamerzetels. Waarom toen drie en nu meer dan veertig. Waarom, en daar komt het tweede cijfers, baseerde: ‘Maar liefst 35 procent van de kiezers (…)bij de verkiezingen in 2023 (…)hun stem vooral (…)op het onderwerp migratie,” en was dat in 1994 niet het geval?

Volgens Frederik:”hoeft (het) niet per se te verbazen dat in een vertegenwoordigende democratie populaire standpunten vroeg of laat vertegenwoordigd worden. Zeker als die standpunten – bijvoorbeeld: door de komst van meer asielmigranten naar Europa – in het hoofd van veel kiezers relevanter zijn geworden.”Dat hoeft inderdaad niet te verbazen. Het roept echter wel vragen op. Hoe komt het dat politici zich vooral op dit thema focussen? Is het thema dominant geworden omdat er kiezers te halen waren, of werd het thema dominant gemaakt en stroomden daarna de kiezers toe? Maar vooral waarom werd dit thema dominant?

De ‘vreemdeling’ of ‘de ander’ is altijd een welkome schuldige in tijden van onzekerheid. Hitler behaalde pas resultaat na de economische crisis van 1928. Pas toen vele Duitsers alles kwijtraakten en de regering machteloos naar de ‘markt’ keek vond zijn retoriek met de joodse medemens als zondebok ingang bij een groot deel van het volk. Pas toen duidelijk werd dat de Weimar Republiek geen mogelijkheden had en zag om de gewone Duitser te helpen en ondersteunen werd het ‘niet nabij zijn’ een probleem.

Van ‘alles verloren hebben’ is nu geen sprake. Met ‘mij’ gaat het immers goed, met ‘ons’ niet zo. Maar die ‘ik’ is wel bang om ‘te verliezen wat ‘ik’ heb’ en ‘ik’ twijfel eraan dat ‘wij’, de overheid er dan is om mij te helpen. ‘Ik’ twijfel eraan omdat die ‘ik’ al vier decennia van ‘ons’, de overheid, te horen krijg dat ‘ik’ verantwoordelijk ben voor mijn eigen geluk en succes en dus ook voor mijn eigen ongeluk en succesloosheid. Ik schrijf bewust succesloosheid en niet falen omdat het niet hebben van succes iets anders is dan falen. En ‘ik’ zie al vier decennia dat multinationale – en later techbedrijven niets in de weg wordt gelegd om ‘mij’ uit te buiten. ‘Ik’ zie, tenminste een deel van de ‘ikken’, dat het klimaat verandert en dat ‘ik’ daarvoor verantwoordelijk wordt gemaakt terwijl de grote vervuilende bedrijven buiten schot blijven. ‘Ik’ zie, net als de Duitser van eind jaren twintig van de vorige eeuw, een regering die machteloos is omdat ze zichzelf machteloos laat maken door mensen die denken dat alle zegeningen van de markt komen. Dit terwijl een sterke markt niet zonder een sterke overheid kan.

‘Ik’ zie dit alles. En ‘Ik’ hoor ook al bijna vijftig jaar dat er politici zijn die ‘anderen’ de schuld geven. Politici zoals Janmaat en Frits Bolkestein die terecht constateren dat: “Het ontstaan van zwarte scholen (…) te betreuren,” omdat: “Gescheiden scholen (…) immers voorbodes van een gescheiden samenleving,” zijn. Maar die er vervolgens niets aan doen behalve dan ‘de ander’ de schuld te geven: “Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Politici die, te beginnen met Pim Fortuyn, navolgers hebben gekregen die ervoor hebben gezorgd dat dit het onderwerp was dat alle andere overschaduwde en er alles aan deden om het niet op te lossen. Sterker nog, er alles aan doen om het te verergeren. Dit om af te leiden van de zelf gekozen hulpeloosheid om problemen echt op te lossen. Om bijvoorbeeld de door Bolkestein al gesignaleerde segregatie op te lossen door artikel 23 van de Grondwet aan te passen en ieder kind hetzelfde openbaar onderwijs aan te bieden. Om het stikstof probleem op te lossen door de landbouw echt te hervormen en milieu- en dus toekomst bestendig te maken. Om het woningprobleem op te lossen door als overheid zelf woningen te bouwen. Om het probleem van de toenemende ongelijkheid in vooral vermogen recht te trekken door het belastingstelsel te hervormen en rendement uit en het doorgeven van vermogenveel zwaarder te belasten. Om de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech op te lossen door als overheid een eigen informatietechnologie infrastructuur te bouwen. Dit liefst in Europees verband. En nu ik het toch over Europees verband heb, door vol voor Europese samenwerking te gaan en samen met de landen van de Unie te bepalen welke zaken gezamenlijk worden opgepakt. Maar dan wel een gemoderniseerde veel democratischere Unie die deze taken uitvoert zonder dat raden van ministers van landen zich daar nog tegenaan bemoeien.

Dit alles geschreven hebbend, denk ik dat Frederik gelijk heeft en dat mensen werkelijk op radicaal en extreem rechts stemmen vanwege het migratiestandpunt van die partijen. Voor wat betreft de oorzaak waarom dit thema het belangrijkste thema in hun overweging werd, daar zou, denk ik, De Vries wel eens een belangrijk punt kunnen hebben.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 133

2Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 172

3Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 176-177

4Catherine de Vries, De Sympfonie van onvrede. De opmars van radicaal rechts in Europa, pagina 23

Uitgelicht

Smotrich en de weg naar barbarij

In mijn vorige Prikker trok ik een parallel tussen de manier waarop Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie ‘vrijstelde’ van toekomstige belastingcontroles en de manier waarop binnen de laat middeleeuwse katholieke kerk in aflaten werd gehandeld. Tijdens het schrijven van die Prikker viel mij een andere historische vergelijking binnen. Een vergelijking met de Israëlische minister Bezalel Smotrich geplaatste post van zijn triomfantelijke ‘bezoek’ aan de gevangen mensen van de Global Sumud Flotilla als moderne variant van vroeger gedrag. Smotrich ‘herstelt’ een ander oud gebruik in ere. Het publiek tentoonstellen en vernederen van gevangen.

Even terug in de tijd Op 2 maart 1757 wordt Damiens veroordeeld tot “openbare schuldbelijdenis voor het hoofdportaal van de Notre-Dame van Parijs; daarheen zal hij worden gevoerd, gereden op een kar slechts gekleed in een hemd, met een brandende, twee pond zware toorts in zijn hand.” Daarna, “op genoemde kar. En op een schavot dat op de Place de Grève is opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid; de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” “ Met deze passage begint Discipline, toezicht en straf van de Franse filosoof Michel Foucault. Een boek dat handelt over de ontwikkeling die het straffen van misdadigers heeft doorgemaakt. Een ontwikkeling waarbij martelpraktijken en vernedering in het Westen werden vervangen door gevangenisstraffen en die straffen steeds meer gericht werden op rehabilitatie van de veroordeelde. Straffen werd humaner.

Smotrich zet de klok weer terug. Hij is niet de eerste. De Verenigde Staten gingen hem in al voor. Dat land mishandelde en vernederde Irakezen in de Abu Graib gevangenis. Ook maakte het land gebruik van landen waar het straffen nog niet of niet zover zijn gevorderd op weg naar humanitair straffen. De VS gingen voor maar deden het heimelijk. De Verenigde Staten gingen ook voor in het buitenspel zetten en niet van toepassing verklaren van het internationaal recht.

Smotrich gaat een stapje verder. Hij staat trots Israëlische de barbarij te verkondigen. Hij gaat terug naar de achttiende eeuw. Een eeuw waarin straffen publiek werden voltrokken. Een tijd waarin de schandpaal fysiek was en niet digitaal. Hij gaat nog een stapje verder dan zijn achttiende-eeuwse voorgangers. Hij gaat verder omdat de gevangen genomen mensen van de Global Sumud Flotilla, in tegenstelling tot Robert François Damiens, niet door een rechter waren veroordeeld. Damiens was veroordeeld voor een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Hij was door de rechter veroordeeld voor vadermoord. Als koning was Lodewijk XV immers Damiens ‘vader’ aldus de rechter. De mensen van de Flotilla hebben geen rechter gezien. Sterker nog, ze hebben niet eens een misdaad begaan. Ze voeren op bootjes in internationale wateren en werden op illegale manier door Israël gevangen genomen. Bovendien is het brengen van voedsel en hulpgoederen naar mensen in nood geen misdaad.

Hun enige daad, een misdaad in de ogen van Smotrich, is dat ze Israëlische misdaden tegen de bevolking van Gaza onder de aandacht wilden brengen en de Europese landen tot daden tegen Israël willen aanzetten.

Helaas lijkt van dat laatste in Nederland niet veel te komen. Verder dan wat protesteren tegen volstrekt onacceptabele en onmenselijke behandeling van activisten’ kwam minister-president Jetten niet tijdens zijn wekelijkse gesprek met de pers. Woorden die hij liet volgen door:”Wat je verder ook van die acties vindt.” Geen veroordeling van de Israëlische actie terwijl die toch een flagrante overtreding van het internationaal zeerecht was. Geen aanklacht tegen die overtreding. Verder dan mogelijke sancties tegen producten afkomstig uit illegale nederzettingen, lijkt de Nederlandse regering niet te willen gaan. Geen protest tegen de afbraak van het (internationaal) recht. Internationaal recht red je niet met een daad ‘onacceptabel en onmenselijk’ noemen. Dat vraagt om meer. Zonder dat ‘meer’ ligt de weg naar barbarij open. Een weg die Smotrich al vol enthousiasme is ingeslagen. Een weg die de wereld er niet prettiger op maakt.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

Uitgelicht

Moderne Luther gezocht

In 1517 timmerde Maarten Luther zijn beroemd geworden 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg. Ik moest hieraan denken toen ik las dat Trump: “zijn bedrijf en zijn familieleden worden „voor eeuwig” van vervolging om of onderzoek naar hun belastingaangiftes „bevrijd, ontslagen, gekwiteerd en gevrijwaard”.” Aan Luther en aan Let’s go crazy van de helaas te vroeg gestorven Prince.

Bron: archive.org

Let’s go crazy heeft een begin dat aan een preek doet denken: “Dearly beloved. We are gathered here today. To get through this thing called – life .” Of Luther op dezelfde manier een preek begon, weet ik niet. Dat is ook niet de reden dat ik aan deze song moest denken. Ik moest eraan denken vanwege wat erop volgt: “Electric word, life. It means forever and that’s a mighty long time.” Voor die mighty long time heeft Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie een ‘aflaat’ gegeven. En met die aflaat kom ik bij Luther. Maar voordat ik verder ga over Luther, eerst het vervolg van de song want, zo vervolgt Prince: “I’m here to tell you. There’s something else
The afterworld. A world of neverending happiness. You can always see the sun, day or night.”
Een soort hemel dus.

Luther dus. Hij timmerde zijn stelling op de kerkdeur en daarmee begon de Reformatie. Een scheuring in de katholieke kerk met als gevolg ongeveer tweehonderd jaar van godsdienstoorlogen in Europa. Luther ergerde zich mateloos aan het werk van de dominicaanse priester en handelaar in aflaten Johann Tetzel. Een aflaat werd, zo schrijft historica Barbara Tuchman in haar boek: “oorspronkelijk geschonken als kwijtschelding van alle of een deel van de goede werken die van een zondaar werden gevraagd om te voldoen aan de boete die hem door zijn priester was opgelegd.” Werd het: “geleidelijk beschouwd als een kwijtschelding van schuld van de zonde zelf. “ Dat was al tegen het zere been van de puristen maar het werd nog erger, want: “nog laakbaarder was de commerciële verkoop van een geestelijke genade. De genade werd ooit verleend in ruil voor godvruchtige giften voor kerkherstel, ziekenhuizen, losgeld voor gevangenen van de Turken en andere goede werken was uitgegroeid tot een uitgebreide handel.” Voor Rome een lucratieve handel want:“Van de ontvangst ging gewoonlijk de helft of een derde naar Rome en de rest naar de plaatselijke geestelijkheid, onder aftrek van verscheidene percentages voor de vertegenwoordigers en aflatenhandelaren die de concessies bezaten.” Een soort ‘aandelenhandel’ avant la lettre. En het werd helemaal bijzonder: “ Toen aflatenhandelaren het geloof toelieten – hoewel dat nooit duidelijk door pausen werd uitgesproken – dat aflaten toekomstige zonden, die nog niet waren begaan, konden vergeven.”1 Met voldoende geld kon je zo je plekje in de hemel kopen. Je kon zondig leven maar met de aflaat had je een, om een monopoly metafoor te gebruiken, ‘verlaat de hel zonder te branden’ kaartje.

Luther ergerde zich hieraan en aan de praalzucht van de pausen. De kroning van Giovanni dei Medici tot paus Leo X in 1513 was hiervan het meest recente en beste voorbeeld. Leo’s: “kroningsprocessie (…) was het opperste renaissancefeest,” aldus Barbara Tuchman: “ Het bracht tot uitdrukking wat de Heilige Stoel inhield voor de bekleder van het laatste onverdeelde pausschap – een voetstuk om de aardse schoonheden en verrukkingen uit te stallen en een triomf van pracht en ere aan een Medici-paus.” En waar bestond dat uit? “Zo’n duizend kunstenaars versierden de route met bogen, altaren, beeldhouwwerk en guirlandes van bloemen. Elke groep in de processie – prelaten, wereldlijke edelen, afgezanten, kardinalen met hun gevolg en buitenlandse dignitarissen – was rijker en schitterender gekleed dan ooit tevoren, de geestelijken even prachtig als de leken. Boven hen golfde een symfonie van banieren die de kerkelijke en vorstelijke wapens ten toon spreidden. Honderdtwaalf stalmeesters begeleidden twee bij twee, in rode zijde en hermelijn de zwetende maar gelukkige Leo op zijn witte paard. Er waren vier dragers nodig om zijn mijters, tiara’s en rijksappels voor iedereen zichtbaar te dragen. Cavalerie en voetsoldaten maakten de parade nog langer. Pauselijke kamerheren toonden de vrijgevigheid van de Medici’s door gouden munten tussen de toeschouwers te gooien. De kroning werd besloten met een banket in het Lateraan en een processie in omgekeerde richting die verlicht werd door fakkels en vuurwerk. De viering kostte 100.000 dukaten.”2 En daarmee hield het niet op. De verfraaiing van de Sint Pieter, het huwelijk van zijn broer, een monument ter ere van zichzelf in Florence en nog veel meer pracht en praal. Het was een gouden eeuw voor de Italiaanse kunstenaars zoals Rafaël en Michelangelo.

Nu zit er een president in het Witte Huis die zichzelf al als goed kandidaat zag voor het pausschap. Die in een plaatje liet zien dat hij ook de baan van God ambieerde. Die president geeft zich nu een ‘aflaat ‘ voor zijn zonden uit het verleden en de eventuele zonden die hij, zijn bedrijven en familieleden voor eeuwig vrijwaart van controles door de belastingdienst. Een president die ‘aflaten’ verkoopt aan al wie maar een flinke duit in zijn kas wil storten en die een bijdrage wil leveren aan zijn ‘balzaal’ van pauselijke proporties.

Bij dit alles moeten de Amerikanen en vooral de Republikeinen onder hen zich toch eens de vraag stellen die Prince in Let’s go crazy aanstipt: “So when you call up that shrink in Beverly Hills. You know the one, Dr. Everything’ll-be-alright. Instead of asking him how much of your time is left. Ask him how much of your mind, baby.” Hoeveel van hun verstandelijke vermogens hebben ze nog dat ze zoiets laten passeren. Van Trump hoeven we ons dat niet af te vragen. Die heeft verstand noch geweten. Wie van hen wordt de moderne Luther?

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

1Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 128

2Barbara Tuchman, De Mars der Dwaasheid. Bestuurlijk onvermogen van Troje tot Vietnam, pagina 118-119

Uitgelicht

Gecreëerde boosheid

“Geweld is onacceptabel. Maar de boosheid en radeloosheid bouwen zich al jaren op.” Woorden van Kamerlid Mona Keijzer in een debat naar aanleiding van de terroristische aanslag in Loosdrecht. Een reactie die bij het gros van de politici was te horen. Bij enkelen, zoals Markuszower, in nog wat stevigere woorden. Ware woorden. Alleen dan op een andere manier dan Keijzer ze bedoelde. Die boosheid en woede is opgebouwd door politieke avonturiers die electorale winst zagen in het opbouwen ervan. Een kleine geschiedenis.

Maar eerst even iets anders. Keijzer is een Kamerlid dat inmiddels twee politieke partijen heeft versleten, voor beiden in een regering zat en nu ‘voor zichzelf’ is begonnen. Zo’n carrière laat al zien waaraan het schort en niet alleen bij Keijzer, want zoals zij zijn er veel meer. Markuszower, Wilders, Eerdmans, de oude bekende Rita Verdonk en zo kan ik nog wel even doorgaan. Politici waarvoor ‘je zin krijgen’ of beter nog ‘aandacht’ belangrijker is dan problemen oplossen. Ze weten het allemaal beter maar samenwerken met anderen, iets wat toch echt nodig is om iets gedaan te krijgen, dat kunnen ze niet. Voor hen is het: my way or the Highway. Dan nu naar de kleine geschiedenis.

Wij schaffen, zodra wij aan de macht komen, de multiculturele samenleving af.’ Deze woorden sprak Hans Janmaat de leider van de politieke partij Centrum Democraten in de jaren negentig. De rechter veroordeelde hem tot een boete wegens discriminatie. Anders dan de naam doet vermoeden, iets wat vaker het geval is bij politieke partijen, waren de Centrum Democraten geen partij uit het centrum van het politieke spectrum maar extreem rechts en ook op het democratische gehalte viel het nodige af te dingen. Op het hoogtepunt van haar bestaan, in 1994, behaalde de partij drie Zetels in de Tweede Kamer. Janmaat was met zijn partij de eerste die zich afzette tegen mensen die korte of langere tijd geleden als immigrant naar Nederland waren gekomen. Nu was Janmaat een politieke kluns.

Wat Janmaat eigenlijk bedoelde was dat hij terug wilde naar een vroegere tijd toen Nederland nog Nederland was. Naar welke tijd is hem nooit gevraagd maar die tijd moet in ieder geval voor 1960 liggen. Wat hij daarbij vergeet is dat Nederland toen ook al ‘multicultureel’ was. Het was de tijd van de verzuiling. Een tijd waarin katholieken, protestanten, liberalen en socialisten er een heel andere cultuur op nahielden en elkaar als vijanden zagen. Hij verlangde, net zoals Wilders en Baudet nu, terug naar een verleden dat er nooit is geweest. Janmaat werd veroordeeld maar dat betekent niet dat het frame ‘multiculturele samenleving’ geen negatieve connotatie kreeg. Die kreeg het in toenemende mate.

De toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein betoogde in de Volkskrant van 1991 dat ‘integratie met behoud van identiteit niet deugd. Hij maakte zich vooral zorgen over de islam: “Het ontstaan van zwarte scholen is te betreuren. Gescheiden scholen zijn immers voorbodes van een gescheiden samenleving. Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Volgens Bolkestein moest er niet gemarchandeerd worden met fundamentele beginselen zoals de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de verdraagzaamheid en non-discriminatie. Bolkestein constateerde dat: “Kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag, dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen? Een volksvertegenwoordiger die voorbijloopt aan wat er leeft bij het volk is geen knip voor de neus waard.”

Dat er problemen waren was evident en dat die besproken moesten worden ook. Alleen bereikte Bolkestein precies het tegengestelde en dat lag vooral aan de manier waarop hij het gesprek opende. Hij constateerde problemen en wees een schuldige aan: de islam is het gevaar! Een erg onhandige manier om een gesprek te beginnen over reële problemen.Gescheiden scholen wordt nu nog steeds als een probleem gezien. Het gesprek openen over deze uitwassen van het door delen van politiek Nederland zo bejubelde artikel 23 van de Grondwet dat de vrijheid van onderwijs garandeert, zou niet verkeerd zijn geweest. Dan waren we nu tenminste wat verder. Tien jaar later bracht Pim Fortuyn een soortgelijke boodschap met dezelfde schuldige sindsdien heeft Geert Wilders het stokje overgenomen en heeft die boodschap ook ingang gevonden bij nieuwe partijen en oudere partijen zoals de VVD. Dit verkeerde begin van een gesprek over terechte zorgen, speelt ons nu ruim 35 jaar later nog steeds parten.

Bolkestein en zijn navolgers leggen de nadruk op het ‘anders zijn’ van anderen. Ze creëren, geheel in lijn met het denken van Carl Schmitt, een strijd van WIJ tegen ZIJ. Hun WIJ is een Nederland uit een nooit geweest verleden. De ZIJ is een migrant en dan vooral een islamitische migrant. In die strijd is de winst van de een het verlies van de ander. Het begrip ‘Multiculturele samenleving kreeg hierdoor een negatieve connotatie terwijl elke samenleving multicultureel en aan verandering onderhevig is. Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen,” aldus de Van Dale. Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? Door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?

Een navolger van Bolkestein, toenmalig Kamerlid Malik Azmani liet in 2015 weten hoe hij integratie zag. Op de vraag van de Volkskrant of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor integratie antwoordde hij: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.” Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

In het door Bolkestein en zijn navolgers gecreëerd denkkader, is integratiebeleid dat erop is gericht om ZIJ tot WIJ te maken rationeel. Als we hen maar voldoende onderwijzen dan zien ZIJ wel in dat WIJ beter zijn en dan worden ZIJ als WIJ en hoeven WIJ niet te veranderen. Waaraan hierbij compleet voorbij wordt gegaan is dat die gecreëerde WIJ niet bestaat. Er is niet één Nederlandse cultuur waarin mensen overal hetzelfde handelen. Die Amsterdammer kan geen prins of prinses worden met de Vastelaovend in Venlo. Eén koekje bij de thee is geen Nederlands gebruik. De WIJ bestaat uit IKKEN die in verschillende samenstellingen verschillende zaken met elkaar gemeen hebben en op andere punten in andere samenstellingen van elkaar verschillen. Beleid dat erop is gericht om ZIJ om te vormen tot een niet bestaande WIJ is gedoemd te mislukken. Zeker omdat de boodschap die ervan uitgaat is dat de individuen die ZIJ vormen, want ook dat is geen homogene groep, anders zijn. Zij zijn anders maar omdat niet duidelijk is wie WIJ zijn zullen zij nooit worden als WIJ en zal het samen leven in de samenleving er niet beter op worden. Het meest bijzondere: volgens de wetten van de logica is het onmogelijk dat iets hetzelfde blijft als er iets anders aan wordt toegevoegd.

Daarmee kom ik tot de conclusie dat er sprake is van rationele irrationaliteit. Van rationele irrationaliteit is sprake als rationeel handelen uit eigen belang tot irrationele resultaten leidt. Binnen het frame dat de afgelopen 35 jaar is gebouwd, zijn alle maatregelen met betrekking tot integratie, inburgering en asiel rationeel. De resultaten zijn echter irrationeel. Ze zorgen ervoor dat er precies dat gebeurt waar Bolkestijn zich terecht zorgen over maakte, dat er een samenleving ontstaat met van elkaar gescheiden levende groepen. Die rationele irrationaliteit leidt tot fanatisme. Tot een intimiderende en onbemiddelde vorm van zekerheid die mensen in hun greep houdt en uiteindelijk met geweld voortstuwt. De gebeurtenissen in Loosdrecht en de vele gewelddadige protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum zijn hiervan het levend bewijs.

Nu wil ik Bolkestein nog wel het voordeel van de twijfel geven dat zijn bedoelingen goed waren. Wat je hem wel kwalijk kunt nemen is dat hij als ervaren politicus een beginnersfout maakte bij het aangaan van het gesprek. Die twijfel heb ik niet bij de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en de Keijzers van tegenwoordig. Die stoken het de boosheid, de radeloosheid en het fanatisme op voor eigen gewin.

Uitgelicht

Heb je je prioriteiten wel op een rijtje?

Het kabinet Jetten gaat, na het wegstemmen van de Asielnoodmaatregelenwet, aan de slag met onderdelen ervan. Met regelgeving om criminele asielzoekers sneller ongewenst te verklaren: “ Mensen die daarna toch in Nederland blijven of terugkeren – de zogeheten ‘terugkeerfrustreerders’ – riskeren een gevangenisstraf van maximaal een jaar.” Ik moest denken aan het programma Ik vertrek.

Dan hebben de deelnemers aan dat programma een vervallen boerderij gekocht met enorme schimmelvlekken en een lekkend dak dat op instorten staat. Eerste prioriteit om mee aan de slag te gaan zou je zo zeggen. Niet voor de deelnemers, die gaan vrolijk aan de slag met het onkruid in de tuin of met het plaatsen van een zwembad. Gedurende de aflevering raken ze vermoeid en klagen ze dat het zwaar is en dat er nog zoveel moet. Wat zien we als we dit met de manier van werken van het kabinet Jetten vergelijken?

Dan zien we dat er flink wat werk aan de winkel is. Er zijn grote problemen met woningen, met het milieu, met ons belastingstelsel, met het toekomstbestendig maken van onze energievoorziening, met het minder afhankelijk worden van landen als China (voor industriële producten), de Arabische landen (olie en gas) ,de Verenigde Staten (olie en gas maar vooral informatietechnologie en fysieke veiligheid). Dan zien we dat er flink geïnvesteerd moet worden in Europese samenwerking op al deze gebieden. Dan zien we dat er moet worden geïnvesteerd in het moderniseren van onze democratie. Dat het herzien van het belastingstelsel daar een van de belangrijke onderdelen van is want dat maakt dat de ‘hoogste bomen minder wind vangen’ om de titel van een rapport van het CBS dat dit aantoont te parafraseren. Genoeg werk om te doen dus. Past het sneller ongewenst verklaren van criminele asielzoekers in dit rijtje?

Om die vraag te beantwoorden moeten we inzicht hebben in de omvang van het probleem. Daarvoor iets over de Top-X lijst. Een lijst waar een asielzoeker op komt te staan als aan een of meer van de onderstaande criteria wordt voldaan:

1. Is veelpleger door in de afgelopen drie jaar vijf of meer registraties van verdenkingen van misdrijven of overtredingen op naam gekregen te hebben in de Basisvoorziening Handhaving.

2. Heeft in de afgelopen drie jaar één of meer registraties van verdenkingen van misdrijven met een grote impact. Dit zijn misdrijven in de categorieën: geweld, overvallen, straatroof, woninginbraak, moord, afpersing en zedenmisdrijven.

3. Heeft in de afgelopen drie jaar één of meer registraties van verdenkingen van geweldsmisdrijven tegen personen met een publieke taak en politieambtenaren.

4. Heeft vijf of meer agressie- en/of geweldsincidenten op een COA-locatie in de afgelopen 12 maanden op zijn/haar naam staan of vertoont overlastgevend gedrag met grote tot zeer grote impact op medewerkers, medebewoners en/of omgeving.”

Op die lijst stonden medio 2025 1.290 mensen. Om deze groep sneller ongewenst te verklaren en als ze niet weggaan een jaar in het gevang te zetten, zijn minister Van den Brink en zijn ambtenaren nu hard aan het werken.

Dat kun je de moeite waard vinden, maar … met een wet die iemand ‘ongewenst verklaart’, is die persoon nog niet het land uit. Het laten terugkeren van afgewezen asielaanvragers is al een groot probleem om meerdere redenen. Redenen die lang niet altijd aan de persoon te wijten zijn. Ze bij ‘niet meewerken’ in het gevang gooien, kan maar … als ze een misdrijf hebben gepleegd dan kunnen ze ook daarvoor gevangen worden gezet. Als dit niet kan vanwege een tekort aan cellen dan wordt dat extra jaar lastig om uit te voeren.

Dat kun je de moeite waard vinden maar … in de criteria is sprake van ‘de afgelopen drie jaar’. Daarmee kom ik terug bij mijn vorige Prikker. Dat mensen drie jaar in een AZC verblijven en in het gros van de gevallen verschillende AZC’s, is iets wat op basis van de wet niet zou kunnen en wat menselijk niet zou moeten mogen. Op een aanvraag moet volgens de wet binnen zes maanden besloten zijn waarna iemand uitstroomt naar passende woonruimte. Dat een besluit op een aanvraag nu gemiddeld 97 weken op zich laat wachten en uitstroom door een tekort aan woningen nog veel langer, toont dat niet aan dat er ook op het terrein van asielbeleid, urgentere zaken zijn om aan te werken dan het ‘sneller ongewenst’ verklaren van een deel van deze 1.290 mensen? Een deel van hen want een verdenking is nog geen veroordeling en ‘overlastgevend gedrag’ is nogal ruim. Zeker als je je bedenkt dat de situatie in vooral tijdelijke opvanglocaties soms van dien aard is dat het niet verantwoord is om mensen daar lange tijd onder te brengen: “slechte omstandigheden voor kinderen in de asielopvang: onderbroken onderwijs, gebrekkige hygiëne, onveiligheid en locaties die niet geschikt zijn voor kinderen,”aldus de Kinderombudsvrouw.

Sneller ongewenst verklaren zal het goed doen bij mensen aan de rechterkant van het politieke spectrum. Nu zijn dat vaak ook de mensen die klagen dat de overheid niet efficiënt is en zich met de echte problemen bezig moet houden. Het lijkt mij dat het ‘sneller ongewenst’ verklaren van een mogelijk criminele asielzoeker niet het meest dringende en urgente is om aan te werken. Niet voor het kabinet, niet voor de Tweede Kamer en ook niet voor een minister van Asiel en Migratie.

Uitgelicht

Brekelmans angst en halve waarheden

Het komt wel eens voor, best wel vaak eigenlijk, dat ik zou willen ingrijpen in een gesprek aan een talkshowtafel. Dit omdat ik me stoor aan de leugens en halve waarheden. Gisteren, 4 mei, was het weer zover. Bron van leugens en vooral halve waarheden was dit keer VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans die aan tafel zat bij Pauw & De Wit. Zoals zo ongeveer iedere dag kwam het gesprek daarbij op het tot crisis van gigantische proporties opgeblazen vraagstuk rond asiel.

Het gesprek kwam op een ‘bestuurscultuur’ die ertoe heeft bijgedragen dat, zoals een andere tafelgast historicus Geerten Waling, betoogde, monumenten worden beklad, snelwegen worden bezet en universiteiten worden vernield. Waling ‘vergat’ in zijn opsomming het veel verdergaand geweld van tegenstanders van ‘AZC’s’ te noemen, dit even maar niet helemaal terzijde. Niet helemaal omdat het mij opvalt dat zo ongeveer iedereen selectief is in het benoemen van ‘protesten die men te ver vindt gaan’. Dat ‘Waling die vergat, viel ook Jelle Postma op, een andere tafelgast. Die bracht terecht in dat er een gesprek moet worden gevoerd over het demonstratierecht en het beschermen van de democratie en de rechtsstaat. Via nog wat omwegen vertelde Brekelmans dat het vervolgens aan politici in de Tweede kamer is om ‘kleur te bekennen’ maar dat een deel van zijn collega’s niet thuis geeft als er vervolgens wetten liggen om het demonstratierecht in te perken. Dat daarvoor geen nieuwe wetten nodig zijn, maar handhaving van de bestaande, vergat hij voor het gemak. Handhaving van de bestaande, want het bekladden van een monument is geen demonstratie maar vernieling net zoals het bekladden en vernielen van gebouwen. Het gebruiken van geweld bij een demonstratie is strafbaar. Daarvoor zijn geen ‘nieuwe wetten’ nodig.

Via een kleine omweg over zorgen bracht Brekelmans het gesprek bij het thema asiel: “We moeten wel oppassen als mensen legitieme zorgen hebben want er is geen sociaal huurhuis en naast me zie ik migranten die er wel een krijgen. Daar mag je het best mee oneens zijn en daar mag je best tegen demonstreren.” En vervolgens nog wat over dat de grens bij geweld ligt want dat is onaanvaardbaar. Gespreksleider Pauw vroeg vervolgens waar die grens gelegd wordt. Daarop reageerde Postma: “ In de Kamer. Precies wat ik nu hoor is precies waar het probleem ligt. Is het creëren, het accepteren van het creëren eigenlijk van een angstbeeld rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Waarbij je uiteindelijk dan zegt: ja, maar dat er geweld over ontstaat, dat is niet onze verantwoordelijkheid. Het probleem is wel dat er een arena wordt gecreëerd waarbij er angst wordt gecreëerd rond een bepaalde bevolkingsgroep die blijkbaar dan recht als privilege krijgen in plaats van de bescherming die ze verdienen.”

Dat was tegen het zere been van Brekelmans: “Wij creëren toch geen angst tegen een bevolkingsgroep. Kijk, ben je wel eens in Ter Apel geweest? … Ik ben er een keer of vijf zes geweest. Als je daar met mensen spreekt omdat er een specifieke groep is die daar echt overlast en criminaliteit veroorzaakt, dan is dat echt heel ernstig. Dus als mensen die verhalen uit Ter Apel en uit Budel horen en zien en die denken van ‘ja gebeurt dat bij mij ook’. Dat is een legitieme discussie die je in een gemeente mag voeren. Alleen je moet niet iedereen over een kam scheren.” Wat Brekelmans doet is precies wat hij zegt niet te doen: angst creëren tegen een groep. Nederland kent 321 locaties waar asielzoekers worden opgevangen. Van al die 321 halen twee locaties geregeld het nieuws: Ter Apel en Budel. Dit omdat die ‘specifieke groep’ niet in al die andere locaties zit. Locaties waar zonder noemenswaardige problemen mensen worden opgevangen.

Echt bijzonder werd het toen Brekelmans te spreken kwam over het aantal opvangplekken. Brekelmans: “Je moet even goed naar de aantallen kijken. Jarenlang hebben we ongeveer dertigduizend opvangplekken in Nederland gehad en dat gebeurde op basis van vrijwilligheid. En in die zin ging dat best goed. Ik woon zelf in een gemeente waar sinds jaar en dag een asielzoekerscentrum is, vierhonderd mensen, gaat best wel goed. Alleen wat je nu ziet is dat we tachtigduizend inmiddels richting de honderdduizend plekken gaan. En dat nu dus ook gemeenten waar dat draagvlak er niet is en nu bij de gemeenteraadsverkiezingen partijen hebben die massaal zeiden nee tegen een AZC hebben gewonnen en nu toch gedwongen mogelijk worden, een AZC te creëren. En dat laat wat mij betreft alleen maar zien dat als wij het draagvlak voor asielopvang willen behouden en dat je niet allerlei uitwassen krijgt, dan zullen we toch die aantallen weer en die asielinstroom naar omlaag moeten brengen. Want dan kan het gewoon op basis van vrijwilligheid.” Een prachtig en feitelijk verhaal met een te begrijpen logica. Maar toch is het de halve waarheid. Een halve waarheid waarin de asielzoeker tot probleem wordt benoemd en waardoor de angst verder wordt aangewakkerd.

Dat er nu ‘tachtigduizend en binnenkort honderdduizend’ nodig zijn, zoals Brekelmans beweert, klopt. Maar het is de halve waarheid. De halve waarheid want we hebben inderdaad jarenlang zo’n dertigduizend opvangplekken en dat was voldoende. En dat zou nu nog steeds voldoende zijn. De afgelopen drie jaar dienden er respectievelijk 38.375, 32.175 en 24.075 mensen een eerste asielverzoek in. Bekijken we de periode sinds 2013 dan waren dat er het minste in 2013, 9.840 en het meeste in 2015 namelijk 43.095.

Er vragen meer mensen asiel aan. Of beter gezegd, er wordt voor meer mensen asiel aangevraagd, De zogenaamde nareizigers. Met een nareisaanvraag kan een asielzoeker en machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinsleden aanvragen (echtgenoot, partner, kind, pleegkind of ouders als de aanvragen op het moment van zijn aanvraag jonger was dan 18 jaar. Dat waren er in dezelfde periode tussen de 3.630 als minste in 2013 en 16.495 in 2025. Op grond van de wet, want in tegenstelling tot wat er aan die talkshowtafel wordt beweerd, is asiel wel wettelijk geregeld, heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) een half jaar om te besluiten op een aanvraag. Dat besluit kan zijn: een asielstatus of geen status en het land verlaten. Hoe sneller je weet of je kunt blijven, hoe eerder je je leven weer kan oppakken. Die beslistermijn kan met negen maanden worden verlengd als een aanvraag complex is. Met een beslistermijn van een half jaar zou het aantal aanvragen niet tot problemen in de opvang hoeven te leiden. Sterker nog, een flink deel van de opvangplekken zou een gedeelte van het jaar onbezet moeten zijn.

Brekelmans heeft gelijk dat er nu 80.000 en binnenkort 100.000 plekken nodig zijn. Hij heeft gelijk want er gaat iets niet goed en dat is niet, om de woorden van Wilders te gebruiken, de ‘asieltsunami’. Dat is niet de ‘instroom’. Wat Brekelmans erbij vergeet te vertellen is dat het grote aantal plekken dat nodig is een gevolg is van keuzes die de respectievelijke kabinetten de afgelopen tien jaar hebben gemaakt of juist niet hebben gemaakt. In september 2022 heeft de regering besloten om de termijn standaard met die 9 maanden te verlengen. Dit vanwege een verhoogde instroom en personeelstekort bij de IND. Het aantal in 2023 was vergelijkbaar met 2022 en ongeveer 10.000 meer dan het gemiddelde over de afgelopen tien jaar. En daarmee komen we bij het eerste probleem: personeelstekort bij de IND. Personeelstekort dat ertoe leidde dat de termijn van een halfjaar zeer vaak overschreden werd en dat leidde er weer toe dat er dwangsommen voor te laat besluiten moesten worden uitbetaald. Niet dat dit verlengen enig effect had. De doorlooptijd van een asielaanvraag ging omhoog van 41 weken in 2022 naar 97 weken in 2025.1 Bijna twee jaar die een aanvrager in een AZC moet verblijven. Dat betekent dat er 60.000 opvangplekken moeten zijn om alle aanvragers op te vangen en dat komt ongeveer overeen met het aantal asielzoekers in opvang dat op een besluit wacht. Dat zijn er op het moment van schrijven van deze prikker namelijk 63.432. En dat is dus niet omdat er zoveel aanvragen zijn maar omdat ervoor is gekozen om niet te investeren in capaciteit om binnen de wettelijke termijn van een half jaar te besluiten op een aanvraag.

Daarnaast zitten er op dit moment nog iets meer dan 19.000 mensen die in Nederland mogen blijven in de asielopvang. De zogenaamde statushouders. Deze mensen moeten uitstromen naar een woning en een gemeente maar binnen die gemeente is nog geen geschikte woning gevonden. En daarmee komen we bij het tweede probleem: woningnood. Een probleem waar niet alleen statushouders mee te maken hebben. Statushouders behoren tot de groep waarvan een flink deel van de Tweede Kamer wil dat die niet meer tot de urgentiecategorie behoren, mensen die door bijzondere omstandigheden snel een woning toegewezen moeten krijgen. Zonder urgentie zullen deze mensen achteraan moeten aansluiten in de rij woningzoekenden en zullen ze nog veel langer in een AZC verblijven. Daarvoor zullen nog meer AZC’s nodig zijn. Wat toch nog meer protesten zal leiden.

Het tekort aan woningen wordt ook niet veroorzaakt door asielzoekers. Dat die persoon uit Brekelmans voorbeeld zich afvraagt waarom hij niet en die asielzoeker wel, is ook een gevolg van keuzes van de achtereenvolgende kabinetten. In 2010 schafte het eerste kabinet Rutte het ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordeningen Milieu af. Een ministerie dat in het begin van de twintigste eeuw werd opgericht om aan de schrijnende huisvesting van het gros van de bevolking een einde te maken. Dat kon wel naar de provincies. Dit omdat, zoals de ervoor verantwoordelijke minister Stef Blok beweerde dat de ‘woningmarkt als een zonnetje draaide en het woningbeleid af was’. Dezelfde Blok die als minister verantwoordelijk was voor de invoering van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Een heffing waardoor zij minder kapitaal hadden om nieuwe woningen te bouwen. Hoe ‘af’ de woningmarkt was dat bleek de afgelopen jaren toen duidelijk werd dat er veel te weinig woningen werden gebouwd.

Daar komt, voor wat betreft de bouw van woningen de stikstofproblematiek bij. Een al bijna vijftig jaar oud probleem dat door alle regeringen vooruit is geschoven door via geitenpaadjes naar oplossingen te zoeken die de kool en de geit sparen. Het laatste geitenpaadje, de Programma Aanpak Stikstof (PAS), werd in 2019 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, de hoogste bestuurlijke rechter nietig verklaard. Het doel van de PAS was de stikstof uitstoot te verminderen. Echter om daar te komen mocht de uitstoot worden verhoogd als die verhoging in de toekomst tot een verlaging zou kunnen leiden. De rechter verklaarde het vooruitlopen op mogelijk toekomstige verminderde uitstoot in strijd met de wet. Iets waarvoor onder andere de adviestak van de Raad van State al had gewaarschuwd. Zonder geitenpaadje kwamen veel bouwprojecten op losse schroeven te staan. Iets wat nog steeds het geval is want dit probleem is nog steeds niet opgelost.

Dat zijn de feiten die Brekelmans ongenoemd laat, Feiten waarvoor zijn partij, de VVD in hoge mate verantwoordelijk is want zijn partij is de enige zie sinds oktober 2010 onafgebroken regeringsverantwoordelijkheid heeft gedragen. Net zoals zijn partij tussen 2012 en de start van het kabinet Jetten, met uitzondering van de korte periode van PVV-minister ‘ik ben beleid’ Faber, verantwoordelijk was voor het asielbeleid.

Jammer genoeg zat er niemand aan de talkshowtafel met voldoende kennis om hem hiermee om de oren te slaan. Dan was namelijk duidelijk geworden dat Postma gelijk heeft met zijn verwijt dat Brekelmans ‘angstbeelden creëert rond een bepaald fenomeen of een bepaalde groep. Dan was duidelijk geworden dat zijn partij beleid inzet om angst te creëren.

1 Deze cijfers zijn te vinden via: https://ind.nl/nl/over-ons/cijfers-en-publicaties/jaarcijfers-en-tertaalcijfers

Uitgelicht

Oost-Israëlische blindheid

Gisteren, maandag 30 maart 2026, bleef ik al zappend hangen bij Pauw & De Wit. Dit keer gepresenteerd door Pauw, Een bijzondere uitzending. Bijzonder omdat ze een zeer goed beeld geeft van de stand van Nederland. En die stand is niet best.

Als eerste Bart Swiers, de advocaat van Ali B. Minutenlang ging het over Ali B die een jaar of vijf geleden een ruimte binnenkwam waar Ronnie Flex oraal werd bevredigd door een vrouw en of Ali B vervolgens de vrouw al dan niet met zijn vingers heeft gepenetreerd. Daarover en over wat Ronnie Flex daarbij al dan niet zou hebben gezien en gehoord en wat niet. Dit is niet de eerste keer dat advocaten op tv de onschuld van hun client komen bepleiten. De nieuwswaarde hiervan ontgaat mij volledig want van een advocaat mag je verwachten dat die het verhaal in het voordeel van zijn cliënt uitlegt en dat gebeurde dan ook. Ik vraag me werkelijk af waarom het nodig is om op tv in geuren en kleuren uit de doeken te doen wat er al dan niet is gebeurd?

Vervolgens mocht Mona Keijzer uitleggen dat ze ‘in rouw’ was vanwege haar breuk met de BBB. De breuk is al meer dan een maand oud maar mediageil als ze is, wist Keijzer afgelopen weekend de aandacht op zich te vestigen door ostentatief het partijcongres van de BBB te bezoeken en daar nogmaals met de partij te breken. Ze was dus in de rouw. Enige bijzondere aan het hele gesprek was het moment dat Arend Jan Boekestijn, die voor een ander onderwerp aan tafel zat haar vroeg waarom ze, op zoek naar fatsoenlijke rechtse samenwerking contact zocht met de kliek van voormalig PVV-er Markuszower. Een kliek die inhoudelijk niet verschilt van de PVV. Haar antwoord was veelzeggend en kwam erop neer dat haar idee van fatsoen anders was dan dat van Boekestijn.

Als laatste werden nog een paar minuutjes besteed aan mogelijke Amerikaanse plannen om het Iraanse eiland Kharg te bezetten. Hiervoor zaten Boekestijn en Han Bouwmeester aan tafel.

De stand van Nederland in drie items bij een journalistieke talkshow. De wereld staat in brand. Onze ‘bondgenoten’ Israël en de Verenigde Staten zijn op ondeugdelijke gronden een oorlog begonnen die niet bijster succesvol verloopt. Ze dreigen vast te lopen en de enige weg voorwaarts die ze zien is escalatie: meer bombarderen en mogelijk zelfs gebieden veroveren.

Die ene bondgenoot, de Verenigde Staten, heeft het bondgenootschap met haar, de NAVO, op meerdere momenten de facto dood verklaard. Een boodschap die aan deze kant van de Atlantische oceaan maar niet lijkt te landen. Ook heeft die bondgenoot op meerdere momenten het samenwerkingsverband aan deze kant van die oceaan, de Europese Unie, tot vijand verklaard. Ook die boodschap lijkt niet echt te landen. Die bondgenoot wordt geleid door een man met een wel erg beperkte definitie van democratie.

Die andere ‘bondgenoot’, Israël, is na een genocide op Gaza bezig met het bezetten van een groot deel van de noorderbuur Libanon en al doende verdrijft het de aldaar wonende mensen, vernietigt hun huizen, infrastructuur en landbouwgrond. Dit allemaal onder het mom van het vergroten van de ‘veiligheid’ van haar inwoners. Onderwijl worden ook de bewoners van de Westelijke Jordaanoever geterroriseerd en verdreven, heeft het zichzelf een deel van Syrië als bufferzone toegeëigend en bepleiten leden van de regering openlijk het streven naar een Groot Israël dat zich uitstrekt van de Nijl tot de Eufraat. En als klap op de vuurpijl nam het parlement van die bondgenoot een wet aan die doodstraf opnieuw invoert. Een straf die alleen aan niet-joden kan worden opgelegd. Een stap die door parlementslid Limos-Son Har-Melech wordt verdedigd met de woorden: “er bestaat niet zoiets als een Joodse terrorist.” Een gotspe want het gehele Israelische leger bedient zich van terreur. Tot zover democratie en rechtsstaat in Israël. Dit allemaal zonder één woord van protest vanuit de Nederlandse regering.

Een zichzelf serieus nemende journalistieke talkshow zou dagen kunnen vullen met het duiden van deze ontwikkelingen, het bespreken van verschillende handelingsperspectieven en het hierop bevragen van Nederlandse Kamerleden, ministers en de premier. Maar nee, niet in Nederland. Daar wordt aandacht besteed aan een futiele gebeurtenis als de afscheiding van Keijzer van de BBB en de ‘rouw’ waarin dat haar heeft gedompeld. Daar gaat het minutenlang over of de vingers van Ali B al dan niet in de *** van de Ronnie Flex pijpende vrouw zaten. Pauw & De Wit was trouwens niet de enige ‘journalistieke talkshow’ die deze keuze maakte. De Nederlandse televisiejournalistiek is afgezakt tot de Privé van wijlen Henk van der Meijden.

And it’s true we are imune. When fact is fiction and TV-reality,” Zingt U2 in hun song Sunday Bloody Sunday. Gelukkig is er iets wat we satire noemen in dit geval verzorgd door De Speld om ons te confronteren met de werkelijkheid: “‘Al maanden zien we in westerse media de beelden van de oorlogsmisdaden van Israël’, vertelt wetenschapper Diederik Vreewijk. ‘Gebruik van witte fosfor boven woonwijken, aanslagen op journalisten, aanvallen op ambulancepersoneel. De lijst is eigenlijk te groot om helemaal op te noemen. En het gekke is: het lijkt wel dat hoe langer de lijst wordt, hoe erger de Oost-Israëlische blindheid opspeelt.’ Vreewijk: ‘We hebben een groep respondenten uit westerse landen beelden voorgehouden van hoe Israël de VS voor zijn karretje heeft gespannen, de oorlog met Iran heeft ontketend en lukraak landen in de regio is gaan aanvallen. Vervolgens hebben we gevraagd hoe zij de situatie in het Midden-Oosten beoordeelden. Op enkele Spanjaarden na zeiden alle respondenten dat ze niets hadden gezien wat niet door de beugel kan.’ Een van deze Spanjaarden is een man die zich premier Sánchez noemt. Hij lijkt de enige westerse leider te zijn die niet getroffen is door Oost-Israëlische blindheid. Wetenschappers noemen het raadselachtig. Vreewijk: ‘Mogelijk was Sánchez niet aanwezig bij een vergadering waar de andere Europese leiders deze aandoening hebben opgelopen. Of heeft hij een medicijn tegen de kwaal ontwikkeld. Dit vraagt in ieder geval om meer onderzoek.’ Volgens de onderzoekers is Oost-Israëlische blindheid een handicap die vooral in het Westen voorkomt. ‘We hebben dezelfde methoden toegepast in bijvoorbeeld een gebied als Palestina. Daar kon iedereen haarscherp zien waar Israël mee bezig is.’”

Uitgelicht

Een SGP theocratie

Deze Kamer is gisteren onderworpen,” aldus Kamerlid Markuszower. Onderworpen: “aan een ideologie die democratie en vrijheid en tolerantie … daar heeft die ideologie niks mee.” Dat is nogal wat als je het zo hoort. Wat is er gebeurd? Tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer vorige week, vroeg DENK Kamerlid Ergin of de geplande pauze een kwartiertje eerder kon beginnen zodat hij kon deelnemen aan de iftar. De commissie stemde er in meerderheid mee in en zo geschiedde. Niets aan de hand zou je zeggen. Toch wel. Markuszower: “De vergadering is onderbroken voor een iftar. We zijn dus tolerant geweest voor de intoleranten. Dat is de eerste stap naar islamisering van het parlement. Die stap moeten we terugdringen en daar wil ik graag mee in debat met u.” Die u waarmee Markuszower in debat wil, is de Tweede Kamer zelf. Bijzonder, van niets iets maken is een kunst.

Robert II van Normandië in de strijd tegen de moslims tijdens de eerste kruistocht het beleg van Antiochië. Bron: https://soldadosfortuna.blogspot.com/2014/02/las-cruzadas-1.html

Echt bijzonder is dat dit niets dat al iets was geworden, vervolgens door een deel van de Kamer werd opgeblazen tot mythische proporties. SGP Kamerlid Flach: “Ik ben het eens met de heer Markuszower. Dat dit gisteren gebeurd is moet eens maar nooit weer zijn.” PVV Kamerlid Boon: “We hebben allemaal gezien dat Nederland gisteren een stukje verder geïslamiseerd is met steun van het CDA en VVD. Het was eigenlijk een zwarte dag voor Nederland.” Kamerlid Keijzer: “volgens mij was gisteren een bedrijfsongeval.” JA21 Kamerlid Ceulemans: “Meneer was de laatste die nog aan het woord kwam. Maar er moest demonstratief worden geschorst zodat meneer dadeltjes kon gaan eten. … Het was totale aandachtstrekkerij en heel triest dat het gehonoreerd is.” Een kongsi tussen extreem rechts en christenfundamentalisme. Beiden vinden elkaar in hun afkeer van vreemdelingen en zeker als die vreemdelingen islamiet zijn. Het debat komt er niet want de vraag erom kreeg onvoldoende steun.1

Daarmee was de kous af. Of toch niet? Het hele gebeuren was voor de SGP Kamerleden Flach en Van Dijk aanleiding om een artikel te schrijven dat voor De Telegraaf van voldoende kwaliteit was om te plaatsen. Volgens de heren is een islamitische iftar: “niet zomaar een gezellig etentje. Het is een religieus moment waarbij Allah wordt aanbeden.”… Omdat er bij de iftar een gebed tot Allah moet worden uitgesproken, is er bijna altijd een imam bij. Vaak bid hij de Shahada: een tekst die verre van onschuldig is. De Nederlandse vertaling: Ik getuig dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohamed zijn profeet is.” Voor een belijdend christen zijn Kerst, Pasen en Pinksteren ook niet zomaar gezellige etentjes, maar religieuze momenten waarbij God aanbeden wordt. Ook daarbij worden gebeden uitgesproken waarin die God wordt geheiligd en niet alleen door de gelovige maar door de hele wereld. Voor die christen is er ook maar één God die aanbeden mag worden en je komt tot die God via de woorden van zijn zoon Jezus.

Dat moslims de iftar vieren, vinden de beide heren niet zo erg. Het wordt erg als: politici en bestuurders in grote getale aanwezig zijn bij iftar-vieringen.” Dat: “lijkt op het eerste gezicht misschien sympathiek,” zo vervolgen ze: “En we begrijpen de bedoeling : verbinding leggen met alle groepen in de samenleving.” Daarbij, zo vervolgen de twee heren: “wordt één ding vergeten: Nederland kent een joods-christelijke traditie en de religie waarvoor zij de rode loper uitrollen is in zichzelf anti-joods en antichristelijk. Het is daarom op z’n minst bedenkelijk te noemen om onder het mom van inclusie iftars bij te wonen waar uitsluiting gepredikt wordt.”

Ik vraag me dan, zoals ik al vaker heb gedaan, af waar die joods-christelijke traditie uit bestaat? Als ik de laatste pakweg 1500 jaar van 2000 jaar dat het christendom als religie op de aarde rondwaart bekijk, dan moet die traditie er wel haast uit bestaan dat christenen hun joodse medemensen discrimineren, vervolgen en vermoorden. Een traditie met als dieptepunt de Holocaust. Over anti-joods gesproken. Datzelfde christendom voerde vanaf het einde van de elfde eeuw negen kruistochten tegen de islam. Over anti-islam gesproken. De Verenigde Staten zijn nu druk bezig er een tiende aan toe te voegen als je de woorden van, en tatoeage op het lijf van, de minister van oorlog van het land gelooft.

Als er iets monotheïstische religies, en het zijn alle drie monotheïstische religies, kenmerkt dan is het het geloof in de superioriteit van het eigen geloof. Als er verder nog iets is wat al drie deze religies kenmerkt, dan is het dat er onder hun vlag een keur aan stromingen schuil gaan die ‘de heilige boodschap’ allemaal net iets anders uitleggen. Stromingen die elkaar vaak met woorden en soms ook met daden een kopje kleiner maken. Vooral het christendom heeft op dat gebied een grote geschiedenis. Nadat Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg spijkerde, brak een periode van zo’n twee eeuwen van godsdienstoorlogen uit waarbij, afhankelijk van wie je het vraagt, tussen de zes en zeventien miljoen doden vielen.

Het lijkt erop dat beide politici de welbekende hamer zijn die in alles een spijker ziet. Door hun fundamentalistische, orthodoxe gereformeerde denken hebben ze het contact met de wereld verloren. Ze geloven dat iedere gelovige, vooral als het een islamiet is, uit is op werelddominantie. Dat ze hun strikte leer van het vieren van Kerst als maat zien voor hoe Kerst gevierd wordt en vergeten dat het voor het gros van de mensen het religieuze karakter vrijwel afwezig is en is vervangen door cadeautjes en veel eten. Wat ze daarbij ook vergeten is dat het parlementaire werk, de aanleiding voor deze enorme luchtballon, rond Kerst en Pasen een reces kent en dat er nooit op zondag, hun dag van de Heer, nooit wordt vergaderd. Zij als christen, hoeven geen schorsing te vragen om hun ‘feest’ te mogen vieren. Dan klagen over: “een voorkeursbehandeling van de islam,” en beweren dat: “De islam (…) een steeds dominantere voorrangspositie” krijgt en:Het christendom wordt steeds meer naar de achtergrond geduwd, terwijl Nederland juist christelijke wortels heeft,” is een gotspe. Waar is hier trouwens die joodse kant gebleven?

De beide gereformeerde broeders eindigen met de woorden: “Onze oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland is daarom duidelijk: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!” Mijn oproep: luister niet naar deze deze intolerante zeloten. Onze prettige democratische rechtsstaat is er ondanks en niet dankzij hun gepreek. Die is er ondanks en niet dankzij het christendom. Zij zaaien angst, verdeeldheid en uiteindelijk haat. Als het aan hen had gelegen dan leefden we in een gereformeerde theocratie waar vrouwen niets te zeggen hebben. Een soort Iran maar dan christelijk.

1 https://debatdirect.tweedekamer.nl/2026-03-10/overig/plenaire-zaal/regeling-van-werkzaamheden-15-55/video vanaf minuut 28.30

Uitgelicht

Onbegrijpelijk begrip

Onbegrijpelijk begrip! Dat was mijn eerste reactie toen ik las wat de nieuwe minister van buitenlandse zaken Tom Berendsen te berde bracht met betrekking tot de Amerikaans-Israëlische oorlogsdaad tegen Iran. “Het kabinet heeft begrip voor de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, zegt minister Tom Berendsen (Buitenlandse Zaken). Wel zijn er “terechte vragen” of die volgens het internationaal recht gebeuren, maar dat is niet het enige “kader” voor de situatie.” Zo is te lezen bij nu.nl. Soms bedriegt de eerste indruk. Deze keer niet: onbegrijpelijk begrip.

Bron: Flickr

De kersverse minister beweert hier dat er naast het internationaal recht nog andere ‘kaders’ zijn om de actie langs af te wegen. Nee, beste minister, er is geen ander kader voor deze situatie. Er is een kader, en dat is het internationaal recht of er is geen kader en dan kloot iedereen maar wat aan. Dat zijn in deze de twee smaken. Beweren dat er een ander kader is is beweren dat het internationaal recht ‘ook maar een mening’ is. De Nederlandse rechter ziet mij aankomen als ik iemand voor de harsens heb geslagen en ik beweer dat mijn daad toch echt langs het kader van de lelijkheid van het hoofd of de stinkende adem van de ander, moet worden afgewogen en dat die kaders mijn daad rechtvaardigen.

Dat het: “bewind in Iran (…) een moorddadig regime,” is, is geen reden om een oorlog te beginnen. Zeker niet voor het Israëlische ‘regime’ dat qua moorddadigheid met Iran kan wedijveren. Trouwens ook niet voor het Amerikaanse regime onder Trump dat in korte tijd ook al een aardig trackrecord op dit gebied aan het opbouwen is en daarbij kan voortbouwen op enkele van zijn voorgangers.

Het Iraanse gevaar wordt, net als vijfentwintig jaar geleden het Iraakse gevaar, tot mythische proporties opgeblazen. Als we het dan toch over: “grote risico’s voor de regio,” hebben en: “het kernwapenprogramma,” dan mag de blik toch zeker ook op Israël worden gericht. Dat land is een kernmogendheid en laat zich daarbij door niets of niemand controleren. Het land heeft het non-proliferatieverdrag niet ondertekend en bombardeert naar believen landen in de regio. Gedrag waarbij het op de onvoorwaardelijke steun van de Verenigde Staten kan rekenen. Israël heeft, net als de Verenigde Staten onder Trump, volkomen lak aan mensenrechten en het internationaal recht. Bijzonder daarbij is dat Trump in zijn eerste termijn een overeenkomst met Iran over nucleaire zaken in de prullenbak gooide. Het is dan nogal een gotspe om van Iran te eisen dat zie zich wel aan de regels moeten houden waar Israël en de Verenigde Staten hun achterste mee afvegen.

De vraag of er sprake is van een actie in strijd met het internationaal recht, die durven Berendsen en het kabinet niet te beantwoorden: “De vragen beantwoorden is aan de VS en Israël. Niet alle informatie is nu beschikbaar.” Bijzonder want beweert hij nu werkelijk dat de misdadiger de rechter is in zijn eigen strafzaak? Dat het aan de dader is om te beoordelen of er sprake is van een misdaad? Dat lijkt mij het recht op z’n kop. Dat het internationaal recht hier wordt geschonden is evident. Er wordt een land aangevallen. Toen Rusland hetzelfde deed met Oekraïne was de wereld te klein en oordeelde de Nederlandse regering onmiddellijk dat het internationaal recht was geschonden. Toen werd het oordeel niet uitbesteed aan dader Rusland.

“We geloven en hopen op een wereldorde die gebaseerd is op het internationaal recht. Tegelijkertijd zullen we moeten constateren dat de wereldorde en het internationaal recht onder druk staan,” aldus Berendsen op de vraag of het kabinet het internationaal recht deels heeft verlaten. Hij ziet geen ‘blauwdruk voor hoe om te gaan met het internationaal recht: “We zien gewoon dat de wereld in beweging is. Welke kant dat uiteindelijk zal worden, is nu lastig te beoordelen. Tegelijkertijd zien we een aantal grootmachten die de taal van de macht spreken. Wij als Nederland zullen een manier moeten vinden om ons te verhouden tot de wereldorde die zich om ons heen vormt.” Een bijzonder antwoord op een bijzondere vraag.

Een bijzondere vraag omdat je gelooft in het internationaal recht, of je gelooft er niet in. Er deels in geloven staat gelijk aan er niet in geloven. Dat maakt het internationaal recht tot een soort keuzemenu en dus ‘ook maar een mening’ en dus waardeloos. Een bijzonder antwoord omdat ‘geloven in een wereldorde op basis van internationaal recht’ je juist wel een ‘blauwdruk’ voor je handelen geeft. Die blauwdruk bestaat eruit om iedere schendig ervan krachtig te veroordelen en via de daartoe ingerichte internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof, aan te kaarten. Door die veroordeling vergezeld te laten gaan van strafmaatregelen tegen de overtreder. Die blauwdruk doet de: “mist van de nieuwe wereldorde,” waar we volgens Berendsen door moeten varen, verdwijnen. Die blauwdruk is precies daarop gericht waar we ons volgens Berendsen op moeten richten en dat is: “ op het Nederlands belang in het buitenland.”

Het ‘begrip’ van Berendsen en de Nederlandse regering kan alleen maar met onbegrip worden bekeken. Het getuigt van onnavolgbare gedachtekronkels. Het ontbeert elke vorm van zuiver argumenteren en logica.