Uitgelicht

Alleen samen zijn we vrij

“Of denk aan mensen die zich onveilig en geïntimideerd voelen door pro-Palestijnse demonstraties. Demonstreren hoort bij een vrije samenleving. Dat staat voor mij buiten kijf. Maar het gaat wringen wanneer mensen alleen hun eigen vrijheid opeisen en daarbij iedere verantwoordelijkheid voor de vrijheid van anderen achter zich laten, precies dat zagen we onlangs in Amsterdam.” Die woorden sprak Christen-Unie voorvrouw Mirjam Bikker in haar Ronny Naftaniel-lezing. Dat is nogal een bewering. De joodse gemeenschap is de groep waarvan de vrijheid in gevaar is, aldus Bikker. Die voelt zich onveilig. En dat gevaar komt van ‘pro-Palestijnse demonstranten en mensen die met Hamas-vlaggen zwaaien.

gele lijn in Gaza. Bron:mondoweiss.net

Bikker liet die woorden volgen door: “Als vrijheid alleen nog maar betekent dat ik mijn gang kan gaan, zolang de ander daar niet direct en zichtbaar schade aan ondervindt, dan is dat uiteindelijk een armzalig vrijheidsideaal. Waar de grootste schreeuwer wint en de samenleving aan het einde gepolariseerd en verkruimelt tegenover elkaar staat. Met als eerste slachtoffer de Joodse gemeenschap, maar vervolgens iedere andere minderheid. Dat is niet het Nederland waar ik in geloof.” Om vervolgens uit te komen bij de filosoof Isaiah Berlin en diens twee opvattingen over vrijheid. En haalt ze er nog wat theologen en bijbelpassages bij. Volgens Bikker is ons aller vrijheid in gevaar als de vrijheid van een persoon of groep in gevaar is. Ze sluit af met de woorden:“ Alleen samen ben je vrij.” En daar kan ik me helemaal in vinden. Ons aller vrijheid is in gevaar als aan de vrijheid van een groep of individu wordt getornd.

U verwijt pro-Palestijnse demonstranten en zwaaiers met de Hamas vlag dat ze ‘alleen hun eigen vrijheid opeisen en iedere verantwoordelijkheid voor de vrijheid van anderen achter zich laten’. Dat is nogal een verwijt. Maar helaas wordt dat verwijt als een feit geponeerd en niet onderbouwd. Geldt dat verwijt dan niet ook voor pro-Israël demonstranten en gezwaai met de Israëlische vlaggen? Dat zou voor de Palestijnse Nederlander ook zomaar eens tot onveilig en geïntimideerd voelen kunnen leiden. Om voor mezelf te spreken, ik voel onveiligheid en intimidatie bij veelal in het zwart geklede demonstranten met dubieuze symbolen en Prinsenvlaggen die ‘wij zijn het volk’ roepen. Dan maar niet meer demonstreren of met vlaggen zwaaien? Dat is niet de oplossing zoals Bikker aangeeft immers: “Demonstreren hoort bij een vrije samenleving.” Net zoals ongemakkelijke gevoelens van anderen bij dat demonstreren en gezwaai met vlaggen hoort. Een samenleving zonder ongemak bestaat niet. Vrijheid is per definitie ongemakkelijk omdat mijn vrijheid met die van jou schuurt. Sterker, een samenleving waar vrijheden niet schuren is een onvrije samenleving.

Maar beste mevrouw Bikker, als u zich echt zorgen maakt om de vrijheid en de veiligheid van joodse Nederlanders, dan moet u verder kijken dan de pro-Palestijnse demonstranten en het zwaaien met Hamas vlaggen. Dan moet u zich eens verdiepen in de manier waarop het begrip antisemitisme door Israël en de Israëlische regering wordt ingevuld en in Nederland wordt versterkt door het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). De club waarvan de naamgever van uw lezing jarenlang de voorzitter was. U schrijft terecht dat: “Joodse Nederlanders ook niet verantwoordelijk voor de keuzes van de Israëlische regering,” te houden zijn. Door, zoals de Israëlische regering doet, op alle kritiek op haar handelen het label antisemitisch te plakken, maakt zij geen onderscheid tussen joods en de Israëlische regering. Door dit, zoals het CIDI doet na te volgen, iets waar u zich in deze lezing ook schuldig aan maakt, draagt u juist bij aan datgene wat u niet wilt en dat is dat joden om verantwoording wordt gevraagd voor de daden van Israël.

Die honderdduizenden mensen die in 2025 tot drie keer toe een rode lijn trokken en dat binnenkort weer doen, deden en doen dat (de overgrote meerderheid tenminste) niet omdat ze joden haten en antisemitisch zijn zoals u impliciet lijkt te zeggen. Nee, die deden en doen dat omdat Israël zich barbaars gedraagt. Gedrag dat is te vergelijken met de manier waarop de Duitse Nationaalsocialisten zich in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw gedroegen. Die deden en doen dat vooral omdat de Nederlandse regering haar plicht verzaakt en Israël niet straft voor haar barbaarse optreden. Ze deden en doen dat om u als Kamerlid in beweging te krijgen en zich in te gaan zetten voor mensen van wie veel meer dan alleen de vrijheid wordt bedreigd. Van wie de eigen cultuur en het voortbestaan wordt bedreigd. Voor mensen die door Israël als, om een beladen term te gebruiken, Untermenschen worden behandeld. Die mensen dat zijn de Palestijnen die in de Gaza-strook en op de Westoever wonen. Dat zijn de mensen die direct worden bedreigd. Dat zijn de mensen waar onze sympathie, aandacht en steun naar toe zou moeten gaan. Want, zoals u terecht schrijft: “Wie zich niet bekommert om de vrijheid van de ander, (…) houdt niet werkelijk van vrijheid. Wie wegkijkt wanneer een ander wordt bedreigd, werkt uiteindelijk mee aan onvrijheid.” immers om u aan te halen: “Alleen samen zijn we vrij.” En bij dat samen mevrouw Bikker, horen ook de Palestijnen. Bij het mijne tenminste wel.

Uitgelicht

J’accuse…!

Brief aan de heer R. Jetten, minister-president van Nederland. J’ accuse…! Zo begon een open brief van de Franse schrijver Emile Zola in de krant L’Aurore van 13 januari 1898. Zola richtte zijn brief aan Félix Faure, de toenmalige president van de derde Franse republiek. Met deze woorden begint deze open brief aan u. Zola sprak in zijn brief zijn verontwaardiging uit over de manier waarop kapitein Alfred Dreyfus onterecht werd beschuldig van en veroordeeld voor spionage voor Duitsland. De beschuldiging en veroordeling van de jood Dreyfus waren een gevolg van antisemitisme. “Er is niets meer aan te doen, Frankrijk draagt nu voor altijd deze vuiligheid, de geschiedenis zal schrijven dat het onder uw presidentschap was dat een dergelijk maatschappelijk misdrijf bedreven kon worden,” aldus Zola in zijn brief. Aan hetgeen ik onder uw aandacht wil brengen daarentegen, is nog wel wat te doen. U kunt nog wel iets doen aan de schandvlek die uw blazoen aan het bevuilen is. Snel handelen kan ervoor zorgen dat die schandvlek niet aan uw blazoen hecht. Welke schandvlek? De schandvlek van het handelen of beter gezegd het gebrek aan handelen van de Nederlandse staat met betrekking tot het beschermen van de Palestijnse bevolking tegen de Israëlische regering.

Zola’s open brief aan Faure. Bron: Wikipedia

Ik gebruik de woorden van Zola, j’accuse …! , ‘ik beschuldig’ om mijn brief aan u, de eerste vertegenwoordiger van de Nederlandse, regering te openen. Ik beschuldig de Nederlandse regering van:

Als eerste het niet veroordelen van en optreden tegen oorlogsmisdaden begaan door Israël. Want:

– zoals u weet, of behoort te weten, is het collectief straffen van mensen voor de daden van enkelen in een oorlog, een oorlogsmisdaad. Artikel 33 van het Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, stelt dat een beschermd persoon niet mag worden bestraft voor een vergrijp dat de persoon niet heeft begaan. Meer dan 2.200 mensen uit hun huizen zetten en hun huizen vernietigen als vergelding voor de dood van twee Israëlische soldaten alleen maar omdat de schutter uit hun wijk afkomstig is, is mensen straffen voor een daad die ze niet hebben gepleegd. Palestijnen in de door Israël bezette gebieden zijn, op grond van het vierde artikel van hetzelfde verdrag, beschermde personen. Dat is een vorm van collectief straffen die het al genoemde artikel 33 verbiedt. De Israëlische regering begaat hiermee een oorlogsmisdaad en dit is niet de eerste keer. Begin 2025 deed de Israëlische regering precies hetzelfde in Jenin. En ook de acties van Israël in Gaza vertonen veel kenmerken van collectief straffen;

– zoals u weet, of behoort te weten, stelt Artikel 3 van hetzelfde verdrag dat: “Personen die niet rechtstreeks aan de vijandelijkheden deelnemen, met inbegrip van personeel van strijdkrachten dat de wapens heeft nedergelegd, en zij die buiten gevecht zijn gesteld door ziekte, verwonding, gevangenschap of enige andere oorzaak, onder alle omstandigheden menslievend (moeten) worden behandeld.” Het massaal samendrijven van dergelijke personen in kampen en hen daar maar mondjesmaat van voedsel, water en medische verzorging voorzien kan ik niet ‘menswaardig behandelen’ noemen;

– zoals u weet, of behoort te weten, moeten: “De gewonden en zieken, evenals de gebrekkigen en de zwangere vrouwen, in het bijzonder worden beschermd en ontzien,” zo stelt artikel 16 van hetzelfde verdrag. Het bombarderen van ziekenhuizen lijkt mij niet bij te dragen aan het beschermen van gewonden, zieken en gebrekkigen. Sterker, artikel 18 stelt dat: “Burgerziekeninrichtingen, ingericht voor de verzorging van de gewonden, zieken, gebrekkigen en kraamvrouwen, onder geen omstandigheid het doelwit van aanvallen (mogen) zijn, doch moeten te allen tijde worden ontzien en beschermd door de Partijen bij het conflict.” Ook moeten (artikel 21): “Transporten van gewonde en zieke burgers, van gebrekkigen en kraamvrouwen, uitgevoerd te land door konvooien van voertuigen,” net zoals de genoemde ziekenhuizen worden ontzien en beschermd. Het beschieten en bombarderen van ambulances is een flagrante schending hiervan.

Wat buiten kijf staat is het recht van een bezet volk of leden ervan om zich tegen de bezetting te verzetten. En ja, bij dat verzetten mag geweld worden gebruikt maar wel binnen de regels van het oorlogsrecht en die overtrad Hamas op 7 oktober 2023. Het overtrad die regels niet door de actie op Israëlisch grond gebied te laten plaatsvinden. Het overtrad die regels door willekeurig mensen (waaronder kinderen) te mishandelen en doden en door vrouwen te verkrachten. Die daden moeten scherp worden veroordeeld. Het recht op zelfverdediging waar Israël en haar sympathisanten zich op beroepen geeft het land geen vrijbrief om het oorlogsrecht en de mensenrechten te schenden, zich van terreur te bedienen en genocidaal op te treden. Net zoals het recht op verzet van de Palestijnen hen niet het recht geeft om het oorlogsrecht te schenden. Dergelijke overtredingen van het oorlogsrecht kunnen en mogen niet onbestraft blijven.

Als tweede het niet veroordelen van en optreden tegen Israël vanwege genocidaal handelen. Van genocide is sprake zo is vastgelegd in artikel II van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide als er sprake is van: “een van de volgende handelingen, gepleegd met de bedoeling om een nationale, ethnische, godsdienstige groep, dan wel een groep, behorende tot een bepaald ras, geheel of gedeeltelijk als zodanig te vernietigen: a. het doden van leden van de groep; b. het toebrengen van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel aan leden van de groep; c. het opzettelijk aan de groep opleggen van levensvoorwaarden die gericht zijn op haar gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging; d. het nemen van maatregelen, bedoeld om geboorten binnen de groep te voorkomen; e. het gewelddadig overbrengen van kinderen van de groep naar een andere groep.” Niet te ontkennen valt dat Israël Palestijnen doodt, ze ernstig lichamelijk en geestelijk letsel toebrengt en hen levensvoorwaarden oplegt die tot gehele of gedeeltelijke lichamelijke vernietiging leiden. Tegenwerpen dat het aan ‘de rechter is’ om hierover te oordelen ontslaat iemand niet van de plicht om zich uit te spreken over het genocidale karakter van het handelen van Israël af te keuren en passende maatregelen te nemen tegen de dader. Want zelfs als de rechter mocht bepalen dat er geen sprake is van genocide dan nog is het optreden van Israël een schending van het oorlogsrecht en de mensenrechten.

En daarmee als derde het niet veroordelen van en optreden tegen de schending van de mensenrechten door Israël. Zo schendt Israël het recht op leven, vrijheid en de onschendbaarheid (artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens). Maakt Israël zich schuldig aan foltering en wrede, onmenselijke en interende behandeling en bestraffing. Denk hierbij onder andere aan de collectieve bestraffing. Onthoudt Israël de bewoners van de bezette gebieden erkenning als persoon voor de wet (artikel 6). Zijn zij niet gelijk voor de wet en hebben zij geen aanspraak op gelijke bescherming (artikel 7). Worden Palestijnen onderworpen aan willekeurige arrestatie, detentie en verbanning (artikel 9). Wordt hen een eerlijke en openbare behandeling voor een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie ontzegt (artikel 10). Worden zij voor schuldig gehouden zonder dat hun schuld wordt bewezen (artikel 11). Worden zij onderworpen aan willekeurige inmenging in hun persoonlijke aangelegenheden (artikel 12). Wordt aan hen het recht onthouden om zich vrijelijk te verplaatsen en om hun land te verlaten of er terug te keren (artikel 13). Wordt hen het recht op een nationaliteit onthouden (artikel 15). Worden zij in strijd met artikel 17 willekeurig van hun eigendommen beroofd. Om enkele van de mensenrechten te noemen die de Israëlische regering schendt in haar optreden in de bezette gebieden

Ik beschuldig de Nederlandse regering van het niet veroordelen van dit handelen en er niet tegen optreden. Optreden door economische, diplomatieke en militaire maatregelen te nemen tegen Israël. Maatregelen in overeenstemming met de ernst van de overtredingen en die zijn ernstig.

Ik beschuldig de Nederlandse regering van nalatigheid en plichtsverzuim. Nalatigheid en plichtsverzuim omdat de Nederlandse Grondwet in artikel 90 stelt dat de regering de ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert. Bevorderen, ‘de werking of ontwikkeling van iets begunstigen, in de hand werken’ aldus de Van Dale. Het minste wat een regering kan doen is zich uitspreken tegen schending van de internationale rechtsorde. Het handelen van Israël een flagrante schending van die internationale rechtsorde. Iets meer dan uitspreken is het nemen van maatregelen tegen de schender. Door niets te doen tegen het optreden van Israël laat de Nederlandse regering die internationale rechtsorde aan haar lot over. Een rechtsorde is alleen een orde als ze wordt gehandhaafd en als overtreders worden aangesproken en gestraft voor hun overtreding. Als ze voor iedereen geldt en iedereen op overtreding ervan wordt aangesproken, niet alleen voor onwelgevallige landen.

“En ik roep tot u, mijnheer de President, deze waarheid, met al mijn opstandige kracht van een eerlijk man,” schreef Zola aan Faure en dat doe ik met deze brief aan u, minister-president. De zin die hij erop liet volgen (“ Voor uw eer ben ik ervan overtuigd dat gij er niet van weet” ) kan ik er niet aan toevoegen omdat u in uw eerdere hoedanigheid meeliep en een rode lijn trok tegen de passieve en daardoor medeplichtige houding van de regering van uw voorganger Schoof. U bent ervan op de hoogte . Maar u kunt uw blazoen nog beschermen tegen ernstige aantasting door nu te doen waar u in 2025 voor demonstreerde, namelijk door u namens de Nederlandse regering uitspreken tegen de voortdurende schending van de rechten van Palestijnen. Door de medeplichtigheid te beëindigen en de overtreder, Israël te straffen voor haar overtreding. Straffen door alle handelscontacten te beëindigen en de diplomatieke betrekkingen met het land op het laagste pitje te zetten en de ambassadeur uit te zetten.

Afsluitend en Zola parafraserend: het is mijn plicht me op deze manier uit te spreken. Ik wil niet medeplichtig zijn. Mijn nachten zouden verstoord worden door de geest van de onschuldigen die daarginds moeten boeten, onder de vreselijkste aller martelingen.

Uitgelicht

Stefan Tax: de omgekeerde Robin Hood

Wat hebben Russel Crowe, Richard Geere en Kevin Costner gemeen? Alle drie hebben ze ooit de rol van Robin Hood gespeeld. De oude Engelse volksheld uit Sherwood Forrest die het leven van de sheriff van Nottingham verstierde omdat hij van de rijken stal en de opbrengst aan de armen gaf. Deze drie zijn trouwens niet de enigen die de rol van Robin hebben gespeeld. Van de drie betreffende films is die met Costner mijn favoriete. Niet vanwege Costner maar door de rol van Azeem, een mysterieuze Oosterling gespeeld door Morgan Freeman. Ik moest denken aan Robin Hood bij het lezen van een artikel van Stefan Tax in De Telegraaf dat ik op LinkedIn tegenkwam. “Schaf Box 3 af, en de erfbelasting ook!”stond er boven het artikel.

Stefan Tax is, zo is te lezen, lobbyist familiebedrijven en zoon van Quote 500 lid Ben Tax, de eigenaar van zaadveredelingsbedrijf Rijk Zwaan. Dit even ter introductie. Dan de inhoud van het artikel. Tax pleit voor het afschaffen van belastingheffing op vermogen, beleggingen en erfenissen. Maar dan ontstaat er, zo constateert Tax een dekkingsprobleem. “Het antwoord zou een veel zuinigere overheid moeten zijn. Het is natuurlijk een bloody shame als de overheid niet eens in staat blijkt voldoende te bezuinigen om deze belastingen af te schaffen.” maar als er dan toch iets belast moet worden, dan heeft Tax de kip met het gouden ei gevonden: “Mijn voorstel is simpel: hef jaarlijks een half procent over het vermogen van pensioenfondsen. Dat is voldoende om Box 3 en de erfbelasting volledig af te schaffen.” Dat is ook nog eens makkelijk uitvoerbaar: “Voor deze pensioenheffing heb je geen duizenden ambtenaren nodig. Een halve is al genoeg.”

Aan Robin Hood dus, maar dan wel een omgekeerde want wat stelt Tax hier voor? Hij wil het belasten van rendement uit vermogen en beleggingen afschaffen. Het rendement dat zijn vader maakt op zijn geschatte vermogen van € 275 miljoen kan dan gewoon in de zakken van zijn vader verdwijnen. En omdat hij ook de erfbelasting wil afschaffen verdwijnt het dan op termijn voor een deel in zijn zakken. Dit geheel en al zonder dat er ook maar een cent belasting over hoeft te worden betaald. Leuk voor zijn vader en voor hemzelf.

Voor wat betreft die erfbelasting even wat cijfers. Het gemiddelde vermogen van het gemiddelde Nederlandse huishouden inclusief eigen woning bedroeg in 2024 € 333.500. Dit was vrij ongelijk verdeeld want de mediaan van vermogen, het vermogen waarbij er precies evenveel mensen meer als minder vermogen hadden bedroeg in hetzelfde jaar € 135.500. De rijkste 10% van de huishoudens bezaten in totaal 42% van het totale vermogen. Het totale vermogen van de onderste 40% van de huishoudens was bij elkaar niet veel meer dan € 0.1 Wat betaal je nu aan erfbelasting als je enig kind bent van het gemiddelde huishouden. Over de eerste € 26.239 van je erfenis betaal je geen belasting2. Over de eerste € 158.669 euro van de rest betaal je 10%, dus € 15.867. Over de laatste € 148.592 betaal je 20% belasting, dus € 29.718. In totaal betaal je dan € 45.585 aan belastingen. Wat betekent dat je € 287.915 op je rekening kunt bijschrijven. Geld waarvoor je niets noemenswaardig hebt hoeven doen. Heb je een broer of zus dan betaal je over de € 166.750 die je erft € 12.051 en je broer of zus betaalt eenzelfde bedrag3. Als Tax die € 275 miljoen van zijn vader erft dan moet hij bijna € 55 miljoen aan belasting betalen. Een flink bedrag maar daarvoor mag hij wel € 220 miljoen op zijn rekening bijschrijven. Maar omdat het gros van de Nederlanders veel minder dan gemiddeld erft waarvan 40% niets tot bijna niets, hoeven die zich geen zorgen te maken over een forse aanslag. Erf je van de gelukkige Nederlander die op die mediaan zit, dan betaal je € 10.900 belastingen en kun je € 124.600 op je rekening bijschrijven. Van afschaffing van de erfbelasting profiteren vooral de rijken. Die hebben immers iets te vererven.

Iets soortgelijks geldt voor box 3. Uit allerlei berichten en vooral de reacties erop blijkt dat het gros van de mensen niet weet wat box 3 inhoudt. Dat is niet erg want het gros betaalt ook geen belastingen in box 3. Want als we het eigen woningbezit van het vermogen afhalen, dat telt namelijk niet mee bij het berekenen van het totaal vermogen waarover belasting moet worden betaald in box 3, dan daalt het gemiddelde vermogen naar € 167.200 en het mediane naar € 23.000. Alleen als je vermogen in box 3 hoger is dan € 59.357 en als je een fiscale partner hebt hoger dan € 118.714 moet je belasting betalen in box 3.4 Veel meer dan de helft van de Nederlanders betaalt daarom geen belasting in box 3. Ook van het afschaffen van deze belasting profiteren vooral de rijken en vermogenden. Precies de mensen die zich uitgebreid in de discussie hieromtrent melden, mensen zoals Stefan Tax. Daarbij spreken ze steeds over ‘de gewone man’, ‘de kleine man’ of nog vaker over de ‘hardwerkende Nederlander’ en zo lijken ze op te komen voor de belangen van ons allemaal. Ze maken zich echter druk om iets wat maar een klein deel van de Nederlanders raakt en wel precies die Nederlanders die het kunnen hebben. Ook van het afschaffen van box 3 profiteren de rijken.

Laten we nu eens kijken naar de manier waarop Tax dit wil betalen: 0,5% belasting op het vermogen van pensioenfondsen. Dat kan, zoals Tax terecht betoogt met een halve fte aan personeel worden geïnd. Al moet je je afvragen of het wenselijk is dat alle kennis van de heffing bij slecht één persoon zit. Dan belangrijker, van wie is het geld dat in die pensioenfondsen zit? Het bedrag in die fondsen is van de werknemers die volgens de wet verplicht via zo’n fonds moeten reserveren voor hun oude dag. De premie die hiervoor wordt betaald is ‘uitgesteld loon’. Loon dat nu opzij wordt gezet om het je een later moment, na je pensioen, uit te betalen. Over dat uitgestelde loon wordt bij het storten in het fonds geen inkomstenbelasting betaald. Die moet jij gaan betalen als het na je pensioen aan jou wordt uitbetaald. Het geld in die fondsen is dus van de werknemers van al die bedrijven die deelnemen aan die fondsen. Die moeten verplicht deelnemen. Het ingelegde geld wordt belegd om de inflatie te compenseren en liefst nog iets meer. Dat is nodig om je na je pensioen een redelijk bedrag te kunnen uitbetalen.

Tax’ idee om daar ieder jaar 0,5% van af te romen ter compensatie voor de afschaffing van box3 en de erfbelasting, betekent dat de fondsen structureel minstens 0,5% meer rendement moeten maken om de pensioengerechtigden eenzelfde pensioen te kunnen uitbetalen. Lukt dat niet, dan gaat dat ten kosten van het pensioen van alle deelnemers aan het fonds. Dat wordt dan lager. In Nederland zijn er 6.827.430 actieve deelnemers aan een fonds. Dat zijn mensen die premie betalen. Daarnaast ontvangen 4.120.399 mensen een uitkering uit een fonds. Dat zijn 11 miljoen mensen van de in totaal ruim 14.700.000 miljoen Nederlanders ouder dan 18 jaar. Die 11 miljoen betreft zeker de mensen met geen of een klein vermogen.5

Tax wil dus de verplichte belegging van de loontrekkers belasten om te regelen dat over de vrijwillige beleggingen en erfenissen van vooral de rijken geen belasting betaald hoeft te worden. Een echte omgekeerde Robin Hood. Eentje die steelt van de armen en geeft aan de rijken.

1Zie hiervoor: https://dashboards.cbs.nl/v5/vermogen/

2Hier is vrijgestelde bedrag te vinden:https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/vrijstelling-erfbelasting

3Hier zijn de percentages te vinden: https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/erfbelasting/content/tarieven-erfbelasting

4Hier informatie over het heffingsvrije vermogen:https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/box-3/content/heffingsvrij-vermogen

5 Hier zijn de cijfers te vinden: https://www.dnb.nl/statistieken/dashboards/pensioenen/

Uitgelicht

Van Weel gaat te ver!

In de aanloop naar de Kamerverkiezingen van 2025 schreef ik de Election Files serie. Een serie waarin ik naast verkiezingsprogramma’s ook relevante ontwikkelingen beschreef. In de zesde prikker in die serie Het vlak helt over, behandelde ik de aanvallen op onze democratische rechtsstaat. En nee, geen aanvallen door ‘statelijke actoren’ of ‘trollen’. Nee, aanvallen van binnenuit. Vanuit de politieke partijen, de volksvertegenwoordigers, de Tweede Kamer als instituut en de regering. Ik moest aan deze serie denken toen ik op de NOS site las dat minister van Justitie Van Weel in gesprek wil met de Amsterdamse burgemeester Halsema over een demonstratie van 11 oktober 2026. “Dit ging ver over mijn grens,” aldus Van Weel.

Bron: Flickr

Wat is er gebeurd? Op die elfde oktober werd er gedemonstreerd tegen het brute Israëlische geweld in Gaza. In die demonstratie liepen ook mensen mee met spandoeken waarop zij verkondigden Hamas te steunen en dat ging dus ver over de grens van Van Weel en dan ben je, zo zei hij: “ “Dan ben je ofwel naïef, kwaadwillend of gestoord.” Dan toch even voor minister Van Weel. Dat iets ‘ver over zijn grens’ gaat, wil nog niet zeggen dat iets verboden is of niet mag. De ‘grens’ van Van Weel is niet relevant, niet als privépersoon en ook niet als minister. De enige grens die relevant is, is de wet. De wet kent ons vrijheid van meningsuiting toe en achter Hamas staan is een mening die je mag verkondigen. Net zoals een ander mag verkondigen ‘achter Israël te staan’ iets wat door anderen weer ‘ naïef, kwaadwillend en gestoord’ genoemd mag worden. Net zoals Van Weel zijn mening mag verkondigen dat dit hem ‘te ver gaat’. Maar daarbij wel een onderscheid. Als privépersoon mag hij dat zeggen. Als minister, en zeker als minister van justitie, hoort hij pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Dan behoort hij de bekende aan Voltaire toebedeelde uitspraak aan te halen: ‘Ik ben het voor geen woord eens met wat u zegt, maar ik zal me tot mijn dood inzetten voor uw recht om het te zeggen.’ helaas lijkt Van Weel zijn klassiekers niet te kennen en wat belangrijker is, ook zijn rol niet.

Bovendien, zo is te lezen, denkt hij dat het zeer intimiderend was voor joodse inwoners van Amsterdam. Zo kan ik me goed voorstellen dat het gezwaai met Israëlische vlaggen voor Palestijnse inwoners van Amsterdam ook intimiderend kan zijn. Net zoals tractoren voor je huis intimiderend kunnen zijn. Dat iets voor mensen intimiderend kan zijn, wil niet zeggen dat het niet mag. Ook dat mag. En ook dat behoort Van Weel te weten.

“Van Weel wil daarom met burgemeester Halsema in gesprek. Hij wil van haar weten waarom ze de betoging bij het Nationaal Monument op de Dam zo liet doorgaan. Er werd gezichtsbedekkende kleding gedragen en dat kan al een reden zijn om een demonstratie te ontbinden. Ook had ze de echte opruiers onder de demonstranten er tussenuit kunnen halen.” Zo lees ik. Ja, dat had gekund, maar, beste minister Van Weel, de burgemeester van Amsterdam hoeft aan u geen verantwoording af te leggen over de gemaakte keuze. De wet is daar duidelijk over. Die bepaalt dat het aan de burgemeester is om die keuze te maken en niet aan de minister van Justitie. Ook dat behoort u als minister van Justitie en dus hoeder van de rechtsstaat te weten en dus had u, er in de Tweede Kamer naar gevraagd, moeten antwoorden: ‘Daar ga ik niet over. Dat is de bevoegdheid van de burgemeester en daar bemoei ik me niet mee want als ik dat zou doen dan ondermijn ik onze rechtsstatelijke orde en dat mag en kunt u van een minister van Justitie niet verwachten.’

Helaas deed Van Weel dat allemaal niet. In een poging om daadkracht uit te stralen ging hij verder met de bijl te zetten aan de wortels van onze democratische rechtsstaat. Een bijl die wettelijke vormen aanneemt met het Wetsvoorstel Strafbaarstelling verheerlijken van terrorisme en openbare steunbetuiging aan terroristische organisaties dat door Van Weel aan de Kamer is voorgelegd. Een bizar voorstel waarover ik eerder al een Prikker schreef en concludeerde dat het: “bestraffen van slechte ideeën (…) de verkeerde manier (is). Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.” En: “Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.” Dat dit een reëel gevaar is bleek vorig jaar toen een Kamermeerderheid van PVV, VVD, BBB, SGP en JA21 die een motie van het Forum voor Democratie ondersteunden om Antifa te benoemen tot een terroristische organisatie.

Het optreden van Van Weel, onze minister van Justitie en daarmee hoeder van onze democratische rechtsstaat, gaat, om Van Weels eigen woorden te parafraseren, ver over de grens van onze democratische rechtsstaat en laat zien dat die democratische rechtsstaat in gevaar is en en dat we het voor haar verdediging niet moeten hebben van de minister die er pal voor hoort te staan.

Uitgelicht

Motie voor de bühne

Een voordeel van sociale media is dat politici er gebruik van maken om zich te profileren en je daarbij een beeld krijgt van waar ze zich mee bezig houden. Zo bereikte mij via LinkedIn een bericht van het VVD-Kamerlid Martin de Beer. Hij verhaalde trots over zijn eerste motie die door de Kamer is aangenomen. De Beer: “Vanmiddag stemde de Tweede Kamer in met de Wet Proactieve Dienstverlening. Daarmee kunnen UWV, gemeenten en de Sociale Verzekeringsbank mensen proactief benaderen voor inkomensondersteuning waarvoor zij in aanmerking komen. Dat is mooi. Maar ik vond de wet nog wat eenzijdig. Want als het UWV of de gemeente toch contact heeft met iemand die een uitkering ontvangt, is dat ook een goed moment om te bespreken welke mogelijkheden er zijn voor werk of opleiding.” Niets mis met het meteen mensen ook wijzen op de mogelijkheden voor scholing en werk zou je zo denken.

Bron: Wikipedia

De motie werd aangenomen bij de behandeling van een wet die het mogelijk moet maken dat de gegevensbestanden van bijvoorbeeld het UWV, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en de gemeentelijke bijstand gebruikt mogen worden om mensen in die bestanden te informeren over inkomensondersteunende regelingen waar ze mogelijk gebruik van kunnen maken. Iets wat nu niet mogelijk is omdat persoonsgegevens in bijvoorbeeld de bestanden van het UWV alleen gebruikt mogen worden voor het werk van het UWV en dus niet om mensen te wijzen op gemeentelijke regelingen waarvoor ze mogelijk in aanmerking komen. De nieuwe wet moet dat wel mogelijk maken zodat ze proactief kunnen worden benaderd en kunnen zien waar ze recht op hebben. Dan mogen die kaartenbakken gebruikt worden om mensen te wijzen op een energietoeslag die er weer aan zit te komen.

Met zijn motie wil De Beer dat in die correspondentie over bijvoorbeeld een mogelijke energietoeslag meteen ook wordt gewezen op mogelijk werk of scholing. Niets mis mee, zou je denken. Nu zal menig communicatieadviseur daar anders over denken. Die zal zeggen dat een brief met meerdere boodschappen tot onduidelijkheid leidt. Dat het beter is om je in een brief te beperken tot één boodschap want dan is de kans het grootste dat de boodschap overkomt. Belangrijk, maar daar gaat het mij nu niet om.

Het gaat mij erom dat De Beer met zijn motie een niet bestaand probleem wil oplossen. Het UWV heeft al alle mogelijkheden om mensen in haar kaartenbakken te informeren over mogelijke trajecten naar scholing en of werk. Sterker nog, dat is, naast het verstrekken van de uitkering, de kerntaak van het UWV. Hetzelfde geldt voor de gemeentelijke sociale dienst. Ook daarvan bestaat de kerntaak uit het verstrekken van een uitkering en het begeleiden van mensen naar scholing en/of werk. Je mag toch verwachten dat deze kerntaak proactief wordt uitgevoerd. Sterker nog, de wetten op basis waarvan de uitkeringen worden verstrekt, verplichten de uitvoerders om deze ondersteuning te bieden als de betreffende persoon het niet zelf kan. Sterker nog, de betreffende wetten verplichten de persoon om mee te werken aan activiteiten die het UWV of de gemeente noodzakelijk achten. De motie waar De Beer zo trots mee pronkt is er eentje voor de bühne.

Uitgelicht

Onze normen en waarden

“Waar ik wel een beetje huiverig voor ben is dat er aan de wandel wordt gegaan met deze motie door de opmerking dat alle religieuze uitingen dan eigenlijk in de ban worden gedaan. Dan hoor ik de minister wel een nuance maken en ik hoop dat ook dat opgenomen wordt in het handelingskader van de politie en dat dat ook wijdt verspreid wordt. Dat er nog gewoon ruimte is voor een kerstborrel bijvoorbeeld en een kerstfeest. Want laten we wel wezen, in mijn motie, mijn voorstel stond: ik wil dat we stoppen met het organiseren en faciliteren van iftars, maar laten we even heel duidelijk maken dat ik niet heb gezegd, dat daar geen ruimte moet zijn voor geen enkele religieuze uiting. En dat heeft alles te maken met het feit dat ik vind dat de islam niet te vergelijken is met iets wat heel erg verankerd is in onze Nederlandse normen, waarden, cultuur maar ook in onze tradities hè.” Woorden die JA21 Kamerlid Ingrid Coenradie uitsprak.

Bron: Wikipedia

Nu we het toch over ‘Nederlandse normen en waarden hebben toch even een duit in het zakje. En dan bedoel ik ook echt normen en waarden en niet folklore of traditie, want kerstfeest, sinterklaas en Koningsdag behoren, net als voor anderen iftars, tot folklore en traditie en hebben niets met normen en waarden te maken. Normen en waarden dus. Normen en waarden handelen over hoe je anderen behandelt. De Nederlandse normen en waarden zijn verankerd in de Grondwet. Dat begint met artikel 1, het gelijkheidsbeginsel dat tevens bepaald dat discriminatie niet is toegestaan. Die zitten ook in artikel 6 dat gewetensvrijheid en daarom ook de godsdienstvrijheid regelt. En in artikel 7 dat handelt over de vrijheid van meningsuiting, artikel 8 dat de vrijheid van vereniging regelt en artikel 9 dat handelt over de vrijheid van vergadering en betoging. Artikel 11 dat de lichamelijke onaantastbaarheid regelt.

Wat zien we als we met deze normen en waarden naar de boodschap van Coenradie kijken? Dan zien we dat die vloeken met het gelijkheidsbeginsel. Coenradie wil mensen anders behandelen omdat ze een ander geloof aanhangen. De politie doet daar gelukkig (nog) niet aan mee. Die handelt conform het gelijkheidsbeginsel en behandelt iedere religie op eenzelfde manier. Als er geen bijeenkomst voor een feestdag van de ene religie georganiseerd mag worden, dan ook voor alle andere godsdiensten. Coenradie discrimineert en zou willen dat de politie (de overheid) dat ook doet. In tegenstelling tot wat Coenradie beweert, is het christendom niet verankert in de Nederlandse normen en waarden. Wat is verankerd is de vrijheid van godsdienst, niet de dominantie van een bepaalde godsdienst.

Waar ik huiverig voor ben, om woorden van Coenradie te gebruiken, is voor politici die hoog opgeven over onze normen en waarden, onze vrijheden en die deze vervolgens met voeten treden. Met voeten treden maar wel op een verhullende manier. Een manier waarbij ze een façade optrekken en ze zich naar buiten toe minder extreem voor doen dan ze zijn, om de woorden die de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) in hun rapport Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging gebruiken, aan te halen.1 En van die politici zijn er steeds meer.

Neem de motie die BBB-Kamerlid van der Plas indiende waarin de regering wordt verzocht om:“het structurele patroon van acties van Extinction Rebellion te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme.” Dit omdat, zo is in de motie te lezen: “Extinction Rebellion herhaaldelijk strafbare feiten pleegt en vitale infrastructuur ontregelt om politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Een bijzondere door een Kamermeerderheid aangenomen motie. Bijzonder om meerdere redenen.

Als eerste zijn er meer groepen die herhaaldelijk strafbare feiten plegen en vitale infrastructuur ontregelen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Een van die groepen moet Van der Plas zeer bekend voorkomen want zij verdiende haar momenten van glorie aan de acties van deze groep protesterende boeren. Ook een ander groep, de tegenstanders van asielopvang, maakt zich herhaaldelijk schuldig aan strafbare feiten en ontregelt vitale infrastructuur. Dat deze groepen niet worden genoemd in de motie is bijzonder. Als het herhaaldelijk plegen van strafbare feiten en het ontregelen van vitale infrastructuur om politieke besluitvorming te beïnvloeden een reden is om een groep te laten beoordelen aan de hand van de criteria voor extremisme, dan zouden ook deze twee groepen onderzocht moeten worden. Dat dit niet is gebeurt, is het eigen extremisme verbergen achter een façade waarbij gelijktijdig mensen met andere opvattingen in een kwaad daglicht worden gesteld.

Er is meer. Een kenmerk van extremisme vijandige gedrag in de richting van anders denkende mensen. Als iets de acties van XR niet kenmerkt, dan is het vijandig gedrag in de richting van mensen die er anders over denken. De acties van XR zijn geweldloos en richten zich niet tegen mensen. Iets wat je van de acties van de Farmers Defence Force en tegenstanders van asielopvang niet kunt zeggen.

Je kunt de acties van XR hinderlijk vinden maar je kunt hen niet het recht ontzeggen om de politieke besluitvorming te beïnvloeden. Dat recht heeft iedereen. Je kunt hen ook niet het recht ontzeggen om, via de infrastructuur, de openbare orde te ‘ontregelen’. Dat mag want eenieder heeft het recht om te demonstreren. Als daarbij strafbare feiten worden gepleegd dan dient daartegen te worden opgetreden en de plegers moeten dan worden vervolgd. Met deze motie wordt gepoogd om XR monddood te maken en in het verlengde hiervan wordt de vrijheid van ons allen beperkt. Want wat nu ‘realisme’ is, kan morgen als ‘extremisme’ worden gezien.

Dat een een flinke meerderheid, waaronder partijen als de VVD, het CDA en de ChristenUnie een dergelijke motie steunen, maakt duidelijk dat de normen en waarden zoals ze zijn opgenomen in de Grondwet, onder druk staan. En nee, die druk komt niet van XR en ook niet van moslims. Die druk komt van politici die om welke electorale reden dan ook, marchanderen met die normen en waarden en daarmee marchanderen met onze democratische rechtsstaat.

Deze twee voorbeelden laten zien dat de ‘normaliseringsstrategie’ waar de AIVD en NCTV in hun rapport over schrijven al zo ver gevorderd is dat Kamermeerderheden het acceptabel vinden dat er moties worden aangenomen die zaken betogen, om het rapport van de beide organisaties te citeren: “ haaks (staan)op de waarden van onze democratische rechtsorde. Deze waarden vormen de basis van de vrije samenleving waarin mensen met verschillende meningen, geloofsovertuigingen en culturele achtergronden in vrijheid en gelijkheid samenleven.” Moties die rechts-extremistisch gedachtegoed normaliseren. Kamerleden dus die: “onze democratische rechtsorde en haar grondrechten als de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht voor hun anti democratische doeleinden.,” gebruiken. Die: deze democratische middelen in (zetten)om maatschappelijke tegenstellingen op de spits te drijven en verschillende democratische processen te ondermijnen.”2 De rot zit al diep.

1 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 7

2 Achter de façade. Strategische normalisering vanuit de rechts-extremistische beweging, pagina 3

Uitgelicht

Zit de VVD in de weg?

We kunnen een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt, een van de beroemde uitspraken van Albert Einstein. Aan die uitspraak moest ik denken na het lezen van de Binnenhoflezing van VVD-fractievoorzitter Ruben Brekelmans.

Foto: Marina Noordegraaf. Bron Flickr

Brekelmans wil een krachtig Nederland: “Een land dat mensen veilig houdt, economisch meedoet in de wereld, mensen ruimte en vrijheid geeft, en een democratie heeft die levert.” Daarin speelt het bedrijfsleven een belangrijke rol: “Bij grote issues wordt vaak direct naar de overheid gekeken.” Wel dat ligt toch iets genuanceerder dan dat. Inderdaad wordt er bij grote vraagstukken naar de overheid gekeken. En dat is in onze democratische rechtsstaat niet meer dan terecht. Die overheid is ons grootste samenwerkingsverband en daarmee het belangrijkste en machtigste instrument dat we hebben. Alleen hebben ruim veertig jaar neoliberaal beleid dat instrument verzwakt. Verzwakt door die overheid een steeds kleinere rol te geven in de samenleving en private bedrijven een steeds grotere. De telefonie, de post, het openbaar vervoer, de energievoorziening, de woningbouw, de zorg overal trok de overheid zich terug omdat een uitspraak van de Amerikaanse president Reagan tot algemene neoliberale wet werd verklaard. In zijn eerste inaugurale toespraak sprak Reagan de woorden: “government is not the solution to our problem; government is the problem.” De paar woorden die Reagan ervoor sprak: “In this present crisis,” werden vergeten.

Brekelmans vervolgt met:“Maar wie ontwikkelt de nieuwste drones, medische technologie, huizen voor onze kinderen? Dat zijn ondernemers. Zij nemen de risico’s, investeren en creëren banen.” De bekende (neo)liberale lofzang op het bedrijfsleven als motor van innovatie waarbij tegenwoordig vooral Silicon Valley als voorbeeld wordt gegeven. Helaas is dat, uitzonderingen daargelaten, een vertekend beeld van de werkelijkheid. Of beter gezegd een geromantiseerde met ‘geniale mannen’ (vooral mannen) in de hoofdrol. De basis van het ‘technische’ deel van Silicon Valley is het resultaat van vooral overheidsinvesteringen. Overheidsinvesteringen in vooral defensie en ruimtevaart. Voor wie er meer over wil weten, lees De ondernemende staat van Mariana Mazzucato. Daarin laat ze zien dat de smartphone vol zit met door overheidsinvesteringen ontwikkelde technologie. De innovatie van Apple van Steve Jobs bestond uit twee, of eigenlijk vier zaken. Als eerste die verschillende vindingen bundelen in een klein apparaatje, als tweede de marketingcampagne, als derde het monopoliseren van de toegang tot het apparaat en als laatste het toe-eigenen van de gegevens van de gebruiker. Van die vier waren de laatste geen innovaties. Monopoliseren, marketing en uitbuiting zijn typische kenmerken van het kapitalisme.

Het kapitalisme heeft, zo betoogt Sven Beckert, vier kenmerken. Als eerste: “The reproduction of conditions that allow (…) accumulation to continue,” en dat is niets anders dan monopoliseren en marketing. Als tweede commodificatie, alles tot een product maken en: “one of the first commodities is Labor.” Dat kon in de vorm van slavernij en onze achttiende en begin negentiende eeuwse voorouders zagen ook loonarbeid, de tegenwoordige norm, als een vorm van slavernij. De moderne ‘slavernij’ bestaat uit de toe-eigening van data. Het derde kenmerk is, en dat zal Brekelmans verbazen dat: “Capitalism (…) conceptually unimaginable (is) without the state,” Kapitalisme heeft de staat nodig. Voor een goed voorbeeld daarvan hoeft Brekelmans alleen maar naar China te kijken. De plek waar volgens Brekelmans alle banen naartoe gaan: “Als we luisteren naar de FNV.”

Het vierde kenmerk is dat: “ Capitalism is demarcated by a constant redrawing of the boundaries between the spheres of life seen as subject to capitalist logic and those as outside it. Production and reproduction, economy and polity, human activity and nature.”1 Waarbij het neoliberalisme en het onder de techbro’s populaire libertarisme zo ongeveer het hele leven zien als productie, economie en menselijke activiteit. Brekelmans toont zich een goed leerling met zijn oproep om vijf dagen werken weer de norm te maken want, hij zegt het niet maar zijn hele betoog is er wel van doordrenkt, je leeft immers om te werken.

Brekelmans ziet de overheid als probleem: “Bij al mijn werkbezoeken zeggen ondernemers hetzelfde: we willen groeien, maar de overheid zit in de weg. Met regels, vergunningen, administratie en eindeloze procedures. De overheid als procesfabriek, met het proces belangrijker dan het resultaat. De formulieren zijn ingevuld, maar de banen verdwenen.” Weg met de regels dan maar? Natuurlijk moeten nut en noodzaak van regels goed worden afgewogen. Dat afwegen gebeurt in onze democratische rechtsstaat door de volksvertegenwoordigers. Brekelmans is er daar eentje van net als zijn collega’s in de Tweede- en Eerste Kamer en de leden van provinciale staten en de gemeenteraad. Zij zijn de democratie die moeten leveren. Laat nu Brekelmans partij van de laatste 41 jaar er 34 deel uitmaken van de regering en de VVD is de enige partij die sinds eind 2010 continu deel uitmaakt van de regering en dus de dienst mee uitmaakt bij de overheid.

Brekelmans begint over asiel: “de grootste bron van polarisatie,” volgens Brekelmans en vervolgt met: “Een grote meerderheid wil een lagere asielinstroom, vluchtelingen in de regio opvangen en alleen op uitnodiging naar Europa halen.” Hij vergeet hier voor het gemak dat de overgrote meerderheid van mensen op de vlucht altijd al in de regio worden opgevangen. Hij vervolgt: “Verdragen staan dit in de weg. … Vluchtelingenverdrag en het EVRM stammen uit de jaren vijftig. Door rechterlijke interpretaties is de werking veranderd, zonder dat een parlement daar expliciet voor heeft gekozen. Ik maak geen verwijt aan rechters: zij doen gewoon hun werk. Maar de politiek moet met verdragswijzigingen en wetgeving daarop bijsturen.” Beste meneer Brekelmans, de politiek dat bent u. Dus waar wacht u op als u dit zo graag wilt. Of beter gezegd waarom hebt u dat niet al geregeld? Uw partij heeft van de afgelopen veertig jaar driekwart van de tijd in de regering heeft gezeten.

In zijn hele betoog ontbreekt ook maar enige vorm van zelfreflectie. Zelfreflectie die ook bij zijn partij ontbreekt, zo constateerde ik bij de bespreking van Sterker uit de storm het verkiezingsprogramma waarmee de VVD de laatste parlementsverkiezingen inging. Als de overheid in de weg zit, zou het dan niet zo kunnen zijn dat de VVD in de weg zit? In de weg zit omdat het neoliberale denken waarmee de partij is doordrenkt, aan de basis ligt van de huidige problemen? In de weg zit omdat het de partij ontbreekt aan ook maar enige vorm van zelfreflectie. Om te eindigen met Einstein waarmee ik begon, kun je een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt. En daarbij aanvullend, ook niet met mensen zonder zelfreflectie die het hebben veroorzaakt.

1Sven Beckert, Capitalism. A Global History, pagina 19-21

Uitgelicht

Rechtsstaat voor dummies

“Vijf boeren dreigen hun vergunning én daarmee hun bedrijf kwijt te raken. Dit kabinet heeft de mond vol van de rechtsstaat. Maar het eigendomsrecht van ondernemers hoort daar óók bij.” Aldus Mona Keijzer in een bericht op LinkedIn. Keijzer is niet de eerste die zich in dergelijke bewoordingen uitspreekt. Op het medium waar ik dit las, heb ik al veel soortgelijke uitspraken gezien. Keijzer is vast ook niet de laatste. Keijzer is Kamerlid en heeft Nederlands recht gestudeerd. Zij zou beter moeten weten.

Bron: loomahat.com

Ze zou beter moeten weten, omdat ze met deze drie zinnen een verkeerd beeld van de werkelijkheid schetst. Ze zou moeten weten dat een vergunning een door de overheid gegeven toestemming is om een bepaalde activiteit te mogen uitvoeren. Het geeft de vergunninghouder het recht tot iets. In het geval van de vijf boeren waar Keijzer over spreekt, het houden van kippen. Een vergunning is geen eigendom van de vergunninghouder, zoals Keijzer lijkt te suggereren. Ze is eigendom van de overheid die ze heeft afgegeven. Die heeft de vergunninghouders toestemming gegeven om een bepaalde activiteit uit te voeren.

Ze zou moeten weten dat vergunningen ingetrokken kunnen worden. Dat kan als de houder van de vergunning er structureel een potje van maakt en zich niet aan de voorwaarden houdt. De overheid zal dan eerst waarschuwen, vervolgens handhavend optreden, boetes opleggen en als de overtredingen aan blijven houden dan kan de vergunning worden ingetrokken. Dat kan ook als het maatschappelijk belang verandert. Als voortschrijdend inzicht duidelijk maakt dat een bepaalde vergunde activiteit schadelijk is voor mens en natuur, bijvoorbeeld het gebruik van een bepaalde stof of de lozing van een stof in het oppervlaktewater, dan is dat een reden en aanleiding om vergunningen in te trekken. Dus ja, ook de vergunningen van de vijf boeren kunnen worden ingetrokken als nieuwe opvattingen over de wenselijkheid van zaken daartoe aanleiding geven. Dit geheel binnen de kaders van de rechtsstaat. Dat zou Keijzer moeten weten.

Dat weet de in het Nederlands recht opgeleide Keijzer waarschijnlijk ook en dat is nog wel het meest schadelijke van die paar zinnen. Natuurlijk mag je het om inhoudelijke redenen belachelijk vinden dat de vergunningen van die vijf boeren wellicht worden ingetrokken. Dat kan en mag, maar kom dan wel met inhoudelijke argumenten waarom je het belachelijk vindt. Met haar woorden schetst Keijzer bewust een beeld van een min of meer corrupte overheid die eigendommen van mensen steelt. Ze wakkert wantrouwen in de overheid aan en dat als Kamerlid van het hoogste orgaan van die overheid. Als er iets de bijl aan de wortel van onze democratische rechtsstaat zet, dan is het dergelijk handelen van Kamerleden.

Uitgelicht

Indruk maken op Poetin

“Poetin is niet onder de indruk van een natuurpark. We zien wat er gebeurt in Oekraïne en we willen dat onze mensen paraat kunnen staan voor uw en mijn veiligheid.” met die woorden verdedigt minister van defensie Yesilgöz de plannen om het leger meer ruimte te geven. Letterlijk meer ruimte maar ook figuurlijk door defensie de vrijheid te geven om regels ruimer te interpreteren of zich er niet aan te houden. Moet er indruk worden gemaakt op Poetin?

Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Een Rule of Law rechtsstaat beschermt de burger tegen de overheid. Een krijgsmacht waarvoor net iets andere regels gelden, waarvoor regels worden verbogen is de nagel aan de doodskist van een rule by law rechtsstaat. Het is een vorm van capituleren. Dit even terzijde. Op naar ‘indruk maken”.

Dat indruk maken wil de minister gaan doen door onder andere een grote kazerne te bouwen in Zeewolde en door straaljagers te laten vliegen vanaf vliegveld Lelystad. Dat maakt indruk of toch niet? Beide locaties liggen in de IJsselmeerpolder een gebied dat enkele meters onder de huidige zeespiegel ligt en laat die spiegel door opwarming van de Aarde nu juist stijgen. De belangrijkste beveiliging van allebei de locaties wordt gevormd door de dijk die de polder omsluit en die vrij makkelijk te saboteren is. Iets wat ook opgaat voor het munitiedepot dat aan de Waddenkust op de grens van Groningen en Friesland moet komen. Met een snelle eerste aanval of via een sabotage actie kan daarmee al een flink deel van de Nederlandse verdedigingscapaciteit worden lamgelegd. Dat maakt indruk.

Yesilgöz:“Wij hebben echt minder regeldruk nodig. Anders blijven we onze mensen naar het buitenland sturen om te oefenen, bijvoorbeeld naar Duitsland, waar ze die ruimte wel hebben.” ‘Naar Duitsland gaan’ om te oefenen of liever nog verder naar het oosten, is dat niet wat er moet gebeuren om indruk te maken op Poetin? Als ‘de Russen’ komen, dan moeten ze, voordat ze in Nederland zijn, eerst door Duitsland en Polen. Ik neem toch aan dat Nederland Polen te hulp schiet als ‘de Russen’ werkelijk besluiten om dat land binnen te vallen. Te hulp schiet door de soldaten vanuit die kazerne in Zeewolde naar Polen te sturen. Als je dan toch moet oefenen met het aanleggen van loopgraven omdat we: “Opeens (…) in Oekraïne (zien) dat het volop wordt gebruikt,” dan lijkt het mij slim om dat daar te ‘oefenen’ waar je ‘de Russen’ wilt stoppen en mij lijkt dat aan de Oostgrens van de Europese Unie.

Nu ik het toch over de Europese Unie heb, als het werkelijk gaat om indruk maken op Poetin, zou het omvormen van de 27 nationale legers van de landen van de EU tot één Europese krijgsmacht niet veel indrukwekkender zijn? Sterker nog, daar zouden ook de Verenigde Staten en China van onder de indruk zijn. Zou minister Yesilgöz daar niet ‘al haar tijd’ aan moeten besteden in plaats van ‘dag en nacht’ bezig te zijn met migratie zoals ze zich deze week in een uitzending van Goedenavond Nederland liet ontvallen.

Een vraag van een heel ander kaliber is: moeten we ‘indruk maken op Poetin’? Met welk doel? Om te voorkomen dat ‘de Russen’ ons land binnenvallen? Daarvoor hoeven we het echt niet te doen. ‘De Russen’ laten nu al vijf jaar zien dat ze niet in staat zijn om ook maar iets klaar te spelen behalve dan het zaaien van dood en verderf via raketten. Hun leger staat al sinds het najaar van 2021 vast op dezelfde plek en heeft steeds meer moeite om de verliezen aan te vullen en dat moet worden opgelost met twintig- tot dertigduizend Noord-Koreaanse soldaten. Dit ondanks het gegeven dat de Russische economie is omgebouwd tot een oorlogseconomie. Moeten we dat vrezen? Moeten we daarvoor de bijl zetten aan een van de wortels van onze democratische rechtsstaat?

Moeten we een land vrezen en zelfs zijn zin geven zoals filosoof Jelle van Baardewijk in een andere aflevering van Goedenavond Nederland adviseerde. Onder het mom van een diplomatieke oplossing en ‘ons verplaatsen in het gevoel van onveiligheid van de Russen’ stelt hij voor om Poetin in alles zijn zin te geven. Nu is inleven in het gevoel van een ander niet verkeerd want dat kan een aanleiding zijn voor een gesprek, voor diplomatie maar dan eentje waarbij je niet met de spreekwoordelijke pootjes in de lucht gaat liggen voordat er een woord is gesproken.

In dat gesprek mag dan van de ander worden gevraagd om zich ook in jouw gevoelens te verplaatsen. Als de ander daartoe bereid is dan kan er naar een oplossing worden gezocht die meer is dan de ‘eenzijdige capitulatie’ die Van Baardewijk voorstelt. Dan kan er worden gesproken over de wereld na de oorlog. Over de relatie tussen Oekraïne en Rusland na de oorlog maar ook over de relatie tussen de Europese Unie en Rusland na de oorlog. En als onze minister van defensie niet ‘dag en nacht’ bezig was met migratie, dan zou ze daar samen met haar collega van Buitenlandse Zaken Tom Berendsen een visie op kunnen ontwikkelen. Liefst samen met hun Europese collega’s. Een visie waarin niet de belangen van regeringen en bedrijven centraal staat, maar de belangen van mensen. Mensen in Europa én mensen in Rusland. Het wordt hoog tijd dat daar eens over wordt nagedacht. Want wie er ook wint, het winnen van de vrede na het einde van oorlog zal een gigantische opgave zijn. Als je vrede wil moet je je in tegenstelling tot het bekende gezegde1, niet op oorlog voorbereiden maar op vrede. Maar ja, zolang onze minister van Defensie ‘dag en nacht’ bezig is met migratie ontbreekt de tijd om echte problemen op te lossen.

1Si vis pacem parra bellum

Uitgelicht

Terreur in Engelen

“Wat een lelijk vandalisme in Engelen. Samenleven is een van de kernwaarden van Nederland. Verschillende meningen mogen daarbinnen bestaan, daarover gaan we met elkaar in gesprek. Voor het intimideren van mensen die zich inzetten voor mensen die zijn gevlucht voor oorlog is geen enkele rechtvaardiging.” De reactie van minister-president Jetten op de bekladding van huizen van mensen in het Brabantse dorp Engelen. Inwoners die geen bezwaar hebben tegen de komst van 50 minderjarige asielzoekers. Mijn broek viel af van deze reactie.

Even voor premier Jetten. Vandalisme heeft twee betekenissen. De eerste is ‘barbaarse vernielzucht, oorspronkelijk vooral met betrekking tot cultuurgoederen’. De tweede is “zinloze, grove vernielzucht, baldadig vernielen van publiek eigendom, auto’s, winkelvensters enzovoorts’. De bekladding en vernielingen waren zinloos en barbaars. Dus er was sprake van vandalisme. Waarom viel dan toch mijn broek af?

Mijn broek viel af omdat er geen sprake was van ‘zinloze vernielzucht’. De daders hebben een doel met hun daden, ze hebben iets in de zin en dus is hun daad niet zinloos. De ‘zin’ van hun daad was om mensen angst aan te jagen. Mensen die het niet men hen eens zijn. Hier is sprake van ‘georganiseerde geweldpleging met een politiek doel om een deel van de bevolking angst aan te jagen’, het is een ‘bedreiging van personen in fysiek, psychisch en materieel opzicht’. Laat dat nu precies de betekenissen zijn van TERREUR. De plegers maken zich schuldig aan terreur, ze bedienen zich van terrorisme.

Terrorisme dus en de enige reactie van het Nederlandse kabinet is dit Twitterbericht van onze premier. Nog stiller is het vanuit de drie regeringspartijen. Echt bijzonder maakten de PVV- en FvD-fracties van Den Bosch, waar Engelen toe behoort. Beide partijen weigerden een verklaring te ondertekenen die, om de woorden van de verklaring die alle andere Bossche partijen wel hebben ondertekend te gebruiken: “het vandalisme dat afgelopen nacht in Engelen heeft plaatsgevonden,” veroordeelt en vervolgt met de woorden: “Het intimideren van inwoners heeft geen plaats in onze democratische samenleving.” De beide partijen wilden geen verklaring geven voor hun weigering. De enige conclusie die hieruit is te trekken is dat deze beide partijen terreur een legitiem politiek wapen vinden.

Dit staat in zeer, zeer, zeer schril contrast met de reacties vanuit politiek rechts en de regeringspartijen op de gebeurtenissen in de Spaanse exclave Ceuta alwaar naar schatting 50.000 mensen zwemmend vanuit Marokko een kaartje naar Europa probeerden te krijgen. Een situatie die door de Spaanse regering snel werd opgelost. Vanuit de regeringspartijen werd Spanje opgeroepen om de grenzen te bewaken. JA21 wilde weten hoe het kabinet gaat voorkomen dat deze mensen naar Nederland komen. PVV-leider Wilders wilde onmiddellijk de Nederlandse grenzen sluiten en moest er een spoeddebat komen. Paniek alom.

Binnenlandse terreur wordt stilgezwegen: geen spoeddebat, geen zware woorden vanuit politiek rechts en de regeringspartijen. Een miserabel Twitterberichtje van de minister-president en geen verzoek om een spoeddebat terwijl daar toch alle aanleiding voor is want hier wordt de bijl aan onze democratische rechtsstaat gezet. Een gebeurtenis in Spanje en dezelfde personen staan op de achterste poten en een verzoek om een spoeddebat kreeg net niet voldoende steun.

De enige vergelijking die bij mij te binnen schiet is het kabinet als het orkest op de Titanic.