Uitgelicht

Who wants to rule the world

“En laten wij concluderen dat de regeldruk onder Frans Timmermans gewoon verder is toegenomen.” Met die zin sluit Rutger van den Noort zijn artikel op de site Opiniez over de Europese regeldruk en de rol van Frans Timmermans daarin, af. De Europese Commissie wilde ‘dereguleren’ en Timmermans kreeg de taak daarvoor te zorgen.

“In de periode-Timmermans kwamen er van 2015 tot en met 2018 5268 EU-regels bij,” schrijft Van den Noort. Dat zijn er minder dan de vier jaar ervoor maar, zo constateert: “De teller had op een negatief aantal nieuwe wetten moeten staan. Voor iedere goede ingediende wet zouden een paar andere wetten moeten zijn vervallen. Met een ‘wegstreepwet’ had je gemakkelijk een hele serie andere wetten kunnen liquideren. Maar dat is niet gebeurd.” En hij concludeert: “Nu we bijna vijf jaar later het net ophalen, zien we dat er niets van terecht is gekomen.”

Nu is de EU hierop geen uitzondering en dat constateert Van der Noort ook. Ook in Nederland zijn er: “ 1000 regelingen bijgekomen de laatste tien jaar” En ook in de VS: “dan zien we dat er vorig jaar weliswaar een piek van 442 nieuwe wetten bijkwam, maar dat de trend al jaren dalend is. Zo lag het aantal nieuwe wetten in de jaren ‘80 nog op 600 per jaar.” Een dalende trend, maar als je die vergelijkt met de 1000 in tien jaar in Nederland, dan zijn het er in een jaar nog altijd ruim vier keer zoveel. En dat in een land dat geregeld door ‘politieke twisten’ is verlamd.

Nu kun je je afvragen of je moet streven naar minder regels. Ja, regelvermindering klinkt leuk en het scoort goed in de publieke opinie. Maar toch. Eens even luisteren naar de Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. In zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme behandelt hij ook de regeldruk. Op pagina 220 stelt hij een interessante vraag: “In  het begin van de jaren negentig publiceerde het in Hongkong gevestigde Engelstalige zakenblad Far Eastern Economic Review een speciaal nummer over Zuid Korea. In een van de artikelen verbaasde het blad zich over het feit dat hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent per jaar was gegroeid. Hoe was het mogelijk? Hoe kan een land met een zo verstikkend stelsel van regelgeving zo snel groeien?”

Gelukkig beantwoordt hij de vraag in de volgende pagina’s. Zijn eerste verklaring: “… in een land dat snel groeit en waar zich voortdurend nieuwe zakelijke kansen aandienen, weerhoudt zelfs de rompslomp van 299 vergunningen zakenmensen er niet van een nieuw project op te starten. Wanneer er daarentegen weinig valt te verdienen als de zaak eenmaal rond is, zullen zelfs 29 vergunningen te veel zijn.”  Dus als we er maar voor zorgen dat het aan het einde loont, belemmeren regels niet.

Chang gaat verder: “ Een belangrijke reden waarom sommige landen waar het bedrijfsleven zwaar gereguleerd is het economisch heel goed hebben gedaan, is dat veel regels in feite goed zijn voor bedrijven.” Dat lijkt helemaal in strijd met de algemene opvatting dat reguleren belemmert. Gelukkig verduidelijkt Chang zich: “regulering (kan) bedrijven (…) helpen door te voorkomen dat ze de basis van hun voortbestaan op lange termijn ondermijnen.” Denk bijvoorbeeld aan milieumaatregelen die uitputting of vernieling van de omgeving voorkomen zoals regels tegen overbevissing. Maar ook regels tegen kinderarbeid of te agressieve verkoop van leningen. En zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden te noemen van regels die helpen.

“Veel regulering helpt de gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen,” zo betoogt Chang. Ik zou aanvullend hierop willen zeggen: ‘zo helpt regulering ook om mensen tegen bedrijven en elkaar te beschermen, terwijl andere regels ons dwingen om dingen te doen waardoor onze samenleving ook op termijn leefbaar te houden.’ En daarom, om met Chang af te sluiten: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.” 

Uitgelicht

Pubers en politiek

‘Ut is ok noejt good of ut deug neet.’ Zo zei mijn moeder vaak als iemand weer eens iets deed waarop anderen flinke kritiek hadden. Aan die uitspraak moest ik denken toen ik allerlei berichten las over Greta Thunberg.

Voor degenen die nog nooit van Thunberg hebben gehoord. Thunberg is een scholier van nu een jaar of zestien. Ze werd beroemd toen ze besloot om na de zomervakantie van 2018 tot aan de Zweedse verkiezingen niet meer naar school te gaan omdat ze zich zorgen maakte om het klimaat. Thunberg ging met een zelfgemaakt bord met daarop de tekst ‘Skolsjtrejk för klimatet’ voor het Zweedse parlement zitten. Die actie leverde haar zeer veel publiciteit op en leidde ertoe dat ze veel is geïnterviewd en wordt gevraagd om  toespraken te houden. Zo mocht ze een paar dagen geleden het Europees Parlement toespreken. 

Maar zoals dat gaat als je ‘beroemd of bekend’ wordt, zijn er mensen die je voor jou karretje proberen te spannen maar ook mensen die zich vervolgens tegen je af zetten. In het geval Thunberg ligt die scheiding vrij duidelijk. Mensen die vinden dat het klimaat in gevaar is, zien in haar een kleine held. Mensen die de klimaatverandering of het aandeel van er mens erin een hoax vinden, maken haar belachelijk. Zo ook Forum voor Democratie leider Baudet. Hij twitterde: “Haha. Dat dit vroegrijpe Alice Miller-syndroom mag “speechen” in het Europees Parlement is de ultieme illustratie v/h failliet van de huidige elites. Laten we de kneuzen die meejanken met dit narcistisch pubertijdsperikel vervangen en verslaan.” ‘Vroegrijpe Alice-Miller syndroom’ en ‘narcistisch pubertijdsperikel’, stevige taal richting een zestienjarige door een kamerlid met, zo is mijn inschatting, zeer veel kennis van narcisme. 

Nu wordt er in politiek, bestuurlijke kringen in diverse gemeenten verwoed gepoogd om kinderen en jeugdigen kennis te laten maken met het gemeente bestuur, de politiek en zo met onze democratie. Onze jeugd moet immers leren hoe dat democratie een belangrijk goed is waaraan we samen moeten werken. Trouwens niet alleen gemeenten, ook de Tweede Kamer zet zich daarvoor in. Zo organiseerde de Kamer vorig jaar voor het eerst het Kindervragenuur. Leuk zo’n groepje kinderen dat wat vragen komt stellen. Maar o wee als ze een mening hebben en vooral een mening die Baudet niet aanstaat. Dan volgt een scheldpartij die deze hele investering weer teniet doet. Zeggen die scheldwoorden trouwens niet meer over degene die ze bezigt? 

Beste meneer Baudet. U mag best vinden dat er collega-politici zijn die Thunberg misbruiken voor hun gewin en zich tegen hen afzetten. Het is daarvoor niet nodig Thunberg te beledigen. Het zou u sieren als u uw excuses maakt. Mocht dat in uw brein niet opkomen, dien dan een motie in om al die pogingen om kinderen bij de politiek te betrekken, te staken. Dan bent u tenminste consequent in uw gedrag. De keuze is aan u.

Uitgelicht

Christenen avant la lettre

Ik raakte even in de war. We zitten weer in de paastijd. Een tijd waarin christenen het sterven van Jezus herdenken. Een beetje vreemd is wel dat de dag waarop hij aan het kruis werd gespijkerd en stierf, goede vrijdag wordt genoemd. Nee, daar raakte ik niet van in de war. Waarvan dan wel?

Fotot van de Tegelse Passiespelen. Bron: Wikimedia Commons

Ik dacht altijd dat het christendom haar oorsprong vond in het leven van Jezus Christus. Christus schijnt te hebben geleefd zo aan de begin van onze jaartelling. Een telling die op zijn geboorte in de kribbe in die stal in Bethlehem is gebaseerd. Op eerste kerstdag wordt zijn geboorte gevierd. Waarschijnlijk moeten we dat met een korreltje, of eigenlijk een kilootje, zout nemen. Als de jaartelling werkelijk bij zijn geboorte zou starten, waarom valt 1 januari dan niet op 25 december? Wellicht heeft dat ermee te maken dat die jaartelling ruim vijfhonderd jaar later pas is ingevoerd. Na zo’n tijd is het lastig om nog precies te achterhalen hoe het zat. Dat even terzijde.

Ik wijd uit. Ik raakte even in de war om een schrijven van Juliaan van Acker dat ik bij ThePostOnlie las. In een artikel met als titel Polarisatie is de kogel die van links komtbetoogt Van Acker dat alle ellende van links komt: “de ‘goede bedoelingen’ van links leiden tot polarisatie en in sommige gevallen tot massamoord. Stalin meende het goed en zag zich daardoor verplicht al wie hem tegenwerkte te vernietigen. Links gunt andersdenkenden niet het licht; daarin handelen zij stalinistisch. Linkse mensen denken verlicht te zijn, maar in feite brengen ze duisternis.” Erg kort door de bocht, maar dat zie je tegenwoordig wel vaker. 

Die goede bedoelingen van links zijn een gevolg van de visie van links dat: “de mens ziet als van nature goed en het is de samenleving die hem corrumpeert”  Volgens Van Acker is dat een: “herhaling van een ketterij uit de vijfde eeuw. Pelagius beweerde, in tegenstelling tot Augustinus, dat de mensen als goede mensen zijn geboren en de maatschappij maakt hen slecht. De mensen kunnen de hemel op aarde creëren, zonder de genade van God en zonder goddelijke interventie. Het linkse Utopia of het arbeidersparadijs is daar een kopie van.” Die linkse opvatting van de van nature goede mens, stelt hij tegenover de door hem aangehangen christelijke en dan vooral protestantse visie die “de mens als geneigd tot het kwaad” ziet.

“We hoeven niet gelovig of kerkelijk te zijn om in te zien dat de protestants-christelijke mensvisie en ethiek de mensheid kunnen behoeden voor dictatuur,” zo schrijft Van Acker. Het gaat mij er nu niet om dat Van Acker ieder pas geboren kindje belast met de ‘erfzonde’. Het gaat mij er ook niet om dat deze manier van denken het te verdedigen maakt om mensen dictatoriaal te ‘knechten’ zonder dat ze iets hebben gedaan. Dit om te voorkomen dat ze tot het ‘kwaad’ vervallen. Het gaat mij er ook niet om dat hij een karikatuur maakt van ‘links’.

Het gaat mij om het volgende, en dan komt mijn verwarring. Volgens Van Acker komen: “De belangrijkste elementen van een moderne democratie, zoals inclusiviteit, diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, respect voor minderheden en afschaffing van de slavernij, (…) voort uit de christelijke ethiek.” Daarom is het: “van belang de christelijke ethiek die de grondslag vormt van de democratie te zien als protestants.” 

Bron: Wikipedia

Excuus? Was die christelijke ethiek inclusief? Ik meen me toch aardig wat godsdienstoorlogen tussen christenen onderling en pogroms tegen joden te herinneren. Dat lag, zo beweert Van Acker, dan vooral een de katholieke kerk want die: “poneerde zich als de ene ware kerk, wat betekent dat alle anderen vervloekt zijn. De kerk van Rome was een totalitaire instelling, die eeuwenlang zich gedroeg als een criminele organisatie.” De protestanten niet, die: “waren daarentegen principieel tolerant.” Die waren zo tolerant maar niet voor katholieken, die werden gewantrouwd en hoefden niet op veel respect te rekenen. Hoe gelijk man en vrouw voor protestanten waren en zijn, is nog steeds te zien in SGP kringen. En de gehele slavenhandel was in handen van Hollandse en Zeeuwse protestanten. Net als trouwens alle koloniën. Koloniën waarvan de inwoners toch net iets minder inclusief en gerespecteerd werden behandeld. Nee, die elementen, zoals inclusiviteit (aan de inclusiviteit van onze huidige democratische samenleving wordt trouwens door menigeen flink getwijfeld), diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, select voor minderheden en de afschaffing van de slavernij, hadden een Verlichting nodig om tot bloei te komen. Een Verlichting die met aardig wat donderpreken werd bestreden. Zet Van Acker het christendom en vooral het protestantisme zo niet wat onverdiende veren op de hoed? 

Het wordt echter nog erger. Ik meen mij van mijn studie geschiedenis te herinneren dat de Atheners ruim vier eeuwen voordat Jezus werd geboren al een democratie hadden. Nu kun je daar allerlei kanttekeningen bij zetten omdat ze ook slaven hielden en vrouwen er niet echt meetelden. Dat kun je echter ook bij onze democratie. Maar om de Atheners als christenen avant la lettre te betitelen gaat wel erg ver. Dat is wel een erg bijzondere manier van het herschrijven van de geschiedenis.


Uitgelicht

‘Leeuwenkoning Baudet 2’

“I’ve said that many times.” Het antwoord van Thierry Baudet op de vraag van een Zwitserse journalist of hij “the leading intellectual in the Netherlands,” is. Natuurlijk mag iemand dat van zichzelf vinden en het ook zeggen. Laten we Baudets betoog eens volgen.

Bron: Wikimedia Commons

Baudet zet zich af tegen alle partijen want die zijn: “all representatives of the “liberal” or “liberalist” philosophy where emancipation of the individual is the ultimate aim. Maximum equality, maximum individual liberty.” Hij staat er anders in: “It’s the philosophy that starts from the understanding that we are paradoxical beings. We want to be free and, at the same time, we want to be embedded. We want to be individuals, but we also want to be members of a group. In a proper society, there’s an equilibrium there, a delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood.’” Baudet maakt hier wel een erg grote karikatuur van het liberalisme en gaat volledig voorbij aan grote liberale denkers die de wel degelijk grenzen stelden aan maximale individuele vrijheid. Mill begrensde die al door eraan toe te voegen dan de vrijheid van de één begrensd wordt door evenveel vrijheid voor alle anderen. De liberaal en denker over rechtvaardigheid John Rawls voegde er zijn twee beginselen van rechtvaardigheid aan toe: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.”

Tot zover de karikatuur. In deze zinnen zegt Baudet nog meer. Hij zet zich af tegen maximale gelijkheid van mensen. Beweert hij hier dat, om Orwells Animal Farm te citeren: “some animals are more equal than others”? Hij streeft niet die maximale gelijkheid na, maar een ingebedde mens die ‘zijn eigen vrijheid goed begrijpt’. Een ‘ingebedde mens die een leidende elite nodig heeft want: “society needs an elite that leads the way.” Dat hij zelf vindt dat hij tot die elite behoort, mag al blijken het antwoord op de vraag uit het interview waarmee ik begon. 

Maar een elite? Mogen we hieruit afleiden dat hij een nieuwe elite wil met hem als ‘leeuwenkoning’ om een eerdere Prikker aan te halen? Dat ‘het volk’ zich daarna weer moet schikken in ‘volgzaamheid’? ‘Het volk’ is dus alleen maar even nodig om de ‘oude elite’ die er volgens Baudet niets van begrijpt, weg te werken. En daarna ‘le roi est mort, vive le Roi lion’? Op die eerdere Prikker kom ik later nog terug.

Even terug naar dat ‘equilibrium’ die: “delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood’.” Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Daarvoor grijpt hij terug in de geschiedenis: “This reached its apex, I believe, in the eighteenth century, and was venerated in that great ‘swan song of aristocracy’, the nineteenth century.” Baudet wil terug naar de verhoudingen in die tijd. Want wat er sinds die tijd is afgebroken de: “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.” 

Bron: Wikipedia

Pardon! de bourgeoisie waren de ‘ordinary people’? De bourgeois manier van leven was voorbehouden aan een heel klein deel van de mensen. Even een korte geschiedenis van het begrip bourgeoisie. Dit begrip ontstond in de Middeleeuwen en bestond uit de middenklasse van handelaren en gildemeesters uit de steden. Bij middenklasse moeten we ons iets anders voorstellen dan we er tegenwoordig onder verstaan. De middenklasse bestond uit de mensen die minder aanzien hadden dan de adel, maar meer dan het gepeupel waartoe de overgrote meerderheid behoorden. Ze stonden midden tussen die twee standen of klassen in. Qua financiën stonden ze aan de top. In de steden vocht deze klasse voor zeggenschap voor de burgers van een stad tegen de landheer. Nu moeten we ons ook bij het begrip stadsburger iets anders voorstellen dan we er tegenwoordig bij denken. Niet iedere inwoner van de stad had rechten als burger. Nee deze rechten waren voorbehouden aan … de bourgeoisie. Het gewone volk daar hadden ze geen eieren mee, dat moest zich schikken in haar armetierige lot. De bourgeoisie bestond dus uit de rijke handelaren, bankiers en vanaf de negentiende eeuw de fabriekseigenaren. Wil Baudet terug naar deze standmaatschappij? Laat zijn aanhangers zich dan realiseren dat die ‘ordinary people’ waarover Baudet het heeft, de miljonairs fair bezoeken en in de quote 500 staan.. 

Een belangrijk begrip in Baudets denken is oikofobie. Baudet beantwoordt de vraag of oikofobie: “denying or hating your own culture,” is met “yes”. Baudet verwijt dat: “under the influence of cultural Marxism, which started in the 1920s and became dominant in the 60s, intellectuals, politicians, artists, academics, journalists and, as such, the entire elite of our society have been bewitched by that idea.” Cultuurmarxisme een prachtige term waar Baudet en andere aanhangers ervan, alles onderstoppen wat ze niet aanstaat. Als dit oikofobie is dan vraag ik me af waar Baudet tegen vecht. Zouden er werkelijk zoveel mensen zijn die hun eigen cultuur ontkennen en haten? 

Het lijkt erop dat iedereen die denkt dat een cultuur fluïde is en in de loop van de tijd verandert in de ogen van Baudet aan oikofobie leidt. En daarmee kom ik bij de eerste prikker met als titel ‘Leeuwenkoning Baudet’ en vooral bij de zin van Popper die erin centraal stond: “Niet bereid en niet in staat de mensheid langs haar moeilijke weg te leiden naar een onbekende toekomst die zij voor zichzelf moet creëren, trachtten enkele ‘ontwikkelden’ haar naar het verleden te doen terugkeren.” Waardoor het, in ieder geval voor mij, duidelijk wordt dat Baudets denken een van de twee vormen van historicisme is. De vorm die het ideaal in het verleden zoekt en ernaar terug verlangt. 

En, zoals Popper concludeerde leidt historicisme in extremis tot totalitarisme. Met zijn betoog over de bourgeoisie wordt duidelijk hoe Baudet de wereld ziet. Een kleine leidende elite met hem als Leeuwenkoning aan het hoofd. Een bourgeoisie, die de rest van de mensen, net als in de achttiende en negentiende eeuw, moet leiden naar gelukkiger vroegere tijden. Heeft dat niet een zweem van totalitarisme?

Uitgelicht

Wat gij niet wilt dat u geschiedt, …

Gaaaaap! Dat dacht ik toen ik in de Volkskrant een interview las met Rob Roos, de leider van Forum voor Democratie in Zuid Holland. Waarom? Om een wel erg grijsgedraaide plaat. Een plaat die bestaat uit uitspraken die een beeld oproepen dat dan wel populair is maar nergens op slaat. 

“Onze kiezers zijn mensen die ’s morgens in de file staan, hardwerkende Nederlanders die bij de NPO worden uitgemaakt voor idioten. Voor hen komen we op. Al twintig jaar is het debat in Nederland door politieke correctheid platgeslagen. Dat moet stoppen. De PVV wordt al jarenlang uitgesloten, en ook wij hebben een stempel op ons voorhoofd gekregen.” 

Bron: Wikimedia Commons

Beste meneer Roos, zijn het alleen uw kiezers die hard werken en in de file staan? Stemmen er werklozen of arbeidsongeschikten op uw partij? Dat is het beeld dat u hier schetst. Ik heb niet en zal nooit op uw partij stemmen, wil dat zeggen dat ik niet hard werk? Kunt u mij drie, twee, één voorbeeld noemen van een NPO programma dat hard werkende Nederlanders uitmaakt voor idioten?

De PVV wordt uitgesloten? Ik meen me het kabinet Rutte 1 te herinneren, dat sloot die partij in. Dat was niet zo’n succes. Als het over uitsluiten gaat, dan heeft de SP meer reden tot klagen. Deze partij is in haar langere bestaansgeschiedenis dan de PVV zelfs nog nooit gevraagd om te gedogen. Uw partij komt net kijken en nu al beklaagt u zich dat u wordt ‘buitengesloten’. Vreemd voor een partij die in verschillende provincies de grootste is en het initiatief heeft. Het is makkelijk om de schuld van dat buitensluiten bij de ander te leggen. Het kan echter ook dat je jezelf buiten sluit door je eigen opstelling? Is u klacht over buitensluiten misschien een eerste opzetje om u zelf buiten te sluiten.

Ik lees dat het u emotioneert om te worden uitgemaakt voor: “populisten, extreem-rechts of zelf voor fascisten. Dat vind ik verschrikkelijk, echt waar. Het doet me pijn. Je mag andere meningen hebben, maar praat met elkaar en heb respect voor elkaars mening.” Van hoeveel respect getuigt het om te pleiten voor het ontslag van weermannen en leraren die iets zeggen wat niet in het straatje van uw partij past? Van hoeveel respect getuigt een meldpunt voor leraren die ‘links indoctrineren’? Zou het de mensen die u voor “extreemlinkse activisten,” uitmaakt niet ook pijn kunnen doen?

Als laatste die politieke correctheid die het debat, volgens u, al twintig jaar platslaat. Waarover heeft u het? Als de afgelopen twintig jaar ergens door worden gekenmerkt dan is het dat iedereen alles maar gewoon zegt en roept. Iets beweert zonder dat het enige relatie heeft met de werkelijkheid. Eigenlijk zoiets als u hier doet. Het politieke en publieke klimaat zou wel varen bij minder schreeuwen en meer correctheid. 

Beste meneer Roos, gooi die grijze plaat weg. En voordat u uzelf beklaagt, denk dan aan de gulden leefregel: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’  

Uitgelicht

Dreigen en democratie

Onze vrijheden en de erop gebaseerde liberale democratie, zijn ons kostbaarste bezit. Dat zijn de werkelijke Nederlandse ‘normen en waarden’, onze ‘traditie’ en onze ‘identiteit’. Voor ons zijn ze vanzelfsprekend, zo vanzelfsprekend dat ze niet opvallen. Ze vallen pas op als ze ontbreken. Als je in een land verblijft waar ze niet vanzelfsprekend of zelfs afwezig zijn. Of die waarden in gevaar zijn?

Bron: Wikimedia Commons

Zorgwekkende ontwikkelingen zijn er wel. In de Volkskrant betoogt Sander van Walsum dat partijen het voordeel van de twijfel verdienen zolang zij: “programmatisch en strategisch binnen de democratische orde,” bewegen. Daar is wat voor te zeggen alleen is het wel verstandig om je daarbij te bedenken dat ‘programmatisch en strategische binnen de democratische orde opererend’ die democratische orde kunnen vernietigen. De recente geschiedenis kent verschillende voorbeelden van regeringsleiders die hiermee bezig zijn. Neem bijvoorbeeld Orban in Hongarije en Erdogan in Turkije.

Zorgwekkend is ook de redenering van Henk Strating bij Opiniez. Volgens Strating is maar: “één manier (waarop) kan voorkomen dat ze bij de volgende Tweede Kamer-verkiezingen door een nog veel groter Forum voor Democratie wordt weggevaagd. De tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders die dán ontstaan zullen onbeheersbaar worden, met alle gevolgen voor onze democratische rechtsstaat.” Die mogelijkheid is: “in de resterende regeerperiode serieus rekening te houden met opvattingen van Forum voor Democratie en waar mogelijk met deze partij tot samenwerking in de Eerste Kamer te komen.”

Stel dat Strating gelijk heeft. Dat het nu negeren van het Forum voor Democratie leidt tot onbeheersbare tegenstellingen over twee, drie jaar? Is dat dan een reden om met die partij in zee te gaan? Hoe democratisch is zo’n dreigement? Stratings redenering komt er dan op neer dat een stemmer op het Forum voor Democratie zwaarder weegt dan een kiezer op de bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren. Zwaarder omdat er naar die eerste moet worden geluisterd om een ‘ramp’ in de toekomst te voorkomen.

Stel nog steeds dat Strating gelijk heeft. Moeten andere partijen zich dan onder die dwang een bepaalde kant op laten drukken? Als dat de manier is, wat let dan de aanhangers van de andere partijen om ook te dreigen met ‘tegenstellingen die onbeheersbaar worden’. Als onze democratie zich onder druk laat zetten door het schermen met ‘onbeheersbaarheid’ als een groep haar zin niet krijgt, is er dan nog wel sprake van democratie?

Beloven en geloven

Het leven. De enige zekerheid die het biedt, is dat het eindigt met de dood. Je hoopt natuurlijk dat het moment dat ‘Magere Hein’ je komt halen nog ver weg is. Dat de tijd tussen geboorte en dood zo groot mogelijk is. Tenminste, dat is nu nog het geval.“ In de eenentwintigste eeuw zal de mens waarschijnlijk serieus gaan streven naar onsterfelijkheid,” schrijft Yuval Noah Harari in zijn boek Homo Deus. een kleine geschiedenis van de toekomst op pagina 33 in een paragraaf met als titel Het einde van de dood. 

Eigen foto

Een streven dat al snel resultaat zou kunnen hebben. Hariri (pagina 37): “De razend snelle ontwikkelingen in onderzoeksgebieden als genetische modificatie, regeneratieve geneeskunde en nanotechnologie brengen almaar optimistischer voorspellingen met zich mee. Sommige deskundigen geloven dat de mens de dood zal overwinnen in 2200, volgens anderen is het in 2100 zover. Kurzweil en De Gray zien het nog positiever. Zij beweren dat iedereen met een gezond lichaam en een gezond banksaldo in 2050 een serieuze kans op onsterfelijkheid zal maken door de dood decennium na decennium te slim af te zijn.” Onsterfelijk, tenminste als je over voldoende geld beschikt. Sterven wordt dan alleen iets van en voor de armen. De armen sterven door gebrek de rijken leven eeuwig in luxe door.

Nou ja onsterfelijk. Zelfs de onsterfelijken kunnen ‘Magere Hein’ op bezoek krijgen: “ In tegenstelling tot God kunnen toekomstige supermensen nog steeds wel sterven door een oorlog of ongeluk, en dan kan niets ze meer terughalen uit het hiernamaals,” schrijft Harari iets verderop. Maar, ook daarvoor is een oplossing afkomstig van de al genoemde Kurzweil. Tenminste als we Jos de Mul mogen geloven in zijn boek Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo Sapiens 3.0. Die oplossing heet singulariteit: “dankzij de exponentiele ontwikkelingen in de informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie (zal) de mensheid reeds in 2045 (…) zijn opgegaan in één globale intelligentie, die vanaf dat moment in korte tijd met een snelheid groter dan het licht het hele universum zal doordringen,” aldus De Muls weergave van het denken van Kurzweil (pagina 189-190). Ik kan me niets voorstellen bij die singulariteit van Kurzweil. Bovendien vraag ik me af of het wel zo leuk is om onderdeel uit te maken van die ene globale intelligentie. Dat doet me toch een beetje denken aan de Borg uit Star Trek. De Borg, een soort bij-achtig volkje met een ‘koningin’. Een beschaving die alles in zich opnamen en integreerden en je benaderden met de onheilspellende woorden: “We are the Borg. Lower your shields an surrender your ship. We will add your biological en technological distinctiveness to our own. Your culture will adapt to service us. Resistance is futile.” Dit lijkt mij geen prettig vooruitzicht. En dan hebben de Borg nog voor op Kurzweils singulariteit dat ze ook mijn ‘biological distincteveness’ overnemen. Daar rept Kurzweil niet over. 

Bron: Wikimedia Commons

De Mul plaats wat kanttekeningen bij die singulariteit in 2045. “ Een cruciale rol in Kurzweils redenering wordt gevormd door de ‘Wet van Moore’, die stelt dat de rekenkracht van computers iedere achttien maanden verdubbelt. de afgelopen 45 jaar is dat inderdaad het geval geweest, maar Kurzweil lijkt in zijn enthousiasme te vergeten dat exponentiële ontwikkelingen vroeg of laat vastlopen op een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen. En het voorbijgaan aan de snelheid van het licht is ook een aanname die eerder past in een spannend siencefictionverhaal dan in een serieuze natuurwetenschappelijke theorie.” Zo zeker is die onsterfelijkheid, zelfs zonder lichaam, nog niet. Dus blijven we voorlopig zitten met die ene zekerheid dat iedereen vroeg of laat sterft.

Een gelovig katholiek of moslim zal denken, waarom willen die mensen hun leven rekken? Het leven is voor hen immers slechts een voorfase voor de opname in de hemel, al dan niet met een aantal maagden. Nu kun je je afvragen hoe hemels die hemel is voor maagden als ze aan een goede gelovige worden toebedeeld. Dat lijkt immers verdacht veel op slavernij. Dit even terzijde. Doel van het leven is voor die gelovigen toch om in die hemel bij god of allah te komen? Waarom al die moeite doen om het leven te rekken en zelfs te vereeuwigen als het doel ervan is om naar die hemel te gaan? Immers als je het eeuwige leven hebt, kom je nooit in die hemel. Iemand die in reïncarnatie gelooft, zal iets soortgelijks denken. Waarom immers dit leven vereeuwigen als er na dit leven wellicht nog een veel beter leven in het verschiet ligt. 

Geloven is denken, of beter hopen het zeker te weten. Het geeft geen zekerheid. Maar gelukkig wordt echte zekerheid wel geboden. Tenminste, als we als kiezer ervoor zorgen dat de PvdA het voor het zeggen krijgt. Als de PvdA het voor het zeggen krijgt dan krijgen we er wat zekerheden bij. Om de titel van het artikel hierover in de Volkskrant aan te halen: “Hoe een marketingman van de PvdA de Partij van de Zekerheid maakt.” Dan zijn we zeker van een eerlijke toekomst. Nu leert de geschiedenis ons dat er tot nu toe een toekomst is. Als die toekomst ook maar een beetje op het verleden lijkt dan is eerlijkheid daarin ver te zoeken. De geschiedenis leert ons dat wij mensen dol zijn op macht en die macht het liefst gebruiken om andere mensen iets te laten doen wat ze uit zichzelf niet zouden doen. Onze soort is dol op sollen, zoals ik in eerdere prikkers al schreef. Sollen dat ervoor zorgt dat eerlijkheid buiten beeld raakt. Het zou knap zijn van de PvdA als de partij een middel heeft gevonden om die menselijke eigenschap uit te schakelen.

bron: Flickr

De PvdA zorgt er ook voor dat we zeker zijn van een vaste baan. De afgelopen jaren werd werk steeds flexibeler. Uitzendkrachten, oproepkrachten, pay roll constructies, echte en schijn zelfstandigen, ze komen in steeds meer varianten voor. Zelfs vast werk wordt steeds minder vast omdat het voor werkgevers steeds makkelijker wordt om mensen te ontslaan. Ook zien we dat door nieuwe technologie en techniek hele beroepsgroepen en zelfs bedrijfstakken verdwijnen. Dat is trouwens al jaren aan de gang. Groente-, kolen- en schillenboeren, ze zijn met de scharensliep uit het straatbeeld verdwenen. En zo zal het ook in de toekomst zijn. Dus hoe zeker is je vaste werk als je complete bedrijfstak wordt weggevaagd. Zou de partij zich niet beter in kunnen zetten voor (zoveel mogelijk) zekerheid van voldoende middelen om te overleven? Voor een soort basisinkomen? 

Zo zijn er nog wat zekerheden die de partij ons zegt te bieden waarvan de zekerheid van jezelf de meest opmerkelijke is. Het lijkt mij knap als de partij de onzekerheid van iemand die van nature nogal onzeker is van zichzelf, kan wegnemen. Zouden ze een pilletje of een of ander oplossing op het gebied van ‘informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie’ hebben gevonden die de menselijke natuur verandert?

Al schrijvend vallen me nog twee mogelijke zekerheden binnen. De zekerheid dat politieke partijen meer beloven dan dat ze kunnen waarmaken. Maar of dit echt een zekerheid is, kan ik niet hard maken. Er hoeft immers maar één politieke partij te zijn geweest die al haar belofte nakwam en dan is ook dit geen zekerheid.

De tweede mogelijke zekerheid is dat mensen teleurgesteld raken in de politiek omdat er zaken worden beloofd die niet waargemaakt worden. Dan verliezen mensen het vertrouwen in die belovende politici dan krijg je ‘de kloof’ tussen politiek en volk. De geschiedenis wijst echter ook uit dat er vervolgens weer een nieuwe politicus komt die zegt dat hij het allemaal beter weet en beter gaat doen. Die wekt dan weer het vertrouwen van mensen die er weer achteraan hollen en weer teleurgesteld raken. Teleurstelling in een politicus, niet in de belovende politiek.

Zowel politici als kiezers lijken niet veel te leren van ervaringen uit het verleden. Politici blijven ‘beloven’ en kiezers ‘geloven’. De kiezer zou inmiddels moeten weten dat de ‘oogst’ van de bij de verkiezingen gedane beloften altijd tegenvalt. Een lerende kiezer concludeert hieruit dat hij op een andere manier moet gaan bepalen aan wie hij zijn stem geeft. 

Aan de andere kant zou de politicus inmiddels toch moeten weten dat belofte schuld maakt, dat hij die schuld meestal niet na kan komen en vervolgens wordt gestraft door de kiezer. Zelfs als hij zijn schuld wel nakomt, kan afstraffing volgen. Nakomen van die schuld kan immers anders uitpakken dan vooraf werd beoogd. Bovendien komen er veel zaken voorbij die niet ‘gepland’ waren maar waarover toch een keuze gemaakt moest worden en de hierbij gemaakte keuze kan negatief worden beoordeeld door de kiezer. De politicus zou hieruit moeten opmaken dat een andere manier van profilering nodig is. 

In Fraternité schreef ik over rechtvaardigheid en de twee beginselen van rechtvaardigheid van van de filosoof John Rawls: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.” (Uit Een theorie van rechtvaardigheid pagina 321). Vervolgens over de ‘capability approach’ van Martha Nussbaum en Amartya Sen. Nussbaum onderscheidt tien vermogens waarover een mens minimaal dient te beschikken. Deze twee beginselen en die tien vermogens bieden een politicus goede aanknopingspunten voor een andere aanpak. Een andere aanpak dan het opstellen van een wensenlijstje.

Ze bieden een politicus de mogelijkheid om een afwegingskader te maken. Een afwegingskader dat de politicus gebruikt bij het maken van een keuze. In plaats van beloften te doen die niet nagekomen kunnen worden, zoals de PvdA doet, of een ‘actielijstje’ als verkiezingsprogramma, kan de politicus de boer op met zijn afwegingskader. Met de boodschap: ‘ik beloof jullie maar één ding en dat is dat ik alles waarover ik moet besluiten, langs dit afwegingskader leg en dan besluit. Vervolgens leg ik aan de hand van dit afwegingskader uit waarom ik heb besloten zoals ik heb besloten’. 

Als we de tien vermogens van Nussbaum erbij nemen dan kan een politicus aangeven welke van die vermogens hij of zij het belangrijkste vindt. Dat hij een voorstel beoordeelt op de bijdrage die het levert aan die vermogens. Levert het een bijdrage, dan krijgt het voorstel de steun van deze politicus. Levert het geen bijdrage dan niet. Ook kan de politicus aangeven wat het minimumniveau is van een vermogen dat nog acceptabel is.  

Welke politicus heeft lef en durft het aan om een dergelijke ‘keuzematrix’ te maken en die toe te passen op alle te maken keuzes?