Uitgelicht

Radicale dwaasheid

Beste meneer Baudet. U herkent zich niet in het beeld dat u en het Forum voor Democratie ‘geradicaliseerd’ zijn, zo lees ik in uw essay bij DeDagelijkseStandaard. Ik weet niet waarom tegenwoordig een opiniërend artikel ‘essay’ wordt genoemd. De enige reden die ik hiervoor kan verzinnen is om er wat ‘status’ aan te geven. Een bijzonder ‘essay’ trouwens. Maar laat ik beginnen met u gerust te stellen. U bent, zoals u het zelf zelf terecht zegt, “al jaren stabiel” voor wat betreft uw standpunten .

File:Thierry Baudet (2).JPG
Foto Elekes Andor. Bron: WikimediaCommons

U signaleert allerlei zaken rond de corona-pandemie en vraagt zich vervolgens af: “waarom gebeurt dit dan allemaal? Wat is er nou toch aan de hand?” Daarvoor ziet u twee mogelijke verklaring. Aan de ene kant, om Ferry Mingelen aan te halen: “stupiditeit, massapsychose, groupthink, complete breindoodheid bij de politiek,” en aan de andere kant: “een plan, een bedoeling, een dieper liggende agenda.” Wat het antwoord is weet u niet, zo schrijft u en vervolgens beschrijft u uitgebreid het vermeende ‘masterplan’ en de mensen achter dit vermeende ‘masterplan’. Dit doet u niet voor die ‘stupiditeit’ en daardoor ontstaat de indruk dat u in zo’n ‘masterplan’ gelooft. Dit wordt versterkt door passages zoals: “Ze schrijven rapporten waarin ze dit alles aanprijzen, uitwerken, voorkauwen. En natuurlijk is het – theoretisch – ook mogelijk dat hun denkbeelden louter per ongeluk samenvallen met de huidige gebeurtenissen.” Dus u weet het antwoord wel. Wel vreemd trouwens dat die ‘samenzweerders’ hun ‘samenzwering’ publiceren. U sluit af met een pleidooi voor radicaliteit: “‘radicaal voor de vrijheid’ zijn. Radicaal voor de rechten, de ratio, de restricties op de staatsmacht!”

Maar nu even een vraag. Hoe wilt u dat: “Waar mondiale spelers, miljardairs, futuristen, machtswellustelingen al decennia van dromen — een centraal bestuurde wereld, transhumanisme, totale controle,” tegengaan? Hoe wilt u: “Bill Gates, Elon Musk, Peter Thiel, George Soros, Klaus Schwab, enzovoorts, al die miljardairs en mondiale spelers,” belemmeren in hun drang om te komen tot die: “The Matrix-achtige controlemaatschappij (…) bestuurd vanuit mondiale centra, met semi-verplichte, geïmplanteerde chips die het leven reguleren en sanctioneren (inclusief toegang tot, en gebruik van, het internet)?” Hoe wilt u mensen als Thiel, die kiezen voor kapitalisme als ze een keuze moeten maken tussen democratie en kapitalisme, stoppen? Denkt u dat uw streven naar ‘radicale vrijheid’ hen stopt? Thiel hoort u lachend aan. Hij kiest, immers ook voor radicale vrijheid van het individu. Voor de radicale vrijheid van dat individu om met een bedrijf of zelfs als individu, uw gegevens te verzamelen en die te gebruiken naar eigen goeddunken. Hoe anders dan door staatsmacht en dan liefst nog staatsmacht van landen gecombineerd, bijvoorbeeld in EU verband, wilt u dat voorkomen? Als ‘radicaal vrij’ individu slaat u tegen deze miljardairs en hun bedrijven geen deuk in een pakje boter. ‘Radicale vrijheid’ is goed voor de machtigen, niet voor de machtelozen.

Daarbij gaat terugkeren naar de achttiende eeuw de tijd van de bourgeoisie, waarvoor u enkele jaren geleden in een Zwitsterse krant pleitte, niet helpen. Uw uitspraken in dat interview dat het ‘evenwicht’, zoals ik uw woorden vertaal: die ‘delicate balans die culmineerde in (…) het echte welbegrepen individu’ waarvan u betoogt dat dit in de achttiende eeuw haar ‘hoogtepunt bereikte’ en uw uitspraak dat de ‘bourgeoisie manier van leven, het leven van de gewone mensen’ was, zegt veel over uw kijk op de wereld. Die achttiende eeuw was voor de gewone mensen helemaal niet zo’n fijne tijd. Met hun vrijheid, laat staan de radicale vrijheid, was het toen zeer slecht gesteld. En van een ‘bourgeois manier van leven’ konden ‘gewone mensen’ alleen maar dromen. De bourgeoisie dat waren de rijke handelaren en de bankiers, de Musken en Gatesjes van die tijd. Nog geen vijf procent van de bevolking. Hoe verhoudt die ‘radicale vrijheid’ zich trouwens met uw uitspraak in die Zwitserse krant dat, ik vertaal: ‘de samenleving een elite nodig heeft die de weg wijst?’ Of geldt die ‘radicale vrijheid’ waarvoor u nu pleit alleen maar voor wat u ziet als ‘gewone mensen’? De ‘nieuwe’ elite waartoe u zichzelf graag rekent maar waartoe het gros van de inwoners van dit land nooit zullen behoren?

Zoals ik in de eerste alinea al schreef u bent niet geradicaliseerd. U verkocht altijd al radicale, onsamenhangende dwaasheid en dat doet u nog steeds. Dus daarin is niets veranderd.

Uitgelicht

Intersectioneel profileren

Gelukkig mag ik, als ik dat zou willen, juichen over de ruzie in BIJ1, de partij van Kamerlid Sylvana Simons. De partij wil lid en tweede man op de kieslijst van afgelopen maart, Quincy Gario, uit de partij zetten. De reden blijft in het duister en Gario is het er ook niet mee eens. Het lijkt erop alsof beide zijden in het conflict elkaar van hetzelfde beschuldigen. Binnen de partij zeggen mensen zich niet veilig te voelen met Gario in de buurt. Die zou anderen op een of andere manier pesten. Gario beweert dat hij juist ‘pestgedrag en machtsmisbruik’  binnen de partij aan de kaak wil(de) stellen, zo valt te lezen in Trouw. Gario over het hele gebeuren: “Het laatste wat ik wil is dat racistisch Nederland gaat juichen over ruzie in de partij.”

Aangezien ik mezelf niet tot ‘racistisch Nederland’ reken, zou mijn eventueel gejuich wel acceptabel zijn? Nu sta ik niet te juichen maar dat ik van verbazing van mij stoel val, kan ik ook niet zeggen. Als er iets kenmerkend is voor nieuwe partijen in dit tijdsgewricht, dan is het wel dat er in de ‘kindertijd’ van een partij wel eens geruzied wordt. Dat geruzie wordt in de puberteit van de meeste partijen trouwens gewoon voortgezet en als we nu naar het CDA kijken zelf tot in het bejaardenhuis. Dus daar hoeven we niet van op te kijken. In een tijd waarin het eigen gelijk en vooral het eigen ego belangrijker is dan wat ook, hoeft het niet te verbazen dat op plek waar ego’s zich verzamelen, en dat zijn politieke partijen, ruzie uitbreekt.

De ruzie in BIJ1 verbaast mij om nog een andere reden niet en die heeft te maken met de filosofie van de partij, het ‘intersectioneel denken’. Op haar site heeft  de partij heel veel woorden nodig om uit te leggen wat het is en dan nog is het niet duidelijk. Zoveel woorden heb ik er niet voor nodig. Het ‘intersectionalisme’ is een machtstheorie die ‘macht’ bepaalt aan de hand van iemands identiteit. Die identiteit wordt op een zeer bijzondere manier bepaald. Daarvoor hakt ze mensen in stukken en die stukken bij elkaar opgeteld vormen iemand ‘identiteit’. Maar die stukken staan ook op een as. Zo staat blank’ op een as met ‘zwart’ en ‘blank’ heeft meer macht dan ‘zwart.‘ Man’ staat op een as tegenover ‘vrouw’ en ‘man’ heeft meer macht. ‘ En zo kun je nog meer assen maken zoals ‘homo’ versus ‘heteroseksueel’, ‘’hoog’ versus ‘laagopgeleid’. En hoe meer je hakt, hoe onduidelijker het wordt en hoe onduidelijker de ‘macht’ wordt. Want hoe vergelijk je mijn ‘identiteit’, man, middelbare leeftijd, hoog opgeleid, werkzaam voor de overheid en schrijver van Prikkers, met de macht van bijvoorbeeld Sylvana Simons. Op de voor de theorie belangrijke ‘assen’ kleur en geslacht heeft zij, volgens deze theorie minder ‘macht’ dan dat ik heb. In de praktijk heeft zij echter veel meer macht. Ze is Kamerlid, als zij iets schrijft komt het in diverse kranten terwijl mijn Prikkers mijn eigen site halen. De theorie hangt macht aan die ‘stukken identiteit’ en niet aan de persoon .

Als je deze theorie als filosofie van je partij beschouwt, dan is de kans zeer groot dat er een strijd om de toppositie op de ‘ellende-ladder’, zoals ik het eerder noemde, uitbreekt. Degene met de minste ‘macht’ moet in deze theorie centraal staan. Die moet de ‘macht’ krijgen. Die strijd lijkt nu los gebarsten zo lees ik bij deKanttekening. En het hoeft niet te verbazen wie als schuldigen worden aangewezen. Daarvoor hoef je alleen maar naar de assen te kijken en vooral naar de, volgens de theorie belangrijkste kleuren-as. Of die personen werkelijk de meeste macht hebben, doet er niet toe. Geen beste beurt voor een partij die streeft naar radicale rechtvaardigheid en waarbij de strijd tegen racisme topprioriteit is en etnisch profileren aangepakt en voorkomen moet worden. Zouden de partij en haar aanhangers zich wel eens afvragen hoe het ‘aanpakken en voorkomen van ethisch profileren’ zich verhoudt tot hun filosofie van ‘intersectioneel profileren’?

Uitgelicht

Een hutje op de hei

 “In de Middeleeuwen waren er meer verschillende manieren van wonen dan nu. Er waren begijnhofjes, kloosters en oudemannenhuizen. Tegenwoordig moeten de meeste mensen het doen met een rijtjeshuis of appartement.” Deze uitspraak is, zo schrijft Josta van Bockxmeer bij De Correspondent, van Rijksbouwmeester Floris van Alkemade. Een uitspraak in de categorie ‘vroeger was alles beter. Al denk ik niet dat Van Alkemade dat bedoelde met die uitspraak. Hij zal bedoelen dat er tegenwoordig zo weinig gevarieerd wordt gebouwd. Van Bockxmeer interpreteert het ook op die manier. Toch een bijzondere uitspraak.

Royalty-free medieval construction photos free download | Pxfuel
Bron: Pxfuel

Een vergelijking tussen twee tijdperken wordt wel vaker gebruikt in een debat. Als dat gebeurt dan spits ik als historicus altijd mijn oren. Inderdaad, in de Middeleeuwen waren er oudemannenhuizen, begijnenhofjes en kloosters alwaar je kon gaan wonen. Je had echter ook nog kastelen en in de latere Middeleeuwen in steden ook patriciërswoningen, de huizen van de rijke kooplui. Veel keus zo lijkt het.

Inderdaad is tegenwoordig: “Het grootste deel van de huizen (…) een eengezinswoning, terwijl 40 procent van de huishoudens uit één persoon bestaat.” Maar daarnaast heb je ook nog de villa, de woonboerderij, de aanleunwoning, het verzorgingshuis, de studentenflat en oh ja, kloosters en kastelen bestaan ook nog steeds. Toch moet het gros van de mensen het doen met een eengezinswoning of een flatje omdat de villa of woonboerderij te duur is, ze niet voldoen aan de criteria voor een verzorgingshuis en ze de studentenflat ontgroeid zijn. Dus die Middeleeuwer was beter af.

Maar wacht even, ik ben nog één huistype vergeten, het hutje op het platteland alwaar het gros van de Middeleeuwers woonden. Samen onder één dak met die ene koe, dat varken, de geit en de kippen. Ze woonden daar omdat ze zich geen ‘kasteel’ of later patriciërswoning konden veroorloven. Omdat niet iedereen in een klooster of begijnenhofje terecht kon en ze te jong waren voor dat ‘oudemannenhuis’. Bovendien waren die er enkel in de steden en daar kon je zomaar niet naartoe, gebonden als je was aan dat stukje grond en de ‘bijbehorende feodale landeigenaar’.  Dat ‘hutje’ was waar het gros van de Middeleeuwers het mee moesten doen. Trouwens niet alleen de Middeleeuwers, tot ver in de negentiende eeuw was het hutje, en een ‘stadskrot’, de negentiende-eeuwse stedelijke variant voor arbeiders, de dominante woonvorm.

Van Alkemades historische vergelijking gaat mank. De gemiddelde Middeleeuwer had qua wonen niet meer keus dan de mens van tegenwoordig. Die kon kiezen uit een hutje of een hutje of dat nu op de hei stond of niet. Bovendien is de kwaliteit van wonen van dat rijtjeshuis of die flat oneindig veel beter dan het Middeleeuwse hutje.

Uitgelicht

Back to the Future

Mijn enige conclusie na het lezen van een artikel van religiewetenschapper Kaj Brens in de Volkskrant is dat de Nederlandse staat kan tijdreizen. Hoe zij dat doet, is mij een raadsel. Dus graag een Kamerdebat hierover zodat de onderste steen boven komt! Hoe ik tot die conclusie kom?  

TeamTimeCar.com-BTTF DeLorean Time Machine-OtoGodfrey.com-JMortonPhoto.com-07.jpg
DeLorean Time Machine uit Back to the Future waarmee Marty McFly door de tijd reist. Bron: Wikipedia

“We worden ons in Nederland steeds bewuster van de rol die de staat speelde in deze zwarte bladzijde van de vaderlandse geschiedenis. De rol die de kerk speelde, blijft echter relatief onderbelicht. Draagt het christelijk geloof ook verantwoordelijkheid voor ons slavernijverleden?” Dat vraagt Brens zich af.  Brens sluit af met de woorden: “Als de Nederlandse staat verantwoordelijk was voor het implementeren van de slavenhandel, dan was de kerk zonder meer verantwoordelijk voor het vergoelijken ervan.” Een wel heel bijzondere uitspraak en dat is niet de enige.

In zijn artikel loopt Brens het Oude en Nieuwe testament na op zoek naar uitspraken over slavernij. Zijn conclusie: “Nergens in de Bijbel wordt slavernij dan ook ondubbelzinnig afgewezen, veroordeeld of verboden. Integendeel. De Heilige Schrift lijkt deze misdaad tegen de mensheid vaak stilzwijgend toe te staan en soms zelfs expliciet te steunen.” Dat de beide Testamenten geen ‘ondubbelzinnige’ afwijzingen, veroordelingen of verboden bevatten, hoeft niet te verbazen. Al die verhalen zijn geschreven in een tijd dat slavernij de normaalste zaak van de wereld was. Een tijd dat het de normaalste zaak van de wereld was om:  “alle mannen ter dood (te brengen), maar de vrouwen, de jonge meisjes die nog nooit met een man hebben geslapen ‘en het vee en alles wat er aan goederen in de stad is,” buit te maken.  En het: “etnisch gehalte,” dat Brens in Leviticus: “want ‘als slaven en slavinnen kun je mensen kopen uit de omringende volken, of de vreemdelingen die bij jullie wonen,” was in die tijd de gewoonste zaak van de wereld. En zo dachten alle volkeren erover. Over dergelijke zaken kun je je als wetenschapper in de eenentwintigste eeuw verbazen. Het enige wat die verbazing laat zien, is je gebrek aan wetenschappelijke houding.

Dat gebrek blijkt nog meer uit het gebruik van de woorden ‘misdaad tegen de menselijkheid’. Woorden die voor het eerst in de processen van Neurenberg (1945-1946) en Tokio (1946-1948) worden gebruikt. Woorden uit een heel ander tijdperk, voor wat het Oude Testament betreft zo’n 3 millennia en wat betreft het Nieuwe Testament bijna 2 millennia later. Gaan we nog wat verder terug, bijna vier millennia geleden stelde de Babylonische koning Hammurabi zijn beroemde Codex op, het oudste bewaard gebleven wetboek. In die Codex werd ook een en ander geregeld over slavernij. Zo kon je slaaf worden als krijgsgevangene, als veroordeeld misdadiger en door schulden. Het hoofd van de familie kon leden van zijn familie als slaaf verkopen om schulden in te lossen. Ook werd de verantwoordelijkheid van de slavenhandelaar geregeld, die moest bepaalde garanties geven voor de slaven die hij verhandelde, zoals een soort ‘niet goed geld terug regeling’ als de slaaf binnen een bepaalde tijd ziek werd. De Codex bepaalde ook een paar situaties waardoor je weer vrij werd. Zo werd een schuldslaaf na drie jaar weer vrij en kon een slavin drie jaar na het overlijden van haar eigenaar worden vrijgelaten of als ze hem een kind had gebaard.

En via de Codex Hammurabi kom ik weer bij de zin waarmee Brens zijn artikel afsluit, de zin dat ‘de Nederlandse staat verantwoordelijk was voor het implementeren van de slavenhandel’. Was de Nederlandse staat dan ook verantwoordelijk voor het opstellen van die Codex Hammurabi, want die regelde al het handelen in slaven? Hoe kan een staat die in de negentiende eeuw van onze jaartelling ontstond omdat het de grote machten van die tijd goed uitkwam, verantwoordelijk zijn voor het invoeren, want dat is implementeren, van iets wat al eeuwen aan de gang was? De enige manier waarop dat kan is via tijdreizen. Door net zoals Marty McFly in Back to the Future heen en weer te reizen in de tijd. Of moeten we ernstig twijfelen aan de wetenschappelijke kwaliteiten van Brens?

Uitgelicht

Assepoester

Ruim een maand geleden maakte ik een klein vreugdesprongetje om een stukje Venlo: de Lage Loswal. Een stukje van de oude Venlose Haven waar je een paar jaar geleden je auto kon parkeren op een aftandse bodem bestaande uit beton, asfalt en straatstenen die in  willekeurig verband lagen. Dat aftands gold niet alleen voor de bodem, het geheel was van een deerniswekkende treurigheid. Bij een wassende Maas was parkeren gevaarlijk omdat het gebied als een van de eerste delen van de stad onder water liep. Menig Duitse en andere kooptoerist is daardoor al eens verrast. Terug naar dat vreugdesprongetje.

Eigen foto

Dat sprongetje werd veroorzaakt door wat ik zag. Nadat de Lage Loswal lange tijd gesloten was omdat er werd gewerkt, konden we eindelijk het resultaat zien van dat ‘gewerk’ en dat mag er zijn. Sterker nog, ‘Assepoester’ bleek een ‘mooie prinses’ te zijn geworden. En ik was niet de enige die er zo over dacht. Bij de warmte die begin juni haar intrede deed, bleek het een  plek waar mensen graag vertoefden. Zitten op een van de bankjes of op een dekentje in het gras. Kinderen die speelden met het ‘watertoestel’. Jeugdigen die van de Wal in de Maas sprongen om zich te verkoelen. Een ‘trappenrij’ of anders omschreven: een tribune van een openlucht theater. Een ideale plek om als band of toneelgezelschap een optreden te verzorgen. Ik bleek niet de enige die er deze potentie in zag. Popcentrum Grenswerk organiseert er al een aantal concerten. Het enige wat er (nog) ontbrak was een kiosk waar je wat te drinken en een klein hapje kon nuttigen.

Helaas was dat vreugdesprongetje van korte duur. Twee weken geleden sloot burgemeester Scholten het gebied af voor publiek. Waarom? (I)n met name de avonden en nachten zorgde dat vooral voor overlast. Er waren samenkomsten van te veel personen waarbij drank en drugs regelmatig in het spel was,” Daarom is er een hek omheen gezet en zal er bewaking zijn en dat blijft zo totdat er verlichting is geplaatst en bewakingscamera’s zijn opgehangen: “Pas als die twee zaken zijn geregeld, zal de burgemeester de Lage Loswal weer openstellen,” zo is te lezen bij OmroepVenlo. De prinses is weer Assepoester: de schoonheid verborgen voor eenieder.

Overlast met drank en drugs komt vaker voor en daar moet je tegen optreden. Optreden tegen degenen die de overlast geven. Om een zo’n mooi gebied geheel af te sluiten om overlast in de avond en nacht te voorkomen, gaat wel erg ver. Hiervan zijn niet alleen de overlastgevers de dupe. Gelukkig heeft Assepoester een ‘glazen muiltje’ verloren en is de gemeente als een verliefde prins op zoek naar de voet bij het ‘muiltje’. Het lijkt er echter op dat die ‘prins’ het ‘muiltje’ aan de voet van een van de ‘gemene halfzusters’ wil stoppen. Ja, wat verlichting is niet verkeerd, maar zijn er geen andere manieren om die overlast te voorkomen dan verlichting en camerabewaking?

Zoals ik schreef, ontbreekt er een kiosk waar je wat kunt drinken een klein hapje kunt nuttigen. Daarom moet iedere bezoeker zijn eigen drank en eten meenemen. Dit leidt tot uitpuilende vuilnisbakken en rommel op de grond. Gevolg hiervan is ook dat er geen toezicht is anders dan toezicht door andere bezoekers. Zou een dergelijke kiosk of misschien twee niet een veel betere en vooral prettigere oplossing zijn voor het overlastprobleem? Het zorgt ervoor dat er in avonduren gevarieerder publiek zal zijn. Het meeslepen van eigen eten en vooral drank zal dan minder worden. Dus zal er minder rommel liggen. De kioskhouder en de medewerkers houden het gebied mee schoon en zorgen voor ‘toezicht’ op het drankgebruik. Nee, het is geen garantie dat er nooit meer iets verkeerds gebeurt. De kans erop wordt, denk ik, veel kleiner. Zou dat niet de ‘prinses’ moeten zijn aan wiens voet de gemeente het ‘glazen muiltje’ moet schuiven? Zou dat de ‘schone prinses’ die de Lage Loswal nu is, niet nog schoner maken?   

Uitgelicht

Vaccineren, voorbeeld, vrijheid verkeerde discussie

Volgende week ben ik aan de beurt om te worden gevaccineerd. Ik heb de afspraak gemaakt en ik ga de ‘spuit’, of beter twee spuiten want enkele weken later moet ik nog een keer voor de ‘tweede ronde’, halen. Niet iedereen denkt er zo over en dat leidt tot verwoede discussies. Zo kreeg Matthijs de Ligt, speler van het Nederlands voetbalelftal er de afgelopen week flink van langs omdat hij zich niet liet vaccineren: “Het is niet verplicht. Ik vind dat je baas moet zijn over je eigen lichaam,” zo sprak De Ligt, als ik de media mag geloven. Vanwege zijn voorbeeldfunctie zou De Ligt zich moeten laten vaccineren. De druk werd zo groot dat De Ligt uiteindelijk meldde dat hij zich na het komende Europees kampioenschap laat vaccineren. Wordt hier niet juist het verkeerde voorbeeld gegeven?

Nee, niet door De Ligt. Die heeft net als iedere andere inwoner van dit land de vrijheid om zich al dan niet te laten vaccineren. Als die vrijheid voor mij geldt en voor jullie, mijn lezers, dan geldt die ook voor een bekende voetballer. Zelf maak ik, zoals gezegd, een andere keuze en daar hoeven anderen het weer niet mee eens te zijn. Het staat eenieder vrij om naar goeddunken een keuze te maken. Jammer is echter dat de keuze welk vaccin je wilt nemen niet vrij is. Die wordt voor je gemaakt.

Wordt het verkeerde voorbeeld niet gegeven door degenen die De Ligt op zijn ‘voorbeeldfunctie’ wijzen? Het verkeerde voorbeeld omdat er zo druk op mensen, in dit geval De Ligt, wordt uitgeoefend om in een bepaalde richting te kiezen. Vanwege de voorbeeldfunctie moet iemand iets tegen zijn wil in doen. Hoe verhoudt zich dit tot eenieders vrije keuze? En via die personen met een voorbeeld wordt gepoogd anderen dat voorbeeld te laten volgen. In zo’n gesprekken moet ik altijd aan wijlen mijn moeder denken. Als een van ons weer eens thuiskwam en iets wilde omdat ‘Pietje’ dat ook wilde, kwam zij altijd met de woorden: “as Pietje in de Maas sprinkt, sprinks dich der dan auk in?” Als kind was dat verdomd vervelend omdat je dan naar eigen argumenten moest zoeken. Achteraf ben ik er haar zeer dankbaar om omdat ze hiermee aangaf dat we zelf moeten nadenken en eigen keuzes moeten maken.

Moeten niet juist die deskundigen op hun voorbeeldfunctie worden gewezen? Hun voorbeeldfunctie om mensen informatie te geven op basis waarvan ze een keuze kunnen maken. Maar vooral hun voorbeeldfunctie om de keuzevrijheid te benadrukken?  Te benadrukken door te zeggen: ‘Beste Matthijs, ik hoor dat je geen vaccin neemt. Ik neem aan dat je om voor jou goede redenen doet. Het is mijn keuze niet omdat …. (en dan wat redenen waarom je je wel moet laten vaccineren). Maar in dit land is iedereen vrij om hierover een eigen afweging en dus een eigen keuze te maken. Dat is een groot goed.’’ Zou een dergelijke aanpak niet veel effectiever zijn dan morele druk uitoefenen op mensen?

Dus beste Matthijs, je bent vrij om zelf te kiezen. Als je geen vaccin tegen Covid-19 wil, neem er dan geen. En beste andere vaccinatieweigeraars, ook jullie hebben de vrijheid om geen vaccin te nemen. Mijn keuze is, zoals gezegd, een andere. Het kan dan natuurlijk wel zijn dat anderen, zoals organisatoren van festivals, een keuze maken om niet gevaccineerde bezoekers te weigeren. Dit omdat zij hun verantwoordelijkheid voor de veiligheid en gezondheid van hun bezoekers op die manier invullen. Want dat is hun verantwoordelijkheid en dus keuze en niet de ‘keuzevrijheid’ van de bezoeker.

Uitgelicht

Racisme: iedereen zijn eigen betekenis

“Even een vraag: hoe kijk je racistisch? Ik stel die vraag naar aanleiding van de titel ‘Nog een blik’.” Die vraag stelde ik Vera Mulder onder een artikel van haar hand bij De Correspondent. In het artikel bespreekt ze de debuutroman Confrontatie van Simone Atangana Bekono. Ik heb het boek van Bekono niet gelezen. Ik stelde die vraag naar aanleiding van de titel van Mulders artikel: “Nog een blik, weer een opmerking: racisme is één plus één plus één.” Daarop ontspon zich een bijzonder gesprek dat ik met jullie wil delen. Een bijzonder gesprek over racisme en toch niet, of wel?

Een eerste lezer antwoordde met: “Nou, dat is kijken met een bevooroordeelde blik, lijkt me.”  Waarop ik antwoordde: “Mijn vraag is hoe iemand kan zien dat een ander met een bevooroordeelde blik kijkt en dat die bevooroordeelde blik met racisme heeft te maken. Want dat is wat de titel suggereert.”  Daarop reageerde een volgende lezer met: ”Goede vraag. Sommige dingen zijn zo overduidelijk, maar hoe maak je het subtiele bespreekbaar?” Ik reageerde met: “Ik denk dat de kaart ‘racisme’, die in dit artikel wordt gespeeld, daar niet erg behulpzaam bij is. Racisme is, aldus de Van Dale de: “opvatting dat mensen met een bepaalde huidskleur beter zouden zijn dan mensen met een andere kleur, gebruikt als rechtvaardiging om mensen met een andere kleur slecht te behandelen.” Het bewust slechter behandelen van mensen met een andere huidskleur. Het helpt niet om die ‘Frits’ van racisme te betichten. Dat is eerder domheid of beter nog onwetendheid. Net zoals het niet helpt om die dorpsgenoot die wel-kom in Ne-der-land zegt van racisme te beschuldigen. Die maakt een verkeerde inschatting van de situatie. Het is veel behulpzamer om het gesprek aan te gaan met ‘Frits’ en zo hem bewust te maken van zijn ‘onwetendheid’. En zo is het veel effectiever om die ‘wel-kom…’ te beantwoorden met: ‘ja u ook welkom in Nederland’ of zoiets.”

Op deze bijdrage reageerde Vera Mulder met: “je gaat er in je beschouwing vanuit dat opvattingen per definitie iets zijn waar je je bewust van bent of waar je bewust naar handelt (en dat je dus geen racistisch kwaad kunt doen vanuit onwetendheid of domheid). Daar begint onze visie uiteen te lopen en dan wordt een inhoudelijk gesprek over wat racisme is of kan zijn ingewikkeld. Ik raad je het boek van harte aan – dat laat zien hoe ook onbewust ontstane of overgenomen opvattingen racistisch kunnen zijn en kwaad kunnen doen – ook (soms: juist) als iemand het niet zo bedoeld heeft. Leed zit hem niet altijd in intentie.” Daarop herhaalde ik met de betekenis van racisme volgens de Van Dale met de toevoeging: “Hier staat in mijn ogen dat je jezelf als beter ziet dan mensen met een andere kleur, dat is een bewuste daad. En ook nog dat je die bewuste daad gebruikt om die ander slechter te behandelen. Onwetendheid kan daar nooit onder vallen. Dat laat onverlet dat onwetendheid pijn kan doen, of zoals jij het zegt: ‘leed zit hem niet altijd in de intentie.’ Ik begrijp dat jij een andere definitie van racisme hanteert. Eentje die onwetendheid bevat. Maar hoe luidt die precies? Daar ben ik dan wel benieuwd naar.”

Na nog wat tussenstappen gaf een andere lezer, Leon ten Have het volgende antwoord op mijn vraag naar een definitie: “Een perfect verwoordde definitie die zo het woordenboek in kan heb ik niet, maar ik denk dat je al een behoorlijk eind komt als je naast bewust/direct ook onbewust/indirect en systematisch racisme meeneemt. Maar eigenlijk denk ik dat de context van dit verhaal voor zich spreekt, en dat discussies beginnen over woordenboekdefinities overkomt als bad faith…” En Vera Mulder viel hem bij: “Ik sluit me aan bij Leon; voor één alomvattende definitie is het onderwerp, het systeem, de ervaring te complex, maar het betrekken van systemisch en onbedoeld racisme in dit gesprek is onontbeerlijk in het ontmantelen ervan.”

Wel heel bijzonder. Om elkaar te kunnen begrijpen lijk het mij van belang dat we het eens worden over de definitie van begrippen en woorden. Een woord is, volgens de Van Dale, een: “groep van spraakklanken met een eigen betekenis.”  Als iedereen zijn eigen betekenis geeft aan een eenzelfde ‘groep van spraakklanken’ is communicatie onmogelijk en wordt het ook onmogelijk om racisme te bestrijden. Of zoals ik Mulder antwoordde: “Dan kunnen jullie beter ophouden met het schrijven over racisme. Zonder een definitie van een begrip is een gesprek zinloos. Dan gaat het namelijk overal en nergens over en heeft iedereen, wat er ook wordt beweerd, gelijk. Racisme zoals in de Van Dale gedefinieerd zal al zeer lastig uit te roeien zijn, zonder definitie is het helemaal onmogelijk.”

Uitgelicht

Rechten voor de natuur

“De beste van alle mogelijke werelden is geen wereld waarin we zouden kunnen leven, want het begrip menselijke vrijheid veronderstelt beperkingen. Vrij handelen betekent handelen zonder voldoende kennis of macht, dat wil zeggen zonder alwetendheid of almacht.[1] Een passage uit het boek Het kwaad in het moderne denken van de filosoof Susan Neiman. Ik moest hieraan denken toen ik bij De Correspondent een artikel van Jessica den Outer las. Den Outer pleit voor rechten voor de natuur.

Amazon Rainforest | Aerial view of the Amazon Rainforest, ne… | Flickr
Bron: Flickr

Niet voor natuurrechten (H)et idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de ‘natuur’ zijn gegeven. Natuurrechten zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.” Zoals Amnesty International het begrip natuurrecht omschrijft. Natuurrechten zijn een oud begrip. De oude Griekse filosofen spraken al over die ‘onveranderlijke rechtsregels’ die de mens van nature had. Rechten die het christendom als door god gegeven zag. Nee, voor rechten voor de natuur en niet alleen voor dieren, maar ook voor rivieren, bossen enzovoort. Hiermee moet de antropocentrische wereld worden beëindigd. De wereld waaraan de mens de doorslag geeft. Rechten voor de natuur is wat anders dan onze huidige milieuwetgeving want bij die wetgeving is, zo betoogt Outer: “de mens, als middelpunt van het bestaan, (…) het uitgangspunt van wet- en regelgeving. Dit uitgangspunt heeft ertoe geleid dat wij de natuur beschouwen als ons eigendom: iets wat we kunnen uitbuiten voor menselijk gewin. Wij, de mens, hebben als eigenaar onbeperkte macht over de natuur.” Door ook de natuur rechten te geven zou de mens van de troon worden gestoten waarop hij zichzelf heeft geplaatst.

Ik moest aan Neiman denken omdat zij in haar boek de deconfiture van God beschrijft. Of om het anders te zeggen, het plaatsen van de mens op de oude troon van god. De mens kreeg hiermee, zo betoogt Neiman, een steeds grotere verantwoordelijkheid voor het kwaad in deze wereld. Voor de moderne tijd was er maar één soort kwaad: alle kwaad was een straf van God of de uitvoering van de wil van God. God kende het grote plan en of het nu een aardbeving of een oorlog betrof, God had er een plan mee. Erg handig zo’n ‘imaginair construct’ dat alles verklaart. Zonder God moet er een andere oorzaak voor het kwaad zijn en als zijn plaatsvervanger moest dat wel de mens worden. Met de vrijheid, om het citaat waarmee ik begon aan te halen, komt immers ook verantwoordelijkheid. Nu kun je dat bij misdaden, moorden, oorlog en alle andere zaken waar de mens handelend optreedt goed volhouden. Bij een aardbeving of een orkaan wordt dat anders. De moderne denkers splitsten het kwaad daarom in tweeën. Aan de ene kant het morele kwaad waar de menselijke hand duidelijk een rol speelt. En aan de andere kant het natuurlijke kwaad van bijvoorbeeld de aardbevingen en orkanen. Alhoewel de mens tegenwoordig, via de door uitstoot van kooldioxide veroorzaakte opwarming van de aarde, ook al een hand heeft in die laatste.

Daarmee kom ik bij het artikel van Outer. Volgens Outer zit de mens hoog op zijn troon. Zij wil meer evenwicht in de wereld. Die is nu ‘antropocentrisch’ omdat wij: “als eigenaar onbeperkte macht over de natuur,” hebben. Outer pleit voor een ecocentrische benadering: “de overtuiging dat de mens deel uitmaakt van de aardse gemeenschap en leeft in een systeem van onderlinge afhankelijkheid. … In de ecocentrische benadering is de intrinsieke waarde van al het leven essentieel. Een opvatting die leeft bij verschillende inheemse volkeren. De natuur heeft waarde, simpelweg ‘omdat ze bestaat’. Je neemt verantwoordelijkheid voor je band met de natuur en denkt bij de keuzes die je maakt aan de belangen van alle vormen van leven en van toekomstige generaties.” Daarom wil zij de natuur rechten geven, net zoals de mens rechten heeft.

Hoe zou dat moeten? Als natuur een rechtspersoon is dan: “geniet ze een onafhankelijke juridische status die beschermd moet worden – en zo krijgt ze een stem in onze samenleving.” Die rechten moeten worden erkend door rechters of via de politiek. Daarbij kan het gaan om: “de natuur in het algemeen of om concrete entiteiten zoals rivieren, bossen of bergen, die rechten of eigen rechtspersoonlijkheid krijgen.” Zodat zij wordt meegenomen bij alle beslissingen die haar welzijn aangaan. Daarbij moeten: “Menselijke voogden (…) ervoor (zorgen) dat deze rechten worden gewaarborgd en nageleefd. In het ergste geval kunnen zij een rechtszaak aanspannen namens de natuur, zoals een voogd dat voor een kind kan doen.”

Dat de natuur waarde heeft omdat ze bestaat, staat voor mij buiten kijf. Net zoals het voor mij buiten kijf staat dat de mens geen eigenaar is van de wereld. En daarmee kom ik op mijn bedenkingen bij de rechten voor de natuur. Outer wil ‘de mens van de troon halen die hij, zoals Neiman laat zien, van God heeft overgenomen. Zij wil van de huidige antropocentrische naar een ecocentristische wereld. Maar hoe ‘intrinsiek’ is de waarde van natuur als ze rechten van de mens moet krijgen om gewaardeerd te worden? Hoe ecocentrisch is het als de mens die rechten moet toekennen? Hoe ecocentrisch is het om de mens de stem en voogd te laten zijn voor de natuur?


[1] Susan Neiman,  Het kwaad in het moderne denken, pagina 120

Uitgelicht

Creatief crossover de plank mis slaan

“Crossover Creativity betekent dat jij je creativiteit inzet om innovatieve oplossingen te ontwerpen voor complexe uitdagingen in de samenleving. Bijvoorbeeld op het gebied van sociale inclusie, onderwijs, inrichting van de publieke ruimte, de gezondheidszorg.” Dat lees ik op de site van de HKU Ik moest het even opzoeken omdat de schrijver van een artikel in de Volkskrant, Hilde Roothart, zich introduceerde als ‘student aan de HKU masteropleiding Crossover Creativity. Nu heb ik dat tegenwoordig vaker. Ik stam nog uit een tijd dat je zoals ik geschiedenis ging studeren of Nederlands, natuurkunde of economie of je ging naar de kunstacademie. Als ik de studie in mijn woorden samenvat, dan ben je na die studie gewoon een (product)ontwerper. En met ‘woorden’ kom ik bij de inhoud van het artikel van Roothart.

Learn a Language - Free Image by Sukh Photography on PixaHive.com
Bron: Pixahive

Nu is productontwerper of met een andere naam vormgever niet de enige studie waar allerlei fancy klinkende termen aan worden verbonden om er iets extra’s van te maken. Ik moet hierbij denken aan een bijeenkomst die ik jaren geleden bijwoonde. Een bijeenkomst waarbij een opleider voor sociaal werkers en jeugdzorginstellingen bijeen kwamen. De opleider vertelde dat de studenten werden opgeleid in verschillende specialisme. ‘Jullie specialisten zijn voor ons gewoon algemeen opgeleid,’ met dergelijke woorden reageerde een jeugdzorgaanbieder en vervolgde: ‘wij moeten ze vervolgens specialiseren’. Op de arbeidsmarkt zal Roothart gewoon moeten concurreren met andere productontwerpers en vormgevers die ‘Interaction design’ of ‘Natuurlijk design’ studeren. Dit even terzijde.

Of toch niet? Want met woorden probeert, in dit geval de HKU, een opleiding tot vormgever tot iets speciaals te maken en met woorden kom ik bij het artikel van Roothart. Volgens Roothart ligt: “Helaas (…) de ongelijkheid ook in de taal besloten. Sommige mensen zijn hooggeletterd, anderen zijn laaggeletterd. Zolang we in de taal aandacht blijven besteden aan hoog en laag (…) wordt de taal gekoloniseerd door een homogene groep Noord-­Europese, witte, mannelijke en elitaire mensen.” Om daar wat aan te doen moeten we onze taal: “bevrijden van de uitsluiting van de laaggeletterdheid. Dat kunnen we voor elkaar krijgen door alle vormen van intelligentie waarover we beschikken in te zetten. En door elke taal die we beheersen ook echt als taal te gaan zien, horen en voelen. Dat zou ons allemaal pas echt gelijkwaardig maken.” Met die woorden beëindigt ze haar heel bijzonder betoog.

Nee, dan doel ik er niet op dat Roothart heel modern en als een volleerd leerling van Gloria Wekker en Sylvana Simons de woorden ‘gekoloniseerd’ en ‘homogene Noord-Europese witte, mannelijke en elitaire mensen’ in één zin gebruikt waarmee alles ‘verklaard’ is. Dan bedoel ik dat laaggeletterden worden uitgesloten van onze taal. Dat lijkt me heel vreemd. Iemand ergens van uitsluiten, betekent dat je het die persoon onmogelijk maakt om in dit geval van taal gebruik te maken. Welke taal spreken laaggeletterden dan?

Volgens Roothart zijn er naast verbaal linguïstische intelligentie ook nog andere vormen van intelligentie: “visueel-ruimtelijk, ­logisch-mathematisch, naturalistisch-ecologisch, muzikaal-ritmisch, interpersoonlijk, intrapersoonlijk, lichamelijk-kinesthetisch.” Als ik Roothart goed begrijp zijn dat allemaal ‘talen’ en moeten we die gaan gebruiken want dan zijn we ‘pas echt allemaal gelijkwaardig’. Roothart: “Onze taal bestaat niet alleen uit letters en cijfers, maar ook uit beelden, geluiden en gebaren. We beschikken niet alleen over ­taal­vermogen, maar ook over beeldend vermogen en scheppingskracht; over de taal van kleur, klank en knipoog.”

Eens kijken hoe dat in de wereld van Roothart werkt met mezelf als onderdeel van een voorbeeld. Mijn taal is de linguïstische, dat wat een normaal mens onder ‘taal’ verstaat. Mijn ‘muzikaal-ritmische’ taal is behoorlijk waardeloos, ik zing vals en kan geen maat houden. Nu kom ik een Beethoven in de laatste fase van zijn leven tegen: linguïstisch waardeloos want doof maar muzikaal-ritmisch een genie. Ik sta te praten als Brugman en die ander speelt op zijn gitaar. Zouden we elkaar begrijpen? Laat staan dat ik iemand tegen kom die lichamelijk-kinesthetische taal gebruikt. De inhoud van een brief vertalen in een pianostuk of een dans, lijkt mij erg lastig. Dit allemaal ‘taal’ noemen lijkt mij niet de oplossing voor een laaggeletterde die een brief van de gemeente niet begrijpt.

Verwart Roothart hier niet ‘taal’ en ‘communicatie’? Communiceren kun je op veel manieren, met woorden, handen, voeten, muziek, dans enzovoorts. Door dit allemaal ‘taal’ te noemen verbetert de ‘communicatie’ tussen mensen echter niet, om die twee woorden nog maar eens te gebruiken. En dan terugkomend op de reden waarom Roothart haar artikel schreef, de positie van: “etnische minderheden en studenten die afkomstig zijn van minder goede scholen,” verbetert niet als er niet meer wordt gecorrigeerd op: “verkeerd spellen, grammaticale fouten maken of interpunctie verkeerd gebruiken,” zoals de Hull University wil. Net zoals de positie van zwakke rekenaars niet verbetert als de opleiding tot boekhouder niet meer controleert op rekenfouten. Dat leidt alleen maar tot boekhoudschandalen en opleidingen die tot middelmaat en zelfs lager opleiden. Wat die studenten en laaggeletterden echt helpt, is investeren in hun taalbeheersing. Als dit is wat de HKU onderwijst bij de master Crossover Creativity dan hou ik mijn hart vast, dan leert men daar creatief crossover de plank mis te slaan.

En ter afsluiting beste mevrouw Roothart, om op de laatste zin in uw artikel terug te komen: om ‘echt gelijkwaardig’ te zijn hoef ik uw taal niet te spreken en hoef ik u zelfs niet te begrijpen.

Uitgelicht

Vaccin en een dodelijk auto-ongeluk

De kans op het winnen van een prijs in de Staatsloterij is iets meer dan 50%, zo is te lezen op de site vergelijkloterij.nl. Nu is dat winnen relatief. De Staatsloterij zal betogen dat je wint als er een prijs op je lot valt. In mijn definitie win je als de prijs groter is dan de investering. Dus als je meer wint dan dat je voor het lot hebt betaald. De kans op dat laatste is bij de Staatsloterij ongeveer één op de acht. Dit klinkt al heel anders. De kans op de reguliere hoofdprijs is 1 op 2,6 miljoen. Als je meespeelt om de jackpot bij de maandelijkse trekking, dan kun je beter stoppen, de kans dat je die wint is 1 op 40 miljoen. Ik moest hieraan denken toen ik las dat er weer wordt gestopt met het vaccineren met het Astra Zeneca vaccin omdat vijf mensen na vaccinatie last kregen van trombose in combinatie met een verlaagd aantal bloedplaatjes. Van deze vijf overleed er één.

De Staatsloterij keert van iedere euro bijna zeventig cent uit als prijzengeld. De kans dat je geld verliest bij deelname is zeven op de acht. Tocht weerhoudt dit velen, ook mij, niet om deel te nemen. Want ondanks die hele kleine kans, is het dromen van wat je met die hoofdprijs kunt doen ook wat waard. Dit even terzijde.

Terug naar het vaccin. Voor die keuze is wat te zeggen als er alternatieven zijn die tot minder overlijdens leiden en die alternatieven zijn er. Andere vaccins laten tot nu toe op dit gebied betere resultaten zien. Dus terecht gestopt? Dat gaat mij iets te snel. Ja, er zijn andere vaccins, maar er zijn er niet genoeg om binnen afzienbare tijd heel Nederland te vaccineren laat staan de hele wereldbevolking. Dus om nu te zeggen dat er voldoende vaccins zijn. Er is meer.

Natuurlijk is het tragisch als je na een vaccinatie last krijgt van zeer ernstige bijwerkingen, laat staan als je eraan overlijdt. Hoeveel keer er precies een prik is gezet met het vaccin van Astra Zeneca weet ik niet precies, het zijn er in ieder geval veel meer dan 200.000, want zoveel zijn er alleen al gezet bij 60-64 jarigen met een hoog risico op ernstige COVID. Eén dode op minimaal 200.000 dat is niet veel. In het Verenigd Koninkrijk zijn er inmiddels ongeveer 18 miljoen mensen ingeënt met dit vaccin. Daarvan kregen er dertig de genoemde bijwerking waarvan er zeven overleden. Eens even rekenen: 30 op 18 miljoen dat is één op 600.000 en zeven doden dat is één op de 2.571.428 gevaccineerde mensen.

Niet veel zou je zeggen, maar dus toch genoeg om de vaccinatie met dit vaccin stop te zetten. Vreemd dat we het verkeer nog niet hebben stopgezet. In 2019 werden 661 mensen het slachtoffer van een dodelijk ongeval. Op een bevolking van 17,28 miljoen is dat één slachtoffer van een dodelijk ongeval op 26.142 mensen. De kans op een dodelijk verkeersongeval is daarmee bijna 100 keer zo groot als de kans op overlijden na een vaccinatie met het vaccin van Astra Zeneca.

Op basis van de verzamelde data sterft in Nederland net geen 1 op de tachtig mensen die besmet raken met COVID. Met de gisteren op 2 april positief geteste mensen, dat waren er bijna 7.300, zitten er dan weer 90 overlijdens vanwege COVID aan te komen. De Nederlandse bevolking is vergelijkbaar met die 18 miljoen Britten die inmiddels met het vaccin van AstraZeneca zijn ingeënt. Dat zou betekenen dat er in Nederland zeven mensen zouden sterven aan dit vaccin. Rekenen we met ‘onze eigen cijfers’ van één op minimaal 200.000, dan zouden er 90 mensen sterven aan het vaccin. Dat komt overeen met de 90 die op basis van de besmettingen van de dag van gisteren, hun doodvonnis aangekondigd kregen.

Beste regering, vraag gewoon wie het risico dat je bij vaccinatie met AstraZeneca loopt, wil nemen. Ik geef hierbij al vast aan dat ik bereid ben dit risico te lopen.