Uitgelicht

Generatie geleuter!

Ik, en met mij mijn leeftijdsgenoten, hebben het gedaan. Tenminste, als we Rutger Koopmans moeten geloven. Koopmans wordt door de Volkskrant geïnterviewd. Het interview is er een in een serie. Waar gaat die serie over: “De tegenstellingen in Nederland openbaren zich in tal van geledingen. Waar ligt de oorsprong en waartoe zal het leiden? “  Koopmans was: “ooit ING-topman maar tegenwoordig actief als ondernemer bij ‘carrièretransformaties.” Wat hebben ‘we’, mijn leeftijdsgenoten en ik, gedaan?

Bron: Kinderkleurplaat.nl

Nou ‘we’ zijn schuld aan zo ongeveer alle ellende in de wereld. “Wij hebben als geen andere generatie ooit een ongelofelijke aanslag op het milieu gedaan. Pas nu schetsen we oplossingen voor 2030-2040. Zo van: ‘Na ons pensioen doen we die energietransitie wel.’ Maar de inspanningen die moeten worden geleverd, komen bij jullie terecht. Dat is nogal makkelijk. Je ziet hetzelfde bij sociale kwesties als het lerarentekort en het gebrek aan personeel in de zorg.” Zo, daar moet ik het mee doen! Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa dan maar? Nou, er is nogal wat af te dingen op de redenering van Koopmans.

Koopmans spreekt over generaties en zet daarbij de ‘millennials’ geboren tussen 1980 en 1994 af tegen de ‘verloren generatie X’ geboren tussen 1955 en 1970. Geboren in 1966 behoor ik dan tot die laatste generatie. De Millenials: “groeide op in welvaart tijdens de digitale revolutie, mocht zich vrijelijk ontplooien en werd als ‘schaarstegoed’ in kleine gezinnen gepamperd.”  En Generatie X: “groeide op in de naoorlogse verzorgingsstaat, maar ervoer economische terugval ten tijde van de tweede oliecrisis.” Voor de ‘millenials’ en nog jongeren onder ons, die crisis brak uit na de Iraanse revolutie in 1979. Door die revolutie, die Ayatollah Khomeini aan de macht bracht en van Iran een islamitische republiek maakte, werd de olieaanvoer vanuit dat land onzeker waardoor de prijs ervan steeg. Dit leidde tot een diepe economische crisis. 

Koopmans werpt zich, zo lees ik, op als: “onorthodox vertegenwoordiger van generatie X.” Nu begrijp ik dat Koopmans, als ondernemer, schrijver en onderzoeker van de ‘generatiekloof’, erbij is gebaat om zaken scherp weg te zetten en de waarheid of werkelijkheid soms wat aan te dikken. Dat doet het immers goed in de ‘verkoop’. En dat blijkt want hij wordt als ‘deskundige’ door de Volkskrant geïnterviewd. Nu kan ik mij van mijn jeugd ‘ten tijde van de tweede oliecrisis’ goed herinneren dat de leden van die generatie  X, onderling erg verdeeld waren over waar het met de samenleving naartoe moest. Daarin weken we trouwens niet af van de generaties voor en en na ons. Een deel van ons nam deel aan de grote demonstraties tegen ‘kernraketten’, een ander deel had liever ‘een raket in de tuin, dan een Rus in de keuken’. Door nu over ‘generaties’ te spreken als een eenheid, verhult Koopmans de verschillen tussen mensen die niets met elkaar gemeen hebben behalve hun leeftijd.

Een ander voorbeeld. Koopmans over toen hij afstudeerde op de toekomst van de verzorgingsstaat: “Terugkijkend uitte ik destijds terechte zorgen over de onbetaalbaarheid ervan (de verzorgingsstaat), maar dat gold toen als verderfelijk neoliberale taal.” Dat moet dan begin jaren tachtig zijn geweest. Die kritiek was regeringsbeleid. Het waren de jaren van Lubbers en Ruding met het ‘no nonsense’ beleid van flinke bezuinigingen op de overheidsuitgaven en de sociale zekerheid.

Echt bizar wordt het als Koopmans de volgende vraag krijgt voorgelegd: “Uw generatie verzette zich tegen oude structuren in de jaren zestig en zeventig. Maar ondertussen is niet gewerkt aan nieuwe structuren, voor ons als millennials. Voelt u zich daar schuldig over?” Hij antwoordt: “Ja, we braken vermolmde structuren af, zorgden voor democratisering en betere sociale verhoudingen. Maar toen we het goed hadden geregeld voor onszelf, met een bloem in ons haar, kozen we een nieuw mantra: ‘En nu regeert de marktwerking en is het ieder voor zich.’ We hebben als generatie die aan zet was niet het fundament gelegd voor een verzorgingsstaat nieuwe stijl, waarin het individu minder op zichzelf hoeft terug te vallen dan nu gaat gebeuren.” Tegenwoordig hebben we milieuactiviste Greta Thunberg die zich als puber inzet voor een beter wereld. Volgens Koopmans waren ik en mijn leeftijdsgenoten nog veel eerder politiek actief. Wij waren met de luiers aan en velen zelfs nog niet eens geboren laat staan verwekt, al bezig waren met het afbreken van ‘vermolmde structuren’. Nu weet ik eindelijk waarom ik, als ik kwaad was, de met de ‘Treseblokken’ gebouwde bouwwerkjes van mij broers, sloopte. Die waren vermolmd en dat had ik in mijn kwaadheid natuurlijk goed beoordeeld. Even voor de lezer, ‘Treseblokken, was een soort Lego maar dan anders en die hadden we van onze tante Trees gekregen. Alleen jammer dat ik toen nog niet wist welke ‘structuren’ ervoor in de plaats moesten komen.

Generatie geleuter!

Uitgelicht

Meervoudige persoonlijkheidsstoornis

Ik weet het even niet meer. Ik ben in de war en vraag me af of het aan mij ligt? Waar het over gaat? Over het gebruik van verdovende middelen of met een andere term stimulerende middelen want de een gebruikt ze om zijn ellende te verdoven en de ander om in een ‘ vrolijke’ bui te komen. Ze zijn er in soorten en maten maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat je eraan verslaafd kunt geraken. En nu ik dit schrijf en denk over wat er nog komen gaat, weet ik dat ik niet in de war ben, maar ‘iemand’ anders. ‘Wie’ dat volgt later. 

Bron: Wikipedia

De meest gebruikte verdovende of stimulerende middelen zijn alcohol en tabak. Dan heb je wiet (cannabis), heroïne, cocaïne, qat en nu vergeet ik vast nog wel wat middelen die zijn gemaakt van natuurlijke producten`. De laatste twee decennia zijn ‘chemische’ middelen in opkomst. Middelen zoals XTC die in een laboratorium in elkaar worden geknutseld en in pilletjes worden gestanst. Als laatste heb je ‘doe-het-zelf-drugs zoals GHB. Middelen die je zelf in elkaar kunt knutselen met spullen, zoals gootsteenontstopper, die je in de winkel kunt kopen. Allemaal hebben ze in meer of mindere mate een stimulerend en/of verdovend effect, afhankelijk van wat de gebruiker ermee wil. Allemaal zijn ze verslavend en kunnen ze een mens ten gronde richten.

Tabak en alcohol zijn gewoon in supermarkt en speciaalzaak te koop. Zo kocht ik vandaag een fles Ouzo bij de plaatselijke slijter. Even ‘for the record’, alcohol is het enige van al die middelen die ik soms nuttig. Alcohol heb je, net als tabak, in verschillende soorten zwaarte. Je hebt lichte, milde en zware tabak, sigaren, sigaretten, pijp- en pruimtabak. In een pilsje zit 5% alcohol, maar je hebt ook bieren met 8 en zelfs 15%. Wijn zit ook rond die 15% en in rum en andere sterke dranken zit 40% of meer alcohol.

Wiet heb je ook in verschillende soorten en maten. Het is illegaal maar het gebruik en bezit van een kleine hoeveelheid wordt gedoogd. Het spul produceren is verboden. Dit leidt tot de bizarre situatie dat een ‘slijter van wiet’ wel een kleine hoeveelheid in bezit mag hebben en verkopen, maar  het niet mag inkopen. Het wordt dus in de illegaliteit (criminaliteit) geproduceerd en verhandeld. Het geld dat ermee wordt verdiend moet door de ‘witwasser’. Nu start onze regering een experiment om aan deze bizarre situatie iets te veranderen. In 10 gemeenten start een proef met het legaal telen van wiet (hennep) voor inwoners van die stad die er behoefte aan hebben.  

Komen we bij de harddrugs. Daaronder vallen alle chemische drugs en ook heroïne en cocaïne. Het gebruik ervan is niet strafbaar. Bezitten, verhandelen of het maken ervan wel. Je mag iets dat je niet mag hebben wel gebruiken. De handel en productie gebeurt ook hier in de illegaliteit en is dus in handen van criminelen die er sloten met geld mee verdienen. Sloten die, zoals een Amsterdams rapport duidelijk maakt, weer een weg zoeken naar de bovenwereld. Sloten die bovendien tot openbare geweldpleging leiden en een devaluatie van de prijs van een moord. Of zoals RTL Nieuws het formuleert: “Achter de schermen zouden de criminele handelaren aan de top van de piramide zich ongehinderd kunnen verrijken. In de onderlinge strijd tussen de ‘bazen’ in de drugscriminaliteit worden concurrerende zaken beschoten of handgranaten achtergelaten.” Om daar wat aan te doen wordt de drugsgebruiker aangesproken: zijn gebruik maakt die criminele activiteiten mogelijk. De gebruiker van het spul kan dat pareren door te zeggen: ‘mijn gebruik is niet het probleem, het probleem is dat jullie het illegaal hebben gemaakt.’

Toch vreemd dat verschillende soorten verdovende/stimulerende middelen zo verschillend worden benaderd terwijl hun schadelijk effect op de gezondheid overeenkomt. Alcohol en tabak zijn legaal, harddrugs illegaal en softdrugs hangt er tussenin en lijken steeds legaler te worden. Vanwaar dit verschil?  Waarom is het ene toegestaan en het andere verboden? Is de overheid in de war of is het erger en lijdt zij aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis?


Uitgelicht

Een ‘gewoon’ gesprek

“Mogen we het hier over hebben?” Die vraag stelt student Brent Hadderingh bij Opiniez. Waarover? Over: “een demografische transformatie van Nederland.” Wat? Over het feit dat de Nederlandse bevolking alleen maar groeit door immigratie. Zonder immigratie zou de bevolking krimpen omdat er te weinig kinderen worden geboren en dat is al lange tijd het geval. Gevolg? “De inheemse bevolking neemt af en de niet-inheemse bevolking neemt toe.” En daarom vraagt Hadderingh zich af of we dit niet moeten: “vaststellen als een feit en een normaal politiek debat over deze ontwikkeling en zijn gevolgen (moeten) voeren?” Een debat zonder: “schrikreacties over dogwhistles, Nazi’s en terroristen? Kunnen we stoppen met elke benoeming van een demografisch feit proberen weg te zetten als een complottheorie?

House of Commons 1834. Bron: Wikipedia

Ja meneer Hadderingh, daar kunnen we best over praten. We kunnen overal over praten. Om het gesprek te openen, een paar vragen. Als eerste de vraag wanneer ben je inheems? Ik stel die vraag omdat u het CBS aanhaalt dat voor 2050 een krimp voorspelt van de bevolking met 1 miljoen en een stijging van mensen met een migratieachtergrond van 50%. Waarop u aanvult: “Neem hierin mee dat met de afbakening die CBS gebruikt, ook mensen tot “Nederlandse achtergrond” gerekend worden, zelfs als zij misschien niet tot de inheemse bevolking horen.” Wanneer verwordt een ‘migratieachtergrond’ tot een ‘Nederlandse achtergrond’ en waarin verschilt die van ‘inheems’ zijn? Dit zijn geen “verboten woorden” zoals u ze noemt, ze zijn wel beladen omdat ze mensen verdelen in drie hiërarchisch, door u verschillend, gewaardeerde groepen.

In uw laatste alinea schrijft u: “Is het nu eindelijk mogelijk om over dit feit een gewoon gesprek te hebben met bepaalde kanten van het politiek spectrum?” Deze zin is op meerdere manieren te begrijpen. Zo kan eruit worden begrepen dat dit gesprek alleen met die bepaalde kanten van het politieke spectrum gevoerd moet worden. Dat roept dan de vraag op: welke kanten? En als vervolg daarop: waarom alleen met die kanten? Er kan ook uit worden begrepen dat hierover met ‘bepaalde kanten’ nu geen gewoon gesprek kan worden gevoerd. Dat roept weer de vraag op welke kanten dat zijn en waarom er met die kanten geen gewoon gesprek is te voeren? Door de manier waarop u ze gebruikt, claimt u morele superioriteit: ‘met mij is wel een gewoon gesprek te voeren’. Sterker nog, het suggereert dat uw gesprekken altijd ‘normaal’ zijn en dat u geen politiek bedrijft.

Daarmee kom ik op een volgende punt. Wat is een gewoon gesprek hierover? Uit uw betoog meen ik op te kunnen maken dat dit een politiek debat is en wel een ‘normaal’ politiek debat. Als ik dit combineer met de ‘bepaalde kanten van het politieke spectrum’ dan lijkt u te zeggen dat met die ‘bepaalde kanten’ geen ‘normaal politiek debat’ is te voeren. Hoe ziet een ‘normaal politiek debat’ eruit? Een politiek debat in onze Tweede Kamer verloopt geheel anders dan in het Engelse Lagerhuis. Trouwens een Kamerdebat van vijftig jaar geleden verschilt wezenlijk van de huidige manier van debatteren. Voor mij is een gewoon gesprek iets anders dan een politiek debat.

Als laatste de belangrijkste vraag. Waarom wilt u dat gesprek voeren? Met andere woorden wat is het doel van een dergelijk gesprek? Omdat u het ‘gewone gesprek’ op een lijn lijkt te stellen met een ‘normaal politiek debat’ wordt die vraag nog belangrijker. In een politiek debat, normaal of abnormaal, hebben de deelnemers altijd een politiek doel. Daarom met welk doel moet dit gesprek of debat worden gevoerd? Ik ben benieuwd naar uw antwoorden

Uitgelicht

Kleurrijke mensen

In zijn column in de Volkskrant schrijft Stephan Sanders over de film Get Out. Ik heb de film zelf niet gezien dus ik kan er niet over meepraten. Wel stelt Sanders een interessant punt aan de orde: “We spreken hier over de ‘bounty’, de namaak zwarte, die eigenlijk van binnen ‘wit’ is. De aantijging is niet alleen populair in zwarte kring, ook steeds meer witte mensen menen dat ze onderscheid mogen maken tussen ‘echte’ en ‘onechte’ zwarten.” Echte en onechte witten en zwarten suggereert dat er een norm is waaraan je moet voldoen om wit of zwart te zijn.

Bron: Pexels.com

Daarmee zijn we er nog niet. Er is nog een ander onderscheid, zo las ik in een artikel van So Roustayar bij Joop. Roustayar maakt zich in zijn artikel druk over de laatste Amsterdamse Pride. Die blonk, aldus Roustayar, uit door hypocrisie. In zijn betoog spreekt hij over: “twee trans-sekswerkers van kleur die de Pride begonnen.” Het logische deel van mijn brein ging met deze uitspraak aan de slag. Als er ‘mensen van kleur’ zijn dan zijn er dus ook mensen zonder kleur, de ‘kleurlozen’. Van Dale geeft twee betekenissen voor kleurloos, als eerste de logische ‘zonder kleur’ en als tweede ‘Saai: een kleurloos bestaan.’ Door de manier waarop Roustayar het opschrijft zet hij mensen bewust of, en dat hoop ik voor hem, onbewust, weg als ‘saai’. Benieuwd naar deze categorie mensen, stelde ik die vraag aan de auteur. Alleen kwam die op een of andere reden niet door de censuur van de Joop-redactie.

De manier waarop het is geformuleerd geeft echter wel een indruk wie die ‘kleurlozen’ moeten zijn, dat moeten de ‘witte’ mensen zijn. Als dit is wat Roustayar bedoelt, dan krijg ik daar niet zo’n prettig gevoel bij. Als ik niet tot de categorie ‘van kleur’ behoor dan voel ik mij hierdoor behoorlijk op mijn edele deel getrapt. ‘Witten’ zijn de vroegere ‘blanken’. Het woord ‘blank’ kan niet meer omdat het de ‘blanken’ op een voetstuk plaatst, zo betogen de voorstanders van het woord ‘wit’. ‘Blank’ zou immers rein en onbedorven zijn. Maar behoren daartoe dan ook de zwarten die ‘wit’ van binnen zijn? En hoe zit het met de witten die van binnen ‘zwart’ zijn? 

Ik word moe van en mijn haren gaan steeds meer rechtop staan van ergernis van dergelijk hokjesdenken. Hokjes waarin mensen worden gestopt op basis van kleur, seksuele voorkeur of het ontbreken ervan, dichtbij of ver af van de ‘grachtengordel’ enzovoorts. Maar ja, volgens de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’ is het nodig omdat dit je ‘identiteit’ bepaalt daarmee ook de eventuele voorsprong (privilege) of achterstand.  Dat is allemaal in assen weer te geven en je identiteit wordt bepaald door de plek waar die assen zich kruisen. Zo wordt bepaald wie jij bent en wat je waarom moet vinden. Voldoe je er niet aan dan kun je een ‘bounty’ zijn. 

De aanhangers van dit ‘kruispuntdenken’ strijden voor de gelijkheid, gelijke behandeling en tegen racisme en discriminatie. Een goede strijd waarbij ze mij aan hun kant vinden. Alleen vraag ik me af of hun middel, deze theorie, wel bijdraagt aan dat doel? Zou je gelijkheid bereiken door iedereen te verdelen in hokjes? Nee, ik ga er toch maar vanuit dat ieder mens kleurrijk is. Een unieke persoon die vanuit dat kleurrijke kleur geeft aan zijn leven en zo ook aan dat van een ander.  

Uitgelicht

Cultuur en diversiteit

Ik lees bij Joop dat de Amsterdamse kunstraad constateert dat de: “stad, ondanks zijn gekoesterde kosmopolitische zelfbeeld, ruim de helft van zijn bewoners in zijn culturele paleizen stelselmatig vergeet.”  Daarom moeten volgens de auteur, de socioloog, publicist en programmamaker, Nekuee: “Naast degene die met Joyce, Beckett en Reve als hun jeugdhelden zijn opgegroeid (…)  directeuren en bestuurders (worden aangesteld) met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden. Naast de bewonderaars van Mary Shelly en Shakespeare is het ook nodig dat kenners van Hafiz, Ibn-Arabi en Yunus Emre bepalende figuren worden aan de top van culturele instellingen.” Volgens de auteurs zal: “een grootschalige wisseling van de macht (…) aan de top van de sector,” zorgen voor: “een nieuwe balans (…) en meer representatie van een waar kosmopolitisme.” Een interessant idee. Maar toch … .

Concertgebouw Amsterdam. Bron: Flickr

Zou dit daadwerkelijk iets oplossen? Als we kijken naar het huidige culturele aanbod dat, in de woorden van Nekuee, niet divers genoeg is, dan is de publieke belangstelling daarvoor al niet groot. Zoveel mensen met Joyce, Beckett en Reven als helden zijn er niet en ook de bewonderaars van Shelley en Shakespeare zijn dun gezaaid. Zo dun dat een goede voorstelling van een stuk van Shakespeare, om maar eens iets te noemen, alleen in steden van redelijke omvang voldoende publiek trekt om de zaal te vullen. En zelfs dan kan die voorstelling alleen worden uitgevoerd met een flinke sloot subsidie.  

Hoeveel mensen met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als held, zullen er zijn? Want in Amsterdam mogen de minderheden dan wellicht in de meerderheid zijn, dat maakt die minderheid nog niet meteen tot een eenheid. Die minderheid bestaat uit vele groepen en mensen met zeer diverse achtergronden. Hoeveel Afghanen, Ghanezen of Colombianen zullen de Turks-Koerdische schrijver Yasar Kamal als held hebben? Sterker nog, van de Turks-Koerdische Nederlanders zal een groot deel een stuk op basis van een boek van Kamal niet bezoeken. Net zoals de overgrote meerderheid van de Nederlanders een stuk van Reve links laat liggen. Hoeveel zalen zou je kunnen vullen met een voorstelling op basis van een boek van Kamal? 

Die nieuwe culturele top met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden zal toch rekening moeten houden met het publiek dat nu de voorstellingen en optredens bezoekt. Dat publiek zorgt voor de basis onder alle culturele instellingen. Als instellingen dat publiek van zich vervreemden, dan zal het cultureel aanbod voor iedereen enorm verschralen. 

Uitgelicht

De drol en het strikje

Bedrijven gebruiken marketing om hun producten op een specifieke manier in de markt te zetten. Zo is RedBull sponsor van zeer veel sporten. Ze sponsoren verschillende voetbalclubs, natuurlijk het Formule 1 team van Max Verstappen, zie zijn actief in de motorsport en sponsoren allerlei bijzondere niche-sporten. RedBull profileert zich zo als sportief terwijl het ongezonde drankjes aan de man brengt. Vandaag stootte ik op een wel heel bijzondere manier van marketing van de gemeente Rotterdam.

Park de Twee Heuvels, Rotterdam.

Op LinkedIn kwam het volgende bericht voorbij: “Aan de rand van Park de Twee Heuvels moeten straks tussen de 20 en 32 hoogwaardige koopwoningen komen. De marktselectieprocedure voor de verkoop van de locatie voor de woningen is op 4 juli gepubliceerd. De woningen krijgen een kleinschalig, parkachtig karakter, waarbij de nadruk ligt op natuurinclusief bouwen.” Tot zover niets bijzonders. Nou ja, een park (zie foto) opofferen voor woningbouw is niet niks. Dan klinkt ‘aan de rand van’ toch een stukje minder erg. Zeker als er ‘natuurinclusief’ wordt gebouwd. Wat moet ik me daarbij trouwens voorstellen?

Echt bijzonder wordt het pas met de volgende en laatste zin: “Door de komst van de woningen zijn er straks extra ogen en oren in het park, die de veiligheid moeten vergroten.” Door die woningen zijn er meer ogen en oren en die ‘vergroten de veiligheid’ in het park. Een heel bijzondere onderbouwing van een besluit om een park op te offeren ten faveure van mensen met een flink gevulde beurs. ‘Hoogwaardig’ is immers een eufemisme voor ‘zeer prijzig’. 

In een eerste reactie vroeg ik mij af waarom dan niet het hele park vol wordt gebouwd met woningen. Als je de dan ‘nieuwe randen’ ook weer bebouwt dan zijn er immers nog meer ‘ogen en oren’. Logisch gevolg is dat het maximaal veilig is in het park als er geen ‘randen’ meer zijn. Dan is het park er meer en daarmee is de veiligheid maximaal. Dan toch doorgeredeneerd op dit argument. Als de veiligheid toeneemt als er meer ‘ogen en oren’ zijn, hoe kan het dan dat in stedelijk gebied, dus daar waar veel ogen en oren zijn, de onveiligheid zoveel groter en de criminaliteit zoveel hoger is?

Probeert de gemeente Rotterdam niet gewoon een drol te verfraaien door er een mooi strikje om te doen? 

Uitgelicht

Goede god! God het Goede?

Vervang god door Goed en met het klimaat komt het goed! Dat is in het kort de boodschap die Juliaan van Acker schetst in een artikel bij TPO. Klimaatverandering is, volgens Van Acker: “metafysisch probleem,”, het gaat boven het waarneembare uit en daarom moet de oplossing niet worden gezocht in de fysica, de wetenschap. Gelukkig dat dit probleem zo makkelijk op te lossen is. Of …?

Volgens van Acker zijn er drie manieren om met het klimaat om te gaan. Als eerste de heidense manier. Volgens die manier is: “er een mythologische relatie van de mens met de wisselvalligheden van het klimaat. De mens is er afhankelijk van en is onmachtig tegenover de krachten van de natuur. Wil de mens ontsnappen aan de gevaren die de natuur teweegbrengt dan kan hij ofwel die krachten proberen gunstig te stemmen door offers te brengen, ofwel doet hij een beroep op magie om die krachten te bezweren.” Die biedt geen oplossing.

Copernicus geschilderd door Jan Matejko. Bron: Wikipedia

Als tweede de wetenschappelijke benadering: “Volgens de wetenschappelijke benadering wordt de natuur niet meer bezield door vreeswekkende krachten, maar de natuurlijke verschijnselen zijn onderworpen aan mathematische wetmatigheden. De natuur kan met behulp van mechanische wetten bestudeerd worden. De mens kan dankzij inzicht in die wetten, proberen invloed op de natuur uit te oefenen.”  Die manier schiet volgens Van Acker tekort: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, lijkt niet precies gedetermineerd te worden door vaststaande wetmatigheden. Om die reden werd de chaostheorie hierop toegepast. Dit laatste wil zeggen dat bij het klimaat er een zeker determinisme is, maar het wisselvallige is dominant. Hoe het klimaat en bijvoorbeeld het weer zich ontwikkelen, is een kwestie van waarschijnlijkheid.” 

De derde manier is geloven in god: “Het klimaat wordt hier gezien als een zaak tussen het lagere en het hogere. God heeft de sleutel van de natuur en de mens heeft er geen meesterschap over. In elk geval is duidelijk dat de mens de regen en het klimaat niet in handen heeft.”  En door nu god te vervangen door ‘het Goede’ biedt deze manier een oplossing. Dan zijn: “we bereid gehoor te geven aan het gebod dat van Hoger komt om het Goede te doen.” Want, zo schrijft Van Acker: “Wie dit aanvaardt zal gemotiveerd zijn om zijn gedrag aan te passen, in het belang van de natuur.” Dan is klimaatverandering: “niet meer een kwestie van klimaatverdragen en ook geen probleem dat de politici voor ons moeten oplossen.” In de dagelijkse werkelijkheid komt dat erop neer dat we ons: “Bij elke handeling (…) de vraag (moeten) stellen of het verantwoord is, in het licht van het behoud van een leefbaar klimaat.”  Enige probleem: “hoe in een goddeloze wereld de mensen motiveren om hun geweten te volgen?”

Een goed advies om je bij elke handeling de vraag te stellen wat die actie voor invloed heeft op het klimaat. Daar is echter geen god voor nodig noch een god die we ‘het Goede’ noemen. Die vraag kun je jezelf ook als goddeloze stellen. Zelfs een heiden kan die zich die vraag stellen voordat hij, om Van Ackers voorbeeld aan te halen, zijn geweten sust: “met eieren voor Sint Clara.”   

Sterker nog ik denk dat heel veel wetenschappers die, anders dan emeritus hoogleraar Van Acker, wel de wetenschappelijke benadering volgen, zich die vraag ook stellen. En bij hun antwoord zullen zij zich baseren op de laatste wetenschappelijke inzichten. En daarbij zullen ze zich realiseren dat: “De natuur, in het bijzonder het klimaat, (…) niet precies gedetermineerd (lijkt) te worden door vaststaande wetmatigheden.” Die gedachte zal hen aansporen om verder te onderzoeken en de bestaande wetmatigheden ter discussie stellen en zo zoeken naar ‘wetmatigheden’ die een betere verklaring bieden. Wetende dat dit de manier is waarop kennis zich ontwikkelt: stapje voor stapje door het bekende ter discussie te stellen. Zo verzon Copernicus een theorie die de aarde van haar centrale positie in het zonnestelsel beroofde. Hij nam geen genoegen met de bestaande verklaring en kwam met een theorie die de werkelijkheid veel beter verklaarde dan de door god en zijn kerk geboden dogma’s.

Zo wil de wetenschapper een steeds beter antwoord geven op die vraag en dat lijkt mij een goede zaak. Want waarop baseert Van Acker zijn antwoord op de vraag welk effect een handeling heeft op het klimaat? Welk antwoord geeft ‘het Goede’ volgens Van Acker? En is het antwoord dat ‘het Goede’ volgens Van Acker geeft wel hetzelfde antwoord dat ‘het Goede’ volgens Jantje, Pietje of Marietje geeft? Als we kijken hoe het monotheïsme met god als het goede zich heeft ontwikkeld, dan zien we dat er verschillende goden zijn en dat ieder van die goden ook nog eens met zeer veel verschillende tongen spreken. Ik vrees dat dit met ‘het Goede’ als god ook zal gebeuren. Ik vraag me af of het klimaatprobleem daardoor wordt verholpen.

Als ongelovige ontsnapt me bijna (en nu dus helemaal) de kreet: Goede god! God het Goede? Dan toch maar mijn vertrouwen stellen in de twijfelende en zoekende wetenschappers