Uitgelicht

Rekenen en betalen

Ik reken zelf nog geregeld de prijzen van producten terug naar oude guldens. Vooral de prijs van ‘un lekker pilske oet de tap’ is daarbij favoriet omdat ik me de prijs van mijn eerste nog goed kan herinneren. Het glas kosten mij één hele gulden. Voor de jeugd van tegenwoordig, dat is € 0,45. Wat het nu, in corona-tijden is, weet ik nog niet maar tijdens de Venlose vastelaovend kostte het € 2,60. Een stijging van 577%. Daarbij moet wel worden aangetekend dat de inhoud van het toen gebruikelijke ‘kleintje’ 0,16 cl was en het tegenwoordige ‘fluitje’ 0,25 cl bevat. Dat maakt de werkelijke prijsstijging een stuk geringer, zo’n 370%.  Alleen heb ik niets aan die wetenschap als ik de barman moet betalen. Ik moest hieraan denken na het lezen van een opiniestuk van André ten Dam in Elsevier.

Bron: Wikimedia Commons

Ten Dam pleit voor een ‘intelligente euro’. Hoe die eruit ziet omschrijft hij, aan het einde van zijn lange tirade tegen alles wat er nu niet goed gaat, als volgt: “Met een beetje creativiteit draaien we het ‘terug naar nationale munten’-scenario gewoon om. Dan worden ‘betaalmiddelen’ (de nationale munten/rekeneenheden) uitsluitend nationale ‘rekeneenheden’, en wordt, vice versa, de euro zowel overal het enige ‘betaalmiddel’ als de overkoepelende Europese ‘anker-rekeneenheid’. Dan krijgen we dus geen 19 nationale valuta’s en 19 nationale rekeneenheden met 1 overkoepelende Europese anker-rekeneenheid. Nee, dan krijgen we 19 nationale rekeneenheden met slechts 1 valuta annex overkoepelende Europese anker-rekeneenheid. En dat is dus véél eenvoudiger!” Om het simpel te zeggen, in Nederland rekenen we in guldens en betalen we in euro’s. De Italiaan rekent in lires en betaalt in euro’s. En hoeveel guldens of lires er in een euro gaan, kan per dag verschillen. Hij noemt dit The Matheo Solution. Helaas legt hij niet uit hoe dat zou moeten werken, daarom een poging.

Even terug naar 1998 voordat de euro werd ingevoerd. Toen hadden we in Nederland de gulden, in Duitsland de mark, in Italië de lire enzovoorts. Die zijn per 1 januari 1999 opgegaan in de euro. Op dat moment werden deze munten aan elkaar vastgeklonken. Dat gebeurde door voor iedere deelnemende munt te bepalen hoeveel van die nationale munten er in een euro gingen. Dat gebeurde op basis van de toenmalige wisselkoersen. Zo werd bepaald dat er 2,20371 gulden in één euro pasten en 1936,27 Italiaanse lires. Op dat moment gingen er zo’n 880 lires in een gulden. Daarmee werden de toenmalige economische verhoudingen in de munt ‘vereeuwigd’. Wat er niet veranderde, was dat de economische verhoudingen schommelen. Dat het ene gebied zich sterker ontwikkelt dan het andere.

Laten we het eens proberen aan de hand van een voorbeeld. Als we het heden vanuit de vroegere situatie zouden bekijken dan zou de gulden nu flink, bijvoorbeeld 60% in waarde zijn gestegen ten opzichte van de lire. In mijn voorbeeld bereiken we dit door de gulden op hetzelfde niveau te laten, dus er gaan nog steeds 2,20371 guldens in een euro. De lire is aangepast. Dat betekent dat er nu ruim 1.400 lires in een gulden zouden gaan. Als we nog in guldens en lires betaalden, dan was een vakantie naar Italië nu erg goedkoop. Dat is nu niet meer het geval en in Ten Dams intelligente oplossing ook niet.

Een Nederlandse fabrikant van espressomachines heeft een zó goed product dat een Italiaanse barista interesse in het ding heeft. Hij rekent er 2.203 guldens voor. Het apparaat kost dus, om het makkelijk te maken, het mooie ronde bedrag van € 1.000. De Italiaanse barista rekent, zoals Ten Dam voorstelt, in de rekeneenheid lire en ziet dat er 1,4 miljoen in die € 1.000 gaan. Een Italiaanse fabrikant heeft ook een puik apparaat en heeft in zijn rekeneenheid lires berekent dat er 1,8 miljoen in de prijs van het apparaat gaan en dat het dus € 1.285 kost. Dat is duurder dus besluit de barista om voor de Nederlandse fabrikant te kiezen en rekent de € 1.000 af. Wat voegt hierin dat rekenen in die ‘lokale’ rekeneenheid toe? Net zoals ‘ut pilske’ maakt het niet uit waarin ik reken al is dat de ‘gold pressed latinum’ van de Ferengi uit Star Trek: The Next Generation. Wat er toe doet is de munt waarmee ik werkelijk moet betalen.

Wat verandert een dergelijke tussenstap aan de realiteit? Die stap is niet nodig om de prijzen van de producten te vergelijken. Die tussenstap is voor de Italiaanse fabrikant ook niet nodig om te zien dat zijn product te duur is. Als hij wil concurreren kan hij de prijs verlagen. Dat kan als hij zijn productiekosten verlaagt. Dat kan door de salarissen te verlagen of door de productie zo te automatiseren dat hij met minder personeel uitkomt. Hij kan er echter ook voor kiezen om de kwaliteit van zijn product te vergroten. Dan is het misschien wel duurder maar heeft het iets extra’s. Als laatste kan hij via marketing zijn product ‘verbeteren’ door er een ‘gevoel’ aan te verbinden dat je als barista dát apparaat moet hebben. Net zoals Apple zijn computers jaren geleden verkocht met de slogan ‘think different’.

Wat hij niet kan is de euro devalueren zodat zijn product goedkoper wordt dan dat van zijn Nederlandse concurrent. Die euro is immers dezelfde als waarmee de Nederlander betaalt. Dus hoe dit, zoals Ten Dam schrijft, hetzelfde resultaat bereikt: “als bij het ‘terug naar nationale munten’-scenario, maar dan dus véél eenvoudiger en zónder alle nadelen, complicaties en obstakels ervan,” is mij een raadsel. Het basisprobleem, dat de euro voor Nederland eigenlijk in prijs moet stijgen en voor de Italiaan in prijs moet dalen, wordt er niet door opgelost. De eurozone is niet de enige munteenheid die met dit probleem te kampen heeft. Laten we wel wezen, dat probleem is inherent aan iedere moderne nationale munt. De gulden was bijvoorbeeld te sterk voor Zuid-Limburg en de noordelijke provincies en te zwak voor andere delen van het land. Italië kampte met hetzelfde probleem tussen het noorden en het zuiden van het land. De huidige dollar is waarschijnlijk te zwak voor Californië en te sterk voor veel van de fly-over staten. De Indiase roepie is waarschijnlijk te zwak voor Mumbai en te sterk voor de Punjab. Waarin deze voorbeelden verschillen van de euro is dat al deze landen een manier hebben om de gevolgen van dit probleem op te vangen. Die oplossing is vrij eenvoudig en heet herverdeling via belastingen. Die mogelijkheid kent de eurozone niet. Een Europese vennootschapsbelasting die de winsten van de Nederlandse en Duitse bedrijven afroomt en het geld investeert in de versterking van de economische structuur van de zwakkere delen, zou dit gat kunnen vullen.

Maar misschien ligt dat aan mij en ontbeer ik de benodigde herseninhoud om de ‘intelligentie’ van Ten Dams oplossing te zien.

Uitgelicht

Geschiedenis maar dan anders

Het is niet dat ik iets tegen OneWorld heb. Het is gewoon toeval dat ik drie dagen achter elkaar iets op de site lees waarbij ik grote vraagtekens zet. In een artikel met als titel Mens ken je plek staat speciësisme centraal. Na intersectionaliteit en validisme alweer een bijzondere term. Speciësisme is de, zoals auteur Emma L. Meelker het omschrijft: “overtuiging dat dierenlevens minder waard zijn dan die van mensen.  Voor haar artikel spreekt Meelker met onder andere Emma-Lee Amponsah. Die heeft een bijzondere kijk op de geschiedenis.

Columbus ontdekt de ‘nieuwe wereld’. Of ontdekt de nieuwe wereld Columbus? Bron: WikimediaCommons

Volgens Amponsah is het: “belangrijk (…) om te begrijpen dat het onderscheid tussen menselijkheid en dierlijkheid in dezelfde periode is ontstaan als het onderscheid tussen witte mensen en mensen van kleur. Het verlichtingsdenken en de bijbehorende rassenleer zijn direct verbonden aan het idee dat mensen buiten de natuur staan, dat mensen bovenaan de piramide van het natuurlijke leven staan, of er zelfs volledig buiten staan. Maar ook dat sommige mensen minder mens zijn dan anderen. Op basis van deze ideeën over menselijkheid en dierlijkheid is onze sociale orde ingedeeld, is kolonialisme vergoelijkt en slavernij aanvaard. Dat het ooit mogelijk was om zoveel mensen als slaven te verhandelen, is omdat zwarte Afrikanen buiten de menselijke wereld werden geplaatst door allerlei wetenschappers die het normaal vonden dat de natuur in bezit genomen en verhandeld kon worden. Op die manier kun je speciësisme niet lostrekken van racisme en kolonialisme.” Amponsah: “Het vreemde is dat witte mensen nu ook nog eens doen alsof zij aan kop gaan in de anti-speciësismebeweging. Alsof begaan zijn met dierenleed en zorgen voor de natuur een ding is voor witte mensen. De geschiedenis toont anders aan.” Laten we dit eens wat nader bekijken.

Het onderscheid tussen mens en dier is dus iets wat is ‘verzonnen’ door de blanke mens. Iemand met een groene huidskleur zou immers een ander onderscheid maken. Die zou de wereld verdelen in ‘groene mensen’ en ‘niet groene mensen’. Die blanke mens heeft dat verzonnen ergens in de zeventiende of achttiende eeuw, want dat was de periode van de Verlichting. Alhoewel het misschien ook aan het einde van de negentiende eeuw zou kunnen zijn, want dat is de periode dat de rassenleer ontstond. Nu heeft de verhouding tussen mens en dier een heel lange geschiedenis. Onze voorvaderen hebben eeuwen, wat zeg ik, millennia lang geleefd als jager- verzamelaars. Het lijkt mij dat daarvoor een onderscheid tussen de eigen soort en andere soorten van groot belang is. Zo’n tienduizend jaar geleden zetten onze voorvaderen hierin een volgende stap. Groepjes vestigden zich op een vaste plek en begonnen met het domesticeren van planten en dieren.  Of, en dat is een andere manier om ernaar te kijken, die planten en dieren begonnen de mens te ‘domesticeren’. Vanuit evolutionair perspectief bekeken zijn die gedomesticeerde planten en dieren immers de meest succesvolle. Als we, en dat doet Amponsah, redeneren vanuit het menselijk perspectief, dan is ook hiervoor onderscheid maken tussen mens en dier van belang. Dat maakt het onwaarschijnlijk dat de blanke mens in de achttiende eeuw de eerste was die onderscheid maakte tussen mens en dier.

Dat ‘verzinsel’  tijdens die Verlichting heeft ook slavernij vergoelijkt en het ‘normaal’ gemaakt dat mensen als slaven werden verhandeld. De zwarte Afrikaan was immers buiten de ‘menselijke wereld’ geplaatst. Excusez? Wordt hier de geschiedenis van de slavernij niet ernstig geweld aangedaan? Geweld aangedaan door deze te beperken tot de gruwelijke trans-Atlantische slavenhandel? Slavernij is echter veel ouder en trof niet alleen zwarte Afrikanen. Sterker nog. Slavernij is van alle tijden en ook van alle kleuren mensen.

Een zeer bijzondere kijk op de geschiedenis. Een kijk waarbij het doel, alle ellende in de schoenen schuiven van de blanke man, centraal staat. Een doel waaraan alles ondergeschikt wordt gemaakt. Bij deze manier van denken moet ik denken aan een passage uit het boek Het Kristalpaleis van de Duitse filosoof Peter Sloterdijk: ”Men is intussen zo vrij om te stellen dat de Europeanen in oktober 1492 door Caribische inboorlingen ontdekt werden. Voor de bedroefde ontdekkers bleek het voortaan raadzaam om gegevens te verzamelen ter bestudering van hun bezoekers; deze archieven hoeven alleen nog geëvalueerd te worden.”

Uitgelicht

‘Life’s not fair …

Gisteren schreef ik over de ‘intersectionele blik’ die OneWorld in al haar artikelen wil hebben. Dit naar aanleiding van een bijsluiter bij een artikel waarin de auteur, Amanda Govers, werd verweten dat die blik in haar artikel ontbrak. Ik moest aan die bijsluiter denken toen ik bij OneWorld een artikel las van Tamar Doorduin.

Bron: Public Domain Pictures

Bij het opheffen van de tegen de verspreiding van het coronavirus genomen maatregelen pleit Doorduin voor containment. Bij contaiment wordt: “éérst (…) ingezet op het zoveel mogelijk indammen van het virus en pas daarná op het versoepelen van maatregelen. Vlamt het virus toch weer ergens op, dan wordt het brandje zo snel mogelijk geblust door middel van bron- en contactonderzoek en een striktere vorm van quarantaine dan in Nederland nu gangbaar is.” Dit duurt langer: “Maar het is wel de eerlijkste strategie.”… Het doel van containment is immers om tot een situatie te komen waarin het voor iederéén veilig is om het huis te verlaten en mee te doen – dus ook voor mensen uit de risicogroepen.” Immers: “rampen vergroten de ongelijkheid niet, dat doen mensen. Het komt niet door het virus zélf dat zieke en gehandicapte mensen nog verder worden buitengesloten, maar door de politieke keuzes die het kabinet maakt.” Doorduin ziet het gebeuren dat de nu stikte maatregelen langzaam worden versoepeld: “Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Terwijl de ‘gezonde Nederlander’ al weer de straat en het terras op mag. Daardoor: “líjkt (het) misschien alsof het kabinet op deze manier rekening houdt met mensen die meer risico lopen: er wordt immers gesproken over het ‘beschermen van de kwetsbaren’. In de praktijk blijkt die bescherming neer te komen op opsluiting en uitsluiting.” Dit is niet eerlijk naar mensen die meer risico’s lopen, containment is dat, volgens haar wel. Het klinkt inderdaad eerlijk en democratisch om te wachten tot er een situatie is waarin het voor iedereen veilig is om het huis te verlaten. En vooral lijkt het artikel geschreven met een ‘intersectionele blik’. Doorduin maakt zich immers druk om mensen voor wie het virus extra gevaarlijk is.

Nu heb ik, als het over eerlijk gaat, de neiging om Scar uit The Lion King te citeren. Scar zit te mokken in een grot omdat Simba is geboren en die heeft hem verstoten van de positie als eerste gegadigde om koning Mufasa op te volgen. Tijdens dat mokken vangt hij een muis die hij wil verorberen en dan spreekt hij de woorden: “Life’s not fair you see. For I will never be king and you will never see the light of another day.” Een pijnlijke waarheid maar wel een waarheid als een koe. Trouwens ook een waarheid die van toepassing is op het opheffen van de beperkende maatregelen. Welke manier van ‘opheffen’ er ook wordt gekozen.

Inderdaad is het ‘not fair’ dat er: “een tweedeling ontstaa(t). In de meerderheid zijn de jonge, gezonde mensen voor wie de samenleving langzaam maar zeker weer opengaat. Oudere, zieke en gehandicapte mensen moeten voor onbepaalde tijd thuis blijven.” Maar maakt dat het alternatief van Doorduin, allemaal thuis totdat het voor iedereen veilig is, wel tot ‘fair’? Hoe ‘fair’ is zo’n ‘one size fits all’ oplossing? Hoe ‘fair’ is het voor ouders en kinderen om op drie hoog in een flatje opgesloten te zitten met drie kinderen? Hoe ‘fair’ is het om als kind opgesloten te zitten in een huis waar je ouders of verzorgers je fysiek of emotioneel mishandelen? Hoe ‘fair’ is het überhaupt om kinderen op te sluiten in een huis? Hoe ‘fair’ is het dat langer ‘opsluiten’ tot meer werkloosheid en verlies van inkomen leidt wat weer tot gezondheidsschade en sterfte kan leiden? Ook Doorduins oplossing vergroot ongelijkheid.

Welke oplossing er ook wordt gekozen, er zullen altijd mensen de dupe zijn. Er zullen altijd mensen zijn waarvoor de gekozen oplossing niet ‘fair’ is. Helaas komen deze ’intersecties’ in het artikel niet aan de orde en dat roept de vraag op hoe het zit met de ‘intersectionele blik’ van dit artikel maar ook van OneWorld.

Uitgelicht

Sigaar uit eigen doos

  “Wij kunnen geen instrumenten of maatregelen accepteren die leiden tot het opbouwen van gezamenlijke schulden of een wezenlijke verhoging van de EU-begroting.” Dit, zo is in de Volkskrant te lezen, schrijven de ‘vrekkige vier’ landen van de Europese Unie. Nederland is een van deze vier, de andere drie zijn Denemarken, Oostenrijk en Zweden. De vier landen hebben een eigen plan ontwikkeld waarmee de Europese Unie de economische ellende als gevolg van corona moet overwinnen.

Bron: Wikipedia

Wat houdt dat plan in? (D)e vier (willen) de nieuwe Europese meerjarenbegroting vooral aan economisch herstel besteden. Dat zou ten koste gaan van de subsidies voor boeren en armere regio’s.” De vier willen namelijk niet dat de Europese begroting wordt verhoogd. Daarnaast moet er: “een tijdelijk (maximaal 2 jaar) herstelfonds,” komen dat: “is gebaseerd op leningen (tegen lage rente, lange looptijd) aan de getroffen landen.” Deze: “leningen worden ingezet voor economische vernieuwing en een steviger zorgsector. De lenende landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Ook mogen ze de rechtsstaat niet ondermijnen.” Laten we het plan eens doorlopen.

Dat de rechtsstaat niet mag worden ondermijnd lijkt mij evident. Alhoewel? De afgelopen tien weken is er flink geknibbeld aan de rechtsstaat. Vrijheden van inwoners zijn dramatisch ingeperkt. Pleidooien voor technieken die ons doen en laten volgen, kunnen op bijval rekenen. Als dit onderdelen van de nieuwe rechtsstaat worden, pleit ik voor ondermijning van die rechtsstaat.

De landen moeten zich vastpinnen op hervormingen en een gezond begrotingsbeleid. Tijdens de ‘Griekse crisis’ van enkele jaren geleden, werd hier ook om geroepen. Sterker nog, het land kreeg het opgelegd. De publieke sector werd in de uitverkoop gedaan en delen, zoals de gezondheidszorg, die niet werd verkocht, werden uitgeknepen. Gelukkig moet die gezondheidszorg nu buiten schot blijven. Sterker nog, die moet steviger worden. Een advies dat ook Nederland zich ter harte kan nemen. Alleen is dat niet gratis. Met het geld van een tijdelijke lening kun je een ziekenhuis bouwen. De exploitatie zal toch met belastinggeld moeten worden opgebracht. 

Vreemd wordt het bij het inzetten voor economische vernieuwing. Niet het aandringen op die vernieuwingen is vreemd. Vreemd is dat een deel van het herstel betaald moet worden door het afbouwen van subsidies aan de armere regio’s. Deze subsidies zijn juist bedoeld om de economische activiteit in die armere regio’s te stimuleren. Dus om bijvoorbeeld het welvarende Noord-Italië er bovenop te helpen, moet het arme zuidelijke deel van het land bloeden? 

Met dat ‘schuiven’ van geld van ‘landbouw en arm’ naar corona herstel kom ik bij het punt waarmee de vier het bijvoeglijk naamwoord ‘vrekkig’ eer aan doen. De inkomsten van, en dus de bijdragen van de landen aan de Unie veranderen niet. Wat er wel verandert, zijn de doelen waaraan het wordt uitgegeven. Die doelen liggen met name in de andere Europese landen. De ‘vrekkige vier’ ontvingen in 2018 samen zo’n 5% van de totale EU uitgaven. Dat is minder dan Italië (6,6%), Spanje (7,8%), Duitsland (7,6%) of koploper Polen (10,4%). De ‘last’ van de herverdeling wordt vooral door anderen gedragen. En als het ‘tijdelijke herstelfonds’ op z’n Europees wordt gevuld, dan zal ieder land naar grootte van van het bruto binnenlands product een bedrag in het fonds stoppen. Het Nederlands aandeel hierin is gering en het storten van dat bedrag in het fonds kost niets. Sterker nog, het levert geld op. Nederland kan haar deel tegen 0% lenen en de landen die aanspraak maken op het geld moeten rente betalen. De Italianen en Spanjaarden zullen dubbel rente moeten betalen. Eerst om het bedrag te lenen dat ze in het fonds moeten storten en vervolgens moeten ze rente betalen op de leningen die vanuit het fonds worden gefinancierd. Het plan van de ‘vrekkige vier’ lijkt verdacht veel op de welbekende sigaar uit eigen doos. 

Uitgelicht

‘BOETE VOOR TE SNEL RIJDEN. BETAAL € 15’

“Het lijkt erop dat de gigantische opmars van de VVD is gestagneerd. De partij van Mark Rutte stond vorige week op 32 zetels en daar is deze week geen verschil in te zien: Geen krimp, maar ook geen groei.” Dit las in bij De dagelijkse Standaard. Als je iets verder kijkt in het tabelletje van de peiling uitgevoerd door Maurice de Hond dan zie je dat de VVD nu 33 kamerzetels heeft. Die ‘gigantische groei’ vertaalt zich in een zetel minder dan de partij nu werkelijk heeft. Dat zal het euforische gevoel dat door de woorden ‘gigantische opmars’ bij menig VVD-er opkwam, flink temperen. Zo zie je maar weer dat de manier waarop je iets zegt van belang is voor het beeld dat ontstaat. En daarmee kom ik bij een woord dat deze week vaak viel: ‘ontslagboete’.

In de nieuwe ondersteuningsregeling om bedrijven door de crisis te helpen, is geen plek meer voor de ‘ontslagboete’. Dat heeft minister Koolmees verklaart, zo lees ik bij nos.nl: “Als bedrijven die steun krijgen niemand mogen ontslaan dan gaan zij alsnog failliet, en dan raken we van de regen in de drup.” Dat is te begrijpen. Een bedrijf moet zich kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden en daarbij kan het zijn dat er mensen moeten worden ontslagen. In de nu geldende regeling lag dat anders: “Bedrijven die via de regeling Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) tot 90 procent van de salarissom vergoed kunnen krijgen, moeten nu nog een boete betalen als zij toch personeel ontslaan.” De NOW is een subsidie van de loonkosten.

Een boete, is aldus Van Dale, een: “wegens een overtreding opgelegde geldstraf.” Een mooi voorbeeld is het bekende ‘kanskaartje’ in het Monopoly-spel: ‘BOETE VOOR TE SNEL RIJDEN. BETAAL €15’. Als we dit toepassen op die NOW, dan zou dat kunnen luiden: ‘ontsla een werknemer er betaal 100.’ Nu heb ik de hele NOW regeling erop nagelezen en kom het woord ‘boete’ er niet in tegen. De regeling bevat geen boeteclausule bij ontslag. Wel omvat de regeling (artikel 13 lid b) een verplichting die luidt: “de werkgever doet na 17 maart 2020 geen verzoek om toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen op grond van artikel 669, derde lid, onderdeel a, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, gedurende het tijdvak waarover subsidie is verleend.” 

Ontslag van een medewerker leidt niet tot een boete voor de werkgever. Die kan werknemers gewoon, via de gebruikelijke procedure ontslaan. Daarvoor hoeft hij geen enkele ‘boete’ te betalen. Maar, als de werkgever gebruik wil maken van de NOW, dan moet hij aan de voorwaarden voldoen. Een van de voorwaarden is dat er niemand mag worden ontslagen. Maak je gebruik van die regeling en ontsla je wel iemand, dan krijg je de subsidie niet. Iets niet krijgen is heel iets anders dan een boete betalen.

Uitgelicht

Historische vergelijkingen en Cruijff

‘Besteed toch geen aandacht aan die man.’ Dat is het eerste wat mijn partner en ‘eindredacteur’ zal roepen al ze leest dat deze Prikker een gevolg is van een schrijfsel van Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard. Weer zal ik haar antwoorden dat het mij niet om de persoon Roos gaat, maar om zijn uitspraken. Volgens Roos is: “Het narratief van de (Marokkanen als) nieuwe Joden (…) niet alleen geschiedkundig smakeloos en onjuist, het doet voornamelijk af aan de waarde van de lessen die we zouden moeten leren van Jodenhaat en de holocaust.”  

“Er is geen systematische institutionele Marokkanenhaat, er is geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen, er worden geen Marokkaanse bedrijven gesloopt, er worden geen Marokkanen vermoord vanwege Marokkanenhaat, de overheid discrimineert Marokkanen niet, er zijn geen concentratiekampen voor Marokkanen, er zijn geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, er wordt niet gejaagd op Marokkanen, er zijn geen anti-Marokkanenwetten, er worden geen Marokkanen op transport gezet en bovenal is er geen plan tot uitroeiing van Marokkanen.” En Roos heeft daar een punt. Er is inderdaad geen systematische institutionele Marokkanen haat. Er is ook geen georganiseerd geweld tegen Marokkanen. Marokkaanse bedrijven worden niet gesloopt. Of er geen Marokkanen worden vermoord vanwege Marokkanen haat, is niet helemaal uit te sluiten. Inderdaad maakt de overheid zich niet schuldig aan discriminatie van Marokkanen. Tenminste, niet alleen Marokkanen zoals uit de ‘toeslagenaffaire’ bij de Belastingdienst bleek. Concentratiekampen voor Marokkanen zijn er ook niet. Er zijn ook geen plekken waar Marokkanen niet mogen komen, Marokkanenwetten zijn er niet, er worden geen Marokkanen op transport gezet en er is geen plan tot uitroeing van Marokkanen. Maar heeft Roos daarmee gelijk en dus een punt?

Laten we wel wezen. Tot de Wansseeconferentie van 1942 was er ook geen plan tot uitroeing van Joden. Tot eind jaren dertig van de vorig eeuw waren er ook geen concentratiekampen voor joden. Tot 15 september 1935 waren er ook geen ‘jodenwetten’. Tot de machtsovername door Hitler in 1933 maakte de Duitse overheid zich ook niet schuldig aan discriminatie van joden. Ja, er werden wel joden vermoord door mensen die joden haten en de geschiedenis kent voorbeelden van het verdrijven van joden. Alleen gebeurde dat niet op een ‘systematische institutionele’ manier. Die kwam er pas na Hitlers machtsovername.

Wel was er voor die tijd een retoriek die joden wegzette als zondebok. Zondebok voor de moord op Christus. Die moord zat met name christenen dwars en zorgde door de eeuwen heen voor geweld en haat tegen joden. In de jaren van het opkomende nationalisme vanaf de tweede helft van de Negentiende eeuw ontstond er een nieuwe dynamiek in het aanwijzen van de joden als zondebok. De nationalist zette vraagtekens bij het vaderlandslievende karakter van joden. Kon een jood wel een echte …. zijn? Net zoals er in die tijd in Nederland vraagtekens werden gezet bij het vaderlandslievende karakter van katholieken. In 1897 leidde die retoriek tot een heuse complottheorie. Een theorie waarbij joodse leiders een plan zouden hebben gesmeed om de christelijke maatschappij omver te werpen. De zogenaamde Protocollen van de wijzen van Sion. Een document dat waarschijnlijk uit de koker kwam van de Ochrana, de geheime dienst van Tsaristisch Rusland. Dit document werd daarna gebruikt als onderlegger om joden van alles de schuld te geven. 

Roos heeft een punt dat ‘Marokkanenhaat’ of ‘islamietenhaat’ niet tot industriële uitroeing van Marokkanen of joden heeft geleid. Dat is echter niet de vergelijking die Grunberg maakte. Grunberg vergelijkt de huidige retoriek tegen Marokkanen en in het verlengde daarvan islamieten, met de begin twintigste eeuwse retoriek tegen joden. Die historische vergelijking is wel te maken. Roos verwijt komt er op neer dat een talentvolle voetballer van veertien niet vergeleken mag worden met gearriveerde ster Johan Cruijff op z’n 30ste. Dat is appels met peren vergelijken. Het vergelijken van  dat talent met de veertienjarige Cruijff is echter een heel ander verhaal.

Uitgelicht

‘Solidariteit en wederkerigheid’

Overal ter wereld proberen regeringen de ‘economie’ van hun land te redden. De Nederlandse regering heeft er, net als de regeringen van vele andere landen, voor gekozen om bedrijven te redden. De Ballonnendoorprikker zou, zoals hij betoogde in De ezel en de steen, een andere insteek hebben gekozen. De eerste regeling die hiervoor werd opgesteld, loopt bijna op z’n einde en er wordt nagedacht over een nieuwe. Vanuit allerlei hoeken krijgt de regering nu adviezen over wat er wel en niet in de regeling moet. Een van die ‘adviseurs’ is Jacco Vonhof, de voorzitter van MKB-Nederland. Vonhof pleit in een gesprek met de Volkskrant voor ‘solidariteit en wederkerigheid’. Volgens Vonhof past een loonoffer hierin.

Vonhof: “een deel van de kosten van de 100 procent doorbetaling aan de werknemer belandt bij de werkgever en dat kunnen veel ondernemers niet nog maanden volhouden.” Op de vraag of daar ook een (loon)offer van de werknemer bij past antwoordt hij: “In onze ogen wel.” Vonhofs MKB-Nederland heeft één doel: “Nederland uit de crisis helpen. Dat is belangrijk voor werkgevers, werknemers en het kabinet.” Daarvoor is solidariteit belangrijk en: “Als je met mensen praat over solidariteit weten ze heel goed dat anderen solidair met hen moeten zijn, maar dat solidariteit wederkerigheid inhoudt, dat vergeten de meesten al snel.” Een offer van de werknemers is, zo betoogt Vonhof, een manier om die wederkerigheid in te vullen. Dat klinkt logisch. We schikken allemaal wat in en dan komen we er samen uit. Of niet?

Laten we eens meegaan in de redenering van Vonhof. De werknemer levert bijvoorbeeld tijdelijk 10% van zijn salaris in. In plaats van 100 krijgt de werknemer maar 90. Nu heeft deze werknemer bijvoorbeeld 97 nodig om al zijn kosten te betalen. De overige 3 reserveert hij voor onvoorziene uitgaven zoals een kapotte wasmachine. Die 90 is te weinig om alle kosten te betalen. De reservering kan als buffer worden ingezet en zo kan de werknemer het wellicht even een maand of twee drie uitzingen. Behalve natuurlijk als die wasmachine net is vervangen. Na die twee of drie maanden loopt het voor de werknemer spaak. Dan duikt de werknemer in de schulden. Dan kan hij zijn rekeningen niet meer betalen. Hoe lossen we dat op?

Gelukkig is Vonhof en zijn club MKB-Nederland van de solidariteit en  wederkerigheid. Dat biedt mogelijkheden. Vonhof en zijn achterban zijn dan vast bereid om de solidariteit van de werknemer ‘wederkerig’ tegemoet te treden. Tegemoet te treden door de prijzen van hun producten, het brood de groenten, de knipbeurt, het kopje koffie op het anderhalve-meter-terras en zeker ook de bij premier Rutte populaire nagelstudio met bijvoorbeeld diezelfde 10% te verlagen. Dit om te voorkomen dat de werknemer ‘failliet’ gaat.

Maar wacht eens even? “We verhogen de prijzen met drie euro per behandeling. Dat lijkt ons schappelijk,” aldus een kapper in de Volkskrant van 7 mei. Schappelijk omdat: “Normaal gesproken knippen we een klant per halfuur, dat wordt nu een klant per uur. We nemen de tijd om de salon te desinfecteren en gaan terug van drie kappers in de salon naar twee.” In hetzelfde artikel figureert ook een Amsterdamse kroegbaas met twintig kroegen: “Met dertig procent bezetting, zou je voor een biertje meer dan tien euro moeten rekenen. Maar daar zit natuurlijk niemand op te wachten.” Hij sluit prijsverhogingen echter niet uit. Hoe wederkerig is dan de MKB’er die Vonhof vertegenwoordigt? Aan de ene kant moet het personeel een salarisoffer brengen om solidair te zijn met de werkgever en aan de andere kant moet hij de prijsverhoging betalen? 

We zijn er echter nog niet. Theaters en reisbureaus verwachten dat die werknemer geen geld terug vraagt voor afgelaste voorstellingen en geboekte reizen. Dan gaat het die werknemer wel erg smal. Daar komt nog bij dat al die miljarden waarmee het kabinet strooit ooit door iemand betaald moeten worden. Miljarden naar bedrijven zoals booking.com die er een sport van maken om zo min mogelijk belasting te betalen. Want die bedrijven steun weigeren of er aan strikte voorwaarden aan verbinden daar heeft: “Het kabinet (…) naar gekeken, maar de uitvoering blijkt te lastig,” zo is bij nos.nl te lezen. Het blijft bij een: “moreel appèl (…) op bedrijven die belasting ontwijken om geen steun aan te vragen.” Hoeveel vertrouwen moeten we hebben in de moraliteit van bedrijven die belastingen ontwijken? Ook die miljarden zal de ‘werknemer’ via de belastingen moeten betalen. ’Ja maar,’ zo zal Vonhof zeggen, ‘dat zijn niet de bedrijven die ik vertegenwoordig. Het MKB zal ook die kosten via de belasting mee moeten betalen’. En dat zou best wel kunnen kloppen. Alleen zal die extra belasting weer worden doorvertaald in de prijs van de ‘knipbeurt’ voor de werknemer. 

Zo wordt solidariteit en wederkerigheid wel erg eenzijdig ingevuld.