Uitgelicht

Lucratieve voortplantingsstrategie

Bij De Correspondent een artikel van Tamar Stelling over het op steeds latere leeftijd krijgen van (eerste) kinderen. Omdat dit soms op natuurlijke wijze niet lukt, is er een hele industrie ontstaan gericht op voortplanting compleet met: “boze donorkinderen, troosteloze Indiase baarmoederverhuur en de eicelverkoop der werkloze Oostblokvrouwen.”  Met succes want: Die combinatie van kinderwens en embryotech levert absoluut baby’s op.” Nadelen zijn er ook, Stelling geeft er vier: grotere risico’s op complicaties en babysterfte, embryotech kinderen die worstelen met hun onbekende afkomst, een arbeidsmarkt die zich nog minder hoeft aan te passen op de biologische klok van de vrouw en: “Een voortplantingsindustrie waarbij de rijken der aarde zich in toenemende mate voortplanten ten koste van de armen. (Neem vrouwen die hun eitjes verkopen.)” Bijzonder, dat laatste nadeel, Stelling noemt het trouwens als eerste.

bevruchting

Foto: Pixabay

Bijzonder want laten we aannemen dat een arme vrouw eitjes verkoopt aan een rijk stel. Die eitjes worden bevrucht met het sperma van de rijke man. Wie planten zich dan voort? De rijke man en de arme vrouw, want het kind krijgt van ieder van hen de helft van de genen. De rijke vrouw niet. Haar lichaam wordt (alhoewel zeer gewenst) gebruikt als, om het oneerbiedig te zeggen, ‘productieloods’ voor een kind van een eicel van een andere vrouw. Haar zorgen, aandacht en geduld voeden het kind mee op. Behalve natuurlijk als daarvoor een nanny uit een arm land wordt ingeschakeld. 

Als we puur naar de voortplanting kijken, zijn dan niet vooral de rijke vrouwen de dupe van deze markt? Zij kunnen zich zo immers niet voorplanten. De arme man kan dat wel als zijn arme vrouw niet al haar eicellen verkoopt, blijven er nog genoeg kansen voor de arme man om zich. De rijke man, komt ook aan zijn trekken, zijn zaad wordt immers gebruikt. En als de rijke vrouwen de grote verliezers zijn in dit ‘voorplantingsspel’, is dan de arme vrouw die eicellen verkoopt niet de grote winnaar? Haar genen worden door haar zelf én door de rijke vrouw voortgebracht.

Als we met deze bril naar Stellings bewering kijken dat de ‘rijken der aarde zich voortplanten ten koste van de armen’, zouden we dan niet met veel meer recht het omgekeerde kunnen beweren? Dat de eicel-markt ervoor zorgt dat in ieder geval de arme vrouwen die hun eicellen verkopen, zich voorplanten niet ten koste van, maar op kosten van de rijken? Genetisch, en wellicht ook financieel, een ‘lucratieve’ strategie van de arme vrouw.

Uitgelicht

Wie is er slim?

“Hoe proportioneel zijn rubberkogels en traangasgranaten als antwoord op stenen en brandende autobanden die je nooit bereiken? Hoe proportioneel is een tankgranaat als antwoord op, laten we even van de Israëlische visie uitgaan, twee personen die zich ‘verdacht gedragen’?” Deze vragen stelde ik enige weken geleden. Nadat ik het artikel van collega historicus Willem Melching in de Volkskrant las, vraag ik me af of ik me hierdoor schuldig heb gemaakt aan antisemitisme. 

Louis_van_Gaal_(4136181545)

Foto: Wikimedia Commons

Melching constateert in een bijzonder artikel, dat de joden steeds meer het slachtoffer zijn van antisemitisme en hierbij door zowel links als rechts in de steek worden gelaten. Links omdat het: “uit principe meebuigt met de minderheden,” zo betoogt hij en rechts omdat het: “zich voornamelijk door opportunisme (laat) leiden.” 

Ik vraag me dus af of ik me schuldig maak aan antisemitisme omdat volgens Melching: “overdreven kritiek op Israël wel degelijk antisemitisch is.” Ben ik overdreven kritisch als ik me afvraag of een tankgranaat een proportioneel antwoord is op twee personen die zich verdacht gedragen? Ben ik overdreven kritisch als ik me afvraag of rubberkogels en traangasgranaten een antwoord zijn op brandende autobanden die je nooit bereiken? Ben ik overdreven kritisch als ik me afvraag hoe menselijk het is om een gebied zoals de Gaza-strook ongeveer hermetisch af te sluiten van de buitenwereld zodat de mensen in dat gebied in een soort ‘openluchtgevangenis’ zitten? Ben ik overdreven kritisch als ik aandacht vraag voor de mensen in deze ‘gevangenis’? Ben ik overdreven kritisch als ik me afvraag hoe ‘democratisch’ het is om een muur te plaatsen langs de grens en dat niet te doen op je eigen grond, maar op dat van de ander? Welke reacties op acties van Israel getuigen van ‘antisemitisme’?

Tot mijn verdediging pleit dat ik ook kritiek lever op de Amerikaanse acties in het Midden-Oosten. Ook heb ik het Turkije van Erdogan niet gespaard. Dat is relevant omdat:  “Wie voor Israël andere maatstaven aanlegt dan voor pakweg Turkije of de Verenigde Staten maakt zich schuldig aan antisemitisme.” Aangezien ik voor deze drie landen dezelfde maatstaven aanleg,  maak ik me, als ik Melching goed begrijp niet schuldig aan ‘antisemitisme’.

Helemaal zeker ben ik er echter niet van omdat Melching schrijft dat: “wie nalaat de Armeense genocide te benoemen, geeft daarmee vrij spel aan het moderne antisemitisme en legitimeert haat.” Niet dat ik de moord op vele Armeniërs en ook andere volkeren tijdens de Eerste Wereldoorlog ontken, die heeft plaatsgevonden en heeft heel veel leed veroorzaakt. Nee, ik heb moeite met de redenering van Melching dat dit geen genocide noemen, vrij spel geeft aan antisemitisme en dat het haat legitimeert.  

Eigenlijk heb ik moeite met het gehele betoog van Melching en vraag ik me, vrij naar Louis van Gaal af of hij nu zo slim is en ik zo dom of omgekeerd?

Uitgelicht

Talent en/of oneerlijk voordeel

Wil je als vrouw weten of je werkelijk vrouw bent? Doe dan een bloedonderzoek“De IAAF heeft gekozen voor een limiet van 5 nanomol testosteron per liter bloed.” Scoor je hoger dan mag je van internationale atletiekfederatie niet deelnemen bij de vrouwen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Testosteron bevordert de spiergroei. Dat hoge testosterongehalte is volgens andere atletes niet eerlijk: “minder gespierde atletes uitten openlijk hun frustratie over de naar hun idee oneerlijke concurrentie.” Zij krijgen nu de steun van de IAAF want die stelt na onderzoek: “dat vrouwen met hyperandrogenisme, de hormonale afwijking waardoor veel testosteron wordt aangemaakt, wel degelijk voordeel hebben.” Wil je wel bij de vrouwen meedoen, dan moet je maar medicijnen nemen om onder die limiet te komen. Wil je dat niet of lukt dat niet dan kun je nog altijd bij de mannen meedoen. 

atletiek

Illustratie: Wikimedia Commons

Wacht eens, is dat wel eerlijk? “De meeste vrouwen hebben een waarde tussen 0,12 en 1,79, bij mannen varieert het van 7,7 tot 29,4 nanomol.”  Met je 5 of 6 nanomol scoor je ‘te laag’ om een man te zijn. Maar wacht eens even, draait sport niet juist om het uitbuiten van aangeboren voordelen? Als jeugdige voetballer profiteerde ik van mijn aangeboren sprint-kwaliteiten. In vergelijking met Usain Bolt stelden die niets voor, maar een voetballer met goede wendbaarheid, een redelijke techniek en balgevoel, en vooral veel inzet had ik flink voordeel van snelheid. Om het tot prof te schoppen was dat echter niet voldoende daarvoor waren de ‘aangeboren voordelen’ van anderen veel groter. Basketbal vond ik ook een leuke sport en inzet, de wil om te winnen en balgevoel waren aanwezig, wat ontbrak was lengte. Een ‘ontbreken’ dat mij ook in het volleybal zou hebben opgebroken. 

Waarom mogen Bolt en Messi hun aangeboren voordeel wel benutten? Want is dat niet wat talent is, een aangeboren voordeel? Natuurlijk, met alleen talent waren Bolt en Messi niet zover gekomen, maar geldt dat niet ook voor Caster Semenya, Francine Niyonsaba en Margeret Wambui? Wat maakt dat het ene talent is en het andere een oneerlijk voordeel?

Uitgelicht

In de sterren geschreven

Een artikel in de Volkskrant over de lancering van Tess (Transit Exoplanet Survey Satellite) zorgde voor een leuke serie van lezersbrieven. Tess is opvolger van Kepler en: “Tess volgt een andere strategie bij zijn speurtocht. (…) Kepler had een relatief grote telescoop waarmee hij diep het heelal in kon turen. De sterren die Kepler bestudeerde, stonden ver weg – honderden lichtjaren. Vanwege zijn grote telescoop kon Kepler maar een klein deel van de hemel bekijken. (…) Tess is kleiner en gaat de complete hemel bestuderen, zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond. Maar liefst 200 duizend sterren zal Tess de komende jaren in zijn vizier krijgen, op enkele tot honderd lichtjaren.” Rond die sterren wordt gezocht naar planeten en vooral naar planeten waar leven zou kunnen zijn.

andromeda-galaxy-755442_960_720

Foto: pixabay

De brievencorrespondentie begon met een brief van Uri Lavy. Lavy vindt de miljarden die aan Tess en andere dergelijke zaken worden uitgegeven, verspild geld. Dat er planeten zullen zijn met leven, is voor Lavy een statistisch gegeven. “Maar even duidelijk is dat de mensheid absoluut niets aan het identificeren van zo’n planeet kan hebben – zeker niet zolang we niet met ten minste de snelheid van het licht kunnen reizen. En dan nog, bij aankomst kan blijken dat de moederster intussen allang uitgedoofd is.” Dus verspilling van geld, aldus Lavy.

Een duidelijke redenering waar lastig een speld tussen is te krijgen. Alleen zijn conclusie dat dergelijke investeringen zinloos zijn, wordt betwist door sterrenkundige Lucas Ellerbroek in de Volkskrant. Die investeringen zijn niet zinloos: “Die kennis kunnen we verkrijgen door in eerste instantie de aarde te observeren (onder andere door observatie met  dure! satellieten) en onze plek in het heelal te vergelijken met zijn soortgenoten. (…)  Kennis heeft de mensheid gebracht waar zij nu is. Alleen door meer kennis te verkrijgen en daar wijs mee om te gaan, waarborgen we een gezonde toekomst voor ons nageslacht.” Ook een duidelijke redenering waarbij je wel de vraag kunt stellen of kennis wijs wordt gebruikt? Immers techniek kan ook ten kwade worden aangewend.

Met die opmerking kom ik bij de reactie van Frank Rijckaert. Hij is het volledig eens met Lavy” “maar niet met zijn bewering dat het statistisch duidelijk is dat het aantal planeten waar intelligent leven bestaat naar oneindigheid zal neigen. Er is slechts één waarneming van een planeet waarop intelligent leven voorkomt. Daarmee valt geen statistiek te bedrijven.” En daar heeft Rijckaert een punt, met één waarneming kun je geen statistiek bedrijven. Sterker nog, en dat punt mist Rijckaert, je kunt er zelfs niet de conclusie aan verbinden dat op die ene planeet, de aarde, intelligent leven voorkomt. Wat is immers de schaal waaraan je intelligentie op planeten afmeet? 

Dat er andere sterren met planeten zijn, lijkt zeker. Dat er planeten met leven zullen zijn ook. Of er intelligent leven is en of het leven op aarde intelligent is, dat staat … in de sterren geschreven.

Uitgelicht

Auto(Taal)maatje

“Wil je leren autorijden? Dan is een auto-maatje iets voor jou. Je krijgt een vast auto-maatje, een vrijwilliger, met wie je over koetjes en kalfjes kunt praten en ondertussen oefen je je rijvaardigheid.” Broodroof! Je kunt niet iedere vrijwillige ‘beunhaas’ met een rijbewijs rijles laten geven, dat is vragen om ongelukken. Een rijbewijs hebben en eventueel ook nog goed kunnen autorijden, wil niet zeggen dat je ook goed rijles kunt geven. Daarvoor moet je zijn opgeleid. 

lesauto

Foto: Flickr

“Wil jij Nederlands leren? Maar liever niet in een klas? Dan is een taalmaatje iets voor jou. Je krijgt een vast taalmaatje, een vrijwilliger, met wie je kunt praten, lezen, televisie kijken, koffie of thee drinken, of wandelen. Wat je wilt. Ondertussen oefen je in jullie gesprekken je Nederlands. En natuurlijk leer je zo ook veel van elkaars taal en cultuur. Je taalmaatje trekt ruim een jaar lang met je op.” Deze tekst is te lezen op de site van Humanitas en het is daarmee niet de enige die dit doet. Dit geheel tot plezier van de overheid want het spaart veel geld.

Is het onderwijzen van een taal niet ook een vak? Zouden Nederlandse taallessen niet alleen gegeven mogen worden door gediplomeerde docenten Nederlands? Laten we het eens anders stellen, zouden we het accepteren als een automonteur zonder opleiding in de Nederlandse taal, als vrijwilliger Nederlands gaat geven op een middelbare school? We zouden onze kinderen van die school halen. Waarom staan we dan wel toe dat nieuwkomers Nederlands gaan leren bij ongediplomeerde vrijwilligers? Natuurlijk, het is prachtig dat mensen, anderen, die nieuw zijn in Nederland helpen om hun weg te vinden dat is eigenlijk een ‘burenplicht’, maar Nederlandse les geven?  

Even over die overheid. Die zit aan de ene kant nieuwkomers achter de veren en wil hen het liefst zo snel mogelijk uit de uitkering hebben. Aan de andere kant moeten de nieuwkomers eerst een ‘inburgeringscursus’ volgen voordat ze aan de slag mogen. Als we die tegenstrijdigheid even vergeten, is het dan niet vreemd dat het streven naar betaald werk voor nieuwkomers gerealiseerd moet worden door het inzetten van vrijwilligers? Soms ook vrijwilligers die van dezelfde uitkering gebruikmaken en op eenzelfde manier achter de veren worden gezeten? 

Uitgelicht

De boer en de pastoor

De Oostvaardersplassen en dan vooral de grote grazers die er rondlopen houden de gemoederen flink bezig. Om het wat cru te formuleren was de ene groep natuuractivisten druk bezig met het bedreigen van parkwachters en het bijvoeren van verhongerende grazers. De dieren laten verhongeren was immers dierenmishandeling, net als het afschieten van bijna verhongerde dieren. De andere groep was druk met het overtuigen van de ene groep dat bijvoeren toch echt dierenmishandeling was en dat afschieten een diervriendelijke daad was. Nu het voorjaar goed is ‘uitgebroken’ en het gras weer groeit, hoeft er niet meer bijgevoerd te worden. Toch blijft het gebied de aandacht opeisen.

Tarwe

Foto: Pixabay

Nu door het rapport van de Begeleidingscommissie beheer Oostvaardersplassen onder leiding van Pieter van Geel. Die stelt ander beheer voor omdat, zo valt in de Volkskrant te lezen: “Het (…) maatschappelijk niet breed (wordt) geaccepteerd dat dieren zichtbaar vermageren en dat een groot deel daarvan vervolgens sterft, door afschot of op een natuurlijk wijze.” Door de natuur zoals die ontstaan was, stonden Natura 2000-doelen onder druk en dat kan natuurlijk niet. De natuur moet wel voldoen aan de richtlijnen van de mens. Dus gaat de mens weer aan de slag: “Om de dieren beter te beschermen tegen de winterse omstandigheden, moet het graasgebied (circa 2.000 hectare) voorzien worden van 300 hectare aan extra beschutting. Ook moet 500 hectare alsnog nat worden. Hierdoor wordt het graasgebied verkleind tot ongeveer 1.000 hectare, groot genoeg voor de maximaal 1.500 dieren.”

Toen ik dit las, moest ik denken aan de pastoor die bij een boer op bezoek kwam. De boer gaf de pastoor een rondleiding langs zijn velden. Bij een veld met suikerbieten aangekomen zei de pastoor dat de bieten er prachtig bijstonden. Daarop vertelde de boer vol trots hoe hij dat met hard werken, veel schoffelen en wieden voor elkaar had gekregen. De pastoor vulde aan: “met gods hulp.”  Vervolgens kwamen ze bij een veld met tarwe en ook daar kreeg de boer een compliment van de pastoor. Daarop vertelde de boer weer vol trots hoe hij dat met hard werken voor elkaar had gekregen, waarop de pastoor weer aanvulde: “met gods hulp.” Het geheel herhaalde zich bij een veld met aardappelen. Als laatste liepen ze langs een braakliggend perceel dat vol stond met onkruid. De pastoor keek de boer verbaasd aan en vroeg hoe het kon dat dit perceel zo’n zooitje was. De boer antwoordde: “Hier heb ik god alleen aan laten klooien.” 

Uitgelicht

Diverse, inclusieve samenleving

Diversiteit betekent een inclusieve samenleving waarin iedereen meedoet. Hoe kun je daar nou moe van worden?” De opening van een bijdrage van strategist Nadine Ridder bij Joop. Een bijzondere vraag, hoe kun je moe worden van diversiteit? Toch wil ik een poging doen om hier een antwoord op te geven. Dat doe ik aan de hand voor de woorden ‘diversiteit’, ‘inclusief’ en vooral ‘samenleving’.

people

foto: Flickr

Dat laatste woord, ‘samenleving’  staat centraal in mijn antwoord. Een antwoord dat begint met de beschrijving die Van Dale geeft van het woord samenleving: “het geheel van de met elkaar verkerende mensen.” Betrekken we dit op Nederland, dan bestaat de Nederlandse samenleving uit het geheel van de met elkaar verkerende mensen op het Nederlandse grond gebied. Dus van alle mensen die zich op het Nederlandse grondgebied bevinden en met elkaar verkeren.

Wat gebeurt er als we hier het woord ‘inclusief’ aan toevoegen? Inclusief is volgens dezelfde Van Dale: “met insluiting van, met inbegrip van.” Als alle mensen die hier verkeren al tot de samenleving behoren, wie moet er dan nog worden ingesloten? De samenleving  is daarmee per definitie inclusief. Als we het andersom benaderen, wordt aan de groep die wordt ‘ingesloten’ of die wordt ‘inbegrepen’ zo niet een aparte positie gegeven? Zoiets van: je hebt de samenleving én de clubjes die we erbij moeten insluiten? 

Dan als laatste het woord diversiteit: “1. verscheidenheid, variatie; 2. het verschijnsel dat er ergens mensen zijn met verschillende etnische of culturele achtergronden,” weer volgens de Van Dale. Als de samenleving al bestaat uit alle mensen die ‘met elkaar verkeren’, dan bevat die toch de gehele verscheidenheid en variatie van al die mensen? Ook de verscheidenheid en  variatie in etnische of culturele achtergronden. Wat voegt het woord ‘diversiteit’ dan toe aan samenleving? Als we dit ook weer eens van de andere kant benaderen, maak je door te hameren op de diversiteit en daarbij te wijzen op ‘groepen’ geen onderscheid waar je dat niet zou moeten doen? 

Beste mevrouw Ridder, gebeurt door het gebruik van de woorden ‘diversiteit’ en ‘inclusief’ in combinatie met ‘samenleving’ niet precies dat wat we niet zouden moeten willen? Namelijk het maken van onderscheid tussen mensen en groepen mensen?