Uitgelicht

Christenen avant la lettre

Ik raakte even in de war. We zitten weer in de paastijd. Een tijd waarin christenen het sterven van Jezus herdenken. Een beetje vreemd is wel dat de dag waarop hij aan het kruis werd gespijkerd en stierf, goede vrijdag wordt genoemd. Nee, daar raakte ik niet van in de war. Waarvan dan wel?

Fotot van de Tegelse Passiespelen. Bron: Wikimedia Commons

Ik dacht altijd dat het christendom haar oorsprong vond in het leven van Jezus Christus. Christus schijnt te hebben geleefd zo aan de begin van onze jaartelling. Een telling die op zijn geboorte in de kribbe in die stal in Bethlehem is gebaseerd. Op eerste kerstdag wordt zijn geboorte gevierd. Waarschijnlijk moeten we dat met een korreltje, of eigenlijk een kilootje, zout nemen. Als de jaartelling werkelijk bij zijn geboorte zou starten, waarom valt 1 januari dan niet op 25 december? Wellicht heeft dat ermee te maken dat die jaartelling ruim vijfhonderd jaar later pas is ingevoerd. Na zo’n tijd is het lastig om nog precies te achterhalen hoe het zat. Dat even terzijde.

Ik wijd uit. Ik raakte even in de war om een schrijven van Juliaan van Acker dat ik bij ThePostOnlie las. In een artikel met als titel Polarisatie is de kogel die van links komtbetoogt Van Acker dat alle ellende van links komt: “de ‘goede bedoelingen’ van links leiden tot polarisatie en in sommige gevallen tot massamoord. Stalin meende het goed en zag zich daardoor verplicht al wie hem tegenwerkte te vernietigen. Links gunt andersdenkenden niet het licht; daarin handelen zij stalinistisch. Linkse mensen denken verlicht te zijn, maar in feite brengen ze duisternis.” Erg kort door de bocht, maar dat zie je tegenwoordig wel vaker. 

Die goede bedoelingen van links zijn een gevolg van de visie van links dat: “de mens ziet als van nature goed en het is de samenleving die hem corrumpeert”  Volgens Van Acker is dat een: “herhaling van een ketterij uit de vijfde eeuw. Pelagius beweerde, in tegenstelling tot Augustinus, dat de mensen als goede mensen zijn geboren en de maatschappij maakt hen slecht. De mensen kunnen de hemel op aarde creëren, zonder de genade van God en zonder goddelijke interventie. Het linkse Utopia of het arbeidersparadijs is daar een kopie van.” Die linkse opvatting van de van nature goede mens, stelt hij tegenover de door hem aangehangen christelijke en dan vooral protestantse visie die “de mens als geneigd tot het kwaad” ziet.

“We hoeven niet gelovig of kerkelijk te zijn om in te zien dat de protestants-christelijke mensvisie en ethiek de mensheid kunnen behoeden voor dictatuur,” zo schrijft Van Acker. Het gaat mij er nu niet om dat Van Acker ieder pas geboren kindje belast met de ‘erfzonde’. Het gaat mij er ook niet om dat deze manier van denken het te verdedigen maakt om mensen dictatoriaal te ‘knechten’ zonder dat ze iets hebben gedaan. Dit om te voorkomen dat ze tot het ‘kwaad’ vervallen. Het gaat mij er ook niet om dat hij een karikatuur maakt van ‘links’.

Het gaat mij om het volgende, en dan komt mijn verwarring. Volgens Van Acker komen: “De belangrijkste elementen van een moderne democratie, zoals inclusiviteit, diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, respect voor minderheden en afschaffing van de slavernij, (…) voort uit de christelijke ethiek.” Daarom is het: “van belang de christelijke ethiek die de grondslag vormt van de democratie te zien als protestants.” 

Bron: Wikipedia

Excuus? Was die christelijke ethiek inclusief? Ik meen me toch aardig wat godsdienstoorlogen tussen christenen onderling en pogroms tegen joden te herinneren. Dat lag, zo beweert Van Acker, dan vooral een de katholieke kerk want die: “poneerde zich als de ene ware kerk, wat betekent dat alle anderen vervloekt zijn. De kerk van Rome was een totalitaire instelling, die eeuwenlang zich gedroeg als een criminele organisatie.” De protestanten niet, die: “waren daarentegen principieel tolerant.” Die waren zo tolerant maar niet voor katholieken, die werden gewantrouwd en hoefden niet op veel respect te rekenen. Hoe gelijk man en vrouw voor protestanten waren en zijn, is nog steeds te zien in SGP kringen. En de gehele slavenhandel was in handen van Hollandse en Zeeuwse protestanten. Net als trouwens alle koloniën. Koloniën waarvan de inwoners toch net iets minder inclusief en gerespecteerd werden behandeld. Nee, die elementen, zoals inclusiviteit (aan de inclusiviteit van onze huidige democratische samenleving wordt trouwens door menigeen flink getwijfeld), diversiteit, gelijkheid van man en vrouw, select voor minderheden en de afschaffing van de slavernij, hadden een Verlichting nodig om tot bloei te komen. Een Verlichting die met aardig wat donderpreken werd bestreden. Zet Van Acker het christendom en vooral het protestantisme zo niet wat onverdiende veren op de hoed? 

Het wordt echter nog erger. Ik meen mij van mijn studie geschiedenis te herinneren dat de Atheners ruim vier eeuwen voordat Jezus werd geboren al een democratie hadden. Nu kun je daar allerlei kanttekeningen bij zetten omdat ze ook slaven hielden en vrouwen er niet echt meetelden. Dat kun je echter ook bij onze democratie. Maar om de Atheners als christenen avant la lettre te betitelen gaat wel erg ver. Dat is wel een erg bijzondere manier van het herschrijven van de geschiedenis.


Dreigen en democratie

Onze vrijheden en de erop gebaseerde liberale democratie, zijn ons kostbaarste bezit. Dat zijn de werkelijke Nederlandse ‘normen en waarden’, onze ‘traditie’ en onze ‘identiteit’. Voor ons zijn ze vanzelfsprekend, zo vanzelfsprekend dat ze niet opvallen. Ze vallen pas op als ze ontbreken. Als je in een land verblijft waar ze niet vanzelfsprekend of zelfs afwezig zijn. Of die waarden in gevaar zijn?

Bron: Wikimedia Commons

Zorgwekkende ontwikkelingen zijn er wel. In de Volkskrant betoogt Sander van Walsum dat partijen het voordeel van de twijfel verdienen zolang zij: “programmatisch en strategisch binnen de democratische orde,” bewegen. Daar is wat voor te zeggen alleen is het wel verstandig om je daarbij te bedenken dat ‘programmatisch en strategische binnen de democratische orde opererend’ die democratische orde kunnen vernietigen. De recente geschiedenis kent verschillende voorbeelden van regeringsleiders die hiermee bezig zijn. Neem bijvoorbeeld Orban in Hongarije en Erdogan in Turkije.

Zorgwekkend is ook de redenering van Henk Strating bij Opiniez. Volgens Strating is maar: “één manier (waarop) kan voorkomen dat ze bij de volgende Tweede Kamer-verkiezingen door een nog veel groter Forum voor Democratie wordt weggevaagd. De tegenstellingen tussen voor- en tegenstanders die dán ontstaan zullen onbeheersbaar worden, met alle gevolgen voor onze democratische rechtsstaat.” Die mogelijkheid is: “in de resterende regeerperiode serieus rekening te houden met opvattingen van Forum voor Democratie en waar mogelijk met deze partij tot samenwerking in de Eerste Kamer te komen.”

Stel dat Strating gelijk heeft. Dat het nu negeren van het Forum voor Democratie leidt tot onbeheersbare tegenstellingen over twee, drie jaar? Is dat dan een reden om met die partij in zee te gaan? Hoe democratisch is zo’n dreigement? Stratings redenering komt er dan op neer dat een stemmer op het Forum voor Democratie zwaarder weegt dan een kiezer op de bijvoorbeeld de Partij voor de Dieren. Zwaarder omdat er naar die eerste moet worden geluisterd om een ‘ramp’ in de toekomst te voorkomen.

Stel nog steeds dat Strating gelijk heeft. Moeten andere partijen zich dan onder die dwang een bepaalde kant op laten drukken? Als dat de manier is, wat let dan de aanhangers van de andere partijen om ook te dreigen met ‘tegenstellingen die onbeheersbaar worden’. Als onze democratie zich onder druk laat zetten door het schermen met ‘onbeheersbaarheid’ als een groep haar zin niet krijgt, is er dan nog wel sprake van democratie?

Boemerang

Soms lees je iets dat op het eerste gezicht plausibel lijkt. Als je er vervolgens even over nadenkt, dan ligt het toch net allemaal een tikkeltje anders. Bij TPO citeert Bert Brussen passages uit een interview dat hoogleraar sociologie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn Ruud Koopmans gaf aan het Financieel Dagblad. 

bron: Wikipedia

“Het aantal democratieën in de islamitische wereld nam de laatste jaren alleen maar verder af. De desintegratie van de islamitische wereld is niet te stoppen. Natuurlijk is dat een bedreiging voor de wereldvrede. Daar spelen zich de grootste conflicten af, ontstaan de grootste vluchtelingenstromen. Die hebben enorme politieke repercussies in Europa. Allemaal hebben we hier met de verliezers in de islamitische wereld te maken. We hebben het over het klimaatprobleem, maar dit is het grootste probleem dat op ons afkomt.” Klinkt logisch, want hoeveel democratieën zijn er nu werkelijk in de islamitische wereld?

Maar toch. Het begint natuurlijk al me de definitie van ‘democratie’. Iran zal zichzelf als democratie bestempelen en als het houden van verkiezingen betekent dat je een democratie bent, dan hebben ze nog gelijk ook. Daar kun je ook anders over denken.

Als Koopmans gelijk heeft, dan moeten er landen zijn ‘verschoten’ van regeringsvorm en dan van democratisch naar iets anders. Laten we eens kijken. Het grootste islamitische land, Indonesië, kent nog steeds dezelfde democratische regeringsvorm. Dat er maatregelen worden genomen die nadelig uitvallen voor minderheden, doet daar niet aan af. Dat zie je ook bij Europese democratieën, neem Hongarije en Polen. Pakistan, ook in dat land worden nog steeds verkiezingen gehouden. Afghanistan, was chaos en is chaos. Over Iran hebben we het al gehad. 

Dan Turkije. Nog steeds worden er verkiezingen gehouden. Wel past de grote man, de regels steeds verder aan in zijn voordeel. Ook dat is niet specifiek iets voor islamieten. De katholieke Polen en Hongaren doen min of meer hetzelfde. Irak, dat land is ‘verschoten’ van dictatuur naar democratie. Tenminste, als je meegaat in de retoriek van de Amerikanen. Saoedi-Arabië was en is nog steeds een autoritair geregeerd koninkrijk. Net als trouwens de overige Golfstaten. Jemen was al geen democratie en is nu, mede door toedoen van de Saoediërs en met steun van de Amerikanen, een chaos. Syrië was autocratisch en is nu een autocratische chaos. Egypte was na de ‘Arabische lente’ even iets wat op een democratie leek, maar is weer teruggevallen naar een autoritair regime. Iets wat in het Westen niet erg wordt betreurd omdat het democratisch gekozen regime ‘de verkeerde kant’ opging. Libië was autocratisch en is nu chaos. In Algerije en Marokko is niets veranderd. Tunesië is na die Arabische lente veranderd van autocratie in de richting van democratie.

Het gaat erg ver om hieruit, zoals Koopmans doet, te concluderen dat het aantal democratieën in de islamitische wereld afneemt. Sterker nog, het lijkt er zelfs op dat het aantal democratieën in de islamitische wereld is toegenomen. Van twee (Indonesië en Pakistan) naar minimaal drie (Tunesië) en als je de Amerikaanse retoriek gelooft, zelfs vier (Irak). 

Waar Koopmans wel een punt heeft is de desintegratie van de islamitische wereld. Die is niet te ontkennen. Mijn opsomming laat zien dat steeds meer landen in chaos zijn vervallen, dat daar grote conflicten spelen en dat dit leidt tot grote vluchtelingenstromen. Wat hierbij niet heeft geholpen zijn de Westerse inmengingen. Begin dit jaar schreef ik een vierluik over die bemoeienis (Wat was en IS 1, 2, 3 en 4.

Inderdaad heeft dit “enorme politieke repercussies in Europa” waarover Koopmans het heeft. Zouden die repercussies niet veeleer een gevolg zijn van de bemoeienissen en het gesol vanuit het Westen met de islamitische wereld? Bemoeienissen en gesol die nu als een boemerang terugkomen? Zou de islam en dan vooral de radicale vorm ervan, niet slechts het ‘cadeaupapier’ zijn waarin de islamitische wereld die boemerang heeft verpakt? Radicale islam als cadeaupapier omdat die stroming veel westerlingen wel schrik aanjaagt? En zou het kunnen dat ‘schrik aanjagen’ de enige manier is waarop de boodschap van die boemerang echt aankomt?

Terrorisme

In de afgelopen vier Prikkers (Wat was en IS 123 en 4) gaf ik een historische schets waarin IS kon ontstaan. In deze Prikker blijf terrorisme het onderwerp. Onze overheid, de Nationaal coördinator terrorismebestrijding (Nctv), omschrijft terrorisme als volgt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Ook terreurdeskundige Beatrice de Graaf lijkt terrorisme en terreur te zien als afkomstig van groepen die zich met geweld tegen de samenleving afzetten. In haar DWDD college noemt zij terroristen de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis’. Terreur als wapen van de zwakkeren. 

Door terrorisme en terreur op deze manier te framen blijft een heel belangrijk aspect van terreur buiten beschouwing. Een deel dat wel eens cruciaal zou kunnen zijn bij het bestrijden van terreur. Voor dat deel eerst naar het woord terrorisme. Terrorisme is, volgens de Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Een ‘daad van terreur’ is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Terrorisme is daarmee het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van georganiseerd politiek geweld. 

Bron: wikipedia

Terrorisme kan volgens deze definitie gericht zijn tegen de regering of bevolking. Volgens deze definitie is terrorisme ook georganiseerd politiek geweld van een overheid tegen haar bevolking. De overheid als terrorist? Dat klinkt vreemd in de oren. Toch is het niet zo vreemd als het klinkt. Als we teruggaan naar de oorsprong van het woord terreur dan komen we uit bij la Terreur met een hoofdletter na de Franse revolutie van 1789. In Liberté schreef ik er al iets over. De belangrijkste vertegenwoordiger van het programma dat ten grondslag lag aan de periode die nu la Terreur heet was Maximilian Robespierre en die was, volgens Palmer in Colton in de zesde editie van hun boek A History of the Modern World (pagina 376): “determined … to bring about a democratic republic made up of good citizens and honest men.” Om zover te komen moest men af van ‘slechte burgers’ en ‘oneerlijke mensen.” Hoe doe je dat? “A Committee of General Security was created as a kind of supreme political police. Disigned to protect the Revolutionary Republic from it’s internal enemies, the Terror struck at those who were in league against te Republic, and those who were merely suspected of hostile activities.” En dat was een uitgebreid palet aan mensen: “It’s victims ranged from Marie Antoinette and other royalist to the former revolutionary colleagues of the Mountain, the Girondin leaders; and before the year 1793-1794 was over, some of the old Jacobins of the Mountain who had helped inaugurate the program went also to the guillotine.” in totaal verloren zo’n 40.000 mensen hun hoofd en honderduizenden werden gearresteerd en vastgehouden.

La Terreur, de naam van deze periode is uiteindelijk in de negentiende eeuw als een leenwoord vanuit het Frans in het Nederlandse woordenboek verschenen. Terreur heeft haar naam dus te danken aan geweld van de overheid tegen haar burgers. Burgers die als een bedreiging werden gezien voor de Franse republiek. De Franse revolutionaire republiek is trouwens niet de enige die zich aan dergelijke terreur heeft bezondigd. De Russische, Chinese, Iraanse en anderen deden hetzelfde. Sterker, het lijkt min of meer eigen aan revoluties dat na de omwenteling een periode van terreur volgt. Terreur als middel van de machthebbers tegen de eigen bevolking. Stalin startte in 1934 met wat we nu de ‘grote zuivering’ noemen. Die periode volgde trouwens op een terreurcampagne tegen de ‘koelakken’, de boeren. Hitler startte in dezelfde periode met iets soortgelijks. Na de Rijksdagbrand van 1933 startte hij een terreurcampagne tegen zijn gevaarlijkste vijand, de communisten. Die verdwenen in het gevang en in speciaal ervoor gebouwde concentratiekampen. Kampen die later ook werden gevuld met socialisten en andere bedreigingen voor zijn regime. Mao deed het in China zelfs twee keer, eerst tussen 1952 en 1956 toen iedereen gelijkgeschakeld werd tot ‘nieuwe mens’ en vanaf 1966 onder de vlag van de ‘Culturele revolutie’. 

In de ruim tweehonderd jaar dat we het woord terreur kennen, is de dader ineens het slachtoffer geworden. Door deze bijzondere gedaantewisseling verdwijnt terreur door de overheid buiten beeld. Dit terwijl terreur door de overheid veel gevaarlijker is dan terreur door ‘klunzen en losers van de geschiedenis’. De overheid heeft immers het machtsmonopolie. En zoals ik in het laatste deel van Wat was en IS al schreef, staat de geschiedenis: “bol van ‘gesol’ door de machtigen. De onmachtige reageren op dit gesol, zij moeten zich hiertoe verhouden. De machtigen passen vervolgens hun gesol weer aan aan die reactie.”

Laten we eens met de originele bril van terreur, dus met de overheid als dader, naar reacties van overheden op aanslagen kijken. Na de aanslagen van 11 september verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan ‘terreur’ en Nederland ging hierin mee, net als alle andere westerse landen. Artikel 5 van de NAVO trad in werking: een aanval op één is een aanval op allen. In een oorlog gelden andere regels dan in een normale samenleving. Het normale recht wordt opzij gezet. Als we kijken naar de resultaten dan zien we dat dit tot zeer veel doden heeft geleid, dat past in het frame van een oorlog. In een oorlog schakel je je tegenstander uit en heten toevallige slachtoffers ‘collateral damage’. Het heeft tot heel weinig veroordelingen door een rechter geleid. Ook dat past in het oorlogsframe, daar geldt het oorlogsrecht. En dat werd, zie het voorbeeld van de gevangenen in Guantanamo Bay, zelfs opzij geschoven. 

Bron: Flickr 

Politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten kregen veel ruimere bevoegdheden tot het verzamelen van gegevens over mensen. In de strijd tegen het IRA-terrorisme kreeg de Britse politie in de jaren zeventig via de Prevention of Terrorism Act (PTA) uitgebreidere bevoegdheden waaronder het zonder aanklacht vasthouden van mensen gedurende minimaal 48 uur zonder dat de arrestant aanspraak kon maken op de rechten die een normale arrestant heeft. Neem de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv) in Nederland. Een bijzondere wet. Bijvoorbeeld artikel 39 lid 1: “De diensten zijn bevoegd zich bij de uitvoering van hun taak, dan wel ter ondersteuning van een goede taakuitvoering, voor het verzamelen van gegevens te wenden tot bestuursorganen, ambtenaren en voorts een ieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.” Hiervoor hoeven ze zich alleen maar te legitimeren als zijnde van de inlichtingendienst een rechterlijk bevel is niet nodig. Of en zo ja hoe en met welke gevolgen die ‘bestuursorganen, ambtenaren en iedereen die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken’ zo’n verzoek naast zich neer kunnen leggen, daar rept de wet niet over.

‘Als je niets verkeerds hebt gedaan, dan hoef je je daar geen zorgen over te maken’. Dat is een veel gehoorde reactie als iemand bezwaren maakt tegen deze extra bevoegdheden voor de overheid. Een argument dat geen hout snijdt. De geschiedenis van de Britse PTA laat zien dat ook onschuldige mensen het slachtoffer werden van deze wet. De Amerikaanse ervaringen met Guantanamo Bay laten iets soortgelijks zien. De Toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) die moet toezien op de toepassing van de Nederlandse Wiv constateerde in haar eerste rapport: “De TIB heeft het grootste deel van de verzoeken als rechtmatig beoordeeld. Tegelijk constateert de TIB dat in een aantal gevallen de door de minister verleende toestemming als onrechtmatig is beoordeeld.” Niets verkeerd doen is daarmee geen garantie dat je je ‘geen zorgen’ hoeft te maken. De overleden journalist Willem Oltmans zou erover mee kunnen praten. Hij ontving in 2000 achtmiljoen gulden schadevergoeding van de Nederlandse staat omdat die hem jarenlang had tegengewerkt en zijn reputatie had geschaad. Trouwens, zelfs als dit allemaal feilloos verloopt, dan nog is een overheid zoals de Britse, die mensen zonder aanklacht vasthoudt en die zonder tussenkomst van een rechter informatie over iemand verzamelt, een reden tot zorg. Dergelijk handelen, ook al is het gebaseerd op een wet, staat op gespannen voet met het zijn van een rechtstaat.

Zeker als we wat dieper in de overheid als ‘terorismebestrijder duiken.“Terrorismebestrijding in Nederland richt zich niet alleen op de gewelddaden zelf, maar ook op het traject daarvóór. Aan terroristische daden gaat een proces van radicalisering vooraf. Het streven is om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk te onderkennen, zodat met behulp van persoonsgerichte interventies voorkomen kan worden dat zij terroristisch geweld gaan plegen.” Zo is te lezen op de site van de Nctv en: “Deze combinatie van preventieve en repressieve maatregelen staat bekend als de ‘brede benadering’ en wordt al lange tijd met succes in Nederland toegepast.” Veiligheidsdiensten die radicalisering zo vroeg mogelijk willen onderkennen omdat het vormen van radicale gedachten een voorstadium kan zijn van het toepassen van geweld. Nu is radicaal een rekbaar begrip. Radicaal is volgens Van Dale: “iemand die verregaande hervormingen wil.” Maar wie bepaalt wat radicaal is? Wat voor de een een vergaande hervorming is, is voor de ander een eerste kleine stap in een bepaalde richting. Zo kun je met recht en rede betogen dat een pleidooi voor een basisinkomen een verregaande hervorming is. Het staat immers haaks op de gangbare opvattingen over de rol van onze sociale zekerheid. Een werkloosheidsuitkering stond echter ook jarenlang haaks op de gangbare opvattingen. Zelfs een democraat was eeuwenlang een radicaal. 

Iedereen loopt dus het risico om te worden gezien als radicaal en dus als potentieel subject van bemoeienis door de overheid. De Nctv hierover: Tegenwoordig gaat de grootste dreiging uit van een mondiale politiek-religieuze strijd: het jihadisme. Maar ook terrorisme uit andere hoeken, bijvoorbeeld rechtsextremisme, wordt tegengegaan. Het uitgangspunt is dat terrorisme dient te worden voorkomen en bestreden, ongeacht de ideologische achtergrond.” Daar waar de overheid van dader, slachtoffer van terreur is geworden, wordt de burger van slachtoffer potentieel dader. Een bijzondere positiewisseling waardoor terreur door de overheid niet lijkt te bestaan, terwijl dat de grootste bedreiging voor onze vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat is.

Natuurlijk moeten we proberen om te voorkomen dat verschrikkelijke aanslagen zoals die in New York, Londen, Parijs, Madrid, Berlijn enzovoorts worden gepleegd. Dergelijke aanslagen brengen veel leed met zich mee. Het zijn en blijven, om De Graaf te citeren, ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’. Klunzen en losers die niet van ons kunnen winnen, maar waar we wel van kunnen verliezen’ om die spreuk van Johan Cruijff nog maar eens te gebruiken. Overheidsacties gericht tegen groepen mensen en waarbij de groep niet duidelijk is afgegrensd, herbergen het risico om uit te draaien op terreur door de staat. Ervaringen uit het verleden laten zien dat er niets zo vernietigend is voor een samenleving als terreur door een staat tegen inwoners.

Bron: Wikipedia

Zoals al aangegeven, zijn er weinig daders van terrorisme voor de rechter verschenen. Deels omdat ze zichzelf van het leven beroofden en deels omdat ze werden gedood door veiligheidstroepen. Dat is jammer omdat de kracht van onze rechtstaat juist de rechtspraak zou moeten zijn: het eerlijke proces. Dat zou ook zo moeten zijn voor de partners van IS strijders die zijn nagereisd naar Syrië en Irak. Deze partners en hun kinderen wordt het nu bijna onmogelijk gemaakt om naar Nederland terug te keren. Dit terwijl zij in bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Zo laten we de sterke kant van onze rechtspraak onbenut en dat is een eerlijk proces, het uitzitten van straf en vervolgens weer als vrij burger genieten van de voordelen van onze vrije, open, inclusieve, democratische samenleving. Door te laten zien dat je fouten mag maken, maar dat je na je straf er weer bij hoort.

De weg naar winst maakt gebruik van en versterkt ondertussen de belangrijkste kenmerken van die vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat. Dat doet zij door mensen die geweld gebruiken op te sporen en volgens de normale procedures van het gewone strafrecht te  berechten. Dat doet zij door alle opvattingen en ideeën een plek te geven in het openbare gesprek en debat. Dat doet zij door uit te stralen dat iedereen erbij hoort. Dat doet zij door, zoals ik in Fraternité schreef, door vrijheid, gelijkheid en broederschap op een evenwichtige manier met elkaar te verbinden. Dat doet zij niet door het frame van de ‘oorlog tegen terrorisme’. Dat doet zij ook niet door de roep om meer en verdergaande bevoegdheden voor de overheid in de ‘strijd tegen terrorisme’. Dat doet zij niet door een overheid die zich via een Nctv gaat bezighouden met het denken van mensen en hun al dan niet ‘radicale’ opvattingen. Dat zijn maatregelen waardoor we ‘van ze kunnen verliezen’.


Gekozen formateur?

Deze week publiceerde de commissie Remkes haar eindrapport. Een kloek document van bijna 400 pagina’s. Ik heb ze nog niet allemaal gelezen. Wel heb ik de samenvatting, of zoals ze dat noemen de publieksversie, gelezen. De opdracht van de commissie was: “kijken of onze democratie nog goed werkt en ook te onderzoeken of die in de toekomst goed zal blijven werken. Ons politieke systeem is al honderd jaar bijna hetzelfde gebleven. De samenleving is in die honderd jaar natuurlijk wel enorm veranderd. Zijn er veranderingen of aanpassingen in onze democratie nodig?” Conclusie: er moet wat veranderen en daarvoor doet de commissie aanbevelingen. Over een van die aanbevelingen, de ‘gekozen formateur’, wil ik het hier hebben.

Foto: Flickr

“De commissie-Remkes vindt dat de kiezers op de dag van de Tweede Kamerverkiezingen ook zélf de formateur van het nieuwe kabinet moeten gaan kiezen. Daarmee kunnen ze duidelijk maken wie volgens hen het nieuwe kabinet moet gaan vormen. De kandidaat-formateurs kunnen dan vóór de verkiezingen duidelijk maken met welke partijen zij samen in een kabinet willen gaan zitten.” Ik ben benieuwd naar de verdere uitwerking van dit idee omdat het wat vragen oproept.

Nu is het gebruik dat de leider van de grootste regeringspartij uiteindelijk de formateur levert. Alleen komt die pas aan zet na een periode waarin de partijen in ‘achterkamertjes’ onderhandelen over een regeerakkoord. Als dat er is, formeert de formateur het kabinet. Betekent dit voorstel dat de ‘onderhandelingen’ over het regeerakkoord al voor de verkiezingen plaatsvinden? Dat zou betekenen dat partijen al voor de verkiezingen een regeerakkoord schrijven en dat wij als kiezer ons uit kunnen spreken over die verschillende regeerakkoorden. Dat betekent ook dat de partijen al voor de verkiezingen aangeven wie de leider van hun ‘coalitie’ is. Dat is vooruitgang, dan weten we tenminste waar we op stemmen.

Maar wat als er zo drie of vier ‘blokken’ zijn van partijen en geen van hen behaalt een meerderheid? Wie wordt dan ‘formateur’? Of moet er dan, net zoals nu, weer worden onderhandeld over een regeerakkoord en wie minister-president wordt? Dan schieten we er niets mee op.

Dat zou je natuurlijk kunnen voorkomen door de tweede verkiezingsronde tussen de twee grootste blokken. Dan is er een duidelijke winnaar. Of een andere oplossing, je voert een districtenstelsel in en hanteert het systeem dat degene die de meeste stemmen krijgt, al is het geen meerderheid, de kamerzetel krijgt.

Maar wacht eens. Waar kennen we die varianten van? Kent Frankrijk niet de eerste variant? En de Engelsen en de Amerikanen de tweede? Staat de democratie er in die landen zoveel beter voor?

Meerdere minderheden

“Milieugroepen zeggen dat ze het algemeen belang dienen, kinderrechtenclubs ijveren voor ruimhartig asiel, gefortuneerde stichtingen werpen zich op als bewakers van de open samenleving namens – ja namens wie eigenlijk?”  Die vraag stelt Martin Sommer in zijn column in de Volkskrant. “Hun bezigheden roepen anders dan die van Shell of Unilever weinig vragen op.” Aanleiding voor zijn column: Georges Soros die via zijn stichting invloed probeert uit te oefenen en dat is tegen het zere been van Sommer: “Deze vorm van privatisering van de macht leidt net zo goed tot daling van het vertrouwen als de bemoeienis van het bedrijfsleven.”  Want het levert: “onevenwichtige besluiten, ook omdat het ontbreekt aan belangstelling voor de overgrote groep die geen Open Society Foundation heeft.” De meerderheid als slachtoffer van de minderheid?

Foto:  Wikimedia Commons 

Voordat ik daarop inga, eerst even het betoog van Sommer: “De mooie pluralistische theorie zegt dat democratie er vooral is voor de bescherming van minderheden tegen de meerderheid,” zo schrijft Sommer: “Maar dat is niet de praktijk. In werkelijkheid weten goed georganiseerde minderheden hun privébelangen beter te verkopen dan de meerderheid.” Minderheden die: “zich niet om vervelende afwegingen die politici moeten maken, om de beperkingen van de schatkist, of om onbedoelde gevolgen.”

Sommer heeft een punt met zijn beweging dat al deze actiegroepen en stichtingen net als de lobby van bedrijven niet de hoeders zijn van de open samenleving. Het zijn behartigers van een specifiek belang dat wordt ‘omgekat’ tot het algemeen belang. Maar geldt dat niet ook voor de programma’s van politieke partijen? Hebben ze niet allemaal gemeen dat ze zeggen het algemeen belang na te streven? Dat ‘toevallig’ het algemeen belang het beste gediend is met hun specifieke belang, dat is is toch ‘logisch’. Kun je hen dat verwijten? Moet je Soros verwijten dat hij strijdt en betaalt voor zijn ideeën? Is dat niet wat iedereen doet? 

Ja, echte democratie is inderdaad het beschermen van de minderheid tegen de meerderheid. Maar is er hier wel sprake van ‘de’ meerderheid die het aflegt tegen een minderheid?  Ja er is een club die haar belang wil doorzetten, maar is er aan de andere kant een meerderheid? Bestaat die meerderheid niet gewoon uit een verzameling minderheden met ook allemaal ‘eigen belangen’ of soms zelfs geen belangen? 

Als dit tot ‘onevenwichtige besluiten’ leidt, ligt dat dan niet aan degenen die het besluit moeten nemen?

De keuze van de kiezer

Volgens Willem Melching houden politici niet echt van democratie. De reden: “De kiezers doen maar wat! En wat zo mogelijk nog erger is: ze hebben ook nog overal een eigen mening over. Vooral over cruciale vraagstukken hebben ze opvattingen gekregen die niet meer stroken met de overtuiging van de ‘boven ons geplaatsten’.”  Gelukkig heeft Melching de oplossing: “Het zou zomaar kunnen dat het zinvol is om eens naar de kiezer te luisteren. Dat was oorspronkelijk namelijk de bedoeling van dit prachtige politieke systeem.”  Zou het werkelijk zo makkelijk zijn? Melching waarschuwt: “wie de angsten van de kiezers negeert, verliest vroeger of later het vertrouwen van hen.”

verkiezingen.jpg

Foto: Flickr

Melching noemt drie beleidsterreinen  waar: “diepe verschillen tussen de opvattingen van de beroepspolitici enerzijds en hun ondankbare kiezersvolk anderzijds.”  Zo hebben: “De kiezers (…) niet alleen twijfels over het nut van het Europees project, maar ze vertikken het ook nog om de grenzen te openen voor massa-immigratie. Ook weigeren ze hardnekkig hun spaarcentjes in de bodemloze put van het klimaatbeleid te storten.” Dat Europese project heeft: “Economische voorspoed gebracht. Maar waarom moeten de Noord-Europese spaarders hun spaarcentjes laten verdampen om de Zuid-Europese economie op de been te houden?” Het asielbeleid is nog van voor de Koude oorlog en: “dat beleid is geen passend antwoord op een massa-immigratie van ongeschoolde landverhuizers uit Afrika en het Midden-Oosten.” En: “Waarom moet Nederland het voortouw nemen met het klimaatbeleid terwijl opkomende economieën hun prijzen laag houden dankzij kolen- en kerncentrales?”  Luisteren naar ‘de kiezer’ betekent dus geen cent naar Zuid-Europa. De grenzen potdicht en niets doen aan de klimaatproblemen.

Toch zie en spreek ik ‘kiezers’ die er heel ander over denken. Sterker nog, ik ben er zelf eentje. Is het wel zo dat we onze ‘zuur verdiende’ spaarcenten aan de Italianen en Grieken geven? Als er bijvoorbeeld in Griekenland iets niet op de been is gehouden, dan is het de economie. De gemiddelde Griek is uitgeknepen als een citroen. Zijn het niet veeleer onze eigen banken die we zo voor een tweede keer hebben gered? Dezelfde banken die grof verdienden aan alle constructies die ze verzonnen?

Dan die potdichte grenzen. Veel dichter dan nu kunnen ze bijna niet. Alleen de ‘hoog opgeleide kenniswerkende migrant’ is welkom. Dit terwijl arbeidsmigratie zowel ons als ook het land van herkomst helpt.

En ja, Nederland moet het voortouw nemen omdat Nederland het probleem mee heeft veroorzaakt. Al is het maar om de stroom vluchtelingen te voorkomen. Dat ‘voortouw’ kan trouwens lucratief zijn. Goede oplossingen kun je immers ‘verkopen’ waardoor die opkomende economieën geen kolencentrales hoeven te bouwen. Het is trouwens maar zeer de vraag of die opkomende economieën nog wel kolencentrales gaan bouwen terwijl er zonnecellen zijn. Trouwens kan Nederland het voortouw nog wel nemen? Heeft China dat niet genomen omdat wij het lieten liggen?

Ja meneer Melching, dé kiezer bestaat niet. Er zijn kiezers. Daarnaar luisteren levert een veelheid aan opvattingen, ideeën en meningen op, niet slechts de uwe. Naar wie moeten ze luisteren?