Uitgelicht

Jihadisten en onze rechtstaat

Tijdens het kort geding verklaarde hij dat de Nederlandse overheid jihadisten moet terughalen omdat ze verplicht is om ‘mensenrechtenschendingen jegens haar onderdanen’ te voorkomen. Kijk, ik snap best dat je als advocaat je cliënten adequaat moet verdedigen. Maar zou dat alsjeblieft met wat minder grote woorden kunnen? Met wat minder lachwekkende ook?” Zo schrijft Elma Drayer in haar column in de Volkskrant. Die ‘hij’ waarover Drayer schrijft is André Seebregts. Vanuit de emotie is het betoog van Drayer te volgen. In één zin spreken over jihadisten en mensenrechten dat lijkt een gotspe. Zijn de woorden van Seebregts wel zo lachwekkend?

Bron: Pixabay

Zeker deze jihadisten steunden  een moorddadig en bruut regime en het bleef niet bij steunen alleen. Ze leverden er vaak ook nog een bijdrage aan. Voor de misdaden die zij hebben begaan moeten zij worden gestraft. Zwaar worden gestraft. Dat staat buiten kijf. Zoals ook buiten kijf staat dat zij bij voorkeur berecht moeten worden op de plek waar zij die misdaden hebben begaan. Als dat om welke reden dan ook niet kan, dan is berechting in Nederland aan de orde. 

Wat ook buiten kijf staat, is dat Nederland een rechtstaat is en dat het de plicht is van de Nederlandse overheid om mensenrechtenschendingen jegens haar onderdanen te voorkomen. Die plicht heeft de Nederlandse overheid jegens al haar onderdanen, wat zij ook op hun kerfstok hebben. Die plicht heeft de overheid jegens een onschuldig iemand die om dubieuze redenen in een Turkse gevangenis verdwijnt. Die plicht heeft zij ook jegens een van drugshandel beschuldigde persoon in Thailand, en een meervoudig moordenaar en verkrachter in Paraguay. Die plicht heeft de Nederlandse overheid ook jegens een jihadist in Irak of Syrië. 

‘Maar die heeft door daden toch alles verspeeld waar Nederland voor staat?’ Hoor ik velen van jullie denken. Dat klopt, maar dat ontslaat de Nederlandse regering niet van haar plicht om zich in te zetten om mensenrechtenschendingen tegen hem of haar te voorkomen.

Een rechtstaat kenmerkt zich nu juist door haar principes ook toe te passen op degenen die haar regels met voeten hebben getreden. Onder andere daarom heeft vrouwe Justitia een blinddoek om. Zo lachwekkend zijn de uitspraken van Seebregts niet. Door die regels niet van toepassing te verklaren op bepaalde mensen, zoals de VVD doet, wordt de bijl gezet in een van de de belangrijkste pijlers onder onze rechtstaat. Dat is niet lachwekkend, dat is zorgwekkend.

Uitgelicht

Wij, ons en de klimaatverandering

“Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn eerste neiging was om meteen weer om te draaien. Ik was nog nooit in een situatie geweest waarin ik tegenover de sterke arm der wet had gestaan – laat staan in een situatie waarin ik moedwillig arrestatie riskeerde.” Dit schrijft cabaretier Tim Fransen in de Volkskrant over zijn deelname aan een actie van Extinction Rebellion. Fransen gebruikt filosofen in zijn voorstellingen. Ook bij de verdediging van zijn daad van burgerlijke ongehoorzaamheid beroept hij zich op een filosoof en niet de minste: Thomas Hobbes.

Bron: Flickr

Fransen: “In een democratische rechtstaat hebben overheid en burgers een sociaal contract met elkaar gesloten. Wij burgers geven de overheid de macht om ons aan wetten te binden. … Als het gaat om klimaatverandering, komt de overheid haar kant van het sociale contract niet na. Dat is niet de mening van een stelletje radicale klimaatgekkies, dat is het officiële oordeel van de rechter. In de Urgenda-zaak oordeelde de rechter in 2015 dat de Nederlandse staat te weinig doet om de klimaatdoelen te halen, een vonnis dat het Haagse hof afgelopen maand nog eens heeft bekrachtigd. De uitspraak is helder: de Nederlandse staat komt zijn grondwettelijke zorgplicht niet na; hij is nalatig in het beschermen van zijn burgers tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering.” Geen speld tussen te krijgen: de overheid komt haar verplichtingen niet na en dus mag de burger zich verzetten. Of toch wel?

Voor degenen die het niet weten, Hobbes is de schrijver van het boek Liviathan. Voor Hobbes is de natuurlijke toestand van de mensheid een gewelddadige strijd van allen tegen allen en is het leven ‘eenzaam, arm, bruut en kort’. Maar gelukkig heeft de mens dat ooit ingezien en heeft hij een contract gesloten met een heerser. Met dat contract gaf de mens zijn vrijheid op in ruil daarvoor verschafte die heerser veiligheid. De theorie van het sociale contract is ontwikkeld in de strijd tussen die vorst en het volk. Nou ja het volk, de beter gesitueerden zoals de hogere adel. Dit zie je ook terug in het Plakkaat van Verlatinghe waarmee de lokale vorsten van de opstandige Provinciën de Spaanse koning afzworen. Hobbes schreef zijn boek in 1651, een tijd van vorsten en almachtige heersers.

Fransen schrijft zijn verdediging in 2019, in de tijd van, in ieder geval in dit deel van de wereld, de democratische rechtsstaat. En met het woord democratisch komen we op een bijzonder punt. Die overheid, die haar verplichtingen niet nakomt, is door de inwoners van Nederland gesanctioneerd. De Tweede Kamerleden zijn gekozen door de Nederlanders om hen te vertegenwoordigen en namens hen het land te besturen. Zo ziet het huidige ‘sociale contract’ om in de termen van Hobbes te blijven, eruit. Wij, de inwoners van dit land, hebben onze vertegenwoordigers gekozen en die besluiten namens en voor ons. Zijn ‘wij’ het die ‘ons’ niet goed beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering?

Uitgelicht

Vrijheid door regels

“Als we kijken naar de samenstelling van de Nederlandse wet- en regelgeving dan kan men ook niet anders dan concluderen dat minimaal de helft kan worden geschrapt. Een sanering van de Rijksoverheid en haar ambtenarij met ten minste 50% zou een zegen voor het land zijn.” Zo die zit! Moet Teunis Dokter hebben gedacht toen hij deze regels schreef in zijn korte artikeltje bij De Dagelijkse Standaard. Nu is Dokter niet de eerste die roept dat ‘de helft’ van de regels en overheid overbodig zijn. Ronald Reagan riep het ook al. En dan vaak ook gevolgd door woorden gelijk aan die van Dokter dat: “de economie gestimuleerd (wordt) en (…) mensen de vrijheid  zullen krijgen die ze ook verdienen.” Een paar vragen en opmerkingen bij dergelijke oproepen.

Bron: Wikipedia

Als eerste de vraag, welke regels behoren tot die overbodige? Omdat de roep van Dokter al zo oud is en deregulering al jaren overheidsbeleid is, zou ondertussen toch al wel duidelijk moeten zijn welke regels overbodig zijn. Dat die duidelijkheid er naar al die jaren nog niet is, zou dat kunnen betekenen dat er toch veel minder overbodige regels zijn dan Dokter suggereert? Dokter zal best veel regels kunnen aanwijzen die hij overbodig vindt. Zijn betoog lezend, denkt hij vooral aan milieuwetten. Alleen vinden anderen die regels juist belangrijk en dringen ze aan op naleving. Dat is precies wat Urgenda heeft gedaan. Dat is ook wat die, zoals Dokter ze noemt, “schimmige juristenkartels” hebben gedaan met de ‘stikstofregels’. Ze hebben aangedrongen op naleving van wetgeving.

Waarom investeren bedrijven graag in het volgens Dokter, ‘over gereguleerde’ Nederland en Duitsland maar niet in Congo, Liberia of Eritrea? In zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme schrijft de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang hierover: “regulering die de vrijheid van individuele bedrijven beperkt, het collectieve belang van het hele bedrijfsleven kan dienen, om nog maar te zwijgen van de natie als geheel. … Veel regulering helpt gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen.”

‘En China dan?’ Kun je tegen werpen. Chang: “De Chinese economie werd de afgelopen drie decennia van snelle groei op soortgelijke wijze zwaar gereguleerd. Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd in de hoop dat dit de zakelijke activiteiten zou stimuleren en hun groei zou versnellen. Maar op raadselachtige wijze groeiden zij trager dan in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” De ‘soortgelijke wijze’ waar Chang het over heeft, verwijst naar Zuid-Korea, Taiwan en Japan die China voorgingen.

Dan de vrijheid van de individuele mens. Zou het voor een individu niet precies hetzelfde zijn als voor een bedrijf? Zijn de regels die de vrijheid van het individu beperken niet juist bedoeld om het collectieve belang van de hele samenleving te dienen? Verplicht rechts rijden beperkt het individu maar dient het belang van de samenleving en daarmee ook het belang van het individu. Immers als iedereen voor zich zelf bepaalde op welke manier wordt gereden dan stond het verkeer voornamelijk stil. 

Als laatste een vraag? Waarom willen zovelen van elders naar hier komen? Zo graag dat ze het risico op dood door verdrinking en slavernij in Libië voor lief nemen?  Waarom komen ze liever naar hier dan dat ze hun geluk beproeven in Saoedie Arabië of Koeweit? Landen met een hoger bruto nationaal product dan Nederland. Als het om de welvaart zou gaan, dan zouden de deuren van die Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten worden platgelopen door migranten. Of zou dat een gevolg zijn van die ‘ veel te veel’ regels die onze vrijheid ‘belemmeren’?

Natuurlijk moeten wetten en regels iets toevoegen, moeten ze zo eenduidig mogelijk te handhaven zijn. Daar zal iedereen het mee eens zijn. Zou het echter niet kunnen dat regulering hand in hand gaat met vrijheid en (economische) ontwikkeling?

Uitgelicht

Maatschappijleer voor Kamerleden

“Waanzinnig. Miljoenen euro’s voor illegalen in Amsterdam. In plaats van ze vast- of uit te zetten krijgen ze bakken met geld voor feestjes, vlogcursussen en naailessen. Kabinet moet ingrijpen en GroenLinks burgemeester Halsema ontslaan! Snel Kamerdebat!” Een bericht dat fractievoorzitter en enig partijlid van de PVV Geert Wilders de digitale ether in heeft geslingerd zo lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Nu kunnen ze in de Amsterdamse ‘grachtengordel’ in het algemeen en bij GroenLinks in het bijzonder en burgemeester Halsema nog meer in het bijzonder, niet veel goeds doen in de ogen van Wilders en dus de PVV. Dit bericht is wel heel bijzonder.

Bron: WikimediaCommons

Het bericht doet mij uitroepen: onstla Wilders! Maar ja, tot wie moet je die boodschap richten? Kamerleden ontslaan gaat niet. Ze kunnen uit hun fractie en zelfs uit hun partij worden gekieperd. Nou ja ze, dat geldt dan weer niet voor Wilders want hij is zoals gezegd de PVV. Waarom een roep om het ontslag van Wilders. Omdat je van kamerleden, en zeker van een Kamerlid als Wilders dat al meer dan twintig jaar in functie is, mag verwachten dat ze bekend zijn met de inrichting van ons staatsbestel. Dat ze weten welk bestuursorgaan bevoegd is en welke volksvertegenwoordiging waarvoor verantwoordelijkheid draagt. Daarom een lesje maatschappijleer voor kamerlid Wilders.

Laten we het korte bericht van Wilders eens onder de loep nemen en bekijken wat de redenen zijn die Wilders aandraagt om burgemeester Halsema de laan uit te sturen. Als eerste ‘de miljoenen’ die Amsterdam vrijmaakt voor de opvang van illegalen. Het budgetrecht, het recht om te bepalen hoeveel geld waarvoor beschikbaar wordt gesteld, ligt bij de gemeenteraad. Daarvan is Halsema de voorzitter maar ze heeft geen stemrecht. Die ‘miljoenen euro’s’ zijn Halsema daarmee niet te verwijten. Dat kan en mag geen reden zijn om een burgemeester te ‘ontslaan’.

“In plaats van ze vast of uit te zetten …,” vervolgt Wilders zijn bericht. Een burgemeester, het college van burgemeester en wethouders noch een gemeenteraad is niet bevoegd om mensen vast te zetten noch om hen het land uit te zetten. De politie mag iemand in bewaring stellen zoals vastzetten in juridische termen heet. De bevoegdheid om iemand het land uit te zetten is toebedeeld aan de Dienst Terugkeer & Vertrek. Deze dienst is een onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat illegalen niet in bewaring worden gesteld of worden uitgezet kan daarmee geen reden zijn om Halsema te ontslaan. Wil Kamerlid Wilders dat illegalen in bewaring worden gesteld en uitgezet dan moet hij de minister van Veiligheid en Justitie daarop aanspreken. Dat aanspreken is zijn rol en taak als Kamerlid.

Dat er met het geld dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” worden verzorgd, is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Daarvan is burgemeester Halsema een van de leden. Als die “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” reden zijn voor ontslag van een bestuurder, dan zou dat wethouder Groot Wassink moeten zijn. Hij heeft ‘Vluchtelingen en Ongedocumenteerden’ in zijn portefeuille. Daarbij is het niet aan de Tweede Kamer noch aan de regering om een bestuurder van een gemeente daarvoor te ‘ontslaan’. Een gemeentebestuurder dient zich in de gemeenteraad te verantwoorden en het is aan de gemeenteraad om het vertrouwen in een bestuurder op te zeggen, te ‘ontslaan’ om Wilders’ terminologie te gebruiken. Dat mensen die op straat leven, de dak- en thuislozen om de beleidsterm te gebruiken, worden opgevangen is nu juist wel een verantwoordelijkheid van het Amsterdamse gemeentebestuur. Daarbij is het niet relevant wat de ‘wettelijke status’ van de betreffende persoon is.

Een dergelijk gebrek aan elementaire kennis van de bestuurlijke verhoudingen in Nederland bij iemand die al twintig jaar in de Tweede Kamer zit, is schrijnend en in mijn ogen een reden voor ‘ontslag op staande voet’. Maar ja, er is niemand die zittende Kamerleden kan ‘ontslaan’. Zij kunnen alleen door de kiezer worden ‘ontslagen’. Nu kan ik mij niet voorstellen dat Wilders dit niet ook weet en dat maakt het nog schrijnender. 

Uitgelicht

Scheuren en besturen

Ik heb pech lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Ja echt waar! Het staat er echt: “Automobilisten hebben pech! Maximum snelheid snelwegen naar beneden voor stikstof.” Wat is er aan de hand? De eerste alinea van het artikel licht het toe: “De invoering van de maximumsnelheid naar 130 km/u overdag op de A2 tussen Maarssen en Holendrecht is de komende tijd van de baan. Op vier andere snelwegen gaat de maximumsnelheid ook naar beneden.” 

Bron: Wikipedia

Nu zijn dat plekken waar ik als automobilist zelden tot nooit kom. Dus met mijn ‘pech’ zal het wel meevallen. Bovendien scheur ik zelden 120 laat staan 130 km/u. Ervaring heeft mij geleerd dat op de snelweg rijden het meest soepel en ontspannen gaat als je tussen de 100 en 110 km/u rijdt. Trouwens, niet alleen het meest soepel en ontspannen, maar ook veel zuiniger. Dit allemaal zonder dat het me bijzonder veel meer tijd kost. De meeste tijdwinst die je behaalt door 130 km/u te rijden, verlies je weer als je de snelweg verlaat en de verkeerslichten, rotondes en drempels treft.

Tot zover mijn pech. Nu even naar iets anders in dit bericht. Naar de oorzaak van de snelheidsverlaging. Volgens de auteur van het artikel, Bart Reijmerink, is ‘stikstof’ de oorzaak. Volgens mij is ‘de stikstof’, net als bij al die bouwprojecten die nu moeten worden stopgezet, niet de oorzaak maar de aanleiding. Het lijkt mij sterk dat ‘de stikstof’ iets verbiedt. Daartoe is de stof niet in staat, die kan ons geen verboden opleggen. De stof kan zich niet eens uiten. Daarom moet de oorzaak elders liggen. Stikstof is daarmee hooguit de aanleiding.

Wat zou dan wel de oorzaak kunnen zijn? Het artikel meldt dat: “de overheid niet zomaar iets kan beslissen wat tot een verhoging van de stikstofuitlaat,” leidt. Dat heeft de hoogste bestuursrechter uitgesproken. Dan is die de oorzaak! Ho, ho dat gaat iets te snel. De hoogste bestuursrechter toetst besluiten aan de wetten, die maakt ze niet. Dus de wet is de schuld! Wie heeft die wet vastgesteld? Dat heeft de volksvertegenwoordiging, de Tweede en Eerste Kamer, gedaan. Dan zijn die de oorzaak!

Ja, de volksvertegenwoordiging is de oorzaak. Maar er is een mede oorzaak: de regering. Want de regering stelt wetten voor die de volksvertegenwoordiging vast kan stellen. Dezelfde regering die besluiten neemt om de snelheid te verhogen. En als iemand zich aan de wet moet houden dan zijn het de bestuurders van overheden, het Rijk, de provincies, gemeenten en de waterschappen. De bestuurders van een gemeente heten niet voor niets wethouders. 

Uitgelicht

Meervoudige persoonlijkheidsstoornis

Ik weet het even niet meer. Ik ben in de war en vraag me af of het aan mij ligt? Waar het over gaat? Over het gebruik van verdovende middelen of met een andere term stimulerende middelen want de een gebruikt ze om zijn ellende te verdoven en de ander om in een ‘ vrolijke’ bui te komen. Ze zijn er in soorten en maten maar wat ze allemaal gemeen hebben, is dat je eraan verslaafd kunt geraken. En nu ik dit schrijf en denk over wat er nog komen gaat, weet ik dat ik niet in de war ben, maar ‘iemand’ anders. ‘Wie’ dat volgt later. 

Bron: Wikipedia

De meest gebruikte verdovende of stimulerende middelen zijn alcohol en tabak. Dan heb je wiet (cannabis), heroïne, cocaïne, qat en nu vergeet ik vast nog wel wat middelen die zijn gemaakt van natuurlijke producten`. De laatste twee decennia zijn ‘chemische’ middelen in opkomst. Middelen zoals XTC die in een laboratorium in elkaar worden geknutseld en in pilletjes worden gestanst. Als laatste heb je ‘doe-het-zelf-drugs zoals GHB. Middelen die je zelf in elkaar kunt knutselen met spullen, zoals gootsteenontstopper, die je in de winkel kunt kopen. Allemaal hebben ze in meer of mindere mate een stimulerend en/of verdovend effect, afhankelijk van wat de gebruiker ermee wil. Allemaal zijn ze verslavend en kunnen ze een mens ten gronde richten.

Tabak en alcohol zijn gewoon in supermarkt en speciaalzaak te koop. Zo kocht ik vandaag een fles Ouzo bij de plaatselijke slijter. Even ‘for the record’, alcohol is het enige van al die middelen die ik soms nuttig. Alcohol heb je, net als tabak, in verschillende soorten zwaarte. Je hebt lichte, milde en zware tabak, sigaren, sigaretten, pijp- en pruimtabak. In een pilsje zit 5% alcohol, maar je hebt ook bieren met 8 en zelfs 15%. Wijn zit ook rond die 15% en in rum en andere sterke dranken zit 40% of meer alcohol.

Wiet heb je ook in verschillende soorten en maten. Het is illegaal maar het gebruik en bezit van een kleine hoeveelheid wordt gedoogd. Het spul produceren is verboden. Dit leidt tot de bizarre situatie dat een ‘slijter van wiet’ wel een kleine hoeveelheid in bezit mag hebben en verkopen, maar  het niet mag inkopen. Het wordt dus in de illegaliteit (criminaliteit) geproduceerd en verhandeld. Het geld dat ermee wordt verdiend moet door de ‘witwasser’. Nu start onze regering een experiment om aan deze bizarre situatie iets te veranderen. In 10 gemeenten start een proef met het legaal telen van wiet (hennep) voor inwoners van die stad die er behoefte aan hebben.  

Komen we bij de harddrugs. Daaronder vallen alle chemische drugs en ook heroïne en cocaïne. Het gebruik ervan is niet strafbaar. Bezitten, verhandelen of het maken ervan wel. Je mag iets dat je niet mag hebben wel gebruiken. De handel en productie gebeurt ook hier in de illegaliteit en is dus in handen van criminelen die er sloten met geld mee verdienen. Sloten die, zoals een Amsterdams rapport duidelijk maakt, weer een weg zoeken naar de bovenwereld. Sloten die bovendien tot openbare geweldpleging leiden en een devaluatie van de prijs van een moord. Of zoals RTL Nieuws het formuleert: “Achter de schermen zouden de criminele handelaren aan de top van de piramide zich ongehinderd kunnen verrijken. In de onderlinge strijd tussen de ‘bazen’ in de drugscriminaliteit worden concurrerende zaken beschoten of handgranaten achtergelaten.” Om daar wat aan te doen wordt de drugsgebruiker aangesproken: zijn gebruik maakt die criminele activiteiten mogelijk. De gebruiker van het spul kan dat pareren door te zeggen: ‘mijn gebruik is niet het probleem, het probleem is dat jullie het illegaal hebben gemaakt.’

Toch vreemd dat verschillende soorten verdovende/stimulerende middelen zo verschillend worden benaderd terwijl hun schadelijk effect op de gezondheid overeenkomt. Alcohol en tabak zijn legaal, harddrugs illegaal en softdrugs hangt er tussenin en lijken steeds legaler te worden. Vanwaar dit verschil?  Waarom is het ene toegestaan en het andere verboden? Is de overheid in de war of is het erger en lijdt zij aan een meervoudige persoonlijkheidsstoornis?


Who wants to rule the world

“En laten wij concluderen dat de regeldruk onder Frans Timmermans gewoon verder is toegenomen.” Met die zin sluit Rutger van den Noort zijn artikel op de site Opiniez over de Europese regeldruk en de rol van Frans Timmermans daarin, af. De Europese Commissie wilde ‘dereguleren’ en Timmermans kreeg de taak daarvoor te zorgen.

“In de periode-Timmermans kwamen er van 2015 tot en met 2018 5268 EU-regels bij,” schrijft Van den Noort. Dat zijn er minder dan de vier jaar ervoor maar, zo constateert: “De teller had op een negatief aantal nieuwe wetten moeten staan. Voor iedere goede ingediende wet zouden een paar andere wetten moeten zijn vervallen. Met een ‘wegstreepwet’ had je gemakkelijk een hele serie andere wetten kunnen liquideren. Maar dat is niet gebeurd.” En hij concludeert: “Nu we bijna vijf jaar later het net ophalen, zien we dat er niets van terecht is gekomen.”

Nu is de EU hierop geen uitzondering en dat constateert Van der Noort ook. Ook in Nederland zijn er: “ 1000 regelingen bijgekomen de laatste tien jaar” En ook in de VS: “dan zien we dat er vorig jaar weliswaar een piek van 442 nieuwe wetten bijkwam, maar dat de trend al jaren dalend is. Zo lag het aantal nieuwe wetten in de jaren ‘80 nog op 600 per jaar.” Een dalende trend, maar als je die vergelijkt met de 1000 in tien jaar in Nederland, dan zijn het er in een jaar nog altijd ruim vier keer zoveel. En dat in een land dat geregeld door ‘politieke twisten’ is verlamd.

Nu kun je je afvragen of je moet streven naar minder regels. Ja, regelvermindering klinkt leuk en het scoort goed in de publieke opinie. Maar toch. Eens even luisteren naar de Zuid Koreaanse econoom Ha-Joon Chang. In zijn boek 23 Dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme behandelt hij ook de regeldruk. Op pagina 220 stelt hij een interessante vraag: “In  het begin van de jaren negentig publiceerde het in Hongkong gevestigde Engelstalige zakenblad Far Eastern Economic Review een speciaal nummer over Zuid Korea. In een van de artikelen verbaasde het blad zich over het feit dat hoewel er tot wel 299 vergunningen nodig waren van wel 199 instanties om in het land een fabriek neer te zetten, Zuid Korea in de drie voorafgaande decennia met 6 procent per jaar was gegroeid. Hoe was het mogelijk? Hoe kan een land met een zo verstikkend stelsel van regelgeving zo snel groeien?”

Gelukkig beantwoordt hij de vraag in de volgende pagina’s. Zijn eerste verklaring: “… in een land dat snel groeit en waar zich voortdurend nieuwe zakelijke kansen aandienen, weerhoudt zelfs de rompslomp van 299 vergunningen zakenmensen er niet van een nieuw project op te starten. Wanneer er daarentegen weinig valt te verdienen als de zaak eenmaal rond is, zullen zelfs 29 vergunningen te veel zijn.”  Dus als we er maar voor zorgen dat het aan het einde loont, belemmeren regels niet.

Chang gaat verder: “ Een belangrijke reden waarom sommige landen waar het bedrijfsleven zwaar gereguleerd is het economisch heel goed hebben gedaan, is dat veel regels in feite goed zijn voor bedrijven.” Dat lijkt helemaal in strijd met de algemene opvatting dat reguleren belemmert. Gelukkig verduidelijkt Chang zich: “regulering (kan) bedrijven (…) helpen door te voorkomen dat ze de basis van hun voortbestaan op lange termijn ondermijnen.” Denk bijvoorbeeld aan milieumaatregelen die uitputting of vernieling van de omgeving voorkomen zoals regels tegen overbevissing. Maar ook regels tegen kinderarbeid of te agressieve verkoop van leningen. En zo zijn er vast nog wel meer voorbeelden te noemen van regels die helpen.

“Veel regulering helpt de gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen,” zo betoogt Chang. Ik zou aanvullend hierop willen zeggen: ‘zo helpt regulering ook om mensen tegen bedrijven en elkaar te beschermen, terwijl andere regels ons dwingen om dingen te doen waardoor onze samenleving ook op termijn leefbaar te houden.’ En daarom, om met Chang af te sluiten: “Alleen als we dat onderkennen, kunnen we zien dat het niet om de absolute hoeveelheid regels gaat, maar om wat ermee beoogd wordt en wat ze behelzen.”