Uitgelicht

Risicovermijding

Een week of twee geleden, zo vlak na de intocht van Sinterklaas vroeg ik me af of we de Sint zouden kunnen vragen om bij onze bestuurders, volksvertegenwoordigers  en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand in de schoen te stoppen. Dit naar aanleiding van de gebeurtenissen rond die intocht.

Angst

Foto: Flickr

Afgelopen week konden de ‘anti-piet-demonstranten’ als nog demonstreren en werd alles uit de kast getrokken om dit mogelijk te maken: “Begeleid door negen ME-busjes, twee sleepwagens, een politiewagen en elf motoragenten vertrokken drie bussen vol demonstranten zaterdagochtend naar Dokkum, om daar alsnog te demonstreren tegen Zwarte Piet,” aldus de Volkskrant. Elders viel te lezen dat onderweg op- en afritten werden afgezet om de drie bussen inclusief ‘begeleidende’ voertuigen ongehinderd naar Dokkum te laten rijden. De voorzitter van de politievakbond ACP van de Kamp becijferde dat deze stoet de belastingbetaler wellicht een half miljoen heeft gekost en dat: “Dit gaat ten koste van ander politiewerk dat al flink onder druk staat.” Dat was weer tegen het zere been van Volkskrantcolumnist Sheila Sitalsing: “Het zou er beslist een stuk goedkoper op worden als we in de grondrechten zouden snoeien.”

Dit hele gebeuren roept een vraag op, namelijk of de te passieve houding van de overheid van twee weken geleden niet is ingeruild voor een te actieve houding nu? Als onze overheid zich dit twee weken geleden had gerealiseerd en de ballen had gehad, dan had ze de betreffende snelweg vrijgemaakt en de bussen toen fijn naar Dokkum laten rijden alwaar de demonstranten, volgens afspraak, hun mening hadden kunnen uiten.

Demonstreren is een grondrecht dat slechts bij hoge uitzondering en liefst nooit, verboden mag worden. Tegen mensen die een demonstratie proberen te verhinderen, moet worden opgetreden. Optreden door hinderaars te verwijderen en, indien nodig, op te pakken. Dat had, zoals hierboven al geschreven, twee weken geleden moeten gebeuren. Is het optreden van nu niet het andere uiterste? Door als overheid als ‘reisleider’ op te treden van demonstranten en hen met inzet van veel middelen een paar bussen honderdvijfenzestig kilometer lang te begeleiden met zoveel materieel en personeel?

Zou Sint een dosis gezond, democratisch verstand anders hebben geïnterpreteerd? Of zouden de bestuurders mijn schrijven van twee weken geleden verkeerd hebben begrepen? Is zowel die passieve als die actieve houding niet ingegeven door het uit willen sluiten van elke vorm van risico? Dus gebaseerd op angst en zoals het spreekwoord luidt: angst is een slechte raadgever?

Uitgelicht

Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland

“Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevige portie moed te geven.” Hiermee eindigde mijn prikker van eergisteren. Dit omdat demonstraties (vrije meningsuitingen) steeds vaker worden verboden met een beroep op de openbare orde. Terwijl in een vrije democratische samenleving de vrije meningsuiting (en dus demonstraties) juist een belangrijk kenmerk is van de de niet verstoorde, dus normale orde.

Vrijheidsbeeld

Foto: Pixabay

Ik moest hieraan denken toen ik het volgende las bij Joop:

“Enkele relatief nieuwe extreemlinkse antiracistische actiegroepen bestaan voornamelijk uit actievoerders met een migrantenachtergrond. Zij strijden tegen (in hun ogen) racistische en koloniale symbolen in de Nederlandse maatschappij, zoals Zwarte Piet, de VOC, straatnamen en standbeelden. De bekendste actiegroepen hiervan zijn Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw.”

Dit is afkomstig uit het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 46 van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding.  Voor wie het wil controleren klik hier, vervolgens op de Download en kijk dan op pagina 8.

Nu heb ik zelf zo mijn bezwaren tegen de manier waarop deze actiegroepen het verleden selectief gebruiken en soms zelfs misbruiken voor hun strijd in het heden. Ook heb ik moeite met de hun manier van redeneren. Aan de andere kant voel ik mee met mensen die minder prettige gevoelens krijgen bij bijvoorbeeld zwarte piet, of die meer aandacht willen voor bijvoorbeeld de slavernij.

Kenmerk van een goed functionerende democratie is dat er een publiek debat is over gevoelige onderwerpen. Een debat waarbij iedereen zijn zegje mag doen. Waar de toon soms geagiteerd is en het volume soms hoog. Dat alles past en hoort erbij. Geweld hoort er niet bij en als we de in het Dreigingsbeeld genoemde clubs Kick Out Zwarte Piet en De Grauwe Eeuw iets moeten nageven dan is dat ze de strijd met woorden voeren. Dat ze zich keurig aan de spelregels van de democratie houden. Dat ze voor iedere demonstratie keurig een vergunning aanvragen. Complimenten daarvoor.

Wat mij wel zorgen baart is dat ze meestal worden bedreigd en dan niet op de overheid kunnen rekenen. Dat zij zo worden beperkt in hun recht om hun mening te uiten. Wat mij nog het meeste zorgen baart, is dat zij worden genoemd in een rapport over terrorismedreiging in Nederland uitgegeven door de overheid, door de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding. Want is vrije meningsuiting een daad van terrorisme? Wat is er trouwens extreem links aan hun standpunten?

Ik neem in ieder geval de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding op in mijn ‘Dreigingsbeeld Anti-Democratie Nederland’.

PS. Zou deze Prikker ertoe leiden dat ik in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland 47 verschijn?

Uitgelicht

Gezond, democratisch verstand

“In een tijd van preventie, controle en het minimaliseren van risico’s kiezen bestuurders steevast voor ‘de openbare orde’.” Woorden uit een artikel van Cinan Çankaya in de Volkskrant. Aanleiding voor zijn artikel is de hele heisa rond de anti-zwarte-piet demonstranten die door pro-zwarte-piet demonstranten werden belemmerd om te demonstreren, een demonstratie waarvoor de burgemeester een vergunning had afgegeven. Çankaya concludeert:

“Zorgvuldig omgaan met grondrechten blijkt ook voor het Nederlandse bestuur, de politieorganisatie en een belangrijk deel van haar inwoners een probleem te zijn.”

demonstratie

foto: Wikimedia Commons

Het gaat mij niet om zwarte piet, daar heb ik al eerder mijn zegje over gedaan en daar laat ik het bij. Het gaat mij om het begrip ‘openbare orde’. Dat begrip wordt, samen met het woord veiligheid, vaak gebruikt als er weer eens een demonstratie of manifestatie wordt verboden door een burgemeester. Een burgemeester die bang is voor verstoring van die openbare orde. Om te bepalen of die openbare orde wordt verstoord, moet eerst duidelijk zijn hoe die niet verstoorde orde eruitziet, wat behoort tot de normale orde?

In onze democratie is het in het openbaar kunnen uiten van je mening een belangrijk grondrecht. Met mijn prikkers maak ik gebruik van dit recht. Demonstreren is ook een manier om je mening te uiten. Demonstreren kun je in je eentje en ook in een groep. Betekent dit niet dat het uiten van je mening, ook in de vorm van een demonstratie gewoon tot de normale orde behoort en dus die orde niet kan verstoren?

Begin dit jaar schreef ik hier al, naar aanleiding van Turkse ministers die op bezoek kwamen en wilden komen, over. Ik stelde toen de vraag: “ Zou niet slechts bij hoge uitzondering, of liever nog nooit, een bijeenkomst of demonstratie verboden mogen worden?” Die prikker eindigde met de vraag: “Zijn onze bestuurders niet veel te angstig en bewijzen ze de democratie en onze vrijheden niet een slechte dienst door vanuit deze angst te handelen?”  Vragen die we ook nu weer, of eigenlijk nog steeds, kunnen stellen.

Wellicht kunnen we de sinterklaastijd gebruiken om het tij te keren. Hoe? Door Sinterklaas te vragen om onze bestuurders, volksvertegenwoordigers en onszelf een dosis gezond, democratisch verstand en vooral een stevig portie moed te geven. Dat zou het door Çankaya gesignaleerde probleem oplossen.

Uitgelicht

Neutraliteit uitstralen

“Volgens het College voor de Rechten van de Mens is het maken van indirect onderscheid niet verboden, zolang daar goede redenen voor zijn, zoals het waarborgen van neutraliteit en objectiviteit middels een neutrale, uniforme gezagsuitstraling bij politieambtenaren.”

Een korte vertaling in de Volkskrant van de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens in een zaak aangespannen door Sarah Izat. Izat mocht bij het opnemen van aangiftes per ‘beeldverbinding’ geen hoofddoek dragen als ze een uniform droeg, dit terwijl ze dat wel mocht als ze geen uniform droeg. Dat was voor Izat reden om de zaak aanhangig te maken bij het College en dat gaf haar dus gelijk.

Kerk van het Vliegend Spaghettimonster

Illustratie: Wikipedia

Natuurlijk moet een politieagent herkenbaar zijn als politieagent. Alhoewel natuurlijk, een politieagent in burger, bijvoorbeeld van de recherche, is niet aan zijn kleding te herkennen. Die kan gewoon in spijkerbroek en t-shirt van zijn favoriete artiest werken. Mag een rechercheur wel een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dragen?

Het maakt mij niet uit of iemand al dan niet een hoofddoek, kruis, keppel, vergiet (ja, van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster)  draagt of welk ander kerkgenootschap dan ook aanhangt. Van mij en gelukkig ook van onze grondwet mag iedereen geloven en aanhangen wat hij wil. Het gaat mij erom of de neutraliteit en objectiviteit van de overheid wordt gewaarborgd door het verbieden van het zichtbaar dragen van religieuze of levensbeschouwelijke symbolen? Of omgekeerd, komt de neutraliteit en objectiviteit van de overheid in gevaar als een van haar vertegenwoordigers zichtbaar een symbool van zijn religie of levensbeschouwing draagt?

Kan een boete voor te snel rijden worden gegeven op een islamitische, sikh of Spaghettimonster manier? Of moet een politieagent met een hoofddoek, keppel, kruis of vergiet dezelfde wet handhaven op dezelfde manier? Zit de objectiviteit en neutraliteit van de overheid en dus ook van de politie niet juist in consequent en consistent gedrag en handelen en niet in de persoon en de de overtuigingen van de agent? Handelen gebaseerd op de geldende wet- en regelgeving.

Zouden we de gedragscode uit 2011 die stelt dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor geüniformeerde agenten, niet moeten herzien? Zegt het jaartal 2011, met het eerste kabinet Rutte dat met gedoogsteun van de PVV aan de macht was, niet al genoeg over de achtergronden van deze richtlijn?

Uitgelicht

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Uitgelicht

In der Beschränkung zeigt sich der Meister

“De bevordering van emancipatie van LHBTI en mensen met een beperking is belangrijk en door verschillende maatschappelijke groeperingen onder de aandacht gebracht. Er worden verschillende maatregelen tegen discriminatie genomen zoals de aanvulling van artikel 1 van de Grondwet tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en een beperking.” 

Een van de zaken waar het pas gestarte kabinet mee aan de slag gaat, dat staat tenminste in het regeerakkoord.

discriminatieFoto: Flickr

Goed dat de gelijke behandeling van mensen en het voorkomen van discriminatie van mensen op grond van hun sexualiteit of eventuele beperking ter hand wordt genomen. Artikel 1 van de Grondwet luidt nu: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” Als ik het goed begrijp, worden seksuele voorkeur en beperking aan dit lijstje toegevoegd. Toch een kritische noot hierbij. Niet bij het doel, maar het middel dat het kabinet wil inzetten, het aanpassen van dit artikel.

Wordt het artikel in de Grondwet sterker door er nieuwe categorieën aan toe te voegen? Waar eindigt het toevoegen van categorieën? Hoe zit het met ouderen, jeugdigen, mensen met flaporen, grote neuzen, dikke derrières? Moeten die ook aan het lijstje worden toegevoegd? Gebeurt er door het toevoegen van groepen en categorieën niet iets bijzonders, namelijk dat juist de nadruk wordt gelegd op deze groepen en categorieën? Worden zij zo niet ongelijk behandeld terwijl juist gelijke behandeling het doel is?

Zou het niet veel sterker zijn om, als de Grondwet toch moet worden gewijzigd, de gehele laatste zin weg kunnen laten en het artikel beperken tot ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld”? Maakt dat het artikel niet veel sterker omdat het precies dat zegt wat we bedoelen, namelijk dat iedereen in gelijke gevallen gelijk wordt behandeld. Dat ongelijke behandeling niet mag? En als er dan echt toch een tweede zin moet zijn, zou die dan niet beperkt moeten worden tot ‘Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan’?

Een kort maar krachtig artikel. Zou dat niet een beter middel zijn om dat doel te bereiken. Of om een Duits spreekwoord aan te halen dat het nog beter uitdrukt:

In der Beschränkung zeigt sich der Meister.

Uitgelicht

Morele meetlat

In het kader van de maand van de vergeten geschiedenis publiceert De Correspondent Ewald Vanvugt over de Nederlandse betrokkenheid bij de opiumhandel in de Oost. In dat artikel beschrijft Vanvugt hoe eerst de VOC en vervolgens de Nederlandsche Handel-Maatschappij met medeweten van de toenmalige overheid 350 jaar lang heeft gehandeld in opium. Iets wat volgens Vanvugt bijna niet wordt gemeld in de geschiedenisboeken. Vanvugt:

“En groot was mijn verbazing dat in de vele boeken en publicaties die in Nederland na 1950 over Oost-Indië waren verschenen, de lucratieve opiumhandel in Azië soms vluchtig werd genoemd, maar verder werd doodgezwegen. Het zwijgen wist het verleden uit te wissen alsof het nooit gebeurde.”

Opiumkit

Foto: Wikimedia Commons

Nu hoeven we ons er niet over te verbazen dat de VOC ook in opium handelde. En verborgen? Het is gewoon op Wikipedia te vinden. In die tijd handelde men, net als tegenwoordig trouwens, in alles wat los en vast zat. Als er geld mee te verdienen was, dan kon je er vergif op innemen dat erin werd gehandeld. De mores van die tijd waren heel anders dan die van tegenwoordig.

Daarmee kom ik bij het punt dat ik wil maken en dat is de vraag of in dit artikel  het verleden niet verkeerd wordt beoordeeld? Net als trouwens in veel publicaties die tegenwoordig over het verleden die tegenwoordig de pers halen. Verkeerd omdat het langs de morele meetlat van nu wordt gelegd, terwijl de mores in die tijd anders waren.

Neem de titel van het artikel van Vanvugt: “Nederland runde eeuwenlang een drugskartel (en betaalde er zijn oorlogen mee).” Dat er mensen schade ondervonden van opiumgebruik, staat buiten kijf. Het gebruik van het moderne woord ‘drugskartel’ suggereert iets misdadigs terwijl de opiumhandel in die tijd volkomen legaal was. In die tijd bestonden er geen lijsten met verboden verdovende middelen.

Zijn die mores trouwens wel zo anders? Dat er voor profijt oorlogen werden gevoerd, gebieden werden veroverd, ‘koningen’ werden afgezet en mensen vermoord, hoeft niet te verbazen, dat gebeurt tegenwoordig immers nog steeds. Zie bijvoorbeeld de bevrijding van Koeweit of de inval in Irak om Saddam Hoessein te verwijderen.

Kunnen we ons niet beter concentreren op het langs de huidige morele meetlat leggen van onze huidige daden? Bijvoorbeeld ons ijveren voor vrede, vrijheid en democratie langs de ‘Turkije-deal’ en de opvang in de regio?