Uitgelicht

De keuze van de kiezer

Volgens Willem Melching houden politici niet echt van democratie. De reden: “De kiezers doen maar wat! En wat zo mogelijk nog erger is: ze hebben ook nog overal een eigen mening over. Vooral over cruciale vraagstukken hebben ze opvattingen gekregen die niet meer stroken met de overtuiging van de ‘boven ons geplaatsten’.”  Gelukkig heeft Melching de oplossing: “Het zou zomaar kunnen dat het zinvol is om eens naar de kiezer te luisteren. Dat was oorspronkelijk namelijk de bedoeling van dit prachtige politieke systeem.”  Zou het werkelijk zo makkelijk zijn? Melching waarschuwt: “wie de angsten van de kiezers negeert, verliest vroeger of later het vertrouwen van hen.”

verkiezingen.jpg

Foto: Flickr

Melching noemt drie beleidsterreinen  waar: “diepe verschillen tussen de opvattingen van de beroepspolitici enerzijds en hun ondankbare kiezersvolk anderzijds.”  Zo hebben: “De kiezers (…) niet alleen twijfels over het nut van het Europees project, maar ze vertikken het ook nog om de grenzen te openen voor massa-immigratie. Ook weigeren ze hardnekkig hun spaarcentjes in de bodemloze put van het klimaatbeleid te storten.” Dat Europese project heeft: “Economische voorspoed gebracht. Maar waarom moeten de Noord-Europese spaarders hun spaarcentjes laten verdampen om de Zuid-Europese economie op de been te houden?” Het asielbeleid is nog van voor de Koude oorlog en: “dat beleid is geen passend antwoord op een massa-immigratie van ongeschoolde landverhuizers uit Afrika en het Midden-Oosten.” En: “Waarom moet Nederland het voortouw nemen met het klimaatbeleid terwijl opkomende economieën hun prijzen laag houden dankzij kolen- en kerncentrales?”  Luisteren naar ‘de kiezer’ betekent dus geen cent naar Zuid-Europa. De grenzen potdicht en niets doen aan de klimaatproblemen.

Toch zie en spreek ik ‘kiezers’ die er heel ander over denken. Sterker nog, ik ben er zelf eentje. Is het wel zo dat we onze ‘zuur verdiende’ spaarcenten aan de Italianen en Grieken geven? Als er bijvoorbeeld in Griekenland iets niet op de been is gehouden, dan is het de economie. De gemiddelde Griek is uitgeknepen als een citroen. Zijn het niet veeleer onze eigen banken die we zo voor een tweede keer hebben gered? Dezelfde banken die grof verdienden aan alle constructies die ze verzonnen?

Dan die potdichte grenzen. Veel dichter dan nu kunnen ze bijna niet. Alleen de ‘hoog opgeleide kenniswerkende migrant’ is welkom. Dit terwijl arbeidsmigratie zowel ons als ook het land van herkomst helpt.

En ja, Nederland moet het voortouw nemen omdat Nederland het probleem mee heeft veroorzaakt. Al is het maar om de stroom vluchtelingen te voorkomen. Dat ‘voortouw’ kan trouwens lucratief zijn. Goede oplossingen kun je immers ‘verkopen’ waardoor die opkomende economieën geen kolencentrales hoeven te bouwen. Het is trouwens maar zeer de vraag of die opkomende economieën nog wel kolencentrales gaan bouwen terwijl er zonnecellen zijn. Trouwens kan Nederland het voortouw nog wel nemen? Heeft China dat niet genomen omdat wij het lieten liggen?

Ja meneer Melching, dé kiezer bestaat niet. Er zijn kiezers. Daarnaar luisteren levert een veelheid aan opvattingen, ideeën en meningen op, niet slechts de uwe. Naar wie moeten ze luisteren?

Uitgelicht

Boris Voltaire?

Kent u ze ook? Die broeken waarvan het kruis ongeveer op de enkels hangt en de zakken op de knieën. Een geheel dat wordt afgemaakt met het zicht op ongeveer de volledige onderbroek. Een onderbroek met daarop prominent de merknaam van het ‘goede’ merk. Als ze zich bukken dan wordt het nog geperfectioneerd met een blik op het behaarde ‘decolleté’. Welk weldenkend mens hijst zich in zo’n veredelde vuilniszak? Hoeveel mensen zouden zich nu ten diepste beledigd voelen? Dat deze zinssnede ‘haatmisdrijven legitimeert’? Zou premier Rutte nu vinden dat ik, bij het beschrijven van andermans uiterlijk, aanstootgevende taal heb gebruikt? Dan zouden Cecile Narninx en Arno Kantelberg op moeten gaan passen.

sagging pants

Foto: Flickr

Nu vervangen we die broek door een boerka en de vuilniszak door een brievenbus, de Ballonnendoorprikker door Boris Johnson en dan zijn de Britse rapen gaar. Dan zijn er vele mensen die zich ten diepste beledigd voelen. Dan zijn er mensen die vinden dat haatmisdrijven worden gelegitimeerd en dan zegt de Engelse premier May: “Ik vind dat Boris Johnson bij het beschrijven van andermans uiterlijk aanstootgevende taal heeft gebruikt.”

Er zijn mensen waarvoor de boerka meer is dan een kledingstuk. Het is een stuk van hun overtuiging, hun identiteit en het dan afdoen als een brievenbus is lomp. Al kan ik me voorstellen dat er ook mensen zijn die de laaghangende ‘vuilniszak’ ook tot hun identiteit rekenen. Dat lompe past dan weer bij de manier waarop Johnson op mij overkomt, als een lompe boer die alleen maar kijkt naar zijn eigen belang. Alleen dan een boer met een ‘kak’ afkomst. Deze woorden over Johnson zeggen niets over zijn persoon, ze zeggen iets over de schrijver ervan.

Net zo zeggen Johnsons woorden niets over de drager van een boerka. Johnson geeft geen beschrijving van het uiterlijk van iemand, hij heeft niemand beledigd, nog iemand opgeroepen om een ‘haatmisdrijf’ te plegen. Hij heeft alleen verteld waaraan een boerka hem doet denken. Zijn woorden zeggen iets over Johnson. En, en dat was het belangrijkste van zijn verhaal, dat het iedereen vrij staat om ervoor te kiezen een boerka te dragen. Dat het niet aan de staat is om ‘kledingvoorschriften’ te geven. 

Eigenlijk doet hij zich voor als een ‘eigentijdse’ Volaire en zegt hij: ‘Ik verafschuw hoe u zich kleedt, maar ik zal uw recht om het te dragen met mijn leven verdedigen.’ Al betwijfel ik of Johnson er het leven voor wil laten. Is het niet vreemd dat velen over Johnson heen vallen vanwege zijn ‘modekritiek’, terwijl ze hem eigenlijk zouden moeten steunen? Is het niet vreemd dat daar vooral veel ‘bewust boerka-dragers’ over Johnson heen vallen terwijl ze Johnson dankbaar moeten zijn dat hij zich aan hun zijde schaart? Zouden zij niet moeten zeggen: ‘beste Boris, om Voltaire aan te halen, ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen”.’ 

Borden en het bos

De overheid en begrijpelijk communiceren, dat is een lastige combinatie. Mensen vragen duidelijkheid en die wringt vaak met juridische vereisten of ‘slagen om de arm’ die een bestuurder wil houden. Bezuinigen wordt  ‘besparen’, sparen heeft immer een positieve betekenis, je legt een appeltje voor de dorst opzij. Weer een ander maakt er ‘ombuigen’ van, een andere richting nemen, ook dat klinkt positief. Tijdens een wandeling door mijn woonplaats Venlo werd mij duidelijk dat overheidscommunicatie ook op een andere manier lastig kan zijn.

Door de borden het bos niet meer zien

Hoe dat mij duidelijk werd? Bekijk de bijgevoegde foto. Op één punt zeven borden die mij iets duidelijk proberen te maken. Laat ik met de borden aan de rechterkant beginnen. Een goede lezer begint bovenaan de bladzijde: “Parkeervakmarkering ontbreekt.” Nu ken ik de situatie in die straat vrij goed en als je goed kijkt, dan zie de parkeervakmarkering.

Op het bord eronder lezen we: “Uitbreiding zone betaald parkeren ingangsdatum 01-01-2018.” Zou het taalkundig gezien niet logischer zijn om beide borden om te wisselen? Dat even terzijde. Zoals gezegd ken ik de situatie vrij goed en de straat waarvoor het bord staat valt al bijna twintig jaar in de betaald-parkeren-zone, dus hoezo uitbreiding? Deze twee borden geven misleidende informatie.

Dan de bordenreeks links, weer van boven naar beneden. Als eerste het bord met de hand en de munt, we gaan dus een betaald-parkeren-zone in. Oké dat begrijp ik. Dan het tweede, we gaan een betaald-parkeren-zone in. Oké, maar dat wisten we toch al, want dat vertelde het bovenste bord ons. Het derde bord. We verlaten een zogenaamde ‘blauwe zone’, een gebied waar je een parkeerschijf voor je voorruit moet leggen en je maximaal twee uur mag parkeren. Mooi dat we dat weten, maar is het niet logisch dat die zone eindigt als we een betaald-parkeren-zone ingaan? Iets wat de bovenste twee borden ons al lieten weten. De ene zone eindigt immers waar de andere begint.

Nu wordt het pas echt interessant, de laatste twee borden. Het vierde bord van boven verbiedt ons om van deze zijde deze straat in te rijden. Het vijfde, onderste, bord: fietsers mogen wel van deze kant de straat in. Als fietser heb je niets met die borden over de parkeersituatie. Als automobilist mag ik van deze zijde de straat niet in rijden, wat moet ik dan met die andere borden? Die borden geven informatie waar ik niets aan heb. Zeven borden waarvan vijf voor Piet Snot. Een gevalletje van door de ‘borden’ het bos niet meer zien?

Orgaanhandel

In de Volkskrant een interview met criminoloog en jurist Frederike Ambagtsheer. Volgens Ambagtsheer werkt het verbod op orgaanhandel niet. Als je een nier wilt kopen, dan heb je er bij wijze van spreken morgen eentje: “India, Pakistan en Egypte zijn populaire bestemmingen. Daar is een gebrekkige overheidscontrole en is het relatief makkelijk om op de zwarte markt een nier te kopen zonder dat je daarvoor wordt bestraft.” Ook vindt Ambagtsheer het: “nogal paternalistisch als je zegt: jij bent te arm, we laten jou je nier niet verkopen. Orgaanhandel is misschien immoreel, maar het is ook immoreel om mensen op de wachtlijst te laten sterven.” Bij het betoog van Ambagtsheer zijn wat vraagtekens te plaatsen.

Bakker

Foto: Pixabay

De ene immoraliteit voorkomen door een andere te begaan? Is dat niet een bijzondere manier van redeneren voor een jurist? Om te voorkomen dat ik omkom van de honger, beroof ik de bakker? Dat wordt een mooie wereld.

Is orgaanhandel werkelijk niet te voorkomen? De ‘markt’ concentreert zich in landen met een gebrekkige controle. Laat dat niet juist zien dat overheidscontrole wel degelijk succesvol is? In landen met een goede controle is die markt er immers bijna niet. Zou het wellicht kunnen helpen als de succesvolle landen, deze ‘zwakke broeders’ helpen bij de bestrijding van orgaanhandel? Kinderarbeid is ook verboden. Een verbod dat ook niet overal even goed wordt gehandhaafd en toch komen we niet in de verleiding om het verbod hier dan maar te laten varen.

Dan de morele kwestie. Als eerste de arme die zijn nier verkoopt. Is het werkelijk paternalistisch om de arme te beschermen? Hoe vrij is die arme? Laten we het eens omdraaien, zou de miljonair zijn niet verkopen voor de prijs die de arme Indiër ontvangt? Is de verkoper werkelijk vrij of wordt hij wellicht door honger en ellende van hem en zijn familie gedreven? Neem de kinderarbeid weer, een achtjarig kind zal best wel wil gaan werken om zijn arme ouders te helpen. Is het niet paternalistisch om dit te verbieden, het is immers een vrije keuze, of niet?

Als laatste, een stervende ‘wachtlijstpatiënt’? Hij heeft een natuurlijke doch dodelijke aandoening en overleeft als er tijdig een passende nier is. Is die er niet, dan sterft hij. Het is pijnlijk en tragisch voor de persoon en zijn nabestaanden, maar is het ook immoreel? Hij sterft immers een gewone natuurlijke dood en is dat immoreel?

Moraal en politiek

Naast het opgeblazen condoom, de opengesneden worm en het fokken van fruitvliegjes, was het menselijke skelet iets wat mij is bijgebleven van de biologieles op de middelbare school. Biologie werd gegeven op de zolder van het Sint Thomascollege in Venlo, de middelbare school die ik bezocht, en was het domein van twee bijzondere biologieleraren. In de Volkskrant las ik dat informateur Zalm het skelet klaar heeft van een regeerakkoord. Dit ‘skelet’ bestaat uit tabellen en doorrekeningen op financieel- en sociaaleconomisch terrein. Die tabellen en doorrekeningen zijn opgesteld in samenwerking met het Ministerie van financiën en het Centraal Planbureau. Toevallig twee organisaties waar Zalm in zijn arbeidzame leven actief is geweest. Met de economische onderbouwing van het skelet zal het dus wel snor zitten en dat moet vertrouwen scheppen.

skelet

Illustratie: Pixabay

Alhoewel vertrouwen. Gisteren schreef ik over de analyse van de filosoof Michael J. Sandel dat de Verenigde Staten gebukt gaat onder een gebrek aan inhoudelijk debat. Aan de hand van een column van Kiza Magedane eindigde ik met de vraag of dit ook in Nederland het geval zou kunnen zijn. Zou het benoemen van het financieel- en sociaaleconomisch beleid tot het ‘skelet’ een signaal kunnen zijn dat de inhoud de politiek heeft verlaten?

De formatie van een nieuw kabinet geeft meer signalen dat het morele inhoudelijke debat de politiek heeft verlaten. De angst waarmee de coalitiepartijen om thema’s met een morele lading zoals vrijwillig levenseinde of gebruik van embryo’s voor wetenschappelijke doeleinden heen lopen zou dat ook  als een bevestiging van het niet willen voeren van een moreel inhoudelijk debat kunnen worden gezien? Is ook het aan de kant schuiven van GroenLinks vanwege haar morele opvattingen over vluchtelingen, zo’n signaal?

Politiek verengt tot economie, een skelet zonder vlees en organen net als op de biologiezolder van het Sint Thomascollege? Zou een regeerakkoord niet meer moeten zijn dan een huishoudboekje?  Verdient de samenleving niet meer en beter?

Nader tot elkaar

De reactie van Patty D. Gomes op een brief van Tom van Schendel in de Volkskrant is een mooie illustratie van het verheffen van een eigen mening, opvatting of theorie tot onomstreden waarheid. Van Schendel vroeg zich in een reactie op het interview met Anoucha Zhume en eerder met Gloria Wekker af of: “beide dames nu echt denken dat zwart en wit, en alle kleuren daartussenin, werkelijk tot elkaar komen als gevolg van dit soort vreugdeloos, vingerwijzend proza?” Van Schendel pleit voor wat lichtvoetigheid “waarbij je niet het gevoel moet krijgen dat je je op glad ijs begeeft.”

ral 9010

illustratie: www.phd-24.de

Zijn gevoel heeft hem toch in de steek gelaten, want volgens Gomes staat hij op dat glad ijs. Sterker nog, hij is in een wak gereden. Van Schendels reactie is volgens Gomes: “een mooie illustratie van whiteness en white fragility. Van Schendel laat zien dat het in de anti-racismestrijd nog steeds aan zelfinzicht schort bij de meeste goedwillende witten.” Bijzondere termen Witheid en Witte fragiliteit en vooral een bijzondere redenering. Kritiek leveren op de theorie van onder andere Wekker en Zhume wordt door hen uitgelegd als een bevestiging van hun gelijk. Kritiek op hun theorie op het slavernijverleden en alle ellende daarvan in de huidige samenleving, is niet mogelijk. Dan geef je blijk van ‘witheid’ en ‘witte fragiliteit’ en laat die ‘witheid’ en ‘witte fragiliteit’ nu juist het gelijk van hun theorie bewijzen. Als ‘witte’ mag je alleen meepraten als je hun theorie, hun waarheid, onderschrijft, kritiek is onmogelijk.

In haar ijver om Van Schendel af te serveren, mist Gomes de kern van diens boodschap. Die zit verpakt in de vraag: “Maar zouden beide dames nu echt denken dat zwart en wit, en alle kleuren daartussenin, werkelijk tot elkaar komen als gevolg van dit soort vreugdeloos, vingerwijzend proza?” Het vingerwijzende proza dat zwart goed, en wit fout was in de ‘slavernij-oorlog’. Als historica zou Gomes moeten weten dat de werkelijkheid vooral grijstonen bevat. Dat mensen die via El Mina als slaaf werden ingescheept naar Amerika ook door hun kleurgenoten tot slaaf werden gemaakt en verhandeld. Dat slavernij een veelkoppig monster was en is met alle kleuren als dader en slachtoffer.

Belangrijker, is het bestrijden van hedendaagse vormen van slavernij en discriminatie niet aan alle kleuren? Zou ‘vingerwijzen’ en het centraal stellen van de eigen waarheid hierbij helpen? Zou het: “Cynisch en afkeurend doen over het Ieder1-initiatief van Nasrdin Dchar,” het afserveren van Van Schendel en anderen die de ‘witheidtheorie’ niet aanhangen, daarbij helpen? Zou zo’n houding bijdragen aan het ‘tot elkaar komen’?

Eigen boezem eerst!

Alle ellende in de wereld, nou ja in Nederland, kent twee oorzaken. Dat is het beeld dat bij mij blijft hangen na het lezen van het interview in Trouw met SP-kamerlid Renske Leijten en PVV-kamerlid Fleur Agema. De beide dames maken zich boos over de zorg in Nederland en de keuzes die er de afgelopen jaren zijn gemaakt. Allebei de dames vonden het vroeger allemaal beter. Al schetst met name Agema een bijzonder beeld van het verleden, een beeld dat in het geheel niet overeenkomt met de werkelijkheid, zoals Francisco van Jole bij Joop laat zien. Op hun eigen manier wijzen ze de schuldigen aan.

zondebok

Illustratie: De Ridderzaal

Agema: “De verzorgingshuizen gingen dicht, er is bezuinigd op de huishoudelijke hulp. Het kabinet beweert: de mensen willen het zelf. Dat is niet waar. Het moest gewoon van Brussel. We zijn besodemieterd.” Brussel heeft het gedaan. Alleen gaat Brussel niet over de (gezondheids)zorg in Nederland. Als Brussel erover zou gaan, dan zouden de zorgstelsels in de Europese landen min of meer gelijk zijn en dat is niet het geval? Toch vreemd dat ‘iemand’ die er niets over te zeggen heeft, de oorzaak is van alle ellende.

Dan mevrouw Leijten: “Minder regels als belangrijkste verandering? …. Ik zou tegen de 5000 ambtenaren van VWS zeggen: gaan jullie maar eens één dag per week werken in de zorg.” Agema complimenteert Leijten en noemt het een ‘geniale maatregel’. En ja, daar is de volgende zondebok: de ambtenaar. In zijn Haagse ivoren toren onder de Haagse stolp, leeft hij in zijn eigen wereld en de ‘echte wereld’ waar hij geen voeling mee heeft, overstelpt hij met een regelbrij en bureaucratie waar niemand op zit te wachten.

Beste dames, die ambtenaren werken in opdracht van ministers en staatssecretarissen, jullie collega-politici, die allemaal  hun ‘stempel’ willen zetten en voor een ‘standbeeld’ in aanmerking willen komen. Trouwens ook voor jullie kamerleden. Als jullie weer vragen om strenger toezicht, controle en het voorkomen van risico’s, dan gaan die ambtenaren aan de slag om jullie wensen vorm te geven. Of als jullie weer in de krant of op TV willen komen door het stellen van vragen, vaak naar aanleiding van een bericht over een ‘misstand’ als het verzonnen ‘plascontract’, dan gaan zij aan de slag om die vragen te beantwoorden.

In plaats van zondebokken aan te wijzen die niets terug mogen zeggen, zou een hand in eigen boezem jullie sieren. een hand die de hoofdrol van regering en Kamer aanstipt. Of, in termen die mevrouw Agema beter zal begrijpen: eigen boezem eerst!