Uitgelicht

Generatie geleuter!

Ik, en met mij mijn leeftijdsgenoten, hebben het gedaan. Tenminste, als we Rutger Koopmans moeten geloven. Koopmans wordt door de Volkskrant geïnterviewd. Het interview is er een in een serie. Waar gaat die serie over: “De tegenstellingen in Nederland openbaren zich in tal van geledingen. Waar ligt de oorsprong en waartoe zal het leiden? “  Koopmans was: “ooit ING-topman maar tegenwoordig actief als ondernemer bij ‘carrièretransformaties.” Wat hebben ‘we’, mijn leeftijdsgenoten en ik, gedaan?

Bron: Kinderkleurplaat.nl

Nou ‘we’ zijn schuld aan zo ongeveer alle ellende in de wereld. “Wij hebben als geen andere generatie ooit een ongelofelijke aanslag op het milieu gedaan. Pas nu schetsen we oplossingen voor 2030-2040. Zo van: ‘Na ons pensioen doen we die energietransitie wel.’ Maar de inspanningen die moeten worden geleverd, komen bij jullie terecht. Dat is nogal makkelijk. Je ziet hetzelfde bij sociale kwesties als het lerarentekort en het gebrek aan personeel in de zorg.” Zo, daar moet ik het mee doen! Mea culpa, mea culpa, mea maxima culpa dan maar? Nou, er is nogal wat af te dingen op de redenering van Koopmans.

Koopmans spreekt over generaties en zet daarbij de ‘millennials’ geboren tussen 1980 en 1994 af tegen de ‘verloren generatie X’ geboren tussen 1955 en 1970. Geboren in 1966 behoor ik dan tot die laatste generatie. De Millenials: “groeide op in welvaart tijdens de digitale revolutie, mocht zich vrijelijk ontplooien en werd als ‘schaarstegoed’ in kleine gezinnen gepamperd.”  En Generatie X: “groeide op in de naoorlogse verzorgingsstaat, maar ervoer economische terugval ten tijde van de tweede oliecrisis.” Voor de ‘millenials’ en nog jongeren onder ons, die crisis brak uit na de Iraanse revolutie in 1979. Door die revolutie, die Ayatollah Khomeini aan de macht bracht en van Iran een islamitische republiek maakte, werd de olieaanvoer vanuit dat land onzeker waardoor de prijs ervan steeg. Dit leidde tot een diepe economische crisis. 

Koopmans werpt zich, zo lees ik, op als: “onorthodox vertegenwoordiger van generatie X.” Nu begrijp ik dat Koopmans, als ondernemer, schrijver en onderzoeker van de ‘generatiekloof’, erbij is gebaat om zaken scherp weg te zetten en de waarheid of werkelijkheid soms wat aan te dikken. Dat doet het immers goed in de ‘verkoop’. En dat blijkt want hij wordt als ‘deskundige’ door de Volkskrant geïnterviewd. Nu kan ik mij van mijn jeugd ‘ten tijde van de tweede oliecrisis’ goed herinneren dat de leden van die generatie  X, onderling erg verdeeld waren over waar het met de samenleving naartoe moest. Daarin weken we trouwens niet af van de generaties voor en en na ons. Een deel van ons nam deel aan de grote demonstraties tegen ‘kernraketten’, een ander deel had liever ‘een raket in de tuin, dan een Rus in de keuken’. Door nu over ‘generaties’ te spreken als een eenheid, verhult Koopmans de verschillen tussen mensen die niets met elkaar gemeen hebben behalve hun leeftijd.

Een ander voorbeeld. Koopmans over toen hij afstudeerde op de toekomst van de verzorgingsstaat: “Terugkijkend uitte ik destijds terechte zorgen over de onbetaalbaarheid ervan (de verzorgingsstaat), maar dat gold toen als verderfelijk neoliberale taal.” Dat moet dan begin jaren tachtig zijn geweest. Die kritiek was regeringsbeleid. Het waren de jaren van Lubbers en Ruding met het ‘no nonsense’ beleid van flinke bezuinigingen op de overheidsuitgaven en de sociale zekerheid.

Echt bizar wordt het als Koopmans de volgende vraag krijgt voorgelegd: “Uw generatie verzette zich tegen oude structuren in de jaren zestig en zeventig. Maar ondertussen is niet gewerkt aan nieuwe structuren, voor ons als millennials. Voelt u zich daar schuldig over?” Hij antwoordt: “Ja, we braken vermolmde structuren af, zorgden voor democratisering en betere sociale verhoudingen. Maar toen we het goed hadden geregeld voor onszelf, met een bloem in ons haar, kozen we een nieuw mantra: ‘En nu regeert de marktwerking en is het ieder voor zich.’ We hebben als generatie die aan zet was niet het fundament gelegd voor een verzorgingsstaat nieuwe stijl, waarin het individu minder op zichzelf hoeft terug te vallen dan nu gaat gebeuren.” Tegenwoordig hebben we milieuactiviste Greta Thunberg die zich als puber inzet voor een beter wereld. Volgens Koopmans waren ik en mijn leeftijdsgenoten nog veel eerder politiek actief. Wij waren met de luiers aan en velen zelfs nog niet eens geboren laat staan verwekt, al bezig waren met het afbreken van ‘vermolmde structuren’. Nu weet ik eindelijk waarom ik, als ik kwaad was, de met de ‘Treseblokken’ gebouwde bouwwerkjes van mij broers, sloopte. Die waren vermolmd en dat had ik in mijn kwaadheid natuurlijk goed beoordeeld. Even voor de lezer, ‘Treseblokken, was een soort Lego maar dan anders en die hadden we van onze tante Trees gekregen. Alleen jammer dat ik toen nog niet wist welke ‘structuren’ ervoor in de plaats moesten komen.

Generatie geleuter!

Uitgelicht

Vaccineren

De gemeente Den Haag gaat een mobiel vaccinatieteam inzetten om de vaccinatiegraad in de stad te verhogen. “Er wordt al vaak gedacht dat vaccineren verplicht is en zo’n plan versterkt dat opdringerige gevoel,”  aldus Anne-Marie Schouten van de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken. Volgens haar is er geen hard bewijs dat vaccinatie helpt: “Er wordt beredeneerd dat bij een vaccinatiegraad van 95 procent de populatie is beschermd volgens de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Maar geef ons bewijs van die veiligheid, die is er helemaal niet. Dat is natte vingerwerk. Er zijn regio’s in China waar de vaccinatiegraad 100 procent is, en daar komen ook nog uitbraken voor. … Zolang er geen hard bewijs is over vaccinatiebescherming, mag vaccineren geen verplichting worden en mag die indruk ook niet worden gewekt.”  

Wel beste mevrouw Schouten. De Chinese statistieken zeggen wel meer. Zo groeit de economie statistisch meer dan in de werkelijkheid. Zijn er statistisch altijd minder werklozen dan in de werkelijkheid. En als er verkiezingen zouden worden gehouden, wat niet het geval is, dan zou de Communistische Partij altijd 99 procent van de stemmen halen, net als vroeger in de Sovjet Unie. Ik begrijp dat u die getallen dan ook meteen voor waar aanneemt.

Dan hard bewijs dat vaccinatie werkt. Mazelen, rode hond, polio en de andere ziektes waartegen nu wordt gevaccineerd zorgden bij veel kinderen voor levenslange ongemakken en betekende voor veel kinderen het einde van het leven. Ja, als u de kindersterftecijfers van voor en na het invoeren van de vaccinatie bekijkt, dan zult u zien dat die flink is gedaald. Er sterven bijna geen kinderen meer aan mazelen. Kinderen met de gevolgen van rode hond, zoals prinses Christina, zijn er niet meer en wanneer was het laatste geval van polio? Is dat niet het harde bewijs waar u om vraagt?

Of gelooft u dat deze cijfers door de farmaceuten gemanipuleerd worden? Dat zou dan een zwaktebod zijn aangezien u de Chinese statistieken wel blind lijkt te vertrouwen. Of pleit u samen met uw vereniging voor een experiment? Een experiment waarbij kinderen in een deel van Nederland verplicht niet worden ingeënt? Dan mag u ook aan de ouders van overleden kinderen uitleggen dat hun kind is gestorven voor uw zekerheid. En aan de kinderen die met de ongemakken van rode hond en polio moeten opgroeien dat zij met hun gebrek moeten leven, omdat u niet overtuigd was van het nut van vaccinaties.

Uitgelicht

Een graantje en de silo

Als ik me de afgelopen jaren ergens aan heb gestoord, dan is het de overdreven media-aandacht voor criminelen. Uren zendtijd, vele pagina’s in kranten, boeken over deze of gene zaak van journalisten en zelfs ‘zusjes van’. Of het nu over een ‘knuffelcrimineel’, ‘mocromafia’ of ‘motorbendes’ gaat, het kan me gestolen worden. Het is een zaak van politie en justitie, die moeten net als de slager en de bakker hun werk doen en daarmee is voor mij de kous af. Ik zal er geen Prikker aan besteden. ‘Maar waarom begin je er nu dan over?’ Een terechte vraag. Hieronder het antwoord.

Bron: WikimediaCommons

Ik begin erover omdat Jean-Pierre Geelen, de ombudsman van de Volkskrant uitlegt waarom zijn krant vorige week dertien pagina’s besteedde aan ‘de zaak Holleeder’. Geelen: “De krant had iets ‘in handen’: gedurende de laatste anderhalf jaar hadden de twee misdaadverslaggevers van de krant zes gesprekken gevoerd met de twee officieren van justitie in het Holleederproces, Sabine Tammes en Lars Stempher. Bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal, waarover al langer de ­afspraak bestond dat het direct na de uitspraak ge­publiceerd zou worden.”  En daar bleef het niet bij: “Toen diende zich interviewer Antoinette Scheulderman aan, met een ‘uniek’ (want ‘exclusief’) interview met Astrid Holleeder en haar dochter Miljuschka Witzenhausen, die zich nooit eerder had uitgesproken over haar familie. Het was aangeboden via de uitgever van Astrid Holleeder, van wie net een boek was verschenen.”  Maar: “de onderhandelingen met de uitgever liepen stroef: Astrid stond er volgens hem op dat het dubbelinterview die zaterdag geplaatst zou worden, anders dreigde een stap naar de concurrentie.” Dus toen maar pragmatische gehandeld: “Zo ontstond het idee er een themakatern van te maken. Met de twee interviews, voor de gelegenheid aangevuld met een beschouwing over de collectieve fascinatie voor het kwaad.” 

Zo wordt, zoals Geelen aangeeft: “een interessant ­inkijkje in de mediakeuken,” gegeven. Geelen verklaart daarmee het aantal pagina’s: ‘we hebben zes keer met twee officieren van justitie van justitie gesproken en dat is bijzonder materiaal. Daarnaast bood iemand anders nog materiaal over dezelfde zaak’. Dat je zo aan dertien pagina’s komt geloof ik graag. De vraag die Geelen niet beantwoordt, is waarom er überhaupt aandacht aan de zaak werd besteed anders dan een kort berichtje dat Willem H. is veroordeeld tot… . 

De dertien pagina’s zijn een gevolg van een keuze van de redactie om dat ‘exclusieve’ materiaal te verzamelen. De vraag die Geelen zou moeten beantwoorden is waarom de krant twee verslaggevers zes keer in een periode van anderhalf jaar met de beide officieren van justitie heeft laten praten. Dat is niet omdat er een artikel moest komen over het werk van een officier van justitie. Daarvoor waren gesprekken met willekeurige officieren van justitie ook toereikend geweest. Dat ‘unieke’ materiaal (want ‘exclusief’) is er gekomen vanwege een hype in de media. Een hype waarvan velen een graantje mee willen pikken. Velen zoals de uitgever van het ‘net verschenen boek’ en de auteur ervan. Maar ook de ‘misdaadverslaggevers’  van de diverse media. 

Immers als twee verslaggevers zes keer met twee stratenmakers spreken geeft dat vast ook ‘bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal. Als een stratenmakersbedrijf nog een exclusief interview met zichzelf in de aanbieding heeft ter promotie van een boek over stratenmaken, besteedt de krant dan ook dertien pagina’s aan stratenmaker? Nee, dat zal niet gebeuren. Beste ombudsman Geelen, de dertien pagina’s zijn het gevolg van een hype in de media. Een hype waarvan uw krant graag een graantje mee pikt. Alhoewel een graantje, meer een silo vol met graan.

Uitgelicht

Statistiek en de werkelijkheid

Bij Opiniez bespreekt de Amerikaanse hoogleraar economie Nikolai G. Wenzel een boek van zijn collega-econoom Paul Collier. Als ik Wenzel goed begrijp, pleit Collier in zijn boek voor minder ideologie en meer pragmatisme. Dat pragmatisme behelst herverdeling om de grote ongelijkheid te bestrijden en staatsingrijpen om marktfalen op te lossen. Volgens Wenzel: “een simplistisch boek … dat een verkeerde diagnose van de problemen geeft en hij stelt als recept meer van de giftige stoffen voor, die ons in deze moeilijke situatie hebben gebracht.” Die giftige stoffen betreft het ‘pragmatische overheidsingrijpen’ dat Collier voorstelt. Om zijn betoog kracht bij te zetten bespeelt Wenzel de loftrompet over de resultaten van het kapitalisme. Bij dat getrompetter kunnen de nodige vragen worden gesteld. 

Bron: Pixabay

Wenzel: “Op mondiaal niveau is het percentage van de wereldbevolking dat in extreme armoede leeft, gedaald van 36% in 1990 tot 10% in 2015.” Inderdaad is de extreme armoede wereldwijd gedaald. Maar is dat een verdienste van het kapitalisme? Zoemen we wat in op die daling van de armoede dan komt een groot deel hiervan voor rekening van China. In dat land leefde in 1990 nog 62% van de mensen in armoede, nu is dat nog maar 3%.  Eén probleem, China is nu niet een schoolvoorbeeld van kapitalisme. Het land wordt centraal geleid door de communistische partij.

(H)et gemiddelde inkomen van de laagste twee kwintielen is met respectievelijk 22% en 15% gestegen en het mediane inkomen is met 21% gestegen.” Ook dat cijfer zal best kloppen alleen heeft de gemiddelde Amerikaan niets aan die inkomensstijging. “In fact, despite some ups and downs over the past several decades, today’s real average wage (that is, the wage after accounting for inflation) has about the same purchasing power it did 40 years ago. And what wage gains there have been have mostly flowed to the highest-paid tier of workers,” zo concluded Pew research

Maar daarvoor kunnen ze wel meer tv en wasmachine kopen, aldus Wenzel: “Een standaardpakket huishoudelijke apparaten kostte de gemiddelde werknemer 885,6 uur werk in 1959, tegenover 170,4 uur werk in 2013. In die tijd daalden de “arbeidsuren” bij het gemiddelde loon van de werknemer van 100,5 naar 23,3 voor een wasmachine; 90,9 tot 20,7 voor een vaatwasser; en 127,8 tot 20,7 voor een kleuren-tv – en al deze voorbeelden laten kwaliteitsverandering binnen de goederen zelf buiten beschouwing.” Bovendien wordt: “Dit effect (…) nog groter door een bijzonder feit: het “hele scala van items die algemeen worden aangetroffen in Amerikaanse huishoudens, inclusief arme gezinnen, die zelfs een generatie geleden niet bestonden.” Daar heeft Wenzel een punt, een generatie geleden hadden we nog geen pc, tablet en ‘smartphone’ en die hebben ze nu wel: allemaal toegenomen welvaart. Hierbij vergeet Wenzel echter dat je nu bijna niet meer zonder die apparaten kunt, ze zijn een ‘basisgoed’. Net zoals een wasmachine dat is. Het pakket basisgoederen is gegroeid en die groei eet de winst van de goedkopere wasmachine weer op.

Wenzel gaat verder: “Evenzo zijn voor het gemiddelde Amerikaanse huishouden de voedseluitgaven gedaald in de afgelopen eeuw van een derde naar een achtste van het inkomen. Het ministerie van Landbouw in de Verenigde Staten meldt dat de voedseluitgaven als percentage van het inkomen tussen 1970 en 2007 zijn gedaald van 14% naar 9%.” Alleen zegt een gemiddelde niet veel. Als er negen mensen zijn met 0 inkomen en eentje met 100, dan is het gemiddelde inkomen 10, alleen zal niemand zich in dat gemiddelde herkennen. Zo ook voor uitgaven aan voedsel. Als de bovenste 10% hun inkomen met 100% ziet groeien en de rest gelijk blijft, dan zal het percentage dat een gemiddeld inkomen aan voedsel besteedt dalen, alleen hebben die 90% waarvan het inkomen gelijk is gebleven, daar niets aan. Het percentage dat zij aan voedsel uitgeven is nog steeds hetzelfde.

Tsja, cijfers blijven lastig.

Uitgelicht

Nexit?

Mijn woonplaats Venlo kreeg een prominente plek in de verkiezingscampagne voor het Europese Parlement. Deze keer niet omdat de in deze gemeente geboren Wilders zo’n belangrijke rol speelde. Of misschien toch omdat de partijen die Venlo als voorbeeld gebruikten, de VVD en het FdV, stemmen wilden afpakken van Wilders? Ik denk het niet. Nee, ik denk dat het met de grensligging van Venlo te maken had en het vele vrachtverkeer dat via ‘logistiek knooppunt Venlo’ het land inkomt en uitgaat. 

Zo wil het FvD weer een stevige grensbewaking invoeren om te voorkomen dat ‘migranten via Venlo ons land binnenkomen’. De VVD wil hetzelfde, voorkomen dat migranten ons land binnenkomen, maar wil Venlo ‘verplaatsten’ naar Lesbos en Lampedusa’. 

Fliegerhorst Venlo september 1944. Bron: Wikipedia

Ook wil het FvD, of tenminste een deel van die partij waartoe in ieder geval leider Baudet behoort, dat Nederland de complete Europese Unie verlaat. Bij die ideeën gaan mijn gedachten terug naar mijn jeugd. Toen stonden de douaniers aan de grenzen van Venlo. Aan de ene kant de Nederlandse die het verkeer vanuit Duitsland controleerden en aan de andere kant de Duitse die het verkeer dat vanuit Nederland het land inkwam, controleerden. Dat leidde toen al geregeld tot flink oponthoud aan de grenzen. 

Nou ja, al het verkeer. Als opgroeiende puber ging ik, net als veel van mijn leeftijdsgenoten, in de zomer graag zwemen in Walbeck net over de grens met Duitsland. Zo’n mooi en groot zwembad met een zo’n lage entreeprijs lag er in Nederland in de wijde omgeving niet. Voor vijftien Duitse Marken, in Nederlandse guldens zo’n fl. 16,50, kocht je een tienrittenkaart. Maar om daar te komen moest je de grens over en dus je paspoort meenemen en soms lang wachten. En dat wachten daar hadden we het geduld niet voor. Dus zochten we onze weg via bospaadjes en gingen we illegaal de grens over. Een beetje zoals veel vluchtelingen nu. Maar ook die werden soms gecontroleerd en dat maakte het tot een spannende fietstocht. Diezelfde en andere paadjes, werden in de jaren vijftig en zestig gebruikt om spullen, zoals boter, de grens over te smokkelen

Sinds mijn jeugd is het wagenpark in Nederland meer dan verdubbeld. Tussen mijn jeugd (1980) en 2007 nam het wagenpark met 70% toe en sinds 2007 is het wagenpark met weer zo’n 16% gegroeid. Dat zal voor onze buurlanden niet zoveel anders zijn. Als het toen al geregeld ‘stroopte’ aan de grens, hoe zal het dan zijn als er nu weer gecontroleerd gaat worden aan de grens?

Ik weet niet of het toeval is, maar ook deze week las ik een bericht over de atlas der gemeente. De lijst met meest aantrekkelijke Nederlandse steden. Als jaren staat Amsterdam bovenaan en al jaren bungelt Venlo, net als andere Limburgse steden, onderaan de lijst. Om die ranglijst te bepalen wordt er naar veel zaken gekeken zoals de beschikbaarheid van werk, de prijs van huizen, de aanwezige natuur, de nabijheid van zee en nog wat andere zaken. 

Venlo scoort slecht omdat het aan de grens ligt en alles wat over die grens ligt, daar wordt niet naar gekeken. Zo is de hoeveelheid natuur in de omgeving beperkt. Klopt, tussen de Maas en de grens is immers maar een kilometer of vijf plek en daar past niet veel op. Als je echter van de Groote Hei de grens over fietst of wandelt, dan loop je zo het bos in en niet veel verder kom je bij de prachtige Krickenbeker Seen. Voor degenen die geen Duits begrijpen, in Duitsland is een meer een ‘See’ en de zee een ‘Meer’. Op het grootste deel van zowel de Groote Hei als het Duitse natuurschoon, was in de Tweede Wereldoorlog trouwens het grootste Duitse militaire vliegveld van West Europa gevestigd: Fliegerhorst Venlo. De restanten ervan zie je nog links en rechts tussen het natuurschoon.

Nu wil het geval dat de onderzoekers achter de lijst ook eens hun ‘grenzen hebben verlegd’. En wat blijkt, dan stijgen de Limburgse steden ineens naar topposities in de lijst. Maastricht en Heerlen in de top tien en Venlo naar plek elf. Als ‘Venlonaer’ verbaast mij die hoge klassering niet. Het verbaast mij wel dat Heerlen en Maastricht hoger staan maar dat kan aan mij liggen. Het verbaast mij niet omdat er aan de andere kant van de grens een veel grotere wereld ligt dan aan deze kant. Als ik driekwartier autorijdt vanuit Venlo dan ben ik aan de Nederlandse kant in Eindhoven, Nijmegen en nog niet eens in Maastricht. Ga ik de grens over dan ben ik in Duisburg, een stad met bijna een halfmiljoen inwoners, een van de grootste binnenhavens en op weg daarnaartoe passeer ik Krefeld met 225.000 inwoners, net zo groot als Eindhoven en groter dan Maastricht en Nijmegen. Ook ben ik in Düsseldorf de hoofdstad van deelstaat Nordhein-Westfalen met ruim 600.000 inwoners. Daarbij passeer ik Mönchengladbach met bijna 260.000 inwoner groter dan … . Een gebied met nu twee clubs in de Bundesliga. Maak ik er een uur en een kwartier van, dan ben ik aan de Nederlandse kant in Tilburg en Arnhem. Aan de Duitse kant in miljoenenstad Keulen, in Dortmund met meer dan 580.000 inwoners. het aantal clubs in de Bundesliga groeit dan met vier (1. FC Köln, Borussia Dortmund, Bayer Leverkusen en Schalke 04 waarvan er twee zich hebben geplaatst voor de Champions League).

Een gebied met veel inwoners waar naast dat er op hoog niveau wordt gevoetbald vele musea te bezoeken zijn. Waar je naar pop- en andere concerten kunt. Waar je tegen een goede prijs, goed kunt eten. Een gebied waar je, als je de taal spreekt, goede kansen op een baan hebt en waar het prettig en goedkoper wonen is dan aan deze kant van de grens.

Krickenbecker Seen en omgeving. Bron: Wikimedia Commons

Een Nexit zou daaraan abrupt een einde maken. Dan ligt Venlo weer ingesloten tussen de Maas en Baudets grenshek. Dan worden de mogelijkheden van de Venlonaar ineens weer flink begrensd. Dan ligt het zwembad in Walbeck, het bestaat nog steeds, ineens weer veel verder weg en staat er een hek over het oude Fliegerhorst Venlo en kan ik niet meer naar de Krickenbecker Seen wandelen. Ook moet ik dan afscheid nemen van mijn twee softbal-teamgenoten van ‘euver de päöl’.  Naast douanier is smokkelaar dan de enige beroepsgroep, als je smokkelaar een beroep mag noemen, die er wel bij vaart.

Fear factory

‘Ork, ork, ork, soep eet je met een…?’ Als je vork hebt ingevuld dan heeft de ‘automatische piloot’ van je brein antwoord gegeven. In zijn boek Ons feilbare brein beschrijft de psycholoog en winnaar van de  nobelprijs voor de economie Daniel Kahneman twee manier waarop ons mensenbrein werkt. Hij noemt dat systeem 1 en systeem 2.

eigen foto

Systeem 1 is de ‘automatische piloot’, die reageert direct, is instinctief en gebaseerd op emotie. Dit systeem is moeilijk in toom te houden. Systeem 2 werkt een stuk langzamer, logischer en met meer mitsen en maren. Systeem 1 werkt onbewust, systeem 2 bewust en het kost veel meer energie. Vooral energie om systeem 1 te onderdrukken. 

Systeem 1 verricht het meeste werk. Immers als we overal bewust over na moesten denken, dan raakte ons brein oververhit en kwam er niets uit onze handen. Dan zouden we ons bewust zijn van iedere ademhaling en hartslag. Dan zouden we ons bewust zijn van een virus dat ons lijf binnen dringt en daarop bewust besluiten er een leger witte bloedlichaampjes op af te sturen. Dan zou iedere vlieg zo in je oog vliegen omdat je te laat was met het sluiten van je ooglid. Geluk hebben we systeem 1 dat dit werk voor ons doet zonder dat we ons er ook maar van bewust zijn. Voor het bewuste werk hebben we systeem 2 maar dat kost inspanning en energie.

Waarom begin ik hierover? Wel vanwege de verkiezingen van vorige week 20 maart 2019. En dan vooral de campagne en hoe de verslaggeving erover. Als ik aan die campagne denk, dan moet ik denken aan het boek De Barbaren van Alessandro Baricco. Baricco bespreekt het steeds oppervlakkiger worden van onze samenleving. Hij doet dat aan de hand van boeken, wijn en voetbal. In een eerdere Prikker besteedde ik al eens aandacht aan Baricco. Er wordt meer wijn gedronken, maar kwaliteitswijn leidt een kwijnend bestaan. Net zoals de literatuur terwijl er veel meer boeken worden verkocht. Als voetballiefhebber betreurt hij het lot van Roberto Baggio, de sierlijke specialist die steeds vaker op de bank zat omdat hij geen totaalvoetballer was. Hierover schreef ik al eerder.

Het leven als een aaneenschakeling van korte momenten van sensatie zonder verdieping. De nieuwe mens, de barbaar, als een surfer. Scherend over het water ziet de surfer veel van het oppervlak van de zee, maar mist de diepgang van de duiker die veel minder oppervlakte bestrijkt maar wel een betere indruk krijgt van wat een zee is. 

Als ik de afgelopen verkiezingscampagne de revue laat passeren, net als die van zo ongeveer de afgelopen vijfentwintig jaar, dan moet ik denken aan die surfer. Politici die in drie minuten de ‘gezondheidszorg’ bespreken en dat doen door wat soundbites naar elkaar te slingeren. Daaruit bestaat een verkiezingsdebat. Politici die ‘hoofdredacteur’ van een tv programma mogen spelen of die meedoen aan een of andere quiz. Veel geblaat weinig wol. Veel zaken worden aangestipt, niets wordt uitgediept. 

Campagnevoeren op een manier die past bij Kahnemans systeem 1: hamer er wat slogans in, herhaal die en zorg ervoor dat systeem 2 niet wordt gebruikt. Zorg ervoor dat de kiezer bij het woord ‘klimaat’ denkt aan ‘1.000 miljard kosten’ en vooral niet verder gaat nadenken: if they say jump. You say how high.’ Dit past goed bij de ‘opdracht’ die de mediamakers tegenwoordig voor zichzelf zien. De lezer/luisteraar/kijker als iemand die moet worden gevoed, niet moet worden opgevoed. 

Als we echter kijken naar de taak en rol die onze volksvertegenwoordigers in de samenleving vervullen, zou een campagne dan mensen niet aan het denken moeten zetten? Moeten aanzetten tot het stellen van vragen en tot het op zoek gaan naar antwoorden en vervolgens weer tot het stellen van nieuwe vragen. Zou de campagne zich niet moeten richten op Kahnemans systeem 2? Zou de campagne niet moeten aanzetten tot duiken in plaats van surfen?  Zouden politici hierin samen met de media niet moeten voorgaan? 

Neem ‘Nederland uit de EU’. Daarop kan de vraag worden gesteld, hoe ziet dat Nederland er dan uit? Welke relaties heeft het dan met de buur- en andere landen? Wat als die landen geen relaties met Nederland willen? Een Nexit zou Duitsland ertoe kunnen verleiden om de positie van de Hamburgse haven te versterken ten kosten van de Rotterdamse. Welke gevolgen heeft dat voor, bijvoorbeeld mij, als grensbewoner? Als er een ouderwetse grens komt, dan houdt de wereld twee kilometer van mijn voordeur op. Dan kan ik die grens alleen over met een visum. Wel positief, dan kunnen die lelijke ‘logistieke loodsen’ waarmee Limburg wordt volgebouwd weer worden afgebroken.

Eigen foto

Neem de 1.000 miljard die ‘het klimaat’ zou gaan kosten. Mij is altijd geleerd dat de kosten van de één de opbrengst van de ander zijn. Wie is dan die ander? Ben ik dat misschien ook voor een deel zelf? Als de verdeling van die kosten en opbrengsten evenwichtig is, wat ‘kosten’ die maatregelen dan werkelijk? Als ze niet evenwichtig verdeeld zijn, wat kunnen we er dan, via de overheid, aan doen om ze wat evenwichtiger te maken.

Zou een dergelijke campagne niet tot een veel betere en veel beter afgewogen keuze van de kiezer leiden? Een keuze op basis van Kahnemans systeem 2 en niet een keuze op basis van de emotie van systeem 1? Het kan zijn dat ik selectief waarneem. Dat sluit ik in ieder geval niet uit. Maar het lijkt er wel op dat sinds het steeds oppervlakkiger worden van de campagnes zo sinds de jaren negentig van de vorige eeuw, de emotie ‘angst’ een steeds belangrijkere rol speelt in de politiek en de stemkeuze van mensen. Angst voor vluchtelingen, migranten, angst voor de ander, angst voor de Rus, angst voor de EU. Angst bij de politici voor de ‘kiezer’. Politiek als een soort ‘Fear factory’. Dit terwijl een bekend Nederlands spreekwoord zegt dat angst een slechte raadgever is. Of zoals de langstzittende Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt het ooit prachtig verwoordde:  “We’ve got nothing to fear but fear itself.” 

Denken over economie (deel 4)

Vandaag het vierde deel in de reeks Denken over economie. In het eerste deel stond de klassieke economie met Adam Smith in de hoofdrol centraal. Het tweede deel handelde over de invloed van Karl Marx. In het derde deel stond de opmerkelijke econoom John Maynard Keynes centraal. Daarmee zijn we aangekomen bij het denken over economie dat tegenwoordig dominant is, het neoliberalisme. Maar voordat ik dat ga behandelen, een korte uitweiding over rationalisme en empirisme.

Eigen foto

Naar het nu

In de vorige drie delen heb ik aan de hand van vier belangrijke denkers het denken over economie op hoofdlijnen kort besproken. Wat hierbij opvalt is dat er twee uitersten aan denkers over de economie te onderscheiden zijn. Aan de ene kant de wensdenkers, die hebben een visie op de werkelijkheid en proberen de werkelijkheid vervolgens in die visie te passen. Deze manier van denken hindert bij het zoeken naar oplossingsrichtingen voor de problemen. Die manier doet denken aan de manier waarop de Europese landen zich voorbereidden op de Eerste Wereldoorlog. Zo hadden de Duitsers het Schlieffenplan om te voorkomen dat ze op twee fronten moesten vechten. Hierbij zou eerst in een snelle slag Frankrijk verslagen moeten worden om vervolgens de energie op Rusland te richten. Dit in de verwachting dat de Russische mobilisatie zeer traag zou verlopen. Dit plan schreef dag voor dag voor wat er moest gebeuren en waar de legers op het einde van die dag zouden moeten zijn. Ook de andere landen hadden dergelijke plannen. Bij het uitbreken van de oorlog werden die plannen in werking gesteld. De oorlogsleiding was er zo van overtuigd dat de werkelijkheid zich volgens hun plan zou ontwikkelen, dat de werkelijkheid in het plan werd geperst totdat het niet meer kon. Aan de andere kant economen die uitgaan van de werkelijkheid en vervolgens naar oplossingen zoeken. Keynes was een econoom van dit soort. Veel van zijn navolgers vertonen echter hetzelfde gedrag als de ‘oorlogsplanners’ en zien overheidsinvesteringen altijd als dé oplossing voor een crisis. Dit verschil is ingebakken in het denken en de wetenschap. Het is de eeuwenoude strijd tussen rationalisten (hier de wensdenkers) en empiristen. Rationeel staat dus niet tegenover irrationeel. Rationeel heeft hier de betekenis van een theoretisch denkkader dat de werkelijkheid moet benaderen. Dat staat tegenover empirisme, een manier van denken die de waarneming centraal stelt en die probeert te verklaren.

Volgens de Tsjechische econoom Tomáš Sedláček (De economie van goed en kwaad. De zoektocht naar economische zingeving van Gilgamesh tot Wall Street, pagina 206 – 218) is de economische wetenschap in de ban van het rationalisme en heeft de Franse filosoof René Descartes hier een belangrijke rol in gespeeld. Net zoals hij die rol voor alle andere wetenschappen heeft gespeeld. Sedláček geeft de kern van dat denken als volgt weer (pagina 209):”De reductie van de menselijke antropologie gaat hand in hand met de reductie van intellect tot wiskunde. In die wereld is er geen ruimte voor emotie, kans of lege ruimte. Alles grijpt met deterministische gestrengheid en de precisie van een horloge in elkaar.” Het voorbeeld Keynes leert ons dat het anders kan als we tenminste kijken naar wat er werkelijk gebeurt. Dit is de belangrijkste les die we van Keynes kunnen leren. Veel navolgers van Keynes lijken meer op rationalisten die de werkelijkheid door hun ‘Keynesiaanse’ model of systeem willen gieten. Sedláček over dit denken in systemen en ‘wiskundige modellen (pagina 213):”Systemen met interne inconsistenties, die gedeeltelijk in strijd zijn met de werkelijkheid, die vaak zijn gebaseerd op louter en doelbewust onrealistische veronderstellingen, en die in hun uiterste consequentie tot absurde conclusies leiden, worden desondanks met succes toegepast.”

Met het behandelen van deze denkrichtingen hebben we alle ingrediënten die nodig zijn om, zoals Keynes ons leert, de huidige situatie te bestuderen. De klassieke economen introduceerden het eerste ingrediënt, de belangrijke rol van de markt in de economie en de samenleving. Een markt die in hun ogen vrij moet zijn, dus zonder door de overheid opgeworpen belemmeringen. Vrij maar niet ten koste van alles zoals we bij Mill zien. Marx wees erop dat geld meer was dan alleen een ruilmiddel en dat het een eigenstandige macht heeft als vermogen of kapitaal, het tweede ingrediënt. Daarnaast introduceerde Marx het doelgericht denken, de teleologie. Volgens Marx is de ontwikkeling die de mens doormaakt gericht op een doel of eindstadium. Voor Marx was dat de socialistische samenleving. Keynes wees op de belangrijke rol die de overheid in de economie kan en moet spelen, het derde ingrediënt. Keynes benadrukte ook het psychologische van de economie, het vierde en laatste belangrijke ingrediënt. Keynes onderkende dat het handelen van mensen wellicht wel rationeel is maar dat die rationaliteit niet altijd tot de beste resultaten leidt. 

Hayek: de wieg van het neoliberalisme

In de jaren zeventig kreeg een nieuwe stroming meer en meer aanhang onder economen en politici, het neoliberalisme. Een stroming die, als we het heel kort willen beschrijven, teruggrijpt op het werk van de klassieke economen maar dan in de overdrive. De uitgangspunten van de klassiek economen zijn dogma’s voor de neoliberalen. In de roman Het Gelijk van Heisenberg vat de Venlose auteur Frans Pollux het neoliberale denken kort en krachtig samen (pagina 15-16):“Als het al bestaat kan geluk alleen maar gevonden worden in die prachtige natuurlijke balans tussen vraag en aanbod. Ik heb iets wat jij wilt + jij hebt iets wat ik wil = geluk. Hoe vrijer de markt, hoe meer ik wil; hoe meer ik wil, hoe meer ik heb; hoe meer ik heb, hoe groter mijn geluk.” Dit in een roman die door Hans Achterhuis als volgt wordt beschreven: ”Geleidelijk ontdekt de lezer … dat dit utopisch principe tot de ondergang van een groot deel van de wereld leidt.” Dit utopisch principe is het neoliberale geloof in de absoluut vrije markt.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw verdween het gedachtengoed van de klassiek economen geleidelijk naar de achtergrond. Een proces dat werd versneld door de Eerste Wereldoorlog en de Grote Depressie van de jaren dertig van de twintigste eeuw. Een van de belangrijkste denkers en economen die de klassieke economie trouw bleef en die aan de wieg staat van het neoliberalisme was Friedrich A. von Hayek. Hayek was een tijdgenoot van Keynes en geloofde in de onfeilbaarheid van de vrije markt. Hij bleef zich verzetten tegen overheidsingrijpen in het algemeen en staatsplanning van de economie in het bijzonder. Volgens Hayek bevatte de markt en de partijen die erop actief zijn, alle kennis die nodig is om altijd tot de juiste beslissing te komen. Hij beschreef het zelf als volgt (geciteerd bij John Cassidy, Wat als de markt faalt pagina 52): ”Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Deze manier om de markt te beschrijven noemt Cassidy ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’ en dit systeem is voor de neoliberalen de samenleving. In dit mechanisme is geen plek voor goed of kwaad dus voor moraal. Het neoliberalisme doet geen morele uitspraken en staat op dit punt ver van de klassieke economen af.  De klassieke economen hadden wel oog voor morele aspecten en zagen economie als een onderdeel van de samenleving. De belangrijke klassieke economen, Smith, Mill en Bentham, waren moraalfilosofen.  Voor de neoliberalen is de economie de samenleving.

Eigen foto

Zoals hierboven beschreven verdween het gedachtengoed van de klassiek economen vanaf het begin van de twintigste eeuw geleidelijk naar de achtergrond. Een proces dat werd versneld door de Eerste Wereldoorlog en de Grote Depressie van de jaren dertig van de twintigste eeuw. Niet omdat het geen aanhangers meer had maar omdat het aan invloed verloor. Een van de belangrijkste denkers en economen die de klassieke economie trouw bleef en die aan de wieg staat van het neoliberalisme was Friedrich A. Hayek. Hayek was een tijdgenoot van Keynes en geloofde in de onfeilbaarheid van de vrije markt en bleef zich verzetten tegen overheidsingrijpen in het algemeen en staatsplanning van de economie in het bijzonder. Volgens Hayek bevatte de markt en de partijen die erop actief zijn, alle kennis die nodig is om altijd tot de juiste beslissing te komen. hij beschreef het zelf als volgt (geciteerd bij John Cassidy, Wat als de markt faalt pagina 52):”Als we de ware functie van het prijsmechanisme willen begrijpen, moeten we dit zien als een (…) mechanisme waarmee informatie wordt gecommuniceerd. … Het wonder bestaat erin dat in het geval van schaarste van een bepaalde grondstof, zonder dat er een bevel wordt gegeven, zonder dat meer dan misschien een handvol mensen de oorzaak weet, tienduizenden mensen wier identiteit ook door maandenlang onderzoek niet achterhaald kan worden, ertoe worden aangezet deze grondstof of de hieruit vervaardigde producten spaarzamer te gaan gebruiken; dat wil zeggen dat ze zich in de goede richting bewegen.” Deze manier om de markt te beschrijven noemt Cassidy ‘het telecommunicatiesysteem van Hayek’ en dit systeem is voor de neoliberalen de samenleving. In dit mechanisme is geen plek voor goed of kwaad dus voor moraal. Het neoliberalisme doet geen morele uitspraken en staat op dit punt ver van de klassieke economen af.  De klassieke economen hadden wel oog voor morele aspecten en zagen economie als een onderdeel van de samenleving. De belangrijke klassieke economen, Smith, Mill en Bentham, waren zoals we hebben gezien moraalfilosofen. Voor de neoliberalen ís de economie de samenleving.

Hayek zet dit ‘telecommunicatiesysteem’ af tegen de planeconomie van collectivisten. Planeconomie die succesvol leek en daardoor ook in westerse landen aanhangers had. In zijn boek Road to Serfdom gaat hij uitgebreid in op de mankementen van een centraal geleide planeconomie en dan met name voor wat betreft de gevolgen voor de samenleving. Hij schreef dit boek tijdens de Tweede Wereldoorlog en gebruikt Nazi-Duitsland als voorbeeld. Daarbij moet worden aangetekend dat hij socialisme, communisme, nationaal-socialisme en facisme allemaal ziet als leden van dezelfde familie van collectivisten. Volgens Hayek is het streven naar democratische vormen van collectivisme en dus ook socialisme niet mogelijk is (Hayek, Road to Serfdom. Text en Documents. The definitive Edition): “That democratic socialism, the utopia of the last few generations is, is not only unachievable , but that to strive for it produces something utterly different that few of those who now wish it would be prepared to accept the consequences, many will not beliefe it units the connection has been laid bare in all its aspects.” En die gevolgen zijn volgens Hayek een totalitaire regeringsvorm waar de vrijheid van mensen het kind van de rekening is, zoals Duitsland onder Hitler en de Sovjet Unie.

De collectivisten doen dit onder de vlag van de vrijheid, maar dit is volgens Hayek een ander vlag dan de liberale vrijheidsvlag. Die liberale vlag zet zich in voor politieke vrijheid (Hayek: “… freedom from coercion, freedom from arbitrary power of other men, release from the ties which left the individual no choice but obedience to the orders of a superior to whom he is attached.” Dit sluit aan bij wat de filosoof Isaiah Berlin in zijn boek Twee opvattingen over vrijheid  negatieve vrijheid noemt. Berlin onderscheidt daarnaast positieve vrijheid. Hayek noemt dit socialisme en omschrijft het als volgt (pagina 77):“… freedom from necessity, release from the compulsion of the circumstances… .” Volgens Berlin gaat het hierbij niet om twee verschillende interpretaties van vrijheid maar om (Berlin pagina 75):“… twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.” En: “beide houdingen maken absolute aanspraken en het is niet mogelijk ze allebei volledig te bevredigen.”  

De neoliberale religie van de vrije markt maakt hierbij de radicale keuze voor maximale politieke en economische vrijheid voor het individu. De vrijheid van het een individu botst echter altijd op de vrijheid van het andere individu. Die botsing vindt, volgens de neoliberalen, plaats op de markt. Daar wordt de prijs van een product of dienst bepaald en daar wordt dus bepaald hoeveel vrijheid kost. “It (de liberale overtuiging,) is based on the conviction that where effectieve competition can be created , it is a better   way of guiding individual effect than any other,” aldus Hayek. Op de markt ontmoeten de individuen elkaar die ieder hun eigen belang najagen en zo doende wordt ook het algemeen belang gediend. Hayek had een groot, maar geen onbeperkt, vertrouwen in de markt, alleen als “… it is impossible to create the conditions necessary to make competition effective, we must resort to other methode of guiding economic activity.” En dan moeten we denken aan: “… the provison of the signposts on the roads nor, in most circumstances, that of the roads themselves can be paid for by every individual user. Nor can certain harmful effects of deforestation, of some methode of farming, or the smoke and noise of factories be confined to the owner of the property in question or to those who are willing to submit to the damage for an agreed compensation.” In deze gevallen kan de overheid een rol krijgen en die rol zit volgens Hayek vooral in wet- en regelgeving want: “An effective competitie system needs an intelligently designed and continuously adjusted legal framework as much as any other.” De citaten zijn te vinden bij Hayek pagina 85-88.

Friedrich A. von Hayek. Bron: Flickr

Hayek beschreef wat de gebreken waren van een collectivistische planeconomie en betoogt krachtig dat die ertoe leidt dat de vrijheid van ieder individu in het gedrang komt. Hij was echter blind voor de gebreken van de vrije markt en ziet die als een perfect mechanisme. Een mechanisme waar de overheid niet moet ingrijpen want dat verergert de zaken alleen maar. Hayek vertrouwde erop dat de markt alles goed regelt. Het algemeen belang was immers niets meer dan een optellingen van de individuele belangen en als iedereen op de markt zijn eigen belang najaagde, dan komt het vanzelf goed met de samenleving. Hier zat Hayek er echter naast. De filosoof John Gray verwoordt de misser van Hayek in zijn boek Zwarte mis. Apocaliptische religie en de moderne utopieën op pagina 131 als volgt:” Er is niets aan marktprocessen dat ervoor zorgt dat ze zich automatisch stabiliseren op het gewenste niveau. Hayek verdienste is erin gelegen dat hij aantoonde dat een succesvolle planeconomie een utopie is. Hij zag echter over het hoofd dat dat ook geldt voor de zelfregulerende markt.” Die blindheid voor de gebreken van de vrije markt, hebben zijn navolgers overgenomen. 

In een volgende deel pakken we de draad weer op bij Nobelprijswinnaar Milton Friedman, de belangrijkste leerling van Hayek.