Uitgelicht

Ben/Ken de geschiedenis

“We vinden het belangrijk de kennis over onze gedeelde geschiedenis, waarden en vrijheden te vergroten. Deze maken ons tot wat we samen zijn. In Nederland is iedereen gelijkwaardig, ongeacht geslacht, seksuele geaardheid of geloof. Tolerantie naar andersdenkenden is de norm en kerk en staat zijn gescheiden. In Nederland kun je kiezen welk geloof je wilt belijden, of om niet te geloven. Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken tot wie we zijn. Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen. Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid. Op school leren kinderen daarom het Wilhelmus, inclusief de context ervan.” 

Deze passage is te vinden op pagina 19 van het regeerakkoord met als titel Vertrouwen in de toekomst.

VOC

Illustratie: Wikimedia Commons

Zo op het oog prachtige zinnen, toch knaagt er iets. Als historicus ben ik een groot voorstander van het vergroten van de kennis van het verleden. De genoemde vrijheden en waarden kan ik onderschrijven. Waarom knaagt het dan? Het knaagt vanwege een paar zinnen. Als eerste de zin: “Dit zijn waarden waar we trots op zijn en die ons maken wie we zijn.” Moet ik als Nederlander trots zijn op die waarden en tolerant naar andersdenkenden of anders geaarden? Als dat zo is, hoe komt het dan dat er zoveel intolerante mensen rondlopen? Maken die waarden mijn identiteit of geven ze mij de ruimte om te zijn wie ik ben? Beschermen die waarden en de rechtsstaat die erop is gebouwd ons juist niet tegen gewelddadige uitingen van intolerantie?

Een tweede zin: “Het is van groot belang dat we die historie en waarden actief uitdragen.” Die waarden heb ik in de vorige alinea al besproken, nu het actief uitdragen van die geschiedenis. Wat moet ik me daarbij voorstellen? Wat moet ik dan uitdragen, de trotse VOC mentaliteit van Balkenende, de anti-guerrillatactiek van Van Heutz? Trots zijn op wat we nu als wandaden zouden betitelen? Ik begrijp hoe iemand in die tijd tot dergelijke daden zou komen. Als Van Heutz of Jan Pieterszoon Coen nu nog zouden leven dan zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ze ‘met de kennis van nu’ anders zouden hebben gehandeld. Moet ik trots zijn op de prachtig geschilderde ‘selfie’ van de Amsterdamse Nachtwacht, of de prachtige voetbalacties van Johan Cruyff? Hun daden bewonderen ja, maar trots zijn op de prestaties van een ander dat gaat me toch iets te ver.

Nog zo’n zin: Het zijn ankers van de Nederlandse identiteit in tijden van globalisering en onzekerheid.” De waarden opgenomen in de grondwet en wetten zijn de ankers van het samenleven in dit land, daar moet iedereen zich aan houden. Worden Nederlanders met een andere geschiedenis zo niet buitengesloten? Zij liggen immers niet vast aan het ‘historische anker’ en dat wordt hen extra duidelijk gemaakt via de ‘Wilhelmuskunde’. Wordt hier niet gezegd: ‘als ‘ons’ kunnen jullie nooit worden want toen waren jullie er niet.’ Dat die ‘ons’ er toen ook niet waren, wordt voor het gemak even vergeten.

Her wordt gesuggereerd: ‘Ben deze geschiedenis en waarden’. Zou dat niet ‘Ken deze geschiedenis en waarden’ moeten zijn. Eén letter, maar wel een wereld van verschil.

Uitgelicht

Culturele toedeling

“Tegenstanders van de traditionele Zwarte Piet wijzen op het racistische uiterlijk, de stereotypische karikatuur van de zwarte mens, het gebruik van ‘blackface’ in een kinderfeest. Fans van Zwarte Piet buitelen vervolgens over elkaar heen om die vergelijkingen te ontkennen: nee hoor, is niet hetzelfde, dit komt van de schoorsteen. Doe me even een lol. Zoek een plaatje van zwarte piet en zoek vervolgens een plaatje van een blackface minstrel uit de VS,”

Aldus Pascal Vanenburg bij Joop. Na het lezen van dit citaat moest ik denken aan het begrip culturele toe-eigening, het door de dominante ‘witte’ cultuur overnemen van zaken uit de cultuur van een minderheid. Bijvoorbeeld de Maori-tatoeage op een blanke Amsterdamse arm.

nandi

Illustratie; Wikimedia Commons

Als er sprake kan zijn van culturele toe-eigening, zou er dan ook sprake kunnen zijn van culturele toedeling? Het aan een bepaalde cultuur koppelen van zaken uit een andere cultuur en daarmee het importeren van argumenten uit die ene cultuur voor jou zaak in de andere? Zo kom ik bij Vanenburg, hij legt een verband tussen de Amerikaans, Engelse ‘blackface’ en ‘Zwarte Piet’. Iets wat Sunny Bergman in haar documentaire Zwart als roet’ ook doet. Wordt door een koppeling te leggen tussen twee ‘culturele uitingen’ die niets met elkaar te maken hebben, niet de beleving, de verontwaardiging en afschuw over de ene uiting aan de andere toebedeeld?

Zo is er veel te zeggen over de wreedheid van het stierenvechten, het doden van een dier voor het plezier. Zouden die argumenten worden versterkt door ze in India te laten zien en de Indiër zijn afschuw te laten uitspreken over deze barbaarse behandeling van dit heilige vervoermiddel van de god Shiva? Deel je dan de Spaanse stierengevecht cultuur niet iets toe dat er geen onderdeel van uitmaakt?

Een ander voorbeeld. De Vastelaovend, een traditie waarbij mensen zich verkleden en zo de bestaande orde op de kop zetten. De bestaande orde op de hak te nemen. Als je deze context niet begrijpt of weglaat, dan zie zou je stereotypen die je als belediging of zelfs als racistisch kunt ervaren kunnen zien. Deel je de Vastelaovescultuur zo niet iets toe dat er geen deel vanuit maakt?

Moeten we niet heel voorzichtig zijn met ‘culturele toedeling’? Voorzichtig omdat zo argumenten en sentimenten in de strijd worden gegooid die er eigenlijk geen plaats in hebben. Argumenten en sentimenten die  mensen verdelen en ons verder van huis brengen. Om bij Zwarte Piet te blijven, dat er mensen zijn die zich niet prettig voelen bij Piet is voldoende aanleiding om naar de ‘vorm en kleur’ van piet te kijken. Daar hebben we de Amerikaans, Engelse blackface niet voor nodig.

Uitgelicht

‘Alternatieve, krachtige’ liberalen

“Een voorstander van een zo groot mogelijke vrijheid op economisch en cultureel gebied, van een zo gering mogelijke overheidsbemoeienis,”

De betekenis die de Van Dale geeft aan het woord liberaal. Zo helder als deze definitie is de politieke betekenis van liberaal niet. Centraal in deze definitie staat het begrip vrijheid en zoals Isaiah Berlin in zijn boek Twee opvattingen over vrijheid liet zien kun je vrij zijn ‘van’ (negatieve vrijheid) en vrij zijn ‘om’ (positieve vrijheid).

liberaal

Illustratie: Liberale verkiezingsaffiche, 1958 | Campaign poster, Belgi… | Flickr

Vrij ‘van’ dwang en inmenging door anderen waaronder een overheid. Vrij ‘om’ dat te doen wat iemand wil. Iemand kan vrij zijn van dwang en inmenging maar toch niet vrij om dat te doen wat hij of zij wil. Zo kan het hem of haar aan de middelen (geld, voedsel) ontbreken om dat te doen wat hij wil. Dat zijn zoals Berlin schrijft: “twee sterk afwijkende, onverenigbare houdingen ten opzichte van de doeleinden van het leven.” 

Vanwaar deze uitwijding over het liberalisme en vooral vrijheid? Omdat het verkiezingsprogramma van Leefbaar Rotterdam (LR) samen met het Forum voor Democratie (FvD) komende gemeenteraadsverkiezingen de slogan: “het krachtvoer voor echte liberalen,” draagt, zo is bij de NOS te lezen.

Wie zijn die ‘echte’ liberalen’ die de beide partijen van krachtvoer willen voorzien? En hoe ziet dat krachtvoer eruit? Daarvoor zou het programma moeten worden bestudeerd. Het jammere is dat dit nog niet te vinden is op het Net. Wel al enige eerste punten. Zo zijn straten ‘voor veel mensen onherkenbaar. Er zit geen groenteboer meer maar wel een Marokkaanse slager. Om daar wat aan te doen moet er een vestigingswet komen. Een wat? Een wet die het mogelijk moet maken om die Marokkaanse slager te weren, zo valt te lezen bij De Dagelijkse Standaard.

Krachtig ‘voer’ maar wat is er liberaal aan? Hoe bevordert dit idee de vrijheid op economisch en cultureel gebied? Wordt de Marokkaanse slager zo niet belemmerd in zijn economische mogelijkheden? Worden de Marokkaanse slager en zijn klanten niet belemmerd in hun culturele vrijheid? Verkleint het niet de vrijheid ‘van’ dwang en inmenging, de negatieve vrijheid? Om over de positieve vrijheid, de vrijheid ‘om’ maar te zwijgen.

Er zijn politici die er ‘Alternatieve feiten’ op na houden. Zouden LR en het FvD er een nog onbekende ‘alternatieve’ versie van het liberalisme op na houden? Een versie die de vrijheid vergroot door ze te verkleinen?

Uitgelicht

Kijken

Wat is het eerste wat u te binnenschiet als u de onderstaande foto ziet?

ruud gullit

Foto:  329 × 562 – it.wikipedia.org 

“Weer ging het niet over wat ze kan, maar over haar kleur. Tuurlijk, het is een legitieme vraag, want het is tenslotte nieuwswaarde. Maar het is ook iets geks. Alsof mensen eerst haar kleur zien, en dan pas haar als actrice. Het legt wel feilloos bloot hoe wij kijken. Over colourcasting gesproken.” 

Dit concludeert Jeffrey Spalburg in zijn opiniebijdrage in de Volkskrant naar aanleiding van de Theo d’Ore voor actrice Romana Vrede, of moet ik in dit genderneutrale tijdperk acteur zeggen. Spalburg verbaast zich erover dat het alleen maar over haar kleur gaat en niet over haar acteerprestaties. Ik mag er toch van uitgaan dat de jury juist wel naar de acteerprestaties van Vrede heeft gekeken.

Terug naar de conclusie van Spalburg. Zien mensen werkelijk eerst de kleur van Vrede? Ja, Vrede is de eerste gekleurde actrice die deze prijs wint en dat is nieuwswaardig en daar wordt naar gevraagd. Betekent dat dan ook dat eerst haar ‘ kleur’ wordt gezien? Ja, toen ik naar haar keek, zag ik haar kleur, want ik kende Vrede niet. Niet als actrice en al helemaal niet als persoon. Net zoals ik de meeste winnaars van deze prijs niet ken. Dat ligt vooral aan mij, niet aan Vrede en de eerdere winnaars. Het lijkt mij daarom logisch dat ik haar niet als eerste als actrice zie. Als vervolgens wordt vermeld dat zij actrice is, dan zie ik nog steeds haar kleur, maar denk ik: dan zal ze wel een heel goede actrice zijn anders had ze die prijs niet gewonnen. Daarmee lijkt het dat de casus Ballonnendoorprikker Spalburg gelijk geeft, ik zie immers eerst de kleur van Vrede en zie haar pas als actrice als ik lees dat ze dat is.

Ik heb alleen het gevoel dat Spalburg het anders bedoelt. Ik heb het gevoel dat hij bedoelt dat mensen die weten dat Vrede actrice is, haar nog steeds eerst als gekleurd zien en dan pas als actrice en dat is iets wat ik waag te betwijfelen. Laat ik eens een ander voorbeeld nemen: Ruud Gullit. Wordt Gullit eerst als gekleurd gezien of eerst als voetballer, iets wat hij trouwens als jaren niet meer is? Spalburg zal mij, als hij me tegenkomt, eerst als blanke (of tegenwoordig waarschijnlijk witte) zien en niet als schrijver van stukjes. Zou dat nog steeds zo zijn als hij me kent als stukjesschrijver? Zou het werkelijk zo zijn dat mensen die iemand kennen, eerst de ‘kleur’ zien en dan pas de persoon die zij kennen? Zou het kunnen dat Spalburg, omdat hij is gefocust op kleur, denkt dat dit voor iedereen zo is?

Terug naar de vraag waarmee ik begon, ik ben benieuwd naar jullie antwoord op die vraag.

Uitgelicht

Leeg Europa

  “… het goede willen, ook voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren. Zijn vijanden kunnen vergeven of in staat zijn de spons te vegen over andermans fouten. Elke mens als individu respecteren, ook zwaar mentaal gehandicapten. De behoeften van de naasten voorrang geven op de eigen behoeften. Alle mensen als gelijkwaardig behandelen, dus ook vrouwen en andersgelovigen.”

Dat zijn volgens Juliaan van Acker de centrale, op de ethiek van het jodendom en het christendom gebaseerde, waarden van ‘onze Europese beschaving. “Wie zich aan deze waarden niet kan aanpassen, hoort niet thuis in Europa,” aldus van Acker bij TPO. Laten we die centrale ethiek eens wat nader bestuderen.

st martinus

Illustratie: Wikimedia Commons

In Europa lopen veel mensen rond die het goede willen. Het vervelende met het goede is dat dit per persoon kan verschillen. Eind 2015 schreef ik in een prikker met als titel Het Goede Doel waarin ik aandacht besteedde aan mensen en stromingen die zich beroepen op het goede. Ik stelde daar de vraag: “Beroepen de jihadisten, als meest vergaande vorm van moslimfundamentalisme, zich ook niet op het goede en dus rechtvaardige? Al zullen er niet veel andere mensen zijn die dit ‘goede’ als goed beoordelen.” 

Willen Europeanen werkelijk het goede voor mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren? Lijkt het er niet meer op dat velen in Europa mensen die niet tot de eigen stam of etnische groep behoren het allerbeste toewensen zolang ze maar niet in Europa en vooral niet in Nederland zijn? Daarbij lijkt het niets uit te maken of ze zich aan ‘deze waarden’ van Van Acker willen aanpassen. Wordt dat zelfs niet regeringsbeleid van het kabinet dat nu wordt geformeerd? De vier betrokken partijen willen immers meer Turkijedeals.

Is met een spons over andermans fouten vegen moeilijk? Ja, als die fout van een ander je schade heeft berokkent, dan kan het lastig of pijnlijk zijn. Maar wordt het niet pas echt lastig als je met die spons over je eigen fouten moet vegen? Hoeveel mensen draaien niet om de hete brei van de eigen fouten heen? In de politiek zijn er vele voorbeelden van te vinden. Neem de Teevendeal of de Van Rey-affaire om er eens twee te noemen.

Hoeveel Sint Martinussen lopen er rond? U weet wel de Romeinse soldaat die, volgens de overleveringen, zijn mantel doorsneed en de helft aan een arme medemens gaf. Zouden er niet veel meer ‘heiligen’ moeten zijn als Sint Martinus’ gedrag ingeburgerd zou zijn? Of anders gesteld, zou er een ‘heilige’ zijn als dit normaal gedrag was?

Beste meneer Van Acker, als aanhanger van de christelijke ethiek kent u vast de uitdrukking ‘hij die zonder zonde is werpe de eerste steen.’ Zou Europa niet een lege vlakte zijn als eenieder die de ethiek van u niet praktiseerde het continent zou moeten verlaten.

Uitgelicht

Groot in kleinheid

Formule 1-coureur Max Verstappen heeft een rechtszaak gewonnen tegen de online-supermarkt Picnic, zo valt in menig krant te lezen. Picnic maakte een parodie op een spotje van de Jumbo. In het Jumbo spotje bezorgt Verstappen met zijn formule1-bolide boodschappen voor Jumbo. Jumbo wil hiermee waarschijnlijk de nadruk leggen op hun snelle service. In picnics parodie gaat iemand die op Verstappen lijkt en gekleed gaat in een racepak met een klein Picnic-autootje rustig rijdend de boodschappen bezorgen met als moto:

“Als je op tijd bent, dan hoef je niet te racen.” 

Jumbo nam geen aanstoot aan de parodie en liet het passeren. Immers wie geschoren wordt moet stilzitten. Verstappen kon de parodie niet waarderen en spande een rechtszaak aan omdat zijn portretrecht was aangetast. Hierin heeft de rechter Verstappen gelijk gegeven.

knippen

Foto: Pixabay

Nu ben ik geen rechter en ook geen kenner van het portretrecht. Het vonnis roept toch wat vragen bij mij op. Om maar meteen met de deur in huis te vallen: hoe zit het dan met het portretrecht van de man in het Picnic-spotje? Dat hij hetzelfde postuur heeft, dezelfde haarkleur en hetzelfde silhouet, wat kan hij daar aan doen? Wordt die man door dit vonnis niet in zijn portretrecht aangetast? Want wordt hij zo niet ingeperkt in zijn mogelijkheden om iets met zijn portret te doen? Wat zou er zijn gebeurd als deze man Verstappen had aangeklaagd? Je zou immers met evenveel recht van spreken kunnen claimen dat Verstappen inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van deze man door in de Jumbo-reclame op te treden.

Of de Picnic-man iets heeft overgehouden aan zijn optreden weet ik niet. Veel kan het niet zijn want het spotje schijnt maar tweehonderd euro te hebben gekost. Dat is waarschijnlijk minder dan dat de lucht in een van de banden van Verstappens formule 1-bolide kost en Verstappen zal er niet eens voor zijn bed uit komen. Of Verstappen een groot coureur wordt die vele races en kampioenschappen wint, moeten we afwachten. Kunnen we nu wel al concluderen dat Verstappen groot is in zijn kleinheid?

 

Marx en het monster van Frankenstein

Na het vallen van de muur werd het denken van Karl Marx bij het grofvuil gezet. Het liberale kapitalisme of kapitalistisch liberalisme had definitief gewonnen en de geschiedenis, de strijd tussen ideologieën werd in navolging van Francis Fukuyame voor beëindigd verklaard. De laatste tijd lijkt het alsof er te vroeg is gejuicht want Marx blijkt slimmer dan we dachten. Het denken van Marx ligt aan de basis van de  ‘identiteitspolitiek’. Als we tenminste mensen als Thierry Baudet, Paul Cliteur en ook Teunis Dokter mogen geloven. Zo’n beetje alles wat deze heren niet aanstaat, is het gevolg van cultuurmarxisme.

FRankenstein

Foto: Flickr

Neem Dokter bij ThePostOnline: De definitie van de ‘Inclusive Society’ –een inherent marxistisch concept– vormt de grondslag voor de sociaal-culturele programma’s en subsidienetwerken van de Verenigde Naties en de Europese Unie.” Dit is allemaal een gevolg van het streven naar gelijkheid uit het denken van Marx. En: “De ironie wil dat dit streven naar gelijkheid van klassen leidt tot identiteitspolitiek. Want wanneer men de gelijkheid tussen verschillende klassen wil doen toenemen moet men deze klassen kunnen onderscheiden en aanwijzen. Zodra een benadeelde klasse is ontdekt wordt deze verheven terwijl andere groepen geen aandacht krijgen.” Zo schrijft Dokter.

Marx schreef over de strijd tussen de kapitalistische klassen en het proletariaat en in zijn theorie zou het proletariaat die strijd winnen. Deze strijd zou, volgens Marx, door het proletariaat worden gewonnen, waarna er een klassenloze samenleving zou ontstaan. Marx schreef niet over culturen of identiteiten. De kreet ‘proletariërs aller landen verenigt u’ getuigt niet echt van het denken in culturen en identiteiten. Iets wat duidelijk werd bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. In de loopgraven stonden de proletariërs uit ‘allerlei’ landen tegenover elkaar verenigd onder een nationale en culturele vlag.

Op het historicisme van Marx is ook veel aan te merken en daar zijn al vele boeken over vol geschreven. Neem bijvoorbeeld Karl Poppers The Open Society and it’s Enemies om er een te noemen. Wat Marx goed zag is dat een samenleving met grote economische ongelijkheid niet stabiel is. Marx min of meer benoemen tot de vader van de ‘identiteitspolitiek is een gotspe.

Er is ook veel aan te merken op de ‘identiteitspolitiek’ en het ‘pseudo-wetenschappelijk fabuleren’ dat eraan ten grondslag ligt. Een terecht punt van zorg dat de ‘identiteitspolitici’ maken is de ongelijke behandeling van mensen vanwege hun uiterlijk, sekse, religie enzovoorts. Een punt dat hun overschreeuwen en pseudo-wetenschappelijkheid ondersneeuwt.

Zouden de bedenkers van het ‘cultuurmarxisme theorie’ denken dat hun argumenten sterker worden door hun twee ‘vijanden’ in elkaar te knutselen tot een soort ‘monster van Frankenstein’?