Uitgelicht

Wachten op marsmannetjes

“Waarom worden in deze verbonden wereld nationaliteiten en grenzen heilig verklaard? De realiteit is dat dit mensenmaaksels zijn. Grenzen zitten tussen onze oren. Dat is een natuurwet.” De laatste zinnen van een column van Kiza Magendane bij de kanttekening. Een waarheid als een koe.

Als je ik over de Venlose Groote Heide loop in de richting van de Krickenbecker See dan zijn de enige zaken die duiden op een landsgrens van menselijke makelij. Voor een ree dat er toevallig rondloopt hebben die zaken in het geheel geen betekenis. Dat wandelt vrolijk door naar het gras aan de andere kant. Om het Klein Orkest aan te halen: “Alleen de volgels vliegen van West- naar Oost-Berlijn, worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten.”

Die grens heeft alleen voor mensen betekenis, het is, zoals Magendane terecht opmerkt, een ‘mensenmaaksel’. Het is iets wat alleen voor mensen betekenis heeft en dan ook nog alleen voor mensen die ervan op de hoogte zijn. Ben je er niet van op de hoogte dan verandert er niets tijdens de wandeling, behalve dan het uitzicht.

Dat het ‘mensenmaaksels’ zijn en ‘tussen onze oren’ zitten, maakt ze voor mensen echter niet minder reëel. De kracht van de mens is nu juist zijn fantasie. Zijn mogelijkheid om een ‘verhaal’ te vertellen waarin soortgenoten gaan geloven en dat zo voor hen realiteit wordt. Die verhalen, die ’mensenmaaksels’ maken dat wij Homo Sapiens de wereld hebben kunnen domineren. Ze maken het mogelijk om in hele grote groepen van zelfs miljoenen mensen samen te werken. Die verhalen zorgen voor een gemeenschappelijke basis. Zonder die verhalen, die mensen binden en inspireren, hadden we waarschijnlijk nog in de ‘bomen gehangen’. Want echt een relatie opbouwen kan een mens maar met een beperkt aantal soortgenoten. 

Maar zoals alle menselijke uitvindingen, heeft ook het verhaal naast positieve, ook negatieve kanten. Verhalen kunnen binden, maar ook uitsluiten. Zo ook met verhalen over grenzen. Die verhalen kunnen mensen binnen die grenzen binden. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat veel inwoners van Wales afgelopen zondag met een brede lach op hun gezicht liepen. Hun nationale trots, hun rugby-team, won immers de belangrijke wedstrijd op het Wereldkampioenschap tegen Australië. Voor mij als neutrale toeschouwer een bijzonder spannende en afwisselde wedstrijd (klik op deze link voor een samenvatting). Die verhalen kunnen ook mensen aan verschillende kanten van de grens tegen elkaar opzetten. Neem Trump die Mexicanen criminelen noemde. Of nog erger de nazis’s die bijvoorbeeld joden en Oost-Europeanen als ‘untermensch’ in verschillende gradaties zagen.

Om de ‘waarom-vraag’ van Magendane waarmee ik begon te beantwoorden: omdat er geen gezamenlijk verhaal is wat krachtig genoeg is om alle mensen te binden. Een gezamenlijke vijand zou de meest krachtige katalysator kunnen zijn voor zo’n gezamenlijk verhaal. De klimaatverandering is daarvoor, hoe urgent ook, niet urgent genoeg. Bovendien is er discussie over oorzaak, schuld en wat te doen. Nee een vijand zoals marsmannetjes’ of ander vijandig buitenaards gespuis zoals in films als War of the Worlds of Independence Day.

Uitgelicht

Morele chantage

Ik moet ‘schuld’ bekennen. Tenminste om een succesvolle klimaat activistische beweging te kunnen laten ontstaan. Zo langzamerhand ben ik schuldig aan alle ellende op deze wereld. 

Nou ja alle. Ik neem geen drugs dus de ‘ondermijning’, criminaliteit en milieuvervuiling’ als gevolg van drugs, kunnen mij niet in de schoenen worden geschoven. Die ellende is immers een gevolg van de uitgaander die soms een pilletje neemt. Tenminst, als we minister Grapperhaus, het kabinet en vele politici en beleidsmakers moeten geloven. Zoals Gerard Drosterij in de Volkskrant terecht constateert, is dat wel erg gemakkelijk. Of zoals hij het zegt: “als er een zondebok voor de ontspoorde drugscriminaliteit nodig is, dan toch zeker de overheid. Ik zou zeggen: trek lekker zelf het boetekleed aan in plaats die om de schouders van burgers te hangen. Wat meer zelfkritiek zou je sieren. ” Dat even terzijde.

Bron: pxhere

Terug naar dat waar ik wel schuldig aan ben. Tenminste als ik activist Chihiro Geuzebroek moet geloven die in een artikel van Emma Meelker bij Oneworld wordt opgevoerd. Geuzebroek hoopt: “dat westerse klimaatactivisten snel erkennen dat het Westen een schuld heeft te vereffenen op klimaatgebied. Pas dan kan er verzoening ontstaan en krijgt de klimaatbeweging tanden.” Want: “Het klimaatprobleem is er natuurlijk een van de westerse industrie. Een wit project dat met kolonialisme overal is uitgerold. Dat is de eerste laag van klimaatracisme.” En: “Het gesprek gaat over ‘vrijwillige hulp’ aan die landen, niet over het vereffenen van een schuld.” Daarvoor moet ik mijn excuses maken en vervolgens de schuld vereffenen want: ik ‘koloniseer de atmosfeer.’ 

Zo die kan ik in mijn zak steken. Want wat die westerse ‘witman’ allemaal heeft uitgespookt en gedaan, daar deugt geen hout van. Afgezien van het feit dat deze Westerse ‘witman’ verdomde weinig invloed heeft op bedrijven als Shell net zoals zijn voorouders niets te vertellen hadden over de koers van de VOC, zou ik Geuzebroek iets willen vragen. Als ik alle ellende die de Westerse manier van leven heeft veroorzaakt op mijn schouders moet nemen, mag ik dan ook de complimenten ontvangen van u en anderen die mij dit verwijten, voor het goeds dat die manier heeft opgeleverd? 

De complimenten voor bijvoorbeeld de parlementaire democratie en de vrijheid van meningsuiting bijvoorbeeld of voor het ontsnappen aan het juk van de religie en de Verlichting? Die komen immers uit dezelfde bron als die westerse industrie. Op de foto bij het artikel staat Geuzebroek met een megafoon in haar handen. Die megafoon is slechts een van de vele vindingen van die industrie. Net als de filmcamera en de telefoon.

Mag ik dan ook de complimenten ontvangen voor de penicilline, de antibiotica en de vaccins? En dan wil ik best erkennen dat we daarbij te weinig aandacht hebben bestaat aan bijvoorbeeld de sikkelcelziekte. Maar ja, die kwam in onze contreien ook niet veel voor, dus die had geen prioriteit. Andere delen van de wereld, waar deze ziekte wel veel voorkomt, hebben het op dit punt niet veel beter gedaan. Sterker nog, die zijn vooral afhankelijk van en bouwen voort op juist de vindingen van die ‘westerse industrie’.

Nu zit ik echt niet op die complimenten en bedankjes te wachten. Ik heb er immers niets aan bijgedragen, dat hebben anderen uit de ‘westerse wereld’ gedaan en ik vind het nogal overdreven om met hun veren te gaan pronken. Dan eigen ik mij iets toe wat mij niet toekomt. En dat geldt voor mij ook met negatieve zaken zoals kolonialisme en milieuvervuiling door industrieën waar ik geen invloed op heb. Daar wil ik niet verantwoordelijk voor worden gehouden en daar ga ik mij niet voor verontschuldigen. Pronken doe ik met mijn eigen veren en verontschuldigen doe ik mij voor mijn eigen daden. Voor de rest probeer ik zo te leven dat ik anderen, ook op het gebied van milieuvervuiling, zo min mogelijk schade toebreng. Ik hoop dat anderen dat ook doen. Als ik hierbij dingen fout doe, dan mag men mij daar gerust op aanspreken. 

Als mijn weigering om me te verexcuseren ervoor zorgt dat mijn streven om het milieu te beschermen: “zo moeilijk aansluiting kan vinden met mensen van kleur,” dan is dat maar zo. Ik weiger te buigen voor deze vorm van morele chantage.

Uitgelicht

Een graantje en de silo

Als ik me de afgelopen jaren ergens aan heb gestoord, dan is het de overdreven media-aandacht voor criminelen. Uren zendtijd, vele pagina’s in kranten, boeken over deze of gene zaak van journalisten en zelfs ‘zusjes van’. Of het nu over een ‘knuffelcrimineel’, ‘mocromafia’ of ‘motorbendes’ gaat, het kan me gestolen worden. Het is een zaak van politie en justitie, die moeten net als de slager en de bakker hun werk doen en daarmee is voor mij de kous af. Ik zal er geen Prikker aan besteden. ‘Maar waarom begin je er nu dan over?’ Een terechte vraag. Hieronder het antwoord.

Bron: WikimediaCommons

Ik begin erover omdat Jean-Pierre Geelen, de ombudsman van de Volkskrant uitlegt waarom zijn krant vorige week dertien pagina’s besteedde aan ‘de zaak Holleeder’. Geelen: “De krant had iets ‘in handen’: gedurende de laatste anderhalf jaar hadden de twee misdaadverslaggevers van de krant zes gesprekken gevoerd met de twee officieren van justitie in het Holleederproces, Sabine Tammes en Lars Stempher. Bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal, waarover al langer de ­afspraak bestond dat het direct na de uitspraak ge­publiceerd zou worden.”  En daar bleef het niet bij: “Toen diende zich interviewer Antoinette Scheulderman aan, met een ‘uniek’ (want ‘exclusief’) interview met Astrid Holleeder en haar dochter Miljuschka Witzenhausen, die zich nooit eerder had uitgesproken over haar familie. Het was aangeboden via de uitgever van Astrid Holleeder, van wie net een boek was verschenen.”  Maar: “de onderhandelingen met de uitgever liepen stroef: Astrid stond er volgens hem op dat het dubbelinterview die zaterdag geplaatst zou worden, anders dreigde een stap naar de concurrentie.” Dus toen maar pragmatische gehandeld: “Zo ontstond het idee er een themakatern van te maken. Met de twee interviews, voor de gelegenheid aangevuld met een beschouwing over de collectieve fascinatie voor het kwaad.” 

Zo wordt, zoals Geelen aangeeft: “een interessant ­inkijkje in de mediakeuken,” gegeven. Geelen verklaart daarmee het aantal pagina’s: ‘we hebben zes keer met twee officieren van justitie van justitie gesproken en dat is bijzonder materiaal. Daarnaast bood iemand anders nog materiaal over dezelfde zaak’. Dat je zo aan dertien pagina’s komt geloof ik graag. De vraag die Geelen niet beantwoordt, is waarom er überhaupt aandacht aan de zaak werd besteed anders dan een kort berichtje dat Willem H. is veroordeeld tot… . 

De dertien pagina’s zijn een gevolg van een keuze van de redactie om dat ‘exclusieve’ materiaal te verzamelen. De vraag die Geelen zou moeten beantwoorden is waarom de krant twee verslaggevers zes keer in een periode van anderhalf jaar met de beide officieren van justitie heeft laten praten. Dat is niet omdat er een artikel moest komen over het werk van een officier van justitie. Daarvoor waren gesprekken met willekeurige officieren van justitie ook toereikend geweest. Dat ‘unieke’ materiaal (want ‘exclusief’) is er gekomen vanwege een hype in de media. Een hype waarvan velen een graantje mee willen pikken. Velen zoals de uitgever van het ‘net verschenen boek’ en de auteur ervan. Maar ook de ‘misdaadverslaggevers’  van de diverse media. 

Immers als twee verslaggevers zes keer met twee stratenmakers spreken geeft dat vast ook ‘bijzonder en uniek (want ‘exclusief’) materiaal. Als een stratenmakersbedrijf nog een exclusief interview met zichzelf in de aanbieding heeft ter promotie van een boek over stratenmaken, besteedt de krant dan ook dertien pagina’s aan stratenmaker? Nee, dat zal niet gebeuren. Beste ombudsman Geelen, de dertien pagina’s zijn het gevolg van een hype in de media. Een hype waarvan uw krant graag een graantje mee pikt. Alhoewel een graantje, meer een silo vol met graan.

Uitgelicht

Cultuur en diversiteit

Ik lees bij Joop dat de Amsterdamse kunstraad constateert dat de: “stad, ondanks zijn gekoesterde kosmopolitische zelfbeeld, ruim de helft van zijn bewoners in zijn culturele paleizen stelselmatig vergeet.”  Daarom moeten volgens de auteur, de socioloog, publicist en programmamaker, Nekuee: “Naast degene die met Joyce, Beckett en Reve als hun jeugdhelden zijn opgegroeid (…)  directeuren en bestuurders (worden aangesteld) met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden. Naast de bewonderaars van Mary Shelly en Shakespeare is het ook nodig dat kenners van Hafiz, Ibn-Arabi en Yunus Emre bepalende figuren worden aan de top van culturele instellingen.” Volgens de auteurs zal: “een grootschalige wisseling van de macht (…) aan de top van de sector,” zorgen voor: “een nieuwe balans (…) en meer representatie van een waar kosmopolitisme.” Een interessant idee. Maar toch … .

Concertgebouw Amsterdam. Bron: Flickr

Zou dit daadwerkelijk iets oplossen? Als we kijken naar het huidige culturele aanbod dat, in de woorden van Nekuee, niet divers genoeg is, dan is de publieke belangstelling daarvoor al niet groot. Zoveel mensen met Joyce, Beckett en Reven als helden zijn er niet en ook de bewonderaars van Shelley en Shakespeare zijn dun gezaaid. Zo dun dat een goede voorstelling van een stuk van Shakespeare, om maar eens iets te noemen, alleen in steden van redelijke omvang voldoende publiek trekt om de zaal te vullen. En zelfs dan kan die voorstelling alleen worden uitgevoerd met een flinke sloot subsidie.  

Hoeveel mensen met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als held, zullen er zijn? Want in Amsterdam mogen de minderheden dan wellicht in de meerderheid zijn, dat maakt die minderheid nog niet meteen tot een eenheid. Die minderheid bestaat uit vele groepen en mensen met zeer diverse achtergronden. Hoeveel Afghanen, Ghanezen of Colombianen zullen de Turks-Koerdische schrijver Yasar Kamal als held hebben? Sterker nog, van de Turks-Koerdische Nederlanders zal een groot deel een stuk op basis van een boek van Kamal niet bezoeken. Net zoals de overgrote meerderheid van de Nederlanders een stuk van Reve links laat liggen. Hoeveel zalen zou je kunnen vullen met een voorstelling op basis van een boek van Kamal? 

Die nieuwe culturele top met Yasar Kamal, Fatima Mernnissi of Ahmad Shamlu als hun jeugdhelden zal toch rekening moeten houden met het publiek dat nu de voorstellingen en optredens bezoekt. Dat publiek zorgt voor de basis onder alle culturele instellingen. Als instellingen dat publiek van zich vervreemden, dan zal het cultureel aanbod voor iedereen enorm verschralen. 

Uitgelicht

Frame, framen, geframed

In een artikel bij TPO blikt Forum-voor-Democratie-leider Baudet terug en vooruit. Terug op het afgelopen politieke jaar en vooruit op belangrijke zaken. Een bijzondere tekst.

Baudet: “Onvermijdelijk gaat dit alles ook gepaard met groeistuipen, rimpels en plooien. Met onverwachte successen of momenten van tegenslag. Soms is het zoeken naar de juiste toon. Of wordt een tweet, citaat of gedraging tot belachelijke proporties uitvergroot in de media. De framing is enormDe link in dit citaat leidt naar de website van de partij alwaar twintig labels (frames) worden aangekaart en ontkracht. Nou ja frames. Is de opvatting dat de persoonlijke vraag over huilen, die Baudet aan Rutte stelde in hun debat ongepast was, een frame? 

Bron: Wikimedia Commons

Bijzonder is dat Baudet zich in zijn schrijven ook van frames bedient. Zo spreekt hij over: “heethoofdige opwarmingstheorieën en zeespiegelprognoses die de discipelen van Al Gore ons voorhouden.” En iets verder: “onder al het milieuactivisme ligt dus vaak een diepe spirituele leegte.” Mensen die zich op een voor Baudet afwijkende manier zorgen maken om het klimaat zijn heethoofdig zonder veel diepgang. Ook met betrekking tot het onderwijs gebruikt Baudet zijn inmiddels bekende frame. Goed onderwijs begint: “met het stoppen van linkse indoctrinatie.” Een  frame op zich die weer verwijst naar het cultuurmarxisme-frame’

Een eindje verderop in zijn betoog: “Uiteindelijk is ons doel het veranderen van de weg-met-ons mentaliteit die onze politieke, culturele en journalistieke elites doordrenkt. De oikofobie. Want die verklaart de slappe knieën van kartelpolitici, de schaamte voor onze geschiedenis, het weggeven van onze gulden, de sfeerloze, liefdeloze architectuur.”  Zo dat zijn aardig wat frames in een passage ‘weg-met-ons-mentaliteit’ en ‘oikofobie’ twee keer hetzelfde frame maar anders verwoord. En wie maakt zich daaraan schuldig? ‘Onze politieke, culturele en journalistieke elite’, alweer een frame bedoeld om mensen buiten de orde te plaatsen. Want wie behoort er tot die groep? Behoort Baudet nu niet ook tot de ‘politieke elite’? Of het woord ‘kartelpolitici’ en dan vooral in combinatie met ‘slappe knieën’. Hoezo is er sprake van ‘schaamte voor onze geschiedenis’ als je de wat minder positieve aspecten ervan voor het voetlicht brengt?

Baudet: “Daarmee zijn we dus tegen elke vorm van identiteitspolitiek: we willen mensen niet inkaderen op grond van ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur, enzovoorts – maar juist als individu tot hun recht laten komen.”  Een mooi standpunt. Alleen stelt hij iets eerder in zijn betoog de vraag: “Waarom blijkt het nu eigenlijk zo moeilijk om bij uitstek islamitische immigranten te integreren?” Een bijzondere vraag als je ieder mens als individu wilt zien en niemand wilt ‘inkaderen op grond van ‘ras, geslacht, geloof, seksuele voorkeur enzovoorts’.

Binnen zijn partij is er plek voor discussie en verschil van mening: “Annabel Nanninga (heeft) gelijk als ze zegt dat we de acute noden van de kiezer nooit mogen vergeten; maar (…) Freek Jansen (heeft) óók gelijk als hij jongeren diezelfde middag oproept zich te verdiepen in de politiek-theologische achtergrond van de huidige crisis. Nausicaa Marbe heeft gelijk als ze stelt dat we een open, tolerant en pluriform patriottisme moeten uitdragen; maar Paul Cliteur heeft óók gelijk dat we bepaalde waarden – de Verlichtingswaarden – nooit mogen loslaten.” En enkele alinea’s verder: “Ook op het gebied van persoonlijke stijl kunnen meningen uiteen lopen, en we waarderen het dat daarover óók gesproken kan worden binnen onze partij. Het is een onderdeel van de Nederlandse cultuur die we koesteren en voelen in onze vezels: wars van overdreven formaliteiten, open, eerlijk, het hart op de tong en evenveel meningen als mensen. Met grote ruimte voor andersdenkenden en een stip op de horizon waarheen we varen.” Hoe verhoudt die trots en hoog opgeven van Baudet over die Nederlandse cultuur zich tot zijn uitspraken die ik in de vorige twee alinea’s aanhaalde? De frames die hij gebruikt om zijn tegenstanders om het stevig te zeggen, buiten de orde te plaatsen?

Welk beeld, of meer in stijl frame, roept Baudet op als hij, door zijn opponenten te ‘framen’, zich verzet tegen de manier waarop hij wordt ‘geframed’? Of zou Baudet werkelijk geloven dat zijn frames, geen frames zijn maar de waarheid?

Uitgelicht

Het doel en het middel

Deze week maakte de Technische Universiteit Eindhoven (TUE)  bekend dat zij wetenschapsbanen de komende tijd alleen maar openstelt voor vrouwen. “Pas als er na zes maanden nog geen geschikte kandidaat voor de baan is gevonden, wordt verder ook onder mannelijke kandidaten geworven.” Zo las ik in de Volkskrant. Waarom? Omdat er slechts weinig vrouwen een wetenschapsbaan hebben en “De maatregel (…) moet ertoe leiden dat volgend jaar al een op de vijf hoogleraren (20 procent) vrouw is.”

Bron: WikimediaCommons

Boudewijn van Dongen werkzaam aan diezelfde Universiteit, werpt in het blad van de TUE een ander licht op de zaak. De mensen die de 150 wetenschapsbanen moeten invullen, zouden in het collegejaar 2005/2006 moeten zijn afgestudeerd en dat jaar was: “Voor de categorie ‘Natuurwetenschappen/Informatica’ (…) slechts zeventien procent,” van de afgestudeerden vrouw. Zou die 17% genoeg zijn om die 150 vacatures te vervullen. 

Daar sta je dan als hooggekwalificeerde, in dat jaar, afgestudeerde man die een baan bij de universiteit ambieert. Je wordt gediscrimineerd, buitengesloten en bent kansloos. Brandon Pakker vindt, zo schrijft hij bij Joop, dat dit kan maar de: “Diversiteit moet een nastrevenswaardig doel dienen.” En dat doel is er, volgens Pakker. Immers: “Van jongs af aan wordt ons aangeleerd dat wetenschap vooral een mannending is, en het vergt geen hogere wiskunde om daaruit te concluderen dat dit bijdraagt aan het in stand houden van de status quo.”  Dit terwijl: “verschillende studies (…)de voordelen van gendergelijkheid in de werksfeer aantonen.” En: “Laat (…) het aanstellen van vrouwen als hoogleraar (om het) masculiene beeld van de wetenschap” te verminderen, nu zo’n doel zijn. Heeft Pakker een punt?

Laten we aannemen dat hij een punt heeft dat het afnemen van “het masculiene beeld” discriminatie rechtvaardigt. Waarom dan alleen bij functies die nu in ‘hoog aanzien’ staan? Zijn er dan niet nog enkele andere beroepsgroepen waar een dergelijke maatregel moet worden ingevoerd? Denk bijvoorbeeld aan de bouw, de stratenmakerij, de vuilophaaldiensten, defensie, brandweer en de politie. Zullen we ook daar dan alleen maar vrouwen aannemen? Immers ook voor voor die sectoren geldt dat ‘van jongs af wordt aangeleerd dat het mannendingen’ zijn. Ook daar kan men wel wat voordelen van gendergelijkheid gebruiken en kan de aanstelling van alleen maar vrouwen het ‘masculiene beeld verminderen’.  

Als Pakker een punt heeft dan is met evenveel recht en rede te betogen dat het afnemen van het ‘feminiene beeld’ ook een reden is om een dergelijke maatregel te nemen en het ‘feminiene beeld’ van die beroepen te verminderen. Dan kunnen ook daar de voordelen van gendergelijkheid worden geplukt. Dus voortaan alleen maar mannen aannemen in de kinderopvang, als leerkracht op een basisschool, als pedi- of manicure, tandartsassistent, thuis- of kraamhulp en als verloskundige.

Pakker mag een punt hebben dat een minder masculien beeld van de technische wetenschappen een nastrevenswaardig doel is. Net zoals het voor de hierboven opgesomde sectoren nastrevenswaardig is. Belangrijker dan het doel is echter de vraag of dat doel dan het middel heiligt? Of heeft Elma Drayer een punt als ze in haar column in de Volkskrant schrijft: “Vrouwen buitensluiten, alleen omdat ze vrouwen zijn – het was een flagrante schande. Mannen buitensluiten, alleen omdat ze mannen zijn is dat evenzogoed”?

Uitgelicht

Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.