Uitgelicht

Productie of consumptie?

Vanuit welk perspectief bekijk je iets? Dat maakt nogal wat uit voor wat je ziet, hoe je dat interpreteert en wat dat vervolgens betekent voor je kijk op de werkelijkheid. Deze vraag kwam bij me op na het lezen van een column van Heleen Mees in De Volkskrant. Een column die eindigt met de volgende zin:Maar zoals een bekende econoom ooit schreef: ‘Productiviteit is niet alles, maar op de lange termijn is het bijna alles’.”

De column behandelt een discussie onder economen over de productiviteitsgroei in Europa en de Verenigde Staten. Conclusie, zo betoogt Mees: “Hoewel Europa de Verenigde Staten de afgelopen decennia heeft kunnen bijhouden in termen van koopkracht – ironisch genoeg dankzij het goedkoper en beter worden van Amerikaanse digitale technologie – blijven de productiviteit en innovatiekracht van de groeisectoren in Europa achter bij die in de Verenigde Staten.” En omdat productiviteit op langer termijn ‘bijna alles’ is, moeten we ons zorgen maken suggereert Mees. En inderdaad in de huidige economische wetenschap is productiviteit bijna alles. Als je koekjesbedrijf productiever is dan dat van de concurrent dan kun jij een goedkoper koekje aanbieden en heb jij werk en je concurrent niet. Ons denken over economie is gebaseerd op groei. Niet vreemd in een door kapitalisme gedomineerde wereld. Kern van het kapitalisme is immers de accumulatie, de groei of toename, van kapitaal. In een dergelijke wereld is productiviteit ‘bijna alles’.

Maar wat als je de wereld beschouwt vanuit consumptie? Als je je ten doel stelt om om zoveel te produceren als nodig is voor eenieders welzijn en dat probeert te bereiken met zo min mogelijk menselijke inspanning? Is een markt met erop concurrerende ondernemers dan nog steeds de beste manier om dat doel te bereiken? Is productiviteit dan nog steeds ‘bijna alles’ of is het dan een manier om de menselijke inspanning te verlagen? Interessante vragen. Vragen die centraal staan in het boek The Conquest of Bread van de negentiende-eeuwse Russische communistische anarchist Peter Kropotkin. Kropotkin werd geboren als prins ineen oudadelijke vooraanstaande Russische familie.

In dit boek uit 1892 beschrijft hij de ideaalwereld die zou moeten ontstaan na de volgende revolutie. Die wereld zou zich kenmerken door het centraal staan van het individu en afwezigheid van een overheid. Iets waar ook de neoliberalen en vooral de libertariërs van dromen. Maar voordat die in juichen uitbarsten: het voor hen heilige en in onze samenleving centraal staande eigendom bestaat niet in Kropotkins wereld. (I)ndividual ownership of the land and the instruments of labour,” ligt aan de basis van ongelijkwaardigheid en uitbuiting: It was the necessary condition for the development of capitalist production .”1 Kropotkins ideaalwereld kenmerkt zich door radicale gelijkwaardigheid van een ieder. In deze wereld is geen plek voor geld en dus ook niet voor loonarbeid. Loonarbeid is, zo betoogt Kropotkin, niets anders dan voortgezet feodalisme. Het is uitbuiting van arm door rijk op een andere manier dan als lijfeigene horige of slaaf.

Waar de revoluties van de achttiende en negentiende eeuw de mist ingingen, zo betoogt hij, was dat ze eigendom in stand hielden en dus ook de ermee gepaard gaande ongelijkwaardigheid. De bezitter kon zijn bezit blijven gebruiken om de bezitsloze uit te buiten. Loonarbeid bleef op een of andere manier in stand en omdat loonarbeid in revolutionaire tijden onzeker was en zelfs wegviel, ontbrak het de revolutionairen na verloop van tijd aan alles en vooral aan voedsel. Dan smoorde de revolutie want al die mooie woorden en verklaringen vulden geen magen en kreeg de contrarevolutie, zij die alles bij het oude wilden laten, de wind in de zeilen. Door bezit af te schaffen en gemeenschappen zichzelf te laten organiseren, zou een revolutie wel kunnen slagen. Dan zouden mensen met elkaar afstemmen wat er nodig was voor welvaart en welzijn voor allen en dat produceren. Dan zou dus de consumptie centraal staat. Want: “Was it not necessity that first drove man to hunt, to raise cattle, to cultivate land, to make implements, and later on to invent machinery. Is it not the study of needs that should govern production? To say the least, it would therefore be quite as logical to begin by considering the needs, and afterwards to discuss how production is, and ought to be, organized, in order to satisfy these needs.”2

En ‘to satisfy these needs, hoeft, zo berekent Kropotkin, iedereen in de leeftijd tussen 18 en 50 maar een uur of vijf per dag te werken. De rest van de tijd kan dan worden besteed aan persoonlijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld muziek maken of wetenschap bedrijven. Dit deel van het boek lezend, moest ik aanhet essay Economic Possibilities for our Grandchildren van de econoom John Maynard Keynes denken. Die voorzag dat we in onze huidige tijd aan drie uur werk per dag genoeg zouden hebben om in onze behoeften te voorzien.3 Daar kon hij weleens gelijk in hebben, alleen staat productie centraal in onze maatschappij en niet de behoeften (consumptie). En als productie centraal staat wordt er geproduceerd en moet er altijd meer en sneller geproduceerd worden.

Een interessante gedachte. Zeker met in het achterhoofd de vraag: “Krijgt de mensheid er met de bevolkingskrimp een zoveelste crisis bij? “ die Koen Haegens stelt in een artikel In De Groene Amsterdammer: “De Verenigde Naties rekenen voor het einde van deze eeuw op 10,2 miljard mensen. De Nederlandse bevolking kan, in het uiterste geval dat de netto immigratie naar nul gaat, tegen die tijd gedaald zijn naar 12,7 miljoen.” Met een economisch wereldbeeld waarin groei en dus productie centraal staat, is krimp een ramp. Plaats je consumptie centraal dan ziet de wereld er heel anders uit, dan hoeft er minder gewerkt te worden om welvaart en welzijn voor iedereen te bereiken en houden we dus meer tijd over voor zaken die we leuk vinden, voor de eigen ontwikkeling en ontplooiing.

Bijkomend voordeel van het afschaffen van eigendom is ook dat het intellectuele eigendom, de patenten, wordt afgeschaft. Dat zou de innovatie wel eens een enorme boost kunnen geven. Zeker voor de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zou dit een zegen kunnen zijn omdat de technologie dan van iedereen is en niemand er belang bij heeft die zo in te richten dat anderen er de dupe van zullen zijn. Daarmee is ook het probleem dat Pieter Klok in zijn Commentaar in de Volkskrant constateert opgelost en dat is dat: “Innovatie en arbeidsproductiviteitsgroei laten zich moeilijk afdwingen van boven.” Dan komt innovatie en de groei van de productiviteit te goede aan iedereen. Groeiende productiviteit betekent dan minder tij besteed aan arbeid en dus meer voor persoonlijke ontwikkeling.

1Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 30

2Peter Kropotkin,The conquest of Bread, pagina 169-170

3John Maynard Keynes, Economic Possibilities for our Grandchildren,pagina 5

Uitgelicht

‘Fouten’ uit het verleden herhalen

“Er moest veel gebeuren om die teruggaven daadwerkelijk te laten plaatsvinden, er moest veel veranderen om alleen al het bestaan van inheemse Amerikanen te erkennen, na decennia van uitwissing en geïnstitutionaliseerd vergeten die waren gevolgd op eeuwen van genocide.’,” Aldus Rebecca Solnit in een artikel bij De Correspondent. In het artikel wordt beschreven hoe een gebied van 190 hectare ten noorden van San Francisco wordt teruggegeven aan vertegenwoordigers van de oorspronkelijke bewoners van het gebied. ‘Laten we dat ook in Nederland gaan doen’, was het eerste wat mij te binnen schoot.

Nu hoor ik jullie schreeuwen; ‘in Nederland is het land toch van de inheemsen?’ Daarbij wordt iets vergeten. Hetzelfde wat met de grond van de inheemsen in de VS is gebeurd, is ook in Nederland en de rest van Europa gebeurd en gebeurt nu nog in Afrika en Azië. Dat gebeurde wordt met een Engelse term enclosure genoemd. Letterlijk omheining, het zetten van een hek om grond. En die grond die werd omheind was gemeenschappelijke grond. Grond die mensen van een dorp gezamenlijk gebruikten om te overleven.

Wachten op het kanonschot van de Oklahoma Land Rush.Bron: Pinterest

Gemene of gemeenschappelijke gronden speelden gedurende lange tijd een belangrijke rol in het leven en overleven van onze voorouders. Deze gronden, in eigendom van een landeigenaar, konden worden gebruikt door de “gebruiksgerechtigden”. Bijvoorbeeld de inwoners van een dorp of enkele dorpen. De gerechtigden mochten gebruik maken van de grond door er hun vee te laten grazen, het hout te gebruiken, te vissen in de wateren en op wilde dieren te jagen. Hoe (aantal en soort dieren, hoeveelheid vis etc.) de grond mocht worden gebruikt, was vaak goed vastgelegd en gebaseerd op het gewoonterecht. Op dit gebruik werd ook toegezien. Dit kon door de gerechtigden zelf of door aangewezen personen (een baljuw, veldwachter of een andere functionaris). Aan dit gewoonterecht kon de landeigenaar niets veranderen. Het gebruik van de gemene gronden naast hun eigen kleine stukje grond zorgde ervoor dat de plattelandsbewoners konden overleven maar het was zeker geen vetpot.

Gemene of gemeenschappelijke gronden, in het Engels Commons, kwamen in 1968 weer in de belangstelling met een artikel van de Amerikaanse ecoloog Garraty Hardin. Een artikel met als titel The Tragedy of the Commons. Hierin geeft Hardin zijn verklaring voor het verdwijnen van die gemene gronden. Hardin gebruikt hier het voorbeeld van een stuk weidegrond dat door de plaatselijke herders wordt gedeeld. De weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Het inkomen van de herders wordt bepaald door de omvang van hun kudde. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Dat ene schaap verhoogt immers zijn inkomen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus zijn een schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is uitputting onvermijdelijk. Herder A, en met hem de andere herders, zit vast in een systeem dat hen langzaam maar zeker naar de ondergang dringt. Het welbekende prisoners dilemma zorgde er dus voor dat de gemene gronden verdwenen.

Iedere herder maakt, volgens Hardin, de enige rationele keuze vanuit de individuele positie. Maar bekijk je het vanuit het totaal dan handelen ze allemaal irrationeel. Ze verwoesten zo immers de weide die hen voedt. Echter, Hardin veronderstelt dat de gebruikers van de gemene gronden deelnamen aan het economisch verkeer van vraag en aanbod en dat ze allemaal streefden naar meer inkomen. Dit op een manier die vergelijkbaar is met de tijd waarin Hardin zijn artikel schreef. Hij kijkt met zijn bril (zijn en de huidige kijk op de wereld) naar het verleden en dat is meestal niet de bril die men in het verleden droeg. Voor veel van onze voorouders was de wereld niet veel groter dan de streek waarin zij woonden. In die streek probeerden zij te overleven en dat deden zij voor het overgrote deel door in hun eigen behoeften te voorzien. Zij produceerden niet voor de markt en waren niet bezig met inkomen vergaren laat staan rijk worden. Overleven lukte hen onder andere door het gebruik van de gemene gronden. Het gebruik van de gemene gronden was goed gereguleerd in het gewoonterecht. Dit voorkwam, zo daar al aanleiding toe was, misbruik en vooral over gebruik van deze gronden.

Als de landeigenaren dit niet konden veranderen en de gebruikers het niet wilden veranderen, hoe kan het dan dat het systeem toch is afgeschaft? Individuele landeigenaren konden er inderdaad niets aan veranderen, maar dat werd anders toen de totale machtsbalans verschoof van koning naar parlement. De parlementen werden bevolkt door de klasse van eigenaren (en dat waren voor het overgrote deel de landeigenaren). De parlementen kregen in de nieuwe situatie wel het recht om het gewoonterecht aan te passen of af te schaffen. Van die mogelijkheid werd gebruik gemaakt. In Engeland leidde dat tot vele enclosure acts. Dit gaf de landeigenaren de mogelijkheid om de gemene gronden te omheinen (enclose) en zelf in gebruik te nemen. Hiervan maakten ze graag gebruik en pasten hierbij nieuwe, moderne landbouwtechnieken toe. Gevolg hiervan was dat de totale voedselproductie steeg. Op het eerste oog een positief iets. Een nadere beschouwing leert echter dat de werkelijkheid net iets anders was. Hogere productie leverde de landeigenaren meer inkomsten op via de verkoop van de producten op de markt (landelijk en later de wereldmarkt). De andere kant van de medaille was dat de kleine boeren niet meer rond konden komen nu ze de gemene gronden niet meer konden gebruiken. Ondanks de toegenomen productie hadden deze mensen minder te eten omdat ze niet in hun eigen levensonderhoud konden voorzien. De werkelijke tragedie van de gemene gronden was niet dat de gebruikers ervan gevangen zaten in een systeem dat hen via een rationele keuze leidde naar hun eigen ondergang. De werkelijke tragedie vormde de andere kant van de medaille, het niet meer kunnen voorzien in hun eigen levensonderhoud. Die kant wordt door Karl Polanyi treffend omschreven: “Enclosures have appropriately been called a revolution of the rich against the poor.”1 Vele van deze nieuwe paupers moesten dus op zoek naar andere manieren om te overleven. De zogenaamde agrarische revolutie zorgde er zo voor dat deze paupers beschikbaar kwamen voor de eerste fabrieken en maakte zo de industriële revolutie mogelijk.

Ik heb hier voornamelijk de Engelse situatie beschreven, die is het best gedocumenteerd. In andere landen op latere tijdstippen gebeurde iets soortgelijks op verschillende manieren. In de Verenigde Staten eigende de overheid zich via Appropriation Acts de grond toe en gaf die vervolgens op verschillende manier in eigendom van particulieren. Een voorbeeld hiervan is de Oklahoma Land Rush van 1889. Toenmalig president Benjamin Harrison verklaarde op dat 22 april 1889 om twaalf uur ‘s middags het ‘niet toegewezen land’ zou worden geopend voor vestiging. Op dat moment klonk een kanonsschot en stoven mensen het land in om het te claimen. Voor stripliefhebbers, het Lucky Luke album De trek naar Oklahoma handelt over deze gebeurtenis.

Ook in Nederland, net als in de rest van Europa, werden gemeente gronden op een of andere manier particulier. In het ene deel van Nederland, het gebied tussen de rivieren, gebeurde dit eerder dan in de zandgronden. Bij het inpolderen van land gebeurde het meteen. Eerder of later, de gevolgen waren hetzelfde als in de VS, de inheemsen werden van hun land verdreven.

Door het wegvallen van die gemeenschappelijke gronden, viel de mogelijkheid om in hun eigen levensbehoeften te voorzien weg. Voor hen restte niets anders dan zich als ‘loonslaaf’ te verhuren. Eerst als zzp-er avant la lettre door naast het bebouwen van hun eigen kleine stukje land, te spinnen of weven voor een koopman. Met de industrialisering viel ook dit weg en restte niets anders dan hun stukje land te verkopen, naar de stad te trekken en zich aan te sluiten bij het proletariaat en loonarbeider worden. Loonarbeid werd eeuwenlang als onvrije arbeid gezien, als slavernij in een iets andere vorm. Andere tijd, ander land hetzelfde mechanisme. Enige verschil met de VS is dat hier de ‘inheemsen ’ werden verdreven door ‘inheemsen’. In de Verenigde Staten wordt nu dus grond teruggegeven. Trouwens niet alleen in de Verenigde Staten ook in Nederland wordt grond teruggegeven aan ‘inheemsen’ zoals Natuurmonumenten of het Limburgs Landschap om de natuur te versterken. Alleen het gebruiksrecht is veranderd naar recreatief.

Dat kun je toejuichen maar realiseer je dan dat hetzelfde mechanisme nog steeds werkzaam is. Ik vrees dat deze geschiedenis ‘institutioneel’ maar ook ‘niet-institutioneel’ is vergeten. Dat is jammer omdat ‘inheemsen’ nog steeds van ‘grond’ worden gejaagd. Dat die grond wordt ‘omheind’ met als doel om het tot een product te maken en de opbrengst ervan in de zakken van individuen te laten verdwijnen. ‘Inheemse’ maar vaak ook nog steeds ‘uitheemse’ individuen. Daar waar grote bedrijven die op fabrieksmatige wijze agrarische producten voor de wereldmarkt willen produceren, grote gebieden opkopen van de overheid en zo de kleine lokale boeren verdringen die deze grond vaak al generaties lang in gebruik hadden. Die rest dan niets anders dan naar de steden te trekken en daar proberen te overleven. Ook dit leidt tot een stijging van de productie en een toename van armoede en vaak ook honger. Want ook hier wordt met name voor de wereldmarkt geproduceerd en verkocht aan de best betalende en dat is meestal een buitenlandse partij. De laatste jaren wordt dit nog versterkt door het opkopen van gronden en bossen ter compensatie van koolstofdioxide uitstoot. Naomi Klein geeft een goede beschrijving van deze ontwikkeling in haar boek No Time, verander nu voor het klimaat alles verandert.2 En niet alleen om landbouw op te bedrijven, ook de grondstoffen in de bodem toe te eigenen of een mooie kuststrook toeristisch te vermarkten. Maar ook door het toe-eigenen van kennis over de geneeskrachtige eigenschappen van planten en deze te patenteren. De meest recente vormen van ‘enclosure’ betreft het vermarkten van onze gemeenschappelijke data en het gebruik van alles wat de mensheid heeft geproduceerd, wellicht ook deze Prikker, om algoritmen voor artificiële intelligentie te trainen. Dit zonder daarvoor een vergoeding te betalen maar er wel flink geld mee te verdienen. Nu heb ik er niets op tegen dat mensen mijn schrijfsels gebruiken om hun eigen brein of een algoritme te trainen. Ik heb er wel moeite mee dat zij vervolgens geld aan mij vragen voor het resultaat van hun werk.

Ik hoop dat deze Prikker bijdraagt aan het, al dan niet institutioneel, vergroten van de kennis van het ‘omheinen’ van gemeenschappelijk bezit. Want het teruggeven van 180 hectare grond aan de oorspronkelijke bewoners van dat stukje Californië is mooi. Voorkomen dat er over honderd jaar iets terug moet worden gegeven aan bijvoorbeeld inheemse Cambodjanen lijkt mij effectiever.

1Karl Polanyi, The Great Transformation. The Political and Economic Origins of Our Time, pagina 37

2 Naomi Klein, No Time. Verander nu, voor het klimaat alles verandert. Pagina 246 – 259

Uitgelicht

Een middagje fröbelen

De ingekorte procedure van de ind is dan ook niet zomaar een technische ingreep om zijn straatje schoon te vegen. Het past in een ontwikkeling waarbij rechters verantwoordelijk worden gemaakt voor de dingen waar de politiek vanaf wil. Zozeer zelfs dat de ind zich al op voorhand afmeldt voor de rechtszaken die komen.” Dit concluderen Doris Janssen en Sascha Pimentel in een artikel in de Groene Amsterdammer. Een stevige conclusie maar niet stevig genoeg. In een recente prikker betoogde ik dat er bij het asielbeleid sprake is van rationele irrationaliteit. Dat er beleid wordt gemaakt en maatregelen genomen die binnen het denkframe van de makers rationeel zijn maar die tot irrationale resultaten leiden, namelijk tot een samenleving die in groepen uiteenvalt terwijl het doel is om segregatie tegen te gaan. Die resultaten leiden tot boosheid, radeloosheid en fanatisme en dat de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en Keijzers van tegenwoordig die boosheid, de radeloosheid en het fanatisme opstoken voor eigen gewin. De nieuwe plannen van de IND waar De Groene Amsterdammer over schrijft, getuigen nog steeds van dezelfde rationele irrationaliteit. Maar het gaat nog verder: de regering zet de sloophamer in de fundamenten van de rechtsstaat.

Die recente Prikker was een derde in een reeks over het asielvraagstuk. In de eerste toonde ik aan dat VVD-fractievoorzitter Brekelmans maar de halve waarheid vertelt en het deel dat niet in zijn kraam te pas komt verzwijgt. In de tweede bekritiseerde ik de prioriteiten die er met betrekking tot asiel worden gesteld. Zo wordt er veel tijd besteed aan ‘het sneller ongewenst verklaren’ van criminele asielzoekers. Dit terwijl de echte problemen die de asielketen verstoppen niet worden aangepakt.

In die eerste twee Prikkers schreef ik dat de IND er nu gemiddeld 97 weken over doet om een besluit te nemen. Dit terwijl de wet er een termijn voor stelt van 26 weken. Dit is een belangrijke reden waarom er zoveel opvangplekken voor asielzoekers nodig zijn. Volgens de nieuwe plannen gaat die beslistermijn terug naar twee weken. De oude procedure is te rigide en gedetailleerd, aldus Sander Kalwij van de IND: “Die was tot in de puntjes vastgelegd in de wet’. Wij wilden meer flexibiliteit.” De aanpassingen behelzen onder meer dat de asielzoeker zelf zijn aanvraag via een tablet indient. Een prachtige vinding. Probleem is alleen dat als de aanvragers van asiel een beetje op de Nederlander lijken, dan hebben ongeveer 3 miljoen mensen in de leeftijd tussen 17 en 75 beperkte basisvaardigheden voor wat betreft, lezen, schrijven en digitale vaardigheden. Dit ondanks het feit dat (bijna) iedereen in Nederland tot en met het zestiende levensjaar onderwijs heeft gevolgd. Dat kan niet worden gezegd van de landen waar de asielaanvragers vandaan komen. Of dan ‘zelf invullen op een tablet’ de beste manier is om een aanvraag in te dienen, is uiterst twijfelachtig.

Als tweede wordt het aantal gesprekken (de zogenaamde gehoren) met de IND teruggebracht van twee naar één. In zo’n gehoor moet de aanvrager onderbouwen waarom hij of zij gevaar loopt in het land van herkomst. Ook wordt de voorbereiding van het gehoor, dat bestond uit voorlichting door Vluchtelingenwerk en begeleiding door een asieladvocaat net als de medische controle om te zien of de aanvrager medisch wel in staat is tot het voeren van zo’n gesprek, geschrapt. Zaken die juist waren toegevoegd om zorgvuldigheid van de procedure te verbeteren. Dat is vragen om ellende. Het gaat dus zo worden dat de aanvrager op kantoor komt bij de beslismedewerker van de IND. Alleen weet de aanvrager niet wat de rol en functie van die medewerker is, wat het doel van het gesprek is, wat er van hem of haar wordt verwacht, welke zaken meegenomen moeten worden als mogelijk bewijsmateriaal enzovoort. Dit moet ertoe leiden dat er binnen twee weken op een aanvraag wordt beslist. Om dat te kunnen halen, moet het ‘voornemen’ worden geschrapt. Het voornemen is dat de beslisser de aanvrager verteld wat het besluit gaat worden en op basis van welke informatie. Mocht de informatie niet kloppen of er aanvullende informatie zijn, dan kon die nog worden ingebracht en dat zou tot een ander besluit kunnen leiden. Dat is vragen om ellende.

Wie het niet eens is met het krakkemikkig genomen besluit, kan de gang naar de rechter maken. Die zal de IND eerst op de vingers tikken omdat ze de wettelijke procedure niet heeft gevolgd. De Algemene wet bestuursrecht, en dan vooral artikel 4:7, verplicht de overheid om, voordat een aanvraag geheel of gedeeltelijk wordt afgewezen, de aanvrager in de gelegenheid te stellen zijn zienswijze naar voren te brengen als de afwijzing steunt op gegevens over feiten en belangen die de aanvrager betreffen, en die gegevens afwijken van gegevens die de aanvrager ter zake zelf heeft verstrekt. De rechter zal hieraan toetsen en zal concluderen dat er geen sprake is van een besluit als bedoeld in het vierde hoofdstuk van de Algemene wet bestuursrecht. Hij zal de IND de opdracht geven om eerst maar eens een besluit te nemen volgens de juiste procedure.

Als de IND dan in tweede instantie wel een besluit heeft genomen volgens de wettelijke procedure en het komt weer voor de rechter, dan zal de rechter gaan bekijken of de aanvrager wel voldoende op de hoogte is van wat er in de verschillende stappen van het proces van hem of haar wordt verwacht. Of de aanvrager wel in (medisch) staat was voor een ‘gehoor’. De asieladvocaat zal de rechter hierop attenderen als dat in de ogen van hem of haar niet het geval was. De kans is dan groot dat de rechter het genomen besluit nietig verklaart en de IND opdraagt om de zaak nog maar eens opnieuw te beoordelen en het gehoor opnieuw te voeren.

“Of als een asielzoeker ons wil attenderen op iets dat we niet goed hebben onderzocht, of met een document komt dat we niet hebben betrokken,” dat gesprek kan volgens Kalwij best in de rechtbank worden gevoerd. “Veel mensen zien het als een stap terug, maar wij denken dat het meer snelheid brengt. Wij hoeven gewoon een stap minder te doen.” Ja, de IND vraagt een ander om die stap voor haar te zetten. Iemand anders moet het werk doen. De IND gaat, zo zegt ze, dossiers die aan de rechter worden voorgelegd nog eens goed beoordelen op het goed beargumenteren van de afwijzing. Mocht dat niet het geval zijn, dan trekt de IND de beslissing in. Alleen hebben de rechtbank en de asieladvocaat dan wel al tijd en energie in de zaak gestopt.

Het afschaffen van het voornemen was al lang een wens van ons. Geen enkel ander EU-land heeft een voornemen,” zo betoogt Kalwij. Dat geen enkel land het heeft, is geen reden om het af te schaffen. Net zoals een ‘wens’ van de uitvoeringsdienst geen reden is om iets af te schaffen. Dan toch even voor Kalwij, de IND en het kabinet: jullie kunnen het voornemen niet afschaffen. Jullie moeten de wet volgen en de wet met betrekking tot overheidshandelen is de Algemene wet bestuursrecht en het erin opgenomen ‘voornemen’. Wat jullie willen kan alleen als jullie die wet aanpassen. Dat kan, maar dat heeft grote gevolgen voor alle overheidsbesluiten. Daarmee wordt zorgvuldigheid van besluiten geofferd. Maar geofferd voor wat? Afschaffing van dit artikel zal leiden tot een flinke toename aan bezwaren en dus veel meer werk voor de rechterlijke macht.

De IND zal bij veel van die rechterlijke zittingen verstek laten gaan. Dat doet ze nu ook al niet maar dat zal met meer zittingen alleen maar vaker voorkomen. Gevolg hiervan is dat de voorgang van een zaak bij bij de rechter wordt gefrustreerd omdat vragen aan de IND niet direct worden beantwoord. “De rechter kan dan bijna niet anders dan de zaak weer terugsturen naar de ind,” zo lees ik in het artikel, waarna het nog een keer bij de rechter komt. De rechter zou er natuurlijk ook voor kunnen kiezen om in zo’n geval de bezwaarmaker in het gelijk te stellen dat de aanvraag onterecht is afgewezen en dus de aanvrager de verblijfstatus te geven.

De uitvoerende macht verzaakt haar werk en wil dat de rechtsprekende macht dat verzaken oppakt. De uitvoerende macht wil zich niet aan de door de wetgevende macht opgestelde wet houden en de kans is groot dat een flink deel van de wetgevende macht het daar ook nog mee eens is. Hier wordt de sloophamer gezet in de fundamenten van onze rechtsstaat. Rechtsstaten zijn er grofweg in twee soorten. In de Rule by Law vorm en in de Rule of Law vorm. Wat de beide vormen gemeen hebben is dat de wet centraal staat. Waarin ze verschillen is dat in de Rule of Law rechtsstaat ook de overheid zich aan de wet moet houden en je een overheidsbesluit door de rechter kunt laten toetsen. Nederland kent een Rule by Law rechtsstaat. Maar dat was niet altijd het geval. Dat is een traject geweest wat jaren heeft gekost. Afwijkingen van regels hebben de neiging om ‘regels’ te worden. ‘Dat ene geval’ wordt een precedent waarop in een volgend geval een beroep wordt gedaan en zo raken we van de regen in de drup. De regering wil die kant en zet onze Rule by Law rechtsstaat op het spel vanwege een, om oud-premier Schoof aan te halen, ‘gevoelde crisis’ opgeofferd.

Dezelfde ratio die tot de huidige irrationele situatie heeft geleid, wordt nog steeds gevolgd. De resultaten zullen irrationeel zijn en nog schadelijker dan ze nu al zijn. En de Wildersen, De Vossen, Markuszowers, Keijzers en ik voeg er ook maar de Eerdmansen aan toe, zullen in hun handen knijpen want de reeds gezaaide boosheid, de radeloosheid die ze voor eigen gewin hebben opgestookt, kunnen ze verder blijven opstoken en onze samenleving zal verder uit elkaar vallen.

“‘We hebben een middag op het ministerie bij elkaar gezeten over wat er sneller en beter kon. Daarna hebben wij een ontwerp gemaakt dat al snel is overgenomen.” Ik weet niet met wie Kalwij die middag samen zat, maar als dit het resultaat is, dan is deelname aan dat middagje fröbelen reden voor ontslag.

Uitgelicht

Smotrich en de weg naar barbarij

In mijn vorige Prikker trok ik een parallel tussen de manier waarop Trump zichzelf, zijn bedrijven en familie ‘vrijstelde’ van toekomstige belastingcontroles en de manier waarop binnen de laat middeleeuwse katholieke kerk in aflaten werd gehandeld. Tijdens het schrijven van die Prikker viel mij een andere historische vergelijking binnen. Een vergelijking met de Israëlische minister Bezalel Smotrich geplaatste post van zijn triomfantelijke ‘bezoek’ aan de gevangen mensen van de Global Sumud Flotilla als moderne variant van vroeger gedrag. Smotrich ‘herstelt’ een ander oud gebruik in ere. Het publiek tentoonstellen en vernederen van gevangen.

Even terug in de tijd Op 2 maart 1757 wordt Damiens veroordeeld tot “openbare schuldbelijdenis voor het hoofdportaal van de Notre-Dame van Parijs; daarheen zal hij worden gevoerd, gereden op een kar slechts gekleed in een hemd, met een brandende, twee pond zware toorts in zijn hand.” Daarna, “op genoemde kar. En op een schavot dat op de Place de Grève is opgericht, zal met tangen het vlees van zijn borst, zijn armen, dijen en kuiten worden gerukt; zijn rechterhand, met daarin het mes waarmee hij de vadermoord heeft begaan, zal met brandende zwavel worden verschroeid; de plekken die met de tangen zijn bewerkt, zullen met gesmolten lood, kokende olie, gloeiende spiegelhars en een mengsel van gesmolten zwavel en was worden overgoten; zijn lichaam zal vervolgens door vier paarden uiteen getrokken en in stukken gereten worden, zijn romp en leden door vuur verteerd en zijn as in de wind verstrooid.” “ Met deze passage begint Discipline, toezicht en straf van de Franse filosoof Michel Foucault. Een boek dat handelt over de ontwikkeling die het straffen van misdadigers heeft doorgemaakt. Een ontwikkeling waarbij martelpraktijken en vernedering in het Westen werden vervangen door gevangenisstraffen en die straffen steeds meer gericht werden op rehabilitatie van de veroordeelde. Straffen werd humaner.

Smotrich zet de klok weer terug. Hij is niet de eerste. De Verenigde Staten gingen hem in al voor. Dat land mishandelde en vernederde Irakezen in de Abu Graib gevangenis. Ook maakte het land gebruik van landen waar het straffen nog niet of niet zover zijn gevorderd op weg naar humanitair straffen. De VS gingen voor maar deden het heimelijk. De Verenigde Staten gingen ook voor in het buitenspel zetten en niet van toepassing verklaren van het internationaal recht.

Smotrich gaat een stapje verder. Hij staat trots Israëlische de barbarij te verkondigen. Hij gaat terug naar de achttiende eeuw. Een eeuw waarin straffen publiek werden voltrokken. Een tijd waarin de schandpaal fysiek was en niet digitaal. Hij gaat nog een stapje verder dan zijn achttiende-eeuwse voorgangers. Hij gaat verder omdat de gevangen genomen mensen van de Global Sumud Flotilla, in tegenstelling tot Robert François Damiens, niet door een rechter waren veroordeeld. Damiens was veroordeeld voor een mislukte aanslag op de Franse koning Lodewijk XV. Hij was door de rechter veroordeeld voor vadermoord. Als koning was Lodewijk XV immers Damiens ‘vader’ aldus de rechter. De mensen van de Flotilla hebben geen rechter gezien. Sterker nog, ze hebben niet eens een misdaad begaan. Ze voeren op bootjes in internationale wateren en werden op illegale manier door Israël gevangen genomen. Bovendien is het brengen van voedsel en hulpgoederen naar mensen in nood geen misdaad.

Hun enige daad, een misdaad in de ogen van Smotrich, is dat ze Israëlische misdaden tegen de bevolking van Gaza onder de aandacht wilden brengen en de Europese landen tot daden tegen Israël willen aanzetten.

Helaas lijkt van dat laatste in Nederland niet veel te komen. Verder dan wat protesteren tegen volstrekt onacceptabele en onmenselijke behandeling van activisten’ kwam minister-president Jetten niet tijdens zijn wekelijkse gesprek met de pers. Woorden die hij liet volgen door:”Wat je verder ook van die acties vindt.” Geen veroordeling van de Israëlische actie terwijl die toch een flagrante overtreding van het internationaal zeerecht was. Geen aanklacht tegen die overtreding. Verder dan mogelijke sancties tegen producten afkomstig uit illegale nederzettingen, lijkt de Nederlandse regering niet te willen gaan. Geen protest tegen de afbraak van het (internationaal) recht. Internationaal recht red je niet met een daad ‘onacceptabel en onmenselijk’ noemen. Dat vraagt om meer. Zonder dat ‘meer’ ligt de weg naar barbarij open. Een weg die Smotrich al vol enthousiasme is ingeslagen. Een weg die de wereld er niet prettiger op maakt.

De Ballonnendoorprikker is nu ook te volgen op Bluesky: https://bsky.app/profile/frans.eurosky.social

Uitgelicht

Gecreëerde boosheid

“Geweld is onacceptabel. Maar de boosheid en radeloosheid bouwen zich al jaren op.” Woorden van Kamerlid Mona Keijzer in een debat naar aanleiding van de terroristische aanslag in Loosdrecht. Een reactie die bij het gros van de politici was te horen. Bij enkelen, zoals Markuszower, in nog wat stevigere woorden. Ware woorden. Alleen dan op een andere manier dan Keijzer ze bedoelde. Die boosheid en woede is opgebouwd door politieke avonturiers die electorale winst zagen in het opbouwen ervan. Een kleine geschiedenis.

Maar eerst even iets anders. Keijzer is een Kamerlid dat inmiddels twee politieke partijen heeft versleten, voor beiden in een regering zat en nu ‘voor zichzelf’ is begonnen. Zo’n carrière laat al zien waaraan het schort en niet alleen bij Keijzer, want zoals zij zijn er veel meer. Markuszower, Wilders, Eerdmans, de oude bekende Rita Verdonk en zo kan ik nog wel even doorgaan. Politici waarvoor ‘je zin krijgen’ of beter nog ‘aandacht’ belangrijker is dan problemen oplossen. Ze weten het allemaal beter maar samenwerken met anderen, iets wat toch echt nodig is om iets gedaan te krijgen, dat kunnen ze niet. Voor hen is het: my way or the Highway. Dan nu naar de kleine geschiedenis.

Wij schaffen, zodra wij aan de macht komen, de multiculturele samenleving af.’ Deze woorden sprak Hans Janmaat de leider van de politieke partij Centrum Democraten in de jaren negentig. De rechter veroordeelde hem tot een boete wegens discriminatie. Anders dan de naam doet vermoeden, iets wat vaker het geval is bij politieke partijen, waren de Centrum Democraten geen partij uit het centrum van het politieke spectrum maar extreem rechts en ook op het democratische gehalte viel het nodige af te dingen. Op het hoogtepunt van haar bestaan, in 1994, behaalde de partij drie Zetels in de Tweede Kamer. Janmaat was met zijn partij de eerste die zich afzette tegen mensen die korte of langere tijd geleden als immigrant naar Nederland waren gekomen. Nu was Janmaat een politieke kluns.

Wat Janmaat eigenlijk bedoelde was dat hij terug wilde naar een vroegere tijd toen Nederland nog Nederland was. Naar welke tijd is hem nooit gevraagd maar die tijd moet in ieder geval voor 1960 liggen. Wat hij daarbij vergeet is dat Nederland toen ook al ‘multicultureel’ was. Het was de tijd van de verzuiling. Een tijd waarin katholieken, protestanten, liberalen en socialisten er een heel andere cultuur op nahielden en elkaar als vijanden zagen. Hij verlangde, net zoals Wilders en Baudet nu, terug naar een verleden dat er nooit is geweest. Janmaat werd veroordeeld maar dat betekent niet dat het frame ‘multiculturele samenleving’ geen negatieve connotatie kreeg. Die kreeg het in toenemende mate.

De toenmalige VVD-leider Frits Bolkestein betoogde in de Volkskrant van 1991 dat ‘integratie met behoud van identiteit niet deugd. Hij maakte zich vooral zorgen over de islam: “Het ontstaan van zwarte scholen is te betreuren. Gescheiden scholen zijn immers voorbodes van een gescheiden samenleving. Gaan islamitische scholen niet juist de segregatie versterken? Welke islam wordt daar onderwezen: de ruimdenkende of de fundamentalistische? “ Volgens Bolkestein moest er niet gemarchandeerd worden met fundamentele beginselen zoals de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting, de verdraagzaamheid en non-discriminatie. Bolkestein constateerde dat: “Kiezers vinden dat de politiek onvoldoende kennis neemt van hun problemen. Het vraagstuk van minderheden is een probleem dat voortdurend over de tong gaat in kroeg en kerk. Als dat niet genoeg wordt weerspiegeld in Den Haag, dan zeggen de kiezers: waarom zou ik nog stemmen? Een volksvertegenwoordiger die voorbijloopt aan wat er leeft bij het volk is geen knip voor de neus waard.”

Dat er problemen waren was evident en dat die besproken moesten worden ook. Alleen bereikte Bolkestein precies het tegengestelde en dat lag vooral aan de manier waarop hij het gesprek opende. Hij constateerde problemen en wees een schuldige aan: de islam is het gevaar! Een erg onhandige manier om een gesprek te beginnen over reële problemen.Gescheiden scholen wordt nu nog steeds als een probleem gezien. Het gesprek openen over deze uitwassen van het door delen van politiek Nederland zo bejubelde artikel 23 van de Grondwet dat de vrijheid van onderwijs garandeert, zou niet verkeerd zijn geweest. Dan waren we nu tenminste wat verder. Tien jaar later bracht Pim Fortuyn een soortgelijke boodschap met dezelfde schuldige sindsdien heeft Geert Wilders het stokje overgenomen en heeft die boodschap ook ingang gevonden bij nieuwe partijen en oudere partijen zoals de VVD. Dit verkeerde begin van een gesprek over terechte zorgen, speelt ons nu ruim 35 jaar later nog steeds parten.

Bolkestein en zijn navolgers leggen de nadruk op het ‘anders zijn’ van anderen. Ze creëren, geheel in lijn met het denken van Carl Schmitt, een strijd van WIJ tegen ZIJ. Hun WIJ is een Nederland uit een nooit geweest verleden. De ZIJ is een migrant en dan vooral een islamitische migrant. In die strijd is de winst van de een het verlies van de ander. Het begrip ‘Multiculturele samenleving kreeg hierdoor een negatieve connotatie terwijl elke samenleving multicultureel en aan verandering onderhevig is. Een samenleving is “het geheel van de met elkaar verkerende mensen,” aldus de Van Dale. Hoe vaststaand is dat geheel? Verandert een samenleving niet permanent omdat er mensen bij komen door geboorte en emigratie en er vallen mensen weg door sterfte en immigratie? Door kennisontwikkeling? Dit verandert immers mensen. Is een samenleving daarmee niet een fluïde iets en iets wat nooit ‘af’ of ‘compleet’ is?

Een navolger van Bolkestein, toenmalig Kamerlid Malik Azmani liet in 2015 weten hoe hij integratie zag. Op de vraag van de Volkskrant of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor integratie antwoordde hij: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.” Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

In het door Bolkestein en zijn navolgers gecreëerd denkkader, is integratiebeleid dat erop is gericht om ZIJ tot WIJ te maken rationeel. Als we hen maar voldoende onderwijzen dan zien ZIJ wel in dat WIJ beter zijn en dan worden ZIJ als WIJ en hoeven WIJ niet te veranderen. Waaraan hierbij compleet voorbij wordt gegaan is dat die gecreëerde WIJ niet bestaat. Er is niet één Nederlandse cultuur waarin mensen overal hetzelfde handelen. Die Amsterdammer kan geen prins of prinses worden met de Vastelaovend in Venlo. Eén koekje bij de thee is geen Nederlands gebruik. De WIJ bestaat uit IKKEN die in verschillende samenstellingen verschillende zaken met elkaar gemeen hebben en op andere punten in andere samenstellingen van elkaar verschillen. Beleid dat erop is gericht om ZIJ om te vormen tot een niet bestaande WIJ is gedoemd te mislukken. Zeker omdat de boodschap die ervan uitgaat is dat de individuen die ZIJ vormen, want ook dat is geen homogene groep, anders zijn. Zij zijn anders maar omdat niet duidelijk is wie WIJ zijn zullen zij nooit worden als WIJ en zal het samen leven in de samenleving er niet beter op worden. Het meest bijzondere: volgens de wetten van de logica is het onmogelijk dat iets hetzelfde blijft als er iets anders aan wordt toegevoegd.

Daarmee kom ik tot de conclusie dat er sprake is van rationele irrationaliteit. Van rationele irrationaliteit is sprake als rationeel handelen uit eigen belang tot irrationele resultaten leidt. Binnen het frame dat de afgelopen 35 jaar is gebouwd, zijn alle maatregelen met betrekking tot integratie, inburgering en asiel rationeel. De resultaten zijn echter irrationeel. Ze zorgen ervoor dat er precies dat gebeurt waar Bolkestijn zich terecht zorgen over maakte, dat er een samenleving ontstaat met van elkaar gescheiden levende groepen. Die rationele irrationaliteit leidt tot fanatisme. Tot een intimiderende en onbemiddelde vorm van zekerheid die mensen in hun greep houdt en uiteindelijk met geweld voortstuwt. De gebeurtenissen in Loosdrecht en de vele gewelddadige protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum zijn hiervan het levend bewijs.

Nu wil ik Bolkestein nog wel het voordeel van de twijfel geven dat zijn bedoelingen goed waren. Wat je hem wel kwalijk kunt nemen is dat hij als ervaren politicus een beginnersfout maakte bij het aangaan van het gesprek. Die twijfel heb ik niet bij de Wildersen, De Vossen, Markuszowers en de Keijzers van tegenwoordig. Die stoken het de boosheid, de radeloosheid en het fanatisme op voor eigen gewin.

Uitgelicht

Een SGP theocratie

Deze Kamer is gisteren onderworpen,” aldus Kamerlid Markuszower. Onderworpen: “aan een ideologie die democratie en vrijheid en tolerantie … daar heeft die ideologie niks mee.” Dat is nogal wat als je het zo hoort. Wat is er gebeurd? Tijdens een commissiedebat in de Tweede Kamer vorige week, vroeg DENK Kamerlid Ergin of de geplande pauze een kwartiertje eerder kon beginnen zodat hij kon deelnemen aan de iftar. De commissie stemde er in meerderheid mee in en zo geschiedde. Niets aan de hand zou je zeggen. Toch wel. Markuszower: “De vergadering is onderbroken voor een iftar. We zijn dus tolerant geweest voor de intoleranten. Dat is de eerste stap naar islamisering van het parlement. Die stap moeten we terugdringen en daar wil ik graag mee in debat met u.” Die u waarmee Markuszower in debat wil, is de Tweede Kamer zelf. Bijzonder, van niets iets maken is een kunst.

Robert II van Normandië in de strijd tegen de moslims tijdens de eerste kruistocht het beleg van Antiochië. Bron: https://soldadosfortuna.blogspot.com/2014/02/las-cruzadas-1.html

Echt bijzonder is dat dit niets dat al iets was geworden, vervolgens door een deel van de Kamer werd opgeblazen tot mythische proporties. SGP Kamerlid Flach: “Ik ben het eens met de heer Markuszower. Dat dit gisteren gebeurd is moet eens maar nooit weer zijn.” PVV Kamerlid Boon: “We hebben allemaal gezien dat Nederland gisteren een stukje verder geïslamiseerd is met steun van het CDA en VVD. Het was eigenlijk een zwarte dag voor Nederland.” Kamerlid Keijzer: “volgens mij was gisteren een bedrijfsongeval.” JA21 Kamerlid Ceulemans: “Meneer was de laatste die nog aan het woord kwam. Maar er moest demonstratief worden geschorst zodat meneer dadeltjes kon gaan eten. … Het was totale aandachtstrekkerij en heel triest dat het gehonoreerd is.” Een kongsi tussen extreem rechts en christenfundamentalisme. Beiden vinden elkaar in hun afkeer van vreemdelingen en zeker als die vreemdelingen islamiet zijn. Het debat komt er niet want de vraag erom kreeg onvoldoende steun.1

Daarmee was de kous af. Of toch niet? Het hele gebeuren was voor de SGP Kamerleden Flach en Van Dijk aanleiding om een artikel te schrijven dat voor De Telegraaf van voldoende kwaliteit was om te plaatsen. Volgens de heren is een islamitische iftar: “niet zomaar een gezellig etentje. Het is een religieus moment waarbij Allah wordt aanbeden.”… Omdat er bij de iftar een gebed tot Allah moet worden uitgesproken, is er bijna altijd een imam bij. Vaak bid hij de Shahada: een tekst die verre van onschuldig is. De Nederlandse vertaling: Ik getuig dat er geen god is die aanbeden mag worden, behalve Allah en ik getuig dat Mohamed zijn profeet is.” Voor een belijdend christen zijn Kerst, Pasen en Pinksteren ook niet zomaar gezellige etentjes, maar religieuze momenten waarbij God aanbeden wordt. Ook daarbij worden gebeden uitgesproken waarin die God wordt geheiligd en niet alleen door de gelovige maar door de hele wereld. Voor die christen is er ook maar één God die aanbeden mag worden en je komt tot die God via de woorden van zijn zoon Jezus.

Dat moslims de iftar vieren, vinden de beide heren niet zo erg. Het wordt erg als: politici en bestuurders in grote getale aanwezig zijn bij iftar-vieringen.” Dat: “lijkt op het eerste gezicht misschien sympathiek,” zo vervolgen ze: “En we begrijpen de bedoeling : verbinding leggen met alle groepen in de samenleving.” Daarbij, zo vervolgen de twee heren: “wordt één ding vergeten: Nederland kent een joods-christelijke traditie en de religie waarvoor zij de rode loper uitrollen is in zichzelf anti-joods en antichristelijk. Het is daarom op z’n minst bedenkelijk te noemen om onder het mom van inclusie iftars bij te wonen waar uitsluiting gepredikt wordt.”

Ik vraag me dan, zoals ik al vaker heb gedaan, af waar die joods-christelijke traditie uit bestaat? Als ik de laatste pakweg 1500 jaar van 2000 jaar dat het christendom als religie op de aarde rondwaart bekijk, dan moet die traditie er wel haast uit bestaan dat christenen hun joodse medemensen discrimineren, vervolgen en vermoorden. Een traditie met als dieptepunt de Holocaust. Over anti-joods gesproken. Datzelfde christendom voerde vanaf het einde van de elfde eeuw negen kruistochten tegen de islam. Over anti-islam gesproken. De Verenigde Staten zijn nu druk bezig er een tiende aan toe te voegen als je de woorden van, en tatoeage op het lijf van, de minister van oorlog van het land gelooft.

Als er iets monotheïstische religies, en het zijn alle drie monotheïstische religies, kenmerkt dan is het het geloof in de superioriteit van het eigen geloof. Als er verder nog iets is wat al drie deze religies kenmerkt, dan is het dat er onder hun vlag een keur aan stromingen schuil gaan die ‘de heilige boodschap’ allemaal net iets anders uitleggen. Stromingen die elkaar vaak met woorden en soms ook met daden een kopje kleiner maken. Vooral het christendom heeft op dat gebied een grote geschiedenis. Nadat Luther in 1517 zijn 95 stellingen op de kerkdeur in Wittenberg spijkerde, brak een periode van zo’n twee eeuwen van godsdienstoorlogen uit waarbij, afhankelijk van wie je het vraagt, tussen de zes en zeventien miljoen doden vielen.

Het lijkt erop dat beide politici de welbekende hamer zijn die in alles een spijker ziet. Door hun fundamentalistische, orthodoxe gereformeerde denken hebben ze het contact met de wereld verloren. Ze geloven dat iedere gelovige, vooral als het een islamiet is, uit is op werelddominantie. Dat ze hun strikte leer van het vieren van Kerst als maat zien voor hoe Kerst gevierd wordt en vergeten dat het voor het gros van de mensen het religieuze karakter vrijwel afwezig is en is vervangen door cadeautjes en veel eten. Wat ze daarbij ook vergeten is dat het parlementaire werk, de aanleiding voor deze enorme luchtballon, rond Kerst en Pasen een reces kent en dat er nooit op zondag, hun dag van de Heer, nooit wordt vergaderd. Zij als christen, hoeven geen schorsing te vragen om hun ‘feest’ te mogen vieren. Dan klagen over: “een voorkeursbehandeling van de islam,” en beweren dat: “De islam (…) een steeds dominantere voorrangspositie” krijgt en:Het christendom wordt steeds meer naar de achtergrond geduwd, terwijl Nederland juist christelijke wortels heeft,” is een gotspe. Waar is hier trouwens die joodse kant gebleven?

De beide gereformeerde broeders eindigen met de woorden: “Onze oproep aan politiek- en bestuurlijk Nederland is daarom duidelijk: laat je voeden vanuit onze eigen joods-christelijke traditie en ga vooral niet over tot islamitische kost!” Mijn oproep: luister niet naar deze deze intolerante zeloten. Onze prettige democratische rechtsstaat is er ondanks en niet dankzij hun gepreek. Die is er ondanks en niet dankzij het christendom. Zij zaaien angst, verdeeldheid en uiteindelijk haat. Als het aan hen had gelegen dan leefden we in een gereformeerde theocratie waar vrouwen niets te zeggen hebben. Een soort Iran maar dan christelijk.

1 https://debatdirect.tweedekamer.nl/2026-03-10/overig/plenaire-zaal/regeling-van-werkzaamheden-15-55/video vanaf minuut 28.30

Uitgelicht

Cultuur en vastelaovescultuur

Jao, idder jaor en altied weer, Viert idderein de vastelaovend gaer. En dreej daag lang is alles stapeldol, En straole alle minse van de lol.” De openingswoorden van het lied Straks Is ’t Weer Aswoensdaag Een lied over het einde van de Vastelaovend. Een lied dat vol staat van heimwee naar een feest dat voorbij is. Er is echter meer dat idder Jaor en altied weervaste prik is: een schijven van iemand die helemaal losgaat in het denigrerend schrijven over vastelaovend en de mensen die het vieren. En idder Jaor en altied weerkan ik het niet laten om zo’n ‘zeurder’ van repliek te voorzien. Vorig jaar verleidde Volkskrantcolumnist Peter de Waard me tot een repliek Dit keer is de aanleiding voor mijn repliek een bericht op LinkedIn van Mirjam Amajar.

Carnaval is het enige moment waarop Nederland massaal besluit dat beschaving een hobby is.” Zo begint haar bericht en dat volgt een tirade van waar de honden geen brood van lusten. Dan gaan mensen: “mensen die in maart klagen over geluidsoverlast … met een megafoon ‘Hélemaal los!’ te schreeuwen onder iemands slaapkamerraam.” Dan: “ gooien we onze normen in de glasbak. … En iedereen noemt het traditie. Alsof cultuur automatisch heilig wordt zodra het elk jaar terugkomt. Alsof herhaling kwaliteit is. … Meer volwassenen die verkleed als piraat achter elkaar aan schuifelen op muziek die klinkt als een noodsignaal voor beschaving. … Carnaval is ook het hoogtepunt van de nationale vrijbrief. ‘Het hoort erbij.’ Dat zinnetje is de morele afvalcontainer van het land. Onuitstaanbaar gedrag? Hoort erbij. Grensoverschrijdend gedoe? Hoort erbij. Drie dagen lang functioneren op het niveau van een kleuter met een krat pils? Cultureel erfgoed. … De 47-jarige man die huilend bij de frietkraam verklaart dat hij ‘zoveel van iedereen houdt’. Dat is geen emotionele openbaring. Dat is een lichaam dat wanhopig om water smeekt terwijl het brein tijdelijk offline is.”

Het eerste wat ik dacht, en zo reageerde ik ook op het LinkedIn bericht, was dat Amajjer hier een goede beschrijving geeft van de Amsterdamse Koningsdag. Je verkleden in een oranje pakje en je een dag lang klem zuipen, staan pissen in portieken, lallen en brallen en Blikkendag mee te blaten onder vele slaapkamerramen. Vechtpartijen en grote politie-inzet. Grensoverschrijdend gedrag tot een publieke verkrachting toe. En ook dat noemen we ‘traditie’ want het komt ieder jaar terug. Het brein een dag lang volledig offline.

Nu heb ik de afgelopen dagen en trouwens ook de afgelopen jaren iets heel anders gezien. Inderdaad komt de Vastelaovend ieder jaar terug, het is een traditie. Een traditie die in het Venlose voor een prachtige liedjescultuur zorgt. De openingswoorden van deze prikker komen uit zo’n liedje. Net zoals As de sterre dao baove Straole dat in mij repliek op De waard centraal stond. Of het de lente aankondigende Lekker Zunkemet het geweldige openende couplet: “Nog efkes en dan zit alweer de linte in de lôch. Dan ligge de jônge flotse weer te piëpe in den bôch. Dan plôkke weej weer veldboeketjes. En de Maedjes laupe lôchtig in eur zomerkledjes. Nog efkes en dan zien we weer zoë wiëd. Dan zien we weer ôs wintertiëne kwiët.”. Of Vandaag dat het Limburgs Vastelaoevesleedjes Konkoers van 2010 won. Als ik Amajjar was, zou ik er toch even naar luisteren. Sinds 2024 staat ‘heel Holland’ er ‘helemaal los’ op te gaan want een groepje Volendammers hebben het gecoverd. En ja, er wordt luid meegezongen met de prachtige liedjes. Megafoons zijn daarbij helemaal niet nodig. De rest van Nederland heeft daar het ‘Muziekfeest op het plein’ voor nodig.

En even voor Amajjar, in Venlo heb ik nog nooit een: “een sociologische demonstratie.,” gezien waarbij je: “alleen de rug van degene voor je,” staat. Ik zou haar willen adviseren om eens een keertje te komen en eens te proberen haar ‘sociologisch experiment’, de polonaise te starten.

Vastelaovend is geen ‘nationale vrijbrief’ voor grensoverschrijdend gedrag. Dat hoort er niet bij. Dat wil niet zeggen dat er geen mensen zijn die zich er schuldig aan maken. Die zijn er zeker. Dat zijn dezelfde mensen die zo’n ‘vrijbrief’ voor drie dagen niet nodig hebben. Dat het met Vastelaovend om ‘vreten zuipen en vreemdgaan’ draait, is een Hollands hersenspinsel. Een hardnekkig hersenspinsel.

“Drie dagen lang geven we onszelf toestemming om ongefilterd te zijn. Luid. Ordinair. Onbeheerst. Niet ondanks de cultuur, maar dankzij de cultuur. Alsof we alleen durven toegeven wie we zijn wanneer iedereen tegelijk doet alsof het niet telt.” Hier raakt Amajjar een punt. Alleen zou dat punt net iets anders kunnen zijn. Of beter gezegd, precies tegenovergesteld. We leven in de cultuur van die ander 362 dagen. Een cultuur die maakt dat we, ondanks de grote nadruk die er tegenwoordig wordt gelegd op het ‘jezelf zijn’ en je ‘identiteit ontdekken’, grote moeite hebben met precies dat, jezelf zijn. Met jezelf zijn en de ander zien voor wat de ander is: een mens net als jij. Die drie dagen laten zien dat het ook anders kan. Dat lukt ons in ‘ut zuuje’ met de vastelaovend uitstekend. Nu al die andere dagen nog.

Uitgelicht

Fascisme en Trump

En ik zeg het ook als aanmoediging. Voor wie zich afvraagt wat je zelf kunt doen tegen fascisme, is het eenvoudigste antwoord: je uitspreken. Laat anderen hardop weten dat jij dit krankzinnige, autoritaire machtsvertoon walgelijk en onacceptabel vindt en schaar je, openlijk of in een inbox, achter mensen die dat ook doen.” Dit schrijft Rob Wijnberg in een artikel bij De Correspondent. Dat fascisme komt van de Amerikaanse president Trump. Een president die Wijnberg in een eerder artikel: “het grootste gevaar voor de wereld sinds Adolf Hitler,” noemde. Trump en fascisme, die combinatie hoor je vaker. Terecht?

Bron: Wikipedia

Even vooropgesteld wat Trump uitspookt en hoe hij handelt, daar kun je niet genoeg tegen opstaan, je tegen uitspreken en tegen protesteren. En dat gebeurt veel te weinig en dan vooral door mensen met macht. Mensen die vorige week in Davos waren verzameld. Het was een gotspe dat de crème de la crème van de zakelijke en politieke wereld daar naar anderhalf uur leugen, laster en achterklap bleef luisteren zonder Trump publiekelijk tegen te spreken en vervolgens de zaal te verlaten. Nee, men bleef zitten en klapte na het anderhalf uur. Dat was het moment om op te staan, je uit te spreken en te protesteren. Wat dat betreft past de benaming “maffiabaas’ voor Trump die Wijnberg in zijn laatste artikel geeft beter. Een maffiabaas spreek je niet tegen, die laat je niet merken dat je het niet met hem eens bent. Doe je dat wel dan loop je immers het risico om ‘een paardenhoofd’ naast je in bed te vinden of erger.

Dat gezegd hebbende. De VS van nu vergelijken met het fascisme slaat de plank op belangrijke aspecten van het fascisme mis. Kern van het fascisme was het staatscorporatisme. Het wilde een synthese zijn tussen het kapitalisme en het socialisme door arbeid per bedrijfstak te organiseren. Het belangenconflict tussen arbeid en kapitaal zou zo opgeheven moeten worden. Privébezit werd in stand gehouden maar wel met een stelsel van sociale zekerheid. Dit met verplicht overleg tussen werkgevers en werknemers. Eigenlijk zoals het Nederlandse model met aan top de SER jarenlang heeft gewerkt. Maar in plaats van een SER aan de top, stond bij het fascisme de staat aan de top. Die bepaalde wat er geproduceerd moest worden. En aan de top van die staat stond de grote leider. Afgezien van de ‘grote leider’ zien we in de VS niets van dit alles. Sociale zekerheid is er een vies woord. Sterker nog op economisch gebied, bestaat er in de VS geen staat en groeit het land steeds meer toe naar het libertarisme.

Voor wie een beeld wil van een libertaire samenleving, lees de mooie verhalen over de ‘zelfbesturende eilanden’ van Peter Thiel en anderen. Of, lees Atlas Shrugged van Ayn Rand. Een boek dat voor vele neoliberalen en libertariërs als inspiratie heeft gediend. Het na de bijbel best verkochte boek in de VS. In dat boek beschrijft zij, via de personages John Galt en Dagny Taggert, haar ideale samenleving. Een samenleving waarbij alles wat mensen met elkaar hebben en doen gebeurt via een transactie. Alles moet worden gekocht en betaald. Dit levert vast de grootste economische meerwaarde op. Iedereen doet dat waar zijn meerwaarde het grootste is en dat levert voor het geheel de grootste meerwaarde. Laat de dokter alleen dokteren, de poetser alleen poetsen en dan het liefst zeven dagen per week en vierentwintig uur per dag. Dat zou het beste zijn voor de economie. Want waarom zou een dokter of een poetser een hobby moeten hebben zoals het trainen van het voetbalteam van zijn of haar kinderen? Zijn of haar meerwaarde zit niet in het trainen van voetballertjes, dan was hij of zij wel trainer geworden. Laat die trainingen ook maar verzorgen door een professionele trainer. Waarom zou de arts nog seks moeten hebben? Daar zit niet zijn of haar meerwaarde. Als zijn of haar meerwaarde daar het grootste zou zijn, zou hij of zij wel sekswerker zijn geworden. Maar, … . Zouden we daar gelukkiger van worden? Zou die medisch specialist gelukkig worden als het contact met de kinderen verloren zou gaan? Zouden die kinderen daar gelukkig van worden?

Terug naar het fascisme. Dat verzette zich tegen het christendom. Het christendom ziet het geluk van de mens in het leven na de dood. Het fascisme wil dat geluk in het hier en nu. Het fascisme wilde het christendom vervangen door ‘de nieuwe mens’. Die ‘nieuwe mens was in ieder geval geen liberale individualist, het zou een mens moeten zijn die leefde en werkte in het belang van het grotere geheel en dat grotere geheel was de natie. Trump en de zijnen dwepen juist met religie en dan vooral het christendom. Zie de heiligverklaring van Charlie Kirk, een omhoog gevallen influencer die leefde van controverse. Geen reden om hem dood te schieten maar ook zeker geen reden om hem heilig te verklaren. Ze dwepen ook met het individualisme. De ‘nieuwe mens’ is ver te zoeken net zoals de ‘nieuwe samenleving’ waartoe de ‘nieuwe mens’ zou leiden. Het fascisme was een collectivistische politieke stroming, het Trumpisme is een individualistische.

Het fascisme was een bijzondere politieke stroming. Het wilde op revolutionaire wijze terug naar een verleden dat nooit heeft bestaan maar waarin de natie de natuurlijke orde der zaken was. Dat van die natie zien we ook bij Trump en project 2025 maar Trump heeft niets revolutionairs. Wat Trump en de zijnen met het fascisme gemeen hebben is een verheerlijking van geweld. Het ‘Ministerie van oorlog’, ICE dat boven de wet staat en bruut geweld als modus operandi heeft.

Niet alles met een sterke leider dat geweld verheerlijkt en toepast, is fascistisch. Het is, net als het fascisme, wel verwerpelijk. Het is verwerpelijk omdat het de mens als een middel ziet. Bij het fascisme is de mens een middel dat de staat ten doel staat en bij Trump een middel dat gebruikt mag worden om de ‘feodale heren’ nog meer rijkdom te doen toekomen. Hoe moeten we die $trump en $melania anders zien. Die laatste zou voor iedereen een waarschuwing moeten zijn dat er aan dit alles een luchtje zit.

Uitgelicht

Election Files 14: Me, Myself and We

De volgende prikker in deze serie Election Files: dit keer geen bespreking van een verkiezingsprogramma maar een artikel naar aanleiding van de besprekingen. Bij de programma’s die ik heb besproken viel een gebrek aan analyse op. Omdat een goede analyse voorafgaat aan het zetten van stappen om iets te veranderen, analyseer ik in de komende Prikkers onze huidige samenleving. Welke grote ontwikkelingen zien we? Waar komen die ontwikkelingen vandaan en waarom staan we nu waar we nu staan? De eerste grote ontwikkeling betreft het individu en de groep, en de groep en het individu. Een ontwikkeling zo oud als de mensheid maar nog steeds actueel. Zeer actueel.

“De geschiedenis schetst de fundamentele morele veranderingen van de mensheid van onze vroegste, nog niet menselijke, voorouders in Oost-Afrika tot en met de recentste conflicten rond identiteit, ongelijkheid, onderdrukking en duidingsmacht over het heden, die online in de metropolen van de moderne wereld worden beslecht,”1 aldus Sauer. In zijn boek schetst hij de reis die de mensheid hierin heeft gemaakt. Een reis waarin het leven van het groepsdier mens centraal staat. Een reis van de Oost-Afrikaanse vlakten zo’n vijf miljoen jaar geleden tot en met de digitaal, en met zo ongeveer de hele wereld, verbonden mens van tegenwoordig. Een reis waarin de mens en zijn relatie tot de te medemens centraal staat. Een reis die aantoont hoe afhankelijk de mens is van zijn medemens. Een reis waarin samenwerking en het aanpassingsvermogen centraal staan. Sauer: “Het beslissende van onze specifiek menselijke evolutie (…) vond plaats in een uiterst volatiele omgeving. … Een instabiele natuurlijke omgeving beloont een toeneming van flexibiliteit en plasticiteit, wat voeding, mobiliteit en vaste woonplaats betreft.” En om het wat beeldender te vertellen: “Als je slechts met minstens zes mensen op een olifant of zebra kunt jagen, is de keus tussen jagen met vijven en het jagen met zessen niet die tussen vijf of zes konijntjes, maar tussen vijf konijntjes en een olifant.”2 Sauer concludeert over dat samenwerken: “Vijf miljoen jaar geleden hebben we de voordelen van samenwerking ontdekt. Maar samenwerking is altijd duur, en niet-coöperatief gedrag blijft voordelig. Om evolutionair stabiel te worden, moesten we onze coöperatieve inspanningen beperken tot een kleine groep mensen: We werden altruïstisch en hulpvaardig, maar alleen in combinatie met een psychologie die mensen verdeelt in ‘wij’ en ‘zij daar.’”3 Wat in die vijf miljoen jaar is gebeurd, is dat de ‘wij’ steeds groter werd. Dat begon met de directe familie en een groep van maximaal zo’n 150 individuen en is nu gegroeid tot hele grote groepen zoals de achttien miljoen Nederlanders of de 1,4 miljard inwoners van India. Gedurende die gehele geschiedenis moest en ook nu moet het individu zich verhouden tot de groep en een plek voor zichzelf in de groep zien te vinden: zichzelf ontdekken. In een kleine groep van bijvoorbeeld dertig jager-verzamelaars was dat makkelijk. Je was de persoon die iets wat er nodig was goed kon, bijvoorbeeld spoorzoeken, dieren ontvellen, vuistbijlen maken, geneeskrachtige planten gebruiken, speerwerpen, kinderen iets leren of iets anders. Niet dat je alleen sporen zocht – nee je deed alles – maar als er sporen gezocht moesten worden, dan werd er naar jou geluisterd. Het ontdekken wie je bent en jezelf kunnen zijn, zijn dingen die in onze complexe samenleving steeds moeilijker worden. Dat ‘ontdekken wie je bent’ is van vrij recente datum.

Ze zegge det de helluf van de wereld van ôs is. Ik weit ’t neet percies maar as det klop is ’t neet mis. Dan staeke we 50 cent van iddere gölde in de tes. En nog ein kwartje van de res.” Het openingsrefrein van het feestnummer Gekke minse van de Venlose band Neet oet Lottum. In de rest van Nederland is de band vooral bekend door het nummer Hald mich ens vas. Die ‘ôs’, ‘ons’ in het Nederlands, zijn gekke mensen. In het boek The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous lijkt auteur Joseph Henrich tekstschrijver Frans Pollux gelijk te geven. Weird betekent “raar, gek of eng” volgens de Vandale. Henrich geeft er een heel andere betekenis aan: WEIRD is voor hem een acroniem van “Western, Educated, Industrialized, Rich and Democratic.”4 Wij, de westerse wereld, zijn WEIRD en wijken af van de rest van de wereld en van samenlevingen uit het verleden.

Voor een beschrijving van het niet WEIRDe deel van de huidige en vroegere wereld even terug in de tijd. Een van de mooiste scenes in de film Gladiator is, in mijn ogen tenminste, als de gladiator Juba, gespeeld door Djimon Gaston Hounsou, de poppetjes die de voorouders en kinderen van Maximus, de oud-generaal en later gladiator gespeeld door Russell Crowe, in het zand begraaft. Juba spreekt dan de woorden: “I will see you again… but not yet. Not yet.” Die scene herbergt twee manieren om naar het leven op aarde te kijken. “I will see you again,” duidt op het geloof dat er na het leven op Aarde nog iets is. Een leven na de dood. Dit denken is al oud en heeft vooral als doel om je tijdens het leven op Aarde te disciplineren. Dat disciplineren tijdens het leven kan alleen als het niet zeker bent van dat leven na de dood. Of, en dat is de variant die het meeste voorkomt, dat plek is voor degenen die goed hebben geleefd en zich dus aan de morele regels hebben gehouden en een plek voor hen die dat niet hebben gedaan. Voor christenen de hemel of de hel en voor het katholieke deel van hen zat daartussen nog het vagevuur. Daar kwam je terecht als je niet goed genoeg had geleefd maar ook niet slecht genoeg. Daar doolde je rond totdat je voldoende was gestraft voor je zonden. In de Griekse mythologie, die ook aan de basis van het Romeinse lag waarin Maximus geloofde, was Elysium het gedeelte van de Hades, de onderwereld, waar de goeden naar toegingen en Tartaros was het deel waar je naartoe ging als je uitzonderlijk slecht had geleefd. Zat je ertussen dan ging je naar Asphodel een min of meer ‘kraak nog smaak’ gebied waar je dan bleef ronddolen.

De begraven poppetjes duiden op een andere manier van naar het leven kijken. Dat is denken dat je als mens deel uitmaakt van een groter geheel en wel op twee manieren. De eerste is de doorlopende keten van verre voorouders, via je grootouder, ouders en jezelf door naar je kinderen, kleinkinderen en verder tot je verre nakomelingen. Daar staan de poppetjes voor. Je staat in een familie en tribale lijn waarin je je plek hebt. Je staat onder je ouders en grootouders maar ook ooms, tantes en oudooms en oudtantes, daar heb je naar te luisteren, daar heb je respect voor en wat zij zeggen stel je niet ter discussie. De tweede manier van ‘je plek hebben’ hangt af van de plek die je familie inneemt in de tribale structuur. Behoor je tot de familielijn van de stamleider of priester, dan sta je in hoger aanzien en wordt er eerder naar je geluisterd dan naar een familie van een eenvoudige landbouwer. De plek van je familie is ook jouw plek en toekomst. Is je vader boer, dan word jij ook boer. Is je vader krijger, dan word jij het ook. Je hoeft niet na te denken en leert alles van je ouders. Pas als die dood zijn en jij aan de top van de familielijn staat (en niet een van je broers) dan kun je wat richting bepalen en proberen iets te veranderen. Alleen is dat laatste lastig omdat veranderen betekent afwijken van het oude en de tradities en die zijn heilig. De stam en familie bepalen alles.

Stam en familie stonden centraal. Henrich omschrijft deze samenleving als volgt. “Mensen leefden in een netwerk van verwantenorganisaties binnen stamgroepen of netwerken. Uitgebreide familiehuizen maakten deel uit van grote verwantschapsgroepen (clans, stamhuizen etc.) Erfenis en verblijf na het huwelijk waren patrilineaire; mensen leefden vaak in uitgebreide patrilineaire huizen en vrouwen gingen bij de verwanten van hun man wonen. Veel verwantschapseenheden bezaten of controleerden gezamenlijk grondgebied. Zelfs als er sprake was van individueel eigendom, behielden verwanten vaak het erfrecht, zodat land niet verkocht of anderszins overgedragen kon worden zonder toestemming van verwanten. Grotere verwantschapsorganisaties bepaalden zowel de wettelijke als de sociale identiteit van individuen. Geschillen binnen verwantengroepen werden volgens gewoonte intern beslecht. Gezamenlijke verantwoordelijkheid betekende dat intentionaliteit maar een kleine rol speelde bij het toekennen van straf of het opleggen van boetes voor geschillen tussen verwanten. Verwantschapsorgnisaties boden leden bescherming, verzekering en zekerheid. Deze organisaties zorgden voor zieke, gewonde en arme leden, en voor ouderen. Gearrangeerde huwelijken met familieleden waren gewoonte, net als huwelijkse betalingen zoals bruidsschat of bruidsprijs (…) Polygone huwelijken waren gebruikelijk voor mannen met een hoge status. In veel gemeenschappen konden mannen slechts met één “primaire” vrouw trouwen, meestal iemand van ongeveer gelijke sociale status, maar ze konden dan secundaire vrouwen toevoegen, meestal van een lagere sociale status.5

Menigeen zal nu denken: zie je wel het patriarchaat, door mannen verzonnen om vrouwen eronder te houden. En inderdaad is dit het patriarchaat ten top. Alleen behoorde een flink deel van de mannen tot de grote verliezers. Dat bepalen met wie er getrouwd kon worden, betekende voor een flink deel van de mannen dat er niet getrouwd werd omdat er niemand was om mee te trouwen. Voor vrouwen betekende het dat ze derde, vierde of tiende vrouw van een man konden worden. Voor laag geplaatste families was het weggeven van een dochter als zoveelste vrouw een manier om zich omhoog te werken in de hiërarchie. Voor de top waren huwelijken een manier om macht, aanzien en vooral bezit in de familie te houden. En nee, dit systeem is niet bedacht door mannen. Het is een moderne voortzetting van de op overleving – en dan vooral de doorgifte van DNA – gebaseerde strategie van het leven. Een strategie die de mannelijke leden van een diersoort ertoe aanzet om zoveel mogelijk vrouwen te verzamelen want dat maakt de kans het grootst om nakomelingen te krijgen. Ook voor vrouwelijke leden van de soort was het aantrekkelijk om zich rond een sterke man te voegen. Dat vergrootte voor de vrouw de kans om nakomelingen groot te krijgen.

De WEIRD-heid ligt aan de basis van het succes van de Westerse samenleving, zo betoogt Henrich. Aan die WEIRD-heid hebben we het economisch succes en onze democratie te danken. Het gebrek aan die ‘WEIRD-heid’ is ook een van de oorzaken waarom economische succes op andere plekken ontbreekt. En ook een van de oorzaken waarom de democratie op veel plekken niet echt aanslaat. Henrich geeft Afghanistan als voorbeeld en citeert uit een ander boek een gesprek met een kiezer. Die kiezer geeft aan te hebben gestemd op de kandidaat van keuze: “Besluiten voor hem? Meneer! Wat bedoelt u? Zijn familie woont hier al sinds de dagen van Dost Mohammed Khan en langer … Wist u dat mijn zusters man een neef heeft die getrouwd is met Sayyaf’s schoonzus. Hij is een van de onzen.”6 Democratie in een tribale samenleving is de macht geven aan de grootste stam. Om die te bepalen is het niet nodig om verkiezingen te houden. Maar door die wel te houden krijgt de machtigste stam de staatsmacht en daarmee ook de macht over andere stammen. Ze zal die macht vervolgens gebruiken om zich die staat toe te eigenen.

De oorzaak van onze ‘gekheid’ ligt, zo betoogt Henrich, in de christelijke stroming die in West-Europa uiteindelijk dominant werd. En daarvoor moeten we een heel eind terug in de tijd. Dat die stroming waaruit de huidige katholieke kerk en de vele protestantse stroming uit zijn voortgekomen dominant werd, stond tevoren niet vast, want: “aan het begin van het eerste millennium van de jaartelling was het Romeinse Rijk een borrelende ketel van religieuze concurrentie van de oude Romeinse staatsgodsdienst, het jodendom, het zoroastrisme, het mithraïsme, een potpourri van christelijke geloven en een veelheid aan lokale religies omvatte.” Die WEIRD-heid werd, zo betoogt Henrich, veroorzaakt door de regels rond het huwelijks- en familierecht van de winnende stroming. Hij noemt dit het Huwelijks- en Gezins-Programma van de kerk.

Hoe zag dit Programma eruit? Het: “verbood huwelijken met bloedverwanten. Deze verboden werden geleidelijk uitgebreid naar verre verwanten, tot neven en nichten.” Het: “verbood het huwelijk met aangetrouwde verwanten (…) Als je echtgenoot stierf, kon je niet met zijn broer, je zwager, trouwen. In de ogen van de kerk werd de broer van je man je echte broer (incest).” Het verbood: “huwelijken met niet-christenen tenzij ze bekeerd waren.” Het: “creëerde geestelijke verwantschap, via de instelling van peetouders.” Zo werd: “de adoptie van kinderen ontmoedigd. Moeders moesten voor hun eigen kinderen zorgen: als ze dat niet konden, zouden de kerk of peetouders voor hen zorgen.” Volgens het Programma was: “publieke instemming met het huwelijk door beide partners nodig.” Het: “moedigde nieuw getrouwden aan een eigen huishouden te beginnen.” Het programma: “moedigde het privé bezit van eigendom (land) en erfenis door een persoonlijk testament aan.”7 Deze maatregelen werden niet allemaal ineens ingevoerd en het mag dan met de ogen van nu niet erg spectaculair lijken. Toch maakte dit, zo betoogt Henrich, geleidelijk een einde aan de oude stam en familiebanden en stond daarmee aan de basis van die WEIRDe samenleving.

De reden waarom de kerk voor deze lijn koos is waarschijnlijk niet omdat ze de individuele vrijheid van de mens zo belangrijk vond. Het positieve dat de kerk zag, was dat deze keuze leidde tot een toename van middelen (grond en geld) en dus macht voor de kerk. Een van de bijzonderheden van het christelijk geloof in die tijd was, en daarmee komen we bij de weg naar de hemel, dat je die weg kon kopen. Kopen door al je bezittingen aan ‘de armen’ te geven. En de kerk was de vertegenwoordiger van ‘de armen’. Alleen is het lastig om iets te geven als het eigendom is van je gehele familie. Een individuele lijn sterft nogal eens uit, de kans dat dit met zo’n familielijn gebeurt is veel kleiner en wordt zelfs nihil als je, zoals bij de Romeinen gewoon, makkelijk een kind als je eigen kon adopteren. De maatregelen van het Huwelijks- en Gezins-Programma waren erop gericht om meer middelen en macht te verwerven door juist de basis onder de tribale en familiestructuur te breken. En succesvol was het: “Tegen 900 CE bezat de kerk ongeveer een derde van het cultuurland in West-Europa, inclusief Duitsland (35 procent) en Frankrijk (44 procent). Tijdens de protestantse reformatie in de 16e eeuw bezat de kerk de helft van Duitsland en tussen een kwart en een derde van Engeland.”8 De belangrijkste ‘nevenschade’ van deze keuze is dat mensen steeds meer zelf gingen nadenken. Hiermee zetten de kerk uiteindelijk de bijl aan de wortel van haar eigen bestaan want mensen gingen ook nadenken over hun geloof, hun relatie met god en de rol van de kerk. Was er wel een kerk en priester nodig voor die relatie met god? Nee, dachten zelfs priesters als Luther en timmerde zijn 95 stellingen op de deur van de Wittenbergse kerk en hij was niet de enige noch de eerste. De volgende interessante vraag die werd gesteld was of god wel nodig was en bestond? Nietzsche beantwoordde die vraag uiteindelijk door god dood te verklaren. Had de kerk dit in het eerste deel van het eerste millennium geweten, dan had ze wellicht een andere route gekozen. Maar zoals wel vaker hebben acties die op positief lijken onvoorziene negatieve gevolgen.

En met Luther zijn we bij de man die, volgens Francis Fukuyama aan het begin van het individualisme en het begrip identiteit staat of zoals hij het zelf schrijft: “Luther is dus verantwoordelijk voor het (in identiteitskwesties centrale) idee dat het innerlijke zelf diep is en vele lagen heeft die alleen door persoonlijke introspectie aan het licht gebracht kunnen worden.” Luther was, zo betoogt hij, “de eerste die het innerlijke en uiterlijke scheidde en de nadruk legde op het innerlijke. De keus die de (innerlijke) mens had en die zijn identiteit bepaalde: had slechts één dimensie,” zo betoogt Fukuyama, en dat was: “de aanvaarding van Gods genade. Er waren maar twee keuzemogelijkheden: je was vrij om al dan niet voor God te kiezen.”9

En daarmee zijn we bij het moderne begrip identiteit. De Digitale Van Dale omschrijft identiteit met: “ 1. gelijkheid: je identiteit bewijzen; bewijzen dat je de persoon bent voor wie je je uitgeeft; de identiteit van de dader is nog niet bekend. 2. eigen karakter van een persoon of groep: zijn identiteit proberen te bewaren.” In deze bespreking concentreren we ons op de tweede betekenis: het eigen karakter. De Vlaamse psycholoog Paul schetst in zijn boek Identiteit het jezelf ontdekken in relatie tot anderen als een: “verschuivende beeldscherm van de buitenwereld, die steevast als spiegel voor die identiteit fungeer10 Het gaat dus om de vraag hoe het ‘ik’ zich verhoudt tot de ‘buitenwereld’. Identiteit is, volgens Verhaeghe niet statisch: “De aanname dat we een eeuwig, onveranderlijk ik zouden hebben, is hoogst twijfelachtig.”11

Die spiegel betekent dan het begrip ‘identiteit’: “twee fundamentele gerichtheden die vermoedelijk typerend zijn voor al wat leeft: we willen deel uitmaken van grotere gehelen en tegelijk streven we naar onafhankelijkheid.’12 Je verhouden tot de buitenwereld was vroeger, zo betoogt Francis Fukuyama, een niet bestaande vraag: “Neem de situatie van de jonge boer, Hans, die opgroeit in een klein Saksisch dorpje. Hans’ leven in het dorpje ligt vast: hij woont in hetzelfde huis als zijn ouders en grootouders; hij is verloofd met een meisje dat zijn ouders aanvaardbaar vonden; hij werd gedoopt door de plaatselijke priester; en hij is van plan om hetzelfde stukje land te bewerken als zijn vader. De vraag ‘wie ben ik?’ komt bij Hans niet op, omdat die al door de mensen in zijn omgeving is beantwoord.”13 Zo in de negentiende eeuw (in Engeland iets eerder) werd dat anders voor ‘Hans’. De wereld industrialiseerde in rap tempo, mensen trokken naar de stad en kwamen daar in contact met anderen die vaak ook nog eens een andere taal spraken. ‘Hans’ verhuisde naar het Roergebied en kwam mensen tegen uit heel Noordwest-Duitsland en zelfs uit Nederland en Frankrijk. Die nieuwe omgeving brengt hem vrijheid, los van de dorpspriester, zijn ouders en dorpsgenoten. Met die vrijheid komt ook onzekerheid: op wie kan ik terugvallen als ik ziek ben of geen werk heb? Hans ziet mensen van verschillende politieke partijen en vraagt zich af of ze hem echt vertegenwoordigen of dat ze alleen maar aan hun eigen belang denken. “Voor het eerst in zijn leven kan Hans kiezen hoe hij zijn leven wil leiden, maar hij vraagt zich af wie hij werkelijk is en wat hij graag zou willen zijn. De vraag naar zijn identiteit, die in zijn dorp nooit een probleem zou zijn geweest, wordt nu heel belangrijk.”14 Hans ziet in zijn ‘beeldscherm’ een hem onbekende wereld. Een onbekende wereld die bij hem de vraag oproept: hoe verhoud ik me tot die wereld? Wie ben ik en welke rol speel ik in deze nieuwe wereld? Die vraag stelden zich vele mensen in Europa.

Sinds de negentiende eeuw is er veel veranderd. Eerst de radio, vervolgens de televisie en sinds het einde van de vorige eeuw het internet, bieden steeds meer ‘vensters’ of ‘spiegelbeelden’ waartoe iemand zich moet verhouden en die dus een rol spelen bij het ontdekken wie je bent en dat vervolgens ook zijn. ‘Hans’ kreeg als antwoord: ‘je bent een Duitser’ en kreeg verhalen te horen over ‘grote Duitsers’ uit het verleden om het trots te maken. Nationalisme dus. Een antwoord dat nu ook nog wordt gegeven maar dat niet meer voldoende is. Want het zijn van ‘Duitser’, of in ons geval ‘Nederlander’ zegt niet over bijvoorbeeld je denken over de oorlog in Oekraïne. Tegenwoordig is er meer nodig en wordt het antwoord steeds individueler. En het zoeken naar antwoorden wordt lastig door de druk van sociale media waar mensen veelal een perfectere vorm van zichzelf laten zien. Een mooier beeld dan de werkelijkheid.

In hoofdlijnen zijn er in het denken over identiteit en vooral de politiek rond identiteit twee extreme stromingen. De eerste stroming werd hierboven al aangestipt: die stroming, de extreem nationalistische, ziet nationaliteit als belangrijkste kenmerk van je identiteit. Zolang nationaliteit blijkt uit je paspoort, is er niets aan de hand. Dat wordt anders als er wordt opgeroepen om trotst te zijn op de geschiedenis van een land. Als er mantra zoals: ‘wij zijn een joods, christelijk, humanistische samenleving’, worden gebruikt. Daarbij vergetende dat die christenen elkaar onderling eeuwenlang de tent uit hebben gevochten en dat ze gezamenlijk nogal afwerend, om het zacht uit te drukken, stonden tegenover joden. Als er vervolgens nog iets aan toegevoegd over ‘trots op Nederland’ en nog wat ‘trots op onze geschiedenis’. Dit denken legt mensen een identiteit op en blaast de geschiedenis van het land op tot mytische proporties. Die ‘trots op de geschiedenis’ en ‘trots op de cultuur’ hebben twee uitwerkingen. Ze binden en verdelen. Ze binden mensen die zich in het verhaal herkennen, die maken dat verhaal tot een belangrijk onderdeel van hun identiteit. Ze verdelen omdat iedereen die niet joods, christelijk of humanistisch is of wiens voorouders geen deel uitmaakten van die trotse geschiedenis wordt buitengesloten. Die hoort er niet bij en zal er ook nooit bij horen.

De andere stroming hakt de mens in stukken waarbij ieder stuk bestaat uit twee uitersten en waarbij het ene uiterste meer macht heeft dan het andere: ‘man’ heeft meer macht dan ‘vrouw’, ‘wit’ meer dan ‘zwart’ en zo maar door. Of zoals Seada Nourhussen het stelt: “Intersectionaliteit erkent de macht of onmacht die de verschillende assen van identiteit met zich meebrengen.” Als sociologische theorie om machtsverschillen te verklaren is het al een gemarkeerde theorie, om je identiteit te bepalen is de theorie net zo uitsluitend als de extreem nationalistische. Ook dit denken legt je een identiteit op. Ze bepaalt jouw identiteit op basis van zaken waar je niets aan kunt doen. Of zoals de filosofie Susan Neiman het schrijft:”“Het begint met de zorg voor gemarginaliseerde personen en eindigt met het reduceren van elk tot het prisma van haar marginalisatie. Het idee van intersectionaliteit zou de nadruk hebben gelegd op de manier waarop we allemaal meer dan één identiteit hebben. In plaats daarvan leidde het de focus op die delen van identiteiten die het meest gemarginaliseerd zijn, en vermenigvuldigt ze tot een woud van trauma’s.” Deze manier van denken: “eist dat naties en volkeren hun criminele geschiedenis onder ogen zien. Daarbij komt vaak tot de conclusie dat de hele geschiedenis crimineel is.”15 De hele geschiedenis en dan vooral de hele Westerse geschiedenis. Als die hele geschiedenis crimineel is, dan kan er ook geen sprake zijn van vooruitgang. Dit terwijl vooral de geschiedenis van het Westen vooruitgang laat zien. En nee, dat maakt niet dat alles in het westen goed is. Dat iemand met een donkere huidskleur vaker uit de rij wordt gepikt bij het vliegveld of staande wordt gehouden door de politie is niet goed te praten. Het is echter een hele vooruitgang in vergelijking met de situatie van voor de afschaffing van de slavernij. Ook deze manier van denken over identiteit bindt en verdeelt. Ze bindt mensen op de kruispunten: “Daar moeten we elkaar zien te ontmoeten,”aldus Nourhussen. Maar dan moet je wel op dezelfde kruispunten uit kunnen komen. Dat ontmoeten wordt lastig als er, zoals Nourhussen schrijft: “In de ballroom culture in New York,” mooie dingen gebeuren: “waar queer mensen van kleur hun eigen magische wereld creëren, waar ze beschermd zijn tegen de uitsluiting en onderdrukking van zowel de witte gay scene als cis hetero’s.”16 Wat is er zo mooi aan een ‘eigen eiland’ is dat anderen uitsluit omdat ze wit en gay of zwart en cis zijn? Eilanden waar niet iedereen kan komen.

Voor dergelijke zware en voor een deel op leugens gebaseerde opvattingen over identiteit moeten we uitkijken. Toch kunnen we, volgens de filosoof Kwame Anthony Appiah, niet geheel zonder leugens als het over identiteit gaat: “we hebben die leugens nodig. Elke groep heeft behoefte aan een gezamenlijk verhaal om de leden te binden.”17 Daar heeft Appiah een punt. Neem het antwoord dat Hans kreeg, hoe ‘waar’ zou dat zijn? Iedereen met een beetje kennis van het verleden, weet dat een gesprek tussen een negentiende-eeuwse Duitser uit Beieren en zijn ‘landgenoot’ uit Keulen of Hamburg onmogelijk zou zijn. Hun ‘Duits’ was zeer verschillend. Net zoals een Fransman uit Parijs zijn landgenoot uit Bretagne niet zou begrijpen en ‘unne Venlonaer’ zijn Friese landgenoot niet. Hoezo gemeenschappelijke taal en cultuur? En ook op de kruispunten van Nourhussen verschillen de daar bivakkerende mensen op vele manieren van elkaar.

Terugblikkend op ons verleden valt op dat identiteit steeds zwaarder wordt gemaakt en beleefd. Dat zorgt ervoor dat we steeds meer tegenover elkaar komen te staan. Om samen te leven in een gebied, moeten mensen iets hebben dat hen bind. Er moet enige eenheid in de groep zijn. Volgens Fukuyama kan dat op vier manieren. Als eerste: “verplaatsing van bevolkingsgroepen over over politieke grenzen van een bepaald land.” Dat kan worden bereikt via: “kolonisten naar nieuwe gebieden te sturen, door mensen die in een bepaald gebied wonen met geweld te verdrijven,” en, “door ze domweg om te brengen.”18 Nieuwe gebieden, in zijn geval de planeet Mars, is de manier die Musk najaagt. Op Aarde zijn er, afgezien van Antarctica geen ‘nieuwe gebieden.’ Verdrijven en vermoorden is de manier waarop Israël werkt aan ‘eenheid’. Dit is ook de manier onder het denken van de PVV. De tweede manier die Fukayama onderscheidt is: “om grenzen zodanig aan te passen dat ze overeenkomen met bestaande taalkundige of culturele bevolkingsgroepen,”19 Dit lijkt mij, behalve als we programmapunt 2 van van Rug op ‘81 van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es, gespeeld door respectievelijk Kees van Kooten en Wim de Bie willen uitvoeren, niet uitvoerbaar. Zij verdelen Nederland onder gebieden (thuislanden) voor groepen met een specifieke afkomst. En dan geldt het zoals Jacobse betoogt: “het oud geborduurd spreekwoord,” een spreekwoord dat zegt: “het buitenland leg naast de deur,”20 en krijgen we een, “multiradiale samenleving.” De derde manier om iets van een ‘samen’ te creëren, zo betoogt Fukuyama: “is om minderheidsgroepen op te nemen in de cultuur van een bestaande etnische of taalkundige groep.” Met andere woorden: “culturele en biologische assimilatie.” Dit is in de geschiedenis al vaak en met succes gedaan. En, als niet een van de eerste twee manieren dominant wordt, dan is dit iets wat vanzelf gaat gebeuren. Als laatste noemt Fukuyama: “het omvormen van de nationale identiteit zodat die beter aansluit op de bestaande kenmerken van de samenleving.”21

Die laatste manier sluit aan bij hetgeen Appiah adviseert. Dat is je: “identiteit licht (te) dragen.” Een licht gedragen identiteit, is dat niet wat de tijdgenoten van Hans ook deden? Zij zochten naar een overkoepeld iets en dat werd gevonden in de Duitse, Franse enzovoorts taalfamilie. Al begrepen de verschillende ‘familieleden’ elkaar in eerste instantie niet. Bij die ‘taalfamilie’ werden vervolgens andere ‘leugens’ gevoegd en ziedaar de Duitse, Franse, Nederlandse, Italiaanse enzovoorts identiteit. ‘Leugens’ zoals een gedeelde christelijke beschaving waarbij twee eeuwen godsdienstoorlogen voor het gemak wat worden gebagatelliseerd. Maar ook leugens als ‘belangrijke’ historische gebeurtenissen, bijvoorbeeld ‘1600 slag bij Nieuwpoort’, die achteraf worden gezien als ijkpunten van die ‘nationale identiteit’. Achteraf omdat het leven vooruit wordt geleefd en achteruit verklaard. Dat antwoord was passend in een tijd waarin de economie vooral nog regionaal opereerde. Door het steeds internationaler worden van die economie werd die lichte identiteit echter steeds zwaarder. Bedoeld om mensen te binden, werd die ‘nationale identiteit’ een middel om je af te zetten tegen andere ‘nationale identiteiten’. En ja, ook op de Nourhussens kruispunten gebeurt iets bijzonders. De intersectionele theorie beoogt verschillen in macht te verklaren. Als ze wordt gebruikt om de identiteit van levende mensen te beschrijven, dan wordt ze zwaar. Appiah: “Het is de kunst je niet in dat verhaal vast te bijten en je identiteit flexibel te houden, om onnodige polarisatie tussen bevolkingsgroepen te vermijden.” Maak collectieve identiteiten niet ‘uitsluitend’ maar ‘zoals Appiah het noemt, ‘productief’: “Als je een nationale identiteit bouwt die doet alsof iedereen al duizend jaar in Nederland woont, sluit je mensen uit die niet ergens anders naartoe zullen gaan. Maar het is perfectly fair om bijvoorbeeld te zeggen: Nederland is een land dat niet wordt gedefinieerd door religie.’” Een identiteit die: “krachtig genoeg is om betekenis te geven aan burgerschap en flexibel genoeg om gedeeld te worden door mensen met verschillende religieuze en etnische bindingen.”22

Van de vier manieren die Fukuyama beschrijft, zijn de laatste twee het meest interessant om te bewandelen. De derde manier, de culturele en biologische assimilatie ontstaat vanzelf. Culturen veranderen door veranderende omstandigheden. Dat kost even tijd en soms wat ellende maar het gebeurt vanzelf. Maar kan worden versneld door er actief op te sturen. Dat kan door, zoals in Frankrijk in de negentiende eeuw gebeurde, één cultuur als ideaal te kiezen en de overige culturen ernaartoe te laten groeien. Dat kan ook door de Fukuyama’s vierde manier te kiezen en een nieuw ‘samen’ te formuleren dat aansluit bij de huidige samenleving op een manier die Appiah voorstelt. Daarbij kan, zo betoogt David Pilgrim in zijn boek Identity Politics. Were did It All Go Wrong, de deliberatieve democratie een goede manier zijn om dat doel te bereiken: “directe participatie, geen passieve overdracht van bevoegdheden aan onze gekozen vertegenwoordigers.” Maar, zo concludeert hij: “Vandaag de dag zijn we mijlenver verwijderd van deze visie van dagelijks samenleven en samen beslissen. … Dit betekent dat we onze inspanningen moeten verdubbelen om de strategische ambities van een echte deliberatieve democratie te verwezenlijken.”23

Afsluitend. Deze Prikker schets de ontwikkeling in wat Henrich het WEIRD deel van deel van de wereld noemt: grofweg West-Europa, de VS, Canada, Nieuw-Zeeland en Australië. De rest van de wereld heeft een andere geschiedenis. In het WEIRDe deel is het individualisme zover gevorderd, dat het individu nu op zoek is naar een groep om bij te horen. Zover gevorderd datzorgen voor een ander is beperkt tot een hele kleine kringen die soms alleen maar uit het individu bestaat. In het niet WEIRDe deel is dat anders. Migratie heeft ervoor gezorgd dat niet-WEIRD in WEIRD gebied woont en dat kan tot onbegrip leiden.

1Hanno Sauer, Moraal. Goed en kwaad van prehistorie tot polarisatie, pagina 9

2Idem, pagina 28-29

3Idem, pagina 66

4Joseph Henrich, The Weirdest People in the World. How the West Became Psychologicaly Peculiar and Particularly Prosperous, pagina xiii

5Idem, pagina 162-163

6Idem, pagina 409.

7Idem, pagina 165-166.

8Idem, pagina 185.

9Francis Fukuyama, Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, pagina 48

10Paul Verhaeghe, Identiteit, pagina 14

11Idem, pagina 15

12Idem, pagina 19

13Francis Fukuyama, Identiteit. Waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, pagina 89

14Idem, pagina 89

15Susan Neiman, Left Is Not Woke, pagina 5. Eigen vertaling.

16https://www.oneworld.nl/mensenrechten/kruispunten/

17https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/filosoof-kwame-anthony-appiah-bijt-je-niet-vast-in-identiteit~ba425159/?referrer=https%3A%2F%2Fballonnendoorprikker.nl%2F

18Francis Fukuyama, Identiteit. waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, pagina 179

19Idem, pagina 180

20https://www.youtube.com/watch?v=K0lg9KchCqQ

21Francis Fukuyama, Identiteit. waardigheid, ressentiment en identiteitspolitiek, pagina 180

22https://www.volkskrant.nl/cultuur-media/filosoof-kwame-anthony-appiah-bijt-je-niet-vast-in-identiteit~ba425159/?referrer=https%3A%2F%2Fballonnendoorprikker.nl%2F

23David Pilgrim, Identity Politics. Were did It All Go Wrong, pagina 211-212

Uitgelicht

Election Files 10: solidariteit

Na de VVD, de SP en de BBB bespreek ik in dit tiende deel van de reeks Election Files het verkiezingsprogramma van GroenLinks-PvdA, een programma met de titel: Een nieuwe start voor Nederland.1 Solidariteit staat centraal in dat programma: “Bij alles wat we voorstellen is solidariteit ons kompas.”2 Volgens de partij moet het anders. De partij wil: “een Nieuwe Verzorgingsstaat, gericht op de kwaliteit van ons bestaan.” Ze wil een samenleving: “waarin we succes niet langer afmeten aan de waarde die je onttrekt, maar aan de bijdrage die je levert aan de samenleving. Waar niet de winst van de een, maar de vooruitgang van ons allen telt.” Dat vraagt, zo betoogt de partij: “om een andere politiek. Wij kiezen voor een politiek gericht op het algemeen belang. De verdeeldheid van de afgelopen jaren leidde vooral tot stilstand. Deelbelangen werden goed beschermd, ten koste van ons allemaal. Het is tijd dat we het weer samen doen.” Ze geeft daarbij al aan dat dit: “niet van vandaag op morgen (is) geregeld.” De partij wil: “geen beloften doen die we niet kunnen waarmaken,” en zet daarbij in op Samen, want: “als we het samen doen, kunnen we ver komen.”3 En als je schrijft dat je gaat voor solidariteit, dan is het niet meer dan normaal om het programma te beoordelen op solidariteit. Zoals ook bij de vorige besprekingen van verkiezingsprogramma’s begin ik met de conclusie.

Conclusie

Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken is dit het dikste: bijna 170 pagina’s. Het dikste wil echter niet automatisch zeggen dat het de meeste tekst bevat. Verre van dat. Door de lettergrootte bevat iedere pagina van Een nieuwe start voor Nederland weinig tekst. Tekst die bovendien makkelijk en over het algemeen in korte zinnen is geschreven. Van de programma’s die ik tot nu toe heb besproken, is dit het meest leesbare en duidelijke programma. In het programma staan vijf beloftes centraal. Dat zijn achtereenvolgens in mijn woorden: de woningbouw, het milieu, het inkomen van mensen, leiderschap gericht op vrijheid en democratie en als laatste goed werkende publieke dienstverlening. Die vijf beloftes lopen als een rode draad door het programma. In de inleiding worden ze genoemd. Daarna worden de vijf beloftes op hoofdlijnen uitgewerkt. Als je niet het hele programma wilt doornemen, kun je hierna ophouden. Want wat nog volgt is per belofte de beleidsonderwerpen bij die belofte en de maatregelen die de partij voorstelt. Het koste me enige tijd om die logica uit te zoeken. Dat lag vooral aan de inhoudsopgave. Die past, in mijn ogen, niet bij de opbouw van het programma.

Solidariteit staat centraal in het programma. Wat het lastig maakt om te beoordelen of het programma ook werkelijk solidair is, is dat het begrip niet is gedefinieerd. Wat is solidariteit voor GroenLinks-PvdA? Na het lezen van het programma lijkt het erop alsof de partij solidariteit invult als een-zijn met hen die het moeilijk hebben. Maatregelen moeten vooral deze mensen ten goede komen.

Net zoals in de tot nu toe besproken verkiezingsprogramma’s, is het zwakke punt van Een nieuwe start voor Nederland de analyse. De partij hanteert, zo wordt op enkele punten duidelijk, het begrip brede welvaart. “Brede Welvaart gaat over hoe mensen hun leven en de kwaliteit van hun leefomgeving ervaren,” aldus het rapport Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2025 van het CBS. In dat rapport beschrijft en ‘meet’ het CBS de huidige brede welvaart in Nederland en bekijkt wat er nodig is om het huidige niveau ook in de toekomst te handhaven en de gevolgen van onze keuzes voor mensen elders.4 In de basis een interessante manier om de wereld te bekijken en te analyseren wat er op welke terreinen nodig is om in de toekomst tot een haalbaar niveau van brede welvaart te komen. Bij voorkeur geldt die haalbaarheid voor de wereld als geheel, want pas dan is er sprake van echt wereldwijde solidariteit. Dat bekijken moet dan wel tot een gesprek leiden waarbij de vraag: ‘wat is dan het goede niveau van brede welvaart?’ centraal staat. Dit ontbreekt in Een nieuwe start voor Nederland. Zonder goede analyse van het probleem en haar oorzaken is het lastig om overtuigend te laten zien dat de maatregelen die je voorstelt de beste oplossing bieden. Bij de verschillende beloftes ontbreekt die duidelijke analyse in meer of mindere mate. Dat wil niet zeggen dat ze niet is gemaakt. Het wil wel zeggen dat ze niet duidelijk in het programma staat. Het begrip brede welvaart had zo’n basis voor een analyse kunnen bieden.

Solidariteit

Solidariteit; iedereen zal beelden en gevoelens hebben bij het woord. De vraag is of dat dezelfde beelden zijn, en daar stuiten we op een probleem. Hoewel het woord solidariteit 169 keer voorkomt in het programma wordt het niet gedefinieerd. Dat is een gemis want een: “gevoel van een-zijn met anderen,” zoals de Van Dale het definieert, kun je op zeer verschillende manieren invullen. Zo kun je een gevoel van een-zijn bijvoorbeeld met zwervers invullen zoals de Pauluskerk in Rotterdam. Je kunt het ook invullen op de manier van Jeremy Bentham, een van de grote denkers achter het utilitarisme, een stroming die welzijn invult als zoveel mogelijk geluk. Bentham stelde voor hen van de straat te halen en in werkhuizen op te sluiten. Zijn motivering: “Bij teerhartige zielen veroorzaakt de aanblik van een bedelaar de pijn van het medeleven, bij hardvochtigere mensen de pijn van walging. In beide gevallen vermindert de ontmoeting met bedelaars het welbevinden van het publiek op straat.”5

Het gemis aan een definitie leidt ertoe dat de lezer moet zoeken naar de invulling van GroenLinks-PvdA. Vier van de vijf beloftes die worden gedaan geven daar wel een beeld van. De vijfde belofte komt later aan de orde. Zo is volgens de partij: “wonen (…) een recht, geen verdienmodel voor speculanten.” Wordt de klimaatcrisis aangepakt en wordt daarbij niemand losgelaten, iets dat we doen: “voor onszelf en onze kinderen.” Is het tijd dat mensen voor hun werk: “een goed loon en fijne werkomstandigheden krijgen. En tijd dat grote vermogens ook echt bijdragen.” En zitten, zo betoogt de partij: “Zij die voor ons de basis mogelijk maken zitten vandaag in de knel, de werkdruk is te hoog, hun inkomen te laag en private investeerders maken winst met wat van ons allemaal is. Zij zijn solidair met ons, dus wij met hen. Samen maken we de basis weer op orde.” 6 Dit wijst erop dat solidair wordt ingevuld als een-zijn met hen die het moeilijk hebben. Dat haakt aan bij filosoof John Rawls, die betoogt dat: “Sociale en economische ongelijkheden (…) zo (dienen) te worden geordend dat ze: het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden.”7 Ik schrok wel een beetje van dat ‘ons en hen’. Daar lijkt de partij te zeggen dat de mensen waarmee ze solidair wil zijn niet bij ‘ons’ en dus in dit geval Groenlinks-PvdA horen. Ik hoop niet dat het zo is bedoeld. Solidariteit dus met mensen die het minder hebben.

Waarom een nieuwe start

Geheel in lijn met de titel van het programma wil GroenLinks-PvdA een nieuwe start maken. Volgens de partij moet die nieuwe start mogelijk zijn: “als we de sociale meerderheid in ons land verenigen.” Die sociale meerderheid dat zijn: “ Iedereen die aan het werk gaat om Nederland draaiende te houden, en alle vrijwilligers die zorgen voor levendige sportclubs en schone wijken. Het zijn al die mensen die samen hun successen willen vieren, en elkaar helpen wanneer dat nodig is.”8 Zo ongeveer iedereen dus. En als iedereen wil, dan kan er inderdaad veel veranderen. Maar waarom moet het veranderen? En daarmee kom ik op het zwakke punt van alle programma’s die ik tot nu toe heb besproken en dat is de analyse. De partij constateert dat steeds meer mensen moeite hebben om de touwtjes aan elkaar te knopen: “de verzorgingsstaat (werd) uitgehold en (…) mensen (werden) wijsgemaakt dat succes een keuze is, en achterblijven je eigen schuld. Dat in het onderwijs de taak van de leraar wordt verzwaard en: “niet ieder kind de aandacht kan krijgen die het verdient.” Dit zorgde ervoor dat: “Wie het zich kan veroorloven, (…) private bijlessen in(koopt). Wie dat niet kan betalen, blijft achter. Zo groeit de kansenongelijkheid.” Dat de: “natuur (…) aan het kortste eind (trekt), en onze gezondheid (…) daaronder (lijdt). Dat op het gebied van migratie de oplossingen uitblijven, en: “De misstanden in sectoren met veel arbeidsmigranten (voort)duren (…) en het asielsysteem (…) volledig vast(loopt), terwijl: “Ondertussen (…) mensen tegen elkaar (worden) opgezet.” Dat: “Het bejubelde Nederlandse volkshuisvestingbeleid (…) omwille van snel gewin (werd) afgebroken,” waardoor: “Starters werden veroordeeld tot torenhoge huren, of (…) ineens (moesten) concurreren met hedgefondsen als zij een woning wilden kopen .” En dat: “op het internationale toneel (…) het recht van de sterkste steeds meer de boventoon (voert)” waarbij:“ In het buitenland en dichterbij huis (…) de aanval (werd) ingezet op onze vrijheid en democratie, en (…) mensen tegen elkaar (werden) opgezet.” Wat ontbreekt is een analyse: wat zijn hiervan de oorzaken? Dat: “Opeenvolgende kabinetten kozen voor marktwerking in plaats van solidariteit,” 9 en dat de markt in plaats van de mens centraal is komen te staan, is een wel heel magere analyse. Of dat: politici die uithalen naar rechters, journalisten, wetenschappers en burgemeesters, en die bevolkingsgroepen wegzetten.” 10 de democratie onder druk zetten, mag dan wel een grote kern van waarheid bevatten, als analyse voor maatregelen is het erg mager. Daarvoor wil je op z’n minst weten waarom mensen daar gevoelig voor zijn en welke omstandigheden aan die gevoeligheid bijdragen. Zonder goede analyse van het probleem en haar oorzaken is het lastig om overtuigend te laten zien dat de maatregelen die je voorstelt de beste oplossing bieden. Bij de verschillende beloftes ontbreekt die duidelijke analyse in meer of mindere mate. Dat wil niet zeggen dat ze niet is gemaakt. Het wil wel zeggen dat ze niet duidelijk in het programma staat.

Meer huizen om in te wonen

Een huis is veel meer dan een dak boven je hoofd. Het is de plek waar je samenkomt met vrienden en familie, en waar je tot rust komt na een lange dag. Voor veel mensen, en zeker voor starters, is zo’n plek verder weg dan ooit.” Een, naar het mij lijkt, redelijk feitelijke constatering. Een probleem dus. GroenLinks-PvdA wil dat aanpakken: “Met het grootste investeringsprogramma in decennia.” Concreter geformuleerd wil de partij: “ ruim 100.000 woningen per jaar bouwen.” Nu heb ik dat cijfer al eerder gehoord. Dat is ook de ambitie van het huidige kabinet en volgens mij van alle partijen waarvan ik tot dusverre de programma’s heb besproken.

Zoals de partij schrijft is het: “de afgelopen jaren te vaak bij woorden gebleven.” De partij wil dat doorbreken: “met de grootste vernieuwing van het woonbeleid sinds de jaren negentig, toen de overheid uit de volkshuisvesting stapte. Wij maken de markt nu juist minder dominant. Bouwen wordt niet alleen in woord maar ook in daad een publieke taak. … We brengen de regie op grond weer in publieke handen, zodat we samen bepalen hoe ons landschap eruitziet in plaats van speculanten die uit zijn op winst.”11De centrale rol hierin is weggelegd voor de ‘Woningbouwcorporaties Nieuwe Stijl’, die gaan bouwen voor een veel grotere groep: ongeveer twee derde van Nederland. Ook wil de partij dat de overheid weer: “actief grond (opkoopt) zodat grond weer in publieke handen komt,” en: “moeten de intensieve veehouderij en verloederde bedrijventerreinen plaatsmaken voor woningen en komt er een bouwstimulans zodat grondeigenaren sneller gaan bouwen.”12

Centraal in de plannen van GroenLinks-PvdA staat een Wet versnelling woningbouw die er moet komen: “Daarin nemen we maatregelen om meer grond beschikbaar te stellen voor woningbouw en de stikstofimpasse te doorbreken. Ook gaan we procedures voor woningbouw verkorten en vereenvoudigen.”13 En met die stikstofimpasse zijn we bij een belangrijk probleem. Maar daar waar de VVD spreekt over: “op korte termijn concrete resultaten boeken om te voorkomen dat de bouw van woningen en wegen langer stilligt”,14 en zich daarbij inzet op een: “generieke stikstofreductie door te sturen op emissies waarbij alle sectoren evenredig bijdragen,” 15 en het dan aan de partijen laat om die generieke korting te realiseren. Waar de BBB het probleem wil oplossen door normen te verhogen. Daar trekt GroenLinks-PvdA het initiatief naar de overheid. Die gaat sturen door te kiezen voor: “een kleinere veestapel, en zo nodig met dwingende maatregelen als stok achter de deur. Rondom natuurgebieden als de Veluwe en de Peel starten we direct met het uitkopen van intensieve veehouders zodat binnen een half jaar de vergunningverlening voor woningbouw weer loopt.”16 Je kunt het er niet mee eens zijn maar als je snel woningen wilt bouwen, dan is de kans op succes groter als je niet van anderen afhankelijk bent. En dat is de overheid veel minder met deze maatregelen.

Het tweede deel, het verkorten en vereenvoudigen van procedures, is een ander verhaal. Die procedures zijn in het leven geroepen om mensen, die vinden dat een besluit nadelige gevolgen voor hen heeft, de gelegenheid te geven om de overheid tot een aanpassing van dat besluit te dwingen of de geleden schade op een of andere manier te vergoeden. Die procedure kent nu verschillende stappen. Dat begint met een bezwaarschrift tegen het genomen besluit. Een bezwaarschrift dien je in bij het bestuursorgaan dat dit besluit heeft genomen. Met een bezwaar vraag je het bestuursorgaan het besluit te heroverwegen. Het bestuursorgaan doet dit aan de hand van een advies van een bezwaren commissie Ben je dan nog niet tevreden tevreden, dan kun je in beroep gaan bij de bestuursrechter. Ben je ook niet tevreden met diens besluit dan kun je in hoger beroep bij de afdeling bestuursrecht van de Raad van State. De stap bezwaar maken kan in sommige gevallen worden overgeslagen. Deze procedure kun je verkorten door de termijnen waarbinnen er een uitspraak moet zijn op je bezwaar of beroep te verkorten. Dan is er wel meer personeel nodig om de bezwaar- en beroepschriften te behandelen. Een andere manier – die stelt de VVD voor – is: “dat bezwaren vaker gelijk naar de Raad van State gaan, zodat procedures niet gestapeld worden.”17 Dat betekent dan wel dat Raad van State meer menskracht moet krijgen, want zij dient meer zaken te behandelen. Dan worden namelijk ook zaken die eerder in het traject tot een oplossing hadden kunnen komen, aan de Raad van State voorgelegd. Dat snelle procedures meer menskracht vergen onderkent GroenLinks-PvdA, want: “ Gemeenten en de Raad van State krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen.” Of het daarbij gaat helpen om: “woningzoekenden (…) inspraak in procedures,” 18 te geven, is de vraag. Meer partijen in een procedure, maakt de procedure er meestal niet eenvoudiger op. Bovendien handelt zo’n procedure over mensen die zich benadeelt voelen door een besluit. Een woningzoekende behoort niet tot de benadeelden. Sterker nog, die heeft juist voordeel van het door het bestuursorgaan genomen besluit.

Dan naar solidariteit. Als we de maatregelen die GroenLinks-PvdA voorstelt bekijken, dan richten die zich vooral op sociale huur. Om de Woningcorporaties Nieuwe Stijl meer investeringsruimte te geven, hoeven zij geen winstbelasting te betalen. Ook wil de partij dat: “het Rijk gunstige leningen verstrekken voor de bouw van extra betaalbare huurwoningen. Dat zijn bijvoorbeeld leningen met een lage rente van 1% voor een deel van de bouwkosten.” Dit zijn woningen met een huur tot en met € 700 per maand. En voor huurwoningen met een huurprijs tot en met € 1.200 per maand, wil de partij: “ zorgen voor extra investeringsruimte door gunstige leningen voor de bouw.”19 Komt er, als het aan GroenLinks-PvdA ligt: “Een einde aan de uitverkoop betaalbare woningen.”20 Legt de partij de verantwoordelijkheid voor een goed geïsoleerde en duurzame woning: “waar die hoort: bij de verhuurder.” Woningcorporaties krijgen daarvoor: “voldoende financiering om zo snel mogelijk alle corporatiewoningen te verduurzamen.” Geeft: “Een uitgefaseerd energielabel (…)huurders recht op een tochtkorting die via de huurcommissie kan worden opgeëist. Enkel glas wordt erkend als gebrek, zodat huurders recht krijgen op verbetering of huurverlaging.”21 En gaat: “De overheid gaat flink investeren in een grootschalig isolatie-offensief. In tochtige huizen zonder dubbel glas wonen gezinnen die ‘s winters kiezen tussen verwarming of eten. Dáár beginnen we. We boeken tijdswinst en drukken kosten door gelijksoortige huizen tegelijk aan te pakken. Door langjarig marktcapaciteit in te kopen geven we de techniek- en installatiebranche zekerheid en zijn we verzekerd van voldoende capaciteit.” Die inzet wil de partij het eerste richten op: “Oude wijken en dorpen met veel sociale huur.”22 Veel inzet is gericht op de minst en minder (financieel)draagkrachtigen in onze samenleving; met mensen die het minder hebben. Dat geldt zeker voor mensen die dak- of thuisloos zijn. De partij wil ervoor zorgen: “ dat mensen allereerst een dak boven het hoofd krijgen (Housing First). We zorgen voor voldoende voorzieningen en begeleiding zodat mensen weer zelfstandig kunnen wonen, en kunnen blijven wonen.”23 Je kunt hier spreken van solidariteit. Er is veel te zeggen voor de richting die GroenLinks-PvdA kiest. “ We hebben het eerder gedaan,”24 schrijft de partij en dat klopt. De richting die wordt gekozen grijpt terug op een keuze die aan het begin van de vorige eeuw ook werd gemaakt. In een andere tijd met andere verhoudingen. Dat alleen maakt echter nog niet dat het nu ook de juiste keuze is. Wat in het programma ontbreekt is de uitleg erbij: waarom is deze keuze op dit moment de weg is die we moeten gaan? Daarnaast kennen de plannen een achilleshiel. Daar kom ik later op terug omdat die meerdere terreinen raakt.

Samen strijden voor een groene toekomst

Over naar de tweede belofte, die betreft het klimaat en ons leefmilieu. Het hierboven al genoemde isolatie-offensief maakt deel uit van deze belofte maar was ook daar relevant. Volgens GroenLinks-PvdA is de Nederlandse natuur prachtig: “Maar onze natuur en het klimaat staan onder enorme druk. Door landbouwgif en overbemesting hebben we de slechtste waterkwaliteit van Europa. Door PFAS kunnen we op steeds minder plekken zwemmen, of groenten uit eigen moestuin eten. Veel vliegbewegingen zorgen voor vieze lucht en geluidsoverlast.” Het wrange hierbij is dat: “grote vervuilers grote winsten (maken),” maar dat: “Mens en natuur (…) de prijs,” 25 betalen. De partij wil dit veranderen. De partij wil: “Versneld naar een klimaatneutraal Nederland.”26

Daarbij moet tempo worden gemaakt, zo is te lezen, en: “Dat kan je niet alleen aan de markt overlaten.” Daarbij wil de partij: “fors (investeren) in het uitbreiden van het elektriciteitsnet,” en: “in schone en betaalbare energie uit wind-op-zee.” Dat moet zorgen voor: “goedkope energie,” en zo: “de energierekening betaalbaar,” houden: “en (…) onze industrie competitieveren duurzamer.” 27 Bij dat tempo maken moet de grote vervuilers worden aangepakt: “Grote vervuilende bedrijven gaan eerlijk belasting betalen over vervuilende uitstoot” en fossiele subsidies worden afgebouwd. Daarnaast verdienen: “De omwonenden van Schiphol (…) een betere gezondheid en minder overlast,” en komt er: een verbod op de kankerverwekkende stof PFAS en op het gebruik van landbouwgif.” Ook worden: “Grote vervuilers die de wet overtreden” aangepakt en gaan: “Megastallen (…) verdwijnen en er komt een einde aan de industriële veehouderij.” In plaats van industriële landbouw kiest de partij voor: “circulaire landbouw, waarbij we landbouw aanpassen op wat het land aankan. Dat betekent minder dieren per hectare en strenge regels voor schadelijke bestrijdingsmiddelen. Dat beschermt de gezondheid van omwonenden en garandeert dat ons eten ook echt gezond is.” 28

De partij legt hier een duidelijke visie op de landbouw. Een visie waarbij: “Prioriteit (wordt gegeven) aan natuurherstel,” Voor wat betreft het stikstof probleem wil de partij dat bereiken door: “piekbelasters gericht uit te kopen, te verplaatsen, of te begeleiden naar een vorm van landbouw die minder druk legt op de omgeving.” Daar is de partij: “bereid tot gedwongen uitkoop,” dit: “Als stok achter de deur.” 29 Hierbij moeten: “Sectoren die voor het overgrote deel produceren voor de export, (…) als eerste krimpen.” Ter ondersteuning krijgen boeren: “een eerlijke vergoeding voor het landschapsbeheer, bijvoorbeeld als ze werken met teeltvrije zones, kruidenrijk grasland, natuurvriendelijke oevers, water- en CO₂-opslag, weidevogelbeheer of landschapselementen.” Overheden gaan daarvoor: “langjarige contracten aan met boeren.” Voor het andere deel van de boterham van de boer, de prijs voor hun product, is de boer aan de markt overgeleverd. Daar is zo betoogt GroenLinks-PvdA: “De keten aan zet.” Overheidsbemoeienis blijft beperkt tot het aanmoedigen tot: “langjarige afspraken (…) tussen boeren en afnemers met kostendekkende vergoedingen.”30 Voor wat solidariteit betreft, is ‘aanmoedigen’ bij prijsafspraken een lichte vorm van solidariteit. De grote supermarktketens kopen in op wereldschaal en daarbij is de prijs een belangrijke factor. Een duurdere circulaire Nederlandse aardappel wordt dan makkelijk vervangen door een industriële uit een ander land.

En nu ik het toch heb over solidariteit. Hoe solidair zijn de maatregelen die GroenLinks-PvdA voorstelt? “Mensen die moeite hebben met het betalen van de energierekening helpen we als eerst.” Ook worden: “de nettarieven (verlaagd), en (…) (mensen geholpen) met het isoleren van hun woning en het plaatsen van zonnepanelen zodat de energierekening daalt.” En als je gehuurd woont en je huisbaas wil je woning niet verduurzamen dan krijg je: “korting op de huur.” Ook wil de partij: “het openbaar vervoer aantrekkelijker (maken) door de introductie van een Klimaatticket, waarmee iedereen voor 59 euro per maand onbeperkt met het ov kan reizen in daluren.” 31 Maatregelen die zich richten op mensen in moeilijke omstandigheden. Dat getuigt van solidariteit.

Een inkomen waarmee je vooruit komt

De derde belofte betreft de sociale zekerheid. De basis hiervoor moet: “de economie en arbeidsmarkt van morgen,” zijn. Dat moet: “een sterke, schone en sociale economie,” worden. Hiertoe worden de: “handen ineen(geslagen) met de sociale partners, het onderwijs en de regio’s om te komen tot een ‘werk-ontwikkel-aanpak’.” Een aanpak waarin afspraken worden gemaakt: “om mensen op te leiden, vitaal te houden en innovatief te werken. Zo kunnen we mensen inzetten waar we ze het hardst nodig hebben, zoals voor de klas, aan het bed en in uniform.” Hiervoor wordt een: “Toekomstfonds van 25 miljard euro,” ingericht om: “de economie een impuls (te geven) door te investeren in een duurzame, innovatieve industrie, wetenschap, onderzoek en nieuwe spoorlijnen.”32 Hierbij: “moeten (we) als Nederland keuzes maken over wat voor economie we willen hebben.” GroenLinks-PvdA kiest: “voor goed betaalde banen in de sectoren van de toekomst.” Dat betekent: “afscheid van bedrijven die hier alleen kunnen bestaan door belastingvoordelen en uitbuiting van werknemers.”33 Dit houdt in dat: “Alleen werkgevers die een volwaardig loon betalen en personeel humaan behandelen hebben een plek in de Nederlandse economie.” Dat betekent: “ stoppen met regelingen, zoals de landbouwvrijstelling, die laagbetaalde arbeid subsidiëren, en verbieden schimmige constructies die tot uitbuiting leiden.”

Zo’n basis is mooi, maar hoe wordt de koek verdeeld? GroenLinks-PvdA zet in op: “ zeker werk, gelijke kansen, en een vangnet wanneer het leven tegenzit.” Ze wil een samenleving: “Waar we armoede niet accepteren als onvermijdelijk, maar bestrijden als onrecht. Waar we niemand door het ijs laten zakken, en waarin we weer vooruit kunnen. Niet ieder voor zich, maar samen.” 34 Daartoe wil de partij een: “Groot Loonakkoord met de vakbonden en werkgevers,” sluiten waarin: “afspraken (worden gemaakt) over hogere lonen, in ruil voor investeringen in infrastructuur, onderzoek en technologie.” Ook gaat: “Het minimumloon (…) fors omhoog,” en stijgen: “de AOW en andere uitkeringen (…)mee, en we strijden tegen armoede.” Daar staat tegenover dat er: “een einde (komt) aan speciale belastingkortingen voor de rijkste Nederlanders en aandeelhouders van multinationals.” 35 Belastingontwijking wordt aangepakt. De hierboven genoemde maatregelen met betrekking tot de energie en openbaar vervoer en maatregelen met betrekking tot de zorg die hieronder worden behandeld, dragen bij aan het verdelen van de koek ten faveure van mensen aan de onderkant van het inkomensgebouw. Maatregelen die ten goede komen aan de kwetsbaarste mensen. Uiteindelijk wil de partij: “toeslagen stap voor stap overbodig (maken): met gratis kinderopvang, lagere zorgpremies en hogere inkomens.” 36 Ook wordt: “de positie van werkenden met een onzeker contract of laag inkomen,”37 versterkt. Hoe ze dat willen doen, dat wordt er niet bij verteld. Maatregelen die getuigen van solidariteit met mensen in moeilijke omstandigheden. De partij kiest er daarbij voor om de solidariteit vorm te geven binnen het huidige sociale stelsel.

Hier wreekt zich het gebrek aan analyse. Dit alles moet ertoe leiden dat: “de concentratie van vermogen en daarmee de invloed van een kleine groep op onze economie en maatschappij (afneemt). Die te grote invloed van die kleine groep leidt tot: “een oneerlijke economie, maar ook tot minder brede welvaart.” De partij gelooft erin: “dat een eerlijke verdeling zorgt voor gelijkmatige groei, sterke instituties en hoger vertrouwen van burgers in de staat.” 38 Ook dit klinkt mooi. Maar waarop is dat geloof gebaseerd? Wat is een gelijkmatige groei? Waarom moet er worden gegroeid? Is de economie oneerlijk of zijn de machtsverhoudingen oneerlijk? Vragen waarop de partij wellicht antwoorden heeft maar die ik niet in het programma lees. Die had kunnen onderbouwen waarom de oplossing binnen het stelsel wordt gezocht en niet in een nieuw stelsel op basis van bijvoorbeeld een basisinkomen. Dan zou er echt sprake zijn van een nieuwe start. Een idee dat ook het komen tot: “Een simpeler en eerlijker belastingstelsel,” makkelijker zou maken en: “Progressieve belastingen,” 39in te voeren en te verdedigen. Een stelsel waarbij de sterkste schouders echt de zwaarste lasten dragen. Een basisinkomen waarmee tevens een begin wordt gemaakt met het creëren van een ander ‘samen’. Een ‘samen’ gebaseerd op het heden en niet op het, cultuurhistorisch verleden waarop de partijen te rechterzijde het ‘samen’ baseren.

Leiderschap dat Nederland beschermt

De vierde belofte behelst veiligheid en vrijheid. Hier wil de Groenlinks-PvdA: “een samenleving waar mensen naar elkaar omkijken, niet alleen in Nederland maar ook over de grenzen heen. GroenLinks-PvdA maakt de keuzes die nodig zijn voor rechtvaardigheid, democratie en solidariteit, zowel dichtbij huis als wereldwijd. Samen met Europa garanderen we onze autonomie in een onzekere wereld.”40 Voor de partij betekent dit dat Nederland zich houdt: “aan de van democratie, rechtsstaat en nieuwe NAVO-norm en groeien toe mensenrechten. De uitgaven aan naar de afspraak om 3,5% van het bbp ontwikkelingssamenwerking gaan uit te geven aan defensie.” Daarbij wordt de overheid: “medeaandeelhouder van defensiebedrijven, zodat de winsten terugvloeien naar de samenleving.” De partij wil: “de samenwerking binnen en buiten Europa versterken,” door: “extra middelen beschikbaar (te stellen) voor diplomatie,” om: “sneller en effectiever op te komen voor de verdediging van democratie, rechtsstaat en mensenrechten.” Ook binnen Nederland wil de partij: “ onze democratische rechtsstaat met kracht verdedigen tegen aanvallen van extremen,” de partij kiest daarbij voor: “een sterke rechtspraak, vrije pers en stevige democratische controle.” Naast het collectieve veilig en vrij, zet de partij ook in op individuele: “Je overal veilig voelen is daarbij essentieel: op straat, in het uitgaansleven, op het werk, tijdens demonstraties en thuis achter de voordeur.” De partij strijdt daarom: “tegen alle vormen van discriminatie, seksisme en geweld tegen vrouwen, waaronder femicide.” Terecht constateert de partij dat: “Haat (niet) begint (…) bij het bekladden van een synagoge of moskee, of met het verbranden van een regenboogvlag,” maar: “met woorden.” Daarom wil de partij ook inzetten op: “preventie en dialoog.”41

Wereldwijd vult GroenLinks-PvdA rechtvaardigheid, democratie en solidariteit in door het: “intensiveren,” van het: “Nederlandse beleid ten aanzien van democratie-ondersteuning binnen en buiten Europa.” Dat houdt onder andere in het uitdragen van: “de universaliteit van mensenrechten actief (…) door op te komen voor minderheden en een feministisch buitenlandbeleid te voeren.” Niet de hele wereld is democratisch daarom pleit de partij voor transparantie: “in de afwegingen die we maken in samenwerking met bijvoorbeeld autocratische staten.” Concreet wil de partij de Palestijnse staat erkennen, voorkomen dat Iran kernwapens krijgt.42 De groei van de defensie uitgaven naar 3,5% van het bruto binnenlands product wordt hierbij niet ter discussie gesteld.

Binnen de Europese Unie pleit de partij voor: “Een duurzaam, krachtig en innovatief Europa.” Verder wil de partij de Unie hervormen: “bij voorkeur binnen huidige verdragen. Dat betekent minder veto’s op Europees belasting- en buitenlandbeleid en versterking van het Europees Parlement als medewetgever en controleur van de Commissie. Corruptie, fraude, buitenlandse beïnvloeding en ondoorzichtige lobby’s moeten stevig worden aangepakt.” De partij wil de Europese afhankelijkheid van veel goederen, waaronder die van big tech verminderen. En, niet onbelangrijk, de partij pleit voor strengheid: “tegen ondermijnende lidstaten. De Europese Unie is een waardengemeenschap van democratische rechtsstaten. Die waardengemeenschap verdedigen we met hand en tand. Lidstaten die democratie en rechtsstaat ondermijnen, kunnen dus rekenen op sancties.” 43 Een belangrijk punt want, om een voorbeeld te noemen, een autocratisch Hongarije ondermijnt ook de Nederlandse democratie zoals Tom Theuns in zijn boek Protecting Democray in Europa aantoont. Om de de woorden waarmee hij zijn betoog afsluit aan te halen: “However unpalatable, EU member states cannot both permit a frankly autocratic state to continue to be an member of the Union and at the same time pretend to be committed to democracy.”44

Via de wereld en Europa, naar Nederland“GroenLinks-PvdA gelooft dat we alleen vrij kunnen zijn met een sterke democratische rechtsstaat,” met die woorden opent het hoofdstuk Democratie, rechtsstaat en gelijke rechten. Maar: “dat fundament staat onder druk.” Onder druk van en door: “politici die uithalen naar rechters, journalisten, wetenschappers en burgemeesters, en die bevolkingsgroepen wegzetten. Die democratie steeds vaker uitleggen als enkel de wil van de meerderheid, terwijl het beschermen van minderheden en mensenrechten juist een onmisbaar onderdeel zijn van de democratie.” Maar ook onder druk door: “een overheid die burgers niet beschermt, maar verpulvert, zoals bij de toeslagenaffaire, de gaswinning in Groningen en fouten bij de IND en het UWV.”45 Zoals ik aan het begin van deze bespreking al schreef bevat de bewering over politici die uithalen naar andere pijlers onder onze democratie een grote kern van waarheid bevatten. En alle maatregelen die de partij voorstelt, zoals een controleerbare en transparante overheid, geen discriminerende algoritmen en systemen, meer ondersteuning voor de Tweede Kamer en geen politieke dubbelfuncties46 hebben allemaal hun nut.

Dat GroenLinks-PvdA de democratie wil beschermen, is een teken van solidariteit. Want alleen een een democratie heeft iedereen invloed op het beleid. Maar of daarmee de druk op de die democratische rechtsstaat minder wordt, is de vraag. Als zoals bleek uit een reportage van de NOS in juni 2024 op de vraag of leiders gekozen moeten worden antwoordde een jeugdige: “het liefst wel gekozen. Maar stel het gaat helemaal mis dan is dat wel een optie,” antwoord en blijkt dat een grote groep jongeren democratie niet belangrijk vindt en autoritaire bestuursmodellen aantrekkelijk vindt omdat die, in tegenstelling tot een democratie, snel resultaten bereiken, dan gaan deze middelen niet helpen. Dan is er iets anders nodig. Als een groot deel van de mensen zich niet realiseert dat een autocratie ‘aanschaffen’ zo is gebeurd maar ‘afschaffen’ een heel ander verhaal is, dan is er iets anders nodig. Als die grote groep zich niet realiseert dat het ‘aanschaffen’ van een democratie een zeer lastig verhaal is, een verhaal waar we eeuwen over hebben gedaan, dan is er meer nodig.

De basis op orde, een land dat werkt voor iedereen

De laatste belofte betreft de publieke voorzieningen, politie, justitie, onderwijs, zorg. “De overheid moet weer naast mensen gaan staan – met vertrouwen, in plaats van controle, en publieke voorzieningen in eigen hand houden,” 47zo is te lezen. De partij wil investeren in: “schone lucht, gezonde voeding op school, goede huisvesting en toegankelijke zorg in elke wijk. Ook investeren we in gratis kinderopvang en extra ondersteuning op scholen met veel achterstanden.” Ook wordt er geïnvesteerd in: “de plekken waar mensen samen komen, zoals de sportvereniging, de school, het buurthuis, de bibliotheek en het zwembad.” Daarbij wordt er gestreden tegen: “commerciële investeerders en private equity die de huisartsenzorg, welzijnswerk en de kinderopvang overnemen en tegen detacheringsbureaus die leraren wegkapen op scholen.”48 Deze ‘belofte’ staat vol met mooie maatregelen van: “ Rijke schooldagen,” met: “Naast het reguliere onderwijsprogramma (…) ook (…) lessen in sport, dans, cultuur, techniek en natuur,” tot: “kleinere klassen.” Van: “een gezonde lunch op scholen,” tot: “brede brugklasbonus, en helpen leraren om les te geven aan leerlingen met verschillende achtergronden,” en: “Goed onderwijs door bevoegde leraren.” En nog veel meer. En op het gebied van zorg van: “investeren in het terugdringen van de lange wachtlijsten in de ggz,” tot “Zorg dichtbij in de regio,” ingevuld via: “We gaan de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen.” En van: “ Zorg draait om vertrouwen en continuïteit – daar horen vaste zorgteams bij,” tot: “Medisch specialisten komen in loondienst en er komt een maximum aan het salaris dat je kunt verdienen.” 49 Qua solidariteit zit het wel goed op dit punt. Maar …

Achilleshiel

En daarmee kom ik bij de achilleshiel. Publieke kinderopvang betekent dat er meer pedagogisch medewerkers nodig zijn. Lessen in sport, dans, cultuur, techniek en natuur moeten door iemand gegeven worden. Extra ondersteuning waar nodig moet door iemand geboden worden. ‘Kleinere klassen’ betekent meer leraren. (V)erbeterde arbeidsomstandigheden en betere begeleiding na afstuderen,” en sneller een vast contract kan wellicht helpen om ervoor te zorgen dat minder dan: “Eén op de vijf startende docenten (…) na vijf jaar het onderwijs,” 50verlaat, maar is dat voldoende? Met het: “ aantrekkelijker (maken) voor huisartsen om een praktijk te beginnen of praktijkhouder te blijven,” zou je het praktijkhouderschap interessanter kunnen maken, als daar het probleem ligt. Maar je hebt niet ineens meer huisartsen mee. (I)nvesteren in het terugdringen van de lange wachtlijsten in de ggz,” en de, “zorgen dat mensen met een complexe hulpvraag eerder worden geholpen,” vergt menskracht. (D)e toegankelijkheid voor chronisch zieken, onverzekerden en mensen met een kleine beurs,” verbeteren kan ik alleen maar toejuichen. Het vraagt echter wel om extra menskracht. Een ambulance die je op tijd moet: “bereiken om je naar een ziekenhuis in de buurt te brengen,” en het tegengaan van: “de verschraling van zorgvoorzieningen actief tegen en zetten in op het behoud van streekziekenhuizen,” vraagt menskracht. “Digitale zorg kan (dan) van toegevoegde waarde zijn wanneer het de kwaliteit verbetert, patiënten meer regie geeft en zorgverleners ontlast,” maar is dat voldoende om het gebrek aan menskracht te vervangen?51 Ik kondigde deze achilleshiel al aan bij de bespreking van de eerste belofte, de woningbelofte. Want door: “Door langjarig marktcapaciteit in te kopen, kun je, “de techniek- en installatiebranche zekerheid ,” willen geven, om: “ verzekerd (te zijn) van voldoende capaciteit,”52 is menskracht nodig. De capaciteit die: “Gemeenten en de Raad van State (erbij) krijgen meer capaciteit om bezwaar- en beroepsprocedures versneld te behandelen,”53 moet er wel eerst zijn. Die 100.00 woningen moeten wel gebouwd worden. Die circulaire, niet industriële landbouw vraagt om – om de SP aan te halen – meer boeren. De: “3,5% van het bbp uit te geven aan defensie,”54 die wordt vertaald in tankdivisies, patriot-systemen, straaljagers, rijden en vliegen zich niet vanzelf. Daarvoor is menskracht nodig. Net zoals voor het: “verhogen (van)de capaciteit van de politie.”55

Je kunt dan wel, zoals de partij schrijft: “slimmer (gaan) werken door te investeren in innovatie en digitalisering waar dat kan.” En zo de productiviteit te verhogen: “waardoor we mensen vrijspelen voor sectoren waar de tekorten groot zijn, zoals de in de technieksector, de bouw- en installatiesector, de kinderopvang, het onderwijs en de zorg,” en: investeren in om-, her- en bijscholing, en in zij-instroom, dat garandeert niet dat er voldoende personeel met de juiste kwaliteiten is. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor de zorg of het onderwijs, en met twee linker handen is het lastig ‘installeren’. “De toepassingen van AI ontwikkelen zich (misschien dan wel) razendsnel,”56 ervaringen uit het verleden leren echter dat innovatie zelden tot minder vraag naar menskracht leidt. De door stoom aangedreven weefgetouwen leidde niet tot minder arbeiders in de fabrieken maar tot ‘inloopkasten’ vol met kleding met daarin jassen voor ieder seizoen in in iedere kleur en voor iedere mode gril. Voeg daarbij de vergrijzing waardoor er ieder jaar meer mensen de arbeidsmarkt verlaten dan er toetreden en waardoor : “het percentage 65‑plussers naar 24,4 procent ouderen (stijgt) in 2035. Tot 2040 zet de vergrijzing nog door, tot 25,1 procent ouderen in 2040,” 57 Of: “actieve sturing op een gemiddeld migratiesaldo van 40.000 tot 60.000 per jaar,” waarbij er wordt gericht op: ‘arbeidsmigratie voor werkgevers die bijdragen aan onze brede welvaart mogelijk maken,”58 hier een oplossing biedt, is de vraag. Nederland is niet het enige land dat vergrijst. Ook hier ontbreekt een heldere analyse van hoe zaken op elkaar ingrijpen en waarom de voorgestelde maatregelen wel de juiste oplossing zijn.

1 https://groenlinkspvda.nl/wp-content/uploads/2025/08/Conceptverkiezingsprogramma-GroenLinks-PvdA-2025.pdf

2Een nieuwe start voor Nederland, pagina 5

3Idem, pagina 10-11

4CBS, Monitor Brede Welvaart & de Sustainable Development Goals 2025, pagina

5Michael J. Sandel, Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze?, Pagina 45

6Een nieuwe start voor Nederland, pagina 12-13

7John Rawls, Een theorie van rechtvaardigheid, pagina 321

8Een nieuwe start voor Nederland, pagina 14

9Idem, pagina 9-10

10Idem, pagina 111-112

11Idem, pagina 17

12Idem, pagina 18

13Idem, pagina 38

14Sterker uit de storm, pagina 9

15Idem, pagina 16

16Een nieuwe start voor Nederland, pagina 38

17Sterker uit de storm, pagina 72

18Een nieuwe start voor Nederland, pagina 39

19Idem, pagina 45

20Idem, pagina 40

21Idem, pagina 41

22Idem, pagina 54

23Idem, pagina 43

24Idem, pagina 17

25Idem, pagina 21

26Idem, pagina 50

27Idem, pagina 22

28Idem, pagina 22-23

29Idem, pagina 57

30Idem, pagina 57-58

31Idem, pagina 22

32Idem, pagina 26-27

33Idem, pagina 67-68

34Idem, pagina 25

35Idem, pagina 26

36Idem, pagina 80

37Idem, pagina 81

38Idem, pagina 68-69

39Idem, pagina 165

40Idem, pagina 28

41Idem, pagina 30-31

42Idem, pagina 86-87

43Idem, pagina 90-91

44Tom Theun, Protecting Democracy in Europe. Pluralism, Autocracy and the Future of the EU, pagina 198

45Een nieuwe start voor Nederland, pagina 111-112

46Idem pagina 112-116

47Idem pagina 33

48Idem, pagina 33-34

49Idem, pagina 127-141

50Idem, pagina 132

51Idem, pagina 138-139

52Idem, pagina 54

53Idem, pagina 39

54Idem, pagina 30

55Idem, pagina 104

56Idem, pagina 70

57https://longreads.cbs.nl/regionale-prognose-2022/vergrijzing/

58Idem, pagina 97