Uitgelicht

‘Wet fijn dat je er bent’

Deze week was het het ‘finest hour’ van minster Koolmees van Sociale Zaken. Wellicht is dat geheel aan jullie voorbij gegaan, maar hij gepresenteerd zijn ‘ Wet arbeidsmarkt in balans’. Een wet is het nog niet, maar als het aan Koolmees ligt, wordt het dat wel. Volgens Peter de Waard is de wet bedoeld om: “de uitwassen van Asschers ‘Wet werk en zekerheid’ (te) repareren. In werkelijkheid is het een pakket maatregelen dat andere maatregelen weer ongedaan moet maken.” Doel van de wet is, net als bij Asschers ‘Wet werk en zekerheid’: “om vast werk minder vast, en flexibel werk minder flexibel te maken.” Iedereen lijkt tegen de wet en daaruit constateert de minister dat het een goede wet is. Immers: “Als iedereen tegen is, moet het wel goed in balans zijn.”  Dat is ook een manier om ernaar te kijken. Zou een andere insteek tot andere oplossingen kunnen leiden? 

koolmees

Foto: Flickr

Laat ik eens een poging wagen. Net als Asscher en trouwens bijna iedereen, redeneert Koolmees vanuit werk. Flexibel werk leidt tot onzekerheid en daaruit concludeert Koolmees dat werk ‘zekerder’ moet worden. Alleen als het te ‘zeker’ wordt piepen de werkgevers. Die kunnen dan niet meer af van werknemers. Een onmogelijke puzzel om op te lossen. Arme Koolmees of toch niet: “Niemand hoeft Koolmees te benijden. Hervorming van de arbeidsmarkt is een onmogelijk dossier. Wie slim is, slaat geen mijlpalen, maar zorgt ervoor zijn vingers niet te branden,” zo schrijft De Waard.

Wat als we een stapje verder denken. Flexibel werk leidt tot onzekerheid, dat klopt. Maar wat als dat geen onzekerheid over werk is maar over inkomen? Onzekerheid over de mogelijkheid om de rekeningen nog wel te kunnen betalen en je kinderen te eten te geven? Onzekerheid omdat de ww is uitgekleed en de bijstand geen pretje is.Zou het bieden van fatsoenlijke zekerheid, zonder al die bureaucratische fratsen en het leveren van een ‘tegenprestatie’, een oplossing kunnen bieden voor de ‘onmogelijke’ opgaven van Koolmees?

Zou zekerheid van bestaan de onzekerheid van het hebben van betaald werk draaglijk maken? Een uitkering voor iedereen met de ‘Wet fijn dat je er bent’ als basis? 

Buigend riet

“Ook het nieuwe kabinet probeert de groeiende kloof tussen vast en flex te keren. De wet Arbeidsmarkt in Balans moet vast werk minder vast maken en flexibel werk minder flexibel. Maar de plannen van D66-minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken zijn door zowel de werkgevers als de vakbonden al zwaar bekritiseerd. Dat is zorgelijk, vindt hoogleraar Wilthagen. ‘Nederland zit al in de Europese kopgroep met tijdelijk werk. We moeten niet Spanje nog verder achterna gaan, met een grote groep werknemers die in onzekerheid moet leven.’” Deze alinea bevat de centrale boodschap van een artikel van Wilco Dekker over flexwerken in de Volkskrant. 

Riet

Foto: PxHere

Aanleiding voor het artikel is de sterke stijging van flexwerk die blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. En flex levert problemen: “Flexwerkers verdienen minder, bouwen geen of minder pensioen op, hebben minder opleidingsmogelijkheden en krijgen lastiger een hypotheek, dus ze hebben een veel zwakkere positie dan mensen met een vast contract,” zo zegt hoogleraar Arbeidsmarkt Ton Wilthagen. Om daaraan wat te doen moet flex dus minder flex en vast minder vast. Maar hoe vast moet flex worden en hoe flex vast? Wat is de juiste balans? Wat is vast en flex genoeg zodat er voldoende pensioen wordt opgebouwd, voldoende opleidingsmogelijkheden zijn en een hypotheek kan worden verkregen?

Is dat vaste dat toch flex moet zijn of dat flex dat toch ook vastigheid in zich moet hebben alleen maar via de kant van arbeidscontracten en arbeidswetgeving te regelen? Via wetten met termijnen waarin verplichtingen worden opgelegd om na x-contracten of een x-periode iemand in vaste dienst te nemen? De ervaringen leren dat er tot nu toe geen wet kon worden bedacht zonder ‘gaten’ waarvan weer grif gebruikt wordt gemaakt.

Als het probleem van te ‘flex’ lagere beloning en groeiende onzekerheid is, zouden er dan ook andere mogelijkheden zijn om voor meer zekerheid te zorgen? Om mensen te beschermen tegen die lagere beloning? 

Zou een onvoorwaardelijk basisinkomen hier uitkomst kunnen bieden? Omzeilt dat niet het probleem dat flex te flex en vast te vast wordt? Zou dat niet het ‘riet’ kunnen zijn dat stevig verankert flexibel meebuigt met de wind?

‘Tussenbaan’

Een ‘tussenbaan’ dat is een manier waarop werkgevers de grenzen van de wetgeving rond tijdelijke contracten opzoeken, zo valt in de Volkskrant te lezen. “De tussenbaan biedt alle betrokkenen kansen. We binden werknemers voor langere tijd aan ons. En werkgevers behouden de flexibiliteit die ze wensen,” zo zegt Patricia Hoogstraten namens de werkgevers in de krant.

i robot

Illustratie: www.tasteofcinema.com

Een tussenbaan, een geniale vondst. Alhoewel, zijn alle banen niet een vorm van ‘tussenbaan’? Is een baan met een vast contract tegenwoordig niet ook gewoon een baan tussen de vorige en de volgende? Was zelfs de ‘baan voor het leven’ van vroeger niet een ‘tussenbaan’? Een baan tussen de schooltijd en het pensioen. Zouden we niet veel beter af zijn als we uitgaan van de tijdelijkheid van alle werk en iedere baan? Over tien jaar zijn er immers beroepen waar we nu nog niet van hebben gehoord en nu gangbare beroepen zijn dan ‘weg gerobotiseerd’.

Volgens velen is de vaste baan de maat der dingen. Een vaste baan omdat die mensen zekerheid biedt. Hoe zeker is die zekerheid als een reorganisatie of een tegenvallende economische situatie voldoende is om die vaste baan te beëindigen? Inderdaad dat kost geld en is vooral voor kleine bedrijven een zware last en een reden om iemand dan maar niet in dienst te nemen en een tijdelijk contract te bieden.

Onze sociale stelsel is gebouwd in de tijd van de ‘baan voor het leven’. Een baan die ook toen wel eens weg viel en dan werd zekerheid van inkomen geboden in de periode tussen twee banen. Moeten we het sociale stelsel niet op een andere leest schoeien nu ‘banen voor het leven’ niet meer bestaan en ‘flex’ de norm is? Zou een stelsel dat is gebaseerd op een sober doch menswaardig bestaan een uitkomst bieden? Een stelsel met een basisinkomen dat een dergelijk bestaan garandeert? Aangevuld met een belastingstelsel dat iedere Euro die je vervolgens verdient, progressief belast en geen aftrekposten aan de ene kant en toeslagen aan de andere kant kent.

Het zou een flinke versimpeling van het belastingstelsel betekenen, fraudemogelijkheden fors beperken en werk weer lonend maken. Lonend omdat iedere verdiende Euro tot meer bestedingsruimte leidt omdat de armoedeval er niet meer is. De armoedeval die mensen nu belemmert om te gaan werken omdat een stijging van bruto inkomen leidt tot het verlies van allerlei toelagen en zo tot een lager besteedbaar inkomen.

Een nieuwe meent

Flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

gift

De flexwerk in welke vorm dan ook, was ook een thema in de afgelopen verkiezingscampagne. PvdA-lijstrekker Asscher werd aangevallen op het ‘mislukken’ van zijn aanpak om flexwerk terug te dringen te faveure van vastwerk. Vastwerk geeft de werkende immers voordelen zoals zekerheid en de mogelijkheid om een hypotheek af te sluiten en zo een huis te kopen. Die toenemende flexibilisering is menigeen een doorn in het oog.

Die doorn zit ook in het oog bij oud FNV-districtsbestuurder Henk van Rees. In Dagblad de Limburger van 15 maart 2017 houdt Van Rees een pleidooi voor vast werk en het terugdringen van de flexibilisering. In zijn pleidooi behandelt hij de standpunten van diverse politieke partijen. Van Rees sluit af met de woorden: “het terugdringen van flexibilisering staat eindelijk op de politieke agenda en er valt wat te kiezen. Kiezen voor vaste banen.”

Inderdaad kan vast werk onzekerheid wegnemen. Inderdaad is het zonder vast werk zeer lastig om een huis te kopen. Twee problemen die om aandacht vragen. Van Rees en hij is niet de enige, willen deze problemen verhelpen door terug te grijpen op het nabije verleden waarin bijna iedereen een baan voor het leven had. Die baan gaf zekerheid. Tenminste, zolang je werkgever niet failliet ging. Dan bleek ook die zekerheid niets waard.

Als onzekerheid het probleem is, zouden er dan andere oplossingen mogelijk zijn? Laat we eens wat verder teruggaan in het verleden. Naar de periode voor de industriële en de eraan voorafgaande agrarische revolutie. terug naar de tijd van de keuterboertjes die vooral voor eigen gebruik produceerden op hun eigen, al dan niet gepachte, kleine stukje grond. Een stukje grond waar ze soms wel en soms ook niet van konden leven. Deze boertjes konden gebruik maken van de gezamenlijke gronden, de meent. Dit systeem heeft eeuwenlang gefunctioneerd.

Zou een nieuwe ‘meent’ die onzekerheid ook weg kunnen nemen? Nee, niet in de vorm van het gezamenlijk gebruik van een stuk grond, bos of water. Maar wel het gezamenlijk verdelen van een deel van de opbrengst van die grond, dat bos of het water. De gezamenlijke investeringen in de weg- en waterbouw en andere openbare voorzieningen, leveren rendement op. Als we een deel van dat rendement afromen en eerlijk over alle inwoners verdelen in de vorm van van een gift, zou dat basiszekerheid kunnen bieden? Basiszekerheid die het individu kan vergroten, door betaald werk te verrichten?

Al in 1923 schreef Marcel Mauss in Essay over de gift over de kracht van de gift. Die kracht bestaat er namelijk uit dat de gift de ontvanger aanspoort tot een wederdienst.

 

Iedereen met pensioen!

“Toen ik 51 jaar werd (en werkzaam was in het onderwijs) kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toen ik 55 jaar werd kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toen ik 57 jaar werd kon ik zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen.’Als ik volgend jaar 58 word, kan ik nog steeds zeggen: Over 10 jaar kan ik met pensioen. Toch?” Dit schrijven van Ietje Lentink uit Stroe is te lezen in de brievenrubriek in de Volkskrant.

pensioenIllustratie: OP DE KORREL – WordPress.com

Zij is niet de enige die reageert op het verder verhogen van  de AOW-leeftijd. Zo pleit Joop van Well in dezelfde krant ervoor om de pensioenleeftijd afhankelijk te stellen van de zwaarte van het werk en het aantal gewerkte jaren. Zowel Lentink als Van Well stellen impliciet de vraag hoe eerlijk of rechtvaardig dit is? Lentink met betrekking tot de vergelijking met collega’s die het geluk hadden en hebben ietsjes ouder te zijn, soms zelfs maar één dag. Van Well met betrekking tot de lichamelijke zwaarte van werk. Je kunt natuurlijk ook de vraag stellen naar de geestelijke zwaarte van werk en dan kan het werk van een ambtenaar achter een bureau waar Van Well over schrijft ook zwaar en slopend zijn.

Diverse politieke partijen willen, wellicht om grijze kiezers te trekken, de pensioenleeftijd weer terugbrengen naar 65 jaar. Dus zal dit een belangrijk thema worden in de verkiezingscampagne. Ouderen en jongeren zullen hun belangen bepleiten net als kantoorklerken en bouwvakkers. Oudere werklozen zullen inbrengen dat zij door verschuiving van de pensioendatum in een hopeloos parket komen te zitten. En iedereen zal een punt hebben. En iedere groep zal binnen de politieke partijen ook gehoor vinden.

Met het hebben van een punt en het vinden van gehoor, is het probleem niet opgelost. Alleen hoe doe je al deze punten recht? Zou dit kunnen binnen het huidige denkmodel over leven en werken? Een model waarin werk de belangrijkste rol inneemt, terwijl dat voor steeds minder mensen zekerheid biedt?

Zou het mogelijk zijn om iedereen ‘met pensioen’ te sturen? Een basisinkomen en het dan aan het individu laten wanneer en hoe hij dit aanvult?

Basisinkomen

In de Volkskrant een interview met filmmaker Mari Sanders. Sanders zit al sinds zijn geboorte in een rolstoel en heeft een Wajonguitkering. Met die uitkering hoeft Sanders zich geen zorgen te maken over zijn inkomen. Zijn vrienden vinden dat hij: “dat geld van de overheid  (gebruikt) om z’n hobby te subsidiëren.” Ze vinden dat hij moet kiezen, of zelfstandig filmmaker of een Wajonguitkering.

mari-sanders

Foto: www.startfoundation.nl

De Wajonguitkering bedraagt 75% van het minimumloon, geen vetpot, en is bedoeld om van te leven. Horen bij dat leven niet ook hobby’s of mogen uitkeringsgerechtigden geen hobby’s hebben?  Zou hij ook moeten kiezen tussen postzegels verzamelen en een Wajonguitkering? Want ook postzegels verzamelen kan naast een hobby ook een beroep zijn, alleen heet je dan handelaar. Natuurlijk, als die films flink geld opleveren, dan is het niet meer dan terecht dat een deel ervan wordt gekort op zijn uitkering.

Ook uitkeringsinstantie UWV heeft Sanders ontdekt en uitgenodigd voor een gesprek over zijn mogelijkheden om aan het werk te gaan. Dit geheel conform de Participatiewet. Maar ja, het UWV kan hem niet helpen aan een baan als filmmaker, wel bijvoorbeeld aan het: “mooi inpakken van bonbons,” aldus Sanders. Vreemd dat Sanders wordt gevraagd om te participeren, te werken als tegenprestatie voor zijn Wajonguitkering. Vreemd want participeert hij dan niet al door het maken van films? Ja, het is ook wat hij graag doet, is dat een probleem? Mag je hobby niet je werk zijn? Hij vult zijn uitkering aan met filmverdiensten. Hij zit niet lui achter geraniums omdat zijn financiële kostje toch al is gekocht. Dit terwijl de ‘morele druk’ van zijn vrienden en de regelgeving hem daar wel toe dwingen.

Wat als we het geval Mari Sanders eens van een andere kant bekijken en de uitkering van Sanders een basisinkomen noemen. Een basisinkomen waarvan tegenstanders zeggen dat het mensen lui maakt. Dan zien we een gemotiveerde man die zijn passie najaagt met enig succes, hij vult zijn basisinkomen aan. We zien iemand die plezier heeft in zijn leven en zijn werk/hobby.

Zou het het op deze positieve manier, naar Sanders en met hem naar alle mensen kijken, niet veel meer resultaat opleveren? Een manier waarbij vertrouwen in de mens het uitganspunt is? Toch maar beginnen met een basisinkomen?

Zekerheid zonder werk?

D66, een van de grote voorstanders van de liberalisering en flexibilisering van de arbeidsverhoudingen, ziet de keerzijde van dit streven. Veel mensen met een flexbaan of werkend als ZZP’er leven in onzekerheid. Onzekerheid over hun inkomen en die onzekerheid maakt het onmogelijk om bijvoorbeeld een huis te kopen of te investeren in de eigen opleiding. “Maak vaste baan bereikbaar voor iedereen,” aldus D66.

BasisinkomenIllustratie: www.peacetimes.news

Aan de analyse dat veel mensen in (inkomens)onzekerheid leven, mankeert niets. Een nobel streven om mensen meer zekerheid bieden. De partij wil dit bereiken door de: “voordelen weg te nemen die flexcontracten nu nog bieden aan werkgevers – bijvoorbeeld door iedereen recht te geven op een transitievergoeding bij ontslag en niet alleen degenen die langer dan twee jaar in dienst zijn.” Maar ook door: “de ontslagprocedure sneller en minder duur,” te maken. Dit lijkt verdacht veel op de maatregelen die ook met de Wet werk en zekerheid werden beoogd. Meer van hetzelfde medicijn dat tot nu toe niet werkte, is dat de juiste keus? Want hoe zeker is een vaste baan als de ontslagprocedure snel en goedkoop is? Zou dit medicijn zo tot onzekerheid bij veel meer mensen kunnen leiden?

Laten we het probleem eens nader bestuderen. Mensen leven in (inkomens)onzekerheid. Inkomen krijg je via betaald werk. Zekerheid via een vaste baan. Dat is de dominante manier van denken die ook D66 toepast. Nu is er niet voldoende werk, de werkloosheid (zichtbaar en verborgen) is nog altijd fors. Door de automatisering en robotisering dreigt er nog minder werk te komen. Zouden er ook andere manieren zijn om die onzekerheid weg te nemen?

Het bestaande werk herverdelen is een mogelijkheid die in Nederland al langer wordt toegepast. Ons land kent immers vele deeltijdbanen.

Wat als we inkomenszekerheid op een basisniveau loskoppelen van werk? In Canada is er in de jaren zeventig mee geexperimenteerd. Een experiment dat abrupt werd beëindigd en toen niet werd geëvalueerd. Dat gebeurde pas enkele decennia later, door Evelyn J. Forget. Resultaat: minder ziektekosten in verband met ongelukken en verwondingen maar wat vooral opviel was dat er minder psychische problematiek was. Ook was er sprake van een kleine vermindering van de deelname aan het arbeidsproces door vrouwen en jongeren. Die zaten echter hun tijd niet te verlummelen. Vrouwen spendeerden die tijd aan de opvoeding van hun kinderen en jongeren bleken langer door te leren en dus beter beslagen de arbeidsmarkt op te gaan. Forget concludeert “These results would seem to suggest that a Guaranteed Annual Income, implemented broadly in society, may improve health and social outcomes at the community level.” 

Wellicht een alternatief dat ruimte schept en creativiteit vrijmaakt?