Uitgelicht

Slavernij-museum

“De realisatie van een slavernijmuseum kan alleen door de ervaringen en perspectieven van zwarte mensen nu echt voor het eerst dominant te maken.”

Een van de laatste zinnen uit een artikel van Aicha Hamdi bij Trouw. Volgens Hamdi wordt het tijd dat er ook in Nederland een slavernij-museum komt, een pleidooi dat ik alleen maar kan onderschrijven. De rol die slavernij heeft gespeeld in de wereld is een eigen museum waard.

Romeinse slaven

Foto: Wikimedia Commons 

Toch maak ik me wat zorgen over het slavernij-museum. Zorgen om de geciteerde zin uit het artikel van Hamdi. Zorgen ook om zinnen als: “Want ook vandaag de dag zijn de effecten van kolonialisme en slavernij merkbaar. Denk maar aan raciale ongelijkheid, racisme en stereotiepe, schadelijke beelden die er bestaan over de ander.” En: “Als er in het dominante discours wordt gesproken over de vaderlandse geschiedenis en de Gouden Eeuw wordt niet de gepaste aandacht besteed aan de duistere zijde van die tijd. Dat dit tijdperk voorheen als positief werd ervaren is evident, maar in een multiculturele samenleving, in 2017, is dit onacceptabel.”

Ja, een slavenij-museum moet aandacht besteden aan de transatlantische slavenhandel. Aan de rol van alle handelaren, welke ‘kleur’ ze ook hadden, dus ook de donker gekleurde en Arabische slavenhandelaren. Aan de rol van de plantage eigenaren en vooral ook aan het leed dat de slaven werd aangedaan. Aan het dagelijkse leven van slaven. Aan het proces dat leidde tot de afschaffing van de slavernij en wie daarin welke rol speelde.

Slavernij kent echter een veel langere en bredere historie en die mag in een goed slavernij-museum niet ontbreken. Neem de slavernij bij de oude Egyptenaren, de Grieken en het Romeinse rijk. De rol die slavenij (horigheid en lijfeigenschap) speelde in de middeleeuwen. De rol die slavernij speelde bij de Inca’s, de Maya’s, in het Chinese rijk, in de Indiase geschiedenis en zeker ook in Afrika. En, zeker zo belangrijk, de rol die slavernij speelt in onze huidige samenleving. Er wordt immers nog steeds in mensen gehandeld en mensen (en kinderen) worden nog steeds onder erbarmelijke omstandigheden tewerkgesteld.

Ik maak me zorgen omdat ik dit pleidooi voor perspectief mis bij de meest fervente pleitbezorgers van een slavernij-museum. De drie genoemde passages uit Hamdi’s artikel wakkeren mijn vrees aan. Ik vrees omdat ik denk dat vele ‘activisten pas tevreden zullen zijn als er een museum staat waarin hun echte en vermeende ‘dominante ervaringen en perspectieven van zwarte mensen’ van nu, centraal zullen staan. Een geschiedenis die volledig in dienst staat van de huidige opvattingen van de activisten. Opvattingen die een lineair en causaal verband leggen tussen de huidige achterstand op de arbeidsmarkt en de eerste tocht van Columbus. Die de geschiedenis van de Gouden Eeuw volledig herschrijven tot een variant die wordt gedomineerd door hun huidige ‘duistere zijde’ die al het andere zo overschaduwt dat het niet meer kan groeien.

Uitgelicht

Uitgestoken hand

De afgelopen week gebeurde mij iets heel bijzonders. De Correspondent publiceerde in het kader van de ‘maand van de verzwegen geschiedenis’ een artikel van Patricia D. Gomes. Gomes beschrijft de afschaffing van de slavernij in Suriname. In 1863 werd de slavernij dan wel afgeschaft, dat betekende niet dat alle slaven meteen vrij waren: “Slaafgemaakten in Suriname kregen bij de proclamatie van de ‘afschaffing’ van de slavernij op 1 juli 1863 te horen dat ze nog tien jaar verplicht op de plantages en de werkhuizen moesten blijven werken, tot 1873 dus.” Gomes pleit ervoor om hier expliciet aandacht aan te besteden in de geschiedenisboeken.

uitgestoken hand

Foto: Flickr

Als dit in de geschiedenis lesboeken moet, dan met het brede perspectief, zo pleitte ik. Het verplicht blijven werken na ‘afschaffing’ van de slavernij was niet typisch Surinaams, ook Europese lijfeigenen moesten vaak nog vele jaren voor de landheer blijven werken om deze te compenseren, eigenlijk om zichzelf vrij te kopen. Gomes reageerde dat ze dit prima vond, maar dan wel speciale aandacht voor de zwarte slachtoffers, want: “vergeet niet dat de zwarte slachtoffers extra hebben geleden vanwege de geestelijke en lichamelijk ontberingen die hun weerga in de geschiedenis niet kennen. En dat hun nakomelingen – mensen als ik – nog steeds last hebben van de erfenissen wat betreft gelijke toegang tot het goede der aarde en dat witte mensen over het algemeen nog steeds denken dat ze al hun privileges geheel en al aan zichzelf te danken hebben en dat ze niet lijken in te zien (want zgn meritocratie) dat hun voordelen berusten op eeuwenlange uitbuiting en onderdrukking.” Daar sta je dan als ‘gepriviligeerde ‘witte’ en ook nog eens man. Mooi in de hoek gezet, blind voor het grote voordeel dat je hebt. Ben je, door je pleidooi voor perspectief, ineens beland in het ‘witte-privilege-denken’.

Ik antwoordde dat ik niet mee wil doen aan een spelletje ‘wie heeft het meeste geleden’, maar dat ik, omdat ik me realiseer dat door een toeval mij het geluk heeft toegelachen. Het toeval dat ik geboren ben in de situatie waarin ik geboren ben en dat dit toeval mij de plicht geeft om in het hier en nu anderen, die het minder hebben getroffen, te helpen om het beter te krijgen. Om mijn geluk te delen. Dat zij, als zij dat ook wil, mij aan haar zijde vindt.

Dat had ik verkeerd gezien: “Voor mij bestaat toeval niet en is alles oorzakelijk verbonden. We spreken alleen van toeval wanneer we we (nog) niet in staat zijn alle oorzaken en gevolgen waar te nemen vanwege onze gebrekkige waarnemingsvermogen en intelligentie die verhinderen dat we het hele plaatje zien. Mensen die in toeval geloven zeggen volgens mij zoiets als: Ik zie het niet/ ik ervaar het niet, dus bestaat het niet en wat ik wel zie/ervaar kan ook zomaar… uit het iets ontstaan. Dat is een comfortabele positie, waarbij je niet verder hoeft te kijken dan je neus lang is. Ik bedoel dit niet beledigend.” Aldus Gomes en daar sta ik dan met mijn uitgestoken hand.

Als je zelf je plek kiest waar je wordt geboren, had je dan niet beter moeten kiezen? En als er een ‘plaatsverdeler’ is, moet die er dan niet op worden aangesproken?

Uitgelicht

… geen garantie voor de toekomst

“Klinisch oordeel voorspelt niet, actuariële risicotaxatie wel. Ook, juist, in ‘individuele zaken’. Zoals wij in het rapport schrijven is een groep niets meer dan een verzameling individuen.”

Een zin uit het betoog in de Volkskrant van Corinne Dettmeijer-Vermeulen, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen en Laura Meneti, onderzoeker bij Nationaal Rapporteur, waarin zij zich verweren tegen kritiek op de statistische manier van risicotaxatie van recidive, waarvan zij pleitbezorgers zijn. Een manier waarbij naar risicofactoren en welk deel van de mensen die risicofactor hun eerdere foute gedrag herhalen. Die ‘actuariële risicotaxatie moet vervolgens bepalen welke straf of behandeling de betrokken persoon krijgt.

statitstiek

Illustratie: foodnavigator.com

Een redelijk betoog. Die statistische berekeningen zijn immers volgens de kunst van de wetenschap uitgevoerd. Zo kan een besluit in een individuele zaak wetenschappelijk worden onderbouwd en hangt het niet af van selectieve beoordelingen door personen. Het persoonlijke oordeel wordt uit de beoordeling gehaald, het oordeel wordt objectiever.

Toch roept dit bij mij wat vragen op. Gebeurt er zo niet nog iets anders? Wordt op deze manier niet ook het persoonlijke van de mens die terecht staat uit het oordeel gehaald? Draait het zo niet alleen om factoren van de persoon die als risicovol worden gezien? Wordt hij zo niet beoordeeld en bij het bepalen van zijn strafmaat veroordeeld, voor het bezitten van die factoren? Hoe zit het met andere kenmerken of factoren van deze persoon? Kenmerken die het risico beperken? Wellicht bezit deze persoon juist een combinatie van kenmerken die herhaling voorkomt. Kenmerken die zo buiten beschouwing worden gelaten. Zou daar ook niet naar gezocht en gekeken moeten worden?

Nog een slagje verder. Wordt iemand zo niet be- en veroordeeld op basis van de daden van anderen? Die actuariële risicotaxatie is een verzameling gegevens uit het verleden. gegevens waarbij mensen zijn ontleed in kenmerken en waarbij per kenmerk is geturfd hoevaak iemand zijn fout herhaalde. Hoe terecht is het om iemand in het heden te beoordelen op mogelijke daden in de toekomst, waarbij het oordeel is gebaseerd op deelgegevens van anderen uit het verleden? Deelgegevens, want die gegevens handelen niet over personen maar over kenmerken.

Moet in een rechtszaak en dus ook bij het inschatten van het risico op recidive niet de hele persoon met al zijn kenmerken, nukken, eigenaardigheden, goede en slechte eigenschappen worden beoordeeld en niet slechts enkele risicofactoren? Of een groep niet meer dan een verzameling individuen is, daar kun je een boom over opzetten. Een individu is zeker meer dan een verzameling kenmerken. In de beleggerswereld staan statistische gegevens ook centraal en bij ieder product dat daar wordt aangeboden eindigt de reclame met een volgende soort zin: “ Let op. Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst.’

Uitgelicht

Uitspreken en uitspraken

“Als een slachtoffer niet voor de juridische weg kiest, maar wel het verhaal vertelt, respecteer dat. Eis geen aangifte en al helemaal geen bewijs. Ga niet op de stoel zitten van de rechter in een niet bestaande rechtszaak. Luister, geef steun waar nodig en gewenst. En word zelf geen dader. Dat is wat je kan doen en dat is waar het om gaat.”

De laatste zin uit een artikel van Walter Hoogerbeets bij Joop. Hoogerbeets reageert op de commotie die is ontstaan naar aanleiding van de #MeToo verklaring van Jelle Brand Corstius.

Me tooIllustratie: Pixabay

Volgens Hoorgerbeets willen veel slachtoffers die met hun verhaal naar buiten komen niet de juridische kant op omdat ze weten dat dit een lastig en vaak heilloos traject is. Wat ze willen is een signaal afgeven om het probleem aan te kaarten en duidelijk maken dat het moet stoppen en: “Ze spreken zich uit omdat ze het verhaal kwijt willen over wat hen is aangedaan. Omdat ze een beetje hulp en steun willen.” Een lovenswaardig streven, de wereld verbeteren voor hen die na hen komen dat hoopt de Ballonnendoorprikker op zijn manier ook te doen. Ook de roep om aandacht is te begrijpen.

Toch gaat Hoogerbeets ergens aan voorbij. Door zich uit te spreken, kan het gebeuren dat er iemand wordt beschuldigd. Door een naam te noemen of door zodanige aanwijzingen dat de naam te achterhalen is, wordt er iemand beschuldigd. Vergeet hij niet een zijde van de medaille, namelijk de zijde van de vermeende dader?

Die beschuldigde kan een heel ander beeld hebben van het gebeurde. Dat is wat in de casus Brand Corstius ook aan de hand lijkt te zijn. Bekent hij schuld dan hangt hij. Ontkent hij dan ontstaat er een welles-nietes situatie. Als hij niet reageert, dan blijft het eerste beeld hangen en dat beeld maakt hem schuldig. Wie weet wat er werkelijk is gebeurd, zeker als het gebeurde al jaren geleden plaatsvond? Dat is zelfs voor een rechter zeer lastig als er geen andere verklaringen zijn dan die van de twee betrokken personen.

Als de uitspreker werkelijk de waarheid spreekt, dan is daar overheen te komen, maar wie kan dat beoordelen? Maakt deze manier van handelen het niet mogelijk om bewust iemand ten onrechte in een kwaad daglicht te stellen? Is het in zo’n geval niet begrijpelijk dat er een reactie volgt zoals nu in de casus Brand Corstius? Daarbij aangetekend dat ik niet beweer dat de casus Brand Corstius een voorbeeld is van ten onrechte beschuldigen, daar kan ik geen uitspraak over doen.

Uitzonderingen en de regels

Het is jullie vast niet ontgaan dat er de afgelopen weken naarstig werd gezocht naar een jonge vrouw en dat zij om het leven is gebracht. Een ‘resocialiserende gedetineerde’ lijkt in dat laatste een belangrijke rol te hebben gespeeld en dat zorgt ervoor dat velen roepen om ‘grondige herziening’ van onze wetten en straffen om zoiets te voorkomen. Je kunt zelfs een petitie tekenen waarmee je een onderzoekt eist: “naar het falend rechtssysteem

… Wij eisen een verandering van de wet op het gebied van zedendelicten zodat dit NOOIT meer kan gebeuren.”

Ook de roep om strengere straffen ontbreekt niet.

vrouwe justitiaFoto: Pixabay

Als een gedetineerde zijn straf heeft uitgezeten, moet hij vrijkomen en kan dat niet beter met begeleiding hierin, resocialisering, dan door iemand na het uitzitten van zijn straf, de gevangenis uit te zetten en hem dan maar aan zijn lot over te laten? Natuurlijk is het goed, zoals in elk geval dat er iets fout gaat, om te onderzoeken en te kijken wat er beter kan. Echter, een samenleving zonder misdaden, dat lijkt mij niet mogelijk of Minority Report moet werkelijkheid worden. In die film worden potentiële misdadigers opgepakt, zonder dat ze iets gedaan hebben en zelfs zonder dat ze weten dat ze potentiële misdadiger zijn. Vervolgens worden deze ‘potentiële misdagers’ in permanente slaap gebracht. Alleen werkt ook dat systeem niet perfect, zo blijkt uit de film.

Iemand die een zedenmisdrijf of een moord begaat levenslang opsluiten, dat zou recidive voorkomen. Dat ontneemt echter degenen die niet recidiveren en dus de kranten niet halen, hun leven. Bovendien voorkomt dit fouten ‘de andere kant op’, onschuldig veroordeelden? Iets wat ook in Nederland voorkomt, denk maar aan Lucia de B. en de Puttense moordzaak.

De mens uit het systeem halen en vervangen door een ‘robot’? Die vraag stelt Laurens Verhagen in de Volkskrant en de ‘experts’ zien voor- en nadelen. “Zo werd Eric Loomnis uit Wisconsin veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, deels op basis van een softwarepakket genaamd Compas van het bedrijf Northpointe. Uit de analyse van die software bleek dat Loomnis een verhoogd risico op herhaalgedrag vertoonde. Loomnis stelde daarna dat hij geen eerlijk proces heeft gehad omdat de rechter zijn oordeel baseerde op de geheime algoritmes van die software.”  Een algoritme dat een zaak beoordeelt, want een ‘robot’ is een algoritme. Een algoritme dat zich baseert op statistieken, heel veel statistieken. “ Lies, damned lies, and statistics,” van wie de uitspraak is, wordt betwist, de uitspraak zelf niet. Niets is subjectiever dan de interpretatie van objectieve statistieken. Bovendien zijn statistieken gemiddelden die niets hoeven te zeggen over het individuele geval.

Ik begrijp en voel de emotie van de opstellers en ondertekenaars van de petitie, maar geldt niet ook in de rechtspraak dat uitzonderingen de regel bevestigen? Dat het meestal goed gaat en soms goed fout, zoals in dit geval? Dat we geen regels moeten maken ter voorkoming van die uitzondering, omdat dan de uitzondering de regel wordt wat tot meer slachtoffers leidt.

Wie betaalt de veerman?

De formerende partijen lijken er bijna uit te zijn en dat betekent dat een nieuw kabinet aan de slag kan. Steeds meer onderhandelingsresultaten lekken uit. Zo ook over de belastingplannen van het nieuwe kabinet. In de Volkskrant las ik hierover het volgende:

“Bronnen bevestigen dat er op termijn een stelsel komt met twee belastingschijven, waarbij de hoogste belastingschijf omlaag gaat. Daar staat tegenover dat onder meer het laagste btw-tarief (gaat) stijgen. Ook komt er bijvoorbeeld een kilometerheffing voor vrachtvervoer en is er gesproken over hogere belastingen op energie.”

Dit allemaal om de middeninkomens te steunen zo valt op te maken uit de berichten in de diverse media.

veerboot

Foto: Wikimedia Commons

Als er iemand gesteund moet worden, dan zal er ook iemand moeten betalen. Nu schijnt dat laatste mee te vallen omdat er door de economische groei, meer te besteden is. Of, als het over belastingen gaat, minder opgehaald hoeft te worden. Laten we er eens wat dieper induiken: wie betaalt de veerman?

Als eerste de hogere inkomens, Die profiteren van het verlaagde hoge tarief en hoe hoger je inkomen, hoe groter het bedrag is wat je minder aan belastingen hoeft te betalen. Van de verhoging van het laagste btw-tarief merken zij wel wat. Dit tarief wordt onder andere berekend over voedingsmiddelen, water, genees en hulpmiddelen. Dus hun eten wordt duurder net als trouwens de energie, deze vanwege de geplande hogere belastingen. Alleen wonen zij vaak in de beste en energiezuinigste huizen  en hebben zij de mogelijkheid om hun huis energiezuinig te maken of te investeren in de opwekking van eigen energie.

Dan de middeninkomens. Die betalen in ieder geval meer voor eten en energie. Van een verlaging van het hoogste tarief zullen zij niet profiteren. Of en hoeveel zij profiteren van het verdwijnen van de huidige tweede schijf, hangt af van de hoogte van het tarief van de nieuwe eerste schijf en hun inkomen. In ieder geval hebben zij minder financiële mogelijkheden om hun huizen energiezuiniger te maken  of hun eigen energie op te wekken.

Zouden de laagste inkomens profiteren van een stelsel met maar twee schijven waarbij het tarief van de hoogste schijf wordt verlaagd? De laagste inkomens komen niet aan het hoogste tarief, dus van de verlaging van dat tarief merken zij niets. Van de verhoging van het laagste btw-tarief merken zij wel wat. Hun eten wordt duurder net als trouwens de energie, deze vanwege de geplande hogere belastingen. Bij deze groep geen voordelen alleen maar nadelen. Daarmee is duidelijk wie in ieder geval de veerman betaalt.

Godsdienstideologie

Mensen mogen van alles vinden, maar ik mag ook zeggen dat de islam niet onder de grondwettelijke vrijheid zou mogen vallen.”

Een uitspraak van Geert Wilders zo valt te lezen bij Elsevier. De islam zou volgens Wilders verboden moeten worden omdat het geen religie is maar een ideologie. Als ik het goed begrijp wil Wilders eerst vastleggen dat de islam geen religie is, maar een ideologie. Als het dan een ideologie is, dan moet die ideologie vervolgens worden verboden. Kun je een ideologie wel verbieden? Is er een verschil tussen een ideologie en een religie?

MarxFoto: Wikimedia Commons

Een religie of godsdienst is: “het geheel van plechtigheden en leerstellingen van een godsverering.” Kijken we naar de betekenis van ideologie dan lezen we in de Van Dale: “het geheel van beginselen en denkbeelden van een stelsel.” Aan de ene kant ‘plechtigheden en leerstellingen’ en aan de andere kant ‘beginselen en denkbeelden’. Een ideologie wordt ook wel eens een ‘leer’ genoemd. Zo wordt het Marxisme ook wel de leer van Marx genoemd en die leer heeft leerstellingen. Het christendom is gebaseerd op de leer van Christus. Beiden beroepen zich op iets bovenmenselijks. Marx op een ‘wetmatigheid’ in de geschiedenis, het christendom op een groot en onkenbaar iets genaamd god. Beiden beroepen zich op iets ‘bovenmenselijks’ waar je in gelooft of niet. Een marxist gelooft in de geschiedkundige wetmatigheid, een christen in god. Beiden zijn overtuigingen om het leven te bezien of een levensovertuiging de: “beginselen waarnaar je je leven inricht.”

Als we onze grondwet erop naslaan dan lezen we in artikel 6 eerste lid: “Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet.” Beschermt de grondwet hiermee niet ook levensovertuigingen die Wilders ideologie noemt? Zijn religie en ideologie niet twee zijden van dezelfde medaille?