Uitgelicht

Filantropisch kolonialisme

Bij de Correspondent houdt Rutger Bregman een pleidooi voor effectief altruïsme. De titel van het artikel luidt: Als je gelooft dat iedereen gelijk is, waarom ben je dan zo rijk? Een bijzonder artikel. Effectief altruïsme wil zoveel mogelijk goed doen in een mensenleven en zoveel mogelijk goed doen voor een euro of dollar. Ik schreef er eerder al eens over toen ik het boek Doing good Better van William Macaskill besprak. Aanleiding voor die bespreking was trouwens ook een uitspraak van Bregman en op die uitspraak kom ik later terug.                

‘Als je gelooft dat iedereen gelijk is, waarom ben je dan zo rijk?’ Een interessante vraag die je meteen met een moreel oordeel opzadelt of beter gezegd moreel veroordeelt. Ja, ik ben voor gelijkheid en ja, qua inkomen behoor ik tot de rijkste 3,5% van de wereld. Nu is dat voor een Nederlander niet zo bijzonder. Met een modaal inkomen van € 36.500 per jaar, behoor je tot de 3,5% van de wereldbevolking met het hoogste inkomen. Dus ik moet mij schamen, ik ben voor gelijkheid en ik ben ‘zo rijk’. Moet de modale Nederlander zich schamen? Schamen vooral omdat hij hier is geboren en niet bijvoorbeeld in Pakistan?

Een vraag waarbij rijkdom en gelijkheid als samenhangende begrippen worden gezien. Aan de ene kant rijkdom en aan de andere kant gelijkheid. In feite zegt Bregman dat er pas sprake is van gelijkheid als iedereen even rijk is. Rijkdom is volgens Van Dale, en die omschrijving volgt Bregman: “het rijk zijn, rijk bezit, geld, goederen, schatten.” Geestelijke rijkdom en rijkdom aan liefhebbenden om je heen vallen buiten deze definitie. Gelijkheid definieert dezelfde Van Dale als: “volkomen overeenkomst in een bepaald opzicht.” Voor Bregman dus ‘volkomen overeenkomst in rijkdom’. In de politieke geschiedenis wordt gelijkheid anders gedefinieerd. “We hold these truths to be self-evident, that all men are created equal, that they are endowed by their Creator with certain unalienable Rights, that among these are Life, Liberty and the pursuit of Happiness,” aldus de tweede alinea van de verklaring waarmee dertien Staten in Amerika zich onafhankelijk verklaarden. Nu hoeft die ‘Creator’ er van mij niet in, dit terzijde. Gelijkheid gedefinieerd als gelijke rechten voor iedereen. Gelijke rechten betekenen dan niet per definitie ‘iedereen evenveel rijkdom’. Ook met verschillen in rijkdom is politieke en maatschappelijke gelijkheid voor iedereen mogelijk. Dat rijkdom mogelijkheden biedt en tot ‘onvolkomen overeenkomst in bepaalde andere opzichten’, leidt is evident. Dat er aan de grote inkomens en vooral vermogensongelijkheid in de wereld iets moet gebeuren, staat buiten kijf.

Het wordt bijzonder als Henk Broekhuizen in een discussie onder het artikel aangeeft dat het boek De tirannie van verdienste van Michael J. Sandel hem op dit punt de ogen heeft geopend: “Hoezo heb ik meer recht op het door mij verdiende geld. Als je bent geboren op de goede plek, bent gezegend met goede collegae die je activiteit in het bedrijfsleven hebben doen resulteren in een goede financiële positie,” schrijft Broekhuizen. Bregman reageert hierop door een link te sturen naar een Twitterdraadje waarin Sandel wordt verweten dat kaartjes voor een workshop van hem schreeuwend duur waren en voegt eraan toe: “Een boek schrijven over de ‘grenzen van de markt’ om vervolgens jezelf te commodificeren. Ook hier geldt weer: makkelijk om naar anderen te wijzen, maar verdraaid lastig om je eigen idealen in de praktijk te brengen.”

Een bijzondere reactie van iemand die voor effectief altruïsme pleit. Bijzonder omdat effectief altruïsme erom gaat om zoveel mogelijk goed te doen in je leven. Wie Macaskill, een van de oprichters van die beweging zo is te lezen op de kaft van het boek, leest, zal zien dat zoveel mogelijk geld verdienen een van de strategieën is die een altruïst kan toepassen. Als je veel verdiend kun je immers ook veel weggegeven en dus veel goed doen. Volgens Macaskill kun je beter ‘flitshandelaar’ worden dan tropenarts want met je verdiensten als ‘flitshandelaar’ kun je meer voor armen doen dan een tropenarts.

Nu weten we, ik en Bregman ook niet, wat Sandel met dat vele geld doet dat die workshops opleveren. Wellicht geeft hij een flink deel ervan aan goede doelen of betaalt hij er studiebeurzen van voor kinderen waarvan de ouders de studie niet kunnen betalen. Dan doet hij precies wat het effectief altruïsme aanbeveelt: veel verdienen zodat je veel weg kunt geven. Of misschien pot hij het wel op of koopt hij er allerlei ‘bling’ van. We weten het niet. Het gaat mij ook niet om Sandel.

Het gaat mij erom dat Bregman met die opmerking zonder dat hij het zich realiseert, de Achilleshiel van de effectief altruïsme beweging bloot legt. Alle altruïsten, groot en klein, kunnen alleen maar ‘altruïst’ zijn door precies dat te doen wat Bregman Sandel verwijt en dat is door te commodificeren. Neem de grote altruïsten van deze tijd Bill Gates en zijn ex Melissa. Zij haalden en halen hun vermogen en geld uit de bijna monopoliepositie van Microsoft. Vervolgens stoppen ze dat vermogen in een eigen stichting om ‘goed te doen’. Dat ‘goed doen’ doen ze van de rendementen van de beleggingen van dat vermogen en het vermogen van de anderen die zich bij hun ‘Giving Pledge’ hebben aangesloten. Niet door dat vermogen op te souperen. Ook Bregman zelf ontkomt er niet aan. Hij kan alleen de ‘altruïst’ uithangen door deel te nemen aan het systeem. Door artikelen te schrijven en podcasts te maken waar mensen als ik voor betalen. Door boeken te schrijven die mensen als ik lezen en door lezingen te houden. Dus door te commodificeren. Is zijn kritiek op Sandel niet van een hoog ‘pot verwijt de ketel’ gehalte? Altruïst kun je alleen maar binnen het systeem zijn.

En daarmee kom ik terug op de uitspraak die voor mij aanleiding was om een Prikker te weiden aan het boek van Macaskill. Op een activiteit van het World Economic Forum in Davos, werd Bregman geïnterviewd en sprak hij zich juist uit tegen filantropie met de woorden: “Taxes, taxes, taxes! The rest is bullshit.” Als we werkelijk naar een betere verdeling van de rijkdom en kansen in de wereld willen, dan komen we er niet met filantropie. Dan hebben we echt ‘taxes, taxes, taxes’ nodig en geen filantropische bullshit. Filantropie houdt, ondanks dat er mensenlevens worden gered en er goeds gebeurt, de bestaande verhoudingen in stand en vergroot die zelfs nog. Erger nog, om een tegenwoordig veel en vaak niet op de goede manier gebruikt woord te gebruiken, het zorgt voor ‘koloniale verhoudingen’.  

Uitgelicht

Rechten voor de natuur

“De beste van alle mogelijke werelden is geen wereld waarin we zouden kunnen leven, want het begrip menselijke vrijheid veronderstelt beperkingen. Vrij handelen betekent handelen zonder voldoende kennis of macht, dat wil zeggen zonder alwetendheid of almacht.[1] Een passage uit het boek Het kwaad in het moderne denken van de filosoof Susan Neiman. Ik moest hieraan denken toen ik bij De Correspondent een artikel van Jessica den Outer las. Den Outer pleit voor rechten voor de natuur.

Amazon Rainforest | Aerial view of the Amazon Rainforest, ne… | Flickr
Bron: Flickr

Niet voor natuurrechten (H)et idee dat voor iedereen, ongeacht plaats of tijd, rechten gelden omdat ze door de ‘natuur’ zijn gegeven. Natuurrechten zijn aangeboren en onvervreemdbaar. Het natuurrecht wordt onderscheiden van positief recht, dat door nationale wetgevers wordt gemaakt en uitgevoerd.” Zoals Amnesty International het begrip natuurrecht omschrijft. Natuurrechten zijn een oud begrip. De oude Griekse filosofen spraken al over die ‘onveranderlijke rechtsregels’ die de mens van nature had. Rechten die het christendom als door god gegeven zag. Nee, voor rechten voor de natuur en niet alleen voor dieren, maar ook voor rivieren, bossen enzovoort. Hiermee moet de antropocentrische wereld worden beëindigd. De wereld waaraan de mens de doorslag geeft. Rechten voor de natuur is wat anders dan onze huidige milieuwetgeving want bij die wetgeving is, zo betoogt Outer: “de mens, als middelpunt van het bestaan, (…) het uitgangspunt van wet- en regelgeving. Dit uitgangspunt heeft ertoe geleid dat wij de natuur beschouwen als ons eigendom: iets wat we kunnen uitbuiten voor menselijk gewin. Wij, de mens, hebben als eigenaar onbeperkte macht over de natuur.” Door ook de natuur rechten te geven zou de mens van de troon worden gestoten waarop hij zichzelf heeft geplaatst.

Ik moest aan Neiman denken omdat zij in haar boek de deconfiture van God beschrijft. Of om het anders te zeggen, het plaatsen van de mens op de oude troon van god. De mens kreeg hiermee, zo betoogt Neiman, een steeds grotere verantwoordelijkheid voor het kwaad in deze wereld. Voor de moderne tijd was er maar één soort kwaad: alle kwaad was een straf van God of de uitvoering van de wil van God. God kende het grote plan en of het nu een aardbeving of een oorlog betrof, God had er een plan mee. Erg handig zo’n ‘imaginair construct’ dat alles verklaart. Zonder God moet er een andere oorzaak voor het kwaad zijn en als zijn plaatsvervanger moest dat wel de mens worden. Met de vrijheid, om het citaat waarmee ik begon aan te halen, komt immers ook verantwoordelijkheid. Nu kun je dat bij misdaden, moorden, oorlog en alle andere zaken waar de mens handelend optreedt goed volhouden. Bij een aardbeving of een orkaan wordt dat anders. De moderne denkers splitsten het kwaad daarom in tweeën. Aan de ene kant het morele kwaad waar de menselijke hand duidelijk een rol speelt. En aan de andere kant het natuurlijke kwaad van bijvoorbeeld de aardbevingen en orkanen. Alhoewel de mens tegenwoordig, via de door uitstoot van kooldioxide veroorzaakte opwarming van de aarde, ook al een hand heeft in die laatste.

Daarmee kom ik bij het artikel van Outer. Volgens Outer zit de mens hoog op zijn troon. Zij wil meer evenwicht in de wereld. Die is nu ‘antropocentrisch’ omdat wij: “als eigenaar onbeperkte macht over de natuur,” hebben. Outer pleit voor een ecocentrische benadering: “de overtuiging dat de mens deel uitmaakt van de aardse gemeenschap en leeft in een systeem van onderlinge afhankelijkheid. … In de ecocentrische benadering is de intrinsieke waarde van al het leven essentieel. Een opvatting die leeft bij verschillende inheemse volkeren. De natuur heeft waarde, simpelweg ‘omdat ze bestaat’. Je neemt verantwoordelijkheid voor je band met de natuur en denkt bij de keuzes die je maakt aan de belangen van alle vormen van leven en van toekomstige generaties.” Daarom wil zij de natuur rechten geven, net zoals de mens rechten heeft.

Hoe zou dat moeten? Als natuur een rechtspersoon is dan: “geniet ze een onafhankelijke juridische status die beschermd moet worden – en zo krijgt ze een stem in onze samenleving.” Die rechten moeten worden erkend door rechters of via de politiek. Daarbij kan het gaan om: “de natuur in het algemeen of om concrete entiteiten zoals rivieren, bossen of bergen, die rechten of eigen rechtspersoonlijkheid krijgen.” Zodat zij wordt meegenomen bij alle beslissingen die haar welzijn aangaan. Daarbij moeten: “Menselijke voogden (…) ervoor (zorgen) dat deze rechten worden gewaarborgd en nageleefd. In het ergste geval kunnen zij een rechtszaak aanspannen namens de natuur, zoals een voogd dat voor een kind kan doen.”

Dat de natuur waarde heeft omdat ze bestaat, staat voor mij buiten kijf. Net zoals het voor mij buiten kijf staat dat de mens geen eigenaar is van de wereld. En daarmee kom ik op mijn bedenkingen bij de rechten voor de natuur. Outer wil ‘de mens van de troon halen die hij, zoals Neiman laat zien, van God heeft overgenomen. Zij wil van de huidige antropocentrische naar een ecocentristische wereld. Maar hoe ‘intrinsiek’ is de waarde van natuur als ze rechten van de mens moet krijgen om gewaardeerd te worden? Hoe ecocentrisch is het als de mens die rechten moet toekennen? Hoe ecocentrisch is het om de mens de stem en voogd te laten zijn voor de natuur?


[1] Susan Neiman,  Het kwaad in het moderne denken, pagina 120

Uitgelicht

Vrijheid

Vandaag is het 5 mei en vieren we de vrijheid. Volgens sommigen hebben we in de strijd tegen het coronavirus onze vrijheid ingeleverd en krijgen we dat wat we hebben verloren nooit meer terug en zijn we in een dictatuur beland. Voor mij aanleiding om eens vanaf een afstandje, voor zover dat kan, naar vrijheid en het nu te kijken. Ik doe dat aan de hand van de State of the Union die de Amerikaanse president Franklin Delano Roosevelt op 6 januari 1941 uitsprak[1].

Eerst even die ‘dictatuur’ waarin we volgens sommigen leven. Een bijzondere bewering die Alicja Gescinska in de Volkskrant van repliek voorziet met de woorden: “Alleen al het feit dat je zonder gevolgen kunt zeggen dat je in een dictatuur leeft, is het bewijs dat je niet in een dictatuur leeft. De gechargeerde kritiek op het beleid getuigt van een eenzijdig begrip van wat vrijheid en onvrijheid werkelijk betekenen.” Gescinska houdt vervolgens een pleidooi voor verbonden vrijheid: “Wanneer we als samenleving niet uiteen willen vallen in een strijd tussen hongerige wolven en verscheurde schapen, moeten we leren vrij zijn mét elkaar, niet ten koste van elkaar. Onze vrijheid is zoals onze menselijke natuur zelf: per definitie sociaal. We kunnen pas vrij zijn in onze verbondenheid met elkaar.” Een prachtig pleidooi voor broederschap.

File:Fietsers op de autosnelweg, Bestanddeelnr 926-8019.jpg - Wikimedia  Commons
Autoloze zondag. Bron: WikimediaCommons

Terug naar Roosevelts State of the Union. Roosevelt was net voor de derde keer gekozen als president van de Verenigde Staten. Het land was nog niet bij de oorlog betrokken, tenminste niet direct. Ondanks haar neutraliteit steunde de regering Roosevelt de Britten. Iets wat een kleine twee maanden later werd bekrachtigd in de Lend and Lease Act. De wet gaf de president de bevoegdheid om landen die voor de Verenigde Staten vitaal werden geacht te ondersteunen door hen materieel te lenen en verhuren. In zijn toespraak schetst Roosevelt een toekomstige wereld. Roosevelt schetst vier essentiële vrijheden die, als ze worden gewaarborgd, de wereld veiliger maken. Die vier zijn de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid om welke god op welke manier dan ook te aanbidden, de vrijheid of beter vrijwaring van gebrek en als laatste vrijheid of weer beter vrijwaring van vrees. Wat zien we als we onze huidige ‘coronamaatregelen wereld’ langs deze vier vrijheden leggen? Laat ik ze eens een voor een nalopen.

Als eerste de vrijheid van meningsuiting. Die lijkt mij volledig onaangetast. Iedereen kan zeggen, roepen, beweren, schrijven en uitzenden wat hij of zij wil: “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet ,” zoals in artikel 7 van de Grondwet is beschreven. ‘Maar de mainstreammedia zijn eenzijdig en negeren andere opvattingen?’ Een interessante maar niet relevante vraag. Dat een krant weigert om jou mening te publiceren, dat een talkshow jou niet uitnodigt om je verhaal te vertellen, tast jouw vrijheid om je mening te uiten niet aan. Jouw vrijheid om je mening te uiten betekent niet de plicht van die krant of talkshow om jou te publiceren of te laten spreken. Media hebben geen ‘publicatieplicht’, zij bepalen zelf welke informatie zij publiceren. Ook onze belangrijkste vorm van meningsuiting, de verkiezing van onze volksvertegenwoordiging kon gewoon plaatsvinden. Wel op een iets aangepaste manier maar zonder merkbaar effect op de opkomst.  

Nog even terug naar ieders ‘verantwoordelijkheid voor de wet’. De roeper moet wel oppassen met het aanprijzen van zichzelf of anderen want dat zou wel eens onder de handelsreclame kunnen vallen want die wordt in het vierde lid van het Grondwetsartikel uitgezonderd van de vrijheid van meningsuiting. Of de door Baudet en anderen gemaakte en verspreidde poster waarop de vrijheid in 2020 eindigde onder de handelsreclame valt, dat laat ik over aan juristen en rechters. Het zou wel een interessante zaak zijn. Zeker properganda.nl, een soort communicatiebureau, zou zich wel eens op glad ijs hebben begeven.

Dan de vrijheid om welke god op welke manier dan ook aan te hangen. Ook hieraan wordt niet getornd. Het staat iedereen nog steeds vrij welke god dan ook aan te hangen en te vereren, weer aldus artikel 6 van onze Grondwet: “behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.”  In kerkgebouwen mag men zijn geloof belijden zoals men wil en met zoveel mensen als men wil. Of zoals de overheid het schrijft: “Mensen die samenkomen voor hun geloof of levensovertuiging zijn uitgezonderd van de maatregelen voor samenkomsten. Dit betekent dat er geen regels zijn voor het maximaal aantal personen in een kerk, moskee, synagoge of ander gebedshuis. Ook is er geen verbod op zingen.” Wel geeft de overheid op dit terrein adviezen.

Dan Roosevelts derde vrijheid, de vrijwaring van gebrek: “which, translated into world terms, means economic understandings which will secure to every nation a healthy peacetime life for its inhabitants, everywhere in the world,” aldus Roosevelt. Die is in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in artikel 25.1 vertaald in: “Everyone has the right to a standard of living adequate for the health and well-being of himself and of his family, including food, clothing, housing and medical care and necessary social services, and the right to security in the event of unemployment, sickness, disability, widowhood, old age or other lack of livelihood in circumstances beyond his control.” Deze ‘vrijheid’ verdeelt de schaarste en correspondeert met Gescinska’s pleidooi voor vrijheid in verbondenheid met broederschap en een rechtvaardige wereld. In tijden van crisis dienen op dit terrein altijd vrijheden tegen elkaar worden afgewogen.

Op dit gebied beperken de coronamaatregelen vrijheden. Neem de medische zorg, die komt door het vollopen van de IC’s met corona patiënten voor mensen met een andere ernstige aandoening in gevaar. Dit probleem is echter niet aan de coronamaatregelen te wijten. Zonder die maatregelen zouden de IC’s ook en hoogst waarschijnlijk zelfs nog veel sneller, zijn volgelopen. Ook wordt een deel van de bevolking door de maatregelen beperkt in het verwerven van hun inkomen (lack of livelihood). Die vrijheidsbeperkingen worden gecompenseerd. Om hen te ondersteunen zijn er allerlei maatregelen genomen om grote ellende te voorkomen. De manier waarop dat is gebeurd en dat het niet overal en altijd in voldoende mate lukt, kun je bekritiseren, dat heb ik ook gedaan. Ook over de effectiviteit van verschillende maatregelen kun je van mening verschillen. Een noodsituatie leent zich er echter niet voor om eerst wetenschappelijk te onderzoeken of iets effectief is. Soms moet je het doen, om premier Rutte aan te halen, met 50% van de kennis en nog minder, en een besluit nemen. Zonder maatregelen zou deze vrijheid echter ook onder druk staan. Dan zou de livelihood van de beperkten wellicht beter zijn maar dat dan wel ten koste van ‘health and wellbeing’ van anderen.

Als laatste de vrijwaring van vrees. Roosevelt spits die toe op landen en omschrijft vrijwaring van angst als: “a world-wide reduction of armaments to such a point and in such a thorough fashion that no nation will be in a position to commit an act of physical aggression against any neighbor—anywhere in the world.” Daar kunnen we in het kader van corona niets mee. Of toch wel? Als we het handelen van landen bekijken bij het verkrijgen van vaccins, dan zien we dat met name Westerse landen hun wapens (geld) gebruiken ten kosten van arme landen. Je zou dat kunnen zien als het ‘plegen van agressie tegen je buren.’

Wat als we ‘vrijwaring van angst’ vertalen naar het individuele niveau? Dan zou geen individu de mogelijkheid moeten hebben een ander agressief te benaderen en te bedreigen. Op dit punt zien we een duidelijke afname van de vrijheid. Mensen, politie-agenten, journalisten en politici om drie voorbeelden te noemen worden bedreigd. Dit is niet nieuw, ook voor de corona-pandemie gebeurde dit al. De corona-pandemie heeft wel voor een toename gezorgd. Maar belangrijker, ze worden niet bedreigd door de overheid, de instantie die vrijheid kan beperken, maar door andere individuen.

Met onze vrijheid in coronatijd gaat het dus nog bijzonder goed. ‘Maar de avondklok dan? Die beperkte onze vrijheid toch?’  Inderdaad beperkte die je vrijheid om op bepaalde tijdstippen buiten te zijn. Als een tijdelijke maatregel om een crisis te bezweren kan dat worden gezien als een legitiem maar tijdelijk middel. Dat de maatregel tijdelijk was, is inmiddels duidelijk. Of het middel effectief was, daarover kun je van mening verschillen. Net zoals de ‘autoloze zondagen’ in 1973 een tijdelijke beperking van de vrijheid was.


[1] Voor degenen die deze State of the Union willen beluistere. Op deze Wikipediapagina kan dat

Uitgelicht

Money, money, money

Als jongetje van twaalf jaar droomde ik van een carrière als voetballer. Ik droomde ervan omdat ik heel graag voetbalde, niet omdat er zoveel geld mee te verdienen was. In die tijd, in de jaren zeventig, bestond het ‘gilde van profvoetballers’ vooral uit semiprofs die eerst de post bezorgden of een huis schilderden en daarna gingen trainen. Tegenwoordig is dat wel anders. Neem Messi, die verdient in één maand meer dan het totale budget van mijn clubje VVV. Sterker nog, voor de ongeveer € 5 miljoen in de maand die hij dan nog overhoudt, moet iemand met een modaal salaris ongeveer 135 jaar werken.

File:VVV Venlo (1956), ANEFO Rousel, Bestanddeelnr 157-0521.jpg - Wikimedia  Commons
Uit de oude doos: VVV in 1956. Bron: WikimediaCommons

Toch schijnt dat niet genoeg te zijn. Het betaald voetbal stevent op haar ondergang af, er moet meer geld bij anders gaat het absoluut fout. “Met de inkomsten uit de Champions League gaan we er allemaal aan: de grote clubs, de middelgrote en de kleine.’ Wat het voetbal nodig heeft, zegt de Super League-preses, is Federer tegen Nadal. ‘Elke dinsdag en woensdag.” Zo lees ik in de Volkskrant. Daarom ging Perez met zijn collega’s van elf andere Europese top- en sommige wat meer dure flopclubs op zoek naar nog meer geld en wilden ze de Superleague beginnen.

De Champions League is nu het mekka waar het grote geld is te verdienen, de hele grote kers met slagroom op de landelijk taart. Alleen moet je je daarvoor kwalificeren via de landelijke taart en dat kan wel eens mislukken en dan is Leiden in last. Nou, Leiden niet want daar wordt niet professioneel gevoetbald, maar Madrid, Barcelona, Londen, Turijn en Manchester. Om dat te voorkomen mogen er uit bijvoorbeeld Engeland en Spanje al vier clubs deelnemen. Bij die Spaanse vier zit steevast het Real van Perez. Toch is dit nog ‘te onzeker’ en daarom willen Perez c.s. een Super League waaraan zij gegarandeerd deelnemen en minimaal € 300 miljoen per jaar krijgen. Een bedrag waar mijn VVV 35 jaar op kan draaien.

Maar beste meneer Perez, als het heel vele geld van de Champions League niet genoeg is om het voetbal ‘te redden’, zou nog meer geld dan de oplossing zijn? Zou nog meer geld dan tot iedere dinsdag en woensdag ‘Nadal tegen Federer’ leiden? En dan moet ik u teleurstellen, de grote voorspelbaarheid van de Champions League maakt dat ik er steeds minder naar kijk. Steeds weer ‘Nadal tegen Federer’ gaat behoorlijk vervelen. Het wordt pas interessant als het spannend is, als mijn VVV bijvoorbeeld van PSV wint. Of op ‘uw niveau’, als Ajax uw Real in de achtste finale uit de Champions League knikkert door met 1 – 4 te winnen in Bernabeu zoals in 2019. Iets waar u wellicht nog buikpijn van krijgt omdat u in uw begroting had geteld op minstens een halve finale. Spanning, dat is wat voetbal mooi en interessant maakt en dat is waar het in toenemende mate aan ontbreekt. En daar ontbreekt het aan omdat u en die elf vrienden van u de beste spelers elders wegkopen en bij u op de bank of tribune zetten. Neem Manchester City dat, zoals René van der Gijp het gekscherend maar met een kern van waarheid zegt, met drie vliegtuigen naar een uitwedstrijd moeten vliegen om alle spelers mee te nemen.

Beste meneer Perez, blijft u vooral zoeken naar nog meer geld zodat u de Messi’s van deze wereld € 135 miljoen per jaar kunt betalen. Ik blijf me inzetten voor een andere wereld. Een wereld waarin de Messi’s goed worden beloond maar niet exorbitant zoals nu het geval is. Een wereld waarin we op Europees niveau, zo schreef ik een jaar geleden ook al in relatie tot het voetbal: “komen tot een zelfde systeem van sterk progressieve inkomstenbelastingen, een systeem met een tarief van bijvoorbeeld 85% voor inkomen boven de € 150.000,” En naar ik nu denk, zou zelfs 99% bij een inkomen boven € 1 miljoen nog beter zijn. Dan zorgen we er op die manier voor dat bijna € 133,5 miljoen van het salaris van Messi kan worden besteed aan het betalen van de Spaanse verpleegsters en politieagenten. Messi houdt dan nog iets meer dan € 1,5 miljoen, 40 keer een modaal Nederlands salaris, over en daar kun je best riant van leven.

Battle- en cruiseship corona

“We zouden plotseling een land van bevrijde tachtigjarigen hebben, terwijl jonge mensen, die sowieso al geen ernstige schade van covid ondervinden, in lockdown zouden blijven. Theepartijtjes zouden weer worden gehouden, cruiseschepen weer zeilen, terwijl fitte en gezonde 25-jarigen nog eens zes maanden te maken krijgen met thuisblijven.” Een citaat van Ross Clark in een artikel van Iñaki Oñorbe Genovesi in de Volkskrant. Een artikel waarin de vraag centraal staat: “Moeten mensen die gevaccineerd zijn meer vrijheden krijgen, terwijl anderen nog niet eens een oproep hebben gehad voor een coronaprik?” Inderdaad cru als de gezonde jeugdigen die nu binnen moeten blijven ter bescherming van de risico lopende oudere nog steeds binnen moeten blijven terwijl die oudere vrolijk op stap kan.

File:USS Missouri (BB-63) arrives in Pearl Harbor.jpg
De USS Missouri arriveert in 1998 in Pearl Harbor om ‘dienst’ te gaan doen als museum. Bron: Wikipedia

Toen ik dit las, moest ik aan de film Battleship denken. Voor degenen die de film niet kennen: buitenaardse wezen proberen de Aarde te veroveren en dat mislukt natuurlijk door de heldhaftige inzet van de hoofdrolspelers. Ik moest aan deze film denken omdat het slagschip Missouri dat als Tweede Wereldoorlog museum in de haven van Hawaii fungeert, een belangrijke rol speelt. Dat schip vuurt de belangrijkste granaat af. Hierbij vervullen veteranen uit de Tweede Wereldoorlog een belangrijke rol. Zij hadden ervoor gezorgd dat het schip nog steeds volledig functioneerde en hielpen de hoofdrolspelers om het schip die belangrijke granaat te laten afvuren.

Ik moest hieraan denken omdat die gevaccineerde oudjes dan wel meteen ook het personeel voor die cruise zullen moeten leveren. En ja, ook het personeel van het theehuis. Want waar moet je als ‘oudje’ heen als alle medewerkers van musea, theaters, voetbalstadions, winkels et cetera nog gewoon binnen moeten blijven. Het lijkt me weinig aantrekkelijk om de gesloten deur van het Limburgs Museum te bezoeken. Zonder de werkende jongeren lijkt mij dat er weinig te doen is voor die ‘bevrijde oudjes’ behalve dan met elkaar af te spreken en daarbij is een vaccin een plus: “Na bijna een jaar sinds het eerste geval van coronavirus in Argentinië, meldden datingapplicaties als Tinder, Bumble en OkCupid een aanzienlijke toename in het aantal keren dat gebruikers de woorden ‘vaccin’ en ‘gevaccineerd’ in hun profielbeschrijvingen vermelden. Het enige wat er “verder zou kunnen veranderen is dat de ‘vroege uurtjes voor kwetsbare oudjes’ in de supermarkt tot het verleden behoren. Nu is mijn ervaring van de afgelopen tijd dat veel ‘oudjes’ toch al buiten die uurtjes de supermarkt bezoeken.

Voorlopig zijn nog lang niet alle ‘kwetsbare oudjes’ gevaccineerd. Totdat het zover is, lijkt het me dat je de gevaccineerde mensen wel meer vrijheid kunt geven, alleen zijn er, afgezien van een bijzondere mogelijkheid, nog steeds geen mogelijkheden om die te benutten omdat het ‘cruiseschip niet kan varen’ wegens gebrek aan personeel. Die ene mogelijkheid is de avondklok. Die zou voor gevaccineerde mensen niet meer hoeven te gelden. Alleen zou dat weer voor handhavingsproblemen kunnen zorgen en dat is een reden om het niet te doen. Er is echter een belangrijkere reden. Als ‘gezonde jongeren’ binnen moeten blijven om ‘kwetsbare oudjes’ te beschermen dan is het niet meer dan wederkerig dat gevaccineerde ‘kwetsbare oudjes’ solidair blijven met de jongeren en pas gaan cruisen (per schip of Tinder) als ook die ‘gezonde jongeren’ dat weer kunnen. Solidariteit werkt alleen als het wederkerig is.

Of, en nu draai ik de zaak om, als de ‘gezonde jeugdigen’ binnen moeten blijven om de ‘kwetsbare oudjes’ te beschermen, dan kan toch alles weer open als die ‘kwetsbare oudjes’ via een vaccin zijn beschermd? Dan vervalt toch de reden waarom die ‘gezonde jeugdigen’ binnen moeten blijven? Nu ben ik geen virusdeskundige en het kan zijn dat er goede redenen zijn om dat juist niet te doen.

De boterham en het beleg

“Hoe helpen we werkgevers en overheid van hun flexverslaving af?” Die vraag stelt Tuur Elzinga, vicevoorzitter en kandidaat voor het voorzitterschap van vakbond FNV zich bij Joop. Als ‘flexwerker’ trok dit artikel mijn aandacht. Gelukkig biedt hij zich aan als: “flextherapeut om onze samenleving voor werkenden een stuk zekerder maken.” Laten we eens naar zijn therapie kijken.

File:Demonstranten met muziekinstrumenten en spandoek Geen afbraak sociale zekerheid, Bestanddeelnr 932-7800.jpg
Bron: nationaal archief

“Als het maar even kan, alle risico’s afwentelen op de zwakkere partij. De gedetacheerde, de zelfstandige, de uitzend- of oproepkracht. Dan hoef je geen pensioenpremie of sociale lasten af te dragen en het bedrijf draagt geen risico van ziekte of gebrek aan werk. Dat is de kern van flexverslaving.” Zie hier de symptomen van de ‘flexverslaving’ aldus Elzinga. En: “De overheid heeft dit volop gestimuleerd, via wetgeving. Ze heeft er ook volop van geprofiteerd. En doet dat nog.” Dat laatste biedt aanknopingspunten voor de therapeut: “Flex is immers gevolg van jaren bewust beleid in de politiek. En bewust beleid kan dit ook weer terugdraaien. Daarom wil ik met de FNV de komende vier jaar de boer op met een één-miljoen-vaste-banen-plan.” Therapeut Elzinga heeft drie medicijnen in zijn koffertje. Als eerste: “Door nieuwe banen zoveel mogelijk aan te bieden als vast werk. De overheid moet hierbij om te beginnen het goede voorbeeld geven.” Zijn tweede medicijn: “Door bestaande onzekere contracten om te zetten in vast werk.” Op het derde medicijn kom ik straks terug. Tot nu toe klinkt het logisch. Als flex een probleem is, dan werken we alleen nog maar met vaste banen.

Is flex wel het probleem? Als ZZP’er zie ik twee problemen. Als eerste onzekerheid en als tweede machtsverschil. Onzekerheid is een probleem voor de flexwerker: heb ik morgen nog een klus? Want, geen klus is geen inkomen en zonder dat inkomen geen eten om het heel cru en plat te maken. Als tweede is de onderhandelingspositie van de meeste flexwerkers niet al te sterk. De opdrachtgever kan kiezen uit meerdere flexwerkers, de meeste flexwerkers hebben niet altijd de keuze uit meerdere opdrachten. De twee problemen versterken elkaar. Immers hoe langer je als flexwerker zonder klus zit, hoe dringender je de klus nodig hebt. Vast werk zou dit kunnen oplossen: je hoeft je geen zorgen meer te maken om je inkomen.

Alhoewel geen zorgen? Als er weinig werk is dan zal die werkgever mensen ontslaan. Gebeurt dat niet dan gaat de werkgever failliet en verliezen alle werknemers hun werk. Vast werk geeft daarmee ook geen zekerheid. Daarom pleit Elzinga, en dat is zijn laatste medicijn, ervoor om: “door wetgeving de werkenden met onzeker werk meer bescherming geven. Dus voor alle werkenden dezelfde wettelijke zekerheid bij ontslag, werkloosheid, ziekte, arbeidsongeschiktheid en pensioenbescherming.” Zo wordt er ook in geval van ontslag zekerheid geboden.

Maar als zekerheid voor iedereen dan toch het doel is, waarom zijn dan de eerste twee ‘medicijnen’ nodig? Dan is alleen dat derde medicijn toch voldoende? Als we dat als uitgangspunt nemen, dan is er ook een andere manier om die zekerheid te bieden. Dan is een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen wellicht een veel interessantere oplossing. Interessanter om verschillende redenen.

Een onvoorwaardelijk basisinkomen lost het onzekerheidsprobleem van een flexwerker op. Nee, niet het hebben van een volgende klus, maar het inkomen en dus een ‘boterham. De flexer zal nog steeds een volgende klus moeten zoeken om zijn boterham te ‘beleggen’. Dat hij die ‘boterham’ al heeft verandert wel zijn onderhandelingspositie in zijn zoektocht naar een klus en dus dat ‘beleg’. Dit geeft meer macht om klussen te weigeren en die macht verzwakt de positie van de opdrachtgever.

Als tweede is het interessanter omdat een onvoorwaardelijk basisinkomen eenvoudiger uit te voeren is dan specifieke wetgeving die Elzinga voorstaat. Daar is geen toezichts- en controle systeem voor nodig. Dan kan de omvang van het UWV en de diverse gemeentelijke sociale diensten fors worden ingekrompen.

Sterker nog, die gemeentelijke sociale diensten zijn dan overbodig. Er hoeft niet gecontroleerd te worden of er drie keer is gesolliciteerd en ook de ‘tandenborstelcontrole’ is overbodig. En daarmee raak ik een derde reden waarom een onvoorwaardelijk basisinkomen interessant is. Het ‘ontmenselijkende’ karakter van de manier waarop nu invulling wordt gegeven aan de sociale zekerheid vervalt. Mensen worden weer gewoon als mensen gezien. Niet als ‘minderwaardigen’ omdat ze nog moet ‘(re)integreren’. Dit zal bij velen heel veel stress en dus ziektekosten en vooral levensjaren schelen.

Als laatste, maar er zijn nog wel meer redenen te bedenken, komt deze oplossing ook tegemoet aan de wens voor flexibiliteit van werkgevers en ook de overheid, want daar flex ik voornamelijk. ‘Vast werk’ en ‘banen voor het leven’ zijn iets van vroeger. Als we nu kinderen moeten opleiden voor banen en werk dat nog niet bestaat, hoe ‘zeker en vast’ is dan een vaste baan? Als baanonzekerheid het nieuwe normaal is, is het dan niet slimmer om ‘zekerheid’ op een andere manier te bieden dan via een onzekere vaste baan? Jammer dat een kandidaat-voorzitter van de FNV in het verleden blijft hangen.

‘Kennisleer van onwetendheid’

Begrippen als ‘witte onschuld’‘witte superioriteit’ en ‘witte fragiliteit’ kende ik al. Ik schreef er al eerder over. Er is, in dit verband, ook een ‘kennisleer van onwetendheid’ zo lees ik in een artikel van Sheher Khan. Khan is duo raadslid en hoofd van het fractiebureau van DENK in Amsterdam. Die kennisleer van onwetendheid kende ik nog niet. Khan verwijt in een artikel bij Joop dat CDA-kamerlid Pieter Omtzigt voor een nieuw sociaal contract: “in feite een voortzetting van het raciaal contract, ” pleit. Dit omdat Omtzigt, zo betoogt Khan, nalaat om: “institutioneel racisme te benoemen.” Een bijzonder betoog.

File:Rechtvaardigheid troont boven portret van Justinianus op sokkel met titel geflankeerd door Matigheid en Voorzichtigheid Titelpagina voor Corpus juris civilis, Amsterdam 1663 Corpus juris civilis (titel op object), RP-P-1886-A-10397.jpg
Rechtvaardigheid troont boven een portret van Justinianus op een sokkel met als titel geflankeerd door Matigheid en Voorzichtigheid. Een prent van Cornelis van Dalen. Bron: Rijksmuseum

Bijzonder als eerste omdat ik de combinatie van de woorden ‘kennisleer’ en ‘onwetendheid’ een bijzondere vind. Kennisleer, ook wel epistemologie genoemd, is een heel oud begrip uit de filosofie. De kennisleer onderzoekt de aard, oorsprong, voorwaarden en de reikwijdte van kennis en het weten. Binnen de kennisleer staan drie vragen centraal: Wat is kennis? Wat kan ik weten? En hoe kan ik kennis vergaren? Onwetendheid is de afwezigheid van alle of bepaalde kennis. De combinatie van die twee begrippen komt mij als heel vreemd voor. Dat even terzijde.

Volgens Khan staat Omtzigt met die ‘voortzetting van het raciale contract’ in een lange traditie van geleerden zoals Thomas Hobbes, Jean-Jacques Rousseau, John Locke en Immanuel Kant die: “Verlichtingsidealen zoals individuele vrijheid en rechtvaardigheid,” beperkten tot Europeanen. “Zelfs de meest vooraanstaande filosofen, zoals John Rawls, raken gehypnotiseerd door de kennisleer van onwetendheid. Rawls bracht de discussie over het sociaal contract weer tot leven in de 20e eeuw met zijn theorie van rechtvaardigheid. Hij stelde dat een rechtvaardige samenleving ingericht is op het verheffen van de meest achtergestelde groepen maar verzuimde om ,in een carrière van 50 jaar, ook maar één passage te wijden aan raciale rechtvaardigheid.” Aldus Khan. Maar heeft hij een punt?

Khan verwijst naar Rawls’ belangrijkste werk Een theorie van rechtvaardigheid. In dat boek zoekt Rawls naar de meest rechtvaardige manier om een samenleving vorm te geven. Centraal in dit denken stond de absolute vrije mens die vrijheden inleverde in ruil voor vrede en veiligheid. Dit inleveren van vrijheid gebeurde op vrijwillige basis. Rawls was de eerste denker die inzichtelijk probeerde te maken hoe dat in zijn werk zou moeten gaan en wat dan een redelijke en vooral rechtvaardige uitkomst van die ‘contractonderhandelingen’ zou zijn. Rechtvaardig voor mensen in alle mogelijke posities in de samenleving maar ook tussen de opvolgende generaties. De ‘contractpartijen’ bij die onderhandelingen, waren volgens Rawls onwetend van hun rol en positie in de samenleving en in de tijd en waren ook niet op de hoogte van hun eventuele geloofsovertuiging of voorkeuren. Zij handelden vanachter ‘de sluier van onwetendheid’ zoals Rawls hem noemde. Rawls ging uit van rationele personen en rationeel handelen waarbij twee beginselen of uitgangspunten van rechtvaardigheid door alle partijen waren aanvaard: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst bevoordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.[1]  Ik kan hier geen raciale ongelijkheid in ontdekken. Rawls spreekt over ‘elke persoon’ en ‘allen’. Hij zoekt naar rechtvaardigheid voor iedereen ongeacht kleur, geslacht, gender en welke categorieën dan ook.

Dat: “in de ogen van Hobbes en Rousseau (…) de wilde of barbaar altijd een niet-Europeaan” was en: “Locke profiteerde financieel van de slavernij en Kant pleitte voor een hiërarchische categorisering van de mensheid op grond van ras,” zegt niets over Rawls en Omtzigt. Khan projecteert de opvattingen van historische figuren op Omtzigt en, de inmiddels ook historische figuur, Rawls alleen omdat ze dezelfde huidskleur hebben. Als ik Khans betoog goed interpreteer, dan bedoelt hij met ‘kennisleer van onwetendheid’ dat als je als blanke over de mensheid schrijft zonder er expliciet bij te zeggen dat je met mensheid alle kleuren bedoelt, dat je dan alleen maar blanken bedoelt. Dat is, voor iemand die raciale rechtvaardigheid zo belangrijk vindt, een sterk naar racisme riekende manier van denken.

Nu is Khan niet de enige die het woord ‘iedereen’ of ‘allen’ graag wil aanvullen door onderdelen van die ‘iedereen’ of ‘allen’ expliciet te benoemen. Menig politieke partij wil de Grondwet aanpassen en dan vooral artikel 1: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.”  In dat artikel moeten de rechten van allerlei groepen expliciet worden belegd en benoemd. Ook de Ballonnendoorprikker wil dit artikel graag aanpassen, maar dan op een andere manier. Niet door er allerlei groepen die niet gediscrimineerd mogen worden aan toe te voegen. Nee, door het te versimpelen waardoor het veel duidelijker en krachtiger wordt:  ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld.’ Hooguit aangevuld met: ´Discriminatie is niet toegestaan’, maar dat is eigenlijk al niet meer nodig. Gelijke behandeling begint in de wet. Ongelijkheid begint met het noemen van groepen in dit artikel.


[1] John Rawls, Een Theorie van rechtvaardigheid pagina 321

Stelletje lafbekken!

‘Is er een notaris op de zaal?’ Dat was het eerste wat bij mij opkwam toen ik op de site van de NOS het volgende las: “Wat het kabinet betreft wordt de keuze op basis van leeftijd overgeslagen en wordt in zo’n geval gekozen voor het uiterste selectiecriterium dat de artsen hebben aangedragen: loten.” Een notaris is immers noodzakelijk om te garanderen dat een loting eerlijk verloopt. Dat betekent dan ook dat er weer een ‘cruciaal beroep’ bij is gekomen. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie zal dan ook wel meteen een pleidooi beginnen om haar leden vooraan op de vaccinatielijst te krijgen. Nu lieg ik een beetje. Dat van die notaris was niet het eerste wat bij mij opkwam. Dat wat iets negatiever. Dat was: ‘stelletje lafbekken!’

dice, dices, dice game, gambling, game, play, luck, bad luck, fortune, chance, good luck, misfortune, numbers, dots, games, indoor games and sports, recreation, sports, black and white, style
Bron: pxhere

Wie? Nou, VVD-minister Van Ark en haar collega’s in het kabinet. Te laf om een keuze te maken. Te laf om te leiden en daarom blijven ze maar lijden onder de coronacrisis. Over die twee woorden, leiden en lijden, en het opereren van onze politieke vertegenwoordigers, schreef ik al eens eerder een Prikker. Van Ark: “Als een oudere patiënt op medische gronden even veel herstelkansen heeft als een jongere patiënt, mag volgens het kabinet hem of haar geen aanspraak op levensreddende zorg worden ontzegd.”  Als er voldoende plek is dan is dat natuurlijk geen probleem. Is er onvoldoende plek, dan moet er worden gekozen. “Dat er daarbij naar de leeftijd, maar vooral naar de levenskansen en -kwaliteit wordt gekeken, is niet meer dan reëel. Dat is geen drama, dat is verstandig,” zo schreef ik in maart 2020 al.

Dit omdat in tijden van schaarste de schaarse middelen zo goed mogelijk moeten worden ingezet. Daarbij heb ik liever, dat klinkt hard en zakelijk, dat die schaarste wordt besteed aan mensen met de grootste kans om het langst te kunnen leven. Dan wordt de prijs van die kosten per gewonnen levensjaar lager. Dat is de afweging die moet worden gemaakt. Een afweging die onze gekozen vertegenwoordigers moeten maken en onze regering moet daarin voorop gaan. Wij hebben hen aangenomen om de schaarse middelen die er beschikbaar zijn zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten tegen zo laag mogelijke kosten. Daarbij past in het geval dat alle andere zaken gelijk zijn, kiezen voor iemand die statistisch gezien nog de meeste levensjaren voor zich heeft.

Kiezen voor leeftijd is hard, maar minder hard dan loten. Want ja, bij kiezen voor leeftijd haalt een 62-jarige het van een 63-jarige en dat is cru en moeilijk te verteren voor de achterblijvers van de 63-jarige. Dit kan ook bij loten gebeuren en dan voelt het in dit geval wellicht minder hard. Bij loten kan echter een kind van zeven het pleit verliezen van een 87-jarige die daarna nog anderhalf jaar leeft. Dat is enorm cru voor de nabestaanden van het kind. Het zusje van zes moet daar haar hele verdere leven mee leven. De ouders van het kind wellicht ook nog een jaar of vijftig. Zelfs die 87-jarige moet nog anderhalf jaar leven met de gedachte dat dat leven te danken is aan de dood van dat zevenjarige kind. De nabestaanden van die 87-jarige moeten de rest van hun leven door met de wetenschap dat die zevenjarige het leven liet zodat zij nog anderhalf jaar van hun geliefde konden genieten.

Loten is geen keuze durven te maken. Het is weglopen van de keuze en het ‘lot’ laten bepalen. Loten is laf. Vandaar: stelletje lafbekken! Gelukkig kunnen we in maart laten weten wat we van die lafheid vinden.

Onverschillig en ondoordacht

“Onverschilligheid en ondoordachtheid vormen een grotere bedreiging dan mensen met kwade bedoelingen.” Een conclusie van Susan Neiman in haar boek Het kwaad in het moderne denken. Na bestudering van wat er de afgelopen eeuwen over het kwaad is geschreven met de Holocaust als belangrijkste gebeurtenis, komt Neiman tot deze conclusie. Het kwaad niet zozeer als vooropgezette bedoeling, maar als een gevolg van onverschilligheid en ondoordachtheid. Ik moest hieraan denken toen ik de conclusies las in het eindrapport van de parlementaire commissie die onderzoek heeft gedaan naar de toeslagenaffaire.

Bron: WikimediaCommons

Het rapport beschrijft wat er precies is gebeurd en hoe de betrokken personen hebben gehandeld of juist nalieten te handelen. Ik moest aan deze passage denken vanwege het woord onverschillig: “Zich om niets bekommerend” en “om het even,” aldus de Van Dale. Dat is wat er uit het relaas naar voren komt. De overheid heeft als belangrijkste taak om haar burgers te beschermen. Te beschermen tegen bedreigingen van buiten, tegen vreemde overheersing. Maar ook beschermen tegen bedreigingen van binnen. Tegen misdaden en misdrijven. Al het andere, of het nu het aanleggen van wegen of het ‘stimuleren’ van de economie is, is daaraan ondergeschikt. Nu blijkt die overheid die haar inwoners moet beschermen, een deel van haar onderdanen niet te hebben beschermd maar te hebben bedreigd. Bedreigd niet als een ‘vooropgezet plan met kwade bedoeling’, maar precies door onverschilligheid. Onverschilligheid omdat signalen dat er iets gigantisch mis ging niet werden opgepakt. Onverschilligheid omdat er niet werd geluisterd naar de gedupeerden en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Maar daar wil ik het nu niet over hebben.

Het gaat mij om dat andere woord in het citaat van Neiman. De commissie concludeert dat alle betrokkenen, ambtenaren, ministers, Kamerleden en rechters op hun eigen manier steken hebben laten vallen en dus hebben bijgedragen aan de ellende waarin een groep burgers is gestort.  Ze toonden zich allemaal op een of andere manier onverschillig, maar waren ze ook ondoordacht: “zonder te hebben nagedacht”?  Dat is op het eerste gezicht niet zeggen. Er is bewust gekozen om de kinderopvang als een markt te organiseren. Een markt waarop aanbieders om de gunsten van ouders met een telg waarvoor zij opvang nodig hebben, moeten concurreren. Er is ook bewust voor gekozen om het peuterspeelzaalwerk te ‘harmoniseren’, zoals men dat in beleidstermen noemt, met de kinderopvang. Dit betekende niets anders dan dat het voorheen semipublieke peuterspeelzaalwerk aan de tucht van dezelfde markt werd blootgesteld. Bijzonder aan deze markt is dat die voornamelijk met publiek geld wordt gefinancierd. Afgezien van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Dit betekent dat je als ouder een smak geld krijgt van de overheid en daarmee moet je de rekening van de kinderopvang betalen. Of je kiest er als ouder voor om die toeslag rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie te laten betalen. Maar dan nog krijg jij die smak geld.

Er is ook bewust gekozen voor de Belastingdienst als uitvoerder van deze regeling. Dit omdat deze dienst al beschikt over de benodigde inkomensgegevens. Probleem is alleen dat de dienst beschikt over gegevens uit het verleden. Belastingen betaal je achteraf. Een toeslag wordt in het nu uitgekeerd voor een uitgave in de toekomst. En zoals menigeen dit jaar weer ervaart, kan het inkomen van nu afwijken van het inkomen uit het verleden.

Ook is er bewust gekozen om geen hardheidsclausule op te nemen  in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen. De wet waarmee de uitvoering van allerlei inkomensafhankelijke regelingen werd ‘gestroomlijnd’ om er maar weer eens een beleidsterm in te gooien. Doel van deze wet is, zo is in de Memorie van Toelichting te lezen: “meer transparantie voor de burger, vermindering van uitvoeringskosten en een meer effectieve aanpak van de armoedeval.” Voor iedereen die het niet weet, een hardheidsclausule maakt het mogelijk om de wet of onderdelen ervan niet toe te passen als ze leiden tot onredelijke en onbillijke gevolgen voor de betrokken burger.

Het gehele systeem is goed doordacht.  Dus er is geen sprake van ondoordachtheid? Dat zou ik niet meteen concluderen. Want er is inderdaad goed nagedacht, maar dan wel vanuit een bepaald frame en binnen dat frame is het geheel logisch. En daarmee kom ik uit bij de woorden in mijn Prikker De toeslagenaffaire en de Walkman. Die handelde ook over de toeslagenaffaire en dan vooral over de opdracht van de commissie die onderzoek doet naar de uitvoeringsorganisaties. Daarin schreef ik dat de overheid haar dienst vooral organiseert als een handelstransactie. Ik citeer mezelf: “Een handelstransactie creëert geen of slechts een zwakke sociale band. Er ontstaat geen ‘WIJ’ en het ontbreken van die ‘WIJ’ betekent dat ‘IKKEN’ vooral aan zichzelf denken. En omdat de andere ‘IKKEN’ dat ook doen, moeten de “IKKEN’ op hun hoede zijn: wantrouwen. Wantrouwen dat wordt versterkt omdat er ‘IKKEN’ zijn die misbruik maken van de situatie. Binnen het ‘handelstransactie frame’ is voorkomen van fraude de enige manier om wantrouwen te bestrijden en iets van een ‘WIJ’ te behouden. Iedere ontdekte fraude zorgt voor verlies aan ‘WIJ’. Om fraude te voorkomen worden regels zo gemaakt dat de te voorkomen uitzondering de regel gaat bepalen en gaat de ‘menselijke maat’ verloren.”  

Binnen het frame markt en handelstransactie is het doordacht. Buiten dat frame waren er andere oplossingen mogelijk. Immers waarom een dienst die voor het overgrote deel met overheidsgeld wordt betaald, vormgeven als transacties en dus als markt? Als je dan toch transparantie voor de burger, vermindering van de uitvoeringskosten en een effectievere aanpak van de armoede val wilt, waarom maak je er dan geen overheidsdienst van? Waarom geen gratis kinderopvang door de overheid georganiseerd? Dat is heel transparant voor de burger, het minimaliseert de uitvoeringskosten omdat de toeslag overbodig is en er is in het geheel geen sprake meer van een armoede val. Bovendien vergroot dit de mogelijkheid om peuters die om welke reden dan ook een achterstand hebben goed te begeleiden en zo die achterstand weg te werken en in ieder geval te verkleinen. En ook dat met minder uitvoeringskosten want ook het systeem van voorschoolse educatie kent flinke uitvoeringskosten.

Overheidsdiensten vormgeven als handelstransactie duidt op het neoliberaal, utopisch denken waar ik mijn afgelopen drie Prikkers over schreef. En zoals ik in Utopia en Dystopia schreef, is utopisch denken gevaarlijk. Die Prikker sloot ik af met de woorden: “Aldus werkend aan een ideologische utopie is de kans groot dat we in een dystopie belanden. Het eindrapport lezend, zijn de betrokken burgers in Dystopia beland. Een Dystopia waar Thatchers uitspraak: “There’s no such thing as society,” werkelijkheid is geworden.

Kerkgebouw en godsdienstvrijheid

 Op de site van de NOS las ik het bericht dat er in verschillende kerken in het land meer dan dertig mensen aanwezig waren. Soms wel meer dan 200. “Wij willen ons aan Gods woord houden om de onderlinge bijeenkomsten niet na te laten,” aldus een bestuurder van een kerk en vervolgt:“ Wij hebben zo’n grote kerk. Met tweehonderd man erin heb je bijna een verrekijker nodig om elkaar te zien.” Kerken beroepen zich hierbij op de vrijheid van godsdienst. Hierbij krijgen ze bijval van onze regering. Dat de overheid zich niet mag bemoeien met jouw godsbeleving, staat buiten kijf. Een niveau hoger mag de overheid zich niet bemoeien met de leer van een godsdienst en met de benoeming of aanwijzing van voorgangers. Of dit zich ook uitstrekt tot hoeveel mensen er in een kerkgebouw mogen, waag ik ernstig te betwijfelen.

File:Kerk - Venlo - 20241198 - RCE.jpg - Wikimedia Commons
Joriskerk Venlo. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed via WikimediaCommons

Ik ben geen rechtsgeleerde en ook geen specialist Grondwet. Dus wellicht kan een specialist op dit gebied, mij aanvullen, corrigeren of verklaren dat ik grote onzin verkondig. De maatregel om maar dertig man in een gesloten ruimte toe te laten ter bestrijding van het coronavirus, bemoeit zich niet met de inhoud van de godsdienst. Ze bemoeit zich alleen met het gebruik van het gebouw. En laat dat nu iets zijn waar een overheid zich al mee bemoeit. Tot medio 2010 moest iedereen die een gebouw wil (gaan) gebruiken waarin mensen komen, een gebruiksvergunning hebben. In die vergunning werd geregeld hoe het gebouw gebruikt mocht worden, wat er wel en niet mocht en hoeveel mensen erin mochten. Nu is deze vergunning onderdeel geworden van een omgevingsvergunning. Ook kerken ontkomen hier niet aan. Hoeveel mensen mogen erin en hoe zit het met vluchtroutes? Voor de bouw van een nieuwe kerk of moskee moet je ook een omgevingsvergunning aanvragen.

Als VVV-gelovige zou ik de kerkbestuurder na kunnen zeggen dat ‘wij onderlinge bijeenkomsten niet willen nalaten om de voetbalgoden te eren’. Waarna een voetbalhater Karl Marx kan parafraseren maar de geest van diens uitspraak wel in ere houdend kan zeggen: voetbal is opium voor het volk. Mijn voetbalclubje VVV heeft voor haar activiteiten ook zo’n vergunning om haar wedstrijden te kunnen spelen in stadion De Koel. In die vergunning staan vast ook hoeveel bezoekers en maximaal in het stadion mogen. Alleen heeft de club er nu niets aan omdat gebruik, zoals in die vergunning is opgenomen, nu niet mag. Er mag wel gevoetbald worden, maar ik en met mij alle andere fans mogen er niet bij zijn. Het ‘gebruik’ van De Koel is tijdelijk niet mogelijk zoals het in die vergunning is opgenomen. Zo kan ook het ‘gebruik’ van een kerk tijdelijk worden aangepast. Er wordt een dienst gehouden waarbij nog dertig mensen mogen zijn. De vrijheid van godsdienst wordt hierdoor niet aangetast. Het enige wat wordt beperkt is het gebruik van het gebouw.

Dit handhaven hoeft geen probleem te zijn. Daarvoor hoeft de kerk niet te worden betreden. Daarvoor hoeft alleen maar te worden gecontroleerd hoeveel mensen er naar binnen of naar buiten gaan. Zijn dat er meer dan dertig, dan wordt de uitbater van het gebouw, het kerkbestuur, beboet. Dit is geen boete op het uitoefen van een religie maar op het overtreden van de regels voor gebruik van het gebouw. Bij herhaaldelijke overtreding, kan het gebouw voor bezoekers worden gesloten. Let wel voor bezoekers, de pastoor of dominee kan er nog steeds een dienst in verzorgen. Een dienst die via een livestream kan worden uitgezonden.