Bevolkingskrimp

“Veel landen maken zich zorgen over dalende geboortecijfers en een vergrijzende bevolking. Nergens voor nodig, stelt de Amerikaanse demograaf Jennifer Sciubba. Deze ontwikkelingen zijn het gevolg van vooruitgang én nodigen ons uit de samenleving beter in te richten.” Met die woorden opent het interview van Lynn Berger van de Correspondent met Sciubba over lage geboortecijfers en krimp van de (wereld)bevolking als gevolg van het lage geboortecijfer. Ik dacht aan de Zwarte Dood, de pestepidemie in de veertiende eeuw.

Daarover later meer. Eerst het verhaal van Sciubba. Volgens Sciubba is die bevolkingskrimp het gevolg van het grote succesverhaal van de afgelopen anderhalve eeuw: “’het begon ermee dat industrialiserende landen meer dan honderd jaar geleden enorme vooruitgang boekten in het in leven houden van baby’s en kinderen, waardoor de gemiddelde levensverwachting omhoogging’, vertelt ze. ‘Dat gebeurde dankzij zaken als betere sanitatie, vaccinaties, betere volksgezondheid en betere voeding.’ De dalende kindersterfte vormde het begin van een ‘demografische transitie’ waarbij landen van een hoog geboorte- en sterftecijfer overgingen naar een laag geboorte- en sterftecijfer. Europese landen gingen eerst, de rest van de wereld volgde later.” De uitvinding van de pil zorgde voor een volgende succes en dat was dat het moment van kinderen krijgen een keuze werd. Dat gaf vooral vrouwen tijd en ruimte om te gaan studeren en werken.“Vervolgens is het ons gelukt om volwassenen langer en gezonder te laten leven. Op dat terrein valt nog meer te winnen: de levensverwachting van Nederlanders is hoog, maar die van Japanners is nog hoger. We weten dus dat het mogelijk is om het leven nog verder op te rekken.”

Tegenover dit succesverhaal staat een ‘angstverhaal’. Angst voor de gevolgen van krimp. Angst voor een gebrek aan menskracht om de ouder wordende bevolking te verzorgen. Angst voor te weinig pensioen. Angst voor geringe innovatie en arbeidsproductiviteit. Angst die leidt tot allerlei plannen om het geboortecijfer op te krikken. Dat is lastig zo betoogt Sciubba: “Juist omdat er heel veel redenen zijn voor het dalende geboortecijfer, is het moeilijk om er beleid op te maken. Stel, je doel is niet eens om het geboortecijfer omhoog te krijgen, maar om ervoor te zorgen dat mensen die kinderen willen krijgen ook kinderen kunnen krijgen. Waar begin je dan? Hoe zorg je dat mensen optimistischer zijn over de toekomst? Met een wet die zegt dat alle voorpagina’s vol goed nieuws moeten staan? Dat kan natuurlijk niet. We weten gewoon niet hoe het moet.” Alle acties van verschillende overheden hebben tot op heden geen effect.

“Maar hoe zou de toekomst er nog meer uit kunnen zien, en waar wil je naartoe bouwen? Willen we een samenleving met hoge consumptie, designer bags, plastische chirurgie en chique auto’s? Of misschien wel een heel andere toekomst? Dit is hét moment om hier groots over na te denken.” Sciubba adviseert: “kijk verder dan betaald werk: hoe zorg je dat ouderen betrokken raken en blijven als vrijwilligers of mentoren? Richt je hierbij vooral op de gemeenschap. Veel lokale gemeenschappen zijn beschadigd geraakt door onze individualistische, online manier van leven. Het versterken van die gemeenschappen maakt ons weerbaarder voor vergrijzing, omdat je daarmee ook zorgnetwerken opbouwt.”

En dan nu naar de Zwarte Dood waaraan ik moest denken. Ik moest hier om twee redenen aan denken. Als eerste omdat de Zwarte Dood in een korte periode voor een daling van de bevolking zorgde met een derde en in sommige gebieden een halvering. Dit niet als gevolg van een vrijwillige keus om minder kinderen te nemen. Daarin verschilt de veertiende eeuw van de huidige. Als tweede omdat er in de veertiende eeuw juist sprake was van sterke gemeenschappen waar mensen voor elkaar zorgden. Het was de tijd van de feodale landheer die de oogst afroomde. De kleine gemeenschappen die voor elkaar zorgden. Gemeenschappelijke gronden die hen hielp om te overleven. De gilden waarbinnen mensen elkaar steunden. Afgezien van die feodale landheer zou dat het soort samenleving (maar dan in 3.0 versie) kunnen zijn dat Sciubba voor ogen staat. In 3.0 versie want natuurlijk zonder de groepsdruk, de controle door de pastoor, het gebrek aan ruimte voor de eigen persoonlijkheid en ontwikkeling om een paar negatieve kanten van de veertiende-eeuwse samenleving te noemen. Met die negatieve kanten, ben ik waar ik wil zijn.

De Zwarte Dood leidde in West Europa tot andere arbeidsverhoudingen. Er kwam geleidelijk een einde aan de feodale verhoudingen. Pacht verving het feodalisme en daarmee werd betaling in fysieke opbrengst vervangen door betaling in geld. Je zou kunnen zeggen dat het kapitalisme werd geboren. Toevallig of niet, groeide ook het verzet tegen de almacht van de kerk. Onder andere Johannes Hus en John Wycliff betoogden dat een priester niet nodig was voor een relatie met God. Zij planten het zaad dat Luther en Calvijn konden oogsten. Door de directe relatie met God die ontstond door het uitschakelen van de ‘tussenpersoon’, de priester, werd het individu geboren. Hier begon de strijd voor vrijheid. Die begon met de eigen keuze voor een verbinding met God en leidde tot de Verlichting en uiteindelijke en na lange tijd tot de ontwikkeling van onze democratie en rechtsstaat.

Hier begon een ontwikkeling die, en nu sla ik een eeuw of vijf over, de laatste ruim vijftig jaar onder een neoliberale wind leidde tot doorgeschoten individualisme. Een ontwikkeling waar vrijheid is verworden tot de consumerende homo economicus. Een homo economicus kiest voor het eigen geluk en dat geluk is vooral genot. Dit met alle gevolgen voor het klimaat, de natuur maar ook de samenleving en onze democratische rechtsstaat en dus ook voor het geboortecijfer. Die keuze voor het eigen geluk en genot maakt ook dat de keerzijde ervan, pech, ellende maar ook de gevolgen van ouderdom, ook van jou als individu zijn. De na de zwarte dood ingezette ontwikkeling loopt nu tegen haar grenzen aan. Grenzen die we nu proberen te verleggen via onder andere arbeidsmigratie maar ook met technologie. Die eerste keuze zegt het gros niet te willen, maar met houding en gedrag kiest dat gros er wel voor. Die tweede keuze komt in een tijd van afhankelijkheid van een paar grote techbro’s met grote risico’s. Risico’s die nog worden vergroot omdat die techbro’s de meest geperverteerde vorm van liberalisme en vrijheid aanhangen: het libertarisme.

Sciubba heeft gelijk dat we daar nu groots over moeten nadenken. Onze veertiende-eeuwse voorouders konden dat niet. Zij werden verrast door de Zwarte Dood. Zij konden alleen reageren. Wij kunnen ageren. Wij hebben de tijd en ruimte om een weloverwogen keuze te maken. Angst is daarbij een slechte raadgever, of zoals Franklin Delano Rooseveldt het formuleerde ‘We’ve got nothing to fear but fear itself.’ Helaas is angst wel de tegenwoordig politiek dominante emotie. Angst voor verlies. Angst voor de toekomst. Angst voor de ander.

Angst die in de veertiende eeuw de vorm aannam van bijzondere rituelen zoals de praktijk van de flagellanten. Vaak voorafgegaan door kaarsendragers gingen ze in het wit gekleed naar de plaatselijke kerk. Daar ontdeden ze zich van hun bovenkleding en bedekten hun onderlijf met witte doeken en liepen zichzelf geselend rondjes. Ze begonnen geselliederen te zingen en zweepten zich op het ritme van de muziek af. Na zo’n eerste ronde vielen ze op hun knieën en geselden ze zich nog wat meer. Dit herhaalde zich daarna nog twee keer vaak met nog pijnlijkere voorwerpen. Het geheel werd afgesloten met de ‘geselaarspreek’ die rechtstreeks van God zou komen en voor de toehoorders was bedoeld. Daarna vertrokken ze weer naar de volgende plek en daar herhaalde het ritueel zich de volgende dag. Ze waren populair bij een flink deel van het volk omdat ze zich niets van de kerkelijke hiërarchie aantrokken en omdat men geloofde dat hun zelfkastijding god gunstig zou stemmen waardoor er een einde zou komen aan de crisis. Zo waren de flagellanten en ook grote delen van het volk ervan overtuigd dat deze manier van boetedoening de pest een halt zou toeroepen. Het tegendeel was echter het geval. Hun trektocht maakte het de pest makkelijker om zich te verspreiden.

Bij de feodale heersers angst voor het verlies van arbeid. Ze waren bang dat de horigen die de pest hadden overleefd, zouden vluchten waardoor er niemand meer was om hun land te bewerken. Maar angst ook voor stijgende lonen voor vrije arbeiders. Dit probeerden ze tevergeefs tegen te gaan door beperkende wetgeving. Tevergeefse pogingen want wetten vragen om handhaving en die bleek onmogelijk omdat er overal een tekort aan arbeid was.

Ook nu zien we angst. Angst voor de toekomst die blijkt uit het willen terugkeren naar een verleden. Een verleden met een bevolking die homogeen blank, in pais en vree en in grote welvaart met elkaar samenleefde. Een verleden dat nooit heeft bestaan. Angst voor de ander blijkend uit ‘het strengste asielbeleid ooit’. Angst voor verlies aan welvaart die paradoxaal genoeg wordt bestreden met een influx van ‘anderen’ in de vorm van arbeidsmigranten.

Wat we nu ook zien is feodalisme 3.0. Feodalisme dat ons tot horige van het bedrijfsleven en dan vooral van de techbro’s. Want technologie is: ““Bevrijdend ,” zo betoogt Marc Andreessen in zijn Techno optimistisch handvest.Bevrijdend: “voor de menselijke ziel, de menselijke geest.” Hij ziet als een: “Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven.” Artificiële intelligentie zou ertoe kunnen leiden dat: “machines beslissingen voor ons nemen.” Als dat gebeurt, en dat zal, zo betoogt Andreessen gebeuren, dan: “wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Vrijheid is consumeren. Hiermee zijn we wel heel ver verwijderd van de individuele, economische en politieke vrijheid die vanaf de Zwarte Dood is bevochten.

Monopolistisch feodalisme 3.0 zoals bepleit door Peter Thiel. Want: “Competition is for losers’” aldus Thiel: “A world of perfect competition is a world where all the profits are competed away,” Een goed ondernemer streeft naar een monopolie maar praat er niet over. “Most people believe that capitalism and competition are synonyms. I believe capitalism and competition are antonyms.” Hij zal het niet van zichzelf zeggen maar Thiel toont zich hier een uitstekend leerling van Marx. Beiden zien het vergaren van zoveel mogelijk kapitaal als het doel van het kapitalisme. Beiden zien kapitalisme als het streven naar een monopolie. En beiden zouden hier wel eens gelijk in kunnen hebben. Waar beiden echter verschillen is dat Thiel dit streven verbindt met vrijheid en Marx niet. Waar Thiel naar streeft is naar bedrijven die monopolist zijn en daardoor kunnen vragen wat ze willen omdat de consument geen keus heeft. Een monopoly van een bedrijf mag dan wel, zoals Thiel betoogt, goed zin voor de winst van het bedrijf, het is slecht voor het algemeen belang en voor het individuele belang van het gros van de mensheid.

Dus ja, we moeten groots nadenken over hoe onze toekomst willen vormgeven want als we dat niet doen, dan belanden we in feodalisme 3.0. Een feodalisme zonder gemeenschappen die voor elkaar zorgen. Een feodalisme zonder commons die ons helpen te overleven en een feodalisme zonder steun van en voor elkaar.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.