The winner takes it all

De nieuwe ‘beeldenstorm’ waarover ik in mijn vorige Prikker schreef, krijgt bijzondere trekjes. Bij Joop lees ik dat in Bristol, waar eerder het standbeeld van slavenhandelaar en weldoener Edward Colston in de haven werd gekieperd, een standbeeld van de in Jamaica geboren zwarte dichter Alfred Fagon is besmeurd. Er is nog niet duidelijk wie het heeft gedaan: is het een ‘vergissing’ of een ‘vergeldingsactie’ voor wat Colston overkwam? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om de reactie van lezer Mark Huysman: “Even dom als mensen die zeggen oorlog = oorlog. Maakt niet uit of het gaat om bevrijding (geallieerden) of bezetting (nazi’s), in beide gevallen wordt er geweld toegepast en destructie veroorzaakt.”

Standbeeld van Hugo de Groot in Delft. Foto: Rijksdienst voor Cultureel erfgoed

Huysmans is van mening dat Colton van zijn sokkel trekken van een andere orde is dan het besmeuren van Fagon. Waarop Jorah reageert: “vandalisme = vandalisme. Dat jij het ene wel accepteert en het andere afwijst zegt meer over jou.”  Dat beiden een punt hebben, doet er even niet toe. Op die laatste opmerking reageert Huysman met de quote uit de vorige alinea.

Daarmee komen we bij het begrip ‘rechtvaardige oorlog’. Op de site Geschiedenis.nl staat hierover een interessant artikel. Daarin is te lezen dat de eerste keer dat we dit begrip tegenkomen bij de Griekse filosoof Aristoteles is: “Een oorlog was rechtvaardig wanneer deze werd uitgeroepen ter zelfverdediging, om land te verwerven of om barbaren tot slaaf te maken.” En dat land was het land van de Hellenen. Voor de Hellenen een duidelijke definitie: iedere oorlog die ze voerden was rechtvaardig omdat zij zichzelf verdedigen en als ze winnen, maakten ze barbaren tot slaven. Bij onderlinge oorlogen ligt dat dan wat lastiger en ze voerden onderling wel eens ‘oorlogje’. De beroemdste is de Peloponnesische Oorlog tussen de Helleense stadstaten Athene en Sparta. De Romeinen kende het begrip al: ‘Bellum iustum.’  Alleen vulden zij dit anders in. Het ging niet om de inhoud, maar om de procedure. In een artikel in het Historisch Nieuwsblad wordt dit goed uitgelegd: “De eerste stap was om een gezant te sturen naar de vijandige stad. Die gezant moest tegen de eerste die hij tegenkwam op het centrale forum bij Jupiter zweren dat als hij niet de waarheid zou vertellen, hij nooit meer terug mocht keren naar zijn vaderland. Daarna legde hij de vijand het Romeinse ultimatum voor. Als de eisen na 33 dagen niet waren ingewilligd, keerde de gezant terug naar Rome. Vervolgens mocht de Senaat besluiten tot oorlog en werd een speciale priester, een van de fetiales, met een bloedrode speer naar de grens gestuurd. Deze priester sprak een formule uit en wierp de speer in vijandig gebied. Nu was de oorlog wettig.”  Een manier van denken die ook tegenwoordig nog navolging vindt. De pogingen van de Verenigde Staten om de inval in Irak in 2003 door de Verenigde Naties gesanctioneerd te krijgen, moeten we in dit licht bezien.

Maar alleen met ‘procedure’ kom je er tegenwoordig niet. Ook dat laat de casus ‘Irak 2003’ zien. Toenmalig minister van buitenlandse zaken Colin Powell voerde allerlei, naar later bleek gemanipuleerd, bewijs aan, dat Irak massavernietigingswapens had en het ‘wereldwijd terrorisme’ ondersteunde. Dit terwijl de wapeninspecteurs niets konden vinden en de ‘banden met Bin Laden’ er niet waren. Daarom werden er nog wat zaken aan toegevoegd.  Zoals de onderdrukking van de bevolking door het regime van Saddam Hoessein. Iets waaraan meer heersers zich schuldig maken en wat ruim twintig jaar eerder geen reden was om Saddam te ondersteunen in zijn oorlog tegen Iran. Ook werd eraan toegevoegd dat Saddam het ‘zelfmoordterrorisme’ tegen Israël steunde en allerlei resoluties van de VN Veiligheidsraad negeerde. Iets waar ook Israël zich schuldig aan maakt. Trouwens, ook de VS maken zich daar, net als Rusland en China, schuldig aan. Zij hebben, als permanente leden van die raad, namelijk een vetorecht en kunnen alle voorstellen die hen niet welgevallig zijn, torpederen. Eventuele resoluties tegen hun handelen en belangen, worden dus nooit aangenomen.  

Ik dwaal af: rechtvaardige oorlog vanuit de inhoud. Als we het daarover hebben, moeten we ook de opvatting van de Romein Cicero aanhalen. Voor Cicero was een oorlog rechtvaardig als die diende: “ tot het terugkrijgen van verloren zaken (rebus repetilis), eigenlijk een streven naar status quo ante bellum (voor de oorlog) dus, waarbij bellum verwijst naar een eerder conflict.” Zou hij zich ooit hebben afgevraagd hoe ‘rechtvaardig’ dan het Romeinse Rijk was ontstaan? Of zouden de Galliërs en al die andere volkeren iets van de Romeinen hebben ontvreemd? De ‘status quo ante bellum’ was echter steevast anders dan die na de oorlog. Het denken van Cicero gaat bijna naadloos over in dat van kerkvader Augustinus. Voor Augustinus was een oorlog rechtvaardig als deze defensief was. Offensief was die rechtvaardig als de tegenstand aanwijsbaar iets had gedaan. De oorlog moest er dan, en daar horen we de echo van Cicero, de ‘natuurlijke orde’ herstellen.

We slaan een kleine duizend jaar over en komen uit bij een volgende denker over wat een rechtvaardige oorlog is, de dertiende-eeuwse theoloog Thomas van Aquino. Om voor Aquino rechtvaardig te zijn, moest een oorlog worden uitgeroepen door een autoriteit en moest de oorlog een rechtvaardige aanleiding hebben en gericht zijn op het dienen van het algemeen belang van de bevolking. Zijn navolgers verklaarden al snel dat een oorlog rechtvaardig was als die werd gevoerd tegen ongelovigen. Eigenlijk precies zoals nu sommige radicale stromingen in de islam erover denken. In dit kader moeten we ook het ‘inzegenen’ van kanonnen voor een oorlog zien. Waarbij god voor het dilemma wordt gesteld te bepalen wie de ‘rechtvaardigheid’ aan de zijde heeft.

Als laatste in deze opsomming iemand van ‘Hollandsche’ bodem: Hugo de Groot. De Groot formuleerde zes voorwaarden. Als eerste moest er een rechtvaardige reden zijn op morele gronden, Dus niet puur voor het eigenbelang. Als tweede moet de situatie zo ernstig zijn dat zij een oorlog rechtvaardigt. Ten derde moet er een redelijke kans op succes zijn. Met deze voorwaarde in het achterhoofd kun je twijfelen over de rechtvaardigheid van de ‘War on Terror’. Immers, zoals ik eerder betoogde, is terreur een strijdmiddel gebruikt door de zwakkeren. Met zijn vierde voorwaarde gaat De Groot in navolging van de Romeinen naar de procedurele kant, er moet een oorlogsverklaring zijn en de tegenpartij moet nog de kans krijgen de oorlog af te wenden. Als vijfde moet de oorlog worden uitgeroepen door een legitieme partij en als laatste moeten alle vreedzame alternatieven zijn uitgeput. In zijn betoog voor de VN-Veiligheidsraad ging Powell in op al deze voorwaarden. En omdat hij dit voor de VN-Veiligheidsraad deed, gaf hij aan dit orgaan te zien als de legitieme partij.

Tot zover de legitimiteit van een oorlog vóórdat die wordt uitgevochten. Nadat de wapens hebben gesproken, de strijd is gestreden en de winnaar bekend is, is het een heel ander verhaal. Voor de winnende inzegenaars van de kanonnen is het dan duidelijk: god heeft hen gelijk gegeven en dus stonden zij aan de rechtvaardige kant van de oorlog. Maar ook als we god weglaten komt het op hetzelfde neer. Of, zoals ik het in reactie op Huysman schreef: “Inderdaad oorlog = oorlog waarbij de winnaar de geschiedenis schrijft en dus bepaalt wat de ‘rechtvaardige zaak’ was waarvoor de oorlog werd gevoerd.” Of, zoals ABBA het zong: “The winner takes it all.” Dus als nazi-Duitsland de Tweede Wereldoorlog had gewonnen en we nu nog steeds in het ‘duizendjarige rijk’ zouden wonen, dan beoordeelden we de Duitse inval in Polen heel anders. De oorlogsverklaring van Hitler: “Polen heeft vannacht, voor de eerste keer, op ons eigen territorium, reguliere soldaten laten schieten. Sinds vijf uur vijfenveertig wordt nu teruggeschoten.” was dan de algemeen aanvaarde aanleiding voor de Tweede Wereldoorlog.

Alleen, zo vervolgde ik: “Het jammere voor de winnaar is dat die op termijn ook weer ‘verliest’, geen ‘rijk’ is immers voor de eeuwigheid. En na het verlies van de vroegere winnaar herschrijft de nieuwe winnaar de geschiedenis in zijn voordeel.” 

Zelfreflectie

“In Idlib ontvouwt zich een nieuwe humanitaire ramp, één van de ergste in de Syrische crisis, die er het afgelopen decennium al te veel om op te noemen heeft voortgebracht.” De eerste zinnen uit een ingezonden brief bij Trouw . Een brief geschreven door minster van Buitenlandse Zaken Blok en twaalf van zijn Europese collega’s. Een bijzondere brief. 

Laten we eens een passage onder de loep nemen. “Daarnaast is het belangrijk om helder voor de geest te houden dat alleen politieke onderhandelingen voor een houdbare uitkomst uit de Syrische crisis kunnen zorgen. Genormaliseerde politieke verhoudingen kunnen pas ontstaan wanneer een oprecht en onomkeerbaar politiek proces op gang is gekomen.” De geschiedenis bulkt van de voorbeelden waarbij ‘houdbare uitkomsten’ ontstaan na een oorlog waarbij een partij overwint en de ‘nieuwe verhoudingen’ oplegt waardoor er ‘genormaliseerde politieke verhoudingen’ ontstaan. De Duitsers en Japanners hebben dat vijfenzeventig jaar geleden ook ondervonden. Net zoals Nederland ruim vijf jaar daarvoor.

Een tweede passage: “Wij beseffen heel goed dat er zich radicale groeperingen ophouden in Idlib. Terrorisme wordt door ons nooit lichtvaardig opgevat. Wij bestrijden terrorisme met overtuiging en vastberadenheid en dat doen we aan de frontlinie van de strijd tegen Isis. Maar de strijd tegen terrorisme kan en mag nooit dienen als rechtvaardiging voor de grootschalige schendingen van het internationaal humanitair recht, waarvan we nu dagelijks getuige zijn in het noordwesten van Syrië.” Voor Assad zijn, in tegenstelling tot de schrijvende Europese ministers, waarschijnlijk alle groepen met wapens in Idlib, ook de reguliere Turkse troepen, terroristen. ‘Terroristen’ die een integraal deel van het Syrische grondgebied bezet houden. Zou Nederland accepteren als bijvoorbeeld de Zeeuwen een gewapende opstand zouden beginnen tegen het ‘regime Rutte’?

Bijzonder is het deel over het structureel ‘schenden van internationaal humanitair recht’. Wie verklaarde het terrorisme ook al weer de oorlog en wie hobbelde daar vervolgens braaf achteraan? Wie viel er twee landen binnen in die ‘oorlog’? Een daad gepleegd door een klein groepje wordt een oorlog tegen twee landen. Hoe verhoudt die keuze zich tot het ‘internationale humanitaire recht’? In het geval ‘Afghanistan’ was er wellicht nog ‘iets’ van een reden. Het ‘brein’ achter de gruwelijke aanslagen van 11 september 2001 bevond zich immers in dat land. Maar of een oorlog dan de ‘passende’ maatregel is binnen dat ‘internationale humanitaire recht’ is uiterst twijfelachtig. In het geval ‘Irak’ was er geen enkele reden volgens het ‘internationale humanitaire recht’ om het land binnen te vallen. De VS verzonnen iets, hadden lak aan het ‘internationale (humanitaire) recht’ en deden vervolgens wat ze wilden. Ze begonnen een oorlog.

Een volgende voorbeeld van ‘flexibele’ omgang met dat ‘internationale (humanitaire) recht. “Ook Europa neemt zijn verantwoordelijkheid in deze niet aflatende tragedie. De EU en haar lidstaten zijn de grootste donors van humanitaire hulp aan de noodlijdende Syrische bevolking. We zullen deze gezamenlijke inspanningen voortzetten en uitbreiden in reactie op de zich ontwikkelende crisis in Idlib.” Hoe sterk komt dit over als we de situatie op de Griekse eilanden in ogenschouw nemen? Als we ons realiseren dat die ‘donors’ de zaak daarmee afkopen. Hoe sterk komt het over als Europa nooit ‘in de regio’ ligt die vluchtelingen moet opvangen?

Hoe sterk maakt dit het beroep op ‘internationaal humanitair recht’? Hoe sterk is zo’n beroep vanaf een hoge morele toren als die toren naar believen wordt aangepast aan de eigen standpunten? Zou dergelijk flexibele toepassing van dat ‘internationale (humanitaire) recht’ niet een belangrijke oorzaak zijn van de hoon die het Westen in grote delen van de wereld ten deel valt? Enige zelfreflectie zou geen kwaad kunnen.

 

Terroristen, Soleimani en Trump

Afgelopen maandag keek ik weer eens naar De Wereld Draait Door. De dood van de Iraanse generaal Soleimani werd uitgebreid besproken. In dat gesprek viel mij iets op. Iets wat in alle berichtgeving over deze zaak opvalt. Wat mij opviel? De onevenwichtigheid in woordgebruik waarmee er wordt gesproken.

Bron: cosmoschronicle.com

Een voorbeeld. Generaal Soleimani wordt met alle gemak ‘in en in slecht’ neer gezet. Hij is een ‘terrorist’ en het ‘meesterbrein’ achter veel terroristische aanslagen. Als we kijken wat er is gebeurd dan zien we een daad van terreur uitgevoerd in opdracht van de president van de Verenigde Staten. Terreur is volgens de Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Een vorm van terrorisme dus. Dat is, volgens dezelfde Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Er wordt een generaal van het Iraanse leger vermoord of geliquideerd want een andere benaming is er niet voor het doden van iemand zonder dat er een rechter aan te pas is gekomen. Een moord die is bedoeld om een regering en/of een bevolking onder druk te zetten. In dit geval zelfs twee regeringen, die van Iran en Irak. En misschien zelfs drie bevolkingen, naast het Iraanse en Iraakse ook het Amerikaanse. Met andere woorden: georganiseerd politiek geweld. Ik hoor niemand die de Amerikaanse actie bestempelt als terrorisme. Als er met medeweten en medewerking van Irak was geprobeerd om Soleimani te arresteren om hem voor de rechter te brengen en hij was gedood omdat hij zich hier gewelddadig tegen verzet had, dan was het een ander verhaal.

Sterker nog, in een ander televisieprogramma, het nieuwe programma Op1 horen we de Nederlandse minister van defensie Bijleveld verklaren dat ze ‘er begrip voor heeft dat de liquidatie is gebeurd.’ Een Nederlandse minister die begrip heeft voor terreur, voor een terroristische daad geïnitieerd door de Amerikaanse president! Dit terwijl de Nederlandse regering, zo is in artikel 90 van de Nederlandse Grondwet vastgelegd, de ontwikkeling van de  internationale rechtsorde  moet bevorderen. Als ‘begrip hebben’ voor een liquidatie door een land (de Verenigde Staten)van een regeringsfunctionaris van een ander land (Iran) op het grondgebied van een derde land (Irak) zonder medeweten en goedkeuring van dat derde land de ‘ontwikkeling van de internationale rechtsorde bevordert’, wat is die ‘internationale rechtsorde’ dan anders dan het recht van de sterkste? Als de Nederlandse regering de grondwet serieus neemt dan zou ze de Amerikaanse president aanspreken op het schenden van de international rechtsorde. Dan zou ze schande spreken van deze terreur daad. Jammer, want hierdoor komt onze rechtstaat en democratie in een verkeerd daglicht te staan en verzwakken we onze kracht. 

Er is meer onevenwichtigheid.  Die Soleimani was geen heilig boontje. Hij zal best verantwoordelijk zijn voor de nodige doden in Iran en erbuiten. Dat zijn de huidige Amerikaanse president en zijn voorgangers ook. Zo startte zijn voorganger Bush op onrechtmatige gronden en met leugens als onderbouwing een oorlog tegen Irak. Een oorlog met zeer veel doden tot gevolg. Een oorlog die aan de basis ligt van de huidige chaos in Irak. Als dat maakt dat Soleimani ‘terrorist’ mag worden genoemd, hoe moeten we Trump en zijn voorgangers dan bestempelen?

Ja, Iran probeert zijn invloed in de omringende landen te vergroten en er bevriende mensen aan de macht te krijgen. Hierin speelde Soleimani een belangrijke rol. Als we de huidige berichten mogen geloven dan was hij het meesterbrein eracht. Hij zou zelfs achter de oprichting van Hezbollah en Hamas zitten. Dat lijkt me wel erg veel eer voor de man. Dat Iran zich‘bemoeit’ met de ‘binnenlandse aangelegenheden’ in andere landen staat buiten kijf. Bijvoorbeeld Libanon, Syrië, Irak en Jemen. Maar waarin verschilt het land daarin van Rusland, de Verenigde Staten, Saoedi -Arabië, Turkije en zelfs Nederland? Je ‘bemoeien’ met andere landen en daar je ‘invloed’ vergroten is het streven van de buitenlandse politiek van alle landen. En bij dat streven worden ook wel eens groepen in een land gesteund die op minder goede voet staan met de regering van dat land.  Zo heeft Orban van Hongarije warme banden met Wilders. Waarom zou Iran geen buitenlandse politiek bedrijven en de Verenigde Staten en alle andere landen wel?

Historische bijziendheid

Het einde van een jaar is voor veel ‘meningenmensen’ een moment om terug of vooruit te blikken. Nu eindigt er een decennium en is die verleiding nog groter. Eigenlijk loopt er geen decennium af, dat gebeurt pas aan het einde van 2020. We begonnen immers te tellen bij het jaar één en dan eindigt een decennium met een jaar met een nul aan het einde. Dit even terzijde. Bij Elsevier maakt columnist Afshin Ellian ook van de gelegenheid gebruik. Hij blikt terug op de eerste twee decennia van deze eeuw. Een terugblik met een bijzondere kijk op de geschiedenis. 

Bron: Wikipedia

“Het eerste decennium van deze eeuw verliep gewelddadig. Het terroristische geweld werd naar het westen gebracht.” Inderdaad was het eerste decennium niet vrij van geweld. Als we de geschiedenis van de mensheid bekijken, dan was er waarschijnlijk nog geen enkel decennium dat geweldloos verliep. Of het eerste decennium van de 21ste eeuw gewelddadiger was dan andere, daar valt het nodige over te zeggen. Daar kom ik later op terug. Nu eerst de tweede zin, het terroristische geweld dat naar het Westen werd gebracht. Bijzonder omdat terrorisme, zoals ik een Prikker van bijna een jaar geleden al schreef, de naam ontleent aan een periode uit Franse revolutie. Een periode met de naam la Terreur. In die Prikker beschreef ik de bijzondere omkering van het begrip terreur en terrorisme.  Van de staat als dader naar de staat als slachtoffer.

Sindsdien heeft terreur en terrorisme Europa en het Westen nooit verlaten. Zo vreest men dat het terroristische geweld  in Noord-Ierland na de Brexit weer hervat kan worden. Dat de tijden van The Troubles weer terugkeren.  In Spanje ligt het terrorisme van de ETA nog vers in het geheugen. Net als de RAF in Duitsland de Rode Brigades in Italië. Vanuit het Westen vond het terrorisme zijn weg naar de rest van de wereld. Al zal er ook in de rest van de wereld, net als in het Westen, wel terrorisme avant la Lettre zijn geweest. In eerste instantie vooral als verzet tegen de koloniale overheersing door het Westen. De strijders voor onafhankelijkheid kregen het stempel ‘terrorist’ opgeplakt. De neiging om iedereen die tegen het leiderschap van een land is ‘terrorist’ te noemen, bestaat nog steeds. Onder andere Erdogan, Poetin en Xi Jinping maken er nog graag gebruik van. 

Nee ‘terroristisch geweld’ werd niet naar het Westen gebracht. Wat er wel gebeurde is dat door fundamentalistische islamitische stromingen geïnspireerde ‘fanatici’ als een soort moderne ‘Zeloten’ geweld gingen gebruiken in hun strijd tegen ‘ongelovigen’ en om een islamitisch Kalifaat te stichtingen. Voor degenen die nog nooit van Zeloten hebben gehoord. Zeloot betekent ‘ijveraar’ en zo noemde zich een groep joden die geen ander gezag dan het goddelijke erkenden. De Zeloten verzetten zich met alle middelen tegen de Romeinse overheersing. Wat dat betreft staan de islamitische fanatici in een lange traditie.

Ellian vervolgt: “De aanslagen van 9/11 en wat daarop volgde, leidde tot twee grote oorlogen: Afghanistan en Irak. In beide landen is het niet gelukt om vrede en veiligheid te brengen.” Deze woorden suggereren dat de invallen in de beide landen tot doel hadden om vrede en veiligheid te brengen. Als dit de bedoeling was, dan zou je kunnen concluderen dat het gebruikte middel, de oorlog, de situatie zelfs flink heeft verslechterd. Nee, die oorlogen hadden geheel andere doelen. Doelen die heel weinig te maken hadden met vrede en veiligheid voor de Afghanen en Irakezen. In Afghanistan draaide het om Bin Laden. Die moest en zou koste wat het kost worden gepakt. De aanslagen van 11 september moesten worden vergolden en de Taliban liepen daarbij ‘in de weg’. Over wat er daarna zou moeten gebeuren, werd helemaal niet nagedacht. Dat gebeurde ook niet in het geval Irak. Daar moest Saddam weg. De jonge Bush wilde afmaken wat zijn vader had laten liggen. Omdat er geen aanleiding voor was, werd die gecreëerd. Hiervoor werd een verhaal ondersteund met vage beelden gefabuleerd dat wereld en vooral de Amerikaans bevolking moet overtuigen. Nee, nadenken over ‘na de oorlog’ gebeurde niet. De Amerikaanse troepen zouden immers makkelijk zegevieren en daarna zou als vanzelf een ‘liberale democratie’ uitbreken. Tenminste volgens het absurde neoconservatieve geloof van de regering Bush.

Bron: WikimediaCommons

Ellian gaat verder: “Wat niemand in het eerste decennium van deze eeuw voor mogelijk hield, dreigt nu werkelijkheid te worden: de rechtstreekse onderhandelingen tussen de politieke islam (Taliban) en het Westen. Wellicht komt er binnenkort nog een sharia-regime bij, wanneer Afghanistan met de instemming van het Westen aan terreurbeweging Taliban wordt overgedragen.” Nu waren de Taliban al eens aan de macht. Namelijk voordat de Amerikanen binnenvielen. Al vanaf 1996 regeerden ze in Afghanistan op een klein gebied in het Noorden van het land na. De Taliban maakten een einde aan de oorlogen die woedde tussen verschillende stammen die sinds het vertrek van Sovjets in 1989. Het streng islamitische karakter van de Taliban was ook toen al wijd en zijd bekend. Nee, de machtsovername door de Taliban in 1996 was hooguit goed voor een klein berichtje op pagina zes van die krant. Het Westen, de Verenigde Staten voorop, stemde niet expliciet in maar deed er ook niets aan om te voorkomen dat de Taliban aan de macht kwamen. Zelfs niet toen ze in maart 2001 de twee grote in steen uitgehouwen Boeddhabeelden van Bamyan vernietigden. De Verenigde Staten hadden na het vertrek van de Sovjets haar belangstelling voor het land verloren. Nee, het Westen had het  land allang ‘overgelaten aan terreurbeweging Taliban’. Wellicht was het in 2001 verstandiger geweest om te onderhandelen over de uitlevering van Bin Laden. Toen, in dat onderhandelingsproces, had het ‘Westen’ misschien nog iets voor de Afghanen kunnen betekenen. Nu staan de Taliban sterk in de onderhandelingen omdat het Westen niet de tijd, het geld en de wil heeft om er iets van te maken. Er wordt onderhandeld om van ‘het probleem’ af te komen.

Iets verderop in zijn betoog schrijft Ellian: “Het tweede decennium werd een bloedbad: de opkomst en bloei van Islamitische Staat (IS), de reorganisatie van Al-Qa’ida en aanverwante groepen liet ook een spoor van dood en verderf achter op straten van Europa: Parijs, Nice, Berlijn, Londen enzovoort. Wat een bloedbad, wat een slachting!” En daarmee kom ik terug op de ‘gewelddadigheid’ van decennia. Inderdaad dood en verderf in Europese steden. Als we het tweede decennium van vorige, de twintigste, eeuw nemen, dan zien we pas echt een bloedbad. Dat was het decennium van de zinloze slachtingen van de Eerste Wereldoorlog. Een oorlog waarvan al met Kerst in 1914 duidelijk was dat geen van de partijen hem op het slagveld zou kunnen winnen. Dat weerhield de betrokken landen echter niet om er nog drie jaar en miljoenen doden aan vast te plakken waardoor het aantal doden op zo’n 17 miljoen uitkwam. Qua bloedbad waren er echter nog ergere decennia in diezelfde eeuw. Neem het vierde decennium, de jaren dertig van de vorige eeuw. Het decennium van de tweede Japans-Chinese oorlog met tussen de 20 en 30 miljoen doden. Die vallen weer in het niet bij de 75 miljoen doden die een decennium later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, vielen. Daarna werd het wat vreedzamer, maar toch nog steeds minstens zo bloedig als het nu aflopende decennium. Bij de oorlogen in de twintigste eeuw vallen oorlogen in Afghanistan en Irak in het niet.

De slag bij Borodino. Bron: Wikipedia

De twintigste eeuw stond daarin trouwens niet alleen. In de negentiende eeuw was het niet veel minder wreed en bloedig. Neem bijvoorbeeld het tweede decennium van die eeuw. Napoleon trok toen moest zijn Grande Armée door Europa en probeer Rusland te verslaan. In die eeuw vielen in China ook zo’n 12 miljoen slachtoffers in de Dungan Opstand en nog eens 20 miljoen in de Taiping Rebellie. In de jaren zestig van die eeuw werd de Amerikaanse burgeroorlog uitgevochten en in die gehele eeuw werden de Noord-Amerikaanse indianenvolken bijna uitgeroeid. Hierbij moeten we ons realiseren dat er in die tijd veel minder mensen op de aarde rondliepen.

Zo kunnen we doorgaan en verder de geschiedenis van de mensheid induiken. Dan kunnen we constateren dat die geschiedenis gewelddadig en bloederig was en dat de laatste twee decennia waarschijnlijk tot de minst bloederige en gewelddadige behoren. Maar ja, aangezien wij nu leven, lijkt alles wat er nu gebeurt altijd net iets groter, en belangrijker dan wat er vroeger is gebeurd. Wat dat betreft lijkt Ellian en met hem de gemiddelde mens op de Amerikaanse president Trump. Die plakt ook voor alle woorden als ‘greatest’ en ‘best’. De mens lijdt aan ‘historische bijziendheid’.

Cliteur en terreur

“De oorzaken van het terrorisme zijn niet materieel, maar cultureel. Het heeft te maken met een overweldigend verschil van opvatting over kernwaarden.” Dit schrijft FvD Eerstekamerlid Paul Cliteur bij TPO. “Jawed S., Junaid I., de aanslagplegers op de redactie van Charlie Hebdo en de terroristen van de Bataclan denken heel anders over kernwaarden dan de burgers van Nederland en Frankrijk.Toen ik dit las, moest ik denken aan terrorisme-deskundige Beatrice de Graaf. Zij noemt terroristen in het DWDD-college de ‘klunzen en losers’ van de geschiedenis. Combineren we die twee dan is het zijn van ‘kluns en losers’ cultureel bepaald. Zou dat zo zijn?

De executie van Maximillien Robespierre. Bron: Wikimedia Commons

Cliteur richt zijn schrijven aan de Amsterdamse burgemeester Halsema. Volgens Halsema, en nu citeer ik Cliteur, ligt het aan: “teleurstelling of frustratie,”  veroorzaakt door het leven: “in wijken waar de bewoners worstelen met armoede en discriminatie hun loyaliteit met de ‘rechtsgemeenschap’ op het spel kan komen te staan.” Als we Halsema volgen dan is Terrorisme een gevolg van sociale condities waarin mensen verkeren. De verkeerde diagnose aldus Cliteur: Halsema gaat daarmee haar: “voorgangers Cohen en Van der Laan,” achterna die hebben: “jammerlijk gefaald bij het bedwingen van dit gevaar.” 

Twee verklaringen. Aan de ene kant ‘cultuur’ als oorzaak. Het vreemde is echter dat lang niet iedereen die zich in die ‘culturele’ situatie bevindt, ‘terrorist’ wordt. Bijzonder is ook dat enkele plegers van aanslagen tot kort voor hun daad helemaal niet ‘bekend’ stonden als fanatieke aanhanger van die ‘cultuur’. Zij stonden eerder bekend als (kleine) crimineel. Aan de andere kant de ‘sociale condities’ als oorzaak. En ook hier is het vreemd dat niet iedereen in die ‘conditie’ het schopt tot ‘terrorist’. Ook hier is het bijzonder dat plegers van terroristische daden helemaal niet uit situaties die Halsema beschrijft, komen. Zo waren de ouders van RAF lid Ulrike Meinhof historici die hun dochter de mogelijkheid boden te gaan studeren.  Ook van Bin Laden kun je veel zeggen, maar niet dat zijn ouders in een ‘achterstandswijk’ woonde.

Als we in het verleden duiken, dan zien we dat terreur niet iets is van een specifieke cultuur. Zoals ik begin dit jaar al schreef, is terrorisme afgeleid van la Terreur, een periode uit de Franse revolutie. Terreur heeft sinds die tijd een bijzondere omkering meegemaakt. In oorsprong was het het de staat die burgers ‘terroriseerde’. Robespierre de Fransen, Hitler als eerste de Duitsers, Stalin de Russen, Mao de Chinezen, Ho de Vietnamezen en Pol Pot de Cambodjanen Nu zijn het burgers die de staat ‘terroriseren’. En ook dat kent ‘geen grenzen’. Type ‘terrorisme’ in op Wikipedia en je vindt een keur aan voorbeelden uit verschillende culturen en streken van de wereld. Hieruit mag duidelijk zijn dat terrorisme niet ‘cultuur specifiek’ is zoals Cliteur beweert.

Beide ‘diagnoses’, om in Cliteurs vocabulaire te blijven, geven geen antwoord waarom iemand overgaat tot het plegen van terreur. Toch is er iets aan de diagnose van Cliteur dat zorgen baart. Als die ‘verklaring’ maar lang genoeg wordt herhaald, dan zou die verklaring wel eens haar eigen waarheid kunnen creëren. Door steeds te blijven herhalen dat terrorisme ‘cultuurbepaald’ is, lopen we het risico dat die cultuur en terrorisme als synoniem worden gezien. Daarmee worden mensen gestigmatiseerd en wordt de kans groter dat ze uiteindelijk het gedrag gaan vertonen dat Cliteur hun nu toedeelt. 

Het hoofd koel houden

“Het kabinet roept het land en de Tweede Kamer op tot kalmte na de schietpartij van maandag in Utrecht.” Dit is te lezen bij de Volkskrant. Terecht dat minister Grapperhaus om kalmte vraagt. Beschuldigen zoals door Baudet, die de schuld in de schoenen van VVD en CDA schuift en Wilders die de minister verantwoordelijk houdt voor het vrijlaten van de dader en hem oproept om op te stappen, zijn mooi voor de bühne maar weinig behulpzaam. 

Bron: Pixabay

Dat iemand Allahu Akbar roept wil nog niet zeggen dat er sprake is van terrorisme. Gaan we alle daden van gekken het stikker ‘terrorisme’ opplakken? Dat zou een aardige devaluatie van het begrip terrorisme zijn. Terrorisme is, aldus Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” En terreur is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Gewelddadig was het, maar waar is bij deze man het ‘georganiseerde’ karakter? Al eerder schreef ik over de veranderende betekenis van terreur waarbij de overheid van dader in slachtoffer veranderde. Nu lijkt het begrip nog verder te devalueren. Ik maak mij grote zorgen.

Nee niet zo zeer over de eventuele daden van een verwarde man. Ook al kan een verward persoon, zoals de moordpartij in Utrecht laat zien, dood en verderf zaaien. Dat kunnen criminelen die elkaar liquideren door een mitrailleur leeg te schieten ook. 

Ik maak me zorgen over de reactie van onze media. Media die live verslag doen van, ja van wat? En die hier vervolgens de hele dag mee vullen. Media die gaan duiden als er nog niets te duiden is. Die experts uitnodigen voor die duiding en die experts speculeren er vrolijk op los. Al speculerend worden er een grote hoeveelheden geruchten verspreid, of moet ik dat tegenwoordig ‘nepnieuws’ noemen?

Feit was dat er gisteren een schietpartij plaatsvond in een tram waarbij in eerste instantie een dode en verschillende gewonden vielen. Feit was ook dat de schutter was gevlucht en nog vrij rondliep. Daarom werd terecht het advies gegeven om op te letten en in Utrecht liefst niet de straat op te gaan omdat er een gewapende man rondliep. 

Feit is ook dat er nog niets over de motieven van de man duidelijk was en is. Van iemand die een essay van zeventig pagina’s schrijft over wat er allemaal mis is en hoe het zou moeten veranderen, daarvan wil ik wel aannemen dat hij door middel van georganiseerd geweld de bevolking en regering onder druk wil zetten. ’Ja maar, er was een briefje en die uitroep dus…’ Zelfs als er een briefje is en er wordt Allahu Akbar geroepen, dan nog zouden we terughoudend moeten zijn met het een daad van terrorisme noemen. Want waar is de georganiseerdheid van de daad? Wat is het politieke motief?

Nog veel grotere zorgen maak ik me over onze overheid. Volgens premier Rutte moeten we het niet ‘kleiner maken dan het is” en daarin heeft hij gelijk. Wat gezagsdragers zoals hij en anderen echter zeker niet moeten doen, is het groter maken dan het is. Maakten zij het niet groter door zich niet aan de feiten te houden en op de speculatieve toer te gaan? Als een verwarde man er al voor zorgt dat onze premier, de minister van Justitie en Veiligheid, de nationaal Coördinator terrorismebestrijding in de kramp schieten en hun hoofd niet meer koel kunnen houden en gaan speculeren, dan maak ik mij grote zorgen. Dit is tot het tegendeel is bewezen gewoon een misdaad van het heel ernstige soort. Niet minder, maar zeker ook niet meer. 

Dan maak ik mij zorgen om de stressbestendigheid van onze gezagsdragers. Zorgen om de gewapende dienders die zij vervolgens in hun stress op straat plaatsen. Zorgen omdat een ongeluk in een klein hoekje zit, zeker als er sprake is van stress aangewakkerd door mensen die het hoofd koel moeten houden in dergelijke situaties. 

Is de belangrijkste taak van welke gezagsdrager dan ook niet dat zij of hij het hoofd koel houdt in tijden van crisis? Toch iets om rekening mee te houden bij het rood kleuren van een vakje bij welke verkiezingen dan ook.  

Zwarte mis

“Het nazisme en het communisme zijn producten van het moderne Westen. En dat geldt ook voor de radicale islam, al wordt dat laatste ontkent door zowel de aanhangers daarvan als de westerse publieke opinie.”  De eerste zin op pagina 102 van de paragraaf Terreur en de westerse traditie van het boek Zwarte Mis. Apocalyptische religie en moderne utopieën geschreven door de filosoof John Gray. Aan die zin moest ik denken na de gebeurtenissen in Christchurch in Nieuw Zeeland. 

Eigen foto

Aan die zin moest ik denken toen ik de reacties van Elsevier-lezers las op de stelling van de dag “Moskeeën moeten worden beschermd tegen aanslagen”. Reacties zoals van ene Thomas Jolly: “Wie kaatst kan de bal verwachten… nee dus!” Of van Joey France: “De vraag is begrijpelijk gezien de onmenselijke daad en de ermee samengaande emoties. Maar zijn de moslims niet zelf de aanleiding? Overal waar deze “religie” zich aandient is de sociale rust finaal afgelopen en is integratie met de plaatselijke bevolking verboden, tot en met dreiging met de doodstraf. Toch niet zo raar dat de “andere kant” ook zijn gekken heeft lopen. Neen op de stelling.” Of Vero Truth: “Dit soort aanslagen was, hoe verschrikkelijk ook, te verwachten. Wie haat zaait zoals de moslimextremisten krijgt op een gegeven moment een reactie. Nu niet gaan piepen. Extra bescherming voor moskeeën lijkt me niet nodig.” Reacties gebaseerd op ‘WIJ’ tegen ‘ZIJ’. Waarbij het onderscheid is gebaseerd op godsdienst en waar iedere daad van iemand met de godsdienst van ‘ZIJ’ een daad is van de hele groep. 

Ik moest denken aan die zin en het betoog van Gray toen ik een artikel van Han van der Horst bij Joop las. Van der Horst concludeert dat: “Branton Tarrant (de schutter van Christchurch) is niet zomaar een monster. Hij is ons monster.” Ons monster want: “Het is de resultante van het populistische vertoog dat het maatschappelijk denken in het Europa van deze eeuw zo verontreinigt. Tarrant is gegrepen door de ideologie die zondebokken aanwijst in plaats van dat zij oplossingen biedt voor de vele maatschappelijke kwalen in onze maatschappijen.” De schutter die ook denkt in ‘WIJ’ en ‘ZIJ’ en die ‘ZIJ’ als een bedreiging ziet. ‘WIJ’ tegen ‘ZIJ’ kenmerkt ook het wereldbeeld van IS en Al Qaida. 

Gray onderbouwt die eerste zin door de oorsprong van het denken van de vader van de radicale islam, Sayid Qutb, te bestuderen. Gray: “Qutbs idee van een revolutionaire voorhoede die zich volledig zou wijden aan de omverwerping van corrupte islamitische regimes en het stichten van een samenleving zonder formele machtsstructuren, ontleent niets aan de islamitische theologie en zeer veel aan Lenin. Qutb beeld van revolutionair geweld als een zuiverende kracht heeft meer gemeen met de denkbeelden van de jakobijnen dan met die van de twaalfde-eeuwse Hasjisjin.” Qutb en daarmee de politieke islam als een verre nazaat van de Franse revolutie.

Volgens Gray is het gebruik van geweld om een nieuwe wereld te scheppen geen erfenis uit de zevende eeuw, maar haakt het aan bij het modere Westen. “Het gebruik van de term ‘islamofascisme’ verduistert het zicht op de veel verder rijdende schatplicht van de radicale islam aan het westerse denken. het waren niet alleen de fascisten die geloofden dat geweld een nieuwe samenleving kon voorbrengen. Dat geloofden Lenin en Bakoenin ook, en de radicale islam zou dan ook net zo goed ‘islamoleninisme’ of ‘islamoanarchisme’ genoemd kunnen worden.” De grootste verwantschap ziet Gray echter met: “de non-liberale theorie van de volkssouvereiniteit die werd uitgedragen door Rousseau, en die tijdens de Franse Terreur door Robespierre in praktijk werd gebracht; de radicale islam zou dan ook het best omschreven kunnen worden als ‘islamojakobinisme.” 

Het ‘martelaarschap’ door het plegen van zelfmoordaanslagen, kent volgens Gray geen islamitische wortels: “De Hasjisjin richtten zich op het vermoorden van heersers die naar hun mening waren afgeweken van het rechte pad van de islam, maar geloofden niet dat terreur kon worden aangewend ter vervolmaking van de mensheid, en al evenmin beschouwden ze het plegen van zelfmoordaanslagen als teken van persoonlijke zuivering.” Het is, volgens Gray een recente ‘uitvinding’ met westerse wortels. Een ‘uitvinding’ van de voorganger van Ayatolla Khomeini, Ali Shariati die: “beriep zich op een idee van existentiële keuze die is ontleend aan Nietsche.”

Volgens Gray is de radicale islam: “een moderne ideologie, maar ook een millennialistische beweging met islamitische wortels.” Millennialisme, het geloof in de komst van …  is een kenmerk van monotheïstische godsdiensten. Bin Laden maakte hier, volgens Gray, gebruik van door zich te profileren als ‘profeet-leider. De leider van IS, Abu Bakr al-Baghdadi, ging hierin nog een stap verder en riep het kalifaat uit en zichzelf tot kalief.  

Tot zover de radicale islam. Nu het Westen dat zich, zo schrijft Gray en als je de politieke en publieke opinie mag geloven dan heeft hij gelijk, definieert: “in termen van liberale democratie en mensenrechten.” Door deze definitie te gebruiken lijkt het alsof: “de totalitaire bewegingen van de vorige eeuw geen deel uitmaakten van het Westen.”  Volgens Gray een misvatting want die vormden: “ in werkelijkheid juist een hernieuwing van enkele van de oudste westerse tradities.” Welke tradities? Gray: “als er ‘iets’ is wat ‘het Westen’ definieert, dan is dat het nastreven van een verlossing in de geschiedenis. Datgene waarin de westerse beschaving zich onderscheidt van alle andere wordt niet zozeer gevormd door haar tradities van democratie en verdraagzaamheid, als wel door haar historisch teleologie, dat wil zeggen: door haar geloof dat de geschiedenis een inherent doel of bestemming heeft.” Dit geloof heeft tot vernietigende oorlogen en verschrikkelijke misdaden in concentratiekampen en goelags geleid. 

Nu zijn dergelijke massamoorden niet specifiek westers. In vroeger tijden werden er vaker wreedheden begaan en massa’s mensen vermoord. Dzengis Khan wist wat dat betreft ook van wanten. Wel specifiek voor het moderne Westen is volgens Gray: “de bepalende rol van het geloof dat geweld de wereld kan redden.” Dit specifiek westerse tintje heeft de radicale islam overgenomen. Dat is niet zo vreemd omdat het Westen en de islam elkaar al sinds de zevende eeuw beïnvloeden.

Zou de echte scheiding tussen ‘WIJ’ tegen “ZIJ” niet worden gevormd door het ‘geloof’ dat geweld de wereld kan redden?Schutter Tarrant deelt het geloof dat geweld de wereld kan redden met zijn tegenstrevers de radicale islamieten. Zij hangen de ‘zwarte mis’ aan om de titel van Gray’s boek te gebruiken. Zij hangen apocalyptische religies aan en jagen utopische visioenen na. Ik hoop dat ik met velen het geloof deel dat geweld de wereld niet redt.

Terroristisch oogmerk?

Soms lees ik iets en dan denk ik: wat staat daar nu? Zoiets overkwam mij vandaag. Als jullie dit lezen is dat in ieder geval gisteren. Wat las ik? Bij TPO las ik een artikel over een man die in augustus vorig jaar in Naaldwijk politieagenten met een mes zou hebben belaagd. De man was, zo bleek, ontoerekeningsvatbaar en heeft meerdere psychische stoornissen. Tot zover is er niets bijzonders. Behalve dan voor de betreffen man. Maar dan: “Aanvankelijk werd gedacht dat Al S. mensen belaagde met een terroristisch oogmerk, onder meer omdat hij ‘Allahu akbar’ zou hebben geroepen.” 

bron: Pixabay

Dat was het moment dat ik dacht: wat staat daar nu? Mensen belagen met een terroristisch oogmerk? Van Dale omschrijft terrorisme als: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Terreur is, volgens dezelfde Van Dale “georganiseerd politiek geweld.” Door met een mes te zwaaien wordt de regering of de bevolking van een land onder druk gezet? En datzelfde zwaaien is georganiseerd politiek geweld? Hoe panisch ben je als je in dergelijke woorden spreekt over iemand die met een mes zwaait?

Maar wat belangrijker is, is dat de man met dat mes zwaaide met een terroristisch oogmerk. Was terrorisme zijn doel? Laten we er voor dit betoog eens van uitgaan dat de man niet verward was maar echt geloofde in de heilige oorlog van zijn geloof tegen anderen. Zou hij werkelijk met terrorisme en terreur als doel met dat mes zwaaien? Nu kun je van IS en vroeger ook van de ETA en de IRA veel zeggen, maar niet dat zij streden met terrorisme en terreur als doel.  Hun doel was wat anders. Hun doel lag op het politieke vlak. Na een aanslag volgt steevast een verklaring waarin de dader of de groep die hij vertegenwoordigd uitspreekt dat de aanslag is gepleegd in de strijd tegen de ongelovigen, de bezetters van het land of voor  het dichterbij brengen van ‘gods paradijs op aarde’ of de onafhankelijkheid van het eigen volk of land. Geen enkele strijder zal roepen: ik heb de daad gepleegd voor terreur of terrorisme. 

Terreur is een middel dat kan worden ingezet om iets te bereiken. Een middel dat haar, zoals ik in Terrorisme schreef, te danken heeft aan een korte periode tijdens de Franse revolutie. Een middel dat door zowel de overheid als allerlei strijdgroepen kan worden gebruikt. In de strijd tegen de ‘paniek en angst’ zou het geen kwaad kunnen om zorgvuldig na te denken voordat we woorden als terreur, terrorisme en terrorist gebruiken

Terrorist en terreur

Terrorisme is een bijzonder onderwerp. Hele volksstammen zijn bang voor een ‘aanslag’ terwijl je meer kans loopt om door een auto omver gereden te worden. Of, bij wijze van spreken want dat is bij mijn weten niet onderzocht, te overlijden door een val van een keukentrap.

Ik heb de afgelopen tijd verschillende Prikkers aan dit onderwerp gewijd. De serie Wat was en IS in vier delen alwaar ik de wereld schetste waarin IS kon opkomen en Terrorisme waarin ik de bijzondere gedaantewisseling van de overheid van dader naar slachtoffer beschreef. Vandaag weer een want je leest soms bijzondere dingen zoals een stukje van Wout Willemsen bij De Dagelijkse Standaard.

Bron: Wikipedia

Willemsen beschrijft het door GeenStijl gelichte ‘doopceel’ van journaliste Ans Boersma die kortgeleden uit Turkije is gezet. Hij verbaast zich over het journalistenwereldje dat Boersma in bescherming lijkt te nemen. In het artikel de volgende passage: “Niet alleen geeft ze op haar blog toe dat ze, vlak voor de aanslagen op Charlie Hebdo, verliefd is geworden op een Arabier en een Syriër uit Saudie-Arabië als lifter meenam, ze schrijft ook nog eens: ‘Dat het lijntje tussen vrijheidsstrijder en terrorist zo dun is, fascineert mij. ‘t Zijn beide mensen namelijk, maar in plaats van dat onder ogen te zien, distantiëren we ons met krachttermen.’”

Over het suggestieve deel, dat het toegeven van verliefd zijn op iemand en het meenemen van een Syriër voor de aanslag op Charlie Hebdo niet hetzelfde is als instemmen met gruweldaden, wil ik het niet hebben. Het gaat mij om de verontwaardiging van Willemsen over Boersma’s uitspraak dat het lijntje tussen vrijheidsstrijder en terrorist dun is. Boersma heeft immers een punt.

Of iets als terrorisme wordt gezien, hangt af van het standpunt dat je inneemt. Neem de Vietcong. Die verzetten zich tegen het door de Verenigde Staten gesteunde dictatoriale bewind van Zuid-Vietnam. In de ogen van dat bewind én de Verenigde Staten, waren het terroristen. De Noord-Vietnamezen en vele anderen, dachten daar anders over. Saddam Hoessein kon de verzet plegende Koerden met recht en rede terrorist noemen, velen in de wereld dachten er anders over. Dat zou Assad nu trouwens ook kunnen doen. 

Zou het niet verstandig zijn om het woord terrorist en terroristische organisatie niet meer te gebruiken? Laten we de mens van de daad scheiden. Daden van terreur kunnen worden begaan door mensen in de hoedanigheid van vrijheidsstrijders, fanatieke aanhangers van een geloof of ideologie, maar ook door, al dan niet gesanctioneerd, door legers, politie-agenten en andere vertegenwoordigers van de overheid. Het zijn en blijven mensen die daden van terreur begaan. De terreurdaad maakt van hen niet ineens een aparte ‘soort’. 

Terrorisme

In de afgelopen vier Prikkers (Wat was en IS 123 en 4) gaf ik een historische schets waarin IS kon ontstaan. In deze Prikker blijf terrorisme het onderwerp. Onze overheid, de Nationaal coördinator terrorismebestrijding (Nctv), omschrijft terrorisme als volgt: “Terrorisme is het uit ideologische motieven dreigen met, voorbereiden of plegen van op mensen gericht ernstig geweld, dan wel daden gericht op het aanrichten van maatschappijontwrichtende zaakschade, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen, de bevolking ernstige vrees aan te jagen of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Ook terreurdeskundige Beatrice de Graaf lijkt terrorisme en terreur te zien als afkomstig van groepen die zich met geweld tegen de samenleving afzetten. In haar DWDD college noemt zij terroristen de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis’. Terreur als wapen van de zwakkeren. 

Door terrorisme en terreur op deze manier te framen blijft een heel belangrijk aspect van terreur buiten beschouwing. Een deel dat wel eens cruciaal zou kunnen zijn bij het bestrijden van terreur. Voor dat deel eerst naar het woord terrorisme. Terrorisme is, volgens de Van Dale: “het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van terreur.” Een ‘daad van terreur’ is, volgens dezelfde Van Dale: “georganiseerd politiek geweld.” Terrorisme is daarmee het onder druk zetten van een regering of bevolking door daden van georganiseerd politiek geweld. 

Bron: wikipedia

Terrorisme kan volgens deze definitie gericht zijn tegen de regering of bevolking. Volgens deze definitie is terrorisme ook georganiseerd politiek geweld van een overheid tegen haar bevolking. De overheid als terrorist? Dat klinkt vreemd in de oren. Toch is het niet zo vreemd als het klinkt. Als we teruggaan naar de oorsprong van het woord terreur dan komen we uit bij la Terreur met een hoofdletter na de Franse revolutie van 1789. In Liberté schreef ik er al iets over. De belangrijkste vertegenwoordiger van het programma dat ten grondslag lag aan de periode die nu la Terreur heet was Maximilian Robespierre en die was, volgens Palmer in Colton in de zesde editie van hun boek A History of the Modern World (pagina 376): “determined … to bring about a democratic republic made up of good citizens and honest men.” Om zover te komen moest men af van ‘slechte burgers’ en ‘oneerlijke mensen.” Hoe doe je dat? “A Committee of General Security was created as a kind of supreme political police. Disigned to protect the Revolutionary Republic from it’s internal enemies, the Terror struck at those who were in league against te Republic, and those who were merely suspected of hostile activities.” En dat was een uitgebreid palet aan mensen: “It’s victims ranged from Marie Antoinette and other royalist to the former revolutionary colleagues of the Mountain, the Girondin leaders; and before the year 1793-1794 was over, some of the old Jacobins of the Mountain who had helped inaugurate the program went also to the guillotine.” in totaal verloren zo’n 40.000 mensen hun hoofd en honderduizenden werden gearresteerd en vastgehouden.

La Terreur, de naam van deze periode is uiteindelijk in de negentiende eeuw als een leenwoord vanuit het Frans in het Nederlandse woordenboek verschenen. Terreur heeft haar naam dus te danken aan geweld van de overheid tegen haar burgers. Burgers die als een bedreiging werden gezien voor de Franse republiek. De Franse revolutionaire republiek is trouwens niet de enige die zich aan dergelijke terreur heeft bezondigd. De Russische, Chinese, Iraanse en anderen deden hetzelfde. Sterker, het lijkt min of meer eigen aan revoluties dat na de omwenteling een periode van terreur volgt. Terreur als middel van de machthebbers tegen de eigen bevolking. Stalin startte in 1934 met wat we nu de ‘grote zuivering’ noemen. Die periode volgde trouwens op een terreurcampagne tegen de ‘koelakken’, de boeren. Hitler startte in dezelfde periode met iets soortgelijks. Na de Rijksdagbrand van 1933 startte hij een terreurcampagne tegen zijn gevaarlijkste vijand, de communisten. Die verdwenen in het gevang en in speciaal ervoor gebouwde concentratiekampen. Kampen die later ook werden gevuld met socialisten en andere bedreigingen voor zijn regime. Mao deed het in China zelfs twee keer, eerst tussen 1952 en 1956 toen iedereen gelijkgeschakeld werd tot ‘nieuwe mens’ en vanaf 1966 onder de vlag van de ‘Culturele revolutie’. 

In de ruim tweehonderd jaar dat we het woord terreur kennen, is de dader ineens het slachtoffer geworden. Door deze bijzondere gedaantewisseling verdwijnt terreur door de overheid buiten beeld. Dit terwijl terreur door de overheid veel gevaarlijker is dan terreur door ‘klunzen en losers van de geschiedenis’. De overheid heeft immers het machtsmonopolie. En zoals ik in het laatste deel van Wat was en IS al schreef, staat de geschiedenis: “bol van ‘gesol’ door de machtigen. De onmachtige reageren op dit gesol, zij moeten zich hiertoe verhouden. De machtigen passen vervolgens hun gesol weer aan aan die reactie.”

Laten we eens met de originele bril van terreur, dus met de overheid als dader, naar reacties van overheden op aanslagen kijken. Na de aanslagen van 11 september verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan ‘terreur’ en Nederland ging hierin mee, net als alle andere westerse landen. Artikel 5 van de NAVO trad in werking: een aanval op één is een aanval op allen. In een oorlog gelden andere regels dan in een normale samenleving. Het normale recht wordt opzij gezet. Als we kijken naar de resultaten dan zien we dat dit tot zeer veel doden heeft geleid, dat past in het frame van een oorlog. In een oorlog schakel je je tegenstander uit en heten toevallige slachtoffers ‘collateral damage’. Het heeft tot heel weinig veroordelingen door een rechter geleid. Ook dat past in het oorlogsframe, daar geldt het oorlogsrecht. En dat werd, zie het voorbeeld van de gevangenen in Guantanamo Bay, zelfs opzij geschoven. 

Bron: Flickr 

Politie, inlichtingen- en veiligheidsdiensten kregen veel ruimere bevoegdheden tot het verzamelen van gegevens over mensen. In de strijd tegen het IRA-terrorisme kreeg de Britse politie in de jaren zeventig via de Prevention of Terrorism Act (PTA) uitgebreidere bevoegdheden waaronder het zonder aanklacht vasthouden van mensen gedurende minimaal 48 uur zonder dat de arrestant aanspraak kon maken op de rechten die een normale arrestant heeft. Neem de nieuwe Wet op de inlichtingen en veiligheidsdiensten (Wiv) in Nederland. Een bijzondere wet. Bijvoorbeeld artikel 39 lid 1: “De diensten zijn bevoegd zich bij de uitvoering van hun taak, dan wel ter ondersteuning van een goede taakuitvoering, voor het verzamelen van gegevens te wenden tot bestuursorganen, ambtenaren en voorts een ieder die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken.” Hiervoor hoeven ze zich alleen maar te legitimeren als zijnde van de inlichtingendienst een rechterlijk bevel is niet nodig. Of en zo ja hoe en met welke gevolgen die ‘bestuursorganen, ambtenaren en iedereen die geacht wordt de benodigde gegevens te kunnen verstrekken’ zo’n verzoek naast zich neer kunnen leggen, daar rept de wet niet over.

‘Als je niets verkeerds hebt gedaan, dan hoef je je daar geen zorgen over te maken’. Dat is een veel gehoorde reactie als iemand bezwaren maakt tegen deze extra bevoegdheden voor de overheid. Een argument dat geen hout snijdt. De geschiedenis van de Britse PTA laat zien dat ook onschuldige mensen het slachtoffer werden van deze wet. De Amerikaanse ervaringen met Guantanamo Bay laten iets soortgelijks zien. De Toetsingscommissie inzet bevoegdheden (TIB) die moet toezien op de toepassing van de Nederlandse Wiv constateerde in haar eerste rapport: “De TIB heeft het grootste deel van de verzoeken als rechtmatig beoordeeld. Tegelijk constateert de TIB dat in een aantal gevallen de door de minister verleende toestemming als onrechtmatig is beoordeeld.” Niets verkeerd doen is daarmee geen garantie dat je je ‘geen zorgen’ hoeft te maken. De overleden journalist Willem Oltmans zou erover mee kunnen praten. Hij ontving in 2000 achtmiljoen gulden schadevergoeding van de Nederlandse staat omdat die hem jarenlang had tegengewerkt en zijn reputatie had geschaad. Trouwens, zelfs als dit allemaal feilloos verloopt, dan nog is een overheid zoals de Britse, die mensen zonder aanklacht vasthoudt en die zonder tussenkomst van een rechter informatie over iemand verzamelt, een reden tot zorg. Dergelijk handelen, ook al is het gebaseerd op een wet, staat op gespannen voet met het zijn van een rechtstaat.

Zeker als we wat dieper in de overheid als ‘terorismebestrijder duiken.“Terrorismebestrijding in Nederland richt zich niet alleen op de gewelddaden zelf, maar ook op het traject daarvóór. Aan terroristische daden gaat een proces van radicalisering vooraf. Het streven is om radicalisering van groepen en individuen zo vroeg mogelijk te onderkennen, zodat met behulp van persoonsgerichte interventies voorkomen kan worden dat zij terroristisch geweld gaan plegen.” Zo is te lezen op de site van de Nctv en: “Deze combinatie van preventieve en repressieve maatregelen staat bekend als de ‘brede benadering’ en wordt al lange tijd met succes in Nederland toegepast.” Veiligheidsdiensten die radicalisering zo vroeg mogelijk willen onderkennen omdat het vormen van radicale gedachten een voorstadium kan zijn van het toepassen van geweld. Nu is radicaal een rekbaar begrip. Radicaal is volgens Van Dale: “iemand die verregaande hervormingen wil.” Maar wie bepaalt wat radicaal is? Wat voor de een een vergaande hervorming is, is voor de ander een eerste kleine stap in een bepaalde richting. Zo kun je met recht en rede betogen dat een pleidooi voor een basisinkomen een verregaande hervorming is. Het staat immers haaks op de gangbare opvattingen over de rol van onze sociale zekerheid. Een werkloosheidsuitkering stond echter ook jarenlang haaks op de gangbare opvattingen. Zelfs een democraat was eeuwenlang een radicaal. 

Iedereen loopt dus het risico om te worden gezien als radicaal en dus als potentieel subject van bemoeienis door de overheid. De Nctv hierover: Tegenwoordig gaat de grootste dreiging uit van een mondiale politiek-religieuze strijd: het jihadisme. Maar ook terrorisme uit andere hoeken, bijvoorbeeld rechtsextremisme, wordt tegengegaan. Het uitgangspunt is dat terrorisme dient te worden voorkomen en bestreden, ongeacht de ideologische achtergrond.” Daar waar de overheid van dader, slachtoffer van terreur is geworden, wordt de burger van slachtoffer potentieel dader. Een bijzondere positiewisseling waardoor terreur door de overheid niet lijkt te bestaan, terwijl dat de grootste bedreiging voor onze vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat is.

Natuurlijk moeten we proberen om te voorkomen dat verschrikkelijke aanslagen zoals die in New York, Londen, Parijs, Madrid, Berlijn enzovoorts worden gepleegd. Dergelijke aanslagen brengen veel leed met zich mee. Het zijn en blijven, om De Graaf te citeren, ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’. Klunzen en losers die niet van ons kunnen winnen, maar waar we wel van kunnen verliezen’ om die spreuk van Johan Cruijff nog maar eens te gebruiken. Overheidsacties gericht tegen groepen mensen en waarbij de groep niet duidelijk is afgegrensd, herbergen het risico om uit te draaien op terreur door de staat. Ervaringen uit het verleden laten zien dat er niets zo vernietigend is voor een samenleving als terreur door een staat tegen inwoners.

Bron: Wikipedia

Zoals al aangegeven, zijn er weinig daders van terrorisme voor de rechter verschenen. Deels omdat ze zichzelf van het leven beroofden en deels omdat ze werden gedood door veiligheidstroepen. Dat is jammer omdat de kracht van onze rechtstaat juist de rechtspraak zou moeten zijn: het eerlijke proces. Dat zou ook zo moeten zijn voor de partners van IS strijders die zijn nagereisd naar Syrië en Irak. Deze partners en hun kinderen wordt het nu bijna onmogelijk gemaakt om naar Nederland terug te keren. Dit terwijl zij in bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit. Zo laten we de sterke kant van onze rechtspraak onbenut en dat is een eerlijk proces, het uitzitten van straf en vervolgens weer als vrij burger genieten van de voordelen van onze vrije, open, inclusieve, democratische samenleving. Door te laten zien dat je fouten mag maken, maar dat je na je straf er weer bij hoort.

De weg naar winst maakt gebruik van en versterkt ondertussen de belangrijkste kenmerken van die vrije, open, democratische en inclusieve rechtstaat. Dat doet zij door mensen die geweld gebruiken op te sporen en volgens de normale procedures van het gewone strafrecht te  berechten. Dat doet zij door alle opvattingen en ideeën een plek te geven in het openbare gesprek en debat. Dat doet zij door uit te stralen dat iedereen erbij hoort. Dat doet zij door, zoals ik in Fraternité schreef, door vrijheid, gelijkheid en broederschap op een evenwichtige manier met elkaar te verbinden. Dat doet zij niet door het frame van de ‘oorlog tegen terrorisme’. Dat doet zij ook niet door de roep om meer en verdergaande bevoegdheden voor de overheid in de ‘strijd tegen terrorisme’. Dat doet zij niet door een overheid die zich via een Nctv gaat bezighouden met het denken van mensen en hun al dan niet ‘radicale’ opvattingen. Dat zijn maatregelen waardoor we ‘van ze kunnen verliezen’.