Uitgelicht

Geleuter over generaties

Een gedesillusioneerde generatie komt in opstand.” De kop boven een artikel van Daphné Dupont-Nivet en Jaap Tielbeke in De Groene Amsterdammer. “Het is de desillusie met dit apolitieke vooruitgangsoptimisme uit onze jeugd die verklaart waarom veel millennials de ideologische veren weer hebben opgeplakt. Onze generatie is minder bang om te polariseren of systeemkritiek te leveren, omdat we inmiddels weten dat de toekomst niet automatisch beter wordt. Vooruitgang vergt inspanning en politieke strijd, denken wij. Alleen zo kunnen we de beloftes van de jaren negentig misschien nog inlossen.” ‘Minder bang dan wie?’ Die vraag stelde ik mezelf toen ik het artikel las.

Bron: Pixabay

Beide auteurs zijn geboren in 1989 en beschrijven, om het kort te zeggen, hun leven tot nu toe. Hun zorgeloze jeugd in de jaren negentig van de vorige eeuw waarin ze mee kregen dat ze “alles konden worden wat we wilden, als we maar hard genoeg werkten en in onszelf geloofden.” Die jaren vatten ze treffend samen in de woorden van R. Kelly die in zijn jaren negentig hitje zong: “I believe I can fly. I believe I can touch the sky.”  Die jeugd werd op 11 september 2001 wreed verstoord en toen ze in 2008 volwassen werden stortte de economie in en werd duidelijk dat dat geloof in jezelf niet meer voldoende was. Of zoals ze zelf schrijven: “Nu onze dertigste verjaardag nadert moeten we vaststellen dat veel van die beloftes niet zijn ingelost. We joegen onze dromen na, maar behaalden onze diploma’s toen de economie in duigen lag. We vertrouwden op de deskundigheid van economen, maar kwamen erachter dat hun modellen de kiemen plantten voor sociale en ecologische ontwrichting. Het optimisme van de jaren negentig komt ons nu, turend in de achteruitkijkspiegel, ronduit naïef voor.” Maar nu zijn ze wakker: “De klimaatspijbelaars hebben de hoop opgegeven dat internationale onderhandelingen tot een happy end leiden. Of misschien hebben ze die hoop nooit gekoesterd en zijn ze wel boos, maar niet teleurgesteld, omdat ze niet anders gewend zijn. Dat is het verschil met de generatie boven hen, met onze generatie, die lange tijd het volste vertrouwen had in de instituties die in het leven waren geroepen om grensoverstijgende problemen het hoofd te bieden.” Beste auteurs hebben jullie de generatie boven jullie gevraagd naar dat vertrouwen in die instituties?

Gelukkig constateren ze dat herinneringen selectief zijn. Dat er ook al in de jaren negentig een ander geluid te horen was. Het systeem kritische geluid dat bijvoorbeeld van Naomi Klein verwoordde in haar boek No Logo. Klein stond hierin niet alleen, zo ‘ontdekken’ de auteurs: “En in het jaar dat R. Kelly zijn debuutalbum Born into the 90s uitbracht, schreeuwde Zack de la Rocha, leadzanger van rockband Rage Against The Machine, de longen uit zijn lijf om structureel racisme aan te kaarten in hun debuutsingle Killing in the Name.” De auteurs constateren: “Misschien moeten we juist putten uit die alternatieve erfenis, die niet alleen bij ons, maar ook in het collectieve geheugen ondergesneeuwd is geraakt.” Beste auteurs, hoe komen jullie erbij dat die alternatieve erfenis ondergesneeuwd is geraakt?

Die erfenis staat in een lange traditie. “You’ll go quietly to boot camp. They’ll shoot you dead, make you a man. Don’t you worry, it’s for a cause. Feeding global corporations’ claws!” Aldus een stukje tekst uit  We’ve got a bigger problem now van mijn favoriete punkband Dead Kennedys in 1981. De wereld kampte toen met de angst voor ‘de bom’ en leed onder de gevolgen van de tweede oliecrisis. Voor of tegen de bom? Voor of tegen kraken? Ja aan dat kraken danken jullie, de jongeren van tegenwoordig, het goedkope anti-kraak wonen. Voor Den Uyl of voor Wiegel? Een tijd waar je als jongere kon fluiten naar een baan. Een tijd van polarisatie en systeemkritiek die zo midden de jaren zestig begon. In die periode, in 1972, kwam de Club van Rome met haar rapport Grenzen aan de groei. In dat rapport werd geconcludeerd dat: “De mensheid ( niet) kan (…) blijven doorgaan zich met toenemende snelheid te vermenigvuldigen en materiële vooruitgang als hoofddoel te beschouwen, zonder daarbij in moeilijkheden te komen. (…) Dat betekent dat we de keuze hebben tussen nieuwe doelstellingen zoeken teneinde onze toekomst in eigen handen te nemen, of ons onderwerpen aan de onvermijdelijk wredere gevolgen van ongecontroleerde groei.” Ook toen wisten we dat de toekomst niet ‘automatisch’ beter werd. Dat daar inspanning en soms strijd voor nodig is.

Nee, ‘jullie generatie’ staat niet alleen als het ‘polariseren en systeemkritiek’ betreft. En nu we het toch over jullie generatie hebben. Zoals jullie zelf al constateren bestaat die uit mensen met zeer verschillende meningen. Met als uitersten aan de ene kant de aanhangers van de ‘intersectionaliteit’. “Alle vormen van ongelijkheid (op basis van onder andere huidskleur, gender, seksualiteit, klasse, leeftijd, opleidingsniveau) staan met elkaar in verband en moeten ook zo bestreden worden. Alleen zo valt te begrijpen hoe verschillende vormen van onderdrukking samenkomen, zich manifesteren en elkaar versterken. … Ze combineren wokeness met kapitalismekritiek.” Zo vatten jullie die leer kort samen. En aan de andere kant alt-right’: “de frisse politieke wind (…) die niet met de consensuscultuur meewaait.”  Een wind die wordt belichaamd, zo schrijven jullie door Thierry Baudet en die: “Een cultuuroorlog in gang zet(…); eentje die de maatschappelijke omwentelingen die sinds mei 1968 hebben plaatsgevonden (‘de massale immigratie, de euromunt, de kaalslag in het onderwijs, het multiculturalisme, de schaamte voor onze eigen geschiedenis en de culturele zelfhaat’) terugdraait.” Daarmee doen jullie Baudet tekort  die wil, zo begrijp ik hem, liever terug naar de achttiende eeuw.

Die verdeeldheid geldt niet alleen voor ‘jullie’ generatie. Die geldt voor alle generaties. Een generatie is niets meer en ook niets minder dan een groep mensen met ongeveer dezelfde leeftijd. Het zegt niets over de manier waarop ze naar de wereld kijken. Het onderscheid tussen progressief en conservatief om die oude termen maar weer eens van stal te halen, is geheel eigen aan de mens, niet aan een ‘generatie’. De ene mens is avontuurlijk ingesteld, de andere blijft het liefst in zijn vertrouwde wereldje zitten. Als jullie de geschiedenis bestuderen, dan zullen jullie zien dat progressieve en conservatieve periodes elkaar opvolgen. De huidige, conservatieve volgde op de gepolariseerde verhoudingen uit mijn jeugd. Die weer volgde op de conservatieve na-oorlogse periode die weer volgde op de extreem gepolariseerde verhoudingen van de jaren dertig van de vorige eeuw. Een periode die eindigde met de de Tweede Wereldoorlog. En zo kunnen we doorgaan. Dat een periode ‘conservatief’ is, wil niet zeggen dat ‘progressieve’ krachten ontbreken. Omgekeerd trouwens ook niet. Kapitalisme-kritiek is al zo oud als het kapitalisme. Lees Marx om er een te noemen. Kritiek op de ‘vooruitgang’ trouwens ook. Lees Plato of Rousseau. Al zullen die zeggen dat er sprake is van ‘achteruitgang’. Waar ze het allemaal over eens waren was dat de ‘toekomst niet ‘automatisch’ beter werd.

Zoek in de strijdt voor ‘vooruitgang’ of ‘behoud’ naar de verbinding met mensen van alle leeftijden. Lees het werk van Klein, Marx, Plato en Rousseau. Praat met de ouderen en leer van hen. Leer van hen door naar hun ervaringen te vragen. Leer van: “Hoopvolle burgers (die) de zwaarbewapende grenswachten (trotseerden) en trokken eigenhandig het IJzeren Gordijn naar beneden.” Die: “streden (…) voor dezelfde idealen als waar onze generatie nu voor vecht.” Leer van hen en van hun ervaringen. Dat voorkomt eerder gemaakte fouten en maakt de kans groter dat successen worden herhaald. Zoek naar verbinding en stop met dat ‘generatie geleuter’! Dat zaait alleen maar verdeeldheid.

Van ‘rechtsmensen’ die ‘links’ voorbij gaan

Ja ik lees het goed, Jan Gajentaan schrijft het echt in zijn artikel bij Opiniez. In zijn artikel geeft hij een definitie van wat een ‘rechtsmens’ volgens hem is. De ‘linksmens’ is, volgens hem, het tegenovergestelde daarvan. Waaraan herken je die ‘linksmens’? Een ‘linksmens’: 1. wil een grote overheidsbemoeienis en een grote overheid; 2. betaalt liever teveel belasting dan te weinig; 3. is gesteld op onrecht en chaos; 4. wil de grenzen wagenwijd openzetten voor migranten; 5. heeft een gesloten houding tegenover andere culturen en vindt zijn normen en waarden ondergeschikt aan die van anderen. Dat is precies het tegenovergestelde van de omschrijving die Gajentaan geeft van de ‘rechtsmens’. Wie herkent zich hierin?

go-left-or-right-160713_1280

Illustratie: pixabay

Gajentaan noemt de vergelijking: “simpel en karikaturaal.” Al kun je je afvragen of hij dat meent want hij vervolg met: “maar zolang we in Nederland geen realo-linkse beweging zien van enige importantie zoals in Denemarken, denk ik dat we het grosso modo zo kunnen stellen.” Zo daar wordt even een deel van de Nederlandse samenleving afgeserveerd als niet realistische ‘Gekke Henkie’. 

Nu is Gajentaan ook niet zuinig voor zijn collega ‘rechtsmensen’. Want er zijn er die: “al dan niet met financiële stimulans van George Soros – zwaar overhellen naar links.” Bovendien weten die ‘rechtsmensenbroeders’ van Gajentaan elkaar maar niet te vinden: “door de polarisatie en het mechanisme van uitsluiting, is “rechts” onderling zo verdeeld geraakt.” Dit tot zijn grote spijt. Gajentaan pleit ervoor dat: “er aan de rechterkant van het politieke spectrum gewerkt moet worden aan bundeling door gematigde krachten.” Bij die bundeling van ‘realo rechtse’ kracht, bijzonder dat gebruik van het woord realistisch om de eigen positie te beschrijven, zullen partijen: “zich moet(en) inzetten om de verschillen tussen VVD, CDA en SGP enerzijds en PVV en FvD anderzijds te verkleinen of in ieder geval behapbaar te maken.” Is de hele rechterkant ineens gematigd?

Als dat niet gebeurt dan hebben: “D66 en in de nabije toekomst ook GroenLinks, de wippositie (…) overgenomen die vroeger in handen was van het CDA.” En is: “Linksradicalisme (…) bon ton geworden.” Net a;s in Duitsland waar: “Die Linke en de Groenen worden geprezen als coalitiepartners om aan samenwerking met de AfD te ontkomen.”

Kun je na zo’n verhaal constateren dat ‘rechtsmensen’ die van recht en orde houden, openstaan voor andere culturen, de eigen waarden hooghouden en die zo realistisch zijn, dat ze elkaar de tent uit vechten?

Middelmaat

Het advies van TPO-baas Bert Brussen aan de schrijvers van de brief in de Volkskrant naar aanleiding van de uitspraken van minister Blok: “Beste BN’ers, wij verzoeken u dringend om uw verantwoordelijkheid te nemen. Stop met het inspelen op het alsmaar groeiende moralisme en de door subsidie in leven gehouden hang naar middelmaat in onze samenleving. Stop met het uithollen van meningen op social media. Stop met het voeden van een tweedeling tussen een fictief ‘wij’ (de goeden die in de grachtengordel wonen) en ‘zij’ (extreem rechtse racisten die fout zijn want Baudet of Wilders stemmen).”  Volgens Brussen moeten de BN’ers stoppen omdat: “De effecten hiervan op onze samenleving zijn ontwrichtend, polariserend, en hebben reële effecten op echte mensen. Op Nederlanders, die net zo normaal en gewoon zijn als alle anderen. Nederlanders die het verdienen met respect vertegenwoordigd te worden door hun BN’ers.” Beste meneer Brussen, waarom houdt u en uw platform TPO zich niet aan uw eigen advies?

Bert Brussen

Foto: Flickr

Zouden er geen: “middelmatige maar uiterst hinderlijke moralisten in onze maatschappij zich gesterkt,” voelen door uw en andere berichten op uw platform? Berichten die: “onze vreedzame samenleving onder druk,” zetten? Berichten die: “vele andere ‘geëngageerde’ talentlozen op social media hun hetze tegen iedereen die anders is en wel geld verdient door er hard voor te werken,” legitimeren. Leest u de reacties op berichten op uw site wel eens? Het lijkt wel alsof u en iedereen die bericht op uw platform: “niet doorheeft dat die mening daardoor steeds waardelozer wordt en steeds verder raakt uitgehold. Steeds waardelozer naar de kant van grijsheid, middelmaat en humorloosheid.”  

Beste meneer Brussen op uw platform mag u schrijven wat u wilt. U mag iedereen, bekendere, zoals Jan Dijkgraaf en kamerlid Ronald van Raak, en onbekende Nederlanders een podium bieden om hetzelfde te doen. U mag afgeven op die andere ‘BN-ers’. U en de uwen mogen geloven dat: “Om te beginnen (…) minister Blok niets anders dan de waarheid (heeft) gesproken,” zoals u ‘conculega-BN-er’ Jan Roos bij De Dagelijkse Standaard beweert. Dat mag u allemaal. U mag ook vinden dat u en de uwen boven de middelmaat uitsteken. Dat u en de uwen de enigen zijn die ‘Nederlanders met respect vertegenwoordigen’ en zo depolariserend werken. Die ‘andere BN-ers’ mogen echter op andere kanalen hun mening verkondigen waarvan zij vinden dat die hoogwaardig is en hun versie van de waarheid geven. 

Maar, beste meneer Brussen, zou het niet beter zijn als u en uw ‘BN-ers’ in gesprek zouden gaan met die andere ‘BN-ers’? In gesprek om weg te komen van die door u verafschuwde ‘middelmaat’? Zou dat niet een goed voorbeeld zijn voor die: ‘middelmatige maar uiterst hinderlijke moralisten in onze maatschappij’ en die ‘geëngageerde’ talentlozen op social media’? Zou dat niet een reëel, verbindend en depolariseren effect hebben om echte mensen? Worden de Nederlanders dan niet met respect vertegenwoordigd door ‘hun BN-ers’? Misschien leidt dat gesprek wel tot hoogwaardige middelmaat tussen de uitersten.

 

De eigen schaduw

Deze week stelde een wethouder mij de volgende vraag: “Wat wordt de uitslag op 15 maart?” Aangezien ik geen glazen bol heb en er ook niet in geloof, kon ik daar weinig zinnigs op zeggen. Ik antwoordde: “Ik denk dat er veel partijen zullen zijn die tussen de vijftien en de vijfentwintig zetels zullen krijgen.” Als je de laatste peilingen bekijkt, dan lijkt het die kant op te gaan. Een kabinet zal dan uit vier misschien wel vijf partijen moeten bestaan om te kunnen steunen op een meerderheid in de Tweede Kamer en dan laat ik de Eerste Kamer voor het gemak maar even buiten beschouwing.

schaduw

Foto: Dagboek van een fotogek

Vervolgens vertelde ik hem iets wat al langer in mijn hoofd speelt. “Zou het dan niet goed zijn als er vervolgens een niet aan een partij gebonden persoon wordt gezocht die wordt benoemd tot minister-president?” Een persoon die vervolgens een kabinet samenstelt dat zonder regeerakkoord aan de slag gaat met de problemen en vraagstukken die er liggen en zich aandienen. Een kabinet dat samen met alle partijen in de kamer naar meerderheden voor beleid zoekt. En die meerderheden kunnen per vraagstuk verschillen. Zou dat een manier zijn om uit de huidige gepolariseerde situatie te komen?

Een dergelijk kabinet is niet gebonden aan een knellend regeerakkoord, een compromis waar zelden iemand echt blij van wordt. Partijen hoeven dan geen water bij de wijn te doen. Ze kunnen vasthouden aan hun eigen programma, steunen wat bij hen past en oppositievoeren tegen dat waar ze niet achter staan.

Een dergelijk kabinet hoeft geen rekening te houden met herverkiezing. Het hoeft geen verantwoording aan de kiezer af te leggen, dat moeten de partijen doen die de voorstellen van het kabinet wel of niet hebben gesteund. Zou zo’n kabinet daardoor los van de waan van de dag kunnen opereren? Het hoeft immers geen rekening te houden met peilingen, verkiezingen voor andere bestuursorganen en allerlei andere zaken die nu voor onrust in regering en parlement veroorzaken. Zou dit ervoor kunnen zorgen dat de almaar verder gaande polarisatie in de politiek en de samenleving een halt wordt toegeroepen?

Dan moeten de politieke partijen en politici wel over hun eigen schaduw stappen en zo’n persoon benoemen (wie kent er iemand die dit zou kunnen en boven de partijen staat?). Zouden de ego’s dat kunnen?

Racism or no racism? That’s the question

Ook de opiniesite Joop besteedt aandacht aan het rapport Integratie inzicht? van het Sociaal Cultureel Planbureau. In een artikel met als titel Witten minder bang voor niet-witten, discriminatie neemt toe worden de uitkomsten besproken.  En ik moet zeggen, ik raak ervan in de war. Niet van de uitkomsten van het SCP-rapport, maar van het taalgebruik in het artikel.

Joop gebruikt steevast ‘wit’ waar vroeger over ‘blank’ werd gesproken. Daar zit de verwarring niet. Het wordt verwarrend als de rest op één ‘hoop’ wordt gegooid en die hoop wordt ‘niet-wit’ genoemd.  Die ‘hoop’ omvat onder andere de Surinaamse-Nederlanders en Marokkaanse-Nederlanders. En dan raak ik in de war. Want zijn er niet ook ‘witte’ Surinaamse-Nederlanders? Zijn trouwens alle ‘witte’ Nederlander, of zijn er ook ‘witte’ niet-Nederlanders.

kleurrijk-nederlandFoto: www.arenapoort.nl

Dit wordt cruciaal bij de Marokkaanse-Nederlanders. Het wordt cruciaal omdat het grote probleem juist bij de Marokkaans-Nederlandse jongeren ligt, want die, zo lees ik, “ hebben het meeste last van een gebrek aan acceptatie. Zij lijden het meest onder vooroordelen en kunnen niet rekenen op een positieve dan wel onbevangen houding onder witte Nederlanders.” Hoe ‘niet-wit’ zijn die Marokkaanse-Nederlanders eigenlijk? Als een Marokkaanse-Nederlander ‘niet-wit’ is, hoe ‘wit’ is dan een ‘witte Nederlander’ met zwart haar en een wat donker getinte huid? Hoort een Spaanse-Nederlander bij de ‘witten’ of de ‘niet-witten’?

Loopt Joop zo niet vast met het gebruiken van de termen ‘wit’ en ‘niet-wit’? Als ‘kleur’ het probleem zou zijn, zouden Spaanse- en Italiaanse-Nederlanders dan niet evenveel last moeten hebben van een gebrek aan acceptatie? Laat het voorbeeld van de Marokkaanse-Nederlander niet zien dat de ‘kleur’ niet het probleem is? Zouden er andere oorzaken zijn waardoor Marokkaanse-Nederlanders achtergesteld worden?

Joop concludeert dat de opstellers van het rapport in “de gebruikelijke bedekte termen” schrijven, “waarbij het signaleren van wit racisme angstvallig vermeden wordt.” Zou het kunnen dat de onderzoekers juist wel de nuancering aanbrengen die Joop onder het ‘racisme tapijt’ veegt? Dat een mens iemand die op hem lijkt eerder kiest dan iemand die niet op hem lijkt is menselijk. Dat laten de SCP onderzoekers ook zien, zij constateren (op pagina 16)  immers dat onder andere ook Marokkaanse-Nederlanders zich sterk met de eigen groep identificeren. Dat we ons daarvan bewust moeten zijn en die neiging moeten onderdrukken staat als een paal boven water. Zou het helpen door daar het label discriminatie of zoals Joop doet, racisme op te plakken? Of zouden we dan nog verder van huis raken?

 

 

WC Eend en de rechtspraak

De meeste rechters stemmen D66 en dat betekent dat de ‘D66 opvattingen in de rechtszalen dominant’ zijn. Die rechters kunnen nooit ‘betrouwbaar en onafhankelijk’ zijn. Wilders heeft het er vaak over en nu maakt Bert Brussen bij ThePostOnline zich weer druk. Nu weer naar aanleiding van uitspraken van Geert Corstens, de oud-president van de Hoge Raad. Volgens Corstens is de essentie van het zijn van rechter, dat je je eigen opvattingen ter zijde schuift, niet vooringenomen bent en onpartijdig oordeelt. Dit lijkt mij een uitstekende omschrijving van de functie van rechter.

wc-eend

Foto: langleveeuropa.nl

Deze uitspraak verleidt Brussen ertoe om uit te halen naar de rechterlijke macht, die vol zit met D66-‘WC’eend-rechters’ die beweren dat ze onafhankelijk en betrouwbaar zijn. “Waarom dat zo is kan Corstens zelf ook niet onderbouwen. Daar moet het volk zomaar in geloven, zoals Corstens zelf in 1968 besloot zomaar te gaan geloven in het maakbare paradijs wat voor eeuwig waar zal zijn,” aldus Brussen.

Beste meneer Brussen, zou u de rechterlijke macht wél vertrouwen als het een precieze afspiegeling zou zijn van de actuele politieke verhoudingen? Lijkt me, gezien de steeds wisselende peilingen, lastig om dat actueel te houden. Wat heeft een individuele crimineel aan een volledig aan de politieke voorkeuren gespiegelde rechterlijke macht? Die krijgt te maken met één recht (en soms drie), hoe kan die ene rechter een goede afspiegeling zijn? Moet die ene rechter bijvoorbeeld voor éénvijfde PVV, een tiende PvdA enzovoort standpunten vertegenwoordigen en dus een persoonlijkheidsstoornis hebben? Dan zou ik me pas zorgen maken.

Hoe ziet u dat voor zich? Wilt u de verdachte bijvoorbeeld het recht geven om een rechter van de eigen kleur te kiezen of geeft u dat recht aan het slachtoffer? Hoe moet dat dan in een zaak met meerdere daders en/of slachtoffers van verschillende politieke voorkeuren?

Nog iets beste meneer Brussen, ook een PVV rechter kan niet bewijzen dat hij betrouwbaar en onafhankelijk is. Geen enkele rechter kan dat en toch is het een belangrijke pijler onder onze rechtstaat. Daaraan twijfelen is twijfelen aan de rechtstaat zelf. Daarop moeten we vertrouwen. Bovendien zijn uitspraken van rechters aan te vechten via beroep en hoger beroep en als laatste cassatie bij de hoge raad.

Niet links. Rechts!

Links heeft het weer gedaan. In de Volkskrant haalt Leon van de Weijgaert (voormalig klinisch psycholoog en taxateur) ongenadig hard uit naar ‘links’. Het linkse gedachtegoed heeft zich met brutale vanzelfsprekendheid de publieke ruimte (onderwijs, media, rechterlijke macht) toegeëigend, zo beweert de auteur.

linksrechts_cartoon_krewinkelkrijstIllustratie: KrewinkelKrijst

Neem het onderwijs. Docenten op de school van zijn kleindochter hadden hun ongenoegen over Trump uitgesproken en het kind had, hoewel ze ‘behoorlijk assertief is’ geen weerwoord durven geven uit angst voor mogelijke repercussies. Daaruit concludeert Van de Weijgaert dat er: “nog steeds geen ruimte voor leerlingen (is) om meningen te verkondigen die niet aansluiten bij het linkse gedachtengoed dat in het onderwijs de mainstream vormt.” Of er ‘repercussies’ dreigden is niet bekend en wellicht is de kleindochter in de klassensituatie toch wat minder assertief dan bij opa. Een stevige conclusie op basis van een ‘gevoel’ van zijn kleindochter.

De media: “Programma’s bij de NPO die moeten bijdragen aan de publieke meningsvorming zijn vrijwel allemaal in linkse handen.” Beste meneer Van de Weijgaert, het publieke bestel kent vele omroepen van verschillende signaturen. Waarom spreekt u WNL of Powned niet aan? Als ze nu nog te klein zijn om een beter uitzendtijdstip te bedingen, zorg dan dat ze groter worden.

Als laatste de rechterlijke macht waarvan, volgens Van de Weijgaert, 70% links-liberaal stemt en dat kan niet: “Het is dan ook zaak dat de werkelijk historisch-politieke verhoudingen gerepresenteerd worden in de rechterlijke macht.” Die scheve verhouding moet worden rechtgetrokken en daarom roept hij op tot de emancipatie van rechts.

Ja, waarom kiezen ‘rechtse’ mensen voor een baan als manager bij een groot bedrijf, als advocaat of als bedrijfsjurist en niet voor een publieke functie als rechter of docent? Zou dat met het aanzien te maken kunnen hebben? Zou dat met de verdiensten te maken kunnen hebben? Zou dat vooral komen omdat werken voor de gemeenschap mensen met een socialere instelling meer trekt dan mensen die voor roem en succes gaan? Roem en succes die veeleer in het bedrijfsleven zijn te behalen en laat dat nu worden gedomineerd door ‘rechtse’ mensen.

Beste meneer Van de Weijgaert, moet u in plaats van af te geven op ‘links’ niet tot uw ‘rechtse broeders’ richten en hen oproepen om een publieke, minder roem en geld brengende functie te gaan vervullen?