Uitgelicht

Election files 8: de SP geanalyseerd

In de vorige prikker in de serie Election Files besprak ik het verkiezingsprogramma van de VVD. Nu is Nu de mensen, het verkiezingsprogramma van de Socialistische Partij (SP) aan de beurt1. “ Wij maken analyses en we doen voorstellen, we controleren de macht en besturen waar mogelijk graag mee,” 2 schrijft de partij. Aangezien Nederland tot op heden altijd door een coalitie van twee of meer partijen werd geregeerd en de SP nog nooit heeft mogen deelnemen aan een regering, heeft de partij nooit naar compromissen hoeven te zoeken. Dit betekent dat ze in haar daden op landelijk niveau altijd recht in haar eigen leer kon blijven. Omdat de partij de nadruk legt op het maken van analyses, concentreer ik me daarop. Daarop en op de voorstellen die ze daarbij doen. Het programma van de SP bevat tien hoofdstukken waarbij ieder hoofdstuk op een voor de partij belangrijke waarde bevat.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen. Aan die analyse schort wat. Of correcter geformuleerd, het schort aan analyse. Het programma staat vol met voorstellen maar het ontbreekt aan:“onderzoek dat of uitleg die duidelijk maakt hoe iets in elkaar zit,” zoals de Van Dale het woord analyse uitlegt. Die analyse ontbreekt bij de diverse onderwerpen en op het totaal. Dat gaat knellen in de combinatie van voorstellen die inzet van menskracht vraagt: extra docenten, artsen, verplegenden en verzorgenden, politieagenten, rechters en zelfs boeren. Waar dat personeel vandaan moet komen blijft in het ongewisse. Ook blijft in het ongewisse wie alles gaat betalen. Bij de milieu paragraaf wordt duidelijk dat het niet ‘de mensen’ zijn die gaan betalen. Het eerste wat me daarbij te binnen schoot was een cynisch: gaan ze dan de dieren vragen om de rekening te betalen? Dit maakt dat het programma een soort wensenlijst is waar je verlekkerd naar kijkt, maar waarvan de rekening toch betaald moet worden en omdat het niet aannemelijk is dat dit de dieren zijn, zullen dat toch de mensen zijn. De bedrijven en dan vooral de grote bedrijven klinkt sympathiek maar die leggen de rekening door naar ‘de mensen’. Voor de goedkopere energie die de partij wil geldt hetzelfde ook die betalen de ‘de mensen’. Betalen als consument, belastingbetaler (burger), als werknemer of als aandeelhouder.

“Is de politiek nog te vertrouwen?” 3 Die vraag stelt de SP in haar programma. De partij constateert dat het“In verkiezingstijd gaat (…) over personen; wie het meest populair is. Verkiezingen zouden echter moeten gaan over de koers van het land; waar we naartoe willen.” Een constatering die sterker geformuleerd kan worden: ‘verkiezingen gaan over de koers van het land’. De rest is overbodig en maakt het minder sterk. Ik mis echter de onderbouwing, de analyse. Waarom gaan verkiezingen over de koers van het land? Gaan ze wel over de koers van het land? Wie kiezen we en wie kiezen we niet? En waar zouden we daarbij op moeten letten? We kiezen mensen die ons vertegenwoordigen en noemen ze volksvertegenwoordigers. Zij vertegenwoordigen ons maar niet in alles. Zij vertegenwoordigen ons bij het stellen van kaders of wetten. Zij zijn de enigen die wetten mogen vaststellen. Wetten die ons en de overheid binden. Zij vertegenwoordigen ons bij het toezien op de naleving van die wetten. Als laatste vertegenwoordigen ze ons bij het benoemen van een regering.

De laatste dertig jaar is geleidelijk iets veranderd. Vertegenwoordiger werd steeds meer ‘spreken namens’ het volk in de zin van de mening van het volk met betrekking tot iets verwoorden. Een verandering die ertoe heeft geleid dat er aan de ene kant partijen zijn die ‘dicteren’ wat ‘het volk’ vindt en dat zolang herhalen dat een deel van de mensen dat ook gaat vinden en aan de andere kant heeft geleid tot het proberen een afspiegeling van het volk te zijn: evenveel mannen als vrouwen, als 10% van de mensen religie X aanhangt, dan moet ook 10% van de volksvertegenwoordigers religie X aanhangen. En juist dat ‘willen spreken namens het volk’, zou wel eens de oorzaak kunnen zijn van vertrouwensverlies. Want door het willen zijn van spreekbuis van het volk, komt de eigenlijke rol van de volksvertegenwoordigers in de knel. Daar ontstaat de ervaarde kloof tussen ‘het land en de Haagse stolp.’ De kloof tussen de grote woorden die nodig zijn om als vertegenwoordiger gehoord te worden en de realiteit van het maximaal haalbare compromis. Als je het vertrouwen in volksvertegenwoordigers wilt herstellen, dan moet je eerst onderzoeken waardoor dat vertrouwen is verdwenen. Want pas dan kun je bepalen of: “ volledige openheid geven over alle giften en (…) (het in)voeren een verbod in op sponsoring door bedrijven en op financiering vanuit het buitenland,” 4 een goed middel is om het vertrouwen in volksvertegenwoordigers te herstellen. Een begin van een analyse, geen complete maar toch. In het SP-programma ontbreekt de analyse.

In het eerste hoofdstuk – Een democratisch land – gaat de partij meteen naar de voorstellen. Als eerste: “ We willen Nederland radicaal democratiseren. Niet politici maar burgers horen het laatste woord te hebben. Te vaak zien we bestuurders dingen doen waar mensen nooit voor hebben gekozen.” Om daar een einde aan te maken, krijgen we: “het recht om de politiek terug te fluiten, op het moment dat die besluiten neemt die mensen echt niet willen. Een bindend en correctief referendum op nationaal, provinciaal en lokaal niveau is een speerpunt van onze partij.” 5 Hier wordt een oplossing gepresenteerd, zonder analyse. Inderdaad gebeuren er dingen waar mensen niet voor hebben gekozen, meestal zijn er echter ook mensen die wel voor die dingen hebben gekozen. De meeste besluiten en dus zaken die bestuurders doen, zijn compromissen waarbij verschillende belangen worden afgewogen. Een nadeel van een compromis is dat niemand zijn zin krijgt en er dus altijd wel iets is waar je bezwaar tegen hebt. Wij kiezen onze volksvertegenwoordigers om die afweging voor ons te maken. Op dat gebied vertegenwoordigen zij ons. Een correctief referendum fietst daar dwars doorheen. Het zaagt aan de poten van de volksvertegenwoordiging. Die kan dan alleen nog maar besluiten nemen onder voorbehoud. Onder voorbehoud dat er geen referendum komt dat het besluit ongedaan maakt. En als het besluit ongedaan is gemaakt, kan het hele circus weer opnieuw beginnen. Bij een correctief referendum wordt alleen JA of NEE gezegd tegen bijvoorbeeld een wet. Als het antwoord NEE is, is er geen wet maar dat wil niet zeggen dat het probleem waarvoor de wet een oplossing moest bieden niet meer bestaat. Dat bestaat nog steeds en er moet weer een nieuwe wet worden gemaakt. Een nieuwe wet die ook weer weggestemd kan worden. Het recent gevallen kabinet Schoof maakte duidelijk dat draagvlak belangrijk is voordat je een besluit neemt. Gebrek aan draagvlak voor het besluit leidt tot ellende, stagnatie en ruzie. Het leidt tot stilstand juist bij onderwerpen waar de meningen sterk verdeeld zijn. In ieder geval ontbreekt een goede analyse van waar het aan schort en een onderbouwing waarom het correctieve referendum daar de beste oplossing voor is. Dus of: “referenda zijn niet populistisch, maar een versterking van onze democratie,’ is geen wet van Meden en Perzen.

De tweede maatregel gaat verder dan corrigeren: “We geven bewoners echte zeggenschap over hun buurt, hun eigen leefomgeving. Participatie of inspraak wordt nu te vaak niet serieus genomen door gemeenten en/of organisaties en moet daarom beter verankerd worden. Bewoners die zelf voorzieningen als ontmoetingsplekken of parken willen inrichten en beheren, moeten daar financieel en organisatorisch toe in staat gesteld worden en worden altijd verkozen boven organisaties van buitenaf.” 6 Als je Nederland dan werkelijk radicaal wilt democratiseren, dan biedt de weg die Roslyn Fuller in haar boek In Defence of Democracy beschrijft meer perspectief. Zij pleit ervoor om democratie door te ontwikkelen van een vertegenwoordigende naar een directe. En nee, geen directe democratie via referenda maar door samen het gesprek aan te gaan en samen naar oplossingen te zoeken. In een directe democratie: “Kiezers hebben geen goedkeuring van anderen nodig om hun eigen stem uit te brengen, noch zijn ze verplicht om het met anderen eens te zijn over een lange lijst van kwesties om invloed te kunnen uitoefenen. Als je hard wilt optreden tegen criminaliteit, maar drugsbezit daar niet onder verstaat, dan is dat jouw keuze.” 7 Dus niet alleen het parkje en bij bedrijven maar ook directe zeggenschap in het bestuur van het land, de provincie en de gemeente. Dan hoeft het vertrouwen in volksvertegenwoordigers niet meer te worden gewonnen.

“In grote delen van het land verdwijnen belangrijke voorzieningen zoals bibliotheken, wijkcentra en zwembaden, omdat die niet ‘rendabel’ zouden zijn. Wij stoppen deze kaalslag. Gemeenten krijgen voldoende geld om te investeren in toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners. Dat geldt in het bijzonder voor regio’s waar de bevolking krimpt en voorzieningen al jaren onder druk staan. Het zal voor iedere gemeente verplicht worden om een openbare bibliotheek beschikbaar te stellen voor haar inwoners. Uitvoeringsdiensten van de overheid gaan hun diensten weer in de buurt aanbieden.” 8 Toegankelijke voorzieningen voor alle inwoners, daar kan niemand op tegen zijn. Iedere gemeente verplichten om bepaalde voorzieningen, zoals een bibliotheek, beschikbaar te stellen is de oplossing. Maar is dat wel de beste oplossing? Neem die bibliotheek. Het plan van de SP komt naadloos overeen met het Wetsvoorstel wijziging stelsel openbare bibliotheken9 waar eind vorig jaar een internetconsultatie voor werd gehouden. Op dat moment werkte ik voor een kleine Midden Limburgse gemeente zonder fysieke bibliotheekvoorziening waar dat voorstel voor grote onrust zorgde. In deze gemeente was de fysieke bieb een jaar of zes eerder opgeheven omdat er maar zeer beperkt gebruik van werd gemaakt. Een gemeente met zes kernen met een jeugdbibliotheek op iedere basisschool en in iedere kern een burger bibliotheek gerund door vrijwilligers en een afspraak met de bibliotheek uit de grootste buurgemeente dat inwoners uit de zes dorpen hun bij de bibliotheek geleende boeken konden ophalen bij die burger bibliotheken. Een aanpak die de SP aan zou moeten spreken. Dit werkte naar tevredenheid van iedereen. De beoogde wijziging van de wet, en dus ook het voorstel van de SP, zou betekenen dat die gemeente haar middelen zou moeten inzetten voor een werkwijze die zes jaar eerder is verlaten en die niet werkte. Niet werkte omdat gemeentegrenzen voor het leven van mensen weinig relevantie hebben. Die gaan gewoon naar de bieb in de naburige stad omdat ze daar toch al werken of er geregeld boodschappen doen. En vanwege mijn betrokkenheid hierbij kwam ik in contact met ambtenaren van enkele grote gemeenten in het land. Ook die vreesden de nieuwe wet. De bibliotheken in die gemeenten hadden meerdere vestigingen. De ambtenaren vreesden dat het noemen van één bibliotheek per gemeente in donkere financiële tijden wel eens kon leiden tot het fiks snijden in dat aanbod. Meest bijzonder echter was dat er voorbij werd gegaan aan de belangrijkste belemmering van mensen om gebruik te maken van een bibliotheek en dat was geld. Mensen met voldoende middelen kopen hun boeken en zijn soms ook nog lid van een bibliotheek. Voor mensen met iets minder ‘slappe was’ vormde de bibliotheek een goed alternatief maar mensen met te weinig middelen konden het lidmaatschap niet betalen. En juist in die groep zijn weinig geletterde mensen oververtegenwoordigd. Tot zover een voorbeeld dat, hoop ik, duidelijk maakt dat een betere analyse nodig is. ‘Diensten in de buurt aanbieden’ klinkt sympathiek het suggereert nabijheid en is dat op fysiek gebied ook. Emotionele nabijheid is echter iets heel anders. Zoals ik ooit al in een Prikker schreef, moet je voor nabijheid eens met McDonalds gaan praten want die: “worden centraal aangestuurd vanuit Chicago maar weten toch nabijheid op te wekken. Ze doen zaken op wereldschaal maar andere zaken laten ze aan lokale franchisers over omdat dit vanuit Chicago niet te regelen is.”10 Helaas ontbreekt ook hier de analyse.

Nu de Mensen staat vol met plannen om de markt terug te dringen “Wat niet failliet mag gaan, hoort niet thuis op de markt. We stoppen de uitverkoop van publieke diensten en nationaliseren onze vitale infrastructuur, zoals de energievoorziening. Op deze manier kunnen wij sneller de economie verduurzamen en de prijzen verlagen.” 11 Op de slakken dat uitvoering door de overheid niet automatisch betekent dat je sneller kunt verduurzamen en dat lagere prijzen niet wil zeggen lagere kosten voor de maatschappij als geheel, zal ik niet meer zout leggen dan dit, en de opmerking dat deze zaken werden geprivatiseerd met hetzelfde argument namelijk dat private bedrijven sneller innoveren en voor lagere prijzen zouden zorgen.Volgens de SP is: “Energievoorziening (…)een publieke taak, die dan ook in publieke handen moet zijn. … Daarom gaan we energiebedrijven weer nationaliseren of lokaal zelf organiseren” 12 Wat wordt het nationaliseren of zelf organiseren? Nationaliseren betekent dat de energievoorziening een overheidsdienst wordt. Dat zal dan in de vorm zijn van een uitvoeringsorganisatie. Zelf organiseren in de meest extreme vorm is dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen energievoorziening. Daartussen zitten hele werelden zoals een groep mensen die een energiecoöperatie opricht tot de vroegere gemeentelijke energiebedrijven. Gemeentelijke energiebedrijven die later opgingen in provinciale omdat het efficiënter en goedkoper was om enkele grote centrales te bouwen. Zelf of collectief organiseren vraagt inspanning van iedere burger. Dat vraagt om meer ‘gemeen’ in de zin van samen, dan waar onze huidige gemeenschap zich door kenmerkt. Hiervoor is vertrouwen het allerbelangrijkste. Dat houdt in dat de wederzijdse afhankelijkheden binnen de groep duidelijk zijn. Een van die afhankelijkheden is de verwachting dat de deelnemers nog lang in de toekomst met elkaar op trekken. Dat ze waarden delen, leren samenwerken en collectief te handelen en dat ze elkaar face-to-face ontmoeten. Eigenlijk precies de eigenschappen die aan de basis lagen van de commons of in Nederlands de gemene gronden of meent. Een meent was een grondgebied, een weidegebied, bos of vijver waar meerdere mensen, meestal de bewoners van een dorpje het gezamenlijke gebruiksrecht op hadden en met dat recht ook de plicht om het te verzorgen. In onze huidige individualistische en door en door kapitalistische samenleving zijn dat weinig voorkomende eigenschappen. Om met je buren samen iets op te zetten, moet je ze kennen en moet je erop vertrouwen dat ze nog heel lang je buren blijven. Want je kunt als: “Bewoners,” wel, “zelf voorzieningen als ontmoetingsplekken of parken willen inrichten en beheren,” daar al dan niet, “financieel en organisatorisch toe in staat gesteld,” 13, dat werkt alleen als je erop kunt vertrouwen dat je medebewoners nog lang je medebewoners zijn en eventuele nieuwe medebewoners zich schikken in de aangegane verplichtingen. Want als je niet uitkijkt, sta je na een paar jaar alleen dat park te schoffelen. De meent werkte eeuwenlang goed omdat dezelfde families het dorp bleven bewonen. De analyse, dat de basisvoorwaarden voor het functioneren van meenten tegenwoordig afwezig zijn, ontbreekt net als maatregelen om die basisvoorwaarden te stimuleren.

De SP vindt: “Het bevorderen van open source-technologie en open standaarden is noodzakelijk. Internet is een moderne nutsvoorziening en moet voor iedereen beschikbaar en betaalbaar zijn.” Niet duidelijk is of ‘moderne nutsvoorziening ‘ hetzelfde is als ‘vitale infrastructuur’ en dus een publieke taak. Houdt bevorderen in dat de overheid erin gaat investeren? Dat wordt niet duidelijk want de SP wil: “geen staatscontrole en ook niet dat Big Tech onze keuzes bepaalt.” Die controle moet, zo lijkt het, liggen bij de Autoriteit persoonsgegevens want die wordt versterkt: “om misstanden aan te pakken.” Die autoriteit heeft een overheidsopdracht en is daarmee onderdeel van de staat. Bijzonder aan die autoriteit is dat deze de rollen die hrt strafrecht toekomen aan het openbaar ministerie en de rechter, combineert. De Autoriteit spoort op en straft en de vraag is of dat een goede combinatie is. Een vraag die je bij meerdere toezichthouders kunt stellen. Echt bijzonder is het idee om: “de volksvertegenwoordiging met een permanent onderzoeksinstituut dat adviseert over de maatschappelijke gevolgen van technologische ontwikkelingen en voorstellen doet voor aanvullende burgerrechten in het digitale tijdperk. Nieuwe technologieën worden eerst onderworpen aan een ethische toets.”14 De geschiedenis leert ons dat wat wordt uitgevonden ook gebruikt wordt en dat het gebruik van een uitvinding soms een kant opgaat die niet was voorzien. Ongeveer iedere uitvinding kan ten goede of ten kwade worden aangewend. Met een mes kun je brood snijden maar ook iemand vermoorden. Kernsplitsing kun je gebruiken voor de energievoorziening maar ook voor een bom. De ethische component van uitvindingen zit in de mens die er gebruik van maakt. Voor wat betreft de burgerrechten is het probleem niet dat er nieuwe moeten komen maar dat de oude gehandhaafd moeten worden. Bij die handhaving wordt nu uitgegaan van de goedertierenheid van de Techbedrijven.

Als het aan de SP ligt komt er een: “Nationaal ZorgFonds, waardoor de huidige wildgroei aan zorgpolissen en zorgverzekeraars overbodig wordt.” En: “De zorg is geen markt. Ondernemers die streven naar winst krijgen geen kans meer in de zorg. We stoppen met de aanbestedingen, ook voor de gemeentelijke zorgtaken.” Wat het alternatief is voor die aanbesteding ontbreekt. Een: “kleinschalig Zorgbuurthuis, met een inloopfunctie voor de hele buurt,” al dan niet met: “De ggz-ondersteuning,” als, vast onderdeel,” organiseert zich niet vanzelf. En dat als een soort ‘meent’ organiseren, vraagt meer zoals ik hierboven betoog. In de zorgparagraaf ontbreekt meer. De SP vindt dat: “De wachtlijsten in de ouderenzorg, jeugdzorg en transgenderzorg zijn onacceptabel lang,” zijn en moeten worden weggewerkt. Worden er: “geen wachtlijsten voor verpleeghuizen,” geaccepteerd en worden: “de personele bezettingsnorm voor voldoende personeel in het verpleeghuis,” gehandhaafd. Daarbij moeten mensen kunnen: “kiezen tussen goede zorg thuis of voor een fijne plek in een kleinschalig Zorgbuurthuis, met een inloopfunctie voor de hele buurt.” Daarbij wordt: “De ggz-ondersteuning (…) een vast onderdeel van de zorg in de buurt. De wachtlijsten dringen we terug door voldoende opnameplaatsen en ambulante behandelplaatsen in iedere regio, met voldoende en goed geschoold personeel.” Verdient: “ Elke regio in Nederland (…) een volwaardig ziekenhuis, ook voor spoedeisende zorg (waaronder acute verloskunde). Er verdwijnen geen ziekenhuizen of afdelingen meer en daar waar dat nodig is gaan we reeds gesloten afdelingen weer openen.” Als laatste moeten: “ mensen (…) kunnen rekenen op goede zorg van hun huisarts in hun eigen regio. We lossen het huisartsentekort op en bestrijden de hoge werkdruk bij huisartsen. Dit kan onder andere door de bureaucratie in de huisartsenzorg te verminderen en de toegang tot specialistische zorg te vergemakkelijken.” 15 In mijn bespreking van Sterker uit de storm, het verkiezingsprogramma van de VVD schreef ik over het ontbreken van een analyse op basis waarvan kan worden bekeken welke ‘bureaucratie’ er dan geschrapt wordt. Ook het SP programma maakt dit niet duidelijk. Belangrijker is echter dat de SP eraan voorbijgaat dat er een tekort is aan zorgpersoneel. Een tekort dat de komende jaren als maar toeneemt vanwege de vergrijzing van de bevolking. Je kunt gesloten afdelingen wel weer willen openen, volwaardige ziekenhuizen in iedere regio willen en voldoende opname en behandelplaatsen om wachtlijsten terug te dringen. Daarvoor is personeel nodig. Waar dat personeel vandaan moet komen, maakt het programma niet duidelijk. Inhoudelijk zijn de plannen van de SP goed te onderbouwen, maar zonder de aandacht voor de personele component, blijft het zweven.

Hetzelfde gebeurt in meerdere hoofdstukken. In Een lerend land het onderwijshoofdstuk. Die begint met: “Er is een groeiend tekort aan leraren. Het vak van leerkracht maken wij daarom veel aantrekkelijker. Docenten krijgen een hoger salaris en de lonen worden landelijk uitbetaald. Daarbij worden over de hele linie de lonen van docenten verhoogd.” Dat aantrekkelijk maken gebeurt via: “ een kleine klassenstrijd. We werken naar klassen van maximaal 23 kinderen, te beginnen op scholen met veel kinderen uit armere gezinnen. Zo verlagen we de werkdruk voor docenten, terwijl ieder kind meer aandacht kan krijgen.” Ook wil de SP: “ meer gymlessen en sportbeoefening op school, onder leiding van vakleerkrachten. Ook zwemveiligheid moet meer prioriteit krijgen, onder andere door het invoeren van meer schoolzwemmen in het basisonderwijs.” Inhoudelijk voorstellen waar zeer veel mensen zich in kunnen vinden, maar ook hier ontbreekt de personele component. Maar ook in Een schoon land, het milieuhoofdstuk. Daarin is te lezen dat we: “Voor een andere landbouw (…)meer, in plaats van minder, boeren nodig hebben.” 16 In het hoofdstuk Een veilig land van hetzelfde laken een pak: “We willen meer politiebureaus en wijkagenten in de buurt.”17 Ook de rechtspraak moet: “ veel dichter bij de mensen, met Huizen van het Recht door het hele land.” 18 en iets verderop in het hoofdstuk een solidair land krijgen: (D)e politie en het OM (…) meer mensen en mogelijkheden om discriminatie te onderzoeken en te vervolgen,” en:(D)e arbeidsinspectie krijgt meer mogelijkheden en middelen om discriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken.” 19 Het enige wat de partij over de personele component schrijft, verergert het personeelsprobleem want de partij verlaagt: “de AOW-leeftijd naar 65 jaar, zodat iedereen voortaan vanaf 65 jaar kan stoppen met werken.” Wie wil mag langer20.

En nu ik het toch over het milieuhoofdstuk heb. “(O)m het klimaatprobleem terug te dringen, moeten we het kapitalisme terugdringen. We verzetten ons tegen maatregelen waarvan de kosten alleen bij mensen komen te liggen.”Verhoging van de belastingen, zoals een plastic taks of een vliegtaks, worden niet gevoeld door mensen met een hoog inkomen, die relatief veel uitstoot veroorzaken. Hoge prijzen maken het leven wel onbetaalbaar voor mensen met een laag en gemiddeld inkomen. 21 Als de mensen de kosten niet dragen, wie dan wel? In deze wereld wordt alles door de mensen betaald. Dat betalen gebeurt als consument, arbeider, aandeelhouder of als belastingbetaler. In een van die hoedanigheden betalen wij als mens alles. Een vliegtaks betaal je als consument als je gaat vliegen en inderdaad drukt dat zwaarder op mensen met een laag en gemiddeld inkomen dan op de Dagobert Ducks van deze wereld. Dat:“Twintig multinationals (…) verantwoordelijk (zijn) voor een derde van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld,” kan best kloppen. Dit bestrijden met: “een CO2-heffing die alle vervuilende bedrijven gaan betalen, zonder vrijstellingen,” en, “(d)e energiebelasting (..) omhoog voor grootgebruikers en

omlaag voor huishoudens en het mkb,” maakt nog niet dat bedrijven de rekening gaan betalen. Die heffingen worden doorberekend aan ons als consument. Die extra boeren, die volgens de SP nodig zijn, moeten ergens van worden betaald en zullen leiden tot een stijging van de prijzen van ons eten. Wil je die als overheid laag houden, dan moet je subsidiëren en dan betaalt de mens het als belastingbetaler.

Dat het klimaatprobleem samenhangt met de kapitalistische productiewijze laat Andreas Malm zien in zijn boek Fossil Capital. Als je werkelijk die ‘twintig multinationals’ wilt aanpakken, dan moet je iets aan de kapitaalmarkt doen want zoals Malm schrijft: “Wereldwijd mobiel kapitaal zal fabrieken verplaatsen naar plaatsen waar arbeidskrachten goedkoop en gedisciplineerd zijn – waar de meerwaarde het grootst lijkt te zijn – door middel van nieuwe rondes van massaal verbruik van fossiele energie.”22 Als je daar niets aan doet dan zullen die bedrijven steeds verkassen naar plekken met die gedisciplineerde en goedkope arbeidskrachten en dat zijn precies die plekken waar energie op de meest vervuilende manier wordt opgewekt. Dat aanpakken en kapitaal aan banden leggen, leidt tot lagere rendementen omdat het aantal plekken waar kapitaal rendement kan zoeken, kleiner wordt. Dit betaalt de mens als aandeelhouder en de meeste van ons zijn via een pensioenfonds aandeelhouder. Alles in eigen land of in de Europese Unie produceren, betekent dat producten duurder worden. Een eigen Nederlandse autofabriek, laat staan meerdere omdat je wat te kiezen wilt, leidt tot zeer dure auto’s voor de consument. Als je daarvan de prijzen wilt verlagen door alles te mechaniseren en automatiseren zodat er zonder ook maar een mens wordt geproduceerd, betaalt de arbeider de prijs. Die verliest zijn baan. Als overheid kun je de prijs drukken door het bedrijf te subsidiëren, dan betaalt de mens als belastingbetaler. Als je het ‘van de markt haalt’, zoals de SP energie, zorg en openbaar vervoer wil, dan moet nog steeds de mens het betalen.Nu de mensen staat vol met maatregelen op dit gebied maar wat ontbreekt is de samenhang en analyse. Analyse die duidelijk maakt waarom welke maatregel wordt genomen en wat daarvan de gevolgen voor de mens in zijn verschillende rollen.

Als laatste in deze bespreking van Nu de mensen een heel bijzondere passage in het laatste hoofdstuk Een soeverein land. Daar is het volgende te lezen: “We willen samenwerken in Europa, voor onder meer de aanpak van internationale criminaliteit, een goede opvang van vluchtelingen en een effectief klimaatbeleid.” Tot zover niets aan de hand . Maar dan: “Maar we willen geen beleid opgelegd krijgen door ongekozen ambtenaren uit Brussel.” Dit is een karikatuur van de werkelijkheid of beter nog een stropop. Er wordt vanuit Brussel niets opgelegd door ‘ongekozen ambtenaren’. De landen van de Europese Unie hebben via verdragen waar die de landen via de in hun land geldende procedure mee hebben ingestemd, bevoegdheden op bepaalde terreinen overgedragen naar de Europese Unie. Op die terreinen maakt de Europese Unie beleid. Beleid waarover op de in de Unieverdragen vastgelegde manier wordt besloten. Dat de Unie niets oplegt, bleek toen COVID 19 uitbrak. Toen verbaasde jan en alleman zich erover dat je in het ene land een mondkapje op moest en anderhalve meter afstand moest houden en in het andere land twee meter en geen kapje hoefde te dragen. “Als doordringt dat we in tijden van een crisis als de huidige van de EU geen antwoord hoeven te verwachten en de lidstaten op zichzelf worden teruggeworpen, verdient nationaal beleid een herwaardering. Waarom geld stoppen in EU-beleid dat niet werkt?” 23 Schreef bijvoorbeeld Johannes Vervloed bij De Dagelijkse Standaard. Hij realiseerde zich daarbij niet dat de EU geen enkele rol had op het gebied van (openbare) gezondheidszorg.

De passage gaat verder: De lobby van grote bedrijven en banken in Brussel moet drastisch worden ingeperkt.” Dat mensen en bedrijven pleiten voor een voor hen gunstig beleid, kun je deze mensen en bedrijven niet verwijten. Sterker nog, dat hoort bij een democratie. Dat bedrijven wetsartikelen en soms delen van wetten aan parlementsleden aanbieden, ook niet. De lobby is niet het probleem, het probleem zijn de mensen die zich laten meevoeren door die lobby, de parlementsleden die de wetsartikelen en delen van wetten overnemen zonder te vermelden dat ze van een bedrijf afkomstig zijn. Niet de lobby moet worden beperkt maar de parlementsleden en bestuurders van de Europese Unie moeten, net zoals de SP dat van: “Ministers en andere bestuurders,” eist, “openheid geven over al hun contacten met lobbyisten.”24 Bijzonder is dat de SP dit in haar programma niet aan Tweede Kamerleden oplegt.

En dan wordt het echt bijzonder: ‘”De Europese Commissie als politiek orgaan kan worden afgeschaft, landen kunnen heel goed zelf samenwerken. Het Europees Parlement wordt een plek waar parlementariërs van lidstaten afspraken kunnen maken en het recht krijgen gezamenlijk Europese initiatiefwetten te maken.” 25 Het Europees parlement als ‘plek waar parlementariërs van de lidstaten afspraken kunnen maken’? Hoe moet ik me dat voorstellen? Een vergadering van alle leden van de parlementen van de lidstaten? Dus daar komen de 630 leden van de bondsdag samen met de 150 leden van onze Tweede Kamer, de 577 leden van de Frans Assemblée nationale enzovoorts. Of mogen de Eerste Kamerleden en de leden van de Duitse Bundersrat daar dan ook bij aanschuiven? Het lijkt me dat dit een Poolse landdag wordt maar dan met niet alleen Polen. Op basis van welke analyse wordt dit voorgesteld? Welk probleem wordt hiermee opgelost? Ik heb geen idee. Wat ik vrees is dat dit net als het afschaffen van de Europese Commissie tot stilstand leidt en de bijl zet aan de wortel van de Europese samenwerking. De Europese samenwerking zou juist gebaat zijn met minder bemoeienis vanuit de landen. Bevoegdheden die de deelnemende landen naar het Unie niveau hebben gedelegeerd, daar moeten de landen zich niet meer mee bemoeien. Dat is het pakkie-an van de Europese Commissie (de Europese regering) en het Europees parlement. En om dat beleid te betalen, zou de Unie een eigen belastinggebied moeten hebben. Bij voorkeur een gebied dat de financiële markten en de multinationale bedrijven raakt. Voor mij is dat een onderdeel van: “ het eigen huis eerst op orde maken,” wat de EU zo bepleit de SP, moet doen maar dat wordt verder niet onderbouwd. Ook hier ontbreekt alweer de analyse.

1Nu de mensen is te vinden op https://sp-mediabucket.s3.eu-north-1.amazonaws.com/2025/01/OfSgfA5C-sp_verkiezingsprogramma_2023-2027.pdf

2Nu de Mensen, pagina 7

3Idem, pagina 7

4Idem, pagina 11

5Nu de Mensen, pagina 11

6Nu de Mensen, pagina 11

7Roslyn Fuller, In defence of democracy, pagina 211 eigen vertaling.

8Nu de Mensen, pagina 12

9Het voorstel is hier te vinden: https://www.internetconsultatie.nl/wsob/b1

10https://ballonnendoorprikker.nl/2021/04/09/mcdonalds-en-de-jeugdhulp/

11Nu de mensen,pagina 13

12Idem, pagina 15

13Idem, pagina 11

14Idem, pagina 14

15Idem, pagina 18-19

16Idem, pagina 15

17Idem, pagina 26

18Idem pagina 27

19Idem, pagina 28

20Idem, pagina 20

21Idem, pagina 15

22Andreas Malm, Fossil Capital. The Rise of Steam Power and the Roots of Global Warming,pagina 333

23Idem, pagina 30

24Idem, pagina 11

25Idem, pagina 30

Uitgelicht

Verbod op verheerlijken terrorisme?

Wat is terrorisme? En wat is een terroristische organisatie? Twee interessante vragen. Ik stel die vragen omdat minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel, het Wetsvoorstel strafbaarstelling verheerlijking van terrorisme en openbare steun aan terroristische organisaties ter consultatie heeft gelegd. Nog tot 16 augustus 2025 kun je je zienswijze op dit wetsvoorstel geven. Bij het lezen van het wetsvoorstel en de memorie van toelichting erbij kwamen die vragen bij mij op. En als een wetsvoorstel met die naam dergelijke vragen oproept, dan klopt er, naar mijn mening, iets niet.

Voor eenieder die het niet weet. In het proces om te komen tot een nieuwe wet wordt er sinds een aantal jaren een internetconsultatie gehouden. Via die consultatie kan eenieder zijn steun, bezwaren op- en aanmerkingen over beoogde wetsvoorstellen geven. Die consultatie vindt plaats voordat de regering het wetsvoorstel door de regering wordt vastgesteld en naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. Terug naar de inhoud.

Dat is terrorisme en het wetsvoorstel van Van Weel. Het wetsvoorstel wijzigt het Wetboek van strafrecht. Het voegt er de artikelen 132 a,b en c en 138 b,c en d aan toe. Artikelen die het ‘verheerlijken van’ en ‘steun betuigen aan’ een terroristisch misdrijf of een terroristische organisatie strafbaar stellen. Word je er schuldig aan bevonden dan kun je maximaal drie jaar achter de tralies verdwijnen.

Laat ik beginnen bij het begin. De eerste zin van de memorie van toelichting: “Terrorisme vormt een bedreiging voor de democratische wereld en daarmee ook voor de Nederlandse samenleving.” 1 Dit is onzin. Terrorisme is geen bedreiging voor een democratische samenleving. In haar DWDD college van 12 maart 2016 noemde terrorisme expert Beatrice de Graaf terroristen ‘early adapters’, ze zijn snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Maar ook de ‘klunzen en de losers van de geschiedenis’ die liever een shortcut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme. Nederlands grootste voetballer aller tijden, Johan Cruijff deed een legendarische uitspraak over Italië als voetballand en Italiaanse clubs: “Ze kennen niet van je winnen, maar jij ken wel van ze verliezen.” Met mensen die zich van terrorisme bedienen is het precies hetzelfde Ze kunnen niet winnen maar jij kunt wel van ze verliezen. Verliezen door je eigen kracht te verzwakken en dat is waar dit voorstel aan bijdraagt. Het draagt eraan bij omdat het een slecht en overbodig voorstel is en angst aanwakkert. En angst is, zoals het spreekwoord zegt, een slechte raadgever.

Dat er: “ Verschillende bewegingen met radicale ideologieën, die omverwerping van onze democratische rechtsstaat nastreven … aan kracht gewonnen,”2 hebben, wil ik best geloven. En dat rapportages van de Nationaal coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV): “laten zien dat terroristische denkbeelden op steeds grotere schaal openlijk worden uitgedragen en dat met name jongeren zich gevoelig tonen voor die denkbeelden en zich kunnen ontwikkelen van sympathisant tot aanhanger van dat gedachtegoed,” wil ik best geloven. Deze ideeën verdwijnen echter niet door de aanhangers ervan maximaal drie jaar in de cel te stoppen. Rosa Parks liet zich bij haar ‘radicale daad’, het niet opstaan voor een blanke, die was gebaseerd op haar ‘radicale ideologie’ niet afschrikken door een eventuele gevangenisstraf. Het bestraffen van slechte ideeën is de verkeerde manier. Slechte ideeën bestrijd je door goede ideeën in de praktijk te brengen en door te laten zien dat de slechte ideeën tot slechte resultaten leiden. Dit wetsvoorstel is een slecht idee.

Een slecht idee om meerdere redenen. Zo wordt in het wetsvoorstel nergens duidelijk gemaakt wat terrorisme is. Het wetsvoorstel en ook de 24 pagina’s van de memorie van toelichting, bevatten geen definitie van terrorisme. Het Wetboek van strafrecht dat met dit artikel wordt gewijzigd, ook niet. Daarin wordt wel iets geregeld over het financieren van terrorisme (Titel XXXI) maar het bevat geen definitie van terrorisme. Ook de Wet coördinatie terrorismebestrijding en nationale veiligheid bevat geen definitie van dat wat er volgens deze wet bestreden moet worden. Wat mag ik, als minister Van Weel zijn zin krijgt, niet meer verheerlijken? Welke organisaties mag ik steunen? Dat wordt niet duidelijk gemaakt. Dit wetsvoorstel laat dat in het ongewisse. Dat is nogal cruciaal want wat voor de een een terrorist is, is voor de ander een legitiem verzetsstrijder.

Na lang zoeken vond ik op de site van de NCTV een definitie van terrorisme: “ Het uit ideologische motieven (voorbereiden van het) plegen van op mensenlevens gericht geweld, of het veroorzaken van maatschappij-ontwrichtende schade, met als doel (een deel van) de bevolking ernstige vrees aan te jagen, maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen en/of politieke besluitvorming te beïnvloeden.” Maar, zoals ik hiervoor liet zien, heeft deze definitie geen wettelijke grondslag. Het is, zoals de NCTV het schrijft, een definitie: “gebruikt in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Het gaat hierbij niet om definities in juridische zin maar werkdefinities.” Bovendien een bijzondere definitie. Niet het deel voor wat betreft het plegen van op mensenlevens gericht geweld. Dat is duidelijk. Dat is moord en als je het plant, moord met voorbedachte rade. Daarvoor hoeft het Wetboek van strafrecht niet te worden aangepast. Dat is al strafbaar. Dubieus wordt het als er wordt gesproken over ‘het op ideologische motieven plannen en uitvoeren van acties die maatschappijontwrichtende schade veroorzaken’. Want wat is maatschappijontwrichtend? Daarover kun je van mening verschillen. Bovendien laat de geschiedenis zien dat maatschappijontwrichtende acties aan de basis kunnen staan van ontwikkelingen ten goede. Toen Rosa Parks in de bus niet wilde opstaan voor een blanke was er sprake van ontwrichting van de maatschappij. Zwarte mensen behoorden gewoon hun plaats af te staan aan een blanke. Een staking van NS personeel ontwricht de maatschappij en kan ideologische motieven hebben.

Dit wetsvoorstel en het wettelijk kader waarbinnen dit wetsvoorstel haar beslag moet krijgen is dermate vaag dat, net zoals bij de roep om het demonstratierecht te bepreken waarover ik recentelijk schreef, willekeur in de lucht hangt. Partijen die het demonstratierecht willen beperken hebben allemaal groepen en thema’s voor ogen die in hun ogen hinderlijk zijn en waarvan ze het demonstratierecht willen ontnemen. Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, dan ligt de weg open voor de partijen aan de macht om hun tegenstanders en te criminaliseren en mensen die hun steun betuigen aan deze groep te vervolgen. Benoem ze tot een terroristische organisatie en je kunt de overheidsmacht op ze loslaten. Een organisatie is terroristisch, zo is als er een bindend besluit in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie is en de minister vervolgens besluit dat er sprake is van een terroristische organisatie. Dan is steun aan die organisatie strafbaar. Zonder een fatsoenlijke definitie van het cruciale begrip terrorisme, is dit een gevaarlijk wetsvoorstel. Gevaarlijk omdat invulling van wat terrorisme dan afhankelijk is van de waan van de dag.

Het is niet alleen gevaarlijk maar vooral ook overbodig. Het ‘verheerlijken’ van terrorisme dat dit voorstel beoogt, is al strafbaar. In de toelichting wordt beschreven hoe we ‘verheerlijken’ moeten verstaan: “Bij verheerlijken gaat het niet alleen om het goedpraten of goedkeuren van een misdrijf, maar het prijzen daarvan, op een zodanige wijze dat mensen daardoor kunnen worden beïnvloed, geïnspireerd of ideologisch rijp gemaakt voor het ondersteunen of – uiteindelijk – deelnemen aan dergelijke misdrijven.”3 Dit verschilt in niets van opruiing dat op grond van artikel 131 en 132 van het Wetboek van strafrecht al strafbaar is. Het tweede lid van artikel 131 en het derde lid van artikel132 regelt al dat: “indien het strafbare feit waartoe bij geschrift of afbeelding wordt opgeruid een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf inhoudt,” de strafmaat kan worden verhoogd. Dit, zoals we zagen, zonder dat het begrip terrorisme is gedefinieerd.

1 Memorie van toelichting, pagina 1

2 Idem, pagina 2

3 Idem, pagina 20

Uitgelicht

Soep zooitje

“Ook VVD-secretaris Van Aartsen (Openbaar Vervoer en Milieu) vindt dat “er geen soeppolitie moet komen”’ Zo is te lezen op de site van de NOS. Hij deed deze uitspraak in het kader van de behandeling van Asielnoodmaatregelenwet waarmee de Tweede Kamer op de laatste dag en bijna de laatste minuut voor het zomerreces instemde. Soep is wel een mooi gerecht om alles rondom deze wet te schetsen1.

In dat debat speelde een ‘ kommetje soep’ een hoofdrol. De Asielnoodmaatregelenwet bevat een artikel, artikel 108A dat illegaliteit strafbaar stelt. Dat artikel is opgenomen nadat de Tweede Kamer instemde met een door PVV-Kamerlid Marina Vondeling ingediend amendement. “De meerderjarige vreemdeling die in Nederland verblijft terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat dat verblijf niet rechtmatig is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de tweede categorie.”2 Zo luidt dit artikel. Over dit aangenomen amendement is veel te doen omdat het illegaliteit strafbaar stelt. En als iets strafbaar is, zijn burgers die weet hebben van de illegaliteit van iemand anders en daar niets tegen ondernemen, strafbaar.

Een amendement van BBB-Kamerlid Claudia van Zanten dat expliciet over het helpen van illegalen ging werd niet aangenomen. Maar daarmee is het helpen van een illegaal persoon nog steeds strafbaar. Daarvoor moeten we naar het Wetboek van strafrecht artikel 48. Dat regelt dat iemand die opzettelijk behulpzaam is bij het plegen van een misdrijf of opzettelijk gelegenheid, middelen of informatie verschaft tot het plegen van een misdrijf, strafbaar is. Als je weet dat iemand illegaal is en je helpt die persoon, dan ben je strafbaar. En daar kwam het ‘kommetje soep’ om de hoek kijken: het kon toch niet zo zijn dat iemand een ‘ kommetje soep’ aanbieden tot straf zou leiden. Voordat ik me nader op dat ‘kommetje soep’ richt. Terug naar het begin.

Naar de val van het kabinet Rutte IV. Dat kabinet viel over het asielbeleid en specifiek over de ‘nareis op nareis’. De bewering van de huidige VVD-leider Dilan Yeşilgöz die op dat moment minister van Justitie was, dat Nederland te maken had met duizenden mensen die nareisden als nareiziger van een nareiziger. Yeşilgöz’ soep bleek echter de kool niet waard. In werkelijkheid ging het om nog geen 200 aanvragen per jaar waarvan er gemiddeld 70 werden ingewilligd. Maar ja, het kwaad was geschied, het kabinet gevallen en de campagne begon.

Asiel werd het thema van de campagne. Yeşilgöz, die tussen de soep en de aardappelen tot VVD-lijsttrekker werd benoemd, dacht met dit thema stemmen te trekken. Het is echter linke soep om campagne te voeren op een thema dat het pièce de résistance is van een andere partij. Want laten we nu wel wezen voor Wilders is asiel als soep eten met een vork. Toen Yeşilgöz de deur open zette voor samenwerking met de VVD was het hek helemaal van de dam. Wilders schepte zijn soep goed uit en trok de hele campagne naar zich toe. Zijn partij werd de grootste. Het plan Yeşilgöz en de VVD was in de soep gelopen.

Wilders was aan zet om een nieuw kabinet te vormen. Yeşilgöz deed in eerste instantie alsof ze er geen soep mee had gegeten en paste voor deelname aan een kabinet. Dat duurde niet erg lang want door haar eigen handelen zaten we met z’n allen in de soep. Een beetje een kabinet vormen was bijna niet mogelijk. De partijen verzonnen echter een list: een extra parlementair kabinet. Daarvoor zochten ze een minister-president in wiens soep ze het konden doen. Die vonden ze in Dick Schoof.

Die ging aan de slag met het door de vier partijen opgestelde regeerakkoord. Dat beloofde ‘het strengste asiel beleid ooit’. Dat ‘strengste asielbeleid ooit’ moest voorkomen dat alles in de soep zou lopen. Immers aan alle ellende in Nederland zou een einde komen met dit ‘strengste asielbeleid ooit’. Dat moest gebeuren via een noodwet, zo hadden de partijen afgesproken. Helaas liep dat plannetje in de soep. Want ook voor deze klus zochten ze iemand. Wilders schoof Marjolein Faber naar voren maar zij bleek al snel geen goeie in de soep. Ze communiceerde slecht tot niet, stemde met niemand af en als ze haar mond open deed had ze meteen ruzie met anderen.

Het kabinet ging aan de slag. Echter, voordat ze goed en wel begonnen waren, was vet het al van de ‘samenwerkingssoep’. De partijen vlogen elkaar om niets in de haren en strompelden van crisis tot crisis. Zo ook op het asieldossier. De Asielnoodwet liep in de soep omdat de ‘nood’ ontbrak. Dan maar een gewone wet met ‘nood’ in titel: de Asielnoodmaatregelenwet. Maar nog voordat die wet in de Tweede Kamer werd behandeld liet Wilders het hele kabinet in de soep lopen. De kabinetssoep was zuur geworden. De eigenbijdrage in de zorg is leuk als je er stemmen mee kunt trekken. Er iets aan doen, boeide hem niet. Daar heeft hij geen soep mee gegeten. Nee, het ging om asiel en hij vond het strengste beleid niet streng genoeg. De andere drie regeringspartijen vonden de asielnood zo hoog, dat de Asielnoodmaatregelenwet nog voor de verkiezingen behandeld moest worden. Er lag nu immers iets en na de verkiezingen zou het er wel eens heel anders uit kunnen zien. Nu was er nog die ‘rechtse meerderheid’ en die wilden ze toch nog gebruiken om hun asielsoep goed uit te scheppen.

En daarmee komen we bij de gebeurtenissen van de laatste dag voor het zomerreces 2025. Of beter gezegd, een week eerder, op 25 juni 2025. Denk-fractievoorzitter Van Baarle dient op die dag een verzoek in om de stemmingen van een week later, de 1e juli, uit te stellen. Als verschuiven naar een andere dag niet zou gaan, dan in ieder geval de stemmingenronde in tijd naar achteren verschuiven zodat Kamerleden Keti Koti konden bijwonen en nog op tijd voor de stemming terug konden zijn. De stemmingen zouden namelijk beginnen op het moment dat de viering op z’n einde liep. Helaas wilde een Kamermeerderheid aangevoerd door Caroline van der Plas daar niet aan: “ Stemmingen zijn namelijk onze core business (waarvoor wij gekozen zijn en als fractie kan je gewoon bekijken wie er wel en wie niet naartoe gaat’” aldus Van der Plas. Dat klopt natuurlijk maar dat wil niet zeggen dat stemmingen niet verschoven kunnen worden naar een ander dag of tijdstip. Een blik op de agenda van de Plenaire Vergaderingen van die dag, maakt dat duidelijk dat er best wat geschoven had kunnen worden. Van der Plas en met haar de andere partijen van de voormalige coalitie wilden daar niet aan. Saillant detail is dat ook de NSC-fractie niet van uitstel wilde weten. Hadden ze toen maar geweten dat hun soep hierdoor een week later aardig dun zou worden.

Op die eerste juli werd gestemd over verschillende amendementen bij het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet. En dat waren er nogal wat. Bij één ervan, het hierbovenbeschreven amendement, gebeurde iets bijzonders. Die werd tegen de verwachtingen in aangenomen. De partijen PVV, VVD, BBB, SGP, Forum voor Democratie en JA21 stemden voor terwijl deze partijen samen geen Kamermeerderheid hebben. Maar omdat enkele Kamerleden Keti Koti bezochten en het spel met het wegstrepen van afwezigheid bij alle andere amendementen bij dit voorstel goed werkte, deed het dat bij die amendement niet. De afwezige leden van GroenLinks/PvdA hadden ‘ weggestreept’ met NSC-leden maar beide partijen waren tegen dit amendement. Daarom liep hun afspraak bij dit amendement in de soep.

Twee dagen later, op donderdag de derde juli, werd dan uiteindelijk de volledige wet behandeld. Bij die behandeling speelde een spreekwoordelijk ‘kommetje soep’ een hoofdrol. Vooral de NSC zat in de soep. De partij was voor de Asielnoodmaatregelenwet maar tegen het aangenomen amendement alleen maakte dat amendement nu onderdeel uit van de wet en er kon alleen maar vóór of tegen de wet worden gestemd. Vóór stemmen betekent dat illegaliteit strafbaar wordt en dat het serveren van een kommetje soep aan iemand die illegaal in ons land verblijft, ook strafbaar is.

Dat kan toch niet de bedoeling zijn, volgens NSC en de SGP. Voor die laatste partij is dat bijzonder omdat deze partij voor het betreffende amendement stemde en dus voor het strafbaar stellen van het ‘ kommetje soep’. De beide partijen probeerden het vervolgens in iemand anders zijn soep te doen. Die iemand was minister Van Weel van Justitie. Die wrong zich in allerlei bochten en beloofde de minister van justitie dat het serveren van het ‘kommetje soep’ als het aan hem ligt, niet zou worden bestraft. Bovendien, zo betoogde minister Van Weel van Justitie moeten:“ketenpartners prioriteiten (…) stellen bij de handhaving”, en die liggen bij: “mensen die crimineel gedrag vertonen”. De soep wordt, zo betoogde hij, niet zo heet gegeten als de wet haar opdiende. Een andere minister kan daar anders over denken en wel die hete soep opdienen. Iets wat hij niet kon ontkennen want de wet is de wet.

Maar omdat het hete hangijzer, het via het amendement toegevoegde artikel, tussen de soep en de aardappelen door werd opgediend, zegde de minister toe om het gedeelte dat strafbaarstelling van illegaliteit regelt, niet direct in werking te laten gaan, deed hij het bij de Raad van State in de soep en vroeg de Raad hierover een nader advies uit te brengen en dit met de Tweede Kamer te bespreken. Linke soep omdat de ervaringen uit het verleden op dit dossier leren dat adviezen niet al te serieus worden genomen. De Raad van State adviseerde in eerste instantie om: “het wetsvoorstel Asielnoodmaatregelenwet in de huidige vorm niet in te dienen bij de Tweede Kamer.” Minister Faber had daar echter geen soep mee gegeten. Ze gaf aan: “hooguit punten en komma’s,” te wijzigen want: “ Het advies is niet bindend, ik kan ermee doen wat ik wil.”

Al met al is het nu een soep zooitje dat nu aan de Eerste Kamer wordt opgediend.

Hieronder de gebruikte soepuitdrukkingen

1. De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend: zo moeilijk als het wordt verteld of voorgesteld, is het meestal niet.

2. Hij zit in de soep: hij zit in verlegenheid / in de problemen.

3. Het in iemand zijn soep doen: iemand overtuigen om jouw wil uit te voeren.

4. Daar wordt de soep aardig dun van: door deze gebeurtenis wordt de situatie minder aangenaam.

5. Iets doen tussen soep en aardappels (de patatten): iets vlug doen, zonder veel zorg.

6. Hij schept zijn soep goed uit: hij profiteert van de situatie.

7. Dat is linke soep!: dat is gevaarlijk!

8. In de soep lopen: volledig mislukken (van een plan).

9. Het is een soep zootje: het is een rommeltje.

10. Soep eten met een vork: ergens geen genoeg van krijgen.

11. Het vet is van de soep: het beste is er van af.

12. Hij is een goeie in de soep: hij is onkundig.

13. Het is niet veel soeps: het is niet veel bijzonders.

1 In deze Prikker verschillende uitdrukkingen met soep, Voor de betekenissen zie: https://www.voedingonline.nl/page/Nieuws/Bericht/56/Spreekwoorden-met-soep

2 https://www.tweedekamer.nl/debat_en_vergadering/plenaire_vergaderingen/details/activiteit?id=2025A05166 zie amendement 36704-74

Uitgelicht

Slaan en/of geslagen worden

Met grote en ronkende woorden geeft Keren Hirsch in een artikel in Het Parool zanger Douwe Bob onder uit de zak. Hirsch:“Als Douwe Bob echt voor verbinding was, was hij niet weggelopen. Dan had hij navraag gedaan, het gesprek gezocht, geluisterd – maar dat deed hij helaas niet.” De zanger, zo betoogt Hirsch, die bestuurslid is bij het Centrum voor Informatie en Documenten Israël (CIDI), veroordeelt: “ Iemand over een woord waarvan (…) (hij) niet de hele betekenis (…) (wwet). Enkel omdat (…) (hij denkt) de wijsheid in pacht te hebben.” En zij is niet de enige. Het CIDI blijkt zeer effectief in het bereiken van de krantenkolommen want in de Volkskrant een ingezonden brief van Nathan Bouscher van hetzelfde CIDI. Een trend want iedere keer als er kritiek wordt geleverd op Israël dan verschijnen er artikelen vanuit het CIDI in kranten. Bijzondere artikelen waarin de zanger wordt verweten door onwetendheid het verkeerde signaal te hebben afgegeven.

Eerst het betoog van Hirsch. “Kinderen stonden zondag klaar, vol verwachting, voor een optreden van een Nederlandse artiest. Kinderen die vaak naar zwaarbeveiligde scholen gaan, omdat hun Joods-zijn in Nederland al lang niet meer vanzelfsprekend veilig is. Kinderen die opgroeien met de wetenschap dat hun gemeenschappen beveiligd moeten worden bij feestdagen, culturele evenementen en uitjes. En ook Jom Ha Voetbal had beveiliging.” Helaas voor voor de kinderen: “In plaats van hen een vrolijk optreden te bezorgen, kregen ze een pijnlijk signaal: ‘Om wie jij bent, treed ik niet voor je op.’ Douwe Bob liep weg. Niet vanwege iets wat er werd gezegd of gedaan, maar vanwege een woord. Een woord dat voor veel Joden juist hun bestaansrecht uitdrukt.” Ze vervolgt: “Steeds weer worden Joodse Nederlanders verantwoordelijk gehouden voor het conflict in het Midden-Oosten. Steeds weer moeten ze uitleggen dat hun verbondenheid met Israël niet betekent dat ze voor oorlog of bezetting zijn. En steeds weer wordt hun Joodse identiteit verdacht gemaakt – via de achterdeur van antizionisme.” En: “Het wegzetten van zionisme als iets slechts draagt bij aan de dehumanisering van Joden. Het ontneemt ze hun recht op veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie. In een tijd van toenemend antisemitisme – online, op straat en in de politiek – is dat niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk.”

Bron: Flickr

In de Volkskrant betoogt Bouscher dat Douwe Bob door: “te kiezen om überhaupt niet op te treden (…) veel olie op het vuur (heeft) gegooid; hij had er ook voor kunnen kiezen in gesprek te gaan met de organisatoren.” Maar: “het echte punt zit in hoe Douwe Bob klaarblijkelijk aankijkt tegen zionisme. Zionisme is niets meer dan het streven naar een thuisland voor het Joodse volk en het bestaansrecht van Israël als Joodse staat. Voor de meerderheid van de Joden, van uiterst links tot rechts, is zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit.” Hij concludeert dat Douwe Bob door weg te lopen: “ de boodschap af dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël. Dit zal hij zo niet hebben bedoeld, maar dat is wel het kwalijke signaal dat is bijgebleven.” Om hun betoog kort samen te vatten: ‘Arme Douwe Bob, hij is onwetend en heeft door zijn onwetendheid verkeerd gehandeld. Had hij geweten wat zionisme werkelijk is, dan had hij anders gehandeld’.

Zionisme is geen religie. Het is een politieke ideologie. Een ideologie die haar oorsprong vindt in de negentiende eeuw. De eeuw van het nationalisme. De eeuw dat mensen duidelijk moest worden gemaakt dat ze toch echt Nederlander, Duitser of Fransman waren. Voor een huidige Nederlander is het wellicht moeilijk voor te stellen, maar het overgrote deel van de twee miljoen negentiende-eeuwse bewoners van wat nu Nederland is, konden zich bij Nederlander zijn, niets voorstellen. Ze woonden in een dorp of stad en zagen zich als inwoner van dat dorp of die stad, spraken de taal van dat dorp of die stad en als ze op de klok keken dan was de kans groot dat die iets anders liet zien dan de klok in een andere stad. En waar ik hier Nederlander schrijf, kun je ook Duitser, Fransman of welk huidig volk dan ook lezen.

Die identificatie als Nederlander is iets van de laatste 150 jaar. En hoe deden onze voorouders dat, iemand zich Nederlander laten voelen? Dat deden ze via een eenheidstaal en die noem je Algemeen Beschaafd Nederlands. Waarmee je iemand die een lokale taal spreekt meteen wegzet als ‘onbeschaafd’. Dat deden ze door een trots verhaal te creëren over het gebied en haar inwoners. In dat verhaal worden de Batavieren ineens Nederlanders avant la lettre. In dat verhaal word je trots op, om voormalig premier Balkenende aan te halen, ‘die VOC-mentaliteit’. Dat deden ze door er een volkslied in te stampen en andere liederen over daden van mensen die je net als de Batavieren Nederlander avant la lettre maakt. Dan wordt er gezongen over Piet Hein en de zilvervloot en wordt er trots verteld over Michiel de Ruyter en het grote wereldrijk dat die VOC-mentaliteit creëerde. En dat deden ze ook door zich tegen andere volkeren af te zetten. Die zijn anders en voor dat ‘ anders’ zoek je iets wat hen ‘anders’ maakt. En geloof is dan iets wat iemand al snel anders maakt. In de negentiende en zelfs tot het midden van de twintigste-eeuw was een Nederlander vooral Protestants en dan vooral Hervormd. Katholieken werden met de nek aangekeken want die gehoorzaamden niet Den Haag maar Rome.

Het nationalisme kende een burgerlijke en een semi-religieuze variant. De burgerlijke variant waarvan de aanhangers streefden naar een staat die al haar burgers gelijke rechten gaf. Nu wellicht lastig voor te stellen maar in de negentiende en ook de eraan voorafgaande eeuwen, waren mensen niet gelijk en werden zeker niet gelijk behandeld. En hoe verschillend dat verschilde per stad. De semi-religieuze kant van het nationalisme stelde, wat we tegenwoordig identiteit noemen, centraal. Bij deze vorm van nationalisme hoorde je bij de natie als je aan bepaalde vereisten voldeed op het gebied van taal, gedrag, gebruiken en religie. Deze laatste vorm van nationalisme zorgde en zorgt voor problemen.

Deze vorm was een groot probleem voor rijken zoals het Ottomaanse en het Oostenrijks Hongaarse waar veel echt van elkaar verschillende talen werden gesproken. En deze groepen woonden ook nog eens door elkaar. Die problemen kwamen er en zijn er nog steeds. Bijvoorbeeld in voormalig Joegoslavië. Dit is ook het nationalisme van bijvoorbeeld de PVV en andere partijen die spreken over het ‘ echte volk’ of de ‘echte Nederlander’. Deze vorm van nationalisme sluit mensen uit. Deze vorm van nationalisme speelt in op gevoelens van mensen en zet mensen tegen elkaar op. Vooral in tijden van spanning en crisis blijken mensen gevoelig voor deze vorm van nationalisme.

Dan terug naar het zionisme. In die negentiende eeuw kozen veel joden voor bijvoorbeeld de Franse, Duitse of Nederlandse nationaliteit en maakten gebruik van de rechten die ze, net als de andere inwoners van deze landen, kregen. Ze gingen meedoen in het zakenleven, de wetenschap en het bestuur van de landen waar ze woonden. Een ander deel wilde iets anders. Die vonden dat die emancipatie van joden was mislukt omdat zij geen eigen staat hadden in Europa. Ze wilden een joodse staat waar de religie geen rol speelt gebaseerd op de Hebreeuwse taal en de joodse cultuur. Omdat staatsvorming in Europa was mislukt, zochten de zionisten een andere plek en die plek werd Palestina. Dit is het zionisme van Hirscher en Bouscher. De seculiere variant.

Echter, net als bij alle vormen van nationalisme, kent ook het zionisme semi-religieuze varianten in verschillende gradaties. Deze varianten kennen veel aanhangers en onder de bewoners van de illegale kolonistennederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zijn veel aanhangers van de meest extreme vormen te vinden. De aanhangers van Smortrich en zijn Religieus Zionistische Partij en van Ben-Gvir en zijn op religieus zionistische snit gebaseede partij Otsma Jehudit. Een heel ander zionisme dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen. Zionisme is toch iets anders, of beter gezegd veel meer dan Hirsch en Bouscher ons willen voorspiegelen.

Ik begon deze uiteenzetting over het zionisme met de opmerking dat het zionisme een politieke ideologie is. En op politieke ideologieën mag je kritiek hebben. Ze zijn niet neutraal, ze politiseren en polariseren. Dat gebeurt binnen de verschillende varianten van het zionisme. Het zionisme van Smotrich en Ben-Gvir bekritiseert de neutrale variant van Hirsch en Bouscher. En het zou zomaar kunnen dat deze beide auteurs ook kritiek hebben op het religieus zionisme van Smotrich en Ben-Gvir. Maar ook van buiten mag je kritiek hebben op een politieke ideologie. Socialisme, liberalisme, politiek islamisme, nationalisme, trumpisme ze mogen allemaal bekritiseerd worden. En het is het goede recht van iedere muzikant om niet op te willen treden als er reclame wordt gemaakt voor een politieke ideologie. Zeker als vooraf is aangegeven dat de artiest niet optreed als er sprake is van politieke reclame. Beide briefschrijvers verwijten Douwe Bob dat hij daarover niet het gesprek is aangegaan. Na zo’n gesprek, zo suggereren ze, had hij gewoon kunnen spelen want hun politieke reclame was ‘ goede’ politieke reclame. Daarmee vragen ze de zanger om te marchanderen met zijn principes en vooral met de gemaakte afspraken. Politieke reclame is politieke reclame.

Dat weigeren wil niet zeggen dat de artiest de politiek waarvoor reclame wordt gemaakt, als ‘slecht’ wegzet, zoals Hirsch beweert. Het zegt niets over die stroming en de mensen die haar aanhangen. Het geeft alleen aan dat de betreffende artiest geen politieke reclame wil maken. Dat Douwe Bob, na lang aandringen in een talkshow aangaf dat hij zich niet kon vinden in het ‘zionisme’ dat de huidige Israelische regering voorstaat, doet daar niets aan af. Deze artiest vervolgens woorden in de mond leggen dat hij: “Om wie jij bent, (…)ik niet voor je op(treed),” zoals Hirsch of dat de zanger: “ de boodschap af (geeft) dat Joden alleen nog mogen meedoen wanneer zij afstand nemen van Israël,” zoals Bouscher het verwoordt en door verschillende politici in soortgelijke en nog walgelijkere bewoordingen, is beneden alle peil. Dat is: “niet alleen schadelijk, maar ook gevaarlijk,” om Hirsch’ eigen woorden te gebruiken.

Voor “ Joden, van uiterst links tot rechts (…) zionisme onlosmakelijk verbonden aan hun identiteit,” schrijft Bouscher. Dat dit zo is, maakt echter nog niet dat joods en zionisme aan elkaar gelijk zijn. Dat het ene woord zo de plaats van het andere kan innemen. Veel joden, vooral orthodoxe, zien dat heel anders. Volgens deze groep heeft zionisme niets met hun identiteit te maken. Zij verwerpen het zionisme in welke vorm dan ook. Toch identificeren zij zich als joods. Brengen deze orthodoxe joden dan ook de: “veiligheid, verbondenheid en zelfdefinitie,” om de woorden van Hirsch te gebruiken, in gevaar? Of klopt haar stelling dat voor joden zionisme onlosmakelijk aan hun identeit is verbonden, niet?

“Keer op keer wordt ‘zionisme’ gebruikt als stok om de Joodse gemeenschap te slaan,” schrijft Hirsch. Dat zal in sommige gevallen best zo zijn. Maar of het werkelijk zo is? In een tijdsgewricht waar iemand zijn identeit steeds meer verbindt aan één kenmerk, is kritiek op dat kenmerk meteen existentieel. Als ‘zionist’ je hele identiteit is, dan zie je het besluit van Douwe Bob als een aanval op jou. Als zionist maar een onderdeel is van hoe je jezelf ziet, als het in welke vorm dan ook, alleen maar iets zegt over het politieke deel van je identeit, dan zou dat wel eens heel anders kunnen liggen.

Maar wie slaat er dan en wie wordt er geslagen? Zijn het in dit geval niet Hirsch en Bouscher die de stok hanteren? Ze hanteren een rammelend betoog en ongefundeerde beschuldigingen om zanger Douwe Bob mee te slaan en zij zijn daarin niet de enigen. Zij krijgen hierbij steun van politici en mediapersoonlijkheden. Dat heeft ertoe geleid dat de zanger wordt bedreigd en met zijn gezin het land uit is gevlucht. Ik hoop dat ze zich realiseren dat deze manier van handelen wel eens op hen kan terugslaan. Door iedere kritiek of andere mening meteen antisemitisch te noemen, wordt echt antisemitisme afgedekt. Om Trumpfluisteraar Steve Bannon aan te halen, door de zone met nepshit te overspoelen, wordt echte shit onzichtbaar. De kans is groot dat dergelijk geschreeuw een groot deel van de mensen imuun maakt voor antisemitisme.

Uitgelicht

Tel Aviv en/of Teheran

“ Een duidelijke uitspraak van GroenLinks-PvdA’ (…) wij gaan niks doen om de burgers van Israël te beschermen. Ik vind het verontrustend dat zo’n draai wordt gemaakt,” Aldus NSC Kamerlid Kahraman. “Wees dan ook eerlijk en erken dat heel Tel Aviv van de kaart geveegd kan worden,” de reactie van VVD-Kamerlid Van der Burg. “Mevrouw Piri is blijkbaar van mening dat Israël niet meer over een functionerende luchtafweer mag beschikken en zich niet meer mag verdedigen tegen inkomende raketten die worden afgeschoten door het regime van de ayatollahs in Iran. Ik vind dit een opmerkelijke draai, die mij, ook in het licht van de geschiedenis en de partij waar mevrouw Piri vandaan komt, persoonlijk zwaar valt.” Aldus Minister Veldkamp. Reacties op het standpunt van Groenlinks-PvdA dat Nederland geen wapens en ook geen onderdelen voor het anti-raketschild Iron Dome maar mag leveren. Ik ben mevrouw Piri niet en ook niet GroenLinks-PvdA, maar laat ik de vragen toch eens beantwoorden.

Teheran. Bron commons.wikimedia

Eerst ter inleiding. Volgens Piri en GroenLinks-PvdA wordt: “ Iron Dome (…) ingezet als een onderdeel van de aanvalsstrategie. (…) Het is nu helaas door Netanyahu (de premier van Israël, red.) ingezet als onderdeel van een aanval en kan dus niet langer worden gezien als defensief wapen.” Een redenering die je met argumenten kunt onderbouwen. In deze oorlog, want dit is geen conflict, is Israël de agressor, zoals Piri terecht constateert. Israël is deze oorlog begonnen. Iets wat ik in mijn vorige prikker ook betoogde.

Beste meneer Kahraman, het is aan Israël om haar eigen burgers te beschermen in deze door het land zelf gestarte oorlog. En zoals we ook na de Russische aanval op Oekraïne hebben gedaan, veroordelen we deze brute Israëlische aanval op een ander land. En net zoals we Rusland straften, straffen we ook Israël met sancties. Als eerste vallen alle militaire goederen en goederen die voor militaire doeleinden gebruikt kunnen worden onder sancties. Deze goederen kunnen en mogen we niet meer aan agressor Israël leveren. Als Israël hierdoor haar burgers niet meer kan beschermen, dan komt dat geheel en al op het conto van de Israëlische regering. Die liet ons door het beginnen van deze oorlog, geen andere keus. Ieder Israëlische dode die hierdoor valt, is een gevolg van het besluit en dus een verantwoordelijkheid van de Israëlische regering. Net zoals iedere Iraanse dode als gevolg van de Israëlische acties een verantwoordelijkheid is van de Israëlische regering.

Beste minister Veldkamp. Van mij mag Israël best over een functionerende luchtafweer beschikken. Maar niet eentje waar wij aan bijdragen. Dat is niet omdat wij er niet aan willen bijdragen. Dat is omdat de Israëlische regering ons, zoals gezegd, geen andere keus laat. En net als u, heb ik niets op, en moet ik niets hebben van ayatollahs in Iran. Dat laat onverlet, dat Iran het recht heeft zich te verdedigen tegen de onwettelijke en onnodige Israëlische aanval waartoe de Israëlische regering heeft besloten.

Daarmee kom ik bij meneer Van de Burg en het mogelijk ‘van de kaart vegen van Tel Aviv’. Ja, als het Iron Dome niet meer functioneert, dan lopen de inwoners van Tel Aviv veel meer risico. Dat is niet iets wat u mij in de schoenen moet schuiven omdat ik voor deze sancties pleit. Daarvoor moet u toch echt bij de leider van Israël zijn. De leider die u in deze blind en kritiekloos volgt. En dat blinde en kritiekloze stuit mij zeer tegen de borst.

Belangrijker beste meneer Van de Burg. Waar is uw bekommernis met de weerloze Iraanse burgers? Met bijvoorbeeld de 10 miljoen burgers van Teheran die van president Trump van de Verenigde Staten te horen kregen dat ze snel (ik geloof binnen twee dagen) hun heil elders moesten zoeken. Dit om hun leven zeker te zijn. Zij hebben geen Iron Dome en zelfs geen functionerende normale luchtverdediging meer. Die schakelde Israël in haar eerste illegale klap uit. U bekommert u om de inwoners van Tel Aviv en ook ik maak mij zorgen om de inwoners van deze stad, Ik maak me echter net zoveel zorgen om de inwoners van Teheran. En mijn zorgen om de burgers van Teheran zijn na wat Israël in Gaza heeft gedaan en nog doet, zeer groot.

Uitgelicht

Hypocrisie geframed

Framing is, aldus Wikipedia: “een overtuigingstechniek in communicatie waarbij woorden en beelden zo gekozen worden, dat daarbij impliciet een aantal aspecten van het beschrevene wordt uitgelicht. Deze uitgelichte aspecten helpen om een bepaalde lezing van het beschrevene of een mening daarover te propageren.” Het in de discussie rondom asiel veel gebruikte woord ‘gelukszoekers’ is een voorbeeld van framing. Ja, mensen die asiel zoeken, zoeken geluk. Maar zoeken we daar niet allemaal naar? Het enige verschil tussen een asielzoeker en mij, is dat de asielzoeker van een plek komt waar het vinden van geluk redelijk onmogelijk is en ik mijn geluk op mijn geboorteplek kan nastreven. Dat toeval is mijn grootste geluk. Soms is het frame overduidelijk. Soms is het wat lastiger te achterhalen.

Neem het volgende:“Het kabinet betreurt de aanvallen van Israël op Iran. Demissionair premier Schoof spreekt van “alarmerende aanvallen” en roept alle partijen op “om de rust te bewaren en zich te onthouden van verdere aanvallen en vergeldingen.”” Zoals is te lezen op de site van de NOS. Vele andere westerse regeringsleiders doen hetzelfde en voegen er, zoals de Britse premier Starmer, nog aan toe dat Israël het recht heeft om zichzelf te verdedigen.

Door het frame, de woorden ‘betreuren’ en ‘ vergelding’ wordt het beeld geschapen dat de twee partijen gelijke schuld hebben aan de ontstane situatie. Dat is bezijden de waarheid. Ja, Israël heeft het recht om zich te verdedigen zoals Starmer zegt. Verdedigen doe je je tegen een aanval. Israël werd niet aangevallen door Iran. Iran werd aangevallen door Israël en die aanval begon al met het bombarderen van het Iraanse consulaat in Damascus op 1 april 2024. Een daad waarop Iran zeer terughoudend reageerde. Na de aanval van 13 juni 2025 was dat voor de Iraanse regering niet meer mogelijk. Er is hier geen sprake van verdedigen maar van een aanval op een soeverein land. Dat dit soevereine land een verschrikkelijke regering heeft, maakt dit feit niet anders.

Iran heeft een nucleair programma en verrijkt uranium. Dat doet Nederland ook. In Almelo bij Urenco wordt uranium verrijkt voor gebruik in kerncentrales. Uranium verrijken is niet verboden. Het land heeft geen kernwapen en heeft het non-proliferatieverdrag (NPV) ondertekend. Dat verdrag beoogt de verspreiding van kernwapens te voorkomen en het aantal kernwapens te verminderen. Onder dat verdrag worden de Iraanse nucleaire activiteiten gecontroleerd. Het land heeft dat verdrag niet geschonden. En zelfs als het land dat verdrag zou schenden, dan was het nog niet Israël om te straffen en zeker niet te bombarderen. Dan was het aan de verdragspartners om dat met de Iraanse regering op te nemen. Israël is geen verdragspartner en heeft zelf kernwapens. Wat Israël op nucleair gebied uitspookt en hoeveel kernwapens het heeft, is onbekend omdat het geen verdragspartner is, wordt het niet gecontroleerd. Israël verwijt Iran regels te schenden die het zelf niet wil tekenen. Een bijzondere vorm van hypocrisie van zowel Israëlische kant als van de kant van de westerse regeringsleiders. Op het gebied van nucleaire technologie zou juist Israël aangesproken en veroordeeld moeten worden. Aangesproken en veroordeeld op de weigering om het NPV te ondertekenen. Dat aanspreken laten de westerse leiders na.

Ook van een ‘acute dreiging’ door Iran waar de Israëlische premier Netanyahu over spreekt en dat door westerse politici en media wordt overgenomen, is geen sprake. Zelfs als Iran kernwapens zou ontwikkelen, dan nog was dit geen acute bedreiging voor Israël. Kernwapens zijn wapens die je hebt om niet te gebruiken maar die moeten voorkomen dat anderen die ze wel hebben je kunnen chanteren. En zelfs daar is hun ‘kracht’ beperkt. Het grote Russische arsenaal kan niet voorkomen dat Oekraïne aanvalt tot diep in het Siberische binnenland. Zo zouden Iraanse kernwapens een Israëlische aanval zoals die van 13 juni niet hebben voorkomen en verhinderen de Israëlische kernwapens Iran niet bij het bestoken van Israël met raketten en drones.

Een van de Israëlische doelen van deze aanvallen is de Iraanse capaciteit om raketten naar Israël te sturen, wegnemen. Het bijzondere is dat de actie juist precies het tegendeel bereikt. De raketten landen door deze aanval juist op Israël. Dit terwijl ze tot vorige week gewoon in een Iraanse opslag lagen. De Israëlische luchtmacht ‘heerst boven Teheran’ verkondigt Israëls premier Netanyahu vol trots. Dat is allemaal in heel korte tijd bereikt. Vanuit militair oogpunt een knappe prestatie. Dat het zo snel is gegaan laat echter vooral zien dat die ‘acute Iraanse dreiging’ er niet was en nooit is geweest. Het land was en is veel te zwak om wie dan ook te bedreigen. De grootste dreiging die er vanuit het land uitging, was de dreiging van door het land bewapende clubjes in conflictgebieden in buurlanden. Clubjes die met relatief eenvoudig wapentuig bevoorraad kunnen worden en de boel kunnen destabiliseren. Nu is Iran niet het enige land dat eigen ‘clubjes’ steunt om ergens zaken te destabiliseren en zo invloed te verkrijgen.

Israël framed zich graag als de underdog. Het is echter de sterkste militaire macht in het Midden-Oosten, is dat altijd geweest en de geschiedenis laat zien dat Israël een grotere bedreiging is voor haar buurlanden dan haar buurlanden voor Israël. Israël is militair een regionale supermacht die ook nog eens door dik en dun wordt gesteund door de grootste militaire supermacht van de wereld, de Verenigde Staten. Israël heeft een stevig track record als het gaat om het bombarderen van andere landen. Zo bombardeerde het op 7 juni 1981 de Iraakse nucleaire onderzoeksreactor in Osirak. Op 1 oktober 1985 het hoofdkwartier van de PLO in de Tunesische hoofdstad Tunis. Op 6 september 2007 bombardeerde het een Syrische nucleaire reactor. Syrië is trouwens vaker het slachtoffer van Israëlische agressie. Het meest door Israël gebombardeerde en binnengevallen en bezette land is Libanon. En nu ben ik de Operation Focus nog vergeten. De Israëlische aanval op Egypte in 1967 en vervolgens Syrië en Jordanië. Ook wel bekend als de Zesdaagse Oorlog. De oorlog waarin Israël de Golanhoogte, Sinaï, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook bezette. Ja die underdog, die ‘David’ is eigenlijk al vanaf 1948 (en zelfs al daarvoor) de eigenlijke Goliath. Ja, in 1948 vielen zeven Arabische landen de nieuwe Joodse staat Israël aan. Maar, zoals de Palestijnse historicus Khalidi het treffend omschrijft: “Ondanks het breed levend beeld van het Israëlische leger dat in het niet viel bij de zeven binnenvallende legers, weten we dat Israël in 1948 in werkelijkheid meer manschappen en meer wapens had dan zijn tegenstanders. Er waren in 1948 maar vijf reguliere Arabische militaire machten op de been, aangezien Saudi-Arabië en Jemen geen noemenswaardig leger hadden. Vier van die legers trokken het Mandaat Palestina binnen (het minuscule Libanese leger is nooit de grens over gegaan) en twee daarvan, het Arabische Legioen van Jordanië en de Irakese strijdkrachten, hadden van hun Britse bondgenoten het verbod gekregen om de grenzen van de gebieden die door de opdeling aan de joodse staat waren toegewezen, te overschrijden en voerden dan ook geen invasie in Israël uit.” i

In 2021 viel Rusland buurland Oekraïne binnen. Toen was het huis te klein en regende het veroordelingen, rolde het ene sanctiepakket over het andere heen en kreeg de aangevallen partij steeds zwaardere wapens toegeschoven om zich te verdedigen tegen de agressor. De agressor werd veroordeeld en de aangevallen partij kreeg steun. Het tegengestelde is nu het geval en dat staat in schril contrast met de huidige reactie. De aangevallen partij is nu niet het voorbeeld van een prettige samenleving. De Ayatollahs regeren met harde hand en onderdrukken hun bevolking. Dat laat echter onverlet dat de Israëlische agressie ten scherpste moet worden veroordeeld. Dat het mishandelde slachtoffer een boef is laat onverlet dat de mishandeling een misdaad is die bestraft moet worden. Dat Iran geen prettig land is laat onverlet dat de Israëlische aanval een zware schending van het internationaal recht is die bestraft moet worden. Net zoals de Russische agressie ten scherpste werd veroordeeld en bestraft met sancties.

Het tegendeel lijkt het geval te zijn. De Verenigde Staten, waren op de hoogte van de aanval en deden niets om deze tegen te houden. In tegendeel, ze voorzien Israël van wapens om de aanval voort te zetten. Bijzonder aan de rol van de Verenigde Staten en dan vooral haar president Trump, is dat er werd onderhandeld over een nucleair verdrag met Iran. Een verdrag dat president Obama in 2015 afsloot en waar zijn opvolger Trump in 2018 de stekker uit trok. Het was, volgens de ‘expert dealmaker’ een slecht verdrag. Nu wilde hij een soortgelijk verdrag afsluiten en was daarover in gesprek met Iran. Na de Israëlische bombardementen beëindigde Iran deze gesprekken. Op de vraag of Nederland een verzoek om een bijdrage te leveren om de Verenigde Staten, en in het verlengde daarvan Israël, te ondersteunen als de Verenigde Staten dat zouden vragen, gaf minister Brekelmans het antwoord dat dit van het verzoek zou afhangen. Dit is de omgekeerde wereld. Op die vraag kan, op basis van het internationaal recht dat Nederland conform de Grondwet artikel 90 moet bevorderen, maar één antwoord worden gegeven: ‘NEE, Nederland levert geen steun aan welke agressor dan ook.’

De westerse landen, ook de Nederlandse regering, regeren zeer terughoudend en lijken de schuld bij Iran te leggen of dat land in iedere geval een gelijke mate aan schuld in de schoenen te willen schuiven. Ze rijden een scheve schaats en proberen die met de hierboven beschreven frames recht te laten lijken.

iRashid Khalidi, De honderdjarige oorlog tegen Palestina. Een geschiedenis van kolonialisme en verzet, pagina 105

Brood en spelen

Via een interessant artikel van Evgeny Morozov bij De Correspondent, kwam ik uit bij het Techno optimistisch manifest van Marc Andreessen. Morozov schreef erover dat het: “bol (staat) van verwijzingen naar economische stagnatie,” en dat, “alleen het lef van ondernemers kan voorkomen dat het systeem vastloopt,” en dat, “versnelling (…) (de) enige deugd (is, en) wie pleit voor voorzichtigheid, wordt weggezet als ketter.” Dat moest ik zelf lezen. Dus dat maar gedaan. Ik viel steil achterover en dat niet van bewondering. Ga er maar even voor zitten want dit is een lange Prikker. Korter kon ik het niet maken

Eerst iets over Marc Andreessen en waarom het belangrijk is om kennis te nemen van het manifest. Andreessen is een van de tech-miljardairs. Hij verdiende zijn geld bij onder andere Netscape en investeerde dat vervolgens in andere techbedrijven zoals Facebook, Pinterest, LinkedIn en Twitter. Hij zit de raad van commissarissen van verschillende grote tech-bedrijven, onder andere Meta. Politiek leunde hij naar de democraten maar maakte in 2024 de overstap naar Donald Trump en steunde diens campagne met een grote som geld. Geld waardoor hij invloed kreeg en onder andere mensen wierf voor Musks Department of Government Efficiency (DOGE).

“We worden voorgelogen,” begint Andreessen zijn manifest. Zo wordt ons, aldus Andreessen: “verteld dat technologie onze banen inpikt, onze lonen verlaagt, ongelijkheid vergroot, onze gezondheid bedreigt, het milieu ruïneert, onze samenleving vernedert, onze kinderen corrumpeert, onze menselijkheid aantast, onze toekomst bedreigt en altijd op het punt staat om alles te ruïneren.” Dat technologie banen kost, staat buiten kijf. De auto betekende het einde voor vele hoefsmeden. Die verloren hun baan. De auto leverde dan weer wel werk op voor automonteurs. Zo is er bij alle delen van deze zin wat op te merken. De belangrijkste vraag is echter wie is degene die ons ‘voorliegt’? Die Andreessen creëert een fictieve vijand. Dit is een stropopredenering. Sterker nog, ook de andere ‘leugens’ die ons volgens Andreessen worden verteld, zijn een drogreden van het soort stropop1.

Met één ‘leugen’ is nog iets bijzonders aan de hand. “Ons wordt verteld dat we ons geboorterecht moeten verloochenen – onze intelligentie, onze controle over de natuur, ons vermogen om een betere wereld op te bouwen.” De leugen in deze zin is niet dat we het vermogen hebben om een betere te bouwen. Dat vermogen hebben we. De leugen is dat we controle hebben over de natuur. Die hebben we maar in beperkte mate. Het voorkomen van stormen, aardbevingen, zonnevlammen, maansverduisteringen en vulkaanuitbarstingen behoort niet tot onze mogelijkheden. Het enige wat we daar kunnen, is ze proberen te voorspellen en vervolgens de schade die ze veroorzaken te beperken.

Na de leugens, Andreessens waarheden. Waarheden zoals dat onze beschaving is gebouwd op technologie. Technologie is inderdaad een belangrijk ingrediënt van onze beschaving. Ingrediënt, geen fundament. Een halve waarheid. En daarmee kom ik bij een andere bewering van Andreessen die hij doet onder het kopje ‘Markten’: “David Friedman wijst erop dat mensen alleen dingen voor andere mensen doen om drie redenen – liefde, geld of dwang. Liefde is niet schaalbaar, dus de economie kan alleen draaien op geld of dwang. Het krachtexperiment is uitgevoerd en ontoereikend bevonden. Laten we het bij geld houden.” Als er iets is wat bij uitstek schaalbaar is, dan is het liefde, of beter gezegd vertrouwen. Iemand liefde of vertrouwen geven, maakt niet dat ik het een ander niet kan geven. Een euro kan ik maar één keer uitgeven. Vertrouwen is het fundament van iedere menselijke samenleving in het verleden, in het heden en waarschijnlijk ook in de toekomst. Vertrouwen dat je partner die je lief hebt, voor je klaar staat. Vertrouwen dat de ‘buurman’ je een ‘kopje suiker’ geeft als je dat nodig hebt. Vertrouwen dat de gemeenschap er voor je is als je zonder inkomsten komt te zitten. Vertrouwen dat we elkaar beschermen als onze gemeenschap, ons land, wordt aangevallen. Vertrouwen dat ik voor dat geld wat Andreessen zo belangrijk vindt, een brood kan kopen.

Na de ‘waarheden’ de lofzang op onze technologische mogelijkheden. Of eigenlijk een lofzang op groei en dan vooral economische groei en de vrije markt: “Wij geloven dat groei vooruitgang is – leidend tot vitaliteit, uitbreiding van het leven, toenemende kennis, hoger welzijn.” En er zijn maar: “drie bronnen van groei: bevolkingsgroei, gebruik van natuurlijke hulpbronnen en technologie.” En met twee van die drie is wat aan de hand: “Ontwikkelde samenlevingen ontvolken over de hele wereld, in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dus de groei zal niet komen van meer mensen. En: “Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen heeft scherpe grenzen, zowel reëel als politiek.” Dus ook van die kant komt geen groei. Blijft over technologie: “de enige eeuwigdurende bron van groei is technologie. In feite is technologie – nieuwe kennis, nieuwe gereedschappen, wat de Grieken techne noemden – altijd de belangrijkste bron van groei geweest, en misschien wel de enige oorzaak van groei, omdat technologie zowel bevolkingsgroei als het gebruik van natuurlijke hulpbronnen mogelijk maakte.” Nu zegt mijn logica me dat je bij een krimpende bevolking kunt groeien zonder groei. Of beter gezegd, dat iedere mens in een krimpende samenleving het beter kan krijgen zonder economische groei. Een simpel rekenvoorbeeld. Het bbp van een land is 1.000 en er wonen 100 mensen. Het bbp per hoofd van de bevolking is 10. Als bijvoorbeeld 10 jaar later het bbp nog steeds 100 is maar er wonen slecht 90 mensen, dan is het bbp per hoofd van de bevolking 11,11. Sterker nog, bij een krimp van het bbp naar 95, hebben de dan 90 mensen, nog een hoger inkomen per hoofd van de bevolking dan voorheen. Daarbij kun je terecht afvragen of groei vertaald als economische groei of meer inkomen, de enige vorm van groei is die ertoe doet.

Bij die lofzang een overzicht van ‘problemen’ die technologie oploste: “We hadden een hongersnoodprobleem, dus hebben we de Groene Revolutie uitgevonden. We hadden een probleem met duisternis, dus vonden we elektrische verlichting uit. We hadden een probleem met de kou, dus vonden we de verwarming binnenshuis uit. We hadden een probleem met hitte, dus vonden we de airconditioning uit. We hadden een probleem met isolatie, dus vonden we het internet uit. We hadden een probleem met pandemieën, dus vonden we vaccins uit. We hadden een probleem met armoede, dus vonden we technologie uit om overvloed te creëren. Geef ons een probleem uit de echte wereld en we vinden de technologie uit die het zal oplossen” Even voor techmiljardair Andreessen. Honger en armoede zijn nog steeds problemen. Door technologie gecreëerde ‘overvloed’ lost deze problemen die niet op want er wordt voldoende voedsel geproduceerd en er is voldoende geld. Een gebrek aan ‘overvloed’ is niet het probleem. Het probleem is de verdeling ervan en dus een marktprobleem. Sterker nog, door technologie gecreëerde ‘overvloed’ is op verschillende andere terreinen juist het probleem. We worden overspoeld met goedkope spullen van slechte kwaliteit zoals wegwerp tentjes en als extreem voorbeeld kleding die op de afvalberg in Chili beland. Een berg die je vanuit de ruimte kunt zien2.

Andreessen mag dan wel geloven dat: “markten mensen uit de armoede halen,” en dat markten: “de meest effectieve manier om grote aantallen mensen uit de armoede te halen, en dat is altijd zo geweest. Zelfs in totalitaire regimes leidt het geleidelijk opheffen van de repressieve laars van de keel van de mensen en hun vermogen om te produceren en handel te drijven tot snel stijgende inkomens en levensstandaarden. Til de laars een beetje meer op, nog beter. Haal de laars helemaal weg en wie weet hoe rijk iedereen kan worden.” ‘Geen gezeik, iedereen rijk’, om die spreuk van de Tegenpartij van Jacobse en Van Es aan te halen, zo suggereert Andreessen. Het opheffen van ‘repressieve laarzen’ kan veel goeds opleveren. Een markt zonder ‘laars’ leidt echter tot grote ellende. In het eerste van de 23 dingen in zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, maakt de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang op overtuigende wijze een eind aan de mythe van de vrije markt. Dit ding draagt de toepasselijke titel De vrije markt bestaat helemaal niet. Chang: “De vrije markt bestaat niet. Elke markt kent wel regels en grenzen die de keuzevrijheid beperken. Een markt lijkt alleen maar vrij omdat we de beperkingen die eraan ten grondslag liggen zo onvoorwaardelijk accepteren dat we ze niet meer zien.” En iets verderop: “De overheid is altijd bij de markt betrokken en deze vrijemarktadepten zijn net zo politiek gemotiveerd als wie dan ook.3 Als treffende voorbeeld van overheidsbetrokkenheid bij markten noemt hij kinderarbeid waarbij door overheidsregulering een resultaat is bereikt dat we nu allemaal als geheel normaal zien. Toen het werd voorgesteld lag dat geheel anders en kwam er flink protest van juist de aanhangers van de vrije markt. Een ‘markt zonder laars’ gaat hongersnood en armoede niet oplossen. Die zorgt ervoor dat mensen als Andreessen nog rijker worden en dat de armen steeds armer worden. Om het bewijs daarvan te zien hoeft hij alleen maar om zich heen de kijken in de Verenigde Staten. Het land met de meest vrije markt en de meest scheve verdeling van inkomen en vermogen. Dat is voor het overgrote deel geen gevolg van: “verdienste en prestatie,” waar Andreessen in gelooft, of het ontbreken ervan. Dat is voor het grootste deel een gevolg van geluk bij je geboorte.

Als klap op de vuurpijl: “Wij geloven dat de ultieme morele verdediging van markten is dat ze mensen die anders legers zouden oprichten en religies zouden beginnen, afleiden naar vreedzame productieve bezigheden.” Bijzonder als eerste omdat een goede lezer hier leest dat religies mensen op het oorlogspad zetten. Nu leert de geschiedenis dat er veel oorlogen een religieus tintje hadden, daaruit concluderen dat religies oorlogszuchtig zijn, tart de logica. Dit is tot daaraan toe. Beweren dat de ultieme morele verdediging van markten is, dat de mens afhouden van oorlogen, is heel bijzonder. Heel bijzonder omdat veel van de bedrijven techbro’s die Andreessen geloof in de zegende werking van technologie aanhangen, zo laat Morozov in zijn artikel zien, zich richten op de defensie-industrie. Als markten en technologie voor vrede zorgen, waarom dan je richten op de defensie-industrie?

“Wij geloven dat markten ook het maatschappelijk welzijn verhogen door werk te genereren waar mensen zich productief mee bezig kunnen houden. Wij geloven dat een universeel basisinkomen mensen zou veranderen in dierentuindieren die door de staat gekweekt moeten worden. De mens was niet bedoeld om gekweekt te worden; de mens was bedoeld om nuttig te zijn, om productief te zijn, om trots te zijn.” Aldus Andreessen bij zijn lofzang op de markt. Het bijzondere van het huidige tijdsgewricht is dat die ‘markten’ vooral werk creëren dat niets toevoegt. Werk zoals ‘cryptomijnbouwer’ en ‘infuencer’, een dure’ term voor de ouderwetse colporteur die je aan huis een encyclopedie probeerde te verkopen. Alleen kan die moderne colporteur bij ‘zeer veel deuren tegelijk aanbellen’. Het meest bijzondere is dat werk dat het maatschappelijk welzijn verhoogt, zoals lesgeven, mensen verplegen en vuilnis ophalen, slecht worden betaald.

Dan volgt een lofzang op de techno-kapitalistische machine, zoals Andreessen het noemt. “Wij geloven dat de technokapitaalmachine van markten en innovatie nooit eindigt, maar in plaats daarvan voortdurend in een opwaartse spiraal terechtkomt. Comparatief voordeel verhoogt specialisatie en handel. Prijzen dalen, waardoor koopkracht vrijkomt en vraag wordt gecreëerd. Dalende prijzen komen iedereen ten goede die goederen en diensten koopt, dus iedereen. Menselijke wensen en behoeften zijn eindeloos en ondernemers creëren voortdurend nieuwe goederen en diensten om aan die wensen en behoeften te voldoen, waarbij ze onbeperkte aantallen mensen en machines inzetten.” Behoefte creëert vraag, aldus Andreessen. Voor primaire levensbehoeften zoals voedsel is dat zeker zo. Voor andere behoeften, zoals bijvoorbeeld kleding en schoenen, is dat slechts ten dele het geval. Om je te kleden en van schoenen te voorzien, heb je geen veertig t-shirts en spijkerbroeken, laat staan een kast met vierhonderd paar schoenen nodig. Voor het gros van de producten is het veeleer het product en de marketing ervan die de behoefte creëert. Niemand had ‘behoefte’ aan een mobieltje of een smartphone. Het ding was er en er werd een behoefte bij ontwikkeld. Niemand had behoefte aan een ‘sla molen’ om natte sla droog te draaien, een theedoek volstond. Toch bestaan er slamolens. Niemand had behoefte aan een ‘bitcoin’ … I rest my case in deze.

Andreessen vervolgt: “De technokapitaalmachine laat natuurlijke selectie voor ons werken op het gebied van ideeën. De beste en meest productieve ideeën winnen, worden gecombineerd en genereren nog betere ideeën. Die ideeën materialiseren zich in de echte wereld als technologisch mogelijk gemaakte goederen en diensten die nooit de novo zouden zijn ontstaan.” Andreessen gaat mij toch niet wijsmaken dat de Bitcoin het beste en meest productieve idee is? Ja, mensen hebben interactie met andere mensen nodig, maar Andreessen wil toch niet beweren dat Facebook, Instagram en Snapshat de beste en meest productieve ideeën zijn om hieraan invulling te geven? Invulling te geven door, om de uitspraak van Steve Bannon te gebruiken ‘de zone’ met ‘shit’ te ‘overspoelen’ om ons maar te laten scrollen en klikken. Het lijkt mij dat een sportclub, toneelvereniging of fanfare een veel beter en productiever idee is voor interactie met andere mensen en voor het aangaan van vriendschappen?

“Wij geloven dat intelligentie de ultieme motor van vooruitgang is. Intelligentie maakt alles beter. Slimme mensen en slimme samenlevingen presteren beter dan minder slimme op vrijwel elke metriek die we kunnen meten. Intelligentie is het geboorterecht van de mensheid; we moeten het zo volledig en breed mogelijk uitbreiden,” schrijft Andreessen iets verderop onder het kopje Intelligentie. Een citaat waarin ik me volledig kan vinden. Alleen is intelligentie voor mij iets anders dan technologie en zeker dan Artificiële Intelligentie, door Andreessen beschreven als: “onze alchemie, onze Steen der Wijzen.” Intelligentie is nadenken over zaken voordat je eraan begint. Niet: “to boldly go where no one has gone before” om die Star Trek quote aan te halen, maar door je eerst af te vragen waarom je daar naartoe gaat? Wat het ons meer gaat brengen dan alleen ‘daar geweest’ zijn en welke risico’s eraan verbonden zijn? En om terug te komen op honger en armoede, intelligentie is om eerst dat verdelingsprobleem op te lossen. Dat probleem en het probleem van gelijke vertegenwoordiging van eenieder in de besluitvorming. Want, zoals Morozov in zijn artikel schrijft, de techbro’s hebben de sleutels van het Witte Huis terwijl de invloed van Jo Sixpack reikt tot zijn eigen koelkast.

Na intelligentie komt Andreessen bij het onderwerp energie. Hij start met: “Energie is leven. We vinden het vanzelfsprekend, maar zonder energie hebben we duisternis, honger en pijn. Met energie hebben we licht, veiligheid en warmte.” Energie is belangrijk voor de mens. Maar toch. Ook met energie kan er duisternis, honger en pijn zijn en zonder energie kan er veiligheid, licht en warmte zijn. Hij gaat verder: “Wij geloven dat technologie de oplossing is voor de achteruitgang en de crisis van het milieu. Een technologisch geavanceerde samenleving verbetert de natuurlijke omgeving, een technologisch stagnerende samenleving ruïneert deze. Als je milieuverwoesting wilt zien, bezoek dan een voormalig communistisch land. De socialistische USSR was veel slechter voor het milieu dan de kapitalistische VS. Google maar eens op het Aralmeer.” Technologie heeft die crisis van het milieu mede veroorzaakt. Dat wil niet meteen zeggen dat technologie niet ook een deel van de oplossing kan zijn. Techniek is neutraal, het is de manier waarop techniek wordt gebruikt. Wat bijzonder is aan deze bewering, is dat Andreessen twee voorbeelden als maatgevend gebruikt: de VS en de USSR en daaruit concludeert dat een technologisch geavanceerde samenleving de natuur verbetert een technologisch stagnerende samenleving deze ruïneert. Het lijkt me trouwens sterk dat de natuur in de VS nu in een betere staat is dan bijvoorbeeld tweehonderd jaar geleden. Je kunt geen algemene conclusie trekken uit twee voorbeelden. Hier is, net als in het hele manifest, sprake van geloven. Niet van feitelijkheden.

“Wij geloven dat we intelligentie en energie in een positieve feedbacklus moeten plaatsen en beide tot in het oneindige moeten stimuleren. Wij geloven dat we de feedbacklus van intelligentie en energie moeten gebruiken om alles wat we willen en nodig hebben in overvloed te maken. ….Wij geloven dat technologie de wereld uiteindelijk drijft naar wat Buckminster Fuller “efemerealisatie” noemde – wat economen “dematerialisatie” noemen. Fuller: “Technologie laat je steeds meer doen met steeds minder totdat je uiteindelijk alles kunt doen met niets.” Nu is mij altijd geleerd dat je niets voor niets krijgt, alles kost inspanning. Alles doen met niets en zo overvloed creëren in alles, dat klinkt geweldig. Maar dan toch even. Andreessen gelooft heilig in een vrije markt waar de: “(g)ewillige koper (…) (de) gewillige verkoper,” ontmoet en een prijs afspreken waar beide partijen van profiteren. Maar wie is er bereid om iets te betalen als alles er in overvloed is en, als je met ‘niets doen alles kunt’? Wie gaat er dan nog ondernemen?

Hij gaat verder: “Wij geloven dat het ultieme resultaat van technologische overvloed een enorme uitbreiding kan zijn van wat Julian Simon “de ultieme hulpbron” noemde – mensen. Wij geloven, net als Simon, dat mensen de ultieme bron zijn – met meer mensen komt er meer creativiteit, meer nieuwe ideeën en meer technologische vooruitgang. Wij geloven dat materiële overvloed uiteindelijk meer mensen betekent – veel meer mensen – wat weer leidt tot meer overvloed. Wij geloven dat onze planeet dramatisch onderbevolkt is, vergeleken met de bevolking die we zouden kunnen hebben met een overvloed aan intelligentie, energie en materiële goederen. Wij geloven dat de wereldbevolking zich gemakkelijk kan uitbreiden tot 50 miljard mensen of meer, en dan nog veel verder als we uiteindelijk andere planeten gaan bewonen. Wij geloven dat uit al deze mensen wetenschappers, technologen, kunstenaars en visionairs zullen voortkomen die onze stoutste dromen overtreffen.” 50 Miljard, dat is zes keer de huidige aardbevolking. Recht toe recht aan rekenend betekent dat bijna 110 miljoen mensen in Nederland … . Dat is inderdaad overvloed, om de kop waaronder Andreessen dit schrijft aan te halen. Nu laten de feiten zien,, en dat schrijft Andreessen zelf ook, dat: “Ontwikkelde samenlevingen (…) over de hele wereld (ontvolken), in alle culturen – de totale menselijke bevolking is misschien al aan het krimpen.” Dit terwijl we aan technologie nu ook al geen gebrek hebben. Dat de bevolkingsgroei wereldwijd stagneert en neigt naar krimp vanaf zo 2050, komt omdat wij mensen kiezen voor minder kinderen en op latere leeftijd. Het lijkt mij sterk dat ‘technologie’ ervoor gaat zorgen dat hierin verandering komt. Om tot die 50 miljard te komen, zullen vrouwen meer kinderen moeten baren. Of laat Andreessen dit ook over aan de technologie en wordt seks alleen voor het plezier?

“Wij geloven dat technologie universalistisch is. Technologie geeft niets om je etniciteit, ras, religie, afkomst, geslacht, seksualiteit, politieke opvattingen, lengte, gewicht, haar of het gebrek daaraan. Technologie is de ultieme open samenleving,” aldus Andreessen. Dat klinkt geweldig. De praktijk ziet er echter heel anders uit. Techniek geeft inderdaad niets om etniciteit, ras, religie enzovoorts. Techniek is neutraal. De manier waarop techniek wordt gebruikt echter niet. En net zoals alles op deze aarde, leunt techniek naar macht. Of beter gezegd, de mensen die techniek inzetten leunen naar macht en mensen met macht leunen naar techniek om hun macht te vergroten.

“Technologie wordt gebouwd door een virtuele Verenigde Naties van talent van over de hele wereld. Iedereen met een positieve instelling en een goedkope laptop kan bijdragen,” zo gaat hij verder. Techniek werkt vooral voor de ‘Andreessens, Musks, Gates en Zuckerbergs van deze wereld. Mensen met geld die streven naar macht. Ze werkt ook voor de Xi’s, Poetins en Trumps van deze wereld, mensen die techniek inzetten om hun macht te vergroten. Een positieve instelling en een laptop kunnen daar niet tegenop. In die technologische Verenigde Naties van deze wereld vormen de tech bro’s en de autocraten de ‘Veiligheidsraad’. En net als in de echte Verenigde Naties gebeurt er niets als de Veiligheidsraad het niet wil.

Andreessen vervolgt met: “Technologie is de ultieme open samenleving,” De macht van de Xi’s en Poetins aan de ene kant en Musks, Zuckerbergs en Andreessens aan de andere kant maken dat Andreessens ultieme open samenleving een behoorlijk gesloten indruk maakt. Er is niets opens aan Facebook en Twitter. Een open en democratische samenleving vraagt, zoals Jan Werner Müller terecht constateert om intermediaire instellingen zoals politieke partijen en media die breed toegankelijk, nauwkeurig in de zin dat politieke oordelen en meningen moeten worden onderbouwd door feiten, autonoom in de zin van niet op corrupte wijze afhankelijk zijn van min of meer verborgen actoren, evalueerbaar en controleerbaar zijn4. Facebook en Twitter zijn breed toegankelijk. Aan de andere genoemde aspecten waaraan een intermediaire instelling moet voldoen, schort bij Facebook en Twitter het nodige. En dat geldt ook voor alle vormen van artificiële intelligentie die tot op heden zijn ontwikkeld. En als artificiële intelligentie werkelijk intelligenter wordt dan de mens, dan wordt dat helemaal een probleem.

“Wij geloven dat Amerika en haar bondgenoten sterk moeten zijn en niet zwak. Wij geloven dat nationale kracht van liberale democratieën voortvloeit uit economische kracht (financiële macht), culturele kracht (zachte macht) en militaire kracht (harde macht). Economische, culturele en militaire kracht vloeien voort uit technologische kracht. Een technologisch sterk Amerika is een goede kracht in een gevaarlijke wereld. Technologisch sterke liberale democratieën waarborgen vrijheid en vrede. Technologisch zwakke liberale democratieën verliezen van hun autocratische rivalen, waardoor iedereen slechter af is.” Technologie als wondermiddel om de democratie te redden. De ervaringen in de huidige wereld laten zien dat technologie net zo goed gebruikt kan worden ter inrichting en versterking van een autocratie. Als we alle berichten mogen geloven dan is China hard op weg om de dystopische samenleving die Orwell in zijn roman 1984 schetst, te realiseren. Een staat waarin de overheid ieder aspect van het leven bewaakt, controleert en beïnvloedt. En aan de andere kant worden nu onze ogen geopend dat monopolistische bedrijven op de vrije Amerikaanse markt het gewin boven de moraal stellen en zich voegen naar de ‘wil van Trump’. Bedrijven die in het Westen hetzelfde doen en kunnen als de Chinese staat in China. Bedrijven die zich opwerpen als nieuwe intermediaire instellingen zoals Müller ze beschrijft maar die niet voldoen aan belangrijke kenmerken van intermediaire instellingen. Het is niet de techniek die vrijheid en vrede, laat staan de (liberale) democratie, garandeert. Dat kan alleen de mens. Maar dat kan de mens niet in z’n eentje. Daarvoor is een sterke overheid nodig. Een sterke overheid die, om de al genoemde Müller aan te halen, deze monopolies kan opbreken en ze andere wettelijke kaders oplegt5.

Onder het kopje The Meaning of Life wordt het heel bijzonder, verwarrend en tegenstrijdig. Na inleidende opmerkingen dat techno-optimisme een materiële en geen politieke filosofie is en niet links en ook niet rechts, begint het bijzondere: “Een veelgehoorde kritiek op technologie is dat het de keuze uit ons leven wegneemt omdat machines beslissingen voor ons nemen. Dit is ongetwijfeld waar, maar wordt ruimschoots gecompenseerd door de vrijheid om ons leven in te richten die voortvloeit uit de materiële overvloed die wordt gecreëerd door ons gebruik van machines.” Lees ik hier goed dat het inleveren van de politieke vrijheid om belangrijke keuzes te maken wordt goedgemaakt omdat we ons leven makkelijk kunnen maken door de door de machines gecreëerde materiële overvloed? Dat lijkt verdacht veel op het China onder Xi. De Chinezen hebben geen politieke vrijheid maar wel in toenemende mate spullen om hun leven te vergemakkelijken. Als een volleerd Romeinse keizer stelt Andreessen voor om het volk af te kopen met ‘brood en spelen’.

Dat is niet het enige: “Materiële overvloed van markten en technologie opent de ruimte voor religie, voor politiek en voor keuzes over hoe te leven, sociaal en individueel.” Maar wacht even. De markt moest toch voorkomen dat mensen: “legers zouden oprichten en religies zouden beginnen?” Ze moesten toch worden verleid naar: “vreedzame productieve bezigheden?” Nu opent diezelfde markt met de technologie de ruimte voor religie en via religie dan ook weer naar oorlog want dat beschreef Andreessen als een een-tweetje.

Hij gaat verder. Technologie is: “Bevrijdend van menselijk potentieel. Bevrijdend voor de menselijke ziel, de menselijke geest. Uitbreiding van wat het kan betekenen om vrij te zijn, om vervuld te zijn, om te leven. Wij geloven dat technologie de ruimte opent van wat het kan betekenen om mens te zijn.” Technologie heeft niets met vrijheid te maken. Vrijheid kan zonder technologie en onvrijheid kan ook met technologie. Sterker nog, vrijheid is, aldus de digitale Van Dale: “onafhankelijkheid.” Hoe onafhankelijk ben je als je afhankelijk bent van techniek? Techniek bepaalt niet wat het betekent om mens te zijn. Technologie kan het leven makkelijker maken. Het kan het echter ook veel moeilijker maken. Dit laatste zien we iedere dag als we beeld en geluid uit onder andere Oekraïne en Gaza krijgen.

Andreessen ziet ook ‘vijanden’. Onder dat kopje schrijft hij: “Onze vijanden zijn geen slechte mensen, maar eerder slechte ideeën.” En die slechte ideeën worden: “al zes decennia lang,” als een: “massale demoralisatiecampagne – tegen technologie en tegen het leven,” gevoerd. Gevoerd: “onder uiteenlopende namen als “existentieel risico”, “duurzaamheid”, “ESG”, “Sustainable Development Goals”, “sociale verantwoordelijkheid”, “stakeholderkapitalisme”, “voorzorgsprincipe”, “vertrouwen en veiligheid”, “tech-ethiek”, “risicobeheer”, “ontgroeiing”, “de grenzen van de groei”.” Die slechte ideeën zijn: “gebaseerd op slechte ideeën uit het verleden – zombie-ideeën, veel afgeleid van het communisme, toen en nu rampzalig – die weigeren te sterven.” Noem het ‘communistisch’ en inhoudelijke onderbouwing van je bezwaar is niet meer nodig. Laat alles wat achter die ‘uiteenlopende namen’ gebeurt achterwegen en we kunnen terug naar slavernij en kinderarbeid. Naar massale vervuiling van onze leefomgeving door bedrijven. Naar arbeidssituaties waarbij Rana-plaza een walhalla lijkt. Naar zaken die het leven voor het overgrote deel van de mensheid beter maakt. En eigenlijk voor alle mensen want ook de Andreessens, Musks en Bezossen kunnen de aarde nog niet ontvluchten, al willen ze dat wel graag.

Andreessens vervolgt zijn lijst met wat stropoppen: “Onze vijand is stagnatie. Onze vijand is anti-verdienste, anti-ambitie, anti-streven, anti-prestatie, anti-grootheid. … Onze vijand is bureaucratie, vetocratie, gerontocratie, blinde eerbied voor traditie.” Niemand is voor deze zaken. Niemand is voor bureaucratie. Echter, zonder enige vorm van bureaucratie kan een samenleving die groter is dan 500 mensen niet en een moderne westerse samenleving al zeker niet. “Onze vijand is corruptie, regelzucht, monopolies, kartels.” Een bijzondere opsomming want tegen kartels, monopolies en corruptie zijn, kan niet zonder regels. Vervolgens weer een stropop: “Onze vijand zijn instellingen die in hun jeugd vitaal en energiek waren en de waarheid zochten, maar die nu gecompromitteerd en aangetast en instortend zijn – die vooruitgang blokkeren in steeds wanhopiger pogingen om relevant te blijven, die verwoed proberen hun voortdurende financiering te rechtvaardigen ondanks spiraalvormig disfunctioneren en escalerende onbeholpenheid.” Het zou geen stropop zijn als hij man en paard zou noemen. De ene lezer denkt hierbij aan bijvoorbeeld milieudefensie, ik lees hierin Facebook, Twitter en eenmanspartij PVV.

Dan volgt een bijzondere vijand: “Onze vijand is de ivoren toren, de know-it-all gecrediteerde expert wereldbeeld, zich overgeeft aan abstracte theorieën, luxe overtuigingen, sociale engineering, losgekoppeld van de echte wereld, waanvoorstellingen, ongekozen, en onverantwoordelijk – God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen.” Andreessen heeft hierbij vast mensen op het oog. Bijvoorbeeld ‘woke wetenschappers’ die zich bezighouden met milieubescherming of rechtvaardigheid. Maar als we het dan toch over ‘ongekozen voor God spelen met het leven van anderen, met totale isolatie van de gevolgen’ hebben, dan zie ik Andreessens manifest. Door niets en niemand gekozen pleit hij voor het ongehinderd door die misleidende demoralisatiecampagne en bureaucratie ruim baan geven aan ‘techniek en de markt’. De pot verwijt de ketel.

“Onze vijand is spraak- en gedachtecontrole – het toenemende gebruik, in het volle zicht, van George Orwell’s “1984” als handleiding.” En wat maakt spraak en gedachtecontrole mogelijk? Juist ja, de moderne technische middelen. Het probleem van de Stasi was dat ze een karrenvracht aan ‘Informelle’ nodig had. Op vijftig Oost-Duitsers was er één werkzaam voor de Stasi, in totaal zo’n 300.000. ‘Informelle’ die naast de overige burgers ook elkaar bespioneerden. Zuckerbergs Meta controleert met minder dan 75.000 personeelsleden de gedachten en spraak van meer dan 3 miljard mensen. En het bedrijf gaat daarbij verder dan controle. Het verkoopt je gegevens zodat andere bedrijven of politici je gedachten in een bepaalde richting kunnen sturen. In de richting van een nieuw mobieltje wat je te ‘toch echt nodig hebt’ om erbij te horen. Maar ook in de richting van een politieke stroming.

“Onze vijand is vertraging, afnemende groei, ontvolking – de nihilistische wens, zo trendy onder onze elites, voor minder mensen, minder energie en meer lijden en dood.” En ja, daar is weer de vijand nummer één van iedereen en zeker van een populist: de elite die met vooropgezette plannen ons naar de ondergang wil werken. Bijzonder om een miljardair te horen praten over ‘de elite’. Als ‘ontvolking’ de vijand is, dan behoort het gros van de wereldbevolking tot de vijand. Het gros van de wereldbevolking kiest namelijk voor minder kinderen. Zoveel minder dat in grote delen van de wereld, en dan voor de rijkere en technologische geavanceerdere delen van de wereld er minder kinderen worden geboren dan er nodig zijn om de bevolking op peil te houden. Er is geen ‘elite’ die hen daartoe dwingt. Die keuze maken ze zelf in alle vrijheid. Vervult Andreessen nu niet de rol van de ‘elite’ door erop te wijzen dat de wereld naar de 50 miljard mensen moet?

En na de ‘elite’ komt de heks in beeld: “We zullen mensen die gevangen zitten door deze zombie-ideeën uitleggen dat hun angsten ongegrond zijn en dat de toekomst rooskleurig is. Wij geloven dat deze gevangen mensen lijden aan ressentiment – een heksenbrouwsel van wrok, bitterheid en woede dat ervoor zorgt dat ze verkeerde waarden aanhangen, waarden die schadelijk zijn voor zowel henzelf als de mensen om wie ze geven. Wij geloven dat we hen moeten helpen om de weg te vinden uit hun zelfopgelegde labyrint van pijn.” Wat menslievend van Andreessen dat hij mensen wil redden. De ‘heks’ met zoals we eerder zaken ‘communistische wortels. Andreessen schrijft dit onder het kopje vijanden. Dat duidt op ressentiment van zijn kant. Een vijand is, aldus de digitale Van Dale, naast een “vijandelijk leger, of vijandelijk volk” ook: “iemand die haatgevoelens heeft en deze probeert te uiten in daden of woorden.” Zit Andreessen niet gevangen in zijn eigen ‘terminator-ideeën’ en legt hij hier niet vol ressentiment aan ons uit dat wij de verkeerde waarden aanhangen. Moeten we hem niet ‘bevrijden’ uit zijn ‘zelfopgelegde labyrint van pijn’?

Van de vijanden stapt hij over naar de toekomst. “Welke wereld bouwen we voor onze kinderen en hun kinderen en hun kinderen? Een wereld van angst, schuld en wrok? Of een wereld van ambitie, overvloed en avontuur? Wij geloven in de woorden van David Deutsch: “We hebben de plicht om optimistisch te zijn. Omdat de toekomst open is, niet vooraf bepaald en daarom niet zomaar geaccepteerd kan worden: we zijn allemaal verantwoordelijk voor wat die toekomst in petto heeft. Daarom is het onze plicht om te vechten voor een betere wereld.”” Een laatste stropop. Net als er iemand is die een wereld van angst, schuld en wrok wil en daarvoor pleit. Andreessen manier om voor die betere wereld te vechten is het Techno-Optimisme. Mijn manier om te vechten voor een betere en optimistischer wereld is er door bombastische verhalen als die van Andreessen te ontleden tot wat ze zijn. En wat is dat Andreessens verhaal?

Hierboven wees ik al de tegenstrijdigheid in Andreessens manifest met betrekking tot religie. De tegenstrijdigheid dat markten en techniek de mens daarvan weg moest verleiden en dat hij verderop betoogde dat dezelfde markten en techniek hen daar vervolgens de ruimte voor zou geven. Een goede lezer zal het zijn opgevallen dat veel zinnen uit het manifest beginnen met de woorden: ‘wij geloven’. Daarmee kom ik bij het belangrijkste. Andreessen houdt een lofzang op de markt en onbegrensde mogelijkheden van techniek. Techniek is een product van menselijk vernuft en nam een grote vlucht toen de mens wetenschap ging bedrijven. Het manifest krijgt hiermee een zweem van wetenschappelijkheid. Het manifest heeft echter niets met wetenschap te maken. Het is geloof, het is niets meer en niet minder dan een religie. Een geloof waar de techniek de plaats van God heeft ingenomen en aanbeden moet worden. Techniek is echter geen God, het levert middelen die mensen kunnen gebruiken. Ze kunnen ten goede en ten kwade worden gebruik. Net zoals religieuze verhalen uit de bijbel, koran en de thora ten goede en ten kwade gebruikt kunnen worden. En net zoals die religieuze boeken zit het Techno-Optimistisch Manifest vol met tegenstrijdigheden en met hele, halve waarheden en zelfs onwaarheden. Het Manifest zegt alles over Andreessens denken en veel over het denken in de hoogste regionen van de ‘techindustrie’. Dat er in die regionen op deze manier wordt gedacht, baart grote zorgen. Grote zorgen omdat de kringen waarin Andreessen verkeert, de zoals Morozov ze in het Correspondentartikel noemt: “filosoof-koningen van Silicon Valley (…) niet slechts de weldoeners van vroeger (zijn), die geld stoppen in denktanks. Nee, deze mannen bouwen aan zwaarder geschut: hun investeringsportfolio’s zijn manifestaties van hun filosofische standpunten; ze zetten hun overtuigingen om in klinkklare marktposities. Waar de miljardair uit de industriële tijd een stichting optuigde als hij zijn wereldbeeld wilde vereeuwigen, bouwen deze figuren investeringsfondsen die tegelijkertijd dienen als ideologische forten.”

Morozov: “Deze mannen hebben immers drie dodelijke gereedschappen in hun kist: plutocratisch gewicht (zó geweldig veel geld dat ze de fysieke werkelijkheid kunnen vervormen), orakelachtige autoriteit (waarbij ze hun technologische visies presenteren als onvermijdelijke toekomstvoorspellingen) en platformsoevereiniteit (ze bezitten de digitale knooppunten waar maatschappelijke discussies zich ontvouwen).” Deze mannen zijn gevaarlijk en dat maakt dit manifest gevaarlijk. Gevaarlijk omdat het ons in slaap probeert te sussen met een nieuwe ‘religie’. Een nieuwe religie die net als de eerdere religies, uit is op je slaafse gehoorzaamheid. Dat doet ze door je vrijheid in de vorm van een materialistische hemel op aarde te beloven, maar je ondertussen berooft van je echte vrijheid. Hij berooft je van die vrijheid door je ‘brood en spelen’ te beloven.

1 Een stropop is een redenering waarbij niet de werkelijke redenering van een opponent wordt weerlegd, maar een karikatuur ervan.

2 https://www.businessinsider.nl/in-chili-ligt-een-berg-kleding-die-vanuit-de-ruimte-zichtbaar-is/

3 Ha-Joon Chang, 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme, pagina 18. Nieuw Amsterdam 2010

4 Jan Werner Müller,Democracy Rules, pagina 139-140

5 Idem, pagina 183

Wij van WC-eend

In een artikel bij Opiniez beschrijft Maike van Charante de mensen die op 18 mei in Den Haag demonstreerden tegen het optreden van Israël in Gaza en de inactiviteit van de Nederlandse regering in deze zaak, als naïevelingen die niet weten wat er speelt. Bij deze een reactie van een van die naïevelingen. Dit in een schrijven naar aanleiding van de verslaggeving van de NOS over deze demonstratie. Een bijzonder artikel.

“Hoe kwamen al die in het rood geklede mensen op het Malieveld erbij dat de Nederlandse regering niet genoeg druk zet op Israël?”  Zo vraagt Van Charante zich af. Immers: “minister van Buitenlandse Zaken Caspar Veldkamp loopt voorop met Israëlkritiek. Hij beloofde als eerste Europese minister om Israëlische bewindslieden – Netanyahu en Gallant – te arresteren als ze op Nederlands grondgebied zouden komen. Hij nam ook het voortouw om in de EU aan te dringen op meer druk op Israël.” Zou Van Charante weten dat die belofte helemaal niet nodig is. Zou ze weten dat Nederland de plicht heeft om de beide personen te arresteren zodra ze voet op Nederlandse bodem zetten? Alle landen die het verdrag onder het International Court of Justice hebben getekend, zijn verplicht om gehoor te geven aan door het gerecht uitgevaardigde arrestatiebevelen. En het is maar wat je het voortouw noemt. Landen zoals Spanje, Frankrijk en Ierland gaan veel verder in hun veroordeling van de Israëlische actie. Spanje en Ierland hebben de Palestijnse staat erkend. Zover is Nederland nog lang niet. Dat er landen zijn die nog inactiever zijn maakt nog niet dat Nederland ‘ voorop’ loopt.

“Vervolgens zien we wat beelden van de demonstratie, en korte interviews met burgers die vertellen dat ze het zo erg vinden wat ze via de media en de televisie zien. Tja. Media zoals de NOS, die Hamas kritiekloos citeren en relevante informatie weglaten.” Met dat laatste refereert Van Charante aan het noemen van cijfers over slachtoffers aan Palestijnse kant die door de ministerie van Volksgezondheid van Gaza. Dat is Hamas en daarmee per definitie onbetrouwbaar aldus Van Charante. Want: “Elke nieuwsorganisatie – ook de NOS – weet dat al het nieuws dat uit Gaza komt, onder controle staat van Hamas en het daarmee samenwerkende Al Jazeera.”  Er wordt er, zo betoogt Van Charante: “geen onderscheid tussen burgerslachtoffers en terroristen(gemaakt) terwijl Israël deze week belangrijke Hamasleiders uitschakelde, die zich – al even traditiegetrouw – in een tunnel onder een ziekenhuis verscholen.” Hiermee volgt Van Charante klakkeloos de beweringen van de Israëlische regering. Die beweert steevast dat er in de tunnels onder welk gebouw dan ook Hamasstrijders verborgen zitten. Aan wat ze de demonstranten verwijdt, maakt ze zichzelf schuldig: het klakkeloos geloven van wat een van de partijen beweert. Dan toch even voor VanCharante. Ieder beeld dat er uit Gaza komt, door wie ze ook zijn verspreid, laat een complete vernietiging zien van huizen en infrastructuur. En zelfs de ter lediging van de nood opgerichte tentenkampen, worden vernietigd. Je ziet die vernietiging en weet dat de mensen in Gaza geen kant op kunnen en dat er veel te weinig water en voedsel het gebied bereikt. Als je dat niet erg vindt, dan lijkt het mij dat er iets ernstig mis is met je.

“Dan komt de onvermijdelijke Nadia Bouras in beeld, die beweert dat onze regering “de genocide in Gaza ondersteunt.” Dat er geen genocide gaande is in Gaza – en al helemaal niet gesteund door onze regering – interesseert Nadia blijkbaar niet.” Of er al dan niet genocide wordt gepleegd is, zoals de in dergelijke gevallen onvermijdelijke Gert Jan Knoops zou zeggen,  aan de rechter. Maar of dat wel of niet het geval is, doet er niet toe. Als Van Charante gelijk heeft en er is geen genocide, maakt dat het minder erg? Maakt dat het geweld en terreur door het Israëlische leger dan ineens gerechtvaardigd of ‘goed’?

Dat is dan nog tot daaraantoe. Wat het saillant maakt, zijn twee tweets bij het artikel. De eerste is er een van Van Charante. Een bericht waarin ze verwijst naar een artikel in de Britse krant The Guardian. In dat artikel betogen de advocaten van de Britse overheid dat er geen sprake is van genocide. Zij bepleiten dit in een zaak die tegen de Britse overheid is aangespannen over de levering van onderdelen voor het F35 gevechtsvliegtuig. Dat de rechter in deze zaak nog een uitspraak moet doen, vergeet Van Charante erbij te vertellen. Zij neemt aan dat de advocaten van de Britse regering het bij het juiste eind hebben. Het andere bericht van Bert Brussen. Bij die tweet een artikel van de NRC waarin verslag wordt gedaan van zeven wetenschappers die betogen dat er sprake is van genocide. Wetenschappers die volgens Van Chanrante: zorgvuldig zijn geselecteerd.” De begeleidende tekst van Brussen: “ WC Eend vrijwel eensgezind: WC Eend komt echt als beste onder de rand.” Om de WC-eend metafoor te gebruiken: de ene WC-eend verwijt de andere WC-eend een WC-eend te zijn.

“Dit zou een mooi moment zijn geweest voor de NOS om te zeggen: “Het is te hopen dat de gijzelaars snel vrijkomen en dat Hamas zich overgeeft, zodat deze ellende stopt.” Maar nee, Rob Trip kijkt ons slechts droevig aan en schakelt over naar het songfestival, waar het – aldus Rob – ook al over Israël ging.” Ja, dat horen we vaker. Als Hamas zich overgeeft en de gijzelaars vrijlaat, dan is alle ellende voorbij. Dan toch even ter opfrissing van het geheugen van Van Charante.  In 1936 was er nog geen Hamas. Ook toen al streden de Palestijnen om zeggenschap over hun woongebied. Ze streden tegen de Britten  die toen mandaathouder waren van het gebied Palestina. Ze streden tegen de Britten omdat die de toestroom van joodse migranten uit Europa stimuleerden en werkten aan een tehuis voor joden in Palestina. Een tehuis met ‘zelfbesturende instellingen’, aldus de opdracht in het mandaatverdrag. Zelfbesturend voor de migranten, niet voor de grote meerderheid van de er toen wonende bevolking. Die werd achtergesteld en verzette zich tegen die achterstelling en tegen de inname van steeds meer van hun land door deze migranten. In 1948, toen Israël zichzelf uitriep en zich het grootste deel van het mandaatgebied toe-eigende en zo’n 800.000 Palestijnen wegvluchtten, was er ook nog geen Hamas. Hamas werd pas in 1987, ten tijden van de Eerste Intifada (1987-1993) opgericht. In die Eerste Intifada speelde het geen rol van betekenis. De grote tegenstander was toen de PLO onder leiding van Yasser Arafat. En ook tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) speelde de PLO de hoofdrol en was er voor Hamas slechts een bescheiden rol weggelegd. De PLO werd in 1964 opgericht.

Wel was Hamas voor Israël een interessante partij omdat de organisatie tornde aan de machtpositie van Israëls grote vijand, de PLO. Hamas kon daarom op Israëlische steun rekenen. En Hamas tornde, vooral in de Gazastrook succesvol aan de macht van de PLO die inmiddels de kern vormde van de Palestijnse Autoriteit die aan het einde van de Eerste Intifada werd opgericht als bestuur van de Palestijnse gebieden. Met succes omdat het vredesproces dat bij het einde van de Eerste Intifada in 1993 in Oslo werd afgesproken en dat tot een Palestijnse staat moest leiden, door Israël werd gefrustreerd. De frustratie van de Palestijnen over die voortgang uitte zich bij de verkiezingen van 2006 die door Hamas werden gewonnen. Dit leidde tot een interne Palestijnse machtsstrijd en de splitsing tussen Gaza en de eveneens bezette Westelijke Jordaanoever.

Als Hamas zich zou overgeven en de gijzelaars vrij zouden komen dan is de zoveelste slag in deze al zo’n honderd jaar durende strijd ten einde. Hamas is slechts de zoveelste partij die een hoofdrol speel. Een strijd, die vanwege de grote ellende in Gaza, in relatieve stilte die ook nog op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever woedt. Want ook daar terroriseren Israëliërs gesteund door het Israëlische leger en de -overheid de Palestijnen en eigenen zich een steeds groter deel van het gebied toe. Zolang de burgerlijke, maatschappelijke en politieke rechten en omstandigheden van de Palestijnen niet worden gelijkgetrokken met die van de Israëliërs is de kans groot dat de, zoals Max Pam het met afschuw in zijn column in de Volkskrant schrijft: “baarmoeders de kraamkamers zijn van de toekomstige martelaren.”

Free Palestine …

We zien twee modellen. Het ene is Gaza. Toen we Gaza verlieten, hebben we Hamas in feite toegestaan ​​een koninkrijk van terreur te creëren. Judea en Samaria, het andere model, is tot hetzelfde gedoemd als we daar weggaan. Er zijn daar ruim driehonderd nederzettingen, bewaakt door het Israëlische leger. Er is terreur, maar op een zeer laag niveau.” Woorden van de Israëlische oud-politicus Aryeh Eldad in een interview in de Volkskrant. Een bijzondere uitspraak waarvan Eldad er wel meer doet.

Bron: Balfour declaration die aan de basis stond van het mandaatverdrag. Bron: BBC

Uitspraken zoals: “Iedereen die echt geïnteresseerd is in de kwestie, begrijpt dat die niet opgelost zal worden door lijnen op de kaart te trekken. Wat speelt tussen Israël en de Palestijnen gaat niet om grondgebied, het is een religieuze oorlog. Dat wordt door de wereld genegeerd.” Bijzonder om twee redenen. Bijzonder omdat het inderdaad niet gaat om ‘lijnen op een kaart’ en ook niet om een religieuze oorlog. Het gaat om bevolkingsgroepen die aanspraak maken op eenzelfde gebied tussen lijnen op een kaart. Het is in feit een burgeroorlog tussen twee bevolkingsgroepen. Maar dan wel een bijzonder soort. Bijzonder omdat één van die bevolkingsgroepen bestaat uit een groep mensen die recentelijke naar dat gebied is gemigreerd en vervolgens de zeggenschap over het gebied heeft verworven. Bij dat verwerven kreeg deze groep steun van de westerse landen omdat deze migranten uit het westen vluchtten voor geweld en vervolging culminerend in de Holocaust. Dat die twee bevolkingsgroepen een andere religie aanhangen, maakt het nog geen religieuze oorlog. Over de ontstaansgeschiedenis van deze burgeroorlog die inmiddels al honderd jaar duurt, schreef ik al eerder. Tot zover de eerste bijzondere reden.

De tweede bijzondere reden is dat het volgens Eldad niet gaat om lijnen op de kaart. Dit terwijl de oplossing die hij aandraagt er eentje is van ‘lijnen op de kaart’: “Een Palestijnse staat? Jordanië kan als zodanig erkend worden. Zoals wijlen koning Hussein al zei, is 70 procent van de bevolking van Jordanië Palestijns. En het grondgebied van Jordanië beslaat 75 procent van het Britse mandaatgebied Palestina. Dus Jordanië is in feite Palestina.” Een oplossing aan de andere kant van een van die lijnen op de kaart. Een oplossing die Geert Wilders ook al eens heeft geopperd.

Elhads oplossing is weer om ook twee redenen bijzonder. Dat een groot deel van de bevolking Jordanië Palestijns is, is precies een gevolg van dat al meer dan honderdjarige conflict. Een eerste grote groep van die Palestijnen vluchtten eerst in 1948 en later in 1967 vanuit wat nu Israël en de bezette Westelijke Jordaanoever is naar Jordanië. Bijzonder om een gevolg van het probleem te presenteren als argument voor oplossing die je voorstelt.

Volgens Elhad, en dat klopt, bestond het mandaatgebied Palestina uit Israël, Jordanië, de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Mandaathouder Groot-Brittannië kreeg de zelf geformuleerde opdracht om: “Het land onder zodanige politieke, bestuurlijke en economische omstandigheden te brengen dat de vestiging van het joodse nationale tehuis, zoals vastgelegd in de preambule, en de ontwikkeling van zelfbesturende instellingen verzekerd zijn, en tevens de burgerlijke en religieuze rechten van alle inwoners van Palestina, ongeacht ras of godsdienst, te waarborgen.1Om een Joodse kolonie te stichten zonder afbreuk te doen aan de rechten van de mensen die er al woonden. We kunnen wel stellen dat dit is mislukt en dat hoeft niet te verbazen. In Nederland staat een flink deel van het land geleid door Wilders al op de achterste poten omdat ‘Nederland wordt overgenomen door migranten’ terwijl daarvan geen sprake is. In het mandaatgebied Palestina gebeurde dat wel. Omdat de komst van Joodse kolonisten tot wrevel van de bevolking leidde, besloten de Britten om het mandaatgebied te splitsen in Palestina en Trans-Jordanië en alleen Palestina open te stellen voor Joodse migranten. Zo werd het probleem beperkt, maar dan alleen geografisch. Er is daarmee, zoals Eldad doet, een redenering op te bouwen dat Jordanië in feite Palestina was. Volgens dezelfde redenering is Israël dan ook in feite Palestina

Maar terug naar het citaat van Eldad waarmee ik begon. En dan vooral de laatste zin: “Er is terreur maar op een laag niveau.” Pardon! Terreur op een laag niveau? Dat is nogal een, om een Jiddisch woord te gebruiken, gotspe, een gewaagde bewering. Terreur is op de bezette Westelijke Jordaanoever aan de orde van de dag en dat al sinds de bezetting ervan in 1967. Dat Eldad, die er zelf woont, dat zo ervaart, is te begrijpen. Hij behoort namelijk tot de terroristen, de terreurplegers. Hij en zijn mede kolonisten terroriseren, gesteund door het IDF, het Israëlische leger en de Israëlische regering, de Palestijnse bevolking. Terroriseren door op gewelddadige wijze hun grond en huizen in te pikken. Door checkpoints in te richten die het voor Palestijnen zeer lastig en soms onmogelijk maken om zich te verplaatsen. Door, als er verzet is tegen die bezetting, met grof militair geweld op te treden met vele onschuldige slachtoffers en grote fysieke vernielingen als gevolg.

Eldad: “We zitten daar al 58 jaar. Was dat niet zo, dan hadden we nu overal in het land 7 oktober. Dat is de kern. Ik verwacht dat Israël Judea en Samaria grotendeels zal annexeren. En ik denk dat dat nodig is. De realiteit die we sinds 1967 hebben gecreëerd is onomkeerbaar. De nederzettingen zullen niet worden ontmanteld. We hebben meer dan een half miljoen kolonisten. Israël moet die permanente situatie formaliseren. En net als met Jeruzalem en de Golan zullen sommige landen het uiteindelijk erkennen.” En de vervolgstap noemt hij ook al. Want als de Palestijnen dan nog niet accepteren dat ze moet afliggen en bibberen: “dan zullen we de Palestijnse Autoriteit in A- en B-gebieden moeten afzetten. Ik zou er zelf de voorkeur aan geven dat de staat Israël loopt van de Jordaan tot de zee. De Arabieren hebben het over Palestine from the river to the sea, ik zeg hetzelfde over Israël.”

Beste meneer Eldad, is het nooit in uw gedachten opgekomen dat Israel en vooral de manier waarop het zich gedraagt en het haar burgers toestaat zich te gedragen ten opzichte van anderen, de terreur de Israëlische staat en haar burgers uitoefenen in de bezette gebieden, de oorzaak is van alle ellende, ook van 7 oktober? Nee, dit is geen oproep om iedereen die de afgelopen honderd jaar naar daar is gemigreerd, te verdrijven. Dit is een oproep tot ander gedrag bij alle betrokkenen. Ander gedrag waarbij de grootste verantwoordelijkheid tot dat andere gedrag berust bij de partij met de meeste macht. Om tot vrede te komen moet de macht eerlijk worden gedeeld en dat betekent dat de machtigste partij moet inleveren ten faveure van de minder machtigen en de machtelozen.

1 The British Mandate for Palestine

This machine greens itself

“Even meegelezen met je artikel, interessant, dank voor het delen. Meneer Quivooy heeft echter wel een goed punt. Bitcoin mining kan Ethiopie wel degelijk op een goede manier vooruit helpen, mits de overheid het daar natuurlijk op de juiste manier inzet. De kunst is om dat nationaal- of systeemtechnisch te bekijken. Dat vraagt een flink onderzoek.” De reactie van Bert Bosman op mijn recente prikker waarin ik crypto vergeleek met de second cousin to Harvey the Rabbit. Om de titel van die Prikker aan te halen. Bij het bericht een link naar een filmpje met als titel “This Machine Greens” – Bitcoin and the future of clean energy.” Benieuwd of ik iets had gemist, bekeek ik de film.

bron: valori.it

De film begint met de uitspraak dat beschaving gemeten kan worden aan de hand van het energiegebruik. En, zo wordt terecht opgevoerd, de zon geeft ons veel meer energie dan we gebruiken. Dus om stappen te maken moeten we meer van die energie kunnen ‘vangen’ en naar de juiste plek transporteren. De mens zette hierin de eerste grote stap met het onder controle krijgen van vuur. Die stap maakte het, zo wordt terecht in de film betoogd, mogelijk dat onze hersens groeiden. Vervolgens gebruikten we dieren, wind, water enzovoorts als energiebron en daarmee hield het niet op. Zoals een van de sprekers in de film terecht zegt, als we geen externe energiebronnen meer konden gebruiken, of zoals die man het zegt, de stroom uitzetten, dan sterft het overgrote deel van de mensheid binnen een week en de rest de week erna. Hij sluit af met de woorden: “Energy is everyting.”

Vervolgens maakt de film een bijzondere ‘afslag’ in een deel met als subtitel: “Money is energy.” Dit wordt, zo betogen de makers, aangetoond door onze voorouders, die veel tijd en energie stopten in het maken van grote stenen (het Micronesische eiland Yap) en schelpen die als geld functioneerden. Die tijd en energie waren, zo betogen de makers, het bewijs van hun waarde. En van daaruit wordt de stap gemaakt naar goud. Ook het delven van goud kost veel tijd en energie. Hoeveel tijd en energie laat de Discovery serie Gold Rush zien. Die stenen, schelpen en goud maakten het mogelijk om waarde te transporteren, aldus de filmmakers.

De gebruikswaarde van die stenen, schelpen en het goud is nihil. Je kunt er hooguit een schelpenpad mee maken of een kunstenaar kan ze gebruiken voor een kunstwerk. In dat geval zit de waarde niet in de schelpen maar in de ‘gek’ die het kunstwerk koopt. Die Micronesische stenen zou je als molensteen kunnen gebruiken of als veel te zwaar wiel van een wagen en de gebruikswaarde van goud is pas recentelijk, sinds het wordt gebruikt in elektronica wat gestegen. Die stenen, schelpen en het goud ontlenen hun waarde alleen aan het vertrouwen van de mensen die het gebruiken, Het vertrouwen dat ik voor die ‘drie schelpen een mand krijg. Dat bepaalt de waarde en niet de energie die het kost om ze te maken. Zo kan de energie die erin wordt gestopt niet de recente stijging tot recordhoogten van de goudprijs verklaren.

De Bitcoin, vraagt ook heel veel energie om te ‘mijnen’. En daarmee kom ik bij de bijzondere logica van de filmmakers. Als alle teckels honden zijn, wil dat nog niet zeggen dat alle honden teckels zijn. De stenen, schelpen en het goud kostten veel energie en daarom vertegenwoordigen ze veel waarde, zo betogen de makers van de film. Bitcoin kost ook veel energie maar dat wil nog niet zeggen dat het veel waarde heeft. Of nog anders, een meubelmaker stopt ook veel tijd en energie in de kast die hij of zij maakt, zou dat dan ook geld zijn? De waarde van een Bitcoin in het verhaal dat je gelooft of niet, niet in de energie. Terecht constateren de makers dat die stenen, schelpen en later het goud ons veel energie kostten maar, zoals ik hier betoog, zit de waarde niet in de energie maar in het vertrouwen. Voor dat vertrouwen is iets wat veel energie heeft gekost niet nodig. Ook een brief met daarop een verklaring van de schrijver voldeed, zo bleek vanaf de dertiende eeuw. Dat maakte uiteindelijk dat iemand de zijn staaf goud meer dan één keer kon uitgeven. Dit heeft zich uiteindelijk zover ontwikkeld dat goud helemaal niet meer nodig is. Sterker nog, zelfs een papiertje (geldbiljet) is niet meer nodig. Je hoeft je plastic kaart alleen maar voor de scanner te houden. Geld kost hierdoor steeds minder energie.

De film maakt een tweede bijzondere wending. Terecht constateren de makers van de film dat sinds de klimaatconferentie van Rio in 1992 de pogingen om de energievoorziening te verschonen, tekort zijn geschoten net als pogingen om de uitstoot van koolstofdioxide te beperken. En daar gaat de Bitcoin verandering in brengen, aldus de makers. Niet van bovenaf, zoals tot nu toe, maar van onderop. Want om geld te verdienen, zoeken de Bitcoin mijnwerkers naar goedkope en schone energie die nodig is om het tij te keren. En dan volgen voorbeelden. Zo gebruiken de mijnwerkers in El Salvador energie opgewekt vanuit een vulkaan. Bitcoin maakt die investering mogelijk, aldus de makers. Mogelijk omdat er een constante hoeveelheid energie nodig is en voor de energiecentrale dus gegarandeerde afname. Of het afvangen van methaan bij de productie van olie en gas om daarmee elektriciteit op te wekken. En zo gaat de film nog even verder. Porté van het verhaal: Bitcoin zorgt voor een schonere wereld. “Bitcoin should be celebrated,” aldus een spreker in de film. Je zou het gaan geloven. Bijna dan.

Bijna, want die hele berg energie wordt gebruikt voor iets waarvan de gebruikswaarde nul komma nul is. Voor een second cousin to Harvey the Rabbit’. De elektriciteit van waterkrachtcentrales die de Ethiopische Bitcoinboys gebruiken, kan ook worden gebruiktom elektrisch op te koken of voor andere zaken van waarde. Dat geldt ook voor de energie van die met die methaan wordt opgewekt. En als het om uitstoot van koolstofdioxide gaat, zou je er ook voor kunnen kiezen om die olie of gas in de grond te laten zitten. Als je de markt eruit haalt, dan kun je die centrale bij die vulkaan ook bouwen en de energie naar plekken transporteren waar ze gebruikt wordt. Daarvoor is Bitcoin niet nodig. Er wordt inderdaad behoorlijk ‘gegreened’ om dat woord uit de titel te gebruiken. Maar dan wel greenwashing: “het zich groener of maatschappelijk verantwoordelijker voordoen dan een bedrijf of organisatie daadwerkelijk is. Men doet alsof men weloverwogen met het milieu en/of andere maatschappelijke thema’s omgaat, maar dit blijkt vaak niet meer dan ‘een likje verf’ te zijn.1

1 Zie Wikipedia