In de sterren geschreven

Een artikel in de Volkskrant over de lancering van Tess (Transit Exoplanet Survey Satellite) zorgde voor een leuke serie van lezersbrieven. Tess is opvolger van Kepler en: “Tess volgt een andere strategie bij zijn speurtocht. (…) Kepler had een relatief grote telescoop waarmee hij diep het heelal in kon turen. De sterren die Kepler bestudeerde, stonden ver weg – honderden lichtjaren. Vanwege zijn grote telescoop kon Kepler maar een klein deel van de hemel bekijken. (…) Tess is kleiner en gaat de complete hemel bestuderen, zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond. Maar liefst 200 duizend sterren zal Tess de komende jaren in zijn vizier krijgen, op enkele tot honderd lichtjaren.” Rond die sterren wordt gezocht naar planeten en vooral naar planeten waar leven zou kunnen zijn.

andromeda-galaxy-755442_960_720

Foto: pixabay

De brievencorrespondentie begon met een brief van Uri Lavy. Lavy vindt de miljarden die aan Tess en andere dergelijke zaken worden uitgegeven, verspild geld. Dat er planeten zullen zijn met leven, is voor Lavy een statistisch gegeven. “Maar even duidelijk is dat de mensheid absoluut niets aan het identificeren van zo’n planeet kan hebben – zeker niet zolang we niet met ten minste de snelheid van het licht kunnen reizen. En dan nog, bij aankomst kan blijken dat de moederster intussen allang uitgedoofd is.” Dus verspilling van geld, aldus Lavy.

Een duidelijke redenering waar lastig een speld tussen is te krijgen. Alleen zijn conclusie dat dergelijke investeringen zinloos zijn, wordt betwist door sterrenkundige Lucas Ellerbroek in de Volkskrant. Die investeringen zijn niet zinloos: “Die kennis kunnen we verkrijgen door in eerste instantie de aarde te observeren (onder andere door observatie met  dure! satellieten) en onze plek in het heelal te vergelijken met zijn soortgenoten. (…)  Kennis heeft de mensheid gebracht waar zij nu is. Alleen door meer kennis te verkrijgen en daar wijs mee om te gaan, waarborgen we een gezonde toekomst voor ons nageslacht.” Ook een duidelijke redenering waarbij je wel de vraag kunt stellen of kennis wijs wordt gebruikt? Immers techniek kan ook ten kwade worden aangewend.

Met die opmerking kom ik bij de reactie van Frank Rijckaert. Hij is het volledig eens met Lavy” “maar niet met zijn bewering dat het statistisch duidelijk is dat het aantal planeten waar intelligent leven bestaat naar oneindigheid zal neigen. Er is slechts één waarneming van een planeet waarop intelligent leven voorkomt. Daarmee valt geen statistiek te bedrijven.” En daar heeft Rijckaert een punt, met één waarneming kun je geen statistiek bedrijven. Sterker nog, en dat punt mist Rijckaert, je kunt er zelfs niet de conclusie aan verbinden dat op die ene planeet, de aarde, intelligent leven voorkomt. Wat is immers de schaal waaraan je intelligentie op planeten afmeet? 

Dat er andere sterren met planeten zijn, lijkt zeker. Dat er planeten met leven zullen zijn ook. Of er intelligent leven is en of het leven op aarde intelligent is, dat staat … in de sterren geschreven.

Blogchain technologie

Cryptocurrencies vervangen in snel tempo de traditionele banken en ik ben van mening dat ambtenaren in dienst van de gemeente de keuze moeten krijgen om hun loon in bijvoorbeeld bitcoin te ontvangen.” Hiervoor pleit het Haagse raadslid Bart Brands op de site Binnenlandsbestuur. Volgens Brands is het huidige bankensysteem hopeloos achterhaald: “Het is een overblijfsel uit de vorige eeuw en het is duur en traag. Over een paar jaar bestaat het waarschijnlijk niet eens meer.” Modern en bij de tijd die Brands zal menigeen denken.

ballonnen

Foto: Pixabay

De vroegere mega-concern dat recentelijk failliet ging Kodak, probeert zijn oude ‘glorie’ te herstellen door iets met blockchain technologie te doen en daarnaast een eigen crypto-munt uit te geven. Dit met verrassend resultaat, de koers van het aandeel ‘explodeerde’, zo begrijp ik uit de Volkskrant. Iets wat ook schijnt te gebeuren met bedrijven die zeggen ‘iets’ met de blockchain technologie te gaan doen.

Vanwege al deze berichten is het mij een grote eer om jullie aan te mogen kondigen dat ook de Ballonnendoorprikker met de tijd meegaat. Hij heeft een verbeterde versie van de blockchain technologie ontwikkeld, de blogchain technologie. Met deze nieuwe technologie als basis, heeft hij ook een nieuwe nog betere cryptomunt ontwikkeld, de Ballon. ‘Experts’ voorspellen deze munt een gouden toekomst. Dit omdat hij makkelijk in gebruik en overal inwisselbaar is.

Jullie, de lezers van de Ballonnendoorprikker behoren tot de gelukkigen en kunnen gratis Ballonnen krijgen. Het enige wat je ervoor moet doen is deze prikker doorsturen naar honderd anderen. Stuur je de prikker naar tweehonderd anderen, ontvang je twee ballonnen enzovoort. De ontvangers kunnen vervolgens ook profiteren, zij ontvangen één Ballon per tweehonderd. Degene waarvan zij deze prikker ontvingen, krijgt dan ook nog een halve Ballon.

Beste lezers, maak gebruik van deze unieke kans op gratis Ballonnen. Ze worden veel geld waard. En zelfs als ze mislukken, als deze Ballon knapt, is er geen man over boord. Dan is er alleen lucht verplaatst. Je kunt dan nog altijd deze prikker lezen.

Data or Utopia

Wanneer we echt willen verbinden, wanneer we écht samen met kiezers oplossingen willen realiseren voor de problemen waar ze mee zitten, dan moeten we werken aan een progressief alternatief voor de ‘big data boeven’ van deze wereld. Dan moeten we juist digitale bruggen bouwen. Een brug van de politiek naar de samenleving, en van de samenleving naar de politiek. Zo willen wij data inzetten om mensen weer te verbinden. Het is tijd voor ‘data for good’.”

Dit schrijven de duo-kandidaten voor het PvdA voorzitterschap Astrid Oosenbrug en Frans van der Sluijs bij Joop en zij constateren dat nu met name rechtspopulisten data gebruiken om kiezers te trekken. ‘Data for good’ moet hieraan tegenwicht bieden volgens de schrijvers.

Utopia Thomas More

Foto: Wikimedia Commons

Data, de panace van alles zo lijkt het. Bedrijven die data verzamelen om precies op maat in je behoeften te voorzien, of eigenlijk te voorzien in behoeften waarvan je niet wist dat je ze had. Het meest recente voorbeeld hiervan is de PSD2 richtlijn van de Europese Unie. Die richtlijn verplicht banken om bankgegevens te delen met bedrijven. Gegevens bij wie je op welk moment wat koopt. De belangrijkste vraag, van wie deze gegevens zijn van de bank of van de klant van de bank, wordt niet gesteld. “Brussel wil allerlei start-ups de kans geven zelf slimme diensten voor consumenten te ontwerpen. Hoe meer partijen er innoveren, hoe sneller de financiële technologie (fintech) vooruitgaat en dat zal leiden tot meer betaalgemak voor consumenten en tot lagere prijzen, is de gedachte.” Zo valt te lezen in de Volkskrant. Via de bedrijven komen deze gegevens uiteindelijk ook bij de politieke partijen die, aldus Oosenbrug cs, gebruiken voor micro-politiek: “een op maat gemaakte boodschap in elkaar (…) zetten. Eentje die inspeelt op jouw zorgen, op jouw angsten en op wat jij belangrijk vindt.” Oosenbrug cs. willen hier goede micro-politiek tegenover stellen, micro-politiek die ‘verbindt’.

Zou dat lukken, verbindende micro-politiek? Moet je, juist als je mensen wilt verbinden, niet het micro niveau verlaten? Een supporter van Ajax en Feyenoord krijg je op clubniveau niet met elkaar verbonden. Dat lukt wellicht wel op een hoger niveau: de liefde voor het voetbal. Zou het met politiek en verbinden niet precies zo zijn? Zouden Oosenbrug cs niet op zoek moeten naar dat hogere niveau?

In haar meest recente boek No is not enough komt Naomi Klein tot een soortgelijke conclusie. Voor werkelijke verbinding en tegenwicht tegen de ‘Trumps’ van deze wereld, is nee zeggen niet voldoende, er moet een positief ideaal tegenover staan. Een ideaal dat mensen bindt en verbindt. Zij haalt hierbij Oscar Wilde aan die dit op de volgende manier treffend onder woorden bracht:

“A map of a world that does not include Utopia is not worth even glancing at, for it leaves out the one country at which Humanity is always landing. And when Humanity lands there, it looks out, and, seeing a better country, sets sail.”

Goed voor het milieu

Overheid en veiligheidsdiensten doen er alles aan om terreurdaden te voorkomen. Zo kwamen er na elf september bewapende air marshals, afgesloten deuren naar de cockpit, mochten vloeistoffen alleen een kleine hoeveelheid in de handbagage en zo zullen er nog wel wat maatregelen zijn. Treinstations worden beter bewaakt, alleen staande tassen en koffers doen alarmbellen rinkelen en Nederland verkeerd continu in de op één na hoogste staat van paraatheid voor wat betreft het ‘terreur dreigingsniveau’.

naakt vliegenIllustratie: Spotpen

In de Volkskrant valt te lezen dat dit de Amerikaanse regering niet ver genoeg gaat: “De VS voerden eerder deze maand al overleg met vertegenwoordigers van de Europese Unie over het verbieden van laptops, tablets en camera’s in de handbagage op vluchten naar de VS.” Die apparaten zouden niet meer in bij de handbagage mogen. Want: “Inlichtingen duiden erop dat terreurgroepen nog steeds proberen om de luchtvaart te treffen door explosieven aan boord te smokkelen in diverse apparaten.” Aan nut en noodzaak van dit ‘laptopverbod’ wordt getwijfeld. “Het zou natuurlijk zo kunnen zijn dat terroristen van plan zijn explosieven in laptops te stoppen. Maar wat is dan het effect om ze dan wel in het laadruim te leggen? Een bom kan ook daar gewoon ontploffen,” aldus Joost van Doesburg van de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers ook in de Volkskrant. Volgens Van Doesburg wordt het juist onveiliger: “Een laptop in de handbagage moet je bij de veiligheidscontrole uit je tas of koffertje halen. Op de scan voor de koffers in het laadruim zijn explosieven veel moeilijker te zien.”

Als een ‘laptopverbod’ de veiligheid verhoogt, dan moet dat maar, zou je kunnen redeneren. Maar wat dan te doen met schoenen en onderbroeken, er zijn immers ook al explosieven in gevonden? En als een onderbroek al een bom kan bevatten, dan kan een handige knutselaar ook best wel een bom in een jeans, een broodje kaas of een boek verwerken. Allemaal weren uit cabine en dan ook maar het laadruim? Waarom dan niet verplicht naakt in het vliegtuig, dan zijn er geen kleren meer om iets in of onder te verbergen?

Een andere optie zou een ‘mensverbod’ in het vliegtuig kunnen zijn. Alle terreurdaden werden immers gepleegd door mensen. Geen mensen en dus geen vluchten meer. Bijkomend voordeel: het is ook nog eens goed voor het milieu.

Watson for president?

In zijn dagelijkse Voetnoot in de Volkskant schreef Arnon Grunberg over Ross. Ross is een robot die bij een Amerikaans advocatenkantoor werkt en steeds beter wordt, hij leert en geeft precieze antwoorden. Watson is een campagne begonnen om gekozen te kunnen worden tot president van de Verenigde Staten (zie watson2016.com). “Dat lijkt afschrikwekkend, maar gezien de huidige kandidaten zou ik Watson een welkom alternatief vinden,” aldus Grunberg. Een ‘kunstmatige’ president?

x menIllustratie: wall.alphacoders.com

Toen ik dit las moest ik denken aan het boek Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo Sapiens 3.0, dat Jos de Mul schreef voor de week van de filosofie 2014. In een soepele schrijfstijl en met leuke en aansprekende voorbeelden, neemt De Mul de lezer mee in het denken over en de ontwikkeling van de mens. In het laatste deel van het boek kijkt hij vooruit en schetst drie scenario’s die ons kunnen leiden van het nu, Homo Sapiens 2.0, naar de Homo Sapiens 3.0, de toekomstige mens. Niet op basis van zijn fantasie, maar op basis van drie technologieën die momenteel te onderkennen zijn.

Het eerste scenario sluit aan bij het verder versmelten van mens en machine. De mens die steeds meer uitbesteedt aan machines. Eerst het geheugen via het schrift aan papier en boeken, nu naast het geheugen ook al, zijn sociale leven en het denken aan computers (denk aan de algoritmes van Facebook en Google). Computers die op basis van de grote hoeveelheid gegevens en informatie, tot een keuze komen die voor de mens niet meer is te beredeneren. Velen laten zich bij hun keuzes al leiden door die voor hen voorgesorteerde informatie. De mens die zo steeds meer versmelt met de machine, de computer en het internet. De Mul noemt dit het zwermgeest-scenario. Voor Trekkies, de Borg zouden daarvan het eindstadium kunnen zijn.

Het tweede scenario sluit aan bij de koppeling tussen biologie en informatica, de bio-informatica. De kennis van het menselijke gnoom en de mogelijkheden om hierin te sturen, te knutselen en er iets aan toe te voegen en zo de mens te verbeteren. Dit noemt De Mul het Alien-scenario. Knutselen kan goed gaan, maar ook fout. De fans van de X-men films kunnen zich hier wel een voorstelling bij maken.

In het laatste, het Zombie-scenario, staat de robottechniek centraal. Robots die steeds meer werk en taken overnemen en waarmee mensen zelfs een relatie kunnen aangaan. Die zelf kunnen leren en steeds beter worden, net zoals Watson waarover Grunberg schrijft. Maar een wezen zonder gevoel, een Data uit Star Trek the Next Generation. Of, in negatieve vorm een Terminator.

Ieder scenario kent positieve en negatieve kanten. De filmwereld brengt vooral de negatieve kanten in beeld. Toch bezinnen voor we aan president Watson beginnen?

De doorbraak naar duurzaam

Een klein artikeltje in Dagblad de Limburger van donderdag 17 maart, maakte gewag van de wensen van de PvdA voor 2026. Dan mogen er, als het aan die partij ligt, alleen nog maar elektrische auto’s rijden. Volgens de krant lacht de VVD zich dood om dit plan. In het artikel wordt kamerlid Barbara Visser aangehaald, die heeft het over een: “oorlogsverklaring richting acht miljoen automobilisten, gebaseerd op een groot wensdenken en een blanco cheque om al deze auto’s op kosten van de overheid te vervangen. Ambities zijn altijd mooi, maar dit heeft meer weg van een kip die zonder kop rondrent in het groene sprookjesbos.” 

TeslaFoto: www.elektrischeauto.nl

Een mooi staaltje beeldspraak van deze VVD politica. Een staaltje dat past in de Twittercratie. Ze spreekt van een ‘oorlogsverklaring’ aan de automobilisten. Hoe komt zij erbij dat dit een oorlogsverklaring is? De automobilist kan toch gewoon in de auto blijven rijden, alleen wordt die aangedreven door een andere energiebron. En het vervangen van een auto voor een nieuwe, is niets bijzonders. Dat zal iedere automobilist eens in de zoveel jaar doen.

Zou het trouwens niet kunnen zijn dat de werkelijkheid de VVD en zelfs de PvdA inhaalt? Dat de doorbraak van duurzaam sneller gaat dan beide partijen denken? Het zou kunnen als we een gelijknamige documentaire van Tegenlicht mogen geloven. Want wat belemmert de doorbraak van de elektrische auto?  Wat als de accu zo goed wordt dat je er makkelijk 800 kilometer mee kunt rijden? En dat het opladen of wisselen van de accu net zo snel gaat als het tanken van 60 liter benzine?  Wat als de prijs van een elektrische auto ongeveer gelijk is aan een op brandstof rijdende? Wat als de fabrieken groter worden en op volle capaciteit gaan produceren waardoor de prijzen gaan dalen? Waarom zou vervanging van het autopark dan door de overheid betaald moeten worden?

Is tien jaar hiervoor een korte periode? De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon deed voor zijn boek The Rise and Fall of American Growth. The U.S. Standard of Living since the Civil War onderzoek naar de economische groei in de Verenigde Staten. Hij schenkt hierbij heel veel aandacht aan de implementatie van nieuwe uitvindingen en technieken zoals de gloeilamp, de trein, de verbrandingsmotor, de auto, de WC enzovoorts. Neem de auto, in nog geen twintig jaar tijd (tussen 1910 en 1930) had bijna ieder Amerikaans gezin een auto.

Is tien jaar dan te kort als we ons realiseren dat de belangrijkste investeringen er al liggen? Namelijk de wegen en het elektriciteitsnetwerk. Als zelf energie opwekken via bijvoorbeeld zonne-energie, steeds goedkoper wordt? Als veel mensen nu al denken over de aanschaf van een elektrische auto? Hoe zou het autopark er dan over tien jaar uitzien?

Primaire waarde

In haar boek The Human Condition schrijft Hannah Arendt (eigen vertaling): ‘als producten niet primair worden gewaardeerd om hun bruikbaarheid, maar min of meer als incidentele resultaten van het productieproces waaruit ze voortkomen, waardoor het product niet wordt gewaardeerd om het vooraf bepaalde gebruik, maar voor de productie van iets anders, dan kan daar tegenin worden gebracht dat de waarde van het product alleen secundair is. En een wereld die geen primaire waarden kent, kent ook geen secundaire.” En dat ‘anders’ waarover Arendt spreekt, is geld en tegenwoordig economische groei.

afval

Foto: www.goudstandaard.com

Hieraan moest ik denken na het zien van een aflevering van de documentairereeks Planet e  die de Duitse TV (ZDF) uitzendt. De laatste droeg de titel Garantie vorbei-Gerät kaputt. De aflevering handelde over elektrische apparatuur die steeds sneller kapot gaat. Een onderwerp waarop Tegenlicht ook al het licht liet schijnen in een uitzending met de architect, Thomas Rau. Dergelijke producten zijn volgens Rau: “nog net niet stuk.” En de Duitsers ontdekten dat die spullen tegenwoordig steeds sneller kapot gaan.

Daar komt bij dat de apparaten tegenwoordig bijna niet meer te repareren zijn. Dit kent verschillende oorzaken. Vaak zijn reserve-onderdelen net zolang beschikbaar als het model in de verkoop is. Ook worden snel slijtende onderdelen zo geïntegreerd in een duur geheel, waardoor het vervangen (te) duur uitvalt. Veel voorkomend is ook het op een of andere manier dichtsmelten van onderdelen, zodat ze alleen als geheel zijn te vervangen.

Rau voegt er nog een categorie aan toe. Producten waarvan de ‘emotionele’ levensduur korter is dan de technische. Bijvoorbeeld een mobieltje. Er komen zo snel ‘nieuwe’ ‘betere’ en vooral ‘hippere’ (al is de emotionele levensduur van het woord hip ook al weer voorbij) op de markt en dat verleidt tot het kopen van een nieuwe, terwijl de oude nog niet versleten is.

Dit is goed voor de economie, want er wordt goed verkocht. Maar het levert heel veel afval op en het verslindt kostbare, schaarse grondstoffen.

Rau geeft bij Tegenlicht het voorbeeld van het tuingereedschap van zijn opa, dat is nog steeds goed te gebruiken. Dat is gemaakt om een probleem op te lossen. Zijn onze moderne producten nog steeds bedoeld om een probleem op te lossen of houden ze het probleem in stand? Is er niet nóg een categorie bijzondere producten? Kennen we tegenwoordig niet heel veel producten die ‘in de markt gezet’ moeten worden? Waarvoor een probleem of verlangen moet worden gecreëerd?

Moeten we niet op zoek naar dat wat primaire waarde heeft?