Uitgelicht

Goden, profeten, heiligen en mensen

Het zal jullie niet ontgaan zijn dat er een petitie is gehouden om het beledigen van profeten strafbaar te stellen. Die petitie is meer dan 120.000 keer ondertekend en speelde een belangrijke rol in een volledig ontspoort Kamerdebat over de vrijheid van meningsuiting. Dat Kamerdebat ging over van alles, behalve over de inhoud van de petitie. Over de commotie wil ik het niet hebben. Ook niet over het grondwettelijke: “recht verzoekschriften bij het bevoegd gezag in te dienen,” zoals artikel 5 van de Grondwet het omschrijft. Ik wil het over de inhoud hebben.

Psychics, Crystal Ball, Waarzegster, New Age, Rondje
Bron: Pixabay

Het recht om een verzoek in te dienen heeft iedereen, dus ook een oproep aan de overheid om: “het beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.” Dit omdat het, volgens de opstellers en ondertekenaars van de petitie: “een tekort aan fatsoen (is) en leidt ook nog eens tot maatschappelijke spanningen alsook het structureel beledigen van moslims.” Het fatsoen en het beledigen van mensen in het algemeen, laat ik passeren. Het gaat mij puur om het verzoek om het: “beledigen van de profeet (zelfs alle profeten) strafbaar te stellen.”

Een discussie over het strafbaar stellen van beledigen van de profeet moet gaan over de vraag wat we strafbaar stellen als de petitie in een wet wordt vertaald. Wat mag dan niet meer? In dit geval dus het beledigen van ‘de profeet (zelfs alle profeten). Voordat we een antwoord geven op die vraag, moet eerst duidelijk zijn wie of wat een profeet is. Aangezien we in Nederland wonen en leven, is het eerste boek dat we hiervoor moeten raadplegen, het woordenboek. De Van Dale geeft twee betekenissen. Als eerste: “een door God geïnspireerd heilig man.” Nu lopen er veel door welke god dan ook geïnspireerde mensen rond. Het lijkt mij niet dat we alle aanbidders van welke god dan ook niet meer mogen beledigen.

Het kernwoord in deze betekenis is ‘heilig’. Daarom maar weer de Van Dale geraadpleegd. Vier betekenissen. Het wordt er daarmee niet makkelijker op. Dat is niet erg want als de geschiedenis ons iets leert dan is het dat we mensen met ‘simpele oplossingen’ moeten wantrouwen. De eerste betekenis van heilig is: “zonder zonde; rein, volmaakt.” Wie is er zonder zonde? Niemand als ik de twee gereformeerde docenten mag geloven waarover ik in mijn vorige Prikker schreef want iedereen is: “op de één of andere manier van Gods doel afgeweken.” Immers wat gods doel is, wordt door de aanhangers ervan zelden tot nooit eenduidig uitgelegd. Daarom kennen de grote godsdiensten ook zoveel verschillende stromingen.

Wellicht biedt de tweede betekenis van heilig aanknopingspunten: “eerbiedwaardig, verheven.” Nu zijn er zeer veel mensen die op een of andere manier boven anderen uitsteken. Zo steekt Usain Bolt boven iedereen uit omdat hij de snelste mens over honderd meter is. Alleen weten we dat niet zeker, want vroegere hardlopers, liepen niet onder dezelfde omstandigheden en met dezelfde materialen als Bolt. Bovendien konden we het gros van het menselijk bestaan op aarde de tijd niet meten en zeker niet zo nauwkeurig als tegenwoordig. Dus we weten niet zeker dat er niet ergens iemand heeft geleefd die sneller was dan Bolt. Napoleon stak boven alle andere veldheren uit. Tenminste in zijn tijd. Hoe hij het zou hebben gedaan tegen Dzjengis Khan, Caesar of Alexander de Grote zullen we nooit weten. Verheven zijn is daarmee arbitrair. Net zoals trouwens ‘eerbiedwaardig’. Want over wie eerbied waard is, kunnen we enorm van mening verschillen.

De derde betekenis van heilig is “heilig verklaard”.  Met daarbij “rooms-katholiek” en als toelichting: “als paus een uitspraak doen waardoor iemand in het vervolg als heilig wordt vereerd.” Als we deze verklaring volgen dan bepaalt de paus in Rome wie er heilig is en dus wie we niet mogen beledigen. Nu heeft de katholieke kerk een verleden waarin mensen die in iets anders geloofden, werden vervolgd en gedood. Daarmee zou ik het laten bepalen wie mag worden beledigd niet graag bij de paus laten.

Als laatste geeft de Van Dale: “onkreukbaar, onverbreekbaar,” als betekenis van heilig. Onze wereld kent veel rechtschapen en integere mensen, want dat is wat onkreukbaar betekent. Al zullen ook die allemaal wel eens een moment van zwakte hebben en, zoals de beide gereformeerde docenten uit mijn vorige Prikker het schreven, ‘van gods doel afwijken.’

Daarmee zijn de betekenissen van ‘heilig’ uitgeput en zijn we nog geen stap dichter bij het bepalen van wie een profeet is. Niet dichterbij omdat iedereen en niemand profeet kan zijn. Wellicht biedt de tweede betekenis van profeet betere aanknopingspunten: “iemand die de toekomst voorspeld.” Ah, Nostradamus en Karl Marx zijn profeten. De een voorspelt met zijn kwatrijnen, als je zijn aanhangers moet geloven, de toekomst. De andere ‘ontdekte’ de wetmatigheid in de geschiedenis die ons zal leiden naar een paradijs op aarde. Maar hoe zit het dan met economen en andere sociale wetenschappers die met hun modellen de toekomst voorspellen? En nog een stapje verder: de ‘glazenbollen voorspellers’ op kermissen en in de nachtelijke tv-uren?

Ook met de tweede betekenis van ‘profeet’ komen we niet verder. Die betekenis maakt het er ook niet makkelijker op om te bepalen welke profeten dan tegen belediging moeten worden beschermd door een wet. Als het niet lukt in het algemene, dan maar het bijzondere? De indieners van de petitie hebben één profeet in het bijzonder op het oog, ze spreken immers niet voor niets van ‘de profeet’. Nu is het vreemd om alleen die profeet te vrijwaren van beledigingen en niet profeten van andere religies. Dus iedere religie mag één profeet aandragen? Dat wordt dan een heel lange lijst. Want wie bepaalt wat een religie is en wie mag vervolgens bepalen wie die ene profeet is die namens die religie op de lijst moet? Bovendien word je te pas en te onpas toegeroepen dat je in jezelf moet geloven. Ik zal mezelf er dan ook maar meteen voor aanmelden. Als ‘diep gelovige in mezelf’, zie ik mezelf als een ‘belangrijk profeet’ voor mezelf. Nee, mezelf aanmelden lijkt mij geen goed idee. Ik ga mezelf niet ‘heilig’ verklaren.

In het verlengde daarvan wordt het onmogelijk om een wet aan te nemen die ‘profeten’ beschermt tegen belediging. Immers over tot de ‘profeten’ gerekend moeten worden, kun je hele (vooral heilige, al kan ik dat woord slecht plaatsen in dit kader) oorlogen voeren. Ik weet niet of we daarbij gebaat zijn. Ik vraag me trouwens af waarom fervente aanhangers van welk ‘almachtig opperwezen’ met bijbehorende profeten dan ook, bescherming zoeken bij de wetgever? Als dat opperwezen werkelijk almachtig is, zou dat dan niet voor de eigen belangen kunnen opkomen? Zou dat opperwezen bescherming nodig hebben van de aardse wetgevers en van aardse ‘rechtvaardigheidsridders’ die in naam van dat ‘opperwezen’ straffen? Sterker nog, als er werkelijk zo’n ‘almachtig opperwezen is’ zou dat dan niet ook de ‘beledigers’ die niet geloven aan een touwtje hebben? Zouden de ‘beledigende niet gelovigen’ geen middel kunnen van het almachtige opperwezen? Een middel om de kracht en het geloof van de gelovigen te testen. Om te testen of ze de barmhartige uitgangspunten van het geloof ook toepassen op ongelovigen?

Ellian, islamisme en zionisme

Bij Elseviers weekblad een artikel van Afshin Ellian over Trumps vredesplan. Ellian sluit af met de zin: “Zolang de Palestijnen in de greep van het islamisme zijn, komt er geen vrede.” Dat ‘islamisme’ is volgens Ellian: “de werkelijke reden waarom Arafat in 2000 niet akkoord kon gaan met een definitieve vredesovereenkomst.” En daarmee is het voor Ellian duidelijk wie er de oorzaak van is dat er nog steeds geen vrede is: het islamisme en de Palestijnen.

Laten we even teruggaan in de tijd. Nee, niet zover als in mijn vorige Prikker toen ik liet zien dat de strijd tussen de Israëlieten en de Palestijnen een lange voorgeschiedenis kent waarbij ‘verhalen’ een belangrijke rol spelen. Bij een film of in een roman krijg je bijna automatisch sympathie voor de persoon door wiens bril het verhaal is geschreven. In die strijd hebben de Israëlieten het ‘propagandavoordeel’ van de bijbel aan hun zijde. Dat boek vertelt de wereld vanuit hun perspectief. Nee, nu maar iets meer dan honderd jaar en dan zullen we zien dat verhalen en perspectief ook hier centraal staan.

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstond het zionisme, de joodse tegenhanger van het islamisme. In A History of the Modern World (editie 1984) typeren de auteurs R.R. Palmer en Joel Colton de negentiende eeuw als een eeuw van toenemende emancipatie en assimilatie (pagina 602): “Science and secularism had the same dissolving effect upon Orthodox Judaism as upon traditional Christianity. … Individual Jews increasingly gave up their old distinctive Jewish way of life.”  Tegen het einde van de negentiende eeuw worden twee trends sterker die deze emancipatie en assimilatie tegenwerken: “ One, a cultural and political nationalism  … The other counter tendency or barrier to assimilation, was the rise of anti-Semitisme.” Die eerste trend kende ook een joodse kant: “… some of whom feared an assimilation that would lead to a loss of Jewish identity and perhaps even the disappearance of Judaism itself.”  Die trend wordt het zionisme. In 1881 vinden er verschillende, door antisemitisme en nationalisme gedreven pogroms plaats in Rusland. Die zetten Leon Pinsker, een arts uit Odessa, ertoe aan om het pamflet Autoemanzipation te schrijven. Samen met anderen richt hij de Vereniging van Zionsvrienden op. Zij eisen een vaderland voor bedreigde joden en streven naar kolonisering van Palestina door joden. Bekender in onze streken is Theodor Herzl. “Appalled by the turbulence of the Dreyfus affair in civilised France, which he observed firsthand as a reporter for a Vienna newspaper, he founded modern, or political, Zionism when he organised a first international Zionist congress at Basel in 1897.”  Zo schrijven Palmer en Colton op pagina 603 en zij vervolgen met het doel van de beweging: “ Zionist hoped to establish a Jewish state in Palestine, in which Jews from all over the world might find refuge, although there had been no independent Jewish state there since ancient times.”  

Land voor jezelf claimen waar je niet woont, is een lastige zaak. Palestina was in die tijd onderdeel van het Osmaanse rijk. Een rijk dat zich op het hoogtepunt uitstrekte van Hongarije en de Balkan tot de steppen van het zuiden van Rusland en van Algerije tot de Perzische golf. Het was daarmee de opvolger van het Oost-Romeinse rijk. Voor de liefhebbers, de serie Ottoman verhaalt over de val van Constantinopel (of Byzantium zoals de stad ook werd genoemd) in 1453. Het laatste stukje van dat Oost-Romeinse rijk. Eind negentiende eeuw was het rijk geen schim meer van zijn vroegere zelf. Nationalistische bewegingen in bijvoorbeeld Servië en Griekenland hadden tot afsplitsingen geleid en de imperialistische machten, de Britten en Fransen, namen delen in hun bezit of onder hun hoede. De Eerste Wereldoorlog betekende de uiteindelijke val van het rijk. Turkse nationalisten onder leiding van Mustapha Kemal stichtten Turkije en Engeland en Frankrijk kregen grote delen van het rijk door de Volkenbond toegewezen als protectoraat. 

In de strijd tegen het Duitse keizerrijk en zijn bondgenoten, waaronder het Osmaanse rijk, zochten de Britten steun in alle hoeken en gaten. Zo ook bij de zionisten. In 1917 stuurde de Britse minister Arthur Balfour een brief naar Lord Rothschild, een prominent Britse zionist, met daarin het volgende: “Harer Majesteits regering staat welwillend tegenover de vestiging van een nationaal huis voor het Joodse volk in Palestina, en zal naar beste vermogen het bereiken van dit doel ondersteunen, waarbij het duidelijk moet zijn dat niets zal worden gedaan dat de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-Joodse gemeenschappen in Palestina kan schaden, of de rechten en politieke status die Joden genieten in enig ander land.” Maar ook bij anderen werd steun gezocht, bijvoorbeeld bij Arabieren. Om de Arabieren te stimuleren in opstand te komen tegen de Osmaanse heersers, werd hen onafhankelijkheid toegezegd in een gebied dat ook Palestina omvatte. 

Geen van tweeën werd na de oorlog werkelijkheid. De Britten hadden namelijk nog iets anders afgesproken. Dit keer met de Fransen. Met het Sykes-Picotverdrag hadden de beide imperiale mogendheden het gebied onder zich verdeeld. Tot grote teleurstelling van zowel de zionisten als de Arabieren werden de resten van het Osmaanse rijk uiteindelijk verdeeld als ‘mandaatgebied’ gesanctioneerd door de Volkerenbond. Beide landen waren prominente leden van de Volkerenbond en de enige mogelijke tegenmacht van betekenis, de Verenigde Staten, trok zich meer en meer terug van het wereldtoneel. Palestina viel toe aan de Britten. Doel van het mandaat was het begeleiden van de bevolking naar onafhankelijkheid. Ondanks het niet nakomen van de Britse belofte en waarschijnlijk wel- dankzij de Britse toezegging trokken steeds meer joden naar het nieuwe Britse mandaatgebied Palestina. 

Deze situatie duurde voort tot na de Tweede Wereldoorlog. Toen namen de Verenigde Naties resolutie 181 aan. Het Britse mandaat over Palestina moest worden beëindigd en het land zou worden verdeeld in een onafhankelijke joodse en een onafhankelijke Arabische staat, volgens het opgestelde verdelingsplan. Van de aanwezige leden (landen) stemden er 33 voor, 13 tegen en 10 onthielden zich van stemming. Bij de 13 tegenstanders alle Arabische leden van de VN. Maar helaas de twee supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet Unie stemden voor. De tegenstemmers beriepen zich op een schending van het zelfbeschikkingsrecht, de bevolking van het gebied zou zelf moeten besluiten en niet de VN. Ellian heeft daarmee gelijk als hij beweert dat: “De Joden (…) de resolutie (hebben) aanvaard, de Arabieren hebben haar afgewezen.” Zou dat er misschien ook mee te maken kunnen hebben dat de resolutie de joden iets gaf en de Palestijnen het gevoel gaf dat ze iets verloren? 

Daarop brak een burgeroorlog uit en zo begon de geschiedenis van het Israëlisch-Arabische conflict,” vervolgt Ellian. Een conflict dat via verschillende oorlogen tot de huidige situatie heeft geleid. Verschillende oorlogen, opstanden, bezetting van gebieden, maar ook pogingen om een einde te maken aan het conflict. Dat is tot op heden niet gelukt. Het islamisme, dat Ellian als schuldige aanwijst, doet pas vrij laat haar intrede in het conflict. De PLO van Arafat was vooral panarabisch. Een beweging die is te omschrijven als seculier, socialistisch en antiwesters en was de dominante partij in alle vredesoverleggen tot nu toe. Het islamitische Hamas werd pas in 1988 opgericht en pas in 2007 kwam het in de Gazastrook aan de macht.

Met de PLO werden in 1993 de Akkoorden van Oslo getekend. Een weg naar vrede in het Midden-Oosten. Die weg werd in 2000 abrupt beëindigd. Toen Arafat, zo betoogt Ellian, bang was voor het islamisme. In die periode ondernamen beide betrokken partijen acties die vrede belemmerden. Toen, maar ook daarna nog. Raketten afgeschoten door de ene partij, bombardementen door de andere. De bouw van nederzettingen, gebruik van water, de bouw van een muur, terreur van beide zijden. Maar ook pogingen om het conflict te beëindigen. Pogingen al dan niet gesteund door andere partijen. Andere partijen zoals de Verenigde Staten die, onder leiding van president Clinton,  ’bemiddelden’ tussen beide partijen Maar ook anderen. Zo was er een Saoedisch vredesplan in 2002 dat behelsde dat Israël vrede en normale relaties met de Arabische landen zou krijgen in ruil voor het ongedaan maken van de bezetting die in 1967 begon. Een plan dat door Israël werd afgewezen. 

Het conflict kent, zoals ik hier heb proberen aan te tonen, een lange vooral Europese geschiedenis. Een Europese geschiedenis die is ‘geëxporteerd’ naar het Midden-Oosten. Een lange geschiedenis met vanuit joods perspectief het zionisme, het joodse politieke programma, als belangrijkste drijfveer. Een zeer succesvol programma omdat de doelstelling ervan, een onafhankelijke joodse staat in Palestina, is gerealiseerd. Gerealiseerd ten koste van een groot deel van de oorspronkelijke bewoners van dat gebied, de Palestijnen. Palestijnen van wie het leven op dit moment van alle kanten wordt bemoeilijkt door de Israëlische bezettingspolitiek. Voor wie een  actueel beeld wil krijgen van die politiek, de Israëlische verdediging ervan en de ellendige gevolgen voor de Palestijnen, kijk naar de serie Het Israeël van Heertje en Bromet. Is het niet erg kort door de bocht om het mislukken in 2000 aan alleen de Palestijnen te wijten en hun eventuele ‘angst voor het, van recente datum zijnde, islamisme’?

Het middel en de kwaal

“De secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie.” Een uitspraak van Robert Lemm een hispanist en ‘rechtzinnig katholiek’ in een artikel over het bondgenootschap tussen: “Rechtzinnige katholieken die zich tegen de secularisering van Nederland keren, vinden een bondgenoot in de ‘cultuurchristenen’ vanForum voor Democratie,” in de Volkskrant. “In het zaaltje klinkt instemmend gemor,” vervolgt het artikel. En als het bij secularisering begint, dan moet daar een einde aan komen. Daarom is: “Hun (de rechtzinnig katholieken) doel: een nieuwe generatie weerbare christenen vormen die Nederland in zijn traditionele, christelijke staat kan herstellen.”

Heksenverbranding in Roermond 1613. Bron: Wikipedia

Secularisering leidt tot islamisering en massa-immigratie’? Dus voordat er sprake kan zijn van islamisering moeten mensen eerst van hun geloof vallen. Als dit een wetmatigheid is dan zou er begin zevende eeuw, toen Mohammed de stichter van de islam streed en predikte, sprake moeten zijn geweest van zeer veel ‘ongeloof’, van afwijzing van god. Nu kun je over die tijd veel zeggen dat ze christen waren, zoroaster of polytheïst (aanhanger van meerdere goden) maar beweren dat de mensen toen seculier waren? Waarschijnlijk vind je eerder de bekende speld in de hooiberg dan een zevende eeuwse seculier.

Dan het even wetmatig opgeschreven ’secularisering leidt tot massa-immigratie’. Als mensen seculier worden dan komen andere mensen naar dat gebied toe. Als we een klein stukje terugkijken in de geschiedenis, deze keer naar het ontstaan van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. In die tijd was er sprake van redelijk massale migratie naar die Republiek. Vanuit de Republiek geredeneerd dus immigratie. Als er iets is dat deze periode niet kenmerkt dan is het secularisering. Een seculier vinden was ook toen te vergelijken met het zoeken naar die wel bekende speld. Sterker nog het is de tijd van de godsdienstoorlogen in Europa. Het mooie beeld dat er van deze tijd wordt geschetst is dat al die migranten naar de Republiek kwamen vanwege de ‘godsdienstige tolerantie’. De werkelijkheid zal eerder zijn dat die migratie werd veroorzaakt door het gunstige economische klimaat en het vele werk dat dit met zich meebracht. Werk op de vele schepen en als seizoenswerk in de landbouw.

‘Ja, maar, zo kan worden tegengeworpen, dit is een beschrijving van de huidige situatie. Dit is geen historische wetmatigheid.’ Oké, laten we dan eens naar het heden kijken. Eerst ‘secularisering leidt tot islamisering’: een moderne seculiere samenleving wordt onherroepelijk een samenleving met de islam als religie, een islamitische cultuur en islamitische wetgeving. Zouden mensen die god als een ‘verzinsel’ hebben afgeworpen werkelijk overgaan naar een andere ‘verzonnen’ god? ‘Nee, zo moet je dat niet zien. Door de instroom van moslims krijgt onze samenleving steeds meer een islamitisch karakter. En als ze straks in de meerderheid zijn dan …’. Oh, de redenering van wijlen Pim Fortuyn. Maar dan gaan jullie ervan uit dat moslim moslims blijven. Dat zij, anders dan christenen, niet seculariseren. Dan ‘secularisering leidt tot massa-immigratie’. Zou hiervoor niet precies hetzelfde gelden als ten tijde van de Republiek? Dat de migranten naar hier komen voor een beter leven voor hen en hun kinderen? 

Nu even naar iets anders, naar de oplossing die de rechtzinnig katholieken voorstellen: het herstellen van de traditionele, christelijke staat. Herstellen betekent dat die staat er ooit was, wanneer was dat precies? Hoe ver moeten we dan terug in de tijd want dan kunnen we zien wat zo’n staat inhoudt? Voor rechtgeaarde en rechtzinnige katholieken zou dat vóór de reformatie moeten zijn. Zo ongeveer in de Middeleeuwen. In die tijd werden prachtige kerken gebouwd zoals de pas door brand deels verwoeste Notre Dame van Parijs. Een tijd van prachtige kerken en modder hutjes toen de katholieke kerk aflaten verkocht om dergelijk prachtige kerken te bouwen en vooral om zichzelf te verrijken. Een tijd van heksenverbranding, een risico dat een eventuele seculier in die tijd liep.

Als islamisering de kwaal is, dan vraag ik mij af of herkerstening de oplossing is. Voor een seculier zou het middel wel eens net zo erg of erger kunnen zijn dan de kwaal.


Moge gods zegen op uw werk rusten

“In naam van Allah, de meest barmhartige, de meest genadevolle.” Met die woorden begint de tekst op een verklaring die een Rotterdamse politieagent van een moskeebestuur ontving. Het Rotterdams gemeenteraadslid Tanya Hoogwerf valt bij Opiniez over die zin, over de betreffende agent die erover twittert en vooral over diens korpsleiding. Die zin maakt, volgens Hoogwerf, “meteen duidelijk (…) waarom aanvaarding ervan problematisch is.”

Bron: Flickr

Want: “zeker omdat de vraag gesteld moet worden sinds wanneer het in Nederland gebruikelijk is dat de politie haar werk moet doen in naam van Allah? Sinds wanneer is het opportuun dat politiemensen een stempeltje ‘halal’ verdienen? En sinds wanneer krijgt een wijkagent die dat stempeltje ‘halal’ propageert via sociale media niet genadeloos op zijn flikker van de korpsleiding omdat de gedragscode wordt overtreden die nog steeds stelt dat de politie ten alle tijde neutraliteit dient uit te stralen?”

Wel beste mevrouw Hoogwerf. De politie moet haar werk niet doen in naam van allah.  En nee, politieagenten hoeven geen stempel ‘halal’ te hebben. Dat iemand een politieagent bedankt en zijn dankwoord begint met die zin, zegt niets over de politie, het zegt alleen iets over degene die dankbaar is. Het zegt namelijk dat die dankbare overtuigd moslim is. 

Bij dit soort berichten moet ik altijd denken aan de mop over de boer en de pastoor. Die laatste kwam bij de boer op bezoek en wilde de velden van de boer wel eens zien. Als eerste liepen ze langs het prachtig geschoffelde bietenveld. De pastoor sprak zijn complimenten uit waarop de boer zei: “dat was hard werken.” De pastoor voegde eraan toe: “met gods hulp.” Iets verder een veld met graan dat er al even schitterend bij lag. Weer kreeg de boer de complimenten en antwoordde hij dat het veel werk was en weer vulde de pastoor aan: “met gods hulp.” Dit herhaalde zich nog een keer bij het aardappelen veld. Als laatste liepen ze langs een braak liggende akker waarop het onkruid welig tierde. Toen hij dit zag, vroeg de pastoor: “wat is dit voor rommel?” Daarop antwoord de boer: “hier heb ik god zijn gang laten gaan.” Dit even terzijde, terug naar Hoogwerf en haar betoog.

Ja, de politie moet neutraal zijn in haar handelen. Dat houdt in dat iedereen op eenzelfde manier moet worden behandeld. Dat zegt niet dat: “iftarren door de politie” niet mag.  Met mensen gaan eten of een religieus feest bezoeken en neutraal handelen zijn twee verschillende zaken. Een Iftar kun je wat dat betreft gewoon vergelijken met een kerstdiner en die bezoekt of organiseert de politie ook geregeld.  

Hoogwerf: “Het is de agenda van de politieke islam die hiermee uitgedragen wordt en bij iedere stap, iedere knieval in die richting zal de lat verder opgeschoven worden, zoals we de afgelopen jaren hebben gezien. Wat we daar effectief mee realiseren is ondermijning van het gezag.” Die ‘tevredenheidsverklaring’ ondermijnt het gezag van de politie en doet het vlak weer verder overhellen naar, om even te overdrijven, ‘sharia-wetgeving.’ 

Ik weet niet of mevrouw Hoogwerf goed heeft opgelet tijdens haar beëdiging als raadslid. Als zij dat heeft gedaan dan heeft ze gehoord dat er raadsleden waren die daarbij uitspraken: ‘zo waarlijk helpe mij god almachtig.’ Een tekst die vergelijkbaar is met de zin waarmee de ‘tevredenheidsverklaring’ en deze Prikker opende. Enige verschil is dat de hulp van god wordt ingeroepen door een volksvertegenwoordiger. Daar blijft het niet bij. Als ze goed naar de laatste troonrede heeft geluisterd dan hoorde ze de koning afsluiten met de zin: “U mag zich in uw werk gesteund weten door het besef dat velen u wijsheid toewensen en met mij om kracht en Gods zegen voor u bidden.” Beatrix had altijd een ander einde, dat luidde: “Moge gods zegen op uw werk rusten.” Als ze een willekeurige wet erop naslaat dan kan ze lezen dat iedere wet opent met de zin: “Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.” 

Weer even een zijsprong. Wat we moeten lezen op de plaats van de drie keer enz. is mij een raadsel en als iemand het antwoord weet dan hoor ik het graag.

Beste mevrouw Hoogwerf en velen met u. Uw betoog heeft een zeer hoog splinter en balk gehalte. Als die neutraliteit van de overheid u werkelijk zo na aan het hart ligt wanneer komt u dan met een voorstel om god uit de Nederlandse overheid te kieperen? Bij een dergelijk voorstel kunt u op mijn steun rekenen.

Heilige boeken

De islam is tegenwoordig de gedroomde ‘dader’ voor ‘alle ellende’ in de wereld. Bij Opiniez beschuldigt Katiane Kayvantash CDA-leider Buma van ‘struisvogelpolitiek’: “Meneer Buma, u en uw coalitiemaatjes vormen de grootste reden dat die verlichting niet is gekomen!”  Nu moet Buma zich maar zelf verdedigen tegen deze beschuldiging. 

Bron: Wikimedia Commons

“Als een “gematigde Islam” wel bestaat, mogen we alstublieft wel voor eens en altijd weten in welke kluis die gematigde moslims hun heilige herziene milde versie van islam hebben opgeborgen? Vraagt Kayvantash zich af en concludeert: “een andere vorm van islam – een moderne islam, een Europese, Afrikaanse, Australische, Aziatische of Amerikaanse Islam – bestaat simpelweg niet.” Er is volgens haar dus maar één islam en die werkt desastreus uit: “Iedere Iraanse Nederlander kan meepraten over hoe de positie van Iraanse vrouwen in een ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land, in een dramatisch tempo bergafwaarts is gegaan. Van die mooie, krachtige, 2500 jaar oude Perzische beschaving waarbij respect voor vrouwen centraal stond, is in de praktijk vrijwel niets meer overgebleven. Beetje bij beetje, stap voor stap en ieder jaar meer dan het voorgaande heeft de Perzische cultuur onder dwang van het islamitische geloof plaats gemaakt voor de islamitische cultuur.”  

Vreemd is wel dat de islam in Perzië en de Perzische cultuur al eeuwen de dominante godsdienst was. Al in de zevende eeuw, Mohammed was nog niet zolang overleden, werd het Perzische gebied al onderdeel van de islamitische wereld en dat is sindsdien niet meer veranderd. Dus ook dat ‘ooit zo modern, westers georiënteerd en daadwerkelijk multicultureel land’ stond onder invloed van die islamitische cultuur. Trouwens niet alleen in Perzië was er sprake van een ‘modern land en westerse oriëntatie’. Dat gold ook voor Irak en Syrie en als we de Vliegeraar van Khaled Hosseini lezen dan ging dat zelfs op voor Afghanistan, of in ieder geval de hoofdstad Kaboel.

Als we nog wat verder teruggaan in de tijd, zo naar de tijd die wij de Middeleeuwen noemen, dan zien we een bloeiende islamitische wereld. Een rijke wereld waar de handel, de kunsten en de wetenschappen hoogtij vierden. Een wereld met een open houding die vriendelijk was voor andersgelovigen. Een houding die in schril contrast stond met het gesloten christelijke Europa. We hoeven ons continent niet te verlaten om de rijkdom van die cultuur te aanschouwen. Een reis naar bijvoorbeeld het Alhambra in Granada volstaat.

In de rijke Middeleeuwen en in die moderne, westers georiënteerde islamitische landen, hanteerde men dezelfde koran. Zou je dan met die koran, net als trouwens met de bijbel en andere ‘heilige boeken’, niet alle kanten op kunnen? Ligt het dus misschien niet aan het boek maar aan iets anders? Zou het niet interessant zijn om te onderzoeken wat dat ‘anders’ is. Wellicht helpt dat ons verder?

De tante van Taha

Toen het Somalisch-Amerikaanse topmodel Halima Aden vorig jaar als eerste gesluierde moslima de cover van de Britse Vogue bestierde, kreeg het modeblad op social media een lawine aan negatieve reacties te verwerken.” De openingszin van een artikel van Naz Taha op de site OneWorld. “De ophef die het veroorzaakt illustreert vooral hoezeer het Westen geobsedeerd is door de hoofddoek en de islam.” 

Bron: Wikipedia

Of het hele ‘Westen’ geobsedeerd is door hoofddoek en islam waag ik ernstig te betwijfelen want ik ‘hoor’ ook bij het Westen en herken me niet in die obsessie. Maar dat een groep mensen in het Westen is geobsedeerd door hoofddoek en islam kan ik alleen beamen. Aan de ene kant zijn daar een deel van de islamieten en alle ‘hoofddoekdragers’, die kennen die obsessie zeker. Als de tante van Taha (“Mijn tante draagt een hoofddoek en is een tamelijk vrome moslima. Voor haar is zwemmen in reguliere badkleding geen optie”) die obsessie niet kende, dan kon ze ook kiezen voor die reguliere badkleding. 

Aan de andere kant zijn er mensen die een andere obsessie hebben met de islam en de hoofddoek. Die zien in ieder moslim een bedreiging voor ‘onze cultuur’ en een gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Voor hen werkt de hoofddoek als de welbekende rode lap op een stier. Nu is er op dat spreekwoord het nodige af te dingen. De stier heeft immers geen obsessie met een rode lap, noch met een lap van welke andere kleur dan ook. Dat even terzijde. Hoofddoek, boerka, boerkini aan de ene kant tuinbroek, naveltruitjes decolleté, sari, Volendamse klederdracht, belachelijke hoedjes met prinsjesdag of campingsmoking van mij mag iedereen zelf bepalen welke kleding hij, zij en tegenwoordig ook nog andere varianten, draagt. Dat behoort tot de vrije keuze van het individu. Daar heeft niemand zich mee te bemoeien.

Toch is er iets in het betoog van Taha wat mij doet fronzen. Taha geeft de betreffende tante: “Een marineblauwe boerkini in haar maat. Ik kreeg een dankbare knuffel. Het was aandoenlijk om mijn tante zo blij te zien met zoiets futiels als een kledingstuk.” Mooi dat iemand blij is met een cadeau, dat doet de gever altijd goed. Zeker als die boerkini de tante: “de kans (geeft) om deel te nemen aan de zomercultuur, en aan de zwemcultuur.”

En dan komt de zin die mij deed fronzen: “De boerkini vergrootte haar individuele vrijheid.” Als de boerkini de vrijheid vergroot, dan was de individuele vrijheid vóór de boerkini kleiner. Dat lijkt mij sterk. Volgens mij stond het iedereen altijd al vrij om al dan niet te zwemmen. Die individuele vrijheid was er al ook voor de tante van Taha. 

Dat de tante van Taha niet ging zwemmen omdat zij bedekt wil zwemmen, betekent niet dat zij die individuele vrijheid niet had. Dat de tante van Taha niet ging zwemmen was een individuele keuze van haarzelf. De tante van Taha beperkte zelf haar vrijheid. Het is haar eigen keuze om bedekkende kleding te dragen omdat zij vindt dat haar religie haar daartoe verplicht. Het is ook haar vrije keuze om in een boerkini te gaan zwemmen. Een keuze die, zo betoogt Taha terecht, niemand haar mag afnemen. De boerkini betekent echter geen vergroting van de individuele vrijheid.

Gewel(da)dige gelovigen

In een column bij ThePostOnline ziet Juliaan van Acker twee bedreigingen voor de sociale cohesie: “ten eerste de toename van de verschillen tussen rijk en arm, met vooral de verarming van de middenklasse. Ten tweede de aanwezigheid van miljoenen moslims in Europa, die zich niet willen en kunnen integreren.” In deze bijzonderen column staat die tweede bedreiging centraal.

Desembarco de Colón.Bron: Wikipedia

“Christenen brengen tot in de verste uithoeken van de wereld de boodschap van liefde voor elke naaste, zonder uitzondering, ook voor diegenen die vijandig staan tegenover het Christendom. Waarom verzaken de Europese moslims deze taak?” Aldus de laatste zin uit Van Ackers column. Nu valt daar het een en ander op af te dingen. Niet op het brengen van de christelijke boodschap tot in alle uithoeken van de wereld. Daar hebben onze voorvaderen zich inderdaad flink mee bezig gehouden. Alleen niet altijd en overal op een even vreedzame manier. De Spaanse kerstening van wat we nu Latijns Amerika noemen, ging gepaard met bijbel en zwaard en de christelijke trek westwaarts van de Amerikanen werd geregeld vergezeld door een kogelregen. Die ‘liefde voor elke naaste’ gold niet voor die inheemse heidenen. 

Trouwens ook tegenwoordig trekken christelijke predikanten de wereld in met een boodschap die alles behalve tolerant is en getuigt van ‘liefde voor alle naasten’. Neem bijvoorbeeld de Amerikaanse predikant Steven Anderson die in ons land de ‘boodschap van liefde’ wil verkondigen. Liefde die niet geldt voor de anders geaarde medemens. Nee zo ‘naastenlievend’ als Van Acker het doet voorkomen, zijn niet alle christenen. “Als vijf procent van de moslims bereid is tot terroristische aanslagen in naam van Allah, dan zijn er binnen de Europese Unie drie miljoen potentiële terroristen,” zo rekent Van Acker voor. Hoe hij aan die 5% komt, maakt hij niet duidelijk. Maar mensen zijn mensen en dit betekent dat eenzelfde percentage van de  christenen een of andere  “Anderson-manier’ aanhang. En 5% van 450 miljoen overige Europeanen, maakt 22,5 miljoen potentieel gewelddadige christenen.

Even terug naar: “De overige 57 miljoen moslims in de Europese Unie, die van goede wil zijn en hebben ervaren wat een Verlichte maatschappij betekent.” Die volgens Van Acker verzaken. Hoezo ‘verzaken’ zij? Laten zij niet dagelijks zien dat ook de islam een godsdienst ‘van liefde voor elke naasten, zonder uitzondering voor diegenen die vijandig staan tegenover de islam’? Dragen zij niet precies de boodschap uit die Van Acker van hen verwacht? 

Boemerang

Soms lees je iets dat op het eerste gezicht plausibel lijkt. Als je er vervolgens even over nadenkt, dan ligt het toch net allemaal een tikkeltje anders. Bij TPO citeert Bert Brussen passages uit een interview dat hoogleraar sociologie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn Ruud Koopmans gaf aan het Financieel Dagblad. 

bron: Wikipedia

“Het aantal democratieën in de islamitische wereld nam de laatste jaren alleen maar verder af. De desintegratie van de islamitische wereld is niet te stoppen. Natuurlijk is dat een bedreiging voor de wereldvrede. Daar spelen zich de grootste conflicten af, ontstaan de grootste vluchtelingenstromen. Die hebben enorme politieke repercussies in Europa. Allemaal hebben we hier met de verliezers in de islamitische wereld te maken. We hebben het over het klimaatprobleem, maar dit is het grootste probleem dat op ons afkomt.” Klinkt logisch, want hoeveel democratieën zijn er nu werkelijk in de islamitische wereld?

Maar toch. Het begint natuurlijk al me de definitie van ‘democratie’. Iran zal zichzelf als democratie bestempelen en als het houden van verkiezingen betekent dat je een democratie bent, dan hebben ze nog gelijk ook. Daar kun je ook anders over denken.

Als Koopmans gelijk heeft, dan moeten er landen zijn ‘verschoten’ van regeringsvorm en dan van democratisch naar iets anders. Laten we eens kijken. Het grootste islamitische land, Indonesië, kent nog steeds dezelfde democratische regeringsvorm. Dat er maatregelen worden genomen die nadelig uitvallen voor minderheden, doet daar niet aan af. Dat zie je ook bij Europese democratieën, neem Hongarije en Polen. Pakistan, ook in dat land worden nog steeds verkiezingen gehouden. Afghanistan, was chaos en is chaos. Over Iran hebben we het al gehad. 

Dan Turkije. Nog steeds worden er verkiezingen gehouden. Wel past de grote man, de regels steeds verder aan in zijn voordeel. Ook dat is niet specifiek iets voor islamieten. De katholieke Polen en Hongaren doen min of meer hetzelfde. Irak, dat land is ‘verschoten’ van dictatuur naar democratie. Tenminste, als je meegaat in de retoriek van de Amerikanen. Saoedi-Arabië was en is nog steeds een autoritair geregeerd koninkrijk. Net als trouwens de overige Golfstaten. Jemen was al geen democratie en is nu, mede door toedoen van de Saoediërs en met steun van de Amerikanen, een chaos. Syrië was autocratisch en is nu een autocratische chaos. Egypte was na de ‘Arabische lente’ even iets wat op een democratie leek, maar is weer teruggevallen naar een autoritair regime. Iets wat in het Westen niet erg wordt betreurd omdat het democratisch gekozen regime ‘de verkeerde kant’ opging. Libië was autocratisch en is nu chaos. In Algerije en Marokko is niets veranderd. Tunesië is na die Arabische lente veranderd van autocratie in de richting van democratie.

Het gaat erg ver om hieruit, zoals Koopmans doet, te concluderen dat het aantal democratieën in de islamitische wereld afneemt. Sterker nog, het lijkt er zelfs op dat het aantal democratieën in de islamitische wereld is toegenomen. Van twee (Indonesië en Pakistan) naar minimaal drie (Tunesië) en als je de Amerikaanse retoriek gelooft, zelfs vier (Irak). 

Waar Koopmans wel een punt heeft is de desintegratie van de islamitische wereld. Die is niet te ontkennen. Mijn opsomming laat zien dat steeds meer landen in chaos zijn vervallen, dat daar grote conflicten spelen en dat dit leidt tot grote vluchtelingenstromen. Wat hierbij niet heeft geholpen zijn de Westerse inmengingen. Begin dit jaar schreef ik een vierluik over die bemoeienis (Wat was en IS 1, 2, 3 en 4.

Inderdaad heeft dit “enorme politieke repercussies in Europa” waarover Koopmans het heeft. Zouden die repercussies niet veeleer een gevolg zijn van de bemoeienissen en het gesol vanuit het Westen met de islamitische wereld? Bemoeienissen en gesol die nu als een boemerang terugkomen? Zou de islam en dan vooral de radicale vorm ervan, niet slechts het ‘cadeaupapier’ zijn waarin de islamitische wereld die boemerang heeft verpakt? Radicale islam als cadeaupapier omdat die stroming veel westerlingen wel schrik aanjaagt? En zou het kunnen dat ‘schrik aanjagen’ de enige manier is waarop de boodschap van die boemerang echt aankomt?

Zwarte mis

“Het nazisme en het communisme zijn producten van het moderne Westen. En dat geldt ook voor de radicale islam, al wordt dat laatste ontkent door zowel de aanhangers daarvan als de westerse publieke opinie.”  De eerste zin op pagina 102 van de paragraaf Terreur en de westerse traditie van het boek Zwarte Mis. Apocalyptische religie en moderne utopieën geschreven door de filosoof John Gray. Aan die zin moest ik denken na de gebeurtenissen in Christchurch in Nieuw Zeeland. 

Eigen foto

Aan die zin moest ik denken toen ik de reacties van Elsevier-lezers las op de stelling van de dag “Moskeeën moeten worden beschermd tegen aanslagen”. Reacties zoals van ene Thomas Jolly: “Wie kaatst kan de bal verwachten… nee dus!” Of van Joey France: “De vraag is begrijpelijk gezien de onmenselijke daad en de ermee samengaande emoties. Maar zijn de moslims niet zelf de aanleiding? Overal waar deze “religie” zich aandient is de sociale rust finaal afgelopen en is integratie met de plaatselijke bevolking verboden, tot en met dreiging met de doodstraf. Toch niet zo raar dat de “andere kant” ook zijn gekken heeft lopen. Neen op de stelling.” Of Vero Truth: “Dit soort aanslagen was, hoe verschrikkelijk ook, te verwachten. Wie haat zaait zoals de moslimextremisten krijgt op een gegeven moment een reactie. Nu niet gaan piepen. Extra bescherming voor moskeeën lijkt me niet nodig.” Reacties gebaseerd op ‘WIJ’ tegen ‘ZIJ’. Waarbij het onderscheid is gebaseerd op godsdienst en waar iedere daad van iemand met de godsdienst van ‘ZIJ’ een daad is van de hele groep. 

Ik moest denken aan die zin en het betoog van Gray toen ik een artikel van Han van der Horst bij Joop las. Van der Horst concludeert dat: “Branton Tarrant (de schutter van Christchurch) is niet zomaar een monster. Hij is ons monster.” Ons monster want: “Het is de resultante van het populistische vertoog dat het maatschappelijk denken in het Europa van deze eeuw zo verontreinigt. Tarrant is gegrepen door de ideologie die zondebokken aanwijst in plaats van dat zij oplossingen biedt voor de vele maatschappelijke kwalen in onze maatschappijen.” De schutter die ook denkt in ‘WIJ’ en ‘ZIJ’ en die ‘ZIJ’ als een bedreiging ziet. ‘WIJ’ tegen ‘ZIJ’ kenmerkt ook het wereldbeeld van IS en Al Qaida. 

Gray onderbouwt die eerste zin door de oorsprong van het denken van de vader van de radicale islam, Sayid Qutb, te bestuderen. Gray: “Qutbs idee van een revolutionaire voorhoede die zich volledig zou wijden aan de omverwerping van corrupte islamitische regimes en het stichten van een samenleving zonder formele machtsstructuren, ontleent niets aan de islamitische theologie en zeer veel aan Lenin. Qutb beeld van revolutionair geweld als een zuiverende kracht heeft meer gemeen met de denkbeelden van de jakobijnen dan met die van de twaalfde-eeuwse Hasjisjin.” Qutb en daarmee de politieke islam als een verre nazaat van de Franse revolutie.

Volgens Gray is het gebruik van geweld om een nieuwe wereld te scheppen geen erfenis uit de zevende eeuw, maar haakt het aan bij het modere Westen. “Het gebruik van de term ‘islamofascisme’ verduistert het zicht op de veel verder rijdende schatplicht van de radicale islam aan het westerse denken. het waren niet alleen de fascisten die geloofden dat geweld een nieuwe samenleving kon voorbrengen. Dat geloofden Lenin en Bakoenin ook, en de radicale islam zou dan ook net zo goed ‘islamoleninisme’ of ‘islamoanarchisme’ genoemd kunnen worden.” De grootste verwantschap ziet Gray echter met: “de non-liberale theorie van de volkssouvereiniteit die werd uitgedragen door Rousseau, en die tijdens de Franse Terreur door Robespierre in praktijk werd gebracht; de radicale islam zou dan ook het best omschreven kunnen worden als ‘islamojakobinisme.” 

Het ‘martelaarschap’ door het plegen van zelfmoordaanslagen, kent volgens Gray geen islamitische wortels: “De Hasjisjin richtten zich op het vermoorden van heersers die naar hun mening waren afgeweken van het rechte pad van de islam, maar geloofden niet dat terreur kon worden aangewend ter vervolmaking van de mensheid, en al evenmin beschouwden ze het plegen van zelfmoordaanslagen als teken van persoonlijke zuivering.” Het is, volgens Gray een recente ‘uitvinding’ met westerse wortels. Een ‘uitvinding’ van de voorganger van Ayatolla Khomeini, Ali Shariati die: “beriep zich op een idee van existentiële keuze die is ontleend aan Nietsche.”

Volgens Gray is de radicale islam: “een moderne ideologie, maar ook een millennialistische beweging met islamitische wortels.” Millennialisme, het geloof in de komst van …  is een kenmerk van monotheïstische godsdiensten. Bin Laden maakte hier, volgens Gray, gebruik van door zich te profileren als ‘profeet-leider. De leider van IS, Abu Bakr al-Baghdadi, ging hierin nog een stap verder en riep het kalifaat uit en zichzelf tot kalief.  

Tot zover de radicale islam. Nu het Westen dat zich, zo schrijft Gray en als je de politieke en publieke opinie mag geloven dan heeft hij gelijk, definieert: “in termen van liberale democratie en mensenrechten.” Door deze definitie te gebruiken lijkt het alsof: “de totalitaire bewegingen van de vorige eeuw geen deel uitmaakten van het Westen.”  Volgens Gray een misvatting want die vormden: “ in werkelijkheid juist een hernieuwing van enkele van de oudste westerse tradities.” Welke tradities? Gray: “als er ‘iets’ is wat ‘het Westen’ definieert, dan is dat het nastreven van een verlossing in de geschiedenis. Datgene waarin de westerse beschaving zich onderscheidt van alle andere wordt niet zozeer gevormd door haar tradities van democratie en verdraagzaamheid, als wel door haar historisch teleologie, dat wil zeggen: door haar geloof dat de geschiedenis een inherent doel of bestemming heeft.” Dit geloof heeft tot vernietigende oorlogen en verschrikkelijke misdaden in concentratiekampen en goelags geleid. 

Nu zijn dergelijke massamoorden niet specifiek westers. In vroeger tijden werden er vaker wreedheden begaan en massa’s mensen vermoord. Dzengis Khan wist wat dat betreft ook van wanten. Wel specifiek voor het moderne Westen is volgens Gray: “de bepalende rol van het geloof dat geweld de wereld kan redden.” Dit specifiek westerse tintje heeft de radicale islam overgenomen. Dat is niet zo vreemd omdat het Westen en de islam elkaar al sinds de zevende eeuw beïnvloeden.

Zou de echte scheiding tussen ‘WIJ’ tegen “ZIJ” niet worden gevormd door het ‘geloof’ dat geweld de wereld kan redden?Schutter Tarrant deelt het geloof dat geweld de wereld kan redden met zijn tegenstrevers de radicale islamieten. Zij hangen de ‘zwarte mis’ aan om de titel van Gray’s boek te gebruiken. Zij hangen apocalyptische religies aan en jagen utopische visioenen na. Ik hoop dat ik met velen het geloof deel dat geweld de wereld niet redt.

Beloven en geloven

Het leven. De enige zekerheid die het biedt, is dat het eindigt met de dood. Je hoopt natuurlijk dat het moment dat ‘Magere Hein’ je komt halen nog ver weg is. Dat de tijd tussen geboorte en dood zo groot mogelijk is. Tenminste, dat is nu nog het geval.“ In de eenentwintigste eeuw zal de mens waarschijnlijk serieus gaan streven naar onsterfelijkheid,” schrijft Yuval Noah Harari in zijn boek Homo Deus. een kleine geschiedenis van de toekomst op pagina 33 in een paragraaf met als titel Het einde van de dood. 

Eigen foto

Een streven dat al snel resultaat zou kunnen hebben. Hariri (pagina 37): “De razend snelle ontwikkelingen in onderzoeksgebieden als genetische modificatie, regeneratieve geneeskunde en nanotechnologie brengen almaar optimistischer voorspellingen met zich mee. Sommige deskundigen geloven dat de mens de dood zal overwinnen in 2200, volgens anderen is het in 2100 zover. Kurzweil en De Gray zien het nog positiever. Zij beweren dat iedereen met een gezond lichaam en een gezond banksaldo in 2050 een serieuze kans op onsterfelijkheid zal maken door de dood decennium na decennium te slim af te zijn.” Onsterfelijk, tenminste als je over voldoende geld beschikt. Sterven wordt dan alleen iets van en voor de armen. De armen sterven door gebrek de rijken leven eeuwig in luxe door.

Nou ja onsterfelijk. Zelfs de onsterfelijken kunnen ‘Magere Hein’ op bezoek krijgen: “ In tegenstelling tot God kunnen toekomstige supermensen nog steeds wel sterven door een oorlog of ongeluk, en dan kan niets ze meer terughalen uit het hiernamaals,” schrijft Harari iets verderop. Maar, ook daarvoor is een oplossing afkomstig van de al genoemde Kurzweil. Tenminste als we Jos de Mul mogen geloven in zijn boek Kunstmatig van nature. Onderweg naar Homo Sapiens 3.0. Die oplossing heet singulariteit: “dankzij de exponentiele ontwikkelingen in de informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie (zal) de mensheid reeds in 2045 (…) zijn opgegaan in één globale intelligentie, die vanaf dat moment in korte tijd met een snelheid groter dan het licht het hele universum zal doordringen,” aldus De Muls weergave van het denken van Kurzweil (pagina 189-190). Ik kan me niets voorstellen bij die singulariteit van Kurzweil. Bovendien vraag ik me af of het wel zo leuk is om onderdeel uit te maken van die ene globale intelligentie. Dat doet me toch een beetje denken aan de Borg uit Star Trek. De Borg, een soort bij-achtig volkje met een ‘koningin’. Een beschaving die alles in zich opnamen en integreerden en je benaderden met de onheilspellende woorden: “We are the Borg. Lower your shields an surrender your ship. We will add your biological en technological distinctiveness to our own. Your culture will adapt to service us. Resistance is futile.” Dit lijkt mij geen prettig vooruitzicht. En dan hebben de Borg nog voor op Kurzweils singulariteit dat ze ook mijn ‘biological distincteveness’ overnemen. Daar rept Kurzweil niet over. 

Bron: Wikimedia Commons

De Mul plaats wat kanttekeningen bij die singulariteit in 2045. “ Een cruciale rol in Kurzweils redenering wordt gevormd door de ‘Wet van Moore’, die stelt dat de rekenkracht van computers iedere achttien maanden verdubbelt. de afgelopen 45 jaar is dat inderdaad het geval geweest, maar Kurzweil lijkt in zijn enthousiasme te vergeten dat exponentiële ontwikkelingen vroeg of laat vastlopen op een gebrek aan natuurlijke hulpbronnen. En het voorbijgaan aan de snelheid van het licht is ook een aanname die eerder past in een spannend siencefictionverhaal dan in een serieuze natuurwetenschappelijke theorie.” Zo zeker is die onsterfelijkheid, zelfs zonder lichaam, nog niet. Dus blijven we voorlopig zitten met die ene zekerheid dat iedereen vroeg of laat sterft.

Een gelovig katholiek of moslim zal denken, waarom willen die mensen hun leven rekken? Het leven is voor hen immers slechts een voorfase voor de opname in de hemel, al dan niet met een aantal maagden. Nu kun je je afvragen hoe hemels die hemel is voor maagden als ze aan een goede gelovige worden toebedeeld. Dat lijkt immers verdacht veel op slavernij. Dit even terzijde. Doel van het leven is voor die gelovigen toch om in die hemel bij god of allah te komen? Waarom al die moeite doen om het leven te rekken en zelfs te vereeuwigen als het doel ervan is om naar die hemel te gaan? Immers als je het eeuwige leven hebt, kom je nooit in die hemel. Iemand die in reïncarnatie gelooft, zal iets soortgelijks denken. Waarom immers dit leven vereeuwigen als er na dit leven wellicht nog een veel beter leven in het verschiet ligt. 

Geloven is denken, of beter hopen het zeker te weten. Het geeft geen zekerheid. Maar gelukkig wordt echte zekerheid wel geboden. Tenminste, als we als kiezer ervoor zorgen dat de PvdA het voor het zeggen krijgt. Als de PvdA het voor het zeggen krijgt dan krijgen we er wat zekerheden bij. Om de titel van het artikel hierover in de Volkskrant aan te halen: “Hoe een marketingman van de PvdA de Partij van de Zekerheid maakt.” Dan zijn we zeker van een eerlijke toekomst. Nu leert de geschiedenis ons dat er tot nu toe een toekomst is. Als die toekomst ook maar een beetje op het verleden lijkt dan is eerlijkheid daarin ver te zoeken. De geschiedenis leert ons dat wij mensen dol zijn op macht en die macht het liefst gebruiken om andere mensen iets te laten doen wat ze uit zichzelf niet zouden doen. Onze soort is dol op sollen, zoals ik in eerdere prikkers al schreef. Sollen dat ervoor zorgt dat eerlijkheid buiten beeld raakt. Het zou knap zijn van de PvdA als de partij een middel heeft gevonden om die menselijke eigenschap uit te schakelen.

bron: Flickr

De PvdA zorgt er ook voor dat we zeker zijn van een vaste baan. De afgelopen jaren werd werk steeds flexibeler. Uitzendkrachten, oproepkrachten, pay roll constructies, echte en schijn zelfstandigen, ze komen in steeds meer varianten voor. Zelfs vast werk wordt steeds minder vast omdat het voor werkgevers steeds makkelijker wordt om mensen te ontslaan. Ook zien we dat door nieuwe technologie en techniek hele beroepsgroepen en zelfs bedrijfstakken verdwijnen. Dat is trouwens al jaren aan de gang. Groente-, kolen- en schillenboeren, ze zijn met de scharensliep uit het straatbeeld verdwenen. En zo zal het ook in de toekomst zijn. Dus hoe zeker is je vaste werk als je complete bedrijfstak wordt weggevaagd. Zou de partij zich niet beter in kunnen zetten voor (zoveel mogelijk) zekerheid van voldoende middelen om te overleven? Voor een soort basisinkomen? 

Zo zijn er nog wat zekerheden die de partij ons zegt te bieden waarvan de zekerheid van jezelf de meest opmerkelijke is. Het lijkt mij knap als de partij de onzekerheid van iemand die van nature nogal onzeker is van zichzelf, kan wegnemen. Zouden ze een pilletje of een of ander oplossing op het gebied van ‘informatietechnologie, genetica, nanotechnologie en kunstmatige intelligentie’ hebben gevonden die de menselijke natuur verandert?

Al schrijvend vallen me nog twee mogelijke zekerheden binnen. De zekerheid dat politieke partijen meer beloven dan dat ze kunnen waarmaken. Maar of dit echt een zekerheid is, kan ik niet hard maken. Er hoeft immers maar één politieke partij te zijn geweest die al haar belofte nakwam en dan is ook dit geen zekerheid.

De tweede mogelijke zekerheid is dat mensen teleurgesteld raken in de politiek omdat er zaken worden beloofd die niet waargemaakt worden. Dan verliezen mensen het vertrouwen in die belovende politici dan krijg je ‘de kloof’ tussen politiek en volk. De geschiedenis wijst echter ook uit dat er vervolgens weer een nieuwe politicus komt die zegt dat hij het allemaal beter weet en beter gaat doen. Die wekt dan weer het vertrouwen van mensen die er weer achteraan hollen en weer teleurgesteld raken. Teleurstelling in een politicus, niet in de belovende politiek.

Zowel politici als kiezers lijken niet veel te leren van ervaringen uit het verleden. Politici blijven ‘beloven’ en kiezers ‘geloven’. De kiezer zou inmiddels moeten weten dat de ‘oogst’ van de bij de verkiezingen gedane beloften altijd tegenvalt. Een lerende kiezer concludeert hieruit dat hij op een andere manier moet gaan bepalen aan wie hij zijn stem geeft. 

Aan de andere kant zou de politicus inmiddels toch moeten weten dat belofte schuld maakt, dat hij die schuld meestal niet na kan komen en vervolgens wordt gestraft door de kiezer. Zelfs als hij zijn schuld wel nakomt, kan afstraffing volgen. Nakomen van die schuld kan immers anders uitpakken dan vooraf werd beoogd. Bovendien komen er veel zaken voorbij die niet ‘gepland’ waren maar waarover toch een keuze gemaakt moest worden en de hierbij gemaakte keuze kan negatief worden beoordeeld door de kiezer. De politicus zou hieruit moeten opmaken dat een andere manier van profilering nodig is. 

In Fraternité schreef ik over rechtvaardigheid en de twee beginselen van rechtvaardigheid van van de filosoof John Rawls: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.” (Uit Een theorie van rechtvaardigheid pagina 321). Vervolgens over de ‘capability approach’ van Martha Nussbaum en Amartya Sen. Nussbaum onderscheidt tien vermogens waarover een mens minimaal dient te beschikken. Deze twee beginselen en die tien vermogens bieden een politicus goede aanknopingspunten voor een andere aanpak. Een andere aanpak dan het opstellen van een wensenlijstje.

Ze bieden een politicus de mogelijkheid om een afwegingskader te maken. Een afwegingskader dat de politicus gebruikt bij het maken van een keuze. In plaats van beloften te doen die niet nagekomen kunnen worden, zoals de PvdA doet, of een ‘actielijstje’ als verkiezingsprogramma, kan de politicus de boer op met zijn afwegingskader. Met de boodschap: ‘ik beloof jullie maar één ding en dat is dat ik alles waarover ik moet besluiten, langs dit afwegingskader leg en dan besluit. Vervolgens leg ik aan de hand van dit afwegingskader uit waarom ik heb besloten zoals ik heb besloten’. 

Als we de tien vermogens van Nussbaum erbij nemen dan kan een politicus aangeven welke van die vermogens hij of zij het belangrijkste vindt. Dat hij een voorstel beoordeelt op de bijdrage die het levert aan die vermogens. Levert het een bijdrage, dan krijgt het voorstel de steun van deze politicus. Levert het geen bijdrage dan niet. Ook kan de politicus aangeven wat het minimumniveau is van een vermogen dat nog acceptabel is.  

Welke politicus heeft lef en durft het aan om een dergelijke ‘keuzematrix’ te maken en die toe te passen op alle te maken keuzes?