‘Leeuwenkoning Baudet 2’

“I’ve said that many times.” Het antwoord van Thierry Baudet op de vraag van een Zwitserse journalist of hij “the leading intellectual in the Netherlands,” is. Natuurlijk mag iemand dat van zichzelf vinden en het ook zeggen. Laten we Baudets betoog eens volgen.

Bron: Wikimedia Commons

Baudet zet zich af tegen alle partijen want die zijn: “all representatives of the “liberal” or “liberalist” philosophy where emancipation of the individual is the ultimate aim. Maximum equality, maximum individual liberty.” Hij staat er anders in: “It’s the philosophy that starts from the understanding that we are paradoxical beings. We want to be free and, at the same time, we want to be embedded. We want to be individuals, but we also want to be members of a group. In a proper society, there’s an equilibrium there, a delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood.’” Baudet maakt hier wel een erg grote karikatuur van het liberalisme en gaat volledig voorbij aan grote liberale denkers die de wel degelijk grenzen stelden aan maximale individuele vrijheid. Mill begrensde die al door eraan toe te voegen dan de vrijheid van de één begrensd wordt door evenveel vrijheid voor alle anderen. De liberaal en denker over rechtvaardigheid John Rawls voegde er zijn twee beginselen van rechtvaardigheid aan toe: “1. Elke persoon dient gelijk recht te hebben op het meest uitgebreide totale systeem van gelijke fundamentele vrijheden, dat verenigbaar is met een vergelijkbaar systeem van vrijheid voor allen. 2. Sociale en economische ongelijkheden dienen zo te worden geordend dat ze: (a) het meest ten goede komen aan de minst veroordeelden, in overeenstemming met het rechtvaardige spaarbeginsel, en (b) verbonden zijn aan ambten en posities die voor allen toegankelijk zijn onder voorwaarden van billijke gelijke kansen.”

Tot zover de karikatuur. In deze zinnen zegt Baudet nog meer. Hij zet zich af tegen maximale gelijkheid van mensen. Beweert hij hier dat, om Orwells Animal Farm te citeren: “some animals are more equal than others”? Hij streeft niet die maximale gelijkheid na, maar een ingebedde mens die ‘zijn eigen vrijheid goed begrijpt’. Een ‘ingebedde mens die een leidende elite nodig heeft want: “society needs an elite that leads the way.” Dat hij zelf vindt dat hij tot die elite behoort, mag al blijken het antwoord op de vraag uit het interview waarmee ik begon. 

Maar een elite? Mogen we hieruit afleiden dat hij een nieuwe elite wil met hem als ‘leeuwenkoning’ om een eerdere Prikker aan te halen? Dat ‘het volk’ zich daarna weer moet schikken in ‘volgzaamheid’? ‘Het volk’ is dus alleen maar even nodig om de ‘oude elite’ die er volgens Baudet niets van begrijpt, weg te werken. En daarna ‘le roi est mort, vive le Roi lion’? Op die eerdere Prikker kom ik later nog terug.

Even terug naar dat ‘equilibrium’ die: “delicate balance that has culminated in what we might call ‘the individual properly understood’.” Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Daarvoor grijpt hij terug in de geschiedenis: “This reached its apex, I believe, in the eighteenth century, and was venerated in that great ‘swan song of aristocracy’, the nineteenth century.” Baudet wil terug naar de verhoudingen in die tijd. Want wat er sinds die tijd is afgebroken de: “bourgeois society, bourgeois traditions, the bourgeois way of life of ordinary people.” 

Bron: Wikipedia

Pardon! de bourgeoisie waren de ‘ordinary people’? De bourgeois manier van leven was voorbehouden aan een heel klein deel van de mensen. Even een korte geschiedenis van het begrip bourgeoisie. Dit begrip ontstond in de Middeleeuwen en bestond uit de middenklasse van handelaren en gildemeesters uit de steden. Bij middenklasse moeten we ons iets anders voorstellen dan we er tegenwoordig onder verstaan. De middenklasse bestond uit de mensen die minder aanzien hadden dan de adel, maar meer dan het gepeupel waartoe de overgrote meerderheid behoorden. Ze stonden midden tussen die twee standen of klassen in. Qua financiën stonden ze aan de top. In de steden vocht deze klasse voor zeggenschap voor de burgers van een stad tegen de landheer. Nu moeten we ons ook bij het begrip stadsburger iets anders voorstellen dan we er tegenwoordig bij denken. Niet iedere inwoner van de stad had rechten als burger. Nee deze rechten waren voorbehouden aan … de bourgeoisie. Het gewone volk daar hadden ze geen eieren mee, dat moest zich schikken in haar armetierige lot. De bourgeoisie bestond dus uit de rijke handelaren, bankiers en vanaf de negentiende eeuw de fabriekseigenaren. Wil Baudet terug naar deze standmaatschappij? Laat zijn aanhangers zich dan realiseren dat die ‘ordinary people’ waarover Baudet het heeft, de miljonairs fair bezoeken en in de quote 500 staan.. 

Een belangrijk begrip in Baudets denken is oikofobie. Baudet beantwoordt de vraag of oikofobie: “denying or hating your own culture,” is met “yes”. Baudet verwijt dat: “under the influence of cultural Marxism, which started in the 1920s and became dominant in the 60s, intellectuals, politicians, artists, academics, journalists and, as such, the entire elite of our society have been bewitched by that idea.” Cultuurmarxisme een prachtige term waar Baudet en andere aanhangers ervan, alles onderstoppen wat ze niet aanstaat. Als dit oikofobie is dan vraag ik me af waar Baudet tegen vecht. Zouden er werkelijk zoveel mensen zijn die hun eigen cultuur ontkennen en haten? 

Het lijkt erop dat iedereen die denkt dat een cultuur fluïde is en in de loop van de tijd verandert in de ogen van Baudet aan oikofobie leidt. En daarmee kom ik bij de eerste prikker met als titel ‘Leeuwenkoning Baudet’ en vooral bij de zin van Popper die erin centraal stond: “Niet bereid en niet in staat de mensheid langs haar moeilijke weg te leiden naar een onbekende toekomst die zij voor zichzelf moet creëren, trachtten enkele ‘ontwikkelden’ haar naar het verleden te doen terugkeren.” Waardoor het, in ieder geval voor mij, duidelijk wordt dat Baudets denken een van de twee vormen van historicisme is. De vorm die het ideaal in het verleden zoekt en ernaar terug verlangt. 

En, zoals Popper concludeerde leidt historicisme in extremis tot totalitarisme. Met zijn betoog over de bourgeoisie wordt duidelijk hoe Baudet de wereld ziet. Een kleine leidende elite met hem als Leeuwenkoning aan het hoofd. Een bourgeoisie, die de rest van de mensen, net als in de achttiende en negentiende eeuw, moet leiden naar gelukkiger vroegere tijden. Heeft dat niet een zweem van totalitarisme?

Leren is (niet gelijk aan) oordelen

Bij de Correspondent een bijzonder lezenswaardig stuk van Karin Amatmoekrim. Amatmoekrim beschrijft een stukje geschiedenis van de Hollandse invloed op Nieuw Amsterdam en later New York. De rol van slavernij heeft hierbij haar bijzondere aandacht. Enige minpunt in haar artikel is dat zij het verleden interpreteert vanuit dat wat erna komt. In een (schrijf)gesprek dat ik hierover met haar voerde geeft zij aan waarom: “In die zin denk ik ook dat het argument om de geschiedenis niet af te meten aan onze huidige normen, niet volstaat. Dat impliceert immers ook dat we nooit zouden kunnen leren van het verleden. Terwijl het erkennen van het gemak waarmee wij in wrede systemen verglijden ons zou kunnen leren hoe we aan moeten sturen op de best mogelijke toekomst.”  

Nieuw AmsterdamIllustratie: Wikipedia

Een bijzonder argument. Amatmoekrim zegt dat je alleen kunt leren van de geschiedenis als je er een oordeel over velt want dat is wat je doet als je er vanuit ons heden en met onze huidige normen naar kijkt. Dan leg je het verleden langs de maatlat van het heden en geeft aan waar het verleden tekortschiet. Wat moeten we dan doen als we tot de conclusie komen dat het heden tekortschiet? Moeten we dan terug naar het verleden? Dat even terzijde.

Is het werkelijk zo dat je alleen leert als je ergens een oordeel over hebt en dat je niet kunnen leren van iets waar je geen oordeel over hebt? Om bij Amatmoekrims aandachtsgebied te blijven, kan ik alleen leren van de geschiedenis van de slavernij als ik er een oordeel over heb, als ik het verleden en vooral de mensen die toen leefden veroordeel?

Zouden we niet het meeste van het verleden leren als we proberen te begrijpen hoe iets is gebeurd? Door te onderzoeken welke patronen er werkzaam waren en door vervolgens te kijken of we de patronen ook in het heden kunnen herkennen? Als  die patronen ook nu werkzaam zijn, zouden we dan niet kunnen zoeken naar mogelijkheden om die patronen te veranderen? Leren we niet van het verleden door te door- en overdenken wat de gevolgen van een huidige daad zouden kunnen zijn, rekening houdend met de ontdekte patronen? Leren we niet door ons te realiseren dat iedere ontwikkeling positieve en negatieve gevolgen heeft? Door niet te vallen voor ‘juichverhalen’ van ‘uitvinders’ van nieuwe zaken want die bagatelliseren de negatieve aspecten.

Jan

Joris Luyendijk wil praten want Nederland valt uiteen. Zo luidt tenminste de titel van zijn oproep bij De Correspondent. Al in de eerste zin schetst hij wat in zijn ogen het probleem is: “Het is lang geleden dat we in ons land zo tegenover elkaar stonden. In de media, de Tweede Kamer en helemaal op internet lijkt het bijna alsof we het gewoon verleerd zijn: zonder ruzie een gesprek voeren over onze verschillen.”

ikke

Illustratie: Design Thinking by Doing – WordPress.com

Volgens Luyendijk zitten we vast in ‘de bubbel van ons eigen gelijk’ en graven we ons daar zo diep in dat een gesprek met iemand van buiten je ‘bubbel’ niet meer wordt gevoerd. Luyendijk wil gesprekken tussen ‘bubbels’ aanzwengelen: “Het internet is een plek waar je heel gemakkelijk ruzie krijgt. Maar het is ook een plek waar je heel goed verhalen en gedachten met elkaar kunt delen. Anderen kunnen daar weer heel makkelijk bij om dit te lezen, om daarna hun eigen visie te geven.” Gedachten wisselen spreekt de Ballonnendoorprikker wel aan, dat probeert hij immers ook. Luyendijk sluit af met een vraag aan de lezers: “Heb jij ervaringen opgedaan waardoor je vertrouwen in de gevestigde politiek werd geschaad? Waar maak jij je het meeste zorgen over? En waaruit put je hoop?” Onder het artikel een hele litanie aan klachten over de politiek, de elite, de politieke partijen enzovoort.

Hieraan moest ik denken toen ik vanmorgen de herdenkingsdienst van Jan, de vader van een vriend, bijwoonde. Jan was een eenvoudige hardwerkende man die van een grapje hield en wiens enige ‘zonde’ was dat hij vals speelde bij het kaarten. Iets wat iedereen die met hem speelde wist en wat tijdens de dienst ook vaak werd aangehaald. Een herdenkingsdienst is immers om alle mooie en dierbare momenten te delen en de bijzondere eigenschappen van de overledene de revue te laten passeren.

Een van de sprekers haalde aan dat Jan wars was van dikdoenerij, dat hij een hekel had aan opscheppers, mensen die zich opblazen om maar te laten zien hoe goed ze zijn. Iets wat ik ook in mijn ouders herkende en er bij mij is ingestampt: “Doot mar gewoën daan duis se al gek genög,” zoals mijn moeder, van dezelfde generatie als Jan, altijd zei.

Zou dat de kwaal van het huidige tijdsgewricht kunnen zijn? De oorzaak van het verlies in vertrouwen in wie dan ook en het tegenover elkaar staan van mensen in de samenleving? De dikdoenerij, de ego-opblazerij en de nadruk op het ik en het eigen gelijk?

Multiculturalistische onzin?

“De term ‘multiculturalist’ lijkt in sommige kringen vandaag de dag wel een scheldwoord geworden te zijn,” zo schrijft Gert Jan Geling in een artikel bij ThePostOnline. Dit terwijl het multiculturalisme in Nederland in veel kringen nog springlevend is, zo beweert hij. In zijn artikel betoogt Geling dat multiculturalisme een onliberale ideologie is terwijl het jarenlang populair is geweest in liberale kringen en was het: “de achterliggende ideologie aan de hand waarvan we decennialang hebben geprobeerd onze diverse samenleving te managen.” En die ideologie luidde dat de overheid niet alleen de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen dient te erkennen, nee: “zij dient hierin verder te gaan, en deze culturele en religieuze groepen in stand te houden, waarbij de unieke groepsidentiteit gekoesterd wordt.”

integratie

Illustratie: Plazilla

De overheid die als plicht heeft om de groep koptische Egyptenaren, winti Surinamers of sjiitische Irakezen in stand te houden? Wanneer is dit ooit een doel van het overheidsbeleid geweest? Als dat zo was, waarom heeft de katholieke kerk dan geen aanspraak gemaakt op ‘overheidshulp’ om de leegloop van de kerken tegen te gaan? Dat zou inderdaad strijdig zijn met de liberale nadruk op het individu. Maar, maakt Geling hier niet een karikatuur van de werkelijkheid?

In zijn boek De Nieuwe Democratie bespreekt de socioloog Willem Schinkels ook de kritiek op het multiculturalisme. Een multiculturalisme dat in zijn ogen nooit heeft bestaan. Volgens Schinkels was het doel van wat achteraf multiculturalisme is genoemd, hetzelfde als het doel sla van het huidige beleid: “Het was gericht op assimilatie. … Het ging uit van het idee dat mensen het makkelijkst hogerop komen wanneer ze dat doen vanuit hun eigen kracht. Die werd, net als tegenwoordig heel essentialiserend, als ‘hun eigen cultuur’ gezien. Het idee was dat vervolgens mensen, wanneer ze succesvol waren en tot ‘maatschappelijke emancipatie’ kwamen, die ‘eigen cultuur’ vanzelf achter zich zouden laten en aangepast zouden zijn.” Daarom was de erkenning van de culturele en religieuze identiteit van minderheidsgroepen belangrijk. Dit nieuwe beleid dat nodig was omdat dat ‘gastarbeiders’ niet terug gingen, was gebaseerd op een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van 1979

Beleid dat door de achtereenvolgende kabinetten Lubbers door CDA, VVD en PvdA werd gedragen en waar de overige partijen in de Tweede Kamer in meegingen, de CD van Hans Janmaat uitgezonderd. Beleid dat juist zeer goed aansloot bij het liberalisme, het ging immers uit van het zich ontwikkelende individu.

Verkoopt Geling, net als vele andere ‘critici van het multiculturalisme’ geen multiculturalistische onzin?

Politiek in de rechtszaal

In Dagblad de Limburger van 19 november 2016 wordt verslag gedaan van het eerste deel van het betoog van Knoops. ‘Machtsmisbruik van justitie’, er is ‘geronseld’ met aangiften, 16.994.500 Nederlanders die géén aangifte hebben gedaan en een peiling van Maurice de Hond bewijst dat de maatschappij verdeeld is over de rechtszaak tegen Wilders. Een premier en een minister van justitie die de uitspraken van Wilders walgelijk noemen. Zijn dit juridische of politieke uitspraken?

vrouwe-justicia

Foto: Nu.nl

Kern van het betoog van Gert Jan Knoops, de advocaat van PVV leider Geert Wilders, is dat de ‘minder minder’ uitspraak van Wilders gezien moet worden in de context van de politiek , de verkiezingen en vooral het verkiezingsprogramma van de PVV. Volgens Knoops, Wilders en vele anderen is het een politiek proces. Voor de benaming ‘politiek proces’ valt veel te zeggen, er wordt immers een politicus vervolgd voor uitspraken die hij in een politieke omgeving heeft gebezigd. Onze samenleving bestaat echter uit meer dan politiek, Nederland is ook een rechtstaat.

Maakt het Openbaar Ministerie (OM) misbruik van haar macht? Een rechtstaat die discriminatie strafbaar stelt: de artikelen 137 c, d en e van het Wetboek van Strafrecht regelen dit. De rechtstaat geeft mensen, als zij zich beledigd of gediscrimineerd voelen, de gelegenheid om aangifte te doen en dat is gebeurd. Het is vervolgens aan het OM om te bezien of er voldoende reden is om tot vervolging over te gaan. Het OM heeft in dit geval geoordeeld dat dit zo is en dan komt de zaak voor de rechter. Dat het OM tot vervolging is overgegaan is goed te begrijpen. Het eerste proces tegen Wilders kwam er immers omdat de rechter het OM opdroeg om tot vervolging over te gaan terwijl het OM zelf onvoldoende grond daarvoor zag. En dus is er nu een strafproces over een politieke uitspraak en moet de rechter zich uitspreken.

Doet het ter zake, al is dat geen nette gang van zaken, dat er aangiften geronseld’ zijn en bijna zeventienmiljoen Nederlanders geen aangifte deden? Doet het ter zake wat de peilingen van Maurice de Hond opleveren? Doet het ter zake dat andere politici de uitspraken van Wilders ‘walgelijk’ noemden?

Zelfs al was er maar één aangifte, dan nog kan tot vervolging worden overgegaan. Al vonden alle Nederlanders behalve die ene die aangifte deed, dat er geen proces zou moeten komen, dan nog moet dat proces er komen als het OM er grond voor ziet of zelfs als het eraan twijfelt.

Maakt Knoops geen politieke karikatuur van de rechtstaat? Wie zou daarbij het meeste baat hebben?

‘Terreurorganisaties’

Bij de Correspondent een gesprek dat Thomas Vanheste voerde met de Belgische Hoogleraar Dries Lesage. Een gesprek over het boek Wat u niet mag weten over Turkije van Lesage waarin hij ervoor pleit om op een andere manier naar Turkije te kijken, “Want door al onze pijlen op Erdogan te richten en zijn tegenstanders wit te wassen, voeden we het Turkse ressentiment jegens het Westen en zorgen we dat Turkije van ons afdrijft.” In dit artikel wordt ook gesproken over ‘terreurorganisaties’ als de PKK.

Terreurorganisatie, dat stempel krijg je en dan mag je met alle geweld en middelen worden bestreden. Is iets als terrorisme bestempelen niet afhankelijk van je perspectief? Zo woedde er in de jaren tachtig in Nicaragua een strijd tussen de Sandinistische regering en de Contra’s. Met de woorden van nu zou de Sandinistische regering de Contra’s terroristen noemen. ‘The Great Communicator’, de Amerikaanse president Reagan, noemde ze ‘freedom fighters’. Dezelfde mensen vanuit twee invalshoeken op een tegengestelde manier geframed.

sloterdijk

Het boek Sferen. Schuim van Peter Sloterdijk dat ik recent las, bood een andere kijk op terrorisme. Volgens Sloterdijk is de grondgedachte van terreur: “dat niet meer op het lichaam van de vijand werd gemikt maar op zijn omgeving, zijn milieu.”  Terrorisme is: “geen tegenstander, maar een modus operandi, een strijdmethode is, die in de regel door beide partijen in een conflict wordt gehanteerd.” Terrorisme maakt “… een einde aan het onderscheid tussen geweld tegen personen en geweld tegen zaken in de omgeving van die personen: het is geweld tegen die mensen-omgevende ‘zaken’ zonder welke de personen geen personen kunnen blijven.” Terrorisme begint niet met een aanslag: “maar veeleer met de bereidheid en de wil ven de strijdende partijen om op een groter slagveld te opereren.” Slagveld is hierbij niet alleen geografisch bedoeld, het bevat alles wat voor het leven noodzakelijk is.

Heeft Sloterdijk niet een punt? En wordt dat slagveld waarop wordt geterroriseerd niet steeds groter? Wat is ‘digitale oorlogsvoering’ anders dan ‘geweld tegen ‘mensen omgevende zaken’? De cyberaanval op op Amerikaanse kiesregisters en mailboxen een daad van terrorisme, net als digitale aanvallen op nucleaire installaties in Iran?

Bedienen landen zich in de ‘War on Terror’ die ik al eerder dwaasheid noemde, niet van terroristische methoden? Behoren zij daarmee niet ook tot de terreurorganisaties?

 

Niet links. Rechts!

Links heeft het weer gedaan. In de Volkskrant haalt Leon van de Weijgaert (voormalig klinisch psycholoog en taxateur) ongenadig hard uit naar ‘links’. Het linkse gedachtegoed heeft zich met brutale vanzelfsprekendheid de publieke ruimte (onderwijs, media, rechterlijke macht) toegeëigend, zo beweert de auteur.

linksrechts_cartoon_krewinkelkrijstIllustratie: KrewinkelKrijst

Neem het onderwijs. Docenten op de school van zijn kleindochter hadden hun ongenoegen over Trump uitgesproken en het kind had, hoewel ze ‘behoorlijk assertief is’ geen weerwoord durven geven uit angst voor mogelijke repercussies. Daaruit concludeert Van de Weijgaert dat er: “nog steeds geen ruimte voor leerlingen (is) om meningen te verkondigen die niet aansluiten bij het linkse gedachtengoed dat in het onderwijs de mainstream vormt.” Of er ‘repercussies’ dreigden is niet bekend en wellicht is de kleindochter in de klassensituatie toch wat minder assertief dan bij opa. Een stevige conclusie op basis van een ‘gevoel’ van zijn kleindochter.

De media: “Programma’s bij de NPO die moeten bijdragen aan de publieke meningsvorming zijn vrijwel allemaal in linkse handen.” Beste meneer Van de Weijgaert, het publieke bestel kent vele omroepen van verschillende signaturen. Waarom spreekt u WNL of Powned niet aan? Als ze nu nog te klein zijn om een beter uitzendtijdstip te bedingen, zorg dan dat ze groter worden.

Als laatste de rechterlijke macht waarvan, volgens Van de Weijgaert, 70% links-liberaal stemt en dat kan niet: “Het is dan ook zaak dat de werkelijk historisch-politieke verhoudingen gerepresenteerd worden in de rechterlijke macht.” Die scheve verhouding moet worden rechtgetrokken en daarom roept hij op tot de emancipatie van rechts.

Ja, waarom kiezen ‘rechtse’ mensen voor een baan als manager bij een groot bedrijf, als advocaat of als bedrijfsjurist en niet voor een publieke functie als rechter of docent? Zou dat met het aanzien te maken kunnen hebben? Zou dat met de verdiensten te maken kunnen hebben? Zou dat vooral komen omdat werken voor de gemeenschap mensen met een socialere instelling meer trekt dan mensen die voor roem en succes gaan? Roem en succes die veeleer in het bedrijfsleven zijn te behalen en laat dat nu worden gedomineerd door ‘rechtse’ mensen.

Beste meneer Van de Weijgaert, moet u in plaats van af te geven op ‘links’ niet tot uw ‘rechtse broeders’ richten en hen oproepen om een publieke, minder roem en geld brengende functie te gaan vervullen?