Goed voorbeeld …

Ik maak me zorgen over onze jeugd. Een uitspraak die je geregeld hoort van oudere mensen. Nu vind ik mezelf nog niet oud, maar echt jong ben ik met mijn vijftig plus ook niet meer. En met die vijftig plus, ben ik bij de reden van mijn zorgen. Mijn zorgen zijn geen gevolg van acties van de jeugd. Nee, die doet wat jeugdigen altijd doen, wat ik ook heb gedaan. De wereld ontdekken door jezelf te ontdekken of andersom en gedurende dat ontdekken met veel energie en passie ergens voor zijn, of soms tegen. Mijn zorgen zijn een gevolg van 50Plus, de politieke partij.

Echtpaar dat elkaar te lijf gaat

Illustratie: Wikimedia Commons

Die partij gaat zo ongeveer twee keer per jaar rollebollend over straat. Nee, niet rollebollend omdat ze de liefde aan het bedrijven zijn. Dát rollebollen hebben ze na hun ‘Bagwanperiode’ achter zich gelaten. Nee, rollebollend van de ruzie. In de vorige Kamer kwamen ze met z’n tweeën en al vrij snel hadden die twee ruzie met elkaar en zette de ene de andere uit de fractie en de partij die andere uit de partij. Nu is het voltallige bestuur opgestapt op één persoon na, omdat ze het niet eens waren over de ‘stijl en werkwijze’ van de voorzitter. Een van de ex-bestuursleden heeft zelfs aangifte gedaan bij de politie, zo valt bij Elsevier te lezen. 

Vorig jaar was er ook al heibel en verliet toenmalig voorzitter Jan nagel, de partij. Nagel, de man die recordhouder politieke partijen oprichten en hoppen is. Op de agenda van het crisisberaad dat daarop volgde, stonden twee punten, zo viel in Trouw te lezen: “een dreigend kort geding van één van de leden van het bestuur tegen de andere leden en een motie van wantrouwen tegen het hoofdbestuur, ingediend door veertien partijleden. “Het hoofdbestuur heeft in de afgelopen periode veel onzorgvuldige, verkeerde en onrechtmatige beslissingen genomen”, schrijven de indieners.” 

Die ruzie was weer een gevolg van een ruzie een half jaar eerder toen: “een flink aantal leden ontevreden weg(liep) na een conflict over de kandidatenlijst. Mensen die hun sporen in de partij verdiend hadden, voelden zich als kandidaat-Kamerlid gepasseerd.” Daarnaast waren er nog wat andere akkefietjes.

Een verschil van mening lijkt bij de partij via een ruzie en met behulp van politie en rechter uit te monden in een schisma. Voor de jongeren onderons, een schisma is een scheuring of tweespalt en had vroeger altijd betrekking op een kerkgenootschap. 

Ik hoop maar dat de jeugd geen voorbeeld gaat nemen aan 50Plus. Ik hoop dat de jeugd slimmer is en het goede voorbeeld geeft.

Ijsjes en idealen

In de Volkskrant een artikel van René Romer waarin hij de verkiezingsoverwinning van Denk en Nida verklaart aan de hand van demografische gegevens. Die tonen aan dat ‘stemmend’ Nederland snel verandert: “In Zuid-Holland heeft 31 procent van de bevolking een migratieachtergrond; landelijk heeft 30 procent van alle 20- tot 40-jarigen een migratieachtergrond. Bij deze cijfers is de derde generatie niet meegerekend.” Romer, directeur van een marketingbureau, adviseert: “PvdA, SP en GroenLinks zich eens goed te verdiepen in de demografische veranderingen die ons land de komende decennia ondergaat. Doen ze dat niet, dan kan hun prominente rol in de toekomst uitgespeeld raken.” Een goed advies van Romer?

ice-2789928_960_720

Foto:pixabay.com

Nu zal menigeen zeggen dat de rol van de PvdA al uitgespeeld is. Dat die partij een hopeloze zaak is. Iets wat voetbalcoach Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ zou noemen. Voor een marketeer is het een duidelijk verhaal, als je je product wilt verkopen dan moet je met je boodschap aansluiten bij je doelgroep. Doe je dat niet dan verkoop je niet veel. Toch knelt er iets.

Als ik de redenering van Romer goed begrijp dan moeten die partijen een boodschap en wellicht een programma zoeken dat aansluit bij de zich wijzigende demografische omstandigheden. Zeg je dan niet dat je ideeën moet zoeken die aansluiten bij mensen of een bepaalde groep mensen? Dat je je aanbod moet afstemmen op de vraag? Dat je je visie en programma moet afstemmen op wat mensen of bepaalde groepen mensen, willen? Zou het falen van vele politieke partijen en politici niet juist een gevolg zijn van deze manier van denken?

Zouden politici die politiek bedrijven op basis van hun idealen niet succesvoller zijn? Politici die op basis van een visie op het goede een programma opstellen dat hun idee van het goede dichterbij brengt? Die met hun idealen en programma de boer op gaat en mensen met hun passie voor die idealen proberen te overtuigen?

Zouden idealen te vergelijken zijn met een ijsje?

Politiek, geschiedenis en recht

Een paar weken geleden werd in Polen een wet van kracht die het verbied om te spreken van ‘Poolse concentratiekampen’. Die wet moet, zo viel in de Volkskrant te lezen: “voorkomen dat de regering en het Poolse volk nog langer de schuld krijgen voor de wandaden van de nazi’s.” Want, zo sprak oud-premier Szydlo: “Wij, de Polen, waren slachtoffers, net als de Joden.” Inderdaad waren de Polen ook slachtoffers van nazi-Duitsland, het land werd immers binnengevallen, net als Nederland. Het zijn van ‘slachtoffer’ wil niet automatisch zeggen dat men niet ook ‘dader’ kan zijn in een andere zaak, zoals de jodenvervolging. In Nederland kunnen we daarover meepraten.

Heutsz

Foto: Wikimedia Commons

Ik moest aan deze Poolse wet denken, toen ik las dat het Nederlandse parlement heeft besloten dat er sprake is van een Armeense genocide. Initiatiefnemer kamerlid Voordewind: “We mogen de geschiedenis niet ontkennen uit angst voor sancties. Ons land herbergt nota bene de hoofdstad van het internationale recht, dus we moeten niet bang zijn om ook hierin recht te doen.”

Dat politici de geschiedenisboeken willen halen door geschiedenis te schrijven met hun daden in het heden, is een bekend verschijnsel. Dat politici geschiedschrijvers gaan voorschrijven hoe iets moet worden beschreven, gaat dat niet iets te ver? Moeten politici zich niet bezig houden met het heden en de toekomst? Moeten we de het beschrijven, en benoemen van daden in de geschiedenis niet overlaten aan historici? Daarbij kan het gebeuren dat een gebeurtenis op verschillende manieren wordt beschreven en benoemd.

Als ‘we’ dit dan toch moeten doen omdat ons land de ‘hoofdstad van het recht’ is, waarom dan stoppen bij de Armenen? Kunnen we dan ook een uitspraak verwachten van het parlement dat er sprake was van ‘Boerse-genocide’ gepleegd door de Engelsen tijdens de Boerenoorlog? Een genocide compleet met concentratiekampen. De genocide op de oorspronkelijke volkeren van Noord-Amerika of Australië. En als we toch bezig zijn, hoe staat het met de ‘Atjehse genocide’ gepleegd door Nederland? Een genocide met J.B. van Heutsz in een van de hoofdrollen? Of de genocide op Banda door de VOC onder leiding van J.P. Coen? Om er slechts een paar te noemen.

Sinds wanneer wordt ‘recht’ trouwens gesproken door politici? Zijn daarvoor niet juist rechters aangesteld?

Continuum

“We leven nu in de toekomst (zoals voorspeld in scifi-klassiekers) – is het echt zo somber?” De titel van een artikel in de Volkskrant waarin de volgende vraag centraal staat: “Het is 2018, we leven nú de toekomst van scifi-klassieker Rollerball. En 2019 is het jaar waarin Blade Runner zich afspeelt. Hebben we iets gehad aan al die sombere voorspellingen over ons huidige tijdperk?” Nu heb ik een voorliefde voor sciencefiction films omdat ze iets zeggen over hoe de makers ervan, naar hun eigen tijd kijken. Het is een uitvergroting van iemands kijk op het heden.

Continuum-TV-logo

Illustratie: Wikimedia Commons

De Volkskrant geeft een korte beschrijving van de film Rollerball uit 1975: “Het bedrijfsleven heeft de planeet overgenomen en monopolisten verdelen en heersen. Om het volk rustig te houden, gaan teams elkaar te lijf in het spel rollerball, een soort dodelijke combinatie van American football, stayeren achter een motor en freefighten.” Als we even afzien van het spel rollerball dat in de film een belangrijke rol speelt, is die ‘rollerballwereld’ werkelijkheid geworden? De film geeft geen gedetailleerd beeld van het ‘Rollerball 2018’ dat maakt het lastig om het alledaagse leven van nu te vergelijken met de film. Op een wat abstracter niveau zijn er aardig wat overeenkomsten. Het bedrijfsleven heeft op onze planeet inderdaad een zeer grote vinger in de pap. Je zou kunnen beweren dat in de Verenigde Staten een bedrijf de staat heeft overgenomen. Trouwens Italië heeft daar met Berlusconi ook al de nodige ervaring mee opgedaan. Als we kijken naar de Googles, Facebooks, Apples enzovoorts van deze wereld, zou je dan kunnen verdedigen dat ‘monopolisten verdelen en heersen’? De belangrijkste sporten (de rollerballteams in de film) zijn afhankelijk van zakentycoons.

Voor liefhebbers van het genre, de serie Continuum kent een vergelijkbaar scenario. Deze serie is een paar jaar oud en speelt in 2012 en in 2077. In 2077 hebben bedrijven de regering overgenomen en hebben te maken met een verzetsbeweging die ‘vrijheid’ wil en om die vrijheid te bereiken, geweld gebruikt. Die strijd speelt zich ook af in 2012 omdat de hoofdpersonen terugreizen in de tijd om er in 2077 voordeel van te hebben. Kijk vooral zelf.

Een film uit 1975 en een serie uit 2012. Zo ‘erg’ als Rollerball 2018 schetste, is het nu niet. toch zou je kunnen beweren dat we een heel eind in die richting zijn opgeschoven. Het 2077 uit Continuum is nog een eind weg, ook hiervan kun je zeggen dat we al een eind op weg zijn. Het 2012 uit Continuum lijkt wel verdacht veel op ons heden en met dat 2077 voor ogen, bekijk je het heden toch vanuit een ander perspectief.

Jeugd en toekomst

“Zonder de overheersende stem van vijftigplussers was Trump geen president in de Verenigde Staten, en zouden de Britten geen Brexit voor hun kiezen krijgen. Ongeacht wat je vindt van Trump en de Brexit, feit is dat jongeren keihard overstemd werden.”

Zo start een artikel bij Joop van twee jeugdige kandidaat-raadsleden, Rob Hofland uit Amsterdam en Elene Walgenbach uit Rotterdam, voor D66 bij de komende raadsverkiezingen. Ze constateren dat de jeugdigen worden overstemd door de alom tegenwoordige vijftigplussers. Vijftigplussers die bovendien ook dominant zijn in volksvertegenwoordigende functies: “In onze steden, Amsterdam en Rotterdam, zijn er van de in totaal 90 gemeenteraadsleden slechts 3 jonger dan 30.”

jong en oud

Foto: PxHere

Dat moet anders en daarom roepen ze jongeren op om zich beschikbaar te stellen. Want: “De stem van jongeren, zowel in de stembus als in het debat, is belangrijk omdat juist jongeren staan voor een betere toekomst. Of het nu gaat om een gezonde, groene toekomst, een eerlijk pensioen of meer betaalbare huizen: daar zijn veranderingen voor nodig die de oudere generatie liever niet ziet komen, of voor zich uit blijft schuiven.” Als vijftigplusser kan ik het pleidooi voor meer jeugdige volksvertegenwoordigers van harte onderschrijven. Maar bij het door de beide auteurs gegeven argument gaan mijn haren toch lichtelijk van ergernis overeind staan.

Wordt hier niet een karikatuur van de werkelijkheid gemaakt? Vreemd dan dat, om een Amerikaans voorbeeld te noemen, de meest progressieve kandidaat bij de Amerikaanse voorverkiezingen ver in de zeventig was. Vreemd ook dat een van de meest behoudende fractievoorzitters in Nederland de jeugdige Baudet is. Zou Sanders de enige vooruitstrevende vernieuwende oudere zijn en Baudet de enige conservatieve, behoudende jongere? Dat lijkt me sterk. Een ander voorbeeld, de Ballonnendoorpikker, een vijftigplusser, behoudend en conservatief of vooruitstrevend en vernieuwend?

Beste jonge kandidaat-raadsleden. Ik geloof meteen dat: “Er zijn genoeg jongeren die barsten van het talent en de politieke ambitie.” Waarvan de “ervaring per definitie beperkt,” is  maar (met) een frisse blik (die) minstens zo waardevol” kan zijn. Er zijn echter ook voldoende jongeren met een belegen en bekrompen blik.

De jeugd heeft de toekomst volgens het spreekwoord, alleen welke toekomst? Als jullie werkelijk vernieuwende friskijkers willen, zouden jullie dan niet moeten zoeken naar ‘vernieuwende friskijkers’ en niet (alleen) naar jongeren?

Grote verhalen

Gastcolumnist Kiza Magedane somt in zijn column in de Volkskrant een hele waslijst aan ‘ziekten’ op waaraan ‘wij’, de Nederlandse samenleving volgens diverse ‘meningenmensen’ zouden leiden. “Naast occidentofobie is Nederland aan nog meer dure sociale diagnoses rijk. Xenofobie, islamofobie, oikofobie, nanoracisme, cultuurmarxisme, homofobie, seksime, om maar een paar te noemen,” aldus Magedane. Vervolgens stelt hij zijn eigen diagnose: “De werkelijke ziekte waar wij misschien aan lijden is het einde van grote verhalen om al die verschillen in de Nederlandse samenleving te verbinden.” Een gebrek aan verbindende verhalen, dat klinkt mooi, als ‘we’ maar verhalen hebben die ‘ons allen’ verbinden.

Sandel

Wat waren dan die grote verhalen die ons allen verbonden waaraan een einde is gekomen? Waren dat de ‘socialistische veren’ die Wim Kok ooit heeft afgeschud. Hadden die veren niet te maken met concurrerende liberale en confessionele veren? Waren er naast die socialistische veren niet ook concurrerende communistische veren van verschillend pluimage? Waren er niet ook verschillende soorten liberale veren? En bestonden die confessionele veren niet uit katholieke en protestante die ook nog in verschillende ‘facties’ uiteen vielen. Kortom een ‘strijd’ tussen concurrerende, verbindende verhalen die voor een verdeelde samenleving zorgden.

Die verdeeldheid ligt inderdaad achter ons, die slag is voor nu gewonnen door het liberale markt verhaal waarin de vrijheid van het individu centraal staat. Dit beschrijft de filosoof Michael J. Sandel in zijn boek Politiek en moraal. Filosofie voor het publieke debat. Sandel behandelt de Amerikaanse situatie en constateert een schreeuwend gebrek aan inhoudelijk debat. Een debat waarbij waarden en normen centraal staan. In die ‘liberale vrijheid’ is het streven naar neutraliteit van de overheid: “De regering moet niet door middel van beleid of wetten een bepaalde opvatting van het goede leven onderschrijven: ze moet in plaats daarvan zorgen voor een neutraal raamwerk van rechten waarbinnen de burgers hun eigen waarden en doelen kunnen kiezen.” De politicus en bestuurder dient zijn waarden en opvattingen thuis te laten als hij naar zijn werk gaat wat voor technocratisch debat en beleid zorgt, waarin mensen zich niet herkennen. Een van de gevolgen hiervan is dat de rechter wordt ingeschakeld om normatieve uitspraken te doen, die eigenlijk aan de politici zijn. Iets dat Magedane ook in Nederland constateert:“Helaas zijn er nog geen concrete medicijnen tegen de geobserveerde sociale ziektes. Juridisering lijkt de enige uitweg.” Zou Sandels analyse van een ontbrekend inhoudelijk debat, ook op Nederland van toepassing zijn?

De kaas en het brood

Als ik hem goed begrijp, dan mogen leden van een partij die de laatste verkiezingen flink heeft verloren, niet of slechts uiterst terughoudend solliciteren op banen in de publieke sector. Hem is Sebastian Wijnands die in zijn opiniebijdrage in Trouw PvdA’ers verwijt dat ze: “zich nog altijd niet terughoudend opstellen wanneer er een bestuurlijke vacature beschikbaar komt.” Aanleiding voor zijn artikel is de verkiezing van PvdA’er Ahmed Marcouch tot burgemeester van Arnhem en partijgenoot Martijn van Dam tot bestuurslid van de Nederlandse Publieke Omroep. “De PvdA moet zich echter eerst realiseren dat haar optreden voorbij is. En het publiek heeft niet gevraagd om een toegift,” zo schrijft Wijnands.

kaas en broodFoto: Pixabay

Het lijkt erop dat Wijnands terug wil naar vroeger. Naar de tijd dat de grote drie partijen de baantjes onderling verdeelden en de rest het nakijken had. Daar lijkt het op als je ervoor pleit dat partijen die verloren hebben zich terughoudend moeten opstellen bij het reageren op publieke functies. Inderdaad heeft de PvdA veel zetels verloren en zijn er andere partijen die flink hebben gewonnen zoals D66 en GroenLinks. Hoe moeten GroenLinks en de SP zich volgens Wijnands gedragen? De SP verloor en GroenLinks won zetels tijdens de laatste verkiezingen, maar beiden hebben 14 zetels en zijn even groot. Mogen Groenlinksers zich flink roeren terwijl SP’ers terughoudender moeten zijn?

Is verlies bij verkiezingen een reden om je ‘bescheiden’ op te stellen? Of, zoals de partijleider zelf aangeeft, niet deel te nemen aan een regering? Gaat het er in de politiek niet juist om om je doelen te bereiken? Om op te komen voor je idealen en voor de mensen die jouw het mandaat hebben gegeven om voor die idealen te strijden. Past in die strijd bescheidenheid of moet je daarin assertief zijn??

Laten we het verwijt eens omdraaien, hebben de andere partijen zich niet te terughoudend opgesteld? Hebben ze zich de kaas van het brood laten eten door assertievere PvdA’ers?