Dag Geert,

“Wanneer heeft de Nederlandse bevolking gestemd om al die jodenhaters met stokken en baarden hier binnen te laten? In welk verkiezingsprogramma stond dat? Waarom laten we ze Nederland kapot maken?” Een tweet van jou met erbij een foto van een man met een baard en een Palestijnse sjaal om het hoofd. Wie vraagt kan een antwoord verwachten.

L’histoire se répète: een protest van gastarbeiders op 12 december 1970 tegen hun slechte behuizing. Bron: nationaal fotoarchief

Maar eerst even een vraagje. Hoe weet jij dat die man met die sjaal en stok joden haat? Waaruit leid je dat af? De man heeft sympathieën voor de Palestijnen in Gaza, hij was immers bij de recente actie in Amsterdam. Ik neem tenminste aan dat de foto bij die gelegenheid is genomen. Een actie waarbij de Amsterdamse universiteiten werden opgeroepen om de banden met hun Israëlische collega’s te verbreken. Maar wil sympathie voor de Palestijnen in Gaza meteen zeggen dat je joden haat?  Ook suggereer je dat de man op de foto een migrant is, hij is immers ‘binnengelaten’. Heb je daar bewijzen voor?

Dan het binnenlaten van jodenhaters. Beste Geert, die  hoefden niet te worden binnengelaten. Die kwamen niet van buiten. De eerste pogrom op wat nu Nederlandse bodem is, vond, volgens Wikipedia, plaats in Born in 1309 toen daar 110 Joodse vluchtelingen afkomstig uit Sittard en Susteren werden vermoord. Als je de omvang van de bevolking in acht neemt is dit een gebeurtenis vergelijkbaar met die van 7 oktober 2023. Jodenhaat was er al veel eerder dan dat het moment dat we kennis maakten met die Palestijnse sjaal en dat de eerste moslim voet op Nederlandse bodem zette. De door jou bejubelde joods-christelijke cultuur is een spinsel in je hoofd. Het is een verzinsel. Als er al een joods-christelijke cultuur was, dan was dat er een waarbij het christelijke deel het joodse onderdrukte, het leven zuur maakte en bij tijd en wijlen vervolgde en vermoordde. En Jodenhaat is er nog steeds daar hoeven en hoefden geen mensen voor ‘binnen gelaten’ te worden. Net zoals er haat tegen moslims is maar daar hoef ik jou niets over te vertellen. Daar weet jij alles van.

En daarmee kom ik bij de suggestie die je wekt. Een zwarte ‘baard’ en die sjaal staan voor jou symbool voor een asielzoekende moslim. Je stelt daarmee de vraag: wanneer heeft de Nederlandse bevolking ingestemd met het binnenlaten van moslims? En als vervolgvraag, in welk verkiezingsprogramma dat stond. Daarvoor moeten we terug naar de jaren zestig. De wederopbouw was zo goed als voltooid, de economie was als kool gegroeid en leek ‘eeuwig’ door te groeien. Er was echter één probleem een probleem dat we nu ook hebben: meer werk dan mensen.

Waar er, sinds de val van de muur naar het Oosten wordt gekeken voor goedkope arbeidskrachten, keken de generaties van je ouders en grootouders naar het Zuiden. Het Oosten lag door het IJzeren gordijn buiten bereik, Of beter gezegd, het Westen lag voor mensen uit het oosten buiten bereik. De generaties van je ouders en grootouders, keek naar het Zuiden. Eerst naar Italië en Spanje en wat later naar Turkije en Marokko. Naar armlastige Marokkanen en Turken. Die moesten het werk komen doen en zouden dan na een paar jaar weer vertrekken. Net zoals nu van de Polen en Roemenen wordt verwacht. Ze kwamen hier als gast arbeiden en na de arbeid zouden ze wel weer vertrekken. Om dit mogelijk te maken sloot de Nederlandse regering in 1964, na sterk aandringen van het bedrijfsleven, een overeenkomst met Turkije en in 1969 volgde Marokko. In 1964 en trouwens ook in 1969, vormden de KVP, de ARP, de CHU en de VVD de regering. Of die hiermee hun verkiezingsprogramma uitvoerden, weet ik niet. In 1973 maakte het kabinet,  je weet wel het kabinet van PvdA’er Joop den Uyl, een einde aan die door de staat gesteunde werving van gastarbeiders uit Turkije en Marokko.

Aan de VVD heb jij je carrière te danken en als je het niet meer weet, die eerste drie gingen in de jaren zeventig op in het CDA.  En met wie zit jij nu aan tafel om een kabinet te vormen? Met de VVD en met twee nakomelingen van het CDA. Dus als je een gesprek met de opvolgers van de ‘schuldigen’ wilt voeren, kijk dan eens om je heen tijdens de formatiegesprekken. Het uitroepen van de ‘asielcrisis’ die geen crisis is maar een gevolg van jarenlange politieke keuzes uit angst voor jou, gaat daar niets aan veranderen.

De drie B’s van Van der Galien

Het is nu alweer bijna dertig jaar geleden dat ik door een vriend en een toen voor mij onbekende persoon werd benaderd met de vraag of ik me wilde inzetten voor het behoud van een markant gebouw in Venlo. Dit sloop mijn gedachten binnen bij het lezen van de eerste zin van een artikel van Michael van der Galien bij De Dagelijkse Standaard: Het is ongelooflijk, helaas, maar we staan tegenwoordig voor een enorme strijd in ons land.” ‘Een bijzonder artikel.

Nedinsco gebouw eind jaren twintig van de 20ste een. Bron: Wikimedia.Commons

Voor degenen die de Rotterdamse Van Nelle fabriek kennen, het Venlose gebouw dat gered moest worden, is in dezelfde stijl, nieuwe bouwen genaamd, gebouwd. Het is tussen 1920 en 1929 gebouwd en daarmee ouder dan de  op de Unesco werelderfgoedlijst staande Van Nelle Fabriek. Een bouwstijl waarbij het gebouw werd gemodelleerd naar de functie die het moest gaan vervullen. Het Venlose gebouw, bekend als het Nedisncogebouw is specifiek ontworpen voor de productie van persicopen voor duikboten en daarmee komen we bij de bijzondere geschiedenis. Die geschiedenis begon met vrede van Versailles en de beperkingen die deze vrede de Duitsers oplegde. Hun leger werd ingekrompen en verschillende soorten fabrieken mocht het land niet meer hebben. Het mocht ook geen optische apparatuur voor wapensystemen meer bouwen. Een van de bedrijven die hierdoor werden beperkt was Carl Zeiss uit Jena, een bedrijf dat tegenwoordig nog steeds een grootmacht is in optische apparatuur. Om de beperkingen die het bedrijf waren opgelegd te omzeilen, werd in Nederland een bedrijf opgezet, de Nederlandsche Instrumenten Compagnie (Nedinsco). Maar ik dwaal af. Het pand staat er nog, is opgeknapt en is herbestemd mede dankzij onze inzet. Ik moest denken aan dat gesprek omdat ik tijdens een kleine reünie met bezoek aan Jena vorig jaar een boek op de kop heb getik. Een boek van de Duitse journalist Christian Jakob met als titel Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft. Aan dat boek moest ik denken toen ik dat van die ‘enorme strijd in ons land’.

Terug naar die ‘enorme strijd’. Van der Galien:“Ja, het is duidelijk dat we in een bijzonder belangrijke situatie verkeren in ons land. We moeten nu opstaan – met elkaar – of het gaat helemaal mis.” Maar je kunt er wat aan doen en dat is De Dagelijkse Standaard steunen want die gaat voorop in de strijd. Daar voeren ze:  “ELKE DAG WEER de goede strijd. De strijd voor Nederland, voor onze cultuur, voor onze waarden… kortom, voor ons volk. Net als jij zijn wij patriotten. Liefhebbers van ons vaderland. En ja, net als wij hebben wij een hekel aan het boeren-hatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.”

In zijn boek onderzoekt Jakob het ondergangsdenken dat tegenwoordig velen in hun greep heeft: “Waar ooit het geloof in vooruitgang overheerste, zien steeds meer jongeren nu een toekomst vol somberheid.[1] Angst voor een kernoorlog, pandemieën, kunstmatige intelligentie, instorting van de economie, stroomuitval, financiële ineenstorting,  een klimaatramp, het einde van de mensheid of een deel ervan en met dat deel ervan kom ik bij Van der Galien en zijn strijd voor ‘onze cultuur, waarden en volk. “Niet iedereen vreest het einde van de beschaving als geheel. Sommigen zijn alleen bezorgd over de ondergang van dat deel van de mensheid waartoe ze zichzelf rekenen: het uitsterven van de blanke man.[2]” Met die woorden begin Jakob zijn vijftiende hoofdstuk. Een hoofdstuk met als titel Laatste generatie voor de dood van het volk: het omslagpunt van de migratie. Jakob over die angst: “De enige mensen die hier wakker van kunnen liggen, zijn degenen die geloven dat blanken recht hebben op een natuurlijke suprematie – die ze mogen verdedigen.”  Maar dat is, zoals Jakob terecht schrijft: “Maar dit is een feilloos extreemrechts argument dat al vele jaren in een of andere vorm naar voren wordt gebracht door eenzijdige kringen.[3]

Een ‘volk’  dat moet strijden tegen een ‘zij’: ’het boerenhatende, vrijheidshatende, onderdrukkende, digitaliserende kartel.’ Nu vraag ik me af wie er tot die ‘wij’ van ‘het volk’ behoren en wie tot de ‘zij’. Ik voel me in ieder geval bij allebei niet thuis. Tot de ‘zij’ behoor ik niet en voel ik me al niet aangetrokken.  Van der Galiens ‘volk’ walmt de overdrachtelijke spruitjeslucht van de drie B: benauwd, bekrompen en burgerlijk van het hele kleine soort.


[1] Christian Jakob, Endzeit. Die neue Angst vor dem Weltuntergang und der Kampf um unsere Zukunft, pagina 8 (eigen vertaling)

[2]Idem, pagina 167 (eigen vertaling)

[3] Idem, pagina 168

Onder de knie krijgen

Bij De Kanttekening las ik een wel heel bijzondere column van hoogleraar radicaliseringsstudies in Leiden Tahir Abbas. Volgens Abbas brengt: “Het verbranden van een koran (…) niet alleen tekortkomingen in het Zweedse rechtssysteem aan het licht, maar laat ook de uitdagingen zien waarvoor de Zweedse overheid staat in een steeds diverser wordende samenleving.” Het land: “dat voorheen bekend stond om zijn diplomatieke en pragmatische aanpak, worstelt met zijn identiteit.” Ik verslikte me pardoes in mijn kopje thee toen ik dit las.

Abbas: “De koranverbrandingen brengen het ontbreken van een duidelijke visie op de multiculturele samenleving aan het licht, de veranderende demografie en integratieproblemen waarmee West-Europese landen worden geconfronteerd.” De schuld van het ontbreken van zo’n visie: “kun je toeschrijven aan de bredere tekortkomingen van de neoliberale economie, die in haar streven om globalisering te bevorderen onbedoeld sociaaleconomische ongelijkheden heeft aangemoedigd, de effectiviteit van regeringen heeft ondermijnd en het geloof in de ongereguleerde markten heeft bestendigd.” Ja, de: “vrijheid van meningsuiting is absoluut noodzakelijk; maar je mag de vrijheid van meningsuiting niet misbruiken om te beledigen of om haat te zaaien. De vrijheid van meningsuiting mag alleen bestaan in combinatie met inspanningen om empathie, begrip en de bloei van diversiteit te bevorderen.” 

Identiteit doet er hier niet toe. Wat er toe doet is dat Zweden, net als Nederland trouwens, een democratische rechtstaat is. Een staat met een grondwet die ons rechten geeft en wetgeving die aangeeft waar die rechten worden begrensd. Een van de belangrijkste van die rechten is het recht van vrije meningsuiting, artikel 7 van onze Grondwet. Dat recht wordt hier in Nederland wettelijk begrensd via artikel 137d dat het Wetboek van strafrecht stelt dat: “het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft.” Ook de artikelen 131 en 132 die het tot oproepen tot geweld verbieden.

Volgens Abbas onderstrepen: “De koranverbrandingen en de verontwaardiging hierover, in Zweden en wereldwijd, (…) dat je rekening moet houden met culturele en religieuze gevoeligheden en de fijne kneepjes hiervan onder de knie moet krijgen. Tevens weerspiegelt de situatie in het land de moeilijkheid waarmee veel landen momenteel worden geconfronteerd bij hun pogingen om binnen de complexiteit van diversiteit, integratie en identiteit te navigeren.”  Het verbranden of verscheuren van een heilig boek als een manier om je mening te uiten, is geen aanzetten tot discriminatie of haat.

Er is in deze geen sprake van: ‘rekening houden met culturele en religieuze gevoeligheden en de fijne kneepjes hiervan onder de knie krijgen.’ Daarvoor pleiten richting overheid, is pleiten voor speciale behandeling van specifieke groepen. Wat er ‘onder de knie gekregen’ moet worden, is dat onze mores zijn dat je iedere godsdienst naar keuze mag aanhangen, artikel 6 van onze Grondwet. Dat recht geldt voor iedereen en dat betekent dat je buurman een heel andere godsdienst mag aanhangen. Dat allemaal binnen de grenzen van de wet. Je mag een godsdienst aanhangen, je hoeft het niet dus. Jij mag openbaar verkondigen dat jouw god de enige is en dat de rest een stelletje ongelovigen zijn. Je buurman met die andere godsdienst mag dat ook en die ongelovige mag tegen jullie allebei zeggen dat jullie, om het in goed Venloos te zeggen ‘en pan aaf hebbe’. Voor degenen die het Venloos niet machtig zijn, dat jullie niet goed bij jullie hoofd zijn. Dat mag allemaal. Of het slim is om elkaar zo te bejegen, is een tweede.

Er hoeft niet ‘genavigeerd te worden binnen de complexiteit van diversiteit, integratie en identiteit.’ Er moet genavigeerd worden binnen de wettelijke grenzen van ons bestel en binnen de grenzen van het fatsoen. Dat er mensen onder ons zijn, zoals Pegida voorman Edwin Wagensveld, die voor wat dit betreft geen grenzen van fatsoen hebben, maakt nog niet dat de ‘overheid’ iets moet. Die moet pas iets als de wet wordt overtreden en als iemand denkt dat dit gebeurt dan moet die persoon aangifte doen. Die grenzen van fatsoen en wellicht ook nog enkele wettelijke grenzen, worden ook overschreden als anderen iemand bekogelen met stenen uit protest tegen het verscheuren van een heiligboek.

Even een tip voor Abbas en anderen, vooral mensen die werkzaam zijn bij de media. De beste manier om met acties als die van Wagensveld om te gaan, is er geen aandacht aan te besteden. Media hebben niet de plicht om van iedere oprisping van elke idioot verslag te doen. Ik ben geen kenner van heilige boeken maar ik denk dat ze allemaal wel een of andere passage bevatten waarin staat dat het goed is om iemand die je iets aandoet of kwetst te vergeven en/of iets zoals ‘wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’.

Grijze cellen

Op de verschillende sociale media sturen mensen berichten de wereld in die zij belangrijk vinden. Zo bereikte mij via LinkedIn een bericht van iemand die een artikel van De Correspondent deelde. Een artikel met als titel Als de BBB haar stikstofplannen doorduwt, zullen de meeste boeren verdwijnen. Een artikel waar de auteur, Thomas Oudman, betoogt dat de ‘technische aanpak’ van het stikstofprobleem waar ook de BBB voor pleit, leidt tot verdere schaalvergroting en het verdwijnen van ongeveer een derde van de huidige boeren. Nu gaat het mij niet om dit artikel, maar om de reactie van iemand onder het bericht.

Bron: Flickr

“We blijven geloven dat het draait om de terugdringing van stikstof deposities maar dat is een jingle …..ze willen je grond en veranderen er direct de bestemmingsplannen op….agrarisch eraf en bouw of industrie erop…..grondprijs x 4 waarde toename minstens ……”  Op de vraag wie de ‘we’ zijn komt het antwoord: “Alles wat om EU en WHO hangt als vliegen om een koeien vlaai en dram fransje heeft dat absurde kasteel ook vast van zijn minister salaris gekocht.
Het is 1 grote beerput en het wordt elke dag gekker als je dat echt niet ziet of wil zien blijf dan vooral tukken dat hebben ze het liefste!”
  Een bijzonder betoog omdat ‘dram fransje’ Timmermans  nu juist de grootste moeite heeft om een Europese natuurherstelwet aangenomen te krijgen. Een wet die (economische) activiteiten in de buurt van natuurgebieden lastig tot onmogelijk maakt. Als het ‘dram fransje en de EU’ werkelijk te doen was om grond in waarde te vermeerderen en dan te verkopen, dan is zo’n wet in mijn ogen niet de beste manier om dit te bereiken.

Het kan aan mijn grijze cellen liggen dat ik het niet zie. Het kan echter ook dat het aan de grijze cellen van de persoon die deze reactie plaatste liggen. Wellicht ziet die spoken die er niet zijn. Ik denk dat dit laatste het geval is. Dat maakt dan wel meteen dat ik me zorgen maak of die aantasting van de grijze cellen ook invloed hebben in het dagelijkse werk van deze persoon. De persoon geeft aan dat hij hogere veiligheidskundige is en werkt aan ‘Safety at the highest level’. Dat geeft me dan toch een beetje een unheimisch gevoel, om een germanisme te gebruiken.

Trouwens germanisme. Van een ander, aanverwant iets voel ik me nog unheimischer. In een interview met de Volkskrant betoogt fractieleider Manfred Weber van de Europese Volkspartij, dat de Europese Natuurherstelwet waaraan Eurocommissaris Frans Timmermans werkt, naar de prullenbak moet. Een bijzonder interview. Bijzonder vanwege de logica, of beter het gebrek eraan in de redeneringen van Weber. “Het idee voor de natuurherstelwet – alsook de halvering van het gebruik van pesticiden – stamt uit het begin van deze Commissie. Dat was een andere wereld. We hebben inmiddels een pandemie gehad en een recessie en nu zitten we met de grootste oorlog sinds 1945 aan onze buitengrens. Inflatie is de grootste zorg van de burger en die inflatie wordt aangejaagd door hoge voedselprijzen, niet langer door dure energie. Daarom zeggen wij ‘nee’ tegen alle wetten die leiden tot minder voedselproductie in Europa en daardoor hogere prijzen.”  Ja, er was een pandemie en een recessie al viel die laatste behoorlijk mee. De economische coronadip is inmiddels al meer dan goed gemaakt. En ja, er is een oorlog aan onze buitengrens.

Wat niet is veranderd, is de achteruitgang van ecosystemen en de biodiversiteit. “De natuur in de EU gaat hard achteruit: meer dan 80% van de habitats verkeert in een slechte staat. Veengebieden, graslanden en duinen zijn het zwaarst getroffen. In West-, Centraal- en Oost-Europa is het aantal wetlands sinds 1970 met 50% verminderd. Tot 70% van de EU-bodems verkeert in een ongezonde toestand. Ernstig geërodeerde akkers dragen naar schatting bij tot een verlies aan landbouwproductiviteit van 1,25 miljard euro per jaar in de EU. In de afgelopen tien jaar is 71% van de vispopulaties en 60% van de amfibieënpopulaties achteruitgegaan. Er is een afname van een op de drie bijen- en vlindersoorten, en een op de tien soorten staat op het punt uit te sterven.”  Zo is te lezen op de Nederlandse EU-site. Daar wil de Natuurherstelwet iets aan doen. Herstellen van de biodiversiteit en de ecosystemen. Dit om de voedselvoorziening voor onze kinderen en kleinkinderen veilig te stellen.

Weber heeft een heilig vertrouwen in boeren: “Wij luisteren naar de boeren. Die weten wat ze doen. Zij vertellen ons: deze wet dwingt ons 10 procent minder land te gebruiken. Dat betekent 10 procent minder voedselproductie – of je moet de overige 90 procent grond intensiever gebruiken, maar dat gaat niet samen met een halvering van het pesticidengebruik.”  Zijn vertrouwen in de EU-ambtenaren is een stuk kleiner en zelfs afwezig: de EU-ambtenaren die deze wet schrijven hebben geen flauw benul van wat biodiversiteit is.” De boer als alwetende. Maar als die boeren weten wat ze doen, hoe zijn we dan in de huidige ellende terecht gekomen? Waarom verkeert dan 70% van de bodem in de Europese Unie in een ongezonde toestand? Vreemd trouwens dat bedrijven waar boeren aan leveren, bedrijven zoals Nestlé, Danone en Rémy Cointreau de wet aanbevelen met de woorden: “ The EU Nature Restoration law is a generation’s opportunity to take concrete and effective action to reverse the biodiversity and climate crises by restoring EU land and sea areas at large scale.” Zij en nog meer dan zestig andere bedrijven. Of zouden die uit zijn op die 10% grond?

Even ervan afziend dat 10% minder land niet meteen 10% minder voedsel betekent. In de Europese Unie gooien we jaarlijks 88 miljoen ton voedsel in de afvalbak. Wereldwijd is dat trouwens 1,3  miljard ton en dat is een derde van het geproduceerde voedsel. Als Weber zich zorgen maakt over de voedselzekerheid en -prijs laat hem zich daar dan op richten. Alleen zal dat aan Weber niet besteed zijn. “Ik ga niet steggelen over de precieze percentages, maar deze wet leidt tot minder voedselproductie.” Reageert hij op de constatering van de interviewer dat: “Ondanks de pandemie, de oorlog, andere keuzes van de consument en klimaatverandering, zal de voedselproductie blijven toenemen in Europa. De groei is alleen wat minder groot.”

“Ik ken die rapportage maar ze schiet tekort. Ik tast nog steeds in het duister wat de precieze gevolgen zijn.” Zo reageert Weber op de constatering dat er een effectrapportage ligt waaruit blijkt, zo geeft de interviewer aan dat: “de opbrengsten van de wet vele malen groter zijn dan de kosten. Niets doen, zoals u voorstelt, kost 1.700 miljard euro.”  Natuurlijk heeft hij een punt dat de precieze gevolgen niet bekend zijn. Precieze gevolgen zijn in geen enkele rapportage of onderzoek te vangen. Met dit argument zal de partij ook tegen het nieuwe Europese asielakkoord zijn. Over de ‘precieze gevolgen’ ervan tasten we immers in het duister. Nu zijn er goede redenen om hier tegen te zijn. We kennen de precieze gevolgen niet, wat we wel weten is dat het geen antwoord is op de vraag van de vluchteling of migrant.

“‘Eerlijk gezegd, en dat wil ik hier graag benadrukken: ik heb niet het idee dat de Commissie beseft dat we in een nieuwe wereld leven. De EVP vraagt om een realitycheck.” Het lijkt mij dat de grijze massa van Weber en zijn partijgenoten en de partijen, waaronder het Nederlandse CDA, die samen de EVP vormen, een realitycheck nodig hebben. In de zesde aflevering van Marcel en Gijs complimenteerde Marcel van Roosmalen BBB-leider Van der Plas dat het haar was gelukt om de sores van de boeren (en dan nog niet eens alle boeren), een heel klein groepje Nederlanders, te verheffen tot een nationaal probleem. Het lijkt erop dat Weber dit kunstje op Europees niveau probeert te herhalen. En nu maar hopen dat de grijze massa van de overgrote meerderheid van de Europeanen dit doorziet. Als de reactie op de LinkedIn post hiervoor maatgevend is, dan moeten we ons zorgen maken

Eén en één is twee

“De complexe aard van het probleem vereist actie en leiderschap van individuen en organisaties in alle sectoren van de samenleving. Deze cursus zou op maat worden gemaakt voor elk studieprogramma, met ten minste de basiswetenschap over de opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan, en het bespreken van haalbare mitigatietrajecten en vragen over wereldwijde rechtvaardigheid.” Een passage uit een open brief van Scientist Rebelion Nederland en Scientist for Future Nederland aan de Nederlandse instellingen voor hoger onderwijs. Een bijzondere brief.

Bron: Flickr

In de open brief pleiten ze om: “verplicht klimaatonderwijs op te nemen in alle curricula om studenten vertrouwd te maken met de systemische aard van de klimaat- en ecologische crisis en hen in staat te stellen actie te ondernemen.”  En ze zijn niet de eersten: “Universiteiten in Frankrijk en Spanje hebben al de nodige stappen gezet om een ​​verplichte klimaatcursus in te voeren. Het Nederlandse hoger onderwijs mag niet achterblijven. Studenten in Nederland en de rest van de wereld eisen verandering en het is tijd voor een doortastende reactie.” Ze: “benadrukken dat dit onderwijsvoorstel niet gaat over het promoten van een politieke agenda. De wetenschappelijke consensus over de ernst en de oorzaken van de klimaat- en ecologische crisis is goed ingeburgerd, zoals gedocumenteerd in het IPCC-rapport.”  Geen politieke agenda?

De hele brief is het ‘promoten van een politieke agenda’. Het woordgebruik is politiek geladen. Woorden als klimaat- en ecologische crisis en rechtvaardigheid zijn door en door politiek. Wat rechtvaardig is, hoe een rechtvaardige samenleving eruit ziet en hoe je die moet bevorderen is bij uitstek politiek. Daar zijn, ondanks alle pogingen van filosofen door de eeuwen heen, geen objectieve maatstaven voor. Het woord ‘crisis’ is een waardeoordeel en waardeoordelen zijn bij uitstek politiek. En nee, dit is geen ontkenning van het opwarmen van de aarde noch van de menselijke hand hierin. Hoe anderhalve graad opwarming wordt beoordeeld, of dat een bedreiging is en wat daaraan gedaan moet worden, is bij uitstek politiek. Of daarvoor alle fossiele brandstof moet worden verboden en ingezet op ‘wind en zon’, of er ‘nucleair’ gegaan moet of wat dan ook en of er überhaupt iets moet gebeuren, zijn bij uitstek politieke keuzes.  

Bijzonder is dat de ondertekenaars hetzelfde lijken te willen als de BBB, namelijk iets uit onze democratie halen, zoals ik recentelijk betoogde. Voor BBB hoort landbouw niet op de politieke agenda, dat moet je overlaten aan boeren en agrarische belangenbehartigers want die weten wat goed is. Het is, zoals de partij in haar programma schrijft: onwenselijk om alleen politieke agenda’s te laten beslissen over voedselproductie en waterbeheer. Inhoudelijke (hydrologische) kennis en verstand van zaken is van groot belang. Burgers moeten op de kennis van eigenaren van gronden kunnen vertrouwen.” Deze studenten lijken hetzelfde. Ze: “eisen verandering en het is tijd voor een doortastende reactie.” Ze willen het klimaat uit de politiek halen en overlaten aan de wetenschappers. Die cursus moet namelijk tot die doortastende reactie leiden. Hoe? Nou die komt via die verplichte cursus vanzelf, zo lijken de studenten te denken. Die: “moet een uitgebreid overzicht bieden van de systemische oorzaken en gevolgen van de klimaat- en ecologische crisis en mogelijke oplossingen.” Dit op basis van: De wetenschappelijke consensus over de ernst en de oorzaken van de klimaat- en ecologische crisis”,” want die: “is goed ingeburgerd, zoals gedocumenteerd in het IPCC-rapport.”  Dan is het promoten van een politieke agenda overbodig want op basis van dat IPCC rapport moet iedereen op basis van dezelfde logica wel tot dezelfde conclusie komen. Eén en één is immers twee.

Wellicht is het aan te bevelen om in alle curricula een verplicht deel over de werking van politiek in verschillende samenlevingsvormen op te nemen? Dan wordt duidelijk dat politiek geen natuurwetenschap is en dat in de politiek één plus één tot verschillende tweeën leidt. Dit afhankelijk van de opvattingen van degene die de som maakt.

Onbeheerste beheersbaarheid

In zijn column in de Volkskrant vraagt Peter de Waard zich af hoeveel tijd fietsenmaker VanMoof krijgt om winstgevend te worden: “In 2021 werd op een omzet van 90 miljoen euro een verlies van 70 miljoen euro geleden,”  zo schrijft hij. Nu gaat het mij niet om die winstgevendheid en de tijd die de fietsenmaker al dan niet moet krijgen. Het gaat mij om het volgende: “Van weigerende fietsbellen en spontaan loeiende diefstalbeveiligingen tot fietsen waarvan het niet lukt het slot met de smartphone te openen. En dat laatste is extra lastig als het traditionele sleuteltje er niet meer is. Ongeveer 10 procent van de verkochte fietsen moest worden teruggenomen.” Hierbij moest ik weer denken aan The Uncontrollability of the World  van Hartmut Rosa waarover ik in mijn vorige Prikker ook al schreef.

Bron: Flickr

De fiets is een heel praktische uitvinding waarmee de spierkracht van de mens wordt omgezet in snelheid. Bij de allereerste versie waren de trappers rechtstreeks aan het voorwiel bevestigd. Een keer rond trappen betekende dat ook het wiel een keer rond ging. Om de snelheid op te voeren werd dat wiel al snel groter gemaakt en zo ontstond de hoge bi. De fiets met het grote voorwiel waarop de trappers waren bevestigd. Nadeel was dat je hoog zat waardoor de stabiliteit geringer was, zeker bij lage snelheden. Aan het leven van de hoge bi kwam al na korte tijd een einde. Hij werd uit de markt geconcurreerd door een geïnnoveerde versie. De innovatie bestond eruit dat de beide wielen weer even groot werden. Het voorwiel was om te sturen en de fiets werd indirect aangedreven via het achterwiel. Indirect omdat de trappers niet aan het wiel waren bevestigd maar aan een tandwiel. Via een ketting was dit tandwiel verbonden met een tandwiel dat aan het achterwiel was bevestigd. Het geheel was veel stabieler. Door met de grootte van beide tandwielen te spelen, kon je het aantal wielomwentelingen van één keer rondtrappen, vergroten of verkleinen. Meer tanden in het wiel voor betekent een zwaarder verzet en dus meer wielomwentelingen. Ook minder tanden op het tandwiel aan de achterwiel betekenen een groter verzet en meer omwentelingen. Hoe groter het verschil in tanden tussen voor en achter, hoe sneller de fiets.

Maar ik dwaal af. De fiets is een heel praktische uitvinding. De meest eenvoudige versies, zonder versnellingen, zijn bij een defect makkelijk te repareren. Dat lukt mij zelfsmet mij twee linkerhanden nog. De band van een VanMoof plakken zal me waarschijnlijk nog wel lukken, maar een ‘loeiende diefstal beveiliging’ of een ‘slot met de smartphone’ dat zal mij niet lukken. Nu is de fiets niet het enige gebruiksvoorwerp dat is ‘geICTiseerd’ om een niet bestaand woord te gebruiken maar wat wel duidelijk maakt wat ik bedoel. Voor auto’s geldt het zelfde. Vroeger kon een goede automonteur alle auto’s repareren omdat de basisprincipes van alle auto’s hetzelfde zijn. Nou ja alle, bijna alle. Citroënrijders deden er toch goed aan naar een garage van dat merk te gaan als er iets mis was met het ‘hydropneumatisch veersysteem’. Tegenwoordig moet je naar de merkgarage omdat de auto aan de computer wordt gelegd en alleen de merkdealer heeft de juiste software om de zaak ‘uit te lezen’. Al die technologie is erin gestopt om het ding en de deelname aan het verkeer veiliger te maken. Om de controle van de bestuurder te vergroten.

Met die controle kom ik bij Rosa. Volgens Rosa streeft de moderne mens naar twee zaken die zich slecht met elkaar verhouden. Aan de ene kant is dat beheersbaarheid van de wereld. Beheersbaarheid door kennis van de werking van zaken en door technieken om de wereld te beheersen. “The driving cultural force of that form of life we call ‘modern’ is the idea, the hope and desire, that we can make the world controllable.” Aan de andere kant zoekt de mens naar wat Rosa het onverwachte noemt, het niet beheersbare dat hem of haar in vervoering breng. Rosa: “Yet it is only in encountering the uncontrollable that we really experience the world . Only then do we feel touched, moved, alive.  …The drive in our lives unfold as the interplay between what we can control an that which remains outside our control, jet ‘concerns us’ in some way. Life happens, as it were, on the borderline.[1]

Al die nieuwe technieken in de auto zijn bedoeld om de beheersbaarheid te vergroten. Het alarmsysteem en het ‘slot met smartphone’ evenzeer. Maar ook, zo betoogt Rosa, al die apps en systemen om permanent je bloedwaarden, ademhaling, vetverbranding enzovoorts te meten. Allemaal bedoeld om de wereld te beheersen en dat lukt aan de ene kant ook. Maar die beheers zucht leidt tot frustratie, spanning en oncontroleerbaarheid overal in ons dagelijkse leven, zo schrijft Rosa in een hoofdstuk met als onheilspellende titel The Monstrous Return of the Uncontrollable. Dit is, aldus Rosa, een gevolg van: “the categoral gulf between theoretical control and actual control, the concurrence of controllability in theory and uncontrollability in practice.”  En dat niet beheersbare doet zich voor als het VanMoof-fietsalarm afgaat en je het niet uit kunt zetten. Of, zoals Rosa schrijft: “Anyone who has ever tried to roll down the windows or release the handbreake on their car when its electrical systems are jammed has expirenced this. Minor problems that only a few years ago could be resolved with a fwo flicks of the wrist or a hammer now require calling a tow truck and ordering expensive replacement parts that could take weeks to arrive.[2] En ‘weeks’ kan ook erger zo lees ik in een artikel in de Volkskrant. Een artikel over al het wapenmateriaal dat de Amerikanen moeten vervangen omdat ze het naar Oekraïne sturen: “Net als in andere industrietakken kampen de wapenfabrikanten door de pandemie met logistieke problemen en met tekorten aan materialen en personeel. Hierdoor zal het jaren duren voor de VS hun voorraad Javelins en Stingers hebben aangevuld.” En dat aanvullen wordt bemoeilijkt omdat: “ze een nieuwe leverancier (moeten) vinden voor titanium, dat veel wordt gebruikt in de militaire en luchtvaartindustrie. Rusland is een van de grootste producenten.”

Ons streven naar beheersbaarheid leidt tot onbeheersbaarheid. Het lijkt erop dat Rosa een punt heeft.


[1] Harmut Ros, The Uncontrollability of the World, pagina 2

[2] Idem. Pagina 110-111

Perspectief

Op 24 juni 1812 stak la Grande Armée onder leiding van Napoleon, die zichzelf tot keizer had gekroond, een leger van 610.000 man de rivier de Memel over en viel Tsaristisch Rusland binnen. Een bijzondere veldtocht omdat de tegenstander niet leek te willen vechten. Die trok zich alleen maar terug maar vernielde op die terugweg wel alles wat de invallers zouden kunnen gebruikte: de tactiek van de verschroeide aarde met als doel om de tegenstander zich te laten doodlopen in de onmetelijkheid van het Russische achterland. Terugtrekken, het grote gevecht ontwijken maar wel de strijd aan gaan met kleine eenheden. Op 14 september 1812 bereikte het leger de vrijwel verlaten stad Moskou. De Grande Armée was inmiddels gedecimeerd tot een derde zonder dat er slag was geleverd met de vijand. In de stad was echter niets eet- en bruikbaars te vinden. Daarom verliet Napoleon en zijn leger op 20 oktober 1812 de stad en maakte rechtsomkeer. En dat letterlijk want de Russen, onder leiding van Maarschalk Koetoezov dwong hen precies dezelfde route te volgen. Een route waar niets eet- en bruikbaars te vinden was. Pas toen de Grande Armée uitgeput, hongerend en nog verder gedecimeerd de rivier Berezina bereikte, gingen de Russen de slag aan. Een slag die ze wonnen en waarbij ze hun tegenstanders alles afnamen, ook hun kleren waardoor er velen stierven door bevriezing. Over deze tocht zijn veel boeken geschreven. Zo staat het Russisch perspectief centraal in Oorlog en Vrede van Tolstoi. Voor muziekliefhebbers, de Overture 1812  van Tsjaikovski handelt er ook over.

Op één jaar en twee dagen na 130 jaar later, op 22 juni 1941 de langste dag van het jaar, tenminste op het noordelijk halfrond, zette een legermacht van zo’n 3,7 miljoen soldaten zich in beweging en viel de Sovjet Unie binnen. Het grootste deel van de soldaten was afkomstig uit nazi-Duitsland maar ook bondgenoten Italië, Hongarije, Roemenië en Finland leverden een bijdrage. Operatie Barbarossa startte en verliep in het begin zeer succesvol. Dat was voor een flink deel te danken aan de slechte staat van voorbereiding van de Sovjets. Soldaten die zonder wapens naar het front werden gestuurd, slechte communicatie en een hergroepering van troepen direct voorafgaand aan de inval. In korte tijd werden grote gebieden veroverd en dat zorgde voor problemen. De bevoorradingslijnen werden steeds langer en het veroverde gebied moest beheerst worden en dat beheersen betekende dat er soldaten achter moesten blijven om het gebied te bezetten. Uiteindelijk liep de operatie in december 1941 vast op de zich stug verdedigende en steeds beter georganiseerde Sovjettroepen en de invallende winter. In tegenstelling tot Napoleon haalden ze Moskou niet. Een winter waarop de Duitse troepen niet gekleed waren.

20 maart 2003, de zon stond op het punt om de Evenaar te passeren en de lente aan te kondigen op hetzelfde noordelijk halfrond. Op die dag zetten bijna 310.000 soldaten zich in beweging om Irak binnen te vallen om Saddam Hoessein uit het zadel te wippen. Operatie Iraqi Freedom lukte, een kleine twintig dagen later, op 9 april 2003, viel Bagdad in handen van de onder Amerikaanse leiding staande troepen. Dat betekende echter niet dat de strijd was gestreden. Het bezette gebied moest worden gecontroleerd en beheerst. Dat vergde tussen de 100.000 en 176.000 Amerikaanse troepen aangevuld met meer dan miljoen agenten en soldaten van Iraakse origine. Dat bleek een opdracht van een andere orde. Een orde waar we, en vooral de inwoners van Irak, nu nog steeds de gevolgen van ondervinden.

Al een paar maanden zijn de ogen gericht op de Oekraïne, of beter gezegd op de Russische troepenbewegingen in de buurt van het land. Rusland heeft, als ik de nieuwsberichten mag geloven, zo’n 100.000 tot 150.000 soldaten verzameld aan de grens met Oekraïne en nog eens 30.000 Russische soldaten oefenen in Belarus samen met het hun collega’s uit dat land. Leiders van diverse landen maken zich grote zorgen en sommige waarschuwen dat een oorlog voor de deur staat. “Op dit moment ben ik ervan overtuigd dat hij de beslissing heeft genomen, we hebben reden om dat te geloven,” aldus de Amerikaanse president Biden. 180.000 soldaten zijn er veel maar toch. Oekraïne stelt er 200.000 soldaten tegenover. Gelijk spel zou je zeggen. Maar evenveel soldaten is geen garantie voor succes. Dat ondervond Saddam in 2003. Betere bewapening bij de tegenstander en geringe motivatie onder zijn troepen beslechtten het pleit in zijn nadeel. Als ik de experts mag geloven dan zijn de Russen beter bewapend. Hoe het met de moraal aan beide kanten is, weet ik niet. Wel lijken mij die 180.000 man erg weinig om eerst oorlog te voeren en vervolgens het veroverde gebied te controleren. Een gebied waar ruim 40 miljoen mensen wonen.

Racisme

Op de site OneWorld een artikel over het al dan niet met een hoofdletter schrijven van zwart als daarmee de huidskleur van iemand wordt bedoeld. En dan meteen ook de vraag erbij of dat bij wit dan ook weer moet als het woord wordt gebruikt om iemand huidskleur te beschrijven. Een bijzondere discussie. De in Accra geboren mensenrechtenactivist W.E.B. Du Bois (1868-1963) schijnt ervoor te hebben gepleit om het nu verfoeide n-woord met een hoofdletter te schrijven, zo lees ik in het artikel. Nu schijnt er dus een roep te zijn om zwart als het om huidskleur gaat, met een hoofdletter te schrijven.

Waarom zwart met hoofdletter om de huidskleur van iemand aan te duiden? Volgens de auteur van het artikel, Olave Nduwanje, is dat al een heel oude discussie: “In 1878 gaf de Zwarte Amerikaanse advocaat, schrijver en oprichter van het weekblad Chicago Conservator Ferdinand Lee Barnett zijn redactioneel commentaar de titel: ‘Spell It With a Capital’. Hij schreef dat het woord ‘negro’ (destijds een gebruikelijke aanduiding voor Zwarte mensen) met een kleine letter Zwarte mensen stigmatiseert en vernedert. Immers: ‘De Fransen, Duitsers, Ieren, Nederlanders, Japanners en andere nationaliteiten worden geëerd met een hoofdletter, maar de arme zonen van Ham moeten de last dragen van een kleine n.” Een bijzondere redenering want als we die volgen dan zou er een Zwartland moeten zijn, net zoals er een Finland of Frankrijk is. Zo zie je maar weer dat woorden tijdsgevoelig zijn. Du Bois en Barnett waren als lid van de groep zo trots op het n-woord dat ze er een N-woord van wilden maken. Nu zit het woord, hoofdletter of niet, in de taboehoek

De roep om een hoofdletter is niet onomstreden: “De meest diverse etnische groep op aarde onder één geschiedenis, gevoel en gemeenschap scharen, stuitte Zwarte schrijvers als Vilna Bashi Treitler, Claudia Rankine, Richard J. Powell, Badia Ahad-Legardy, Ayanna Thompson tegen de borst. Zij werpen op dat de meeste Afrikanen en mensen in de diaspora zich juist identificeren aan de hand van hun specifieke etniciteit. Ze noemen zich bijvoorbeeld Yoruba, Igbo, Burundees, Masai, Peul, Wolof, Zulu of Banyamulenge.”

Bovendien leidt de discussie om zwart met een hoofdletter te schrijven als het een verwijzingen naar iemands huidskleur is, ook tot te vraag: ‘en hoe doen we dat dan met ‘wit’ als je iemands huidskleur wilt aanduiden?’ Ook daarover wordt weer van mening verschild. “Wit met een hoofdletter is beladen omdat Amerikaanse ‘white supremacy’-groeperingen zoals de Ku Klux Klan en het Stormfront wit al heel lang met een hoofdletter schrijven. Zij hebben het over White power, White supremacy, White race. Kun je wit met een hoofdletter schrijven zonder geassocieerd te worden met groepen en individuen die menen dat witte mensen behoren tot een ‘superieur ras’?” Zo betoogt de ene kant. De andere kant werpt tegen: “’Wit’ geen ras noemen is in feite een anti-Zwarte daad waarmee je Witheid neerzet als neutraal en als de standaard. Wij vinden het belangrijk om de aandacht te vestigen op Wit als ras om zo te begrijpen en ruchtbaarheid te geven aan hoe Witheid functioneert.”

Het denken in kleuren en rassen blijft actueel. Amma Asante schrijft in een column bij De Kanttekening: “Racisme is geen mening en heeft met vrijheid al helemaal niets te maken.” Zij schrijft dit naar aanleiding van walgelijke uitspraken van FvD Kamerlid Freek Jansen die beweerde dat ‘Nederlanders een minderheid worden in hun eigen land’ en dat mensen die hiernaartoe zijn gemigreerd, terug moeten naar hun eigen land: “Ze moeten gewoon weg.” Terecht ergert Asante zich aan de manier waarop deze politici met fluwelen handschoenen worden aangepakt: “Wanneer xenofobe, islamofobe en racistische politici, die de stem van ‘de hardwerkende Nederlander’ vertolkten, te gast waren in televisieprogramma’s, dan werden hun abjecte ideeën niet getoetst langs kritische vragen. Nee, uit angst dat hun kiezers boos werden en zouden wegzappen, werd alles uit de kast gehaald om hen zo normaal en menselijk mogelijk neer te zetten. Er werd gezellig op los gekeuveld over koetjes en kalfjes en hun huisdieren, zoals de poes van Wilders door Eva Jinek.”  Dit heeft ervoor gezorgd dat: “Racisme (…) normaal (is) geworden. Racisme (…)een podium (heeft) gekregen. Racisme (…) politieke macht” heeft, zoals Asante schrijft. We hebben: “racisme onvoldoende een halt durven toe te roepen. De geest is uit de fles en moet er weer in terug. Door vanaf nu keihard de norm te stellen.”

In de strijd tegen discriminatie moet inderdaad een harde norm worden gesteld en gehandhaafd. Daar vindt Asante mij aan haar zijde. Toch wringt er iets in haar betoog. ‘Racisme is geen mening’, schrijft Asante. Als racisme iets is, dan is het een mening. Een mening gebaseerd op compleet verkeerde informatie en een mening die geuit mag worden. Maar, en daar kom ik bij de ‘fluwelen handschoenen’ en de angst voor ‘wegzappen’, niet iedere mening hoeft gehoord te worden. Er is niets mis met het weren van meningen van de kijkbuis ook al voelen mensen zich dan gepasseerd. Compleet verkeerde informatie omdat alle mensen op deze Aarde behoren tot één en hetzelfde ras, namelijk de Homo sapiens. Of de roman Ze zijn er nog  van de Venlose auteur Fons Wijers moet op waarheid berusten, dan loopt er nog een tweede mensenras, de Neanderthaler, op aarde en die vrezen de Sapiens vanwege juist hun onderlinge haat en wreedheid.

En daarmee kom ik bij de Duitse filosoof Marcus Gabriel. In zijn boek Morele vooruitgang in duistere tijden besteedt hij ook aandacht aan de illusionaire identiteitspolitiek van zowel links als rechts. Gabriel: “Het doel van morele voortuitgang op het gebied van racisme is het volledig overwinnen van de indruk dat er moreel relevante verschillen tussen mensen bestaan die in termen van ras zouden kunnen worden gemeten …. Er bestaat alleen racisme, rassen bestaan niet, net zoals er een heksenjacht bestond, maar geen heksen.[1] Zouden we racisme werkelijk overwinnen door te blijven hameren op ras, zoals met de ‘letterdiscussie’ gebeurt? Zorgt dat er niet voor dat racisme normaliseert, een podium en politieke macht blijft krijgen?


[1] Marcus Gabriel, Morele vooruitgang in duistere tijden, pagina 224

Keiharde statistiek

Bij De Dagelijkse Standaard bericht Michael van der Galien over een botsing tussen FvD-leider Baudet en Nilüfer Gundogan van Volt. “Met name Sorospoppetje Nilüfer Gundogan (Volt) had zichzelf niet in de hand. Ze liep woedend naar de interruptiemicrofoon en ging vervolgens los.” Dit terwijl Baudet, zo schrijft Van der Galien: “alleen de feiten (deelt)”. En: “Uit de feiten blijkt dat er in twee coronaseizoenen net zoveel mensen zijn omgekomen als in twee recente griepseizoenen. Dat Gundogan daar een probleem mee heeft doet daar niets aan af. Cijfers zijn cijfers… zijn cijfers. Punt.” Dat zijn de ‘keiharde statistieken’ op het ontkennen waarvan Baudet minister De Jonge aansprak, zo schrijft Van der Galien. Hoe ‘hard’ is die statistiek?

Tot nu toe zijn er 19.414 (stand 1 december 2021) mensen gestorven aan Covid-19, zo blijkt uit het coronadashboard. Volgens de data van het Centraal Bureau voor Statistiek overlijden er in een gemiddeld griepseizoen zo’n ruim 6.400 mensen direct of indirect aan influenza. Soms zijn het er minder en soms meer. Als we met dat gemiddelde rekenen dan sterven er ongeveer 50% meer mensen aan Covid-19 dan er in een gemiddeld jaar aan influenza sterven. Voor de afgelopen twee winters klopt het niet omdat de sterfte door influenza toen veel lager was dan gemiddeld. In de winters 2016-2018 klopt het wel ongeveer. In die twee winters stierven zo’n 17.000 mensen aan infuenza en dat ligt iets lager dan de sterfte aan Covid-19 tot nu toe. En tot nu toe is een periode van een jaar en tien maanden. De feiten laten daarmee iets anders zien dan de ‘keiharde statistiek’, die Baudet aandraagt en die Van der Galien na toetert.

Er zit echter een verhaal achter die ‘cijfers, cijfers … cijfers‘ De boodschap die Baudet en in navolging Van der Galien willen uitdragen, is het verhaal dat Covid-19 niets meer is dan een eenvoudige griep en dat daarmee alle maatregelen die worden genomen om de verspreiding van Covid-19 te voorkomen, overbodig zijn. Nu zijn er wel maatregelen genomen: van afstand houden, handen wassen en thuiswerken tot een al dan niet ‘intelligente’ lockdown en veel er tussenin en uiteindelijk vaccinatie. Maatregelen die het aantal besmettingen en daarmee ook het aantal sterftegevallen omlaag brengen. Wat zou er zijn gebeurd als er geen maatregelen waren genomen en we Covid-19 hadden behandeld als zo’n gewone griep?

Dat zullen we nooit precies weten. Maar dat wil niet zeggen dat we er ons niet een beeld van kunnen proberen te vormen. Laten we, om ons daar een beeld van te vormen, eens vergelijken met een land waarvan de president vond dat er geen extra maatregelen nodig waren: Brazilië. In dat land stierven tot nu toe ruim 614.754[1] mensen aan Covid-19. In 2018 stierven in dat land 92.498 mensen aan influenza en longontsteking. Het griepvirus was in dat jaar als we naar Nederlandse cijfers kijken, mild. In Nederland stierven er 4.706 tegen de gemiddelde 6.400. Als we uitgaan van een even mild seizoen in Brazilië dan ligt de gemiddelde sterfte per jaar aan influenza in Brazilië op ruim 125.000 mensen (6.400 gedeeld door 4.706 vermenigvuldigd met 92.498). Dus terwijl er in Brazilië in twee jaar zo’n 250.000 mensen sterven aan influenza, stierven er in een periode van nog geen twee jaar meer dan 600.000 aan Covid-19, dat is tweeëneenhalf keer meer. Stel dat Nederland de door Baudet en Van der Galien voorgestane Braziliaanse aanpak had gekozen? Dan zouden er tot nu toe al zo’n 32.000 mensen aan Covid-19 zijn gestorven.

Die ‘keiharde statistiek’  waaruit moet blijken dat Covid-19 een gewone griep is, wijst een heel andere kant op. Aan Covid-19 sterven meer dan twee keer zoveel mensen dan er aan influenza sterven. Of er: “geen bodem van ethiek bij de FVD,” is, zoals Gundogan gezegd heeft, daarover doe ik geen uitspraak want dat weet ik niet. De kennisbodem van statistiek lijkt binnen de partij heel laag te liggen.


[1] Stand 1 december 2021

Rechten en vooral plichten

“2G is geen heilzame weg. Het maakt de polarisatie in de samenleving groter.” Een uitspraak van ChristenUnie voorman Gert-Jan Segers. Of het een nuttige maatregel is om besmetting met COVID-19 te voorkomen en of er geen andere maatregelen zijn waarmee je hetzelfde of meer kunt bereiken, weet ik niet. Dat de maatregel omstreden is, mag duidelijk zijn. Segers zit duidelijk in een tweestrijd: “We kunnen niet alleen maar nee zeggen tegen maatregelen. Dat is te makkelijk. Maar laten we alsjeblieft wel met voorstellen komen die de samenleving heel houden, en niet in de fik laten vliegen.”  Een van de bezwaren tegen de maatregel is dat die onze grondrechten aantast. Of zoals Correspondentlezer Lilian van Eijndhoven het schreef: “nota bene de grofste schending van grondrechten en vrijheden sinds WOII.” Zij is niet de enige, maar klopt die uitspraak?

Johannes Hendricus Brand. Bron: Wikipedia

Laten we die redenering eens wat uitgebreider beschrijven. Als je vanwege je levensovertuiging, gezondheid, godsdienst of op welke andere grond dan ook, niet wilt laten vaccineren, krijg je geen QR code. Zonder QR code mag je, bij invoering van de 2G maatregel, niet naar de kroeg, het theater of het voetbalstadion om een paar voorbeelden te noemen. Heb je die QR code wel, dan mag dat wel. Bij 3G is die er wel, namelijk een test. Ook bij 1G is die er omdat dan van iedereen eenzelfde toegangstest wordt gevraagd. Daarom discrimineert deze maatregel omdat mensen zonder QR code geen mogelijkheid hebben om toch deel te nemen. Tot zover de onderbouwing.

Onze Grondwet valt voor wat betreft discriminatie meteen met de deur in huis. Artikel 1 luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan. [1] Laten ik de 2G maatregel eens langs dit artikel leggen. Als iedereen die naar ‘de kroeg’ wil wordt gevraagd naar de vaccinatiestatus en alleen gevaccineerde binnen mogen, is er dan sprake van discriminatie? De gelijke gevallen, zijn in dit geval twee mensen die naar de kroeg willen. De ene kan zijn vaccinatiebewijs tonen en de andere om welke reden dan ook niet. De ene komt binnen, de andere niet. Ja, er wordt onderscheid gemaakt en discrimineren is onderscheid maken, dus er wordt gediscrimineerd en dus aantasting van de grondrechten.

‘Dus het mag niet en de uitspraak klopt!’ Als ‘onderscheid maken’ discriminatie is en daarmee een aantasting van ons grondrecht, dan tast ik bijna iedere dag wel iemands grondrechten aan. Een voorbeeld. Ik ben jarig en wil dat vieren. Als onderscheid maken niet mag, dan is de enige mogelijkheid om mijn verjaardag te vieren, iedere mens op Aarde uitnodigen. Als ik alleen mijn vrienden of familie uitnodig, dan discrimineer ik immers. Er zal niemand zijn die ‘niet uitgenodigd worden’ zal zien als een aantasting van zijn grondrechten. Er zullen hooguit enkele mensen zijn die het als een aantasting van de vriendschap zullen zien. Dit zullen de auteurs van onze Grondwet niet bedoeld hebben.

Terug naar de Grondwet. Die spreekt over ‘gelijk behandelen in gelijke gevallen’. Laten we eens kijken naar de twee mensen voor de deur van de kroeg. Ja, er wordt onderscheid gemaakt, dat is zeker. Maar wordt de ene persoon anders behandeld dan de andere? Ja, het resultaat is niet hetzelfde maar is dat discriminatie? Als we kijken naar de behandeling, wat zien we dan? Dan zien we dat beiden dezelfde vraag wordt gesteld, ze worden hetzelfde behandeld. ‘Maar dat is ook het geval als ik selecteer op kleur en alleen mensen met blauwe ogen binnenlaat, dan behandel ik ook iedereen hetzelfde namelijk door te kijken naar de oogkleur,’ kun je tegenwerpen. En inderdaad lijkt dat hetzelfde. Dus een aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we iets te snel. Laten we het woordenboek er eens bij pakken. Discriminatie is zoals de Van Dale het omschrijft: “ongeoorloofd onderscheid dat gemaakt wordt op grond van bepaalde, m.n. aangeboren kenmerken zoals ras, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid?” Onderscheid maken mag dus zolang het maar niet ongeoorloofd is. Bij het uitnodigen van mensen op mijn verjaardag is het geoorloofd, maar wanneer is het niet geoorloofd? Kunnen we spreken van discriminatie als het onderscheid dat er bij de deur van de kroeg wordt gemaakt, een gevolg is van een keuze die jezelf hebt gemaakt? Je wordt niet bij voorbaat uitgesloten, zoals het geval was bij de oogkleur. Ben jezelf de reden van je uitsluiting? In dat geval lijkt mij dat er geen sprake is van aantasting van de grondrechten!

Daarmee kom ik terug op iets wat ik eerder schreef toen ik ervoor pleitte om dit Grondwetsartikel te beperken tot: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” De auteurs van de Grondwet zagen het nog niet zo verkeerd. Zoals ik er nu over denk zou die laatste zin moeten luiden: Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid of welk aangeboren kenmerk dan ook, is niet toegestaan.” Dit even terzijde.

Terug naar mijn betoog. Geen aantasting van de grondrechten. Nou geen? Geldt voor een kleine groep niet dat deze maatregel hun grondrechten wel aantast? De groep mensen die geen keus hebben en dat is de groep mensen die om medische redenen niet gevaccineerd kunnen worden. Die medische reden is namelijk iets waar ze niet zelf voor hebben gekozen en ook geen afstand van kunnen doen. Ze is vergelijkbaar met de kleur van je ogen. Deze groep wordt bij voorbaat uitgesloten. Die groep wordt gediscrimineerd door de 2G maatregel. Dus daarmee aantasting van de grondrechten!

 JA, als het daarbij blijft wel. Maar NEE als er voor deze mensen een uitzondering wordt gemaakt waardoor ze wel de kroeg binnen kunnen, als ze dat willen. Dan wordt niemand bij voorbaat uitgesloten en heeft iedereen de toegang tot de kroeg in eigen hand. Dus geen aantasting van de grondrechten!

Dan gaan we weer iets te snel. Onze Grondwet geeft namelijk een iets uitgebreidere definitie. Die noemt ook niet aangeboren zaken als ‘godsdienst, levensovertuiging en politieke gezindheid.’ En er zijn mensen die zich vanwege hun geloof niet laten vaccineren. Worden die door de maatregel dan niet in hun grondrechten aangetast? Bij de kroegdeur worden ze echter niet tegengehouden vanwege hun geloof, maar vanwege hun vaccinatiestatus. ‘Maar omdat ze zich van hun god niet mogen vaccineren, worden ze toch bij voorbaat uitgesloten?’ Dat gelovigen iets geloven is hun grondwettelijk recht (artikel 6). Een grondwettelijk recht maar geen plicht. Niemand verplicht je immers om te geloven. Het is een keuze die iemand bewust maken. Wel een keuze met gevolgen. Zo sluit menig gelovige zich uit van sporten op zondag zonder dat de persoon daartoe wordt gedwongen. Ligt dit met niet vaccineren om religieuze reden niet precies hetzelfde en sluiten zij zichzelf niet buiten door een eigen keuze? Beperken ze niet zelf hun Grondrechten?

Er bestaat niet zoiets als ‘het recht op de kroeg’. Als dat wel zou bestaan, dan werd dat door zo’n maatregel aangetast. Zoals in de eerste alinea al aangegeven, twijfel ik eraan of de QR maatregel de juiste is om te nemen. Zou het bij het voorkomen van de verspreiding van het virus niet verstandiger zijn om ons te concentreren op de plicht die de spiegel is van de grondwettelijke rechten? De plicht die ook in de Grondwet is vastgelegd en als taak bij de overheid is neergelegd namelijk om te zorgen voor een veilige leef-, en werkomgeving (artikelen 19 en 22). Die plicht ligt bij de overheid maar zijn we zelf niet de overheid? Die plicht kunnen we invullen door afstand te houden, handen te wassen, bij klachten in quarantaine gaan, thuis te werken tenzij het niet anders kan, onze sociale activiteiten zoals het bezoeken van familie en vrienden drastisch te beperken tot alleen noodzakelijke bezoeken. Maar ook: vaccineren omdat dit de kans op infectie en de schade bij infectie verkleint. Of zoals een Zuid-Afrikaans spreekwoord luidt: “Alles sal reg kom as ons almal ons plig doen.[2]


[1] Zie de Nederlandse Grondwet

[2] Een uitspraak afkomstig van Johannes Hendricus Brand de vierde staatspresident van de Oranje Vrijstaat