Uitgelicht

Keiharde statistiek

Bij De Dagelijkse Standaard bericht Michael van der Galien over een botsing tussen FvD-leider Baudet en Nilüfer Gundogan van Volt. “Met name Sorospoppetje Nilüfer Gundogan (Volt) had zichzelf niet in de hand. Ze liep woedend naar de interruptiemicrofoon en ging vervolgens los.” Dit terwijl Baudet, zo schrijft Van der Galien: “alleen de feiten (deelt)”. En: “Uit de feiten blijkt dat er in twee coronaseizoenen net zoveel mensen zijn omgekomen als in twee recente griepseizoenen. Dat Gundogan daar een probleem mee heeft doet daar niets aan af. Cijfers zijn cijfers… zijn cijfers. Punt.” Dat zijn de ‘keiharde statistieken’ op het ontkennen waarvan Baudet minister De Jonge aansprak, zo schrijft Van der Galien. Hoe ‘hard’ is die statistiek?

Tot nu toe zijn er 19.414 (stand 1 december 2021) mensen gestorven aan Covid-19, zo blijkt uit het coronadashboard. Volgens de data van het Centraal Bureau voor Statistiek overlijden er in een gemiddeld griepseizoen zo’n ruim 6.400 mensen direct of indirect aan influenza. Soms zijn het er minder en soms meer. Als we met dat gemiddelde rekenen dan sterven er ongeveer 50% meer mensen aan Covid-19 dan er in een gemiddeld jaar aan influenza sterven. Voor de afgelopen twee winters klopt het niet omdat de sterfte door influenza toen veel lager was dan gemiddeld. In de winters 2016-2018 klopt het wel ongeveer. In die twee winters stierven zo’n 17.000 mensen aan infuenza en dat ligt iets lager dan de sterfte aan Covid-19 tot nu toe. En tot nu toe is een periode van een jaar en tien maanden. De feiten laten daarmee iets anders zien dan de ‘keiharde statistiek’, die Baudet aandraagt en die Van der Galien na toetert.

Er zit echter een verhaal achter die ‘cijfers, cijfers … cijfers‘ De boodschap die Baudet en in navolging Van der Galien willen uitdragen, is het verhaal dat Covid-19 niets meer is dan een eenvoudige griep en dat daarmee alle maatregelen die worden genomen om de verspreiding van Covid-19 te voorkomen, overbodig zijn. Nu zijn er wel maatregelen genomen: van afstand houden, handen wassen en thuiswerken tot een al dan niet ‘intelligente’ lockdown en veel er tussenin en uiteindelijk vaccinatie. Maatregelen die het aantal besmettingen en daarmee ook het aantal sterftegevallen omlaag brengen. Wat zou er zijn gebeurd als er geen maatregelen waren genomen en we Covid-19 hadden behandeld als zo’n gewone griep?

Dat zullen we nooit precies weten. Maar dat wil niet zeggen dat we er ons niet een beeld van kunnen proberen te vormen. Laten we, om ons daar een beeld van te vormen, eens vergelijken met een land waarvan de president vond dat er geen extra maatregelen nodig waren: Brazilië. In dat land stierven tot nu toe ruim 614.754[1] mensen aan Covid-19. In 2018 stierven in dat land 92.498 mensen aan influenza en longontsteking. Het griepvirus was in dat jaar als we naar Nederlandse cijfers kijken, mild. In Nederland stierven er 4.706 tegen de gemiddelde 6.400. Als we uitgaan van een even mild seizoen in Brazilië dan ligt de gemiddelde sterfte per jaar aan influenza in Brazilië op ruim 125.000 mensen (6.400 gedeeld door 4.706 vermenigvuldigd met 92.498). Dus terwijl er in Brazilië in twee jaar zo’n 250.000 mensen sterven aan influenza, stierven er in een periode van nog geen twee jaar meer dan 600.000 aan Covid-19, dat is tweeëneenhalf keer meer. Stel dat Nederland de door Baudet en Van der Galien voorgestane Braziliaanse aanpak had gekozen? Dan zouden er tot nu toe al zo’n 32.000 mensen aan Covid-19 zijn gestorven.

Die ‘keiharde statistiek’  waaruit moet blijken dat Covid-19 een gewone griep is, wijst een heel andere kant op. Aan Covid-19 sterven meer dan twee keer zoveel mensen dan er aan influenza sterven. Of er: “geen bodem van ethiek bij de FVD,” is, zoals Gundogan gezegd heeft, daarover doe ik geen uitspraak want dat weet ik niet. De kennisbodem van statistiek lijkt binnen de partij heel laag te liggen.


[1] Stand 1 december 2021

Uitgelicht

Even over cijfers

“Vraag aan de klas was wat de optelsom is van alle getallen van 1 tot en met 100. Terwijl zijn medeleerlingen braaf 1 + 2 + 3 + enzovoorts begonnen uit te rekenen, schreef hij in één keer het antwoord op zijn leitje: 5.050.” Die hij, was de wiskundige Carl Friedrich Gauss zo lees ik in de Volkskrant in een recensie van een boek van Marcus du Sautoy met als titel Thinking Better. Gauss bedacht een snellere manier: “De optelsom van 1 tot en met 100 is namelijk ook te schrijven als de optelsom van 1 + 100, plus 2 + 99, plus 3 plus 98 enzovoorts tot en met 50 + 51. Maar dat is steeds 101 en vijftigmaal 101 is 5.050. Klaar.”  Een andere manier is om 1 bij 99 op te tellen, 2 bij 98 en als je dat doet heb je vijftig honderdtallen en hou je 50 over. Dus vijftig maal honderd plus vijftig is 5.050. Ik begin hierover omdat je met cijfers kunt stoeien. Vooral met statistiek. Daarvan gaf Robèr Willemsen, voorzitter van Koninklijke Horeca Nederland, een fraai voorbeeld.

File:Fig3.png - Wikimedia Commons
Gauss-kromme. Bron: WikimediaCommons

Willemsen haalt aan: “uit RIVM rapportages blijkt wekelijks dat er nauwelijks besmettingen te herleiden zijn naar horeca, op dit moment nog geen drie procent.” De horeca doet het goed, zo betoogt hij en daarom is het niet terecht om de horeca extra beperkende maatregelen op te leggen. Dat klinkt logisch. Als er in de horeca slechts weinig mensen besmet raken waarom dan extra maartregelen? Dan kun je je beter richten op plekken waar meer mensen besmet raken. Welke plekken zouden dat dan zijn? Als we kijken naar de cijfers dan blijkt de school een grotere besmettingsbron, vijf procent van de besmettingen is daarnaar te herleiden. Of het werk waarnaar negen procent van de besmettingen is te herleiden. Maar bezoek, ruim zeventien procent, en vooral thuis met bijna 56 procent zijn de plekken waar de meeste mensen besmet raken. ‘Allemaal het huis uit en de kroeg in’, zou je dan kunnen roepen. Alleen vrees ik dat die maatregel niet zal helpen.

En daarmee kom ik bij het zo logisch klinkende betoog van Willemsen. Want is dat wel zo logisch? Laten we even rekenen en daarbij de piek besmetting nemen van meer dan 16.000 besmettingen op één dag. Dat betekent dat grofweg één  op de duizend mensen besmet raakten. Op 100.000 mensen zijn dat er 100. Daarvan zijn er 3 besmet in de kroeg en 58 thuis als we met de cijfers van hierboven rekenen. Dat het gros van de mensen thuis besmet raakt, is niet verwonderlijk. We kunnen ervan uitgaan dat, op de daklozen na, iedereen een flink deel van de dag thuis doorbrengt. Hoeveel tijd, weet ik niet maar berekend over een gemiddelde groep Nederlanders zou het best wel eens 16 uur per dag kunnen zijn. De kans om thuis besmet te raken is dan 56 gedeeld door 100.000 maal 100 procent is dan 0,056 procent. En dat voor die 16 uur per dag die we er doorbrengen. Voor die 100.000 mensen zijn dat 11.200.000 uren die thuis worden doorgebracht. Per thuis doorgebracht uur is de kans op besmetting dan 0,0005 procent.

Dat die 100.000 mensen in die week allemaal een horecagelegenheid hebben bezocht, lijkt mij sterk. Laten we voor het gemak eens rekenen dat 5% van die 100.000 de horeca bezoekt. Dat zijn 5.000 mensen en daarvan raken er 3 besmet, dat is 3 gedeeld door 5.000 vermenigvuldigd met 100% is 0,06%. Een ongeveer even grote kans. Maar hoe zit dat als we rekening houden met de factor tijd die we er doorbrengen Stel de gemiddelde horecabezoeker brengt er 6 uur per week door. Dat zijn 30.000 uur in een week voor die 5.000 horecabezoekers. Per in de kroeg doorgebracht uur is de kans op besmetting dan 0,01%. Een 20 keer zo grote kans op besmetting dan bij een thuis doorgebracht uur.

Nu zijn de thuis, en in de kroeg doorgebrachte uren een aanname, net zoals het aantal mensen per 100.000 dat de kroeg bezoekt. Die cijfers kunnen anders liggen. Om de precieze cijfers gaat het mij hier niet. Het gaat mij erom dat je cijfers op verschillende manieren kunt bezien.

Er is echter nog meer. De meeste mensen raken thuis besmet. Logisch omdat we allemaal tijd thuis doorbrengen en zelfs het grootste deel van onze tijd thuis doorbrengen. Maar hoe kun je thuis besmet raken? Dat kan alleen als iemand het virus ergens anders opdoet en vervolgens het huis binnenbrengt. Als je bezoek ontvangt of bij iemand op bezoek gaat. Als je het via je werk, op school of in de kroeg opdoet.

Lekenwetenschap

Bij Joop zag ik een link naar een satirische bijdrage van Marcel van Roosmalen aan het radioprogramma De Nieuws BV. Van Roosmalen staat bekend om zijn zwartgallige humor waarbij hij iets tot in het extreme uitvergroot. In dit geval is Diederik Gommers onderwerp van spot. Gommers is volgens Van Roosmalen overal te zien en te horen en heeft overal een ‘genuanceerde mening’ over en schets altijd het zwartste scenario waarmee hij ieder feestje vergalt. ‘Kan Diederik Gommers niet uit?’ Zo vraagt Van Roosmalen zich af, Nu gaat het mij niet om Van Roosmalens satire. Het gaat mij om een reactie eronder.

Bron: WikimediaCommons

“Diederik Gommers, Marion Koopmans, Ab Osterhaus, Ernst Kuipers enz. hebben juist het ontzettend grote gevaar van Covid-19 zeer duidelijk doorgegeven aan alle 17.5 miljoen Nederlanders, namelijk met hun vaak briljante mediaoptredens, tijdens de laatste maanden. Ze hebben juist goede antwoorden gegeven in vergelijking met *het is maar een griepje* gekkies zoals Willem Engel, Wybren van Haga, Thierry Baudet enz.. Mag ik ze allemaal bedanken?”  Aldus een bijdrage van iemand die zich GabrielMokummer noemt. Tot zover niets bijzonders. Het wordt bijzonder als ene ‘Joost mag ’t weten’ reageert: “Die wappies baseren zich ook op (veelal dezelfde) bronnen maar trekken andere conclusies. De TV experts hebben het regelmatig mis terwijl de wappies achteraf vaak gelijk krijgen. TV kijkend Nederland heeft het geheugen van een goudvis en neemt alle leugens en inconsistenties voor lief. Veranderde inzichten…”

Het zal best zijn dat ‘die wappies’ andere conclusies trekken uit dezelfde bronnen en dat de experts het ook wel eens mis hebben. Iets dergelijks hoor en lees je vaker met de suggestie om de opvattingen en ideeën van ‘die wappies’ serieus te nemen en het beleid erop aan te passen. Dat wetenschappers en deskundigen het soms mis hebben is inherent aan de wetenschap. Dat ‘wappies’ en leken het achteraf soms goed hebben, is ook niet vreemd. Een wiskundige zal 99 van de 100 wiskundesommen goed maken. Een leek in de wiskunde zal er ook af en toe een goed maken. Ik zou daaruit niet concluderen dat de wetenschappers ook maar wat aan modderen. Zeker als je je realiseert dat het aantal leken het aantal deskundigen verre overtreft, dan is de kans groot dat er ergens een ‘wappie’ of leek iets beweert wat later waar blijkt te zijn. Probleem is alleen dat je bij een pandemie niet de tijd hebt om te af te wachten wie het ‘achteraf’ juist heeft. Om het wiskunde voorbeeld weer aan te halen. Die ene wiskundige maakt 99 sommen goed. 10.000 leken maken samen ook 99 opgaven goed. Als je beleid moet maken, is het lastig uit te gaan van die 10.000 leken, want welke leek maakt welke opgave goed en hoe groot is de kans dat die leek de volgende opgave ook goed maakt? Dan zou ik liever uitgaan van die wiskundige want dan is de kans vele malen groter dat de volgende som ook juist wordt beantwoord.

Dit is precies de reden waarom ‘wisdom of the crowd’ geen goede basis is om beleid op te baseren. Ook niet als degenen waarvoor het beleid is bedoeld hoog opgeleid zijn. Want inderdaad weet de ‘crowd’ waarschijnlijk alles. Bij dat alles zit echter ook veel ballast en verkeerde zaken en er is geen garantie dat de oplossing die uit de ‘Crowd’ komt werkelijk ‘wisdom’ is. De kans op een oplossing die van ‘wisdom’ getuigt, is veel groter als je de deskundigen op het gebied erbij betrekt.

‘Drunk with a lamppost’ Baudet

“There are three kinds of lies: lies, damned lies and statisics.”  Een uitspraak die wordt toegedicht aan de Britse premier Benjamin Disraeli en Mark Twain maar wie  de uitspraak precies muntte, is niet bekend. Wat ermee wordt bedoeld wel, namelijk dat je met statistieken alles kunt onderbouwen. Hieraan moest ik denken toen ik een schrijfsel van Forum voor Democratieleider Thierry Baudet en zijn extreemrechtse hand Freek Jansen bij De Dagelijkse Standaard las. Of om het nog wat beeldender uit te drukken ik moest denken aan een uitspraak over statistiek van de Britse staatsman Winston Churchill: “I only believe in statistics that I doctered myself.”

Bron: WikimediaCommons

Volgens Baudet en Jansen moeten we: “stoppen ons te laten leiden door onterechte angst voor corona, het is tijd om de maatregelen op te heffen en Nederland weer vrij te laten.”Nu meen ik me van het begin van de ‘coronaperiode’ te herinneren dat er één Kamerlid was dat vond dat er veel te slap werd ingegrepen. Het moest allemaal veel sneller en harder omdat er groot gevaar aankwam. Voortschrijdend inzicht heeft Baudet echter doen inzien dat er eigenlijk niets aan de hand is: “Regering en mainstream media zaaien paniek zonder gegronde reden. Hoewel de door hen gehanteerde cijfers strikt genomen kloppen worden ze niet in perspectief geplaatst, waardoor ze een misleidend beeld schetsen. Hun angstberichten zijn dus puur fake news. Dat ‘perspectief’ brengen Baudet en Jansen vervolgens maar aan. Ja, er sterven meer mensen, maar: “Het totale – absolute – aantal mensen dat in Nederland overlijdt neemt al jaren toe.” Dit komt omdat de bevolking groeit en we ouder worden. Als je daarmee rekent, dan stierven er het afgelopen jaar wel meer mensen: “Maar relatief gezien – als percentage van de bevolking, gecorrigeerd voor vergrijzing – niet.” Bovendien was de jaarlijkse griep in 2019 heel mild, waardoor er: “bijna 14.000 mensen niet (stierven) aan de griep die in andere, ‘normale’ griepjaren wél aan de griep zouden zijn gestorven.” Als je daar, zo betogen de auteurs, rekening mee houdt, dan was er dit jaar niet echt sprake van oversterfte. Daaruit concluderen ze dat we ons over corona geen zorgen hoeven te maken. 

Of het rekenwerk van Baudet en zijn extreemrechtse hand kant of wal raakt, laat ik aan anderen. Maar zelfs als het klopt betekent dat dan automatisch dat we ons over corona geen zorgen hoeven te maken en het tijd is: “om de maatregelen op te heffen en Nederland weer vrij te laten,” zoals de beide heren betogen? Want wat ik zie en hoor is dat ziekenhuizen en vooral de IC-afdelingen vol lopen met patiënten die toch echt ziek zijn en zorg nodig hebben. Ik zie dat reguliere planbare zorg wordt uitgesteld, dat artsen en verpleegkundigen hun benen onder de kont uitrennen om iedereen zorg te verlenen en soms omvallen met een burn-out of nog erger een post traumatische stress-stoornis. Ik zie dat enkele verpleeghuizen al hulp van het leger hebben gekregen omdat ze anders hun zorg niet meer kunnen verlenen. Wat ik ook zie is dat het virus zich makkelijk kan verspreiden als we met grote groepen bij elkaar komen en dat het zich juist minder verspreid als we dat niet doen.

Nu kun je van alles vinden van de maatregelen, de manier en het tijdstip waarop ze zijn genomen. Dat het allemaal eerder en strenger moest, zoals Baudet begin 2020 betoogde, of dat er helemaal geen maatregelen nodig zijn zoals hij nu doet. Ook kun je goochelen met cijfers en daar een waarheid aan ophangen. Alleen als die waarheid losstaat van de feiten in de vorige alinea, welk vertrouwen moeten we daar dan in hebben. Baudet zal, zoals de eerdere uitspraak van Churchill, alle vertrouwen hebben in ‘statistics that he doctered himself’. Op mij komt hij toch veeleer over als de hoofdpersoon uit een andere uitspraak van Churchill over statistiek: “Statistics are like a drunk with a lamppost: used more for support than illumination.”  

Rest mij om jullie, mijn lezers het allerbeste toe te wensen in 2021. Voor mij bestaat een belangrijk deel van die goede wensen eruit om mensen als Baudet te ontmaskeren voor dat wat ze zijn, een “drunk with a lamppost’.

Corona-cijfers en letters

Bij het lezen van de titel van deze Prikker zal menigeen van middelbare leeftijd en ouder denken aan het televisieprogramma Cijfers en Letters. Een quiz uit het pre-commerciële televisietijdperk. Ik moest aan dit programma denken toen ik in de ‘papieren’ Volkskrant een kaartje zag met de coronacijfers voor Goes en Rotterdam. Al zoekend in de digitale versie, kwam ik iets soortgelijks tegen voor heel Nederland. Een kaartje waarbij elke gemeente een ‘kleur’ krijgt. Hoe hoger het aantal positief geteste personen per 100.000 de afgelopen twee weken, hoe donkerder de gemeente kleur.  Zo moet het kaartje inzicht geven in de ontwikkeling van de corona-epidemie. Biedt zo’n kaartje dat inzicht?

Bron: Beeld en geluid via Wikipedia

Even het voorbeeld uit de ‘papieren’ Volkskrant. In Goes zijn er 57,8 positief geteste personen per 100.000 inwoners. In Rotterdam 24,7. Daarmee lijkt Corona in Goes harder toe te slaan. Kijken we naar de werkelijke aantallen, dan kent Goes 22 positief geteste personen, Rotterdam 161. Dan ziet het er heel anders uit. Dus geen 57,8 positief geteste personen in Goes maar slechts 22. Dit omdat Goes geen 100.000 inwoners heeft, maar slechts 38.080. Rotterdam heeft 651.376 inwoners. Wat zegt een getal per 100.000 inwoners over de ernst van de epidemie?

Hoe kleiner het aantal inwoners van een gemeente, hoe groter de impact van één positief geteste persoon op het getal. Neem de Gelderse gemeente Rozendaal. Een gemeente die vooral bekend is van de ‘verkiezingsuitslagenavond’ omdat ze dan steevast met Vlieland strijdt om als eerste de uitslag te presenteren. Dat die strijd tussen die twee gemeenten gaat komt omdat beiden een gering aantal inwoners hebben. Rozendaal heeft er zo’n 1.705. Eén positief geteste persoon betekent voor deze gemeente dat ze veel donkerder gaat kleuren dan Goes en Rotterdam. Dat ene geval levert voor de gemeente een cijfer op van 58,7. Op basis van dit kleurenkaartje zou je constateren dat de ziekte heel hard toeslaat in de gemeente Rozendaal.

Nu zou het zomaar kunnen dat die ene persoon deel uitmaakt van een besmettingscluster waarvan er 30 in de aangrenzende gemeente Arnhem wonen en 12 in Velp (gemeente Rheden). Als dit de enige positief geteste personen zijn in deze gemeenten, dan is het cijfer 27,5 voor Rheden en 18,6 voor Arnhem. Als je puur op de kleur en het getal afgaat, zou je veel energie richten op Rozendaal. Dat heeft immers het hoogste cijfer. Dus alle tv-camera’s naar Rozendaal, die gemeente is het hardste getroffen! Allemaal naar … dat ene slachtoffer.

Met wat letters en uitleg erbij, kijk je heel anders naar de cijfers.

Artificiële Intelligentie en de ‘wielenman’

Zou de uitvinder van het wiel krediet hebben gekregen van een algoritme? Die vraag kwam bij me op na het lezen van een artikel in de Volkskrant over de rol die Artificiële Intelligentie (AI) steeds meer gaat spelen bij het nemen van beslissingen. Bij een kredietaanvraag wordt niet alleen gekeken naar de betaalhistorie van iemand, maar ook: “‘niet-financiële data’ over het gedrag van potentiële kredietnemers, zoals startende ondernemers. Dat zijn vragenlijsten, maar ook gegevens die afkomstig zijn van de socialemedia-accounts van klanten of van hun zoekgeschiedenis.” De kredietaanvrager moet daar natuurlijke ‘toestemming’ voor geven. Probleem is alleen dat geen toestemming geven geen krediet betekent.  

Illustratie: Flickr

Wat zegt een database met gegevens over de toekomst? Zelfs als die, als dat al mogelijk is, ‘zuivere gegevens’ bevat? En vooral wat zegt een database over de toekomst van één individu? Wat de AI doet is niets anders dan kans berekenen en daarbij gebruik maken van gemiddelden: mensen die X doen, doen in zes van de tien gevallen ook Y. En dat over heel veel gegevens. Dat zegt niets over één persoon die X doet. Hoe eerlijk en rechtvaardig is het om die persoon te beoordelen op alle eerdere personen die X deden?  

Terug naar mijn vraag met betrekking tot de uitvinder van het wiel. Laten we er even vanuit gaan dat het grote probleem uit het artikel is opgelost. Dat zijn de gegevens waarin de AI zoekt. Want: “kunstmatige intelligentie gedraagt zich wat dat betreft behoorlijk voorspelbaar: als je er rommel instopt, komt er ook rommel uit.”  Nee, de data zijn perfect. De ‘wielenman’ is, net als bijna alle uitvinders een mens die afwijkt van het normale. De ‘wielenman’ kan trouwens ook een vrouw zijn. Een man met ‘wilde ideeën’ en daarover schrijft op zijn sociale media accounts. Reageert op anderen die niet vernieuwend zijn en die anderen reageren ook op zijn ideeën. Dat gaat er soms wild aan toe en ook toen golden: “twee bekende (internet)wetten: Godwin en Sturgeon. De wet van Godwin luidt: ‘Naarmate onlinediscussies langer worden, nadert de waarschijnlijkheid van een vergelijking met de nazi’s of Hitler tot 1.’ Als we daar de wet van sciencefictionauteur Theodore Sturgeon aan toevoegen (‘90 procent van alles is troep’).” En omdat de ‘wielenman’ ook maar mens is, laat hij zich soms laatdunkend en ongelukkig uit over anderen. Hij wijkt af van het gangbare, van de norm in de databases. Vindt een AI iemand die afwijkt van de norm, kredietwaardig?

Zal hij niet ook nul op het rekest krijgen als die database vol zit met alle uitvindingen en pogingen daartoe? Pogingen tot een uitvinding zijn immers veel talrijker dan successen. Zal AI daaruit niet concluderen dat de kans op mislukken te groot is? AI zoekt correlatie en door daar besluiten aan te verbinden wordt het gepresenteerd als causaliteit. De AI zal ijsjes verbieden omdat er veel mensen verdrinken. 

Hedendaagse ‘Stalins’

‘Een sterfgeval is een tragedie, honderd sterfgevallen is een statistiek’ Een uitspraak die wordt toegedicht aan Sovjetdictator Jozef Stalin. Een uitspraak die ook van toepassing is of lijkt op de manier waarop er naar het vluchtelingenprobleem wordt gekeken. Alleen al door het woord ‘vluchtelingenprobleem’ wordt het een statistisch gebeuren. Zoals een andere beroemde uitspraak waarvan niet duidelijk is wie er het ‘copyright’ op heeft, zijn er: ‘three kinds of lies: lies, damned lies, and statistics.’ Een uitspraak die in het debat over het vluchtelingenprobleem weer wordt bevestigd.

Stalin_in_July_1941

Foto: Wikimedia Commons

“In de binnenzak van zijn jasje zit een stukje baksteen verwikkeld in twee lagen plastiek. Dat was het enige wat hij kon vastpakken nadat zijn huis in elkaar stortte alsof het uit zand gebouwd was. Zo verschroeiend was de kracht van de bommen. Voor de puinhoop zaten zijn vrouw en kinderen te wenen, maar hij had zoveel pijn dat hij niet kon wenen.” de eerste alinea van een column van Bleri Lleshi op de Belgische site MO.be. “Je bent een mens,” is de titel van de column waarin Lleshi de wereld beschrijft door de ogen van een vluchteling. Aan die column is niets toe te voegen. Niets toe te voegen, maar wel bij aan te vullen. Dat aanvullen doet Sipan Morad in een filmpje op Youtube.

Een column en een filmpje die de vluchtelingenproblematiek terugbrengen tot de kern: het leed van mensen. Mensen die huis en haard hebben moeten verlaten omdat ze hun leven niet meer zeker zijn. Omdat huis, haard en stad er niet meer zijn. Als het grote vluchtelingenprobleem wordt teruggebracht tot het levens verhaal van Sipan dan is de eerste reflex van bijna iedereen om de jongeman te helpen. Zijn het er duizenden, dan wordt het een ander verhaal. Dan raakt het onze gevoelens. Ten minste die van het overgrote deel van ons. Alleen delven die duizenden individuele verhalen vol leed, het onderspit tegen de derde soort leugen, de statistiek.

Aan Stalin die ik eerder aanhaalde wordt ook de volgende uitspraak toegedicht: ‘Vermoord één man en je bent een moordenaar, vermoord er een heleboel en je bent een held.’ Een uitspraak die ook van toepassing is op het vluchtelingendebat. Immers worden de politici die het strengste zijn, die er alles aan doen om vluchtelingen te weren en zo wellicht bijdragen aan de dood van velen, niet als hedendaagse ‘Stalins’ vereerd? En worden de mensen die vluchtelingen uit zee vissen en redden van de verdrinkingsdood daarentegen niet als criminelen weggezet?

 

Moslims, knikkers, wetenschap en profetie

Migranten, islam, antisemitisme, woorden die vaak in combinatie voorkomen. Zo ook in een artikel van Robert Bor bij Opiniez. Bor: “Als je weet hoe mensen in moslimlanden over Joden denken, dan heb je een goed beeld welke overtuigingen men meeneemt van het thuisland naar het gastland.” Wat Bor zegt lijkt op het eerste gezicht logisch. Als je een pot met 1.000 knikkers hebt waarvan er 40% zwart en 60% wit zijn en ze zijn goed gemengd, dan zal een willekeurige greep uit de pot ongeveer 40% zwarte knikkers bevatten. Zou dat ook opgaan voor mensen?

marbles-3275438_960_720

Illustratie: Pixabay

Is het per definitie zo dat een deelverzameling (de vluchtelingen) dezelfde overtuigingen meenemen dan de totale verzameling (het thuisland) waaruit ze wordt gehaald? Wat als er regionale of culturele verschillen in opvattingen zijn en vluchtelingen vooral uit een specifieke regio of cultuur komen? Wat als met name de mensen die gruwen van antisemitisme vluchten? Een land met mensen en opvattingen is niet te vergelijken met een pot levenloze knikkers. 

Bor reageert op een rapport waaraan onder andere de Leidse hoogleraar migratiegeschiedenis Leo Lucassen heeft meegewerkt. Lucassen ziet dat anders  en concludeert dat de huidige islamitische vluchtelingen niet de oorzaak zijn van de vermeende toename van antisemitisme. Bor hierover: “Voor degenen die gehoopt hadden dat de sociale wetenschappen op klip en klare wijze nu eindelijk hebben aangetoond hoe het echt zit, zal dit rapport een teleurstelling zijn.” Wetenschap die ‘klip en klaar’ aantoont hoe het echt zit en dan vooral sociale wetenschappen? Wetenschap als een soort god, die zekerheid geeft?

Wetenschap levert kennis, laat licht schijnen op zaken, maar zekerheid? Kan de wetenschapper en vooral een sociale wetenschapper, die bieden? Als wetenschap ‘klip en klaar’ zou aantonen hoe iets zit, als ze zekerheid zou geven, dan zou ze zich niet ontwikkelen. Dan zou de uitdrukking ‘voortschrijdend inzicht’ niet bestaan. Vooral in de sociale wetenschappen beïnvloedt het beweerde het onderzochte, heb je te maken met zichzelf bevestigende en ontkennende beweringen en uitspraken.

De enige zekerheid die een wetenschapper, zeker een sociale wetenschapper, kan geven is dat niets zeker is. Beweert de wetenschapper andere zekerheid te geven, dan is het een ‘profeet’ en moet je met ‘profeten’ niet uitkijken? 

Vergrijzen

“Dat de Amerikaanse president naar Azië is gegaan om de Amerikaanse economische problemen op te lossen, is voor Europa een teken aan de wand. Het economische potentieel is er gigantisch, in tegenstelling tot het vergrijzende ‘oude continent’.”

ouderen

Foto: vergrijzing | Marina Noordegraaf | Flickr

De eerste zinnen van een artikel van Robbert de Witt op de site van Elsevier. Daar waar in vroeger jaren Europa de belangrijkste Amerikaanse handelspartner was, is dat nu Azië en dus wordt dat continent ook als eerste bezocht als er economische ‘stront aan de knikker’ is en die ‘stront’ is er. De Amerikaanse handelstekorten met Aziatische landen zijn enorm: “En dus hamert Trump vandaag in de Vietnamese havenstad Da Nang opnieuw op de nadelige effecten hiervan voor de Verenigde Staten. Amerika, waarschuwde Trump, zal ‘chronisch handelsmisbruik’ niet langer tolereren.”

Het gaat mij er nu even niet om dat de Verenigde Staten bijna met ieder land een handelstekort hebben. Sterker nog het gaat mij helemaal niet om de economie. Het gaat mij om ‘het vergrijzende ‘oude continent’. Door op deze manier over Europa te spreken en dit af te zetten tegen Azië lijkt het alsof Azië bruisend en jong is.

Inderdaad, de bevolking van Europa vergrijst. Klik op de link en de komende links voor de bevolkingspiramide. Maar wacht eens, gaat dat niet ook op voor bijvoorbeeld Japan, een land waarvan de bevolking krimpt? En laten we eens naar China kijken, ‘vergrijst’ dat land niet in bijna hetzelfde tempo? Net als trouwens Zuid-Korea, buurland Noord-Korea en Thailand. India en Indonesië laten een ietsjes ander beeld zien, maar ook daar heeft de piramide niet echt de vorm van een piramide. Het zal economisch best bruisen in Azië, vergrijzen doet het echter ook, net als Europa.

Het economische potentieel zal in Azië best groter zijn dan in Europa, er wonen immers ook veel meer mensen en de economische ontwikkeling is in vele Aziatische landen nog minder gevorderd dan in Europa. Vele landen in Azië vergrijzen echter net zo hard en een enkel land (Japan) zelf sneller dan Europa. Voor echte jeugdige samenlevingen Moet Trump toch echt in Afrika, bijvoorbeeld Nigeria, Kameroen, Mali of Kenia of het Midden-Oosten, bijvoorbeeld Egypte, Irak en Jordanië, zijn. Bovendien is daar het economische potentieel nog groter dan in Azië omdat de economische ontwikkeling nog veel minder is dan in de meeste Aziatische landen.

Magere Hein, popmuziek en internet

Twee berichten. Twee verschillende onderwerpen. Het eerste bericht in de Volkskrant gaat over gestorven popsterren: “Nooit eerder ontvielen ons in één jaar zo veel grote popsterren. Toeval of niet?” Inderdaad stierven er veel, Bowie, Prince, Leonard Cohen, George Michael en Lemmy de voorman van Motörhead om er slechts een paar te noemen. Het tweede bericht, ook in de Volkskrant, meldt dat het internetgebruik van75-plussers flink is toegenomen: “Had vier jaar geleden iets meer dan 40 procent van de Nederlanders van 75 jaar en ouder thuis toegang tot internet, dit jaar is dat toegenomen tot 60 procent.” 

magere-hein

Illustratie: Shutterstock

Als we het oude adagium dat alleen het bijzondere nieuws is hanteren, dan zou er sprake moeten zijn van twee bijzondere gebeurtenissen. Zijn dit wel zo’n bijzondere gebeurtenissen?

Neem de overleden popsterren. Natuurlijk stierven George Michael en Prince relatief jong, voor anderen geldt dat minder, Bowie was al zeventig en Cohen eenentachtig. Maar toch, popmuziek is een fenomeen dat in de jaren vijftig ontstond en vanaf de jaren zestig groot groeide. Er kwamen steeds meer bands en dus muzikanten. Waren ze bij het begin van hun carrière net twintig, dan zijn ze nu de vijfenzestig ruim gepasseerd. Is het gezien de minder gezonde levensstijl die de gemiddelde muzikant erop nahoudt, verwonderlijk dat Magere Hein hen komt halen? En vooral dat er steeds meer gehaald worden? Moeten we verbaasd opkijken als 2017 het record van dit jaar gaat verbreken?

Dan de internettende 75-plusser. Het internet is inmiddels een goede twintig jaar ingeburgerd. De kans dat iemand die nu 75 wordt, met internet in aanraking is gekomen en er in meer of mindere mate bedreven mee kan omgaan wordt steeds groter. Over een jaar of vijf tot tien, zal er zo ongeveer geen 75-plusser meer zijn zonder internet, behalve natuurlijk als hij er zelf voor kiest. Aan de andere kant, in die afgelopen vier jaar is dezelfde Magere Hein die de muzikanten bezocht, ook bij veel 75-plussers langsgekomen en dan vooral bij de oudsten onder hen. Laat die oudsten nu juist het minste gebruik maken van internet. Is het dan zo verwonderlijk dat het internetgebruik door 75-plussers toeneemt?

En voor de liefhebber: Lemmy op z’n best: