Uitgelicht

Vergrijzen

“Dat de Amerikaanse president naar Azië is gegaan om de Amerikaanse economische problemen op te lossen, is voor Europa een teken aan de wand. Het economische potentieel is er gigantisch, in tegenstelling tot het vergrijzende ‘oude continent’.”

ouderen

Foto: vergrijzing | Marina Noordegraaf | Flickr

De eerste zinnen van een artikel van Robbert de Witt op de site van Elsevier. Daar waar in vroeger jaren Europa de belangrijkste Amerikaanse handelspartner was, is dat nu Azië en dus wordt dat continent ook als eerste bezocht als er economische ‘stront aan de knikker’ is en die ‘stront’ is er. De Amerikaanse handelstekorten met Aziatische landen zijn enorm: “En dus hamert Trump vandaag in de Vietnamese havenstad Da Nang opnieuw op de nadelige effecten hiervan voor de Verenigde Staten. Amerika, waarschuwde Trump, zal ‘chronisch handelsmisbruik’ niet langer tolereren.”

Het gaat mij er nu even niet om dat de Verenigde Staten bijna met ieder land een handelstekort hebben. Sterker nog het gaat mij helemaal niet om de economie. Het gaat mij om ‘het vergrijzende ‘oude continent’. Door op deze manier over Europa te spreken en dit af te zetten tegen Azië lijkt het alsof Azië bruisend en jong is.

Inderdaad, de bevolking van Europa vergrijst. Klik op de link en de komende links voor de bevolkingspiramide. Maar wacht eens, gaat dat niet ook op voor bijvoorbeeld Japan, een land waarvan de bevolking krimpt? En laten we eens naar China kijken, ‘vergrijst’ dat land niet in bijna hetzelfde tempo? Net als trouwens Zuid-Korea, buurland Noord-Korea en Thailand. India en Indonesië laten een ietsjes ander beeld zien, maar ook daar heeft de piramide niet echt de vorm van een piramide. Het zal economisch best bruisen in Azië, vergrijzen doet het echter ook, net als Europa.

Het economische potentieel zal in Azië best groter zijn dan in Europa, er wonen immers ook veel meer mensen en de economische ontwikkeling is in vele Aziatische landen nog minder gevorderd dan in Europa. Vele landen in Azië vergrijzen echter net zo hard en een enkel land (Japan) zelf sneller dan Europa. Voor echte jeugdige samenlevingen Moet Trump toch echt in Afrika, bijvoorbeeld Nigeria, Kameroen, Mali of Kenia of het Midden-Oosten, bijvoorbeeld Egypte, Irak en Jordanië, zijn. Bovendien is daar het economische potentieel nog groter dan in Azië omdat de economische ontwikkeling nog veel minder is dan in de meeste Aziatische landen.

Magere Hein, popmuziek en internet

Twee berichten. Twee verschillende onderwerpen. Het eerste bericht in de Volkskrant gaat over gestorven popsterren: “Nooit eerder ontvielen ons in één jaar zo veel grote popsterren. Toeval of niet?” Inderdaad stierven er veel, Bowie, Prince, Leonard Cohen, George Michael en Lemmy de voorman van Motörhead om er slechts een paar te noemen. Het tweede bericht, ook in de Volkskrant, meldt dat het internetgebruik van75-plussers flink is toegenomen: “Had vier jaar geleden iets meer dan 40 procent van de Nederlanders van 75 jaar en ouder thuis toegang tot internet, dit jaar is dat toegenomen tot 60 procent.” 

magere-hein

Illustratie: Shutterstock

Als we het oude adagium dat alleen het bijzondere nieuws is hanteren, dan zou er sprake moeten zijn van twee bijzondere gebeurtenissen. Zijn dit wel zo’n bijzondere gebeurtenissen?

Neem de overleden popsterren. Natuurlijk stierven George Michael en Prince relatief jong, voor anderen geldt dat minder, Bowie was al zeventig en Cohen eenentachtig. Maar toch, popmuziek is een fenomeen dat in de jaren vijftig ontstond en vanaf de jaren zestig groot groeide. Er kwamen steeds meer bands en dus muzikanten. Waren ze bij het begin van hun carrière net twintig, dan zijn ze nu de vijfenzestig ruim gepasseerd. Is het gezien de minder gezonde levensstijl die de gemiddelde muzikant erop nahoudt, verwonderlijk dat Magere Hein hen komt halen? En vooral dat er steeds meer gehaald worden? Moeten we verbaasd opkijken als 2017 het record van dit jaar gaat verbreken?

Dan de internettende 75-plusser. Het internet is inmiddels een goede twintig jaar ingeburgerd. De kans dat iemand die nu 75 wordt, met internet in aanraking is gekomen en er in meer of mindere mate bedreven mee kan omgaan wordt steeds groter. Over een jaar of vijf tot tien, zal er zo ongeveer geen 75-plusser meer zijn zonder internet, behalve natuurlijk als hij er zelf voor kiest. Aan de andere kant, in die afgelopen vier jaar is dezelfde Magere Hein die de muzikanten bezocht, ook bij veel 75-plussers langsgekomen en dan vooral bij de oudsten onder hen. Laat die oudsten nu juist het minste gebruik maken van internet. Is het dan zo verwonderlijk dat het internetgebruik door 75-plussers toeneemt?

En voor de liefhebber: Lemmy op z’n best:

“Geen meetbaar effect”

Volkskrant-columnist Martin Sommer is geen voorstander van windenergie. In zijn column concludeert hij: “Wind op zee wordt veel goedkoper. Maar 6 miljard weggegooid geld, blijft weggegooid geld.” Die conclusie baseert hij op het beroep dat de Nederlandse staat heeft aangespannen tegen het Urgenda-vonnis, de uitspraak van de rechter dat het kabinet zich moet houden aan de afspraak om de CO2 uitstoot vóór eind 2020 met een kwart terug te brengen. “Dijksma voerde daartegen aan dat het aandeel van Nederland in de internationale CO2-uitstoot al heel klein is, namelijk 0,35 procent. De extra maatregelen die de rechter heeft bevolen, leiden volgens de rekenaars van de Staat tot 0,000045 graden minder klimaatopwarming.”

belastingen

Illustratie: www.trabvv.be

Dat is inderdaad verwaarloosbaar en dan is zes miljard weggegooid geld. Sterker nog, als de Nederlandse bijdrage aan de CO2-uitstoot maar 0,35 procent is, waarom zouden we dan überhaupt iets doen? Het zal best dat die extra maatregelen maar zo weinig bijdragen en dat de bijdrage van Nederland aan de CO2 uitstoot zeer beperkt is. Als dat voor een land geldt, dan geldt dat zeker voor een individu. Omdat ik nu wat koude voeten heb, zal ik de thermostaat nog maar een paar graadjes hoger zetten, de uitstoot van die ene kuub gas die ik daardoor extra verstook, daar is de temperatuurstijging nog onmeetbaarder van. Dan moeten er nog een vrachtwagen nullen achter de komma en voor de vier bij: “geen meetbaar effect.”

Beste meneer Sommer en wat belangrijker is minister Dijksma, is dit niet een wat al te simplistische redenering? Waarom zou dan de Duitse, Amerikaanse op Chinese regering wel iets doen? Ja, de bijdrage aan de CO2 uitstoot van China is veel groter dan de Nederlandse, dus zou China eerder iets moeten doen. Alleen waarom zou China dat doen, de bijdrage van de gemiddelde Chinees is veel geringer dan van de gemiddelde Nederlander. En alhoewel de gemiddelde  Amerikaan waarschijnlijk het meest van alle ‘gemiddelde wereldburgers’ bijdraagt, is die bijdrage zo nihil dat een vermindering ervan geen meetbaar effect” zal hebben.

Beste minister Dijksma, als u zich achter een dergelijke redenering blijft verschuilen, wilt u dan bij staatsecretaris Wiebes aangeven dat ik dan geen belastingen meer betaal. Die paar centen die ik bijdraag op ongeveer € 260 miljard: “Geen meetbaar effect.” 

Rijk en/of arm

De rijken werden het afgelopen jaar weer rijker, zo valt te lezen in Trouw. Het artikel bevat diverse interessante weetjes. Wist u dat de helft van het wereldvermogen (bezittingen minus schulden) in handen is van slechts één procent van de wereldbevolking en dat je tot die ene procent hoort als je vermogen € 700.000 bedraagt? In 2009 moest die rijkste procent het nog doen moet vijfenveertig procent van het vermogen. Het gemiddelde vermogen van een wereldburger bedraagt € 50.000 en dat dit gemiddelde niet verandert. Dat is flink wat, maar als je iedere wereldbewoner naar zijn vermogen vraagt, dan zal het overgrote deel zeggen dat ze veel minder hebben. Immers, als je vermogen meer is dan € 2.090 dan behoor je tot de meest vermogende helft van de wereldbevolking. Heb je een negatief vermogen van € 1.000, dan behoor je tot de armste twintig procent van de wereldbevolking. Die twintig procent dat zijn ongeveer één miljard mensen en daarvan wonen er honderdmiljoen in Europa.

rooseveltFoto: Pinterest

Leuk om te weten, maar wat weet je als je dit weet? Ja, je kunt jezelf spiegelen aan de bedragen en dan weet je hoe je vermogen zich verhoudt tot de rest van de wereldbevolking. Maar toch. Met €2.090 behoor je tot de rijkste helft van de wereldbevolking en als je in bijvoorbeeld Malawi woont, dan is het ongeveer negen keer het gemiddelde jaarinkomen. Dat geeft je daar enige zekerheid. In Nederland kun je er misschien net vier maanden de huur mee betalen. Een pas afgestudeerde Nederlander met een studieschuld van bijvoorbeeld € 30.000 en een goede baan die hem € 2.300 netto oplevert, behoort tot de armsten van de wereld. Toch zal iemand uit Malawi met een vermogen van € 2.090 en het gemiddelde inkomen van dat land, graag willen ruilen met onze pas afgestudeerde. Dit ondanks dat hij flink zakt op de lijst van rijkste wereldburgers.

Is het enige dat je weet dat vermogen en dus rijkdom scheef is verdeeld en dat het steeds schever wordt verdeeld? Dat dit lijkt aan te tonen dat Thomas Piketty gelijk heeft? “The test of our progress is not whether we add more to the abundance of those who have much; it is whether we provide enough for those who have too little,” aldus Franklin D. Roosevelt de 26e Amerikaanse president, is de wereld aan het zakken voor die test?

Bovendien, wat zou er gebeuren als rijkdom wat breder werd gedefinieerd dan alleen als vermogen? Breder dan alleen geld. Zouden dan de ‘rijken’ op dergelijke lijstje nog steeds ‘rijk’ zijn?

Universitaire diversiteit

De Universiteit van Amsterdam is in de ban van diversiteit. Een diversiteitscommissie onder leiding van Gloria Wekker is aan het werk. Dit leidt tot veel discussie. In de Volkskrant pleit universitair docent conflictstudies aan de UvA Martijn Dekker voor een universiteit die ongelijkheid bestrijdt. Bestrijdt door ‘affirmative action’ zoals hij het noemt: het ondersteunen en soms bevoordelen van mensen die vanwege oorzaken buiten henzelf om, een achterstand hebben.

diversiteit

Foto: www.rectec.nl

Achterstanden veroorzaakt door vooroordelen, stereotypen en angsten. Achterstanden door je huidskleur of de sociale status van je ouders. Vanwege deze achterstanden leidt gelijke behandeling van mensen tot ongelijke resultaten: “als je het gelijkheidsbeginsel in die situatie gaat toepassen, dan komt dat voornamelijk ten goede van hen die al een voorsprong hebben.” Hiermee zet hij zich af tegen de filosoof Sebastien Valkenberg die in dezelfde krant pleit voor gelijke behandeling van iedereen: “Wat is het gelijkheidsbeginsel nog waard als het terzijde wordt geschoven zodra het even niet uitkomt?” Voor Valkenberg moet kwaliteit centraal staan.

Als aanhanger van de rechtvaardigheidstheorie van John Rawls en de erop voortbordurende  vermogensbenadering van Martha Nussbaum en Amartya Sen, kan ik mij vinden in het betoog van Dekker. Toch wringt er iets in Dekkers betoog en vooral in zijn gebruik van cijfers. Dekker: “Slechts 15 procent van de studenten (van de Universiteit van Amsterdam) heeft een zwarte, migranten- of vluchtelingenachtergrond, tegenover 51 procent van de jongeren in Amsterdam. Dit moet toch zelfs de grootste liberaal aan het denken zetten?” Dekker zou een punt hebben als die Universiteit alleen toegankelijk zou zijn voor inwoners van Amsterdam en als de inwoners van Amsterdam naar geen andere universiteit zouden kunnen. Dat is allebei niet het geval. De UvA staat open voor iedereen en Amsterdammers kunnen ook naar Groningen.

Is een vegelijking met de jeugdige bevolking van Amsterdam dan wel de juiste? Laten we de populatie van de UvA eens vergelijken met de Nederlandse bevolking. Nederland kent iets meer dan twee miljoen jeugdigen van vijftien tot vijfentwintig jaar (de studentenleeftijd) ongeveer 520.000 hiervan is allochtoon. Hiervan zijn er 340.000 niet westers (zwarte, migranten of vluchtelingen achtergrond), dat is zeventien procent. De situatie is daarmee lang niet zo dramatisch als Dekker schetst. Sterker nog, zou je niet kunnen concluderen dat de UvA er nog niet is maar wel goed op weg is?

Vrouwen slimmer door de stad

Het nieuwe studiejaar staat op het punt van beginnen. Dat is voor Maaike Homan van Trouw een goede aanleiding voor een artikel. Zeker als onderzoekers concluderen dat het voor vrouwelijke studenten slim is om voor hun studie naar de grote stad te trekken. “Wat blijkt: de trek van vrouwen naar de stad heeft tal van voordelen. Zo heeft de helft van de 40-45-jarigen die buiten de grote steden is geboren en als midden- of eindtwintiger in de Randstad woonde een hbo-opleiding of universitaire opleiding, tegenover 10 procent van de vrouwen die op die leeftijd niet in de grote stad woonde. En ze verdienen meer als ze in de Randstad blijven. Het gaat om 640 euro maandelijks.”

StudentesFoto: www.volkskrant.nl

De onderzoekers in kwestie zijn Jan Latten en Marjolein Das van de Universiteit van Amsterdam en het Centraal Bureau voor Statistiek. Zij hebben de levensloop van 300.000 vrouwen die in de jaren zeventig werden geboren in kleinere steden en dorpen bekeken.

Is het resultaat wel zo opmerkelijk? Universiteiten en hbo-instellingen zijn veelal gevestigd in een grote stad. Hebben de vrouwen (net als de mannen) wel een keus? Ja, ze kunnen op en neer reizen vanuit hun ‘kleine dorp’. Velen zullen toch kiezen voor een kamer en naar de stad trekken omdat de reistijd te belastend is. Mbo-instellingen worden veel verspreider over het land aangeboden, dus ook in kleine steden of grote dorpen. Daarvoor hoef je niet zo ver te reizen en is op kamers gaan wonen vaak niet de meest praktische oplossing. Zij blijven dan ook veel vaker in hun ‘kleine dorp’ wonen.

Als we dit in ogenschouw nemen, is de uitkomst van de onderzoekers dan zo vreemd? Grote steden met een universiteit kennen immers onevenredig een grote groep mensen in de ‘studentleeftijd’. ‘Studenten’ die na hun dertigste met hun gezin betaalbaar willen wonen en dan de stad weer verlaten. Is het vreemd dat de helft van de vrouwen die buiten de grote steden is geboren en gedurende hun twintigerjaren in een grote stad woonden, een hbo- of universitaire opleiding heeft gevolgd? Je gaat immers zoeken bij een groep die voor een groot deel een hbo- of een universitaire opleiding heeft gevolgd, want die trekken voor een studie naar de stad. Terwijl je bij de groep die in die leeftijd niet in de grote stad woonde, vooral gaat zoeken bij mbo-ers. Dat zouden statistici toch moeten weten.

Het is niet de grote stad die dat verschil verklaart, het is de universiteit of hbo-instelling in die stad.

Worden we ouder?

De AOW-leeftijd moet weer worden verlaagd naar 65 jaar. Dat betoogt Jelle Visser in de Volkskrant. Werk is er voor ouderen niet en door de herstellende economie en het ‘goed begroten’ is er voldoende ruimte om de AOW leeftijd te verlagen naar 65 jaar. Wellicht is er nog een reden om hier eens goed naar te kijken.

Ouderen

Foto: www.gezondheidenco.nl

Toen de AOW werd ingevoerd was de gemiddelde levensverwachting bij geboorte ongeveer 72,5 jaar. Nu is dat negen jaar meer. Dat we steeds ouder en gezonder ouder worden was een van de argumenten voor verschuiving van de pensioen- en dus AOW leeftijd. Klopt die redenering wel?

Op het eerste gezicht wel, negen jaar is negen jaar. Maar dat er meer mensen oud worden en dus de gemiddelde levensverwachting bij geboorte hoger wordt, wil niet zeggen dat we ook ouder worden.  De Amerikaanse econoom Robert J. Gordon heeft in zijn boek The Rise and Fall of American Growth een interessante tabel opgenomen. In die tabel de toename van de levensverwachting op zes momenten in een mensen leven (pagina 211). Het jaar 1870 is hierbij het basis jaar. Zo is de levensverwachting van een boreling sinds 1870 toegenomen met zo’n 33 jaar. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je nu gemiddeld zes jaar ouder dan je leeftijdgenoot uit 1870. En nemen we de invoering van de AOW, dan leeft de zeventigjarige een schrale drie jaar langer dan zijn leeftijdgenoot in de jaren vijftig.

De stijging van de gemiddelde leeftijd is, zo laat Gordon zien, vooral een gevolg van betere hygiëne, riolering, waterleiding en de bestrijding van dodelijke kinderziektes. Dit heeft ervoor gezorgd dat er veel minder baby’s en jonge kinderen sterven. Vervolgens hebben de betere arbeidsomstandigheden ervoor gezorgd dat er minder volwassenen een dodelijk arbeidsongeluk krijgen. Kortom, de gemiddelde leeftijd is gestegen, niet omdat we zoveel ouder worden, maar omdat er veel minder mensen jong sterven. Ben je eenmaal zeventig, dan wordt je gemiddeld maar drie jaar ouder dan in de jaren vijftig.

Die drie jaren zijn vooral een gevolg van het medische kunnen dat levensverlengend werkt. Levensverlengend bij de grootste doodsoorzaken van tegenwoordig: kanker en hart- en vaatziekten. Zijn deze drie jaar, waarvan een deel als patiënt, voldoende reden om de pensioenleeftijd te verhogen en te blijven verhogen?