Uitgelicht

Leven in het verleden

Kolonialisme leeft door in het heden. Daarom is dekoloniseren belangrijk.” De titel van een artikel van Heleen Debeuckelaere bij De Correspondent. Debeuckelaere: “We staan niet meer achter kolonialisme. Waarom houden we nog vast aan de overblijfselen ervan?” Wat die overblijfselen zijn? Dat varieert: “Van straatnamen die koloniale massamoordenaars verheerlijken tot een jaarlijks blackface-festijn. …Het koloniale verleden is op allerlei manieren meer heden dan verleden. En het begrip ‘dekoloniseren’ kan helpen om daarmee om te gaan.” 

Mesoptamie. Bron: WikimediaCommons

Volgens Debeuckelaere is dekoloniseren: “een politiek, sociaal, filosofisch, academisch en activistisch denkkader. En net zoals de verlichting is het een niet duidelijk omkaderde en gedefinieerde kennistheorie, maar meer een houding, een doel of een streven.” Een denkkader dat ons helpt: “door deze rare fase te navigeren, waarin het historische politieke project van kolonialisme pas deels voorbij is.” Een proces zonder einde aldus Debeuckelaere: “Dekolonisatie beschouw ik als een nooit afgewerkt proces.”  Als het koloniale verleden meer heden dan verleden is en we het moeten verwerken ‘dekoloniseren’ en als dat ‘dekoloniseren’ een ‘nooit afgewerkt proces’ is, blijven we dan niet voor eeuwig in het verleden leven? Zouden we ons niet beter op het heden kunnen richten en bekijken hoe we het heden met kennis van het verleden kunnen verbeteren zodat de toekomst er beter uitziet dan het heden en het verleden?

Wat zien we als we naar ons heden kijken met kennis van het verleden? Dan zien we dat er wereldwijd nog steeds koloniaal wordt gedacht. Dat kolonialisme niet iets van het verleden is en zeker niet iets waaraan alleen ‘het westen’ zich schuldig heeft gemaakt. Dat kolonialisme zo ongeveer gelijktijdig met de agrarische revolutie is ontstaan. En dan bedoel ik niet: “De toenemende toepassing van wetenschappelijke kennis na 1750 zou voor de landbouw grote gevolgen hebben. Vruchtwisseling maakte het bijvoorbeeld mogelijk het middeleeuwse drieslagstelsel te vervangen. Ook deden tot dan toe onbekende gewassen zoals de aardappel en maïs hun intrede. De invoering van de keerploeg maakte een betere grondbewerking mogelijk. Men ging zaaizaden selecteren voor de volgende oogst. Alleen de beste zaden werden gebruikt en zorgden zo voor een betere opbrengst. Een betere bemesting en vervanging van ossen door paarden als trekdieren hielpen ook bij het vergroten van de productie.” Deze Achttiende-eeuwse die je bij wikipedia aantreft als je zoekt op agrarische revolutie. Nee, de agrarische revolutie die vanaf ongeveer 12.000 jaar geleden ontstond in het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris dat daarom bekend werd als Mesopotamië. De revolutie die Yuval Noah Harari de grootste zwendel van de mensheid noemt. Zwendel omdat: “Het buiten kijf staat dat de agrarische revolutie de beschikbare hoeveelheid voedsel voor de mensheid vergrootte, maar al dat extra eten vertaalde zich niet in een beter voedingspatroon of meer vrije tijd. Integendeel het vertaalde zich in bevolkingsexplosies en verwende elites. De gemiddelde boer werkte harder dan de gemiddelde verzamelaar en kreeg daar ook nog eens slechtere voeding voor terug.”

Die revolutie zorgde ervoor dat onze verre voorouders zich gingen vestigen op een vaste plek. Dat zij die plek hun eigendom gingen noemen en er hekken omheen zetten. Hieruit ontstonden steden met muren als omheining om de vijand buiten te houden en de elite binnen de muren aan de macht. Vanuit die ommuurde steden probeerde deze elite de omgeving van de stad te overheersen en andere steden te domineren. Precies die activiteit die ‘het Westen’ eeuwen later op wereldschaal ondernam en alle andere machtige rijken en gebieden in tussenliggende periode.

Als we naar het heden kijken dan zien we nog steeds hetzelfde patroon. De machtigen proberen de minder machtigen te domineren en te overheersen. Ze bepalen de regels zo dat die in hun voordeel zijn. Als we vandaag de dag kijken naar het gebied waar het allemaal begon, het stroomgebied van de Eufraat en de Tigris, dan is dat precies het gebied waar een typisch koloniaal conflict wordt uitgevochten door ‘The Powers that Be’ van tegenwoordig. Als we kijken naar het Chinese Belt and Road initiative of aansluitend bij het verleden ‘de nieuwe zijderoute’ zien we dan niet gewoon een vorm van kolonialisme? Als we kijken naar de het Europese ‘opvang in de regio’ beleid kijkt, zien we dan niet ook gewoon een vorm van ‘kolonialisme’? 

Staan ‘we’ dan werkelijk niet meer achter kolonialisme of zijn ‘we’ er blind voor? Blind omdat ‘kolonialisme inderdaad meer ‘heden’ dan ‘verleden’ is maar dan op een andere manier dan Debeuckelaere bedoelt? Blind omdat ‘we’ door die preoccupatie met het kolonialisme van het verleden, het hedendaagse kolonialisme niet zien? Blind omdat ‘we’ zo in het verleden blijven leven?

Uitgelicht

Wij, ons en de klimaatverandering

“Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn eerste neiging was om meteen weer om te draaien. Ik was nog nooit in een situatie geweest waarin ik tegenover de sterke arm der wet had gestaan – laat staan in een situatie waarin ik moedwillig arrestatie riskeerde.” Dit schrijft cabaretier Tim Fransen in de Volkskrant over zijn deelname aan een actie van Extinction Rebellion. Fransen gebruikt filosofen in zijn voorstellingen. Ook bij de verdediging van zijn daad van burgerlijke ongehoorzaamheid beroept hij zich op een filosoof en niet de minste: Thomas Hobbes.

Bron: Flickr

Fransen: “In een democratische rechtstaat hebben overheid en burgers een sociaal contract met elkaar gesloten. Wij burgers geven de overheid de macht om ons aan wetten te binden. … Als het gaat om klimaatverandering, komt de overheid haar kant van het sociale contract niet na. Dat is niet de mening van een stelletje radicale klimaatgekkies, dat is het officiële oordeel van de rechter. In de Urgenda-zaak oordeelde de rechter in 2015 dat de Nederlandse staat te weinig doet om de klimaatdoelen te halen, een vonnis dat het Haagse hof afgelopen maand nog eens heeft bekrachtigd. De uitspraak is helder: de Nederlandse staat komt zijn grondwettelijke zorgplicht niet na; hij is nalatig in het beschermen van zijn burgers tegen de gevolgen van gevaarlijke klimaatverandering.” Geen speld tussen te krijgen: de overheid komt haar verplichtingen niet na en dus mag de burger zich verzetten. Of toch wel?

Voor degenen die het niet weten, Hobbes is de schrijver van het boek Liviathan. Voor Hobbes is de natuurlijke toestand van de mensheid een gewelddadige strijd van allen tegen allen en is het leven ‘eenzaam, arm, bruut en kort’. Maar gelukkig heeft de mens dat ooit ingezien en heeft hij een contract gesloten met een heerser. Met dat contract gaf de mens zijn vrijheid op in ruil daarvoor verschafte die heerser veiligheid. De theorie van het sociale contract is ontwikkeld in de strijd tussen die vorst en het volk. Nou ja het volk, de beter gesitueerden zoals de hogere adel. Dit zie je ook terug in het Plakkaat van Verlatinghe waarmee de lokale vorsten van de opstandige Provinciën de Spaanse koning afzworen. Hobbes schreef zijn boek in 1651, een tijd van vorsten en almachtige heersers.

Fransen schrijft zijn verdediging in 2019, in de tijd van, in ieder geval in dit deel van de wereld, de democratische rechtsstaat. En met het woord democratisch komen we op een bijzonder punt. Die overheid, die haar verplichtingen niet nakomt, is door de inwoners van Nederland gesanctioneerd. De Tweede Kamerleden zijn gekozen door de Nederlanders om hen te vertegenwoordigen en namens hen het land te besturen. Zo ziet het huidige ‘sociale contract’ om in de termen van Hobbes te blijven, eruit. Wij, de inwoners van dit land, hebben onze vertegenwoordigers gekozen en die besluiten namens en voor ons. Zijn ‘wij’ het die ‘ons’ niet goed beschermen tegen de gevolgen van de klimaatverandering?

Uitgelicht

‘Waar moeten we ze op komen halen?’

  “Terwijl een Turks offensief tegen de Koerden in Syrië in volle gang is, opent president Erdogan een ‘tweede front’ tegen Europa. Hij dreigt ‘de poorten open te zetten’ naar Europa voor de 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije, als de EU haar kritiek op de inval niet inslikt” Zo is te lezen in een artikel van Arnout Brouwers in de Volkskrant. Brouwers doet verslag van  het debat hierover in de Tweede Kamer en de Europese Unie en dat stemt tot treurnis. Dieptepunt, zo vindt de Ballonnendoorprikker, is de reactie van VVD-kamerlid Koopmans: “We moeten voorkomen dat sancties Nederlandse inkomens en banen raken.” Dat het maar duidelijk is, een Nederlandse baan is belangrijker dan het leven van een Koerd.

Bron: Wikipedia

Tja… Nog niet eens zolang geleden stond het gros van de politici te juichen. Het was gelukt om de stroom vluchtelingen naar Europa te stoppen. In ruil voor vele miljarden zou Turkije de Syrische vluchtelingen opvangen. Een ‘prachtige’ deal tussen de Europese Unie en Turkije bereikt onder premier Ruttes voorzitterschap. Een deal die door toenmalig PvdA-leider Diederik Samsom ‘een blauwdruk voor andere routes’ werd genoemd. En inderdaad hangt het Europese migratiebeleid tegenwoordig van deals aan elkaar. Voor wie er een goed beeld van wil krijgen, lees het boek Niemand wil ze hebben van journalist Linda Polman.

“Natuurlijk gebruikt hij Syrische en andere vluchtelingen als machtsmiddel. Natuurlijk chanteert hij de Europese leiders, maar laten die zich niet ook maar al te graag chanteren in de hoop dat hij hun probleem maskeert?” Die vraag stelde ik in de Prikker van 15 april 2016. En nu is het dan zover. Het geld is overgemaakt en de vluchtelingen worden als machtsmiddel gebruikt. ‘Hou je bek, anders laat ik ze los’, schreeuwt Erdogan tegen de Europese Unie en meteen zijn de problemen die met de deal werd gemaskeerd weer zichtbaar. Recent schreef ik: “Als de geschiedenis iets leert dan is het dat de machtigen sollen met de minder machtigen.” Nu is de macht van Erdogan niet zo groot. Zijn macht lijkt groot door die onderlinge Nederlandse en Europese verdeeldheid. Die maakt Erdogan machtig. Ja, Turkije heeft een flink leger. Economisch is het een wankel land en intern is het tot op het bot verdeeld. En zoals zovelen voor hem probeert hij de interne zwakte te verbloemen door een ‘ gezamenlijke vijand’ te benoemen en een oorlog te beginnen.

Beste heren politici van welk pluimage dan ook. Het enige wat u nu moet doen, is de volgende vraag stellen: ‘Waar moeten we ze op komen halen?’ Die vraag maakt Erdogan ineens machteloos. Daarmee geeft u het signaal af dat Europa zich niet laat chanteren. Tevens corrigeert u daarmee de in 2016 gemaakte fout. Die 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen vangen we op en we zorgen ervoor dat ze een nieuw leven kunnen opbouwen. 

Die vraag laat u volgen door de woorden: wij laten ons niet meer chanteren! Die miljarden die u voor deze vluchtelingen kreeg, waren de laatste die u van Europa zult ontvangen. Alle Europese investeringen in uw land worden met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij bevriezen alle tegoeden van Turkije en haar inwoners. Alle handel met uw land wordt met onmiddellijke ingang stopgezet. Wij geven een negatief reisadvies voor Turkije en ontraden onze inwoners om naar uw land op vakantie te gaan. Als laatste achten wij ons richting Turkije niet meer gebonden aan artikel 5 van de NAVO. 

Maar ja, in 2016 hadden onze leiders al zwakke knieën en gezien het gekrakeel en de angst voor een werkloze Nederlander, zal de schreeuwlelijk wel weer zijn zin krijgen. Leiderschap zal ook nu wel weer ver te zoeken zijn. Van principes kun je immers niet eten en dus is een Nederlandse baan belangrijker dan het leven van een Koerd.

Uitgelicht

Vrijheid door regels

“Als we kijken naar de samenstelling van de Nederlandse wet- en regelgeving dan kan men ook niet anders dan concluderen dat minimaal de helft kan worden geschrapt. Een sanering van de Rijksoverheid en haar ambtenarij met ten minste 50% zou een zegen voor het land zijn.” Zo die zit! Moet Teunis Dokter hebben gedacht toen hij deze regels schreef in zijn korte artikeltje bij De Dagelijkse Standaard. Nu is Dokter niet de eerste die roept dat ‘de helft’ van de regels en overheid overbodig zijn. Ronald Reagan riep het ook al. En dan vaak ook gevolgd door woorden gelijk aan die van Dokter dat: “de economie gestimuleerd (wordt) en (…) mensen de vrijheid  zullen krijgen die ze ook verdienen.” Een paar vragen en opmerkingen bij dergelijke oproepen.

Bron: Wikipedia

Als eerste de vraag, welke regels behoren tot die overbodige? Omdat de roep van Dokter al zo oud is en deregulering al jaren overheidsbeleid is, zou ondertussen toch al wel duidelijk moeten zijn welke regels overbodig zijn. Dat die duidelijkheid er naar al die jaren nog niet is, zou dat kunnen betekenen dat er toch veel minder overbodige regels zijn dan Dokter suggereert? Dokter zal best veel regels kunnen aanwijzen die hij overbodig vindt. Zijn betoog lezend, denkt hij vooral aan milieuwetten. Alleen vinden anderen die regels juist belangrijk en dringen ze aan op naleving. Dat is precies wat Urgenda heeft gedaan. Dat is ook wat die, zoals Dokter ze noemt, “schimmige juristenkartels” hebben gedaan met de ‘stikstofregels’. Ze hebben aangedrongen op naleving van wetgeving.

Waarom investeren bedrijven graag in het volgens Dokter, ‘over gereguleerde’ Nederland en Duitsland maar niet in Congo, Liberia of Eritrea? In zijn boek 23 dingen die ze je niet vertellen over het kapitalisme schrijft de Zuid-Koreaanse econoom Ha-Joon Chang hierover: “regulering die de vrijheid van individuele bedrijven beperkt, het collectieve belang van het hele bedrijfsleven kan dienen, om nog maar te zwijgen van de natie als geheel. … Veel regulering helpt gemeenschappelijke hulpbronnen beschermen die alle bedrijven delen, terwijl andere het bedrijfsleven helpen door bedrijven te dwingen dingen te doen die op den duur hun productiviteit verhogen.”

‘En China dan?’ Kun je tegen werpen. Chang: “De Chinese economie werd de afgelopen drie decennia van snelle groei op soortgelijke wijze zwaar gereguleerd. Daarentegen hadden veel ontwikkelingslanden in Latijns-Amerika en Afrika bezuiden de Sahara in deze drie decennia hun economieën gedereguleerd in de hoop dat dit de zakelijke activiteiten zou stimuleren en hun groei zou versnellen. Maar op raadselachtige wijze groeiden zij trager dan in de voorafgaande twee decennia, toen werd aangenomen dat ze belemmerd werden door excessieve regulering.” De ‘soortgelijke wijze’ waar Chang het over heeft, verwijst naar Zuid-Korea, Taiwan en Japan die China voorgingen.

Dan de vrijheid van de individuele mens. Zou het voor een individu niet precies hetzelfde zijn als voor een bedrijf? Zijn de regels die de vrijheid van het individu beperken niet juist bedoeld om het collectieve belang van de hele samenleving te dienen? Verplicht rechts rijden beperkt het individu maar dient het belang van de samenleving en daarmee ook het belang van het individu. Immers als iedereen voor zich zelf bepaalde op welke manier wordt gereden dan stond het verkeer voornamelijk stil. 

Als laatste een vraag? Waarom willen zovelen van elders naar hier komen? Zo graag dat ze het risico op dood door verdrinking en slavernij in Libië voor lief nemen?  Waarom komen ze liever naar hier dan dat ze hun geluk beproeven in Saoedie Arabië of Koeweit? Landen met een hoger bruto nationaal product dan Nederland. Als het om de welvaart zou gaan, dan zouden de deuren van die Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten worden platgelopen door migranten. Of zou dat een gevolg zijn van die ‘ veel te veel’ regels die onze vrijheid ‘belemmeren’?

Natuurlijk moeten wetten en regels iets toevoegen, moeten ze zo eenduidig mogelijk te handhaven zijn. Daar zal iedereen het mee eens zijn. Zou het echter niet kunnen dat regulering hand in hand gaat met vrijheid en (economische) ontwikkeling?

Uitgelicht

Maatschappijleer voor Kamerleden

“Waanzinnig. Miljoenen euro’s voor illegalen in Amsterdam. In plaats van ze vast- of uit te zetten krijgen ze bakken met geld voor feestjes, vlogcursussen en naailessen. Kabinet moet ingrijpen en GroenLinks burgemeester Halsema ontslaan! Snel Kamerdebat!” Een bericht dat fractievoorzitter en enig partijlid van de PVV Geert Wilders de digitale ether in heeft geslingerd zo lees ik bij De Dagelijkse Standaard. Nu kunnen ze in de Amsterdamse ‘grachtengordel’ in het algemeen en bij GroenLinks in het bijzonder en burgemeester Halsema nog meer in het bijzonder, niet veel goeds doen in de ogen van Wilders en dus de PVV. Dit bericht is wel heel bijzonder.

Bron: WikimediaCommons

Het bericht doet mij uitroepen: onstla Wilders! Maar ja, tot wie moet je die boodschap richten? Kamerleden ontslaan gaat niet. Ze kunnen uit hun fractie en zelfs uit hun partij worden gekieperd. Nou ja ze, dat geldt dan weer niet voor Wilders want hij is zoals gezegd de PVV. Waarom een roep om het ontslag van Wilders. Omdat je van kamerleden, en zeker van een Kamerlid als Wilders dat al meer dan twintig jaar in functie is, mag verwachten dat ze bekend zijn met de inrichting van ons staatsbestel. Dat ze weten welk bestuursorgaan bevoegd is en welke volksvertegenwoordiging waarvoor verantwoordelijkheid draagt. Daarom een lesje maatschappijleer voor kamerlid Wilders.

Laten we het korte bericht van Wilders eens onder de loep nemen en bekijken wat de redenen zijn die Wilders aandraagt om burgemeester Halsema de laan uit te sturen. Als eerste ‘de miljoenen’ die Amsterdam vrijmaakt voor de opvang van illegalen. Het budgetrecht, het recht om te bepalen hoeveel geld waarvoor beschikbaar wordt gesteld, ligt bij de gemeenteraad. Daarvan is Halsema de voorzitter maar ze heeft geen stemrecht. Die ‘miljoenen euro’s’ zijn Halsema daarmee niet te verwijten. Dat kan en mag geen reden zijn om een burgemeester te ‘ontslaan’.

“In plaats van ze vast of uit te zetten …,” vervolgt Wilders zijn bericht. Een burgemeester, het college van burgemeester en wethouders noch een gemeenteraad is niet bevoegd om mensen vast te zetten noch om hen het land uit te zetten. De politie mag iemand in bewaring stellen zoals vastzetten in juridische termen heet. De bevoegdheid om iemand het land uit te zetten is toebedeeld aan de Dienst Terugkeer & Vertrek. Deze dienst is een onderdeel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat illegalen niet in bewaring worden gesteld of worden uitgezet kan daarmee geen reden zijn om Halsema te ontslaan. Wil Kamerlid Wilders dat illegalen in bewaring worden gesteld en uitgezet dan moet hij de minister van Veiligheid en Justitie daarop aanspreken. Dat aanspreken is zijn rol en taak als Kamerlid.

Dat er met het geld dat door de gemeenteraad beschikbaar is gesteld “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” worden verzorgd, is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Daarvan is burgemeester Halsema een van de leden. Als die “feestjes, vlogcursussen en naailessen,” reden zijn voor ontslag van een bestuurder, dan zou dat wethouder Groot Wassink moeten zijn. Hij heeft ‘Vluchtelingen en Ongedocumenteerden’ in zijn portefeuille. Daarbij is het niet aan de Tweede Kamer noch aan de regering om een bestuurder van een gemeente daarvoor te ‘ontslaan’. Een gemeentebestuurder dient zich in de gemeenteraad te verantwoorden en het is aan de gemeenteraad om het vertrouwen in een bestuurder op te zeggen, te ‘ontslaan’ om Wilders’ terminologie te gebruiken. Dat mensen die op straat leven, de dak- en thuislozen om de beleidsterm te gebruiken, worden opgevangen is nu juist wel een verantwoordelijkheid van het Amsterdamse gemeentebestuur. Daarbij is het niet relevant wat de ‘wettelijke status’ van de betreffende persoon is.

Een dergelijk gebrek aan elementaire kennis van de bestuurlijke verhoudingen in Nederland bij iemand die al twintig jaar in de Tweede Kamer zit, is schrijnend en in mijn ogen een reden voor ‘ontslag op staande voet’. Maar ja, er is niemand die zittende Kamerleden kan ‘ontslaan’. Zij kunnen alleen door de kiezer worden ‘ontslagen’. Nu kan ik mij niet voorstellen dat Wilders dit niet ook weet en dat maakt het nog schrijnender. 

Uitgelicht

Welvaartsstaat en/of verzorgingsstaat?

“Ik kies, mede op basis van de bijdragen van Lex Hoogduin en Rutger van den Noort, voor het opgeven van de verzorgingsstaat om de welvaartsstaat te herstellen! De terugtredende overheid (die beiden bepleiten) zal de eigen verantwoordelijkheid van de burgers vergroten en hen aanzetten tot méér initiatief, méér keuzes en méér ondernemerschap. Dat zal tot meer welvaart leiden.” Deze conclusie trekt Henk Strating bij Opiniez uit een debat over de verzorgingsstaat. Strating is duidelijk. Hij kiest de welvaartsstaat boven de verzorgingsstaat. Maar wat als er niet gekozen hoeft te worden? Zou het niet én kunnen zijn in plaats van of? 

Een prent ter gelegenheid van het Kinderwetje van Van Houten uit 1874. De eerste maatregelen ter verbetering van de levensomstandigheden van mensen. Bron: Wikipedia.

Laten we eens in de geschiedenis duiken. Als we dat doen dan zien we vooral schrijnende armoede en ellende aan de ene kant en flinke rijkdom aan de andere kant. Die ene, arme kant omvatte het overgrote deel van de mensheid. Die rijke kant bestond uit enkele families. Daartussen een klein clubje mensen die het redelijk had. Veel van die armen werkten. Als ze geen werk hadden of niet konden werken, dan waren ze afhankelijk van de goedertierenheid van vooral de kerken. Je succes of falen hing vooral af van de plek en de situatie waarin je werd geboren. Was je van adel dan was je kostje gekocht. Waren je ouders keuterboer, dan was dat je lot. Hoe hard je ook werkte, hoe goed je ook je best deed en hoe je je ‘eigen verantwoordelijkheid’ invulde, wat je ook ondernam, het deed er zeer weinig tot niets toe. Je lot lag al bij je geboorte vast. Geen welvaartsstaat en zeker geen verzorgingsstaat.

Met de industriële revolutie gingen we een nieuw tijdperk in. Werken op het land werd werken in de fabriek. Wat er slechts marginaal tot bijna niet veranderde, was de invloed van je geboorteplek en situatie. Als zoon van een arbeider werd je arbeider. Tenminste, als er werk was. Was dat er niet, dan was je afhankelijk van de nog steeds vooral kerkelijke armenzorg. Had je het geluk dat je ouders ondernemer waren, dan had je wat meer keus. Voor sommigen een tijd van grote welvaart, voor de meesten was het sappelen tot schrale armoede. Zeker geen welvaartsstaat en al helemaal geen verzorgingsstaat.

Aan het einde van de negentiende eeuw begon er wat te veranderen. De staat begon zich de ellende aan te trekken en vaardigde wetten uit om de ergste uitwassen te voorkomen. Zo werd kinderarbeid verboden en werd de arbeidstijd begrensd. Het begin van wat uitgroeide tot de verzorgingsstaat. Een begin dat een vervolg kreeg met bijvoorbeeld de sociale woningbouw. Dit om de leefomstandigheden te verbeteren. Wetgeving om te voorkomen dat ouderen, die niet meer konden werken, afhankelijk werden van hun familie of de kerk voor hun eten. Wetten om armoede bij ziekte of ongeval te voorkomen. Wetgeving ter verzekering van inkomen bij arbeidsverlies. 

Dit werd wat we achteraf de verzorgingsstaat zijn gaan noemen. Een ontwikkeling die niet is ingezet om, zoals Strating schrijft: “dat de overheid voor de burgers moet zorgen en hun risico’s zo veel mogelijk moet afwenden.” Nee, wet- en regelgeving en maatregelen om schrijnende armoede en ziekte en sterfte als gevolg van armoede te bestrijden. Maatregelen om mensen een wat menswaardiger bestaan te bezorgen. En wat schetste de verbazing? Het menswaardigere bestaan zorgde ervoor dat de zoon van de arbeider de kans kreeg om meer te worden dan een arbeider. En dat gebeurde dan ook. Verzekerd van een basis namen steeds meer mensen initiatief, ze kozen, ze ondernamen en dat leidde tot een toename van de welvaart. Met het invoeren van die maatregelen, die verzorgingsstaat, nam de welvaart van iedereen toe. De verzorgingsstaat en de welvaartsstaat gingen hand in hand.

Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt er gemorreld aan die verzorgingsstaat. De voorzieningen worden kariger of verdwijnen. Allemaal met als ideologisch sausje dat die regelingen betuttelend zijn en dat mensen pas initiatief nemen als ze er zelf voor staan. Dit geheel volgens Stratings manier van denken. Wat we sinds die tijd zien is dat de welvaart stagneert. Dat er steeds meer mensen in armoede leven. En er is niets zo dodelijk voor eigen initiatief als armoede. 

Natuurlijk is het goed om te kijken of alle regelingen nog wel bij de tijd passen. Natuurlijk moeten we kijken en zoeken naar alternatieve manieren die beter bij het huidige tijdsgewricht passen. Een basisinkomen kan dan een interessante optie zijn. Maar als de geschiedenis ons iets leert dan is dat dan niet dat het én is in plaats van of? Dat welvaartsstaat en verzorgingsstaat hand in hand gaan?

Uitgelicht

Wachten op marsmannetjes

“Waarom worden in deze verbonden wereld nationaliteiten en grenzen heilig verklaard? De realiteit is dat dit mensenmaaksels zijn. Grenzen zitten tussen onze oren. Dat is een natuurwet.” De laatste zinnen van een column van Kiza Magendane bij de kanttekening. Een waarheid als een koe.

Als je ik over de Venlose Groote Heide loop in de richting van de Krickenbecker See dan zijn de enige zaken die duiden op een landsgrens van menselijke makelij. Voor een ree dat er toevallig rondloopt hebben die zaken in het geheel geen betekenis. Dat wandelt vrolijk door naar het gras aan de andere kant. Om het Klein Orkest aan te halen: “Alleen de volgels vliegen van West- naar Oost-Berlijn, worden niet teruggefloten ook niet neergeschoten.”

Die grens heeft alleen voor mensen betekenis, het is, zoals Magendane terecht opmerkt, een ‘mensenmaaksel’. Het is iets wat alleen voor mensen betekenis heeft en dan ook nog alleen voor mensen die ervan op de hoogte zijn. Ben je er niet van op de hoogte dan verandert er niets tijdens de wandeling, behalve dan het uitzicht.

Dat het ‘mensenmaaksels’ zijn en ‘tussen onze oren’ zitten, maakt ze voor mensen echter niet minder reëel. De kracht van de mens is nu juist zijn fantasie. Zijn mogelijkheid om een ‘verhaal’ te vertellen waarin soortgenoten gaan geloven en dat zo voor hen realiteit wordt. Die verhalen, die ’mensenmaaksels’ maken dat wij Homo Sapiens de wereld hebben kunnen domineren. Ze maken het mogelijk om in hele grote groepen van zelfs miljoenen mensen samen te werken. Die verhalen zorgen voor een gemeenschappelijke basis. Zonder die verhalen, die mensen binden en inspireren, hadden we waarschijnlijk nog in de ‘bomen gehangen’. Want echt een relatie opbouwen kan een mens maar met een beperkt aantal soortgenoten. 

Maar zoals alle menselijke uitvindingen, heeft ook het verhaal naast positieve, ook negatieve kanten. Verhalen kunnen binden, maar ook uitsluiten. Zo ook met verhalen over grenzen. Die verhalen kunnen mensen binnen die grenzen binden. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat veel inwoners van Wales afgelopen zondag met een brede lach op hun gezicht liepen. Hun nationale trots, hun rugby-team, won immers de belangrijke wedstrijd op het Wereldkampioenschap tegen Australië. Voor mij als neutrale toeschouwer een bijzonder spannende en afwisselde wedstrijd (klik op deze link voor een samenvatting). Die verhalen kunnen ook mensen aan verschillende kanten van de grens tegen elkaar opzetten. Neem Trump die Mexicanen criminelen noemde. Of nog erger de nazis’s die bijvoorbeeld joden en Oost-Europeanen als ‘untermensch’ in verschillende gradaties zagen.

Om de ‘waarom-vraag’ van Magendane waarmee ik begon te beantwoorden: omdat er geen gezamenlijk verhaal is wat krachtig genoeg is om alle mensen te binden. Een gezamenlijke vijand zou de meest krachtige katalysator kunnen zijn voor zo’n gezamenlijk verhaal. De klimaatverandering is daarvoor, hoe urgent ook, niet urgent genoeg. Bovendien is er discussie over oorzaak, schuld en wat te doen. Nee een vijand zoals marsmannetjes’ of ander vijandig buitenaards gespuis zoals in films als War of the Worlds of Independence Day.