Baudet, Beethoven en barbaren

“Ik lees al jaren geen kranten meer. De televisie heb ik twaalf jaar geleden de deur uitgedaan. Netflix: ik kijk dat allemaal nooit. Ik leef als een 19de-eeuwer. Als ik wat zie ben ik ’s nachts onrustig, bangig. Reclames ook: ik vind het allemaal zo indringend.” Een uitspraak van Thierry Baudet in een interview met de Volkskrant. Of we waarde aan deze uitspraak moeten hechten? Iets verder in het interview legt hij uit waarom hij Facebook en Twitter gebruikt: “Het is nodig omdat de gewone media zo slecht zijn, omdat er zo’n gekleurde berichtgeving is, omdat je niet meer door die politieke correctheid heen kan breken.” Je zou de vraag kunnen stellen hoe Baudet weet dat die media zo slechts zijn als hij ze al tien jaar niet meer raadpleegt en er alles aan doet om erin te verschijnen? Daar gaat het mij niet om. Het gaat mij om zijn kijk op de samenleving.

Baricco

“Wat wij onze kinderen toch aandoen, door ze die afgrijselijke populaire popcultuur maar op te leggen. In plaats dat wij Shakespeare en Puccini onderwijzen, wordt het gestimuleerd dat ze staan te schuren op schoolfeesten met Lil’ Kleine of hoe dat ook heet.” Vroeger was het allemaal beter, zo lijkt Baudet te zeggen. “Elegantie, puurheid en maat, die de basisprincipes van onze kunst vormden, maken geleidelijk plaats voor een nieuwe, frivole en pompeuze stijl die wordt gehanteerd door de oppervlakkige talenten van onze tijd. Hersenen die door opvoeding en gewoonte, nergens anders aan kunnen denken dan aan kleren, mode, roddels, romans lezen en morele losbandigheid zijn nauwelijks in staat te genieten van ingewikkeldere, minder koortsachtige geneugten van de wetenschap en de kunst.” Aldus een negentiende eeuwse kunstcriticus die Alessandro Baricco in zijn zeer lezenswaardig boek De barbaren citeert. Baudet zou het hem zo na kunnen zeggen. De Criticus gaat verder: “Beethoven schrijft voor dié hersenen, en daarin schijnt hij tamelijk succesvol te zijn, als ik de lofuitingen moet geloven die ik overal hoor opkomen voor dit laatste werk van hem.” Beethoven als de Lil’ Kleine van begin negentiende eeuw. Voor de negentiende eeuwse criticus was het vroeger ook allemaal beter.

Als we de lijn van Baudet en de criticus volgen, dan moet er ooit heel vroeger een tijd zijn geweest, dat alles perfect was. Zij sluiten aan bij een lange traditie die de geschiedenis als achteruitgang ziet. Een traditie die teruggaat tot de Griekse schrijver Hesiodos die dit verval, voor zover bekend, als eerste onder woorden bracht met zijn gouden, zilveren, bronzen en ijzeren geslachten.

Baudet zou het boek van Baricco eens moeten lezen. Hij ziet net als Baricco ‘barbaren’ die de hem geliefde en bekende wereld bedreigen. Baricco ziet ‘barbaren’ in de boekenwereld, in de wijnindustrie en het voetbal waarover ik al eerder schreef. In het laatste hoofdstuk blikt Baricco vanuit 2026 terug op de tijd dat hij het boek schreef en spreekt waarderend over die ‘barbaren: “Van die barbaren ontvangen we een lay-out van de wereld die is aangepast aan de ogen die we hebben, een mentaal ontwerp dat geschikt is voor onze hersenen, en een hoopvol plot dat is opgewassen tegen ons hart, bij wijze van spreken.” Geen achteruitgang, ook geen vooruitgang trouwens, maar aanpassen aan nieuwe opstandigheden.

Een gedachte over “Baudet, Beethoven en barbaren

  1. Pingback: Klein pikje – Ballonnendoorprikker

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s