Think different

In zijn boek Over Vrijheid behandelt de Engelse filosoof John Stuart Mill de relatie tussen het individu en de publieke opinie. Mill: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” En als we de geschiedenis bezien, dan staan dwarsdenkers inderdaad steeds aan de basis van vernieuwing en ontwikkeling. Daarom hebben democratische machthebbers, volgen Mill, de plicht om in tijden dat de druk van de publieke opinie groot is naar dit individu te luisteren: “Juist in deze omstandigheden moeten uitzonderlijke personen niet afgeschrikt, maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.*”

Think DifferentIllustratie: gazoz5.deviantart.com

Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel in Elsevier. Een artikel waarin de krant bericht over een interview van de NRC met Frits Bolkestein. In dat interview pleit Bolkestein voor het afsluiten van de buitengrens van de Europese Unie. Volgens Bolkestein kan de EU het aantal vluchtelingen niet aan en zal het tot integratieproblemen leiden.

Het gaat mij niet om de grenzen sluiten of de eventuele (on)mogelijkheid van integratie. Ook daar is een en ander over te zeggen. Het gaat om de volgende zin: “Er is allerwegen op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.”

Bolkestein spreekt blijkbaar namens een groep die allemaal hetzelfde wil. Wie zijn die ‘wij’ waar Bolkestein het over heeft? Zijn dat alle Nederlanders of slechts een deel ervan? Behoor ik ook bij die ‘wij’? Mij is niets gevraagd en hoe kan Bolkestein dan weten wat ik wil? Vraag ik om hekken om Europa? Daar was ik me niet van bewust. Hoe groot is die ‘wij’? Dat lijkt me wel belangrijk om te weten.

En vooral waarom vragen ‘wij’ dat? Welke redenering en welke argumenten gebruiken ‘wij’? En welke alternatieven zijn mogelijk? Zouden dat niet de vragen zijn die een politicus en landsbestuurder zou moeten stellen, alvorens tot actie over te gaan? En kan dat er niet toe leiden dat bestuurders wel eens anders moeten handelen dan ‘wij’ vragen? Is het dan niet de taak van de leider om dat besluit uit te leggen ook als dat tot veel onbegrip leidt? Is dat niet wat wij van leiders vragen?

Computerfabrikant Apple had het in 1997 goed gezien: Think different

* Zie John Stuart Mill, Over Vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115

Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Denken en gevolgen

In een klein boekje Leidraad voor het Verstand geeft de filosoof John Lock handvatten voor helder en logisch denken. In dit boekje komen ook hinderpalen bij het helder en logisch denken aan bod. Aan dit boekje moest ik denken toen ik in de Volkskrant het interview met VVD-kamerlid Malik Azmani las.

Azmani is de man achter het VVD vluchtelingenbeleid waarin opvang in de regio centraal staat. Een beleid waarvan het belangrijkste begrip, de regio, niet is gedefinieerd. Is het beleid daarmee niet op drijfzand gebaseerd? Is dit niet een voorbeeld van een redenering die is gebaseerd op een ondeugdelijk principe?

Helder redenerenIllustratie: carful.wordpress.com

Azmani constateert dat succesvol integreren of inburgeren soms lastig is: “Het heeft te maken met: onbekend maakt onbemind. Het is een menselijk automatisme om elkaar leuk te vinden op basis van wat overeenkomt. Zoals wij hier samen thee zitten te drinken, vinden we elkaar leuk. Integratie is ook: hoe communiceer je met elkaar?”  Contact en tweerichtingsverkeer lijken voor Azmani daarmee vereist. Maar op de vraag of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de integratie, antwoordt hij vervolgens: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.”  Geen antwoord op de vraag, maar wel iets waar een NEE in doorschemert terwijl je een duidelijk JA zou verwachten op basis van de eerdere uitspraak. Hoe logisch en helder denkt Azmani? Of zegt Azmani de logica vaarwel omdat het niet in het wereldbeeld van zijn partij past of niet aansluit bij de algemene opinie?

Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

Jammer dat deze vragen, die de stevigheid van Azmani’s denkwerk onderzoeken, niet werden gesteld. Want denken leidt tot keuzes en keuzes hebben gevolgen. En wat zouden de antwoorden betekenen voor de keuzes?

“Koppigheid komt niet voort uit aanhankelijkheid aan de waarheid, doch uit onderwerping aan vooroordelen,” aldus Lock. Zou Azmani hieraan lijden?

Stem ballonnendoorprikker!

“Ongekozen CDA-asielmeneer het beste bewijs voor de noodzaak van snelle invoering van de gekozen burgemeester.” Een tweet van Geert Wilders en een zin aan het einde van een artikeltje in de Volkskrant. Aanleiding voor de uiting van Wilders is de boodschap die de burgemeester van Katwijk, Jos Wienen, zendt. Die boodschap luidt dat uitspraken van politici effect hebben op mensen en dat politici zich hiervan bewust moeten zijn.

stemmenIllustratie: slimbeleggen.net

Het gaat nu even niet om de boodschap van de burgemeester, nog nut en noodzaak van gekozen burgemeesters. Het gaat erom dat een ‘ongekozen’ iemand een uitspraak doet en van Wilders een veeg uit de pan krijgt omdat hij ongekozen is.

Sinds wanneer is het recht om uitspraken te doen alleen voorbehouden aan gekozen functionarissen? Hoe zit het dan met de rolverdeling? Mogen raadsleden alleen een mening hebben over zaken die hun gemeente raken en niet over provinciale of landelijke zaken? Daar zijn ze immers niet voor gekozen. Betekent dat ook dat Wilders zijn mond moet houden over Europa omdat hij ‘alleen maar’ een nationaal gekozene is?

Ik was altijd van mening dat de vrijheid om een mening te uiten aan iedereen toebehoorde? Is dat nu niet meer het geval? Als dat zo is dan kunnen alle kranten, media en ‘meningenmensen’ en ook de ballonnendoorprikker wel opdoeken. Ze zijn niet gekozen en mogen hun mening dus niet uiten. Jammer, ben ik net begonnen moet ik al weer ophouden.

Gaat het in een gesprek, discussie of debat niet om de inhoud van wat iemand zegt en zijn kennis en kunde van het onderwerp? Gaat het niet om de inhoud? Of zou het kunnen zijn dat de ontvanger van de boodschap nattigheid voelt en om die te verdoezelen de boodschapper op de korrel neemt? Als de boodschap je niet bevalt dan schiet je gewoon de boodschapper neer. Is dit niet een bijzonder zwakke en laffe manier van gespreks- discussie- of debatvoering? Is dergelijk gedrag niet een parlementslid onwaardig?

En als het toch zo is dat alleen gekozenen een mening mogen hebben, dan bij deze een oproep aan jullie, mijn lezers. Voor een frisse mening: STEM op de BALLONNENDOORPRIKKER!

Who has a dream?

“Ik vroeg me onmiddellijk af wie of wat de bondskanselier het recht gaf om met zoveel aplomb het Duitsland van het jaar 2040 neer te zetten?” Dit schrijft Sylvain Ephimenco in Trouw in een column waarin hij ingaat op de toespraak die Bondskanselier Merkel hield op het CDU-partijcongres. De toespraak van Merkel deed hem denken aan de ‘I have a dream’-toespraak van Martin Luther King met dit verschil dat de King droomde van een toekomst en Merkel het, in de ogen van Ephimenco, als een vaststaand feit neerzette.

ML KingFoto: www.paradiso.nl

Nu lijkt het me lastig om de samenleving van over 25 jaar als een vaststaand feit neer te zetten. Dus ook Merkel zal een droom of visioen hebben geschetst. Als het een droom is dan roept Merkels droom vragen op.

Is Duitsland nu dan nog geen nieuwsgierig, tolerant en spannend land? Heeft het nu nog geen sterke identiteit met gelijkwaardigheid van man en vrouw, met afkeuring van antisemitisme, racisme en discriminatie van homoseksuelen? Is dat nu nog geen werkelijkheid want Merkel schetst het pas over 25 jaar? Schetste Merkel wel een toekomstbeeld? Of bedoeld Merkel dat Duitsland dan nog steeds zo’n land is? Inderdaad zijn er nu vele gebeurtenissen die hiermee vloeken, maar betekent dit dat het land nog niet zo is? Of is het de droom van Merkel dat die gebeurtenissen er in 2040 niet meer zijn? Met andere woorden is de toekomstvisie van Merkel niet conservatief namelijk de voortzetting van het heden?

En als antwoord op de vraag van Ephimenco een wedervraag: waarom zou de bondskanselier dat recht niet hebben? En als vervolg erop. Wie heeft dan het recht om het recht te geven het wel te doen? Heeft niet iedereen het recht om zijn eigen toekomst te dromen?

Sterker nog. Missen we juist niet de dromen in de politiek? Dromen die mensen kunnen inspireren en tot actie aanzetten om de droom te verwezenlijken? Zouden dergelijke dromen niet een alternatief kunnen bieden tegen het jihadisme, zoals ik me in Waar vóór al afvroeg? Zouden degelijke dromen de betrouwbaarheid van de politiek niet ten goede komen, zoals ik me in La politique est comme l’oiseau de Twitter afvroeg? Is het niet juist een kenmerk van een echte leider dat hij of zij, zoals Martin Luther King dat kon, een positief toekomstbeeld schetst dat mensen verbindt, zoals ik me in I have a dream afvroeg? Zou Ephimenco zich niet moeten afvragen wat de toekomstdroom van die andere politieke leiders is?

La politique est comme l’oiseau de Twitter

In de Volkskrant schrijft student entrepreneurship Lex Cornelissen over onze representatieve democratie. “Het huidige politieke stelsel creëert echter politiek wantrouwen dat funest is voor de gezondheid van onze democratie. Beperkte referenda zijn een veilige manier om daar iets aan te doen,” aldus Cornelissen en hij is niet de enige die met dit soort analyse komt. Verouderd omdat eens in de vier jaar stemmen wel erg weinig is, politieke partijen hun aantrekkingskracht verliezen en de kloof tussen vertegenwoordigers en vertegenwoordigden maar blijft groeien. Een stelsel dat verrijkt zou moeten worden met referenda.

StromaeIllustratie: www.a113animation.com

In Kloof en Tautologie met gevolgen heb ik al vragen gesteld bij het dichten van de kloof tussen volksvertegenwoordigers en de vertegenwoordigden. In Kater stond de vraag centraal hoe we voorkomen dat besturen per het feest van het referendum uitdraait op een maatschappelijke kater. Nu nog meer vragen.

“Pap ik wil later een carrière bij de  georganiseerde misdaad,” zo viel te horen in een sketch van Komt een man bij de doktor. Waarop de vader vroeg:”Wil je dan bij een bank werken of in de politiek? Humor maar met een kern van waarheid omdat er wordt gerefereerd aan de veronderstelde onbetrouwbaarheid  van politici en bestuurders.

Politiek is verworden tot het verkopen van wasmiddel. Het is een reclamespot geworden waarbij het kleine beetje eventuele inhoud naar de achtergrond is verdwenen. Dus lijkt Cornelissen gelijk te hebben. Lijkt, want is dat gebrek aan vertrouwen wel het gevolg van het politieke systeem, van onze representatieve parlementaire democratie? We hebben het systeem al sinds de invoering van het algemeen kiesrecht in 1917. Als het aan het systeem zou liggen, had dat wantrouwen dan niet eerder naar boven moeten komen?

Zou het wantrouwen niet een gevolg zijn van het verdwijnen van de grote verhalen waardoor politiek is verworden tot een onsje economische groei? Zijn de werkelijke beginselen als leidraad voor het handelen niet verdreven door de verkiezingsprogramma’s en vooral  hun doorrekening door het CPB? Zou een structuuraanpassing dit cultuurprobleem oplossen?

Zou het verschil in snelheid tussen de media en de bedachtzaamheid die goede politieke besluiten vragen niet het echte probleem zijn? Vraagt politiek niet meer tijd dan een halve minuut of 140 tekens? Vloekt de parlementaire democratie niet met de Twittercratie?

 

Voor de liefhebbers Carmen van Stromae

It takes two to tango

In 2014 deed Motivaction een onderzoek naar de gevoeligheid van jongeren voor religieus geweld veel stof opwaaien, omdat er werd geconcludeerd dat er onder met name Turkse jongeren veel sympathie voor IS leek te bestaan. Op het Motivaction-onderzoek bleek onderzoekstechnisch van alles aan te merken en daarom heeft het SCP een onderzoek gedaan met als titel Een wereld van verschil. Dit onderzoek laat zien dat een veel kleiner deel van de jongeren begrip zegt te hebben voor religieus geweld.

AAN53JFoto: xn--apart-fsa.com

“We moeten ons richten op die kleine groep mensen die Isis en religieus geweld goedkeuren, maar we hoeven en we mogen niet hele groepen mensen wantrouwen.” Dit zegt minister Asscher in reactie op de uitkomsten van het SCP-onderzoek.

Richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel? Natuurlijk! Zal de eerste reactie van velen zijn. We moeten voorkomen dat deze jongeren naar Syrië gaan en jihadist worden. Dus dat rechtvaardigt dat we ons daarop richten.

Zou het doel niet die grote andere groep moeten zijn? De groep die juist geen begrip heeft voor religieus geweld? Het SCP constateert dat de helft van de Nederlanders met Turkse of Marokkaanse wortels zich geen volwaardig burger voelt, zoals de Volkskrant het samenvat. Zouden de pijlen niet juist op dit probleem gericht moeten worden? Een probleem van niet alleen deze groep, maar ook van de ‘autochtone’ Nederlanders? Volwaardig lid worden van een groep vraagt immers ook inspanningen van degenen die tot de groep behoren omdat integratie tweerichtingsverkeer is. Immers ‘it takes two to tango’. Hieraan heb ik in Inburgeren al aandacht besteed.

Zouden die pijlen niet moeten bestaan uit een aanpak die uitgaat van de kracht van onze open democratische samenleving, waaraan ik in Vrijheid, democratie en verbieden en Vrijheid vieren aandacht schonk? Een aanpak die een sterk alternatief biedt tegenover de aantrekkingskracht van het jihadisme waar ik in Waar vóór naar zocht? Zou dat geen succesvollere aanpak kunnen zijn? Zou dat helpen bij de tango? Toch nog eens de vraag: richt Asscher zijn pijlen wel op het goede doel?

Op de man

Als je tegenstander bij het voetballen je steeds te vlug en slim af is, wat rest je dan? Geef hem een flinke beuk, speel op de man. Ook in een debat of discussie is op de man spelen en niet ingaan op de inhoud of de argumenten van de tegenstrever, een veel voorkomende tactiek. In realisten schreef ik er ook al over. Zeg van jezelf dat je realistisch, praktisch of pragmatisch bent en je tegenstrevers zijn direct gedegradeerd tot idealistische dromers en daar hoef je niet naar te luisteren.

op de man
Generated by IJG JPEG Library

Foto: www.alletop10lijstjes.nl

In het Commentaar van de Volkskrant van zaterdag 5 december 2015 geeft Arnout Brouwers een prachtig voorbeeld van het op de man spelen als hij schrijft: “Veel van de weerzin tegen beperkt ingrijpen tegen IS in Syrië stoelt op intellectuele luiheid en moralistisch gepreek waar niemand iets voor koopt – en zeker de duizenden slachtoffers van IS in Syrië niet.” In deze zin beschuldigt hij tegenstanders van ‘bommen op Raqqa’ in één zin van niet willen nadenken (intellectuele luiheid), mooie verhalen ophangen maar geen vuile handen willen maken (moralistisch gepreek) en als laatste van medeplichtigheid aan de dood van Syriërs. Dat moeten toch wel heel erge mensen zijn, die tegenstanders van het gooien van bommen op Syrië. Maar.

Wie is er intellectueel lui? Zijn dat werkelijk de tegenstanders van bombarderen? Of is dat Brouwers die de beschuldiging uit en zichzelf daarmee een vrijbrief geeft om niet in te hoeven gaan op de redeneringen en argumenten van zijn tegenstrevers in het debat? Wie gaat het debat en de discussie uit de weg?

Wie preekt er? Zijn dat de tegenstanders van bombardementen omdat zij niet zien hoe dat tot een duurzame oplossing moet leiden? Duurzaam in Syrië maar ook hier? Of is dat Brouwers die het niet kunnen zien van een einddoel alleen maar als een praktisch bezwaar ziet? Lijkt Brouwers hiermee niet op Alice die aan de Cheshire kat om de weg vraagt? En als de kat vraagt waar de reis heen moet gaan, antwoordt: ‘dat weet ik niet, ergens’. Waarop de kat zegt dat het dan ook niets uitmaakt welke weg je neemt als je maar lang genoeg loopt.

Niet bombarderen betekent niet dat er geen doden vallen. Vallen er met bombarderen niet met zekerheid doden? Als je als tegenstander van bombardementen al medeplichtig bent, wat ben je dan als je bombardeert?

Vrijheid, democratie en verbieden

”Salafisme met verbod bestrijden” De kop van een artikel op de voorpagina van Dagblad de Limburger van zaterdag 28 november 2015. In dit artikel wordt aandacht besteed aan een motie van de Kamerleden Marcouch (PvdA) en Tellegen (VVD),  waarin de minister van Veiligheid en Justitie wordt verzocht: “onderzoek te (laten) doen naar de mogelijkheid om salafistische organisaties vanwege strijd met de openbare orde te laten verbieden.”  Omdat zij constateren dat: “ het salafisme in Nederland isolationistisch van karakter is gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie en daarmee een kweekvijver vormt voor radicalisering en gewelddadig jihadisme.” Krachtige taal en dat gaat er wel in, zo kort na aanslagen gepleegd door mensen die zich op een van de salafistische stromingen beroepen. Populair of niet, is verbieden de juiste weg?

vrijheidIllustratie: www.amnesty.nl

Hoe verhoudt zich het verbieden van een manier van denken en naar de wereld kijken met de vrijheid van meningsuiting? Of met de vrijheid van godsdienst? Of het verbieden van organisaties met de vrijheid van vereniging en vergadering? Vrijheden waarvoor in het verleden hard is gevochten. Vrijheden die tot de kernwaarden van onze samenleving behoren. Zijn deze vrijheden niet de waarden die we moeten verdedigen en niet het ‘recht om op een terras te zitten’?

Hoe verhoudt het verdedigen van deze rechten zich met het verbieden van een religieuze stroming? Of een politieke ideologie, ook al is het een kwaadaardige? Hebben stromingen die isolationistisch van karakter zijn geen recht op bescherming? En van de andere kant, moeten dan ook niet enkele streng gereformeerde stromingen verboden worden? Stromingen waarbij de vrouw het ‘aanrecht’ heeft? Hoe democratisch is het om stromingen die de democratie afwijzen, te verbieden? Zou niet ook de extreem-rechtse ideologie waarnaar Marcouch ter vergelijking wijst, ook ruimte moeten krijgen?

Is het niet veel verstandiger en beter voor de openbare orde om iedereen de ruimte te bieden om te denken wat hij wil en zijn leven zo in te richten als hij wil, als het maar binnen de wet is? En ligt de grens niet precies daar: bij de wet? Is het niet juist de kracht van onze democratie en de waarden, (vrijheid van meningsuiting, godsdienst en vereniging en vergadering) waarop deze is gebaseerd, dat deze meningen en ideologieën in een open debat worden besproken? Begrijpen de Kamerleden het concept democratie wel?

Leef vanuit je verbeelding

“Christopher Columbus, ontdekkingsreiziger of massamoordenaar?” De kop boven een artikel op de opiniesite Joop. En: “Er klinkt zelfs de roep om een standbeeld voor Nathuram Godse, de man die op 30 januari 1948 Mahatma Gandhi doodschoot,” uit een artikel van de Correspondent over hindoenationalisme. Twee heel verschillende onderwerpen uit verschillende landen, met toch overeenkomsten. Welke?

verbeeldingIllustratie: www.ontwikkelzin.nl

De hindoesnationalisten willen een andere ‘officiele’ geschiedenis van India. Een geschiedenis waarin zij de hoofdrol spelen.  Hetzelfde kan gezegd worden met betrekking tot Columbus. De geschiedenis moet worden veranderd in de richting die past in een bepaald straatje.

Is het passend om het verleden en personen uit het verleden te beoordelen met de normen en waarden van het heden? Neem Columbus, de man zal beslist zijn goede en slechte kanten hebben gehad. Er zullen tijdens zijn expedities best doden zijn gevallen. Maar dat was vroeger redelijk gewoon. Niet alleen in Europa, maar overal ter wereld was het een stuk gewelddadiger dan nu. Daar maalde men toen niet om. Niet in Spanje, maar ook niet op de Noord Amerikaanse vlaktes. Dat was de wereld waarin Columbus moest overleven. Moeten we personen en gebeurtenissen uit het verleden niet in hun tijd zien en beoordelen?

Wordt Columbus niet gebruikt om in een huidige discussie mensen een schuldcomplex aan te praten en monddood te maken? En geldt dit ook niet voor de hindoenationalisten die via een ‘nieuwe’ geschiedenis aan willen tonen dat zij de echte rechtmatige Indiërs zijn?  Willen deze partijen het verleden veranderen en zo nu hun ‘almacht’ vestigen? Willen ze, om dat te bereiken, aantonen dat zij altijd al ‘gelijk’ hadden? Dat zij altijd al de ‘goeden’ waren? De goeden die door de anderen slecht werden behandeld? Of sterker, dat de anderen de slechten waren en zijn, en zich moeten verexcuseren voor een verre voorvader? Of erger nog, aangepakt mogen worden? Zou het niet gevaarlijk kunnen zijn om de geschiedenis zo te gebruiken?

Een goed advies van zelfhulpgoeroe Stephen Covey voor al deze geschiedveranderaars: “Leef vanuit je verbeelding, niet vanuit je geschiedenis.”