Cameraterrorisme

“Zaterdag werd bekend dat D66-wethouder (inmiddels oud-) Vincent van den Bosch (Steenbergen) opstapt. Hij zou zijn functie neerleggen na een confrontatie met videoblogger Vladimir Hornicek, die hij nogal asociaal heeft behandeld. Tegen Omroep Brabant zegt hij zondag echter dat er een andere reden is voor zijn vertrek, namelijk bedreigingen aan zijn adres.” Zo valt te lezen op de opiniesite Joop. Ook valt er te lezen, dat vertegenwoordigers van andere partijen vonden dat de wethouder moest opstappen, omdat dit niet de eerste keer was dat hij in opspraak was geraakt. Op de site tevens de beelden van de ‘confrontatie’ tussen de blogger en de wethouder.

cameraterrorisme

Foto: mediamatic.net

Wat de werkelijke reden van het opstappen van de wethouders is? Niemand weet het, behalve hijzelf, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Je ziet het steeds vaker, mensen filmen andere mensen en ‘publiceren’ de beelden. Loop met een camera achter iemand aan en stel wat onnozele vragen, roep wat en kijk hoe de ander reageert. Of bel aan bij de persoon, dring je op en wacht of je een klap krijgt, de deur in je gezicht of kunt beginnen met het kleineren van de persoon door middel van onnozele vragen.

Een activiteit waarmee GeenStijl en ook PowNed groot zijn geworden. We lijken allemaal te accepteren dat ‘gezagsdragers’ maar ook andere ‘bekende en minder bekende’ Nederlanders’ zich dit laten welgevallen en accepteren. Sterker nog, we kunnen er allemaal de dupe van worden.

Is dit soort ‘journalistiek’ wel acceptabel? En sterker nog, is er wel sprake van journalistiek? Is iedereen met een camera in de hand een journalist? Hoe zit het met de privacy van de ‘gefilmde’? heeft de gefilmde wel rechten? De filmer heeft ‘de macht’ hij filmt en bepaalt welke beelden er te zien zijn en welke niet. In dit geval meldt Joop dat de videoblogger asociaal werd behandeld door de wethouder. Wie wordt er bij gebruik van deze methodes eigenlijk asociaal behandeld? Is dat niet de gefilmde die ter meerdere eer en glorie van de filmer mag figureren in de egotripperij van de filmer? Is er verschil tussen stalken en deze vorm van ‘journalistiek’? Zo ja, wat is dan dat verschil?

Of is er sprake van een bijzondere vorm van terrorisme? Een vorm waarbij met behulp van een camera een aanslag wordt gepleegd op iemands persoonlijke leven, een soort ‘cameraterrorisme?

The Meaning of Life

Gisteren schreef ik Les Banlieues en het denken van Loïc Wacquant. Dit in een zoektocht naar verklaringen. Vandaag een andere denker.

Absolute vrijheid leidt niet tot vrijheid voor iedereen, maar tot chaos en onvrijheid voor het grootste deel van de mensen. Absolute vrijheid leidt absoluut tot anarchie en volgens de Spaanse denker  José Ortega y Gasset kan het ook tot stilstand leiden. Ortega y Gasset schreef in de jaren 1929 en 1930 een aantal essays voor de Spaanse krant El Sol. Deze artikelen zijn gebundeld in een boek met als titel De opstand van de massamens. Hij zag wat de positieve en negatieve kanten van die vooruitgang met zich meebracht en die beschrijving is nog verrassend actueel. Wellicht nog actueler dan in de jaren dat Ortega y Gasset de essays schreef.

Meaning of life

Illustratiemarketdiscount.info

De positieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de toegenomen welvaart en het verhoogde levenspeil. De negatieve kant bestond, en bestaat nog steeds, uit de vanzelfsprekendheid waarmee de huidige mens, de massamens, die situatie en zijn plaats hierin ziet. Die mens heeft voeling met het verleden verloren en realiseert zich niet dat die huidige situatie het resultaat is van hard werken. Hij gaat uit van rechten, erkent geen autoriteit of gezag en vergeet de bijbehorende plichten en verantwoordelijkheden. Het draait om het ik als doel van het leven.

Ortega y Gasset op pagina 166-167: Het is een fundamenteel onderdeel van de menselijke natuur dat het leven ergens aan moet zijn toegewijd: een glorieuze roeping of een bescheiden onderneming, een reis met een illustere of triviale bestemming. Aan de ene kant is leven iets dat ieder zelfstandig en voor zichzelf moet doen. Aan de andere kant zal mijn leven, als het alleen iets betekent voor mijzelf ik het nergens aan kan dragen, een gammel, futloos en ‘vormloos’ karakter krijgen. … Als ik het egoïstische besluit neem om alleen nog maar voor mijzelf te leven en mij door niemand van dat pad laat brengen, kom ik juist niet meer vooruit en ga ik nergens meer heen, maar blijf ik alleen in cirkels ronddraaien. Het is een innerlijk doolhof waar men eindeloos in blijft verdwalen”.

Zou het niet kunnen zijn dat extremisme, fundamentalisme en terrorisme een manier zijn waarop mensen willen ontsnappen aan het ‘ronddraaien in cirkels’? Dat ze niet het ‘egoïstisch besluit’ willen nemen om alleen voor zichzelf te kiezen? Dat ze meer willen en die ‘glorieuze roeping’ zoeken? En dat er bar weinig ‘glorieuze roepingen’ zijn om uit te kiezen?

Les Banlieues

Na de gebeurtenissen in Parijs van de afgelopen week, staan ze weer volop in de belangstelling: de banlieues of achterstandsbuurten waar de marginalen wonen. Mensen die er niet echt bij horen, mensen die op zichzelf zijn aangewezen.

BanlieuFotolefigaro.fr

De Franse socioloog Loïc Wacquant schreef een boek over deze wijken getiteld: Paria’s van de stad. Nieuwe marginaliteit in tijden van neoliberalisme. Hij geeft zes eigenschappen van opkomende marginaliteit:

  1. Werk is in toenemende mate flexibel in tijd en uren, parttime, met kortdurende contracten, met steeds minder sociale garanties en voorzieningen. Werk leidt hierdoor niet tot zekerheid.
  2. De marginalen profiteren niet van tijden van economische voorspoed en krijgen extra klappen in tijden van crisis.
  3. Marginaliteit is ruimtelijk gefixeerd in geïsoleerde afgegrensde buurten.
  4. De vierde eigenschap is wat Wacquant noemt ‘Ruimtelijke vervreemding en de ontbinding van de ‘plek’. Een plek is een ruimte geworden. Op een plek voel je je thuis en in een ruimte niet.
  5. Daar waar men bij verlies van baan in het verleden kon terugvallen op het netwerk in dorp, buurt of wijk, is dat nu steeds minder het geval.
  6. De laatste eigenschap noemt Wacquant sociale fragmentatie en symbolische versplintering, het uiteenvallen van de oude klassenstructuur.

Zouden deze oorzaken het voor mensen niet makkelijker en wellicht aantrekkelijker maken om zich bij extremistische en/of terroristische organisaties aan te sluiten? Organisaties die je het gevoel geven ergens bij te horen? Die je het gevoel geven aan een ‘belangrijke zaak’ te werken? Die je een gevoel van eigenwaarde geven?

Wanquant wijst het economisch systeem en de overheersende filosofie achter dit systeem, het neoliberalisme, als oorzaak hiervan aan. Zou hij hier een punt hebben? Moeten we niet op een andere manier naar de samenleving en de economie kijken? Een manier die mensen centraal stelt en niet de economie en de markt? Zou dit niet bijdragen aan het voorkomen van extremisme en terrorisme?

 

 

Probleem en Oplossing

Van de terreurorganisatie IS gaat een flinke dreiging uit en die dreiging lijkt te worden gecoördineerd vanuit Syrië en Irak. In deze landen heeft de organisatie gebieden in handen en lijkt ze iets van een staat te hebben. Het lijkt daarom logisch om, bij het verminderen van die dreiging, de aandacht op Syrië en Irak te richten. Frankrijk heeft Raqqa, de ‘hoofdstad’ van IS al gebombardeerd en diverse regeringsleiders en politici roepen om meer en hardere aanpak van IS in Syrië en Irak. “De Verenigde Staten en haar bondgenoten zullen er alles aan doen om vrede te brengen in Syrië en IS-aanslagen zoals die in Parijs in de toekomst te voorkomen,” aldus de Amerikaanse president als voorbeeld van dit roepen. Hak de slang de kop af en ze gaat vanzelf dood.

De redenering lijkt: als er vrede is in Syrië, dan pleegt IS geen aanslagen. Is die relatie er wel? En als die er is hoe groot is dan het verband tussen die twee? Zouden terroristische aanslagen echt worden voorkomen met vrede in Syrië? Afgezien dan van het probleem hoe te komen tot vrede in Syrië. Zou er nadat er vrede is in Syrië niet een nieuwe plek ontstaan van waaruit terroristen opereren? Jemen bijvoorbeeld?

probleem

Illustratie: http://funnybooz.com/if-you-only-focus-on-the-problem/

Hoeveel onschuldige slachtoffers vielen er met de vergeldingsbombardementen van de Fransen? En met het ‘uitschakelen’ van terroristen met een door een drone afgevuurde Hellfire, zoals met ‘Jihadi John’ is gebeurd? Zouden we daarmee geen nieuwe wrok kweken? En zou die wrok niet door kunnen sijpelen naar de minder bedeelden in de ‘banlieus’ van het Westen? Zou er na de ontmanteling van IS niet een nieuwe terreurgroep ontstaan?

Ligt het werkelijke probleem niet veeleer in onze samenleving? In de gevoelde en werkelijke onmacht van mensen uit de ‘banlieus’? In de onmogelijkheid van deze mensen om gezien te worden als mens met noden, wensen en dromen? En in hun onmogelijkheid om hier ook maar iets mee te doen? Richten deze leiders zich niet op eenvoudige schijnoplossing en missen zij het werkelijke probleem?

Ontmenselijking

“De ‘idiote barbaren’, ‘de griezels’ die de aanslagen hebben gepleegd, verklaarde de premier, hebben louter tot doel ‘onze westerse samenleving te destabiliseren en haat en angst te zaaien’.” Een uitspraak van premier Rutte in zijn reactie op de tragische gebeurtenissen in Parijs. Rutte gebruikt hier woorden die overeenkomen met de reactie van de Engelse premier Cameron op de dood van Jihadi John. Cameron noemde hem een “menselijk dier’. Woorden die menigeen van ons op de lippen liggen als we aan de daders van deze gruwelijkheden denken. Woorden waarmee de daders en ook Jihadi John buiten de mensheid worden geplaatst.

Maar …

Is het wel verstandig om op deze manier mensen te ‘ontmenselijken’? Zou dit een vorm van ‘terrorisme’ met woorden zijn? ‘Terrorisme omdat we zo mensen buiten de gemeenschap van mensen plaatsten? Vernietigen we zo niet alle bruggen? Bruggen die een mogelijkheid bieden voor de ‘IS-aanhangers om terug te keren op hun schreden? Bruggen die ons de mogelijkheid bieden om IS-aanhangers te beïnvloeden?

Zou het niet juist een van de sterke punten van een democratische rechtstaat moeten zijn om mensen een tweede kans te geven? Dit natuurlijk wel nadat de daden volgens de regels van die rechtsstaat zijn berecht? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij deze boodschap uitdragen in plaats van het ‘ontmenselijken’ van mensen? Zouden we van onze gezagsdragers niet mogen verwachten dat zij juist in tijden van crisis met kracht ervoor pleiten om het recht te laten zegevieren en niet de wraak?

Wolven

Foto: eef.inaandacht.nl

Huist niet in ieder van ons een goede en kwade kant? Of zoals Rutger Bregman schreef toen hij een stukje van Mathieu Ricard aanhaalde: “Zoals een oude Cherokee-indiaan eens tegen zijn kleinzoon zei: ‘Er speelt zich een gevecht in mij af. Het is een gruwelijk gevecht tussen twee wolven. De een is slecht, boos, hebzuchtig, jaloers, arrogant en laf. De ander is goed – hij is gelukkig, rustig, liefdevol, aardig, hoopvol, bescheiden, gul, eerlijk en betrouwbaar. Deze wolven vechten ook in jou en in ieder ander persoon. De jongen dacht even na en zei toen: ‘Welke wolf zal winnen?’ De oude Cherokee hoefde niet lang na te denken. ‘Diegene die je voedt.’” Voeden onze gezagsdragers met dergelijke uitspraken niet de verkeerde wolf? 

Angst, IS en het marktplein

markt(Foto: denhaagfm.nl)

“Zolang jullie blijven bombarderen, zullen jullie niet in vrede leven. Jullie zullen zelfs bang zijn om naar de markt te gaan.” Dit schijnt in een videoboodschap van IS aan Frankrijk  gezegd te zijn, zo las ik in de Volkskrant. Na de treurige gebeurtenissen in Parijs werd die video vrijgegeven. Inderdaad kan IS aanslagen plegen en mensen doden. En ja, dat kan het op een gruwelijke en laffe wijze. Laf om een theater of restaurant binnen te lopen en daar in het rond te gaan schieten op ongewapende mensen. Laf om de redactie van een krant binnen te vallen en daar hetzelfde te doen. Dat kan het allemaal. En ja, er zullen vast nog meer van dergelijk treurige acties volgen. Acties die ons weer zullen schokken.

Eén ding kan IS in ieder geval niet! Het kan niet bepalen dat wij bang zijn! Die macht heeft IS niet. Die macht heeft niemand! Dat bepaalt ieder van ons voor zichzelf! Wij bepalen zelf of we bang zijn om naar de markt te gaan! Of we bang zijn om naar het theater, een restaurant of een voetbalwedstrijd te gaan!

Laten we ons bang maken? Laten we ons angst inpraten, waardoor we niet meer naar de markt durven? Als we dat doen dan heeft IS gewonnen. Of zeggen we: ‘wij gaan gewoon naar de markt, een restaurant en naar een sportwedstrijd! Wij gaan want dit is onze manier van leven en die laten we ons door jullie niet afnemen’!

Laten we onze kracht inzetten! Ons geloof in de vrije open samenleving! Als het waar is wat Adjiedj Bakas in februari in de Volkskrant schreef dat: “Wat IS betreft is nu de tweede geprofeteerde kalifaatperiode begonnen. Die luidt ook het begin in van het Einde der Tijden, dat gepaard gaat met een massale en apocalyptische strijd tussen de troepen van het kalifaat en de ongelovigen. Laten we dan massaal naar de markt gaan en IS uitnodigen om ook te komen. Dan kunnen we met elkaar in gesprek gaan. Dan kan IS ons met woorden proberen te overtuigen van hun gelijk. Mocht hen dat niet lukken en IS wil het uitvechten, laten we het dan op de markt uitvechten. Uitvechten met blote handen! Dan bekorten we de strijd en kunnen we daarna verder! Als IS werkelijk gelooft in de kracht van haar boodschap dan neemt ze deze uitnodiging aan!

Wilders’ wilde wereld

In de Volkskrant van 6 november 2015 geeft Wilders, PVV, zijn visie op de wereld en de oplossing voor alle Nederlandse problemen. In het kort komt het erop neer dat Nederland nu naar de verdoemenis gaat en dat is de schuld van de politieke elite. Die elite handelt steevast tegen de wil van het volk en de enige manier om dit op te lossen is de macht terug te geven aan het volk en te besturen per referendum. Het is ieders goed recht om een pleidooi te houden voor zijn ideeën, ook de fractievoorzitter van een van de grotere politieke partijen. Toch knelt er iets. Of eigenlijk, iets meer.

f7555588ef9d84473250c4dff892ea85

(Foto: funvending.nl)

Het knelt, omdat Wilders betoogt: “De Nederlanders willen hun identiteit behouden.” Identiteit is het eigen karakter. Om iets te behouden moet je weten wat dat iets is. In dit geval wat die Nederlandse identiteit is? Wat is dat eigen karakter? Een vraag waar Maxima in 2007 ook al mee worstelde. En de vraag is of je die identiteit wel moet behouden zoals die is? Of ontwikkelt een karakter zich en wordt het gevormd door ervaring? Als dat zo is, dan zou het behouden van een identiteit betekenen dat die identiteit over een tijdje uit de tijd is. Ze heeft zich immers niet ontwikkeld.

Het knelt omdat hij schrijft: “De politieke elite doet precies het tegenovergestelde van wat de mensen willen.” Als hij met de politieke elite onze gekozen volksvertegenwoordigers bedoelt, inclusief hijzelf, dan is dat het goede recht van die vertegenwoordigers. Zij worden namelijk gekozen om zonder last of ruggespraak te handelen namens het volk. Betekent zonder last en ruggespraak niet dat zij de vrijheid hebben hun eigen afweging te maken? Een afweging waarbij ze zich door niets of niemand hoeven te laten leiden. Ook niet opiniepeilingen die aantonen dat 99% van de mensen het anders wil. Moeten we niet blij zijn en het stimuleren dat volksvertegenwoordigers afstand kunnen nemen van de ‘waan van dag’? Dat zij actief zoeken naar argumenten voor en tegen? Naar alternatieven en vooral naar het beste alternatief en niet het populairste? Zou de kracht van de democratie niet juist hierin moeten zitten? En zijn verkiezingen niet het moment dat het volk oordeelt over het handelen van haar vertegenwoordigers?

Het knel, omdat Wilders betoogt: “De meeste Nederlanders beseffen dat massa-immigratie geen verrijking is, maar leidt tot verlies van welvaart, veiligheid en identiteit.” Beseffen suggereert dat er sprake is van een feit. Is hetgeen Wilders hier betoogt wel een feit? Was de Hollandse Gouden Eeuw niet gebaseerd op massa-immigratie vanuit wat nu België heet? En op ‘gelukzoekers’ uit de Duitse landen die als huurling in het leger of op de VOC-schepen dienden? Is de welvaart van de Verenigde Staten niet gebaseerd op massa-emigratie? En hoe zit het met China? Al is het in dat geval binnenlandse migratie. Maar hoe binnenlands is het als een Oeigoer vanuit het westen van China naar Shanghai verhuist?

Het knelt, omdat daarna valt te lezen: “De burgers willen de grenzen dicht. Maar wat krijgen ze? Open grenzen en méér asielzoekers.” Hoe weet de heer Wilders wat de burgers willen? Heeft hij ze allemaal gesproken? Zou het niet kunnen zijn dat veel burgers wat anders willen? Mij als inwoner van Wilders’ geboorteplaats Venlo, lijken gesloten grenzen verdomde lastig. Ze beperken mijn mogelijkheden. Zouden er niet ook asielzoekers komen met gesloten grenzen? In de jaren vijftig waren onze grenzen gesloten en toch kwamen er veel asielzoekers binnen uit Hongarije, het geboorteland van Wilders’ vrouw.

Ietsje verder knelt het weer: “Ze willen veiligheid. Maar krijgen méér islam en méér criminaliteit.” Suggereert Wilders hier dat er een relatie is tussen de islam en veiligheid? Tussen de islam en criminaliteit? Wat is die relatie?

Een zin verder knelt het weer: “Ze willen betere zorg en meer aandacht voor de ouderen. Maar moeten betalen voor migranten en Grieken.”  Is het wel een keuze tussen zorg aan de ene kant en Grieken en migranten aan de andere kant? Wie werden er gered door het vele geld dat naar Griekenland ging? De Grieken? Als de Grieken ermee geholpen zouden zijn, hoe komt het dan dat het grootste deel van de Griekse bevolking er door die ‘hulp’ alleen maar op achteruitgaat? Waren het misschien niet de Grieken maar de banken die werden gered?

Welke partijen er ook de regering vormden, steeds werd er bezuinigd op, en gesneden in de zorg en de aandacht voor ouderen. En ook voordat we de Grieken moesten ‘redden’ werd er al stevig op zorg beknibbeld. Willen we wel betere zorg? Of hebben we liever belastingverlichting van vijf miljard?

Nog wat verder in het betoog knelt het weer: “Het regime in Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.” Ik neem aan dat hij met het regime de volksvertegenwoordigers en de door die volksvertegenwoordigers gecontroleerde regering bedoelt. Is het wel mogelijk om namens het volk te spreken? Hoe weet je dan wat er gezegd moet worden? Is het de taak van volksvertegenwoordigers om namens het volk te spreken? Handelen namens het volk is de taak van een volksvertegenwoordiger, spreken namens niet. Hebben Wilders en met hem vele andere politici begrepen wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn? Begrijpt hij onze democratie wel?

Een bijzonder knelpunt: “De asielcrisis en alle andere problemen van Nederland kunnen alleen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.” Heeft het volk niet de macht en gebruikt zij die macht niet bij het kiezen van haar vertegenwoordigers? Is er ooit een periode in de geschiedenis van Nederland en laat ik het wat ruimer nemen, van het grondgebied wat nu Nederland is, geweest dat het volk de macht had op een andere manier dan sinds 1917 via algemene verkiezingen? Zijn er in de Middeleeuwen of in enig ander tijdvak in het verleden referenda gehouden?

Deze uitspraak kent nog een andere knelpunt, namelijk dat problemen alleen opgelost kunnen worden als het volk de macht heeft, dus in een directe democratie. Kan Wilders aantonen dat problemen alleen opgelost kunnen worden als de macht wordt teruggegeven aan het volk? Worden in een, al dan niet verlichte, dictatuur geen problemen opgelost? Of in een autocratie? Betekent deze bewering dat alle problemen uit het verleden nog bestaan?

Ook zijn oplossing knelt: “Nederlanders moeten veel vaker de kans krijgen in referenda rechtstreeks over hun eigen lot te beslissen.”  Een directe democratie, en dat is regeren per referendum, lijkt op en top democratisch, maar is dat wel zo? Is een goede democratie niet meer dan besluiten per meerderheid? Wordt in een goede democratie niet ook rekening gehouden met de belangen van de minderheid? Hoe wil hij ervoor zorgen dat in een ‘referendumsamenleving’ rekening wordt gehouden met de belangen van minderheden? Is een democratie per referendum geen dictatuur van de meerderheid?

Leidt JA of NEE zeggen wel tot die duidelijke besluiten? Zou er aan een uitspraak niet meer betekenis gegeven kunnen worden? Het NEE tegen een Europese grondwet werd immers ook geïnterpreteerd als een NEE tegen meer Europa. Hoe duidelijk is dan een uitspraak? Zou een JA, MAAR niet hetzelfde kunnen zijn als een NEE, TENZIJ? Zijn bij een referendum ook compromissen of win-win oplossingen mogelijk? Zou het niet kunnen, dat iets wat een minderheid, al is het maar één persoon, inbrengt van meer waarde is dan de mening van 80% van het volk? Hoe zorgen we ervoor dat die inbreng in een referendum naar boven komt?

“Die talrijke verkiezingen zijn de uitdrukking van de volkswil,” valt iets verderop te lezen. Is het wel de volkswil die we krijgen als we referenda houden? Is de uitkomst van een referendum niet alleen het optellen van de individuele meningen teruggebracht tot een JA of een NEE? De volkswil of algemene wil is een term afkomstig van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij legt dit begrip anders uit dan Wilders. De volkswil is, dat wat in het belang is van het volk en dat is wat anders dan de mening van het volk. De volkswil is alleen te achterhalen als het volk kan kiezen of stemmen met volledige kennis van zaken, heldere redenering, een zuiver oordeelsvermogen, en een ingesteldheid die het gemene goed nastreeft. Wie van het volk voldoet aan al deze voorwaarden?

En een laatste knelpunt: “De Zwitsers zijn een trots en patriottisch volk dat zich nooit heeft willen uitverkopen aan Brussel.” Wilders doet het voorkomen alsof alle landen zich willoos aan ‘Brussel’ hebben uitgeleverd. Hebben de andere landen zich uitverkocht’ aan Brussel? Is ‘Brussel’ geen resultaat van onderhandelingen tussen de betrokken landen? Waren de deelnemende landen er, in de persoon van de democratisch gekozen regeringen, niet zelf bij? Stemden de democratisch gekozen parlementen niet zelf in? Waren die landen en hun bevolkingen (voor het grootste deel) niet hartstikke blij met ‘Brussel’?

Toch nog even bezinnen voordat we met Wilders’ wilde wereld beginnen?

Cultuur

Vasteloavend

(foto: vastelaovendinlimburg.nl)

“De Friese, of Groningse cultuur is anders dan de Brabantse of de Limburgse.” In het commentaar van Dagblad De Limburger van zaterdag 10 oktober 2015, wordt gepleit voor meer vrijheid voor decentrale overheden naar aanleiding van landelijke bemoeienis met de provinciale omroep L1.

Het woord cultuur wordt tegenwoordig veel gebruikt. Onze Nederlandse cultuur staat onder druk door de gestage stroom asielzoekers en economische migranten. Die cultuur moet worden beschermd tegen deze andere culturen en vooral tegen de ‘moslimcultuur’. Maar nu moet blijkbaar ook de Limburgse cultuur (L1) worden beschermd tegen inmenging vanuit Den Haag.

Maar wat bedoelen we dan met ‘cultuur’? Wat moeten we beschermen? Zeker als die cultuur weer uit verschillende culturen lijkt te bestaan. Van Dale geeft drie omschrijvingen waarvan er twee (gewassen verbouwen en bacteriën kweken) hier niet van toepassing zijn. De derde, meest vage wel: “het geheel van geestelijke verworvenheden van een land, volk enzovoort; beschaving: eetcultuur, wooncultuur.”

Vaag omdat niet duidelijk is wat de geestelijke verworvenheden van een groep mensen zijn. Belangrijker, vaag omdat het onbegrensd is. Land, volk en vooral enzovoort zijn zeer vage onbegrensde begrippen want zoals De Limburger schrijft, kan de cultuur zelfs binnen een land verschillen. En als dat mogelijk is, kan de Venlose cultuur dan anders zijn dan de Maastrichtse? En kunnen dan zelfs binnen die steden verschillende culturen bestaan? En heeft zo doorgaand, ieder individu een eigen cultuur? En als dat voor ‘onze cultuur’ opgaat, waarom dan ook niet voor de cultuur van anderen, de moslims bijvoorbeeld? Maar zou het dan ook de andere kant op kunnen: dat er een Europese- of zelfs een wereldcultuur is?

Is cultuur daarmee een woord dat we gebruiken om anderen, al naar wat we willen bereiken, binnen of buiten te sluiten?

Prikker, maandag 12 oktober 2015

Kater

referendum 2

(Illustratie pggibbons.blogspot.com)

Binnenkort mogen we waarschijnlijk naar de stembus. Niet om nieuwe volksvertegenwoordigers te kiezen, maar ons uit te spreken over het associatieverdrag met de Oekraïne. Dit wordt dan het eerste landelijke raadgevende correctieve referendum. Een referendum wordt door velen gezien als het toppunt van democratie. Het volk spreekt zich immers uit en wat is er nu democratischer dan dat? Niets. Dat is het korte antwoord. Maar…

In een prettige en rechtvaardige samenleving zoeken mensen en groepen samen naar oplossingen. Oplossingen die voor zoveel mogelijk mensen acceptabel zijn. Liefst een win-win oplossing en anders een compromis dat aan zo veel mogelijk belangen recht doet. Leiden referenda ook tot dergelijke oplossingen?

Een prettig en rechtvaardige samenleving is een genuanceerde samenleving. Waar mensen oog hebben voor elkaar en elkaars belangen. Waar mensen zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar wat hen samenbrengt. Zorgt besturen per referendum er ook voor dat we zoeken naar gemeenschappelijke grond, naar dat wat ons samenbrengt?

Een prettige en rechtvaardige samenleving is een democratische samenleving waarbij de meerderheid rekening houdt met en ruimte geeft aan minderheden. Hen de ruimte geeft om zo veel als mogelijk te leven volgens hun eigen wensen. Een samenleving waar mensen invoelend en inlevend zijn. Leidt besturen per referendum ook tot zo’n prettige en rechtvaardige samenleving?

Referenda zijn volgens velen het feest van de democratie. Een prettige en rechtvaardige samenleving vraagt meer dan alleen democratie. In onze huidige parlementaire democratie zijn deze zaken redelijk gewaarborgd. Hoe houden die waarborgen zich in de directe democratie van de referenda? Stof om goed over na te denken en met elkaar over van gedachten te wisselen. Want hoe voorkomen we dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Uitsluiten met woorden

“Muren zijn de stenen manifestaties van uitsluiting, intolerantie en ongelijkheid,” woorden van Edith Tulp, gastcollumniste in de Volkskrant. Muren zijn hard, je ziet ze en ze blokkeren je. Taal kan net zo uitsluitend, intolerant en ongelijk zijn. Alleen zie je het niet, het werkt sluipend, maar is uiteindelijk net zo hard als een muur.

uitsluiten(illustratie: nl.123rf.com)

Een goed voorbeeld hiervan (er zijn er vele) is het begrip participatiesamenleving. In de diverse beleidsnota’s en brieven wordt dit begrip omschreven als een samenleving, waarin iedereen die dat kan, verantwoordelijkheid moet nemen voor zichzelf en zijn of haar leefomgeving. Dit klinkt positief. Waar zit dan die uitsluiting en intolerantie?

Die zit in de samentrekking van de woorden participatie en samenleving. Om te beginnen met samenleving. Van een samenleving maakt iedereen deel uit die zich erin bevindt; jong en oud, man en vrouw, gezond en ziek, rijk en arm. Er zijn geen uitzonderingen. Alleen al door er te zijn, acteer je in de samenleving.

Door er participatie aan toe te voegen gebeurt er iets bijzonders. Participatie betekent deelnemen en zo staat er deelnemen aan de samenleving. Hierdoor  ontstaat ook de ontkenning ervan, het niet-deelnemen aan de samenleving. Iets dat eigenlijk niet kan, maar door het toevoegen van het woord participatie kan het ineens wel. Zo kunnen mensen en groepen worden benoemd die niet bij de samenleving horen, die niet deelnemen en kunnen mensen dus worden buitengesloten.

Wie worden er buitengesloten? Werkelozen, mensen met gebreken, mensen met een ander geloof, criminelen.  Mensen die afwijken van de norm. Mensen die ‘iets’ moeten doen en ‘aantonen’ om wel ‘bij de samenleving‘ te horen. Dit wordt bevestigd door een overheid die een wet ‘Participatiewet’ noemt. Een wet die aangeeft wat bepaalde mensen moeten doen om bij de samenleving te horen.

Prikker, maandag 20 juli 2015