De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
“ACROSS the country, some 400,000 women, mostly immigrants, work in agriculture, toiling in fields, nurseries and packing plants. Such work is backbreaking and low-paying. But for many of these women, it is also a nightmare of sexual violence.” De opening van een artikel in de New York Times geplaatst op 19 januari 2016. In het artikel wordt verslag gedaan van de slechte betaling en behandeling van immigranten zonder verblijfsstatus in de landbouw. Voor vrouwen komt daar nog de grote kans op seksueel misbruik bij.
Vanwege hun illegale status en de grote concurrentie voor een baan, durven veel vrouwen geen aanklacht in te dienen tegen opzichters die zich aan hen vergrijpen. Daar komt nog bij dat aangifte doen lastig is. Bureaus zijn alleen open als de vrouwen aan het werk zijn of het kan alleen digitaal. En als er wel aangifte is gedaan, dan duren de procedures ellenlang. Daar komt bij dat hulporganisatie bij Federale wet verboden is om de getroffen vrouwen te helpen. Hoe lichtend is het voorbeeld dat ‘the land of the free and the home of the brave’ geeft?
Seksueel geweld tegen vrouwen, hebben we dat dit jaar niet al eerder gehoord? Was er niet iets in Keulen waar Duitse vrouwen lastig werden gevallen door mannen met een Arabisch en Noord-Afrikaans uiterlijk? Een gebeurtenis die terecht tot veel verontwaardiging leidde. Werd hierbij niet door velen een verband gelegd met de ‘cultuur’ en de religie van de daders. Die zou dergelijk gedrag tolereren en in ieder geval niet verbieden.
Hoe zou dat nu op de boerderijen in de Verenigde Staten zijn? Welke cultuur zouden de daders daar hebben? Zouden die ook een Arabisch of Noord-Afrikaans uiterlijk hebben? Of zouden dat blanke Amerikanen zijn. Zou de islam daar een belangrijke rol spelen of zou het merendeel van de daders christenlijk zijn? Helaas geeft het artikel er geen duidelijkheid over.
Wat het artikel wel duidelijk maakt, is dat seksueel geweld op de boerderijen te maken heeft met macht. De daders voelen zich machtig en onaantastbaar. De slachtoffers hebben immers geen status en aangifte doen is bijna onmogelijk. Zou bij de gebeurtenissen in Keulen niet ook een gevoel van macht en onaantastbaarheid een rol hebben gespeeld, omdat er in groepen werd geopereerd dat niet de belangrijkste oorzaak kunnen zijn?
“Volgens de Brabantse cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers past het bungelende varken bij een eeuwenoude volkstraditie: als de mensen het niet eens waren met iets of iemand, werden dode beesten in bomen gehangen.” Een uitspraak gedaan na de protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum in de Brabantse plaats Heesch, zo valt te lezen in de Volkskrant.
Volkstraditie wil zeggen een onderdeel van de cultuur van de streek. Als dit een volkstraditie is en dus een onderdeel van de plaatselijke cultuur, moeten we dan die cultuur met al haar ingrediënten wel willen behouden? Moeten we blij zijn met cultuurelementen al het ophangen van een dood varken?
Columnist Theodor Holmann sprak zich in Het Parool uit tegen ludieke protesten waarbij mannen in korte rokjes gaan lopen. Een protest moet de kern raken en effectief zijn, explosief noemde hij het. Zou het ophangen van dode varkens de kern raken en effectief zijn? Is het explosief? Wil de ‘varkenophanger’ asielzoekers soms vergelijken met varkens? Zou dat zijn punt zijn?
Laat veel mensen er nu net voor vrezen dat de instroom van veel vluchtelingen en migranten zal leiden tot aantasting van die cultuur. In Trouw verwijt Patrick van Schie, de directeur van de liberale Telderstichting, mensen die veel vluchtelingen willen toelaten dat zij bereid zijn: “een grote terugval in de geschiedenis te accepteren,” omdat de Westerse waarden onder druk komen te staan. Ik wil de mensen uit die tijd niet te kort doen, maar hoe Middeleeuws is deze volkstraditie? Zou de komst van vele vluchtelingen dan niet vooruitgang in plaats van terugval kunnen betekenen?
Ik kom uit een streek waar veel volkstradities zijn. Vooral in het huidige jaargetijde staat mijn woonplaats Venlo er bol van. Het ophangen van dode beesten als protest is er geen onderdeel van. Als dat een onderdeel is van ‘onze’ cultuur, wil ik dan iets met die cultuur van doen hebben?
Gelukkig is cultuur niet statisch. Cultuur verandert onder invloed van gebeurtenissen, nieuwe zienswijzen op zaken en nieuwe manieren van denken in de tijd. Er is dus nog hoop voor degenen die het ophangen van dode dieren als een volkstraditie zien. Hoe lang zullen de verantwoordelijken nog in de Middeleeuwen blijven? Hoe lang zou het duren voordat bij hen de Verlichting aanbreekt?
In een artikel bij de Correspondent gaat Marc Chavannes in op de vraag die de Eerste Kamer binnenkort gaat bespreken. De vraag of er een staatscommissie moet komen over het nut van de Eerste Kamer. Chavannes stelt terecht dat dan het hele bestel mee moet worden genomen. Uiteindelijk concludeert hij: “In tijd van crisis moet je niet aan de instituties gaan morrelen, maar zorgen dat zij overleven en het broodnodige beetje eenheid belichamen.” Een terecht conclusie, maar wat dan wel?
Zou het met de democratie, en niet alleen bij ons, niet net hetzelfde kunnen zijn als in het bedrijfsleven? Het draait niet goed omdat er wat aan de bedrijfscultuur schort. En omdat cultuur lastig te veranderen is, gaat het bedrijf de structuur veranderen. Al snel blijkt dat dit niet tot het gewenste resultaat leidt en volgt de volgende structuurverandering.
In haar boek De Mars der Dwaasheid onderzoekt de Amerikaanse historica Barbara Tuchman dwaasheid bij bestuurders. Dat doet zij onder andere aan de hand van voorbeelden als de Renaissancepausen, het ontstaan van Amerika en de strijdt in Vietnam. De eerste zinnen van de afsluitende alinea van haar boek zijn leerzaam: “Hoewel zulke deugden werkelijk binnen ieders bereik kunnen liggen, hebben zij in ons systeem minder kans dan geld en meedogenloze ambitie om bij de stembus de overwinning te behalen. Het probleem is misschien wel niet zozeer een kwestie van het opleiden van regeringsfunctionarissen als wel het opvoeden van de kiezers om integriteit van karakter te herkennen en te belonen en het surrogaat te verwerpen. Misschien bloeien betere mensen in betere tijden. Een wijzere regering moet het eerder van een dynamische samenleving hebben dan van een gekwelde en verbijsterde samenleving.” De deugden waarnaar in de eerste zin wordt verwezen zijn waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid.
Als we dit op ‘onze democratie’ toepassen. Zouden we dan niet veeleer in ons onderwijs moeten investeren zodat dit goede burgers aflevert? En dus het onderwijs veel meer aan de samenleving koppelen en veel minder aan ‘opleiden voor de arbeidsmarkt’? Onze kinderen empathie, nieuwsgierigheid en helder denken bijbrengen? Zouden dat niet ook precies de eigenschappen zijn om kinderen voor te bereiden op werk dat nu nog niet bestaat? Dus investeren in cultuur?
“Als we de cultuur willen behouden, moeten we haar blijven scheppen,” zei de historicus Johan Huizinga. Moeten we onze democratische cultuur niet blijven scheppen door de kiezers op te voeden? Door onderwijs gericht op het versterken van waarheid, rechtvaardigheid en gematigdheid? Zou dat ons weerbaar maken tegen extremisme?
“Waarom kunnen wij in Europa niet met een programma komen waarbij deze laagopgeleide, over het algemeen jonge mannelijke vluchtelingen worden teruggestuurd naar de landen rondom Syrië en wij in plaats daarvan in Europa een aanzienlijk aantal in onze westerse samenleving meer kansrijke vluchtelingen (gezinnen met kinderen, getrouwde stellen en hoger opgeleiden) opnemen?” Dit idee oppert briefschrijver Joos de Wit in de Volkskrant. Een interessant idee, alleen vluchtelingen opnemen waarvan we verwachten dat ze daadwerkelijk gaan bijdragen aan onze samenleving.
Toch roept dit idee wat vragen op. Voor de kniesoor als eerste, hoe bepalen we of iemand kansrijk is? Een gezin met kinderen? Maar wat als al die kinderen een flinke beperking hebben? Hoe bereken je het nut van een individuele vluchteling? Zien we mensen zo niet als een middel in plaats van een doel?
Wat betekent dit voor de landen rondom Syrië? Hoe komt het over als wij de lusten nemen en zij de lasten? Zou dat er niet toe kunnen leiden dat samenlevingen daar destabiliseren omdat er een stuwmeer van ‘kanslozen’ ontstaat? Zou dat leiden tot uitzichtloosheid? En zou dat niet tot nog meer wanhoop leiden? En wellicht tot wanhoopsdaden? Zou dat niet een nog betere voedingsbodem voor wrok en wraak vormen? Wat zou de wereld dan over een aantal jaren te wachten staan? Als de verschillen tussen arm en rijk of kansrijk en uitzichtloos hierdoor nog verder zijn gegroeid?
Nu draaien we het eens om. Stel de landen rondom Syrië komen op ditzelfde idee. Zij houden de ‘succesvollen’ daar en sturen de ‘kanslozen’ deze kant op. Wellicht zou dat de samenlevingen aldaar positief beïnvloeden. Wat zou dat betekenen? Voor de westerse landen zou dat meer problemen betekenen. Maar verkeren wij niet in een veel betere positie om die problemen het hoofd te bieden dan de landen rondom Syrië? Zou dat ervoor kunnen zorgen dat de uitzichtloosheid aldaar vermindert? Dat er daar hoop en optimisme ontstaat? Wat zou dat voor de wereld betekenen? Zou tot een rechtvaardigere en eerlijkere verdeling in de wereld leiden?
Of wellicht de ‘kansrijken’ toch naar hier halen en stel dat alle westerse landen dit doen? Zou er dan een ‘markt’ voor potentieel aantrekkelijke vluchtelingen kunnen ontstaan? Een markt waar deze vluchtelingen ‘bij opbod’ verkocht kunnen worden? En met dat geld zou er rond Syrië iets gedaan kunnen worden voor de kanslozen? Of is dit slavernij?
Of moeten we luisteren naar de Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower? “A People that values its privileges above its principles soon loses both.“
In een interview met Dagblad de Limburger maakt hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg, Harrie Verbon zich grote zorgen over de massale migratie. Vooral de economische aspecten van de instroom worden onderschat. Instroom van grote groepen mensen uit lage welvaartslanden naar landen met hoge welvaart gaat ten kosten van de welvaart in die laatste landen. Hiervan worden vooral de mensen aan de onderkant van de samenleving de dupe. En aan die onderkant bevinden zich vooral veel migranten.
Aldus Verbon die zich vooral over de economie druk maakt en daar gaat het mij nu niet om. Het interview wordt afgesloten met Verbons blik’ over de oceaan: “Ik heb een jaar in Amerika gewoond. Daar worden de Amerikaanse waarden vanaf het begin opgelegd aan iedereen, die daar binnenkomt. Religie is daarbij totaal onbelangrijk. Je zweert trouw aan de vlag. Dat is alles. De vlag en de waarden die dat vertegenwoordigt. Of je nou moslim bent, christen of ongelovig. Zo moet het.’’
Als we ervan afzien dat Nederland eenzelfde iets kent in de vorm van de ‘Naturalisatieceremonie‘ en het gegeven dat ook de Verenigde Staten niet gevrijwaard zijn van discriminatie en fundamentalisme van divers pluimage, gelden er in Nederland dan verschillende waarden voor migranten? Zijn er dan groepen die wel mogen discrimineren? Zijn er groepen die het recht in eigen handen mogen nemen? Geldt de vrijheid van meningsuiting alleen maar voor christenen? Kortom hebben wij voor migranten, moslims, christenen en ongelovigen andere wetten of geldt de Nederlandse wet voor iedereen die zich in dit land bevindt? En zijn onze waarden niet vastgelegd in onze wetten? Legt Nederland zo niet haar waarden op? Zijn dat niet ook meteen de enige waarden die kunnen worden opgelegd
Pleit Verbon met andere woorden niet voor iets wat al werkelijkheid is? Volgens onze grondwet is immers iedereen gelijk Of om het belangrijkste van de zeven ‘Commandments of Animalism’ uit George OrwellsAnimal Farm aan te halen:’All animals are equal’. Of zijn sommige dieren, in Orwells boek de varkens, toch iets gelijker omdat we de migrant uitsluiten door hem allochtoon te noemen en hem zo apart te zetten?
De eerste pagina’s van de Volkskrant van zaterdag 9 januari 2016 worden ingenomen door de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht. In die nacht vielen groepen mannen vrouwen lastig, beroofden ze, randden ze aan en er schijnt zelfs sprake te zijn geweest van verkrachting. Mensonwaardig gedrag dat moet worden bestreden en de schuldigen zullen streng gestraft moeten worden.
In de krant werd ook de vraag gesteld of het met de cultuur te maken had. De daders werden immers omschreven als Arabisch en Noord-Afrikaans van uiterlijk en al snel werd een verband gelegd naar de vele Syrische vluchtelingen. Een deskundige antwoordde dat dit niet specifiek iets Arabisch is. Ook in Zuid-Amerika kunnen ze er immers wat van.
Ook premier Rutte sprak zich uit: “Hij noemde de gelijkheid van mannen en vrouwen en homo’s en hetero’s met name. Wie die normen niet deelt en ze ernstig overtreedt, ‘heeft hier dus niets te zoeken’.” Gelukkig zijn wij Nederlanders anders, lijkt de premier aan te geven en nieuwkomers die dat niet accepteren moeten maar gaan. Zijn wij Nederlanders wel zoveel anders? Kennen wij niet ook groepen en zelf een politieke partij waarbij mannen een toch wat belangrijkere positie hebben? Kennen wij onder ons niet grote aantallen die niets van homo’s moeten hebben? Als die er niet zouden zijn, waarom geven Rijk en gemeenten dan geld uit aan ‘emancipatie en acceptatie’ projecten? Waarom zijn er anders regenboogsteden die hier een bijzondere rol in vervullen? Waarom is er anders een nationale ‘kom uit de kast dag’?
En wordt dergelijk gedrag niet ook ‘verheerlijkt’ in Nederland? Bij het zien van deze krant en die vragen moest ik aan Ronnie Flex en Lil Kleine denken en hun hitje Drank en Drugs. Een liedje waarin het drinken en het gebruik van drugs wordt aangemoedigd en daarover vielen afgelopen jaar veel mensen. Als je de tekst van dit lied bestudeert, dan lijken zij het gebeuren in Keulen te beschrijven: “Eeh bitch schuif op, we komen binnen met zn allen, je moet zakken tot de grond alsof je moeder is gevallen, ik ken bitches zoals jij en ik vang ze elke keer, morgen weet je zehma niks meer. Dat maakt niet uit want ik vind het wel goed zo, ik bel kleine en ik zeg kom langs bro, misschien dat mn libi vroeg afloopt.”
Wat zou de invloed van dergelijke teksten en bijbehorende clip zijn op de manier waarop jongens naar meisjes kijken? Hoe verhouden dergelijke teksten zich tot de normen van Rutte?
In een artikel bij de Correspondent schrijft Gloria Wekker over de ‘witte onschuld’. Het fenomeen dat het zelfbeeld van ‘Nederland’ en de ‘Nederlanders’ anders wordt gezien dan de werkelijkheid. Dat ‘witte Nederlanders’ dit niet weten en van de andere kant ook niet willen weten dat de voorvaderen imperialistisch en racistisch waren en dat dit nog steeds in de huidige ‘witte’ Nederlanders sluimert. Zij wil de ogen van die ‘witte Nederlanders’ hiervoor openen. Dit artikel roept bij mij wat vragen op.
In dit artikel valt de volgende passage te lezen: “Nederland heeft bijna vierhonderd jaar een imposant koloniaal rijk gehad. … Dat rijk strekte zich ooit uit van Nieuw-Amsterdam, Indië, Formosa, Ceylon, Zuid-Afrika en allerlei forten aan de westkust van Afrika tot delen van Noord-Brazilië, Suriname en de Antillen. Het zette Nederland op de kaart als een belangrijke wereldspeler en bezorgde diens inwoners gevoelens van superioriteit.”
Nederland bestaat toch pas sinds 1815? Daarvoor bestond er geen Nederland. Werd dat koloniale rijk niet gesticht door kooplui uit Holland en Zeeland? Is mijn eigen woonplaats en omgeving, Venlo, in die vierhonderd jaar niet wingewest geweest van Holland, Spanje, Oostenrijk en Frankrijk? Werd het niet pas in 1815 een onderdeel van het koninkrijk der Nederlanden? Deed het vervolgens in de opstand tegen koning Willem I niet mee aan de Belgische kant? Werd het niet pas in 1839 weer een onderdeel van het verkleinde koninkrijk der Nederlanden? En was het als hertogdom Limburg niet ook nog lid van de Duitse bond waarvan het pas in 1866 afscheid nam? Werd het niet pas toen eenduidig en definitief een onderdeel van het koninkrijk der Nederland?
Vertoont Venlo zo niet meer overeenkomsten met Formosa, Ceylon en Indië dan met Holland? Holland was immers een van ‘kolonisatoren’ die het gebied als een wingewest behandelden. Heeft dat niet ook het denken over Limburgers flink beïnvloed en werkt dat niet nog steeds door? Zullen er in de Gouden Eeuw niet ook Hollanders zijn geweest die helemaal niets vandoen hadden met het bouwen van dat wereldrijk? Die alleen maar bezig waren met het dagelijkse overleven? En dat zouden er wel eens heel veel kunnen zijn. Zijn er zo niet meerdere geschiedenissen, of is eenzelfde gebeurtenis niet vanuit meerdere invalshoeken te bekijken?
Iets verder schrijft Wekker over:”… een algemeen Europees ethos waarbinnen ze de plicht hadden om zich buiten hun eigen gebied te begeven en andere volkeren aan zich te onderwerpen.” Met een andere woord imperialisme, een proces waarbij landen hun macht, invloed en cultuur in andere delen van de wereld willen laten gelden. Is imperialisme een typisch West-Europees iets? Deden de Maya’s, Inca’s, het Chinese rijk en Djengis Khan niet ook aan imperialisme? En het Ottomaanse Rijk? En wat deed het oude Egypte? Wat je wel kunt constateren is dat de West-Europese landen vanaf 1500 het meest succesvol waren door hun superieure (wapen)techniek. Vertonen landen, en niet alleen westerse, nu niet nog steeds imperialistische neigingen? Vertoont het conflict in Syrië niet sterk imperialistische trekken en dus lastig om op te lossen? Hoe moet het gekrakeel tussen Iran en Saoedi Arabië van de afgelopen dagen anders worden beoordeeld? En is het handelen van Kagama van Ruanda niet ook imperialistisch geïnspireerd? En wat te denken van China, Japan, Vietnam en de Filippijnen in de Zuid-Chinese zee? En het robbertje met de Oekraïne als inzet?
Is dit een ‘ethos van landen’ of van heersers en machtigen, de mensen die de koers van landen bepalen dus? Zeker als die machtigen (koningen, stadhouders etcetera) niet door het totale volk worden gekozen. Want kent Nederland niet pas sinds de Grondwetswijziging van 1917 algemeen kiesrecht? En kun je zelfs in een democratie niet macht kopen en zo je zin doordrukken? Zijn er zo niet weer vele geschiedenissen mogelijk?
Is het superioriteitsdenken dat ten grondslag ligt aan racisme, niet ook iets waar niet-westerse landen zich schuldig aan maken? En niet alleen landen. Maakt bijvoorbeeld een beweging als IS, die uitgaat van de superioriteit van haar ideologie en eenieder die deze niet onderschrijft als minderwaardig ziet, zich niet ook hieraan schuldig? Net zoals iedere godsdienst of deel ervan dat zich als de ware ziet? Is dit niet een manier van denken waaraan iedereen zich schuldig kan maken? En begint het aanpakken ervan niet juist ermee dat we dit ons realiseren?
Kunnen wij niet alleen iets in het hier en nu doen? Het verleden kunnen we immers niet meer veranderen. Kunnen we dat niet alleen maar vanuit de positie waarin we per toeval terecht zijn gekomen? Heb jezelf invloed gehad op de plaats en de situatie waarin je bent geboren? Kan ik er iets aan doen dat ik uit blanke ouders in Velden ben geboren of is dat voor mij een feit waarmee ik het moet doen? Spelen toeval en geluk daarbij geen belangrijke rol?
Kunnen we niet pas dan wat aan racisme doen, als we ons realiseren en erkennen dat wij niet voor onze eigen ‘kleur’ hebben gekozen? En dat het een menselijke neiging is om zich af te zetten tegen anderen, om welke redenen die dan ook anders mag zijn? Maar vooral als we ieder mens als individu en doel op zich zien? Of om Frank Boeijen aan te halen: “Denk niet wit, denk niet zwart. Denk niet zwart-wit. Maar in de kleur van je hart.”
Samira Bouchibti pleit er in de Volkskrant voor dat islamitische ouders niet alleen bij de religieuze voorschriften stilstaan, maar ook nadruk leggen op het humanistische aspect van de islam en dat alle ouders in de opvoeding de nadruk leggen op wat ons bindt.
Maar: “Veel islamitische kinderen groeien op in gezinnen waarin het niet vanzelfsprekend is om zelf na te denken en je mening te vormen. Thuis wordt niet echt vrij gepraat over onderwerpen als (homo)seksualiteit, vrijheid van meningsuiting of gelijkwaardigheid. Kinderen worden niet geacht vragen te stellen – laat staan dat ze antwoorden krijgen,” aldus Bouchibti. Dus er is bij de islamitische gezinnen nog een wereld te winnen. Alleen bij de islamitische gezinnen?
Wat algemener. Hoort, bij zelf je mening vormen, niet dat je vanuit allerlei verschillende invalshoeken naar iets kijkt? En betekent dat niet dat voor een kind in een gezin dat het op een vraag een zeer genuanceerd antwoord krijgt. En eventueel een handreiking hoe de zoektocht naar een eigen mening verder voort te zetten? Hoe vanzelfsprekend is het dat kinderen opgroeien in gezinnen waarin ze worden aangezet om zelf na te denken en zelf een mening te vormen?
En (homo)seksualiteit, vrijheid van meningsuiting en gelijkwaardigheid, zijn dat onderwerpen waarover in overige gezinnen echt vrij wordt gepraat? Of zouden er ook gezinnen zijn waar een taboe rust op deze onderwerpen? En waar de vooroordelen over homoseksualiteit welig tieren? De vrije mening beperkt is tot de eigen mening van de ouders?
Hoe vanzelfsprekend is het in gezinnen dat kinderen vragen stellen en antwoorden krijgen? Antwoord zullen ze wellicht wel krijgen, maar zijn dat antwoorden waarmee de kinderen vooruit kunnen? Die hun helpen bij het vormen van een eigen mening?
In het pleidooi van mevrouw Bouchibti gericht op de islamitische gemeenschap zal bijna iedereen zich kunnen vinden. De splinter in de ogen van de ander is immers makkelijk te zien, maar hoe zit het met de balk in het eigen oog?
In zijn boek Over Vrijheidbehandelt de Engelse filosoof John Stuart Mill de relatie tussen het individu en de publieke opinie. Mill: “Het begin van alle wijsheid of verheffing komt en moet van individuen komen; meestal eerst van één individu.” En als we de geschiedenis bezien, dan staan dwarsdenkers inderdaad steeds aan de basis van vernieuwing en ontwikkeling. Daarom hebben democratische machthebbers, volgen Mill, de plicht om in tijden dat de druk van de publieke opinie groot is naar dit individu te luisteren: “Juist in deze omstandigheden moeten uitzonderlijke personen niet afgeschrikt, maar aangemoedigd worden om anders te handelen dan de massa.*”
Hieraan moest ik denken bij het lezen van een artikel in Elsevier. Een artikel waarin de krant bericht over een interview van de NRC met Frits Bolkestein. In dat interview pleit Bolkestein voor het afsluiten van de buitengrens van de Europese Unie. Volgens Bolkestein kan de EU het aantal vluchtelingen niet aan en zal het tot integratieproblemen leiden.
Het gaat mij niet om de grenzen sluiten of de eventuele (on)mogelijkheid van integratie. Ook daar is een en ander over te zeggen. Het gaat om de volgende zin: “Er is allerwegen op Orbán gescholden vanwege onmenselijk gedrag maar hij doet tenminste waar wij allemaal om vragen.”
Bolkestein spreekt blijkbaar namens een groep die allemaal hetzelfde wil. Wie zijn die ‘wij’ waar Bolkestein het over heeft? Zijn dat alle Nederlanders of slechts een deel ervan? Behoor ik ook bij die ‘wij’? Mij is niets gevraagd en hoe kan Bolkestein dan weten wat ik wil? Vraag ik om hekken om Europa? Daar was ik me niet van bewust. Hoe groot is die ‘wij’? Dat lijkt me wel belangrijk om te weten.
En vooral waarom vragen ‘wij’ dat? Welke redenering en welke argumenten gebruiken ‘wij’? En welke alternatieven zijn mogelijk? Zouden dat niet de vragen zijn die een politicus en landsbestuurder zou moeten stellen, alvorens tot actie over te gaan? En kan dat er niet toe leiden dat bestuurders wel eens anders moeten handelen dan ‘wij’ vragen? Is het dan niet de taak van de leider om dat besluit uit te leggen ook als dat tot veel onbegrip leidt? Is dat niet wat wij van leiders vragen?
Computerfabrikant Apple had het in 1997 goed gezien: Think different
* Zie John Stuart Mill, Over Vrijheid Uitgeverij Boom 2009, pagina 115
Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?
Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?
Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.
En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?
Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?
De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.