Less is More

Soms lees je iets waardoor je van verbazing van de stoel valt. Vandaag was het weer zover na het lezen van een kort artikel in Trouw: ” Een persoon met een dergelijke autoriteit zou geen ideologische uitspraken mogen doen zonder enige wetenschappelijke grond, aldus de partij.”  Frissen is hoogleraar bestuurskunde Paul Frissen en de partij is Wilders’ PVV. Frissen  heeft in een interview met de Limburgse zender L1 gezegd dat alle partijen Wilders moeten aanvallen, omdat hij bevolkingsgroepen apart zet en: “Het demoniseren van minderheden, het wij/zij denken, is het klassieke fascistische verhaal door de geschiedenis heen.” Vanwege deze uitspraken zou Frissen zijn professoraat als ook zijn decanaat van de Nederlandse  School voor Openbaar Bestuur moeten opgeven aldus de PVV.

zappaIllustratie: www.maxximize.nl

Is het niet bijzonder dat een partij die zegt te strijden voor de vrijheid en dat woord in haar naam voert, anderen in hun vrijheid wil beperken? Zeker als het de vrijheid van meningsuiting betreft, een vrijheid waar de partij pal voor zegt te staan? Een eerste, makkelijke verbazing.

Een slag dieper. Van een goed wetenschapper mag je verwachten dat hij zijn standpunten weet te onderbouwen en Frissen zal daarop geen uitzondering zijn. Maar dat je dat verwacht, wil nog niet zeggen dat het verplicht is voordat een wetenschapper een uitspraak mag doen. Want heeft een wetenschapper niet hetzelfde recht om een ‘wetenschappelijk ongefundeerde’ mening te uiten als ieder ander mens of politicus?

Weer iets dieper. Vormen ideologieën niet de basis van de sociale wetenschappen en is elke uitspraak van een sociale wetenschapper daarmee niet ideologisch getint? Is sociale wetenschap niet per definitie discussie tussen de verschillende ideologische invalshoeken? Is het daarom niet vreemd om van wetenschappers te verwacht geen ideologische uitspraken te doen? Dat zou betekenen dat alle economen zich niet meer in het openbaar over de economie mogen uitlaten. Dat zou betekenen dat sociologen zich niet meer mogen uitlaten over zaken die zij waarnemen en vanuit hun ídeologisch’ frame verklaren. Zou het dan niet oorverdovend stil zijn in de academische wereld?

En nu iets breder. Natuurlijk zou het goed zijn als mensen hun opvattingen en meningen goed onderbouwen en doordenken. Doordenken door er vanuit alle invalshoeken naar te kijken. Dat je het recht hebt om je mening te uiten, wil echter nog niet zeggen dat je die moet uiten. Zeker niet zonder eerst goed na te denken. Het zou goed zijn als ‘gewone mensen’, wetenschappers maar vooral politiek dit zich dit realiseren. Dat zou het publiek gesprek ten goede komen. Want geldt hier niet Less is More?

Destructie van creativiteit

Creatieve destructie, de continue innovatie waarbij nieuwe technieken oude vernietigen. Nieuwe efficiëntere technieken waardoor er steeds minder arbeid nodig is om een product te produceren. Het kapitalisme draait erop. De auto vervangt paard en wagen. De wasmachine die de wastijd met uren bekort.

PolluxIllustratie: http://www.sounds-venlo.nl

Tegenwoordig worden veel internet-bedrijven en diensten gezien als voorbeelden van creatieve destructie. Denk aan Uber en de taxi, Amazon en winkelen, en diensten als Spotify bij het luisteren naar muziek. Deze internetbedrijven kunnen over het algemeen rekenen op een positieve pers. Ze zorgen ervoor dat markten worden opengegooid en producten in prijs dalen. Ze worden gezien als vernieuwend en creatief.

Toch kent deze creativiteit en vernieuwingsdrang ook een keerzijde. “Van een miljoen streams houd ik 20 dollar over, ik vind dat misdadig.” Een uitspraak van de Amerikaans singer-songwriter Dayna Kurtz in een interview met de Volkskrant. In dit interview beschrijft Kurtz de situatie van vele goede en talentvolle muzikanten. CD’s verkopen niet meer door de streaming diensten als Spotify waar de artiest dus niets aan verdiend en ook zalen betalen steeds minder voor een optreden. Voor de meeste muzikanten is het sappelen voor weinig geld. Kurtz: “Ik verdien niet meer dan iemand in de McDonalds.” In de VS is muzikant worden alleen nog weggelegd voor rijkeluiskinderen met ouders die alles betalen, aldus Kurtz.

Dit kun je afdoen als gezeur van verliezers. Net als de paardenverkoper en de wagenmaker verloren met de uitvinding van de auto. Zo zijn er ook nu mensen die hun baan verliezen of waarvoor hun baan veranderd. Veel administratief werk vervalt door automatisering. De taxichauffeur moet maar wennen aan de nieuwe mores. Of niet?

Gebeurt er met de muzikant niet iets wat Uber bij de taxichauffeurs doet? Het werk van de chauffeur is niet verandert met de komst van Uber, net als het werk van Kurtz niet is veranderd door de komst van Spotify. Spotify maakt zelf geen muziek, het biedt muziek van anderen aan. Het vervangt de rol van de plantenmaatschappij als distributeur van muziek. Alleen die andere rol van de platenbaas, het financieren van muzikanten zodat ze een nieuwe cd kunnen maken, neemt het niet over. Spotify verdient veel geld via abonnementen en de artiest krijgt een habbekrats De internetbedrijven zijn miljoenen en vaak zelfs miljarden waard, de artiest is vogelvrij.

De Venlose muzikant Frans Pollux maakte zijn cd Neet vergaete de bloome water te gaeve via crowdfunding. Een creatief voorbeeld om te voorkomen dat de creatieve destructie leidt tot destructie van creativiteit? In ieder geval tot een mooie CD.

Mensen maken de stad

“Het merk Limburg moet worden neergezet als een dynamisch, aantrekkelijk gebied om te wonen en te werken. We moeten toeristen, investeerders en talenten aantrekken en aan ons binden,” een uitspraak van Conny Moonen, directeur van Connect, een organisatie die provinciale subsidie krijgt om Limburg internationaal op de kaart te zetten. Zo valt te lezen in een artikel in Dagblad De Limburger van donderdag 25 februari 2016.

vlaaiFoto: www.1lmburg.nl

In hetzelfde artikel ziet Theo Bovens, de Limburgse commissaris van de koning, een mooie gelegenheid voor ‘Limburgpromotie’. In 2017 bestaat het Verdrag van Maastricht namelijk 25 jaar en dat kun je natuurlijk vieren. Bovens: “Ik ben hartstikke blij met al die discussies over de euro, een Grexit, een Brexit en de Unie. Dat brengt iedere keer de naam Maastricht in het nieuws. Dat is smullen voor de branding van Maastricht! Hoe meer ruzie over Europa, hoe beter voor de naam Maastricht.” Negatief of positief, het maakt niet uit, als je naam maar wordt genoemd, zo redeneert Bovens. Daar zullen ze in het ‘altijd stralende’ Fukushima wellicht anders over denken. Is reclame voor Maastricht wel promotie voor Limburg? Is Limburg niet veel meer dan Maastricht? Terechte vragen waar ik het niet over wil hebben.

Waarover wel? Iedere zichzelf respecterende stad of streek wil zich tegenwoordig profileren. De stad moet ‘in de markt’ worden gezet, vermarkt worden, zo luidt het devies.  En als je alle promotie voor steden mag geloven, dan is het overal prettig wonen, leuk werken, aangenaam en goed recreëren en fijn winkelen. En dat Moonen dat roept, is gezien zijn opdracht, niet zo vreemd. Hij smeert er immers iedere dag een boterham van. Maar als alle ‘promotie’ waar is, dan maakt het toch niets uit waar je gaat wonen, werken, recreëren  of winkelen? Het is immers overal goed?

Wat is het nut van ‘citymarketing’? Een spreuk als I Amsterdam is mooi verzonnen en lekker internationaal. Waarom steken overheden zoveel geld in ‘zelfpromotie’? Wat denken ze ermee te bereiken? En een veel interessantere vraag, wat wórdt ermee bereikt? Behalve dan dat de portemonnaies van reclamebureaus en organisaties als die van Moonen worden gevuld.

Een slagje dieper. Moet je een stad of streek wel met een ‘merk’ of een ‘product’ vergelijken?  Want vergelijk je dan niet mensen met producten? En zijn het nu juist niet de mensen die de stad maken en zijn zij daarmee niet de beste promotie? Mensen die vol trots vertellen over hun stad of dorp, de prachtige natuur, het rijke verenigingsleven, de historie enzovoorts. Als dat zo is, waarom wordt dat ‘reclamegeld’ dan niet in de gemeenschap geïnvesteerd?

 

Primaire waarde

In haar boek The Human Condition schrijft Hannah Arendt (eigen vertaling): ‘als producten niet primair worden gewaardeerd om hun bruikbaarheid, maar min of meer als incidentele resultaten van het productieproces waaruit ze voortkomen, waardoor het product niet wordt gewaardeerd om het vooraf bepaalde gebruik, maar voor de productie van iets anders, dan kan daar tegenin worden gebracht dat de waarde van het product alleen secundair is. En een wereld die geen primaire waarden kent, kent ook geen secundaire.” En dat ‘anders’ waarover Arendt spreekt, is geld en tegenwoordig economische groei.

afval

Foto: www.goudstandaard.com

Hieraan moest ik denken na het zien van een aflevering van de documentairereeks Planet e  die de Duitse TV (ZDF) uitzendt. De laatste droeg de titel Garantie vorbei-Gerät kaputt. De aflevering handelde over elektrische apparatuur die steeds sneller kapot gaat. Een onderwerp waarop Tegenlicht ook al het licht liet schijnen in een uitzending met de architect, Thomas Rau. Dergelijke producten zijn volgens Rau: “nog net niet stuk.” En de Duitsers ontdekten dat die spullen tegenwoordig steeds sneller kapot gaan.

Daar komt bij dat de apparaten tegenwoordig bijna niet meer te repareren zijn. Dit kent verschillende oorzaken. Vaak zijn reserve-onderdelen net zolang beschikbaar als het model in de verkoop is. Ook worden snel slijtende onderdelen zo geïntegreerd in een duur geheel, waardoor het vervangen (te) duur uitvalt. Veel voorkomend is ook het op een of andere manier dichtsmelten van onderdelen, zodat ze alleen als geheel zijn te vervangen.

Rau voegt er nog een categorie aan toe. Producten waarvan de ‘emotionele’ levensduur korter is dan de technische. Bijvoorbeeld een mobieltje. Er komen zo snel ‘nieuwe’ ‘betere’ en vooral ‘hippere’ (al is de emotionele levensduur van het woord hip ook al weer voorbij) op de markt en dat verleidt tot het kopen van een nieuwe, terwijl de oude nog niet versleten is.

Dit is goed voor de economie, want er wordt goed verkocht. Maar het levert heel veel afval op en het verslindt kostbare, schaarse grondstoffen.

Rau geeft bij Tegenlicht het voorbeeld van het tuingereedschap van zijn opa, dat is nog steeds goed te gebruiken. Dat is gemaakt om een probleem op te lossen. Zijn onze moderne producten nog steeds bedoeld om een probleem op te lossen of houden ze het probleem in stand? Is er niet nóg een categorie bijzondere producten? Kennen we tegenwoordig niet heel veel producten die ‘in de markt gezet’ moeten worden? Waarvoor een probleem of verlangen moet worden gecreëerd?

Moeten we niet op zoek naar dat wat primaire waarde heeft?

Van de regen in de drup

De Nederlander krijgt het druk. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is bedoeld om veel meer ondersteuning en zorg door vrijwilligers en mantelzorgers te laten verrichten. Dit om alles betaalbaar te houden.

Stress

Illustratie: 855winthecase.com

Nu wordt er ook gewerkt aan een nieuwe Omgevingswet waarin de overheid zich ook terugtrekt. Wil je iets bouwen, dan moet je draagvlak zoeken. Dit klinkt mooi, maar heeft ook een andere kant. Wil je voorkomen dat iets wordt gebouwd, dan moet je dat ook zelf organiseren. Martin Sommer omschreef het in de Volkskrant als volgt: “Van de omgevingswet moeten we straks, als we vader zijn steunkousen hebben uitgetrokken, naar het buurthuis om de plannen van de projectontwikkelaars te bespreken.”

Maar daarmee zijn we er nog niet. In diezelfde Volkskrant stelt Frank Kalshoven vast: dat Nederland er lekker van zou opknappen als we erin zouden slagen het totaal aantal gewerkte uren te laten toenemen.” Zo krijgen we meer inkomen om bijvoorbeeld een energietransitie te betalen, vluchtelingen op te vangen, de AOW te verhogen, beter te eten en drinken of de schulden af te lossen. Heb je schoolgaande kinderen, dan verwacht de school dat je je actief inzetDat verwacht de sport- en/of culturele vereniging trouwens ook.

Sommer constateert:“De energieke burger is permanent bekaf.” En dat leidt weer tot meer ziekteverzuim en hogere ziektekosten. Ook krijgen de collega’s van de zieke het nog drukker, net als zijn sociale omgeving. Een neergaande spiraal.

Nederland zou lekker opknappen als er meer uren betaald worden gewerkt. Daarmee zullen veel economen en politici het eens zijn. Is het niet vreemd dat veel van diezelfde economen en politici zich ook kunnen vinden in die Wmo en de Omgevingswet? Vreemd omdat juist deze wetten leiden tot de vernietiging van banen? De Wmo omdat veel werk, en dus banen, als bijvoorbeeld huishoudelijke hulp worden geschrapt. Dat werk moet maar door vrijwilligers en mantelzorgers worden gedaan. Dit schrappen leidt tot minder betaalde uren en de druk op vrijwilligers en mantelzorgers zou ook wel eens tot minder betaalde uren kunnen leiden. En de Omgevingswet omdat hierdoor veel overheidsbanen en dus gewerkte uren verdwijnen. En zou het aantal gewerkte uren niet ook afnemen door de druk die zo op de burger wordt gelegd?

Raken we zo niet van de regen in de drup? Tijd voor herbezinning?

Leadership from behind

In Dagblad de Limburger roept Sjoerd Mossou de voetbalsupporter op om in actie te komen. Volgens hem laten tienduizenden zich in de stadions gijzelen door een klein groepje idioten. Hij adviseert deze tienduizenden: “Loop massaal het stadion uit. Zing een ander – veel beter – lied. Ga in discussie met je buurman. Breng de humor terug in plaats van dat verstikkende oliedomme gebrek aan relativering. Verzin een ludieke actie.” Nu denk ik dat juist dat kleine deel dat ‘poppen ophangt’ etcetera, denkt dat dit ludiek is, een vorm van humor. Volgens Mossou is het verleidelijk en ook deels terecht om naar de KNVB, de club of de overheid te wijzen.

leiderschapIllustratie: www.michellesmirror.com

In de Volkskrant heeft Max Pam een ander, wellicht aanvullend idee: “Zo kan iedereen die getuige is van een voetbalwedstrijd waarbij zich ongeregeldheden voordoen en die daar op de een of andere manier niet tegen is opgestaan, worden beschouwd als een lid van een criminele organisatie.” En om dit kracht bij te zetten, stelt hij voor om de stadionbezoekers borg te laten betalen. Die krijgen ze terug als alles goed gaat, anders niet.

Opvallend is dat beide heren de eigen verantwoordelijkheid van de stadionbezoeker aanspreken. Dat is deels ook terecht. En als niets anders werkt, dan is dat een laatste redmiddel. Laatste, omdat er ook andere zijn. Laten we eens naar de beroepsgroep van Mossou en Pam kijken. Zou het niet meer verslaan van wedstrijden door alle media, een één na laatste redmiddel kunnen zijn? Dit betekent geen TV-gelden voor de clubs en sterk verminderde aantrekkelijkheid voor sponsors.

En met die sponsors komen we bij het op twee na laatste redmiddel. Wat als sponsors zich om die reden terugtrekken? En dan de scheidsrechters? Die kunnen een wedstrijd staken of niet laten beginnen. En daar weer voor de spelers en trainers. Wat zou er gebeuren als die niet verder spelen? En daarvoor de clubs. Zouden die gasten die zich misdragen niet de deur uit kunnen zetten? Het is immers hun huis. Indien nodig kunnen ze hiervoor politieondersteuning vragen. En daar weer voor de voetbalbond. Zou die geen gedragsregels kunnen uitvaardigen hoe te handelen in een dergelijke situatie?

Toont echt leiderschap zich niet juist in moeilijke tijden? Zien we niet een schrijnend gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsbesef? Maar ja, waarom zou het voetbal een uitzondering zijn op het algehele gebrek aan leiderschap en verantwoordelijkheidsgevoel bij bestuurders, in de politiek en de samenleving? Zien we daar niet ook vormen van hooliganisme en wegduiken? Van het ontwijken en ontduiken van verantwoordelijkheid? Is dit het nieuwe ‘leadership from behind’?

Eenvoudige oplossingen

Voor de excellente, hoogbegaafde, top-presterende VWO-leerlingen komt er de mogelijkheid om het VWO in vijf in plaats van zes jaar te doen, zo valt te lezen in de Volkskrant. Een klein experiment op 2 scholen verliep succesvol en nu wordt het uitgebreid tot 25 scholen. Die scholen krijgen zelf veel vrijheid om die ‘versnelling’ in te vullen. Er was altijd al de mogelijkheid om extra vakken of modules te volgen. Daar komt nu de versnelling bij, omdat sommige leerlingen liever snel een diploma op zak willen hebben. Goed dat aan deze leerlingen extra mogelijkheden worden geboden. Maar… .

EcoFoto: www.quofataferunt.com

Kent het probleem van de excellente leerlingen niet een andere oorzaak? Is het niveau van het onderwijs de afgelopen decennia flink gedaald of wordt de mens steeds slimmer? Deze vraag stelde ik al eerder. Als de mens steeds slimmer wordt, moeten dan niet de eisen voor diploma’s worden verhoogd? Als we dat niet doen, dan is op termijn iedereen universitair geschoold. Maar wat zegt dat dan nog? Of is het niveau van het onderwijs gedaald? Dit wellicht om de beleidsdoelstellingen met betrekking tot onderwijs te halen.

Er zijn veel signalen die op dit laatste wijzen. Universiteiten geven studenten bijles wiskunde, omdat het niveau te laag is. Middelbare scholieren moeten om dezelfde reden taal en rekentoetsen maken. Nederland daalt op de Pisa-ranglijsten. Zou het aantal VWO’ers dat niet voldoende wordt uitgedaagd niet ook een signaal kunnen zijn van het dalende niveau? En kunnen de University Colleges niet ook als zo’n signaal worden gezien?  Een signaal van een dalend algemeen niveau van onderwijs?

Zouden we onze energie niet moeten richten op het verhogen van de eisen voor alle diploma’s? Niet alleen voor de excellente leerlingen, maar voor alle leerlingen? Dus minder, maar wel beter opgeleide VWO’ers. Beter opgeleide Havisten en meer en beter opgeleide VMBO’ers? Zou dit ons land niet veel meer opleveren? Zouden hiervan niet alle leerlingen profiteren door kwalitatief beter onderwijs? Door reëlere verwachtingen bij zowel de leerling als de samenleving met betrekking tot het kunnen van de leerling? Een oplossing die weliswaar leidt tot een daling van het aantal hoger opgeleiden, maar is dat erg? Zeker als die hogere opleiding voor het beschikbare werk niet nodig is.

Het versnellen van het VWO en ook het oprichten van ‘excellente universiteiten’ zijn manieren om tegemoet te komen aan de behoefte van de intelligente leerlingen en studenten. Een eenvoudige oplossing. Umberto Eco schreef in De Slinger van Foucault het volgende: “Voor ieder ingewikkeld probleem bestaat een eenvoudige oplossing en die is fout.” Zou dat hier ook het geval kunnen zijn?

Spijkers op laag water

De Britten mogen zich binnenkort uitspreken over hun deelname aan de Europese Unie. In Elsevier speculeert Jelte Wiersma over de mogelijke gevolgen hiervan. De Britten zorgen, volgens Wiersma, voor tegenwicht tegen het ‘corporatistische’ Duitsland en het ‘protectionistische’ Frankrijk door te hameren op vrijhandel en hun lidmaatschap is voor Nederland van het grootste belang. Zeker omdat na de Britten ook de niet-eurolanden, Zweden en Denemarken, uit de Unie zouden kunnen stappen. “Dat is voor Nederland een horrorscenario. De succesvolle protestantse pro-handelslanden in het noordwesten van Europa laten Nederland dan achter met een katholiek anti-vrijhandelsblok,” aldus Wiersma.

BrexitIllustratie: www.voxeurop.eu

Ooit legde Max Weber in zijn boek Die Protestantische Ethik und der Geist des Kapitalismus de relatie tussen het protestantisme en het kapitalisme. De hardwerkende protestanten investeerden hun verdiende geld in plaats van het te verjubelen, zoals katholieken deden. Zo vormden zij de motor van de bedrijvigheid, de handel en dus het kapitalisme. Deze theorie van Weber is altijd omstreden geweest. Was de rijkdom van de Italiaanse stadstaten immers niet ook gebaseerd op handel en bedrijvigheid? En waren deze niet gewoon katholiek? Wiersma lijkt Weber te volgen.

Stel dat het scenario dat Wiersma schetst werkelijkheid wordt. Moet Nederland, als protestants land dan ook de Unie verlaten? Maar wacht even. Wat moeten dan de van oudsher katholieke oostelijke en zuidelijke delen van ons land doen? Zich afscheiden omdat ze niet bij een protestantse pro-handelsnatie passen?

Het lijkt wel alsof Wiersma grote cultuurverschillen ziet tussen katholieken en protestanten. De geschiedenis bestuderend kon hij wel eens gelijk hebben. Katholieken en protestanten hebben zich eeuwenlang de tent uit gevochten. Noord-Ierland is hiervan het laatste nog smeulende voorbeeld. Maar had dit te maken met nijverheid en handel?

Wat moeten we dan met de Europese Grondwet? Die spreekt immers over een joods-christelijke cultuur. Waarbij de protestanten en katholieken op de christelijke hoop zijn geveegd. Wordt er, ook in de Elsevier van Wiersma, niet fel geprotesteerd tegen de komst van vluchtelingen omdat hun islamitische cultuur niet bij onze christelijke past?

Of blaast Wiersma zijn betoog op met grote, zware woorden en vooroordelen? Zoekt hij spijkers op laag water?

De potten verwijten de ketel

De hele ‘internationale gemeenschap’ staat op haar achterste benen. Nee, niet over de al jaren voortslepende ellende in Irak en Syrië. Daar staat de hele ‘internationale gemeenschap’ tegenover elkaar op het slagveld. De hele internationale gemeenschap? Nee een relatief klein landje tussen China en Zuid-Korea bemoeit zich er niet mee. En laat nu net de rest van de ‘internationale gemeenschap’ op haar achterste benen staan omdat dat land, Noord-Korea, een lange afstandsraket heeft gelanceerd. Een raket waarmee het landje naar eigen zeggen een satelliet in een baan om de aarde heeft gebracht.

Noord Korea

Foto: www.nrc.nl

Laten er nu de laatste jaren steeds meer landen zijn die lange afstandsraketten lanceren en daarmee satellieten in banen om de aarde brengen. India, China, Japan, Rusland, de Verenigde Staten de Europese Unie allemaal schoten ze al raketten het firmament in om satellieten in een baan om de aarde te brengen.

Sterker nog, er zijn tegenwoordig ook al rijke Amerikaanse ondernemers die zoiets ook doen. Die willen naar Mars of nog verder. Die laatsten halen steevast de media met hun kapriolen en worden door velen aanbeden als echte ondernemers en avonturiers.

Dit alles leidde nog niet tot een ‘internationale gemeenschap’ die op de achterste benen staat en uitroept dat zoiets ‘absoluut onaanvaardbaar’ is en een ‘onvergeeflijke provocatie’. Waarom wordt er dan wel zo gereageerd als Noord-Korea een satelliet met een raket in een baan om de aarde brengt?

Omdat Noord-Korea een vreemd, isolationistisch regime heeft, waarin de leider wordt verheerlijkt. Bovendien beschikt het land over kernwapens en die kunnen met die raket de halve wereld over vliegen. Dat is gevaarlijk en daarom moet hard worden opgetreden. Zo is de teneur in de media.

Heeft Rusland niet ook een vreemd regime, waarin de leider wordt verheerlijkt en dat over kernwapens beschikt? Moeten we in de VS niet ook maar afwachten wie president is? Maken we na Bush junior  nu niet weer kans op een clown als president van het enige land dat al kernwapens heeft gebruikt? En is China een toonbeeld van zuiverheid en rechtvaardigheid?

Verwijten de potten hier de ketel dat hij zwart ziet?

Taleb-wet

Een politicus moet vrij zijn en vrij betekent: “niet gedwongen kunnen worden om te doen wat hij anders nooit gedaan zou hebben,” zoals Nassim Nicholas Taleb het omschrijf in zijn boek Antifragiel. Daar moest ik aan denken toen het VVD-Kamerlid Bart de Liefde bekend maakte het Kamerlidmaatschap in te ruilen voor een bestaan als lobbyist bij Uber. De Liefde is de laatste maar zeker niet de eerste en enige politicus die de Kamer verlaat voor een lobby en/of bestuursfunctie. Kamerleden weten hoe de politieke en ambtelijke hazen lopen, hebben de juiste connecties en dat maakt hen gewild voor deze functies. Zijn bestuurders niet ook lobbyisten? Dat even terzijde.

Taleb

Illustratie: verraes.net

In de Binnenhofse kringen wordt met onbegrip gereageerd op de overstap van De Liefde. Maar is jobhoppen tegenwoordig niet de norm? En wordt het Kamerlidmaatschap niet gezien als werk, als een baan? Is het dan niet logisch dat een Kamerlid hiervan gebruik maakt? Juist om de overeenkomst met andere banen te benadrukken is de wachtgeldregeling aangepast en meer in lijn gebracht met de reguliere ww. Moeten we dan niet blij zijn dat De Liefde nu overstapt omdat het zo wachtgeld bespaart?

Het kamerlidmaatschap of een ministerschap, is niet altijd een baan of werk geweest. Bij de oude Atheners was politiek iets voor vrije mensen. Want alleen een vrij man kon zijn eigen standpunten bepalen en was van niemand afhankelijk voor zijn levensonderhoud. Een afgeleide hiervan was het kiesrecht op basis van de hoogte van het inkomen, zoals het tot het einde van de negentiende eeuw dominant was. Politiek was iets voor de rijken en de armen moesten maar afwachten

De twintigste eeuw kende de politicus met een ‘roeping’. Na een korte carrière in het bedrijfsleven of de (semi)overheid, het bestuur in en nooit meer onder ‘de stolp’ uit. En nu kennen we de politiek als carrièrestap. Met als nadeel dat niet bekend is hoe ‘vrij’ de politicus is. Want wat is zijn vorige of volgende job en hoe beïnvloedt dit zijn handelen? Past hij, om Taleb te parafraseren ‘zijn overtuigingen aan zijn daden aan, in plaats van zijn daden aan zijn overtuigingen’?

Maar ja, hoe voorkom je dat het Kamerlidmaatschap als opstapje wordt gebruikt en de overtuigingen worden aangepast? Taleb doet de volgende suggestie: “Iedereen die een openbaar ambt bekleedt, zou verboden moeten worden daarna in een commerciële functie meer te verdienen dan de meestverdienende ambtenaar.” 

Zou dit helpen en moeten we een ‘Taleb-wet’ invoeren?