Referendhumhum

Het zoveelste artikel over wat het betekent als er bij het referendum over het associatieverdrag met de Oekraïne VOOR of TEGEN wordt gezegd. Als er zoveel verschillende uitleggen worden gegeven aan VOOR of TEGEN, wat is dan de waarde van de uitslag? Is dan duidelijk wat de kiezer precies heeft bedoeld? Wat zijn motieven en argumenten waren? Zoveel kiezers zoveel meningen ook na het referendum.

ReferendumFoto: nos.nl

Nu kun je betogen dat al die interpretaties er niet toe doen. Het gaat immers over het associatieakkoord. Een akkoord dat bestaat uit bijna 500 artikelen waarin Oekraïne belooft ‘Europese’ rechten en plichten voor haar burgers over te nemen en in ruil daarvoor gunstige handelsvoorwaarden krijgt en nog wat andere zaken. En daar moeten we JA of NEE tegen zeggen. De rest is allemaal interpretatie, een enkeling zegt manipulatie, die er niet toe doet. Maar wat als de manipulatie al begint bij GeenPeil, de initiatiefnemers voor dit referendum?

Doet de rest er echt niet toe? Wat doen we dan met Jantje, Thierryke, Emieleke, Alexandertje, Geertje, Markie, Diederikje en al die anderen in binnen en buitenland die hun eigen draai  geven aan de uitslag? Die omstandig gaan uitleggen wat de kiezer heeft bedoeld met JA of NEE. Hierbij driftig gebruikmakend van peilingen van Maurice de Hond cumsuis.

Wat moeten onze regering en parlement dan met de uitslag? Hoe moet zij die interpreteren en vertalen in vervolgacties? Is de vraag waarom iemand JA of NEE zegt niet van belang? Wat als je een deel van de afspraken in het associatieakkoord wel ziet zitten? Bijvoorbeeld de rechten en plichten voor de burgers. En een deel niet? Bijvoorbeeld de afspraken rond de economie omdat die van neoliberale snit zijn en multinationals bevoordelen? JA, maar … of NEE, tenzij… stemmen is niet mogelijk. Terwijl het voor de vervolgstappen wel van belang is om dit te weten.

Een referendum is toch het toppunt van democratie, zal de voorstander van het referendum zeggen. Toen vorig jaar bekend werd dat dit referendum zou worden gehouden, schreef ik er al een column over, waarin ik me afvroeg of besturen via referenda wel tot een prettige en rechtvaardige samenleving leidt. Hoe we voorkomen: “dat we de dag na het ‘feest van de democratie’ wakker worden met een stevige kater?”

De bevolking meer betrekken door in gesprek te gaan is een goede zaak en dat gebeurt veel te weinig, of een referendum daarvoor het juiste middel is? Zou ‘meer democratie’ veel vroeger in de besluitvorming niet beter zijn, dan achteraf JA of NEE zeggen?

Amandla

“Goed, ze is erin doorgeslagen, maar ik vraag me af wat ik had gedaan als ik op straat gearresteerd zou worden, om niets, in het bijzijn van mijn kleine kinderen. Als ik keer op keer in de cel was gegooid, zonder proces en zonder dat ik wist wie er voor mijn kinderen zorgde … Winnie is in de gevangenis vernederd, getreiterd en gemarteld. Het verbaast mij niet dat zij daar hard en radicaal van werd. Daarmee wil ik niet goedpraten wat ze allemaal heeft gedaan, maar ik begrijp het wel.” Deze woorden van actrice Joanne Telesford zijn in Trouw te lezen. Telesford speelt Winnie Mandele in de musical Amandla Mandela.

AmandlaIllustratie: www.theatersinnederland.nl

Telesford toont begrip, zonder het goed te keuren, voor het radicaal worden van Winnie Mandela. Onzekerheid, vernedering, treitering en marteling dat is niet niks en zij begrijpt dat Winnie Mandela daar radicaal van kon worden.

Zou dat ook voor andere mensen gelden? Voor bijvoorbeeld onze islamitische medelanders? Medelanders die steeds worden aangesproken op gruwelijke daden van mensen die eenzelfde geloof hebben. Medelanders die de grootste slachtoffers zijn van alle beperkende maatregelen zoals preventief fouilleren, verscherpte grenscontroles. Medelanders die van volksvertegenwoordigers te horen krijgen dat hun geloof barbaars is. Volksvertegenwoordigers die twijfelen aan hun ‘loyaliteit’ aan het land. Loyaliteit die ze bij anderen als vanzelf aanwezig achten, maar is dat wel zo? En wat betekent dat, loyaal zijn aan je land.

Medelanders die vaak worden gepasseerd voor werk en daardoor gebruik moeten maken van sociale voorzieningen. Medelanders die vervolgens het verwijt krijgen dat ze ‘profiteren’ van deze voorzieningen, dat ze lui zijn. Medelanders die moeten integreren of inburgeren want ze horen er eigenlijk niet bij.

Wat zou dat met die medelanders doen? Zou dat hun denken, houding gedrag en gedrag beïnvloeden? Zouden ze zich daardoor gesterkt voelen in hun Nederlanderschap? Zou dat hun loyaliteit vergroten, als dat al nodig is? Zou dat hun vertrouwen in de rest van de samenleving en de overheid vergroten? Of zou dit bij velen van hen kunnen leiden tot onverschilligheid ten opzichte van de rest van de samenleving? Bij een kleinere groep tot verharding? Bij een klein deel tot radicalisme? En bij een enkeling tot criminele en terroristische daadkracht?

 

Provocerende puber

Scholen en leraren hebben het moeilijk met radicalisering en de gespletenheid in de klas. Gespletenheid door de totaal verschillende wereldbeelden. De ene groep wantrouwt westerse media en ziet overal complotten van de Verenigde Staten en Israel. De andere groep wantrouwt alles wat met moslims te maken heeft en ziet overal extremisten. In de Volkskrant een interview met Margalith Kleijwegt die in opdracht van het Ministerie van Onderwijs onderzocht hoe docenten omgaan met deze problematiek. In dit interview wordt de volgende vraag gesteld:“Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo’n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?”

provoceren

Foto: www.fcupdate.nl

Een zeer bijzonder vraag want er worden meteen twee mogelijke antwoorden bij gegeven: radicalisering of pubergedrag. Kleijwegt antwoordt: “Dat weet je niet” en geeft vervolgens een voorbeeld waaruit je kunt opmaken hoe moeilijk het is om te kiezen tussen de twee mogelijke antwoorden. Zijn dat echter de enige antwoorden? Wordt het niet interessant als de achtenvijftigjarige Henk, die van Ingrid, beweert dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept? Is Henk dan ook aan het radicaliseren of is er dan sprake van puberaal gedrag?

Wordt het niet nog interessanter als een wetenschapper en publicist een soortgelijke uitspraak doet? Ook in de Volkskrant een interview met rechtsfilosoof Afshin Ellian. Ellian maakt zich zorgen over het salafisme dat hij als zeer gevaarlijk beschouwt en hij ziet te weinig urgentie om het te bestrijden. Het interview sluit af met de volgende zinnen: “Als het salafisme echt groot wordt, is het steeds moeilijker te bestrijden. Dan bestaat het gevaar van gewelddadige conflicten. En daarom moet je ingrijpen nu het nog kan.” Staat hier niet met andere woorden hetzelfde als die leerling in de vraag roept, maar dan geprojecteerd in de toekomst en met iets wat er nu nog tegen gedaan kan worden?

Is het volgens Ellian niet al te laat als hij het volgende beweert: “Alle moslims krijgen met de paplepel ingegoten dat ze superieur zijn en het voorbeeld van Mohammed moeten volgen. En wat is dat voorbeeld? De profeet dwong mensen tot bekering, voerde de sharia in en stichtte een islamitische staat. Want alleen in een islamitische staat kun je de islamitische wetten toepassen”? Dit is geen radicale versie van de islam het is, aldus Ellian, dé islam.

Is Ellian een provocerende puber of is hij aan het radicaliseren, maar dan de andere kant op? Wie gaat het gesprek aan met dit radicalisme?

Achter de oren krabben

Columniste Elma Drayer ergert zich in de Volkskrant aan Peter Vandermeersch, de Vlaamse hoofdredacteur van de NRC: “Ik krabde me achter de oren. Hoe was het mogelijk dat de hoofdredacteur van een gerespecteerde krant zulke gemakzuchtige onzin uitkraamde? Alsof hoge werkloosheid en het lastig hebben (wat dat laatste ook mag betekenen) geheel logisch leiden tot terreurdaden. Alsof daar niet heel veel meer voor nodig is. Bijvoorbeeld een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan, de Almachtige het laatste woord heeft en Israël compleet van de kaart zal zijn gevaagd. Alsof daar niet tevens een naaste omgeving voor nodig is die nauwelijks tegen dit gedachtegoed ingaat, en zo gedoogt dat het zich naar hartelust verspreidt.”

achter de oren krabben

Foto: zoom.nl

Inderdaad is er geen causaal verband tussen werkloosheid en ‘het lastig hebben en terrorisme’. Dat was ook niet wat de hoofdredacteur beweerde, die beweerde dat het een voedingsbodem is. Nu kan er veel groeien op een voedingsbodem, maar moet er dan niet eerst een zaadje wordt geplant? Wat is dan dat zaadje?

Is dat, zoals Drayer het omschrijft ‘een rotsvast geloof in een religieus utopia waarin alle neuzen dezelfde kant op staan’? Zijn er niet heel veel mensen die geloven in een religieus utopia? Zijn de grote monotheïstische religies (en stromingen) niet gebouwd op een dergelijk utopia? Zouden er dan niet veel meer terroristen moeten zijn?

Zouden er naast religieus terrorisme ook andere vormen van terrorisme zijn? Beatrice de Graaf onderscheidde in haar DWDD college vier golven en dit religieus jihadistisch terrorisme behoorde bij de vierde golf. De andere drie golven waren de anarchistische, de nationalistische (gericht op onafhankelijkheid) en de revolutionaire (links georiënteerd en soms bestreden door van overheidswege gesanctioneerd rechts contraterrorisme).

Drayer lijkt de ‘naaste omgeving’ mede schuldig te verklaren. Die ‘gaat nauwelijks tegen dit gedachtegoed in en gedoogt zo de verspreiding’. Hoeveel invloed zou de naaste omgeving hebben op deze jongeren? Hoeveel invloed hebben ouders op puberende kinderen en jong volwassenen? Zeker als die ouders niet echt worden geholpen door de samenleving waarin zij wonen, omdat zij in daad en in woorden vaak worden buitengesloten?

Zou Drayer zich niet ook achter de oren moeten krabben om ‘de gemakzuchtige onzin’ die ze zelf uitkraamt?

Niet in mijn naam!

Artsen zonder Grenzen (AzG) en de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR werken niet langer mee aan het vervoer van aangekomen vluchtelingen naar ‘detentiecentra’. Centra die, volgens AzG, eerder een gevangenis lijken omdat de mensen de centra wel in mogen, maar niet meer uit. En niet alleen daarom: “We staan het niet toe dat onze hulp wordt aangewend voor een grootschalige uitzettingsoperatie en we weigeren deel uit te maken van een systeem dat lak heeft aan de humanitaire noden van vluchtelingen”, zo citeert de Volkskrant landencoördinator Marie Elisabeth Ingres van AzG. De UNHCR noemt het zelfs interneringskampen.

Kamp MoriaFoto: www.trouw.nl

AzG en de UNHCR spreken niet over centra in Noord-Korea, bij onze ‘koninklijke’ vrienden uit Saoudi-Arabië of een Russische Goelag. Nee de centra waar deze gerespecteerde organisaties over spreken, zijn de ‘Europese’ centra waarin vluchtelingen worden ‘opgevangen’. Verlaten die mensen niet hun huis en haard omdat dat huis, die haard én hun leven wordt bedreigd door oorlogsgeweld? Is het niet wrang om deze mensen op te sluiten en te ‘interneren’ om de woorden van de UNHCR te gebruiken?

Zijn westerse landen, waaronder Nederland, niet medeschuldig aan dat oorlogsgeweld? Medeschuldig omdat zij nu bombarderen? Medeschuldig omdat zij eerst onder de vlag van het ‘brengen van democratie’, en later de ‘oorlog tegen terrorisme’ ingrijpen waar en wanneer ze maar willen? Medeschuldig omdat ze zich met woorden inzetten voor vrijheid en democratie, maar met hun daden en geld een andere boodschap verkondigden en verkondigen? Een boodschap waarbij toevoer van grondstoffen zoals aardolie en verkoop van wapens, een belangrijke rol speelden en spelen? Medeschuldig omdat niet het belang van de mensen in die landen centraal stond en staat, maar dat wat zij denken dat in hun economisch belang is? Maakt dat het ‘interneren’ en gevangenzetten van vluchtelingen niet extra wrang?

Is dit niet een vrije, open, inclusieve, democratische samenleving onwaardig? Voor de Ballonnendoorprikker in ieder geval veel, veel, veel te wrang en veel, veel, veel te onwaardig. Hij schaamt zich voor de handelwijze van de Europese landen! Hij schaamt zich voor de Europese leiders die dit hebben afgesproken! Hij schaamt zich voor de Nederlandse regering die hiermee heeft ingestemd! Hij schaamt zich voor de Nederlandse minister-president die een belangrijke rol heeft gespeeld bij het tot stand komen van deze ‘oplossing’! Hij schaamt zich voor Nederlandse volksvertegenwoordigers en bestuurders die dit vol trots staat te verdedigen en te promoten! Hij schaamt zich diep en roept uit: NIET IN MIJN NAAM!

En aan de vluchtelingen biedt hij zijn welgemeende excuses aan voor hetgeen hen wordt aangedaan.

Stanford prison en de terrorist

“Technologische mogelijkheden die onze vrijheden ernstig schaden. En waar we erg behoudend zijn om ze te gebruiken. Terecht als je naar de experts luistert. We geven er te veel voor op. Het houdt terroristen niet tegen. Zij zijn vaak early adapters als het om vernieuwende technieken gaat. Altijd een stapje voor op ons staatsapparaat.” Dit schrijft Niels Hagen in een rake column op zijn weblog. De column heeft als titel Laat je niet door angst leiden en is geschreven naar aanleiding van de aanslagen in Brussel en de reacties erop. Hij haalt Beatrice de Graaf aan die, in haar DWDD college, terroristen ‘early adapters’ noemt.

Terroristen zijn volgens De Graaf heel snel met nieuwe technieken en ontwikkelingen. Ze noemt terroristen echter ook de ‘klunzen’ en de ‘losers van de geschiedenis die liever een short cut nemen dan gebruik te maken van de trage molens van de democratische besluitvormingsprocessen’. Terroristen zijn geen existentiële bedreiging voor onze open, inclusieve samenleving. Sterker, die inclusieve samenleving is volgens haar het beste wapen tegen iedere vorm van terrorisme.

Als die open inclusieve samenleving werkelijk de beste verdediging is tegen terrorisme, zouden we daar dan niet veel meer op moeten inzetten? Wat zeggen woorden als autochtoon, allochtoon, inburgeren, integreren en integratie? Hoe open en inclusief is onze samenleving als dergelijke woorden de boventoon voeren? Is dat niet veeleer exclusiverend?

Hoe exclusiverend is de taal die politici, beleidsmakers, opiniemakers en in hun navolging vele mensen gebruiken? Sommigen bewust, vaak ook onbewust zoals bleek tijdens een recente uitzending van Pauw met het ‘minderproces’ als onderwerp. Als je het goed doet ben je een Nederlander, doe je iets verkeerd, dan ben je Marokkaan. Welk effect heeft dat op mensen?

Wat zeggen snelle reacties van politici en opiniemakers waarin een link wordt gelegd tussen terrorisme en de islam? Woorden zoals: “ Dit heeft met de islam te maken en we hebben iemand nodig die daartegen optreedt,” van Wilders.  Zijn dit woorden die passen bij een inclusieve samenleving?

Zou het gebruik van deze woorden en vervolgens het beleid dat erop wordt gemaakt, niet ertoe kunnen leiden dat er ‘losers van de geschiedenis’ worden gecreëerd? Het beroemde Stanford prison experiment liet zien dat mensen heel soepel een rol aannemen en dan tot de meeste extreme daden in staat zijn. De Amerikaanse misdaden in Abu Graib bevestigden dit. Zou het exclusiverend taalgebruik er niet voor kunnen zorgen dat mensen in een rol worden ‘geduwd’ en vervolgens gedrag gaan vertonen dat de ‘duwers’ bij die rol vinden horen? Zou dit niet ook een deel van het probleem kunnen zijn?

Complexer door te versimpelen

In de Volkskrant een bijdrage van de filosoof Stephan Huijboom met als titel De machtsstrijd om het Nederlanderschap begint. In zijn bijdrage stelt hij, in navolging van Willem Schinkel die dat een week eerder deed, het gebruik van woorden als ‘Marokkaan’ en ‘Allochtoon’ ter discussie, omdat die woorden niet neutraal zijn.

uitnodigingIllustratie: jijislief.nl

Volgens Huijboom draait het uiteindelijk: “om de vraag of Nederlanders die ‘allochtoon’ genoemd worden, ooit als onderdeel gezien kunnen worden van ‘de Nederlandse cultuur’. Kan dat nu, over vijftig jaar, over 150 jaar, of nooit? Bovendien: wie bepaalt dat? Nederlanders die zichzelf ‘autochtoon’ noemen?” Een Volkskrantlezer, die zich EddieValliant noemt, meent dat het betoog van Huijboom onderuit wordt gehaald: “… door uitspraken van allochtone Nederlanders zelf die zeggen zich niet als Nederlander te willen zien en hun kinderen opvoeden als Marokkaan of Turk.” Huijboom draait, volgens deze lezer, oorzaak en gevolg om.

Deze lezer raakt hiermee een bijzonder punt. Wat is hier de oorzaak en wat het gevolg? Bezorgt het onderscheid autochtoon versus allochtoon de laatsten het gevoel nooit bij Nederland te kunnen horen? Een gevoel dat ze krijgen omdat ze steeds worden aangesproken op hun herkomst of de herkomst van hun (voor)ouders? Of zijn allochtonen die zeggen zich niet als Nederlander te zien, er de oorzaak van dat ze niet als Nederlander worden gezien?

Zou het onderscheid autochtoon versus allochtoon in aanmerking komen als beginpunt? Wie heeft dit taalkundig onderscheid met grote sociale en maatschappelijke gevolgen gecreëerd? Zijn het de allochtonen die zijn begonnen zich allochtoon te noemen? Wie heeft termen als ‘inburgering’ en ‘integratie’ geïntroduceerd? Termen waarvan, net als van de woorden ‘autochtoon’ en ‘allochtoon’ een uitsluitende werking uitgaat. Woorden die mensen verdelen in plaats van verbinden. Woorden die, door de werkelijkheid te versimpelen, haar in feite complexer maken? Versimpelen, door mensen in groepen te verdelen die op een of andere manier net iets anders lijken. Complexer maken, omdat hierdoor groepen tegenover elkaar komen te staan.

Zou het niet beter zijn, om iedereen die een Nederlands paspoort en dus de Nederlandse nationaliteit, heeft ook gewoon Nederlander te noemen en alle andere benamingen weg te laten? Zou dat niet verbinden? Zelfs als EddieValliant gelijk heeft? Want waarom in dat geval niet een afwijzing beantwoorden met een uitnodiging?

Twee ei is een Halbe ei

Bied als winkelbedrijf ‘verstop-eitjes’ aan en spreek van ‘voorjaarsfeest’ en dat is het begin van het einde van: “waar we als land voor staan.” Een uitspraak van VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Dit naar aanleiding van reclame van de HEMA. Want: “Als de Hollandsche Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam afscheid neemt van Pasen, dat onderdeel uitmaakt van onze maatschappij, dan glijden we langzaam af.” Want: “Pasen en Pinksteren hóren bij Nederland. Dat vind ik, ook al ben ik zelf niet religieus. Als je daar aanstoot aan neemt, dan ben je toch intolerant? Pasen hoort erbij, net als gelijkheid tussen man en vrouw en tussen homo’s en hetero’s.” Zijlstra maakt zich zorgen om de ondergang van een christelijke natie. De eitjes zijn voor hem een voorbeeld van een dreigende islamitische onderwerping.

paaseieren2Illustratie: koken.vtm.be

Beste meneer Zijlstra. Is de HEMA daadwerkelijk zo’n belangrijke poot ‘onder alles waar we als land voorstaan’? Waarom begint u dan geen actie om het bedrijf terug te kopen van de Britse eigenaar Lion Capital? Het zou immers toch niet mogen zijn dat deze belangrijke drager van ‘alles’ waar Nederland voor staat, in buitenlandse handen is? Want wat als de Britten de HEMA verkopen aan een sjeik uit een van de Golfstaten?

Is het huidige Pasen geen ‘verchristelijkte’ voortzetting van voorchristelijke lentefeesten, gewijd aan het leven en de vruchtbaarheid? Net zoals ook Kerst een ‘heidense’ geschiedenis kent. Zou de HEMA met haar voorjaarsfeest niet een verdere vernieuwing kunnen zijn? Of beter, een moderne manier van teruggrijpen op een oeroude traditie?

Meneer Zijlstra, als u Pasen en Pinksteren op gelijke hoogte stelt met de gelijkheid tussen man en vrouw en homo’s en hetero’s, waarom dan geen voorstel tot wijziging van de Grondwet? En vervolgens een Paas- en Pinksterenwet waarin formaat, smaak, gewicht etcetera van het paasei kan worden vastgelegd. De hoeveelheid spijs en suiker op een Paasbrood. Zou politieke bemoeienis dit Pasen en Pinksteren goed doen?

Moet de politiek zich niet verre houden van bemoeienis met tradities en volksfeesten, zeker als ze zijn gelieerd aan een godsdienst? Want loopt zij daardoor niet het risico de ene godsdienst boven de andere te plaatsen? En is dat niet in strijd met onze Grondwet.

Iedere tijd zijn eigen strijd

“Die vlag klinkt misschien een beetje triviaal, maar het staat voor iets groters. Kijk naar de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Ook zij hebben hoofdstukken gekend van geweld, van aanslagen. Maar die vlag, dat is de trots op hun samenleving als geheel.” Een uitspraak van Akwasi Owusu Ansah, opgenomen in een artikel van Vera Mulder bij De Correspondent.  Mulder sprak Ansah om te spreken over het belang van volledige geschiedenis. Aanleiding tot het gesprek was het boek Roofstaat van Ewald Vanvugt. Een boek over de zwarte bladzijden van de Nederlandse geschiedenis dat binnenkort verschijnt.

slavernijIllustratie: www.averbode.be

En door volledige geschiedenis kan iedereen zich gerepresenteerd voelen. Ansah: “Het grootste probleem van het ontbreken van de zwarte randen in onze geschiedvertelling, is dat het ervoor zorgt dat minderheden in Nederland zich niet gerepresenteerd voelen.” Maakt Ansah hier niet dezelfde fout die aan de basis ligt van het probleem? Namelijk de zoektocht naar aan passende nationale geschiedenis die ons in het heden goed uitkomt? Is dat er niet de oorzaak van dat: “gevierde historische figuren die … verschrikkelijke daden op hun geweten hebben…” eenzijdig zijn belicht? Wordt de geschiedenis zo niet in dienst gesteld van het heden? Zouden we daar niet mee uit moeten kijken? Is die gezochte trots niet juist verblindend?

Zou er niet juist ruimte komen voor het verleden in al haar aspecten, als het wordt bestudeerd om haar eigen waarde? Neem een belangrijk onderwerp van het gesprek tussen Mulder en Ansah, de slavernij. In de huidige discussie overheerst het beeld van de foute blanke die de zwarte in slavernij hield. Waren er in de loop der geschiedenis alleen zwarten slaven en alleen blanken slavenbezitters? Of zouden er ook blanken slaven zijn geweest en zwarte bezitters? Was het lijfeigenschap niet ook een vorm van slavernij? Hoe is de slavernij uiteindelijk afgeschaft? Speelden daar niet zowel zwarten als blanken en wellicht ook wel Chinezen of Indiërs een rol in?

Zou dat kunnen betekenen dat samenlevingen vroeger ook grijs waren? Dat er dus goede en slechte mensen waren en vooral een hele grote groep ertussen in?

Slavernij is dan wel verboden, dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat. Moeten we ons niet veel drukker maken om hedendaagse vormen van slavernij en achterstelling? Want zullen ze ons over 100 jaar niet beoordelen op onze daden en veel minder op discussies over het verleden? Waarmee niet is gezegd dat kennis van het verleden onbelangrijk is, in tegendeel. Iedere tijd wordt herinnerd om zijn eigen strijd, wat is de huidige strijd?

Hoe zouden ze over 100 jaar over onze tijd spreken? Welke ‘held’ van nu zal er dan bij het vuilnis worden gezet en welke schlemiel zal held worden? Hoe zou er worden geoordeeld over bijvoorbeeld de omgang met vluchtelingen in de jaren tien van de eenentwintigste eeuw?

Zijn in de tijd

Als jullie dit lezen, is hij weer voorbij en duurt het weer vier jaar tot de volgende. De schrikkeldag. En zoals tegenwoordig bij alles, moeten ook de kosten van een schrikkeldag worden berekend. €60 extra uitgaven en €47 extra inkomsten voor een gezin en dus kost die dag €13, aldus het NIBUD. We vinden tijd belangrijk en willen er het liefst meer van hebben. Zeker omdat we tegenwoordig het maximale moeten halen uit de schaarse tijd die ons is gegeven. Tijd is immers geld en je mag geen kostbare tijd verloren laten gaan.

SchrikkeldagIllustratie: nl.dreamstime.com

In Trouw besteedt Ger Groot er een column aan en concludeert dat met tijd niet valt te manipuleren. Wel constateert hij dat we collectief de grootste tijdswinst hebben geboekt met de spectaculaire stijging van de levensverwachting. Maar hoe spectaculair die stijging ook is, als je tijd is gekomen ontsnapt je niet. Geniet van de tijd die je is gegeven en bekommer je niet teveel om de prijs ervan, zo concludeert Groot. Een wijze raad?

Tijd vervult een belangrijke rol in onze samenleving en ons leven. Zou dat altijd zo zijn geweest? Of zouden onze voorvaderen een heel ander begrip van tijd hebben gehad? Of wellicht wel helemaal geen?

Volgens Hannah Arendt (The Human Condition) vormde, vóór de komst van het christendom, de samenleving (stam, familie) de kern van het denken. De stam of familie en het overleven ervan, stond centraal en daarop was alle actie gericht. Ook acties die een einde maakten aan het leven van een individu. Die stierf in het belang van het voortbestaan van de familie of stam. Min of meer vergelijkbaar met het huidige ‘vallen voor het vaderland’. En stammen en families hebben generaties de tijd. Het christendom daarentegen plaatste het (leven van het) individu centraal. Dit betekende een flinke beperking van de tijdshorizon en maakte tijd schaars. Die is immers beperkt tot één mensenleven. Daarin moet hét gebeuren.

Genieten we dan het meeste van betaald werk, de scholing ervoor of de zoektocht ernaar? Want besteden we daar niet het grootste deel van onze tijd aan? Door toegenomen levensverwachting wordt immers ook de pensioenleeftijd steeds hoger. “In de ene helft van ons leven offeren we ons leven op om geld te verdienen, in de andere offeren we geld om weer gezond te worden. En al die tijd gaan gezondheid en leven er zachtjesaan van door”,  zo omschreef de achttiende-eeuwse Franse filosoof en schrijver Voltaire het. Hollen we zo niet onze eigen staart achterna?