De Ballonnendoorprikker schrijft korte prikkelende columns, waarin kromme redeneringen, verhullend taalgebruik en rammelend beargumenteerde standpunten aan de kaak worden gesteld
In de Volkskrant een artikel over de jonge Haagse villawijk Vroondaal. Een wijk waar al een enkele villa staat, maar die vooral bestaat uit lege percelen. De wijk kwam ‘in de verkeerde periode op de markt’: net toen de economie in crisis schoot. Om wat aan die lege weilanden te doen en natuurlijk ook omdat het verkopen van die grond geld oplevert, komt de gemeente Den Haag nu met een nieuw idee: “Vermogende Chinezen en andere Aziaten die in Den Haag een energieneutrale villa kopen van 1,3 tot 1,6 miljoen euro, krijgen een waardevol welkomstgeschenk: een voorlopige verblijfsvergunning.”
Het mes snijdt aan twee kanten. De wijk en de gemeentekas worden gevuld en de rijke Aziaten gaan natuurlijk een deel van hun rijkdom uitgeven in De Haag. Dat is natuurlijk goed voor de middenstand en de economie. Een creatief plan, maar …
Hoe verhoudt zich dit tot de komst van vele vluchtelingen, die de gemoederen flink verhit? Voor de ene helft van het land zijn het er ‘teveel van een verkeerde religie en cultuur’ en de andere helft ‘heet ze van harte welkom’. Discussie vooral over de kosten en de zorgen met betrekking tot de (on)mogelijkheid tot integratie. Die vluchtelingen moeten toch een asielaanvraag indienen en dan afwachten of ze een verblijfsstatus krijgen? Moeten ze als statushouder vervolgens niet als de wiedeweerga zorgen dat ze de taal spreken, inburgeren en integreren?
Moeten deze ‘Chinezen en andere Aziaten’ ook de taal leren en inburgeren en integreren? Rijke Aziatische landgenoten kopen een verblijfsstatus en worden met open armen ontvangen. Liggen Syrië, Irak en Afghanistan niet ook in Azië? Hun arme landgenoten treft een heel ander lot. Worden aan die vermogenden ook taal -, inburgerings- en integratie-eisen gesteld of gaan we meten met twee maten?
Zou mijn moeder toch gelijk hebben, als ze de volgende uitspraak deed: ‘d’n duvel schiet altied op de groeëtsten haup’?*
* de duivel schijt altijd op de grootste hoop. Wat wil zeggen dat het geluk degenen die het al goed hebben, goed gezind is.
In een interview met de Volkskrant licht PvdA-fractieleider Diederik Samsom zijn plan toe hoe om te gaan met de vluchtelingenstroom. Samsom: “Vluchtelingen verdienen een veilig heenkomen maar de mensen die hier wonen verdienen dat wij hun welvaartsstaat overeind houden.” Een interessante zin die uit twee delen bestaat en die delen worden door Samsom tegenover elkaar gezet. Zowel bij die twee delen als ook bij het tegenover elkaar zetten zijn vragen te stellen.
Vluchtelingen verdienen een veiling heenkomen. Even naar het plan. Dat komt erop neer dat vluchtelingen zich moeten melden en laten registreren in ‘veilige’ landen buiten de EU. En om de druk op die landen wat te beperken, is de EU bereid om maximaal 250.000 van hen op te nemen. De rest moet maar in de regio worden opgevangen. Schuift de EU zo niet het probleem terug? En schuift die vluchteling zo niet uiteindelijk terug naar de oorlog die hij ontvluchtte? Want waarom zouden buurlanden wel al die vluchtelingen opnemen?
De mensen die hier wonen verdienen dat de welvaartsstaat overeind wordt gehouden. Is die welvaartsstaat de afgelopen twintig jaar door de successievelijke kabinetten (met en zonder de PvdA) niet aardig gedecimeerd? Moest die niet worden geofferd op het altaar van de neoliberale ideologie? Een ideologie van ieder voor zich? Is er niet gesneden in de hoogte en de lengte van uitkeringen? En zijn de toegangspoorten voor ondersteuning door de overheid niet steeds verder gesloten? Is die welvaartsstaat met de troonrede 2013 niet doodverklaard ten faveure van de participatiesamenleving?
En dan de hele zin. Is het wel een keuze tussen onze welvaartsstaat en hun veilig heenkomen? Zouden beiden ook samen kunnen? Lao Tse schijnt eens gezegd te hebben: “Genoeg hebben is geluk; meer dan genoeg hebben brengt ongeluk. Dat geldt voor alle dingen, vooral echter voor geld.” Behouden we welvaart niet juist door eerlijk te delen?
De vluchtelingenproblematiek en de rol van de media zijn het onderwerp van een artikel van Kristel van Teeffelen in Trouw. De media zouden het negatieve beeld rond vluchtelingen aanwakkeren door veel aandacht te besteden aan de boze burger en incidenten en te weinig aan de meerderheid die bereid is vluchtelingen op te vangen en te helpen. Van Teeffelen verwijst naar VVD-Eerste Kamerlid Annemarie Jorritsma: “dat media angstgevoelens onder burgers vergroten. Incidenten, bijvoorbeeld in azc’s, worden breed uitgemeten, waardoor ze ineens heel groot lijken, aldus Jorritsma. Het maakt mensen onzeker.”
Nu doen de media verslag van wat er gebeurt en staat bij dat verslag doen niet de uitzondering centraal? Zijn incidenten niet die uitzondering? Een vliegtuig dat veilig op de plaats van bestemming aankomt, haalt de krant niet. Dat doet het pas als het misgaat. Zou daaruit het beeld kunnen ontstaan dat vliegtuigen onveilig zijn omdat ze alleen de krant halen als ze neerstorten? Is nieuws niet per definitie iets wat van het gewone afwijkt?
Als we het opiniërende deel van de media erop naslaan, komen daar niet alle denkbare inzichten aan bod? Regent het niet verwijten van politieke correctheid en vluchtelingenknuffelaars van de ene kant? En zijn van de andere kant de verwijten van extreem rechts en racisme niet van de lucht? Het ene medium neigt meer naar de ene en het andere meer naar de andere kant, maar is dat niet altijd zo?
Ligt het probleem niet elders? Want missen we niet juist de politici en de politieke leiders in de discussie? Moet Jorritsma dus niet in de spiegel kijken? Duikt de politieke hoek niet veel te veel weg? Missen we daar niet visie en leiderschap? Is visie niet veel meer dan een olifant die het uitzicht belemmert of het noemen van een getal? Is visie niet de manier waarop waarden zoals vrijheid, rechtvaardigheid, solidariteit enzovoorts worden ingevuld in goede en in slechte tijden?
“Het is beter achter de schermen leiding te geven en anderen op de voorgrond te zetten, vooral wanneer je overwinningen viert en er mooie dingen gebeuren. Als er sprake is van gevaar, dien je vooraan te staan. Dan zullen de mensen je leiderschap waarderen.” Aldus een wijze raad van Nelson Mandela. Welke leider volgt dit advies en gaat vooraan staan?
“ACROSS the country, some 400,000 women, mostly immigrants, work in agriculture, toiling in fields, nurseries and packing plants. Such work is backbreaking and low-paying. But for many of these women, it is also a nightmare of sexual violence.” De opening van een artikel in de New York Times geplaatst op 19 januari 2016. In het artikel wordt verslag gedaan van de slechte betaling en behandeling van immigranten zonder verblijfsstatus in de landbouw. Voor vrouwen komt daar nog de grote kans op seksueel misbruik bij.
Vanwege hun illegale status en de grote concurrentie voor een baan, durven veel vrouwen geen aanklacht in te dienen tegen opzichters die zich aan hen vergrijpen. Daar komt nog bij dat aangifte doen lastig is. Bureaus zijn alleen open als de vrouwen aan het werk zijn of het kan alleen digitaal. En als er wel aangifte is gedaan, dan duren de procedures ellenlang. Daar komt bij dat hulporganisatie bij Federale wet verboden is om de getroffen vrouwen te helpen. Hoe lichtend is het voorbeeld dat ‘the land of the free and the home of the brave’ geeft?
Seksueel geweld tegen vrouwen, hebben we dat dit jaar niet al eerder gehoord? Was er niet iets in Keulen waar Duitse vrouwen lastig werden gevallen door mannen met een Arabisch en Noord-Afrikaans uiterlijk? Een gebeurtenis die terecht tot veel verontwaardiging leidde. Werd hierbij niet door velen een verband gelegd met de ‘cultuur’ en de religie van de daders. Die zou dergelijk gedrag tolereren en in ieder geval niet verbieden.
Hoe zou dat nu op de boerderijen in de Verenigde Staten zijn? Welke cultuur zouden de daders daar hebben? Zouden die ook een Arabisch of Noord-Afrikaans uiterlijk hebben? Of zouden dat blanke Amerikanen zijn. Zou de islam daar een belangrijke rol spelen of zou het merendeel van de daders christenlijk zijn? Helaas geeft het artikel er geen duidelijkheid over.
Wat het artikel wel duidelijk maakt, is dat seksueel geweld op de boerderijen te maken heeft met macht. De daders voelen zich machtig en onaantastbaar. De slachtoffers hebben immers geen status en aangifte doen is bijna onmogelijk. Zou bij de gebeurtenissen in Keulen niet ook een gevoel van macht en onaantastbaarheid een rol hebben gespeeld, omdat er in groepen werd geopereerd dat niet de belangrijkste oorzaak kunnen zijn?
“Volgens de Brabantse cultuurhistoricus Gerard Rooijakkers past het bungelende varken bij een eeuwenoude volkstraditie: als de mensen het niet eens waren met iets of iemand, werden dode beesten in bomen gehangen.” Een uitspraak gedaan na de protesten tegen de komst van een asielzoekerscentrum in de Brabantse plaats Heesch, zo valt te lezen in de Volkskrant.
Volkstraditie wil zeggen een onderdeel van de cultuur van de streek. Als dit een volkstraditie is en dus een onderdeel van de plaatselijke cultuur, moeten we dan die cultuur met al haar ingrediënten wel willen behouden? Moeten we blij zijn met cultuurelementen al het ophangen van een dood varken?
Columnist Theodor Holmann sprak zich in Het Parool uit tegen ludieke protesten waarbij mannen in korte rokjes gaan lopen. Een protest moet de kern raken en effectief zijn, explosief noemde hij het. Zou het ophangen van dode varkens de kern raken en effectief zijn? Is het explosief? Wil de ‘varkenophanger’ asielzoekers soms vergelijken met varkens? Zou dat zijn punt zijn?
Laat veel mensen er nu net voor vrezen dat de instroom van veel vluchtelingen en migranten zal leiden tot aantasting van die cultuur. In Trouw verwijt Patrick van Schie, de directeur van de liberale Telderstichting, mensen die veel vluchtelingen willen toelaten dat zij bereid zijn: “een grote terugval in de geschiedenis te accepteren,” omdat de Westerse waarden onder druk komen te staan. Ik wil de mensen uit die tijd niet te kort doen, maar hoe Middeleeuws is deze volkstraditie? Zou de komst van vele vluchtelingen dan niet vooruitgang in plaats van terugval kunnen betekenen?
Ik kom uit een streek waar veel volkstradities zijn. Vooral in het huidige jaargetijde staat mijn woonplaats Venlo er bol van. Het ophangen van dode beesten als protest is er geen onderdeel van. Als dat een onderdeel is van ‘onze’ cultuur, wil ik dan iets met die cultuur van doen hebben?
Gelukkig is cultuur niet statisch. Cultuur verandert onder invloed van gebeurtenissen, nieuwe zienswijzen op zaken en nieuwe manieren van denken in de tijd. Er is dus nog hoop voor degenen die het ophangen van dode dieren als een volkstraditie zien. Hoe lang zullen de verantwoordelijken nog in de Middeleeuwen blijven? Hoe lang zou het duren voordat bij hen de Verlichting aanbreekt?
“Waarom kunnen wij in Europa niet met een programma komen waarbij deze laagopgeleide, over het algemeen jonge mannelijke vluchtelingen worden teruggestuurd naar de landen rondom Syrië en wij in plaats daarvan in Europa een aanzienlijk aantal in onze westerse samenleving meer kansrijke vluchtelingen (gezinnen met kinderen, getrouwde stellen en hoger opgeleiden) opnemen?” Dit idee oppert briefschrijver Joos de Wit in de Volkskrant. Een interessant idee, alleen vluchtelingen opnemen waarvan we verwachten dat ze daadwerkelijk gaan bijdragen aan onze samenleving.
Toch roept dit idee wat vragen op. Voor de kniesoor als eerste, hoe bepalen we of iemand kansrijk is? Een gezin met kinderen? Maar wat als al die kinderen een flinke beperking hebben? Hoe bereken je het nut van een individuele vluchteling? Zien we mensen zo niet als een middel in plaats van een doel?
Wat betekent dit voor de landen rondom Syrië? Hoe komt het over als wij de lusten nemen en zij de lasten? Zou dat er niet toe kunnen leiden dat samenlevingen daar destabiliseren omdat er een stuwmeer van ‘kanslozen’ ontstaat? Zou dat leiden tot uitzichtloosheid? En zou dat niet tot nog meer wanhoop leiden? En wellicht tot wanhoopsdaden? Zou dat niet een nog betere voedingsbodem voor wrok en wraak vormen? Wat zou de wereld dan over een aantal jaren te wachten staan? Als de verschillen tussen arm en rijk of kansrijk en uitzichtloos hierdoor nog verder zijn gegroeid?
Nu draaien we het eens om. Stel de landen rondom Syrië komen op ditzelfde idee. Zij houden de ‘succesvollen’ daar en sturen de ‘kanslozen’ deze kant op. Wellicht zou dat de samenlevingen aldaar positief beïnvloeden. Wat zou dat betekenen? Voor de westerse landen zou dat meer problemen betekenen. Maar verkeren wij niet in een veel betere positie om die problemen het hoofd te bieden dan de landen rondom Syrië? Zou dat ervoor kunnen zorgen dat de uitzichtloosheid aldaar vermindert? Dat er daar hoop en optimisme ontstaat? Wat zou dat voor de wereld betekenen? Zou tot een rechtvaardigere en eerlijkere verdeling in de wereld leiden?
Of wellicht de ‘kansrijken’ toch naar hier halen en stel dat alle westerse landen dit doen? Zou er dan een ‘markt’ voor potentieel aantrekkelijke vluchtelingen kunnen ontstaan? Een markt waar deze vluchtelingen ‘bij opbod’ verkocht kunnen worden? En met dat geld zou er rond Syrië iets gedaan kunnen worden voor de kanslozen? Of is dit slavernij?
Of moeten we luisteren naar de Amerikaanse generaal en president Dwight D. Eisenhower? “A People that values its privileges above its principles soon loses both.“
“Niet de media, maar politici moeten steun vinden voor het migratiebeleid. Dat wordt weleens vergeten. Nogmaals, niet Bild, de Volkskrant of de tv-programma’s moeten draagvlak creëren voor het beleid inzake migratie.” woorden van rechtsgeleerde Afshin Ellian in Elsevier. In zijn column waarin hij de media verwijt dat zij: “zich willen gedragen als de poortwachter van Nederland en alsof zij het migratiebeleid mogen bedenken en organiseren.” Maar dat zal niet lukken omdat: “Wie in de media op grond van bijvoorbeeld humaniteit via bekende Nederlanders noodzakelijk draagvlak wil scheppen voor opname van meer migranten, zal uiteindelijk zijn gezag verliezen.”
Ellian heeft gelijk dat het uiteindelijk de democratisch gekozen politici zijn, die verantwoordelijkheid dragen voor het beleid. Maar is het zo dat, zoals Elian beweert, beleid door een meerderheid van de bevolking moet worden gedragen? Of is een kamermeerderheid voldoende? En mogen de media en ‘entertainers’ dat proces niet beïnvloeden door hun mening te laten horen en te pleiten voor wat zij de goede zaak vinden? Ook als die mening in de ogen van Ellian ‘politiek correct’ is. Want dat betoogt Ellian. Media zijn er immers alleen, “om kritisch verslag te doen van beleid en uitvoering daarvan.” Waar ligt de grens tussen ‘kritisch verslag doen’ aan de ene kant en beïnvloeden aan de andere kant? Beïnvloed je door kritisch verslag te doen van huidig (falend) beleid niet ook het beleid?
Wie bepaalt trouwens wat politiek correct is? Is het politiek correct om voor of tegen meer vluchtelingen te zijn? Of hangt het antwoord op die vraag af van je positie of mening? Is politiek correct een term om iemand met een andere mening te declasseren en niet serieus te nemen? Dus een vorm van gespreksvermijding? Moeten we niet juist het gesprek aan met andersdenkenden omdat, zoals de Zwitserse psychiater Carl Gustav Jung zei: “Everything that irritates us about others can lead us to an understanding of ourselves.”
Vreemd trouwens dat Ellian, zelf onderdeel van het meningencircus, zijn ‘concullega’s’ die er anders over denken dan hij, verwijt wat hij zelf ook doet. En dat is draagvlak creëren voor zijn ‘beleid’ in zake migratie. Een voorbeeld van de pot die de ketel verwijdt dat hij zwart ziet?
Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?
Maar is het niet nog vreemder dat een rechtsgeleerde als Ellian ervoor lijkt te pleiten dat de vrijheid van meningsuiting voor ‘entertainers’ en ‘politiek correcten’ beperkt moet worden. Hoe krom is het recht van Ellian?
The Tragedy of the Commons, de tragedie van de gemeenschappelijke gronden of de meent en iets ruimer het gemeenschappelijke bezit. Een term gemunt door de Amerikaanse ecoloog Garrett Hardin. De grond, bijvoorbeeld een weide heeft een beperkte omvang en er kunnen dus slechts een beperkt aantal schapen op grazen. Overbegrazing zorgt ervoor dat de hele weide onbruikbaar wordt. Een schaap meer voor herder A betekent voor hem een hoger inkomen, dus zal herder A liever een schaap meer nemen. Voor het geheel betekent dit grotere kans op overbegrazing, dat risico ligt echter bij de hele groep. De rationele conclusie van herder A zal dus dat ene schaap meer te nemen. Dat gaat echter ook op voor alle andere herders en dus is overbeweiding onvermijdelijk. Zo is de redenatie van Hardin.
Hieraan moest ik denken toen ik het eerste,tweede en derde deel in de reeks columns van Frank Kalshoven in de Volkskrant las. Een reeks die handelt over een ander soort economie. In deel twee beschrijft hij in het kort de ‘Off the grid-economie’. Je koppelt je los van de bestaande economie en probeert zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. Dus je eigen energie/stroom opwekken, je eigen drinkwater regelen, je eigen afval verwerken en ook in je eigen voedsel voorzien. Hoe meer je dat lukt, hoe minder geld je nodig hebt en hoe minder je dus afhankelijk bent van de ‘reguliere’ economie.
Is er voldoende grond om iedereen zijn eigen voedsel te laten verbouwen? Want verliezen we dan niet het specialisme van de huidige landbouw? Een specialisme dat tot gigantische productiestijging heeft geleid. Zou dat te ondervangen zijn door bijvoorbeeld ‘Off the Grid’ dorpen? Dorpen waarin mensen samenwerken om gezamenlijk hun eigen voedsel te produceren? Een soort ‘collectieve boerderij’ of beter nog, een ‘collectief dorp’. Waar kennen we die ook al weer van? Alleen met dat verschil dat die, de kolchozen in de Sovjet Unie, van bovenaf werden verordonneerd. Zou dat een richting kunnen zijn om ‘Off the grid’ te leven? Zou dat geen schoolvoorbeeld van participatiesamenleving zijn?
Hoe nieuw is dat ‘Off the grid’ eigenlijk? Lijkt dat niet verdacht veel op de manier waarop het overgrote deel van onze voorouders eeuwenlang geleefd heeft? Een lapje grond met wat vee. Alles bij elkaar bijna genoeg om te overleven. De rest verkregen ze door de meent, de gezamenlijke gronden, wateren of bossen te gebruiken.
Maar ja, die gaan toch in de tragedie ten onder, volgens Hardin? Inderdaad de meent ging in een tragedie ten onder waardoor velen in absolute armoede werden gestort en als dagloner moesten zien te overleven (de ZZP’er avant la lettre). Maar, kende de tragedie geen andere oorzaak dan die Hardin beschrijft? Ging de meent niet vooral ten onder omdat de landeigenaar er een hek omzette en de grond zelf in productie bracht? Omheining die mogelijk werd gemaakt omdat de opkomende parlementen (bevolkt door landeigenaren) dit mogelijk maakten. Betekende de onmogelijkheid om de grond nog gezamenlijk te gebruiken en dus het einde van de meent niet de poort naar armoede voor de oude ‘off the gridder’?
Het oude ‘Off the grid’ was geen keus maar een noodzakelijkheid. En geldt dat niet net zo voor ons huidige economische bestel? Dit bestel biedt heel veel keuze op triviaal niveau als het gaat over een pak wasmiddel, maar keuzemogelijkheid is er op het fundamentele niveau tussen “Off’ of “On the grid”? Is ons bestel niet erg eenzijdig ingericht en gericht op een leven ‘On the grid’? Is de keuze voor ‘Off the grid’ niet alleen mogelijk als je kiest voor een zeer sober bestaan als zwerver of als je voldoende kapitaal bezit? En hoe eerlijk is dat?
Wat zou er nu nodig zijn om mensen zelf te laten kiezen tussen “Off’ of “On the grid” zonder mensen tot dagloner te laten vervallen? Staat keuzevrijheid niet hoog in ons vaandel in onze westerse samenleving? Ja, maar dus niet op dit fundamentele niveau. Wij kunnen niet kiezen tussen vol blijven deelnemen aan de huidige tredmolens als ene uiterste en volledig individueel ‘Off the grid’ gaan als andere uiterste en alle varianten ertussen in. Daar is ons economische, sociale en maatschappelijke systeem niet op ingericht. Hoe groot is dan onze vrijheid om zelf te kiezen hoe we ons leven willen inrichten?
Zou een basisinkomen een nieuwe vorm van ‘meent’ kunnen zijn om ieder van ons die vrijheid te geven?
Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?
Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?
Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.
En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?
Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?
De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.
In een klein boekje Leidraad voor het Verstand geeft de filosoof John Lock handvatten voor helder en logisch denken. In dit boekje komen ook hinderpalen bij het helder en logisch denken aan bod. Aan dit boekje moest ik denken toen ik in de Volkskrant het interview met VVD-kamerlid Malik Azmani las.
Azmani is de man achter het VVD vluchtelingenbeleid waarin opvang in de regio centraal staat. Een beleid waarvan het belangrijkste begrip, de regio, niet is gedefinieerd. Is het beleid daarmee niet op drijfzand gebaseerd? Is dit niet een voorbeeld van een redenering die is gebaseerd op een ondeugdelijk principe?
Azmani constateert dat succesvol integreren of inburgeren soms lastig is: “Het heeft te maken met: onbekend maakt onbemind. Het is een menselijk automatisme om elkaar leuk te vinden op basis van wat overeenkomt. Zoals wij hier samen thee zitten te drinken, vinden we elkaar leuk. Integratie is ook: hoe communiceer je met elkaar?” Contact en tweerichtingsverkeer lijken voor Azmani daarmee vereist. Maar op de vraag of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de integratie, antwoordt hij vervolgens: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.” Geen antwoord op de vraag, maar wel iets waar een NEE in doorschemert terwijl je een duidelijk JA zou verwachten op basis van de eerdere uitspraak. Hoe logisch en helder denkt Azmani? Of zegt Azmani de logica vaarwel omdat het niet in het wereldbeeld van zijn partij past of niet aansluit bij de algemene opinie?
Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?
Jammer dat deze vragen, die de stevigheid van Azmani’s denkwerk onderzoeken, niet werden gesteld. Want denken leidt tot keuzes en keuzes hebben gevolgen. En wat zouden de antwoorden betekenen voor de keuzes?
“Koppigheid komt niet voort uit aanhankelijkheid aan de waarheid, doch uit onderwerping aan vooroordelen,” aldus Lock. Zou Azmani hieraan lijden?