Economische vluchtelingen

Ik vertrek(Illustratie: literatuurplein.nl)

“We willen onderscheid tussen vluchtelingen die veiligheid zoeken en asielzoekers die hier om economische redenen komen’’ Deze uitspraak van VVD-kamerlid Malik Azmani valt te lezen in Elsevier. Dergelijke uitspraken zijn vaker te horen en te lezen. Mensen die moeten vluchten voor oorlog of omdat ze worden vervolgd vanwege hun politieke overtuiging of geloof, die moeten we natuurlijk helpen. Die kunnen op onze gastvrijheid rekenen. Voor anderen zijn we minder gastvrij.

Toch is er iets vreemds aan deze redenering. Of eigenlijk iets meer. Waarom mogen alleen mensen die veiligheid zoeken vluchten? Waarom zouden mensen, waarvan de gezondheid in gevaar is niet vluchten? In gevaar vanwege te weinig en slecht voedsel. In gevaar omdat de omstandigheden dermate zwaar en onvriendelijk zijn dat deze hen geen mogelijkheden bieden om zich te ontplooien. Waarom zouden mensen niet om deze redenen mogen vluchten naar een plek die hen grotere kansen hierop biedt? Waarom zijn mensen die om deze redenen vluchten niet welkom?

Er is nog iets vreemds. Als wij kansen zien op een beter leven en dat leven is op een andere plaats, dan verhuizen we. Zo vertrekken jongeren nog steeds van het Groningse of Limburgse platteland, naar Amsterdam of Utrecht. De kansen op interessant werk zijn daar groter. Als we denken dat het betere leven in Londen of Berlijn te vinden is, dan vertrekken we naar die steden. Dat vinden wij heel normaal. We maken zelfs televisieseries over mensen die naar den vreemde gaan. Waarom is het normaal als wij om economische redenen migreren naar een ander deel van het land of zelfs naar een ander land? Waarom moet het voor ons mogelijk zijn om dit zonder hindernissen te doen? Waarom nemen we het Afrikanen of Aziaten kwalijk en sluiten we onze grenzen voor hen als zij hetzelfde willen?

Wilders’ wilde wereld

In de Volkskrant van 6 november 2015 geeft Wilders, PVV, zijn visie op de wereld en de oplossing voor alle Nederlandse problemen. In het kort komt het erop neer dat Nederland nu naar de verdoemenis gaat en dat is de schuld van de politieke elite. Die elite handelt steevast tegen de wil van het volk en de enige manier om dit op te lossen is de macht terug te geven aan het volk en te besturen per referendum. Het is ieders goed recht om een pleidooi te houden voor zijn ideeën, ook de fractievoorzitter van een van de grotere politieke partijen. Toch knelt er iets. Of eigenlijk, iets meer.

f7555588ef9d84473250c4dff892ea85

(Foto: funvending.nl)

Het knelt, omdat Wilders betoogt: “De Nederlanders willen hun identiteit behouden.” Identiteit is het eigen karakter. Om iets te behouden moet je weten wat dat iets is. In dit geval wat die Nederlandse identiteit is? Wat is dat eigen karakter? Een vraag waar Maxima in 2007 ook al mee worstelde. En de vraag is of je die identiteit wel moet behouden zoals die is? Of ontwikkelt een karakter zich en wordt het gevormd door ervaring? Als dat zo is, dan zou het behouden van een identiteit betekenen dat die identiteit over een tijdje uit de tijd is. Ze heeft zich immers niet ontwikkeld.

Het knelt omdat hij schrijft: “De politieke elite doet precies het tegenovergestelde van wat de mensen willen.” Als hij met de politieke elite onze gekozen volksvertegenwoordigers bedoelt, inclusief hijzelf, dan is dat het goede recht van die vertegenwoordigers. Zij worden namelijk gekozen om zonder last of ruggespraak te handelen namens het volk. Betekent zonder last en ruggespraak niet dat zij de vrijheid hebben hun eigen afweging te maken? Een afweging waarbij ze zich door niets of niemand hoeven te laten leiden. Ook niet opiniepeilingen die aantonen dat 99% van de mensen het anders wil. Moeten we niet blij zijn en het stimuleren dat volksvertegenwoordigers afstand kunnen nemen van de ‘waan van dag’? Dat zij actief zoeken naar argumenten voor en tegen? Naar alternatieven en vooral naar het beste alternatief en niet het populairste? Zou de kracht van de democratie niet juist hierin moeten zitten? En zijn verkiezingen niet het moment dat het volk oordeelt over het handelen van haar vertegenwoordigers?

Het knel, omdat Wilders betoogt: “De meeste Nederlanders beseffen dat massa-immigratie geen verrijking is, maar leidt tot verlies van welvaart, veiligheid en identiteit.” Beseffen suggereert dat er sprake is van een feit. Is hetgeen Wilders hier betoogt wel een feit? Was de Hollandse Gouden Eeuw niet gebaseerd op massa-immigratie vanuit wat nu België heet? En op ‘gelukzoekers’ uit de Duitse landen die als huurling in het leger of op de VOC-schepen dienden? Is de welvaart van de Verenigde Staten niet gebaseerd op massa-emigratie? En hoe zit het met China? Al is het in dat geval binnenlandse migratie. Maar hoe binnenlands is het als een Oeigoer vanuit het westen van China naar Shanghai verhuist?

Het knelt, omdat daarna valt te lezen: “De burgers willen de grenzen dicht. Maar wat krijgen ze? Open grenzen en méér asielzoekers.” Hoe weet de heer Wilders wat de burgers willen? Heeft hij ze allemaal gesproken? Zou het niet kunnen zijn dat veel burgers wat anders willen? Mij als inwoner van Wilders’ geboorteplaats Venlo, lijken gesloten grenzen verdomde lastig. Ze beperken mijn mogelijkheden. Zouden er niet ook asielzoekers komen met gesloten grenzen? In de jaren vijftig waren onze grenzen gesloten en toch kwamen er veel asielzoekers binnen uit Hongarije, het geboorteland van Wilders’ vrouw.

Ietsje verder knelt het weer: “Ze willen veiligheid. Maar krijgen méér islam en méér criminaliteit.” Suggereert Wilders hier dat er een relatie is tussen de islam en veiligheid? Tussen de islam en criminaliteit? Wat is die relatie?

Een zin verder knelt het weer: “Ze willen betere zorg en meer aandacht voor de ouderen. Maar moeten betalen voor migranten en Grieken.”  Is het wel een keuze tussen zorg aan de ene kant en Grieken en migranten aan de andere kant? Wie werden er gered door het vele geld dat naar Griekenland ging? De Grieken? Als de Grieken ermee geholpen zouden zijn, hoe komt het dan dat het grootste deel van de Griekse bevolking er door die ‘hulp’ alleen maar op achteruitgaat? Waren het misschien niet de Grieken maar de banken die werden gered?

Welke partijen er ook de regering vormden, steeds werd er bezuinigd op, en gesneden in de zorg en de aandacht voor ouderen. En ook voordat we de Grieken moesten ‘redden’ werd er al stevig op zorg beknibbeld. Willen we wel betere zorg? Of hebben we liever belastingverlichting van vijf miljard?

Nog wat verder in het betoog knelt het weer: “Het regime in Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.” Ik neem aan dat hij met het regime de volksvertegenwoordigers en de door die volksvertegenwoordigers gecontroleerde regering bedoelt. Is het wel mogelijk om namens het volk te spreken? Hoe weet je dan wat er gezegd moet worden? Is het de taak van volksvertegenwoordigers om namens het volk te spreken? Handelen namens het volk is de taak van een volksvertegenwoordiger, spreken namens niet. Hebben Wilders en met hem vele andere politici begrepen wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn? Begrijpt hij onze democratie wel?

Een bijzonder knelpunt: “De asielcrisis en alle andere problemen van Nederland kunnen alleen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.” Heeft het volk niet de macht en gebruikt zij die macht niet bij het kiezen van haar vertegenwoordigers? Is er ooit een periode in de geschiedenis van Nederland en laat ik het wat ruimer nemen, van het grondgebied wat nu Nederland is, geweest dat het volk de macht had op een andere manier dan sinds 1917 via algemene verkiezingen? Zijn er in de Middeleeuwen of in enig ander tijdvak in het verleden referenda gehouden?

Deze uitspraak kent nog een andere knelpunt, namelijk dat problemen alleen opgelost kunnen worden als het volk de macht heeft, dus in een directe democratie. Kan Wilders aantonen dat problemen alleen opgelost kunnen worden als de macht wordt teruggegeven aan het volk? Worden in een, al dan niet verlichte, dictatuur geen problemen opgelost? Of in een autocratie? Betekent deze bewering dat alle problemen uit het verleden nog bestaan?

Ook zijn oplossing knelt: “Nederlanders moeten veel vaker de kans krijgen in referenda rechtstreeks over hun eigen lot te beslissen.”  Een directe democratie, en dat is regeren per referendum, lijkt op en top democratisch, maar is dat wel zo? Is een goede democratie niet meer dan besluiten per meerderheid? Wordt in een goede democratie niet ook rekening gehouden met de belangen van de minderheid? Hoe wil hij ervoor zorgen dat in een ‘referendumsamenleving’ rekening wordt gehouden met de belangen van minderheden? Is een democratie per referendum geen dictatuur van de meerderheid?

Leidt JA of NEE zeggen wel tot die duidelijke besluiten? Zou er aan een uitspraak niet meer betekenis gegeven kunnen worden? Het NEE tegen een Europese grondwet werd immers ook geïnterpreteerd als een NEE tegen meer Europa. Hoe duidelijk is dan een uitspraak? Zou een JA, MAAR niet hetzelfde kunnen zijn als een NEE, TENZIJ? Zijn bij een referendum ook compromissen of win-win oplossingen mogelijk? Zou het niet kunnen, dat iets wat een minderheid, al is het maar één persoon, inbrengt van meer waarde is dan de mening van 80% van het volk? Hoe zorgen we ervoor dat die inbreng in een referendum naar boven komt?

“Die talrijke verkiezingen zijn de uitdrukking van de volkswil,” valt iets verderop te lezen. Is het wel de volkswil die we krijgen als we referenda houden? Is de uitkomst van een referendum niet alleen het optellen van de individuele meningen teruggebracht tot een JA of een NEE? De volkswil of algemene wil is een term afkomstig van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij legt dit begrip anders uit dan Wilders. De volkswil is, dat wat in het belang is van het volk en dat is wat anders dan de mening van het volk. De volkswil is alleen te achterhalen als het volk kan kiezen of stemmen met volledige kennis van zaken, heldere redenering, een zuiver oordeelsvermogen, en een ingesteldheid die het gemene goed nastreeft. Wie van het volk voldoet aan al deze voorwaarden?

En een laatste knelpunt: “De Zwitsers zijn een trots en patriottisch volk dat zich nooit heeft willen uitverkopen aan Brussel.” Wilders doet het voorkomen alsof alle landen zich willoos aan ‘Brussel’ hebben uitgeleverd. Hebben de andere landen zich uitverkocht’ aan Brussel? Is ‘Brussel’ geen resultaat van onderhandelingen tussen de betrokken landen? Waren de deelnemende landen er, in de persoon van de democratisch gekozen regeringen, niet zelf bij? Stemden de democratisch gekozen parlementen niet zelf in? Waren die landen en hun bevolkingen (voor het grootste deel) niet hartstikke blij met ‘Brussel’?

Toch nog even bezinnen voordat we met Wilders’ wilde wereld beginnen?

Inburgeren

Inburgeren(Illustratie: xiosvowinburgering.wikispaces.com)

Inburgeren, sinds het begin van dit millennium is dit een veel gebruikt woord. Wil je vanuit het buitenland naar Nederland migreren, dan moet je inburgeren. Hiervoor moet je zelfs een examen afleggen. Liefst al voor je naar Nederland komt. Ook als je als vluchteling een status krijgt, moet je inburgeren en moet je binnen drie jaar een inburgeringsexamen afleggen.

Ondanks al deze inspanningen, lijkt het voor nieuwkomers onmogelijk om er echt bij te horen. Van migrant of vluchteling wordt je allochtoon. En allochtonen horen er ook niet echt bij en moeten iets doen om als volwaardig burger te worden gezien. Zelfs als je familie hier al drie generaties woont en je hier geboren bent, dan nog ben je een ‘derde generatie’ allochtoon en hoor je er nog steeds niet echt bij. Het inburgering- en integratiebeleid bereikt zo haar doel niet.

Hoe kan het dat het voldoen aan alle verplichtingen en het halen van alle examens er nog niet toe leidt dat je volledig ingeburgerd bent? Haal je een examen dan ben je toch geslaagd? Hoe kan het dat je toch niet als volwaardig lid van de gemeenschap wordt gezien?

Inburgeren is opgenomen worden in een gemeenschap zo valt te lezen in de Van Dale. Deze beschrijving lezend, is er sprake van een tweezijdige handeling. Aan de ene kant het individu dat erbij wil horen en aan de andere kant de gemeenschap die een individu in haar midden opneemt. En in deze definitie ligt de nadruk op het opnemen.

Als nu dat individu alles doet wat er wordt gevraagd, het haalt alle ‘inburgeringsdiploma’s, zou het falen van de inburgering dan niet aan de gemeenschap kunnen liggen? Dat is immers de andere betrokkene. Zou het niet kunnen zijn dat die gemeenschap de nieuwkomer er eigenlijk niet bij wil hebben?

Integratie is betaald werk

“Een groot aantal van degenen die nu naar Nederland komen, zullen hier voor langere tijd blijven wonen. Wat mag van hun integratie worden verwacht?” Die vraag stelt bijzonder hoogleraar integratie en migratie Jaco Dagevos in een artikel waarin hij ingaat op de integratieproblemen van diverse vluchtelingengroepen. Hij constateert dat alle vluchtelingengroepen minder actief zijn op de arbeidsmarkt en dat velen afhankelijk zijn van de bijstand. Het is natuurlijk jammer dat veel vluchtelingen geen werk hebben. Maar, er knelt iets.

werk(Illustratie: hi-re.nl)

Heeft hoogleraar Dagevos niet een erg beperkte kijk op het leven? Hij schrijft alleen maar over vluchtelingen in relatie tot de arbeidsmarkt. Is er niet meer in het leven dan (betaald) werk? Zou het niet over meer moeten gaan? Weten deze nieuwkomers hun weg te vinden in het verenigingsleven? Weten ze hun weg te vinden naar allerlei bedrijven en instanties die iets voor hen kunnen betekenen of omgekeerd, waarvoor zij iets kunnen betekenen? Hoe verloopt het contact en het samenleven met mensen die hier al langer zijn, die ‘autochtonen’ worden genoemd? Een vreemd woord trouwens. Ook dit is tweerichtingsverkeer en daarom zou ook bekeken moeten worden wat ‘autochtonen’ doen om in contact te komen en samen te leven met de nieuwkomers.

Dagevos beperkt ‘integratie’ tot het hebben van betaald werk. En als dat integratie is, zijn ‘autochtonen’ die geen betaald werk hebben dan ook niet ‘geïntegreerd’? Zet hij, door op deze manier te spreken, deze mensen niet in een hokje? En wat zegt hij hiermee over onze gepensioneerden? Ook die hebben geen betaald werk.

Integratie is, volgens Van Dale, het maken van of opnemen in een groter geheel. Bij Dagevos lijkt het grotere geheel alleen uit werkenden te bestaan.

Prikker, vrijdag 2 oktober 2015

Emigranten en smokkelaars

“Om smokkelaars daar te treffen waar het pijn doet en migratiestromen dicht bij de bron op te vangen, moeten militaire acties in de eerste plaats gericht zijn op de bestrijding van smokkelaars, hun routes en criminele netwerken,” aldus VVD kamerlid Han ten Broeke in De Volkskrant. Bestrijden van mensensmokkel is een goede zaak, niets dan lof voor dit streven. Toch wringt er iets.

smokkelaars

(Foto: www.welingelichtekringen.nl)

De smokkelaars zijn eigenlijk een bijzonder soort ‘reisbureau’. De relevante vraag is of deze ‘reisbureaus’ voorzien in een behoefte of een behoefte creëren? Als ze een behoefte creëren dan kan bestrijden een optie zijn. De behoefte wordt dan immers niet meer gecreëerd en dat zou kunnen betekenen dat er niet meer gemigreerd wordt.

Als deze smokkelaars in een markt zijn gesprongen omdat er een behoefte is, dan is het maar de vraag of deze behoefte verdwijnt als er geen smokkel meer is. Ook als de smokkelaars de behoefte hebben gecreëerd is dit de vraag. Ervaringen in andere markten leren dat het zeer lastig is een eenmaal opgewekte behoefte te laten verdwijnen. Een smokkelaar, is niet meer dan een tussenpersoon. En zoals in elke andere branche kun je de tussenpersoon overslaan. Ook kunnen er nieuwe ‘reisdiensten’ worden ontwikkeld.

Bestrijden van de smokkelaar zal de migrant niet stoppen. Daarvoor moeten we iets doen aan de beweegredenen. Die kunnen gevonden worden in de politieke -, de veiligheids-, de economische – en de sociale situatie in het land van vertrek. Dat is de bron. Met name als het om de economische situatie gaat, is werken aan de bron ook werken aan onszelf, bijvoorbeeld door rechtvaardige handelsvoorwaarden. Voorwaarden die de landen van herkomst de mogelijkheid bieden om hun bedrijvigheid te beschermen.

Prikker, maandag 18 mei 2015