Veel vragen

Op deze eerste dag van het jaar wil ik jullie, mijn lezers het allerbeste toewensen. Dus veel geluk, liefde, voorspoed, maar vooral veel nieuwsgierigheid: het verlangen om te weten. Want ligt dit verlangen niet aan de basis van de wetenschap: het weten of kennis met een ander woord. En is kennis niet meer dan alleen het weten? Is kennis niet weten, doordenken en begrijpen? Is dat in eerste instantie niet alles betwijfelen wat je ziet, leest of hoort? Is dit niet het bevragen en het van alle mogelijke perspectieven bekijken van waar je mee wordt geconfronteerd?

NieuwsgierigheidFoto: www.menselijk-lichaam.com

Is dat niet wat we nodig hebben om de problemen van onze tijd het hoofd te kunnen bieden? Problemen zoals het omgaan met verschillen, door anderen ook wel integratie of inburgering genoemd? Zou nieuwsgierigheid naar de ander ons niet kunnen helpen om hem of haar te begrijpen? Om de wereld eens vanuit zijn of haar oogpunt te bekijken? En zou dat die andere niet helpen om de wereld achter jou te leren kennen? Zou dat niet tot herkenning van overeenkomsten en begrip voor verschillen kunnen leiden? Zou die herkenning en begrip voor de ander er niet toe kunnen leiden dat er heel andere oplossingen voor die problemen mogelijk zijn?

Zou dat niet ook kunnen helpen bij de ervaren ‘democratische’ crisis in Nederland? U weet wel de ‘kloof’, de gevoelde onbetrouwbaarheid van politici en bestuurders, het betrekken van mensen bij het zoeken naar oplossingen enzovoort.

En niet alleen bij het omgaan met verschillen binnen een land? Zou dat ons niet verder helpen bij de zoektocht naar rechtvaardige en eerlijke oplossingen? Bijvoorbeeld de vluchtelingenproblematiek? Of de nog altijd sluimerende Griekse, maar eigenlijk financiële en bankencrisis? Zou dat niet kunnen helpen bij de  crisis in de Europese Unie? Zou dat ook niet kunnen helpen bij het zoeken naar oplossingen voor de problemen in het Midden-Oosten en in Afrika?

Maar ach, daar hebben wij geen invloed op. Of toch wel? Wat als wij die nieuwsgierigheid gaan betrachten in ons eigen leven? Als wij geen mening meer geven over iets, maar er vragen bij stellen? Wat zou dat voor een effect hebben op de mensen om ons heen? Hoe zouden die mensen hierop reageren? Wat als zij dit over zouden nemen? Zou dat niet onze invloed op de ‘wereldproblemen’ kunnen zijn?

De Ballonnendoorprikker blijft vragen en bevragen. Doen jullie mee? Ik wens jullie veel vragen toe.

Denken en gevolgen

In een klein boekje Leidraad voor het Verstand geeft de filosoof John Lock handvatten voor helder en logisch denken. In dit boekje komen ook hinderpalen bij het helder en logisch denken aan bod. Aan dit boekje moest ik denken toen ik in de Volkskrant het interview met VVD-kamerlid Malik Azmani las.

Azmani is de man achter het VVD vluchtelingenbeleid waarin opvang in de regio centraal staat. Een beleid waarvan het belangrijkste begrip, de regio, niet is gedefinieerd. Is het beleid daarmee niet op drijfzand gebaseerd? Is dit niet een voorbeeld van een redenering die is gebaseerd op een ondeugdelijk principe?

Helder redenerenIllustratie: carful.wordpress.com

Azmani constateert dat succesvol integreren of inburgeren soms lastig is: “Het heeft te maken met: onbekend maakt onbemind. Het is een menselijk automatisme om elkaar leuk te vinden op basis van wat overeenkomt. Zoals wij hier samen thee zitten te drinken, vinden we elkaar leuk. Integratie is ook: hoe communiceer je met elkaar?”  Contact en tweerichtingsverkeer lijken voor Azmani daarmee vereist. Maar op de vraag of ook Nederlanders verantwoordelijk zijn voor de integratie, antwoordt hij vervolgens: “Ik vind niet dat een ontvangende samenleving iets van haar identiteit moet afstaan.”  Geen antwoord op de vraag, maar wel iets waar een NEE in doorschemert terwijl je een duidelijk JA zou verwachten op basis van de eerdere uitspraak. Hoe logisch en helder denkt Azmani? Of zegt Azmani de logica vaarwel omdat het niet in het wereldbeeld van zijn partij past of niet aansluit bij de algemene opinie?

Azmani’s antwoord roept nog aanvullende vragen op. Vragen die ook met helder en logisch nadenken te maken hebben. Is integratie of met een ander woord inburgeren eigenlijk wel mogelijk zonder verantwoordelijkheid van de ontvangende samenleving? Kun je integreren als de groep waarin je moet integreren niet meewerkt? Hoe kan een samenleving waarin geïntegreerd wordt precies dezelfde identiteit of cultuur behouden? Kan dat niet alleen als de nieuwkomers exacte kopieën worden van de reeds aanwezige mensen? Als ze niets van hun vorige leven behouden? Laat de werkelijkheid niet zien dat mensen altijd iets van hun land van herkomst behouden, al is het maar de eetcultuur?

Jammer dat deze vragen, die de stevigheid van Azmani’s denkwerk onderzoeken, niet werden gesteld. Want denken leidt tot keuzes en keuzes hebben gevolgen. En wat zouden de antwoorden betekenen voor de keuzes?

“Koppigheid komt niet voort uit aanhankelijkheid aan de waarheid, doch uit onderwerping aan vooroordelen,” aldus Lock. Zou Azmani hieraan lijden?

Clash of Civilizations

“De verzorgingsstaat moet er vooral óók toe inspireren dat mensen participeren, de participatiesamenleving moet er vooral óók toe leiden dat we de verworvenheden van de verzorgingsstaat wijs en behoedzaam inzetten.” Woorden van Anne Buskens (directeur/bestuurder van de welzijnsorganisatie Traject) in Dagblad de Limburger van dinsdag 29 november 2015. Die samenlevingen moeten elkaar vinden in de ‘zoektochtsamenleving’ zoals ze die Maastricht noemen. Een samenleving die de uitdaging heeft: “de goede wil samen goed te kanaliseren.” Omdat, volgens Buskens de meeste mensen van goede wil zijn.

clash of civilizationsIllustratie: www.reddit.com

Het duizelt mij. Hebben wij niet maar één samenleving op het grondgebied van Nederland en maakt niet iedereen daar deel van uit? En participeert daar niet iedereen in die in Nederland woont?

Hoe ziet dat eruit, die verschillende ‘samenlevingen’ die met elkaar strijden en samenwerken? Een nieuwe versie van HuntingtonsClash of Civilizations’? Een botsing tussen verschillende overheidsinstanties en door de overheid gesubsidieerde en betaalde instellingen die ieder vanuit hun eigen belang met elkaar in strijd en samenwerking gaan om het goede voor en met de burger te doen?

Alleen wat is dat goede? En wie bepaalt dat? Zijn dat die op verschillende wetten gebaseerde ‘samenlevingen’?  Zijn dat die ‘samenlevingen’ en hun instanties waar de welzijnsorganisaties voorbeelden van zijn? Wordt dat opgelegd aan de mensen? Zijn die wetten, zoals de Participatiewet, waarop die samenlevingen zijn gebaseerd niet voorbeelden van gestold wantrouwen? Gaat het dominante denkmodel over mensen niet uit van wantrouwen? Hoe zit het dan met de vrijheid van mensen om zelf hun geluk te kiezen?

Geeft Buskens niet de sleutel voor een veel simpelere oplossing. Als de meeste mensen van goed wil zijn, waarom dan niet uitgaan van die goede wil? Wat zou er gebeuren als je de mensen van goede wil de vrijheid en ruimte geeft? Dat vraagt het afzweren van het denkmodel dat uitgaat van wantrouwen en dat is lastig. Experimenten met basisinkomen tonen echter aan dat uitgaan van het goede, goede resultaten oplevert voor zowel mens als samenleving.

Zou dit geen betere oplossing zijn dan de ‘Clash of Civilizations’?

Lange neus

“We beginnen met de grootste gebeurtenis van 2015: de ongekende vluchtelingenstroom naar welvarend Europa,” aldus hoofdredacteur Philippe Remarque in het commentaar van de Volkskrant. Iets wat aan het einde van ieder jaar, decennium en eeuw gebeurt: terugkijken op die afgelopen periode. Dan wordt gevraagd naar de belangrijkste gebeurtenis, de belangrijkste of grootste persoon, de beste muziek, de beste voetballer, de sportman en sportvrouw van die periode. Interessante vragen waarop steevast een antwoord komt, maar wat zeggen die antwoorden?

lange neusIllustratie: VK/DeJaap eindejaarscolumns: 2011 lange neus naar babyboomers …

Domineert bij het bepalen van dergelijke zaken niet vooral de plaats of het land waar je woont? Een inwoner van Parijs zal er anders over denken, die zal twee aanslagen noemen. Net als een Chinees of Japanner aan wie die hele vluchtelingenstroom voorbij is gegaan.

Domineert bij het bepalen hiervan niet het heden? Dat wat nu actueel is, de vluchtelingenstroom, komt eerder bij ons op dan iets van wat verder terug in het jaar, de Griekse crisis. Wie werd begin deze eeuw ook al weer tot de grootste Nederlander uit de geschiedenis verkozen? Wie liet Erasmus, Spinoza, Willem van Oranje en Thorbecke achter zich? Pech voor de Nederlandse handbalvrouwen, hun prestatie de afgelopen weken, is volgend jaar bij het uitkiezen van de sportploeg van het jaar al weer vergeten. Behalve natuurlijk als ze Olympisch kampioen worden.

Domineert het heden niet ook als Remarque spreekt over ‘een ongekende vluchtelingenstroom naar welvarend Europa’? Is die vluchtelingenstroom wel zo ongekend? Was de stroom vanuit Joegoslavië in de jaren negentig van de vorige eeuw niet vergelijkbaar? En hoe zit het met de stroom vanuit Oost-Europa aan het einde van de Tweede Wereldoorlog? Al was welvaart toen ver te zoeken? En hoeveel vluchtende Belgen kwamen er in het begin van de Eerste Wereldoorlog niet naar Nederland? Waren dat er niet niet ruim één miljoen? Hoeveel Antwerpenaren en andere Vlamingen trokken er na de val van Antwerpen in 1585 niet naar Holland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder? Al waren dat rijke vluchtelingen die naar armere gebieden vluchtten met medeneming van hun kennis en kapitaal. En bouwde Holland daarop niet haar wereldrijk?

Als we onze eigen tijd altijd het meest bijzonder vinden, moeten we dan niet heel voorzichtig zijn met het benoemen van ‘belangrijkste’ gebeurtenissen? Moeten we dan niet altijd verder terugkijken dan ons huidige neus lang is.

 

Stilstand is vooruitgang

“Bij een val van het kabinet staat het beleid anderhalf jaar stil. En stilstand is achteruitgang.” een uitspraak van minster Dijsselbloem van financiën. Dijsselbloem is niet de enige, vele anderen zullen deze uitspraak herkennen en zeggen: ‘ja, dat is zo.’ Maar toch.

vooruitgangIllustratie:www.standaard.be

Als je de uitspraak letterlijk neemt en je tijdens een wandeling stil gaat staan, ga je niet achteruit. Dan sta je stil en ga je niet achteruit. Nu is deze uitspraak vrijwel altijd figuurlijk bedoeld. Is figuurlijke stilstand achteruitgang? Ga je als persoon achteruit als je je niet meer verder ontwikkeld? Als ik uit de tredmolen stap en een jaar de tijd neem om me te bezinnen. Ik ga als het ware stilstaan bij mezelf. Ga ik dan achteruit? Of sta ik gewoon stil? Of ga ik toch vooruit omdat ik me juist bezin op wat belangrijk is en me daarop focus?

Nu naar het beleid waar Dijsselbloem het over heeft. Is stilstand daar achteruitgang? Gaat ingezet beleid niet gewoon door als er geen kabinet is? We mogen toch hopen van wel. Er wordt geen nieuw beleid gemaakt, maar is dat nieuwe beleid altijd een vooruitgang? Of kan beleid ook tot achteruitgang leiden? Zou vier jaar geen beleid maken tot stilstand leiden? Of zou de weldadige ‘beleidsrust’ tot ontwikkeling en vooruitgang kunnen leiden?

Dan de economie en de financiële stabiliteit waar Dijsselbloem aan refereert als hij pleit voor politieke stabiliteit. Betekent economische stabiliteit groei? En betekent economische groei altijd vooruitgang? En geen groei of krimp achteruitgang? Wat als de revenuen van die groei scheef worden verdeeld, ik krijg alles en jullie niets, is dat vooruitgang? Hier wees ik in Het geluk van een kopje koffie  al op. Wat als we de stilstand eerlijker verdelen, blijven we dan stilstaan gaan we voor- of achteruit? En wat als het beëindigen van allerlei milieuvervuilende en mensen verziekende activiteiten, tot krimp van de economie leidt?

En hoe moeten we financiële stabiliteit beoordelen? Als de afgelopen jaren iets duidelijk hebben gemaakt, dan is het dat de financiële wereld behoorlijk instabiel is. Sinds de val van de muur zijn we van de ene naar de andere financieel crisis gehold, de Aziëcrisis, de Argentijnse, de Roebelcrisis en via de banken- naar de Eurocrisis. Is van crisis naar crisis hollen vooruitgang?

Zou stilstand of zelfs krimp van de economie en de financiële sector niet ook vooruitgang kunnen betekenen?

De woestijn, de bron en het stadion

In een open brief in Dagblad de Limburger van donderdag 17 december 2015 pleit Twan Hoeijmakers voor een out-of-the-box oplossing voor het in nood verkerende VVV-Venlo: een nieuw stadion op het voormalige Floriadeterrein. Dat zou veel support vanuit het bedrijfsleven opleveren en groeiende toeschouwersaantallen.

image036

Illustratie: ‘Le Petit Prince’

Wellicht een goed idee. Maar heeft niet menig voetbalclub een nieuw stadion gebouwd op een met de auto goed ontsloten bedrijventerrein aan de rand van de stad? Dit met commerciële mogelijkheden, het bedrijfsleven in de buurt en een up-to-date stadion voor de bezoekers? Wat is daar out-of-the-box aan, zeg ik als vaste bezoeker van stadion De Koel? Doen veel van die clubs niet ook een beroep op hun gemeenten vanwege het maatschappelijk belang omdat ze de eindjes niet aan elkaar kunnen knopen? En hebben al deze clubs niet veel moeite om dit belang te onderbouwen en aan te tonen? Wat wordt er genoemd om dit belang te onderstrepen anders dan de sympathie bij een ‘groot deel’ van de bevolking en landelijke uitstraling?

Wanneer geven de clubs die maatschappelijke betrokkenheid echt vorm? Door bijvoorbeeld de spelers contractueel te binden aan de samenleving? Aan amateurverenigingen waar zij de jeugd trainen en begeleiden en de accountmanager van hun club zijn? Aan scholen te verbinden waar zij de jeugd begeleiden en ook hun club vertegenwoordigen? Aan maatschappelijke en culturele evenementen verbinden?

Wanneer kijken ze eens naar clubs die het echt anders doen? Clubs zoals FC Union Berlin waar de fans zelf het stadion hebben verbouwd? Clubs als  FC United of Manchester? Een club opgericht door voormalige supporters van Manchester United die de dure kaartjes bij hun oude club niet meer slikten, een eigen club oprichtten en zelf de bouw van het stadion hebben betaald. Of naar de documentaire The Battered Bastards of Baseball (zie trailer hieronder) over een Amerikaanse honkbalclub die zeer succesvol afweek van de norm.

Antoine de Saint-Exupéry schreef eens: “Wat de woestijn zo mooi maakt, is dat er ergens een bron verborgen is.”  Zouden de clubs die bron niet op een andere plek moeten zoeken?

 

Vestzak, broekzak, platzak

Staatssecretaris Van Rijn wil het overheden of van overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk maken om te werken met Zelfstandigen Zonder Personeel (ZZP), zo valt te lezen op de belangensite van ZZP’ers. “De reden dat Van Rijn het werken met ZZP’ers aan banden wil leggen is dat hij niet wil dat er in schijnconstructies gewerkt wordt, waarbij geen sprake is van ondernemerschap, maar wel de ondernemersfaciliteiten worden benut.” Goed dat Van Rijn het misbruik van faciliteiten onmogelijk wil maken. Alle lof. Zou dit voorstel helpen?

fraudeIllustratie: stt.nl

Wie profiteert er van de schijnconstructie? Is dat de ZZP’er die van de ondernemersfaciliteiten (lees belastingvoordeel) gebruik maakt? Of is dat de opdrachtgever (in dit geval dus een overheid) die deze faciliteiten al van de inhuurprijs afhaalt? Zorgt de vestzak (de inhurende overheid) er niet voor dat zijn korting op de inhuurprijs, wordt betaald door de broekzak (de belasting ontvangende overheid)?

Van Rijns plannen maken het overheden en met overheidsgeld betaalde werken, onmogelijk om ZZP’ers te gebruiken. Dus JA het helpt. Maar is het niet vreemd dat hiervoor dit verbod nodig is? Bij schijnconstructies is altijd een werkgever betrokken en dat is in deze gevallen de overheid. Werkt de overheid dan mee aan schijnconstructies?

Als dat zo is, dan zijn er ook andere middelen om dit misbruik te voorkomen. Verbied het overheden om met dergelijke schijnconstructies te werken. Laat de vestzak niet door de broekzak betalen, maar zorg ervoor dat de vestzak een goede prijs betaalt, die vervolgens via de broekzak weer deels terugkomt. Zou dat niet veel effectiever zijn? Zeker als blijkt dat in twaalf van de dertien gevallen er geen sprake is van een schijnconstructie. Is het doelmatig om die twaalf het werken onmogelijk te maken om dat ene, door de overheid mogelijk gemaakte, fraudegeval te bestrijden?

Wat zou er gebeuren als Van Rijn doorzet? Zou het niet kunnen dat de schijnconstructie dan wordt verplaatst? Zou het kunnen dat de overheid dan een detacheerder contracteert, een detacheerder die vervolgens een zzp’er via een schijnconstructie inhuurt? Als dat zou gebeuren dan schiet Van Rijn er niets mee op. Of toch wel? Zou dit er niet voor zorgen dat dezelfde zzp’er de overheid dan meer kost omdat de detacheerder ook moet leven? Betaalt dan niet de vestzak veel meer, moet de broekzak nog steeds betalen en gaat de overheid dan platzak aan de detacheerder?

The spirit of Christmas

Volledig open grenzen betekent voor de laagst betaalden het einde van de welvaart en voor iedereen het einde van de welvaartsstaat.” Dit schrijft hoogleraar openbare financiën Harry Verbon in de Volkskrant. De niet hoogopgeleiden kunnen volgens Verbon alleen worden beschermd tegen de verarming als de instroom van concurrerend arbeidsaanbod uit het buitenland wordt beperkt. Dus als de grenzen worden gesloten. Worden de grenzen niet gesloten dan moeten niet hoogopgeleiden concurreren met buitenlandse instroom en zal de druk op de sociale voorzieningen groot worden: “Die pot wordt niet groter. Dan zal de aanwezigheid van vluchtelingen gevoeld worden in de vorm van lagere uitkeringen.” Een op het eerste gezicht redelijk en veel gehoord betoog.

christmas caroll

Illustratie: filmdoctor.co.uk

Toch kunnen er wat vragen bij worden gesteld. Als een welvaartsstaat alleen maar mogelijk is binnen een land, wat zou er dan gebeuren als de hele wereld een land is? De grenzen zijn gesloten, we hoeven immers geen Marsmannetjes te verwachten. Is dan een welvaartsstaat en welvaart mogelijk? Als dat mogelijk is, waarom moeten we dan de grenzen sluiten? Moeten we dan niet inzetten op een wereldwijde welvaartsstaat? Wat zou dat betekenen voor vluchtelingenstromen? Zouden er dan nog stromen gelukzoekers zijn? Wellicht is dit een conferentie zoals de afgelopen klimaatconferentie, waard?

Als een welvaartsstaat alleen maar binnen huidige landen mogelijk is. Wat zou er dan gebeuren als alle landen tot hetzelfde niveau van welvaart komen? Hebben we dan niet een wereldwijde welvaartsstaat en wereldwijde welvaart? Of is welvaart alleen maar voor een paar landen mogelijk en willen die koste wat het kost hun bevoorrechte positie vasthouden?

Of zit de crux op een ander punt in het verhaal van Verbon? Is dat punt misschien dat die pot niet groter wordt omdat juist degenen die nu flink van de welvaart profiteren, niet willen delen? Want waarom zou die  pot niet groter kunnen worden? Als de economie groeit, groeit de pot dan niet mee? Vermogens zijn steeds oneerlijker verdeeld, zo toonde Thomas Piketty aan, ook in Nederland? En als we wat willen doen aan de ongelijkheid, kan dan de pot niet harder groeien dan de economie?

Zijn het misschien de grenzen tussen de haves en de have nots die gesloten moeten blijven? Toch maar eens ‘A Chrismas Caroll’ van Dickins lezen of kijken in deze Kersttijd?

Lone Survivor

In Het geluk van een kopje koffie schreef ik over het utilitarisme. Voor het utilitarisme is iets rechtvaardig als het maximaal geluk oplevert. In die column stond de uitspraak van Einstein centraal dat niet alles van waarde te meten is en niet alles wat te meten is van waarde is. Nu een ander probleem van het utilitarisme en rechtvaardigheid. Het resultaat telt, niet je intentie.

Maar hoe weet je het resultaat? Om dit dilemma duidelijk te maken, een voorbeeld dat ik vond in het boek Rechtvaardigheid. Wat is de juiste keuze, van de filosoof Michael J. Sandel. Dit voorbeeld is echt gebeurd en is verfilmd. De titel van de film is Lone Survivor (zie trailer onder deze prikker). Ja hoor, filosofie in een oorlogsfilm.

lone survivorIllustratie: electric-shadows.com

Een viertal Amerikaanse soldaten in Afghanistan onder leiding van korporaal Marcus Lutrell komt tijdens een gevaarlijke geheime missie twee Afghaanse boeren en een kind van 14 jaar tegen. Hun missie was het opsporen en arresteren (of doden) van een Taliban-leider. Ze weten niet of de drie tot de Taliban behoorden of niet. De Taliban zat dichtbij.

Wat te doen? Ze meenemen kan niet. Hen laten lopen kan betekenen dat hun positie aan de Taliban wordt verraden en zij in gevecht zullen geraken. Het alternatief is de boeren en de jongen doden. Dat zal hun leven in ieder geval redden, maar wellicht dood je drie onschuldige mensen. Wat doe je? Wat is de juiste en/of rechtvaardige keuze?

Ze besluiten de drie te laten gaan. Dit leidt tot de dood van de drie collega’s van Lutrell en nog 16 andere Amerikanen die hen in een helikopter probeerden te redden. Hoeveel Taliban erbij omkwamen is niet bekend. Lutrell had achteraf spijt van zijn beslissing en onderbouwde die met een utilitaristische redenering: had ik de drie maar gedood, dat had veel levens gespaard.

Lutrell maakt een eenvoudige rekensom. Maar klopt die wel? Wellicht gaat het kind in de toekomst een belangrijke rol spelen in het beëindigen van de ellende in Afghanistan en de wereld of in de wetenschap? En hoe weeg je dat dan weer mee? Wegen bij zo’n keuze bekenden niet altijd zwaarder dan onbekenden? En weegt de nabije toekomst zo niet altijd zwaarder? Is dat niet ook het probleem waarmee in Parijs op de klimaatconferentie werd geworsteld?

 

Het geluk van een kopje koffie

“Dat het goed gaat in Nederland, blijkt ook uit de raming van het CPB dat de economie volgend jaar met 2,1 procent groeit (neem ik aan, dit laatste woord ontbreekt).” Een citaat op de site van Trouw. Een citaat waarbij veel mensen zullen staan te juichen: de economie groeit en dat is goed. Dit is een utilitaristische denkwijze.

EinsteinIllustratie: funmozar.com

Het utilitarisme is een stroming in de filosofie die gaat voor maximaal geluk. Probleem is alleen, hoe bereken je geluk? Bijvoorbeeld het geluk van een kopje koffie. Is dat voor iedereen op ieder moment hetzelfde?  Ook is het lastig om het toekomstig geluk van een actie te bepalen. Door geluk te koppelen aan geld, kan er wel worden gerekend. Het geluk van een kopje koffie is dan de prijs ervan. Het bruto binnenlands product (bbp) is dan de maatstaf voor geluk. Een economische groei van 2,1 procent betekent dat het bbp met dat percentage groeit. Gaat het wel goed als de economie groeit?

“Not everything that counts can be counted, and not everything that can be counted counts.” een uitspraak van de natuurkundige Albert Einstein. Is deze uitspraak niet ook op het gebruik van het bbp als maatstaf voor geluk van toepassing ?

Telt alles wat van waarde is wel mee? Geluk zit voor mij ook in een knuffel van mijn dochter of een homerun geslagen door mijn zoon. Dit telt niet mee. Vrijwilligerswerk telt niet mee. Dit terwijl het geluk dat de trainer van een honkbalteam zijn pupillen (en hun ouders) bezorgt, van grote waarde is voor hen. En waarschijnlijk ook voor hemzelf. Mantelzorg telt ook niet mee, maar een zelfde activiteit verricht door een ‘zorgprofessional’ wel. Is dat niet meten met twee maten? Een milieuvervuilende activiteit, zoals de teerzand oliewinning in Canada telt mee. De olie heeft waarde. Maar de vernietiging van het landschap en het land telt niet mee.

Is alles wat meetelt wel van waarde? De schadelijke financiële producten die de financiële crisis en de daarop volgende economische crisis veroorzaakten, tellen mee. Wat was en is hun waarde? Wat dragen die bij aan het geluk?

Als laatste zegt de grootte van de taart, niets over de verdeling. Als de groei slechts bij een paar personen terechtkomt, gaat het dan wel goed? Gaat het werkelijk goed met een land en haar inwoners als de economie groeit?