Waar vóór?

Grasduinend op LinkedIn kwam ik een post tegen van een van mijn contacten:“ Van Rijn: Meer jeugdwerk tegen radicalisering.” Niet de eerste keer dat ik las dat iemand weer nieuwe ideeën had om radicalisering van jeugdigen tegen te gaan. Het zal ook niet de laatste zijn. De suggestie van staatssecretaris Van Rijn in het korte stukje is positief. Zet jeugdwerkers in om radicalisering te voorkomen. Toch bekruipt mij een angstig gevoel bij deze en alle andere oproepen om radicalisering tegen te gaan.

voor_4Illustratie: www.fonts2u.com

Een groot deel van de jeugdigen begint zich, als ze de puberteit bereiken, af te zetten. Ze worden ‘rebels’ en lijken moeite met regels te hebben. Een waardevolle periode in het opgroeien want de jeugdigen beginnen hun omgevingen er de personen erin te ontdekken en ontdekt zo wie hij of zij zelf is en wat zij of hij kan en wil. Ze gaan op zoek naar hun zin van het leven. Het is de periode in het leven dat de mens het meeste warm loopt voor grote ideeën en idealen. In revoluties vervullen jeugdigen een belangrijke rol. Zie bijvoorbeeld dat wat we toen de Arabische lente noemden.

Veel jeugdigen zijn gevoelig voor idealen en ideeën en een groot deel gaat er ook naar op zoek. Op zoek, maar wat is er te vinden? En wat is er spannend genoeg?  Waar kunnen ze hun energie en enthousiasme kwijt? De Christelijke religies hebben sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw flink aan aantrekkingskracht ingeboet. Afgezien dan van nieuwe stromingen als de Doorbrekers die een ‘feelgood’ religie bieden, maar dat spreekt ook niet iedereen aan.

De politieke stromingen dan? Missen we daar niet grote, inspirerende verhalen? Draait het daar niet alleen maar om een half procent koopkracht of een procent economische groei? Om economisme: “Het is het terugbrengen van alle vraagstukken tot een financieel-economische kwestie. En het is een impliciete ideologie die gedeeld wordt door bijna alle partijen hier in de Tweede Kamer. Dat betekent dat er in de Kamer eigenlijk altijd naar dezelfde oplossing wordt gezocht: meer markt, minder overheid, meer groei.” zoals GroenLinks fractievoorzitter Jesse Klaver het omschreef?

Missen we verhalen zoals de vroegere communistische-, socialistische of de vroegere liberale verhalen? Verhalen die mensen raakten, enthousiasme opwekten en aanzetten tot actie.

De oproepen om iets te doen tegen radicalisering roepen bij mij een vraag op. Welke alternatieven kunnen we jeugdigen en ook de potentiële radicalisme bieden?  Welke inspirerende alternatieven zijn er voor de jeugd?

De ezel en de steen

“Geschiedenis herhaalt zich op de keper beschouwd nooit, zo simpel is dat. Wie dat denkt, gaat ervan uit dat je nieuwe ziekten het best met oude medicijnen kunt bestrijden.” Woorden van toekomstonderzoeker en econoom Patrick van der Duim in de Volkskrant. Van der Duim pleit voor veel minder aandacht voor de geschiedenis bij het nemen van beslissingen die onze toekomst moeten bepalen. Volgens Van der Duim is er een automatische nadruk op historische continuïteit en wordt het nieuwe, dat vaak ongrijpbaar is, genegeerd en hebben lessen uit het verleden daarom beperkte waarde.

 

verleden heden toekomstIllustratie:www.spirithunters.nl

Veel mensen gaan er inderdaad van uit dat de geschiedenis veel op het verleden lijkt. Daar heeft Van der Duim een punt. Om bij Van der Duims vakgebied te blijven, groeit de economie, dan zal dat zo blijven en zijn ze verbaasd als er plotseling een teruggang is. De geschiedenis leert echter dat economieën ook kunnen krimpen, dat rijke gebieden kunnen verarmen. Democratie lijkt nu heel natuurlijk en gewoon, maar of dat zo blijft? Hebben we hierover zekerheid? De mens heeft langer geleefd zonder dan met. Leert de geschiedenis ons niet dat perioden van relatieve vrede worden afgewisseld met perioden van oorlog? Dat perioden van nadruk op het individu worden afgewisseld met perioden waarbij het collectief centraal staat?

‘Een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen.’ Om te voorkomen dat hij zich geen tweede keer stoot, moet de ezel wel leren van zijn fouten uit het verleden. Inderdaad herhaalt de geschiedenis zich nooit precies, de uitkomst is altijd iets anders. Maar het blijven mensen die erbij betrokken zijn. Door het bestuderen van de handelingen, het denken van de erbij betrokken voorvaderen en de uitkomsten ervan, kunnen we inzicht krijgen in hoe mensen in bepaalde omstandigheden reageren. Zou die informatie niet nuttig kunnen zijn bij besluiten die we nu moeten nemen? Wellicht kun je de nieuwe ziekte niet met oude medicijnen bestrijden, maar zouden die medicijnen niet een goed aanknopingspunt bieden bij het zoeken naar het nieuwe medicijn? Moet je anders niet steeds opnieuw beginnen? En kost het dan niet veel tijd om weer tegen dezelfde problemen aan te lopen?

Heeft de Amerikaanse filosoof George Santayana niet een punt toen hij schreef: “ Those who do not know history’s mistakes are doomed to repeat them”?

Best and Brightest

In Lijdende’ cultuur’ schreef ik over het CDA-Kamerlid Pieter Heerma. Heerma wil de leidende cultuur en dat is er bij hem een die gebaseerd is op de joods-christelijke traditie, actief uitdragen. Anders mislukt volgens hem de integratie. In het artikel van Heerma vallen nog twee zinnen op: “Om aan alle individuele behoeften te voldoen is een grote, onpersoonlijke en bureaucratische overheid gebouwd. In plaats van die grote overheid moet weer een sterke samenleving ontstaan.” Twee zinnen waaraan toch wel wat knelt.

best and brightestIllustratie: www.baudville-bnb.com

De overheid is, volgens Heerma, ‘groot, onpersoonlijk en bureaucratisch’ gebouwd om aan individuele behoeften te voldoen. De overheid was er toch voor maatschappelijke behoeften en de markt voor individuele? En een van die maatschappelijke behoeften is toch dat we een fatsoenlijke en rechtvaardige samenleving willen zijn?  Een samenleving die ervoor zorgt dat niemand hoeft te creperen. Wordt dat niet ingevuld door een basisvoorzieningenniveau te garanderen?  Ja, deze basisvoorzieningen worden aan individuen verstrekt. Maar wordt via het voorzien in de individuele behoeften niet een maatschappelijk doel nagestreefd?

En inderdaad is het gebouwde apparaat bureaucratisch, groot en onpersoonlijk. Maar, is dat niet een keuze? Een keuze waarbij we uitgaan van wantrouwen in mensen? En zou een keuze die uitgaat van vertrouwen, bijvoorbeeld een basisinkomen, niet tot een veel persoonlijkere, kleinere en minder bureaucratische overheid leiden?

In de tweede zin suggereert Heerma dat een grote overheid tot een zwakke samenleving leidt en hij suggereert dat een kleine daarmee tot een sterke samenleving leidt. Waarop baseert hij deze uitspraak? Is dit wel de juiste vergelijking? Vergelijkt hij geen appels met peren? Zou het niet kunnen zijn dat er om een sterke samenleving  te kunnen zijn, een samenleving met een sterke vrije markt er juist ook een sterke overheid nodig nodig is? Sterk om als markt- en samenlevingsmeester’ op te treden? Sterk om daar op te treden waar de sterken de belangen van de zwakkeren met voeten treden? En dat groot of klein niets zegt over de sterkte van een overheid? Zouden we niet moeten streven naar een sterke overheid waar de ‘best en brightest’ werken?

Nieuwe Knoeperts

Minister Blok heeft plannen voor het huisvesten van de flink groeiende groep statushouders. Statushouders zijn mensen die de asielprocedure hebben doorlopen en in Nederland mogen blijven. Dit betekent dat ze de AZC’s moeten verlaten en mogen gaan deelnemen aan de Nederlandse samenleving. De eerste stap hierbij is het vinden van een woning en dat is een verantwoordelijkheid van de gemeenten waarover de statushouders worden verdeeld. Zij kunnen dus niet zelf kiezen waar ze willen wonen.

De KnoepertFoto: omroepvenlo.nl

Die huisvesting was al een probleem en dat wordt nu verergerd door de toegenomen instroom van asielzoekers. Daarom is ook minister Blok zich ermee gaan bemoeien en heeft hij een lijst van gebouwen opgesteld. “Op de lijst staan vooral grote complexen zoals leegstaande kantoorgebouwen, (monumentale) panden en voormalige gevangenissen. … Deze panden zullen (grondig) vertimmerd moeten worden om de locaties tot sobere appartementencomplexen om te bouwen,” zo valt te lezen in Dagblad de Limburger. Gebouwen die veelal in bezit zijn van het Rijk. Creatief van de minister om een leegstandsprobleem (grote kantoorkolossen en kazernes), op te lossen door het te combineren met een ander probleem, de huisvesting van statushouders.

Toch roept dit vragen op. Grote complexen met sobere appartementen, waar lijkt dit op? Dit lijkt op de gesloopte Venlose Knoepert en de oude Bijlmer. Met dit verschil dat de appartementen in deze complexen niet sober waren. Complexen waarin na verloop van tijd iedereen weg wilde en niemand wilde wonen. Complexen waar zich problemen verzamelden en die daarom gesloopt of geherstructureerd zijn. Hoe zou het dan met deze ‘sobere’ complexen gaan?

Wat betekenen die grote complexen van Blok voor de ‘integratie’ van de statushouders in de  samenleving? Leiden die niet veeleer tot segregatie? Tot stigmatisering? Statushouders moeten een hele mentale barrière overwinnen, komt daar zo niet ook nog een fysieke bij?

Zouden er geen alternatieven zijn? Structurele alternatieven waar iedereen wat aan heeft? Alternatieven die insluiten in plaats van uitsluiten? Biedt snelle nieuwbouw van sociale huurwoningen die voor iedereen geschikt zijn op goed ontsloten braakliggende percelen geen uitkomst? Zeker als we goede woningen voor € 85.000 binnen drie weken kunnen bouwen? Woningen die voor doorstroom kunnen zorgen?

Over de balk

“Dat geld kan veel effectiever ingezet … Door extra banen te realiseren in de publieke sector, dus bij gemeenten of non-profitorganisaties die subsidie ontvangen van de gemeente. Denk hierbij aan scholen, bibliotheken, muziekscholen, musea en andere kunstinstellingen. Kortom, banen die ten dienste komen aan de gemeenschap,” dit zegt SP Kamerlid Sadet Karabulut in de Volkskrant. Zij reageert hiermee op plannen van het kabinet waarmee voor een half miljard euro zevenduizend laagbetaalde banen worden gecreëerd.

balkFoto: haagsallerlei.nl

Karabulut heeft een punt want er wordt iets meer dan zeventigduizend euro per baan besteed. Waar kan ik me melden voor zo’n laagbetaalde baan? Of krijgt de laagbetaalde slechts het minimumloon (zesentwintigduizend euro)? Waar gaat dan de overige ruim vierenveertigduizend naar toe?

Daar wil ik het echter niet over hebben. Dat punt heeft Karabulut al gemaakt. Wel over de plekken waar zij banen wil creëren. Veelal bij instellingen die de afgelopen jaren een flinke bezuiniging voor de kiezen hebben gekregen: bibliotheken, muziekscholen, musea en andere kunstinstellingen. Juist die instellingen hebben de afgelopen jaren veel gekwalificeerd personeel de deur moeten wijzen, omdat ze minder subsidie kregen.

Als er dan toch een half miljard te besteden is en je wil het in deze sectoren doen, waarom dan niet de bezuinigingen op de reguliere subsidie teruggedraaid? Teruggedraaid zodat zij het gekwalificeerd personeelsbestand weer kunnen aanvullen? Een extra conciërge is leuk en nuttig voor een muziekschool, maar zou een gekwalificeerde gitaarleraar niet nog nuttiger zijn?

Zou het geld niet voor een deel besteed kunnen worden aan een fatsoenlijk uurloon voor hulpen in de huishouding? Laagbetaald werk dat in toenemende mate onder druk staat en waarvan de overheid lijkt te vinden dat het door mantelzorgers en vrijwilligers moet gebeuren. Werk waarvan de overheid redeneert dat dit het begin is van een ondersteuningstraject, maar is dat voor de betreffende ondersteuningsvrager en zijn sociaal netwerk wel zo?

In Rotterdam verdienen ze het, in Den Haag verdelen ze het en in Amsterdam smijten ze het over de balk,” aldus de Rotterdamse nachtburgemeester Jules Deelder. De balk lijkt nu ook in Den Haag te staan. Tijd voor een aangepaste uitspraak?

Gratis kennis

De ‘Umwertung aller Werte,’ de herwaardering van alle waarden, een uitspraak van Friedrich Nietzsche waarmee hij God dood verklaarde en de mens opriep om in vrijheid en verantwoordelijkheid zijn eigen leven vorm te geven. Hier moest ik aan denken toen ik in de Volkskant een artikel las over het streven om alle wetenschappelijke publicaties vrij toegankelijk te maken. “Onderzoeksfinancier NWO scherpt volgende week de regels zodanig aan dat ieder nieuwe wetenschappelijk artikel direct gratis publiekelijk toegankelijk moet zijn.”

patentFoto: www.visionair.nl

Nu probeert iedere wetenschapper in zo prestigieus mogelijke tijdschriften te komen. Publiceren in Nature geeft immers meer status dan in Kijk. En om die artikelen te kunnen lezen, moet je een abonnement hebben, ook universiteiten. En de kosten van die abonnementen rijzen de pan uit. De universiteiten willen het nu omdraaien en het abonnementsgeld gebruiken om te betalen voor publicatie in een ‘Open Access’ systeem. Zo kan iedereen de kennis vrij toegankelijk raadplegen. Publiceert een wetenschapper toch in Nature, dan zal hij subsidie moeten terugbetalen. Dat is goed voor de wetenschap en de verspreiding van kennis onder de bevolking. Dit sluit goed aan bij de filosofie van de Ballonnendoorprikker die geeft immer ook alles cadeau.

Maar er is meer wetenschappelijke kennis dan artikelen. Hoe zit het met producten die zijn ontwikkeld met behulp van subsidies? Nu worden potentieel succesvolle ontwikkelingen aan het bedrijfsleven verkocht. Of er worden nieuwe bedrijfjes opgericht waarin die kennis verder wordt ontwikkeld. Verkocht bijvoorbeeld in de vorm van patenten. Bij succes vloeien de revenuen naar het bedrijf en de aandeelhouders en betaalt de belastingbetaler een tweede keer voor het patent.

Worden bijvoorbeeld nieuwe geneesmiddelen patentvrij beschikbaar gesteld aan de hele wereld? Dat zou leiden tot een forse verlaging van de kosten van medicijnen. En niet alleen medicijnen, ook techniek en software? Dan had Google nooit zo’n dominante positie gehad. Brin en Page hadden hun algoritme immers vrij moeten publiceren en dan had iedereen erop voort kunnen borduren. Dan waren vele technische snufjes waarop een iPhone draait, ook voor andere telefoonbouwers toegankelijk. Die zijn namelijk met publiek geld ontwikkeld.

“Open Access is voor staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs een speerpunt tijdens het komende halfjaar voorzitterschap van de EU.” Gaat Dekker zich ook hard maken voor deze volgende stap? Een doodverklaring van intellectueel eigendom. Hoe zou Nietsche deze ontwikkeling betitelen?

Vooroordelen

Vooroordelen(Illustratie: tegenlicht.vpro.nl)

Ieder mens heeft vooroordelen. Zonder vooroordelen is het lastig leven. Ze bieden ons de mogelijkheid om snel te handelen en snel keuzes te maken. Door onze vooroordelen kunnen we veel op de automatische piloot af.  Zonder vooroordelen zouden we alles moeten beredeneren en dat zou ons flink in onze dadendrang beperken. Maar met vooroordelen is het ook lastig. De automatische piloot kan ons op het verkeerde spoor zetten, waardoor we in de problemen komen.

Neem de Tsjechische president Milos Zeman met de volgende uitspraak: “Circa 90 procent van de migranten op de Balkanroute zijn gezonde jonge mannen en volstrekt geen ellendig uitziende vluchtelingen.” En daarom wil hij ze bij de grens tegenhouden en terugsturen. Waar komt het beeld vandaan dat vluchtelingen sterk vermagerd zijn, een ‘Biafrabuikje hebben, vuil en ongewassen zijn en in oude lompen rondlopen? Waarom kan een vluchteling geen mooie kleren dragen? Waarom zou een vluchteling er onverzorgd uit moeten zien? Waarom zou een vluchteling geen slimme telefoon kunnen hebben? Waarom zou een vluchteling geen geld kunnen hebben? Behalve dan belastingvluchtelingen.

Zou voor vluchtelingen niet ook gelden wat voor vakantiegangers geldt? De rijksten varen met hun privé slagschip naar Monaco, nadat ze hun kapitaal via de Kaaimaneilanden en de Zuidas hebben veilig gesteld. De wat minder gefortuneerden vliegen businessclass naar het land van keuze met medeneming van hun kapitaal. De nog net gelukkigen betalen een smokkelaar en worden met een rubberboot op Lesbos afgezet. De ongelukkigen kunnen naar een buurland vluchten en worden daar met de duizenden tegelijk in tenten gestopt en de echte pechvogels kunnen niet vluchten. Zou dit kunnen of val ik nu ten prooi aan mijn eigen vooroordelen?

Economische vluchtelingen

Ik vertrek(Illustratie: literatuurplein.nl)

“We willen onderscheid tussen vluchtelingen die veiligheid zoeken en asielzoekers die hier om economische redenen komen’’ Deze uitspraak van VVD-kamerlid Malik Azmani valt te lezen in Elsevier. Dergelijke uitspraken zijn vaker te horen en te lezen. Mensen die moeten vluchten voor oorlog of omdat ze worden vervolgd vanwege hun politieke overtuiging of geloof, die moeten we natuurlijk helpen. Die kunnen op onze gastvrijheid rekenen. Voor anderen zijn we minder gastvrij.

Toch is er iets vreemds aan deze redenering. Of eigenlijk iets meer. Waarom mogen alleen mensen die veiligheid zoeken vluchten? Waarom zouden mensen, waarvan de gezondheid in gevaar is niet vluchten? In gevaar vanwege te weinig en slecht voedsel. In gevaar omdat de omstandigheden dermate zwaar en onvriendelijk zijn dat deze hen geen mogelijkheden bieden om zich te ontplooien. Waarom zouden mensen niet om deze redenen mogen vluchten naar een plek die hen grotere kansen hierop biedt? Waarom zijn mensen die om deze redenen vluchten niet welkom?

Er is nog iets vreemds. Als wij kansen zien op een beter leven en dat leven is op een andere plaats, dan verhuizen we. Zo vertrekken jongeren nog steeds van het Groningse of Limburgse platteland, naar Amsterdam of Utrecht. De kansen op interessant werk zijn daar groter. Als we denken dat het betere leven in Londen of Berlijn te vinden is, dan vertrekken we naar die steden. Dat vinden wij heel normaal. We maken zelfs televisieseries over mensen die naar den vreemde gaan. Waarom is het normaal als wij om economische redenen migreren naar een ander deel van het land of zelfs naar een ander land? Waarom moet het voor ons mogelijk zijn om dit zonder hindernissen te doen? Waarom nemen we het Afrikanen of Aziaten kwalijk en sluiten we onze grenzen voor hen als zij hetzelfde willen?

Wilders’ wilde wereld

In de Volkskrant van 6 november 2015 geeft Wilders, PVV, zijn visie op de wereld en de oplossing voor alle Nederlandse problemen. In het kort komt het erop neer dat Nederland nu naar de verdoemenis gaat en dat is de schuld van de politieke elite. Die elite handelt steevast tegen de wil van het volk en de enige manier om dit op te lossen is de macht terug te geven aan het volk en te besturen per referendum. Het is ieders goed recht om een pleidooi te houden voor zijn ideeën, ook de fractievoorzitter van een van de grotere politieke partijen. Toch knelt er iets. Of eigenlijk, iets meer.

f7555588ef9d84473250c4dff892ea85

(Foto: funvending.nl)

Het knelt, omdat Wilders betoogt: “De Nederlanders willen hun identiteit behouden.” Identiteit is het eigen karakter. Om iets te behouden moet je weten wat dat iets is. In dit geval wat die Nederlandse identiteit is? Wat is dat eigen karakter? Een vraag waar Maxima in 2007 ook al mee worstelde. En de vraag is of je die identiteit wel moet behouden zoals die is? Of ontwikkelt een karakter zich en wordt het gevormd door ervaring? Als dat zo is, dan zou het behouden van een identiteit betekenen dat die identiteit over een tijdje uit de tijd is. Ze heeft zich immers niet ontwikkeld.

Het knelt omdat hij schrijft: “De politieke elite doet precies het tegenovergestelde van wat de mensen willen.” Als hij met de politieke elite onze gekozen volksvertegenwoordigers bedoelt, inclusief hijzelf, dan is dat het goede recht van die vertegenwoordigers. Zij worden namelijk gekozen om zonder last of ruggespraak te handelen namens het volk. Betekent zonder last en ruggespraak niet dat zij de vrijheid hebben hun eigen afweging te maken? Een afweging waarbij ze zich door niets of niemand hoeven te laten leiden. Ook niet opiniepeilingen die aantonen dat 99% van de mensen het anders wil. Moeten we niet blij zijn en het stimuleren dat volksvertegenwoordigers afstand kunnen nemen van de ‘waan van dag’? Dat zij actief zoeken naar argumenten voor en tegen? Naar alternatieven en vooral naar het beste alternatief en niet het populairste? Zou de kracht van de democratie niet juist hierin moeten zitten? En zijn verkiezingen niet het moment dat het volk oordeelt over het handelen van haar vertegenwoordigers?

Het knel, omdat Wilders betoogt: “De meeste Nederlanders beseffen dat massa-immigratie geen verrijking is, maar leidt tot verlies van welvaart, veiligheid en identiteit.” Beseffen suggereert dat er sprake is van een feit. Is hetgeen Wilders hier betoogt wel een feit? Was de Hollandse Gouden Eeuw niet gebaseerd op massa-immigratie vanuit wat nu België heet? En op ‘gelukzoekers’ uit de Duitse landen die als huurling in het leger of op de VOC-schepen dienden? Is de welvaart van de Verenigde Staten niet gebaseerd op massa-emigratie? En hoe zit het met China? Al is het in dat geval binnenlandse migratie. Maar hoe binnenlands is het als een Oeigoer vanuit het westen van China naar Shanghai verhuist?

Het knelt, omdat daarna valt te lezen: “De burgers willen de grenzen dicht. Maar wat krijgen ze? Open grenzen en méér asielzoekers.” Hoe weet de heer Wilders wat de burgers willen? Heeft hij ze allemaal gesproken? Zou het niet kunnen zijn dat veel burgers wat anders willen? Mij als inwoner van Wilders’ geboorteplaats Venlo, lijken gesloten grenzen verdomde lastig. Ze beperken mijn mogelijkheden. Zouden er niet ook asielzoekers komen met gesloten grenzen? In de jaren vijftig waren onze grenzen gesloten en toch kwamen er veel asielzoekers binnen uit Hongarije, het geboorteland van Wilders’ vrouw.

Ietsje verder knelt het weer: “Ze willen veiligheid. Maar krijgen méér islam en méér criminaliteit.” Suggereert Wilders hier dat er een relatie is tussen de islam en veiligheid? Tussen de islam en criminaliteit? Wat is die relatie?

Een zin verder knelt het weer: “Ze willen betere zorg en meer aandacht voor de ouderen. Maar moeten betalen voor migranten en Grieken.”  Is het wel een keuze tussen zorg aan de ene kant en Grieken en migranten aan de andere kant? Wie werden er gered door het vele geld dat naar Griekenland ging? De Grieken? Als de Grieken ermee geholpen zouden zijn, hoe komt het dan dat het grootste deel van de Griekse bevolking er door die ‘hulp’ alleen maar op achteruitgaat? Waren het misschien niet de Grieken maar de banken die werden gered?

Welke partijen er ook de regering vormden, steeds werd er bezuinigd op, en gesneden in de zorg en de aandacht voor ouderen. En ook voordat we de Grieken moesten ‘redden’ werd er al stevig op zorg beknibbeld. Willen we wel betere zorg? Of hebben we liever belastingverlichting van vijf miljard?

Nog wat verder in het betoog knelt het weer: “Het regime in Den Haag is wereldvreemd en spreekt niet langer namens het volk.” Ik neem aan dat hij met het regime de volksvertegenwoordigers en de door die volksvertegenwoordigers gecontroleerde regering bedoelt. Is het wel mogelijk om namens het volk te spreken? Hoe weet je dan wat er gezegd moet worden? Is het de taak van volksvertegenwoordigers om namens het volk te spreken? Handelen namens het volk is de taak van een volksvertegenwoordiger, spreken namens niet. Hebben Wilders en met hem vele andere politici begrepen wat het betekent om volksvertegenwoordiger te zijn? Begrijpt hij onze democratie wel?

Een bijzonder knelpunt: “De asielcrisis en alle andere problemen van Nederland kunnen alleen worden aangepakt als we de macht teruggeven aan het volk.” Heeft het volk niet de macht en gebruikt zij die macht niet bij het kiezen van haar vertegenwoordigers? Is er ooit een periode in de geschiedenis van Nederland en laat ik het wat ruimer nemen, van het grondgebied wat nu Nederland is, geweest dat het volk de macht had op een andere manier dan sinds 1917 via algemene verkiezingen? Zijn er in de Middeleeuwen of in enig ander tijdvak in het verleden referenda gehouden?

Deze uitspraak kent nog een andere knelpunt, namelijk dat problemen alleen opgelost kunnen worden als het volk de macht heeft, dus in een directe democratie. Kan Wilders aantonen dat problemen alleen opgelost kunnen worden als de macht wordt teruggegeven aan het volk? Worden in een, al dan niet verlichte, dictatuur geen problemen opgelost? Of in een autocratie? Betekent deze bewering dat alle problemen uit het verleden nog bestaan?

Ook zijn oplossing knelt: “Nederlanders moeten veel vaker de kans krijgen in referenda rechtstreeks over hun eigen lot te beslissen.”  Een directe democratie, en dat is regeren per referendum, lijkt op en top democratisch, maar is dat wel zo? Is een goede democratie niet meer dan besluiten per meerderheid? Wordt in een goede democratie niet ook rekening gehouden met de belangen van de minderheid? Hoe wil hij ervoor zorgen dat in een ‘referendumsamenleving’ rekening wordt gehouden met de belangen van minderheden? Is een democratie per referendum geen dictatuur van de meerderheid?

Leidt JA of NEE zeggen wel tot die duidelijke besluiten? Zou er aan een uitspraak niet meer betekenis gegeven kunnen worden? Het NEE tegen een Europese grondwet werd immers ook geïnterpreteerd als een NEE tegen meer Europa. Hoe duidelijk is dan een uitspraak? Zou een JA, MAAR niet hetzelfde kunnen zijn als een NEE, TENZIJ? Zijn bij een referendum ook compromissen of win-win oplossingen mogelijk? Zou het niet kunnen, dat iets wat een minderheid, al is het maar één persoon, inbrengt van meer waarde is dan de mening van 80% van het volk? Hoe zorgen we ervoor dat die inbreng in een referendum naar boven komt?

“Die talrijke verkiezingen zijn de uitdrukking van de volkswil,” valt iets verderop te lezen. Is het wel de volkswil die we krijgen als we referenda houden? Is de uitkomst van een referendum niet alleen het optellen van de individuele meningen teruggebracht tot een JA of een NEE? De volkswil of algemene wil is een term afkomstig van de Franse filosoof Jean-Jacques Rousseau. Hij legt dit begrip anders uit dan Wilders. De volkswil is, dat wat in het belang is van het volk en dat is wat anders dan de mening van het volk. De volkswil is alleen te achterhalen als het volk kan kiezen of stemmen met volledige kennis van zaken, heldere redenering, een zuiver oordeelsvermogen, en een ingesteldheid die het gemene goed nastreeft. Wie van het volk voldoet aan al deze voorwaarden?

En een laatste knelpunt: “De Zwitsers zijn een trots en patriottisch volk dat zich nooit heeft willen uitverkopen aan Brussel.” Wilders doet het voorkomen alsof alle landen zich willoos aan ‘Brussel’ hebben uitgeleverd. Hebben de andere landen zich uitverkocht’ aan Brussel? Is ‘Brussel’ geen resultaat van onderhandelingen tussen de betrokken landen? Waren de deelnemende landen er, in de persoon van de democratisch gekozen regeringen, niet zelf bij? Stemden de democratisch gekozen parlementen niet zelf in? Waren die landen en hun bevolkingen (voor het grootste deel) niet hartstikke blij met ‘Brussel’?

Toch nog even bezinnen voordat we met Wilders’ wilde wereld beginnen?

Middel of doel?

neoliberalisme(foto: tni.org)

Waartoe zijn wij op aarde? De katholieke catechismus antwoordt hierop met ‘om God te dienen.’ De mens als middel die werd beloond met een plaatsje in de hemel. Tegenwoordig wordt deze vraag anders beantwoord.

Het VVD kamerlid Pieter Duisenberg houdt er een human capital agenda op na. Duisenberg is niet de enige die in deze termen spreekt, zo worden deze woorden net als human capital roadmap gebruikt in beleidsdocumenten van diverse overheden. Deze woorden zijn tegenwoordig zo gewoon dat niemand er meer van opkijkt.

Zijn ze wel zo gewoon? Welke denkwereld zit er achter deze woorden? Als we ze letterlijk vertalen dan staat er menselijk kapitaal. De mens als kapitaal dat net als grondstoffen en geldelijk kapitaal kan worden ingezet om iets te produceren. De mens wordt in de wereld van Duisenberg en andere ‘human capitaldenkers’ gezien als een middel. Een middel om een hoger doel te bereiken.

En dat doel is de ‘God’ van de economie en dan vooral de groei van die economie. Dit omdat ‘onze economie’ nu eenmaal moet concurreren met de economie van andere landen. En als we die concurrentieslag niet aangaan, of verliezen, zal onze economie terugzakken met alle gevolgen vandien. Om dit te voorkomen, moeten we alles wat ons ter beschikking staat zo goed mogelijk inzetten, grondstoffen, geld en ook de mensen. Maar wat is dan de beloning voor de mens? Welke ‘hemel’ wacht hem? Dat antwoord ontbreekt in deze ‘neoliberale’ catechismus.

Is dat ook onze wereld? Zijn wij mensen een middel om economische groei (het doel) te bereiken? Of is de economie en de eventuele groei ervan, een middel om doelen voor ons als mensen te realiseren? Is een mens een middel dat anderen (mensen of de godheid economie) ten doel staat? Of is iedere mens een doel op zich?